Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-0134/2008

Ingediende teksten :

O-0134/2008

Debatten :

PV 15/01/2009 - 2
CRE 15/01/2009 - 2

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Donderdag 15 januari 2009 - Straatsburg Uitgave PB

2. Vervoer van dieren (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de mondelinge vraag (O-0134/2008) van Neil Parish, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, aan de Commissie: vervoer van dieren (B6-0496/2008).

 
  
MPphoto
 

  Neil Parish, auteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik neem hier vandaag het woord om deze mondelinge vraag te formuleren namens zowel de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling als de Interfractiewerkgroep dierenwelzijn, omdat ik van oordeel ben dat wij in de Europese Unie over een bijzonder sterke landbouwsector beschikken. Om over een bijzonder sterke landbouwsector te kunnen beschikken moeten wij echter ook een sterk welzijnsbeleid ten uitvoer leggen, aangezien de toekomst van de Europese landbouw mijns inziens in het teken staat van hoogwaardige producten die beantwoorden aan hoge welzijnsnormen. Wij kunnen dit benutten om onze producten in positieve zin te promoten. Daarom is vervoer van dieren niet alleen een motief op zich, maar het is van essentieel belang om in de juiste wetgeving te voorzien.

Ik wil hier vanochtend onderstrepen dat er wel degelijk wetgeving voorhanden is. Wij kunnen ons afvragen of die toereikend is, maar op dit moment komt het erop aan om de bestaande regelgeving na te trekken en ons ervan te vergewissen dat zij door de lidstaten wordt nageleefd. Het is immers bekend dat zich in sommige lidstaten problemen voordoen tussen de nationale regeringen die de wetgeving opstellen en de regionale regeringen die ze ten uitvoer moeten leggen. Dat zorgt voor moeilijkheden. En uiteindelijk zijn de dieren daarvan de dupe.

Ik zou hier heel wat kwesties kunnen aankaarten, maar als er één ding is waarmee we in Europa problemen hebben dan is het met het vervoer van paarden. Veel paarden worden aan het einde van hun loopbaan verwerkt tot salami in Italië, en zij reizen in generlei opzicht onder optimale omstandigheden. Wij hebben tal van voertuigen gevolgd doorheen de Europese Unie en wij hebben kunnen vaststellen dat de regelgeving niet eens door onze eigen lidstaten wordt nageleefd: de voertuigen stoppen niet op de vereiste tijdstippen, ze voldoen niet aan de eisen voor paardentrailers en er is geen behoorlijke airconditioning of zuiver water. Dit kan zo niet verder.

Ik laat mijn stem vaak horen en verzoek de Commissie dan om geen extra kosten toe te voegen, maar wanneer dieren naar het slachthuis moeten worden gebracht en de kosten van het vervoer oplopen omdat er goed werk moet worden geleverd en de juiste voertuigen moeten worden gebruikt, die bovendien niet overvol mogen zitten, dan zeg ik, wel, dan moet het maar zo! In plaats van dieren over lange afstanden naar het slachthuis te vervoeren is het echter vaak beter om ze in de lidstaat zelf te doden en ze als vlees in koelwagens te vervoeren. Op dit vlak is er nog veel werk aan de winkel.

Er zij overigens aan herinnerd dat de heer Kyprianou, voormalig commissaris bevoegd voor het directoraat-generaal Gezondheid en consumenten, ons toen hij nog commissaris was, heeft verzekerd dat hij niet alleen de bestaande wetgeving op passende wijze ten uitvoer zou leggen, maar bovendien de situatie opnieuw zou bestuderen aan het einde van zijn ambtstermijn. Het einde van de zittingsperiode van het Parlement en het mandaat van de Commissie komen nu snel naderbij. Daarom verzoek ik mevrouw Vassiliou, die de heer Kyprianou op uitstekende wijze heeft vervangen, zich van deze taak te kwijten, aangezien het vervoer van dieren een van die zaken is die wij zeer serieus moeten nemen.

Wij hebben deze punten al vaak te berde gebracht, maar wij zijn een beschaafde maatschappij en een beschaafde maatschappij wordt in sterke mate beoordeeld op de wijze waarop zij niet alleen haar mensen maar ook haar dieren behandelt. Daarom kan ik dit, zoals ik al zei, niet genoeg benadrukken.

Mijn laatste opmerkingen hebben betrekking op de mondelinge vraag zelf en op het feit dat de verordening inzake het vervoer van dieren reeds sinds 2007 van kracht is. Gelet hierop zou de Commissie inmiddels de eerste jaarverslagen van de lidstaten hebben moeten ontvangen over de stand van de tenuitvoerlegging van de verordening. Kan de Commissie meedelen welke lidstaten hun verslag hebben ingediend? Heeft de Commissie reeds een voorlopige analyse uitgevoerd van de verslagen, op basis waarvan enkele verklaringen zouden kunnen worden afgelegd over tekortkomingen en problemen, maar ook over belangrijke prestaties bij de handhaving van de wetgeving? Is de Commissie derhalve bereid een verslag op te stellen over het proces van handhaving van de verordening in de lidstaten? Deze analyse zal van wezenlijke betekenis zijn in het kader van de overwogen herziening van de verordening inzake het vervoer van dieren. Ik verzoek de commissaris dan ook vriendelijk op deze vragen te antwoorden.

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Geachte Voorzitter, geachte afgevaardigden, dames en heren. Ik ben het volledig eens met de heer Parish dat de manier waarop wij met dieren omgaan, met inbegrip van vee, zowel een kwestie is van ethiek als van beschaving. De Commissie is er zich van bewust dat het vervoer van dieren voor commerciële doeleinden hun groot lijden kan berokkenen. Vooral zogeheten laagwaardige dieren, zoals slachtvee, hebben vaak het nodige te verduren. De tenuitvoerlegging van de wettelijke voorschriften met betrekking tot het vervoer van vee over langere afstanden is ontoereikend. De afgelopen maanden heeft de Commissie meerdere berichten ontvangen over wreedheden tegen dieren. De Commissie blijft de verschillende best toegankelijke mogelijkheden ter verbetering van de situatie ondersteunen. Dit alles heeft tot doel te komen tot een betere tenuitvoerlegging van de Europese regels en daarmee tot een verbetering van de dierengezondheid en goede levensomstandigheden voor de dieren. In een studie uitgevoerd door het gemeenschappelijk onderzoekscentrum komt men tot de conclusie dat nieuwe en doeltreffendere toezichthoudende systemen, zoals GPS-systemen voor het volgen van vervoersstromen, zouden kunnen bijdragen tot een verbetering van de situatie en tot een transparantere tenuitvoerlegging van de regelgeving. Het gebruik van dergelijke nieuwe technologieën zou tevens kunnen bijdragen tot een vermindering van de administratieve last voor nationale organen en organisaties.

De Commissie overweegt eveneens om nog vóór het einde van het mandaat nieuwe normen voor te stellen op basis van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de duur van veetransport en het aantal dieren aan boord. De Commissie beoordeelt de tenuitvoerlegging van de Europese regels op basis van door de lidstaten overeenkomstig de huidige EU-verordening ingediende verslagen. De in deze verslagen vervatte informatie wordt vervolgens afgezet tegen de resultaten van ter plaatse in de lidstaten door veterinaire deskundigen uitgevoerde controles. De resultaten van deze door deskundigen van de Commissie uitgevoerde controles worden gepubliceerd op de website van de Commissie. Verder worden de gegevens vergeleken met en afgezet tegen informatie afkomstig van internationale op dit vlak actieve ngo’s.

Het leeuwendeel van de lidstaten heeft hun verslag over het vervoer van dieren voor het jaar 2007 reeds bij de Commissie ingediend. Tegen het einde van 2008 had de Commissie echter nog geen verslag ontvangen van Cyprus, Letland, Malta, Bulgarije en Luxemburg. De Commissie heeft deze landen op hun verplichtingen gewezen en zal de situatie verder nauwlettend blijven volgen. Uit Verordening (EG) nr. 1/2005 vloeit echter niet voort dat de Commissie verslag uitbrengt over de voortgang met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de verordening in de lidstaten. De Commissie is het ermee eens dat regelgeving staat of valt met de afdwingbaarheid ervan. Tegen deze achtergrond zal de Commissie de verslagen van de lidstaten nog eens extra onder de loep nemen om te bekijken of de communautaire regelgeving op dit vlak herzien moet worden.

 
  
MPphoto
 

  Struan Stevenson, namens de PPE-DE-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, laten wij eerst de antecedenten eens even onder de loep nemen. In december 2004 werd de maximale vervoersduur voor dieren vastgesteld op acht uur. Deze bepaling trad in januari 2007 in werking in alle 27 lidstaten. Er werd voorzien in bijzondere afwijkingen volgens welke langere reizen zijn toegestaan indien kan worden aangetoond dat de gebruikte voertuigen voldoen aan de hoogste normen inzake watervoorziening, temperatuurcontrole en passende ventilatie en wordt gewaarborgd dat regelmatige rustperioden in de reisduur worden ingevoegd.

Ook voor verafgelegen gebieden en eilanden, zoals Orkney en Shetland in mijn eigen kiesdistrict, waar langere reistijden onvermijdelijk zijn, gelden bijzondere afwijkingen. Voor deze gevallen zijn evenwel speciale eenheden ontworpen, waar de vervoerde dieren kunnen rusten en toegang hebben tot water, zodat het vervoer in relatief comfortabele omstandigheden plaatsvindt. Bovendien geldt een absoluut verbod op het vervoer van bepaalde dieren zoals kalveren van minder dan tien dagen en lammeren van minder dan een week.

Met enige voldoening kan ik u meedelen dat deze vervoersregels strikt zijn nageleefd in landen zoals Schotland, waar wij op het gebied van beste praktijken nog steeds een van de hoogste scores van de gehele Europese Unie behalen. Het baart mij echter zorgen dat deze regels, zoals de heer Parish hier heeft verklaard, niet op dezelfde wijze worden nageleefd in andere delen van de Unie, met name in bepaalde zuidelijke, mediterrane lidstaten en in sommige nieuwe Oost-Europese toetredingslanden. Zoals de heer Parish ook al benadrukte, gaat het daarbij vooral om het vervoer van paarden voor de slacht.

Ngo’s die zich inzetten voor het welzijn van dieren komen nog steeds met bewijzen van weerzinwekkende praktijken, waarbij paarden en soms ook ander vee in een verzengende hitte over lange afstanden worden vervoerd, zonder water of passende ventilatie, zonder rustperioden, opeengepakt in overvolle vrachtwagens. Naarmate de reis vordert, vallen deze dieren steeds meer ten prooi aan uitputting en uitdroging. Sommige hebben last van hittestress. Je ziet ze wanhopig snuiven en naar lucht happen en in het slechtste geval gaan er een hoop dood. Wij moeten deze praktijken een halt toeroepen. De verordening moet in alle lidstaten strikt worden nageleefd.

Ik onderschrijf de inhoud van de mondelinge vraag die de heer Parish hier vandaag heeft geformuleerd en dring met hem aan op een onderzoek naar de handhaving van de toepasselijke maatregelen. Ik hoop dat de Commissie ons inmiddels de nodige informatie kan verschaffen en ons kan garanderen dat er stappen zullen worden ondernomen om te waarborgen dat de maximale vervoersduur voor dieren, die zoals gezegd is vastgesteld op acht uur, samen met de voornoemde afwijkingen, ten volle wordt geëerbiedigd. Het is immers hoog tijd dat er een einde komt aan de wrede schendingen van de bestaande communautaire regelgeving.

 
  
MPphoto
 

  Rosa Miguélez Ramos, namens de PSE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, voor een aantal landen is het vervoer van dieren, afhankelijk van hun geografische ligging – zoals de heer Stevenson reeds opmerkte – evenals van hun landoppervlakte of van de betekenis van hun handelsstromen, een kwestie van bijzonder belang.

Commissaris, ik wil me richten op twee concrete kwesties. Ten eerste lijkt het mij duidelijk dat de Commissie nog steeds moeilijkheden ondervindt bij het uitvoeren van een analyse van de situatie in het gehele grondgebied van de Gemeenschap. Hoewel de lidstaten op grond van de huidige verordening – zoals we hebben gezien – ieder jaar een verslag moeten presenteren over de inspecties die het voorgaande jaar zijn uitgevoerd, stelt de verordening geen minimum aantal inspecties verplicht en lijkt er evenmin uniformiteit te zijn ten aanzien van de statistische grondslag. Zodoende is het niet mogelijk om de gegevens die door de verschillende landen worden aangeleverd met elkaar te vergelijken. Mijns inziens, commissaris, moet deze situatie in het belang van alle betrokkenen zo spoedig mogelijk worden hersteld.

Ten tweede maak ik me echter zorgen om het volgende. In uw verklaring kwalificeerde u dieren die worden vervoerd om te worden geslacht als laagwaardige dieren. Commissaris, dat ben ik absoluut niet met u eens. Persoonlijk acht ik ze van grote economische waarde en ik ben ervan overtuigd dat de industrie dat met mij eens zal zijn. Als dat het geval is en dit vlees een grote economische waarde heeft, zijn goede vervoeromstandigheden van essentieel belang, ongeacht de uiteindelijke bestemming – zelfs als dat het slachthuis is – en de af te leggen afstand. Dat betekent dat het belangrijk – het belangrijkste – is dat deze dieren onder goede omstandigheden worden vervoerd.

Ik verzoek u daarom om bij het voorstel tot wijziging van de verordening waaraan de Commissie nu werkt, rekening te houden met deze overwegingen. Wij weten dat de hervorming niet alleen betrekking zal hebben op nieuwe technologieën, maar ook op veranderingen ten aanzien van de maximale vervoerduur – zoals hier reeds is opgemerkt – en de maximum- en minimumtemperaturen bij het vervoer van dieren.

Ik dring er nogmaals bij u, commissaris, en bij de Commissie op aan om alvorens tot wijziging van zulke fundamentele aspecten over te gaan, deze eerst op gedegen wijze wetenschappelijk te onderbouwen. Ik wil u bovendien verzoeken om, zolang deze wetenschappelijke basis er nog niet is, die momenteel voor een aantal vraagstukken nog ontbreekt, af te zien van het op slinkse wijze introduceren van voorstellen tot wijziging van de huidige verordening in verslagen die niets met vervoer van doen hebben – daarbij doel ik op de bescherming van dieren op het moment dat ze worden geslacht, een verslag waaraan op dit moment wordt gewerkt. Ik ben van mening dat we bij aangelegenheden die zo enorm belangrijk zijn, allemaal – Commissie en Parlement – onze kaarten op tafel moeten leggen.

 
  
MPphoto
 

  Anne E. Jensen, namens de ALDE-Fractie. (DA) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik ben een beetje teleurgesteld over het feit dat we na vier jaar nog steeds geen voorstel van de Commissie hebben gezien over hoe we de wetgeving voor diertransporten kunnen aanscherpen. Er zijn goede bedoelingen getoond en er was een positieve samenwerking tussen onder andere de heer Kyprianou en nu ook mevrouw Vassiliou en het Parlement, maar wanneer krijgen we een voorstel? Dat zou ik heel graag willen weten. Verder is het belangrijk dat we zorgen voor een passende handhaving van de wetgeving. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de transporttijd voor slachtdieren daadwerkelijk wordt beperkt tot acht uur. Echter, we moeten nog verder gaan en niet alleen over een tijdslimiet spreken. Onderzoek toont immers aan dat een uur te veel kan zijn, als een dier niet sterk genoeg is om vervoerd te worden, terwijl langere transporten acceptabel zijn, als het dier sterk en gezond genoeg is en onder goede omstandigheden wordt vervoerd. We zullen vermoedelijk doorgaan met het vervoer van fokdieren over lange afstanden, en in dit verband heeft het Parlement inmiddels een proefproject voorgesteld voor ruststations, waar de dieren na 24 uur moeten rusten. Ik zou graag willen vernemen hoe het staat met dit project voor ruststations. De gedachte achter dit project is om beheerders van controlestations, veterinaire autoriteiten, onderzoekers en dierenwelzijnorganisaties samen te brengen om gezamenlijk te definiëren wat op dit gebied goede praktijken zijn. Het is moeilijk om een dergelijk project van de grond te krijgen, maar het is de moeite waard, aangezien het van groot belang is dat onze kennis omtrent en ons onderzoek naar dierenwelzijn ook weerspiegeld worden in de wetgeving en in de praktische realiteit.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, de heer Parish heeft er ons terecht op gewezen dat – en het is hier in deze zaal ook al vaker vermeld – de manier waarop wij omgaan met dieren veel zegt over hoe wij zelf zijn, over het niveau van onze cultuur en beschaving. Wreedheden ten opzichte van dieren tijdens transport komen vaak voor. Bepaalde zaken zijn verbeterd dankzij de invoering van strengere voorwaarden voor het vervoer, maar deze maatregelen schieten nog altijd tekort.

Naar mijn mening is de oplossing de duur van het vervoer van dieren te beperken tot maximaal acht uur. Deze oplossing is hier al lang geleden voor het eerst voorgesteld. Het vervoer en het verblijf in het abattoir zou maximaal twaalf uur mogen bedragen. Dit voorstel zijn wij voornemens in te brengen in het kader van de huidige werkzaamheden aan de verordening betreffende de bescherming van dieren tijdens het slachten.

Geachte medeafgevaardigden, een humanitair argument is één ding, er is echter ook een financieel argument (wat sommige mensen meer aanspreekt). Feit is dat de langere transporten de kosten verhogen, die uiteindelijk worden doorberekend aan de consument. We moeten die kosten berekenen en als argument gebruiken om, na jaren van discussie, beperkingen op te leggen aan de transporten om zo het lijden van dieren te verminderen.

 
  
MPphoto
 

  Carl Schlyter , namens de Verts/ALE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, het ontwikkelingsniveau van een beschaving kan worden beoordeeld aan de hand van hoe men de meest weerloze levende wezens behandelt die zich in die beschaving bevinden. Te oordelen naar hoe wij onze dieren behandelen zijn wij nog steeds barbaren.

Ik herinner mij toen Zweden lid van de EU werd, al weer bijna vijftien jaar geleden. Voordat wij lid werden gingen de debatten vaak over het vervoer van dieren. Het was een gebied waarbinnen wij de situatie zouden verbeteren. In 2005 kwam de eerste richtlijn. De omstandigheden van de dieren verbeterden echter niet, maar wij kregen in plaats daarvan te horen dat vanaf nu het toezicht zou functioneren, dat vanaf nu het GPS-systeem zou worden ingevoerd, dat de chauffeurs vanaf nu zouden worden opgeleid en dat de vrachtwagens het vanaf nu beter zouden doen. Vijf landen hebben niet eens de moeite genomen om een verslag in te leveren. Ik eis van de Commissie dat deze landen onmiddellijk worden beboet. Wat de andere 22 landen betreft, hoeveel controles hebben zij uitgevoerd? Hebben zij de regels nageleefd? Werkt het nu? Het antwoord is in de meeste gevallen: Nee, helaas niet.

Daarna beloofde de heer Kyprianou ons om er voor het einde van zijn ambtstermijn op terug te komen als het nodig zou zijn – en het is nodig! En als er een publieke opinie bestaat – en die is er! Veel van de nieuwe lidstaten zijn inderdaad klein en is er misschien geen reis van 24 uur, gevolgd door nog eens een reis van 24 uur, nodig. Wij krijgen een nieuwe slachtrichtlijn die inhoudt dat er mobiele slachterijen komen die de noodzaak van het vervoer vermindert.

Wij moeten terugkomen op de omstandigheden van de dieren tijdens het transport. Wie van ons zou het waarderen om 24 uur lang vier koeien of tien schapen in zijn tweepersoons bed te hebben? Zo dicht staan de dieren vandaag de dag namelijk opeengepakt. Of stelt u zich eens voor dat het de kippen op de bovenste verdieping in de vrachtwagen feitelijk niet geheel verboden is om hun uitwerpselen over degenen die beneden hen zitten te laten lopen! Wie wil er onder zulke omstandigheden vervoerd worden? Ik nodig alle Europese ministers van Landbouw uit om samen met mij deel te nemen aan een reis van Stockholm naar Brussel onder dezelfde omstandigheden als die van de dieren. Ik ben benieuwd hoeveel er de uitnodiging aannemen. Misschien dat ze toch liever de wetgeving veranderen.

Wij hebben het over kosten. De hoogste kosten zijn de kosten voor het milieu vanwege de langdurige transporten. Daarnaast zijn er de kosten in de vorm van dierenleed door de langdurige transporten. De langdurige transporten resulteren echter in een slechtere kwaliteit van het vlees. Het is een totale waardevernietiging. Een gestrest dier produceert "vlees van een mindere kwaliteit". Het lijden heeft dus effect op de hele voedingsketen. Denk eens aan de boer die veel moeite en geld heeft besteed aan het verkrijgen van een goed dier waarvan de kwaliteit in het laatste gedeelte van zijn leven teloorgaat.

Nee, voor de verkiezingen hebben wij een nieuw voorstel nodig. Ik begrijp niet hoe wij een verkiezingscampagne zouden kunnen voeren als wij niet ten minste een voorstel van de Commissie hebben dat aantoont dat wij nu eindelijk de omstandigheden voor dieren zullen verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Jens Holm, namens de GUE/NGL-Fractie. (SV) Mijnheer de Voorzitter, het uitgangspunt in deze discussie is dat dieren voelende wezens zijn. Dieren hebben een vermogen om pijn, stress en lijden te voelen op precies dezelfde manier als wij mensen. Daar moeten we rekening mee houden als we wetten maken. Dat gebeurt vandaag de dag niet.

Er worden steeds meer dieren binnen de EU vervoerd. Dat is een direct gevolg van de vrije markt. De vrije markt leidt tot specialisatie. Men fokt de dieren op de ene plaats, men slacht de dieren op een andere plaats, en men vervoert het vlees naar een derde plaats. De lidstaten mogen niet eens de diertransporten verbieden met het oog op het dierenwelzijn. Dit is eigenlijk onacceptabel. Uit een Zweeds onderzoek is gebleken hoeveel dieren er in totaal over de grenzen van de EU zijn vervoerd. Toen de EU nog vijftien lidstaten telde, berekende men dat het ging over 22 miljoen stuks viervoetig vee, zoals varkens, paarden en koeien, en daarnaast 500 miljard stuks pluimvee, die ieder jaar kriskras door de lidstaten van de EU werden vervoerd. Dat was in de EU-15. Dan kunt u zich voorstellen wat de cijfers bij 27 lidstaten zullen zijn. Dan vallen de cijfers natuurlijk veel hoger uit.

Ik wil de Commissie vragen wanneer de nieuwe EU-richtlijn inzake het vervoer van dieren wordt opgesteld. De heer Kyprianou zegde immers toe dat er tijdens deze ambtstermijn een nieuwe richtlijn zou worden opgesteld. Kan de Commissie toezeggen waar wij in het Europees Parlement op uit zijn, namelijk een maximumgrens van acht uur voor het vervoer van dieren? Ik wil ook een paar vragen stellen aan Vladimir Špidla. U geeft aan dat vijf lidstaten nog geen verslagen hebben ingeleverd, hetgeen natuurlijk zeer ergerniswekkend is. Wat doet u in de Commissie met deze verslagen van de lidstaten? Worden deze door u geanalyseerd? Wij in het Parlement willen een analyse, een verslag van de Commissie, waar u alles in samenvat en duidelijke maatregelen aangeeft die de omstandigheden tijdens het vervoer van dieren zouden kunnen veranderen. Wanneer komt dus de nieuwe richtlijn met een 8-uursgrens, en kunnen wij een analyse krijgen van de verslagen van de lidstaten?

 
  
MPphoto
 

  Godfrey Bloom, namens de IND/DEM-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is zoals altijd fascinerend. Het Parlement bewijst nog maar eens dat het absoluut geen gevoel voor ironie heeft. Een van onze grootste problemen, althans in het Verenigd Koninkrijk, is dat de volkomen absurde stortvloed aan regels en verordeningen waarmee de slachthuizen tien jaar geleden overspoeld werden in mijn land hebben geleid tot de sluiting van meer dan duizend slachterijen, met als gevolg dat de reisduur voor dieren flink is toegenomen.

Mijn schoonbroer is slager. Hij is eigenaar van een slachthuis in Yorkshire en op een bepaald moment – u kunt dit lezen in het tijdschrift Private Eye – deed zich daar het volgende scenario voor: een bezoekende dierenarts oefende toezicht uit op een dierenarts die een vleeskeurder controleerde die op zijn beurt toezicht hield over twee slachters. Dat is het soort nonsens waarmee je wordt geconfronteerd als je je inlaat met de regels en verordeningen van deze instelling! En dan wordt beweerd dat het probleem bij de reisduur ligt… Vanaf Bridlington, in mijn kiesdistrict, worden varkens, schapen en runderen helemaal door Engeland naar Manchester vervoerd omdat zoveel slachthuizen hun deuren hebben gesloten. Dat is het probleem dat wij moeten aanpakken!

En dan is er het vervoer van paarden. Mijn collega, de heer Farage, heeft me verteld dat paarden in sommige landen van de Europese Unie als voedsel worden beschouwd! Als Engelsman kan ik er niet bij dat mensen hun paarden opeten. Een Engelsman eet zijn paard niet op, net zomin als dat hij zijn hond of zijn kinderen zou opeten. Maar goed, ik veronderstel dat dit te maken heeft met de enorme culturele kloof die ons scheidt van de andere landen van de Unie.

(Gelach)

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het zal niet eenvoudig zijn om dit op te volgen! Laat ik zeggen dat ik geen enkele moeite heb met een doeltreffende en passende regelgeving voor het vervoer van dieren, maar ik begin te vrezen dat wij onszelf in de problemen werken door de strop rond onze landbouwindustrie zo vast aan te trekken dat de landbouwpraktijk op de lange duur onmogelijk wordt. Ik bespeur het ontstaan van een dergelijke ontwikkeling in de raadpleging van de Commissie over de herziening van de maximale reisduur en de bezettingsgraad tijdens het vervoer van dieren.

Er zij aan herinnerd dat de Commissie in de verordening van 2005 haar zin niet heeft kunnen doordrijven. Minder dan twee jaar na de inwerkingtreding van die verordening onderneemt zij echter alweer een nieuwe poging en probeert zij de toegestane herhaling van de maximale reisduur van acht uur te schrappen. Ik moet hier onderstrepen dat een dergelijke maatregel voor mijn kiesdistrict in Noord-Ierland nefaste gevolgen zou hebben, aangezien wij voor de uitvoer van dieren – een van onze economische activiteiten – zijn aangewezen op het vervoer over zee. Terugschroeving van de reisduur tot één periode van acht uur zou voor ons dan ook absoluut ontoereikend en absoluut onaanvaardbaar zijn.

Ik attendeer dit Parlement erop dat zulke strikte voorwaarden niet in verhouding staan tot de enorme afstanden waarover dieren worden vervoerd in Zuid-Amerika, en uit die landen voeren wij zonder problemen vlees in! Kortom, wij lopen eens te meer het risico onze eigen landbouwers te straffen, zonder ons te bekommeren om de omstandigheden waaronder bepaalde producten worden ingevoerd.

Het is hoog tijd dat wij korte metten maken met onze obsessie om onze eigen ruiten in te gooien.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Jeggle (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, ook bij het debat over dit onderwerp wordt snel duidelijk dat aan de ene kant heftige emoties een rol spelen en dat we aan de andere kant te maken hebben met zeer concrete feiten. Ik wil de voorzitter van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de heer Parish, uitdrukkelijk danken voor deze mondelinge vraag. De vraag is belangrijk, niet om emoties over te brengen, maar om concrete informatie bij de Commissie in te winnen: Wat is er gebeurd? Hoe kan een en ander worden geverifieerd? Beschikt u over bewijzen, en zo ja, welke? Over wat voor cijfers beschikt u?

U hebt een paar cijfers genoemd. Ik ben er echter vast van overtuigd dat er tussen de lidstaten nog veel grotere verschillen bestaan dan dat de ene lidstaat een verslag heeft ingediend en de andere niet. Hoe staat het met de tenuitvoerlegging van de verordening? Hoe worden langdurige transporten gecontroleerd? Hoe verloopt de controle per lidstaat?

Er is nog een belangrijke kwestie waarover we het hoognodig moeten hebben. Het gaat om problemen die voortvloeien uit het feit dat we de landbouw simpelweg als een economische sector definiëren en daarbij zaken gelijkstellen die we wellicht gedifferentieerd moeten beoordelen. Welke aanvullende vaktechnische opleiding moet een geschoolde veehouder bijvoorbeeld volgen op het gebied van transport? Hoe moet hij dat doen? Bij wie moet hij dat doen? Waar moet hij laten zien dat hij die opleiding heeft gevolgd om zijn diploma te krijgen?

Nogmaals: veehouders zijn opgeleid om met dieren om te gaan, terwijl bij de vervoerder chauffeurs werken die misschien nog nooit in hun leven met dieren te maken hebben gehad. Dat zijn twee zaken die eigenlijk niet over één kam kunnen worden geschoren, maar in zekere zin doen we dat wel.

Het tweede punt dat tot grote problemen leidt, is het volgende: wanneer een veehouder een eigen kalf vervoert, mag de afstand ten hoogste vijftig kilometer zijn. Staat u mij toe daarover op deze plaats een opmerking te maken: het is hoog tijd dat we nadenken over de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat kleinere slachthuizen rendabel kunnen functioneren, zodat langere transportroutes niet meer nodig zijn.

Een veehouder mag een eigen dier dus over een afstand van vijftig kilometer vervoeren, maar als hij een dier van zijn buurman meeneemt, heeft hij een probleem. Ook dat is iets om over na te denken. Is die vijftig-kilometergrens terecht of moeten we ook niet eens naar de slachthuizen kijken? Het is geen enkel probleem wanneer een veehouder een paard voor hobbydoeleinden vervoert. De verordening is dan niet van toepassing. Brengt hij het echter naar de markt, dan is de verordening wel van toepassing en moet hij aan de voorwaarden voldoen. Op deze vragen moeten we in de verdere discussies een antwoord zien te vinden.

 
  
MPphoto
 

  Luis Manuel Capoulas Santos (PSE).(PT) Zoals de heer Parish en andere sprekers hier terecht hebben onderstreept, moet het vervoer en het welzijn van dieren in essentie worden beschouwd als een kwestie van beschaving. Lijden van dieren tot een minimum beperken is een ethische plicht die deel uitmaakt van ons cultureel erfgoed, ondanks de schijnbare paradox dat wij het welzijn van dieren willen waarborgen tijdens een reis die voor vele de laatste zal zijn.

Anderzijds mogen wij niet vergeten dat wij voor de toepassing van de veeleisende en vanuit financieel oogpunt geldverslindende regels die thans van kracht zijn een prijs moeten betalen, namelijk de verstoring van de mededinging. Deze situatie heeft in sommige regio’s van de Europese Unie negatieve gevolgen voor de plattelandsontwikkeling.

De regio’s en de lidstaten die voor bepaalde soorten zijn aangewezen op voorziening uit externe markten en verder verwijderd zijn van de productiecentra, zoals met mijn land het geval is, ondervinden thans ernstige concurrentieproblemen in de sectoren die afhankelijk zijn van de slacht en de verwerking van dieren. Regio’s en lidstaten met overschotten doen daarentegen hun voordeel met deze situatie, omdat zij de reeds verwerkte producten gemakkelijker kunnen verkopen, wat op zijn beurt voordelig is voor de werkgelegenheid en de toegevoegde waarde.

Twee jaar na de inwerkingtreding van deze regelgeving is het niet meer dan gerechtvaardigd te verwachten dat de Commissie voorziet in een zo uitvoerig mogelijke beoordeling, niet alleen van de specifieke aspecten die verband houden met de strikte tenuitvoerlegging van de richtlijn inzake het vervoer van dieren, maar ook van de economische en sociale gevolgen voor de regio’s en de lidstaten waar een tekort bestaat aan sommige diersoorten die van belang zijn voor de menselijke consumptie.

Ik ben dan ook van oordeel dat de Commissie zo spoedig mogelijk een zo objectief en volledig mogelijke oplossing voor deze problemen moet aandragen.

 
  
MPphoto
 

  Mojca Drčar Murko (ALDE). - (SL) Grootschalige internationale transporten van levende dieren doorkruisen Slovenië, vooral vanuit Oost-Europa en bestemd voor Italië. Volgens de ervaring van onze veterinaire autoriteiten is de geldende Europese wetgeving weliswaar veelomvattend, maar ook onpraktisch en ingewikkeld voor de tenuitvoerlegging.

Het grootste probleem in Slovenië vormen de controles. Na de afschaffing van de Europese binnengrenzen is het namelijk moeilijk om na te gaan of de vrachtwagenbestuurders werkelijk op vooraf bepaalde parkeerplaatsen halt houden. Ik wil opmerken dat Slovenië door zijn kleine grondgebied geen eigen parkeerplaatsen hoeft te hebben. Daarom hebben we afspraken met Hongarije en Italië. Er is dringend nood aan een uniforme oplossing die we dan ook samen uitvoeren.

Rekening houdend met de rampzalige situatie bij het vervoer van dieren voor lange afstanden op de Europese wegen, zouden we de herziening van de verordening uit 2005 moeten aangrijpen als een kans om de normen voor het dierenwelzijn te verhogen. Het transport is nauw verbonden met de behandeling van dieren voor de slacht. Net als andere collega's vind ik dat er geen redenen zijn om transport langer dan acht uur toe te laten.

Ik pleit er dus voor om strikte bovengrenzen voor de duur van het vervoer vast te leggen. Ik steun echter ook het voorstel voor de invoering van mobiele slachthuizen.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de verordening over de bescherming van dieren tijdens vervoer is uitermate belangrijk, en dit soort informatie is van vitaal belang. Hierbij moet wel worden onderstreept dat een groot deel van het ingevoerde vlees dat door de burgers van de Unie wordt geconsumeerd niet valt onder soortgelijke verordeningen. Deze verordening is één van de verstandigste voor wat betreft het fokken en slachten van dieren.

Ik besef dat grote levensmiddelenconcerns de rechten van werknemers vaak niet respecteren, laat staan voorzien in een passende behandeling van dieren. Juist in grote ondernemingen komt dierenmishandeling het vaakst voor. In kleine en middelgrote ondernemingen hebben we met dit probleem zelden te maken. De enige oplossing is strengere politiecontroles, grenscontroles en het bekendmaken van de namen van de firma’s die de dierenrechten schenden zodat de consument die bedrijven kan mijden.

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het is bijzonder belangrijk om de veiligheid van vervoerde dieren te waarborgen en nodeloos lijden te voorkomen. Ik maak gebruik van deze term omdat gemotoriseerd vervoer dieren in de regel beangstigt. Daarom moet dit waar mogelijk tot een minimum worden beperkt.

Bij het opstellen van de regelgeving inzake veiligheid en beperking van het risico op lijden besteden wij doorgaans aandacht aan de reisduur en de afstand. Dat is logisch, maar al te simplistisch in het geval van Ierland. U moet beseffen dat Ierland een eiland en een belangrijke exporteur van dieren is. Tijdslimieten en afstand mogen niet als absolute regels gelden voor het vervoer over de wateren die ons scheiden van het vasteland en onze afzetmarkten. Er wordt aanbevolen om de limiet vast te stellen op acht uur, maar wij doen er langer dan acht uur over om dieren in te schepen en naar de overkant te brengen. Het is nu eenmaal onmogelijk om de dieren eventjes te laten grazen halverwege het Kanaal.

Daarom stel ik voor dat wij onze aandacht vestigen op de omstandigheden waaronder dieren worden vervoerd, met name in het geval van Ierland, en ons niet alleen laten leiden door de reisduur en de afstand.

 
  
MPphoto
 

  Lydia Schenardi (NI). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, de verordening over het vervoer van dieren is in januari 2007 in werking getreden, maar de lidstaten houden zich er niet systematisch aan want de gevraagde jaarverslagen blijven uit. Een globale analyse is dan ook onnauwkeurig doordat er veel elementen ontbreken over de middelen die worden ingezet voor inspecties. Aangezien ik lid ben van verenigingen voor dierenbescherming en tevens deel uitmaak van de interfractiegroep voor het welzijn van dieren, voel ik me zeer betrokken bij dit thema.

Deze verenigingen zetten zich al tientallen jaren met man en macht voor deze zaak in, en pas in 2007 zijn er richtlijnen gekomen. De lidstaten vertonen echter een zekere laksheid. Ik durf zelfs te stellen dat er enige opzet in het spel is, want we weten allemaal dat de uitvoering van controles en inspecties absoluut geen heidens karwei is. We weten waar vee wordt geslacht, waar het wordt geteeld en langs welke routes de dieren worden getransporteerd, dus waar ligt het probleem?

In deze tijd, waarin de publieke opinie zich terecht steeds bewuster is van het welzijn van dieren, of het nu gaat om de omstandigheden waarin zij worden gehouden of waarin zij worden vervoerd, moeten landen deze gevoelens eerbiedigen.

Nu ik toch het woord heb, zou ik daaraan willen toevoegen dat los van de duur van het transport ook moet worden gelet op de plaatselijke klimaatomstandigheden. Een transport van een aantal uur in Nederland in het voorjaar is heel wat anders dan hetzelfde transport midden in de zomer in een land als Griekenland. In het laatste geval zouden nachttransporten verplicht kunnen worden gesteld.

Ik verzoek u dit voorstel in de toekomst te overwegen.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, wij bestuderen hier vandaag vanuit wetgevingsoogpunt een relatief nieuwe verordening inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer die pas sinds januari 2007 van kracht is. Wij koesteren wellicht allemaal de hoop dat iedereen de talloze voorschriften van de verordening vanaf de eerste dag heeft nageleefd, maar dat zou een mirakel zijn, omdat de regels bijzonder uitvoerig zijn en – terecht – strenge normen opleggen aan de lidstaten en de vervoerders.

Ik ben blij met de mondelinge vraag die de heer Parish hier vandaag als voorzitter van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling heeft geformuleerd. Wij willen immers graag weten of deze verordening effect sorteert. Maar eerst moeten wij ons ervan vergewissen dat de verordening wordt uitgevoerd, aangezien de omstandigheden waaronder dieren in de Europese Unie worden vervoerd ons ter harte gaan.

De landen met een grote veeteeltsector, waaronder Ierland, hebben enorme inspanningen geleverd om te waarborgen dat deze verordening vanaf de eerste dag kon worden toegepast. Zowel de sector zelf als de toezichthoudende instanties, namelijk het ministerie van Landbouw en andere overheden, hebben hun beste beentje voorgezet. De erkende vervoerders hebben bergen geld geïnvesteerd om hun voertuigen aan te passen aan de nieuwe normen en tegemoet te komen aan de eisen inzake opleiding en deskundigheid. In dit verband zij erop gewezen dat in Ierland deze maand een reeks cursussen wordt georganiseerd voor chauffeurs van voertuigen die runderen, schapen, geiten, varkens, paarden en pluimvee – een punt dat hier door mevrouw Jeggle te berde is gebracht – vervoeren. Misschien zouden andere lidstaten er goed aan doen dit voorbeeld te volgen.

Vreemd genoeg is de verordening slechts van toepassing op vervoer van dieren dat plaatsvindt in het kader van een economische activiteit. Ik vrees dat wij hierdoor het welzijn van huisdieren uit het oog verliezen. Ik ken mensen die weliswaar denken dat zij weten hoe dieren moeten worden verzorgd, maar daar in werkelijkheid geen verstand van hebben. Vaak zijn het juist die mensen die aandringen op specifieke regels voor de landbouw en andere economische activiteiten. Dit is een probleem dat onze aandacht verdient.

Ik ben van oordeel dat vaste vervoerders van dieren doorgaans in het bezit zijn van een vergunning, gemachtigd zijn om dergelijke werkzaamheden uit te voeren en voldoen aan de toepasselijke welzijnsnormen, temeer omdat zij daar zelf alle belang bij hebben. Zij moeten immers waarborgen dat de vervoerde dieren in goede staat op hun bestemming aankomen om tegemoet te komen aan de behoeften van hun klanten. Het probleem ligt bij de niet-gereglementeerde sector, waar sommige mensen aan deze regels ontsnappen. Dat moeten wij voorkomen. Wie zijn de mensen die door de mazen van het net glippen? Hoe kunnen wij hen vangen en uit de sector weren?

Met betrekking tot de tijdslimieten en de achturenregel wil ik nog even onderstrepen dat Europa moeite had om deze verordening erdoor te krijgen omdat vele lidstaten, waaronder Ierland, zich bewust zijn van de noodzaak dat zij dieren gedurende langere tijd moeten vervoeren, maar evengoed weten dat zij volledig in staat zijn om deze dieren tijdens het vervoer een optimale verzorging te geven. Daarom kan ik niet akkoord gaan met het voorstel om de reisduur in te korten, al ben ik het erover eens dat het welzijn van dieren onze prioriteit moet zijn.

Nog een laatste woord over de paardenkwestie. Ik zeg vaak tegen mezelf dat ik graag een volbloed zou zijn, want die reizen eerste klas. Logischerwijs worden dieren die veel geld waard zijn in de regel goed verzorgd. Gelet op het economische dal waarin we ons bevinden, vrees ik echter dat het welzijn van paarden in gevaar is. Zo simpel is dat. Laten we dus maar beter geen nieuwe regels meer invoeren. We hebben er wellicht al te veel. De sector die de regelgeving naleeft, mag er niet door worden verstikt. Anderzijds stel ik voor om de regels toe te passen op iedereen en al wie ze met voeten treedt uit het systeem te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Robert Evans (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer de heer Parish met dit initiatief. Ondanks onze uiteenlopende politieke opvattingen, en niettegenstaande zijn onmiskenbare tekortkomingen als mens, ben ik van mening dat hij hier blijk geeft van gezond verstand. Daarom verleen ik hem mijn steun. Het is weliswaar van fundamenteel belang dat deze verordening een succes wordt en dat zij overal in werking treedt, maar toch heb ik een aantal bezwaren en ben ik het oneens met sommige collega’s die hier vanochtend het woord hebben gevoerd.

De heer Stevenson zei dat langere reizen onvermijdelijk zijn – ik zeg dat dit niet zo is. Mevrouw Jensen sprak over een limiet van 24 uur – mij lijkt dat niet noodzakelijk. Mijnheer Allister, de landbouwindustrie moet zelf vragen stellen. Als beschaafde samenleving moeten wij het vraagstuk in al zijn facetten bestuderen, het uiteindelijke doel, het gehele concept, te weten het vervoeren van dieren over lange afstanden om ze daarna te doden. Als ik vlees zou eten, zou ik hier vragen hoe het ons aller bekende lijden onderweg, namelijk uitdroging, stress en – voor onze noordelijke en zuidelijke Ierse collega’s – lange reizen over zee, de kwaliteit van het eindproduct kan bevorderen.

Ik zie er het economisch nut niet van in. En ook vanuit humanitair oogpunt is het zinloos. Daarom ben ik voorstander van een algeheel verbod op het vervoer van dieren. Mijns inziens zouden de landelijke economieën daar baat bij hebben. Het zou een hart onder de riem zijn voor de lokale producenten, ja, voor de kleine en middelgrote ondernemingen waarnaar een van de vorige sprekers al heeft verwezen. Bovendien zouden we er op die manier voor zorgen dat voedsel zo dicht mogelijk wordt geconsumeerd bij de plaats waar het geproduceerd wordt.

Bij gebrek aan een dergelijk verbod – waarop ik in de nabije toekomst zeker niet moet hopen –, dring ik aan op een passende en realistische handhaving van de middelen waarover we op dit moment beschikken, namelijk de verordening. Ik verzoek de Commissie dan ook om alle instanties overal in Europa – indien nodig met inbegrip van de gemotoriseerde politie – in te zetten om vrachtwagens staande te houden en te onderzoeken of zij volledig voldoen aan de eisen van de toepasselijke wetgeving.

 
  
MPphoto
 

  Fiona Hall (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, is de Commissie zich bewust van de gevolgen van een gebrekkige tenuitvoerlegging van de verordeningen inzake dierenwelzijn voor de menselijke gezondheid? Vervoer, en met name vervoer over lange afstanden in een enge ruimte, veroorzaakt stress, en stress vergroot de vatbaarheid voor ziekten. Dat geldt vooral voor paarden. Uit wetenschappelijke studies is gebleken dat paarden tijdens het vervoer last hebben van uitscheiding. Het feit dat zij veel meer uitwerpselen uitscheiden dan normaal verhoogt aanzienlijk het risico op de verspreiding van ziekten. Een groot deel van de vervoerde dieren belandt in het slachthuis – jaarlijks 320 miljoen over de gehele Europese Unie –, zodat er een sterk verhoogd risico bestaat dat ziekten zoals salmonella binnendringen in de voedselketen.

Is de Commissie, gelet op het bijzonder lage uitvoeringsniveau van de bestaande regelgeving en de stress die ondanks de inlassing van passende rustperioden met lange reizen gepaard gaat, inzonderheid voor paarden, voornemens om waar nodig en op grond van wetenschappelijke gegevens een duidelijk afgebakende en definitieve tijdslimiet in te voeren? Het welzijn van dieren en de menselijke gezondheid zouden daarmee ongetwijfeld gebaat zijn.

 
  
MPphoto
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het probleem van de dierentransporten is zeer belangrijk en het is goed dat het Parlement hier weer over debatteert, maar het is minder positief dat de uitvoering van onze verordening te wensen overlaat.

Het verheugt mij zeer dat we tijdens de beraadslagingen van vandaag steeds het paardentransport voor ogen hebben. Dit verheugt mij niet alleen omdat ik zelf paarden fok, maar vooral omdat op dit terrein de normen zeker niet worden nageleefd. Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om te zeggen dat een paard de mens begrijpt. Hoewel hij ons altijd kan begrijpen, is dat andersom echter niet altijd het geval. Een paard kan net als een mens bezorgdheid en angst voelen en is in staat een mens te vertrouwen. Ik herinner mij een ernstig ziek paard dat zich niet liet aanraken door de dierenartsen zonder de aanwezigheid van mijn dochter. Zodra mijn dochter er was, konden ze met het paard doen wat ze wilden. Het paard vertrouwde haar. Net zoals wij mensen soms de artsen niet vertrouwen, zo vertrouwde dit paard de dierenartsen niet, maar had het wel vertrouwen in een door hem gekend persoon. Daarom denk ik ook dat de mens niet in staat is een paard te begrijpen als het bang is of als het zich probeert te verdedigen. De mens ziet dat gedrag als ongehoorzaamheid en zal het paard slaan. Het paard weet echter wel waarom zijn eigenaar boos is en kan aan hem toegeven. Daarom ook ben ik alle afgevaardigden erkentelijk die dit probleem benaderen vanuit het oogpunt van wat goed is, die erkennen dat er een levend wezen bij is betrokken, en het behandelen met een bepaalde menselijkheid.

 
  
MPphoto
 

  Esther De Lange (PPE-DE). - Voorzitter, opnieuw spreken we hier in dit Huis over het transport van dieren en opnieuw zullen we daarbij twee zaken concluderen: ten eerste, dat de huidige wetgeving ver achterblijft bij de ambities van het Europees Parlement zoals die onder meer zijn neergelegd in het verslag van mijn voorganger Albert Jan Maat die terecht naar mijn mening een onderscheid maakte tussen slachtdieren aan de ene kant en ander vee aan de andere kant. Ja, er zijn stappen gezet op het gebied van de training van chauffeurs, betere transportcondities en het gebruik van GPS, maar het is zeker nog niet genoeg.

Ten tweede dat controle de achilleshiel van deze wetgeving blijft. De controle vanuit Europa schiet tekort en is nog zeer nationaal georganiseerd. Er is dus dringend behoefte aan afspraken over klachtenafhandeling en bewijsvergaring over de grenzen heen. Ik zou ook graag meer controle zien door de Food and Veterinary Office. Een amendement van mijn hand om hiervoor in de begrotingsprocedure meer geld ter beschikking te stellen, werd onder meer door de Europese Commissie van de hand gewezen. Ook nu hoor ik de Europese Commissie met name praten over nationale verslagen die de Commissie dan van achter een bureautafel zal beoordelen. Wast de Europese Commissie soms liever haar handen in onschuld dan te zorgen voor echte Europa-wijde controle, ad hoc controles door Europese inspecteurs en Europees toezicht.

Andere verbeteringen die aan te brengen zijn in de huidige wetgeving zijn: meer en beter uitgeruste halteplaatsen binnen en buiten de Europese Unie, specifiekere klimaatcondities voor de verschillende diersoorten en tot slot moeten we op weg naar het verplichte gebruik van satellietsystemen, met toegang van bevoegde personen tot een centrale databank.

Ondanks het ontbrekende Europese overzicht van de daadwerkelijke implementatie van deze wetgeving zijn er natuurlijk wel signalen, bijvoorbeeld vanuit Oostenrijk, waar een controleur ter plekke zegt: "Ik zie heel veel vrachtwagens leeg bijvoorbeeld richting Polen, Tsjechië rijden. Ik zie ze alleen niet vol terugkomen richting Zuid-Europa." Betekent dit soms dat op het moment dat de wagens vol zijn er toch maar even een omweg om Oostenrijk wordt gemaakt, omdat daar de controle wellicht strenger is dan in de omringende landen? Volgens mij is dit een indicatie dat er in lidstaten toch nogal eens verschillend met deze wetgeving wordt omgesprongen.

Een ander probleem is de rol van de veterinairen die moeten tekenen voor transport. Mijnheer de commissaris, in sommige gevallen zijn die veterinairen verworden tot ware stempelmachines. Een weldenkend mens kan toch niet tekenen voor een transport van Roemenië naar Zuid-Italië dat 24 uur zal duren. De laatste 500 kilometer van dit paardentransport zouden volgens het transportplan 2,5 uur in beslag nemen. Zaten die dieren soms in een Ferrari?

Tot slot wordt er tegenwoordig door heel Europa gereden met jonge dieren, jonge honden, bijvoorbeeld, waarvoor nog niets geregeld is. Ik zou de Europese Commissie dus willen oproepen om daar ook naar te kijken.

Genoeg huiswerk dus vanuit dit Huis en wij kijken uit naar de voorstellen van de Commissie die wij inderdaad verwachten vóór de komende verkiezingen van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Elizabeth Lynne (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, in navolging van sommige andere collega’s zal ik mij beperken tot het vervoer van paarden. Inmiddels is overduidelijk gebleken dat de Europese regelgeving ter bescherming van het welzijn van paarden tijdens het vervoer over lange afstanden volkomen genegeerd wordt, wat leidt tot wrede praktijken en nodeloos lijden. In sommige gevallen worden paarden als sardines in een blikje vervoerd in stalen vrachtwagens, waar de temperatuur soms meer dan 40 °C bedraagt. Vaak leggen ze in deze omstandigheden duizenden kilometers af, zonder voedsel of water. Verwondingen en zelfs de dood zijn hiervan het gevolg.

Heeft de Commissie kennis van het aantal overtredingen van Verordening (EG) nr. 1/2005 dat door de lidstaten voor de rechter is gebracht sinds de inwerkingtreding ervan op 5 januari 2007? Kan zij meedelen of de EU-verordeningen inzake de geharmoniseerde monitoring van voertuigen via GPS zullen worden uitgevoerd? Bestaat er een manier om burgers toegang te verlenen tot de informatie waarin het traceren van diertransporten in de lidstaten voorziet? Ik weet dat de Commissie die informatie kan raadplegen, maar de burgers niet. Graag had ik antwoord gekregen op deze drie specifieke vragen.

 
  
MPphoto
 

  Den Dover (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het is voor mij een waar genoegen om hier vanochtend in dit uitermate belangrijke debat het woord te kunnen voeren. Om te beginnen wil ik benadrukken dat het vervoer van levende dieren voor Noordwest-Engeland van vitaal belang is. Zoals de voorzitter van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling ook al zei, zou het beter zijn om de dieren eerst te slachten en te vervoeren wanneer ze dood zijn indien het vlees verplaatst moet worden om elders te kunnen worden verwerkt. In Noordwest-Engeland hebben wij echter een hoop paarden, een hoop schapen en een hoop runderen, en is vervoer van dieren dan ook schering en inslag.

Ik was gedurende achttien jaar lid van het nationaal parlement en het vervoer van dieren was toen al een voortdurend probleem waarover ik keer op keer door mijn kiezers werd aangesproken. Ik meen te mogen beweren dat er de laatste tien of twintig jaar op dit vlak maar weinig verbetering is opgetreden.

Het verheugt mij dat deze kwestie hier vandaag is aangekaart. De verordening is van kracht sinds 2007, zodat de eerste verslagen uiterlijk hadden moeten worden ingediend in juni 2008. We liggen echter achter op schema. Ik heb geluisterd naar de woorden van de commissaris, die hier heeft verklaard dat hij de voordelen van monitoring door satellietobservatie zal bestuderen. Dat is een goed idee. Ik attendeer de commissaris er evenwel op dat de verordening terecht voorziet in een reeks nauwgezette controles – betreffende de conditie van de dieren en de vraag of ze gezond genoeg zijn om vervoerd te worden, de vervoerspraktijken, de vervoersmiddelen, het gebruik van containers voor vervoer over zee, de totale duur van de reis, de rustperioden, de beladingsdichtheid – die niet per satelliet kunnen worden waargenomen. Hier is nauwgezet toezicht op zijn plaats, en het is belangrijk dat wij lering trekking uit onze fouten.

Ik had gehoopt dat de commissaris aan het eind van zijn toespraak een datum zou noemen waarop hij zijn voorstellen en conclusies in dit vroege stadium van de tenuitvoerlegging van de verordening denkt af te ronden en in te dienen. Hoe sneller actie wordt ondernomen om de situatie bij te sturen, hoe beter.

Het is ontstellend dat dieren in hun laatste levensdagen over zulke lange afstanden worden vervoerd. Net zoals bij scharrelkippen en hun eieren dringt de consument aan op een menselijke behandeling en is hij bereid om daarvoor meer te betalen. Zijn grootste zorg is immers dat wij deze dieren, die onmisbaar en noodzakelijk zijn voor onze voedselvoorziening, goed behandelen.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Samuli Pohjamo (ALDE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, mijn dank aan de heer Parish voor dit debat.

Het is zeer belangrijk dat het welzijn van dieren wordt gewaarborgd. De Commissie moet ervoor zorgen dat de verordening inzake het vervoer van dieren in de hele Europese Unie ten uitvoer wordt gelegd en moet daar toezicht op houden.

De EU-wetgeving inzake het vervoer van dieren is strikt. Herhaaldelijke ernstige problemen bij het vervoer van dieren zijn te wijten aan grove schendingen van de wet. De huidige bepalingen voor de tijdslimieten voor het vervoeren van dieren en de uitzonderingen daarop zijn toereikend wanneer sprake is van goede controle en bij gebruik van hoogwaardige transportwagens. Deze moeten voorzien zijn van goede ventilatie, temperatuurcontrole, een drinkwatersysteem en een satellietnavigatiesysteem. Bovendien moeten chauffeurs worden getraind en moeten er richtsnoeren worden opgesteld voor de juiste omstandigheden voor het vervoer van dieren, zoals nu al in veel lidstaten gebeurt.

Het is belangrijk dat de huidige verordening inzake het vervoer van dieren in de hele Europese Unie op adequate wijze ten uitvoer wordt gelegd en dat er rekening wordt gehouden met de hiermee verkregen ervaringen alvorens nieuwe bepalingen op te stellen.

 
  
MPphoto
 

  Agnes Schierhuber (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, binnen een gemeenschap is constructieve samenwerking alleen mogelijk wanneer iedereen zich aan de wetten en regels houdt. Juist de boeren en veehouders hechten er het grootste belang aan dat de dieren zo worden vervoerd en geslacht dat ze zo min mogelijk aan stress blootstaan, zodat de consument vlees krijgt van de beste kwaliteit. Zwarte schapen moeten aan de schandpaal worden genageld, want de genoemde overtredingen kunnen niet worden geaccepteerd en brengen een hele bedrijfstak in diskrediet.

Het moet lukken om de omvang van het vervoer van levende slachtdieren te verminderen. Ik hoop dat we uiteindelijk een situatie bereiken die duidelijk en doorzichtig is en ook wetenschappelijk is gefundeerd. Ik blijf erop aandringen, mijnheer de commissaris, dat transporten waarbij dieren uit derde landen worden ingevoerd op dezelfde wijze worden behandeld en bestraft als het vervoer van dieren binnen de EU, indien zulke transporten niet aan de voorschriften voldoen.

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, uit dit debat is gebleken dat er, om het zacht uit te drukken, grote twijfel bestaat of de huidige wetgeving effect sorteert, of zij op passende wijze ten uitvoer wordt gelegd in alle lidstaten en of zij überhaupt op passende wijze kan worden uitgevoerd. Is het mogelijk om aan deze wetgeving gevolg te geven terwijl internationaal vervoer van dieren plaatsvindt?

We zullen moeten nagaan of we moeten teruggrijpen naar het concept van een strikte achturenlimiet zonder afwijkingen en zonder uitzonderingen, tenzij misschien voor het vervoer over zee vanaf de eilanden, maar dat is het dan.

Het is misschien interessant om te weten dat er een nieuwe website in de lucht is die hiervoor campagne voert en de mogelijkheid biedt een petitie te ondertekenen. De referentie is: www.8hours.eu. Vele leden en andere aanwezigen die naar dit debat hebben geluisterd, hebben er wellicht baat bij op deze website een kijkje te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Sylwester Chruszcz (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, vandaag is er veel gezegd over een humane behandeling, en in hoeverre onze maatschappij beschaafd is te noemen. Ik ben het er mee eens dat over het algemeen onze discussie, onze opmerkingen, in de goede richting gaan. Dit debat is hard nodig.

Ik wil alleen opmerken dat, hoewel we een goede en zeer gerechtvaardigde weg zijn ingeslagen, we de boeren en de bedrijven geen kunstmatige en onnodige lasten moeten opleggen. Dit moeten we volgens mij zeker kunnen vermijden. Ik wil de Commissie en iedereen hier aanwezig alleen maar vragen om ervoor te zorgen dat we dit goede project niet onnodig opzadelen met bepaalde moeilijkheden. Aangezien we vandaag zo vastberaden zeer terechte oplossingen benadrukken, pleit ik er bij u ook voor om later niet selectief te werk te gaan. Alle landen van de Gemeenschap, van de Europese Unie moeten hen gelijk behandelen. Vandaag bijvoorbeeld maak ik mij zorgen over de …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Constantin Dumitriu (PPE-DE) . – (RO) Dierproeven vertegenwoordigen een belangrijke fase in het biologisch en medisch onderzoek. Bij het uitvoeren ervan moet echter bijzondere aandacht worden besteed aan de verzorging die de voor wetenschappelijke of andere experimentele doeleinden gebruikte dieren ontvangen. De Europese Unie dient het goede voorbeeld te geven als het om de huisvesting en verzorging van deze dieren gaat.

Richtlijn 86/609 van de Raad is meer dan twintig jaar oud en regelt deze aspecten slechts globaal en met veel ruimte voor interpretatie. Volgens de statistieken zijn er in die periode in heel Europa ongeveer 235 miljoen dieren gebruikt voor proeven en worden er elk jaar in laboratoria in de Europese Unie meer dan twaalf miljoen gedood.

Verzorging bieden betekent dat voor de gebruikte dieren een heel aantal materiële en andere voorwaarden moet worden gegarandeerd. Elk aspect, van de handel in dieren en het vervoeren en opereren ervan tot het doden en vernietigen van de proefdieren, moet strikt in overeenstemming zijn met internationale en nationale bepalingen met betrekking tot de soort, de categorie en de omstandigheden teneinde zoveel mogelijk te voorkomen dat ze op enige wijze lichamelijk of geestelijk lijden.

Deze verzorging vereist ….

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Maria Petre (PPE-DE).(RO) De nieuwe lidstaten, en daarbij zal ik in het bijzonder naar mijn eigen land – Roemenië – verwijzen, hebben zoals hier eerder is gezegd steun nodig bij de versterking van het gezag van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de controle op de toepassing van de verordening betreffende het vervoer van dieren, waarover wij vandaag spreken.

Vanuit dat gezichtspunt is het voor de veterinaire autoriteiten in Roemenië nog erg moeilijk om dierentransporten te inspecteren zonder een beroep te doen op de politie, het enige gezag dat bevoegd is om doorgaande vervoermiddelen staande te houden.

Het tweede specifiek Roemeense probleem is de voortzetting, duidelijk op veel kleinere schaal, van het zomernomadisme, een praktijk die naar mijn mening als een op zichzelf staand verschijnsel moet worden behandeld en voor zover mogelijk behouden dient te blijven.

De derde en laatste kwestie waarover ik wil spreken is de zorg die we zouden moeten hebben over de invloed geassocieerd met de inspecties en verslagen waarover wij nu debatteren.

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben er rotsvast van overtuigd dat de kwaliteit van het voertuig en de vaardigheden van de chauffeur even belangrijk of misschien zelfs belangrijker zijn dan de duur van de reis. Twee uur in een rammelkar of een aftands voertuig, tegen een duizelingwekkende snelheid, met name in de bochten, heeft ernstigere gevolgen voor het welzijn dan acht of tien uur in een gerieflijke, op passende wijze uitgeruste moderne vrachtwagen die met de nodige zorg en eerbied voor de vervoerde dieren wordt bestuurd.

Het welzijn van paarden voor de slacht blijft een belangrijk zorgpunt. Nog steeds blijkt dat sommige lidstaten de wetgeving ter zake – misschien opzettelijk – negeren. Mijnheer de commissaris, hebt u in juni laatstleden het jaarverslag van Ierland ontvangen? Welke landen hebben hun verslag niet ingediend? Zullen deze verslagen kunnen worden geraadpleegd op het internet? Hebt u kennis van het aantal overtredingen dat voor het gerecht aanhangig is gemaakt in de verschillende lidstaten? Ik verzoek u vriendelijk op deze vier vragen te antwoorden.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie hecht veel belang aan de juiste behandeling van dieren gedurende hun gehele leven, van geboorte tot abattoir. We weten dat de kwaliteit van het vlees afhangt van de manier waarop wij de dieren behandelen tijdens het fokken en het vervoer.

De eisen inzake dierenbescherming tijdens het transport moeten worden bepaald voor elke diersoort afzonderlijk, dit op basis van wetenschappelijke bewijzen. We moeten deze verordening dus herzien. Om handelsredenen worden dieren vervoerd over bepaalde afstanden die vaak te lang zijn en veel reistijd vergen. Het is dus erg belangrijk dat men zich houdt aan bepaalde principes en normen. De vraag naar hoe de EU-voorschriften met betrekking tot het vervoer van dieren worden nageleefd, als die überhaupt al worden nageleefd, is dus meer dan gerechtvaardigd. We moeten de situatie in de afzonderlijke lidstaten beoordelen. We moeten onthouden dat dit alles een invloed heeft op de kosten en de concurrentiepositie van de productie. De burgers van de Europese Unie zijn zeer gevoelig …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Neil Parish (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het heel kort houden, want ik ben de auteur van deze vraag. Ik wil, voordat hij afsluit, alleen maar tegen de commissaris zeggen dat hij de eerste van de drie vragen hier slechts in zoverre heeft beantwoord dat hij de lidstaten heeft genoemd die nog geen verslag hebben ingediend. Wat ik echt wil weten is of de Commissie al een voorlopige analyse van de verslagen heeft uitgevoerd en wat er nu gebeurt. En is de Commissie van plan om in de toekomst een verslag over de verordening op te stellen? Dat is wat we dringend nodig hebben.

We moeten ook beste praktijken hebben; Slovenië bijvoorbeeld volgt de vervoermiddelen door het land. Veel landen doen goed werk, terwijl andere slecht werk afleveren, om het maar eens botweg te zeggen. Gaat de Commissie een gedegen analyse van dit alles uitvoeren, en wanneer komt zij daarmee?

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Geachte Voorzitter, dames en heren, in het Romeinse recht waren dieren niet meer dan dingen. Ikzelf herinner me nog uit mijn jeugd een militair voorschrift waarin voor militaire transporten bepaald werd dat een wagon acht paarden kon vervoeren of 48 mannen. Daaruit blijkt wel dat men in de loop van de beschavingsgeschiedenis steeds meer opschoof naar de opvatting dat er een zekere gelijkaardigheid bestaat tussen mensen en dieren en dat die groter is dan die tussen mensen en dingen. Ik kan in alle veiligheid stellen dat we in de loop der geschiedenis tot de slotsom zijn gekomen dat dieren geen dingen zijn, dat het levende wezens zijn met eigen intrinsieke rechten. Deze overtuiging hebben we vervolgens neergelegd in voorschriften. En inderdaad hebben we op dit moment in Europa de nodige voorschriften op dit vlak, die een belangrijke stap vooruit vormen in de beschaving. Verder kwam in het debat ondubbelzinnig naar voren dat deze voorschriften helaas niet consequent ten uitvoer worden gelegd en dat zij zodanig zijn vormgegeven dat er nog ruimte is voor verbetering.

De Commissie sluit zich aan bij deze algemene vaststellingen en zal dan ook alles in het werk stellen om het hele controle- en monitoringssysteem te verbeteren. En zo zitten we nu ook midden in het proces van het opstellen van nieuwe voorschriften waarbij wordt gepoogd de allernieuwste wetenschappelijke inzichten uit de meest uiteenlopende vakgebieden mee te nemen. Want als er één ding is gebleken uit dit debat, dan is het wel dat dit uitermate complexe materie is. Het is niet makkelijk allemaal en het is dus niet voldoende te zeggen: goed, we hebben nu een paar maatregelen getroffen en dus is nu alles opgelost. Verder kwam naar mijn mening duidelijk uit het debat naar voren dat het concept van de bescherming van vee en dieren in het algemeen niet louter en alleen gehanteerd wordt om redenen van consumentenbescherming. Dat betekent dat we tot bepaalde beschermende maatregelen zouden overgaan, ook indien dit geen direct voordeel zou opleveren voor de consument, simpelweg omdat het gaat om een zwaarwegende ethische kwestie.

Ik zou nu graag over willen gaan tot de beantwoording van een aantal concrete vragen. Er is hier een groot aantal vragen neergelegd en we zijn uiteraard bereid om later een gedetailleerd antwoord geven op de vragen die ik hier nu niet behandelen zal. Er was de vraag welke landen geen verslag hebben ingestuurd. In mijn inleidende woorden heb ik deze landen reeds genoemd, maar aangezien het hier om een uitermate belangrijke kwestie gaat, deel ik nogmaals mede dat dit Cyprus, Letland, Malta, Bulgarije en Luxemburg zijn. Ierland staat niet in dit rijtje, hetgeen betekent dat het aan zijn verplichtingen voldaan heeft. Verder werd er in het debat een aantal malen gevraagd naar de toegankelijkheid van informatie. Wel, het is in theorie mogelijk om de verschillende nationale verslagen te publiceren. In de verordening is weliswaar een bepaling opgenomen uit hoofde waarvan de lidstaten het verslag tot vertrouwelijk kunnen bestempelen, maar geen enkele lidstaat is hiertoe overgegaan. Indien er dus een verzoek komt de verslagen te publiceren, dan zal de Commissie de lidstaten vragen of hun verslagen al dan niet vertrouwelijk zijn, hetgeen ik echter niet verwacht. In dat geval kunnen de verslagen integraal worden gepubliceerd en kunnen zij een waardevolle bijdrage vormen aan verdere discussies over dit onderwerp. De jaarlijkse verslagen worden geanalyseerd door de Commissie, om precies te zijn door deskundigen van de Commissie, en worden aangevuld met bevindingen van ambtenaren van de Commissie in het veld. Deze twee elementen bij elkaar vormen de basis waarop wordt beoordeeld of aan de voorwaarden van de verordening voldaan is en voor nadere ideeën over de ontwikkeling van het juridische en organisatorische systeem van de Europese Unie op dit vlak.

Wat betreft de kwestie van een nieuwe ontwerprichtlijn tot wijziging van het rechtskader, heb ik reeds melding gemaakt van het feit dat de Commissie reeds aan dergelijke voorstellen werkt en poogt daarbij de meest recente wetenschappelijke inzichten toe te passen. Verder was er nog de vraag hoeveel inbreukprocedures er nu lopen. Dat zijn er twee; twee lopende procedures en verder zijn er twee, drie claims met betrekking tot Andalusië, oftewel Spanje. Verder werden er in 2008 in totaal zes lidstaten aan een inspectie onderworpen. Hiermee heb ik u concrete getallen gegeven bij de eerder gestelde vragen. Dames en heren, ik zou u nogmaals hartelijk willen bedanken voor dit uitermate veelzijdige debat, waaruit ondubbelzinnig is gebleken dat de Commissie en het Parlement zo goed als op één lijn zitten. Dat maakt mijns inziens de vooruitzichten op verdere vooruitgang in deze buitengewoon gevoelige kwestie er alleen maar beter op.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaring (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Neena Gill (PSE), schriftelijk. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt er opnieuw op dat de wetten die we hier aannemen, niet in alle lidstaten ten uitvoer worden gelegd. De verordening inzake vervoer van dieren is twee jaar geleden in werking getreden en toch is er nog sprake van aanzienlijke schendingen van de dierenrechten, in het bijzonder in het vervoer en de slacht van paarden. Ik wil de Commissie vragen wat zij gaat doen om te waarborgen dat paarden worden geslacht in hun land van oorsprong, zonder dat ze eerst een lange, stressvolle reis hoeven te maken naar het land van consumptie.

Een groot punt van zorg voor mij en de mensen die ik vertegenwoordig, is dat deze dieren reizen onder inhumane, overvolle, smerige omstandigheden met slechts een beperkte hoeveelheid voedsel en water. Dat is niet nodig. We kunnen niet voorkomen dat het vlees wordt gegeten, maar als dieren al worden geslacht, moeten ze worden geslacht in het land van oorsprong en als karkas naar andere landen worden vervoerd. Ook moeten consumenten erop worden gewezen wanneer zij vlees eten dat geen lokaal vlees is, maar van honderden kilometers ver komt.

Mijnheer de Voorzitter, in het belang van het welzijn van deze paarden mogen de inspanningen die we hier in dit Parlement hebben geleverd voor de rechten van vervoerde dieren, niet genegeerd blijven worden.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid