Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0803(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0285/2008

Debatten :

PV 01/09/2008 - 17
CRE 01/09/2008 - 17

Stemmingen :

PV 02/09/2008 - 5.13
CRE 02/09/2008 - 5.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0381

Debatten
Maandag 1 september 2008 - Brussel Uitgave PB

17. Europees justitieel netwerk – Versterking van Eurojust en wijziging van Besluit 2002/187/JBZ - Toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het gezamenlijke debat over de volgende verslagen:

- A6-0292/2008 door mevrouw Kaufmann, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, betreffende het Europees justitieel netwerk (05620/2008 - C6-0074/2008 - 2008/0802(CNS));

- A6-0293/2008 door mevrouw Weber, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, versterking van Eurojust en wijziging van Besluit nr. 2002/187/JHA (05613/2008 - C6-0076/2008 - 2008/0804(CNS));

- A6-0285/2008 door de heer França, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, betreffende toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen (05598/2008 - C6-0075/2008 - 2008/0803(CNS)).

 
  
MPphoto
 

  Rachida Dati, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is voor mij een grote eer vandaag tot u te mogen spreken en mijn diepe toewijding uit te mogen drukken aan de waarden van de Europese Unie. De kern van deze waarden wordt zonder twijfel gevormd door gerechtigheid. U wilde deze deelzitting beginnen met een gezamenlijk debat over juridische zaken. Dit geeft blijk van het belang dat het Parlement hecht aan zaken van justitiële samenwerking en de bescherming van de grondrechten. Ook ik hecht veel belang aan deze zaken en ik dank u voor deze gelegenheid.

Zoals de Voorzitter net al zei, staan er drie teksten op de agenda: het besluit over het Europees justitieel netwerk, het besluit over Eurojust en het kaderbesluit over de tenuitvoerlegging van verstekvonnissen. Deze drie teksten zullen de justitiële samenwerking binnen de Europese Unie verbeteren en de wijze waarop de lidstaten werken, veranderen. Iedereen die in onze landen op het justitiële vlak werkzaam is, wacht vol ongeduld op deze drie initiatieven. Het werk van de Raad justitie en binnenlandse zaken van 25 juli heeft mogelijk gemaakt dat er politieke overeenkomst kan worden bereikt ten aanzien van de ontwerpbesluiten over het Europees justitieel netwerk en de versterking van Eurojust. Door de gezamenlijke inspanningen van het Sloveense en het Franse voorzitterschap is dit in minder dan een jaar teweeggebracht. Deze twee ontwerpbesluiten geven de Europese burger meer bescherming en versterken in strafrechtelijk opzicht de justitiële samenwerking. Dit alles geeft blijk van een Europese Unie die weet op te treden, en die vooruitgang kan boeken zonder daarbij de vrijheden en de grondrechten uit het oog te verliezen.

Ten aanzien van het Europees justitieel netwerk geldt dat het ontwerpbesluit dat bedoeld is ter vervanging van de gezamenlijke actie van 1998, de verplichtingen van Eurojust en het netwerk verheldert. Het houdt rekening met de wens van de lidstaten om beide organen te behouden en hun complementariteit te vergroten. Door veilige communicatiemiddelen te creëren tussen Eurojust en het Europees justitieel netwerk wordt voor effectievere justitiële samenwerking en meer wederzijds vertrouwen gezorgd. Het Europees justitieel netwerk is een bekend en gerenommeerd middel, dat zijn nut bij het bevorderen van de contacten tussen alle betrokkenen op dit vlak, reeds heeft aangetoond. Het verslag van Sylvia Kaufmann benadrukt dan ook het nut en het succes van het netwerk. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar het aanpassingsvermogen van het netwerk, hetgeen met name tegemoet komt aan de behoeften van magistraten. Verder beklemtoont het verslag het belang om deze flexibiliteit en gedecentraliseerde structuur te behouden.

Mevrouw Kaufmann, u hebt in grote lijnen het oorspronkelijke voorstel overgenomen en ondersteund, waarvoor ik u dankbaar ben. Ook hebt u een aantal bezwaren geuit. U hebt terecht opgemerkt dat er voor veilige telecommunicatie moet worden gezorgd, die geheel in overeenstemming is met de regels inzake gegevensbescherming. Wij zijn het daar geheel en al mee eens. Ik kan u verzekeren dat de Raad nauwgezet rekening zal houden met de door het Parlement goedgekeurde voorstellen. De beoordeling van het functioneren van het Europees justitieel netwerk gaat hand in hand met de versterking van Eurojust. De een kan niet zonder de ander. Na zes jaar Eurojust leert de ervaring dat wij het functioneren van deze eenheid voor justitiële samenwerking moeten verbeteren. Eurojust is niet voldoende geïnformeerd, met name ten aanzien van terrorisme. De bevoegdheden van de nationale leden zijn niet geharmoniseerd en de operationele capaciteit van Eurojust is te weinig ontwikkeld.

De tekst waarover op 25 juli algehele politieke overeenkomst is bereikt, vormt een belangrijk stadium in de opbouw van een Europees justitieel netwerk. U zult zich allen maar al te bewust zijn dat de strijd tegen alle vormen van ernstige criminaliteit een van de prioriteiten van de Europese Unie vormt. In 2004 zijn bijvoorbeeld veertien zaken met betrekking tot de handel in mensen doorverwezen naar Eurojust; in 2007 waren dit er maar liefst 71. Dit geeft aan dat wij effectieve middelen nodig hebben voor de strijd tegen deze handel, die op ongekende schaal wordt gevoerd en waar duizenden van onze burgers het slachtoffer van worden.

Eurojust moet daarnaast een toonaangevende eenheid binnen de Europese justitiële samenwerking worden. Dankzij deze tekst waarover de Raad justitie en binnenlandse zaken overeenstemming heeft weten te bereiken, zal Eurojust beter functioneren en beter reactief kunnen ingrijpen. Om die reden is dit voor ons een belangrijke stap vooruit.

Ik zou in het bijzonder Renate Weber willen feliciteren met haar werk en haar willen danken voor haar steun. Ik heb getuige mogen zijn van haar enorme toewijding en haar wens om dit voorstel tot een succes te maken.

Door de versterking van Eurojust worden de privileges van de nationale leden versterkt. Er wordt een coördinatiecel voor noodgevallen opgezet en de overdracht van gegevens wordt verbeterd met als doel beter in te gaan op de problemen waar wij voor staan als gevolg van nieuwe vormen van criminaliteit. Sommigen van ons hadden wellicht een nog ambitieuzere aanpak gewild. Maar omdat het institutionele kader dit niet toelaat, moeten wij op basis van de bestaande wetgeving en zonder uitstel elke mogelijkheid om Eurojust te versterken, zien te benutten.

Met een aantal van de door u geuite bezwaren is rekening gehouden. De verslaglegging aan het Parlement over de werking van Eurojust zal zeer serieus genomen worden.

Ten aanzien van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning, hetgeen ook een centraal aspect vormt bij de opbouw van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, worden door het kaderbesluit inzake de tenuitvoerlegging van verstekvonnissen de bestaande instrumenten, zoals het Europese arrestatiebevel, versterkt. Het is van cruciaal belang dat een uitspraak dat door een lidstaat is gedaan bij verstek van een persoon, in de gehele Europese Unie kan worden afgedwongen. Het kaderbesluit gaat ook vergezeld van een uitbreiding van de procedurele rechten van mensen. Dit betekent dat de handhaving van uitspraken die bij verstek zijn gedaan enerzijds wordt versterkt, maar dat anderzijds het recht op verdediging te allen tijde wordt gerespecteerd. Het kaderbesluit is niet zozeer gericht op een wijziging van de nationale regels, maar veeleer op een betere tenuitvoerlegging van verstekvonnissen.

Uw verslag, mijnheer França, onderstreept hoe belangrijk het is dat de bestaande instrumenten worden geharmoniseerd en dat het recht om tijdens procedures te worden gehoord, moet worden gegarandeerd. De diversiteit van de diverse rechtsstelsels moet worden gerespecteerd, bijvoorbeeld ten aanzien van hoe een persoon wordt gedagvaard. De Raad deelt deze zorgen en in het ontwerpvoorstel wordt derhalve het gezamenlijke debat over versterking van de grondrechten binnen de Europese Unie opnieuw opgevoerd. Ik weet dat uw Parlement de grootst denkbare waarde aan deze kwestie hecht. De Raad zal uw voorstellen, die zich over het algemeen langs dezelfde lijnen bewegen als de tekst waarover door de Raad politieke overeenkomst is bereikt, in beraad nemen. Dit is met name het geval met de voorstellen inzake de vertegenwoordiging door een raadsman en het recht op een herzieningsproces. Deze amendementen vormen zonder enige twijfel een verbetering van het oorspronkelijke voorstel.

Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Raad zal de voorstellen die deze week worden aangenomen, zorgvuldig bestuderen en ik kan u nogmaals verzekeren dat het voorzitterschap zeer graag met het Parlement samenwerkt. Wij moeten gezamenlijk de weg vooruit vinden en ik zal nooit uit het oog verliezen dat u de vertegenwoordigers bent van de Europese bevolking. Door middel van deze drie teksten wordt er vooruitgang geboekt in de zin van justitiële samenwerking op het gebied van strafzaken en daarnaast in de zin van het algemeen welzijn van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Zoals u zojuist al zei, mevrouw Dati, bevinden wij ons op een cruciaal punt in de formatie van de Europese justitiële ruimte die wij allen zo graag tot stand willen brengen en waaraan het Europees Parlement een essentiële bijdrage levert.

Ik zou de rapporteurs, mevrouw Kaufmann, mevrouw Weber en de heer França, willen danken voor hun voortreffelijke verslagen met betrekking tot deze drie initiatieven. De documenten laten zien dat het Europees Parlement de voorstellen van de lidstaten ondersteunt. Ook verheugt het mij, mevrouw Dati, dat de bijeenkomst van de Raad van 25 juli zo vruchtbaar is gebleken en tot politieke overeenkomst ten aanzien van alle drie de teksten heeft geleid. De Commissie ondersteunt de drie initiatieven en wij hebben geprobeerd een constructieve bijdrage te leveren aan het werk van de Raad.

Wat Eurojust en het Europees justitieel netwerk aangaat, hebben de lidstaten, geïnspireerd door onze mededeling van oktober 2007 over dit onderwerp, duidelijk blijk gegeven van hun wens om te convergeren. Veel van de voorstellen zijn terecht gekomen in deze twee initiatieven van de lidstaten: het harmoniseren van de bevoegdheden van de nationale leden van Eurojust, het versterken van de rol van het college in het geval van conflicterende jurisdictie, het verbeteren van de verspreiding van informatie van nationale leden aan Eurojust, en het mogelijke aanstellen van verbindingsmagistraten bij Eurojust voor derde landen. Veel van de amendementen die zijn voorgesteld in de zeer nuttige verslagen van mevrouw Kaufmann en mevrouw Weber zijn reeds meegenomen in de besprekingen van de Raad. Amendement 32 op het besluit inzake Eurojust, zoals verwoord in het verslag van mevrouw Weber, is bijvoorbeeld gericht op verbetering van het niveau van gegevensbescherming in derde landen die samenwerken met Eurojust. Deze samenwerking zal niet alleen worden gecontroleerd wanneer de overeenkomst wordt gesloten, maar ook nadat deze van kracht is gegaan. De Commissie heeft voorgesteld om dit idee op te nemen, en het ontwerp is dienovereenkomstig aangepast. Nu is opgenomen dat de samenwerkingsovereenkomst bepalingen moet bevatten over de controle van de toepassing daarvan, met inbegrip van de toepassing van de bepalingen inzake gegevensbescherming.

Ik zal nog een voorbeeld noemen: amendement 38 op het besluit inzake het Europees justitieel netwerk, zoals opgenomen in het verslag van mevrouw Kaufmann. Zoals mevrouw Dati al aangaf, is de bedoeling van dit amendement te zorgen dat er elke twee jaar aan het Europees Parlement verslag wordt uitgebracht van de activiteiten van het Europees justitieel netwerk. Dit amendement wordt ondersteund door de Commissie en is nu opgenomen in de tekst van het ontwerpbesluit.

Zoals u weet heeft de Raad politieke overeenkomst bereikt over de initiatieven voor Eurojust en het netwerk. Ik hoop dat de Raad deze twee instrumenten snel formeel zal aannemen en, wat even belangrijk is, dat de lidstaten snel de nodige stappen zullen nemen om de besluiten volledig in hun nationale rechtsstelsels op te nemen.

Ten aanzien van het verslag van França over de tenuitvoerlegging van verstekvonnissen, stel ik vast dat de meeste amendementen zo niet in de letter, dan toch in ieder geval in de geest, zijn opgenomen in de tekst die door de Raad JBZ op 5 en 6 juni is aangenomen.

Dit is nog maar een klein aantal van mijn observaties, mevrouw de Voorzitter. Ik zal uiteraard de voorstellen van het Parlement nauwlettend volgen. Ik ben hoe dan ook blij dat wij deze deelzitting zijn begonnen met werk dat uitermate positief is voor de toekomst van het de Europese justitiële ruimte.

 
  
MPphoto
 

  Sylvia-Yvonne Kaufmann, rapporteur. (DE) Mevrouw de Voorzitter, als het mij toegestaan is, zou ik graag gebruik willen maken van de volledige aan mij toegewezen spreektijd. Ik ben verheugd te zien dat de fungerend voorzitter van de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie hier vandaag aanwezig zijn.

De Commissie heeft mijn verslag over het Europees justitieel netwerk unaniem aangenomen. De samenwerking was uitermate constructief en ik zou graag iedereen willen bedanken, maar in het bijzonder de heer Popa, mevrouw Gebhardt en mevrouw Weber, de rapporteur inzake Eurojust.

Het Europees justitieel netwerk – kort gezegd het EJN – bestaat nu tien jaar en heeft zijn waarde in de praktijk bewezen. Ook na de introductie van Eurojust in 2002, bleek het EJN nog altijd relevant te zijn. Bij het EJN gaat het niet om het coördineren van onderzoek, maar om het bevorderen van rechtstreekse contacten, de juiste afhandeling van wederzijdse verzoeken om justitiële ondersteuning en het bieden van informatie. Het is daarom belangrijk dat de gedecentraliseerde structuur van het EJN onaangetast blijft. Alleen waar nodig, of daar waar de wijzigingen van nature voortvloeien uit de praktijkervaringen van de afgelopen jaren, moeten wijzigingen worden aangebracht. Een voorbeeld daarvan is het instellen van nationale contactpunten, die binnen de lidstaten een coördinerende rol spelen en die verantwoordelijk zijn voor het contact dat wordt onderhouden met het secretariaat van het EJN.

Een belangrijke vernieuwing is de vestiging van een beveiligd telecommunicatienetwerk. Ik was verheugd te horen dat de fungerend voorzitter van de Raad ook aan dit punt aandacht heeft besteed. Tussen de autoriteiten in de lidstaten worden persoonsgegevens uitgewisseld en hieronder vallen ook gevoelige gegevens zoals vingerafdrukken in verband met een Europees arrestatiebevel. Om in dit geval te zorgen voor veilige gegevensoverdracht, is het onontbeerlijk een goed beveiligd telecommunicatienetwerk te hebben. Het is bijvoorbeeld niet acceptabel dergelijke gegevens per fax te versturen. Al in 1998, toen het EJN werd gevestigd, gingen de gedachten uit naar een beveiligd telecommunicatienetwerk, maar tot op heden bleek het nog onmogelijk tot overeenstemming te komen over de modaliteiten daarvan, naar het schijnt vanwege de kosten.

In het verslag wordt voorgesteld om allereerst alleen voor de contactpunten voor beveiligde telecommunicatie te zorgen. Omdat het echter de bedoeling is dat alle contacten tussen de bevoegde autoriteiten rechtstreeks verlopen, is de tweede stap dat alle relevante autoriteiten voor rechtshulp in de desbetreffende lidstaten in het beveiligde telecommunicatienetwerk moeten worden geïntegreerd. Vanwege de gevoeligheid van de gegevens wordt in het verslag verwezen naar de relevante bepalingen inzake gegevensbescherming, en ik zou nogmaals willen benadrukken hoe belangrijk het in deze context is om een krachtige kaderrichtlijn te hebben voor de bescherming van persoonsgegevens in het kader van de derde pijler. Dit zou dan ook moeten gelden voor de uitwisseling van gegevens tussen de diverse contactpunten in de lidstaten. Helaas moet de Raad een dergelijk kaderbesluit als lex generalis aannemen, en dit is dan ook de reden waarom de bepalingen inzake gegevensbescherming direct in de wetstekst zelf zijn opgenomen.

Het functioneren van het EJN hangt in grote mate af van de contactpunten. Daarom zijn er op basis van specifieke criteria richtsnoeren opgesteld voor de selectie van contactpunten. Personen die optreden als contactpunt moeten in ieder geval een goede taalvaardigheid hebben in ten minste één andere EU-taal en moeten ervaring hebben op het vlak van internationale samenwerking in strafzaken en tevens hebben gewerkt als rechter, openbaar aanklager of overige functionaris in het rechtssysteem. Het is van belang dat deze richtsnoeren door de lidstaten worden nageleefd, en uiteraard zullen zij er ook voor moeten zorgen dat de contactpunten worden uitgerust met de juiste middelen.

Om de samenwerking tussen het EJN en Eurojust te verbeteren en tot een betere coördinatie van hun activiteiten te komen, moeten de leden van Eurojust uitgenodigd worden om vergaderingen van het EJN bij te wonen en vice versa. In het besluit inzake Eurojust staat nader gespecificeerd wanneer de justitiële autoriteiten van de lidstaten – met andere woorden, de contactpunten van het EJN – Eurojust over specifieke zaken moeten informeren. Het huidige besluit vormt in die zin een aanvulling op deze verplichting dat het EJN en Eurojust elkaar wederzijds informeren over alle gevallen waarin zij van mening zijn dat de ander daar beter mee om kan gaan. Deze regel gaat uit van flexibiliteit en behoefte, en het doel ervan is situaties te vermijden waarin nationale autoriteiten al te uitgebreide informatie moeten leveren aan Eurojust en tevens situaties te vermijden waarin Eurojust wordt overspoeld met informatie die de autoriteit simpelweg niet kan verwerken.

Tot slot, wat de verslaglegging van de administratie en de activiteiten van het netwerk aangaat, dit zal moeten worden verricht door het EJN zelf, en niet alleen aan de Raad en de Commissie, maar ook aan het Parlement. Het doet mij deugd dat deze benadering uitdrukkelijk wordt gesteund door de Commissie.

Op basis van het huidige besluit wordt het Europees justitieel netwerk aangepast aan de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, en wordt zijn relatie met Eurojust nauwkeuriger gedefinieerd. Als gevolg kan het Europees justitieel netwerk beter voldoen aan zijn mandaat op het vlak van justitiële samenwerking ten aanzien van strafzaken, met name vanaf het moment dat het Verdrag van Lissabon van kracht gaat, met inbegrip van de communautarisering van justitiële samenwerking ten aanzien van strafzaken, die daarin is vastgelegd.

 
  
MPphoto
 

  Renate Weber, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, zonder de betrokkenheid van de reeds gevestigde Europese agentschappen, waarvan de mogelijkheden zouden moeten worden uitgebreid om met het oog op bestrijding van de georganiseerde grensoverschrijdende misdaad op te treden en te reageren, zou het ideaal van de Europese Unie als een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid weinig meer dan een nobel streven zijn.

Ik zou mijn dank willen uitspreken aan de schaduwrapporteurs, met wie ik ten aanzien van alle aspecten van dit verslag goed heb samengewerkt, en daarnaast aan de voorzitter van Eurojust en zijn team voor hun openheid gedurende het algehele proces.

Tijdens mijn werk aan dit verslag heb ik veel collega’s horen pleiten voor een Europese aanklager. In dit opzicht ben ik veel meer voor harmonisering en het opzetten van een Europees rechtsstelsel dan voor het uitbreiden van de samenwerking. Om een aantal redenen zijn wij echter voorlopig nog ver verwijderd van dit doel: ten eerste bestaat er nog geen Europese wetgeving met betrekking tot de kwestie van jurisdictie in gevallen die onder de bevoegdheid van Eurojust vallen; ten tweede staan de lidstaten nog afkerig tegenover het overdragen van hun onderzoeksbevoegdheden aan een Europees agentschap. De tekst over de mogelijkheid dat de nationale leden van Eurojust deel uit gaan maken van een gezamenlijk onderzoeksteam, is hier een treffend voorbeeld van.

Het valt moeilijk met elkaar te rijmen dat de leden van het Europees Parlement enerzijds bereid zijn nu echt ernstige grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken, met inbegrip van het verlenen van meer bevoegdheden aan Eurojust, waarbij men zich wel zorgen maakt over het respect voor de mensenrechten, terwijl de lidstaten anderzijds het één prediken en het ander in hun wetgeving doen. Hoe kunnen wij de Europese burger uitleggen dat wij een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid willen creëren, als de lidstaten zelf onze eigen Europese agentschappen niet vertrouwen?

Als Parlement begrijpen en aanvaarden wij dat Eurojust 24 uur per dag en zeven dagen per week moet kunnen functioneren. De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderschrijft eveneens dat als Eurojust doelmatig wil werken, het van cruciaal belang is dat de nationale leden dezelfde justitiële bevoegdheden hebben als die zij genieten in hun eigen land. Ook heb ik vóór versterking van de betrekkingen tussen Europol en het Europees justitieel netwerk gestemd, en voor het instellen van overige Europese en internationale agentschappen, zoals Frontex, Interpol en de Werelddouaneorganisatie.

Wat wij als leden van het Parlement vragen – en het verslag vormt van deze benadering een weerslag – is een juist evenwicht tussen de bevoegdheden van Eurojust en de nationale leden enerzijds en de rechten van de gedaagden anderzijds. Dit is ook de reden waarom een aantal van de amendementen die ik heb voorgesteld, bedoeld zijn om het niveau van de bescherming van de procedurele rechten te verhogen, zoals het recht op verdediging, het recht op een eerlijk proces, het recht te worden geïnformeerd en het recht op juridisch verhaal. En al beseffen wij terdege dat het agentschap reeds een solide systeem voor gegevensbescherming heeft, toch hebben wij tegelijkertijd een aantal amendementen voorgesteld om extra voorzorgsmaatregelen te nemen.

Er bestaat echter nog altijd bezorgdheid over de gegevens die worden verstuurd naar derde landen en internationale organisaties, aangezien het een feit is dat wij in wezen niet weten wat er met deze gegevens gebeurt. Om te zorgen dat onze eigen Europese standaarden worden nageleefd, heb ik daarom voorgesteld een evaluatiemechanisme in te voeren. Ik zou commissaris Barrot willen danken voor het feit dat hij hier gewag van heeft gemaakt.

Tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, maak ik mij zorgen over de rol die het Europees Parlement zou moeten spelen met betrekking tot Eurojust. Dat wij niet weten wat het lot wordt van het Verdrag van Lissabon, maakt het geheel alleen maar problematischer. Er is echter niets in de huidige communautaire wetgeving dat het Parlement ervan weerhoudt een actieve rol te spelen in het toezicht op de activiteiten van Eurojust. Het is geheel en al een kwestie van politieke wil, en ik hoop dan ook dat dit Parlement gelegenheid krijgt zich van deze taak te kwijten.

 
  
MPphoto
 

  Armando França, rapporteur. − (PT) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Dati, commissaris, dames en heren, het opbouwproces van Europa betrof aanvankelijk de communautarisering van de economische ruimte. Stap voor stap is de Gemeenschap via deze door Jean Monnet en zijn stichters bedachte methode, terechtgekomen in andere gebieden om gemeenschappelijke oplossingen op de gemeenschappelijke problemen te vinden.

Wij zijn nog lang niet aan het einde van deze lange en moeizame weg. Er zal nog een aantal forse en ingrijpende stappen moeten worden genomen. Een van de vlakken die voor tal van complexe en moeilijke problemen zorgt binnen de Europese Unie, die inmiddels is uitgebreid tot 27 lidstaten en bijna 500 miljoen inwoners telt, is justitie. Justitie is een van de pijlers van onze democratie en een van de instrumenten die de vrijheid ondersteunen. Democratie en vrijheid zijn twee van de fundamentele waarden van de EU. Bijgevolg is justitie, vanwege de problemen die wij ervaren bij het opbouwproces van Europa zelf en vanwege de nieuwe problemen van het moderne leven, naar mijn mening van cruciaal belang geworden. Het probleem van justitie vraagt in het bijzonder de aandacht van al die EU-instellingen die verantwoordelijk zijn voor wetgeving, besluitvorming en het uitzetten van de politieke richtsnoeren op dit vlak. Vonnissen die in gerechtelijke procedures worden uitgesproken in afwezigheid van de gedaagde, zogezegde verstekvonnissen, vereisen andere procedurele oplossingen, die in grote mate van lidstaat tot lidstaat verschillen.

De situatie is ernstig omdat deze verschillende procedurele oplossingen een permanent obstakel vormen voor de handhaving in de ene lidstaat van de strafrechtelijke besluiten die zijn genomen in de andere lidstaat. De situatie verhindert, of voorkomt zelfs, de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning en zorgt zo voor een toename van de criminaliteit en de onveiligheid binnen de Unie.

Daarom verwelkomen wij dit wetsinitiatief van de Republiek Slovenië, Frankrijk, de Tsjechische Republiek, Zweden, de Slowaakse Republiek, het Verenigd Koninkrijk en de Bondsrepubliek Duitsland, zoals ontvangen en verwelkomd door de Raad. Het voornaamste doel is om procedurele regels vast te leggen over het dagvaarden van personen, herzieningsprocessen, het recht op passend beroep en de vertegenwoordiging door een raadsman. Door deze regels worden de gerechtelijke procedures sneller en doelmatiger. Ook vergroten zij de effectiviteit van het beginsel van wederzijdse erkenning ten aanzien van met name Europese arrestatiebevelen en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, maar daarnaast ook ten aanzien van financiële sancties, inbeslagnemingsbevelen en uitspraken en stafzaken waarbij gevangenisstraffen of overige maatregelen van vrijheidsontneming worden opgelegd ten behoeve van de handhaving daarvan in de Europese Unie. Ook de erkenning van en het toezicht op straffen, alternatieve straffen en voorwaardelijke veroordelingen moeten hierbij worden betrokken.

Het verslag dat ik vandaag aan het Parlement presenteer, bevat bijdragen van een groot aantal leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Daarnaast zijn tal van amendementen voorgesteld door mijzelf en mijn collega’s, hetgeen heeft geresulteerd in een groot aantal compromisamendementen en een stevige consensus tussen de PSE-, PPE-, ALDE-, Verts/ALE- en UEN-Fracties, met als uiteindelijke resultaat dat er slechts twee stemmen tegen dit verslag waren.

Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, dit verslag bevat derhalve amendementen op een voorstel voor een kaderbesluit van de Raad, die naar onze mening het besluit in technische zin waardevoller en in politieke zin krachtiger maken, met name ten aanzien van de procedures voor het dagvaarden van personen en de garantie van hun recht op verdediging, de mogelijkheid van de gedaagde om bij verstek te worden verdedigd en vertegenwoordigd door een raadsman die wordt aangesteld en betaald door de staat, en daarnaast de mogelijkheid van een herzieningsproces of passend beroep, in overeenstemming met de nationale wetgeving, op initiatief van de gedaagde die reeds bij verstek is veroordeeld.

Ter afsluiting wil ik nogmaals benadrukken hoe dankbaar ik ben voor het begrip van de kant van de fracties en voor de consensus die wij hebben bereikt, en ik hoop en wens dat als uitkomst van de stemming in ieder geval een ruime meerderheid zal worden gehaald.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verwelkom deze verslagen, met name het verslag inzake verstekvonnissen, aangezien dit het makkelijker en eenvoudiger zal maken voor al diegenen die zich moeten verdedigen of die gerechtelijke stappen moeten ondernemen in gevallen waar een of meerdere partijen verstek laten gaan. Verschillen in benadering tussen de lidstaten hebben tot een zekere mate van onzekerheid geleid en hebben het onderling vertrouwen in elkaars justitiële systeem ondermijnd.

Daarom ben ik blij met de verklaring van de minister dat de Raad zal gaan proberen dit proces voor alle lidstaten te harmoniseren, aangezien tot op heden sommige lidstaten zich niet echt hebben ingespannen om contact op te nemen met gedaagden. Ik geloof dat de taak om te zorgen dat gedaagden de implicaties begrijpen van vonnissen die in hun afwezigheid worden uitgesproken en dat zij weten dat hun fundamentele rechten in dit opzicht worden beschermd, ligt bij het justitieel systeem, waar dit zich ook bevindt.

Ik zou de Raad willen oproepen om te zorgen dat alle lidstaten een systeem hebben waar gedaagden vertegenwoordigd kunnen worden door een raadsman, ongeacht het land waarvan zij ingezetenen zijn.

Tot slot wil ik de rapporteurs feliciteren met het feit dat zij erin zijn geslaagd een complexe set gerechtelijke procedures te vereenvoudigen en voorstellen te doen die naar ik geloof meer inhoud geven aan het Europese arrestatiebevel.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa, namens de PPE-DE-Fractie.(RO) De grensoverschrijdende criminaliteit neemt toe en het justitieel systeem zal zich dus aan moeten passen aan de nieuwe situatie.

En daarom constateer ik enerzijds de behoefte dat de wetgeving tussen de lidstaten wordt geharmoniseerd en anderzijds de behoefte, met name in de huidige tijd, aan snelle en efficiënte informatie van de relevante autoriteiten van de lidstaten.

Dit verslag is duidelijk een stap op weg naar de oplossing van dit probleem, waar de Europese burgers en instellingen zo mee te stellen hebben. De modernisering van het Europees justitieel netwerk vormt een adequaat antwoord op het fenomeen van grensoverschrijdende misdaad. Het verslag, dat de unanieme steun heeft gekregen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, maakt het Europees justitieel netwerk doelmatiger en zorgt dat dit te allen tijde de benodigde informatie kan verstrekken en deze ook overal in de lidstaten kan verkrijgen.

Wie van deze modernisering profiteert, is de Europese burger, die zal merken dat de nationale justitiële instellingen nu over de nodige middelen beschikken voor een snel antwoord, door middel van een modern en beveiligd telecommunicatienetwerk.

Zowel Eurojust als de justitiële systemen in de lidstaten kunnen terugvallen op de structuur van het Europees justitieel netwerk en niemand kan nu nog het excuus aanvoeren dat de vereiste informatie ontbreekt. Als schaduwrapporteur van de Europese Volkspartij wil ik de rapporteur, mevrouw Silvia-Yvonne Kaufmann, danken voor haar inspanningen en voor de wijze waarop wij erin geslaagd zijn compromisoplossingen te vinden.

 
  
MPphoto
 

  Evelyne Gebhardt, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, minister, commissaris, het doet mij deugd dat wij hier vandaag bijeen zijn om te spreken over dit belangrijke pakket maatregelen, en ik ga er ook zonder meer van uit dat wij morgen de besluiten op basis van een zeer grote meerderheid zullen aannemen. Ik zou met name de rapporteurs met wie ik als schaduwrapporteur heb samengewerkt, mevrouw Kaufmann en mevrouw Weber, willen bedanken voor hun zeer goede samenwerking. Dit was immers een voorwaarde om tot een dergelijk goed resultaat te komen.

Goed werk is op dit vlak essentieel en ik ben dan ook zeer blij dat wat het Europees justitieel netwerk betreft, de bereikte uitkomst ons in staat stelt verder te bouwen op het werk dat reeds is verricht. Goede samenwerking tussen juristen, magistraten en de relevante autoriteiten in de lidstaten is van cruciaal belang als wij echt wetgeving en gerechtigheid voor onze burgers willen creëren, en dat is uiteindelijk toch wat wij willen.

In deze context ben ik met name dankbaar dat wij er eindelijk in geslaagd zijn de samenwerking tussen het Europees justitieel netwerk en Eurojust formeel vast te leggen en te zorgen voor koppelingen die alleen maar productief kunnen werken en waar wij alleen maar blij mee kunnen zijn. Nu echter steeds grotere hoeveelheden gegevens worden uitgewisseld, is het uiteraard steeds belangrijker dat deze gegevens goed worden beschermd. Dit betreft de veiligheid van de telecommunicatie alsmede die van de uitgewisselde gegevens. Ik ben daarom verheugd dat het Parlement, de Commissie en de Raad hierover overeenstemming hebben weten te bereiken, en nogmaals, dit is iets waar wij alleen maar blij mee kunnen zijn.

Het doet me evenzeer deugd te kunnen zeggen dat wij morgen een grote meerderheid zullen verkrijgen voor alle verslagen, voor deze uitbreiding die wij hebben voorgesteld (en die naar ik hoop ook zal worden bekrachtigd door de Commissie en de Raad), en deze toevoeging door het Europees Parlement waar wij mevrouw Weber voor moeten danken, namelijk dat de seksuele uitbuiting van kinderen en de kinderpornografie nu ook zijn opgenomen als strafbare feiten, hetgeen voorheen nog niet het geval was. Dit is, naar mijn oordeel een belangrijke zaak voor onze samenleving, en één die ik hier graag wil benadrukken.

In deze context is het voor de Sociaal-democratische Fractie van specifiek belang – maar ook hier hebben wij naar mijn oordeel een oplossing weten te vinden – dat wij zorgen dat het op dit vlak niet alleen maar gaat om georganiseerde misdaad, maar ook om een ernstig misdrijf. Ik denk dat het in eerste instantie belangrijk is dat wij geen bewijs meer hoeven te leveren dat er georganiseerde misdaad plaatsvindt, maar dat wij op basis van de uitgewisselde informatie kunnen aantonen dat er ergens georganiseerde misdaad zou kunnen plaatsvinden. Het moet niet een basisvereiste zijn. Ik denk dat er toch iets van een misverstand tussen de fracties was op dit vlak, en ik hoop dat ik dit kan ophelderen en ik ben vol vertrouwen dat wij verder kunnen op een positieve manier – dat zou me hoe dan ook zeer verheugen.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, toen tijdens de vergadering van eerste ministers in Tampere bijna tien jaar terug de voornaamste richtsnoeren voor het strafrechtelijk beleid van de EU werden vastgelegd, werd terecht beklemtoond dat de Europese burger het recht had te verwachten dat de Unie zou zorgen dat er geen verstopplaatsen voor criminelen zouden zijn. Dat is waarom de Alliantie van Liberalen en Democraten consistent maatregelen als het Europese arrestatiebevel heeft ondersteund, in tegenstelling tot Britse conservatieven die graag oreren over orde en gezag, maar ondertussen tegen de samenwerkingsinstrumenten van de EU zijn.

Deze maatregelen bevatten ook de rechtvaardiging voor uitbreiding van de mogelijkheden van nationale aanklagers om binnen Eurojust samen te werken en zware criminelen voor het gerecht te brengen. Het is gerechtvaardigd dat wij zorgen dat zij 24 uur per dag beschikbaar zijn en dat wij hen de bevoegdheden geven om hun beslissingen door te voeren, zoals huiszoekings- en inbeslagnemingsbevelen in hun eigen lidstaten en toegang tot de eigen nationale strafrechtelijke gegevensbestanden.

Er is zeker ook ruimte voor het verhelderen en afstemmen van de regels over wanneer vonnissen die worden uitgesproken bij verstek van de gedaagde, worden erkend, alhoewel dit niet moet leiden tot een zekere luiheid ten aanzien van de pogingen om de gedaagde te informeren. Ik zou niet graag zien dat de overige lidstaten zich zouden conformeren aan het verontrustende aantal verstekprocessen in Italië.

Toen ik de Commissie een paar maanden terug hierover een vraag stelde, benadrukte zij dat het initiatief evenwichtig was en dat het de fundamentele rechten van burgers verbeterde, terwijl tegelijkertijd het beginsel van wederzijdse erkenning kracht bij werd gezet. Dat neemt niet weg dat organen zoals de Europese vereniging van strafrechtadvocaten, de Raadgevende commissie van de balies van de Europese Gemeenschap en Fair Trials International stuk voor stuk hun bezorgdheid hebben uitgesproken over de zwakke garanties voor gedaagden.

De minister van het voorzitterschap benadrukte en beloofde dat de Raad de amendementen van het Parlement met zorg zou bekijken. Ik twijfel niet aan haar goede bedoelingen, maar mijn antwoord is wel: en wat dan nog! Direct gekozen Parlementsleden worden bij de besluitvorming over de EU-wetgeving ten aanzien van grensoverschrijdende justitie gemarginaliseerd. Zolang het Verdrag van Lissabon nog niet van kracht is, worden dergelijke wetten voornamelijk bepaald door ambtenaren en dat verklaart in grote mate waarom het tweede deel van de tien jaar oude overeenkomst, waarin beloofd werd de justitiële standaarden, zoals goede regels voor gegevensbescherming, in de lidstaten te verhogen en de rechten van gedaagden, zoals rechtshulp, vertaling en borg, uit te breiden, niet is waargemaakt. Pas als wij in de EU een democratisch in plaats van technocratisch justitiebeleid krijgen, kan er een echte balans ontstaan tussen het oppakken van criminelen en het garanderen van eerlijke berechting. Daarom kan de steun voor de nu besproken maatregelen slechts voorwaardelijk zijn.

 
  
MPphoto
 

  Kathalijne Maria Buitenweg, namens de Verts/ALE-Fractie. (NL) Voorzitter, ik weet dat ik er nooit van beschuldigd kan worden dat ik een Tory ben, maar ook ik heb tegen het Europees arrestatiebevel gestemd. De reden daarvoor is niet dat ik ertegen ben dat er uitgeleverd wordt, dat verdachten worden overdragen van het ene land naar het andere. Eigenlijk ben ik daar zeer vóór. Mijn probleem toén was dat ik vond dat we de rechten van die verdachten onvoldoende hadden geregeld en dat we dat tegelijkertijd hadden moeten doen. De procedurele rechten van verdachten waren niet geregeld. Ondanks de daadkracht en de prachtige voorstellen die we vandaag hier gaan bespreken en waar ik ook vóór ben, blijft het zo dat we dat voorstel er nog steeds niet door hebben, dat al jaren op de plank ligt en dat een cruciaal onderdeel is voor creëren van vertrouwen tussen lidstaten en dus ook het vergemakkelijken van de uitlevering.

Ik zou graag van minister Dati willen horen of zij dat voorstel ook zo cruciaal vindt voor onze Europese samenwerking, op welke punten het nu nog vastzit in de Raad en of er ook in dit daadkrachtige Franse voorzitterschap een mogelijkheid is dat er enig schot komt in dit dossier over de rechten van verdachten. Dit is namelijk echt nodig om de overlevering te vergemakkelijken.

Wat de in-absentia-vonnissen betreft is het goed dat er aan de overlevering eisen worden gesteld zoals nu is geformuleerd. De vraag is: zijn ze voldoende? Uit het politiek akkoord van de Raad zou je kunnen opmaken dat je een nieuw proces moet krijgen maar dat een beroepsmogelijkheid ook voldoende is. Kan minister Dati mij bevestigen dat iedereen echt het recht heeft op een nieuw proces? Bij een beroep zitten immers uiteraard niet alle kansen en alle mogelijkheden die je bij een heel nieuw proces hebt. Graag vernam ik dus of mensen inderdaad het recht hebben op een volledig nieuw proces en niet alleen op een beroep.

Laatste puntje, ik houd het kort: we horen veel over de zaken die nodig zijn om de werking van de opsporingsautoriteiten te vergemakkelijken. We horen te weinig - of het is ongeorganiseerd - hoe het zitten met de lacunes op het gebied van verweer, juist door de Europese samenwerking. Ik hoop dat we komen tot een Eurorights panel, een ombudspanel, om te kunnen zien welke lacunes er zijn op het gebied van verweer, zodat we die ook gezamenlijk kunnen oplossen.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, voor ons ligt een concreet voorbeeld van waar een integraal Europees justitieel systeem met voor elk wat wils, toe leidt.

Een 19 jaar oude man in Londen, Andrew Symeou, staat op het punt te worden uitgezet naar Griekenland op verdenking van moord. De heer Symeou houdt staande dat hij in het geheel niets te maken heeft met het misdrijf in kwestie. De bewijsvoering tegen hem is verdacht, afhankelijk van een twijfelachtige identificatie en van verklaringen die naar verluidt letterlijk door de Griekse politie uit zijn vrienden zijn geslagen.

Dergelijk bewijs moet nauwkeurig worden onderzocht door de Britse rechtbank voordat deze akkoord gaat met zijn uitlevering. Onder het Europese arrestatiebevel heeft de Britse rechtbank echter niet langer het recht om summier bewijs te onderzoeken teneinde zeker te weten of de uitlevering terecht is, en heeft zij niet langer de bevoegdheid om iets dergelijks te voorkomen.

Het Europese arrestatiebevel betekent dat Britse burgers de facto niet langer de basisbescherming van de wet genieten tegen willekeurige arrestatie en detentie, zoals vastgelegd in de Magna Charta. Dat is niet in het belang van de gerechtigheid voor slachtoffers of beschuldigden, die dit beide toch verdienen.

 
  
MPphoto
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, laat mij beginnen mijn felicitaties uit te spreken aan het Sloveens voorzitterschap en de overige 13 landen die het voorstel dat vandaag aan ons wordt voorgelegd, hebben bekrachtigd. Het vormt een belangrijke bijdrage aan de kwestie van justitie binnen de EU.

Ook wil ik graag de drie rapporteurs, mevrouw Kaufmann, mevrouw Weber en de heer França, feliciteren met hun degelijke, methodische werk. Zij hebben in feite het voorstel waarvan de Raad en de Commissie op het punt staan om dit aan te nemen, goedgekeurd, zij het aangevuld van een aantal amendementen. Het verheugt mij zeer dit te horen.

Ik was echter nog blijer geweest als vandaag ook het voorstel voor minimale procedurele rechten voor verdachten en gedaagden, ter goedkeuring voor ons had gelegen. Het werk zou dan af zijn. Daarom vraag ik de Commissie en de Raad dit voorstel zo snel mogelijk ter tafel te brengen.

Als schaduwrapporteur voor het voorstel inzake Eurojust moet ik zeggen dat ik blij ben met de versterking van dit orgaan. Bij de oprichting leek dit typisch een instelling met weinig vooruitzichten en minimaal gebruik. Dit bleek echter niet het geval: het gebruik ervan is gegroeid, evenals de behoefte voor verdere versterking ervan.

Ik hoef geen woorden meer te wijten aan wat eerdere sprekers en de rapporteurs reeds hebben gezegd over de toevoegingen aan dit orgaan. Ik verwelkom slechts de versterking ervan.

Deze voorstellen vormen ongetwijfeld een nuttige stap op weg naar de ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Er zullen echter nog radicalere stappen moeten volgen. Wij moeten de belemmerende nationale aanpak van zaken zien te overwinnen en een bredere justitie in de Europese ruimte doorvoeren. Alleen dan zullen wij kunnen zeggen dat het recht overal in Europa eender is.

Ik hoop dat dit zal gebeuren zodra het Verdrag van Lissabon van kracht gaat.

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE).(RO) Allereerst zou ik de rapporteurs willen feliciteren.

De afgelopen jaren hebben de activiteiten van het Europees justitieel netwerk en Eurojust zich bewezen als zeer belangrijk en nuttig op het gebied van justitiële samenwerking in strafzaken.

Het aannemen van het besluit van de Raad betreffende het Europees justitieel netwerk en het besluit inzake de versterking van Eurojust is noodzakelijk om te zorgen dat de beide instellingen nog directer kunnen optreden, mede gelet op het feit dat de mobiliteit van mensen en de grensoverschrijdende misdaad de afgelopen jaren zijn toegenomen.

De twee beleidsstructuren moeten samenwerken en elkaar complementeren.

Het vestigen van een contactpunt als nationale relatie voor de coördinatie van de activiteit van het Europees justitieel netwerk, gekoppeld aan de invoering van een nationaal coördinatiesysteem voor Eurojust, is van groot belang voor de permanente uitwisseling van informatie. Evenzeer van belang is dat de nationale autoriteiten worden gestuurd in de richting van het justitieel netwerk dan wel Eurojust.

Gestructureerde informatie, die op tijd wordt geleverd, is essentieel voor Eurojust om doelmatig te opereren. Er zal veel meer aandacht moeten worden besteed aan het aanleggen van een speciaal communicatienetwerk voor de overdracht van persoonsgegevens. Het is extreem belangrijk dat bij de activiteit van beide instellingen een adequate gegevensbescherming is gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 

  Mihael Brejc (PPE-DE). - (SL) De aard van het verslag van de heer França leek aanvankelijk eerder juridisch en technisch dan concreet. Het kwam echter aan de oppervlakte dat er bepaalde lidstaten zijn die geheel onbekend zijn met deze wettelijke instelling. Ook legde het verslag verschillen bloot tussen de Angelsaksische en de continentale rechtsstelsels. Het is derhalve alleen maar logisch dat sommigen van mijn mede-Parlementsleden fel gekant zijn tegen dit verslag. Dat betekent uiteraard niet dat het onderwerp ervan niet van belang zou zijn.

Wij van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese democraten zijn van mening dat het recht op een proces een fundamenteel politiek recht is. Er zijn echter gevallen waar de gedaagde niet aanwezig is bij het proces, maar waar de rechtbank desalniettemin een uitspraak doet. Tot op heden wordt een verstekvonnis in het ene land niet erkend in het andere land. Dit ontwerpverslag zorgt dat degelijke uitspraken nu ook kunnen worden gehandhaafd in de andere lidstaten van de Europese Unie, uiteraard onder bepaalde voorwaarden. Een van die voorwaarden is naar onze mening dat de gedaagde op een correcte wijze voor het gerecht wordt gedaagd en dat hij, ondanks het feit dat hij door de gerechtelijke autoriteiten voor het gerecht is gedaagd, toch nalaat te verschijnen. Het ontvluchten van rechtspraak is een gemeenschappelijk fenomeen, en iemand die in de ene lidstaat van de Europese Unie wettelijk is veroordeeld, zou niet onbekommerd door de straten van een andere lidstaat moeten kunnen lopen.

Wij van de PPE-DE-Fractie zijn van oordeel dat de rapporteur erin geslaagd is de amendementen te harmoniseren en een evenwichtig verslag op te stellen. Wij zijn hem zeer erkentelijk daarvoor.

Ook zou ik de volgende opmerking willen maken: het is terecht dat wij veilige voorwaarden stellen voor een correcte rechtsgang, maar wij moeten ook oog hebben voor de slachtoffers van strafbare feiten.

 
  
MPphoto
 

  Philip Bradbourn (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou enkel iets willen zeggen over het verslag van de heer França inzake de wederzijdse erkenning van verstekvonnissen. Het concept van dit voorstel is in de kern vreemd aan tal van rechtsstelsels in de lidstaten, met name die staten die een rechtsstelsel hebben dat gebaseerd is op gemeenrecht.

In het Verenigd Koninkrijk hebben wij eeuwen gebouwd aan een rechtsstelsel dat uitgaat van het beginsel van habeas corpus en het recht van de gedaagde om niet te worden veroordeeld tenzij hij gelegenheid heeft zichzelf te verdedigen. Dit beginsel is opgenomen in een bekend document dat ik hier bij mij heb, de Magna Charta uit 1215, die al 800 jaar het recht in mijn land garandeert. Erkenning van verstekvonnissen gaat geheel en al in tegen de basisbeginselen van dit historisch document.

Het feit dat zodra een Europees arrestatiebevel is uitgegeven, een uitspraak kan worden gedaan in het ene land, dat vervolgens moet worden erkend in het andere land, roept zonder meer de vraag op of er wel een eerlijk proces heeft plaatsgevonden. De organisatie Fair Trials International geeft in haar verslag over dit voorstel blijk van vergelijkbare bezwaren en benadrukt dat zij (en ik citeer): “zich aanzienlijke zorgen maakt over de kwestie van de te volgen uitleveringsprocedure.” Collega’s, ik vraag u met klem nauwkeurig te kijken naar wat wordt voorgesteld en na te denken over welke effecten dit heeft voor de leden van uw kiesdistrict en hun recht op een eerlijk proces.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, geen zinnig denkend mens wil het een crimineel makkelijk maken, maar wij moeten er wel voor waken dat de justitie in Europa wordt gedegradeerd tot de laagste gemene deler. En met een dergelijk breed scala aan justitiële procedures, garanties en processen in de hele EU, komen de gesprekken over het verkrijgen van justitiële gelijkheid daar wel vaak op neer.

Bij ons in het Verenigd Koninkrijk kent het rechtstelsel op basis van gemeenrecht een praktijk en precedenten en processen die haaks staan op de praktijk van onze continentale buurlanden. Dus als ik in een verslag lees dat men uitgaat van de samenvoeging van deze praktijken omwille van de samenvoeging zelf, dan moeten bij mij de alarmbellen wel afgaan.

Neem het verslag inzake de wederzijdse erkenning van verstekvonnissen. In alle eerlijkheid moet ik zeggen dat er geen gelijkenis bestaat tussen de uiterst nauwgezette justitiële procedures die worden gevolgd alvorens iemand in het Verenigd Koninkrijk bij verstek kan worden veroordeeld, en wat mij een veel gangbaardere praktijk lijkt in landen als bijvoorbeeld Griekenland en Bulgarije. Daarom ben ik het er niet mee eens dat als iemand uit mijn kiesdistrict daar bij verstek wordt veroordeeld, deze veroordeling automatisch moet worden erkend in het Verenigd Koninkrijk.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik zou in ieder geval de rapporteurs en daarnaast ook het voorzitterschap van de Raad willen feliciteren met de resultaten die tot nu toe zijn bereikt. Veel van onze burgers vragen zich af wat de meerwaarde van Europa in hun leven is. Ten aanzien van justitie zal elke maatregel ter verbetering van de belangrijkste openbare diensten waarschijnlijk de waarneming van het nut van Europa met betrekking tot de veiligheid van de burgers veranderen. In dit opzicht is het met name van belang te zorgen dat de besluiten in heel Europa worden afgedwongen en dat de barrières worden weggenomen voor handhaving op het EU-grondgebied. Dit is het doel van de voorgestelde teksten. Deze maatregelen respecteren enerzijds de openbare vrijheden, maar dwingen tegelijkertijd af dat de sancties die door nationale rechtbanken zijn opgelegd, in praktijk worden gebracht.

 
  
MPphoto
 

  Kathalijne Maria Buitenweg (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil even reageren op de Britse sceptici, omdat ik het met hen eens ben dat wij geen wetgeving moeten maken op basis van de laagste gemene deler. Maar dat betekent dan ook dat je vervolgens moet gaan nadenken over hoe je dan wel wetgeving wilt maken, aangezien wij het er toch allemaal over eens zijn dat er een gemeenschappelijke aanpak voor het opsporen van criminelen moet komen, en een wetgeving op basis van unanimiteit is nu eenmaal niet mogelijk. Dat is ook waarom alles nu vastzit in de Raad.

Toch reken ik op hun hulp als het gaat om het instellen van een besluitvormingsproces met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, omdat wij anders vast komen te zitten. Of je isoleert jezelf en je wilt niet samenwerken op het vlak van justitie, of wij gaan over tot een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, aangezien dit de enige manier is waarop wij tot echt substantiële, betekenisvolle wetgeving kunnen komen.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Toubon (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zou even willen herhalen wat mevrouw Buitenweg zojuist zei. Aangezien wij allen al twintig jaar streven naar vooruitgang op dit vlak, is de vraag die deze teksten opwerpen heel simpel: houden wij in de Europese Unie, zoals mijn collega Jean-Paul Gauzès zei, primair rekening met de belangen van mensen, en dan met name eerlijke mensen, of houden wij primair rekening met de belangen van de lidstaten en de mechanismen binnen die staten? Het is duidelijk dat de bouw aan Europa – en dit wordt wellicht door sommigen betreurd, maar het is een feit en een positief feit in de wereld van vandaag – met zich meebrengt dat het behoud van de staatsmechanismen van de 27 lidstaten niet kan prevaleren, zoals reeds lang het geval was, over de belangen van mensen en met name de belangen van veiligheid. Dit is ook precies het doel van het Europese project; sterker nog, zonder dat is er helemaal geen Europees project. Daarom moeten wij de Raad en deze drie voorstellen steunen.

 
  
MPphoto
 

  Rachida Dati, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, uit uw woorden vanmiddag blijkt wel het grote belang dat u hecht aan deze drie teksten. Ook geven zij blijk van uw toewijding om te zorgen dat er effectieve vooruitgang wordt geboekt op het vlak van justitiële samenwerking, met name ten aanzien van strafzaken, en dit alles, zoals u al aangaf, zonder dat de fundamentele rechten er onder komen te lijden. Deze dubbele vereiste is cruciaal, aangezien het de absolute voorwaarde vormt voor de creatie van een Europese justitiële ruimte, mede gelet op het feit dat wij allemaal verschillende rechtssystemen en zelfs verschillende gerechtelijke organisaties hebben. De garanties die worden gegeven ten aanzien van het functioneren van Eurojust en het Europees justitieel netwerk, zoals de garanties die geboden worden bij de handhaving van verstekvonnissen, volgen duidelijk een identieke logica. Ik wil daarom de Europese Commissie, en in het bijzonder Jacques Barrot, danken voor haar steun aan het voorzitterschap. Zoals u aangaf zijn er talloze elementen in deze verslagen waar de Raad uiteindelijk bijna unaniem mee heeft ingestemd. En zoals u ook al zei, ligt er nog altijd een hoop werk voor ons, dat wij samen zullen moeten verrichten.

Ik zou mijn dank willen uitspreken aan Sylvia Kaufmann voor haar verslag en haar voordracht van vandaag, aangezien de evaluatie van het Europees justitieel netwerk een belangrijke stap vormt voor verbetering van de justitiële samenwerking op het vlak van strafzaken. Het dient te worden opgemerkt dat het netwerk belangrijk en doelmatig is. Mevrouw Kaufmann, u hebt vandaag terecht de banden tussen Eurojust en het Europees justitieel netwerk benadrukt. Hun ontwikkeling gaat hand in hand. Hieraan is tijdens de laatste Europese Raad ook al vele malen gerefereerd.

Ook zou ik Renate Weber willen danken voor haar verslag en voor de belangrijke bijdrage die zij heeft geleverd. Haar voordracht over dit thema in Toulouse was briljant. Mevrouw Weber, ik moet u ook danken voor uw ontvangst. Ik vind dat u, samen met alle overige mensen die betrokken waren bij Eurojust, voortreffelijk werk heeft verricht. U refereerde ook aan het Verdrag van Lissabon. Ik begrijp dat u liever had gewerkt in een ander institutioneel kader, maar wij moeten echter voort zien te gaan op basis van de bestaande wetgeving, aangezien dit doorwerkt op alle Europese instellingen.

Mijnheer França, uw voordracht gaf duidelijk het belang aan dat er een enkel kader komt voor de handhaving van verstekvonnissen. U hebt dit punt terecht gemaakt en het is één van de wegen om de effectiviteit van onze rechtstelsels te bewijzen.

Mevrouw Gebhardt, er is dringend behoefte aan samenwerking tussen alle politieke en gerechtelijke spelers, omdat de grote uitdaging voor de justitiële samenwerking op het vlak van strafzaken in Europa, een goede samenwerking is, zodat alle vormen van criminaliteit ook echt effectief kunnen worden bestreden. Ik weet dat u een veeleisende pleitbezorgster van deze samenwerking bent.

Ik wil nu graag reageren op al diegenen die nog twijfels hebben over een justitieel Europa en die vrezen dat de fundamentele rechten in het geding komen. Het klopt dat wij tijdens het Duits voorzitterschap geen overeenstemming konden bereiken over de minimale procedurele garanties. In antwoord daarop wil ik benadrukken dat het kaderbesluit inzake verstekvonnissen wel voorziet in het recht op een herzieningsproces, hetgeen een fundamentele garantie is. De uitkomst van dit proces wordt met smart afgewacht door rechters, openbare aanklagers en juridische beroepsbeoefenaars die dagelijks samenwerken, en daarnaast ook door slachtoffers die lijden onder vormen van criminaliteit die zich voortdurend aanpassen en veranderen. Wij moeten laten zien dat wij opgewassen zijn tegen deze eisen en doelmatige en nuttige hulpmiddelen kunnen doorvoeren. Wij moeten aan een Europa bouwen, dat zijn burgers binnen een dergelijke justitiële ruimte bescherming biedt.

Het voorzitterschap realiseert zich dat het kan rekenen op uw volledige steun voor deze drie verslagen. Ik zou graag zijn waardering voor dit feit willen uitdrukken en iedereen willen bedanken, die vandaag interesse voor deze kwesties heeft getoond.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zou mij willen aansluiten bij de lof en de dankbetuigingen van mevrouw Dati, die gedurende het Franse voorzitterschap voorzitter is van de Raad JBZ. Tot mevrouw Kaufmann zou ik willen zeggen dat zij gelijk heeft als zij staat op gegevensbescherming. Ook wil ik haar herinneren aan het feit dat in het ontwerpkaderbesluit reeds gedetailleerde regels inzake gegevensbescherming zijn vastgelegd, die ook van toepassing zijn op de informatie die wordt uitgewisseld tussen de contactpunten van het Europees justitieel netwerk, maar wij moeten er absoluut voor zorgen dat dit ook echt gebeurt.

Ook wil ik tot mevrouw Weber zeggen dat het vertrouwen tussen de lidstaten en de EU-agentschappen van evident belang is als wij willen te zorgen dat deze teksten een succes worden. Mevrouw Weber, ik geloof dat u op dit vlak een aantal zeer terechte uitspraken hebt gedaan.

De heer França heeft duidelijk het belang aangetoond van een tekst inzake een snelle handhaving van besluiten, waarvoor hij rapporteur was. Ik zou hier willen benadrukken dat hij dit op evenwichtige wijze heeft gedaan, doordat hij enerzijds de mogelijkheid van een herzieningsproces, zoals mevrouw Dati zojuist al zei, bevestigde en anderzijds aangaf dat het recht op verdediging uiteraard moet worden gehandhaafd. Ten aanzien van het punt van de procedurele rechten zou ik even in willen gaan op de woorden van mevrouw Buitenweg en de heer Demetriou. Ik acht de procedurele rechten van zeer groot belang voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en gerechtigheid. Tot teleurstelling van de Commissie kon er vorig jaar geen overeenstemming worden bereikt over ons voorstel voor een kaderbesluit inzake procedurele rechten. Momenteel overweeg ik nieuwe initiatieven op dit vlak, die in de nabije toekomst aan de orde kunnen komen. Ik ben vastbesloten op dit vlak vooruitgang te boeken, mogelijk door een nieuw voorstel inzake procedurele rechten aan u voor te leggen. Hoe dan ook, u kunt er zeker van zijn dat deze kwestie mijn volledige aandacht heeft.

Ook moet ik tegen mevrouw Gebhardt zeggen, al geloof ik dat mevrouw Dati op dit punt ook al heeft gereageerd, dat wij hier praten over ernstige criminaliteit in nieuwe vormen die wellicht niet geheel overeenkomen met een al te strikte definitie van georganiseerde misdaad. Ernstige misdaad vormt nu eenmaal een aspect van de justitiële samenwerking waarin wij streven.

Verder heb ik niet veel toe te voegen, behalve dan dat ik de woorden van Jacques Toubon zou willen herhalen, namelijk dat wij moeten denken aan de belangen van Europese gedaagden en aan de belangen van een ieder van ons en van al onze landgenoten om te zorgen dat deze justitiële samenwerking steeds effectiever wordt, uiteraard zonder daarbij de mensenrechten uit het oog te verliezen.

Hoe dan ook zou ik het Parlement willen danken voor de kwaliteit van zijn bijdrage aan dit belangrijke debat, dat een zeer positieve stap zal vormen in de ontwikkeling van deze Europese justitiële ruimte.

Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Dati, hartelijk dank dat u deze Europese Raad heeft weten te bewegen om consensus te bereiken op dit vlak en tot deze politieke overeenkomst te komen.

 
  
MPphoto
 

  Renate Weber, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, Ik zou graag iets willen zeggen vanuit mijn hoedanigheid als schaduwrapporteur voor de andere twee verslagen, en mevrouw Kaufmann willen bedanken voor de manier waarop zij heeft samengewerkt en de heer França voor zijn werk. Zijn verslag bevat 57 compromisamendementen, en dat zegt wel iets over de hoeveelheid werk die hij erin heeft gestopt.

Wat betreft het verslag inzake verstekvonnissen, is het meest gevoelige aspect waarschijnlijk gelegen in het feit dat in sommige lidstaten voor gevallen dat er een vonnis wordt uitgesproken bij verstek van de gedaagde, de oplossing een herzieningsproces bestaat, zodat het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens (Protocol nr. 7, artikel 2) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten toch volledig worden nageleefd, terwijl overige landen alleen het recht op beroep kennen.

Helaas gaat het voorstel in dit verslag niet over de harmonisering van de huidige wetgeving in de 27 lidstaten. Al moeten wij er zeker naar streven in de toekomst tot een Europese wetgeving te komen, wij hebben voorlopig het beste gedaan wat wij konden doen, namelijk zorgen dat zelfs in het geval van beroep de gedaagde de procedurele garanties geniet die zijn vastgelegd in de artikelen 5 en 6 van het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens.

Ik zou willen afsluiten door te zeggen dat, wil het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen goed functioneren, er een hoge mate van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten vereist is, en dat dit vertrouwen gebaseerd moet zijn op een gemeenschappelijk respecteren van de mensenrechten en de fundamentele beginselen.

 
  
MPphoto
 

  Armando França, rapporteur. − (PT) Ik wil graag de minister danken voor haar woorden, en verder de commissaris en mijn collega’s, zowel diegenen die instemmen als diegenen die niet instemmen met mijn verslag, aangezien deze laatsten mij de gelegenheid geven hier en nu een aantal punten duidelijk te maken.

Allereerst wil ik echter het volgende zeggen: als lid van dit Parlement, als advocaat en als burger geeft het mij zeer veel voldoening vandaag het voorstel van de Raad en onze amendementen te kunnen bekrachtigen. Waarom hoop en bid ik dat het kaderbesluit wordt aangenomen en toegepast? Het antwoord daarop is dat de situatie in Europa ernstig is en dat wij zonder nog verder te dralen daarop moeten reageren. Er zijn al tal van mensen veroordeeld die zich toch vrij door de Unie begeven zonder dat rechtbanken in staat zijn in andere lidstaten gedane uitspraken af te dwingen. Dit is een ernstig misstand in de zin van de ontwikkeling van criminaliteit zelf en in de zin van de veiligheid van Europa, en het is belangrijk dat de Europese instellingen hierop een antwoord formuleren.

Het kaderbesluit bevordert in het bijzonder het beginsel van wederzijdse erkenning, en onze amendementen, de door het Parlement voorgestelde amendementen, moeten in samenhang met elkaar worden gelezen. De voorgestelde oplossingen voor het dagvaarden van personen, voor de regels inzake de vertegenwoordiging van gedaagden en voor herzieningsprocessen of beroepsprocedures moeten allemaal in samenhang met elkaar worden gelezen. Al deze technische oplossingen zijn onderling verbonden en naar mijn mening moeten de rechten van gedaagden te allen tijde en in alle omstandigheden worden gegarandeerd.

We weten allemaal, en dit wil ik toch even benadrukken, dat wat goed is, met rust moet worden gelaten. In deze omstandigheden is de oplossing die wij hebben gevonden, naar mijn smaak een oplossing die wij moeten goedkeuren. Het is zowel een belangrijke als een forse stap voorwaarts, maar in andere opzichten ook weer een kleine stap voorwaarts. Volgens een oude regel is dit hoe wij moeten bouwen aan de Europese Unie, is dit hoe wij Europa vorm moeten geven.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Casini (PPE-DE), schriftelijk.(IT) Het wetsvoorstel inzake verstekvonnissen moet worden aangenomen om de grote verschillen in behandeling en de grote mate aan discretionaire bevoegdheid in de 27 lidstaten te verhelpen.

Dit zijn de doelstellingen die de Commissie juridische zaken zichzelf stelt in haar mededeling aan de Commissie burgerlijke vrijheden. De vier amendementen die afgelopen mei unaniem zijn aangenomen en die in principe door de bevoegde commissie zijn overgenomen, zijn bedoeld om te zorgen voor een billijk evenwicht tussen de fundamentele rechten en vrijheden van de burger en de behoefte aan wederzijdse erkenning van vonnissen.

Het is daarom essentieel dat onze strafrechtelijke stelsels geharmoniseerd worden en dat met het oog op wettelijke helderheid in het voorstel uniforme criteria worden opgenomen, die erkend worden door een zo groot mogelijke hoeveelheid EU-lidstaten. Dit betreft minimumstandaarden die erop gericht zijn garanties ter bescherming van aangeklaagden te koppelen aan de behoefte voor een efficiënte grensoverschrijdende justitiële samenwerking. Desalniettemin moeten de lidstaten in sommige gevallen de speelruimte krijgen om rekening te houden met de specifieke kenmerken van het eigen rechtsstelsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Het Europees Parlement heeft voor het voorstel gestemd inzake wederzijdse erkenning door de gerechtelijke autoriteiten van de EU-lidstaten van verstekvonnissen, d.w.z. vonnissen die in een andere lidstaat worden uitgesproken bij afwezigheid van de beschuldigde partij.

Tezamen met het Europese arrestatiebevel betekent dit dat iedereen kan worden gearresteerd en opgesloten in elke EU-lidstaat waar hij of zij bij verstek voor het gerecht is gedaagd en veroordeeld, zonder hier zelf ooit van te hebben gehoord of zich bewust te zijn van de procedures die tegen hem zijn uitgevoerd. Het probleem is nog groter voor lidstaten zoals Griekenland, waar het rechtstelsel, tenminste voor ernstige misdrijven, niet de mogelijkheid erkent dat de beschuldigde bij verstek terecht staat. Deze regelgeving is een essentiële ondermijning van het recht van elke beschuldigde op een eerlijk proces. Het betekent de nietigverklaring van het recht van de beschuldigde op een echte verdediging, en het heeft inmiddels alom in de EU tot hevige reacties geleid in gerechtsorganen en verenigingen.

Het is inmiddels duidelijk dat de harmonisering van de strafsystemen van de lidstaten en de door de EU gepropageerde zogezegde communautarisering van het strafrecht leidt tot schendingen van de fundamentele soevereine rechten en van het recht van lidstaten om zelf op gevoelige vlakken als strafrechtelijke procedures de eigen beschermingsgaranties te bepalen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid