Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0072/2008 (B6-0456/2008)

Debatten :

PV 01/09/2008 - 22
CRE 01/09/2008 - 22

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Maandag 1 september 2008 - Brussel Uitgave PB

22. Gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees verbintenissenrecht (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over de mondelinge vraag aan de Commissie van de heer Lehne, namens de Commissie juridische zaken, over het gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees verbintenissenrecht (O-0072/2008 - B6-0456/2008).

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Mayer, rapporteur voor advies. (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, met het ontwerp voor een gemeenschappelijk referentiekader (DCFR) heeft het werk aan het Europees burgerlijk recht gebracht tot het punt waarop een beslissing noodzakelijk is. Het is natuurlijk een ontwerp van rechtsgeleerden dat nog in een politiek debat moet worden besproken. Het doel van dit debat een brede politieke discussie over de toekomst van het Europees privaatrecht op gang te brengen. Het Europees Parlement wil alle belanghebbenden in dit debat betrekken, maar om dat te bereiken moeten we ervoor zorgen dat het academisch ontwerp, dat op het ogenblik alleen in het Engels beschikbaar is, ook in andere officiële talen wordt opgesteld.

Commissaris, het daarvoor bestemde fonds voor vertaling is voor 2008 nog niet verbruikt. We hebben deze vertalingen nodig voor een geschikte Europa-brede dialoog over de toekomst van het Europees burgerlijk recht. Het is niet genoeg om alleen het aangekondigde document van de Commissie te vertalen, hoewel dit uiteraard wel nodig is. De Commissie is intern aan een selectie begonnen, waarbij wordt getracht de regels van het academisch referentiekader uit te filteren en te selecteren wat er in het document van de Commissie moet worden opgenomen.

We juichen het toe dat alle betrokken directoraten-generaal aan deze selectie deelnemen. Ik wil echter benadrukken dat het project “Europees verbintenissenrecht” moet worden geleid door het DG justitie en binnenlandse zaken, omdat het referentiekader niet alleen betrekking heeft op consumentenrecht. Het is ook bedoeld voor het midden- en kleinbedrijf om vorm te geven aan hun grensoverschrijdende contracten met andere zakenpartners die geen consumenten zijn.

Juist omdat het gemeenschappelijk referentiekader ook rekening moet houden met het midden- en kleinbedrijf heeft de Commissie in de afgelopen maanden workshops gehouden over bepaalde probleemgebieden in de interzakelijke arena. Met de uitkomsten van deze workshops dient ook in het komende document van de Commissie rekening te worden gehouden.

In de resolutie stellen we ook dat de eindversie van het academische referentiekader een instrumentele rol kan spelen; in feite gebeurt dit al, eenvoudigweg door haar publicatie. De communautaire wetgever moet ervoor zorgen dat rechtsvorderingen op het terrein van het burgerlijk recht van de gemeenschap in de toekomst worden gebaseerd op het gemeenschappelijk referentiekader .

Dit kader kan in een volgend stadium worden omgezet in een facultatief instrument; de partijen zijn dan in staat om een alternatief systeem van burgerlijk recht te kiezen voor het regelen van hun rechtsverhouding. Dat is een stap die moet worden genomen om problemen op te lossen die in de sfeer van de interne markt duidelijk nog aanwezig zijn.

Voor het stimuleren van het rechtsverkeer in de interne markt moet een facultatief instrument echter verdergaan dan het algemene overeenkomstenrecht. Zo zullen er naast de regels over het afsluiten van koopovereenkomsten ook regels moeten zijn over eigendomsoverdracht en het ontbinden van de overdracht van activa zonder behoorlijke wettelijke grondslag, met andere woorden, het verbintenissenrecht.

Het Parlement is er vooral op gespitst dat het wordt geraadpleegd en door de Commissie voortdurend bij de selectie wordt betrokken. We zullen ongetwijfeld moeten nadenken over de wijze waarop in de toekomst het belang van dit project kan worden versterkt, vooral in de Commissie juridische zaken Maar de Commissie moet nu beginnen na te denken over de aard van de instrumenten die we nodig hebben om te zorgen dat het nieuwe document van Commissie rekening met toekomstige ontwikkelingen kan houden. Bij de huidige selectie moet de Commissie al in de planfase gaan nadenken over de veranderingen die een rol spelen in de definitieve versie van het academisch referentiekader.

Dit alles laat zien dat dit gemeenschappelijk referentiekader ons naar een nieuw terrein voert in het Europees verbintenissenrecht. Het Europees Parlement, de Commissie en de Raad moeten zich duidelijk committeren aan dit project, dat waarschijnlijk het belangrijkste initiatief voor de komende Parlementaire zittingsperiode zal zijn. Het is een project dat voor iedereen gunstig is: voor consumenten, omdat zij spoedig in staat zullen zijn om in heel Europa te winkelen onder de bescherming van het Europees verbintenissenrecht, en voor bedrijven omdat zij met deze grotere wettelijke zekerheid in staat zijn om nieuwe markten aan te boren. Vanwege een uniform pakket aan regels kunnen de bedrijven substantiële kostenbesparingen realiseren.

 
  
MPphoto
 

  Meglena Kuneva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de hele Commissie verwelkomt van ganser harte de belangstelling die het Parlement toont voor het gemeenschappelijk referentiekader. Dit referentiekader is een langetermijnproject om de kwaliteit en de coherentie van EU-wetgeving te verbeteren.

Ik zal uw vragen in dit verband beantwoorden. Allereerst merk ik op dat de Commissie zeker van plan is ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijk referentiekader zal worden vertaald, zodat dit kan worden besproken en toegepast om de kwaliteit van de EU-wetgeving inzake overeenkomsten te verbeteren en voor meer coherentie te zorgen.

Maar deze redenering is niet van toepassing op het academisch voorontwerp. Het algemene referentiekader van de Commissie zal waarschijnlijk aanzienlijk korter zijn dan het academisch ontwerp. Gezien de reusachtige hoeveelheid werk die al nodig zal zijn om het gemeenschappelijk referentiekader te vertalen, is het niet zinvol om de kostbare middelen voor vertalingen te gebruiken voor het vertalen van delen van een academisch ontwerp die niet relevant zijn voor de doelen van het gemeenschappelijk referentiekader.

De Commissie is momenteel op basis van haar beleidsdoelstellingen bezig met het selecteren van die delen van het academisch referentiekader die relevant zijn voor het referentiekader van de Commissie. Alle betrokken DG’s doen mee aan deze selectie op de terreinen waarop zij bevoegd zijn, met inbegrip natuurlijk van het directoraat-generaal Justitie en binnenlandse zaken. De uiteindelijke selectie wordt voorgelegd tijdens de raadplegingsprocedure van de andere instellingen waaronder het Parlement en belanghebbenden.

De Commissie zal ervoor zorgdragen dat in het gemeenschappelijk referentiekader rekening wordt gehouden met de uitkomsten van de workshops die in 2007 werden georganiseerd.

Dit kader is door de Commissie altijd beschouwd als een instrument voor het maken van betere wetgeving. Het gemeenschappelijk referentiekader moet een reeks definities, algemene beginselen en modelbepalingen op het gebied van overeenkomsten bevatten. De Commissie heeft nog niet besloten welke onderwerpen van het verbintenissenrecht door genoemd kader worden bestreken.

Bij de besluitvorming over het gemeenschappelijk referentiekader zal de Commissie rekening houden met de standpunten van het Parlement en de Raad.

Zoals ik al eerder heb vermeld, zal de Commissie naar alle waarschijnlijkheid het huidig academisch ontwerp inkorten. Daarnaast zal het waarschijnlijk nodig zijn de resterende tekst voor beleidsdoeleinden aan te passen. Hoewel het prematuur is om zoiets te zeggen, is het waarschijnlijk dat het algemeen referentiekader een niet bindend wetgevingsinstrument zal worden.

De Commissie begrijpt volkomen dat het Parlement op de hoogte wil blijven van en betrokken wil blijven bij de verdere werkzaamheden aan het gemeenschappelijk referentiekader. We zijn blij met de betrokkenheid van het Parlement in dit proces en we rekenen ook sterk op deze betrokkenheid. De Commissie zal het Parlement op de meest aangewezen wijze blijven informeren over de ontwikkelingen, in het bijzonder via de Parlementaire werkgroep die zich bezighoudt met het gemeenschappelijk referentiekader. Zij zal het Parlement en alle belanghebbenden consulteren over de resultaten van haar voorlopige selectie.

Zodra de Commissie het gemeenschappelijk referentiekader heeft voltooid, zal zij beslissen over de behoefte om dit kader actueel te houden en over de best mogelijke wijze om dit te doen.

Ik besluit met u te danken voor de Parlementaire steun voor het werk van de Commissie in dit belangrijke dossier.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Toubon, namens de PPE-DE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, onze collega, de heer Meyer heeft de uitdagingen van deze kwestie goed aangegeven. Ik wil tegen de commissaris zeggen dat ik uw technisch antwoord over de vertalingen begrijp, maar dat hetgeen de heer Meyer over dit onderwerp sprak beslist het echte vraagstuk betreft: hoe komt men van een universitair product tot een politiek besluit en regelgeving? Ik ben van mening dat het heel wezenlijk is dat iedereen dit begrijpt, omdat dit ontwerp van een gemeenschappelijk referentiekader dat eind vorig jaar aan u werd gepresenteerd in relatie moet worden gezien tot al het werk dat aan dit onderwerp is besteed en niet alleen aan het ontwerp dat aan u werd voorgelegd. Zo is het duidelijk dat een keuze moet worden gemaakt tussen het verbintenissenrecht en het overeenkomstenrecht. Er zijn verscheidene denkrichtingen hierover, maar dit is de keuze die we moeten maken, en om dat te doen, moeten er natuurlijk verscheidene voorstellen op tafel liggen. Bovendien, zal de inhoud van het gemeenschappelijk referentiekader worden beperkt en daardoor bindend zijn of is deze algemeen en daardoor veel meer indicatief?

Als gevolg hiervan hebben we behoefte aan een heleboel informatie en het is natuurlijk van belang dat het Parlement zijn werk kan doen, en dat het dit in een zeer vroeg stadium kan doen. Ik wil besluiten met dit zeer praktische punt: het is zeer belangrijk dat veel Parlementsleden deelnemen aan de hoorzitting die de Commissie begin oktober met experts wil organiseren en aan de conferentie die het Franse voorzitterschap van de Europese Unie op 23 en 24 oktober in Parijs zal houden. Dit onderwerp verdient een open en transparant debat dat niet beperkt blijft tot de deskundigen, maar iedereen erbij betrekt die verantwoordelijk is voor politieke besluiten.

 
  
MPphoto
 

  Manuel Medina Ortega, namens de PSE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met de opmerkingen van de heer Toubon, met name dat de activiteiten van de academische groep met betrekking tot het gemeenschappelijk referentiekader zeer waardevol en belangrijk zijn. Maar op welke manier komen we van dit academisch werk tot politieke voorstellen? Het antwoord is misschien gebaseerd op het gebruik van één taal en mogelijk slechts een theoretische richting.

Commissaris, ik heb waardering voor de verrichte interne werkzaamheden en ik ben van mening dat we moeten doorgaan naar de volgende fase waarin het Parlement en de betreffende sectoren worden betrokken, niet alleen grote bedrijven, maar ook kleine bedrijven, vakbonden en andere economische spelers.

De PSE-Fractie heeft een amendement ingediend om de medewerking aan dit project in een vroeg stadium te vergroten. Daarbij hebben we natuurlijk een vertaling van de tekst nodig, al is het maar een samenvatting van de tekst. Deze tekst kan vervolgens de basis vormen van een keuze-element, maar hiertoe moeten we eerst bepalen wat de inhoud is.

Samengevat, dit debat moet dienen om de Europese burgers erover te informeren dat de Commissie aan een project werkt. Maar de Commissie, die slechts een van de Europese instellingen is, kan dit project niet voor zichzelf houden. Het is nu tijd voor de Commissie om deze kennis te delen met het Europees Parlement en met het grote publiek. Ik herhaal: vakbonden, grote bedrijven, kleine bedrijven, andere functionarissen in de economische sector en het grote publiek.

Regeling van het kader inzake overeenkomsten beïnvloedt alle Europese burgers en het ontwerp van een mogelijk wetboek van materieel recht zou vereisen dat het grootst mogelijk aantal sectoren daarbij wordt betrokken. Zonder een vertaling in alle talen van de Europese Unie zou dat onmogelijk lijken. Dat zou ook onmogelijk zijn zonder grotere medewerking van andere sectoren.

 
  
MPphoto
 

  Diana Wallis, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de commissaris heeft op enkele vragen van mijn collega’s geantwoord. Dit project is echter van groot belang voor al onze instellingen en we komen nu bij beleidsonderwerpen en de belangrijke vraagstukken betreffende de democratische legitimatie van het scheppen van een gemeenschappelijk referentiekader. Er heeft al veel consultatie plaatsgevonden met veel werkgroepen en veel groepen belanghebbenden, van wie we veel kunnen leren, maar nu is het tijd voor besluitvorming en hebben we een procedure nodig die open, veelomvattend en coherent is.

De Commissie verricht terecht een selectie voordat ze een witboek presenteert. Die procedure moet echter zo veelomvattend mogelijk zijn en we zijn uiteraard bezorgd over de gebruikte talen, aangezien als dit een hoofdmoot aan wetgeving betreft, die in alle talen beschikbaar zou moeten zijn. Kan het Parlement een garantie krijgen dat het in het stadium van het witboek nog steeds mogelijk zal zijn om de selectie te veranderen als het dit aangewezen acht?

Dit is de kern van de zaak waarvoor we staan. Vormt het witboek de start van een wetgevingsprocedure of iets dat erop lijkt, of hebben we voortaan te maken met een afzonderlijke wetgevingsprocedure waarbij we steeds opnieuw kijken naar iets dat te maken heeft met verbintenissenrecht? Het komt neer op de vraag of het bindend of niet-bindend zal zijn. De Raad lijkt te denken dat het niet-bindend en vrijwillig moet zijn. Als dat geval is, is het aanvechtbaar of we überhaupt behoefte hebben aan een selectieprocedure. U kunt alles openlaten en het politieke debat op iedere moment in de toekomst voeren wanneer een kwestie van verbintenissenrecht in een wetgevingsvoorstel opduikt. Anderzijds, als we nu iets bindends in het leven roepen – wat zoals bekend het Parlement verkiest in de vorm van een facultatief instrument – moeten we nu een serieus, breed politiek debat voeren over inhoud en reikwijdte dat ons brengt tot de volgende reeks vragen over een wettelijke basis en betrokkenheid van het Parlement die iets verder reikt dan slechts te worden geraadpleegd.

 
  
MPphoto
 

  Ieke van den Burg (PSE). (NL) Voorzitter, ik sluit mij ook aan bij de vorige sprekers en wil met name twee punten naar voren halen. Een is hoe we garanderen dat er echt een alomvattend en democratisch proces is van consultatie waarbij niet alleen dit Parlement, maar ook nationale parlementen een rol spelen en waarin alle betrokken partijen geconsulteerd kunnen worden. Ik maak me met name zorgen of dat wel evenwichtig gebeurt en of bijvoorbeeld consumentenorganisaties, organisaties van het midden- en kleinbedrijf en vakbonden en andere in staat zullen zijn om de expertise in huis te halen en te betalen om ook echt een rol te spelen in dat consultatieproces.

De Commissie heeft een verantwoordelijkheid op dat punt en ik zou dus de Commissie willen vragen hoe zij dat wil ondersteunen. Ik wil het Parlement vragen om een amendement dat we daarover indienen, te ondersteunen.

Het andere punt betreft de breedheid van de selectie. Ik vraag me af of we inderdaad nu al een voorschot daarop moeten nemen door in paragraaf 12 al een aantal zaken bij voorbaat uit te sluiten. Het is logischer nu die zaken open te houden.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Schwab (PPE-DE). (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik heb dit debat met grote belangstelling gevolgd, maar kreeg bij vlagen de indruk dat de diverse gezamenlijke bijeenkomsten van de Commissie juridische zaken en de commissie interne markt en consumentenbescherming feitelijk nooit hebben plaatsgevonden. Ja, mevrouw Van den Burg, we hebben gemerkt – ook onder onze collega’s in de commissies – dat het uiterst moeilijk is om tijdens de diverse bijeenkomsten de belangstelling en de expertise te vinden die vereist is voor dit belangrijke initiatief op het gebied van juridische beleidskwesties in Europa. Naar mijn mening is het niet alleen de taak voor de Commissie, maar ook voor Parlementariërs om te zorgen dat de relevante verbanden, vakbonden, werknemers en het midden- en kleinbedrijf zo vroeg mogelijk in dit debat worden betrokken.

Maar ik ben ook van mening – en ik steun volledig wat Hans-Peter Mayer op dit heeft gezegd, en Jacques Toubon stipte dit ook aan – dat deze betrokkenheid in een vroeg stadium van diverse belanghebbenden natuurlijk alleen succes kan hebben als het wettelijk fundament in alle talen beschikbaar is. Ik ben niet verrast door het antwoord van de commissaris en het terugkomen op haar standpunt dat de beschikbare academische documenten niet meer dan een technische basis zijn voor de ontwikkeling van het standpunt in het witboek. Ik wil in deze lastige procedure niettemin tegen de commissaris zeggen dat naar mijn mening het inderdaad noodzakelijk is om deze grondslagen van haar aanbevelingen in het witboek evenzeer te vertalen, aangezien dit de enige manier is om een zinvol debat te voeren. Ik ben van mening dat de resolutie daarom de goede richting aangeeft en ik wil de commissaris vragen om passende ondersteunende maatregelen te treffen.

 
  
MPphoto
 

  Meglena Kuneva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, alle opmerkingen van de geachte afgevaardigden zijn zeer goed en oordeelkundig naar voren gebracht. Ik wil benadrukken dat het een politiek besluit is om slechts delen van de academisch tekst te vertalen. Dat wil zeggen dat gebieden die niet nuttig zijn voor de doeleinden van het gemeenschappelijk referentiekader niet zullen worden vertaald. Het spijt me dat ik in herhaling val, maar het is erg belangrijk om te benadrukken dat het gemeenschappelijk referentiekader vanwege zijn aard een instrumentarium is. Het Parlement zal volledig worden betrokken in de beslissing over de vraag welke delen van de tekst zullen worden vertaald.

Ik wil u ook informeren over de bijeenkomsten die door het Franse voorzitterschap zijn geëntameerd. Het gaat om twee bijeenkomsten van de Commissie burgerlijk recht op 5 september en 3 november waarin de selectie van de hoofdstukken van het academisch ontwerp voor een gemeenschappelijk referentiekader worden besproken ten behoeve van de toekomstige Commissie CFR. Zoals u ziet, ligt er nog niets definitief vast. Parlement en Commissie kunnen volledig deelnemen en samen het werk doen. Het resultaat van deze besprekingen moeten worden aangenomen als conclusies van de Raad justitie en binnenlandse zaken in december 2008. Dat geeft ons voldoende zekerheid dat er sprake is van een brede procedure die alle belanghebbende partijen omvat. Wat betreft de opmerking van mevrouw Van den Burg, ik wil u graag verzekeren dat de raadplegingsprocedure breed en veelomvattend zal zijn.

Ik heb terugkoppeling gehad van de academici. Zij hebben aangekondigd dat ze hun ontwerp zullen vertalen. Dat betekent dat er in ieder geval Franse, Duitse en Engels versies zullen zijn. Afgezien van de inspanningen van de Commissie garandeert dit dat het project zeker in deze drie talen beschikbaar zal zijn. De Commissie heeft duidelijk belang in samenwerking met het Parlement, dat dit project zozeer ondersteunt, en met de Raad voor een passende reikwijdte met vertaalde versies van het reeds voltooide academische deel van het project.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Ik heb een ontwerpresolutie (1) ontvangen krachtens artikel 108, lid 5 van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt op woensdag plaats.

 
  

(1)Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid