Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0064(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0319/2008

Ingediende teksten :

A6-0319/2008

Debatten :

PV 22/09/2008 - 21
CRE 22/09/2008 - 21

Stemmingen :

PV 23/09/2008 - 5.4
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0417

Volledig verslag van de vergaderingen
Maandag 22 september 2008 - Brussel Uitgave PB

21. Europees Jaar van de creativiteit en innovatie (2009) (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0319/2008) van Katerina Batzeli, namens de Commissie cultuur en onderwijs, over het voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie (2009) [COM(2008)0159 - C6-0151/2008 - 2008/0064(COD)]

 
  
MPphoto
 

  Κaterina Batzeli, rapporteur. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het komend jaar is uitgeroepen tot het jaar van de creativiteit en innovatie en sluit volledig aan bij de doelstellingen en prioriteiten van de Europese Unie voor de ontwikkeling van de Europese kennismaatschappij, die het fundamentele antwoord van het Europa van de Zevenentwintig is op de door de globalisering veroorzaakte economische en sociale uitdagingen. Met de globalisering wordt op provocerende wijze geprobeerd enkel en alleen de economie en enkel en alleen de winstverdeling in het middelpunt van de ontwikkelingen te plaatsen, soms zelfs op illegale wijze.

Als wij willen dat de globalisering zich ontwikkelt tot een billijk groeibeleid, tot een beleid waarmee de economische en sociale baten worden verdeeld over alle regio’s, moeten wij de mens in het middelpunt ervan plaatsen en alle burgers, waar dan ook ter wereld, dezelfde toegangskansen geven.

Terecht hebben wij ervoor gekozen om innovatie en creativiteit met elkaar te combineren en uit te roepen tot de belangrijkste dimensie van het Europees jaar 2009. Aldus wordt, door middel van de zogenaamde “kennisdriehoek”: onderwijs, onderzoek en innovatie en creativiteit, de burger de hoofdpijler van het ontwikkelingsmodel van de Europese Unie.

Het besluit om 2009 uit te roepen tot het Europees jaar van de creativiteit en innovatie is in politiek opzicht zeer zeker ook het verlengstuk van het Europees jaar van de interculturele dialoog, dat wij, mijnheer Figel’, ook met uw deelneming nu op zeer succesvolle wijze ten uitvoering brengen.

Mobiliteit van kennis en creativiteit zijn namelijk een vast onderdeel van een open, interculturele dialoog, een dialoog die zich niet mag beperken tot culturele veelvoud maar zich ook moet uitstrekken tot partnerschappen tussen ondernemingen, tot beroepssamenwerking, sociale convergentie en toenadering tussen de burgers van de Europese Unie op onderwijsgebied.

Daarom is het onontbeerlijk dat allen – sociale partners, kleine en middelgrote bedrijven, onderwijs- en beroepsinstanties en communautaire, nationale en regionale autoriteiten – duidelijke verbintenissen aangaan en in het geweer komen.

De belangrijkste motor achter alle activiteiten in 2009 zal worden gevormd door de onderwijsprogramma’s op nationaal en Europees niveau, de communautaire programma’s voor levenslang leren, de onderwijs- en opleidingsmaatregelen van zowel het Sociaal Fonds als de andere structuurfondsen en de nationale onderwijsprogramma’s die deel gaan uitmaken van de activiteiten van dit jaar.

Hieronder vallen de volgende sectoren: cultuur, communicatie, arbeidsmarkt, jeugd, vrouwen, migranten, lokale en regionale instanties, toeristische industrie, midden- en kleinbedrijf.

Besloten is dat deze samenwerking moet berusten op jaar- en meerjarenprogramma’s met financieringsplannen voor de projecten. Het Parlement had echter liever gezien dat dit jaar een eigen begroting had gekregen, zoals ook het geval was met het jaar van de interculturele dialoog, en heeft daarom amendementen ingediend om tenminste de financiering voor dit jaar te verzekeren, niet met het communautaire programma voor levenslang leren, maar met alle programma’s en alle sectorale acties. Dankzij dit voorstel zullen innovatie en creativiteit niet ten koste gaan van de onderwijsprogramma’s maar worden geïntegreerd in alle communautaire programma’s.

Tot slot wil ik de commissaris, de diensten van de Commissie, het Sloveense en Franse voorzitterschap bedanken voor de open dialoog en samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Ján Figeľ, Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn dank uitspreken aan mevrouw Batzeli, de Commissie cultuur en onderwijs en alle leden voor hun steun en hun amendementen op en verbeteringen in de oorspronkelijke tekst, die tot doel hadden de tekst te versterken en diverse aspecten van een mogelijk Europees Jaar van de creativiteit en innovatie te beklemtonen.

De Commissie kan de tekst zoals hij nu is, van ganser harte steunen. Dit initiatief is een antwoord op de verzoeken van dit Parlement en de lidstaten om de banden tussen onderwijs en cultuur te versterken. Door ons te richten op creativiteit en menselijke talenten wil de Commissie benadrukken dat we weliswaar inspiratie kunnen putten uit het verleden door te leren van ons rijke Europese en werelderfgoed, maar dat bezig zijn met cultuur in de eerste plaats een ervaring moet zijn die het natuurlijke potentieel van mensen helpt te ontplooien en helpt hun actieve participatie te bewerkstelligen. Creativiteit en het vermogen tot innovatie zijn competenties die met elkaar samenhangen en zo breed mogelijk moeten worden bevorderd door levenslang leren.

We hebben allemaal creativiteit en het vermogen tot innovatie in ons. Eenieder heeft weer andere talenten, of we nu professionele artiesten zijn of amateurs, leraren of ondernemers, van welgestelde of van arme komaf.

Stimulering van dit potentieel kan sociale uitdagingen helpen oplossen en kan ook de toekomst van Europa in de geglobaliseerde wereld helpen vormgeven, zoals mevrouw Batzeli zojuist heeft gezegd. Dit Europees Jaar zal gelegenheid bieden om het feit naar voren te halen dat het Parlement, samen met de Raad en de lidstaten, al een handvest heeft opgesteld voor een evenwichtige aanpak van het onderwijs, in de vorm van de aanbeveling met betrekking tot de sleutelcompetenties voor levenslang leren. We hebben dit handvest in december 2006 aangenomen en het zal ons richtsnoer zijn gedurende dit jaar. Een van de opvallende elementen van dit handvest is de definitie van competenties als een combinatie van ‘kennis, vaardigheden en attitudes’, en we zijn van plan het Jaar te gebruiken om in het bijzonder de kwestie van de attitudes naar voren te halen, waar Europa duidelijk het hardst aan moet werken.

Toen het voorgestelde Europees Jaar aanvankelijk zeer informeel met de Commissie cultuur werd besproken, heeft mevrouw Pack benadrukt dat dit een Europees succesverhaal was en een goed verhaal om in een verkiezingsjaar (2009) aan de kiezers voor te leggen. Met dit in gedachten wil ik het Parlement en ons allemaal aansporen om echte ambassadeurs voor creativiteit en innovatie te worden, niet alleen in 2009, maar ook daarna.

 
  
MPphoto
 

  Mihaela Popa, namens de PPE-DE-Fractie. (RO) Zoals u weet komt het voorstel van de Europese Commissie om het jaar 2009 uit te roepen tot het Europees Jaar van creativiteit en innovatie in de context van het toekennen van een thema aan elk jaar, om zo de nadruk op het belang hiervan te leggen. Europa moet het accent leggen op haar creatieve en innovatieve vermogen om een mobiel Europa het hoofd te kunnen bieden, en het bestempelen van het Europees jaar met dit thema is een goede gelegenheid om het publiek te informeren over de goede praktijken op dit gebied en om het politiek debat te stimuleren.

Het algemene doel van het Europees jaar 2009 is om de creativiteit te bevorderen als motor voor innovatie en als sleutelfactor in de ontwikkeling van persoonlijke, beroepsmatige, zakelijke en sociale competenties middels het blijven leren gedurende de gehele levensloop. Creativiteit en het vermogen tot innovatie zijn waarden die naarmate wij deze gebruiken steeds waardevoller worden. Hoe meer wij deze gebruiken, hoe efficiënter zij zullen worden. Om echter tot een succes te komen is speciale aandacht vereist, en gunstige omstandigheden.

In 2009 zal het heel belangrijk zijn dat iedere lidstaat, met inachtneming van het principe van subsidiariteit en evenredigheid, activiteiten bevordert die meer participatie van jongeren met zich meebrengen, en van mannen en vrouwen in gelijke mate, aangezien het bekend is dat vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in activiteiten van wetenschap en onderzoek. Eveneens is het nodig dat bij deze activiteiten personen met een handicap, die een groot creatief potentieel hebben, worden betrokken.

De Europese Volkspartij steunt de innovatie op Europees niveau en maakt dit een prioriteit middels de oprichting van het Europees Instituut voor innovatie en technologie. Wij menen echter dat het niet voldoende is ons alleen te baseren op het creatieve en innovatieve vermogen dat mensen is aangeboren, maar dat wij activiteiten moeten organiseren en evenementen moeten creëren. In deze context steunen wij de aanneming van het ontwerpverslag betreffende het Europees Jaar van Creativiteit en Innovatie 2009, waarover met de Europese Commissie en de Raad is onderhandeld. Bovendien is het essentieel om een set maatregelen te lanceren die deze inspanningen moeten voortzetten, ook na afsluiting van het Europees Jaar van creativiteit en innovatie en, zoals mijnheer de commissaris al zei, om als leden van het Europees Parlement daadwerkelijk ambassadeurs van creativiteit te zijn.

 
  
MPphoto
 

  Christa Prets, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, terwijl het Europees Jaar van de interculturele dialoog nog loopt, denken we al na over het Jaar van de creativiteit en innovatie. Dat is ook goed, want beide onderwerpen vullen elkaar aan. Het is heel belangrijk omdat er veel creativiteit en innovatievermogen voor nodig is om een interculturele dialoog tot stand te brengen, in praktijk te brengen en in ons leven te integreren. We moeten er nu mee beginnen, zodat we naadloos kunnen overgaan naar het volgende jaar en aan de nieuwe eisen kunnen voldoen. Creativiteit moet immers worden gezien als een motor voor innovatie en als een sleutel voor de ontwikkeling van persoonlijke, professionele, zakelijke en sociale competenties.

Een bijzondere betekenis moet daarbij worden toegekend aan levenslang leren. Europa moet zijn creativiteit en innovatievermogen vergroten, zodat het zich kan instellen op de uitdagingen van de internationale concurrentie en de snelle technologische veranderingen en ontwikkelingen en daarop kan reageren. Hier is nog het nodige te doen. Als ik aan het programma voor onderzoek en ontwikkeling denk en aan het budget dat elk land daarvoor beschikbaar zou moeten stellen – namelijk 3 procent van het BBP – zijn we er nog lang niet. Kijken we naar andere landen, zoals de Verenigde Staten en China, die aanmerkelijk meer investeren in onderzoek en ontwikkeling, dan weten we ook welke hiaten in Europa nog moeten worden opgevuld.

Er is ook erg veel creativiteit en innovatievermogen nodig om de financiën hiervoor te vinden. Die zouden bij dit programma wel van pas zijn gekomen. Helaas moet dit programma het zonder financiële middelen stellen. De lidstaten – en ook de organisaties en instellingen – moeten nu zelf maar zien hoe ze prioriteiten stellen en hoe ze die financieren. Uiteraard moeten ze daarbij gebruik maken van de daartoe bestemde subsidieprogramma’s van de EU. Voor extra innovaties en extra activiteiten waren echter extra financiële middelen nodig geweest. Dat had beslist gemoeten.

Ook is het erg belangrijk om een nauwe relatie tot stand te brengen tussen artistieke activiteiten, scholen en universiteiten. Ook kunst en cultuur hebben steun en aanmoediging nodig om aan creativiteit gestalte te geven. De ideeën zijn er meestal wel, maar het ontbreekt aan middelen om ze in praktijk te brengen. Heel belangrijk is ook dat we de evaluatie niet vergeten – dat geldt voor het Jaar van de interculturele dialoog, voor het Jaar van de mobiliteit, voor alle activiteiten die in elkaar grijpen – zodat we na afloop weten wat het voor de mensen heeft opgeleverd en hoe we voor de burgers duidelijk en inzichtelijk kunnen maken dat al deze prioriteiten uiteindelijk een positief effect hebben, zowel voor henzelf als voor de ontwikkeling van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula, namens de ALDE-Fractie. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, het is mij een waar genoegen vandaag te spreken, omdat de beste ondervoorzitter van het Parlement, Marek Siwiec, de vergadering leidt en de uitstekende commissaris Ján Figel’ hier aanwezig is, en omdat het onderwerp – creativiteit en innovatie – zeer interessant is, ook al kan men zich altijd, wanneer hierover wordt gesproken, afvragen wat creativiteit en innovatie eigenlijk betekenen.

Het lijkt er vaak op dat het slechts woorden zijn waar weinig inhoud aan gegeven kan worden. Als ik antwoord zou moeten geven op de vraag wat creativiteit is, dan weet ik in ieder geval één antwoord, waarvan wordt beweerd dat de Finse componist Sibelius het heeft gegeven: creativiteit is pijn.

In Europa zijn wij natuurlijk niet bang voor pijn als die zorgt voor meerwaarde, iets wat ons als naties en als Europa verder brengt. Dat is volgens mij het hoofddoel van dit Europese themajaar: het bieden van enige meerwaarde aan de Europese werkelijkheid.

Hoe bevorderen wij creativiteit en innovatie? Zoals de Voorzitter weet, krijgt uw land, Polen, het Europees Instituut voor innovatie en technologie. Dat is zeker een factor op dit gebied die de lidstaten van de Europese Unie zal aanmoedigen om door middel van verscheidene prikkels nieuwe meerwaarde en innovaties te creëren.

Wij weten echter dat bestuurlijke besluiten niet voor innovatie of creativiteit zorgen. Wat wij hier ook besluiten, er zullen niet direct innovatie of creativiteit uit die besluiten voortvloeien. In plaats daarvan hebben we middelen en de juiste voorwaarden nodig op universiteiten, scholen en in verschillende sectoren van onze samenleving, zodat mensen zich kunnen concentreren op het creëren van iets nieuws, de beste praktijken kunnen uitwisselen en zich kunnen losmaken van stereotypen die hen ervan weerhouden dingen op een nieuwe manier te benaderen.

Dit is voor ons een grote uitdaging, omdat wij allemaal weten dat de onderwijsinstellingen in onze eigen landen in veel gevallen uit oude tradities voortkomen. Er zijn bepaalde tradities onderwezen, een bepaalde waarheid, maar het is in zekere zin nodig zaken in twijfel te trekken en vanuit pluralistisch oogpunt te bekijken. Wij moeten beseffen dat wij door kritisch te zijn en van mening te verschillen, door de paradigma’s en bepaalde waarheden uit te dagen, erin kunnen slagen nieuwe meerwaarde te creëren.

Ik weet dat de commissaris alle lidstaten zeker zal aansporen nationale innovatiestrategieën te presenteren voor de wijze waarop zij van de lagere school tot en met de universiteit studenten gaan helpen nieuwe ideeën te ontwikkelen of ruimte gaan scheppen voor nieuwe manieren van denken, gebaseerd op een programma van levenslang leren.

Dit is een belangrijke zaak en ik denk dat de belangrijkste bijdrage van dit Europese themajaar zal zijn dat creativiteit, innovatie en nieuwe manieren van denken de kern van het debat worden. Misschien leidt dat tot innovatie en nieuwe meerwaarde en misschien wel tot productisering, want de economie is van groot belang in de Europese Unie. Dank u wel, mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 

  Mieczysław Edmund Janowski, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, Paul Gauguin deed ooit de volgende uitspraak: "Ik sluit mijn ogen om te kunnen zien". We willen beter zien, beter begrijpen en beter optreden. Daartoe moeten alle vaardigheden en talenten worden gestimuleerd die diep in ieder van ons verborgen zitten. Het is van vitaal belang dat we alle creativiteit in de Europese samenleving benutten om een antwoord te kunnen bieden op de mondiale uitdagingen waarvoor we staan. De Europese bevolking vertegenwoordigt minder dan 8 procent van de wereldbevolking. De inwoners van andere landen en regio's zitten niet stil en hebben niet minder talent dan wij. Om die reden zou ik namens de Fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten het initiatief willen steunen om het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie uit te roepen.

Ik zou het echter bijzonder jammer vinden als dit jaar zomaar een activiteit op zich zou zijn. We moeten alles in het werk stellen om te verhinderen dat de kansen en talenten verloren gaan die nodig zijn om nieuwe en positieve waarden te creëren op tal van domeinen, zoals technologie, ondernemerschap, financiën, maar ook sociale en andere aangelegenheden. We kunnen het ons niet veroorloven om de vaardigheden, de talenten en het harde werk van duizenden getalenteerde Europeanen te verspillen. Dit geldt zowel voor jongeren en ouderen als voor burgers met een handicap. We moeten al het mogelijke doen om de procedures voor de tenuitvoerlegging van innovatieve oplossingen te vereenvoudigen. Ik doe een oproep aan het Parlement om het zevende kaderprogramma hiervoor te gebruiken.

 
  
MPphoto
 

  Mikel Irujo Amezaga, namens de Verts/ALE-Fractie. – (ES) Om te beginnen wil ik de Commissie bedanken voor haar voorstel, en de rapporteur, mevrouw Batzeli, voor een verslag dat vrijwel unanieme steun heeft gekregen van onze commissie, steeds met uitzondering van één lid, dat permanent heeft tegengestemd. .

Enerzijds moet ik zeggen dat mijn land, Baskenland, dit jaar het Jaar van de innovatie viert, op basis van concepten die al in 2007 zijn goedgekeurd, en ik denk dat zeker een aantal daarvan kunnen worden geëxtrapoleerd.

Een van die concepten zou het bevorderen van kritische en vrije gedachtevorming in de samenleving kunnen zijn. Het Jaar moet aandacht vragen voor dit aspect. Een gedachtevorming die het wetenschappelijk denken en de ontwikkeling van de rede in het publieke debat moet stimuleren om veranderingen in de organisaties en instellingen op ons grondgebied te vergemakkelijken en hun bijdrage aan de opbouw van een modern, solidair, open en innovatief continent mogelijk te maken.

Anderzijds zou het Jaar van de creativiteit en innovatie een concept van open innovatie moeten bevorderen: innovatie die niet alleen is gebaseerd op interne capaciteiten, maar gebruik maakt van alle mogelijke bronnen – gebruikers, aanbieders, netwerken – en die, het product en de technologie overstijgend, ook rekening houdt met de ontastbare en in het algemeen talrijke dimensies die tot creatie van waarde leiden.

Evenzo zou dit jaar innovatie naar alle niveaus moeten brengen: een innovatie die alle regeringen bereikt, en dan bedoel ik niet alleen de regeringen van de lidstaten en regio’s en bestuursorganen die niet tot de staat behoren, die gedurende het jaar al veel te zeggen hebben. En ik wil de Commissie dringend vragen om daar ook rekening mee te houden.

Innovatie moet zich ook uitstrekken tot alle organisaties en instellingen, zoals ik al heb gezegd, zowel publieke als private organisaties en instellingen, met of zonder winstoogmerk, en tot alle aspecten van het leven, en met name moeten sociale innovatie en innovatie in dienst van een duurzaam milieu worden bevorderd.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS ROCA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Železný, namens de IND/DEM-Fractie. - (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik ben lid van het Europees Parlement namens een voormalig communistisch land. Tot onze grote verbazing krijgen we hier in de EU datgene dat we allang achter ons gelaten dachten te hebben, opnieuw voor de kiezen. Een naar déjà-vu-gevoel geeft dat. Ik heb de volledige communistische tijd in mijn land aan eigen lijve meegemaakt en ons leven toentertijd was zorgvuldig opgedeeld in jaren, maanden, weken en dagen die aan iets of iemand gewijd waren. We hadden het jaar van de volkscultuur, de maand van het boek, de maand van de vriendschap tussen Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie, de week van de kosmos, de dag van de mijnarbeider, kortom, elke morgen als we wakker werden behoorde onze dag, week of maand toe aan iemand anders dan onszelf. Ons leven was één grote campagne. De bedoeling was om met die campagnes het tekort aan vrijheid, sinaasappels en vlees te verdoezelen. In de Europese Unie hebben we genoeg sinaasappels en vlees, maar desondanks begaat de Europese Unie dezelfde fout. Ze probeert de benodigde resultaten niet met behulp van geduldige en gedegen arbeid te boeken, maar met behulp van campagnes.

Hoe denkt de Europese Unie hiermee meer creativiteit op te wekken? Creativiteit is een product van vindingrijkheid, talent en een geniaal of op z'n minst goed idee. Met dit initiatief krijgen we er alleen maar een paar honderd tevreden NGO's bij. Laten we wel zijn, NGO's zijn een uitwas van onze democratie: mensen die door niemand zijn verkozen en die door niemand geautoriseerd ons geld opsouperen. Ze doen per slot van rekening toch zo‘n goed werk? Het zal hen absoluut niet moeilijk vallen om de begroting van deze eenjarige campagne op te maken. Met gemak jagen ze het geld van de belastingbetaler erdoorheen aan duizenden folders, bergen posters, evenementen en workshops. Maar met de creativiteit zijn we na dat ene jaar geen enkele stap verder. Mijnheer de Voorzitter, ik heb een voorstel. In plaats van een Jaar van innovatie en creativiteit zou ik graag een jaar willen uitroepen van gewone, niet door enige campagne gestoorde arbeid. Een jaar zonder campagne, wat een opluchting zou dat zijn. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Thomas Wise (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de algemene doelstelling van het Europees Jaar 2009 is “het bevorderen van creativiteit voor eenieder als drijvende kracht voor innovatie en als doorslaggevende factor voor de ontwikkeling van persoonlijke, professionele, ondernemers- en sociale vaardigheden middels levenslang leren”. We hebben het echter altijd over nieuwe wetgeving. Een tegenwerkende staat die verzandt in wetgeving en bureaucratie, verstikt de creativiteit en het ondernemerschap onder zijn burgers. België bijvoorbeeld zal waarschijnlijk nooit een Joe Meek of een Richard Branson voortbrengen. En laten we eerlijk zijn, Sœur Sourire heeft nooit echt op gelijke hoogte gestaan met de The Beatles of the Rolling Stones.

Terwijl de Commissie in haar nadagen is en straks tot het verleden behoort, blijven de grote werken van de Europese cultuur bestaan als onderling nauw verbonden inspiratiebronnen. Laten we onze artiesten niet smoren met nog meer wetgeving. Zoals de grote Ral Donner ooit treurde: ‘You don’t know what you’ve got until you lose it, uh-huh, oh yeah!’ Je beseft pas wat je hebt, wanneer je het verliest!

 
  
MPphoto
 

  Pál Schmitt (PPE-DE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het Europees Jaar van creativiteit en innovatie is een uitstekende gelegenheid om de aandacht van de burgers te vestigen op de activiteiten van de Unie op het gebied van onderwijs en onderzoek, in het bijzonder met betrekking tot het programma voor levenslang leren.

Het programma voor levenslang leren sluit naadloos aan bij de strategie van Lissabon en de belangrijkste doelstellingen daarvan zijn de totstandbrenging van een op kennis gebaseerde maatschappij, de toename van het concurrentievermogen, de stimulering van de economie en het creëren van nieuwe banen.

Als we het over creativiteit hebben, hebben we de neiging om alleen maar aan wetenschappers, ingenieurs, ontwerpers of vakmannen te denken. Het begrip creativiteit heeft echter naast economische en technologische innovaties nog een andere, gemakkelijkere betekenis die misschien ook wel dichter bij ons staat, namelijk creativiteit in artistieke zin.

In grote mate zijn het de kunstenaars die bijdragen aan een compleet leven door ons steeds opnieuw in vervoering brengen, of het nou gaat om de schilderkunst, beeldhouwkunst, literatuur, zang, theater, grafische vormgeving, fotografie, design of zelfs de filmkunst die grote massa’s bereikt. Kunstenaars en hun creaties zijn bepalend voor de kwaliteit van ons leven.

Het Jaar van creativiteit is een goede gelegenheid om erkenning en respect te uiten jegens de personen die onze directe leefomgeving zichtbaar maken en de smaak, het waardeoordeel en de eisen van de Europese jeugd in positieve zin beïnvloeden.

Ik geef toe dat er een grote behoefte bestaat aan innovatieve en creatieve technieken die revolutionaire veranderingen teweegbrengen. We zijn verrukt door prachtige auto’s, wonderbaarlijke communicatiemiddelen en de resultaten van wetenschappelijk en innovatief onderzoek, maar wat zou het leven waard zijn zonder de mooie kunstwerken, beeldhouwwerken, grafische kunst, textiel, creatieve muziekstukken en literaire werken die ons omringen?

Ik hoop van ganser harte dat ook de morele en financiële waardering van de cultuur zal worden opgenomen in de programma's van de Europese Unie, met name de kunstwerken die bijdragen aan het gevoel van trots dat is verbonden met de Europese identiteit, waardoor we het allemaal net iets fijner vinden om Europeaan te zijn.

Staat u mij ten slotte toe, hoewel ik tot nu toe over kunst heb gesproken, mijn hoop uit te spreken dat het onlangs in Boedapest geopende Europese Instituut voor Innovatie en Technologie ook een effectieve bijdrage zal leveren aan het succes van dit jaar. Bedankt voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Leopold Józef Rutowicz (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de toenemende consumptie en de stijgende behoefte aan middelen voor economische ontwikkeling, gezondheidszorg en cultuur in het licht van de voortschrijdende mondialisering is in toenemende mate afhankelijk van de doeltreffendheid van het onderwijs, van de organisatie van activiteiten om in het dagelijks leven creativiteit en innovatie aan te moedigen, van de ontwikkeling van betere organisatiemodellen en financiële modellen voor de tenuitvoerlegging van innovatieve oplossingen, alsook van ideeën om de productiviteit te verhogen, de kwaliteit te verbeteren, meer werkgelegenheid te creëren, de kosten te verminderen en het concurrentievermogen te bevorderen.

Een belangrijk aspect in dit verband is de ontwikkeling van onderwijs dat bijdraagt tot creatief denken. Hieronder valt ook levenslang leren. Dit innovatief denken zou ook door de media moeten worden ondersteund, bijvoorbeeld door opmerkelijke prestaties in beeld te brengen en respect te tonen voor diegenen die iets moois hebben bereikt. Innovatie in de economie, op alle niveaus van lokaal bestuur, kan tot veel inzet en betrokkenheid leiden, op voorwaarde dat de bestaande administratieve hindernissen uit de weg worden geruimd en dat alle burgers volledig in de maatschappij kunnen integreren. Dit laatste is evenwel in belangrijke mate afhankelijk van de politici.

Het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie in 2009 mag niet alleen een jaar van denken zijn, maar moet ook concrete en creatieve acties opleveren. De ontwerpverordening is een noodzakelijk document en de voorgestelde wijzigingen hebben weinig invloed op de essentie van de tekst. Ten slotte zou ik mevrouw Batzeli nog van harte willen bedanken voor haar verslag.

 
  
MPphoto
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, creativiteit en innovatie zijn van vitaal belang voor kenniseconomieën als de Europese economie. Om de uitdagingen van de mondialisering te kunnen aangaan en de kansen te benutten die deze evolutie met zich meebrengt, moeten we resoluut voor een innovatieve en creatieve benadering kiezen.

Economische activiteit is slechts een van de domeinen waar creativiteit en innovatie aan de basis liggen van succes en in veel gevallen een beslissend concurrentievoordeel opleveren. Zonder deze factoren kan er nauwelijks sprake zijn van producten of diensten die tegemoet komen aan de toenemende verwachtingen van de consumenten. Ik ben bijgevolg van mening dat in de plannen van de Europese Commissie meer nadruk moet worden gelegd op de grotere betrokkenheid van bedrijven, in het bijzonder door rekening te houden met de ervaring die zij hebben opgedaan door hun voordeel te doen met het potentieel dat door menselijke innovatie en creativiteit wordt geboden.

Creativiteit en innovatie zijn niet zo eenvoudig aan te leren, maar kunnen wel worden aangemoedigd. Onderwijs is bijzonder belangrijk om de ontwikkeling van deze vaardigheden te stimuleren. Het gaat in deze context echter niet alleen om onderwijs in scholen en aan universiteiten. Het is van belang dat creativiteit en innovatie op elk onderwijsniveau worden bevorderd, via verschillende vormen van onderwijs en gedurende het hele beroepsleven tot aan de pensionering. Bij het aanmoedigen van innovatie en creativiteit moeten we eveneens ons voordeel doen met de ervaring die in het kader van bestaande onderwijsprogramma's en andere initiatieven is opgedaan. Dat geldt met name voor projecten met een grensoverschrijdend karakter.

Ik ben ervan overtuigd dat het initiatief om 2009 tot Europees Jaar van de creativiteit en innovatie uit te roepen ons niet alleen zal helpen om het bewustzijn van de burgers te versterken, om informatie over goede praktijken te verspreiden en onderzoek en creativiteit aan te moedigen, maar ook en vooral om een discussie op gang te brengen over passende beleidsmaatregelen en over de veranderingen die er moeten komen opdat creativiteit en innovatie op meer steun kunnen rekenen van het bedrijfsleven, de Europese instellingen en de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Jerzy Buzek (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het valt niet vaak voor dat ik in dit Parlement kan meedelen dat ik het volkomen eens ben met alle vorige sprekers. Elk van hen heeft duidelijk en overtuigend uiteengezet waarom dit jaar belangrijk is. Vooral de heer Janowski heeft zijn standpunt enkele minuten geleden erg helder verwoord. Ik ga echter ook akkoord met de Parlementsleden die vrezen dat dit mogelijk het zoveelste jaar is dat geen tastbare resultaten zal opleveren. Als we dergelijke waarschuwingen niet elk jaar willen herhalen, komt het erop aan om een aantal concrete stappen te nemen.

Een voorbeeld van zo'n concrete stap is duidelijk aangeven dat we op deze manier onze hoofdprioriteit, de Lissabon-strategie, verwezenlijken. Daar heeft nog niemand met een woord over gerept. Nochtans is dit een uiterst belangrijke aangelegenheid. In de Lissabon-strategie wordt voor het eerst een verband gelegd tussen technologische en economische kwesties enerzijds en artistieke aspecten anderzijds. Als we concrete stappen willen nemen, moet dat volgens mij op twee niveaus gebeuren.

Het eerste niveau (ik maak gebruik van het feit dat de heer Figel’ hier vandaag aanwezig is en dat hij bevoegd is voor onderwijs en opleiding) is onderwijs. We zouden de situatie in de Europese Unie aan een grondige analyse moeten onderwerpen. Vormt het examen aan het einde van het secundair onderwijs echt een stevige basis voor creatief denken bij jongeren die de middelbare school verlaten? Er moet een echt overzicht worden opgesteld van de huidige toestand in Europa. Het ontbreekt ons enerzijds aan esthetische gevoeligheid en anderzijds aan wiskundige en wetenschappelijke capaciteiten. Daarvoor is binnen de traditionele humane wetenschappen geen ruimte. Dit is een probleem dat ook door de Europese Vereniging van Universiteiten geregeld aan de orde wordt gesteld.

Ik zou nog een laatste belangrijke kwestie willen aanstippen. Wat de middelen betreft, is er al vaak sprake geweest van de toekenning van middelen op Europees niveau. We moeten er absoluut voor zorgen dat we aan het einde van dit jaar een verslag hebben met concrete gegevens, niet alleen over de stand van zaken in de afzonderlijke lidstaten, maar ook over de aspecten die nog ontbreken en over de beste manieren om te vergelijken. Dit is van groot belang, aangezien er tot dusver op Europees niveau nog nooit een dergelijke vergelijking is gemaakt. Deze benadering zal ons eveneens helpen om de Lissabon-strategie efficiënt ten uitvoer te leggen.

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) Mijnheer Figeľ, ik ben blij dat u vandaag bij dit debat aanwezig bent, aangezien uw levenservaring in veel opzichten op die van mij lijkt.

Op grond van mijn eigen ervaring als kunstenaar kan ik stellen dat het wijden van Europese Jaren aan bepaalde thema's zeker bijdraagt tot de bewustwording en de betrokkenheid van het publiek.

Aangezien het Europa van vandaag moet inspelen op de uitdagingen en de kansen van de mondialisering door haar creatieve en innovatieve vermogens te versterken, verwelkom ik het besluit van de Commissie om 2009 uit te roepen tot het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie.

De drijvende krachten achter innovatie zijn mensen en hun professionele vaardigheden, ondernemersvaardigheden en sociale vaardigheden. Levenslang leren verdient dan ook bijzondere aandacht. Ik verwelkom de voorgestelde maatregelen ter bevordering van creativiteit en innovatievermogen in alle stadia van het levenslang leren, van de periode van het beroepsleven tot na de pensionering.

Ik ben ervan overtuigd dat om de doelen voor 2009, die bedoeld zijn om Europa de vruchten te laten plukken van innovatie, te halen, het pakket maatregelen één geheel moet vormen met ander beleid, dat ook na afloop van het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie wordt voortgezet.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE). - (RO) Met het uitroepen van 2009 tot het Europees Jaar van creativiteit en innovatie hebben wij een stellige verplichting op ons genomen. In de Unie heeft 42 procent van de ondernemingen die actief zijn in industrie en diensten innovatieve activiteiten gerapporteerd. In 2003 heeft in Duitsland 65 procent van de bedrijven geïnnoveerd en zijn er 312 octrooien per miljoen inwoners geregistreerd, ten opzichte van 128 gemiddeld in Europa. In Roemenië ontplooit een vijfde deel van de bedrijven innovatieve activiteiten. Daarnaast vormden in 2006, op het niveau van de Unie, de investeringen in onderzoek en innovatie slechts 1,84 procent van het BBP, ten opzichte van de 3 procent die zijn vastgesteld in de Lissabon-strategie.

Investeringen in onderzoek en innovatie zijn niet gegroeid in hetzelfde tempo als het Europees BBP. Ik ben van oordeel dat inspecties, enquêtes, conferenties en informatiecampagnes niet voldoende zijn. Het Europees Jaar van creativiteit en innovatie dient het jaar te worden van de ingeloste beloftes. Voor het bevorderen van creativiteit is adequate financiële steun in het communautaire begroting en in de nationale begrotingen vereist. Mijnheer de commissaris, tezamen met ons, het Europees Parlement de lidstaten, verplicht u zich ertoe dat in 2009 creativiteit en innovatie in Europa daadwerkelijk zullen toenemen.

 
  
MPphoto
 

  Dumitru Oprea (PPE-DE). - (RO) Wij danken allen die ervoor hebben gezorgd dat een van de landen in Centraal- en Oost-Europa het Jaar van creativiteit een jaar eerder kan vieren, daar Boedapest in feite de hoofdstad is van deze nieuwe Europese golf van creativiteit en innovatie. Wij stellen voor, in dezelfde lijn, dat de topuniversiteiten echt de kans krijgen om het Europese beleid te bevorderen door in ten minste één universiteit in ieder land van de laatste twee uitbreidingsgolven, speciale acties te organiseren, waarin deskundigen en specialisten hun zegje kunnen doen. Eveneens stellen wij voor dat de twee of drie toponderzoekers van ieder land van de laatste twee uitbreidingsgolven een rondreis zullen maken langs de vijf topuniversiteiten en -onderzoekscentra in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Marusya Ivanova Lyubcheva (PSE). - (BG) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het uitroepen van het jaar 2009 tot Europees Jaar van creativiteit en innovatie biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van de culturele, wetenschappelijke en economische samenwerking, van de perspectieven die elk land heeft wat betreft de uitwerking van een eigen nationaal programma om het creatieve potentieel van de mensen te stimuleren.

Net zoals levenslange educatie belangrijk is, zo is creativiteit, die de basis vormt van elk innovatief beleid, bepalend voor het genereren van een nieuwe, toegevoegde sociale waarde. Dit beleid toont aan dat wij bouwen op menselijk potentieel en dat wij dit potentieel ook ontwikkelen, en dat het een centrale plaats inneemt. Het is van belang dat er een direct verband wordt gelegd tussen onderwijs, cultuur en wetenschap. Het is van belang dat instellingen samenwerken om hun bereik te vergroten. Creativiteit en innovatie gelden voor alle leeftijden. Het is eveneens van belang dat we de middelen en het maatschappelijke draagvlak bieden om talent te stimuleren. Talent ontwikkelt zich, maar moet wel ondersteund worden, want juist begaafde en getalenteerde creatieve persoonlijkheden vormen de drijvende krachten in de maatschappij.

 
  
MPphoto
 

  Ján Figeľ, Commissie. (SK) Ik wil u graag hartelijke bedanken voor dit interessante debat, waaruit belangstelling blijkt voor innovatie en creativiteit, evenals de steun van het Parlement voor deze agenda. Het viel me op dat het debat werd gedomineerd door leden uit de nieuwe lidstaten, wat op zichzelf al een pluspunt is en waar wellicht het positieve signaal vanuit gaat dat de uitbreiding van de Unie betekent dat nieuwe thema's en feiten zowel vanuit wereldomspannend als vanuit lokaal perspectief worden beschouwd.

Volgens de Amerikaanse socioloog Richard Florida is de sleutel tot een innovatieve samenleving gelegen in de combinatie van de "drie T's": talent, technologie en tolerantie. Iedereen heeft wel tot op zekere hoogte een bepaald talent, en dat is bij iedereen verschillend. De technologie wordt vertegenwoordigd door een computer of een muziekinstrument, of misschien zelfs een rolstoel, als middel om een vaardigheid te ontwikkelen. De derde T, tolerantie, geeft iedereen, ook de zwakkeren en mensen aan de rand van de samenleving, de mogelijkheid om mee te doen in het proces dat leidt tot verbetering, sociale insluiting en nieuwe kennis.

Ik ben blij te horen dat de lijn van 2008 wordt voortgezet, aangezien het ons streven is om op basis van culturele verscheidenheid en interculturele dialoog, een andere dimensie van de culturele agenda te ontwikkelen, te weten de creatieve industrie. Dit helpt ons cultuur te zien als een creatief onderdeel van de samenleving, niet als consument, niet als "iets voor soms", maar als permanent onderdeel van het proces waar de economie op draait. Cultuur levert een bijdrage. Cultuur is niet alleen consumptie. Als we cultuur zo opvatten, zullen onze creatieve industrieën bloeien en voor goede werkgelegenheid en aanzienlijke economische groei zorgen, en dat is precies waar het ook in de Lissabon-strategie om gaat. Bedrijvigheid en cultuur hoeven elkaar niet uit te sluiten maar kunnen elkaar juist op een evenwichtige en verstandige manier aanvullen.

Verder is de overdracht van kennis naar de praktijk van groot belang voor het leerproces. Ons leren is dikwijls op zichzelf staand en versnipperd, waardoor het slecht aansluit op de praktijk. Ik wil niet te lang aan het woord blijven, maar ik wil er wel op wijzen dat we hier een flinke aanmoediging hebben gekregen voor het bedrijfsleven, voor bedrijfsopleidingen en voor de verantwoordelijkheid – die niet alleen bij de Europese Unie ligt maar ook bij de lidstaten – om talent en innovatie te bevorderen en te ondersteunen. Dit alles hangt nauw samen met modernisering van het onderwijsstelsel en levenslang leren.

Tot besluit wil ik graag zeggen dat innovatie niet alleen terugkomt in eindproducten en nieuwe diensten. Innovatie komt ook naar voren in nieuwe manieren van aanpak, nieuwe methoden en nieuwe mentaliteiten. Het belangrijkste voor 2009 is dat we onze kijk op het belang van innovatie en op de waarde van talent en creativiteit veranderen. Ik wil u hartelijk bedanken. Ik verheug me op verdere samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Κaterina Batzeli, rapporteur. - (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat iedereen in deze zaal van harte steun geeft aan het jaar 2009 als het jaar van de creativiteit en innovatie, en dat er politieke overeenstemming over is. Wij hebben geprobeerd om ons geloof in het succes van dit jaar en in het desbetreffend programma te versterken met behulp van de medebeslissingsprocedure. Het Europees Parlement heeft aangedrongen op medebeslissing omdat het wil dat dit beleid steunt op een interinstitutioneel akkoord met betrekking tot niet alleen de besluitvorming, maar ook de uitvoering en de efficiëntie.

Wat dat laatste betreft, wil ik erop wijzen dat de collega’s heel wat twijfels hadden over de uitvoering en het welslagen van het programma, en daar moet de Commissie rekening mee houden bij het toezicht en bij het onderzoek van de door de nationale autoriteiten en de belanghebbende instanties ingediende voorstellen. Wij moeten er namelijk voor zorgen dat creativiteit en innovatie niet alleen worden gemainstreamd in alle andere beleidsvormen, maar tevens dat de mobiliteit van kunstenaars, de culturele sector, onderwijskundigen en docenten vergemakkelijkt.

Er is veel meer en betere controle nodig dan het geval was bij het Europees Jaar van de interculturele dialoog, waarvoor een duidelijke, in de jaarlijkse begroting van de Europese Gemeenschappen verankerde begroting bestond. Ik heb ook geluisterd naar de boodschap van commissaris Figel’ en de collega’s, die zeiden dat wij dit vraagstuk aandachtig moeten volgen, en ik wil in deze zaal erop wijzen dat de interculturele dialoog en het jaar van de creativiteit en innovatie de speerpunt moeten zijn van het communicatiebeleid met het oog op de Europese verkiezingen. Ook wij moeten een steentje bijdragen aan de pogingen om de burgers te mobiliseren ten behoeve van ondernemerschap, creativiteit en cultuur.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Golik (PSE), schriftelijk. – (PL) Voordat ik lid werd van het Europees Parlement, heb ik de gelegenheid gehad om een beter inzicht te verwerven in de beginselen die aan het onderwijssysteem en aan private ondernemingen ten grondslag liggen. Uit de ervaring die ik daarbij heb opgedaan, heb ik geleerd dat het van het grootste belang is dat Europa zijn creatieve en innovatieve vaardigheden ontwikkelt, zowel om sociale als om economische redenen.

Het aanstaande Jaar van de creativiteit en innovatie lijkt me een uitstekende gelegenheid om het concurrentievermogen van de Europese Unie in de geglobaliseerde wereld te verbeteren. De projecten aangaande de versterking van de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van onderwijs, de uitwisseling van goede praktijken en de totstandbrenging van een Europa van kennis en innovatie worden zowel door de Poolse regering als door de overheden van de Europese Unie gesteund. Ik was zeer verheugd over het besluit van juni 2008 om het idee van het EIT te bekrachtigen door zijn hoofdkantoor in Boedapest te vestigen.

Om de capaciteiten van individuen ten volle te benutten en maximaal voordeel te halen uit ideeën als het EIT, hebben we niet alleen behoefte aan een goed ontwikkelde infrastructuur om de creativiteit van mensen te stimuleren, maar ook aan een ondersteuningssysteem dat garant staat voor passende arbeidsomstandigheden die verdere persoonlijke ontwikkeling mogelijk maken. Ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om de aandacht van de Parlementsleden op een Pools initiatief te vestigen, en wel van de stad Łódź, die deel uitmaakt van het EIT-netwerk. Łódź blinkt in Europa uit door zijn innovatieve en uitzonderlijke aanpak, zowel op het gebied van modern onderwijs als van nieuwe zakelijke concepten. Op een intelligente manier gebruik maken van gunstige omstandigheden, zoals het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie, evenals van de onderschatte mogelijkheden van steden als Łódź, zou voor ons allen van voordeel kunnen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE), schriftelijk. (HU) Creativiteit en innovatie spelen een uitermate belangrijke rol in het vermogen van Europa om adequaat te reageren op de uitdagingen en mogelijkheden van de globalisering. Een effectiever gebruik van kennis en de ontwikkeling van innovaties zijn cruciale elementen van de Europese economie en daarom is het nodig hier bijzondere nadruk op te leggen. Het Europees Jaar van creativiteit en innovatie wil hier de aandacht op vestigen.

De dynamiek van de Europese economie hangt in grote mate af van haar innovatieve capaciteit. Europa moet zowel om maatschappelijke als economische redenen zijn creatieve en innovatieve vermogen vergroten. Daarom acht ik het van belang dat het Europese jaar ook in het teken staat van praktische maatregelen en de bevordering van innovatieve ontwikkeling.

De resultaten van creativiteit en innovatie moeten in wijdere kring bekend worden. Daarom bestaat er een bijzonder grote behoefte aan de lancering van informatieve en promotionele campagnes, de organisatie van evenementen op pan-Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau, de formulering van essentiële boodschappen alsmede het verstrekken van informatie over goede praktijken.

Daarom moeten de clusternetwerken die bekendstaan als de drijfveer van innovatie worden gestimuleerd, evenals de totstandkoming van kennisdriehoeken en de doorbraak van verschillende onderwijsvormen. Met het oog op de bevordering van innovatie moeten de lidstaten zich concentreren op de ontwikkelingen die op het gebied van innovatie-ondersteunende diensten plaatsvinden, voornamelijk met technologieoverdracht als doel, en verder op de totstandbrenging van innovatiepolen en -netwerken via de koppeling van universiteiten aan ondernemingen, kennisoverdracht en betere toegang tot financiering.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Diversiteit is een van de bronnen van innovatie, en het beleid van uitbreiding van de Europese Unie heeft Europa nieuwe bronnen van diversiteit gebracht, en, dus, nieuwe bronnen van innovatie. Helaas vormen voor studenten uit de nieuw toegetreden landen, zoals Roemenië of Bulgarije, de kosten voor deelname aan een Erasmus-programma echter een te grote moeilijkheid, iets wat hun mate van betrokkenheid bij het programma vermindert.

In 1987 zag het Erasmus-programma het levenslicht, dat ernaar streefde studenten mobiliteit te bieden op Europees niveau en de mogelijkheid een betere carrière op te bouwen. Na 21 jaar is het programma er niet alleen in geslaagd om twee miljoen studenten en 3100 instituten voor hoger onderwijs aan te trekken, maar het heeft ook actief bijgedragen aan de verbetering van het academisch leven van studenten, aan het verwerven van interculturele vaardigheden en van vertrouwen in eigen kunnen.

Zonder zich dit direct ten doel te stellen, is het Erasmus-programma erin geslaagd de studenten bekend te maken met de essentie van de Europese Unie: vrijheid van beweging binnen deze grote, diverse, maar verenigde familie.

Vanuit het perspectief van het Jaar van innovatie en creativiteit ben ik dan ook van mening dat een uitbreiding van het budget voor studenten uit de nieuw tot de Unie toegetreden landen een grotere deelname van hun kant aan dit programma zou betekenen en dus een stimulans voor diversiteit als bron van innovatie en creativiteit.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid