Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0093(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0278/2008

Ingediende teksten :

A6-0278/2008

Debatten :

PV 09/07/2008 - 21
CRE 09/07/2008 - 21

Stemmingen :

PV 10/07/2008 - 5.2
CRE 10/07/2008 - 5.2
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0359

Debatten
Woensdag 9 juli 2008 - Straatsburg Uitgave PB

21. Vangstmogelijkheden en financiële tegenprestaties waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de EG en Mauritanië (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het volgende onderwerp is het verslag (A6-0278/2008) door mevrouw Carmen Fraga Estévez, namens de Commissie visserij, over het voorstel voor een Verordening naar aanleiding van de conclusie van het Protocol, waarin de visserijmogelijkheden en de financiële bijdrage worden vastgesteld, waarin werd voorzien in de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap en de Islamitische Republiek Mauritanië voor de periode 1 augustus 2008 tot 31 juli 2012 (COM(2008)0243 - C6-0199/2008 - 2008/0093(CNS)).

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg , lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter laat ik eerst mijn dankbaarheid uitspreken jegens de Commissie visserij en vooral jegens haar rapporteur, mevrouw Fraga, voor haar rapport.

Dit gereviseerde protocol heeft de visserijmogelijkheden en de financiële bijdrage vastgesteld voor de periode 1 augustus 2010 tot 31 juli 2012. Het is het resultaat van een lang en ingewikkeld onderhandelingsproces tussen de Europese Commissie en Mauritanië, en werd gelanceerd in oktober 2007, omdat Europese scheepseigenaren de in het protocol genoemde quota, voornamelijk ten aanzien van inktvissen en kleinere pelagische soorten niet volledig benutten.

De belangrijkste veranderingen in het nieuwe protocol hebben op de eerste plaats betrekking op de duur van het protocol, die we hebben uitgebreid van twee naar vier jaar en op de tweede plaats op een reductie van de visserijmogelijkheden op inktvissen, als resultaat van wetenschappelijk advies, en de kleinere pelagische soorten, als gevolg van het feitelijke gebruik en de voorspellingen voor de vloot van de Europese Unie. Op de derde plaats op een totale reductie van de financiële bijdrage gedurende een periode van vier jaar, van een gemiddelde van 86 miljoen euro per jaar naar een gemiddelde van 72,25 miljoen euro per jaar, maar met een verhoging binnen deze toewijzing van het gedeelte dat is bestemd voor de ondersteuning van het visserijbeleid van het land: van 11 miljoen euro per jaar in 2008 - 2009 tot 2 miljoen euro in 2011 – 2012. Op de vierde plaats is er een herziene procedure voor de afhandeling van schendingen in de Mauritaanse wateren.

Dit is een zeer evenwichtig protocol dat de verschillende belangen met elkaar verzoent: de noodzaak de financiële bijdrage aan te passen aan verminderde visserijmogelijkheden voor de EU-vloot, en het belang om meer steun te bieden aan de visserijsector in Mauritanië teneinde de integratie van deze sector in de nationale ontwikkelingsstrategie van Mauritanië te versterken.

De Partnerschapsovereenkomst inzake visserij draagt voor 20 procent bij aan de begrotingsinkomsten van de staat Mauritanië, tegen zo’n 30 tot 35 procent in de periode 2004 – 2005. De Partnerschapsovereenkomst inzake visserij bedraagt 80 procent van de totale inkomsten uit de visserijsector binnen de staatsbegroting. De visserij-inspanningen van de Europese Gemeenschap in de Mauritaanse EEZ is goed voor 20 procent van de totale inspanningen – dat wil zeggen zowel de artisanale als de industriële vloot.

Tijdens de onderhandelingen vroeg de Mauritaanse partij de Commissie om alles in het werk te stellen de eerste jaarlijkse financiële bijdrage eind augustus 2008 betaalbaar te stellen. Deze bijdrage is cruciaal voor de Mauritaanse nationale begroting, gezien het feit dat, zoals ik al eerder zei, jaarlijkse betalingen krachtens de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij goed zijn voor 15 tot 20 procent van de begroting van dit land. Het is eveneens van vitaal belang voor de EU-ondernemers in de regio, wier activiteiten misschien te lijden hebben als de betaling voor die datum niet plaatsvindt, dat wil zeggen door het niet ratificeren van de kant van de gemeenschap.

Ik zou ook graag willen verwijzen naar het vraagstuk van de relatieve stabiliteit, dat ook al door een van de lidstaten werd opgeworpen tijdens de bijeenkomst van de Raad in juni, en u eraan herinneren dat de Commissie geen morele verplichting heeft de eerdere toewijzing van visserijmogelijkheden (d.w.z. relatieve stabiliteit) te laten gelden krachtens de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij, dat wil zeggen overeenkomsten die een financiële compensatie kennen, zoals de overeenkomst waar we het vandaag over hebben. Dat komt omdat de overeenkomst moet garanderen dat de toewijzing de best mogelijke optie biedt om ervoor te zorgen dat men waar voor zijn geld krijgt (d.w.z. optimalisatie van het gebruik voor de financiële bijdrage). Krachtens deze overeenkomsten zouden visserijmogelijkheden moeten worden toegewezen volgens andere criteria, zoals het gebruikscijfer van het vorige protocol, de verzoeken van de lidstaten bij de onderhandelingen en historische visserijmogelijkheden die aan de lidstaten werden toegewezen en ook de situatie/capaciteit van de vloot.

 
  
MPphoto
 
 

  Carmen Fraga Estévez , rapporteur. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag opmerken dat wij, wederom, zeer hard hebben gewerkt in de Commissie Visserij, zodat de Commissie en de Europese Unie hun verplichtingen kunnen nakomen.

Misschien was het het aanvankelijke gebrek aan interesse van de Commissie in de onderhandelingen dat leidde tot wat kritiek in het verslag over de procedure die werd gevolgd, ondanks het feit dat Mauritanië een van de belangrijkste visserijpartners van de Europese Unie blijft en ondanks het feit dat de financiële bijdrage nog steeds een van de grootste is en steeds grotere verplichtingen met zich brengt aangaande het ontwikkelen van de visserijsector in de Gemeenschap.

Daarom is het moeilijk te begrijpen waarom de uitonderhandelde tekst een grote reductie van de toegestane vangsten van tussen de 25 en 50 procent voor bijna alle viscategorieën noodzakelijk maakt en waarom er naast de technische maatregelen, voorwaarden zijn geaccepteerd die voor ons moeilijk te begrijpen zijn.

Zoals we bij verschillende gelegenheden al hebben gezegd in dit forum, en zoals Europêche in haar brief aan u, mijnheer Borg, al stelde, heeft het niet veel zin prachtige visserijmogelijkheden uit te onderhandelen – wat in deze overeenkomst niet het geval is – als we vervolgens technische voorwaarden accepteren die voorkomen dat we adequaat gebruik kunnen maken van die mogelijkheden.

Het minimumformaat dat werd vastgesteld voor inktvis heeft geen relatie met het formaat dat voor aanverwante terreinen is vastgesteld; de extra twee maanden die op het laatst als biologische herstelperiode werd uitonderhandeld, feitelijk buiten medeweten van de visserijsector, is gebaseerd op een wetenschappelijk verslag van bedroevende kwaliteit en werd op verzoek van de Mauritaanse partij ter tafel gebracht zonder de noodzakelijke consultatie vooraf van het gemeenschappelijk wetenschappelijk comité; het is uitsluitend gebaseerd op inktvissen, ondanks het feit dat de herstelperiode op alle categorieën van invloed is. Dit alles is een verontrustende indicatie van de manier waarop de Europese Commissie soms onderhandelt.

Om die reden, Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Borg, moeten we nogmaals aandringen op meer betrokkenheid voor het Europees Parlement, op zijn minst als observator bij de gemeenschappelijke commissievergaderingen, als minimumvereiste voor institutionele transparantie, waaraan al enige tijd geleden had moeten worden voldaan.

Gezien de macht die naar wij hopen het Europees Parlement gaat krijgen als het Lissabon-verdrag van kracht wordt – een gebeurtenis die op handen was en naar mijn vaste overtuiging spoedig plaats moet vinden – zou het niet slecht zijn als de Raad en de Commissie voorbereidingen zouden treffen om het Parlement een rol toe te bedelen, tot het spelen waarvan het vroeg of laat zal worden geroepen.

In het verslag lieten we ook doorschemeren dat we teleurgesteld waren over het feit dat de Commissie – en ik ben bang dat ik het hierover niet met u eens ben, mijnheer Borg – de relatieve stabiliteit van de Overeenkomst niet wist te respecteren door zichzelf macht te geven een criterium te versoepelen dat ze bij andere gelegenheden als bijna heilig beschouwde, een actie die we scherp in de gaten zullen houden zoals onze opdracht vereist.

Ik hoop dat in het geval waaraan u refereert, dat van de inktvissen, de allocatiesleutels die zijn gebaseerd op relatieve stabiliteit en op de historische visrechten op deze visgronden zullen worden gerespecteerd.

We zullen zeer graag de uitkomsten willen weten van de vergaderingen die zijn gepland in verschillende fora en gemeenschappelijke comités om enkele van de technische vraagstukken op te lossen waar ik in het verslag naar verwees en die, zoals in Marokko nog steeds het geval is, een vloot aan de ketting kunnen leggen die wanhopig toegang behoeft tot de visgronden waar het grote geldbedragen voor neertelt.

Ondanks dit alles blijft dit protocol, dat naar u zegt vier jaar geldt, samen met het Marokkaans protocol, de belangrijkste samenwerking op visserijgebied tussen de Europese Unie en de ontwikkelingslanden, en om die reden moge het duidelijk zijn dat we hopen dat er tegen de twee nieuwe voorgestelde amendementen wordt gestemd en dat het voorstel van de Commissie snel wordt goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  Cornelis Visser, namens de PPE-DE-Fractie. (NL) De visserijovereenkomst met Mauritanië die nog maar op 1 augustus 2006 was gesloten, moest dit jaar verlengd worden. Op 14 december van het afgelopen jaar kwam de Commissie plotseling met het voorstel om de visserijovereenkomst niet te verlengen, omdat de daarin geboden visserijmogelijkheden niet volledig door de Europese vissersvloot waren benut, en dan vooral voor de kleinere pelagische soorten.

Het was een grote verrassing voor ons. Mede op aandringen van het Parlement zelf is er toen opnieuw onderhandeld. Het nieuwe protocol dat de Commissie ons nu voorlegt, betekent wel een hele rigoureuze beperking ten opzichte van het oude. Niet alleen de te vangen hoeveelheden vissoorten die in de vorige jaren niet geheel werden opgevist zijn beperkt, maar alle vissoorten laten een forse beperking zien: 25 procent voor de inktvissen, tussen de 10 en 50 procent voor de demersale soorten en 43 procent voor de pelagische soorten, terwijl de vergoeding aan Mauritanië hetzelfde blijft of slechts beperkt verminderd wordt in de jaren daarna. Wij vragen ons af of deze beperking echt wel noodzakelijk was en waarop zij is gebaseerd, vooral omdat de visserijsector op dit moment in grote problemen verkeert in verband met de brandstofprijzencrisis en de verminderde vangstmogelijkheden. Een verdere beperking van de visserijmogelijkheden ligt daarom dan ook niet voor de hand, zeker wanneer hiervoor geen biologische of wetenschappelijke noodzaak bestond.

Elke visserijmogelijkheid die er is moet de visserijsector op dit moment kunnen benutten. Het zou bijvoorbeeld een mogelijkheid zijn om voor de tonijnvisserij in de Middellandse Zee een uitwijkmogelijkheid naar Mauritanië te creëren. De Nederlandse pelagische vissersvloot wordt ook getroffen door de nu voorgestelde beperkingen, vooral voor horstmakreel, haring en makreel. Dit over Mauritanië.

Heel even kort over de voorstellen die de Commissie heeft gedaan. In tegenstelling tot de voorstellen over Mauritanië ben ik daarmee zeer tevreden. Ik denk dat er heel veel aanknopingspunten zijn als het gaat om de aanpassing van de vloot in verband met de brandstofcrisis en ik spreek de hoop uit dat dankzij deze nieuwe maatregelen een koude sanering van de sector kan worden voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rosa Miguélez Ramos , namens de PSE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, het opmerkelijke feit betreffende dit protocol is dat, hoewel de duur ervan is uitgebreid van twee naar vier jaar, de visserijmogelijkheden zijn verminderd.

De toewijzing van licenties krachtens het protocol voor categorie 5 (inktvissen), die Spanje 24 licenties geeft, zal de Spaanse regering niet tevredenstellen omdat dat aantal niet genoeg is om te voldoen aan de aanvragen uit de sector die direct wordt getroffen door deze categorie.

De Raad heeft de macht beslissingen te nemen over een nieuwe licentietoewijzing, waarbij rekening wordt gehouden met het gebruik. Maar in dit geval is de toewijzing niet gebaseerd op gemiddelden, maar op de periode tussen 2007 en begin 2008, toen de situatie die ontstond door de meningsverschillen met Mauritanië als gevolg van het gebruik van bepaalde technische maatregelen, ertoe leidde dat een groot deel van de Europese vloot weigerde deze overeenkomst te tekenen, omdat ze bang waren te worden geënterd, zoals in het eerste kwartaal van 2008 gebeurde.

Omdat in het nieuwe protocol de technische problemen zijn opgelost en er een veiligere procedure in het leven is geroepen om technische verschillen tussen de partijen bij te leggen, zal dat er zeker toe leiden dat een groter aantal vaartuigen toegang tot de visgronden zal willen, die per dag veiliger worden, en daarom meer garanties bieden dan in het vorige protocol.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Anne Isler Béguin , namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, wat betreft visserijovereenkomsten hebben wij Groenen een verklaring die wat afwijkt van die van de andere fracties. Wij zien visserijovereenkomsten als iets dat niet alleen onder de noemer van puur en strikt commerciële overeenkomsten valt, maar ook onder de noemer van Europees beleid. Daarom wil ik verwijzen naar het standpunt van de Commissie ontwikkelingssamenwerking, die ook de nadruk legt op onze verplichtingen om ontwikkelingshulp te geven en democratie en behoorlijk bestuur te steunen.

De vraag die we al eerder hebben gesteld in de besprekingen met de Commissie Visserij is waarom de Commissie heeft gedreigd de visserijovereenkomsten met Mauritanië te beëindigen, amper een jaar nadat ze werden ondertekend.

Wat ons betreft zijn visserijovereenkomsten niet alleen maar overeenkomsten waarin we tegen betaling van een bepaalde som geld een bron mogen gebruiken, en waarvoor we, naarmate we minder gebruiken, ook minder betalen. Nee, we snijden in de visserijmogelijkheden omdat de Europese visserijvloot er minder gebruik van heeft gemaakt op de desbetreffende terreinen. Is het echter de verantwoordelijkheid van Mauritanië, de fout van Mauritanië, als de Europese vloot ergens anders op bepaalde viscategorieën gaat vissen?

We hebben altijd gevraagd de visserijbronnen in andere visserijovereenkomsten te respecteren, en we hebben altijd gezegd dat er teveel gebruik van werd gemaakt en dat er in elk geval een tijd zou komen dat de bronnen zouden opdrogen. Dat is precies wat er nu gebeurt. We zijn het eens met de Commissie dat de bronnen zich moeten herstellen naar het niveau waarop de visserij weer levensvatbaar is, en dat dat een goede zaak is. Maar er is iets anders waar we het zeker niet mee eens zijn. Tijdens de besprekingen die plaatsvonden, vroegen we wat er zou gebeuren als de compensatie wordt verminderd conform de mate van de bevissing, zodat de compensatie zou worden verminderd van 86 miljoen euro naar 70 miljoen euro, wat zou betekenen dat het inkomen van Mauritanië in drie jaar tijd zou teruglopen met 40 miljoen euro.

U zei tegen ons “Dat is geen probleem. We kunnen niet van de visserijquota overschakelen op iets anders, en besluiten om in plaats daarvan aan ontwikkeling te werken”. Dat begrijpen wij ook, en u garandeerde namens de Commissie dat u voor compensatie voor die 40 miljoen zou zorgen als onderdeel van het ontwikkelingsbeleid. Vandaag echter, in deze overeenkomst, zien we geen enkel teken van deze compensatie, behalve in een voetnoot die zegt dat de mogelijkheid van compensatie bestaat. Wij geloven dus niet in die compensatie, en ik vind dat u Mauritanië in zeker opzicht hebt bedrogen in deze overeenkomst, omdat er geen voorziening is getroffen voor de overeengekomen compensatie.

Als u mij toestaat zou ik u er graag aan willen herinneren dat, toen ik hoofd van de EU-missie was die toezicht hield op de verkiezingen in Mauritanië, de Europese Unie het op zich nam deze jonge democratie te ondersteunen, maar bij onze eerste politieke actie dreigen we nu de visserijovereenkomsten te beëindigen. Dit is naar mijn mening geen beleid voor ontwikkelingshulp en ik zou echt graag willen weten welke garantie u ons als Parlementsleden kunt geven wat betreft deze compensatie voor de reductie waartoe is besloten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de visserijovereenkomst tussen Europa en Mauritanië, waarover onze collega en vriendin, mevrouw Fraga Estévez, een verslag heeft geschreven, gaat over een van de rijkste regio’s ter wereld als het om visvoorraden gaat. Dat is de reden dat bijvoorbeeld in Dakhla, de vroegere Spaanse hoofdstad Villa Cisneros, in dat deel van de Westelijke Sahara dat nu onder Marokkaans toezicht staat, er een 40 km diepe zeearm is, die de Rio de Oro, of Gouden rivier wordt genoemd vanwege de reflectie van het zonlicht op de schubben van scholen vissen.

In het verleden heeft deze overvloed aan vis ons feitelijk problemen met Marokko opgeleverd. Nu moeten we een gelijksoortig probleem aanpakken, maar een dat gaat over visserij in Mauritanië van 2008 tot 2012. Dit is een terrein waar octopus- en inktvisvoorraden bijvoorbeeld afnemen, vandaar de biologische herstelperiode, maar waar het omgekeerd van essentieel belang is op sardientjes te vissen omdat de sardine een roofvis is voor de octopus.

Dit betekent in de praktijk dat eerst de visquota, de licenties, moeten worden verdeeld tussen de vijf Europese landen, waaronder natuurlijk Spanje, en Italië, maar ook Portugal, mijnheer de Voorzitter, en er zijn nog wat andere vaartuigen, diepvriestrawlers, misschien uit de Baltische staten. Daarna is het een kwestie van vangstvermindering van zo’n 400 000 ton naar 250 000 ton omdat vreemd genoeg, deze quota’s niet worden gebruikt, en dit geldt ook voor de door Marokko gecontroleerde Westelijke Sahara, en dat, generaal Morillon, is iets waar onze Mediterrane tonijnvissers alleen maar over kunnen dromen.

In Mauritanië loopt het gemiddelde gebruik van visserijmogelijkheden van 90 procent voor schaaldieren naar niet meer dan 22 procent voor tonijn. Net als bij al deze overeenkomsten en protocols wordt er kennelijk een financiële bijdrage betaald voor het recht om te mogen vissen, een bedrag rond de 300 tot 305 miljoen euro voor vier jaar, bij een bedrag van 70 of 80 miljoen per jaar. De heer Borg heeft ons verteld hoe belangrijk deze bijdrage is, omdat het goed is voor zo’n 15 procent van de jaarbegroting van Mauritanië. Deze operatie is ook van voordeel voor Mauritanië omdat de bijdrage min of meer op hetzelfde niveau blijft, terwijl daarentegen de vangsten verminderen. Desalniettemin zorgen de Mauritaniërs voor een ernstig probleem doordat ze onze vaartuigen lastigvallen, en door kapingen die ze alleen maar uitvoeren om onderweg boetes te innen, hoewel het waar is dat de Europese Commissie, zoals mevrouw Isler Béguin ons net vertelde, hier nou niet bepaald sympathiek is geweest en nu de Mauritaanse regering onder druk zet.

Hoewel visserij kennelijk zeer belangrijk is in deze contreien, wordt aan de Marokkaanse kant, bijvoorbeeld in Dakhla, de vis naar Brazilië geëxporteerd en heeft een heel dorp daardoor een bestaan, vandaar de zorg bij de FAO- en ACP-landen voor een duurzame visindustrie en een code voor goed gedrag. Mijnheer de Voorzitter, misschien moeten we ondanks het gedrag van de Europese Commissie, dat niet altijd zeer “goed” is geweest tijdens de onderhandelingen met de jonge democratie van Mauritanië, deze overeenkomst toch verwelkomen, omdat het wellicht een van de laatste is die we in deze regio kunnen sluiten, nu Marokko haar natuurlijke bronnen wil beschermen en de controle erover terug wil.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Varela Suanzes-Carpegna (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we hadden goede hoop dat hernieuwde onderhandelingen over het protocol aangaande de Overeenkomst met Mauritanië de eerdere armzalige onderhandelingen zouden doen vergeten; we dachten ook dat het kon dienen om de onbevredigende uitkomst van de onderhandelingen over de Marokko-overeenkomst voor de commercieel belangrijke inktvissenvloot recht te trekken, die enorme socio-economische betekenis heeft in Galicië en daardoor geleden heeft onder de gevolgen van deze twee armetierig uitonderhandelde overeenkomsten, nog afgezien van de algemene crisis in de visserijsector.

Maar dat mocht niet zo zijn, en dus kunnen we de Commissie niet prijzen of feliciteren met de uitkomst. In het algemeen lopen de visserijmogelijkheden terug en de financiële compensatie is daar niet op toegesneden. Er is weinig aandacht besteed aan de getroffen sector, en de technische maatregelen die zijn overeengekomen, zijn behalve meerduidig, ook nadelig voor de vloot van de Gemeenschap. In het geval van de inktvissen is de minimummaat voor octopussen, zoals het verslag stelt, de hoogste in de regio, zonder dat daar een reden voor is, met als gevolg dat deze inktvissenvloot op een effectieve manier is lamgelegd en, alsof dat nog niet genoeg was, bedreigt de licentietoewijzing de relatieve stabiliteit, en dat is schadelijk voor de Spaanse vloot.

Zoals u zult begrijpen, mijnheer Borg, betekenen al deze overwegingen, hoezeer het ons ook spijt, dat we u niet kunnen feliciteren met de in deze bereikte resultaten, omdat ik vind dat ze veel beter hadden kunnen en moeten zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Joe Borg , lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, op de eerste plaats zou ik u graag willen bedanken voor de interessante opmerkingen en het debat dat we voerden. Ik zou graag even doorgaan op een paar punten die zijn aangesneden.

Op de eerste plaats wijst u er terecht op dat er minder visserijmogelijkheden zijn krachtens dit herziene protocol. Dit was nu net de reden achter onze beslissing hernieuwde onderhandelingen te beginnen, omdat we er zeker van moesten zijn dat de visserijmogelijkheden maximaal benut zouden worden, terwijl er in de huidige situatie zowel ten aanzien van kleinere pelagische soorten als ten aanzien van inktvissen sprake was van een aanzienlijke onderbenutting van de visserijmogelijkheden.

Als het gaat om technische vereisten, bijvoorbeeld voor baggeren, vinden we naar we hopen snel een oplossing hiervoor, en de Mauritaanse autoriteiten zijn zeer goed in staat om een oplossing te zoeken die beide partijen tevredenstelt. Wat betreft de rustperioden, dat verzoek kwam aanvankelijk van de industrie, omdat die beweert dat de vangsten na zo’n rustperiode winstgevender worden.

Op de vraag het minimumformaat voor octopus op 500 g te stellen, moet ik opmerken dat we het hebben over een derdewereldland, een autonome staat, Mauritanië, en dat haar eigen regelgeving bepaalt dat het minimumformaat voor octopus 500 g bedraagt. Dat was een grens waar we niet overheen konden gaan tijdens de onderhandelingen: je kunt een derdewereldland niet vragen zijn wetgeving te wijzigen omdat het interessant is voor onze vissers kleinere inktvissen te vangen. Maar we geven toe dat er in de regio geen sprake is van eenstemmigheid over deze kwestie. Er zijn andere landen die het vangen van kleinere inktvissen wel toestaan en daarom moet er binnen de COPACE-organisatie hierover een beslissing worden genomen.

Wat betreft de kwestie van de allocatiesleutels, de zogenaamde “relatieve stabiliteit”, is de Commissie, zoals ik al eerder zei, niet verplicht relatieve stabiliteit van de ene overeenkomst op de andere of van het ene protocol op het andere over te dragen.

Maar de overeenkomst en het protocol voorzien in de mogelijkheid dat, als de lidstaten meer mogelijkheden nodig hebben, en een dergelijk verzoek een wetenschappelijke achtergrond heeft voor wat betreft de visstand, dergelijke verzoeken zeker moeten worden overwogen en ik zou het op me nemen deze met Mauritanië te bespreken teneinde te onderhandelen over uitbreidingen, zoals in het geval van inktvissen, als er een specifiek verzoek komt om dat te doen.

Ik moet nog even kwijt dat wat betreft inktvissen er in 22 gevallen van licenties gebruik werd gemaakt en er in het nieuwe protocol voorzien is in 25, dus dat we ons in feite richten op het creëren van een buffer, waar we eventueel gebruik van kunnen maken.

Als de desbetreffende lidstaat beweert dat ze meer dan 25 aanvragen hebben, dan zullen wij dat, zolang ze ons de specifieke feiten geven, bespreken met Mauritanië teneinde een uitbreiding tot stand te brengen, maar altijd voor zover de visstand dat toelaat. Ik wil er met klem op wijzen dat we voor wat betreft de inktvissen, problemen hebben met betrekking tot de duurzaamheid en de gezondheid van de visstand.

Ik wil er nogmaals op wijzen dat men wat betreft deze hele kwestie van relatieve stabiliteit niet het laken kan hebben en het geld houden. Aan de ene kant lijkt de toewijzing, als het gaat om de toewijzing van inktvissen, één bepaalde lidstaat niet te bevallen. Maar als het om tonijn gaat, waar sprake is van een enorme toename van de allocaties voor diezelfde lidstaat, dan komt dat de lidstaat ten goede en we hebben ze daarover niet horen klagen.

Wat betreft de reden voor de opzegging en de hernieuwde onderhandelingen over het protocol, namelijk dat het niet ten volle werd benut, zou ik wederom graag willen wijzen op wat mevrouw Isler Béguin zei, namelijk dat zulke overeenkomsten niet alleen over visserijmogelijkheden gaan maar ook over ontwikkelingshulp. Terwijl we in feite de financiële component voor de visserijmogelijkheden hebben verminderd, stellen wij duidelijk pogingen in het werk de ontwikkelingscomponent uit te breiden, en we doen ons uiterste best daar de hand aan te houden.

Daarom is de financiële allocatie in zijn geheel gehandhaafd gedurende de termijn van vier jaar. De begrotingsbijdrage aan het tiende EOF zal compensatie bieden voor de resterende veertig miljoen euro voor de periode 2009 tot 2012, in stappen van 10 miljoen euro per jaar. Als u rekening houdt met enerzijds wat ze als vergoeding voor visserijmogelijkheden krijgen – die werden verminderd op basis van wat er eigenlijk in de Mauritaanse werd gevangen – en anderzijds met de verhoging van de budgettaire steun via de ad-hoccompensatie in het tiende EOF binnen dit protocol, betekent dat dat Mauritanië een financieel pakket zal ontvangen dat in zijn totaliteit gelijk is aan het visserijpakket dat ze hadden onder het vorige financiële protocol.

Tot slot wil ik, als het gaat om het enteren nog opmerken dat de werkgroep komende zondag bijeen zal komen om dit specifieke onderwerp te bespreken en het eens te worden over aanbevelingen en richtlijnen die het probleem op moeten lossen. Wat betreft de opmerking die mevrouw Fraga in het begin maakte omtrent de deelname van Parlementsleden: de Commissie is van mening dat dezelfde benadering als die welke geldt voor de deelname van Parlementsleden in bilaterale onderhandelingen dient te worden gevolgd met betrekking tot gemeenschappelijke comités waarbij de twee partijen officieel vertegenwoordigd zijn.

De Commissie zal echter blijven samenwerken met het Parlement op basis van de bestaande kaderovereenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Carmen Fraga Estévez , rapporteur. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik zal proberen systematisch te zijn. Op de eerste plaats wil ik naar aanleiding van de opmerking van mevrouw Isler Béguin erop wijzen dat de fondsen voor ontwikkelingssamenwerking stijgen in de loop van de vier jaar dat het protocol van kracht is.

Het is de totale financiële bijdrage die met 19 procent wordt verminderd, maar de bedragen die aan ontwikkelingssamenwerking worden toegewezen stijgen naar elf miljoen euro, zestien miljoen euro, achttien miljoen euro en twintig miljoen euro, dus wat de ontwikkelingssamenwerking betreft hoeft u zich geen zorgen te maken, omdat die bedragen eigenlijk zijn verhoogd.

Mijnheer Borg, wat betreft de minimumgrootte voor octopus en omdat de technische maatregelen belangrijk zijn voor het verzilveren van de visserijmogelijkheden, denk ik dat dit geen probleem is waar we het hier over moeten hebben. U weet heel goed dat die kwestie nog in behandeling is.

Ik blijf dit zeggen: het formaat is het grootste in de hele regio. Het Comité voor de visserij in het centraal-oostelijk deel van de Atlantische Oceaan (CECAF) zei op zijn vergadering dit jaar dat er een gemeenschappelijke minimumgrootte moet worden vastgesteld voor de hele regio en ik vind dat de Commissie een poging moet doen ervoor te zorgen dat deze kwestie opgehelderd wordt.

Het verslag dat werd opgesteld door het Mauritaans wetenschappelijk comité stelt dat in november bijvoorbeeld 50 procent van de vangst in de Mauritaanse visgronden kan bestaan uit octopus tussen de 300 en 500 gram, met andere woorden, dat er een probleem is met de minimumgrootte in de Mauritaanse visgronden en elders.

Wat betreft de relatieve stabiliteit wil ik geen ruzie met u uitlokken, maar dit is een onderwerp dat we in het Parlement bespraken, een onderwerp dat wordt meegenomen in de basiswetgeving die we samen met de regelgeving aangaande licenties voor derde landen hebben besproken, maar de oorspronkelijke allocatie is wat anders.

De initiële allocatie dient historische rechten te respecteren en als bij die allocatie vismogelijkheden niet worden verzilverd, mag de Commissie, daar ben ik het mee eens, ze aan eenieder geven die ze wil hebben en er naar vraagt, maar in eerste instantie dienen de historische rechten te worden gerespecteerd en, in het geval van categorie vijf in Mauritanië is dit niet het geval geweest, mijnheer Borg.

Ik ga hier niet verder op in. Ik zou meer vragen kunnen beantwoorden, maar hoewel ik zonder mijn bril niet al te goed zie, denk ik dat ik geen tijd meer heb.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, 10 juli 2008, plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid