Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0063(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0340/2008

Ingediende teksten :

A6-0340/2008

Debatten :

PV 20/10/2008 - 18
CRE 20/10/2008 - 18

Stemmingen :

PV 21/10/2008 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0487

Debatten
Maandag 20 oktober 2008 - Straatsburg Uitgave PB

18. Herstel van kabeljauwbestanden (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0340/2008) van Niels Busk, namens de Commissie visserij, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 423/2004, wat betreft het herstel van kabeljauwbestanden, en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2847/93 (COM(2008)0162 – C6-0183/2008 – 2008/0063(CNS)).

 
  
MPphoto
 

  Niels Busk, rapporteur. − (DA) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega's, de Commissie heeft een goed en constructief voorstel gepresenteerd voor de wijziging van het bestaande herstelplan voor de kabeljauwbestanden in, onder andere, de Noordzee, het Skagerrak en het Kattegat. Ondanks het huidige herstelplan wordt er nog steeds veel meer kabeljauw gevangen dan kan worden gecompenseerd door de aanwas via voortplanting. De Keltische Zee is ook in het herstelplan opgenomen, omdat nieuwe evaluaties erop wijzen dat ook daar de kabeljauwbestanden zich in een situatie van overbevissing bevinden en er slecht aan toe zijn.

Het doel van deze wijzigingen is om ervoor te zorgen dat de kabeljauwbestanden binnen de komende vijf tot tien jaar zijn hersteld. Dit doel moet worden bereikt door de visserijsterfte met 10 tot 25 procent te verminderen, afhankelijk van de toestand van het bestand. Dit wordt aangevuld met een regulering van de visserijinspanning, alsmede met inspectie- en bewakingsvoorschriften. De doelstellingen moeten worden herzien om een maximale duurzame opbrengst te bereiken ondanks de veranderde omstandigheden in de oceanen als gevolg van de klimaatverandering. Het inspanningsbeheerssysteem moet worden vereenvoudigd omdat het gaandeweg zo ingewikkeld is geworden dat er een nieuw systeem nodig is dat gebaseerd is op maximale inspanningsniveaus die moeten worden beheerd door de lidstaten zelf, die meer flexibiliteit krijgen zodat de uitvoering efficiënter wordt.

Het plan moet worden aangepast aan verschillende herstelniveaus en er wordt daarom een modulaire aanpak ingevoerd, waarbij de visserijsterfte gekoppeld wordt aan de bereikte mate van herstel. Daarnaast moeten er duidelijke regels komen voor die gevallen waarin wetenschappers geen nauwkeurige ramingen van de bestandsstatus kunnen geven. Verder moet de teruggooi van kabeljauw worden verminderd via nieuwe mechanismen om de vissers ertoe te bewegen mee te doen aan programma's om de vangst van kabeljauw te vermijden. Daartoe wil de Commissie het bestaande herstelplan voor kabeljauw wijzigen om het verder aan te vullen, aan te passen aan recente ontwikkelingen, te vereenvoudigen, efficiënter te maken, en de uitvoering, het toezicht en de controle gemakkelijker te maken.

Wat betreft de totaal toegestane vangsten (TAC's) worden er nieuwe regels ingevoerd voor de vaststelling van de toegestane vangsten, waarbij de grootte van de bestanden wordt gemeten in verhouding tot respectievelijk de minimumhoeveelheid en de doelhoeveelheid. Bij de vaststelling van de TAC moet de Raad daarnaast een hoeveelheid kabeljauw in mindering brengen die overeenkomt met de verwachte teruggooi, berekend op basis van de totale kabeljauwvangst. Andere factoren die een rol spelen bij visserijsterfte zullen mede bijdragen aan een revolutie in de totale kabeljauwvangst, wanneer de TAC wordt vastgesteld.

Om de drie jaar voert het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij van de Commissie een evaluatie uit van het herstel van de kabeljauwbestanden. Als blijkt dat de ontwikkeling van de bestanden niet toereikend is, stelt de Raad de TAC vast op een lager niveau dan het niveau dat de eerder genoemde regels voorschrijven, alsmede een lagere visserijinspanning.

Als rapporteur heb ik een aantal amendementen op het voorstel van de Commissie ingediend en ook mijn collega's hebben enkele amendementen ingediend. Het belangrijkste amendement betreft de wijziging van de referentiejaren van 2005-2007 in 2004-2006, omdat de gegevens voor 2007 zo recent zijn, dat we nog niet eropaan kunnen. Daarom heeft het meer zin om de gegevens te gebruiken waar we zeker van zijn.

We zijn ons ervan bewust dat het herstel van de kabeljauwbestanden niet alleen reducties vereist, maar ook veranderingen. Het systeem voor de overdracht van de ene vistuigcategorie naar een andere wordt flexibeler gemaakt, zodat er gereageerd kan worden op externe omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de stijgende brandstofprijzen, die momenteel bijzonder hoog zijn, zelfs na de daling van de afgelopen week. De regionale adviesraden moeten zoveel mogelijk bij het proces betrokken worden. Zowel vissers als lidstaten moeten worden gestimuleerd om maatregelen door te voeren ter vermindering van de visserijsterfte en overboord gezette hoeveelheden.

Ter afsluiting wil ik het Franse voorzitterschap en de Commissie graag danken voor de uitstekende samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de Commissie visserij en met name de rapporteur, de heer Busk, bedanken voor zijn grondige en goed onderbouwde verslag.

Ik ben verheugd dat het Parlement het standpunt van de Commissie over het herstel van de kabeljauwbestanden deelt. De visserijsterfte is te hoog. De kabeljauwdichtheid is te laag. Ook al zit er in sommige gebieden meer jonge vis in de zee dan in de afgelopen jaren, dan nog is dit meer een mogelijkheid dan herstel.

Ik ben ook verheugd dat het Parlement instemt met de noodzaak om de Keltische Zee op te nemen en met de noodzaak om de visserijsterfte aanzienlijk te verminderen via TAC's en inspanningsvermindering. Ik ben het eens met veel van de amendementen die door het Parlement zijn voorgesteld, maar ik kan niet direct instemmen met de teksten van het Parlement. Dit komt alleen maar doordat er al vergelijkbare juridische teksten bestaan of worden opgesteld in overleg met lidstaten, en ik wil niet vooruitlopen op de resultaten van de lopende technische discussies.

Dan wil ik nu de amendementen afgaan. Ik aanvaard de amendementen 1, 4, 5, 6, 7, 9, 13, 14 en 16. Bij amendement 2 ga ik akkoord met het beginsel, maar de bevoegdheden van de Commissie en de Raad zijn al vastgelegd in het EG-Verdrag, en de rol van de regionale adviesraden wordt bepaald in artikel 31 van de basisverordening.

Wat betreft amendement 3 over het tegengaan van teruggooi heb ik gewerkt aan een afzonderlijk initiatief. U kent de mededeling van de Commissie van het voorjaar 2007 over terugooi. Die wordt binnenkort gevolgd door een voorstel voor een verordening.

Wat betreft amendement 7 aanvaard ik dat voor bestanden in situaties met zeer grote risico's een limiet van 15 procent voor TAC-stijgingen moet gelden. Maar de Raad moet de mogelijkheid behouden van een daling die groter is dan 15 procent.

Wat betreft amendement 8 aanvaard ik het invoegen van een verwijzing naar de sterfte door zeehonden als voorbeeld en van de evaluatie van het effect van de klimaatverandering op het kabeljauwbestand wanneer het plan wordt herzien.

Wat betreft amendement 10 verwijst het hoofdstuk terecht naar een beperking van de visserijinspanning. De verwijzing naar de vaststelling zou impliceren dat de visserijinspanning alleen wordt gemeten, niet beheerd. Daarom kan ik dit amendement niet aanvaarden.

Wat betreft amendement 11 kan ik de basisregel voor de berekening van de kilowattdagen heroverwegen. Maar de lidstaten moeten bij deze discussie betrokken worden.

Wat betreft amendement 12 was de tekst van het voorgestelde artikel 8 bis, lid 3 inderdaad verwarrend en we zullen deze herschrijven ter verduidelijking.

Wat betreft amendement 15 was het voorstel om de capaciteit gescheiden te houden te beperkend en dit zou de herstructurering van de visserijvloot kunnen verhinderen. Ik ben nog steeds in gesprek met de lidstaten over hoe we een passende mate van flexibiliteit kunnen bieden terwijl we nog steeds kunnen waarborgen dat de visserinspanningen niet stijgen. Het heeft dan ook mijn voorkeur om de bestaande tekst te verbeteren in plaats van te schrappen.

Wat betreft amendement 17 kan ik het beginsel van overdracht van inspanningen aanvaarden, onderhevig aan een correctiefactor waarin het belang van de kabeljauwvangst in verschillende sectoren wordt weerspiegeld. Maar het onderwerp is complex en daar moet nog verder naar worden gekeken.

Wat betreft amendement 18 kan ik om juridische redenen het schrappen van de verwijzing naar de besluitvormingsprocedure niet aanvaarden. De procedure waar naar wordt verwezen is de procedure die wordt vereist door het EG-Verdrag.

Ik dank u voor uw aandacht en voor uw constructieve bijdragen aan dit dossier.

 
  
MPphoto
 

  Cornelis Visser, namens de PPE-DE-Fractie. – Voorzitter, we spreken vanavond over het verslag-Busk over de voorstellen van de Commissie voor een sneller herstel van de kabeljauwbestanden in de Europese wateren. Ik wil de rapporteur, de heer Busk, met zijn verslag feliciteren.

Kabeljauw is een belangrijke vissoort voor de EU. In het verleden was het volksvoedsel en werd kabeljauw gegeten als vervanger van duurder vlees. Tegenwoordig is kabeljauw een luxevissoort die slechts tegen hoge prijzen beschikbaar is. Al sinds het eind van de jaren '80 en het begin van de jaren '90 loopt de aanvoer van kabeljauw steeds sterker terug. Dit heeft naast allerlei natuurlijke oorzaken, zoals het opwarmen van de Noordzee en het bijna niet meer voorkomen van strenge winters, ook te maken met de intensieve bevissing die er op kabeljauw is. Het is met name deze oorzaak die de Commissie met het nieuwe kabeljauwherstelplan wil aanpakken.

Ik kan me vinden in de wens van de Commissie om de regelingen die er voor het beperken van de kabeljauwvisserij zijn, te vereenvoudigen. De huidige regeling is te ingewikkeld en leidt tot veel verschillen in interpretatie zowel bij de vissers als bij de controleurs. Vereenvoudiging van de regeling lost dit in ieder geval op. Het is noodzakelijk, ook voor de Nederlandse visserij, dat we op Europees niveau het herstel van de kabeljauwbestanden weten te handhaven.

De voorgestelde maatregelen hebben tijd nodig gehad om effect te sorteren. Sinds ruim anderhalf jaar is de kabeljauwstand in de Noordzee aan een opmerkelijk herstel bezig. Het Parlement – en ik ook – wil de visserijsector en de regionale

adviesraden meer bij de te nemen maatregelen betrekken. Dit zal het draagvlak in de sector verbeteren. De nieuwe regels zijn, wat mij betreft, een stap in de goede richting. De lidstaten kunnen de visserij op kabeljauw beter reguleren, terwijl de vissers veel beter weten wat wel en niet mag.

Pas over vier tot zes jaar zal blijken of de maatregelen die we nu treffen, effect sorteren. Ik pleit er dan ook voor dat de commissaris voldoende tijd neemt om de genomen maatregelen te evalueren, alvorens weer met nieuwe maatregelen te komen. Anders ontstaat voor de vissers een onwerkbare situatie.

 
  
MPphoto
 

  Ole Christensen, namens de PSE-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag eerst de rapporteur, Niels Busk, bedanken voor de goede samenwerking bij het uitwerken van het verslag. Ik ben van mening dat we een goed resultaat hebben bereikt. Dankzij onze amendementen zal de regeling eenvoudiger, flexibeler, effectiever en minder bureaucratisch worden. In de herziening van het voorstel van de Commissie stellen we, onder andere, dat het succes van het herstelplan voor kabeljauwbestanden in hoge mate afhankelijk is van de vraag of we kunnen voorkomen dat er illegale, ongemelde of ongereglementeerde visserij plaatsvindt. Controle en bewaking zijn belangrijke instrumenten voor de handhaving van de visserijvoorschriften. Verder moeten de desbetreffende regionale adviesraden in de lidstaten en de visserijsector beter worden betrokken bij de evaluatie- en besluitvormingsprocessen, zodat er bij de toekomstige ontwikkeling en uitbouw van de beheermechanismen rekening kan worden gehouden met bijzondere regionale kenmerken en behoeften. Een effectieve tenuitvoerlegging van het herstelplan vereist de betrokkenheid van alle betrokken partners om te zorgen voor regionale legitimiteit en de naleving van regels. In het verslag benadrukken wij tevens dat het herstelplan grote consequenties heeft voor de visserijsector en de economische en sociale ontwikkeling van de lokale gemeenschap. Om deze reden zou de Commissie ook het systeem voor de visserijinspanning moeten heroverwegen, zodra de toestand van de kabeljauwbestanden wezenlijk is verbeterd.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het voortdurende refrein van de Commissie – en voorwaar ook in dit verslag – is steeds verdere achteruitgang van de kabeljauwbestanden. Toch wordt er dit jaar binnen de EU voor 50 miljoen euro aan dode kabeljauw teruggegooid in de zee. Waarom? Vanwege ons idiote teruggooibeleid. De TAC's zijn zo laag gesteld dat er massaal wordt teruggezet. Waarschijnlijk wordt er voor elke bewaarde kabeljauw eentje teruggezet. Jaar in, jaar uit verlagen we de TAC's en verhogen we als gevolg daarvan de teruggooi, en zo bestendigen we dit milieuonvriendelijke beleid dat zichzelf in de staart bijt.

De biomassa wordt kleiner, of een kabeljauw nu wordt bewaard of teruggezet. Verhoog de TAC's, en dan denk ik dat u ook de teruggooi vermindert en de voedselvoorraad doet toenemen, zonder de biomassa nog meer uit te putten dan we nu al doen via de teruggooi. Ik denk dat dat de juiste aanpak is, samen met programma's om de vangst van kabeljauw te vermijden. Dan wordt het beleid wellicht iets zinniger.

 
  
MPphoto
 

  Struan Stevenson (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet mijn goede vriend Niels Busk complimenteren voor zijn moedige poging tot alweer een herstelplan voor kabeljauw. Sinds ik in 1999 werd verkozen, hebben we elk jaar een herstelplan voor kabeljauw gehad.

In elk herstelplan voor kabeljauw worden steeds strengere regels geïntroduceerd en zelfs nog strengere draconische maatregelen. Omdat we te maken hebben met gemengde visserij, waar kabeljauw samen wordt gevangen met garnalen, wijting en schelvis, krijgen we al deze teruggooiproblemen waar we Jim Allister zojuist over hebben horen spreken. Ik ben bang dat de heer Busk in dit geval zijn illustere voorvader koning Knoet naar de kroon steekt. Deze tiende-eeuwse koning van Denemarken en Engeland was beroemd om het feit dat hij aan zee ging zitten en de vloed beval om weg te blijven. Natuurlijk weten we uit de geschiedenis dat hij een nat pak haalde en op een haar na verdronk. De pogingen om een herstelplan voor kabeljauw te introduceren – een beheerplan dat het kabeljauwbestand helpt te herstellen – zijn in feite net zulke pogingen om de natuur te verslaan. We weten dat de Noordzee door de klimaatverandering anderhalve graad warmer is geworden en dat het fytoplankton dat door de kabeljauwlarven wordt gegeten honderden kilometers naar het noorden is getrokken, en daarom komt de meeste grote, volgroeide kabeljauw die we overal in Europa kopen, uit de buurt van Noorwegen, de Faeröer en IJsland. Dus totdat de Noordzee weer afkoelt, zal het kabeljauwbestand zich niet herstellen, en alle strenge beheerplannen die we willen introduceren, halen niets uit.

Wat dat betreft ben ik verheugd dat ik de commissaris vanavond heb horen zeggen dat hij mijn amendement aanvaard waarin er in ieder geval wordt gekeken naar de gevolgen van de klimaatverandering voor het herstel van het kabeljauwbestand, en naar het gevolg van de kabeljauwroof door zeehonden. Er leven nu 170 000 grijze zeehonden in de Noordzee, en elke zeehond eet ongeveer twee ton vis per jaar – inclusief een heleboel kabeljauw – en eerder was het niet politiek correct om op enigerlei wijze over zeehonden te praten. Dus in ieder geval is het kijken naar de gevolgen die zeehonden hebben voor het kabeljauwbestand, naar mijn mening een zeer belangrijke stap vanavond. Ik beveel koning Knoet aan bij dit Parlement en hoop dat dit verslag wordt aangenomen.

 
  
MPphoto
 

  Zdzisław Kazimierz Chmielewski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de verordening van de Raad is een volgende poging om tot een evenwicht te komen tussen de huidige stand van de kennis over de omvang van de visbestanden en het natuurlijke verlangen om te voldoen aan de verplichtingen inzake het beheer van de Europese visserij. De rapporteur heeft een duidelijk beeld geschetst van de nieuwe invulling van dit eeuwenoude dilemma. Hij heeft de aandacht gevestigd op de duidelijke tegenstelling tussen het nobele voornemen om de bestanden te beschermen en de bestaande mogelijkheden om na te gaan hoe groot deze visbestanden vandaag zijn.

De auteurs van de verordening zijn het bijgevolg voor de eerste keer volmondig eens met het advies van het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij, dat stelt dat er nog steeds onvoldoende betrouwbare informatie voorhanden is om de vissers goed te informeren in de vorm van begrijpelijke adviezen over de TAC's. De instellingen van de Unie, die in geen geval als passieve organen willen worden beschouwd, bevelen echter tegelijkertijd aan om bepalingen op te stellen die een consequente uitvoering van de TAC's verzekeren, zelfs in het eerder genoemde geval van onvoldoende gegevens. Vissers die een controle van de visserijinspanning verwachten, vinden deze benadering veel te voorzichtig en niet gepast met het oog op een rationeel visserijbeleid. Ik heb eveneens getracht om de specifieke methode van de bevoegde autoriteit te begrijpen. Desalniettemin beschouw ik het als mijn plicht om de rapporteur te waarschuwen voor de sociale en economische gevolgen van de invoering van vangstbeperkingen en van de vervelende bureaucratische beperkingen op de activiteiten van de vissers. Zij scharen zich de laatste tijd ook steeds nadrukkelijker achter het voorstel van wetenschappers om de juiste toestand van de mariene biomassa te bepalen. Net als hun collega's hebben ook de Poolse vissers almaar meer kritiek op de verouderde databank die te sterk op schattingen is gebaseerd. Het is wellicht de hoogste tijd om meer rekening te houden met de standpunten van de vissers die al eeuwenlang gebaseerd zijn op kennis en op de overtuiging dat vissers alleen kunnen overleven als ze in harmonie leven met het mariene milieu.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, hoewel elk herstelplan voor kabeljauw allereerst de lidstaten en vissers moet stimuleren die bijdragen aan een vermindering van de kabeljauwsterfte, en ten tweede de bijvangst moet verminderen en de teruggooi moet uitbannen – de teruggooi uitbannen, niet verminderen – is geen enkel herstelplan voor kabeljauw geloofwaardig als het hele punt van de klimaatverandering met betrekking tot voedings- en broedplaatsen voor kabeljauw niet wordt meegerekend, zoals mijn collega, de heer Stevenson, zojuist zo sprekend naar voren bracht, en dat moet een grote rol spelen in elk herstelplan voor kabeljauw, als dat tegenwoordig geloofwaardig wil zijn.

Ik ben het ermee eens dat het verminderen van de bijvangst door middel van programma's om de vangst van kabeljauw te vermijden extreem belangrijk is. Maar we moeten teruggaan naar de noodzaak om de bijvangst te verminderen en terugzetting te elimineren. Dat wil zeggen, het verminderen van kabeljauw die in netten wordt gevangen (de bijvangst) en niet aan land wordt gebracht (de teruggooi) is cruciaal. Zonder dit is visserij niet duurzaam, noch ecologisch, noch economisch. Hoewel Ierland voor 2009 een proefproject heeft voorgesteld om de teruggooi van kabeljauw te verminderen bij de visserij op Noorse kreeft in een gedeelte van de Keltische Zee, hopelijk met stimulansen voor vissers en een belangrijke rol voor hen bij het toezicht en het beheer, hetgeen de sleutel is voor een succesvolle uitvoering van het project, moet ik de commissaris echter iets vragen in het licht van datgene waar de rapporteur naar verwees als "nieuwe evaluaties die suggereren dat de Keltische Zee zich in een situatie van overbevissing bevindt en moet worden beheerd": volgens de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES) is er voor 2009 een TAC voor het Keltische-Zeegebied aanbevolen, hetgeen aangeeft dat de kabeljauwstand daar sterker is dan in andere gebieden van het herstelplan. Wordt de Keltische Zee nu wel of niet opgenomen in een herstelplan? Is dit wel of niet nodig? Naar wie moeten we luisteren op wetenschappelijk gebied?

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de commissaris erop wijzen dat kabeljauw ooit een van de meest voorkomende vissen in de Ierse wateren en op Ierse tafels was. Voor mijn vissers is vissen meer dan een baan: het is een manier van leven, een traditie, zelfs een roeping. Veel van mijn vissers doen aan gemengde visserij, en voor hen is het terugzetten meer dan verspilling en een tegenstrijdigheid: het is een gruwel.

We moeten helpen vissers zodanig uit te rusten dat ze selectiever kunnen vissen teneinde de kabeljauw te beschermen, en tegelijkertijd moeten we op het moment dat we de teruggooi hopelijk verminderen, deze teruggooi gaan gebruiken en er een goed doel voor vinden: breng de kabeljauw aan land en geef deze aan ziekenhuizen. We moeten niet alleen het terugzetten van kabeljauw en andere vis beëindigen, we moeten een einde maken aan het schandaal van het terugzetten van kabeljauw en andere vis.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Ik ben van mening dat de door de heer Busk voorgestelde amendementen aangaande het zogenaamde kabeljauwherstelplan van essentieel belang zijn om de bestanden van deze vissoort te herstellen tot hun omvang van enkele jaren geleden. De bescherming van de kabeljauwbestanden is de voornaamste uitdaging die ons gemeenschappelijk visserijbeleid het hoofd moet bieden. We mogen niet uit het oog verliezen dat kabeljauw, naast sprot en makreel, een van de soorten is die het meest worden bevist door de vissersvloten van de Europese Unie. Op mondiaal niveau is kabeljauw de op een na populairste soort.

Daarenboven is kabeljauw ook van vitaal belang voor de goede werking van het ecosysteem. Kabeljauw gaat op natuurlijke wijze algengroei tegen, met name in de Oostzee. Daarom speelt de afname van de visbestanden van deze belangrijke soort, samen met de klimaatverandering, een fundamentele rol bij de verstrekkende veranderingen die zich in de mariene ecosystemen van de noordelijke Atlantische Oceaan voltrekken.

Tot slot zou ik de situatie van de Poolse vissers willen toelichten, die het zwaarst getroffen zijn door het onjuiste en oneerlijke beleid inzake de vangst van kabeljauw. Zoals de leden van dit Parlement allicht weten, werden er in eerste instantie vangstbeperkingen opgelegd aan de schepen die onder Poolse vlag voeren. Daarna volgde een verbod op kabeljauwvisserij. Dit had niet alleen een negatieve impact op de inkomens van de vissers, maar leidde er ook toe dat de eerste berichten over faillissementen in de Poolse verwerkende industrie de kop opstaken. Daarom dient in het licht van de voorgestelde amendementen bijzondere nadruk te worden gelegd op onderzoek, aangezien dit ons in staat zal stellen om inzicht te verwerven in de huidige omvang van de kabeljauwbestanden. Op basis van deze gegevens zal het vervolgens mogelijk zijn om een realistisch visserijbeleid te voeren. Dames en heren, ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. (EN) Allereerst wil ik de geachte leden bedanken voor het interessante debat dat de inzet van het Parlement voor het herstel van het kabeljauwbestand toont.

Het verslag van het Parlement stemt zelfs grotendeels overeen met en ondersteunt het voorstel van de Commissie om het huidige plan flexibeler en effectiever te maken en tegelijkertijd uitgebreider. Zoals velen van u hebben aangegeven, vertoont het kabeljauwbestand enige tekenen van herstel, en vissers zullen u vertellen dat de kabeljauw is teruggekeerd naar onze zee.

Het is echter wel zo dat dit kan worden toegerekend aan één bepaalde jaarklasse, – de jaarklasse van 2005 – nu de kabeljauw is gegroeid naar een grootte waardoor hij in onze netten wordt gevangen. We moeten hier dan ook voorzichtig mee omgaan, want als we dit ene jaar prematuur gaan belonen, eindigen we in een situatie waar het mogelijke herstel van dit kabeljauwbestand verloren gaat. Dit is in de afgelopen vijftien jaar al twee keer gebeurd – één keer in de Ierse Zee en één keer in de Noordzee – waar we voorbarig actie ondernamen door een bepaalde jaarklasse te belonen, en uiteindelijk weer van voren af aan moesten beginnen. Het is daarom belangrijk dat we in het kader van een verantwoordelijk beheer ons uiterste best doen om de visserijinspanning te verminderen door middel van diverse maatregelen en diverse middelen, en door er tegelijkertijd voor te zorgen dat de teruggooi van kabeljauw wordt verminderd.

Dit kan worden gedaan door middel van resultaatgericht beheer dat door het herstelplan wordt geïntroduceerd, en ik zou de lidstaten willen aansporen ook met ons samen te werken om tot een herstelplan voor kabeljauw te komen dat op den duur een volledig herstel van het kabeljauwbestand zal bewerkstelligen.

Dit gezegd hebbende, zou ik iets willen zeggen over teruggooi in het algemeen, omdat teruggooi niet iets is dat alleen betrekking heeft op kabeljauw. Natuurlijk hebben we het over kabeljauw omdat deze soort met name van belang is voor de Noordzee, maar we hebben diverse andere vissoorten die worden teruggezet, en dit is een zeer gevoelige kwestie in de Europese Unie, waar de publieke opinie steeds negatiever wordt. Ik ben vastbesloten dit aan te pakken, en ik ben van plan om deze hele kwestie opnieuw te bekijken, want tot nog toe is de vooruitgang erg traag. Ik denk dat we de kwestie veel meer in zijn algemeenheid moeten bekijken, zodat we onmiddellijk beginnen met belangrijke maatregelen om de teruggooi tegen te gaan, en ik kom later terug met voorstellen voor een effectieve beteugeling van de teruggooi in de Noordzee. We bespreken dit nu ook met partners zoals Noorwegen om te zien hoe we effectieve maatregelen kunnen nemen om de visserijinspanning op kabeljauw te verminderen, maar tegelijkertijd maatregelen kunnen invoeren om de teruggooi van met name kabeljauw te verminderen, en het probleem van teruggooi van andere vissoorten aan te pakken.

Wat betreft de Keltische Zee, waar mevrouw Doyle het over had, is het waar dat het kabeljauwbestand er volgens de ICES iets beter voor staat dan in andere zeeën. Men blijft er echter bij dat het bestand in slechte staat verkeert en herstel behoeft, en daarom hebben we deze zee opgenomen als onderdeel van het nieuwe herstelplan voor kabeljauw. Het bestand verkeert niettemin nog steeds in een zeer slechte staat. Het feit dat er een TAC is vastgesteld betekent niet dat het bestand in goede staat verkeert, omdat het grootste deel van de visserij wordt geacht boven duurzame niveaus te vissen, en je TAC's vaststelt wanneer het bestand afneemt. Wanneer de situatie echt slecht zou zijn, zou er een nul-TAC zijn. In het geval van de Keltische Zee is de situatie iets beter, maar de staat van het kabeljauwbestand is nog lang niet goed.

Betreffende het punt dat naar voren werd gebracht over kabeljauw in de Oostzee: hoewel dit geen onderdeel is van dit herstelplan voor kabeljauw, hebben we in 2007 een herstelplan voor kabeljauw in de Oostzee geïntroduceerd. Dit jaar, op basis van het ICES-advies en waarschijnlijk niet zozeer als gevolg van het herstelplan voor kabeljauw zelf als wel dankzij de aanzienlijke inspanningen van Polen en de Poolse vissers, is de zeer slechte situatie voor de oostelijke kabeljauw verbeterd; voor de westelijke kabeljauw in het westelijke deel van de Oostzee daarentegen is de situatie verslechterd. We zullen dan ook strengere maatregelen moeten nemen voor kabeljauw uit het westelijke deel van de Oostzee, maar kunnen wellicht wat minder strenge maatregelen nemen voor de kabeljauw uit het oostelijk deel.

 
  
MPphoto
 

  Niels Busk, rapporteur. − (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de commissaris en de leden van het Parlement danken voor hun grote inzet en werkelijk goede amendementen, die absoluut nodig waren om dit herstelplan zo compleet mogelijk te maken.

Ik wil er graag op wijzen dat het van het grootste belang is dat het herstelplan een succes wordt, omdat we dat de vissers verschuldigd zijn, maar ook omdat – zoals reeds eerder deze avond is opgemerkt – het goed is dat we hebben gediscussieerd over het herstel van de kabeljauw, en overigens ook van andere soorten. We doen dit al tien jaar zonder dat we dichter bij ons doel zijn gekomen en daarom is het belangrijk dat we het doel nu wel bereiken.

Ik wil graag nog iets zeggen over de illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij. We kennen de omvang van dit probleem niet, maar ik twijfel er niet aan dat het ernstige negatieve consequenties heeft gehad voor de herstelplannen die we laatste jaren hebben doorgevoerd. Deze visserij is een schande ten aanzien van de visbestanden, een schande voor de visserijsector en een schande voor de totale samenleving, en het Europees Parlement heeft deze kwestie keer op keer aan de orde gesteld. Er moeten veel betere en meer effectieve controles worden ingevoerd, zodat we een einde kunnen maken aan illegale visserij. In dit verband wil ik ook nog vermelden dat we ook de vissen moeten meenemen en meten die zeehonden, aalscholvers en andere roofvogels wegnemen uit het bestand. Deze dieren houden natuurlijk op geen enkele manier rekening met de quota; wat dat betreft lijkt de situatie op die van de ongemelde visserij.

De teruggooi is een andere kwestie waar we nu al tien jaar over praten. Deze hoeveelheid heeft onvermijdelijke consequenties voor het quotabeleid, maar desondanks blijven we prima eetbare vis teruggooien in zee. Daarom ben ik er natuurlijk mee ingenomen, mijnheer de commissaris, dat u zegt een plan klaar te hebben, maar ik vind het tevens zeer onbevredigend dat we nu al tien jaar lang over dit onderwerp praten zonder dat we ook maar een stap dichter bij ons doel zijn gekomen. Dat is triest, en daar moeten we iets aan doen, anders is ook dit herstelplan tot mislukking gedoemd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Golik (PSE), schriftelijk. (PL) Het is volkomen begrijpelijk dat de Europese Commissie en de regeringen van de lidstaten zich zorgen maken over de kritieke toestand van de kabeljauwbestanden in de zeeën van de Europese Unie. Ikzelf maak me echter zorgen over het feit dat de Europese instellingen zich voor hun wetgevingsvoorstellen en besluiten baseren op onderzoeken die zijn uitgevoerd door diverse onderzoeksinstellingen die door de Europese Commissie worden gefinancierd. Naar onderzoeken van onafhankelijke wetenschappers wordt maar zelden verwezen.

Er bestaat ook controverse over Verordeningen (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad inzake de invoering van een verbod op het gebruik van drijfnetten in de Europese Unie. Tijdens de ontmoeting met DG MARE die ik een maand geleden heb georganiseerd, kwam duidelijk naar voren dat de Europese Commissie vast van plan is om alle vragen over dit onderwerp te negeren. Ze weigert concrete antwoorden te geven en voldoet niet aan haar verplichtingen die overeenkomstig de bepalingen van de bovengenoemde verordeningen zijn vastgesteld aangaande het uitvoeren van onderzoek om na te gaan of de invoering van dit verbod gerechtvaardigd is.

Wat de kabeljauw zelf betreft, zijn er bijvoorbeeld niet genoeg gedetailleerde statistieken voorhanden over de vangst van deze vissoort door vaartuigen met een lengte van minder dan acht meter. Er zijn evenmin vergelijkingen gemaakt tussen de hoeveelheid verwerkte visproducten en de omvang van de aangegeven vangsten in de afzonderlijke EU-lidstaten. Verder hebben de instellingen geen specifieke informatie en plannen ter beschikking gesteld. Daarenboven heeft een te sterke veralgemening van de onderzoeken de onenigheid over dit onderwerp nog vergroot.

Gezien haar sociale en economische basis geeft de visserij steeds vaker aanleiding tot betogingen en protesten van vissers in Polen en andere landen van de Europese Unie. Door onder meer de beperking van de vangstquota en de invoering van het verbod op het gebruik van drijfnetten hebben talrijke gezinnen hun enige bron van inkomsten verloren.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid