Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Maandag 12 januari 2009 - Straatsburg Uitgave PB

17. Handels- en economische betrekkingen met de Westelijke Balkan (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0489/2008) van Bastiaan Belder, namens de Commissie internationale handel, over handel en economische betrekkingen met de Westelijke Balkan [2008/2149(INI)].

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, rapporteur. − Mijnheer de Voorzitter, graag maak ik van de gelegenheid gebruik mijn verslag over de economische en handelsbetrekkingen met de Westelijke Balkan te presenteren.

Niet zonder reden ben ik dit verslag begonnen met het onderstrepen van het Europees perspectief van deze landen. De Unie kan niet blijven staan bij het trouwhartig herhalen van beloften uit het verleden, denk aan de Raad van Thessaloniki van 2003, met Europees perspectief voor de Westelijke Balkan. Nee, mijnheer de Voorzitter, de Westelijke Balkan is meer gebaat bij concrete daden en een op maat gesneden toetredingstraject dan bij welhaast plichtmatige retoriek.

Waarom hecht ik zo aan het toetredingsperspectief van deze landen? In de eerste plaats heeft de Unie naar mijn stellige overtuiging een ereschuld in te lossen. Ik denk alleen al aan het debat dat dit Huis later deze week, op woensdagavond, hoopt te houden over Srebrenica. De regio is bovendien van groot strategisch belang voor Europa. Wat stel ik in dit verslag concreet voor? Ik bepleit een verdere versterking van de CEFTA. Dit is een belangrijk hulpmiddel om de regionale integratie in het gebied te vergroten en dat is voor al deze landen weer een belangrijke voorbereiding op de integratie in de Europese markt en daarmee op de toetreding tot de Unie, fasegewijs, in drie fasen. De Europese Unie moet op een breed front pre-toetredingssteun inzetten om het hervormingsproces in deze landen te stimuleren. Ook de lidstaten kunnen hierbij een belangrijke rol spelen door lokaal overheidspersoneel gericht te trainen. Hierdoor krijgen deze landen meer ambtelijke capaciteit om zelf ambitieuze projecten die voor EU-financiering in aanmerking komen, te formuleren.

Mijnheer de Voorzitter, toen ik met dit verslag begon, was mijn eerste activiteit een bezoek aan het departement voor economische zaken van mijn land in Den Haag; daar kreeg ik tot mijn genoegdoening te horen dat de government to government approach door de Nederlandse regering was geëntameerd en, dat heb ik ook in mijn verslag beschreven als een voorbeeld ter navolging, niet omdat het een Nederlandse approach is, maar omdat deze op maat gesneden is en voldoet aan verzoeken uit de regio Westelijke Balkanstaten zelf om zo het toenaderingsproces actief en gepast te ondersteunen.

Ik wil, mijnheer de Voorzitter, nog graag een concreet punt uit mijn verslag naar voren halen en dat is de energie-coöperatie met de Westelijke Balkan, me dunkt toch een hoogst actueel onderwerp. De regio kan vanwege haar strategische ligging een belangrijke rol gaan spelen in de doorvoer van ruwe olie en aardgas. De Unie moet serieus werk maken van een extern energiebeleid. Ik ben ook lid van de Commissie buitenlandse zaken; enkele jaren geleden al hebben wij een solide verslag aangenomen om te komen tot een Europees buitenlands beleid op energiegebied. Welnu, kijk naar de huidige situatie! De huidige situatie onderstreept deze oproep van het Europees Parlement richting de Commissie, richting de Raad. Brussel mag de eigen lidstaten toch niet in de kou laten staan, noch letterlijk noch figuurlijk.

Ten slotte, mijnheer de Voorzitter, als oud-journalist heb ik veel op de Balkan gereisd. Ik heb dus veel empathie, veel betrokkenheid met de regio. In het kader van mijn verslag heb ik ook mijn reisbudget gebruikt voor studiereizen; samen met de Commissie internationale handel, met name met haar medewerker, Roberto Bendini, en mijn eigen medewerker Dick Jan Diepenbroek, hebben wij nuttige reizen gemaakt richting Servië, richting Kosovo en volgende week hoop ik naar Albanië te gaan. Kortom, dit verslag sluit ik vanavond al af, maar voor mij is het werk nog lang niet klaar en ook niet voor de Europese instellingen. Wanneer wij ons inzetten om de regio dichter bij Brussel te brengen en dat daadwerkelijk tonen door ons engagement, door actieve steun, dan kunnen wij terecht ook eisen dat het hervormingsproces, de toelating de eigen inzet dubbel en dwars waard is en dat moet dan ook getoond worden. Ik heb met buitengewoon veel plezier aan dit verslag gewerkt en ik hoop dat dit een vervolg krijgt in aparte verslagen voor de afzonderlijke landen van de Westelijke Balkan.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, laat ik allereerst de heer Belder feliciteren met zijn uitstekende verslag. Uw verslag komt op een moment dat de Westelijke Balkan dichter en dichter bij de EU komt, en het geeft een uitgebreid overzicht van de kwesties waar het in de economische en handelsbetrekkingen van de EU en Westelijke Balkan om gaat. Ik wil me graag richten op enkele punten die in uw verslag naar voren worden gehaald.

De Westelijke Balkan is als regio een belangrijke en waardevolle partner voor de EU. De laatste mededeling van de Commissie over de Westelijke Balkan van maart 2008 bevestigt de grote gehechtheid van de EU aan het Europees perspectief van de regio en bevestigt onder meer het belang van de Middeneuropese Vrijhandelsovereenkomst voor de economische ontwikkeling van de regio. De Commissie is het met de rapporteur eens dat het uitzicht op lidmaatschap van de EU een katalysatorwerking kan hebben voor duurzame economische ontwikkeling en voor het waarborgen van de vrede en stabiliteit in de regio. De Commissie is het er ook mee eens dat het van het grootste belang is dat de landen in de regio ieder afzonderlijk voldoen aan de criteria van Kopenhagen, wanneer we beoordelen of de landen klaar zijn om toe te treden tot de Europese Unie. De EU is de belangrijkste handelspartner van de Westelijke Balkan. Nauwere economische banden tussen de EU en de regio zijn daarom van levensbelang voor de stimulering van de economische groei van de regio.

Zoals terecht is opgemerkt in uw verslag, zijn liberalisering van de handel en integratie een hoeksteen van het stabilisatie- en associatieproces, en de EU heeft deze doelstelling op drie niveaus nagestreefd met de Westelijke Balkan.

In de eerste plaats verleent de EU sinds 2000 op bilateraal niveau unilaterale handelspreferenties aan de landen van de Westelijke Balkan, teneinde de toegang van hun export tot de EU-markten te vergemakkelijken. De Commissie heeft na onderhandelingen vrijhandelsovereenkomsten afgesloten als onderdeel van de stabilisatie- en associatieovereenkomsten, teneinde de voorwaarden te scheppen voor politieke en economische hervormingen en de basis te leggen voor de integratie van de Westelijke Balkan in de EU, bijvoorbeeld door middel van aanpassing aan het acquis.

In de tweede plaats heeft de Europese Commissie op regionaal niveau opgetreden als bemiddelaar in de onderhandelingen over de Midden-Europese Vrijhandelsovereenkomst (CEFTA) en heeft zij besloten financiële steun en technische bijstand te verlenen aan het secretariaat van de CEFTA en aan de partijen, teneinde de overeenkomst ten uitvoer te helpen leggen. Tegelijkertijd hecht de Europese Commissie veel waarde aan de eigen verantwoordelijkheid van de regio voor de overeenkomst en erkent zij dat de CEFTA essentieel is voor grotere regionale economische integratie en om de weg te bereiden voor de uiteindelijke volledige participatie van de Westelijke Balkan in de interne markt van de EU. De CEFTA heeft bovendien alle benodigde structuren opgezet om op regionaal en bilateraal niveau aangelegenheden te bespreken die verband houden met de handel. Dit is onontbeerlijk om de regionale samenwerking en goede betrekkingen tussen buurlanden te bevorderen en te verdiepen. De Europese Commissie zal blijven toezien op de tenuitvoerlegging van de CEFTA en zal in haar jaarverslag verslag blijven uitbrengen over het toetredings- en pretoetredingsproces.

In de derde plaats heeft de Commissie op multilateraal niveau de toetreding van de landen in de regio tot de Wereldhandelsorganisatie gesteund, omdat deze stap absoluut fundamenteel is voor een effectieve participatie in de geglobaliseerde economie. De EU heeft alle beschikbare beleidsinstrumenten gemobiliseerd om de landen van de Westelijke Balkan te steunen in hun hervormings- en regionale samenwerkingsinspanningen. Het instrument voor pretoetredingssteun is belangrijk om te voorzien in de ontwikkelingsbehoeften van de regio op lange termijn. De totale middelen voor het huidige financiële kader voor 2007-2013 bedragen 11,5 miljard euro. Last but not least is de Europese Commissie dialogen aangegaan met alle betrokken landen in de regio om routekaarten op te stellen voor de opheffing van de visumregeling.

In het licht van hetgeen is gezegd, wil ik u verzekeren dat de Commissie alle benodigde stappen zet om de handelsbetrekkingen te versterken en de economie van de Westelijke Balkan zo dicht mogelijk bij die van de EU te brengen. Ter afsluiting wil ik de rapporteur nogmaals feliciteren met dit goede verslag, en het doet mij genoegen te kunnen zeggen dat de Commissie zijn algemene benadering deelt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt dinsdag om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. - (RO) Ik steun en waardeer het door de heer Belder gepresenteerde verslag, omdat het bijzondere economische maatregelen aanbeveelt, gericht op het Europees perspectief van de volkeren op de westelijke Balkan. Ik zou daar drie aspecten uit willen lichten:

1. We moeten zo realistisch zijn om toe te geven dat Servië van cruciaal belang is voor het welslagen van het Stabilisatie- en associatieproces en de EU dient zich te blijven inspannen om het vertrouwen en op termijn ook de vriendschap van het Servische volk te winnen.

2. Etnisch separatisme en eenzijdige onafhankelijkheidsverklaringen mogen voortaan niet meer geaccepteerd worden voor gebieden als Kosovo, Zuid-Ossetië, Abchazië, Transdnjestrië en noordelijk Cyprus. Het grondbeginsel van de territoriale integriteit van een land is onaantastbaar en dient voortaan gerespecteerd te worden.

3. Tegelijkertijd dienen we de naleving van Europese normen aangaande de personenrechten van etnische minderheden in de landen van de westelijke Balkan krachtig te stimuleren, inclusief de rechten van de Roemeenstalige gemeenschappen in Valea Timocului , de Vojvodina, Istrië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Deze rechten dienen gerespecteerd te worden, zonder voeding te geven aan een streven naar territoriale autonomie op etnische grondslag of naar collectieve etnische rechten, aspiraties die al vaker een splijtzwam zijn gebleken en de aanzet tot bloedige oorlogen hebben gegeven.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid