Index 
Debatten
PDF 1262k
Maandag 1 september 2008 - Brussel Uitgave PB
1. Hervatting van de zitting
 2. Mededeling van de Voorzitter
 3. In memoriam
 4. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 5. Samenstelling Parlement: zie notulen
 6. Samenstelling commissies en delegaties: zie notulen
 7. Interpretatie van het Reglement: zie notulen
 8. Van de Raad ontvangen verdragsteksten: zie notulen
 9. Aan de resoluties van het Parlement gegeven uitvoering: zie notulen
 10. Vervallen schriftelijke verklaringen: zie notulen
 11. Kredietoverschrijvingen: zie notulen
 12. Verzoekschriften: zie notulen
 13. Ingekomen stukken: zie notulen
 14. Mondelinge vragen en schriftelijke verklaringen (indiening): zie notulen
 15. Regeling van de werkzaamheden
 16. Spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang
 17. Europees justitieel netwerk – Versterking van Eurojust en wijziging van Besluit 2002/187/JBZ - Toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen (debat)
 18. Gebruik van het visuminformatiesysteem (VIS) in het kader van de Schengengrenscode (debat)
 19. Evaluatie van het Dublin-systeem (debat)
 20. Situatie in Georgië (debat)
 21. Evaluatie van het Dublin-systeem (voorzetting van het debat)
 22. Gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees verbintenissenrecht (debat)
 23. Bepaalde kwesties in verband met motorrijtuigenverzekering (debat)
 24. Gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude (debat)
 25. Agenda voor de volgende vergadering: zie notulen
 26. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

(De vergadering wordt om 17.00 uur geopend)

 
1. Hervatting van de zitting
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Ik verklaar de zitting van het Europees Parlement, die op 10 juli 2008 werd onderbroken, te zijn hervat.

 

2. Mededeling van de Voorzitter
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dames en heren, ik heet u allen welkom! Ik wil graag beginnen met enkele opmerkingen over de situatie aangaande het halfrond in Straatsburg. Zoals u weet, moest de eerste vergaderperiode van het Europees Parlement in september bij uitzondering hier in Brussel worden gehouden in verband met het gedeeltelijk instorten van het verlaagd plafond van het halfrond hier in Straatsburg op 7 augustus. Ik heb daartoe besloten in het belang van de veiligheid van de EP-leden en het personeel na het bestuderen van de eerste rapporten van de deskundigen en na raadpleging van de voorzitters van de fracties en het Franse voorzitterschap van de Raad. Bij dit besluit is tevens rekening gehouden met de noodzaak van continuïteit in het wetgevende werk van het Europees Parlement.

De eerste resultaten van het onderzoek geven aan dat het gedeeltelijk instorten van het verlaagd plafond veroorzaakt is door breuken in de bouwonderdelen die het hangend plafond verbinden met de eigenlijke plafondconstructie. Het onderzoek loopt nog en wordt in opdracht van het Parlement door enkele onafhankelijke internationale ingenieursbureaus uitgevoerd om nadere details te verzamelen en te bepalen wie verantwoordelijk is voor het instorten. Het onderzoek wordt uitgevoerd in zeer nauwe samenwerking met de betreffende plaatselijke autoriteiten en een door de Franse regering aangestelde hooggeplaatste deskundige op het gebied van de veiligheid van gebouwen. Zodra de definitieve onderzoeksrapporten beschikbaar zijn, zal op basis daarvan worden bepaald wie van de bij de bouw van het oorspronkelijke plafond betrokken aannemers verantwoordelijk en aansprakelijk is of zijn. Het verlaagde plafond in het halfrond wordt nu opnieuw opgehangen met behulp van een nieuwe techniek die is goedgekeurd door de onafhankelijke deskundigen en de plaatselijke bouwkundige autoriteiten.

Uiteraard wordt alles in het werk gesteld om de werkzaamheden zo snel mogelijk af te ronden, maar de gekozen procedure is noodzakelijkerwijs nu eenmaal tijdrovend. Niettemin hopen we dat de veiligheidsonderzoeken en de noodzakelijke herstelwerkzaamheden op tijd voltooid zullen zijn om de tweede vergaderperiode van september van het Parlement in Straatsburg te houden.

Ik verzeker u dat veiligheid absolute prioriteit heeft in alle overwegingen en besluiten.

 

3. In memoriam
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dames en heren, ik vrees dat ik enkele zeer trieste mededelingen voor u heb. Tijdens de zomer hebben we met grote droefheid kennis genomen van de tragische dood van onze vriend en collega professor Bronisław Geremek. Hij was een groot Pools patriot en een echte Europeaan die decennialang onvermoeibaar campagne heeft gevoerd om het Poolse volk te laten delen in de fundamentele waarden van democratie, vrijheid, mensenrechten en de rechtsorde. Zijn grote betrokkenheid bij de democratische oppositie en de grote volksbeweging Solidarność hebben uiteindelijk hun vruchten afgeworpen.

Polen bezet nu al sinds bijna twee decennia zijn rechtmatige plaats tussen de vrije en democratische naties van Europa en is – zoals we allemaal weten – sinds 1 mei 2004 lid van de Europese Unie. Zijn bijdrage aan deze prestatie maakt Bronisław Geremek – die jarenlang lid is geweest van de Sejm, het lagerhuis van het Poolse parlement en van 1997 tot 2000 minister van Buitenlandse zaken was van zijn land – ongetwijfeld tot een van de grondleggers en belangrijkste architecten van het nieuwe Polen.

Bronisław Geremek is lid van het Europees Parlement geweest sinds 2004. We kenden hem als een man met een diepgeworteld en oprecht geloof in het Europese project. Een geloof dat zijn idealen en overtuigingen belichaamde: verzoening, dialoog en compromis. Ik had grote bewondering voor zijn unieke vermogen om tegelijkertijd dicht bij zijn eigen land en bij de Europese Unie te staan. Onvermoeibaar zette hij zich in voor het integratieproces dat hij zag als de beste oplossing voor de toekomst van zijn land, sterker nog, voor die van het hele continent.

We hebben een uitzonderlijk iemand verloren op het Europese toneel, een collega wiens tragische en vroegtijdige dood een leegte heeft achtergelaten die moeilijk zal kunnen worden opgevuld. Ik wil mijn diepgevoelde medeleven betuigen aan zijn gezin – en vooral zijn twee zonen – en al zijn vrienden. Iedereen in het Europees Parlement zal zijn herinnering in ere houden.

Dames en heren, we hebben ook begin augustus met grote droefheid kennis genomen van het overlijden van onze collega Willi Piecyk, kort voor zijn zestigste verjaardag. Ook bij deze trieste gebeurtenis zou ik namens het Europees Parlement ons oprechte medeleven willen uitspreken met zijn familieleden en vrienden. Willy Piecyk is lid van het Europees Parlement geweest sinds 1992. Hij was toonaangevend in de Commissie vervoer en toerisme, waarin hij jarenlang woordvoerder van de sociaal-democratische fractie was.

Een paar weken geleden was hij nog in de gelegenheid met ons de eerste Europese dag van de zee te vieren. Ik wist hoe ernstig ziek hij was, maar toen had ik de indruk dat zijn gezondheid verbeterd was. Helaas was die indruk verkeerd.

Willi Piecyk zal op allerlei manieren in onze gedachten voortleven als de initiatiefnemer van veel belangrijke projecten. Met zijn heengaan verliezen we een collega die het respect en de waardering genoot van iedereen hier in het Parlement. Ook aan Willi Piecyk zullen we altijd in dankbaarheid terugdenken.

Dames en heren, ik moet u ook informeren over het overlijden van een zeer geliefde oud-collega, Maria Luisa Cassanmagnago Cerretti, op 4 augustus jongstleden. Ik heb bijzonder levendige herinneringen aan haar, want ze kwam tegelijk met mij in 1979 in het Europees Parlement, waar ze de kwestie Europa en Europese integratie op zich nam. Ze is vicevoorzitter van de Fractie van de Europese Volkspartij geweest en was van 1982 tot 1987 vicevoorzitter van het Europees Parlement. Een andere politieke functie die ze een tijd lang bekleedde was het voorzitterschap van de Commissie politieke zaken van het Europees Parlement, de voorloper van de Commissie buitenlandse zaken.

Door haar politieke engagement was Maria Luisa Cassanmagnago Cerretti een inspiratie, vooral voor vrouwen, en als lid van het Europees Parlement was zij een vrouw met intellectuele moed en compassie die een waardevolle bijdrage heeft geleverd aan de Europese integratie. We zullen met grote genegenheid aan haar terugdenken.
 
Dames en heren, tijdens het zomerreces heeft zich een reeks tragische vliegtuigongevallen voorgedaan. Op 20 augustus vonden 154 mensen de dood bij Spanje’s ernstigste vliegtuigongeval in 25 jaar. Slechts 18 van de 172 mensen aan boord van het toestel, dat op weg was van de luchthaven Barajas in Madrid naar de Canarische eilanden, overleefden de tragedie. De dag na de crash heb ik namens het Europees Parlement een verklaring afgelegd en vandaag zou ik die boodschap van solidariteit en steun aan de familieleden en vrienden van de overledenen willen herhalen.

Een paar dagen maar na de tragedie in Madrid, op 24 augustus, stortte een ander vliegtuig kort na het opstijgen neer in Bishkek, de hoofdstad van Kyrgyzstan. 68 passagiers en de bemanning kwamen om. Ik denk dat ik namens iedereen in het Parlement spreek als ik onze innige deelneming betuig met de slachtoffers van deze en andere tragische gebeurtenissen.

Ik zou iedereen willen verzoeken te gaan staan en een minuut stilte in acht te nemen in nagedachtenis aan hen die het leven hebben verloren.

(Het Parlement neemt staande een minuut stilte in acht)

 

4. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

5. Samenstelling Parlement: zie notulen
Video van de redevoeringen

6. Samenstelling commissies en delegaties: zie notulen
Video van de redevoeringen

7. Interpretatie van het Reglement: zie notulen
Video van de redevoeringen

8. Van de Raad ontvangen verdragsteksten: zie notulen

9. Aan de resoluties van het Parlement gegeven uitvoering: zie notulen

10. Vervallen schriftelijke verklaringen: zie notulen

11. Kredietoverschrijvingen: zie notulen

12. Verzoekschriften: zie notulen

13. Ingekomen stukken: zie notulen

14. Mondelinge vragen en schriftelijke verklaringen (indiening): zie notulen

15. Regeling van de werkzaamheden
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − De definitieve ontwerpagenda die door de Conferentie van voorzitters is opgesteld overeenkomstig artikel 130 en 131 van het Reglement tijdens haar vergadering van 28 augustus 2008, is rondgedeeld. Er zijn geen wijzigingen voorgesteld. De agenda wordt daarom goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (PSE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, als we uitgaan van de agenda en aannemen dat het debat over Georgië vandaag plaatsvindt, hebben we geen speciale wensen. Mocht de zitting door vertraging echter uitlopen, met als gevolg dat het debat over Georgië pas morgen kan worden gehouden, dan zouden we willen verzoeken het debat over het sociale pakket naar de tweede vergaderperiode van september te verschuiven omdat het naar mijn mening onmogelijk is om de debatten over zowel het sociale pakket als Georgië in één ochtend af te handelen. Het leek me goed om dit maar alvast te melden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u wel, meneer Swoboda. Er was geen vertaling, geloof ik, met name niet in het Engels, als ik goed gezien heb om welke collega’s het gaat. Ik zal herhalen wat de heer Swoboda zojuist heeft gezegd. De heer Swoboda heeft gezegd dat, als het debat over de Top van vandaag niet vandaag maar morgen plaatsvindt, het debat over het sociale pakket moet worden verschoven naar de tweede vergaderperiode van september omdat de tijd die voor dit debat staat dan op zal gaan aan de bespreking van de Top van vandaag. Zo heb ik het begrepen. Zijn we het daarover eens? Zo te zien is dat het geval. We komen nu bij de spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang overeenkomstig artikel 144 van het Reglement.

 

16. Spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − We gaan verder met de spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Olympische Spelen van Beijing hebben helaas aangetoond dat autoritaire regimes niet in staat of bereid zijn de Olympische idealen van eerbiediging van de mensenrechten en vrede na te streven.

Het was symbolisch dat de Russische autoriteiten er de voorkeur aan gaven het begin van de Olympische Spelen van Beijing samen te laten vallen met een gewapende invasie van een buurland. Dit vond allemaal plaats in de directe nabijheid van de locatie van de toekomstige Olympische Winterspelen van Sochi.

Ik ben ervan overtuigd dat de Russische Federatie door deze schending zonder weerga van de territoriale integriteit van een buurland, en de annexatie van delen van diens grondgebied, het morele en politieke recht heeft verloren om gastland te zijn voor de Olympische Spelen van Sochi in 2014.

Ik roep het Internationaal Olympisch Comité op om op zo kort mogelijke termijn een andere stad aan te wijzen voor de organisatie van deze Winterspelen.

 
  
MPphoto
 

  Manuel Medina Ortega (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, als Spaans EP-lid en ingezetene van de Canarische eilanden wil ik u graag bedanken voor het gedenken van de slachtoffers van het ongeval op 20 augustus. Ook ik wil mijn medeleven betuigen. Ik hoop dat dit soort ongevallen zich niet meer zal voordoen en dat de Europese Unie in staat zal zijn de veiligheid van de luchtvaart te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Jelko Kacin (ALDE). – (SL) Mijnheer de Voorzitter, de problemen op het gebied van milieubescherming en de toegenomen energiebehoefte vormen in samenhang met klimaatverandering een uitdaging die een zorgvuldige aanpak vraagt van alle politici. Ze overstijgen landsgrenzen en nationale belangen. De bouw van gasterminals op zee in binnenzeeën, zoals in de Adriatische Zee, ligt nog gevoeliger.

Er zijn plannen voor de bouw van gasterminals op het land en op zee in en rond de baai van Triest, waarbij sprake is van een locatie op slechts vijf mijl afstand van de Sloveense kust, recht tegenover de grootste toeristische regio Piran. Als de Italiaanse regering daarvoor de moed had, zou ze voor de lagune van Venetië kunnen kiezen, maar daarbij zou ze vastlopen omdat de hele beschaafde wereld daar bezwaar tegen zou maken.

Burgers hebben het recht bezwaar te maken tegen dergelijke projecten en politici moeten hun wensen eerbiedigen en het democratisch tekort in de Europese Unie compenseren. We hebben het milieu te vaak verwaarloosd om ons te kunnen veroorloven zoiets nog een keer te doen. De Italiaanse regering moet van het Europees Parlement in die zin een duidelijke boodschap krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert (Verts/ALE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag een behoorlijk ernstige kwestie onder uw aandacht brengen, namelijk die van een Srilankese journalist, de heer J.S. Tissainayagam, die onder onze aandacht is gekomen tijdens het recente delegatiebezoek aan Sri Lanka. Het gaat om een zeer bekende schrijver en journalist die onder meer een door de Duitse regering gesubsidieerde website runde met de naam “Outreach”, die vrede en gerechtigheid propageerde. Hij werd op dat moment al vier maanden zonder aanklacht in slechte omstandigheden vastgehouden en werd uiteindelijk aangeklaagd en in voorlopige hechtenis teruggezonden op grond van de Srilankese antiterrorismewet. De aanklacht betrof het in diskrediet brengen van de regering en het verstoren van de harmonie van de gemeenschap.

We zouden u willen verzoeken, Mijnheer de Voorzitter, om een beroep te doen op de goede diensten van de Raad en de Commissie om deze belangrijke zaak te volgen, al was het maar om erop toe te zien dat hij onder vier ogen met zijn advocaten kan spreken – wat hij tot nu toe nog niet heeft kunnen doen – en dat er volledige openheid wordt gegeven over de bewijzen tegen hem.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Onze ambtenaren zullen de zaak volgen.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, Rusland is een van onze belangrijkste politieke en economische partners. De afgelopen dagen heeft Rusland echter intimiderende uitspraken richting de Unie gedaan en gedreigd met de Russische economische en militaire macht. Aan landen die betrokken zijn bij het Europees Nabuurschapsbeleid zijn vergelijkbare bedreigingen gericht. Dames en heren, is het een normaal gebruik dat een van de partners binnen het kader van een partnerschap zijn toevlucht neemt tot dit soort acties? Ik denk in het bijzonder aan onze gezamenlijke belangen, zoals met name de aanleg van olie- en gaspijpleidingen.

De Europese Gemeenschap is het thuis van 500 miljoen burgers en de grootse economie ter wereld. Dat een land met aanzienlijk minder potentieel over de Unie heen kan lopen, is een teken dat we worden behandeld als een zwakke partner die niet in staat is belangrijke politieke beslissingen te nemen. Het is maar goed dat het Verdrag van Lissabon nog niet van kracht is, want als dat het geval was geweest, dan zou zelfs afzonderlijke lidstaten van de Unie de mogelijkheid worden ontzegd om een eervolle reactie te geven.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u wel. Het Verdrag van Lissabon is expliciet: ik wil u vragen geduld met me te hebben, want ik heb zo-even hetzelfde naar voren gebracht in mijn toespraak tot de Europese Raad. Solidariteit onder de lidstaten bij energieaangelegenheden is een beginsel dat in het Verdrag van Lissabon is vastgelegd. Dat houdt in dat, mocht een EU-lidstaat te maken hebben met een dreiging van afsluiting van zijn energietoevoer, alle andere lidstaten de plicht hebben hem bij te staan. Om die reden is het van bijzonder groot belang dat het Verdrag van Lissabon wordt geratificeerd. Excuseert u mij dat ik dit punt herhaal, maar het Verdrag is met name op energiegebied heel belangrijk.

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag de gelegenheid aangrijpen om te wijzen op het effect dat de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende energieverbruikende producten zal hebben voor een bedrijf in mijn kiesdistrict dat deskundig is op verwarmingsgebied. Mij wordt verteld dat het huidige voorstel voor de tenuitvoerlegging ten aanzien van verwarmingsketels ernstige en onnodige gevolgen zal hebben voor de centraleverwarmingsindustrie in Ierland, waarin veel mensen in mijn kiesdistrict werkzaam zijn.

De huidige voorstellen voor verwarmingsketels verplichten fabrikanten een energielabel aan te brengen op de ketel, maar ook op de bedieningssystemen, pompen en bepaalde hernieuwbare energiebronnen. Deze etiketteringsvoorstellen gaan voorbij aan de sleutelrol van de professionele installateur. Installateurs zijn een essentieel onderdeel van de bevoorradingsketen voor verwarmingssystemen, en in de aanpak van de Commissie wordt hun expertise grotendeels genegeerd of verspild.

De voorstellen van de Commissie zullen de thuismarkt in Ierland voor verwarmingssystemen ingrijpend veranderen, met als verder reikende consequenties een beperking van de keus, misleidende informatie voor de consument, hogere kosten en een minder flexibele en concurrerende markt, en verlies van werkgelegenheid.

Vooruitlopend op het raadplegingsforum van de Commissie zou ik haar willen vragen te luisteren naar de deskundigen als wordt gekeken naar de gevolgen van deze richtlijn voor Ierland.

 
  
MPphoto
 

  Willy Meyer Pleite (GUE/NGL). – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil graag mijn dank uitspreken voor de formele verklaring van dit Huis over het ernstige ongeval dat op 20 augustus heeft plaatsgevonden op de luchthaven Barajas en de dood van 155 mensen tot gevolg heeft gehad. Ik denk echter ook, dames en heren, dat het tijd is om ons af te vragen of alle luchtvaartmaatschappijen de Europese richtlijnen op het gebied van veiligheid en onderhoud wel strikt toepassen.

Ik denk dat de tijd gekomen is – en ik doe dit verzoek namens dit Huis – dat de Europese Commissie kritisch onderzoekt in hoeverre de normen op het gebied van veiligheid in de luchtvaart, en met name van het vliegtuigonderhoud, worden nageleefd.

Ik denk daarom dat het moment gekomen is, niet alleen voor verdriet natuurlijk, en voor solidariteit natuurlijk, maar om kritisch te kijken naar de naleving van de Europese richtlijnen op het gebied van veiligheid in de luchtvaart en onderhoud.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de EU toont vaak, met goede bedoelingen, belangstelling voor mijn kiesdistrict in Noord-Ierland. Toch zou ik willen waarschuwen voor het subsidiëren van een project dat tot enorme verdeeldheid kan leiden. Ik doel op de dwaze omarming door de task force van de EU, op aandringen van de leiders van de DUP en Sinn Fein in de Northern Ireland Executive, van mogelijke steun voor een zogenaamd “conflicttransformatiecentrum” op de locatie van de voormalige Maze-gevangenis.

Hoe het ook wordt aangekleed en wat voor draai er ook aan wordt gegeven, met het behoud van de H-blokken, inclusief de hospitaalvleugel, zal een gedenkplaats ontstaan voor de terroristen die in de jaren ’80 in de Maze zelfmoord hebben gepleegd. Dit zou voor de meeste mensen aanstootgevend zijn en voor de Unionisten, die ik vertegenwoordig, onaanvaardbaar.

Ik zou daarom de Commissie willen waarschuwen tegen inmenging in een dergelijke controversiële kwestie. Ze moet zich niet laten gebruiken door mensen die zich achter de EU willen verschuilen om iets voor elkaar te krijgen dat de verhoudingen in Noord-Ierland een gevoelige knauw zal geven.

 
  
MPphoto
 

  Petru Filip (PPE-DE). – (RO) Na de erkenning van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië door het Russische Parlement is het Transnistrische conflict in een nieuwe fase gekomen. Het is voor ieder van ons duidelijk dat het buitenlands beleid van Rusland is veranderd sinds dit besluit van het Russische Parlement en dat de Unie als geheel daarom moet nadenken over haar positie in deze.

Overwegende dat de kwestie Transnistrië, een regio die dicht bij de oostelijke grens van de Europese Unie ligt, van groot belang is voor alle lidstaten en vooral voor Roemenië, acht ik besluitvaardige betrokkenheid op communautair niveau noodzakelijk om onnodig gespannen betrekkingen te voorkomen tussen de landen en entiteiten die te kennen hebben gegeven belangen te hebben in deze regio.

Overwegende dat Natalia Timakova, woordvoerster van Dimitri Medvedev, heeft aangekondigd dat een aantal bijeenkomsten zal worden gehouden met alle belanghebbende partijen, met inbegrip van vertegenwoordigers van Tiraspol, zou het van belang kunnen zijn om de mogelijkheid te overwegen een commissie in te stellen die het standpunt van de Gemeenschap in deze kwestie moet bepalen en presenteren.

Uit een recent onderzoek van de Europese Raad buitenlandse betrekkingen blijkt dat de onderhandelingen over het akkoord over Moldavië/Transnistrië na de gebeurtenissen in Georgië alleen maar moeilijker zullen verlopen.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Mircea Paşcu (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Georgië is niet zomaar een volgende internationale crisis waar de EU op moet reageren. Het is een teken van de militaire comeback van Rusland, die al was aangekondigd met het offensieve beleid ten aanzien van energieleveringen dat in 2006 is ingezet.

De EU zit klem tussen principes en economische belangen. Als je je principes hoog wilt houden, moet je bereid zijn je belangen op te offeren. Omgekeerd lijd je enorm gezichtsverlies als je juist voor die belangen kiest. Rusland zit op zijn beurt net zo klem tussen de winsten uit de verkoop van energie aan het Westen en eerbiediging van de internationale rechtsorde. Niemand kan die ongestraft aan de laars lappen. Dat is de boodschap die onze leiders luid en duidelijk aan Moskou moeten overbrengen.

Het zou een enorme terugslag voor de hele internationale gemeenschap betekenen als Rusland ervoor zou kiezen zijn nieuwverworven energievoorraden te investeren in een nutteloze poging terug te keren naar de bipolaire wereldorde, in plaats van zich mede in te zetten voor het vorm geven aan een nieuwe, multipolaire, geglobaliseerde wereld.

 
  
MPphoto
 

  Maria Petre (PPE-DE). – (RO) Ik wil iets zeggen over de blokkering van de Sapard-betalingen voor Roemenië en de effecten daarvan op de korte en middellange termijn.

Een missie van de Europese Commissie heeft in juni 2008 een bezoek gebracht aan Bulgarije en Roemenië en opdracht gegeven voor opschorting van de betalingen in het kader van Sapard-projecten. De missie verzocht om actie ter verbetering van procedures die zij niet in overeenstemming met de voorschriften achtte en in Roemenië hebben de rechtstreeks betrokken verantwoordelijke autoriteiten een actieplan voorgesteld om te problemen op te lossen, dat akkoord is bevonden.

Desondanks beginnen de problemen nu pas echt. De nationale betalingen zullen worden hervat – waarschijnlijk in september – door middel van procedures die betrekking hebben op de wijze waarop de betalingen plaatsvinden en op basis van een onafhankelijke audit, die misschien wel een jaar kan duren en moet waarborgen dat de procedures in overeenstemming met de voorschriften zijn. Dit brengt het risico met zich mee dat het geld voor altijd verloren is, en dit juist voor een regio die zwaar getroffen is door de overstromingen van de afgelopen zomer.

Als bij de vorige twaalf auditmissies geen onregelmatigheden zijn gevonden en de gebreken niet fundamenteel zijn, dan vraag ik mij af, en vraag ik de Europese Commissie, of besparingen op de landbouwbegroting niet belangrijker zijn dan Sapard-projecten en de resultaten daarvan.

Ik zie maar één oplossing, en dat is akkoord gaan met een verlenging van de termijn met nog een jaar.

 
  
MPphoto
 

  Katalin Lévai (PSE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, er zijn dreigende tekenen van een opleving van racisme, homohaat en antisemitisme in veel landen in de EU. Het vreedzame Pride Festival in Boedapest was deze zomer het doelwit van aanvallen van extreemrechtse groepen en de deelnemers werden bekogeld met stenen en met zuur gevulde eieren. Veel deelnemers raakten daarbij gewond. Na dit schandelijke incident gaf de Hongaarse premier de aanzet voor een Hongaars Handvest, en ik zou hier in het Europees Parlement een Europees Handvest willen instellen samen met mijn collega’s Michael Cashman en Edit Bauer.

Wij veroordelen iedere vorm van geweld. We kunnen de vorming van extreme organisaties die hun eigen idee van gerechtigheid in de praktijk willen brengen, niet tolereren. We verwerpen het ontstaan van fascistische ideeën en vooroordelen tegen allerlei minderheden, en keuren iedere vorm van racisme af. We moeten gezamenlijk optreden tegen geweld en intimidatie met de hulp van wetgeving en ook door het goede voorbeeld te geven in ons dagelijks leven. Daarom wil ik ook hier in het Parlement steun vragen voor het Europees Handvest.

 
  
MPphoto
 

  Marco Pannella (ALDE). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, Europa is gegrondvest op de overtuiging dat het niet langer mogelijk was welzijn, vrijheid, democratie en vrede te waarborgen op basis van nationale soevereiniteit. En nu veroordelen we de Georgiërs die in naam van Europa het verstikkende juk van dictatorschap afwerpen en hun hoop op Europa vestigen; we veroordelen ze tot nationale onafhankelijkheid, terwijl een groot deel van Europa op zeer laffe wijze een knieval maakt voor Moskou en het beleid van Poetin, en op het punt staat hetzelfde te doen voor China.

Ons probleem op het moment is dat we niet door kunnen gaan met het veroordelen van Georgië, Turkije, Israël en Marokko – waarvan de koning in 1985 heeft gevraagd om toetreding tot de Europese Unie – en ze zeker niet kunnen veroordelen tot iets dat we zelf hebben afgewezen, wat onze redding is geweest!

 
  
MPphoto
 

  Milan Horáček (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ondanks aanzienlijke inspanningen en wereldwijde initiatieven om gerechtigheid te krijgen voor het voormalige hoofd van Yukos, Mikhail Khodorkovsky, en zijn zakenpartner, Platon Lebedev, komt er geen verandering in hun lot. “Vrijheid is beter dan onvrijheid” zei de nieuw gekozen president Medvedev. Dat zou de grondslag moeten zijn voor de toekomst van Rusland, naast een hervorming van het rechtsstelsel en een hoognodige verbetering van de omstandigheden in de gevangenissen. Helaas toont het laatste vonnis in de zaak Khodorkovsky aan dat de hoop op meer gerechtigheid in Rusland niet wordt bewaarheid. De recente militaire beleidsbeslissingen ten aanzien van Georgië en de NAVO geven ook aan dat met het nieuwe duo Poetin-Medvedev aan de macht een nieuwe IJstijd is aangebroken, niet alleen in het land zelf maar ook in de buitenlandse politieke arena. We moeten hiervoor echt op onze hoede zijn.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil uw aandacht vragen voor een voorval dat voor heel wat onrust heeft geleid bij mijn medeburgers. Tijdens een debat over criminaliteit in een commissie van het Britse Lagerhuis heeft een hoge vertegenwoordiger van de Britse politie gezegd dat alle Polen een mes bij zich hebben omdat dit deel is van hun cultuur, en dat ze heropgevoed moeten worden. Ik wil graag duidelijk stellen dat ik, ook al ben ik een Pool, geen mes bij me draag en dat het standaardgebruik van een mes in mijn cultuur samenvalt met dat van een vork, en wel bij de maaltijd.

Het is erg betreurenswaardig dat zoiets wordt gezegd, vooral omdat een groot deel van mijn medeburgers die op de Britse eilanden wonen eerder het slachtoffer van een misdrijf zal zijn dan de dader. Alle collectieve uitspraken die ongeacht welke negatieve eigenschappen toeschrijven aan welk land dan ook, zijn immers tekenen van intolerantie. Dergelijke aantijgingen mogen nooit worden gedaan in een lidstaat van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). – (PT) In de media in Portugal zijn de afgelopen dagen berichten verschenen over nog eens 312 ontslagen bij Yasaki in Ovar. Als de laatste ontslagronde wordt meegerekend, zijn in de afgelopen anderhalf jaar bij Yasaki Saltano bijna 1 200 mensen afgevloeid bij de vestigingen in Ovar en Vila Nova de Gaia.

Dit vormt een ernstig maatschappelijk probleem in een streek waar weinig vervangende werkgelegenheid is en de werkloosheid constant toeneemt. Het is echter ook een echt schandaal, als je bedenkt dat deze multinational miljoenen euro’s steun uit communautaire fondsen heeft ontvangen voor investeringen in Portugal. De mensen die te lijden hebben onder de wijzigingen in de bedrijfsstrategie zijn de werknemers en de bewoners in de streken waar het bedrijf zijn vestigingen heeft.

We moeten voorkomen dat dit soort situaties zich systematisch blijft herhalen.

 
  
MPphoto
 

  Christa Klaß (PPE-DE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, na de zondagdienst in de stad waar ik woon, deed onze Indische priester verslag van de wreedheden die in zijn thuisland worden begaan. De afgelopen week zijn christenen in de deelstaat Orissa in Oost-India het slachtoffer geworden van een campagne van vervolging, vernedering, mishandeling en moord. Eind vorige week waren daarbij in totaal 26 mensen omgekomen, werden 41 kerken verwoest, vier kloosters in de as gelegd en veel huizen van christenen vernield. De mensen zijn de bossen in gevlucht en bidden om bescherming tegen de hindoefanatici.

Dit is niet de eerste aanval op christenen. Ongeveer 60 000 christenen in Orissa zijn daarom inmiddels hun huizen ontvlucht. Aanleiding voor het huidige conflict was de moord op een geestelijk leider en lid van de Vishwa Hindu Parishad (Hindoe Wereldraad) op 23 augustus. Pastor Saji uit ons dorp heeft onze parochie gevraagd voor de slachtoffers te bidden, want meer kunnen we niet doen. Ik veroordeel deze misdaden tegen de menselijkheid uit de grond van mijn hart. Het Europees Parlement moet de Indische regering dringend verzoeken het recht op leven en vrijheid van de christenen in Orissa te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Marianne Mikko (PSE). – (ET) Dames en heren, Transnistrië heeft de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië erkend. Wat de separatistische streek Transnistrië in Moldavië betreft, heeft deze oververhitting veel te maken met een vastgevroren conflict.

Zuid-Ossetië, Abchazië en Transnistrië bevinden zich in een vergelijkbare situatie: jarenlang heeft Rusland geweigerd zijn troepen van hun grondgebied terug te trekken. De president van Moldavië heeft gezegd dat Transnistrië lijkt op een vulkaan die, net als de gebeurtenissen in Georgië, ieder moment tot uitbarsting kan komen.

Rusland heeft president Voronin laten weten dat het interesse heeft voor een overeenkomst waarin Transnistrië wordt behandeld als een autonome regio in Moldavië. Met een dergelijke status zou Transnistrië zich indien nodig wettig van Moldavië kunnen afscheiden op grond van een referendum.

Het is van essentieel belang dat de 5+2 partners aan de onderhandelingstafel worden gebracht: we kunnen niet toestaan dat Medvedev en Voronin dit conflict onder elkaar oplossen. Als hoofd van de Moldavische delegatie dring ik ten sterkste aan op preventieve actie inzake Transnistrië.

Transnistrië moet een internationale vredesmacht krijgen; we zouden Moldavië een plan voor nauwere samenwerking moeten aanbieden en Moldaviërs moeten toestaan de Europese Unie zonder visum binnen te reizen.

 
  
MPphoto
 

  Toomas Savi (ALDE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft in juli 2007 besloten Sochi in Rusland het recht te verlenen de Olympische Winterspelen te organiseren. Na de agressie van Rusland tegen Georgië hebben de Amerikaanse congresleden Allyson Schwartz en Bill Shuster aangekondigd dat er, zodra het Congres van zomerreces terug was, een resolutie van het Congres zou komen waarin het IOC wordt verzocht een nieuwe locatie voor de Olympische Spelen van 2014 aan te wijzen.

Het moge duidelijk zijn dat er – als de Olympische Spelen in Sochi worden gehouden – landen zullen zijn die de Spelen zullen boycotten, net als in Moskou in 1980 naar aanleiding van de militaire invasie door de Sovjets in Afghanistan. Dat zou een veel zwaardere klap voor de Olympische beweging zijn dan het nu kiezen van een nieuwe gastheer voor de Olympische Spelen van 2014. Voor het Europees Parlement is daarom het moment gekomen op te handelen. Zo niet, dan zouden we opnieuw te maken kunnen krijgen met Spelen die worden gehouden in een autoritair en agressief land dat noch de mensenrechten, noch de burgerlijke vrijheden, noch het Olympisch Handvest eerbiedigt.

 
  
MPphoto
 

  László Tőkés (Verts/ALE). – (HU) Mijnheer de Voorzitter, in verband met de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië heeft de Roemeense president Traian Băsescu zeer hard uitgehaald naar de collectieve rechten van minderheden omdat dit naar zijn mening zou leiden tot het ineenstorten van sommige landen. De zorgen van de Europese Commissie over de crisis in de Kaukasus, de imperialistische agressie en de dreiging van Rusland en de gevaren voor Oekraïne en Moldavië zijn gerechtvaardigd. Boven de eventuele belangen van grootmachten, en de inspanningen van alle separatisten ten spijt: een echt vreedzame oplossing zou echter een waarborg kunnen zijn voor collectieve en nationale mensenrechten, evenals van volledige autonomie. Volgens Andreas Gross, rapporteur van de Raad van Europa, is autonomie het meest doeltreffende tegengif voor separatisme. President Băsescu zou zich geen zorgen hoeven te maken, want de Hongaren in Transylvanië willen zich niet van Roemenië afscheiden, net zo min als Tibet zich wil afscheiden van China; ze streven alleen maar collectieve rechten en autonomie na.

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, tijdens het zomerreces hebben we in Noord-Ierland, de regio waar ik vandaan kom, te lijden gehad onder zeer zware regenval in de maand augustus. Er zijn veel gebieden getroffen door plotselinge overstromingen die de bovenlagen van het land spoelden, vele hectaren aardappelvelden verwoestten en het graan tegen de grond wierpen.

Ik heb enkele van de zwaarst getroffen gebieden bezocht en wat ik aantrof, was een triest gezicht voor de mensen die zo hard hebben gewerkt om in deze tijd voedsel te produceren: weggespoelde wegen en bruggen en ook vee dat verloren is gegaan.

Nu zijn boeren wel gewend om de elementen te trotseren om te overleven, maar in dit geval zouden deze kleine gebieden hulp kunnen gebruiken en ook moeten krijgen. In Europa hebben we het Solidariteitsfonds dat door de Commissie beschikbaar zou moeten worden gesteld van de Northern Ireland Executive. Ik zou u dan ook willen verzoeken het hoofd van de Commissie aan te schrijven om te vragen contact op te nemen met het kabinet van de premier van Noord-Ierland om te kijken hoe het beste hulp kan worden geboden.

 
  
MPphoto
 

  Hanna Foltyn-Kubicka (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, vandaag is het bijna zeventig jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ik denk dat het een passend moment is u en alle leden van het Parlement te vragen het voorstel te steunen om 25 mei uit te roepen tot internationale herdenkingsdag van iedereen die zich heroïsch heeft verzet tegen een totalitair regime.

De keuze is niet voor niets op deze datum gevallen. Op 25 mei 1948 vermoordden de communisten namelijk kapitein Witold Pilecki. Pilecki is de enige persoon die ooit vrijwillig naar een concentratiekamp is gegaan. Hij wilde daarbinnen het verzet organiseren en informatie opdoen over de massamoorden die daar plaatsvonden. Na meer dan twee jaar te hebben doorgebracht in Auschwitz, ontsnapte hij en vocht hij vervolgens in de opstand van Warschau. Hij bleef in Polen na de val van het naziregime om zich te verzetten tegen het volgende totalitaire regime: dat van het Sovjet-communisme. Dat besluit moest hij uiteindelijk bekopen met zijn leven.

Mensen als Witold Pilecki verdienen het te worden herdacht. Als de democratisch gekozen vertegenwoordigers van Europa ligt het nu in onze macht om een dag in te stellen waarop hun nagedachtenis wordt geëerd. Laten wij hopen dat, zodra de datum van 25 mei daarvoor is gereserveerd, wij slechts herinneringen zullen hebben aan de strijd tegen de genocide en dat de tragedie van het totalitarisme nooit meer zal wederkeren.

 
  
MPphoto
 

  Nickolay Mladenov (PPE-DE). - (BG) Mijnheer de Voorzitter, collega’s, begin juli is Filip Dimitrov, de eerste democratisch gekozen premier van Bulgarije, teruggetreden uit de politiek.

Filip Dimitrov behoorde tot de oprichters van de democratische oppositie in Bulgarije. Begin jaren negentig nam hij het bestuur over van het uiteengevallen communistische regime, was vervolgens nog vertegenwoordiger van het Europees Parlement en tot slot vicevoorzitter van het Bulgaarse nationale parlement.

In de achttien jaar dat de heer Dimitrov actief was in de politiek, was hij voor een ieder die hem kende een toonbeeld van eerlijkheid en openheid. Hij was een man die in alle opzichten geloofde in de Europese, Euro-atlantische keuze van ons land, in de vrijheid van meningsuiting, in de democratie en in de mensenrechten.

Ik ben ervan overtuigd dat hij ondanks zijn pensionering ons met zijn advies en ervaring zal blijven helpen om te zorgen dat ons land weer de reputatie krijgt die het vanwege de inspanningen van mensen als Filip Dimitrov verdient.

 
  
MPphoto
 

  Luis Yañez-Barnuevo García (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, mijn woorden hebben betrekking op een kwestie die vooralsnog onvermeld is gebleven.

In Cuba worden dissidenten en mensen die niet achter de dictatuur staan, met regelmaat op volstrekt willekeurige wijze in hechtenis genomen. Onlangs betrof dit nog Gorki Águila, leider van een rockgroep, die inmiddels gelukkig weer is vrijgelaten. Toch zou ik de aandacht van de Voorzitter willen vestigen op het feit dat er verslag moet worden gedaan van dergelijke willekeurige acties van de Cubaanse dictatuur, en dat dit moet worden gepubliceerd om te voorkomen dat dergelijke zaken zich herhalen. Ik zou de Voorzitter daarom willen vragen om, zodra hij daartoe gelegenheid heeft, de Cubaanse regering of de Cubaanse ambassade in de Europese Unie ons ongenoegen over en onze afkeuring van deze acties uit te drukken.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de consumentenrechten van luchtpassagiers die reizen vanuit derde landen en op doorreis zijn op hubs in de EU, worden geschonden. Van duizenden wordt de BTW-vrije drank die zij hebben aangeschaft nog altijd in beslag genomen, omdat de Commissie nalaat enigszins snel Verordening (EG) nr. 915/2007, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 622/2003 tot vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, uit te voeren. Dertien niet-EU-landen hebben erkenning onder de Verordening aangevraagd, maar van slechts één van deze landen is dit goedgekeurd.

Ik zou u, mijnheer de Voorzitter, willen vragen om opnieuw onze nieuwe commissaris, de heer Antonio Tajani, op te roepen deze kwestie uit te zoeken en de verordening zo snel mogelijk tot uitvoer te brengen.

Veel deelnemers aan de Olympische Spelen te Beijing – en daarnaast ook hun supporters en families – hadden op hun terugreis naar huis goederen bij zich terwijl ze de belangrijkste hubs in Europa aandeden. Er zijn wederom tientallen klachten bij ons binnengekomen. Zoekt u dit alstublieft eens uit. Deze gang van zaken is niet in het belang van de consumentenrechten en het is ronduit een schijnvertoning als wij ons daarbij beroepen op veiligheidsredenen.

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Jörg Leichtfried (PSE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, op 14 augustus 2008 werd de vertrektijd van een vlucht van Ryanair van Oostenrijk naar het Verenigd Koninkrijk uitgesteld tot de volgende dag. De luchtvaartmaatschappij garandeerde haar reizigers vervolgens dat overeenkomstig Verordening (EG) nr. 261/2004 hun overnachtings- en overstapkosten zoude worden vergoed en er werd een informatiebrochure uitgedeeld, waarin de rechten van passagiers in het geval van een vertraagde of geannuleerde vlucht werden uiteengezet.

Toen een van de passagiers echter een verzoek indiende om de extra kosten vergoed te krijgen, weigerde de maatschappij zonder opgaaf van redenen te betalen. De weigering van Ryanair is duidelijk in strijd met Verordening (EG) nr. 261/2004, waarin precies is vastgelegd welke steun moet worden verleend aan passagiers in de gehele EU. In het geval van een vertraging, of meer in het bijzonder uitstel tot de volgende dag, hebben passagiers recht op een wettelijk vastgelegde vergoeding. Goedkope luchtvaartmaatschappijen zoals Ryanair kunnen zich niet aan de wet onttrekken en moeten evenzeer de verordening naleven. Dit soort dingen komt steeds vaker voor en gaat ten koste van de Europese luchtpassagier. Het is daarom nu echt tijd dat de Europese Commissie stappen onderneemt.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (UEN).(PL) Mevrouw de Voorzitter, 87 jaar geleden nam Lenin, de toenmalige leider van het wereldcommunisme en de Sovjet-Unie, de beslissing om drie regio’s van Georgië af te scheiden. Twee van deze regio’s waren Zuid-Ossetië en Abchazië. Bijna negentig jaar later betalen Georgië en Europa een hoge prijs voor deze beslissing. Toevallig valt de zitting van het Europees Parlement vandaag samen met een zitting van de Europese Raad. Daarom hebben wij nu de gelegenheid luid en duidelijk tegen de leiders van de Unie te verkondigen dat wij in de naam van de vrijheid van landen en van de mensenrechten, Rusland niet mogen verschonen van zijn agressie tegen Georgië.

Net als de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije van 1956 en de latere inval van Tsjecho-Slowakije in 1968, is dit opnieuw een opvallend voorbeeld van een grote staat die na de Tweede Wereldoorlog een kleine staat binnenvalt. Het is echter de eerste keer in zestig jaar dat de grote staat zich met behulp van militaire middelen een deel van de kleine staat toe-eigent. De zogenaamde verklaring van onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië is namelijk weinig meer dan een stukje politiek straattheater, in scène gezet door de heer Poetin. Het Europees Parlement zou zich vandaag solidair moeten verklaren met Georgië en meer in het algemeen met alle landen in de Kaukasus.

 
  
MPphoto
 

  György Schöpflin (PPE-DE). - (HU) Ik dank u dat u mij het woord geeft, mevrouw de Voorzitter. De Hongaarse publieke opinie is onlangs getuige geweest van een opmerkelijk staaltje diplomatie, midden in de Georgische crisis. De Russische ambassadeur in Boedapest heeft zich uiterst ongelukkig uitgelaten tegen de leider van de oppositie, de heer Viktor Orbán, en wel omdat de heer Orbán het opnam voor Georgië. De Russische ambassadeur heeft de Hongaarse oppositie, en daarmee de gehele Hongaarse natie, gedreigd – anders kunnen wij het niet beschrijven – met het gramschap van de Russen. Het is niet moeilijk deze gecodeerde boodschap te ontcijferen: wie stemt op FIDESZ moet rekening houden met de afkeuring van Rusland. De boodschap van zijne excellentie getuigt van onverbloemde inmenging in de Hongaarse binnenlandse politiek, en derhalve in het democratisch systeem van een van de lidstaten van de Europese Unie. Uiteraard staat Hongarije hierin niet alleen en hebben bijna alle voormalige communistische staten een vergelijkbaar dreigement ontvangen. Dit vormt een bedreiging voor heel Europa.

 
  
MPphoto
 

  Proinsias De Rossa (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ondanks de militaire neutraliteit van mijn land, staat Ierland niet neutraal, of onbezorgd, tegenover de crisis die is uitgebroken in Georgië. In de publieke opinie maakt men zich diepe zorgen over het feit dat machtige personen van alle kanten uit lijken te zijn op een nieuwe koude oorlog, en men is bezorgd over de zelfdestructieve praat van sancties tegen Rusland. Op basis van overhaaste reacties kun je niet bouwen aan vrede of gerechtigheid voor de mensen uit die regio, of van waar dan ook, noch deze garanderen.

In principe heeft Rusland een waarschuwingsschot voor onze boeg gelost. Het antwoord van de EU moet zijn dat zij haar middelen gebruikt om te bouwen aan nieuwe EU-instellingen die kunnen onderhandelen over bindende multilaterale overeenkomsten. Wij moeten ernaar streven om samen met, en niet in strijd met Rusland, te werken aan een nieuwe vreedzame wereld.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Daarmee is het debat gesloten.

 

17. Europees justitieel netwerk – Versterking van Eurojust en wijziging van Besluit 2002/187/JBZ - Toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het gezamenlijke debat over de volgende verslagen:

- A6-0292/2008 door mevrouw Kaufmann, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, betreffende het Europees justitieel netwerk (05620/2008 - C6-0074/2008 - 2008/0802(CNS));

- A6-0293/2008 door mevrouw Weber, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, versterking van Eurojust en wijziging van Besluit nr. 2002/187/JHA (05613/2008 - C6-0076/2008 - 2008/0804(CNS));

- A6-0285/2008 door de heer França, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, betreffende toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen (05598/2008 - C6-0075/2008 - 2008/0803(CNS)).

 
  
MPphoto
 

  Rachida Dati, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is voor mij een grote eer vandaag tot u te mogen spreken en mijn diepe toewijding uit te mogen drukken aan de waarden van de Europese Unie. De kern van deze waarden wordt zonder twijfel gevormd door gerechtigheid. U wilde deze deelzitting beginnen met een gezamenlijk debat over juridische zaken. Dit geeft blijk van het belang dat het Parlement hecht aan zaken van justitiële samenwerking en de bescherming van de grondrechten. Ook ik hecht veel belang aan deze zaken en ik dank u voor deze gelegenheid.

Zoals de Voorzitter net al zei, staan er drie teksten op de agenda: het besluit over het Europees justitieel netwerk, het besluit over Eurojust en het kaderbesluit over de tenuitvoerlegging van verstekvonnissen. Deze drie teksten zullen de justitiële samenwerking binnen de Europese Unie verbeteren en de wijze waarop de lidstaten werken, veranderen. Iedereen die in onze landen op het justitiële vlak werkzaam is, wacht vol ongeduld op deze drie initiatieven. Het werk van de Raad justitie en binnenlandse zaken van 25 juli heeft mogelijk gemaakt dat er politieke overeenkomst kan worden bereikt ten aanzien van de ontwerpbesluiten over het Europees justitieel netwerk en de versterking van Eurojust. Door de gezamenlijke inspanningen van het Sloveense en het Franse voorzitterschap is dit in minder dan een jaar teweeggebracht. Deze twee ontwerpbesluiten geven de Europese burger meer bescherming en versterken in strafrechtelijk opzicht de justitiële samenwerking. Dit alles geeft blijk van een Europese Unie die weet op te treden, en die vooruitgang kan boeken zonder daarbij de vrijheden en de grondrechten uit het oog te verliezen.

Ten aanzien van het Europees justitieel netwerk geldt dat het ontwerpbesluit dat bedoeld is ter vervanging van de gezamenlijke actie van 1998, de verplichtingen van Eurojust en het netwerk verheldert. Het houdt rekening met de wens van de lidstaten om beide organen te behouden en hun complementariteit te vergroten. Door veilige communicatiemiddelen te creëren tussen Eurojust en het Europees justitieel netwerk wordt voor effectievere justitiële samenwerking en meer wederzijds vertrouwen gezorgd. Het Europees justitieel netwerk is een bekend en gerenommeerd middel, dat zijn nut bij het bevorderen van de contacten tussen alle betrokkenen op dit vlak, reeds heeft aangetoond. Het verslag van Sylvia Kaufmann benadrukt dan ook het nut en het succes van het netwerk. Daarbij gaat speciale aandacht uit naar het aanpassingsvermogen van het netwerk, hetgeen met name tegemoet komt aan de behoeften van magistraten. Verder beklemtoont het verslag het belang om deze flexibiliteit en gedecentraliseerde structuur te behouden.

Mevrouw Kaufmann, u hebt in grote lijnen het oorspronkelijke voorstel overgenomen en ondersteund, waarvoor ik u dankbaar ben. Ook hebt u een aantal bezwaren geuit. U hebt terecht opgemerkt dat er voor veilige telecommunicatie moet worden gezorgd, die geheel in overeenstemming is met de regels inzake gegevensbescherming. Wij zijn het daar geheel en al mee eens. Ik kan u verzekeren dat de Raad nauwgezet rekening zal houden met de door het Parlement goedgekeurde voorstellen. De beoordeling van het functioneren van het Europees justitieel netwerk gaat hand in hand met de versterking van Eurojust. De een kan niet zonder de ander. Na zes jaar Eurojust leert de ervaring dat wij het functioneren van deze eenheid voor justitiële samenwerking moeten verbeteren. Eurojust is niet voldoende geïnformeerd, met name ten aanzien van terrorisme. De bevoegdheden van de nationale leden zijn niet geharmoniseerd en de operationele capaciteit van Eurojust is te weinig ontwikkeld.

De tekst waarover op 25 juli algehele politieke overeenkomst is bereikt, vormt een belangrijk stadium in de opbouw van een Europees justitieel netwerk. U zult zich allen maar al te bewust zijn dat de strijd tegen alle vormen van ernstige criminaliteit een van de prioriteiten van de Europese Unie vormt. In 2004 zijn bijvoorbeeld veertien zaken met betrekking tot de handel in mensen doorverwezen naar Eurojust; in 2007 waren dit er maar liefst 71. Dit geeft aan dat wij effectieve middelen nodig hebben voor de strijd tegen deze handel, die op ongekende schaal wordt gevoerd en waar duizenden van onze burgers het slachtoffer van worden.

Eurojust moet daarnaast een toonaangevende eenheid binnen de Europese justitiële samenwerking worden. Dankzij deze tekst waarover de Raad justitie en binnenlandse zaken overeenstemming heeft weten te bereiken, zal Eurojust beter functioneren en beter reactief kunnen ingrijpen. Om die reden is dit voor ons een belangrijke stap vooruit.

Ik zou in het bijzonder Renate Weber willen feliciteren met haar werk en haar willen danken voor haar steun. Ik heb getuige mogen zijn van haar enorme toewijding en haar wens om dit voorstel tot een succes te maken.

Door de versterking van Eurojust worden de privileges van de nationale leden versterkt. Er wordt een coördinatiecel voor noodgevallen opgezet en de overdracht van gegevens wordt verbeterd met als doel beter in te gaan op de problemen waar wij voor staan als gevolg van nieuwe vormen van criminaliteit. Sommigen van ons hadden wellicht een nog ambitieuzere aanpak gewild. Maar omdat het institutionele kader dit niet toelaat, moeten wij op basis van de bestaande wetgeving en zonder uitstel elke mogelijkheid om Eurojust te versterken, zien te benutten.

Met een aantal van de door u geuite bezwaren is rekening gehouden. De verslaglegging aan het Parlement over de werking van Eurojust zal zeer serieus genomen worden.

Ten aanzien van de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning, hetgeen ook een centraal aspect vormt bij de opbouw van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, worden door het kaderbesluit inzake de tenuitvoerlegging van verstekvonnissen de bestaande instrumenten, zoals het Europese arrestatiebevel, versterkt. Het is van cruciaal belang dat een uitspraak dat door een lidstaat is gedaan bij verstek van een persoon, in de gehele Europese Unie kan worden afgedwongen. Het kaderbesluit gaat ook vergezeld van een uitbreiding van de procedurele rechten van mensen. Dit betekent dat de handhaving van uitspraken die bij verstek zijn gedaan enerzijds wordt versterkt, maar dat anderzijds het recht op verdediging te allen tijde wordt gerespecteerd. Het kaderbesluit is niet zozeer gericht op een wijziging van de nationale regels, maar veeleer op een betere tenuitvoerlegging van verstekvonnissen.

Uw verslag, mijnheer França, onderstreept hoe belangrijk het is dat de bestaande instrumenten worden geharmoniseerd en dat het recht om tijdens procedures te worden gehoord, moet worden gegarandeerd. De diversiteit van de diverse rechtsstelsels moet worden gerespecteerd, bijvoorbeeld ten aanzien van hoe een persoon wordt gedagvaard. De Raad deelt deze zorgen en in het ontwerpvoorstel wordt derhalve het gezamenlijke debat over versterking van de grondrechten binnen de Europese Unie opnieuw opgevoerd. Ik weet dat uw Parlement de grootst denkbare waarde aan deze kwestie hecht. De Raad zal uw voorstellen, die zich over het algemeen langs dezelfde lijnen bewegen als de tekst waarover door de Raad politieke overeenkomst is bereikt, in beraad nemen. Dit is met name het geval met de voorstellen inzake de vertegenwoordiging door een raadsman en het recht op een herzieningsproces. Deze amendementen vormen zonder enige twijfel een verbetering van het oorspronkelijke voorstel.

Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Raad zal de voorstellen die deze week worden aangenomen, zorgvuldig bestuderen en ik kan u nogmaals verzekeren dat het voorzitterschap zeer graag met het Parlement samenwerkt. Wij moeten gezamenlijk de weg vooruit vinden en ik zal nooit uit het oog verliezen dat u de vertegenwoordigers bent van de Europese bevolking. Door middel van deze drie teksten wordt er vooruitgang geboekt in de zin van justitiële samenwerking op het gebied van strafzaken en daarnaast in de zin van het algemeen welzijn van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Zoals u zojuist al zei, mevrouw Dati, bevinden wij ons op een cruciaal punt in de formatie van de Europese justitiële ruimte die wij allen zo graag tot stand willen brengen en waaraan het Europees Parlement een essentiële bijdrage levert.

Ik zou de rapporteurs, mevrouw Kaufmann, mevrouw Weber en de heer França, willen danken voor hun voortreffelijke verslagen met betrekking tot deze drie initiatieven. De documenten laten zien dat het Europees Parlement de voorstellen van de lidstaten ondersteunt. Ook verheugt het mij, mevrouw Dati, dat de bijeenkomst van de Raad van 25 juli zo vruchtbaar is gebleken en tot politieke overeenkomst ten aanzien van alle drie de teksten heeft geleid. De Commissie ondersteunt de drie initiatieven en wij hebben geprobeerd een constructieve bijdrage te leveren aan het werk van de Raad.

Wat Eurojust en het Europees justitieel netwerk aangaat, hebben de lidstaten, geïnspireerd door onze mededeling van oktober 2007 over dit onderwerp, duidelijk blijk gegeven van hun wens om te convergeren. Veel van de voorstellen zijn terecht gekomen in deze twee initiatieven van de lidstaten: het harmoniseren van de bevoegdheden van de nationale leden van Eurojust, het versterken van de rol van het college in het geval van conflicterende jurisdictie, het verbeteren van de verspreiding van informatie van nationale leden aan Eurojust, en het mogelijke aanstellen van verbindingsmagistraten bij Eurojust voor derde landen. Veel van de amendementen die zijn voorgesteld in de zeer nuttige verslagen van mevrouw Kaufmann en mevrouw Weber zijn reeds meegenomen in de besprekingen van de Raad. Amendement 32 op het besluit inzake Eurojust, zoals verwoord in het verslag van mevrouw Weber, is bijvoorbeeld gericht op verbetering van het niveau van gegevensbescherming in derde landen die samenwerken met Eurojust. Deze samenwerking zal niet alleen worden gecontroleerd wanneer de overeenkomst wordt gesloten, maar ook nadat deze van kracht is gegaan. De Commissie heeft voorgesteld om dit idee op te nemen, en het ontwerp is dienovereenkomstig aangepast. Nu is opgenomen dat de samenwerkingsovereenkomst bepalingen moet bevatten over de controle van de toepassing daarvan, met inbegrip van de toepassing van de bepalingen inzake gegevensbescherming.

Ik zal nog een voorbeeld noemen: amendement 38 op het besluit inzake het Europees justitieel netwerk, zoals opgenomen in het verslag van mevrouw Kaufmann. Zoals mevrouw Dati al aangaf, is de bedoeling van dit amendement te zorgen dat er elke twee jaar aan het Europees Parlement verslag wordt uitgebracht van de activiteiten van het Europees justitieel netwerk. Dit amendement wordt ondersteund door de Commissie en is nu opgenomen in de tekst van het ontwerpbesluit.

Zoals u weet heeft de Raad politieke overeenkomst bereikt over de initiatieven voor Eurojust en het netwerk. Ik hoop dat de Raad deze twee instrumenten snel formeel zal aannemen en, wat even belangrijk is, dat de lidstaten snel de nodige stappen zullen nemen om de besluiten volledig in hun nationale rechtsstelsels op te nemen.

Ten aanzien van het verslag van França over de tenuitvoerlegging van verstekvonnissen, stel ik vast dat de meeste amendementen zo niet in de letter, dan toch in ieder geval in de geest, zijn opgenomen in de tekst die door de Raad JBZ op 5 en 6 juni is aangenomen.

Dit is nog maar een klein aantal van mijn observaties, mevrouw de Voorzitter. Ik zal uiteraard de voorstellen van het Parlement nauwlettend volgen. Ik ben hoe dan ook blij dat wij deze deelzitting zijn begonnen met werk dat uitermate positief is voor de toekomst van het de Europese justitiële ruimte.

 
  
MPphoto
 

  Sylvia-Yvonne Kaufmann, rapporteur. (DE) Mevrouw de Voorzitter, als het mij toegestaan is, zou ik graag gebruik willen maken van de volledige aan mij toegewezen spreektijd. Ik ben verheugd te zien dat de fungerend voorzitter van de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie hier vandaag aanwezig zijn.

De Commissie heeft mijn verslag over het Europees justitieel netwerk unaniem aangenomen. De samenwerking was uitermate constructief en ik zou graag iedereen willen bedanken, maar in het bijzonder de heer Popa, mevrouw Gebhardt en mevrouw Weber, de rapporteur inzake Eurojust.

Het Europees justitieel netwerk – kort gezegd het EJN – bestaat nu tien jaar en heeft zijn waarde in de praktijk bewezen. Ook na de introductie van Eurojust in 2002, bleek het EJN nog altijd relevant te zijn. Bij het EJN gaat het niet om het coördineren van onderzoek, maar om het bevorderen van rechtstreekse contacten, de juiste afhandeling van wederzijdse verzoeken om justitiële ondersteuning en het bieden van informatie. Het is daarom belangrijk dat de gedecentraliseerde structuur van het EJN onaangetast blijft. Alleen waar nodig, of daar waar de wijzigingen van nature voortvloeien uit de praktijkervaringen van de afgelopen jaren, moeten wijzigingen worden aangebracht. Een voorbeeld daarvan is het instellen van nationale contactpunten, die binnen de lidstaten een coördinerende rol spelen en die verantwoordelijk zijn voor het contact dat wordt onderhouden met het secretariaat van het EJN.

Een belangrijke vernieuwing is de vestiging van een beveiligd telecommunicatienetwerk. Ik was verheugd te horen dat de fungerend voorzitter van de Raad ook aan dit punt aandacht heeft besteed. Tussen de autoriteiten in de lidstaten worden persoonsgegevens uitgewisseld en hieronder vallen ook gevoelige gegevens zoals vingerafdrukken in verband met een Europees arrestatiebevel. Om in dit geval te zorgen voor veilige gegevensoverdracht, is het onontbeerlijk een goed beveiligd telecommunicatienetwerk te hebben. Het is bijvoorbeeld niet acceptabel dergelijke gegevens per fax te versturen. Al in 1998, toen het EJN werd gevestigd, gingen de gedachten uit naar een beveiligd telecommunicatienetwerk, maar tot op heden bleek het nog onmogelijk tot overeenstemming te komen over de modaliteiten daarvan, naar het schijnt vanwege de kosten.

In het verslag wordt voorgesteld om allereerst alleen voor de contactpunten voor beveiligde telecommunicatie te zorgen. Omdat het echter de bedoeling is dat alle contacten tussen de bevoegde autoriteiten rechtstreeks verlopen, is de tweede stap dat alle relevante autoriteiten voor rechtshulp in de desbetreffende lidstaten in het beveiligde telecommunicatienetwerk moeten worden geïntegreerd. Vanwege de gevoeligheid van de gegevens wordt in het verslag verwezen naar de relevante bepalingen inzake gegevensbescherming, en ik zou nogmaals willen benadrukken hoe belangrijk het in deze context is om een krachtige kaderrichtlijn te hebben voor de bescherming van persoonsgegevens in het kader van de derde pijler. Dit zou dan ook moeten gelden voor de uitwisseling van gegevens tussen de diverse contactpunten in de lidstaten. Helaas moet de Raad een dergelijk kaderbesluit als lex generalis aannemen, en dit is dan ook de reden waarom de bepalingen inzake gegevensbescherming direct in de wetstekst zelf zijn opgenomen.

Het functioneren van het EJN hangt in grote mate af van de contactpunten. Daarom zijn er op basis van specifieke criteria richtsnoeren opgesteld voor de selectie van contactpunten. Personen die optreden als contactpunt moeten in ieder geval een goede taalvaardigheid hebben in ten minste één andere EU-taal en moeten ervaring hebben op het vlak van internationale samenwerking in strafzaken en tevens hebben gewerkt als rechter, openbaar aanklager of overige functionaris in het rechtssysteem. Het is van belang dat deze richtsnoeren door de lidstaten worden nageleefd, en uiteraard zullen zij er ook voor moeten zorgen dat de contactpunten worden uitgerust met de juiste middelen.

Om de samenwerking tussen het EJN en Eurojust te verbeteren en tot een betere coördinatie van hun activiteiten te komen, moeten de leden van Eurojust uitgenodigd worden om vergaderingen van het EJN bij te wonen en vice versa. In het besluit inzake Eurojust staat nader gespecificeerd wanneer de justitiële autoriteiten van de lidstaten – met andere woorden, de contactpunten van het EJN – Eurojust over specifieke zaken moeten informeren. Het huidige besluit vormt in die zin een aanvulling op deze verplichting dat het EJN en Eurojust elkaar wederzijds informeren over alle gevallen waarin zij van mening zijn dat de ander daar beter mee om kan gaan. Deze regel gaat uit van flexibiliteit en behoefte, en het doel ervan is situaties te vermijden waarin nationale autoriteiten al te uitgebreide informatie moeten leveren aan Eurojust en tevens situaties te vermijden waarin Eurojust wordt overspoeld met informatie die de autoriteit simpelweg niet kan verwerken.

Tot slot, wat de verslaglegging van de administratie en de activiteiten van het netwerk aangaat, dit zal moeten worden verricht door het EJN zelf, en niet alleen aan de Raad en de Commissie, maar ook aan het Parlement. Het doet mij deugd dat deze benadering uitdrukkelijk wordt gesteund door de Commissie.

Op basis van het huidige besluit wordt het Europees justitieel netwerk aangepast aan de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, en wordt zijn relatie met Eurojust nauwkeuriger gedefinieerd. Als gevolg kan het Europees justitieel netwerk beter voldoen aan zijn mandaat op het vlak van justitiële samenwerking ten aanzien van strafzaken, met name vanaf het moment dat het Verdrag van Lissabon van kracht gaat, met inbegrip van de communautarisering van justitiële samenwerking ten aanzien van strafzaken, die daarin is vastgelegd.

 
  
MPphoto
 

  Renate Weber, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, zonder de betrokkenheid van de reeds gevestigde Europese agentschappen, waarvan de mogelijkheden zouden moeten worden uitgebreid om met het oog op bestrijding van de georganiseerde grensoverschrijdende misdaad op te treden en te reageren, zou het ideaal van de Europese Unie als een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid weinig meer dan een nobel streven zijn.

Ik zou mijn dank willen uitspreken aan de schaduwrapporteurs, met wie ik ten aanzien van alle aspecten van dit verslag goed heb samengewerkt, en daarnaast aan de voorzitter van Eurojust en zijn team voor hun openheid gedurende het algehele proces.

Tijdens mijn werk aan dit verslag heb ik veel collega’s horen pleiten voor een Europese aanklager. In dit opzicht ben ik veel meer voor harmonisering en het opzetten van een Europees rechtsstelsel dan voor het uitbreiden van de samenwerking. Om een aantal redenen zijn wij echter voorlopig nog ver verwijderd van dit doel: ten eerste bestaat er nog geen Europese wetgeving met betrekking tot de kwestie van jurisdictie in gevallen die onder de bevoegdheid van Eurojust vallen; ten tweede staan de lidstaten nog afkerig tegenover het overdragen van hun onderzoeksbevoegdheden aan een Europees agentschap. De tekst over de mogelijkheid dat de nationale leden van Eurojust deel uit gaan maken van een gezamenlijk onderzoeksteam, is hier een treffend voorbeeld van.

Het valt moeilijk met elkaar te rijmen dat de leden van het Europees Parlement enerzijds bereid zijn nu echt ernstige grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken, met inbegrip van het verlenen van meer bevoegdheden aan Eurojust, waarbij men zich wel zorgen maakt over het respect voor de mensenrechten, terwijl de lidstaten anderzijds het één prediken en het ander in hun wetgeving doen. Hoe kunnen wij de Europese burger uitleggen dat wij een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid willen creëren, als de lidstaten zelf onze eigen Europese agentschappen niet vertrouwen?

Als Parlement begrijpen en aanvaarden wij dat Eurojust 24 uur per dag en zeven dagen per week moet kunnen functioneren. De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onderschrijft eveneens dat als Eurojust doelmatig wil werken, het van cruciaal belang is dat de nationale leden dezelfde justitiële bevoegdheden hebben als die zij genieten in hun eigen land. Ook heb ik vóór versterking van de betrekkingen tussen Europol en het Europees justitieel netwerk gestemd, en voor het instellen van overige Europese en internationale agentschappen, zoals Frontex, Interpol en de Werelddouaneorganisatie.

Wat wij als leden van het Parlement vragen – en het verslag vormt van deze benadering een weerslag – is een juist evenwicht tussen de bevoegdheden van Eurojust en de nationale leden enerzijds en de rechten van de gedaagden anderzijds. Dit is ook de reden waarom een aantal van de amendementen die ik heb voorgesteld, bedoeld zijn om het niveau van de bescherming van de procedurele rechten te verhogen, zoals het recht op verdediging, het recht op een eerlijk proces, het recht te worden geïnformeerd en het recht op juridisch verhaal. En al beseffen wij terdege dat het agentschap reeds een solide systeem voor gegevensbescherming heeft, toch hebben wij tegelijkertijd een aantal amendementen voorgesteld om extra voorzorgsmaatregelen te nemen.

Er bestaat echter nog altijd bezorgdheid over de gegevens die worden verstuurd naar derde landen en internationale organisaties, aangezien het een feit is dat wij in wezen niet weten wat er met deze gegevens gebeurt. Om te zorgen dat onze eigen Europese standaarden worden nageleefd, heb ik daarom voorgesteld een evaluatiemechanisme in te voeren. Ik zou commissaris Barrot willen danken voor het feit dat hij hier gewag van heeft gemaakt.

Tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, maak ik mij zorgen over de rol die het Europees Parlement zou moeten spelen met betrekking tot Eurojust. Dat wij niet weten wat het lot wordt van het Verdrag van Lissabon, maakt het geheel alleen maar problematischer. Er is echter niets in de huidige communautaire wetgeving dat het Parlement ervan weerhoudt een actieve rol te spelen in het toezicht op de activiteiten van Eurojust. Het is geheel en al een kwestie van politieke wil, en ik hoop dan ook dat dit Parlement gelegenheid krijgt zich van deze taak te kwijten.

 
  
MPphoto
 

  Armando França, rapporteur. − (PT) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Dati, commissaris, dames en heren, het opbouwproces van Europa betrof aanvankelijk de communautarisering van de economische ruimte. Stap voor stap is de Gemeenschap via deze door Jean Monnet en zijn stichters bedachte methode, terechtgekomen in andere gebieden om gemeenschappelijke oplossingen op de gemeenschappelijke problemen te vinden.

Wij zijn nog lang niet aan het einde van deze lange en moeizame weg. Er zal nog een aantal forse en ingrijpende stappen moeten worden genomen. Een van de vlakken die voor tal van complexe en moeilijke problemen zorgt binnen de Europese Unie, die inmiddels is uitgebreid tot 27 lidstaten en bijna 500 miljoen inwoners telt, is justitie. Justitie is een van de pijlers van onze democratie en een van de instrumenten die de vrijheid ondersteunen. Democratie en vrijheid zijn twee van de fundamentele waarden van de EU. Bijgevolg is justitie, vanwege de problemen die wij ervaren bij het opbouwproces van Europa zelf en vanwege de nieuwe problemen van het moderne leven, naar mijn mening van cruciaal belang geworden. Het probleem van justitie vraagt in het bijzonder de aandacht van al die EU-instellingen die verantwoordelijk zijn voor wetgeving, besluitvorming en het uitzetten van de politieke richtsnoeren op dit vlak. Vonnissen die in gerechtelijke procedures worden uitgesproken in afwezigheid van de gedaagde, zogezegde verstekvonnissen, vereisen andere procedurele oplossingen, die in grote mate van lidstaat tot lidstaat verschillen.

De situatie is ernstig omdat deze verschillende procedurele oplossingen een permanent obstakel vormen voor de handhaving in de ene lidstaat van de strafrechtelijke besluiten die zijn genomen in de andere lidstaat. De situatie verhindert, of voorkomt zelfs, de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning en zorgt zo voor een toename van de criminaliteit en de onveiligheid binnen de Unie.

Daarom verwelkomen wij dit wetsinitiatief van de Republiek Slovenië, Frankrijk, de Tsjechische Republiek, Zweden, de Slowaakse Republiek, het Verenigd Koninkrijk en de Bondsrepubliek Duitsland, zoals ontvangen en verwelkomd door de Raad. Het voornaamste doel is om procedurele regels vast te leggen over het dagvaarden van personen, herzieningsprocessen, het recht op passend beroep en de vertegenwoordiging door een raadsman. Door deze regels worden de gerechtelijke procedures sneller en doelmatiger. Ook vergroten zij de effectiviteit van het beginsel van wederzijdse erkenning ten aanzien van met name Europese arrestatiebevelen en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, maar daarnaast ook ten aanzien van financiële sancties, inbeslagnemingsbevelen en uitspraken en stafzaken waarbij gevangenisstraffen of overige maatregelen van vrijheidsontneming worden opgelegd ten behoeve van de handhaving daarvan in de Europese Unie. Ook de erkenning van en het toezicht op straffen, alternatieve straffen en voorwaardelijke veroordelingen moeten hierbij worden betrokken.

Het verslag dat ik vandaag aan het Parlement presenteer, bevat bijdragen van een groot aantal leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Daarnaast zijn tal van amendementen voorgesteld door mijzelf en mijn collega’s, hetgeen heeft geresulteerd in een groot aantal compromisamendementen en een stevige consensus tussen de PSE-, PPE-, ALDE-, Verts/ALE- en UEN-Fracties, met als uiteindelijke resultaat dat er slechts twee stemmen tegen dit verslag waren.

Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, dit verslag bevat derhalve amendementen op een voorstel voor een kaderbesluit van de Raad, die naar onze mening het besluit in technische zin waardevoller en in politieke zin krachtiger maken, met name ten aanzien van de procedures voor het dagvaarden van personen en de garantie van hun recht op verdediging, de mogelijkheid van de gedaagde om bij verstek te worden verdedigd en vertegenwoordigd door een raadsman die wordt aangesteld en betaald door de staat, en daarnaast de mogelijkheid van een herzieningsproces of passend beroep, in overeenstemming met de nationale wetgeving, op initiatief van de gedaagde die reeds bij verstek is veroordeeld.

Ter afsluiting wil ik nogmaals benadrukken hoe dankbaar ik ben voor het begrip van de kant van de fracties en voor de consensus die wij hebben bereikt, en ik hoop en wens dat als uitkomst van de stemming in ieder geval een ruime meerderheid zal worden gehaald.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verwelkom deze verslagen, met name het verslag inzake verstekvonnissen, aangezien dit het makkelijker en eenvoudiger zal maken voor al diegenen die zich moeten verdedigen of die gerechtelijke stappen moeten ondernemen in gevallen waar een of meerdere partijen verstek laten gaan. Verschillen in benadering tussen de lidstaten hebben tot een zekere mate van onzekerheid geleid en hebben het onderling vertrouwen in elkaars justitiële systeem ondermijnd.

Daarom ben ik blij met de verklaring van de minister dat de Raad zal gaan proberen dit proces voor alle lidstaten te harmoniseren, aangezien tot op heden sommige lidstaten zich niet echt hebben ingespannen om contact op te nemen met gedaagden. Ik geloof dat de taak om te zorgen dat gedaagden de implicaties begrijpen van vonnissen die in hun afwezigheid worden uitgesproken en dat zij weten dat hun fundamentele rechten in dit opzicht worden beschermd, ligt bij het justitieel systeem, waar dit zich ook bevindt.

Ik zou de Raad willen oproepen om te zorgen dat alle lidstaten een systeem hebben waar gedaagden vertegenwoordigd kunnen worden door een raadsman, ongeacht het land waarvan zij ingezetenen zijn.

Tot slot wil ik de rapporteurs feliciteren met het feit dat zij erin zijn geslaagd een complexe set gerechtelijke procedures te vereenvoudigen en voorstellen te doen die naar ik geloof meer inhoud geven aan het Europese arrestatiebevel.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa, namens de PPE-DE-Fractie.(RO) De grensoverschrijdende criminaliteit neemt toe en het justitieel systeem zal zich dus aan moeten passen aan de nieuwe situatie.

En daarom constateer ik enerzijds de behoefte dat de wetgeving tussen de lidstaten wordt geharmoniseerd en anderzijds de behoefte, met name in de huidige tijd, aan snelle en efficiënte informatie van de relevante autoriteiten van de lidstaten.

Dit verslag is duidelijk een stap op weg naar de oplossing van dit probleem, waar de Europese burgers en instellingen zo mee te stellen hebben. De modernisering van het Europees justitieel netwerk vormt een adequaat antwoord op het fenomeen van grensoverschrijdende misdaad. Het verslag, dat de unanieme steun heeft gekregen van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, maakt het Europees justitieel netwerk doelmatiger en zorgt dat dit te allen tijde de benodigde informatie kan verstrekken en deze ook overal in de lidstaten kan verkrijgen.

Wie van deze modernisering profiteert, is de Europese burger, die zal merken dat de nationale justitiële instellingen nu over de nodige middelen beschikken voor een snel antwoord, door middel van een modern en beveiligd telecommunicatienetwerk.

Zowel Eurojust als de justitiële systemen in de lidstaten kunnen terugvallen op de structuur van het Europees justitieel netwerk en niemand kan nu nog het excuus aanvoeren dat de vereiste informatie ontbreekt. Als schaduwrapporteur van de Europese Volkspartij wil ik de rapporteur, mevrouw Silvia-Yvonne Kaufmann, danken voor haar inspanningen en voor de wijze waarop wij erin geslaagd zijn compromisoplossingen te vinden.

 
  
MPphoto
 

  Evelyne Gebhardt, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, minister, commissaris, het doet mij deugd dat wij hier vandaag bijeen zijn om te spreken over dit belangrijke pakket maatregelen, en ik ga er ook zonder meer van uit dat wij morgen de besluiten op basis van een zeer grote meerderheid zullen aannemen. Ik zou met name de rapporteurs met wie ik als schaduwrapporteur heb samengewerkt, mevrouw Kaufmann en mevrouw Weber, willen bedanken voor hun zeer goede samenwerking. Dit was immers een voorwaarde om tot een dergelijk goed resultaat te komen.

Goed werk is op dit vlak essentieel en ik ben dan ook zeer blij dat wat het Europees justitieel netwerk betreft, de bereikte uitkomst ons in staat stelt verder te bouwen op het werk dat reeds is verricht. Goede samenwerking tussen juristen, magistraten en de relevante autoriteiten in de lidstaten is van cruciaal belang als wij echt wetgeving en gerechtigheid voor onze burgers willen creëren, en dat is uiteindelijk toch wat wij willen.

In deze context ben ik met name dankbaar dat wij er eindelijk in geslaagd zijn de samenwerking tussen het Europees justitieel netwerk en Eurojust formeel vast te leggen en te zorgen voor koppelingen die alleen maar productief kunnen werken en waar wij alleen maar blij mee kunnen zijn. Nu echter steeds grotere hoeveelheden gegevens worden uitgewisseld, is het uiteraard steeds belangrijker dat deze gegevens goed worden beschermd. Dit betreft de veiligheid van de telecommunicatie alsmede die van de uitgewisselde gegevens. Ik ben daarom verheugd dat het Parlement, de Commissie en de Raad hierover overeenstemming hebben weten te bereiken, en nogmaals, dit is iets waar wij alleen maar blij mee kunnen zijn.

Het doet me evenzeer deugd te kunnen zeggen dat wij morgen een grote meerderheid zullen verkrijgen voor alle verslagen, voor deze uitbreiding die wij hebben voorgesteld (en die naar ik hoop ook zal worden bekrachtigd door de Commissie en de Raad), en deze toevoeging door het Europees Parlement waar wij mevrouw Weber voor moeten danken, namelijk dat de seksuele uitbuiting van kinderen en de kinderpornografie nu ook zijn opgenomen als strafbare feiten, hetgeen voorheen nog niet het geval was. Dit is, naar mijn oordeel een belangrijke zaak voor onze samenleving, en één die ik hier graag wil benadrukken.

In deze context is het voor de Sociaal-democratische Fractie van specifiek belang – maar ook hier hebben wij naar mijn oordeel een oplossing weten te vinden – dat wij zorgen dat het op dit vlak niet alleen maar gaat om georganiseerde misdaad, maar ook om een ernstig misdrijf. Ik denk dat het in eerste instantie belangrijk is dat wij geen bewijs meer hoeven te leveren dat er georganiseerde misdaad plaatsvindt, maar dat wij op basis van de uitgewisselde informatie kunnen aantonen dat er ergens georganiseerde misdaad zou kunnen plaatsvinden. Het moet niet een basisvereiste zijn. Ik denk dat er toch iets van een misverstand tussen de fracties was op dit vlak, en ik hoop dat ik dit kan ophelderen en ik ben vol vertrouwen dat wij verder kunnen op een positieve manier – dat zou me hoe dan ook zeer verheugen.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, toen tijdens de vergadering van eerste ministers in Tampere bijna tien jaar terug de voornaamste richtsnoeren voor het strafrechtelijk beleid van de EU werden vastgelegd, werd terecht beklemtoond dat de Europese burger het recht had te verwachten dat de Unie zou zorgen dat er geen verstopplaatsen voor criminelen zouden zijn. Dat is waarom de Alliantie van Liberalen en Democraten consistent maatregelen als het Europese arrestatiebevel heeft ondersteund, in tegenstelling tot Britse conservatieven die graag oreren over orde en gezag, maar ondertussen tegen de samenwerkingsinstrumenten van de EU zijn.

Deze maatregelen bevatten ook de rechtvaardiging voor uitbreiding van de mogelijkheden van nationale aanklagers om binnen Eurojust samen te werken en zware criminelen voor het gerecht te brengen. Het is gerechtvaardigd dat wij zorgen dat zij 24 uur per dag beschikbaar zijn en dat wij hen de bevoegdheden geven om hun beslissingen door te voeren, zoals huiszoekings- en inbeslagnemingsbevelen in hun eigen lidstaten en toegang tot de eigen nationale strafrechtelijke gegevensbestanden.

Er is zeker ook ruimte voor het verhelderen en afstemmen van de regels over wanneer vonnissen die worden uitgesproken bij verstek van de gedaagde, worden erkend, alhoewel dit niet moet leiden tot een zekere luiheid ten aanzien van de pogingen om de gedaagde te informeren. Ik zou niet graag zien dat de overige lidstaten zich zouden conformeren aan het verontrustende aantal verstekprocessen in Italië.

Toen ik de Commissie een paar maanden terug hierover een vraag stelde, benadrukte zij dat het initiatief evenwichtig was en dat het de fundamentele rechten van burgers verbeterde, terwijl tegelijkertijd het beginsel van wederzijdse erkenning kracht bij werd gezet. Dat neemt niet weg dat organen zoals de Europese vereniging van strafrechtadvocaten, de Raadgevende commissie van de balies van de Europese Gemeenschap en Fair Trials International stuk voor stuk hun bezorgdheid hebben uitgesproken over de zwakke garanties voor gedaagden.

De minister van het voorzitterschap benadrukte en beloofde dat de Raad de amendementen van het Parlement met zorg zou bekijken. Ik twijfel niet aan haar goede bedoelingen, maar mijn antwoord is wel: en wat dan nog! Direct gekozen Parlementsleden worden bij de besluitvorming over de EU-wetgeving ten aanzien van grensoverschrijdende justitie gemarginaliseerd. Zolang het Verdrag van Lissabon nog niet van kracht is, worden dergelijke wetten voornamelijk bepaald door ambtenaren en dat verklaart in grote mate waarom het tweede deel van de tien jaar oude overeenkomst, waarin beloofd werd de justitiële standaarden, zoals goede regels voor gegevensbescherming, in de lidstaten te verhogen en de rechten van gedaagden, zoals rechtshulp, vertaling en borg, uit te breiden, niet is waargemaakt. Pas als wij in de EU een democratisch in plaats van technocratisch justitiebeleid krijgen, kan er een echte balans ontstaan tussen het oppakken van criminelen en het garanderen van eerlijke berechting. Daarom kan de steun voor de nu besproken maatregelen slechts voorwaardelijk zijn.

 
  
MPphoto
 

  Kathalijne Maria Buitenweg, namens de Verts/ALE-Fractie. (NL) Voorzitter, ik weet dat ik er nooit van beschuldigd kan worden dat ik een Tory ben, maar ook ik heb tegen het Europees arrestatiebevel gestemd. De reden daarvoor is niet dat ik ertegen ben dat er uitgeleverd wordt, dat verdachten worden overdragen van het ene land naar het andere. Eigenlijk ben ik daar zeer vóór. Mijn probleem toén was dat ik vond dat we de rechten van die verdachten onvoldoende hadden geregeld en dat we dat tegelijkertijd hadden moeten doen. De procedurele rechten van verdachten waren niet geregeld. Ondanks de daadkracht en de prachtige voorstellen die we vandaag hier gaan bespreken en waar ik ook vóór ben, blijft het zo dat we dat voorstel er nog steeds niet door hebben, dat al jaren op de plank ligt en dat een cruciaal onderdeel is voor creëren van vertrouwen tussen lidstaten en dus ook het vergemakkelijken van de uitlevering.

Ik zou graag van minister Dati willen horen of zij dat voorstel ook zo cruciaal vindt voor onze Europese samenwerking, op welke punten het nu nog vastzit in de Raad en of er ook in dit daadkrachtige Franse voorzitterschap een mogelijkheid is dat er enig schot komt in dit dossier over de rechten van verdachten. Dit is namelijk echt nodig om de overlevering te vergemakkelijken.

Wat de in-absentia-vonnissen betreft is het goed dat er aan de overlevering eisen worden gesteld zoals nu is geformuleerd. De vraag is: zijn ze voldoende? Uit het politiek akkoord van de Raad zou je kunnen opmaken dat je een nieuw proces moet krijgen maar dat een beroepsmogelijkheid ook voldoende is. Kan minister Dati mij bevestigen dat iedereen echt het recht heeft op een nieuw proces? Bij een beroep zitten immers uiteraard niet alle kansen en alle mogelijkheden die je bij een heel nieuw proces hebt. Graag vernam ik dus of mensen inderdaad het recht hebben op een volledig nieuw proces en niet alleen op een beroep.

Laatste puntje, ik houd het kort: we horen veel over de zaken die nodig zijn om de werking van de opsporingsautoriteiten te vergemakkelijken. We horen te weinig - of het is ongeorganiseerd - hoe het zitten met de lacunes op het gebied van verweer, juist door de Europese samenwerking. Ik hoop dat we komen tot een Eurorights panel, een ombudspanel, om te kunnen zien welke lacunes er zijn op het gebied van verweer, zodat we die ook gezamenlijk kunnen oplossen.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, voor ons ligt een concreet voorbeeld van waar een integraal Europees justitieel systeem met voor elk wat wils, toe leidt.

Een 19 jaar oude man in Londen, Andrew Symeou, staat op het punt te worden uitgezet naar Griekenland op verdenking van moord. De heer Symeou houdt staande dat hij in het geheel niets te maken heeft met het misdrijf in kwestie. De bewijsvoering tegen hem is verdacht, afhankelijk van een twijfelachtige identificatie en van verklaringen die naar verluidt letterlijk door de Griekse politie uit zijn vrienden zijn geslagen.

Dergelijk bewijs moet nauwkeurig worden onderzocht door de Britse rechtbank voordat deze akkoord gaat met zijn uitlevering. Onder het Europese arrestatiebevel heeft de Britse rechtbank echter niet langer het recht om summier bewijs te onderzoeken teneinde zeker te weten of de uitlevering terecht is, en heeft zij niet langer de bevoegdheid om iets dergelijks te voorkomen.

Het Europese arrestatiebevel betekent dat Britse burgers de facto niet langer de basisbescherming van de wet genieten tegen willekeurige arrestatie en detentie, zoals vastgelegd in de Magna Charta. Dat is niet in het belang van de gerechtigheid voor slachtoffers of beschuldigden, die dit beide toch verdienen.

 
  
MPphoto
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, laat mij beginnen mijn felicitaties uit te spreken aan het Sloveens voorzitterschap en de overige 13 landen die het voorstel dat vandaag aan ons wordt voorgelegd, hebben bekrachtigd. Het vormt een belangrijke bijdrage aan de kwestie van justitie binnen de EU.

Ook wil ik graag de drie rapporteurs, mevrouw Kaufmann, mevrouw Weber en de heer França, feliciteren met hun degelijke, methodische werk. Zij hebben in feite het voorstel waarvan de Raad en de Commissie op het punt staan om dit aan te nemen, goedgekeurd, zij het aangevuld van een aantal amendementen. Het verheugt mij zeer dit te horen.

Ik was echter nog blijer geweest als vandaag ook het voorstel voor minimale procedurele rechten voor verdachten en gedaagden, ter goedkeuring voor ons had gelegen. Het werk zou dan af zijn. Daarom vraag ik de Commissie en de Raad dit voorstel zo snel mogelijk ter tafel te brengen.

Als schaduwrapporteur voor het voorstel inzake Eurojust moet ik zeggen dat ik blij ben met de versterking van dit orgaan. Bij de oprichting leek dit typisch een instelling met weinig vooruitzichten en minimaal gebruik. Dit bleek echter niet het geval: het gebruik ervan is gegroeid, evenals de behoefte voor verdere versterking ervan.

Ik hoef geen woorden meer te wijten aan wat eerdere sprekers en de rapporteurs reeds hebben gezegd over de toevoegingen aan dit orgaan. Ik verwelkom slechts de versterking ervan.

Deze voorstellen vormen ongetwijfeld een nuttige stap op weg naar de ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Er zullen echter nog radicalere stappen moeten volgen. Wij moeten de belemmerende nationale aanpak van zaken zien te overwinnen en een bredere justitie in de Europese ruimte doorvoeren. Alleen dan zullen wij kunnen zeggen dat het recht overal in Europa eender is.

Ik hoop dat dit zal gebeuren zodra het Verdrag van Lissabon van kracht gaat.

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE).(RO) Allereerst zou ik de rapporteurs willen feliciteren.

De afgelopen jaren hebben de activiteiten van het Europees justitieel netwerk en Eurojust zich bewezen als zeer belangrijk en nuttig op het gebied van justitiële samenwerking in strafzaken.

Het aannemen van het besluit van de Raad betreffende het Europees justitieel netwerk en het besluit inzake de versterking van Eurojust is noodzakelijk om te zorgen dat de beide instellingen nog directer kunnen optreden, mede gelet op het feit dat de mobiliteit van mensen en de grensoverschrijdende misdaad de afgelopen jaren zijn toegenomen.

De twee beleidsstructuren moeten samenwerken en elkaar complementeren.

Het vestigen van een contactpunt als nationale relatie voor de coördinatie van de activiteit van het Europees justitieel netwerk, gekoppeld aan de invoering van een nationaal coördinatiesysteem voor Eurojust, is van groot belang voor de permanente uitwisseling van informatie. Evenzeer van belang is dat de nationale autoriteiten worden gestuurd in de richting van het justitieel netwerk dan wel Eurojust.

Gestructureerde informatie, die op tijd wordt geleverd, is essentieel voor Eurojust om doelmatig te opereren. Er zal veel meer aandacht moeten worden besteed aan het aanleggen van een speciaal communicatienetwerk voor de overdracht van persoonsgegevens. Het is extreem belangrijk dat bij de activiteit van beide instellingen een adequate gegevensbescherming is gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 

  Mihael Brejc (PPE-DE). - (SL) De aard van het verslag van de heer França leek aanvankelijk eerder juridisch en technisch dan concreet. Het kwam echter aan de oppervlakte dat er bepaalde lidstaten zijn die geheel onbekend zijn met deze wettelijke instelling. Ook legde het verslag verschillen bloot tussen de Angelsaksische en de continentale rechtsstelsels. Het is derhalve alleen maar logisch dat sommigen van mijn mede-Parlementsleden fel gekant zijn tegen dit verslag. Dat betekent uiteraard niet dat het onderwerp ervan niet van belang zou zijn.

Wij van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese democraten zijn van mening dat het recht op een proces een fundamenteel politiek recht is. Er zijn echter gevallen waar de gedaagde niet aanwezig is bij het proces, maar waar de rechtbank desalniettemin een uitspraak doet. Tot op heden wordt een verstekvonnis in het ene land niet erkend in het andere land. Dit ontwerpverslag zorgt dat degelijke uitspraken nu ook kunnen worden gehandhaafd in de andere lidstaten van de Europese Unie, uiteraard onder bepaalde voorwaarden. Een van die voorwaarden is naar onze mening dat de gedaagde op een correcte wijze voor het gerecht wordt gedaagd en dat hij, ondanks het feit dat hij door de gerechtelijke autoriteiten voor het gerecht is gedaagd, toch nalaat te verschijnen. Het ontvluchten van rechtspraak is een gemeenschappelijk fenomeen, en iemand die in de ene lidstaat van de Europese Unie wettelijk is veroordeeld, zou niet onbekommerd door de straten van een andere lidstaat moeten kunnen lopen.

Wij van de PPE-DE-Fractie zijn van oordeel dat de rapporteur erin geslaagd is de amendementen te harmoniseren en een evenwichtig verslag op te stellen. Wij zijn hem zeer erkentelijk daarvoor.

Ook zou ik de volgende opmerking willen maken: het is terecht dat wij veilige voorwaarden stellen voor een correcte rechtsgang, maar wij moeten ook oog hebben voor de slachtoffers van strafbare feiten.

 
  
MPphoto
 

  Philip Bradbourn (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou enkel iets willen zeggen over het verslag van de heer França inzake de wederzijdse erkenning van verstekvonnissen. Het concept van dit voorstel is in de kern vreemd aan tal van rechtsstelsels in de lidstaten, met name die staten die een rechtsstelsel hebben dat gebaseerd is op gemeenrecht.

In het Verenigd Koninkrijk hebben wij eeuwen gebouwd aan een rechtsstelsel dat uitgaat van het beginsel van habeas corpus en het recht van de gedaagde om niet te worden veroordeeld tenzij hij gelegenheid heeft zichzelf te verdedigen. Dit beginsel is opgenomen in een bekend document dat ik hier bij mij heb, de Magna Charta uit 1215, die al 800 jaar het recht in mijn land garandeert. Erkenning van verstekvonnissen gaat geheel en al in tegen de basisbeginselen van dit historisch document.

Het feit dat zodra een Europees arrestatiebevel is uitgegeven, een uitspraak kan worden gedaan in het ene land, dat vervolgens moet worden erkend in het andere land, roept zonder meer de vraag op of er wel een eerlijk proces heeft plaatsgevonden. De organisatie Fair Trials International geeft in haar verslag over dit voorstel blijk van vergelijkbare bezwaren en benadrukt dat zij (en ik citeer): “zich aanzienlijke zorgen maakt over de kwestie van de te volgen uitleveringsprocedure.” Collega’s, ik vraag u met klem nauwkeurig te kijken naar wat wordt voorgesteld en na te denken over welke effecten dit heeft voor de leden van uw kiesdistrict en hun recht op een eerlijk proces.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, geen zinnig denkend mens wil het een crimineel makkelijk maken, maar wij moeten er wel voor waken dat de justitie in Europa wordt gedegradeerd tot de laagste gemene deler. En met een dergelijk breed scala aan justitiële procedures, garanties en processen in de hele EU, komen de gesprekken over het verkrijgen van justitiële gelijkheid daar wel vaak op neer.

Bij ons in het Verenigd Koninkrijk kent het rechtstelsel op basis van gemeenrecht een praktijk en precedenten en processen die haaks staan op de praktijk van onze continentale buurlanden. Dus als ik in een verslag lees dat men uitgaat van de samenvoeging van deze praktijken omwille van de samenvoeging zelf, dan moeten bij mij de alarmbellen wel afgaan.

Neem het verslag inzake de wederzijdse erkenning van verstekvonnissen. In alle eerlijkheid moet ik zeggen dat er geen gelijkenis bestaat tussen de uiterst nauwgezette justitiële procedures die worden gevolgd alvorens iemand in het Verenigd Koninkrijk bij verstek kan worden veroordeeld, en wat mij een veel gangbaardere praktijk lijkt in landen als bijvoorbeeld Griekenland en Bulgarije. Daarom ben ik het er niet mee eens dat als iemand uit mijn kiesdistrict daar bij verstek wordt veroordeeld, deze veroordeling automatisch moet worden erkend in het Verenigd Koninkrijk.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik zou in ieder geval de rapporteurs en daarnaast ook het voorzitterschap van de Raad willen feliciteren met de resultaten die tot nu toe zijn bereikt. Veel van onze burgers vragen zich af wat de meerwaarde van Europa in hun leven is. Ten aanzien van justitie zal elke maatregel ter verbetering van de belangrijkste openbare diensten waarschijnlijk de waarneming van het nut van Europa met betrekking tot de veiligheid van de burgers veranderen. In dit opzicht is het met name van belang te zorgen dat de besluiten in heel Europa worden afgedwongen en dat de barrières worden weggenomen voor handhaving op het EU-grondgebied. Dit is het doel van de voorgestelde teksten. Deze maatregelen respecteren enerzijds de openbare vrijheden, maar dwingen tegelijkertijd af dat de sancties die door nationale rechtbanken zijn opgelegd, in praktijk worden gebracht.

 
  
MPphoto
 

  Kathalijne Maria Buitenweg (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil even reageren op de Britse sceptici, omdat ik het met hen eens ben dat wij geen wetgeving moeten maken op basis van de laagste gemene deler. Maar dat betekent dan ook dat je vervolgens moet gaan nadenken over hoe je dan wel wetgeving wilt maken, aangezien wij het er toch allemaal over eens zijn dat er een gemeenschappelijke aanpak voor het opsporen van criminelen moet komen, en een wetgeving op basis van unanimiteit is nu eenmaal niet mogelijk. Dat is ook waarom alles nu vastzit in de Raad.

Toch reken ik op hun hulp als het gaat om het instellen van een besluitvormingsproces met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, omdat wij anders vast komen te zitten. Of je isoleert jezelf en je wilt niet samenwerken op het vlak van justitie, of wij gaan over tot een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, aangezien dit de enige manier is waarop wij tot echt substantiële, betekenisvolle wetgeving kunnen komen.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Toubon (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zou even willen herhalen wat mevrouw Buitenweg zojuist zei. Aangezien wij allen al twintig jaar streven naar vooruitgang op dit vlak, is de vraag die deze teksten opwerpen heel simpel: houden wij in de Europese Unie, zoals mijn collega Jean-Paul Gauzès zei, primair rekening met de belangen van mensen, en dan met name eerlijke mensen, of houden wij primair rekening met de belangen van de lidstaten en de mechanismen binnen die staten? Het is duidelijk dat de bouw aan Europa – en dit wordt wellicht door sommigen betreurd, maar het is een feit en een positief feit in de wereld van vandaag – met zich meebrengt dat het behoud van de staatsmechanismen van de 27 lidstaten niet kan prevaleren, zoals reeds lang het geval was, over de belangen van mensen en met name de belangen van veiligheid. Dit is ook precies het doel van het Europese project; sterker nog, zonder dat is er helemaal geen Europees project. Daarom moeten wij de Raad en deze drie voorstellen steunen.

 
  
MPphoto
 

  Rachida Dati, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, uit uw woorden vanmiddag blijkt wel het grote belang dat u hecht aan deze drie teksten. Ook geven zij blijk van uw toewijding om te zorgen dat er effectieve vooruitgang wordt geboekt op het vlak van justitiële samenwerking, met name ten aanzien van strafzaken, en dit alles, zoals u al aangaf, zonder dat de fundamentele rechten er onder komen te lijden. Deze dubbele vereiste is cruciaal, aangezien het de absolute voorwaarde vormt voor de creatie van een Europese justitiële ruimte, mede gelet op het feit dat wij allemaal verschillende rechtssystemen en zelfs verschillende gerechtelijke organisaties hebben. De garanties die worden gegeven ten aanzien van het functioneren van Eurojust en het Europees justitieel netwerk, zoals de garanties die geboden worden bij de handhaving van verstekvonnissen, volgen duidelijk een identieke logica. Ik wil daarom de Europese Commissie, en in het bijzonder Jacques Barrot, danken voor haar steun aan het voorzitterschap. Zoals u aangaf zijn er talloze elementen in deze verslagen waar de Raad uiteindelijk bijna unaniem mee heeft ingestemd. En zoals u ook al zei, ligt er nog altijd een hoop werk voor ons, dat wij samen zullen moeten verrichten.

Ik zou mijn dank willen uitspreken aan Sylvia Kaufmann voor haar verslag en haar voordracht van vandaag, aangezien de evaluatie van het Europees justitieel netwerk een belangrijke stap vormt voor verbetering van de justitiële samenwerking op het vlak van strafzaken. Het dient te worden opgemerkt dat het netwerk belangrijk en doelmatig is. Mevrouw Kaufmann, u hebt vandaag terecht de banden tussen Eurojust en het Europees justitieel netwerk benadrukt. Hun ontwikkeling gaat hand in hand. Hieraan is tijdens de laatste Europese Raad ook al vele malen gerefereerd.

Ook zou ik Renate Weber willen danken voor haar verslag en voor de belangrijke bijdrage die zij heeft geleverd. Haar voordracht over dit thema in Toulouse was briljant. Mevrouw Weber, ik moet u ook danken voor uw ontvangst. Ik vind dat u, samen met alle overige mensen die betrokken waren bij Eurojust, voortreffelijk werk heeft verricht. U refereerde ook aan het Verdrag van Lissabon. Ik begrijp dat u liever had gewerkt in een ander institutioneel kader, maar wij moeten echter voort zien te gaan op basis van de bestaande wetgeving, aangezien dit doorwerkt op alle Europese instellingen.

Mijnheer França, uw voordracht gaf duidelijk het belang aan dat er een enkel kader komt voor de handhaving van verstekvonnissen. U hebt dit punt terecht gemaakt en het is één van de wegen om de effectiviteit van onze rechtstelsels te bewijzen.

Mevrouw Gebhardt, er is dringend behoefte aan samenwerking tussen alle politieke en gerechtelijke spelers, omdat de grote uitdaging voor de justitiële samenwerking op het vlak van strafzaken in Europa, een goede samenwerking is, zodat alle vormen van criminaliteit ook echt effectief kunnen worden bestreden. Ik weet dat u een veeleisende pleitbezorgster van deze samenwerking bent.

Ik wil nu graag reageren op al diegenen die nog twijfels hebben over een justitieel Europa en die vrezen dat de fundamentele rechten in het geding komen. Het klopt dat wij tijdens het Duits voorzitterschap geen overeenstemming konden bereiken over de minimale procedurele garanties. In antwoord daarop wil ik benadrukken dat het kaderbesluit inzake verstekvonnissen wel voorziet in het recht op een herzieningsproces, hetgeen een fundamentele garantie is. De uitkomst van dit proces wordt met smart afgewacht door rechters, openbare aanklagers en juridische beroepsbeoefenaars die dagelijks samenwerken, en daarnaast ook door slachtoffers die lijden onder vormen van criminaliteit die zich voortdurend aanpassen en veranderen. Wij moeten laten zien dat wij opgewassen zijn tegen deze eisen en doelmatige en nuttige hulpmiddelen kunnen doorvoeren. Wij moeten aan een Europa bouwen, dat zijn burgers binnen een dergelijke justitiële ruimte bescherming biedt.

Het voorzitterschap realiseert zich dat het kan rekenen op uw volledige steun voor deze drie verslagen. Ik zou graag zijn waardering voor dit feit willen uitdrukken en iedereen willen bedanken, die vandaag interesse voor deze kwesties heeft getoond.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zou mij willen aansluiten bij de lof en de dankbetuigingen van mevrouw Dati, die gedurende het Franse voorzitterschap voorzitter is van de Raad JBZ. Tot mevrouw Kaufmann zou ik willen zeggen dat zij gelijk heeft als zij staat op gegevensbescherming. Ook wil ik haar herinneren aan het feit dat in het ontwerpkaderbesluit reeds gedetailleerde regels inzake gegevensbescherming zijn vastgelegd, die ook van toepassing zijn op de informatie die wordt uitgewisseld tussen de contactpunten van het Europees justitieel netwerk, maar wij moeten er absoluut voor zorgen dat dit ook echt gebeurt.

Ook wil ik tot mevrouw Weber zeggen dat het vertrouwen tussen de lidstaten en de EU-agentschappen van evident belang is als wij willen te zorgen dat deze teksten een succes worden. Mevrouw Weber, ik geloof dat u op dit vlak een aantal zeer terechte uitspraken hebt gedaan.

De heer França heeft duidelijk het belang aangetoond van een tekst inzake een snelle handhaving van besluiten, waarvoor hij rapporteur was. Ik zou hier willen benadrukken dat hij dit op evenwichtige wijze heeft gedaan, doordat hij enerzijds de mogelijkheid van een herzieningsproces, zoals mevrouw Dati zojuist al zei, bevestigde en anderzijds aangaf dat het recht op verdediging uiteraard moet worden gehandhaafd. Ten aanzien van het punt van de procedurele rechten zou ik even in willen gaan op de woorden van mevrouw Buitenweg en de heer Demetriou. Ik acht de procedurele rechten van zeer groot belang voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en gerechtigheid. Tot teleurstelling van de Commissie kon er vorig jaar geen overeenstemming worden bereikt over ons voorstel voor een kaderbesluit inzake procedurele rechten. Momenteel overweeg ik nieuwe initiatieven op dit vlak, die in de nabije toekomst aan de orde kunnen komen. Ik ben vastbesloten op dit vlak vooruitgang te boeken, mogelijk door een nieuw voorstel inzake procedurele rechten aan u voor te leggen. Hoe dan ook, u kunt er zeker van zijn dat deze kwestie mijn volledige aandacht heeft.

Ook moet ik tegen mevrouw Gebhardt zeggen, al geloof ik dat mevrouw Dati op dit punt ook al heeft gereageerd, dat wij hier praten over ernstige criminaliteit in nieuwe vormen die wellicht niet geheel overeenkomen met een al te strikte definitie van georganiseerde misdaad. Ernstige misdaad vormt nu eenmaal een aspect van de justitiële samenwerking waarin wij streven.

Verder heb ik niet veel toe te voegen, behalve dan dat ik de woorden van Jacques Toubon zou willen herhalen, namelijk dat wij moeten denken aan de belangen van Europese gedaagden en aan de belangen van een ieder van ons en van al onze landgenoten om te zorgen dat deze justitiële samenwerking steeds effectiever wordt, uiteraard zonder daarbij de mensenrechten uit het oog te verliezen.

Hoe dan ook zou ik het Parlement willen danken voor de kwaliteit van zijn bijdrage aan dit belangrijke debat, dat een zeer positieve stap zal vormen in de ontwikkeling van deze Europese justitiële ruimte.

Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Dati, hartelijk dank dat u deze Europese Raad heeft weten te bewegen om consensus te bereiken op dit vlak en tot deze politieke overeenkomst te komen.

 
  
MPphoto
 

  Renate Weber, rapporteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, Ik zou graag iets willen zeggen vanuit mijn hoedanigheid als schaduwrapporteur voor de andere twee verslagen, en mevrouw Kaufmann willen bedanken voor de manier waarop zij heeft samengewerkt en de heer França voor zijn werk. Zijn verslag bevat 57 compromisamendementen, en dat zegt wel iets over de hoeveelheid werk die hij erin heeft gestopt.

Wat betreft het verslag inzake verstekvonnissen, is het meest gevoelige aspect waarschijnlijk gelegen in het feit dat in sommige lidstaten voor gevallen dat er een vonnis wordt uitgesproken bij verstek van de gedaagde, de oplossing een herzieningsproces bestaat, zodat het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens (Protocol nr. 7, artikel 2) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten toch volledig worden nageleefd, terwijl overige landen alleen het recht op beroep kennen.

Helaas gaat het voorstel in dit verslag niet over de harmonisering van de huidige wetgeving in de 27 lidstaten. Al moeten wij er zeker naar streven in de toekomst tot een Europese wetgeving te komen, wij hebben voorlopig het beste gedaan wat wij konden doen, namelijk zorgen dat zelfs in het geval van beroep de gedaagde de procedurele garanties geniet die zijn vastgelegd in de artikelen 5 en 6 van het Europees Verdrag ter bescherming van de rechten van de mens.

Ik zou willen afsluiten door te zeggen dat, wil het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen goed functioneren, er een hoge mate van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten vereist is, en dat dit vertrouwen gebaseerd moet zijn op een gemeenschappelijk respecteren van de mensenrechten en de fundamentele beginselen.

 
  
MPphoto
 

  Armando França, rapporteur. − (PT) Ik wil graag de minister danken voor haar woorden, en verder de commissaris en mijn collega’s, zowel diegenen die instemmen als diegenen die niet instemmen met mijn verslag, aangezien deze laatsten mij de gelegenheid geven hier en nu een aantal punten duidelijk te maken.

Allereerst wil ik echter het volgende zeggen: als lid van dit Parlement, als advocaat en als burger geeft het mij zeer veel voldoening vandaag het voorstel van de Raad en onze amendementen te kunnen bekrachtigen. Waarom hoop en bid ik dat het kaderbesluit wordt aangenomen en toegepast? Het antwoord daarop is dat de situatie in Europa ernstig is en dat wij zonder nog verder te dralen daarop moeten reageren. Er zijn al tal van mensen veroordeeld die zich toch vrij door de Unie begeven zonder dat rechtbanken in staat zijn in andere lidstaten gedane uitspraken af te dwingen. Dit is een ernstig misstand in de zin van de ontwikkeling van criminaliteit zelf en in de zin van de veiligheid van Europa, en het is belangrijk dat de Europese instellingen hierop een antwoord formuleren.

Het kaderbesluit bevordert in het bijzonder het beginsel van wederzijdse erkenning, en onze amendementen, de door het Parlement voorgestelde amendementen, moeten in samenhang met elkaar worden gelezen. De voorgestelde oplossingen voor het dagvaarden van personen, voor de regels inzake de vertegenwoordiging van gedaagden en voor herzieningsprocessen of beroepsprocedures moeten allemaal in samenhang met elkaar worden gelezen. Al deze technische oplossingen zijn onderling verbonden en naar mijn mening moeten de rechten van gedaagden te allen tijde en in alle omstandigheden worden gegarandeerd.

We weten allemaal, en dit wil ik toch even benadrukken, dat wat goed is, met rust moet worden gelaten. In deze omstandigheden is de oplossing die wij hebben gevonden, naar mijn smaak een oplossing die wij moeten goedkeuren. Het is zowel een belangrijke als een forse stap voorwaarts, maar in andere opzichten ook weer een kleine stap voorwaarts. Volgens een oude regel is dit hoe wij moeten bouwen aan de Europese Unie, is dit hoe wij Europa vorm moeten geven.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Casini (PPE-DE), schriftelijk.(IT) Het wetsvoorstel inzake verstekvonnissen moet worden aangenomen om de grote verschillen in behandeling en de grote mate aan discretionaire bevoegdheid in de 27 lidstaten te verhelpen.

Dit zijn de doelstellingen die de Commissie juridische zaken zichzelf stelt in haar mededeling aan de Commissie burgerlijke vrijheden. De vier amendementen die afgelopen mei unaniem zijn aangenomen en die in principe door de bevoegde commissie zijn overgenomen, zijn bedoeld om te zorgen voor een billijk evenwicht tussen de fundamentele rechten en vrijheden van de burger en de behoefte aan wederzijdse erkenning van vonnissen.

Het is daarom essentieel dat onze strafrechtelijke stelsels geharmoniseerd worden en dat met het oog op wettelijke helderheid in het voorstel uniforme criteria worden opgenomen, die erkend worden door een zo groot mogelijke hoeveelheid EU-lidstaten. Dit betreft minimumstandaarden die erop gericht zijn garanties ter bescherming van aangeklaagden te koppelen aan de behoefte voor een efficiënte grensoverschrijdende justitiële samenwerking. Desalniettemin moeten de lidstaten in sommige gevallen de speelruimte krijgen om rekening te houden met de specifieke kenmerken van het eigen rechtsstelsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Het Europees Parlement heeft voor het voorstel gestemd inzake wederzijdse erkenning door de gerechtelijke autoriteiten van de EU-lidstaten van verstekvonnissen, d.w.z. vonnissen die in een andere lidstaat worden uitgesproken bij afwezigheid van de beschuldigde partij.

Tezamen met het Europese arrestatiebevel betekent dit dat iedereen kan worden gearresteerd en opgesloten in elke EU-lidstaat waar hij of zij bij verstek voor het gerecht is gedaagd en veroordeeld, zonder hier zelf ooit van te hebben gehoord of zich bewust te zijn van de procedures die tegen hem zijn uitgevoerd. Het probleem is nog groter voor lidstaten zoals Griekenland, waar het rechtstelsel, tenminste voor ernstige misdrijven, niet de mogelijkheid erkent dat de beschuldigde bij verstek terecht staat. Deze regelgeving is een essentiële ondermijning van het recht van elke beschuldigde op een eerlijk proces. Het betekent de nietigverklaring van het recht van de beschuldigde op een echte verdediging, en het heeft inmiddels alom in de EU tot hevige reacties geleid in gerechtsorganen en verenigingen.

Het is inmiddels duidelijk dat de harmonisering van de strafsystemen van de lidstaten en de door de EU gepropageerde zogezegde communautarisering van het strafrecht leidt tot schendingen van de fundamentele soevereine rechten en van het recht van lidstaten om zelf op gevoelige vlakken als strafrechtelijke procedures de eigen beschermingsgaranties te bepalen.

 

18. Gebruik van het visuminformatiesysteem (VIS) in het kader van de Schengengrenscode (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0208/2008) van de heer Brejc, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 562/2006 wat betreft het gebruik van het visuminformatiesysteem (VIS) in het kader van de Schengen-grenscode (COM(2008)0101 - C6-0086/2008 - 2008/0041(COD)).

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik zou allereerst onze rapporteur, de heer Brejc, willen danken voor zijn werk aan het voorstel. Er is een belangrijke stap voorwaarts gedaan, waardoor wij volledig kunnen profiteren van de technische middelen die beschikbaar zijn om onze buitengrenzen te beveiligen.

Het is van zeer groot belang dat wij het visuminformatiesysteem (VIS) gebruiken om te zorgen dat er efficiënte controles aan de buitengrenzen worden uitgevoerd. Het VIS vormt een betrouwbare koppeling tussen de visumhouder, het visum en het paspoort met als doel te voorkomen dat er een valse identiteit wordt gebruikt.

Wij kunnen alleen volledig van dit systeem profiteren als wij daarbij ook biometrische gegevens in gebruik nemen. Het onderhavige wetsinstrument legt, zodra het formeel is goedgekeurd, de gemeenschappelijke regels vast ter garantie van een efficiënt en uniform gebruik van het VIS aan onze buitengrenzen.

Zonder gemeenschappelijke regels kunnen die grensovergangen waar het VIS niet systematisch wordt gebruikt, worden uitgebuit door illegale immigranten en criminelen. Als wij de Schengen-grenscode wijzigen, kunnen wij deze gemeenschappelijke regels invoeren.

Ik ondersteun het bereikte compromis dan ook volledig en feliciteer het Europees Parlement en de Raad dat zij reeds in eerste lezing tot overeenstemming zijn gekomen.

 
  
MPphoto
 

  Mihael Brejc, rapporteur. (SL) Ik zou de commissaris willen danken voor zijn vriendelijke woorden. Het Europees Parlement is betrokken bij een medebeslissingsprocedure tot wijziging van de verordening inzake het gebruik van het visuminformatiesysteem. De amendementen op het door de Commissie voorgestelde visumsysteem voorzagen aanvankelijk in zeer grondige controle van de binnenkomst van onderdanen van derde landen die een visum nodig hebben. Hierbij zou het niet alleen gaan om de gangbare procedure van het koppelen van de persoon aan het document, maar ook om het afnemen van vingerafdrukken. De verordening bevat alle zoekmaatregelen en -voorwaarden voor de autoriteiten die de grensovergangen aan de buitengrenzen beheren om toegang te krijgen tot gegevens ten behoeve van de identiteit en wat dies meer zij – ik zal maar nalaten al deze controles op te sommen.

Ingevolge de verordening heeft de grenswacht toegang tot het Visuminformatiesysteem, waarin hij alle gegevens van de passagiers aan de grens kan controleren, met inbegrip van de vingerafdrukken. De voorgestelde verordening, dat wil zeggen het stelselmatig controleren van de vingerafdrukken van alle onderdanen van derde landen elke keer (en ik herhaal elke keer) dat zij het Schengengebied binnenkomen, zou de wachttijd aan de grens zonder enige twijfel verlengen, met name in het toeristenseizoen en aan het begin en einde van officiële feestdagen.

Omdat Europa een economische wereldmacht is en tevens een interessante toeristische bestemming voor veel onderdanen van derde landen, die uiteraard een inreisvisum nodig hebben, is het – of was het – naar mijn mening noodzakelijk de verordening op passende wijze te versoepelen. Om die reden heb ik voorgesteld om steekproefsgewijs op vingerafdrukken te controleren. Daarbij wil ik de aandacht vestigen op het feit dat de visumhouder reeds zijn vingerafdrukken moet afgeven bij het verkrijgen van het visum, en daarna opnieuw bij binnenkomst van het Schengengebied ten behoeve van een vergelijking en verificatie van de identiteit.

Ik denk echter dat een dergelijke procedure of een dusdanig vergaande bepaling overdreven is omdat wij feitelijk over gegevens noch schattingen beschikken van het aantal vervalste visa. Daar komt nog eens bij dat het afnemen van de vingerafdrukken van onverdachte mensen onzinnig en tijdrovend is. Ondanks aparte rijen voor burgers van de Europese Unie, vormen zich zeer lange rijen aan de grensovergangen waar iedereen, namelijk burgers van de Europese Unie en personen met een visum, tijdens feestdagen en vakanties in de rij staan.

Tijdens deze zitting van het Parlement hebben wij relatief snel consensus weten te bereiken over een aantal afwijkingen van deze vergaande bepaling, en na twee trialogen is tevens een compromis bereikt tussen de Raad en de Commissie. De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft het voorstel met grote meerderheid goedgekeurd, met geen stemmen tegen en slechts twee onthoudingen.

Kort gezegd denk ik dat de huidige verordening goed is omdat deze zorgt voor een soepeler verloop aan de grens. Ook met veel mensen in de rij kan de grenswacht op basis van de verordening en als de omstandigheden daar om vragen, zelf beoordelen of een steekproefsgewijze controle moet worden uitgevoerd. Het besluit om deze controles te verrichten ligt niet alleen bij de grenswacht, maar primair bij zijn superieuren aan de grensovergang. Ik denk dat wij zo gezorgd hebben voor passende veiligheidsstandaarden en tegelijkertijd passagiers zo snel mogelijk de grens laten passeren.

Ik zou van deze gelegenheid gebruik willen maken om mijn dank uit te spreken aan de Raad en de Commissie voor hun voortreffelijke samenwerking en met name aan de schaduwrapporteurs, en helemaal in het bijzonder de heer Cashman, voor een aantal goede ideeën en hun actieve zoektocht naar een compromis.

 
  
MPphoto
 

  Urszula Gacek, namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de uitbreiding van het Schengengebied heeft veel van de grensovergangen in de EU verplaatst. Voor onze burgers is het dagelijks reizen binnen de grenzen daardoor sneller en makkelijker geworden. Het betekent echter ook dat niet-EU-burgers die het Schengengebied binnenkomen, in feite maar één keer worden gecontroleerd, namelijk aan de buitengrens.

Terwijl onze burgers bij illegale immigratie vaak denken aan dramatische toestanden op onzeevaardige en overbeladen bootjes die illegaal de zeegrenzen passeren, of aan containers die volgeladen met onfortuinlijke mensen – slachtoffers van mensensmokkel – de landsgrenzen overkomen, is de realiteit veel complexer. Ongeveer vijftig procent van de illegale immigranten komt op legale wijze de EU binnen, maar verzuimt ons grondgebied te verlaten zodra de duur van het visum is verlopen. Ten tweede zijn de gevallen van vervalste documenten ook wijdverbreid, met name op luchthavens.

Om het aantal personen die hun toegestane verblijfsduur overschrijden te verminderen en om het gevaar te beperken dat toegang wordt verleend aan personen met een vervalst document, hebben wij in het Schengengebied een uniform en veilig systeem voor het controleren van de visumgeldigheid en het afnemen van vingerafdrukken. Zoals al onze reizende burgers echter weten, leiden de verscherpte veiligheidsmaatregelen tot steeds meer ongemakken en steeds langere wachttijden aan de grens, ook voor bonafide reizigers. Daarom is een zekere mate van pragmatisme onontbeerlijk. Als de inschatting is dat er geen risico’s zijn ten aanzien van binnenlandse veiligheid of illegale immigratie, en het verkeer aan de grens zo intensief is dat de wachttijden excessief oplopen, moet van de noodzaak om vingerafdrukken af te nemen, kunnen worden afgezien.

Dit flexibelere systeem kan maximaal drie jaar worden gehanteerd. Daarna moet een evaluatie plaatsvinden van de effectiviteit ervan. Al is het ons doel Europa veilig te maken, wij moeten tegelijkertijd toch ook zakelijke reizigers en toeristen op ons grondgebied verwelkomen. Ik geloof dat het voorgestelde visuminformatiesysteem de juiste balans vindt tussen deze twee doelstellingen.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman, namens de PSE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de rapporteur willen danken voor zijn voortreffelijke werk. De compromissen die wij met de Raad hebben bereikt, zijn zinnig en doelmatig, en ik zeg dit als de oorspronkelijke rapporteur inzake de Schengen-grenscode.

Kortheid is het wezen van geestigheid, en ik zal het Parlement niet langer ophouden, anders dan mijn dank uit te spreken – zoals elk Parlementslid zou moeten doen – aan mijn twee fantastische assistenten, Renaud en Maris, die met mij samenwerken en die maken dat mijn werk niet alleen plezierig, maar ook productief is.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, als rapporteur inzake het visuminformatiesysteem (VIS) werk ik nog steeds aan het amendement met betrekking tot de gemeenschappelijke visuminstructies voor het feitelijke verzamelen van biometrische gegevens. Daarom ben ik zeer geïnteresseerd in alles wat het visuminformatiesysteem betreft.

Toen wij besloten tot het VIS, hebben wij gekozen voor een driejarige periode waarin het zoeken kon worden verricht met behulp van enkel een visumsticker, en zonder vingerafdrukken in het VIS. Maar ik heb wel enigszins gemengde gevoelens over dit compromis. Ik ondersteun het omdat dit nu eenmaal het beste is dat overeen kan worden gekomen. Aan de andere kant zegt de Commissie echter terecht dat alleen een biometrische controle met zekerheid kan vaststellen of een persoon die de EU wil binnengaan, ook werkelijk degene is die op het visum vermeld staat, en dat daarom voor elke visumhouder een systematische raadpleging van het VIS, met inbegrip van een controle van de biometrische gegevens door een grenswacht, zou moeten worden verricht. Ik maak mij dan ook enige zorgen over het afwijken hiervan en over de mogelijkheid van steekproefsgewijze controles.

Ik zal naar dit verslag over drie jaar uitzien, en zorgen dat de flexibiliteit niet tot mazen in het systeem leidt, want als we dan toch een VIS hebben, dan moeten wij uiteraard zorgen dat wij het ook goed toepassen.

 
  
MPphoto
 

  Tatjana Ždanoka, namens de Verts/ALE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de heer Brejc willen danken voor zijn uitstekende verslag. Wij sluiten ons aan bij zijn punt dat het raadplegen van het VIS met behulp van het visumstickernummer in combinatie met het afnemen van vingerafdrukken tot veel problemen zal leiden. Daarom zijn wij blij met de introductie van een afwijking om in uitzonderlijke gevallen het VIS te raadplegen zonder verificatie van de vingerafdrukken.

Dat neemt niet weg dat wij vinden dat het verslag nog net iets ambitieuzer had mogen zijn. De afwijking had juist de algemene regel moeten worden. Wij stellen voor dat het VIS alleen in uitzonderlijke gevallen wordt geraadpleegd, namelijk wanneer er twijfels rijzen over de identiteit. Het is genoeglijk bekend dat de Verts/ALE-Fractie sterk gekant is tegen een vergaande introductie van biometrische gegevens zolang de noodzaak ervan niet onweerlegbaar is bewezen. Wij geloven dat het grote implicaties heeft voor de veiligheid van de persoonsgegevens en voor de fundamentele rechten. Daarom kunnen op dit moment nog niet voor de verordening stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). (NL) Voorzitter, de verordening stelt terecht dat voor iedereen die in het bezit is van een visum, het VIS systematisch zou moeten geraadpleegd worden voor een biometrische controle. Het is de beste en veiligste manier om de authenticiteit van een visum te controleren. Het valt dan ook te betreuren dat het Parlement zich geroepen voelt om het principe in feite te ondermijnen door hier een lijst in te voeren van situaties waarbij het zal volstaan om de identificatiesticker te controleren, en niet over te gaan tot een controle van de biometrische gegevens. Het valt dan ook te vrezen dat door de invoering van die lijsten biometrische controle een uitzondering in plaats van de regel wordt. Ik weet natuurlijk ook dat het onmogelijk is om in alle omstandigheden de biometrische controle systematisch uit te voeren, maar het zou in elk geval de regel moeten zijn. We kunnen ons niet veroorloven in het kader van de strijd tegen illegale immigratie en de strijd tegen het terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit om hier op een lakse en vrijblijvende manier te werk te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Gyula Hegyi (PSE). - (HU) Mijnheer de Voorzitter, Hongarije was uiteraard zeer verheugd toe te kunnen treden tot de Schengenzone. Staat u mij toe enige woorden te wijden aan dit onderwerp, in het bijzonder in verband met de ongelukkige situatie die is ontstaan aan de grens tussen Hongarije en Oostenrijk. De Oostenrijkse autoriteiten houden op allerlei manieren geen rekening met het Schengensysteem: alhoewel Hongarije al bijna een jaar deel uit maakt van het Schengengebied, vragen zij Hongaren die bij de grens arriveren voortdurend om hun paspoort en leggen zij boetes op wanneer zij die niet bij zich hebben. Dit gebeurt uiteraard niet al te vaak, maar wanneer het gebeurt, leidt het begrijpelijkerwijs en terecht tot grote verontwaardiging in de Hongaarse publieke opinie. Helaas komt daar nog eens bij dat men ook de gewoonte heeft aan de grens wegen af te sluiten die tot op heden gewoon open waren, teneinde te voorkomen dat Hongaren deze gebruiken om zonder paspoort onder de Schengenovereenkomst de grens over te gaan. Ik hoop dat er voor ons een manier is om dit wangedrag van de Oostenrijkers een halt toe te roepen. Ik dank u.

 
  
MPphoto
 

  Manfred Weber (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ook ik ben van mening dat onze rapporteur een uitstekend resultaat heeft geboekt, waarbij enerzijds met de veiligheid en anderzijds met de uitvoerbaarheid wordt rekening gehouden. Wij weten echter ook allemaal dat een van onze grootste zorgen met het oog op de toekomst het probleem van personen is die legaal de EU binnenkomen, maar die vervolgens verzuimen ons grondgebied te verlaten nadat hun visum is verlopen. Ik zou slechts het volgende aan het debat willen toevoegen: als het inreis- en uitreissysteem op de lange termijn wil functioneren, dan moeten wij stelselmatig controleren. Dit valt eenvoudigweg niet te vermijden, en wij zullen dit probleem aan de buitengrenzen van de EU moeten oplossen.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, Ik zou nogmaals uw rapporteur, de heer Brejc, willen bedanken voor het feit dat hij oog heeft gehad voor de belangrijkste doelstelling van het voorstel, namelijk het beveiligen van de grenzen zonder echter daarbij te vergeten dat deze grenzen toch een zekere mate van flexibiliteit moeten behouden. Ik geloof dat deze twee met elkaar kunnen worden verzoend en dat u dat hebt verwezenlijkt in deze tekst, die het resultaat is van een uitstekend compromis. Ik zou in navolging van wat de heer Weber zojuist zei, willen toevoegen dat wij inderdaad een probleem hebben in de zin van het openen van Europa voor iedereen die op regelmatige basis het grondgebied wil verlaten en daar weer naar terug wil keren, terwijl wij tegelijk toch ook aandacht moeten hebben voor diegenen die, het moet nu eenmaal gezegd worden, de boel willen bedriegen en misbruik willen maken van de regels. Wij zullen daarom rekening moeten houden met deze dubbele vereiste van openheid en parallel daaraan orde en handhaving van de wet.

Mijn dank gaat uit naar het Parlement voor het feit dat zij ons toestaat verder te gaan met het beveiligen van de grenzen, zonder daarbij de nodige flexibiliteit te verliezen.

 
  
MPphoto
 

  Mihael Brejc, rapporteur. (SL) Ik zou graag even in willen gaan op de twee conflicterende opvattingen: afwijking als algemeen beginsel en strikte naleving van de regels zoals vastgelegd in de Schengencode.

Het is nu juist het compromis dat wij hebben bereikt waardoor wij tot redelijke grensovergangen kunnen komen, zelfs al zijn de rijen echt lang. Denk eens aan een grensovergang tussen bijvoorbeeld Slovenië en Kroatië, waar op een officiële feestdag opeens vijftig à zestig duizend mensen opduiken, waarvan tien duizend een visum hebben. Als wij van al die tien duizend de vingerafdrukken zouden afnemen, zou de rest, die in principe zonder formaliteiten de grens zou moet kunnen overgaan, iets van twee dagen moeten wachten. Daarom moeten wij realistisch zijn en een strikt controlesysteem opzetten dat wel uitgaat van redelijke maatregelen voor een soepelere grensovergang.

Laten wij niet vergeten wat er letterlijk in de verordening staat, en ik citeer: “Uitsluitend met het oog op de verificatie van de identiteit van de houder van het visum en/of de echtheid van het visum … hebben de autoriteiten die bevoegd zijn om overeenkomstig de Schengengrenscode controles aan de doorlaatposten aan de buitengrenzen te verrichten, … toegang om te zoeken aan de hand van het nummer van de visumsticker in combinatie met de verificatie van vingerafdrukken van de visumhouder.” Dat betekent dat in alle gevallen dat de grenswacht ook maar de minste twijfel heeft, deze een controle zal uitvoeren; in alle overige gevallen, wanneer er grote hoeveelheden mensen aan de grens staan, treedt hij op overeenkomstig de verordening, die enige afwijking toestaat.

Wij moeten niet op basis van functionarissen en informatie een nieuwe Berlijnse muur optrekken. De Europese Unie is een wereldmacht die rekening houdt met haar eigen burgers en met overigen die haar grondgebied betreden, en moet dat ook blijven.

Ik zou onder andere de heer Cashman en uiteraard de commissaris willen danken voor hun geduld tijdens ons werk aan dit compromis.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Kinga Gál (PPE-DE), schriftelijk. (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij zijn het er allemaal mee eens dat de Schengen-grenscode moet worden aangepast, zodat de bepalingen daarvan overeenstemmen met de bepalingen van het visuminformatiesysteem.

Het oorspronkelijke voorstel van de Commissie is echter problematisch omdat het bepaalt dat, wanneer onderdanen van derde landen de grens passeren, niet alleen de geldigheid van hun visa moet worden gecontroleerd, maar dat ook hun vingerafdrukken moeten worden afgenomen. Dit zou echter voor enorme opstoppingen aan de buitengrenzen van de EU zorgen, vooral aan de landgrensposten gedurende officiële feestdagen en officiële vakanties.

Ik ben daarom blij met de door de rapporteur voorgestelde amendementen, die bepalen dat deze controles niet stelselmatig moeten worden uitgevoerd, maar op basis van steekproeven, waarbij goed omschreven voorwaarden en tijdsrestricties gelden.

Ondersteunt u daarom bij de stemming van morgen de opvatting van de commissie dat het mogelijk moet worden niet alleen in beginsel maar ook in de praktijk zonder lange wachttijden de buitengrenzen te passeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ramona Nicole Mănescu (ALDE), schriftelijk.(RO) Deze verordening gaat in op de behoefte om de grenzen van de Europese Unie te beveiligen en te versterken door de controles aan de buitengrensposten efficiënter te maken. Desalniettemin heeft het belangrijkste aspect betrekking op het invoeren van gemeenschappelijke regels ter harmonisering van het visuminformatiesysteem.

Alhoewel sommige lidstaten van oordeel zijn dat het verplichte gebruik van het VIS alleen kan worden gerealiseerd als de technologische ontwikkeling een doenlijk gebruik van de draagbare apparaten, op basis van een snelle overdracht en zekere controle, toestaat, geloof ik dat het voorstel van de rapporteur om de grenswacht te laten kiezen of deze gebruikmaakt van het visuminformatiesysteem of niet, een oplossing vormt zolang het technische systeem snelle overdracht van gegevens en systematisch gebruik nog niet toelaat.

Ook moeten wij niet vergeten dat een adequate controle van de EU-grenzen de binnenlandse veiligheid van de lidstaten vergroot en dat dientengevolge problemen als georganiseerde misdaad en zelfs terroristische daden worden bestreden. Bovendien vormt een systematische raadpleging van het visuminformatiesysteem, behalve dat het voor een aanzienlijke toename van de efficiëntie van de grenscontroles zorgt, ook een eerste voorwaarde voor een grotere flexibiliteit bij het indienen van visumaanvragen.

 

19. Evaluatie van het Dublin-systeem (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0287/2008) van mevrouw Lambert, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over de evaluatie van het Dublin-systeem (2007/2262(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, rapporteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de schaduwrapporteurs willen danken voor hun serieuze interesse en toewijding, hetgeen allemaal heeft bijgedragen aan dit verslag.

Zoals u allen weet maakt de verordening Dublin II deel uit van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel. In de verordening wordt bepaald welke lidstaat verantwoordelijk is voor het beoordelen en afhandelen van een asielaanvraag. Het functioneren daarvan is nauw verbonden aan een goede tenuitvoerlegging van overige richtlijnen, zoals de opvang- en de procedurerichtlijnen.

Uit het verslag van onze commissie blijkt dat de Dublin-verordening, en feitelijk het hele systeem, gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en betrouwbaarheid, wat betekent dat alle lidstaten aan hun specifieke verantwoordelijkheden moeten voldoen.

In het verslag uiten wij een aantal bezwaren, die ik uiteraard niet allemaal kan behandelen hier, ten aanzien van de kwaliteit van de levering in de zin van het asielstelsel, het effect op de desbetreffende personen en de vraag of Dublin II in algemene zin wel effectief is. Welke problemen creëert dit voor de lidstaten? Hebben wij het systeem al bijna binnen bereik en onderschatten wij daarom de complexiteit van het vraagstuk?

Voor wat betreft de leveringskwaliteit is het ons bekend dat er enorme verschillen bestaan tussen lidstaten ten aanzien van een eerlijke en grondige beoordeling van verzoeken om bescherming. Dit is onrechtvaardig ten opzichte van individuele personen en oneerlijk ten opzichte van overige lidstaten. In principe geldt voor een of twee lidstaten van de Europese Unie dat je wel suïcidaal moet zijn om, wanneer je echt voor je leven vreest, bij een van deze landen een asielaanvraag in te dienen, aangezien de kans dat de aanvraag wordt gehonoreerd dusdanig klein is dat het risico op terugkeer bijna honderd procent is.

Als commissie zijn wij het er daarom over eens dat wij graag systematische maatregelen zouden zien tegen al die lidstaten die in dit opzicht tekortschieten. Een meerderheid van de commissie zou willen dat zolang deze fouten niet zijn gecorrigeerd, de Dublin-overdrachten naar dergelijke lidstaten stoppen, alhoewel er een amendement over dit probleem is dat morgen in stemming wordt gebracht.

Ten aanzien van individuele personen willen wij een duidelijke verbetering van de kwaliteit en de consistentie van het besluitvormingsproces. Wij zouden graag zien dat overdrachtszaken volledig worden onderzocht en niet worden afgesloten op procedurele gronden (zie paragraaf 11). Wij willen dat iedereen die onder de Dublin-verordening valt, helder wordt geïnformeerd. Ook willen wij de mogelijkheid van familiehereniging vergroten en ten behoeve hiervan een ruimere definitie van familie hanteren – al besef ik dat ook hierover een amendement bestaat – zodat een minderjarige bijvoorbeeld kan worden overgedragen aan het enige familielid in de Europese Unie, ook als die persoon een neef of nicht is in plaats van een broer of zuster.

Daarnaast willen wij heldere procedures met betrekking tot minderjarigen die alleen worden overgedragen ten behoeve van familiehereniging. Deze procedures moeten ook hun vertegenwoordiging en algehele begeleiding omvatten, zodat kinderen tijdens het vervoer nooit zoek kunnen raken, zoals helaas wel al een aantal malen is gebeurd. Ook pleiten wij voor een uitgebreider gebruik van de humanitaire clausule, bijvoorbeeld voor al diegenen die bijzonder kwetsbaar zijn.

Wij maken ons zorgen over de potentiële uitbreiding van Eurodac voor andere doeleinden dan identificatie. De Raad en de Commissie moeten beseffen dat het Parlement dergelijke zaken zeer ernstig neemt.

Wat de problemen aangaat – en ik weet dat overige collega’s hier nader op in zullen gaan – is een van de kwesties die ons zorgen baart dat Dublin II kan zorgen voor druk op bepaalde lidstaten die binnen de Europese Unie een primair inreispunt voor asielzoekers zijn. Daarom vragen wij de Commissie voorstellen te doen voor een vorm van zogezegde “lastendeling” die niet alleen financieel is, maar die een echte oplossing biedt voor de lidstaten en betrokken personen.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, de toepassing van het Dublin-systeem is in technische en politieke zin geëvalueerd tijdens het in 2007 gestarte debat naar aanleiding van het Groenboek over de toekomst van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

Op basis van de conclusies van deze tweevoudige evaluatie is de Commissie van plan voor het eind van het jaar een voorstel te doen over amendementen aan de Dublin- en Eurodac-verordeningen, zonder daarbij de grondbeginselen van het Dublin-systeem aan te tasten. De bedoeling is zowel de efficiëntie van het systeem als de bescherming van de betroffen personen te vergroten.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben het Parlement erkentelijk voor het feit dat het dit debat over de toekomstige amendementen heeft aangezwengeld. Het debat heeft zich ontwikkeld tot een constructief en zeer intensief debat. De Commissie deelt de in uw verslag opgetekende zorgen, mevrouw Lambert, ten aanzien van de tekortkomingen. Zij is het eens met de conclusie dat het Dublin-systeem afhangt van grotere harmonisering van de beschermingsstandaarden op EU-niveau. Alleen zo kunnen wij gelijke toegang tot bescherming garanderen voor alle asielzoekers die worden overgedragen aan andere lidstaten.

Er is behoefte aan zowel grotere harmonisering van de asielwetgeving van de lidstaten als meer samenwerking in praktische zin, zoals beschreven wordt in de tweede fase van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

De Commissie is voornemens de na te leven procedures en tijdslimieten beter te omschrijven en daarnaast de kwaliteit en betrouwbaarheid van de gegevens in het Eurodac-gegevensbestand te verbeteren.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil hier niet al te gedetailleerd op ingaan, maar het is juist dat wij een reeks amendementen overwegen. Dit betreft onder meer een betere informatievoorziening aan de asielzoeker, een effectievere werking van het recht op een beroepsprocedure, het voorkomen dat asielzoekers niet willekeurig worden vastgehouden, het verhelderen van de na te leven voorwaarden en procedures bij de toepassing van de humanitaire clausule, het bieden van meer garanties aan onbegeleide minderjarigen, en het uitbreiden van het recht op familiehereniging voor asielzoekers en begunstigden van subsidiaire bescherming.

Al was de evaluatie van het Dublin-systeem ondanks alles positief, toch is het ook zo dat het systeem heeft geleid tot extra belasting voor bepaalde lidstaten die een beperkte capaciteit voor opvang en opname hebben en die tegelijkertijd onderhevig zijn aan specifieke migratiedruk als gevolg van hun geografische ligging.

De Commissie overweegt de mogelijkheid van tijdelijke opschorting van de toepassing van de Dublin-bepalingen voor overbelaste lidstaten en daarnaast het opzetten van teams van asieldeskundigen waarop de enigszins overbelaste lidstaten een beroep kunnen doen.

De Commissie neemt kennis van de wezenlijke en constructieve aanbevelingen in het verslag van het Parlement. Wij zullen er alles aan doen om te zorgen dat alle nodige stappen worden genomen om in te gaan op de bezwaren die het Parlement in zijn verslag uitspreekt ten aanzien van de werking en het effect van het Dublin-systeem.

Mevrouw Lambert, dames en heren, ik dank u. Ik zal zo goed mogelijk naar u allen luisteren omdat het mijn overtuiging is dat de perfectionering van het asielrecht van groot belang is voor de toekomst en, naar ik meen, de opzet van Europa, dat trouw moet blijven aan zijn grootse traditie van het verwelkomen van mensen.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil, namens de PPE-DE-Fractie.(MT) Deze wet moet worden herzien. Laat mij u uitleggen waarom. Toen deze wet werd geïntroduceerd, was het de bedoeling dat iedereen die om asiel vroeg – dat wil zeggen, om bescherming vroeg – dit kon doen in het eerste land van aankomst. Dit lijkt redelijk, maar toen de wet werd geïntroduceerd, kon niemand nog voorzien, helemaal niet in die dagen, dat veel mensen in de Europese Unie of een van de lidstaten zouden aankomen per boot, door de Atlantische Oceaan of de Middellandse Zee over te steken naar de Europese Unie. Dit is nooit de bedoeling geweest van de verordening, en nu zijn landen in deze situatie gedwongen om al die mensen die per boot arriveren, in een onevenredige, moeizame en ernstige situatie te verwelkomen. Ik ben blij te horen dat commissaris Barrot zegt dat hier een van de mogelijkheden voor herziening van de verordening ligt, namelijk om deze op te schorten voor landen die een onevenredig deel van deze specifieke last dragen. Dit is wat wij nodig hebben: of deze maatregel of een goed functionerend mechanisme, dat solidair is en waardoor immigranten die in een land aankomen dat een dergelijke last draagt, kunnen worden doorverwezen naar een andere EU-lidstaat. Ik denk dat het absoluut noodzakelijk is dat deze herziening zo snel mogelijk wordt doorgevoerd.

 
  
MPphoto
 

  Martine Roure, namens de PSE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, het Dublin-systeem moet worden gebruikt om te bepalen of een lidstaat verantwoordelijk is voor het beoordelen van een asielaanvraag. Het systeem is echter tot het bot onrechtvaardig. Asielzoekers worden soms doorgestuurd naar een lidstaat waarvan bekend is dat deze de asielaanvraag zal afwijzen, terwijl de lidstaat waarin de asielzoeker is aangetroffen, deze mogelijk de vluchtelingenstatus had toegekend. Dit is een eerste onrecht.

Daarnaast zorgt dit systeem voor een solidariteitsprobleem tussen de lidstaten. Iedereen weet dat de lidstaten aan de buitengrenzen van Europa een grotere last dragen. Bij onze terugkeer uit Malta hebben wij geëist dat het Dublin-systeem ter discussie werd gesteld. Wij geloven dat de lidstaat die verantwoordelijk is voor het afhandelen van de asielvraag, niet zonder meer het land van binnenkomst hoeft te zijn. Er zal solidariteit moeten zijn ten aanzien van het behandelen van asielaanvragen.

Wij hebben ernstige tekortkomingen geconstateerd, met name ten aanzien van de bescherming van onbegeleide minderjarigen. Wij hebben gezien dat lidstaten niet voldoende gebruikmaken van de instrumenten waarmee minderjarigen kunnen worden herenigd met familieleden die reeds in andere lidstaten aanwezig zijn. Ook willen wij dat minderjarigen zich kunnen voegen bij bijvoorbeeld tantes en ooms in andere lidstaten, in plaats van dat ze aan hun lot worden overgelaten. Het concept van familie moet derhalve worden uitgebreid.

Ten slotte betreuren wij het bijna systematische gebruik door sommige lidstaten van het vastzetten van mensen die op een Dublin-overdracht wachten. Wij zouden willen benadrukken dat deze mensen internationale bescherming aanvragen en dat hun aanvraag nog altijd in detail moet worden bestudeerd. De evaluatie van de Dublin II-verordening moet daarom gelegenheid bieden om de ernstige tekortkomingen te corrigeren die wij hebben geconstateerd tijdens onze bezoeken aan bewaringscentra. Wij hebben diverse bewaringscentra bezocht en ik kan u zeggen dat sommige van deze bezoeken ons echt met afkeer hebben vervuld.

Ik wil u eraan herinneren dat de Dublin-verordening bedoeld is om te beoordelen welke lidstaat verantwoordelijk is voor het afhandelen van een asielaanvraag. De verordening moet daarom de toegang tot het asielstelsel mogelijk maken en garanderen dat de lidstaten van elke asielaanvraag een gedetailleerde beoordeling verrichten.

De Europese Unie moet haar verantwoordelijkheid ten opzichte van derde landen niet negeren. Zij moet de bescherming van het asielrecht simpelweg garanderen.

 
  
MPphoto
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de ALDE-Fractie. (NL) Voorzitter, dank allereerst aan de rapporteur voor haar over het algemeen evenwichtig werk. Muggenzifterij over enkele details wil ik dan ook laten voor wat het is. Daarbij, als we heel eerlijk zijn, is de evaluatie alweer behoorlijk gedateerd.

Prioriteit nr. 1 is, althans wat ALDE betreft, het gelijktrekken van de beschikbare gegevens vanuit de lidstaten. Alleen dan zal er sprake kunnen zijn van een daadwerkelijk goede evaluatie en dus een effectieve beoordeling. De lidstaten moeten hier echt, en natuurlijk met de nodige begeleiding van de Europese Commissie, werk van maken.

Van belang om te benadrukken - daar leg ik dus duidelijk een andere nuance dan Martine Roure - is het feit dat op basis van de verkregen transfergegevens niet geconcludeerd kan worden dat het Dublin-systeem als zodanig leidt tot een onevenredige transferlast voor de lidstaten aan de Europese buitengrenzen. Natuurlijk - en dat is wat de rapporteur en ook wat de commissaris zei - brengt de geografische positie van deze lidstaten met zich mee dat zij zich geconfronteerd zien met een aanzienlijke belasting. Dat is ook precies de reden waarom ALDE naast het Dublin-systeem al die tijd heeft gepleit voor een verplichtend burden sharing mechanism, in financieel opzicht, materieel opzicht, maar ook als het gaat om de inzet van mankracht ter plekke. Alle 27 lidstaten zijn immers verantwoordelijk voor hetgeen zich aan de Europese buitengrenzen afspeelt.

Ik ben dan ook zeer benieuwd, commissaris, naar wat u nu precies bedoelt met die tijdelijke opschortingsmogelijkheid. Wat houdt het in? Houdt het in dat de asielzoeker de lidstaat naar keuze kan uitzoeken, dat hij vrij kan doorreizen? Daarmee zouden we wel de politieke boodschap van het Dublin-systeem behoorlijk ondermijnen. Kortom, zet nou gewoon in op het verplichte solidariteitsmechanisme waar we al die tijd voor gepleit hebben.

Ten slotte moet er, als de EU haar geloofwaardigheid wil behouden, echt sprake zijn van een toereikend en samenhangend beschermingsniveau in alle 27 lidstaten. Het belang van een werkelijk gemeenschappelijke asielprocedure en bijbehorende status kan niet genoeg benadrukt worden.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. (NL) Voorzitter, het verslag van collega Lambert moet ons tot ernstig beraad aanzetten. De feiten die het verslag beschrijft, zijn verontrustend. Terwijl de Europese Commissie doorgaat met nieuwe initiatieven op het terrein van asiel en legale immigratie, blijkt uitvoering niet te controleren. Een berekening van de kosten, gegevens over asielverzoeken en de behandeling van persoonsgegevens zijn niet adequaat. Ik vind dat een zorgwekkende conclusie. Als het Dublin-systeem al niet naar behoren werkt, hoe zal het dan gaan met de nieuwe initiatieven rond migratie? Kan dit Huis ervan op aan dat de Raad en de Commissie dan wel serieus werk maken van een kostenberekening? Wordt dan de bescherming van de persoonsgegevens wél serieus genomen?

Ik hoor graag welke conclusie de Raad trekt uit het verslag van collega Lambert. Mij is wel duidelijk dat het Dublin-systeem nog niet perfect is. Kan de Raad onderzoeken of bij de nieuwe initiatieven op het terrein van asiel en migratie de uitwisseling van gegevens wél naar behoren functioneert?

 
  
MPphoto
 

  Stavros Lambrinidis (PSE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, het Dublin II-systeem voor het verlenen van asiel zou eindelijk eens moeten worden herzien. Ten eerste is het niet waarlijk Europees: het garandeert geen echte solidariteit met en ondersteuning van die lidstaten die vanwege hun geografische ligging een onevenredige hoeveelheid asielzoekers ontvangen.

Een tweede en nog belangrijkere reden waarom het zou moeten worden herzien, is dat dergelijke onevenredige verdelingen vaak een directe bedreiging vormen voor de humanitaire beginselen en de verplichting om mensen die op zoek naar bescherming aan onze grenzen verschijnen, met waardigheid te behandelen.

Het is bekend dat tal van lidstaten bij gelegenheid volstrekt begrijpelijkerwijs niet in staat zijn hun verplichtingen onder de verordening na te leven, maar in het slechtste geval verschuilen zij zich ook wel eens achter een gebrek aan Europese solidariteit om zelfs extreme schendingen van de mensenrechten door hun autoriteiten te rechtvaardigen.

Praktijken als het opsluiten van minderjarigen in onacceptabele omstandigheden en de algehele afwijzing van asielaanvragen om politieke redenen, kunnen door geen enkel gebrek aan solidariteit worden gerechtvaardigd. Het is echter bekend dat die lidstaten die niet met dergelijke problemen te stellen hebben, vinden dat zij aan hun humanitaire verplichtingen hebben voldaan zodra zij eerder genoemde lidstaten vermanend toespreken. Er wordt dan echter met geen woord over solidariteit gerept.

Daarom heeft Dublin II in de praktijk geleid tot een reeks van beschuldigingen over en weer tussen de lidstaten. De enige echte verliezers zijn de asielzoekers. Om die reden is het echt van cruciaal belang om nu eindelijk te zorgen voor een gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

 
  
  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat wordt hervat na het debat over Georgië.

 

20. Situatie in Georgië (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter.(DE) Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in Georgië.

 
  
  

(FR) Ik zou allereerst de Franse minister van Buitenlandse zaken, fungerend voorzitter van de Raad en voormalig lid van dit Europees Parlement, de heer Kouchner willen verwelkomen. Ook heet ik de Franse staatssecretaris van Europese zaken, Jean-Pierre Jouyet, van harte welkom. Verder verwelkom ik de verantwoordelijke commissaris, Benita Ferrero-Waldner. Tot slot verwelkom ik ook Jacques Barrot, die ons echter helaas moet verlaten.

 
  
  

(DE) De Europese Raad is zojuist beëindigd, maar minister Bernard Kouchner zal ons ongetwijfeld zelf daar alles over vertellen.

 
  
MPphoto
 

  Bernard Kouchner, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, u was zo vriendelijk te wachten op het einde van de buitengewone Europese Raad en daarom ben ik in alle ijl hierheen gekomen om de resultaten aan u bekend te maken. Wij, het Franse voorzitterschap, willen u direct informeren over de genomen besluiten, niet alleen omdat wij u voortdurend op de hoogte willen houden van onze bezigheden, maar ook omdat het Europees Parlement zichzelf de laatste maanden uitermate actief heeft betoond ten aanzien van de kwestie van Georgië. Hartelijk dank, commissaris.

Wij willen u danken voor uw belangstelling en u tevens informeren over wat er gebeurd is in de Raad van 13 augustus en in de vergadering van de Commissie buitenlandse zaken van 20 augustus, waarvoor Jean-Pierre Jouyet hier vandaag aanwezig is om de voorlopige conclusies aan u te presenteren.

Ik zou u eraan willen herinneren dat het conflict ongeveer twintig jaar geleden is begonnen, in 1991/1992. De laatste fase van het conflict is echter ingegaan in de nacht van 7 op 8 augustus. Het is belangrijk dat deze specifieke uitbraak nader onder de loep wordt genomen. Journalisten en historici moeten de gebeurtenissen bestuderen en kijken hoe deze zich in Ossetië en, meer in het bijzonder, in Tskhinvali, de hoofdstad van Zuid-Ossetië, hebben ontvouwd.

Vanaf die nacht heeft de strijd op 9 en 10 augustus voortgewoed. Tezamen met mijn collega Alexander Stubb, de Finse minister van Buitenlandse zaken die tevens voorzitter is van de OVSE, heb ik besloten op zondag 10 augustus naar Tbilisi te gaan. Wij hebben president Saakashvili een staakt-het-vuren voorgesteld, dat hij heeft geaccepteerd.

Omdat het van belang is, zal ik kort vertellen wat wij daar aantroffen en wat wij zagen in Gori en op de wegen tijdens deze pijnlijke episode van de inval en de snelle opmars van de Russische troepen. Het eerste wat ik moet vertellen is dat wij bevreesd waren dat de Russische troepen zouden arriveren in Tbilisi. Deze troepen waren in Gori, op maar 45 of 50 kilometer van Tbilisi. De weg was vlak en er waren weinig obstakels. Het leek daarom voor de hand te liggen dat het het doel van de Russische troepen was om enerzijds, zoals ze aangekondigd hadden, te reageren op de provocaties en Zuid-Ossetië te bevrijden, maar anderzijds ook om naar Tbilisi te gaan en een verandering van regime af te dwingen.

Het was daarom absoluut essentieel, althans dat dachten wij, om de troepen tot stilstand te brengen en het staakt-het-vuren zo snel mogelijk in te laten gaan. Ons doel was daarom een zo snel mogelijke wapenstilstand.

Ik heb de volgende dag president Sarkozy in Moskou getroffen, maar daarvoor nog, na te hebben gesproken met vluchtelingen aan Georgische zijde en met slachtoffers die ik heb getroffen in het ziekenhuis in Gori, wilden het Franse voorzitterschap en ik luisteren naar verhalen van vluchtelingen aan de andere zijde, in Noord-Ossetië, die in Zuid-Ossetië waren aangekomen na het bombardement van Tskhinvali in de nacht van 7 op 8 augustus. Ik heb daar verhalen gehoord die helaas vergelijkbaar waren in de zin van het leed dat daar plaatshad, maar die ook duidelijk een andere kant van het verhaal lieten horen.

In Moskou hebben wij president Sarkozy getroffen. Daar hebben lange discussies, van zeker vijf uur, plaatsgevonden tussen president Medvedev, premier Poetin, de minister van Buitenlandse zaken, Sergei Lavrov, president Sarkozy en mijzelf.

Aan het eind van deze vrij moeizame besprekingen werd een persconferentie gehouden waarin president Sarkozy en president Medvedev de zes punten van het Franse akkoord uiteenzetten, die vervolgens aan Tbilisi ter goedkeuring moesten worden voorgelegd, aangezien er amendementen waren aangebracht tussen onze eerste reis naar Tbilisi en wat ons laatste verblijf in Tbilisi zou worden, de volgende dag.

Twee amendementen werden geaccepteerd door president Medvedev, met name het punt van de uiteindelijke status, waarvan wij begrepen dat hij dat niet in de tekst wilde.

Dankzij de bemiddeling, die wellicht niet perfect was – maar hoe kan iets in een dergelijke situatie perfect zijn? – maar die, dat moet u toch toegeven, wel heel snel was, werd het staakt-het-vuren ook geaccepteerd door president Saakashvili. En al waren er wel een paar betreurenswaardige uitzonderingen, wij hebben door deze bemiddeling toch een staakt-het-vuren weten te bereiken. De Russische troepen ter plaatse zijn op 21 augustus begonnen met de terugtocht – dit was het tweede van de zes punten in het document – alhoewel dit wel al bijna acht dagen later was. Er waren echter wel wat manoeuvres die anders geïnterpreteerd werden, zoals altijd het geval is, omdat sommige tanks eerst de ene kant opgingen en daarna toch ook de andere.

Deze terugtrekking is nog altijd niet voltooid. Beter gezegd, ik weet niet of deze al dan niet voltooid is, maar hij is hoe dan ook nog niet helemaal uitgevoerd. De oorlog was snel voorbij aangezien op 10 en 11 augustus de belangrijkste oorlogshandelingen reeds beëindigd waren, althans volgens bepaalde waarnemers, onder wie onze Franse ambassadeur, Eric Fournier, die hier ook aanwezig is. Wat echter nog niet voorbij is – en dit heeft tot verwarring geleid – zijn de acties van de Ossetische en Abchazische milities, die in het spoor van de Russische troepen verantwoordelijk waren voor pluneringen en zelfs moorden. Ik moet echter zeggen, al is dat met grootst mogelijke voorzichtigheid, dat de schade niet al te groot is. Ook kan ik zeggen dat de schade van de bombardementen niet al te groot is. Uiteraard is alle schade altijd ernstig en te veel en zijn er hierbij altijd te veel slachtoffers, maar toch is, uitgaande van wat ons beschreven is, de schade niet zo uitgebreid als gevreesd, en dat is toch iets positiefs.

Wat wij niet hebben gezien, en wat wij wel alsnog zouden moeten zien, gelet op het feit dat de berichten erg gekleurd zijn, is wat er gebeurd is in Ossetië. Terwijl het wel mogelijk was vrij snel de toestand in Georgië in ogenschouw te nemen, was het onmogelijk, of in ieder geval verre van makkelijk, om naar Ossetië te gaan. Maar een paar mensen zijn daarin geslaagd. Hun berichten lopen echter behoorlijk uiteen.

Het staakt-het-vuren, dat het eerste van de zes punten vormde, was derhalve direct en effectief. Er was een tijdelijk en een permanent staakt-het-vuren. Het tweede punt was de terugtrekking van de troepen. Hierbij was aangegeven dat terugtrekking voor de Georgische troepen betekende dat deze zich weer terugtrokken in de kazernes en voor de Russische troepen dat deze zich weer terugtrokken naar achter de linies zoals die voorafgaand aan de crisis waren. Er was nog een aantal andere punten, waaronder toegang tot humanitaire hulp voor alle slachtoffers. De punten die voor specifieke problemen zorgden, waren de punten 5 en 6. In de onderhandelingen werd een zone aangewezen langs de grens tussen Zuid-Ossetië en Georgië, waar Russische patrouilles, in afwachting van de aankomst van waarnemers van de OVSE of de Europese Unie, tijdelijk toegestaan waren. Er was vervolgens een schriftelijke verklaring nodig van president Sarkozy, die in overleg met president Saakashvili werd uitgegeven en waarin werd aangegeven dat hiermee bedoeld werd “direct aan de grens”. Dit was niet erg duidelijk gezien het feit dat deze grens op sommige plaatsten maar twee kilometer verwijderd was van een van de belangrijkste verkeersaders van Georgië. Van diverse punten werd daarom overeengekomen dat deze – en dit werd duidelijk aangegeven in de tekst – in afwachting waren van de aankomst van internationale waarnemers. Er werd bewust gebruikgemaakt van het woord “waarnemers” en niet van het woord “vredestichters”. Dit moest allemaal erg precies in zijn werk gaan. Punt 6, dat in zekere zin nog het belangrijkste punt was, betrof het politieke akkoord en de internationale debatten en onderhandelingen die aan dit politieke akkoord ten grondslag lagen. Dit akkoord werd uiteindelijk met steun van mevrouw Condoleezza Rice door president Saakashvili ondertekend. Het eerste document was ook al ondertekend, maar werd nadien gewijzigd. Vervolgens is er een document overeengekomen met de heer Medvedev en uiteindelijk een derde en definitief document met president Saakashvili. Wij slaagden er echter niet in hem ertoe te bewegen dit laatste document ook echt te ondertekenen. Het was iets van middernacht of één uur ‘s nachts en er vond een grote demonstratie plaats. Omdat wij er uiteindelijk niet in slaagden hem te laten tekenen, moesten wij kijken of hij dit wel zou doen na een aantal aanpassingen. Dit is uiteindelijk gelukt met behulp van mevrouw Condoleezza Rice, die onderweg Parijs aandeed en die wij het document hebben toevertrouwd opdat zij zou zorgen dat president Saakashvili dit, als ik het mag zeggen, laatste en definitieve zespuntendocument zou ondertekenen. De directe uitkomst daarvan was het staakt-het-vuren! Een minder directe uitkomst, al ging alles toch ook heel snel, was de terugtrekking van de Russische troepen. Op de overige punten houden wij, de 27 landen die gezamenlijk de Europese Unie vormen en dit Parlement in het bijzonder, nu nauwlettend toezicht, aangezien het document nog maar net geaccepteerd is. Ik zou u eraan willen herinneren dat de conclusies van de buitengewone Raad Buitenlandse Zaken reeds zijn geaccepteerd door de 27 lidstaten. Hierin is de fysieke aanwezigheid van de Europese Unie op het grondgebied vastgelegd. Wij hebben vervolgens Javier Solana belast met het uitvoeren van dit deel van het gemeenschappelijk buitenlands veiligheidsbeleid. Onder de hoge bescherming van de OVSE, die reeds aanwezig was, zijn inmiddels twee of vier Franse waarnemers naar het gebied gestuurd. Wij zijn vol goede hoop dat er nog meer waarnemers worden geaccepteerd aangezien president Medvedev in een gesprek met president Sarkozy gisteren aangaf dat hij accepteerde en zelfs graag wilde dat er waarnemers van de Europese Unie aanwezig waren. Hier wordt nu aan gewerkt. Een uiterst snel resultaat is derhalve bereikt: binnen drie dagen een staakt-het-vuren en het tot stilstand brengen van de troepen die Tbilisi bedreigden; en dan, na een paar dagen, acht dagen om precies te zijn, en met een paar manoeuvres voor het einde van die acht dagen, terugtrekking van deze Russische troepen uit Ossetië en Abchazië.

Ik zou nu graag op al uw vragen antwoord willen geven. Ik ben er zeker van dat dit er veel zullen zijn – dat is nu eenmaal mijn lot – en we zullen dus nog wel een tijdje bezig zijn. Ik ben echter nog vergeten kort iets te zeggen over het nu geaccepteerde document. Ik zou u in herinnering willen brengen dat deze buitengewone Raad een duidelijk precedent heeft, namelijk de vergadering van augustus 2003 inzake de situatie in Irak. Tijdens die buitengewone Raad heeft de eenheid van de Europese Unie een deuk opgelopen, om het maar zachtjes uit te drukken. Nu in 2008 heeft eenheid gezegevierd en het bleek niet eens zo moeilijk als wij dachten om een tekst voor te stellen en deze geaccepteerd te krijgen door zowel diegenen die absoluut sancties wilden – wat voor sancties? en waarom eigenlijk? – als diegenen die zonder sancties absoluut de dialoog met Rusland gaande wilde houden. U zult zien dat deze tekst krachtig is in haar veroordelingen, maar toch ook de deur op een kier laat, omdat wij niet in een nieuwe koude oorlog verzeild willen raken, zoals sommigen al suggereerden. Wij willen de contacten aanhouden opdat wij de politieke onderhandelingen die naar onze mening essentieel zijn, kunnen blijven nastreven.

Wij hebben deze Europese Raad bijeengeroepen omdat de president van de Franse Republiek, als voorzitter van de Raad en van de Europese Unie, van oordeel was dat de crisis in Georgië van ernstige aard was en alle burgers van Europa betrof. Uiteraard maakt Georgië geen deel uit van de Europese Unie, evenals de Oekraïne. Toch wilden diverse lidstaten deze vergadering, en het was aan ons om deze bijeen te roepen. Ik geloof dat wij echt geïnspireerd waren omdat niemand buiten de Europese Unie dit naar mijn idee had kunnen doen. Het was de Europese Unie die bij deze kwestie het voortouw moest nemen, al betekende dit niet dat wij alleen stonden – dit was immers in het geheel niet het geval. Het betekende echter wel dat het aan ons was om de eerste zet te doen en dat het aan ons was om aan te tonen dat de Europese Unie kán optreden, met name in situaties waar de institutionele problemen onopgelost zijn. De Europese Unie heeft daarom aangetoond dat het op het hoogste niveau een eenheid is en dat het in alle opzichten haar verantwoordelijkheden wil nemen. Ik geloof dat dit ten opzichte van 2003 een echte stap vooruit is.

Wat is de belangrijkste uitkomst van deze Raad? Aan de tekst kunt u duidelijk onze veroordeling van de militaire acties en de onevenredige reactie van Rusland aflezen. Sommigen wilden dat de reeks van provocaties die waarschijnlijk heeft geleid tot het bombardement op Tskhinvali, werd veroordeeld. Het zou maar al te makkelijk zijn om zowel de ene kant als de andere kant van het conflict te veroordelen, maar waar het echt om gaat is dat wij proberen een vredesmissie uit te voeren en dat beide kanten de wapens neerleggen. De onevenredige reactie van Rusland is daarom benadrukt. Nogmaals, wij hebben mensen ter plekke nodig om ons te vertellen wat er echt gebeurt. Het is waar dat dit bepaald geen goede beurt was van Georgië, dat toch van alle kanten was gewaarschuwd, met name door de Amerikanen, om niet deze reactie uit te lokken, zelfs al was Georgië zelf ook geprovoceerd, aangezien deze reactie van Rusland zeer goed voorbereid zou zijn, iets wat ik mij overigens niet in die mate bewust was. Toen ik aan de andere kant in Noord-Ossetië de Russische vluchtelingen ging bezoeken, zag ik enorme konvooien van tanks en militaire voertuigen die op weg waren naar de grens. Waren zij nu echt voorbereid of niet? Ik laat aan u het laatste oordeel hierover, maar het had er wel alle schijn van dat ze echt onmogelijk ver weg konden zijn geweest.

Daarom kunt u in de tekst onze veroordeling lezen van de militaire acties en de onevenredige reactie. Het betreft een unanieme veroordeling door de staatshoofden of regeringen van alle 27 lidstaten van de erkenning van de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië, en een herinnering aan het feit dat de Europese Unie waarde hecht aan de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Georgië, zoals erkend door het volkenrecht en de resoluties van de VN-veiligheidsraad. U kunt in de tekst de bevestiging lezen – als centraal document, aangezien er geen andere tekst is – van het zespuntenakkoord dat op 12 augustus is bereikt en waarvan de Europese Raad stelt dat deze volledig moet worden uitgevoerd. U kunt lezen dat wij volledig toegewijd zijn aan het vervolmaken van deze routekaart. U kunt de bereidheid van de Europese Unie lezen om deel te nemen aan het internationale toezichtsmechanisme waarin voorzien is onder punt 5 van het akkoord, zoals ik al aangaf, zowel door middel van een OVSE-missie als door een toezegging uit hoofde van het Europees veiligheids- en defensiebeleid. De voorwaarden voor deelname zijn nog niet gedefinieerd, maar hier wordt inmiddels wel aan gewerkt, en naar ik geloof ook nog eens in een zeer snel tempo.

Ik ga niet in detail de diverse opvattingen uiteenzetten, maar ik wil wel nog maar eens benadrukken dat deze niet ver uit elkaar lagen. Het ging allemaal om nuances: vormt een herinnering aan het volkenrecht en een verbod op het wijzigen van de grenzen van een buurland op basis van gewapend ingrijpen, een sanctie? Nee, dit is geen sanctie. Het is immers een basisvereiste. Er waren daarom al met al niet zoveel verschillen van mening. Wel werd expliciet gevraagd deze herinnering op te nemen, hetgeen wij uiteindelijk accepteerden, en wij hebben de herinnering inderdaad ook opgenomen omdat, zoals u weet, er op 9 september een bijeenkomst plaatsvindt tussen de Europese Unie en de Oekraïne. Verder zullen wij op 8 september terugkeren naar Moskou, in gezelschap van de heer Barroso, Javier Solana en president Sarkozy. Wij hebben daarom op 8 september een bijeenkomst in Moskou en op 8 september een bijeenkomst in Tbilisi geregeld – dus eerst in Moskou en daarna in Tbilisi – teneinde vast te stellen, en de hoop is dan ook dat wij dit ook werkelijk zullen vaststellen, dat de Russische troepen zijn teruggetrokken tot achter de aangegeven linies, met andere woorden tot achter de grens tussen Ossetië en Georgië. Ook hopen wij vast te kunnen stellen dat de resterende grensposten rond de haven van Poti en langs de grens van Ossetië en Georgië, maar dan wel op Georgisch grondgebied, zijn vervangen of in een positie verkeren dat zij direct kunnen worden vervangen met internationale waarnemers. Dit is wat wij verwachten.

Iedereen stemde in met deze vergadering, waarmee dan ook de uitvoering van de zes punten van het akkoord is afgerond. Het is op deze basis dat wij de goodwill en het politieke vervolg zullen beoordelen, afhankelijk waarvan wij vervolgens een conferentie zullen voorstellen. Dit betreft een internationale conferentie met een aantal partners – en waarom niet, aangezien de Verenigde Naties al bijna twintig jaar betrokken zijn bij deze kwestie, al is dat iets meer in Abchazië dan in Ossetië – zodat de politieke onderhandelingen kunnen beginnen. De heer Medvedev heeft er veder mee ingestemd, en dit is een positief punt, dat de vluchtelingen kunnen terugkeren, en niet alleen de vluchtelingen die zijn vertrokken na de recente gebeurtenissen, maar alle vluchtelingen die zijn vertrokken vanaf de jaren negentig. U zult nu beslist zeggen dat dit zeer discutabel is, aangezien het onduidelijk is waar zij zijn, of zij kunnen terugkeren, of zij moeten terugkeren, of zij willen terugkeren etc. Als wij echter over het zelfbeschikkingsrecht van mensen praten, moeten wij daarbij ook opmerken dat al deze vluchtelingen afkomstig zijn uit Abchazië of Ossetië. Dit is nu erkend, en wij zullen vervolgens moeten afwachten in hoeverre deze overeenkomst kan worden uitgevoerd.

Ik zou nu nog een aantal punten willen aanboren waarvan ik denk dat die straks onderwerp van discussie kunnen zijn. Ik doel hier op de punten die gewijzigd of enigszins aangepast zijn. De andere punten, zoals “ernstig bezorgd over het open conflict...” etc. kunt u er zelf wel op naslaan. In de tekst staat dat de Europese Raad het unilaterale besluit van Rusland om de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië te erkennen, ten sterkste veroordeelt. Dat besluit is onacceptabel en de Europese Unie roept andere staten op de uitgeroepen onafhankelijkheid niet te erkennen, en vraagt de Commissie te onderzoeken welke praktische consequenties hieruit volgen. De Europese Raad heeft eraan herinnerd dat een vreedzame en duurzame oplossing voor het conflict in Georgië moet berusten op volledige eerbiediging van de beginselen van onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit, die door het volkenrecht, de Slotakte van de conferentie van Helsinki over veiligheid en samenwerking in Europa en de drie resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties worden erkend. De Raad benadrukt dat alle Europese staten het recht hebben zelf hun buitenlands beleid en hun allianties en dergelijke te bepalen. De Europese Raad is verheugd dat het zespuntenakkoord dat op 12 augustus door bemiddeling van de Europese Unie tot een staakt-het-vuren heeft geleid, heeft gezorgd dat er betere humanitaire hulp aan de slachtoffers wordt geboden en dat de Russische troepen zich werkelijk hebben teruggetrokken. De uitvoering van het plan moet volledig zijn, etc. etc. Hierover is niet gesproken.

Jean-Pierre, jij zei mij iets over het Engelse amendement inzake Georgië. Ik had: De Europese Unie heeft reeds noodhulp geboden. Zij is bereid de wederopbouw in Georgië te ondersteunen, met inbegrip van de regio’s Zuid-Ossetië en Abchazië. Zij is bereid steun te geven aan vertrouwenwekkende maatregelen en de ontwikkeling van regionale samenwerking. Ook heeft zij besloten de betrekkingen met Georgië te intensiveren, met inbegrip van maatregelen ter versoepeling van de visa en het mogelijke instellen van een volledige en alomvattende vrijhandelszone zodra aan alle voorwaarden is voldaan. Zij zal initiatief nemen om binnenkort een internationale conferentie bijeen te roepen ter ondersteuning van de wederopbouw in Georgië en vraagt de Raad en de Commissie met de voorbereidingen voor deze conferentie te beginnen. Een ander punt is het effect dat de huidige crisis heeft op de gehele regio en de regionale samenwerking. Wat punt 8 betreft: De Europese Raad heeft besloten een speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie aan te stellen voor de crisis in Georgië en vraagt de Raad om de nodige regelingen te treffen. Wij voegen daaraan toe: De recente gebeurtenissen onderstrepen het belang dat Europa haar inspanningen met betrekking tot de veiligheid van de energievoorziening opvoert. De Europese Raad nodigt de Raad uit om in samenwerking met de Commissie de initiatieven hiertoe te bestuderen, met name ten aanzien van de spreiding van de energiebronnen en de leveringsroutes. Uiteindelijk is op verzoek van Duitsland, Polen en een aantal andere landen de toevoeging als volgt verwoord: Wij roepen Rusland op zich ten behoeve van wederzijds belang, begrip en samenwerking aan te sluiten bij deze belangrijke beleidskeuze. Wij zijn ervan overtuigd dat het in het belang van Rusland is zich niet te isoleren van de rest van Europa. De Europese Unie heeft van haar kant aangetoond dat zij bereid is partnerschappen en samenwerkingsverbanden aan te gaan, die overeenstemmen met de beginselen en waarden waar zij als Unie van uitgaat. Wij verwachten van Rusland dat het zich op een verantwoordelijke manier gedraagt en alle toezeggingen nakomt. De Unie blijft waakzaam: de Europese Raad verzoekt de Raad, tezamen met de Commissie, een zorgvuldige en diepgravende studie van de situatie en de diverse aspecten van de betrekkingen tussen de EU en Rusland te verrichten; deze studie moet nu worden gestart en blijvend worden verricht. De Europese Raad geeft zijn voorzitter het mandaat de gesprekken voort te zetten met het oog op de volledige toepassing van het zespuntenakkoord. Hiertoe gaat de voorzitter van de Europese Raad op 8 september, in gezelschap van de voorzitter van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger, naar Moskou. Zolang de troepen zich nog niet hebben teruggetrokken tot de posities van voor 7 augustus, worden alle bijeenkomsten ter onderhandeling van de partnerschapsovereenkomst uitgesteld. Er is nog een kleine toevoeging aan punt 3: De Commissie wacht de uitkomst van de komende top tussen de Europese Unie en de Oekraïne af. In afwachting van de uitkomst van deze top, wordt onze institutionele samenwerking met de Oekraïne geïntensiveerd en uitgebreid.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. − (FR) Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dames en heren, allereerst ben ik zeer verheugd over de politieke interesse van het Europees Parlement in Georgië. Ook zou ik het Franse voorzitterschap willen feliciteren met haar inspanningen, met name het tempo waarmee op het moment van crisis tot actie is gekomen.

Het is juist dat de Europese Unie door de onderhandeling over het staakt-het-vuren en de directe levering van humanitaire hulp, met name door de Commissie, haar efficiëntie heeft bewezen. De Europese Raad van vandaag was naar mijn mening heel belangrijk en de Europese Unie kon, gezien de complexiteit van de problemen die verband houden met dit conflict, niet anders dan collectief reageren en in onderlinge overeenstemming het juiste antwoord formuleren. Ik zal het kort houden omdat er al veel is gezegd.

Naar mijn mening heeft de vergadering van vandaag aan zowel Georgië als Rusland een heel duidelijk signaal over Georgië afgegeven in de zin van ons vermogen op een crisis te reageren en van de eenheid van de Europese Unie. Dat is ook wat wij altijd hebben geëist.

Ten tweede hebben wij onze eenheid ook uitgedrukt door onze waarden te verdedigen. Vanaf het begin van de crisis heeft de Commissie, zoals ik al heb aangegeven, bijgedragen aan de inspanningen van de EU ten behoeve van de stabilisering van de humanitaire en veiligheidssituatie in Georgië, dat alles naar ik meen in niet onaanzienlijke mate.

Op het vlak van de humanitaire hulp hebben wij direct 6 miljoen euro beschikbaar gemaakt, waardoor aan de directe behoeften van de door het conflict getroffen burgerbevolking kon worden voldaan. Aan dit bedrag is door de lidstaten inmiddels ook nog eens bijna 9 miljoen euro toegevoegd. Hierdoor hebben wij aan de directe humanitaire behoeften kunnen voldoen.

Voor wat betreft de steun voor wederopbouw hebben wij vorige week een delegatie van deskundigen van de Commissie gestuurd om een eerste schatting te maken van de behoeften. Uit de eerste onderzoekingen, die niet het gebied omvatten dat onder de controle van Rusland valt, blijkt, zoals Bernard Kouchner al zei, dat de schade aan onroerend goed veel minder is dan verwacht. Voor wederopbouw en renovatie is een bedrag van ongeveer 15 miljoen euro nodig. De meest dingende behoefte betreft echter het lot van de 22 000 mensen die recentelijk door het conflict op de vlucht zijn gejaagd. Om aan hun behoeften te voldoen is een bedrag van ongeveer 10 miljoen euro opzijgezet.

Het is van belang dat de Europese Unie ter onderbouwing van haar politieke wil om de betrekkingen te verbeteren, laat zien dat zij bereid is echte steun te verlenen aan Georgië. Allereerst heeft de Raad besloten tot een aanzienlijk toename van de financiële steun aan Georgië, in het bijzonder ten behoeve van de wederopbouw, zoals ik zojuist al noemde, en ten behoeve van de vluchtelingen.

Momenteel zijn wij bezig de reserves te beoordelen die snel vanuit de kredieten van 2008 zouden kunnen worden ingezet. Het lijdt echter geen twijfel dat wij zonder buitengewone begrotingskrediet niet in staat zijn de nodige middelen bijeen te brengen. Ik ben verheugd over de algehele politieke steun die wij vandaag in dit opzicht hebben gekregen van Voorzitter Pöttering. Ook is er een conferentie van internationale donors nodig om naar de beleggers een sterk signaal van vertrouwen uit te zenden.

Naar mijn mening is het nu ook belangrijker dan ooit om ten behoeve van de stabilisatie van Georgië de instrumenten van het nabuurschapsbeleid te versterken. Op basis van de conclusies van de Europese Raad zullen wij, zodra aan de voorwaarden is voldaan, onze inspanningen opvoeren om een vrije handelszone te creëren en de uitgifte van visa voor kort verblijf te versoepelen.

Deze laatste overeenkomst is uiteraard gekoppeld aan een overnameovereenkomst en het is van cruciaal belang dat wij het streven van Georgië naar democratie, gerechtigheid en vrijheid van meningsuiting blijven ondersteunen. Het is essentieel dat de het proces van democratische hervorming en politieke pluralisme wordt versneld.

Ten aanzien van het stabiliseren van de veiligheid en het uitvoeren van het staakt-het-vuren vertrouwen wij actief op de burgerlijke waarnemingsmissie die, zoals gezegd, is georganiseerd vanuit het Europees veiligheids- en defensiebeleid. Deze dient in nauw verband te staan met andere EU-acties, zoals wederopbouw.

Nu wil ik het een en ander zeggen over onze betrekkingen met Rusland.

(EN) Het optreden van Rusland heeft in bredere zin vragen opgeroepen over de aard van onze betrekkingen op de korte en lange termijn. Het verzuim tot op heden om het door het voorzitterschap opgestelde zespuntenakkoord te respecteren en het besluit om Abchazië en Zuid-Ossetië te erkennen, gaan in tegen de grondbeginselen waarop de internationale betrekkingen gefundeerd zijn.

Wij hebben geprobeerd onze betrekkingen overeenkomstig de groeiende economische integratie tot een modern partnerschap om te vormen. Ik denk dat er fundamentele wederzijdse belangen op het spel staan – economische onderlinge afhankelijkheid, de noodzaak om een gemeenschappelijke aanpak te vinden voor non-proliferatie of terrorismebestrijding of tal van overige internationale vraagstukken – en daarom was, en is, het openhouden van de communicatiekanalen met Rusland van vitaal belang.

In het licht van de recente gebeurtenissen kunnen de betrekkingen met Rusland echter moeilijk als vanouds blijven. Daarom moest de juiste balans worden gevonden tussen het openhouden van de communicatiekanalen met Rusland en het afgeven van een krachtig signaal. Ik denk dat de beste benadering is om de bestaande gezamenlijke werkzaamheden en dialogen voort te zetten, maar nieuwe initiatieven op te schorten. Daarom beoordeelt de Commissie nu alle lopende nieuwe initiatieven ter uitbreiding van de betrekkingen, waardoor de Raad voorafgaand aan de top in Nice van november zijn conclusies kan trekken.

Voor wat de implicaties op de lange termijn betreft: de recente gebeurtenissen geven nieuwe urgentie aan een aantal beleidsterreinen. Ons bemoeienissen van juni om een oostelijk partnerschap en een Europees nabuurschapsbeleid te ontwikkelen gaven blijk van de legitieme interesse van de EU in deze regio. Dit beleid geeft aan dat wij geen nieuwe scheidingslijn in Europa accepteren en dat partners zoals Georgië, de Oekraïne en Moldavië kunnen rekenen op onze steun ten aanzien van territoriale integriteit en soevereiniteit. Wij zijn bereid het proces te versnellen en zo snel mogelijk nieuwe voorstellen te doen voor een nieuw oostelijk partnerschap, in ieder geval voor het eind van het jaar en mogelijk zelfs in de loop van het najaar.

Ten tweede – en dit is mijn laatste punt – vormt energie de kern van onze betrekkingen met Rusland. Elk besluit ten aanzien van energie in Europa werkt door op onze betrekkingen met Rusland, daarom moeten wij blijven werken aan een coherent en strategisch energiebeleid voor Europa. Kort samengevat hebben de recente gebeurtenissen de Europese Unie voor een behoorlijk probleem gesteld. Ik denk dat het noodzakelijk is dat wij ook de komende maanden laten zien dat wij gezamenlijk onze verantwoordelijkheden kunnen nemen.

Vandaag is een zeer belangrijk ijkpunt. Alleen op basis van een coherente strategie, een gezamenlijk standpunt en gerichte actie kunnen wij de belangen en waarden van Europa verdedigen. Ik juich de toewijding van het Parlement toe en ben er zeker van dat wij allemaal zullen bijdragen aan de vorming van een sterk en verenigd front voor de Unie.

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-DE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mevrouw Ferrero-Waldner, dames en heren, de situatie die zich sinds de zomer in Georgië heeft ontwikkeld, is onacceptabel en ontoelaatbaar, en vraagt om een reactie van de Europese Unie.

Rusland heeft dezelfde rechten en plichten als alle overige staten in de internationale gemeenschap. Een van deze plichten is om de soevereiniteit en territoriale integriteit van andere landen te respecteren en in het bijzonder om niet internationaal erkende grenzen te schenden. Door het Georgische grondgebied binnen te vallen en te bezetten en door de onafhankelijkheid van de zich afscheidende provincies Zuid-Ossetië en Abchazië te erkennen, hebben de Russische autoriteiten elk van deze drie grondbeginselen van het volkenrecht met voeten getreden.

De Europese Unie moet actief deelnemen aan de oplossing van dit conflict en ik zou het Franse voorzitterschap willen prijzen voor zijn proactieve houding in dezen. Wij moeten laten zien dat wij erop berekend zijn te voldoen aan de hoop van duizenden Georgiërs die nu in de straten van Tbilisi uiting geven aan hun ongenoegen.

Mijn fractie roept de Commissie, de Raad en alle lidstaten op blijk te geven van onze eenheid en onze vastberadenheid ten aanzien van onze Russische buur. De Europese Unie kan niet volstaan met enkel een verbale veroordeling van deze schendingen van het volkenrecht. Onze fractie is van mening dat Europa gebruik moet maken van de middelen die zij tot haar beschikking heeft, en met name alle politieke en economische middelen, om druk uit te oefenen op Rusland en te zorgen dat dit land de ondertekende overeenkomsten naleeft. Wij roepen Rusland op alle toezeggingen na te komen die zijn gedaan bij ondertekening van het zespuntenakkoord, te beginnen met volledige en directe terugtrekking van de Russische troepen van Georgisch grondgebied en vermindering van de Russische militaire aanwezigheid in Zuid-Ossetië en Abchazië. Ook veroordelen wij de plunderingen die zijn verricht door de Russische invasiemacht en bijbehorende huurlingen, zoals u terecht al aangaf, mijnheer Kouchner.

Wij maken ons grote zorgen over de Georgische bevolking in Zuid-Ossetië, die met geweld verjaagd is, ook na ondertekening van het staakt-het-vuren. Wij doen een krachtig beroep op de autoriteiten in Rusland en Zuid-Abchazië om de terugkeer van deze mensen naar hun huizen te garanderen. Wij roepen de Raad en de Commissie op hun beleid ten aanzien van Rusland te herzien, met inbegrip van de onderhandelingen over het partnerschap, mocht dit land verzuimen zijn verplichtingen onder het staakt-het-vuren na te leven. Ook roepen wij de Raad en de Commissie op een positieve bijdrage te leveren aan de internationale mechanismen die moeten worden ingesteld om dit conflict op te lossen, met inbegrip van een veldmissie uit hoofde van het Europees veiligheids- en defensiebeleid.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, deze crisis heeft op een aantal gevoelige vlakken de kwetsbaarheid van de Europese Unie aan het licht gebracht: en wel in de eerste plaats op het vlak van onze energievoorziening. Meer dan ooit moeten wij zorgen voor de veiligheid van de Europese energievoorziening. Wij moeten alternatieven voor de Russische infrastructuur voor energietransport ontwikkelen en beschermen. Daarnaast lijkt het duidelijk dat de rol van de Europese Unie in de beheersing van deze crisis veel belangrijker had kunnen zijn als het Europese veiligheids- en defensiebeleid krachtiger was geweest. De versterking hiervan is mogelijk onder het Verdrag van Lissabon. Wij roepen daarom alle lidstaten die dit nog niet hebben gedaan op dit Verdrag zo snel mogelijk te ratificeren. Onze fractie is van oordeel dat de enige manier om te zorgen voor stabiliteit en veiligheid aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, is om te werken aan gelijkwaardige samenwerking tussen de Europese Unie en de VS.

Tot slot willen wij erop wijzen dat Georgië uiteindelijk lid wil worden van de NAVO. Dames en heren, dit is een kritiek moment en de Europese Unie moet niet nalaten deze gelegenheid aan te grijpen om aan te tonen dat zij sterk in haar schoenen staat en vastberaden is ten opzichte van de Russische Federatie, hoe groot en machtig de laatste ook is. De geloofwaardigheid van de Europese Unie, de stabiliteit van de gehele regio, en de bescherming van onze directe buurlanden en zelfs de lidstaten van de Unie zelf hangen hiervan af. Ook vraag ik u, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, te zorgen dat de betrekkingen met de Oekraïne snel worden hervat. Ik dank u voor uw aandacht. Laten wij allen standvastig blijven.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, al een aantal dagen hebben wij in diverse kranten de volgende slagzin kunnen lezen: “Lenin. Stalin. Putin. Give in?” Deze boodschap is wellicht wat simplistisch, aangezien het onder Lenin was dat Zuid-Ossetië werd ingelijfd bij Georgië. Tijdens deze operatie lieten 18 000 mensen het leven en werden 50 000 mensen verjaagd. Abchazië werd deel van Georgië onder Stalin. Het is belangrijk dat wij de waarheid onder ogen zien en rekening houden met alle kanten van de zaak. Zviad Gamsakhurdia, de eerste president van de Republiek Georgië die momenteel weer erg populair is, omschreef de Ossetische bevolking ooit als “uitschot dat het liefst de Rokitunnel uitgeveegd moet worden” (zie http://en.wikipedia.org/wiki/Roki_tunnel" \o "Roki tunnel"). We moeten toch ook oog houden voor dit aspect van het Georgische nationalisme.

Dit alles – en dit wil ik heel duidelijk stellen, zoals ook Martin Schulz bij meerdere gelegenheden heeft gedaan –rechtvaardigt geenszins de Russische interventie die al jaren gaande is. Deze getuigt van imperialistisch gedrag en wij hebben bij herhaling gezien dat Rusland zich bij de bestaande conflicten met minderheden ook als zodanig opstelt. Wij zijn bij herhaling getuige geweest van bedreigingen en boycots die absoluut niet te accepteren te zijn. Ik wil niet ontkennen dat er ook door het westen en door de Georgische president Mikheil Saakashvili fouten zijn gemaakt, maar Rusland heeft in zijn betrekkingen met zijn buurlanden vaak geprobeerd interne conflicten te gebruiken voor eigen gewin.

Ook kan deze actie niet worden gerechtvaardigd op basis van de erkenning van Kosovo. Het is een feit dat de Europese Unie altijd duidelijk en ondubbelzinnig heeft gestreefd naar een internationale multilaterale oplossing. Rusland heeft geen enkele poging hiertoe ondernomen. De Europese Unie heeft ook duidelijk en onmiskenbaar de Servische minderheid in Kosovo gesteund, en zal dat ook blijven doen. Wat heeft Rusland gedaan? Het heeft, op zijn zachtst gezegd, toegekeken hoe Georgiërs uit hun huizen in Zuid-Ossetië en Abchazië werden verdreven, en ik hoop dat de heer Kouchner gelijk heeft als hij zegt dat er nu wordt overgegaan tot een ander beleid.

De EU moet er nu alles aan doen om haar buurlanden medestand en steun te geven. Wij doen al enige tijd voorstellen voor een Unie voor het Zwarte Zeegebied. Hoe wij dit initiatief ook willen noemen, het is wel duidelijk dat het huidige nabuurschapsbeleid moet worden uitgebreid en worden versterkt en dat wij iedereen in de regio die belang heeft bij de integriteit en stabiliteit van deze regio, van Turkije tot Kazachstan, daarbij moeten betrekken.

Als Rusland bereid is terug te keren tot een beleid van samenwerking en respect voor zijn buurlanden, dan zal ook Rusland hiervoor uitgenodigd worden. Rusland voelt zich op het moment sterk vanwege de hoge energieprijzen, maar wij weten allemaal dat dit geen gezonde basis voor de Russische economie is, en dat het land veel te winnen heeft bij een partnerschap en een samenwerking met Europa. Ondertussen moeten wij zorgen dat wij onze buurlanden duidelijke steun geven. In dat opzicht zou ik willen zeggen, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, dat de conclusies die u hebt getrokken uit de top van vandaag, de juiste zijn en dat deze een gezonde basis vormen voor hoe wij verder moeten, aangezien zij een heldere uitdrukking vormen van realistisch en duurzaam beleid. Ik hoop dat het Europees Parlement tot vergelijkbaar heldere en eenstemmige conclusies komt als de Raad, zodat de Europese Unie kan spreken met één – en dus een krachtige – stem.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben enigszins verrast door de woorden van de fungerend voorzitter van de Raad vanavond, evenals door het feit dat hij deze heeft uitgesproken vanaf het podium d’honneur.

Het conflict in de Kaukasus is er een waarvoor twee partijen verantwoordelijk zijn, precies zoals u zelf aangaf, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad. Waarom zien wij dat dan niet terug in de conclusies van de Raad?

President Saakashvili kan onmogelijk hebben gedacht dat militaire interventie geen reactie zou ontlokken van de Russen. Tegelijkertijd was de reactie van Rusland onevenredig.

U zei dat de schade niet al te groot was en toch heeft commissaris Ferrero-Waldner ons cijfers voorgelegd en zal dit Parlement worden gevraagd ermee in te stemmen om de rekening te betalen!

Over een ding zijn wij het wel met u eens: wij moeten het Russische handelen veroordelen; dit is onverdedigbaar. Maar wij zullen de Russische beer niet tot bedaren brengen door president Medvedev in de hoek te drijven. Dialoog en betrokkenheid halen eerder de spanning weg dan isolement. Dat is de les die wij van de Koude Oorlog hebben geleerd, en de Unie heeft hier – net als bij het Helsinkiproces – een centrale rol te spelen.

Uit dit conflict blijkt wel hoe belangrijk het is aan een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te werken. En hoewel de lidstaten verschillende opvattingen over Rusland hebben, heeft uw voorzitterschap snel weten te onderhandelen over het zespuntenplan, waarvoor lof op zijn plaats is.

Het plan is wellicht niet perfect, maar het geweld is gestopt en het plan moet nu volledig worden uitgevoerd, met inbegrip van de Russische terugtrekking uit de Zwarte Zeehaven Poti.

Maar welke stappen moet de Unie nu nemen? De Raad heeft gelijk dat er middelen voor crisisbeheer en wederopbouw en voor snelle inzet van humanitaire hulp beschikbaar moeten komen. Er zal nu een EU-vertegenwoordiger moeten worden aangewezen die zorgt dat beide partijen luisteren.

De Unie zal inderdaad waarnemers moeten sturen en deze zullen de Russische vredestichters moeten vervangen. Dit verlangt de inzet van al die lidstaten die nog niet allerlei troepen op overige fronten hebben geïnstalleerd.

Europa moet een trans-Kaukasische vredesconferentie bijeenroepen, waarin beide kanten bijeen worden gebracht en gezocht wordt naar een oplossing voor de nog onopgeloste problemen.

De Unie moet beginnen op een vlak van flagrante inconsistentie, waarvoor weinig meer dan een ministerieel fiat nodig is om de boel te repareren. Beëindig de anomalie dat Georgische staatsburgers met een Russisch paspoort vrijer toegang hebben tot de Europese Unie. Dit moedigt hen immers aan het Russische staatsburgerschap aan te nemen. Georgiërs moeten dezelfde toegang tot Europa hebben als Russen, al zou dit ook kunnen worden bereikt door de visumversoepelingsovereenkomst met Rusland te bevriezen.

Hoe moeten wij ter versterking van ons nabuurschapsbeleid zorgen voor blijvende samenwerking met Rusland, terwijl wij tegelijkertijd duidelijk maken dat een volledig “strategisch partnerschap” niet langer geloofwaardig is? Wat kunnen wij nog meer doen om Europa’s afhankelijkheid van de Russische energievoorraden te beperken? U hebt in dat opzicht terecht de tekst van uw conclusies aangescherpt. Rusland moet uiteraard de consequenties ondergaan van zijn illegale acties. Wellicht moeten wij in die context ook praten over de toekomst van de Olympische Winterspelen in Sotsji, maar net 40 km over de grens.

Valt het gedrag van Rusland wel te rijmen met het Olympisch Handvest? Nee. Om deze zaken op te lossen hebben wij behoefte aan vastberadenheid, voorzorg en geduld. Dat is de uitdaging waaraan de Unie zal moeten voldoen, zo vrees ik, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, een waaraan zal moeten worden voldaan alvorens wij u uw vin d’honneur kunnen bieden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Staat u mij toe tegen de volgende spreker te zeggen dat wij op de volgende Conferentie van voorzitters zullen kijken naar de volgorde van de fracties, aangezien er al een bezwaar hierover is ingediend. Voor het moment geef ik nu de heer Szymański, namens de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten, het woord. Wij zullen donderdag de zaak bestuderen, aangezien er niemand is die mij kan uitleggen waarom de volgorde eigenlijk zo is. Het is een kwestie die wij systematisch zullen moeten ophelderen.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie.(PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mijnheer Kouchner, aan drie van de zes punten in het door president Sarkozy onderhandelde akkoord wordt niet door Rusland voldaan. Door dit verzuim verspeelt Rusland het recht zich nog langer een partner van Europa te noemen. In dit geschil staat nu tevens de geloofwaardigheid van de Europese Unie op het spel.

Het is niet genoeg humanitaire hulp te bieden, Georgië te helpen met de wederopbouw, en visumversoepeling en handelsovereenkomsten te bieden. Rusland moet maar eens echt ervaren wat zijn zelf gekozen isolement betekent. Zo niet, dan laten wij de gelegenheid liggen om ervoor te zorgen dat het land zijn beleid wijzigt. Dan wordt Rusland bevestigd in zijn opvatting dat het met alles weg kan komen. In de aanloop naar de volgende presidentiële verkiezingen, die gepland staan voor 2012, is het vergroten van het bewustzijn van een toenemend politiek en economisch isolement onze enige kans om twijfel en verdeling te zaaien onder de dominante kliek in Moskou. Het mag gewoon niet zo zijn dat Rusland profiteert van deze agressie.

Wij moeten ons energiebeleid herzien. Vanwege de afhankelijkheid van Rusland is de bewegingsruimte van Europa al vrij beperkt. Willen wij die situatie dan echt verslechteren? De lidstaten moeten hun betrokkenheid bij de aanleg van de noordelijke en zuidelijke pijpleidingen zo snel mogelijk stopzetten. Als wij deze conclusies voor de lange termijn niet trekken, lopen wij het risico buiten spel te worden gezet en worden wij een mikpunt van spot.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, dames en heren, ik geloof dat wij ten aanzien van de huidige situatie moeten bespreken wat wij nu eigenlijk moeten doen. Naar mijn mening is wat de Raad heeft besloten en gedaan min of meer hetgeen dat mogelijk was, al kunnen wij natuurlijk altijd blijven twisten of een buitengewone Raad van staatshoofden of regeringsleiders niet meteen had moeten worden bijeengeroepen teneinde onze eenheid uit te stralen, maar het zij zo.

Ik geloof dat wij onszelf nu een aantal fundamentele vragen moeten stellen. De meest fundamentele vraag betreft vanzelfsprekend onze positie ten opzichte van Rusland, onze samenwerking met Rusland en hoe wij nu eigenlijk deze problemen in de Kaukasus gaan oplossen, aangezien er ook nog het probleem van Nagorno-Karabakh is. Er kunnen zich vanaf nu permanent van dit soort conflicten voordoen, en president Sarkozy zou daarom permanent met dit soort crises te stellen krijgen. Hij zou een kamer kunnen betrekken in het Kremlin en daar eeuwig kunnen blijven – het zou zeker een mogelijkheid zijn.

Mijn mening is als volgt: ten eerste, als er iets is dat wij niet moeten bespreken, mijnheer Daul, dan is het wel het toetreden van Georgië en de Oekraïne tot de NAVO. Dat is op dit moment echt een volslagen idiote suggestie, want het betekent dat wij dan politiek gezien niet meer verder kunnen. Of Georgië en de Oekraïne tot de NAVO toetreden nadat de hervormingen zijn doorgevoerd? Wellicht, ik weet het niet. Het is hoe dan ook niet echt een relevant vraagstuk vandaag.

Denkt u dat als Georgië lid was geweest van de NAVO, artikel 5 in werking zou zijn getreden? Natuurlijk niet! Dus laten wij ophouden met die flauwekul. Aan de andere kant – en op dit punt ben ik het eens met de heer Watson – is de vraag hoe wij acties als die van president Saakashvili in de hand kunnen houden. Wij zijn het erover eens dat het optreden van Rusland onacceptabel was, maar het was evengoed onacceptabel dat de president van Georgië besloot een stad te bombarderen, om ongeacht welke reden! Als je wordt geprovoceerd, moet je anders reageren dan met bommen.

Daarom hebben wij hier te stellen met een echt politiek dilemma. Ons voorstel is dit als volgt op te lossen: wij leggen aan Georgië en de Oekraïne een geprivilegieerd partnerschap voor als eerste stap op weg naar mogelijke integratie. Deze integratie kan plaatsvinden als er echt een wezenlijke hervorming binnen Europa plaatsvindt. We moeten echter politieke, en niet alleen economische en maatschappelijke instrumenten hebben om druk uit te oefenen op deze politieke klassen. Een toekomst in de Europese ruimte betekent specifiek een toekomst waarin deze landen het nationalisme van zich afschudden.

Laat ik daarom die uitspraak van François Mitterrand nog maar weer eens in herinnering brengen: “Nationalisme is oorlog.” Georgisch nationalisme, Russisch nationalisme, Abchazisch nationalisme, Zuid-Ossetisch nationalisme: het betekent oorlog! In Europa moeten wij dan zeggen: “Ons blikveld gaat verder dan dat.” En daarom leggen wij, als wij een Europees gezichtpunt op tafel leggen, meteen de Europese waarden op tafel, want als het nationalisme in deze regio’s voortwoedt, komen wij nooit tot een oplossing.

 
  
MPphoto
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, het kan met betrekking tot de crisis in de Kaukasus alleen maar een doodlopende weg zijn om een pro-Georgische of pro-Russische positie in te nemen. Zoveel is wel duidelijk, aangezien de regio sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zeventien jaar terug vol terugkerende spanningen en betwiste grenzen is. De regio heeft een collectief geheugen dat wordt bepaald door generatielange trauma’s en opeenvolgingen van oorlog en geweld. De regio is een etnische en religieuze legpuzzel, en de opeenstapeling van rancune en vernedering biedt een gevaarlijk vruchtbare bodem voor nationalisme. In een dergelijke context kan politiek onverantwoord handelen je duur komen te staan, en dat geldt voor iedereen. Het geldt zeker voor de Georgische president die sinds zijn verkiezing in 2004 voortdurend heeft ingespeeld op een sentiment van wrok ten opzichte van de separatistische regio’s. Hij heeft voortdurend het gevaar opgezocht in de zin van zijn loyaliteit aan de regering Bush en zijn beleid van confrontatie binnen de regio. Hij heeft een aanval ingeleid op Zuid-Ossetië, waarover de heer Van den Brande, een van de corapporteurs van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa, met verantwoordelijkheid voor het toezicht op de situatie, heeft gezegd dat hij (en ik citeer): “geschokt is door de verhalen van vluchtelingen over de grootscheepse en lukrake beschietingen en bombardementen van Tskinvali en de vernietiging van woonwijken.” Het bleek een rampzalige strategie voor Georgië, de Kaukasus en Europa.

Maar de les treft zeker ook Rusland. De meedogenloosheid van zijn tegenaanval, ook voor de burgerbevolking, zijn voortdurende bezetting van strategische sectoren van het Georgische grondgebied, zijn uitsluiting van de Georgische bevolking van Zuid-Ossetië en zijn unilaterale erkenning van de twee zich afscheidende regio’s, vormen evenzeer een bedreiging voor de interesse die bij meerdere landen in Europa is opgewekt door de aanvankelijke internationale initiatieven van de nieuwe president. Rusland heeft er alles bij te verliezen als het opnieuw in een periode van isolement binnen Europa en de wereld terechtkomt.

Tot slot zou het gehele westen er goed aan doen de ongekende schade te bestuderen die reeds in dit deel van het continent is veroorzaakt door de Amerikaanse houding van avonturisme en de Europese houding van volgzaamheid. De onbeperkte uitbreidingsstrategie van de NAVO, het bombardement op Servië, de erkenning van de unilateraal uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo, de steun voor de plaatsing van een antiraketschild op Europese bodem, om nog maar te zwijgen van de verheerlijking van de leiders van de regio, die wellicht wat behoudender zouden mogen zijn met hun anti-Russische en prowesterse leuzen – dit alles getuigt van het kortzichtige beleid dat typerend is voor het huidige Witte Huis, maar dat eerlijk gezegd niet een Europees veiligheidsbeleid waardig is. Wij hebben allemaal kunnen zien hoe deze politiek van het militariseren van internationale betrekkingen en het aangaan van politieke confrontaties, op de klippen is gelopen. Behalve het sturen van Europese waarnemers onder de hoge bescherming van de OVSE, moet de EU er ook prioriteit aan geven om vóór alles, zo snel mogelijk en zonder tekenen van arrogantie verdere escalatie te voorkomen. De EU kan dan de mogelijkheid onderzoeken of er een nieuw pan-Europees verdrag voor veiligheid en samenwerking kan worden opgesteld, dat wettelijk bindend is en alle problemen omvat die momenteel op de lange baan zijn geschoven: territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen, het lot van conflicten die een dood punt hebben bereikt, niet-gebruik van wapens, ontwapening en zelfs veiligheid van de energievoorziening. Zeker, dit ideaal is op het moment moeilijker te verwezenlijken dan ooit, maar als wij de zaak niet vanuit dit gezichtspunt bezien, ben ik bang dat wij het ergste nog niet hebben gehad. Laten wij, voordat wij een standpunt innemen toch vooral herinneren dat het vandaag de eerste van september is, ofwel de internationale dag van de vrede.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Bernard Wojciechowski, namens de IND/DEM-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik kom uit een land met een geschiedenis die getekend is door oorlog en leed. Polen steunt overal het streven naar vrede. Het is noodzakelijk dat wij dit doel verwezenlijken.

De Oost-Europese landen, de zogezegde Baltische staten, willen op voorspraak van hun leiders dat de Europese Unie laat zien dat Rusland een zekere prijs betaalt voor zijn militaire acties in Georgië. Deze acties kunnen worden gezien als een klassiek voorbeeld van de politieke gedachte dat Rusland nooit iets anders doet dan imperialistische doelen nastreven.

Deze traditioneel stompzinnige houding van Rusland, vol van holle platitudes, maakt een ontluisterende indruk, aangezien het kan worden gezien, bijvoorbeeld door de Russen zelf, als een typisch voorbeeld van een reactie van een paar heethoofdige politici.

De Europese Unie heeft Rusland evenzeer nodig als Georgië, zo niet meer. Daarom is het noodzakelijk dat de Europese Unie niet deelneemt aan dit conflict of de kant kiest van Rusland dan wel Georgië. De Europese Unie moet de hele wereld laten zien dat haar beleid onafhankelijk is van de Verenigde Staten en daarnaast een vreedzaam beleid is, dat uitgaat van een volledig partnerschap.

Rusland is de op twee na grootste handelspartner van de EU, goed voor een half triljoen dollar aan Europese goederen. Kunnen wij het ons veroorloven een dergelijke relatie op het spel te zetten?

Het lijdt geen twijfel dat het Europees Parlement onder de medebeslissingsprocedure een heuse medewetgever van de Raad is. Maar is het ook een gelijkwaardige partner op het vlak van het buitenlands beleid van de EU?

Minister, u sprak ons toe nadat alles al leek te zijn besloten over Georgië. Laat mij u dan vragen: is het de bedoeling dat de stem van het Europees Parlement geen betekenis heeft? Waar is dit debat goed voor als alles al lijkt te zijn besloten en uitgevoerd?

 
  
MPphoto
 

  Sylwester Chruszcz, namens de NI-Fractie.(PL) Er bestaat een duidelijk verband tussen de uitbraak van geweld in de Kaukasus en de kwestie van Kosovo. Ik behoorde tot diegenen die tegen het opdelen van Servië was. Vanaf het begin hebben wij benadrukt dat het feit dat het unilaterale besluit van de Kosovaarse Albanezen werd ondersteund door de Verenigde Staten en diverse Europese landen, de doos van Pandora zou openen en wereldwijd zou leiden tot tal van vergelijkbare geschillen. De Georgische situatie is typisch zo’n geval. President Saakashvili van Georgië besloot de burgers in Ossetië aan te vallen. Hierbij moet worden benadrukt dat Abchazië en Ossetië naties zijn die al eeuwenlang op hun respectieve grondgebied gevestigd zijn. Zij hebben een eigen cultuur en identiteit ontwikkeld en hebben bij meerdere gelegenheden gevochten voor hun onafhankelijkheid, die hen door Stalin voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog werd afgenomen.

Servië en Georgië vormen een goed voorbeeld van hoe sommige landen in de internationale arena gelijker zijn dan andere, en hoe de interpretatie van het volkenrecht altijd wordt bepaald door de sterkste bondgenoten. Daarnaast is de Europese orde verstoord, met behulp van veel leden van dit Parlement. Laten wij daarom de vrede en het volkenrecht in Europa herstellen; laten wij de Europese orde herstellen. Ik roep de landen die het opdelen van Servië hebben gesteund, op hun erkenning van Kosovo in te trekken, en ik roep Rusland op zijn erkenning van Ossetië en Abchazië in te trekken. Als de opdeling van Servië door de Verenigde Staten en de meeste lidstaten van de Europese Unie wordt beschouwd als een positief iets, hoe kunnen wij dan een vergelijkbare gang van zaken in Georgië veroordelen? Dames en heren, ik kan u alleen maar vragen iets minder hypocriet in dezen te zijn.

 
  
MPphoto
 

  Bernard Kouchner, fungerend voorzitter van de Raad. (FR) Mijnheer Watson, ik begrijp dat het een grote fout was om van dit podium te spreken. Als dat echter het enige is dat u mij verwijt, dan wil ik mij hier graag verontschuldigen, want de vorige keer dat ik hier sprak, stond ik inderdaad op dit podium en ik ben natuurlijk geen staatshoofd. Een vergissing is menselijk, zal ik maar zeggen.

Er is een aantal vragen dat ik kan proberen te beantwoorden en aantal andere waarop ik echt geen antwoord weet. Het is duidelijk, mijnheer Daul, dat wij allemaal, en al helemaal in het licht van deze crisis – en dit is ook een van de prioriteiten van het Franse voorzitterschap – een succesvol Europees defensiebeleid willen invoeren. Maar wat betekent “succesvol”? Het betekent in ieder geval dat wij het proces moeten hervatten waardoor wij in Saint-Malo in ieder geval tot enige wederzijds begrip kwamen. Wij zullen vervolgens verder moeten bouwen op dit gemeenschappelijke doel. En dat zullen wij ook doen, naar ik hoop. Feitelijk kunnen wij niet anders, al is dat dan niet omdat deze crisis een militair antwoord behoefde. Niet met de beste wil van de wereld! Een militair antwoord op de Russische inval van Georgië zou de slechtst denkbare oplossing zijn geweest. Sterker nog, ik denk niet dat de schepen die naar de Zwarte Zee zijn gestuurd een passend antwoord vormden, omdat sommige van deze schepen raketten aan boord hadden. Naar mijn oordeel hadden wij dat niet moeten doen, maar het Franse voorzitterschap dacht daar anders over. Als wij een echt degelijke Europese defensie willen, en dat is ook echt wat wij nodig hebben, dan moeten wij het Verdrag van Lissabon ratificeren. En hiermee zijn wij weer terug bij onze eigen institutionele problemen. Wij moeten absoluut een weg uit deze institutionele crisis vinden.

In alle eerlijkheid denk ik niet dat de NAVO het juiste antwoord vormt op deze situatie. Het zou zelfs een volstrekt verkeerd antwoord zijn geweest als wij in Boekarest voor een Lidmaatschapsactieplan hadden gestemd. Strikt genomen denk ik niet dat dit veel had uitgemaakt, want ik geloof niet dat er iemand van ons bereid was oorlog te voeren omwille van Georgië. Ik zeg dit zonder enig cynisme. Ik zeg dit enkel omdat het echt een unanieme opvatting was aan het begin van alle bijeenkomsten en gesprekken die wij hadden. Dit betekent niet – omdat wij dit hebben gezegd – dat Georgië noch de Oekraïne het recht hebben lid te worden van de NAVO.

Er is ook nog iets anders dat wij ons moeten realiseren. Het is op dit moment niet makkelijk te zeggen, dus ik zal zo discreet mogelijk zijn, maar als er één land is dat het gevoel heeft al twintig jaar slecht te worden behandeld, dan is het Rusland. En ik geloof dat hier in zekere zin, en dan vooral vanuit de Europese Unie bezien, enige waarheid in schuilt. Wij slagen er maar niet in de juiste toon aan te slaan tegen Rusland. Misschien zouden wij er wel nooit in zijn geslaagd, maar ik geloof dat wij ons niet voldoende hebben gerealiseerd welke veranderingen er hebben plaatsgevonden. Uiteindelijk bevond Georgië zich twintig jaar terug nog in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie en was het een communistisch land. Aan beide kanten hebben de democratische processen tekortgeschoten. Ik denk dat het probleem zich, net als bij alle overige landen, later ook zal voordoen bij de Oekraïne en bij Georgië, maar ik geloof werkelijk niet dat dit het antwoord is.

Aan de andere kant hebt u gelijk: wij moeten onze banden met de Oekraïne aanhalen, zoals ook wordt gesteld in dit document. Dit geldt ook voor Georgië. Ik ga zo in op de kwestie van geprivilegieerd partnerschap.

Tot mijnheer Swoboda zou ik willen zeggen – en dit is een anekdote – dat ik graag Stalins huis in Gori was gaan bezichtigen. Daar heeft hij immers gewoond, en is hij ook geboren. Je zou kunnen zeggen dat hij kleine rode cirkeltjes op de kaart heeft getekend waar hij dacht dat autonomie zou kunnen bestaan, of in ieder geval gemeenschappen zouden kunnen worden gesticht, en waar niet. Hij was goed bekend met de regio en ook toen konden Ossetië en Abchazië niet goed overweg met Georgië of de rest van de regio. Wij hebben de crisis niet nodig gehad om uit te vinden dat er conflicten bestaan in die regio. Waar is het nog erger dan in de Balkan? In de Kaukasus. Waar is het erger dan in de Kaukasus? In de Balkan. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat wat daar plaatsvindt, wijdverspreid is. Als je maar even iets verder terugdenkt, en in herinnering brengt wat er is gebeurd in Tsjetsjenië, hetgeen ik ten zeerste veroordeel, dan kun je zien dat de bondgenoten van de Tsjetsjenen tegen Georgië de Abchaziërs waren.

Wij zullen het verleden moeten laten rusten, al is het soms nodig ernaar terug te keren. U zei, en ik ben het met u eens, dat niets deze reactie rechtvaardigt. Niets. Toch moeten wij analyseren hoe deze reeks van provocaties tot stand is gekomen, want de verhalen zijn in alle eerlijkheid zo uiteenlopend dat het allemaal erg gecompliceerd wordt. Toen wij in Rusland waren om over het document te onderhandelen, kregen wij de vraag hoe wij zouden hebben gereageerd. Hadden zij hun eigen mensen soms aan hun lot over moeten laten en de bombardementen moeten toestaan? Vergeet niet de aanvankelijke cijfers. Ik ga hier niet over discussiëren, omdat wij deze toch niet kunnen controleren, maar de Russen hadden het meteen over 1 000 à 2 000 doden. Nu klopt dit ongetwijfeld niet, want de enige die namelijk wel ter plekke was, was Human Rights Watch en deze had het eerder over een paar honderd. Sterker nog, zij hadden het over honderden of mogelijk zelfs tientallen. Ik weet het niet precies. Hoe dan ook, het was een reactie die in theorie werd gerechtvaardigd door het hoge aantal slachtoffers en, nogmaals, ik ben zelf gaan luisteren naar de verhalen van de vluchtelingen in Noord-Ossetië en hun verhalen waren gruwelijk: bijvoorbeeld over granaten in kelders waar kinderen verscholen zaten. Ik heb dit niet verzonnen. Misschien is het niet waar, maar er is een bepaalde klank in de stem die niet liegt. Ik heb in mijn leven tal van vluchtelingen gezien. Deze mensen waren doodsbang. Zij waren twee dagen lang onderweg geweest in een tunnel. Dit zal allemaal nog moeten worden nagetrokken.

U hebt helemaal gelijk als u stelt dat er een nabuurschapbeleid moet komen, maar dat is ook precies wat de Turken proberen te realiseren op dit moment. De Turken hebben wat zij noemen een regionaal platform ingesteld en zij willen daar gesprekken organiseren tussen Rusland, dat al heeft toegezegd, Azerbeidzjan, Armenië, en – en het zijn zij die hier verantwoordelijk voor zijn – uiteraard Georgië en Turkije. Ik vind dit een goed idee en ik heb er namens het voorzitterschap mee ingestemd hen op korte termijn te treffen. De heer Babachan had hier eigenlijk vandaag moeten zijn: dan hadden wij kunnen horen hoe wij onze ervaringen kunnen uitwisselen, maar ik ben het hoe dan ook eens met uw analyse dat er behoefte is aan een nabuurschapsbeleid. Mevrouw Benita Ferrero-Waldner moet het toch ook met mij eens zijn dat wij deze weg moeten bewandelen. Rusland is onze grootste buur. Als wij niet met Rusland kunnen praten, dan kan dit tot grote problemen leiden, te meer daar wij de heer Medvedev hebben horen zeggen dat er naar beide kanten sancties kunnen worden opgelegd, en dat hij ook goed wist hoe dat zou moeten. Het maakt als sanctie bepaald verschil of de ene partij weigert gas te leveren of de andere partij weigert gas af te nemen. Wij moeten daarom realistisch naar de zaak kijken. Het zijn uiteindelijk de Russen die de kraan dichtdraaien, niet wij.

Mijnheer Watson, voor wat betreft de cijfers die u presenteerde, ben ik het eens met uw opvatting. Wat heeft de heer Saakashvili gedaan? Wij hebben bij twee gelegenheden met hem gesproken en hij gaf daarbij aan dat hij – eigenlijk zouden wij hier niet op in moeten gaan, aangezien ik in dezen ongetwijfeld niet objectief ben en ook niet over genoeg informatie beschik – hoe dan ook, dat hij wel verplicht was te reageren op de provocaties. Hij had geconstateerd dat aan de andere kant het geschut werd klaargezet, met name Grad-raketten. Deze waren aangekomen en geïnstalleerd in Georgische dorpen rond de hoofdstad van Ossetië. Wie moeten wij nu geloven? Ik zou het niet weten. Hoe het ook zij, sommige functionarissen hebben dingen verklaard die in het geheel niet overeenkwamen met de berichten uit de internationale pers. In de hele kwestie is eigenlijk niemand geloofwaardig. Als waarnemer weet je dat het probleem onopgelost blijft, al hebben wij het geprobeerd. Javier Solana zegt dat wij hen waarnemers moeten noemen. Wij noemen ze daarom maar waarnemers en in de tekst worden ze ook als zodanig aangeduid. Vredestichters zijn immers iets anders, omdat daarvoor de volledige terugtrekking door Rusland van al diegenen die deel hebben genomen aan het gewapende conflict vereist is. De resoluties inzake Abchazië en Ossetië gaven aan dat de verhouding twee derde/een derde moest zijn. Twee derde was verantwoordelijk voor het bewaren van de vrede, de Russische vredestichters, en de rest bestond uit Georgiërs. Elk beschuldigt de ander en elk beschuldigt de vredestichtende troepen onder het vaandel van de OVSE en de VN van deelname aan beide kanten, en wel direct vanaf het begin van de strijd. Het lijkt mij derhalve dat dit niet langer zo door kan blijven gaan en dat het sturen van vredestichters een grotere operatie is, die wij nog zullen proberen op te zetten. Voor het moment zal het echter heel moeilijk zijn. Wij hebben een internationale conferentie nodig om deze conflicten, die nu op een dood spoor zitten, op te lossen. Wij zullen in eerste instantie een conferentie moeten houden over Ossetië, waar de situatie het meest urgent is, en vervolgens over Abchazië.

Wat de paspoorten betreft: ik weet niet meer wie de kwestie van de paspoorten aan de orde heeft gesteld, maar inderdaad, er zijn paspoorten uitgegeven, op grote schaal zelfs, en de mensen die ik heb gesproken, de Ossetische vluchtelingen, voelden zich Russische burgers, wat uiteraard volstrekt idioot is. Zij voelden zich Russische burgers, werden in Rusland als zodanig verwelkomd en werden verdedigd als Russische burgers. Als je beseft wat er klaarblijkelijk gebeurd is op de Krim, kan je alleen maar heel bezorgd zijn. Wij zullen daarom dit probleem op een subtiele, maar niettemin resolute manier bij de Russen moeten aankaarten. Zij reiken paspoorten uit aan bevolkingen die zij Russisch achten. Hierbij moeten wij echter in het achterhoofd houden dat de Russische grenzen vrij willekeurig zijn bepaald door de heren Gorbatsjov en Jeltsin, met grote snelheid en met weinig aandacht voor de geschiedenis. Ik zal nu niet op dit probleem ingaan. Ook wil ik niet ingaan op het feit dat Kiev ooit de hoofdstad van Rusland was en dat de Krim toegang bood tot de zeven zeeën. Wie echter denkt dat de Russen de enige tunnel tussen Noord- en Zuid-Ossetië, met andere woorden dwars door de Kaukasus, opgeven, heeft het mis. Wij moeten oog hebben voor deze historische en geografische tegenstellingen, zonder dat wij echter toegeven aan de ene of de andere partij. Het voorzitterschap van de Europese Unie heeft geen van beide partijen moreel veroordeeld. Er is gezegd dat deze actie excessief was, dat het niet de manier was om het probleem op te lossen, dat de stad niet ’s nachts had mogen worden gebombardeerd en dat er in respons niet een dusdanig hevige aanval had mogen plaatsvinden. Nogmaals, het is echter absoluut nodig dat wij weten wat er gebeurd is.

Mijnheer Szymański, u stelde dat er maar drie punten waren uitgevoerd. Dit is nog helemaal niet zo slecht, omdat zonder ons niemand zich überhaupt aan één van die punten had gewaagd. Drie punten zijn uitgevoerd en dat waren ook meteen de drie belangrijkste: het staakt-het-vuren, de terugtrekking van de Russische troepen en de toegang tot humanitaire hulp. Als dat alles is wat wij bereiken, hoeven wij ons nog altijd niet te schamen. Ik geloof dat het heel belangrijk was hiermee te beginnen. Wat de andere drie punten betreft, moeten wij tot 8 september wachten, aangezien dan pas volledige druk zal worden uitgeoefend. Wij zullen gezamenlijk beslissen wat te doen, en dat betekent de 27 landen van de Europese Raad en daarnaast het Parlement, dat wij onderhand gewoon zijn bij dergelijke zaken te raadplegen. Overigens, Jean-Pierre en ik hebben de gewoonte u altijd te raadplegen en met u te praten. Niets is echter vanzelfsprekend. Als wij op 8 september constateren dat de manoeuvres begonnen zijn, dan is het goed. Als er echter nog niets is gebeurd, dan moeten wij een ander standpunt innemen. Zo veel is wel duidelijk. Agressie mag niet beloond worden. Natuurlijk wordt agressie niet beloond, de vraag is echter wel: wie betaalt de prijs? Ik ben niet zo gek op al die betweters die ten aanzien van het Russische leger zeggen: wat had je dan verwacht? Want wat had er dan eigenlijk wel moeten gebeuren? Het valt mij op dat de meest resolute personen en ook al diegenen die morgen Georgië bezoeken en maar al te overtuigd zijn van hun donderpreken, vaak zelf helemaal niets doen. Ik geloof, net als Francis Wurtz, dat Georgië al lange tijd wordt aangemoedigd om te laten zien dat het, hoe zal ik het zeggen, krachtig en stoer is. Naar mijn smaak was dit bepaald geen goed advies. Het zit mij in ieder geval niet echt lekker dat een land dat eigenlijk niet de middelen daartoe heeft, wordt aangemoedigd wraakzuchtig te zijn, of in ieder geval vol overtuiging in zijn verzet. Mijn indruk is, en dat geldt evenzeer voor mijn regering, dat dit alleen maar heel erg ongelukkig was, omdat er nu veel slachtoffers zijn en de Georgiër in de straat niet weet tot wie of wat hij zich moet richten, sterker nog, dat de meeste Georgiërs zich nu eigenlijk in de steek gelaten voelen. Er was hen zo veel beloofd, en er is maar zo weinig van deze beloften waargemaakt.

Wat betreft de Nabucco-pijpleiding, natuurlijk worden dergelijke dingen geopperd. Het is een pijpleiding; er gaat olie door. Natuurlijk moeten wij daar op de een of andere manier rekening mee houden. En nu kom ik terug op wat u eerder zei. Ik zou duidelijk willen stellen, mijnheer Daul, dat dit in werkelijkheid niet de enige prioriteit is van het Franse voorzitterschap. Uiteraard speelt ook het energievraagstuk en je kunt natuurlijk ook alle aandacht richten – en dit gebeurt ook in de tekst – op energie en hernieuwbare energie.

Mijnheer Cohn-Bendit, u vraagt wat wij nu gaan doen. Wij hebben in ieder geval gedaan wat wij konden, namelijk de oorlog een halt toeroepen. Misschien was het niet perfect, misschien is dit document niet perfect, misschien is het te snel geschreven en misschien heeft er wel een behoorlijke worsteling plaatsgevonden tussen de twee delegaties voordat enige samenhang kon worden bereikt. Het was allemaal geenszins perfect. Maar uiteindelijk werkt het voorlopig wel. Het is nog niet voldoende, maar het heeft tot nu toe gewerkt. Ik ben het helemaal met u eens dat er nog andere complexe situaties zijn, zoals Nagorno-Karabakh, Nachichevan en overige. Er zijn tal van locaties – al denk ik niet dat de Russen daar een vergelijkbare interesse in hebben – zoals Nagorno-Karabakh, maar ook andere regio’s. Zoals op de Krim. Niemand twijfelt daaraan. En wij beledigen de Russen ook niet als wij zeggen dat wij afwachten wat er nu gaat gebeuren, want dat is feitelijk gewoon onze plicht.

Wat de NAVO betreft, wil ik met de nodige voorzichtigheid iets anders zeggen. Op de top van Boekarest hebben wij – de zes landen die de EU hebben opgericht – tegen het Lidmaatschapsactieplan gestemd. Sterker nog, we hebben niet eens hierover gestemd, wij hoefden niet eens te stemmen, omdat we het unaniem met elkaar eens waren. En daarom hebben wij dan ook niet gestemd. De uitleg is eigenlijk heel gecompliceerd en de zes stichtende landen hebben gezegd dat dit ons buurland betreft. Wij moeten rekening houden met het feit dat wij nog geen adequate betrekkingen met dit grote land hebben weten op te bouwen of te onderhouden, en dat wij het land niet een gevoel van blokkade willen geven, een soort van permanente blokkade. Ik geloof dat wij daarin gelijk hadden. Wij hebben het nu over het raketschild dat in Polen en de Tsjechische Republiek wordt geïnstalleerd. Ook klopt het dat dit niet de weg naar een dialoog is, al is het schild niet gericht op Rusland. Wat de zes echter zonder meer op één lijn houdt is veel meer van belang, namelijk Iran en ons beleid ten aanzien van Iran. Moeten wij dit beleid dan ook voeren ten aanzien van Rusland? Dit is een belangrijk punt, omdat ik namelijk geloof dat wij veel te verliezen hebben als wij er niet in slagen onze kanalen voor partnerschap te behouden.

Hoe kunnen wij de acties van de heer Saakashvili in de hand houden? Ik weet het niet, maar je kunt niet zomaar ‘s nachts een stad gaan bombarderen. Naar mijn mening kan dat gewoon niet. Nogmaals, ik weet niet hoe intensief het bombardement was, maar wat voor reactie hadden zij van Rusland verwacht anders dan de huidige? Ik begrijp het gewoon niet.

Ook zou ik even kort in willen gaan op het citaat van François Mitterrand. Wat Mitterrand in werkelijkheid zei was: “Nationalisme gaat tot op zekere hoogte om cultuur en dat is wat een natie bijeenhoudt. Te veel nationalisme leidt echter tot oorlog.” Ik moest dit even corrigeren.

In antwoord op Francis Wurtz zou ik nog even iets willen zeggen over de woorden “Koude Oorlog”, die hij weliswaar niet gebruikte, maar wel impliceerde, aangezien wij keer op keer de vraag voorgeschoteld krijgen: “Keren wij weer terug naar de dagen van de Koude Oorlog?” Maar deze crisis kan helemaal niet de terugkeer naar de Koude Oorlog markeren, al was het alleen maar vanwege het feit dat de historische omstandigheden totaal anders zijn. Er is wellicht enige animositeit, maar ik ben het ermee eens dat wij dit soort termen moeten vermijden. Aan de andere kant wordt vaak gezegd dat wij niet zo veel moeten praten, maar dat wij de twee blokken moeten hervormen, de een in relatie tot de ander. Een aantal leden van dit nobele instituut, en in feite ook hun landen van herkomst, denkt er zo over. Wij moeten deze gedachte geheel en al overboord zetten. Ik ben het er volledig mee oneens. Het is juist het tegenovergestelde van wat wij moeten doen en het lijkt feitelijk ook heel erg op wat wij in de Koude Oorlog deden, maar dan zonder ideologie. Dit betekent natuurlijk ook weer niet dat wij maar alle hypernationalistische uitspraken die worden gedaan, klakkeloos moeten accepteren. Wij moeten een weg vinden om tot een dialoog te komen en deze kanalen openhouden. Dat is precies wat wij nu proberen te doen.

Ik zou Francis eraan willen herinneren dat een aantal van de voorstellen in het veiligheidsverdrag dat jij noemde werden gedaan door de heer Medvedev, hoewel het ook weer niet heel waarschijnlijk is dat hij deze direct zou toepassen. Misschien doet hij dat in een later stadium wel. Hij stelde dit op 5 juni aan jullie allen voor. Hij kreeg als antwoord dat dat interessant was en dat het essentieel was dat hij aan zijn woord werd gehouden. Er was echter direct een zekere golf van paniek voelbaar.

Het is duidelijk dat de Europese Unie een beleid moet hebben dat onafhankelijk is van de Verenigde Staten, die op zichzelf al een onafhankelijke grote natie zijn. Mijnheer Wojciechowski, dat is dan ook waar wij aan hebben gewerkt. De Europese Unie moet een beleid hebben dat losstaat van de VS en van Rusland. Zij heeft behoefte aan een eigen EU-beleid. En dat is wat wij geprobeerd hebben te bereiken. Toen wij besloten op onze eigen manier in te grijpen, was de eerste reactie van onze Amerikaanse vrienden niet al te positief. Ze vonden dat wij het maar beter konden laten, maar omdat zij nu eenmaal erg pragmatisch zijn, realiseerden zij zich al snel dat dit integendeel juist precies was wat moest gebeuren. Bijgevolg kunnen we zeggen dat ze juist heel coöperatief waren, en het was mevrouw Condoleezza Rice die zorgde dat het zespuntenakkoord werd ondertekend. Vervolgens waren ze ook heel kritisch, niet op het zespuntenakkoord, maar op het feit dat Rusland zich daar niet geheel en al bij neerlegde. Ik heb daar begrip voor. Wij waren immers ook kritisch.

Mijn laatste punt betreft de doos van Pandora en Kosovo. Ik wilde hier sowieso al iets over zeggen. Er bestaat een intellectuele neiging om Ossetië te vergelijken met Kosovo, maar ik ben het daar geheel niet mee eens. Wij kunnen niet zomaar, vanwege een kleine populatie die omwille van nationalistische redenen bevrijd wil zijn, zeggen dat dit hetzelfde is. Integendeel! Ten eerste hebben de mensen in de Kaukasus de gewoonte om elkaar echt op een heel gewelddadige manier om het leven te brengen en is er door de eeuwen heen veel geld verdiend met moord. Dat is geenszins het geval met Kosovo en Servië. Wat ook anders was in Kosovo en Servië, was de unanimiteit van het deel van de bevolking dat onafhankelijkheid wilde, namelijk 98 procent van alle Kosovaren. Daarnaast was er het internationale besluit. Dit was niet omdat wij Servië via de NAVO bombardeerden. In feite gebeurde dit pas bijna twee jaar na het instellen van de Contactgroep, waar ook Rusland bij betrokken was, en een conferentie in Rambouillet, die wel een maand duurde en waar iedereen het met elkaar eens werd, met uitzondering van de heer Milošević. Wat alles uiteindelijk in beweging zette – en ik zal dit punt nu afronden – was het besluit van de heer Milošević om in 1999 op de vlakte van Kosovo, nabij Obilić, te verklaren dat er geen autonomie meer zou zijn, en om vervolgens alle Kosovaren uit het bestuur te zetten en uit Belgrado Serviërs over te laten komen om hen te vervangen, zodat de heer Ibrahim Rugova, van de Democratische Liga van Kosovo, verborgen scholen en clandestiene ziekenhuizen moest opzetten. Dit is totaal iets anders. Het proces werd geaccepteerd door de internationale opinie, omdat er een geheel internationale aanpak was. De Finse president, Martti Ahtisaari, stelde een document op dat door iedereen bij de VN werd geaccepteerd en waarin stond dat de partijen niet in staat waren tot overeenkomst te komen. Ik ga nu afronden. Er bestaan vormen van haat die niet overwonnen kunnen worden. Ik vind het afschuwelijk, maar ik voelde – en ik probeer mij nu heel voorzichtig uit te drukken – in de woorden van de Ossetiërs over de Georgiërs, iets dat op onuitroeibare haat leek, die gebaseerd was op decennia of zelfs eeuwen van tegenstellingen. Dat betekent niet dat deze haat nooit zal weggaan, maar ik geloof wel dat er heel veel tijd en meerdere generaties over heen zullen gaan voordat het zover is.

 
  
  

VOORZITTER: MAREK SIWIEC
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Elmar Brok (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris: “Le nationalisme, c’est la guerre!” Dit is het exacte citaat uit de voordracht van François Mitterrand aan het Europees Parlement, zonder omissies. Ik denk dat wij hiervan kunnen leren, en de les die moet worden getrokken is Europese integratie. Dat betekent dat wij niet langer proberen de rekeningen uit het verleden te vereffenen, maar dat wij proberen een frisse start te maken en dat wij voor eens en voor altijd oorlog en dictatuur in Europa proberen uit te bannen.

Ik zou graag aan het Franse voorzitterschap mijn oprechte dank willen uitspreken voor zijn snelle interventie om de oorlog te beëindigen en om voor een besluit van de Europese Raad te zorgen dat blijk geeft van eenheid. Eenheid is het belangrijkste signaal dat wij kunnen uitzenden. Het is een signaal dat wij geen schendingen van het volkenrecht accepteren, dat wij oorlog en het binnenvallen van andere landen niet accepteren, en dat wij de destabilisering van democratisch gekozen regeringen of de invasie en bezetting van een ander land niet accepteren. Het is daarom zo belangrijk omdat wij daarmee duidelijk maken dat er geen onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst zullen zijn zolang niet aan het vijfde beginsel van de wapenstilstandsovereenkomst wordt voldaan – namelijk terugtrekking naar de linies van voor 7 augustus – en dat de beoordeling van de naleving van het zespuntenakkoord nu ingaat en zal blijven duren in de aanloop naar de komende top, die op de agenda staat voor november 2008.

Het is van belang dat wij duidelijk maken dat wij bepaalde dingen niet accepteren, maar het is evenzeer van belang – om te vermijden dat wij in een spiraal van escalatie terechtkomen – om duidelijk te maken dat de communicatielijnen open blijven staan. Wij moeten bovenal onze eigen mogelijkheden vergroten, maar dat betekent ook dat wij de mogelijkheden van onze vrienden moeten vergroten. Het betekent dat wij Georgië direct en zonder bureaucratische belemmeringen infrastructurele steun moeten bieden. Het betekent deelnemen aan een vredesmissie in Georgië en aan de initiatieven die worden genomen door de OVSE en de VN. Wij moeten duidelijk maken dat onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst de juiste weg voorwaarts zijn, evenals de voorstellen die wij in dit Parlement hebben gedaan overeenkomstig het Pools-Zweedse initiatief of ons voorstel voor een “EER plus”.

Dit geldt niet alleen voor Georgië, maar ook voor landen als Moldova en met name de Oekraïne. Ik denk dat dit duidelijke signalen zijn, die ons zullen helpen op een positieve wijze verder te gaan. Hierbij moeten wij zeker ook erkennen dat het allemaal nog veel beter kan. Als wij alleen maar niet altijd een situatie hoefden te verhelpen die door anderen is veroorzaakt en als wij alleen maar een Europees buitenlands beleid hadden dat ons uit hoofde van het Verdrag van Lissabon zou voorzien van de juiste mechanismen en meer preventieve mogelijkheden om te zorgen dat dit soort situaties zich überhaupt niet meer voordeden! Dat zou werkelijk een beleid zijn om naar te streven. Deze crisis geeft duidelijk aan dat wij als Europese Unie onze eigen mogelijkheden moeten versterken willen wij oorlog voorkomen en willen wij ons kunnen opmaken voor een positieve toekomst.

 
  
MPphoto
 

  Jan Marinus Wiersma (PSE). (NL) Voorzitter, ik sluit mij aan bij de woorden van veel collega’s dat de reactie vandaag van de Europese Top op de gebeurtenissen van de afgelopen maand de juiste is. Er is met één stem gesproken en de kalmte is tegelijk bewaard. Maar de EU - en dat blijkt ook uit de verklaring van vandaag - heeft in duidelijke woorden laten blijken dat wat daar gebeurd is, met name ook de reactie van Rusland, niet acceptabel is en dat de disproportionele reactie van Rusland op de militaire ontwikkelingen in Georgië veroordeeld moet worden.

Tegelijk wordt door alle partijen gezegd dat het gebruik van militair geweld niet de juiste oplossing is en ik beschouw dat ook als een impliciete kritiek op de handelwijze van de Georgische regering, die met de militaire activiteiten is begonnen. Uit deze reactie blijkt ook dat wij vinden, en terecht, dat we zo niet de problemen oplossen in Europa, dat dat niet in overeenstemming is met de veiligheidsafspraken die we hebben en die gemaakt zijn in het verleden rond de problemen met Zuid-Ossetië en Abchazië in Georgië.

Ik neem ook afstand van de uitspraken van de minister van Buitenlandse Zaken van Rusland, Lavrov, dat de manier waarop Rusland gereageerd heeft, de toon zet voor de nieuwe buitenlandse politiek van Rusland in de regio rond Rusland. Ik denk dat de Europese Unie er alles aan moet doen om mijnheer Lavrov en de Russische regering ervan te overtuigen dat dit niet de manier is waarop we in Europa proberen zaken op te lossen of onze belangen door te drukken. Samenwerking is het parool, niet eenzijdig handelen.

Ik herinner me discussies de afgelopen jaren over het optreden van de Bush-administratie. Ik hoop dat we niet in dezelfde discussie terechtkomen met Rusland. Daarom is het ook zo belangrijk dat de Raad vandaag onder leiding van de Franse voorzitter nog eens de aandacht heeft gevraagd en de nadruk heeft gelegd op dat zes-puntenplan, met name het teruggaan naar de militaire status quo ante. Daarmee legt hij een basis voor een internationaal mechanisme om de vrede te handhaven en vooral ook voor een internationale discussie over de toekomstige status van Zuid-Ossetië en Abchazië en neemt hij afstand, terecht, van de erkenning door Rusland van de onafhankelijkheid van die twee separatistische staatjes.

Dat is ook de inzet van een missie naar Moskou die volgende week plaatsvindt op het allerhoogste niveau en die nogmaals druk moet uitoefenen op Moskou om aan die zes punten uitvoering te geven. In die omstandigheden is het ook logisch dat gezegd is: zolang over die uitvoering geen duidelijkheid, geen overeenstemming is, praten we even niet verder over het nieuwe partnerschapsakkoord.

Deze crisis stelt hoge eisen aan de Europese Unie. Terecht nemen we de leiding bij het zoeken naar oplossingen. Er is geen alternatief. De NAVO kan het niet, de OVSE is te zwak, Amerika heeft niet de positie die wij hebben, de VN kunnen door de blokkades in de Veiligheidsraad geen bemiddelende rol spelen. De Top van vandaag was eensgezind, laat dat zo blijven.

 
  
MPphoto
 

  Marco Cappato (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de realiteit is dat wij momenteel commentaar leveren op besluiten die reeds zijn genomen. Gezien de zeer uiteenlopende gegevens over dodelijke slachtoffers, misdaad en mogelijke oorlogsmisdaden, geloof ik dat de Europese Unie moet voorstellen dat er een internationaal onderzoek komt, waarbij zo nodig ook het Internationaal Strafhof moet worden betrokken.

Behalve dat heeft de heer Kouchner ten aanzien van de redenen waarom wij zover zijn gekomen, verklaard dat sommige mensen in Georgië te veel aangemoedigd werden om hun spierballen te laten zien en dreigingen te uiten. Dat is zonder meer waar, maar laten wij in dit verband dan ook erkennen dat er evenzeer mensen zijn geweest die de Georgiërs juist hebben willen ontmoedigen om zich Europeaan te voelen. Binnen de Europese Unie vormen wij die groep, aangezien de Europese geneigdheid van Georgië en zijn bevolking een feit is waarvoor wij onvoldoende oog hebben gehad. Honderden Georgiërs hebben eind jaren negentig een appel van de Radicale partij ondertekend, waarin werd opgeroepen tot een Europese toekomst voor Georgië, terwijl wij dat hen juist geweigerd hebben.

Om deze reden – en ik rond nu af – moet de voorgestelde internationale conferentie ook alle niet-vertegenwoordigde mensen uit de hele regio betrekken en de Europese vooruitzichten van de regio evalueren, zowel in politieke als strategische zin.

 
  
MPphoto
 

  Inese Vaidere (UEN).(LV) Dames en heren, de top van vandaag was gericht op het bieden van steun aan Georgië. Dat is uiteraard nodig, maar het is zeker ook Ruslands plicht om bij te dragen aan de wederopbouw van Georgië. Wat moet er verder gebeuren opdat de Europese Unie de rol van Rusland in de gebeurtenissen goed kan beoordelen en actie kan ondernemen om te zorgen dat zich in de toekomst geen vergelijkbare dingen voordoen? Ten eerste moet worden erkend dat dit van de kant van Rusland geplande agressie was, en dat alles begonnen is met het maandenlang systematisch provoceren van Georgië. Als er geen passend antwoord komt op de agressie van Rusland en diens erkenning van de onafhankelijkheid van de separatistische regio’s, dan zal dat voor Rusland een duidelijk signaal zijn dat het zich in de toekomst op eendere wijze kan gedragen. Uiteindelijk zijn er ook in de EU-lidstaten vele Russische staatsburgers, die de EU bereid is te beschermen. Er zijn tal van dingen die de Russen van ons nodig hebben, maar wij verliezen voortdurend het initiatief. Ten eerste moeten wij de overeenkomst inzake het visumversoepelingssysteem met Rusland bevriezen. Tegelijkertijd zou een dergelijke overeenkomst wel moeten worden gesloten met Georgië. Ten tweede moet het ingaan van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst worden opgeschort zolang Rusland de bezette gebieden nog niet volledig vrijgegeven heeft. Ten derde moeten de zogenaamde Russische vredestroepen worden vervangen door internationale vredestichters, die de territoriale integriteit van Georgië respecteren. Ook zou ik het Internationaal Olympisch Comité willen oproepen een nieuwe aanwijzingsprocedure te starten voor de Olympische Winterspelen van 2014, aangezien het alleen maar tot problemen kan leiden als deze gehouden worden in een totalitaire staat. Wij moeten niet zo bezorgd of bevreesd zijn als het gaat om het opschorten van de zogenaamde dialoog. De dialoog is op het moment immers verworden tot het doen van eenzijdige aanbiedingen van onze kant en het schenden van de regels van Russische kant. Wij moeten inzien dat alleen een krachtig optreden Rusland ertoe zal bewegen een positie in te nemen die een 21ste-eeuwse staat past. Rusland is gewoon maar een staat. Het heeft geen speciale status.

 
  
MPphoto
 

  Marie Anne Isler Béguin (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb u in Georgië vertegenwoordigd toen ik door onze Voorzitter van 12 tot 17 augustus daarheen werd gestuurd. Ik heb daar onze volledige steun gegeven aan de Georgische bevolking en hen moed ingesproken door te zeggen dat de Europese Unie hen niet in de steek zal laten. Daarom wil ik het voorzitterschap danken voor de inspanningen die het zich heeft getroost om snel in te grijpen in Georgië.

Het oplossen van dit conflict is duidelijk een test voor de Europese Unie. Zij heeft daar eindelijk aan voldaan, maar ten koste van wat? Eens te meer ten koste van onschuldige burgers, omdat deze gebeurtenissen feitelijk onvermijdbaar waren. Hoe lang hebben sommigen van ons niet geroepen in de woestijn? Zelfs diegenen die nu zeggen dat wij moeten streven naar integratie en dat wij het vooruitzicht van toetreding tot de Europese Unie moeten bieden, zeiden voorheen: “Wacht nog even, laten wij reëel blijven.” Nu is er oorlog tussen Rusland en Georgië. Toen wij zeiden dat dit niet een conflict was tussen Georgië enerzijds en Abchazië en Zuid-Ossetië anderzijds, maar dat het een conflict was tussen Rusland en Georgië, wilde niemand nar ons luisteren. En nu ligt er een oorlog achter ons. Hoe dan ook, deze gebeurtenissen waren onvermijdelijk, in het bijzonder als wij teruggaan naar de gebeurtenissen of de tijd van voor de 11de. Als wij bijvoorbeeld terugkijken naar 2005, dan zien wij dat Rusland een veto uitsprak over het installeren van grenswachten aan de Russisch-Georgische grens. Niemand reageerde en zelfs Frankrijk – neemt u mij niet kwalijk, mijnheer de Voorzitter – weigerde, toen wij vroegen om OVSE-troepen aan de grens. Niemand reageerde. Toen de Russen het Georgische luchtruim schonden, kregen wij opnieuw geen respons en escaleerde de situatie. Nu hebben wij deze betreurenswaardige oorlog achter ons en moeten wij niet alleen werken aan de wederopbouw, maar moeten wij nog ook het conflict oplossen. Natuurlijk moet er een conferentie komen over de wederopbouw, maar wij moeten ook een conferentie houden over de oplossing van het conflict. Ik zou u willen vragen om eventueel de gang van zaken in Kosovo als model te nemen, met andere woorden een internationaal civiel bestuur in te stellen, gecombineerd met vredestroepen. Welke Georgische burger zal er nu nog mee instemmen dat het Russische leger de rol van politieagent op zich neemt?

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik zou willen beginnen mijn dank uit te spreken voor de objectiviteit van dit debat. Het is zeker een stuk objectiever dan de buitengewone vergadering die op 20 augustus werd gehouden door de Commissie buitenlandse zaken. Laat ik het maar recht voor de raap zeggen. De Georgische president Saakashvili heeft bevel gegeven tot een militair offensief. Dat is feitelijk waardoor de oorlog begon en waardoor een spiraal van geweld is ingezet. Als wij daaraan voorbijgaan, ontkennen wij de ware toedracht van deze oorlog. De aanvallen, in het bijzonder die op de burgerbevolking in Tskhinvali, moeten volmondig worden veroordeeld, evenals de militaire reactie, en dan vooral de militaire reactie van Rusland en de aanvallen op de burgerbevolking, met name in de stad Gori. Verder hebben beide partijen in dit conflict gebruikgemaakt van clusterbommen, hetgeen onacceptabel is. De internationale rechten van de mens en het internationale oorlogsrecht zijn in dit conflict duidelijk door beide partijen geschonden.

De boodschap die ik echter maar al te vaak tot mij heb gekregen, is dat Rusland alleen verantwoordelijk is voor de huidige situatie. Dat is niet het geval, en ik ben blij dat het Franse voorzitterschap van de Raad op dit punt een wat evenwichtiger standpunt heeft ingenomen. Mijn eigen standpunt blijft ongewijzigd: erkenning van Zuid-Ossetië en Abchazië is onder het volkenrecht vergelijkbaar met de erkenning van Kosovo. De westerse landen hebben Kosovo erkend en daarmee de doos van Pandora geopend. Het westen, de NAVO en de Europese Unie gaan daarom bepaald niet vrijuit ten aanzien van de escalatie van dit conflict en de oorlog in Georgië: de VS hebben van Irak tot Georgië de Georgische troepen opnieuw bewapend, en een aantal westerse landen – NAVO- en EU-landen – hebben eveneens een rol gespeeld bij de bewapening van Georgië. Zelfs Israël heeft hieraan bijgedragen, en het verschijnen van NAVO-oorlogsschepen in de Zwarte Zee is nou ook niet bepaald een teken van vrede. Iedereen weet dat bij deze oorlog geopolitieke belangen op het spel staan; ik hoef in dit verband alleen maar te refereren aan de oliepijpleidingen.

Het conflict moet niet als voorwendsel worden gebruikt om de militarisering van de Europese Unie te bevorderen. De EU is succesvol geweest als niet-militaire speler. Als de EU nu partij kiest, verliest zij haar geloofwaardigheid als bemiddelaar. Wij staan op het randje van een nieuwe koude oorlog en de toekomst kan nog alle kanten opgaan. Vandaag is het 1 september, een dag die wij vieren als antioorlogsdag. Dit zouden wij in ons achterhoofd moeten houden: oorlog is onacceptabel en verdient nooit de steun, direct dan wel indirect, van de landen van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (IND/DEM). (NL) Voorzitter, het naakte Russische machtsvertoon op Georgisch grondgebied vandaag de dag, tracht een dubbele etnische zuivering te legitimeren, in Abchazië in de vroege jaren '90, en in Zuid-Ossetië de afgelopen maand augustus, en baseert zich ook op het massaal verstrekken van Russische paspoorten in genoemde gebieden. Wat kan en moet de Europese Unie tegen deze brute herleving van de imperialistische ideeën in het Kremlin-beleid stellen? Een dieper en sterker Europees “ja”, transatlantisch engagement richting onze oosterburen conform het Zweeds-Poolse voorstel van oostelijk partnerschap. Ik ben commissaris Ferrero-Waldner dankbaar dat zij daar duidelijk over gesproken heeft.

Daarnaast spoort de huidige Georgische situatie de lidstaten op een acute wijze aan werkelijk ernst en haast te maken met een gezamenlijk buitenlands energiebeleid, met energiediversificatie. Daarbij behoren vanzelfsprekend pijpleidingen die onbedreigd onder controle staan van de soevereine staten waardoor zij lopen.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is moeilijk een andere conclusie te trekken dan dat Europa machteloos stond tegenover de Russische agressie. Terwijl de veroordeling tegelijkertijd toch de annexatie door Rusland van delen van de soevereine staat van Georgië begroette, was zelfs de toon die vanuit de EU werd aangeslagen, zeer verschillend.

Deze boodschap van ambiguïteit zal niet verloren gaan in Moskou. Het land lijkt niet erg onder de indruk van het verdeelde gesputter van Europa.

Zonder een krachtig optreden tegen de Russische agressie vrees ik dat deze praktijken niet zullen eindigen bij Georgië. Is de Oekraïne nu aan de beurt, zo kun je je afvragen. En wat is er nodig, nu de EU zichzelf willens en wetens zo afhankelijk heeft gemaakt van Russische energie, om uiteindelijk wel met een effectieve reactie te komen?

Als de laatste paar weken iets hebben aangetoond, dan is het wel de onwerkbaarheid van een gemeenschappelijk buitenlands beleid in deze EU. Het enige wat wij hebben laten zien, is machteloosheid...

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Raad is vanmorgen bijeengekomen om zijn standpunt te bepalen over drie problemen, zo heeft de heer Kouchner ons verklaard. Dit zijn: ten eerste, de onevenredige reactie, de schending van het volkenrecht, en de invasie en voortdurende bezetting van een soevereine staat; ten tweede, de veronachtzaming van een vredesplan dat ondertekend is door toedoen van het voorzitterschap van de Europese Unie; en ten derde, de erkenning van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië, die, door op buitenissige wijze het precedent van Kosovo op te roepen, maar al te snel erkend is door Venezuela, Wit-Rusland en Hamas: “Zeg mij wie je vrienden zijn en ik zal je zeggen wie je bent.”

De huidige reactie van de Europese Raad op deze problemen is zeer duidelijk: wij staan nu op een tweesprong van onze betrekkingen met Rusland. Wij moeten serieus zijn, mijnheer de Voorzitter, omdat het zo niet langer verder kan. Het prestige en de geloofwaardigheid van de Europese Unie staan op het spel. De EU kan niet zomaar een cheque uitschrijven voor deze grote hedendaagse drama’s.

Ondanks het voortreffelijke werk van commissaris Ferrero-Waldner, zijn wij hier als Europese Unie niet alleen maar bijeen om te betalen voor de schade en de vernielingen die de Russen hebben aangericht in Georgië, of die de Israëli’s bijvoorbeeld aanrichten in Palestina. Wij moeten een deugdelijk buitenlands beleid hebben.

Ik zou u, mijnheer Jouyet, willen vragen om te zorgen dat op 8 september, wanneer de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, de heer Sarkozy, een bezoek brengt aan Moskou, deze puur in het belang van meer consistentie in de beginselen die wij toepassen en de waarde van de Europese Unie, een duidelijke waarschuwing afgeeft en een harde doch geloofwaardige boodschap uitdraagt dat aan het spotten met de internationale regels en het volkenrecht en het schenden van de territoriale integriteit van een soevereine staat, een prijskaartje hangt in de zin van de betrekkingen met de Europese Unie. Dit is belangrijk, omdat er gewoon consequenties moeten zijn, mijnheer de Voorzitter, en in dit opzicht hangt hier veel van af.

 
  
MPphoto
 

  Véronique De Keyser (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, deze zomer zijn wij getuige geweest van diverse pogingen om onszelf tot handelen te dwingen. Dit heeft behalve de hier besproken tragedie, twee andere directe gevolgen gehad: ten eerste, de bijna onmiddellijke acceptatie van het antiraketschild door Polen – zelfs gericht tegen Iran is dit problematisch – en ten tweede, de toezegging van de Europese Unie om de wederopbouw van Georgië te financieren, hoewel iedereen maar al te goed weet dat de begroting van buitenlandse zaken dit niet toelaat, aangezien deze verschrikkelijk ondergefinancierd is. Commissaris Ferrero-Waldner, u stelde, en ik steun u daarin, dat wij andere bronnen van financiering moeten zien te vinden, anders zijn wij wellicht helemaal niet in staat met deze situatie om te gaan.

Daarom geloof ik dat iedere vorm van escalatie moet worden voorkomen. Mijn fractie en ik zijn voor heldere, zij het resolute, betrekkingen met Rusland, voornamelijk ten aanzien van het energievraagstuk, de mensenrechten en het volkenrecht. Wij zijn echter tegen elke vorm van terugkeer naar de Koude Oorlog.

Ik zou willen waarschuwen tegen een overhaaste toetreding tot de NAVO of de Europese Unie van landen die vooralsnog niet de vereiste garanties kunnen bieden. Ik nodig het Franse voorzitterschap, dat ik feliciteer met zijn snelle optreden deze zomer, uit om de idee van een Unie voor het Zwarte Zeegebied te overwegen, vergelijkbaar met de Unie voor het Middellandse Zeegebied.

Tot slot zou ik tegen mijn tegenhangers in het oosten, met name in de Baltische staten, willen zeggen dat wij niet langer in 1938 leven, maar in 2008. Wij zullen niet toestaan dat de geschiedenis aan het wankelen wordt gebracht.

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Lydie Polfer (ALDE).(FR) Mijnheer Kouchner, dames en heren, in januari dit jaar ben ik mij als rapporteur in de zuidelijke Kaukasus pas echt bewust geworden van het gevaar van een ongecontroleerde wapenrace. Ik heb toen het belang benadrukt van een vreedzame oplossing van de conflicten die waren geërfd uit het Sovjettijdperk. Wij hebben toen een drie-plus-drie conferentie voorgesteld, met andere woorden de drie landen van de Kaukasus plus de Europese Unie, Rusland en de VS. Sindsdien hebben wij, zoals mevrouw Isler al aangaf, voorgesteld dezelfde visumrechten te verlenen aan Georgiërs als aan Abchaziërs. Inmiddels weten wij wat er is gebeurd – militair optreden en een onevenredige reactie daarop – maar het blijft hoe dan ook een feit dat twee landen die hadden aangegeven zich over te geven aan de Europese waarden en die lid wilden worden van de Raad van Europa, deze beginselen hebben veronachtzaamd door zich te wenden tot geweld. Dit is onacceptabel. Dit moet worden veroordeeld en kan niet zonder meer worden vergeten.

Europa, dat belangrijke betrekkingen heeft met beide landen, zal zorgvuldig en weloverwogen moeten optreden om te zorgen dat beide landen terugkeren naar een redelijker beleid. Daarom was het ook zo belangrijk om met één stem te spreken en ik ben blij dat dit mogelijk was, zelfs zonder het Verdrag van Lissabon...

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Ik moet de geachte afgevaardigden eraan herinneren dat de tijd die ze is toegewezen is vastgesteld door de fracties. U bent akkoord gegaan met de spreektijd van één minuut, dames en heren, en dat vraagt om buitengewoon gedisciplineerde interventies. Ik vraag daarom uw begrip wanneer ik sprekers moet onderbreken.

 
  
MPphoto
 

  Vittorio Agnoletto (GUE/NGL).(IT) Mijnheer de Voorzitter, Ossetië en Abchazië zijn het Kosovo van vandaag. Geen enkele van de vele regeringen die nu tot vrede in Georgië oproepen, kan ontkennen dat hij zelf medeverantwoordelijk is: door Kosovo te erkennen hebben de Verenigde Staten en de meeste Europese landen een precedent geschapen dat de Kaukasus-regio wel móést destabiliseren. Door de uitbreiding van de NAVO tot aan de Russische grens zijn de Verenigde Staten politiek, nog meer dan militair, verantwoordelijk voor het aanmoedigen van Georgië om in de nacht van 7 op 8 augustus een verrassingsaanval uit te voeren. Want toen Georgië Zuid-Ossetië binnenviel, dacht Tbilisi daadwerkelijk dat het kon rekenen op de bescherming van de Verenigde Staten, ook in militair opzicht.

Dit was een ongerechtvaardigde aanval, die burgers hard heeft getroffen en toch al zeer kwetsbare overeenkomsten met één klap naar de prullenbak heeft verwezen. De Russen hadden hun reactie al ruim van te voren voorbereid en hoefden slechts op een gelegenheid te wachten om toe te slaan. Geen enkele regering is zonder schuld in deze zaak! De enige echte slachtoffers zijn de burgers aan beide zijden, ongeacht aan welke kant ze staan, die hun huizen hebben moeten verlaten en allerlei geweld over zich heen hebben gekregen.

We zijn getuige van een oorlog waarbij de nationalistische aspiraties van de plaatselijke leiders overschaduwd worden door een botsing tussen grootmachten om de controle over energiebronnen: de echte reden voor het conflict zijn de olie- en gaspijpleidingen die vanuit Centraal-Azië naar het Westen lopen. Zowel de route door Turkije naar de Middellandse Zee als de route van Georgië – door Oekraïne – naar Polen, lopen door de Kaukasus. Het is geen toeval dat de Verenigde Staten juist Polen hebben gevraagd om op het oosten gerichte raketten op zijn grondgebied te plaatsen.

Europa moet aan een vreedzame oplossing werken, waarbij de Russen moeten worden opgeroepen om zich terug te trekken van Georgisch grondgebied en waarbij tegelijk moet worden verklaard dat de volkeren daar het recht op zelfbeschikking hebben. De EU moet in de allereerste plaats de vluchtelingen helpen en zich onthouden van elke politieke actie die de situatie nog verder kan verergeren. De toetreding van Georgië tot de NAVO moet ronduit worden afgewezen, de Amerikaanse vloot moet worden opgeroepen om zich terug te trekken uit de Zwarte Zee en Polen moet worden gevraagd om niet akkoord te gaan met de plaatsing van Amerikaanse raketten. We moeten zeker weten dat onze hulp niet wordt gebruikt om wapens te kopen en dat de vluchtelingen door de strijdende partijen niet worden gebruikt als oorlogsinstrument.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, veel sprekers, in de eerste plaats de fungerend voorzitter van de Raad, de heer Bernard Kouchner, betreuren het dat Rusland de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië heeft erkend. Dit besluit zal zonder twijfel enkele ernstige consequenties hebben voor de landen van de Kaukasus en voor Europa, en in de toekomst ook voor Rusland zelf. Want de erkenning van de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië kan Noord-Ossetië, Tsjetsjenië, Ingoesjetië, Dagestan en andere gebieden die deel uitmaken van de Russische Federatie in de toekomst op ideeën brengen.

Of het nu in de Kaukasus, in Tibet, in Afrika of elders is, een van de uitdagingen van onze tijd is om evenwicht te vinden tussen enerzijds het verlangen van bepaalde volkeren naar autonomie, en anderzijds de onschendbaarheid van de grenzen. Zonder deze onschendbaarheid kan de vrede, waar echte patriotten naar streven, ernstig worden bedreigd.

Wij Europeanen staan echter ook open voor kritiek. Er wordt gesproken over eerbiediging van de internationale grenzen, maar wij hebben een precedent geschapen in Kosovo, of de heer Kouchner dat nu leuk vindt of niet. De bewering dat het in Kosovo om een internationaal besluit ging is bespottelijk, want de VN hebben nooit toestemming gegeven voor de oorlog tegen Servië.

Rusland heeft zich teruggetrokken uit Oost-Europa, dat tot nog niet zo heel lang geleden zuchtte onder een meedogenloze communistische dictatuur. Rusland heeft zich teruggetrokken uit de Baltische staten, uit Oekraïne en uit de republieken van Centraal-Azië. Hoe meer Rusland zich heeft teruggetrokken, hoe meer het is omsingeld. Het Warschau-pact bestaat niet meer, maar we hebben geen andere reactie laten zien dan de voortdurende uitbreiding van de NAVO. En daar plukken we nu de vruchten van!

 
  
MPphoto
 

  Jacek Saryusz-Wolski (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen moet ik het Franse voorzitterschap feliciteren met dit resultaat. Ik denk dat we een lange weg hebben afgelegd van het standpunt van Europa inzake Irak naar onze huidige houding ten aanzien van de crisis in de Kaukasus. Mijn felicitaties. Dankzij het Franse voorzitterschap is de Unie effectiever en sneller opgetreden dan Washington. Dat is allemaal positief, maar er blijven ook vragen. Ten eerste: hoe kunnen we het lijden van de bevolking minimaliseren? En ten tweede: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de Russen de regels respecteren, en welke langetermijnstrategie gaan we met betrekking tot Rusland hanteren?

(EN) Ik verwelkom de maatregelen en de tekst van de Raad met gematigd optimisme en tevredenheid. De tekst bevat alle belangrijke elementen van een veroordeling en van actie, waaronder het aanbod om meer communautaire steun te geven en een eventuele missie in het kader van het Europees veiligheids- en defensiebeleid. Maar ik wil tegen het voorzitterschap zeggen dat dit niet meer dan een “hors d’oeuvre” is.

(FR) Het is niet meer dan een “hors d’œuvre”of een “entrée”. We wachten op het hoofdgerecht, dat moet bestaan uit vrede en stabiliteit in de regio en een langetermijnstrategie van de EU in deze regio van de Kaukasus.

(EN) We moeten er alles aan doen om Rusland te laten begrijpen dat het moet kiezen: samenwerken met de EU als verantwoordelijke partner die zijn verplichtingen en afspraken nakomt en het zespuntenplan van Sarkozy volledig respecteert, of het risico om door de internationale gemeenschap te worden veroordeeld, wat tot uitsluiting en uiteindelijk tot isolering kan leiden, met inbegrip van een reeks passende maatregelen die kunnen worden genomen als daar aanleiding toe is.

Wij, de Unie, moeten ook kiezen: tevreden zijn met onze verbale acties en geen maatregelen nemen die Rusland zou begrijpen, of, indien nodig, ons beleid ten aanzien van Rusland herzien, waarbij we duidelijk maken dat we zowel assertief als respectvol kunnen zijn als Rusland zich niet houdt aan de regels waarvan we verwachten…

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Dariusz Rosati (PSE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, mijnheer Kouchner, de acties van Rusland komen neer op een poging om terug te keren naar het imperialistische beleid van de voormalige Sovjet-Unie. Ze vormen een poging van Rusland om zijn politieke visie op te leggen aan een onafhankelijke staat. Hoe moet Europa reageren?

Naar mijn mening moeten we beginnen door met één stem tegen Rusland te spreken en Rusland meer dan duidelijk te maken dat er geen sprake kan zijn van een terugkeer naar het beleid van invloedssferen. Er kan geen sprake zijn van een terugkeer naar het imperialistische beleid, van een herhaling van vroegere acties en van een terugkeer naar het gebruik van geweld in de internationale betrekkingen. We moeten met één stem spreken als we deze boodschap aan Rusland overbrengen, en we moeten dat op een duidelijke en ondubbelzinnige manier doen. We moeten Rusland heel duidelijk maken dat agressie niet loont.

In de tweede plaats moet de Unie twee soorten langetermijnmaatregelen nemen. De eerste maatregel houdt in dat we onze energieafhankelijkheid van Rusland drastisch verminderen. Ik wil niet door Rusland gechanteerd worden met gas en olie, en ik weet zeker dat iedereen in dit Huis er ook zo over denkt. We willen niet dat onze politieke handelingen en de verdediging van onze beginselen en waarden afhankelijk worden van de gas- of olievoorziening.

De tweede maatregel is strategisch van aard en houdt in dat we de staten die vroeger tot de Sovjet-Unie behoorden een aanbod moeten doen. En dan bedoel ik niet alleen Georgië, maar ook en vooral Oekraïne, naast andere landen. Wat wij te bieden hebben is veel aantrekkelijker dan wat Rusland wil. Het doet me veel genoegen dat deze opvattingen ook in de conclusies van de Raad van vandaag zijn vervat, en ik denk dat dit de juiste manier is om in de toekomst te werk te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Onyszkiewicz (ALDE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ik weet zeker dat we allemaal gehoopt en gedroomd hebben dat Rusland zich zou gaan ontwikkelen en dat het democratisch zou worden en bepaalde beginselen zou respecteren, beginselen die ook de fundamenten vormen waarop de Europese Unie is gebouwd. Deze hoop en deze dromen kunnen nu de prullenbak in. De huidige situatie is totaal anders. Ik verwelkom de verklaring dat de onderhandelingen over de partnerschapsovereenkomst en de EU-Rusland-Top zullen worden opgeschort totdat Rusland de verplichtingen nakomt die het is aangegaan door bepaalde documenten te ondertekenen. Ik denk dat dit voor langere tijd moet zijn en dat we binnen de Unie moeten nadenken over de vraag wat voor soort relatie we nu eigenlijk met Rusland willen. Kunnen we echt over een met Rusland gedeelde ruimte van veiligheid blijven spreken? Kunnen we Rusland echt als een strategische partner blijven zien wanneer het waarden omarmt die zo ver van die van ons afstaan?

Ik wil nog een ander punt noemen, namelijk onze energiezekerheid. Om een voorbeeld te geven: we blijven maar wijzen op het belang van de Nabucco-pijpleiding. Dat is een mantra geworden. Nu is het tijd om het niet alleen bij woorden te laten en om financiële steun aan dat project te geven.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (UEN).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Raad heeft vandaag terecht een heel duidelijke boodschap aan Rusland gezonden, namelijk dat wij Europeanen de rechten van volkeren respecteren en deze niet opofferen aan geopolitieke pacten of akkoorden. Bovendien hebben we een morele plicht tegenover onze eigen bevolkingen, vooral in de landen die tientallen jaren onder het juk van het Sovjet-imperialisme hebben gezucht, om deze beginselen van vrijheid te verdedigen.

Maar degenen die – zoals de Italiaanse premier Berlusconi heeft gedaan – een kanaal voor dialoog met Moskou open hebben gehouden, hebben ook goed gehandeld, omdat zij Rusland de manier van denken van Europa hebben uitgelegd en hebben gewaarschuwd voor de risico’s van een terugkeer naar een klimaat van koude oorlog, niet alleen vanuit politiek en economisch oogpunt, maar ook en in de eerste plaats vanuit historisch oogpunt. Want Europa kan natuurlijk ooit ook Rusland gaan omvatten, maar Europa kan Rusland ook voor eens en voor altijd uitsluiten.

Daarom is het erg belangrijk om een dialoog aan te gaan en in stand te houden. Europa, de bevolking van Europa, wil geen koude oorlog omdat koude oorlog ons herinnert aan dood, vervolging …

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, de resolutie is het meeste positieve resultaat sinds het staakt-het-vuren en bevat de meeste eisen die Elmar Brok en ik namens de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten hadden gesteld na ons bezoek aan Georgië. Dit is echter niet genoeg.

De Europese Unie heeft nog steeds een rol te spelen en onze geloofwaardigheid staat op het spel. De resolutie moet worden gevolgd door vastberaden gezamenlijke actie, zoals commissaris Ferrero-Waldner vandaag duidelijk heeft gemaakt met haar bemoedigende verklaring. We moeten deze resolutie tot op de laatste komma uitvoeren, net zoals we van Rusland eisen dat het het zespuntenplan tot op de laatste komma uitvoert.

Bovendien hebben we de afgelopen weken gezien hoe belangrijk de Europese Unie is en kan zijn, maar we hebben ook gezien waar onze zwakke punten liggen en waar we actie moeten ondernemen – waaronder ook preventieve actie – om die te verbeteren. Ja, we kunnen bemiddelaars zijn, maar als dat is wat we willen, moeten we een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid hebben: een proactief buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid. Ook hebben we de afgelopen weken acuut gevoeld dat we geen gemeenschappelijk standpunt hadden – en zelfs niet de politieke wil om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen – en ook, zelfs nu nog, dat er geen gedeelde vastberadenheid was en is. Het feit dat we geen Verdrag van Lissabon hebben, speelt ons nu parten.

Wederopbouw is niet genoeg. We moeten investeren in de onafhankelijkheid van deze landen en het gras voor de voeten van het nationalisme wegmaaien. Engagement van de EU is belangrijker dan het vooruitzicht op het NAVO-lidmaatschap.

Commissaris, u hebt heel welluidend gezegd dat er geen sprake kan zijn van “business as usual” ten aanzien van Rusland, en dat ons beleid moet worden hergewaardeerd. We moeten investeren in economische, democratische, en sociale stabiliteit, en ook in stabiliteit in het onderwijs. Het gaat niet alleen om geld. We moeten ook ons nabuurschapsbeleid uitbreiden en praktische projecten ontwikkelen, zoals de projecten die u vandaag hebt aangekondigd. We zien daar naar uit.

 
  
MPphoto
 

  Adrian Severin (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ons grootste probleem is niet het vinden van een antwoord op de vraag wie er gelijk en wie er ongelijk heeft, wie de agressor is en wie het slachtoffer, of wat een soeverein recht is en wat een buitenproportionele reactie. Het echte probleem dat we hebben is dat we geen middelen hebben om een “status quo ante” op te leggen of om op doelmatige wijze druk op een land als Rusland uit te oefenen om een bepaald beleid te herzien. Bovendien kunnen we niet van Rusland eisen dat het een bepaling van het internationaal recht respecteert dat wijzelf al eerder hebben geschonden.

Een wereld waarin elke crisis wordt behandeld als een op zichzelf staande zaak is geen wereld waarin orde heerst, maar wanorde. Wat we nu om ons heen zien is niet het begin van een nieuwe Koude Oorlog, maar het eind van een unipolaire wereld. Het is een geopolitieke confrontatie op mondiaal niveau die plaatsvindt in een ongereguleerde internationale omgeving waar de unilateralisten met elkaar in botsing komen. Wanneer de unipolaire orde dood is en de multipolaire orde nog niet is geboren, kunnen anarchie en het recht van de sterkste de overhand krijgen.

Het enige redelijke wat we kunnen doen is een internationale conferentie over veiligheid en samenwerking beleggen, waar alle mondiale en regionale spelers, samen met de lokale belanghebbende partijen, moeten onderhandelen over de beginselen van het internationaal recht in de internationale betrekkingen en deze beginselen moeten herdefiniëren en opnieuw uitvinden. Daarnaast moeten ze onderhandelen over de rol en de bevoegdheden van internationale organisaties, over een procedure voor het omgaan met lokale crises en over een systeem van veiligheidsgaranties dat tegemoetkomt aan de specifieke kansen, uitdagingen en gevaren van onze tijd. Ondertussen moeten we het proces van economische integratie, politieke associatie en institutionele toenadering met onze oosterburen, zoals Oekraïne en Moldavië, voortzetten. Laten we hopen dat de Europese Unie aan deze verwachtingen zal kunnen voldoen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) We hebben hier vandaag al gedebatteerd over de noodzaak om internationale vredes- en civiele missies naar Georgië te sturen. Als lid van de delegatie voor de zuidelijke Kaukasus steun ik dit volledig, en des te meer omdat ik aan het begin van het voorjaar op deze plek al heb gewezen op de dringende noodzaak van precies deze maatregelen.

De geschiedenis heeft veel van onze landen multi-etnisch gemaakt, en dat geldt ook voor Georgië. Ik maak me grote zorgen over de mogelijkheid dat een bijzonder ongunstig scenario werkelijkheid wordt. Enkele dagen geleden heeft Rusland Abchazië en Zuid-Ossetië erkend. Nu heeft de minister van Bevolking van Noord-Ossetië, op dat thema voortbordurend, gezegd dat Zuid- en Noord-Ossetië één moeten worden onder Russisch gezag, ofwel dat Zuid-Ossetië onderdeel van Rusland moet worden.

In de visie van een aantal landen is er hier sprake van een botsing tussen twee hoekstenen van het internationaal recht plaats: nationale zelfbeschikking en territoriale integriteit. We weten dat we de slotakte van Helsinki als uitgangspunt moeten nemen, maar mijn vraag aan de Raad is deze: “Welke stappen worden er gezet om de schending van de territoriale integriteit van een soevereine staat te voorkomen?”

 
  
MPphoto
 

  Wojciech Roszkowski (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, het resultaat van de Europese Raad kan worden beschreven als een glas dat halfvol is of als een glas dat halfleeg is. Wat belangrijk is, is dat dit akkoord is bereikt en dat de Unie met één stem heeft gesproken. Het is echter teleurstellend dat het gemeenschappelijk standpunt van de Raad niet ver genoeg gaat. Het gaat minder ver dan degenen die in dit Huis hun mening hebben gegeven graag hadden gezien.

Tijdens het Russische offensief in Georgië hebben de Russische media laten zien hoe de heer Poetin tijd vond om naar Siberië te reizen en daar een tijger te verdoven die een bedreiging voor de lokale bevolking vormde. Dit incident is een goede illustratie van het gedrag van Rusland en de manier waarop het Europa behandelt. Moskou is echter niet helemaal alleen verantwoordelijk voor het verdoven van de Europese tijger. Hoe moeten de North Stream- en South Stream-projecten in dit licht worden beoordeeld, samen met de steun die deze projecten van enkele leden van de Unie hebben ontvangen? Gebrek aan onderlinge solidariteit en onderwerping aan een agressor moedigen de agressor altijd alleen maar nog meer aan. Dat is met name het geval wanneer bepaalde partners betalen voor de voordelen van andere landen. De huidige uitspraken over de eenheid van de Unie tegenover Rusland, de nadruk die wordt gelegd op het oostelijke partnerschap en andere uitspraken die zijn gedaan, zijn zeker bemoedigend. Als we onszelf echter tevreden stellen met alleen woorden, zal de agressor mogelijk opnieuw toeslaan.

 
  
MPphoto
 

  Stefano Zappalà (PPE-DE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil iets zeggen over een paar praktische punten uit het debat van vanavond. In de eerste plaats wil ik de Franse minister complimenteren met het feit dat hij de moed heeft gehad om enkele zeer belangrijke opmerkingen te maken in dit Huis.

Ik sluit me aan bij alles wat de Franse minister heeft gezegd. Ik ben het overal mee eens. Ik zal zijn woorden hier niet herhalen, want daar zullen de kranten morgen wel mee vol staan, maar ik moet zeggen dat het standpunt dat het voorzitterschap van de Unie heeft uiteengezet heel krachtig en heel precies is.

Wat ik wil zeggen is dat ik denk dat de Europese Unie een grote stap heeft gezet: we kunnen zeggen wat we willen in dit auditorium, maar wij maken het buitenlands beleid van de EU niet en we zijn ook niet bevoegd om dat te veranderen; dat kan alleen de Europese Raad.

De Europese Raad – voor zover ik dat kan beoordelen met mijn beperkte ervaring in dit Huis – heeft laten zien wat Europa aan het doen is: Europa zet een grote stap. De Europese Raad van vandaag heeft laten zien dat de Europese Unie echt bestaat, dat de EU in staat is, ook al is het Verdrag van Lissabon nog niet in werking getreden, om ook in buitengewoon belangrijke kwesties krachtig op te treden.

Ik wil ook mijn grote waardering uitspreken voor het optreden in deze crisis van het Franse voorzitterschap, van president Sarkozy, en ook van kanselier Merkel en premier Berlusconi. Ik denk dat de gezamenlijke reactie voorbij is gegaan aan de opmerkingen van de Britse premier, die zich vandaag netjes in de rij heeft geschaard, maar wiens eerdere verklaringen verre van welkom waren.

Ik denk, en hiermee sluit ik af, dat deze grote stap hieruit bestaat: de Europese Unie bestaat! Laten we voorzichtig zijn met toetredingen tot de NAVO en de EU. Laten we de zaken rustig bekijken. De Franse minister heeft helemaal gelijk.

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (PSE).(CS) Dames en heren, om te beginnen wil ik mijn waardering uitspreken voor de snelheid en de doelmatigheid waarmee het Franse voorzitterschap een bestand tussen de partijen in het conflict tot stand heeft gebracht. Het zespuntenplan moet nu tot leven worden gewekt, inclusief, uiteraard, de terugtrekking van de Russische troepen tot hun posities voorafgaand aan de het uitbreken van het conflict. De kwestie-Georgië is echter geen geïsoleerde zaak, want er is sprake van een hele reeks van onderling met elkaar verboden conflicten en problemen in de hele zuidelijke Kaukasus. Daarom is het van essentieel belang dat de Europese Unie zich veel doelmatiger en intensiever dan tot nu toe gaat bezighouden met de hele regio van de oostelijke Middellandse Zee en de Trans-Kaukasus. Met andere woorden: het is van essentieel belang om de oostelijke dimensie van ons nabuurschapsbeleid te versterken met echte maatregelen.

Omdat ik een afgevaardigde ben van een land dat het Verdrag van Lissabon nog niet heeft geratificeerd, wil ik de regeringen van Tsjechië, Zweden en natuurlijk Ierland vragen om hard te werken aan de ratificatie van dit document, dat een noodzakelijke voorwaarde is voor een meer verenigd en een doelmatiger buitenlands en veiligheidsbeleid dat ons in staat zal stellen om de uitdagingen aan te gaan, waaronder de uitdagingen die uit het Oosten en uit Rusland komen, en om deze problemen op te lossen.

 
  
MPphoto
 

  Mirosław Mariusz Piotrowski (UEN).(PL) Vandaag is de verjaardag van de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Onmiddellijk voorafgaand aan die oorlog was het geheime pact tussen de Sovjet-Unie en Duitsland gesloten, en ook het beleid van “appeasement” van de westerse landen ging direct vooraf aan die oorlog. In 1939 werd naïef gedacht dat het opofferen van enkele kleinere staten de agressor wel tevreden zou stellen.

Ik noem dit allemaal naar aanleiding van de oorlog in Georgië. Georgië is het eerste doelwit geworden van de imperialistische neigingen die het huidige Rusland van de Sovjet-Unie heeft geërfd. Rusland gebruikt Georgië als proefterrein, om te kijken hoeveel lidstaten bereid zijn om het te accepteren. Rusland verwacht niet dat ze het niet zullen accepteren. Het Europees Parlement moet de Russische verwachtingen met betrekking tot het gewapende conflict niet inlossen. We moeten een gemeenschappelijk, ondubbelzinnig en onwrikbaar standpunt innemen. Georgië moet kunnen rekenen op onze diplomatieke en materiële steun. Daar heeft het recht op. Het Europees Parlement moet zijn eigen waarnemers naar Georgië sturen om de informatie over etnische zuiveringen te controleren. We moeten er alles aan doen om deze expansie te stoppen en te voorkomen dat onze tragische geschiedenis zich herhaalt.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, we zijn getuige van de ineenstorting van het “einde van de geschiedenis”-paradigma, maar dat moet ook het einde zijn van het wensdenken, waarbij vrede door te praten moet worden vervangen door vrede door kracht en solidariteit.

Rusland heeft zichzelf in de categorie van onstabiele, onvoorspelbare staten geplaatst. Het kan niet langer worden gezien als een betrouwbare partner en deelt duidelijk niet onze gemeenschappelijke waarden. Door Georgië binnen te vallen heeft het de grondbeginselen van het internationale veiligheidssysteem geschonden en geprobeerd deze te vervangen door het recht van de sterkste.

Alles hangt nu af van de EU – van haar acties, niet alleen van haar reacties. “Geen business as usual” betekent dat er concrete stappen moeten worden gezet, want Rusland zal ons alleen begrijpen als we optreden.

Ik stel voor dat we de volgende maatregelen nemen: ten eerste moeten we een echte internationale vredesmacht sturen – Rusland kan geen dubbele rol van vredeshandhaver en indringer spelen; ten tweede moeten we de onderhandelingen over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst bevriezen; ten derde moeten we de projecten Nord Stream en South Stream opschorten; ten vierde moeten we de visumverstrekking bevriezen; en ten vijfde moeten we de Olympische Spelen van Sotsji annuleren.

Als er geen concrete actie wordt ondernomen, zal Rusland niet alleen Georgië nooit meer uit zijn greep loslaten, maar zal het elders hetzelfde patroon volgen. Het moet de eerste prioriteit van de democratische gemeenschap zijn om grenzen te stellen. Vandaag moeten we een antwoord formuleren op deze morele uitdaging. Als wij dat niet doen, wie dan wel? En als we dat nu niet doen, wanneer dan wel?

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Katrin Saks (PSE). - (ET) In het voorjaar, tijdens de Georgische verkiezingen, heb ik in de stad Gori een Georgische vrouw ontmoet die vijftien jaar eerder uit Abchazië was gevlucht. Nu is ze voor de tweede keer een vluchtelinge in haar eigen land. Wat een tragedie.

Het is ook tragisch dat we hier vandaag in dit Huis zo veel verschillende interpretaties van de gebeurtenissen horen, en daarom denk ik dat het met name belangrijk is, belangrijker dan andere dingen, om een onafhankelijke, internationale onderzoekscommissie naar Georgië te sturen om de feiten vast te stellen.

Dit is geen conflict tussen Georgiërs en Ossetiërs, dit conflict is niet op 8 augustus begonnen, dit is een conflict over waarden, en het gaat ons allen aan.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Beazley (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat het belangrijk is om het Franse voorzitterschap – president Sarkozy en de heer Kouchner, die hier vandaag is – te feliciteren, niet alleen omdat ze zich in deze crisis hard opgesteld hebben tegenover Rusland, maar ook omdat ze erin geslaagd zijn om de eenheid van de Europese Unie te handhaven, een eenheid die in 2003 helaas niet bestond.

(EN) Ik wil me aansluiten bij degenen die zeggen dat dit conflict, hoewel zeer ernstig, niet alleen over Georgië en de illegale bezetting van dat land gaat. Ik wil tegen de commissaris zeggen dat het ook gaat over de betrekkingen van de EU met Rusland. De kern van het conflict moeten we zoeken bij onze gemeenschappelijke waarden. Ik persoonlijk vind het heel moeilijk om te zien welke waarden ik deel met een land dat geweld, militaire agressie en een propagandaoorlog gebruikt om het bezette land ervan te beschuldigen dat het de bezetter en de agressor is.

Het lijkt erop dat het samenwerkings- en partnerschapsovereenkomst enige tijd bevroren zal worden, tenzij Rusland zijn troepen terugtrekt. Dan rijst de vraag wat we moeten doen als Rusland weigert zijn troepen terug te trekken. We krijgen te horen dat we een dialoog moeten hebben, maar wat voor dialoog is er mogelijk met een partner die geen respect heeft voor de waarden die jij probeert te verdedigen en te steunen?

Het lijkt mij dat we, uit historisch oogpunt, harmonieuze betrekkingen met Rusland willen, maar niet tegen de prijs dat we de waarden die na aan ons hart liggen zomaar te grabbel gooien. Ik ben het met de heer Kelam en anderen eens dat er al consequenties voor Rusland zijn, gezien de massale desinvesteringen in zijn markten. Internationale investeerders beschouwen Rusland nu als een zeer onzeker land om in te investeren. Nord Stream en South Stream moeten ook opnieuw tegen het licht worden gehouden. We kunnen daar niet gewoon mee doorgaan, we kunnen niet doen alsof een Russisch monopolie op de energievoorziening volkomen normaal is. De Olympische winterspelen in Sotsji moeten ook opnieuw worden bezien: er kan geen sprake zijn van een Olympische wapenstilstand.

De Russen zullen de consequenties aanvaarden als wij resolute actie ondernemen en ons niet simpelweg laten leiden door hun agenda.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Raimon Obiols i Germà (PSE).(ES) Ik wil kort twee dingen zeggen. Ten eerste denk ik dat ik gelijk heb als ik zeg dat de heer Jouyet een keer in de pers heeft verklaard dat hij de invloed van conservatieve sectoren in Amerika, of van bepaalde conservatieve sectoren, op de nee-stem in het Ierse referendum betreurt. Ik denk dat we nu allemaal de extravagante lofuitingen voor het neoconservatieve beleid in de crisis in de Kaukasus betreuren. In dit verband kunnen er velen verantwoordelijk worden gehouden.

Tbilisi is verantwoordelijk voor het onbegrijpelijke besluit om militaire actie te ondernemen. Moskou is verantwoordelijk voor het besluit om bruut en buitenproportioneel te reageren. Washington, met een gelukkig aftredende president, is verantwoordelijk voor het jarenlang voeden van de spanningen in de regio.

In de tweede plaats denk ik dat Europa een fundamentele verantwoordelijkheid heeft, die alleen kan worden genomen door geen zachte of harde, maar politieke macht op te bouwen, en dat is afhankelijk van de vraag of alle regeringen van de lidstaten de eenheid kunnen bewaren.

 
  
MPphoto
 

  Árpád Duka-Zólyomi (PPE-DE). - (HU) Dank u, mijnheer de Voorzitter. De Russische machtspolitiek heeft jarenlang de spanning in Georgië opgevoerd. Deze spanning is tot uitbarsting gekomen in een korte maar vernietigende oorlog. De Russische strijdkrachten hebben het internationaal recht geschonden en zijn het grondgebied van een soevereine staat binnengevallen. Het Kremlin heeft dit proces bekroond door de onafhankelijkheid van de twee opstandige provincies te erkennen, wat een nieuwe dimensie aan het internationale politieke toneel heeft gegeven. Dit is een gevaarlijke situatie, deels vanuit het perspectief van de landen die aan Rusland grenzen, en deels omdat Poetin en zijn mannen een gevaarlijk precedent voor zichzelf hebben gecreëerd.

Waarom is het belangrijk dat de internationale gemeenschap als een eenheid optreedt? De Russische politiek is tot stilstand gekomen en een doodlopende weg ingeslagen, dus daar moeten wij van profiteren. De EU moet erop aandringen dat er een neutrale, internationale vredesmacht naar Georgië wordt gezonden, ter aflossing van de vredesmacht die nu zijn geloofwaardigheid en gezag heeft verloren. Ons besluit om het verkrijgen van visa voor Russen te vergemakkelijken moet worden heroverwogen, en tegelijk moeten de voorwaarden voor het verkrijgen van een visum voor de Georgiërs eindelijk worden versoepeld. Georgië is een integraal onderdeel van ons nabuurschapsbeleid, en daarom hebben we een plicht om zo veel mogelijk steun te geven voor de wederopbouw van het land. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Giulietto Chiesa (PSE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het avontuur van Saakashvili is het gevolg van een onvergeeflijke beoordelingsfout, namelijk de gedachte dat Rusland de militaire agressie niet zou beantwoorden. Want wat er is gebeurd, valt onder de noemer militaire agressie.

Rusland is niet meer het land dat het in 2000 was en zal zich niet meer tactisch of strategisch terugtrekken. Het eerste wat we moeten doen is de feiten onder ogen zien: Europa en de eenheid van Europa zijn ernstig geschaad door deze fout. We mogen deze fout nooit meer maken, en we mogen niet toestaan dat anderen ons dwingen om deze fout weer te maken. Sommige mensen vinden dat Oekraïne en Georgië nu versneld lid moeten kunnen worden van de NAVO, maar ik zou iedereen die dat vindt willen vragen om goed na te denken, omdat een dergelijk besluit onze veiligheid op geen enkele manier zou vergroten. Integendeel, onze veiligheid zou juist in gevaar komen. Zoals we nu weten, zal Rusland reageren, als het niet met gelijke munt is, dan toch zeker met tegenmaatregelen. We zouden snel het risico lopen dat we ons een veel grotere crisis op de hals zouden halen dan die in augustus, bijvoorbeeld in een land als Oekraïne, in het hart van Europa. Het verstand zegt dat we een aantal berekeningen opnieuw moeten maken, omdat ze niet kloppen, en dat we met Rusland aan de onderhandelingstafel moeten gaan zitten op basis van wederkerigheid en …

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Vytautas Landsbergis (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, eergisteren had ik tijdens het diner een lang gesprek met een van de wijste personen van Europa, Otto von Habsburg. Hij zei, op basis van zijn uitgebreide kennis van de feiten, dat de Europese regeringen enorm gecorrumpeerd zijn omdat het algemeen bekend is dat Rusland een nieuw geheim wapen tegen het Westen gebruikt – namelijk algemene omkoping. De vergadering van de Raad van vandaag zal wellicht meer licht op deze donkere kant van de Europese politiek werpen.

Als de Raad en ons Parlement, het laatste bolwerk van politiek geweten in Europa, niet de onmiddellijke terugtrekking van de Russische bezettingstroepen uit Poti en de door de bezetter ingestelde bufferzones eisen, dreigt er een politieke ramp voor ons verblekende Europa. Deze zones zijn erg belangrijk voor Russische en Ossetische smokkelaars en voorkomen moet worden dat Georgië de controle krijgt over de binnengrens tussen de marionet Ossetië en het nog altijd onafhankelijke Georgië. Het idee om de bezetter tot de EU-Rusland-Top de tijd te geven om fortificaties aan te leggen is helemaal fout en wijst erop dat Otto von Habsburg waarschijnlijk gelijk heeft.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Pierre Pribetich (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, er wordt met smart gewacht op een duidelijk en resoluut standpunt van onze kant. De Verenigde Staten kunnen, vanwege de wensen van de Russen, maar ook vanwege de huidige verkiezingscampagne, niet optreden als katalysator van de algemene politieke situatie in dit aan de Unie grenzende gebied.

Wij, de Europese Unie, hebben een unieke historische kans om ons buitenlands en veiligheidsbeleid op te bouwen en Europa op basis van resultaten en ervaring verder te ontwikkelen. We mogen deze kans niet laten lopen. De veroordelingen, die weliswaar noodzakelijk zijn, zijn geen oplossingen. Met Kosovo en een erkenning die niet werd gedekt door het internationaal recht is de doos van Pandora opengetrokken, maar laten we het internationaal recht en het respect voor de mensenrechten weer hun plaats teruggeven als fundament van de oplossing.

We moeten daadkrachtig en politiek handelen. We moeten een duidelijk, gemeenschappelijk en standvastig standpunt tegenover Rusland innemen, maar dat moet gericht zijn op het vinden van een oplossing en een partnerschap, want we moeten in onze benadering van het Rusland van 2008 helder blijven denken.

Laten we, onder de vlag van de Europese Unie, een regionale conferentie bijeenroepen om een oplossing voor de situatie te vinden en de toekomst van de partnerschappen te bespreken. Als we vastbesloten zijn om in de Europese Unie met één stem te spreken, kunnen we de werking van het destructieve gif van het nationalisme, dat altijd, onverbiddelijk, tot oorlog leidt, tot een minimum beperken.

 
  
MPphoto
 

  Urszula Gacek (PPE-DE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, de Raad heeft vandaag overeenstemming bereikt over Rusland. Dit kan wel eens een succes worden, hoewel velen teleurgesteld zijn dat Rusland er zo goed vanaf komt. Nu moeten we de reactie van Moskou afwachten. In de Russische pers zullen ongetwijfeld de delen van ons debat geciteerd worden waarin de vertegenwoordiger van de Raad en bepaalde afgevaardigden Georgië de schuld geven. Publiekelijk zal Rusland scherpe kritiek uiten op het standpunt van de Raad, maar achter de coulissen zal Rusland opgetogen zijn.

Ik wil tegen de machthebbers in Moskou zeggen: juich niet te vroeg. Europa beschouwt u niet langer als een betrouwbare partner die zich aan zijn woord houdt en het internationaal recht respecteert. Europa is serieus aan het overwegen of het afhankelijk van Russische olie en gas kan blijven. Europa is vandaag niet al te hard tegen u geweest, maar uw supporters zijn in aantal sterk afgenomen.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE). - (HU) We zijn het er volkomen mee eens dat we Rusland moeten veroordelen voor het toekennen van het burgerschap, voor de buitensporige militaire rol die het heeft gespeeld en voor het erkennen van Abchazië en Ossetië; tegelijkertijd moeten we ook Georgië veroordelen, want het Georgische leiderschap had moeten weten hoeveel geostrategische ruimte manoeuvreerruimte het had. En tegelijkertijd zijn we het ermee eens dat er een vredesmacht moet komen. Maar we hebben het niet over de vraag wat de basis kan zijn voor een blijvende oplossing, en dat is uitgebreide autonomie voor de Abchaziërs en de Zuid-Ossetiërs op basis van het plan-Ahtisaari. We hebben het niet over de minderheden die dit aangaat, maar wel over allerlei andere zaken, en daarom denk ik dat niet alleen het conflict bevroren is, maar ook, in veel opzichten, ons denken. We moeten een langetermijnoplossing voor dit probleem vinden.

 
  
MPphoto
 

  Erik Meijer (GUE/NGL). (NL) Voorzitter, de meeste aandacht gaat uit naar het Russische militaire optreden in Georgië. Het mogelijk gebruik van clusterbommen en het bezetten van een havenstad buiten het omstreden gebied zijn terecht reden tot woede.

Dat geldt naar mijn mening niet voor de bescherming van Zuid-Ossetië en Abchazië. Die twee gebieden zijn reeds sinds het uiteenvallen van de Sovjetunie in de praktijk geen deel van Georgië. De meeste inwoners van die twee landjes willen onder geen enkele voorwaarde ondergeschikt zijn aan Georgië, net zoals de meeste inwoners van Kosovo onder geen enkele voorwaarde wensten te behoren tot Servië. Binnen die landen zouden ze helaas tweederangsburgers zijn. Voor deze mensen zijn gelijkberechtiging en democratie alleen mogelijk indien hun afscheiding niet langer ter discussie wordt gesteld en als ze een garantie hebben tegen militaire invallen van buitenaf.

Kortom, er is best reden voor kritiek op Rusland, maar niet vanwege het feit dat het de feitelijke onafhankelijkheid van deze twee staatjes nu eindelijk eens erkent. Kosovo kon geen unieke zaak zijn....

(De spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) De gebeurtenissen in Georgië hebben paradoxaal genoeg in augustus plaatsgevonden, net als de inval in Tsjechoslowakije veertig jaar geleden, toen mijn land voor een lange periode werd bezet door het Sovjet-leger.

Collega-afgevaardigden, we moeten niet vergeten dat Rusland met zijn daden heeft laten zien dat het zijn verleden niet achter zich heeft gelaten. Net als in 1968 heeft het niet geaarzeld om tanks te sturen om zijn politieke doelen te bereiken. Opnieuw worden landen die zichzelf proberen te bevrijden van de Russische invloed gedestabiliseerd door het gebruik van militaire macht. Vandaag is het Georgië, morgen kan het Oekraïne zijn.

Ik ben ervan overtuigd dat de EU nog resoluter stelling moet nemen tegen de erkenning van de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië door Rusland. Ik ben ervan overtuigd dat de reactie van de EU een intensivering van de samenwerking met Georgië en met name Oekraïne moet zijn, niet alleen met woorden, maar ook met duidelijke en zinvolle maatregelen.

 
  
MPphoto
 

  Ioan Mircea Paşcu (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, Georgië is niet gewoon een episode in de internationale politiek, maar het begin van een kettingreactie met belangrijke consequenties.

In de eerste plaats geeft het aan dat Rusland militair gezien zijn comeback heeft gemaakt, wat tot uiting zal moeten komen in de Europese veiligheidsstrategie waaraan momenteel wordt gewerkt.

In de tweede plaats is deze klaarblijkelijke “reconquista” een teken dat Rusland zijn nieuw verworven energie wil aanwenden om de verliezen van de jaren negentig goed te maken en revanche te nemen voor de vernedering die daarmee gepaard ging, en niet bereid is om bij te dragen aan het vormgeven van de toekomst van de wereld.

In de derde plaats brengt dit aan het licht dat Europa zich in een zwakke positie bevindt als gevolg van de toenemende energieafhankelijkheid van Rusland en de vertraging bij de ratificatie van het Verdrag van Lissabon.

In de vierde plaats kan dit de transatlantische eenheid versterken of verder verstoren.

In de vijfde plaats laat dit zien dat de internationale rechtsorde moet worden versterkt, zowel het algemene concept als de details.

In de zesde plaats maakt dit duidelijk dat de EU veel meer aandacht moet hebben voor en zich veel meer moet bezighouden met het Zwarte Zeegebied, en daar is meer voor nodig dan alleen synergie.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik steun het recht van het democratische Georgië om zijn veiligheid te zoeken bij het Westen en ik keur de buitenproportionele agressie van Rusland en de bezetting van het land af. De EU moet meer steun voor de wederopbouw van Georgië geven, snel een vrijhandelsovereenkomst met Georgië sluiten en de instelling van visumfaciliteiten doorzetten. Georgië moet ook zicht krijgen op het lidmaatschap van de NAVO, en uiteindelijk op het volledige lidmaatschap. We moeten van deze kans gebruik maken om ons door middel van een gemeenschappelijk extern energieveiligheidsbeleid los te maken uit de wurggreep van Moskou op de Europese olie- en gasvoorraden. Duitsland en Italië zijn allebei pijpleidingen aan het aanleggen in joint ventures met Gazprom. Om hier tegenwicht tegen te bieden, moet de EU ook steun geven aan de White Stream-pijpleiding, die vanuit de Kaspische Zee via Georgië en Oekraïne – beide regeringen steunen dit project – gas zal transporteren naar Europa, waardoor Rusland wordt omzeild. Het aanvallen van het monopolie van Gazprom en het gebruik van het gaswapen door Rusland als ons antwoord op de lange termijn zal Rusland hard treffen.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Pierre Jouyet, fungerend voorzitter van de Raad. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik zal het kort houden omdat Bernard Kouchner al tweemaal heeft gesproken en ik weet dat u het druk hebt.

Nu dit debat tot een einde komt, wil ik u eerst bedanken voor uw voortdurende betrokkenheid bij deze zaak. De resoluties die u hebt aangenomen, het feit dat voorzitter Saryusz-Wolski op 20 augustus de Commissie buitenlandse zaken bijeengeroepen heeft en het feit dat mevrouw Isler Béguin – zoals zij heeft opgemerkt – naar het conflictgebied is gegaan en een krachtige verklaring heeft afgelegd namens deze instelling, en ook namens de Europese Unie, hebben bevestigd dat het Europees Parlement sterk bij deze crisis betrokken is.

Dat brengt me ertoe om op te merken dat ik me verbaasd heb over bepaalde opmerkingen over de Europese Unie: ten eerste dat de EU niet heeft gereageerd, ten tweede dat de EU machteloos was, en ten derde dat de EU een krachteloos standpunt heeft ingenomen. Als de Europese Unie weinig invloed heeft gehad, als de Europese Unie geen rol heeft gespeeld in deze crisis, dan zou ik graag willen weten: wie dan wel? Wie heeft macht kunnen uitoefenen? Wie heeft zichzelf in militair of ander opzicht bewezen? Ik heb geen andere macht gezien dan die van de Europese Unie die actie onderneemt, en tijdens deze crisis is de Europese Unie wellicht in een nieuw licht komen te staan, als partner en als macht.

Iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheden. De Europese Unie heeft haar verantwoordelijkheden, die niet dezelfde zijn als die van de NAVO of de Verenigde Staten. Maar de Europese Unie heeft met haar waarden en haar middelen – waarop ik nog zal terugkomen – al haar verantwoordelijkheden genomen.

Mensen zeggen tegen ons: “Rusland heeft niet dezelfde waarden als de Europese Unie”, maar tussen ons gezegd, dat is oud nieuws. Dat is geen nieuwe ontdekking. We weten dat Rusland niet dezelfde waarden heeft als de Europese Unie. Als het dezelfde waarden had gehad als de Europese Unie, zouden er andere vragen worden gesteld over Rusland. Alle vragen die over Rusland zijn gesteld hebben betrekking op de vraag wat voor soort betrekkingen wij met dit buurland willen onderhouden, wat voor soort partnerschap we willen opbouwen, wat voor soort dialoog we willen voeren, hoe we Rusland kunnen aanmoedigen om aan zijn plichten te voldoen en zijn verantwoordelijkheden te nemen en hoe we Rusland zodanig kunnen sturen dat het zich meer in overeenstemming met het internationaal recht gedraagt. Dat zijn de vragen. Ikzelf heb nooit geloofd dat we dezelfde waarden hebben, hoeveel respect ik ook voor Rusland mag hebben, en ik ken Rusland al enige tijd.

De derde gedachte die u hebt geuit, en u hebt deze gedachte allemaal geuit, is dat we niet heel veel kunnen doen, ondanks de snelle reactie en ondanks wat er vandaag is gedaan, omdat we daar de instrumenten niet voor hebben, want die instrumenten zullen we pas krijgen wanneer het Verdrag van Lissabon is geratificeerd. En deze crisis heeft perfect gedemonstreerd hoezeer we dat verdrag nodig hebben, hoe hard het nodig is dat we ons buitenlands en ook ons defensiebeleid versterken. We moeten hier heel duidelijk over zijn, en een aantal van u heeft dat terecht onderstreept.

Dan kom ik nu op de Europese Raad. De Europese Raad van vandaag vormt een uitgangspunt. Niet alles is aan de orde gekomen, en dat kan ook niet: niet alles dat betrekking heeft op het beheer van deze crisis door de Europese Unie en de betrekkingen tussen de Europese Unie en Rusland kan in één Raad aan de orde komen. Vandaag ging het over de situatie ter plaatse en het beoordelen van de gevolgen voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en Rusland. Het ging erom dat we lieten zien dat we verenigd zijn en actief zijn in dit conflict.

Door deze Europese Raad hebben we kunnen laten zien dat we verenigd zijn, dat we zijn opgetreden en dat we harde standpunten hebben. Ik wil u aan deze standpunten herinneren: veroordeling van de buitenproportionele reactie van Rusland; financiële, humanitaire, economische en politieke steun voor Georgië; bevestiging van de versterking van de betrekkingen tussen de Europese Unie en Georgië; uitvoering van het zespuntenplan voor de oplossing van het conflict, met inbegrip van – en diverse sprekers hebben dit punt benadrukt – een internationaal monitoringmechanisme; optreden van de Europese Unie ter plaatse door het sturen van een speciale vertegenwoordiger; versterking van het oostelijke partnerschap, in het bijzonder met de Zwarte Zee-regio en Oekraïne, hetgeen in de conclusies van vandaag expliciet wordt onderstreept; en een meer gediversifieerd en onafhankelijker energiebeleid dat beter is georganiseerd op Europees niveau.

Ik heb alles begrepen wat u vanavond hebt gezegd. U kunt er zeker van zijn dat het Franse voorzitterschap iedereen zal herinneren aan deze wens om een meer gediversifieerd, onafhankelijker en beter gestructureerd Europees energiebeleid te krijgen. U kunt in dit opzicht op het Franse voorzitterschap rekenen.

Dit is een begin, want er is besloten dat de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, de voorzitter van de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger op 8 september een belangrijke reis zullen maken naar Moskou en Tbilisi. Tegen die achtergrond moeten we beoordelen welke verdere acties we zullen moeten nemen.

Tot slot zijn we het erover eens geworden dat alle onderhandelingen over de partnerschapsovereenkomst moeten worden opgeschort totdat de Russen zich hebben teruggetrokken op hun oude posities.

Daarom is dit een begin. Ons doel vandaag was niet om overal een oplossing voor te vinden, maar om onze eenheid en onze vastberadenheid te tonen, en daar hebben we de steun van het Europees Parlement bij nodig.

 
  
MPphoto
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben de laatste spreker, dus ik zal het zo kort mogelijk houden. En omdat ik de laatste spreker ben, wil ik een paar essentiële punten uit dit debat naar voren halen.

In de eerste plaats denk ik dat ik u er niet aan hoef te herinneren dat in 1939 op deze datum, 1 september, de Tweede Wereldoorlog begon. Vandaag, op die verjaardag, debatteren we over een nieuwe oorlog die is uitgebroken, maar deze oorlog hebben we – de Europese Unie – heel snel kunnen stoppen. Dat is naar mijn mening een zeer belangrijk punt. Daarom is dit een lang debat geweest, waarin veel onderwerpen aan de orde zijn geweest. Maar het is ook een goed debat geweest. Ook in de Europese Raad hebben we een goed debat gehad, met stevige conclusies. In mijn opvatting heeft de geloofwaardigheid van de Europese Unie hierbij een sleutelrol gespeeld. Zoals de fungerend voorzitter van de Raad en ik allebei hebben gezegd, was dit een belangrijke test voor de geloofwaardigheid en ook de eenheid van de Europese Unie, en we zijn met vlag en wimpel voor deze test geslaagd.

Steun voor Georgië is belangrijk, zoals we hebben gehoord. We hebben gezegd dat er humanitaire hulp en hulp voor de wederopbouw moet worden gegeven, en we kijken daarbij naar het Parlement voor steun. En ik wil u hierbij bedanken voor die steun. Ik zal uiteraard bij u terugkomen met meer precieze cijfers. Ik denk echter in de eerste plaats aan de overeenkomst over visa. We zijn ons er natuurlijk van bewust dat hier sprake is van discriminatie: Abchaziërs en Zuid-Ossetiërs, die veelal een Russisch paspoort hebben, bevinden zich in een gunstigere positie dan Georgiërs. Maar ik wil er ook op wijzen dat veel individuele lidstaten hier een rol kunnen spelen, en ik wil benadrukken dat hetzelfde geldt voor de vrijhandelsovereenkomst. Ik wil u eraan herinneren we al eerder drie punten hadden geïdentificeerd met betrekking tot de versterking van het Europees nabuurschapsbeleid, maar dat die destijds geen weerklank vonden bij de lidstaten. Mobiliteit was er daar één van. De tweede was de kwestie van het economisch partnerschap, en het derde punt was versterking van de veiligheid, wat natuurlijk betekent dat alle conflicten, acties en consequenties, ook in het geval van Rusland, moeten worden besproken.

We zijn op een tweesprong aangeland, een kruising, maar de toekomst zal voornamelijk worden bepaald door Rusland, want het zal Rusland zijn dat hier ter verantwoording zal worden geroepen, zoals we vandaag ook hebben gezegd: zonder terugtrekking van de troepen zullen er geen verdere onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst worden gevoerd. Rusland heeft het in eigen hand om te voldoen aan wat we vandaag hebben gezegd. Ik hoop zeer dat er op 8 september een goede oplossing zal worden gevonden.

Buiten dit zijn er twee belangrijke consequenties: het “nabuurschapsbeleid plus”, of hoe we dat in de toekomst ook zullen noemen, moet op regionaal en bilateraal niveau worden versterkt; dat betekent dat niet alleen Georgië, maar ook Oekraïne, Moldavië en misschien ook andere landen hierbij moeten worden betrokken. Daar hebben we vaak over gesproken, maar ik hoop dat ik nu misschien op meer steun van de individuele lidstaten kan rekenen.

Tot slot wil ik een opmerking maken over het energiebeleid. Dat is het afgelopen anderhalf jaar ook een zorg voor mij geweest, en ik kan u verzekeren dat dit voor mij persoonlijk ook in de toekomst een zeer belangrijk onderwerp zal blijven.

Dat brengt me aan het eind van mijn korte samenvatting van een lang, maar buitengewoon belangrijk debat.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Alma Anastase (PPE-DE) , schriftelijk.(RO) Als rapporteur voor de Zwarte Zeeregio heb ik altijd met klem gewezen op de grote uitdaging die onopgeloste conflicten vormen voor de stabiliteit in deze regio, evenals op de noodzaak van een diepe en krachtige betrokkenheid van de EU bij deze regio.

De Russische acties in Georgie zijn betreurenswaardig, gevaarlijk voor de stabiliteit in de regio en in Europa en zijn daarom onacceptabel voor de internationale gemeenschap.

Daarom moet de EU dringend de stap maken van beloften naar actie en zich in zowel haar optreden in Georgië als bij de heroverweging van haar betrekkingen met Rusland standvastig tonen.

Om de stabiliteit in de Zwarte Zeeregio te waarborgen, moeten drie belangrijke beginselen leidend zijn voor het optreden van de EU.

In de eerste plaats moeten alle besluiten zijn gebaseerd op respect voor de territoriale integriteit van Georgië en het internationaal recht.

In de tweede plaats moet de formule voor het beheer van conflicten in de regio opnieuw tegen het licht worden gehouden om meer mogelijkheden te krijgen om snel een definitieve oplossing te vinden. Dit veronderstelt de actieve betrokkenheid van de EU bij vredesoperaties in Georgië en bij het managen en oplossen van de andere conflicten in de regio, bijvoorbeeld het conflict in Transnistrië.

Ook de inspanningen van de EU om energiezekerheid te bereiken moeten maximaal worden opgevoerd, onder andere door de uitvoering van het Nabucco-project.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer Jouyet, mevrouw Benita Ferrero-Waldner, ik moet beginnen met het bedanken van mijn collega-afgevaardigden die het Franse voorzitterschap van de Europese Unie hebben gefeliciteerd en het optreden van Nicolas Sarkozy in dit moeilijke conflict tussen Rusland en Georgië hebben verwelkomd.

Het kan eeuwig duren voordat de grenzen van het vroegere Oost-Romeinse Rijk zijn bepaald, met in het westen de Balkan en Kosovo en in het noorden de Kaukasus, Zuid-Ossetië en Abchazië. Het uitgangspunt van de aanpak van Europa moet respect voor mensen zijn. Gezien de ernst van de situatie in Georgië stel ik voor om een buitengewone vergadering van de Commissie buitenlandse zaken van het Europees Parlement en de nationale parlementen van de lidstaten bijeen te roepen, omdat wij als parlementariërs het volk vertegenwoordigen.

Het wordt eindelijk duidelijk dat het initiatief “Synergie voor het Zwarte Zeegebied”, dat de Commissie eind 2007 heeft gepresenteerd, niet genoeg is. De Unie moet nu dringend voorstellen doen voor een echt ambitieus nabuurschapsbeleid ten aanzien van de landen rond de Zwarte Zee, en in de eerste plaats voorstellen doen voor een vrijhandelszone.

 
  
MPphoto
 
 

  Titus Corlăţean (PSE), schriftelijk.(RO) De EU heeft nu het recht om het Georgische scenario ook in andere conflictgebieden toe te passen.

De gebeurtenissen in Georgië vormen een serieuze test voor het reactievermogen van de EU en haar betrokkenheid bij de bevroren conflicten in regio’s die vroeger deel uitmaakten van de Sovjet-Unie. De EU moet overwegen om een civiele waarnemingsmissie naar Georgië te sturen om de naleving van het staakt-het-vuren te controleren.

De buitenproportionele reactie van Rusland in Zuid-Ossetië heeft negatieve gevolgen voor de burgerbevolking en de infrastructuur en vormt een ernstige inbreuk op het internationaal recht. Hieruit blijkt duidelijk dat de veiligheid moet worden vergroot door de aanwezigheid van een multinationale en onpartijdige vredesmacht.

De EU moet ook overwegen om op een meer consistente wijze samen te werken met de Republiek Moldavië en om dit land onder bepaalde voorwaarden, zoals het garanderen door Chisinau van bepaalde democratische normen, een veel duidelijker Europees perspectief te geven.

Om de goede betrekkingen te versterken en conflictsituaties te vermijden moet de regionale samenwerking tussen de landen rond de Zwarte Zee multidimensionaal worden en worden geïnstitutionaliseerd, bijvoorbeeld door de oprichting van een Unie van landen ronde de Zwarte Zee.

 
  
MPphoto
 
 

  Dragoş Florin David (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Mijnheer de Voorzitter van het Europees Parlement, mijnheer de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, mevrouw de commissaris, geachte collega’s.

Ik wil mijn deelneming en sympathie betuigen aan zowel de Russische burgers als de Georgische burgers die geliefden hebben verloren in dit onzinnige conflict. Dankzij de geschiedenis spreek ik tot u als een Europese burger met diepe wortels in Rusland en Georgië, als een burger die zich deel voelt uitmaken van de Europese diversiteit en minder van een Europese eenheid.

In dit conflict leggen we de nadruk op de energiesituatie in Europa, op de “imperialistische” houding van Rusland en op het nationalisme en het ondiplomatieke gedrag van Georgië, maar we vergeten dat er mensen zijn omgekomen en dat de hoop van veel mensen is uitgedoofd in dit conflict. Het lijkt mij dat we onszelf hier vandaag meer dan ooit als een onderdeel moeten zien van een nuttige, constructieve eenheid, met evenwicht met betrekking tot de diplomatieke en nationale aspecten, om de grote uitdagingen waarmee toekomstige generaties geconfronteerd zullen worden het hoofd te kunnen bieden.

Tot slot vraag ik de president van Rusland, de president van Georgië en de voorzitter van de Raad van de Europese Unie om alle nodige stappen te zetten om zo snel mogelijk een eind te maken aan dit regionale conflict en weer terug te keren naar een open en evenwichtig samenwerkingsbeleid, in de eerste plaats ten behoeve van de burgers. Dank u.

 
  
MPphoto
 
 

  Hanna Foltyn-Kubicka (UEN), schriftelijk.(PL) Mijnheer de Voorzitter, de afgelopen weken zijn we getuige geweest van een aanval van Rusland op een soevereine en onafhankelijke staat. We hebben gezien hoe land op honderden kilometers afstand van het strijdtoneel bezet werd en hoe de beloften die aan het Westen waren gedaan werden verbroken.

Ik ben ervan overtuigd dat de Europese aspiraties van Georgië de helft van de reden van Rusland vormde om Georgië aan te vallen. De andere helft was de wens om de controle te behouden over de routes die door Georgië lopen en die worden gebruikt voor het vervoer van energiegrondstoffen. Het is onze politieke en morele plicht om de bevolking van Georgië te steunen en Rusland te laten begrijpen dat de tijd waarin het kon doen wat het wilde binnen zijn zogenaamde invloedssfeer voorgoed voorbij is.

De recente gebeurtenissen hebben het meer dan duidelijk gemaakt dat Rusland geen betrouwbare energiepartner kan zijn. De Russische controle over olie en gas heeft ons tot gijzelaars van het Kremlin gemaakt. Als gevolg hiervan is onze grootste uitdaging nu hoe we onszelf kunnen bevrijden van de afhankelijkheid van Russische grondstoffen. Hoe we dit moeten bereiken is op dit moment onderwerp van veel discussie. Als we echter blijven investeren in risicovolle projecten als North Stream en South Stream, zullen we de Russische autoriteiten nieuwe en krachtige instrumenten in handen geven om druk uit te oefenen op de Europese Unie. De Russen zullen geen enkele scrupule kennen om deze instrumenten ten eigen bate aan te wenden wanneer ze de tijd daar rijp voor achten.

 
  
MPphoto
 
 

  Roselyne Lefrançois (PSE), schriftelijk. – (FR) Om te beginnen moet ik mevrouw Lambert bedanken voor de kwaliteit van haar werk.

Het verslag waarover we morgen een besluit moeten nemen heeft de dubbele verdienste dat het de tekortkomingen en problemen van het Dublin-systeem scherp analyseert en voorstellen bevat om de efficiëntie van de procedures en de situatie van asielzoekers te verbeteren.

Ik wil een aantal punten benadrukken die naar mijn mening van fundamenteel belang zijn: de noodzaak om de rechten van asielzoekers te verbeteren en om deze op het hele grondgebied van de EU op dezelfde wijze te garanderen; het feit dat detentie van asielzoekers altijd pas in laatste instantie mag plaatsvinden en naar behoren moet worden gerechtvaardigd; de noodzaak om tot een betere verdeling van de asielaanvragen te komen, omdat het huidige systeem tot buitenproportionele lasten leiden voor de lidstaten die aan de buitengrenzen van de EU liggen; de noodzaak om maatregelen te nemen tegen lidstaten die geen doorwrocht en eerlijk onderzoek van deze aanvragen waarborgen; en tot slot het belang van gezinshereniging en een bredere definitie van het begrip “familielid”, dat alle naaste familie moet omvatten.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) De grote winst van de buitengewone vergadering van de Europese Raad van vandaag is de eenheid van de lidstaten.

We moeten voorkomen dat we weer in een Koude Oorlog terecht komen. De Russische Federatie moet een eenduidig signaal van de EU krijgen: de Russen moeten de soevereiniteit en de territoriale integriteit van landen respecteren, hun troepen terugtrekken uit de gebieden met bevroren conflicten door de bepalingen van internationale overeenkomsten en verdragen die ze hebben ondertekend na te leven, en ze moeten hun buitenlands beleid niet baseren op hun hoedanigheid van energieleverancier.

Deze eenheid van de lidstaten moet ook zichtbaar worden in de toekomstige acties van de Unie: een gemeenschappelijk energiebeleid op basis van nieuwe routes voor het vervoer om gebruik te maken van meer bronnen dan de huidige, de ontwikkeling van een beleid voor het Zwarte Zeegebied om het geostrategische belang en het belang voor de veiligheid van deze regio te vergroten, evenals actieve betrokkenheid bij en bevordering van nieuwe mechanismen voor het oplossen van bevroren conflicten in de regio.

In dit verband is de herziening van het nabuurschapsbeleid absoluut noodzakelijk. Landen als Oekraïne, Moldavië, Georgië of Azerbeidzjan moeten versneld komen te vallen onder een samenhangend mechanisme dat in de toekomst, als ze aan de voorwaarden voldoen, kan leiden tot toetreding tot de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Péter Olajos (PPE-DE), schriftelijk. (HU) Georgië – de illusie van vrijheid?

We weten allemaal dat de oorlog tussen Georgië en Rusland niet over Georgië gaat. Mijn collega-afgevaardigden weten, en de staatshoofden en regeringsleiders die vandaag in Brussel bijeen zijn gekomen weten, dat ze over mogelijke sancties praten.

Terwijl wij hard werkten aan een steeds nauwere integratie van de Europese Unie, kwam het Georgisch-Russische conflict als een donderslag bij heldere hemel om ons eraan te herinneren dat zelfs in de eenentwintigste eeuw besluiten worden afgedwongen met geweld.

De komende zeven jaar zal Rusland mogelijk 190 miljard dollar uitgeven aan wapens en aan de ontwikkeling van zijn leger. Rusland zal niet bang zijn om zijn met behulp van de olie- en gasopbrengsten gemoderniseerde leger in te zetten – dat heeft augustus 2008 bewezen.

Als Hongaar die ooit gedwongen inwoner van het Russische rijk was, is het bijzonder moeilijk voor mij om deze conclusie te trekken. De Russische dreiging is reëel en heeft zich al vastgezet in ons dagelijkse bewustzijn, niet alleen door de energieprijzen, maar ook door het beeld van oprukkende tanks in Georgië.

Tegelijkertijd vertrouw ik erop dat mijn collega’s en de deelnemers aan de Europese Top goed beseffen dat het ons huidige conflict met Rusland niet draait om vrede in Georgië, Oekraïne of West-Europa. We kunnen het kader scheppen voor een toekomstige dialoog door middel van een gemeenschappelijke, resolute reactie van de Unie – of we zullen een al te zelfverzekerd Russisch buitenlands beleid als bedpartner krijgen.

De lidstaten van de Unie die twintig jaar geleden nog onder de Sovjet-onderdrukking leden, weten wat dit gevaar inhoudt, in welke ideologische vermomming het zich ook moge aandienen. De leiders van de nieuwe lidstaten hebben daarom de morele verantwoordelijkheid om hun kiezers te beschermen tegen de toenemende dreiging van buiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Toomas Savi (ALDE), schriftelijk. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Russische agressie tegen Georgië heeft ertoe geleid dat de wereldbevolking vraagtekens is gaan zetten bij het besluit van het Internationaal Olympisch Comité om Sotsji, Rusland, het recht te geven om in 2014 de Olympische Winterspelen te organiseren. Sotsji ligt aan de kust van de Zwarte Zee, op ongeveer dertig kilometer van de grens tussen de Russische Federatie en Abchazië, en daardoor in de onmiddellijke nabijheid van een conflictgebied.

Maar er is nog een ander aspect dat me zorgen baart. Net als in Peking zullen voor de bouw van de Olympische faciliteiten huizen worden gesloopt. Zo wordt door de lopende werkzaamheden een heel dorp van de kaart geveegd. Het betreft het dorp Eesti-Aiake, wat “Estse tuinen” betekent. Het is 120 jaar geleden gesticht door 36 Estse families, die vanuit de Kaukasus-regio naar tsaristische Rusland migreerden en daar land kregen toegewezen.

De Russische autoriteiten zijn tribunes aan het bouwen, die alleen zijn bedoeld voor gebruik gedurende de veertien dagen dat de Olympische Winterspelen duren, in het oudste gedeelte van het dorp. De compensatie die aan de families zal worden betaald is naar verluid lager dan de marktwaarde van de grond.

Dergelijke schandelijke acties maken inbreuk op het natuurlijke recht op eigendom en moeten derhalve worden veroordeeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) De Georgische president, Michail Saakashvili, die door de oppositie wordt beschuldigd van grootschalige verkiezingsfraude en wijdverspreide corruptie, heeft zich tot deze positie weten op te werken door het extreme Georgische nationalisme op te stoken en de belofte te doen dat Zuid-Ossetië en Abchazië, die sympathiek tegenover Rusland staan, Georgisch zouden worden gemaakt.

De Verenigde Staten van Amerika zijn Georgië’s beste bondgenoot geweest, maar Israël is ook niet slecht geweest voor Georgië. De Verenigde Staten hebben 130 tot 170 militaire trainers naar het land gestuurd, Israël meer dan honderd. Iike Tomer, een codenaam, was een soldaat van een elite-eenheid van het Israëlische leger die als trainer werd ingehuurd door Defensive Shield, een bedrijf dat militaire diensten verkoopt en dat wordt geleid door generaal Gal Hirsch, de antiheld in de oorlog die Israël verloor van Libanon. Hij zei dit: “Naar Israëlische maatstaven hadden de soldaten een capaciteit van vrijwel nul en waren de officieren middelmatig. Het was duidelijk dat het onlogisch was om een oorlog te beginnen.” Een offensief dat onlogisch en onverstandig was leidde tot de totale nederlaag van Saakashvili’s leger van clowns.

De soldaten lieten hun zware wapens achter, zodat die in handen van de Russische troepen vielen, en vluchtten in totale chaos naar Tbilisi. Dit soort heldendaden verdienen geen steun van het Europees Parlement. Steun is er van wel van de Amerikaanse neoconservatieve Georgië-lobby, die wordt geleid door Randy Scheunemann, buitenlandadviseur van presidentskandidaat John McCain. Hij wordt door zowel McCain als Saakashvili betaald en heeft in de afgelopen achttien maanden 290 000 dollar aan vergoedingen van Georgië ontvangen. Ik ben het er echter mee eens dat de Russen te drastisch hebben gereageerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sógor (PPE-DE), schriftelijk. (HU) Volgens sommige mensen begon de crisis in de Kaukasus in 2005 met de toespraak van president Bush in Riga, toen hij zei dat er een nieuw Jalta nodig was. Hij had ook “Verdrag van Trianon” kunnen zeggen, omdat de ellende van veel kleine volken en landen niet is begonnen met de Tweede Wereldoorlog, maar met het vredesverdrag van Trianon, dat een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. De aanbeveling van de toenmalige president Wilson met betrekking tot de zelfbeschikking van de volkeren is slechts een droom gebleken.

Vandaag wordt er gesproken, in verband met de crisis in de Kaukasus, over de belangen van de grootmachten, over olie en over oorlog. Maar er wordt erg weinig gezegd over het recht op zelfbeschikking van de mensen die daar wonen. De belangrijkste taak van de EU in dit soort conflictsituaties is wellicht om het goede voorbeeld te geven. Van de lidstaten van de EU hebben er elf een of andere vorm van autonomie aan minderheden verleend. Dat is 41 procent van de lidstaten.

Het doel is een exemplarisch beleid inzake nationale minderheden in elke EU-lidstaat: niet in 41 procent van de lidstaten, maar in honderd procent! Een Europese Unie met een exemplarisch beleid inzake nationale minderheden kan bovendien veel effectiever optreden in de Kaukasus.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Strož (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) Vanaf het begin van de discussie over de erkenning van Kosovo’s onafhankelijkheid hebben wij gewaarschuwd dat een dergelijke stap zou leiden tot een spiraal van gebeurtenissen waarvan de negatieve gevolgen uitsluitend kunnen worden voorgesteld met nauwelijks te voorspellen uitkomsten.

Zelfs in het Tsjechische parlement heeft de CPBM verklaard het oneens te zijn met de erkenning van Kosovo door de Tsjechische Republiek. Degenen die met vuur spelen, mogen niet verrast zijn dat ergens anders op de aarde vingers worden gebrand, vooral als hun partner zo’n problematische figuur is als president Mikhail Saakashvili.

De oplossing van de huidige situatie ligt in de naleving van het internationaal recht, hetgeen vooral belangrijk is voor zo’n klein land als de Tsjechische Republiek met haar historische ervaring. Het door bepaalde beleidsdaden oproepen van ieder soort fobie is in deze situatie eenvoudigweg verkeerd en gevaarlijk.

De reactie van sommige NAVO-landen en de veranderingen van de betrekkingen met Rusland moeten in relatie worden gezien met bijvoorbeeld Ruslands aandeel in de strijd tegen internationaal terrorisme en bijvoorbeeld ook met het feit dat zeventig procent van de benodigde voorraden voor het expeditieleger in Afghanistan over het grondgebied van de Russische Federatie wordt vervoerd. Op het hoofdkwartier van de NAVO is men zich duidelijk bewust van dit feit.

De situatie wordt niet opgelost door ferme taal en gebaren, maar door rationele onderhandelingen rond de tafel.

 
  
MPphoto
 
 

  József Szájer (PPE-DE), schriftelijk. (HU) Het is veertig jaar geleden dat de troepen van de Warschaupactlanden Tsjecho-Slowakije binnenvielen en de regering omverwierpen die zichzelf tot taak had gesteld het communistisch dictatorschap democratisch te maken. Helaas vervulde het socialistische Hongarije, samen met de andere Sovjetsatellietlanden ook een schandelijke rol in de operatie en diende daarmee het rauwe, imperialistische despotisme van Moskou. Wij vragen de Slowaakse en Tsjechische volkeren dit ons te willen vergeven.

Voor ons Hongaren is dit extra pijnlijk, aangezien twaalf jaar daarvoor, in 1956, de Sovjettroepen op gelijke wijze de Hongaarse revolutie in bloed smoorden. Door de Praagse Lente te vermorzelen, gaf Moskou het signaal af dat het alles kon doen wat het wilde binnen zijn invloedssfeer, die het aan het eind van de Tweede Wereldoorlog van Europa had gestolen, en dat er geen grenzen waren aan de imperialistische schaamteloosheid en hypocrisie van Sovjet-Rusland.

Slechts een mogelijk instrument is hiertegen bestand: de vaste, resolute verdediging van de mensenrechten van de burgers en van de beginselen van democratie en nationale soevereiniteit, en maatregelen tegen agressie. Dit is noodzakelijk opdat het democratisch Europa vandaag nog steeds een duidelijke boodschap heeft!

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Ik ben van mening dat we grote voorzichtigheid moeten betrachten bij de beoordeling van het conflict tussen Rusland en Georgië.

Er bestaat geen twijfel over dat Rusland de beginselen van het internationaal recht schond toen het land het grondgebied van Georgië binnentrok. Ik veroordeel krachtig een dergelijke onevenredige reactie van de zijde van Rusland. We moeten echter niet vergeten dat ook Georgië schuld treft, omdat het de militaire actie is begonnen. Je toevlucht nemen tot zo’n actie kan nooit een oplossing zijn voor een geschil.

Er is een beroep gedaan op de Europese Unie om de zeer belangrijke rol van bemiddelaar in deze situatie te vervullen. Ik ben van mening dat de Unie er goed aan deed de Russische erkenning van de onafhankelijkheid van Zuid-Ossetië en Abchazië te veroordelen. De soevereiniteit van Georgië en zijn territoriale integriteit moet worden geëerbiedigd.

Gezien de huidige situatie is het naar mijn mening voor de Europese Unie van belang een vredesmissie en waarnemers naar Zuid-Ossetië te zenden.

De huidige situatie toont de noodzaak van een steeds nauwere samenwerking met de landen aan de Zwarte Zee.

Ik stemde vóór de gezamenlijke ontwerpresolutie over de situatie in Georgië.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Zlotea (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik ben van mening dat het heel belangrijk is dat Europa op dit gevoelige moment laat zien dat het verenigd is en een eensluidend standpunt steunt met betrekking tot het conflict in Georgië.

We moeten niettemin doorgaan met het bieden van bijstand en hulp bij de wederopbouw van de getroffen gebieden in Georgië, met het steunen van vertrouwenwekkende maatregelen en ook met de ontwikkeling van regionale samenwerking. Tegelijkertijd is het noodzakelijk dat Europa de ontwikkeling van de Europese energieprojecten (zoals Nabucco şi P8) versnelt.

Zelfs als de meeste aandacht naar Georgië gaat, moeten we rekening houden met de geografische situatie van Azerbeidzjan. Ik ben dan ook van mening dat we een EU- Azerbeidzjan partnerschap moeten vestigen voor steun en continuering van de energieprojecten van de EU.

Ik wil benadrukken dat de regeling van bevroren conflicten in het Zwarte Zeegebied alleen kan worden bereikt binnen de grenzen van en gebaseerd op het internationale recht, met in achtneming van de territoriale integriteit van de landen en hun soevereiniteit over het gehele grondgebied, alsmede met in achtneming van het beginsel van onschendbaarheid van landsgrenzen.

Ik steun het standpunt van de Raad op grond waarvan de Europese Unie bereid is te handelen, met inbegrip van een aanwezigheid ter plaatse, om alle inspanningen te steunen die leiden tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict in Georgië. Ik ben van mening dat we alleen door een dialoog en onderhandelingen de gewenste resultaten kunnen bereiken.

 

21. Evaluatie van het Dublin-systeem (voorzetting van het debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat over het verslag van mevrouw Lambert over de evaluatie van het Dublin-systeem wordt voortgezet.

 
  
MPphoto
 

  Inger Segelström (PSE). (SV) Mijnheer de Voorzitter, dit is een reusachtige verandering van onderwerp, maar als we de crisis in Georgië niet oplossen, hebben we een nog beter asiel- en vluchtelingenbeleid in Europa nodig.

Ik bedank mevrouw Lambert voor haar zeer gedegen verslag. De amendementen van mevrouw Roure en mevrouw Lefrançois steun ik ook. Het Dublin-systeem en de keuze van het eerste land van binnenkomst voor mensen die de EU binnenkomen, moet echt worden geëvalueerd, vooral voor wat betreft de problemen van de landen die vluchtelingen ontvangen. Ik denk hierbij aan de Mediterrane landen, maar ook aan Zweden dat het Europese land is dat het grootste aantal vluchtelingen uit Irak heeft geaccepteerd. De EU moet een grotere gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen anders is de Dublin-verordening zonder betekenis.

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft een jaar geleden een oriëntatiebezoek aan het Middellandse Zeegebied gebracht. De situatie was ontstellend! Er kwam geen verbetering in toen Zweden vluchtelingen en asielzoekers ging terugzenden naar Griekenland, dat al enige tijd zwaar overbelast werd. Vervolgens nam de fractie van de Europese Volkspartij en Europese democraten in het Europees Parlement over de terugkeer van illegale immigranten een richtlijn met inhumane regels aan, zoals deportatie na een wachttijd tot achttien maanden, hetgeen vooral voor kinderen heel zwaar is. Een gemeenschappelijk Europees asiel- en vluchtelingenbeleid is noodzakelijk, maar ik vind dat dit de verkeerde kant opgaat en ik ben daarover bezorgd. Het verontrust mij dat we niet toelaten en niet bereid zijn meer aandacht aan kinderen te schenken.

Maar er is een ding waar we aandacht aan hebben geschonken en dat is hetgeen commissaris Barrot vandaag zei over een tijdelijke opschorting. Als Zweed maak ik graag van de gelegenheid gebruik om de aandacht te vestigen op de gemeente Södertälje, ten zuiden van Stockholm. Södertälje heeft meer vluchtelingen uit Irak opgenomen dan de Verenigde Staten en Canada samen! Naar mijn mening moet Södertälje worden opgenomen in het onderzoek waarnaar de commissaris verwees. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dit debat is onmiskenbaar heel belangrijk. Het werd onderbroken, maar dat kan gebeuren. Ik ben ieder geval ervan overtuigd dat het toerusten van Europa met een werkelijk geharmoniseerd asielrecht een uitstekend antwoord zal zijn op de problemen die in het vorige debat werden genoemd.

Ik zal kort op bepaalde toespraken ingaan. Het is waar dat het huidige systeem niet “rechtvaardig” is in die zin dat asielzoekers, afhankelijk van de lidstaat tot wie zij zich wenden, niet altijd hetzelfde antwoord krijgen. Mevrouw, u onderstreept terecht dat bepaalde landen veel ontvankelijker en genereuzer zijn dan andere. Daarom hebben we deze harmonisatie nodig. We moeten ook over een aantal punten van zorg nadenken, zoals het probleem van minderjarigen zonder begeleiding. We moeten het probleem van de detentie van asielzoekers onderzoeken. Het is evident dat we dit moeten doen binnen het kader van een herziening van deze teksten, niet om noodzakelijkerwijs verder van het Dublin-systeem af te wijken, maar ter verbetering van dit Europees antwoord op asielzoekers.

We moeten trouw blijven aan de Europese traditie van een democratisch en humanistisch welkom. Daarom, mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hebben wij dit debat als zeer nuttig ervaren. Het verschaft ons absoluut stof tot nadenken. Natuurlijk kom ik terug naar het Parlement om de teksten te presenteren die we nu gaan opstellen tegen de achtergrond van de uitstekende opmerkingen die in dit debat zijn gemaakt.

Ik bedank daarom het Parlement en u, mijnheer de Voorzitter, heel hartelijk en ik hoop aan het eind van dit jaar bij u terug te komen met ontwerpteksten die ons in staat zullen stellen de situatie met betrekking tot het asielrecht in Europa aanzienlijk te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik bied de commissaris opnieuw mijn verontschuldigingen aan voor de onderbreking van dit debat. Helaas werden de prioriteiten op een zodanige manier gesteld dat we gedwongen waren af te wijken van de normale procedure en dit debat moesten onderbreken.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, rapporteur.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank ook de commissaris voor wat hij zojuist heeft gezegd en voor zijn toezeggingen. Ik vind dat het duidelijk is, gelet op wat er vanavond van alle zijden van het Huis is gezegd, dat er niet alleen behoefte bestaat aan een efficiënt en hooggekwalificeerd systeem dat is gebaseerd op gezamenlijke verantwoordelijkheid, maar zoals mijn collega mevrouw Segelström heeft gezegd, dat er sprake moet zijn van een gezamenlijke verantwoordelijkheid, want anders is het systeem zinloos.

Ik vind dat de Raad ook moet horen dat de boodschap heel, heel duidelijk is, omdat de Raad staat voor de regeringen die verantwoordelijk zijn voor het vervullen van hun verplichtingen. Het is waar dat sommige lidstaten, zoals Zweden, zeer goed aan hun verplichtingen voldoen. Andere doen dat niet. Dit betekent dat de maatregelen die de Commissie kan nemen om hen daarin te steunen – zoals de inzet van de UNHCR, en de gedachte van het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken – heel belangrijk worden, mits ze adequaat van middelen worden voorzien. Dat is ook iets waarvan ik vind dat ieder van ons die betrokken is bij de begroting over moet nadenken.

Namens mijn collega, de heer Busuttil, wil ik echter zeggen dat sommigen van ons ervan overtuigd blijven dat de druk op bepaalde lidstaten eerder tijdelijk dan systematisch van aard is. Daarom zullen de te geven antwoorden systematischer moeten zijn, tenzij we natuurlijk een snelle verandering in de situatie van de wereld met gevolgen voor de vluchtelingenstromen voorzien. Nogmaals bedank ik de commissaris en mijn collega’s voor hun hartelijke woorden. We zullen zien wat we kunnen doen om de boodschap bij de Raad verder te brengen, en we kijken belangstellend uit naar de voorstellen van de Commissie later dit jaar.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt op dinsdag plaats.

 

22. Gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees verbintenissenrecht (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over de mondelinge vraag aan de Commissie van de heer Lehne, namens de Commissie juridische zaken, over het gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees verbintenissenrecht (O-0072/2008 - B6-0456/2008).

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Mayer, rapporteur voor advies. (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, met het ontwerp voor een gemeenschappelijk referentiekader (DCFR) heeft het werk aan het Europees burgerlijk recht gebracht tot het punt waarop een beslissing noodzakelijk is. Het is natuurlijk een ontwerp van rechtsgeleerden dat nog in een politiek debat moet worden besproken. Het doel van dit debat een brede politieke discussie over de toekomst van het Europees privaatrecht op gang te brengen. Het Europees Parlement wil alle belanghebbenden in dit debat betrekken, maar om dat te bereiken moeten we ervoor zorgen dat het academisch ontwerp, dat op het ogenblik alleen in het Engels beschikbaar is, ook in andere officiële talen wordt opgesteld.

Commissaris, het daarvoor bestemde fonds voor vertaling is voor 2008 nog niet verbruikt. We hebben deze vertalingen nodig voor een geschikte Europa-brede dialoog over de toekomst van het Europees burgerlijk recht. Het is niet genoeg om alleen het aangekondigde document van de Commissie te vertalen, hoewel dit uiteraard wel nodig is. De Commissie is intern aan een selectie begonnen, waarbij wordt getracht de regels van het academisch referentiekader uit te filteren en te selecteren wat er in het document van de Commissie moet worden opgenomen.

We juichen het toe dat alle betrokken directoraten-generaal aan deze selectie deelnemen. Ik wil echter benadrukken dat het project “Europees verbintenissenrecht” moet worden geleid door het DG justitie en binnenlandse zaken, omdat het referentiekader niet alleen betrekking heeft op consumentenrecht. Het is ook bedoeld voor het midden- en kleinbedrijf om vorm te geven aan hun grensoverschrijdende contracten met andere zakenpartners die geen consumenten zijn.

Juist omdat het gemeenschappelijk referentiekader ook rekening moet houden met het midden- en kleinbedrijf heeft de Commissie in de afgelopen maanden workshops gehouden over bepaalde probleemgebieden in de interzakelijke arena. Met de uitkomsten van deze workshops dient ook in het komende document van de Commissie rekening te worden gehouden.

In de resolutie stellen we ook dat de eindversie van het academische referentiekader een instrumentele rol kan spelen; in feite gebeurt dit al, eenvoudigweg door haar publicatie. De communautaire wetgever moet ervoor zorgen dat rechtsvorderingen op het terrein van het burgerlijk recht van de gemeenschap in de toekomst worden gebaseerd op het gemeenschappelijk referentiekader .

Dit kader kan in een volgend stadium worden omgezet in een facultatief instrument; de partijen zijn dan in staat om een alternatief systeem van burgerlijk recht te kiezen voor het regelen van hun rechtsverhouding. Dat is een stap die moet worden genomen om problemen op te lossen die in de sfeer van de interne markt duidelijk nog aanwezig zijn.

Voor het stimuleren van het rechtsverkeer in de interne markt moet een facultatief instrument echter verdergaan dan het algemene overeenkomstenrecht. Zo zullen er naast de regels over het afsluiten van koopovereenkomsten ook regels moeten zijn over eigendomsoverdracht en het ontbinden van de overdracht van activa zonder behoorlijke wettelijke grondslag, met andere woorden, het verbintenissenrecht.

Het Parlement is er vooral op gespitst dat het wordt geraadpleegd en door de Commissie voortdurend bij de selectie wordt betrokken. We zullen ongetwijfeld moeten nadenken over de wijze waarop in de toekomst het belang van dit project kan worden versterkt, vooral in de Commissie juridische zaken Maar de Commissie moet nu beginnen na te denken over de aard van de instrumenten die we nodig hebben om te zorgen dat het nieuwe document van Commissie rekening met toekomstige ontwikkelingen kan houden. Bij de huidige selectie moet de Commissie al in de planfase gaan nadenken over de veranderingen die een rol spelen in de definitieve versie van het academisch referentiekader.

Dit alles laat zien dat dit gemeenschappelijk referentiekader ons naar een nieuw terrein voert in het Europees verbintenissenrecht. Het Europees Parlement, de Commissie en de Raad moeten zich duidelijk committeren aan dit project, dat waarschijnlijk het belangrijkste initiatief voor de komende Parlementaire zittingsperiode zal zijn. Het is een project dat voor iedereen gunstig is: voor consumenten, omdat zij spoedig in staat zullen zijn om in heel Europa te winkelen onder de bescherming van het Europees verbintenissenrecht, en voor bedrijven omdat zij met deze grotere wettelijke zekerheid in staat zijn om nieuwe markten aan te boren. Vanwege een uniform pakket aan regels kunnen de bedrijven substantiële kostenbesparingen realiseren.

 
  
MPphoto
 

  Meglena Kuneva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de hele Commissie verwelkomt van ganser harte de belangstelling die het Parlement toont voor het gemeenschappelijk referentiekader. Dit referentiekader is een langetermijnproject om de kwaliteit en de coherentie van EU-wetgeving te verbeteren.

Ik zal uw vragen in dit verband beantwoorden. Allereerst merk ik op dat de Commissie zeker van plan is ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijk referentiekader zal worden vertaald, zodat dit kan worden besproken en toegepast om de kwaliteit van de EU-wetgeving inzake overeenkomsten te verbeteren en voor meer coherentie te zorgen.

Maar deze redenering is niet van toepassing op het academisch voorontwerp. Het algemene referentiekader van de Commissie zal waarschijnlijk aanzienlijk korter zijn dan het academisch ontwerp. Gezien de reusachtige hoeveelheid werk die al nodig zal zijn om het gemeenschappelijk referentiekader te vertalen, is het niet zinvol om de kostbare middelen voor vertalingen te gebruiken voor het vertalen van delen van een academisch ontwerp die niet relevant zijn voor de doelen van het gemeenschappelijk referentiekader.

De Commissie is momenteel op basis van haar beleidsdoelstellingen bezig met het selecteren van die delen van het academisch referentiekader die relevant zijn voor het referentiekader van de Commissie. Alle betrokken DG’s doen mee aan deze selectie op de terreinen waarop zij bevoegd zijn, met inbegrip natuurlijk van het directoraat-generaal Justitie en binnenlandse zaken. De uiteindelijke selectie wordt voorgelegd tijdens de raadplegingsprocedure van de andere instellingen waaronder het Parlement en belanghebbenden.

De Commissie zal ervoor zorgdragen dat in het gemeenschappelijk referentiekader rekening wordt gehouden met de uitkomsten van de workshops die in 2007 werden georganiseerd.

Dit kader is door de Commissie altijd beschouwd als een instrument voor het maken van betere wetgeving. Het gemeenschappelijk referentiekader moet een reeks definities, algemene beginselen en modelbepalingen op het gebied van overeenkomsten bevatten. De Commissie heeft nog niet besloten welke onderwerpen van het verbintenissenrecht door genoemd kader worden bestreken.

Bij de besluitvorming over het gemeenschappelijk referentiekader zal de Commissie rekening houden met de standpunten van het Parlement en de Raad.

Zoals ik al eerder heb vermeld, zal de Commissie naar alle waarschijnlijkheid het huidig academisch ontwerp inkorten. Daarnaast zal het waarschijnlijk nodig zijn de resterende tekst voor beleidsdoeleinden aan te passen. Hoewel het prematuur is om zoiets te zeggen, is het waarschijnlijk dat het algemeen referentiekader een niet bindend wetgevingsinstrument zal worden.

De Commissie begrijpt volkomen dat het Parlement op de hoogte wil blijven van en betrokken wil blijven bij de verdere werkzaamheden aan het gemeenschappelijk referentiekader. We zijn blij met de betrokkenheid van het Parlement in dit proces en we rekenen ook sterk op deze betrokkenheid. De Commissie zal het Parlement op de meest aangewezen wijze blijven informeren over de ontwikkelingen, in het bijzonder via de Parlementaire werkgroep die zich bezighoudt met het gemeenschappelijk referentiekader. Zij zal het Parlement en alle belanghebbenden consulteren over de resultaten van haar voorlopige selectie.

Zodra de Commissie het gemeenschappelijk referentiekader heeft voltooid, zal zij beslissen over de behoefte om dit kader actueel te houden en over de best mogelijke wijze om dit te doen.

Ik besluit met u te danken voor de Parlementaire steun voor het werk van de Commissie in dit belangrijke dossier.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Toubon, namens de PPE-DE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, onze collega, de heer Meyer heeft de uitdagingen van deze kwestie goed aangegeven. Ik wil tegen de commissaris zeggen dat ik uw technisch antwoord over de vertalingen begrijp, maar dat hetgeen de heer Meyer over dit onderwerp sprak beslist het echte vraagstuk betreft: hoe komt men van een universitair product tot een politiek besluit en regelgeving? Ik ben van mening dat het heel wezenlijk is dat iedereen dit begrijpt, omdat dit ontwerp van een gemeenschappelijk referentiekader dat eind vorig jaar aan u werd gepresenteerd in relatie moet worden gezien tot al het werk dat aan dit onderwerp is besteed en niet alleen aan het ontwerp dat aan u werd voorgelegd. Zo is het duidelijk dat een keuze moet worden gemaakt tussen het verbintenissenrecht en het overeenkomstenrecht. Er zijn verscheidene denkrichtingen hierover, maar dit is de keuze die we moeten maken, en om dat te doen, moeten er natuurlijk verscheidene voorstellen op tafel liggen. Bovendien, zal de inhoud van het gemeenschappelijk referentiekader worden beperkt en daardoor bindend zijn of is deze algemeen en daardoor veel meer indicatief?

Als gevolg hiervan hebben we behoefte aan een heleboel informatie en het is natuurlijk van belang dat het Parlement zijn werk kan doen, en dat het dit in een zeer vroeg stadium kan doen. Ik wil besluiten met dit zeer praktische punt: het is zeer belangrijk dat veel Parlementsleden deelnemen aan de hoorzitting die de Commissie begin oktober met experts wil organiseren en aan de conferentie die het Franse voorzitterschap van de Europese Unie op 23 en 24 oktober in Parijs zal houden. Dit onderwerp verdient een open en transparant debat dat niet beperkt blijft tot de deskundigen, maar iedereen erbij betrekt die verantwoordelijk is voor politieke besluiten.

 
  
MPphoto
 

  Manuel Medina Ortega, namens de PSE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met de opmerkingen van de heer Toubon, met name dat de activiteiten van de academische groep met betrekking tot het gemeenschappelijk referentiekader zeer waardevol en belangrijk zijn. Maar op welke manier komen we van dit academisch werk tot politieke voorstellen? Het antwoord is misschien gebaseerd op het gebruik van één taal en mogelijk slechts een theoretische richting.

Commissaris, ik heb waardering voor de verrichte interne werkzaamheden en ik ben van mening dat we moeten doorgaan naar de volgende fase waarin het Parlement en de betreffende sectoren worden betrokken, niet alleen grote bedrijven, maar ook kleine bedrijven, vakbonden en andere economische spelers.

De PSE-Fractie heeft een amendement ingediend om de medewerking aan dit project in een vroeg stadium te vergroten. Daarbij hebben we natuurlijk een vertaling van de tekst nodig, al is het maar een samenvatting van de tekst. Deze tekst kan vervolgens de basis vormen van een keuze-element, maar hiertoe moeten we eerst bepalen wat de inhoud is.

Samengevat, dit debat moet dienen om de Europese burgers erover te informeren dat de Commissie aan een project werkt. Maar de Commissie, die slechts een van de Europese instellingen is, kan dit project niet voor zichzelf houden. Het is nu tijd voor de Commissie om deze kennis te delen met het Europees Parlement en met het grote publiek. Ik herhaal: vakbonden, grote bedrijven, kleine bedrijven, andere functionarissen in de economische sector en het grote publiek.

Regeling van het kader inzake overeenkomsten beïnvloedt alle Europese burgers en het ontwerp van een mogelijk wetboek van materieel recht zou vereisen dat het grootst mogelijk aantal sectoren daarbij wordt betrokken. Zonder een vertaling in alle talen van de Europese Unie zou dat onmogelijk lijken. Dat zou ook onmogelijk zijn zonder grotere medewerking van andere sectoren.

 
  
MPphoto
 

  Diana Wallis, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de commissaris heeft op enkele vragen van mijn collega’s geantwoord. Dit project is echter van groot belang voor al onze instellingen en we komen nu bij beleidsonderwerpen en de belangrijke vraagstukken betreffende de democratische legitimatie van het scheppen van een gemeenschappelijk referentiekader. Er heeft al veel consultatie plaatsgevonden met veel werkgroepen en veel groepen belanghebbenden, van wie we veel kunnen leren, maar nu is het tijd voor besluitvorming en hebben we een procedure nodig die open, veelomvattend en coherent is.

De Commissie verricht terecht een selectie voordat ze een witboek presenteert. Die procedure moet echter zo veelomvattend mogelijk zijn en we zijn uiteraard bezorgd over de gebruikte talen, aangezien als dit een hoofdmoot aan wetgeving betreft, die in alle talen beschikbaar zou moeten zijn. Kan het Parlement een garantie krijgen dat het in het stadium van het witboek nog steeds mogelijk zal zijn om de selectie te veranderen als het dit aangewezen acht?

Dit is de kern van de zaak waarvoor we staan. Vormt het witboek de start van een wetgevingsprocedure of iets dat erop lijkt, of hebben we voortaan te maken met een afzonderlijke wetgevingsprocedure waarbij we steeds opnieuw kijken naar iets dat te maken heeft met verbintenissenrecht? Het komt neer op de vraag of het bindend of niet-bindend zal zijn. De Raad lijkt te denken dat het niet-bindend en vrijwillig moet zijn. Als dat geval is, is het aanvechtbaar of we überhaupt behoefte hebben aan een selectieprocedure. U kunt alles openlaten en het politieke debat op iedere moment in de toekomst voeren wanneer een kwestie van verbintenissenrecht in een wetgevingsvoorstel opduikt. Anderzijds, als we nu iets bindends in het leven roepen – wat zoals bekend het Parlement verkiest in de vorm van een facultatief instrument – moeten we nu een serieus, breed politiek debat voeren over inhoud en reikwijdte dat ons brengt tot de volgende reeks vragen over een wettelijke basis en betrokkenheid van het Parlement die iets verder reikt dan slechts te worden geraadpleegd.

 
  
MPphoto
 

  Ieke van den Burg (PSE). (NL) Voorzitter, ik sluit mij ook aan bij de vorige sprekers en wil met name twee punten naar voren halen. Een is hoe we garanderen dat er echt een alomvattend en democratisch proces is van consultatie waarbij niet alleen dit Parlement, maar ook nationale parlementen een rol spelen en waarin alle betrokken partijen geconsulteerd kunnen worden. Ik maak me met name zorgen of dat wel evenwichtig gebeurt en of bijvoorbeeld consumentenorganisaties, organisaties van het midden- en kleinbedrijf en vakbonden en andere in staat zullen zijn om de expertise in huis te halen en te betalen om ook echt een rol te spelen in dat consultatieproces.

De Commissie heeft een verantwoordelijkheid op dat punt en ik zou dus de Commissie willen vragen hoe zij dat wil ondersteunen. Ik wil het Parlement vragen om een amendement dat we daarover indienen, te ondersteunen.

Het andere punt betreft de breedheid van de selectie. Ik vraag me af of we inderdaad nu al een voorschot daarop moeten nemen door in paragraaf 12 al een aantal zaken bij voorbaat uit te sluiten. Het is logischer nu die zaken open te houden.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Schwab (PPE-DE). (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik heb dit debat met grote belangstelling gevolgd, maar kreeg bij vlagen de indruk dat de diverse gezamenlijke bijeenkomsten van de Commissie juridische zaken en de commissie interne markt en consumentenbescherming feitelijk nooit hebben plaatsgevonden. Ja, mevrouw Van den Burg, we hebben gemerkt – ook onder onze collega’s in de commissies – dat het uiterst moeilijk is om tijdens de diverse bijeenkomsten de belangstelling en de expertise te vinden die vereist is voor dit belangrijke initiatief op het gebied van juridische beleidskwesties in Europa. Naar mijn mening is het niet alleen de taak voor de Commissie, maar ook voor Parlementariërs om te zorgen dat de relevante verbanden, vakbonden, werknemers en het midden- en kleinbedrijf zo vroeg mogelijk in dit debat worden betrokken.

Maar ik ben ook van mening – en ik steun volledig wat Hans-Peter Mayer op dit heeft gezegd, en Jacques Toubon stipte dit ook aan – dat deze betrokkenheid in een vroeg stadium van diverse belanghebbenden natuurlijk alleen succes kan hebben als het wettelijk fundament in alle talen beschikbaar is. Ik ben niet verrast door het antwoord van de commissaris en het terugkomen op haar standpunt dat de beschikbare academische documenten niet meer dan een technische basis zijn voor de ontwikkeling van het standpunt in het witboek. Ik wil in deze lastige procedure niettemin tegen de commissaris zeggen dat naar mijn mening het inderdaad noodzakelijk is om deze grondslagen van haar aanbevelingen in het witboek evenzeer te vertalen, aangezien dit de enige manier is om een zinvol debat te voeren. Ik ben van mening dat de resolutie daarom de goede richting aangeeft en ik wil de commissaris vragen om passende ondersteunende maatregelen te treffen.

 
  
MPphoto
 

  Meglena Kuneva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, alle opmerkingen van de geachte afgevaardigden zijn zeer goed en oordeelkundig naar voren gebracht. Ik wil benadrukken dat het een politiek besluit is om slechts delen van de academisch tekst te vertalen. Dat wil zeggen dat gebieden die niet nuttig zijn voor de doeleinden van het gemeenschappelijk referentiekader niet zullen worden vertaald. Het spijt me dat ik in herhaling val, maar het is erg belangrijk om te benadrukken dat het gemeenschappelijk referentiekader vanwege zijn aard een instrumentarium is. Het Parlement zal volledig worden betrokken in de beslissing over de vraag welke delen van de tekst zullen worden vertaald.

Ik wil u ook informeren over de bijeenkomsten die door het Franse voorzitterschap zijn geëntameerd. Het gaat om twee bijeenkomsten van de Commissie burgerlijk recht op 5 september en 3 november waarin de selectie van de hoofdstukken van het academisch ontwerp voor een gemeenschappelijk referentiekader worden besproken ten behoeve van de toekomstige Commissie CFR. Zoals u ziet, ligt er nog niets definitief vast. Parlement en Commissie kunnen volledig deelnemen en samen het werk doen. Het resultaat van deze besprekingen moeten worden aangenomen als conclusies van de Raad justitie en binnenlandse zaken in december 2008. Dat geeft ons voldoende zekerheid dat er sprake is van een brede procedure die alle belanghebbende partijen omvat. Wat betreft de opmerking van mevrouw Van den Burg, ik wil u graag verzekeren dat de raadplegingsprocedure breed en veelomvattend zal zijn.

Ik heb terugkoppeling gehad van de academici. Zij hebben aangekondigd dat ze hun ontwerp zullen vertalen. Dat betekent dat er in ieder geval Franse, Duitse en Engels versies zullen zijn. Afgezien van de inspanningen van de Commissie garandeert dit dat het project zeker in deze drie talen beschikbaar zal zijn. De Commissie heeft duidelijk belang in samenwerking met het Parlement, dat dit project zozeer ondersteunt, en met de Raad voor een passende reikwijdte met vertaalde versies van het reeds voltooide academische deel van het project.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Ik heb een ontwerpresolutie (1) ontvangen krachtens artikel 108, lid 5 van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt op woensdag plaats.

 
  

(1)Zie notulen.


23. Bepaalde kwesties in verband met motorrijtuigenverzekering (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0249/2008) van de heer Mladenov namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming over bepaalde kwesties in verband met motorrijtuigenverzekering (2007/2258(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Nickolay Mladenov, rapporteur.(EN) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, collega’s en tolken die nog zo laat in touw zijn op een belangrijke dag als vandaag waarop de Europese Raad de kwestie Georgië bespreekt. Ik hoop dat u nog wat tijd en energie hebt om aandacht te schenken aan een ander verslag dat, ondanks zijn technisch karakter, heel belangrijk is voor ons allemaal.

Het refereert aan een kwestie die in dit Huis aan de orde kwam toen de Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering werd aangenomen. Destijds besloot dit Huis aan de Commissie een grondiger onderzoek te vragen naar een aantal kwesties die door het Parlement aan de orde waren gesteld, maar die niet waren behandeld in Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering zelf. Met name ging het om deze serie vragen: ten eerste het kijken naar de vraag of nationale strafbepalingen effectief ten uitvoer worden gelegd door de Europese Unie; vervolgens het kijken op welke wijze het systeem van de schaderegelaar is opgezet onder de richtinggevende functies en of er een behoefte aan harmonisatie is in de Europese Unie; en ten slotte het kijken naar het belangrijkste en meest controversiële vraagstuk dat sterk verbonden is met vragen die door consumenten worden gesteld over de beschikbaarheid van een vrijwillige rechtsbijstandverzekering in Europa die zou moeten worden omgezet in een verplichte verzekering ter dekking van grensoverschrijdende verkeersongevallen in de Europese Unie.

Ik begin met de laatste vraag, omdat dit misschien de belangrijkste vraag is en duidelijk een van de vragen die voor de Europese consumenten voor het grootste belang is. Toen ik naar dit verslag ging kijken, was ik zeer geneigd te pleiten voor een verplichte harmonisatie en voor een verplichte rechtsbijstandverzekering voor de hele Europese Unie. Maar een uitgebreid onderzoek suggereerde dat het misschien niet in het belang van de consument is of in het belang van de Europese verzekeringsbranche.

Als het werd aangenomen, zou het de kosten van de motorrijtuigenverzekering voor consumenten in veel lidstaten verhogen. Het zou stimulansen scheppen voor het indienen van hogere en ongerechtvaardigde claims. Het zou leiden tot veel vertraging in de afhandeling van bestaande claims en het zou een zeer belangrijke prikkel wegnemen voor mensen om vorderingen in der minne te schikken.

Tot slot zou het een zeer sterke en ongelukkige last vormen voor de rechtsstelsels van onze lidstaten, iets waarvan ik meen dat niemand van ons dat werkelijk zou willen doen. Dus is de andere aanpak die het verslag voorstelt misschien de betere aanpak, die pleit voor meer bekendheid te geven aan de bestaande vrijwillige stelsels in de Europese Unie.

In veel van de oude lidstaten bestaan ze en functioneren ze heel behoorlijk. En nu worden ze in de nieuwe lidstaten ontwikkeld. In de nieuwe lidstaten moeten ze vooral wat meer worden gepropageerd, misschien door het naar voren brengen van zulke opties in de precontractuele informatie in de Europese Unie met bijzondere aandacht voor de nieuwe lidstaten.

Met betrekking tot de vraag naar het stelsel van schaderegelaars heeft de Europese Commissie een studie verricht. We hebben heel zorgvuldig naar dat onderzoek gekeken. We hebben overal in de Europese Unie de sector en consumentenorganisaties geraadpleegd. In alle lidstaten zijn informatiecentra opgericht. Via deze nationale informatiecentra kunnen consumenten hun claims instellen en de informatie krijgen die ze nodig hebben.

Wat we nu daar moeten doen, is de consumenten feitelijk meer bewust maken van het bestaande systeem in plaats van er een nieuw systeem bovenop zetten.

Tot slot, over de vraag van de nationale strafbepalingen en of we deze wel of niet harmoniseren, stelt het verslag dat we het subsidiariteitsbeginsel moeten handhaven. Dat betekent dat de bestaande nationale strafbepalingen in de Europese lidstaten gehandhaafd moeten blijven. Er is geen noodzaak om te harmoniseren. Wel is het noodzakelijk dat de Europese Commissie overal in de Europese Unie verdergaand toezicht houdt op de situatie en ervoor zorgt dat als nationale autoriteiten hulp nodig hebben, zij die hulp van de Europese Commissie ontvangen.

Dat is de essentie van het verslag waarover we vanavond debatteren.

 
  
MPphoto
 

  Meglena Kuneva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, namens mijn collega, commissaris McCreevy, feliciteer ik allereerst de Commissie interne markt en consumentenbescherming en de Commissie juridische zaken en in het bijzonder de heren Mladenov en Gargani met hun grondig en consistent verslag over een aantal specifieke kwesties met betrekking tot de motorrijtuigenverzekering.

Mijnheer Mladenov, ik ben het volledig met u eens dat dit ook een consumentenkwestie is.

De Commissie is ingenomen met uw steun voor de conclusies die we trokken in ons motorrijtuigenverzekeringverslag van 2007. Ik zal kort enkele vraagstukken uit dit verslag behandelen.

Ik begin met de nationale strafbepalingen die worden ingevoerd in de procedure van het met redenen omkleed voorstel.

De Commissie is blij met het duidelijke standpunt dat u in het verslag over deze kwestie hebt ingenomen. Uw verslag lijkt ons standpunt over deze zaak te bevestigen, namelijk dat de nationale strafbepalingen, hoewel niet gelijksoortig, het gewenste effect sorteren en daarom in dit opzicht geen harmonisatie op EU-niveau behoeven.

De Commissie blijft alert en zal zo nodig stappen ondernemen tegen die lidstaten die niet volledig voldoen aan de betreffende bepalingen van de richtlijn. Daarom zijn we ook blij met uw oproep aan de Commissie tot verdergaand toezicht op het functioneren van het instrument dat bij de EU-richtlijn over motorrijtuigenverzekering is ingevoerd. De groep experts inzake motorrijtuigenverzekering, die door mijn diensten vorig jaar is ingesteld, brengt vertegenwoordigers en belanghebbenden uit de lidstaten bij elkaar. De groep heeft bewezen voor dit doel een uiterst nuttig hulpmiddel te zijn.

Geheel volgens uw voorstel zal de Commissie consumentenorganisaties die verkeersslachtoffers vertegenwoordigen, betrekken in de beoordeling van de effectiviteit van de bestaande systemen in de lidstaten.

Ik kom op uw tweede punt, de juridische kosten, die heel belangrijk zijn voor zowel consumenten als verzekeraars.

Uw verslag weegt verscheidene voors en tegens af van een stelsel waarbij de juridische kosten in de hele EU verplicht wordt gedekt door de verzekering van de aansprakelijke partij. Zoals vermeld in het verslag van 2007 van de Commissie zijn we ervan overtuigd dat een dergelijke oplossing zeer waarschijnlijk geen duidelijke voordelen biedt aan verkeersslachtoffers; zij kan zelfs leiden tot een verstoring van goed bekend staande nationale afwikkelingsstelsels van schadeclaims. Bovendien zullen de premies waarschijnlijk worden verhoogd in die landen waar tot dusver sprake is van geen of een beperkte vergoeding van proceskosten.

Ik ben blij dat uw verslag aan deze bezwaren aandacht schenkt en dat het de voorkeur geeft aan marktgestuurde oplossingen zoals het gebruik van een vrijwillige rechtsbijstandsverzekering. Duidelijk is dat in sommige markten dit soort verzekeringsdekking nauwelijks in gebruik is en dat een betere promotie nodig is. Dat is een missie die de markt zelf moet vervullen, aangezien de Commissie geen particuliere verzekeringsproducten of bepaalde takken van de verzekeringsbranche moet promoten.

Tot slot wil ik het hebben over het vraagstuk van de bekendheid van instrumenten en mechanismen van de EU-richtlijnen over motorrijtuigen verzekering.

De Commissie is het ermee eens dat er ruimte is voor verbetering, vooral in de nieuwe lidstaten met betrekking tot de bekendheid van de burgers met de instrumenten die door de EU-richtlijnen over motorrijtuigenverzekering worden in het leven worden geroepen, zoals het systeem van schaderegelaars of het bestaan van nationale informatiecentra.

De verzekeringsbranche kan en moet een belangrijke rol op dit gebied spelen. In de behoefte aan informatie van zowel verkeersslachtoffers als automobilisten heeft de Commissie voorzien door de publicatie van een aantal folders over motorrijtuigenverzekering op de portaalsite “Uw Europa”. Op nationaal niveau bestaan veel andere informatiebronnen zoals autoclubs, motorrijtuigenverzekeringsbureaus, schaderegelaars en andere.

Ter afronding: de afgelopen jaren is het een goed gebruik geworden om regelmatig verslag te doen aan het Europees Parlement over kwestie van motorrijtuigenverzekering en ik kijk uit naar voortzetting van onze goede samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas, namens de rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, rapporteur, dames en heren, namens de voorzitter van de Commissie juridische zaken, de heer Gargani, dank ik de rapporteur voor zijn verslag en de goede samenwerking.

Er zijn drie punten in het bijzonder waarop ik wil wijzen: de belangen van de consumenten, het subsidiariteitsbeginsel en de relevantie. We zijn van mening dat overeenkomstig de belangen van de consumenten we de vrijwillige rechtsbijstandsverzekering voor de motorrijtuigenverzekering in Europa niet in een verplichte verzekering moeten omzetten.

We hoeven geen verplichte bundeling van producten of integratie van producten die alleen maar de prijs van de verzekering doet stijgen en de keuze van de consument beperkt.

Wat betreft de kwestie van subsidiariteit ben ik ingenomen met het feit dat de rapporteur niet probeert de harmonisatie tegen elke prijs door te drijven. De landen waarin enkele proceskosten al worden gedekt door de motorrijtuigenverzekering kunnen met dit type regeling doorgaan zonder dat andere landen worden gedwongen het voorbeeld te volgen.

Voor wat betreft de kwestie van relevantie herinner ik het Huis eraan dat we te maken hebben met een vraagstuk dat in numerieke eenheden slechts van zeer beperkte betekenis is. Grensoverschrijdende ongevallen vormen slechts circa een procent van de verkeersongevallen in Europa, en in de meeste van deze gevallen vindt een schikking plaats. Ik feliciteer de rapporteur met zijn verslag.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Schwab, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil beginnen met mijn collega Mladenov te bedanken voor zijn waarlijk uitstekend werk over deze zeer moeilijke kwestie. Zijn initiatiefverslag bestrijkt alle belangrijke problemen en wel op voortreffelijke wijze.

Niettemin wil ik erop wijzen dat dit verslag slechts een klein stukje van de puzzel is in aangelegenheden waarmee mensen dagelijks met de EU te maken hebben. De heer Karas heeft er terecht erop gewezen dat grensoverschrijdende ongevallen slechts een heel klein percentage uitmaken van de verkeersongevallen en dat de meeste van deze worden geschikt. Maar een belangrijk Duits weekblad publiceerde vorige week een artikel dat beschreef hoe een gewone burger een Duitse auto in Italië wilde laten registreren. Het kostte hem acht maanden voor hij besefte dat dit eenvoudigweg niet mogelijk was. Burgers die met soort problemen in individuele gevallen te maken hebben, voelen zich hoogst ongelukkig.

Daarom is dit verslag met zijn stimulans voor vrijwillige regelingen de juiste aanpak. Maar de lidstaten moeten een rol spelen bij het bepalen of harmonisatie van compensatiewetgeving in de Europese Unie op lange termijn niet een veel betere oplossing vormt die meer in het verlengde ligt van de belangen van burgers.

Hier in het Parlement en vooral in de Commissie juridische zaken hebben we verschillende keren te maken gehad met de kwestie van buitencontractuele aansprakelijkheid – in het geval Rome II bijvoorbeeld – en het is nu aan de lidstaten om te kijken naar mogelijke alternatieve oplossingen als harmonisatie van compensatiewetgeving en het accepteren van proceskosten als schadepost niet mogelijk is voor dit Huis vanwege de bevoegdheidskwestie.

Dit is een vraagstuk dat we in de toekomst moeten oplossen. Omdat dit het geval is, is het voorstel van de heer Mladenov uitstekend en verdient dit onze steun.

 
  
MPphoto
 

  Diana Wallis, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter. motorrijtuigenverzekering is een succesverhaal van dit Parlement en de lange reeks richtlijnen laat nog steeds enkele onvoltooide kwesties open – kwesties die helaas een groot aantal van onze burgers aangaat als ze hun recht op vrij verkeer overal in de Unie uitoefenen.

Het verslag van de heer Mladenov vormt een belangrijke bijdrage aan de lopende werkzaamheden. Het is duidelijk dat claims zoveel mogelijk moeten worden vereenvoudigd en dat de drie-maandentermijn moet worden gerespecteerd. Een ongevalstrauma mag niet worden verergerd door een juridisch trauma. We weten dat er sprake is van gecompliceerde kwesties zijn bij de conflictregels die het Parlement wilde oplossen in onze aanpak van de richtlijn Rome II. We krijgen nu steun van het Hof van Justitie in de uitspraak Oldenburg, waarin het Hof de Vierde richtlijn en de Brusselse verordening samen heeft geïnterpreteerd op de manier die wij beoogden en waarbij een slachtoffer een directe rechtsvordering in zijn land van verblijf mag instellen in plaats van bij de rechtbank van de verweerder. Dit zal tot meer druk geven op de noodzaak tot schikkingen. Het is een belangrijke ontwikkeling. Op korte termijn geeft dit misschien wat problemen maar, commissaris, u moet ervoor zorgen dat de lidstaten deze uitspraak en de interpretatie van het EU-recht eerbiedigen.

De volgende stap is een systeem bedenken dat voortvloeit uit de vervolgstudies van Rome II en dat ervoor zorgt dat slachtoffers volledig worden gecompenseerd overeenkomstig de situatie in hun thuisland. Het verhaal loopt door, maar de resultaten zijn evenzo verre van gering.

 
  
MPphoto
 

  Malcolm Harbour (PPE-DE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst bedank ik Nickolay Mladenov voor een zeer belangrijk en serieus stuk werk. Zijn eerste belangrijke verslag voor de Commissie interne markt en consumentenbescherming zal, naar ik hoop, de eerste van vele zijn. Het was heel nuttig dat hij met een frisse blik naar dit vraagstuk keek als vertegenwoordiger van burgers die nieuwe rechten hebben gekregen door hun lidmaatschap van de Europese Unie en die misschien verwachten dat sommige van deze kwesties beter worden aangepakt dan in het verleden.

Ik wil voortborduren op enkele punten d1e een aantal die mijn collega’s al hebben gemaakt, in het bijzonder Diana Wallis en Andrew Schwab. Diana en ik houden ons bezig op dit terrein sinds we in 1999 in het Parlement kwamen. Daarom kennen we het belang ervan. Ik denk dat de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat als het Parlement deze kwesties niet voortdurend bij de Commissie aan de orde had gesteld en had verklaard dat het stelsel van de motorrijtuigenverzekering, in het bijzonder de grensoverschrijdende aspecten daarvan voor mobiele automobilisten, hoogst onbevredigend was, wij niet zo ver zouden zijn gekomen als nu het geval is, ergens dichtbij de Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering en misschien uitkijkend naar een vijfde.

Dit laat zien dat het Parlement werkelijk kan nadenken over de belangen van burgers bij complexe grensoverschrijdende vraagstukken die pas gaan meespelen als mensen in ernstige problemen komen. Mensen kwamen met hun problemen bij ons als zij een verkeersongeval in ander land hadden en niet in staat waren compensatie te vorderen voor wat in vele gevallen ernstig of levenslang letsel is.

Ik was blij dat de commissaris, in het verlengde van haar sterke betrokkenheid met consumenten en de energie die ze in deze portefeuille stopt, deze kwestie wilde aanpakken. Maar ik zou in het bijzonder willen benadrukken wat Nikolay Mladenov in zijn verslag stelt over de noodzaak tot intensivering van het samenwerkingsniveau tussen de verzekeringsbranche, lidstaten en de Commissie om te komen tot betere resultaten op basis van bestaande regelgeving. We handelen als een pressiegroep door prikkels in het stelsel te stoppen en ik vind dat we recht hebben op wat meer steun van het Europees verzekeringswezen.

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE). (SK) Evenals mijn collega’s die aan het debat vandaag hebben deelgenomen, vind ik het verslag van Nickolay Mladenov goed getimed en zeer belangrijk voor wat betreft consumentenbescherming.

In samenhang met het grotere volume aan buitenlands reizigersverkeer, vooral na de uitbreiding van de EU en Schengen, worden veel Europeanen in het buitenland slachtoffer van een verkeersongeval en ondervinden ze door onwetendheid vaak ernstige problemen.

Voordat ze met de auto naar het buitenland gaan, moeten burgers zich van basisinformatie voorzien over de vraag hoe ze claims aanpakken. Het is van belang om goede informatiecentra te bezoeken die krachtens de Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering in iedere lidstaat moeten zijn gevestigd. Het precontractuele informatiepakket moet brede informatie voor consumenten bevatten over de wijze waarop het systeem van schaderegelaars werkt en over rechtsbijstandsverzekeringen.

Lidstaten beschikken over verschillende stelsels en nationale regelgevende organen zijn beter in staat om de hoogst mogelijke bescherming aan hun consumenten te garanderen op hun nationale markten. Om deze reden ben ik het met de rapporteur eens dat het niet noodzakelijk is om de nationale strafbepalingen op communautair niveau te harmoniseren.

 
  
MPphoto
 

  Milan Gaľa (PPE-DE). (SK) Ik beschouw het instellen van een netwerk van schaderegelaars als een voordeel van de richtlijn van 2000 over motorrijtuigenverzekering. Hun inspanningen zullen de schikking van claims van automobilisten versnellen.

Wat betreft de strafbepalingen voor vertraging in de behandeling van claims deel ik de opvatting van de rapporteur. Op grond van subsidiariteit zijn nationale regelgevende organen beter in staat om het hoogst mogelijke niveau van consumentenbescherming op hun nationale markten te bieden.

Volgens de beschikbare gegevens wordt meer dan negentig procent van alle claims minnelijk geschikt, dus in dit verband is er geen behoefte aan een initiatief van de Commissie om een verplichte rechtsbijstandsverzekering voor de hele Europese Unie in te voeren. Het zou de kosten van een verplichte motorrijtuigenverzekering doen stijgen en de rechtbanken belasten met extra geschillen die in der minne hadden kunnen worden geschikt.

De vrijwillige aard van een rechtsbijstandsverzekering moet worden behouden en de burgers in de nieuwe lidstaten moeten meer informatie krijgen over verzekeringsproducten.

 
  
MPphoto
 

  Colm Burke (PPE-DE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, als praktijkjurist heb ik te maken gehad met grensoverschrijdende claims. Het ziet er niet allemaal zo zonnig uit als misschien in het verslag wordt gesuggereerd. Hoe ik het verslag verwelkom, zijn sommige problemen die ik tegenkwam, problemen waarbij sprake is van rechtsbijstandsverzekering, maar waarbij de eisers het lastig vinden om de kosten op basis daarvan vergoed te krijgen. Deze eisers doorliepen gerechtelijke procedures doorlopen en gaven geld uit om hun vorderingen toegewezen te krijgen en moesten daarna tot de ontdekking komen dat enerzijds de verzekeraar van de verweerder die het ongeluk veroorzaakte niet de volledige kosten van de zaak betaalt, en anderzijds, dat hun eigen verzekeringsmaatschappij bij wie ze een rechtsbijstandsverzekering hadden afgesloten evenmin betaalt en voor haar verantwoordelijkheid wegloopt.

Dit is een gebied waarnaar we heel zorgvuldig moeten kijken. Ik had bijvoorbeeld een zaak waarbij we 30 000 euro voor een rapport van een forensisch accountant moesten betalen, maar we vervolgens niet de volledige kosten van dat rapport vergoed kregen. Hoewel de persoon zijn eigen verzekering had, was hij niet in staat zijn eigen verzekeringpolis in de kosten te laten bijdragen. Evenmin kon hij via die polis een schadevergoeding krijgen. Dat is een kwestie waarnaar we moeten kijken en waarvoor we adequaat toezicht moet regelen.

 
  
MPphoto
 

  Meglena Kuneva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank u nogmaals voor het zeer nuttige stuk werk dat de heer Mladenov met hulp van zijn collega’s presenteerde. Het is ook voor de Commissie zeer nuttig. Zij stelt een onderzoek in naar de hoogte van compensatie die is toegekend aan slachtoffers van verkeersongevallen over de grens. Deze kwestie werd door mevrouw Wallis en enkele andere collega’s aan de orde gesteld. We beogen uit dit onderzoek een objectieve, gefundeerde en op feiten gebaseerde analyse van deze kwestie te krijgen. Het onderzoek loopt en de Commissie bestudeert het tweede interimrapport.

De heer Harbour wees er ook op dat we zeer concreet in ons werk moeten zijn en bij deze kwestie nauw moeten samenwerken om de interne markt completer te maken, zowel voor ondernemingen als voor consumenten. Het is heel belangrijk om deze samenwerking tot stand te brengen.

Ik zie met vreugde dat het verslag van de heer Mladenov dit doet door de goede opbouw van de delen van zijn werk. Hij heeft ook zulke vriendelijke en nuttige steun van zijn collega’s gekregen.

Nogmaals, felicitaties en dank.

 
  
MPphoto
 

  Nickolay Mladenov, rapporteur.(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank de commissaris en mijn collega’s voor hun zeer belangwekkende en inzichtelijke opmerkingen over dit verslag. Ik geloof er vast in dat de best beschermde consument iemand is die optimaal is geïnformeerd over zijn rechten en die zijn rechten kan verdedigen op basis van de verstrekte informatie. Wij als wetgevers moeten ervoor zorgen dat consumenten informatie krijgen en vrij zijn om de keus te maken of zij bepaalde bescherming tegen een bepaald risico willen hebben of niet, in plaats van een voor ieder gelijk niveau op te leggen.

Mevrouw Wallis, Andreas Schwab en de heer Burke stelden uiterst belangrijke punten aan de orde die ver uitgaan boven de zeer beperkte reikwijdte van dit verslag. Ik ben bijzonder gelukkig dat commissaris Kuneva heeft gezegd dat de Commissie een verder onderzoek zal instellen naar veel van de vragen die in dit Huis aan de orde zijn gesteld. Ik ben ervan overtuigd dat het Parlement heel zorgvuldig zal kijken naar het onderzoek dat de Commissie uitvoert en ook zal terugkomen op de door de heer Burke gestelde vragen, die absoluut valide zijn en steeds meer in veel lidstaten waaronder mijn land onderwerp van discussie vormen. De heer Schwab stelde de vraag van een uniforme aanpak van aansprakelijkheid. Dat is een zeer valide vraag voor ons allemaal. Ik hoop dat het onderzoek van de Commissie deze kwestie zal behandelen.

Ik wil nog iets zeggen over het vervolg van dit verslag. Ik hoop dat de Commissie haar verantwoordelijkheid zeer serieus neemt bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van de bestaande strafbepalingen door de nationale autoriteiten. Toen we informatie vergaarden om dit verslag samen te stellen, was een klein aantal lidstaten niet erg toeschietelijk in het verstrekken van informatie over de wijze waarop het stelsel in hun samenleving functioneert, maar we zijn uiteindelijk erin geslaagd voor dit doel een adequaat antwoord te krijgen. Het zorgvuldig kijken naar de wijze waarop het stelsel functioneert en hoe het kan worden verbeterd, is een belangrijke taak die, dat weet ik zeker, de Commissie heel serieus zal verrichten in de komende maanden en jaren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt op dinsdag plaats.

 

24. Gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0312/2008) van mevrouw Bowles, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over een gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude (2008/2033(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Sharon Bowles, rapporteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik maak graag eerst van de gelegenheid gebruik mijn collega’s voor hun bijdrage te bedanken, vooral over een of twee onderwerpen waarover we nog van opvatting verschillen. Ik vind dat we meer gemeenschappelijk hebben dan datgene wat ons verdeeld houdt. We kunnen een bevredigend resultaat bereiken door niet te ver van de kern van het onderwerp af te dwalen.

De duidelijke beginselen die aan dit verslag over belastingfraude ten grondslag liggen, zijn eenvoudig, en alleen fraudeurs zelf zijn het er niet mee eens. De vanwege fraude gederfde belastinginkomsten zijn lastig in te schatten. Fraudeurs en belastingontduikers doen moeite hun activiteiten voor de belastingautoriteiten te verbergen, maar schattingen over de hoogte van de fraude komen op 200 tot 250 miljard euro of 2 tot 2,5 procent van het totale BBP van de EU.

Mijn vraag is, besteden we 2 tot 2,5 procent van onze gezamenlijke inspanning aan de oplossing hiervan? Aangezien het antwoord op deze vraag een duidelijk neen is, kan er slechts één conclusie zijn. Er is behoefte aan meer inspanning, meer aandacht en vooral aan meer collectieve aandacht voor samenwerking van de lidstaten.

BTW-fraude, vooral de ploffraude of carrouselfraude, is misschien de grootste op zichzelf staande oorzaak van gederfde belastinginkomsten. Dat doet zich gewoon voor vanwege de mazen in het BTW-stelsel op grond waarvan er geen heffing is bij grensoverschrijdende handel binnen de Gemeenschap. Dus BTW-vrije aankopen kunnen worden doorverkocht, waarbij de handelaar de BTW-inkomsten in eigen zak steekt en daarna verdwijnt. Bij complexe carrousels kunnen onschuldige bedrijven verstrikt raken, en de maatregelen ter bestrijding van fraude binnen lidstaten, zoals het blokkeren van teruggaven, kunnen onschuldige ondernemingen schade toebrengen. Dit is een bekend probleem in mijn eigen land, het Verenigd Koninkrijk. Dat is des te meer reden om het probleem bij de wortel aan te pakken.

Pragmatisch gezien zal de BTW een verbruiksbelasting blijven, gebaseerd op overdracht aan de fiscale autoriteit van het land van de uiteindelijke bestemming. Het verslag stelt voor dat de BTW wordt geheven op communautaire leveringen tegen een minimumtarief van vijftien procent waarna de importerende lidstaat zijn eigen tarief hanteert voor de opeenvolgende stadia.

De vijftien procent die door het land van oorsprong wordt geheven, wordt vervolgens overgedragen aan het land van het eindverbruik door een clearingsysteem of overdracht. Dit is tegenwoordig technisch uitvoerbaar; des te meer als we ons onvermijdelijk gaan begeven op het terrein van het vastleggen van realtimetransacties. En het hoeft niet te worden gecentraliseerd; het kan op gedecentraliseerde of bilaterale wijze worden uitgevoerd.

Met betrekking tot andere manieren van bestrijding van fraude en belastingontduiking staan uitwisseling van informatie en samenwerking hier centraal. Een houding in sommige windstreken van “eerst betalen” bij “wat word ik er beter van?” leidt niet tot vooruitgang en getuigt van kortzichtigheid. Terugbetaling komt een volgende keer als je aan de verzoekende kant staat.

Belastingautoriteiten moeten kennis hebben van activa om verborgen inkomsten op te sporen die niet zijn aangegeven of die afkomstig zijn uit criminele activiteiten. Dit wordt ondergraven als uitwisseling van informatie tussen autoriteiten wordt beperkt. Hier moeten we handelen in de internationale dimensie om het effectiefst te zijn.

Dat brengt mij tot slot bij de herziening van de richtlijn spaarbelasting. Het is goed om die richtlijn te herzien, om bijvoorbeeld mazen te dichten zoals het gebruik van alternatieve rechtspersonen, zoals stichtingen, om aan de bepalingen ervan te ontsnappen. Het inhouden van belasting is niet ideaal, maar we zijn er hier verdeeld over of het kan worden uitgevoerd zonder ongewenste gevolgen.

Dit zijn de kwesties die we in dit verslag behandelen. Ik beveel het u aan en ik kijk met belangstelling uit naar het komende debat.

 
  
MPphoto
 

  László Kovács, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil eerst het Europees Parlement bedanken en in het bijzonder de rapporteur mevrouw Bowles voor haar zeer constructief verslag over een gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude.

De Commissie presenteerde in mei 2006 een mededeling die als doel had een brede discussie te starten over de verschillende elementen waarmee rekening moet worden gehouden in een antifraudestrategie in de Gemeenschap.

Ik ben blij dat het Europees Parlement de ontplooide initiatieven alsmede de door de Commissie in haar mededeling gekozen aanpak waardeert en steunt. Ik ben evenzeer verheugd te zien dat het Europees Parlement de Commissie uitnodigt verdere voorstellen voor te leggen.

Het verslag is een zeer nuttige en veelomvattende bijdrage aan de lopende discussie over de bestrijding van belastingfraude. De Commissie is het volledig er mee eens dat fraude geen probleem is dat succesvol op nationaal niveau alleen kan worden bestreden.

Zij zal rekening houden met de talloze opmerkingen en suggesties die door het Europees Parlement zijn gemaakt in de context van haar werkzaamheden over de huidige en toekomstige wetgevingsvoorstellen om met conventionele maatregelen belastingfraude te bestrijden.

Voor zover het de maatregelen betreft die voor 2008 zijn voorzien, kan ik bevestigen dat de Commissie van plan is drie reeksen wetgevingsvoorstellen te presenteren: een in oktober, de tweede in november en de derde in december 2008. Deze reeksen maatregelen omvatten verbeterde procedures voor registratie en uitschrijving van personen die BTW-plichtig zijn om te zorgen voor de snelle opsporing en uitschrijving van pseudobelastingplichtigen en om meer zekerheid te geven aan eerlijke bedrijven. De wetgevingsvoorstellen zullen ook gaan over de hoofdelijke aansprakelijkheid van bedrijven, de oprichting van een Europees netwerk (EUROFISC) bedoeld om de samenwerking te verbeteren om fraudeurs in een vroeg stadium te betrappen, het vaststellen van voorwaarden voor vrijstelling van BTW bij invoer, wederzijdse bijstand bij invordering, automatische toegang tot gegevens, bevestiging van de naam en het adres van belastingplichtigen in het BTW-informatie-uitwisselingssysteem en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de bescherming van belastinginkomsten van alle lidstaten.

In oktober zal de Commissie een mededeling presenteren waarin de cohesie van de aanpak uit de doeken wordt gedaan, tegelijk met een tijdschema voor verdere maatregelen. De mededeling zal ook vraagstukken met betrekking tot een langetermijnaanpak behandelen, met name de noodzaak tot onderzoek van een beter gebruik van moderne technologieën, hetgeen ook in uw verslag wordt onderstreept.

De Commissie staat nog steeds open voor onderzoek naar alternatieve systemen voor het huidige BTW-stelsel, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Het verslag noemt in deze context een verleggingsregeling en de belastingheffing op intracommunautaire leveringen. De Commissie heeft beide radicale oplossingen ter overweging gegeven aan de Ecofin-Raad, maar tot dusver hebben lidstaten geen politieke wil getoond om dergelijke verreikende maatregelen te nemen.

Wat betreft directe belastingen werkt de Commissie aan de herziening van de richtlijn spaarbelasting. Zij is voornemens het verslag over de werkzaamheden aan de richtlijn voor eind september te presenteren, zoals door de Ecofin-Raad van 14 mei 2008 is gevraagd. Tijdens de herziening hebben we zorgvuldig de huidige werkingssfeer van de richtlijn geanalyseerd alsmede de behoefte aan wijzigingen om de efficiency ervan te vergroten. Het verslag wordt vergezeld van een voorstel voor wijzigingen van de richtlijn spaarbelasting waarvan is bewezen dat ze noodzakelijk en passend zijn. De Commissie heeft ook zorgvuldig kennisgenomen van de conclusies van de Ecofin-Raad van dezelfde datum, waarin het belang wordt benadrukt van de bevordering van de beginselen van goed bestuur op het gebied van belastingen – te weten transparantie, uitwisseling van informatie en billijke belastingconcurrentie – en het opnemen van verwante bepalingen in overeenkomsten met derde landen en groepen van derde landen.

Dankzij nauwe samenwerking van de lidstaten in de expertgroep voor de bestrijding van belastingfraude van de Commissie krijgt de gedachte van een antifraudestrategie op EU-niveau concreet vorm. De aangekondigde maatregelen zijn een grote stap voorwaarts, ook nu nog verdere inspanningen moeten worden verricht.

Wat betreft uw discussie over belastingconcurrentie: u weet dat we in een werkgroep gedragsregels werken aan de afschaffing van nadelige zakelijke belastingstelsels in de EU. Alles bij elkaar genomen heeft de deze werkgroep meer dan vierhonderd maatregelen beoordeeld van de huidige 27 lidstaten, hun gebiedsdelen en overzeese gebieden. Meer dan honderd daarvan werden als nadelig beschouwd. Deze honderd zijn bijna allemaal al afgeschaft en het restant zal worden afgeschaft afhankelijk van overgangsregelingen. De krachtens de gedragscode uitgevoerde werkzaamheden zijn succesvol. Ze hebben geleid tot het ontmantelen van bijna alle nadelige belastingmaatregelen in de lidstaten en hun gebiedsdelen of aangesloten gebieden.

Tot slot bedank ik het Europees Parlement voor zijn constructieve bijdrage aan het debat over de gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, rapporteur, dank u voor de goede samenwerking en uw verslag.

Ik heb vier opmerkingen. Ten eerste benadrukken wij dat fiscale fraude niet afzonderlijk kan worden bestreden en dat een gecoördineerde aanpak belangrijk is voor zowel de afzonderlijke lidstaten als de derde landen. Ten tweede, de voorgenomen proefprojecten ter bestrijding van carrouselfraude vormen een goed idee en we nemen er kennis van, maar we merken wel op dat dit niet mag leiden tot enige aantasting van de kadervoorwaarden voor kleine en middelgrote ondernemingen. Ten derde, we steunen uitdrukkelijk de voorstellen van de Commissie voor wijziging van de BTW-richtlijn en de verordening van de Raad inzake administratieve samenwerking op dit gebied. Ten vierde, ik ben blij dat de discussie over een algehele opheffing van het bankgeheim in geen enkele commissie een meerderheid behaalde en nu krachtig wordt verworpen door een grote meerderheid.

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn gelukwensen toevoegen aan die zijn uitgesproken voor de rapporteur. Bestrijding van fiscale fraude staat bij het Huis al jaren op de agenda, en ondanks talloze initiatieven en brede steun van het Parlement heeft de commissaris helaas nog heel weinig successen geboekt – hoewel hier dringend behoefte aan is – vanwege blokkeringen in meer of minder mate door de lidstaten. Men zou denken dat het in het belang van de lidstaten is om voortgang te boeken bij de bestrijding van belastingfraude, aan gezien we het hebben over een terugverdienen van meer dan 200 miljard euro per jaar – met andere woorden, meer dan de EU-begroting – zonder enige noodzaak om voor eerlijke belastingbetalers de belasting te verhogen. Bij iedere discussie over deze kwestie is het daarom belangrijk om te onderstrepen dat de verantwoordelijkheid bij lidstaten zelf ligt.

De goedkeuring van het verslag bleek nogal moeilijk te zijn, want binnen de commissie rezen aanvankelijk problemen over een bepaald vraagstuk, maar deze kwestie is nu opgelost. Mevrouw Bowles toonde een grote mate van bereidheid tot samenwerking. Vanuit ons perspectief was het een lastig rapport, omdat het een amendement bevat dat wij niet kunnen steunen. Zelfs nu zijn er voorstellen om de allerlaatste druppel uit de belastingplichtigen en fiscale bronnen te persen. Of dit een verstandige keuze is of dat dit eenvoudigweg leidt tot nieuwe overtredingen, valt te bezien. Bovendien kunnen wij geen steun geven aan amendement 4, dat door twee van onze collega’s uit de socialistische fractie was voorgesteld en dat beoogt de richtlijn over spaarbelasting in te trekken.

Daarom luidt ons standpunt als volgt: we steunen volledig het verslag van mevrouw Bowles in alle opzichten, maar als amendement 4 over de afschaffing van de richtlijn spaarbelasting een meerderheid verwerft, zullen wij het verslag in zijn geheel verwerpen.

 
  
MPphoto
 

  Benoît Hamon, namens de PSE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank ook mevrouw Bowles voor de kwaliteit van haar verslag en voor het resultaat dat we in de Commissie economische en monetaire zaken over zo’n belangrijke tekst hebben kunnen bereiken. Ik wil mijn collega’s eraan herinneren dat de schatkist momenteel tussen 200 en 250 miljard euro verliest vanwege belastingfraude in de interne markt. Deze ontbrekende miljarden betekenen minder openbare investeringen, minder scholen, minder openbare diensten, en meer sociale behoeften waarin kan niet worden voorzien. Natuurlijk zijn er ter compensatie wel regelmatig hogere belastingen voor deze eerlijke en bescheiden belastingplichtigen die geen tijd hoeven te besteden aan belastingontduiking een belastingshoppen.

Ik ben blij om te zien dat er in dit Huis over de BTW-kwestie een brede consensus bestaat om een einde te maken aan fraude en praktijken die de broosheid van het overgangsstelsel van 1993 uitbuiten. We weten allemaal sinds het Liechtenstein-schandaal dat de grootste belastingfraude wordt begaan door die grote spaarders die aanzienlijke sommen geld uitzetten in derde landen, vaak belastingparadijzen, om belastingen te ontlopen.

De Europese Unie heeft een instrument ter bestrijding van deze fraude: de richtlijn spaarbelasting. Maar zoals mevrouw Bowles al onderstreepte, zijn er al te veel mazen in deze richtlijn die alleen inkomsten uit sparen bestrijkt in de vorm van aan natuurlijke personen uit te betalen rente. Het is daarom momenteel veel te gemakkelijk om belasting te ontlopen door een fictieve rechtspersoon op te richten, soms met één partner of aandeelhouder, of om financiële inkomsten te verzinnen die in strikte zin geen rente zijn.

Daarom is het absoluut essentieel om de reikwijdte van deze richtlijn te verbreden, zoals in het verslag wordt voorgesteld, zodat op zijn minst belastingfraude niet zo gemakkelijk is. Dit is in feite een morele imperatief.

Ik moet mijn verbazing en teleurstelling uiten over het door de PPE-DE-Fractie ingediende amendement dat vanwege zijn beschroomdheid en zijn richting eindigt in een voorstel dat niets zou veranderen en waarmee we op het vlak van belastingfraude bij de huidige situatie zouden blijven.

Laten we deze standpunten voorleggen aan de Europese burgers, in het bijzonder aan de Duitse burgers, en laten we eens kijken hoe Europese en Duitse burgers oordelen over de hier gemaakte keuzen. Ik heb in de media en vooral in de Duitse media uitgebreide uiteenzettingen gehoord over deze kwestie van belastingfraude. Hier in de stilte van het Europees Parlement worden andere keuzen gemaakt. Ik hoop dat de Europese burgers hier een oordeel over vellen.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik wil drie kwesties in de loop van dit debat belichten. Ten eerste wordt er geschat dat de gederfde belastinginkomsten vanwege belastingfraude met betrekking tot BTW en accijns meer dan twee procent van het BBP van de Europese Unie bedragen. De totale verliezen liggen tussen 200 en 250 miljard euro. Dat is een enorme som geld. De nationale inkomens dalen, en er is ook een effect op de structuur van de begroting van de Europese Unie, aangezien het gedeelte van eigen inkomens gebaseerd op het BNI wordt verhoogd.

Ten tweede, ondanks deze diagnose doen de voorgestelde oplossingen in het verslag meer kwaad dan goed. Ik wijs bijvoorbeeld op de oplossingen met betrekking tot de intracommunautaire transacties, zoals de verleggingsregel waarbij de belasting wordt betaald door de ontvangende partij in plaats van door de leverancier. Ik ben ook bezorgd over het voorstel om de BTW-tarieven gelijk te schakelen, wat feitelijk betekent dat de verlaagde tarieven verdwijnen en daarnaast ook het voorstel om een clearingstelsel op te zetten voor het verrekenen van de heffingen tussen lidstaten.

Ten derde, het lijkt erop dat wat werkelijk nodig is ter bestrijding van belastingfraude een nauwere samenwerking tussen de belastingdiensten van de lidstaten is. Die samenwerking dient een snellere uitwisseling van informatie in te houden en misschien zelfs automatische toegang tot bepaalde gegevens over BTW-belastingplichtigen en accijnsplichtigen.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik vraag om twee redenen het woord. Ten eerste is er een kwestie die, zoals de heer Langen zei, al vele jaren op onze agenda heeft gestaan en waarvan we ons moeten afvragen waarom er geen vooruitgang is geboekt, vooral als het gaat over ontduiking van de BTW. Ten tweede is het voor een ruime meerderheid van Europeanen onacceptabel dat wij belastingontduiking en fraude – het geld van belastingbetalers – zo hypocriet bespreken zonder de problemen hier in ons midden te behandelen.

Het Europees Parlement, zoals vertegenwoordigd door veel Parlementariërs, is een broeinest van fraude. We kunnen erover lezen in het Galvin-verslag en elders, maar er wordt geprobeerd dit onder het vloerkleed te vegen. Ik hoef alleen maar Chichester, Purvis of bepaalde liberale EP-leden te noemen. Het is schandalig. Tenzij we de gevallen van fraude in onze eigen gelederen behandelen, ontberen we geloofwaardigheid en hebben we geen recht om anderen te bekritiseren.

Ik dring er bij het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), maar in het bijzonder bij de Parlementaire administratie en de Parlementaire Fracties erop aan om hier duidelijkheid te verschaffen. Het is ongehoord dat er pogingen worden gedaan om dingen dood te zwijgen, uitgerekend hier.

 
  
MPphoto
 

  Zsolt László Becsey (PPE-DE). - (HU) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Ik ben heel blij dat een communautaire strategie voor deze kwestie vorm gaat krijgen, zij het langzaam, misschien al te langzaam. Ik ben het ermee eens dat de bestrijding van belastingfraude enerzijds moet worden geïncorporeerd in afzonderlijke nationale verplichtingen van de lidstaten, maar anderzijds moet er een integratie plaatsvinden met het communautaire programma van Lissabon.

Ik merk het volgende op. Ten eerste ben ik het niet eens met de bewoording van het Parlementaire verslag dat de versterking van de belastingconcurrentie zou leiden tot een onnodige verstoring van de interne markt en tot ondergraving van het sociaal model. Dit weerspiegelt de obsessie met het bepalen van minimumbelastingniveaus voor op elk denkbaar belastinggebied. Dat zou feitelijk leiden tot onbillijkheden bovenop het effect op inflatie, aangezien het diegenen treft die in andere opzichten hun zaken in orde hebben en in staat zijn de belasting te verlagen. Wat betreft de indirecte belasting die ook onder de communautaire bevoegdheid valt, is het beleid dat uitsluitend minimumwaarden betreft niet acceptabel als we niet het maximum regelen. Ik wil graag vastgelegd hebben dat het broeinest van misbruik dat met accijnzen plaatsvindt te wijten is aan de verhoging van het minimumtarief, aangezien dit de verbreiding van de economie van de zwarte markt en de productie van eigen brouwsels stimuleert, hetgeen in tegenspraak is met het communautair beleid. Voorts ben ik op het gebied van de BTW blij met het beleid van geleidelijke stappen en met de experimentele gedachte van de verleggingsregel, maar hier zijn ook resolute stappen nodig. Volgens mij kan dit gezien de stand van de technologie van vandaag gemakkelijk plaatsvinden voor grensoverschrijdende transacties binnen de interne markt, en de BTW van de leverancier voor het land van bestemming kan gemakkelijk worden verzameld en overgedragen aan het land van bestemming. Om dit te doen, moet natuurlijk de bereidheid tot samenwerking tussen de belastingautoriteiten van de lidstaten worden verbeterd. Hier ontbreekt het nog steeds aan en we kunnen diep ademhalen en dit bereiken nu de euro is ingevoerd en de richtlijn betalingen in werking is getreden. Tot slot vind ik het belangrijk om maatregelen te treffen inzake verrichtingen van hoofdzakelijk buitenlandse bedrijven buiten de Unie, aangezien de belastinggrondslag daar vaak in bepaalde banen wordt geleid voordat belasting wordt geheven en daarna wordt geretourneerd naar bedrijven in de Unie via smoezelige transacties om de belasting te ontduiken. Dit is niet in het belang van het selecteren van een gunstige belastinglocatie. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Antolín Sánchez Presedo (PSE). (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Kovács, dames en heren, volgens onze schattingen overschrijdt belastingfraude in Europa de belastinginkomsten met meer dan zes procent. Dit heeft een ondermijnend effect op het vertrouwen in belastingstelsels, op de capaciteit en de billijkheid van belastingdiensten en op het welzijn van burgers. Het is een broedplaats voor de informele economie en georganiseerde misdaad.

Binnen de Europese Unie heeft dit invloed op het adequaat functioneren van de interne markt, verstoort het concurrentie en brengt het schade aan de financiële belangen van de EU en ook aan de uitvoering van de strategie van Lissabon.

Als belasting zou worden betaald over een kwart van de mondiale rijkdom die volgens de gegevens van het Internationaal Monetair Fonds schuilgaat in belastingparadijzen, zouden de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties door spaargeld worden gedekt.

De Europese Unie moet onverzettelijk zijn in de bestrijding van belastingfraude. Dit kan veilig en op verantwoorde wijze worden gedaan zonder exorbitante lasten op onze economie te leggen. De uitbreiding van de grensoverschrijdende handel en de effecten van globalisering vereisen dat we vastbesloten zijn in het bevorderen van een Europese strategie tegen belastingfraude. Nationale maatregelen zijn niet genoeg.

Deze strategie moet een interne dimensie hebben, de problemen aanpakken van fraude bij BTW en bijzondere belastingen, bij belastingontduiking op het punt van directe belasting, en eveneens een externe dimensie kennen door het economisch gewicht van de Europese Unie te doen gelden.

We kunnen die burgers niet teleurstellen die gewetensvol hun belastingverplicht vervullen en die leiderschap verwachten van de Europese Unie.

In deze context vragen we met klem dat het pakket maatregelen tegen BTW-fraude die de Commissie volgende maand zal presenteren ambitieus is en dat het verslag dat voor het eind van deze maand is aangekondigd over de toepassing van spaarbelasting bruikbaar is voor het boeken van duidelijke vooruitgang in de fraudebestrijding op dit gebied in Europa. We zijn ingenomen met de algemene inhoud van het verslag van mevrouw Bowles die we feliciteren. We vertrouwen erop dat dit verslag plenair zal worden aangenomen en dat als er geen verbeteringen worden aangebracht we dan in elk geval niet een stap terugzetten.

 
  
MPphoto
 

  Desislav Chukolov (NI). - (BG) Mevrouw, ik respecteer uw wens om de belastingfraude op Europees niveau te overwinnen.

Maar bedenk wel dat wat dit zal veroorzaken voor degenen die nu Bulgarije regeren. Als de gevallen van belastingfraude in Bulgarije ophouden, verzeker ik u dat de liberalen van de moslimpartij beweging voor de rechten en de vrijheid (MRF) bij de volgende verkiezingen zelfs minder dan de helft van het percentage zullen winnen. Als aan de diefstal van overheidsgelden in mijn land voor eens en voor altijd een einde wordt gemaakt, kunnen de socialisten niet langer hun campagnes respectievelijk hun absurde initiatieven financieren.

Als lid van de Атака-partij zal ik dit verslag van u steunen, want Атака is de enige partij in Bulgarije die werkt aan het beëindigen van het overhevelen van overheidsgelden en Атака is de partij met de vaste overtuiging om alle louche en gecorrumpeerde transacties te herzien die nadelig zijn voor de overheidsbegroting en die tot dusver geen goed hebben gedaan aan een of twee politieke machten. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling (PPE-DE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, laat ik allereerst zeggen tegen de heer Harmon dat zijn chantage helemaal geen indruk op ons maakt, en ik betreur het dat hij duidelijk het slachtoffer is van een gigantisch misverstand.

Mijnheer de Voorzitter, hoewel we het eens zijn met de brede contouren van het verslag van mevrouw Bowles, ben ik van mening dat twee punten moeten worden benadrukt. Ten eerste, het overgangsstelsel van de BTW dat dateert uit 1993 toont nu zijn beperkingen. Ik vind niet dat we het voortduren van dit overgangsstelsel nog langer kunnen accepteren. Belastingfraude, die we allemaal veroordelen vanwege haar directe en indirecte gevolgen, is deels toe te schrijven aan het falen van het huidige stelsel dat we daarom moeten wijzigen. Ik ben mij er uiteraard van bewust dat er bepaalde problemen zijn. Daarom beveel ik de Commissie aan dat zij de oplossing bevordert die door de RTV VAT-organisatie is bedacht waardoor een derving van belastinginkomsten van 275 miljoen euro per dag kan worden voorkomen, terwijl de administratieve kosten voor het midden- en kleinbedrijf worden verminderd.

Het tweede punt betreft de kwestie van belastingontduiking in verband met de richtlijn spaarbelasting. Het verslag bevat ongerechtvaardigde opmerkingen die mij ertoe hebben gebracht amendementen in te dienen om de situatie te rectificeren. De legitieme en noodzakelijke bestrijding van belastingfraude mag er niet toe leiden dat we het beginsel van belastingconcurrentie ter discussie stellen. Ik verwerp dit absoluut, omdat de twee geen verband houden met elkaar. Voorts tonen ervaringen dat het stelsel van belastinginhouding aan de bron voor belasting op spaargelden het efficiëntste systeem is in plaats van het over de hele linie proberen op te leggen van een informatieuitwisselingssysteem dat zijn eigen problemen kent.

Tot slot de eis om deze richtlijn te herzien, zodat de werkingssfeer wordt verruimd naar alle rechtspersonen en alle andere bronnen van financiële inkomsten, dat is ook een zeer slecht overwogen gedachte, omdat dit eenvoudig tot gevolg heeft dat de spaargelden de Europese Unie uit worden gejaagd. Daarom wil ik dat deze punten worden gewijzigd. Als ze niet worden gewijzigd, kunnen we niet vóór dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE). (PL) Mijnheer de Voorzitter, belastingfraude vormt nu al enige tijd een mondiaal probleem. Schattingen suggereren dat de derving loopt in de orde van 2 tot 2,5 procent van het BBP, op Europees niveau is dat bedrag tussen de 200 en 250 miljard euro. Daarom is gecoördineerde actie op communautair niveau en nauwere samenwerking tussen lidstaten dringend noodzakelijk.

Artikel 10 en artikel 280 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap stellen dat de lidstaten alle geëigende maatregelen zullen nemen tot nakoming van de verplichtingen van het Verdrag alsmede hun maatregelen die de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap tot doel hebben, zullen coördineren. Dat is belangrijk om voor ogen te houden maar, hoewel het vrij verkeer van goederen en diensten binnen de gemeenschappelijke markt het voor een land lastig maakt om dit type fraude op nationaal niveau te bestrijden, mogen de maatregelen de economische activiteit niet belemmeren en geen onnodige lasten op de belastingplichtigen leggen.

 
  
MPphoto
 

  László Kovács, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst bedank ik afgevaardigden van het Huis voor de opmerkingen en standpunten die zij tijdens het debat hebben geuit.

Zoals ik in het begin opmerkte, stelt de Commissie de bijdrage van het Europees Parlement aan het debat over de bestrijding van belastingfraude zeer op prijs. De Commissie heeft haar verantwoordelijkheid genomen en zal verdere initiatieven ontplooien om het wettelijk kader en de bestuurlijke samenwerking tussen lidstaten te versterken. Lidstaten dienen beslist hetzelfde te doen.

Sommigen van u wezen op de herziening van de richtlijn spaarbelasting. Ik kan u verzekeren dat de huidige herziening heel grondig is. We onderzoeken daarbij gedetailleerd of de huidige werkingssfeer effectief is alsmede het voor en tegen van de uitbreiding ervan. Het is een complexe zaak waarbij met veel factoren rekening moet worden gehouden: efficiency vanuit het oogpunt van naleving van de belasting; de administratieve lasten voor de actoren op de markt en ook voor de belastingdienst; de noodzaak voor een eerlijk speelveld zowel binnen als buiten de EU, om maar enkele dingen te noemen. Zoals ik al eerder zei, we zullen spoedig het verslag presenteren. Dat wordt vergezeld door een voorstel voor wijzigingen van de richtlijn spaargelden en we doen onze uiterste best om een juist evenwicht te vinden.

Het is duidelijk dat er niet een enkele, mondiale oplossing bestaat voor het elimineren van belastingfraude. Elke afzonderlijke maatregel moet een toegevoegde waarde hebben, maar het is alleen de uitvoering ervan als geheel die de belastingautoriteiten van een groter kader voorziet voor de bestrijding van belastingontduiking en belastingfraude.

 
  
MPphoto
 

  Sharon Bowles, rapporteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, belastingfraude is een zaak van de EU, omdat fraudeurs gebruik maken van grensoverschrijdende mazen en die proberen we te dichten.

Zoals de commissaris zegt, de kwestie van belasting op spaargelden is complex. Ik denk dat het voor ons mogelijk is via onze stemming een akkoord te bereiken dat we niet al te veel voorschot nemen op de meer gedetailleerde besprekingen die we over dat onderwerp gaan houden wanneer de Commissie met haar verdere voorstellen komt. Evenzo vind ik dat ook een verwijzing naar belastingconcurrentie kunnen vermijden bij die gevallen waarin we verdeeld zijn, maar dat is niet de kern van dit verslag. Ik denk daarom dat we enige harmonie onder elkaar kunnen bereiken.

Op al deze fronten, collega’s en commissaris, denk ik dat inactiviteit of een experimentele maatregel geen adequaat antwoord is. Op het spel staat 2,5 procent van het BBP. Dat is een reusachtige brok van de belastinggrondslag. Zoals onze collega de heer Sánchez Presedo opmerkt, is dat mogelijk vijf procent van de belastingheffing.

Als een politicus hier of in een lidstaat campagne zou voeren op basis van het verhogen van de belasting met vijf procent waar niets tegenover staat, zou hij of zij niet ver komen. Dus zeg ik tegen de lidstaten in het bijzonder, dat kregelig doen over de uitwisseling van informatie, het minimale doen, vrees tonen, precies hetzelfde is als vijf procent belasting heffen voor niets, want dat is het wat het de eerlijk belastingbetaler kost. Dat is de boodschap die ik in dit verslag uitdraag en ik ben van mening dat het de collectieve boodschap is die dit Parlement in dit verslag wil uitdragen. Het steunt de Commissie in haar inspanningen en vraagt haar met klem om doortastend te zijn.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt op dinsdag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE), schriftelijk. (ET) Belastingfraude is een probleem voor zowel de EU als de lidstaten. De concurrentie wordt erdoor verstoord en de inkomstengrondslag van de EU en de lidstaten wordt op dezelfde manier verminderd.

Als een van de wortels van het probleem wordt het huidige overgangsstelsel van de BTW genoemd, dat complex is en verouderd. Het moet geactualiseerd worden. In dat opzicht is het EP-voorstel dat de Europese Commissie een besluit moet nemen over een nieuw BTW-stelsel in 2010 ongetwijfeld welkom.

Het uitwerken van een nieuw BTW-stelsel betekent uiteraard dat ervoor gezorgd wordt dat het huidige belastingstelsel niet wordt vervangen door een complexer en bureaucratischer stelsel. Van belang is ook te benadrukken dat voorafgaande aan de toepassing in heel Europa er een pilot moet komen om ervoor te zorgen dat het in de praktijk werkt, aangezien dit veel problemen voorkomt die later zouden kunnen opduiken.

Een eveneens belangrijke stap in de bestrijding van belastingfraude is het actualiseren van de beschikbare interstatelijke informatie, een procedure waarbij de hulp nodig is van een op te richten pan-Europees belastinginformatiecentrum.

De balans tussen het publieke belang en de fundamentele rechten en vrijheden van het individu mogen niet worden veronachtzaamd als het gaat om de verwerking van persoonsgegevens.

Tot slot, het begrip “belastingparadijs” moet ook met het oog op deze kwestie als belangrijk worden beschouwd. Ik ben ingenomen met de gedachten in het verslag dat de EU het verdwijnen van belastingparadijzen wereldwijd tot een prioriteit moet verheffen.

 

25. Agenda voor de volgende vergadering: zie notulen

26. Sluiting van de vergadering
  

(De zitting wordt om middernacht gesloten)

 
Juridische mededeling - Privacybeleid