Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2598(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0069/2008 (B6-0545/2008)

Debatten :

PV 02/09/2008 - 17
CRE 02/09/2008 - 17

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Debatten
Dinsdag 2 september 2008 - Brussel Uitgave PB

17. Klonen van dieren voor de voedselproductie (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het volgende onderwerp is het debat over de mondelinge vraag (O-0069/2008 - B6-0545/2008) van Neil Parish, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling aan de Commissie over het klonen van dieren voor de voedselproductie.

 
  
MPphoto
 

  Neil Parish, auteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil commissaris Vassiliou van harte welkom heten om hier vanavond naar onze mondelinge vraag te luisteren, in het bijzonder op dit late tijdstip.

Wanneer wij het hebben over klonen, gaat het niet alleen om de voedselveiligheid; wij Europeanen geloven ook dat we krachtens het gemeenschappelijk landbouwbeleid voedsel produceren volgens zeer strenge normen, en dit geldt tevens voor het welzijn van dieren. De problemen inzake klonen hebben niet alleen betrekking op het welzijn van dieren, maar ook op het vertrouwen van consumenten in voedsel dat wellicht afkomstig is van gekloonde dieren.

U hoeft enkel naar de overzijde van de Atlantische Oceaan te kijken, naar de Verenigde Staten van Amerika, om te zien hoe verhinderd kan worden dat gekloonde dieren in de voedselketen terechtkomen. Als een gekloonde stier aan het eind van zijn leven bijvoorbeeld 1 000 euro waard is om te worden opgenomen in de voedselketen, dan zullen de personen die die stier gefokt hebben een borgstelling moeten opstellen, die bijvoorbeeld 3 000 euro waard is, en wanneer ze het dier vervolgens afmaken en ervoor zorgen dat het niet in de voedselketen terechtkomt, krijgen ze de borgstelling terug. Dit is een uiterst eenvoudige methode om gekloonde dieren buiten de voedselketen te houden.

Ik denk dat we deze zaak zeer serieus moeten nemen, en ik wil de commissaris dringend verzoeken er opnieuw naar te kijken.

Ik zal een aantal problemen die verband houden met klonen doorlopen, met name vanuit het oogpunt van het dierenwelzijn. Klonen leidt tot ernstige problemen van de gezondheid en het welzijn van klonen en hun surrogaatmoeders: de gezondheidsproblemen van de dieren komen voort uit de invasieve technieken die vereist zijn om een kloon te produceren. Daarnaast is er het lijden bij surrogaatmoeders die gekloonde foetussen dragen, en het grote aantal ongezonde dieren en het hoge sterftecijfer onder jonge gekloonde dieren.

In het Scientific and Technical Review van de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) is vastgesteld dat slechts bij zes procent van de gekloonde embryo’s gezonde klonen werden voortgebracht die lang leefden.

In het verslag van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) wordt tevens gewezen op een groeiend aantal mislukte zwangerschappen en aandoeningen bij moederdieren van gekloonde embryo’s. Als gevolg van deze aandoeningen, en de grotere omvang van klonen, wordt er veelvuldiger gebruik gemaakt van een keizersnee bij vee dat drachtig is van klonen dan bij gewoon zwangere dieren. Het sterfte- en ziektecijfer onder gekloonde dieren is hoger dan bij door seksuele voortplanting voortgebrachte dieren; dit kan nadelige effecten hebben voor zowel het welzijn van het moederdier als dat van de kloon.

Vanuit ethisch oogpunt betwijfelt de Europese werkgroep voor ethische vraagstukken of het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening ethisch aanvaardbaar is. Tevens ontbreken volgens de werkgroep overtuigende argumenten om de productie van voedsel dat afgeleid is van klonen en hun nakomelingen te rechtvaardigen.

Wanneer men kijkt naar de cijfers inzake de gevolgen van het klonen van dieren, geeft dit het volgende beeld: gekloonde kalveren zijn vaak 25 procent zwaarder dan normaal, wat leidt tot een pijnlijke geboorte; 25 procent van de koeien die zwanger zijn van klonen ontwikkelt op dag 120 van de zwangerschap hydroallantois. Verslagen uit 2003 tonen aan dat slechts dertien procent van de embryo’s die in surrogaatmoeders worden geplaatst zich ontwikkelen tot kalveren die na een volledige draagtijd geboren worden; slechts vijf procent van alle gekloonde embryo’s die overgeplaatst worden naar de ontvangende koeien weet te overleven. In het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid wordt een onderzoek aangehaald waarin van de 2 170 runderen die embryo’s geplaatst kregen slechts 106 dieren levend geboren werden – 4,9 procent – en slechts 82 dieren meer dan twee dagen in leven bleven.

Buiten de problemen op het gebied van dierenwelzijn moeten we ook rekening houden met de problemen die ontstaan in de genenbank van dieren, en dit aspect heeft ook betrekking op de veehouderij. Neem bijvoorbeeld de Holstein-Friesian: er wordt aangenomen dat er slechts circa vijftig variëteiten zijn van de Holstein Friesian. Als we stieren beginnen te klonen en de vaars van een gekloonde stier weer wordt teruggeplaatst bij de nakomelingen, zodat dezelfde vader wordt gebruikt, dan zullen we een nog krappere genenbank creëren. Dan ontstaan er problemen met ziektes en genen die worden overgedragen op het nageslacht. We moeten er derhalve voor zorgen dat er sprake is van hybride groeikracht.

De industrie kan zelf niet verklaren waarom een gekloond dier de cel in zich draagt van de ouder, een zogenaamde oudercel. Op grond hiervan bestaat er opnieuw het risico dat er een dier wordt voortgebracht dat niet zo sterk en gezond is als normaal.

Ik roep de Commissie derhalve op voorstellen in te dienen voor een verbod op het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening en het op de markt brengen van vlees of zuivelproducten van gekloonde dieren.

 
  
MPphoto
 

  Androula Vassiliou, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Parish bedanken voor het stellen van deze vraag, aangezien het een vraag betreft waar de Commissie veel aandacht aan heeft besteed en die zij belangrijk acht, en het is zeker iets wat ons bezighoudt. De Europese Commissie heeft, zoals de heer Parish reeds noemde, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid verzocht een advies in te dienen over de gevolgen van het gebruik van levende gekloonde dieren voor de voedselveiligheid, de gezondheid en het welzijn van dieren en het milieu.

Het definitieve advies werd op 15 juli van dit jaar aangenomen, en de Commissie evalueert nu welke stappen er moeten worden ondernomen. Dit advies verwijst naar onduidelijkheden in de risicoanalyse die te wijten zijn aan het beperkte aantal onderzoeken dat beschikbaar is. Het verwijst tevens naar het feit dat de gezondheid en het welzijn van een aanzienlijk deel van de klonen in ongunstige zin, vaak in ernstige mate en met dodelijke afloop, beïnvloed wordt.

Alhoewel het klonen van dieren de laatste jaren efficiënter verloopt, is de Commissie zich ervan bewust dat de nadelige gevolgen voor de gezondheid en het welzijn van dieren vandaag de dag nog altijd aanwezig zijn. Er bestaan aanwijzingen dat het aantal dieren dat na de geboorte sterft of ziek blijkt te zijn bij klonen hoger ligt dan bij door seksuele reproductie voortgebrachte dieren. De meeste klonen die overleven zijn echter normaal en gezond, zoals is vastgesteld door middel van psychologische metingen en door gedrags- en klinische studies.

De Commissie volgt de wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied nauwgezet. In 2004 financierde de Commissie ook een pan-Europees onderzoeksproject met de titel “Cloning in Public”, gericht op ethische, juridische en andere sociale aspecten van het klonen van dieren voor de agrarische sector. Het project werd gecoördineerd door het Deense Centre for Bioethics and Risk Assessment en was gericht op het stimuleren van het publieke debat over het onderwerp biotechnologie.

In het kader van de betrokkenheid van het publiek lanceerde de Commissie in het najaar van 2007 een openbare raadpleging over de ethiek van het klonen van dieren voor de voedselproductie, en in september 2007 organiseerde zij een open rondetafelconferentie over hetzelfde onderwerp met vertegenwoordigers uit de academische wereld, het bedrijfsleven, non-gouvernementele organisaties, de civiele samenleving, internationale organisaties, de industrie, enzovoort. Teneinde de publieke participatie te vergroten werd de rondetafelconferentie tevens uitgezonden via het internet, en de notulen hiervan zijn gepubliceerd.

Tot slot heeft de Commissie onlangs een Eurobarometer-opiniepeiling gelanceerd over het standpunt van consumenten over klonen voor de voedselproductie. De doelstelling hiervan is om het publiek te vragen naar zijn mening en mate van bewustzijn over klonen en voedingsmiddelen die zijn afgeleid van de nakomelingen van gekloonde dieren. De conclusies hiervan zullen op korte termijn beschikbaar worden gesteld.

Bij de behandeling van gevoelige kwesties, zoals klonen, houdt de Commissie volledig rekening met ethische overwegingen. Sinds 1997 besteedt de Commissie aandacht aan de ethische kant van het klonen van dieren, toen de adviesgroep ethische implicaties van de biotechnologie aan de Europese Commissie een advies uitvaardigde over de ethiek van klonen. Gezien de in die tijd geldende stand van zaken binnen de technologie werd in het advies niet gerept over het gebruik van klonen ten behoeve van de voedselvoorziening. Om die reden vroeg de Commissie de Europese werkgroep voor ethische vraagstukken inzake de wetenschappen en nieuwe technologieën, het onafhankelijk adviesorgaan van de Commissie op dit terrein, om een advies uit te brengen over de ethische aspecten van het klonen van dieren voor de voedselproductie. Hun advies werd in januari van dit jaar gepubliceerd. Gezien de huidige omvang van het lijden en de gezondheidsproblemen bij surrogaatmoeders en gekloonde dieren vroeg de Europese werkgroep voor ethische vraagstukken zich af of het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening ethisch te rechtvaardigen is. De werkgroep verklaarde dat er op dit moment geen overtuigende argumenten zijn die de voedselproductie met behulp van gekloonde dieren en hun nakomelingen rechtvaardigen. De Commissie bestudeert momenteel de punten van zorg die door de werkgroep zijn geuit.

Volgens internationale voorschriften moeten invoerbeperkingen van producten gebaseerd zijn op legitieme gronden, niet discriminerend zijn en in verhouding staan tot de gestelde doelen. Volgens wereldwijde handelsvoorschriften mogen voedingsmiddelen uit derde landen worden geweigerd indien ze een ernstige bedreiging vormen voor de gezondheid van mens en dier. Op basis van de uitgevoerde studies en het advies van de Europese werkgroep voor ethische vraagstukken zal de Commissie overwegen of er beperkingen moeten worden opgelegd. Ik ben er zeker van dat dit zeer binnenkort zal gebeuren.

 
  
MPphoto
 

  Agnes Schierhuber, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, de discussie die we vandaag voeren is van essentieel belang als middel om de aandacht te richten op de gevaren die klonen met zich meebrengt. Ik ben Neil Parish zeer dankbaar dat hij deze mondelinge vraag heeft voorgelegd aan de Commissie. Eén ding is helder, namelijk dat de gezondheid van dieren onlosmakelijk verbonden is met voedselveiligheid.

Zoals we weten zijn er verschillende soorten kloonprocessen: therapeutisch klonen, reproductief klonen en het klonen van DNA. Vandaag bespreken we het reproductief klonen. Reproductief klonen houdt in het tot stand brengen van een genetisch identieke kopie van iets: een plant, een dier, en wellicht op een dag – als we de behoefte voelen alle grenzen te overschrijden – zelfs een menselijk wezen.

Wanneer er echter gebruik wordt gemaakt van klonen bij het fokken van dieren voor de voedselproductie, ontstaan er problemen. Het eerste probleem waarnaar ik wil verwijzen is het hoge sterftecijfer. We weten van de Amerikanen dat slechts zeer weinig klonen overleven. Als gevolg hiervan is klonen voor de voedselproductie niet financieel levensvatbaar. Vanaf het allereerste begin heeft de kloon de genetische leeftijd van het origineel. Dat wil zeggen dat als het origineel een zes jaar oude koe is, de kloon een kalf is wiens genen zes jaar oud zijn. In het kloonproces wordt het genoom van de kloon onvermijdelijk beschadigd. Dit maakt de kloon ontvankelijk voor ziektes en parasieten.

Commissaris, wanneer het klonen verschillende generaties beslaat, is er sprake van een groeiende verarming van de genetische diversiteit waar soorten van afhankelijk zijn om te overleven, aangezien het hen in staat stelt zich aan te passen aan veranderingen in hun natuurlijke leefomgeving.

Ten slotte dient de vraag zich aan of de mensheid zich kan veroorloven in te grijpen in de meest natuurlijke biologische processen, zelfs als dit met de beste bedoelingen gebeurt. Het lijkt mij niet nodig iets te veranderen wat reeds miljoenen jaren goed functioneert. Mensen leven in ieder geval te kort om de gevolgen van hun acties op de langere termijn zelf nog te ondervinden. Ik hoop dat we ons niet voor hetzelfde dilemma gesteld zien als Goethes tovenaarsleerling, die zich niet kon verlossen van de geesten die hij zelf te voorschijn had getoverd.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi, namens de PSE-Fractie. (HU) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het volstrekt eens met het voorstel van de heer Parish: hier moet in twee opzichten een beleid van nultolerantie worden gevoerd. Ten eerste mogen gekloonde dieren op generlei wijze de voedselketen binnendringen; hier zijn we het allemaal over eens. We zijn het er ook volstrekt mee eens, en we willen de Commissie vragen hier zorg voor te dragen, dat gekloonde dieren uit Argentinië, Brazilië of van elders buiten de Europese Unie op geen enkele wijze mogen worden geïmporteerd of binnengebracht in de Europese Unie. Dit is het tweevoudige beleid van nultolerantie dat volgens mij de essentie is van het voorstel van de heer Parish. Mevrouw Schierhuber en de heer Parish hebben beiden gezegd dat er nog altijd enorm veel risico’s zijn, dat er geen sprake is van daadwerkelijke, passende controles of toezicht en dat er onvoldoende proefdieren en onderzoeken zijn, en de onderzoeken die gedaan worden zijn alleen van toepassing op varkens en rundvee, zodat er sprake is van een bijzonder groot risico. Dit alles kan in feite worden samengevat door te zeggen dat gekloonde dieren niet in de voedselketen terecht mogen komen, en het is natuurlijk absurd en idioot om onderzoek op het gebied van genetische manipulatie en de biotechnologie aan banden te leggen. Onderzoek is één ding, de voedselketen is iets anders. Ten derde zijn er omvangrijke, betrouwbare controles vereist die onafhankelijk van organisaties binnen de sector worden uitgevoerd, alsmede onafhankelijk toezicht voor de langere termijn. Dank u voor uw belangstelling.

 
  
MPphoto
 

  Mojca Drčar Murko, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de ervaring met andere zaken die een probleem vormen voor de voedselveiligheid, en het stellen van adequate vragen over de verhouding tussen mensen – als zijnde het dominante ras – en dieren, leert ons dat de perceptie van het publiek in grote mate afhankelijk is van de specifieke kennis over het onderwerp. Consumenten zijn steeds gevoeliger voor het lijden en de mishandeling van landbouwdieren. Daarom dienen ze goed geïnformeerd te worden over de risico’s die het klonen van dieren met zich meebrengt. Er is een educatieve campagne nodig, die het publiek duidelijk maakt wat een ongelofelijk verspillend proces het klonen tot dusver geweest is.

Het was te verwachten dat de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid geen duidelijke problemen zou vaststellen met betrekking tot de veiligheid van voedselproducten van klonen of landbouwdieren in vergelijking met op conventionele wijze gefokte dieren. De EFSA onderstreepte echter wel in haar meest recente verslag dat klonen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid en het welzijn van dieren.

Het klonen veroorzaakt sociale problemen, waardoor er een dringend beroep op ons wordt gedaan het klonen van dieren voor voedsel en de import van gekloonde dieren en hun nakomelingen te verbieden.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, onze beschaving leeft van de exploitatie van dieren, en zal dit zeker nog lang blijven doen. We doden dieren om aan veel behoeften te voldoen, maar we stellen ons ook bepaalde voorwaarden. Wij Europeanen stellen in ieder geval grenzen aan het lijden van dieren, en we bevorderen hun welzijn. Onze wetgeving schrijft voor dat een dier geen object is.

Het klonen van dieren is een controversieel wetenschappelijk wapenfeit. Het voor economische doeleinden klonen van dieren is in tegendeel een ethische misstand. Hier is geen sprake meer van het houden van dieren voor de veehouderij, maar van de productie van dieren. Het is niet eens gebaseerd op het principe van de productielijn, maar op de wet van het fotokopieerapparaat. We zouden het op morele gronden moeten verwerpen, in naam van ons respect voor dieren maar ook in naam van onze eigen menselijkheid. Wanneer wij dieren behandelen als objecten zijn we slechts één stap verwijderd van het behandelen van mensen als objecten. En het is nog maar een kleine stap om van het klonen van dieren over te gaan tot het klonen van mensen. Namens de Unie voor een Europa van Nationale Staten ondersteun ik de resolutie.

 
  
MPphoto
 

  David Hammerstein, namens de Verts/ALE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik vraag mij af wat we hopen te bereiken met een moratorium op het klonen van dieren voor de voedselvoorziening. Wat hopen we te bereiken door het voorzorgsbeginsel toe te passen en de import van gekloonde dieren te verhinderen? Wat hopen we te bereiken door op te houden dieren te behandelen als louter objecten en hen onnodig lijden toe te brengen?

Het schaap Dolly is ziek en misvormd gestorven. Het experiment met het schaap Dolly was een mislukking. Het lijkt echter alsof we er niets van geleerd hebben.

Klonen kan de genetische diversiteit verminderen; het kan leiden tot een grotere vatbaarheid voor dierziekten; het kan een situatie teweeg brengen waarin gevoelige wezens, onze dierlijke soortgenoten die pijn kunnen voelen en ervaren, nog meer lijden moeten ondergaan.

 
  
MPphoto
 

  Kartika Tamara Liotard, namens de GUE/NGL-Fractie. (NL) Voorzitter, ik wil mijnheer Parish heel hartelijk bedanken en ik kan hem helemaal ondersteunen in wat hij gezegd heeft. Het is bewezen, klonen veroorzaakt dierenleed en tot die conclusie kwam de EFSA ook. Als wij het klonen van dieren voor de productie van voedsel toestaan, lopen we naast dierenleed en ethische bezwaren ook tegen de volgende problemen aan: het is sterk de vraag of de consument überhaupt wel gekloond vlees wil eten, het is onzeker hoe de veiligheid hiervan zal zijn en tot slot is het maatschappelijk debat over kloonvoedsel nog niet eens goed op gang gekomen.

Ik ben daarom best verontwaardigd over het feit dat de Commissie zelfs durft voor te stellen om klonen onder de definitie van de verordening over nieuwe voedingsmiddelen te laten vallen. Zij geeft hiermee indirect aan dat zij voorstander kan zijn van het klonen voor dieren voor de productie van voedsel. Dus vraag ik de Commissie met klem ook in dit verslag haar visie hierop te herzien. Gezien alle bezwaren roep ik de Commissie tevens op om zonder uitstel met voorstellen te komen voor een algeheel verbod op het klonen van dieren.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is juist en vanzelfsprekend om de kwaliteit van de veestapel te verbeteren door te fokken met onze beste dieren. Kunstmatige inseminatie en embryotransplantatie voorzien in deze behoefte. Klonen is echter een heel ander verhaal: het is, zoals het Britse agentschap voor de voedselveiligheid opmerkte, een sprong voorwaarts die veel verder gaat dan moeder natuur de helpende hand bieden.

Buiten andere ethische vraagstukken, en het gevaar van het kopiëren van deze wetenschap op menselijk vlak, bestaat er terecht bezorgdheid over het dierenwelzijn. Het vroegtijdig ouder worden en de gezondheidsgebreken die zijn vastgesteld bij voorbeelden van klonen die prominent zijn behandeld in de media, zoals het schaap Dolly, herinneren ons aan die aspecten van dierenwelzijn. Door meer geld te besteden aan de bestrijding van ziektes bij dieren zouden we meer gebaat zijn dan door te experimenteren met moeder natuur.

Vanuit het oogpunt van consumenten is er ook sprake van het probleem van de voedselkwaliteit, aangezien gekloonde veestapels allen dezelfde vatbaarheid hebben voor dezelfde soorten ziektes, terwijl genetische diversiteit ons vrijwel de beste bescherming biedt tegen onbeheersbare uitbraken van ziektes. Hoe ik ook naar dit onderwerp kijk, ik kan niets vinden dat me ervan overtuigt dat het klonen van dieren juist, noodzakelijk of in het publieke belang is.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, als de bescherming van de biodiversiteit een prioriteit is van de Europese Commissie, dan zou er van klonen geen sprake mogen zijn. Ik zou graag de argumenten ten gunste van het klonen van dieren voor de voedselvoorziening horen. Moeten we alleen geleid worden door economische overwegingen? Wat te denken van de ethische, sociale en gezondheidsvraagstukken?

Voordat we besluiten in te stemmen met de verkoop van dergelijk voedsel op de Europese markt, is voor een dergelijke stap de toestemming van onze burgers vereist. Ik weet zelf niet zeker of ik in staat zou zijn een varkenskarbonade van een gekloond varken of melk van een gekloonde koe door mijn keel te krijgen.

In plaats van na te denken over genetisch gemanipuleerd voedsel en voedsel van gekloonde dieren, zouden we ons moeten bezinnen over het treffen van maatregelen ten gunste van een terugkeer naar natuurlijk voedsel, dat ecologisch en gezond is en geen chemicaliën bevat. Laat ons het klonen toevertrouwen aan de wetenschap. Naar mijn mening is er nog altijd een lange weg te gaan van het laboratorium naar het bord van de Europese consument, want er zijn nog steeds te veel onopgeloste vragen. En omdat er nog steeds zo veel vragen onbeantwoord zijn, ben ik ervan overtuigd dat we in deze zaak niet haastig te werk moeten gaan.

Bovendien moet de Commissie niet in strijd met de mening van de Europese burgers handelen. Zelfs als van gekloonde dieren afgeleide voedingsmiddelen waren toegestaan op de Europese markt, ben ik ervan overtuigd dat deze producten, indien ze duidelijk herkenbaar waren en mensen bewust tot een aankoop moesten overgaan, niet bijzonder veel afnemers zouden vinden onder Europese consumenten.

Als we producten op de markt brengen die afgeleid zijn van gekloonde schapen, kippen, geiten of runderen, zullen we het imago van het Europese landbouwmodel vernietigen, dat zoveel waarde hecht aan de bescherming van het milieu en het welzijn van dieren.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik ben tevens een groot voorstander van het voorstel van Neil Parish voor een verbod op het gebruik van gekloonde dieren voor de voedselproductie. Ik heb nu echter al geruime tijd zitten kijken hoe de Commissie verwoede pogingen doet om wettelijke regelingen op te leggen aan de lidstaten die zullen leiden tot de introductie van genetisch gemanipuleerde voedingsmiddelen, en in de toekomst wellicht ook vlees van gekloonde dieren, voor de massaconsumptie.

In veel landen, waaronder Polen, hebben lokale autoriteiten resoluties aangenomen waarmee hele regio’s, en zelfs een heel land, wordt gevrijwaard van genetisch gemodificeerde organismen. Onder druk van industriële lobby’s negeert de Commissie deze resoluties echter, en spoort zij aan tot de invoering van genetisch gemodificeerd voedsel op de markt. De lidstaten van de EU zijn het publiek een duidelijk antwoord schuldig: zijn ze voorstander van gezond, natuurlijk voedsel of van genetisch gemodificeerde en gekloonde voedingsmiddelen? We moeten hier niet hypocriet over doen.

Ik zou de commissaris tevens willen vragen hoe ze van plan is het publiek te beschermen tegen de ongewilde aankoop van producten die in de toekomst wellicht afkomstig zijn van gekloonde dieren? Dergelijke producten zullen geen speciaal opschrift dragen, aangezien exporteurs heimelijk zullen proberen ze op de Europese markt te brengen.

 
  
MPphoto
 

  John Purvis (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal in deze discussie de andere stem vertolken, want de mens heeft door de eeuwen heen het fokken van dieren gemanipuleerd en hun productiviteit aangepast aan zijn behoeften. Er is sprake van een duidelijk voortgezette trend: van natuurlijke inseminatie naar kunstmatige inseminatie, embryotransplantatie, de splitsing van embryo’s, in vitro fertilisatie, kerntransfer van de blastomeer, kerntransfer van de foetus en nu somatische celkerntransplantatie.

Elke nieuwe ontwikkeling werd gezien als te vergaand, maar zodra de techniek was verbeterd en geperfectioneerd zijn steeds opnieuw de voordelen aan het licht gekomen, en de vooraf verwachte problemen geleidelijk weggeëbd.

Nu beginnen de boerenvakbonden de voordelen in te zien van het gebruik van klonen voor de gezondheid en het welzijn van dieren. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid zegt dat er geen aanwijzingen bestaan dat er wat betreft de voedselveiligheid verschillen zijn tussen voedingsmiddelen van gezonde runder- en varkensklonen en hun nakomelingen en van gezonde, op normale wijze gefokte dieren. De EFSA ziet ook geen aanwijzingen voor mogelijke milieurisico’s, en daarnaast zijn er voordelen: de bescherming van hoogwaardige dieren en hun genetische opbouw, het behoud en zelfs de herintroductie van bedreigde soorten, het uitbannen van gevaarlijke pathogenen en de overdracht daarvan naar andere landen, de verbetering van de productiviteit en het concurrentievermogen en het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling in Europa, in plaats van daarbuiten.

Wat is de reden dat wij Europeanen dan toch steeds opnieuw in dezelfde valkuil vallen, waarin alle nieuwe ontwikkelingen worden gewantrouwd en nieuwigheden met gehaaste spoed worden verboden? Kijk bijvoorbeeld naar wat er gebeurde met de genetisch gemodificeerde organismen. Laat ons daarom discussiëren en debatteren, en onze argumenten baseren op de wetenschap en feiten. Ik verzoek de Commissie dringend om de ontwikkelingen nauwgezet te volgen, onderzoek te stimuleren, de wetenschap te zuiveren en de feiten te verdedigen, maar geen verbod op te leggen. Laat ons deze onzorgvuldige, tegenstrijdige en ondoordachte resolutie terzijde schuiven.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, voor het geval dat de heer Purvis denkt dat hij in deze alleen staat, zal ik een poging wagen om de middenweg te bewandelen. Dit is een zeer waardevol debat, en het is jammer dat het op een dergelijk laat uur wordt gehouden. Ik luisterde in mijn kantoor naar het eerste deel van het debat, en het was meeslepend – wat een zeldzaamheid kan zijn bij debatten in het Europees Parlement – omdat het zinvol en op de praktijk gericht is.

Ik zou graag een aantal punten naar voren willen brengen. Wat mij in dit debat zorgen baart is de relatie die wordt gelegd tussen genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen en het klonen van dieren. Ik behoor niet tot degenen die verzoeken om een verbod op GGO’s, aangezien we in Ierland gebruik maken van een grote hoeveelheid genetisch gemodificeerde ingrediënten voor diervoeders, en dat moeten blijven doen. De bezorgdheid die er is over klonen, en die goed is verwoord door de voorzitter van de Landbouwcommissie, de heer Parish, gaat over het welzijn, en er bestaat duidelijk bezorgdheid over het lijden van dieren. Dat is een onderwerp waar nader naar moet worden gekeken.

Bij de oproep tot een verbod op het klonen van dieren voor de voedselproductie wordt wellicht, als het gaat om de fase van het onderzoek van dat proces, voorbijgegaan aan dat punt. Terwijl mijn oorspronkelijke reactie als lid van de Landbouwcommissie was om deze resolutie te ondersteunen – ik ben blij dat we dit onderwerp naar voren hebben gebracht en complimenteer de Commissie en diens voorzitter hiermee – zegt mijn intuïtie mij nu op grond hiervan dat de heer Purvis misschien op het juiste spoor zit, en dat een totaalverbod mogelijk een stap te ver is. Ik wacht met grote belangstelling op het weloverwogen advies van de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, laat mij allereerst zeggen dat ik zeer blij ben dat dit debat kan worden gevoerd. Ik denk dat het precies op het juiste moment komt.

Dit is een onderwerp dat grote bezorgdheid oproept. Wat mij niet zint is dat wij in Europa niet voldoende toezicht hebben om te garanderen dat gekloonde dieren niet in de voedselketen terechtkomen of deze bereiken. Ik begrijp dat het nodig is om het fokken van dieren en nieuwe ontwikkelingen toe te staan, en ik begrijp volledig wat de heer Purvis zegt – ik voel geen enkele behoefte om de wetenschap de mogelijkheid te ontnemen om iets op eigen wijze, ongeacht de vorm of omvang daarvan, te ontwikkelen – maar ik geloof stellig dat we heldere criteria en controles moeten vaststellen. Ik deel de bezorgdheid van de heer Parish over het welzijn van de dieren. Ik ben zeer bezorgd over het dierenwelzijn, aangezien een bijzonder hoog percentage van de gekloonde dieren al op zeer jonge leeftijd lijden moet ondergaan.

Ik wil dit nogmaals herhalen: ik ben geen tegenstander van toekomstige ontwikkelingen, en wil deze ook niet in de weg staan. In het verleden hebben we veel fouten gemaakt. Laten we dat niet doen met betrekking tot dit gevoelige onderwerp. Laat ons de voedselketen beschermen tegen gekloonde dieren. Ik ben tegen gekloonde dieren in de voedselketen.

 
  
MPphoto
 

  Androula Vassiliou, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de mening van het Europees Parlement over deze nieuwe technologie en de gevolgen daarvan is vanzelfsprekend uiterst belangrijk voor mij, en ik verwelkom de standpunten van de geachte parlementsleden. Ik wil vooral zeggen dat het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid ons nieuw stof tot nadenken geeft, en dat er met veel factoren rekening moet worden gehouden. Ik ben het ermee eens dat nieuwe voedingsmiddelen niet het geschikte instrument zijn om het probleem van voedsel van gekloonde dieren op te lossen, en dit is een onderwerp waarover gediscussieerd kan worden tijdens onze beraadslagingen over het voorstel voor nieuwe voedingsmiddelen.

Ik wil echter iets verhelderen, want ik hoorde een aantal sprekers praten over klonen en genetische manipulatie alsof het één en hetzelfde was. Het antwoord is nee: genetische manipulatie en klonen zijn twee verschillende technieken. Deskundigen stellen dat bij klonen het genetisch materiaal niet wordt veranderd, en dat klonen louter genetische kopieën van dieren zijn.

Tot slot van mijn commentaar wil ik u verzekeren dat de Commissie bij de mogelijke maatregelen die in de toekomst worden getroffen alle factoren die meespelen nauwkeurig zal meewegen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

Ik heb de ontwerpresolutie(1) B6-0373/2008 die is ingediend door de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling ontvangen.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag 3 september om 11.30 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Magor Imre Csibi (ALDE), schriftelijk. (EN) Zelfs als er strenge voorwaarden in acht worden genomen, en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid concludeert dat gekloond vlees hetzelfde is als gangbaar vlees, is het klonen van dieren voor de voedselproductie voor veel mensen een risicovolle en moreel verwerpelijke praktijk. Het huidige niveau van lijden en de gezondheidsproblemen bij gekloonde dieren versterkt die stelling. Als conventionele methoden goed functioneren, waarom moeten we dan een techniek stimuleren die er de oorzaak van is dat zo veel dieren lijden en sterven? Het draagt niets bij aan het fokken van dieren, noch aan de voedselveiligheid of de zekerheid omtrent het aanbod. Het is helder dat het geen duidelijk voordeel oplevert voor de consument.

Bovendien hebben Europese consumenten meermalen aangegeven dat ze geen behoefte hebben aan van klonen of hun nakomelingen afgeleide voedingsmiddelen op hun bord. Dit is een legitiem verzoek, waarmee een krachtig signaal wordt uitgezonden, dus waarom overwegen we zelfs maar om dieren te klonen voor de voedselproductie? Mensen willen zelf de controle hebben over wat zij eten, en ze zijn bezorgd dat het klonen hen uiteindelijk zal worden opgedrongen. Als we niet willen dat we het publiek nog verder vervreemd raakt van het Europese project, denk ik dat we beter naar hun wensen kunnen luisteren en deze ook moeten uitvoeren. Derhalve doe ik een oproep tegen het klonen van dieren voor de voedselproductie.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. – (SK) Ik was verbaasd toen ik de tekst van deze resolutie las. Ik wil allereerst zeggen dat ik voor de resolutie zal stemmen, maar ik heb een aantal opmerkingen:

Paragraaf B: “overwegende dat kloonprocessen een laag overlevingspercentage voor overgebrachte embryo’s en gekloonde dieren laten zien, en dat veel gekloonde dieren in een vroeg levensstadium sterven…”

Hoe zou de toekomst er voor de mensheid uitzien als de mens dezelfde opmerkelijke mate van bezorgdheid zou hanteren door te stoppen met het invriezen van menselijke embryo’s?

Paragraaf C: “… het sterfte- en ziektecijfer onder gekloonde dieren hoger is dan bij door seksuele voortplanting voortgebrachte dieren, en dat sterfte en problemen in een laat stadium van de draagtijd vaak het welzijn van de draagmoeder aantasten”.

Hoe zou de toekomst er voor de mensheid uitzien als de gehele samenleving dezelfde steun zou bieden aan moeders van gezinnen als aan de bescherming van surrogaatmoederdieren?

Paragraaf D: “... de Europese werkgroep voor ethische vraagstukken zich gezien de huidige omvang van het lijden en de gezondheidsproblemen bij surrogaatmoeders en gekloonde dieren afvraagt of het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening ethisch te rechtvaardigen is ...”

Hoe zou de toekomst er voor de mensheid uitzien als deze werkgroep rekening zou houden met het lijden van vrouwen die surrogaatmoeder worden om hun financiële situatie te verbeteren, of met de spanningen waaronder vrouwen gebukt gaan die herhaaldelijk mislukte pogingen van kunstmatige inseminatie achter de rug hebben, of als deze werkgroep het gebruik van menselijke embryo’s voor onderzoeksdoeleinden consequent zou verbieden omdat het moreel ontoelaatbaar is?

De dieren mogen van geluk spreken, want deze resolutie toont ook aan dat zij in sommige gevallen beter beschermd zijn dan de mens.

 
  

(1) Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid