Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2623(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0386/2008

Debatten :

PV 04/09/2008 - 12.1
CRE 04/09/2008 - 12.1

Stemmingen :

PV 04/09/2008 - 13.1
CRE 04/09/2008 - 13.1

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0411

Debatten
Donderdag 4 september 2008 - Brussel Uitgave PB

12.1. Staatsgreep in Mauritanië
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties over de staatsgreep in Mauritanië(1).

 
  
MPphoto
 

  Alain Hutchinson, auteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, we kunnen de staatsgreep die in Mauritanië heeft plaatsgevonden als een echte tragedie beschouwen. De Europese Unie heeft enorm geïnvesteerd in de democratisering van Mauritanië, zoals ze ook in veel andere landen heeft gedaan. Maar daarnaast, en wat naar mijn mening nog belangrijker is, heeft het volk van Mauritanië daar aanzienlijk zelf aan bijgedragen; zij die in het recente verleden verantwoordelijk waren voor de omverwerping van dictator Taya hebben onder de bevolking van dit land enorme verwachtingen weten te wekken en hebben zich tegelijkertijd aan al hun toezeggingen gehouden: een grondwettelijk referendum werd in juni 2006 gehouden, presidentsverkiezingen in maart 2007 en daartussendoor nog lokale en algemene verkiezingen in 2006. Dit lange proces gaf iedereen de kans zich uit te spreken: de vakbonden, maatschappelijke organisaties en natuurlijk de politiek. Nog maar een jaar later heeft deze staatsgreep alles kapotgemaakt en is de teleurstelling onder de democraten enorm.

Deze ramp voor de democratie en voor de bevolking van Mauritanië laat ons weer eens duidelijk zien hoe extreem kwetsbaar alle jonge democratieën zijn en daarom ook dat we bijzondere aandacht aan ze moeten schenken. Voor ons is het nu absoluut noodzakelijk dat we het nieuwe regime in Mauritanië ondubbelzinnig veroordelen. Als de gekozen president fouten of blunders had begaan was het aan het volk, het parlement en de gekozen vertegenwoordigers van Mauritanië geweest om te reageren, kritiek te leveren en strafmaatregelen te nemen. Op geen enkele manier had het leger, de gendarmerie of welk politiekorps dan ook het recht om zich te mengen in wat een zuiver politieke aangelegenheid is.

We dringen er daarom bij de nieuwe “sterke mannen” van Mauritanië op aan dat zij het Mauritaanse volk de macht teruggeven die zij hun hebben afgenomen. Wij eisen van hen dat ze de gekozen president toestaan zijn politieke werkzaamheden zo spoedig mogelijk te hervatten, ook al zou dat betekenen alle kritiek te moeten verduren, voor zover die op democratische wijze wordt geuit en met respect voor de wensen van het Mauritaanse volk, dat wederom gegijzeld wordt door de wil van een minderheid.

Ik wil hier nog aan toevoegen, mijnheer de Voorzitter, dat ik de eer had de waarnemingsmissie van het Europees Parlement naar Mauritanië te leiden en dat ik natuurlijk diep getroffen ben door wat daar is gebeurd. Ik wil hier eindigen, zodat mevrouw Isler Béguin, die de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie leidde, het woord kan nemen. We betreuren deze gebeurtenissen ten zeerste, want wat we zagen in Mauritanië was werkelijk de wens van de gehele bevolking, een wens die het hele afgelopen jaar tot uiting is gebracht, en wat er nu is gebeurd, is een tragedie.

 
  
MPphoto
 

  Marios Matsakis, auteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit arme Afrikaanse land gaat al een aantal jaren gebukt onder politieke instabiliteit en onrust. Het feit dat in dit land de afgelopen drie jaar twee militaire staatsgrepen plaatsvonden getuigt hiervan. De tweede staatsgreep vond plaats op 6 augustus 2008. Een generaal greep op ongrondwettige wijze de macht en liet de president, de premier, andere regeringsleden en tal van burgers arresteren. Vreemd genoeg heeft twee derde van de Mauritaanse parlementariërs een verklaring ondertekend ter ondersteuning van de coupleider.

Hoewel angst voor vervolging hierbij een rol kan hebben gespeeld, is het een belediging voor de democratie en een treurige zaak wanneer gekozen parlementaire vertegenwoordigers het democratische proces menen te moeten afdoen als een mislukking en zich uitspreken voor een militaire dictatuur. Wij roepen alle politieke krachten in Mauritanië op om de belangen van hun volk op de eerste plaats te stellen en om op een verstandige, volwassen manier gezamenlijk aan het herstel van de constitutionele orde in hun land te werken. We dringen er bij de EU, de VN en de Afrikaanse Unie op aan en verwachten van hen dat ze daartoe alle nodige ondersteuning geven.

 
  
MPphoto
 

  Esko Seppänen , auteur. − (FI) Mijnheer de Voorzitter, de staatsgreep door de militaire junta in Mauritanië is algemeen veroordeeld, en terecht. Volgens internationale waarnemers in het land verliepen de verkiezingen in 2006 en 2007 volgens de regels en bestaat er geen twijfel over de legitimiteit van de afgezette Mauritaanse regering.

Mauritanië heeft sinds het onafhankelijk werd van de Franse koloniale overheersing meer dan tien staatsgrepen of pogingen daartoe gekend. De vorige vond nog maar drie jaar geleden plaats. Daarin speelde het hogere kader van het leger een duidelijk zichtbare rol, zoals ook nu. Deze ontwikkeling kan niet bepaald als stabiel en democratisch worden aangemerkt.

Wat mede tot de staatsgreep heeft geleid, waren de conflicten tussen de democratisch gekozen president en de generaals in Mauritanië vanwege hun verschil in houding tegenover de extremistische islam. Dit is een enorme uitdaging voor anderen die proberen vrede en stabiliteit in de regio te bewerkstelligen.

In de ontwerpresolutie wordt zeer terecht opgemerkt dat het herstel van de legitieme en democratisch gekozen regering een voorwaarde is voor een stabiele, democratische ontwikkeling van Mauritanië. Nieuwe verkiezingen zijn dus geen aanvaardbare oplossing, omdat dan de militaire junta gerechtigd zou zijn geweld te gebruiken. Wat de situatie zo precair maakt is dat, als het land geïsoleerd blijft, dit extremistische opvattingen en activiteiten zal stimuleren die de democratische ontwikkeling op een zijspoor zullen zetten. Daarom moet er zo snel mogelijk een door ons gesteunde vreedzame oplossing onder leiding van de VN komen. Onze fractie steunt de ontwerpresolutie over de situatie in Mauritanië.

 
  
MPphoto
 

  Marie Anne Isler Béguin, auteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dankzij u kon ik de verkiezingswaarnemingsmissie naar Mauritanië leiden.

We waren erg trots op de resultaten, want het grote succes was dat na 24 jaar het leger de macht aan het volk overdroeg.

Ik was vorige week een week lang in Mauritanië en wat hoorde ik daar? Van mensen die eerst zo blij waren dat ze een burgerregering hadden kreeg ik te horen dat ze nu weer blij waren dat de militairen waren teruggekomen om, zoals ze het uitdrukten, “de democratie aan te passen”.

Natuurlijk noemen wij dat een staatsgreep. Het is ook een staatsgreep. Die veroordelen we en die hebben we veroordeeld. Maar ik vind dat we echt moeten gaan kijken wat daar gebeurt en ik wil u, collega’s, adviseren een delegatie te sturen om daar inzicht in te krijgen. De vertegenwoordiger van de Afrikaanse Unie, de heer Ping, noemt dit “een afwijkende situatie”. De heer Djinnit van de Verenigde Naties noemt het “een omgekeerde situatie” en beide zeggen dat we nu creatief moeten zijn. En inderdaad, als ze zeggen dat er sprake is van een impasse dan is dat waar, er is een institutionele impasse, maar die institutionele impasse is geen gevolg van de staatsgreep, maar van een verslechterende situatie die in april is begonnen en in juni of juli een hoogtepunt bereikte met een motie van afkeuring die niet in stemming kon worden gebracht, met buitengewone zittingen van het parlement waar niet mee werd ingestemd, die niet werden toegestaan, met zelfs een overweldigende tweederde, zo niet driekwart meerderheid ten gunste van de president, die omsloeg in een oproep tot zijn aftreden. Dit was werkelijk een omslag, en voor degenen die de gebeurtenissen niet volgen is het moeilijk te begrijpen.

Ik zou u, collega’s, willen vragen te gaan kijken hoe de situatie werkelijk is en u dringend willen verzoeken de democratische verworvenheden te steunen die dit land bij de laatste verkiezingen heeft weten te bereiken.

Wat men ook moet bedenken is dat instituties als de senaat, het parlement en de gemeenteraden nog steeds functioneren, en ik geloof echt dat deze instellingen als de hoeders van de macht van het volk optreden. Daarom denk ik dat het aan hen is om een oplossing te vinden. Ik denk dat we erop moeten vertrouwen dat onze parlementaire collega’s een stappenplan voorstellen aan deze militaire junta, die wij hebben afgewezen, en dat het echt aan de volksvertegenwoordigers is, zoals wij de vertegenwoordigers van onze burgers zijn, om te beslissen wat er nu gedaan moet worden.

Ik denk dat we hun dat krediet kunnen geven en vertrouwen in hen kunnen hebben, en als ze geen oplossingen vinden die wettig en institutioneel legitiem zijn, kunnen we krachtig ingrijpen, maar ik geloof dat op dit moment deze volksvertegenwoordigers, die de wet aan hun kant hebben, met voorstellen moeten komen en wij moeten hun als collega’s onze steun geven.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki, auteur. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, iedereen die in Mauritanië is geïnteresseerd is zich bewust van de huidige situatie in dat land. Dat geldt ook voor de leden die de eer hadden het Europees Parlement in dat land te vertegenwoordigen. Ik maakte deel uit van die groep.

Mevrouw Isler Béguin heeft veel relevante ervaring. Ik denk dat zij gelijk heeft wanneer ze ervoor pleit dat wij van onze kant meer middelen moeten aanwenden, zodat het Europees Parlement een effectieve bijdrage aan de situatie kan leveren, zoals het al heeft gedaan in het geval van andere landen. Dit mag niet inhouden dat het ook bepaalt wat juist is, wat er moet gebeuren of dat het naar bepaalde normen verwijst. Daarentegen dient het daadwerkelijke hulp te verlenen aan mensen die voor burgerrechten en democratische waarden strijden in gebieden waar deze veel moeilijker te verwezenlijken zijn dan in de Europese Unie. Vandaar het voorstel om de middelen zo te verdelen dat er werkelijk effectief gebruik van kan worden gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Colm Burke, auteur. − (EN) Ik ben van plan om vóór de stemming een mondeling amendement in te dienen. De recente staatsgreep in Mauritanië is een deceptie. Voor dit land, dat de afgelopen jaren veel vooruitgang heeft geboekt in het democratiseringsproces, betekent deze staatsgreep een tegenslag voor dit soort ontwikkelingen.

Het belang van een democratisch Mauritanië in deze instabiele subregio van Afrika kan niet worden onderschat en daarom is terugkeer naar de democratie en een burgerbewind van essentieel belang. Het omverwerpen van een democratisch gekozen regering is gewoonweg onaanvaardbaar, en dat geldt ook voor het huisarrest waar de president en de premier van dit land nog steeds onder staan. Ook moet echter worden opgemerkt dat twee derde van de leden van het Mauritaanse parlement een steunverklaring voor de coupleider en zijn collega-generaals hebben ondertekend. Afgelopen zondag hebben de generaals hun eigen regering samengesteld, die naar mijn mening moet worden aangemerkt als onwettig.

Zonder dit zelfbenoemde interim-bestuur te erkennen, wil ik de militaire junta toch aansporen om zo snel mogelijk datums vast te stellen voor nieuwe presidentsverkiezingen, zodat er in de plaats van de militairen weer burgerministers kunnen worden benoemd. De junta moet zich verplichten tot onpartijdigheid in de verkiezingen, net als na de laatste staatsgreep in 2005. Als dergelijke stappen niet in de zeer nabije toekomst kunnen worden gerealiseerd, moet de Europese Unie hardere maatregelen overwegen, zoals opschorting van niet-humanitaire hulp. De Commissie moet serieus nadenken over de reactivering van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou, wat zou kunnen leiden tot bevriezing van tegoeden van juntaleden en de opschorting van hulp. Tot slot dring ik er bij de Europese Unie op aan om in nauwe samenwerking met de Afrikaanse Unie aan een oplossing voor deze politieke crisis te werken.

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė, namens de PPE-DE-Fractie. – (LT) Het is betreurenswaardig, maar de Mauritaanse generaals hebben alweer een staatsgreep gepleegd, die helaas zeer slechte gevolgen zal hebben voor de bevolking van dat land. Het feit dat in de nasleep van de militaire staatsgreep, in een verslechterende economische en sociale situatie, de Wereldbank tot het besluit is gekomen om de betalingen aan dit land op te schorten, heeft de situatie nog verder verslechterd en de mensen zullen daar weldra de gevolgen van ondervinden. Het enige oordeel dat we over deze situatie kunnen vellen is dat we de coupplegers veroordelen en eisen dat de constitutionele en burgerlijke orde in dit land zo spoedig mogelijk worden hersteld. We eisen de onmiddellijke vrijlating van president Sidi Mohamed Cheikh Abdallahi en dat er voor de regeringsambtenaren een normale werksituatie komt.

Een militaire staatsgreep is niet de manier om een crisis op te lossen. Alleen politieke discussies en vrije en eerlijke verkiezingen kunnen een land uit een constitutionele crisis helpen. De Europese Unie heeft de plicht om de crisis op de meest efficiënte wijze te helpen overwinnen, en daarbij hulp te geven aan kwetsbare mensen die kampen met een economische en een voedselcrisis.

 
  
MPphoto
 

  Leopold Józef Rutowicz, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, Mauritanië is een arm land. Het is geen typisch islamitisch land, en er zijn veel staatsgrepen gepleegd zonder bloedvergieten. Het is een land dat Israël erkent en de Verenigde Staten steunt in hun oorlog tegen Al Qaida. Mauritanië heeft een democratische grondwet. Het wordt geteisterd door vele natuurrampen. Slavernij is hier nog gewoon, wat betekent dat mensen worden beroofd van hun culturele en religieuze identiteit en van hun persoonlijkheid. Het is echter een afnemend gebruik in het land. Aangenomen wordt dat Mauritanië betrekkelijk goed gebruik maakt van de hulp die het krijgt voor de ontwikkeling van infrastructuur en onderwijs.

Tegelijk met de laatste staatsgreep heeft Al Qaida in een verklaring opgeroepen tot een heilige oorlog. Dit zou het land kunnen destabiliseren, de honger doen toenemen en de gemaakte vorderingen tenietdoen. Het kan ook talrijke doden tot gevolg hebben en invoering in het land van de onmenselijke methoden van de radicale islam. Met het oog op deze gevaren is het van essentieel belang dat de Europese Unie en de organisaties van Afrikaanse landen snel maatregelen nemen om een dergelijke tragedie te voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, gisteren nog hadden we het erover dat het sanctiebeleid van de Europese Unie soms zo inconsistent en inefficiënt is. Het is duidelijk dat Mauritanië daar een goed voorbeeld van is. De staatsgreep die daar deze zomer plaatsvond moet worden veroordeeld, en dat is wat we in deze resolutie doen.

Maar we vragen ook dat de politieke spanningen worden opgelost binnen de desbetreffende instellingen, en wel die welke op het moment nog steeds de capaciteit daarvoor hebben.

Overigens mogen als gevolg van de internationale reactie geen mensen gestraft worden die dat niet verdienen, en dat geldt vooral voor de Mauritaanse bevolking, die al genoeg gebukt gaat onder de economische en de voedselcrisis.

Daarom vragen wij de Europese Commissie de financiering van projecten ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld in het kader van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR) niet in te trekken en tevens de bevriezing van de visserijovereenkomst te heroverwegen.

Ook vragen we de Commissie een politieke dialoog te beginnen op grond van artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou, met het oog op het herstel van de constitutionele rechtsstaat. Als die dialoog mislukt, dient zij artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou te reactiveren, wat zou kunnen leiden tot bevriezing van de hulp, met uitzondering van voedsel- en humanitaire hulp.

 
  
MPphoto
 

  Koenraad Dillen (NI). – (NL) Voorzitter, broze democratische regimes in Afrika die omver worden geworpen door een militaire staatsgreep. Het is een never ending story, een saga die eindeloos doorgaat. Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit Huis de voorbije jaren waarschijnlijk al tientallen veroordelingen van allerhande staatsgrepen in Afrika heeft uitgesproken. In een meerderheid van Afrikaanse landen blijft willekeur heersen en regeren dezelfde heersers vaak al sinds decennia. Miljarden ontwikkelingshulp hebben daar niets aan veranderd. De potentaten blijven vaak waar ze zitten en we rollen er maar al te dikwijls de rode loper voor uit. Dit stemt tot pessimisme.

De door dit Parlement meegecontroleerde verkiezingen zijn ordentelijk verlopen, dat is hier al gesteld. Maar de gebeurtenissen deze zomer in Mauritanië bewijzen eens te meer dat verkiezingen alleen niet zullen volstaan om democratische waarden duurzaam ingang te doen vinden in Afrika.

De lessen die we vandaag moeten trekken, is dat Europa de moed dient te hebben om economische steun en ontwikkelingshulp te laten afhangen van goed bestuur en democratie, want het zijn uiteindelijk de Afrikanen zelf die daar beter van zullen worden. Maar die houding durft de Unie vooralsnog niet in te nemen. Een verbale veroordeling van de staatsgreep in Mauritanië volstaat niet, als de Europese Unie niet tegelijkertijd concrete en tastbare sancties neemt om de junta te isoleren.

 
  
MPphoto
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het is een treurige zaak dat we vandaag over Mauritanië moeten debatteren. Afgelopen jaar werden in Mauritanië de eerste vrije verkiezingen gehouden. Ze werden door de internationale gemeenschap, met inbegrip van de waarnemingsmissie van het Europees Parlement, als eerlijk en transparant erkend. Mauritanië heeft aanzienlijke vooruitgang geboekt in kwesties die van cruciaal belang zijn voor de democratisering, de stabiliteit en de toekomstige ontwikkeling van het land. Daarbij denk ik aan het strafbaar stellen van slavernij, liberalisering van de media en de terugkeer van vluchtelingen.

Mauritanië heeft nu een stap terug gedaan door een streep te halen door de uitkomst van democratische verkiezingen en gebrek aan respect te tonen voor de rechtsstaat. Het gedrag van president Abdallah mag dan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd en beoordeeld, maar één ding staat vast: een president die gekozen is door middel van rechtstreekse, democratische en vrije verkiezingen mag nooit aan de kant worden gezet door een staatsgreep. Dergelijke praktijken mogen niet plaatsvinden in een land dat aan ontwikkeling van de democratie werkt, iets wat Mauritanië tot voor kort nog deed. De Europese Unie moet samenwerken met de regering van Mauritanië en met de Afrikaanse Unie om voor deze situatie een oplossing te vinden.

 
  
MPphoto
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, zoals we begin augustus hebben gehoord is de eerste democratisch gekozen president van Mauritanië afgezet en gevangengezet, evenals de premier en de minister van Binnenlandse Zaken, ten gevolge van een militaire staatsgreep.

Mauritanië is een van de armste landen ter wereld en een van de nieuwste olieproducenten. Als de democratische ontwikkeling er gevaar loopt, moeten er vraagtekens worden gezet bij grootschalige samenwerking met dit land. Aangezien de Wereldbank 175 miljoen dollar aan financiële hulp bevroor en aangezien de EU overweegt 156 miljoen euro te bevriezen, loopt de uitvoering van verschillende ontwikkelingsprojecten gevaar. Een zeer voorzichtige aanpak zal echter in een situatie als deze op de lange termijn niet lonen.

Een harde lijn volgen betekent natuurlijk niet dat de Mauritaniërs voedselhulp en humanitaire hulp zal worden ontzegd. De regerende militaire junta moet echter herinnerd worden aan de Overeenkomst van Cotonou, en aan het feit dat, als er geen dialoog tot stand komt over het herstel van de democratische orde, de geldkraan van de EU opnieuw wordt dichtgedraaid.

 
  
MPphoto
 

  Glyn Ford (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil nog eens herhalen wat een groot aantal collega’s hier vanmiddag heeft gezegd: een democratisch Mauritanië betekent een stabiliserende factor in de subregio. Nauwelijks twaalf maanden nadat de verkiezingswaarnemingsmissie van de Europese Unie verklaarde dat de verkiezingen eerlijk waren verlopen, pleegden de generaals in Mauritanië de tweede staatsgreep binnen twee jaar.

We eisen de onmiddellijke vrijlating van de president en de premier en zijn van mening dat dialoog de sleutel hiertoe is. We zijn blij met de betrokkenheid van de Afrikaanse Unie in het proces, maar we dringen er bij de Commissie op aan deze dialoog aan te gaan om een vreedzame en democratische oplossing te vinden voor de huidige crisis, en zo nodig te dreigen dat we alle hulp aan Mauritanië stopzetten – afgezien van voedselhulp en humanitaire hulp – als we in de komende maanden niet tot een bevredigende oplossing komen.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik zou de opmerkingen van de heer Kaczmarek willen bevestigen. Een staatsgreep in Afrika, in Mauritanië om precies te zijn, kan geen verrassing zijn. Als we de situatie in dat werelddeel in ogenschouw nemen, moeten we wel concluderen dat het democratiseringsproces, hoewel het in veel gebieden gelukkig in gang is gezet en nog steeds doorgaat, erg zwak blijft. Dat is een feit.

Het is onze taak om de democratisering zo veel mogelijk te steunen. Daaronder vallen onder andere onze activiteiten in het kader van onze waarnemingsmissies bij parlementaire of presidentsverkiezingen, en ook financiële hulp. Onze aanwezigheid ter plaatse, waarbij we de bevolking bewust maken van wat democratie precies is en uitleggen hoe ze daar nu na een moeilijke voorbereidingstijd een eigen rol in kunnen spelen, is een onderneming die het zeker waard is om in te investeren, wat we dan ook doen. Ik vind dat we daar niet op moeten beknibbelen. Integendeel, we moeten genereus zijn. Het gaat om de toekomst van Afrika.

 
  
MPphoto
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, sinds een aantal maanden is in Mauritanië de politieke situatie gespannen en staat een groot deel van het parlement tegenover de president van Mauritanië. Toen op 6 augustus 2008 president Abdallahi verschillende legerchefs had ontslagen, beantwoordde het leger dit met een snelle staatsgreep zonder bloedvergieten. Op dit moment zit de gekozen president nog gevangen in een gastenvilla. Hierbij moet worden opgemerkt dat ook de premier is gearresteerd, terwijl andere instellingen, zoals het gekozen parlement, ongemoeid zijn gelaten.

Drie jaar geleden, op 3 augustus 2005, hebben deze zelfde generaals – toen nog kolonels – een soortgelijke staatsgreep gepleegd tegen het twintig jaar oude regime van kolonel Ould Taya, die zelf door een staatsgreep aan de macht was gekomen.

Toch verschilt de recente machtsovername radicaal van die van 2005, die een einde maakte aan een dictatoriaal regime en resulteerde in een voorbeeldige overgang naar de democratie die door de Europese Unie krachtig politiek en financieel werd gesteund. Deze overgang via een reeks vrije en eerlijke verkiezingen bracht de eerste democratisch gekozen instellingen in Mauritanië aan de macht, waarvan het functioneren nog steeds verbetering behoeft.

Vanaf de eerste dag van de coup is onze positie duidelijk geweest. Commissaris Michel heeft de staatsgreep krachtig veroordeeld en gevraagd om de vrijlating en hernieuwde installering van president Abdallahi en om een snelle terugkeer naar grondwettelijk bestuur. De hele internationale gemeenschap nam vervolgens vrijwel dezelfde positie in.

De nieuwste beslissingen van de militaire junta – die zichzelf heeft uitgeroepen tot “Hoge Staatsraad” – om de machtsovername te formaliseren en een nieuwe premier en regering te benoemen, vormen nu een serie stappen in de verkeerde richting die tegen de eisen van de internationale gemeenschap ingaan.

Mijns inziens vormt deze coup een ernstige en duidelijke inbreuk op de essentiële onderdelen van de Overeenkomst van Cotonou met betrekking tot de democratische beginselen en de rechtsstaat. Daarom heeft de Commissie op 2 september 2008 een mededeling aan de Raad aangenomen over het openen van overleg met Mauritanië op grond van artikel 96 van de Overeenkomst van Cotonou.

Op basis van de resultaten van het overleg zullen passende maatregelen worden voorgesteld. Maar gezien de negatieve gevolgen die maatregelen voor de bevolking kunnen hebben, hopen we nog steeds dat er een aanvaardbare oplossing zal worden gevonden zonder dat dit strategisch zo belangrijke land, zoals velen van u hebben gezegd, geïsoleerd hoeft te worden.

Ondertussen zullen we de ontwikkelingen in Mauritanië blijven volgen en de inspanningen van de Afrikaanse Unie om in het land de constitutionele orde te herstellen volledig blijven steunen.

Nu wil ik kort ingaan op een tweetal vragen. Het is in deze fase nog te vroeg om op de details in te gaan van passende maatregelen die moeten worden genomen met betrekking tot specifieke samenwerkingsprojecten of -gebieden. Ik denk dat we moeten wachten op de resultaten van het overleg in het kader van artikel 96 van Cotonou, en het zou ook goed zijn, mevrouw Isler Béguin, om met een delegatie daarheen te wachten. Eerst moet het overleg in het kader van artikel 96 van Cotonou van start gaan.

Tot slot zijn er twee belangrijke projecten; het ene is een nog lopend project van het Europees Ontwikkelingsfonds (ten bedrage van 4,5 miljoen euro) voor steun aan het maatschappelijk middenveld, en het andere behelst de steun die is gepland voor investeringen in democratie en mensenrechten (ten bedrage van 300.000 euro). Deze zullen waarschijnlijk worden voortgezet in het geval van een gedeeltelijke bevriezing van de samenwerking. Dus bevinden we ons op dit moment in een stadium waarin we ons naar ons oordeel op de Overeenkomst van Cotonou moeten beroepen en er “96”-overleg moet worden gevoerd, en daarna zien we verder.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt plaats aan het einde van het debat.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Helaas is eerbiediging van de mensenrechten in Afrikaanse landen een onderwerp dat nooit weg is geweest. Voor veel Europeanen is eerbiediging van de mensenrechten een geschenk waar ze mee werden geboren. Ik kom uit een land waar het communisme in Europa het strengst was, waar mensenrechten niet erg hoog op de agenda van de leiders stonden. Ik kan niet zeggen dat er na achttien jaar democratie helemaal geen mensenrechtenschendingen meer voorkomen, maar de situatie is veel beter dan tijdens de jaren van het communisme.

Voor het broze werelddeel Afrika, met een eeuwenoude geschiedenis die de mentaliteit van de bevolking ingrijpend heeft beïnvloed, dreigt nu ook de destabilisatie van een hele regio als gevolg van de staatsgreep door de militaire leiders van Mauritanië. Ze hebben de democratische beslissing van 2007 van het Mauritaanse volk, dat zijn eerste president op een democratische manier had gekozen, feitelijk tenietgedaan. Eerbiediging van de rechtsstaat is de eerste, fundamentele vereiste voor democratie.

Het nieuwe regime in Mauritanië heeft niet de steun van de bevolking en vertegenwoordigt de exclusieve wens van een beperkte groep mensen. De internationale gemeenschap heeft de plicht ervoor te zorgen dat de zaken in dit land niet verder verslechteren, zowel met het oog op de veiligheid van de bevolking als op de stabiliteit van de hele regio, waar terrorisme een reële bedreiging vormt.

 
  

(1)Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid