Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0214(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0201/2008

Debatten :

PV 03/09/2008 - 4
CRE 03/09/2008 - 4

Stemmingen :

PV 03/09/2008 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0395

Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 3 september 2008 - Brussel Uitgave PB

10. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
Notulen
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Situatie in Georgië (B6-0402/2008)

 
  
MPphoto
 

  Michl Ebner (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor de resolutie gestemd en dank vooral ook collega Elmar Brok voor zijn inspanningen om hier een brede consensus te bereiken.

Ook wanneer het noodzakelijk is een dialoog met Rusland te voeren, geloof ik dat we toch moeten oppassen dat we ten aanzien van ons energiebeleid niet volledig van Rusland afhankelijk worden, respectievelijk grotendeels afhankelijk blijven, omdat dit onze discussiemogelijkheden behoorlijk beperkt. Men mag ook niet vergeten dat het militaire antwoord van Georgië zijn oorsprong heeft in een lange geschiedenis van provocatie door de separatistische krachten, en dat Rusland deze zelfverdedigingsactie als aanleiding voor de invasie heeft gebruikt. Evenwel zouden we een vreedzame oplossing van het conflict als opperste prioriteit moeten beschouwen, en ik wens al degenen die hiermee van doen hebben een spoedig succes, zodat op Zuid-Ossetië niet ook nog De Krim, Letland, Litouwen en Kazachstan zullen volgen.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE).(LT) De Europese politici doorbreken nu hun lang stilzwijgen en karakteriseren de handelingen van Rusland in Georgië als niet evenredig. Nee, dit is een geval van Russen in andere landen die door middel van militaire aanvallen worden beschermd. Sommige landen van de EU, degene die de kansen van Georgië en de Oekraïne om tot de NAVO toe te treden hebben geblokkeerd, hebben ervoor gezorgd dat Rusland zijn agressieve annexeringsbeleid ten opzichte van deze gebieden kan voortzetten. De meeste landen van de EU zijn afhankelijk van de energie-importen uit Rusland; ze zijn bang dat de gaskraan wordt dichtgedraaid. Dit stelt Rusland in staat om op een werkelijke onevenredige wijze zijn voorwaarden aan de gehele EU te dicteren. Ik heb voor de resolutie gestemd, ofschoon ik het gevoel heb dat het standpunt van zowel de Commissie alsook van het Parlement ten opzichte van de toekomstige betrekkingen met Rusland niet duidelijk genoeg zijn vastgelegd.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE).(SK) Ik geloof dat we de overeenkomst over de versoepeling van het visabeleid moeten opzeggen, we moeten ervoor zorgen dat de Russische vredestroepen zich terugtrekken en ze vervangen door internationale troepen en ten derde moeten we het overleg over de partnerschap en samenwerking met Rusland afbreken. Ik geloof ook dat Europa een vereend en duidelijk standpunt inzake de situatie in Georgië moet aannemen en geen oogje mag dichtknijpen bij de grove inmenging van Rusland in de soevereiniteit en integriteit van een buurland.

Moskou heeft internationale verdragen gebroken toen begin augustus zijn troepen de grens met Georgië overstaken, een grens die het zelf in het verleden had erkend. De Russische troepen drongen niet alleen op het grondgebied van Zuid-Ossetië binnen, maar gingen door naar het hart van Georgië.

Ik veroordeel de erkenning van de onafhankelijkheidsverklaring van Abchazië en Zuid-Ossetië door Rusland ten zeerste. Terwijl sommigen de onafhankelijkheid vieren, mogen we niet vergeten dat Georgië om de onschuldige mensen treurt die hun leven en huizen tijdens de invasie van de Russische troepen hebben verloren. Ik ben ervan overtuigd dat Europa druk moet uitoefenen en als deel van de internationale gemeenschap op de territoriale integriteit van Georgië moet aandringen.

De Slowaakse Republiek houdt in het geval van Kosovo vast aan het beginsel van territoriale integriteit en erkent nog steeds niet zijn afscheiding van Servië. In dezelfde geest, erken ik ook de onafhankelijkheid van de Georgische regio’s en Zuid-Ossetië niet aan.

 
  
MPphoto
 

  Toomas Savi (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als een van de auteurs van de ontwerpresolutie inzake de situatie in Georgië, heb ik voor amendement 1 gestemd, dat het Internationale Olympische Comité ertoe oproept om ernstig in overweging te nemen of zijn besluit om de Olympische Winterspelen van 2014 aan Sochi te verlenen nog steeds geldig is in het licht van de recente gebeurtenissen in de nabije omgeving van de toekomstige Olympische plaatsen van handeling. Het zou zeer onverantwoordelijk zijn wanneer het IOC het leven van de Olympische atleten in gevaar zou brengen door de spelen in zo’n onvoorspelbare regio te houden.

Ik moet u er niet aan herinneren dat op 5 september 1972 in München 11 Olympische atleten wreed werden vermoord. Ik was er als dokter voor het Olympische team van Sovjet-Rusland, en ik kan mij aan de uitwerking van deze tragische gebeurtenissen op de Olympische geest herinneren. Zulke gebeurtenissen mogen nooit meer plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb grote waardering voor collega Schulz, maar zijn verklaring van vandaag was onaanvaardbaar. President Medwedew heeft vanmorgen de democratisch gekozen president van Georgië een politiek lijk genoemd. Dat is al vanuit democratisch perspectief afschuwelijk. Maar wanneer men overweegt dat de heer Medwedew voor een regime staat dat de voorganger van zijn voorganger heeft laten vermoorden, dat de Tsjetsjeense president heeft laten vermoorden en dat nu een ingoesjetische strijder voor de burgerrechten heeft laten vermoorden, dan is dit als het ware een fysieke dreiging.

Het gaat er hier niet om of we de heer Saakaschwili nu goed vinden of niet, we moeten in deze situatie de gekozen vertegenwoordiger van het Georgische volk ondersteunen, een land dat het slachtoffer van een imperialistische handeling werd, en dat men op het moment in een wurggreep houdt. Daarom geloof ik dat het dringend nodig is dat we na onze resolutie, die ik toejuich, een stap verder gaan en Europese vredestroepen in Georgië stationeren. Hiervoor hebben we noch een mandaat van de VN noch van OESO nodig, omdat Georgië een soeverein land is en ons om Europese presentie heeft verzocht. Bovendien moeten we ervoor zorgen dat dit land in vrijheid kan overleven, omdat Russische troepen als vredestroepen, zoals de VN en de OESO dit hebben gedaan, gelijk staat aan een pyromaan als brandweerman.

 
  
MPphoto
 

  Bogdan Pęk (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, deze resolutie over Georgië is belangrijk, en ik heb ervoor gestemd ofschoon ik het gevoel heb dat de Europese Unie, die als gevolg van de gebeurtenissen in Georgië enorm op de proef werd gesteld, hierin is mislukt. De hoofdreden waarom naar mijn mening deze proef mislukt is, komt omdat hier zeer aanzienlijke Duitse belangen betroffen zijn, vooral de belangen van de Duitse linkervleugel en kanselier Schröder. De heer Schulz heeft ze hier in ondubbelzinnige woorden tot uitdrukking gebracht.

De Europese Unie moet begrijpen dat de Oostzeepijpleiding de oorzaak zou kunnen zijn voor wat uiteindelijk uitloopt op de chantage van Litouwen, Letland, Estland, Polen en ook Wit-Rusland. Deze pijpleiding moet uit de weg geruimd worden, en de Europese Unie, moet ondanks zijn verklaringen eindelijk een standpunt inzake een verenigd energiebeleid innemen, waarin in geen geval plaats is voor de Oostzeepijpleiding, ook wanneer dit tegen bepaalde Duitse belangen indruist. De Duitsers moeten het erover eens worden of ze nu een verenigde Europese Unie willen scheppen en hun verklaringen oprecht zijn, of dat ze huichelachtig handelen en hun eigen belangen voor die van de EU stellen.

 
  
MPphoto
 

  Milan Horáček (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor de resolutie gestemd, maar het bereidt me wel zorgen. De oorlog tussen Rusland en Georgië heeft de verschillen in de omgang met crises duidelijk gemaakt. Georgië heeft verscheidene onopgeloste problemen, maar Rusland gedraagt zich op de ingesleten manier van semi-Aziatische dictaturen met arglist, provocatie en oorlogsachtige gewelddadigheid.

Ons vermogen ligt in de mensenrechten, de democratie, de rechtsstaat en de vrijheid waarvoor we allen hard hebben gestreden om die te bereiken – het vrij zijn van afhankelijkheid en dwang. Deze waarden verdienen het dringend dat we ze middels een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid verdedigen.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de afvaardiging van de Britse Conservatieven heeft voor de ontwerpresolutie over Georgië gestemd, die over het algemeen gezien evenwichtig was. We hebben echter bezwaren tegen paragraaf 19 waarin tot een militaire EVDB-missie in Georgië wordt opgeroepen – alhoewel we niets tegen een aanwezigheid van civiele waarnemers van de EU hebben.

Evenzo is paragraaf 30, waarin wordt verkondigd dat het Verdrag van Lissabon bij de rol van de EU in de omgang met de huidige crisis helpt, naar onze mening ongegrond. We zijn voor een sterker gemeenschappelijke extern energieveiligheidsbeleid volgens het GBVB ten aanzien van de Russische olie- en gasimporten, maar we zien niet in wat voor een verschil het Verdrag van Lissabon bij de oplossing van deze crisis zou hebben opgeleverd. Het gaat hier niet om de algemene zwakte van de EU in Buitenlandse zaken, maar om Russische dwingelandij en revanchisme op de Zuidelijke Kaukasus.

 
  
MPphoto
 

  Richard Falbr (PSE).(CS) Ik heb mij van stem onthouden omdat het antwoord op de vraag “of het waar is dat de Georgiërs een slapende stad met raketwerpers hebben aangevallen?” “ja” luidt.

 
  
  

- Gemeenschappelijk referentiekader voor het Europees verbintenissenrecht (B6-0374/2008)

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, we zijn het eens met de vraag die de heer Lehne aan de Commissie zou willen stellen. In feite geloven we dat de problemen van het Europees verbintenissenrecht kunnen worden opgelost door aan twee hoofdbehoeften te voldoen, die met elkaar in verband staan. De eerste is de behoefte aan duidelijkheid en eenvoud, de tweede aan veiligheid. We zijn erover verheugd dat de rapporteur rekening heeft gehouden met het opmerkelijke door de “Société de législation comparée” verrichte werk, en we hopen dat dit werk onder verwijzing naar ons gemeenschappelijk erfenis, het Romeins Recht, zal worden uitgevoerd. De regels inzake verbintelijke autonomie, de regels inzake de rechtsgeldigheid, het gebrek aan toestemming of openbaarheid zijn in onze beschaving als sinds de oudheid geregeld. Hiernaar moeten we verwijzen; naar deze gemeenschappelijke erfenis van onze beschaving.

Voor de veiligheid van de transacties vinden we ook dat de unificatie van de regels over wetsconflicten vooraf moet gaan aan de unificatie van wezenlijke regels. De verbintenissen die mensen op verschillende plaatsen tussen elkaar aangaan, en vooral de moeilijke kwestie van het verleidelijke aanbod, of onofficiële toezegging, en aanvaarding, de procedures, de tijdstippen en het bewijs kunnen allen gelijk worden gemaakt, zonder dat we noodzakelijkerwijs de wezenlijke regels van onze verschillende wetgevingen gelijk moeten maken.

 
  
  

- Verslag: Proinsias De Rossa (A6-0289/2008)

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (UEN).(IT) Mijnheer de Voorzitter dames en heren, een paar dagen geleden hebben Sardijnse separatisten op een klein eiland in de buurt van Sardinië, zonder geweld en in het belang van het milieubehoud, een nieuwe republiek met de poëtisch, Polynesisch klinkende naam “Republiek Maluventu” uitgeroepen. Ik zou erop willen wijzen dat de Voorzitter al het handvest heeft ontvangen dat zich door het handvest van de VN heeft laten inspireren en het onschendbare beginsel van de zelfbeschikking der volkeren. Europa heeft altijd aan de kant van allen gestaan die met vreedzame en democratische middelen voor de vrijheid strijden. Lang leve de strijd van de Sardijnse bevolking voor de zelfbeschikking!

 
  
  

- Verslag: Iratxe García Pérez (A6-0325/2008)

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). (NL) Voorzitter, ik heb tegen het verslag-García Pérez gestemd hoewel ik ervan overtuigd ben dat mannen en vrouwen vanzelfsprekend gelijkwaardig zijn en vanzelfsprekend gelijk loon voor gelijk werk moeten krijgen. We vergeten nog veel te vaak dat de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen één van de vaste verworvenheden is van het huidige Europa, van de Europese wereld, en van de westerse wereld en dat die helemaal niet wordt gedeeld in een aantal andere streken van de wereld. We mogen dat nooit vergeten.

Maar dat is maar één aspect van dit verslag. Het verslag staat verder bol van een heleboel andere zaken waarmee ik het fundamenteel oneens ben, zoals de steun voor de eeuwige electorale quota voor vrouwen. Alsof vrouwen een onmondige soort zouden zijn die niet op eigen krachten en met eigen capaciteiten posities kunnen verwerven. Ook de eeuwige steun voor abortus: ik vraag mij af wat dit in dit verslag komt doen.

Om al die redenen en vele andere heb ik dus toch tegen het verslag-García Pérez gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter om de één of andere bizarre reden heb ik in dit Parlement een levenslange trend doorbroken door niet tégen een verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid te stemmen – ik heb mij van stem onthouden.

In het verleden heb ik voortdurend tegen deze verslagen gestemd, omdat ze normalerwijs vol met volledige nonsens staan. Maar als getrouwde vader met twee dochters, probeer ik het om elk woord van dit verslag te lezen om erachter te komen wat ze eigenlijk betekenen.

Ik heb problemen met de Commissie die dit spul produceert – Ik geloof werkelijk niet dat we hier een vrouwencommissie nodig hebben, wanneer er al een Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken is.

Er staan sommige zinnen in dit verslag – de “vervrouwelijking van de armoede” bijvoorbeeld – die in het geheel niets betekenen, maar geweldig klinken in de oren van het hier vertoevende politiek correcte regiment.

Ik vraag me af wat deze commissie over degenen denkt die het glazen plafond hebben doorbroken: bijvoorbeeld een moeder van vijf kinderen, wier jongste kind aan mongolisme lijdt, wier oudste dochter vijf maanden zwanger zou kunnen zijn, zoals bijvoorbeeld de mogelijke vice-president van de Verenigde Staten, Sarah Palin? Ik denk dat de Commissie het niet goed zou vinden dat zij het glazen plafond heeft doorbroken. Maar ik heb mij bij dit verslag van stem onthouden.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ook wanneer ik een voorstander van gelijke rechten ben, heb ik tegen de resolutie over gelijkheid tussen mannen en vrouwen gestemd. Deze resolutie bevat sommige verhulde pro abortus standpunten en schendt daarmee het subsidiariteitsbeginsel op dit terrein. Het feit dat amendement 2 – een amendement dat deze standpunten zou verwijderen – bij de stemming werd verworpen maakte het noodzakelijk om de gehele resolutie te verwerpen. Het is een schande dat het Europees Parlement zo luchthartig de grondbeginselen volgens welke de Europese Unie functioneert kan schenden.

 
  
  

- Klonen van dieren voor de voedselproductie (B6-0373/2008)

 
  
MPphoto
 

  Hynek Fajmon (PPE-DE).(CS) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verbod op klonen gestemd. Een verbod op klonen is een aanval op de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek en op de ondernemingsvrijheid. Het beperken van deze vrijheden zal niet positief voor de Europese Unie zijn, maar tot een verdere afvloeiing van wetenschappers naar de Verenigde Staten van Amerika en andere landen rondom de wereld leiden, die dit soort verboden niet hebben. Een handelsverbod op dit soort producten zal tot verdere handelstwisten in de Wereldhandelsorganisatie leiden. Dit soort ontwikkelingen willen wij niet.

De gezondheids- en andere gevaren moeten overeenkomstig de toe te passen processen en procedures behoorlijk worden onderzocht, en de resultaten moeten aan het publiek worden meegedeeld. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid heeft in de eerste helft van dit jaar een wetenschappelijke raadpleging over dit onderwerp gehouden, en de uitkomsten van de raadpleging leveren geen redenen voor een verbod op klonen.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen de resolutie over het verbieden van het klonen van dieren voor de voedselproductie gestemd, wegens het gebrek aan wetenschappelijk accuratesse dat onze aanpak in het parlement dient te onderbouwen. Of het nu om een wetgevende stemming, een resolutie over een parlementaire vraag, of een initiatiefverslag gaat, de door het Europees Parlement genomen besluiten en de plenaire stemmingen verliezen behoorlijk aan waarde wanneer ze niet in het licht van getoetst wetenschappelijk onderzoek overeind blijven. De geloofwaardigheid en integriteit van ons werk wordt hier daarom terecht in twijfel getrokken.

 
  
  

- Verslag: Eva-Britt Svensson (A6-0199/2008)

 
  
MPphoto
 

  Ivo Strejček (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verslag van Svensson gestemd, en ik ben dankbaar dat ik de gelegenheid heb om te zeggen waarom.

En weliswaar om volgende redenen. Ten eerste weet geen consument alles, zoals dit ook niet iedere wetgever weet. Daarom is reclame een wezenlijk bestanddeel van de commercie en de handel. Ten tweede moet iedere reclame (jammer genoeg of ook niet) opvallend, aantrekkelijk, treffend en in het oog vallend zijn. Dit komt vanwege het feit dat er altijd ten minste een paar producenten zijn die hetzelfde product verkopen, en ieder van hen wil alleen zijn eigen product verkopen. Ten derde is de poging van mevrouw Svensson gevoelig voor deze beginselen en probeert de krachten van de markt te verbeteren door middel van kunstmatige wetgrepen die de natuurlijke krachten van de markt, die voortkomen uit de verhouding tussen vraag en aanbod, uit balans zullen brengen en kwaad zullen doen. Dat zijn de redenen waarom ik tegen het verslag heb gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). (NL) Voorzitter, als ik zou moeten samenvatten waarom ik tegen het verslag-Svensson gestemd heb, dan zou ik heel eenvoudig kunnen zeggen dat het verslag in mijn ogen complete nonsens, volkomen onzin is. Het is het zoveelste verslag waarin dit Parlement, dat toch officieel geacht wordt de vrijheid van de Europese burgers te verdedigen, oproept tot beknotting van de vrijheid en tot censuur. Verschillende bepalingen uit het verslag-Svensson, zoals de censuurparagraaf 14, lijken wel rechtstreeks afkomstig uit “Fahrenheit 451”, dat boek waarin een wereld wordt geschetst waarin boeken verbannen zijn en kritische gedachten worden onderdrukt.

Ik ben sowieso zeer kritisch tegenover dit Europees Parlement. Maar het moet toch ook een beetje oppassen dat het zichzelf niet hopeloos belachelijk maakt en een soort kloon van de Opperste Sovjet wordt.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI).(NL) Voorzitter, ik zou mevrouw Svensson willen feliciteren. Haar verslag is een van de meest betuttelende, interventionistische en politiek correcte teksten van de hele legislatuur. Het lijkt wel alsof ze overtuigd is dat reclame en marketing één groot complot zijn om vanaf de eerste jaren van de socialisatie van het kind aanleiding te geven tot discriminatie op grond van geslacht, hetgeen de instandhouding van de levenslange ongelijkheid tussen mannen en vrouwen versterkt. Ik verzin dit niet: het grootste deel van deze zin komt letterlijk uit overweging N van de tekst.

Uiteraard pleit het verslag voor meer regelgeving en voor de oprichting van instanties die zich specifiek moeten bezighouden met het monitoren van de naleving van al die nieuwe regels. Ik zou bijna willen zeggen jobs for the boys als die uitdrukking niet zo gruwelijk gender insensitive zou zijn. Het toppunt is punt 14 van de tekst die ervoor pleit om zogenaamde boodschappen die genderstereotiepen overdragen, te verwijderen uit tekstboeken, speelgoed, videospelletjes, het internet en reclame. Censuur dus. Ik weet niet of de term tekstboeken ook slaat op literatuur, maar als dat zo is, dan kunnen we al direct beginnen met de boeken van Shakespeare te verbranden op straat.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben teruggekeerd om dit verslag te karakteriseren, en heb ertegen gestemd. Ik zou graag een paar van mijn redenen hiervoor nauwkeurig willen beschrijven.

Ik heb een enorm respect voor de rapporteur, mevrouw Svensson, die op dit gebied veel werk heeft verricht en een van de sterkste vrouwelijke rolmodellen is die dit Parlement naar voren kan schuiven. Desondanks waren bepaalde onderwerpen in dit verslag – waarvan enkele verworpen werden – bijna niet te geloven. Er was de oproep tot een gendergedachtenpolitie in paragraaf 9. Er was het in twijfel trekken van de traditionele genderrollen in paragraaf 13, en in paragraaf 14 iets dat in de buurt van haat tegen nieuwe beelden op het internet kwam.

In de reclame werd er altijd gebruik gemaakt van mannelijke en vrouwelijke vormen. De mannelijke vormen zien er beter uit dan die van mij en de vrouwelijke vormen hebben ook de neiging er beter uit te zien dan sommige leden van dit Huis. Daar gaat het om bij de reclame. Zelfs de Europese Commissie – wanneer u naar haar website kijkt of naar de reclame die zij over haar gebouwen heeft hangen – gebruikt foto’s van mannen en vrouwen die er enigszins beter dan gemiddeld uitzien.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Amalia Sartori (A6-0140/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. (SV) We hebben ervoor gekozen om voor het verslag te stemmen, omdat het de wereldwijde harmonisering van de indeling, etikettering en verpakking van chemicaliën ten doel heeft. Dit kan tot een veiligere omgang met chemicaliën leiden, wat beter is voor het milieu en de gezondheid.

We zouden echter graag de etikettering van de chemicaliën van categorie V hebben gezien.

Deze chemicaliën zijn vaak in het huis te vinden en zijn een van de hoofdoorzaken voor de vergiftiging van kinderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het begin van het debat betreffende de chemische stoffen en de rol die deze in ons leven spelen vond in 1980 plaats, eerst in de Internationale Arbeidsorganisatie en daarna binnen de Verenigde Naties, die in december 2002 het GHS (het wereldwijd geharmoniseerd systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen) aannamen, met een herziening in 2005.

Deze besluiten vonden hun weerspiegeling op het niveau van de Gemeenschap door de aanneming van verschillende documenten.

Op dit moment behandelen we slechts het voorstel voor een verordening betreffende de indeling, etikettering van stoffen en mengsels waarmee de Europese Unie de door de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties overeengekomen internationale criteria betreffende de indeling en etikettering van gevaarlijke stoffen en mengsels ten uitvoer wil leggen, die ook onder de naam Wereldwijd geharmoniseerd systeem (GHS) bekend staan.

Het gebruik van dit systeem is erop gericht de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen zonder het vrije verkeer van de stoffen en mengsels te belemmeren, door het opzetten van indelings- en inlichtingscriteria, met inbegrip van voorwaarden voor de etikettering en de veiligheidsinformatiebladen. Dit staat in verband met het handhaven van de veiligheid bij het vervoer van gevaarlijke goederen en de gezondheids- en veiligheidsvoorzorg voor consumenten, werknemers en het milieu. Daarom hebben we voor deze verslagen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Zlotea (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Chemicaliën worden wereldwijd geproduceerd en in de handel gebracht en hun risico is overal ter wereld hetzelfde. Stoffen die in één land als gevaarlijk worden beschouwd, kunnen in een ander land onder een andere regeling vallen. Er mag geen verschillende indeling van hetzelfde product in verschillende landen zijn.

Naast de behoefte aan informatie is het hoofddoel van het GHS (het wereldwijd geharmoniseerde systeem) de consumentenbescherming. De nieuwe wetgeving op het gebied van indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels zal een betere bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu opleveren. Ik geloof dat er goede compromissen zijn bereikt die goede oplossingen voor de gezondheid van de consument bevatten. De professionele gebruikers van chemicaliën en de wereldwijde consumenten kunnen van de wereldwijde harmonisering profiteren.

Nadat dit verslag in werking is getreden zal de bescherming van de mensen toenemen die deze gevaarlijke stoffen gebruiken en zullen de ondernemingen doeltreffender zijn, het aantal ongevallen zal afnemen. Het gebruik van deze gevaarlijke stoffen zal veiliger zijn en de gebruiker zal over correcte, volledige en accurate informatie beschikken, waardoor een betere bescherming van de consument is gewaarborgd.

 
  
  

- Verslagen: Amalia Sartori (A6-0140/2008) (A6-0141/2008) (A6-0142/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) De verslagen van Sartori behandelen belangrijke zaken die voor al onze burgers relevant zijn. Chemicaliën worden op de gehele wereld geproduceerd en verhandeld, en hun gevaren blijven waar ze ook worden gebruikt dezelfde; dus is het adequaat dat de indeling en etikettering van gevaarlijke stoffen dienovereenkomstig wordt geharmoniseerd. Het vandaag overeengekomen pakket staat voor een verstandig compromis dat tussen de politieke fracties en de instellingen is bereikt en daarom was ik in staat om het te ondersteunen.

 
  
  

- Verslag: Anja Weisgerber (A6-0201/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Sylwester Chruszcz (NI), schriftelijk. (PL) Het verslag sanctioneert de productie van motorvoertuigen op waterstof. Dit is een van de weinige documenten die het probleem van alternatieve brandstoffen voor voertuigen doelbewust aanpakken. Het is vooral lovenswaardig omdat het hier om een totaal innovatieve technologie gaat die volledig onschadelijk voor het milieu is, omdat het bij de verbrandingsgassen om water gaat. Voor mij bestaat er geen twijfel over dat het document is ingegeven door de fabrikant van het door Hans-Gert Pöttering gebruikte voertuig, maar ik heb er welbewust voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Hanne Dahl (IND/DEM), schriftelijk. (DA) De Junibeweging beschouwt brandstofcellen voor het vervoerssysteem die van waterstof als energiedrager gebruik maken met behulp van hernieuwbare energieën als zonne-,wind- en getijdenkracht als schone brandstof, dat wil zeggen dat er geen deeltjesvervuiling plaatsvindt en de brandstof kan worden geproduceerd met behulp van hernieuwbare energie. Desondanks hebben voertuigen op waterstof over het algemeen gezien een zeer lage energie-efficiëntie van 20 procent tussen bron en wiel. Dit wordt sterk overtroffen door elektrische voertuigen die met computergestuurde lithium-accu’s rijden die een niveau aan energie-efficiëntie van 80 tot 90 procent hebben. Tegelijkertijd zouden miljoenen van accu’s het opslagprobleem van de hernieuwbare energie kunnen oplossen. Daarom zouden we ons ervoor willen inzetten dat de Commissie stappen onderneemt om dit alternatief te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE), schriftelijk. (EN) Dit verslag stelt ons in staat om de internationale kloof in de markt voor waterstofvoertuigen te overbruggen, waarbij we rekening moeten houden met de geboden van de consumentenbescherming.

De waterstofvoertuigen moeten dringend in het typegoedkeuringskader van de EU worden opgenomen, om zo in de gehele interne markt het onderzoek en de ontwikkeling naar deze milieuvriendelijke technologie aan te moedigen.

Bovendien zijn er technische specificaties vastgelegd om voor de betrouwbaarheid en veiligheid van de waterstof bevattende onderdelen en systemen te zorgen, evenals voor het duidelijke kenmerken van voertuigen op waterstof door etikettering, wat in het geval van optredende noodsituaties belangrijk zou kunnen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor het verslag van Weisgerber gestemd. Het vermogen van waterstof als schone brandstofvorm is al lang herkend, en de technologieën op dit gebied worden voortdurend verbeterd. Toch kan de waterstofenergie alleen werkelijk doeltreffend een schone en groene energie zijn wanneer de waterstof uit duurzame en idealiter uit hernieuwbare bronnen afkomstig is, een feit waarop in het definitieve verslag werd gewezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem voor het verslag van mevrouw Weisgerber betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof.

Het aanmoedigen van milieuvriendelijke alternatieve brandstoffen in de EU is een belangrijke stap die in deze tijden absoluut dient te worden ondersteund. Voertuigen op waterstof zijn geschikt voor dit doeleinde maar ze moeten een hoge mate aan veiligheid en milieubescherming waarborgen. Om dit te garanderen zijn er in de Europese Unie uniforme voorwaarden voor de typegoedkeuring nodig. Zonder een EU-wijde geregelde indeling in typen van motorvoertuigen op waterstof bestaat het gevaar dat afzonderlijke goedkeuringen van de lidstaten de concurrentie vervalsen en een investering van de ondernemingen in waterstofvoertuigen niet meer lucratief is.

Een uniform typegoedkeuringssysteem biedt de burgers de bescherming door een EU-wijde Richtlijn en bevordert de – zeer belangrijke - toename van het aantal voor het milieu niet schadelijke motorvoertuigen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik juich het verslag van Anja Weisgerber betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof toe. Het verslag is een positieve stap die erbij zal helpen om de industrie te stimuleren om de onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen te versterken. Het aanmoedigen van de invoering van voertuigen op waterstof op de interne markt zal een aanzienlijke bijdrage leveren aan het bereiken van de klimaatveranderingsdoeleinden van Europa. Ik heb voor de aanbevelingen van het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Waterstofaandrijving is met zekerheid een technologie met veel potentieel voor de toekomst, die echter in het geheel nog niet volledig ontwikkeld is. Naast de nog niet financierbare aanschaffingskosten zijn er nog de hoge kosten voor de opwekking en opslag van waterstof. En ook wanneer de auto’s zelf geen schadelijke uitlaatgassen produceren, is het nog onduidelijk hoe de waterstof zo energie- en CO2-loos als mogelijk kan worden geproduceerd.

Uiteindelijk weten we ook nog niet of de accu-auto’s of auto’s met aandrijving door brandstofcellen succes zullen hebben. Het is in ieder geval belangrijk dat we alternatieve technologieën ondersteunen om onze afhankelijkheid van fossiele energieën te laten afnemen. Om die reden heb ik voor het verslag van Weisgerber gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Eluned Morgan (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd, aangezien deze wetgeving de weg voor een grootschalige productie van deze auto’s zal effenen en in de nabije toekomst echte alternatieven voor de Europese autobestuurders zal opleveren. Deze wetgeving zal de ontwikkeling van deze voertuigen stimuleren en tevens ervoor zorgen dat ze betrouwbaar en veilig zijn. De in dit verslag opgenomen maatregelen zullen ervoor zorgen dat de hoogst mogelijke ecologische voordelen uit de voertuigen op waterstof zullen worden gehaald.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk. (RO) Het bouwen van automotoren op waterstofbasis waarborgt de toekomstige ontwikkeling van een ecologisch vervoersmiddel en de bescherming van de volksgezondheid. Om de ecologische voordelen in verband met het gebruik van voertuigen op waterstof te behalen, moet de waterstof duurzaam worden geproduceerd om van begin af aan de geluids- en luchtkwaliteit te verbeteren.

Deze verordening zal veilig stellen dat systemen op waterstofbasis net zo veilig zijn als conventionele aandrijvingstechnologieën en een bijdrage leveren om de industrie te stimuleren dit soort voertuigen te bouwen. Het is noodzakelijk om een adequaat kader te scheppen om het op de markt brengen van voertuigen met innovatieve aandrijvingstechnologieën te bespoedigen, zodat de vervoersmiddelenindustrie een sterkere bijdrage levert aan een schonere en veiligere toekomst.

Wanneer we de wereldwijde problemen in aanmerking nemen die veroorzaakt worden door de klimaatverandering en het gebrek aan energiebronnen, dan moeten de waterstofvoertuigen op internationaal niveau worden bevorderd, vooral in de ontwikkelingslanden, evenals in de VS, om een betere bescherming van het milieu tegen de wereldwijde opwarming te waarborgen.

Daarom heb ik voor dit voorstel voor een verordening gestemd, die een eerste stap in richting van een schoner Europa is.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. − (EN) Gezien de huidige en toekomstige problemen waaronder de op benzine lopende voertuigmotoren te lijden hebben, is het duidelijk dat ontwikkelingen van alternatieven van wezenlijk belang zijn. De goedkeuring van specificaties die hiermee verband houden zijn een forse stap in de juiste richting. De verhouding tussen het totale verbruik aan olie door het gebruik van motorvoertuigen en de toename aan ademhalingsziekten betekent, evenals de bijkomende toename aan vervuiling, dat het voertuig van de “volgende generatie” hierop moet ingaan.

Natuurlijk roept het aspect van de waterstofopwekking door middel van elektriciteit verdere vragen op, met inbegrip van de vraag hoe we aan de energie voor de opwekking van de originele elektriciteit moeten komen. Desondanks helpt dit verslag erbij om het debat en de industrie op het juiste spoor te zetten en in beweging te brengen voor de auto van de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernard Wojciechowski (IND/DEM), schriftelijk. (PL) Waterstof wordt algemeen erkend als de ecologisch “schoonste” en meest aanvaarde brandstof, aangezien de verbranding ervan in lucht of zuurstof alleen water veroorzaakt.

Ondanks de aanzienlijke problemen die met de opslag en het in een tank stoppen van waterstof verbonden zijn, duidt het onophoudelijke werk dat in onderzoekscentra over de gehele wereld wordt verricht erop dat dit de brandstof van de toekomst is. Als brandstof zal waterstof ons met een hernieuwbare energiebron verzorgen die onschadelijk voor het milieu is.

De invoering van EU-criteria voor typegoedkeuring van motorvoertuigen op waterstof is wezenlijk voor het fatsoenlijk functioneren van een interne markt en om voor een hoge mate aan veiligheid en de bescherming van het natuurlijk milieu te zorgen.

 
  
  

- Situatie in Georgië (B6-0402/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk.(IT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, in de hoop dat zij deze tragische crisis snel en vreedzaam zal beëindigen. Ik geloof dat twee aspecten moeten worden bekrachtigd: aan de ene kant dat het beginsel van de onschendbaarheid van de territoriale integriteit van de verscheidene staten onbetwistbaar is, en aan de andere kant dient de noodzaak van absolute achting van de rechten van de betroffen minderheden te worden onderstreept.

Het is duidelijk dat de stem van de internationale gemeenschap na de gebeurtenissen in Kosovo twijfelloos zwakker en veel minder geloofwaardig klinkt, maar om een overtuigende en werkelijke oplossing tot stand te brengen moeten de diplomatieke inspanningen worden opgevoerd. Terwijl de regeringen van de wereld echter druk bezig zijn, moeten we dringend handelen om de groeiende humanitaire crisis in verband met de aanwezigheid van een groeiend aantal vluchtelingen aan te pakken. De Europese Unie moet een werkgroep opstellen om het lijden van de honderdduizenden in nood verkerende mensen te verlichten.

Ik sta in contact met de internationale verbindingsman bij UNICEF, die de ernst van de situatie heeft bevestigd. Ik hoop dat de Europese Commissie haar deel zal doen, zoals ze dit ook in andere situaties heeft gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Giorgos Dimitrakopoulos (PPE-DE), schriftelijk.(EL) De leden van het Europees Parlement van de partij Nieuwe Democratie (ND) hebben besloten om zich bij de eindstemming over de situatie in Georgië van stem te onthouden. Dit besluit werd genomen omdat de definitieve ontwerpresolutie die ter stemming werd gebracht op een manier was geformuleerd die ervoor heeft gezorgd dat de evenwichtige denktrant die in de vorige ontwerpresoluties aanwezig was, niet meer te bespeuren was.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik zal voor deze gezamenlijke resolutie stemmen omdat het belangrijk is dat de Unie een sterk signaal aan het Russische leiderschap stuurt. Toch slaagt het er niet in de rol die het Georgische leiderschap in de aanzet tot deze crisis heeft gespeeld adequaat te kritiseren en haar schuld toe te bedelen. Wat mij betreft is Georgië onder zijn huidige leiderschap met zekerheid niet op weg om in de nabije toekomst lid van de NAVO te worden.

Mijn tweede onderwerp gaat erover dat deze crisis de behoefte aan een Europees gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid heeft bekrachtigd en versterkt. Des te gauwer dit onderdeel van het Verdrag van Lissabon ten uitvoer wordt gelegd, des te beter.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) De situatie in Georgië en de houding die hier ten aanzien van wordt ingenomen zijn kwesties van het buitenlands beleid. Het standpunt van Junilistan is dat noch het Europees Parlement noch enig andere instelling van de EU een verklaring over dit soort zaken moet afgeven, omdat het buitenlands beleid op nationaal niveau dient te worden uitgeoefend en niet door de Europese Unie.

Het is nauwelijks verbazend dat het Europees Parlement bij deze gelegenheid het onderste uit de kan probeert te halen voor een sterker gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, en wat nog erger is: voor de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon. Vandaag kunnen we hier al meemaken dat verschillende lidstaten er verschillende meningen over het vraagstuk Georgië op nahouden. Dus is het niet wenselijk dat de EU met één stem spreekt, omdat die stem tegen de meningen van veel lidstaten zal moeten spreken. De talrijke verwijzingen naar de NAVO zijn ook zeer problematisch, omdat er landen zijn die wel lid van de EU zijn, maar niet van de NAVO.

De situatie in Georgië is zeer ernstig, vooral met het oog op alle civiele slachtoffers van het conflict. De EU dient echter geen buitenlands beleid na te streven en daarom hebben we tegen deze resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De resolutie die door de meerderheid in het Parlement werd goedgekeurd, en waar wij tegen hebben gestemd, is een essentieel onderdeel van de anti-Russische campagne van degenen die deze koers varen in een poging om hun eigen zware verantwoordelijkheid voor de slechter wordende internationale situatie weg te moffelen, en zo een voorwendsel voor nieuwe gevaarlijke stappen in de escalerende confrontatie hebben.

Onder andere verbergt de resolutie het feit dat aan het begin van de huidige internationale situatie en de situatie op de Kaukasus de door de VS en NAVO bepleite nieuwe wapenwedloop en de militarisering van de internationale betrekkingen (met zijn offensieve strategische concept en zijn uitbreiding naar de grenzen van Rusland) staat, de stationering van nieuwe bases en raketten in Europa en de groeiende militarisering van dit continent, de agressie tegen en het uiteenrijten van Joegoslavië en de erkenning van de onafhankelijkheid van de Servische provincie Kosovo buiten het internationaal recht om, de aanvallen op en de bezetting van Afghanistan en Irak, hierbij gaat het om imperialisme (en inter-kapitalistische tegenstrijdigheden).

Sommigen van hen die het nu over internationaal recht, territoriale integriteit, soevereiniteit en de te respecteren onafhankelijkheid van de staten hebben; zijn dezelfde mensen die de aanvallen tegen Joegoslavië en Irak hebben verdedigd en ondersteund. Huichelaars!

De weg naar de vrede en het veiligstellen van de toekomst van de mensheid ligt in het respecteren van de beginselen die in artikel 7 lid 1, lid 2 en lid 3 van de Portugese grondwet zijn vastgelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik ben zeer tevreden dat het amendement van mijn eigen fractie succesvol is geweest. We hebben verzocht dat de Russische en Georgische autoriteiten informatie leveren over de ligging van de clusterbommen die ze tijdens de vijandigheden hebben afgeworpen, om de ontmijningswerkzaamheden te bespoedigen.

Het Parlement heeft het gebruik van geweld veroordeeld en is van mening dat conflicten op de Kaukasus niet door geweld kunnen worden opgelost; de snelle opruiming van de mijnen zal toekomstige slachtoffers onder de burgerbevolking vermijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė (ALDE), schriftelijk.(LT) Ik heb voor de amendementen 2 en 5 gestemd, omdat naar mijn mening Rusland bezig is de territoriale grenzen van de voormalige Sovjet-Unie met inzet van verschillende middelen weer in te voeren. Door zijn handelingen in Georgië heeft Rusland weer eens zijn bereidheid tot invasie en bezetting van een soevereine staat kond gedaan onder het voorwendsel van de bescherming van de rechten van zijn burgers. Naar mijn mening moet de EU in haar resolutie duidelijk aangeven dat er geen reden voor de uitbreidingsplannen van Rusland is, vooral ten aanzien van de Baltische landen.

Met mijn stem tegen clausule 2 van paragraaf 27 wil ik aangeven dat de EU niet mag en niet het recht heeft om te beslissen of Georgië zich nog in het proces bevindt om lid te worden van de NAVO. We zijn alleen in staat om vast te stellen dat de NAVO op 3 maart 2008 heeft bevestigd dat Georgië mogelijk lid van deze organisatie kan worden; het is echter aan de soevereine staat Georgië om dit besluit te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE), schriftelijk. (PL) Dames en heren, ik heb voor de resolutie over de situatie in Georgië gestemd. Ik heb dit niet gedaan omdat dit een ideale resolutie is; onze resolutie had ongetwijfeld beter kunnen zijn. Ik heb aarzelingen gehad of ik de ontwerpresolutie moet ondersteunen.

Mijn twijfels werden net voor de stemming weer door de heer Schulz opgerakeld. Hij bracht zijn spijt onder worden dat de resolutie er niet in geslaagd was om de Georgische president te kritiseren. Deze opmerkelijke verklaring heeft mij ervan overtuigd dat de resolutie nog veel slechter had kunnen zijn en door de pro-Russische lobby in het Europees Parlement geruïneerd had kunnen worden. Met hetgeen hij heeft gezegd, heeft de heer Schulz de eenheid van het Parlement over de crisis in de Kaukasus onderschat. Het is nu duidelijk dat het beter zou zijn geweest, wanneer het Europees Parlement op een eerder tijdstip een buitengewone vergadering over het thema Georgië zou hebben gehouden. Het is een schande dat we ons standpunt niet tijdens een vergadering van de raad hebben kunnen voorstellen. Het is een schande dat we niet voordat de leiders van de lidstaten bijeen kwamen onze voorschriften en onze meningen naar voren konden brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang en Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, door het innemen van een onevenwichtig standpunt tegenover Rusland en de inmenging van Europa in de oplossing van het conflict, starten de Europese Raad en een meerderheid in het Parlement een proces dat net zo gevaarlijk is als het proces dat het continent in de Eerste Wereldoorlog heeft gestort.

Dit proces is het resultaat van de slecht voorbereide uitbreidingen naar het Oosten, die ons dichter bij de conflictgebieden van de Balkan en de Kaukasus brengen. Wat zullen dan eerst de gevolgen van het lidmaatschap van Turkije zijn, dat aan Irak en Iran grenst? Verder hebben onze regeringen door de erkenning van de onafhankelijkheid van de Servische provincie Kosovo een doos van Pandora geopend, die niet alleen de territoriale integriteit van Georgië bedreigt, maar die van de meeste Europese landen, zowel in Oost als in West.

Wanneer, zoals de socialisten, de liberalen, de PPE en de Groenen dit graag zouden willen, Georgië lid van de NAVO zou worden en tot een Europese Unie onder het Verdrag van Lissabon zou toetreden, dan zouden onze naties in conflict met Rusland treden.

Het Europa van Brussel betekent oorlog. Meer dan ooit, uitgedaagd door een machtiger wordend China en de islamistische bedreiging, is het tijd om een ander Europa te bouwen, het Europa van soevereine staten, verenigd met Rusland door de banden van een beschaving die op onze Griekse en Christelijke erfenis opbouwt.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik juich het snelle handelen van het Franse voorzitterschap toe om voor een oplossing van het conflict tussen Georgië en Rusland te zorgen. Ofschoon kritiek op de militaire schermutselingen in Zuid-Ossetië zou kunnen worden geleverd, zijn de door Moskou genomen vergeldingshandelingen zowel onevenredig alsook een duidelijke overtreding van de territoriale integriteit van Georgië. Ik zou het Europees Parlement willen oproepen om een duidelijk signaal aan de Russische leiding te sturen dat zijn handelingen onaanvaardbaar zijn. Daarom heb ik voor de resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. (NL) Er is alle reden voor humanitaire steun aan de bevolking van Georgië en een veroordeling van militaire interventies in het niet-omstreden gebied en het gebruik van clusterbommen door Rusland. Wat ik in deze resolutie afwijs is het partij kiezen voor Georgië en de poging om Rusland te straffen, te isoleren en te omsingelen door de NATO vanwege de erkenning van de onafhankelijkheid van Abchazië en Zuid-Ossetië.

Een zeer groot deel van de huidige staten in Europa is ontstaan door feitelijke afscheuring van een andere staat, een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring en de uiteindelijke erkenning door andere staten. De meeste Europese staten zijn ontstaan na 1830, in het bijzonder in golven na 1918 en 1991. Kosovo was daarvan het meest recente voorbeeld. Er is geen enkele reden om de ontstaansgeschiedenis van Kosovo tot uitzondering te verklaren, of te doen alsof dit de laatste keer was dat er een nieuwe staat bij komt.

Het is nooit de laatste keer. Zolang de inwoners van een gebied in meerderheid de regerende staat nutteloos of zelfs bedreigend vinden omdat ze die ervaren als een buitenlandse overheersing zullen er nieuwe staten blijven ontstaan. Laten we erkennen dat de inwoners van Abchazië en Zuid-Ossetië niet ondergeschikt willen zijn aan Georgië.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Rusland is niet alleen als energieleverancier belangrijk voor de EU, maar ook als tegenwicht tegen het Amerikaanse streven naar de wereldheerschappij. Om deze redenen, maar ook om haar geloofwaardigheid niet op het spel te zetten, is het voor de EU belangrijk om een neutrale rol als bemiddelaar tussen Georgië en Rusland te spelen.

Er zijn zeer grote Russische bevolkingen in vele staten van de voormalige Sovjet-Unie, zoals bijvoorbeeld in de Oekraïne. Daarom is het meer dan begrijpelijk dat het Kremlin een bijzondere verantwoordelijkheid ten opzichte van deze Russische bevolkingsgroepen voelt. De EU zou erbij kunnen helpen om een voor alle partijen aanvaardbare oplossing te onderhandelen en zich bijvoorbeeld voor ruime rechten voor etnische minderheden voor de Russen in het na-sovjet-tijdperk kunnen inzetten, wat zou passen bij de veel in de mond genomen doeleinden voor de mensenrechten. Met dit in het achterhoofd ben ik voor het tijdens de speciale top gevonden standpunt en tegen de vazallenhouding ten opzichte van de Verenigde Staten in dit verslag. De reden waarom ik gestemd heb.

 
  
MPphoto
 
 

  Athanasios Pafilis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) De gezamenlijke resolutie handhaaft het EU-beleid dat gebruik maakt van de crisis in de Kaukasus. Dit is een poging om de inmenging en aanwezigheid van de EU in deze belangrijke regio op te voeren. Verkleed al vredestichter stelt zij een aantal maatregelen voor om haar consolidering en inmenging in de Kaukasus te vergemakkelijken. De resolutie is provocerend, omdat het niet de genadeloze aanval van de Euro-NAVO gezinde regering van Georgië veroordeelt en het ombrengen van duizenden burgers. Integendeel geeft het iedere mogelijke steun aan het beleid van Georgië en zijn toetreding tot de NAVO. De veroordeling van de afscheidingsstappen van Zuid-Ossetië en Abchazië is op zijn minst gezegd belachelijk schijnheilig in het licht van de versnippering van Joegoslavië en het recente besluit van de EU inzake Kosovo.

In het midden van het net uit conflicten en rivaliteiten tussen de EU, de Verenigde Staten en Rusland komt de resolutie van het Europees Parlement bijna overeen met het beleid van de VS, omdat zij een eenzijdig standpunt ten opzichte van Rusland inneemt om een betere onderhandelingspositie bij de verdeling van Euraziatische markten en de rijkdommen opleverende grondstoffen te hebben.

Het heftiger worden van het conflict en de rivaliteiten van de imperialisten en de poging van Rusland om zijn positie in de imperialistische piramide te verbeteren leveren nieuwe gevaren voor de mensen van de Kaukasus en het erom liggende gebied op. Het antwoord van het volk kan en moet de deelname aan de anti-imperialistische strijd zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Ik heb net zoals iedereen van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links het heeft gedaan tegen de resolutie over de situatie op de Kaukasus gestemd, omdat zij de crisis door de vertekende lens van het pro-Bush beleid en het eigenbelang bekijkt. Het ergste en meest provocerende element van de resolutie is dat het de geringste vorm van kritiek op de opportunistische koers van de Georgische minister-president Saakashvili, die de crisis heeft doen ontbranden, vermijdt, om zijn Amerikaanse beschermers niet te ergeren. Het standpunt dat door de meerderheid van het Europees Parlement wordt ingenomen, staat in directe tegenstelling tot het standpunt dat dezelfde politieke krachten er een half jaar geleden inzake het vraagstuk Kosovo op nahielden.

Er kan geen stabiliteit in de regio van de Kaukasus worden bereikt door bij het beleid de tweede viool te spelen naast de Verenigde Staten, die een oogje dichtknijpen ten aanzien van de werkelijke gang van zaken en zelf een beleid nastreven dat met twee maten meet.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Mircea Paşcu (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor amendement 2 gestemd, omdat ik van mening ben dat het niet toelaatbaar is dat grenzen kunnen worden veranderd onder het mom van de “zorg” voor de minderheden in de buurlanden. Ik heb er ook voor gestemd dat benoemd werd dat op de top van Boekarest aan Georgië een lidmaatschap van de NAVO werd beloofd en dat het land nu om de volgende reden op het juiste spoor is:

a. het is waar: Georgië kreeg de verzekering dat het een NAVO-lid zou worden en dit is officieel in het slotcommuniqué van de NAVO-top in Boekarest opgenomen,

b. Ten minste één belangrijke Europese leider heeft gezegd – in de context van de recente oorlog met Rusland – dat aan de roeping van Georgië voor de NAVO moet worden voldaan.

c. De EU is op grond van de tussen de EU en Georgië in het kader van het Europese nabuurschapsbeleid afgesloten partnerschapsovereenkomst verplicht om de veiligheid, de onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Georgië te waarborgen, en aangezien het hiertoe niet in staat is – omdat het hiervoor niet de structuren heeft – betekent dit dat de enige institutie die hiertoe in staat is de NAVO is, waarvan de meerderheid van de landen van de EU ook lid zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Béatrice Patrie (PSE), schriftelijk. – (FR) Ook wanneer ze niet perfect is, verdient het de door het Europees Parlement aangenomen resolutie te worden ondersteund, omdat ze een bekrachtiging van de eendracht is die Europa bij de oplossing van de situatie in Georgië heeft laten zien.

Deze complexe crisis bewijst hoe dringend het voor de EU is om een fatsoenlijke regionale strategie ten opzichte van de Kaukasus en Rusland te ontwikkelen. Derhalve zou de EU er goed aan doen om met het idee voor een internationale conferentie naar voren te komen, vergelijkbaar met de conferentie van Helsinki die in 1975 aan de wieg van de OVSE stond.

Ondertussen is het noodzakelijk dat er een eind aan wordt gemaakt dat in het volkomen terechte verslag betreffende de onderhandelingen over de versterking van de partnerschap tussen de EU en Rusland niet de noodzaak wordt benoemd om een evenwichtige dialoog met het land te voeren,waarin alle kwesties van algemeen belang, met inbegrip van de democratische waarden en de energiedimensie worden aangesproken.

In dit opzicht is het jammer dat het Europees Parlement niet duidelijker oproept tot een herziening van onze energiestrategie, die naast de aangekondigde diversificatie van onze bevoorradingsbronnen, ook voor de ontwikkeling van hernieuwbare energieën en voor energiebesparing dient te zorgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gilles Savary (PSE), schriftelijk.(FR) Ik heb mij van stem onthouden bij de resolutie van het Europees Parlement over de gebeurtenissen in Zuid-Ossetië en Abchazië, aangezien het Parlement een eenzijdig, onevenwichtig standpunt heeft ingenomen ten opzichte van de unilaterale onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo van een genormaliseerd, gedemocratiseerd Servië.

Het Parlement heeft het niet voor passend bevonden om een soortgelijke resolutie over Kosovo in naam van dezelfde beginselen als achting voor het internationaal recht en de integriteit van nationale grenzen aan te nemen, zoals ze vandaag doet om de erkenning van de onafhankelijkheid van Ossetië en Abchazië door Moskou af te keuren. We weten allemaal waarom: we wilden geen kritiek op de landen van het Westen leveren – die zeer snel met hun erkenning voor de illegale onafhankelijkheidsverklaring door Kosovo waren – wegens redenen waarvoor we vandaag terecht kritiek leveren op Rusland.

Alhoewel de militaire interventies van de Georgische regering net zo stevig moeten worden veroordeeld als die van Rusland, dit zou de weg vrij maken voor een diplomatieke regeling en internationale bemiddeling, kan de Europese Unie zich niet veroorloven om dubbele maatstaven toe te passen op de vele “bevroren conflicten” uit de nasleep van de Koude Oorlog.

Niets zou slechter voor de veiligheid van ons continent kunnen zijn dan wanneer de Europese Unie ook in dit deel van de wereld bondgenootschappen en trouw aan de “misdaadoproepende” politiek van de Regering Bush net zo door elkaar zou halen als ze dit in andere delen heeft gedaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ofschoon de resolutie veel opvattingen bevat waarin ik mij kan vinden – met name de aanpak ten opzicht van de definitieve status van Zuid-Ossetië en Abchazië, en de oproep dat de Russische troepen zich uit het echte Georgië moeten terugtrekken – bevat het ook vele onnodige elementen.

De EU zou een nuttige rol kunnen spelen door het beschikbaar stellen van civiele waarnemers en controleurs en door humanitaire hulp. Zij moet echter niet proberen om de crisis in Georgië voor zijn eigen doeleinden uit te buiten door tot een versterking van het verdedigings- en veiligheidsbeleid van de EU op te roepen, door de controleurs onder de auspiciën van Het EVDB te stellen of door de bevestiging van het verworpen Verdrag van Lissabon. Verder was het teleurstellend dat de zin “Georgië bevindt zich nog altijd op het spoor om lid te worden van het bondgenootschap (NAVO)” tijdens de stemming werd verwijderd. Daarom heb ik mij bij deze resolutie van stem onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Glenis Willmott (PSE), schriftelijk. (EN) De Labour Partij van het Europees Parlement is zeer ingenomen met deze resolutie die bij deze kwestie van wezenlijk belang een sterke en duidelijke eensgezindheid tussen de lidstaten van de EU in de Raad en het Europees Parlement laat zien. We betreuren de tragische dood van allen die bij dit conflict om het leven zijn gekomen en veroordelen de gewelddadige acties van beide kanten. We ondersteunen stappen in richting van een blijvende vrede, het beschikbaar stellen van humanitaire hulp aan de slachtoffers en de inspanningen voor wederopbouw.

We hebben ervoor gekozen om ons bij het tweede deel van paragraaf 27 van stem te onthouden, omdat het voor ons hier duidelijk om een resolutie gaat die erop gericht is om de situatie in Georgië op te lossen. Om over het toekomstig lidmaatschap van een externe organisatie als de NAVO te discussiëren zou alleen maar afleiden van dit belangrijke centrale punt.

We ondersteunen van ganser harte de oproep van de resolutie om voor een blijvende oplossing van het conflict op de grondslag van de door de EU bemiddelde zes-punten overeenkomst te zorgen, en we roepen Rusland op om doortastend te handelen om aan de overeengekomen voorwaarden van de wapenstilstandsovereenkomst te voldoen, waardoor de hervatting van de onderhandelingen inzake de partnerschapsovereenkomst niets meer in de weg staat.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Železný (IND/DEM), schriftelijk. − (CS) Ik heb mij bij de stemming over de resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Georgië van stem onthouden, niet omdat ik twijfels over de legitimiteit van het Georgische standpunt heb, maar omdat ik in tegendeel de door Rusland genomen misplaatste en agressieve stappen zou hebben goedgekeurd. Zoals in de laatste tijd al zo vaak is gebeurd, hebben sommige Eurofederalistische leden het conflict in Georgië en de ermee verbonden resolutie er weer eens voor misbruikt om een oproep tot een snelle ratificatie van het Verdrag van Lissabon te doen. Dit onfatsoenlijke gedrag was de reden dat ik mij van stem heb onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Zlotea (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De buitengewone Europese Raad van 1 september heeft de eenheid van de EU aangetoond en bevestigd, wat in vergelijking met 2003 een vooruitgang betekent, toen de situatie in Irak vragen over de eenheid van de EU opwierp.

Europa moet doorgaan met het betuigen van zijn solidariteit en het onder woorden brengen van zijn vastberadenheid inzake de Russische naleving van internationale wetten en normen. De resolutie waar we vandaag voor hebben gestemd, benadrukt dat de partnerschap tussen Europa en Rusland op wederzijdse achting van de grondregels voor de Europese samenwerking moet zijn gebaseerd.

Rusland gaat door met schendingen van bepaalde voorwaarden van de wapenstilstandsovereenkomsten, een gedrag dat met verenigde politieke en economische druk moet worden tegengegaan om Rusland aan te moedigen dat het al zijn troepen volledig van het Georgisch grondgebied terugtrekt en zijn militaire aanwezigheid in Zuid-Ossetië en Abchazië vermindert.

Het is cruciaal dat onmiddellijke stappen worden ondernomen om permanente hulpleveringen aan de gevluchte slachtoffers van dit conflict te garanderen. We kunnen deze door Rusland gepleegde zorgwekkende gebeurtenissen alleen door een verenigd Europees besluit tegengaan. Om tegen dit soort toekomstige uitdagingen beschermd te zijn, moet Europa alternatieve energiebronnen vinden en het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid versterken, zoals in het Verdrag van Lissabon vastgelegd.

 
  
  

- Europees verbintenissenrecht (B6-0374/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor de resolutie van de Commissie juridische zaken gestemd. Het Gemeenschappelijk Referentiekader zal een belangrijke juridische ontwikkeling zijn, en op het moment weten we nog niet welke vorm het zal aannemen. Het is van wezenlijk belang dat dit Parlement en de belanghebbenden in alle landen en rechtstelsels volledig over alle toekomstige ontwikkelingen op de hoogte worden gesteld.

 
  
  

- Verslag: Proinsias De Rossa (A6-0289/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE), schriftelijk. (EN) Ondanks de ingewikkelde titel gaat het bij dit verslag om een klacht van 2001 over wanbeheer door de Commissie in verband met het thema dat de Duitse regering het verzuimd heeft om de arbeidstijdenrichtlijn naar behoren om te zetten. De zaak werd op grond van een speciaal verslag van de Europese Ombudsman naar het Europees Parlement verwezen.

Het verwijzen van een speciaal verslag naar het Europees Parlement is de laatste wezenlijke stap die de Ombudsman kan nemen om een tevredenstellend antwoord voor een burger te vinden. Mijn verslag, namens de Commissie verzoekschriften, ondersteunt de conclusie van de Ombudsman dat het bij het verzuim van de Commissie om sinds bijna acht jaar de klacht van de rekwestrant af te handelen om een geval van wanbeheer gaat.

Bij het verslag gaat het niet om de inhoud van de arbeidstijdenrichtlijn zelf, en om die reden werd een amendement dat probeerde de inhoud van de Richtlijn aan te spreken als niet relevant voor het verslag verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Het verslag over de weigering van de Commissie om de klacht te beoordelen van een Duitse arts over de inbreuk op de arbeidswetgeving inzake werktijden door de Duitse staat, benadrukt de door klassen beheerste aard van de EU. De Commissie reageert bliksemsnel wanneer de belangen van het kapitaal op het spel staan; het dwingt lidstaten tot naleving van de wetgeving van de Gemeenschap, maar wanneer werknemers over de schending van hun rechten klagen, dan negeert de Commissie hun klachten.

De provocerende houding van de Commissie is een natuurlijk gevolg van het tegen de bevolking gerichte beleid van de EU dat een terugkeer tot middeleeuwse arbeidsomstandigheden voor de werkende klasse nastreeft om de winstgevendheid van de Europese monopolies te waarborgen. In dit verband heeft de Raad van de Ministers van werkgelegenheid verleden juli een amendement op de arbeidstijdenrichtlijn aangenomen. Deze tegen de arbeider gerichte travestie verdeelt het werktijdenconcept in actieve en inactieve tijd – waarbij laatstgenoemde niet als betaalde werktijd wordt beschouwd – en geeft de werkgevers het recht om hun werknemers tot 13 uur per dag, 65 uur per week, tewerk te stellen, terwijl ze aan hen in het geheel geen overuren moeten betalen.

De rechten van de werkende klasse en de werknemers worden niet door klachten aan de Commissie veilig gesteld, maar door demonstreren en het versterken van de klassenstrijd tegen het kapitaal en de EU om dit beleid omver te werpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Junilistan is van mening dat arbeidstijden op nationaal niveau moeten worden geregeld. Dit verslag moet daarom niet in het Europees Parlement worden behandeld, ook wanneer het formeel gezien de behandeling van een inbreukprocedure door de Commissie aanspreekt.

Het gaat hier in wezen om het subsidiariteitsbeginsel dat bij elke denkbare plechtige gelegenheid wordt geprezen. Wanneer de meerderheid van het Europees Parlement zich met de details bezighoudt, gebeurt er precies het tegenovergestelde, in feite kan dan niets aan de lidstaten worden overgelaten. De Arbeidstijdenrichtlijn is op zich een duidelijke overtreding van het subsidiariteitsbeginsel. De landen hebben verschillende ondernemingsstructuren. Sommige hebben zware verwerkende industrieën, andere hebben lichte industrie, weer anderen hebben een grote mate aan toerisme en seizoensindustrieën, en de openbare sector is op verschillende manieren gestructureerd. Het is daarom volledig ongepast om te proberen de werktijden voor de gehele EU te regelen, noch bestaat hier reden toe. Degenen die hiervoor pleiten zeggen dat we anders met sociale dumpingsproblemen binnen de EU te maken krijgen. Dit is een ernstige beschuldiging tegen de landen die we als leden van de EU hebben aangenomen, die allemaal aan de criteria van Kopenhagen voldoen en die allen rechtstaten zijn met het recht om lid te worden van vrije vakbonden.

Dit verslag is weer eens een poging van de EU om zich in het vraagstuk van de arbeidstijden te mengen dat in de verantwoordelijkheid van de lidstaten ligt. Onder verwijzing op het subsidiariteitsbeginsel hebben we nee gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik kon het verslag van De Rossa ondersteunen en ik hoop dat de Commissie de aanbevelingen van de Ombudsman in verband met de rechtsorde en het beginsel van goed administratief gedrag volledig accepteert.

 
  
  

- Verslag: Iratxe García Pérez (A6-0325/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik en mijn collega’s van de Britse Conservatieven zijn volledig voor het beginsel van gelijke mogelijkheden voor vrouwen en mannen. Wij zijn het met sommige aspecten van dit verslag eens, zoals: dat we meer vooruitgang moeten boeken bij de loonkloof tussen mannen en vrouwen; de stimulering van het ondernemerschap bij vrouwen; het belang van beleidsvormen op nationaal niveau die het evenwicht tussen het werk en het gezinsleven proberen te bevorderen. Zoals onze schaduwminister voor vrouwen heeft gezegd: “Een Conservatieve aanpak van gendergelijkheid zal gebaseerd zijn op het geloof in gelijke mogelijkheden en gelijkwaardige juridische, economische, sociale en politieke behandeling”.

We maken ons echter zorgen over bepaalde aspecten van het verslag, zoals: de oproep tot nieuwe juridische grondslagen in de wetgeving van de EU en het verzoek tot een besluit elk beleid “volledig communautair te maken”. We kunnen bovendien ook de in het verslag voorgestelde oprichting van een duur “Europees Instituut voor Gendergelijkheid” niet ondersteunen; dit soort zaken moeten door de onderlinge lidstaten worden nagestreefd.

Om deze redenen hebben we besloten om ons bij dit verslag van stem te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement gestemd die op het verslag van mijn Spaanse collega mevrouw García Pérez over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen is gebaseerd. Meer dan ooit moeten we op de dubbele dimensie van het onderwerp letten: aan de ene kant voor gelijkheid op alle beleidsgebieden zorgen (gender mainstreaming) en aan de andere kant de invoering van gerichte maatregelen om de discriminatie tegen vrouwen in bedwang te houden, met inbegrip van bewustmakingscampagnes, de uitwisseling van beste praktijken, de dialoog met de burgers en publiek-private-partnerschapsinitiatieven. Alle onderwerpen zijn van belang: ongelijke betaling, deelname aan de besluitvorming, vooral bij openbare besluiten, het combineren van het privé- en het beroepsleven, en geweld tegen vrouwen. Gendergelijkheid is een belangrijke zaak, waarvoor al veel is gedaan, maar om vooruitgang te boeken moet het de volle aandacht van de humanistische politieke krachten krijgen en moet er overal over worden gesproken, ook bij de interculturele dialoog.

 
  
MPphoto
 
 

  Koenraad Dillen, Carl Lang en Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk.(FR) Soms zijn er gelukkige, misschien zelfs amusante samenlopen van omstandigheden. We maken inderdaad van de gelegenheid gebruik die dit jaarlijkse verslag over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen ons geeft, dat tegelijkertijd met het Franse voorzitterschap van de Europese Unie komt, om de schijnwerper te zetten op een terloops maar vermakelijk punt dat op zijn minst een gebrek aan tact is en op zijn best een perfecte toepassing van het beginsel van gelijkheid tussen vrouwen en mannen, wat betekent dat men geen onderscheid tussen hen maakt.

Een paar dagen geleden, ter gelegenheid van het begin van het voorzitterschap van de heer Sarkozy, wat zoveel mediale aandacht met zich meebracht, kregen de leden van het Europees Parlement cadeautjes. In de gratis aktetas bevond zich nota bene een stropdas.

Van de 785 leden van het Europees Parlement zijn bijna één derde vrouwen. Hadden ze niet ook het recht op een klein persoonlijk cadeautje of dienen we hieruit op te maken dat vrouwen ook stropdassen moeten dragen?

Het schijnt nog steeds het geval te zijn dat wanneer grote debatten over de rol en de positie van vrouwen in het politieke leven plaatsvinden, dat lomp gedrag vaak de bovenhand krijgt boven hoffelijkheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL), schriftelijk.(EL) Wij kunnen niet voor het verslag over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen – 2008 stemmen, omdat het de vrouwen ervan probeert te overtuigen dat het een noodzakelijk euvel is om zich te schikken in flexibele arbeidsverhoudingen en de reductie en commercialisering van de sociale voordelen die voor de gezinnen van de arbeidersklasse nog overgebleven zijn, zodat de vrouwen zich aan het EU-beleid van het combineren van familiare verplichtingen en werk zullen aanpassen.

De terechte waarneming van de loonkloof tussen mannen en vrouwen wordt niet aan de orde gesteld, laat staan uit de weg geruimd; in plaats daarvan zijn er slechts vermaningen of de oprichting van een Internationale Dag voor Gelijke Beloning. De voorgestelde maatregelen om de genderstereotypen te bestrijden en voor een gelijke vertegenwoordiging bij de besluitvorming, de uitroeiing van ieder soort gendergerelateerd geweld, enzovoorts zijn een stap in de juiste richting, maar zullen een vrome wens blijven zolang de hoofdoorzaak die voor deze omstandigheden verantwoordelijk is en ze handhaaft overeind blijft, namelijk het kapitalistische systeem dat de discriminatie en ongelijkheid opwekt en verergert.

Voor een werkelijke gelijkheid is een strijd voor de verandering van de machtsverhoudigen nodig. Zo’n beleid is voor de arbeiders en de afschaffing van de strategie van de EU. Er moet ook een strijd tegen de woekerwinsten van het kapitaal en de onverantwoordelijkheid van de werkgevers komen. Geen enkele maatregel zal doeltreffend zijn, tenzij de volksbeweging in alle landen versterkt wordt en het doel een wezenlijke verandering is, tot aan het niveau waar de macht wordt uitgeoefend.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag van mevrouw García Pérez over “Gelijkheid tussen mannen en vrouwen – 2008” gestemd, omdat ik geloof dat het verminderen van de ongelijkheden tussen vrouwen en mannen van wezenlijk belang voor het oprichten van een eerlijkere maatschappij is en eveneens dat het een beslissende factor voor de economische groei, de welvaart en het mededingingsvermogen van de Europese Unie is.

Ik zou graag het voorstel van de rapporteur nog eens willen aanhalen dat probeert om de Europese wetgeving inzake gendergelijkheid te versterken. Ondanks de handelingen die op dit gebied zijn ondernomen, is er op Europees niveau geen behoorlijke vooruitgang geweest, vooral niet ten aanzien van de loonkloof tussen vrouwen en mannen, de deelname van vrouwen in de besluitvorming, de bestrijding van het geweld tegen vrouwen, toegang tot onderwijs en levenslang leren of zelf het combineren van het beroeps- , het gezins- en het privéleven.

Ik betreur het echter dat amendement 1 is aangenomen, waardoor de belangrijke verwijzing is verdwenen dat de Commissie en de Raad een duidelijke wettelijke basis dienen te schepen ter bestrijding van alle vormen van geweld tegen vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit verslag onderstreept belangrijke aspecten van de voortdurende soorten van discriminatie in de maatschappij, waarbij het zich vooral op het gebied van het werk, de armoede, pensioenen en hervormingen richt. Het brengt ook de kwesties van geweld tegen en handel in vrouwen ter sprake, de kwesties van onderwijs en opleiding, het gebrek aan sociale faciliteiten en de toegang tot diensten voor de verzorging van kinderen en afhankelijke personen en de bevordering van de seksuele en reproductieve gezondheid.

Er zijn echter nog steeds tegenstrijdigheden, zoals in het geval van de voorgestelde handelingen op het gebied van de werkgelegenheid, waar een voorstel dat door ons naar voren werd gebracht werd verworpen, ondanks dat een ander is aangenomen dat belangrijke aspecten voor vrouwen waarborgt. Ik verwijs op het volgende voorstel dat nu deel van de definitieve resolutie van het Europees Parlement is: “...dringt derhalve bij de lidstaten aan op doeltreffende maatregelen die zorgen voor inachtneming van de sociale normen en voor de werknemersrechten respecterende jobs in verschillende sectoren van activiteit, en derhalve zo een waardige bezoldiging aan de werknemers en in het bijzonder aan vrouwen verzekeren, alsmede recht op veiligheid en gezondheid op het werk, sociale bescherming en vrijheid van vakbond, en bijdragen aan de uitbanning van discriminatie tussen mannen en vrouwen op het gebied van werk”.

Vandaar onze stem voor het verslag, ook wanneer we het betreuren dat andere positieve voorstellen verworpen werden.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) Junilistan distantieert zich sterk van iedere vorm van discriminatie. De EU is een unie van waarden en de lidstaten moeten alle groepen in de maatschappij op een eerlijke en gelijke manier behandelen.

Het verslag bevat echter een voorstel waarvan we ons sterk distantiëren, namelijk dat het Europees Parlement de Commissie en de Raad ertoe moet oproepen om een beslissing te nemen over het volledig communautair maken van het beleid op het gebied van immigratie en asiel. Deze zaken moet de desbetreffende lidstaat voor zijn rekening nemen.

In het algemeen bevat het verslag veel inzichten over hoe gelijkheid kan worden bereikt. De voorgestelde maatregelen omvatten beleidsmaatregelen voor de arbeidsmarkt, inlichtingscampagnes, de dialoog met de burgers, quota, het sluiten van de loonkloof, maatregelen om de genderongelijkheid bij het werk in de onderwijssector te bestrijden, en verbeteringen van de moederschapsfaciliteiten voor zelfstandig werkende vrouwen. Het verslag juicht ook de oprichting van het Europees Instituut voor Gendergelijkheid toe en roept de instellingen van de Gemeenschap en de lidstaten op om een Internationale Dag voor gelijke beloning in te voeren.

De gelijkheid tussen mannen en vrouwen moet voor alle lidstaten een doel zijn. De politieke maatregelen om deze doelen te bereiken moeten echter op nationaal niveau worden vastgelegd. De wenselijke internationale samenwerking moet op mondiaal niveau plaatsvinden, bij voorkeur binnen de VN. We hebben er daarom voor gekozen om tegen dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. (EN) Over het algemeen vindt het meeste in dit verslag mijn sterke ondersteuning. Ik heb echter een probleem met paragraaf 9. Ik geloof dat de tekst van paragraaf 9 moet worden verduidelijkt door te zeggen dat de nationale wetgevingsprocessen moeten worden gerespecteerd wanneer men de kwestie abortus in overweging neemt.

Ierland heeft een protocol bij het Verdrag van Maastricht inzake dit vraagstuk en verder valt de abortus niet binnen de bevoegdheid van de EU. Het is aan elke lidstaat om zijn eigen wetgeving op dit gebied te maken en het Parlement moet daarom het subsidiariteitsbeginsel respecteren. Jammer genoeg is de tekst in deze kwestie niet duidelijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Het verslag van García Perez behandelt veel belangrijke zaken in verband met de gendergelijkheid, de sociale gerechtigheid en grondrechten. Een zaak die in geheel Europa steeds zorgbarender wordt is het thema mensenhandel, waarbij we zowel met slachtoffers van binnen als buiten de EU te maken hebben. De bestrijding van ernstige georganiseerde misdaad van dit soort vereist een grensoverschrijdende aanpak van meerdere agentschappen, en het is duidelijk dat de EU op dit gebied een belangrijke rol moet spelen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Terwijl er in Europa vooruitgang bij de kwestie van gendergelijkheid is geboekt, zijn we nog steeds ver verwijderd van volledige gelijkheid. Het verslag benadrukt de verschillende gebieden die de aandacht van de Commissie nodig hebben, zoals de kwaliteit van de banen en de behoefte aan betere instrumenten om het geweld tegen vrouwen aan te pakken. Ik zou ook de oproep aan de lidstaten willen ondersteunen om het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel met spoed te ratificeren. Ik heb voor het verslag van Iratxe García Pérez’s “Gelijkheid tussen mannen en vrouwen – 2008” gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik ben ingenomen met het verslag over Gelijkheid tussen mannen en vrouwen – 2008 en kan veel van de inhoud ondersteunen.

Ik heb me bij de eindstemming echter van stem onthouden, omdat amendement 2 werd verwerpen. Naar mijn mening was de formulering van dat amendement beter dan de oorspronkelijke paragraaf.

 
  
MPphoto
 
 

  Eluned Morgan (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd dat de genderongelijkheid probeert aan te pakken. Zonder sterkere ouderschapsrechten voor zowel mannen en vrouwen zullen werkende moeders nooit in staat zijn om het gezin en het beroepsleven met elkaar te combineren.

Daarom kan ik de oproepen tot het verhogen van de duur van het ouderschapsverlof volledig ondersteunen, en met name het geven van sterkere prikkels aan vaders om ouderschapsverlof te nemen, en flexibele arbeidsomstandigheden. Alleen door dit soort rechten zullen we in staat zijn om de genderongelijkheid aan te pakken. De vrouwen zullen nooit werkelijke gelijkheid krijgen totdat de mannen hun deel in de verantwoordelijkheid voor de zorg van de kinderen en voor het huishouden op zich nemen, zoals mijn geweldige man dit doet. Hij kookt, hij doet boodschappen, maar het bed opmaken kan hij niet zo goed!

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. (RO) Als schaduwrapporteur van de PSE-Fractie in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, heb ik voor dit verslag gestemd, omdat ik het als zeer belangrijk beschouw vanwege de voorstellen om op de arbeidsmarkt voor een gelijke behandeling van vrouwen en mannen te zorgen. In dit verband zou ik het belang willen benadrukken van paragraaf 42 van het verslag dat de Commissie en de lidstaten verzoekt om een aantal kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren te ontwikkelen alsmede naar geslacht uitgesplitste statistieken die betrouwbaar, vergelijkbaar en tijdig beschikbaar zijn, met het oog op gebruik ervan bij de follow-up van de uitvoering van de strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid.

Wanneer we weten dat het combineren van werk en het gezinsleven een van de beslissende factoren voor meer werkgelegenheid is, zou ik ook paragraaf 34 willen noemen, waarin de Commissie wordt verzocht om beste praktijken te verzamelen en te verspreiden met betrekking tot een effectief evenwicht tussen werk en privéleven.

 
  
MPphoto
 
 

  Lydia Schenardi (NI), schriftelijk.(FR) Het Europees Parlement is schijnbaar van mening dat zijn leden aan Alzheimer leiden! Ieder jaar verschijnen tegen dezelfde tijd twee verschillende verslagen: één over de mensenrechten in de EU en het andere over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Alhoewel de inhoud van het eerste van jaar tot jaar een beetje kan veranderen, is dit zeer duidelijk bij het tweede niet het geval.

Om dit te geloven, moet u slechts de vorige verslagen lezen: het Kauppi verslag van 2007 of het Estrela verslag van 2006 over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Ze sommen dezelfde uitdagingen op die we moeten aanpakken, maken gewag van het bestaan van dezelfde ongelijkheden en doen dezelfde aanbevelingen. Moeten we hieruit afleiden dat er geen verandering is geweest? Nee, omdat er vooruitgang bij de werkgelegenheid en bij de deelname van vrouwen in de besluitvorming op locaal, nationaal en Europees niveau is geboekt.

Het gaat er slechts om dat wij Eurocraten, aangespoord door de vrouwenlobby’s – en ik denk hier vooral aan de machtige Lobby van de Europese Vrouwen – niet tevreden zijn met de vooruitgang; ze willen meer en propageren meer gelijkheid, zelfs meer overeenkomsten tussen vrouwen en mannen, tot aan het punt waar het absurd wordt.

Moeten we meegaan met deze gedwongen gelijkheid die door verplichte, discriminerende en op minderheden gerichte quota is verkregen?

Ik denk het niet. De strijd tussen de geslachten hoeft niet plaats te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. (SV) Het verslag van mevrouw García Pérez over de gelijkheid tussen mannen en vrouwen – 2008 was in wezen goed. Het bevat een heleboel belangrijks, niet in het minst de mogelijkheid voor vrouwen (en mannen!) om het werk met het gezinsleven te combineren en het belang van royale ouderschapsuitkeringen.

Ik zou hebben kunnen leven met een bepaalde hoeveelheid hete lucht en herhaling. Moeilijker te verteren was paragraaf 4 die tracht om op het niveau van de EU een ondubbelzinnige rechtsgrond te scheppen voor de bestrijding van “iedere vorm van geweld tegen vrouwen”. Met deze ambitie is in het geheel niets mis, en wanneer het om grensoverschrijdende mensenhandel zou gaan, dan zou er in het geheel geen probleem zijn. Hier is echter het doel elk beleid “volledig communautair te maken” op een gebied dat voornamelijk een nationale aangelegenheid is, en dat is hetgeen mij zorgen baart.

De reden waarom ik mij echter uiteindelijk van stem heb onthouden, was de tweede zin van paragraaf 6 die het gebruik van quota aanmoedigt. Dit is iets dat ik niet graag op nationaal niveau zou zien, en in het geheel niet als een dictaat uit Brussel ingevoerd.

 
  
  

- Verslag: Eva-Britt Svensson (A6-0199/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik en mijn collega’s van de Britse Conservatieven zijn volledig voor het beginsel van gelijke mogelijkheden voor vrouwen en mannen. We ondersteunen het grondbeginsel zoals in paragraaf 1 vastgelegd: “benadrukt dat het belangrijk is vrouwen en mannen dezelfde kansen te geven om zich, los van het geslacht, als individu te ontwikkelen”.

We geloven echter dat dit verslag in zijn aanpak en conclusies te voorschrijvend en tactloos is. We zijn niet van mening dat de EU grotere bevoegdheden op dit gebied moet hebben. Over dit soort zaken moeten de lidstaten beslissen.

We verwerpen de aanpak zoals in overweging I vastgelegd, waarin staat: “overwegende dat genderstereotypen in reclame de ongelijke machtsverdeling tussen mannen en vrouwen op deze manier versterken”. Dit soort beweringen draagt niet bij tot een gezond debat over gelijkheid. Evenzeer kunnen we niet de denktrant ondersteunen die onder andere achter de overwegingen F en G steekt. De in het verslag genoemde oproepen tot “nultolerantie” zijn te vaag en zouden tot slechte wetgeving kunnen leiden, wanneer ze navolging zouden vinden.

Om deze redenen hebben we besloten tegen dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Svensson over het effect van marketing en reclame op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen gestemd, omdat ik het ermee eens ben dat we een “gedragscode” voor de reclame moeten ontwikkelen die in alle lidstaten kan worden toegepast en die het beginsel van gelijkheid tussen mannen en vrouwen eerbiedigt en het gebruik van genderstereotypen bestrijdt.

Ik ben van mening dat reclame- en marketingboodschappen gevaarlijke middelen voor de overdracht van genderstereotypen zijn en zowel voor vrouwen als voor mannen tijdens hun hele leven beperkingen van de vrijheid van hun verschillende hoedanigheden en rollen teweeg brengen, wat nadelige gevolgen voor hun rol in de maatschappij heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit verslag van het Zweedse lid van het Europees Parlement, mevrouw Svensson, van onze Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, heeft ons in staat gesteld om een breed opgezette positieve houding over het effect van marketing en reclame op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen in te nemen.

Zoals de rapporteur aanvoert is reclame bedoeld om ons, zowel mannen als vrouwen, te beïnvloeden. Inderdaad, de keuzen die we over ons gehele leven maken worden door een hele reeks van factoren beïnvloedt, met inbegrip van de sociale klasse waartoe wij behoren, ons geslacht, de beelden en opvattingen over gender en genderrollen die alomtegenwoordig zijn door onderwijs, de media en de reclame.

Daarom is het belangrijk om verder te gaan met de bestrijding van genderstereotypen die in onze maatschappijen voortduren, ondanks de verscheidene Gemeenschapsprogramma’s ter bevordering van gendergelijkheid.

Zoals het verslag wordt gezegd, moet het schoolsysteem een wezenlijke rol spelen bij het ontwikkelen van kritiekvermogen ten aanzien van de beelden en de media in het algemeen, om de verschrikkelijke effecten van de terugkerende genderstereotypen in marketing en reclame te voorkomen.

Uiteindelijk moeten er ook positieve handelingen worden ondernomen om beste praktijken in de reclame te bevorderen, waarvan voorbeelden in de nu aangenomen resolutie van het Europees Parlement naar voren zijn gebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Filip (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb besloten dat stemonthouding als standpunt de beste manier is om de heterogene inhoud van het verslag uit te drukken. Duidelijker gezegd, gaat het hier om een echt probleem dat naar mijn mening met ongeschikte begrippen wordt beantwoord. Het is niet voldoende om te zeggen dat “er een eind gemaakt moet worden aan genderstereotypen”.

Ik geloof niet dat het om de vraag gaat om massamedia en publiciteitsexperts te belonen voor de naleving van gendergelijkheid, zoals in bepaalde artikelen van het verslag wordt aangeraden (artikel 9 en 27), maar we moeten eerder nauwkeurige verordeningen en programma’s van de gemeenschap opzetten die dit soort beloningen zinloos zouden maken. Aangezien de verschillende publiciteitsvormen die aan het dagelijks leven aandacht schenken realiteiten met een diepe en onmiddellijke sociaal-culturele werking zijn, hebben deze werkzaamheden een verenigd en coherent wetgevend kader nodig.

Om deze reden is deze beschrijvende reeks van verwijzingen op zo’n actuele en belangrijke zaak (als het verslag van Britt-Svensson) er niet in geslaagd om mij met overtuigende argumenten voor zich te winnen en tot een positieve stem te laten besluiten, en heeft niet op een overtuigende en adequate manier op de overwogen oplossingen geantwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Ona Juknevičienė (ALDE), schriftelijk. (EN) Ik geloof dat reclame een machtig instrument is dat identiteiten, waarden, overtuigingen en houdingen vormt en een ontegenstrijdig effect op de vorming van de publieke opinie heeft. Aan de andere kant kan ongecontroleerde reclame negatieve uitwerkingen op de zelfachting van vrouwen hebben – in het geval van advertenties voor seksuele diensten in de kranten – en vooral voor tieners en degenen die ontvankelijk zijn voor eetstoornissen.

We moeten ook voor de bescherming van onze kinderen tegen schadelijke invloeden zorgen, en in dit opzicht mag de rol van de scholen en het onderwijs niet worden onderschat. Ik ondersteun ook het voorstel dat de Commissie en de lidstaten een “gedragscode” voor reclame moeten ontwikkelen op de grondslag van het beginsel van gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), schriftelijk. (FI) Overeenkomstig de opvatting van onze fractie heb ik tegen het verslag van mevrouw Svensson gestemd.

Ik heb dit gedaan, ofschoon het verslag over het effect van marketing en reclame op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen een heleboel goede ideeën bevat die ik van ganser harte ondersteun, waaronder dat de kinderen leren hun kritische zin ten opzichte van de media te gebruiken en dat mensen leren om genderstereotypen te achtervragen, omdat ik denk dat het in het algemeen te ver gaat. De voorstellen om een gedragscode op EU-niveau op te zetten en een controleorgaan waaraan de mensen hun klachten over genderstereotypen in de reclame en marketing kunnen sturen, staan voor precies het soort paternalistisch beleid dat vijandigheid tegenover de EU voortbrengt.

Marketing en reclame maken een belangrijk deel van de communicatie uit, en wanneer de producten van de fabrikanten op de markt willen concurreren, dan moet de reclame vanzelfsprekend gebruik maken van middelen die de aandacht van de mensen op zich trekken. Ik ben van mening dat het vastleggen van regels voor marketing en reclame echter iets is dat op nationaal niveau moet worden gedaan, en dat de kritiek op de media en een gezond achtervragen van genderstereotypen met het onderwijs en de opvoeding begint.

 
  
MPphoto
 
 

  Roselyne Lefrançois (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik ben verheugd over de aanneming van dit verslag, dat de rol naar voren haalt die marketing en reclame bij het opwekken en de handhaving van genderstereotypen spelen, en dat een aantal wegen laat zien hoe deze kunnen worden bestreden.

De ontwikkeling van bewustmakingsacties schijnt me een waardevolle maatregel te zijn, vooral met het oog op de kinderen, die een bijzonder kwetsbare groep vormen. De blootstelling vanaf de vroegste jeugd aan genderstereotypen in de media levert een belangrijke bijdrage aan het voortduren van levenslange ongelijkheden tussen vrouwen en mannen, vandaar het belang van het ontwikkelen van het kritisch vermogen van de kinderen ten opzichte van beelden en de media in het algemeen.

Ik ben het ook eens met de opvatting dat marketing en reclame voor een groot deel verantwoordelijk zijn voor de toename van het aantal mensen dat aan eetstoornissen lijdt en daarom in het vervolg zorgvuldiger moeten zijn bij de keuze van vrouwelijke rolmodellen.

Het is echter jammer dat het voorstel dat erop gericht was om de bestrijding van genderstereotypen uitdrukkelijk in bestaande of toekomstige wetspraktijken te integreren, waardoor de degenen die in de desbetreffende sector werken de verantwoordelijkheid zouden krijgen om voor de naleving van de verplichtingen te zorgen, geen meerderheid heeft gehaald.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. − (DE) Ik stem voor het verslag van mevrouw Svensson over de nog altijd discriminerende reclame.

Ondanks de genomen maatregelen zijn genderstereotypen tegenwoordig in de maatschappij nog steeds een belangrijk thema. Vooral reclame heeft de neiging om ingesleten stereotypen van mannen en vrouwen te reproduceren. Vooral kinderen en tieners identificeren zich met de personen uit de reclame en nemen zo op hun beurt weer de afgebeelde clichés over. Dit dient in ieder geval te worden vermeden, zodat de volgende generaties minder moeilijkheden met het thema gendergelijkheid hebben. Ik ben van mening dat speciale onderwijsprogramma’s voor gendergelijkheid hiervoor een goede oplossing zouden kunnen zijn. Bovenal moeten de alomtegenwoordige stereotypen ook uit de schoolboeken worden verwijderd.

Om het samen te vatten kan worden gezegd dat de reclame alle burgers in hun dagelijks leven confronteert en het daarom goede rolmodellen dient te presenteren. Het verslag effent de weg naar het vastgelegde doel.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) We hebben in het Parlement de slechte gewoonte om initiatiefverslagen over triviale zaken te produceren, en over zaken die werkelijk middels subsidiariteit dienen te worden behandeld. Met andere woorden, de EU moet zich niet met zaken bezighouden die onder de soevereiniteit van de lidstaten vallen en daarom beter op nationaal niveau kunnen worden behandeld.

In de vorm die bij de stemming van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid een meerderheid heeft gekregen is het verslag onaanvaardbaar.

Ik zou er op willen wijzen dat we ons natuurlijk zorgen maken over de genderstereotypen die door sommige reclame worden getransporteerd.

Natuurlijk zijn we tegen de reclame voor seksuele diensten, die de stereotypen van de vrouw als object bevestigen.

Natuurlijk willen we de kinderen tegen advertenties in bescherming nemen die onder andere aansporen tot geweld en seksisme.

Natuurlijk zijn we ons bewust van het belang van ethische codes en gedragscodes, maar het is niet aan de Commissie om deze aan de lidstaten op te leggen.

De reclame moet de ons dierbare waarden respecteren, maar moet in staat zijn om te bestaan en zijn rol in de markteconomie te kunnen spelen, zonder voor alles de schuld te krijgen, wat de teneur van dit verslag is.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. (SV) De ontwerpresolutie bevat vele verschillende ideeën en wensen. We zouden echter willen benadrukken dat het Europees Parlement geen enkel probleem op dit gebied kan oplossen, en met wetgeving op EU-niveau niet de juiste weg wordt ingeslagen.

Ten slotte geloven we dat we door meningsvorming en debat in de lidstaten erin kunnen slagen om de advertenties voor seksuele diensten uit de dagbladen halen. Boycotdreigingen door consumenten kunnen de kranten ertoe dwingen om zulke advertenties te weigeren en hotels ertoe dwingen om pornovrij te worden. Hiervoor is echter nodig dat de mening van onderen naar boven wordt opgebouwd. Niet door maatregelen op EU-niveau.

Na een zekere hoeveelheid gewetensonderzoek, hebben we voor het verslag in zijn geheel gestemd. We zouden echter willen benadrukken dat we dit hebben gedaan, omdat we van mening zijn dat veel van de waarden en eisen die het bevat wezenlijk zijn, maar over de middelen om ze te bereiken verschillen we van mening.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben zeer ingenomen met het verslag van Eva-Britt Svensson over het effect van marketing en reclame op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen. Het mondiale karakter van de moderne reclame vereist een gezamenlijke Europese inspanning om adverteerders van genderstereotypen af te laten zien. De zelfregulerende praktijken in het Verenigd Koninkrijk zijn al behoorlijk keihard, en ik hoop dat andere lidstaten er open voor zijn om soortgelijke maatregelen aan te nemen. Daarom heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het zeer goed weergeeft op welk tijdstip interventies nodig zijn om de negatieve invloed van marketing en reclame op de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te reduceren, namelijk in de eerste jaren van de socialisatie van het kind.

De vorming van stereotypen en vooroordelen op vroege leeftijd levert een beslissende bijdrage aan genderdiscriminatie, wat gedurende hun gehele leven voor een duidelijke versterking van de ongelijkheden tussen vrouwen en mannen zorgt.

De explosie aan informatie tussen kinderen kan bijna niet verhinderd worden. Een onlangs, aan het begin van dit jaar in Roemenië gehouden onderzoek toont aan dat de grootste consumenten van reclame de zesjarige kinderen zijn.

Ik juich het idee toe om een speciale afdeling voor zaken die met gendergelijkheid te maken hebben op te richten binnen de nationale organen in de lidstaten die de massamedia controleren, maar het is uiterst noodzakelijk dat ze een dubbele rol vervullen: de regelmatige en systematische controle van genderbeelden in de massamedia, en eveneens de verplichte controle van hun informatiemedia. Wanneer de verplichting ontbreekt zullen onze initiatieven nutteloos blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Teresa Riera Madurell (PSE), schriftelijk. (ES) Ik heb voor een goed verslag over een wezenlijk onderwerp gestemd: reclame en marketing, die over behoorlijk veel macht beschikken wanneer we het over de beslissende invloed op genderstereotypen hebben.

Alle Europese instellingen moeten mechanismen ontwikkelen om ervoor te zorgen dat deze instrumenten op een positieve manier worden gebruikt om de gelijke behandeling van mannen en vrouwen te bevorderen en een beeld van de vrouw te transporteren dat met de werkelijkheid overeenkomt.

Het is het waard dat nog eens speciaal het engagement van alle publieke overheden voor het uitroeien van geweld tegen vrouwen wordt genoemd en de rol die reclame en marketing bij dit proces dienen te spelen.

Het dient te worden erkend dat vele deskundigen hieraan werken, maar het verslag legt er nog eens de nadruk op dat er nog veel staat te doen; we moeten daarom mechanismen ontwikkelen die ervoor zorgen dat aan deze voorwaarden wordt voldaan en dat de middelen beschikbaar zijn om effectief op de klachten te reageren.

Het nieuwe Europese Instituut voor Gendergelijkheid moet de middelen hebben om beelden en taal nauwgezet te kunnen controleren en om gewelddadige beelden uit te roeien en eveneens zulke die vrouwen subtiel tot een object maken dat men kan beheersen en bezitten, waardoor ze ontvankelijk voor aanvallen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. (SV) Het verslag van mevrouw Svensson zorgde voor de stemming voor veel kopzeer. In zijn oorspronkelijke formulering stond het verslag vol met radicale veralgemeniseringen en – naar mijn mening – overdrijvingen. Het ging van hot naar her tussen media en reclame, gedragscodes en voorgestelde wetgeving en nieuwe agentschappen.

Het verslag dat na de stemmingen overbleef, was echter geheel anders. De ergste overdrijvingen waren verdwenen, waardoor een behoorlijk tot uitdrukking gebracht probleem overbleef: dat het bij reclame soms, maar niet altijd, om karikaturen en genderstereotypen gaat. Ik vind het in het geheel niet problematisch om de zorg te uiten over de indruk die kinderen en jonge meisjes krijgen, vooral door beelden van uiterst dunne vrouwen. Het verslag was een zweempje socialistisch, maar het probleem bestaat werkelijk, en is niet ideologisch. Daarom heb ik er ten einde voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Ik stem tegen dit initiatiefverslag, omdat het een te sterke inbreuk op de vrijheid van meningsuiting is en naar dictatoriale censuur riekt. Alle vragen met betrekking tot de geoorloofdheid en ethica van reclame zijn op nationaal niveau al voldoende geregeld. De EU is geen oord om de verscheidenheid van de vrijheid van meningsuiting en de reclamevrijheid te beperken. Gelukkig gaat het hierbij slechts om een initiatiefverslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Ik heb voor de aanneming van deze resolutie gestemd.

Het is het resultaat van de samenwerking binnen de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid en ook het resultaat van compromissen om het verslag een bredere ondersteuning te geven. De doelstelling van dit verslag was om de wet te gebruiken om alle aspecten van het leven te regeren, ook wanneer dit bepaalde centralistische trekken heeft. Aan de andere kant weet ik echter zeker dat wanneer de leden van het Europees Parlement in staat zijn om te handelen ter bevordering en ondersteuning van het nut van het algemeen, dat zij dan de morele plicht hebben om dit te doen. We zijn verplicht om een verbod op seksistische beelden te eisen die de waardigheid van de vrouwen aantasten. Erom verzoeken dat de jongeren met betrekking tot de media worden begeleid en geleid is ook een deel van deze strategie.

In dit verslag gaat het ook over de bescherming van de kinderen, bij wie reclame met gewelddadige en seksuele ondertonen ernstige uitwerkingen heeft en onrealistische denkbeelden oproept. In ieder geval moeten we waakzaam zijn. Geen Europese richtlijn kan de aard van de mannen en vrouwen veranderen. Voordat we de uitroeiing van genderstereotypen kunnen verlangen, moeten sociologen en psychologen een grondige analyse doorvoeren over de effecten die dit op toekomstige generaties zal hebben.

De analyses van onafhankelijke deskundigen blijven vaak ongepubliceerd, aangezien ze in tegenspraak met politieke opvattingen zijn. De natuurwetten kunnen niet door een parlementaire resolutie worden veranderd. In tegendeel, wanneer het Parlement meer achting wil krijgen, dan moet het meer rekening houden met de natuurwetten.

Het verslag over het effect van marketing en reclame op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen is verre van goed, maar brengt verscheidene problemen ter sprake die het Parlement het liefst zou vermijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimír Železný (IND/DEM), schriftelijk. (CS) Ik heb tegen het verslag en tegen de meeste van de ingediende amendementen gestemd, waarmee wordt beoogd om – op systematische en uniforme wijze, rekening houdend met zes prioritaire actieterreinen – in de reclame voor gelijkheid tussen vrouwen en mannen te zorgen en de mechanismen aan te pakken via welke reclame bepaalde discriminatoire stereotypen bevordert en versterkt die van negatieve invloed zijn op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.

Ik heb tegen gestemd omdat dit verslag een bedreiging vormt voor en, erger nog, een gevaarlijke inmenging betekent in een sector waarin zich in de lidstaten zeer eigen en verschillende culturen hebben ontwikkeld. Wat in de ene lidstaat als aanstootgevend of onaanvaardbaar wordt beschouwd, wordt wellicht in een andere als grappig ervaren. De poging om een Europabrede regeling in te voeren voor de presentatie van de seksen in de reclame zou een gehomogeniseerd steriel stereotype tot gevolg hebben. Dit verslag bevat omvattende voorstellen voor acties die de bevoegdheden van de EU ver te buiten gaan. De lidstaten beschikken over zelfreguleringsorganen zoals reclameraden, met behulp waarvan de nationale reclamesectoren geleidelijk aan acceptabele modellen voor reclameactiviteiten ontwikkelen en aanpassen.

Reclame is, met het oog op de specifieke nationale kenmerken, een geschikt terrein voor zelfregulering, die veel gevoeliger is voor de nationale en culturele tradities, gebruiken en modellen. Deze mogen niet worden vervangen door een eengemaakte en gehomogeniseerde regeling die fundamentele schade zou kunnen berokkenen aan deze legitieme en essentiële sector van de economie.

 
  
  

- Klonen van dieren (B6-0373/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Deze resolutie vloeit voort uit een belangrijk debat over het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening en de mogelijke gevolgen daarvan voor de genetische diversiteit van de veestapel, de voedselveiligheid, de gezondheid en het welzijn van dieren en het milieu. Het is duidelijk dat er op dit moment nog veel twijfels zijn en een gebrek aan studies met duidelijke en precieze conclusies over de gevolgen van klonen, zodat klonen een ernstige bedreiging vormt voor het imago van de landbouwproductie in de landen van de Europese Gemeenschap.

Daarom heeft het Europees Parlement op voorstel van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling besloten om de Europese Commissie te verzoeken voorstellen in te dienen voor een verbod op het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening, het fokken met gekloonde dieren of hun nakomelingen, het op de markt brengen van vlees of zuivelproducten van gekloonde dieren of hun nakomelingen en het invoeren van gekloonde dieren of hun nakomelingen en van vlees of zuivelproducten van gekloonde dieren of hun nakomelingen

In dit stadium lijkt ons dit een verstandig voorstel, dat rekening houdt met het voorzorgsbeginsel. Daarom hebben wij voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Filip (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Mijn stem voor dit verslag is gebaseerd op de volgende theoretische en praktische overwegingen. Ten eerste is elke vorm van klonen, zowel van mensen als van dieren, in strijd met de christelijke beginselen waarop het beleid van de Europese Volkspartij berust.

Vanuit ethisch oogpunt is er nog een groot aantal controversiële vraagstukken die nog moeten worden bediscussieerd en volledig moeten worden opgehelderd. In praktisch opzicht zijn we nog niet in staat de gevolgen van klonen exact te kwantificeren.

Bovendien is het niet mogelijk de toegang tot deze producten van dierlijke oorsprong te controleren en ze te monitoren zodra ze op de markt zijn gebracht. Daarom ben ik van mening dat het op dit moment het beste is om het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening te verbieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Gezien de wetenschappelijke onduidelijkheid en de onbeantwoorde ethische vragen geef ik mijn volledige steun aan het verzoek aan de Commissie om voorstellen in te dienen voor een verbod op het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening gaat volgens mij gepaard met verschillende risico’s voor de menselijke gezondheid en het dierenwelzijn. Ik ben er niet van overtuigd dat de invoering van deze technologie voor consumptiedoeleinden voordelen zal opleveren voor de Europese burgers. Daarom heb ik mijn stem uitgebracht voor het verzoek om een verbod in te stellen op het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik verwelkom het debat over het klonen van dieren. Ik heb mij bij de eindstemming over de resolutie over het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening onthouden, aangezien ik moeite heb met een algeheel verbod zoals dat in de resolutie wordt voorgesteld.

Tot dusver zijn met betrekking tot de gevolgen van klonen voor het dierenwelzijn bedenkingen geuit, en daaraan moet aandacht worden besteed. De voedselveiligheid lijkt niet in het geding te zijn.

Wel hebben we preciezere wetenschappelijke informatie en adviezen nodig voordat we een besluit nemen over een verbod. Daarom zie ik uit naar de voorstellen van de Commissie op dit gebied die rekening dienen te houden met de aanbevelingen van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (EGE).

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Slechts 12 jaar geleden werd met het klonen van het schaap Dolly een blijkbaar met een hoog sterftecijfer en groot leed gepaard gaande techniek geïntroduceerd die in de wereld opzien baarde. De industrie wrijft zich reeds in de handen en droomt van “gezond” vlees van gekloonde varkens dat is verrijkt met omega-3-vetzuren. En zogenaamd is deze dierenmishandeling ook nog goed voor de varkens omdat deze er ook gezonder van zouden worden. En natuurlijk zouden ook de fokkers ervan profiteren omdat ze minder financiële verliezen zouden lijden.

Dat alles doet denken aan vroegere verleidingen van de gentechnologie waarbij tal van boeren de mist in zijn gegaan omdat het zaaigoed slechts een keer kon worden gebruik en zij zich geen nieuw zaaigoed konden permitteren. En het doet denken aan de plotselinge, onnatuurlijke sterfte van hele kuddes na het eten van genetisch gemanipuleerde voedermiddelen.

Momenteel is nog te weinig bekend over de langetermijngevolgen van radioactieve bestraling, laat staan van de gentechnologie, en over de uitwerkingen van het klonen valt al helemaal niets te zeggen. Nog maar afgezien van kruisreacties: wat zou er gebeuren wanneer een gekloond dier met genetisch gemanipuleerd voer wordt gevoerd, en welke effecten heeft dit voor de mens? Frankenstein is dan niet meer ver weg! Daarom stem ik dit keer tegen.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Het klonen van dieren is een actueel vraagstuk. Algemeen gesproken ben ik niet tegen klonen in het kader van wetenschappelijk onderzoek en de ontwikkeling van de fokkerij. Als het echter om dierenwelzijn en voedselveiligheid gaat, ben ik er absoluut op tegen dat gekloonde dieren in de voedselketen worden opgenomen.

Onderzoek en ervaringen in het verleden hebben uitgewezen dat gekloonde dieren gevoeliger zijn voor ziekten en een kortere levensverwachting hebben. Ik wil de wetenschap niet in de weg staan, maar het is duidelijk dat we nog niet alle gevolgen en implicaties van het klonen kennen, zowel wat betreft het dierenwelzijn als de consumptie door de mens.

Daarom moeten duidelijke criteria en controles worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat gekloonde dieren niet in de voedselketen terechtkomen. Ik besef weliswaar dat dit een gevoelige kwestie is, maar ik vind dat we het zekere voor het onzekere moeten nemen. Als het om de voedselproductie gaat moeten we prioriteit blijven geven aan de productkwaliteit, het dierenwelzijn en milieuvraagstukken.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI) , schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik stem voor de door mijnheer Parish ingediende resolutie over het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening. Ik ben het eens met de argumenten van dit voorstel en de bedenkingen die erin worden geuit.

“Revolutionaire” innovaties werden in het verleden altijd met argwaan bekeken en hebben pas op middellange en lange termijn vruchten afgeworpen; het onderwerp van deze resolutie zou inderdaad ook onder deze categorie kunnen vallen. Toch moeten we ernstig rekening houden met de gevaren die aan het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening verbonden zijn voor de voedselveiligheid, het welzijn van gekloonde dieren en de zoötechnische diversiteit van de betreffende soorten. Deze aspecten houden duidelijk verband met elkaar. Daarom juich ik dit initiatief toe en heb ik er vertrouwen in dat maatregelen zullen worden getroffen om de menselijke gezondheid te beschermen, door zowel de hoge kwaliteit van ons voedsel als het dierenwelzijn te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. − (SK) Ik heb voor deze resolutie gestemd. De consumenten in de EU-lidstaten moeten worden beschermd tegen de negatieve gevolgen die de productie van gekloonde dieren voor voedseldoeleinden mogelijk voor de menselijke gezondheid kan hebben. Het voorzorgsbeginsel moet in dit verband naar behoren worden toegepast. Het Parlement benadrukt de vele voordelen van landbouw van hoge kwaliteit, en ik ben daar ook voor.

Desondanks ben ik teleurgesteld over het feit dat het Parlement tegen het klonen van dieren heeft gestemd, maar zich heeft uitgesproken voor het produceren van menselijke klonen voor onderzoeksdoeleinden in experimenten met menselijke embryonale stamcellen. Het zevende kaderprogramma voor onderzoek financiert reeds zulke projecten die het klonen van mensen beogen. Wij vernietigen menselijk leven eenvoudigweg voor onderzoeksdoeleinden.

Deze experimenten worden ook met geld van de belastingbetalers gefinancierd, zelfs in lidstaten waar het klonen van mensen als misdrijf geldt. Het lijkt erop dat de Europese wetgevers zich meer zorgen maken over het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening dan over de bescherming van de mens tegen wetenschappelijk onderzoek.

 
  
  

(De vergadering wordt om 13.10 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat.)

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid