Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/2285(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0256/2008

Ingediende teksten :

A6-0256/2008

Debatten :

PV 24/09/2008 - 17
CRE 24/09/2008 - 17

Stemmingen :

PV 25/09/2008 - 7.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0461

Debatten
Woensdag 24 september 2008 - Brussel Uitgave PB

17. Voeding, overgewicht en obesitas (Witboek) (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0256/2008) van Alessandro Foglietta, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het Witboek over aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties (2007/2285(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Alessandro Foglietta, rapporteur. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, voordat ik het debat open over het verslag waarover we morgen zullen gaan stemmen, wil ik eerst van de gelegenheid gebruik maken om enkele zeer terechte dankbetuigingen uit te spreken. Allereerst bedank ik mijn collega Adriana Poli Bortone, tegenwoordig senator van de Italiaanse Republiek, van wie ik het ontwerpverslag en een reeds nauwkeurige en toegewijde studie van de problematiek heb overgenomen. Mijn dank gaat ook uit naar mijn medewerkers die mij met enthousiasme en toewijding hebben geholpen het fenomeen verder uit te diepen en te analyseren. Ten slotte bedank ik de schaduwrapporteurs, die er met hun inzet zonder twijfel toe hebben bijgedragen dat de tekst door de Commissie milieubeheer met een nagenoeg unanieme consensus tussen de partijen is goedgekeurd.

Dames en heren, toen ik het project onder mijn hoede kreeg, heb ik me afgevraagd wat mijn doelstelling als rapporteur moest zijn bij het uitdiepen van een dergelijk soort studie. Ik heb een antwoord gevonden in het strategische karakter van het document. Daarin liggen de twee pijlers waarop ik mijn werk heb gebaseerd. De eerste pijler is volledigheid: er mochten geen elementen ontbreken en geen van de talloze aspecten van de problematiek mocht worden onderschat. De tweede is concreetheid: ik heb mij ten doel gesteld een verslag te schrijven dat zich daadwerkelijk richt op de toekomst en op het vinden van efficiënte middelen en oplossingen.

Bij het volgen van deze benadering ben ik uitgegaan de vele gegevens, statistieken en percentages die al over dit onderwerp bestonden. De percentages zijn bedroevend. Zo zien we dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie meer dan een miljard mensen aan overgewicht lijden en meer dan driehonderd miljoen mensen zwaarlijvig zijn. Het aantal zwaarlijvige kinderen stijgt in een zeer rap tempo en we moeten ons ervan bewust zijn dat aandoeningen als gevolg van zwaarlijvigheid en overgewicht in sommige lidstaten verantwoordelijk zijn voor tot wel 6 procent van de kosten van de nationale gezondheidszorg.

Bij het zoeken naar mogelijke oplossingen hebben we ons ervan weerhouden bepaalde soorten voeding te demoniseren als enige veroorzakers van het zwaarlijvigheidsprobleem. De oplossing van het probleem ligt niet in het verbannen van zulke voedingsmiddelen uit ons eetpatroon, maar in goede voorlichting aan consumenten, en met name aan jongeren en kinderen, over gezonde voeding. Vetten zijn essentieel voor een gezonde voeding, zij het in de juiste hoeveelheden en op de juiste momenten van de dag. De voorlichting over voeding waarop ik uitdrukkelijk hamer, is niet gericht op het maken van onderscheid tussen gezonde en ongezonde voeding. Niets is per definitie ongezond en gezonde mensen hoeven niets uit hun eetpatroon te schrappen, tenzij ze er ziek door worden.

Een ander probleem waar ik uw aandacht op wil vestigen is dat zwaarlijvigheid in alle opzichten een aandoening is. De oorzaken kunnen lichamelijk zijn, maar vaak ook maatschappelijk of geestelijk. Het is hoe dan ook altijd een aandoening waarvan de kosten voor onze nationale zorgstelsels jaarlijks hoog oplopen. Het is een aandoening die als zodanig moet worden aangepakt met concrete oplossingen op verschillende niveaus. In de onderzoeksperiode heb ik gemerkt dat dit veel te vaak door de publieke opinie niet wordt ingezien. Zeer terecht wordt veel aandacht besteed aan waarschuwings- en bewustmakingscampagnes voor anorexia, maar even onterecht wordt op een troostende manier omgegaan met overgewicht, met slogans in de geest van “dik is mooi”. Dat is fout, het geeft mensen een verkeerd beeld. Het gaat hier niet om schoonheid of uitstraling, maar om gezondheid. Met dezelfde daadkracht als waarmee we anorexia uit de wereld moeten helpen, willen we proberen de strijd tegen zwaarlijvigheid te winnen, door in te zetten op de verschillende kanalen die beschreven staan in het verslag, waarin om een overeenkomstige, consequente bijdrage wordt gevraagd.

Wij verwachten bijdragen van mensen in het onderwijs, in de gezondheidszorg, in de voedingsindustrie, van de media, met name de televisie, die bewust gebruik moeten maken van hun verantwoordelijkheid die samenhangt met hun potentieel om de publieke opinie te sturen, maar ook van overheidsorganen, met name lokale autoriteiten.

Ik wil afsluiten, dames en heren, met een nieuwsbericht dat de afgelopen dagen voor veel rumoer heeft gezorgd: een van de twee kandidaten voor het Witte Huis heeft gezegd dat het nuttig, terecht en noodzakelijk zou zijn om zwaarlijvige mensen op dezelfde manier als alcoholisten en rokers belasting te laten betalen. Wij denken dat dit idee principieel absurd is. Het is echter wel essentieel dat dit ernstige probleem op de juiste manier wordt aangepakt, want alleen met een drastische aanpak kunnen we een positief resultaat behalen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik wil alle sprekers vragen de tijd goed in de gaten te houden omdat deze vergadering niet uit kan lopen, aangezien het een avonddebat is en we slechts weinig tijd hebben, vooral wat de logistiek betreft, zoals de tolkendienst.

Zorgt u ervoor dat ik u niet hoef te onderbreken; dit is een hoogst onaangename taak en ik zou liever zien dat u hier zelf verantwoordelijkheid voor neemt.

 
  
MPphoto
 

  László Kovács, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom van ganser harte het verslag van het Parlement in antwoord op het Witboek van de Commissie over gezondheidsvraagstukken in verband met voeding, overgewicht en zwaarlijvigheid. Ik feliciteer met name de heer Foglietta met zijn uitstekende werk.

Ik constateer met genoegen dat het Parlement het standpunt van de Commissie deelt dat de epidemie van zwaarlijvigheid alleen tot staan kan worden gebracht door middel van een geïntegreerde aanpak en dat het Parlement het Witboek van de Commissie verwelkomt als een belangrijke stap in een algemene strategie om een halt toe te roepen aan de toename van zwaarlijvigheid en overgewicht in Europa. Ik neem ook nota van het verzoek van het Parlement om een aantal verdere acties, waaronder meer wettelijke maatregelen, in aanvulling op de acties die de Commissie momenteel overweegt.

In 2010 zal de Commissie de prestaties voor het eerst beoordelen in het licht van de in het Witboek van 2007 geformuleerde doelstellingen.

Als uit het toezicht blijkt dat onvoldoende vooruitgang wordt geboekt, zullen natuurlijk verdere acties moeten worden overwogen, met inbegrip van een mogelijke reguleringsaanpak.

Wat betreft de toezichtprocedure, wil ik uw aandacht vestigen op de belangrijke rol die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) speelt. We werken samen overeenkomstig de conclusies van de WHO-ministersconferentie in Istanboel en richten ons op toezichtacties in de lidstaten om zowel het Witboek van de Commissie als de strategie van de WHO ten uitvoer te leggen.

Tot slot wil ik vandaag met u enkele van de meest recente ontwikkelingen delen in de tenuitvoerlegging van de EU-strategie voor aan voeding, overgewicht en zwaarlijvigheid gerelateerde gezondheidskwesties, die een antwoord zijn op enkele van de acties waarom in uw verslag wordt verzocht.

Zoals u weet, moet de Commissie een groep op hoog niveau voor aan voeding en lichaamsbeweging gerelateerde gezondheidskwesties opzetten, teneinde de acties op Europees niveau te versterken. De groep heeft overzicht over alle overheidsbeleid en verzekert de snelle uitwisseling van ideeën en praktijken tussen de lidstaten.

Wanneer we kijken naar de betrokkenheid van de belanghebbenden tot op heden, voeren de pan-Europese organisaties, leden van het Europees Actieplatform op het gebied van voeding, lichaamsbeweging en gezondheid, momenteel meer dan tweehonderd afspraken uit op belangrijke gebieden als de wijziging van de samenstelling van producten, hun etikettering en verantwoorde reclame.

Het toezicht loopt en jaarverslagen zijn voor het publiek toegankelijk op de website van de Commissie.

In aanvulling op het Europees Actieplatform zijn tot op heden in zeventien lidstaten van de EU samenwerkingsverbanden tussen de overheid en de particuliere sector gemeld en ik ben van mening dat dit in de goede richting gaat.

In juli is er een bijeenkomst geweest van de groep op hoog niveau en het Europees Actieplatform op het gebied van voeding, lichaamsbeweging en gezondheid, teneinde de mogelijkheden voor synergieën en partnerschappen te bespreken. Ze hebben zich met name gericht op de vermindering van de hoeveelheid zout, wat de afgesproken eerste prioriteit is voor gezamenlijke actie met de lidstaten.

Deze gezamenlijke bijeenkomst was positief en ik weet zeker dat zulke bijeenkomsten waarbij zowel functionarissen op hoog niveau van de lidstaten als leden van het Platform betrokken zijn, het effect zullen vergroten van de acties die in de toekomst door overheidsinstanties en leden van het Platform zullen worden ondernomen.

Ik vestig uw aandacht ook op het voorstel van de Commissie van afgelopen juli om elk jaar 90 miljoen euro te reserveren voor de aanschaf en distributie van gratis fruit en groenten ten behoeve van scholen.

Het tij keren voor zwaarlijvigheid is een van de belangrijkste uitdagingen op het gebied van de volksgezondheid waar we in Europa momenteel voor gesteld staan.

Ik bedank u voor uw aanhoudende steun en kijk uit naar de voortzetting van de dialoog met het Parlement over de manier waarop we het beste verder kunnen gaan, zodat de Europese Unie volledig haar rol kan spelen in de aanpak van dit probleem.

 
  
MPphoto
 

  Małgorzata Handzlik, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, overgewicht en obesitas, die leiden tot vele chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, hypertensie, diabetes type 2, beroertes en bepaalde typen kanker, vormen een uitdaging voor de moderne samenleving. De strijd hiertegen moet een prioriteit zijn in de gezondheidspolitiek van de Europese Unie. Er moeten zoveel mogelijk partners bij worden betrokken, gaande van de plaatselijke autoriteiten, de lidstaten en de Europese Commissie tot de vertegenwoordigers van de industrie. We mogen echter de consumenten niet vergeten, die zelf keuzes in verband met hun voeding maken. Educatieve campagnes en bevordering van lichaamsbeweging lijken hier de beste aanpak. Daardoor zou de consument dankzij duidelijke en leesbare informatie in staat zijn om op voedingsgebied rationele keuzes te maken. Mijns inziens zullen restricties die bijvoorbeeld op het gebied van reclame aan de producenten van levensmiddelen opgelegd worden, echter niet leiden tot een vermindering van het aantal mensen met overgewicht.

Ik wil ook de aandacht vestigen op een ander element dat in deze discussie wat over het hoofd gezien wordt, namelijk de noodzaak om het personeel van de gezondheidssector een aangepaste opleiding te geven, in het bijzonder op het gebied van de verzorging van diabetici en de behandeling van diabetes. Deze kwestie wordt nogal verwaarloosd, vooral in de nieuwe lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski, rapporteur voor advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling. (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou dit document bijna zelf geschreven kunnen hebben. Ik sta achter de oplossingen die in het Witboek voorgesteld worden. Het noemt de omschakeling naar een gezonde levensstijl evenals lichaamsbeweging in ongeacht welke vorm als de meest doeltreffende behandelingsmethoden. Het Witboek vermeldt ook preventieve maatregelen in de vorm van vergaande aanbevelingen voor levensmiddelenproducenten, consumenten, restaurateurs en cateraars, de reclamesector alsook informatiecampagnes.

Om deze maatregelen te realiseren is het van groot belang dat de verschillende beleidssectoren en bestuurslagen gecoördineerd worden en dat de privésector erbij betrokken wordt om tot een doeltreffende uitvoering van deze maatregelen te kunnen komen. We moeten bijzondere nadruk leggen op maatregelen die kinderen tegen obesitas beschermen. De volwassenen hebben de verantwoordelijkheid om kinderen gezonde eetgewoonten aan te leren, maar soms gebeurt het dat we zelf niet goed weten wat goed en slecht is. Daarom is het zo belangrijk om informatiecampagnes te organiseren, die op de ouders gericht zijn, zodat zij hun kinderen een uitgebalanceerd dieet kunnen garanderen.

Programma’s die de principes van gezonde voeding en lichaamsbeweging bevorderen, moeten ook op kinderen en jongeren gericht worden. De obesitas-epidemie is een feit, maar er bestaat tegelijk ook de obsessie, drang en druk om slank te zijn. 80 procent van de tienermeisjes onder de 18 jaar ging al ten minste eenmaal in hun leven op dieet. Verkeerd afslanken is schadelijk. Net zoals we jonge mensen kennis over de wereld bijbrengen, zo moeten we ze ook leren om correct te eten. Zo creëren we honger naar kennis, en zulke honger is juist gezond.

Ook het pan-Europese programma “Fruit op school” moet zo snel mogelijk gerealiseerd worden. De Europese Commissie heeft voor dit doel slechts 90 miljoen euro uitgetrokken. Mijns inziens moet dit bedrag vele malen vermenigvuldigd worden zodat de automaten met chips, chocoladerepen en frisdranken, die in elke school aanwezig zijn, vervangen worden door vers fruit, groenten en melkproducten. Laten we niet vergeten dat de maaltijden die onze kinderen eten, van invloed zullen zijn op hun gezondheid op latere leeftijd.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská, rapporteur voor advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. − (EN) Dank u, mijnheer de Voorzitter, ik heb niet veel tijd, dus zal ik alleen even een paar punten aanstippen.

Zoals altijd ben ik voor preventie en wel preventie vanaf de kindertijd. Preventie is nauw verbonden met de bevordering van ouderlijke verantwoordelijkheid. De beste manier om obesitas bij kinderen te voorkomen is om de televisie, videospelletjes en het internet niet als babysitdiensten te gebruiken. Zonder creatieve activiteiten krijgen kinderen en volwassenen niet genoeg beweging.

Kinderen moeten leren er de juiste eetgewoonten op na te houden wat betreft de kwaliteit en kwantiteit van voedsel en het dekken van de tafel. Het is van essentieel belang om gezinsmaaltijden, waarbij ouders en kinderen samen eten, te bevorderen. Niets is beter dan dat een gezin ten minste een maaltijd samen kan nuttigen. Om dit mogelijk te maken is het van cruciaal belang om het evenwicht tussen werk en privéleven te ondersteunen. Een andere goede manier om obesitas te voorkomen is kinderen te leren koken. Kinderen vinden het leuk om bij het koken te helpen en het zou een goed idee zijn om dit aan te moedigen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, obesitas is een van de grootste Europese uitdagingen op het gebied van de volksgezondheid, maar sommigen zijn misschien geneigd te zeggen: wat hebben wij in het Europees Parlement – of in de EU – daar mee te maken?

Hier zijn twee redenen voor aan te voeren. Ten eerste, zoals de rapporteur reeds heeft gezegd, slokken aan obesitas gerelateerde ziekten in de EU meer dan 6 procent van de nationale, door de belastingbetalers gefinancierde gezondheidsbegrotingen op. We draaien er dus met z’n allen voor op. Ten tweede pakken de verschillende lidstaten het probleem op verschillende manieren aan en zij kunnen allemaal veel van elkaar leren.

Ik zou de Commissie dus willen gelukwensen met haar Witboek dat de aanzet geeft tot dit debat. Ik wil slechts op enkele hoofdpunten van het Witboek ingaan. Wij zijn over het algemeen ingenomen met het Commissievoorstel inzake de etikettering van levensmiddelen, maar zijn van mening dat het ongepast zou zijn als dit verslag zou vooruitlopen op de uitvoerige discussies die over dit specifieke vraagstuk nodig zullen zijn.

Met betrekking tot obesitas is aangetoond dat het probleem meer te maken heeft met te weinig bewegen dan met te veel eten. Het gaat om het verbruik van calorieën, niet alleen om het opnemen van calorieën. Het zou dus helemaal verkeerd zijn om de levensmiddelen- en drankenindustrie de schuld voor dit probleem te geven of voor het feit dat zij nog geen goede oplossing heeft gevonden.

De werkelijkheid is een stuk ingewikkelder. We moeten voor meer activiteitgerichte gemeenschappen zorgen, met meer fietspaden, betere stadsontwikkeling, sterkere bevordering van het openbaar vervoer, meer parken en sportfaciliteiten, meer sportvelden voor scholen en, ja, ook betere voorlichting. We moeten een heleboel aspecten van ons dagelijks leven wijzigen.

Ik zou de rapporteur dus willen feliciteren met zijn breed opgezette verslag en met het feit dat hij zich van de moeilijke taak heeft gekweten het verslag van zijn voorganger over te nemen en met zoveel schaduwrapporteurs te onderhandelen die zoveel eigen ideeën hadden. Ik ben hem er vooral dankbaar voor dat hij een aantal van mijn amendementen heeft willen opnemen, onder meer over het probleem van ondervoeding, met name in ziekenhuizen en bejaardencentra. Het is uiterst belangrijk dat we voor de kwetsbare groepen van de samenleving zorgen.

Sommigen zijn door eigen toedoen kwetsbaar, en, als ik met een sterke veralgemenisering mag besluiten, een van de problemen van onze samenleving vandaag de dag is het gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid, het geloof dat iedere tekortkoming het probleem van anderen is, dat iemand anders het wel zal oplossen. Meer regulering draagt tot deze opvatting bij: meer zelfregulering en zelfdiscipline is het juiste antwoord. We moeten het nemen van meer persoonlijke verantwoordelijkheid aanmoedigen, dan gaat de hele samenleving erop vooruit.

 
  
MPphoto
 

  Linda McAvan, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is een lang verslag. Er waren vierhonderd amendementen, en ik wil de rapporteur bedanken voor het feit dat hij heeft geprobeerd er nog wijs uit te worden. Ik hoop niet dat de belangrijkste boodschappen ondergaan omdat het zo lang is.

Volgens ons in de sociaaldemocratische fractie zijn de belangrijkste boodschappen – en er is een aantal zeer positieve punten – dat we een goede regelgeving voor de etikettering van levensmiddelen nodig hebben en dat in de komende discussies aandacht moet worden besteed aan etikettering op de voorkant van de verpakking, zo mogelijk met gebruikmaking van een kleurcode. We weten dat de Commissie deze opties, waarvoor wij ons uitspreken, onderzoekt.

Wij zijn verheugd dat er in het Parlement nu brede steun is voor een verbod op kunstmatige transvetzuren. Toen ik deze kwestie twee jaar geleden aan de orde stelde, was er hiervoor nog geen steun in het Parlement – de Commissie daagde Denemarken zelfs voor de rechter en niemand deed er wat aan. We hebben hierover inmiddels een schriftelijke verklaring opgesteld en er bestaat een consensus over, dus ik hoop dat de Commissie een dergelijk besluit zal nemen.

Commissaris, u had het over de wijziging van de samenstelling van producten. Volgens mij is dit een cruciaal punt. Philip Bushill-Matthews heeft gelijk dat mensen absoluut meer verantwoordelijkheid moeten nemen, maar de producenten zijn verantwoordelijk voor de manier waarop zij hun producten maken. Velen van hen spannen zich inmiddels in om het zout-, vet- en suikergehalte te verminderen. Vaak zijn deze stoffen in levensmiddelen verstopt. Het is voor de consumenten niet op het eerste gezicht duidelijk dat de ketchup of yoghurt die zij kopen een hoop suiker bevat. Vaak versluiert het bestaande etiketteringssysteem de daadwerkelijke samenstelling van producten, bijvoorbeeld in het geval van yoghurtproducten die volgens het etiket “minder vet” zijn maar in werkelijkheid veel suiker bevatten.

Wij geloven niet dat zelfregulering de oplossing voor alle problemen vormt. We zijn van mening dat er een bepaalde mate van regulering moet komen, met name waar het om kinderen gaat. Volwassenen kunnen inderdaad keuzes maken, maar kinderen moeten door wetgeving worden beschermd en daarom zijn wij voor onafhankelijk toezicht op eventuele vrijwillige overeenkomsten van de industrie. Wij weten dat u eerste stappen in deze richting aan het zetten bent.

Ten slotte is dit probleem voor Europa van enorm belang. We zullen er veel belastinggeld voor moeten uittrekken als we het niet aanpakken, en de Commissie moet nu met een aantal concrete voorstellen komen. We hebben een duidelijk beleid nodig – niet ten aanzien van vraagstukken in verband met nationale verantwoordelijkheid, maar op gebieden waarvoor de EU verantwoordelijk is, en wel een beleid dat de nationale regeringen helpt bij de bestrijding van obesitas.

 
  
MPphoto
 

  Frédérique Ries, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, obesitas, een ziekte als gevolg van te weinig beweging maar, zoals gezegd, ook steeds vaker een ziekte van kinderen en jongeren, staat eigenlijk al sinds het begin van deze zittingsperiode nadrukkelijk in de aandacht van ons parlementaire werk. Jaarlijks komen er meer dan 400 000 jongeren bij op deze lange lijst van personen die het jojo-effect van diëten vroeg of laat zullen ervaren.

Europa heeft er dus goed aan gedaan om dit probleem in de kern aan te pakken. Het heeft op dit vlak overigens al een heldere strategie, via het startschot dat in maart 2005 werd gegeven voor het Europese Platform waar alle betrokken partijen vertegenwoordigd zijn, van de voedingsmiddelenindustrie, de groothandel en het grootwinkelbedrijf tot medische beroepsgroepen en consumentenverenigingen.

We moeten, zoals hier al te beluisteren is geweest, onder ogen zien dat het niet gemakkelijk is mensen ervan te overtuigen dat Europa meer dan een woordje mee te spreken heeft in de strijd tegen obesitas. Hiervoor moeten we om te beginnen duidelijkheid scheppen in de verschillende bevoegdheden, wat ons er niet van zal weerhouden, verre van dat, om de lidstaten te wijzen op hun eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheid.

Ik denk daarbij aan twee voorstellen van doorslaggevend belang die wij in het verslag doen: discriminatie en stigmatisering van zwaarlijvige individuen tegengaan door obesitas officieel als chronische aandoening te erkennen – zoals bijvoorbeeld door de WHO en Portugal wordt gedaan – en ervoor zorgen dat alle kinderen op school aan lichaamsbeweging en sport kunnen doen – twee uur per week lijkt mij het minimum – in combinatie met meer geld voor schoolkantines, zodat die verse producten kunnen aanbieden. Ik juich op deze plaats het project van de Commissie voor gratis schoolfruit toe, waar mijnheer de commissaris het over gehad heeft. Door dit soort eenvoudige, concrete en uiterst zinnige maatregelen zullen de burgers bovendien weer van Europa leren houden.

Dit brengt mij bij het verslag van de heer Foglietta, die ik eveneens bedank voor al zijn inspanningen. Ik wil hier twee voorstellen nader belichten. Ten eerste: kiezen voor een stimuleringsbeleid – prijsverlaging, belastingvermindering – en niet voor een systeem dat berust op belastingverhogingen voor calorierijke producten, de beroemde fat tax, die uiteindelijk vooral de Europese huishoudens met lage inkomens zou treffen.

De Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie, waarvoor ik hier spreek, is dan ook tegen amendement 6 van De Groenen en is voorstander van de verlaging van het btw-tarief voor groenten en fruit, zoals verwoord in paragraaf 28.

Mijn fractie steunt ook het verbod op kunstmatige transvetzuren, die zoals bekend in verband worden gebracht met een significante toename van hart- en vaatziekten. Wij zijn dus ook tegen de amendementen van de heer Blokland, die gericht zijn op de versoepeling van de paragrafen 32, 34 en 35 en die pleiten voor deze gehydrogeneerde vetten en ze in een wel heel erg positief daglicht plaatsen. Onze boodschap aan de fabrikanten is duidelijk: toon uw goede wil en innoveer, in het belang van de gezondheid van de consument en ook in uw eigen belang.

De tijd zit er bijna op en ik sluit af onder verwijzing naar de eerste Europese parlementaire bijeenkomsten over voeding en gezondheid waar ik hier in het Parlement het startsein voor heb gegeven een jaar terug. Het was de start van een grootschalige debat voor alle betrokken partijen en hierbij stonden vier prioriteiten centraal: zo vroeg mogelijk beginnen met bewegen, gevarieerd en uitgebalanceerd eten, obesitas behandelen als chronische aandoening en waar nodig met wetgeving komen. Veel meer nog dan een slogan is dit een ware morele plicht voor de Europese Unie, die haar volledige aandeel moet leveren in de strijd tegen obesitas en te weinig bewegen.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, meer dan 50 procent van de inwoners van Europa is zwaarlijvig of heeft overgewicht, er zijn 3 miljoen zwaarlijvige kinderen en 22 miljoen kinderen met overgewicht. Obesitas veroorzaakt niet alleen een grotere belasting voor het beenderstelsel met alle risico’s van dien, maar ook stoornissen van het metabolisme en dientengevolge aanleg voor diabetes, hart- en vaatziekten, hypertensie en te hoge cholesterol.

Het probleem ligt niet enkel bij een foute voeding, maar ook bij een zittende levensstijl en het vermijden van lichamelijke inspanning. Hierbij komen nog belastende factoren van onze samenleving, denk maar aan de factor stress. De maatschappelijke dimensie van het probleem vraagt om vastberaden optreden, vooral om kinderen te beschermen. Snoep in plaats van volwaardige maaltijden, hele dagen voor de televisie of de computer hangen zijn het gevolg van een gebrek aan goede voorbeelden en controle van volwassenen op de levenswijze van kinderen. Het Witboek over voeding is een nuttig document met het oog op de invoering van maatregelen om obesitas te beperken, voornamelijk bij kinderen. Een promotie- en informatiebeleid dat niet alleen op kinderen, maar voornamelijk op ouders gericht is, moet de keuze van gezonde producten vergemakkelijken. We zijn sterke voorstanders van de campagne “Fruit op school”.

 
  
MPphoto
 

  Kathalijne Maria Buitenweg, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, wij hebben het vandaag over overgewicht en zwaarlijvigheid en ik vind het belangrijk - het is al door een aantal mensen gezegd - om niet te veel te praten over dieet en afvallen, maar vooral ook te praten over de noodzaak om gezond te eten.

Ik was een paar maanden geleden erg geschrokken toen mijn dochter, een buitengewoon slanke dochter, thuiskwam en haar tweede boterham niet wilde eten omdat zij dan te dik zou worden. Zij had op school wel veel gehoord dat je vooral niet dik moet zijn, maar had onvoldoende eigen besef over hoe je nu gezond moet eten en wat een normale portie is. Een kind van acht begrijpt immers nog niet echt wanneer je te dik bent. Het is dan ook heel belangrijk om vooral te praten over gezond eten en niet over het al dan niet te dik zijn.

Het is inderdaad vooral een taak van ouders om te laten zien wat gezond is en wat een uitgebalanceerde portie eten is, en ook van scholen om dit aan een kind door te geven en om een voorbeeld te zijn. Op hun beurt moeten ouders ook beter inzicht krijgen in de voedingswaarde en het vetgehalte van producten en dus ben ik het ook eens met wat eerder gezegd is over de etikettering. Wij moeten dit punt dan ook terugzien in de wetgeving over de etikettering.

Ik vind het ook goed om veel te praten over sport en ook over het feit dat kinderen lekker buiten moeten kunnen spelen. Wij moeten dus in ieder geval een aanbeveling doen dat in ruimtelijke-ordeningsplannen beter rekening moet worden gehouden met de wensen van kinderen om lekker vrij te kunnen leven.

In verband met eten heeft de Europese Commissie een vrij leuke website over EU-minichefs. Deze website is al verbeterd. Er staan nu namelijk ook plaatjes op van groenten, die er voordien bijna niet waren, maar toch bevatten vrijwel alle recepten vlees. Laten wij daar eerlijk over zijn, dierlijke eiwitten dragen veel bij aan overgewicht. Los van het dierenwelzijn moet de Europese Commissie niet expliciet vleesconsumptie bevorderen.

Een laatste woord over de btw. Er werd net door mevrouw Ries gezegd dat zij tegen ons amendement 6 is omdat zij mensen niet wil straffen, maar veeleer belonen. Zij wil dus geen vettaks, een hogere belasting op ongezonde producten, invoeren maar vooral een lagere belasting op gezonde producten. Daar ben ik het wel mee eens, maar nu blijkt dat, bijvoorbeeld ook in Nederland, alle voedingsmiddelen nu binnen de lage categorie vallen. De chips, de lolly's, enzovoorts, hebben nu allemaal een laag btw-tarief. Dat kan toch niet de bedoeling zijn, dat je die extra uitzondering toekent aan ongezonde producten. Het gaat dus niet om het bestraffen, het gaat erom dat je niet een beloning, namelijk een lager btw-tarief, moet toekennen aan producten die niet gezond zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jens Holm, namens de GUE/NGL-Fractie. (SV) Een op de drie Europeanen lijdt aan overgewicht en obesitas. Een niet onaanzienlijk deel van de gezondheidsbudgetten van de lidstaten moet worden aangewend voor het bestrijden van de problemen die overgewicht met zich meebrengt. Bovendien weerspiegelt het overgewichtprobleem sociaaleconomische verschillen. Mensen met lage inkomens worden het zwaarst getroffen omdat ze meer suiker en verzadigde vetten consumeren. Ze krijgen eenvoudigweg slechtere voeding.

Het is natuurlijk de taak van de politiek om de best denkbare voorwaarden te scheppen zodat mensen gezonder kunnen eten. Dat is precies wat rapporteur Foglietta doet in dit verslag. Hij heeft daarvoor de steun van de GUE/NGL-Fractie. In het verslag wordt geëist dat de EU zich flexibeler opstelt en toestaat dat lidstaten lagere btw-tarieven instellen voor gezond voedsel en hogere tarieven voor voedsel waarvan we minder zouden moeten eten. Dat is een belangrijke eis en ik hoop dat de leiders van de EU die zullen inwilligen. Wat heeft de Commissie hierop te zeggen? Kan de Commissie terugkomen met een herziening van de btw-richtlijn van de EU, om meer flexibiliteit bij de lidstaten toe te staan, zodat we bijvoorbeeld minder btw hoeven te betalen voor gezond voedsel?

Een andere vraag aan de Commissie betreft transvetten. We weten dat transvetten slecht zijn voor de gezondheid. Dit is geconstateerd door autoriteiten in de lidstaten en tevens door de eigen Autoriteit voor voedselveiligheid van de EU, de EFSA. Commissaris Androulla Vassiliou zei tijdens een hoorzitting van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid op 1 april van dit jaar, en nu citeer ik: ‘Transvet is absoluut niet goed voor de gezondheid, dat staat buiten kijf”. In dit verslag eisen wij een verbod op transvetten, maar de Commissie weigert dit voor te stellen. Mevrouw Vassiliou wil niet eens toestaan dat afzonderlijke lidstaten het voortouw nemen en nationale verboden invoeren. Nu heeft de Commissie de kans om van dit ongezonde standpunt terug te komen. Wanneer krijgen we een verbod op transvetten? Kan de Commissie in elk geval garanderen dat de lidstaten de vrijheid hebben om transvetten te verbieden, als zij dat willen?

Vlees is een andere dimensie van het volksgezondheidsprobleem, zoals de vorige spreekster, mevrouw Buitenweg, al benadrukte. Over de hele wereld neemt de vleesconsumptie hand over hand toe. De voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, de FAO, waarschuwt dat als er niets gebeurt, de reeds hoge vleesconsumptie in 2050 zal zijn verdubbeld. Vlees bevat verzadigde vetten en draagt bij tot obesitas. Bovendien hebben de vleesproducenten een zeer negatieve invloed op de klimaatveranderingen. De EU zou subsidies voor de vleesbranche geleidelijk moeten afschaffen, maar alleen al in de begroting voor 2007 is meer dan 45 miljoen euro puur marketinggeld toegewezen aan de vleesbranche. Dat is contraproductief en bovendien verspilling van het geld van de belastingbetalers. Een geleidelijke afschaffing van deze vleessubsidies en een strategie voor minder vleesconsumptie zouden vanzelfsprekende maatregelen voor een betere gezondheid in de EU moeten zijn.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, transvetzuren zijn niet de meest gezonde vetzuren die er bestaan. Deze transvetzuren bestaan in natuurlijke en industriële vorm en zijn te vinden in veel voedingswaren.

Ofschoon diverse wetenschappelijke onderzoeken verschillende uitkomsten hebben wijst de meerderheid van de onderzoeken uit dat er geen verschil bestaat in risico's tussen van nature in voedsel aanwezige transvetzuren en kunstmatig toegevoegde industriële transvetzuren. Beide soorten transvetzuren zijn namelijk bij te hoge consumptie even schadelijk. Het lijkt mij dan ook niet terecht om dit onderscheid aan te houden in het voorliggende voorstel, vandaar mijn amendement.

Het is daarnaast zeer moeilijk om alle transvetzuren volledig uit te bannen zonder dat het andere risico's voor de volksgezondheid met zich meebrengt. Een verbod op transvetzuren leidt namelijk tot een toename van de concentratie verzadigde vetzuren, volgens onder meer het UK Food Standard Agency. Die verzadigde vetzuren zijn minstens zo schadelijk als transvetzuren. De mens krijgt gemiddeld fors meer verzadigde vetzuren binnen dan de Wereldgezondheidsorganisatie bij norm aanbeveelt. Ik heb daarom amendementen ingediend om ook de hoeveelheid verzadigde vetzuren te beperken en tegelijkertijd stel ik voor om niet op te roepen tot een verbod op transvetzuren, zoals nu in artikel 32 van het verslag wordt gesteld.

Wat bijvoorbeeld wél een mogelijkheid zou zijn, is dat wij een grens stellen op bijvoorbeeld een 2 procent-aandeel van transvetzuren in de totale energie-inname. Dit blijkt technisch wel haalbaar te zijn en is voor een deel al praktijk. Wij moeten voorkomen dat wij een trade-off krijgen tussen transvetzuren en verzadigde vetzuren en de gezondheid van de consument daardoor geen enkele verbetering ondervindt.

 
  
MPphoto
 

  Irena Belohorská (NI). - (EN) De verslechterende trend richting ongezond eten en onvoldoende lichamelijke beweging in Europa is alarmerend. Ik ben daarom verheugd dat we dit probleem in het Europees Parlement behandelen.

We weten dat obesitas een van de factoren is die bijdragen aan “welvaartsaandoeningen” zoals hoge bloeddruk, hartfalen, diabetes en chronische aandoeningen aan het bewegingsapparaat. Op 17 september heb ik een werklunch georganiseerd hier in het Europees Parlement om het probleem te bespreken van de relatie tussen obesitas en diabetes bij zwangerschap. De aanwezige leden van het Parlement en assistenten konden bij deze gelegenheid luisteren naar topdeskundigen uit Europa, zoals Dr. Rosa Corcoy Pla, voorzitter van de werkgroep voor diabetes bij zwangerschap en professor F. Andre Van Assche, voormalig voorzitter van de European Association of Gynaecologists and Obstetricians en professor Dr. Pera Ovesena.

Obesitas en diabetes bij moeders leiden tot een verhoogd risico van ziekte en overlijden voor moeders en zuigelingen. We moeten ons realiseren dat het hier niet alleen gaat om de ziekte van de moeder, die vaak geen juist dieet volgt, maar om de verantwoordelijkheid voor de gezonde ontwikkeling van de toekomstige bevolking.

Een zwaarlijvige moeder met diabetes zal ook zwaarlijvige kinderen hebben en dit gaat zo van generatie op generatie verder. Ik zou daarom uw aandacht willen vestigen op de schriftelijke verklaring die ik samen met mijn collega’s over dit probleem, de relatie tussen diabetes en obesitas bij zwangerschap, heb opgesteld. De EU-lidstaten zouden meer aandacht moeten besteden aan de preventie van en controle op obesitas bij zwangerschap en de bevolking bewuster maken van de risico’s en gevolgen van obesitas.

 
  
MPphoto
 

  Horst Schnellhardt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de Commissie is van plan van het Witboek een integrale EU-aanpak voor het terugdringen van aandoeningen als overgewicht en obesitas te maken, die voortkomen uit ongezonde voeding. Een juist en belangrijk voornemen, want het stijgend aantal gezondheidsklachten door ongezonde voeding en gebrek aan beweging dwingt tot handelen.

Ook de keus van de Commissie voor een interdepartementale benadering is juist. Alleen zo kunnen we het probleem van overgewicht aan de wortel aanpakken. Een uitgewogen voeding is van belang, evenals voorlichting daarover en het stimuleren van schoolsport. En we moeten alle mensen in de Europese Unie van dat belang zien te doordringen. Er zijn al goede stappen in die richting gezet. Het Actieplatform op het gebied van voeding, lichaamsbeweging en gezondheid is er een van en helemaal aan dit doel gewijd. Het is een Europabreed initiatief en probeert burgers tot de nodige veranderingen te stimuleren. Ook het schoolfruitprogramma van de Commissie is hiervan een goed voorbeeld.

Maar als we, zoals nu in het voorstel, weer met populistische eisen op de proppen komen, leiden we de aandacht alleen maar van het eigenlijke probleem af. Wat moeten we bijvoorbeeld nu weer met de eis dat reclame aan banden gelegd wordt? We hebben nog maar pas de richtlijn Televisie zonder grenzen aangenomen. Daar zijn duidelijke regels in opgenomen. En dan komen we al weer met nieuwe wensen en ideeën.

Ik heb veertig jaar in een gebied gewoond waar reclame verboden was. Dat verbod heeft de mensen in de communistische landen heus niet allemaal slanker gemaakt. Wat voor zin heeft de eis van De Groenen om extra belasting te heffen op levensmiddelen met een bepaald gehalte aan voedingsstoffen? Willen we dat de armen in de Europese Unie bepaalde levensmiddelen niet meer kunnen eten, omdat ze die niet kunnen betalen? Voor welke invalshoek kiezen we nu eigenlijk?

De invalshoek die we nodig hebben, is die van scholing, van onderwijs. Daar moeten we geld in steken! We mogen de burgers niet met dwangmaatregelen in hun vrijheid en hun voedselkeuze beperken.

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela (PSE).(PT) Mijnheer de Voorzitter, dit is een zeer belangrijk debat en daarom wil ik in de eerste plaats onderstrepen dat ik bijzonder blij bent met het initiatief van de Commissie en het verslag van de heer Foglietta. Er wordt doorgaans meer aandacht besteed aan anorexia dan aan obesitas, ofschoon obesitas aardig op weg is om een wereldwijde epidemie te worden. Meer dan 50 procent van de Europeanen lijdt aan overgewicht en bijna 6 procent van de gezondheidsuitgaven houdt verband met obesitas, zoals hier overigens reeds is gezegd. Zwaarlijvigheid bij kinderen komt steeds vaker voor. 22 miljoen Europese kinderen heeft last van overgewicht.

De strijd tegen obesitas moet een van de politieke prioriteiten van de Europese Unie zijn. Daarom ga ik akkoord met het merendeel van de voorgestelde maatregelen: consumenteninformatie, beperking van televisiereclame, voedings- en gezondheidsinformatie op etiketten van levensmiddelen. De mensen moeten zich ervan bewust zijn dat zwaarlijvigheid een van de voornaamste doodsoorzaken is en in verband wordt gebracht met tal van chronische ziekten zoals diabetes, hypertensie, cardiovasculaire aandoeningen, bot- en gewrichtsziekten, ademhalingsstoornissen en kanker. Wij moeten in actie komen, en snel. De oplossing is bekend: meer lichaamsbeweging en gezonde voedingsgewoonten. Net het tegengestelde van wat de meeste mensen doen. Het is niet raadzaam om elke dag belegde broodjes en frisdranken en snoep en chips te consumeren, en een zittend leven draagt niet bij aan een goede gezondheid.

Als lichaamsbeweging volstaat het om elke dag minstens een half uur te wandelen. Dat vergt geen grote inspanning, het is goedkoop en het werkt. Lichaamsbeweging is belangrijk voor volwassenen en onontbeerlijk voor kinderen. Vele ouders beseffen niet wat voor schade zij aanrichten door hun kinderen in hun vrije tijd voortdurend voor de televisie of de computer te laten zitten en hen te laten eten wat ze willen, zonder enige vorm van begeleiding of toezicht.

Wij moeten onze krachten bundelen om zwaarlijvigheid te bestrijden. Daarom moeten de maatregelen in onderling overleg worden vastgesteld en moeten alle partijen in de strijd betrokken worden: de school, het gezin en de productie-, gezondheids- en maatschappelijke sector. Eenieder draagt een deel van de verantwoordelijkheid. Het gezin speelt een beslissende rol bij het veranderen van gewoonten. De school moet zorgen voor een behoorlijke controle op de kwaliteit en voedingswaarde van de schoolmaaltijden. Zij moet de verkoop van te vette, te zoute en te zoete producten in schoolkantines en automaten verbieden en tegelijkertijd lichaamsbeweging voor leerlingen stimuleren en bevorderen.

 
  
MPphoto
 

  Holger Krahmer (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben een groot voorstander van de benadering waarvoor in het Witboek gekozen is om de oorzaken van verkeerde voeding en overgewicht en de daarmee verbonden aandoeningen te achterhalen. Helaas vervallen we in het Europese levensmiddelenbeleid steeds weer in eenzijdigheid, of we het nu hebben over voedingswaardetabellen of levensmiddelenetikettering, of over bepaalde passages in het Witboek. Daarbij proberen we de problemen die we in Europa hebben met productgericht beleid op te lossen.

In mijn ogen is het een fundamenteel verkeerde beleidsgrondslag om van het bestaan van goede en slechte levensmiddelen uit te gaan. Uit veel van de ingediende amendementen blijkt dat zo’n verschil gewoonweg niet bestaat. Er zijn alleen goede en slechte - beter gezegd: uitgebalanceerde en eenzijdige - voedingspatronen. Op dat onderscheid dienen we ons te baseren. Er zijn tal van oorzaken voor een verkeerde voedingswijze. En die neem je niet weg door te proberen de consument door productetikettering te beïnvloeden, of zelfs over te gaan tot reclameverboden of -richtlijnen, dan wel tot het invoeren van verschillende btw-tarieven.

Ik wil niet op het debat over de etiketteringsrichtlijn vooruitlopen, maar ik vind wel dat alles wat we hier naar voren brengen in het teken zou moeten staan van de vraag hoe we de consument ertoe kunnen brengen over zijn voedingsgewoonten na te denken. Een “stoplichtaanduiding” die de consument laat denken over de vraag of hij met een goed of slecht product van doen heeft, lijkt mij eerder een vorm van betutteling dan van bewustmaking. Daarom pleit ik hier voor een meer uitgewogen benadering en hoop ik dat het inzicht daagt, dat een eenzijdige productgerichtheid ons niet verder brengt.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Angelilli (UEN). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst mijn complimenten aan de rapporteur voor zijn uitstekende werk. Veel van wat ik ga zeggen is al door anderen ter sprake gebracht, maar ik denk dat we het probleem goed onder ogen moeten zien: circa 25 procent van de kinderen in Europa lijdt aan zwaarlijvigheid en dit zal een zware tol eisen voor hun gezondheid in de toekomst. Tot de oorzaken behoren het gebrek aan voorlichting, verkeerde eetgewoonten, onvoldoende lichaamsbeweging en ook een gebrek aan sportfaciliteiten. Ook de sociale en geestelijke problemen moeten niet worden onderschat, mede omdat kinderen met overgewicht vaak het slachtoffer zijn van pesten.

Daarom is het naar mijn mening een interessant voorstel om meer geld te stoppen in het programma voor schoolfruit, waarmee in scholen gratis groente en fruit wordt uitgedeeld. Verder kunnen we in 2009 een herleving van het mediterraan dieet en van de productie van groente en fruit verwachten, ook gezien de nieuwste gegevens van de WHO, waaruit blijkt dat ook in mediterrane landen de groente- en fruitconsumptie daalt. Waar fruit eerst werd vernietigd om de prijzen hoog te houden, zal het door dit initiatief worden gebruikt om te zorgen voor een gezondere voeding voor met name onze kinderen en zodoende om de Europese burgers een gezondere toekomst te bieden.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) Mijnheer de Voorzitter, het is belangrijk dat wordt voorzien in een alomvattende, geïntegreerde benadering op het gebied van voeding, overgewicht en obesitas, aangezien hier tal van factoren in het geding zijn en met name voedingsarmoede, slechte voeding en gebrek aan informatie over gezonde eetgewoonten een belangrijke rol spelen.

Het waarborgen van een gezonde voeding is daarom van vitaal belang. Wij moeten er van overheidswege voor zorgen dat iedereen toegang heeft tot gezonde voeding. Dit betekent dat diverse maatregelen ten uitvoer moeten worden gelegd om garanties te bieden voor een kwalitatief hoogstaande lokale landbouwproductie van hoogwaardige voedingsmiddelen, met inbegrip van melk, fruit en groenten, en de distributie van deze producten aan mensen met een laag inkomen.

Ook een ander gemeenschappelijk landbouwbeleid, dat gebaseerd is op de bescherming van de familielandbouw en het tot stand brengen van plaatselijke markten voor fruit, groenten en andere essentiële voedingsmiddelen in het kader van een passende ondersteuning van de productie, kan bijdragen aan een gezonde voeding tegen betaalbare prijzen voor de gehele bevolking.

Er zijn voorstellen gedaan om steun te verlenen voor de verstrekking van fruit en groenten op school. Het is van fundamenteel belang dat de Commissie het voor dit programma uitgetrokken bedrag verhoogt teneinde te waarborgen dat alle schoolgaande kinderen elke dag gratis toegang hebben tot deze producten, en niet eenmaal in de week zoals thans het geval is. Niet minder belangrijk is dat een geheel van beleidsmaatregelen en programma’s op het gebied van de volksgezondheid ten uitvoer wordt gelegd waarin prioritaire aandacht wordt besteed aan voeding, met inbegrip van informatie- en voorlichtingcampagnes inzake gezondheid en het bevorderen van gezonde voedingsgewoonten en levensstijlen. Lichaamsbeweging en sport mogen in geen geval ontbreken. Wij moeten waarborgen dat de gehele bevolking toegang heeft tot dergelijke activiteiten, met name kinderen en jongeren, in het bijzonder op school.

 
  
MPphoto
 

  Urszula Krupa (IND/DEM). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het document over aan voeding, obesitas en overgewicht gerelateerde gezondheidskwesties bevat een aantal belangrijke vaststellingen. De verontrustende indicatoren voor het steeds vaker voorkomen van overgewicht vragen om tegenmaatregelen met bijzondere nadruk op het bevorderen van biologische levensmiddelen, lichaamsbeweging van jongs af aan, sport en aandacht voor de schadelijke invloed van reclame die bewust tot overmatig eten aanzet. Pluspunten van het document zijn ook het bevorderen van borstvoeding, de verbetering van de kwaliteit van schoolmaaltijden, het beschikbaar stellen van fruit en tegelijk het verbod op de verkoop van voeding en dranken met een hoog vet-, zout- en suikergehalte in scholen.

Het probleem van obesitas en overgewicht heeft echter ook andere oorzaken. Psychische en traumatische factoren spelen hierbij een belangrijke rol. Allerlei psychische stoornissen leiden tot onbedwingbare eetstoornissen. Een duidelijk voorbeeld hiervan zijn boulimie en anorexia. Niet alleen persoonlijke onvolwassenheid, maar ook een gebrek aan respect voor waarden en het veelvuldig voorkomen van depressies en neuroses leiden ertoe dat biologische automatismen die door de algemene beschikbaarheid van fastfood ontstaan, een sterkere invloed krijgen dan bewuste handelingen. Minachting voor ethische en morele principes en het negeren van de betekenis van het vasten kunnen zelfs de persoonlijke ontwikkeling in de weg staan en mensen afhankelijk maken van hun bloedsuikerspiegel en smaak- en visuele indrukken.

Het is vreemd dat bij de e-maildiscussies en de ingediende amendementen het belang van de stijgende consumptie van verzadigde vetzuren over het hoofd gezien is. Het probleem van het effect van kunstmatige transvetzuren, dat verschilt van dat van de andere transvetzuren, lijkt daarentegen opgelost. Transvetzuren komen in natuurlijke vorm slechts in weinig producten voor, en in het bijzonder in melk, die slechts een klein percentage aan transvetzuren bevat.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, meer dan de helft van de Europese bevolking lijdt aan overgewicht, en de Wereldgezondheidsorganisatie vertelt ons dat wereldwijd één miljard mensen overgewicht hebben, waarvan er 300 miljoen aan obesitas lijden. 50 procent van de bevolking heeft helemaal geen lichaamsbeweging.

Hart- en vaatziekten en stofwisselingsziekten als diabetes, hoge bloeddruk en hartaandoeningen nemen in alarmerend tempo toe, en zwaarlijvigen lopen een bijzonder risico om type 2 diabetes te krijgen, met alle gezondheidsgevolgen van dien, zoals blijkt uit de alarmerende toename van het aantal gevallen van deze vorm van diabetes onder zeer jonge tieners. Artsen vertellen ons nu ook dat er een sterk verband bestaat tussen obesitas en dementie en Alzheimer.

Dit is een enorme uitdaging voor de politiek, vooral als het om onze kinderen gaat, waarvan er thans in Europa 22 miljoen aan overgewicht lijden. We hebben in deze rare wereld van ons inmiddels een stadium bereikt, waarin er meer mensen overgewicht hebben dan er honger lijden. Daar komt, vooral in de rijkere landen, nog bij dat ons eetgedrag steeds problematischer wordt, gezien het toenemende aantal gevallen van anorexia en boulimie, typische ziekten van landen waar er eten in overvloed is.

Hoewel gezondheidsvraagstukken goeddeels onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, kunnen aan obesitas gerelateerde kwesties op EU-niveau op tal van manieren worden aangepakt: uitwisseling van beste praktijken, bevordering van een gezondere levensstijl in het kader van relevante beleidsmaatregelen en grensoverschrijdende samenwerking op epidemiologisch gebied.

Vorige week heb ik hier in het Parlement een ontbijtweek georganiseerd waar we hebben onderstreept dat 61 procent van de Europeanen hun ontbijt verschillende malen per week overslaat. Artsen hebben geconstateerd dat er tussen dit gedrag en overgewicht een direct verband bestaat. De Harvard Medical School heeft onlangs een onderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat mensen die elke dag ontbijten 35 procent minder kans maken op obesitas. Uit onderzoek komt verder naar voren dat mensen die hun ontbijt overslaan ‘s morgens vaker moe, prikkelbaar of rusteloos zijn.

De dag beginnen met het juiste bloedsuikerpeil is het beste recept tegen de verleiding van tussendoortjes en snoepen. Weliswaar is de burger uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor zijn eigen eetgedrag, maar de bevordering van een gezondere levensstijl is een must.

Ik sta vierkant achter dit verslag, behalve paragraaf 28, waar ik niet mee kan instemmen: ik ben niet van mening dat belastingmaatregelen moeten worden voorgesteld in een gezondheidsverslag.

 
  
MPphoto
 

  Åsa Westlund (PSE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, zoals velen al hebben gezegd, is het een belangrijk probleem dat we hier vandaag bespreken. Het is een zeer belangrijk vraagstuk, waarbij wij lidstaten van elkaar kunnen leren, maar het is ook zeer belangrijk dat we tijdens de discussie over dit vraagstuk het subsidiariteitsbeginsel respecteren.

Er is van alles wat de EU kan doen om het obesitasprobleem te verminderen en waarop wij onze aandacht hier in het Parlement kunnen richten. Reclame en consumenteninformatie zijn gebieden waarover wij hier in het Parlement concrete besluiten nemen en daar zouden we ons dus op moeten richten. Ik vind dat we wat dat betreft voor een deel gefaald hebben. We zijn er bijvoorbeeld niet in geslaagd reclame te verbieden die zich tot kinderen richt, een groep die geen onderscheid kan maken tussen reclame en feiten. De informatie die specifiek aan deze consumenten wordt gepresenteerd, is daardoor per definitie misleidend. Heel veel reclame die zich tot kinderen richt gaat juist over voedsel dat veel vet, zout en suiker bevat. Een verbod op reclame die zich tot kinderen richt zou het obesitasprobleem in Europa op effectieve wijze kunnen reduceren.

Het tweede punt dat ik graag aan de orde wil stellen, is dat van de transvetten. Ik ben heel blij dat wij de Commissie morgen misschien kunnen oproepen om een verbod op transvetten voor te stellen. Het gebruikelijke argument tegen zo’n verbod is meestal dat het eigenlijk verzadigde vetten zijn die het grootste probleem voor de volksgezondheid vormen. Strikt genomen is dat ook zo, maar waarom redeneert men niet zoals in Denemarken? Als we nu een enorm probleem met verzadigde vetten hebben, waarom moeten we dan nog een extra probleem met transvetten hebben? Die logica kan ik niet volgen. We kunnen niet alle verzadigde vetten wegnemen, maar we kunnen wél een eind maken aan de geïndustrialiseerde productie van transvetten, die alleen maar goedkoop zijn en een slechte manier om voedsel te produceren.

Ik ben ook heel blij dat wij in dit verslag de kwestie van de glutamaten aan de orde stellen. Tot slot wil ik nog zeggen dat subsidiariteit belangrijk is. We hadden ons een heleboel discussie kunnen besparen over de vraag wat verschillende scholen moeten doen en welk voedsel zij moeten serveren. Ik geloof werkelijk dat er betere politieke niveaus zijn om dergelijke besluiten te nemen dan hier in het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE). - (RO) We hebben allemaal de statistieken aangehoord met betrekking tot volwassenen en kinderen die lijden aan zwaarlijvigheid, ik zal deze nu niet herhalen. Wat nog verontrustender is, is het feit dat de vooruitzichten vanaf 2010 nog slechter zijn. Obesitas en buitensporig gewicht zijn derhalve, en dienen dit ook te zijn, prioritaire thema’s die onze aandacht hebben en daarom verwelkom ik het Witboek van de Commissie, evenals het verslag van de heer Foglietta.

Helaas worden mensen in de sociaal-economisch minder bedeelde categorieën het meest door obesitas getroffen, des te meer nu de prijs van basislevensmiddelen de laatste tijd aanzienlijk is gestegen; dit alles terwijl het bevorderen van een gezonde levensstijl en gezonde voeding obesitas kan voorkomen en het grote aantal mensen met obesitas zou kunnen verminderen, hetgeen tevens een essentieel element vormt voor het terugbrengen van de kosten van de gezondheidszorg in de lidstaten, doordat de complicaties van ziekten die verband houden met obesitas dan niet langer zouden behoeven te worden behandeld.

Ik denk ook dat dwangmaatregelen geen oplossing bieden. De Europese burgers zijn vrij om te kiezen. De oplossing is gelegen in een betere voorlichting over de voedingswaarde, in het bijzonder door etikettering, maar ook in voorlichtingscampagnes die de Europese Commissie en de regeringen van de lidstaten moeten financieren. Voorlichtingscampagnes gericht op ouders, die een zeer belangrijke rol spelen, alsook op kinderen. Bovendien zouden de lidstaten, voor wat betreft kinderen, moeten toezien op de inhoud van de automaten in scholen, zouden zij de in de kantines van scholen en kleuterscholen aangeboden maaltijden moeten controleren en een grotere consumptie van fruit en groenten moeten stimuleren. Gymnastiek voor kinderen is erg belangrijk. Niet in de laatste plaats zou de Commissie erg oplettend moeten zijn met betrekking tot initiatieven van de industrie waar het gaat om verantwoorde reclame en het terugbrengen van de hoeveelheid zout, suiker en vetten.

 
  
MPphoto
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, uit de gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat er meer dan een miljard mensen aan overgewicht lijdt en er meer dan driehonderd miljoen mensen zwaarlijvig zijn. De situatie in Europa ziet er nog dramatischer uit. Obesitas is niet enkel uitgegroeid tot een probleem, maar tot een ware epidemie die aandoeningen zoals diabetes, hypertensie, beroertes en bepaalde soorten kanker veroorzaakt.

De strijd tegen overgewicht en obesitas vraagt om geïntegreerde maatregelen die de productie van gezonde levensmiddelen, een rationele voeding, een verbetering van de economische situatie van de allerarmsten, een grotere bewustwording in de samenleving, de ontwikkeling van wetenschappelijk onderzoek, aandacht voor de voeding van kinderen, een gezonde levenswijze en bevordering van actieve ontspanning omvatten. Naast de algemeen bekende oorzaken van obesitas en overgewicht zijn er verder nog andere factoren zoals winstbejag en gebrek aan verantwoordelijkheid. Een goed voorbeeld is de verspreiding van genetisch gemodificeerde organismen. Hun teelt leidt tot vernietiging van de biodiversiteit en ze nemen de plaats van gezonde voeding in.

Met het oog op het welzijn van de mens, zijn ontwikkeling en gezondheid en de bescherming van het milieu moeten we gezamenlijk stappen ondernemen om Europa GGO-vrij te maken. Laten we daarbij niet vergeten, dat gezonde, natuurlijke voeding het beste middel is in de strijd tegen ziekten zoals overgewicht en obesitas.

 
  
MPphoto
 

  Christa Klaß (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, overgewicht en obesitas vormen een geducht maatschappelijk probleem. We weten dat we het gedrag van de consument niet door wetgeving kunnen veranderen. Het is veeleer zo dat het veranderde gedrag van een gehele gemeenschap op het individu inwerkt. Niemand voelt zich immers graag een buitenbeentje! De manier waarop wij met gezondheid en voeding omgaan, wordt door onze maatschappelijke omgeving bepaald. Wie erover klaagt dat de vleesconsumptie toeneemt, dient wel te bedenken dat dit ook komt doordat meer mensen zich een stukje vlees kunnen permitteren en niet alleen doordat er per persoon meer vlees gegeten wordt.

Het allerbelangrijkst is een gezonde kijk op eten en drinken. Een overdreven nadruk op slankheid is net zo ziekelijk als vraatzucht. Eetgedrag laat zich niet door regelgeving beïnvloeden. Er is geen calorieën- of vetnorm die voor alle mensen gelijk is. Zo verschillend als de mensen zijn, zo verschillend is ook ieders energiebehoefte, mede afhankelijk van leeftijd, geslacht, beroep en bewegingspatroon. Verboden zijn een slechte raadgever voor situaties waar het op inzicht aankomt. Er is dan ook geen behoefte aan nieuwe wetgeving, maar aan informatiecampagnes, aan kennisoverdracht, niet aan een leiband, maar aan vrijheid. Vrijheid aandurven betekent ook de mensen hun verantwoordelijkheid te laten.

Europa heeft mondige burgers, die zelf kunnen denken. Een stoplicht-etikettering is in elk geval niet representatief, als daarbij alleen maar bepaalde indicatoren los van elkaar gebruikt worden en de consument in verwarring brengen. Wat moet ik nu kiezen, als ik tegelijk rood, groen en oranje te zien krijg? Bovendien zal de levensmiddelenindustrie de kosten van de nieuwe etikettering in de prijzen doorberekenen, wat deze nog verder opdrijft.

Ik keer mij tegen betutteling van de bevolking en tegen een verplichte kleurcode op de voorzijde van de verpakking en verzoek de afgevaardigden daarom tegen paragraaf 37 van het verslag te stemmen. Als dat nodig mocht blijken, kunnen we deze kwestie dan bij een andere gelegenheid regelen, als we het over de etikettering hebben. Laten we het Witboek Voeding, overgewicht en obesitas hanteren als bewustwordingsinstrument en het niet aangrijpen voor nieuwe voorschriften en wetgeving!

 
  
MPphoto
 

  Justas Vincas Paleckis (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur feliciteren met het feit dat hij deze gewichtige kwestie zo succesvol heeft aangepakt.

Ten eerste wil ik onderstrepen dat het belangrijk is om aan schoolkinderen een gratis lunch te verstrekken, zoals dat in mijn geboorteland Litouwen, anders dan in de meeste andere lidstaten, gebeurt. Natuurlijk zijn er bedenkingen vanwege ontoereikende middelen en met betrekking tot de kwaliteit van het eten dat wordt geserveerd, maar deze maatregel draagt ertoe bij dat kinderen – met name uit de armste gezinnen – een goede maaltijd van behoorlijke kwaliteit krijgen.

Ik juich ook het initiatief toe om op school gratis fruit en groenten te verstrekken. Dit moet worden beschouwd als een voorbeeld voor een goede praktijk. Ik ben van mening dat EU-middelen nuttig zouden zijn om de lidstaten te helpen de financiële lasten te dragen. Dergelijke projecten zijn ook belangrijk omdat ze de EU dichter bij de burgers brengen.

Last, maar zeker not least mis ik in het verslag een verwijzing naar consumptie in de zin van overconsumptie. Tegenwoordig komt de wijziging van consumptiepatronen neer op een wijziging van onze levensstijl. Het is misschien moeilijk voor te stellen dat er een verband is tussen obesitas en klimaatverandering, maar dit verband bestaat wel degelijk. Als we goed over deze beide kwesties zouden nadenken, zouden we minder appels en aardbeien uit het buitenland laten invliegen en meer van die producten in eigen land telen, en ze in lokale winkels verkopen in plaats van in supermarkten – wat juist één van de punten is die in dit verslag worden voorgesteld.

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (EN) Commissaris, dames en heren, het aantal mensen met overgewicht en obesitas is in dit Parlement reeds verschillende malen besproken, maar volgens de deskundigen zullen daar volgend jaar nog eens 1,3 miljoen mensen bij komen. Dit staat gelijk aan het totale inwonertal van mijn land, Estland, een beangstigende gedachte. Vele factoren dragen bij aan een slecht dieet en obesitas, maar we moeten in onze evaluatie in elk geval rekening houden met de kosten en de beschikbaarheid van voedsel en de bewustwording op dit gebied.

Zestien EU-landen hebben de btw op voedsel beneden het normale tarief gehouden, een prijzenswaardig besluit. Het voorstel dat is vervat in het verslag om btw op fruit en groenten onder vijf procent te houden is welkom. Het gezondheidsrapport van de Wereldgezondheidsorganisatie noemt een geringe inname van fruit en groenten als een van zeven gezondheidsrisico's. In die context zou het aanbeveling verdienen om te beginnen met het beschikbaar maken van fruit in scholen en de steun van de Europese Unie zou nodig zijn, als we de maatregel in alle 27 lidstaten willen doorvoeren.

In een minuut kan men niet veel zeggen, maar ik zou nog een paar woorden willen toevoegen over reclame en de media. Hun hulp en ideeën zijn nodig om wortels in plaats van Pepsi-Cola te adverteren en om te bepalen welke stereotypen en lichaamstypen gebruikt worden in reclames, aangezien deze een zeer belangrijke rol spelen als het erom gaat mensen bewuster te maken. Ter afronding zou ik de commissie en de rapporteur willen bedanken voor hun inspanningen.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, we debatteren vandaag over het probleem van het groeiende aantal zwaarlijvige mensen. Tegelijk loopt in de Commissie landbouw een debat over het toekomstige landbouwbeleid. Beide debatten hebben in zekere mate betrekking op dezelfde kwestie: de gezondheid van onze maatschappij, en in het bijzonder van de jeugd.

Soms heb ik de indruk dat we in bepaalde documenten klagen over gezondheidsproblemen, en in andere dan weer voorstander zijn van GGO’s, klonen en import van levensmiddelen uit regio’s waar geproduceerd wordt met methodes die ver van natuurlijk zijn. Onze onderhandelaars bij de WTO willen zich nog meer openstellen voor markten buiten Europa. Laten we ons dan de vraag stellen of we werkelijk over het welzijn van onze maatschappij waken of er enkel over praten? Het merendeel van de rechtstreekse betalingen voor de landbouw gaat niet naar familiebedrijven die gezonde voeding produceren maar naar industriële landbouwconcerns die voeding produceren, die in hoge mate met chemische stoffen doordrenkt is.

Natuurlijk is dit verslag erg noodzakelijk, maar op voorwaarde dat de hoofdprincipes uitgevoerd worden. Als ik naar de huidige prioriteiten van de Commissie kijk, heb ik hier grote twijfels over.

 
  
MPphoto
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, op dit moment wordt in Europa 27 procent van de mannen en 38 procent van de vrouwen, en een op de vier kinderen, aangemerkt als te zwaar of zwaarlijvig, en jaarlijks komen er 400 000 nieuwe gevallen bij. Het is een ware plaag die zich momenteel in Europa ontwikkelt. Voorlichting en preventie zijn zonder meer het juiste antwoord daarop omdat het hier helaas gaat om een volksgezondheidsprobleem dat ook een maatschappelijk probleem aan het worden is. Obesitas gaat jammer genoeg vaak samen met armoede en uitsluiting.

Er is veel gesproken over voorlichting en preventie. Ik ga verder niet meer in op wat gezegd is over etikettering van levensmiddelen, de rol van de overheid, schoolkantines, sportvoorzieningen, goede informatievoorziening, gezonde voeding en de noodzaak van dagelijks bewegen.

Wel wil ik de aandacht vestigen op de essentiële rol van de werkers in de gezondheidszorg, die er zijn om de risico’s op te sporen van met obesitas samenhangende chronische ziekten, zoals diabetes en hart- en vaatziekten, en op de gevolgen die zij zonder enige twijfel hebben voor personen met overgewicht. Preventie kan niet zonder de uitwisseling van goede praktijken, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel.

Uit de onderzoeken is bijvoorbeeld gebleken dat een tailleomtrek van meer dan 88 cm bij vrouwen (tenzij ze zwanger zijn) en meer dan 102 cm bij mannen als zwaarlijvigheid van de buik en gezondheidsrisico geldt, onafhankelijk van de lengte van de persoon. Dat is dus een heel simpel criterium, dat echter nog onvoldoende meegenomen wordt in medische consulten. Daarom moet de tailleomtrek bij alle patiënten een simpele maatstaf worden, het signaal voor een zo vroeg mogelijke opsporing van de desbetreffende risicofactoren, zoals glucose-intolerantie, die de voorbode is van diabetes, verhoogde cholesterol- en triglyceridenwaarden en hoge bloeddruk, allemaal factoren die, zoals bekend, helaas ook een indicatie zijn voor de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer.

Redenen te over dus om de rol van de werkers in de gezondheidszorg centraal te stellen.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur gelukwensen: dit verslag is enorm actueel en verdient de volledige aandacht van de beleidsmakers. De feiten in verband met obesitas zijn ontstellend en zijn hier reeds genoemd. Gisteren heeft een voedingsdeskundige op een conferentie in Dublin beweerd dat Ierland zich op het hoogtepunt van een zwaarlijvigheidscrisis bevindt en in feite is de situatie in de rest van Europa niet anders.

Ik wil slechts een kwestie kort aanstippen: de kwestie van zelfregulering versus wetgeving. Er is al een vrijwillige gedragscode voor op kinderen gerichte reclame voor levensmiddelen met een slechte voedingswaarde, maar het is zeer de vraag of deze regeling functioneert. Volgens de Ierse Heart Alliance is deze gedragscode niet effectief. Ik ben van mening dat we deze regeling onder de loep moeten nemen en zo nodig onmiddellijk maatregelen moeten treffen.

Mijnheer Bushill-Matthews had het over persoonlijke verantwoordelijkheid. Dat is in zekere zin in orde, maar we hebben behoefte aan een duidelijke, begrijpelijke etikettering van levensmiddelen – een kleurcode is een positieve stap. We leven in een wereld waarin we steeds grotere hoeveelheden verwerkte levensmiddelen consumeren. Door bepaalde beleidslijnen van de EU wordt dit in de hand gewerkt – de agenda van Lissabon: meer mensen aan het werk, minder tijd voor de toebereiding van maaltijden. Ik sta volledig achter de agenda van Lissabon, maar daarnaast hebben wij als beleidsmakers in de EU de plicht ervoor te zorgen dat levensmiddelenproducenten heel duidelijk aangeven wat er in de door hen vervaardigde levensmiddelen zit.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Sonik (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties zijn een buitengewoon actueel thema. Niet enkel Europa, maar de hele wereld staat vandaag voor een enorme uitdaging in de vorm van overgewicht en de ziekten die er rechtstreeks en onrechtstreeks mee verbonden zijn. Het tempo waarin de uitgaven voor behandeling stijgen, is onrustbarend. Volgens de laatste gegevens uit de Verenigde Staten, waar 60 procent van de bewoners overgewicht heeft, lijdt al een derde aan obesitas. De uitgaven slokken jaarlijks meer dan 10 procent van het budget voor gezondheidszorg op, dat wil zeggen 100 miljard dollar. Europa begint langzaamaan zijn buren in te halen wat deze slechte statistieken betreft. Steeds meer kinderen en jongeren lijden aan hypertensie en diabetes, die vaak het gevolg zijn van een slechte voeding en gebrek aan beweging. Met het oog op de toekomst van Europa en zijn inwoners, moeten we meer aandacht besteden aan de problemen die in het verslag van de heer Foglietta aangekaart worden. Enkel gezamenlijke, vastberaden en snelle maatregelen kunnen de gezondheidscatastrofe vermijden, die Europa en de hele geglobaliseerde wereld te wachten staat.

Momenteel houdt het Europees Parlement zich bezig met een groot aantal economische en sociale problemen. Om deze echter met succes tot oplossing te brengen mogen we niet vergeten dat enkel een gezonde maatschappij in staat zal zijn om de behaalde voordelen volledig te benutten. Er zijn niet alleen maatregelen noodzakelijk om een gezonde levensstijl te bevorderen, maar ook wettelijke maatregelen die aan alle lidstaten de plicht opleggen om actiever mee te werken aan de bevordering van de lichamelijke conditie van hun burgers door middel van gezonde voeding en sport. Hierbij mogen we natuurlijk niet vergeten dat concrete acties en beleidsoplossingen om dit verschijnsel tegen te gaan, tot de bevoegdheid van de verschillende lidstaten behoren.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE).(EN) Het Witboek suggereert dat we drie factoren in overweging moeten nemen bij het bepalen van een Europese strategie voor aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties. Ten eerste is ieder individu zelf verantwoordelijk voor zijn of haar levenswijze. Ten tweede is alleen een goed geïnformeerd individu in staat de juiste beslissingen te nemen. Ten derde stelt het Witboek coördinatie voor tussen een aantal gebieden – voeding, consumenten, sportactiviteiten, onderwijs, transport, enzovoorts.

Echter, al deze factoren worden beïnvloed door reclame. Wat eten we? Waar zien we deze producten? Hoe komen we over deze producten te weten? Ongezonde producten maken voor 89 procent deel uit van de voedingsproducten waarvoor op tv reclame wordt gemaakt. Meer dan 70 procent van de kinderen vragen hun ouders om de voedingswaren te kopen waarvoor ze reclames op tv hebben gezien.

In de besprekingen over gezondheidskwesties ontbreekt naar mijn mening een deelnemer, namelijk vertegenwoordigers van de voedselproductiesector. We zouden graag willen dat zij zich bewust worden van de schade die door ongezonde voeding wordt veroorzaakt en de bijbehorende kosten die door de maatschappij moeten worden gedragen. We zouden niet alleen graag zien dat zij ophouden met reclame te maken voor ongezond voedsel, maar ook dat zij meer gezonde voedingsproducten produceren.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). - (EN) Meer dan de helft van de Europese bevolking heeft overgewicht. Volgens de statistieken heeft 27 procent van de mannen en 38 procent van de vrouwen overgewicht en meer dan 5 miljoen kinderen lijden aan obesitas. In totaal is 5-7 procent van de uitgaven aan gezondheidszorg direct gerelateerd aan obesitas en dit komt neer op miljarden. Vanwege dit verontrustende feit is het van cruciaal belang om op alle niveaus doortastende initiatieven aan te nemen om dit fenomeen een halt toe te roepen.

Ik ben verheugd over de stappen van de Commissie om het Witboek goed te keuren, waarbij de punten voedingspatroon, overgewicht en obesitas tot een politieke prioriteit voor de Europese Unie worden gemaakt en ik ben van mening dat we vooruitgang kunnen boeken in de strijd tegen obesitas door de verschillende beleidsmaatregelen voor de sector op Europees niveau te coördineren.

Ik wil de aandacht vestigen op het probleem van kinderen en jongeren met overgewicht: deze leeftijdsgroep zou een van de prioriteiten moeten zijn. Een juist voedingspatroon en lichaamsbeweging zijn essentiële voorwaarden voor de normale groei en gezonde ontwikkeling van kinderen. Kinderen leren gezond te eten is in hoofdzaak de verantwoordelijkheid van de ouders, maar scholen kunnen hier ook een rol in spelen. Zij zouden een aanvullend centrum voor activiteiten kunnen zijn in de strijd tegen obesitas.

Ik ben het met de rapporteur eens dat scholen een arts, een voedingsdeskundige, zouden moeten hebben. Ik ben ook een voorstander van een verbod op producten met buitensporig veel vet, zout en suiker op scholen, waar deze producten met name verkrijgbaar zijn via automaten. Volgens de statistieken brengen jongeren tegenwoordig meer dan vijf uur per dag door met activiteiten waarbij ze zitten, hoofdzakelijk tv kijken en spelen op de computer. Lichaamsbeweging daarentegen verhoogt de afzetting van calcium in de botten, ontwikkelt de sociale vaardigheden van kinderen en is een belangrijke factor in de strijd tegen stress. Het is belangrijk om schoolomstandigheden te creëren waarbij er elke dag voldoende tijd kan worden gereserveerd voor lichamelijke opvoeding en om kinderen aan te moedigen deel te nemen aan sportactiviteiten, bijvoorbeeld door het aanleggen van speelvelden en het bouwen van sporthallen. Deze stappen zijn essentieel als we onze jonge generaties een gezonde toekomst willen geven.

Ten slotte wil ik nog zeggen dat de preventie van obesitas ten minste één rustige maaltijd in familiekring vereist, waarmee met name ook gezonde leefgewoonten worden bevorderd.

 
  
MPphoto
 

  Antonio De Blasio (PPE-DE). (HU) Bedankt, mijnheer de Voorzitter. Mijnheer de commissaris, dames en heren, obesitas en overgewicht komen niet alleen voort uit slecht eetgedrag, maar hebben in bredere zin ook een maatschappelijke oorzaak. Ik ben blij om te kunnen vaststellen dat het Witboek en het daaraan gerelateerde verslag erop wijzen dat het probleem van obesitas en overgewicht niet moet worden onderzocht in het stadium waarin het reeds tot een daadwerkelijk gezondheidsprobleem is uitgegroeid, maar dat moet worden teruggegrepen naar de oorspronkelijke oorzaken.

Ik wil graag benadrukken dat het Witboek en het advies van het Parlement niet de gezondheidssector moeten aanspreken, maar de burgers, de gemeenschappen, oftewel de maatschappij. Deze buitengewoon belangrijke kwestie dient in overeenstemming met de andere documenten van de Europese Unie te worden behandeld, want om te slagen moet - aangezien de oorzaken van het probleem meerlagig zijn - ook de oplossing van meerdere kanten komen en tegelijkertijd goed gecoördineerd zijn.

Een gezonde levensstijl moet op alle mogelijke manieren gestimuleerd worden, op zowel Europees, landelijk, regionaal als lokaal niveau. We moeten vooral veel nadruk leggen op programma's en acties die zich richten op het opvoeden van schoolkinderen en jongeren met een gezonde levensstijl. Ik moet hier de rol van de lokale overheden benadrukken, want scholen worden immers grotendeels door hen gestuurd. Goed werkende programma's moeten in wijde kring bekend worden gemaakt.

Wij weten allemaal dat de media een steeds grotere rol spelen bij de verspreiding van kennis: met de kracht van reclame kunnen gezonde voeding, sport, regelmatig bewegen, kortom een gezonde leefwijze worden omgetoverd tot een hip en navolgenswaardig model. Bij het voorkomen van obesitas moet het belang van sport nauw worden verbonden met de eisen van gezonde voeding. Het is echter in de verste verte niet genoeg om alleen deze twee aspecten te benadrukken. De belangrijkste prioriteit moet komen te liggen bij het stimuleren van een gezonde leefwijze in elk betrokken beleidsdomein.

Doel is om de mensen te laten begrijpen dat een gezonde, evenwichtige voeding niet betekent dat we bepaald voedsel nooit mogen eten. Regelmatig bewegen betekent niet dat we elke vrije minuut moeten bewegen. De nadruk ligt op gematigdheid; dat maakt zowel ons voedingspatroon als ons leven evenwichtig. Ik wil graag de rapporteur bedanken voor zijn werk en u voor het luisteren naar mij. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, we hebben te maken met twee eetstoornissen: enerzijds is er anorexia, die meestal een psychologische oorzaak heeft omdat een slanke figuur als meer aantrekkelijk geldt. We kennen allemaal extreme gevallen die een dodelijke afloop hadden, maar gelukkig is de mode aan het veranderen en is de stoornis nu minder wijdverbreid. Anderzijds is er obesitas, die ook een psychologische achtergrond kan hebben: eten wordt gezien als een remedie tegen stress, als een vlucht uit de dagelijkse problemen. Maar het belangrijkste lijkt me hier de voeding. Hier dragen de producenten en verdelers van voeding veel meer schuld en dit verslag is als waarschuwing heel noodzakelijk. Zogenaamd fastfood dat tijdens schooluitstapjes en -reizen aan leerlingen aangeboden wordt, vormt een grote bedreiging, want zo leren de leerlingen op die manier eten. Er moet daarom worden gezorgd voor een juiste voorlichting en controle. Ik denk dat onze inspanningen een goede stap vooruit zijn en ik sta achter het verslag.

 
  
MPphoto
 

  Marian Zlotea (PPE-DE).(RO) Ik denk dat wij onze aandacht moeten richten op kinderen met overgewicht en moeten proberen nieuwe programma’s te creëren, die obesitas tegengaan vanaf de allereerste levensfasen, wanneer we onze voedingsgewoonten ontwikkelen. Wij dienen voedingsvoorlichting te bevorderen, zowel op de basisschool als daarna. Alle lidstaten moeten in hun lesprogramma’s een inleiding opnemen met betrekking tot de voordelen van een evenwichtige voeding en lichamelijke oefeningen.

Volgens bepaalde statistieken zal Europa over tien jaar meer dan 30 miljoen zwaarlijvige kinderen tellen. Ik ben zeer bezorgd over dit probleem, waar wij ons voor geplaatst zien. In dit verband heb ik een serie schriftelijke verklaringen gelanceerd, waarin speciale programma’s voor deze kinderen op scholen worden voorgesteld met gratis periodiek medisch onderzoek en psychologische begeleiding. Ik steun de voorstellen in dit Witboek, zoals passende etikettering van levensmiddelen, beperkingen op reclame voor voedingsmiddelen die ongezond zijn voor kinderen, een lagere btw voor fruit en groente, alsmede voor levensmiddelen die exclusief voor kinderen zijn bedoeld. Ten slotte wil ik de rapporteur graag feliciteren met het verrichte werk.

 
  
MPphoto
 

  László Kovács, Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben zeer verheugd dat de leden van het Parlement die hier het woord hebben gevoerd, het eens zijn met het Witboek van de Commissie.

Ik heb waardering voor de complexe benadering door de sprekers, die volledig met de complexiteit van het obesitasprobleem strookt. Vele sprekers dringen aan op bewustmaking van het publiek en samenwerking met de levensmiddelenindustrie, wat eveneens volledig in lijn is met letter en geest van het Witboek. De betrokkenheid van de Commissie moge blijken uit het voorstel inzake voedselinformatie dat we binnenkort met het Parlement en de Raad zullen bespreken.

Ik wil benadrukken dat er in de Europese Unie verschillende programma’s en projecten zijn die het Witboek over voeding, overgewicht en obesitas steunen – zoals het Groenboek Stedelijke mobiliteit of het Witboek Sport, die allebei gericht zijn op een gezondere levensstijl en een gezonder milieu. Andere maatregelen zijn bijvoorbeeld de gezondheidscheck van het gemeenschappelijk landbouwbeleid – die bijvoorbeeld voorziet in een vermindering van de consumptiesteun voor boter – of de schoolmelk- en schoolfruitregelingen, de communautaire wetgeving inzake reclame en marketing ter bevordering van verantwoorde reclame, of de richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken.

Dit zijn zeer belangrijke initiatieven die helemaal in de lijn liggen van het standpunt van de Commissie. De Commissie zal blijven samenwerken met het Europees Actieplatform op het gebied van voeding, lichaamsbeweging en gezondheid en de werkgroep op hoog niveau van deskundigen van de lidstaten.

Ik wil eveneens benadrukken dat de Commissie Europese initiatieven aanmoedigt die zijn gericht op het voorkomen van hart- en vaatziekten, waarvoor de consumptie van transvetzuren een risicofactor vormt, naast de algehele consumptie van vetten en verzadigde vetzuren. De vrijwillige wijziging van de samenstelling van producten kan goede resultaten opleveren. Binnen het Europees Actieplatform op het gebied van voeding, lichaamsbeweging en gezondheid zijn bovendien toezeggingen gedaan om de samenstelling van producten te wijzigen en het gehalte aan transvetten en verzadigde vetzuren in deze producten te reduceren.

Er is nog een punt dat ik wil aankaarten omdat het hierbij om mijn portefeuille gaat, namelijk de kwestie van de belastingen. Er is een voorstel gedaan om de mogelijkheid te onderzoeken verlaagde btw-tarieven toe te passen op groenten en fruit. Ik voel wel wat voor dit voorstel, omdat het heel goed laat zien hoe het fiscaal beleid kan bijdragen tot het bereiken van andere belangrijke beleidsdoelstellingen.

Tot slot wil ik onderstrepen dat het Parlement een van de oprichtende deelnemers aan het Actieplatform is en de Europese Commissie is bereid het Parlement regelmatig in te lichten over de activiteiten die het ontplooit. Naar verwachting zal het Parlement zich in 2010 over het toezichtsverslag kunnen buigen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − We sluiten dit debat af met een toespraak van de rapporteur, Alessandro Foglietta; mijnheer Foglietta, ik verzoek u de toegewezen twee minuten niet te overschrijden.

 
  
MPphoto
 

  Alessandro Foglietta, rapporteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil nogmaals de aandacht vestigen op een aspect dat de commissaris zelf in zijn betoog naar voren bracht en dat ik heel belangrijk vind, namelijk dat deze problematiek serieuze aandacht verdient, terwijl we tegelijkertijd nieuwe kansen moeten scheppen.

Ik denk dat dit onderwerp velen van ons na aan het hart ligt, want het werd in een groot aantal doelgerichte interventies breed uitgemeten, waarbij de Commissie werd opgeroepen actie te ondernemen. Maar het verslag wil bovenal duidelijk maken dat zwaarlijvigheid een uiterst kritiek probleem is.

Het is een gezondheidsprobleem, een probleem dat extreem complex aan het worden is en waar een oplossing voor moet komen, waar hulp voor moet worden geboden en waarvoor een verslag moet worden opgesteld waarmee we onze doelstellingen kunnen realiseren. Commissaris, het begint er heel sterk op te lijken dat de Commissie inderdaad de rol van de Wereldgezondheidsorganisatie heeft weten te benadrukken, maar juist de Wereldgezondheidsorganisatie zelf roept op om de trend van zwaarlijvigheid onder kinderen vóór 2015 te keren. In ieder geval wordt 2010 een belangrijk jaar, want dan zal worden vastgesteld wat het resultaat is van wat we met deze strategie in het werk hebben gesteld.

Ik wil iedereen die gesproken heeft bedanken, evenals de schaduwrapporteurs, en ik ben ik ook heel dankbaar voor alle suggesties die ik heb gehoord. We moeten heel zorgzaam en alert zijn bij het opstellen van een doorslaggevend verslag, waarmee we daadwerkelijk kunnen zorgen voor preventie en evenwichtige, gezonde voeding, die zowel het lichaam als de geest ten goede komt. Ik denk dat we met ieders medewerking dit doel echt kunnen bereiken. Nogmaals dank aan iedereen die zich ten gunste van dit verslag heeft uitgesproken. Dank u, commissaris.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u voor uw werk, mijnheer Foglietta, waarvoor iedereen hier u erkentelijk is.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. – (PL) Overgewicht en obesitas vormen een soort moderne epidemie met gevaarlijke gevolgen voor de gezondheid, en zelfs het leven van de mens. Diabetes, aandoeningen van het hart- en vaatstelsel, hypertensie, beroertes en bepaalde soorten kanker zijn slechts enkele risico’s die door overgewicht en obesitas veroorzaakt worden. Daarom is het goed dat het Europees Parlement de strijd met overgewicht en obesitas aangaat en alle organisaties die op elk nationaal en Europees bestuursniveau voor de gezondheid van de Europese burgers instaan, tot zulke acties aanzet.

Obesitas bij kinderen vormt een bijzondere bedreiging. In Europa hebben we al 22 miljoen kinderen met overgewicht en hun aantal blijft spijtig genoeg groeien. Als we deze tendens geen halt toeroepen, dan wordt onze maatschappij binnenkort nog meer zwaarlijvig, minder gezond en duidelijk minder productief. Daarom sta ik volledig achter dit verslag en ben ik van mening dat het tijd is om onze krachten te bundelen en een vastberaden en consequente strijd aan te gaan met overgewicht en obesitas. Daarbij moeten we ons concentreren op de meest gevoelige groepen, zoals kinderen en ouderen, en in het bijzonder alleenstaanden en vrouwen.

Als we de maatschappij ervan kunnen overtuigen dat het de moeite waard is om ons lichaamsgewicht te controleren en tegen obesitas te vechten en als we mechanismen in gang kunnen zetten die een gezonde levensstijl ondersteunen, dan zullen we in staat zijn om veel problemen te vermijden. Het voorkomen van obesitas is immers niet enkel een kwestie van gezondheid of esthetiek, maar heeft ook culturele en maatschappelijke implicaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (PSE), schriftelijk. – (EN) Het probleem van obesitas en aan voeding gerelateerde ziekten heeft wereldwijd dramatische vormen aangenomen. Volgens mij beletten bedrieglijke en agressieve marketingmethoden dat de consumenten bewuste keuzes met betrekking tot hun voeding maken. In dit opzicht zijn vooral kinderen kwetsbaar. De richtlijn audiovisuele mediadiensten voorziet in de ontwikkeling van een vrijwillige gedragscode door de dienstverleners met betrekking tot commerciële informatie over levensmiddelen en dranken. Weliswaar heb ik waardering voor de ambities van de industrie en de media op het gebied van zelfregulering, maar ik had er de voorkeur aan gegeven dat er concrete beperkingen komen op de hoeveelheid op kinderen gerichte reclame en de inhoud daarvan. De schadelijke gevolgen van voedsel van slechte kwaliteit voor de samenleving zijn vergelijkbaar met die van roken en drinken, waarvoor de reclame sterk is gereguleerd. Een soortgelijke benadering kan worden toegepast voor voedingsmiddelen waarvan vaststaat dat zij schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. De consumenten moeten duidelijke en objectieve informatie krijgen; hiervoor kan worden gezorgd door hogere eisen te stellen aan de etikettering van levensmiddelen en door grotere beperkingen op te leggen aan de reclame. De huidige financiële crisis toont nog eens aan waartoe een mix van hebzucht en ontbrekend toezicht kan leiden. Of het nu om uw huis of uw leven gaat: volgens mij staat er teveel op het spel om het marketingvraagstuk niet aan te pakken. Als regelgevers moeten we ingrijpen en ons werk doen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. – (PL) Ik ben vol lof over het verslag over aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties, dat door de heer Foglietta werd voorgelegd. Het is goed dat het Parlement de belangrijke kwestie van de bevordering van gezonde voeding nogmaals opneemt. We moeten ons ervan bewust zijn dat correcte voeding een van de twaalf voorwaarden voor een goede gezondheid is, die door de Wereldgezondheidsorganisatie opgesomd worden, en dat een gezonde mens de basis voor een gezonde maatschappij vormt. In deze context is het belangrijk dat voeding veilig is. Het recente voorbeeld met de vergiftigde Chinese zuigelingenmelk toont het belang van deze kwestie aan.

Onder de gevolgen van slechte voeding worden vele aandoeningen zoals overgewicht en obesitas gerekend. Obesitas, waaronder een overdreven opstapeling van vet in het organisme begrepen wordt, verhoogt het risico op hartziekten, arteriële hypertensie, arteriosclerose, diabetes, lithiasis, degeneratie van het beender- en gewrichtenstelsel en bepaalde soorten kanker. In Polen kampt ongeveer 65 procent van de mensen tussen 35 en 65 jaar met problemen van overgewicht en obesitas. Obesitas bij jongeren groeit uit tot een maatschappelijke plaag, die meer dan 22 miljoen Europese kinderen kwelt. Hierbij heeft reclame voor voedingsmiddelen met een hoog vet-, suiker- of zoutgehalte fatale gevolgen. In onze gezinnen en scholen moet zorg gedragen worden voor de goede kwaliteit van de voeding en de correcte bereiding ervan en jongeren moeten attent gemaakt worden op het belang van een gezonde levenswijze. Zo’n levensstijl omvat ook recreatie en sport.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Rogalski (UEN), schriftelijk. (PL) Overgewicht en obesitas zijn problemen die de laatste tijd door hun negatieve gevolgen voor de gezondheid de vorm van een epidemie hebben aangenomen. Gegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie tonen aan dat meer dan 50 procent van de Europese bevolking aan overgewicht of obesitas lijdt. Het feit dat meer dan 5 miljoen kinderen zwaarlijvig zijn en 22 miljoen kinderen overgewicht hebben, is alarmerend. Deze aantallen groeien spijtig genoeg in een schrikwekkend tempo. Obesitas is een van de hoofdoorzaken van mortaliteit en chronische aandoeningen zoals diabetes type 2, aandoeningen van het hart- en vaatstelsel, hypertensie, beroertes en bepaalde soorten kanker.

Voor de behandeling van obesitas zijn grote financiële inspanningen vereist die in de Europese Unie ongeveer 7 procent van de nationale begrotingen voor gezondheidszorg opslokken en 6 procent van de regeringsuitgaven voor gezondheidszorg.

Om de strijd met dit probleem aan te gaan moeten consumenten in Europa betere toegang krijgen tot informatie over de beste voedselbronnen om zo een juist voedingspatroon te kunnen kiezen. De etikettering van voedingsmiddelen moet duidelijk zijn en het gebruik van bepaalde ingrediënten zoals bijvoorbeeld kunstmatige vetzuren en transisomeren moet verboden worden. Een belangrijk feit is ook dat televisiereclame een invloed heeft op de zogenaamde consumptiegewoontes op korte termijn van kinderen tussen 2 en 11 jaar en dit heeft een negatieve invloed op de vorming van eetgewoontes.

De strijd tegen overgewicht, vooral bij kinderen, moet een prioriteit worden op internationaal, Europees, nationaal en plaatselijk niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk.(RO) Obesitas en gewichtstoename ten gevolge van slechte eetgewoonten en te weinig lichaamsbeweging komen overal in de EU steeds meer voor met grote gevolgen op economisch en sociaal vlak. Om een gezondere maatschappij te bevorderen moet de Commissie zich actief opstellen en de lidstaten steunen om de schadelijke effecten van onevenwichtige voeding en het sedentarisme te verminderen. Het is echter niet voldoende om bij de Europese burgers te pleiten voor een gezonde levensstijl, we moeten hun ook de motivatie en de nodige infrastructuur bieden. Er moeten plaatselijke maatregelen komen om het gebruik van de auto terug te dringen en het lopen te bevorderen, alsmede parken en fietspaden. Het anti-obesitasbeleid dient te worden gecorreleerd met het beleid voor stadsontwikkeling en vervoer, zoals het Groenboek betreffende Stedelijke mobiliteit, beleid dat de inspanningen voor de bevordering van lichamelijke activiteiten moet aanvullen. Er dient meer aandacht te worden gegeven aan de sociaaleconomisch minderbedeelde groepen die zijn geraakt door de stijging van de grondstofprijzen en impliciet van de prijzen van levensmiddelen, maar ook aan de kwetsbare groepen zoals kinderen en zwangere vrouwen. Het bevorderen van voedingsvoorlichting en van een verbod op de verkoop in scholen en kleuterscholen van voedingsmiddelen met een verhoogd vet-, zout- of suikergehalte zal zorgen voor de gezondheid van de toekomstige generatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE), schriftelijk. - (DE) Gezien de dramatische gezondheidstoestand van kinderen - in heel Europa lijden er 5 miljoen aan obesitas en 22 miljoen aan overgewicht - is het formuleren van een Europese voedingsstrategie een hoogst welkome stap. Met een zorgvuldige voedingswaarde-etikettering van levensmiddelen krijgen de consumenten een goed instrument in handen om bewuster om te gaan met hun voeding. Ook het zeer brede bewustmakingsconcept, dat zelfs op de allerjongsten gericht is, zal in de komende jaren zeker voor een trendbreuk zorgen. Op middellange termijn zijn ad-hocmaatregelen, zoals het uitdelen van vers fruit op scholen, noodzakelijk. Europa’s scholen dienen ook weer hun verantwoordelijkheid voor schoolsport en dagelijkse beweging te nemen, aangezien kinderen en jongeren een aanzienlijk deel van de dag op school doorbrengen.

Een Europese regeling kan echter niet meer dan het kader voor een gezonde voedingswijze leveren en mag derhalve niet in de fout vervallen de burger zijn eigen verantwoordelijkheid te ontnemen. Wil er op termijn een gezond Europa ontstaan, dan moet de Europese Gemeenschap op alle niveaus medestanders zoeken, zowel in de politiek, als in het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid