Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0803(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0285/2008

Debatten :

PV 01/09/2008 - 17
CRE 01/09/2008 - 17

Stemmingen :

PV 02/09/2008 - 5.13
CRE 02/09/2008 - 5.13
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0381

Debatten
Dinsdag 2 september 2008 - Brussel Uitgave PB

6. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Sylvia-Yvonne Kaufmann (A6-0292/2008)

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Voorzitter, ik heb door het lawaai in de zaal mijn verklaring niet kunnen afgeven. Dat zou ik nu alsnog willen doen. Ik heb vóór het verslag-Kaufmann gestemd, omdat duidelijk moet worden gemaakt dat we niet zonder het Europees Justitieel Netwerk kunnen, dat de afgelopen tien jaar samen met het rechtshulpsysteem effectief heeft gefunctioneerd. Het gaat er nu om dat tussen het Netwerk en Eurojust een duidelijk onderscheid wordt gemaakt. Beide instellingen hebben een bestaansrecht. De bedoeling is dat Eurojust en het Europees Justitieel Netwerk elkaar gaan aanvullen, dan wel dat er een vorm van samenwerking ontstaat, om op die manier de veiligheid van de lidstaten te garanderen.

 
  
  

- Verslag: Armando França (A6-0285/2008)

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Voorzitter, wat de tenuitvoerlegging van verstekvonnissen betreft, hebben we in de Europese Unie niets aan een uitstekende politiesamenwerking wanneer het systeem van strafvervolging niet optimaal functioneert.

Wat dat betreft, geloof ik dat we met ons besluit een maas hebben gedicht. De wederzijdse erkenning van strafvonnissen betekent dat vonnissen in strafzaken, ook die welke bij verstek zijn gewezen, in andere landen ten uitvoer kunnen worden gelegd. Dat is een essentiële stap om de justitiële autoriteiten in staat te stellen de politie bij haar werk te ondersteunen.

 
  
  

- Verslag: Mihael Brejc (A6-0208/2008)

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Voorzitter, waar het hier om gaat, is dat we eindelijk de mogelijkheid krijgen om ervoor te zorgen dat wanneer onderdanen van niet-EU-landen het Schengengebied betreden, het visuminformatiesysteem ook daadwerkelijk wordt gebruikt en geraadpleegd. We weten dat veel personen illegaal in de EU verblijven omdat hun visum is verlopen of ongeldig gemaakt. Door het Schengensysteem en het visuminformatiesysteem aan elkaar te koppelen, scheppen we de voorwaarden waarin we het visummisbruik in de Europese Unie kunnen beëindigen en kunnen garanderen dat alleen die personen de Unie binnenkomen en verlaten die daartoe gerechtigd zijn.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - (NL) Voorzitter, ik heb uiteraard geen bezwaar, zoals de meeste mensen neem ik aan, tegen verbeteringen die zouden worden aangebracht aan het visa-informatiesysteem van de Schengenlanden, maar wat hier voorligt in dit verslag is eigenlijk te zot voor woorden. Het visasysteem zou waarachtig worden versoepeld omdat er wachttijden aan de grenzen opduiken! Iedereen die wel eens heeft gereisd in de wereld, weet dat er nu eenmaal wachtlijsten zijn en dat deze soms ook noodzakelijk zijn. Ik vraag mij af, welke evaluatie zou mogelijk zijn om grenswachters te doen beslissen wanneer er gevaar dreigt en wanneer niet. Wie weet vanwaar eventueel terroristisch en ander gevaar komt?

Bovendien heb ik er bezwaar tegen dat we hier eens te meer achter de feiten aan lopen. De Europeanisering van onze grenscontroles is ondoordacht gebeurd, onvoorbereid en onder druk van ideologische scherpslijpers die de veiligheid van de burgers ondergeschikt achten aan het grote ideaal van de nieuwe Europese Sovjetunie.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI). - (EN) Voorzitter, zoals zo langzaam aan gebruikelijk wordt bij deze gelegenheden, vraag ik het woord om erop te wijzen dat de beleidsharmonisering op het terrein van justitie en binnenlandse zaken maar een flinterdunne rechtsgrond heeft. Veel in de verslagen waarover we zojuist hebben gestemd – van respectievelijk Kaufmann, França, Brejc, en Lambert– moet geldigheid geven aan beleidsaspecten, aan initiatieven en, in het geval van Eurojust, zelfs aan een gehele instelling, die geen behoorlijk wettelijk mandaat hebben. Het is waar dat de Europese Grondwet of het Verdrag van Lissabon zo’n mandaat zouden hebben verschaft, maar het is even waar – en het schijnt dat dit Huis daar regelmatig aan herinnerd moet worden– dat de Grondwet drie keer is verworpen: door 55 procent van de Franse, 62 procent van de Nederlandse en 54 procent van de Ierse kiezers.

De mogelijkheid om via een strafrechtsysteem een strafmonopolie te hebben, is misschien wel de meest kenmerkende eigenschap van een soevereine staat. We kunnen een staat definiëren als een land waar de mensen regels hebben afgesproken die door een gemeenschappelijke autoriteit worden gehandhaafd. Als de Europese Unie zichzelf dat ultieme kenmerk van een soevereine staat wil geven, dan zou ze fatsoenshalve eerst haar burgers in een referendum om toestemming moeten vragen. Pactio Olisipiensis censenda est!

 
  
  

- Verslag: Renate Weber (A6-0293/2008)

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Dit verslag gaat over de versterking van Eurojust. Het betreft opnieuw een reeks instrumenten die uiteindelijk een intensievere en effectievere politiesamenwerking tot doel hebben. Het is duidelijk geworden dat binnen een land zeer veel instellingen bij justitiële samenwerking zijn betrokken. Ons voorstel voor de oprichting van een coördinatiesysteem binnen en tussen lidstaten is om die reden zeer zinvol, om de eenvoudige reden dat daarmee een efficiënte samenwerking wordt gewaarborgd, met name bij het bestrijden van terrorisme en andere vormen van georganiseerde misdaad.

Een maatregel die ik als bijzonder positief naar voren wil halen, is de detachering van verbindingsmagistraten in niet-EU-landen, vergelijkbaar met wat we al bij de politie hebben, zodat de samenwerking met deze landen wordt verbeterd. Kortom: dit systeem stelt ons in staat om een extra cordon sanitaire om de Europese Unie te leggen.

 
  
  

- Verslagen: Jean Lambert (A6-0287/2008), Sharon Bowles (A6-0312/2008)

 
  
MPphoto
 

  David Sumberg (PPE-DE). - (EN) Voorzitter, mag ik om te beginnen zeggen dat het mij veel genoegen doet u hier in Brussel gedurende een volledige plenaire vergadering in de voorzitterstoel te zien zitten. Een kleine stap voor mijnheer McMillan-Scott, maar misschien een grote stap voor het Europees Parlement. Wie weet. U kunt maar beter niet uw adem inhouden.

Ik heb het woord gevraagd om iets te zeggen over het verslag-Lambert en eventueel ook het verslag-Bowles, als u mij daarop aanspreekt. Het verslag-Lambert kan ik niet ondersteunen. In het verslag wordt gesproken over de mogelijkheid om illegale immigranten over de overgrote meerderheid van de EU-landen te verspreiden, wat ik volstrekt onpraktisch vind. Belangrijker uit het gezichtspunt van het Verenigd Koninkrijk is dat dat land binnen de EU in de unieke positie verkeert (althans, Cyprus verkeert in dezelfde positie) dat het een eiland is. Daarom is het denk ik voor het Verenigd Koninkrijk belangrijk dat het de controle behoudt over zijn eigen grenzen, dat de Britse grenzen dus door de Britse autoriteiten worden gecontroleerd, en niet door de Europese Unie, die lange en poreuze grenzen heeft. Om die reden is het verslag-Lambert voor mij onaanvaardbaar.

Het verslag-Bowles is ondanks enkele goede intenties onaanvaardbaar omdat het feitelijk belastingparadijzen de schuld geeft van de hoge belastingen waar velen van ons mee zitten opgezadeld. De reden voor deze hoge belastingen is in het geval van het Verenigd Koninkrijk echter niet het bestaan van belastingparadijzen, maar een socialistische regering die koste wat het kost de belastingdruk voor de Britse bevolking wil verhogen.

Hoge belastingen zijn in essentie een nationaal probleem, en dat moet zo blijven. Dit is de verantwoordelijkheid van de nationale regeringen en niet van de Europese Unie.

 
  
  

- Verslag: Jean Lambert (A6-0287/2008)

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - (NL) Voorzitter, de rapporteur, mevrouw Lambert, heeft het zeker bij het rechte eind wanneer zij zegt dat de Dublin-doelstellingen qua “asielshopping” in geen enkel geval zijn verwezenlijkt, integendeel. Dat klopt. Zij heeft ook gelijk wanneer zij zegt dat het systeem onvermijdelijk een onevenredig grote last legt bij de lidstaten die aan de grenzen van de Europese Unie liggen. Dat klopt ook. Het is dus een goede zaak dat voor steun aan deze landen wordt gepleit.

Anderzijds mis ik toch wel een aantal belangrijke zaken in dit verslag en ben ik het ook helemaal niet eens met de meeste vooronderstellingen en doelstellingen van de rapporteur, integendeel. Een voorbeeld: in de evaluatie door de Commissie luidde het reeds dat het Dublin-systeem leidt tot het onderduiken van tienduizenden asielzoekers, en toch pleit de rapporteur tegen detentiemaatregelen. Dat kan toch niet meer ernstig zijn. De nauwe samenwerking tussen de Europese lidstaten op het vlak van asiel kan zijn vruchten afwerpen, maar dan moet eerst een einde gemaakt worden aan een hele rits politiek correcte dogma’s waarvan dit verslag bol staat.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - (NL) Voorzitter, het is binnen een tijdspanne van één minuut onmogelijk om op te sommen wat er allemaal problematisch is met het verslag-Lambert en ik zal me dus beperken tot een paar elementen. Wat de bescherming van kinderen betreft, stelt het verslag dat in geval van onduidelijkheid over de leeftijd de kinderen het voordeel van de twijfel krijgen. Zoiets klinkt wel goed, maar in feite is het een regelrechte uitnodiging voor nog meer fraude met identiteitspapieren.

Verder stelt het verslag dat de definitie van gezinslid te beperkt zou zijn, wat opnieuw een open uitnodiging is voor nog meer misbruiken. In Afrika bijvoorbeeld is ongeveer iedereen familie van iedereen en als we daarmee rekening moeten houden, dan kunnen maar beter direct alle poorten open gooien.

Het verslag verzet zich ook tegen de toegang tot de Eurodac-gegevensbank voor de politiediensten en het gerecht van de lidstaten omdat - ik citeer – “hierdoor het risico zou toenemen dat asielzoekers gestigmatiseerd raken”. Dat is een belachelijke overweging, te meer omdat Eurodac juist een schat aan informatie zou kunnen inhouden in de strijd tegen illegale immigratie, internationale criminaliteit en terrorisme.

 
  
  

- Verslag: Sharon Bowles (A6-0312/2008)

 
  
MPphoto
 

  Christoph Konrad (PPE-DE). - (DE) Voorzitter, dames en heren, het verslag-Bowles gaat onder meer in op het probleem van de BTW-fraude, en terecht, want daar zijn jaarlijks twintig miljard euro mee gemoeid. Ik ondersteun de voorstellen op dit terrein. Het is echter belangrijk om erop te wijzen dat op dit terrein een ander systeem, een structurele hervorming, nodig is. Het enige dat we in deze context van de Commissie hebben gehoord, is dat ze de intergouvernementele samenwerking op dit terrein wil intensiveren en dat ze gaat evalueren, onderzoeken en dat soort zaken.

Gezien de omvang van de fraude is het hoog tijd dat de Commissie afstapt van haar passieve houding en de hervormingsgezinde lidstaten die daadwerkelijk van plan zijn de verleggingsregeling in te voeren, gaat ondersteunen. Dit is ook een oproep aan de heer Kovács om deze kwestie eindelijk eens anders te benaderen. Ik hoop dat we nog voor het einde van deze zittingsperiode een geschikt voorstel zullen krijgen en dat de voorstellen van de Oostenrijkse en Duitse regering worden goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Strejček (PPE-DE). - (EN) Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Bowles gestemd.

Ik wil graag drie punten benadrukken. Ten eerste, in het verslag wordt opgeroepen tot een betere belastingcoördinatie. Ik acht dit schadelijk voor de belastingconcurrentie, die gezond en productief is. Ten tweede, belastingfraude beëindig je niet door het verminderen van concurrentie maar door het uitbannen van elke vorm van belastingvrijstelling. Ten derde, aan BTW-fraude maak je een einde door de BTW-tarieven te harmoniseren, waardoor vrijstellingen en mazen in snel tempo zullen verdwijnen.

Het verslag-Bowles noemt andere remedies. Daarom heb ik tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling (PPE-DE).(FR) Voorzitter, zoals ik gisteren heb gezegd, ben ik tegen elke vorm van belastingfraude en heb ik de Commissie en de Raad gevraagd om onverwijld iets te doen aan de rampzalige effecten van BTW-ontduiking: de verliezen worden geraamd op twintig miljard euro per jaar, bijna een vijfde van de EU-begroting.

Ik verwees naar een model dat is ontwikkeld door RTvat, en dat deze organisatie eerder aan dit Huis heeft gepresenteerd, waarmee de BTW-ontduiking met ongeveer 275 miljoen euro per dag zou worden verminderd en de administratieve lasten verlaagd, met name voor het MKB. Ik denk dat de Commissie deze voorstellen moet analyseren, want er bestaan dus weldegelijk geschikte modellen. Maar er moet natuurlijk wel de politieke wil zijn om ze te gebruiken.

Ik kon desalniettemin niet vóór het verslag stemmen, omdat de amendementen van mijn fractie – waaronder het amendement dat zegt dat gezonde belastingconcurrentie helpt met het handhaven en vergroten van de belastinginkomsten van de lidstaten, en het amendement tegen uitbreiding van het toepassingsgebied van de Spaarrichtlijn – niet werden aangenomen. We zijn duidelijk gekant tegen een dusdanige uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn dat daaronder alle rechtspersonen en alle bronnen van financiële inkomsten vallen.

In dit verband moeten we denk ik niet vergeten dat “te veel belastingen funest is voor de belastingen”, en de lidstaten die voorstander zijn van zulke maatregelen, moeten goed beseffen dat de mensen in Macao, Singapore en Hong Kong zich al in de handen wrijven bij de gedachte dat we ons in die richting bewegen. Dat is de reden waarom ik tegen het verslag heb gestemd, want ik wil dat het helder en nauwkeurig is.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Voorzitter, ik wilde alleen een korte opmerking over het verslag-Bowles maken, dat handelt over een gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude. Als je dat zo leest, zou je denken dat het welhaast onmogelijk is om tegen dat verslag of onderdelen ervan te stemmen.

De werkelijkheid is echter dat ik weliswaar volledig achter een gecoördineerde aanpak van de strijd tegen belastingfraude sta – en op dit terrein is inderdaad serieus onderzoek en goede coördinatie nodig – maar dat een voorstel voor belastingharmonisatie en/of vermindering van de belastingconcurrentie in de EU-27 als onderdeel van de oplossing voor belastingfraude, volstrekt onaanvaardbaar is.

Ik ben me er niet zeker van of Europa – meer in het bijzonder de Commissie – wel beseft wat voor schade ze in de lidstaten aanricht door het voortdurend te hebben over de centralisering of beperking van de bevoegdheden van de lidstaten op belastinggebied. Hoewel deze kwestie niet echt relevant is voor het Verdrag van Lissabon, was het een enorm discussiepunt tijdens het debat dat vlak voor het Ierse referendum van 12 juni werd gehouden. Ik wou dat we degenen die bang waren voor Europa – bijvoorbeeld vanwege de wens van de Europese instellingen om in verschillende mate en om uiteenlopende redenen de belastinginspectie te centraliseren – ervan hadden kunnen overtuigen dat het Verdrag van Lissabon dit op geen enkele wijze ondersteunt. Maar dat konden we niet. Past u er alstublieft erg voor op dat u niet op dit specifieke terrein gaat rommelen.

 
  
  

- Verslag: Sylvia-Yvonne Kaufmann (A6-0292/2008)

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - (NL) Voorzitter, ik heb niet tegen het verslag-Kaufmann gestemd, hoewel ik er absoluut niet van overtuigd ben dat een betere werking van politie en justitie en een betere bestraffing van zelfs grensoverschrijdende criminaliteit persé moet verlopen via de Europeanisering van onze justitie of via het oprichten van een Europees parket. Wel integendeel.

Ik pleit er echter wel voor dat er een zeer vergaande en verbeterde samenwerking moet komen tussen alle soevereine Europese veiligheidsdiensten en in die zin kan ik een aantal aanbevelingen, verbeteringen van het verslag-Kaufmann, verbeteringen aan het Europees justitieel netwerk, grotendeels goedkeuren. Een en ander mag echter niet leiden tot een wereldvreemde, overbetaalde en arrogante Europese justitie, zoals we die de afgelopen maanden hebben gekend, met een bemoeizucht die ver de noodzakelijke samenwerking tussen soevereine lidstaten overschrijdt. Ik heb me daarom, om die tweede reden, onthouden bij de eindstemming over het verslag-Kaufmann.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Katerina Batzeli (A6-0274/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Op basis van het verslag van de Griekse afgevaardigde Katerina Batzeli heb ik vóór de wetgevingsresolutie gestemd waarmee het Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure in eerste lezing zijn goedkeuring geeft aan het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit nr. 1719/2006/EG tot vaststelling van het programma “Jeugd in actie” voor de periode 2007-2013. Ik verwelkom en ondersteun de amendementen houdende de vervanging van de raadplegingsprocedure door een verplichting van de Commissie om het Europees Parlement en de lidstaten zonder vertraging te informeren over alle maatregelen die zonder de bijstand van een comité voor de uitvoering van dit besluit zijn genomen, opdat selectiebesluiten sneller en doeltreffender kunnen worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Ik heb vóór het verslag-Batzeli gestemd en ben erg blij met de aanzienlijke verhoging van de desbetreffende middelen. Het programma “Jeugd in actie” is de laatste jaren een belangrijk instrument geweest om de opkomende generatie van de Unie bij het grote Europese project te betrekken. Het is daarom een essentieel middel om de nieuwe generatie dichter bij Europa te brengen en in staat te stellen om aan verschillende werkelijk interessante politieke en culturele initiatieven deel te nemen. De Europese Commissie doet er goed aan deze weg te vervolgen. Als een jong lid van het Parlement en gezien de inzet en de doelstellingen van de heer Figel, ben ik optimistisch over het succes van het nieuwe programma voor 2007-2013.

 
  
MPphoto
 
 

  Slavi Binev (NI), schriftelijk. (BG) Voorzitter, collega’s,

Het programma “Jeugd in actie” is een instrument om onze kinderen bij constructieve activiteiten te betrekken waarmee ze een leiderschapsmentaliteit en een gevoel van solidariteit en tolerantie kunnen ontwikkelen. Tegelijkertijd is het de beste manier om jongeren te laten zien dat we geïnteresseerd zijn in het oplossen van hun problemen en om ze vertrouwd te maken met het idee van een gemeenschappelijk Europees huis! Daarom is een efficiënt beheer van de middelen die voor de Europese jeugd zijn bestemd, voor de toekomst van de Unie van het grootste belang.

Het stimuleren van eigen initiatief, verminderen van administratieve lasten en vergroten van transparantie behoren tot de hoofdprioriteiten van het Parlement. Mevrouw Batzeli doet voorstellen voor het verminderen van de tijd die nodig is voordat geselecteerde projecten daadwerkelijk geld ontvangen, wat een positief signaal is voor jongeren. Tegelijkertijd zijn de amendementen gericht op handhaving van de positie van het Europees Parlement bij de controle op de besteding van Gemeenschapsmiddelen. Dit zijn de redenen waarom ik vóór het verslag en de daarin vervatte amendementen op het programma “Jeugd in actie” heb gestemd.

Ik feliciteer de rapporteur met het uitstekende werk dat ze heeft verricht!

 
  
MPphoto
 
 

  Neena Gill (PSE), schriftelijk. (EN)

Ik ben erg blij dat ik vóór dit verslag heb kunnen stemmen, omdat het programma “Jeugd in actie” naar mijn mening een uitstekend initiatief is. Programma’s zoals dit zijn essentieel om jongeren meer bij Europa te betrekken.

Deze betrokkenheid is hard nodig. Steeds weer hoor ik van de mensen in mijn kiesdistrict dat de Europese Unie niets voor ze doet. Zonder subsidies voor programma’s van het maatschappelijk middenveld, zullen degenen die geloven in het Europees project zich maar moeilijk kunnen verweren tegen kritiek op het democratisch tekort en de afstandelijke instellingen van de Unie.

Dit negativisme is met name sterk onder jongeren. Steeds wanneer ik in mijn kiesdistrict scholen bezoek, wordt ik getroffen door hun cynisme over de rol van de EU. Een verslag als dit vormt daarom een tijdige reactie op een urgent en groeiend probleem.

Maar het verslag is op weerstand gestuit van bangmakers, die zeggen dat het de macht van de Commissie zal vergroten. Wat duidelijk is, is dat het verstrekken van informatie alleen werkt wanneer die informatie objectief is. Ik zou die leden willen vragen hoe het versterken van het maatschappelijk middenveld en het vergroten van de rol van jonge burgers de Commissie meer macht zou kunnen geven.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Cultuur gaat over fundamentele langetermijnvraagstukken die gevolgen hebben voor naties en beschavingen. Om die reden is Junilistan van mening dat cultuurbeleid moet worden uitgevoerd door politici die dichter bij de burger staan en bijgevolg vooral op nationaal niveau aan de orde moet worden gesteld. We zijn van mening dat cultuurprogramma’s in de EU-begroting veel te genereus zijn bedeeld voor iets dat in essentie een zaak van de lidstaten is. We zijn in de regel geen tegenstander van meer geld voor cultuur, maar wel voor het toewijzen van meer middelen aan EU-instellingen die ver van de burger staan.

In de stemming van vandaag over vier verslagen van mevrouw Batzeli, hoefden we alleen onze mening te geven over amendementen van meer technische aard, namelijk over de uitvoeringsstructuur voor de programma’s. Toch hebben we tegen deze verslagen gestemd, om duidelijk te maken dat we gekant zijn tegen zulke omvangrijke culturele investeringen op EU-niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben blij met het verslag van Katerina Batzeli over het programma “Jeugd in actie”. De subsidies die uit hoofde van dit programma worden verstrekt, zijn belangrijk om jonge Europeanen in staat te stellen de kansen die de EU hen biedt, volledig te benutten. Het verslag is gericht op vermindering van de bureaucratie en vereenvoudiging van de beslissingsprocedure bij de selectie van de projecten die worden gesubsidieerd. Ik steun derhalve de aanbevelingen die in het verslag worden gedaan.

 
  
  

- Verslag: Katerina Batzeli (A6-0273/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Op basis van het verslag van de Griekse afgevaardigde Katerina Batzeli heb ik vóór de wetgevingsresolutie gestemd waarmee het Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure in eerste lezing zijn goedkeuring geeft aan het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit nr. 1855/2006/EG tot vaststelling van het programma “Cultuur” (2007-2013). Ik verwelkom en ondersteun de amendementen houdende de vervanging van de raadplegingsprocedure door een verplichting van de Commissie om het Europees Parlement en de lidstaten zonder vertraging te informeren over alle maatregelen die zonder de bijstand van een comité voor de uitvoering van dit besluit zijn genomen, opdat selectiebesluiten sneller en doeltreffender kunnen worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicodim Bulzesc (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat wordt beoogd de tijd te bekorten die nodig is om over subsidieaanvragen in het kader van het programma “Cultuur” (2007-2013) te besluiten.

De ervaring van de laatste jaren leert dat de procedure voor het toekennen van subsidies via dit mechanisme vrij traag is. Daardoor kampen veel culturele actoren mogelijk met financiële problemen.

Aangezien culturele instellingen en artiesten die in het kader van dit programma een subsidieaanvraag doen, zich over het algemeen in een moeilijke financiële situatie bevinden, ben ik blij met een actie die erop is gericht de toegang tot Europese middelen te faciliteren.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Het verslag van Katerina Batzeli over het programma “Cultuur” (2007-2013) beoogt de besluitvorming over subsidies uit hoofde van dit programma te stroomlijnen. Wanneer deze besluitvorming efficiënter verloopt, zal dat ook de uitvoering van programma’s zoals “Culturele Hoofdstad van Europa” ten goede komen. Ik heb daarom vóór het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN), schriftelijk. (PL) Voorzitter, de verslagen van Katerina Batzeli die in stemming zijn gebracht, die respectievelijk handelen over het programma “Jeugd in actie” (2007-2013), het programma “Cultuur” (2007-2013), het programma “Europa voor de burger” (2007-2013) en het Actieprogramma op het gebied van een leven lang leren, laten zien dat de procedures die worden gevolgd bij het vaststellen van meerjarenprogramma’s op het gebied van cultuur, jongerenonderwijs en actief burgerschap, de voorbereiding en uitvoering van deze programma’s duidelijk bemoeilijken. De vraag is: komt dat door de bureaucratische manier van werken van de Commissie of doordat men onvoldoende inzicht heeft in het belangrijke onderwerp “actief burgerschap”?


Cultuur en onderwijs kunnen slecht tegen bureaucratie. Vandaar de herhaalde oproepen van de Commissie cultuur en onderwijs voor een “snelle, doeltreffende en transparante procedure, met garanties wat betreft het recht van controle en van informatie ten aanzien van de besluitvorming”. Zonder snelle besluiten zullen de verhoopte effecten niet worden bereikt. Genoemde feiten rechtvaardigen zonder meer om vóór de verslagen te stemmen, te meer omdat cultuur in de ruimste zin tot de rijkdommen van een land behoort en zijn ontwikkeling en voortbestaan garandeert.

 
  
  

- Verslag: Katerina Batzeli (A6-0275/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Op basis van het verslag van de Griekse afgevaardigde Katerina Batzeli heb ik vóór de wetgevingsresolutie gestemd waarmee het Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure in eerste lezing zijn goedkeuring geeft aan het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit nr. 1904/2006/EG tot vaststelling van het programma “Europa voor de burger” (2007-2013) voor het bevorderen van actief Europees burgerschap. Ik verwelkom en ondersteun de amendementen houdende de vervanging van de raadplegingsprocedure door een verplichting van de Commissie om het Europees Parlement en de lidstaten zonder vertraging te informeren over alle maatregelen die zonder de bijstand van een comité voor de uitvoering van dit besluit zijn genomen, opdat selectiebesluiten sneller en doeltreffender kunnen worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Dank u, Voorzitter, ik ben van dit verslag net zo overtuigd als van de vorige verslagen van collega Batzeli en stem derhalve vóór.

Het programma “Europa voor de burger” heeft de laatste jaren belangrijk bijgedragen aan het vervullen van de moeilijke taak om Europa dichter bij de burger te brengen: Europa is in het verleden al te vaak gezien als een afstandelijke, bureaucratische entiteit die ver verwijderd is van de alledaagse realiteit van haar burgers.

Omdat we de plenaire vergadering vandaag bij wijze van uitzondering in Brussel houden, hebben we de kans een signaal aan de Europese burgers af te geven dat ze zeer zullen waarderen: laten we het aantal zetels van het Europees Parlement beperken tot een enkele, namelijk Brussel. Onze burgers staan steeds meer perplex van onze maandelijkse verhuizing, waar steeds meer organisatorische inspanningen en geld mee gemoeid zijn. Laat we daar in alle openhartigheid over beginnen te praten.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik verwelkom de voorstellen voor het verminderen van de bureaucratie in het besluitvormingsproces voor het programma “Europa voor de burger”. Door jumelageprojecten en projecten uit het maatschappelijk middenveld waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend, efficiënter te selecteren, vergroot de EU haar capaciteit om burgers meer bij Europa te betrekken. Met dit voor ogen heb ik vóór het verslag-Batzeli over het programma “Europa voor de burger” (2007-2013) voor het bevorderen van een actief burgerschap gestemd.

 
  
  

- Verslag: Katerina Batzeli (A6-0276/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Op basis van het verslag van de Griekse afgevaardigde Katerina Batzeli heb ik vóór de wetgevingsresolutie gestemd waarmee het Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure in eerste lezing zijn goedkeuring geeft aan het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit nr. 1720/2006/EG tot vaststelling van een actieprogramma op het gebied van “een leven lang leren”. Ik verwelkom en ondersteun de amendementen houdende de vervanging van de raadplegingsprocedure door een verplichting van de Commissie om het Europees Parlement en de lidstaten zonder vertraging te informeren over alle maatregelen die zonder de bijstand van een comité voor de uitvoering van dit besluit zijn genomen, opdat selectiebesluiten sneller en doeltreffender kunnen worden uitgevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Het “Actieprogramma op het gebied van een leven lang leren”, helpt onderwijsprogramma’s als Erasmus te financieren. Door zulke programma’s nemen mensen uit alle delen van Europa niet alleen kennis van de culturele rijkdom van Europa, maar zien ze ook de grote weelde aan opleidingskansen die de EU hen biedt. Daarom heb ik vóór het verslag-Batzeli over dit actieprogramma gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) We kunnen onze burgers wel tot leren aanmoedigen, maar als we ze vervolgens met plannen voor een Europese “blauwe kaart” confronteren, werkt dat contraproductief. Door de stijging van flexarbeid en de grotere concurrentiedruk is het immers nu al zo dat een goede basis- en aanvullende opleiding geen bescherming meer biedt tegen werkloosheid.

Er zijn genoeg goedopgeleide mensen die door ondernemingen worden afgewezen omdat ze op zoek zijn naar de goedkoopste houder van een doctor- of mastertitel in “Mac-banen” of alleen nog maar flexcontracten willen geven.

Het vermeende tekort aan vakmensen moet worden aangepakt door grootschalige opleidingsprogramma’s. Als dat onvoldoende blijkt, verdient een vorm van seizoenmigratie de voorkeur. Zo wordt een nieuwe immigratiegolf voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dumitru Oprea (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór het verslag van mevrouw Katerina Batzeli gestemd, en wel om verschillende redenen.

Het is goed bekend dat onderwijs en opleiding in het kader van de doelstellingen van Lissabon essentiële prioriteiten van de Europese Unie zijn. Doelstelling van het programma voor “een leven lang leren” zou moeten zijn om een flexibele, autonome maatschappij in stand te houden waarin kennis een sleutelrol speelt en die zich zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht economisch en cultureel verder ontwikkelt, en dat allemaal in de geest van grote(re) sociale samenhang. Vandaar dat bij het programma alle sociale factoren moeten worden betrokken.

Net als alle programma’s van een dergelijke omvang, moet het natuurlijk helder en samenhangend zijn en moet het gemonitord en na elke uitvoeringsfase geëvalueerd worden, zodat het zo nodig kan worden bijgesteld, vooral wat de prioriteiten in de uitvoering betreft.

Het programma moet zich ook richten op volwassenen. Feit is dat de meeste mensen zich in de eerste fase van hun leven concentreren op het volgen van onderwijs en dat hun kennis daarna minder wordt. Iedereen zou gestimuleerd en gemotiveerd moeten worden om deel te nemen aan een vorm van permanente educatie, waardoor mensen ongeacht hun leeftijd geschikt blijven voor de arbeidsmarkt.

Dit is nog belangrijker als we kijken naar de statistieken die een vergrijzing van de beroepsbevolking en een daling van de actieve bevolking laten zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Mihaela Popa (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Heel Europa heeft vandaag te maken met een reeks essentiële en dramatische veranderingen voor burgers van alle leeftijden.

Men onderkent het belang van het element onderwijs en opleiding in de Strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid en de Europese Raad heeft herhaaldelijk de rol van onderwijs en opleiding voor het langetermijnconcurrentievermogen van de Europese Unie benadrukt.

Vandaag kunnen we mensen niet langer de zekerheid geven dat ze hun hele leven in dezelfde bedrijfstak of dezelfde plaats zullen werken. Hun carrière zal minder voorspelbaar verlopen. Ze hebben daarom een breed scala van algemene vaardigheden nodig om zich aan te kunnen passen.

Om ze voor te bereiden op het leven en de samenleving, moeten scholen hun leerlingen sturen in de richting van “een leven lang leren”. Dat is ook de titel van een veelomvattend EU-programma, dat mede is gebaseerd op de gedachte dat mensen nooit te oud zijn om te leren, waardoor ze energieke en actieve leden van de samenleving blijven.

Dat is de reden waarom ik vol vertrouwen vóór dit verslag heb gestemd. Omdat we de daarvoor benodigde programma’s moeten ontwikkelen, en dan denk ik met name aan de nieuwe EU-lidstaten.

 
  
  

- Verslag: Jacek Saryusz-Wolski (A6-0306/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Zlotea (PPE-DE), schriftelijk. (RO) De partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO) tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Oezbekistan is op 1 juli 1999 van kracht geworden, dus vóór de uitbreiding van de Europese Unie met Bulgarije en Roemenië. Het protocol bij de PSO was nodig om de nieuwe lidstaten Roemenië en Bulgarije in staat te stellen om zich bij deze overeenkomst aan te sluiten.

Het Parlement zou meer initiatieven van dit type moeten ontplooien, waarbij ook rekening zou moeten worden gehouden met de partnerschappen die met de andere landen in de regio zijn ondertekend. Vanwege de situatie in de regio moet de Europese Unie dit jaar een partnerschapsovereenkomst met Azerbeidzjan sluiten, om de Unie in staat te stellen haar energieprojecten te continueren.

Azerbeidzjan moet van de Europese Unie speciale aandacht krijgen, op grond van het zeer evenwichtige beleid dat dit land voert en omdat het de Unie kan helpen met het realiseren van haar energieprojecten.

 
  
  

- Verslag: Helmuth Markov (A6-0281/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Na het referendum dat op 21 mei 2006 in Montenegro werd gehouden over de onafhankelijkheid van dat land, waarbij een meerderheid (55,4 procent) vóór onafhankelijkheid stemde, verklaarde het Montenegrijnse parlement Montenegro op 3 juni 2006 volledig onafhankelijk volgens de regels van het internationale recht. Servië erkende de onafhankelijkheid van Montenegro op 5 juni 2006 en het Servische parlement nam een besluit aan waarbij Servië de opvolger werd van de Statenunie van Servië en Montenegro, wat volgens het constitutioneel handvest van 4 februari 2003 de nieuwe naam was van de Federale Republiek Joegoslavië. Tegen deze achtergrond heb ik vóór de wetgevingsresolutie gestemd waarmee het Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure zijn goedkeuring geeft aan het voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van een eigen aansprakelijkheid van Montenegro voor de langlopende leningen die de Gemeenschap aan de Statenunie van Servië en Montenegro (voorheen de Federale Republiek Joegoslavië) heeft toegekend, en tot evenredige beperking van de aansprakelijkheid van Servië voor deze leningen.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. (EN) Ik stem vóór het verslag van Helmut Markov. Ik ben van mening dat het voor de stabiliteit en veiligheid in Europa absoluut noodzakelijk is dat we al het mogelijke doen om zowel Servië als Montenegro te helpen herstellen van de economische en sociale opschudding die door de opsplitsing van Joegoslavië en de daaropvolgende rampzalige oorlogen ontstond.

Ik hoop dat met name infrastructuur en transport een hoge prioriteit krijgen. Als we oprecht zijn in onze aspiraties voor deze twee landen, dan moeten we deze overeenkomst krachtig ondersteunen, want ze is onmisbaar. Ik hoop dat zowel Servië als Montenegro in de toekomst tot de Europese Unie kunnen toetreden.

Deze overeenkomst is de eerste stap naar een toekomstige toetreding.

 
  
  

- Verslag: Neil Parish (A6-0311/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Op basis van het verslag van mijn gewaardeerde Britse collega Neil Parish heb ik vóór de wetgevingsresolutie gestemd waarmee het Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure zijn goedkeuring geeft aan het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van de Verordening van de Raad van 28 juni 2007 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten. Laatstgenoemde verordening zou in werking moeten treden op 1 januari 2009. Het voorstel heeft tot doel het verplichte gebruik van het EU-logo uit te stellen totdat een nieuw logo is ontworpen, teneinde te voorkomen dat er bij de consumenten verwarring ontstaat door een te snelle opeenvolging van EU-logo’s en de marktdeelnemers extra kosten moeten maken doordat zij hun verpakkingen en afdrukken op zeer korte termijn moeten aanpassen. Vandaar het voorstel om het verplichte gebruik van het EU-logo uit te stellen tot 30 juni 2010.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik steun dit verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten. Ik ben er niet helemaal van overtuigd dat een maximale biologische productie en consumptie in alle gevallen beter is. Ik geloof dat de wetenschap de voedselproductiviteit en -veiligheid op enkele belangrijke terreinen heeft verbeterd. Mijn eigen consumptie is een afspiegeling van dat geloof. Dat neemt niet weg dat personen met een meer fundamentalistische opvatting er zeker van moeten kunnen zijn dat “biologisch” ook werkelijk betekent dat het gaat om een biologisch product en dat het niet zomaar een opschrift is om goedgelovige en slecht geïnformeerde consumenten aan te trekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) De vraag naar biologisch geproduceerd voedsel en andere biologische producten is hoog en neemt nog steeds toe. Om aan deze vraag te kunnen voldoen, moeten consumenten natuurlijk in staat zijn om deze producten als zodanig op de markt te herkennen. Vandaar dat etikettering nodig is, zodat de markt zijn werk kan doen.

We hebben eerder echter tegen EU-voorschriften voor het etiketteren van biologische producten gestemd, omdat het onze overtuiging is dat de markt, aangedreven door bewuste consumenten, dit alleen afkan. Wanneer op het terrein van de etikettering van biologische producten overheidsvoorschriften nodig zijn, dan moeten die op nationaal niveau worden vastgesteld.

Bij de stemming over dit verslag was echter alleen de vraag aan de orde of het verplichte gebruik van het EU-logo voor organische producten moest worden uitgesteld. We stemden vóór het daartoe strekkende voorstel.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik stemde vóór het verslag-Parish waarin goedkeuring wordt gegeven aan het voorstel van de Commissie om de invoering van een verplicht EU-etiket voor biologische producten uit te stellen. Ik wijs er echter op dat het niet verboden is om een dergelijk etiket op basis van vrijwilligheid te gebruiken. Eventuele stappen in de richting van vrijwillige etikettering die in het voordeel zijn van de consument, zouden gestimuleerd moeten worden.

 
  
  

- Verslag: Philippe Morillon (A6-0315/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. (SV) Wij hebben vóór het verslag gestemd, omdat door de amendementen van het Parlement voor het sluiten van overeenkomsten de instemming van het Parlement zal zijn vereist. We zijn voorstander van een grondige herziening van de visserijovereenkomsten van de EU en zien dit als een positieve eerste stap die ons meer mogelijkheden geeft om invloed uit te oefenen.

We nemen de wetenschappelijke rapporten waaruit blijkt dat de zeeën uitgeput raken, zeer serieus. Daarom geloven we niet dat de visserijovereenkomsten van de EU op de lange termijn duurzame instrumenten voor het bestrijden van armoede en bevorderen van ontwikkeling zullen zijn. We zouden het visserijbeleid van de EU zo willen veranderen dat het leidt tot herstel van de visbestanden. Ook streven we ernaar dat via veranderingen in het handels- en hulpbeleid van de EU en via verscheidene vormen van partnerschap duurzame ontwikkeling wordt ondersteund in de landen waarvoor de visserijovereenkomsten met de EU momenteel een belangrijke bron van inkomsten vertegenwoordigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik steun het verslag-Morillon over de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan. Ik ben van mening dat landen die van de visvangst leven hun eigen visgronden moeten beheren en in het geval van internationale visgronden onderling moeten samenwerken via regionale visserijorganisaties.

De EU heeft visserijbelangen in de Indische Oceaan en is bijgevolg gehouden aan de verplichtingen zoals die voortvloeien uit het VN-Verdrag inzake het recht van de zee. Ik kijk echter uit naar de dag waarop Frankrijk en andere EU-landen hun eigen visserijbelangen rechtstreeks kunnen regelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Het Europees Parlement heeft zojuist ingestemd met de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan die de Europese Gemeenschap in 2006 heeft ondertekend. Aangezien de Gemeenschap, vanwege de ligging van het eiland La Réunion, visserijbelangen had in dit gebied, was ze verplicht om samen te werken met de andere partijen die bij het beheer en de instandhouding van de visbestanden in het gebied waren betrokken, conform de bepalingen van het VN-Verdrag inzake het recht van de zee.

De nieuwe regionale visserijorganisatie verschaft een specifiek institutioneel kader met als hoeksteen het permanent Wetenschappelijk Comité, dat als hoofdtaak heeft om een wetenschappelijke beoordeling te geven van de toestand van de visbestanden en van de gevolgen van de visserij voor het mariene milieu, met inachtneming van de milieukenmerken van het gebied. De overeenkomst stimuleert ook samenwerking op het gebied van wetenschappelijk onderzoek.

Deze wetenschappelijke aanbevelingen bieden de partijen een goede basis voor het opstellen van de instandhoudings- en beheermaatregelen waarmee de uitdagingen in het gebied het beste kunnen worden aangegaan. De overeenkomst is een werkelijke stap vooruit in het vergroten van de visbestanden en het bevorderen van duurzame ontwikkeling.

 
  
  

- Verslag: Kyösti Virrankoski (A6-0328/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik stemde vóór de resolutie van het Europees Parlement die is gebaseerd op het verslag van mijn collega Kyösti Virrankoski over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 5/2008 (VOGB 5/2008), dat betrekking heeft op de herziening van de traditionele eigen middelen (TEM, d.w.z. douanerechten, landbouwrechten en suikerheffingen), de BTW- en de BNI-grondslag en de budgettering en financiering van de Britse korting, wat leidt tot een verandering in de verdeling van de bijdragen van de lidstaten aan de eigen middelen van de EU-begroting.

 
  
  

- Verslag: Sylvia-Yvonne Kaufmann (A6-0292/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Op basis van het verslag van de Duitse afgevaardigde Sylvia-Yvonne Kaufmann heb ik vóór de wetgevingsresolutie gestemd waarmee het Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure zijn goedkeuring geeft aan het initiatief van een aantal lidstaten voor versterking van het Europees Justitieel Netwerk. In de resolutie worden de Raad en de Commissie er om te beginnen toe opgeroepen om vanaf de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon prioriteit te geven aan elk toekomstig voorstel tot wijziging van de tekst van het initiatief door gebruik te maken van de urgentieprocedure, overeenkomstig het bepaalde in het Verdrag. Ik steun de versterking van het onderdeel over “gegevensbescherming” en het feit dat de contactpunten van het Justitieel Netwerk de nationale leden van Eurojust van bepaalde informatie moeten voorzien. Ik verwelkom verder met name de verwijzing naar het toekomstig kaderbesluit over de bescherming van persoonsgegevens die in het kader van de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken worden verwerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen, Carl Lang en Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. – (FR) Wat Frankrijk, Nederland en Ierland in de referenda van 2005 en juni 2008 door de voordeur naar buiten hebben gegooid, wil Brussel via het achterraam weer in huis halen: de Europese openbare aanklager.

De verleiding blijkt te groot voor onze pro-Europese tovenaarsleerlingen: bezwaren, verwerpingen, legitieme weerstand van de volkeren van Europa worden allemaal terzijde geschoven, want alle justitie-, veiligheids- en immigratievraagstukken moeten hoe dan ook en koste wat het kost worden gecommunautariseerd.

Europa heeft het helemaal mis. De vereiste samenwerking tussen de lidstaten op justitieel en politieel terrein en zelfs bij strafzaken mag er niet toe leiden dat ze worden onderworpen aan een supranationale rechtsorde die is gecreëerd ondanks alle verschillen die er tussen de rechtssystemen en tradities van de lidstaten bestaan.

We verwerpen deze supranationale rechtsorde, die in strijd is met de beginselen en waarden die we het meeste koesteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Voorzitter, dames en heren, ik stem vóór het verslag van mevrouw Kaufmann over het Europees Justitieel Netwerk. Ik ben het zowel eens met de inhoud als met de doelstelling, namelijk het versterken van bestaande structuren en het bundelen van acties. De significante veranderingen die de afgelopen jaren in verband met justitiële samenwerking in strafzaken hebben plaatsgehad, maken het noodzakelijk om structuren in te voeren dan wel te versterken waarmee op Europees niveau bijstand kan worden verleend en voor coördinatie kan worden gezorgd.

Ondanks het feit dat men het beginsel van wederzijdse erkenning in de praktijk is beginnen toe te passen, bestaan er nog steeds tal van praktische moeilijkheden en is er een groeiend aantal zeer gecompliceerde transnationale zaken waarbij het verstrekken van bijstand en ondersteuning aan de bevoegde nationale autoriteiten steeds noodzakelijker wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. (SV) Ik ben er volledig op tegen om gegevens over iemands religie, geslacht, politieke opvattingen, enz. te beschouwen als relevante informatie die naar de autoriteiten moet worden gestuurd, maar in dit verslag wordt de mogelijkheid daartoe alleen genoemd in combinatie met “aanvullende beveiligingsinstrumenten” en als een poging voor het verscherpen van bestaande wetgeving. Vandaar dat ik vóór stem.

 
  
  

- Verslag: Armando França (A6-0285/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik stemde vóór de wetgevingsresolutie die is gebaseerd op het verslag van de Portugese afgevaardigde Armando França waarbij goedkeuring wordt gegeven aan het initiatief van een aantal lidstaten (de Republiek Slovenië, de Franse Republiek, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Zweden, de Slowaakse Republiek, het Verenigd Koninkrijk en de Bondsrepubliek Duitsland) tot wijziging van een reeks kaderbesluiten (2002/584/JBZ betreffende het Europees aanhoudingsbevel; 2005/214/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties; 2006/783/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie; en 2008/…/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen) met het oog op de tenuitvoerlegging van verstekvonnissen. Ik ondersteun het voorstel voor een reeks procedurele waarborgen voor het versterken van de rechten van personen die bij verstek zijn veroordeeld en de pogingen voor het uit de weg ruimen van de verschillende benaderingen van “gronden tot weigering van de erkenning” van bedoelde beslissingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik stemde vóór het verslag van de heer França over de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen, omdat ik denk dat het belangrijk is dat voor de wederzijdse erkenning van verstekvonnissen uniforme regels worden vastgesteld.

Ik feliciteer de rapporteur met de voorstellen in zijn verslag, die ik cruciaal acht voor het harmoniseren van procedurele waarborgen in de EU en voor het versterken van de bescherming van fundamentele rechten, zoals het recht om te worden gehoord en het recht op een proces.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik steun dit verslag over de wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen. Ik ben van mening dat personen die voor een misdaad zijn veroordeeld zich niet binnen de spleten van de Europese Unie moeten kunnen verschuilen. Iedereen die in een lidstaat is veroordeeld, moet overal in de Unie schuldig worden geacht. Wanneer we de integriteit van de rechterlijke macht van een lidstaat in twijfel gaan trekken, dan moet het EU-lidmaatschap van die staat worden opgeschort. Zo lang dat niet het geval is, mag het niet uitmaken of een misdadiger in Madrid of in Lissabon is veroordeeld, net zo min als dat het uitmaakt of hij door een rechter in Manchester of Londen is veroordeeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL), schriftelijk. (NL) Ik heb tegen het verslag “Toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen” van rapporteur Franca gestemd, omdat dit verslag een harmonisering van strafrecht op Europees niveau beoogt.

Ik vind dat strafrecht onder de bevoegdheden van de lidstaten valt en niet onder de bevoegdheden van de EU. Er dient dus geen harmonisering plaats te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. (NL) Ik heb tegen het verslag “Toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen” van rapporteur Franca gestemd, omdat dit verslag een harmonisering van strafrecht op Europees niveau wil bereiken. Ik vind dat strafrecht onder de bevoegdheden van de lidstaten valt en niet onder de bevoegdheden van de EU. Uiteraard ben ik voor het recht op goede vertegenwoordiging bij de verdediging. 

Er dient echter geen harmonisering plaats te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Wederzijdse erkenning is de hoeksteen van justitiële samenwerking op Europees niveau. Iedere verduidelijking van de instrumenten voor het toepassen van dit beginsel is dus welkom.

Het vandaag goedgekeurde besluit is opportuun. Ik zou een ander probleem onder de aandacht willen brengen, namelijk de gebrekkige wijze waarop sommige lidstaten belangrijke instrumenten ten uitvoer leggen, zoals het Europees aanhoudingsbevel.

In januari 2007 vaardigden de Roemeense autoriteiten een Europees aanhoudingsbevel uit voor de Tsjechische staatsburger František Příplata, die in de zaak van de vermoording van een Roemeense vakbondsleider in 2000, was veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar wegens het aanzetten tot het plegen van een ernstig misdrijf. Tsjechië, waar de moordenaar zich bevindt, levert echter alleen personen uit die zijn veroordeeld voor misdrijven die zijn gepleegd op of na 1 november 2004.

Dus acht jaar nadat het betreffende misdrijf is gepleegd, is de veroordeelde persoon nog steeds niet uitgeleverd en is de tenuitvoerlegging van het vonnis nog steeds niet begonnen.

Ik vind dat lidstaten die menen dat instrumenten voor justitiële samenwerking op deze manier moeten worden uitgevoerd, er eens serieus over moeten nadenken of zulke reserves wel gepast zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik stemde vóór het verslag van Armando França over de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op beslissingen tot confiscatie en het Kaderbesluit 2008/.../JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafrechtelijke beslissingen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen worden opgelegd met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie.

Het komt steeds vaker voor dat gevaarlijke criminelen de vrijheid van verkeer en het afschaffen van de grenzen binnen de Europese Unie gebruiken om aan veroordeling te ontkomen.

Ik sta onvoorwaardelijk achter dit verslag, omdat het zorgt voor eenvormige regelgeving inzake verstekvonnissen, wat bijzonder noodzakelijk is om te voorkomen dat misdadigers de rechtsgang blokkeren door naar een ander EU-land te vluchten.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. (SV) De amendementen van het Parlement beogen een grotere bescherming van personen door het bestaande regelgevingskader te verbeteren. Vandaar dat ik vóór stem.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Het initiatief tot wijziging van de wettelijke bepalingen inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op gerechtelijke uitspraken, heeft mijn volledige steun.

Al het mogelijke moet worden gedaan om ervoor te zorgen dat de justitiële samenwerking tussen lidstaten zo effectief mogelijk gebeurt. Tegelijkertijd moet ervoor worden gezorgd dat alle rechten van de burger, waaronder het recht op verweer in een strafprocedure, volledig behouden blijven.

Naar mijn mening zullen de voorgestelde amendementen niet alleen de samenwerking tussen de gerechten aanzienlijk faciliteren, maar bovenal in de hele Europese Unie de rechten van de burger bij de rechtspleging helpen versterken, vooral het recht op verweer en het recht op een nieuw proces.

 
  
  

- Verslag: Ioannis Gklavakis (A6-0286/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. (SV) Dit initiatiefverslag vestigt de aandacht op visserij en aquacultuur in de context van het geïntegreerd beheer van kustgebieden in Europa.

Ecologisch en duurzaam beheer van aquatische hulpbronnen en visbestanden is natuurlijk belangrijk voor de bescherming van het milieu waarin we leven. Helaas gaat de rapporteur in zijn verslag voorbij aan de problemen die de visserijsector veroorzaakt. Daarom onthouden we ons van stemming. Overcapaciteit van de visserijvloten in de EU heeft tot gevolg dat er veel te veel wordt gevangen. Dit vormt zowel een bedreiging voor het mariene ecosysteem als voor de visbestanden.

We zouden graag zien dat het aantal vissersvaartuigen aanzienlijk wordt verminderd en het vaststellen van visquota gebeurt op basis van wetenschappelijke gegevens en uitgaande van wat biologisch veilig is. Natuurlijk moeten werknemers die het slachtoffer worden van herstructureringsmaatregelen redelijke financiële steun krijgen en moet ze de mogelijkheid worden geboden om een arbeidsmarktgerichte opleiding te volgen, zodat ze aan de slag kunnen in andere sectoren van de economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Emanuel Jardim Fernandes (PSE), schriftelijk. (PT) Ik stemde vóór het verslag van collega Gklavakis over visserij en aquacultuur in de context van het geïntegreerd beheer van kustgebieden in Europa (ICZM), en feliciteer hem met de goede kwaliteit van dit verslag. Ik vind het verslag daarom zo goed omdat wordt benadrukt dat visserij en aquacultuur voor kustgebieden van groot economisch en sociaal belang zijn en wordt opgeroepen tot steunverlening voor deze activiteiten in het kader van het ICZM. Om die reden is het ook van essentieel belang dat de nationale en regionale overheden van de ultraperifere gebieden geïntegreerde ICZM-strategieën opstellen om de evenwichtige ontwikkeling van de kustgebieden te waarborgen.

Ik ben ook een groot voorstander van het voorstel van de rapporteur om het Europees Visserijfonds te gebruiken voor de langetermijnfinanciering van maatregelen in het kader van het ICZM, omdat uit dit fonds acties worden ondersteund die erop zijn gericht om via een horizontale benadering van alle maritieme activiteiten in visserijgebieden, de duurzame ontwikkeling van die gebieden te bevorderen.

Tot slot is het belangrijk om te onderstrepen dat bij regionale planning de aandacht tot dusver volledig op het land is gericht en geen rekening is gehouden met het effect van kustactiviteiten op bepaalde maritieme activiteiten, wat heeft geleid tot de achteruitgang van mariene habitats. Daarom is het cruciaal dat een nieuwe aanpak wordt gevolgd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) In het verslag-Gklavakis wordt terecht uit gegaan van het belang van visserij voor kustgemeenschappen en voor het behoud van hun culturele tradities. Dit zeer menselijke aspect van de visserij-industrie lijkt bij de uitvoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid al te vaak over het hoofd te zijn gezien. De rapporteur wijst er terecht op dat de bevoegde instellingen op nationaal, regionaal en EU-niveau op het terrein van kustbeheer met elkaar moeten samenwerken. Ik ben van mening dat kustgebieden en -staten daarbij het voortouw moeten nemen en de EU faciliterend moet optreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastiano (Nello) Musumeci (UEN), schriftelijk. (IT) Visserij en aquacultuur zijn twee van de belangrijkste motoren van de economische en sociale ontwikkeling van de kustgebieden van de Europese Unie. Daarom is het belangrijk dat visserij- en aquacultuuractiviteiten zo worden beheerd dat sprake is van een duurzame exploitatie van visgronden maar dat tegelijkertijd aan de toenemende vraag naar visproducten wordt voldaan.

Om dat te bereiken moeten de lidstaten een reeks maatregelen uitvoeren die zijn gericht op het beschermen van kustgebieden en het bevorderen van een schoon mariene milieu. Het grensoverschrijdende karakter van veel kustprocessen maakt het noodzakelijk dat de lidstaten daarbij niet alleen met elkaar maar ook met aangrenzende derde landen samenwerken.

Een van die maatregelen betreft de bouw van huisvesting voor toeristische doeleinden. Voor veel regio’s is het toerisme belangrijk voor het lokale bbp. Ik ben van mening dat we milieuvriendelijk toerisme moeten ondersteunen, met andere woorden: een vorm van toerisme die aansluit bij beleid voor de bescherming van het platteland en het milieu.

Ook bij industriële activiteiten is coördinatie nodig. Dan denk ik bijvoorbeeld aan het belang van een effectief gemeenschappelijk beleid voor de verwerking van afvalwater om ervoor te zorgen dat een belangrijke economische activiteit verenigbaar is met de noodzaak en de plicht om het mariene milieu in stand te houden.

Kleinschalige kustvisserij is een zeer belangrijke bron van inkomsten voor duizenden gezinnen en houdt een eeuwenoude traditie in stand die Europa naar mijn mening zou moeten ondersteunen en behouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik stem vóór het verslag-Gklavakis, omdat daarin wordt benadrukt dat een communautaire strategie voor de kustgebieden op duurzame ontwikkeling moet zijn gericht.

Een strategie voor een geïntegreerd beheer van kustgebieden kan feitelijk een geschikt kader bieden voor de duurzame exploitatie van deze gebieden en de daar verrichte activiteiten. Ik sta volledig achter het standpunt van de rapporteur dat langetermijnplanning nodig is en dat daar alle relevante instanties bij moeten worden betrokken.

Ik juich die opvatting toe en wil ik ook graag benadrukken dat dit nog maar het begin van meer aandacht voor deze sector moet zijn. Ik verzoek de Commissie om op dit terrein een zinvol beleid te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Ik heb me van stemming onthouden, omdat ik van mening ben dat overál sprake moet zijn van duurzame visserij en als steunbetuiging aan de kustgemeenschappen en vissers van Ierland. Het gemeenschappelijk visserijbeleid richt zich weliswaar op beiden, maar heeft een averechts heeft gehad: achteruitgang van het mariene milieu en de visbestanden.

 
  
  

- Verslag: Mihael Brejc (A6-0208/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Op basis van het verslag van mijn zeer gewaardeerde Sloveense collega Mihael Brejc heb ik vóór de wetgevingsresolutie gestemd waarmee het Parlement in het kader van de medebeslissingsprocedure in eerste lezing zijn goedkeuring geeft aan het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 562/2006 wat betreft het gebruik van het visuminformatiesysteem (VIS) in het kader van de Schengengrenscode. Gezien de verwachtingen die de Europese burger heeft als het gaat om binnenlandse veiligheid, ondersteun ik ten volle de voorgestelde wijzigingen in de Schengengrenscode die moeten zorgen voor een effectief gebruik van het VIS aan de buitengrenzen. Het voorstel strekt tot het vaststellen van gemeenschappelijke regels voor het verplicht gebruik van het VIS aan de buitengrenzen (d.w.z. een systematische controle aan de hand van het nummer van de visumsticker in combinatie met een verificatie van de vingerafdrukken) en beoogt op die manier het systeem voor een geïntegreerd grensbeheer in de Europese Unie verder te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen, Carl Lang en Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. (FR) Hoewel ik graag het tegenovergestelde zou willen verkondigen, heeft Europa geen vorderingen gemaakt op het terrein van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Integendeel, sinds het betreurenswaardige Schengenakkoord van kracht is, heeft de afschaffing van controles aan de binnengrenzen geleid tot een enorme groei van de georganiseerde misdaad en alle vormen van illegale handel.

Met methoden die de veiligheid van de nationale staten en hun burgers maar al te vaak in gevaar brengen, heeft de Europese Unie – die op het terrein van veiligheid een echte tovenaarsleerling is – ons opgezadeld met deze “ruimte van onveiligheid” waarin het al evenzeer aan “vrijheid” en “rechtvaardigheid” ontbreekt.

Wijziging van de Schengengrenscode zal niet helpen, want het zijn de grondslagen zelf van het Schengenakkoord die verkeerd en onaanvaardbaar zijn.

Een “gemeenschappelijke ruimte van veiligheid” heeft alleen kans van slagen als de afzonderlijke staten de volledige bevoegdheid behouden over de controle van de nationale grenzen en over het nationale migratiebeleid. Het zou werkelijk het toppunt van absurditeit zijn wanneer deze maatregel behelst dat nog meer bevoegdheden worden overgedragen aan een Unie die toch al verlamd is.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stemde vóór het verslag van Mihael Brejc over het gebruik van het visuminformatiesysteem (VIS) in het kader van de Schengengrenscode.

De gemeenschappelijke regels voor de buitengrenzen van het Schengengebied moeten worden gewijzigd en het VIS moet op een efficiëntere en meer uniforme wijze worden gebruikt. Dit moet op een oordeelkundige en zorgvuldige wijze gebeuren, omdat privacybescherming en mensenrechten altijd op de voorgrond moeten staan en in acht moeten worden genomen.

Wanneer aan de grenzen van iedereen met behulp van het VIS de vingerafdrukken worden gecontroleerd, zullen de wachtrijen en het oponthoud aan de grensposten onnodig lang worden, zelfs voor mensen die niet visumplichtig zijn.

In het verslag wordt nu voorgesteld het visuminformatiesysteem alleen “steekproefsgewijs” te raadplegen. Douaniers blijven controleren of reizigers aan alle vereisten voldoen om de EU te mogen betreden. Ze kunnen zelf beslissen of ze daarnaast ook het VIS willen raadplegen. Deze aanpak garandeert nog steeds een zeer hoog niveau van veiligheid maar voorkomt dat mensen langer dan strikt noodzakelijk aan de grens worden opgehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Versterking van het Visa Informatie Systeem (VIS) is ongetwijfeld een goede manier om in de toekomst fraude gemakkelijker te bestrijden en is – mits de bescherming van gegevens is gewaarborgd – daarom toe te juichen. Toch zal, als het nemen van vingerafdrukken en gezichtscans vereist is voor het verlenen van Schengen-visa, dit in de toekomst leiden tot aanzienlijke toestanden in de betreffende ambassades. In het debat in Duitsland wordt aangevoerd dat sommige ambassades daarvoor noch het personeel, noch de faciliteiten hebben. De mogelijke uitbesteding van gegevensopslag aan externe bedrijven, wat ook onderwerp van discussie is, geeft echter reden tot ernstige bezorgdheid, en kan de weg openen voor toekomstige visumschandalen.

Het VIS heeft positieve aspecten, maar over het geheel genomen is het niet goed doordacht, en daarom heb ik niet voor het verslag kunnen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik stem vóór het verslag-Brejc. Ik ondersteun dit voorstel en de daarin verwoorde doelstellingen. In bepaalde perioden zijn de grensovergangen volgepakt met mensen die het Schengengebied willen betreden.

Het voorstel zorgt voor een zekere ontlasting van het normale controlesysteem, maar beoogt ook reizigers te beschermen en ze lange wachttijden aan de grenzen te besparen. De “afwijking” mag echter geen algemene regel worden, en ik ben het ermee eens dat de duur en frequentie ervan tot een minimum moeten worden beperkt. Alles bij elkaar genomen ben ik blij dat de toepassing van de afwijking aan specifieke voorwaarden wordt onderworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Ik ben voorstander van de wijziging van Verordening (EG) nr. 562/2006 wat betreft het gebruik van het visuminformatiesysteem (VIS) in het kader van de Schengengrenscode.

Ik vind het onnodig en te tijdrovend om onderdanen van derde landen die in bezit zijn van een visum steeds weer te controleren wanneer ze de grens passeren. Het veroorzaakt buitensporig lange wachttijden aan grensovergangen.

Minder intensieve grenscontroles leiden volgens mij niet tot een grotere onveiligheid in de EU. Vandaar dat ik van mening ben dat de voorgestelde oplossing om de bevelvoerende grenswachter alleen steekproefsgewijs VIS-controles te laten uitvoeren, de juiste is.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Zlotea (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb vandaag vóór het verslag-Brejc gestemd, omdat het gebruik van het visuminformatiesysteem (VIS) voor een efficiënte controle van de buitengrenzen van fundamenteel belang is. Voor het garanderen van de veiligheid aan de buitengrenzen zou het VIS door de grenspolitie stelselmatig moeten worden geraadpleegd voor iedereen die in bezit is van een visum.

Door de uitbreiding van het Schengengebied zijn in de Europese Unie grenzen opgeheven. Nog steeds is het zo dat onderdanen van derde landen bij binnenkomst maar één keer worden gecontroleerd. De helft van de illegale immigranten komt de EU legaal binnen maar overschrijdt de verblijfstermijn omdat er geen visumcontrolesysteem is.

We willen een veiliger Europa, maar tegelijkertijd een vriendelijker Europa voor mensen die voor toerisme of zaken komen. Het amendement dat vandaag in het Europees Parlement in stemming is gebracht, is in het voordeel van EU-burgers en onderdanen van derde landen die niet visumplichtig zijn, omdat we op deze manier de verstoppingen bij de grensovergangen aanzienlijk verminderen.

 
  
  

- Verslag: Renate Weber (A6-0293/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Op basis van het verslag van de Roemeense afgevaardigde Renate Weber stemde ik vóór de wetgevingsresolutie van het Europees Parlement waarbij goedkeuring wordt gegeven aan het initiatief van een aantal lidstaten (België, Tsjechië, Estland, Spanje, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije en Zweden) voor het versterken van Eurojust. Ik ondersteun de versterking van het onderdeel “gegevensbescherming” en de verplichting om het Europees Parlement meer informatie te geven zodat het beter in staat is om te controleren of Eurojust, dat in 2002 is opgericht als EU-orgaan met rechtspersoonlijkheid om de coördinatie en samenwerking tussen de bevoegde justitiële autoriteiten van de lidstaten te bevorderen en verbeteren, de toegewezen taken uitvoert en zijn verplichtingen nakomt. De ervaring met Eurojust heeft geleerd dat de operationele efficiency moet worden verbeterd door alle nationale leden een gelijke status te geven. Ik ondersteun tevens de coördinatiecel voor noodgevallen, de nationale coördinatiesystemen, de partnerschappen met de andere communautaire organen voor veiligheid en bescherming (Europol, Frontex, OLAF) en de mogelijkheid voor Eurojust om in derde landen verbindingsmagistraten te detacheren.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik ben blij met de aanneming van het verslag van mevrouw Lambert over de evaluatie van het Dublin-systeem. De rapporteur brengt in haar verslag terecht in herinnering dat de doelstellingen van het Dublin-systeem grotendeels zijn verwezenlijkt, maar dat de kosten van het systeem niet kunnen worden beoordeeld omdat het ontbreekt aan precieze cijfers. Er bestaan nog steeds twijfels over zowel de praktische toepassing als de effectiviteit van het systeem.

Dit verslag vormt de aanzet voor het debat over de toekomst van het gemeenschappelijk Europees asielbeleid dat in juni 2007 met de publicatie van het gelijknamige groenboek is gelanceerd.

In het verslag wordt erop gewezen dat de volgende onderdelen van het systeem moeten worden verduidelijkt dan wel aangepast: het basisbeginsel van non-refoulement moet in acht worden genomen; asielzoekers moeten alle relevante informatie over het Dublin-systeem krijgen in een taal die ze begrijpen, gedurende de hele procedure toegang hebben tot rechtsbijstand en tegen elk besluit tot overdracht een opschortend beroep kunnen instellen; de criteria voor het bepalen van de leeftijd van minderjarigen moeten worden geharmoniseerd; en er moeten mechanismen worden bedacht voor het blokkeren van overdrachten naar landen die de rechten van asielzoekers duidelijk niet eerbiedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Onder het voorwendsel van versterking van de operationele capaciteiten van Eurojust in de strijd tegen verschillende vormen van misdaad, wordt in dit voorstel toegegeven aan de obsessie van politieke correctheid van de volgelingen van de gedachtepolitie.

Het is evident dat de werkelijke doelstelling van dit voorstel is om mensen onder bedreiging van straf de mond te snoeren, of het nu gaat om schriftelijke uitingen of om mondelinge opmerkingen tijdens vergaderingen. Verschillende sprekers in dit Huis hebben al verzocht om de aanneming van een kaderrichtlijn waarbij vermeende racistische of xenofobische handelingen als misdrijven moeten worden veroordeeld en, om de snelle omzetting van een dergelijke richtlijn in nationaal recht te verzekeren, de instelling van de functie van Europese openbaar aanklager – een nieuwe Torquemada voor het vervolgen van politiek onjuiste gedachten in de EU.

Helaas is het zo dat hoe meer besluitvormingsbevoegdheden het Europees Parlement krijgt, hoe meer deze zelfverklaarde “tempel van de democratie” de spot drijft met fundamentele vrijheden, in het bijzonder de vrijheid van onderzoek, mening en meningsuiting. Dit totalitaire Europa is feitelijk veel gevaarlijker dan de monsters die het zegt te bestrijden. Belangrijkste doelstelling van de euroglobalisten en immigratiefundamentalisten is om zich te ontdoen van hinderlijke tegenstanders door een repressieve Europese strafwetgeving aan te nemen.

Dit accepteren we niet.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk.(EN) Het voorstel van de Raad en het gerelateerde verslag over de wijziging van de Eurojustverordening geven dit repressieve EU-orgaan zelfs nog meer macht.

Het werkingsgebied van Eurojust wordt uitgebreid tot bijna alle terreinen van het strafrecht en ook de interventiebevoegdheden ten aanzien van de nationale justitiële autoriteiten worden versterkt. Lidstaten worden verplicht om aan Eurojust persoonsgegevens (waaronder DNA-gegevens) en andere informatie te verstrekken en er wordt een netwerk van nationale Eurojustpartners opgezet. Eurojust krijgt ook hechtere banden met andere repressieve mechanismen van de EU (Europees Justitieel Netwerk, Frontex) en derde landen. Versterking van Eurojust versterkt ook Europol en zal er toe leiden dat de dossiers over EU-werknemers en buitenlanders in omvang toenemen. Dit wordt ondersteund door de modernisering van het Schengeninformatiesysteem en het VIS en door het Verdrag van Prüm in het Gemeenschapsrecht op te nemen. Achter het excuus van terrorisme- en georganiseerde-misdaadbestrijding gaat een poging schuil om middelen te mobiliseren tegen het verhevigde verzet van de bevolking tegen het beleid van de EU en de nationale regeringen. De ongeremde groei van repressiemechanismen op nationaal en EU-niveau brengt het reactionaire karakter van de EU nog duidelijker aan het licht en zet de mensen er meer dan ooit toe aan om zich tegen deze imperialistische structuur te weer te stellen en ze omver te gooien.

 
  
  

- Verslag: Jean Lambert (A6-0287/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) De Maltese eilanden vormen de zuidgrens van de EU. Gelegen in het midden van de Middellandse Zee ontvangen ze een onevenredig groot aantal illegale immigranten. De meeste van hen vragen asiel aan.

Frontex – waarvan regeringsvertegenwoordigers dachten dat het het aantal illegale immigranten binnen de perken zou brengen – is een compleet fiasco.

We hebben steeds weer gevraagd om de lasten te delen, met weinig of geen resultaat. Nu het Parlement aan zijn laatste zittingsjaar is begonnen, worden eindelijk instrumenten voor lastenverdeling voorgesteld. Eindelijk wordt de noodzaak erkend om “de onevenredige belasting (te) verlichten waarmee bepaalde lidstaten, met name de grenslidstaten, geconfronteerd kunnen worden”.

Dat het Parlement de noodzaak erkent om “te voorzien in andere dan financiële instrumenten waarmee voor de kleine lidstaten aan de buitengrenzen van de Unie de rampzalige gevolgen van de implementatie van dit systeem kunnen worden hersteld“, stemt tot tevredenheid, omdat Malta in deze passage weliswaar niet bij naam wordt genoemd, maar defacto wel wordt bedoeld.

De EU heeft zich ten aanzien van deze kwestie vooralsnog weinig solidair getoond. Het wordt tijd dat we ophouden met loze praatjes en eindelijk wat doen.

De EU dient te beseffen dat de kleinste lidstaat het enorme aantal vluchtelingen en asielzoekers niet kan blijven absorberen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik stemde vóór het verslag van de Britse afgevaardigde Jean Lambert over het Dublin-systeem en prijs mijn vriend Patrick Gaubert, de rapporteur voor de PPE-Fractie, voor het werk dat hij heeft verricht. Het Dublin-systeem is bedoeld om vast te stellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor het behandelen van een asielverzoek dat op het grondgebied van een van de lidstaten, Noorwegen of IJsland is ingediend. Hoewel de doelstellingen van het Dublin-systeem, met name het ontwikkelen van een duidelijke en hanteerbare methode om vast te stellen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek, grotendeels zijn verwezenlijkt, bestaan nog steeds problemen met betrekking tot de effectiviteit van het systeem en de praktische toepassing ervan, alsook ten aanzien van de kosten, die niet zijn beoordeeld. Uit dit alles blijkt dat het dringend noodzakelijk is om een Europees immigratie- en asielbeleid vast te stellen. In dit verband welkom ik het werk van de huidige voorzitter van de op dit terrein bevoegde Raad, mijn vriend Brice Hortefeux, de Franse minister van Immigratie, Integratie, Nationale Identiteit en Solidaire Ontwikkeling, die zojuist de Europese ministersconferentie over asielrecht heeft voorgezeten, die op 8 en 9 september 2008 in Parijs werd gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Březina (PPE-DE), schriftelijk. − (CS) Ik heb tegen het verslag over de evaluatie van het Dublin-systeem gestemd, omdat ik van mening ben dat de daarin genoemde punten het systeem niet zouden verbeteren maar de effectieve werking ervan juist zouden belemmeren.

Ik wil vooral met klem waarschuwen tegen de invoering van een automatisch recht op opschortend beroep tegen een besluit tot overdracht van een asielzoeker naar de lidstaat die bevoegd is tot het behandelen van zijn verzoek. Verder zal het grote voorbehoud tegen het gebruik van detentiecentra voor de overdracht van asielzoekers naar de verantwoordelijke lidstaat, zeker niet bijdragen aan het verbeteren van de effectiviteit van het systeem. Integendeel, het systeem zal daardoor in twijfel worden getrokken en onduidelijker worden.

De in het verslag genoemde punten zullen de instrumenten waarmee de lidstaten kunnen verzekeren dat hun besluiten in het kader van het Dublin-systeem ten uitvoer worden gelegd, dus feitelijk in de regel afschaffen of op zijn minst verzwakken. Dit moeten we niet goedkeuren. Het is verkeerd omdat het niet nader gedefinieerde humanitaire aspect bij de beoordeling van asielverzoeken, niet tot gevolg mag hebben dat besluiten van lidstaten niet ten uitvoer worden gelegd wanneer asielzoekers niet meewerken.

Ik kan me ook niet vinden in de oproep tot het vaststellen van EU-instrumenten voor lastenverdeling. De bestaande instrumenten voor financiële compensatie van de lidstaten die de grootste problemen van asielaanvragen ondervinden zijn naar mening ruim voldoende. En er is geen reden voor aantasting van het gezag van de lidstaten op het terrein van asiel door middel van aanvullende regulering.

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen, Carl Lang en Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. (FR) Met enige ironie constateren we dat dit de eerste keer is dat een verslag van het Europees Parlement de massale instroom van migranten in een EU-lidstaat als een “last” kwalificeert.

Zou het niet zo moeten zijn dat immigratie voor alle volkeren van Europa kansen creëert?

Laat hier geen twijfel over bestaan: de absurditeit van de verplichting tot het opnemen van asielzoekers en van de strikte naleving van het beginsel van non-refoulement staat buiten kijf. Het verslag vestigt alleen de aandacht op de gebreken van het Dublin-systeem die betrekking hebben op de vraag hoe wordt vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek. Deze gebreken zijn evident als je kijkt naar de almaar groeiende migratiestromen naar landen die voor het merendeel in de zuidelijke periferie van de EU liggen.

Nogmaals, het verslag biedt een schijnoplossing voor de technische en menselijke problemen die met migratiestromen in verband worden gebracht. De implementatie van een gemeenschappelijk asielsysteem, dat in een constant uitdijende EU met poreuze grenzen tot mislukken is gedoemd, is niet was er nodig is. Integendeel, de lidstaten moeten juist het recht krijgen om op het terrein van migratie en de controle van hun grenzen zelf te beslissen.

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Het Dublin-systeem is in de praktijk een instrument gebleken voor het bevorderen van het antivluchtelingenbeleid van de EU. De uiteenlopende onrechtvaardigheden bij de toepassing ervan, zoals die in dit verslag worden beschreven, bevestigen het reactionaire karakter van dit systeem.

De EU, die in plaats van asielslachtoffers te helpen en hun rechten te respecteren, onpopulaire regimes ondersteunt, interne conflicten en oorlogen aanwakkert en tot imperialistische interventies aanzet en daardoor voor een belangrijk deel medeverantwoordelijk is voor de honderdduizenden vluchtelingen in de wereld, heeft de laatste jaren haar standpunt ten aanzien van vluchtelingen voortdurend verhard.

Asielzoekers worden van het ene naar het andere EU-land gestuurd. Deze onacceptabele praktijk wordt door de Dublinverordening goedgekeurd en is ontstaan door de oprichting van Frontex voor het verdrijven van vluchtelingen, door de recente richtlijn die het mogelijk maakt vluchtelingen tot wel achttien maanden in detentie te houden, door goed te keuren dat Eurodac ook voor andere dan de oorspronkelijke doeleinden kan worden gebruikt, zoals het bijhouden van vluchtelingendossiers, en door wat in het algemeen neerkomt op een inhumane behandeling.

Het is bijgevolg duidelijk dat we ons hard tegen het Europees antivluchtelingenbeleid moeten verzetten, en in het bijzonder tegen deze verordening. We moeten het recht van asielzoekers respecteren om zelf te bepalen naar welk land ze het beste kunnen vluchten en ervoor zorgen dat de lidstaten zich houden aan het Verdrag van Genève van 1951.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij zijn van mening dat het verslag over de evaluatie van het Dublin-systeem voor wat betreft de behandeling van asielverzoeken in lidstaten die de Overeenkomst van Dublin hebben ondertekend, enkele positieve punten bevat.

Daartoe behoren onder meer de volgende:

- We onderschrijven de veroordeling van overdrachten van asielzoekers aan lidstaten die geen volledige en eerlijke behandeling van hun verzoek garanderen en de restrictieve omschrijving van “gezinslid”, en de opmerking dat de uitbreiding van de lijst van instanties die toegang hebben tot de Eurodac-gegevensbank, het risico met zich meebrengt dat informatie in handen komt van derde landen;

- We onderschrijven ook het voorstel om asielzoekers het recht te verlenen om tegen een besluit tot overdracht aan een andere lidstaat een opschortend beroep in stellen; om het beginsel van non-refoulement in acht te nemen, alsook het beginsel dat een aanvraag nooit op procedurele gronden mag worden afgesloten; en om gezinshereniging als doelstelling te handhaven alsook het beginsel van het belang van het kind (vaststellen van de leeftijd, geen detentie, definitie van “gezinslid”).

We kunnen ons echter niet vinden in de classificatie en aanvaarding van vigerende EU-instrumenten en de ondersteuning van de communautarisering van het asielbeleid, een federalistische aanpak die naar onze mening de oorzaak is van de tegenslagen die asielzoekers momenteel op EU-niveau ervaren.

Vandaar onze onthouding.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Hedh (PSE), schriftelijk. (SV) Ik stemde vóór het initiatiefverslag van Jean Lambert over het Dublin-systeem (A6-0287/2008), hoewel er standpunten in staan die ik niet deel. De reden waarom ik toch vóór heb gestemd, is dat ik het eens ben met de krachtige kritiek op de wijze waarop de vigerende EU-regels de rechten van asielzoekers ondergraven. Een voorbeeld is de overdracht van asielzoekers aan lidstaten die geen volledige en eerlijke behandeling kunnen garanderen. Ik ben echter tegen een totale harmonisering van het asielbeleid in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik stemde vóór het verslag van collega Lambert over de evaluatie van het Dublin-systeem. Ik wil vooral de paragrafen onder de aandacht brengen waarin wordt benadrukt dat bij besluiten die betrekking hebben op kinderen, de belangen van het kind voorop moeten staan.

In mijn eigen land, Schotland, zitten we met de schandelijke situatie in het detentiecentrum van Dungavel, waar kinderen van asielzoekers feitelijk achter slot en grendel zitten. Zulke praktijken kunnen nooit in het belang van het kind zijn. Ik ondersteun de inspanningen van de Schotse regering om deze instelling te sluiten en immigratie weer onder haar bevoegdheid te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het is belangrijk dat duidelijkheid wordt verschaft over enkele regels die voor de asielprocedure gelden. Zo moet onder meer duidelijkheid worden gegeven over de regels voor het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat, om meervoudige aanvragen uit te sluiten. Terwijl de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken vraagt om een grotere bescherming van kinderen in asielprocedures, verschijnen aan de buitengrenzen van de EU steeds meer alleenreizende kinderen die gebruik willen maken van de bijzondere bescherming die ze genieten tegen uitzetting. Keer op keer riskeren ze hun leven op zoek naar nieuwe, geraffineerde vluchtroutes.

Wanneer regels die als bescherming zijn bedoeld als prikkel gaan fungeren voor het nemen van steeds andere risico’s, moeten we van aanpak veranderen.

Het onderhavige verslag bevat een paar bouwstenen, maar over het geheel genomen gaat het volgens mij niet ver genoeg. Daarom heb ik tegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk.(EN) Ik stemde vóór het verslag-Lambert over de evaluatie van het Dublin-systeem. In het verslag wordt bezorgdheid uitgesproken over de tekortkomingen van het systeem en wordt de Commissie opgeroepen maatregelen te nemen tegen landen die geen garantie bieden op een volledige en eerlijke behandeling van de asielverzoeken die ze ontvangen.

Na de voor mij onaanvaardbare ontwerprichtlijn betreffende non-refoulement die in juni is aangenomen, benadrukt het Europees Parlement vandaag dat asielzoekers volgens de Europese wetgeving rechten hebben en de lidstaten zekere verplichtingen.

Griekenland maakt zich stelselmatig schuldig aan de schending van fundamentele rechten van asielzoekers. Er heersen onaanvaardbare omstandigheden bij opvangcentra en het percentage toegewezen verzoeken in Griekenland behoort tot de laagste van de EU. Bepaalde lidstaten hebben al geweigerd de Dublinverordening uit te voeren wanneer Griekenland het verantwoordelijke land is; anderen zeggen hetzelfde te zullen doen. We verzoeken de Commissie om substantiële en effectieve maatregelen voor te stellen om te garanderen dat de Griekse autoriteiten asielverzoeken op de juiste wijze afhandelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk. (RO) Nog steeds zijn er tussen de lidstaten verschillen in asielwetgeving en asielprocedures. Asielzoekers worden bijgevolg in elke lidstaat anders behandeld.

Tenzij overal in de Europese Unie hetzelfde niveau van bescherming wordt geboden, en dat niveau bevredigend is, zal het Dublin-systeem steeds onbevredigende resultaten opleveren, zowel uit technisch als menselijk oogpunt, en zullen asielzoekers goede grond hebben om hun verzoek in te dienen bij een lidstaat waar de kans op een positief besluit het grootst is.

Het grote aantal meervoudige aanvragen en het kleine aantal overdrachten duiden op gebreken in het Dublin-systeem en op de noodzaak van een Europees asielsysteem.

De uitvoering van de Dublinverordening kan leiden tot een ongelijke verdeling van de verantwoordelijkheid voor mensen die om bescherming vragen, ten nadele van lidstaten die enkel en alleen vanwege hun geografische ligging geconfronteerd worden met grotere stromen migranten.

Uit de evaluatie van de Commissie blijkt dat de dertien lidstaten aan de buitengrenzen van de Unie in 2005 te kampen hadden met steeds grotere problemen ten gevolge van het Dublin-systeem. Het Dublincriterium van het “eerste land van binnenkomst” plaatst de lidstaten aan de buitengrenzen daarom in een zeer moeilijke situatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. (SV) Dit initiatiefverslag strekt tot het verbeteren van de bescherming voor asielzoekers. Ik kan me echter niet vinden in de verklaring in het verslag dat een gemeenschappelijk asielsysteem het probleem van het gebrek aan bescherming zal oplossen.

Desalniettemin stem ik vóór, omdat het grootste deel van het verslag positief is voor asielzoekers en zij het aandachtspunt van dit verslag vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. (SV) Het Europees Parlement heeft vandaag een verslag aangenomen dat op duidelijke en kritische wijze op de zwakke punten van het huidige Dublin-systeem wijst. Het laat geen twijfel dat we in een Europa met steeds minder grenzen een gemeenschappelijk migratie- en asielbeleid nodig hebben. De vraag is hoe dat bereikt moet worden.

Folkpartiet is het grotendeels met de geuite kritiek eens en van mening dat het goed is om een duidelijk signaal af te geven dat een meer humanitaire aanpak nodig is. Daarom stem ik vóór, zij het met enige kanttekeningen.

In amendement 5 worden enkele landen bekritiseerd voor het feit dat ze asielzoekers systematisch van hun vrijheid beroven door ze in detentie te plaatsen. Ik denk dat deze kritiek terecht is, zeker met betrekking tot Zweden, dat tot de landen behoort die zich hier van oudsher aan schuldig maken. Ik ben het echter niet eens met het voorstel van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links voor een compleet verbod op detentie, hoewel ik denk dat detentie slechts als allerlaatste middel moet worden aangewend. Met betrekking tot amendement 6, houdende invoering van de verplichting voor organisaties zoals het Rode Kruis en de Rode Halve Maan tot het proactief opsporen van gezinsleden, heb ik me onthouden van stemming. Een dergelijke verplichting kan wel aan een overheidsinstelling maar niet aan een particuliere organisatie worden opgelegd. Omdat noch de oorspronkelijke tekst, noch het amendement een alternatief bood, heb ik me onthouden van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. (DA) Hoewel het verslag van mevrouw Lambert over de evaluatie van het Dublin-systeem (A6-0287/2008) standpunten en voorstellen bevat die ik niet steun, heb ik in de eindstemming toch vóór gestemd. Ik heb dit vooral gedaan om uitdrukking te geven aan mijn goedkeuring van de uitgesproken kritiek in het verslag op de wijze waarop de vigerende EU-voorschriften de rechten van asielzoekers ondergraven, bijvoorbeeld omdat ze het mogelijk maken dat asielzoekers worden overgedragen aan lidstaten die geen volledige en eerlijke behandeling van hun aanvraag kunnen garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. (NL) De afspraken over Dublin II berusten op de politieke fictie dat bij het behandelen van asielvragen er wederzijds vertrouwen is tussen de 27 lidstaten en dat alle lidstaten op eenzelfde hoogstaande wijze hun verantwoordelijkheid opnemen.

Zelf heb ik een onderzoek gedaan naar de opvang van Tsjetsjeense vluchtelingen in Polen omdat een aantal Tsjetsjeense vluchtelingen vanuit België op grond van Dublin teruggestuurd waren naar Polen. Het protest ter zake was zeer groot. Vandaar dus een eigen onderzoek. De beelden ervan zijn trouwens te bekijken op mijn website.

Zolang er geen toereikend en samenhangend niveau van bescherming bestaat in alle 27 lidstaten blijft Dublin II mijn inziens niet veel meer dan politieke fictie en creëert het grove onrechtvaardigheid. Ik heb in Polen met eigen ogen kunnen vaststellen dat de uitgangspunten van de Dublin-regeling geen realiteit zijn. De kwaliteit van de opvang, de opvang van kinderen en het niet-verlenen van onderwijs, de hygiënische voorwaarden waaronder vluchtelingen moeten verblijven, de gebrekkige gezondheidszorg: het zijn evenzoveel zaken die erg verschillen van lidstaat tot lidstaat.

Het verslag Lambert legt de vinger op de zere wonde, gaat uit van een correcte analyse en brengt oplossingen aan op tal van terreinen. Het verdient onze volle steun.

 
  
  

- Verslag: Nickolay Mladenov (A6-0249/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. (PL) Een van de consequenties van het vrije verkeer van personen binnen de Europese Unie is de toename van grensoverschrijdend autoverkeer. Dit vergroot de noodzaak van het vaststellen van wetgeving inzake motorrijtuigenverzekering op EU-niveau om ongevalslachtoffers daadwerkelijk te beschermen.

Voor het verwezenlijken van deze doelstelling is het van bijzonder groot belang dat het stelsel van schaderegelaars dat de betreffende verzekeringsmaatschappij heeft opgezet in het land waar het slachtoffer zijn vaste verblijfplaats heeft, efficiënt functioneert. Het is de taak van de schaderegelaar om het slachtoffer te informeren over de wijze waarop hij of zij een vordering kan instellen tegen de buitenlandse partij. Het vertrouwen van consumenten zou zeker stijgen als ze vóór het afsluiten van een verzekeringscontract ook alle relevante informatie kregen over de regels die gelden voor de werking van het stelsel van schaderegelaars en over de voordelen ervan ingeval men het slachtoffer wordt van een ongeval.

Een ander belangrijk punt dat door de rapporteur aan de orde wordt gesteld, is of het afsluiten van een rechtsbijstandverzekering in alle lidstaten verplicht moet worden gesteld. Ik ondersteun het standpunt dat handhaving van het bestaande stelsel van vrijwillige verzekering de juiste oplossing is. Het voordeel van de stijging van het consumentenvertrouwen waartoe een verplichte verzekering zou leiden, zou niet opwegen tegen het nadeel van hogere premies en de vertragingen die ontstaan doordat meer zaken voor de rechter worden gebracht. Het is niettemin van essentieel belang dat onmiddellijk maatregelen worden genomen om iedereen in de gelegenheid te stellen een rechtsbijstandverzekering af te sluiten, vooral in de nieuwe lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Het verslag-Mladenov pleit ervoor om consumentenorganisaties een passende rol te geven bij het beoordelen van motorrijtuigenverzekeringen. Inderdaad is het zo dat naast de EU-instellingen, de lidstaten en de verzekeringsindustrie zelf, op dit terrein een belangrijke rol moet zijn weggelegd voor consumentenorganisaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (PSE), schriftelijk. (EN) Ik zou om te beginnen graag mijn dank willen uitspreken aan de heer Mladenov, de rapporteur van onze commissie.

Dit verslag over “bepaalde kwesties in verband met motorrijtuigenverzekering” is een goed voorbeeld van de wijze waarop Europa voor haar burgers van praktisch nut kan zijn.

Aangezien in Europa jaarlijks 1,2 miljoen ongevalslachtoffers vallen te betreuren, is het helaas onvermijdelijk dat sommige EU-burgers het slachtoffer worden van een auto-ongeval, als bestuurder, passagier of voetganger.

Toch zijn veel mensen zich er niet van bewust dat er op EU-niveau wetgeving is die ze helpt een verzekeringsclaim af te wikkelen zonder in een buitenlandse taal met een buitenlandse verzekeringsmaatschappij zaken te moeten doen.

Deze EU-wetgeving is er om burgers die het slachtoffer van een ongeval zijn geworden in staat te stellen naar huis te gaan om daar hun claim snel en eenvoudig in hun eigen taal af te kunnen handelen.

De Vierde richtlijn motorrijtuigenverzekering regelt ook dat ten behoeve van ongevalslachtoffers in elke lidstaat informatiecentra worden opgericht.

Aangezien de wetgeving momenteel niet voorziet in een verplichte rechtsbijstandverzekering, zouden burgers er goed aan doen om zelf te besluiten zo’n verzekering af te sluiten.

Als rapporteur voor de bemiddelingsrichtlijn hoop ik natuurlijk dat partijen gebruik maken van alternatieve vormen van geschillenbeslechting om zo de kosten en vertragingen van een gerechtelijke procedure te voorkomen.

Met concrete, praktische maatregelen zoals deze wetgeving kunnen we onze burgers laten zien wat ze aan Europa hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM), schriftelijk. (PL) In 2003-2005 werden zo’n zeventienduizend onderdanen van derde landen voor de behandeling van hun asielverzoek naar een andere EU-lidstaat gestuurd. Daarvan had 12 procent al eerder om asiel gevraagd.

Op dit moment verschilt de kans op asiel aanzienlijk tussen de lidstaten. Dit blijkt het duidelijkst uit het voorbeeld van de Irakezen: in Duitsland hebben ze 75 procent kans om asiel te krijgen, in Griekenland amper 2 procent.

De EU zou er baat bij hebben als ze een einde kon maken aan het verschijnsel van “vluchtelingen op drift”, tweevoudige migratie en het tegelijkertijd indienen van asielaanvragen in verschillende landen door een systeem te implementeren waarbij één lidstaat verantwoordelijk wordt voor het behandelen van asielaanvragen.

 
  
  

- Verslag: Sharon Bowles (A6-0312/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. (SV) Belastingfraude zorgt voor grote financiële verliezen voor lidstaten en vermindert de mogelijkheid om de kwaliteit van de diensten die uit belastinginkomsten worden gefinancierd, te handhaven en verbeteren.

Toch hebben we ons in de eindstemming onthouden van stemming, vanwege verscheidene amendementen waarin belastingconcurrentie tussen lidstaten wordt gezien als iets positiefs en waarin de effecten van belastingparadijzen op de economieën van de lidstaten als niet al te groot worden afgedaan.

We hebben ook tegen de formulering in de tweede alinea van paragraaf 3 gestemd, omdat die een te positief beeld schetst van belastingharmonisatie binnen de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Ik stemde vóór de resolutie van het Europees Parlement die is gebaseerd op het initiatiefverslag over een gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude, dat door de Britse afgevaardigde Sharon Bowles is opgesteld naar aanleiding van de mededeling van de Commissie over dit onderwerp. De belastinginkomsten – met andere woorden: de totale belastingen en verplichte sociale premies – bedroegen in 2004 39,3 procent van het bbp van de EU, ofwel 4 100 miljard euro. Hoewel er heel weinig schattingen zijn van de hoeveelheid belastinggeld die de overheid door fraude misloopt, gaat het waarschijnlijk om 2-2,5 procent van het bbp. Hoewel belastingheffing een nationale bevoegdheid is, is het in zoverre een EU-aangelegenheid dat het een belemmering vormt voor de goede werking van de interne markt, omdat het de concurrentie tussen belastingbetalers verstoort. Er kan geen twijfel over bestaan dat de bestrijding van belastingfraude – met name op internationaal niveau – door de globalisering een Europese dimensie heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) We hebben tegen de definitieve versie van deze resolutie gestemd, omdat de meerderheid in het Parlement de werkelijke oorzaken van het belangrijkste deel van de belastingfraude over het hoofd ziet: het bestaan van belastingparadijzen. Desalniettemin zijn er een paar positieve voorstellen waar we vóór hebben gestemd.

Hoewel het verslag van de Parlementaire commissie enkele positieve voorstellen bevat – in het bijzonder de expliciete vermelding van de grote rol van belastinghavens in belastingfraude en de aantasting van de belastinggrondslag, wat de overheidsinkomsten vermindert en daardoor het vermogen van de overheid voor het verlenen van sociale diensten – werden verscheidene van deze voorstellen en standpunten verwaterd of in de plenaire stemming verworpen.

De politieke meerderheid in het Europees Parlement wil niet echt aan het sluiten van de belastinghavens die enorme hoeveelheden geld en aandelenwinsten herbergen die afkomstig zijn van meer of minder verboden transacties. Ze willen een van de bewaarcentra voor de schandalige winsten van het kapitalistische systeem voeden, zelfs als dat betekent dat overheden minster inkomsten hebben en minder mogelijkheden voor sociale maatregelen voor arbeiders en het volk.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Voorzitter, dames en heren, het verslag van mevrouw Bowles is een typisch product van het Europees Parlement: het biedt oplossingen voor problemen die zonder het “Europa” van Brussel niet zouden bestaan, oplossingen die deze problemen bovendien alleen nog maar verergeren of zelfs nieuwe creëren.

In het onderhavige geval wordt als “oplossing” voor het verbeteren van de bestrijding van belastingfraude onder meer voorgesteld om belasting te heffen in het land van oorsprong en een clearinghuis op te richten, wat de belastinginkomsten van individuele lidstaten afhankelijk zou maken van overdrachten van andere lidstaten. Andere “oplossingen” bestaan uit het heffen van BTW tegen het tarief van de importerende lidstaat (in plaats van het huidige systeem van BTW-vrijstelling) of toepassing van de verleggingsmechanisme. Beide “oplossingen” zouden, als ze werden aangenomen, tot onoverkomelijke administratieve en fiscale lasten voor bedrijven leiden. Bovendien zouden alle belastingdiensten rechtstreekse toegang krijgen tot elektronisch opgeslagen gegevens van belastingbetalers in andere lidstaten. De belastingregels voor spaartegoeden en de strafrechtelijke bepalingen inzake belastingfraude zouden worden geharmoniseerd. En een aantal verlaagde BTW-tarieven zou worden afgeschaft.

Uit dit alles blijkt duidelijk dat het werkelijke doel niet zozeer is om fraude te bestrijden, wat een zeer reëel en ernstig probleem is, maar om een einde te maken aan de belastingsoevereiniteit van de lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) De strijd tegen belastingfraude verdient natuurlijk onze volledige steun. Daarom hebben we vóór de volledige ontwerpresolutie gestemd, ondanks het feit dat tal van onderdelen van de resolutie niet goed zijn doordacht en ongegrond zijn. Paragraaf 3 stelt dat “voor een operationeel BTW-stelsel dat is gebaseerd op het ‘land-van-oorsprongbeginsel’ fiscale harmonisatie tussen de landen een vereiste is om belastingconcurrentie te vermijden”. We zullen een dergelijke formulering niet steunen.

Harmonisatie van de BTW- en belastingstelsels komt gevaarlijk dicht in de buurt van afschaffing van de nationale soevereiniteit op een van de meest fundamentele beleidsterreinen. Het Europees Parlement moet zich onthouden van zulke verreikende verklaringen over zo’n belangrijk vraagstuk.

Belastingconcurrentie heeft ook voordelen: het helpt landen om vooruit te komen en motiveert ze om effectievere belastingsystemen te ontwikkelen of andere oplossingen te bedenken voor het financieren van overheidsuitgaven. Maar ze moeten dan wel verschoond blijven van slecht doordachte EU-wetgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. (EN) Ik sta volledig achter de strijd tegen belastingfraude en ben me ervan bewust dat belastingfraude alleen effectief kan worden bestreden wanneer de belastingdiensten van de verschillende lidstaten en de Commissie nauw met elkaar samenwerken.

Ik ben het echter niet eens met de conclusie die de rapporteur hieruit trekt in zijn toelichting, namelijk dat het voor de bestrijding van belastingfraude noodzakelijk is dat een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting wordt ingevoerd. In dit stadium is de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting niet meer dan een technisch voorstel. De Commissie heeft hierover nog geen mededeling gedaan en dus is het voorbarig om nu al te suggereren dat het bij de bestrijding van belastingfraude zou kunnen helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. (PL) Voorzitter, ik stem vóór het verslag over een gecoördineerde strategie ter verbetering van de bestrijding van belastingfraude (2008/2033(INI)).

Sharon Bowles wijst er terecht op dat belastingfraude ernstige gevolgen heeft voor de nationale begrotingen. Het leidt tot schendingen van het beginsel van eerlijke belastingheffing en werkt concurrentieverstoring in de hand.

Verstoringen die worden veroorzaakt door BTW-fraude beïnvloeden de algehele balans van het stelsel van eigen middelen. Volgens verschillende bronnen lopen de lidstaten per jaar zestig tot honderd miljard euro aan BTW-inkomsten mis, waardoor een groter beroep moet worden gedaan op de eigen middelen van de lidstaten, gebaseerd op het bruto nationaal inkomen.

Ik ondersteun het initiatiefverslag van Sharon Bowles. De problemen die door BTW-fraude ontstaan, moeten worden opgelost. Om te waarborgen dat de Gemeenschap goed functioneert, moeten we ervoor zorgen dat het stelsel van eigen middelen rechtvaardig en transparant is.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) We draaien nu al tien jaar om de hete brij heen en zijn het nog steeds niet eens over een manier waarop we de BTW-fraude daadwerkelijk kunnen stoppen – waarbij tenslotte belastingen worden ontdoken ter hoogte van 2-2,5 procent van de economische productie van Europa.

De verleggingsregeling ziet er op papier best goed uit, maar lijkt nog niet voldoende gerijpt. Daarom wordt ook nu weer vooral tot betere samenwerking opgeroepen.

Juist op het terrein van fraude vallen sommige lidstaten op door hun grote fraudegevoeligheid en lakse controles, terwijl ze tegelijkertijd met betrekking tot invordering een onaanvaardbare houding van laissez-faire hebben. De boodschap van het verslag is niet krachtig genoeg en er worden ook geen nieuwe oplossingen geboden. Vandaar dat ik mij van stemming heb onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  John Purvis (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse delegatie van de Conservatieven betreurt dat ze het verslag van mevrouw Bowles niet kan steunen. We zijn ons ervan bewust dat belastingfraude een ernstig probleem is dat dringend moet worden aangepakt, en met name dat een oplossing moet worden gevonden voor de zogenoemde carouselfraude met betrekking tot BTW.

Het verzuim van de rapporteur om zich in het verslag uit te spreken voor belastingconcurrentie en belastingsoevereiniteit, de onrealistische houding ten aanzien van belastingparadijzen, en het feit dat niet wordt erkend dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen hoge belastingen en de hoge mate van belastingontduiking en -ontwijking, brengen ons er echter toe de Europese Unie te verzoeken zich twee keer te bedenken voordat ze belastingmaatregelen voorstelt die mogelijk alleen tot meer kapitaalvlucht leiden, inkomende investeringen ontmoedigen en misschien wel belastingfraude extra aanmoedigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eoin Ryan (UEN), schriftelijk. – (GA) Ik ben blij mijn steun te kunnen geven aan dit verslag, waarin de noodzaak wordt erkend van het ontwikkelen van een strategie voor het bestrijden van belastingfraude. Hoewel het uitvoeren van effectief beleid primair een taak van de lidstaten is, is toch samenwerking op Europees niveau nodig. Er moeten geen onevenredig zware administratieve lasten op bedrijven worden gelegd, zeker niet op kleine en middelgrote bedrijven, en gezien de context van het Commissiebeleid moet de bureaucratische rompslomp worden verminderd.

Ik stemde vóór het amendement van de rapporteur waarin het belang van eerlijke belastingconcurrentie voor de economie van de Europese Unie wordt benadrukt. Tot mijn teleurstelling verwijst dezelfde rapporteur in de toelichting naar de “gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting”. Er is nog onvoldoende onderzoek gedaan om er zeker van te zijn dat een dergelijk belastingstelsel een positief effect zou hebben. Op dit moment lijkt eerder het tegenovergestelde het geval. Bedoelde opmerking van de rapporteur is gebaseerd op slecht gefundeerde vermoedens en omdat ze alleen in de toelichting staat, kunnen we er niet over stemmen. Ik maak van deze gelegenheid gebruik om mijn teleurstelling over deze opmerking uit te spreken en mijn bezwaren kenbaar te maken.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid