Index 
Debatten
PDF 2254k
Woensdag 9 juli 2008 - Straatsburg Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Jaarverslag 2007 van de ECB (debat)
 3. Coördinatie van socialezekerheidsstelsels: wijze van toepassing – Coördinatie van socialezekerheidsstelsels: bijlage XI – Uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. […] tot onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen (debat)
 4. Besluit inzake toepassing van de urgentieprocedure
 5. Stemmingen
  5.1. Jaarlijkse actieprogramma’s voor Brazilië en Argentinië voor het jaar 2008 (2008) (B6-0336/2008) (stemming)
  5.2. Prioriteiten van de EU voor de 63ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (A6-0265/2008, Alexander Graf Lambsdorff) (artikel 131 van het Reglement) (stemming)
  5.3. Wijziging van Richtlijn 2004/49/EG inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen (A6-0223/2008, Paolo Costa) (stemming)
  5.4. Wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau (A6-0210/2008, Paolo Costa) (stemming)
  5.5. Regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (herschikking) (A6-0264/2008, Arūnas Degutis) (stemming)
  5.6. Programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek (MEETS) (A6-0240/2008, Christoph Konrad) (stemming)
  5.7. Batterijen en accu’s alsook afgedankte batterijen en accu’s (A6-0244/2008, Johannes Blokland) (stemming)
  5.8. Beperking van het op de markt brengen en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (A6-0135/2008, Miroslav Ouzký) (stemming)
  5.9. Voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten (A6-0253/2008, Atanas Paparizov) (stemming)
  5.10. Interne markt voor aardgas (A6-0257/2008, Romano Maria La Russa) (stemming)
  5.11. Coördinatie van socialezekerheidsstelsels: wijze van toepassing (A6-0251/2008, Jean Lambert) (stemming)
  5.12. Coördinatie van socialezekerheidsstelsels: bijlage XI (A6-0229/2008, Emine Bozkurt) (stemming)
  5.13. Uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. […] tot onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen (A6-0209/2008, Jean Lambert) (stemming)
  5.14. Wijziging van artikel 29 van het Reglement (A6-0206/2008, Richard Corbett) (stemming)
  5.15. De taak van de nationale rechter binnen het Europees gerechtelijk apparaat (A6-0224/2008, Diana Wallis) (stemming)
  5.16. WTO-geschil Airbus/Boeing (stemming)
  5.17. Een Europees strategisch plan voor energietechnologie (A6-0255/2008, Jerzy Buzek) (stemming)
  5.18. Het antwoord van de EU op staatsinvesteringsfondsen (stemming)
  5.19. Een nieuwe stedelijke mobiliteitscultuur (A6-0252/2008, Reinhard Rack) (stemming)
  5.20. Jaarverslag 2007 van de ECB (A6-0241/2008, Olle Schmidt) (stemming)
 6. Besluit tot het uitroepen van 2011 tot het 'Europees jaar van de vrijwilligers' (schriftelijke verklaring): zie notulen
 7. Stemverklaringen
 8. Rectificaties stemgedrag/Voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 9. Europese programma’s voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo) (ondertekening van de verordening)
 10. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 11. Situatie in China na de aardbeving en voor de Olympische Spelen (debat)
 12. Strategiedocument 2007 van de Commissie over de uitbreiding (debat)
 13. Welkomstwoord
 14. Strategiedocument 2007 van de Commissie over de uitbreiding (voortzetting van het debat)
 15. Palestijnse gevangenen in Israël (debat)
 16. Situatie in Zimbabwe (debat)
 17. Vragenuur (vragen aan de Commissie)
 18. Samenstelling commissies en delegaties: zie notulen
 19. Verzoek om opheffing van de immuniteit: zie notulen
 20. Ruimte en veiligheid (debat)
 21. Vangstmogelijkheden en financiële tegenprestaties waarin is voorzien bij de partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de EG en Mauritanië (debat)
 22. Gemeenschappelijke visuminstructies: biometrische identificatiemiddelen en visumaanvragen (debat)
 23. Door de economische crisis getroffen vissersvloten van de EU (debat)
 24. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 25. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 
1. Opening van de vergadering
  

(De vergadering wordt om 9.05 uur geopend)

 

2. Jaarverslag 2007 van de ECB (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag van Olle Schmidt namens de Commissie economische en monetaire zaken betreffende het jaarverslag 2007 van de ECB (2008/2107(INI) (A6-0241/2007).

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt, rapporteur. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Trichet, mijnheer Juncker, aller ogen zijn op de Europese Centrale Bank gericht. Door de huidige onzekere economische situatie en de financiële onrust staat de ECB onder grote druk. Ik ben ervan overtuigd dat de verhoging van het rentepercentage van vorige week een juiste beslissing was. Inflatie is een kwelling die ertoe leidt dat activa onrechtvaardig herverdeeld worden. De politieke leiders van Europa mogen dankbaar zijn dat ze een onafhankelijke centrale bank hebben die bereid is op te treden om te verhinderen dat Europa afglijdt naar een toestand van stagflatie, lage groei en toenemende inflatie.

Tien jaar na de introductie van de euro hebben we een wereldmunt. De veiligheid en stabiliteit die de euro de eurozone en de Unie als geheel, ook mijn eigen land, en zelfs de wereldeconomie gebracht heeft, had niemand kunnen vermoeden. Het “nee” in het Ierse referendum was niet een reactie op de kracht van de euro. Asymmetrische ontwikkeling van de economie in de verschillende eurolanden kan risico’s opleveren, maar kan verholpen worden door vast te houden aan de eisen van het stabiliteitspact voor gezonde overheidsfinanciën en voortdurende structurele transformatie in de lidstaten.

Toch heeft het zin na tien jaar te evalueren hoe de ECB functioneert; het toezicht op de euro, de transparantie, de besluitvorming en de internationale rol van de euro zijn voor verbetering vatbaar. De commissie stelt daarom voor dat de ECB een nieuw voorstel presenteert over hoe de besluitvorming transparant en doeltreffender gemaakt kan worden als de Eurogroep groter wordt. De ECB zou een verslag moeten uitbrengen over de discussie tussen de leden van de Raad van Bestuur wanneer er beslissingen worden genomen over de basisrente, zodat de transparantie en de voorspelbaarheid groter worden. Ook de rol van de ECB als aanvoerder van de Eurogroep moet versterkt worden om het belang van de euro in internationaal verband beter te kunnen laten doorklinken.

Betere informatie aan de markt over de beslissingen van de ECB over het rentetarief is al lange tijd een grote wens van het Parlement, evenals publicatie van de notulen en de stemuitslagen. De ECB heeft dit echter geweigerd met het argument dat er daardoor verdeeldheid zou ontstaan tussen de verschillende nationaliteiten binnen het ECB-management.

Mijnheer Trichet, we hebben naar uw mening geluisterd en de commissie biedt nu een gewijzigd voorstel aan. Het ECB-management moet duidelijker informatie leveren na een beslissing over het rentepercentage, dat wil zeggen er moet meegedeeld worden of men zonder discussie unanimiteit heeft bereikt of dat het moeite kostte om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. Dat zou een grote stap voorwaarts betekenen voor een betere dialoog tussen de markt, ons –politici – en de ECB.

De inflatie breekt records en bedraagt nu ongeveer 4 procent. Dat is beduidend hoger dan de inflatiedoelstelling op de middellange termijn van 2 procent. Niet alleen de dollar, maar ook andere valuta zijn aanmerkelijk zwakker geworden vergeleken met de euro. Daardoor is de discussie over de wisselkoers aangewakkerd. De uitbreiding van de eurozone geeft de monetaire ruimte meer gewicht, maar levert ook meer problemen op, want de besluitvorming wordt moeilijker en er komen grotere verschillen in de economische ontwikkeling tussen de leden.

De crisis op de hypotheekmarkt laat zien dat financiële stabiliteit een mondiaal probleem is, want crises zijn niet langer beperkt tot een land of regio. De gezamenlijke inspanningen van de Federal Reserve en de Bank of England hebben er sterk aan bijgedragen dat het financiële stelsel het hoofd boven water heeft gehouden, maar de crisis is niet opgelost. Het is hierdoor ook duidelijk geworden dat er een grotere samenwerking nodig is tussen de centrale banken en andere instellingen. Dat zowel de ECB als de Fed gewaarschuwd hebben tegen onderschatting van het risico van een crisis op de hypotheekmarkt, zonder veel succes, toont de toenemende kwetsbaarheid van de financiële markten in de wereld aan. Dat betekent dat er goede reden is om op te treden, wat het Parlement, samen met anderen, nu ook doet, onder andere door gebruik te maken van de Lamfalussyprocedure ter modernisering van de Europese toezichtstructuur.

Het gemeenschappelijk monetair beleid en de ECB zullen de komende jaren zwaar op de proef worden gesteld. Ik ben ervan overtuigd dat de leiders van de EU en de ECB de proef zullen doorstaan. Toch moeten alle EU-leiders begrijpen dat prijsstabiliteit en gezonde overheidsfinanciën de pijlers vormen van groei en nieuwe banen. Het is daarom opmerkelijk dat de Franse president, niet in het minst in zijn huidige rol van voorzitter van de Raad, de stabiliteitsdoelstellingen van de ECB in twijfel trekt. Ik ben van mening dat de Europese leiders juist in een open dialoog met hun burgers de doelstellingen van het monetaire beleid zouden moeten uitleggen. Uit de pan rijzende prijzen en loonstijgingen als compensatie zijn de ergste vijanden van de welvaart.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank. (FR) Mijnheer de Voorzitter, rapporteur, dames en heren, ik vind het een eer u het jaarverslag 2007 van de Europese Centrale Bank aan te bieden, zoals het Verdrag voorschrijft. Onze betrekkingen gaan veel verder dan het Verdrag voorschrijft en de Europese Centrale Bank waardeert de zeer nauwe relatie met het Parlement.

Dit is de vierde keer dit jaar dat ik u toespreek. Mijn collega’s in de raad van bestuur hebben ook nauw contact met het Europees Parlement onderhouden, vooral over zaken als de uitbreiding van de eurozone, de betalingssystemen en de tiende verjaardag van de Economisch en Monetaire Unie.

(DE) Ik zal u eerst een korte samenvatting geven van de economische ontwikkelingen in de periode 2007-2008 en uitleg geven over de monetaire beleidsmaatregelen die de ECB genomen heeft. Daarna wil ik graag een paar opmerkingen maken over punten en voorstellen die u naar voren hebt gebracht in uw ontwerpresolutie over het ECB-jaarverslag over 2007.

(EN) In 2007 heeft de ECB gefunctioneerd in een uitdagende omgeving met stijgende en grillige prijzen voor grondstoffen en ook, sinds de tweede helft van 2007, met een verhoogde onzekerheid die voortkwam uit de door de rapporteur genoemde voortdurende correcties op de wereldwijde financiële markten. Desondanks is de economie in het eurogebied in 2007 stevig blijven groeien, met een stijging van het reële BBP van 2,7 procent per jaar.

In de eerste helft van 2008 heeft de gematigde voortdurende groei van het reële BBP zich voortgezet, hoewel het kwartaal-op-kwartaalprofiel waarschijnlijk een aanzienlijke wispelturigheid zal laten zien als gevolg van tijdelijke factoren, die ten dele met het weer te maken hebben. Het is dus belangrijk dat we ons richten op de ontwikkeling op de middellange termijn wanneer we de groeiontwikkelingen beoordelen.

Als we vooruit kijken, naar buiten, moet de groei in opkomende landen stevig blijven, zodat de buitenlandse vraag van de eurozone ondersteund wordt. Wat de binnenlandse markt betreft, de economische fundamenten van de euro blijven sterk en in de eurozone is er geen sprake van wanverhoudingen van belang. De werkgelegenheid en de arbeidsmarktparticipatie zijn de laatste jaren sterk gestegen, terwijl de werkloosheidspercentages in geen 25 jaar zo laag zijn geweest.

Desondanks is de onzekerheid die deze vooruitblik op de groei omringt nog steeds groot en zijn er neerwaartse risico’s die hoofdzakelijk betrekking hebben op verdere, onvoorziene stijgingen van de prijzen van grondstoffen, mogelijke verdere indirecte effecten van de voortdurende spanningen op de financiële markten op de reële economie, en toenemende protectionistische tendensen.

Wat betreft de prijsontwikkelingen, in 2007 bedroeg de jaarlijkse HICP-inflatie in de eurozone 2,1 procent, dat is licht boven de definitie van prijsstabiliteit van de ECB. Aan het eind van het jaar hebben de aanzienlijke stijging van de internationale olie- en voedselprijzen echter gezorgd voor een inflatie van ruim boven de twee procent. Sindsdien is de inflatie in de eurozone verder gestegen en in het midden van het jaar 2008, in het spoor van sterke, nieuwe stijgingen van de prijs van grondstoffen, op een zorgwekkend peil van rond de vier procent beland. Als we vooruit kijken, zal de HICP-inflatie waarschijnlijk enige tijd ruim boven het niveau blijven dat verenigbaar is met prijsstabiliteit en in 2009 slechts geleidelijk wijzigingen ondergaan.

De langetermijnrisico’s voor de prijsstabiliteit blijven zich in 2007 duidelijk opwaarts bewegen en zijn de laatste maanden groter geworden. Tot deze risico’s behoren mogelijk verdere prijsstijgingen van grondstoffen en onvoorziene verhogingen van indirecte belastingen en door de overheid gereguleerde prijzen. Bovendien maakt de Raad van Bestuur zich grote zorgen dat het prijs- en loonvormingsgedrag via allerlei tweederonde-effecten bijdraagt aan de inflatiedruk. De eerste tekenen daarvan zijn in sommige regio’s van de eurozone al te zien. In dat verband baren indexeringsregelingen voor nominale lonen vooral zorgen; die dienen te worden vermeden.

Evenals in 2007 bevestigt de monetaire analyse in het eerste halfjaar van 2008 dat er voor de middellange tot lange termijn voornamelijk opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit zijn. In overeenstemming met onze monetaire beleidsstrategie zijn wij van mening dat de duurzame onderliggende kracht van de expansie van de geldhoeveelheid en de kredietverlening in de eurozone gedurende de afgelopen jaren opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit met zich mee heeft gebracht.

Om de heersende opwaartse risico’s voor de prijsstabiliteit op middellange termijn te kunnen inperken heeft de Raad van Bestuur de monetaire beleidskoers in maart en juni 2007 verder aangepast. Na een periode van ongewoon grote onzekerheid in verband met de correctie op de financiële markten heeft de Raad van Bestuur in juli 2008 de minimale opgegeven rentevoet bij basisherfinancieringstransacties van het eurostelsel naar 4,25 procent gebracht. Hierdoor wordt onderstreept dat de Raad van Bestuur vastbesloten is tweederonde-effecten te voorkomen en vast te houden aan stevig verankerde inflatieverwachtingen op de lange termijn, in overeenstemming met zijn doelstelling van prijsstabiliteit. Dat is de bijdrage van het monetaire beleid van de ECB aan het behoud van de koopkracht op de middellange termijn en aan duurzame groei en werkgelegenheid in de eurozone.

Op basis van de vorige week genomen beslissing de tarieven te verhogen, beoordeelt de Raad van Bestuur de monetaire beleidskoers nu als een bijdrage aan het bereiken van prijsstabiliteit op de middellange termijn. We zullen alle ontwikkelingen in de komende periode zeer nauwlettend blijven volgen.

In de ontwerpresolutie snijdt u een aantal onderwerpen aan die voor de ECB van belang zijn. Ik verzeker u dat wij de zojuist gemaakte opmerkingen en ook alle opmerkingen die in de resolutie vervat zijn zorgvuldig zullen bestuderen en dat we verslag zullen komen uitbrengen.

Misschien kan ik heel kort over een paar van deze punten iets zeggen. Met betrekking tot de monetaire beleidsstrategie van de ECB juich ik de positieve beoordeling door de Commissie economische en monetaire zaken toe. Onze twee pijlers zorgen ervoor dat wij bij het nemen van beslissingen over monetair beleid op een samenhangende en systematische wijze rekening houden met alle informatie die relevant is voor de beoordeling van risico’s voor de prijsstabiliteit.

In 2007 is de Raad van Bestuur binnen het eurostelsel met een onderzoeksagenda gestart om zijn monetaire analyse verder uit te bouwen; in de ontwerpresolutie wordt ook gevraagd om de analytische infrastructuur van de ECB verder te verbeteren.

Wat betreft transparantie, ik juich het ook toe dat de commissie erkent dat het niet per se raadzaam is de notulen van de bijeenkomsten van de Raad van Bestuur openbaar te maken. Een dergelijke maatregel zou de individuele standpunten benadrukken, terwijl het in een eurozone van vijftien landen, spoedig zestien, gaat om het standpunt van het besluitvormend college als geheel, de Raad van Bestuur. Het zou er ook toe kunnen leiden dat er op leden van de Raad van Bestuur druk uitgeoefend wordt om afstand te doen van hun noodzakelijke “eurogezichtspunt” bij het nemen van een beleidsbeslissing op monetair gebied.

Zoals ik al bij vorige gelegenheden gezegd heb, zie ik de inleidende verklaring die ik namens de Raad van Bestuur op de maandelijks persconferentie afleg als het equivalent van wat andere centrale banken de “samenvattende notulen” noemen. Samen met de daaruit voortvloeiende vragen en antwoorden geeft de inleidende verklaring zonder vertraging een veelomvattend overzicht van de kant van de Raad van Bestuur van de huidige monetaire beleidskoers. Dit communicatiemiddel heeft ons goede diensten bewezen bij het sturen van de verwachtingen op de financiële markten.

Met betrekking tot het begrotingsbeleid deelt de ECB het naar voren gebrachte standpunt dat alle lidstaten het stabiliteits- en groeipact volledig moeten eerbiedigen. Voor 2008 wordt een nieuwe stijging van de totale begrotingstekortquote in de eurozone voorzien. Het is duidelijk dat er een risico bestaat dat sommige landen niet zullen voldoen aan de bepalingen van de preventieve arm van het stabiliteits- en groeipact. We vertrouwen erop dat het bereiken van een gezonde, duurzame budgettaire positie en, op basis daarvan, de onbelemmerde werking van automatische stabilisatoren de beste bijdrage is die het begrotingsbeleid aan de macro-economische stabiliteit kan leveren.

De ontwerpresolutie verwijst ook naar de risico’s van economische verschillen tussen de landen in de eurozone, die tot op zekere hoogte te maken hebben met structurele vormen van rigiditeit en/of verkeerd nationaal beleid. Het spreekt vanzelf dat economische verschillen tussen landen in de eurozone niet door het monetair beleid beïnvloed kunnen worden.

Om te vermijden dat er een lange periode van ofwel lage groei en hoge werkloosheid aankomt ofwel oververhitting als reactie van een land op asymmetrische schokken, dienen er op nationaal niveau hervormingen plaats te vinden om de weerstand tegen zulke schokken te versterken. Daarbij is te denken aan goed opgezette structurele hervormingen om de concurrentie, de productiviteit en de flexibiliteit op de arbeidsmarkt aan te wakkeren.

Ik wil er de nadruk op leggen dat het nodig is duidelijk toezicht te houden op de nationale concurrentieontwikkelingen – inclusief de loonkosten per eenheid product – omdat het achteraf herstellen van afgenomen concurrentiekracht een moeilijke zaak is. In dat opzicht steunen we de oproep van het Parlement tot een verantwoordelijk loon- en prijsbeleid.

Dan komen we nu bij de onderwerpen die voor het voetlicht zijn komen te staan door de correctie die de financiële markt heeft aangebracht met betrekking tot crisispreventie en -beheersing, ook een belangrijk onderdeel van de analyse door het Parlement.

Met betrekking tot crisispreventie zijn door de marktcorrectie zowel onderwerpen voor toezichthouders als voor centrale banken belicht. Toezichthouders moeten zich meer inspannen voor een verdere, grensoverschrijdende samenwerking en uitwisseling van informatie. Het is van wezenlijk belang de mogelijkheden van de Lamfalussyprocedure verder uit te zoeken. De ECOFIN heeft overeenstemming bereikt over maatregelen om dat te bereiken en de nadruk moet nu gelegd worden op de verwezenlijking van die richtsnoeren.

De marktcorrectie heeft in onze ogen geen overtuigend bewijs geleverd voor de noodzaak het huidige toezichthoudend systeem te reorganiseren, bijvoorbeeld door een nieuw orgaan voor EU-toezicht op te zetten. De centrale banken, inclusief de ECB, hebben zeer doeltreffend gehandeld bij het inventariseren van de zwakheden en risico’s van het financiële stelsel die in het tumult aan het licht kwamen. Daar zal ik verder niet op ingaan.

Als we kijken naar de lessen over crisisbeheersing die geleerd zijn, dan zien we dat in het tumult vooral de behoefte aan een soepele overdracht van informatie tussen centrale banken en toezichthouders tijdens een crisis naar voren kwam. Centrale banken hebben soms informatie van de toezichthouders nodig om hun taken doeltreffend te kunnen uitvoeren bij crisisbeheersing. Dit geldt zowel voor het Eurosysteem als voor alle centrale banken. Aan de andere kant kunnen toezichthouders baat hebben bij informatie van de centrale banken. De ECB is daarom een zeer groot voorstander van de voorgenomen versterking van de EU-rechtsgrondslag voor de uitwisseling van informatie tussen centrale banken en toezichthouders.

Ik sluit af met een aantal opmerkingen over de integratie van de betalingssystemen in Europa. De positieve beoordeling in de ontwerpresolutie van SEPA en TARGET2 stemt ons tevreden. Wat het TARGET2-Securities-initiatief van het Eurosysteem betreft: de Raad van Bestuur zal in de komende weken een beslissing nemen over de voortzetting van het T2S-project. Het is belangrijk dat alle belangrijke CSD’s positief op ons initiatief gereageerd hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Eurogroep en lid van de Europese Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in de eerste plaats wil ik graag hulde brengen aan de rapporteur vanwege de kwaliteit van zijn werk. Het is een prima verslag dat alle kernpunten behandelt.

Ik heb tot mijn genoegen uit het werk van uw commissie en het verslag van uw rapporteur kunnen opmaken dat de opvattingen van het Parlement in grote trekken overeenkomen met de gezichtspunten die de Eurogroep, waarvan ik het voorrecht heb voorzitter te zijn, talloze malen naar voren heeft gebracht. Deze consensus, dit grotendeels samenvallen van opvattingen, heeft vooral betrekking op de werking en werkzaamheden van de Centrale Bank, die, zoals altijd, overdonderd is door de complimenten van de kant van het Parlement en de regeringen die ik hier vertegenwoordig.

Die opmerking is vooral belangrijk in het licht van de vele kritiek die de afgelopen weken en maanden op de Centrale Bank afgevuurd is, toen er een hele reeks maatregelen genomen moest worden om de financiële crisis te lijf te gaan die de hele wereld getroffen had. De Europese Centrale Bank werd eerst bekritiseerd omdat ze overactief zou zijn, maar kon tevreden vaststellen dat alle andere belangrijke monetaire autoriteiten haar instrumenten en methoden hadden overgenomen.

We kunnen ons er ook in vinden als de rapporteur er bij ons, de Eurogroep, ECOFIN in het algemeen en onze bank, op aandringt de passende financiële conclusies te trekken uit de crises waar we tegenaan zijn gelopen, vooral wat betreft het toezicht op de markten en de transparantie die we aan onze huidige mechanismes zullen moeten toevoegen.

Onze medeburgers maken zich vooral zorgen over de inflatie. Op het moment wijzen alle enquêtes uit dat de mensen zich nog steeds zorgen maken over het verlies van koopkracht en de angst dat de risico’s van verlies van koopkracht werkelijkheid zullen worden. Daarom is het het recht en de plicht van de bank te zorgen voor prijsstabiliteit; dat is een doelstelling die de bank toegewezen heeft gekregen op basis van het Verdrag van Maastricht.

Daaraan wil ik graag toevoegen dat we niet het eenvoudige idee moeten aanhangen dat de Centrale Bank, de monetaire autoriteit, de enige is die verantwoordelijk is voor prijsstabiliteit en de bestrijding van inflatie. Inflatie en de bestrijding ervan zijn ook een zaak voor en een plicht van de regeringen van de landen in de eurozone. Ook zij moeten het juiste beleid voeren om de prijsstabiliteit te ondersteunen en kunnen dat doen door het monetaire beleid van de Centrale Bank aan te vullen.

De regeringen die aangesloten zijn bij de Eurogroep hebben zich er daarom in het kader van de noodzakelijke loonmatiging toe verplicht de lonen en de publieke sector niet uit de hand te laten lopen. We zijn daarom vastbesloten alles te doen om een onnodige verhoging van indirecte belastingen, zowel BTW als accijnsheffing, te voorkomen. We hebben ons ertoe verplicht alles te doen om te voorkomen dat de prijzen de pan uit rijzen.

Niemand kan het over inflatie en prijsstabiliteit hebben zonder melding te maken van de onafhankelijkheid van de Centrale Bank, zoals uw rapporteur zowel in zijn schriftelijke als mondelinge verslag gedaan heeft.

Ik wil er nogmaals op wijzen dat de onafhankelijkheid van de Centrale Bank een grondbeginsel is van de Economische en Monetaire Unie, dat de onafhankelijkheid van de Centrale Bank deel uitmaakt van het pact waarop de Economische en Monetaire Unie gebaseerd is en dat geen enkele regering bij de werkzaamheden die geleid hebben tot het Grondwettelijk Verdrag en het daaropvolgende hervormende Verdrag van Lissabon ook maar een minieme verandering heeft voorgesteld in de algemene bevoegdheden van de Centrale Bank, die gericht zijn op prijsstabiliteit. Ik vind daarom dat we nu eens een eind moeten maken aan het vruchteloze en zinloze debat, dat niets te maken heeft met de werkelijke situatie. Dat betekent niet dat we niet het recht hebben kritiek te leveren op de bank en haar te steunen en te adviseren met betrekking tot de heilzame maatregelen die ze neemt, maar de onafhankelijkheid van de Centrale Bank staat buiten kijf.

Verder wil ik graag zeggen dat we het monetair beleid niet met te veel verantwoordelijkheid moeten opzadelen. In het Verdrag staat dat prijsstabiliteit een doelstelling van de Centrale Bank is. We moeten de bevoegdheden van de bank niet uitbreiden met allerlei economische doelstellingen, maar de coherentieregel volgen, wat betekent dat we de bank niet al te veel politieke doelstellingen moeten proberen te laten nastreven. Haar beleidsinstrument is het monetaire beleid; de bank handelt elegant en vastbesloten.

Wat het wisselkoersbeleid betreft heb ik een lichte dubbelzinnigheid ontdekt in het verslag van de heer Schmidt. Het verslag wekt namelijk de indruk dat het wisselkoersbeleid de enige, zelfs uitsluitende, verantwoordelijkheid van de Centrale Bank zou zijn. Ik kan mij erin vinden dat de Centrale Bank een leidende rol speelt op het gebied van de wisselkoersen, maar wil u er toch op wijzen dat het Verdrag gezamenlijke bevoegdheden met betrekking tot het wisselkoersbeleid toekent aan de bank en de regeringen. Voor het overige voeren we over zowel het wisselkoersbeleid als het monetair beleid als het structuurbeleid voortdurend een vruchtbare dialoog met de bank; iedereen doet daaraan mee.

In het kader van deze regelmatige discussie zijn de heer Trichet en ik afgelopen november bijvoorbeeld naar China gegaan om het wisselkoersbeleid met de Chinese overheid te bespreken en we zullen dat in de tweede helft van dit jaar opnieuw doen.

Een lichte dubbelzinnigheid die ik in het verslag van uw commissie heb opgemerkt betreft de vertegenwoordiging van de eurozone naar buiten. Ook hier geldt, in tegenstelling tot wat in het verslag aangegeven wordt, dat de Centrale Bank niet alleen verantwoordelijk is voor het nemen van maatregelen ter versterking van de internationale rol van de eurozone. Ook hier wordt de verantwoordelijkheid gedeeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann, namens de PPE-DE-Fractie. (FR) Ik heet de twee Jean-Claudes, president Trichet en voorzitter Juncker, welkom!

(DE) Op 2 juni werd in Frankfurt am Main, de stad waar de Duitse mark en de euro geïntroduceerd zijn, een belangrijk feit herdacht: tien jaar Europese Economische en Monetaire Unie. Dankzij de ECB is de euro internationaal ingeburgerd en wordt er van de prijsstabiliteit als belangrijkste doelstelling onder geen beding afgeweken. Het was logisch dat de ECB een paar dagen geleden haar doeltreffendste wapen ter beïnvloeding van de basisrente gebruikte en die rente met een kwart procent verhoogde. De bedoeling daarvan was en is het inflatierisico, dat ontstaan is door de hoge kosten van levensonderhoud en door de omhoogschietende prijzen van benzine en olie, in te dammen.

Deze keer heeft de ECB de maatregelen weken van tevoren aangekondigd. In het voorjaar ging het anders: toen werden binnen een paar uur grootschalige, doeltreffende maatregelen genomen In het verslag van de heer Schmidt – een uitstekend verslag, waaraan we goed samengewerkt hebben – wordt dat met name toegejuicht. In de tweede helft van 2007 is de huizenmarkt ingestort. Tijdens de hypotheekcrisis kwamen banken en verzekeringsmaatschappijen die riskante leningen verstrekt hadden, in moeilijkheden. De ECB heeft toen snel voor fondsen gezorgd om een grensoverschrijdende ineenstorting te voorkomen.

Deze snelheid en doeltreffendheid bewijzen het vermogen tot kordaat optreden dat berust op bekwaamheid en op het toegenomen vertrouwen in uw instelling. Ik vind de ECB-beslissingen over het algemeen transparant; ze worden genomen op basis van een goede overdracht van informatie en open doelstellingen. In de monetaire dialoog rapporteert de ECB regelmatig aan ons in de Commissie economische en monetaire zaken over financiële beleidsbeslissingen.

Ik vind dat het weinig zin heeft de notulen van de bestuursvergaderingen te publiceren, waar vaak om gevraagd wordt. Het moet voorkomen worden dat landen invloed uitoefenen. Onbegrensde onafhankelijkheid is noodzakelijk. Mijnheer de Voorzitter, normaal gesproken hebben wij parlementariërs ruim de gelegenheid kritiek uit te oefenen, maar vandaag wil ik grote lof toezwaaien aan de sprekers, bij wie ondernemingen en burgers in goede handen zijn, namelijk de heer Trichet en zijn bank, de ECB in Frankfurt am Main, en natuurlijk de bewonderenswaardige Jean-Claude Juncker.

 
  
MPphoto
 
 

  Manuel António dos Santos, namens de PSE-Fractie. – (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Juncker, mijnheer Trichet, laat mij eerst vermelden dat de voornaamste doelstelling van dit verslag was de werkzaamheden van de Europese Centrale Bank gedurende 2007 te analyseren. Het kon echter niet anders dan dat in de discussie in de Commissie monetaire zaken ook de toekomstige uitdagingen voor het monetair beleid van de Europese Unie en voor de toezichthouders besproken werden.

Met betrekking tot de opdracht van de Europese Centrale Bank (ECB) die in de Verdragen geformuleerd is, moeten we de waarde van het werk dat ze in 2007 verricht heeft, erkennen. Het was niet mogelijk monetaire onrust en de daaruit voortvloeiende crisis met betrekking tot economische groei die we nu meemaken te vermijden, maar de bank slaagde er wel in veel van de negatieve gevolgen van de huidige conjunctuur te verzachten. Ik denk dat de belangrijkste vraag nog steeds is of het huidige EU-beleid en de huidige instrumenten het mogelijk zullen maken de ernstige crisis in de wereldeconomie en de gevolgen ervan voor Europa te overwinnen.

Een crisis hoeft niet per se een catastrofe te zijn. Het is echter alleen mogelijk te voorkomen dat een crisis een ramp wordt als we een duidelijke visie op de toekomst hebben, die niet verduisterd wordt door verouderde dogma’s en die zich concentreert op de aard van de nieuwe verschijnselen die we moeten aanpakken en overwinnen. Het is onaanvaardbaar dat de geldende regels niet nageleefd worden en we moeten bijdragen aan de beleidsdiscussie door voorstellen ter verandering van de huidige situatie te ontwikkelen.

In het verslag van de heer Schmidt worden bepaalde oplossingen aangedragen: een betere samenwerking tussen de centrale banken en de toezichthouders bij de pogingen financiële deregulering en regulering met elkaar te verzoenen; een raamwerk voor de rol van de ECB op het gebied van financieel beheer; een betere coördinatie van het beleid van de Eurogroep, de Commissie en de ECB; een transparantere besluitvorming; en, bovenal, informatie waardoor het publiek de ECB-maatregelen kan begrijpen; structurele hervorming van het bestuur van de ECB; en verder een zeer zorgvuldig beheer van de rentekoersen, het voorkomen van speculaties en ondeugdelijke marktkortingen om het investeringsbeleid niet in gevaar te brengen, het scheppen van banen, structurele hervormingen en economische groei. Los van dit alles, wat al behoorlijk wat is, moeten we begrijpen dat we een moeilijke economische en sociale crisis tegemoet gaan waarvan we de omvang nog niet kennen. Wat we wel weten is dat het een stuk slechter wordt voor het beter wordt.

We maken ons geen illusies dat de we met de middelen die we nu hebben de huidige crisis kunnen oplossen. Het is niet defaitistisch om te erkennen hoe we ervoor staan, het is juist verstandig. We staan waarschijnlijk op de drempel van het inzicht hoe we onze problemen politiek kunnen oplossen. Dit is zeker niet het eind van de wereld en nog minder het eind van de geschiedenis. We kunnen de ECB alleen maar vragen om samenwerking, bekwaamheid, transparantie en flexibiliteit bij de uitvoering van haar opdracht en om de grenzen van haar opdracht nooit te overschrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Wolf Klinz, namens de ALDE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Trichet, mijnheer Juncker, dames en heren, ik sluit mij aan bij de door de vorige spreker geuite complimenten. De ECB heeft inderdaad direct en op bekwame wijze maatregelen getroffen toen de financiële crisis optrad en zonder die besluitvaardigheid zou de crisis waarschijnlijk veel erger zijn geworden. We zijn er nog niet, maar de ECB heeft door haar besluitvaardigheid niet alleen haar geloofwaardigheid bewezen, maar heeft ook een soort model geschapen voor hoe centrale banken moeten handelen en is een soort voorbeeld geworden voor andere centrale banken.

Ik vrees echter dat de Centrale Bank de moeilijkste fase nog voor zich heeft. In de komende anderhalf jaar zal de bank moeten bewijzen dat zij haar geloofwaardigheid kan behouden. Ik hoop daarop. De prijs van olie en grondstoffen schiet omhoog, de voedselprijzen stijgen en er is inflatie. De heer Trichet noemde voor de eurozone een percentage van vier. In veel lidstaten is de inflatie in feite bijna zes procent en de euro is ongelooflijk sterk.

Er is dus een gerede kans op stagflatie. We moeten ervoor zorgen dat we dat risico in een vroeg stadium afwenden. In die omstandigheden ben ik daarom blij dat de Centrale Bank zichzelf vorige week door middel van haar beslissingen over de rente bewezen heeft. Bestrijding van inflatie is en blijft absoluut onze belangrijkste taak.

Toen Duitsland enkele tientallen jaren geleden een periode van stagflatie meemaakte, zei kanselier Schmidt dat, wat hem betreft, vijf procent inflatie beter was dan vijf procent werkloosheid. Daarmee stond hij rechtstreeks tegenover de Bundesbank. Het bleek dat het beleid van de Bundesbank om onmiddellijk en afdoende de inflatie te bestrijden, juist was. Duitsland kwam uit de stagflatie sneller tevoorschijn dan vele andere landen.

Ik kan de Centrale Bank geen advies geven. Zij weten beter dan wie ook wat ze moeten doen. Ik heb wel drie wensen. Twee daarvan zijn al vervuld. Ik wil graag dat de dialoog tussen de Centrale Bank en de Eurogroep en de heer Juncker, de voorzitter van de Eurogroep, soepel verloopt. Ik geloof dat dat nu het geval is. Ik wil ook graag een nauwere samenwerking, niet alleen tussen de centrale banken, maar ook tussen de Centrale Bank en de toezichthouders. Ook dat is al in zicht.

Ten slotte – maar de heer Trichet heeft daar negatief op gereageerd – wil ik graag dat wij meer informatie krijgen over de besluitvorming. We hoeven geen namen te horen, maar we willen weten of een beslissing door een kleine of een ruime meerderheid genomen is en of er wel of niet veel discussie over geweest is.

 
  
MPphoto
 
 

  Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik been geen deskundige op monetair gebied, maar ik probeer te begrijpen wat de achtergrond is van de huidige energie- en voedselcrisis en ik ben tot de conclusie gekomen dat we een nieuw tijdperk aan het betreden zijn.

Dat is een tijdperk waarin de hulpbronnen van de planeet schaars zijn. Waarom is dat zo? Omdat we een dominant economisch model hebben dat uit de twintigste eeuw dateert en dat ontworpen is en gebruikt door een miljard middenklasseburgers uit Europa, de Verenigde Staten en Japan en door kleine elites elders in de wereld. Dat was de wereld van de twintigste eeuw.

In de wereld van de eenentwintigste eeuw zullen er zich honderden miljoenen mensen meer in de middenklasse bevinden, in China, India, Indonesië, Zuid-Afrika, Nigeria, Mexico, Brazilië en andere landen. In ons huidige, overheersende model zit dus een systeemfout. Het heeft er geen rekening mee gehouden dat de hulpbronnen niet onuitputtelijk zijn. Waar moeten we aan vis komen als de Chinezen net zo veel vis eten als de Japanners? Waar vinden we benzine als alle Indiërs in Tata’s rijden? Waar vinden we steenkolen voor staalfabrieken over de hele wereld als de opkomende landen zich ontwikkelen op basis van de bestaande technologieën? Dat is de diepgewortelde crisis.

Ik heb daarom drie vragen. In de eerste plaats: speculatie. Speculatie is natuurlijk niet de beweging van onderop, maar wat wordt er gedaan voor burgers die gebukt gaan onder de stijgende prijzen, terwijl de aandeelhouders van Total en Eon en andere speculanten onder de winsten bedolven worden? Mijnheer Juncker, u kwam met het idee van een speculatiebelasting. Is daar al vooruitgang mee geboekt? Ik vraag dat omdat ik denk dat de burgers willen dat wij, politici, maatregelen nemen.

Mijn tweede vraag: welke maatregelen kunnen snel genomen worden om de Europese economie minder afhankelijk te maken, vooral van geïmporteerde olie en gas en de prijs daarvan? Kunnen we niet overwegen met hulp van de Europese Investeringsbank een uitgebreid investeringprogramma op te zetten voor de modernisering van gebouwen en het openbaar vervoer en ook bijvoorbeeld voor installatie van elektromotoren en andere systemen in kleine en middelgrote bedrijven? Volgens mij is dat de enige manier waarop we de consumptie kunnen terugdringen, want we hebben geen controle over de prijzen.

Mijn derde punt betreft het loonindexeringssysteem. Mijnheer Trichet, u en ik verdienen goed genoeg om niet al te veel last te hebben van de energie- en voedselprijzen. U verdient ongetwijfeld meer dan ik, maar toch zegt u dat de indexeringssystemen die we in Luxemburg en België hebben, afgeschaft zouden moeten worden. Mijnheer Juncker, is dat niet de enige manier waarop de mensen wat extra inkomen kunnen hebben wanneer de prijzen de pan uit rijzen? Ik begrijp niet goed waarom u zo’n tegenstander bent van indexeringssystemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. (NL) Dank u wel, mijnheer de Voorzitter. Ik wil graag ook een welkom toeroepen aan de heer Trichet, president van de Europese Centrale Bank, en de heer Juncker.

Ik wil allereerst de heer Trichet gelukwensen met de presentatie van zijn jaarverslag. De vooruitzichten voor de Eurozone zijn ongunstig, laten wij er geen doekjes om winden. Ik vrees dat de komende jaren veel bezwaren die tegen de invoering van de euro werden ingebracht, uit zullen komen. Na een aantal jaren van voorspoed zal nu moeten blijken of de Europese Centrale Bank in staat is te zorgen voor een lage inflatie.

De Eurozone kent één monetair beleid, maar straks zestien landen met een eigen economisch beleid. Zestien landen met een eigen inflatiecijfer en een eigen beleid om werkgelegenheid te stimuleren. De laatste renteverhoging die de Europese Centrale Bank heeft doorgevoerd leidt bij een inflatie in de Eurozone van 4 procent tot een reële rente van 0,25 procent. Maar niet in elke lidstaat is deze rentestand een afdoende middel om de stijgende inflatie en een dreigende recessie te bestrijden.

Ik hoor graag van de heer Trichet of hij voor de komende jaren een inschatting kan maken van de toereikendheid van de beschikbare instrumenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sergej Kozlík (NI).(SK) Ik ben het ermee eens dat de introductie van de euro, de geleidelijke uitbreiding van de eurozone en de uitvoering van een consequent economisch beleid, samen met de voorzichtige aanpak van de Europese Centrale Bank, geleid hebben tot de huidige, betrekkelijk stabiele economische ontwikkeling in de landen van de Europese Unie.

Het staat ook als een paal boven water dat de processen op de financiële markten als gevolg van de dynamische groei van het aantal en de verscheidenheid van die processen, minder transparant worden. Er ontstaan daardoor steeds meer risico’s die in aanleg niet alleen leveranciers en consumenten kunnen treffen, maar ook de economie van landen. Daarom is er behoefte aan een groter EU-raamwerk voor financieel toezicht en een grotere betrokkenheid van de Europese Centrale Bank bij het toezicht, zodat alle problemen in het financiële stelsel opgelost kunnen worden.

Ik ben het eens met de rapporteur, de heer Schmidt, dat een betere samenwerking tussen de centrale banken en de nationale toezichthouders onvermijdelijk wordt. Het doel is de stabiliteit op de financiële markten te behouden, vooral gezien de toenemende integratie van de financiële systemen. In deze moderne tijd is het zo dat wat geldt voor ecologie ook geldt voor de financiële markten. Zonder de participatie van andere grote spelers als de VS, Rusland, Japan, China, India en andere landen, is het niet mogelijk op mondiale schaal succes te behalen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel García-Margallo y Marfil (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Trichet, mijnheer Juncker, de president van de Europese Centrale Bank en de voorzitter van de Eurogroep zijn het erover eens dat men het de afgelopen tien jaar consequent met elkaar eens is geweest over de verschillende rol van de verschillende soorten beleid. De Centrale Bank en het monetaire beleid moeten de prijsstabiliteit garanderen, de overheidsfinanciën moeten op de middellange termijn in balans gebracht worden en de economische groei en de groei van de werkgelegenheid moeten door middel van ander beleid tot stand gebracht worden.

Als de dingen verkeerd gaan, beginnen we aan dit model te twijfelen. Dan beginnen we onze verantwoordelijkheden af te wentelen op de schouders van de Europese instellingen. Sommigen leggen de schuld bij de heer Trichet, anderen beschuldigen de heer Juncker. Als het van kwaad tot erger gaat zal de heer Pöttering de gebeten hond zijn.

Daarom vind ik het nu belangrijk – en de heer Trichet is een bekwaam navigator – dat er een stabiele koers gevaren wordt en dat we vasthouden aan het model dat ons in staat gesteld heeft zover te komen.

Ik wil nog graag wat over de prijzen zeggen. Het is waar wat de heer Juncker zegt, dat we wat deze zaak betreft allemaal verantwoordelijk zijn en dat de regeringen maatregelen moeten nemen; het is een kwestie die onder de loep moet worden genomen bij het uitwerken van de strategie na de Lissabonstrategie.

Op één punt moet de Centrale Bank echter het voortouw nemen. Mensen zeggen – ik heb geen cijfers – dat de prijsstijgingen tot op zekere hoogte een gevolg zijn van financiële speculaties; onder andere door het overbrengen van geld van de hypotheekmarkten en de markten voor variabele rente naar de termijnmarkt is deze situatie ontstaan en we zullen er allemaal iets aan moeten doen.

Wat institutionele structuur betreft ben ik het met de rapporteur, de heer Schmidt, eens dat het nu niet zo’n geschikte tijd is om de volledige notulen te publiceren. Ik vind wel dat het goed zou zijn een samenvatting van de notulen te publiceren. Het is zelfs nog belangrijker, vind ik, dat de Centrale Bank ons vertelt welk relatief gewicht zij toekent aan de twee pijlers waarop haar strategie is gebaseerd bij het nemen van beslissingen ter vergroting van de doorzichtigheid van de markt.

Ik vind ook dat uitbreiding van economisch bestuur een contrapunt nodig heeft, een tegenwicht, maar dat is niet de schuld van de heer Trichet. Het is onze schuld, omdat we het Verdrag van Lissabon nog niet goedgekeurd hebben, en daar wil ik graag wat aan gedaan hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Pervenche Berès (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Trichet, mijnheer Juncker, eerst wil ik graag onze rapporteur bedanken voor het uitstekende werk dat hij verricht heeft. Ik vind dat iedereen bijgedragen heeft aan een resultaat dat de situatie duidelijk maakt; de boodschap is misschien wat vaag, maar er zitten nuttige elementen in.

Mijnheer Trichet, iedereen was onder de indruk van uw toespraken in de zomer van 2007. Wij hebben er waardering voor dat u onmiddellijk verslag hebt uitgebracht aan de Commissie economische en monetaire zaken. Nu hebt u de tarieven echter verhoogd in een situatie waarin we allemaal denken dat de crisis nog niet voorbij is en dat het slechte nieuws nog moet komen, inclusief dat van de belangrijkste Europese banken.

Toen wij u afgelopen december zagen, zei u dat u verwachtte dat de inflatie in 2008 zou neerkomen op drie procent en dat daarna de rust terug zou keren. Nu is de inflatie vier procent en vertelt u ons dat u de tarieven verhoogd hebt met een kwart procentpunt en dat dat alles is. Maar nu we die geïmporteerde inflatie hebben, kunt u het daarbij dan op de korte en middellange termijn houden, als het werkelijk uw strategie is zo waakzaam te blijven wat betreft de prijsstabiliteit, met de risico’s ervan voor de groei, en dus ook voor de werkgelegenheid, waarvan we weten dat ze bestaan?

Het lijkt mij dat wij door het verschijnsel dat de heer Turmes omschreef en dat we het “binnentreden in de tweede mondialiseringsfase” zouden kunnen noemen, geleid worden naar een herwaardering van de gereedschappen die we tot onze beschikking hadden voor de eerste mondialiseringsfase. Die eerste fase was er een van prijsstabiliteit, of in ieder geval van verlaging van de prijs van consumptiegoederen, vooral in verband met relocatie.

In deze nieuwe fase hebben we een nieuw evenwicht en een nieuw model, waarin de voormalige opkomende landen helemaal doorgebroken zijn, ook wat betreft toegang tot grondstoffen, en dat heeft invloed op de prijzen, zoals we gemerkt hebben.

Daarom is mijn vraag, en ik richt mijn opmerkingen zowel tot de heer Trichet als de heer Juncker, omdat de heer Juncker terecht de aandacht vestigt op de bevoegdheden van de Eurogroep en ECOFIN op dit gebied, maar die komen nooit naar deze commissie of het Parlement: is de fundamentele kwestie op dit moment niet de wisselkoers, de aankoop van olievoorraden in euro’s en het vermogen van de Europese Unie, met name de eurozone, om met één mond te praten, zodat we ten slotte, tien jaar na de overgang naar de euro, kunnen bijdragen aan een gecoördineerde en verantwoorde dialoog tussen de belangrijkste mondiale valuta en zodoende de beste wisselkoers voor onze groei kunnen garanderen?

 
  
MPphoto
 
 

  Margarita Starkevičiūtė (ALDE).(LT) Ik wil er op wijzen dat de Europese Centrale Bank tijdens onze zittingsperiode, dankzij haar indrukwekkende werk, van een gewone centrale bank zoals al die andere centrale banken van de wereld is uitgegroeid tot de wereldleider onder de centrale banken. Momenteel staat ze voor de nieuwe uitdaging om haar steeds belangrijker wordende rol in de gemondialiseerde wereld gestalte te geven.

Wij willen dat de bank haar rol als voorspeller en beheerder van de macro-economie en de financiële stabiliteit verstevigt aangezien we, nu het merendeel van de crises de laatste tijd in derde landen ontstaat, kunnen stellen dat de Europese Centrale Bank er niet in geslaagd is een accurate voorspelling te doen over de omvang van de crisis en de mogelijke gevolgen ervan. Hoe kunnen we verbetering brengen in deze situatie? Ik denk ten eerste aan meer coördinatie tussen het economisch en het monetair beleid. De Derde Wereld betreedt momenteel de fase van prijsliberalisering, waarmee ik als vertegenwoordiger van Litouwen zeer vertrouwd ben. Als dit langere tijd gaat duren, komen de prijzen in Europa onder grote druk te staan. Dit zouden we echter met ons monetair beleid kunnen opvangen, met als gevolg een zwaardere belasting van onze economie. Een andere mogelijkheid is dat we ontwikkelingslanden helpen hun inkomstenbeleid op orde te krijgen en de prijzen te stabiliseren. Dat is mogelijk door onze grotere participatie in het Internationaal Monetair Fonds en door communicatie met de Wereldbank. Dit is een van de mogelijke instrumenten die ons kunnen helpen de inflatie in ontwikkellingslanden te beteugelen en de Wereldbank te bevrijden van de last om het monetair beleid aan te passen.

Er is nog een aspect waarover ik me zorgen maak en dat is het Europese vereveningssysteem. De Europese Centrale Bank heeft zich weliswaar heel hard ingespannen voor de tenuitvoerlegging van SEPA en de ontwikkeling van het beveiligingssysteem TARGET 2, maar het probleem zit ingewikkelder in elkaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Ryszard Czarnecki (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, over één bepaalde tendens die de laatste jaren is ontstaan, lijkt in het jaarverslag van de Europese Centrale Bank niet te worden gesproken. Hoewel we tot nu toe van de Europese Centrale Bank in Frankfurt konden zeggen dat deze werkelijk onafhankelijk handelde, hebben we de afgelopen tijd gezien hoe de grootste landen in de Europese Unie pogingen hebben ondernomen de ECB onder druk te zetten en haar besluiten te beïnvloeden.

Dat is een zorgwekkende tendens aangezien dit, in de praktijk, betekent dat de EU verdeeld is in landen die gelijk zijn en landen die meer gelijk zijn dan andere, met als mogelijk gevolg dat er met twee maten wordt gemeten. Landen zoals Frankrijk en Duitsland krijgen het recht om druk op de ECB uit te oefenen, maar als het gaat om kleinere landen, dan wordt zeer strak vastgehouden aan het beginsel dat de Europese Centrale Bank onafhankelijk is van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie. Ik snijd dit punt aan omdat het een zorgwekkende ontwikkeling is.

Tot slot nog dit: we kunnen niet zeggen dat Europa een degelijk en stabiel financieel stelsel heeft. Dat is in ontwikkeling. Een paradoxaal voorbeeld hiervan is Londen, dat het belangrijkste financiële centrum binnen de Europese Unie is, ook al is het de hoofdstad van een land dat buiten de eurozone valt.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het eurogebied heeft te lijden van de energieprijzen waarover noch de ECB noch de Unie noch regeringen controle hebben. De Duitse minister van Financiën, Peer Steinbrück, wees u daarop, mijnheer Trichet, en de ECB kondigde toen aan dat ze banken die in moeilijkheden kwamen, zou steunen. Ik ben benieuwd wanneer de ECB gaat aankondigen dat ze burgers die aan het eind van de maand niet rondkomen, gaat steunen door geld goedkoper te maken en de banken te dwingen minder belastende hypotheekrentes in rekening te brengen dan ze op het moment doen?

Het is belangrijker de groei te handhaven dan de wisselkoers hoog te houden. Dat is het beleid van de dollar waar de ECB niet doeltreffend op inspeelt. De heer Schmidt wil de rol en de autoriteit van de ECB graag versterken, terwijl ik behoor tot de groep die vraagtekens blijft zetten bij de onafhankelijkheid van de ECB. De invoering van de euro heeft ongetwijfeld voordelen gehad: over een aantal van de voordelen die de heer Schmidt noemt, valt niet te twisten, maar er wordt met geen woord gesproken over de voelbare kwalijke gevolgen voor de burgers in het eurogebied die allemaal te lijden hebben onder reële inflatie die veel hoger is dan de officiële cijfers aangeven als gevolg van de grootschalige speculaties waarmee de invoering van de valuta gepaard ging en waartegen de ECB en de instellingen veel te weinig hebben gedaan.

Zoals de heer Schmidt schrijft, ontleent de ECB de instemming van het publiek aan het feit dat ze doelstellingen zoals prijsstabiliteit en economische groei nastreeft. Om die reden acht hij transparantie van minder belang; ook stelt hij voor dat we afstappen van het beginsel dat alle lidstaten gelijk zijn en wil hij dat het Uitvoerend Comité meer bevoegdheden krijgt. De heer Schmidt is bang dat de regeringen de president van hun centrale bank in de praktijk onder druk zullen zetten. Met andere woorden: hij is bang dat de politiek de overhand krijgt op de financiën. Ik geloof dat het tegendeel waar is.

Mijnheer Schmidt, mijnheer Trichet, ik zie absoluut niets in deze voorstellen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gay Mitchell (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de voorzitter, ik dank de heer Schmidt voor een zeer goed verslag.

Laat ik eerst zeggen dat enkele lidstaten in of tegen een recessie aan zitten. We moeten onszelf afvragen hoe we onder deze omstandigheden het beste kunnen handelen. Het beste wat we onder deze omstandigheden kunnen doen is, denk ik, de werkgelegenheid beschermen en werkgelegenheid scheppen. Laten we eens kijken naar de situatie tussen 1990 en 1998. Er werden toen, in wat nu de eurozone is, vijf miljoen banen geschapen. Maar in de tien jaar tussen 1998 en 2008, na de invoering van de euro en onder het beleid van de heer Trichet en zijn voorgangers, kwamen er bijna zestien miljoen banen bij.

Daar moeten we dus eens goed over nadenken. Dit is een succesverhaal en de bijdrage die het beleid van de Centrale Bank daaraan geleverd heeft, moet worden erkend. Ere wie ere toekomt.

Maar verkoopt dit verhaal? De hoofdoorzaken van het succes zijn natuurlijk de lage rentetarieven en met name de lage inflatie en ik denk dat de heer Trichet gelijk heeft als hij daar voor de zoveelste keer op wijst.

Maar moeten de rentetarieven blijven stijgen? Het wordt tijd om daar eens uitvoeriger naar te kijken. De huidige economische omstandigheden vragen om rustig en bezonnen handelen. Daarom hebben wij een onafhankelijke Centrale Bank.

Ik wil echter een kanttekening plaatsen bij de sterkte van de euro. Deze heeft negatieve gevolgen voor exporterende economieën. De wisselkoers van de euro ten opzichte van de dollar en de Britse pond daalt niet en dat zal waarschijnlijk ook niet gebeuren gezien de verschillen tussen de rentetarieven in de VS en die in de eurozone. De koersstijging is bedoeld om de inflatie te bestrijden maar brengt verdere risico’s met zich mee voor de wisselkoers van de euro en kan het economische groeipotentieel in economisch onzekere tijden belemmeren.

In de tijd die mij nog rest, wil ik nog het volgende zeggen: toen ik vorig jaar rapporteur was voor het verslag inzake het Jaarverslag van de ECB, wees ik erop dat er 223 miljard euro in bankbiljetten van 500 euro circuleerden – dat zijn 446 miljoen bankbiljetten! Ik vroeg toen of dat kon worden onderzocht, vooral omdat de kans groot is dat daar voor criminele doeleinden misbruik van wordt gemaakt. Misschien kan de heer Trichet in zijn antwoord aangeven wat er naar aanleiding van de toen door mij geuite bezorgdheid is gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Ieke van den Burg (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit me aan bij de complimenten en de felicitaties aan het adres van de ECB voor de manier waarop zij vorig jaar tijdens de financiële crisis heeft gehandeld. Het verslag benadrukt de rol van de ECB als liquiditeitsverschaffer in laatste instantie en marktmaker in laatste instantie en daar kan ik me in vinden. Ik denk dat de ECB dat doel heeft bereikt.

Gekoppeld daaraan, mijnheer Trichet, denk ik dat u terecht de noodzaak van betere toegang tot en uitwisseling van informatie benadrukte en ik denk dat de ECB daarbij een leidende rol kan spelen. Dat hebben we in de Commissie economische en monetaire zaken ook uiteengezet in een verslag voor het Parlement over de hervorming van het stelsel van toezicht, dat we volgende week bespreken. Ik denk dat het zeer belangrijk is dat er een betere koppeling komt tussen de micro-prudentiële informatie waarover prudentiële toezichthouders voor de markt en het bankwezen beschikken en de informatie van de ECB, en ik denk dat de ECB hierbij een leidende rol kan spelen.

U hebt gezegd dat u de stelsels van toezicht niet wil herzien – dat is niet wat we voorstelden – maar ik denk dat het ook in uw belang is om voor de uitwisseling van informatie niet te afhankelijk te zijn van de vrijwillige medewerking van de lidstaten en de toezichthouders van de lidstaten. Het is derhalve belangrijk dat er op dit terrein meer onafhankelijke spelers komen en dat er een krachtiger systeem en een krachtiger structuur op Europees niveau tot stand gebracht wordt.

Een ander onderdeel zijn de betalings- en vereffeningssystemen. Ik ben blij te horen dat het voorstel voor Target 2-Securities, waaraan de ECB en andere centrale banken werken, nu positief is ontvangen door de CSD’s. Ik denk dat dit een belangrijke basis kan zijn voor verdere verbetering van het systeem. Ik wil ook graag weten wat u vindt van wat er nu, ook vanuit de markt, gebeurt in de sfeer van derivaten en de over-the-counter-markt om meer centrale tegenpartijen en een beter stelsel van toezicht op dat terrein te creëren.

Mijn laatste opmerking betreft een parallel met de toespraak van Bernanke gisteren, maar ik zal daar niet verder op ingaan.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Dăianu (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik complimenteer de rapporteur met zijn werk.

Een jaarverslag kan boekdelen spreken over successen en over netelige beleidskwesties en compromissen. De huidige inflatiepercentages in Europa zijn een kwelling voor beleidsmakers en burgers. De Europese Centrale Bank heeft haar geloofwaardigheid te danken aan consequent beleid. Het succes is nog versterkt door de invloed van de inflatie op de mondialiseringsgolf en de economische opkomst van Aziatische landen.

Helaas ontstaat momenteel een omgekeerde situatie ten gevolge van enorme stijgingen van de energie- en voedselprijzen die een neerslag zijn van de toenemende schaarste van beschikbare bronnen. De kostendruk zorgt wereldwijd voor een overbelasting van markten. De inflatie in de eurozone is in tien jaar niet zo hoog geweest als nu. Dit is zeer zorgwekkend en de stagflatie lijkt ook op de loer te liggen.

Bovendien heeft de financiële crisis de taak van de Europese Centrale Bank veel gecompliceerder gemaakt. De ECB moet de inflatie krachtig bestrijden en het verankeren van de inflatieverwachtingen speelt daarbij een sleutelrol. Maar de risico’s zijn groot. Het is niet duidelijk hoelang de exogene kostendruk zal voortduren. Het is van cruciaal belang dat een loon-prijsspiraal wordt afgewend. Zoals we de afgelopen tien jaar spraken over het afremmen van de inflatie, zo moeten we de komende tijd streven naar een matiging van de prijs- en loondynamiek.

Grotere economische verschillen in de eurozone komen het klimaat voor maatregelen van de Europese Centrale Bank niet ten goede. Als markten steeds mondialer worden, moet het handelen van de Europese Centrale Bank bovendien worden afgezet tegen wat belangrijke tegenhangers doen. Het gaat daarbij om rentevoetverschillen en algemene beleidsstandpunten.

Tot slot nog dit. De huidige ernstige systemische risico’s op de financiële markten vragen om betere toezichtkaders, betere coördinatie tussen de ECB, de Amerikaanse centrale bank en andere belangrijke centrale banken. De gevaren van een beleid van gemakkelijk geld moeten in dit kader worden onderstreept.

 
  
MPphoto
 
 

  Othmar Karas (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik hoop van harte dat de belangrijkste boodschap van dit debat de burgers van Europa bereikt. De eerste belangrijke boodschap van dit debat is, voor mij, dat de ECB en de euro niet de oorzaken zijn van de zorgelijke situatie en de problemen, maar deel van de oplossing. De tweede belangrijke boodschap is dat de euro voordelen en bescherming biedt. De euro is goed voor de burgers van de hele Europese Unie, niet alleen in de eurozone, het politieke project van de Europese Unie en het groei- en werkgelegenheidsbeleid van de Europese Unie.

Afgezien van de interne mark is de euro het meest effectieve antwoord op de mondialisering. De euro en de Europese Centrale Bank vrijwaren ons weliswaar niet van mondiale invloeden, maar ze stellen ons wel veel beter in staat ermee om te gaan.

Ik dank derhalve de Europese Centrale Bank voor het stabiele en afgewogen beleid, want in een tijd van afnemend vertrouwen is zij zonder twijfel een van de instellingen die aan vertrouwen winnen.

Tegen alle staathoofden en regeringsleiders zeg ik evenwel: afblijven van het Stabiliteits- en groeipact, afblijven van de Europese Centrale Bank. Als u te kampen hebt met interne problemen en uw huiswerk niet doet, is het te gemakkelijk om anderen de schuld te geven. Om die reden moeten we al het mogelijke doen om het bewustzijn te vergroten en het gebrek aan informatie aan te pakken. Er is geen algemeen bewustzijn van het verband tussen inflatie, rentetarieven en prijsstabiliteit. Ik ben de heer Juncker erkentelijk voor het feit dat hij erop wijst dat de indirecte belasting niet moet worden verhoogd maar waar mogelijk omlaag moet.

We moeten zien over te brengen dat de euro niet verantwoordelijk is de voor de hogere energie- en grondstofprijzen. Ik juich ook toe dat de samenwerking tussen de Europese Centrale Bank, de Commissie en de financiële-dienstensector heeft bijgedragen aan de gelaagde lancering van SEPA, grensoverschrijdende betalingen. Laten we de gevoeligheden en de terechte bezorgdheid en angst van het publiek aangrijpen om met hen in dialoog te treden, hun vragen te beantwoorden en uitleg te geven. We moeten niet volstaan met vrijblijvende toespraken hier.

 
  
MPphoto
 
 

  Benoît Hamon (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de euro wordt steeds duurder ten opzichte van de valuta’s van onze voornaamste partners en concurrenten. Dat geldt met name voor de dollar. Het beleid van de Europese Centrale Bank om de referentietarieven systematisch te verhogen naast het tegenovergestelde beleid van de Amerikaanse centrale bank onderstreept het probleem natuurlijk alleen maar. Deze wisselkoerstrend die het concurrentievermogen van de Europese economie schaadt, heeft veel reacties opgeroepen, vooral bij vooraanstaande Europese leiders.

De heersende opvatting, met name in dit Huis, is dat de ECB de uitsluitende en volledige bevoegdheid heeft op het gebied van wisselkoerstrends. De ECB zelf weigert bij monde van haar president haar standpunten over het onderwerp bekend te maken, afgezien van een paar vage internationale verklaringen. Deze situatie is niet alleen ontransparant en ondemocratische, maar bovenal in strijd met het Verdrag. In artikel 111 van het Verdrag staat, en ik citeer: “Bij gebreke van een wisselkoerssysteem ten opzichte van één of meer niet-Gemeenschapsvaluta’s als bedoeld in lid 1, kan de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op aanbeveling van de Commissie en na raadpleging van de ECB, of op aanbeveling van de ECB, algemene oriëntaties voor het wisselkoersbeleid ten opzichte van deze valuta’s vaststellen”. Ik herhaal: “algemene oriëntaties voor het wisselkoersbeleid ten opzichte van deze valuta’s”.

Met andere woorden: de eurozone heeft zichzelf inderdaad uitgerust met de middelen om democratische besluiten over haar wisselkoersbeleid te kunnen nemen. Mijn vraag aan het adres van de staatshoofden en regeringsleiders is eenvoudig: wanneer houden de regeringen van de Unie op met klagen en gaan ze over tot actie?

 
  
MPphoto
 
 

  Cornelis Visser (PPE-DE). - (NL) Allereerst wil ik collega Olle Schmidt feliciteren met het tot stand brengen van dit verslag. Voor de vertegenwoordiger van een niet-euroland, Zweden, is het een heel goed en duidelijk verslag geworden. Wat mij betreft heeft hij namens Zweden de criteria voor de toetreding gehaald.

Vorige week heeft de Europese Centrale Bank de rente verhoogd. Het is duidelijk dat de Europese Centrale Bank en de president, de heer Trichet, het mandaat van de Bank en de criteria van Maastricht serieus nemen. Ik ben blij met deze onafhankelijke positie van de ECB. De ECB dient te worden beschermd tegen politieke bemoeienis, bijvoorbeeld door nationale overheden, en ik ben ook blij dat dit door de heer Juncker namens de Eurogroep is bevestigd.

De Europese Centrale Bank heeft ook goed gehandeld naar aanleiding van de financiële crisis. Op het juiste moment heeft de ECB liquiditeit gewaarborgd voor de markten. Hierdoor zijn op de korte termijn de rentes gestabiliseerd. De crisis in de bankensector heeft ons wakker geschud. De ondoorzichtigheid van de financiële risico’s bij de instellingen leiden tot mogelijk grote verliezen. Er is in het Europees Parlement dan ook een discussie gaande over het financieel toezicht. De Europese Centrale Bank kan hierin een cruciale rol spelen, omdat zij goed geïnformeerd wordt door de nationale centrale banken.

Echter, in het Verdrag is hierover niets opgenomen. Ik ben van mening dat er een nauwere samenwerking moet komen tussen de centrale banken en de Europese Centrale Bank, de financiële markten en regelgevende instanties. De Europese Centrale Bank zou een grotere rol bij het toezicht moeten spelen. Zij is in staat om grensoverschrijdend informatie-uitwisseling te organiseren, zeker wanneer het gaat over de financiële stabiliteit. De ECB heeft haar bestaansrecht bewezen. Wij moeten gebruikmaken van haar gezag om het financieel toezicht te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Christoph Konrad (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, in het licht van dit debat kan worden gezegd dat de ECB in feite een rots in de branding is. Dat moeten we toejuichen. Prijsstabiliteit heeft duidelijk topprioriteit in onze economie. Als dat in de toekomst zo blijft, is dat alleen maar positief.

We hebben gezien dat het gemiddelde inflatiepercentage in de eurozone 4 procent is. In sommige landen van de eurozone is de inflatie zelfs nog hoger, bijvoorbeeld 5,8 procent in België en 5,1 procent in Spanje. Dat is slecht nieuws. Daarom is het signaal – het besluit van de Europese Centrale Bank – dat deze week is afgegeven, van belang. We moeten, ook hier in het Parlement, eenvoudigweg constateren dat de ECB niets kan doen aan de inflatoire olieprijzen. De secundaire effecten die in de eurozone zullen optreden, zoals hogere lonen, omdat de bonden die eisen, en tegelijkertijd hogere prijzen, die vervolgens weer van invloed zijn op het bedrijfsleven, brengen een risico met zich mee en resulteren uiteindelijk in een vicieuze cirkel.

Ik heb nog twee opmerkingen over de politisering van de Europese Centrale Bank. Daar lopen we voortdurend tegenaan in de Commissie economische en monetaire zaken en het punt is ook in dit debat naar voren gekomen. De transparantie van het besluitvormingsproces is bijvoorbeeld een signaal in die richting, een poging om steeds meer te weten te komen en ook meer invloed op het besluitvormingsproces uit te oefenen. Meer transparantie – ik ben er op mijn hoede voor. Ik denk dat de ECB zelf besluiten moet nemen. Dat moet uiteraard gebeuren in overleg met het Parlement en vertegenwoordigers van de eurozone, maar rechtvaardiging van besluiten – dat gaat te ver.

Als we de eurozone uitbreiden, zullen we zeer zorgvuldig moeten overwegen of we dit beleid wel kunnen voortzetten. Dat zal ongetwijfeld een rol spelen in de volgende ronde. Slowakije was voor mij een waarschuwingssignaal. We moeten ons in de toekomst minder druk maken om de politiek en meer aandacht besteden aan de criteria.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE).(CS) Dames en heren, het effect van de Amerikaanse financiële crisis op de wereldeconomie is een onverwachts en ongewenst cadeautje ter gelegenheid van de tiende verjaardag van de Economische en Monetaire Unie. Een ander probleem is momenteel de stijgende inflatie. De ECB heeft uitstekend ingespeeld op de beroering op de mondiale financiële markten, heeft in de vorm van 95 miljard euro voor liquiditeit gezorgd en heeft verdere nauwkeurige afstemmingsoperaties uitgevoerd om de zeer korte rente te stabiliseren. Hieruit blijken weer eens de voordelen van het gemeenschappelijk monetair beleid van de Europese Unie voor de Europese economie en individuele burgers in tijden van instabiliteit. Volgens artikel 105 van het EG-Verdrag dient de ECB het algemene economische beleid in de Gemeenschap ook te steunen. Nu moet de ECB het hoofd bieden aan de uitdagingen van de stijgende inflatie enerzijds en een economische vertraging anderzijds. Dat is niet alleen een uitdaging maar ook een echte test van de onafhankelijkheid van de ECB en het Europese Systeem van Centrale Banken.

Op grond van het Verdrag van Lissabon wordt de ECB een instelling met rechtspersoonlijkheid en een duidelijk vastgestelde onafhankelijke status. Anderzijds vraagt de voortdurende integratie van financiële systemen om nauwere samenwerking met de centrale banken van de individuele lidstaten. Er wordt wel gezegd dat de onafhankelijkheid van de ECB in gevaar is. Een van de redenen hiervoor is dat de informele vergaderingen van de ministers van Financiën van de eurozone krachtens het Verdrag van Lissabon een officiële status krijgen. We horen de discussies al over de vraag of de ministers wel in staat zijn te debatteren over de juistheid van de vastgestelde inflatiedoelstelling.

Ik denk dat het heel belangrijk is dat we onderscheid maken tussen professionele en politieke discussies die thuishoren in een democratische maatschappij en werkelijke inmenging met het financiële beleid van de Europese Centrale Bank. Gezien de pijnlijke bevalling van het Verdrag van Lissabon is het zeer belangrijk dat wij en, uiteraard, ook de media een dergelijke onderscheid maken. Tot slot dank ik de rapporteurs voor het evenwichtige en hoogst professionele verslag over het jaarverslag van de ECB.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioannis Varvitsiotis (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, ik heb heel goed geluisterd naar de toespraken van de president van de Centrale Bank en Jean-Claude Juncker, voor wie ik veel respect heb.

We staan zonder enige twijfel voor een grote economische crisis, zoals we de afgelopen decennia niet eerder hebben meegemaakt. De schrikbarende stijging van de olieprijs en vele andere producten, de hoge werkloosheid, de wijdverspreide armoede en de lage groeicijfers dragen stuk voor stuk bij aan dit grimmige beeld.

Er is uitvoerig gediscussieerd over de geuite kritiek. Ik geloof dat al deze kritiek, die ook van officiële bronnen afkomstig was, bedoeld was om de ernst van de situatie te benadrukken. Bovendien moeten wij, als politici, kritiek niet schuwen, want alleen door middel van kritiek kunnen we verbeteringen bewerkstellingen, een betere kijk op de zaken krijgen en zo tot oplossingen komen die de gemeenschap ten goede komen.

Tot slot feliciteer ik de rapporteur met zijn werkelijk uitzonderlijke verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). (PT) Mevrouw de Voorzitter, uit dit debat blijkt dat de zogenaamde strijd tegen de inflatie beperkt blijft tot loonmatiging. Om de negende verhoging van de basisrente van de Europese Centrale Bank in tweeënhalf jaar te rechtvaardigen hebben de monetaire beleidsmanagers van de Europese Unie het alleen maar over de noodzaak van loonmatiging en negeren ze de schandalige winststijgingen van grote bedrijven en economische en financiële groepen, die zo’n 30 procent per jaar bedragen, terwijl de loonstijgingen in sommige landen de inflatie niet eens bijhouden. Dat is het geval in Portugal, waar de meeste werknemers en gepensioneerden veel koopkracht hebben ingeleverd en waar de lonen en pensioenen tot de laagste van de Europese Unie behoren.

Het totale gebrek aan sociale gevoeligheid in dit monetaire beleid, met hoge rentetarieven en een overgewaardeerde euro, verergert de sociale en territoriale ongelijkheid, draagt bij aan een toename van de armoede en leidt tot steeds meer problemen voor het micro- en kleinbedrijf, vooral in de landen met de zwakste economieën. Dit beleid moet derhalve zodanig worden aangepast dat precies het omgekeerde wordt bereikt en dat prioriteit wordt gegeven aan economische groei en werkgelegenheid, dat de armoede wordt bestreden en sociale vooruitgang en ontwikkeling worden bevorderd.

 
  
MPphoto
 
 

  Theodor Dumitru Stolojan (PPE-DE). - (RO) De Europese Centrale Bank probeert onder grote onzekerheid en inflatiedruk de prijsstabiliteit te handhaven.

We weten nog niet of het huidige niveau van energie- en voedselprijzen de gehele prijsstructuur gaat bepalen; we weten ook niet welke beleidsacties de lidstaten gaan ondernemen om de bevolking in staat te stellen hun bedrijven en spaartegoeden en huishoudens af te stemmen op de nieuwe prijsstructuur. Bovendien is het einde van de financiële crisis bepaald nog niet in zicht.

Als lid van het Europees Parlement erken ik de bevoegdheid en de integriteit van de Europese Centrale Bank ten aanzien van het monetair beleid en de vastberadenheid van haar president om vast te houden aan de inflatiedoelstelling als maatstaf voor de prijsstabiliteit.

Ik heb vertrouwen in het oordelingsvermogen van de Europese Centrale Bank, in de integriteit en de onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank en de terughoudendheid van de politici om zich met de besluiten van de ECB te bemoeien.

 
  
MPphoto
 
 

  Margaritis Schinas (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, de Eurogroep formuleert economisch beleid, de Europese Centrale Bank formuleert monetair beleid en wij, hier in het Europees Parlement, houden ons alleen maar met politiek bezig, zonder enige verdere omschrijving. Daardoor zijn we verplicht rekenschap af te leggen voor het hele scala aan besluiten dat in de eurozone worden genomen.

Ik heb alle respect voor de onafhankelijkheid van de ECB, maar ik geloof dat ik als nieuwkomer in de politiek enige adviezen kan bieden. Maar ons grootste probleem, geïmporteerde inflatie, kan, volgens mij, met rentetarieven als enige wapen niet grondig worden bestreden.

We moeten de oorzaken van de inflatie aanpakken. We moeten strijd voeren tegen de oliekartels. We moeten strijd voeren tegen de grondstoffenwoekeraars en er moet meer voedsel op de markt komen. Als we de wortel van het kwaad niet aanpakken, vrees ik dat we dit soort debatten kunnen blijven voeren. Deze debatten hebben een logica die in Brussel en Straatsburg wordt begrepen, maar in de ogen van het publiek missen ze politieke rechtvaardiging.

 
  
MPphoto
 
 

  Piia-Noora Kauppi (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik sta versteld van de manier waarop de ECB uitvoering heeft gegeven aan het belangrijkste onderdeel van het mandaat: prijsstabiliteit. Als we kijken naar het tijdperk van de Duitse mark, tussen 1948 en 1998, zien we dat de ECB op het gebied van de prijsstabiliteit zelfs beter heeft gepresteerd dan de Duitse mark, die altijd gold als de wereldwijde standaard. Ik denk dat u op dat front zeer goede prestaties hebt afgeleverd. Maar ik ben evenzeer blij, president Trichet, dat u sprak over financiële stabiliteit. Die valt ook onder het mandaat van de ECB krachtens het Verdrag en ik denk dat de rol van de ECB op het gebied van financieel toezicht moet worden versterkt.

Het “twin peaks”-model van Tommaso Padoa-Schioppa is zeer aantrekkelijk en ik denk dat het nu aan de lidstaten en de Raad is dit model toe te passen, om een grotere rol te kunnen spelen in de ECB als het gaat om toezicht op de financiële stabiliteit. In het Europees Parlement wordt momenteel gewerkt aan het verslag-Van den Burg-Dăianu over deze kwestie. Dat bevat veel goede punten die ook van pas komen bij uw werk wanneer we proberen te zorgen voor beter toezicht op de financiële stabiliteit in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het economisch en financieel functioneren van de EU zorgt voor echte stabiliteit ten behoeve van de groei. Hierbij is een fundamentele rol weggelegd voor de Europese Centrale Bank, die als fundamentele doelstelling heeft monetair beleid te maken. De lidstaten en hun regeringen zijn verantwoordelijk voor economisch beleid en voor het scheppen van werkgelegenheid.

Er worden echter vragen gesteld over het al dan niet goed functioneren van de ECB en de invloed van de ECB op economische processen. Moet de ECB pro-actiever zijn, zoals de centrale bank in de VS, of niet? In het licht van de wereldwijde voedselcrisis en de gestegen energie- en brandstofprijzen doet zich een aantal vragen voor. Ten eerste, welke maatregelen moeten er worden genomen om te voorkomen dat de crisis verergert? Ten tweede, hoe moeten we de groei in arme landen stimuleren? Ten derde, hoe controleren we financiële markten op zo’n manier dat een herhaling van de hypotheekcrisis wordt voorkomen?

Tot slot moet in dit stadium ook duidelijk worden gesteld dat naleving van de criteria van het Stabiliteits- en groeipact voor alle lidstaten even bindend moet zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb grote waardering voor de opmerkingen die zijn gemaakt, zowel in het opmerkelijke verslag van de rapporteur als in het zeer grote aantal interventies waarin wordt gesproken over de noodzaak van onafhankelijkheid van de Centrale Bank. De heer Jean-Claude Juncker verwees daar zelf ook al duidelijk naar. Ik denk dat dit heel belangrijk is en ik moet zeggen dat dit nergens in twijfel wordt getrokken. Deze onafhankelijkheid is een essentieel onderdeel van de geloofwaardigheid van de instelling en het is dankzij deze zeer zichtbare onafhankelijkheid en dit primaire mandaat – dat duidelijk is over de prijsstabiliteit – dat we er tot nu toe in zijn geslaagd de inflatieverwachtingen te verankeren.

Ik heb sterk benadrukt dat het verankeren van de inflatieverwachtingen absoluut doorslaggevend is, omdat we hierdoor in staat zijn deze inflatieverwachtingen voor de middellange en lange termijn te verwerken in de markttarieven voor de middellange en lange termijn. Sommige regeringen in Europa gaan geldleningen aan voor vijftig jaar. Ze lenen geld voor vijftig jaar tegen tarieven waarbij wordt uitgegaan van de geloofwaardigheid van de Centrale Bank ten aanzien van de prijsstabiliteit, niet alleen over een periode van twee of vijf of tien of twintig jaar, maar voor nog veel langer. We hebben het genoemde besluit genomen omdat we ons volledig richten op verankering, op het behoud van de stevige verankering van de inflatieverwachtingen.

Naar het oordeel van de Raad van Bestuur van de ECB – en naar ik aanneem, in het besluit van de Europese democratieën tot de vorming van de ECB, het eurostelsel en de eurozone – is er geen sprake van strijdigheid tussen prijsstabiliteit en de stevige verankering van verwachtingen ten aanzien van de prijsstabiliteit en groei en werkgelegenheid.

Ik moet zeggen dat op mondiaal niveau momenteel veelal wordt geoordeeld dat prijsstabiliteit en geloofwaardige prijsstabiliteit op de lange termijn duurzame groei en werkgelegenheid mogelijk maken. Het feit dat er sinds de invoering van de euro bijna zestien miljoen banen zijn geschapen, illustreert mijn woorden.

Dat gezegd hebbende, herhaal ik wat diverse Parlementsleden opmerkten over het feit dat de totstandbrenging van prijsstabiliteit enige medewerking van andere besluitvormers, autoriteiten en de particuliere sector vergt. Daarom zijn we zo duidelijk in onze eigen boodschappen en erkennen we volledig dat we onafhankelijk zijn en dat degenen die deze besluiten nemen, onafhankelijk zijn. Maar we houden altijd vast aan het Stabiliteits- en groeipact omdat het gevaar altijd bestaat dat het monetaire beleid wordt overbelast ten gevolge van een slap financieel beleid.

We doen ook een beroep op de prijsstellers in het algemeen – bedrijven, de productiesector, de middenstand – om rekening te houden met het feit dat wij zullen zorgen voor prijsstabiliteit op de middellange termijn om te voorkomen dat er op dit terrein tweede-ronde-effecten optreden.

Ik noemde de prijsstellers. Ik noem natuurlijk ook de sociale partners. We doen derhalve niet alleen een dringend beroep op de prijsstellers, maar ook op de sociale partners om bij hun besluitvorming rekening te houden met het feit dat we voor de middellange termijn overeenkomstig onze definitie prijsstabiliteit garanderen.

We hebben duidelijk te maken met een moeilijke situatie vanwege de olieprijs, de grondstofprijzen en de grondstofschaarste, die de prijzen opjagen. We moeten niet vergeten wat er in 1973-1974 gebeurde. Het is volkomen duidelijk dat de economieën die de tweede-ronde-effecten uit de hand lieten lopen en met aanhoudende inflatie te maken hadden, zowel inflatie als een zeer lage groei hadden. In een groot aantal economieën in Europa was dit het begin van de massawerkloosheid waarmee we nog steeds te kampen hebben en die we moeten uitbannen. Er staan op dit gebied veel belangrijke zaken op het spel.

Aangezien het mij een bijzonder belangrijk aspect lijkt, wil ik er voorts op wijzen dat vooral onze kwetsbaarste en armste medeburgers te lijden hebben van langdurige hoge inflatie. Door prijsstabiliteit op de middellange termijn na te streven leven we dus niet alleen het Verdrag na, houden we ons niet alleen aan het mandaat – dat we niet zelf hebben gecreëerd maar dat de democratieën van Europa ons hebben gegeven – maar doen we datgene waarmee onze kwetsbaarste medeburgers het meest gebaat zijn.

Wat de prijs van olie, grondstoffen, energie en voedsel en meer in het algemeen alle stijgende prijzen betreft, denk ik dat er sprake is van een driehoek. Zoals een aantal Parlementsleden zo mooi zei, hebben we inderdaad te maken met een vraaggestuurd verschijnsel; de grote opkomende economieën introduceren op mondiaal niveau een nieuw soort levendige vraag en daar moeten we volledig van doordrongen zijn.

De driehoek heeft natuurlijk nog een zijde, namelijk de aanbodzijde en aan die zijde hebben wij een groot aantal verantwoordelijkheden. Kartels zijn niet goed en het is duidelijk dat op een aantal terreinen kartels actief zijn. Afgezien van de kartels, creëert een aantal landen en economieën ook schaarste doordat het geen boringen toestaat, geen exploratie toestaat en de bouw van raffinaderijen tegenhoudt. Daar wil ik u dus ook op wijzen. We moeten kijken of we aan de aanbodzijde wel al het mogelijke doen.

Wat de vraagzijde betreft: alle bezuinigingen, alle energiebesparingen zijn van groot belang om de vraagzijde onder controle te krijgen. Dat geldt ook voor het feit dat we moeten uitgaan van de reële prijs voor olie en energie en niet van kunstmatige prijzen, waardoor de vraag levendig zou blijven.

Dan is er nog de derde zijde van de driehoek, namelijk de herverdeling van kapitaal op mondiaal niveau richting grondstoffen. Er zijn op dat gebied verschillen tussen olie, andere energiebronnen en diverse grondstoffen, maar er bestaat wel zo’n verschijnsel en dat verschijnsel speelt een duidelijke rol, die we moeten onderkennen. We moeten van markten verlangen dat ze zo transparant mogelijk zijn, dat ze volledig transparant functioneren. Zo kijk ik tegen dat verschijnsel aan en ik ben van mening dat je, net als bij bepaalde ziekten die een multidimensionele behandeling vergen, aan alle drie de zijden van de driehoek al het mogelijke moet doen.

Diverse Parlementsleden noemden het prudentieel toezicht en de noodzaak om verbetering te brengen in de situatie. Daar sluit ik me zeker bij aan. We hebben te maken met een situatie waarin verbetering moet worden gebracht – dat is volkomen duidelijk. We zeiden al vanaf de oprichting van de ECB dat we alle autoriteiten zouden verzoeken zo nauw mogelijk samen te werken. We zeiden ook dat we voorstander waren van een zeer nauwe relatie tussen de centrale banken en de toezichthouders. Recente gebeurtenissen sinds de beroering die in augustus 2007 ontstond, hebben aangetoond dat dit een goed beginsel was: een zeer nauwe relatie tussen centrale banken en toezichthouders is noodzakelijk.

Ik zou in dit stadium willen zeggen dat we volledig staan achter de oriëntatie die de Commissie economische en monetaire zaken op basis van consensus heeft gehandhaafd. We denken dat er veel workshops nodig zijn en dat we zo snel mogelijk in deze richting moeten werken. Ik weet dat het Parlement nadenkt over mogelijk moediger initiatieven. Ik kan zeggen dat wij zelf graag zouden zien dat alles wat reeds is besloten, ten uitvoer wordt gelegd – dat niemand een tweede fase als excuus aangrijpt om niet te hoeven doen wat al is besloten. Ik denk dat we vervolgens heel zorgvuldig moeten kijken naar de voorstellen die voor ons liggen, want we geloven dat hoe nauwer we samenwerken – nauwer dan nu het geval is – des te beter het voor Europa is. Wat ik over Europa zeg, geldt, volgens mij, ook voor alle andere systemische delen van de mondiale financiële wereld.

Mijn laatste punt betreft de wisselkoers, die enkele Parlementsleden naar voor brachten. Ik denk dat de Raad van Bestuur van de ECB voorstander is van de volledige tenuitvoerlegging van het Verdrag zoals het er ligt. Het lijkt mij dat we, wanneer we in China zijn, zoals Jean-Claude Juncker zei, of als we bijeenzijn in de G7, waar Jean-Claude en ik het communiqué van de G7 tekenen, doen wat passend is en als ik zelf behoedzaam te werk ga – er is namelijk opgemerkt dat ik zeer behoedzaam en zorgvuldig ben als ik het over wisselkoersen heb – is dat omdat dit een bijzonder gevoelig terrein is en op dit terrein moeten we, naar mijn mening, de afgesproken oriëntatie volledig naleven. Daarom zeg ik nogmaals dat we het in dit stadium met alle partners van de G7 eens zijn over de boodschap voor China. Er is daarbij absoluut geen sprake van enige meerduidigheid. Dat hebben we heel duidelijk gemaakt in het laatste G7-communiqué. We vinden ook dat er zeer zorgvuldig moet worden gekeken naar de mogelijke negatieve gevolgen van extreme fluctueringen op de financiële stabiliteit en de groei.

Ook is het heel belangrijk dat de Amerikaanse autoriteiten herhalen dat een sterke dollar in het belang van de Verenigde Staten van Amerika is.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Eurogroep en lid van de Europese Raad. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik zal niet terugkomen op de opmerkingen die door de voorzitter van de Centrale Bank in de loop van het debat zijn gemaakt. Het is beter dat ik niet ga herhalen wat hij gezegd heeft, omdat het allemaal juist was, en alles wat ik over het onderwerp zou kunnen zeggen gezien zou kunnen worden als een poging om zijn opmerkingen te nuanceren, wat niet mag gebeuren.

(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik spreek Duits om de heer Trichet te laten zien dat ik deze taal ook machtig ben, zoals hij dat intussen ook is. Ja, we moeten een Fransman die al meer dan genoeg te doen heeft zeer prijzen dat hij de tijd neemt, omdat hij in Frankfurt woont, om de taal te leren van de mensen onder wie hij leeft. Dat kun je niet van alle Fransen zeggen.

(Applaus)

Ik zal Duits praten opdat hij mij beter begrijpt. Ik zou twee of drie slotopmerkingen willen maken, omdat de debatten in dit Huis soms vol nostalgie naar de jaren zeventig en tachtig zijn. De Eurogroep wordt opgeroepen om het economisch beleid van de EU-lidstaten beter te coördineren. Wij doen allemaal ons uiterste best daarvoor en hebben intussen op vele gebieden van het praktisch economisch beleid een gedragscode ingevoerd, waar wij ons aan proberen te houden. Men kan echter niet enerzijds een oproep doen om het economisch beleid te coördineren en het anderzijds betreuren dat het op deze manier gecoördineerde economisch beleid vervolgens in praktijk wordt gebracht.

Ik geef enkele voorbeelden. We hebben het stabiliteits- en groeipact in 2005 hervormd. Een substantieel deel van de hervormingsvoorstellen betrof de versterking van de preventieve arm van het stabiliteitspact, omdat die onderontwikkeld en zwak was. Om het preventieve deel van het stabiliteitspact te versterken is het dringend nodig dat de regeringen aan de consolidering van de begroting vasthouden en hun consolideringsinspanningen verdubbelen als het goed gaat met de economie om zo reserves op te bouwen voor slechtere jaren, die in de normale cyclische ontwikkeling van onze economische systemen telkens opnieuw zullen optreden.

Op dit moment zitten we in slechtere tijden. We zitten niet meer in goede tijden. De regeringen die geconsolideerd hebben, beschikken over voldoende grote begrotingsmarges om de automatische stabilisatoren in werking te laten treden op het moment dat de belastinginkomsten teruglopen. De regeringen die in goede tijden onvoldoende hebben geconsolideerd, kunnen in slechte tijden natuurlijk ook niet optreden.

Wanneer wij in de Eurogroep het er over eens zijn dat de lidstaten die hun financieel doel van de middellange termijn hebben bereikt nu ook kunnen optreden in het licht van de huidige economische achteruitgang en gestegen olie- en voedselprijzen, dan kunnen ze dat alleen omdat ze in het verleden de noodzakelijke begrotingsmarges hebben uitgewerkt, zodat ze in crisistijden niet verzwakt en niet in staat om te reageren zijn.

Wij hebben geen oproep gedaan tot een bevriezing van de lonen; noch de Centrale Bank, noch de Eurogroep heeft ooit opgeroepen tot een bevriezing van de lonen in de eurozone. Wat wij zeggen is dat de lonen niet automatisch met de inflatie mogen meegroeien, maar dat de loonontwikkeling rekening moet houden met de productiviteitswinst die in de economie wordt bereikt en dat de lonen dienovereenkomstig ook zonder inflatie verhoogd kunnen worden.

Wij hebben heel duidelijk gemaakt dat wij de werknemers in Europa überhaupt niet tot loonmatiging willen oproepen wanneer managers en andere kapitaaleigenaren extreme en buitensporige lonen en salarissen krijgen. Dat hebben wij meermalen tot uitdrukking gebracht.

(Applaus)

Wat aan het management van Europese bedrijven wordt betaald – ook en vooral in de financiële sector – heeft überhaupt niets te maken met de productiviteitswinst die daar wordt behaald. Er wordt slechts geld opgestreken en niet economisch gezond en maatschappelijk verantwoord gehandeld.

(Applaus)

Wij hebben, omdat wij geen loonstop hebben bevolen, omdat ik misschien meer dan anderen ernaar streef om de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het Europese handelen voor ogen te houden, er zeer op aangedrongen dat wij, in plaats van bedrijven te laten betalen, in het licht van de gestegen grondstof- en olieprijzen moeten bedenken wat de staten ten gevolge van de verminderde koopkracht kunnen doen op het gebied van de sociale steun voor de minder draagkrachtige delen van de bevolking.

Het is toch gewoon zo dat de staten die hun begrotingssituatie geconsolideerd hebben, nu over de noodzakelijke begrotingsmiddelen beschikken om sociale-steunprogramma’s voor de zwakkere inkomensgroepen van onze bevolking te financieren. Er zijn staten die toelagen voor de kosten van het levensonderhoud hebben ingevoerd, die verwarmingssubsidies en huursubsidies hebben ingevoerd en die zich dat op grond van hun consolidering uit het verleden ook kunnen veroorloven. Er zijn ook staten die hun belastingstelsel systematisch zo aanpassen dat de minder draagkrachtige delen van de bevolking nettowinst kunnen behalen uit belastingverlagingen, in plaats van dat belastingverlagingen slechts de bevolkingsgroepen met een hoger inkomen tot voordeel strekken.

In dit opzicht vind ik het algehele beleid weliswaar niet volmaakt, maar wel juist. Wij willen en wij moeten de fouten van de jaren zeventig en tachtig niet herhalen, ook als dat op de korte termijn wat gemakkelijker zou zijn. We moeten iets doen aan de stijgende inflatie. We hebben de inflatie in de jaren zeventig en tachtig op hol laten slaan. We hebben in de jaren zeventig en tachtig geaccepteerd dat de staatsschuld maar bleef stijgen. We hebben in de jaren zeventig en tachtig overheidstekorten geaccepteerd, terwijl we niet moeilijk deden over de effecten ervan. Het gevolg ervan was massale werkloosheid in Europa, die we met en dankzij de euro nu tot 7,2 procent hebben teruggebracht.

Het gevolg was dat we in bijna al onze landen te hoge uitgaven aan de sociale zekerheid hadden, die velen van ons nog steeds te hoog vinden, en dat heeft niets te maken met een afwijzing van maatschappelijke solidariteit maar met een verstandige financiering van ons socialezekerheidsstelsel. De factor arbeid werd destijds te hoog belast en de factor kapitaal te laag. Dat waren de resultaten van het verkeerde beleid van de jaren zeventig en tachtig.

Wij zijn tegen inflatie, omdat wij tegen werkloosheid en voor groei zijn. Groei en inflatiebestrijding zijn geen antoniemen. We hebben inflatieloze groei nodig, zodat de mensen er morgen beter aan toe zijn. Vandaag cadeautjes uitdelen, zogenaamd goeddoen voor de mensen en zich laten vieren omdat men zich als een genereuze sociale weldoener gedraagt, is het verkeerde beleid. Wie vandaag succes wil hebben, moet aan de generaties van morgen denken en niet omgekeerd.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt, rapporteur. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, dank u voor een buitengewoon interessant en stimulerend debat. Het toont aan dat er brede steun is voor het denken en de conclusies die we in dit verslag presenteren. Ik wil ook u bedanken, mijnheer Juncker en mijnheer Trichet, voor de goede antwoorden die u hebt gegeven. U reageert op een manier die de indruk wekt dat u ook iets gaat doen met de opvattingen en ideeën die wij hier naar voren hebben gebracht.

Ik wil tot slot iets zeggen over mijn eigen ervaringen als politicus in het noorden van het wat minder dichtbevolkte land Zweden. In de jaren negentig van de vorige eeuw was ik lid van het Zweedse parlement en zijn commissie financiën, toen Zweden tegen een economische muur aanliep. Ervaringen in de politiek zijn zegenrijk, mijn vrienden. Degenen onder u die menen dat inflatie en een onstabiel monetair beleid de mensen die onze steun het hardst nodig hebben zullen helpen, vergissen zich. U vergist zich! Als lid van de commissie financiën zag ik hoe het Zweedse rentepercentage een niveau bereikte dat niemand zich had kunnen indenken: 500 procent. In de jaren negentig hadden we, net als de heer Juncker heeft gezegd, massale werkloosheid, stijgende inflatie en stagflatie. Ik kan me die ervaringen nog levendig herinneren en ze hebben ertoe geleid dat ik hoop dat mijn eigen land, Zweden, aan de eurozone zal deelnemen en volledig zal deelnemen aan de Europese samenwerking.

Zoals onze collega mevrouw Kauppi heeft gezegd en de heer Trichet heeft herhaald, geloofde niemand dat de euro het succes zou zijn dat het is geworden. Ik denk dat dat de waarde van de Europese samenwerking bewijst.

Mijnheer Juncker, u zei dat de ECB genadevol en vastberaden zal optreden. Ik denk dat dat een goede formulering was. Ik wil u danken voor een goed debat. Ik ben ook dankbaar dat ik, als iemand die buiten het samenwerkingssysteem van de euro staat, de taak heb gekregen om dit verslag op te stellen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Wat de economische ontwikkelingen betreft, blijven de fundamenten van de economie van de eurozone gezond door de groei van de investeringen en de verbeterde werkgelegenheidspercentages en arbeidsparticipatie. Hoewel de groei van de wereldeconomie aan het afnemen is, wordt verwacht dat zij veerkrachtig blijft doordat zij vooral profiteert van de aanhoudende robuuste groei in de opkomende economieën. Wat de prijsontwikkeling betreft, zit de jaarlijkse GICP-inflatie sinds afgelopen herfst een eind boven het niveau dat overeenkomt met prijsstabiliteit en bedroeg in mei 2008 3,7 procent en – volgens de flash-schatting van Eurostat – in juni 4,0 procent. Deze verontrustende inflatiecijfers zijn grotendeels het gevolg van de wereldwijd scherp gestegen energie- en voedselprijzen van de afgelopen maanden. De onzekerheid omtrent dit vooruitzicht op economische activiteit blijft hoog en de negatieve risico’s overheersen. Het gaat hier met name om de risico’s die voortvloeien uit het matigende effect op de consumptie en de investeringen die verdere, onvoorziene stijgingen van de energie- en voedselprijzen hebben. Bovendien blijven de negatieve risico’s ook verband houden met de mogelijkheid dat de huidige spanningen op de financiële markten een groter negatief effect op de reële economie zullen hebben dan voorzien. In deze situatie is het besluit van de ECB om de minimale inschrijvingsrente op de belangrijkste herfinancieringstransacties van het Eurosysteem met 25 basispunten te verhogen welkom en moet toegejuicht worden!

 

3. Coördinatie van socialezekerheidsstelsels: wijze van toepassing – Coördinatie van socialezekerheidsstelsels: bijlage XI – Uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. […] tot onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het volgende punt is de gecombineerde behandeling van

- het verslag (A6-0251/2008) van Jean Lambert, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels (COM(2006)0016 – C6-0037/2006 – 2006/0006(COD));

- het verslag (A6-0229/2008) van Emine Bozkurt, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels, en tot vaststelling van de inhoud van bijlage XI (COM(2006)0007 – C6-0029/2006 – 2006/0008(COD)); en

- het verslag (A6-0209/2008) van Jean Lambert, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr […] tot de onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit niet onder deze bepalingen vallen (COM(2007)0439 – C6-0289/2007 – 2007/0152(CNS)).

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, alle vier wetgevingsresoluties waarover gedebatteerd wordt hebben betrekking op kwesties die het dagelijkse leven van de Europese burgers direct beïnvloeden. Het recht van mensen die zich binnen Europa verplaatsen op bescherming door een stelsel van sociale zekerheid is niet te scheiden van het recht op het vrije verkeer van personen in de Unie.

De voorstellen van de Commissie hebben één gemeenschappelijk doel en dat is de modernisering en vereenvoudiging van de coördinatie van nationale socialezekerheidsstelsel.

Het doel is om te komen tot een nauwkeurige omschrijving van samenwerkingsmechanismen tussen instellingen en processen die moeten leiden tot een vereenvoudiging en snellere berekening en uitbetaling van uitkeringen aan degenen die daar recht op hebben. Hieronder vallen gezinstoelagen, pensioenen, werkloosheidsuitkeringen enzovoort, met andere woorden, een hele reeks uitkeringen die zeer belangrijk zijn voor het leven van de mensen in de Unie.

Ik wil de leden en de rapporteurs bedanken voor al het werk dat ze de afgelopen maanden hebben verricht ten behoeve van deze belangrijke teksten.

In de toepassingsverordening wordt uiteengezet hoe Verordening (EG) nr. 883/2004, die we de basisverordening noemen, zou moeten werken. Zij is van toepassing op alle personen die gebruik maken van de coördinatie van nationale socialezekerheidsstelsels: burgers, de socialezekerheidsinstellingen van de lidstaten, zorgverleners en werkgevers.

Het doel ervan is om zo duidelijk mogelijke procedures in te stellen op basis waarvan verzekerden die zich in een grensoverschrijdende situatie bevinden, een uitkering krijgen. Tot wie moet ik mij wenden om een gezinstoelage toegekend te krijgen? Welke stappen moet mijn werkgever ondernemen als hij me tijdelijk wil overplaatsen naar een andere lidstaat? Het einde van mijn arbeidzaam leven is in zicht en ik heb in verschillende lidstaten gewerkt, hoe kom ik er dan achter hoe mijn pensioen wordt berekend en wat moet ik doen om het te krijgen?

De procedures die in genoemde verordening worden uiteengezet zijn bedoeld om uitkeringsgerechtigden te helpen de juiste antwoorden te krijgen door middel van samenwerking tussen de instellingen voor de sociale zekerheid.

Toen we bezig waren om deze samenwerking effectief te maken en zo snel mogelijk aan de behoeften van de burgers te laten voldoen, beseften we hoe belangrijk elektronische gegevensverwerking en gegevensuitwisseling tussen de instellingen van de verschillende lidstaten is.

Met het EESSI-netwerk (het systeem voor de elektronische uitwisseling van gegevens betreffende de sociale zekerheid) wordt ervoor gezorgd dat de gegevensuitwisseling snel en veilig zal plaatsvinden en dat de tijd bekort wordt die socialezekerheidsinstellingen nemen om antwoord te geven op een grensoverschrijdende situatie en om deze te verwerken.

Als de toepassingsverordening binnenkort aangenomen wordt, zullen de burgers gebruik kunnen maken van de geboekte vooruitgang die door de coördinatie is bereikt op het vlak van de vereenvoudiging en modernisering en kunnen zij ook gebruik maken van de nieuwe rechten die tot nu toe niet in de praktijk werden toegepast, ook al waren ze opgenomen in de basisverordening. De voordelen van het nieuwe coördinatieconcept voor de Europese burger zullen pas echt duidelijk worden als de toepassingsverordening is aangenomen en de verordening tot wijziging van de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004 is aangenomen.

Nog twee ontwerpresoluties hebben betrekking op Verordening (EG) nr. 883/2004 en de bijbehorende bijlagen. Zij zijn erop gericht om de basisverordening te wijzigen, zodat er rekening wordt gehouden met veranderingen van de wetgeving in de lidstaten, in het bijzonder die welke na 29 april 2004 zijn toegetreden, toen de basisverordening werd aangenomen.

Met deze resoluties worden ook de bijlagen bij Verordening (EG) nr. 883/2004 gewijzigd, die nog niet waren ingevuld toen de basisverordening werd aangenomen.

Het doel van deze teksten blijft hetzelfde, ondanks het technische karakter ervan: garanderen dat transparante mechanismen en procedures worden toegepast op personen die zich binnen de Europese Unie verplaatsen. Zo bevat bijlage XI een speciale bepaling waarin rekening wordt gehouden met de bijzonderheden van de nationale wetgeving. De bijlagen zijn daarom van essentieel belang om de transparantie en rechtszekerheid te garanderen met betrekking tot de nationale verordeningen die ook tamelijk veelomvattend zijn.

Door de coördinatie van socialezekerheidsstelsels, waaraan u bijdraagt in uw rol van medewetgever, zal er voor worden gezorgd dat twee fundamentele beginselen (gelijke behandeling en non-discriminatie) volledig worden toegepast voor die Europese burgers die profiteren van het vrije verkeer van personen.

De toepassingsverordening voorziet er ook in dat de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 ook gaan gelden voor onderdanen van derde landen die vanwege hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen. Het doel van deze verordening is te verzekeren dat onderdanen van derde landen die legaal in de Europese Unie verblijven en zich in een grensoverschrijdende situatie bevinden, kunnen profiteren van de gemoderniseerde en vereenvoudigde coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

Sterker nog, het is van essentieel belang dat er één uniforme coördinatieregel wordt toegepast bij administratieve kwesties om die vereenvoudiging tot stand te brengen.

Als er een consensus wordt bereikt over deze verordeningen, dan zal dat aanzienlijke vooruitgang betekenen voor al degenen die gebruik maken van de verordeningen en zal een betere dienstverlening wordt gegarandeerd aan degenen die zich binnen de Unie verplaatsen.

Hieruit zal blijken dat de verordeningen over de coördinatie van socialezekerheidsstelsels klaar zijn voor de nieuwe uitdagingen ten aanzien van de mobiliteit van de 21ste eeuw. Ik zou hier aan willen toevoegen dat dit werk het resultaat is van de voorbeeldige samenwerking tussen de lidstaten en dat de wil om oplossingen voor de burger te vinden ertoe heeft bijgedragen dat men over de verschillen tussen de afzonderlijke stelsels en de complexiteit van deze materie is heenggestapt.

Dames en heren, ik wil hier aan toevoegen dat de Commissie de amendementen 2 en 161 expliciet steunt, die het gebruik van elektronische gegevensverwerkingssystemen mogelijk maken, hetgeen vooral belangrijk is met betrekking tot het functioneren van het elektronische gegevensregister en de elektronische verwerking van grensoverschrijdende gevallen. De Commissie steunt met name ook amendement 90, dat gaat over het toekennen van een ziektekostenuitkering of uitkering bij langdurige zorg. Deze twee amendementen geven de burgers aanzienlijk meer macht in het hele stelsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn twee verslagen bij elkaar brengen in de zeer ruime hoeveelheid tijd die ik voor mijn inleiding in dit Huis heb.

In de eerste plaats wil ik mijn collega’s, de Raad en de Commissie bedanken voor de goede samenwerking tot nu toe bij wat een heel ingewikkeld dossier lijkt te zijn – maar dat is altijd het geval wanneer je probeert op te schrijven wat je in de praktijk doet, op een manier die volgens jou op zijn minst duidelijk is voor de degenen die er in de praktijk mee werken en degenen die het stelsel moeten begrijpen.

Zoals de commissaris gezegd heeft, gaat de basisverordening (Verordening (EG) nr. 883/2004) over de coördinatie, maar niet de harmonisatie – en ik wil dat duidelijk maken – van de stelsels van sociale zekerheid in de verschillende lidstaten voor personen die wonen of werken in een andere lidstaat of zelfs gewoon daar op reis zijn. Zij kan pas in werking treden wanneer de toepassingsverordening door het Parlement en de Raad in het kader van een medebeslissingsprocedure is aangenomen, waarvoor eenstemmigheid in de Raad vereist is. Niet een van de minst ingewikkelde aspecten van het geheel, trouwens.

In de toepassingsverordening wordt de administratieve architectuur uiteengezet van hoe dit zou moeten werken. Er wordt uiteengezet hoe elke lidstaat, elke bevoegde instantie, moet omgaan met de verschillende dimensies van de sociale zekerheid met betrekking tot grensoverschrijdende problemen. Een centraal element van deze nieuwe basisverordening en de toepassingsverordening is die uitwisseling van elektronische gegevens om zo een snellere en ook een nauwkeurigere communicatie mogelijk te maken.

Hopelijk zal dit onder andere een einde maken aan de situatie – of op zijn minst de benodigde tijd bekorten – dat duizenden papieren op het bureau van een ambtenaar belanden: recepten die zijn ingevuld in het uiteraard altijd volkomen leesbare handschrift van talrijke artsen, en andere claims die te maken hebben met de grensoverschrijdende gezondheidszorg. Door dat te proberen te vereenvoudigen en te verhelderen kunnen we hopelijk ook de hoeveelheid fraude die momenteel in het stelsel zit terugdringen. Zo buiten mensen de huidige traagheid van het stelsel uit door het vergoedingenstelsel voor grensoverschrijdende zorg te manipuleren. Zo zou het er ook toe kunnen leiden dat meer zorgaanbieders en individuen claims indienen, omdat ze denken dat er een kans is dat deze uitbetaald worden in plaats van dat ze deze terugkrijgen.

In de artikelen 78 en 79 van de basisverordening wordt uiteengezet wat de rol van de Commissie is ten aanzien van het ondersteunen van de ontwikkeling van de uitwisseling van elektronische gegevens, met inbegrip van een mogelijke financiering, zodat ik een beetje verbaasd en teleurgesteld ben over de schrapping van de amendementen 2 en 161, die te maken hebben met de tenuitvoerlegging van deze essentiële ontwikkeling. Toen wij de kwestie van de gegevensuitwisseling bespraken, vond de commissie dat het Parlement zeer expliciet zou moeten aangeven wat de waarborgen waren en de noodzaak om niet meer gegevens te verzamelen dan strikt noodzakelijk is. Vandaar dat wij nog hogere eisen hebben gesteld aan de bescherming van de gegevens.

De basisverordening gaat ook over de toegang tot verstrekkingen in de gezondheidszorg voor mensen die in een andere lidstaat verblijven – bijvoorbeeld op vakantie zijn – of voor wie geplande geneeskundige verzorging om medische redenen noodzakelijk wordt, en niet gewoon een vrije keuze is. De recente publicatie van de richtlijn over de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg heeft deels te maken met deze basisverordening. Het Parlement zal er voor moeten zorgen dat de twee stukken regelgeving niet strijdig met elkaar zijn.

De commissie is ook vooruitgelopen op de voorgestelde uitbreiding van de gelijkheidsrichtlijnen en heeft twee maatregelen voorgesteld die in het bijzonder betrekking hebben op mensen met een handicap – een ervan is een grensoverschrijdende maatregel die er voor moet zorgen dat de lidstaten rekening houden met de behoeften van mensen met een bepaalde handicap als ze met hen communiceren en, ten tweede, door de uitgaven te vergoeden die iemand doet om een gehandicapt persoon te begeleiden die dringend een medische behandeling in het buitenland moet ondergaan. Wij zijn ons ervan bewust dat dit een kwestie is die verder met de Raad besproken moet worden.

De basisverordening gaat ook over een aantal uiterste termijnen. Ik weet dat de meningen hierover uiteenlopen, hetgeen wordt weerspiegeld in bepaalde amendementen die we vandaag bespreken. De commissie heeft er ook voor gekozen om een herziene termijn te steunen met betrekking tot de beoordeling en uitbetaling van uitkeringen in het kader van de langdurige zorg en de extra duidelijkheid met betrekking tot grensarbeiders die werkloos worden. Ik hoop dat het Huis deze amendementen van de commissie kan steunen.

Wat betreft het andere verslag over de rechten van onderdanen van derde landen wanneer ze in de Europese Unie reizen, bestaat er reeds een verordening die een koppeling legt tussen degenen die legaal in de EU verblijven en in een grensoverschrijdende situatie zitten en de coördinatie van socialezekerheidsstelsels. Dit moet nu gemoderniseerd worden: omdat we de overkoepelende verordening aan het moderniseren zijn, moeten we de verordening die die koppeling legt ook moderniseren.

Het nieuwe voorstel is in wezen hetzelfde als het bestaande. Opnieuw wordt de reikwijdte duidelijk gemaakt en worden de bestaande rechten van mensen gehandhaafd. Er komen geen nieuwe rechten bij en het zal zelfs nog belangrijker worden naarmate de Europese Unie haar gemeenschappelijke immigratiebeleid ontwikkelt. Het zogenoemde blauwekaartvoorstel zal ook baat hebben bij deze aanpassing van de verordening. Opnieuw hoop ik dat het Parlement de amendementen van de commissie hierover kan steunen. Wij willen een duidelijke principe-uitspraak en daarom beveel ik aan – zoals ook de commissie heeft gedaan – dat we de amendementen over de toevoeging van de bijlagen niet steunen.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Emine Bozkurt, rapporteur. (NL) Waarde collega’s, vandaag stemmen wij over een verheldering en versoepeling van de Europese coördinatie van de sociale zekerheid en zo ook voor een verduidelijking van de bijlage.

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie hebben zich samen ervoor ingezet om het voorstel zo te vereenvoudigen dat de Europese burgers meer inzicht krijgen in de complexe regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid.

Ik wil allereerst graag de schaduwrapporteurs bedanken met wie ik de afgelopen maanden en jaren goed aan dit document heb mogen samenwerken. Uiteraard Jean Lambert, die schaduwrapporteur was voor de Groenen voor mijn verslag, zoals ik schaduwrapporteur was voor haar verslag, Ria Oomen-Ruijten vanuit de PPE-DE-Fractie, mevrouw Bilyana Raeva vanuit de ALDE-Fractie, Dimitrios Papadimoulis vanuit de GUE/NGL-Fractie en Eva Tomaszewska van de UEN-Fractie, en alle andere collega’s die een waardevolle bijdrage aan de discussie hebben geleverd.

Vervolgens wil ik benadrukken dat de onderhandelingen met de Commissie en de Raad zeer voorspoedig zijn verlopen. Mijn dank gaat speciaal uit naar Hélène Michard en Rob Cornelissen van de Europese Commissie. Wat betreft de samenwerking met de Raad hebben wij veel verschillende voorzitterschappen langs zien komen. Aangezien de afstemming over de coördinatie van de sociale zekerheid enige jaren duurde hebben wij al van de samenwerking met Finland, Duitsland, Portugal, Slovenië en Frankrijk mogen genieten.

Beste collega’s, het is inderdaad een lang proces, maar zeker ook een geslaagd proces geweest. Voor ons ligt nu een mooi compromis, waar alle lidstaten en alle Europese instellingen, waaronder het Europees Parlement, mee verder kunnen. Leidraad bij het beoordelen van de amendementen is altijd de overtuiging geweest dat wijzigingen in het huidige coördinatiesysteem in geen geval tot minder rechten voor de burger zouden mogen leiden.

Eén heel belangrijk voorbeeld waaruit dit blijkt is het schrappen van bijlage III, aangezien bijlage III lidstaten de mogelijkheid laat de rechten van hun burgers te beperken. Met dit verslag hebben wij ons ingezet voor een Europa dat meer rechten aan zijn burgers geeft op zo veel mogelijke terreinen. Het mooie van Europese samenwerking is dat het de Europese landen in staat stelt samen zorg te dragen voor hun burgers. Sociale rechtvaardigheid is daarvan een belangrijk onderdeel en dat houdt niet op bij de grens. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun sociale rechten gewaarborgd blijven, ook over de grenzen van hun land heen.

De interne markt maakt het de burgers mogelijk zich vrij door de Europese Unie te bewegen. Dat willen wij ook graag stimuleren. Dan moeten burgers er wel op kunnen rekenen dat ook hun sociale zekerheid meereist, dat hun pensioen geregeld is, waar zij ook wonen of werken, en dat goede zorg gegarandeerd is, overal in Europa en niet alleen voor henzelf, maar ook voor hun familieleden. Dat is Europese samenwerking zoals het hoort.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová, rapporteur voor advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. (CS) Dames en heren, als rapporteur voor advies van dit verslag betreur ik het dat de verantwoordelijke commissie mijn belangrijkste voorstellen niet heeft aangenomen. Wederom heeft zij de kans laten lopen om er voor te zorgen dat er heldere regels komen voor uitkeringen op het gebied van de sociale zekerheid die van toepassing zijn op alle gezinsleden die zich in alle lidstaten bewegen met betrekking tot de vergoeding van niet-urgente zorg, conform de uitspraken van het Europees Hof van Justitie. Daardoor moeten we nog steeds duidelijk maken dat de hoogte van de vergoeding voor geplande zorg in het buitenland minimaal dient overeen te komen met de kosten van vergelijkbare zorg in het land waarin de patiënt verzekerd is. De burger die wil profiteren van ziekenhuiszorg moet van tevoren toestemming vragen, maar heeft het recht om in beroep te gaan als zijn aanvraag wordt afgewezen. Het is niet verplicht om van te voren te melden dat men een behandeling krijgt die niet in een ziekenhuis plaatsvindt. De burgers zullen nu moeten wachten tot de nieuwe richtlijn over grensoverschrijdende gezondheidszorg is aangenomen, omdat de vergoeding van de kosten een onderdeel van deze verordening is. Daarnaast zal de richtlijn geen aanzienlijke bijdrage leveren aan de subsidiariteit in de gezondheidszorg en kan de goedkeuring van de beleidsmaatregel misschien wel jaren worden uitgesteld. Ik betreur het dat de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken dit aspect heeft onderschat. Afgezien daarvan is het een heel goed verslag en ik zal het steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriele Stauner, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik zou met betrekking tot het verslag-Lambert iets willen zeggen over de toepassing van de verordening en wel over de details van de coördinatie van socialezekerheidsstelsels.

Het doel van deze verordening is volgens de rapporteur coördinatie en niet harmonisatie, waarvoor we in de EU ook helemaal geen rechtsgrondslag hebben. In de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken zijn helaas echter enkele wijzigingsvoorstellen aangenomen die verder gaan dan coördinatie en de basis vormen voor nieuwe bevoegdheden en diensten. Zo is het naar onze mening voor coördinatie niet nodig dat de Commissie de bevoegdheid krijgt om een eigen, centrale gegevensbank in te stellen en deze onafhankelijk te beheren om de burgers een snelle uitbetaling te garanderen. Dat is een taak van de lidstaten, die zij tot nu toe reeds uitvoeren en waarvoor ze nu bovendien een verbindingsorgaan moeten benoemen. Ook voor de burger die raad en advies zoekt, is het handiger en dichterbij om zich tot de instanties van zijn lidstaat te wenden en niet tot een anonieme gegevensbank van de Commissie ergens ver weg. Ik zou de commissaris op dit punt dus uitdrukkelijk willen tegenspreken.

Wij vinden het ook niet terecht dat elke gehandicapte verzekerde aanspraak moet kunnen maken op reis- en verblijfskosten voor een begeleider. De vergoeding van reiskosten voor een begeleider moet eerder worden gekoppeld aan het begrip ernstige handicap, dat in de lidstaten door de wet overwegend zeer nauwkeurig wordt omschreven.

Wij zijn ook van mening dat een werkloze die plichten in het land waar hij werkt heeft verzaakt, in het bijzonder niet alle daar voorgeschreven stappen heeft ondernomen om werk te vinden, in het land waar hij woont geen beroep op een uitkering moet kunnen doen alsof hij zich wel steeds aan de wet heeft gehouden. Dat is niet juist.

De andere drie amendementen van mijn fractie gaan over termijnen, waarbij we zes maanden steeds voldoende vinden. Ze moeten niet variëren tussen de twaalf en achttien maanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Cremers, namens de PSE-Fractie. (NL) Namens de PSE-Fractie een woord van dank aan de rapporteurs, de diensten van de Commissie en het Sloveense voorzitterschap.

Dit dossier kent een lange voorgeschiedenis. Immers, de vroegere Verordening nr. 1408/71 behoort tot de eerste regelgeving die is opgesteld ten behoeve van het vrije verkeer van werknemers in Europa. De thans geplande vereenvoudiging moet leiden tot de snellere dienstverlening aan de Europese burger die aanspraken doet gelden en tegelijkertijd tot een betere controle op het rechtmatige karakter van die aanspraken. Van groot belang zijn daarbij de samenwerking tussen de uitkeringsinstanties en de verbetering van de uitwisseling van gegevens. Ook dienen de uitvoeringsbepalingen een breuk voor de grensarbeider en de andere uitkeringsgerechtigden te voorkomen.

In de tweede lezing blijven voor onze fractie drie aandachtspunten overeind, waar wij mogelijk op terug zullen komen. Allereerst moet worden geconstateerd dat twee gescheiden regelingen overeind blijven die bepalen of iemand werknemer of zelfstandige zonder personeel is. Op het terrein van de sociale zekerheid wordt uitgegaan van de definitie in het land van herkomst, op het terrein van de arbeidsvoorwaarden geldt in geval van detachering van werknemers de definitie van het land waar gewerkt wordt. Zolang wij er niet in slagen een eenduidige Europese definitie van zelfstandige te ontwikkelen, dient dit thema in dit Parlement terug te komen.

Een tweede aandachtspunt is de informatie aan de rechthebbende. In de door de Commissie opgestelde tekst, die onderwerp van amendering is geweest, staat nog te veel verspreid over verschillende artikelen vermeld in welk stadium en ten aanzien van welke thematiek de rechthebbende informatie van de verantwoordelijke instanties zal ontvangen. Een op een centrale plaats in deze regelgeving opgenomen heldere opsomming van het informatierecht kan de duidelijkheid voor de rechthebbende aanmerkelijk vergroten.

Een derde punt van zorg betreft de controle op de naleving. Van de vorige verordening weten wij dat de registratie in de lidstaten en de samenwerking en afstemming tussen de bevoegde instanties soms zeer slecht functioneerden. Het is zeer wenselijk dat dit Parlement over de verdere implementatie op dit terrein wordt geïnformeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė, namens de ALDE-Fractie. – (LT) Mag ik de rapporteur, mevrouw Lambert feliciteren en bedanken voor de samenwerking bij de voorbereiding van dit document.

De verordening bepaalt de volgorde en lost praktische, alledaagse problemen van mensen op. Het doel ervan is niet om de socialezekerheidsstelsels uniform te maken. Het is een methode die toestaat dat er in de lidstaten verschillende stelsels van sociale zekerheid bestaan. Zij voorkomt echter dat mensen mislopen waar ze recht op hebben.

Een jaar geleden heeft president Sarkozy een toespraak voor dit Huis gehouden, waarin hij zei dat de Fransen meenden dat de EU niet voor hen zorgde en geen sociale zekerheid bood. Het Ierse volk weet waarschijnlijk ook niet wat het van de EU kan verwachten.

Vandaag heeft Frankrijk en hebben wij allemaal zelfs de kans om de mensen te laten zien dat hun dagelijkse problemen op EU-niveau worden opgelost.

Voor zover ik weet is helaas niet iedereen in de Raad bereid om de gestelde termijnen te accepteren die door de Commissie zijn voorgesteld waarbinnen de lidstaten hun meningsverschillen moeten bijleggen. De rapporteur raadt aan dat we niet overhaast te werk gaan.

Mijn fractie is vóór de voorstellen en amendementen die de lidstaten verplichten om de kwesties van betaling en verenigbaarheid binnen een termijn van zes maanden op te lossen in plaats van ze anderhalf jaar te laten voortslepen. Mensen moeten niet achter het net vissen door de inactiviteit en trage besluitvorming van de instellingen.

Deze verordening zou wel eens het beste voorbeeld kunnen zijn van de inspanningen van de EU om het vertrouwen van haar burgers te winnen.

Daarom roep ik mijn collega-Parlementsleden op om vóór deze amendementen te stemmen. Ze hebben betrekking op praktische en begrijpelijke hulp voor elke burger van de EU. Wij zijn gekozen om het volk te vertegenwoordigen, niet de regeringen of instellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska, namens de UEN-Fractie. (PL) Mevrouw de Voorzitter, elk Europees land heeft zijn eigen socialezekerheidsstelsel, dat afwijkt van dat van andere landen en gebaseerd is op vele jaren van traditie en ook op wat het land financieel gezien kan opbrengen. Deze stelsels zijn niet onderworpen aan harmonisatie. Het recht van het vrije verkeer van personen om een baan in een ander land te nemen heeft geleid tot de behoefte om de socialezekerheidsstelsels te coördineren. De huidige verordeningen hierover moeten worden vereenvoudigd.

De invoering van elektronische gegevensoverdracht in het Poolse pensioenstelsel heeft het aantal fouten bij de overdracht van verzekeringsgegevens tussen de instellingen aanzienlijk doen afnemen.

Er is behoefte om de burgers te beschermen tegen een aantasting van hun verzekeringsrechten. Werknemers moeten de kans krijgen om te achterhalen welk stelsel wordt gebruikt bij de berekening van het bedrag van hun uitkering. Ze hebben het recht te weten hoe hun premies en bijdragen worden berekend en wat de daaruit voortvloeiende uitkeringsbedragen zijn. Om deze reden is het belangrijk dat de verordeningen en procedures betreffende de coördinatie van de stelsels, die van nature behoorlijk ingewikkeld zijn, zo veel mogelijk vereenvoudigd worden en is het ook belangrijk dat ze niet met terugwerkende kracht nadelig uitvallen voor de verzekerden.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil eerst de rapporteurs, mevrouw Lambert en mevrouw Bozkurt, bedanken voor hun gedetailleerde en nauwkeurige werk, en ook voor hun uitstekende samenwerking met alle schaduwrapporteurs en voor hun inspanningen om onze voorstellen en bijdrage te benutten.

Dit zijn buitengewoon moeilijke verslagen die veel ingewikkelde technische details bevatten, maar ze zijn ook buitengewoon nuttig voor de Europese burgers.

De burgers hebben elke gelegenheid, waaronder het recente referendum in Ierland, aangegrepen om te protesteren tegen het grote sociale tekort dat zij zien in de beleidsmaatregelen van de Raad en de Commissie. Zij streven naar een Europese Unie die hun rechten waarborgt en hier zijn we nu, wij debatteren over Verordening 883/2004, die, dankzij de Raad en de Commissie en niet het Parlement, jarenlang in de wachtstand is gezet, wachtend op het moment dat de toepassingsverordeningen voor de bijlagen zouden worden aangenomen.

Dit leidt tot bureaucratie, gebrek aan informatie, verwarring, schending van de grondrechten op het gebied van de sociale zekerheid en de sociale rechten van werknemers, die tussen twee vuren zitten; een Europa à la carte, de manier waarop de neoliberalen en de grote bedrijven het willen hebben, met een gemeenschappelijke munt maar geen coördinatie of harmonisatie van sociale rechten en socialezekerheidsrechten van werknemers. Midden in deze leemte in de wetgeving dient de Commissie haar voorstel in voor een “Bolkestein-richtlijn via de achterdeur” voor de gezondheidszorg.

Deze verslagen maken duidelijk dat er een andere weg is. We hebben geen Bolkestein-richtlijn nodig voor de gezondheidszorg; we hebben een verbeterde Verordening 883/2004 nodig, waardoor, volgens de verslagen, alle problemen kunnen worden aangepakt, door de rechten van werknemers en hun gezinsleden te waarborgen en tegelijkertijd de noodzakelijke mobiliteit te steunen.

Commissaris, stop daarom alstublieft met de Bolkestein-experimenten met de gezondheidszorg en ga samen met de Raad snel verder met de procedures voor de verwerking van de resterende hoofdstukken en bijlagen van Verordening 883/2004, zodat zij zo snel mogelijk in werking kan treden.

Ik verzoek u met klem om niet voor de amendementen te stemmen die de inhoud van de verslagen van mevrouw Lambert en mevrouw Bozkurt afzwakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, in document A6-0251/2008 wordt in amendement 4 “de mobiliteit van werklozen” genoemd. Betekent dit dat werklozen met busjes in de EU worden rondgereden om werk te zoeken – op kosten van de belastingbetaler? Een lidstaat is verplicht om een uitkering te betalen aan iemand die daar heeft gewerkt maar naar een andere lidstaat is verhuisd en vervolgens werkloos is geworden.

Amendement 148 duidt erop dat de belastingbetaler moet opdraaien voor de reiskosten ten behoeve van medisch onderzoek in een andere lidstaat wanneer er een vergoedingenstelsel tussen de lidstaten bestaat, ongetwijfeld op basis van een ingewikkelde EU-formule. De lidstaten kunnen beslissingen over invaliditeit nemen die bindend zijn voor een andere lidstaat, hoewel dit gecompliceerd kan worden door de mate van invaliditeit, maar ze kunnen regels hebben tegen overlappende uitkeringen.

De regels hebben betrekking op alle EU-burgers die zich om welke reden dan ook binnen de EU verplaatsen. Hieronder vallen ook legaal verblijvende onderdanen van derde landen die in meer dan één lidstaat hebben gewerkt, evenals mensen die op korte termijn stateloos zijn en vluchtelingen. Op verschillende plaatsen wordt er in deze verslagen beweerd dat verordeningen worden vereenvoudigd en dat de bestaande wetgeving voor de socialezekerheidsinstanties, werkgevers en burgers gemoderniseerd wordt en tegelijkertijd op zeer vele gevallen betrekking heeft. Het heeft kennelijk geen gevolgen voor de communautaire begroting. Er wordt gezegd dat de financiële en administratieve lasten door de regels voor de coördinatie lager worden – hetgeen alleen op Gemeenschapsniveau kan worden gedaan – maar dat dit geen harmonisatie is. Hoe kun je vergoedingen, door de EU bepaalde formules, een regel die alle verkeer van personen en regels voor coördinatie dekt hebben zonder dat er sprake is van harmonisatie? Al met al bevatten deze verslagen een heleboel tegenstrijdige uitspraken. Als ze worden aangenomen zal er heel wat administratie bij komen kijken, hetgeen geld kost dat volgens het verslag niet nodig is.

Tot slot zit het gezin hier in een identiteitscrisis. Kennelijk behoren uitkeringen in het kader van geboorte en adoptie niet tot de gezinstoelagen. Dus wanneer is een gezin geen gezin en is een geadopteerd kind – ja, wat precies?

Ik zou ook graag een identiteitscrisis willen voorkomen. Een “grensarbeider” is iemand die in de ene lidstaat werkt maar in de andere woont, mits hij eenmaal per week naar huis gaat. Nou, dit is Frankrijk en ik ga morgen naar huis. Ben ik een grensarbeider, ook al woon ik midden in Engeland?

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, arbeidsmobiliteit wordt verondersteld een van de belangrijkste elementen van de EU en van de Lissabonstrategie te zijn, maar toch krijg ik als lid van het EP – net als de andere leden van het EP – regelmatig klachten over het ontbreken van een ziektekostenverzekering, onvoldoende dekking op het gebied van de sociale zekerheid en misschien wel het meest frustrerend van al, tegenstrijdig advies van verschillende overheidsinstanties.

Het is niet ongewoon dat een werknemer uit de ene lidstaat in een andere lidstaat werkt in opdracht van een bedrijf uit een derde lidstaat, en daar lijkt voor velen het echte probleem te liggen, hetgeen tot vragen leidt over waar en hoe ze verzekerd zijn. Wijzelf kennen hier het probleem waarmee parlementaire assistenten te maken hebben en ondanks de strijd van de Vereniging van parlementaire assistenten van het Parlement is er nog steeds geen oplossing voor dit probleem gevonden. Ik moet zeggen dat het schandalig is dat wij in dit opzicht zelfs ons eigen huis niet op orde kunnen krijgen en desondanks toch met wetgeving voor anderen komen.

Mijn eerste zorg gaat uit naar mensen met een nuttige baan, niet naar uitkeringstoeristen. Ik wil zien dat eventuele mazen waarvan uitkeringstoeristen kunnen profiteren in deze wetgeving goed en werkelijk gedicht worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE-DE). - (NL) Mag ik alle rapporteurs danken voor het zeer goede werk dat zij hebben verricht, want het was niet simpel. Voorzitter, voor het vrije verkeer van werknemers in Europa zijn er goede regelingen nodig, die ervoor zorgen dat werknemers die van dat vrije verkeer gebruik maken, niet tussen wal en schip raken. Dat wordt nu in de nieuwe coördinatieverordening neergelegd. Die coördinatieverordening was nodig omdat de oude niet meer voldeed en de coördinatie kon worden vereenvoudigd.

Ik vraag mij af of wij met het resultaat tevreden kunnen zijn. Is een en ander nu werkelijk eenvoudiger geworden? Ik heb daar mijn twijfels over. Wij coördineren de sociale zekerheid, maar wat wij niet coördineren is de fiscaliteit, terwijl steeds meer gefiscaliseerd wordt. Ik zou willen dat daarover eens wordt nagedacht.

Een ander punt is dat de coördinatie toch altijd achteraf plaatsvindt. Nationale wetgevers zouden zich veel meer rekenschap moeten geven van de consequenties van stelselwijzigingen voor de mensen die mobiel zijn, dus mensen die werken in het ene land en wonen in het andere land.

Verder zou ik nog aandacht willen vragen voor een wijziging van de bijlage. Die wijziging is heel goed voor Nederlandse gepensioneerden die in Nederland hun zorgbijdragen blijven betalen, echter wonen in het buitenland, maar tot op dit moment geen recht hadden om ook in Nederland die zorg te krijgen ondanks het feit dat zij daar betaald hebben. Dus Nederlanders die in België of Duitsland wonen, maar ook verderaf, in Frankrijk, het schone Frankrijk, of in Spanje, krijgen straks het recht op behandeling. Ik dank daarvoor tevens de minister van Volksgezondheid, die dat allemaal goed gevonden heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson (PSE). - (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de rapporteurs bedanken. Jean Lambert werkt al zo lang als ik me kan herinneren aan deze zaken en heeft heel veel ervaring. Emine Bozkurt kwam er wat later bij, maar allebei hebben ze fantastisch goed werk geleverd en ze hebben vooral buitengewoon goed samengewerkt met de schaduwrapporteurs van de verschillende partijen.

Enkele algemene punten om te beginnen, omdat ze het waard zijn te herhalen. Het gaat hier niet om harmonisatie. We weten dat de EU verschillende stelsels van sociale zekerheid heeft. Het gaat over burgers en het recht van burgers om gebruik te maken van de interne markt om op zoek te gaan naar werk en om in andere plaatsen binnen de interne markt te verblijven. Het is van het grootste belang dat de socialezekerheidsstelsels gecoördineerd worden. Het is belangrijk dat de pensioenrechten worden gecoördineerd. Het is belangrijk dat werknemers gebruik kunnen maken van de interne markt. Het is belangrijk dat patiënten behandeling kunnen zoeken in andere landen. Deze dingen zijn van cruciaal belang voor de interne markt. Zonder coördinatie zou de interne markt niet naar tevredenheid kunnen functioneren.

We hebben eerder coördinatie gehad. Het had zijn tekortkomingen. Nu worden er verbeteringen geïntroduceerd, enerzijds doordat er meer mensen onder vallen, niet alleen degenen die economisch actief zijn, en aan de andere kant doordat er meer gebieden onder vallen, zoals uitkeringen vanwege vervroegde pensionering, wat wij een positieve ontwikkeling vinden.

Ik zou de aandacht willen vestigen op enkele zaken waarop onze rapporteurs zijn ingegaan. Jean Lambert heeft het gehad over de uitwisseling van elektronische gegevens en staat er positief tegenover, omdat het tot vele verbeteringen leidt. Maar het is ook van belang om rekening te houden met de bescherming van het individu wanneer er op deze wijze informatie wordt uitgewisseld. Wij volgen daarom de aanbevelingen van de Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Wat de onderdanen van derde landen betreft, het is belangrijk dat er over dat aspect wordt nagedacht, niet in de laatste plaats omdat de blauwe kaart er aankomt. Het is nu des te noodzakelijker dat er sprake is van gelijke behandeling. Ten aanzien van het verslag van Emine Bozkurt wil ik alleen zeggen dat de nieuwe verordening niet minder maar meer rechten moet betekenen. Dat is belangrijk. Ik dank de rapporteurs nogmaals en hoop dat we in de nabije toekomst tot een definitieve beslissing kunnen komen.

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik dank de rapporteur en de commissie die geweldig werk hebben geleverd met het vereenvoudigen en moderniseren van deze ingewikkelde bepalingen. Het onderwerp dat we vandaag bespreken valt direct binnen de interessesfeer van onze burgers. Wat is belangrijk voor de burgers, die immers het voorwerp zijn van deze bepalingen? Ten eerste het feit dat hun rechten worden gewaarborgd en, met het oog op het vrije verkeer van arbeid dat we tegenwoordig kennen, dat zij overal sociale bescherming genieten. Ten tweede moeten zij het document kunnen begrijpen. Ten derde moet het uitkeringsmechanisme binnen redelijke tijd uitbetalen.

Wat bereiken we met deze verordeningen? De voornaamste zorg van onze burgers – het recht op sociale verzekeringen – wordt zeer goed gewaarborgd. Hun tweede zorg, begrijpelijkheid, is iets waar we nog niet volledig in geslaagd zijn. Ik doe hier niemand verwijten: dit onderwerp is ingewikkeld, zeer technisch en het gaat niet om een groot literair werk. De derde zorg, de termijn waarbinnen de burgers een uitkering krijgen, is afhankelijk van de stemming die we vandaag gaan houden.

Uitkeringen op het gebied van de sociale zekerheid zijn niet te vergelijken met de winsten van zakenlui of de winstuitkeringen van banken. Mensen die een uitkering aanvragen, zitten in de problemen en voor hen is de uitkering doorgaans de enige bron van inkomsten. Ik roep u daarom op om de voorstellen voor een betalingstermijn van zes maanden te steunen. Om de uitoefening en bescherming van de rechten van burgers te verzekeren moet de verrekeningstermijn tussen de bevoegde instellingen van de lidstaten gelijk zijn, namelijk zes maanden, vooral gezien het feit dat er een elektronische procedure gebruikt zou worden. Een termijn van achttien maanden om uitkeringen te verwerken is niet van de 21ste eeuw.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, een gecoördineerd stelsel van sociale zekerheid ontwikkelen is een zeer moeilijke opgave. Daarom moeten we onze rapporteur feliciteren. Ik wil nu echter de aandacht vestigen op de kwestie van uitkeringen die aan immigrantengezinnen worden betaald die van buiten Europa komen. Uiteraard moet er steun worden geboden aan degenen die hier legaal verblijven en moet er humanitaire hulp worden geboden aan illegale immigranten, maar het is een vergissing om onbeperkt sociale uitkeringen te verstrekken aan gezinnen waarvoor dit een duurzame en hun enige bron van inkomen is. Momenteel zijn er vele gezinnen die profiteren van een breed scala aan uitkeringen en die niet van plan zijn om te gaan werken, omdat ze heel tevreden zijn met hun levensstandaard. Dit is zeer demoraliserend voor de economie en ook voor de arbeidstradities en -cultuur in Europa. Dit wordt verergerd door het feit dat deze gezinnen op een manier leven die niet past bij de cultuur en tradities van het land waarin ze zich vestigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL).(EL) Mevrouw de Voorzitter, vanuit technisch oogpunt vinden wij het verslag van mevrouw Lambert positief, omdat er vooruitgang wordt geboekt op het gebied van de coördinatie van de sociale zekerheid. De EU-burgers kunnen de perioden die ze in een andere lidstaat hebben gewoond of gewerkt onder het destijds geldende socialezekerheidsstelsel bij elkaar optellen, om hun staatspensioen te berekenen of andere rechten te doen gelden. Het draagt aldus bij aan een gemakkelijker en soepeler verlopend vrij verkeer van burgers in de Unie.

Ik moet echter opmerken dat we het feit niet over het hoofd moeten zien dat, ondanks enkele bezwaren die in het verslag naar voren worden gebracht, er sprake zal zijn van een elektronische uitwisseling van informatie en persoonlijke gegevens en daar zijn we het niet helemaal mee eens.

Wat ik nu in mijn bijdrage wil onderstrepen is een andere behoefte, die we momenteel in de Europese Unie geneigd zijn over het hoofd te zien. De cruciale kwestie is dat we geen maatregelen moeten nemen om het vrije verkeer te vergemakkelijken louter om het nemen van maatregelen. Dat is niet de prioriteit van werknemers; wat zij willen en eisen is eerbiediging van hun grondrechten. Van het ene naar het andere land emigreren vanwege werkloosheid of slechte arbeidsomstandigheden in het land van oorsprong is geen maatschappelijke behoefte. De maatschappelijke behoefte is dat er voor baanzekerheid en vaste banen wordt gezorgd en dus ook zekerheid in het gezinsleven van alle burgers. Emigratie om financiële of maatschappelijke redenen zou niet het doel moeten zijn, verre van.

De koers die de Europese Unie tegenwoordig kiest – groter belang hechten aan het vrije verkeer van kapitaal dan aan vanzelfsprekende arbeidsrechten, zoals te zien is in een aantal zaken die door het Europees Hof van Justitie werden gehoord – duidt erop dat we ons niet tevreden kunnen stellen met het recht op overdracht van onze pensioenrechten om zogenaamd aan te tonen dat het vrije verkeer van personen een feit is.

We moeten vechten voor volledige werkgelegenheid met een uitgebreid pakket van sociale zekerheid, in tegenstelling tot de huidige praktijken die onder het mom van de bevolkingsafname, leiden tot de logica van baanonzekerheid en het belang van collectieve onderhandelingen in verschillende landen ondermijnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Bauer (PPE-DE).(SK) In de eerste plaats zou ik de rapporteurs, mevrouw Lambert en mevrouw Bozkurt, willen bedanken voor hun uitstekende en prikkelende werk.

De rapporteurs, wij in dit Huis en de Raad en ook de Commissie hebben ons allen gezamenlijk ingespannen en daardoor hebben we vandaag eindelijk de langverwachte nieuwe verordening voor ons liggen die het mogelijk maakt om Verordening (EG) nr. 883/2004 te implementeren, die de omslachtige Verordening (EEG) nr. 1408/71 moet vervangen. Bij elkaar maken deze documenten het voor de burger eenvoudiger om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen en diensten, zoals velen van mijn collega-Parlementsleden en ook de commissaris naar voren hebben gebracht. Aanspraak kunnen maken op deze uitkeringen en diensten, die door de afzonderlijke lidstaten via hun socialezekerheidsstelsel worden toegekend, was tot nu toe lastig voor mensen die daar recht op hadden in andere lidstaten. Het leidt geen twijfel dat deze documenten samen het grensoverschrijdende verkeer vanwege werk zullen helpen vereenvoudigen, waardoor de interne arbeidsmarkt beter zal worden benut en beter zal functioneren.

Als schaduwrapporteur voor het andere verslag dat door mevrouw Lambert is voorbereid, wil ik de aandacht vestigen op de verbrede toepassing van het beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie, doordat de bepalingen van de verordening zijn uitgebreid tot onderdanen van derde landen. Ik denk dat we, zoals uit het debat blijkt, er niet van kunnen uitgaan dat deze wetgeving al onze problemen zal oplossen. Zij lost niet eens al onze bestaande problemen op, laat staan toekomstige problemen.

Het is duidelijk dat er nog vele stappen moeten worden genomen en dat er nog veel werk moet worden verzet om een duurzaam stelsel te krijgen en we ons aan de nieuwe uitdagingen kunnen aanpassen, waaronder verdere coördinatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriela Creţu (PSE).(RO) We hebben vele malen gesproken over het feit dat dit louter een technische verordening is. Maar dat is een verkeerde opvatting, die een zwaar politiek aspect aan het zicht heeft onttrokken. In de Europese Unie hebben we de interne markt, maar er zijn 27 socialezekerheidsstelsels. Miljoenen burgers werken in een ander land dan hun eigen land en zouden moeten profiteren van de sociale rechten die hun en hun gezinnen wettelijk toekomen. De instellingen moeten deze situatie zien te beheersen en de zorgaanbieders moeten hun diensten hier op afstemmen.

De regels volgens welke problemen vandaag de dag worden opgelost zijn van voor het internettijdperk, toen de Unie uit zes leden bestond en door honkvaste burgers werd bewoond. Tegenwoordig zijn het er 27, bewoond door burgers die steeds meer gaan rondtrekken. Het was absoluut noodzakelijk dat deze regels werden gemoderniseerd, vereenvoudigd en aan de nieuwe werkelijkheid werden aangepast. Dit is het doel van Verordening 883/2004, die nog steeds niet toepasbaar is zonder implementatieprocedure.

We zitten nu in 2008 – vier jaar van vertragingen die niet goed zijn voor zowel de werknemers die hun rechten opeisen als het efficiënt functioneren van de betrokken bedrijven en instellingen.

Er is een Engels gezegde dat luidt: “The devil is in the details”. Vandaag moeten we de rapporteurs Jean Lambert en Emine Bozkurt bedanken omdat we, doordat zij het probleem van de details hebben opgelost, een soepel verloop van de informatiestroom verwachten, met beveiligd gegevens en een efficiëntere coördinatie.

Vandaag de dag stelt de nieuwe sociale agenda kleine verbeteringen voor tegen de achtergrond van grote tekortkomingen. De inwerkingtreding van Verordening 883 is goed nieuws. Maar het gevoel dat de Europese sociale agenda de afgelopen jaren stagneert, wordt er nauwelijks minder door.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, Verordening (EG) nr. 883/2004 is niet alleen van toepassing op werknemers en hun gezinnen, maar op al degenen die onder deze socialezekerheidsstelsels vallen. De coördinatie van de stelsels wordt erdoor versterkt en er zijn nog andere belangrijke veranderingen, bijvoorbeeld de berekening van pensioenen, uitkeringen en andere rechten. Hoe effectief deze coördinatie zal blijken te zijn zal afhangen van de inhoud van de nieuwe toepassingsverordening en van de effectiviteit van de elektronische gegevensuitwisseling en ook van goede communicatie. Het is ook goed dat de verordening betrekking heeft op derde landen en dat er aan verbeteringen wordt gewerkt.

We moeten erkentelijk zijn voor het werk en de voorstellen die de rapporteur naar voren heeft gebracht. We kunnen niet meer van haar verlangen, aangezien de Raad en de Commissie hun werk nog niet hebben afgerond en de definitieve inhoud van de bijlagen nog niet hebben gepresenteerd. Het werk gaat door en de uitkeringsgerechtigden moeten ook blijven wachten, gefrustreerd als ze zijn omdat de uitkeringen niet volledig worden uitbetaald, over de bureaucratie en de lange tijd die ze op een vergoeding moeten wachten.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, dit zijn verordeningen die de algemene richting van het Europese beleid bevestigen en te maken hebben met het oplossen van praktische problemen met betrekking tot de sociale zekerheid van de Europese burgers en ook van hen die in EU-lidstaten wonen en werken.

Wanneer ze in werking treden, wanneer de toepassingsverordening die momenteel in het kader van een medebeslissingsprocedure wordt herzien, ook wordt aangenomen, zullen ze de mobiliteit van werknemers versterken en het leven voor hun gezinnen gemakkelijker maken, zowel tijdens hun werkzaam leven als wanneer ze met pensioen zijn.

Volgens de rapporteurs, die ik wil feliciteren, zullen de beginselen voor de vereenvoudiging van de verordeningen het huidige coördinatiestelsel veranderen zonder dat het tot minder rechten voor de burger leidt, zoals het geval zou zijn geweest met harmonisatie.

Aan de behoefte aan effectiviteit en snelle oplossingen wordt tegemoetgekomen door de bureaucratische procedures te vereenvoudigen en door administratieve problemen die tussen de lidstaten spelen op te lossen. Een van de belangrijkste maatregelen is dat de lidstaten samenwerkingsinstanties en speciale verbindingsorganen benoemen om de verschillende aspecten van de sociale zekerheid in de betrekkingen tussen de lidstaten te dekken.

Een van deze kwesties is de langdurige zorg, een kwestie die op zeer ingewikkelde wijze wordt opgelost in het voorstel van het Parlement. Wij hopen dat er een gemakkelijkere weg wordt gevonden om het chronische probleem van een ouder wordend Europa op te lossen.

De betalingssystemen, de schikking van geschillen, de vergoeding van betaalde bedragen en de problemen waarmee burgers te maken krijgen bij het stapelen van rechten uit de perioden waarin ze in een andere lidstaat werkten, zijn momenteel grote obstakels. Wij hopen dat we ze binnen een gegeven termijn uit de weg kunnen ruimen door middel van de coördinatie die de nieuwe basisverordening en ook de toepassingsverordening tracht in te stellen.

Met de specifieke kenmerken van de nationale socialezekerheidsstelsels zal rekening worden gehouden in de bepalingen die gaan over de tenuitvoerlegging van de nationale wetgeving in bijlage XI. De rechten van buitenlandse werknemers vallen ook onder de verordening.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, extreemrechts zal nooit nalaten opmerkingen te maken wanneer we over deze kwestie debatteren – opmerkingen als “uitkeringstoeristen”. We horen hen nooit praten over “belastingtoeristen” of “staatshulptoeristen”. Het zijn altijd de armen en de minder bedeelden die op deze manier worden aangevallen.

Ik wil de twee rapporteurs feliciteren met deze verslagen. Helaas is het niet waarschijnlijk dat hun positieve werk veel aandacht zal krijgen van de media in de lidstaten, die doorgaans meer geïnteresseerd zijn in negatieve verhalen. Dit zijn ingewikkelde oplossingen waarbij wordt geprobeerd om de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten te coördineren, die op zichzelf ook al ingewikkeld zijn omdat ze proberen in te gaan op een hele reeks individuele omstandigheden. De verordeningen zijn van essentieel belang voor onze burgers en inwoners, in het bijzonder voor degenen die vlakbij de grens wonen en, wat niet ongebruikelijk is, in de ene lidstaat werken en in de andere wonen. Het is belangrijk te garanderen dat mensen die op deze manier wonen en werken zijn verzekerd tegen onvoorziene werkeloosheid, ziekte en ongevallen en uiteindelijk een pensioen krijgen. Zij moeten zekerheid hebben als we een vrij verkeer van personen in de Europese Unie willen garanderen.

Maar ik wil één kwestie naar voren brengen die niet door deze verordeningen wordt gedekt en ook in het algemeen niet wordt gedekt door de lidstaten. Dat is het vrije verkeer van personen met een handicap, die vaak persoonlijke hulp nodig hebben om zich vrij te kunnen bewegen.

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Maria Iacob-Ridzi (PPE-DE). - (RO) De regels met betrekking tot de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels houden nauw verband met het beginsel van het vrije verkeer van personen en moeten de levensstandaard en de arbeidsvoorwaarden van de burgers die in een andere lidstaat van de Europese Unie wonen verbeteren.

De huidige verordening in de versie die door de rapporteurs gewijzigd is vereenvoudigt al deze procedures en breidt de reikwijdte ervan uit tot alle categorieën burgers, zowel degenen die werk hebben als degenen zonder werk.

De Europese burgers moeten kunnen profiteren van pensioenrechten: het totaalbedrag zou overeen moeten komen met de lengte van hun dienstverband. Wanneer burgers zich in een andere lidstaat van de Europese Unie hebben gevestigd, moeten zij een administratief systeem kunnen vinden dat alle informatie met betrekking tot eerdere banen kan verzamelen, en ook met betrekking tot de financiële rechten die uit hun beroepsactiviteit voortvloeien.

Daarom had ik graag gewild dat er in het voorstel van de Commissie zo nauwkeurig mogelijke oplossingen werden gegeven over de manier waarop de lidstaten de informatie over sociale rechten op een efficiënte kunnen overdragen. Daarnaast ben ik van mening dat de huidige verordening van essentieel belang is voor de Europese arbeidsmobiliteit.

Uit een Eurobarometer-enquête blijkt dat meer dan vijftig procent van de burgers zich ontmoedigd voelt door het gebrek aan sociale zekerheid dat ze verwachten te vinden als ze voor werk naar een andere lidstaat zouden gaan. Daardoor woont slechts twee procent van de Europese burgers in een andere lidstaat dan waaruit ze afkomstig zijn.

Als we echt willen dat mobiliteit een drijvende kracht achter de Europese economie wordt, dan moeten we alle administratieve obstakels met betrekking tot het meenemen van sociale rechten uit de weg ruimen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joel Hasse Ferreira (PSE). (PT) Commissaris Špidla, beste collega’s, het is noodzakelijk dat we de sociale zekerheid op Europees niveau coördineren, vandaar deze gelegenheid om over deze kwestie te debatteren. Ten eerste verwelkom ik het werk dat door de rapporteurs, Emine Bozkurt en Jean Lambert, is verricht. Ten tweede zou ik de aandacht willen vestigen op de volgende punten: de absolute noodzaak te garanderen dat de nationale stelsels verenigbaar met elkaar zijn, niet alleen in de publieke sector, maar ook in onze private sector en de mutualistische sector. Een dergelijke verenigbaarheid zal bijdragen aan een grotere mobiliteit en werknemers de kans bieden om zich in heel Europa vrij te bewegen.

Mijnheer de Voorzitter, in deze context is het belangrijk dat er vooruitgang wordt geboekt met het stapelen van het recht op een uitkering in verschillende lidstaten, net zoals het belangrijk is dat wordt gegarandeerd dat de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels de rechten van de burgers versterkt en nooit inperkt. Daarnaast is het van essentieel belang om de regels te vereenvoudigen, zodat de burgers de beginselen en de taal die door de Europese instellingen wordt gebruikt kunnen begrijpen en het gevoel hebben dat Europa van hen is.

We weten dat het niet gemakkelijk is om socialezekerheidsstelsels te managen, maar het is van essentieel belang dat de burgers van Europa begrijpen welke criteria we hanteren. Ik zou nog verder willen gaan en zeggen dat deze coördinatie ons zeker zal helpen ons wederzijds begrip van de verschillende socialezekerheidsstelsels te vergroten. We moeten toe naar een verbeterde sociale zekerheid voor alle Europeanen, naar een stelsel van sociale zekerheid dat leert van de beste praktijken van de verschillende stelsels, vandaag gaat het om een betere coördinatie en wie weet morgen om harmonisatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) De interne markt, die de vier vrijheden omarmt, is een van de meest essentiële prestaties van de Europese Unie. De aanneming van de dienstenrichtlijn en het vrije verkeer van personen heeft de burgers van de Europese Unie voordelen gebracht.

Van de andere kant wenden de burgers zich tot ons met de problemen waarop ze stuiten als ze gezondheidszorg of maatschappelijke zorg nodig hebben. De lidstaten hebben elk hun eigen, specifieke stelsel van sociale zekerheid. Ik ben ervan overtuigd dat de coördinatie van de stelsels, transparantie, uitbanning van bureaucratie en het systeem van elektronische gegevensuitwisseling heilzaam zal zijn voor alle burgers van de EU.

Ik wil alle leden bedanken voor het zeer interessante debat van vandaag en de rapporteurs voor hun prikkelende werk.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Dames en heren, dank u voor het gedetailleerde debat dat naar mijn mening getuigt van de hoge kwaliteit van het verslag in kwestie. We hebben op dit moment een bepaald stadium bereikt wat ons werk aan de nieuwe verordening betreft. Ook al zijn op dit moment nog niet alle problemen opgelost, toch hebben we in alle opzichten succes geboekt, zoals uit het debat is gebleken. Het Europese stelsel coördineert de socialezekerheidsstelsels. Dit betekent niet dat het nieuwe rechten definieert. Op dit niveau definiëren we geen nieuwe rechten. Wat we wel doen is dat we de praktische toepassing van rechten verbeteren voor burgers die zich in de Europese Unie bewegen. Dit zijn tientallen miljoenen mensen, tientallen miljoenen gevallen. Mag ik daarom opnieuw benadrukken hoe belangrijk dit debat is, omdat het een buitengewoon praktijkgericht debat is en bijna alle burgers van de Europese Unie raakt. Ik wil ook benadrukken dat de technische voorstellen die zijn ingediend ook een elementaire politieke strekking hebben, omdat het vrije verkeer van personen en aanspraak kunnen maken op rechten volgens mij tot de grondbeginselen behoren waarop de Europese Unie is gebouwd.

Dames en heren, mag ik heel kort reageren op een opmerking die we hebben gehoord over nieuwe richtlijnen inzake het vrije verkeer van patiënten die ingediend zullen worden. Ik wil benadrukken dat het niet gaat om het vrije verkeer van diensten; met andere woorden, alle parallellen met vorige richtlijnen zijn onjuist. Verder ben ik van mening dat het grondige debat in het Parlement zal bewijzen dat deze voorstellen vooruitgang betekenen voor de burgers van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou alle leden die een bijdrage aan het debat hebben geleverd willen bedanken.

Het is duidelijk dat sommige mensen een ingewikkeld leven blijken te leiden. De situatie kan in feite erg eenvoudig zijn als de grens misschien nog geen tien kilometer van huis ligt en ze op zoek zijn naar werk of andere dingen.

Het is zeker duidelijk uit enkele toespraken die we in dit Huis hebben gehoord dat het huidige stelsel niet goed wordt begrepen, noch door de regeringen van enkele lidstaten, noch in dit Huis zelf. Coördinatie van socialezekerheidsstelsels bestaat reeds, dat is niet nieuw. Wat dit doet is moderniseren, toepassen en vereenvoudigen. Ieder van u die een Europese ziektekostenpas bij zich heeft – wat u uiteraard allemaal hebt – weet dat we zelfs onder het bestaande stelsel kunnen vereenvoudigen.

Ik beveel amendement 30 van artikel 11, lid 1 aan de man aan die niet zeker wist of hij nu wel of niet een grensarbeider is.

In deze toepassingsverordening wordt ook geprobeerd duidelijk uiteen te zetten welke rechten mensen hebben. Dat is het doel van amendement 34 en van amendement 125, dat een nadere toelichting is en geen nieuwe rechten verleent aan iemand die werk zoekt in twee lidstaten.

Ik zou u nogmaals met klem willen verzoeken om de tekst van de commissie over de gegevensbank te steunen. Als deze niet effectief functioneert – en het is iets dat de regeringen van de lidstaten ook willen – dan wordt het moeilijk om aan welke termijnen dan ook te voldoen die dit Huis vandaag besluit in te stellen.

Ik beveel het standpunt van de commissie ten aanzien van beide verslagen aan het Huis aan en kijk uit naar de stemming die over een paar minuten plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Emine Bozkurt, rapporteur. (NL) Ik heb niet meer zo heel veel te zeggen. Ik wil alle mensen die hebben bijgedragen aan het debat enorm bedanken, ook voor hun steun, en ik kijk uit naar de stemming zo direct.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, maandagavond konden we ons gelukkig prijzen met een bezoek van de minister, de heer Jouyet, en het belang dat het Franse voorzitterschap lijkt te hechten aan het werk van dit Parlement.

Maar nu we vandaag over de sociale zekerheid debatteren is de bank van het voorzitterschap hopeloos leeg gebleven. Ik hoop niet dat dit duidt op desinteresse van het Franse voorzitterschap van de Unie voor een onderwerp dat zo belangrijk is als de sociale zekerheid.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

Aan de orde zijn de stemmingen.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 

4. Besluit inzake toepassing van de urgentieprocedure
  

Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van een tijdelijke specifieke actie ter bevordering van de herstructurering van de door de economische crisis getroffen vissersvloten van de Europese Unie (COM(2008)0454 - C6-0270 /2008 -2008/0144(CNS))

 
  
MPphoto
 
 

  Philippe Morillon, voorzitter van de Commissie visserij. (FR) Dames en heren, wij hebben inderdaad dit verzoek om een urgentieprocedure gekregen en dit is door de Commissie visserij in overweging genomen op de speciale vergadering die ons hier om 10.00 uur heeft bijeengebracht. De Commissie visserij heeft zich unaniem vóór deze urgentieprocedure uitgesproken en ik bedank haar bovendien voor de snelle afwikkeling van deze zaak.

 
  
  

(Het Parlement stemt in met de urgentieprocedure)(1)

 
  

(1) Zie voor nadere informatie de notulen.


5. Stemmingen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde zijn de stemmingen.

(Voor uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)

 

5.1. Jaarlijkse actieprogramma’s voor Brazilië en Argentinië voor het jaar 2008 (2008) (B6-0336/2008) (stemming)

5.2. Prioriteiten van de EU voor de 63ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (A6-0265/2008, Alexander Graf Lambsdorff) (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

5.3. Wijziging van Richtlijn 2004/49/EG inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen (A6-0223/2008, Paolo Costa) (stemming)

5.4. Wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau (A6-0210/2008, Paolo Costa) (stemming)

5.5. Regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (herschikking) (A6-0264/2008, Arūnas Degutis) (stemming)

5.6. Programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek (MEETS) (A6-0240/2008, Christoph Konrad) (stemming)
  

− Vóór de stemming:

 
  
MPphoto
 
 

  Christoph Konrad, rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, zeer geachte dames en heren! Mag ik een paar opmerkingen over dit verslag maken, dat uiteindelijk natuurlijk ook een bijdrage levert aan het proces van deregulering en het terugdringen van de bureaucratie.

Door middel van dit verslag wordt in de jaarlijkse rapportageplicht van de Commissie aan het Parlement voorzien, die ons op de hoogte houdt hoe het proces van deregulering en het terugbrengen van de bureaucratie voortschrijdt, en in welke mate dit succesvol is. Maar we kunnen als Parlement een nog veel prominentere rol in dit proces spelen. Daarom hoop en wens ik dat we, naast deze rapportageplicht van de Commissie, zelf ook veel actiever aan dit proces deelnemen, bijvoorbeeld door ons werk in de commissies. In het bijzonder de Commissie economische en monetaire zaken kan hier de leiding nemen, ook in de dialoog met commissaris Verheugen en de Stoiber-groep.

Daarom moeten wij als Parlement op dit punt nog ons huiswerk maken en ik wil deze gelegenheid te baat nemen om dit ook te onderstrepen.

 

5.7. Batterijen en accu’s alsook afgedankte batterijen en accu’s (A6-0244/2008, Johannes Blokland) (stemming)

5.8. Beperking van het op de markt brengen en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen en preparaten (A6-0135/2008, Miroslav Ouzký) (stemming)

5.9. Voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetten (A6-0253/2008, Atanas Paparizov) (stemming)

5.10. Interne markt voor aardgas (A6-0257/2008, Romano Maria La Russa) (stemming)
  

− Vóór de stemming:

 
  
MPphoto
 
 

  Romano Maria La Russa, rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, gisteren heb ik door de beperkte tijd niet, zoals ik had willen doen, al diegenen kunnen bedanken met wie ik heb samengewerkt. Dit is een moeilijke richtlijn geweest en er zijn zeer lange discussies gevoerd, maar ik geloof dat we uiteindelijk tot een goede conclusie zijn gekomen.

Ik wil bovenal al mijn collega’s van de Commissie industrie, onderzoek en energie bedanken voor hun samenwerking, in het bijzonder de schaduwrapporteurs, de heren Reul, Swoboda, Manders, Turmes, Seppänen, en natuurlijk commissaris Piebalgs – ik hoop dat ik niemand vergeten ben – en ook de heer Vidal-Quadras voor zijn samenwerking. Uiteraard gaat mijn dank ook uit naar het hele secretariaat, mijn personeel en mijn medewerkers.

Slechts drie seconden. Dit is een richtlijn die interessant en buitengewoon belangrijk is. Het is een richtlijn – mag ik alstublieft nog drie seconden iets zeggen. Het is een richtlijn – we verliezen zo veel tijd in dit Parlement! – die alle Europeanen aangaat; het is een richtlijn die van belang is voor ondernemingen, helaas vaak in de vorm van monopolies, en voor de consument.

Ik geloof dat we in ons werk hebben geprobeerd om niet de producenten of consumenten te straffen, maar we hebben geprobeerd - dank u voor uw applaus maar ik ga door – te werken voor alle Europese burgers in de zin … Goed, u hebt haast, laten we snel afronden. Dit is, en ik dank u, een zeer mooie uitdrukking van parlementaire democratie in Europa.

(Applaus)

 

5.11. Coördinatie van socialezekerheidsstelsels: wijze van toepassing (A6-0251/2008, Jean Lambert) (stemming)
  

− Vóór de stemming over amendement 79:

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Cremers (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou willen voorstellen om de volgorde van de stemming om te draaien. Amendement 79 is breder en amendement 163 is een inperking van amendement 79, amendement 79 is dus het meest verstrekkend. Daarom zouden we dat eerst willen hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − De reden dat het in deze volgorde is gezet is de toevoeging van het woord “ernstige” in amendement 163.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Lambert, rapporteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vind het prima om de volgorde om te draaien, zoals door de PSE-Fractie is voorgesteld.

 

5.12. Coördinatie van socialezekerheidsstelsels: bijlage XI (A6-0229/2008, Emine Bozkurt) (stemming)

5.13. Uitbreiding van de bepalingen van Verordening (EG) nr. 883/2004 en Verordening (EG) nr. […] tot onderdanen van derde landen die enkel door hun nationaliteit nog niet onder deze bepalingen vallen (A6-0209/2008, Jean Lambert) (stemming)

5.14. Wijziging van artikel 29 van het Reglement (A6-0206/2008, Richard Corbett) (stemming)
  

− Vóór de stemming:

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, in plaats van artikel 151 van ons Reglement over de ontvankelijkheid van amendementen in te roepen, zou ik het Parlement willen voorstellen, aangezien dit amendement slechts in de verte verband houdt met de oorspronkelijke tekst van het verslag, om de tekst terug te verwijzen naar de commissie.

Beste collega’s, ik zal dit voorstel in het kort rechtvaardigen. Het belangrijkste doel van het verslag-Corbett is, zelfs volgens de heer Corbett zelf, te voorkomen dat de Parlementsleden die positief staan tegenover de verdediging van de nationale identiteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid, een fractie kunnen oprichten.

Ik zou uw aandacht echter willen vestigen op de verderfelijke effecten van dit verslag. In de volgende zittingsperiode zou het kunnen leiden tot een groot aantal niet-ingeschreven afgevaardigden die, wanneer ze hun gemeenschappelijke affiniteit hebben ontdekt, besluiten om een politiek incorrecte fractie op te richten, dat zeker, maar die in werkelijkheid nog meer afgevaardigden zou tellen dan u vreest.

Ik volg dus de geheel en al antidemocratische, partijdige en sektarische logica van de heer Corbett en de opstellers van dit plan en ik vestig hun aandacht op de verderfelijke effecten van dit soort teksten. Ik stel voor dat u in de commissie nadenkt over de gevolgen die een dergelijke bepaling kan hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Gollnisch, ik was voorzitter toen uw fractie werd ontbonden.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de slechtst mogelijke reden om het Reglement te veranderen is om het op één bepaalde persoon of één bepaalde groep mensen te richten. Dat is het verschil tussen de rechtsstaat en willekeur. Hoe dan ook, ik ben van mening dat dit verslag in zijn huidige staat onwettig is, omdat er in de commissie tegen het verslag in zijn oorspronkelijke vorm werd gestemd. De gewijzigde versie die nu bij het Parlement is ingediend lijkt zo weinig op het origineel dat in de commissie werd verworpen, dat ik denk dat we, als we ons Reglement stipt volgen, geen andere mogelijkheid hebben dan het naar de commissie of naar de juridische diensten voor arbitrage terug te verwijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jo Leinen (PSE), voorzitter van de Commissie constitutionele zaken. (DE) Mijnheer de Voorzitter, er is geen enkele reden om dit verslag terug te verwijzen. Als de heer Gollnisch zijn argumenten naar voren had willen brengen, had hij naar de commissie kunnen komen, maar hij was er niet.

Wij hebben dit alles besproken en ik zou mijn collega’s er op willen wijzen dat dit Parlement na de grote uitbreiding is gegroeid van 626 leden tot het huidige niveau van 785, en nu van 732 tot 751 moet groeien en bij de hervorming van het Parlement natuurlijk ook de grootte van de fracties moet worden aangepast. Dat hebben we in het verleden altijd gedaan en dat doen we nu weer. De wijzigingsvoorstellen die hier zijn ingediend zijn immers ook compromisvoorstellen.

Daarom, mijnheer de Voorzitter, ben ik ervoor dat we vandaag stemmen en de zaak niet nog een keer terugverwijzen. Dat zal niets opleveren.

 
  
  

(Het verzoek om terugverwijzing naar de commissie wordt afgewezen)

- Vóór de stemming over amendement 3:

 
  
MPphoto
 
 

  Hanne Dahl, namens de IND/DEM-Fractie.(DA) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de redenen voor mijn mondelinge amendement kort willen toelichten en het gaat in feite zowel de heer Corbett als de heer Leinen aan, die de grootte van het Parlement als argument noemde voor deze verandering. Het huidige mondelinge amendement, dat ik namens mijn fractie indien, is een natuurlijke uitwerking van de amendementen die in 2002 werden aangenomen toen de heer Corbett rapporteur was. Ik volg daarom nauwgezet zijn redenering, waarbij rekening wordt gehouden met de uitbreiding van de EU van 15 tot 25 landen. Als we dezelfde verhouding gebruiken voor een EU die nu uit 27 landen bestaat, komen we uit op een cijfer van 3 procent, dat een vijfde van deze naties moet vertegenwoordigen, wat leidt tot een ondergrens van 22 voor het aantal leden. Ik hoop dat mijn amendement wordt gezien voor wat het is, namelijk een compromistekst. In de onderhandelingen van gisteren werd bepleit dat wij een compromis zouden proberen te bereiken, een waarvan de tekst volledig consistent is met de redenering die door de heer Corbett in 2002 werd gebruikt. Het mondelinge amendement luidt als volgt. Ik zal het hardop voorlezen in het Engels, omdat ik alleen de Engelse versie heb, die vandaag onder de leden is uitgedeeld.

(EN) “A political group shall comprise Members elected in at least one fifth of the Member States. The minimum number of Members required to form a political group shall be 3 procent of the total number of Members.” (“Een fractie bestaat uit leden die in minstens een vijfde van de lidstaten zijn gekozen. Het minimum aantal leden dat vereist is om een fractie op te richten is drie procent van het totale aantal leden.”)

(DA) Ik zou mijn collega-Parlementsleden met klem willen verzoeken om vóór dit mondelinge amendement te stemmen, omdat het een compromis is waarin wij die tegen het oorspronkelijke voorstel zijn toch de logica van de heer Corbett trouw blijven.

 
  
  

(Het mondeling amendement wordt niet in aanmerking genomen)

 

5.15. De taak van de nationale rechter binnen het Europees gerechtelijk apparaat (A6-0224/2008, Diana Wallis) (stemming)

5.16. WTO-geschil Airbus/Boeing (stemming)

5.17. Een Europees strategisch plan voor energietechnologie (A6-0255/2008, Jerzy Buzek) (stemming)

5.18. Het antwoord van de EU op staatsinvesteringsfondsen (stemming)

5.19. Een nieuwe stedelijke mobiliteitscultuur (A6-0252/2008, Reinhard Rack) (stemming)

5.20. Jaarverslag 2007 van de ECB (A6-0241/2008, Olle Schmidt) (stemming)

6. Besluit tot het uitroepen van 2011 tot het 'Europees jaar van de vrijwilligers' (schriftelijke verklaring): zie notulen

7. Stemverklaringen
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Aanbeveling voor tweede lezing: Arūnas Degutis (A6-0264/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE).(LT) Vandaag hebben we in het Europees Parlement in tweede lezing de resolutie aangenomen inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap.

We zijn bezig met de wijzing van de verordening die sinds 1992 van kracht is en ik zou opnieuw willen wijzen op de amendementen die van het grootste belang zijn voor onze burgers, in de eerste plaats voor passagiers en bemanningsleden. Ik heb het over de maatregelen die in beraad zijn en waarmee we transparante vliegticketprijzen kunnen krijgen en actiever kunnen zijn in het uitbannen van misleidende reclame en oneerlijke concurrentie op het gebied van het luchtvervoer.

De amendementen die zijn bedoeld om te garanderen dat men zich beter aan de veiligheidsnormen tijdens de vlucht houdt en ook aan sociale garanties voor de bemanning zijn heel belangrijk. Het lijkt alsof alle meningsverschillen tussen de Commissie en de Raad zijn opgelost en daarom zou de verordening eind dit jaar in werking moeten treden.

Ik hoop van harte dat de gewijzigde verordening op de juiste manier in alle lidstaten van de EU ten uitvoer zal worden gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). (CS) Dames en heren, vandaag hebben we na zestien jaar eindelijk het groene licht gegeven voor het vereenvoudigen, uniformeren en tegelijkertijd opleggen van strengere beperkingen aan de verlening en intrekking van exploitatievergunningen in de luchtvaart. Ik hoop dat deze verordening er niet toe leidt dat kleine bedrijven van sportvliegtuigen failliet gaan. Ik heb vóór de verordening gestemd. Ik geloof oprecht dat de verordening het werkelijk mogelijk zal maken om de exploitatievergunning van bedrijven in te trekken die klanten oplichten door slechts hun tarieven te geven zonder de bijkomende belasting, kosten of brandstoftoeslagen en daarom niet de volledige prijs van een vliegticket geven. Ik hoop dat de toezichthouder zich ook zal richten op prijsdiscriminatie op grond van woonplaats. Ik geloof dat de gewijzigde verordening tot een betere veiligheid zal leiden bij de exploitatie van luchtvaartdiensten, in het bijzonder door de voorwaarden te uniformeren waaronder vliegtuigen met personeel uit de EU en ook uit derde landen worden geleast.

 
  
  

- Verslag: Miroslav Ouzký (A6-0135/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi (PSE). - (HU) Dank u zeer, mijnheer de Voorzitter. Als verantwoordelijke socialist voor dit onderwerp heb ik de compromisaanbevelingen gesteund die door de heer Ouzký tot stand zijn gebracht. Ik beschouw het als een succes voor het Parlement en ook voor de socialistische fractie dat ook de Raad het feit heeft geaccepteerd dat we het gebruik van de twee glycoloplossingen meer moeten beperken, waardoor we de gezondheid van onze burgers beschermen.

De stof die DEGME wordt genoemd schaadt de gezondheid wanneer hij door de huid wordt opgenomen. Het is alom bekend dat deze stof schadelijk is voor het voortplantingsvermogen. Het is daarom een belangrijk succes dat wij het gebruik ervan niet alleen in verven hebben verboden, maar ook in reinigingsmiddelen en vloerverzorgingsproducten. Oorspronkelijk wilde de Commissie alleen DEGME in verven verbieden, maar door de samenwerking van alle partijen hebben we bereikt dat de stof ook in reinigingsmiddelen wordt beperkt.

Inademing van het oplosmiddel DEGME is schadelijk voor de gezondheid van de mens. Volgens het verslag van de Europese Commissie zou het alleen in spuitverven worden verboden, maar wederom, na een aanbeveling van de socialisten, is het ook beperkt in reinigingsmiddelen in spuitbussen. Aangezien er geen plenair debat is geweest, wilde ik de inhoud van de compromisaanbevelingen hier noemen.

 
  
  

- Verslag: Romano Maria La Russa (A6-0257/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE).(MT) Het is belangrijk dat het Europees Parlement zich bewust is van de situatie in mijn land met betrekking tot de water- en elektriciteitsprijzen en het effect van het besluit van vandaag, dat wil zeggen met betrekking tot deze zaak. Daarom leg ik uit waarom ik zo heb gestemd. Sinds de regering de prijs van olie heeft verhoogd, heeft het de rekening van de consument verhoogd door een toeslag op te leggen. Deze maand heeft zij aangekondigd dat deze toeslag tot 96 procent zal stijgen. Dit zal nieuwe armoede veroorzaken, armoede die te boek zal staan als energiearmoede. Tegelijkertijd komt de regering niet met een oplossing voor de korte of lange termijn. Er is geen beleid inzake alternatieve energie, ondanks het feit dat we in mijn land veel zon en wind hebben, en zelfs niet inzake schonere energie zoals gas; de regering heeft zelfs nog geen begin gemaakt met erover nadenken. Daarom heb ik zo gestemd en daarom is wat we vandaag hebben gedaan belangrijk, zo niet historisch.

 
  
MPphoto
 
 

  Oldřich Vlasák (PPE-DE).(CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil graag uitleggen waarom ik heb gestemd zoals ik heb gestemd inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2003/55/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas. Het belangrijkste deel van de richtlijn gaat ongetwijfeld over het voorstel voor de ontvlechting van de eigendom, hetgeen expliciet zou voorkomen dat verticaal geïntegreerde bedrijven een belang zouden hebben in zowel de productie als de transmissie van gas. Ik heb voor het geamendeerde compromisvoorstel gestemd, omdat ik ervan overtuigd ben dat er rekening moet wordt gehouden met de zorgen van landen die tegen volledige ontvlechting van de eigendom zijn. Ik ben het met de Commissie eens dat de Europese markt voor aardgas te lijden heeft van een gebrek aan investeringen in de transmissie-infrastructuur en een geringe mate van coördinatie tussen de exploitanten van de afzonderlijke transmissiesystemen. Volgens mij moeten we echter rekening houden met het feit dat de aardgasmarkt en de elektriciteitsmarkt structureel van elkaar verschillen en moeten we ze daarom van elkaar onderscheiden. De liberalisering van de gasmarkt moet geleidelijk en symmetrisch worden uitgevoerd. Het is noodzakelijk dat we ons speciaal richten op de harmonisatie van de mate van openheid van de nationale markten.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato (ALDE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb me bij de eindstemming van stemming onthouden en heb tegen het voorstel van de zogenoemde “derde weg” gestemd wat betreft de scheiding van producenten en netwerken in de gasmarkt, omdat we een grote kans hebben laten schieten om het beginsel van vrije concurrentie in de gasmarkt te bekrachtigen. We hadden moeten navolgen wat in de elektriciteitsmarkt heeft plaatsgevonden; deze derde weg biedt in de praktijk juist een garantie voor monopolies en voormalige monopolies in Europa; onze nationale markten zullen daarom onvergelijkbaar blijven, waardoor het vooruitzicht op een echte Europese energiemarkt nog verder weg is.

Nog erger is het feit dat deze onduidelijke derde weg in de praktijk betekent dat de voormalige monopolies verder worden gestimuleerd en geholpen om overeenkomsten aan te gaan die vergelijkbaar zijn met die met de Russische gasreus Gazprom.

 
  
  

- Verslag: Jean Lambert (A6-0251/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter! Wij hebben, zoals u allen weet, sinds 2004 een EU-Verordening over de harmonisatie van de Europese socialezekerheidsstelsels, maar helaas geen verordening om deze ten uitvoer te brengen. Met het besluit van het Europees Parlement hebben we eindelijk ook regels voor de tenuitvoerlegging tot onze beschikking, dat wil zeggen dat we een instrument hebben dat de mobiliteit in de Europese Unie bevordert zonder dat dit ten koste gaat van de sociale zekerheid.

We hebben door de oprichting van verbindingsorganen ook de mogelijkheid praktische hulp te bieden aan degenen die over de grens werken, door bijvoorbeeld vragen te beantwoorden over waar en hoe zij een pensioen kunnen aanvragen. Dat betekent dat wij in het Europees Parlement hebben gegarandeerd dat mensen echte hulp kunnen krijgen bij sociale aangelegenheden.

 
  
  

- Verslag: Emine Bozkurt (A6-0229/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (NI). - (NL) Ik heb mij van stemming over het verslag-Bozkurt onthouden, hoewel ik in principe niet tegen een beperkte vorm van coördinatie van de diverse socialezekerheidsstelsels tussen de lidstaten van de Europese Unie ben, zeker niet wanneer dit tot voordeel strekt voor Europese burgers die in andere lidstaten dan de hunne verblijven.

Ik wil echter opnieuw waarschuwen tegen harmonisatie, of nog slechter, tegen eenvormigheid van de diverse stelsels van sociale zekerheid in de verschillende lidstaten. Als Vlaming ben ik er bij wijze van spreken een bevoorrechte getuige van hoe een eenvormige Belgische sociale zekerheid voor slechts twee volkeren, Vlamingen en Walen, totaal onwerkbaar is en tot grote misbruiken leidt. Laat elke lidstaat dus in godsnaam zijn eigen sociale zekerheid organiseren en ook zelf financieren, anders komt er hoe dan ook een slechter, duurder en minder efficiënt systeem met grote misbruiken en uiteindelijk zal dat leiden tot minder solidariteit, in plaats van tot meer solidariteit tussen de Europese volkeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil hier ook verklaren dat ik vóór dit verslag heb gestemd, omdat hier een nieuwe verordening de oude verordening vervangt en daardoor de stelsels van sociale zekerheid beter dan tot nu toe gecoördineerd kunnen worden, omdat de betreffende wettelijke bepalingen vereenvoudigd en gewijzigd worden en wij daardoor ook in samenhang met het verslag-Lambert kunnen bereiken wat wij willen, namelijk een verdere bijdrage aan een grotere mobiliteit in de Europese Unie en de mogelijkheid om het recht op een uitkering mee te nemen als men over de grens gaat werken.

Dat is een bijdrage aan de sociale zekerheid in de Europese Unie.

 
  
  

- Verslag: Richard Corbett (A6-0206/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (NI). - (NL) Dank u Voorzitter, daarmee zijn wij vandaag dus toe aan het tweede schuifje van de inspanningen van rapporteur Corbett om het Parlement nog beter te stroomlijnen als het schoothondje van de politiek correcte eurocratenkaste.

Gisteren werd beslist dat wij als parlementsleden nog nauwelijks parlementaire vragen mogen stellen, inclusief een systeem van zelfcensuur door de Voorzitter van dit Parlement. Vandaag wordt het moeilijker gemaakt om fracties te vormen, waarbij de rapporteur trouwens nadrukkelijk, en in zekere vorm eerlijk, erkent dat deze maatregel er vooral komt om de eurokritische rechterzijde in dit Parlement te treffen. Daarmee is dan de cirkel rond. De eurokritische stem in dit Parlement, zeker van de rechterzijde, moet monddood worden gemaakt. De eurokritische stem bij volksraadplegingen als in Ierland, Nederland en Frankrijk wordt, zoals wij gewend zijn, gewoon genegeerd alsof zij niet bestaat. Dit is een soort Mugabe-democratie in euroversie. Een mooie democratie is dat!

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, de rapporteur, de heer Corbett, heeft zich buiten de Commissie constitutionele zaken in beledigende termen uitgelaten over de politieke familie waarvan ik hier een van de vertegenwoordigers ben; hierdoor komt zijn onpartijdigheid duidelijk in het geding.

Het verslag is buitengewoon discutabel en de inhoud ervan werd in de commissie drastisch ingekort; het enige wat overbleef waren regelingen die moesten verzekeren dat politiek correcte fracties waarvan het totaal aantal leden onder het vereiste minimumaantal zou zakken zouden overleven, en men heeft slinks een amendement toegevoegd dat er nu net op gericht is om te voorkomen dat onze politieke familie een fractie kan oprichten. De redenen die naar voren zijn gebracht zijn absolute drogredenen; het is voldoende om de bijlage van het verslag te raadplegen om te zien dat er geen enkel nationaal parlement is waar het minimum aantal afgevaardigden hoger is dan twintig om een fractie op te richten. Dit aantal is trouwens vaak veel lager: vijftien, tien of acht, en soms is slechts één persoon voldoende om een politieke fractie op te richten.

Het verslag-Corbett is daarom een aantasting van de democratie en eenvoudigweg van de elementaire regels van fair play.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). - (NL) Dit verslag-Corbett heeft maar één bedoeling en dat is het monddood maken van de rechtse nationale krachten in het Europees Parlement. De fractievoorzitter van mijnheer Corbett maakt daar trouwens geen geheim van. Toen de ITS-Fractie in januari 2007 werd opgericht, heeft hij openlijk gezegd dat het Reglement speciaal zou worden aangepast om de vorming van een rechtse fractie in de toekomst onmogelijk te maken.

Ongetwijfeld zullen andere fracties collaterale schade oplopen, maar daar ligt de heer Corbett niet wakker van. Waarschijnlijk treft zijn voorstel een eurosceptische fractie. De socialisten in dit Parlement kunnen blijkbaar niet verdragen dat alle politieke strekkingen over dezelfde middelen en dezelfde politieke rechten beschikken. Deze Mugabe-filosofie maakt integraal deel uit van het democratische tekort in Europa, net zoals men weigert rekening te houden met het democratische oordeel van de kiezers in Frankrijk, in Nederland en in Ierland. Wees gerust, mijnheer de Voorzitter, dat wij daar in Vlaanderen volgend jaar een verkiezingsthema van zullen maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het feit dat we vandaag überhaupt hierover hebben gestemd lijkt mij een schending van het Reglement van dit Parlement. De commissie heeft het verslag verworpen, omdat de voorzitter van de commissie volgens mij een misrekening had gemaakt over wie er bij de stemming aanwezig zouden zijn, waarop hij de reglementen gewoon aan zijn laars heeft gelapt en verder is gegaan met een gewijzigde versie ervan.

Waarom hebben we ons al die moeite gedaan? Wat is er zo belangrijk dat we onze eigen reglementen niet meer volgen? Welnu, het antwoord is uiteraard zoals we weten – en de rapporteur is hier duidelijk over geweest – om te voorkomen dat de eurosceptici een fractie gaan oprichten.

Maar waarom bent u zo bang? Waar wordt u zo zenuwachtig van? Wij zijn slechts met 50, misschien hooguit 60 mensen op 785 Parlementsleden. Zou het kunnen zijn dat de mensen over wie u zich werkelijk zorgen maakt uw eigen kiezers zijn en dat u de minachting en angst die u voelt voor het electoraat van Europa dat “nee” stemt wanneer het de kans krijgt sublimeert en projecteert op ons, dat u op ons, hun zichtbare woordvoerders in deze Kamer, afreageert wat u niet durft te zeggen over de mensen aan wie u uw zetel te danken hebt?

Als ik het bij het verkeerde eind heb, bewijs dat dan: houd de referenda die u ooit hebt beloofd. Pactio Olisipiensis censenda est!

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Pęk (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verslag van de heer Corbett gestemd, omdat ik het een symptoom van extreme discriminatie vind in het hart van dit veronderstelde democratische Europees Parlement, dat administratieve methoden probeert te gebruiken om het onmogelijk te maken om fracties op te richten die niet denken of handelen op een wijze die de meerderheid politiek correct vindt. Dit is dubbele discriminatie, omdat administratieve methoden worden gebruikt om een halt toe te roepen aan de oprichting van fracties en tegelijkertijd aanzienlijke sommen extra financiële steun worden gegeven aan de georganiseerde fracties, wat hun een extra voordeel geeft. Deze discriminatie druist in tegen het fundament van de Europese Unie en de grondslagen waarop de EU zou zijn gebouwd. Ik protesteer zeer heftig tegen deze stap; u moet zich geen illusies maken over het feit dat u, ook al ben u in staat om dit erdoor te krijgen, in staat zult zijn om het er bij de naties van Europa door te krijgen. Zij zullen beslist bezwaar aantekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, zelden heb ik zulke onzin gehoord als net van het Vlaams Blok, het Front National en Dan Hannan. Dit verslag censureert niemand en ook leidt deze wijziging van het Reglement er niet toe dat iemand zijn recht om te stemmen, spreken en handelen als lid van het Europees Parlement kwijtraakt.

Deze wijziging van het Reglement gaat om het volgende: welk getal stel je als drempel in om de leden in staat te stellen om een fractie op te richten en daardoor gebruik te kunnen maken van extra geld van de belastingbetaler en extra middelen om politiek actief te zijn? Elk nationaal parlement dat een fractiestelsel heeft, stelt een drempel in. Wij hadden een bijzonder lage drempel – als percentage lager dan bijna alle nationale parlementen. Het is heel goed dat we hier eens naar kijken.

Ik zie dat uiteindelijk bijna alle fracties het compromis hebben gesteund, zowel de grote als de kleine fracties. Ik zie dat de woordvoerder van de Fractie Onafhankelijkheid en Democratie zelf – de eurosceptische IND/DEM-Fractie – een alternatief getal van drie procent heeft voorgesteld: 22 leden van het EP. Zij erkennen dus zelf dat het huidige getal moet worden verhoogd, dat het momenteel te laag is. Eerlijk gezegd, is het verschil tussen hun getal van 22 en het getal 25 dat is aangenomen nu werkelijk een aanval op de democratie? Och, kom nou toch!

 
  
  

- Verslag: Jerzy Buzek (A6-0255/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Leopold Józef Rutowicz (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de heer Buzek geeft een gedetailleerde beoordeling van alle strategische maatregelen op het gebied van de energietechnologie. Helaas betekende een gebrek aan financiering van al het benodigde onderzoek, plus de plotselinge stijging van de gas- en olieprijzen dat we ons onderzoek hebben moeten richten op kwesties die te maken hebben met het terugdringen van het gebruik van gas en olie om elektriciteit op te wekken. Met deze prioriteit zullen we ook de CO2-uitstoot kunnen terugdringen en dit moet ook een onderdeel van de strategie zijn. Ik vind het belangrijk om onderzoek te stimuleren naar de bouw van veilige, moderne kernenergiecentrales en naar de bouw van de nieuwste energiecentrales die zijn gebaseerd op de productie van helium en waterstof, evenals derde generatie biobrandstoffen die lokaal kunnen worden geproduceerd, zodat de al te hoge brandstofprijzen wat kunnen dalen. Bij de stemming heb ik de amendementen gesteund waarin deze prioriteiten zijn genoemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Dames en heren, wij hebben het belangrijke verslag dat door professor Buzek is opgesteld aangenomen. De toenemende afhankelijkheid van de Europese Unie van de invoer van energie, die in 2030 tot 65 procent zal zijn gestegen, heeft ons gedwongen om stappen te ondernemen om de aanvoer van grondstoffen die voor de opwekking van energie worden gebruikt veilig te stellen op basis van het solidariteitsbeginsel. Er moeten nog aanvullende instrumenten worden ontwikkeld om de risico’s met betrekking tot de energiezekerheid van de afzonderlijke lidstaten te verminderen, die worden veroorzaakt door de verdergaande liberalisering van de energiesector. Om de EU-doelstellingen op het gebied van hernieuwbare energie en de terugdringing van het broeikaseffect te bereiken moeten we de ontwikkeling van nieuwe technologieën stimuleren, in het bijzonder technologieën voor de winning en opslag van koolstof. Het is belangrijk dat we schone kolentechnologieën steunen en onze activiteiten intensiveren wat betreft tweedegeneratie- en derde generatie biobrandstoffen en ook meer onderzoek gaan doen naar kernenergie. Het zoeken naar betere manieren om energie efficiënt te benutten en te besparen is ook veel belangrijker geworden.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0336/2008) – Jaarlijkse actieprogramma’s voor Brazilië en Argentinië voor het jaar 2008

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor deze resolutie. Ik ben de rapporteur voor de Commissie ontwikkelingssamenwerking van het Erasmus Mundus-programma en mijn verslag is onlangs unaniem aangenomen. Ik hoop dat we de definitieve tekst in de plenaire vergadering van september kunnen goedkeuren, zodat het nieuwe programma in januari 2009 van start kan gaan.

Het doel is om de voortreffelijkheid van ons universitaire systeem over de grenzen van de Unie heen te exporteren, waardoor buitenlandse studenten naar onze faculteiten kunnen komen om te studeren – en waardoor studenten uit de EU de kans krijgen om door een beurs ervaring op te doen in een land dat niet tot de EU behoort. Ik geloof dat het Erasmus-programma een essentieel instrument is voor duurzame ontwikkeling, omdat het, zoals in mijn verslag wordt onderstreept, stimuleert dat studenten naar hun eigen land terugkeren en zij door de schat aan ideeën, kennis en internationale contacten die zij hebben opgedaan, bijdragen aan de groei van de economie van hun eigen land.

Een aanzienlijk deel van de financiering met betrekking tot “action 2” komt van de fondsen die zijn geoormerkt voor ontwikkeling. Ik ben van mening dat we moeten verzekeren dat de kredieten voor het jaarlijkse actieprogramma voor Argentinië en Brazilië voor 2008, die specifiek zijn geoormerkt voor de bevordering van economische ontwikkeling en welzijn, ook daadwerkelijk worden benut voor zowel onderwijs als concrete interventies op dat terrein en dat ze de infrastructuur en productiemiddelen bieden die op duurzame ontwikkeling zijn gericht.

 
  
  

- Verslag: Alexander Graf Lambsdorff (A6-0265/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Aangezien het onmogelijk is om alle belangrijke punten van dit verslag te noemen, zou ik willen onderstrepen dat na het nadrukkelijke NEE van het Ierse volk op het Verdrag van Lissabon, dit Parlement blijft doen alsof er niets gebeurd is.

Het tegendeel is echter het geval, zoals blijkt uit de schaamteloze ambitie van dit verslag. De meerderheid van het Europees Parlement is onder andere van mening dat:

- het standpunt van elk land, dat wil zeggen hun buitenlands beleid, moet worden gekoppeld aan een bindend politiek platform dat door de EU wordt opgericht;

- de EU dient te overwegen haar kantoren bij de VN te reorganiseren en uit te breiden, “gezien de grotere bevoegdheden en verantwoordelijkheden die de EU-vertegenwoordigers naar verwachting zullen krijgen met het oog op de ratificatie van het Verdrag van Lissabon”;

- de Raad zo spoedig mogelijk nauwkeurig dient te omschrijven “wat de operationele aard van de status van EU-waarnemers bij de Verenigde Naties is”;

- De lidstaten tot een akkoord moeten komen over een “meer samenhangend standpunt inzake de hervorming van de VN-Veiligheidsraad, terwijl wordt vastgehouden aan het uiteindelijke doel van een permanente zetel voor de Europese Unie binnen een hervormde Verenigde Naties, die onder andere tot doel heeft de Unie meer gewicht te geven”.

Federalisme, onder de duim van de grootmachten, met Duitsland aan het hoofd, is een van zijn ambities die het duidelijk tot uitdrukking brengt ...

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE), schriftelijk. (EN) De sociaal-democratische fractie in het Europees Parlement juicht dit verslag toe en juicht in het bijzonder het sterke beroep toe dat op de EU-lidstaten wordt gedaan om hun inzet voor de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te concentreren en te versterken. Wij zijn het er zeer mee eens dat we onze aandacht moeten richten op het nakomen van onze beloften en de bestaande procedures moeten opwaarderen.

De sociaal-democratische leden van het Europees Parlement zijn het echter niet eens met de aanbeveling van één EU-zetel in de VN-Veiligheidsraad en kunnen deze aanbeveling niet steunen. Wij geloven niet dat het goed zou zijn voor de schaal van de Europese vertegenwoordiging. Krachtens artikel 19 presenteren Europese leden van de VN-Veiligheidsraad niet expliciet EU-standpunten in de Raad. Verder wordt in het VN-Handvest zelf gestipuleerd dat dit niet het geval kan zijn. Er vindt echter een gezond informeel coördinatieproces plaats, zowel in New York als op bredere schaal, en juist dit zou gestimuleerd moeten worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE), schriftelijk. (IT) De Fractie van de Groenen/Vrije Europese Alliantie is altijd al van mening geweest dat de Europese Unie een permanente zetel in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties moet hebben, zoals in het verslag-Lambsdorff wordt aangegeven. Onze fractie accepteert echter niet de “prioriteitsstatus” die wordt toegekend aan het initiatief dat bekendstaat als het “Overarching Process” en dat voorziet in een verhoging van het aantal permanente leden op nationale titel en dat, naar onze mening, moet worden beschouwd als slechts één van een reeks initiatieven.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik juich het verslag van de heer Lambsdorff toe, waarin de EU-prioriteiten voor de 63ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties worden uiteengezet. Ik wil in het bijzonder de noodzaak ondersteunen om op de top te blijven aandringen op een ambitieuze inzet voor de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG’s). De agenda van de EU op het gebied van de MDG’s moet een wereldwijd voorbeeld stellen en we moeten op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in september erop aandringen dat dit voorbeeld door de rest van de internationale gemeenschap wordt gevolgd. Ik heb vóór het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Vandaag werd het voorstel van de heer Lambsdorff voor een aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de prioriteiten van de EU voor de 63ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zonder een stemming in de plenaire vergadering aangenomen. Deze praktijk– die mogelijk wordt gemaakt door “artikel 90” – is niet alleen zeer dubieus, maar wekt ook de valse indruk dat de hele EU het eens is met de inhoud van het verslag, wat beslist niet het geval is. We verwerpen ten zeerste de aanbeveling dat de huidige status van het Verdrag van Lissabon een “reorganisatie en uitbreiding van de kantoren van de Raad en de Commissie in New York en Genève gezien de toegenomen bevoegdheden en verantwoordelijkheden die de EU-vertegenwoordigers naar verwachting zullen krijgen met het oog op de ratificatie van het Verdrag van Lissabon” zou vereisen. Dit is niet alleen een belediging van de Ierse kiezers, die het Verdrag van Lissabon in het referendum met een grote meerderheid hebben verworpen, maar ook een poging om het Verdrag van Lissabon zo te interpreteren dat het “de status van rechtspersoon verleent aan de EU”, waardoor zij dus een superstaat wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini (UEN), schriftelijk. (IT) Het verslag-Lambsdorff (en de bijbehorende aanbeveling) geeft een helder politiek signaal ten gunste van een versterking van het profiel van de Europese Unie in de Verenigde Naties; de Commissie en de lidstaten samen verschaffen meer dan veertig procent van de financiën van de VN, maar hebben daar tot nog toe geen overeenkomstig politiek gewicht of mogelijkheid om invloed uit te oefenen voor teruggekregen.

Een deel van de tekst is echter misleidend en schadelijk voor de besprekingen die momenteel in New York over de hervorming van de Veiligheidsraad worden gevoerd. Hoewel in de aanbeveling het uiteindelijke doel van een permanente zetel van de EU als zodanig wordt benadrukt, wordt van de verschillende initiatieven waarover wordt onderhandeld helaas alleen het zogenoemde “Overarching Process” genoemd, een exercitie die wordt geleid door die landen die willen dat slechts één van de verschillende voorstellen die zijn ingediend wordt gesteund, namelijk dat van een verhoging van het aantal permanente leden op nationale titel. Dit voorstel, dat de steun van minder dan een derde van de leden heeft gekregen, heeft van het begin af aan een splijtzwam en onevenwichtig geleken, zoals de voorzitter van de Algemene Vergadering zelf heeft opgemerkt.

Hoewel wij willen benadrukken dat wij de politieke aandacht die het Europees Parlement geeft aan het versterken van het algehele profiel van de Europese Unie in de Verenigde Naties zeer toejuichen, zijn wij van mening dat ons voorbehoud en bezwaar tegen het deel van de aanbeveling dat over het “Overarching Process” gaat in de notulen moet worden opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pasqualina Napoletano (PSE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek een positief oordeel uit over het verslag-Lambsdorff, waarin nogmaals de aandacht wordt gevestigd op de inzet van het Europees Parlement om het profiel van de Europese Unie in de Verenigde Naties te versterken.

Ik wil echter onderstrepen dat wat de kwestie van de hervorming van de Veiligheidsraad betreft, het verslag een waardeoordeel uitspreekt dat nadelig is voor de besprekingen die nog gaande zijn in New York.

Zo wordt van de verschillende hervormingsmogelijkheden die zijn ingediend alleen het zogenoemde “Overarching Process” (paragraaf q) genoemd, een voorstel om het aantal permanente leden van de Veiligheidsraad op nationale titel te verhogen.

Dit voorstel wordt tot nu toe door minder dan een derde van de lidstaten van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties gesteund.

Ik vraag u daarom om mijn voorbehoud ten aanzien van die passage uit de aanbeveling in de notulen op te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gianni Pittella (PSE), schriftelijk. (IT) Het verslag-Lambsdorff geeft een helder politiek signaal ten gunste van een versterking van het profiel van de Europese Unie binnen de Verenigde Naties; de Commissie en de lidstaten samen verschaffen meer dan veertig procent van de financiën van de VN, maar hebben daar tot nog toe geen overeenkomstig politiek gewicht of mogelijkheid om invloed uit te oefenen voor teruggekregen.

Een deel van de tekst is misleidend en schadelijk voor de besprekingen die momenteel over de hervorming van de Veiligheidsraad worden gevoerd. Hoewel in de aanbeveling het uiteindelijke doel van een permanente zetel van de EU als zodanig wordt benadrukt, wordt van de verschillende initiatieven waarover wordt onderhandeld helaas alleen het zogenoemde “Overarching Process” genoemd, gesteund door de landen die willen dat slechts één van de verschillende voorstellen die zijn ingediend wordt gesteund, namelijk dat van een verhoging van het aantal permanente leden op nationale titel. Dit voorstel, dat de steun van minder dan een derde van de leden heeft gekregen, heeft van het begin af aan een splijtzwam en onevenwichtig geleken, zoals de voorzitter van de Algemene Vergadering zelf heeft opgemerkt.

Hoewel ik wil benadrukken dat ik de politieke aandacht die het Europees Parlement geeft aan het versterken van het algehele profiel van de Europese Unie in de Verenigde Naties zeer toejuich, ben ik van mening dat mijn voorbehoud en bezwaar tegen het deel van de aanbeveling dat over het “Overarching Process” gaat in de notulen moet worden opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Het is zorgwekkend dat de kwestie van de hervorming van de Verenigde Naties met zulke regelmaat weer opduikt. De noodzaak van hervorming wordt al enige jaren onderkend, maar ook de onmogelijkheid om zo’n hervorming erdoor te krijgen. Deze impasse is om twee redenen ernstig. Ten eerste verergert zij de factoren die bijdragen aan de tekortkomingen van de organisatie en dat zijn er wel een paar. Ten tweede bevordert zij de opkomst van een discours dat wordt gesteund en gerechtvaardigd door de behoefte aan alternatieven.

Het versterken van de samenwerking tussen de democratieën is zeker een gedachte die gepromoot moet worden, ook al impliceert dit niet dat het Bond van democratieënproject op volledige steun kan rekenen. Enig realisme zou echter geen kwaad kunnen. Daarom moeten de Verenigde Naties zich aanpassen aan de realiteiten van de macht, niet zozeer vanwege de kwestie van de legitimiteit, maar eerder vanwege de kwestie van de levensvatbaarheid.

Wat de rol van de Europese Unie betreft moeten we erkennen dat geen van de landen die een zetel in de Veiligheidsraad hebben of die een zetel zouden kunnen krijgen ermee instemmen dat zij door één enkele EU-zetel worden vervangen.

Tot slot hebben we gezien dat de nieuw Raad voor de mensenrechten van de Verenigde Naties de tekortkomingen van zijn voorganger nog lang niet heeft overwonnen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE), schriftelijk. (ES) Met betrekking tot de aanbeveling voor de 63ste zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties die in september in New York wordt gehouden bepaalt lid 4 van artikel 90 van het Reglement dat een aanbeveling in het kader van het GBVB waarover in de commissie is gestemd, als aangenomen wordt beschouwd en op de agenda voor de plenaire vergadering wordt gezet zonder dat de genoemde tekst in de plenaire vergadering hoeft te worden geratificeerd en zonder dat er een debat of wijzigingsprocedure nodig is.

Daarom zou mijn fractie, omdat wij over praktisch de hele tekst tevreden zijn met uitzondering van één paragraaf, een voorbehoud willen maken wat betreft onze mening over de paragraaf over de seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten. Onder dat concept, dat enigszins dubbelzinnig is, vallen vragen die grotendeels een zaak zijn voor het individuele geweten en de individuele moraal en wij zijn van mening dat ze NIET het voorwerp mogen zijn van uitspraken van dit Parlement, in het bijzonder met betrekking tot de nieuwe zitting van de Verenigde Naties. Onze fractie heeft om een aparte stemming in de Commissie buitenlandse zaken gevraagd en heeft om de eerder genoemde redenen tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (UEN), schriftelijk. (EN) Het verslag-Lambsdorff en de aanbeveling zijn politiek gezien zeer belangrijk, omdat zij staan voor een versterking van de Europese Unie binnen de Verenigde Naties. Het kan nuttig zijn eraan te herinneren dat hoewel de Commissie en de lidstaten meer dan veertig procent van de begroting van de VN verschaffen, de impact en invloed van de EU in de Verenigde Naties nog steeds veel geringer is dan ze zou moeten zijn.

In de tekst van het verslag staat echter een misleidend gedeelte over de besprekingen die momenteel in New York over de hervorming van de Veiligheidsraad worden gevoerd. Hoewel het langetermijndoel van een permanente zetel voor de EU wordt bevestigd, wordt in de aanbeveling slechts een van de vele verschillende voorstellen die zijn ingediend genoemd, het zogenoemde “Overarching Process”. Het is alom bekend dat dit voorstel tot zeer grote verdeeldheid heeft geleid en dat minder dan een derde van de leden van de VN het heeft gesteund, zoals door de voorzitter van de Algemene Vergadering is opgemerkt.

Hoewel ik wil benadrukken dat ik de politieke aandacht die het Europees Parlement geeft aan het versterken van het algehele profiel van de Europese Unie in de Verenigde Naties zeer toejuich, ben ik van mening dat mijn voorbehoud en bezwaar tegen het deel van de aanbeveling dat over het “Overarching Process” gaat in de notulen moet worden opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marcello Vernola (PPE-DE), schriftelijk. (IT) Het verslag-Lambsdorff (en de bijbehorende aanbeveling) geeft een helder politiek signaal ten gunste van een versterking van het profiel van de Europese Unie in de Verenigde Naties; de Commissie en de lidstaten samen verschaffen meer dan veertig procent van de financiën van de VN, maar hebben daar tot nog toe geen overeenkomstig politiek gewicht of mogelijkheid om invloed uit te oefenen voor teruggekregen.

Een deel van de tekst is echter misleidend en schadelijk voor de besprekingen die momenteel in New York worden gevoerd over de hervorming van de Veiligheidsraad. Hoewel het uiteindelijke doel van een permanente zetel van de EU als zodanig wordt benadrukt, wordt in de aanbeveling van de verschillende initiatieven die zijn ingediend helaas alleen het zogenoemde “Overarching Process” genoemd, een exercitie die wordt geleid door die landen die willen dat slechts één van de verschillende voorstellen die zijn ingediend wordt gesteund, namelijk dat van een verhoging van het aantal permanente leden op nationale titel. Dat voorstel, dat door minder dan een derde van de leden is gesteund, heeft van het begin af aan een splijtzwam en onevenwichtig geleken, zoals de voorzitter van de Algemene Vergadering zelf heeft opgemerkt.

Hoewel ik wil benadrukken dat ik de politieke aandacht die het Europees Parlement geeft aan het versterken van het profiel van de Europese Unie in de Verenigde Naties zeer toejuich, ben ik van mening dat mijn voorbehoud en bezwaar tegen het deel van de aanbeveling dat over het “Overarching Process” gaat in de notulen moet worden opgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM), schriftelijk. (PL) Ik ben zeer verheugd dat het Europees Parlement vandaag is ingegaan op de kwestie van de prioriteiten van de Europese Unie voor de komende VN-vergadering. In het voorstel van de rapporteur wordt het feit genoemd dat de VN op zoek is naar “de oprichting van nieuwe organen, de grondige herziening van andere organen, een nieuwe vormgeving van het beheer van haar activiteiten in het veld, de reorganisatie van de manier waarop hulp wordt geboden en een grondige hervorming van haar Secretariaat”. Dit is buitengewoon belangrijk.

We moeten echter niet vergeten dat het doel van al deze activiteiten de mens is en de mensenrechten die voortvloeien uit de menselijke waardigheid. Paus Johannes Paulus II heeft hier enkele jaren geleden op een VN-forum over gesproken en gezegd dat de eerste soort systematische bedreiging van de mensenrechten te maken heeft met de verdeling van materiële goederen, die vaak onrechtvaardig is; dat een tweede soort bedreiging te maken heeft met de verschillende vormen van onrechtvaardigheid op geestelijke gebied, en dat het mogelijk is om iemand kwaad te doen wat betreft zijn innerlijke houding tot de waarheid, zijn geweten, op het gebied van wat de burgerrechten worden genoemd, waar ieder mens recht op heeft zonder gediscrimineerd te worden op grond van zijn achtergrond, ras, sekse, nationaliteit, godsdienst of politieke overtuiging. Ik ben van mening dat zijn woorden als richtsnoer zouden moeten dienen voor de activiteiten van de Verenigde Naties.

 
  
  

- Aanbeveling voor tweede lezing: Paolo Costa (A6-0223/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het huidige voorstel vormt onderdeel van een pakket (samen met de voorstellen voor een richtlijn over de interoperabiliteit en over het Europees Spoorwegbureau) dat streeft naar “het vergemakkelijken van het vrij verkeer van locomotieven in de EU”, als onderdeel van de liberalisering van het spoorwegvervoer in de EU.

Daarom moeten we vóór enige andere overwegingen benadrukken dat het hoofddoel van deze richtlijn is om alle mogelijke belemmeringen voor de liberalisering van het spoorwegvervoer uit de weg te ruimen door de wetgeving over de spoorwegveiligheid van elk land te harmoniseren.

Het lijdt geen twijfel dat de meest geavanceerde normen die de spoorwegveiligheid wettig regelen moeten worden aangenomen en toegepast. We moeten echter niet vergeten dat er in enkele landen, bijvoorbeeld in Groot-Brittannië, vraagtekens zijn gezet bij de liberalisering en privatisering van de spoorwegen, na een verslechtering van de dienstverlening aan de bevolking en andere ernstige ontwikkelingen, die ertoe hebben geleid dat men anders is gaan denken over de aanval op deze publieke dienst.

Ik benadruk dat de harmonisatie van de wetgeving over de spoorwegveiligheid op het niveau van de Gemeenschap nooit een bedreiging mag zijn voor de meest geavanceerde wetten die elk land heeft, en ook mag het recht van elk land om die wetten in te stellen niet worden afgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem vóór het verslag van Paolo Costa over de wijziging van Richtlijn 2004/49/EG inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen.

Een veilig Europees spoorwegnetwerk kan slechts met gemeenschappelijke maatregelen en doelen worden bereikt en daarom juich ik dit spoorwegpakket zeer toe. Een van de belangrijkste aspecten hierbij is de goedkeuringsprocedure voor locomotieven; volgens fabrikanten en spoorwegexploitanten zijn de huidige eisen die door de bevoegde autoriteiten zijn opgelegd uit technisch oogpunt nauwelijks te rechtvaardigen. Ook de richtlijnen over de interoperabiliteit van spoorwegsystemen moeten geconsolideerd en samengevoegd worden.

Positief is verder dat de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de treinstellen in het nieuwe wetgevingsvoorstel duidelijk geregeld is. De volgende stap is daarom een besluit van de Commissie inzake een bindende regeling voor het onderhoud.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór het verslag van de heer Costa “De veiligheid op de communautaire spoorwegen” gestemd. De aanbevelingen van de rapporteur zullen de wetgeving helpen stroomlijnen en het vrij verkeer van treinen in de EU vergemakkelijken. Deze aanbevelingen zullen de bureaucratische rompslomp verminderen en moeten de ontwikkeling van het spoorwegvervoer in Europa een impuls geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het is van essentieel belang dat de nationale veiligheidsprocedures in de lidstaten worden geharmoniseerd. Deze kwestie is nog een voorbeeld van hoe belangrijk het is dat we blijven aandringen op investeringen in het spoorwegvervoer. Als we een duurzame ontwikkeling van het Europese vervoerssysteem willen en als we de doelen willen bereiken en de beloften willen nakomen die we de afgelopen jaren aan de burger en ook op internationaal niveau hebben gedaan, dan moeten we investeren in de spoorwegen en garanderen dat de interoperabiliteit van het Europese spoorwegsysteem een feit wordt.

Vereenvoudigingsmaatregelen en de invoering van het beginsel van wederzijdse erkenning zijn de essentiële punten in dit verslag. Nog een zeer belangrijk punt zijn de strengere opleidings- en certificeringsmaatregelen voor alle belanghebbenden en verantwoordelijke partijen in de communautaire spoorwegmarkt, van spoorwegbedrijven tot infrastructuurbeheerders.

Ik meen dat dit verslag weer een positieve stap is in onze zoektocht naar multimodaliteit als de hoofdas van het Europese vervoersbeleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb gestemd vóór de vrijstelling van historische spoorwegmaatschappijen van deze richtlijn. Dit is een verdere weerspiegeling van mijn waardering voor het zeer speciale geval dat deze bedrijven vertegenwoordigen. Zouden deze bedrijven zich hebben moeten houden aan de voorwaarden van deze richtlijn, dan zou dat een verlammende reeks kosten hebben betekend voor deze organisaties die grotendeels op vrijwilligers/abonnementhouders draaien. Spoorlijnen als de Romney, Hythe and Dymchurch Railway en de Kent and East Sussex Light Railway (waarvan ik lid ben voor het leven) zijn een onderdeel van het historische weefsel van de toeristenindustrie in het zuidoosten van Engeland en in de EU. Het is een schande dat sommigen in dit Huis die beweren “nationalistisch” georiënteerd te zijn die vrijstelling niet konden steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM), schriftelijk. (PL) De ontwikkeling van een gemeenschappelijke spoorwegmarkt voor vervoersdiensten vereist dat de bestaande regelgeving wordt gewijzigd. De lidstaten hebben hun eigen veiligheidsnormen, die in de eerste plaats nationale routes betreffen, ontwikkeld op basis van nationale technische en operationele concepten. Het wordt nu van essentieel belang om in de lidstaten een geharmoniseerde regelgevingsstructuur, gemeenschappelijke teksten voor de veiligheidsregels, uniforme veiligheidscertificaten voor spoorwegbedrijven, vergelijkbare verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor veiligheidsinstanties en onderzoeksprocedures voor spoorwegongevallen te ontwikkelen.

Er moeten in elke lidstaat onafhankelijke organen voor de regelgeving en de bewaking van de veiligheid op het spoor worden opgericht. Om een juiste samenwerking tussen deze organen op EU-niveau te garanderen, moeten zij hetzelfde minimum aantal taken en verantwoordelijkheden krijgen.

De bescherming van de openbare orde en veiligheid, waaronder ook de handhaving van de orde op het openbare spoorwegnet valt, zou een van de basistaken moeten zijn waarvoor de EU verantwoordelijk is.

 
  
  

- Aanbeveling voor tweede lezing: Paolo Costa (A6-0210/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb alle amendementen op het verslag van de Commissie vervoer en toerisme over de wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau gesteund.

In Groot-Brittannië hebben we een groei van meer dan twintig procent gezien van het aantal treinpassagiers. Op de korte termijn heeft dit tot enorme problemen geleid, omdat de overvolle treinen tot enorme opstoppingen hebben geleid en omdat de passagiers in bepaalde regio’s – ook waar ik woon, het zuidwesten van Engeland – ontstemd waren over en geprotesteerd hebben tegen de verplaatsing van rollend materieel door het hele land. Tegelijkertijd worden er nu campagnes gevoerd om reeds lang gesloten stations en lijnen opnieuw te openen om de vraag aan te kunnen en vanwege de noodzaak om de koolstofuitstoot terug te dringen, zoals de campagne in Radstock in Somerset.

Op de langere termijn zullen nieuwe orders voor rollend materieel de crisis verlichten, maar als we willen dat de spoorwegen van Europa blijven floreren, dan hebben we enig strategisch denken nodig dat een versterkt Europees Spoorwegbureau hopelijk kan bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het huidige voorstel vormt onderdeel van een pakket maatregelen (samen met de voorstellen voor een richtlijn over interoperabiliteit en over veiligheid) om het spoorwegverkeer in de EU te liberaliseren, waarbij het “Bureau” de centrale rol van “regelgevende instantie” aanneemt.

Dit beleid zal de geleidelijke achteruitgang van het spoorwegvervoer als publieke dienst bevorderen en de meer winstgevende routes via privatisering (publiek-private partnerschappen) aan particuliere bedrijven geven, op kosten van de belastingbetaler en zonder acht te slaan op de belangen en behoeften van elk land en zijn bevolking.

In Portugal heeft de tijd geleerd dat de tenuitvoerlegging van dit beleid tot een verslechtering van de publieke dienstverlening, geringere mobiliteit en hogere prijzen van de treinkaartjes heeft geleid. Het heeft geleid tot de sluiting van honderden kilometers spoor, de sluiting van stations, een daling van het aantal passagiers en een lagere kwaliteit van de dienstverlening, een daling van het aantal werknemers dat in de spoorwegsector werkt en een aanval op hun loon en arbeidsrechten.

De spoorwegsector is van strategisch belang voor de sociaaleconomische ontwikkeling. We hebben een beleid nodig dat de ontwikkeling en verbetering van het openbare spoorwegvervoerssysteem in onze landen stimuleert.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem vóór het verslag van Paolo Costa over de wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2004 tot oprichting van een Europees Spoorwegbureau.

De verbetering van het technisch-juridisch kader voor het spoor als onderdeel van het derde spoorwegpakket is een noodzakelijke en welkome ontwikkeling, waaronder ook een versterking van het Europees Spoorwegbureau valt. Als centraal orgaan moet het Bureau voor een Europabrede, uniforme lijn zorgen. Belangrijk hierbij is vooral de verdere ontwikkeling van het European Railway Traffic Management System, waarvan de interoperabiliteit en de compatibiliteit absoluut gewaarborgd moeten zijn.

De ontwikkeling van een toetsingsprocedure van de EG is een geëigend middel daarvoor, maar de effectiviteit ervan hangt af van een goed functionerend en sterk Europees Spoorwegbureau. Daarom ben ik voor een verdere ontwikkeling van het Bureau zoals door de rapporteur is voorgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Het verslag van Paulo Costa over de oprichting van een Europees Spoorwegbureau steunt met name de oproep voor een European Railway Traffic Management System, dat uit de meest geavanceerde technologie op het gebied van de veiligheid op het spoor bestaat. Ik steun dit initiatief, dat samen met het verslag “De veiligheid op de communautaire spoorwegen” een sterker samenhangend Europees spoorwegnetwerk mogelijk maakt. Ik heb vóór het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Navarro (PSE), schriftelijk. (FR) De kwestie van de interoperabiliteit van de spoorwegen is van essentieel belang voor de ontwikkeling en het succes van de Europese spoorwegen. Ik ben daarom zeer verheugd dat we een compromis hebben kunnen bereiken om de communautaire wetgeving op dit gebied te verbeteren. Hoewel ik heb gestemd vóór de voorstellen van de rapporteur, Paolo Costa, ben ik me desalniettemin bewust van de beperkingen van dit compromis. Tien jaar om te komen tot de certificering van alle soorten spoorvoertuigen is een flinke tijd. Wat betreft de rol van het Spoorwegbureau, die zou veel verder hebben kunnen strekken, vooral wat betreft de ontwikkeling en ingebruikneming van het European Rail Traffic Management System (ERTMS). De lidstaten hebben anders besloten uit angst dat de spoorwegbureaus en andere nationale organen – pas opgericht, dat is waar – gedoemd waren alweer verouderd te zijn. Maar als dit is waar we nu zijn, dan komt dat omdat men in 2004 niet de moed heeft gehad om een echt Europees elan aan de spoorwegen te geven. Dit is hoe de Europese integratie in zijn werk gaat: met horten en stoten en kleine stappen. Maar als we dit voorzichtige spelletje spelen, is de kans groot dat we bepaalde kansen voorbij laten gaan. Daarom hoop ik dat de lidstaten het spel spelen door strikt toe te passen wat zij zelf hebben voorgesteld.

 
  
  

- Aanbeveling voor tweede lezing: Arūnas Degutis (A6-0264/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Door nog eens onze kritiek op het hoofddoel ervan te bevestigen, namelijk de verdere liberalisering op EU-niveau van het luchtvervoer, een publieke dienst, willen wij u nog eens herinneren aan datgene waarop wij een jaar geleden hebben gewezen. Hier wordt een poging gedaan om:

- te verdoezelen dat de liberalisering een negatief effect heeft gehad op de werkgelegenheid en de arbeidsomstandigheden. De effecten hiervan op de veiligheid en het onderhoud van een kwalitatief hoogwaardige vloot moeten worden geëvalueerd;

- de rechten van werknemers niet volledig te waarborgen en niet duidelijk te zeggen dat:

a) de contracten en arbeidsomstandigheden van het treinpersoneel zullen worden gereguleerd door wetgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten en verwante rechten van het land waarin de werknemers gewoonlijk hun werk doen of waarin ze beginnen en waarnaar ze na hun werk terugkeren, zelfs als ze tijdelijk in een ander land worden ingezet;

b) op werknemers van het “communautaire” luchtvervoer die diensten verlenen vanaf een operationele basis die buiten het grondgebied van de lidstaten ligt, de sociale wetgeving en collectieve arbeidsovereenkomsten van toepassing zijn van het land waar de exploitant zijn hoofdkantoor heeft;

c) wordt gegarandeerd dat de organisaties die de werknemers vertegenwoordigen aan de besluiten zullen deelnemen die over de luchtvervoerssector worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. (PL) De verordening die door het Europees Parlement is aangenomen verandert de wetgeving die de verschaffing van luchtvaartdiensten in de Europese Unie reguleert, en hiervan profiteren zowel de luchtvaartmaatschappijen als de passagiers. De verordening is van belang voor het goed functioneren van de interne markt. Zij schept een sterker concurrerende omgeving voor de activiteiten van de Europese luchtvaartmaatschappijen, die strijd leveren met hun internationale concurrenten.

Door deze verordening worden dezelfde voorwaarden gesteld aan de verlening en intrekking van exploitatievergunningen, hetgeen een einde moet maken aan de oneerlijke concurrentie die momenteel wijd verbreid is in de markt en die onder andere te wijten is aan de verschillende regels met betrekking tot de eisen aan exploitatievergunningen, aan de discriminatie van bepaalde luchtvaartmaatschappen in de EU op grond van hun nationaliteit of discriminatie bij het verzorgen van routes naar derde landen.

Degenen die het meest van de veranderingen zullen profiteren zijn echter de consumenten. Doordat nu verplicht wordt dat alle belastingen en toeslagen in de prijs van een vliegticket worden verdisconteerd, zal er grotere prijstransparantie zijn en de steun voor het beginsel van het vrijwillig doen van extra betalingen toenemen. Consumenten hoeven nu ook niet langer een hoger tarief te betalen, waardoor zij een weloverwogen besluit kunnen nemen. Daarnaast zullen passagiers niet langer het risico lopen dat hun maatschappij failliet gaat, omdat luchtvaartmaatschappijen die financieel ongezond zijn uit de weg worden geruimd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem voor het verslag van Arūnas Degutis over gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap.

De versterking en verbetering van de bestaande rechtsregels moet worden gestimuleerd, in het bijzonder met betrekking tot de prijstransparantie van vliegtickets. De passagiers hebben recht op een uitgebreide toelichting op de prijs van een vlucht. Door de nieuwe regels worden de prijzen transparanter en kunnen ze worden nagetrokken. Op die manier treedt de Europese Unie op tegen valse lokaanbiedingen en schept zij gelijke concurrentievoorwaarden die op kwaliteit gebaseerd zijn en niet op schijnbaar gunstige aanbiedingen, vooral via het internet.

Ook het feit dat de nieuwe wetgeving waarborgt dat de regels op sociaal gebied worden nageleefd is een verbetering. Hierdoor krijgen werknemers een betere dekking en meer uniforme arbeidsomstandigheden. De gemeenschappelijke regels stellen de rechten van de consumenten en werknemers veilig en garanderen de noodzakelijke transparantie en informatie van de luchtverkeersdiensten van de Gemeenschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. (PL) Ik ben vóór het standpunt van de rapporteur met betrekking tot de aanneming van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad zonder amendementen. Ook ik ben van mening dat deze verordening de bestaande wettelijke bepalingen versterkt en verbetert met betrekking tot het toezicht op exploitatievergunningen, het leasen van toestellen, de verdeling van het luchtverkeer en de transparantie van de prijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Het verslag van Arūnas Degutis over de regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap zal ervoor zorgen dat de prijs die je ziet voor een vlucht ook de prijs is die je betaalt. De definitieve prijzen van vluchten moeten nu bestaan uit de prijs van het ticket, belastingen, luchthaventoeslagen en andere toeslagen. Dit is een positieve stap richting grotere transparantie in de luchtvaartsector en een betere bescherming van de consument. De sociale bescherming van werknemers in de luchtdienstensector zal beter zijn volgens de voorstellen van het verslag. Ik heb daarom vóór de aanbevelingen van het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik steun dit verslag volledig, waardoor er een einde zal worden gemaakt aan de oneerlijke praktijk dat vliegmaatschappijen met ticketprijzen adverteren waarin de belastingen, toeslagen en een hele reeks andere extra kosten niet zijn opgenomen. Door de huidige situatie kunnen vliegmaatschappijen wegkomen met het adverteren van misleidende ticketprijzen waarvan heel eenvoudig kan worden aangetoond dat ze onjuist zijn.

Als gevolg daarvan is er een ernstig gebrek aan prijstransparantie met betrekking tot de kosten van vliegtickets, waardoor er oneerlijke concurrentie plaatsvindt en de consument minder goed in staat is om weloverwogen keuzes te maken. In veel gevallen betalen mensen uiteindelijk heel wat meer dat ze oorspronkelijk verwachtten, omdat de geadverteerde ticketprijs weinig lijkt op de uiteindelijke kosten.

De Commissie en het Parlement hebben samengewerkt om ervoor te zorgen dat dit zal veranderen. Dit verslag betekent dat er eenvoudige en duidelijke reclame moet worden gemaakt over de prijzen van vliegtickets, met inbegrip van alle belastingen en toeslagen. De “strafexpeditie” van de Europese Unie tegen deze praktijk is geweldig nieuws voor de consument.

 
  
  

- Verslag: Christoph Konrad (A6-0240/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. (PL) Statistieken worden alom gebruikt, niet alleen door bedrijven of instellingen die op economisch gebied actief zijn. Ze spelen een belangrijke rol bij het plannen of volgen van markttrends. Daarom is het belangrijk dat de indicatoren die worden gebruikt om deze statistieken te verzamelen betrouwbaar zijn en de werkelijkheid en veranderingen op de markt goed weerspiegelen. De bestaande indicatoren moeten kritisch worden doorgelicht, maar ook moet er aandacht worden geschonken aan nieuwe terreinen waarop gegevens kunnen worden verzameld.

De noodzaak om onze statistische gegevens te moderniseren vloeit ook voort uit het bestaan van verschillende systemen en verschillende manieren in de lidstaten om met statistische gegevens om te gaan, wat het vaak moeilijk maakt om gegevens uit de hele Europese Unie met elkaar te vergelijken.

Uiteraard moeten veranderingen op dit terrein de rapportagelast van bedrijven, vooral het midden- en kleinbedrijf, niet vergroten. De verfijnde aanpak die wordt gebruikt in het programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek moet een rationele benadering stimuleren, evenals de coördinatie van methoden die worden gebruikt om statistieken uit verschillende bronnen te verkrijgen en, wat het belangrijkste is, dit zal betekenen dat bedrijven niet telkens dezelfde gegevens hoeven te leveren aan verschillende instellingen die gegevens verzamelen.

Ik geloof dat het programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek een goede stap is in de richting van het verminderen van de administratieve lasten van bedrijven, hetgeen een bijdrage zal leveren aan het doel dat door de Europese Commissie is gesteld, namelijk om die lasten in 2012 met 25 procent te hebben teruggebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik steun het verslag van de heer Konrad over het programma tot modernisering van de Europese bedrijfs- en handelsstatistiek. In het verslag wordt ernaar gestreefd om investeringen te verstrekken om de statistische productie efficiënter te maken, zodat aan de nieuwe eisen kan worden voldaan terwijl de lasten voor bedrijven worden teruggebracht. Ik heb vóór het verslag gestemd.

 
  
  

- Verslag: Johannes Blokland (A6-0244/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM), schriftelijk. (PL) Ik ben vóór dit verslag. Batterijen en accu’s die niet voldoen aan de eisen van Richtlijn 2006/66/EG moeten van de markt worden gehaald en mogen niet verkocht worden. De Commissie heeft besloten dat de batterijen die vóór 26 september 2008 rechtmatig op de markt van de Europese Unie zijn gebracht, niet van de markt worden gehaald. Ik vind dit een heel redelijke oplossing.

Het van de markt halen van batterijen die niet aan de eisen voldoen zal tot een toename van het afval leiden. Ik geloof dat de eenvoudigste en beste manier om met deze situatie om te gaan is dat er stickers op deze batterijen en accu’s worden geplakt waarop staat dat ze niet voldoen aan de EU-voorschriften.

 
  
  

- Verslag: Miroslav Ouzký (A6-0135/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Met het verslag van de heer Ouzky zal het gebruik van de twee stoffen 2-(2-methoxyethoxy)ethanol (DEGME) en 2-(2-butoxyethoxy)ethanol (DEGBE) in producten voor het grote publiek grotendeels aan banden worden gelegd en in sommige gevallen worden verboden. De aanbevelingen van het verslag zijn een versterking van de bescherming van de consument en ik heb vóór het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM), schriftelijk. (PL) Giftige stoffen die in producten zitten die worden gebruikt om te reinigen, te spoelen en te desinfecteren en ook in verven en oplosmiddelen zitten, kunnen een risico vormen voor de gezondheid van de mens doordat ze de luchtwegen en ogen irriteren en allergieën veroorzaken.

Het beperken van de toegang tot de markt van producten die niet aan de veiligheidsnormen voldoen zou een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan de bescherming van onze gezondheid en het milieu. Het merendeel van deze producten kan schadelijk zijn in het gebruik, waardoor ze verschillende vervelende symptomen veroorzaken. Ze kunnen ook schadelijk zijn voor het milieu wanneer ze het ecosysteem binnendringen. Als ze de bodem of het water vervuilen, zijn de gevolgen vaak niet te voorspellen.

Het beperken van de concentraties DEGME en DEGBE in verschillende soorten detergentia en reinigingsmiddelen is een zeer positieve stap en daarom ben ik van mening dat de Europese Unie er alles aan zou moeten doen en zich tot het uiterste zou moeten inzetten om deze ongezonde stoffen uit ons leven en uit het milieu te bannen.

 
  
  

- Verslag: Atanas Paparizov (A6-0253/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij hebben tegen dit verslag gestemd omdat het een onderdeel is van het liberaliseringspakket voor de gasmarkt en er expliciet stappen wordt gesteund om de interne markt zo snel mogelijk te voltooien, ook al worden de instrumenten en regels die door de Europese Commissie worden voorgesteld in het algemeen niet goedgekeurd.

Het verslag bevat enkele interessante, kritische opmerkingen over de voorgestelde impactbeoordelingen, de soms gebrekkige toepassing van het subsidiariteitsbeginsel en de niet-consequente afbakening van bevoegdheden tussen de Europese structuren.

De lijn die in het verslag wordt voorgestaan is echter dat het bedrijven gemakkelijker moet worden gemaakt om toegang te krijgen tot de aardgastransmissienetwerken, dat wil zeggen dat wat er nog over is van de publieke sector geprivatiseerd wordt en ten dienste wordt gesteld van de strategie van economische groepen die de markt willen betreden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Het verslag van Atanas Paparizov over de voorwaarden voor toegang tot aardgastransmissienetwerken zal de integratie van de interne gasmarkt van de EU vergemakkelijken. In het verslag worden grensoverschrijdende problemen tussen lidstaten aangepakt en zal het toezicht door regelgevende instanties op Europees niveau toenemen. Het is belangrijk dat de EU toewerkt naar een interne gasmarkt en ik heb vóór het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Dit verslag verdient het dat ik en al mijn collega’s die van mening waren dat de consistentie van het derde energiepakket zou afhangen van een effectieve en niet louter cosmetische regulering van de handel in aardgas vóór stemmen.

Ik juich de bereidheid toe om de voorwaarden te scheppen voor een vergroting van de investeringen in gasnetwerken. Op zichzelf kan hierdoor een mogelijke versterking van het concurrentievermogen en de concurrentie in de sector ontstaan.

Ik juich de inspanningen met betrekking tot een effectieve liberalisering van de aardgasmarkten en de toegang van derden tot het netwerk toe, waardoor de transparantie groter wordt.

Tot slot juich ik de inherente bereidheid van dit document toe om tegemoet te komen aan het verlangen van de Europese burgers naar een transparantere en minder gemonopoliseerde energiemarkt.

Het derde energiepakket heeft de goedkeuring van dit verslag nodig, evenals van onze medeburgers in de EU.

 
  
  

- Verslag: Romano Maria La Russa (A6-0257/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Het standpunt dat ik heb ingenomen weerspiegelt mijn mening over het belang van aardgas en de beschikbaarheid ervan voor de consument tegen de laagst mogelijke prijs. Op korte termijn zal een gaspijplijn Libië en Sicilië verbinden. Hij zal ook in de buurt van Malta komen, zodat mijn land om te kunnen profiteren aan deze pijnlijn zal moeten meedoen of er zal, zoals is voorgesteld, een pijplijn van Sicilië naar Malta moeten komen. Mijn land heeft geen grote binnenlandse markt; het verbruik schommelt jaarlijks tussen de zestien en achttien miljoen eenheden. Mocht er op grotere schaal aardgas worden gebruikt, dan zal dat ongetwijfeld het energiebeleid van Malta en Gozo veranderen. Dit kan gebeuren als gas wordt gebruikt bij de productie van energie zelf. Zo’n vijftien jaar geleden heb ik de aandacht van de toentertijd nationalistische regering gevestigd op het belang dat we elektrische centrales hebben die op gas werken.

De regering besteedde er geen aandacht aan en heeft uiteindelijk als aanvulling slechts één kleine elektrische centrale geïnstalleerd die op gas werkt. Ook is het haalbaar, omdat de afstanden op Malta klein zijn, om gas te gebruiken als brandstof voor particuliere en commerciële voertuigen. Het is geen probleem om de motor van het voertuig om te zetten. Ook is gas veel goedkoper en schoner dan benzine of diesel. Maar de regering en haar bureau, EneMalta, hebben niet eens willen nadenken over de benodigde infrastructuur voor de distributie ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het voorstel voor een richtlijn over de interne gasmarkt vormt een onderdeel van het “derde energiepakket”, waarmee de privatisering van de aardgaslevering wordt voltooid.

Het voorstel voor een richtlijn en het verslag zijn erop gericht een einde te maken aan de sterke mate van centralisatie die in bepaalde landen nog steeds bestaat, om zo de penetratie van EU-monopolies in de markt te voltooien. Hierdoor wordt de liberalisering versneld doorgevoerd, terwijl er ook sancties worden opgelegd aan de lidstaten die de liberalisering nog niet volledig hebben doorgevoerd.

Het pakket heeft twee belangrijke aspecten: de ontvlechting van de eigendom tussen de productie van gas en het vervoer en de opslag van gas, zodat het kapitaal effectief gebruik kan maken van de publieke infrastructuur voor de productie, de opslag en het vervoer van gas dat in de lidstaten blijft. Het toekennen van meer bevoegdheden aan zogenaamd onafhankelijke regelgevende instanties, om te voorkomen dat de lidstaten nationale aanpassingen kunnen doen of staatsinterventies kunnen plegen, garandeert volledige immuniteit voor de bedrijven die op de gassector azen.

Dit EU-beleid zal dezelfde vreselijke gevolgen voor de werknemers hebben als de privatisering van andere energiesectoren: stijgende prijzen en een minder goede dienstverlening. De strijd tegen monopoliebelangen om dit beleid ongedaan te maken is de enige manier waarop aan de huidige behoeften van arbeidersgezinnen kan worden tegemoetgekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Deze maatregel toont ondubbelzinnig onze gemeenschappelijke bereidheid aan om het doel van een liberalisering van de energiemarkt te bereiken. Ik stem daarom vóór.

Ik geloof dat de ontvlechting van de eigendom op het niveau van de aardgasproductie en de transmissienetwerken hiervoor een noodzakelijke maar niet per se een voldoende voorwaarde is.

Vandaar de zorg om de noodzakelijke voorwaarden te scheppen om transnationale investeringen in de netwerkinfrastructuur te stimuleren.

Vandaar de zorg om gelijke behandeling te vragen voor derde landen die in de Europese energiemarkt willen investeren.

Vandaar de zorg om de coördinatie tussen nationale regelgevende instanties in de energiesector te verbeteren.

Door deze maatregel zal de markt concurrerend worden en hij is daarom in het belang van de consument, die zal profiteren van de nieuwe regels van een gezondere, vrijere en transparantere energiemarkt.

 
  
  

- Verslag: Jean Lambert (A6-0251/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. (SV) Ik stem vóór dit verslag omdat het het leven eenvoudiger zal maken voor mensen die van de ene naar de andere lidstaat verhuizen en reizen, zonder dat er bevoegdheden aan de EU worden overgedragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Zlotea (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag-Lambert gestemd omdat het een antwoord is op de behoeften van de burgers. We leven in een wereld die globaliseert en waar duizenden mensen in een ander land werken dan waar ze wonen. We hebben behoefte aan een coördinatie van de socialezekerheidsstelsels voor alle mensen die van hun recht gebruik maken om in een andere lidstaat te werken, om mobiliteit te garanderen en te ondersteunen, wat een grondrecht in de Europese Unie is.

Door Europa kunnen wij ons vrij bewegen, maar het moet ons ook meer sociale rechten geven; deze moeten niet ophouden bij de nationale grenzen.

In de hoop dat de Europese burgers vanuit het oogpunt van de sociale zekerheid kunnen profiteren van gelijke behandeling en non-discriminatie, steun ik het initiatief om het vrije verkeer van werknemers te vergemakkelijken. We moeten alle belemmeringen van de mobiliteit uit de weg ruimen.

 
  
  

- Verslag: Emine Bozkurt (A6-0229/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. (SV) Ik stem tegen dit verslag omdat het enkele voorstellen bevat voor de gedetailleerde regeling op EU-niveau van zaken als de betaling van de Zweedse kinderbijslag, wat bij individuele beoordelingen tot problemen zal leiden en de EU te veel macht geeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Het doel van dit document is om de EU-regels inzake de coördinatie van socialezekerheidsstelsels in de afzonderlijke lidstaten beter en effectiever te maken. De regels die erin staan zullen het leven van de doorsneeburger van de EU, die profiteert van het vrije verkeer van personen in de Europese Unie, beslist eenvoudiger maken. Of iemand nu werknemer, overheidsambtenaar, student, gepensioneerd of zakenman is, iedereen zal na verhuizing naar een ander land zijn recht op een uitkering behouden. Ik steun zeer zeker het feit dat er nog een obstakel voor het vrije verkeer van personen in de EU uit de weg wordt geruimd en dit document is nog een belangrijke stap in deze richting.

 
  
  

- Verslag: Jean Lambert (A6-0209/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Ik heb twee opmerkingen over het verslag-Lambert en de verordening die het wijzigt.

1. Ook al ontkent de rapporteur het, de ontwerpverordening gaat ervan uit dat onderdanen van derde landen recht hebben op het vrije verkeer van personen, zich vrij mogen vestigen en vrije toegang hebben tot de arbeidsmarkt van de hele Europese Unie; niet vergeten moet worden dat al deze dingen gelukkig nog geen werkelijkheid zijn geworden. Het heeft opnieuw iets weg van het beroven van de lidstaten van hun voorrechten op het gebied van het immigratiebeleid, met andere woorden, hun soevereine recht om de buitenlanders te kiezen die hun grondgebied mogen betreden en om controle uit te oefenen op de binnenkomst, het verblijf en de omvang van de rechten van die buitenlanders.

2. Het lijkt normaal om de burgers van de EU-lidstaten te laten profiteren van een coördinatie van de socialezekerheidsstelsels en te garanderen dat de sociale bescherming die ze met recht kunnen verwachten (vanwege hun werk en hun bijdragen) niet negatief wordt beïnvloed door de “internationale” mobiliteit waaraan ze worden gestimuleerd mee te doen. Maar om in deze zaak tegen elk prijs een volledige gelijkheid in te stellen tussen de Europese burgers en de onderdanen van derde landen, zonder zich ooit druk te maken over wederkerigheid, leidt er slechts toe dat de prikkel om te immigreren wordt versterkt, die reeds bestaat in de vorm van de enorme, blinde en zelfdestructieve generositeit van onze socialezekerheidsstelsels.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het vertrouwen van de mensen in de EU hangt onder andere sterk af van de sociale stabiliteit van Europa. En precies op dat punt is er de afgelopen jaren en decennia veel veranderd. In de praktijk houden Europese werknemers, door parttimebanen en nieuwe arbeidsvoorwaarden (“McJobs”) weinig meer over dan menig werkloze. De keerzijde van de ongeremde economische groei en continue bezuinigingen op de sociale zekerheid is een grotere armoede en maatschappelijke uitsluiting.

In de Europese Unie, een van de rijkste delen van de wereld, leefde in 2005 zestien procent van de bevolking onder de armoedegrens. Door de gestegen olie- en voedselprijzen zijn nu nog meer mensen onder of op de armoedegrens gezakt. De EU moet zich dringend gaan bezighouden met de armoedebestrijding onder de eigen bevolking en socialezekerheidsstelsels moeten er in de eerste plaats voor de Europeanen zijn.

 
  
  

- Verslag: Richard Corbett (A6-0206/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Boursier (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vandaag mijn steun gegeven aan het verslag-Corbett over de wijziging van artikel 29 van het Reglement van het Europees Parlement over de oprichting van fracties, te weten de eis dat minimaal een vierde van de lidstaten vertegenwoordigd wordt (in plaats van de huidige eis van een vijfde) en dat het minimum aantal leden 25 is (in plaats van 20), en ik heb dat om verschillende redenen gedaan.

Om te beginnen omdat ik denk dat deze hervorming absoluut noodzakelijk is om onze instelling beter te laten functioneren en om een einde te maken aan de zeer gefragmenteerde toestand ervan, met regels die ongewijzigd zijn gebleven ondanks de opeenvolgende uitbreidingen en de omvang die onze vergadering sinds 2004 heeft bereikt.

Overigens leek de oplossing die door mijn socialistische collega werd voorgesteld, door wiens niet aflatende inspanningen een compromis werd bereikt met de meerderheid van de fracties, mij zeer redelijk vergeleken met wat op nationaal niveau binnen de Europese Unie in praktijk wordt gebracht.

Bovendien lijkt mij, gegeven de middelen die door de instelling aan de fracties ter beschikking worden gesteld, een heldere vertegenwoordiging genoeg te zijn om deze verandering te rechtvaardigen.

Tot slot gaat het om niet meer en niet minder dan het bevorderen van een zekere samenhang van de politieke krachten op Europees niveau; onze democratie kan er alleen maar sterker uitkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (NI), schriftelijk. (PL) Dit document is een nieuwe poging van de meerderheid om de leiding over te nemen ten koste van de minderheid. De arrogantie van de grootste fracties in het Europees Parlement heeft nieuwe hoogten bereikt. De essentie van dit document is dat het minimum aantal leden van het Europees Parlement dat vereist is om een fractie op te richten van 21 tot 30 stijgt. Kleine fracties als bijvoorbeeld de Fractie Onafhankelijkheid en Democratie worden ernstig bedreigd door een dergelijke voorwaarde. Het is duidelijk dat ik tegen dit document heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Duff (ALDE), schriftelijk. (EN) De ALDE-Fractie heeft om de volgende redenen tegen een hervorming van artikel 29 gestemd:

– het bestaan van de huidige zeven fracties veroorzaakt geen echte efficiëntieproblemen;

– minderheidsmeningen hebben net zo veel recht om in fracties georganiseerd te worden als meerderheidsmeningen;

– een fatsoenlijk Europees Parlement moet de grotere verscheidenheid aan politieke meningen weerspiegelen die we in de Unie vinden: we hoeven de nationale parlementen niet precies te kopiëren, wier taak het is om een regering te leveren;

– de opheffing van kleinere fracties zou onwillige afgevaardigden ertoe dwingen om zich aan te sluiten bij een grotere fractie of om de rangen van de niet-ingeschreven te versterken, wat tot meer inefficiëntie leidt;

– de omvang van het Parlement zal hoe dan ook moeten afnemen van 785 tot 751 (Lissabon) of 736 (Nice) leden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Onze stem tegen dit verslag en het betreffende compromis is een stem die samenhangt met onze verdediging van het pluralisme, de democratie en het respect voor andere meningen. Het is onacceptabel dat dit verslag de regels verandert voor de oprichting van fracties en meer barrières opwerpt voor de vorming van fracties in het Europees Parlement na de volgende verkiezingen.

Tot nu toe konden minimaal twintig leden van het EP uit zes lidstaten een fractie oprichten.

Het voorstel waarover nu overeenstemming is bereikt vereist dat er 25 EP-leden uit 7 lidstaten nodig zijn om een fractie op te richten. Dit betekent dat het moeilijker zal worden om in het Europees Parlement kleine fracties op te richten, hetgeen nog weer een belemmering is om steun te krijgen voor standpunten die afwijken van die van de dominante ideologie in deze Europese Unie, die steeds neoliberaler, militaristischer en federalistischer wordt.

Een laatste opmerking over het proces dat door de meerderheidsfracties, de PPE-DE-Fractie en de PSE-Fractie, is gevolgd. Ze begonnen met een voorstel waarbij dertig leden vereist waren om een fractie op te richten. Vervolgens hebben ze enkele kleinere fracties gechanteerd om hun steun te winnen voor een zogenaamd compromisvoorstel, het voorstel dat zojuist is aangenomen. Wij, de leden van het Europees Parlement van de Portugese Communistische Partij, hebben vanaf het begin een eenduidig standpunt ingenomen tegen de opwerping van extra barrières voor de oprichting van fracties.

 
  
MPphoto
 
 

  Mikel Irujo Amezaga (Verts/ALE), schriftelijk. (ES) Ik heb me in deze zaak van stemming onthouden omdat ik van mening ben dat, hoewel pragmatische regels voor de oprichting van fracties zeker noodzakelijk zijn, het voorgestelde aantal leden en lidstaten te hoog is. Als dit Parlement pluraliteit en diversiteit wil verdedigen, is het beter dat degenen om wie het gaat een fractie oprichten dan dat zij de rangen van een fractie van niet-ingeschrevenen versterken, die steeds heterogener en minder efficiënt zou worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE), schriftelijk. (FI) De grotere fracties stelden oorspronkelijk voor dat dertig leden uit zeven lidstaten nodig waren om een fractie op te richten. Gelukkig is dit plan in mei nipt verworpen in de Commissie constitutionele zaken, met 15 tegen 14 stemmen.

Ik heb nu ook tegen de voorgestelde amendementen gestemd, omdat de kleine fracties vaak aan de zijlijn blijven wanneer er besluiten worden genomen. Het is verkeerd dat een verscheidenheid aan standpunten wordt ingeperkt of dat het functioneren van kleine fracties nu moeilijker wordt gemaakt dan daarvoor.

Het is ook vreemd in het licht van het feit dat de grootste meningsverschillen vaak binnen de fracties te vinden zijn. De grootste fractie, de conservatieven, is bij vele grote kwesties vaak verdeeld in twee of drie groepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Conservatieve leden van het EP hebben tegen allebei de voorgestelde amendementen van de heer Corbett gestemd om de drempel voor de oprichting van fracties in het Europees Parlement te verhogen. Het evenwicht tussen het efficiënt opereren van het Parlement en de noodzaak om de pluraliteit van stemmen en meningen in het Parlement te erkennen moet met zorg worden gevonden. Dit kan beter worden bereikt door de drempels voor de oprichting van een fractie op het huidige niveau te handhaven. Hoewel wij erkennen dat er iets te zeggen valt voor een verhoging van het aantal leden dat vereist is om een nieuwe fractie op te richten, zouden alle verhogingen van de eis van het aantal lidstaten oneerlijk zijn en kleinere fracties en delegaties onnodig benadelen. Daarom heeft de Commissie constitutionele zaken, na beschouwing van het verslag van de heer Corbett, geen veranderingen aanbevolen van de drempels die in artikel 29 worden voorgeschreven.

Conservatieve leden van het EP hebben echter wel vóór het ene amendement gestemd dat oorspronkelijk door de heer Kirkhope is ingediend en dat door de Commissie constitutionele zaken is aangenomen. Dit amendement voorziet in een meer pragmatische en redelijkere benadering van het geval dat een fractie onder de vereiste drempels kan zakken.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik steun het verslag van Richard Corbett over de wijziging van het Reglement met betrekking tot de oprichting van fracties. Nu we met 27 lidstaten zijn, moeten de regels van de EU inzake deze kwestie worden geactualiseerd. Het Europees Parlement kan niet rechtvaardigen dat er miljoenen euro’s belastinggeld worden gebruikt om groeperingen van partijen, vooral fascistische, te financieren die alleen bij elkaar komen om er financieel beter van te worden.

Het Europees Parlement kent de laagste drempel van bijna alle parlementen om een fractie op te richten. De bestaande fracties worden niet bedreigd – en de wijziging van het Reglement is ook geen poging om de eurosceptici de nek om te draaien, want zij zijn met meer dan het nieuwe minimumaantal. Daarom heb ik vóór het verslag van de heer Corbett gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. (NL) De twee grootste fracties zien liefst een tweepartijenstelsel. Hoofdkenmerk van zo’n stelsel is dat beide partijen één gemeenschappelijk belang hebben, namelijk dat een tweede, derde en vierde partij geen toegang krijgen tot de politieke besluitvorming, en dat ze voor de kiezers volstrekt irrelevant blijven. Alleen de grootste fracties tellen; het protest en het alternatief moeten worden buitengesloten. In het geval dat anderen desondanks bij uitzondering in het parlement doordringen wijst men die het liefst een zo onaantrekkelijk mogelijke plaats toe, als individuen met beperkte rechten.

Sommige leden van dit parlement behoren niet tot een fractie. Dat is veelal het resultaat van door anderen opgelegde dwang. Door diezelfde dwang worden andere leden genoodzaakt tot aansluiting bij een fractie waarmee zij het gedeeltelijk oneens zijn. Fracties laten uit eigenbelang leden toe waarvan ze weten dat die op belangrijke onderdelen afwijkende opvattingen hebben. De reden is dat je hier met minder dan 20 min of meer gelijkgezinden geen eigen fractie mag vormen. Voor een democratische inbreng van alle binnen de samenleving bestaande opinies is het beter dat die drempel verdwijnt, in plaats van hem te verhogen naar 25 of 30 en starre regels tegen dissidenten in te voeren. Ik wijs dat volstrekt af.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Er bestaat volgens mij geen plausibele reden om het minimum aantal leden van het EP dat nodig is om een fractie op te richten te verhogen. De argumenten die door de rapporteur worden aangevoerd gaan bij nadere beschouwing niet op, in het bijzonder zijn verwijzing naar de zogenaamde hogere drempels voor de oprichting van een fractie in de parlementen van de lidstaten. Als je een eerlijke vergelijking met het Europees Parlement wilt maken, dan mogen alleen de rechtstreeks gekozen Kamers meedoen, omdat het Europees Parlement immers ook rechtstreeks door de burgers van de Unie wordt gekozen. De samenstelling van de Tweede Kamers wordt doorgaans door de federale staten of door de regio’s bepaald en is daardoor niet vergelijkbaar. De gemiddelde waarde die door de rechtstreeks gekozen nationale Kamers wordt gehanteerd voor de oprichting van een fractie is bijna identiek aan de drempelwaarde van het Europees Parlement.

De ware reden om de grenswaarde voor de oprichting van fracties te verhogen is duidelijk een andere. Zo heeft de rapporteur er in de commissie op gewezen dat de oprichting van de fractie “Identiteit, Traditie en Soevereiniteit (ITS)” een ongelukkige omstandigheid is en benadrukt dat het nodig is om dit in de toekomst te verhinderen. Vanwege deze aanslag op de democratie en de vrijheid van meningsuiting en ook op de gelijkheid van de leden van het EP die in het Reglement van het Parlement en in het Verdrag is vastgelegd, heb ik natuurlijk tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Dit verslag is, in zijn gewijzigde vorm, een aanvulling op het onacceptabele Reglement van het Europees Parlement, dat er op gericht is om de macht van degenen die niet volledig achter de EU staan te beteugelen en te onderdrukken. Dit is een nieuw ondemocratisch en autoritair besluit, dat een verdere belemmering vormt voor de oprichting van fracties. De politieke doelstelling is duidelijk: ze willen radicale krachten buitensluiten, in het bijzonder de communistische, en alle stemmen die tegen zijn en elke uitdrukkingsvorm die vraagtekens zet bij de EU en haar beleidsmaatregelen tot zwijgen brengen.

Deze ondemocratische operatie ging gepaard met de veronderstelde politieke chantage door de coalitie van de Fractie van de Europese Volkspartij (christendemocraten) en Europese Democraten en de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement om ook andere krachten ertoe te bewegen deze verhoging te accepteren, door te dreigen dat als ze niet zouden zwichten, zij voor een voorstel zouden stemmen waarin het aantal vereiste leden van het EP nog verder werd verhoogd tot 30. Het stemverloop toont aan dat de uitkomst van dit spelletje reeds van te voren was beslist door de krachten van de Europese eenrichtingsweg, als alibi voor hun ondemocratische besluit.

De leden van Nea Demokratia en de PASOK en de leden van Synaspismos in het EP hebben vóór dit verachtelijke amendement en het besluit in zijn geheel gestemd, hetgeen bewijst dat de krachten van de Europese eenrichtingsweg bij belangrijke besluiten dezelfde koers varen.

Wij, de EP-leden van de Communistische Partij van Griekenland, hebben tegen de verhoging van het aantal tot 25 en tegen dit verslag in zijn geheel gestemd, waarmee wij onze afkeuring uitdrukken van ondemocratische machinaties en politieke spelletjes.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het opleggen van buitensporige beperkingen en het opwerpen van barrières voor de oprichting van fracties kan voor geen enkel parlement ooit goed zijn. Behalve dat dergelijke stappen mogelijk als een schending van de grondrechten worden beschouwd, is het effect ervan vaak precies het tegenovergestelde van wat de pleitbezorgers ermee bedoelden. Daarom is dit een slechte hervorming.

Het Europees Parlement moet bevestigen dat het een essentieel democratisch referentiepunt is, zowel in de Europese Unie als in de wereld. Het zal hier niet in slagen als het zijn voorbeeldfunctie niet weet te handhaven. Ik ben het er niet mee eens dat dit de richting is die we moeten inslaan.

Daarnaast is het meer dan ooit nodig dat Europa het vertrouwen van zijn burgers, van al zijn burgers, in zijn instellingen handhaaft. Alle Europeanen moeten zich vertegenwoordigd voelen, ongeacht het politieke standpunt dat ze aanhangen. Daarom is dit een slechte hervorming die niet gelegen komt. Ik heb tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. (SV) Ik ben tegen alle pogingen om de democratie en de verscheidenheid aan meningen in het Parlement terug te dringen via maatregelen als het wijzigen van het aantal leden en lidstaten die een fractie mogen oprichten. Ondanks dit standpunt heb ik vóór het compromisamendement van het verslag-Corbett gestemd. De reden hiervoor is een pragmatische: het was de enige manier om te stemmen waarbij niet het risico werd gelopen op een besluit dat vanuit democratisch oogpunt nog slechter zou zijn en dat het nog moeilijker zou maken om een fractie op te richten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Het Europees Parlement heeft vandaag een amendement op het Reglement aangenomen, hetgeen tot een verandering van de richtsnoeren voor de oprichting van fracties zal leiden. Na de verkiezingen van juni 2009 zullen fracties in het Europees Parlement uit minstens 25 leden moeten bestaan en minimaal 7 lidstaten moeten vertegenwoordigen.

Ik wil mijn volledige steun aan deze verhoging van de drempel voor de oprichting van fracties in het Europees Parlement geven, omdat mede hierdoor wordt voorkomen dat het Parlement buitensporig versplinterd zal zijn en het effectiever zal kunnen werken. Zowel de samenhang als de effectiviteit van het Parlement heeft te lijden gehad van het buitensporig aantal kleine fracties in het Huis. Om de democratie te versterken moeten kleine fracties echter worden beschermd wanneer ze tijdelijk minder leden hebben, als ze onder de vereiste drempelwaarde zakken.

 
  
  

- Verslag: Diana Wallis (A6-0224/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. (SV) Wij hebben voor dit verslag gestemd, omdat een betere coördinatie en meer openheid tussen nationale rechtbanken/rechters en het Europees Hof van Justitie van het allerhoogste belang is voor de werking van het Europese rechtsstelsel. Het moet transparanter worden gemaakt en de toepassing ervan moet worden verbeterd door een betere opleiding en voorzieningen om te kunnen netwerken en kennis uit te wisselen. Wij zijn echter van mening dat de bespreking in de paragrafen 26 en 27 over de bevoegdheden van het Europees Hof van Justitie op bepaalde gebieden een zaak is van het Verdrag, waarover het Europees Parlement reeds zijn mening heeft gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij hebben tegen dit verslag gestemd vanwege de onaanvaardbare druk die het op de lidstaten, met inbegrip van onze nationale rechters, zal leggen, die in elk land de hoeksteen van het gerechtelijk apparaat vormen.

Dit verslag maakt duidelijk wat er werd bedoeld met de zogenoemde Europese Grondwet en het ter ziele gegane Verdrag van Lissabon, die het op een waarlijk antidemocratische wijze nieuw leven probeert in te blazen. In het verslag zelf wordt bevestigd dat men één uniforme Europese rechtsorde wil vestigen. Om dit te bereiken wil men “een grotere rol toekennen aan de nationale rechters en hun bij de omzetting van het Gemeenschapsrecht meer verantwoordelijkheid geven”.

Nationale rechters spelen een rol die van essentieel belang is, namelijk van degenen die de rechtsstaat waarborgen, waaronder ook de rechtsstaat van de Europese Gemeenschap. Er kunnen geen vraagtekens worden gezet bij het subsidiariteitsbeginsel en constitutionele kwesties in elke lidstaat in naam van “het primaat van het Gemeenschapsrecht, de directe toepasbaarheid, de consistente interpretatie en de aansprakelijkheid van de lidstaten voor schendingen van het Gemeenschapsrecht”, zoals bedoeld door de Commissie en de meerderheid van het Europees Parlement. Het is onaanvaardbaar dat deze druk wordt voortgezet nu het Verdrag is verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Dit verslag is volslagen eerlijk tegenover ons. Meteen vanaf paragraaf 1 stelt het zijn doel: de totstandkoming van één Europese rechtsorde.

Steker nog, dit verslag dat een waarlijk pamflet vóór het Gemeenschapsrecht is, wil aan nationale rechters een grotere rol toekennen en hun meer verantwoordelijkheden geven bij de uitvoering van de Gemeenschapswetgeving. Daarom wordt voorgesteld dat de Gemeenschapswetgeving met de bijbehorende jurisdictie zo snel mogelijk in de nationale wetboeken wordt geïntegreerd.

De gedachte van een samensmelting van de nationale en de communautaire rechtsorde wordt dusdanig nagejaagd, dat op geen enkel moment de kwestie naar voren wordt gebracht van de overdaad aan communautaire normen, de verwarrende formulering ervan en het veelvuldig gebrek aan consistentie.

Dat men zich richt op een vereenvoudiging en codificering van de Gemeenschapswetgeving is zeker een goede zaak. Hetzelfde geldt voor het aannemen van voorschriften die de rechtszekerheid moeten garanderen; ik denk hierbij met name aan die voorschriften die betrekking hebben op de harmonisatie van de regels ten aanzien van tegenstrijdige wetten. De jurisprudentie van het Hof van Justitie blijkt echter vaak een gevaar te zijn voor de eerbiediging van de nationale wetten, die onderworpen zijn aan de bindende beginselen en dogma’s van het Hof, zelfs als ze duidelijk strijdig zijn met de beste rechtstradities van de lidstaten.

 
  
  

- Ontwerpresolutie: WTO-geschil Airbus/Boeing (B6-0334/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) “Vrienden, vrienden, zo lang het maar niet over handel gaat” ...

Ik verwijs naar nog een tegenstelling tussen de EU en de Verenigde Staten, deze keer in de luchtvaartindustrie waar, ondanks de overeenkomst over overheidssteun van 1992, elke partij probeert zijn eigen belangen te verdedigen, omdat dat de manier is waarop de kapitalistische concurrentie werkt.

Het Europees Parlement klaagt dat “de EU het akkoord van 1992 consequent naar de geest en naar de letter heeft nageleefd en dat zij geregeld documenten heeft voorgelegd om deze naleving te bewijzen”, terwijl “de VS hun verplichtingen krachtens het akkoord van 1992 in ruime mate niet zijn nagekomen”, en “zich er unilateraal uit terugtrok” en “een WTO-zaak tegen de EU aanspande, op grond van Europese voorfinanciering die volledig met het akkoord van 1992 strookte en vergelijkbaar is met de financiering die Boeing geniet.”

Tegelijkertijd probeert het Europees Parlement, gesteld voor de “scherpe aanvallen” van Boeing en het Amerikaanse Congres tegen het contract dat aan Northrop Grumman Corporation EADS werd toegekend voor het herkapitalisatieprogramma voor tankvliegtuigen van de Amerikaanse luchtmacht, olie op het vuur te gooien door te wijzen op de noodzaak om “te komen tot een pragmatisch evenwicht tussen EU-civieltechnische ondersteuning en het Amerikaanse militair-industriële plan”.

Het lijkt er op dat niet alle landen recht hebben op soevereiniteit en “vrijhandel” …

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. (EN) Ik zal vóór dit verslag stemmen, niet omdat ik geniet van WTO-geschillen of buitengewoon achterdochtig ben ten aanzien van de Verenigde Staten, maar omdat ik genoeg heb van de protectionistische acties van de Verenigde Staten die al vele jaren aan de gang zijn, in het bijzonder op het gebied van de burgerluchtvaart.

De Amerikanen hebben de kunst van het zeuren en klagen over andere landen en hun gebrek aan vrijhandel geperfectioneerd, terwijl zij zelf maatregelen hebben genomen waardoor failliete luchtvaartmaatschappijen kunnen doorgaan met handeldrijven; naar verluidt hebben zij miljoenen dollars steun in Boeing gepompt.

De Internationale Handelscommissie heeft gelijk dat zij de EU steunt in haar zaak tegen de Verenigde Staten voor de WTO.

We zouden ons allemaal moeten richten op een eerlijke en open concurrentiestrijd tussen vliegtuigfabrikanten waarbij er keuzevrijheid is voor luchtvaartmaatschappijen om het beste toestel te kiezen dat tegen de beste prijs aan hun behoeften voldoet.

Het officiële motto van de Verenigde Staten is “Op God vertrouwen wij”. Misschien zou dat moeten veranderen in “Doe niet wat ik doe. Doe wat ik zeg.”

 
  
  

- Verslag: Jerzy Buzek (A6-0255/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Göran Färm (PSE), schriftelijk. (SV) Wij Zweedse sociaal-democraten hebben vóór het verslag van de heer Buzek gestemd over een Europees strategisch plan voor energietechnologie.

Wij staan positief tegenover de winning en opslag van CO2, maar betwijfelen of het noodzakelijk is om dingen als de conversie van steenkool naar gas te steunen voor de verdere ontwikkeling van die technologie. Wij staan ook positief tegenover het onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe energiebronnen met een lage of geen CO2-uitstoot.

Wij zijn ervoor dat de Unie dit onderzoek medefinanciert, maar vinden niet dat we het begrotingsproces overbodig moeten maken door de Commissie in dit stadium op te roepen om bepaalde bedragen te reserveren. Wij hebben er daarom voor gekozen om ons op deze twee punten van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. (EN) Ik stem tegen het tweede deel van paragraaf 26, omdat ik niet steun dat kernsplijting een van de initiatieven is die prioriteit hebben. Ik zal echter voor het verslag stemmen omdat het tot doel heeft om de innovatie van de nieuwste Europese koolstofarme technologieën te versnellen. Het is van cruciaal belang dat Europa een energieonderzoeksplan heeft om zijn ambitieuze doelstellingen op het gebied van energiebeleid en klimaatverandering te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. (PL) Ik ben het eens met de opvattingen van de heer Buzek over de invoering van nieuwe technologieën om energie op te wekken in het licht van de uitdagingen waarvoor de Europese Unie staat, namelijk milieubescherming, het waarborgen van de continuïteit van de energievoorziening en handhaving van het concurrentievermogen van de Europese Unie op hoog niveau.

Ik ben het ook eens met het punt dat de rapporteur maakt dat er in het huidige financiële kader van de Europese Unie onvoldoende middelen worden toegewezen aan de nieuwe technologieën om energie op te wekken. We moeten niet vergeten dat successen op het gebied van nieuwe technologie om elektriciteit op te wekken behaald dienen te worden op basis van een partnerschap tussen de publieke en private sector.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het voornemen van de EU om het aandeel biobrandstoffen te verhogen heeft helaas al tamelijk snel negatieve gevolgen gehad. Monoculturen, het kappen van regenwouden en de concurrentie met de voeder- en voedselproductie, hetgeen ook aan de huidige voedselcrisis heeft bijgedragen, hebben de EU-ministers kennelijk tot andere gedachten gebracht en het gestelde doel, het aandeel van hernieuwbare energieën in de verkeerssector tot 2020 met tien procent te verhogen, aan het wankelen gebracht.

Hoewel het toe te juichen is dat de productie van biobrandstoffen niet langer uit levensmiddelen hoeft plaats te vinden en dat men liever op tweede generatie biobrandstoffen wacht, bijvoorbeeld die uit afval, moet dit op geen enkele manier leiden tot een vermindering van de EU-inspanningen op het gebied van hernieuwbare energieën. Door de alarmerende ontwikkeling van de olieprijzen is het belangrijker dan ooit dat de productie en het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen wordt gestimuleerd. Al die miljarden die worden uitgegeven aan de opwekking van kernenergie met al zijn problemen, moeten in hernieuwbare energie worden gestopt.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0304/2008) – Het antwoord van de EU op staatsinvesteringsfondsen

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Staatsinvesteringsfondsen, deze staatsfondsen die overal ter wereld worden geïnvesteerd, is dat iets goeds of iets slechts? Eerder iets goeds, als we deze resolutie mogen geloven. Maar het is waar dat een Europa dat economisch gezien stagneert vanwege zijn eigen economisch en monetair beleid zich niet kan permitteren om de duizenden miljarden euro’s aan potentiële investeringen die ze vertegenwoordigen te versmaden.

Het is waar dat staatsinvesteringsfondsen de financiële markten voorlopig niet verstoren (ze zijn zelfs het Amerikaanse bancaire systeem te hulp geschoten) en dat ze eerder gericht zijn op langetermijninvesteringen. Maar dat kan veranderen. We weten allemaal hoe ondoorzichtig de meerderheid van die fondsen is met betrekking tot de waarde van hun financiële middelen, de verdeling van hun activa, hun doelstellingen en hun investeringsstrategieën die variëren van ethische investeringen tot het zoeken naar hoge rendementen, hun risicobeheerssystemen en wellicht het potentieel om in de toekomst ernstige problemen te veroorzaken. De staten die deze fondsen hebben zijn niet allemaal vrienden van Europa, verre van. Een van hen heeft reeds geschermd met de dreiging van een “financieel nucleair wapen”.

Maar we zullen ons van stemming onthouden over deze tekst in plaats van tegen te stemmen omdat er, hoewel het vrije verkeer van kapitaal wereldwijd wordt gesteund, voorzichtig in wordt gevraagd om een zekere mate van toezicht op en bescherming tegen deze fondsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Deze resolutie gaat over een belangrijk onderwerp. Staatsinvesteringsfondsen spelen een steeds belangrijkere rol in de wereldwijde handel en investeringen. Deels is dit positief, maar dat is niet altijd het geval omdat de besturen, die geen verantwoording hoeven af te leggen, besluiten nemen die de winsten op de korte termijn maximaliseren ten koste van landen, gemeenschappen en gezinnen. We moeten kijken op welke manieren we de transparantie en het rekenschap afleggen over deze middelen kunnen vergroten, die vaak groter zijn dan die waarover nationale staten beschikken.

 
  
  

- Verslag: Reinhard Rack (A6-0252/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), schriftelijk. (FI) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de heer Rack over een nieuwe stedelijke mobiliteitscultuur, waar wij vóór hebben gestemd, is een belangrijk onderdeel van de nieuwe en veelomvattende benadering die in het energie- en klimaatpakket van de Commissie wordt gevolgd: aanzienlijke verminderingen van de uitstoot kunnen in Europa tot stand worden gebracht door een verstandige, efficiënte stads- en vervoersplanning.

Er moet echter rekening worden gehouden met het feit dat de lidstaten van elkaar verschillen wat betreft hun geografische locatie en leefomstandigheden. Daarom heb ik juist gestemd vóór de twee amendementen van onze fractie. Ik kom uit een land van lange afstanden en relatief kleine steden. Het is heel duidelijk dat de mogelijkheden om het privégebruik van motorvoertuigen terug te dringen aanzienlijk kleiner zijn in bijvoorbeeld de dunbevolkte steden in het noorden van Finland dan in de dichtbevolkte gebieden van Midden-Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik heb vóór het verslag van Reinhard Rack gestemd over een nieuwe stedelijke mobiliteitscultuur. Het ontwerpverslag over het groenboek is een belangrijke bijdrage aan het onderwerp stadsontwikkeling. Voor de economische ontwikkeling van een stad en de toegankelijkheid ervan is een betere mobiliteit een voorwaarde, die echter niet ten koste mag gaan van de bevolking en het milieu.

Daarom moet er in dit ontwerpverslag meer aandacht komen voor de sociale aspecten, bijvoorbeeld het werkgelegenheidsbeleid. Verder moet men zich ervan bewust zijn dat een uniforme, Europabrede oplossing niet mogelijk is omdat de landen zo van elkaar verschillen en dat men zich daarom strikt aan het subsidiariteitsbeginsel moet blijven houden. Ook ben ik van mening dat in de landen waar de liberalisering reeds heeft plaatsgevonden een evaluatie van de gevolgen ervan voor de werkgelegenheid moet plaatsvinden. Verder eis ik een certificeringssysteem voor retrofitsystemen bij partikelfilters voor personenauto’s, vrachtwagens en terreinwagens.

Hoewel in het groenboek de meeste problemen waarmee de stedelijke mobiliteit tegenwoordig te kampen heeft uitgebreid aan bod komen en er ook nieuwe en innovatieve aanzetten voor een oplossing worden voorgesteld, wordt er bij lange na niet op alle noodzakelijke aspecten ingegaan. Het kan daarom pas als het begin van de discussie worden beschouwd.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. (PL) De belangrijkste kwestie die door de rapporteur naar voren wordt gebracht is die van het afbakenen van gebieden waarop de Europese Unie betrokken zou moeten zijn bij kwesties die te maken hebben met de stedelijke mobiliteit.

De rapporteur heeft gelijk als hij er op wijst dat er in de Europese Unie vergelijkbare problemen bestaan op het gebied van de stedelijke mobiliteit, maar het is niet mogelijk om een uniforme methode te ontwikkelen om deze problemen aan te pakken. De opvattingen van de rapporteur dat steden en gemeenten zelf in staat zijn om een methode te kiezen om gestelde doelen te bereiken is verstandig en ik wil mijn steun aan deze opvattingen betuigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. (NL) Steden zijn dichtbevolkt, hebben weinig buitenruimte en kennen grote vervoersstromen over relatief korte afstanden. In die schaarse ruimte past geen druk autoverkeer, en ook de geluidsoverlast en de luchtverontreiniging zijn reden om te streven naar zo weinig mogelijk auto’s in de stad. Natuurlijk moet ook de stad toegankelijk zijn voor brandweer, politie, ziekenwagens, verhuizers en vervoer voor mensen met een beperkte mobiliteit, maar de schaarse buitenruimte moet vooral beschikbaar zijn voor voetgangers, fietsers, de tram, spelende kinderen en groen. Alleen dan is de stad leefbaar.

De tekst waarover vandaag wordt gestemd, maakt die duidelijke keuze niet, maar probeert alleen tegenstrijdige belangen en ideeën te verzoenen. Gelukkig is de EU over dit onderwerp niet bevoegd. Het enige dat de EU kan doen is bijdragen tot de overdracht van best practices, goede ervaringen die inmiddels zijn opgedaan met verbeteringen. Die verbeteringen zijn niet alleen van belang voor de stad waar deze reeds zijn toegepast maar ook als voorbeeld voor anderen. Voorbeelden daarvan zijn de selectieve toegang van auto’s tot het centrum van Londen, de nieuwe tramnetten van Straatsburg en Bordeaux of de reeds lang autoluw ingerichte binnenstad van Groningen. Op grond van dit verslag zal de EU daaraan helaas nauwelijks kunnen bijdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriele Stauner (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen dit verslag gestemd omdat de EU niet bevoegd is op dit gebied. Het komt de rechtsduidelijkheid niet ten goede en brengt Europa ook niet dichter bij de burger wanneer het Parlement in initiatiefverslagen zijn mening over kwesties naar voren brengt die niet onder de regelgevende bevoegdheid van de EU vallen.

 
  
  

- Verslag: Olle Schmidt (A6-0241/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. (SV) We hebben vóór het verslag van Olle Schmidt inzake het jaarverslag van de ECB gestemd. We willen echter benadrukken dat we, wat betreft de passage in de toelichting over de wenselijkheid dat Zweden de euro invoert, de uitslag van het Zweedse referendum in 2003 respecteren, waarin besloten werd dat Zweden de krona als munteenheid zou behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) We hebben tegen dit verslag gestemd omdat hieruit steun voor het werk van de Europese Centrale Bank spreekt en er geen kritiek geleverd wordt op de achtereenvolgende verhogingen van de basisrente, ook al staat deze nu al op 4,25 procent, veel hoger dan de basisrente van de Amerikaanse United States Federal Reserve.

Bovendien negeert het verslag het gegeven dat de activiteiten van de bank schadelijk zijn voor de arbeiders, de bevolking in het algemeen en voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen. De bank dient slechts de doelen van de grote economische groepen en het kapitaal, terwijl de zwakkere en afhankelijke economieën, zoals die van Portugal, hierdoor in de problemen komen.

Het niveau van de schulden is in Portugal bijvoorbeeld toegenomen tot 114 procent van het BNP, een toename die, in combinatie met de overwaardering van de euro, weer een nagel in de doodskist van micro-ondernemingen en MKB is, het tekort op de handelsbalans alleen maar groter maakt en de afhankelijkheid van het land versterkt. Het zal daardoor nog moeilijker worden het hoofd te bieden aan werkloosheid, armoede, lage lonen en de algehele prijsstijgingen, gezien het feit dat de schuldenlast van Portugese gezinnen nu 129 procent van hun beschikbare inkomen bedraagt.

We stellen daarom bij deze opnieuw dat het tijd wordt te breken met dit rechtse beleid en de schijnautonomie van de ECB, die maar ternauwernood kan verhullen dat deze ten dienste staat van het grootkapitaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI) , schriftelijk. – (FR) Het verslag Schmidt is het jaarlijkse schouderklopje van het Parlement voor de Europese Centrale Bank voor bewezen diensten.

Zoals gewoonlijk lijkt het verslag het belangrijkste over het hoofd te zien: de gevreesde druk op de marge die de Europese koopkracht vernietigt en waarvoor de ECB en de Europese Unie deels verantwoordelijk zijn. Niemand gelooft dat de officiële inflatiecijfers (in 2008 3 procent, volgens het verslag), die slechts samengestelde indicatoren zijn, de werkelijkheid weerspiegelen van de kosten voor levensonderhoud van de burgers, met name voor consumptiegoederen, energie en huisvesting. Iedereen herinnert zich de verklaringen van de ECB-autoriteiten, waarin zij waarschuwden tegen het effect van salarisverhogingen op de inflatie, alsof de salarissen van diezelfde Europeanen niet onder voortdurende neerwaartse druk staan tengevolge van de oneerlijke concurrentie op de wereldmarkt en het immigratiebeleid dat de Europese Unie voorstaat.

Wat de zwaar overgewaardeerde wisselkoers van de euro betreft: die behoedt ons inderdaad voor nog erger, gezien de stijgende olieprijzen. Maar tegelijkertijd bedreigt deze koers de concurrentiepositie van veel bedrijfstakken die daardoor in de verleiding komen hun activiteiten te verplaatsen naar de dollarzone, zoals Airbus heeft gedaan.

We kunnen daarom deze wederzijdse schouderklopjes niet ondersteunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. (PL) De rapporteur heeft zich in zijn verslag inzake het jaarverslag van de ECB vooral geconcentreerd op de uitdagingen waar de Bank zich voor gesteld ziet. De Europese economieën zijn de afgelopen maanden geconfronteerd met veel zorgwekkend nieuws, helaas veel meer dan in 2007. Door de crisis op de financiële markten en de plotselinge stijging van de prijzen van olie en voedsel wordt de economische groei afgeremd en neemt de inflatie toe. Ook baart de stijging van de werkloosheidscijfers zorgen. De ECB is een van de belangrijkste instellingen die deze uitdagingen het hoofd moeten zien te bieden.

De stappen die in augustus 2007 genomen zijn hebben de liquiditeit van de financiële markten vergroot, maar ze hebben de problemen niet opgelost. Er is ook een toename van het aantal landen dat de gemeenschappelijke munt gaat invoeren. Slowakije zal het eerste land uit Midden- en Oost-Europa zijn dat hiertoe overgaat. Slowakije zal echter zeker niet de laatste zijn. De toetreding van de andere nieuwe EU-lidstaten tot de eurozone lijkt slechts een kwestie van tijd. De ervaringen van Slowakije zullen ongetwijfeld nauwlettend gevolgd worden door landen uit de regio die ook overwegen de eenheidsmunt in te voeren.

De rapporteur heeft ook gelijk als hij opmerkt dat de verschillen in economische ontwikkeling, groeitempo en volwassenheid van economieën binnen de EU de effectieve besluitvorming van de ECB kan bemoeilijken. Om die reden vind ik de suggestie verstandig om onderzoek te doen naar de verschillende opties die er zijn voor veranderingen in de besluitvorming van de ECB. Een dergelijk onderzoek dient niet alleen van betrekking te zijn op de huidige leden van de eurozone, maar ook op toekomstige en potentiële leden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik sta achter Olle Schmidts verslag inzake het jaarverslag van de ECB. Ik schaar mij achter de rapporteur in zijn oproep aan de ECB om zich te blijven inzetten voor een betere samenwerking en communicatie met andere centrale banken en relevante instellingen. Ik onderschrijf ook de aanbeveling van de heer Schmidt dat er voorzichtig moet worden omgesprongen met verdere renteverhogingen om de economische groei niet in gevaar te brengen. Ik heb vóór de evaluatie van de rapporteur gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De resolutie waartegen wij, de Europarlementsleden van de Communistische Partij van Griekenland, gestemd hebben is een provocatie omdat deze de 10-jarige implementatie van de EMU en de invoering van de euro probeert af te schilderen als een groot “succes”, terwijl arbeiders en de arme werkende klassen in de EU-landen, waaronder Griekenland, de barre gevolgen ervan ondervinden, zoals de hoge prijzen, de bevriezing van lonen en pensioenen, werkloosheid, hoge belastingen voor werknemers en arme zelfstandigen en het schrappen van arbeidsplaatsen en sociale en democratische rechten. Als er al sprake is van “succes”, dan alleen voor de winsten en overmatige winsten van de Europese plutocraten, volledig tegen alle belangen van arbeiders en de bevolking in. De Europese Centrale Bank is zuiver een instrument van het Europese kapitaal en is daardoor verplicht een actievere en effectievere rol in die richting spelen, door middel van antipopulaire maatregelen, zoals de verhoging van de rente en dergelijke.

De opmerkingen en zorgen in de resolutie over de “onrust” op de financiële markten en problemen met de cohesie binnen de EU, die blijven voortbestaan en zelfs groter worden, bevestigen ons echter in onze mening dat er sprake is van een voortdurende en niet te vermijden crisis van het kapitalistische systeem en zijn buitenproportionele groei en dat dit omvergeworpen moet worden en vervangen door een planeconomie waarbinnen de mensen de macht hebben, en dat de banden met de imperialistische EU moeten worden verbroken. Binnen de EU is er geen groei mogelijk waarbij gewone mensen op de eerste plaats komen.

 

8. Rectificaties stemgedrag/Voorgenomen stemgedrag: zie notulen
  

(De vergadering wordt om 13.15 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 

9. Europese programma’s voor navigatie per satelliet (Egnos en Galileo) (ondertekening van de verordening)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Fungerend voorzitter, commissaris, dames en heren, door middel van deze openbare ondertekening van het wettelijk instrumentarium voor het Galileoprogramma onderstrepen we het grote belang dat we hechten aan de Europese satelliet navigatieprogramma’s EGNOS en Galileo. De verordening die vandaag wordt getekend is een signaal, een herinnering aan het feit dat veel doelstellingen alleen binnen het kader van de Europese Unie bereikt kunnen worden en niet door individueel opererende lidstaten. Door EGNOS en Galileo krijgt de Europese Unie de middelen om een Europees alternatief voor en aanvulling op andere systemen op te zetten. Tegelijkertijd zullen we daarmee de concurrentiepositie van onze industriesector op belangrijke strategische technologische gebieden kunnen versterken.

Galileo zal bestaan uit een netwerk van 30 satellieten en een infrastructuur van de grondcontrole. De tekst van de verordening die we vandaag ondertekenen is het resultaat van onderhandelingen tussen de Europese instellingen die in eerste lezing tot een geslaagde afronding zijn gekomen.

De instellingen hebben de oplossingen gevonden om een dergelijk zeer complex technisch systeem in te richten, met name door akkoord te gaan met een EU-subsidie van 3,4 miljard euro. Dientengevolge kan Galileo uiterlijk 2013 operationeel zijn.

Als Voorzitter van het Europees Parlement wil ik in het bijzonder mijn dank uitspreken aan de voorzitter van de Commissie industrie, onderzoek en energie, Angelika Niebler, en de rapporteur van het Europees Parlement, Etelka Barsi-Pataky, voor hun succesvolle inspanningen, en aan het Sloveens voorzitterschap voor zijn grote inzet voor dit uiterst belangrijke strategisch dossier.

(Applaus)

Ik hoop ook dat deze openbare ondertekening zal onderstrepen dat we vast van plan zijn met grote inzet door te gaan tastbare vooruitgang te behalen voor onze burgers. Ik dank u dat u voor uw aanwezigheid en ik dank u voor uw aandacht.

Ik nodig nu de vertegenwoordiger van de Raad, Jean-Pierre Jouyet, uit het woord tot ons te richten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter. (FR) Ik sluit me graag bij u aan, Voorzitter, om het Sloveense voorzitterschap te bedanken, dat deze moeilijke overeenkomst tot een goed einde heeft weten te brengen. Ik dank ook mevrouw Niebler, voorzitter van de Commissie industrie, onderzoek en energie, uw rapporteur en die leidende leden van het Europees Parlement die het mogelijk hebben gemaakt dat deze Verordening is aangenomen.

We zetten vandaag een belangrijke stap vooruit, door deze Verordening inzake Galileo aan te nemen. Hierdoor wordt de invoering van een systeem voor nauwkeurige plaatsbepaling via satelliet, gefinancierd met openbare middelen, mogelijk. Zoals de heer Pöttering al zei bestaat dit systeem uit 30 satellieten en grondstations en geeft het gebruikers uit vele sectoren informatie over hun locatie. Voor veel van onze burgers is dit derhalve een teken van een daadwerkelijke vooruitgang voor Europa.

Niet alleen wordt daardoor onze onafhankelijkheid gegarandeerd, omdat het signaal het Amerikaanse GPS-signaal kan vervangen, bijvoorbeeld als dat uit de lucht gaat, maar ook worden er diensten mogelijk die tot dusverre niet via GPS beschikbaar zijn: voor het opsporen van mensen in nood, hetgeen van essentieel belang is voor de rol die Europa ten opzichte van zijn burgers moet spelen, of voor het inrichten van een dienst voor beveiliging van mensenlevens, met name erg geschikt voor de luchtvaart. Galileo zal daarom tot tastbare resultaten leiden in het dagelijks leven van onze burgers.

De Europese Commissie, commissaris en het Europees Ruimteagentschap zijn gestart met de selectieprocedure voor bedrijven die betrokken zullen worden bij het uitvoeren van de verschillende onderdelen voor de implementatie van dit systeem; de totstandkoming van Galileo is natuurlijk ook van het allergrootste belang voor de concurrentiepositie van de Europese industrie.

Het beheer van het Galileoprogramma zal onder de politieke controle van het Parlement en de Raad vallen. U kunt er van op aan dat het Franse voorzitterschap vast voornemens is nauw samen te werken met het Europees Parlement; het stelt voor dat het Inter-institutionele Comité van Galileo, het GIP, waarin de drie Europese instellingen – de Commissie, het Parlement en de Raad - vertegenwoordigd zijn, zo snel mogelijk bijeen komt om de voorwaarden te bespreken voor een succesvolle implementatie van dit programma, dat van groot belang is voor de Europese Unie als geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dank u wel, minister. De heer Jouyet en ik zullen nu de Galileo-Verordening ondertekenen en ik wil graag commissaris Ferrero-Waldner, Angelika Niebler, voorzitter van de Commissie industrie, onderzoek en energie, en rapporteur Etelka Barsi-Pataky verzoeken naar voren te komen en zich bij ons te voegen.

(Ondertekening van de Galileo-Verordening)

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 

10. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen

11. Situatie in China na de aardbeving en voor de Olympische Spelen (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in China na de aardbeving en vóór de Olympische Spelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter. – (FR) Voorzitter, commissaris, dames en heren, China is een strategische partner van de Europese Unie. Onze politieke en handelsbetrekkingen zijn bijzonder sterk. Ik wil erop wijzen dat de Europese Unie de grootste handelspartner van China is.

De bijdrage van China op internationaal niveau, zoals bij de oplossing van belangrijke regionale en mondiale kwesties, is voor de Europese Unie van groot belang. De Unie wil ook ontwikkeling en hervormingen in China stimuleren, niet alleen in het belang van het land zelf, maar gezien de omvang van het land ook in het belang van de hele wereld. In dat kader hebben we de gevolgen van de aardbeving die de provincie Sichuan in mei getroffen heeft met grote zorg gevolgd en de omvang van de ramp vastgesteld. Tot dusverre zijn 70 000 doden en 18 000 vermisten gemeld, waardoor het dodental helaas waarschijnlijk boven de 80 000 zal komen. Meer dan 5 miljoen mensen zijn dakloos geworden. Door de aardbeving en vanwege de grote menselijke en materiële verliezen heeft China zijn hele staatsapparaat moeten mobiliseren en de internationale gemeenschap heeft haar waardering uitgesproken voor de inspanningen die China geleverd heeft om snel en effectief op de ramp te reageren.

De Europese Unie heeft snel gereageerd met humanitaire hulp. Op 13 mei is onmiddellijk het communautair mechanisme voor civiele bescherming geactiveerd om de in natura bijdragen van de lidstaten te coördineren. In totaal 25 miljoen euro, door de Europese Unie en de lidstaten ter beschikking gesteld – waarvan 2,2 miljoen werd bijgedragen door de Commissie – werd via het Rode Kruis doorgesluisd.

We zijn van mening dat China over het algemeen een effectieve rol heeft gespeeld tijdens de reddingsoperaties en dat men, met de steun van de internationale gemeenschap, zich sterk inzet om de gevolgen van de ramp zoveel mogelijk op te vangen. De Chinese autoriteiten hebben zich zeer open opgesteld jegens buitenlandse hulp en berichtgeving over deze gebeurtenis; we willen dan ook onze waardering uitspreken voor hun uitstekende inzet ten aanzien van reddingsoperaties en wederopbouw.

Anderzijds hebben we, zoals u allen weet, de gebeurtenissen in Tibet nauwlettend en met enige zorg gevolgd en we zullen de verdere ontwikkelingen in de regio op de voet blijven volgen. In de verklaring die het Sloveense voorzitterschap op 17 maart namens de Europese Unie heeft afgelegd spreekt de EU haar grote zorg uit over de voortdurende meldingen over onrust in Tibet en heeft zij haar medeleven en condoleances overgebracht aan de families van de slachtoffers. In de verklaring werden alle partijen opgeroepen tot zelfbeheersing en is enerzijds aan de Chinese autoriteiten gevraagd niet gewelddadig op te treden en anderzijds aan de demonstranten gevraagd geen geweld te gebruiken.

In onze boodschappen aan de Chinese autoriteiten hebben we hen verzocht een dialoog aan te gaan met de Dalai Lama, om over belangrijke punten te spreken zoals het behoud van de Tibetaanse cultuur, religie en tradities. We hebben tevens aangedrongen op transparantie van de informatie en het verlenen van vrije toegang aan media, diplomaten, toeristen en VN-instanties tot Tibet. Sinds half juni is Tibet weer open voor toeristen.

We hebben ook positief gereageerd op de informele ontmoeting, op 4 mei, tussen de Chinese autoriteiten en gezanten van de Dalai Lama; we vinden dit een stap in de goede richting en we hebben de hoop geuit dat dit zal leiden tot een nieuwe ronde van constructieve dialoog met de Dalai Lama. De Chinese autoriteiten en de vertegenwoordigers van de Dalai Lama hebben elkaar opnieuw ontmoet op 1, 2 en 3 juli in Beijing. Het is uiteraard nog te vroeg om commentaar te leveren op deze recente gespreksronde, maar we hopen dat beide partijen zich constructief zullen opstellen.

De Chinese autoriteiten hebben bevestigd dat de centrale regering in Beijing en de gezant van de Dalai Lama zijn overeengekomen dat ze hun contacten en overleg zullen voortzetten. Ook spraken zij de hoop uit dat Tibet in de nabije toekomst kan worden opengesteld voor journalisten en andere mensen, zodra de openbare orde in de provincie is hersteld.

Wat deelname aan de openingsceremonie van de Olympische Spelen betreft is het aan elke lidstaat zelf te bepalen op welk niveau men zich wil laten vertegenwoordigen. Ik wil er in dat opzicht op wijzen dat China bij verschillende gelegenheden heeft gezegd dat alle leiders van de Europese Unie van harte welkom zijn.

Na overleg met al zijn ambtgenoten in de Europese Raad heeft de president van de republiek zijn voornemen uitgesproken aan de openingsceremonie deel te nemen in zijn dubbele hoedanigheid van president van de Franse republiek en fungerend voorzitter van de Raad.

Voorzitter, commissaris, dames en heren, daarmee sluit ik de informatie af die ik vandaag bij u onder de aandacht wilde brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (EN) Voorzitter, ik ben ervan overtuigd dat strategische betrekkingen tussen de EU en China van vitaal belang zijn voor de Europese Unie en ik denk dat ze dat voor China, en voor de rest van de wereld, ook zijn.

Achteraf gezien is dit voorjaar een test geweest voor die betrekkingen. De onrust in Tibet heeft in Europa tot wijdverbreide protesten geleid en tot het verstoren van de estafetteloop met de Olympische vlam in verschillende Europese hoofdsteden. Deze gebeurtenissen hebben op hun beurt in China geleid tot een opleving van nationalistische en anti-Europese gevoelens, die vertaald zijn in boycotacties tegen Europese belangen in China. Tengevolge daarvan is de zorg gegroeid over de steeds grotere kloof tussen de publieke opinie in China en Europa en de wederzijdse beeldvorming.

Gelukkig waren deze ontwikkelingen van relatief korte duur. Twee gebeurtenissen hebben het tij doen keren. Een daarvan was het bezoek dat de Commissie van 24 tot 26 april aan Beijing heeft gebracht. De heer Barroso en ik hebben daaraan deelgenomen. De andere factor was de verschrikkelijke aardbeving die de provincie Sichuan in mei heeft getroffen.

Ik wil hier op beide afzonderlijk ingaan. Om te beginnen met ons bezoek van eind april: het accent daarvan lag op duurzame ontwikkeling en de klimaatverandering, maar het was ook een gelegenheid om de zorgen van de EU ten aanzien van Tibet rechtstreeks met de Chinese leiders te bespreken. U zult zich herinneren dat ik, toen ik op 26 maart dit Huis toesprak, opgeroepen heb tot het opnieuw opstarten van het overleg tussen de gezanten van de Dalai Lama en de Chinese regering. Gedurende ons overleg in april deelde president Hu Jintao ons mee dat China op korte termijn het overleg met de vertegenwoordigers van de Dalai Lama zou hervatten. Dat was een van de belangrijkste verzoeken van de Europese Unie.

Dit resultaat van ons bezoek aan Beijing was het bewijs dat de consequente aanpak van constructieve betrokkenheid met China tot tastbare resultaten leidt en dus de juiste aanpak was.

De andere gebeurtenis die een omslagpunt betekende in de betrekkingen van China met de rest van de wereld was, zoals de fungerend voorzitter reeds zei, de aardbeving in Sichuan. De omvang van de humanitaire ramp die door de aardbeving veroorzaakt is, is enorm: 70 000 mensen vonden de dood en meer dan 10 miljoen mensen zijn dakloos geworden.

Wereldwijd riep dit een gevoel van medeleven op en kwam de hulp voor de slachtoffers op gang. Nog belangrijker was het, dat de Chinese regering snel en goed gecoördineerd op de aardbeving reageerde. 130 000 soldaten werden ingezet en de pers had vrije toegang tot de getroffen gebieden. Door deze reactie kwam het moderne China in een positiever daglicht te staan.

De fungerend voorzitter van de Raad heeft gezegd hoeveel we als Europese Unie als geheel gedoneerd hebben, dus daar hoef ik niets meer over te zeggen. Ik wil daarom meteen overgaan op de huidige situatie.

Er zijn drie gebeurtenissen tussen nu en het eind van het jaar die vanuit het perspectief van China van cruciaal belang zullen zijn voor de betrekkingen tussen de EU en China, en ik denk ook vanuit ons perspectief: de Olympische Spelen in Beijing, de ASEM-top die op 24 en 25 oktober plaatsvindt in Beijing en de EU-China-top die op 1 december in Frankrijk is gepland. Gedurende deze periode zullen de Chinese leiders bijzonder gevoelig zijn voor boodschappen uit het buitenland. We dienen nu meer dan ooit mogelijke misverstanden te voorkomen en moeten ons beleid van constructieve betrokkenheid voortzetten.

De situatie in Tibet zal gedurende deze maanden voortdurend onder onze aandacht blijven. We kunnen zeggen dat we vandaag weer de situatie hebben zoals deze vóór 14 maart was, omdat het overleg tussen de Chinese regering en de vertegenwoordigers van de Dalai Lama begin mei weer is hervat en er vorige week een nieuwe overlegronde plaatsgevonden heeft. Maar ik ben het ermee eens dat we de situatie nog niet helemaal kunnen beoordelen. We zullen beide zijden blijven aansporen om het overleg op een vruchtbare en resultaatgerichte manier voort te zetten.

China heeft op 24 juni ook een positieve stap gedaan door weer buitenlandse toeristen in Tibet toe te laten. Hoewel er sinds maart gecontroleerde bezoeken plaatsgevonden hebben van diplomaten en buitenlandse journalisten, blijven we er bij hen op aandringen dat buitenlandse journalisten volledige toegang krijgen.

Wat de Olympische Spelen betreft hopen we allemaal dat deze een gelegenheid zullen vormen voor China en de rest van de wereld om dichter bij elkaar te komen. Ik wens China succes daarmee.

De ASEM-top in oktober, waaraan ik zal deelnemen, zal een goede gelegenheid zijn om onze betrekkingen met China te onderstrepen en op die manier voortgang te boeken op belangrijke mondiale kwesties.

Concluderend: ik hoop dat we, met name op onze volgende EU-China-top, concrete voortgang zullen kunnen boeken ten aanzien van een aantal zaken die wederzijds van groot belang zijn, zoals de klimaatverandering, de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en China, de mensenrechten en economische en handelsvraagstukken. Dat zijn onze doelstellingen van nu tot 1 december. Ik denk dat het van groot belang is om gestaag door te gaan met het ontwikkelen van het strategisch partnerschap tussen de EU en China, op een manier die ook rekening houdt met de zorgen die er leven.

 
  
MPphoto
 
 

  Georg Jarzembowski, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Voorzitter, fungerend voorzitter, commissaris, mijn fractie wil in de eerste plaats verwijzen naar de resolutie over de natuurramp in China en de situatie in Tibet die het Europees Parlement bij grote meerderheid heeft aangenomen op 22 mei van dit jaar.

De PPE-DE-fractie juicht de grote inzet toe van de Chinese regering voor de wederopbouw van de gebieden die door de aardbeving getroffen zijn. Tegelijkertijd verwachten we echter van de Chinese regering dat deze ervoor zorgt dat de nieuwe huizen en andere nieuwe gebouwen zo gebouwd worden dat ze bestand zijn tegen aardschokken, want we moeten het droevige feit niet vergeten dat het structurele fouten in de gebouwen waren die er de oorzaak van waren dat veel scholen ingestort zijn en veel leerlingen het leven verloren hebben. We verwachten van de Chinese regering dat deze kwestie onderzocht wordt en dat de mensen die hiervoor verantwoordelijk waren hierover verantwoording moeten afleggen.

De PPE-DE-fractie constateert met grote zorg dat de Chinese regering de kans die het organiseren van de Olympische Spelen biedt om de mensenrechten in China te verbeteren tot dusverre niet benut heeft. Integendeel: in de aanloop naar de Olympische Spelen lijken de intimidatie van Chinese burgers en de beperkingen die vertegenwoordigers van de media krijgen opgelegd alleen maar toe te nemen.

Daarom roepen we de Chinese regering op om te zorgen dat de mensenrechten, en met name de persvrijheid, op tijd voor de Olympische Spelen van kracht zijn en ook daarna gegarandeerd zijn.

(Applaus)

Tot slot roept de PPE-DE-fractie de Chinese regering op haar goede wil te tonen in de huidige gesprekken met de Dalai Lama en deze tot een positief einde te brengen, inclusief garanties voor de culturele autonomie van Tibet. Het zou voor ons onacceptabel zijn als de Chinese regering dit overleg gebruikt om de periode van de Olympische Spelen goed door te komen en het overleg vervolgens weer af te breken.

We verwachten van hen een uitkomst die de culturele autonomie van en de mensenrechten in Tibet versterkt.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Libor Rouček, namens de PSE-fractie. – (CS) Dames en heren, ik wil op de eerste plaats mijn bewondering uitspreken voor de manier waarop de Chinese autoriteiten de situatie hebben aangepakt na de verwoestende aardbeving in de provincie Sichuan, die zo’n tien miljoen mensen getroffen heeft. Ik juich het toe dat China onmiddellijk zijn grenzen heeft opengesteld voor buitenlandse hulp en ik kan u beloven, uit naam van de PSE-fractie, dat we er alles aan zullen blijven doen om te zorgen dat de Europese hulp snel en effectief kan worden afgeleverd. Wat Tibet betreft verwelkom ik het herstel van de contacten en de twee overlegronden die hebben plaatsgevonden tussen de Chinese autoriteiten en de gezanten van de Dalai Lama. Ik denk dat dat een goed begin is, gezien de gebeurtenissen in maart, en ik denk ook dat deze contacten en deze dialoog zullen doorgaan totdat er een voor beide partijen acceptabele oplossing gevonden is. China heeft onlangs de grenzen van Tibet weer opengesteld voor buitenlandse toeristen en volgens de The New York Times zijn al meer dan 1 000 Tibetanen vrijgelaten die na de demonstraties in maart waren opgepakt. Ik wil echter nog steeds een beroep doen op de Chinese autoriteiten om de familieleden van mensen die nog steeds in gevangenschap verkeren ten minste te informeren waar zij zijn. Wat de Olympische Spelen betreft wens ik zowel China als het Internationaal Olympisch Comité goede en geslaagde spelen toe, omdat ik ervan overtuigd ben dat deze spelen, als de organisatie ervan succesvol verloopt, een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van de mensenrechtensituatie in China.

 
  
MPphoto
 
 

  Marco Cappato, namens de ALDE-Fractie. (IT) Voorzitter, dames en heren, er is hier niemand die het belang van allerlei betrekkingen met de Chinese regering ter discussie stelt, laat staan de solidariteit tengevolge van de aardbeving. De verklaring die de fungerend voorzitter heeft afgelegd roept echter een probleem op. Die verklaring zegt hoegenaamd niets over de rol die deze Unie kan en moet spelen ten aanzien van de verbetering van de grond- en politieke rechten van iedereen die op Chinees grondgebied leeft, in Tibet en niet alleen in Tibet.

(Applaus)

Ik wil daar graag iets over zeggen, omdat het anders een nogal eenzijdige benadering van een probleem is om te zeggen dat het een goed teken is dat buitenlandse toeristen weer worden toegelaten, en geen woord over alles wat er gebeurd is: de veroordelingen, de openbare berechtingen, de militarisering van Lhasa toen de Olympische vlam daar doorheen kwam, de vrijheden die mensen nog steeds worden ontzegd, de martelingen die nog steeds doorgaan. De reactie op die eenzijdige benadering kan makkelijk gekenmerkt wordt als vindingrijk, idealistisch en zinloos, omdat er mensen zijn die over belangrijke dingen nadenken zoals goede betrekkingen met China, en anderen die nadenken over vindingrijke en onsamenhangende dingen, wij dus.

Dat is het resultaat van een verklaring zoals u die heeft afgelegd; u hebt ook niet het Uighurvolk genoemd, simpelweg omdat ze geen transnationale leider hebben die een geweldloze weg voorstaat, zoals de Dalai Lama, en ik vind dat een ernstige zaak als we het over China hebben. Dat is een Europa dat zegt, terwijl dit allemaal plaatsvindt: de beslissing om wel of niet te gaan is aan elk staatshoofd zelf en ondertussen hebben wij Fransen met onze partners overlegd en gaan we erheen als het voorzitterschap van de Europese Unie. Welk voorzitterschap is dat? Welke Europese Unie is dat? Dat is het Europa van de nationale staten en China zal terecht tot de conclusie komen dat het Europa van de nationale staten niet in staat is een beleid uit te zetten dat hen ertoe dwingt de mensenrechten van Chinese en andere burgers te respecteren.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Het is erg moeilijk een spreker te vragen te stoppen, vooral midden in een betoog, maar probeert u zich aan uw spreektijd te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hanna Foltyn-Kubicka, namens de UEN-Fractie. (PL) Voorzitter, ik wil nogmaals uw aandacht vragen voor de ontegenzeggelijk catastrofale politieke situatie in Tibet. Naarmate de Olympische Spelen naderen voeren de autoriteiten van de Volksrepubliek China hun maatregelen met betrekking tot deze provincie op. Het is een onderhand een gewoonte geworden om het leger de Tibetaanse kloosters in te sturen met als excuus dat er naar wapens en terroristen wordt gezocht. Tijdens deze acties worden kunstwerken die op deze locaties verzameld worden in beslag genomen en dit gaat gepaard met de vernietiging van religieuze voorwerpen. We zijn door onafhankelijke onderzoeksinstellingen en mensenrechtenorganisaties geïnformeerd over de laatste gebeurtenis van deze orde, die plaatsvond in het Tsendrokklooster in de provincie Amdo Maima. De Spelen beginnen over minder dan een maand. Elke dag die voorbijgaat toont aan dat het geloof dat we hadden in de veranderingen die vanwege de Spelen in de interne Chinese politiek zouden plaatsvinden ongegrond was. Ik hoop echter wel dat de belangstelling van Europa voor deze kwestie niet tegelijkertijd dooft met de Olympische vlam in Beijing.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Voorzitter, fungerend voorzitter, gefeliciteerd dat u van hypocrisie, leugens en huichelarij een Olympische gebeurtenis heeft gemaakt. Genoeg is genoeg! U gedraagt zich net zoals regeringen zich jarenlang gedroegen ten opzichte van het Communistische totalitaire Sovjet-regime. Het is altijd weer het oude liedje en u vertelt ons steeds weer hetzelfde sprookje.

U hebt het over de stand van zaken bij de onderhandelingen. Als u het aan de Tibetanen zou vragen, dan zouden zij u vertellen dat deze onderhandelingen een voortdurende vernedering waren, een constante chantage – wat dat betreft zijn de Dalai Lama en zijn gezanten net zo behandeld als Dubček door Brezjnev – die neerkwam op: “Als u beweegt, openen we het vuur”. Dat is wat er tijdens de onderhandelingen gezegd werd en nu gaat de fungerend voorzitter, de president van de Franse republiek, zeggen: “Goed zo, China. U laat ons zien wat je moet doen als iemand beweegt.” Dat was de overtrokken reactie van de Chinezen, net zoals de opmerking van Sarkozy over het schoonspuiten van de straten van de voorsteden met een hogedrukspuit een overtrokken reactie was.

Dat is de waarheid, en vervolgens heeft u het over een Europa van waarden. Op basis waarvan, waar en hoe? Nou, nu iedereen aanwezig is – en dit is een Zwarte Woensdag voor dit Huis – wil ik de voorzitter van de Socialistische fractie en de voorzitter van de PPE-fractie feliciteren. Ze zijn er allemaal. Om wat te zeggen, eigenlijk? Om wat te zeggen, hier vandaag? Iedereen vertelt me dat het allemaal beter zal gaan dankzij de Olympische Spelen.

Dat zeiden we in 2001: als we de Olympische Spelen aan China geven, zal het daar beter gaan. Er is sinds 2001 niets gebeurd en het is alleen maar erger geworden. Dus wat vertelt u ons? Dat het over vier weken beter zal gaan? Waarom zou het beter gaan? De Chinezen zijn aan de winnende hand. De Chinese Communistische Partij is aan de winnende hand. Hoe harder ze zich opstellen, hoe dieper u door de knieën gaat. En hoe dieper u door de knieën gaat, hoe groter hun overwinning.

Waarom denkt u dat dat gaat veranderen? Ze zullen tijdens de Olympische Spelen alles onder hun controle hebben. Ze zullen de radiozenders onder controle hebben, de televisie, maar niet Sarkozy, dat is waar. Ze zullen hem zelfs uitnodigen voor een diner met eetstokjes. Dat wordt hartstikke leuk. Zo van “Oh, mijnheer de president, kiele-kiele, aai-aai.” En dan zegt Sarkozy: “Dat is dan drie kerncentrales en 36 hogesnelheidstreinen en nog het een en ander.” Dat is weerzinwekkend. Het is verwerpelijk en ik vind het, als Europa niet wakker wordt, als we maar doorgaan met ons te gedragen als een Europa van handelaren, dat niet in staat is de meest fundamentele rechten te verdedigen, in Europa of waar ook ter wereld, niet de moeite waard een Europa te smeden, en dat is wat we tegen de fungerend voorzitter van de Raad moeten zeggen.

(Levendig applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Jiří Maštálka , namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Dank u wel, voorzitter. Het is altijd moeilijker de balk in ons eigen oog te zien dan de splinter in het oog van een ander. Ik wil in de allereerste plaats uitdrukking geven aan mijn medeleven met de slachtoffers van deze enorme ramp en, net zoals mijn collega de heer Rouček, aan mijn bewondering voor de wijze waarop de Chinese regering gereageerd heeft om de slachtoffers te helpen. Ook wil ik de Commissie bedanken, die bijzonder snel was met het ter beschikking stellen van financiële steun, en wil ik zeggen dat ik er zeker van ben dat er geen eind aan deze steun zal komen. Ik denk dat ik namens de meerderheid spreek als ik zeg dat we willen dat de Olympische Spelen in een sfeer van veiligheid en sportiviteit verlopen, en niet alleen in de stadions. We respecteren natuurlijk de eigenheid van de Chinese geschiedenis en cultuur. Deze twee gebeurtenissen geven ons echter nog meer kansen om een nóg intensievere dialoog aan te gaan en tastbare resultaten te bereiken in de gesprekken met onze partners van de Volksrepubliek China, zowel op het gebied van het milieu als ten aanzien van de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. (NL) Op woensdagmiddag 18 juni zou ik drie eerzame, vreedzame Chinese burgers ontmoeten in een hotel in Peking. Krap een uur voor onze kennismaking vernam ik dat twee van hen door de veiligheidsdienst waren opgepakt en de derde van overheidswege was gemaand af te zien van onze afspraak. Ruim 31 uur later kwamen beide gedetineerden weer vrij. Zij waren volgens de officiële lezing niet gearresteerd en dus ook niet vrijgelaten, maar slechts gecontroleerd.

Hoe het ook zij, de Chinese overheid wenste blijkbaar elk persoonlijk contact tussen een lid van het Europees Parlement en deze drie staatsburgers te voorkomen. Ik begrijp haar verfoeilijke houding echter volkomen. Van drie prominente vertegenwoordigers van de bloeiende protestantse huiskerken kon Peking bepaald geen Olympisch propagandaverhaal verwachten. Juist in de aanloop naar het groots opgezette sportspektakel staan met name de leden van officieel niet geregistreerde protestantse kerken aan steeds heviger geloofsvervolging bloot.

Over de schrijnende details van deze repressie bewaart het vooruitstrevende Chinese leiderschap liever het zwijgen. Logisch. Welke eer valt er immers te behalen aan de dwangarbeid van een eenvoudige voorganger van een huiskerk in Peking? Drie jaar lang moest hij gedurende tien tot twaalf uur per dag voetballen fabriceren voor de komende Olympische spelen. Over de Chinese vorm van dwangarbeid gesproken!

Wat moeten wij bovendien denken van Chinese gezagsdragers die leden van de huiskerken lieten arresteren omdat zij als vrijwilligers de slachtoffers van de verschrikkelijke aardbeving in de provincie Sichuan uit innerlijke overtuiging daadwerkelijk te hulp schoten? Dat mocht dus niet. Mijnheer de voorzitter, ruim voor het begin van de Olympische spelen in eigen land heeft Peking kortom door zijn flagrante schending van de grondrechten de Olympische vlam mijns inziens allang gedoofd!

 
  
MPphoto
 
 

  Edward McMillan-Scott (PPE-DE).(EN) Voorzitter, ik wil om te beginnen mijn condoleances uitspreken jegens de familieleden van de mensen die het leven gelaten hebben en jegens de mensen die door de aardbeving getroffen zijn.

Maar als u mij toestaat wil ik mij in het bijzonder richten tot de heer Jouyet, in verband met zijn mededeling van vandaag dat president Sarkozy, die morgen hier komt, aanwezig zal zijn bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen.

Ik wil graag wijzen op het redactioneel van vandaag in de lokale krant, Les Dernières Nouvelles d’Alsace: ‘L’Europe a capitulé’ – Europa capituleert. Niet alleen gaat president Sarkozy naar de Olympische Spelen, maar ook zijn de uitzendingen die via Eutelsat in China worden doorgegeven op 16 april met toestemming van de Franse autoriteiten opgeschort. Dat is al eerder vertoond. Ik wil bij deze de Franse regering smeken NDTV toestemming te verlenen hun uitzendingen weer te hervatten.

Ik ga vandaag de VN-rapporteurs inzake marteling en godsdienstvrijheid een dossier voorleggen met betrekking tot enkele mensen waarmee ik twee jaar geleden in Beijing contact had. De heer Cao Dong wordt nog steeds gemarteld in een gevangenis in Noordoost-China. De heer Niu Jinping is op 20 April 2008 gearresteerd en wordt gemarteld. Zijn vrouw, mevrouw Zhang Lianying, is vele malen gemarteld en is vier keer gevangen gezet. Ik zet op mijn website een dossier met 50 manieren waarop zij is gemarteld. Ik weet dat de heer Gao Zhisheng, een christelijke advocaat die opkomt voor de mensenrechten, eerder dit jaar heel erg slecht behandeld is. Hij staat nog steeds onder huisarrest. De heer Hu Jia werd gearresteerd nadat hij een verklaring had afgelegd voor de Subcommissie mensenrechten van het Europees Parlement.

Dit is een willekeurig, wreed en paranoïde regime. We moeten politiek niet met sport vermengen. We moeten de heer Sarkozy niet naar Beijing laten gaan.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Evans (PSE).(EN) Voorzitter, zoals veel mensen hier had ik zeven jaar geleden grote reserves toen de Olympische Spelen aan China werden toegekend. Maar deze werden pas toegekend nadat de autoriteiten een hele reeks garanties hadden gegeven dat de rechten van minderheden gerespecteerd zouden worden, dat er een einde zou komen aan marteling en mishandeling en dat men iets ging doen aan de schendingen van de mensenrechten, die goed gedocumenteerd zijn.

We zappen even door naar vandaag en zien dan dat onze zorgen nog net zo groot zijn als toen, zo niet groter. Anderen hebben over de gevallen van mishandeling gesproken. De heer Cappato was heel duidelijk over Tibet en ook de heer Cohn-Bendit en anderen hebben gesproken. We weten van de schendingen van het natuurlijk recht. China executeert jaarlijks meer mensen dan alle andere landen samen. Ik vind dat Europa zich moet schamen als president Sarkozy en een hele rij Europese regeringsleiders en staatshoofden en prinsen volgende maand daar staan en de Chinese leiders de hand schudden en hen daardoor een geloofwaardigheid geven die ze niet verdienen en hen groen licht geven om door te gaan met waar ze mee bezig zijn. De Olympische Spelen zouden het Olympisch ideaal moeten uitdragen en wat er momenteel in China gebeurt staat daarmee in schril contrast.

 
  
MPphoto
 
 

  Dirk Sterckx (ALDE). - (NL) Als voorzitter van de Delegatie voor de betrekkingen met China zou ik willen zeggen dat ik het eens ben met mevrouw de commissaris, wanneer zij zegt dat wij met de Chinezen strategische relaties hebben en dat die ook belangrijk zijn voor ons beiden. Wat wij daarmee willen bereiken zijn natuurlijk economische betrekkingen, maar meer dan dat. Ik denk dat wij dat toch elke keer moeten onderstrepen.

Daarenboven wil ik twee dingen noemen die voor mij belangrijk zijn: de individuele mensenrechten en de vrije meningsuiting. Dat zijn dingen die wij, elke keer als wij contact hebben met de delegatie of leden van de delegatie, met onze Chinese collega’s, opnieuw te berde brengen en waarover wij van mening verschillen, maar waarover wij ideeën uitwisselen en argumenten proberen uit te wisselen. Dat is moeilijk, dat is soms moeizaam, maar dat is iets dat dit Parlement altijd zal moeten blijven doen.

Hebben wij vooruitgang geboekt? Ik denk te weinig en te traag, maar er is naar mijn gevoel vooruitgang geboekt. Ik zou willen vragen dat het Europees Parlement niet vergeet contact met de Chinezen te blijven houden en elke keer opnieuw de discussie te blijven voeren, hoe moeilijk die ook is, hoe lastig en hoe frustrerend soms. Ik denk echter dat dat de enige weg vooruit is. Want het is niet in deze aula dat over het lot van de Chinezen beslist wordt, het is in China dat hierover beslist wordt en door de Chinezen zelf. En hen moeten wij overtuigen, niet onszelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Mann (PPE-DE).(DE) Voorzitter, er is wereldwijd sprake van een golf van medeleven met de slachtoffers van de verwoestende aardbeving die zich op 12 mei in China heeft voorgedaan. De hoeveelheid hulp die naar het land is gegaan is aanzienlijk, maar binnenslands wordt er een onderscheid aangelegd: anti-seperatistische maatregelen gaan hand in hand met rampenbestrijding. Het is volstrekt niet relevant of mensen tot een meerderheid of een minderheid behoren: ze hebben allemaal hulp nodig. Men moet niet ophouden de verschillen te benadrukken. Aan dat soort oproepen moet een einde komen. Het wordt tijd dat China haar grenzen eindelijk openstelt. Hieronder versta ik ook het toelaten van buitenlandse waarnemers en journalisten tot alle delen van China. NTDTV, de enige ongecensureerde televisiezender in China, moet met onmiddellijke ingang haar uitzendingen weer kunnen hervatten.

Er zijn nog niet veel staatshoofden of regeringsleiders die de aanbeveling van dit Europees Parlement hebben opgevolgd om de openingsceremonie van de Olympische Spelen niet bij te wonen. We staan achter het standpunt van Angela Merkel van Duitsland, van de Britse premier Gordon Brown, onze eigen president Hans-Gert Pöttering en andere vooraanstaande mensen, die besloten hebben op 8 augustus niet naar de ceremonie te gaan. De Franse president Nicolas Sarkozy heeft gezegd dat zijn standpunt zal afhangen van de uitkomst van de onderhandelingen tussen de Chinezen en de gezanten van de Dalai Lama. De onderhandelingen hebben niets opgeleverd en dit zal zo blijven. Daaruit volgt dat hij in Parijs zal moeten blijven.

(Applaus)

Ik wil u voordat de Spelen beginnen herinneren aan de situatie van de Tibetanen. Bij de protesten van 14 maart zijn 200 mensen omgekomen en 5 000 Tibetanen zijn gevangen gezet, het merendeel zonder enige vorm van proces. Duizenden mensen zijn gewond geraakt bij het fysieke geweld dat is ingezet in het kader van het patriottisch heropvoedingsproces. Dit, mijnheer de president, is bedoeld om het geheugen op te frissen van die mensen die nog steeds van plan zijn naar Beijing te gaan.

(Applaus van de Verts/ALE-fractie)

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandra Dobolyi (PSE). - (HU) Ik dank u dat ik het woord mag nemen, voorzitter. De organisatie van de Olympische Spelen is in alle opzichten een uitdaging, maar het geeft de Chinese burgers ook een uitstekende gelegenheid de wereld te laten zien dat ze de universele waarden en de geest van de Olympische Spelen begrepen hebben. “Eén wereld, één droom”: de slogan van de Olympische Spelen in Beijing onderstreept de fundamentele uitgangspunten van de Spelen volledig en weerspiegelt deze getrouw. Ik vertrouw erop dat de Olympische Spelen ons een uitstekende gelegenheid zullen bieden om onze samenwerking en dialoog met China op velerlei gebied te verdiepen en uit te breiden.

We mogen echter de aardbeving van mei niet vergeten en de verwoesting die daardoor is aangericht, waarbij tienduizenden mensen omkwamen en miljoenen dakloos werden. We moeten zorgen dat dit land in deze moeilijke tijden op onze steun kan rekenen, maar tegelijkertijd moeten we de leiders ervan steeds weer wijzen op het belang van democratische hervormingen en op veel terreinen constructieve kritiek blijven leveren.

Ik hoor bij de mensen die van mening zijn dat de Europese Unie moet doorgaan met een resultaatgerichte dialoog met China over de mensenrechten, maar we zullen moeten accepteren dat resultaten slechts stapje voor stapje geboekt zullen worden. En ja, er zijn resultaten: sinds enkele dagen is er weer een luchtverbinding tussen China en Taiwan, voor het eerst sinds vele tientallen jaren. Het overleg met de Dalai Lama is weer hervat. Ook hier zijn wij geïnteresseerd in een resultaatgerichte, pragmatische dialoog die rekening houdt met zowel de Tibetaanse als de Chinese waarden en die gericht is op de toekomst. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 
 

  Cornelis Visser (PPE-DE). - (NL) Voorzitter, op 8.8.08 beginnen de Olympische Spelen in Peking. Acht is een geluksgetal in de Chinese cultuur en wordt in verband gebracht met geluk en voorspoed. Ik hoop dat de Chinese bevolking dit ook zo mag beleven. Op economisch gebied stelt China zich zeer constructief op. “Het geeft niet welke kleur de kat heeft, als het beest maar muizen vangt” zei Deng Xiaoping ooit. Hij stelde het land open voor buitenlandse kapitalistische ondernemingen. Stapje voor stapje wordt de Chinese economie losgelaten. Op dit moment is China een solide partner als het gaat om economische ontwikkeling. Het accepteert bij voorbeeld dat zijn munt niet alleen maar is gekoppeld aan de dollar, maar ook aan de euro en andere munten. China heeft een constructieve rol op economisch gebied.

Op het terrein van de mensenrechten laat het helaas zien dat de verhouding niet goed is, zeker ten aanzien van de mensenrechten van de eigen bevolking. Ik ben teleurgesteld dat bij zo een feestelijke gebeurtenis als de Olympische Spelen in China beperkingen worden opgelegd aan de Chineestalige satellietzender die uitzendt vanuit het westen. Ik hoop dat de Chinese overheid met de Spelen de gelegenheid aangrijpt om de Chinese bevolking te tonen dat spelregels niet alleen gelden op het sportveld of bij sport, maar bovenal als het gaat om de eerbiediging door de overheid van de mensenrechten en de vrijheid van meningsuiting.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Golik (PSE).(PL) Voorzitter, 69 000 mensen zijn omgekomen tengevolge van de aardbeving van 12 mei 2008, meer dan 18 000 mensen worden vermist en het aantal gewonden bedraagt meer dan 37 000. Deze gebeurtenis heeft niet alleen China, maar de hele wereld geschokt. Ik was waarschijnlijk de enige in dit Huis die op dat moment ter plaatse was: ik was in Beijing en Sjanghai en ik heb de solidariteit gezien van die mensen, de Chinezen, met de slachtoffers en de tragedie.

Ik wil van deze gelegenheid gebruik maken om mijn bewondering uit te spreken voor de duizenden reddingswerkers en vrijwilligers uit de hele wereld, uit Taiwan, Japan, Australië en vooral uit China, wier solidariteit en inzet in deze tragische omstandigheden prijzenswaardig zijn. Ook verdienen de acties die de Europese Unie heeft ondernomen erkenning. De Chinese regering heeft met behulp van lokale autoriteiten het bedrag van 10 miljard euro ingezet om de slachtoffers van de ramp te helpen. De totale omvang van de steun die Beijing ontvangen heeft bedroeg 5 miljard euro. De meeste middelen waren afkomstig van de Chinese diaspora uit verschillende delen van de wereld.

Ik ben van mening dat activiteiten die gericht zijn op specifieke humanitaire hulp meer nut hebben en dat dialoog tot meer succes leidt dan slogans en oproepen tot een boycot of protest.

 
  
MPphoto
 
 

  Nirj Deva (PPE-DE).(EN) Voorzitter, dit Huis zou staatsmanschap moeten stimuleren, iets wat het vandaag helaas niet doet.

Tien miljoen daklozen, dat is een enorme ramp, de grootste ter wereld. We hebben een Chinese regering gezien die bezorgd was over en betrokken bij de mensen, leiders die in actie kwamen in een gebied met een van de grootste bevolkingen, waaronder meer dan een miljoen Tibetanen. In tegenstelling tot in Birma, waar de machthebbers onverschillig waren en zijn, laat de Chinese regering duidelijk zien dat het om zijn eigen volk geeft. Dat was voor iedereen die de hulpacties gezien heeft overduidelijk.

Over mensenrechten in China kan niet besloten worden door andere landen, machten, organisaties of mensen elders ter wereld. Daar kunnen alleen de 1,3 miljard Chinezen zelf over beslissen. We weten allemaal dat deze bevolking in staat is zich uit te spreken, te demonstreren en zijn woede te tonen en die laten ze ook echt zien als er iets mis is.

De mensenrechtensituatie in China is aan het verbeteren en kan nog verder verbeterd worden. Het geschreeuw van het Parlement en mijn collega’s daarover verandert daar niets aan. We houden onszelf zoals gewoonlijk voor de gek als we denken dat we zo belangrijk zijn. Het zal de Chinese bevolking zijn die, de armoede ontstegen, meer democratische rechten voor zichzelf zal opeisen. Vierhonderd miljoen mensen zijn de armoede ontstegen; een hele prestatie. Maar de Chinese bevolking is bang. Als we hen de rug toekeren, zoals we gedaan hebben bij de Olympische vlam, wekken we slechts de woede van de Chinese bevolking op, niet die van hun regering. Dat is een belangrijk onderscheid dat we goed moeten begrijpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Mikko (PSE).(ET) Collega’s, de Olympische beweging heeft altijd gestreefd naar een betere wereld. Het grote evenement dat binnenkort in Beijing van start gaat heeft de aandacht gevestigd op Tibet en de mensenrechten. De dialoog tussen Beijing en de Dalai Lama moet absoluut doorgaan. Toen het Internationaal Olympisch Comité China de kans gaf dit wereldsportevenement te organiseren werd daar de zeer duidelijke voorwaarde aan verbonden dat China tegen het jaar 2008 de mensenrechten zou respecteren. We weten dat dit niet het geval is.

De Olympische Spelen hebben zich nooit uitsluitend tot sport beperkt. De principes van het Olympisch Handvest komen zeer sterk overeen met die van de EU; ik wijs met name op de grondrechten en mensenrechten, ten aanzien waarvan deze geen enkel ruimte voor compromis laten. Het Handvest bepaalt dat het gastland zich verplicht de menselijke waardigheid te respecteren en burgers niet te onderdrukken op grond van nationaliteit of geloofsovertuiging. Daarom ben ook ik van mening dat president Sarkozy in Parijs voor de TV moet blijven zitten en niet in het Olympisch stadion in Beijing.

 
  
MPphoto
 
 

  David Hammerstein (Verts/ALE).(ES) Voorzitter, de ervaring met de Olympische Spelen in China leert ons een les: als je de mensenrechten systematisch wilt schenden moet je een groot, economisch sterk land zijn en niet een Zimbabwe of een Cuba. Of een Birma. Dan moet je een land zijn waar honderden westerse ondernemingen vestigingen hebben, een land waar miljoenen mensen werken onder condities die aan slavernij grenzen. Je moet dan een land zijn met een grootse en agressieve stijl; dan zal Europa voor je buigen en door het stof gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE). (FR) Er zijn echter ook andere kwesties die we moeten bespreken en ik zeg dit met name tegen de Raad, omdat ik me de opmerkingen van de heer Sarkozy herinner van een paar maanden geleden, ten tijde van de incidenten in Tibet.

Wat we zojuist gehoord hebben is een voorstel om van sport slechte politiek te maken en van politiek een belachelijke sport, en dit is onacceptabel. Het is onacceptabel dat de heer Sarkozy de Europese Unie in Beijing gaat vertegenwoordigen zonder er de politieke gevangenen te bezoeken. Het zou beschamend zijn als onze leiders naar Beijing gaan zonder ook maar een woord te zeggen over de harde realiteit. Dat zou beschamend zijn en die leiders zouden niet langer met enige waardigheid voor de Europese instellingen kunnen verschijnen. Het is van essentieel belang dat we in september op deze kwestie terugkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Manolis Mavrommatis (PPE-DE).(EL) Voorzitter, met nog maar een maand te gaan tot de Olympische Spelen in Beijing ondervindt China nog steeds de vreselijke gevolgen van de aardbeving. Er was helaas een aardbeving met duizenden doden en daklozen voor nodig om de regering van de Volksrepubliek China zich te laten realiseren dat de solidariteit van de landen die hulp aanboden van essentieel belang was.

China werd daardoor echter gedwongen de grenzen open te stellen, zodat alle massamedia en humanitaire hulpinstanties de gebieden konden bereiken waar tot dan toe zelfs nauwelijks bezoekers werden toegelaten.

De gebeurtenissen die op de aardbevingen in China volgden hebben tot een versoepeling geleid, die erin geresulteerd heeft dat de hele wereld zich nu bezig houdt met de vreedzame coëxistentie van de volkeren. De Olympische vlag en de heilige vlam van het oude Olympia zullen de ideale positie innemen ten aanzien van de zaken die ons scheiden, maar ook en bovenal ten aanzien van de zaken die ons binden.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva Lichtenberger (Verts/ALE).(DE) Voorzitter, toen de heer Sarkozy direct na de onlusten in Tibet een verklaring aflegde had ik veel bewondering voor Frankrijk in zijn rol van bewaker van de mensenrechten. Sindsdien is de situatie aanzienlijk verslechterd en is het aantal gevangenen tot een nieuw record gestegen.

De situatie in Tibet is nog nooit zo gespannen geweest. De censuur van de media is nog nooit zo ernstig geweest als nu. En de reactie van de Franse president vind ik een klap in het gezicht van diegenen die vechten voor de mensenrechten. We boren daarmee de hoop de grond in van al die mensen in China die op onze druk vertrouwen om hen te helpen bij hun inspanningen om democratie tot stand te brengen in China.

 
  
MPphoto
 
 

  Colm Burke (PPE-DE). (EN) Voorzitter, het Internationaal Olympisch Comité heeft de toekenning van de Olympische Spelen van 2008 aan China gerechtvaardigd door te stellen dat het land daardoor meer open zou gaan staan voor het verbeteren van de mensenrechten.

De Chinese autoriteiten hebben echter geen gehoor gegeven aan de internationale oproepen om geen verder gevolg te geven aan hun reacties op de rellen van 14 maart 2008 in Tibet. Deelnemers aan de protesten worden nog steeds achtervolgd, gevangen gezet en willekeurig gearresteerd en hun families krijgen geen enkele informatie over hun verblijfplaats, hoewel dat onder de Chinese wet verplicht is.

Ik roep China op de verplichtingen na te komen die men is aangegaan op het gebied van de mensenrechten, rechten van minderheden, democratie en de rechtsstaat. Dat waren de afspraken met het IOC toen dit besloot China de spelen te laten organiseren.

Dit is voor China een historische en unieke gelegenheid om de wereld te laten zien dat ze bereid zijn de mensenrechten te verbeteren, maar ik ben van mening dat we in dit opzicht niet voldoende vooruitgang zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Ana Maria Gomes (PSE). (EN) Voorzitter, ik ben er een voorstander van dat de Olympische Spelen in Beijing worden gehouden, maar ik verzoek de Europese regeringen en instellingen ook dringend, van China te eisen dat ze hun verplichtingen nakomen op het gebied van de mensenrechten, verplichtingen die ze zijn aangegaan om de Olympische Spelen in Beijing te mogen houden.

Dit vereist dat de Europese vertegenwoordigers die de Olympische Spelen gaan bijwonen – of niet gaan bijwonen – deze gelegenheid aangrijpen om de aandacht te vestigen op de mensenrechtensituatie in China. Die is zeer ernstig. Er zitten veel mensen in de gevangenis, waaronder Hu Jia, die gevangen gezet is nadat hij ons hier in het Europees Parlement heeft toegesproken via een videoconferentie. We mogen niet accepteren dat deze mensen zonder enige reden gevangen gehouden worden door de Chinese autoriteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE).(PL) Voorzitter, veel landen en hun leiders, ook die in Europa, willen graag goede contacten met China om lucratieve contracten en economische overeenkomsten binnen te halen en besteden daarbij nauwelijks aandacht aan het ontbreken van democratie en het feit dat de mensenrechten niet worden gerespecteerd in China. De wereldopinie, wereldleiders en mondiale organisaties moeten gezamenlijk optreden en op allerlei mogelijke manieren druk uitoefenen om waarden als vrijheid, mensenrechten en democratie te verdedigen. Als we verdeeld zijn kunnen we niet gezamenlijk optreden en zullen we weinig bereiken. De Olympische Spelen bieden een goede gelegenheid voor dergelijke maatregelen. De internationale gemeenschap moet iets doen om een bevolking te helpen die getroffen is door de gevolgen van de tragische aardbeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter. – (FR) Voorzitter, dames en heren. Ten eerste was de beslissing van 2001 om de Olympische Spelen in Beijing te houden niet een beslissing van de Europese Unie, maar van het Internationaal Olympisch Comité.

Ten tweede bestaan de Olympische idealen inderdaad, zoals u zegt, maar die gaan niet over politiek, maar over sport, iets dat het Internationaal Olympisch Comité steeds maar weer herhaalt.

Ten derde weet ik niet of de mensenrechten in China en een uitvoerige dialoog het beste gewaarborgd kunnen worden door ieders geweten te sussen door te zeggen, zoals een van de parlementsleden net zei: “Ik ga niet, maar ik kijk wel naar de openingsceremonie op televisie”. Ik denk eigenlijk niet dat dat de belangrijkste kant van het probleem is. Ik merk bovendien op dat een aantal parlementsleden van verschillende fracties en verschillende overtuigingen ook in uw Huis hun visie hebben gegeven op de dialoog die we met de Chinese autoriteiten zouden moeten voeren.

Ongeacht de huidige problemen moeten we de betrekkingen van de EU met China zo goed mogelijk blijven benutten. Alleen met een sterke Unie is een open discussie tussen beide partijen mogelijk – dat hebben we allemaal bepleit – over welke kwestie dan ook, zelfs de ogenschijnlijk lastigste; de Europese Unie heeft niet met die dialoog gewacht tot de gebeurtenissen in Tibet plaatsvonden. We willen met China een dialoog aangaan over een groeiend aantal kwesties van bilateraal en mondiaal belang, die niet uitsluitend commercieel zijn. Zeggen dat dat wel zo is, is een verdraaiing van de feiten. Dit heeft mevrouw Ferrero-Waldner ook naar voren gebracht. Een uitvoerige dialoog met China is nodig omdat dat land een belangrijke rol speelt binnen de internationale gemeenschap en we moeten alles doen wat we kunnen – de Olympische Spelen zijn daartoe ook een middel – om te zorgen dat China beter geïntegreerd wordt in de internationale gemeenschap.

Verder wil ik erop wijzen dat we een strategische dialoog met China zullen moeten voeren, met name op de komende top die onder het Frans voorzitterschap gehouden zal worden. De datum voor die top is niet door het Franse voorzitterschap gekozen. De top zal in de tweede helft van 2008 gehouden worden. Het is aan ons om te zorgen dat de voorbereidingen kunnen plaatsvinden onder de best mogelijke omstandigheden en dat deze top het partnerschap tussen China en de Europese Unie een kans geeft nieuwe kwesties aan te snijden, met name kwesties gerelateerd aan de bestrijding van de klimaatverandering, en milieunormen en sociale normen, zoals velen van u naar voren hebben gebracht.

China is vastbesloten een belangrijkere rol te gaan spelen in de internationale arena, maar dit moet vergezeld gaan van nieuwe verantwoordelijkheden op het gebied van de mensenrechten, op sociaal gebied en met betrekking tot de bescherming van het milieu. We zijn ons daarvan bewust en we zijn bereid daar naartoe te werken en de Europese Unie is zonder twijfel de meest geschikte partner om China op deze weg te helpen.

In dat opzicht neemt de heer Sarkozy, na consultatie van zijn collega’s en ambtgenoten en met hun toestemming, in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Europese Unie zijn verantwoordelijkheid om een uitvoerige dialoog op gang te brengen tussen de Europese Unie en China. Als China een grotere rol wil spelen op het wereldtoneel moet het de bijbehorende verantwoordelijkheden op zich nemen. Er zijn veel vergelijkingen getrokken, bijvoorbeeld door de heer Cohn-Bendit. Mij viel de vergelijking met de USSR van Brezjnev op. Willen we echt een conflict tussen twee vijandige blokken? Is er in de dialoog die ook met dit grote land gevoerd is niet enige vooruitgang geboekt? We hebben een centrale rol gespeeld bij die vooruitgang en het was ook door middel van dialoog en democratische ontwikkelingen dat onze waarden stand hebben gehouden, zoals altijd. We moeten een veeleisende dialoog met China voeren, waarbinnen geen enkel onderwerp taboe is en we moeten China aanmoedigen verplichtingen op zich te nemen op alle vlakken, van politiek tot mensenrechten tot sociale aangelegenheden.

Sommige leden hebben de doodstraf genoemd. Die kwestie moeten we ook met China bespreken, maar we moeten deze ook met alle andere landen bespreken en ik hoop dat de conservatieve leden die net over dit onderwerp gesproken hebben dat ook zullen doen. Ik wil u eraan herinneren dat er ook andere landen zijn waar de doodstraf geldt die betrekkingen hebben met de Europese Unie; dat neemt niet weg dat we deze uitvoerige dialoog moeten voeren. We moeten ook voorzichtig te werk gaan en ik ben het volledig eens met wat de Commissie zei met betrekking tot de Raad, namelijk dat we geen nationalistische gevoelens moeten aanwakkeren in China op een moment dat dit land het gastland is voor een evenement dat van groot belang is voor het hele land, een land dat zich wil integreren in de internationale arena.

Het is in díe geest dat president Sarkozy alle verantwoordelijkheden die bij zijn rol horen op zich neemt en, zich volledig bewust van de aard van de Europese waarden, in zijn nieuwe rol Beijing zal bezoeken om deze boodschap over te brengen en ook om te laten zien dat we vertrouwen hebben in de positieve ontwikkeling van dit grote land als het gaat om zijn integratie in de internationale arena. We hebben reeds tastbare tekenen van vooruitgang gezien in Birma en bij de oplossing van de conflicten met Iran en Noord-Korea; dit zijn allemaal gebieden waar we ook China’s steun nodig hebben. Het gaat hierbij duidelijk om meer dan uitsluitend commerciële belangen.

Tot slot wil ik tegen de heer Cappato zeggen dat we bij al onze betrekkingen, of het nu binnen de EU is ten aanzien van minderheden of bij betrekkingen tussen de Unie en haar partners, ook dezelfde eisen moeten stellen en moeten oppassen dat we niet de hele wereld morele lessen willen leren.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (EN) Voorzitter, ik zal het kort houden, aangezien veel al gezegd is.

Ik wil slechts nog eens benadrukken dat de relatie met China vele kanten heeft. Dat betekent dat we deze strategische relatie zeer veelomvattend is. Behalve milieu, handel en cultuur - en allerlei andere sectorale besprekingen en dialogen die we voeren – nemen we ook de zorgen die hier vandaag naar voren zijn gebracht met betrekking tot de mensenrechten uiterst serieus. We nemen die serieus, of het nu gaat om personen die zich voor de mensenrechten inzetten en daarvoor worden gevangen gezet of om de toepassing van de doodstraf. Het klopt dat er een heel groot aantal mensen wordt geëxecuteerd. Dit hebben we altijd duidelijk benoemd en ook de beschuldigingen van foltering en mishandeling.

We voeren deze dialoog over de mensenrechten. Het klopt dat deze niet altijd bevredigend verloopt, maar we hebben geen ander instrument. We moeten de dialoog met China voortzetten. In het Duits bestaat er een uitdrukking: Steter Tropfen höhlt den Stein (aanhoudende druppels hollen een steen uit). Dat is wat we proberen te doen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Ter afronding van dit debat zijn er vijf ontwerpresoluties ingediend overeenkomstig Artikel 103(2) van het Reglement van het Europees Parlement

Het debat is gesloten.

De stemming zal, bij wijze van uitzondering, morgenochtend om 9.00 uur plaatsvinden in verband met de presentatie van het programma van het Franse voorzitterschap.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. – (SK) De Olympische Spelen in Beijing staan voor de deur, maar volgens de informatie die ik heb is de mensenrechtensituatie in China niet verbeterd. In tegendeel: het Chinese regime arresteert steeds meer mensen om mogelijke demonstraties tijdens de Spelen te voorkomen.

Persvrijheid is enorm belangrijk omdat alleen onafhankelijke media ongecensureerde informatie geven over de mensenrechtensituatie in China. Het is daarom van vitaal belang dat onafhankelijke televisiezenders zoals NTDTV ook kunnen uitzenden. Dit TV-station zendt 7 dagen per week, 24 uur per dag in het Chinees en Engels uit, via satellieten boven Azië, Europa, Australië en Noord-Amerika. Het Franse bedrijf Eutelsat die de uitzendingen van NTDTV doorgeeft heeft het signaal van NTDTV in Azië op 16 juni 2008 plotseling gestopt, naar het schijnt onder druk van de Communistische Partij van China.

Commissaris Ferrero-Waldner, ik doe een beroep op u, in de hoop dat u, namens de Commissie, er alles aan zult doen om te zorgen dat de uitzendingen van NTDTV in Azië weer hervat kunnen worden. Ik doe ook een beroep op het Franse voorzitterschap om, namens de Raad, iets te doen aan de inperking van de vrijheid van meningsuiting in China.

Ik roep de Chinese autoriteiten op de wereld te laten zien dat de toekenning van de Olympische Spelen aan Beijing tot een verbetering van de mensenrechten in China geleid heeft. Ik ben van mening dat het openstellen van Tibet voor toeristen, journalisten en alle media een serieuze stap zal zijn die het mogelijk maakt dat er ongecensureerde informatie beschikbaar komt over de situatie in dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE), schriftelijk. – (HU) Uitbreiding is als beleid een van de meest succesvolle van de EU en tegelijkertijd is het wellicht een van de meest effectieve instrumenten van extern beleid ooit. Elke uitbreiding heeft tot dusverre een versterking van de Unie betekent en heeft geleid tot meer stabiliteit in en betere afstemming met de toetredende landen. In de vier jaar die verstreken zijn sinds de laatste uitbreiding van 2004 zijn alle ongegronde angsten en misleidende informatie die eraan vooraf gingen tot bedaren gebracht: de uitbreiding is een doorslaand succes en heeft zowel de oude als de nieuwe landen veel opgeleverd. Helaas zijn er politici die, bewust of gewoon uit domheid, het succes van de uitbreiding ontkennen en de burgers in de oude lidstaten misleiden. Het is dan ook van enorm belang dat we de mensen goed informeren over de voordelen van uitbreiding.

De afwijzing door Ierland van het Verdrag van Lissabon vormt een enorm obstakel voor verdere uitbreiding van de Unie. Ik vertrouw er nog steeds op dat de EU snel een oplossing zal vinden om het Verdrag van Lissabon te redden. Dit mag echter de toetreding van Kroatië niet ophouden: de toetreding van Kroatië is juridisch mogelijk ook zonder opleving van Lissabon. Kroatië zou dan ook eind 2009 of begin 2010 lid kunnen worden, afhankelijk van de voortgang van de toetredingsonderhandelingen.

De relatie tussen de uitbreidingsstrategie en het Europees nabuurschapsbeleid is een ingewikkelde zaak. Ik ben het er in principe mee eens dat onze Europese naburen die nog niet voor lidmaatschap in aanmerking komen van de ene naar de andere categorie moeten overgaan, naarmate zij voldoen aan bepaalde meetbare doelstellingen. Tegelijkertijd is het van belang dat de Unie haar geopolitieke gebied van vrij verkeer kan beschermen en met het oog op haar integratiecapaciteit zou zij zelf in een aantal specifieke gevallen moeten bepalen welk perspectief zij haar partners kan bieden.

 

12. Strategiedocument 2007 van de Commissie over de uitbreiding (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over het verslag van Elmar Brok namens de Commissie buitenlandse zaken betreffende het strategiedocument 2007 van de Commissie over de uitbreiding [2007/2271(INI)] (A6-0266/2008).

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok, rapporteur. (DE) Voorzitter, fungerend voorzitter, commissaris, we moeten zeggen dat de eerdere uitbreidingen van de Europese Unie een onmiskenbaar politiek en economisch succes waren. Daarover is geen twijfel mogelijk. Over Roemenië en Bulgarije zullen we zeker de komende weken apart verder praten, commissaris, maar mijn openingsopmerking is algemeen geldig.

Tegelijkertijd moeten we duidelijk maken dat we de beloften nakomen die we doen als we met landen onderhandelen en hen verdere onderhandelingen beloven en dat we, als we een land de status van kandidaat-lidstaat verlenen, dat land ook inderdaad als kandidaat-lidstaat behandelen. Ook de beloften die in Thessaloniki gedaan zijn moeten worden nagekomen.

Tegelijkertijd moeten we echter duidelijk maken dat dit op geen enkele wijze een automatische opeenvolging van gebeurtenissen betekent, maar dat elk land aan de voorwaarden – de Kopenhagencriteria – moet voldoen om voor lidmaatschap van de Unie in aanmerking te komen, zodat de overgang zowel vanuit het perspectief van het toetredende land als vanuit het perspectief van de Europese Unie als geheel succesvol verloopt.

We moeten ook in overweging nemen of we, nu we uit 27 landen bestaan en wellicht binnenkort met Kroatië erbij 28, een consolidatieperiode in acht moeten nemen om te zorgen dat alles binnen de Europese Unie ook goed kan functioneren. Mensen die proberen gaten te prikken in het Verdrag van Lissabon en tegelijkertijd vóór uitbreiding zijn moeten zich er rekenschap van geven dat ze daarmee politiek een onsamenhangende lijn volgen. Het Verdrag van Lissabon was bedoeld als een vereiste voor de laatste uitbreidingsronde, niet als voorbereiding op de volgende. Mensen die voor uitbreiding maar tegen het Verdrag van Lissabon zijn werken verdere uitbreiding feitelijk tegen. Dat moet heel duidelijk gesteld worden.

Iets anders waarvan we ons goed bewust moeten zijn is dat kracht niet uitsluitend van omvang afhangt maar dat de geschiedenis leert dat interne cohesie – en daarmee bedoel ik dat we onze capaciteit niet te boven moeten gaan - een cruciale factor is. De Europese Unie die we willen is niet een vrijhandelszone, maar een politiek effectieve eenheid. Dat betekent dat ons vermogen tot interne hervorming evenzeer een vereiste is voor uitbreiding, net zoals interne hervorming in de toetredingslanden een vereiste is voor hun toetreding. “Verdieping en uitbreiding” is de standaardbeschrijving geworden van dit tweeledige proces.

Tegelijkertijd moeten we ons bewust zijn van het vitale belang dat de Westelijke Balkanstaten, maar ook Oekraïne en andere landen, hebben bij het Europese perspectief, dat een centrale factor is bij het welslagen van hun interne hervormingen, gericht op verbetering van de democratie en de rechtsorde, waarbij hun aspiraties sterker op Brussel zijn gericht dan in welke andere richting dan ook.

Binnen de omstandigheden die ik beschreven heb zal deze weg echter niet in alle gevallen tot een onmiddellijk volledig lidmaatschap leiden, omdat deze landen daar nog niet klaar voor zijn en de Unie ook nog niet. In veel gevallen zal volledig lidmaatschap geen optie zijn.

Om die reden hebben we nieuwe instrumenten nodig voor het gebied tussen volledig lidmaatschap en het nabuurschapsbeleid, zodat het Europese perspectief van deze landen hen niet uitsluitend hoop geeft, maar daadwerkelijk wordt gekoppeld aan echte vooruitgang op gebieden zoals vrijhandel en het Schengen-systeem. We hebben instrumenten nodig naar het model van de Europese Economische Ruimte, waarbinnen we vrije handel voeren met de EVA-landen, instrumenten die het mogelijk maken dat partnerlanden 30, 50 of 70 procent van het acquis, het recht en de rechtspraktijk van de Gemeenschap, invoeren.

Daardoor kunnen onderhandelingen over volledig lidmaatschap zeer kort zijn. Zweden, Oostenrijk en Finland hebben die weg gekozen, terwijl landen als Zwitserland, IJsland en Noorwegen een andere weg gevolgd hebben. Maar wie weet vandaag de dag dat Noorwegen deel uitmaakt van de Schengen-akkoorden en dat Zwitserland een bijdrage levert aan het structuurbeleid van de Unie in de nieuwe lidstaten? We kunnen met andere woorden zeer nauwe betrekkingen aangaan en vervolgens kan er in elk individueel geval besloten worden of beide partijen willen dat deze nauwe samenwerking een permanente basis krijgt of dat ze willen dat dit een overgangsfase is naar volledig lidmaatschap.

Dienovereenkomstig kunnen zelfs in de Westelijke Balkan – maar niet Kroatië, dat zou nu een onlogische stap zijn – landen waar toetreding een langdurig proces zou zijn, desgewenst van deze overgangsfase gebruik maken als instrument. Ze dienen die keuze te krijgen.

Dames en heren, ik ben van mening dat we op deze grondslag het Europese perspectief beter kunnen benutten als instrument in het gebied tussen lidmaatschap en het nabuurschapsbeleid en daarmee het gebied van stabiliteit, vrede en vrijheid in Europa kunnen uitbreiden, zonder het ontwikkelingspotentieel van de Europese Unie in gevaar te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Raad bedankt het Europees Parlement en met name de heer Brok voor zijn verslag betreffende het strategiedocument voor de uitbreiding 2007. Ook benut de Raad deze gelegenheid om de actieve rol van het Parlement te prijzen en zijn bijzonder waardevolle bijdrage aan het uitbreidingsproces.

Uit het verslag van de heer Brok blijkt dat de recentste uitbreiding een succes is geweest voor de Europese Unie en voor de hierdoor toegetreden landen.

Wij vinden dat deze uitbreiding een succes is geweest voor de EU, dat de verdeling van Europa erdoor kon worden overwonnen en dat zij heeft bijgedragen tot vrede en stabiliteit op het hele continent. Deze uitbreiding heeft aangezet tot hervormingen en heeft de gemeenschappelijke beginselen van vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de rechtsstaat en de markteconomie versterkt.

De uitbreiding van de interne markt en van de economische samenwerking hebben de welvaart en het concurrentievermogen vergroot, waardoor de Europese Unie de uitdaging van globalisering gemakkelijker kan aannemen en waardoor ook de uitwisselingen met haar partners worden vergemakkelijkt. Het lijdt geen twijfel dat de Europese Unie door de uitbreiding internationaal meer gewicht in de schaal legt en een belangrijkere partij is geworden.

Ons uitbreidingsbeleid staat en de lessen van de vorige uitbreidingen zijn erin verwerkt. In december 2007 heeft de Unie bepaald dat de toekomstige uitbreidingsstrategie gebaseerd zou zijn op de consolidatie van verplichtingen, eerlijke en strikte conditionaliteit en betere communicatie. Dit blijft de basis van onze uitbreidingsstrategie.

De Unie heeft geconcludeerd dat, wil zij haar integratiecapaciteit behouden, de kandidaat-landen bereid moeten zijn de uit de toetreding voortvloeiende verplichtingen ten volle te aanvaarden en dat zijzelf effectief moet kunnen werken en vooruit moet kunnen gaan, zoals de heer Brok in zijn toespraak heeft benadrukt.

Deze twee aspecten zijn van essentieel belang willen wij brede en blijvende steun van het grote publiek verkrijgen. Zij moeten worden gemobiliseerd door een grotere transparantie en betere communicatie in deze kwesties en ik reken erop dat het Europees Parlement ons hierbij zal helpen.

Wat de lopende onderhandelingen betreft, zal de Europese Unie aan haar verplichtingen voldoen.

In het geval van Turkije is de screening – de eerste formele fase voor elk hoofdstuk – voltooid van 23 hoofdstukken, waarvan voor acht hoofdstukken de onderhandelingen zijn geopend.

Wat Kroatië betreft, zijn de onderhandelingen geopend voor twintig hoofdstukken; voor twee van deze hoofdstukken zijn de onderhandelingen provisorisch gesloten.

Op 17 juni zijn er op ministerieel niveau intergouvernementele conferenties gehouden met Turkije en Kroatië om met Turkije de onderhandelingen te openen over Hoofdstuk 6 “Vennootschapsrecht” en Hoofdstuk 7 “Recht inzake intellectuele eigendom” en met Kroatië over Hoofdstuk 2 “Vrij verkeer van werknemers” en Hoofdstuk 19 “Sociaal beleid en werkgelegenheid”.

Wij willen dat deze onderhandelingen vorderen en wat onze betrekkingen met Turkije betreft, herinner ik u eraan dat het hervormingsproces moet worden voortgezet en geïntensiveerd. Hierdoor zal dit proces onomkeerbaar en duurzaam worden en wij zullen de op alle gebieden geboekte vooruitgang, in het bijzonder de naleving van de criteria van Kopenhagen, nauwlettend in de gaten blijven houden.

Er moet natuurlijk ook vooruitgang worden geboekt bij de normalisering van de bilaterale betrekkingen met de Republiek Cyprus. De onderhandelingen met Kroatië verlopen goed en zijn dit jaar een beslissende fase ingegaan. De hoofddoelstelling is nu ons voordeel te blijven doen met de geboekte vooruitgang en het tempo van de hervormingen op te voeren.

De Europese Unie moedigt Kroatië dus aan om te blijven werken aan goede betrekkingen met de buurlanden, waarbij ook moet worden gedacht aan inspanningen om definitieve, voor beide partijen aanvaardbare oplossingen te vinden, en om de resterende bilaterale geschillen met de buurlanden natuurlijk te beslechten.

Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, staat u mij echter toe deze gelegenheid ook te benutten om namens het voorzitterschap een krachtige veroordeling uit te spreken van de gewelddadige gebeurtenissen van vanochtend in Istanbul, waarvan politieagenten in functie buiten de ambassade van de Verenigde Saten in deze stad het slachtoffer zijn geworden. Namens het voorzitterschap veroordelen wij deze afschuwelijke aanslag en wij staan momenteel natuurlijk in nauw contact met de Turkse autoriteiten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen bedank ik Elmar Brok en de commissie voor een uiterst interessant verslag.

Dit debat vindt plaats terwijl de EU zich beraadt op de door het Ierse “nee” ontstane situatie. Tegelijkertijd herinneren de gebeurtenissen in Zuidoost-Europa ons aan onze onmiddellijke verantwoordelijkheid om de stabiliteit en democratie op het Europese continent te bevorderen.

Op de geconsolideerde uitbreidingsagenda van de EU staan ook de Westelijke Balkan en Turkije. Ik verwelkom de krachtige verbintenis in het verslag met betrekking tot hun vooruitzicht op toetreding. De Commissie onderschrijft een groot aantal punten in het verslag, waaronder dat van de integratiecapaciteit, waarmee zeker rekening moet worden gehouden bij de uitbreiding van de EU.

Een interessant punt vind ik de voorstellen in het verslag voor een Europese Economische Ruimte Plus (EER+) voor betrekkingen met landen die niet op de huidige uitbreidingsagenda staan. Het is niet onverstandig om gezien de economische globalisering de Europese juridische en economische ruimte te vergroten en het grotere Europa dus sterker te maken op het stuk van onze zachte regulerende macht.

Wat de Westelijke Balkan en Turkije betreft, die een duidelijk vooruitzicht van het lidmaatschap hebben, moet de EU echter geen nieuwe tussenstappen vaststellen voorafgaand aan de kandidatuur of de toetreding. Dit zou alleen maar twijfel zaaien omtrent de verbintenis van de EU, waardoor de noordzakelijke impuls voor democratische hervormingen wordt verzwakt.

De Europese Raad van juni heeft opnieuw bevestigd het Europese perspectief van de Westelijke Balkan ten volle te steunen. Dit is een duidelijke boodschap: de EU houdt haar woord. Het is ook een zeer belangrijke boodschap aan Turkije. Het EU-toetredingsproces vordert gestaag: medio juni zijn er nog eens twee hoofdstukken geopend.

In het geval van Turkije hebben we het proces vorig jaar samen overeind gehouden en ons door een bijzonder moeilijke periode heen geslagen. Voor deze overwinning waren visie en een lange adem nodig.

De weg was bereid voor een succes in 2008, zodat Turkije’s EU-toetredingsproces dit jaar nieuw leven werd ingeblazen. Dit is helaas niet gebeurd, hoofdzakelijk vanwege interne Turkse aangelegenheden.

De EU wil het proces voortzetten overeenkomstig de in het onderhandelingskader vastgelegde voorwaarden. Turkije moet nu de democratische werking van zijn staatsinstellingen verbeteren en toewerken naar de noodzakelijke compromissen om de aan de EU gerelateerde hervormingen voort te zetten.

Ik hoop van harte dat kalmte en redelijkheid de overhand zullen hebben, zodat Turkije stagnatie kan voorkomen en juist vooruitgang kan boeken en zijn Europese reis vastberaden kan vervolgen met een duidelijk doel voor ogen.

Ik neem deze gelegenheid te baat om nog iets te zeggen over de gebeurtenissen van vandaag in Turkije en sluit mij in deze kwestie aan bij minister Jean-Pierre Jouyet. De Commissie veroordeelt de ontvoering van de drie Duitse toeristen in Oost-Turkije ten zeerste en zij roept op tot hun onmiddellijke vrijlating. Ook veroordeelt zij de gewelddadige gewapende aanval in Istanbul van vanochtend. Ik betuig hierbij mijn medeleven aan de familie en vrienden van de omgekomen politieagenten en wens de gewonde politieagenten een voorspoedig herstel.

Tot slot: de uitbreiding werd altijd al beschouwd als een langetermijnkwestie, die politieke stormen in Ankara, Belgrado, Brussel en vele andere hoofdsteden in Europa zal moeten doorstaan. We kunnen geen sabbatical nemen van dit werk voor vrede en voorspoed, dat de fundamentele belangen van de Europese Unie en haar burgers behartigt. Ik reken hierbij op uw steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu, namens de PPE-DE-Fractie. (RO) De uitbreidingsstrategie van de Europese Unie moet worden gebaseerd op de tot nu toe opgedane ervaring en op de huidige politieke en economische situatie. Zowel de Unie als de lidstaten hebben de vruchten geplukt van de eerdere uitbreidingen.

We mogen echter niet vergeten dat de landen die zich bij de EU hebben aangesloten uiteenlopende onderhandelingsperiodes hebben doorgemaakt en verschillende routes hebben gevolgd bij de echte integratie in de Europese Unie.

De Europese instellingen hebben moeilijkheden gekend bij hun aanpassing aan het steeds grotere aantal lidstaten. Er zijn argumenten om de uitbreiding van de Unie voort te zetten. Ik denk dat het ten nadele van de Unie zou zijn als bijvoorbeeld de Balkanlanden of de Republiek Moldavië buiten de Unie zouden blijven.

Bij het verzoek van de Oost-Europese landen om toetreding tot de Europese Unie werken historische en geografische overwegingen in hun voordeel. Er zijn economische vereisten – bijvoorbeeld het energiedossier – die niet toelaten dat wij de uitbreiding opschorten. Ook moeten we iets doen aan de externe politieke invloeden die negatieve gevolgen kunnen hebben.

We hebben buurlanden nodig met sterke democratieën, functionele markteconomieën en het karakter van rechtsstaten. Het nabuurschapsbeleid neemt op dit moment de vorm aan van samenwerkings- of associatieakkoorden, waarbij dezelfde activiteiten worden ontplooid als bij een onderhandelingsproces, maar op een veel minder substantieel niveau. Ik vind dat uit hoofde van deze akkoorden dezelfde procedures moeten worden gevolgd als bij de onderhandelingshoofdstukken.

Ik ben ervan overtuigd dat de landen die echt deel willen uitmaken van de Unie dergelijke voorwaarden zouden accepteren, zelfs al hebben zij geen preliminair akkoord inzake het kandidaat-lidmaatschap getekend, en dat beide partijen er de vruchten van zouden plukken. Op het moment van de uitbreiding zullen de landen zich dus in een positie bevinden waardoor zij snel zouden kunnen integreren.

Om de Europese Unie te consolideren en het moment van een nieuwe uitbreiding te bereiken, moet echter aan de volgende voorwaarde worden voldaan: de Europese instellingen moeten worden hervormd. De ratificatie van het Verdrag van Lissabon is derhalve een vereiste dat alle lidstaten moeten begrijpen en nakomen.

Het verslag-Brok verduidelijkt welke stappen de Unie de komende tijd moet zetten, hetgeen de Europese Commissie in aanmerking moet nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dames en heren, u zult merken dat, wanneer wij iemand het woord geven, wij even wachten nadat de vorige spreker zijn of haar toespraak heeft beëindigd, omdat de tolken ons hebben verzocht om tien tot vijftien seconden – de tijd die nodig is om de toespraak door te geven – te wachten alvorens de volgende spreker te verzoeken het woord te nemen.

U zult begrijpen dat dit wordt gedaan opdat de vertolking iedereen op een correcte manier bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. (NL) Laat ik namens mijn fractie datgene onderschrijven en ondersteunen wat net door de voorzitter van de Raad en de commissaris over de gebeurtenissen in Turkije is gezegd. Twee, laat ik de rapporteur bedanken voor de goede samenwerking bij de voorbereiding van dit debat en laat mij namens mijn fractie nogmaals benadrukken dat wat ons betreft, en de voorzitter van de Raad zei het ook, de uitbreiding tot nu toe een succes is en een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van de grotere Europese Unie.

Wij moeten dat benadrukken aan het begin van mijn bijdrage en ook in het verslag van de heer Brok wordt dat gezegd: wij houden vast – de commissaris zei het al – aan de toezeggingen die zijn gedaan aan Turkije en de landen van de westelijke Balkan als wij praten over de uitbreidingsstrategie. Geen strategiewijziging dus als het om die landen gaat, maar wel meer aandacht voor de manier waarop de toetredingscriteria in het onderhandelingsproces worden toegepast en verwerkt.

Ten tweede, wij zijn het eens met de rapporteur dat er meer aandacht moet zijn voor de integratiecapaciteit van de Unie zelf. Aan de ene kant vragen wij meer van de kandidaatlanden tijdens de voorbereidingen, aan de andere kant is het duidelijk dat de Europese Unie zelf wat meer moet doen om de komst van nieuwe leden in goede banen te leiden. En dat betekent wat ons betreft ook het doorvoeren van de noodzakelijke institutionele hervormingen. Het Verdrag van Nice is niet voldoende om de verdere uitbreiding tot een succes te maken.

Ten derde, en wat mij betreft het belangrijkste: dit verslag kijkt ook, voorbij de huidige uitbreidingsagenda, naar de landen die niet op het lijstje van de mogelijke kandidaten voorkomen. Het nabuurschapsbeleid dat wij kennen is niet voldoende. Dat geldt voor onze zuidelijke buurlanden, waaraan de EU nu het voorstel van een Unie voor de Middellandse Zee heeft voorgelegd, dat geldt zelfs nog sterker voor onze oostelijke buren. Wij zijn duidelijk tot de conclusie gekomen dat de Europese Unie meer moet bieden, iets dat boven het nabuurschapsbeleid uitstijgt. Voor ons moet dat zowel gaan om de relaties tussen die landen en de Unie als om de relaties tussen die landen onderling. De Zwarte Zee zou daarvoor een goed geografisch kader bieden, waarbij ook Rusland en Turkije een rol zouden moeten krijgen. Zonder deze twee landen zijn de belangrijkste uitdagingen en problemen in die regio niet op te lossen. Turkije zou een spilfunctie kunnen hebben tussen de Zwarte Zee en de Middellandse Zee en juist op die manier zou Turkije duidelijk kunnen maken welke belangrijke positie het land heeft in Europa en ook welke grote waarde het heeft voor de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bronisław Geremek, namens de ALDE-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen steun ik het standpunt van de Raad en de Commissie ten aanzien van de dramatische gebeurtenissen in Turkije. Deze belangrijke kwestie is het onderwerp van onze gedachtewisselingen van vandaag.

Het verslag van de heer Brok bevestigt het nut van de uitbreidingsstrategie van de Europese Unie. Ik zeg dit als burger van een land dat de vruchten heeft geplukt van deze strategie. In het verslag staat dat de nieuwe toetredingen tot de Europese Unie een succes zijn geweest. Ook lezen wij in het verslag dat de EU de Europese landen die zich bij de Europese Unie willen aansluiten en die er klaar voor zijn om aan haar toetredingscriteria te voldoen, in dit streven zal steunen. In het verslag wordt een accurate definitie gegeven van het concept “integratiecapaciteit”, een voorwaarde voor een besluit inzake toetreding.

Misschien moet ook worden gezegd dat degenen die verwachtten dat het Europees Parlement het einde van de EU-uitbreiding zou aankondigen en dat er iets anders in de plaats zou komen van volledige toetreding, zijn teleurgesteld. De EU breidt zich uit en wordt sterker. Ik was erg blij met de woorden van commissaris Rehn dat we geen nieuwe wachtkamers moeten creëren voor de landen die zich bij de Europese Unie willen aansluiten, maar dat zij direct toegang moeten kunnen krijgen tot de zitkamer. De toekomstige uitbreiding moet echter wel worden begrepen en gesteund door de Europese burgers. Dit is een essentieel aspect van het vermogen van de EU om nieuwe lidstaten toe te laten, alsmede een factor bij de bevordering van het vertrouwen in Europa onder zijn burgers. We weten dat dit vertrouwen een crisis doormaakt, maar ook dat Europa deze crisis te boven zal komen. Ik ben één van die mensen die geloven in de kracht van de Europese ideeën en de Gemeenschapsinstellingen.

Het doel van de uitbreidingsstrategie die het Europees Parlement vandaag aandachtig bestudeert, is om de innerlijke kracht van de EU te consolideren en om aan de verlangens van de Europese burgers te voldoen. Op eenzelfde manier is in 2004 aan de aspiraties van Centraal-Europa voldaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijn grootste bezwaar tegen het vandaag voor ons liggende verslag is het ontbreken van een duidelijk plan om de Europese Unie in oostelijke richting uit te breiden. Ik wijs er hierbij op dat dit Huis niet consequent heeft gehandeld. Vorig jaar hebben wij een verslag van mijn collega Michał Kamiński aangenomen, over het bieden van een duidelijk vooruitzicht op het lidmaatschap aan Oekraïne. Het is echter waarschijnlijker dat het document dat wij nu bespreken, alarmbellen zal doen rinkelen in de landen die zich bij de Europese Unie willen aansluiten, met name in Oekraïne, ons naaste buurland. Een verslag waarin wordt gesproken over de noodzaak van een grotere capaciteit van de Unie om nieuwe landen te integreren, vormt een feitelijke rem op de verdere uitbreiding van de Europese Unie. Natuurlijke kandidaten zoals Oekraïne – een Europees land – wordt in plaats van het volledige lidmaatschap een alternatief van twijfelachtige waarde geboden.

Wanneer we onze geostrategische belangen in aanmerking nemen, zouden wij een zo nauw mogelijke samenwerking met Oekraïne als belangrijk moeten beschouwen. In deze situatie zou het beter zijn om de deur naar de Europese Unie voor Kiev open te laten dan om het vooruitzicht van het lidmaatschap onduidelijker te maken en Oekraïne zo in de richting van Rusland te duwen. Dit geldt vooral op dit moment, nu het gevaar vanuit het Kremlin voor Oekraïne acuter wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Gisela Kallenbach, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, ook ik bedank Elmar Brok, die in zijn verslag het concept van het proces heeft meegenomen. Ik bespeur een verandering in strategie tussen het werkdocument en dit verslag en dat is goed zo.

De vorige uitbreidingen waren een succes voor de hele Gemeenschap, ook al moet er hier en daar enige kritiek worden geleverd. Ook dat is goed zo. Het uitbreidingsproces in nochtans niet voltooid. Net als veel andere sprekers noem ik de Westelijke Balkan, die niet een zwarte plek tussen alle lidstaten van de Unie mag blijven. Het is in ons belang om dat te vermijden. We hebben een ondubbelzinnige uitbreidingsstrategie nodig, niet één die verandert met de omstandigheden.

De EU moet een betrouwbare en vertrouwenwekkende partner zijn. Dit betekent ook dat wij bereid moeten zijn zelf hervormingen door te voeren. Als er op dit moment een vraagteken wordt gezet bij deze bereidheid, dan wordt het tijd voor een kritisch zelfonderzoek. Het is onzorgvuldig en verkeerd om elk signaal van euroscepsis toe te schrijven aan vorige uitbreidingen en aan moeheid. Wakker worden dus! Laten we werken aan een evenwichtige economische, sociale en ecologische ontwikkeling en laten we benadrukken welke economische, culturele en historische verrijking de uitbreiding met zich meebrengt. Laten we de mensen ook vertellen wat het zou kosten als er aan onze grenzen of binnen Europa weer brandhaarden zouden ontstaan.

Duidelijke doelstellingen en een uitputtende en openlijke bespreking ervan scheppen vertrouwen. De Unie voedt ook het vertrouwen door haar beloften te houden, iets wat wij met de aanname van dit verslag zullen doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer, namens de GUE/NGL-Fractie. (NL) Voorzitter, na de grote stroom toetreders in 2004 en 2007 stagneert de uitbreiding. Kroatië moet wachten tot 2011, Macedonië komt op zijn vroegst in 2014 binnen en de overige vijf westelijke Balkanstaten volgen nog later. Met Turkije wordt onderhandeld, maar het is onzeker of toetreding al in de komende decennia zal kunnen plaatsvinden.

Nu alle staten binnen zijn die vroeger tot de invloedsfeer van de Sovjetunie behoorden, lijkt de Europese Unie uitbreidingsmoe. Achter de discussie over uitbreiding en nabuurschapsbeleid gaan twee uiteenlopende opvattingen schuil. In de ene opvatting is de Europese Unie een wereldmacht en een superstaat die geleidelijk aan steeds meer beslissingen over de lidstaten naar zich toe trekt. Die superstaat wil de nabije omgeving van zich afhankelijk maken, maar die landen geen invloed geven als gelijkberechtigde partner binnen de Unie. Landen die onvoldoende zijn aangepast of een zwakke economie hebben, worden buiten de Unie gehouden, maar desondanks zonder medezeggenschap wél in haar invloedsfeer getrokken. Mijn fractie wil die kant niet op.

In de andere opvatting gaat het om een samenwerking in verscheidenheid en gelijkwaardigheid. De Unie staat open voor iedere Europese staat die wil toetreden en die voldoet aan de criteria zoals democratie en mensenrechten. Zo een Unie zoekt niet naar middelen om beslissingen op te leggen die geen draagvlak hebben in de publieke opinie in de lidstaten, maar probeert door samenwerking de grensoverschrijdende problemen van haar inwoners op te lossen. Zo een Unie heeft het meeste nut en de beste overlevingskansen op de lange termijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Georgiou, namens de IND/DEM-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, de inspanningen van de heer Brok verdienen inderdaad alle lof en ik bedank hem voor zijn toespraak, waarin hij op een aantal punten bijzonder nuttige uitleg heeft gegeven.

Deze prijzenswaardige inspanningen ten spijt is het onverklaarbaar dat de Europese Unie zo’n haast heeft om eens te meer lukraak nieuwe lidstaten op te nemen.

In wat voor soort Unie en in wat voor soort Europa zouden zij worden opgenomen? In een Europa van hoge olieprijzen, van hoge voedselprijzen, van werkloosheid – een Europa van ellende, zogezegd? Wat willen wij creëren? Een nieuw netwerk van intercontinentale ellende?

Dit kan niet in het belang van Europa zijn; wel denk ik dat het in het belang van anderen kan zijn. Laten we het resultaat van het Ierse referendum indachtig zijn, dat dergelijke simplistische uitbreidingen als wij nu hebben gekozen, mogelijk niet zou toelaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Irena Belohorská (NI).(SK) Ik bedank de rapporteur voor zijn werk aan dit actuele onderwerp, dat erop is gericht zo’n gevoelige kwestie voor de huidige Europese Unie op te lossen.

De uitbreiding met tien nieuwe lidstaten in 2004 en met nog eens twee in 2007 was ongetwijfeld een succes voor de Europese Unie en deze toegetreden landen. Door een groter menselijk en economisch potentieel nemen het concurrentievermogen en de betekenis van de Europese Unie toe. Desondanks kan ik gerust zeggen dat de twaalf nieuwe lidstaten nog voortdurend verschillen waarnemen tussen hen en de vijftien oude lidstaten. We hebben het hier over discriminatie als gevolg van een economische of sociale onrijpheid. Ik ben echter verrast door het feit dat de uitbreiding wordt gepresenteerd als een reden waarom het Verdrag van Lissabon moet worden geratificeerd.

Dames en heren, het Verdrag van Nice is dood. Het is geschiedenis en niet toepasselijk op de hedendaagse politiek. Het dient niet langer als contract tussen de vijftien oude lidstaten. Tegenwoordig zijn we met 27 lidstaten en daarom moet het Verdrag van Lissabon worden geratificeerd, niet vanwege de uitbreiding. Voor de uitbreiding kan een apart bilateraal verdrag worden opgesteld tussen de Europese Unie en de lidstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, Groot-Brittannië, mijn land, was een van de drie landen die bij de eerste uitbreidingsgolf in 1973 zijn toegetreden. Sindsdien heeft mijn partij, de Britse Conservatieven, het uitbreidingsproces tot de huidige 27 lidstaten actief gesteund.

Door uitbreiding groeit de interne EU-markt, waardoor er meer mogelijkheden komen voor economische groei en handel. De uitbreiding creëert meer banen en sociale stabiliteit en doet de EU wereldwijd meer gewicht in de schaal leggen. De uitbreiding consolideert de EU-waarden democratie, mensenrechten en rechtsstaat in de nieuwe lidstaten, zoals we hebben gezien bij de voormalige dictaturen Spanje, Griekenland en Portugal die in het verleden zijn toegetreden en bij de voormalige communistische landen van het Warschaupact, die recentelijker zijn toegetreden.

Voor degenen die een vraagteken zetten bij de ontwikkeling van de EU tot een steeds nauwere Unie, moet de uitbreiding in theorie een groter, losser en flexibeler Europees verband voortbrengen, alsmede meer discussie over de toekomstige koers van de EU. Als fungerend voorzitter heeft president Sarkozy recentelijk de kwestie van de uitbreiding ter sprake gebracht in de context van de verlamming van het Verdrag van Lissabon, nadat het door het Ierse referendum is afgewezen. De heer Sarkozy heeft gezegd dat de volgende geplande uitbreiding met Kroatië onmogelijk is zonder het Verdrag van Lissabon. Ik beschouw dit als een vergissing en een poging om dit Verdrag in leven te houden.

Ik ben ervan overtuigd dat er een manier kan worden gevonden om Kroatië zonder het Verdrag van Lissabon te laten toetreden. Er zullen ongetwijfeld pogingen worden gedaan om ook andere aspecten van dit Verdrag uit te voeren zonder de ratificatiedocumenten. Het is nu duidelijk dat de Europeanen een EU willen met minder institutioneel geklungel en een die weer aansluiting vindt bij de burgers.

Persoonlijk steun ik een toekomstige uitbreiding met de Westelijke Balkan en uiteindelijk Oekraïne, Moldavië en hopelijk een democratisch Wit-Rusland. Het is een tastbaar voorbeeld van het goede dat de EU haar burgers zou kunnen brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen mijn oprechte dank aan de heer Brok voor zijn bereidheid om een uiterst constructieve samenwerking aan te gaan. De boodschap is vrij duidelijk: het uitbreidingsproces wordt niet onderbroken, maar wij moeten allemaal nog meer doen om onszelf voor te bereiden. Dit geldt voor degenen van ons die al tot de Europese Unie behoren en voor degenen die ertoe willen toetreden. Een betere voorbereiding betekent natuurlijk ook institutionele hervormingen en de consolidatie van de Europese Unie. Ik hoef hier bovendien nauwelijks aan toe te voegen dat een betere voorbereiding ook de ondubbelzinnige aanvaarding van de Kopenhagencriteria inhoudt, die niet louter moeten worden opgenomen in het geschreven recht, maar moeten worden toegepast en gehandhaafd.

Ook ben ik de heer Brok erg dankbaar dat hij samen met Jan Marinus Wiersma ons idee van een Unie voor de Zwarte Zee heeft overgenomen, zij het misschien in een wat voorzichtiger vorm. Het punt is dat we duidelijke signalen moeten afgeven aan Oekraïne en aan de andere landen in het Zwarte-Zeegebied die onder het nabuurschapsbeleid vallen. Om deze landen te helpen, is het echter ook belangrijk om Turkije en Rusland bij deze samenwerking te betrekken. Ik waardeer de ideeën van het Franse voorzitterschap omtrent een Unie voor het Middellandse Zeegebied, maar we moeten het Zwarte Zeegebied niet negeren. Ook daar moeten wij onze vlag voeren en de Europese Unie moet passende samenwerkingsvoorstellen doen.

Wat de Balkanlanden betreft, doet de heer Brok in zijn verslag enkele voorstellen. Optionele voorstellen, zoals hij vandaag duidelijk en nauwkeurig heeft aangegeven. “Wacht nog even met jullie hervormingen – er is tijd genoeg” is een boodschap die wij aan niemand moeten geven. Nee, de hervormingen moeten worden bespoedigd, in Kroatië en natuurlijk in de andere landen. Zeker wanneer er – zoals nu in Servië is gebeurd – een nieuwe regering aantreedt, moet ons signaal duidelijk zijn: wij willen jullie zo snel mogelijk toelaten tot de Europese Unie, maar we kunnen geen alternatief bieden voor jullie hervormingsproces. Jullie zullen dit zelf moeten uitvoeren en jullie zullen een pro-Europese strategie moeten hanteren.

De Unie is incompleet zonder de Balkanlanden van Zuidoost-Europa, maar het werk moet in die landen worden verricht en wel zo snel mogelijk, zodat wij samen kunnen bouwen aan een nieuw Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  István Szent-Iványi (ALDE). - (HU) De geschiedenis van de EU tot dusverre is er één geweest van voortdurende uitbreiding en deze uitbreiding is tevens een van de duidelijkste bewijzen van het succes en de aantrekkelijkheid van de Europese Unie. Toch is er in de publieke opinie steeds meer sprake van een soort moeheid en apathie met betrekking tot de uitbreiding. Dit geeft ons allemaal een goede reden om de uitbreidingskwestie realistisch aan te pakken.

Realisme mag echter geen scepticisme inhouden. Het mag niet betekenen dat het uitbreidingsproces tot stilstand wordt gebracht en nog minder dat er nieuwe, onvervulbare toetredingsvoorwaarden worden gesteld of dat de eerder aangegane verplichtingen worden herhaald, daar dit onze geloofwaardigheid zou ondermijnen. Sinds het Ierse referendum ging het er ons vooral om te bewijzen dat de Europese Unie nog steeds functioneert en de uitbreiding is nog steeds een belangrijk en reëel doel voor de Europese Unie. Dit is minstens net zozeer in het belang van de lidstaten als in dat van de landen die willen toetreden. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Konrad Szymański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het academische jargon begint onevenredig belangrijker te lijken dan het beleid in onze uitbreidingsstrategie. De theorie van de uitbreidingscapaciteit is slechts een reeks voorwendselen voor een volkomen arbitrair en politiek besluit om de Unie af te sluiten voor de wereld. Europa vaart hiermee een verkeerde en schadelijke koers aangezien de EU juist door deze uitbreiding internationaal meer gewicht in de schaal legt en zij haar sociale, politieke en economische model kan verbreiden.

Als wij dit verslag aannemen, geven we een negatief signaal af aan Kiev en Tbilisi en verzwakken we de prowesterse en pro-Europese krachten aldaar. Om steun te kweken voor de verdragswijzigingen is onder andere in Polen aangekondigd dat deze van essentieel belang waren voor de uitbreiding. Dit maakt het des te verrassender om te horen dat we ondanks de aanvaarding van het Verdrag van Lissabon nog moeten werken aan aanvullende verdragswijzigingen in het kader van de verdere uitbreiding.

Elmar, jouw presentatie was zeker beter dan het verslag, maar zeg mij alsjeblieft: hoeveel hervormingsverdragen moeten wij aanvaarden voordat we er volgens jou klaar voor zijn om Oekraïne toe te laten tot de Europese Unie?

 
  
MPphoto
 
 

  Adamos Adamou (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, onze kijk op de uitbreiding is dat de volkeren in Europa desgewenst het recht hebben om – mits aan de vereiste criteria is voldaan – toe te treden tot de Europese Unie.

Dit beginsel is ook de basis van ons standpunt in het geval van Turkije, waarvan het toetredingsproces ook verbonden is aan de oplossing van de kwestie-Cyprus. Wij staan er echter op dat de nakoming door Turkije van zijn verplichtingen ten opzichte van de Europese Unie een essentiële voorwaarde moet zijn voor de voltooiing van zijn toetreding.

Terwijl de Europese Unie onverminderd moet voldoen aan haar eigen verplichtingen, moet Turkije zich volledig houden aan de beginselen van internationale legaliteit, de VN-resoluties en de Europese rechtsregels inzake een einde aan de bezetting van Cyprus, de openstelling van havens en luchthavens voor Cypriotische schepen en vliegtuigen en de intrekking van het veto, zodat de Republiek Cyprus kan deelnemen aan internationale fora en overeenkomsten.

Turkije moet zich zeker nu, na het initiatief van de nieuwe president Demetris Christofias en na de inspanningen van de leiders van de twee gemeenschappen, schikken en zich ervan weerhouden ook maar enig obstakel op te werpen in deze nieuwe fase in de kwestie-Cyprus.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten (IND/DEM). (EN) Mijnheer de Voorzitter, in dit verslag wordt erkend dat de uitbreiding geen volledig succes is geweest. De heer Brok geeft toe dat, zonder een serieuze wijziging van het huidige EU-beleid, de uitbreiding de interne samenhang van de EU kan ondermijnen.

De EU heeft landen opgenomen waarvan zij zeer goed wist dat zij niet voldeden aan haar eigen toelatingscriteria, zoals in het geval van Roemenië en Bulgarije. Dit zou zich wel eens kunnen herhalen met toch nog meer Oost-Europese landen en Turkije.

Lidstaten zoals het Verenigd Koninkrijk staan onder zware druk door een ongecontroleerde, onbeperkte en ongedifferentieerde immigratie als gevolg van de voortdurende EU-uitbreiding.

Dit is slechts een van de redenen voor de toenemende vijandigheid ten opzichte van de Europese Unie van haar burgers. De oplossing van de heer Brok is een omvangrijk propagandabudget om de mensen te overtuigen van het nut van de uitbreiding. De oplossing voor Groot-Brittannië is om uit de Europese Unie te stappen en weer controle te krijgen over zijn eigen grenzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). - (NL) Daarnet heeft commissaris Rehn nog eens gezegd dat Turkije het perspectief heeft gekregen op volledig lidmaatschap en dat alle andere opties blijkbaar niet voor discussie vatbaar zijn. Ik zou de commissaris de raad willen geven om de Eurobarometerpeilingen eens grondig te bestuderen. Er bestaat geen democratisch draagvlak voor de toetreding van Turkije. De kloof tussen het beleid en de bevolking wordt altijd maar groter, breder en dieper. Men heeft beloofd om de onderhandelingen stil te leggen als Turkije zijn verplichtingen manifest niet zou nakomen. Die belofte wordt niet gehouden. Men heeft beloofd dat het onderhandelingsproces gelijke tred zou houden met het hervormingsproces in Turkije. Ook dat is in de praktijk niet waar. Het hervormingsproces in Turkije is zo goed als stilgevallen en toch werd twee weken geleden beslist om nog maar eens twee nieuwe hoofdstukken in de onderhandelingen te openen. Die spagaat tussen woord en daad wordt de Europese Unie nog eens fataal als er niet radicaal wordt veranderd van beleid en van houding.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie is op dit moment weliswaar al erg groot, maar nog steeds incompleet. Om samenhangend te zijn, heeft een verenigd Europa aan zijn basis gemeenschappelijke waarden nodig en de goodwill van zijn inwoners. Om onze doelen te bereiken – zoals een betere economie, een grotere politieke invloed op het internationale toneel, een betere demografie en een betere kwaliteit van het leven – moeten bepaalde voorwaarden worden vervuld. Wat de door onze collega de heer Brok gepresenteerde punten betreft: natuurlijk is een betere interne integratie belangrijk. De lidstaten van de Unie moeten de uitbreiding ook willen voortzetten en de kandidaat-landen moeten uiteraard voldoen aan de noodzakelijke criteria. Wat is de strategie voor deze uitbreiding? Eenvoudigweg, de kandidaten motiveren om zich in te spannen, met hen te werken en hen te steunen door middel van diverse instrumenten, waaronder het nabuurschapsbeleid.

De oostelijke dimensie is belangrijk voor ons omdat zich daar een groot deel van Europa bevindt dat niet in het eigenlijke Europa ligt, niet in de Europese Unie. De enige optie hier is om deze oosterburen te leren kennen en de weg te bereiden met betrekking tot juridische, economische en sociale kwesties. Gemeenschappelijke waarden of ten minste de mogelijkheid ervan zijn bij dit alles belangrijk. Ik ben ervan overtuigd dat het grootste sociale en politieke experiment in de hele geschiedenis – de voltooiing van de Unie van Europa – echt een kans op succes heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique De Keyser (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, er is een beroemd schilderij van de Belgische artiest René Magritte van een pijp, met daarop het onderschrift “ceci n’est pas une pipe”. Weliswaar schitterend geschilderd, maar deze pijp kan nooit worden gerookt.

Het verslag-Brok doet hier een beetje aan denken. Ondanks zijn titel is het geen uitbreidingsstrategie omdat er geen sprake is van een strategie of van de essentiële vragen die de burgers zichzelf stellen. Waarom moet de Europese Unie worden uitgebreid? In welke richting? Met welk risico of met welke voordelen? De heer Brok bespreekt een consolidatiemethode, een defensieve tactiek. Simpel gezegd, is de uitbreiding een contract tussen Europa en de kandidaat-landen. Laatstgenoemde moeten voldoen aan de Kopenhagencriteria en Europa moet aantonen deze landen te kunnen integreren.

En daar wringt de schoen. Gevangen in een te beperkend Verdrag van Nice, waaruit het niet kan ontsnappen, is Europa niet klaar voor een verdere uitbreiding. De crisis in de Europese instellingen zou dus de stopzetting van de uitbreiding moeten betekenen. Zo denken veel Europese burgers en ik tot op zekere hoogte ook.

Maar opgepast: deze kale slogan, gespeend van enige ambitieuze strategie, is gevaarlijk. Hij maakt de weg vrij voor al degenen die klaar staan om een nieuw verdrag te verwerpen opdat wij ons in onszelf kunnen keren en Turkije of zelfs de Balkanlanden kunnen afwijzen – voor alle nationalisten die wantrouwen koesteren jegens buitenlanders die zich op een dag opeens zouden kunnen vermommen als Europeanen. Voor hen is deze slogan alleen maar schijn – zij willen in feite geen uitbreiding en ook geen verdieping.

Wij moeten onze burgers bewijzen dat de successieve uitbreidingen een mogelijkheid vormden voor Europa, we moeten hen ervan doordringen dat multiculturalisme een zegen is en dat immigratie onze demografische toekomst is. We moeten over de institutionele crisis heen stappen. Zij betekent noch de overwinning van de eurosceptici, noch van links, maar legt wel een enigszins smadelijke onmacht bloot waarvan iedereen het slachtoffer dreigt te worden. In zijn verslag gaat de heer Brok goed en intelligent om met deze onmacht, waarvoor mijn felicitaties, maar helaas helpt hij ons niet verder.

 
  
MPphoto
 
 

  Inese Vaidere (UEN).(LV) Dames en heren, de resultaten van de EU-uitbreiding zijn positief en daarom is het van essentieel belang dat wij de juiste omstandigheden creëren om deze resultaten te ontwikkelen. Onze instellingen en regeringen moeten het grote publiek eerlijke en complete informatie verstrekken over zowel de voordelen als de risico’s van de uitbreiding. De burgers moeten er zeker van zijn dat zij zich na de uitbreiding geen zorgen hoeven te maken over hun mogelijkheden om hun talen, culturen, geloven en tradities te behouden en te ontwikkelen en dat hun welzijn en hun waarden niet in gevaar komen. Als de binnen de staten bestaande naties zich in hun landen thuis voelen, zal er minder angst zijn voor een toevloed van immigranten en zal het uitbreidingsproces als geheel in een positief licht worden gesteld. We moeten luisteren naar de burgers en we moeten een dialoog op gang brengen. Ik steun verschillende soorten van samenwerking met potentiële lidstaten. Dit zou niet alleen resulteren in een eerlijkere houding ten aanzien van de integratiecapaciteit van de EU – die in het verslag met succes is gedefinieerd –, maar ook in een duidelijke roadmap voor onze partners. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Doris Pack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Europese Unie kan haar functie van betrouwbare en stabiele mondiale partner alleen vervullen als zij haar werk kan blijven uitvoeren en als zij een verfijnde strategie hanteert, die aan de specifieke behoeften van de verschillende landen voldoet. Wij kunnen niet al onze buurlanden toelaten als leden en we zijn daarom – al was het alleen maar in hun eigen belang – verplicht hen een aantrekkelijk en waardevol alternatief te bieden.

We moeten een efficiënt nabuurschapsbeleid ontwikkelen, dat deze naam waardig is. Enkele voorbeelden hiervan zijn de openstelling van onze onderwijs-, cultuur- en jongerenprogramma’s en de inrichting van een speciale economische ruimte. De in de heer Broks uitstekende verslag genoemde opties moeten dan ook volledig worden uitgewerkt en zo snel mogelijk worden geconcretiseerd. Dit is de enige manier om stabiliteit, vrede, eerbiediging van de mensenrechten en economische hervormingen in onze buurlanden te bevorderen.

De situatie is echter anders in de landen van de Westelijke Balkan, die al een tijd een duidelijk toetredingsperspectief hebben. Een blik op de landkaart zegt ons dat deze landen in het hart van de Europese Unie liggen, waarmee ik bedoel dat zij worden omgeven door lidstaten. Ons beleid aldaar is gebaseerd op logische stappen. Eén land onderhandelt al over zijn toetreding tot de EU, terwijl andere landen stabilisatie- en associatieovereenkomsten hebben gesloten met de EU – in feite alle landen behalve Kosovo. Onze politieke actie aldaar is de lakmoestest voor onze geloofwaardigheid op het gebied van het buitenlands beleid en de borg voor blijvende vrede en stabiliteit in de EU.

Ik ben ertegen dat Turkije en Kroatië altijd in één adem worden genoemd. De omstandigheden en achtergronden zijn volkomen verschillend, hetgeen iedereen zich zou moeten realiseren. Kroatië is het eerste land van de Westelijke Balkan waarvan de toetredingsonderhandelingen in 2009 afgerond zouden kunnen worden. De EU moet de toetreding van Kroatië bespoedigen, waarmee zij aan Macedonië, Albanië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina, Servië en Kosovo het signaal afgeeft dat de essentiële en vaak pijnlijke sociale, justitiële en economische hervormingen de moeite lonen.

De verantwoordelijkheid voor de toekomstige toetreding van deze landen ligt dan echter hoofdzakelijk in de handen van hun eigen politici, die verantwoording schuldig zijn aan het electoraat in hun respectieve landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Libor Rouček (PSE).(CS) Dames en heren, de rapporteur, de Raad en de Commissie zijn van mening dat de eerdere uitbreidingen over het algemeen een groot succes zijn geweest. Ik ben het hier helemaal mee eens. Een voorbeeld hiervan is mijn eigen land, de Tsjechische Republiek. Zij profiteert enorm van haar lidmaatschap en loopt haar achterstand op de op economisch gebied verstgevorderde landen snel in. Desondanks zijn er mensen in mijn land, waaronder president Klaus, die voortdurend hun twijfels uiten over het EU-lidmaatschap en over de bestaansreden van de EU. In buurland Oostenrijk worden vergelijkbare standpunten verwoord. Hoewel er in dit land met acht miljoen mensen dankzij de uitbreiding 150 000 banen zijn gecreëerd, beschouwt slechts 28 procent van de Oostenrijkers het EU-lidmaatschap van hun land als positief. Ik licht derhalve één aspect uit van het verslag van de heer Elmar Brok, te weten de noodzaak van een omvangrijke communicatiestrategie ter voorlichting van het publiek over de gevolgen van uitbreiding, over de voordelen en over de mogelijke toekomstige nadelen ervan. Dit is voor mij het belangrijkste punt, behalve de ratificatie van het Verdrag van Lissabon en de nakoming van de belofte die wij in 2003 in Solun met name aan de landen van de Westelijke Balkan hebben gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Mirosław Mariusz Piotrowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, in het voor ons liggende verslag over de uitbreidingsstrategie wordt verwezen naar een clausule in het Verdrag van Rome die luidt dat “elke Europese staat kan verzoeken lid te worden van de Gemeenschap”. Wij zijn redelijk tevreden over de signalen omtrent de aanvaarding van het Poolse en Zweedse initiatief voor een oostelijk partnerschap, dat bestaat in een nauwere samenwerking met onze oosterburen, waaronder Oekraïne en Wit-Rusland. Er moet op worden gewezen dat Oekraïne rekent op een volledig lidmaatschap. In de context van de prioriteiten van het Franse voorzitterschap, dat zich concentreert op de contacten met de zuiderburen van de Unie, moeten wij ook ons oostelijke partnerschap versterken om te voorkomen dat er een ernstige asymmetrie ontstaat in ons externe beleid. Eén van de instrumenten zou een parlementaire vergadering EU/Oost-Europa kunnen zijn oftewel “Euronest”. Zo’n voorstel bovenaan de agenda te zetten, zou het signaal aan onze oosterburen en dat betreffende hun EU-aspiraties versterken. Er moet duidelijk worden gezegd dat deze niet moeten worden onderdrukt en gekoppeld aan het debacle van het Verdrag van Lissabon, zoals bepaalde Europese senior politici momenteel doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioannis Varvitsiotis (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer de heer Brok met zijn zeer waarheidsgetrouwe verslag. Persoonlijk ben ik niet al te optimistisch over nieuwe toetredingen en over een nieuwe uitbreiding – tenminste niet in de nabije toekomst –, met uitzondering van Kroatië. Wij willen echter wel dat er in de wereld om ons heen sprake is van politieke en economische stabiliteit. Wij hopen op vrede en voorspoed, op een springlevende en kerngezonde wereld.

Zoals ook de heer Brok stelt, is het Europees nabuurschapsbeleid een middel om dit doel te bereiken. Dit beleid creëert echter geen partners binnen een gemeenschappelijke onderneming. Het is gebaseerd op de bilaterale betrekkingen van de Unie met elk van deze landen, wat ik het zwakke punt ervan vind. We moeten derhalve iets creëren dat verder gaat dan slechts het nabuurschap, maar dat niet zo ver gaat als het lidmaatschap. Mijn voorstel voor de totstandbrenging van een Europees Gemenebest is een stap in die richting: er zal sprake zijn van een soort versterkte samenwerking, van een zone van EU-buurlanden, die er een Europese aanpak op na zal houden.

Hierdoor worden zowel de veiligheid als het internationale prestige van de Europese Unie vergroot. Het is het alternatief voor de uitbreiding, waardoor wij onze invloed op de desbetreffende buurlanden kunnen vergroten, in een tijd waarin de bezwaren tegen een verdere uitbreiding duidelijk zijn.

Ook al klinkt dit voorstel misschien erg ambitieus, toch denk ik, tot slot, dat de Europese Unie eindelijk haar prestige en haar invloed moet vergroten en dat dit een goede manier is om dit doel te bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Severin (PSE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, een strategie moet ook een doel hebben. De ambiguïteit van het doel van de Europese Unie met betrekking tot het uitbreidingsbeleid is een obstakel dat geen enkele rapporteur kon overwinnen. Dit verslag is de dupe van deze ambiguïteit.

Onze plicht en ons uiteindelijke doel is om de veiligheid van onze burgers te garanderen. Onze burgers voelen zich onbeschermd. Om hen te beschermen, moet de Europese Unie macht hebben en om machtig te zijn in een globale wereld, heeft de Europese Unie behoefte aan uitbreiding en interne hervormingen. Daar wij onze burgers niet hebben verteld dat hun verworven rechten niet duurzaam zijn, denken zij deze rechten te kunnen behouden door zich te verzetten tegen de uitbreiding en de hervorming. In dergelijke omstandigheden is de toekomst van de Europese Unie in gevaar.

De uitbreiding is geen concessie aan de kandidaat-landen. Sommigen van hen, zoals Oekraïne, Servië, Moldavië en Turkije, hebben – zij het wellicht slechtere – alternatieven. In deze gevallen concurreren wij met anderen. Bepaalde interne problemen van deze landen kunnen beter binnen dan buiten de Europese Unie worden opgelost. Als wij hun geen vooruitzichten bieden, bieden we onze burgers geen veiligheid.

De kandidaat-landen of de nieuwe lidstaten zijn niet onverteerbaar – ons spijsverteringskanaal werkt te traag. Of we vinden snel een goed digestief of we zullen lange tijd honger moeten lijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Ibrisagic (PPE-DE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, het lijkt mij een goede conclusie dat de uitbreiding een succes is geweest. Ik ben blij met de bevestiging dat landen waaraan wij eerder duidelijke beloften hebben gedaan en die wij een helder EU-perspectief hebben gegeven, nog steeds de vruchten daarvan plukken. Het baart mij echter ernstig zorgen dat de sfeer steeds killer wordt bij ieder debat over de uitbreiding. Woorden als “adequaat”, “opnamecapaciteit”, “politieke consolidatie” en “risico's voor de sociale en economische samenhang” worden steeds vaker gebruikt. Voor mij klinken deze woorden niet als een visie of een doel, maar meer als een manier om te vermijden dat wij ons verbinden tot mogelijke toekomstige uitbreidingen. Er wordt steeds vaker verwezen naar het feit dat de publieke opinie in het thuisland de uitbreidingen moe is, maar er wordt niet genoeg gedaan om deze opinie te veranderen.

Het is geen toeval dat juist Duitsland en Frankrijk, twee landen die eeuwenlang oorlog voerden tegen elkaar, het hele EU-project hebben gelanceerd. Het is geen toeval dat juist de leiders van Frankrijk en Duitsland een visie hadden voor Europa’s toekomst. Zij begrepen dat de Europese Unie in de eerste plaats een project was voor vrede en veiligheid, veel meer dan een louter economisch project. Deze visie en dit soort leiderschap zoek ik, zaken waaraan het hier zo vaak ontbreekt. Ik waardeer derhalve de duidelijke taal van commissaris Rehn: we moeten geen wachtkamer creëren voor de landen die willen toetreden en de uitbreiding heeft een toekomst. Daarvoor ben ik de commissaris bijzonder dankbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Vural Öger (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik beschouw het Europese uitbreidingsbeleid als een mooi succesverhaal. Binnen vijftig jaar is de EU erin geslaagd een vreedzaam, democratisch en welvarend continent te creëren. Mij valt echter op dat dit verslag betreffende de EU-uitbreidingsstrategie ook gaat over de betrekkingen tussen de EU en landen zonder toetredingsperspectief.

Deze poging om de uitbreidingsstrategie af te zwakken en deze te combineren met het Europees nabuurschapsbeleid geeft problemen. Het verslag bevat weliswaar een groot aantal goede en bijzonder interessante essentiële punten, maar deze horen niet thuis in een uitbreidingsverslag, doch in een verslag over het Europees nabuurschapsbeleid. Neem nu bijvoorbeeld de voorstellen voor een Unie voor het Middellandse Zeegebied en voor een Unie voor de Zwarte Zee. Het uitbreidingsbeleid van de EU moet strikt gescheiden blijven van het Europees nabuurschapsbeleid. Helaas bevat het verslag echter enkele bijzonder vage en zelfs verwarrende uitspraken, die voor velerlei uitleg vatbaar zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Francisco José Millán Mon (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, het verslag-Brok heeft betrekking op een van de opmerkelijkste successen van de Europese Unie, namelijk het uitbreidingsproces. Staat u mij toe drie punten te noemen.

Ten eerste heeft de uitbreiding de zogenaamde “veranderingscapaciteit” van de Unie onderstreept. Het verlangen naar integratie is een krachtige stimulans geweest voor een diepgaande politieke en economische verandering in veel Europese landen. Deze landen zijn vervolgens lid geworden van de Unie, hetgeen niet alleen in hun eigen voordeel was, maar ook in dat van de al bestaande lidstaten. De vijfde uitbreiding is het recentste bewijs van dit succes.

Ten tweede kan ik mij vinden in de door de Commissie bepleite concepten van conditionaliteit, consolidatie en communicatie, die ook het verslag-Brok bezielen. Ook steun ik het vereiste dat de Unie haar integratiecapaciteit versterkt. De uitbreidingen vereisen in feite dat de Unie ze kan assimileren en goed kan blijven functioneren. Hiertoe moet zij waar nodig institutionele hervormingen doorvoeren en, bijvoorbeeld, haar financiële middelen veiligstellen. De uitbreidingen mogen het gemeenschappelijk beleid of de doelstellingen van de Unie niet in gevaar brengen. Ik onderschrijf bovendien de noodzaak van een ambitieus communicatiebeleid, iets waaraan het de Unie tot nu toe ontbrak. Het is waar dat wij er niet in zijn geslaagd onze burgers uit te leggen wat de baten van uitbreiding zijn.

Tot slot noemt het verslag-Brok de mogelijkheid om een gemeenschappelijke ruimte tot stand te brengen voor de oosterburen die op dit moment geen perspectief op lidmaatschap kan worden geboden. In paragraaf 19 van het verslag staat dat binnen deze ruimte of zone op een aantal terreinen een gemeenschappelijk beleid wordt gevoerd, van de rechtsstaat en democratie tot onderwijs en migratie. Ik vind dat veel van deze gemeenschappelijke beleidslijnen niet slechts betrekking moeten hebben op onze oosterburen, maar dat zij ook moeten worden uitgebreid tot de landen aan de zuidkust van de Middellandse Zee. Laatstgenoemden hebben al ruim vijftig jaar bijzonder nauwe banden met de Europese Unie. Het Europees nabuurschapsbeleid en het proces van Barcelona – nu de Unie voor het Middellandse Zeegebied – moeten ervoor zorgen dat de landen aan deze zuidkust zich niet achtergesteld voelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luis Yañez-Barnuevo García (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, een waarschuwing vooraf: in een minuut is er geen tijd voor subtiliteiten en dus spreek ik uitsluitend op persoonlijke titel.

De uitbreiding is niet altijd een succes geweest. Ik ben van mening dat de politieke elite in vier of vijf bij de recentste uitbreiding in 2004 toegetreden landen het Europese beleid of het communautaire acquis niet hebben begrepen of hebben overgenomen. Zij geven prioriteit aan hun betrekkingen met de Verenigde Staten en zij steunen meer op de NAVO dan op een echt en zeker proces van integratie in de Europese Unie.

Er kan geen sprake zijn van nieuwe uitbreidingen totdat het Verdrag van Lissabon van kracht wordt.

De huidige onderhandelingen met de kandidaat-landen moeten weliswaar niet worden onderbroken, maar ik ben er vast van overtuigd dat deze onderhandelingen niet moeten worden gesloten totdat het Verdrag van Lissabon is aangenomen.

Tot slot mag niet worden verhinderd dat de landen die verder willen vorderen, hierin worden belemmerd door de meer eurosceptische, nationalistische of soevereiniteitsgeoriënteerde landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in het verslag-Brok laat het Europees Parlement heel duidelijk zien dat het heeft geleerd van de laatste grote uitbreidingsgolf, waarbij twaalf nieuwe lidstaten zijn toegetreden, en dat het alle eruit voortvloeiende problemen heeft kunnen catalogiseren, terwijl het tegelijkertijd doeltreffend heeft onderstreept welke voordelen de uitbreiding voor zowel de nieuwe als de oude lidstaten heeft opgeleverd.

Het belangrijkste is echter dat de juiste conclusies worden getrokken, hetgeen inderdaad het geval is, met name op twee in mijn ogen belangrijke gebieden. Ten eerste zullen wij voorafgaand aan iedere toekomstige uitbreiding de opnamecapaciteit van de Europese Unie moeten bestuderen en ten tweede zullen de kandidaat-landen echt moeten voldoen aan de criteria alvorens te worden toegelaten.

Wat de opnamecapaciteit van de Europese Unie betreft, moeten we rekening houden met enkele belangrijke punten, zoals het beginsel dat nieuwe toetredingen het Europese integratieproject niet in gevaar mogen brengen. Hiermee bedoel ik dat de ontwikkelingsdynamiek van de Unie en de verwezenlijking van haar doelstellingen door de toelating van nieuwe lidstaten moeten worden bevorderd, niet geschaad. Eerst moet het institutionele kader van de Unie worden gecreëerd en geconsolideerd. We moeten een verdrag hebben – het Verdrag van Lissabon of een ander adequaat verdrag – en de uitbreiding moet ook haalbaar zijn voor de Europese Unie, anders zou deze het integratieproject in gevaar brengen.

Ons hoofddoel is een voortdurende ontwikkeling. Verdere toetredingen van nieuwe landen moeten weliswaar niet worden uitgesloten, maar hierbij moeten wel de regels en de voorwaarden worden gerespecteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Alma Anastase (PPE-DE). - (RO) De rol van de Europese Unie als speler op het internationale toneel kan onmogelijk worden vergroot zonder een voortdurende aanpassing aan de globale context van de eenentwintigste eeuw.

Wat dit betreft, is uitbreiding een geostrategisch element en de vorige uitbreidingen – ook de recentste, van 2007 – hebben aangetoond welke onbetwistbare voordelen dit proces heeft. Het is daarom van essentieel belang dat dit proces wordt voortgezet en ik ben blij dat in het verslag de verplichtingen ten aanzien van de landen van de Westelijke Balkan worden herhaald.

Het is echter net zo belangrijk dat er een duidelijk Europees perspectief wordt geboden aan de Europese partners bij het nabuurschapsbeleid, inclusief de Republiek Moldavië.

Ik herinner u eraan dat het hier gaat om Europese landen die al hebben verklaard te streven naar een Europees perspectief en in het Verdrag van Rome is uitdrukkelijk bepaald dat elke Europese staat kan verzoeken lid te worden van de Gemeenschap – mits deze voldoet aan de Kopenhagencriteria.

Ik verzoek de Commissie en de Raad om...

(De Voorzitter ontneemt de spreker het woord)

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Mircea Paşcu (PSE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Ierse tegenslag voor het Verdrag van Lissabon biedt de uitbreidingssceptici een onverwachte mogelijkheid: de EU moet het overwegen van nieuwe leden staken, omdat er gewoon geen plaats voor hen is. In strikt juridische zin is dit momenteel natuurlijk waar, maar we moeten tegelijkertijd een duidelijk onderscheid maken tussen het Verdrag van Lissabon en de uitbreiding. Ten eerste omdat de grondgedachte van dit Verdrag niet de uitbreiding als zodanig was, maar de aanpassing van de EU aan een geglobaliseerde context en ten tweede omdat de uitbreiding geen strikt juridische, maar eerder een politieke kwestie is.

Uitbreiding is een machtsingrediënt dat duidt op aantrekkelijkheid, autoriteit en opnamecapaciteit en wij laten geen gelegenheid onbenut om deze zaken voor onze Unie te claimen. Tegelijkertijd met de inspanningen on het Verdrag van Lissabon te ratificeren, moeten de strategische planning, feitelijke onderhandelingen en nieuwe initiatieven met betrekking tot de verdere uitbreiding dan ook worden voortgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrew Duff (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, heeft de heer Jouyet een uitleg en rechtvaardiging voor de uitzonderlijke situatie in het Franse parlement met betrekking tot het gebruik van referenda om de Turkse toetreding goed te keuren? Vindt hij ook niet dat het gebruik van zo’n populistisch instrument volstrekt verkeerd is voor de ratificatie van een internationaal verdrag?

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE). - (RO) De uitbreiding is een van de krachtigste politieke instrumenten van de Europese Unie gebleken, die de strategische belangen van de Unie met het oog op stabiliteit, veiligheid en conflictpreventie behartigt. Dit heeft bijgedragen tot grotere welvaart, groeimogelijkheden en de totstandbrenging van essentiële transport- en energiecorridors.

Het uitbreidingsbeleid van de Europese Unie is in het algemeen een succes geweest voor de Unie zelf en voor Europa. In dit kader is het belangrijk dat het opendeurbeleid wordt gehandhaafd voor de al dan niet potentiële kandidaat-landen en voor de landen met Europese perspectieven in het oostelijke deel van het continent – een aanpak die natuurlijk wordt geconditioneerd door de nakoming van de vereiste criteria en verplichtingen.

Om de uitbreiding voort te zetten, moet er echter een reële oplossing komen voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.

 
  
MPphoto
 
 

  Monika Beňová (PSE).(SK) We hebben woorden gehoord zoals uitbreidingsmoeheid, crisis of de noodzaak van consolidatie. Dit zijn erg deprimerende woorden en houdingen, die meer getuigen van hulpeloosheid en elitarisme dan van het vermogen om vooruit te komen met de visie van een verenigd Europa.

Voor de landen die zich tijdens de twee recentste uitbreidingen bij de Unie hebben aangesloten, is consolidatie geen probleem. Het is vooral een probleem voor de oude lidstaten. Zij moeten zich afvragen waarom zij behoefte hebben aan consolidatie. Wat de uitbreidingsmoeheid betreft, zijn wíj behekst door tegenstrijdige meningen en standpunten, niet de landen die er klaar voor zijn om aan al onze eisen en voorwaarden te voldoen teneinde EU-leden te worden.

Zo is ons gedrag ten opzichte van Turkije bijvoorbeeld tragikomisch omdat we op dit moment zelfs niet kunnen zeggen of we Turkije willen opnemen in onze elitaire kring wanneer er is voldaan aan de Kopenhagencriteria en vervolgens de vraag of alle vragen die …

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is geruststellend om de Franse minister in wezen te horen zeggen dat Turkije zijn betrekkingen met Cyprus moet normaliseren, wil dit land zijn wens om zijn Europese aspiraties te continueren, kracht bijzetten.

Het is inderdaad ondenkbaar en het tart elke logica dat de EU doorgaat met de toetredingsonderhandelingen met een land dat volhardt in de niet-erkenning van een van haar lidstaten en in de bezetting van een deel van dat land. Ik begrijp dat er een worst moet worden voorgehouden aan een land waarin de democratie voortdurend wordt aangevallen door het leger, maar er zijn grenzen aan ons geduld en onze tolerantie.

Wij zijn aanwezig geweest bij de gesprekken tussen de twee gemeenschappen in Cyprus. Dit is een goed moment voor de Commissie en de Raad om Turkije te doordringen van de noodzaak om zijn goede wil te tonen – niet alleen aan Cyprus, maar aan de EU in het algemeen – door snel zijn bezettingstroepen weg te halen van het eiland Cyprus en door onmiddellijk het Ankara-Protocol uit te voeren. Deze stappen zullen ongetwijfeld werken als een katalysator voor het vinden van een oplossing voor het probleem-Cyprus.

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Mij is verteld dat we bijna door onze tijd heen zijn en dus zal niet iedereen aan het woord kunnen komen.

Ik wijs degenen die om spreektijd hebben verzocht erop dat zij hun interventie schriftelijk kunnen indienen, zodat deze wordt opgenomen in de notulen van de vergadering.

 

13. Welkomstwoord
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dames en heren, ik wijs u erop dat er op de officiële tribune een delegatie heeft plaatsgenomen van het parlement van de Republiek Zuid-Afrika, geleid door de heer D. Obed Bapela, voorzitter van de Commissie internationale betrekkingen, die bij ons allen bekendstaat om zijn vriendschap met Europa en om zijn betrokkenheid bij de strijd tegen de apartheid.

(Applaus)

Ik heet onze gasten welkom bij deze twaalfde interparlementaire vergadering Europees Parlement/parlement van Zuid-Afrika. Dit is een bijzonder belangrijk bezoek. De frequentie van deze bezoeken bevordert de politieke dialoog, die een essentieel onderdeel is van het in mei vorig jaar door ons aangenomen gezamenlijk actieplan voor de uitvoering van het Strategisch partnerschap tussen de Europese Unie en Zuid-Afrika.

De versterking van onze samenwerking met het oog op een grotere internationale veiligheid en stabiliteit is nu ongetwijfeld meer dan ooit noodzakelijk gezien de huidige gespannen regionale situatie in zuidelijk Afrika en met name de crisis in Zimbabwe, waarvan wij allemaal op de hoogte zijn.

Ik heet onze vrienden uit Zuid-Afrika dan ook welkom.

 

14. Strategiedocument 2007 van de Commissie over de uitbreiding (voortzetting van het debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Wij vervolgen nu ons debat over het strategiedocument 2007 van de Commissie over de uitbreiding.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, alvorens mij op dit bijzonder productieve en boeiende debat te richten, heb ik eerst drie opmerkingen.

Ten eerste verwelkom ik namens de Raad de hier aanwezige Zuid-Afrikaanse delegatie en vertel ik deze dat wij de leiders van Zuid-Afrika op zeer korte termijn zullen zien, namelijk bij de eerste EU-top in Frankrijk, eind juli.

Ten tweede ben ik net als de heer Rehn erg begaan met het lot van de Duitse toeristen die naar verluidt in Turkije zijn ontvoerd door Koerdische rebellen. Als dit bericht wordt bevestigd, hopen wij binnen de Raad van harte dat deze mensen zo snel mogelijk gezond en wel worden gevonden en wij benadrukken dat onze gedachten bij hen zijn.

Ten derde bedank ik de heer Duff voor zijn kennis van de Franse politiek en van mijn persoonlijke standpunten. Ik zal hem natuurlijk graag uitgebreider spreken onder het genot van een koffie, maar helaas laten mijn taken vandaag niet toe dat ik nu op deze zaken inga.

Om verder te gaan met ons debat: de uitbreiding maakt absoluut deel uit van het verhaal van de Europese ontwikkeling en tot nu toe hebben wij er altijd voor gezorgd dat de uitbreiding en de versterking van de Unie hand in hand gaan. Zoals de heer Brok benadrukt, moet dit zo blijven. Alle gedachtewisselingen helpen om onze burgers ervan bewust te maken wat er allemaal speelt bij de uitbreiding en dus besteden wij bijzonder veel aandacht aan de debatten en standpunten van het Europees Parlement met betrekking tot dit onderwerp.

In navolging van veel Parlementsleden onderstreep ik de stabiliserende rol van de uitbreiding. In het geval van de Balkan is dit duidelijk. De snelle vorderingen van Kroatië, die het Franse voorzitterschap met de instemming van alle lidstaten bovendien nog wil bespoedigen, laten zien dat landen die in de jaren negentig conflicten hebben gekend, een reëel vooruitzicht op toetreding hebben. Dit is vooral voor Servië een belangrijke boodschap aangezien dit land net een regering heeft gekregen die ook de banden met de Europese Unie wil versterken.

Hetzelfde geldt voor Turkije en in dit kader herinner ik u eraan dat de huidige stand van de onderhandelingen verband houdt met Turkije zelf en het tempo van de hervormingen aldaar en niet met het standpunt van welke EU-lidstaat dan ook. Deze stand is bovenal gekoppeld aan de nakoming door Turkije van zijn verplichtingen aan alle EU-lidstaten en in het bijzonder aan de naleving van het Ankara-Protocol.

Het uitbreidingsbeleid brengt niet met zich mee dat wij de andere buren van de Europese Unie veronachtzamen. De Raad bespreekt momenteel hoe wij Oekraïne in staat kunnen stellen een nieuwe fase te bereiken in zijn betrekkingen met de Europese Unie, tijdens de aanstaande top tussen de EU en Oekraïne op 9 september in Evian. Daarnaast streven wij naar een verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Moldavië, een land waarin de Raad al veel heeft geïnvesteerd.

Als voorzitterschap van de Raad steunen wij ook de beschreven regionale processen. Ik was zelf aanwezig bij de conferentie waarop de synergie voor de Zwarte Zee is gelanceerd en bij de Top van de Baltische landen. Ik noem natuurlijk ook de komende top over het proces van Barcelona en de Unie voor het Middellandse Zeegebied op 13 juli in Parijs.

Tot slot: zoals u ziet, is het uitbreidingsproces niet gestrand. Het stelt nog steeds eisen aan de kandidaat-landen, maar ook aan de lidstaten, die dit proces moeten uitleggen aan hun burgers. De heer Rouček en mevrouw De Keyser hebben volstrekt gelijk dat er nog heel wat pedagogische inspanningen nodig zijn, met of zonder Magritte. Ik ben het echter ook met u eens dat de burgers gerust moeten worden gesteld.

Juist om door te kunnen gaan met dit proces – waarvan het strategische belang door sommigen van u en in het bijzonder door de heer Brok is onderstreept – voorziet het Verdrag van Lissabon in de hervorming van onze instellingen, zodat de nieuwe lidstaten – laat hierover geen twijfel bestaan – onder de beste omstandigheden kunnen worden verwelkomd, zonder dat de actiecapaciteit van de Europese Unie op losse schroeven wordt gezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben erg blij dat ik mijn aandeel in dit debat kan besluiten ten overstaan van een parlementaire delegatie uit Zuid-Afrika, aangezien mijn politieke carrière enkele decennia geleden is begonnen met een campagne voor de vrijlating van Nelson Mandela. Gelukkig lijken mijn vriend Elmar Brok en ikzelf in dit Huis de enige overgebleven gevangenen te zijn, zoals publiekelijk is aangekondigd op de lijst.

(Gelach)

Ik bedank de Parlementsleden voor het erg substantiële en verantwoordelijke debat van vandaag. Ik wil er slechts één algemeen, relevant punt aan toevoegen.

Ik ben blij dat het verslag-Brok en het debat van vandaag in wezen een bevestiging zijn van de hernieuwde, in december 2006 bereikte consensus over de EU-uitbreiding – niet in het minst wegens de gebeurtenissen in 2005. Het grootste pluspunt van deze strategie is dat deze het juiste, nauwkeurig afgestemde evenwicht vindt tussen enerzijds het onderliggende strategische belang van uitbreiding bij de vergroting van de zone van vrede en voorspoed, van vrijheid en democratie en anderzijds onze eigen capaciteit om nieuwe leden te integreren, met rigoureuze voorwaardelijkheid en onze interne hervorming.

Ik zal nooit vergeten – ik heb een olifantengeheugen – dat de Commissie buitenlandse zaken mij in het najaar van 2004, na een parlementaire hoorzitting, een gebrek aan visie verweet omdat ik niet onmiddellijk een toetredingsperspectief wilde bieden voor Oekraïne. Ik heb toen alleen gezegd dat we niet op de zaken vooruit moesten lopen wat betreft Oekraïne. Een jaar later werd mij verweten dat ik de nadruk legde op opnamecapaciteit en dat ik de vaart uit de uitbreiding haalde. In dit kader ben ik bijzonder ingenomen met het debat van vandaag, waarin het juiste evenwicht is gevonden tussen het strategische belang van de uitbreiding en onze eigen capaciteit om nieuwe leden te integreren.

Dit debat en het verslag vinden de gulden middenweg door een verdieping van de politieke integratie te combineren met de geleidelijke vergroting van de Europese Unie. Voor mij blijkt hieruit duidelijk dat het gebruik van het Europees Parlement en van de Commissie en van de Europese Unie als geheel op een overtuigende wijze samenkomen en ik ben bijzonder ingenomen met dit verschijnsel en met de ingezette koers naar de hernieuwde consensus over de uitbreiding die sinds 2006 heerst.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Ik wil u er graag van in kennis stellen dat ik van plan ben om vanavond tijdens de vergadering van het Bureau mijn bezorgdheid uit te spreken over het feit dat er ten aanzien van de “catch the eye”-procedure niets is geregeld. Het wordt helemaal overgelaten aan het oordeel en het gezichtsvermogen van de Voorzitter. Ik denk dat we er niet aan ontkomen een aantal grondregels vast te stellen, want de huidige procedure laat zo langzamerhand te wensen over.

Vandaag waren er wel vijftien verzoeken. Hierdoor verandert de normale procedure wat betreft de spreektijd waarover de verschillende fracties beschikken.

Ik had graag dat u daar eens over zou nadenken, en dan met name die onder u die misnoegd zijn omdat velen het woord hebben gevraagd maar het slechts weinigen kon worden gegeven.

 
  
MPphoto
 
 

  Elmar Brok, rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, om te beginnen wil ik de Commissie en het voorzitterschap van de Raad danken voor hun solidariteitsbetuiging aan de Duitse toeristen in Turkije.

We staan voor een uitgebreid scala van onderwerpen waartussen we een goede balans moeten zien te vinden. Die onderwerpen reiken van de Unie voor het Middellandse-Zeegebied – die een belangrijke stap vooruit is als ze niet alleen een prioriteit is voor bepaalde landen uit bepaalde regio’s, maar door de Gemeenschap als geheel wordt ondersteund – via het Zweeds-Poolse voorstel tot het voorstel voor een Unie voor de Zwarte Zee. Dit zijn allemaal ideeën waar we als Gemeenschap gezamenlijk naar moeten kijken, maar we moeten tegelijkertijd duidelijk maken dat sommige van deze opties wel en andere niet de mogelijkheid van een toekomstig lidmaatschap behelzen. De Poolse minister van Buitenlandse zaken Sikorski wil met zijn verklaring dat sommige landen buren van Europa zijn en andere Europese buren, misschien aangeven dat beide groepen van landen even belangrijk zijn, maar dat er wat betreft methode en doelstelling verschillen zijn.

Maar wanneer we de ruimte hebben – bilaterale betrekkingen, multilaterale tussenoplossingen of permanente oplossingen die liggen tussen nabuurschapsbeleid en volledig lidmaatschap – en daarom over een heel scala van instrumenten beschikken, zouden we erover moeten nadenken hoe we dat evenwicht waarover de commissaris sprak, ook op de lange termijn via politieke en bestuurlijke middelen kunnen behouden, zodat zowel het ontwikkelingspotentieel van de Europese Unie als de kansen op toetreding van die landen en hun stabiliteit worden gehandhaafd.

Ik zou enkele critici van de EU die hier het woord hebben gevoerd, één ding willen vragen: Wat voor Europese Unie bedoelt u eigenlijk? De Europese Unie die we nu hebben en die wat betreft vrede, vrijheid en welvaart het grootste succesverhaal in de geschiedenis van dit continent vormt? We willen doorgaan met dit project en het zoveel als mogelijk uitbreiden om deze mate van succes te behouden en deze doelstelling verder te verwezenlijken en er meer landen bij te betrekken. Dat is waar het om gaat!

Dat is ook de reden waarom we in het geval van de Westelijke Balkan moeten zeggen, dat wanneer we in Servië een regering hebben die gisteren of deze week heeft gezegd zijn ogen op Brussel, op Europa te willen richten, dat we dan ten behoeve van duurzame vrede in een regio die de afgelopen honderdvijftig jaar een bron van conflicten is geweest, dat aanbod moeten aannemen en het Europees perspectief van de Westelijke Balkan moeten versterken, zodat de vreedzame ontwikkeling van ons continent wordt voortgezet.

 
  
  

VOORZITTER: MAREK SIWIEC
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een motie van orde, omdat het debat over Palestijnen in Israëlische gevangenschap zo laat begint – het is nu al bijna een uur vertraagd – ben ik bang dat ik u moet vragen mijn naam van de sprekerslijst te halen. Ik wil u ook vragen de mij door de PSE-Fractie toegewezen minuut, aan de spreektijd van mevrouw De Keyser toe te voegen. Zij is de leider van de fractie. Ik betreur ten zeerste dat ik dit moet doen, maar ik moet helaas naar het vliegveld.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 10 juli 2008 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Titus Corlăţean (PSE), schriftelijk. (RO) Het vooruitzicht op het EU-lidmaatschap is voor de landen van Zuidoost-Europa een drijfveer voor het doorvoeren van diepgaande democratische hervormingen. Het Strategisch document voor de uitbreiding dat de Commissie in 2007 heeft voorgelegd, zal de landen waarmee toetredingsonderhandelingen zijn begonnen en de overige landen met vooruitzichten op het lidmaatschap, een duidelijk signaal geven over de commitment van de Europese Unie jegens hen. Die landen zijn onder meer Servië en de Republiek Moldavië. Voor de burgers van laatstgenoemd land is Roemenië een venster dat uitzicht biedt op een meer democratische en welvarende toekomst binnen Europa.

Een toekomstige toetreding tot de Europese Unie is voor de democratische oppositie in de Republiek Moldavië een stimulans om te blijven vechten voor de totstandkoming van democratische institutionele en wetgevingsstructuren, een proces dat de EU heeft toegezegd te zullen stimuleren.

Het feit dat de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon het noodzakelijk maakt om binnen de EU institutionele hervormingen door te voeren, mag niet bij voorbaat een reden en voorwendsel zijn om de uitbreiding van de Unie te blokkeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Dragoş Florin David (PPE-DE), schriftelijk. (RO) De uitbreiding van de EU is altijd alleen maar een kwestie van tijd geweest en van het compatibel maken van politieke en economische systemen. Een korte evaluatie van de uitbreidingsprocessen van 2004 en 2007 leert dat de Unie hierdoor krachtiger en dynamischer is geworden, zowel wat interne als interne kwesties betreft, waaruit blijkt dat zowel de Unie als de nieuwe lidstaten baat hebben gehad van de uitbreiding, maar ook dat we binnen de Unie wel onze waarden verenigen maar niet onze problemen. De huidige Europese en mondiale context is wat de politieke en economische situatie betreft waarschijnlijk niet ideaal voor een snelle uitbreiding, maar dat mag ons er niet van weerhouden om de strategieën en mechanismen voor uitbreiding verder te ontwikkelen en te hervormen.

De Westelijke-Balkanlanden Moldavië, Oekraïne en Turkije zijn landen die belangstelling hebben getoond voor toetreding tot de EU en als partnerlanden een bevoorrechtte positie genieten, maar die ook intern maatregelen moeten nemen om aan Europese normen inzake democratie, stabiliteit en welvaart te voldoen.

In dit verband feliciteer ik de heer Brok met zijn evenwichtige en pragmatische benadering in het verslag en spreek ik de hoop uit op een snelle oplossing van de problemen rond de ratificatie van het Verdrag van Lissabon, zodat het door alle lidstaten zal worden geratificeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandra Dobolyi (PSE), schriftelijk. (EN) Het uitbreidingsproces is de laatste vijftig jaar een integraal onderdeel van de ontwikkeling van de EU geweest. Van de zes stichtingslanden is de EU uitgebreid tot 27 lidstaten, die samen meer dan 450 miljoen mensen vertegenwoordigen. De Europese Unie is stabieler en veiliger geworden en heeft een grotere invloed op internationale vraagstukken dan ooit tevoren.

We hebben door de jaren heen gezien dat uitbreiding de kern is van het succes en de ontwikkeling van de EU. Uitbreiding heeft het mogelijk gemaakt dat Europa weer vreedzaam kon worden herenigd nadat de koude oorlog er een wig door had gedreven. Niemand kan ontkennen dat ontwikkeling en uitbreiding hand in hand zijn gegaan.

Maar hoe denken de Europese burgers tegenwoordig over uitbreiding? De mensen zijn er weinig enthousiast over, deels als gevolg van kwesties die niets met uitbreiding te maken hebben en deels door een gebrek aan informatie.

Ik behoor tot degenen die ervan overtuigd zijn dat zonder vooruitzicht op een EU-lidmaatschap de politieke hervormingen en de democratische ontwikkeling zullen stoppen. De vrees bestaat dat wanneer het vooruitzicht op EU-lidmaatschap van de politieke agenda wordt gehaald, de Balkan weer instabiel wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Kinga Gál (PPE-DE), schriftelijk. (HU) Mijnheer de Voorzitter, in verband met het debat over de uitbreidingsstrategie wil ik graag de aandacht vestigen op de uitgebreide criteria waaraan onze directe buurlanden, de Westelijke-Balkanlanden en Oekraïne, moeten voldoen.

Het vooruitzicht op toetreding en met name de verplichting om aan de criteria van Kopenhagen te voldoen, is voor de kandidaatlanden een enorme drijfveer geweest voor modernisering en het creëren van een constitutionele staatsvorm.

De Westelijke-Balkanlanden en Oekraïne kunnen niet zonder deze drijfveer. Wanneer we onze directe buren, waar we Europese tradities en een gemeenschappelijke geschiedenis mee delen, het vooruitzicht op toetreding wegnemen, dan nemen we ze ook de drijfveer weg voor het creëren van een constitutionele staatsvorm.

Heel binnenkort verschijnt er antiminderhedenwetgeving – zoals een verbod op speciaal onderwijs voor minderheden – die, samen met de sluiting van scholen die moedertaalonderwijs geven, het uitsterven van minderhedentalen en gedwongen assimilatie, zorgt voor veel woede in Oekraïne. Wanneer de lat lager wordt gelegd of het doel wordt vooruitgeschoven in de tijd, zijn de normen steeds minder die van een constitutionele staat.

We hebben dus een grote verantwoordelijkheid. Het komt er nu op aan dat we ervoor zorgen dat de criteria niet alleen op papier worden vervuld. Onze buren moeten zich consequent blijven voorbereiden en de Unie moet haar beloften gestand doen en rekenplichtigheid blijven eisen. Ons consistente gedrag in deze zal zowel onze kiezers als onze buurlanden vertrouwen geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. (PL) Als vertegenwoordiger van een land dat in 2004 is toegetreden tot de EU, sta ik volledig achter alle onderdelen van het verslag-Brok waarin wordt gewezen op het belang van verdere uitbreiding en de nadruk wordt gelegd op de positieve bijdrage daarvan aan de vorming van een krachtig, samenhangend, burgervriendelijk en welvarend Europa. Ik ben het eens met de opmerking dat het vooruitzicht op EU-lidmaatschap een zeer positieve invloed heeft op het interne beleid van de kandidaatlanden, omdat het ze stimuleert om sneller werk te maken van de herstructurering van het overheidsapparaat en de hervorming van het onderwijsstelsel, om meer aandacht te besteden aan mensenrechten, waaronder de rechten van minderheden, en om corruptie bij de overheid te bestrijden, met andere woorden: om de waarden over te nemen die al zoveel jaren aan het functioneren van de Europese Unie ten grondslag liggen. Maar ik denk ook dat het verslag meer nadruk zou moeten leggen op de openheid van de Europese Unie en haar bereidheid om de deur te openen voor de volgende nieuwe lidstaten.

Dit is met name belangrijk voor mijn eigen land, Polen, en dan vooral met het oog op de verwachtingen en Europese aspiraties van onze oosterburen, in het bijzonder Oekraïne. Het zou zeer betreurenswaardig zijn wanneer onze buurlanden onze oostgrens (tevens Schengen-grens) zouden zien als een nieuwe muur tussen hen en ons. De oproepen die we in dit verband soms horen om de verdere uitbreiding van de Unie afhankelijk te stellen van haar zogenoemde “integratiecapaciteit” acht ik slecht doordacht en in strijd met de doelstellingen die de EU zichzelf heeft gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Een belangrijk startpunt voor het beantwoorden van de vraag of wel of niet verder moet worden uitgebreid, is het duidelijke besef dat de EU van alle voorgaande uitbreidingen veel baat heeft gehad. Ze hebben steeds geleid tot een win-winsituatie voor alle betrokken partijen. Daaruit kunnen we dus met behoorlijke zekerheid opmaken dat de EU ook van komende uitbreidingen zal profiteren.

Het is alleszins begrijpelijk dat men zich zorgen maakt over de integratiecapaciteit van de EU. De meest efficiënte manier voor het vergroten van de integratiecapaciteit is echter nog steeds niet volledig gebruikt, namelijk de verwezenlijking van de vier fundamentele vrijheden van de EU: liberalisering van de markten, ontvlechting van grote ondernemingen, zorgen voor transparantie. Om de mondiale uitdagingen het hoofd te kunnen bieden, moeten we zonder aarzeling kunnen vertrouwen op de fundamentele waarden en beginselen van de Europese Unie, die nog steeds het grootste succesverhaal van de Europese geschiedenis is.

Ik ben blij dat de rapporteur de nadruk heeft gelegd op regionale samenwerkingsmechanismen. Met name het recente Pools-Zweedse initiatief voor de oprichting van een “oostelijke dimensie” om alle Oost-Europese staten in een zinvolle samenwerking te integreren, lijkt erg waardevol. Regionale samenwerkingsovereenkomsten mogen echter niet als excuus worden gebruikt om bepaalde staten uit te sluiten van een toekomstig volwaardig lidmaatschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Lewandowski (PPE-DE), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, het Parlement behandelt deze resolutie over de uitbreidingsstrategie van de EU op een moment dat uitbreiding uit de mode is. In de mond van eurosceptici is “uitbreiding” zelfs een soort spookbeeld geworden. Om die reden is de terechte constatering dat “uitbreidingen zowel voor de Europese Unie zelf als voor de lidstaten die zich bij de Unie aansloten een onmiskenbaar succes waren, en hebben bijgedragen aan de stabiliteit, ontwikkeling en voorspoed van Europa als geheel”, zeer belangrijk. Het is nodig dat ook de burgers van de Unie dit weten, zodat de steun onder de bevolking voor de volgende stappen toeneemt. Helaas hebben de voorlichtingscampagnes over dit thema nog weinig resultaat laten zien.

In debatten over uitbreiding is het altijd interessant om te kijken naar de geografische ligging van potentiële kandidaatlidstaten. Als je de ontwerpresolutie leest, zou je denken dat de deuren wijd open staan. Er is ondubbelzinnige steun voor de aspiraties van de Balkanlanden. En er is de belangrijke verklaring dat de oostelijke partners van het Europees nabuurschapsbeleid herkenbaar zijn als Europese landen. Maar de allesbepalende definitie van “integratiecapaciteit” (punt 7) maakt een einde aan elke hoop die men gehad zou kunnen hebben. Verder is de verwijzing naar “gedeelde waarden” duidelijk op Turkije gericht.

De resolutie in zijn huidige vorm wijkt enigszins af van de opvattingen van Polen. Polen, een land dat ooit zelf op de deur van de EU klopte, doet nu een oproep om ook Oekraïne en andere landen die na de val van de USSR werden gevormd, de mogelijkheid van het EU-lidmaatschap te bieden. Voor stabiliteit op het hele continent!

 
  
MPphoto
 
 

  Ramona Nicole Mănescu (ALDE), schriftelijk. (RO) Om te beginnen wil ik de rapporteur graag feliciteren met zijn objectieve weergave van het standpunt van het Europees Parlement inzake het Strategiedocument 2007 van de Commissie over de uitbreiding. De Europese Unie heeft met elke uitbreiding aan kracht gewonnen en het proces zelf is steeds voor alle lidstaten een succes geweest.

De Europese Unie heeft een verbazingwekkende ontwikkeling doorgemaakt, dankzij de instellingen en het beleid die het zowel intern als extern heeft ontwikkeld, maar vooral ook door het bevorderen van harmonisering op onder meer het economisch, maatschappelijk en wetgevingsterrein. De Unie kampt ook met een reeks problemen die laten zien dat elke uitbreiding moet worden gevolgd door een adequate consolidatie en herevaluatie van beleid, om te vermijden dat de centraal gelegen landen meer integreren dan de landen in de periferie.

Ik ondersteun het standpunt van de rapporteur dat we de Oost-Europese landen moeten prikkelen door samen met hen een gemeenschappelijke ruimte tot stand te brengen waarbinnen op een aantal terreinen een gemeenschappelijk beleid wordt gevoerd, met de nadruk op economische, handels-, energie-, transport- en milieuvraagstukken, de rechtsstaat, justitie en veiligheid.

Door dit soort projecten te stimuleren, zou de Zwarte-Zeeregio een ontwikkelings- en groeipool kunnen worden, wat niet alleen de welvaart van de landen in die regio zou vergroten, maar ook de stabiliteit en vrede aan de oostgrens van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Zoals de rapporteur in het verslag benadrukt, moet de uitbreidingsstrategie van de EU nu grondig worden hervormd.

Om te beginnen is het belangrijk dat kandidaatlanden en potentiële kandidaatlanden beschikken over pretoetredingsinstrumenten waarmee ze het hoofd kunnen bieden aan de uitdagingen waarvoor ze zich gesteld zullen zien: consolidatie van de staat, bestuurshervormingen, sociaal-economische hervormingen, enz.

Verder wordt er in het verslag met klem op gewezen dat onze benadering van het Europees nabuurschapsbeleid aan herziening toe is. Derde landen moeten dat beleid niet langer zien als vervanging voor toetreding of een stap in die richting.

Een voorbeeld: de vorming van vrijhandelszones, naar het voorbeeld van de uitgebreide Europese Economische Ruimte (EEA+), is een eerste stap in het ontwikkelen van nauwere betrekkingen met die landen. Het draagt niet alleen bij aan sterkere economische en handelsbetrekkingen, maar stelt de Europese Unie ook beter in staat om in die landen haar idealen op het gebied van democratie, rechtsstaat en mensenrechten te bevorderen.

In dit verband is het bemoedigend dat het Proces van Barcelona, dat moet uitmonden in een Unie voor het Middellandse-Zeegebied, recentelijk opnieuw is opgestart. Dit is een veelbelovende stap naar speciale partnerschappen met onze zuiderburen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Mikko (PSE), schriftelijk. (ET) Dames en heren, we moeten niet de deur dichtgooien voor de landen die willen toetreden. Volgens de stichtingsverdragen moet immers elke Europese staat het lidmaatschap kunnen verwerven.

De voorgaande uitbreidingen zijn zeer succesvol geweest. We moeten daarmee doorgaan. We moeten kandidaatlanden niet demotiveren om toe te treden. Het is niet aan ons om te bepalen of ze wel of niet volwaardige democratische landen mogen worden, hoewel aan de drie criteria van Kopenhagen natuurlijk voor honderd procent moet worden voldaan.

Aangezien ik van het “nieuwe Europa” ben, weet ik uit eigen ervaring hoe belangrijk het vooruitzicht op toetreding voor landen is, hoe het mensen inspireert om hervormingen door te voeren en hun inspanningen te verdubbelen. We zouden de republieken van de voormalige Sovjet-Unie dan ook niet de mogelijkheid moeten ontzeggen om volwaardige Europese rechtsstaten te worden. Dan denk ik met name aan onze meest directe buren, Oekraïne en Moldavië.

Zowel de geloofwaardigheid van Europa als de toekomst van die landen staan op het spel. Het is belangrijk om ze op het pad richting Europa te houden. De Europese Unie dient zijn beloftes na te komen en door verdere uitbreiding de weg naar zijn natuurlijke bestemming te vervolgen. Momentum ontstaat door toetreding, niet door stilstand. Al dat gepraat over absorptiecapaciteit is pure hypocrisie, slechts bedoeld om de niet-ingewijden een rad voor ogen te draaien.

 
  
MPphoto
 
 

  Dumitru Oprea (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Als Europarlementariër uit het recentelijk tot de Europese Unie toegetreden Roemenië, alsook als voormalig rector van een gerenommeerde universiteit in mijn land, wil ik graag wijzen op het belang van cultureel-educatieve uitwisselingen tussen de kandidaatlanden en de EU-lidstaten.

In Roemenië hebben talloze jongeren die deelnamen aan een van de Europese mobiliteitsprogramma’s (hetzij onderzoeksprogramma’s zoals Socrates-Erasmus en Marie Curie of programma’s voor het opdoen van praktijkervaring, zoals Leonardo), na terugkeer een actieve rol gespeeld in wat we “Europeanisering” zouden kunnen noemen. Vanwege de ervaring die ze dankzij deze programma’s hebben opgedaan, zijn ze actieve leden van NGO’s geworden, hebben ze deelgenomen aan voorlichtings- en vrijwilligerswerk of hebben ze het geleerde in praktijk gebracht in structuren voor Europese integratie.

Daarom vind ik het belangrijk dat Europese onderwijs- en cultuurprogramma’s voor studenten aantrekkelijker worden gemaakt en ook via andere methoden wordt geprobeerd om de participatie aan zulke programma’s te vergroten, bijvoorbeeld door het vaststellen van een speciale regeling voor studentenvisa, het verhogen van de financiële middelen voor “mobiliteit”– zodat de kosten van een verblijf in een EU-land adequaat worden vergoed – het intensiveren van de promotieactiviteiten, vooral onder jongeren, en het verspreiden van de positieve resultaten/ervaringen in zowel lidstaten als kandidaatlanden.

 
  
MPphoto
 
 

  Pál Schmitt (PPE-DE), schriftelijk. (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, als voorzitter van de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Kroatië vind ik een van de meest positieve aspecten van het verslag dat daarin wordt bevestigd dat de reeds begonnen toetredingsonderhandelingen worden voortgezet en dat de Balkanlanden een Europees perspectief wordt geboden. Tijdens de laatste drie jaar van de toetredingsonderhandelingen heeft Kroatië zijn commitment al duidelijk laten blijken, en het Parlement heeft zowel in 2006 als 2007 in het landenverslag een positief advies gegeven.

Ik denk dat het belangrijk was geweest voor Kroatië, als enige land waarmee de toetredingsonderhandelingen in een gevorderd stadium zijn, als het expliciet was genoemd in het verslag, dat vierenhalf miljoen Kroaten nu verwachtingsvol lezen. Zulke positieve boodschappen zijn met name na het Ierse “nee” erg belangrijk.

De eerste verklaringen van het Franse voorzitterschap, waarin wordt gesproken over voortzetting van de toetredingsonderhandelingen, geven vertrouwen. Alleen met snelle, effectieve oplossingen kan de EU zijn geloofwaardigheid behouden. We kunnen ons niet nog eens drie jaar “bedenktijd” veroorloven, omdat over elf maanden alle Europese burgers tijdens de Europese verkiezingen hun mening over de EU zullen geven. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk.(PL) Voor landen die in toetreding zijn geïnteresseerd, is het vooruitzicht op het EU-lidmaatschap een krachtige drijfveer voor het doorvoeren van veranderingen. Het stimuleert die landen om de noodzakelijke politieke en economische hervormingen uit te voeren en maatregelen te nemen om aan de criteria van Kopenhagen te voldoen.

Om de kandidaatlanden het vooruitzicht op het lidmaatschap te doen behouden, moet de vooruitgang in de onderhandelingen een afspiegeling zijn van het tempo en de omvang van de hervormingen die ze uitvoeren, en moet de EU de capaciteit hebben om deze landen op te nemen. We hebben een krachtige, samenhangende en bovenal verenigde EU nodig.

Het is erg belangrijk dat de burgers van onze landen begrijpen dat we er baat bij hebben als nieuwe landen toetreden. Het zorgt voor economische en maatschappelijke groei in zowel de nieuwe als de bestaande lidstaten.

Opeenvolgende uitbreidingen zijn een succes geweest, voor de toetredende landen, voor de bestaande lidstaten en voor Europa als geheel.

Ik ben erg blij dat in het verslag staat dat voor de Oost-Europese landen het lidmaatschap van de Europese Unie nog steeds tot de mogelijkheden behoort. Samen met het onlangs aangenomen “Programma voor het oostelijk partnerschap” zou dit voor deze landen een stimulans moeten zijn om zich in te spannen voor het overnemen van Europese democratische, economische en bestuurlijke normen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Voorgaande uitbreidingen van de Europese Unie zijn ongetwijfeld zowel voor de Unie zelf als voor de toetredende landen van nut geweest. Deze uitbreidingen hebben de economische ontwikkeling gestimuleerd en tot meer stabiliteit, groei en welvaart in Europa geleid. Het is erg belangrijk om de voorwaarden te creëren voor het welslagen van toekomstige uitbreidingen en op basis van ervaringen uit het verleden de kwaliteit van de uitbreidingen te verbeteren. De EU moet openstaan voor nieuwe landen, maar de uitbreidingsstrategie moet voldoen aan de voorwaarden van het EU-Verdrag en een afspiegeling vormen van de verplichtingen van de EU jegens alle kandidaatlanden alsook de landen die vooruitzicht op het lidmaatschap is gegeven, met dien verstande dat volledige en strikte naleving van de criteria van Kopenhagen een absolute voorwaarde is voor toetreding. Tegelijkertijd moeten we zorgvuldig in de gaten houden welke vorderingen worden gemaakt met het vormen van een rechtsstaat en een onafhankelijke rechterlijke macht en met de eerbiediging van fundamentele rechten.

De Unie moet maatregelen nemen om haar capaciteit voor het integreren van nieuwe landen te vergroten. Daarvoor is het van essentieel belang dat interne hervormingen worden doorgevoerd gericht op efficiencyverbetering, meer sociale samenhang en meer democratische verantwoording. Het Verdrag van Lissabon creëert de voorwaarden voor het verwezenlijken van die idealen. Zonder dat verdrag wordt verdere uitbreiding een stuk moeilijker. Tegelijkertijd is een succesvolle uitbreiding en verdergaande politieke integratie alleen mogelijk wanneer de bevolking van de kandidaatlanden volmondig en blijvend achter het EU-lidmaatschap staat alsook achter de EU als politiek en economisch project.

 
  
MPphoto
 
 

  Tadeusz Zwiefka (PPE-DE), schriftelijk. (PL) We zeggen graag dat het Europees Parlement het enige echte forum is voor het ventileren van de opvattingen en meningen van EU-burgers. Daarom is het jammer dat we elkaar alleen in dit Huis van het enorme succes van de opeenvolgende uitbreidingen van de Europese Unie kunnen overtuigen. We zijn er allemaal medeschuldig aan dat niet alle EU-burgers deze overtuiging delen. En dat zorgt weer voor misverstanden over de noodzaak van een hervorming van de Unie. Ik kan me echter niet vinden in het argument dat het niet hebben van het Verdrag van Lissabon de belangrijkste oorzaak is voor de vertraging van het uitbreidingsproces. Het Verdrag lost op zichzelf niets op. Wat nodig is, is een visie en een strategie. De Europese Unie is in politiek en geografisch opzicht niet compleet totdat het alle Europese landen omvat. Het is niet waar dat de burgers van landen die tot de Unie willen toetreden, verwachten dat dit onmiddellijk of in ieder geval heel snel zal gebeuren. Wel hebben ze behoefte aan een duidelijk signaal waaruit blijkt dat er binnen de EU plaats voor hen is. Zonder een daartoe strekkende verklaring kan moeilijk van ze worden verwacht dat ze moeilijke en uitgebreide hervormingen doorvoeren, die veel opofferingen en hard werk vereisen.

We kunnen met name niet de ogen sluiten voor de Europeanen in de Balkan en Oost-Europa. Het Europees nabuurschapsbeleid is een goed instrument voor het regelen van de samenwerking met buurlanden op ons continent. Onze Europese buren hebben echter recht op een duidelijker en effectiever samenwerkingsbeleid, dat meer inhoudt dan steeds maar weer in wachtkamers te moeten zitten. Als zo veel energie wordt gestoken in de oprichting van een Unie voor het Middellandse-Zeegebied, die met name de steun heeft van Frankrijk, dan zou toch op zijn minst evenveel energie in de oprichting van Euronest moeten worden gestoken.

 

15. Palestijnse gevangenen in Israël (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over:

- de mondelinge vraag aan de Raad over Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen (O-0040/2008 - B6-0166/2008);

- de mondelinge vraag aan de Commissie over Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen (O-0041/2008 - B6-0167/2008);

 
  
MPphoto
 
 

  Luisa Morgantini, auteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, we hebben aan 47 leden van verschillende fracties de volgende simpele vraag gesteld: wat zijn de Raad en de Commissie van plan te doen aan de schendingen van internationale verdragen waaraan de Israëlische autoriteiten zich met betrekking tot Palestijnse gevangenen schuldig maken? De overgrote meerderheid van de Palestijnse gevangenen zit in gevangenissen op Israëlisch grondgebied, wat in strijd is met artikel 76 van het Verdrag van Genève. Verder is sprake van willekeurige arrestaties, huis-aan-huis-zoekacties, administratieve bewaring en foltering en mishandeling tijdens ondervragingen. Mannen, vrouwen, adolescenten, studenten, parlementariërs en burgemeesters… van een populatie van drieënhalf miljoen zitten er zo’n tienduizend in een Israëlische gevangenis. Personen tussen 16 en 35 jaar oud mogen geen gevangenen bezoeken, waardoor veel gevangenen hun broers, zusters, moeders en vaders al jaren niet hebben gezien.

Dit is allemaal gedocumenteerd door internationale organisaties zoals Amnesty International, de Verenigde Naties en bewonderenswaardige Israëlische organisaties zoals B’Tselem en Hamoked en Palestijnse organisaties zoals Addameer en “Defence for Children International”. Toch worden de Israëlische autoriteiten niet onder druk gezet om de regels en verdragen na te komen die ze zelf, net als wij, op het punt staan om te ratificeren.

Ik wil graag het relaas, de smeekbede, van een moeder voorlezen: “Ik ben de moeder van de gevangene Said Al Atabeh, uit Nablus. Mijn zoon zit sinds 1977 in de gevangenis. Ik ben 78 jaar en heb hoge bloeddruk en diabetes. Ik wordt ook langzaam blind en kan niet echt meer de deur uit. Het verrast u misschien dat ik dit zeg, maar het enige dat ik nog wil in dit leven, is mijn zoon zien en hem een liefdevolle omhelzing geven voordat ik sterf. Al mijn zonen en dochters zijn nu volwassen, gehuwd en het huis uit. Said heeft alles verloren en ik kan hem niet zien. Niet omdat ik oud en ziek ben, maar omdat de Israëlische autoriteiten het niet toestaan, om veiligheidsredenen, zeggen ze. Ik heb Said maar één keer kunnen bezoeken, acht jaar geleden. Hij was toen 29 jaar in de gevangenis. Met de hulp van het Rode Kruis werd ik met een Israëlische ambulance naar de gevangenis gebracht. Dat was de eerste en laatste keer dat ik mijn geliefde zoon heb kunnen omhelzen. Hij nam me in zijn armen en zei: “moeder, het is alsof ik opnieuw geboren wordt”. Die minuten waren voor hem en voor mij het meest dierbare moment van ons leven, maar het moment dat we weer van elkaar werden gescheiden, was het moeilijkste en meest pijnlijke.” Deze moeder doet een smeekbede: “Ik zou hem nog één keer willen zien”.

Kunnen we dit toestaan? Kan een man die al 32 jaar in de gevangenis zit, worden ontzegd zijn moeder te zien? Wat is er gebeurd met de internationale regels? Waar is de menselijkheid gebleven? Ik ben van mening dat we als Raad, als Commissie, als Parlement voet bij stuk moeten houden en ons zo krachtig mogelijk moeten uitspreken voor eerbiediging van de internationale regels, voor vrijlating van de Palestijnse gevangenen – het zijn er tienduizend, zoals ik al zei – om de weg te effenen voor vrede tussen Palestijnen en Israëli’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mevrouw de Ondervoorzitter, mevrouw Morgantini, dames en heren, u hebt de gevangenhouding en administratieve bewaring van Palestijnen, waaronder minderjarigen, door Israël aan de orde gesteld, alsook hun behandeling in de bezette gebieden en Israël.

De Raad is van mening dat strafbeleid en -praktijken onder alle omstandigheden in overeenstemming moeten zijn met de grondbeginselen van de mensenrechten zoals die zijn verankerd in internationaal recht, in het bijzonder de Universele Verklaring voor de rechten van de mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

Elke detentie die als willekeurig kan worden gekwalificeerd, moet worden verboden, vooral omdat de gedetineerde niet is verteld waar hij van wordt beschuldigd. Het beginsel van een eerlijk en openbaar proces door een onpartijdige en onafhankelijke rechter is een fundamenteel beginsel in een rechtsstaat. De Raad merkt verder op dat de instelling van speciale gerechten slechts in een zeer beperkt aantal en in duidelijk omschreven gevallen is toegestaan.

Het is eveneens van essentieel belang dat aan de verplichting wordt voldaan dat gedetineerden correct worden behandeld, en foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling van gevangenen moeten natuurlijk streng worden verboden en voorkomen.

De Raad is zich bewust van het zorgwekkende karakter van de mensenrechtensituatie in het Midden-Oosten. Desalniettemin is hij erg verheugd dat al deze kwesties, waaronder de situatie in de Palestijnse gebieden, in de dialoog tussen de Europese Unie en Israël aan de orde komen. Het mensenrechtenvraagstuk is in de politieke dialoog tussen de EU en Israël voortdurend onderwerp van gesprek, op alle niveaus.

Zo deed de EU in haar schriftelijke verklaring van 16 juni 2008, die werd gepubliceerd na afloop van de Associatieraad EU-Israël, de oproep om de informele groep die over mensenrechtenvraagstukken discussieert, om te vormen tot een permanent subcomité.

De Raad is op de hoogte van de feiten die door enkele afgevaardigden, in het bijzonder de Ondervoorzitter, zijn genoemd, en die met name onder de aandacht zijn gebracht in het laatste verslag van de heer Dugard, de speciale VN-rapporteur inzake de mensenrechtensituatie in de Palestijnse gebieden, en door diverse NGO’s.

De Raad heeft de gelegenheid gehad zijn bezorgdheid te uiten en heeft verschillende keren gevraagd om meer Palestijnse gevangenen vrij te laten. Bovendien bevestigt de Raad zijn eerder ingenomen standpunt dat het politieke proces dat in november 2007 in Annapolis is begonnen, en dat gepaard moet gaan met praktische maatregelen die het wantrouwen bij de tegenpartij wegnemen, de enige manier is om te komen tot een convenant tussen de partijen dat is gebaseerd op de vreedzame coëxistentie van twee staten, namelijk een onafhankelijke Palestijnse staat die democratisch en levensvatbaar is, en een Israëlische staat met veilige, erkende grenzen.

In deze context, en teneinde het vertrouwen tussen de partijen te herstellen en de burgerbevolking in het lopende politieke proces te betrekken, doet de Raad een oproep aan Israël tot het doen van betekenisvolle gebaren, om te beginnen de vrijlating van Palestijnse kinderen, vrouwen en gekozen vertegenwoordigers die zich in gevangenschap of administratieve bewaring bevinden.

(Applaus)

Wat betreft de oproep van mevrouw Morgantini tot de aanwending van instrumenten van internationaal recht, handhaaft de Raad zijn standpunt dat het internationaal recht moet worden verdedigd en ontwikkeld, zoals verwoord in de Europese veiligheidsstrategie die de Raad in december 2003 heeft aangenomen.

Ik wil graag benadrukken dat het voorzitterschap namens de Europese Unie zijn tevredenheid heeft uitgesproken over de ondertekening van het uitwisselingsakkoord tussen Israël en Hezbollah, waarvan we maandag kennis hebben genomen. Dit akkoord voorziet in de repatriëring van de lichamen van Hezbollahstrijders en de vrijlating van Palestijnse gevangenen in ruil voor de repatriëring van de lichamen van de Israëlische soldaten Ehud Goldwasser en Eldad Regev, die in 2006 gevangen werden genomen.

We hopen dat deze uitwisseling volgens afspraak zal gebeuren. Deze kwestie laat echter ook zien hoe ingewikkeld het vraagstuk van “gevangenen” in het Midden-Oosten is en hoe belangrijk de oplossing ervan.

De Raad wijst erop dat het politieke proces, zoals beschreven in het stappenplan, de enige manier is voor het bereiken van een convenant tussen de partijen en –zoals ik heb aangegeven en onder de voorwaarden die ik heb genoemd – de co-existentie van twee staten.

 
  
MPphoto
 
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik mevrouw Morgantini graag zeggen dat haar vraag een kwestie betreft die mij bijzonder raakt. Ook ik heb in februari van dit jaar met de Palestijnse minister voor Gevangenen gesproken. Dat gebeurde in gezelschap van mevrouw Fadwa Barghouti, de vrouw van Marwan Barghouti, die zich in gevangenschap bevindt. Ik heb heel aandachtig naar ze geluisterd. Hun beschrijving van de situatie van de gevangenen stemt overeen met de beschrijvingen in de verslagen die de geachte afgevaardigden en uzelf in de vraag citeren.

Daarom wil ik benadrukken dat ik zeer verontrust ben over de mensenrechtenschendingen en dat ik me goed kan inleven in wat de Palestijnse gevangenen in de Israëlische gevangenissen ondergaan.

De Commissie is zich heel erg bewust van de verantwoordelijkheid van Israël als bezetter en van de schendingen van internationaal recht die uit de geschilderde omstandigheden blijken. Vandaar dat we bijvoorbeeld regelmatig de kwestie van de administratieve bewaringen aan de orde stellen bij onze Israëlische tegenhangers, zowel bij formele als informele gelegenheden. Het specifieke geval dat u vandaag noemde, raakt me heel erg. Als u mij de relevante stukken geeft, zal ik persoonlijk kijken wat er gedaan kan worden. Misschien kunnen we ervoor zorgen dat die moeder haar zoon nog eens ziet.

De Europese Unie heeft vele malen opgeroepen tot de onmiddellijke vrijlating van Palestijnse wetgevers die door Israël gevangen worden gehouden. De Commissie is ook op de hoogte van het feit dat in Israëlische gevangenissen en detentiecentra Palestijnse kinderen worden vastgehouden. Dit is in strijd met het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, dat bepaalt dat de minimumleeftijd voor gevangenisstraf achttien jaar is, alsook met het Vierde Verdrag van Genève, ingevolge waarvan Palestijnse gevangenen hun gevangenschap in de bezette gebieden moeten doorbrengen. Gedetineerde kinderen zijn extra kwetsbaar. Dat weten we. Hun behandeling dient in overeenstemming te zijn met het internationale recht.

We moeten meer aandacht geven aan de kinderen die het slachtoffer van deze conflictsituatie zijn. Dat is de reden waarom de Europese Unie Israël en de bezette gebieden heeft toegevoegd aan de lijst van landen die bij de toepassing van de EU-richtsnoeren betreffende kinderen en gewapende conflicten prioriteit hebben.

Overeenkomstig deze richtsnoeren zullen in de politieke dialoog met Israël ook alle aspecten van de rechten en het welzijn van door het conflict getroffen kinderen aan de orde komen. Bovendien werkt de Europese Unie nauw samen met instellingen van de VN en Israëlische en Palestijnse NGO’s die nauw betrokken zijn bij de monitoring, verslaglegging en verdediging van de rechten van het kind.

Eerbiediging van mensenrechten en van internationaal recht is een van de basiswaarden van de Europese Unie. Het is een wezenlijk bestanddeel van ons buitenlands beleid. De bescherming van mensenrechten is bijgevolg een belangrijk aandachtspunt in onze betrekkingen met Israël. De mensenrechtendialoog die we op verschillende niveaus met de Israëlische autoriteiten voeren, getuigt daarvan.

De Commissie zal in haar ontmoetingen met de Israëlische autoriteiten zeker aandringen op volledige naleving van het internationaal recht en internationale verdragen. Zelf zal ik dat doen in mijn gesprekken met Israëlische besluitvormers. Tijdens de laatste, zeer recentelijk gehouden bijeenkomst van de Associatieraad EU-Israël gaf de Europese Unie te kennen graag te zien dat een formeel subcomité inzake mensenrechten werd opgericht. Dit zou een belangrijke stap zijn in de richting van een verdere formalisering van de mensenrechtendialoog.

Artikel 2 van de Associatieovereenkomst EU-Israël zal zowel de Europese Unie als Israël eraan blijven herinneren dat eerbiediging van mensenrechten en democratische beginselen de basis zijn van onze bilaterale betrekkingen. Wij geloven dat het voeren van een dialoog met Israël de meeste kans biedt op het uitoefenen van een positieve invloed op dat land. Daarbij schuwen we niet terug voor het aan de orde stellen van moeilijke kwesties, zoals de kwestie waarnaar de geachte afgevaardigden hebben geïnformeerd.

Ik ben het volledig met het voorzitterschap eens wanneer het zegt dat we dit allemaal moeten zien in de context van het Midden-Oostenconflict. Vandaar dat ik denk dat een oplossing van dit conflict uiteindelijk ook het probleem van de gevangen zou verminderen of zelfs helemaal oplossen.

 
  
MPphoto
 
 

  Charles Tannock, namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de anti-Israëlkrachten in dit Parlement nemen elke gelegenheid waar om de Joodse staat aan te vallen. Ook nu weer. En degenen onder ons die een evenwichtig debat en werkelijke vrede in het Midden-Oosten willen, zien zich genoodzaakt om voor Israël op te komen. Per slot van rekening is Israël een democratisch land, dat zich in zijn voortbestaan bedreigd ziet door jihad-terroristen en hun fanatieke sympathisanten, dezelfde personen die momenteel in Israël in administratieve bewaring worden gehouden.

Wat de kwestie van de kinderen betreft, is het helaas zo dat in de intifada ook kinderen vechten en dat het zelfs voorkomt dat kinderen door terroristen worden geronseld voor het plegen van een zelfmoordaanslag.

Ik plaats met name vraagtekens bij de noodzaak van deze resolutie omdat ze komt op een moment dat er met Hamas een wapenstilstand is gesloten – die net is gestopt met het afvuren van raketten op burgers vanuit Gaza – en tussen Israël en Hezbollah een gevangenenuitwisseling plaatsvindt, waarbij vijf Palestijnse gevangenen die terreuraanslagen hebben gepleegd, konden terugkeren naar hun gezinnen, terwijl twee Israëlische soldaten in lijkzakken zullen terugkomen. Een van die terroristen, Samir Kuntar, vermoordde een jonge Israëliër door hem te verdrinken en sloeg daarna diens dochter tegen de rotsen om vervolgens met een geweerkolf haar schedel in te slaan. Hij vermoordde ook een politieman. De vrijlating van Kuntar werd geëist door de Palestijnse terroristen die de “Achille Lauro” kaapten, waarbij ze een oudere joodse man vermoordden en zijn lichaam overboord gooiden.

Met terroristen onderhandelen, brengt voor een democratie zware kosten met zich mee. Dat geldt des meer in het geval van Israël. Samir Kuntar heeft gezworen de jihad tegen Israël te hervatten nu hij weer vrij is.

Vandaar dat ik mijn bewondering voor Israël uitspreek dat het deze stap desalniettemin heeft genomen. Ik hoop dat het besluit uiteindelijk tot positieve resultaten zal leiden, maar ik vrees van niet, want het is vrij duidelijk dat degenen die de staat Israël willen vernietigen, goed garen spinnen bij acties van politici zoals mevrouw Morgantini, die op een moment als dit resoluties zoals de onderhavige indienen.

Nu ze toch bezig is met dit onderwerp, zou ze ook eens kunnen kijken naar een bericht in de Britse pers over folterpraktijken in Palestijnse gevangenissen. Volgens dit bericht onderwerpen zowel Hamas in Gaza als, en dat is misschien nog schokkender, de Palestijnse Autoriteit zelf hun eigen mensen regelmatig aan foltering.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique De Keyser, namens de PSE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb onlangs de Conferentie van Berlijn bijgewoond, waar hoofdzakelijk werd gepraat over het herstellen van de rechtsstaat in de bezette gebieden. Wat geldt voor Palestina, een staat die zich voordurend verder ontwikkelt, geldt des te meer voor Israël. En op dit punt is het lot van de Palestijnse gevangen een echt paradigma. Want het gaat hier om het lot van 8 500 Palestijnse gevangen en om de redenen waarom en de omstandigheden waaronder ze gevangen worden gehouden.

Ik wil erop wijzen dat 48 gekozen leden van de Palestijnse Wetgevende Raad zich momenteel in gevangenschap bevinden. Dat is onaanvaardbaar. Het is ook onaanvaardbaar dat de overgrote meerderheid van de gevangenen in strijd met het internationale recht naar Israëlische gevangenissen zijn getransporteerd. Het Verdrag van Genève verbiedt immers dat personen die in bezette gebieden gevangen zijn genomen, naar het land van de bezetter worden overgebracht. Het is onaanvaardbaar dat het strafwetboek dat in de bezette gebieden wordt toegepast, alleen voor Palestijnen geldt, en niet voor de kolonisten. Simpel gezegd: of een handeling strafbaar is, hangt ervan of je Palestijn of kolonist bent. Het is onaanvaardbaar dat ongeveer 100 vrouwen gevangen zijn gezet en dat degenen onder hen die zwanger zijn of borstvoeding geven niet de nodige zorg krijgen. Het is onaanvaardbaar dat 310 minderjarigen onder dezelfde omstandigheden gevangen worden gehouden als volwassenen, terwijl Israël toch het Verdrag inzake de rechten van het kind heeft ondertekend. En laat niemand hier zeggen, zoals sommigen hebben gedaan, dat die kleine Arabieren van 15 jaar al volwassen zijn en tot alles in staat.

Wie of wat is hiervoor verantwoordelijk, mijnheer Tannock. Toch zeker de bezetting, die deze jongeren van hun kinderjaren heeft beroofd? Maar de lijst van oorzaken is nog langer: foltering, mishandeling, rechteloosheid, een afwezige rechterlijke macht, enzovoort. Ik herinner u eraan dat deze feiten zowel door Israëlische als internationale organisaties zijn gedocumenteerd. Natuurlijk, het Europees Parlement kan niet bij toverslag een einde maken aan dit conflict. Maar ik kan u wel verzekeren dat mensenrechten de kern van het debat zullen vormen dat het Parlement in de loop van dit jaar zal voeren over de herziening van de Euro-mediterrane Overeenkomst met Israël. Artikel 2 van deze overeenkomst stelt het heel duidelijk: “De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst berusten op de eerbiediging van de mensenrechten en de democratische beginselen die ten grondslag ligt aan het interne en externe beleid van de partijen en die een essentieel onderdeel van deze overeenkomst vormt”.

Natuurlijk moet er een uitwisseling plaatsvinden. Er moet bijvoorbeeld worden onderhandeld over de uitwisseling en vrijlating van gevangen, zoals Gilad Shalit aan de ene en Salah Hamouri aan de andere kant. En ik ben natuurlijk heel blij dat het uitwisselingsakkoord met Hezbollah is ondertekend. Maar ik wil onze Israëlische partners er toch aan herinneren dat voor het Europees Parlement niet valt af te dingen op mensenrechten. Daarom ben ik zowel de minister, als vertegenwoordiger van de Raad, als de commissaris erkentelijk voor hun krachtige woorden, waaruit blijkt dat de drie instellingen inderdaad een enkele Europese Unie vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek op persoonlijke titel over deze kwestie.

Opeenvolgende Israëlische regeringen vervolgen een beleid dat erop is gericht om met een ijzeren vuist en kogels en door willekeurige arrestaties, gevangenneming, foltering en vermoording van burgers, waaronder vrouwen en kinderen, de wens van het Palestijnse volk te kop in te drukken om in vrijheid op hun eigen land te leven. Men realiseert zich schijnbaar niet dat de werkelijke veiligheidsproblemen waar Israël mee te maken heeft – en ik bestrijd niet dat die er zijn – niet kunnen worden opgelost met dergelijke inhumane methodes. Integendeel, het leidt alleen maar tot meer geweld en zal de internationale steun die het land in het verleden wellicht heeft gehad, geleidelijk doen eroderen.

De EU-leiders hadden de regerende Joodse politici al lang geleden krachtig moeten waarschuwen dat als ze blijven handelen als nazibevelhebbers en blijven denken dat de Amerikaanse leiding en de degenen in Europa die onder hun invloedssfeer zitten – waaronder leden van dit Huis – ze eeuwig zullen blijven steunen, ze hun staat helaas, maar onontkoombaar en met wiskundige zekerheid, naar de afgrond zullen leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, Obeida Assida is een Palestijnse student. Hij werd in 2003, op 17-jarige leeftijd, gearresteerd, en wordt sindsdien in Israël in administratieve bewaring gehouden, zonder aanklacht en zonder proces. Saed Yassine is een Palestijnse mensenrechtenverdediger van 34 jaar. Hij zit sinds 2006 in Israël in administratieve bewaring zonder dat hem iets ten laste is gelegd. Zijn vrouw en kinderen hebben hem maar drie keer kunnen bezoeken. Noura al Hashlamoun is een 36-jarige huisvrouw en moeder van zes kinderen. Ze zit sinds september 2006 in Israël in administratieve bewaring. Ook zij is nergens van aangeklaagd en niet voor een rechter verschenen. Marwan Barghouti, de initiatiefnemer en schrijver van het “Gevangenendocument”, wordt sinds april 2002 in Israël vastgehouden. Ik wil mijn collega’s er overigens op wijzen dat ze nog steeds de kans hebben om het verzoek om zijn vrijlating te ondertekenen.

Iedereen weet dat wanneer ik de lijst van duizenden Palestijnen die momenteel in strijd met het internationale recht en de mensenrechtenverdragen in Israëlische gevangenissen zitten, helemaal zou voorlezen, dat ik dan heel wat meer spreektijd nodig zou hebben. Toch zou ieder van hen en elk van hun familieleden een lange toespraak verdienen. Want hen is niets bespaard gebleven: meedogenloze ondervragingen die soms wel 188 dagen doorgaan en waarvan bekend is dat ze gepaard gaan met foltering; gedwongen ondertekening van in het Hebreeuws gestelde bekentenissen en vonnissen; hechtenis buiten het eigen land en zonder aanklacht, die elk half jaar willekeurig wordt verlengd; onderwerping aan discriminerende militaire ad-hocrechtspraak, waarvoor absoluut geen juridische grond kan worden aangevoerd; geen rechtsbijstand gedurende de eerste negentig dagen van de detentie; en nagenoeg geen bezoekrechten.

Mevrouw De Keyser zegt terecht dat de EU dit niet kan accepteren. Dit is allemaal volstrekt onaanvaardbaar. En u praat hier over deze nieuwe dialoog. Waarom zouden we geloven dat de Europese Unie, u, de Commissie en de Raad morgen beter in staat zullen zijn om respect af te dwingen voor de bepalingen die nu al in de overeenkomst zijn voorzien die we morgen...

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriacos Triantaphyllides, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de vorige plenaire vergadering, op 16 juni in Straatsburg, legde u een verklaring af over de situatie in Palestina. Die verklaring vormde een afspiegeling van de teleurstellende bevindingen van het ad-hoccomité dat op uw initiatief begin juni de bezette gebieden had bezocht en daar had gezien onder wat voor ellendige omstandigheden de Palestijnen door de Israëlische bezetting moeten leven.

Het is nu tijd dat de Raad en de Commissie antwoord geven op de vraag wat ze zullen doen om de bezettende macht, de staat Israël, ertoe te brengen dat ze de Palestijnen in Israëlische gevangenschap behandelt volgens de regels van het internationale recht.

De leden van het Europees Parlement eisen vandaag van de Raad en de Commissie een verklaring voor het feit dat ze op 16 juni de betrekkingen tussen de Europese Unie en Israël op een hoger plan hebben gebracht, op een moment dat 11 000 Palestijnen, waaronder 376 kinderen, 118 vrouwen en 44 leden van de Palestijnse Wetgevende Raad, alsook 800 personen in administratieve bewaring, in strijd met het internationale recht in Israëlische gevangenissen zitten.

Over twee maanden vertrekt opnieuw een Parlementaire delegatie naar Palestina. We willen u vragen om de Israëlische autoriteiten ondertussen, namens het gehele Parlement, te vragen om alle kinderen die in Israël gevangen worden gehouden, onmiddellijk vrij te laten, alsook iedereen bij wie niet de normale juridische procedures in acht zijn genomen…

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 
 

  Nickolay Mladenov (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat dit Huis net als de Commissie, de Raad en iedere politicus in Europa ervan overtuigd is dat de bescherming van iemands mensenrechten veel meer een fundamentele plicht is in tijd van oorlog en terrorisme dan in tijd van vrede en veiligheid. Ik denk dat we het hier allemaal over eens.

Deze opvatting wordt ook gedeeld door het Israëlisch hooggerechtshof. Het hof heeft in een aantal arresten de rechten bevestigd van zowel Palestijnse gevangen als anderen die zich verzetten tegen acties van het Israëlische leger en de regering.

Laat ik u eraan herinneren dat in 1991, toen Israël een aanval met chemische en biologische wapens verwachtte, het Israëlische hooggerechtshof een vordering ondersteunde waarin stond dat de bevoegdheid van een maatschappij om tegen haar vijanden in het geweer te komen, is gebaseerd op de erkentenis van die maatschappij dat ze strijd voor waarden die bescherming verdienen. De beste partner bij de verdediging van de rechten van Palestijnse gevangen in Israël, is het Israëlische hooggerechtshof. Ik ben van mening dat in het geval van een democratisch land als Israël, de leden van dit Huis zich met hun zorgen en bezwaren dienen te richten tot de gerechtelijke instanties van dat land.

Maar welk verdrag beschermt eigenlijk de rechten van degenen die de afgelopen jaren zijn gekidnapt, geterroriseerd of vermoord? Bij welk gerecht kon Alan Johnson tegen zijn kidnapping in beroep gaan? Welke bezoekrechten had Gilad Shalit? En welke rechten had de zestienjarige Ophir Rakhum? Welke rechtsbescherming kreeg hij?

Ik doe een dringend beroep op de leden van dit Huis, ik verzoek ze in alle oprechtheid en met heel mijn hart om de Commissie en de Raad te ondersteunen in hun evenwichtige benadering van dit conflict en in het beschermen van de rechten van degenen van wie de rechten zijn geschonden. We moeten geen partij kiezen, want dat zou de mogelijkheden van de Europese Unie om het vredesproces in het Midden-Oosten te ondersteunen, ernstig beperken en haar inspanningen op dit terrein ondergraven.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen de fungerend voorzitter van de Raad zeggen dat Amnesty International heeft verklaard dat het feit dat 8 500 Palestijnen uit de bezette gebieden in Israëlische gevangenissen zitten, in strijd is met artikel 76 van het Verdrag van Genève, en dat veel van deze gevangen geen familiebezoek kunnen krijgen door het restrictieve beleid van de Israëlische autoriteiten ten aanzien van reisvergunningen. Ofschoon Israël er volgens internationale mensenrechtennormen voor moet zorgen dat de Palestijnse gevangen bezoek van hun familie kunnen krijgen, worden de weinige bezoeken die worden toegestaan, bekostigd door de internationale gemeenschap, via het Rode Kruis. Vandaar dat wij in het Europees Parlement het volste recht hebben om de Europese Raad te vragen om op treden.

Net als commissaris Ferrero-Waldner heb ik mevrouw Barghouti gesproken en ik dank de commissaris voor haar expliciete verwijzing naar onze collega’s van de Palestijnse Wetgevende Raad die zich in Israëlische gevangenschap bevinden.

Hoewel ik het met de heren Mladenov en Tannock eens ben dat de ontvoering van en weigering van familiebezoek aan Israëlische onderdanen evenzeer een schending van internationaal recht is, betreur ik dat de heer Tannock mijn medeauteur, mevrouw Morgantini, probeert af te schilderen als iemand die de vernietiging van de staat Israël wil, terwijl zij en ik niets anders doen dan mensenrechten en het internationaal humanitair recht verdedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de eigenlijke vraag die achter dit debat zit, en het is een buitengewoon moeilijke vraag, is hoe we in de strijd tegen het terrorisme onze democratische waarden kunnen behouden. Helaas heb ik niet de tijd om in te gaan op de punten die door mijn collega’s aan de orde zijn gesteld, zelfs niet wanneer dat schriftelijk is gedaan, en ik zal niet de opmerkingen van collega Mladenov over het Israëlische hooggerechtshof herhalen.

Ik wil niettemin wat zeggen over de kwestie van de minderjarigen. Ja, er zitten inderdaad minderjarigen in de gevangenis. Voor het grootste deel zijn dat adolescenten, die door Hamas worden gemanipuleerd en gewapend met granaten of omgord met explosieven de dood worden ingejaagd. U en andere afgevaardigden hebben het internationale recht ter sprake gebracht. Datzelfde recht verbiedt ook het ronselen van kindsoldaten. Iedere keer als een jongere wordt opgesloten, betekent dat dat de maatschappij heeft gefaald. Israël is verplicht om deze uitdaging aan te gaan volgens de regels van het internationale recht. Maar de werkelijke tragedie is dat een hele generatie in Palestina nooit vrede heeft gekend.

Nog een woord over Gilad Shalit, een gevangene die geloof ik zowel de Israëlische als de Franse nationaliteit heeft. Hij verdient de laakbare houding van sommige van mijn collega’s niet die hem het liefst helemaal negeren en wier verontwaardiging geografisch bepaald is. Om nog maar niet te spreken van de mondiale politieke context waar de minister van Binnenlandse zaken en de commissaris naar verwijzen.

Mijnheer de Voorzitter, ik eindig met een verwijzing naar de zeer fragiele, maar reële, wapenstilstanden die aan verschillende fronten worden gesloten. Ik zou alleen nog meer in het algemeen willen zeggen dat ik moeite heb met de schijnbare obsessie van sommige mensen hier om zich bij elke vergadering te willen uitspreken over de wijze waarop een soevereine democratische staat is georganiseerd. Ik keur dat af.

 
  
MPphoto
 
 

  Caroline Lucas (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik raak de tel kwijt over het aantal keren dat we de Israëlische autoriteiten in dit Huis al hebben veroordeeld voor de systematische schending van de mensenrechten van het Palestijnse volk.

De bezetting, de afscheidingsmuur, het beleg van Gaza en ga zo maar door. Vandaag richten we ons op de vreselijke situatie van de Palestijnse gevangenen. Daartoe behoren ook 44 leden van Palestijnse Wetgevende Raad, onze tegenhangers en partners, die nog steeds zonder aanklacht en zonder proces in de Israëlische gevangenissen wegkwijnen.

Wanneer gaat de Europese Raad hier eindelijk tegen optreden? Hoeveel schendingen van het internationale recht moeten er nog plaatsvinden? Hoeveel Palestijnen moeten er nog worden gearresteerd, gevangengezet en gefolterd voordat de EU stopt met praten over mensenrechten en daadwerkelijk maatregelen gaat nemen om ze te verdedigen?

Om op een moment als dit te overwegen de betrekkingen met Israël op een hoger plan te brengen, getuigt van een verbijsterend gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef jegens het Palestijnse volk. Verzuimen om een beroep te doen op artikel 2 van de associatieovereenkomst getuigt van politieke lafheid.

Mijn argument is niet tegen het Israëlische volk gericht, dat voor een groot deel instemt met onze veroordeling van de Israëlische autoriteiten. Mijn argument is nu zelfs niet tegen die autoriteiten gericht. Het is gericht tegen de Europese Raad en zijn schokkend gebrek aan politiek leiderschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het volledig met Caroline Lucas eens. Het is ironisch dat het volgende debat over Zimbabwe gaat. Mugabe stonden de resultaten van een verkiezing niet aan en is sindsdien bezig met het “repareren” van die resultaten. Hij arresteert parlementariërs om te proberen een nieuw evenwicht te bereiken, maar daar blijft het niet bij. We zullen hem ongenadig veroordelen.

De vergelijking gaat natuurlijk niet helemaal op, maar ook Israël stonden tweeënhalf jaar geleden de resultaten van een verkiezing niet aan. Het waren de verkiezingen in Palestina, die door de Europese Unie waren gefinancierd. Vanwege de ontevredenheid van Israël over de uitslag weigerden wij om de nieuwe Palestijnse regering te erkennen. Sindsdien heeft Israël meer dan veertig parlementariërs gearresteerd, mensen die bij de “verkeerde” partij horen, mensen die voor het bereiken van hun doel geen kogels maar de stembus hadden gebruikt.

We zullen geen sancties opleggen. Integendeel, we streven juist naar een hechter partnerschap met Israël! Dus, geachte commissaris en mijnheer de minister, de verschillen in aanpak zijn overduidelijk. U zegt dat u een evenwichtige benadering hanteert – maar waar is het bewijs dat dat enig resultaat oplevert?

 
  
MPphoto
 
 

  Sarah Ludford (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik laat Israël echt niet met mensenrechtenschendingen wegkomen, maar het helpt bijzonder weinig wanneer het Europees Parlement er in dit complexe conflict één partij uitpikt – Israël – om die voor mensenrechtenschendingen te veroordelen. Dit vereist een evenwichtige benadering. Het komt ook heel erg ongelegen om juist nu een debat te voeren dat alleen gaat over Israëlische acties.

Zijn we vergeten dat ons hoofddoel is om de partijen te brengen tot een vreedzame tweestatenoplossing? Alleen als onze kritiek juist, opbouwend en onpartijdig is, zullen beide partijen naar ons luisteren en hebben we kans op het vergroten van onze invloed.

Ik denk dat de kritiek van Human Rights Watch en van Martin Scheinin van de VN aan die eis voldoet. Laatstgenoemde wijst op de betekenis van arresten van het Israëlische hooggerechtshof, die in de mondelinge vragen volstrekt buiten beschouwing worden gelaten. Zelfs John Dugard zegt in zijn verslag ernstig verontrust te zijn over en veroordeelt de mensenrechtenschendingen waaraan Palestijnen zich zowel jegens de eigen mensen als jegens Israëliërs schuldig maken. Geen woord hierover in de mondelinge vragen.

Ik betreur het dat Israël nog steeds afhankelijk is van de noodverordeningen van 1945, die het van de Britse koloniale machthebbers heeft overgenomen. Ik constateer wel dat die niet alleen op de Palestijnen maar ook op de Joodse terroristen in Hebron zijn toegepast.

 
  
MPphoto
 
 

  John Bowis (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het gaat hier niet om gearresteerde, berechte, veroordeelde en gevangengezette terroristen, maar om doodgewone burgers die worden opgebracht en vastgehouden. En het gaat met name om kinderen. Die gooien soms met stenen. Dat is waar. Maar het zijn kinderen, en geen kindsoldaten.

Stelt u zich deze zaal eens voor vol met kinderen. Doe de helft daarvan een kap over het hoofd, bind hun handen vast achter hun rug, voer ze weg zonder hun ouders te vertellen waar u ze naartoe brengt, stop ze in cellen van anderhalve vierkante meter zonder ramen, doe het licht aan, geef ze geen medische verzorging, geef ze geen schone kleren, laat geen bezoek toe, enzovoorts. Dat is waar we hier over praten. Dat is wat het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind zou moeten verbieden.

Ik wil de volgende smeekbede aan Israël richten: In ’s hemelsnaam, u maakt hier geen vrienden mee. Alstublieft, ik bid u, laat deze kinderen vrij!

 
  
MPphoto
 
 

  Ignasi Guardans Cambó (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is juist omdat sommigen van ons Israël beschouwen als een democratie – een democratische staat – en omdat de Europese Unie Israël ook als zodanig behandelt, dat we dat land houden aan de regels van een rechtsstaat. Als het geen democratische staat was, zouden we dat niet doen.

Er is geen hooggerechtshof voor degenen die buiten het rechtssysteem vallen. We kennen de uitspraken van het hooggerechtshof. Daar kunnen zich echter alleen de personen op beroepen die de gang naar het hof kunnen maken. Wanneer je onder administratieve bewaring valt en geen toegang hebt tot welke rechter dan ook, is er geen arrest waarop je je kunt beroepen.

Het conflict kan niet als rechtvaardiging voor zulke schendingen worden gebruikt. Neutraal blijven en het bestaan van de Palestijnse gevangenen negeren, getuigt niet van een evenwichtige benadering. Deze personen zijn gearresteerd zonder enigerlei rechtszekerheid, zonder enigerlei procedure. Hun gezinnen zijn de wanhoop nabij. Hun huizen zijn in veel gevallen met de grond gelijk gemaakt en hun gezinnen bestraft voor wat zij hebben gedaan of voor wat men denkt dat ze hebben gedaan. Dat vraagt om een reactie van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Frieda Brepoels (PPE-DE). - (NL) Ik zou toch even aan collega Tannock willen zeggen dat deze vraag niet alleen werd ingediend door mevrouw Morgantini, maar ook door twee ondervoorzitters van het Parlement van de PPE-DE-Fractie, mijnheer McMillan-Scott en mevrouw Kratsa-Tsagaropoulou, door collega Bowis, collega Kasoulides en mijzelf. Voor alle duidelijkheid dit even vooraf. Als lid van de parlementaire delegatie voor de betrekkingen met de Palestijnse autoriteiten heb ik al verschillende keren aan den lijve ondervonden wat het betekent om je democratisch verkozen collega’s niet te kunnen ontmoeten, omdat zij gevangen worden gehouden.

Wat inderdaad te zeggen van de vele vrouwen en kinderen die verspreid zitten over verschillende gevangenissen buiten de Palestijnse gebieden, hetgeen het bezoek door advocaten en familie nagenoeg onmogelijk maakt. Iedereen heeft al gewag gemaakt van de dagelijkse levensomstandigheden en het gebrek aan medische verzorging. Hoe lang zullen de internationale gemeenschap en de Europese Unie dit nog tolereren? Ik wens dan ook een dringende oproep te doen aan de Commissie en de Raad om paal en perk te stellen aan deze onaanvaardbare situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Lehideux (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, twee korte opmerkingen.

De eerste is dat in dit Huis bepaalde problemen op een wat vreemde manier worden aangegaan. Het zijn steeds dezelfde mensen die worden veroordeeld, steeds dezelfde mensen wier gedrag ter discussie staat. Probeer hier eens Cuba veroordeeld te krijgen voor de politieke gevangenen in dat land, dan zie je hoe in het Europees Parlement tegen de mensenrechten wordt aangekeken.

De tweede opmerking die ik zou willen maken, is dat er voor de Palestijnen een heel effectieve manier is om Israël ertoe te brengen dat het de personen die moeten worden vrijgelaten, eindelijk vrijlaat: stop met de aanvallen, stop met de bombardementen op Israëlische dorpen, stop met het vermoorden van kinderen, stop met de aanvallen met graafmachines, en stop ermee kinderen als wandelende bommen te gebruiken. Dan zal Israël de gevangenen vrijlaten!

 
  
MPphoto
 
 

  Antonio López-Istúriz White (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Morgantini spreekt ontroerende woorden en iedereen zal zich solidair voelen met Palestijnse gevangenen die het slachtoffer zijn geworden van mensenrechtenschendingen die naar behoren zijn gedocumenteerd. Dat laatste is belangrijk, omdat sommige collega’s van Links ernstige en onverdraaglijke beschuldigingen richting de staat Israël hebben geuit. Zijn zij er ooit van beschuldigd vrouwen en kinderen te vermoorden of zich te gedragen als nazi’s? Is dit hun manier om het vredesproces te bevorderen?

Mevrouw Morgantini, ik weet dat uw initiatief op een concreet en ontroerend geval is gebaseerd en dat u goede intenties heeft. Sommige van uw linkse collega’s hebben deze gelegenheid echter eens te meer te baat genomen om te proberen het volk Israël de kop in te drukken en te vernederen.

Het is duidelijk dat het sovjetisch antisemitisme nog steeds niet helemaal is uitgeroeid en nog steeds de mentaliteit van sommige van uw collega’s hier kenmerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik kan kort zijn, omdat ik de belangrijkste opmerkingen al in mijn openingsrede heb gemaakt. Maar omdat het in sommige opzichten een erg ontroerend debat is geweest, wilde ik toch van deze gelegenheid gebruik maken om u ervan te verzekeren dat de Raad op de hoogte is van de genoemde feiten en in de dialoog met Israël zijn verontrusting kenbaar zal blijven maken en zich op de instrumenten van het internationaal recht zal blijven beroepen.

In de gesprekken die de Europese Unie en Israël tijdens ons voorzitterschap op politiek niveau zullen hebben, zullen we deze kwestie aan de orde blijven stellen. We merken verder op dat het lopende politieke proces zich alleen kan ontwikkelen als meer praktische maatregelen worden genomen die het wantrouwen bij de tegenpartij wegnemen. Het kolonisatieproces, de aanhoudende daden van terreur en geweld, en de Palestijnse gevangenen, staan de vredesinspanningen in de weg, net als de Israëliërs die door terroristengroepen worden gegijzeld. Daarbij denk ik met name aan Gilad Shalit.

Maar laat ik optimistisch eindigen. Dankzij haar positie als lid van het “Kwartet”, haar status als belangrijkste financier, haar acties ter ondersteuning van de Palestijnse Autoriteit en haar positie als belangrijkste partner van Israël, heeft de Europese Unie een sleutelrol in dit proces. De Unie heeft altijd het recht van Israël op veilige en onbetwiste grenzen erkend, maar wel in co-existentie met Palestina, zoals ik in mijn inleiding heb gezegd.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt tijdens de volgende vergadering in september 2008 plaats.

 

16. Situatie in Zimbabwe (debat)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Het volgende agendapunt betreft de verklaringen van de Raad en de Commissie inzake de situatie in Zimbabwe.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet , fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, na de recente presidentsverkiezingen in Zimbabwe is Robert Mugabe voor nog eens vijf jaar herkozen als president van zijn land. De tweede stemronde heeft er plaatsgevonden nadat de enige andere kandidaat, de heer Morgan Tsvangirai, zich had teruggetrokken als kandidaat. Daardoor is de heer Mugabe erin geslaagd om 85 percent van de stemmen achter zijn naam te krijgen. Veel staatshoofden, ook in Afrika zelf, hebben deze verkiezingen een aanfluiting van de democratie genoemd. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties heeft de verkiezingen bovendien als onwettig bestempeld.

Meteen na zijn eedaflegging als president is de heer Mugabe naar Sharm el Sheikh afgereisd ter gelegenheid van de Top van de Afrikaanse Unie op 30 juni en 1 juli van dit jaar. Tijdens die topontmoeting heeft Nigeria een levendige discussie omtrent de verkiezingen op gang gebracht. Er werd een resolutie goedgekeurd waaruit de grote bezorgdheid omtrent de toestand in Zimbabwe blijkt. De resolutie benadrukt ook de kritische verslagen die zijn opgesteld door de verkiezingswaarnemers van de Southern African Development Community (SADC), van de Afrikaanse Unie en van het Pan-Afrikaanse Parlement, en wijst nadrukkelijk op het geweld en het verlies aan mensenlevens.

De resolutie roept de heer Mugabe en de heer Tsvangirai ook op om, in het belang van de inwoners van Zimbabwe, dringend een dialoog op te starten, om een regering van nationale eenheid te installeren, en om de bemiddelingsmissie van de SADC te steunen.

In het licht van deze ontwikkelingen begint de internationale gemeenschap in actie te treden. De Verenigde Staten hebben een resolutie ingediend bij de Veiligheidsraad van de VN, waarin ze aandringen op sancties tegen Zimbabwe, zoals een wapenembargo, de bevriezing van financiële middelen en een reisverbod. De resolutie bevat ook een lijst met de naam van veertien personen die moeten worden bestraft, zoals de heer Mugabe en een aantal andere politici. De meesten onder hen kwamen ook al voor op de Europese lijst van sancties die in 2002 is goedgekeurd.

Canada heeft de maatregelen die het al had getroffen nog wat opgevoerd, en de Europese Raad van 20 juni heeft zichzelf bereid verklaard om verdere stappen te ondernemen. Dat zal samen met commissaris Michel verder worden besproken op 22 juli. Het voorzitterschap van de Europese Unie heeft de tweede stemronde meteen nadat ze had plaatsgevonden, met name op 29 juni, sterk veroordeeld als een aanfluiting van de democratie. In een verklaring opgesteld op 4 juli namens de Europese Unie heeft het voorzitterschap ook benadrukt dat het zich niet zou neerleggen bij de voldongen feiten waarvoor het zich na de verstoorde stembusgang van 27 juni geplaatst zag, en dat de enige mogelijke oplossing bestaat in een overgangsformule waarbij wordt uitgegaan van de resultaten van de eerste stemronde.

Daarnaast is het ook belangrijk dat Afrika zijn bezorgdheid heeft uitgedrukt omtrent een mogelijke regionale crisis. We moeten ook de inspanningen van de Afrikaanse Unie en van de SADC steunen. Bovendien moeten de principes die zijn vastgelegd in het Afrikaans Handvest voor de Rechten van de Mens en de Volkeren strikt worden nageleefd. Het zou goed zijn mochten de Afrikaanse Unie en de VN bij deze aanpak betrokken worden. Op die manier zou de regionale kijk van de SADC op het probleem verder kunnen worden uitgewerkt vanuit een Afrikaanse en internationale invalshoek.

In haar resolutie heeft de Afrikaanse Unie alle betrokken landen en partijen ook opgeroepen om zich te onthouden van acties die de bereidheid tot dialoog kunnen schaden. Dat signaal was in het bijzonder bedoeld voor de Europese Unie. Toch zal dat de EU niet tegenhouden om alvast te beginnen met de uitbreiding van de lijst van personen die verantwoordelijk zijn voor het geweld en tegen wie sancties zullen worden genomen in de vorm van een reisverbod of van een bevriezing van de financiële middelen. De EU moet er ook op toezien dat de geplande uitzonderingen op het reisverbod tot een absoluut minimum worden beperkt en dat er nieuwe, in het bijzonder economische sancties worden afgekondigd. Uiteraard zal de implementatie van al deze vergeldingsmaatregelen afhangen van het resultaat van de onderhandelingen.

De onderhandelingen tussen de twee partijen moeten nu zo gauw mogelijk van start gaan. Ik denk dat ook de commissaris die mening is toegedaan, ook al is het resultaat ervan nog heel onzeker. Mijns inziens moeten de gesprekken in elk geval uitgaan van de resultaten van de eerste stemronde die heeft plaatsgevonden op 29 maart. Dat resultaat is immers de beste weergave van de wil van de bevolking van Zimbabwe. De tweede stemronde daarentegen was een democratie onwaardig. Alle mogelijke coalities kunnen een voorlopige oplossing bieden in afwachting van nieuwe verkiezingen die vrij, democratisch en transparant verlopen, zoals ook de tegenkandidaat van de heer Mugabe heeft verklaard.

Ten slotte wil ik er graag nog op wijzen dat de leden van de G8 op hun laatste bijeenkomst, die net is afgelopen, overwogen hebben om bijkomende financiële maatregelen te treffen tegen diegenen die verantwoordelijk waren voor het geweld tijdens de voorbije verkiezingen. Zo staan de zaken er momenteel dus voor en we moeten de druk aanhouden. Alleen zo kunnen we een einde maken aan deze onaanvaardbare inbreuken op de wet.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel , lid van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, minister, dames en heren, ik ben verheugd dat ik vandaag, tijdens deze gedachtewisseling, de toekomstige mogelijkheden en gedachten met u kan delen omtrent de rol die we kunnen spelen in de inspanningen om tot een oplossing van deze crisis te komen. Die oplossing moet aanvaardbaar zijn voor alle politieke betrokkenen. Bovendien moet het ook een oplossing op lange termijn zijn die een nieuw tijdperk van welvaart kan inluiden voor een land en een volk die er zo slecht aan toe zijn.

Kort voor het begin van deze zitting heb ik nog even kunnen praten met de heer Ping, de Voorzitter van de Commissie van de Afrikaanse Unie. Een halfuurtje geleden heb ik ook een lang gesprek gevoerd met oppositieleider Tsvangirai. Ik kan u dus wel wat nieuwe elementen aanreiken. Uiteraard zijn die nog niet bevestigd, maar ik kan u, naar ik hoop, tenminste al wat meer gedetailleerde en recente informatie geven.

In de eerste plaats wil ik uiteraard mijn grote bezorgdheid omtrent de toestand benadrukken. Ik vond het heel betreurenswaardig dat de tweede ronde van de presidentsverkiezingen effectief heeft plaatsgevonden, zoals ik zowel vooraf als nadien ook publiekelijk heb verklaard, en dat ondanks de vele oproepen vanuit de internationale gemeenschap om de verkiezingen uit te stellen. Ook de Afrikaanse partners van Zimbabwe hadden daartoe opgeroepen. Uiteraard hebben het extreme politieke geweld en de systematische intimidatie deze verkiezingen bezoedeld. Ze hebben dan ook alle legitimiteit en geloofwaardigheid verloren.

Net zoals het voorzitterschap van de Europese Unie heb ook ik herhaaldelijk verklaard dat er, rekening houdend met de omstandigheden waarin de tweede stemronde heeft plaatsgevonden, helemaal geen sprake kan zijn van een erkenning van de president die tot winnaar van deze verkiezingen is uitgeroepen. We kunnen niet genoeg benadrukken dat hij zijn overwinning op bedrieglijke wijze heeft behaald, en dat ze helemaal niks te maken heeft met de geest van de democratische renaissance die tegenwoordig door Afrika waart. Op de Top van de Afrikaanse Unie die in Egypte heeft plaatsgevonden, en waarop ook president Mugabe aanwezig was, zijn we getuige geweest van een heel gespannen en begeesterd debat tussen de Afrikaanse leiders. Dat debat is door veel mensen zonder voorafgaande genoemd.

In de resolutie die is aangenomen, spaart de Afrikaanse Unie haar kritiek op president Mugabe niet. De Unie roept hem op om een politiek akkoord uit te werken met Morgan Tsvangirai, de leider van de Movement for Democratic Change (MDC), om zo een regering van nationale eenheid te kunnen vormen. Bovendien heeft de Afrikaanse Unie de SADC opgeroepen om te blijven bemiddelen om zo tot een politiek akkoord te komen. Die resolutie kunnen we in elk geval als ontoereikend beschouwen. De Afrikaanse Unie heeft zich niet duidelijk uitgesproken over de legitimiteit van de heer Mugabe als president, maar we kunnen deze resolutie in de huidige omstandigheden toch al een uitstekend resultaat noemen. Uiteraard is de kwestie hiermee nog lang niet afgehandeld. De Afrikaanse Unie en de SADC moeten blijvend aantonen dat ze ernaar streven om een politieke oplossing te vinden.

In dat opzicht hebben de Europese Unie en andere internationale spelers ook duidelijk gemaakt wat ze verwachten van de gesprekken. Er kan enkel een politiek akkoord worden gesloten op basis van de uitslag van de eerste stemronde, die de mening van de bevolking van Zimbabwe vertolkte en vrij en democratisch tot stand is gekomen. Op basis van de uitslag van de tweede stemronde kan er niet worden bemiddeld of onderhandeld. Onzes inziens moet de politieke oplossing voorzien in een coalitieregering met de heer Tsvangirai als premier. Hij moet uitgebreide bevoegdheden krijgen en hij moet kunnen terugvallen op de meerderheid die hij heeft in het parlement.

Wat de Europese Unie betreft, liggen alle mogelijkheden nog op tafel. In de eerste plaats zijn we bereid om de inspanningen van de SADC en de Afrikaanse Unie te steunen en verwachten we in de komende twee weken een duidelijke vooruitgang te zien.

Als er een constructief politiek akkoord uit de bus komt dat de uitslag van de eerste stemronde goed weergeeft, zijn we, zoals eerder al gezegd, uiteraard bereid om geleidelijk aan opnieuw te gaan samenwerken met Zimbabwe. Bovendien zijn we ook bereid om daar meteen mee van start te gaan. Ik wil u er graag even aan herinneren dat, toen we het programma voor het tiende Europees Ontwikkelingsfonds opstelden, ik u heb verzekerd dat we te werk zijn gegaan alsof de democratie in Zimbabwe was hersteld. Zo wilden we vermijden dat we de bevolking van Zimbabwe zelf lieten opdraaien voor de tragische situatie waarin ze zich bevindt.

Ik wil het dan nu graag even hebben over de twee gesprekken die ik vanmiddag heb gevoerd in het licht van de vergadering met het Parlement. Laat ik beginnen met het gesprek met de heer Ping. Wat is het probleem? Het probleem waar we momenteel voor staan, is dat iedereen in de Afrikaanse Unie het erover eens is dat de onderhandelingen tussen de heer Mugabe en de heer Tsvangirai alle steun verdienen. Iedereen is van oordeel dat de regering geleid moet worden door de leider van de oppositie, de heer Tsvangirai, dat zijn regering desnoods een coalitieregering moet zijn, waarin de partij van de heer Tsvangirai, die over de meerderheid beschikt in het parlement uiteraard een dominante positie zou moeten bekleden, en dat deze regering de volledige bevoegdheid moet krijgen wat betreft de uitvoerende besluitvorming.

Zoals u wellicht weet, lijkt die aanpak momenteel onder vuur te liggen. De heer Tsvangirai heeft het probleem nog wat complexer gemaakt toen hij zijn twijfels uitte over de evenwichtigheid van de bemiddelingspogingen. Hij wil de bemiddelaars duidelijk een kader aanbieden, zeg maar, waarin dat evenwicht is gegarandeerd. Mijn woorden houden in geen geval een waardeoordeel in. Ik probeer alleen maar de situatie te schetsen. De heer Ping heeft me op het hart gedrukt dat het werk – en ik zeg niet het werk van de bemiddelaars, maar het werk – de geesten rijp moest maken voor die ontwikkeling. Als alles goed verloopt, zou het in de komende paar dagen tot een doorbraak kunnen komen.

Daarna heb ik een lang gesprek gevoerd met de heer Tsvangirai. Hij heeft bevestigd dat hij het idee van een regering waarin leden van het Zimbabwe African National Union Patriotic Front opgenomen zijn, best wel genegen is. Maar hij zou natuurlijk het laatste word krijgen wat de benoeming van de regeringsleden betreft. Zelf heeft hij het niet met zo veel woorden gezegd, maar in feite valt dat te vergelijken met wat we in Kenia hebben gezien, ook al (en daar ben ik het volledig mee eens) kunnen we de twee situaties geenszins met mekaar vergelijken. Ze hebben helemaal niks met mekaar gemeen. De mensen nemen de gelegenheid te baat om zich te gedragen alsof ze hetzelfde zijn, maar als je de situatie volledig objectief bekijkt, zie je dat de situatie in beide landen heel anders is, net zoals mannen en vrouwen van mekaar verschillen. Dat is al een eerste punt.

In de tweede plaats is hij voorstander van een “permanent onderhandelingsteam”. Dat team zou bemiddelen en daarmee zou het evenwicht dat hij wil meteen verzekerd zijn. Uiteraard wil hij dat dit team de bescherming van de Afrikaanse Unie en van de Verenigde Naties geniet, zoals de minister ook heeft verklaard. Hij lijkt me redelijk optimistisch te zijn en hij gelooft dat er wel degelijk iets aan het bewegen is. Natuurlijk vindt hij de sancties relevant. Bovendien heeft hij iets onderstreept waar we het allemaal over eens waren: als er sancties worden uitgevaardigd, moeten ze tegen individuen gericht zijn en mogen ze de bevolking niet rechtstreeks treffen.

Ik heb het gevoel dat de Afrikaanse Unie zich haar verantwoordelijkheid volledig ter harte neemt, dat ze een actieve rol speelt, en dat ze via bemiddeling probeert te komen tot een oplossing die, zoals de minister heeft beklemtoond, rekening houdt met de noodzaak om de uitslag van de eerste stemronde om te zetten in uitvoerende bevoegdheid. Dat is immers het enige verkiezingsresultaat dat de machthebbers legitimiteit verschaft.

 
  
  

VOORZITTER: ADAM BIELAN
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 
 

  Michael Gahler , namens de PPE-DE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, de toestand in Zimbabwe heeft op politiek, economisch en humanitair vlak een absoluut dieptepunt bereikt. De bevolking wordt gegijzeld door een regime dat weigert om de macht af te staan, omdat de hofkliek rond de president, de legerleiding en de inlichtingendienst, zichzelf wil blijven verrijken ten koste van het land. Daartoe sponsoren ze milities en maken ze misbruik van de politie en het leger, die overal in het land de bevolking terroriseren.

Naar SADC-normen zijn zelfs de parlementsverkiezingen van 29 maart vrij noch eerlijk verlopen. Als gevolg van de nationale intimidatiecampagne die na de verkiezingen heeft plaatsgevonden en tientallen doden en duizenden gewonden heeft geëist, kon de winnaar van de eerste ronde, Morgan Tsvangirai, zijn kiezers onmogelijk opnieuw naar de stembus sturen. De vrees dat ze daarvoor gestraft zouden worden, was namelijk te groot. De leider van de Pan-African Parliament’s Election Observer Mission, Marwick Khumalo, en de SADC-missie beoordelen de gebeurtenissen van 27 juni als volgt:

(EN)“De sfeer die momenteel heerst in het land heeft niet geleid tot de organisatie van vrije, eerlijke en geloofwaardige verkiezingen. De verkiezingen zijn geen waarheidsgetrouwe weergave van de wil van de bevolking van Zimbabwe.”

, namens de PPE-DE-Fractie.(DE) Nu moeten we in de eerste plaats een overgangsscenario uitwerken dat moet leiden tot een situatie waarin een legitieme regering en een legitieme president worden aangesteld. De Afrikaanse Unie en de SADC kunnen hierbij een cruciale rol spelen. Helaas heeft president Mbeki niks bereikt met zijn jarenlange stille diplomatie. Evenmin heeft hij het vertrouwen van de partijen in dit conflict weten te winnen en zelf weet hij nog het best hoe dat komt.

Ik zou er bij de politieke partijen van Zuid-Afrika op willen aandringen om zelf het initiatief naar zich toe te trekken. Ik roep mijn collega’s van Zuid-Afrika op om in hun parlement te beslissen om over te gaan tot een bevriezing van de Zuid-Afrikaanse rekeningen en financiële middelen van de mensen die zich dankzij het regime van Mugabe hebben weten te verrijken. Ze mogen niet toestaan dat Grace Mugabe en anderen in Kaapstad of Sandton gezellig gaan shoppen terwijl de bevolking verhongert. Ik roep ze op om solidair te zijn met de drie miljoen Zimbabwanen in hun eigen land die naar huis zullen terugkeren zodra er een einde komt aan het bewind van Mugabe en zo meteen ook plaats zullen maken voor de miljoenen werkloze Zuid-Afrikanen. We hebben de Europese ondernemingen zover gekregen dat ze zich hebben teruggetrokken uit Zimbabwe omdat hun activiteiten het regime mee stevig in het zadel hielden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alain Hutchinson , namens de PSE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, minister, commissaris, president Mugabe is zich te buiten gegaan aan buitensporig geweld en heeft het grootste misprijzen aan den dag gelegd voor de basisrechten van de mens toen hij de macht greep en een bevolking gijzelde die het zo al erg moeilijk heeft.

De socialisten veroordelen dat geweld en kennen de huidige machtshebbers geen enkele legitimiteit toe. Maar bovenal zijn de Europese socialisten begaan met het lot van de bevolking van Zimbabwe. Volgens de Voedsel- en Landbouw Organisatie (FAO) kunnen naar schatting vijf miljoen Zimbabwanen tegen begin 2009 ten prooi vallen aan een zware hongersnood.

Bovendien weten we dat een derde van de bevolking van Zimbabwe er op dit moment alleen maar in slaagt om het te overleven dankzij de internationale hulp. Het is dan ook de plicht van de Europese Commissie, van de Raad, van elke lidstaat en van de hele internationale gemeenschap, om de overheid van Zimbabwe onder druk te zetten om de grenzen onvoorwaardelijk open te stellen voor de internationale humanitaire hulp aan de kwetsbaarste bevolkingsgroepen. Dat kunnen we niet genoeg blijven benadrukken, want wat de heer Mugabe op dit moment doet, is ronduit misdadig.

Als we de Europese Unie en de internationale gemeenschap vragen om harde sancties uit te vaardigen tegen Zimbabwe, iets wat ook u al hebt aangegeven, mijnheer de minister, willen we ook benadrukken dat die sancties in geen geval de bevolking mogen treffen. Ze moeten gericht zijn tegen de leden van het regime die verantwoordelijk zijn voor de inbreuken op de mensenrechten en voor het huidige terreurbewind in het land.

Natuurlijk moeten we er bij de Europese Unie en de regionale structuren, zoals de SADC, ook op aandringen om samen met het verkozen parlement en het maatschappelijk middenveld van Zimbabwe de huidige crisis vlug en democratisch op te lossen.

Mijnheer de Voorzitter, ik zou het graag ook nog even hebben over de 200.000 ontheemde Zimbabwanen. We verzoeken hun Zuid-Afrikaanse buren, en president Mbeki in het bijzonder, om hun verantwoordelijkheid op te nemen en de Zimbabwaanse vluchtelingen die hun heil hebben gezocht in Zuid-Afrika niet terug te sturen.

 
  
MPphoto
 
 

  Fiona Hall, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de bevolking van Zimbabwe heeft vreselijk geleden. Na jaren van intimidatie, brutaliteiten en economische crisis, waren de voorbije verkiezingen de genadeslag. Sinds de verkiezingen is het geweld onverminderd doorgegaan. Sinds de eerste stemronde op 29 maart heeft het geweld al aan minstens negentig mensen het leven gekost. Afgelopen maandag nog werden de bewoners van een IDP-kamp ten oosten van Harare aangevallen en ontvoerd.

Misschien zijn we geneigd de ogen in wanhoop ten hemel te slaan, maar ik ben ervan overtuigd dat de EU deze crisis mee kan helpen oplossen. In de eerste plaats kan de EU diplomatieke steun verlenen aan diegenen die een uitweg proberen te vinden via een tijdelijke overgangsregering, waarbij alle partijen van het maatschappelijk middenveld worden betrokken, en die de uitslag van de eerste stemronde respecteert.

Een overgangscoalitie is een Afrikaanse aanpak die in de loop der jaren zijn nut heeft bewezen in een aantal andere landen, zoals Togo en de Democratische Republiek Kongo.

Toch vestigt de ontwerpresolutie de aandacht op het mislukken van de stille diplomatie van president Mbeki. Misschien zou een ander Afrikaans buurland, dat op het respect kan rekenen van alle partijen, beter geplaatst zijn om de onderhandelingen in goede banen te leiden. Als ook de internationale gemeenschap erbij betrokken kon worden, zouden de onderhandelingen wellicht vlotter verlopen.

In de tweede plaats moet de internationale gemeenschap ook de druk op Mugabe opvoeren. Rusland heeft zich achter de oproep van de G8-top geschaard om sancties uit te vaardigen. Dat was een erg bemoedigend signaal en ik ben verheugd met de commentaren van de Raad omtrent het verstrengen van de sancties door een aantal landen.

In de derde plaats moeten we ons nu al voorbereiden op de dag dat Zimbabwe een legitieme regering zal hebben en ruime internationale steun nodig zal hebben.

Ten slotte mogen we ook niet vergeten dat de gewone Zimbabwaan de wanhoop nabij is en het niet redt zonder basishulp.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI). - (NL) De Europese Unie heeft al geruime tijd sancties tegen de socialistische dictator Mugabe lopen, maar deze sancties worden niet altijd op een consequente en eenduidige manier toegepast. Zo hebben wij meegemaakt dat het Portugese voorzitterschap van de Europese Unie blijkbaar geen enkel probleem had om Mugabe uit te nodigen op de Europees-Afrikaanse Top.

De Europese Unie had ook duidelijk protest moeten aantekenen tegen de groteske aanwezigheid van Mugabe op de Top van de Wereldvoedselorganisatie in Rome niet zo lang geleden. Het inreisverbod van Mugabe en trouwens van alle topfiguren van zijn regime moet waterdicht toegepast worden en ook uitgebreid worden. Wij moeten in elk geval nadenken over het uitbreiden van de sancties tegen het regime van Mugabe in het algemeen. Die sancties moeten doortastend en ondubbelzinnig zijn, en wij moeten ook druk uitoefenen op de regering van Zuid-Afrika, dat met die zogenaamde stille diplomatie in feite alleen maar tijd heeft gekocht voor het regime van Mugabe.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de crisis in Zimbabwe is niet ineens en onverwacht uitgebroken: dit is al de zestiende keer in acht jaar tijd dat we een ontwerpresolutie inzake Mugabe bespreken. Systematisch en doelbewust rooft hij zijn land leeg, hij verwoest de economie en onderdrukt de bevolking van Zimbabwe.

Tot voor kort heeft de internationale gemeenschap altijd pathetisch gereageerd op zijn wandaden. De Europese Unie heeft het regime tenminste doelgerichte sancties opgelegd, maar ze is er niet in geslaagd om die ook echt te handhaven. De Afrikanen – een handvol uitzonderingen niet te na gesproken – hebben Mugabe alleen maar bejubeld. Ze moesten zich diep schamen.

Wat moeten wij nu doen? In de eerste plaats moet de Raad er duidelijk de aandacht op vestigen dat geen enkele lidstaat van de EU het onwettige regime van Mugabe zal erkennen. Ik ben dan ook verheugd te vernemen dat de EU haar sancties wil uitbreiden.

In de tweede plaats moeten de Europese Unie en haar lidstaten de Afrikaanse landen, en in het bijzonder de SADC, zover krijgen dat ze de sancties tegen het regime van Mugabe mee onderschrijven mochten de onderhandelingen uiteindelijk niks opleveren.

In de derde plaats moeten we de leden van het Joint Operations Committee – de militaire bende die achter Mugabe staat – duidelijk maken dat zij verantwoordelijk zullen worden gehouden voor de systematische wreedheden tegen de bevolking van Zimbabwe. Bepaalde hooggeplaatste leden van de strijdkrachten en van de politie – en hooggeplaatste ambtenaren van de ZANU-PF – kunnen Mugabe nog altijd de rug toekeren en zich bij de democratische krachten voegen.

In de vierde plaats zou Frankrijk de VN-Raad voor de Mensenrechten in Genève in een noodzitting bij mekaar moeten roepen om de toestand in Zimbabwe aan te pakken. En in de vijfde plaats moeten de Verenigde Naties kordater gaan optreden.

Bovenal moeten we de Afrikaanse Unie actief aansporen om een nog positievere en actievere rol te gaan spelen in de totstandkoming van een dergelijke regering van nationale eenheid. Daarbij moet natuurlijk worden uitgegaan van het resultaat van de verkiezingen van 29 maart en niet van de uitslag van de electorale farce van 27 juni, zoals zowel de fungerende Voorzitter als de Commissie al hebben aangegeven.

De woordvoerder van de MDC, Nelson Chamisa, heeft me ook verteld dat zijn partij op dit moment niet onderhandelt met de ZANU-PF. In plaats daarvan gaat het geweld gewoon door. De Afrikaanse Unie moet aandringen op een stopzetting van het geweld en op de benoeming van een bemiddelaar die de steun krijgt van waarnemers en het vertrouwen van de MDC geniet.

Ook nu weer probeert Mugabe tijd te winnen. Er moet een deadline vastgelegd worden voor de onderhandelingen. Intussen kan iemand Mugabe misschien een plaatsje in een rusthuis aanbieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenys Kinnock (PSE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, net zoals de sprekers voor mij wil ik erop wijzen dat het parlement dat in Zimbabwe op 29 maart is verkozen nog nooit bij mekaar is gekomen en dat de verkozen leden van dat parlement nog altijd lastiggevallen en geïntimideerd worden en het slachtoffer zijn van geweld.

In onze resolutie roepen we op om de sancties te verstrengen. Uiteraard zullen we ons ook aansluiten bij de oproep aan het adres van de VN om een internationaal wapenembargo en een wereldwijd reisverbod uit te vaardigen en alle financiële middelen te bevriezen.

We weten wie de bendeleiders zijn op wie we onze pijlen moeten richten, we weten allemaal wie de beulen zijn, we weten wie de loopjongens zijn. Denk maar aan Chihuri, hoofd van de politie; aan Shiri, het hoofd van de Luchtmacht; aan Gono, de gouverneur van de centrale bank; aan Chinamasa, de minister van Justitie; aan Bonyongwe, het hoofd van de Centrale Inlichtingendienst: dat zijn de mensen op wie we onze pijlen kunnen en moeten richten. Onze resolutie is een duidelijke weergave van de voorwaarden die de MDC vooropstelt.

Alle gesprekken moeten uitgaan van de uitslag van de verkiezingen van 29 maart die de MDC heeft gewonnen, en niet van de nepverkiezingen van juni.

Er moet een overgangsakkoord worden opgesteld dat de basis vormt van een nieuwe grondwet. Dat heeft nog niemand hier vermeld, maar het is net datgene waar Morgan Tsvangirai om vraagt. Daarna moeten er nieuwe verkiezingen komen. Hij zegt heel duidelijk, en ik citeer: “Ik wil geen deals sluiten over de macht en ik wil de macht niet delen.”

Zoals Geoffrey van Orden zonet heeft uiteengezet, wordt er op dit moment niet onderhandeld. De huidige situatie is met andere woorden niet al te bemoedigend.

Er moet een bijkomende bemiddelaar worden aangesteld. De heer Mbeki is duidelijk niet in staat om de klus alleen te klaren. We willen de Afrikaanse Unie dan ook oproepen om een bemiddelaar aan te duiden. Die persoon moet op gelijke voet staan met de heer Mbeki en met mensen zoals de heer Chissano en de heer Kufuor.

Ten slotte moet er een einde komen aan de ongecontroleerde en door de staat gesteunde brutaliteiten, gewelddaden en wreedheden. Daarom moet de internationale gemeenschap dringend optreden, en dat in het belang van het noodlijdende volk van Zimbabwe.

 
  
MPphoto
 
 

  Eoin Ryan, namens de UEN-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ooit was Zimbabwe een baken van hoop, het land was een voorbeeld van de Afrikaanse zelfbeschikking en het was een leider voor de andere staten. Nu is Zimbabwe afgegleden tot het epicentrum van de Afrikaanse wanhoop en hopeloosheid. De bevolking van Zimbabwe verdient beter en moet dan ook beter krijgen. Maar daarvoor moet er eerst een einde komen aan het regime van Robert Mugabe, die niet meer is dan een moordlustige misdadiger.

De internationale gemeenschap moet kordater optreden tegen het tirannieke bewind van Mugabe. Ik ben verheugd met het feit dat de VN Veiligheidsraad overweegt om de leiders van Zimbabwe verdere sancties op te leggen, zoals het invoeren van een wapenembargo. Hoe is het mogelijk dat een land waar vijf miljoen mensen afhangen van voedselhulp, waar de inflatie meer dan tien miljard percent bedraagt, en waar een brood op dit moment meer dan 1 miljard Zimbabwaanse dollar kost, nog altijd een van de best uitgeruste legers van het Afrikaanse continent heeft en over een enorm wapenarsenaal beschikt? Dat is ronduit ontoelaatbaar.

De recente presidentsverkiezingen ontberen elke legitimiteit. Het regime van Mugabe ging zo brutaal te keer dat het geweld 90 mensenlevens heeft gekost. 3.500 anderen raakten gewond en zowat 200.000 mensen sloegen op de vlucht tijdens de campagne. Dat kunnen we bezwaarlijk de ingrediënten van vrije, eerlijke, transparante en democratische verkiezingen noemen.

Zuid-Afrika en de andere Afrikaanse landen moeten de druk op Robert Mugabe nog opvoeren. Nelson Mandela had gelijk toen hij zei dat het leiderschap van Zimbabwe een totale mislukking is. Zuid-Afrika oefent een sterke politieke invloed uit op de regering-Mugabe, en Zuid-Afrika moet nu krachtdadig en besluitvaardig optreden, niet alleen voor de mensen van Zimbabwe, maar voor alle Afrikanen die lijdzaam moeten toezien hoe deze leider zijn land recht naar de afgrond leidt.

 
  
MPphoto
 
 

  Josep Borrell Fontelles (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, omdat ik niet wil herhalen wat mijn collega’s al hebben gezegd, zal ik me toeleggen op de installatie van het parlement.

De verkiezingen van maart waren verkiezingen waarbij de oppositie de meerderheid van de stemmen haalde. Het is nu 17 juli en het parlement van Zimbabwe moet nog altijd gevormd worden. Wij, als parlementariërs, kunnen vanuit de Europese Unie maar beter druk beginnen uit te oefenen, zodat de democratische belofte in een parlement met een oppositiemeerderheid stilaan ingang zou kunnen krijgen. Het proces moet dringend op gang worden getrapt. We moeten nu echt al het mogelijke doen om te verzekeren dat, na de farce van de voorbije presidentsverkiezingen, de wetgevende verkiezingen, die de oppositie een erkende meerderheid hebben opgeleverd, het parlement in staat stellen om zijn werk te doen.

Mijn tweede punt betreft de bemiddelaar. Het is intussen duidelijk dat Zuid-Afrika tegen de grenzen van zijn capaciteiten als bemiddelaar is opgebotst. Het is absoluut noodzakelijk dat de Zuid-Afrikaanse president de hulp krijgt van, of vervangen wordt door, een andere bemiddelaar. Zo niet zal ook de bemiddeling zelf overkomen als een corrupt mechanisme dat zich in de greep van de regering van Zimbabwe bevindt.

 
  
MPphoto
 
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, op dit moment zijn het niet langer alleen Mugabe en zijn regime die onder vuur liggen. Mugabe is, als gevolg van zijn gruweldaden en van deze hele tragische farce, nu al veroordeeld door de internationale publieke opinie. Nu is het de internationale gemeenschap die onder de loep wordt gehouden. Het is Thabo Mbeki, het is de SADC en het is de AU, het is China, het zijn wij in de EU, het zijn de Verenigde Naties. De bevolking van Zimbabwe, Tsvangirai en de MDC verdienen onze grootste steun en solidariteit in deze moeilijke tijden. We zouden Morgan Tsvangirai kunnen uitnodigen op een bijeenkomst van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie ontwikkelingssamenwerking in juli of september.

We blijven maar vreselijk nieuws ontvangen over het geweld in Zimbabwe. We mogen niet aarzelen. Morgan Tsvangirai en de MDC-meerderheid verdienen veel meer dan een paar troostende woorden. We moeten ze nu mee aan het bewind helpen, want daar hebben ze op basis van het resultaat van de verkiezingen van 29 maart ook alle recht op. De internationale gemeenschap zal zich diep mogen schamen als ze er niet in slaagt om de overgang te bewerkstelligen, als wij daar niet in slagen. Ik hoop van harte dat het niet zo zal lopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marios Matsakis (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het regime van de heer Mugabe is niet alleen verantwoordelijk voor de verkiezingsfraude, maar ook voor de willekeurige arrestaties, voor de folteringen en voor de moord op honderden burgers die de laatste paar jaar schering en inslag zijn geweest in Zimbabwe.

Tot nog toe lijken de vele resoluties en sancties geen zoden aan de dijk te hebben gebracht. Ik vind het moment dan ook gekomen om tot actie over te gaan en om de heer Mugabe voor een internationaal gerechtshof te laten terechtstaan op beschuldiging van misdaden tegen de mensheid. Ik weet dat Zimbabwe de conventie betreffende het Internationaal Gerechtshof in Den Haag niet heeft ondertekend, maar ik ben ervan overtuigd dat we andere procedures op basis van internationale wetgeving moeten kunnen vinden. Misschien kunnen commissaris Michel of de fungerende voorzitter daar meer klaarheid over scheppen.

Ik ben ervan overtuigd dat deze Afrikaanse dictator en zijn medeplichtigen pas zullen gaan nadenken en vatbaar zullen worden voor rede als we zo kordaat optreden. Uiteindelijk zullen we hun land en de internationale gemeenschap alleen zo kunnen bevrijden van hun misdadige aanwezigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de Commissie willen oproepen om een aantal maatregelen uit te vaardigen tegen de heer Mugabe, die geweld blijft gebruiken en die volledig voorbijgaat aan de uitslag van de verkiezingen van maart. Op dit moment staan we zogoed als machteloos. Het enige wapen wat ons nu nog rest, zijn onze woorden. Ik wil dan ook met aandrang vragen om na te gaan welke stappen we moeten ondernemen om hem te laten terechtstaan. Alleen zo kan er vrede komen in Zimbabwe en alleen zo zullen de inwoners van Zimbabwe kunnen genieten van de burgerrechten die hen toekomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, Zimbabwe heeft internationale hulp en onze steun nodig, maar het moet ook zelf hervormingen doorvoeren. De Europese Unie, de Afrikaanse Unie en de Republiek Zuid-Afrika moeten de regerende partij en de oppositie ertoe aanzetten om de dialoog aan te gaan. Zimbabwe moet eindelijk aan de weg van de democratie beginnen te timmeren en een regering van nationale eenheid aanstellen. […] Een initiatief van de VN, waarbij er een wapenembargo tegen Zimbabwe zou worden uitgevaardigd en waarbij de financiële middelen van de mensen uit de onmiddellijke omgeving van Mugabe zouden worden bevroren. We moeten meteen stappen ondernemen zodat de humanitaire organisaties hun werk zouden kunnen doen. Eén oplossing kan erin bestaan dat niet-gouvernementele organisaties hulp bieden in die regio’s waar de nood het hoogst is.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Mugabe luistert niet naar wat we zeggen en dat is net het tragische aan de hele situatie. Als hij wel luisterde, zou hij immers doen wat hij hoort te doen en zich neerleggen bij de uitslag van de verkiezingen van maart. Ik vond het bovendien een regelrechte schande dat Mugabe de Wereldvoedseltop heeft bijgewoond. Hij mocht er gewoon rondparaderen, terwijl hij in feite de verantwoordelijkheid draagt voor een van de grootste voedselcrisissen die zijn land en zijn continent ooit hebben gekend.

Vorige week nog had ik tijdens een congres in Brussel een gesprek met een landbouwer uit Zimbabwe. De schade die is aangebracht aan de voedselproductiebasis van het land is met geen woorden te beschrijven. Iemand anders zei dat het afschuwelijk is dat een land tot de tanden bewapend kan zijn terwijl de bevolking honger lijdt en geweld, intimidatie en folteringen dagelijkse kost zijn.

Zuid-Afrika moet meer doen. Het continent zelf moet het regime strenger veroordelen en we moeten de Afrikaanse landen duidelijk maken dat ze er ook goed aan zouden doen. Daar moeten we ze van zien te overtuigen, want onze mensen kijken onze richting uit en verwachten dat we iets doen om een ronduit afschuwelijke situatie uit de wereld te helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE). (PT) De huidige ontwikkelingen in Zimbabwe stellen ons geweten en onze actiebereidheid flink op de proef. Enerzijds is er de regering die zich te buiten gaat aan brutaal geweld tegen de eigen bevolking, haar eigen mensen in de ellende stort en steun vindt bij andere Afrikaanse dictaturen en autocratieën. Anderzijds zijn er de krachten die op een vreedzame manier strijden voor de democratie en de mensenrechten: de bevolking van Zimbabwe, de internationale gemeenschap en, natuurlijk, de Europese Unie.

Zoals hier al is aangehaald, kan de Europese Unie haar diplomatieke macht aanwenden, sancties opleggen, reisvisa weigeren, regionale overheden onder druk zetten en de verdedigers van de democratie en de mensenrechten steunen. Wat kan het Europees Parlement doen? We kunnen morgen onze resolutie steunen en de Commissie en de Raad aanbevelen om die initiatieven te nemen, maar we kunnen ook meer doen. We kunnen ook aantonen dat onze acties in overeenstemming zijn met onze woorden en de Sakharovprijs aan oppositieleider Morgan Tsvangirai toekennen. Dat kunnen we voorleggen aan onze collega-lidstaten. Op die manier kunnen we enerzijds een strijd belonen en anderzijds bijdragen tot een democratische en vreedzame overwinning.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mijnheer Michel, dames en heren, dit is een heel erg duidelijk debat. En wat we eruit moeten besluiten, is al net zo duidelijk. De mensen hebben krachtige taal gesproken, en zo hoort het ook, want de Europese Unie kan maar één oplossing aanvaarden, en die bestaat erin dat we de wil van de bevolking van Zimbabwe respecteren, zoals die in de eerste stemronde tot uiting is gekomen. De uitslag van die verkiezingen dient de basis voor welk akkoord ook te vormen.

Samen met de Commissie zullen we de toestand in Zimbabwe in detail bespreken op de volgende bijeenkomst van de Raad op 22 juli. We zullen rekening houden met de standpunten die hier zijn uiteengezet en met de voorstellen die zijn gedaan – niet aan Frankrijk, mijnheer Van Orden, maar aan het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie. Frankrijk is hier immers niet als Frankrijk, maar heeft alleen maar het mandaat dat het in deze context van de Europese Unie toegewezen heeft gekregen – met inbegrip van uw voorstel waarin u de Raad vraagt om een buitengewone zitting van de VN-Raad voor de Mensenrechten in Genève, uiteraard op voorwaarde dat zulks mogelijk is.

We zullen de aanbevelingen van de heer Michel volgen, aangezien ze altijd getuigen van gezond verstand en gebaseerd zijn op ervaring, aangaande de voortzetting van onze bemiddelingsinspanningen. Wat die inspanningen betreft, kunnen we niet meer vragen dan wat de heer Tsvangirai de heer Michel zelf heeft aangeraden tijdens hun gesprek, en volgens mij is dat het standpunt dat we op dit moment moeten innemen.

De Europese Unie, de Raad en de Commissie moeten het contact onderhouden met de betrokken partijen, de SADC, de Afrikaanse Unie, en Zuid-Afrika. Ook vandaag had ik graag de Zuid-Afrikaanse delegatie in ons midden verwelkomd. Uiteraard zullen we ook rekening moeten houden met de resolutie waarover het parlement morgen zal stemmen, en met het werk dat de Raad zal verrichten.

Daar heb ik voor het overige niks meer aan toe te voegen. En omdat ik zijn tijd niet verder wil verspillen, maak ik nu graag plaats voor de ervaring en de welsprekendheid van de heer Michel.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Michel , lid van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het heel kort houden. De heer Jouyet en de andere sprekers hebben namelijk alles al gezegd.

Uiteraard kan ik de uiteengezette standpunten alleen maar bijtreden, en dan vooral die van de heer Van Orden en van mevrouw Kinnock, maar tegelijkertijd moet ik daar ook aan toevoegen dat de Commissie in wezen alleen maar over de macht van de diplomatie beschikt. Maar misschien heeft ze ook de macht om te bepalen welke acties we moeten ondernemen als – en dat is natuurlijk iets waar we allemaal uit de grond van ons hart op hopen en waar we alle mogelijke middelen voor zullen inzetten – de bemiddelingspogingen om een regering onder leiding van de heer Tsvangirai op de been te krijgen een succes blijken te zijn.

Ik ben het dan ook volledig eens met het standpunt van de heer Van Orden, van mevrouw Kinnock en van alle anderen die hier vandaag het woord hebben gevoerd, zoals mevrouw Hall, de heer Hutchinson en de heer Gahler. Ik hoop dat ik niemand over het hoofd heb gezien. Er is maar één puntje waar ik het niet mee eens ben. U weet dat ik meestal zeg waar het op staat. Welnu, ik ben het er niet mee eens dat we het Portugese voorzitterschap met de vinger moeten wijzen omdat het in Lissabon een top heeft georganiseerd waar we jarenlang naar hebben uitgezien en waarop de kwestie Zimbabwe niet werd aangesneden.

Deze top tussen de Europese Unie en Afrika had allang moeten plaatsvinden en het was de hoogste tijd om in actie te komen. We zijn ons er heel goed van bewust dat de aanwezigheid van de heer Mugabe is ingegeven door de wens van de Afrikaanse Unie om zich niet door de andere partij, in dit geval de Europese partij, te laten vertellen wie ze wel en niet mochten uitnodigen. Daarom ben ik dan ook van oordeel dat kritiek hier niet op z’n plaats is.

Bovendien wil ik hier ook even de aandacht vestigen op de bijzonder moeilijk situatie waarin Zuid-Afrika zich bevindt. Het is voor Zuid-Afrika niet makkelijker om iets in beweging te zetten dan het voor president Thabo Mbeki is om de rol van bemiddelaar te vervullen. In dit geval weet iedereen heel goed dat Zuid-Afrika het eerste land zal zijn dat de gevolgen van de crisis in Zimbabwe zal voelen, of beter gezegd de gevolgen van het feit dat we er niet in slagen om die crisis op te lossen. Daarom zou ik u graag willen vragen om de situatie ook eens vanuit het Zuid-Afrikaanse, meer heikele perspectief te bekijken. Ik ben er ook van overtuigd dat Zuid-Afrika zijn rol als bemiddelaar naar eer en geweten vervult.

Uiteraard deel ik de mening van al diegenen die het woord hebben genomen dat het bemiddelingsproces moet worden uitgebreid, niet alleen om het Zuid-Afrika makkelijker te maken, maar ook om de verschillende partijen die mee zoeken naar een oplossing voor deze crisis een evenwichtiger beeld van de situatie te kunnen geven.

Ten slotte wil ik graag antwoorden op een van de vragen die ik heb gehoord. Op dit moment zijn we een echt “ontwikkelings- en humanitair” pakket aan het samenstellen. Dat moet ervoor zorgen dat, als de heer Tsvangirai aan de macht komt, hij meteen steun krijgt. Zo kunnen we de bevolking van Zimbabwe onmiddellijk redenen geven om te geloven in deze regeringswissel. Misschien zullen we zo ook bij andere mensen de honger naar een regimewissel kunnen aanscherpen, met de steun van de plaatselijke en de publieke opinie en, uiteraard, ook met de steun van de actief betrokken internationale gemeenschap.

Ik zou graag nog één iets zeggen aangaande de Afrikaanse Unie. Ik wil graag pleiten voor wat meer begrip. Wat is het probleem van de Afrikaanse Unie? Zoals ik al heb gezegd, moet de Afrikaanse Unie twee verschillende meningen met mekaar verzoenen. Enerzijds is er de extreme en openlijke kritiek op Zimbabwe en op zijn virtuele president, en anderzijds zijn er de mensen die oproepen tot meer flexibiliteit, die zeggen dat sancties niks zullen uithalen, en dat het dan ook beter is om helemaal geen sancties uit te vaardigen. Daarom is het voor de Afrikaanse Unie niet makkelijk om een eenheid te bereiken. Dat moeten we onder ogen zien, en net daarom ook moeten we de besluiten van de bijeenkomsten van de Afrikaanse Unie uit dit perspectief bekijken, vanuit hun standpunt.

Toch moet ik zeggen dat ik op basis van de informatie die ik hier net heb gehoord geneigd ben om te geloven dat de eenheid op dit moment steeds groter wordt en dat de Afrikaanse Unie nuttige en efficiënte voorstellen op tafel zal leggen om uit deze crisis te raken. Die crisis is uiteraard betreurenswaardig en een heuse belediging voor al wie in Afrika de democratie steunt en ingang probeert te laten vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Ik heb twee ontwerpresoluties(1) overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement ontvangen.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 10 juli 2008 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Colm Burke (PPE-DE) , schriftelijk. (EN) De recente verkiezingen in Zimbabwe waren een schertsvertoning. Mugabe was uiteindelijk de enige kandidaat en hij heeft Tsvangirai en andere leden van de MDC zodanig geïntimideerd dat ze zich uit de verkiezingsstrijd hebben teruggetrokken. Daarom zouden er nieuwe presidentsverkiezingen moeten worden georganiseerd waarbij alle door de overheid gesteunde geweld, intimidatie en moordpartijen bij voorbaat uitgesloten moeten zijn.

Ik ben blij met de beslissing die de G8 gisteren tijdens de top in Japan hebben genomen om financiële en andere sancties uit te vaardigen tegen leden van de Zimbabwaanse regering. Veelbetekenend is het feit dat er een consensus is bereikt over een sterke veroordeling van het regime van Mugabe, te meer gezien zelfs Rusland zich achter die consensus schaart. Het ziet er ook steeds meer naar uit dat de VN Veiligheidsraad een resolutie zal aannemen waarin staat dat Zimbabwe een bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid. Ik zou China willen oproepen om deze belangrijke maatregel de komende week niet tegen te houden.

Ik vind het betreurenswaardig dat de Afrikaanse Unie niet genoeg doet om Mugabe te isoleren. Ik ben immers van oordeel dat de Afrikaanse Unie, samen met de Southern African Development Community en het Pan-Afrikaanse Parlement, de touwtjes in handen moet nemen om de despoot van het toneel te laten verdwijnen. De schendingen van de mensenrechten waaraan de Zimbabwaanse regering zich schuldig maakt, grenzen aan misdaden tegen de mensheid. Ik ben dan ook van oordeel dat de VN-Veiligheidsraad moet overwegen om bepaalde leden van die regering in een niet zo heel verre toekomst te laten terechtstaan voor het Internationaal Strafhof.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De recente verkiezingen in Zimbabwe zijn onwettig en ondemocratisch verlopen en hebben geleid tot een golf van kritiek en tot de veroordeling door de internationale gemeenschap.

De toestand in Zimbabwe is nu al een hele tijd zorgwekkend, maar de nasleep van deze verkiezingen en de bewijzen van het door de overheid gesteunde geweld tegen de aanhangers van Tsvangirai z’n oppositiepartij MDC hebben ertoe geleid dat de zaken er nu helemaal anders voorstaan.

De toestand in Zimbabwe is op dit moment uitermate ernstig. De politieke crisis is compleet, de jaren van wanbeheer door het regime van Mugabe hebben de economie van het land helemaal lamgelegd en de nationale munt is zogoed als niks meer waard. De levensverwachting van zowel mannen als vrouwen bedraagt nog geen veertig jaar en aangezet door de recente gebeurtenissen zijn veel mensen het land ontvlucht om hun heil te zoeken in de buurlanden. Als gevolg daarvan komt de hele regio onder druk te staan.

Ik ben blij met deze resolutie waarin de EU de recente verkiezingsuitslag in Zimbabwe ondubbelzinnig verwerpt omdat de stembusgang ondemocratisch en onwettig is verlopen. De resolutie veroordeelt ook het gebruik van politiek geweld door het regime van Mugabe en dringt aan op sancties tegen diegenen die het geweld steunen, zowel in Zimbabwe zelf als daarbuiten.

 
  

(1)Zie notulen.


17. Vragenuur (vragen aan de Commissie)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het vragenuur (B6-0168/2008).

Wij behandelen een reeks vragen aan de Commissie.

 
  
  

Vraag nr. 43 van Georgios Papastamkos (H-0455/08)

Betreft: Prestaties van de auto-industrie op gebied van CO2

Is de Commissie tevreden met de prestaties tot dusver van de Europese auto-industrie op gebied van vermindering van de CO2-uitstoot en brandstofverbruik? Meent zij dat haar initiatief tot herziening van de richtlijn 1999/94/EG(1) betreffende de etikettering van auto’s met betrekking tot die prestaties een erkenning inhoudt van de doeltreffendheid van de bestaande communautaire regelgeving jegens de auto-industrie?

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. − (EL) Mijnheer de Voorzitter, de vraag is of de Commissie denkt dat de CO2-uitstoot van de Europese auto-industrie voldoende is verminderd.

Het antwoord is “nee”. Daarom hebben we de verplichte vermindering voor 2012 voorgesteld.

Het tweede deel van de vraag is of het initiatief tot herziening van de richtlijn betreffende de etikettering van auto’s een erkenning inhoudt van het feit dat de bestaande communautaire regelgeving jegens de auto-industrie ondoeltreffend is. Het antwoord is “ja”. Dat is de reden dat we deze herziening voorstellen.

Ik zou mijzelf kunnen beperken tot deze twee eenvoudige antwoorden, maar ik wil nog iets meer uitleggen.

We hebben voor 2012, zoals is bepaald in de strategie voor CO2 en auto’s, een verplichte maximale CO2-uitstoot van 120 gram voorgesteld. Dit zal worden gerealiseerd door verbeteringen in de technologie voor automotoren, waardoor het cijfer zakt naar 130 gram/km, en daarnaast door andere technologie, waardoor het zakt naar 120 gram/km.

Er was een vrijwillige overeenkomst dat auto’s in 2008 niet meer dan 140 gram CO2/km moeten uitstoten. Deze overeenkomst was tussen autofabrikanten en de Europese, Japanse en Koreaanse auto-industrie. Het doel is helaas niet gehaald: in 2006 bedroeg de uitstoot 160 gram en in 2007 was het volgens de meest recente cijfers 159 gram. De verbetering met slechts één gram is natuurlijk verre van genoeg.

We hopen dat het Parlement en de Raad het voorstel van de Commissie in de medebeslissingsprocedure goedkeuren. Dan krijgen we auto’s die minder energie en brandstof verbruiken en minder CO2 uitstoten. Door minder energie en brandstof te verbruiken krijgen de gebruikers grote voordelen, vooral met de huidige brandstofprijzen.

Er komt met betrekking tot etikettering en de informatie die consumenten krijgen tegen het einde van het jaar een voorstel over het leveren van de relevante informatie voor consumenten.

Ik moet melden dat het Europees Parlement een motie over deze kwestie heeft aangenomen. Sommige punten daarvan zijn zeer positief, maar met andere kan ik het niet eens zijn. Een voorbeeld is dat we het voorbeeld van tabaksreclame zouden moeten volgen op het gebied van auto’s. Dit zijn twee verschillende gevallen. Daarom zullen we niet het voorbeeld van een verplicht apart gedeelte voor informatie in advertenties volgen.

Er zijn andere manieren om consumenten te informeren. Bijvoorbeeld dat ze als ze een auto kopen naar een dealer gaan en daar informatie krijgen over de CO2-uitstoot en ook over het brandstofverbruik in de brochures en borden die ze daar zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Papastamkos (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, de leden van de G8 stellen voor 2050 een afname van vijftig procent van de CO2-uitstoot voor. De geavanceerde en zich zeer snel ontwikkelende landen (zoals China, India, Brazilië, Mexico en Zuid-Afrika) lijken dit voorstel echter te negeren.

Denkt u dat dit standpunt de onderhandelingen over de periode na Kyoto zal beïnvloeden? Wat zijn de vooruitzichten voor de essentiële onderhandelingen over de periode na Kyoto na dit voorstel van de G8?

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. − (EL) De vraag die de heer Papastamkos stelt, staat natuurlijk volledig los van de eerste vraag die wij over auto’s bespraken. Het is wel een zeer belangrijke en actuele vraag, gezien het debat en het besluit dat gisteren en vandaag bij de G8-bijeenkomsten werd genomen.

Het is positief dat de G8, die bestaat uit de acht grootste economieën in de wereld, overeen is gekomen om in 2050 de CO2-uitstoot met vijftig procent te verlagen. Natuurlijk is dit, zoals ik eerder zei, maar een halve stap omdat er geen overeenkomst was over tussentijdse doelstellingen voor 2020. Dat was noodzakelijk geweest voor een internationale overeenkomst die klimaatverandering effectief bestrijdt.

Ik denk dat de kwestie van de andere grote landen, de ontwikkelende grote economieën zoals China en India, ook is afgehandeld en bediscussieerd. Natuurlijk is de deelname van deze landen nodig voor een effectieve oplossing van klimaatverandering. Dat kan bijvoorbeeld door maatregelen om de mate van stijging van CO2-uitstoot te verminderen. Dit alles altijd in overeenstemming met het beginsel van de Verenigde Naties voor algemene maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden.

Ik geloof dat er zowel voor het lange termijn doel (waarbij algemene overeenstemming is) en voor de doelen op middellange termijn overeenkomsten zullen komen. Deze overeenkomsten zijn essentieel om in 2009 in Kopenhagen het gewenste resultaat te bereiken.

 
  
MPphoto
 
 

  Reinhard Rack (PPE-DE).(DE) Commissaris, ik wil terugkomen op het onderwerp auto’s. Toen het doel van 120 gram werd vastgelegd, waren er een aantal vragen over in hoeverre deze 120g gezien moest worden als een gemiddelde, voor de gehele industrie en voor wat betreft vergelijkbare metingen.

Zijn deze vragen allemaal opgelost, of mogen we verwachten dat ze op tijd worden opgelost zodat de industrie, als dat nodig is, in de korte tijd die daarvoor is kan reageren?

 
  
MPphoto
 
 

  Paul Rübig (PPE-DE).(DE) Ik zou graag weten of het niet de moeite waard is om premies te bieden voor het uit de markt halen van oudere auto’s. Die hebben immers het grootste brandstofverbruik en de hoogste CO2-uitstoot. Kunt u een systeem met premies daarvoor overwegen?

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EN) Het is heel interessant dat fiscale aansporingen werden benadrukt in de conclusies van de G8. In de Europese Unie kunnen fiscale aansporingen van groot belang zijn om de aanschaf van schonere auto’s te stimuleren. In enkele landen worden dit soort maatregelen ingesteld. Frankrijk heeft dit bijvoorbeeld pas gedaan en dat lijkt veel beter te slagen dan verwacht.

We zijn ervan overtuigd dat de industrie in 2012 het doel van 120 gram haalt. We moeten niet vergeten dat ze sinds 1995 over dit doel weten en dat ze een vrijwillige overeenkomst hadden voor 140 gram per kilometer in 2008. Hoe dan ook, volgens onze milieueffectbeoordeling en de kostenraming die de industrie ons heeft gegeven, zullen ze dit op tijd bereiken.

Het verslag-King, een zeer belangrijk en interessant onderzoek dat voor het ministerie van verkeer van het Verenigd Koninkrijk is uitgevoerd, maakt zeer duidelijk dat het technologisch en economisch haalbaar is om dit doel in 2012 te halen. Natuurlijk moeten rekening worden gehouden met de zorgen van de industrie en de specifieke problemen van elke specifieke tak van de auto-industrie. Het is hoe dan ook aan u, het Europees Parlement, en de Raad om oplossingen aan te reiken die ons milieudoel bereiken en ook de concurrentiepositie van de Europese auto-industrie garanderen. We denken dat dit voorstel de auto-industrie zal stimuleren en dat we het “first move”-voordeel hebben. Bovendien bespaart de Europese consument door minder aan energie te besteden, zeker met de zeer hoge huidige olieprijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 44 van Johan Van Hecke (H-0470/08)

Betreft: Biobrandstoffenbeleid

De commissaris gaf eerder te kennen dat de Europese Unie haar prioriteiten inzake biobrandstoffen moet herzien als blijkt dat ze een negatieve impact hebben op de voedselvoorziening in arme landen. Maar volgens zijn collega Mariann Fischer Boel vallen de gevolgen van het biobrandstoffenbeleid voor de voedselprijzen wel mee.

Volgens Speciale VN rapporteur Jean Ziegler is de massale próductie van biobrandstoffen echter een misdaad tegen de menselijkheid, gezien de impact op de wereldwijde voedselprijzen. Ook de FAO stelt dat de snelle opkomst van biobrandstoffen de prijzen van een aantal landbouwgewassen flink de hoogte ingejaagd, en op die manier heeft bijgedragen tot de huidige voedselcrisis.

Volgens de OESO zullen de landbouwprijzen de komende jaren nog meer stijgen. Wanneer zal het voor de commissaris duidelijk zijn of de gevolgen schadelijke effecten hebben of niet? Is de Commissie van plan hier onderzoek naar te verrichten en zo ja, wanneer zal de commissaris met een evaluatie kunnen komen?

 
  
MPphoto
 
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) De Europese Unie is binnen de transportsector een doel overeen gekomen van tien procent voor duurzame brandstoffen. Dit percentage geldt vanaf 2020. Ik denk dat het belangrijk is dat het over “duurzame middelen” hebben. Het gaat niet alleen over biobrandstof, het gaat niet alleen om ethanol of biodiesel. Het kan ook om elektrische auto’s gaan, daarom moeten we dit onderscheid maken.

Ik denk dat we moeten concluderen dat het met zo’n lange aanlooptijd onwaarschijnlijk is dat dit van invloed is geweest op het huidige prijsniveau. Volgens onze berekeningen zou dit in 2020 in vergelijking met 2006 een verhoging betekenen tussen de drie en zes procent voor graanprijzen, acht tot tien procent voor koolzaad en vijftien procent voor zonnebloem. Daarbij is aangenomen dat de tweede generatie van biobrandstoffen een aandeel heeft van dertig procent.

Ik denk dat ik enige aarzeling zie bij enkele leden van het Parlement. Een van de eerwaarde leden lijkt het er niet mee eens te zijn. Ik denk dat u er rekening mee moet houden dat nogal wat van de huidige stijgingen in voedselprijzen komen door de hoge olieprijzen. We hebben veel berekeningen en milieueffectbeoordelingen gezien van het OECD en de meest recente daarvan zegt duidelijk dat een geschatte olieprijs van 130 euro per vat een stijging in gewasprijzen tussen negen en dertien procent betekent. Dit houdt dus verband met de stijging in olieprijs en niet met de discussie over duurzame energie.

Ik denk dat het ook duidelijk is dat de invloed wordt beperkt door een hopelijk groeiend gebruik van de tweede generatie biobrandstoffen. Ons beleid moedigt dit aan.

De tweede generatie biobrandstoffen worden uit grondstoffen geproduceerd die geen voedselgewassen zijn en komen niet slechts van speciale energiegewassen, maar ook van bronnen zoals gerecyclede plantaardige olie, dierlijke vetten, nevenproducten van de bosbouwindustrie, bosrestproducten en vaste afvalstoffen zoals grassen.

De Commissie heeft hier op 23 januari een voorstel ingediend voor een richtlijn voor de bevordering van energie uit duurzame bronnen. De Commissie stelde daarin voor dat zij onder andere toezicht houdt op de wijzigingen in de grondstofprijzen die verband houden met het gebruik van biomassa voor energie en alle daarmee verbonden positieve en negatieve invloeden op de voedselzekerheid.

Daarnaast stelt de Commissie voor om iedere twee jaar verslag te doen, onder andere over de invloed van ons Europese biobrandstofbeleid op de beschikbaarheid van levensmiddelen in exporterende landen, of mensen in ontwikkelingslanden de levensmiddelen kunnen betalen en verdere ontwikkelingskwesties.

De Commissie heeft haar standpunt betreffende de oorzaak van de recente stijging van voedselprijzen onlangs genoemd in de mededeling “Het probleem van de stijging van de voedselprijzen aanpakken – richtsnoeren voor maatregelen van de EU”.

De Commissie zal dus, gezien de veranderlijkheid en complexiteit van de huidige prijstrends, nauw toezien op de prijsontwikkelingen in de Europese Unie en internationaal en aan het einde van het jaar verslag doen van de ontwikkeling van de situatie.

Zoals gesteld in de mededeling tonen analyses aan dat, hoewel de vraag naar landbouwproducten ook wordt beïnvloedt door de biobrandstofmarkt, de huidige Europese productie van biobrandstof weinig invloed heeft op de huidige wereldwijde voedselprijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Johan Van Hecke (ALDE). - (NL) Ik zou de commissaris willen danken voor het antwoord. Anderhalf jaar geleden waren biobrandstoffen nog een wondermiddel in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Vandaag, blijkt nu, worden zij stilaan verguisd en ik neem akte van het feit dat de Commissie de bocht die de ministers van Energie hebben genomen tijdens het weekeinde – ook al zal zij dat waarschijnlijk ontkennen – ondersteunt.

De vraag die ik zou willen stellen – de commissaris heeft ons hier overdonderd met een aantal cijfers – is of de Commissie het eens is met de studie van de Wereldbank, waarin sprake is van het feit dat 75 procent van de biobrandstoffen verantwoordelijk zouden zijn voor 75 procent van de wereldwijde stijging van de voedselprijzen. Ook de FAO gaat identiek in dezelfde richting en de speciale VN-rapporteur, mijnheer Ziegler, noemt de massale productie van biobrandstoffen een misdaad tegen de menselijkheid.

Is mevrouw Fischer het eens met de Wereldbank, de FAO en de VN?

 
  
MPphoto
 
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Ik denk allereerst dat we in de afgelopen tijd hebben gezien dat duurzame energie en biobrandstoffen de schuld kregen toegeschoven voor de stijgende prijzen binnen de sector van landbouwproducten. Het is duidelijk dat er meerdere redenen zijn voor deze stijgingen. De ongunstige weersomstandigheden die er in sommige delen van de wereld waren, hadden grote invloed. De invloed daarvan was bijna vier keer zo groot als die van biobrandstoffen.

Ten tweede was er een enorme vraag vanuit Azië. In China en India begint de vleesconsumptie op gang te komen. Dit betekent dat ze veel meer granen importeren dan vroeger.

Ten derde is er speculatie, investeerders verplaatsen hun geld van aandelen, effecten en gebouwen naar landbouwproducten, naar goud en zilver. De reden hiervoor is duidelijk.

Wat ook heeft bijgedragen is dat bepaalde landen hun grenzen voor de export van landbouwproducten hebben gesloten. Als we kijken naar de Verenigde Staten is het feit dat maïs daar nu op grote schaal voor bio-ethanol wordt gebruikt van invloed geweest op de maïssector. Dit is natuurlijk van invloed op de wereldmarktprijs voor maïs. In Europa gebruiken we echter maar één procent van ons productiegebied voor duurzame energie. Dat kan geen invloed hebben op het prijsniveau dat we zien.

Het is belangrijk dat we duurzame energie op een duurzame manier produceren en dat we bepaalde criteria toepassen op de verschillende soorten duurzame energie. We hebben duidelijk gesteld dat een vermindering van CO2-uitstoot van 35 procent het minimum is en dat we bereid waren om verder te gaan. Vijftig procent is bijvoorbeeld genoemd als een cijfer dat in 2015 geïntroduceerd kan worden.

Wat betreft het verzoek van het eerwaarde lid over het onderzoek van de Wereldbank, moet ik ten eerste zeggen dat dit nog niet is gepubliceerd. Er is een illegaal exemplaar uitgelekt. De Wereldbank kan dus moeilijk reageren op iets dat nog niet is gepubliceerd. Ik moet echter zeggen dat ik persoonlijk wil zien dat de Wereldbank belooft en bevestigt dat ze voor de 75 procent willen gaan. Ik geloof niet dat 75 procent een getal is dat valt te verdedigen. Het gaat niet eens om graanprijzen, maar over voedselprijzen. Als we in gedachte houden dat bij voedsel soms, bij brood bijvoorbeeld, maximaal tien procent van de prijs betrekking heeft op tarwe, dan kan ik me gewoon niet voorstellen dat het cijfer van 75 procent klopt.

Ik bespreek dit zeer graag met het Europees Parlement als het verslag openbaar is gemaakt en we een goede basis hebben voor een gesprek en niet slechts geruchten die in één krant verschenen toen het verslag is uitgelekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Commissaris, ik bewonder dat u zo vasthoudend bent bij het vasthouden aan de beleidslijn over de lage invloed van biobrandstoffen op voedselprijzen, maar ik vraag me af hoe lang u dat nog volhoudt. U bent er al op gewezen dat u bijzonder veel afwijkt van andere experts overal ter wereld. U hebt over de FAO gehoord en het lijkt dat de Wereldbank er ook zo over denkt.

U stelt steeds dat we slechts één procent van onze productie in biobrandstoffen steken. Dat kan wel zo zijn, maar in Europa zijn we zo zeer afhankelijk van de import van onze levensmiddelen uit Amerika. Daar komt de invloed op voedselprijzen vandaan. We moeten dat onder ogen zien en zo snel mogelijk overgaan naar de tweede en zelfs de derde generatie. Daar moet de Commissie zich op richten.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE). - (EN) Het lijkt mij dat als de aanpassingstijd een argument is, olieprijzen eerder niet de oorzaak kunnen zijn van de stijging van grondstofprijzen dan biobrandstoffen. Kan de commissaris in elk geval bij de Wereldbank aandringen op publicatie van het resultaat? Kan ze hen schrijven en aangeven dat we dit verslag graag gepubliceerd zien zodat we de inhoud daarvan kunnen bespreken? Denkt de Commissie niet dat we op die grond in de tussentijd moeten aandringen op een verbod op alle nieuwe biobrandstofproducten die niet volledig gemaakt zijn uit niet eetbare nevenproducten van voedsel en voedselverwerking?

 
  
MPphoto
 
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Allereerst, in reactie op de heer Allister, als we het hebben over afhankelijkheid van levensmiddelen binnen de Europese Unie hebt u groot gelijk. We zijn afhankelijk, vooral voor de import van sojabonen. Daarom zijn er aanhoudend discussies over de mogelijkheid om een oplossing te vinden voor de ggo-kwestie om zo de prijs van geïmporteerde sojabonen te verlagen. Dit is verreweg het grootste en belangrijkste gewas voor onze varkensvleesindustrie.

Ik had gehoopt de eerwaarde leden te overtuigen dat we eigenlijk behoorlijk veel doen qua stimulering van en investering in de tweede generatie van biobrandstoffen. Ik ben het met u allemaal eens dat de eerste generatie geen langetermijnoplossing is. We hebben de eerste generatie wel nodig als opstap voor de tweede generatie. Als we nu een duidelijk maken dat we ons doel van tien procent niet meer vasthouden, kan ik verzekeren dat alle investeringen in de Europese Unie verdwijnen en de investeringen naar Zuid-Amerika gaan. Dan worden we afhankelijk van de import van onze biobrandstof uit Brazilië waar deze uit suikerriet wordt gemaakt. Dan is onze onafhankelijkheid, zoals we die voor ogen hebben, veel moeilijker te bereiken.

Voor wat betreft het nog niet gepubliceerde verslag van de Wereldbank. Ik ga ervan uit dat we het er over eens zijn dat het nog niet is gepubliceerd, maar het is uitgelekt. Toevallig zat op de ochtend dat we het persverslag over de 75 procent kregen de hoofdeconoom van de wereldbank in mijn kantoor en hij kon die 75 procent niet bevestigen.

Ik weet zeker dat we nog terugkomen op deze kwestie en ik bespreek, zoals eerder gezegd, dit zodra we het vaste fundament van een gepubliceerd verslag hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 45 van Paulo Casaca (H-0479/08)

B