Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2628(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

RC-B6-0428/2008

Debatten :

PV 24/09/2008 - 15
CRE 24/09/2008 - 15

Stemmingen :

PV 25/09/2008 - 7.5
CRE 25/09/2008 - 7.5
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0460

Debatten
Donderdag 25 september 2008 - Brussel Uitgave PB

8. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE).(CS) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag in de notulen laten opnemen dat ik voor het verslag van de heer Foglietta gestemd heb. Mijn stemapparaat werkte niet bij de stemming.

 
  
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

– Ontwerpresolutie: Jaarlijks debat over de gerealiseerde voortgang in 2007 in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (artikelen 2 en 39 EU-Verdrag) (B6-0425/2008)

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE-DE).(MT) Het is uiteraard lastig om in deze chaos te worden begrepen. Ik neem graag het woord om uit te leggen waarom ik vóór de resolutie heb gestemd, die we zojuist hebben aangenomen en goedgekeurd, over het jaarlijkse debat inzake de vooruitgang die geboekt is in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Vandaag komt de Raad van ministers van justitie en binnenlandse zaken bijeen om het Europees pact inzake immigratie en asiel te bespreken en goed te keuren. Dit is een zeer belangrijk onderwerp en een zeer belangrijk voorstel dat besproken wordt in de Raad en ik hoop dat er vandaag tijdens het debat in de Raad een verklaring in het pact wordt opgenomen over de noodzaak tot een eerlijkere en meer gelijkwaardige verdeling van de immigratielast. Ik hoop dat de ministers dit pact vandaag aannemen en dat erin verwezen zal worden naar deze gedeelde verantwoordelijkheid.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
  

− Ontwerpresolutie: Jaarlijks debat over de gerealiseerde voortgang in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (artikelen 2 en 39 EU-Verdrag) (B6-0425/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, de resolutie waarover wij zopas hebben gestemd was voor mij en zeker voor mijn fractie omwille van talloze redenen onaanvaardbaar. De voornaamste reden is natuurlijk dat Europa volgens mij allesbehalve een nieuwe, zelfs een zogenaamde illegale, immigratiegolf nodig heeft. Allesbehalve.

Het is heel gemakkelijk voor bedrijven en voor de overheid, om steeds maar vreemdelingen uit niet-Europese landen te blijven importeren. Dat veroorzaakt een brain drain vanuit ontwikkelingslanden naar Europa, waar op lange termijn noch die ontwikkelingslanden, maar zeker ook Europa helemaal niet beter van worden, integendeel. Laten wij eindelijk eens beginnen - en ik kijk dan in de eerste plaats naar de overheid en naar de bedrijfswereld - met de assimilatie, de omscholing en de inschakeling in het normale arbeidsproces van de reeds massaal, bijzonder massaal hier aanwezige en niet- en nooit-aangepaste vreemdelingen.

 
  
  

− Verslag-Mikko (A6-0303/2008)

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag-Mikko gestemd, omdat ik van mening ben dat de media een essentiële rol spelen in het waarborgen van de democratie. Gezien de uitbreiding van de EU is het onze taak om te zorgen voor de convergentie van normen voor de bescherming van basisrechten en de democratie. Ik was betrokken bij het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie over het verslag-Mikko en ik zou haar willen feliciteren, omdat nieuwe technologieën naar mijn mening hebben geleid tot de opkomst van nieuwe mediakanalen en nieuwe soorten van content en de media een belangrijk politiek instrument blijven. In dat opzicht is een pluralistisch mediastelsel een essentiële voorwaarde voor het democratische sociale model.

Wanneer slechts een kleine groep mensen het eigendom van de media in handen heeft, werkt dit de monopolisering van de advertentiemarkt in de hand en vormt dit een barrière voor nieuwe spelers op de markt. De concurrentiewetgeving heeft geholpen de concentratie van media te beperken, maar deze problemen bestaan nog steeds in een aantal lidstaten waar de markt wordt gedomineerd door een paar grote spelers.

Daarom is het in het verslag genoemde voorstel om mediawetgeving te koppelen aan concurrentiewetgeving prijzenswaardig.

 
  
MPphoto
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, pluriformiteit van de media betekent dat programma’s inhoudelijk van elkaar verschillen en zenders in handen zijn van verschillende organisaties. Deze beide aspecten staan in de mediawereld momenteel op de helling. De toenemende eigendomsconcentratie van concurrerende mediabedrijven heeft er namelijk toe geleid dat maatschappelijk en cultureel waardevolle informatie moeilijk te vinden is in het struikgewas van laagdrempelige hapklare nieuwsitems voor iedereen. Het is zelfs moeilijk te voorspellen waar deze achteruitgang toe kan leiden, niet alleen voor de individuele consument maar ook voor de samenleving als geheel.

De rapporteur heeft terecht gewezen op de rol van de publieke omroep als beschermer van inhoudelijke diversiteit, die tot doel heeft kwalitatieve informatie uit te zenden. Ook doet ze terecht een voorstel voor een model waarin een sterke publieke omroep - buiten de concurrerende markt - en commerciële mediabedrijven met een winstoogmerk naast elkaar kunnen bestaan. Het evenwicht tussen deze pijlers moet echter buiten kijf staan. De inhoud van het verslag, evenals de intentie van de rapporteur, is helder en transparant. Tijdens het overleg binnen de Commissie cultuur en onderwijs is een goed compromis bereikt. Daarnaast moet duidelijk zijn wat de juridische status is van nieuwe zendmethoden als internetblogs of webpagina’s met gebruikerscontent, zodat de makers weten welke rechten en plichten eraan verbonden zijn en wat de eventuele sancties zijn.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, ik hoor dit Parlement graag zeggen dat alle lidstaten de pluriformiteit van hun media moeten waarborgen en dat zeker de openbare omroepen daarbij een grote rol spelen. Dat klopt. Zoiets heet in een normale samenleving democratie en vrijheid van informatie, in de eerste plaats vrijheid van informatie voor oppositiekrachten.

Gemeten aan die criteria zijn België en zelfs Vlaanderen geen democratie. Mijn politieke partij bijvoorbeeld, een grote politieke partij in dit land, wordt door de Vlaamse openbare omroep systematisch en openlijk gediscrimineerd en geboycot en dan nog op basis van officiële richtlijnen. Waarom? Omdat onze zienswijzen en voorstellen politiek niet correct heten te zijn of afwijken van het heersende discours. Nog niet zo lang geleden trouwens gaf de ex-topman van de openbare omroep openlijk toe dat hij vanwege de Belgische koning een barontitel had gekregen omwille van zijn strijd tegen en discriminatie van de oppositiepartij.

Een paragraaf over de behandeling van oppositiepartijen die tegen de stroom inroeien had in dit anders niet zo slechte verslag eigenlijk niet misstaan.

 
  
MPphoto
 

  Koenraad Dillen (NI). - Voorzitter, ik heb mij bij dit verslag onthouden. In dit verslag worden terecht enkele pijnpunten inzake pluralisme en mediaconcentratie blootgelegd, zoals wij die kennen in verschillende lidstaten.

Als Vlaming kan ik erover meespreken. Want geen enkele staat in de Europese Unie heeft meer nood aan bijvoorbeeld een neutrale media-ombudsman die de vrije meningsuiting en de pluriformiteit garandeert, dan België. Hier in Brussel, waar het hart van de instellingen klopt, zijn het immers niet alleen de particuliere media, maar ook de overheidsorganen die schaamteloos de grootste oppositiepartij, zoals mijn collega daarjuist ook zei, boycotten en het recht van de burgers op evenwichtige en vrije informatie fnuiken.

Het handvest van de persvrijheid waarvoor de rapporteur pleit, kan dit soort wantoestanden misschien onmogelijk maken, zo niet dan blijft alles bij een pure window dress.

Anderzijds vraag ik mij toch af waarom de rapporteur juist het vrije medium bij uitstek, het internet en in het bijzonder de bloggers, ook strikter wil reglementeren en dan heb ik het nog niet over de terechte zorg voor het respect van de auteursrechten. Want het zijn net die staten waar er geen echt mediapluralisme bestaat, waar men het hardste pleit voor meer controle op het internet. Met dit verslag krijgen zij bijkomende argumenten in handen en dat is te betreuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Pál Schmitt, namens de PPE-DE-Fractie. (HU) Bedankt, mijnheer de Voorzitter. Ik zal in het Hongaars spreken. De veelzijdigheid van de media is voor de Europese Volkspartij uitermate belangrijk, daarom hebben wij besloten dat onze fractie in plaats van het verslag te verwerpen, een alternatief verslag gaat indienen. In dit alternatieve verslag worden de pluspunten van het oorspronkelijke voorstel behouden, de voor ons onacceptabele delen uit de tekst verwijderd en de voorstellen die we belangrijk vonden om te benadrukken, toegevoegd.

De fractie heeft onder andere bezwaar tegen het feit dat bepaalde lidstaten in het verslag concreet genoemd worden, terwijl wij juist vinden dat een verslag dat de veelkleurigheid van de media behandelt, neutraal en algemeen van aard moet zijn. Het doel ervan is niet om bepaalde landen als slecht voorbeeld te schande te maken. Wij konden evenmin accepteren dat het verslag ervan uitgaat dat sommige media alleen op winst en materiële belangen zijn gericht. Ook dit is een overdreven generalisering.

Het verslag, dat felle politieke discussies heeft opgewekt, moet de aandacht van de Europese Commissie vestigen op het feit dat zij dit vraagstuk moet aanpakken op een wijze die past bij de ernst van het onderwerp en dat zij moet onderzoeken welke maatregelen van de Unie of de lidstaten nodig zijn in het belang van de verwezenlijking van de veelkleurigheid. Dank u wel.

 
  
  

− Gezamenlijke ontwerpresolutie – Beheersing van de energieprijzen (RC-B6-0428/2008)

 
  
MPphoto
 

  Peter Baco (NI).(SK) Ik ben voorstander van een doeltreffende beheersing van de energieprijzen. De prijsschommelingen van de afgelopen maanden zijn duidelijk niet in het belang van de EU-burgers, terwijl speculanten/tussenpersonen winst boeken. Bovendien zijn we getuige van een absoluut onacceptabele situatie waarbij energieprijzen de voedselprijzen bepalen. Wij moeten ons verzetten tegen het cynische argument dat er wereldwijd genoeg voedsel is, maar dat niet iedereen genoeg geld heeft om duur voedsel te kopen.

Volgens deskundigen van de Wereldbank is biomassa-energie verantwoordelijk voor 80 procent van de enorme stijging van voedselprijzen. In dit verband heb ik, tijdens meerdere gelegenheden, de noodzaak benadrukt om de voedselreserves te verhogen en het gebruik van voedselbronnen voor energiedoeleinden aan banden te leggen. Dit is een belangrijk probleem dat samenhangt met de beheersing van de voedselprijzen en als zodanig veel meer specifieke aandacht verdient.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, we zien de energieprijzen tegenwoordig snel stijgen. Dit heeft directe gevolgen voor de levenskwaliteit van de inwoners van de Europese Unie en wakkert de inflatie verder aan. We moeten dus instrumenten creëren om de Europeanen te beschermen tegen de gevolgen van deze prijsstijgingen. Ondanks de recente daling van de olieprijzen, ben ik van mening dat we meer aandacht moeten schenken aan prijsstabiliseringsmechanismen. Ook horen we stemmen opgaan om te komen tot een transparantere energiemarkt, zodat deze in de toekomst minder gevoelig wordt voor speculatie op de beurzen. Wie het over energie heeft kan niet voorbijgaan aan de noodzaak om meer werk te maken van hernieuwbare energie en kernenergie. Ook moeten we nieuwe technologieën ontwikkelen voor het gebruik van kolen en moeten we een grootschalig programma opzetten voor meer energie-efficiëntie.

 
  
  

− Verslag-Foglietta (A6-0256/2008)

 
  
MPphoto
 

  Renate Sommer (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Foglietta gestemd, en ik wil alle collega’s bedanken die me hierbij gesteund hebben.

Hoewel overgewicht een groeiend probleem is, brengt dit Witboek ons niet dichter bij een oplossing. In tegendeel, het bestaat uit een ratjetoe van diverse aanbevelingen en verzoeken om wetgeving. Hiermee maken we onszelf belachelijk. Ik ben blij dat in ieder geval het voorstel voor de rode, oranje en groene codering van voedseletiketten eruit is gegooid, maar andere voorstellen staan nog overeind, waaronder een aantal voorstellen dat vooruitloopt op besluiten die we nog moeten nemen op het gebied van de voedseletikettering, waarvoor ik rapporteur van het Parlement ben.

We hebben besloten dat we zullen oproepen tot censuur op reclames, dat we kunstmatige transvetzuren willen verbieden, maar tegelijkertijd van plan zijn om ze op voedseletiketten te vermelden, dat onze tailleomvang in de toekomst officieel wordt opgemeten, dat het zoutgehalte in voedsel in de gaten gehouden zal worden, wat neerkomt op een ingreep in de recepten van levensmiddelen. De aanzet tot een nieuwe definitie voor gezonde voeding is gegeven; een van de voorwaarden is dat gezonde voeding alleen mogelijk is met ecologisch geproduceerde levensmiddelen. Dat komt neer op discriminatie van de conventionele landbouw.

Slecht voedsel bestaat niet, onze wetgeving zou dat namelijk van de markt weren. Alle consumenten hebben het recht op informatie, maar ze hebben ook het recht op respect, wat inhoudt dat ze hun eigen beslissingen moeten kunnen nemen.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

− Verslag-Resetarits (A6-0263/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Dit verslag over publieke (burger- en gemeenschaps-) media in Europa gaat over een gebied waarvan men vindt dat het aanvullende financiering nodig heeft in het kader van steunprogramma's van de Europese Unie. Dit is weer een voorbeeld van hoe belangengroepen in dit Parlement proberen het aantal EU-steunprogramma’s en daarmee de financiële middelen daarvoor te verhogen, zodat zij links en rechts subsidies kunnen uitdelen.

Het is onbegrijpelijk dat steun voor plaatselijke media zonder winstoogmerk gezien moet worden als een uitgavenpost die door de Europese Unie moet worden gefinancierd. Het subsidiariteitsbeginsel leidt vanzelf tot de conclusie dat dit een uitgavenpost van de lidstaten of regionale politieke organen moet zijn. Zij kennen deze media en zij hebben de mogelijkheid te bepalen of zulke uitgaven voorrang moeten hebben boven de behoefte aan middelen voor zaken als gezondheidszorg, scholen en sociale voorzieningen.

In het belang van subsidiariteit hebben wij tegen dit verslag als geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Gyula Hegyi (PSE), schriftelijk. (EN) Plaatselijke media in de zin van dit verslag spelen vaak een belangrijke rol in lokale gemeenschappen. Naast andere lokale mediavormen zijn ze een belangrijke bron van lokaal nieuws en informatie en fungeren ze soms zelfs als de enige stem van lokale gemeenschappen. Daarom zou de Europese Unie zich meer op deze media moeten richten, al helemaal na het mislukken van het Verdrag van Lissabon, aangezien ze als een efficiënt middel kunnen fungeren om informatie over de EU door te geven aan burgers.

Als rapporteur voor het verslag over de actieve dialoog met burgers over Europa steun ik volledig elk communicatiemiddel dat kan helpen de EU dichter bij de burgers te brengen. Desondanks ben ik ervan overtuigd dat het een essentiële voorwaarde is voor plaatselijke media of andere lokale mediavormen die geheel of zelfs gedeeltelijk met openbare middelen worden gefinancierd dat zij onafhankelijk zijn van zowel nationale als lokale overheden.

Ik weet dat plaatselijke media, en dan met name de manier waarop ze worden gefinancierd, een primair aandachtspunt voor de lidstaten moeten zijn vanwege de verschillende vormen waarin deze media bestaan en de lokale kenmerken. Op Europees niveau kunnen we een bijdrage leveren door meer zichtbaarheid rond dit onderwerp te creëren. Dit verslag is een eerste stap in die richting.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Het verslag-Resetarits, dat ik heb gesteund, verwijst naar het belang van de media voor de versterking van de culturele en taalkundige verscheidenheid. Deze week is het eerste tv-kanaal in het Gaelic gelanceerd, wat een welkome ontwikkeling is in de bevordering van de taalkundige verscheidenheid van zowel Schotland als Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Publieke (burger- en gemeenschaps-) media hebben in onze maatschappij altijd een belangrijke rol gespeeld. Dergelijke media kunnen de interculturele dialoog bevorderen doordat ze negatieve stereotypen kunnen bestrijden. De EU moet dit ten volle erkennen door een verbetering van de wettelijke erkenning van deze media en van de toegang tot het radiospectrum voor uitzendingen. Ik heb met dit verslag ingestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Strož (GUE/NGL), schriftelijk. (CS) Ik ben ervan overtuigd dat burgerlijke en alternatieve media de pluraliteit van de media kunnen helpen vergroten en de informatievoorziening aan de burger kunnen helpen verbeteren. Als we kijken naar de gang van zaken in het leeuwendeel van de lidstaten van de Europese Unie wordt toch wel duidelijk dat het begrip vrijheid van meningsuiting een lege huls is geworden en dat de commerciële media naar de pijpen dansen van de eigenaar. De objectiviteit van de door de publieke omroepen verspreide informatie heeft vaak sterk te lijden onder de belangen van de machthebbers, ongeacht het statuut en het rechtskader waarin deze vervat zijn. Het is daarom des te belangrijker dat het misbruik van burgerlijke en alternatieve media buiten de grenzen van de taak die dergelijke media dienen te vervullen, wordt voorkomen. Ik ben het ermee eens dat deze media een algemene juridische erkenning verdienen in de lidstaten van de EU. De regelgeving voor hun activiteiten dient echter vanaf het allereerste begin zodanig te worden vormgegeven dat burgerlijke en alternatieve media hun roeping, hun maatschappelijke positie, niet verloochenen kunnen.

 
  
  

− Verslag-Muscat (A6-0344/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk.(EN) Ik kan niet met dit verslag instemmen. Hoewel ik het eens ben met veel van de voorstellen in het verslag, en deze ook toejuich, maak ik me zorgen over het beperken van de draagwijdte van de btw-vrijstelling met betrekking tot beleggingsfondsen. Ik vind het beter om de status quo te handhaven.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. - (EN) De EPLP is van mening dat de btw-eisen voor financiële diensten al veel eerder aangepast hadden moeten worden. De rapporteur heeft deze taak met veel toewijding vervuld. Wij maken uit zijn benadering op dat hij zeer welwillend staat tegenover het idee van het doorberekenen van kosten in de productprijs en dat hij begrijpt welke problemen zich kunnen voordoen. We vragen ons wel af hoe sommige punten in de praktijk juist geregeld kunnen worden – in het bijzonder wat betreft de beslissing over het verlenen van toestemming aan bedrijven om btw toe te passen. We hebben dus bedenkingen die we niet in de afzonderlijke amendementen konden onderbrengen, omdat amendementen 1-28 en bloc in stemming zijn gebracht. De EPLP steunt de rapporteur maar zou tegen amendement 6 en 21 hebben gestemd.

Ik wil Joseph Muscat graag persoonlijk bedanken voor zijn werk voor dit verslag en andere verslagen en voor zijn collegiale houding in het Europees Parlement. Ik hoop dat zijn carrière een opgaande lijn zal vertonen en dat we hem weer spoedig als toekomstig minister-president van Malta kunnen verwelkomen.

 
  
  

− Ontwerpresolutie – Jaarlijks debat over de gerealiseerde voortgang in de ruimte voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (artikelen 2 en 39 EU-Verdrag) (B6-0425/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bradbourn (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Hoewel we voor samenwerking tussen lidstaten in de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (RVVR) zijn, stemmen de conservatieven van het Verenigd Koninkrijk tegen deze resolutie, omdat we consequent tegen oproepen tot verdere harmonisering op het gebied van RVVR gekant blijven. We zijn vooral tegen de oproepen in het verslag tot het aannemen van bepalingen in het Verdrag van Lissabon die ook krachtens de huidige regelingen kunnen worden aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Gaubert (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Ik ben tevreden dat een heel grote meerderheid de resolutie over het jaarlijks debat over de gerealiseerde vooruitgang in 2007 in de ruimte voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid heeft aangenomen.

Het is een kwalitatief hoogstaande tekst die ons nadrukkelijk herinnert aan de noodzaak het Verdrag van Lissabon snel goed te keuren. Dat Verdrag zorgt voor een versteviging van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid doordat het voorziet in essentiële verbeteringen betreffende de legitimiteit en de doeltreffendheid van Europese maatregelen.

Voorts worden de Commissie en de Raad opgeroepen om de nieuwe prioriteiten van het volgende meerjarenprogramma voor de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid voor de periode 2010-2014 vast te leggen.

Ten slotte worden enkele onontbeerlijke maatregelen voorgesteld op het vlak van fundamentele rechten en burgerschap, inzake de bescherming van de grenzen en betreffende immigratie en asiel. Onze fractie heeft die prioriteiten verdedigd en ze komen grotendeels ook voor in het Europees pact inzake immigratie en asiel, dat op basis van concrete acties ten uitvoer moet worden gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Ofschoon wij ons kunnen vinden in diverse punten van deze resolutie over de zogenaamde "ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid" – een eufemisme voor het reële proces waarmee justitie en binnenlandse zaken, twee soevereine bevoegdheden van de lidstaten, geleidelijk aan onder de bevoegdheid van de Unie worden gebracht –, bevat zij een aantal doelstellingen, prioriteiten en voorstellen die wij resoluut verwerpen.

Met name omdat de resolutie zich doof houdt voor de afwijzing van het zogenaamde Verdrag "van Lissabon" – en blijft aandringen op de tenuitvoerlegging ervan eind 2009 en de voortzetting van het communautariseringsproces op het gebied van justitie en binnenlandse zaken – en daarmee uiting geeft aan het gebrek aan eerbied van de meerderheid van dit Parlement voor een soevereine en democratische beslissing van de Ierse bevolking.

En onder meer ook omdat in de lijst van doelstellingen sprake is van een versterking van het Schengen-informatiesysteem (met inbegrip van de beslissingen betreffende het Verdrag van Prüm), Frontex en het immigratiebeleid van de EU (dat selectief is, te veel op veiligheid is gericht en immigratie criminaliseert).

En ofschoon het EP zijn beklag doet over het feit dat "de Unie de facto politiële en justitiële samenwerking met derde landen, met name de VS, creëert via bilaterale overeenkomsten over een reeks onderwerpen, en daarbij de formele democratische besluitvormingsprocedures en de parlementaire controle omzeilt" wordt deze kwestie niet ter discussie gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Tobias Pflüger (GUE/NGL), schriftelijk. 1. (DE) Het voorstel beschrijft het Verdrag van Lissabon als een "essentiële en dringende voorwaarde" om "te waarborgen dat de EU een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (RVVR) vormt". Het Verdrag van Lissabon is verworpen na het Ierse referendum. Het is de hoogste tijd om dat te accepteren.

2. Het voorstel verzoekt om ingebruikneming van het Schengen Informatie Systeem van de tweede generatie (SIS II) en de versterking van Frontex. Het agentschap voor het beheer van de buitengrenzen Frontex is verantwoordelijk voor de operationele uitvoering van het onmenselijke beleid om de EU af te sluiten voor mensen in nood. SIS II levert hiervoor de benodigde gegevens. Dit beleid is inhumaan en we moeten het dan ook fundamenteel afwijzen.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) In het algemeen steunen we het idee dat langdurig ingezetenen stemrecht wordt verleend bij Europese en lokale verkiezingen. We menen echter dat het onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten valt om beslissingen te nemen over het stemrecht bij lokale verkiezingen, in overeenstemming met de relevante internationale verdragen.

 
  
  

− Verslag-Mikko (A6-0303/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil erop wijzen hoe belangrijk het is bescherming te geven aan het pluralisme in de media (reeds aangehaald in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie), om een democratisch proces te verzekeren waarmee de informatie op een transparante manier bij de verschillende Europese burgers terechtkomt. Het is maar al te goed bekend dat de media vaak onder politieke druk staan, terwijl vooral de publieke omroep een aanzienlijk en stabiel marktaandeel nodig heeft om los te komen van ontoereikende financieringen en politieke lobby’s.

Ik zal dus met overtuiging stemmen voor deze ontwerpresolutie, waarin een consortium van drie Europese universiteiten de opdracht krijgt toezicht te houden op dat pluralisme door betrouwbare en onpartijdige indicatoren vast te stellen. En ik ben het er ook over eens dat er controlestelsels moeten worden ingevoerd om de redactionele en journalistieke vrijheid in ieder land te waarborgen.

De tijd is nu rijp – gezien de ophanden zijnde campagne voor de Europese verkiezingen van 2009 – om samen een handvest voor mediavrijheid op te stellen, teneinde de huidige precaire arbeidsomstandigheden van zoveel redacteurs en journalisten aan te pakken.

Tot slot moeten de nieuwe mediakanalen, overal in Europa en in de wereld, weliswaar gefinancierd worden, maar ook moet daar een verantwoord gebruik van worden gemaakt (bijvoorbeeld de status van auteurs en uitgevers van weblogs moet worden gedefinieerd). En in heel Europa moet een grotere mediageletterdheid worden gestimuleerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Marie Cavada (ALDE), schriftelijk.(FR) Ik bevestig eens te meer het belang dat ik aan de vrije meningsuiting en aan het behoud van het pluralisme van media hecht. Blogs zijn middelen die het privéleven in gevaar kunnen brengen en als ze onjuist of kwaadwillig zijn met "schendingen van de perswetten" kunnen worden gelijkgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Jorgo Chatzimarkakis (ALDE), schriftelijk. (DE) Een pluriform mediasysteem is een basisvereiste voor het voortbestaan van het democratische, Europese sociaal model. De concentratie van eigendom van het mediastelsel geeft echter aanleiding tot het ontstaan van een omgeving die de monopolisering van de reclamemarkt bevordert, belemmeringen doet ontstaan voor de doorbraak van nieuwe marktspelers en leidt tot een uniformering van de media-inhoud.

Winstgerichtheid wordt steeds bepalender voor de ontwikkeling van het mediasysteem. Om te vermijden dat belangenconflicten ontstaan tussen de concentratie van media-eigendom en politieke macht, moeten mededingingswetten en mediawetgeving met elkaar verbonden worden. Deze belangenconflicten hebben namelijk nadelige gevolgen voor de vrije mededinging en pluralisme. Ter bevordering van de pluriformiteit moet bovendien het evenwicht tussen openbare en commerciële zenders gegarandeerd worden.

Daarnaast verlang ik maatregelen om de concurrentiepositie van de mediaconcerns te verbeteren ter bevordering van de economische groei. De mededingingswetgeving moet consequent worden toegepast, zowel op Europees als op nationaal niveau, om de concurrentie te verscherpen en nieuwe mededingers toegang te verlenen tot de markt. Met name de nationale regelgeving met betrekking tot de media moet transparant en van hoge kwaliteit zijn.

Daarom juich ik het voornemen van de Commissie toe indicatoren te ontwikkelen om de pluriformiteit van de media in de Europese Unie te meten. Daarnaast verlang ik dat er nog andere indicatoren worden vastgelegd die kunnen worden gebruikt op het gebied van democratie en beroepsgedragscodes voor journalisten. Verder ben ik van mening dat de regelgeving voor mediaconcentratie ook betrekking moet hebben op middelen voor de toegang tot en de verspreiding van media-inhoud op het internet.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), schriftelijk. - (SV) Het verslag van Marianne Mikko is een prachtig voorbeeld van wanneer goede bedoelingen te ver gaan en in conflict komen met de onafhankelijkheid van de media en de grondbeginselen van de vrijheid van meningsuiting. Het oorspronkelijke voorstel van mevrouw Mikko - dat onder andere voorzag in de mogelijkheid van registratie, het recht op weerwoord en de mogelijkheid bloggers te vervolgen - was ver verwijderd van mijn opvatting over de vrijheid van meningsuiting en opinievorming. Gelukkig werd het verslag op deze punten herzien voordat het voorstel in de plenaire vergadering werd behandeld. Deze herziening was voor mij echter niet voldoende om het verslag te kunnen steunen: op veel punten is het verslag nog steeds in strijd met de onafhankelijkheid van de media, vrije opinievorming en de vrijheid van meningsuiting.

Amendement 5 - dat uiteindelijk door het Parlement werd aangenomen - is een beter alternatief voor het verslag. Een beter, maar geen goed alternatief. De kwestie van concentratie en pluralisme van de media is belangrijk en daar moet over gesproken worden. Maar deze resolutie is niet de juiste manier. Kwesties met betrekking tot de media moeten altijd op verantwoorde wijze en weloverwogen worden behandeld. Als het gaat om de onafhankelijkheid van de media, vrije opinievorming en de vrijheid van meningsuiting, dan kan ik geen compromissen sluiten. Deze waarden zijn te fundamenteel om mee te sjoemelen. Ik heb mij daarom in de stemming van vandaag onthouden. Hiermee wil ik mijn steun voor het debat tonen, maar ook mijn zorg uiten over herhaalde pogingen om kwesties met betrekking tot de media en de vrijheid van meningsuiting te reguleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Gelet op de wijzigingen van het Reglement van orde van het Europees Parlement, dat in deze omstandigheden geen specifieke wijzigingsvoorstellen aanvaardt, was dat wat hier net in stemming is gebracht niet het verslag-Mikko, maar een alomvattend voorstel voor een alternatieve resolutie.

De resolutie die uiteindelijk is aangenomen, is duidelijk beter dan het verslag. Alleen daarom hebben wij voor gestemd. De tekst bevat evenwel een aantal formuleringen waarmee wij niet kunnen instemmen.

Wij hebben vooral moeite met de manier waarop een schijnevenwicht wordt gecreëerd door de zogenaamde "mededingingswetten" te verbinden met de mediawetgeving, aangezien de ervaring heeft geleerd dat de belangen van het kapitaal prevaleren boven alle rechten en vrijheden, met inbegrip van de vrijheid van meningsuiting in de media, zodat het pluralisme meer dan eens op de helling komt te staan.

Ofschoon elders wordt gesteld dat "openbare instanties als hoofddoelstelling zouden moeten hebben voorwaarden te creëren die een hoog kwaliteitsniveau van de media garanderen (openbare media inbegrepen), en de mediadiversiteit en de volledige onafhankelijkheid van journalisten te waarborgen", weten wij dat deze doelstelling moeilijk kan worden verwezenlijkt wanneer de rol van de democratische staat gekenmerkt wordt door zwakheid. Het is een feit dat de vrijheid van meningsuiting en de onafhankelijkheid van journalisten niet gewaarborgd zijn wanneer de belangrijkste mediaorganen in het bezit zijn van grote economische en financiële groepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. – (EN) Ik feliciteer mijn collega Marianne Mikko met haar verslag. Ik zal voor de gezamenlijke alternatieve ontwerpresolutie stemmen die door mijn fractie samen met de Liberalen en de Groenen is ingediend – de best mogelijke benadering van mijn eigen standpunt. Ik kan niet bedenken waarom iets wat in schriftelijke of mondelinge vorm illegaal is, op het internet legaal zou kunnen zijn. Natuurlijk is handhaving moeilijk, maar dat is geen reden om niets te doen. Per slot van rekening hebben we ook snelheidsbeperkingen op afgelegen wegen, hoewel het heel moeilijk is om deze te controleren. Dit wordt echter niet gebruikt als argument om bandeloze vrijheid te rechtvaardigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Dit verslag en de alternatieve ontwerpresoluties hierbij vallen buiten de wetgevingsprocedure en zijn niets anders dan een uiting van de wens van de federalistische meerderheid in het Europees Parlement om de Europese Unie meer bij het cultuur- en mediabeleid te betrekken. Tijdens de voorbereiding van dit verslag ging de rapporteur veel te ver in haar ambitie om de wereld van bloggers te controleren en te bewaken. Gelukkig heeft de commissie wat gas teruggenomen in haar voorstel voor de plenaire vergadering en de ontwerpresoluties van sommige fracties zijn beter dan het verslag zelf. Maar de fundamentele vraag blijft: waarom moet dit verslag überhaupt in het Europees Parlement worden besproken?

De kwestie van mediaconcentratie is belangrijk - zo belangrijk dat het voortaan in de lidstaten moet worden behandeld. Wij hebben daarom tegen dit verslag in zijn geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem voor het verslag van Marianne Mikko over concentratie en pluralisme in de media in de Europese Unie.

Toegang tot vrije en gediversifieerde media in alle lidstaten is tegenwoordig heel belangrijk. Het ingevoerde tweepijlermodel voor particuliere en publieke televisieomroep en audiovisuele mediadiensten heeft zich heel goed ontwikkeld. Om ervoor te zorgen dat deze ontwikkeling zo goed mogelijk kan blijven doorgaan, dienen openbare omroepen een stabiele financiering te krijgen, zodat ze de publieke belangen en maatschappelijke waarden kunnen bevorderen, het pluralisme van de media kunnen behouden en de toegang van de burgers tot kwalitatief hoogwaardige programma’s kunnen garanderen.

Ik steun ook de opstelling van een handvest voor mediavrijheid. Dat is een uitgangspunt voor inspanningen om de vrijheid van meningsuiting te waarborgen. Journalistieke onafhankelijkheid moet aan de hand van gerichte wettelijke en maatschappelijke garanties worden geregeld.

De concentratie van eigendom in het mediastelsel is ook een probleem, omdat het de monopolisering van de reclamemarkt bevordert. Daarom is het nodig dat mededingingswetten en mediawetgeving met elkaar verbonden worden om toegang, mededinging en kwaliteit te waarborgen. Het verslag dekt min of meer alle belangrijke punten en daarom schaar ik mij achter de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  Ramona Nicole Mănescu (ALDE), schriftelijk. (RO) Pluralisme dient, daar zijn we het allemaal over eens, een vitaal element van de massamedia te zijn. Als vitaal element dient het te worden ondersteund, en met de aanneming van het verslag-Mikko is een belangrijke stap in die richting gezet.

De noodzaak van een evenwichtige massamediamarkt dient te worden erkend en ondersteund op het niveau van de lidstaten, en deze moeten zich zowel apart als samen inspannen om de Europese burgers toegang tot juiste en gevarieerde informatie te bieden.

Culturele diversiteit alsmede de voortdurend toenemende noodzaak van integratie van de migrantenpopulatie en van minderheden, toegevoegd aan het belang van een goede informatievoorziening voor de actieve bevolking, zijn terug te vinden als hoofdredenen om een witboek voor de vrijheid van de media op te stellen. Derhalve steun ik vol overtuiging de aanbeveling van het Europees Parlement om openbare mediadiensten te steunen als alternatieve informatievoorziening ten opzichte van diensten die uitsluitend op commerciële criteria gebaseerd zijn.

De noodzaak om de burgers van Europa hun rechten en plichten actief te laten invullen, ze te informeren en in staat te stellen om de wijze waarop zij geïnformeerd worden te begrijpen en te bekritiseren, moet de leidraad zijn voor iedere maatregel die in de toekomst zowel door de Europese instellingen als door iedere lidstaat afzonderlijk aangenomen moet worden.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Door nieuwe technologie zijn er nieuwe mediakanalen ontstaan en is de inhoud van de media veranderd. Voor de bevordering van de democratie en het vrije denken is een mediasysteem met een groot bereik van essentieel belang. Ik heb met volle overtuiging voor de aanbevelingen van Marianne Mikko gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Doris Pack (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Concentratie in de media is een veel voorkomend kwaad en moet bestreden worden. Om te beginnen zijn er in de EU echter een aantal landen waar concentratie in de media een probleem is, en het is daarom onacceptabel slechts een land te noemen. Ten tweede wordt de Commissie in het verslag op diverse plaatsen verzocht actie te ondernemen op een terrein waar het subsidiariteitsbeginsel van toepassing is.

Als dat geamendeerd zou zijn, of als ik voor een dergelijk amendement had kunnen stemmen, zou ik het verslag-Mikko hebben gesteund.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk. - (EL) De concentratie van media-eigendom versterkt de monopolistische verschijnselen en tast de noodzakelijke pluraliteit aan.

Tegenwoordig lijkt de toegang tot informatie oneindig te zijn maar tegelijkertijd schiet deze tekort. Een groot percentage media- en internetdiensten is in handen van ondernemingsconcerns die tegelijkertijd de best geadverteerde klant van zichzelf zijn. Het is noodzakelijk te zorgen voor openbare, pluralistische, open en ongebonden televisie van goede kwaliteit. Wat de vrijheid van meningsuiting op het internet betreft moet de EU groot gewicht toekennen aan de openbare dialoog, om zowel vrijheid van meningsuiting als bescherming van persoonsgegevens te verzekeren. Het debat is net begonnen. Oplossingen zullen worden gevonden in samenwerking met het maatschappelijk middenveld.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Het amendement van het Reglement van Orde zoals wij die op 8 juli 2008 hebben aangenomen, resulteerde in nieuwe regels voor initiatiefverslagen. Tijdens deze tweede vergaderperiode in september hebben we de mogelijkheid gehad om te zien hoe deze regels in de praktijk uitpakken.

Tijdens het maandagavonddebat over enkele initiatiefverslagen bleek echter dat deze verandering niet de meest gelukkige was. Slechts de rapporteur en een vertegenwoordiger van de Commissie werden gehoord tijdens het debat over elk verslag. Het debat verloor zijn dynamiek omdat ook de schaduwrapporteurs niet aan het woord kwamen. Ook het voorschrift dat leden die mee hebben gewerkt aan de voorbereiding van het verslag hun opmerkingen schriftelijk in mogen dienen, blijkt problematisch te zijn. De van kracht zijnde regel luidt dat tijdens het verloop van een vergaderperiode elk lid slechts eenmaal schriftelijk mag reageren.

De stemprocedure voor initiatiefverslagen blijkt ook problematisch te zijn. Onder de nieuwe regel is het niet geoorloofd om amendementen plenair te behandelen. Alleen een alternatieve ontwerpresolutie mag namens een fractie ter tafel worden gebracht.

Praktisch gezien zijn de tekortkomingen van ons besluit van invloed geweest op dit verslag, van mevrouw Mikko, over de concentratie en het pluralisme van de media in de Europese Unie. Het relatief uitgebalanceerde verslag bevatte enkele punten die betrekking hebben op specifieke lidstaten. Ik ben van mening dat de inhoud van een verslag over een dusdanig gevoelig onderwerp neutraal moet blijven. Ik was niet van plan om tegen het verslag te stemmen, maar we kregen niet de mogelijkheid om te stemmen voor een ontwerpresolutie die door onze fractie, de PPE-DE-Fractie, is ingediend. Mijn verzoek luidt om deze regel aan te passen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, pluriformiteit van de media betekent dat programma’s inhoudelijk van elkaar verschillen en zenders in handen zijn van verschillende organisaties. Deze beide aspecten staan in de mediawereld momenteel op de helling. De toenemende eigendomsconcentratie van concurrerende mediabedrijven heeft er namelijk toe geleid dat maatschappelijk en cultureel waardevolle informatie moeilijk te vinden is in het struikgewas van laagdrempelige hapklare nieuwsitems voor iedereen. Het is zelfs moeilijk te voorspellen waar deze achteruitgang toe kan leiden, niet alleen voor de individuele consument maar ook voor de samenleving als geheel.

De rapporteur heeft terecht gewezen op de rol van de publieke omroep als beschermer van inhoudelijke diversiteit, die tot doel heeft kwalitatieve informatie uit te zenden. Ook doet ze terecht een voorstel voor een model waarin een sterke publieke omroep - buiten de concurrerende markt - en commerciële mediabedrijven met een winstoogmerk naast elkaar kunnen bestaan. Het evenwicht tussen deze pijlers moet echter buiten kijf staan. De inhoud van het verslag, evenals de intentie van de rapporteur, is helder en transparant. Tijdens het overleg binnen de Commissie cultuur en onderwijs is een goed compromis bereikt.

Daarnaast moet duidelijk zijn wat de juridische status is van nieuwe methoden voor informatieverspreiding als internetblogs of webpagina’s met gebruikerscontent, zodat de makers weten welke rechten en plichten eraan verbonden zijn en wat de eventuele sancties zijn. Dergelijke nieuwe nieuwsvormen zullen immers alleen maar toenemen. Een ethische code is dan ook een stap in de goede richting.

 
  
MPphoto
 
 

  Marek Siwiec (PSE), schriftelijk. − (PL) In de aangenomen resolutie over de concentratie en pluriformiteit van de media in de Europese Unie geven de afgevaardigden van het Europees Parlement, onder wie ikzelf, terecht aan dat ze voor de burgers vrijere toegang tot diverse massamedia willen garanderen en de vrijheid van meningsuiting willen veiligstellen.

Ik wil er echter op wijzen dat de resolutie op het vlak van de internetblogs aanzienlijk afwijkt van de eerste versie van het verslag van Marianne Mikko en de Commissie cultuur en onderwijs. Daarin werd namelijk duidelijk gesteld dat internetblogs en webpagina’s met gebruikerscontent moeten vallen onder regelgeving die aansluit bij de regels voor andere publicaties. De aangenomen resolutie roept echter op tot een open debat over de status van internetblogs. Daarom heb ik voor de resolutie gestemd.

Ik ben er namelijk van overtuigd dat internet en met name blogs een belangrijke rol spelen bij de bevordering van pluriforme media en de vrijheid van meningsuiting. Er moeten dan ook geen beperkingen worden opgelegd. De eerdere versie van punt 25 van het verslag kon verkeerd worden geïnterpreteerd en vormde daarom een bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting van auteurs die zich van dit steeds populairder wordende medium bedienen. Ik wens met klem op te merken dat elke gelijkaardige poging tot regulering en controle in de toekomst door het Europees Parlement moet worden verworpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. (PL) Tijdens de stemming van vandaag heb ik de resolutie over concentratie en pluralisme in de media in de Europese Unie gesteund. Ik ben het eens met het principe van de rapporteur, dat we de verschillende normen voor bescherming van de democratie en de fundamentele vrijheden op hetzelfde niveau moeten brengen.

De massamedia hebben tegenwoordig een enorme invloed, die bovendien alleen maar toeneemt. Het is positief dat er steeds nieuwe mediavormen bijkomen, want dat zorgt voor meer dynamiek en diversiteit in de sector. Ik ben echter van mening dat er behoefte is aan een monitorings- en uitvoeringssysteem dat gebaseerd is op betrouwbare en objectieve indicatoren voor pluralisme. Pluriforme media vormen onderdeel van onze democratie en vrijheid en verdienen als dusdanig onze bescherming. We moeten namelijk alle burgers van de Europese Unie de garantie bieden op toegang tot vrije en diverse massamedia.

Daarnaast ben ik van mening dat een handvest van mediavrijheid een goed idee zou zijn. Dit zou niet alleen de sociale rechten van programmamakers en journalisten veiligstellen, maar tevens de vrijheid van meningsuiting.

 
  
  

− Gezamenlijke ontwerpresolutie – Beheersing van de energieprijzen (RC-B6-0428/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Roberta Alma Anastase (PPE-DE), schriftelijk. (RO) De voortdurende verhoging van de benzineprijzen leidt tot grote bezorgdheid over het effect van dit verschijnsel op de economische groei binnen de Europese Unie, en vooral over de negatieve gevolgen voor de koopkracht en de levenskwaliteit van de consumenten.

Het externe EU-beleid is cruciaal op dit gebied. Aangezien de EU-economie nog in hoge mate afhankelijk is van energie-invoer, is het noodzakelijk een gemeenschappelijk beleid te lanceren op het gebied van energie, gebaseerd op het principe van solidariteit, veiligheid en diversificatie van de bronnen en de externe toeleveringswegen.

In de hoedanigheid van rapporteur inzake de regionale samenwerking in het Zwarte Zeegebied, heb ik altijd de urgentie en het belang van deze actie onderstreept. Vandaag doe ik echter een dringend appel aan de Commissie en de Raad om in de zeer nabije toekomst met concrete maatregelen te komen om de afhankelijkheid van de EU van energie van externe leveringsbronnen terug te dringen. Dit appel is niet alleen gericht op de olie- maar ook de gasimport, inclusief de import bij tenuitvoerlegging van het Nabucco-project.

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) Wij hebben tegen amendement 1 over belasting op windfall-winsten gestemd, omdat wij vinden dat de voorgestelde tekst onduidelijk is, wij ons afvragen hoe de belasting ten uitvoer kan worden gelegd en vooral wat het uiteindelijke doel van het voorstel is. Wij hebben wel voor het amendement gestemd waarin lagere btw op energiebesparende goederen en diensten wordt voorgesteld, omdat dat een van de mogelijke manieren is om de overgang naar energiezuiniger alternatieven te stimuleren. Wij willen er echter op wijzen dat belastingen onder de nationale bevoegdheid vallen en dat besluiten daarover alleen door de lidstaten kunnen worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat ze erin slaagt een gevoelige kwestie zoals het verschil tussen de prijs van aardolie op de internationale markten en de eindprijs van brandstoffen aan te kaarten zonder enige demagogische misleiding, in tegenstelling tot de benadering van sommige regeringen, waaronder die van Portugal.

In Portugal gaf minister Manuel Pinho niet alleen blijk van totale verwarring (en zijn beperkte bevoegdheid om in te grijpen) maar tornde hij ook op onaanvaardbare wijze aan de onafhankelijkheid van de regelgever. Dit is niet meer dan wishfull thinking in de aanloop naar de verkiezingen.

Ik ben gekant tegen vaste prijzen en belastingharmonisatie voor brandstoffen op Europees niveau.

Ik kan instemmen met een actie op belastinggebied (btw en productiebelasting) op voorwaarde dat het om een tijdelijke en selectieve maatregel ten gunste van huishoudens en industriële sectoren in ernstige moeilijkheden gaat.

Om dit probleem op te lossen is het mijns inziens van essentieel belang dat de bestaande regelgeving inzake oliemaatschappijen wordt versterkt. Het is niet de bedoeling dat de mededingingsautoriteit zich aansluit bij de verklaringen van de minister of de klachten van de consument; zij moet in het kader van haar initiatiefrecht de nodige maatregelen nemen om een einde te maken aan het klimaat van wantrouwen ten opzichte van haar vermogen om de oliesector te controleren. De Portugese publieke opinie verdient duidelijkheid. Indien inderdaad blijkt dat met de vaststelling van de prijzen concurrentieverstorende praktijken gemoeid zijn, moet de mededingingsautoriteit onpartijdig optreden en afschrikwekkende straffen uitvaardigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Van harte steun ik de praktische ideeën in het grootste deel van deze resolutie over energieprijzen. Nationale en regionale autoriteiten moeten zo snel mogelijk actieplannen opstellen om onze meest kwetsbare burgers te beschermen.

Op de middellange termijn zal een verschuiving naar hernieuwbare energiebronnen gekoppeld aan een grotere energie-efficiëntie ons helpen beschermen tegen de onvermijdelijke prijsschommelingen die voortkomen uit de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, maar voor hier en nu hebben we concrete maatregelen nodig om het tekort aan brandstof te verminderen en uit te bannen.

Ik ben het er echter niet mee eens dat het probleem van de stijgende prijzen ten dele kan worden opgelost door liberalisering van de energiemarkten.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor de gezamenlijke ontwerpresolutie ‘Beheersing van de energieprijzen’ gestemd. Ik heb echter tegen amendement 1 gestemd, waarin wordt gevraagd om een extra winstbelasting (windfall tax) op Europees niveau. Dit is iets wat eerder op nationaal niveau zou moeten worden geregeld, vanwege de verschillen in de energiekosten in de Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb tegen de resolutie over energieprijzen gestemd. Hoewel ik het er van harte mee eens ben dat er door de stijgende energieprijzen behoefte is aan positieve politieke actie, verwerp ik de verwijzingen van de resolutie naar ‘koolstofarme’ energie. Ik verwerp het idee dat een toenemend gebruik van nucleaire energie positieve gevolgen voor het milieu kan hebben en ik denk dat de aandacht van de politiek gericht moet zijn op niet-nucleaire hernieuwbare energiebronnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben verheugd dat er vandaag positief gestemd is over de erkenning van de energieschaarste en het verlagen van de btw voor energiebesparende goederen.

 
  
  

− Verslag-Foglietta (A6-0256/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. - (SV) De Europese Unie kan veel doen om het probleem van obesitas te verkleinen en hier moeten wij in het Parlement aandacht aan schenken. Het is daarom goed dat het Parlement vandaag voor het verslag over voeding, overgewicht en obesitas heeft gestemd. Een van de gevolgen van dat besluit is dat het Parlement nu oproept tot een verbod op transvetten.

Tegelijkertijd zijn wij echter van mening dat er in het verslag te veel staat over wat scholen moeten doen en welke voeding zij moeten serveren. Wij vinden dat dit het beste op nationaal of lokaal niveau kan worden bepaald.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) De strijd tegen het ernstige gezondheidsprobleem dat is gerelateerd aan obesitas en overgewicht moet een prioriteit zijn vanaf de eerste levensjaren.

Dit verslag verzoekt de lidstaten, de plaatselijke instanties en de schoolautoriteiten de kwaliteit en de voedingswaarde van schoolmaaltijden te controleren en te verbeteren.

Het is belangrijk dat levensmiddelen worden geëtiketteerd met voedingsinformatie. Daarbij moet met name aandacht worden besteed aan het onderscheid tussen natuurlijke transvetzuren, die aanwezig zijn in vlees en zuivelproducten, en die welke geproduceerd worden tijdens de industriële verwerking (artificiële transvetten). Afwezigheid van dit onderscheid in de etikettering zal de consument in verwarring brengen en een negatief beeld geven van gezonde zuivelproducten, zodat deze levensmiddelen minder geconsumeerd zullen worden, met alle gevolgen van dien voor de volksgezondheid (bijvoorbeeld beperkte inname van belangrijke nutriënten zoals kalk en eiwitten).

Europese indicatoren zoals tailleomvang zijn nuttig om het risiconiveau van de bevolking te bepalen met betrekking tot tal van ziekten die in verband worden gebracht met obesitas. Een beter inzicht in de verspreiding van abdominale obesitas maakt het mogelijk om meer doeltreffende acties op te zetten en dit probleem tot een minimum te beperken.

Ik ga akkoord met het gebruik van kleurencodes voor de etikettering van voedingsmiddelen omdat de Europese burgers, meer dan bij duidelijke en begrijpelijke etiketten, baat hebben bij tekens die hen een gezonde keuze helpen maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) Overgewicht en voedingsgerelateerde ziekten vormen een ernstig probleem voor de volksgezondheid. Daarom moet de strijd tegen obesitas een prioriteit zijn vanaf de eerste levensjaren.

Het verslag-Foglietta verzoekt de lidstaten, de plaatselijke instanties en de schoolautoriteiten de kwaliteit en de voedingswaarde van schoolmaaltijden te controleren en te verbeteren, wat ongetwijfeld bijzonder relevant is.

Ik ben van oordeel dat levensmiddelen steeds geëtiketteerd moeten worden en met name informatie moeten bevatten over de aanwezigheid van artificiële transvetten, aangezien deze vetten het schadelijkst zijn voor de gezondheid. Informatie waarin geen onderscheid wordt gemaakt tussen artificiële en natuurlijke transvetten zal de consument misleiden en een negatief beeld geven van sommige dierlijke voedingsmiddelen die natuurlijke transvetten bevatten, zoals vlees en zuivelproducten.

Ik heb tevens voor de ontwikkeling van Europese indicatoren zoals tailleomvang en andere met obesitas gerelateerde risicofactoren gestemd omdat ik van oordeel ben dat zij in de toekomst nuttig kunnen zijn om de risicosituatie van de bevolking in te schatten en voor het welslagen van de ten uitvoer gelegde maatregelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. (EN) Ik kan geen steun verlenen aan dit verslag of aan amendement 6, omdat ik het ongepast vind om op belasting of btw gebaseerde kwesties op te nemen in een verslag zoals dit dat gezondheidskwesties behandelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Ik heb ingestemd met het verslag-Foglietta en ben verheugd over het Witboek over aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties. Obesitas is in heel Europa een groot probleem en aan obesitas en slechte voeding gerelateerde omstandigheden hebben ernstige gevolgen voor de maatschappij. In mijn eigen land heeft de Schotse regering actie ondernomen door de voeding in publieke instellingen zoals scholen en ziekenhuizen te verbeteren en dergelijke initiatieven moeten overal in Europa aangemoedigd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), schriftelijk. - (FI) Ik heb voor het verslag-Foglietta over voeding, overgewicht en obesitas in onze strategie voor de volksgezondheid gestemd, een verslag dat op initiatief van de commissie is opgesteld. Ik verwelkom het uitgangspunt dat de industrie de kans krijgt via zelfregulering te proberen gezondheidsproblemen die door overgewicht of obesitas worden veroorzaakt te verminderen en waarbij de Commissie de bevoegdheid krijgt erop toe te zien dat de pogingen tot onder andere goede en verantwoorde reclame (vooral reclame gericht op kinderen) en het verminderen van zout, vet en suiker in levensmiddelen daadwerkelijk worden gerealiseerd.

Het is belangrijk consumenten alomvattende informatie te geven op de etiketten van levensmiddelen, zodat zij kunnen kiezen tussen goede, betere en slechtere voeding. Naar mijn mening moet, in tegenstelling tot de huidige praktijk, beslist het gehalte aan kunstmatige transvetten worden aangegeven in de productomschrijvingen van levensmiddelen. Wat dit betreft heb ik tegen het standpunt van onze fractie gestemd.

Wat het gebruik van een kleurcodering op de etiketten van levensmiddelen betreft steunde ik echter het standpunt van onze fractie. Etiketten met kleurcodes, die tot doel hebben een duidelijke boodschap over de gezondheid van een product weer te geven en die in Europa veel discussie hebben losgemaakt, zijn vaak misleidend en hebben daarom geen enkel nut. Veel supermarktketens in Groot-Brittannië willen daarom alweer af van de praktijk die zij onlangs hebben ingevoerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem voor het verslag van Alessandro Foglietta over het Witboek over gezondheidsvraagstukken in verband met voeding, overgewicht en zwaarlijvigheid

Ik ben het met de rapporteur eens dat er herstructureringen nodig zijn op het gebied van gezondheid, sport en voeding. Problemen als overgewicht en verkeerde voeding komen het vaakst voor bij sociaal en economisch achtergestelde bevolkingsgroepen. Een van de eerste manieren om het probleem op te lossen, is om scholen erbij te betrekken. Meer gymlessen en een evenwichtige voeding voor kinderen en jongeren zou een eerste stap zijn op weg naar een gezondere levenswijze, en voedingsleer zou een verplicht vak op elke Europese school moeten zijn. Daarnaast zou ook het etiketteren van voedingsmiddelen een goede zaak zijn, omdat het consumenten in staat zou stellen om producten met elkaar te vergelijken en een onderscheid te maken tussen goed en minder goed voedsel.

Het verslag biedt geen perfecte oplossing, maar stelt wel een aantal goede maatregelen voor. Deze maatregelen kunnen een paar zaken verbeteren, wat ik als zeer positief beschouw.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk.(FR) Het is lovenswaardig dat de Europese Commissie zich bekommert om een gezonde voeding en fysieke activiteiten voor alle burgers in de strijd tegen overgewicht, obesitas en chronische ziekten. Ik wil uiteraard mee aan de alarmbel trekken met het oog op de obesitasepidemie, die 3 miljoen kinderen en 20 tot 30 procent van de volwassenen treft, terwijl 14 miljoen kinderen en de helft van de volwassen bevolking aan overgewicht lijden.

Ik ben tevreden dat de invloed van smaakversterkers zoals glutamaten, guanylaten en inosinaten, die overvloedig in talrijke bereide gerechten en industriële voedingsproducten aanwezig zijn, op het consumptiegedrag wordt erkend en geanalyseerd.

Toch betreur ik dat mijn amendement voor de bevordering van gezonde voedingsgewoontes door het advies te vragen van Euro-Toques, een vereniging die een erecode naleeft en de intrinsieke kwaliteit van producten evenals de bescherming van lokale producten verdedigt, niet werd aangenomen. Ik denk dat we hun kennis hadden kunnen benutten bij de bevordering van beste praktijken, onder andere in schoolkantines, om de smaak van jongeren voor kwaliteitsvoeding en gezonde voedingsgewoontes te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben verheugd over het verslag van Alessandro Foglietta over het Witboek over aan voeding, overgewicht en obesitas gerelateerde gezondheidskwesties. In het verslag staat een aantal positieve aanbevelingen, zoals het voorstel voor een verbod in heel Europa op transvetzuren die verband blijken te houden met hartziekten en onvruchtbaarheid bij vrouwen. Ik wil echter net als mijn collega’s maatregelen steunen die een stapje verder gaan. Het zou bijvoorbeeld niet mogelijk moeten zijn dat scholen zich voor de keuze gesteld zien om in hun gebouw reclame voor ongezond voedsel toe te laten. Deze inzichten komen in mijn stem tot uiting.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk.(EL). Zwaarlijvigheid is een verschijnsel dat de omvang van een epidemie heeft aangenomen. Europees kampioen zijn de Grieken: drie van de vier mensen met overgewicht zijn Grieken en het gebruik van fastfood is in hun land gestegen met 956 procent.

Om dit verschijnsel te bestrijden is het noodzakelijk onmiddellijk drastische maatregelen te treffen:

- verlaging van de BTW op groenten en fruit,

- toepassing van het verlaagd BTW-tarief op gezonde voedingsmiddelen en bescherming van traditionele producten,

- juiste voeding vanaf de kleuterleeftijd,

- educatieve maatregelen op school (controle op door schoolkantines verkochte producten, lichaamsbeweging),

- verbod op reclame voor en verkeerde informatie over producten met veel vet, suiker en zout,

- verplichte en duidelijke vermelding op het etiket van de ingrediënten, opdat de consumenten kunnen kiezen voor gezonde voeding,

- Verbod op het gebruik van kunstmatige transvetten en smaakverbeteraars in industrieel vervaardigde kant-en- klaarmaaltijden.

Begin 2009 wordt het programma van de Commissie voor gratis groenten- en fruitdistributie op school van toepassing. Daarvoor zullen jaarlijks 90 miljoen euro beschikbaar worden gesteld, en deze middelen zullen worden aangevuld met nationale financiering. De Griekse regering moet ervoor zorgen dat het geld voor de onmiddellijke tenuitvoerlegging van dit programma beschikbaar komt.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) De behoefte aan duidelijke etikettering op voedsel zal ons helpen in de strijd tegen obesitas. Ik was erg teleurgesteld toen ik ontdekte dat in dit verslag het idee wordt afgewezen dat de voorkant van verpakkingen moet zijn voorzien van een etiket met een kleurcode. Ik ben een groot voorstander van deze maatregel. Ik verwelkom de oproepen tot een verbod op kunstmatige transvetzuren in de hele Unie.

 
  
  

− Gezamenlijke ontwerpresolutie - Sociaal pakket (B6-0378, 0427, 0429, 0433 en 0434/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE), schriftelijk. (EN) Er zijn enkele basisprincipes die moeten worden toegepast op het recht van EU-patiënten om een beroep te doen op de gezondheidszorg in een andere dan hun eigen lidstaat.

We kunnen niet toestaan dat het Europees Hof van Justitie op dit gebied van geval tot geval beleid ontwikkelt. Hun beslissingen zullen louter op marktoverwegingen gebaseerd zijn en niet op de unieke situatie van de gezondheidszorg als een algemene, niet-commerciële dienst.

De gezondheid en het welzijn van patiënten moeten centraal staan in de wetten die we op dit gebied maken.

Zolang er nog geen overeenkomst bestaat over een harmonisering van onze nationale gezondheidsdiensten, waarbij de hoogste kwaliteit is gegarandeerd, moeten lidstaten vrij zijn diensten zo te plannen, te financieren en te beheren dat ze binnen hun grenzen een publieke gezondheidszorg van hoge kwaliteit kunnen bieden.

Deze wetgeving moet niet als doel of resultaat hebben dat er concurrentie ontstaat tussen nationale gezondheidsdiensten. Een benadering van de gezondheidszorg als eenvoudigweg een product dat gekocht en verkocht moet worden, is niet in het belang van patiënten. Dit zou naar mijn idee leiden tot lagere kwaliteitsnormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. - (SV) Deze resolutie bevat standpunten over gepaste beleidsmaatregelen die onder meer betrekking hebben op de bescherming van de rechtspositie van werknemers, armoedebestrijding, arbeidsmarktmaatregelen, de integratie van ouderen op de arbeidsmarkt, beroepsmatige mobiliteit en loonverschillen. Dergelijke belangrijke arbeidsmarktvraagstukken mogen in geen geval worden gereguleerd door opgeheven vingers van de communautaire instellingen. De lidstaten zijn beter uitgerust dan de EU-instellingen om succesvol beleid op dit gebied te ontwikkelen. Eventueel noodzakelijke internationale coördinatie moet plaatsvinden binnen het kader van mondiale organisaties met een brede democratische legitimiteit, zoals de IAO. Wij hebben in de eindstemming daarom tegen deze resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. We zijn nog steeds gelukkig dat het Europees Parlement gezondheidsdiensten uit de algemene dienstenrichtlijn hield. Gezondheidsdiensten zijn immers een specifieke sector waarvoor een specifieke aanpak vereist is.

Dat het voorstel ervan uitgaat dat, overeenkomstig vaste rechtspraak, de organisatie en de financiering van de gezondheidszorg tot de bevoegdheden van de lidstaten behoort, is essentieel. Dit betekent dat de mobiliteit van de patiënt enerzijds niet tot een absoluut recht kan verheven worden en anderzijds geen excuus mag zijn om niet in het eigen gezondheidsstelsel te investeren. Dit uitgangspunt moet ook voor gevolg hebben dat de lidstaten de mogelijkheid hebben om de buitenlandse patiënt de werkelijke kosten te doen aanrekenen.

Solidariteit moet er zijn maar ze kan niet uitsluiten dat er een verschillende behandeling is voor een patiënt die in eigen land reeds via de sociale zekerheid en de belastingen een bijdrage heeft geleverd en de buitenlandse patiënt die dit niet heeft gedaan.

Dat de richtlijn er is, is positief maar iedereen die de sector volgt, voelt zonder meer aan dat er nog veel bijgeschaafd dient te worden. De kwaliteit, de toegankelijkheid en de financierbaarheid van de gezondheidszorg op solidaire basis blijven voor mij de evaluatiecriteria.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid