Index 
Volledig verslag van de vergaderingen
PDF 1134k
Maandag 2 februari 2009 - Straatsburg Uitgave PB
1. Hervatting van de zitting
 2. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 3. Samenstelling Parlement: zie notulen
 4. Onderzoek geloofsbrieven: zie notulen
 5. Samenstelling commissies en delegaties: zie notulen
 6. Interpretatie van het Reglement: zie notulen
 7. Ingekomen stukken: zie notulen
 8. Van de Raad ontvangen verdragsteksten: zie notulen
 9. Vervallen schriftelijke verklaringen: zie notulen
 10. Mondelinge vragen en schriftelijke verklaringen (indiening): zie notulen
 11. Verzoekschriften: zie notulen
 12. Regeling van de werkzaamheden
 13. Spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang
 14. Beoordeling van de gevolgen van de compromissen die eind juli 2008 zijn bereikt in de onderhandelingen van Doha over markttoegang voor niet-landbouwproducten en diensten (debat)
 15. Productie- en werkgelegenheid in de textiel -en kledingsector in verschillende EU-lidstaten (debat)
 16. Gevolgen van de recente gascrisis - Tweede strategische toetsing van het energiebeleid - De uitdaging van de energie-efficiëntie en informatie- en communicatietechnologieën (debat)
 17. Invloed van economische partnerschapsovereenkomsten op de ontwikkeling (korte presentatie)
 18. Wilde natuur in Europa (korte presentatie)
 19. Een agenda voor een duurzame toekomst van de algemene en zakenluchtvaart (korte presentatie)
 20. Bestrijding van discriminatie op grond van geslacht en solidariteit tussen de generaties (korte presentatie)
 21. Precommerciële inkoop: Aansturen van innovatie voor het waarborgen van duurzame hoogkwalitatieve overheidsdiensten in Europa (korte presentatie)
 22. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 23. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

(De vergadering wordt om 17.05 uur geopend)

 
1. Hervatting van de zitting
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik verklaar de op donderdag 15 januari 2009 onderbroken zitting te zijn hervat.

 

2. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

3. Samenstelling Parlement: zie notulen
Video van de redevoeringen

4. Onderzoek geloofsbrieven: zie notulen
Video van de redevoeringen

5. Samenstelling commissies en delegaties: zie notulen
Video van de redevoeringen

6. Interpretatie van het Reglement: zie notulen
Video van de redevoeringen

7. Ingekomen stukken: zie notulen

8. Van de Raad ontvangen verdragsteksten: zie notulen

9. Vervallen schriftelijke verklaringen: zie notulen

10. Mondelinge vragen en schriftelijke verklaringen (indiening): zie notulen

11. Verzoekschriften: zie notulen

12. Regeling van de werkzaamheden
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − De definitieve ontwerpagenda van deze vergadering, die door de Conferentie van voorzitters tijdens haar vergadering van donderdag 29 januari 2009 is opgesteld overeenkomstig de artikelen 130 en 131 van het Reglement, is rondgedeeld. Hierop worden de volgende wijzigingen voorgesteld:

Maandag: Martine Roure heeft haar verzoek met het oog op een korte presentatie van haar verslag (A6-0024/2009) over minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten ingetrokken. Dit verslag wordt derhalve donderdag in stemming gebracht.

Donderdag: De UEN-Fractie verzoekt het punt ”Situatie op de Filippijnen” te vervangen door een nieuw punt “Weigering van Brazilië om Cesare Battisti uit te leveren”.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Angelilli , namens de UEN-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, na raadpleging van talrijke collega’s verzoek ik u de agenda te wijzigen zoals u hebt aangegeven. Ik vraag dus de zaak-Battisti als een urgente kwestie te behandelen.

Enkele dagen geleden heeft de Braziliaanse regering besloten de terrorist Cesare Battisti niet uit te leveren. Brazilië heeft Battisti namelijk de status van politiek vluchteling verleend, terwijl hij in Italië wegens vier moorden tot levenslang is veroordeeld. Dit besluit vormt een schoffering van de Italiaanse politieke instellingen en de Italiaanse rechterlijke macht en heeft de nagedachtenis van de slachtoffers en hun nabestaanden gekrenkt en de publieke opinie geschokt.

Dat is de reden van mijn verzoek. Er dient volgens mij gevolg aan gegeven te worden, mede omdat de eerste oproep afkomstig was van de belangrijkste Italiaanse hoogwaardigheidsbekleders met om te beginnen president Napolitano.

 
  
 

(Het Parlement willigt het verzoek in)

(De agenda wordt aldus vastgesteld)

 

13. Spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de spreektijd van één minuut over kwesties van politiek belang.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE-DE). (HU) In de interfractiewerkgroep voor minderheden hebben we een verslag uitgewerkt over de bescherming van de traditionele nationale minderheden. Waarom is dit belangrijk? Veel van de nieuwe lidstaten, waaronder Roemenië, hebben geen wet inzake minderheden. Vorig jaar konden we er getuige van zijn dat politieagenten in uniform burgers sloegen in Slowakije. Sinds de installatie van de nieuwe regering in Roemenië hebben we gemerkt dat de symbolen van de minderheden worden verwijderd, dat het als een probleem wordt gezien als iemand meerdere talen spreekt en dat per ongeluk honderden kinderen zijn vergeten in het onderwijs. Daarom vinden wij het belangrijk dat er in het Europees Parlement een verslag wordt opgesteld, een resolutie, waarin de bescherming van de traditionele nationale minderheden wordt gewaarborgd. Hartelijk bedankt, mijnheer de Voorzitter.

 
  
MPphoto
 

  Iliana Malinova Iotova (PSE). - (BG) Dames en heren, het conflict tussen Rusland en Oekraïne en het opschorten van de toevoer van aardgas in januari hebben flinke schade toegebracht aan enkele Europese landen, in het bijzonder Bulgarije.

De directe schade voor de Bulgaarse economie liep op een termijn van slechts enkele dagen op tot meer dan 230 miljoen euro. Dat is gelijk aan het bedrag dat nodig is om het Nabucco-project op te starten. Onze economie bevindt zich hierdoor in een onzekere situatie en daarom zien wij ons genoodzaakt steun te zoeken voor het heropstarten van de stilgelegde blokken van de kerncentrale in Kozloduy.

Deze dialoog moet redelijk en rustig gevoerd worden en moet gebaseerd zijn op een goede analyse. De oplossingen zijn moeilijk, maar laten we ze niet al bij voorbaat veroordelen en afwijzen, zoals de Commissie helaas al heeft aangegeven te doen.

Ik ben van mening dat Bulgarije samen met nog enkele van de zwaarst getroffen landen de kans moeten krijgen op aanvullende middelen uit het Europees ontwikkelingsplan, en niet enkel een klein deel van de 20 miljoen euro die al was toegekend voor gasprojecten. Het is onbegrijpelijk dat het zwaarst getroffen land de minste middelen krijgt in een situatie waarin voor energieprojecten ongeveer 3,5 miljoen euro uitgetrokken zal worden.

Binnenkort begint de discussie over de energiestrategie. Ik reken op alle leden om te laten zien dat we een visie hebben met betrekking tot energieonafhankelijkheid, dat we aan de vooravond van de verkiezingen onze politieke verschillen opzij kunnen zetten en dat we de solidariteit en wederzijdse steun die ons hebben verenigd, kunnen beschermen.

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE).(ET) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het Tsjechische voorzitterschap is een maand geleden van start gegaan, maar is er nu al in geslaagd ons in het gezicht te spuwen en ons te beledigen met zijn geschenk: Estland is met een hamer en sikkel bedekt, in een Finse sauna ligt een dronken man op de vloer, Duitsland heeft een hakenkruis, Italië voetballers die een bal bij hun genitaliën houden, Bulgarije staat vol met toiletten, etc. etc. Zo heeft de kunstenaar die het geschenk van Tsjechië aan de Europese Unie heeft gemaakt de naties en landen van de Europese Unie in zijn werk afgebeeld.

Kunst kan en moet soms choqueren, maar is het bespotten van andere landen en volkeren echt de meest gepaste manier om dit te doen? De Tsjechische regering heeft het over de vrijheid van expressie van de kunstenaar: juist, maar in dit geval is die vrijheid zonder meer in de verkeerde context gebruikt. Het is de regering schijnbaar niet toegestaan zich met de creatieve vrijheid van de kunstenaar te bemoeien: ook juist, maar door zelf het geschenk te geven heeft de Tsjechische regering de boodschap die dit geschenk overbrengt, aanvaard, en als gever van het geschenk is zij het, en niet de kunstenaar, die nu de verantwoordelijkheid moet nemen voor de gevolgen. Het valt moeilijk te begrijpen waarom het leiderschap van Tsjechië zichzelf als gerechtigd beschouwd om andere lidstaten te beledigen.

Als gekozen volkvertegenwoordiger uit Estland verwacht ik een antwoord en een verontschuldiging van het land dat het voorzitterschap bekleedt, zodat ik die kan doorgeven aan de Estse bevolking. Helaas is geen van de vertegenwoordigers van het voorzitterschap hier vandaag aanwezig, maar ik denk dat mijn verzoek ze wel zal bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, door Augustów rijden dagelijks vijfduizend vrachtwagens. Elke dag steken daar ook schoolgaande kinderen de weg over en bijna elke dag komt daarbij een kind om het leven omdat het door een vrachtwagen wordt geschept. Ecoterroristen hebben nu de aanleg van een ringweg geblokkeerd, omdat ze de aanwezige vogels willen beschermen tegen lawaai. Voor elke week vertraging in het investeringsproces betaalt een kind uit Augustów met zijn leven. Terwijl de ecoterroristen en de rechters van het Europese Hof van Justitie hun eigen kinderen nooit zouden laten overrijden door een vrachtwagen, wordt het leven van de kinderen uit Augustów ondergeschikt gemaakt aan het welzijn van vogels.

Ik vind dat we het milieu met zorg moeten behandelen en maatregelen moeten nemen voor milieubescherming. Hier staan echter mensenlevens op het spel en daar mogen we niet harteloos mee omspringen. Ik richt me dan ook tot de Europese Commissie met de vraag hoeveel Poolse kinderen nog met hun leven moeten betalen omdat de aanleg van een ringweg wordt geblokkeerd? Is bij de besluitvorming überhaupt rekening gehouden met hun levens?

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, als het nog kan, wil ik het Europees Parlement graag wijzen op de verslechtering van de mensenrechtensituatie in Tunesië.

Sinds 11 december wordt in de media een hetze gevoerd tegen Sihem Bensedrine, de bekende mensenrechtenactiviste en hoofdredactrice van Kalima, en is zij het slachtoffer van lastering, wat absoluut onacceptabel is en indruist tegen de rechtsstaat.

Op 23 januari is de heer Amin, de coördinator van de Coördinatie van mensenrechtenorganisaties in de Maghreblanden, de toegang tot Tunesië ontzegd.

Op 28 januari is de radiozender Kalima, die sinds die datum per satelliet te ontvangen is, volledig ingesloten. De journalisten van de zender zijn in hechtenis genomen en degenen die hun steun zijn komen betuigen, zijn op straat mishandeld. De radiozender wordt nog steeds omsingeld door de Tunesische politie, waarbij de vrijheid van informatie en van meningsuiting dus wordt geschonden.

Tot slot vindt morgen het proces in hoger beroep plaats van de werknemers van Gafsa, die strijden tegen corruptie en tegen hun uitbuiting in dit mijnbouwgebied van Tunesië, met een rechtsweigering die we bij het eerste proces hebben gezien.

De missiehoofden in Tunis maken zich zorgen over de situatie. Zij hebben erover gesproken en hebben het er misschien op dit moment nog over. Zij zijn vandaag bijeengekomen.

Mijnheer de Voorzitter, ik verzoek u een belangrijk politiek initiatief te nemen om deze systematische schendingen van de mensenrechten in Tunesië een halt toe te roepen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ondertussen is ook onze nieuwe en voormalige collega, Martin Kastler, gearriveerd. Hij deelt mij mee dat hij in de file stond. Er zijn twee mogelijkheden om te voorkomen dat u te laat komt – wat eerder vertrekken of de trans-Europese netwerken verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de moord op krijgsgevangenen en burgers in tijden van oorlog, vormt een van de zwaarste schendingen van internationaal recht. Het Derde en Vierde Verdrag van Genève stellen duidelijk dat zulke daden ver onder de normen van internationaal recht vallen en stellen de dader aansprakelijk in het oog van de internationale gemeenschap. In diezelfde geest stelt artikel 2 van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens dat beroving van het leven een grove schending is.

De recente bekentenis van de Turkse acteur Attila Olgaç van de moord op tien Grieks-Cypriotische gevangenen ten tijde van de Turkse invasie in Cyprus in de zomer van 1974, heeft de misdaden die zijn begaan door Turkije weer eens voor het voetlicht gebracht en houdt voor Turkije een onontkoombare verantwoordelijkheid in om zijn archieven te openen zodat het lot van alle vermiste personen kan worden onderzocht. De internationale gemeenschap, waarin de Europese Unie een belangrijke rol speelt, moet zoveel mogelijk druk uitoefenen op Turkije opdat dit land het internationaal recht, de verwante arresten van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en alle relevante VN-resoluties naleeft.

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) Het motto van het Tsjechisch voorzitterschap ‘Europa zonder barrières’ zou niet slechts een slogan moeten zijn, maar tevens een duidelijk antwoord moeten geven op uitdagingen van dit moment. Het voorzitterschap zou zich moeten bezighouden met de kwesties die de bezorgdheid wekken van Europese burgers voor wie het door de bestaande barrières onmogelijk is hun rechten op EU-grondgebied te doen gelden.

In de Europese Unie wonen vijftig miljoen Europeanen met uiteenlopende gezondheidsproblemen die in hun dagelijks leven met allerlei problemen te maken hebben. Velen onder hen hebben mij benaderd met verzoeken omtrent de behoefte aan wederzijdse erkenning van identiteitskaarten voor zwaar gehandicapte mensen. Burgers met een handicap kunnen deze kaarten niet in alle EU-lidstaten gebruiken. Hierdoor is het voor hen bijvoorbeeld moeilijk om hun auto's op speciaal aangewezen parkeerplaatsen te parkeren. Ik heb een vraag ingediend bij de Raad en bij de Commissie en ik hoop dat er zo snel mogelijk maatregelen worden ingevoerd om de betreffende kaarten te harmoniseren.

‘Europa zonder barrières’ moet staan voor het wegnemen van alle barrières, inclusief fysieke, maatschappelijke en bouwkundige barrières, en voor de preventie van iedere discriminatie van mensen met een handicap.

 
  
MPphoto
 

  Rovana Plumb (PSE). - (RO) In het verslag van de vergadering van 5 februari in Praag is sprake van een debat over de Barcelona-doelstellingen inzake de publieke diensten voor kinderopvang, en wordt het belang van kinderoppas thuis onderstreept. Ik vraag me af of het Tsjechische voorzitterschap kennis heeft van het Commissieverslag van oktober 2008 dat aangeeft dat meer dan zes miljoen vrouwen in de leeftijd tussen 25 en 49 jaar zeggen dat ze verplicht zijn thuis te blijven of dat ze slechts deeltijds kunnen werken omwille van gezinsverantwoordelijkheden.

Kinderoppas thuis moet niet ten koste gaan van de publieke diensten. Als sociaal-democraat ben ik van mening dat een investering in de publieke diensten voor kinderopvang ten voordele is van de gehele maatschappij. Ik verzoek het Tsjechische voorzitterschap na te gaan hoe de lidstaten geholpen kunnen worden om de kwantiteit en kwaliteit van de publieke diensten voor kinderopvang te verbeteren, vooral binnen de context van de huidige crisis.

 
  
MPphoto
 

  Bilyana Ilieva Raeva (ALDE). - (BG) Deze week wordt in Zwitserland een referendum gehouden over het vrije verkeer van personen. De Zwitserse bevolking zal beslissen of het verdrag tussen hun land en de Europese Unie qua tijd en qua reikwijdte uitgebreid wordt en of het ook van toepassing zal zijn voor de inwoners van Bulgarije en Roemenië.

Met deze beslissing zal Zwitserland niet enkel bepalen hoe de dingen in de toekomst zullen evolueren op het vlak van visa en grenzen, maar ook of bepaalde verantwoorde besluiten van de afgelopen dertig jaar met betrekking tot economische ontwikkeling ook in de toekomst blijvend toegepast zullen worden. Het beleid voor het vrije verkeer van burgers draagt bij tot de economische ontwikkeling, zowel in Zwitserland als in de Europese Unie, maar ook tot de verhoging van onze algemene levensstandaard.

Ik hoop van harte dat de uitkomst van het referendum dat deze week in Zwitserland gehouden wordt positief zal zijn. Een afwijzende, negatieve uitkomst zou dit prachtige partnerschap en dit prachtig samenwerkingsverband weer leiden naar de barrières die vroeger tussen ons bestonden, tot de beperkingen en ongemakken die een gebrek aan overeenstemming met zich meebrengt.

Daarom hoop ik dat onze vrienden uit Zwitserland onze gemeenschappelijke toekomst zullen ondersteunen en roep ik de lidstaten van de Europese Unie en de Commissie op om onze wederzijdse samenwerking met Zwitserland voort te zetten in goede verstandhouding en met goede resultaten voor alle burgers van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Dariusz Maciej Grabowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de bondskanselier van Duitsland, mevrouw Angela Merkel, heeft tijdens de bijeenkomst in Davos opgeroepen tot de aanleg van een gaspijpleiding tussen Rusland en Duitsland, over de bodem van de Oostzee.

De bondskanselier toonde hiermee eens te meer aan hoe zij Europese solidariteit opvat. De Scandinavische landen, evenals Litouwen, Letland, Estland en Polen hebben immers hun terughoudendheid en bezwaar tegen dit project kenbaar gemaakt. De bondskanselier heeft ook laten zien hoeveel belang zij hecht aan ecologen die de Oostzee bedreigd zien. Het is voor haar van geen belang dat de kosten van de aanleg vele malen hoger zullen liggen dan voor de aanleg van een ondergrondse gaspijpleiding.

Zou mevrouw Merkel soms een voorbeeld nemen aan haar voorganger Schröder en een post ambiëren bij Gazprom? Zijn de leiders van links en rechts in Duitsland zich ervan bewust dat een dergelijke opstelling de autoriteit, de waardigheid en de cohesie van de Europese Unie ondermijnt?

 
  
MPphoto
 

  László Tőkés (Verts/ALE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, volgens het Handvest van de Verenigde Naties bezit elk volk het recht op zelfbeschikking. Dit geldt ook voor de anderhalf à twee miljoen Hongaren in Transsylvanië. Twee jaar geleden heeft de Nationale Raad van de Szeklers een plaatselijk raadplegend referendum georganiseerd over de territoriale autonomie van Szeklerland. Bij dit referendum met mobiele stembussen heeft ondanks de kunstmatig aangewakkerde anti-Hongaarse propaganda 99 procent van de 210 000 kiezers bevestigend geantwoord op de vraag. Onlangs heeft een aanzienlijk aantal lokale besturen in Szeklerland een uitgebreid officieel referendum geïnitieerd. De overheidsinstellingen en hun plaatselijke vertegenwoordigers, de zogeheten prefecten, doen er alles aan om de vreedzame, wettelijke en democratische wilsuiting van de Hongaren in Szeklerland te dwarsbomen. Ik wil het Europees Parlement en voorzitter Hans-Gert Pöttering vragen om de ontwikkelingen in Roemenië rondom het referendum nauwlettend in de gaten te houden en de door de autoriteiten bedreigde lokale besturen in bescherming te nemen. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Madeleine Jouye de Grandmaison (GUE/NGL). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de economische partnerschapsovereenkomst tussen het Caribisch Forum en de Europese Unie is geen goede voorbode voor de ultraperifere regio's de Antillen en Guyana.

Erger is dat het mandaat van de Europese Raad, de strategie van de Europese Unie voor het Caribisch gebied en de strategie van de Europese Unie voor de ultraperifere regio's alle drie terzijde zijn geschoven in de overeenkomst waarover ik me moet uitspreken. Hierin wordt namelijk uitdrukkelijk gesteld dat regionale integratie van de ultraperifere regio's in het Caribisch Forum noodzakelijk is en dat er een interregionale markt tussen deze beide partijen moet komen voor de ontwikkeling van de regio als geheel.

Ik ben er dus niet gerust op. Guadeloupe heeft al tien dagen te maken met een verschrikkelijke staking die alles stillegt, zelfs de brandstofvoorziening. Deze staking duurt voort omdat de bevolking op de Antillen en in Frans-Guyana te lijden heeft onder de kosten van levensonderhoud, die er anderhalf keer zo hoog zijn als in Europa. Het probleem was tot dusver een Franse aangelegenheid, maar strekt zich nu uit over Europa, en ik vind het dan ook schandalig dat de Commissie weigert voor ons een specifieke overeenkomst te sluiten tussen de ultraperifere regio's en het Caribisch Forum.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Georgiou (IND/DEM). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben de afgelopen tijd gehoord, gelezen en gezien dat burgers worden gebombardeerd, kinderen worden vermoord, en onlangs zagen wij hoe een mijnheer uit Turkije in het openbaar bekende tijdens de invasie van Cyprus door Turkije in 1974 tien geboeide Grieks-Cypriotische soldaten te hebben vermoord. Wat wij niet hebben gezien, mijnheer de Voorzitter, is dat het Internationaal Strafhof in Den Haag blijk gaf van bereidheid, ofschoon die bereidheid er duidelijk wel was toen het ging om de gebeurtenissen in Joegoslavië en om degenen die daarbij waren betrokken. Die zit het Joegoslavië-Tribunaal nog steeds achterna. Mijns inziens is het dan ook geheel legitiem het Parlement te vragen ons te zeggen of er een lijst is met landen die onder de bevoegdheid van het Hof in Den Haag vallen. Of zijn er landen die dit Hof aan hun laars lappen? Ik geloof dat wij terecht willen weten welke landen en welke burgers voor het Hof in Den Haag worden gedaagd en in staat van beschuldiging worden gesteld, en welke niet.

 
  
MPphoto
 

  Pál Schmitt (PPE-DE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, bedankt dat u mij het woord hebt gegeven. Ik wil graag iets zeggen vanwege een tragisch ongeluk dat drie dagen geleden in Kroatië heeft plaatsgevonden. Een achttienjarige jongen liep op een landmijn en is al het zoveelste slachtoffer. Onder de slachtoffers waren verder een Italiaan, een Nederlander en andere mede-Europeanen. Welnu, Kroatië valt niet onder het uitgebreide mijnopruimingsprogramma dat door de Commissie tussen 2008 en 2013 wordt gefinancierd, terwijl het aantal neergelegde mijnen onbekend is. Ofschoon Kroatië nooit zulke mijnen heeft geproduceerd, bevinden zich op Kroatisch grondgebied dergelijke levensgevaarlijke mijnen over een lengte van ongeveer 1 000 kilometer. Ik verzoek de Commissie en u, mijnheer de Voorzitter, beleefd om tussenbeide te komen zodat behalve Bosnië, Oekraïne, Kosovo en Cyprus ook Kroatië kan profiteren van deze Europese steun, aangezien dit een uitermate dure en bijzonder gevaarlijke operatie is. Ik heb gesproken in mijn hoedanigheid van voorzitter – van EU-zijde – van de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Kroatië. Bedankt dat ik het woord mocht voeren.

 
  
MPphoto
 

  Κaterina Batzeli (PSE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, de betogingen van de landbouwers in Griekenland sturen, evenals de betogingen elders in Europa, belangrijke boodschappen de wereld in. Deze maken duidelijk dat de huidige opvattingen over de landbouw en over het voedselvraagstuk moeten worden veranderd en dat de Europese en nationale beleidsvormen moeten worden herzien. Als in Europa de ene economie na de andere in elkaar stort, het kredietsysteem niemands respect meer heeft, kleine en middelgrote bedrijven geleidelijk aan verdwijnen en de werkgelegenheid inkrimpt, mogen wij niet de ogen sluiten voor de zich opstapelende problemen op het platteland, in de landbouw, de landbouweconomie en de werkgelegenheid in de regio’s. Het zou goed zijn indien de Commissie en het Parlement een dialoog opstartten en voorstellen deden voor de aanpak van de problemen, niet alleen om de kleine landbouwbedrijven in staat te stellen het hoofd boven water te houden maar ook om in de komende jaren de crisis te overwinnen. Zij moeten ook voorstellen doen voor de activering van het interventiemechanisme, voor de versterking van het crisisbeheersmechanisme om zelfs inkomensverliezen te kunnen dekken, en voor de versoepeling van de nationale beleidsvormen, zonder dat dit per se mag betekenen dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt gecofinancierd.

 
  
MPphoto
 

  Eugenijus Gentvilas (ALDE). (LT) Onlangs hebben Europese leiders het standpunt geuit dat zij teleurgesteld zijn in de leiders van Oekraïne en Georgië. Ze beginnen te betwijfelen of deze leiders hun landen kunnen democratiseren en deze de NAVO en de Europese Unie kunnen binnenleiden. Dergelijke standpunten en uitspraken leiden echter tot niets anders dan steun voor de politiek van Rusland en zijn speciale eenheden. Wij zijn rechtstreeks getuige van de Russische provocaties die erop gericht zijn om president Joesjtsjenko, president Saakasjvili en het op het Westen georiënteerd beleid dat zij voeren, te verzwakken. Ook zijn er onzichtbare provocaties. De beste manier om te zien hoe deze worden opgezet is door de archieven van de KGB te bestuderen. Alleen naïeve politici in het hedendaagse Europa zouden kunnen geloven dat Rusland zich niet meer schuldig maakt aan dergelijke chantage en provocaties, ook al wordt het land geleid door de KGB-officier Poetin. De meest recente informatieprovocatie is dat Georgië een Russische soldaat zou hebben gekidnapt. Dit bericht is de hele week aan Europa gevoerd. Later heeft Rusland toegegeven dat de soldaat in werkelijkheid zelf was gedeserteerd, maar de zwarte propaganda had zijn schadelijke werk al gedaan. Het lijkt erop dat Rusland zijn spelletjes met tanks, gaspijpleidingen, informatie en valse berichtgeving op een briljante manier speelt. Het is echter bovenal de naïviteit van Europese politici die het Rusland mogelijk maakt zulke spelletjes te spelen.

 
  
MPphoto
 

  Hanna Foltyn-Kubicka (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, wereldwijd is de publieke opinie momenteel gericht op zaken die samenhangen met de economische crisis. De Chinese autoriteiten maken van deze gelegenheid gebruik om met hun enorme onderdrukkingsapparaat de Tibetanen de duimschroeven aan te draaien. De campagne zal naar verluidt langer dan veertig dagen duren en is met name gericht tegen degenen die vorig jaar hebben deelgenomen aan de protesten.

Steeds meer mensen moeten zich melden op een politiebureau. Ook neemt het aantal verdwijningen, intimidaties en onopgehelderde sterfgevallen toe. Het valt niet uit te sluiten dat deze onderdrukking de Tibetanen tot het uiterste drijft en leidt tot een opstand, die de veiligheidsdiensten en het Chinese leger vervolgens met brute hand zullen neerslaan. Het kan dus blijken dat we hier te maken hebben met doelgerichte provocatie door de Chinese autoriteiten, die er op rekenen dat zelfs democratische regeringen zich zullen beperken tot zeer terughoudend protest, nu zij gezamenlijk de economische crisis bestrijden. Het Europees Parlement moet zich op dit vlak helder en vastberaden uitdrukken. Daarom ben ik zo vrij om vandaag nog een ontwerptekst voor een appel aan de Chinese premier voor te leggen. Laten we gezamenlijk het communistische regime het signaal sturen dat het schenden van de fundamentele rechten van de Tibetanen voor ons onaanvaardbaar is.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE). - (RO) De Europese Commissie heeft het jaar 2009 uitgeroepen tot Europees jaar van de creativiteit en innovatie. Het creatieve denken vormt de sleutel tot succes in een wereldeconomie, iets wat reeds lang geleden door de Europese Unie werd erkend. Innovatie maakt bovendien integraal deel uit van zowel het Commissiepakket voor de klimaatveranderingen als van het stimuleringsplan voor de Europese economie. Op zijn beurt moet het Europees Parlement nu een actievere rol gaan spelen in de bevordering van creativiteit als motor voor innovatie. Vorig jaar werden het pakket inzake energie en klimaatveranderingen en de geschreven verklaring over fibromyalgie goedgekeurd, waarvoor ik u nogmaals dank. Deze documenten openen de deur naar innovatie en creativiteit in uiterst belangrijke domeinen zoals gezondheidszorg, middels het identificeren van nieuwe behandelingen voor fibromyalgie, en energie, middels het efficiënter maken van nieuwe alternatieve energieën.

 
  
MPphoto
 

  Alexandra Dobolyi (PSE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, op 21 december 2007 is ook Hongarije toegetreden tot het Schengengebied maar bepaalde problemen aan de Oostenrijks-Hongaarse grens zijn nog steeds niet opgelost. De autoriteiten van Burgenland gaan niet echt met ons in gesprek en als gevolg daarvan hebben mijn Hongaarse landgenoten in juni 2008 een verzoekschrift ingediend bij de Commissie verzoekschriften van het Europees Parlement. Dit hebben wij meteen doorgestuurd aan commissaris Jacques Barrott. Hij reageerde uiteindelijk vier maanden later en in zijn antwoord schreef hij dat hij niet over voldoende informatie beschikte met betrekking tot het verzoekschrift en dat er contact zou worden opgenomen met degene die het verzoekschrift had ingediend. Twee maanden later heb ik zelf contact opgenomen met de persoon die het verzoekschrift had ingediend en gevraagd hoe de zaak ervoor stond. Ik kreeg als antwoord dat nog steeds niemand van de Commissie zich had gemeld; zo is het inderdaad erg moeilijk voor de Commissie om informatie te vergaren. Toen ik opnieuw de werknemers van de Commissie benaderde, kreeg ik het antwoord dat ze de zaak ‘within the best delay’ zouden onderzoeken. Ik zou de Commissie willen vragen wat de zinsnede ‘within the best delay’ betekent en tevens druk ik mijn hoop uit dat de heren Barroso en Jacques Barrott bij de verkiezingen die over vier maanden plaatsvinden geen campagne zullen voeren ‘within the best delay’. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 

  Viktória Mohácsi (ALDE). (HU) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Dames en heren, in mijn spreektijd van één minuut zal ik een beknopt beeld schetsen van het racisme dat ook nu weer de kop opsteekt in Europa. In Hongarije werd een paar dagen geleden een hoofdinspecteur van politie na zich racistisch te hebben uitgelaten eerst geschorst en vervolgens opnieuw in zijn functie geïnstalleerd, waarbij werd gerefereerd aan een zogenaamd intern onderzoek. Het onderzoek ging niet in op de vraag of de racistische uitlating überhaupt had plaatsgevonden. In Roemenië, in de gemeente Tărlungeni naast Braşov, is een muur opgetrokken tussen Roma en niet-Roma families. Op de vraag van een kind ter plaatse waarom ze van elkaar gescheiden worden, zou de vader kunnen antwoorden: aan deze kant van de muur wonen de slechte mensen en aan de andere kant de goede mensen. Anderhalve week geleden stemden wij vóór het verslag van de Italiaanse delegatie en een week geleden werden er in Italië na twee door onbekende daders gepleegde misdrijven wapens ingezet tegen de Roma. De politiemacht jaagt Roma-families op met helikopters, honden en gewapende agenten. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Het aantal werknemers in Portugal dat het slachtoffer is van werkloosheid groeit exponentieel. Dagelijks delen bedrijven mede hun productie te verlagen, werknemers te ontslaan of zelfs volledig te sluiten.

Tot de ergste gevallen behoort het lot dat de ongeveer 2 000 werknemers van Qimonda in Vila do Conde boven het hoofd hangt na de insolventverklaring van het moederbedrijf in Duitsland. Woensdag zal er hier in het Parlement een delegatie van werknemers uit de twee landen op bezoek komen in de hoop van ons solidariteit en steun te ontvangen bij hun strijd voor het behoud van hun werk.

Ook de achterstand bij de betaling van lonen en andere vergoedingen voor werknemers vormt een groeiend schandaal. Dit verschijnsel komt onder meer voor in kurk-, textiel-, aardewerk- en metaalbedrijven. Het leidt tot grote sociale problemen, toenemende armoede en neemt soms zeer dramatische vormen aan als het leden van hetzelfde gezin in een bedrijf treft. Een aantal dagen geleden heb ik een dergelijke situatie met eigen ogen kunnen aanschouwen in het bedrijf Subercor in Santa Maria da Feira (onderdeel van de schoenfabriek Suberus). Daar voeren werknemers strijd omdat zij geen loon ontvangen en er zijn echtparen die honger lijden en hun kinderen niet meer te eten kunnen geven. Dat zijn de dramatische toestanden van de crisis die ons teistert. Deze crisis trekt zijn sporen in het gelaat en het bestaan van de mensen en daarom roep ik op het niet bij solidariteit alleen te laten maar een oplossing te vinden voor deze ernstige problemen.

 
  
MPphoto
 

  Kinga Gál (PPE-DE). (HU) Mijnheer de Voorzitter, de Hongaarse publieke opinie volgt met grote belangstelling de ontwikkelingen in de zaak van de waterkanonnen in Hongarije en wil graag zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen in deze kwestie. Daarvoor roepen wij de hulp in van de Commissie. Waar het om gaat is dat de Hongaarse regering in de jaren 2006, 2007 en 2008 bleef vasthouden aan haar standpunt dat zij waterkanonnen heeft gekocht ten laste van de Schengenfaciliteit; deze zijn op 22 oktober 2007 in Boedapest ingezet om de menigte uiteen te drijven. Vervolgens meldde de minister van Justitie en Rechtshandhaving aan het eind van 2008 dat de aankoop niet is gedaan ten laste van de Schengenfaciliteit, een EU-bron. De verantwoordelijke EU-commissaris heeft bevestigd dat de kanonnen niet uit de Schengenfaciliteit zijn aangeschaft. Een dag later deelde de staatssecretaris van het eerder genoemde ministerie mee dat de Hongaarse regering de aanschaf van waterkanonnen na de lente van 2008 had bekostigd met de aan Hongarije toegewezen gelden van de Schengenfaciliteit, waarmee de Europese Commissie werd tegengesproken. Mijn vraag is: heeft de Commissie onderzocht of de Schengenfaciliteit in dit geval voor het beoogde doel is aangewend en heeft zij geprobeerd de waarheid te achterhalen in de zaak van de waterkanonnen? Na het gebeurde staan niet alleen de geloofwaardigheid en de transparantie van de activiteiten van de Hongaarse regering op het spel, maar ook die van de Europese Commissie. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 

  Glyn Ford (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, afgelopen maandag heeft de Britse regering haalbaarheidsonderzoeken aangekondigd naar vijf getijdenenergieprojecten in de riviermond van de Severn: drie stuwdammen en twee bassins.

De EU stelt zich terecht ambitieuze plannen ten doel voor duurzame energie, maar het idee dat het bereiken van die doelen pijnloos zou zijn is een misvatting. De riviermond van de Severn zou in 5 procent van de totale energiebehoefte van het VK kunnen voorzien, maar dit zou wel op gespannen voet staan met de uitleg die gewoonlijk aan de habitatrichtlijn wordt gegeven.

Wanneer het plan zou worden tegengehouden als gevolg van juridische conflicten – of de publieke opinie – zou dat een bewijs vormen voor Nietzsches uitspraak dat waanzin bij individuen een uitzondering is, maar heel gewoon in gezelschappen, groepen en organisaties. De EU en de Britse regering zouden belang moeten hechten aan de filosofie van Jeremy Bentham die zegt dat we op zoek moeten gaan naar het grootste geluk voor het grootste aantal.

 
  
MPphoto
 

  Margaritis Schinas (PPE-DE) - (EL) Mijnheer de Voorzitter, het heeft lang geduurd voordat de Balkan zich kon bevrijden van het vruchteloze nationalisme, dat niet strookt met de Europese gedragsnormen en waarden. Kennelijk hebben echter bepaalde mensen er behoefte aan deze boodschap nog eens verkondigd te horen. In oktober 2008 heeft de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een aanvraag ingediend tot communautaire financiering van wegverbinding 10, die over haar grondgebied loopt. Slechts twee maanden later werd het schandalige besluit genomen - en zelfs gepubliceerd in het officiële publicatieblad van het land - om deze verbinding “Alexander de Grote, de Macedoniër” te noemen. Daarmee wordt de interim-overeenkomst met Griekenland op flagrante wijze geschonden. Daarin staat namelijk uitdrukkelijk dat regeringspropaganda en het gebruik van aan vijandigheid, haat en geweld bijdragende symbolen dienen worden te voorkomen. Ik doe een beroep op de Commissie en vraag haar het verzoek om communautaire financiering te koppelen aan de intrekking van dit schandalige besluit, dat ons eraan herinnert dat er nog steeds nationalisten zijn op de Balkan. Wij hebben een Europa opgebouwd waarin voor nationalisme geen plaats is.

 
  
MPphoto
 

  Evgeni Kirilov (PSE). - (BG) Afgelopen woensdag maakte de Europese Commissie haar voorstel bekend met betrekking tot het herstelplan voor de energiezekerheid.

Volgens dit voorstel ontvangt Bulgarije slechts een deel van de 20 miljoen euro bestemd voor het project dat Bulgarije met Griekenland moet verbinden. Slechts een deel van 20 miljoen euro van de vele miljarden projectgeld! In mijn land hebben we voor dergelijke gevallen een gezegde: “De berg heeft een muis gebaard”. En dit na een ernstige gascrisis!

Zoals u weet, werd Bulgarije het zwaarst getroffen en is het ook het enige land dat volledig afhankelijk is van Russisch gas. Officieel wordt gezegd dat zo goed als afgeronde projecten gefinancierd worden, maar er is reden tot twijfel. Het cruciale project dat Bulgarije heeft voorgelegd voor de uitbreiding van de gasopslagplaats in Chiren kan al binnen enkele maanden afgerond worden. Als het niet ondersteund wordt, zal Bulgarije dit project zelfstandig uitvoeren, maar wat rest er dan nog van de Europese solidariteit en gerechtigheid?

De afgelopen week stond in een invloedrijk Europees blad dat de aanhang van de eurosceptici in Bulgarije als gevolg van deze crisis met 20 procent zal toenemen. Ik hoop dat dit geen nauwkeurige peiling is. Als de Commissie zich echter zo blijft opstellen tegenover Bulgarije, zal ze hierdoor een beslissende bijdrage leveren aan deze tendens.

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben erachter gekomen dat de Europese Commissie tweeënhalf jaar geleden een proces bij het Europees Hof van Justitie had aangespannen tegen Denemarken, omdat deze een maximum van 2 procent voor hydrogeneerde vetten in etenswaren had ingevoerd. De Commissie deed dat ondanks dat er wetenschappelijk bewijs van het tegendeel bestond, dat in feite aantoonde dat hydrogeneerde zuren heel slecht zijn voor mensen met hartproblemen etc. Daarom heb ik twee jaar geleden besloten - samen met twee van onze collega’s, Dan Jørgensen en Linda McAvan - om een geschreven varklaring op te stellen. We werden gesteund door 254 Parlementsleden van 25 verschillende lidstaten, wat een enorme steun was.

Onlangs heeft de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid een verslag uitgebracht waarin het maximumgehalte op 2 procent werd gesteld, dat is precies wat Denemarken al deed. Daarom roep ik de Commissie op om, op basis van het medische en wetenschappelijke bewijs, de drempel van 2 procent volledig over te nemen, die de regering van Denemarken heeft ingevoerd en die aanbevolen wordt in het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid.

 
  
MPphoto
 

  Ljudmila Novak (PPE-DE).(SL) Tot mijn spijt bemerk ik opnieuw dat, terwijl de status van de Italiaanse en Hongaarse minderheden in Slovenië op voorbeeldige wijze is geregeld en iedere minderheid zijn eigen vertegenwoordiger in het Sloveense parlement heeft, Sloveense minderheden niet hetzelfde soort steun genieten in de landen waar zij wonen.

Ondanks het verdrag dat in Boedapest is getekend, ontbreekt het in Hongarije aan de politieke wil om de Sloveense minderheid haar eigen vertegenwoordiger in het parlement te laten hebben. Bovendien wijzen de meest recente berichten erop dat het enige Sloveense museum in Hongarije gesloten gaat worden als gevolg van verlaging van de subsidie. En dat terwijl dit museum voor de Sloveense minderheid het enige centrum van haar culturele leven is en slechts 16 000 euro aan subsidie heeft ontvangen.

Terwijl Slovenië jaarlijks 14,5 miljoen euro voor zijn Hongaarse minderheid reserveert, reserveert Hongarije slechts 400 000 euro per jaar voor zijn Sloveense minderheid. Om deze reden koesteren wij jegens de Hongaarse regering de gerechtvaardigde verwachting dat zij de financiële en politieke steun aan de Sloveense minderheid zal verbeteren. De financiële crisis mag niet als excuus gebruikt worden om aan minderheden toegekende subsidies te verlagen, niet in Hongarije, Italië of waar dan ook.

 
  
MPphoto
 

  Atanas Paparizov (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ondanks de overeenkomst tussen de Griekse autoriteiten en de boeren blokkeren de boeren de weg bij de Kulata-Promachonas kruising op de grensovergang tussen Bulgarije en Griekenland nog steeds. De aanhoudende blokkade van de grensovergangen tussen Bulgarije en Griekenland die veertien dagen geleden begon, heeft gezorgd voor aanzienlijke financiële schade voor de Bulgaarse vrachtrijders.

Ik en nog veertien andere Bulgaarse Parlementsleden hebben een schriftelijke vraag bij de Commissie ingediend over de maatregelen die zijn genomen onder Verordening (EG) nr. 2679/98. We erkennen de grondrechten van de Europese burgers. We zijn er echter van overtuigd dat deze verordening aanzienlijk verbeterd zou moeten worden, dit om andere gevallen van aanhoudende transportblokkades die volledig in strijd zijn met de fundamentele beginselen van de interne markt, zoals het vrije verkeer van goederen en personen, tussen lidstaten te voorkomen.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Anne Laperrouze (ALDE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de Franse regio's Aquitaine, Midi-Pyrénées en Languedoc-Roussillon zijn negen dagen geleden zwaar getroffen door de storm Klaus.

De schade is enorm en ik vind dat deze regio's dringend Europese hulp moeten krijgen. Ik denk daarbij met name aan het solidariteitsfonds van de Europese Unie, maar ook aan de structuurfondsen, het fonds voor plattelandsontwikkeling en aan toestemming voor staatssteun.

Dames en heren, in mei 2005 heeft het Europees Parlement het verslag van de heer Berend aangenomen over de hervorming van het solidariteitsfonds met uitbreiding van de werkingssfeer. Het dossier wordt op dit moment geblokkeerd in de Raad van ministers. Hiervoor moet zo snel mogelijk een positieve uitweg worden gevonden.

Wat Europese burgers van de Europese Unie verwachten, is bescherming en concrete hulp. Wanneer deze Franse regio's dringende hulp wordt geboden en de hervorming van het solidariteitsfonds wordt afgerond, is dit voor de Europese burgers het levende bewijs dat de Europese Unie hen daadwerkelijk met raad en daad kan en zal bijstaan als de nood hoog is.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL). (EL) Mevrouw de Voorzitter, de demonstraties van de kleine landbouwers in Griekenland duren nu al twee weken voort. Hun strijd heeft het hele land geschokt. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid - dat met de medewerking van alle Griekse regeringen tot stand is gekomen en wordt uitgevoerd - en de WTO-overeenkomsten hebben geleid tot een inkrimping van de landbouwproductie en een drastische vermindering van het inkomen van kleine landbouwers, en hebben de landbouwers in versneld tempo van hun grond verdreven. Het overschot op de Griekse landbouwhandelsbalans is veranderd in een tekort van bijna 3 miljard euro in alleen al 2008. De regering van de Nea Dimokratia doet geen enkele poging om aan de fundamentele eisen van de kleine landbouwers tegemoet te komen. Integendeel, zij leidt hen om de tuin met allerlei inhoudsloze aankondigingen en zet tegelijkertijd de speciale politiemacht in om hun strijd de kop in te drukken. De Communistische Partij van Griekenland en de werknemers steunen de strijd van de landbouwers tegen het gemeenschappelijk landbouwbeleid, tegen heel het volksvijandige beleid van de Europese Unie en de bourgeoisieregeringen, en eist dat voor de landbouw- en veeteeltproducten minimumprijzen worden gegarandeerd, prijzen waarmee de productiekosten kunnen worden gedekt en het inkomen van de kleine landbouwers kan worden verbeterd.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, nu de economische crisis verergert doen er zich in het Verenigd Koninkrijk grote problemen voor die tot maatregelen in het bedrijfsleven nopen. Deze vloeien voort uit de verplichting van het onbeperkte vrije verkeer van werknemers binnen de EU en de aanbestedingsvoorschriften bij grote overheidsopdrachten, waardoor contracten die door buitenlandse bedrijven zijn verworven uitlopen op een aanzienlijke toevloed van buitenlandse werknemers. Dat leidt er weer toe dat de plaatselijke werknemers en werklozen worden benadeeld en minder mogelijkheden hebben.

Ik ben van mening dat velen hierdoor zullen inzien dat het Verenigd Koninkrijk heel wat concessies moet doen voor het EU-lidmaatschap. We worden gedwongen om onszelf te onderwerpen aan arbeidswetten en aan de suprematie van het EU-recht en de uitspraken van het Europees Hof van Justitie. De normen inzake overheidsopdrachten, die het voortrekken van plaatselijke aannemers en werknemers verbieden, wakkeren hoe langer hoe meer haat aan tegen de EU en haar starre regime.

 
  
MPphoto
 

  Panayiotis Demetriou (PPE-DE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, twee jaar geleden heeft dit Parlement bijna unaniem een resolutie aangenomen, waarin het vroeg om opheldering van het lot van de vermiste personen op Cyprus. Twee jaar zijn verstreken en er is nog steeds geen vooruitgang gemaakt. Het Turks leger was gevraagd om de bevoegde commissie alle inlichtingen die het in zijn bezit had, te verstrekken, maar daar is niets van terecht gekomen. Integendeel, er is zelfs in het openbaar door een Turk, die toen soldaat was, een bekentenis afgelegd waarin hij zei dat hij het niet meer uithield met zijn geweten en moest bekennen dat hij tien Grieks-Cyprioten had vermoord. Het Turkse leger weet van deze en andere misdaden, en elk beschaafd mens, in Turkije of elders, veroordeelt dergelijke oorlogsmisdaden. Wat moeten wij hier nu aan doen? Wij moeten onze inspanningen opvoeren en druk uitoefenen op het Turkse leger opdat het de bevoegde commissie inlichtingen geeft en aldus een einde maakt aan het drama van de familieleden van de vermisten.

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, zoals u weet hebben er in mijn land wijdverbreide protesten plaatsgevonden over een Italiaans bedrijf dat binnen mijn kiesdistrict een contract in een olieraffinaderij had verworven en voor de uitvoering ervan slechts Italiaanse werknemers heeft gebruikt.

Het protest is begrijpelijk als het bedrijf in kwestie inderdaad het recht om te werken slechts heeft voorbehouden aan zijn eigen onderdanen en niet aan de Britten. Dat zou een schending van het recht van de Europese Unie opleveren (discriminatie op grond van nationaliteit), zo ook als het bedrijf Britse wettelijke voorschriften zou ondermijnen, die het moet naleven onder de richtlijn gedetacheerde werknemers.

Als de protesteerders echter menen dat alleen Britse bedrijven het recht hadden moeten hebben om dat werk aan te bieden en vervolgens alleen Britse werknemers aan te nemen, dan zou de redenatie van de protesteerders natuurlijk onjuist zijn. Ze moeten niet vergeten dat er meer dan twee miljoen Britse burgers zijn die in andere EU-landen werken en slechts een miljoen niet-Britse burgers die in Groot-Brittannië werken.

Het devies “Britse werknemers voor Britse banen” moet betekenen dat Britse werknemers in staat worden gesteld om op een effectieve manier te concurreren zonder gediscrimineerd te worden. Het mag niet betekenen dat er zaken uitsluitend voor de nationaliteit van het betreffende land worden voorbehouden, of het nou gaat om Groot-Brittannië of om een andere lidstaat van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Marco Pannella (ALDE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, overmorgen komt tijdens een plechtige vergadering de president van de Palestijnse Autoriteit ons toespreken. Dat verheugt me ten zeerste. Hij komt bij die gelegenheid op bezoek in de Kamer van het Europa der vaderlanden dat het Europees vaderland te gronde richt, waarbij het Middellandse Zeegebied alleen goed is als massagraf voor de armen en degenen die tot honger en uitroeiing zijn veroordeeld.

Wij vertegenwoordigen - kijk eens, het is tijd voor nationalistische protesten waaraan naar het schijnt iedereen aan mee moet doen - de gesel van het Europa der vaderlanden die het Europees vaderland te gronde richt. Wij hebben de plicht Brussel daarop te wijzen. Overmorgen richt een Palestijn het woord tot ons. Het feit dat, in tegenstelling tot hun regering, 80 procent van de Israëli’s bij Europa wenst te horen, zoals de Adenauer-Stichting heeft aangetoond, bewijst tevens dat zelfs de volkeren van Palestina, Libanon, de zuidelijke oever van de Middellandse Zee en Tunesië niet het recht hebben zich op te maken voor de revolutie ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Iosif Matula (PPE-DE). - (RO) Het waarborgen van de energievoorziening is een prioriteit binnen de huidige Europese context. Door de Europese gasnetwerken onderling te verbinden, wordt de diversificatie van de energieroutes gewaarborgd. Dit bevordert bovendien de solidariteit tussen de lidstaten, een basisprincipe binnen de Europese Unie. De Europese Commissie heeft vorige week voorgesteld om, bovenop de financiële inspanningen van Roemenië en Hongarije, dertig miljoen euro toe te wijzen aan het project van de gaspijpleiding Arad-Szeget, waarvan de financiering meer dan vijf jaar opgeschort is geweest.

Dit project is bijzonder belangrijk. De gaspijpleiding zal niet enkel Roemenië met Hongarije verbinden, maar zal ook op het gasnetwerk van de Europese Unie aansluiten. Als de leiding eenmaal klaar is, zal Roemenië zowel onder gewone omstandigheden als bij een Europese energiecrisis gas kunnen uitvoeren en invoeren naar de Europese markt. Derhalve vraag ik uw steun, opdat het Commissievoorstel zo snel mogelijk verwezenlijkt wordt.

 
  
MPphoto
 

  Jörg Leichtfried (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, het vleesschandaal in Ierland heeft heel Europa in beroering gebracht, onder andere Oostenrijk, waar men tot de bizarre ontdekking is gekomen dat Iers vlees is verkocht als Tirools spek. Mijns inziens is de enige oplossing voor dit EU-wijde probleem een verplichte declaratie voor vers vlees en vleesproducten, die de volgende informatie bevat: herkomst; duur van het transport van het dier naar het slachthuis en van daar naar het punt waar het vlees wordt verkocht; als het vlees afkomstig is uit landen buiten de EU, moet het land van herkomst nauwkeurig worden gespecificeerd. Bovendien wordt het hoog tijd dat de Europese Unie deze factoren laat controleren door controleurs. Teneinde dit daadwerkelijk te kunnen realiseren, doe ik een beroep op de Raad, de Commissie en u, dames en heren, om maatregelen te nemen en ervoor te zorgen dat de Europese consumenten niet langer op deze wijze worden misleid!

 
  
MPphoto
 

  Jelko Kacin (ALDE).(SL) Volgens de berichten die we hebben gehoord en gezien loopt de langdurige burgeroorlog in Sri Lanka ten einde. Het is echter aan het militaire overwicht, en niet aan succesvolle politiek of een duurzame oplossing te danken dat de Tamil Tijgers uit hun laatste grote bastion zijn verdreven. Deze militaire oplossing brengt ernstige problemen met zich mee. Wij zien winnaars en verliezers, en de verliezers zijn de tienduizenden plaatselijke burgers die wegtrekken of vluchten uit angst voor de regeringstroepen.

De ervaring in de westelijke Balkan heeft ons geleerd dat militaire overwinningen en de officiële beëindiging van militaire vijandelijkheden dikwijls worden gevolgd door het vermoorden van de verliezers of hun veronderstelde sympathisanten door de winnaars. Overwinningen kunnen een spoor van individuele, ongecontroleerde wraakacties achterlaten, maar vaak ook van georganiseerde moordpartijen, die de daders daarna vaak trachten te verbergen.

Ik wil niemand voortijdig beschuldigen. Ik wil er alleen maar op wijzen dat de Europese Unie direct actie moet ondernemen om een internationale aanwezigheid en internationaal toezicht te garanderen tijdens deze zeer kritieke periode na het conflict, waarin de in angst wegvluchtende burgerbevolking in zeer groot gevaar verkeert.

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, velen zullen op de hoogte zijn van de recente dioxineperikelen in de Ierse Republiek. De rundvleesboeren in Noord-Ierland hadden ook met dit probleem te kampen doordat ze mengvoeders hadden ingevoerd die het probleem bij hun dieren hadden veroorzaakt. De premier van Noord-Ierland heeft de boeren nu een schadevergoeding van 25 procent aangeboden, wat hun ondergang betekent. De premier heeft moeite om de overeenstemmende middelen te vinden en zal niet in staat zijn de 37,5 procent die de Europese Unie ter beschikking stelt, met eenzelfde percentage te matchen. Ik begrijp dat de regering van de Ierse Republiek duidelijk heeft gemaakt dat zij geen enkele aansprakelijkheid aanvaardt, ondanks dat ze de voedermolens vergunningen had verleend en deze onder haar toezicht stonden. Er is ook een wezenlijke hoeveelheid besmet varkensvlees aanwezig bij een veevoederbedrijf. Dit is een zeer ernstig en gevaarlijk probleem en moet zo snel mogelijk worden opgelost.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE). - (RO) De Europese Unie bereidt zich intensief voor op de onderhandelingen over een opvolger van het Kyoto-Protocol om de oorzaken van klimaatveranderingen verder terug te dringen. De lidstaten moeten hun kooldioxide-uitstoot geleidelijk aan reduceren. Europese bedrijven moeten dringend investeren in de modernisering van productie-eenheden in energie-intensieve sectoren, om zo het productieniveau op peil te kunnen houden, de arbeidsplaatsen te behouden en het milieu te beschermen.

Ik wijs op het feit dat in deze economische crisis de Europese ondernemingen er niet in slagen de kredieten te krijgen die zij zo nodig hebben om te moderniseren. De Europese ondernemingen moeten niet minder produceren, maar intelligenter en milieuvriendelijker. Ik verzoek de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank en de lidstaten prioriteit te geven aan de ontwikkeling van een duurzame economie van de Unie, en, middels het Europees economisch herstelplan, de voorwaarden te scheppen die de Europese ondernemingen nodig hebben om te moderniseren en concurrerend te blijven in een steeds harder wordende markt.

 
  
MPphoto
 

  Iuliu Winkler (PPE-DE). (HU) Hartelijk bedankt, mevrouw de Voorzitter. De Europese Unie ziet zich geconfronteerd met de uitdaging om stabiliteit en veiligheid te waarborgen, het welzijn van de burgers te vergroten, alsmede te bouwen aan een gemeenschappelijke Europese toekomst. De van oudsher bestaande, nationale en etnische minderheden zijn blijvende waarden voor het veelkleurige Europa. De eerbiediging van deze rechten is nog niet op geruststellende wijze in regels vastgelegd. Het bestaan van documenten zoals het kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden en het Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden, wekt vertrouwen. Het is duidelijk dat zolang nog niet elke EU-lidstaat deze documenten heeft geratificeerd, verdere krachtsinspanningen nodig zijn. Het Parlement moet zich ten doel stellen een bindende kaderrichtlijn op te stellen waarin de bescherming van nationale minderheidsgemeenschappen wordt gegarandeerd, aldus erkennend dat de verschillende vormen van autonomie en zelfbeschikking op grond van het subsidiariteitsbeginsel een geruststellende oplossing betekenen voor de situatie van minderheidsgemeenschappen. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 

  Véronique Mathieu (PPE-DE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag mijn solidariteit betuigen met de burgers en de gezinnen die het slachtoffer zijn geworden van de storm Klaus die Zuid-Europa meer dan een week geleden heeft geteisterd, met name het zuidwesten van Frankrijk.

De storm heeft dramatische gevolgen gehad. Klaus heeft aan elf mensen het leven gekost, meer dan anderhalf miljoen huishoudens zijn verstoken gebleven van elektriciteit en er is 300 000 hectare bos getroffen, waarvan 40 procent in Les Landes. Er is 30 tot 40 miljoen m3 bos beschadigd.

Sinds 2002 beschikt de Europese Unie over een solidariteitsfonds waarmee financiële noodhulp kan worden geboden aan Europese regio's die door dergelijke natuurrampen zijn getroffen. Maar ik sluit me aan bij de conclusies van mijn collega, mevrouw Laperrouze, dat de Raad van ministers dan wel groen licht moet geven voor dit solidariteitsfonds. Ik hoop dat het Parlement ervoor zorgt dat dit spoedig gebeurt.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, in Polen vieren we binnenkort het twintigjarige bestaan van het zogeheten rondetafeloverleg. Twintig jaar geleden traden leiders van de regering en de oppositie namelijk voor het eerst met elkaar in overleg om gezamenlijk na te denken over een oplossing voor de problemen in Polen. Naast economische en maatschappelijke problemen werden hierbij ook de belangrijkste problemen van ons politieke bestel besproken.

De oppositie werd met name vertegenwoordigd door leden van de in 1980 onder leiding van Lech Wałęsa opgerichte beweging ‘Solidarność’ en hun adviseurs. Aan de zijde van de regering zaten daarentegen de machthebbers van het in elkaar stortende socialistische economische systeem, degenen die voorheen in Polen de staat van beleg hadden afgekondigd.

Als gevolg van het rondetafeloverleg werd besloten om in juni 1989 verkiezingen te houden. Dankzij die verkiezingen werd voor het eerst een regering gevormd met een niet communistische premier aan het hoofd, Tadeusz Mazowiecki. Het is die regering geweest die erop heeft gewezen dat Polen niet alleen de weg van vrijheid en democratie in moest slaan, maar ook die van integratie met de Europese Unie. De veranderingen die toen in mijn land van start gingen, hebben ook voor veel andere Centraal-Europese landen de mars naar vrijheid, democratie en integratie met de Europese Unie op gang gebracht.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

 

14. Beoordeling van de gevolgen van de compromissen die eind juli 2008 zijn bereikt in de onderhandelingen van Doha over markttoegang voor niet-landbouwproducten en diensten (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de verklaring van de Commissie over de gevolgen van de compromissen die eind juli 2008 zijn bereikt in de onderhandelingen van Doha over markttoegang voor niet-landbouwproducten en diensten.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, we staan voor de grootste economische uitdaging sinds tijden en in die uitdaging zullen zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden voor moeilijke en heel belangrijke beslissingen komen te staan.

We hebben een positief effect van de globalisering nodig om op de negatieve effecten van globalisering te kunnen reageren. Ik ben ervan overtuigd dat, waar we ook beginnen met het aanpakken van het probleem, we uiteindelijk tot de conclusie zullen komen dat het afmaken van de multilaterale handelsronde – de Doha-ronde – voor ons van groot belang is.

Ik hoef de geachte afgevaardigden er waarschijnlijk niet aan te herinneren wat de geschiedenis ons heeft geleerd over protectionisme, het belang om onze markten open te blijven stellen en de mogelijkheid voor onze bedrijven om over de hele wereld te kunnen handelen. Waarschijnlijk hoef ik niet alle geachte afgevaardigden te vertellen dat wanneer landen, gewoonweg onder de regelgeving van de Wereldhandelsorganisatie, hun tarieven niet meer zouden toepassen zoals ze dat nu doen maar dat strikt volgens de regels zouden doen, het verlies voor de handel dan rond de 260 miljard euro zou liggen. Ik weet zeker dat ik de geachte afgevaardigden er niet aan hoef te herinneren dat, nu de ontwikkelingslanden over de toekomst nadenken, zij erg bezorgd zijn over wat er zal gebeuren met de hulp die ze tot nu toe tot hun beschikking hadden.

Dus we staan er zo voor: we kennen de waarde van een overeenkomst die nu voor 80 procent af is, en weten dat in juli 2008 80 procent van wat er moest gebeuren ook is gebeurd. Die overeenkomst behelst het volgende: de opbrengsten in ontwikkelingslanden zouden rond de 12-14 miljard euro per jaar liggen; er zou nieuwe toegang zijn tot opkomende economieën in opkomende landen, zoals China; we zouden in de Europese Unie nieuwe exportmogelijkheden hebben voor nieuwe exportproducten, op nieuwe manieren gediversifieerd – bijvoorbeeld, met chemicaliën en textiel – en in de dienstensector bestaat er een handelspotentieel van 14 miljard euro. Een ander huidig feit is dat de non-tarifaire belemmeringen – de non-fiscale belemmeringen – bedrijven van de Europese Unie in 2007 alleen al in China 20 miljard euro hebben gekost. Dit is een enorm belangrijke ronde.

Ik ben net terug uit Davos, waar de discussies tussen de handelsministers de noodzaak hebben versterkt om terug te keren naar de onderhandelingstafel, en natuurlijk gaan de technische discussies in Genève door.

We wachten allemaal totdat de door de nieuwe Amerikaanse regering voorgenomen aanpassing van het handelsbeleid haar beslag krijgt, en zij tot dezelfde conclusie komt als wij. We zien uit naar de G20 op 2 april 2009 en de gelegenheid die het wereldleiders biedt om oplossingen te zoeken voor de financiële en economische crisis en om opnieuw de noodzaak te bespreken van het afmaken van de ronde. Dan zijn er nog de Indiase verkiezingen in april of mei, die voor de zittende of nieuwe regering het moment zullen zijn om zich weer met dit onderwerp te gaan bezighouden.

Een van de onopgeloste zaken die op tafel zijn blijven liggen, was het mechanisme voor bijzondere steun dat uiteindelijk de voortzetting van de besprekingen tussen India en de Verenigde Staten in de weg stond. Momenteel worden er nieuwe voorstellen bestudeerd. Er moet nog een besluit worden genomen over katoen, maar ook op dit punt liggen er voorstellen op tafel. Voor de Verenigde Staten bestaan er reële problemen met betrekking tot bepaalde sectoren.

Er is geen twijfel over mogelijk dat er nog veel gedaan moet worden, maar ik ben ervan overtuigd dat, met politieke wil, al deze problemen kunnen worden opgelost, en het alternatief is geen optie. Voor ons zijn de kwesties rond diensten erg belangrijk en deze zullen terug blijven komen op onze agenda.

Samenvattend bevinden we ons nu op een zeker punt waar de noodzaak om deze ronde te voltooien erg helder en erg duidelijk is, en ik kijk er namens u – en ook namens de Commissie – naar uit om me daarvoor te blijven inspannen.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papastamkos, namens de PPE-DE-Fractie. (EL) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, geachte collega’s, de handel in industrieproducten en diensten is inderdaad van strategisch belang voor de Europese economie. De Unie is zoals bekend de grootste exporteur ter wereld en de belangrijkste bron van directe buitenlandse investeringen. De Unie is weliswaar een van de meest open markten, maar enkele van onze belangrijke handelspartners houden handelsbelemmeringen in stand. Wij streven naar een substantiële vermindering van de toegepaste douanerechten maar willen ook dat ongerechtvaardigde, niet-tarifaire handelsbelemmeringen worden aangepakt. Afgezien van de industrieel vergevorderde derde landen moeten ook de opkomende economieën concessies doen, naar gelang van hun ontwikkelingsgraad en hun sectoraal mededingingsvermogen. Toch houdt het probleem, mevrouw de commissaris, niet alleen verband met de opheffing van de handelsbelemmeringen. De verschillen in regelgeving veroorzaken extra kosten bij export en mededingingsnadelen voor de Europese producten ten opzichte van de producten die uit landen met soepelere voorschriften worden ingevoerd en die vaak problemen veroorzaken voor de veiligheid en de bescherming van Europese consumenten. Door het voortdurend onvermogen om tot een overeenkomst te komen wordt het klimaat van economische onzekerheid alleen maar verscherpt en wordt zelfs de geloofwaardigheid van het multilateraal handelsstelsel aangetast. De bilaterale en interregionale overeenkomsten kunnen enkel een aanvullend karakter hebben. Bovendien kan de economische crisis tot gevolg hebben dat nieuwe unilaterale, restrictieve of verstorende handelsbelemmeringen worden opgeworpen. Daar doen zich reeds staaltjes van voor, zij het dan op beperkte schaal, zoals blijkt uit het rapport van de secretaris-generaal van de WTO, de heer Lamy. Verontrustend is tevens dat het Huis van Afgevaardigden een clausule inzake de bescherming van Amerikaanse producten heeft aangenomen. Mijns inziens is de terugkeer tot unilaterale benaderingen geen oplossing. Wij hebben nu meer dan ooit behoefte aan een gemeenschappelijke aanpak van de uitdagingen, met behulp van een meer positieve integratie en de invoering - of versterking - van op systeemconvergentie gerichte internationale regelgevingsstelsels. Wij hebben behoefte aan een nieuwe internationale economische architectuur. Wij hebben behoefte aan een transparanter en evenwichtiger handelsbestuur in de wereld en wat dat betreft wachten wij, mevrouw de commissaris, op een geïntegreerd voorstel voor “globalisering met een Europees gezicht”; wij wachten op een voorstel waarin rekening wordt gehouden met de veranderingen die zich reeds hebben voltrokken maar waarin tevens een link wordt gelegd tussen de commerciële en de economische dimensie. Ons doel in deze tijd van crisis moet een transparant, democratisch en in de wereld efficiënt Europa zijn.

 
  
MPphoto
 

  Glyn Ford, namens de PSE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, wij van de Sociaal-democratische Fractie rekenen op een succesvolle uitkomst van de Doha-ontwikkelingsronde, echter het tikken van de politieke klok heeft een situatie gecreëerd waar, zo u wilt, vooruitgang is vertraagd. Commissaris Ashton maakte het punt dat we in de Verenigde Staten een nieuwe, en naar mijn mening erg welkome, regering hebben met president Obama, maar we wachten op een herziening van het handelsbeleid, die nog wel even kan duren.

In april of mei zullen er verkiezingen in India worden gehouden. De enige plek die commissaris Ashton niet noemde was de Europese Unie zelf, waar we onze eigen Europese Parlementsverkiezingen hebben in juni, en daarna een nieuwe Commissie, waarin ik hoop dat commissaris Ashton als commissaris voor handel werkzaam zal blijven. Dat betekent echter niet dat er in de tussentijd niets te doen is. Europa moet haar betrokkenheid bij ontwikkeling en vrije handel blijven benadrukken wat betreft het beëindigen van exploitatie en het nakomen van de behoefte aan duurzame ontwikkeling.

Ik ben het met de heer Papastamkos eens: vrije handel volgens dit principe kan een win-win-situatie voor alle deelnemers opleveren. De huidige financiële en economische crisis is reden om vooruit te gaan en niet om ons terug te trekken.

Commissaris Ashton en de Commissie kunnen proberen om het pad te effenen voor een compromis tussen de Verenigde Staten en India. Naar mijn mening was het hun beider koppigheid, die een succesvol resultaat bij het laatste verzoek in de weg stond. Er kan wel overeenstemming zijn op 80 procent van de zaken, maar we hebben die andere 20 procent ook nodig. We hebben een nieuwe regering in de Verenigde Staten. Het resultaat van de Indiase verkiezingen zou ons er nog een kunnen geven.

Ondertussen hebben we geen keus en moeten we blijven doorgaan met het nastreven van bilaterale overeenkomsten. Ik ben blij met de vooruitgang die tijdens de onderhandelingen van vorige week over de vrijhandelsovereenkomst met de Republiek van Korea is geboekt, waar we naar ik begrijp dichtbij een overeenkomst zijn die opnieuw gunstig zal zijn voor beide partijen.

Ik ben de rapporteur inzake de vrijhandelsovereenkomst met ASEAN en moet zeggen dat de onderhandelingsbasis een institutionele blokkade opwerpt. We moeten de mogelijkheid overwegen om ons te richten op een coalitie van ASEAN-leden die willen en kunnen, die, zo u wilt, in staat zijn een overeenkomst te tekenen. Wat India betreft bestaat er op dit moment naar mijn mening geen gouvernementele wil om resultaten te boeken. Na de verkiezingen moet Delhi, of er nu een regeringswisseling komt of niet, de kaarten laten zien, anders moeten wij van de EU ons richten op degenen die niet alleen willen praten, maar ook tot een besluit willen komen.

Tot slot verwelkom ik de heer Pannella, de volgende spreker, die de nieuwe woordvoerder van handel is van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. Misschien zou een bezoek aan de Commissie internationale handel dienstig kunnen blijken. We zouden hem graag ontvangen.

 
  
MPphoto
 

  Marco Pannella, namens de ALDE-Fractie. (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, mevrouw de commissaris, om te beginnen kunnen we meen ik in zekere zin zeggen dat we met een vreemde vergelijking te maken hebben tussen de mens van Doha – of ex-Doha, zoals wij hoopten – en de mens van Davos. Hoewel deze termen de afgelopen dagen nogal opgeld hebben gedaan, acht ik die tweedeling natuurlijk niet gepast maar wel interessant.

Zoals u gezegd heeft, mevrouw de commissaris, bevinden we ons nu in een situatie waarin we in aanzienlijke mate afhankelijk zijn van gebeurtenissen die niet hier bij ons hun ontstaan vinden maar in de Verenigde Staten, India en, zoals collega Ford net zei, ook in andere belangrijke gebieden als ASEAN en Zuid-Korea. Het echte probleem is evenwel in hoeverre wij, de Commissie, de Europese Unie, op dit moment weerstand kunnen bieden aan de uitbraak van nationalistische tendensen waar we het zo-even over hadden. Deze autarkische reflexen, nieuwe protectionistische illusies, lopen het gevaar uw werk, mevrouw de commissaris, en ook het werk van onze Unie zeer moeilijk te maken.

Ik meen dat het in deze verkiezingscampagne uiterst belangrijk is in hoeverre PSE, PPE en ALDE, samen met de andere partijen, in staat zullen zijn een lijn te vinden voor de verdere uitwerking van ons voorstel, waarvoor u, commissaris, als spreekbuis optreedt. Het is belangrijk er een voorstel van Europa van te maken, zodat het geen voorstel is van ons in het centrale Brussel dat zich richt tegen een reeks hoofdsteden die allemaal huns weegs gaan zoals helaas zo vaak is gebeurd in de vorige eeuw.

 
  
MPphoto
 

  Jacky Hénin, namens de GUE/NGL-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, bij de onderhandelingen in juli hebben India en China de regering-Bush en de Europese Unie onmiskenbaar een koek van eigen deeg gebakken. In tegenstelling tot de huichelachtige beweringen van liberale economen, die van mening zijn dat mislukking van Doha een ramp zou zijn voor de arme landen, is niets minder waar.

Voor deze landen, die zich in een moeilijke situatie bevinden, is het namelijk een historische aangelegenheid, gezien de grote schommelingen van de grondstofprijzen. Volgens deskundigen zou de winst waarop de armste landen konden rekenen, veel lager uitvallen dan de fiscale verliezen ten gevolge van de opheffing van douanerechten in deze landen, die een bedrag van 60 miljard dollar zouden hebben belopen.

Bij deze onderhandelingen heeft de Commissie, die volledig verstrikt is geraakt in haar liberale dogma's, zich geheel onverantwoordelijk opgesteld jegens het Europese volk, door voor te stellen de productie van voertuigen op Europees grondgebied aan te pakken, en zelfs op te offeren, om tot een overeenkomst te kunnen komen.

Voor de WTO en de Commissie zijn er enkel consumenten, en nooit producenten van rijkdom. Juist deze zienswijze was de voedingsbodem voor de huidige crisis, want door concurrentie tot panacee te verheffen, ontstaat er steeds meer salarisdeflatie, wat leidt tot absolute verarming van werknemers en systematische vernietiging van iedere vorm van sociale bescherming.

Als de Doha-ronde wordt afgerond, zou dit rampzalige gevolgen hebben voor alle volkeren. En wat in de huidige context zo tegen de borst stuit, is dat we zien dat er veel schade is aangericht maar dat er willens en wetens geen andere richting wordt ingeslagen. De WTO moet dringend op de schop gaan zodat de instelling democratisch gaat functioneren.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool (PPE-DE). - De Doha-onderhandelingen lopen al geruime tijd en het is goed dat Europa zich heeft ingezet om echt grote stappen te zetten, opdat wij dichter bij elkaar komen. Europa heeft een verregaand landbouwvoorstel neergelegd, maar dat is helaas nog niet op gelijke basis door de andere landen beantwoord. Daarom is het ook zo belangrijk om goed te letten op het totale pakket, dus ook op NAMA en op de diensten.

Uw streven om snel een akkoord te bereiken wil ik immers graag van harte ondersteunen. Wij moeten als Europa waken voor protectionistische maatregelen, die in toenemende mate de kop opsteken, vooral nu het slechter gaat met de wereldeconomie, maar ook onder het motto van bescherming van de voedselveiligheid. Wij moeten als Europa wel keihard blijven staan achter de wederkerigheid. Wij open, dan zij ook open.

Wat hebben wij dan te verwachten van de nieuwe president van Amerika en van het pakket dat hij zojuist heeft gelanceerd? Wat hebben wij te verwachten van China? En vooral daar verwachten wij uw inzet, want in tijden van economische en financiële crisis met massaontslagen en krimpende economieën is het juist die marktopening die ons verder kan brengen.

Voorzitter, onze vragen waren erop gericht om meer inzicht te geven, ook aan de Europese burger, over de voordelen en de winsten die van zo'n pakket te verwachten zijn en over hetgeen wij daarin te bieden hebben. Dat antwoord kunt u hier niet in twee minuten geven noch in vijf of zes. Dat begrijp ik volledig. Maar ik daag u wel uit om in de komende tijd transparant te zijn naar de burgers over de vraag waar u mee bezig bent en wat hun dat oplevert. Juist in de periode voorafgaand aan de Europese verkiezingen is dat extra belangrijk en ik hoop dat wij wat dat betreft op u kunnen rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Francisco Assis (PSE). - (PT) In het kader van de zeer ernstige financiële en economische crisis is het absoluut essentieel de Doha-onderhandelingen te voltooien.

Tijdens een crisis bestaat er altijd een zekere tendens toe te geven aan protectionistische verleidingen. Protectionisme is zelfs een soort neurose die enigszins kenmerkend is voor samenlevingen en staten die te kampen hebben met een ernstige crisis zoals we nu meemaken. Daarom dienen we op duidelijke wijze het ontstaan van deze protectionistische tendens te bestrijden, want op grond van de geschiedenis weten wij waartoe dat kan leiden. Protectionisme leidt tot algemene verarming van de wereldgemeenschap en levert geen enkele bijdrage aan de oplossing van de ernstige problemen waar we mee geconfronteerd worden. Protectionisme, waar we alleen maar kritiek op kunnen hebben en dat we dienen te bestrijden, is echter heel iets anders dan de noodzaak in te staan voor de bescherming van de legitieme belangen van de verschillende gebieden waarin de wereld is verdeeld. Derhalve heeft de Europese Unie ook de plicht de belangen van de Europeanen te verdedigen. Dan doel ik op de belangen van de Europeanen als consument en als producent.

Daarom is het belangrijk voort te gaan met de multilaterale onderhandelingen in het kader van Doha. We weten dus dat protectionisme in feite een vergissing is maar we weten ook dat wilde liberalisering van de internationale handel onvermijdelijk leidt tot ernstige economische en sociale crises. De enige manier om die wilde liberalisering te vermijden is het bereiken van een akkoord op de daarvoor geschikte plaats, namelijk bij de Wereldhandelsorganisatie. Het dient een multilateraal akkoord te zijn met regels ter waarborging van de legitieme belangen van alle betrokken partijen. Ook op dit vlak is de rol van de Europese Commissie en de Europese Unie nu juist het teruggeven van vertouwen aan de Europeanen.

In Europa hebben we ook een vertrouwenscrisis inzake de capaciteit van de vertegenwoordigers van Europa Europa te verdedigen en van politieke regelgeving te voorzien. Die crisis bestaat zowel op het niveau van de lidstaten als op het niveau van de Europese Commissie en de Europese Unie in haar geheel. Onze uitdaging is dan ook een bijdrage te leveren aan het beëindigen van deze representatie- en vertrouwenscrisis teneinde te garanderen dat we het juiste spoor volgen, namelijk het garanderen van een multilateraal akkoord dat al onze legitieme belangen waarborgt.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL). (EL) Mevrouw de Voorzitter, te midden van een diepe kapitalistische crisis in haar lidstaten – crisis in de kapitaalopeenhoping en overproductie – heeft de Europese Unie een strategische keuze gemaakt. Zij heeft namelijk besloten om de Wereldhandelsorganisatie voor haar kar te spannen en een actieve rol te laten vervullen bij de volledige liberalisatie van de handel, bij de privatiseringen en overnames en bij de verovering van nieuwe markten door Europese monopolies. De besprekingen in de Doha-ronde hebben tot doel de frontale aanval van het kapitaal te coördineren en aldus de multinationale ondernemingen in staat te stellen de grondstoffen van derde landen te plunderen en de werknemers in heel de kapitalistische wereld nog sterker uit te buiten. Het volksvijandig gemeenschappelijk landbouwbeleid is het wisselgeld voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Unie met betrekking tot de liberalisatie van de niet-landbouwproducten- en dienstenmarkten. Daarmee moet de Unie een vaste plaats veroveren in de imperialistische piramide. Natuurlijk hebben wij belangstelling voor internationale handel en ontwikkeling, mits deze berusten op wederzijds belang. Onder imperialistische omstandigheden kan echter onmogelijk handel op voet van gelijkheid en op basis van wederzijds belang plaatsvinden. Daarom is het hoogstnoodzakelijk de strijd van de werknemers in een anti-imperialistische, antimonopolistische richting op te voeren, opdat zich radicale veranderingen kunnen voltrekken op internationaal vlak en in elk land afzonderlijk.

 
  
MPphoto
 

  Nils Lundgren, namens de IND/DEM-Fractie. (SV) Mevrouw de Voorzitter, de Doha-ronde is vorig jaar mislukt. Dat is zeer ernstig. De voortgang die de laatste decennia is geboekt op weg naar een wereldwijde vrijhandel heeft een enorm aantal mensen verlost van armoede, in een omvang waardoor de wereld daadwerkelijk is veranderd. Nu bevindt de wereldeconomie zich echter in een diepe crisis. Dat komt niet door de vrijhandel en deze vorm van globalisering. Het komt door een wereldwijde financiële crisis. Daarmee lijkt de situatie op die van het eind van de jaren twintig.

Het gevolg van zo’n financiële crisis is een wereldwijde recessie. Destijds bracht die Hitler aan de macht. Ze leidde tot de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog en tot vijftig jaar communistische slavernij in half Europa en half Azië. We hebben het hier over belangrijke zaken. De belangrijkste oorzaak van de wereldwijde recessie van destijds was een heropleving van protectionisme. Het ene land na het andere land kwam met invoerheffingen, kwantitatieve restricties, “koop nationale producten”-regels en concurrerende devaluaties.

Het gevaar dat dit nu weer gebeurt is heel reëel. Er zijn veel verontrustende signalen. President Obama heeft de verkiezingen feitelijk gewonnen op een protectionistisch platform. We zien de eerste signalen daarvan. Er ligt nu een groot pakket op tafel, met in elk geval een “Buy American”-clausule met betrekking tot staal voor de bouwsector. Dat kan een begin zijn.

Als die deur eenmaal geopend is, zullen andere landen het gevoel krijgen dat ze iets dergelijks kunnen doen, gezien de slechte situatie. De landen die nu hard worden getroffen, verspreid over de wereld en binnen de EU, zullen ertoe worden verleid om hun werknemers en ondernemingen steun te beloven tegen buitenlandse concurrentie. De tendensen zijn duidelijk zichtbaar. Als dat proces eenmaal op gang is gekomen, kan het niet meer worden gestopt. Dan wacht ons echt een catastrofe.

De EU is het grootste handelsblok ter wereld en heeft daarom een zeer grote verantwoordelijkheid. Op het gebied van het handelsbeleid spreekt de EU met één stem, en voor deze ene keer is dat een goede zaak, maar wat zal die ene stem feitelijk zeggen? Er zijn redenen tot pessimisme.

De sleutel tot succes ligt op het terrein van de landbouw. Maar de inspanningen van Frankrijk en Duitsland om de EU ertoe te krijgen melkpoeder en boter in te kopen en om de export van zuivelproducten te gaan subsidiëren belooft niet veel goeds. Dat is bekrompen belangenpolitiek in plaats van staatsmanschap.

De Raad en het Parlement moeten daarom onmiddellijk onomwonden verklaren dat de EU de vrijhandel in de wereld zal verdedigen en meer ruimte zal maken voor de handel in landbouwproducten. Niets is belangrijker dan dat. Dank u dat ik het woord heb gekregen.

 
  
MPphoto
 

  Christofer Fjellner (PPE-DE). - (SV) Om te beginnen wil ik mij aansluiten bij de mededeling van de vorige spreker dat de Doha-ronde uiterst belangrijk is, maar ik zou eraan willen toevoegen dat ze waarschijnlijk nog nooit zo belangrijk is geweest als nu. Volgens mij is het juist in deze financiële crisis meer nodig dan ooit dat we laten zien dat het wereldwijde handelsstelsel echt functioneert.

Als we de Doha-ronde achter ons laten en constateren dat we niet in staat zijn om wereldwijde handelsovereenkomsten te sluiten, zou dat volgens mij een ramp zijn, die het hele wereldwijde handelsstelsel kan ondermijnen. Het mislukken van de Doha-ronde zal waarschijnlijk nooit zo kostbaar zijn als nu.

Dat de Doha-ronde nu belangrijker is dan ooit, komt juist door de financiële crisis. Naar mijn opvatting is het grootste gevaar van deze financiële crisis niet het gebrek aan kapitaal op de leenmarkt. Het grootste gevaar is dat de crisis protectionistische trends uitlokt en in gang zet. Dat hebben we in de geschiedenis steeds weer zien gebeuren. Het is in de jaren dertig gebeurd, en dat heeft tot een werkelijke catastrofe voor de wereldeconomie geleid, en het is ook in de jaren zeventig gebeurd.

Volgens mij zien we nu al tendensen dat de wereld meent deze fundamentele problemen met meer protectionisme te kunnen oplossen, ook al dreigt protectionisme de crisis in de wereldeconomie te verspreiden en nog groter te maken. Dat gebeurt vooral op het gebied van diensten, financiële diensten en de handel in diensten. In de financiële dienstensector zien we het protectionisme zeer snel toenemen.

Terug naar de Doha-ronde, zoals die er vandaag uitziet. Mijn kritiek gedurende de hele periode dat we in de Doha-ronde hebben onderhandeld is eigenlijk vooral dat het alleen nog maar ging over landbouw, landbouw en nog eens landbouw. Ik vind dat een heel smalle agenda, en ik vind eigenlijk dat de wereldhandel een veel bredere benadering verdient, vooral als men bedenkt dat de landbouw een relatief klein deel van de wereldhandel is, bijvoorbeeld in vergelijking met industriële goederen en diensten samen. Volgens mij vertegenwoordigt landbouw ook een relatief klein deel van het groeipotentieel, misschien vooral hier in Europa. Nieuwe mogelijkheden om tot de markt toe te treden en om nieuwe markten wereldwijd te openen, vooral voor de dienstenhandel, maar ook voor industriële goederen, zijn volgens mij het belangrijkst om het economische wiel weer te laten draaien en de wereldwijde groei weer op gang te brengen.

Daarom zou ik de Commissie het volgende willen vragen: wat is de Commissie van plan en welke initiatieven ontplooit de Commissie momenteel om de Doha-ronde verder te kunnen verbreden, zodat we loskomen uit de huidige vervelende situatie waarin iedereen elkaar altijd en eeuwig verwijten zit te maken over de handel in landbouwproducten, terwijl we weten dat voor de wereldeconomie een veel en veel bredere onderhandelingsagenda nodig is, die ook de dienstenhandel en industriële handel omvat. Dank u wel!

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heet de commissaris van harte welkom. Haar voorganger, de heer Mandelson, was in Ierland een beroemdheid, om redenen waarvan ik zeker weet dat die bij haar bekend zijn.

De Doha-ronde is voor gewone Europeanen geen gespreksonderwerp. Het wordt besproken in plaatsen zoals hier. Als ik mensen ontmoet die hun baan zijn kwijtgeraakt, bijvoorbeeld, zeggen ze niet: “laten we Doha doen”. Dus ik denk dat er geen verband bestaat tussen Doha en de economische groei, ondanks alle theorieën die hier zijn opgeworpen.

Met betrekking tot de globalisering van de financiële markten, zou ik willen opperen dat dit een geval is waarbij de globalisering ons in de steek heeft gelaten – al zou het misschien eerlijker zijn om te zeggen dat het de regulering van de financiële marken is, of het gebrek daaraan, dat ons in de steek heeft gelaten. Ik vind de opmerkingen die commissaris McCreevy onlangs heeft gemaakt over het feit dat sommige problemen op dit gebied zijn veroorzaakt door de toezichthouders van de lidstaten met hun expansiedrang erg interessant. Dit hoort misschien in een ander debat thuis, maar het toont, hoewel we over globalisering spreken alsof ze iets geweldigs is, dat dit niet geldt voor de financiële sector.

Over landbouw – hetgeen door sprekers voor mij al aan de orde is gesteld – ik kreeg de indruk dat landbouw op Doha niet als knelpunt wordt beschouwd. Maar het is een serieuze zaak en ook een waar ik me ernstig zorgen over maak. Misschien komt het doordat ik ouder ben dan de vorige spreker – die in mijn fractie zit – dat ik landbouw tamelijk belangrijk vind, want landbouw produceert voedsel en is daardoor van grotere waarde dan hij deed vermoeden. Ik vind dat we dat moeten onthouden. We hebben binnen deze Kamer gestemd over een verslag dat ik heb gemaakt over de mondiale voedselveiligheid. We maken ons er zorgen over, en dat is terecht. Deze kwestie zou op Doha-niveau moeten worden besproken.

Een ander vraagstuk is hoe Europese producenten – boeren – kunnen concurreren als we in de Europese Unie andere en hogere normen voor dierenwelzijn met betrekking tot het milieu hebben, die bij de WHO niet aan de orde worden gesteld. Je krijgt onze burgers alleen mee als de WHO die kwestie ook behandelt. Eerlijk gezegd denk ik dat er nog nooit een situatie was waarin directe discussie over deze kwesties in deze Kamer, en in Genève, zo nodig was als nu.

Ik zou u willen vragen om in uw afsluitende opmerkingen enkele van die zeer reële kwesties aan de orde te stellen, zodat de mensen beseffen dat er werk van wordt gemaakt. Ik denk niet dat de Doha-ronde zich met de snelheid zal voltrekken die u voorstelt, maar misschien heb ik het mis.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, in het licht van de Doha-ronde zou ik graag willen weten hoe het directoraat-generaal Handel in de toekomst het tariefcontingent wil veiligstellen dat het concurrentievermogen van de Europese fermentatie-industrie versterkt. Het tariefcontingent speelt een uiterst belangrijke rol, omdat de fermentatie-industrie internationaal concurrerend moet blijven.

Ten tweede, hoe gaat u reageren op de staalclausule die het Amerikaanse Congres onlangs heeft aangenomen, die voorziet in een verbod op het gebruik van EU-staal in Amerika?

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het doel van de Doha-ronde was om de armste landen te helpen zich te ontwikkelen en uit de armoede te geraken. Enerzijds moeten we dus alles doen om te helpen. Anderzijds mogen we echter ook onze ondernemers en boeren niet vergeten.

Daarom wil ik een vraag stellen. Hoe kunnen we onze kleine en middelgrote bedrijven tegen een faillissement beschermen, en de kleine landbouwbedrijven tegen concurrentie uit China, India en Brazilië? We moeten luid en duidelijk zeggen dat alle producten – van schoenen tot rundvlees – aan bepaalde normen moeten voldoen voordat ze kunnen worden ingevoerd in de Unie. Pas dan kan er sprake zijn van eerlijke mededinging.

Het zal ontzettend moeilijk worden om de onderhandelingen in de loop van de komende maanden af te ronden, want hiertoe ontbreekt onder de belangrijke leiders de politieke wil. Bovendien lopen we het risico dat de aanhoudende wereldwijde economische crisis leidt tot meer protectionisme.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE). - (PL) Ik wil vertellen dat ik het laatste debat in Doha, in Qatar, heb gevolgd en de indruk kreeg dat de ontwikkelingslanden ons als ontwikkelde landen iets verwijten. Misschien is dit nog een soort echo van het voormalige kolonialisme of is men eraan gewend geraakt directe steun te ontvangen, als een soort aalmoes. Ik ben van mening dat rijke landen kunnen helpen via goede handel, goede normen en onderwijs. We moeten allereerst zorgen voor een lokaal ondernemerschap dat op eigen benen staat en voor horizontale banden tussen Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse landen. Ook ben ik van mening dat juist het verlenen van diensten geschikt is voor het aanleren van management, samenwerking en goede normen. Daarom is het voor beide partijen van groot belang dat de nadruk wordt gelegd op de openstelling van de dienstenmarkt.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil u bedanken voor de extra minuut die ik krijg, want deze is belangrijk voor mijn opmerkingen over landbouw. Er bestaat de indruk dat Europese boeren de enigen zijn met problemen. De waarheid is echter dat bij Doha de Indiase onderhandelaars zich zorgen maken over hun kleine boeren en de afschrikwekkende gevolgen die een stap naar de vrije handel zou kunnen hebben, niet alleen voor individuele boeren maar ook voor de maatschappelijke stabiliteit in hun land. Dus de kwestie van de landbouw speelt bij alle onderhandelingspartners en we hebben behoefte aan wat eerlijkheid hierover. Commissaris, zou u dat misschien, nogmaals, in uw afsluitende opmerkingen aan de orde kunnen stellen.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zal kort proberen in te gaan op de zaken die de lidstaten hebben opgeworpen.

Mijnheer Papastamkos, ik ben het met u eens voor wat betreft de juridische en regelgevende last. Het is heel belangrijk dat deze goed worden aangepakt. Het is belangrijk dat er een oplossing voor wordt gevonden en ik ben het ook eens wat betreft het belang van veiligheid in dat verband.

Een aantal afgevaardigden, met name de heer Lundgren en de heer Rübig, alsook de heer Papastamkos, hebben het gehad over de “Buy American”-bepaling die momenteel door het Congres wordt aangenomen. De afgevaardigden zullen wel weten dat deze is gebaseerd op de Trade Act van 1979. Wij hebben een dergelijke bepaling al, maar middels de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten hebben we wederzijdse regelingen waardoor staten die deze ondertekenen kunnen bieden op die projecten. Wat we hopen – en we hebben het er met de Amerikanen over gehad – is dat we uiteindelijk zullen uitkomen waar we eerst waren. Ik heb de wetgeving gelezen. Ook ik maak me er erg zorgen over.

Ik ga eind februari naar Amerika om de nieuwe handelsgezant van de Verenigde Staten te ontmoeten, die naar we hopen tegen die tijd al beëdigd zal zijn, en de afgevaardigden kunnen er zeker van zijn dat dit erg belangrijke kwesties zijn om aan de orde te stellen.

De heer Ford stelde al enkele kwesties met betrekking tot bilaterale betrekkingen aan de orde. Met Korea wordt vooruitgang geboekt en wat de ASEAN betreft zoek ik naar de flexibiliteit waar de heer Ford en ik het eerder al over hebben gehad, om te proberen op dit punt vorderingen te maken. Ik ben het er echter ook mee eens dat de multilaterale akkoorden wat hun waarde en belang betreft niet kunnen worden vervangen.

Met betrekking tot onze opmerkingen over India heeft minister-president Singh duidelijk uiting gegeven aan zijn betrokkenheid. Ik ben het met mevrouw McGuinness eens dat de landbouwkwestie voor India, waar ik ook nog op terugkom, erg belangrijk is. Ik was vorige week met Kamal Nath in Londen over Doha aan het discussiëren en hij als minister van Handel van India stelde precies hetzelfde punt aan de orde als mevrouw McGuinness over het enorme belang van landbouwers met een lage graad van zelfvoorziening. Ik ben het helemaal eens met haar opmerkingen en uiteraard met wat de minister heeft gezegd.

Mijnheer Pannella, ik denk niet dat we moeten berusten in de gebeurtenissen. Ik denk dat wij als Europa moeten doorzetten, onze macht moeten gebruiken en het volkomen duidelijk moeten maken dat we het eens zijn met wat u zei over het cruciale belang van de strijd tegen protectionisme. Het is een grote uitdaging en een van de uitdagingen die daar bij hoort is communicatie, ervoor zorgen dat mensen het begrijpen.

De heer Hénin is helaas niet gebleven voor mijn reactie, maar het gaat niet om het opheffen van de industrie ten gunste van de consument. Het gaat om industriële groei en ontwikkeling. Het gaat erom dat banen van werknemers worden veiliggesteld, want we kennen het belang van handel en export die daar nu net voor zorgen. Wat betreft de institutionele verandering bij de WTO, daar kunnen we tijd aan besteden, maar ik wil mijn tijd liever besteden aan het vinden van praktische manieren om deze moeilijke economische periode door te komen.

Mevrouw Wortmann-Kool heeft het over diensten gehad. Ik ben er mee eens dat dit erg belangrijk is. Het is ook erg belangrijk om transparant te zijn. Daar ben ik het volledig mee eens.

Mijnheer Assis, u hebt volkomen gelijk als u zegt dat onze belangen moeten worden beschermd zonder protectionisme. Er is sprake van een fundamenteel verschil dat we voor ogen moeten houden, en we moeten er voor zorgen dat we de beroepsbevolking op alle punten beschermen.

Wat de landbouw betreft is het, zoals ik al zei, van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat we onze industrieën kunnen ontwikkelen. Het gaat hier om voedselproductie en dat is erg belangrijk in de Doha-ronde. Mijn collega Mariann Fischer Boel heeft erg hard gewerkt om ervoor te zorgen dat de Europese positie op het gebied van landbouw is veiliggesteld. Dit vormt de fundamentele basis voor al het werk dat ik verricht in onze bilaterale, regionale en multilaterale onderhandelingen om er voor te zorgen dat de gunstigste omstandigheden worden gecreëerd om onze hele landbouw in de toekomst te beschermen.

Wat de fermentatie-industrie betreft, mijnheer Rübig, ik begrijp dat deze kwesties momenteel worden besproken, maar ik zou graag later bij u terug willen komen met meer details.

Tot slot, wat het midden- en kleinbedrijf betreft, mijnheer Siekierski, is het erg belangrijk dat we onze kleine ondernemingen beschermen. Ik werk nauw samen met Günter Verheugen om ondernemingen en de handel effectief te laten samenwerken om te waarborgen dat kleine ondernemingen in de gelegenheid zijn aan te geven waar markten zouden moeten worden opengesteld, om ze te ondersteunen in hun pogingen die markten te openen en om ze steun te verlenen op het gebied van de handel.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

 

15. Productie- en werkgelegenheid in de textiel -en kledingsector in verschillende EU-lidstaten (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de behandeling van de mondelinge vraag aan de Commissie over productie en werkgelegenheid in de textiel -en kledingsector in verschillende EU-lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool, plaatsvervangend auteur. (EN) Mevrouw de Voorzitter, namens de Commissie internationale handel, zou ik graag uiteen willen zetten wat er hier precies op het spel staat.

Het gaat over de productie en werkgelegenheid in de textiel- en kledingindustrie in verschillende Europese lidstaten. De Europese Unie en China hebben ingestemd met een gemeenschappelijk toezichtsysteem betreffende de export van bepaalde categorieën van textiel- en kledingproducten van China naar Europese lidstaten, maar dit systeem liep op 31 december 2008 af.

Gedurende de afgelopen twee jaar zijn 350 000 banen verloren gegaan en het aantal bedrijven nam in dezelfde periode met 5 procent af. In het licht van het groeiend aantal ondernemingen dat de werkzaamheden staakt, of de productie verplaatst, wat leidt tot een groei van de werkloosheid in verscheidene regio’s, zou ik graag de volgende vragen willen voorleggen namens de Commissie internationale handel:

Heeft de Commissie of een van de lidstaten voorgesteld of verzocht om het duale toezichtsysteem na 31 december 2008 te verlengen of enige andere maatregelen binnen dat kader te nemen?

Welke maatregelen is de Commissie voornemens te nemen om de productie en werkgelegenheid in de textiel- en kledingindustrie te beschermen?

Gaat de Commissie door met het volgen van directe marktontwikkelingen en statistieken over ingevoerde producten, met het houden van toezicht op de douaneheffing en met de informatieverstrekking aan de sector over de laatste ontwikkelingen?

Wat is de stand van zaken betreffende de voorgestelde verordening inzake oorsprongsvermeldingen als “made in ...”?

Welke maatregelen heeft de Commissie genomen om de voorstellen te behandelen die door het Parlement zijn aangenomen in haar resolutie van 13 december 2007?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is onder deze omstandigheden begrijpelijk dat men zich gezien de heersende concurrentie zorgen maakt over het succes van de textielindustrie, een zeer belangrijke bedrijfstak. De werkgelegenheid is verder gedaald en de productie is weer gezakt – en dat na enkele jaren van betrekkelijke stabiliteit. Deze sector heeft natuurlijk veel last van de globalisering. Vooral kleine en middelgrote bedrijven hebben het zwaar te verduren.

Na het einde van het memorandum van overeenstemming in 2005 hadden we te maken met de overeenkomst inzake het gemeenschappelijk toezichtsysteem – waar mevrouw Wortmann-Kool ons op wees – en dat heeft ons vroegtijdige informatie opgeleverd over het handelsverkeer. We zijn daarom beter in staat om ons te herstellen wanneer onze industrie schommelingen vertoont. Het is ook een volgende stap in de overgang naar open markten die ontworpen en ontwikkeld zijn – zoals de afgevaardigden zeker al weten – met de betrokken economische partijen en in overleg met de lidstaten en het Parlement. Door een proces van geleidelijke verandering te steunen, hebben we de sector geholpen om zich aan te passen. Dit is door de sociale partners gesteund. Ze hebben niet om een verlenging van de vrijwillige groeiniveaus verzocht onder het memorandum van overeenstemming toen het in 2008 afliep, ze hebben ook niet verzocht om de voortzetting van het toezichtsysteem in 2009 – hoewel ik begrepen heb dat sommige lidstaten dit liever wel hadden gehad. De import vanuit China is in zijn geheel gestegen, maar binnen redelijke grenzen. De aanzienlijke groei in sommige categorieën – zoals jurken, broeken en truien – wordt gecompenseerd door dalingen in de textielimport van leveranciers in andere landen. Hierdoor is er over heel 2008 slechts een geringe totale groei gerealiseerd, maar de markten hebben dat redelijk goed verwerkt.

De juiste politieke reactie is niet het sluiten van onze markten of toezicht houden op de import. We moeten er voor zorgen dat alle ondernemingen zich vanuit de huidige omstandigheden kunnen aanpassen, kunnen veranderen, handel kunnen drijven en kunnen innoveren. Het economische herstelplan is juist vastgesteld om zulke ondernemingen te helpen. Het plan behelst natuurlijk een enorme stimulans van 1,5 procent van het EU-BBP en dat geeft de textiel- en kledingindustrie een steun in de rug. De uitdagingen in de sector bestonden al voor de huidige terugval. Acht van de vijftien aanvragen onder het Fonds voor aanpassing aan de globalisering waren bedoeld om textielarbeiders te ondersteunen.

De Commissie is klaar om initiatieven te steunen voor het opzetten van partnerschappen in de textiel- en kledingindustrie die zodanig zijn ingericht dat ze op de herstructurering kunnen inspelen met als doel de werkgelegenheid te beschermen alsmede, in meer algemene zin, het profijt dat de sector heeft van het feit dat er al geruime tijd een kaderregeling bestaat voor sociale dialoog. We zijn blij met de resolutie van het Parlement over de toekomst van de textielsector. We boeken vooruitgang op het gebied van markttoegang, bij fondsen afkomstig van het initiatief voor leidende markten en bij elke vrijhandelsovereenkomst, waarbij tevens maatschappelijke en milieunormen in het oog worden gehouden. Het onderwerp muntdevaluatie blijft natuurlijk op onze agenda staan.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papastamkos, namens de PPE-DE-Fractie. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, de textiel- en kledingsector is een bij uitstek geïnternaliseerde bedrijfstak. Deze sector wordt gekenmerkt door voortdurende verandering van productieplaatsen, permanente herstructurering en aanpassing aan nieuwe omstandigheden, zoals de liberalisatie van de internationale handelsstromen. Voor vele lidstaten van de Unie, waaronder ook Griekenland, is deze sector een belangrijke bron van export en werkgelegenheid. De delokalisatie van fabrieken en het verlies van banen hebben echter een zorgwekkende omvang aangenomen. Afgezien van de structurele problemen speelt ook het sterke verschil in douanerechten bij import tussen enerzijds de Unie en anderzijds haar belangrijkste concurrenten een belangrijke negatieve rol. Mevrouw de commissaris, een bijzonder hoog percentage van de totale hoeveelheid aan de grenzen van de Unie in beslag genomen namaakproducten betreft de bedrijfstak waarover wij vandaag spreken. De desbetreffende tendens neemt ook voortdurend toe. Daarom is mijns inziens de oprichting van een Europese waarnemingspost voor namaak een goed voorstel. Daarmee kunnen wij zorgen voor een betere coördinatie tussen de bevoegde autoriteiten, de lidstaten en de Commissiediensten, evenals voor een efficiënte synergie met de particuliere sector. Mijns inziens is het ook noodzakelijk regels op te stellen voor het opschrift ‘made in ...’. Daarmee zal worden bijgedragen aan eerlijke mededinging en bescherming van de consument. De vaststelling van efficiëntere oorsprongregels is zeer belangrijk voor de toepassing van douanecontingenten in het kader van de Algemene Douanepreferenties en de regionale overeenkomsten. Wij moeten een nieuw kader creëren voor samenwerking tussen de instanties voor industriebeleid, regionaal beleid en ondernemingsbeleid. Wij moeten op efficiënte wijze steun geven aan de Europese ondernemingen en met name het midden- en kleinbedrijf, opdat zij hun dankzij specialisatie verkregen mededingingspositie kunnen handhaven en versterken. Ik heb het over producten met een grote toegevoegde waarde wat kwaliteit, design, innovatie en gebruik van nieuwe technologieën betreft.

 
  
MPphoto
 

  Rovana Plumb, namens de PSE-Fractie. (RO) Wij danken u voor de antwoorden op de mondelinge vragen. Ik zou willen onderstrepen dat de textielsector, zoals wij weten, een belangrijke bijdrage levert tot het BBP van alle lidstaten, en dus ook tot het BBP van Roemenië. Wij beseffen goed dat deze sector nieuwe arbeidsplaatsen schept, in het bijzonder voor vrouwen. Ik ga akkoord met en ondersteun de maatregelen die u voorstelt, omdat wij, heel goed beseffende hoe belangrijk handel is in de huidige crisissituatie, moeten weten hoe belangrijk de maatregelen zijn die wij moeten nemen om arbeidsplaatsen te beschermen.

Eind vorig jaar werd het gemeenschappelijk toezichtsysteem voor textielimport uit China afgeschaft. Dit was, voor zover ik begrepen heb, een belangrijk instrument om de markt te monitoren. Daarom wil ik de Commissie voorstellen om meer belang te hechten aan de textielsector en andere kwetsbare sectoren, zoals staal, chemie en de autosector. Ik zou de Europese Commissie ook willen voorstellen om regelmatig impactstudies, statistische gegevens of andere elementen en instrumenten relevant voor deze sectoren, voor te stellen. Ik wil u nogmaals feliciteren met de maatregelen die u hebt voorgesteld inzake toegang, vrijhandel, fondsen en milieu.

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Gianluca Susta, namen de ALDE-Fractie. (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, het lijdt geen twijfel dat we te kampen hebben met een zeer ernstige industriële crisis die ook de vrucht is van de financiële crisis. Deze crisis treft natuurlijk ook de textielsector.

Het is duidelijk dat het uitstellen van consumptie effecten heeft voor de kwaliteitsproducten uit Europa – en ook uit mijn land Italië – in een sector waar, zoals de voorzitter van de Commissie internationale handel zei, 350 000 banen en 5 procent van de bedrijven verloren zijn gegaan.

Ik meen echter dat op dit moment de textielsector, evenals andere industrietakken, niet zo zeer behoefte heeft aan financiële steun maar eerder aan regels die op echte wederkerigheid zijn gestoeld, zoals al eerder is opgemerkt. Terwijl we er begrip voor kunnen opbrengen dat er voor de opkomende landen ook echte openingen gemaakt worden in de markt om via nieuwe markten de ontwikkeling van die landen te bespoedigen, zijn we veel minder begripvol als er geen sprake is van wederkerigheid bij barrières in de vorm van regelgeving en tarieven ten aanzien van ontwikkelde landen als de Verenigde Staten, Canada, Australië en Japan.

Daarom meen ik dat een aantal fundamentele kwesties waarvoor mijns inziens eerder formeel dan inhoudelijk commitment is getoond, zoals bij de oorsprongsvermelding “made in ...”, weer in het centrum van de belangstelling moeten komen te staan van de Commissie en ook van de Raad. Europa heeft behoefte aan nieuwe, op wederkerigheid gebaseerde regels, krachtiger bestrijding van namaak en piraterij, echt optreden met antidumpingmaatregelen en natuurlijk ook de goedkeuring van de “made in”-verordening.

Weet u, mevrouw de commissaris, als we een bokswedstrijd aangaan met slechts één hand en één handschoen kunnen wij die niet winnen. En nogmaals, het is een probleem dat de Verenigde Staten en ons betreft en niet alleen China of India. De Amerikanen kennen regels inzake traceerbaarheid die ze ook opleggen aan onze producten, terwijl wij die regels niet hebben. Dat is echt een essentiële kwestie waarvoor de Commissie volgens mij krachtiger het initiatief dient te nemen dan in het verleden. We hebben immers gezien dat indien de Commissie het wenst zij ook de onwilligen weet te overtuigen, zoals het geval was op milieugebied.

Tot slot meen ik dat sommige maatregelen duurder uitvallen dan andere. De duurdere maatregelen maken deel uit van een pakket voorstellen ter bestrijding van de crisis dat binnenkort wordt goedgekeurd. Ik doel op het Fonds voor de aanpassing aan de globalisering, meer krediet tegen gunstige voorwaarden voor het stimuleren van investeringen en het versterken van het vermogen van kleine en middelgrote bedrijven, meer gelden voor onderzoek voor het technologieplatform textiel en meer exportsteun voor kleine en middelgrote ondernemingen. De goedkope maartregelen zijn de “made in”-verordening, de bescherming van het intellectueel eigendom, antidumpingmaatregelen en de strijd tegen namaak. Als wij al deze dure en minder dure maatregelen in de strijd werpen, denk ik dat wij de Europese economie helpen zonder de concurrentieregels te veranderen en te vervallen in neoprotectionisme.

 
  
MPphoto
 

  Pedro Guerreiro, namens de GUE/NGL-Fractie. (PT) In de lijn van eerdere initiatieven hebben we de Commissie internationale handel van het Europees Parlement voorgesteld een mondelinge vraag met debat in de plenaire vergadering te stellen over de productie en de werkgelegenheid in de textiel- en kledingsector in de lidstaten van de Europese Unie, omdat we het een dringende en essentiële zaak achten.

We hadden ook voorgesteld de Raad te laten deelnemen aan dit debat en het af te sluiten met een resolutie van het Parlement. De andere fracties hebben die voorstellen echter niet gesteund.

Er is meer dan een jaar verstreken sinds het debat in het Parlement op 12 december 2007. Wij hebben toen verklaard dat we bij het uitblijven van maatregelen ter verdediging van de productie en de werkgelegenheid in de textiel- en kledingsector toeschouwers zouden blijven van de langzame doodsstrijd en vernietiging van een groot deel van deze strategische sector. Voor en na december 2007 zijn duizenden arbeidsplaatsen vernietigd en talloze bedrijven gesloten. Alleen al in de laatste twee jaar zijn 350 000 banen en 5 procent van de bedrijven verloren gegaan.

Wij vragen ons af of de Commissie dat bedoelt met concurreren via herstructurering. Evenals voor december 2007 hebben de werknemers ook sindsdien te kampen met werkloosheid, vergoedingen en lonen die maar al te vaak niet worden uitgekeerd, het intensiveren van de uitbuiting, meer onzekerheid, achterstallige lonen en deregulering van de arbeidstijden.

Er zijn voor die realiteit oorzaken en verantwoordelijken aan te wijzen, zoals degenen die de liberalisering van de textiel- en kledinghandel en de verplaatsing van de productie voor de maximalisatie van de winst bevorderen. Daardoor heeft een groot gedeelte van de sector te kampen met concurrentieregels die van meet af aan waren gebaseerd op dubbele maatstaven.

Bij deze situatie heeft de Europese Unie de andere kant uitgekeken of halfzachte maatregelen genomen die verre van een antwoord vormen op de problemen en de noden van de sector. In tegenstelling tot andere sectoren is de textiel- en kledingsector voor de Commissie geen speciale sector, al zegt ze het tegendeel. Naast urgente maatregelen in alle lidstaten moet er ook op het niveau van de Europese Unie een antwoord komen op de problemen waar de sector mee worstelt.

Mevrouw de commissaris, wanneer kunnen we bindende regels verwachten voor het aanbrengen van oorsprongsetiketten door bijvoorbeeld de “made in”-verordening goed te keuren? Wanneer kunnen we voor ingevoerde producten de toepassing verwachten van dezelfde regels inzake veiligheid en consumentenbescherming die gelden voor producten die in de Europese Unie gemaakt zijn? Hoe kan de Europese Unie in real time de ontwikkeling van de uitvoer en douanetoezicht en -controle begeleiden, terwijl de sector volledig geïnformeerd blijft over het inroepen van de vrijwaringsclausules wanneer dat nodig is? Hoe gaat de Commissie het financieel kader 2007-2013 gebruiken, met inbegrip van het zogenaamde Fonds voor de aanpassing aan de globalisering, voor het beschermen van de productie en de werkgelegenheid in de textiel- en kledingindustrie, met name in de door de liberalisering getroffen kleine en middelgrote bedrijven? Wanneer kunnen we een monetair en wisselkoersbeleid verwachten dat de uitvoer van een aantal lidstaten niet benadeelt? Wanneer kunnen we, zoals dit Parlement trouwens heeft voorgesteld, een communautair programma en het vrijgeven van financiële middelen verwachten voor de modernisering en promotie van de sector en de diversifiëring van de industriële bedrijvigheid voor met name de meest benadeelde regio’s die van deze bedrijfstak afhankelijk zijn?

 
  
MPphoto
 

  Tokia Saïfi (PPE-DE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de Europese textiel- en kledingsector heeft de afgelopen jaren hevig te lijden gehad onder de nadelige effecten van de globalisering.

Hoewel de wonden in bepaalde Europese regio’s nog niet zijn geheeld, heeft deze sector wel een nieuwe weg weten in te slaan, onder meer door de ontwikkeling van technische soorten textiel en innovatie.

We mogen de capaciteit van deze industriële sector om op te veren niet ondermijnen met onze laksheid en onachtzaamheid. De Europese Unie moet de politieke wil aan de dag blijven leggen om een coherent concurrentiekader voor deze bedrijven te creëren, door waakzaam te blijven en concreet en doeltreffend op te treden wanneer dat nodig is.

Mevrouw de commissaris, daarvoor moet u de douanestatistieken over ingevoerde producten uit China op de voet blijven volgen en deze sector op de hoogte houden van de meest recente ontwikkelingen. We moeten een oogje in het zeil houden en op ontwikkelingen inspelen. De Europese Unie heeft er de middelen voor. De instrumenten voor handelsbescherming zijn daarvan een perfecte illustratie. Ik zal er dan ook op blijven hameren dat een beschermend Europa geen protectionistisch Europa is.

Maar wat me op dit moment zorgen baart, mevrouw de commissaris, is de ongekende toename van het aantal inbeslagnamen van vervalste textielproducten en lederwaren. Deze artikelen zijn geïmpregneerd met azokleurstoffen of nikkel, die een steeds groter gevaar vormen voor de veiligheid en de gezondheid van Europese burgers. U zult ook wel vermoeden dat dit verschijnsel niet aan kracht zal inboeten met de economische crisis die we nu doormaken.

Daarom vraag ik u het vierjarig actieplan ter bestrijding van namaak en piraterij zo snel mogelijk uit te voeren met de lidstaten, met de oprichting van een Europees waarnemingscentrum voor namaak en piraterij en versterking van het Europese douanestelsel.

Verplichte vermelding van de oorsprong van producten uit landen buiten de EU, harmonisatie van de procedures voor douanecontrole, sancties voor schendingen van het intellectuele-eigendomsrecht: dat is de strijd die we moeten voeren voor ons bedrijfsleven, voor onze werkgelegenheid en voor de Europese burgers.

 
  
MPphoto
 

  Francisco Assis (PSE). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dit is een zeer concreet geval waarin we het onderscheid tussen bescherming en protectionisme, waar we het net bij het voorgaande debat over hebben gehad, kunnen toepassen.

“Nee” tegen protectionisme dat leidt tot verarming, maar bescherming is absoluut noodzakelijk teneinde grondrechten van de Europeanen te garanderen. In verschillende regio’s, in meerdere Europese landen, is deze sector erg belangrijk. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de regio waar ik vandaan kom, Noord-Portugal. De sector is er van essentieel belang voor de regionale economie, maar is ook in sterke mate blootgesteld aan het mondialiseringsproces. Met de ernstige financiële crisis die we nu meemaken, beleeft de sector waarlijk tragische uren.

De Europese Unie en de lidstaten dienen meer aandacht te schenken aan de textielindustrie en zowel defensieve als offensieve maatregelen te nemen. Het treffen van defensieve maatregelen betekent het inzetten van alle beschikbare mechanismen en instrumenten voor de verdediging van de handel. Het betekent ook het voortzetten van de politieke dialoog met de belangrijkste handelspartners om waarlijk monetair protectionisme en situaties die de legitieme belangen van de Europese producenten in het geding brengen te bestrijden. Het beschermen van de Europese producenten, werkgevers en werknemers is het beschermen van de Europese burgers en de Europese consumenten. Dat dienen we voor eens en altijd te beseffen.

Tegelijkertijd moeten we deze defensieve maatregelen nemen in overeenstemming met zulke eenvoudige beginselen als wederkerigheid en permanente strijd tegen oneerlijke concurrentie die hier beide al genoemd zijn. Wij vragen voor de Europese Unie en voor de hardst getroffen regio’s van de Unie absoluut geen speciale behandeling. Wij eisen slechts regels die gebaseerd zijn op de fundamentele principes van wederkerigheid. Naast de strijd die de Europese Unie en de lidstaten dienen te voeren voor het zonder enige aarzeling toepassen van de verdedigingsinstrumenten in het handelsverkeer die op een gegeven moment het meest adequaat blijken, moeten we offensief beleid voeren en dienovereenkomstige maatregelen nemen, zoals trouwens al gebeurt. Maatregelen om de sector te moderniseren, het menselijk kapitaal beter te gebruiken, te investeren in beroepsopleiding, de technologie te moderniseren en de regio’s te ontwikkelen dienen te worden gecontinueerd.

Er zijn gebieden die met waarlijk tragische toestanden worden geconfronteerd, zoals de door mij net genoemde regio Noord-Portugal. Die tragische situaties dienen we met grote vastberadenheid aan te pakken.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). (LT) Dit jaar zal mogelijk tot 50 procent van de banen in de textiel- en kledingsector in Litouwen verloren gaan. Mogelijk worden bijna 20 000 werknemers werkloos. Dit zou niet slechts een gevolg zijn van de economische en financiële crisis. De textielindustrie moet het opnemen tegen ongelijke concurrentievoorwaarden, en zelf hogere normen met betrekking tot fabricage, arbeid, hygiëne en milieu toepassen. Het is erg moeilijk concurreren met China's gesubsidieerde productie vanwege de onevenwichtige wisselkoers, het leningenbeleid van de banken, de afwezigheid van aftrek voor waardevermindering en het belastingbeleid. Bovendien zijn China en andere landen voortdurend bezig de barrières voor de toegang van EU-producten tot hun markten verder te verhogen. Wat denkt de Commissie van de situatie waarin de prijs van een Chinees product lager is dan die van de ruwe grondstoffen waarvan het gemaakt is? Welke maatregelen denkt de Commissie te gaan nemen om te zorgen dat er weer gelijke concurrentievoorwaarden komen, het zogenaamde eerlijke speelveld? Daarnaast zou ik willen vragen om concrete gegevens te ontvangen die laten zien hoe de helpdeskafdeling die door de Commissie is opgericht om kleine en middelgrote ondernemingen te steunen, de textielindustrie helpt bij het onderzoeken van de mogelijke toepassing van marktbeschermingsmaatregelen in gevallen waarin duidelijk sprake is van oneerlijke concurrentie. Hierbij wil ik erop wijzen dat fabrikanten van linnengoed nu al twee jaar proberen om een anti-dumpingzaak tegen linnenstof van Chinese herkomst te beginnen, maar hierin tot dusverre niet zijn geslaagd omdat de Commissie geen medewerking verleent. Wat adviseert de Commissie textielfabrikanten te doen?

 
  
MPphoto
 

  Ivo Belet (PPE-DE). - Mevrouw de commissaris, u zei daarstraks dat het al bij al nog meevalt met de import van textiel uit China in 2008. Ik moet u daar toch fors tegenspreken, want de cijfers zeggen iets heel anders.

Vorig jaar is de import van textiel uit China werkelijk geëxplodeerd. Zeker als wij kijken naar T-shirts, broeken, jurken, pullovers, dus die gevoelige productcategorieën, dan spreken wij van bijna een verdubbeling van de import in één jaar tijd en dat is toch zeer verontrustend. Dat wijst erop dat het toezichtsysteem waarover wij het hier al de hele tijd hebben, faalt. De dubbele controle is trouwens weggevallen zoals wij allemaal weten. De situatie, lady Ashton, is onhoudbaar omdat wij geen sancties, geen stok achter de deur hebben.

Uit die cijfers blijkt ook, zoals de vorige spreker zei, dat er iets grondig mis is met de prijzen van dat massaal ingevoerd Chinees textiel. Die prijzen zijn met bijna een derde gedaald en die daling is onmogelijk te verklaren op basis van de wisselkoersverschillen alleen. Bovendien, mevrouw de commissaris, zijn de productiekosten in China in het voorbije jaar nog fors gestegen, dus dat wijst in de richting van dumpingprijzen. Wij rekenen erop dat u dat niet zomaar over u heen laat gaan. Zoals mevrouw Wortmann-Kool al zei, 350.000 jobs weg in twee jaar tijd. Een belangrijk deel daarvan is het gevolg van oneerlijke concurrentie en daarop moeten wij een antwoord formuleren.

Dan ook nog dit, mevrouw de commissaris. Kredietverzekeringen worden vandaag, zoals u weet, veel minder gemakkelijk toegekend en dat heeft een directe, nefaste impact op de export. De Franse overheid heeft al een systeem van aanvullende kredietverzekeringen voor de textielsector uitgewerkt en dat systeem zouden wij misschien op Europees niveau kunnen aanbevelen en verder kunnen stroomlijnen. Ik zal niet zeggen harmoniseren, maar proberen initiatieven te nemen op Europees niveau om dat Franse systeem wat meer te promoten. Kunt u ons toezeggen dat u vanuit uw bevoegdheid ook op dit terrein initiatieven wilt nemen? Die initiatieven hoeven niets te kosten. Het gaat gewoon om politieke wil en om coördinatie.

 
  
MPphoto
 

  Martí Grau i Segú (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, de laatste tijd is het duidelijk merkbaar dat de textielsector lijdt onder de zware crisis waardoor er veel sluitingen, verplaatsingen en ontslagen zijn. We zien dit vooral in de regio’s die gespecialiseerd zijn in deze industrie.

De Europese Commissie moet samen met de lidstaten snel optreden tegen de huidige economische crisis om de sociaaleconomische effecten van deze herstructurering het hoofd te bieden. Deze veranderingen zijn een drama voor de regio’s en de getroffen families.

Ik denk dat het noodzakelijk is dat de werknemers van de textiel- en kledingindustrie worden bijgestaan met sociale maatregelen in de vorm van plannen die hulp bieden aan bedrijven die herstructureringen ondergaan en die zich in ernstige problemen bevinden. Het is wenselijk dat een substantieel deel van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering bestemd wordt voor herstructurering en herscholing in de textielsector, in het bijzonder de midden- en kleinbedrijven die het grootste deel vormen van de sector in de Europese Unie, en die het zwaarst hebben te lijden onder de effecten van de liberalisering van de markt.

Aan de andere kant is de herinvoering van het controlesysteem noodzakelijk voor de invoer uit het buitenland, vooral uit China vanwege het grote volume. Het is in het geheel niet de bedoeling om handelsbarrières op te richten, maar het gaat erom de negatieve effecten van deze belangrijke verandering te compenseren. We mogen bovendien niet vergeten dat de Europese Unie de tweede exporteur van textiel en kleding in de wereld is. Dit vereist een optimale toegang tot de markten van derde wereldlanden. Dit is essentieel voor de toekomst van de kleding- en textielindustrie in de Europese Unie en in het bijzonder voor de toekomst van het MKB.

Dit alles natuurlijk moet uitgevoerd worden op voorwaarde dat er een eerlijke concurrentie is gebaseerd op de bevordering van sociale en milieunormen in deze landen. In deze zin zou de publicatie van de juiste informatie voor de consument, bijvoorbeeld met de verordening over de aanduiding van het land van oorsprong van bepaalde, vanuit derde landen geïmporteerde producten ("oorsprongsaanduiding") die voor zover bekend nog niet is ingevoerd van groot belang kunnen zijn. Het kan onder meer betekenen dat geïmporteerde producten aan dezelfde eisen worden onderworpen als in de EU op het gebied van veiligheid en bescherming van de consument.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira (PSE). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik zal proberen de vragen zeer bondig te formuleren. Het eerste punt: de kwestie van het speciaal toezichtmechanisme van de Europese Unie voor textielproducten, dat zoals gezegd op 31 december is afgelopen. Het ontbreekt, mevrouw de commissaris, aan tijdige en routinematige publicatie van de statistische gegevens over invoer, uitvoer en prijzen zoals in de Verenigde Staten. Zonder die gegevens kan de Europese Unie niet optreden tegen eventuele oneerlijke praktijken en kan de Europese Commissie haar strategie niet formuleren. Net als andere collega’s voor mij zou ook ik uw aandacht daarvoor willen vragen.

Op de tweede plaats verplicht het produceren in de Europese Unie tot het naleven van steeds meer regels op sociaal, milieu en veiligheidsvlak. REACH bijvoorbeeld is een recent initiatief dat nog meer voorwaarden creëert.

Het is belangrijk dat de Commissie een duidelijke strategie heeft die waarneembaar is en monitoring mogelijk maakt, zodat de ingevoerde producten aan dezelfde eisen voldoen. Op welke wijze zijn in de lopende vrijhandelsovereenkomsten deze aspecten op een verantwoorde manier geregeld? Wat het opschrift “made in ...” betreft, in hoeverre kan de desbetreffende regeling deze kwestie oplossen?

Het derde punt betreft het economisch herstelplan dat de Europese Unie heeft gelanceerd ter bestrijding van de huidige crisis. Welke rol gaat het handelsbeleid in dat verband spelen? Op dit moment maken verschillende landen, waaronder China, zich op om non-tarifaire handelsbelemmeringen te introduceren zodat in toenemende mate onze uitvoer geen toegang krijgt tot de Chinese markt. Hoe bereidt de Commissie zich op die situatie voor? Wat zijn de voorstellen van de Commissie voor het actualiseren of aanpassen van het Fonds voor de aanpassing aan de globalisering en voor de beschikbare steunbedragen in het kader van de structuurfondsen om de situatie van de Europese textielindustrie met onmiddellijke ingang te verbeteren?

Mijn laatste vraag is of door de huidige crisis de Commissie eindelijk ontvankelijk wordt voor het vernietigende effect op de Europese economie van de overgewaardeerde euro. Hoe kan u, mevrouw de commissaris, uw collega’s – ik ben aan het afronden – en de voor het Europees monetair beleid verantwoordelijke instanties bewust maken van de noodzaak een nieuw evenwicht te creëren ...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, wat zou u doen, mevrouw de commissaris, om de opening van de Chinese en Indiase markt te bespoedigen? Het belangrijkste is immers, dat wij onze producten daar naartoe kunnen exporteren. Er zijn zeer veel Europese bedrijven die in China hebben geïnvesteerd, daar fabrieken hebben gebouwd of verworven. Daarom is een opening van de markt de allerhoogste prioriteit. Hoe staat u – in samenwerking met commissaris Kovács, waar van toepassing – tegenover de mogelijkheid om belastingprikkels voor de textielindustrie in te stellen, zoals kortere afschrijvingsperioden, teneinde de kredietwaardigheid van de bedrijven te verhogen? Dat zou uiteraard ook een bijdrage leveren aan het behoud van banen. Wanneer Basel II in de toekomst ten uitvoer wordt gelegd, moeten er natuurlijk structuren aanwezig zijn die de kredietwaardigheid van de bedrijven verhogen.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Zaleski (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de commissaris, ik wil uiteraard mijn volledige steun betuigen aan de collega’s die zeggen dat onze kleine ondernemingen beschermd moeten worden tegen het op de markt brengen van producten van slechte kwaliteit, namaakproducten of piraterij. Ik wil er op wijzen dat vertegenwoordigers van het Toscaanse producentenverband ons tijdens een bezoek op het hart hebben gedrukt dat ze geen bescherming nodig hebben, maar wel een duidelijke bevestiging dat de tekst Made in Italy alleen te zien zal zijn op hun Italiaanse producten.

Ik wil hier nog iets aan toevoegen. Ik wil mevrouw de commissaris er namelijk op wijzen dat ze inderdaad voor een behoorlijk lastig dilemma staat. Enerzijds willen de consumenten natuurlijk goedkopere producten. Of die uit China komen of uit een ander land is daarbij niet van belang. Anderzijds moeten ze wel begrijpen dat hierdoor hun landgenoten misschien hun baan verliezen. Wellicht helpt een bewustmakingscampagne u dit dilemma op te lossen. Hierin kunt u vragen stellen en voorstellen doen die door de samenleving worden gesteund. Het gaat hier immers om de consument en niet alleen om de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Dank u wel, mevrouw de Voorzitter. Ik heb slechts een korte opmerking bij het hele verhaal van de textielindustrie en de gevolgen ervoor van de mondialisering. Wat me niet echt verstandig lijkt, is dat puur en alleen gebruik gemaakt zou worden van beschermende maatregelen. De winst in de Europese textielsector valt te halen uit verbetering van de productieapparatuur en de eindkwaliteit, alsook uit een structurele verandering van de sector richting het soort hoogkwalitatieve specialistische producten dat de Aziatische concurrentie niet maken kan. Er zijn genoeg bedrijven in Europa die deze weg reeds ingeslagen zijn en aldus nieuwe marktsegmenten voor zichzelf gecreëerd hebben waarin ze zich prima op hun gemak voelen. Ik ben van mening dat dergelijke initiatieven een pan-Europees karakter dient te worden gegeven, geschraagd door een gedegen achterliggend concept.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Commissaris, allereerst wil ik zeggen dat ik blij ben u terug te zien in dit Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, laat me even reageren op enkele punten die naar voren zijn gebracht. Een aantal geachte afgevaardigden – de heer Papastamkos, de heer Susta, mevrouw Ferreira, de heer Grau en de heer Zaleski – hebben het gehad over het “made in”-voorstel. Ik denk dat het voorstel van de Commissie degelijk is en aangenomen zou moeten worden en dat dit in het belang is van het bedrijfsleven. Zoals de geachte afgevaardigden echter weten, heb ik nog geen meerderheid in de Raad, en elke steun die de geachte afgevaardigden kunnen geven om die meerderheid te behalen is meer dan welkom.

Een aantal afgevaardigden – de heer Susta, mevrouw Saïfi, de heer Assis in het bijzonder - en mevrouw Budreikaitė hebben het gehad over de handelsbeschermende instrumenten en het belang om er voor te zorgen dat we de mechanismen die we tot onze beschikking hebben doeltreffend gebruiken. Ik heb tijdens de hoorzitting toegezegd dat ik dat ga doen, en ik blijf er mee doorgaan.

Wat intellectueel eigendom betreft, is het belangrijk dat we een actieplan hebben en ik ben van plan om dat op te pakken. Ik zou ook graag het specifieke geval van de helpdesk en kleine ondernemingen aan de orde willen stellen. Deze is speciaal ontworpen om kleine ondernemingen te helpen om problemen met betrekking tot bescherming aan te pakken. Ik ben er erg blij mee. Als de geachte afgevaardigden meer informatie zouden willen of zich er druk om maken, ze mogen altijd contact met me opnemen.

“Wel bescherming maar geen protectionisme” is een erg belangrijk onderwerp van de discussies. Ik zou alleen maar willen zeggen – misschien vooral tegen mevrouw Plumb en de heer Ransdorf – dat dit belangrijke verschillen zijn. Het is belangrijk om te strijden tegen protectionisme; het is belangrijk dat we onze industrieën steunen zodat ze in de toekomst kunnen blijven concurreren en handel drijven.

Een aantal interessante ideeën zijn geopperd, zoals effectbeoordelingen voor de industrie, en ik zal deze doorgeven aan mijn collega Günter Verheugen. Hij begrijpt het belang van het verzamelen van gegevens en statistieken goed, maar ik zal er voor zorgen dat hij de zaken die u hebt opgeworpen te horen krijgt. Zoals gezegd moeten wij ons buigen over alle voorliggende initiatieven en over de wijze waarop we de toegang tot markten aanpakken. Ik zou de heer Guerreiro willen zeggen dat ik het strategische belang van textiel en kleding en hun waarde voor de discussie die we over accelererende markten hebben gevoerd volkomen erken.

Mijn laatste opmerking is gericht aan de heer Rübig: ik kan u in een seconde niet vertellen hoe we de opening van de markten in India en China kunnen bespoedigen, maar ik zou dat heel graag wanneer het u schikt met u bespreken.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. (PL) De invoer van goedkope Chinese textielproducten in Europa is een groeiend probleem ten gevolge van de geleidelijke liberalisering van de wereldhandel. De Chinese textielindustrie beschikt over vele miljoenen goedkope arbeidskrachten en is dus duidelijk in het voordeel ten opzichte van de Europese producenten die zich hoofdzakelijk specialiseren in merkproducten. De Europese productie wordt uit de markt gedrukt door de concurrerende prijzen van de invoer uit China. Hiervan zien we nu de negatieve maatschappelijke gevolgen, met name in regio's die al eeuwen zijn gespecialiseerd in de productie van kleding. Aangezien we momenteel te kampen hebben met een van de zwaarste economische crises uit de geschiedenis, ligt de verpaupering voor grote delen van de Gemeenschap des te meer op de loer.

De goedkope kleding die vanuit Azië onze markt overspoelt is ten dele ook nagemaakte merkkleding. Dit verzwakt de positie van de Europese producenten nog verder en houdt voor de consument een serieus risico in, vanwege de slechte kwaliteit.

Nu de overeenkomst inzake bilateraal toezicht eind 2008 is afgelopen, lijdt het geen twijfel dat direct actie moet worden ondernomen om dit mechanisme te verlengen. Ook valt aan te bevelen om op EU-niveau een groep op hoog niveau op te richten voor de monitoring en kwaliteitscontrole van de invoer van Chinese textielproducten. In het licht van de economische crisis verdient de bescherming van arbeidsplaatsen bijzondere zorg van de regeringen van de lidstaten en de Europese Commissie. Daarom roep ik ertoe op om de bescherming van de Europese textielmarkt als prioritair te beschouwen.

 

16. Gevolgen van de recente gascrisis - Tweede strategische toetsing van het energiebeleid - De uitdaging van de energie-efficiëntie en informatie- en communicatietechnologieën (debat)
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

– de verklaring van de Commissie over de gevolgen van de recente gascrisis,

– het verslag (A6-0013/2009) van Anne Laperrouze, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over de tweede strategische toetsing van het energiebeleid [2008/2239(INI)], en

– de mondelinge vraag (O-0115/2008) van Vladimír Remek, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, aan de Commissie, over de uitdaging van energierendement met ondersteuning van informatie- en communicatietechnologieën (B6-0003/2009).

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag willen beginnen met het feliciteren van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de rapporteur, mevrouw Laperrouze. Zij hebben zo hard gewerkt aan het verslag over een zekere energievoorziening dat het nu al gereed is voor deze vergadering in februari 2009. Toen ze met haar werk begon, had niemand kunnen voorzien dat we zo afhankelijk zouden worden van het gas uit Rusland dat ons via Oekraïne bereikt, waardoor er meer aandacht is gekomen voor vraagstukken ten aanzien van een zekere energievoorziening.

Wat is, wat de gascrisis betreft, de huidige stand van zaken? Alle betrokken volumes bereiken hun bestemmingen, dus dit betekent dat de meeste consumenten volledig voorzien zijn van gas. Er ontbreekt nog een stroom in Polen, maar daar zijn we mee bezig. De situatie is in zoverre uitzonderlijk dat het gas werd geleverd door RosUkrEnergo, die nu uit de handel ligt, maar we werken ook aan het volledige herstel van de gasleveringen aan alle delen van de Europese Unie die door de gascrisis zijn getroffen.

Aangezien de leveringsovereenkomst voor tien jaar geldt, kunnen we aannemen dat deze overeenkomst voorziet in een goede basis om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen. Ik zou echter ook willen benadrukken dat alle EU-toezichthouders nog op hun plek zitten en de gasstromen volgen en we verwachten dat ze in de toekomst niet meer nodig zullen zijn. Ik heb mijn collega’s in Rusland en Oekraïne schriftelijk verzocht hoe het in de toekomst verder moet met het toezicht, want naar mijn mening, als de overeenkomst betrouwbaar en stabiel blijkt, is er geen toezicht nodig. Hoe dan ook, op dit moment zijn de toezichthouders nog ter plekke.

Ik ben van mening dat we deze doorvoerkwestie niet op zijn beloop moeten laten. We moeten met beide partijen blijven samenwerken – de leverancier, Rusland, en het doorvoerland, Oekraïne – en we moeten echt een scheiding aanbrengen tussen de gasleveringen aan Oekraïne en de gasdoorvoer naar de Europese Unie, en ervoor zorgen dat deze doorvoer ook voor Oekraïne financieel voordeel oplevert waarvan het land kan profiteren en er de hoognodige economische vruchten van kan plukken. We zullen aan dit punt blijven werken, maar eigenlijk kunnen we stellen dat de gascrisis voorbij is.

Welke lessen kunnen we hieruit trekken? Ik heb dit de vorige keer al gezegd, maar de les is dat de EU sterker is dan we dachten. Het klopt dat in deze moeilijke situatie EU-landen eensgezind samenwerkten door middel van het voorzitterschap en de steun van de Commissie. We waren allemaal getuige van veel solidariteit toen lidstaten andere lidstaten hielpen. We beseffen ook heel goed dat de interne markt daar functioneerde waar ze functioneren kon. Ik was ook erg verheugd over de sterke en gecoördineerde actie van de Europese gasindustrie, door allereerst een gemeenschappelijk standpunt vis-à-vis Gazprom te benadrukken, en vervolgens ook een gemeenschappelijk voorstel te doen dat van pas zou komen als Rusland en Oekraïne geen duurzame overeenkomst kunnen bereiken.

Welke zwakke punten hebben we ontdekt? Het eerste was de ontoereikende infrastructuur. Dat was vrij duidelijk en dat was ook deels de reden dat de markt niet kon functioneren. De gasprijzen en de spotmarkt zijn niet bijzonder veel gestegen, maar dat komt alleen doordat in bepaalde delen van de Europese Unie, waar de gaslevering het hardst nodig was, er geen extra mogelijkheid was om gas te leveren.

Er waren enkele gevallen waar de solidariteit wel iets groter had mogen zijn. We hebben ook gevallen gezien waar er niet genoeg transparantie was, en we hebben zeker een krachtiger coördinatiemechanisme nodig om de crisis aan te pakken.

In de strategische toetsing van het energiebeleid die door de Commissie in november was ingediend komen vijf gebieden aan bod, die door mevrouw Laperrouze en de Commissie industrie, onderzoek en energie diepgaander worden behandeld en gestroomlijnd. Deze zijn: energie-efficiëntie, het gebruik van duurzame hulpbronnen (en ik wil graag vermelden dat in 2008 43 procent van de geïnstalleerde capaciteit afkomstig was van windenergie; de grootste geïnstalleerde capaciteit tot dusver, en wind is een lokale energiebron); externe betrekkingen, inhoudende dat we samen met onze collega’s werken; crisismechanismen; en infrastructuur.

Ik denk dat er één punt is waarvoor de Commissie zich in hoge mate verder in zal zetten en dat is de roep in dit verslag om de consolidatie van de activiteiten binnen de verschillende gebieden, want we hebben echt veel activiteiten ontwikkeld met betrekking tot het uitvoeringspakket inzake energie en klimaatverandering, de technologie, externe betrekkingen, de interne markt. Het is echter erg belangrijk om te bekijken hoe we deze kunnen consolideren, en welke aanvullende stappen we, indien nodig, moeten ondernemen.

Ik eindig met één specifiek voorstel waar de Commissie over heeft uitgeweid, dat nauw verwant is aan deze kwestie, maar ook aan de algemene economische crisis waar we in zitten. Het betreft het deel van het herstelpakket over energie.

We stellen voor om drie zaken te financieren. 3,5 miljard euro is voor de infrastructuur – niet om elk project te financieren maar om de diversiteit van de gastoevoer uit het zuiden, westen en oosten te vergroten, en om te proberen om een evenwichtige en duurzame mix van gasvoorziening te krijgen.

Wat elektriciteit betreft zijn de zwakste punten de geïsoleerde positie van de Baltische staten en het Iberisch schiereiland.

Dan zijn er nog twee zaken die soms als luxeprobleem worden gezien, maar mijns inziens zijn het enorm belangrijke zaken: wind op zee – het is van cruciaal belang dat we publieke steun krijgen voor de lopende projecten – en de koolstofafvang en -opslag. Deze zijn absoluut noodzakelijk om onze doelstellingen met betrekking tot klimaatverandering in de hele wereld te halen, maar zullen ook een hoognodige impuls geven aan de Europese industrie om technologie te ontwikkelen die in de toekomst gebruikt zou kunnen worden.

Zo krijgen we dus een combinatie van zekere energievoorziening, technologiedoelstellingen en Europese doelen voor herstel. Ik ben van mening dat dit het beste voorstel is. De hoeveelheid financiële middelen is niet erg groot, maar ik geloof dat ze goed worden besteed. Voorts moet het publiek betrokken worden bij de beleidsmaatregelen voor een zekere energievoorziening in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Anne Laperrouze, rapporteur. (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, onze debatten over deze tweede strategische toetsing van het energiebeleid stonden natuurlijk in het teken van de nieuwe gascrisis tussen Rusland en Oekraïne. Deze crisis heeft tekortkomingen aan het licht gebracht, de broosheid van de onderlinge verbindingen en de problemen van de Europese Unie om te reageren en met één stem te spreken.

Uit de crisis is voor de derde keer naar voren gekomen dat er een gemeenschappelijk energiebeleid is geboden. Toch constateren wij, zoals de commissaris zojuist ook heeft gesteld, dat er vooruitgang is en meer samenwerking en solidariteit tussen lidstaten is, dus hoop op een oplossing voor dergelijke crises.

Ik wil de collega’s danken die een grote bijdrage aan het verslag hebben geleverd, dat we met grote voortvarendheid hebben moeten opstellen omdat we in november op de hoogte zijn gesteld van de mededeling. Ik zal niet nader ingaan op alles wat in deze resolutie wordt uiteengezet, maar aangeven welke boodschappen de Commissie industrie in deze resolutie heeft willen uitdragen.

De achtergrond is als volgt: de klimaatomstandigheden zullen zich verharden, de zekerheid van de energievoorziening van de Europese Unie wordt bedreigd door steeds ernstigere crises die steeds vaker voorkomen en het concurrentievermogen van de Europese Unie kan in het gedrang komen. Dat betekent dat we het energieverbruik in de Europese Unie anders moeten invullen, onze energiebronnen anders moeten benaderen en de grote bron van werkgelegenheid moeten aanboren die in de energiesector bestaat, banen die van cruciaal belang zijn in het licht van de huidige economische crisis.

Wat stellen wij voor? Allereerst is er de korte termijn: de visie van drie keer twintig voor 2020 van het energie- en klimaatpakket kracht bijzetten en omzetten in Europees energiebeleid. Dit is een meersporenstrategie op wereldwijd, Europees, nationaal en lokaal niveau, wat inhoudt dat de eerste prioriteit waarop wij hebben gewezen wordt gevormd door energiebesparing, energie-efficiëntie en de ontwikkeling van hernieuwbare energie, want op dit gebied beschikt de Europese Unie over een aanzienlijk potentieel. De doelstelling van 20 procent energie-efficiëntie zou verplicht moeten worden.

Ten tweede moet zekerheid van de energievoorziening in de Europese Unie worden verbeterd door middel van investering in netwerken en met name de onderlinge verbindingen. Solidariteit tussen lidstaten houdt in dat geïsoleerde gebieden, die sterk afhankelijk zijn van een enkele leverancier, door netwerken van energie moeten worden voorzien. Dit betekent ook dat de richtlijn met betrekking tot de zekerheid van de gasvoorziening moet worden herzien zodat het een Europees instrument voor crisisbeheer wordt. Verbetering van de zekerheid van de energievoorziening is ook versterking en structurering van de dialoog met de doorvoerlanden en de productielanden. De relaties van onderlinge afhankelijkheid voor de energievoorziening moeten nader worden ingevuld, met name met Rusland en het Middellandse Zeegebied.

Ten derde is een interne markt doorslaggevend voor de zekerheid van de energievoorziening. Maar hoe kan energie via de ene lidstaat aan de andere worden geleverd als de onderlinge verbindingen zwak zijn of niet bestaan?

Ten vierde moeten de beste praktijken op internationale schaal in kaart worden gebracht. Hiertoe moet uitwisseling met de VS en Japan worden versterkt, met name met Californië, maar we moeten ons geen illusies maken, want onze betrekkingen met deze afnemers van energie zijn gebaseerd op zowel samenwerking als concurrentie, vooral als het gaat om technologieën op het gebied van energie.

Daarnaast is er de lange termijn, die van groot belang is. Daarin staat de energievoorziening van de Europese Unie in de toekomst centraal. We zouden in staat moeten zijn om tegen pakweg 2010-2020 op basis van scenario’s de routekaarten uit te stippelen voor de energievoorziening van de Europese Unie in 2050. Daartoe moeten we ambitieuze doelstellingen vastleggen voor de bestrijding van klimaatverandering. Onze commissie stelt voor de uitstoot van CO2 met 60 tot 80 procent, maar misschien in de toekomst met minimaal 80 procent, terug te dringen, de energie-efficiëntie met 35 procent te verbeteren en een percentage van 60 procent hernieuwbare energie te bereiken in 2050.

Het Parlement wil dat in deze routekaart wordt voorzien in de ontwikkeling van het aandeel van de verschillende energiebronnen, zodat investeringen in productiemiddelen, onderlinge verbindingen en onderzoek en ontwikkeling kunnen worden gepland.

In de energiemix voor 2050 heeft de Commissie industrie het aandeel bevestigd van kernenergie naast andere energiebronnen, zoals hernieuwbare energie, alsmede de wil om middelen voor de opslag van energie te ontwikkelen en het potentieel van zonne-energie in te zetten, waarvan de bron onuitputtelijk is.

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Remek, auteur. (CS) Geachte Voorzitter, geachte aanwezigen, dames en heren. U heeft de tekst van de vragen aan de Commissie met betrekking tot de aanpak van de problematiek van de energie-efficiëntie met behulp van informatie- en communicatietechnologieën voor u liggen. Ik zou er graag enige woorden aan willen wijden, maar allereerst wil ik alle schaduwrapporteurs en andere afgevaardigden bedanken voor hun degelijke arbeid. Zij hebben met hun talrijke bijdragen een belangrijk aandeel gehad in de definitieve versie van de resolutie waarmee de kwestie nu wordt neergelegd bij de Commissie. Het is uiteindelijk gelukt een compromis te bereiken voor een totaal van bijna negentig amendementen, waarna de resolutie met eenparigheid van stemmen is goedgekeurd door de Commissie industrie, onderzoek en energie.

We staan pas aan het begin van de verbetering van de energie-efficiëntie met behulp van ICT. We dachten in de herfst van vorig jaar misschien nog dat we werken aan een visie en strategie voor de toekomst, maar door de gebeurtenissen van de afgelopen weken weten we nu wel beter. Als gevolg van zowel de financiële crisis als van de reeds genoemde onderbreking van de gasleveranties aan verschillende EU-lidstaten, is nu wel duidelijk dat alle beschikbare middelen moeten worden ingezet om op zo kort mogelijke termijn de uitdagingen op energiegebied aan te pakken. Dat geldt eveneens voor de noodzaak te zorgen voor een fundamentele verbetering van de energie-efficiëntie – dus de doeltreffendheid van het energieverbruik – met behulp van een zo breed mogelijke inzet van ICT. Zonder verstandige – en dat wil ik benadrukken – goed doordachte en zo veelzijdig mogelijke gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologieën zullen we niet in staat zijn te zorgen voor vermindering van het energieverbruik en inperking van de ongunstige klimaatveranderingen.

We hebben gepoogd om samen met gespecialiseerde instellingen, onderzoeksinstituten, vertegenwoordigers van vooraanstaande takken van industrie, alsook overheidsinstellingen van de lidstaten de situatie wat betreft de toepassing van informatie- en communicatietechnologieën ter verbetering van de energie-efficiëntie in kaart te brengen. We dienen ervoor te waken dat initiatieven ten behoeve van de verbetering van de energie-efficiëntie ten koste gaan van de EU-doelstelling het concurrentievermogen op peil te houden en de economie duurzaam te ontwikkelen. We mogen dus niet als een stel extremisten koste wat het kost proberen te besparen.

Met een betere energie-efficiëntie kan zonder enige twijfel op een van de meest doeltreffende manieren worden bijgedragen aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Maar het gaat eveneens over zaken als intelligente netwerken, intelligente gebouwen, doeltreffendere methodes voor het meten van het energieverbruik, toepassing van informatie- en communicatietechnologieën in de vervoersector en de bouw, alsook over vermindering van de goederenstromen, efficiëntere verlichtingssystemen en zaken als nanotechnologie. Kortom, ICT is een uitstekende manier om op de meeste uiteenlopende gebieden te komen tot een verbetering van de energie-efficiëntie. Bij het opstellen van de resolutie hebben we opnieuw kunnen vaststellen dat al onze EU-initiatieven op energievlak nauw met elkaar samenhangen en van elkaar afhankelijk zijn. Zo heeft de steun die wij als Europees Parlement aan het Galileoproject gegeven hebben als indirect gevolg dat de doeltreffendheid van het verkeerssysteem, het verkeer van goederen en personen en dergelijke, verbeteren zal.

Tot mijn groot genoegen zijn er in de EU al meerdere succesvolle voorbeelden van de inzet van informatie- en communicatietechnologieën ter verhoging van de energie-efficiëntie. Ook is het goed dat gesproken wordt over de noodzaak deze voorbeelden onder de aandacht te brengen van het publiek om het aldus positief te motiveren. In feite komt het erop neer dat we weten wat ons te doen staat. Nu moeten we alleen nog overgaan van woorden tot concrete daden, anders verliezen we het vertrouwen van de Europese burger. Helaas zijn we in hun ogen nu al eerder een bureaucratische praatclub dan een instelling die hen kan helpen hun problemen op te lossen en hun leven te verbeteren.

Dat geldt trouwens voor het energiebeleid als geheel, het onderwerp van het verslag van mevrouw Laperrouze. Ik was schaduwrapporteur van dit verslag over de tweede strategische toetsing van dit beleid en ik zou mevrouw Laperrouze hartelijk willen bedanken voor haar inspanningen die succesvol geleid hebben tot de compromistekst die nu voor ons ligt. De tekst is concreter en doelgerichter dan de oorspronkelijke versie. Zoals met de aankomende verkiezingen voor het Europees Parlement te verwachten viel, valt er een zeker populisme te bespeuren in dit verslag, gericht op de kiezer. Er worden grote, ambitieuze woorden gebruikt, want dat horen de mensen zo graag. Maar we weten natuurlijk drommels goed dat die niet omgezet kunnen worden in daden. Ja, natuurlijk zouden we het allemaal heel fijn vinden als onze energiebehoeften volledig gedekt zouden kunnen worden door hernieuwbare energiebronnen. Dat zou ideaal zijn. Maar ik zou toch om enig realisme willen vragen, zeker gezien de pogingen om de doelstelling in het verslag doorgedrukt te krijgen de uitstoot in 2050 terug te dringen met een overweldigende 80 procent in plaats van met een veel realistischere 50 tot 80 procent.

Ook zijn er weer de nodige pogingen van de tegenstanders van kernenergie om dit emissieloze en voor Europa cruciale onderdeel van de energiemix uit te bannen. Het moet eenieder die zich niet wil laten meesleuren door de laatste mode en geen op angst gebaseerde politiek wil bedrijven toch wel duidelijk zijn dat we het eenvoudigweg niet stellen kunnen zonder kernenergie. We zullen moeten investeren in kerncentrales van de nieuwe generatie, in veilige opslag en hergebruik van kernbrandstof, alsook in kernfusie. Ik vind het dan ook niet meer dan redelijk dat het verslag zich uiteindelijk feitelijk uitspreekt voor kernenergie als onderdeel van de energiemix. Tot slot dient naar mijn mening te worden gestreefd naar een betere onderlinge aansluiting van de elektriciteitsnetten. Ik denk daarbij met name aan de Baltische landen die we jarenlang in de kou hebben laten staan, hen onderwijl aan het lijntje houdend met allerlei mooie beloftes. Ook doet het me deugd dat hier opnieuw gesproken wordt over een betere coördinatie van het gebruik van de distributienetwerken, zo nodig voorzien van enige vorm van centrale aansturing.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil eerst de heer Remek en de Commissie industrie, onderzoek en energie bedanken dat ze zo hard hebben gewerkt aan een onderwerp dat bijzondere aandacht verdient, want het klopt dat we via ICT een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van het klimaatprobleem en zowel het verbruik als de uitstoot van koolstof met 20 procent kunnen terugbrengen.

Het is een enorme uitdaging, maar zij is niet onoverkomelijk en kan alleen worden volbracht als we weten hoe we gebruik moeten maken van ICT. Daarom spreekt de Commissie niet alleen, maar handelt zij op onderstaande manier.

In de eerste plaats hebben we gewerkt aan een mededeling over een uitgebreide strategie gericht op ICT om onze energie- en klimaatproblemen aan te pakken. Deze strategie zal gepaard gaan met een aanbeveling waarin we een opstelling maken van de taken, de doelstellingen en het tijdschema voor de maatregelen binnen de ICT-sector, maatregelen door belanghebbenden en door lidstaten. Deze maatregelen zijn erop gericht om de toepassing van ICT als facilitator te versnellen, zodat we de energiebehoeften van onze huizen, onze bedrijven en onze maatschappij helemaal de baas worden.

Nu, op welk niveau? Allereerst natuurlijk op het niveau van ICT-producten zelf. Hun koolstofvoetafdruk is van cruciaal belang en ik weet dat de industrie hieraan werkt. We hopen dat dit werk zijn doel kan bereiken door te investeren in onderzoek.

Het tweede niveau is dat van ICT als een facilitator op alle terreinen en in alle sectoren met economische activiteit. Wat we hier nodig hebben is de motivatie om gedrag te veranderen – zoals de rapporteur zei, “penser autrement” – maar dit zal alleen gebeuren in regeringen, in besturen, in bedrijven, en voor burgers wanneer ze bekend zijn met de mogelijkheid om kosten te besparen. Dat betekent dat we moeten meten hoe ver we nu zijn en wat beter kan. Als we dat niet meten, zullen we geen resultaten hebben en daarom hebben we een referentieniveau nodig waartegen we verbeteringen kunnen afzetten.

De uitdaging van meting en kwantificering vormt een centraal element binnen ons voorstel.

Wat ook een centraal element van dit voorstel vormt is de vraag hoe we van onderzoekresultaten naar innovatie en praktische successen kunnen overgaan. We zijn natuurlijk met onderzoek begonnen. De R&TD-steunprogramma’s van de Commissie hebben als doel om dit potentieel in de systemen en de infrastructuur ook voor diensten te benutten.

De belangrijkste resultaten worden verwacht op gebieden als elektriciteitsdistributie, gebouwen, transportlogistiek en verlichting. De rapporteur heeft gelijk: je hebt sectoroverschrijdende participatie in die projecten nodig. Daarom hebben we ook sectoroverschrijdende onderzoeksprojecten opgezet en nauw samengewerkt met het bedrijfsleven om de tijd tussen onderzoek en ontwikkeling en innovatie te verkorten. Daarom hebben we, binnen onze innovatieprogramma’s, ook de demonstratie en validatie van nieuwe oplossingen en technologieën in bestaande omgevingen gesteund om hun structuur te maximaliseren.

Het verkleinen van de voetafdruk van ICT-producten vormt ook een deel van dit onderzoek. Wat de financiële middelen betreft, we hebben tot nu toe meer dan 4 000 euro in dit initiatief geïnvesteerd. In het voorgestelde herstelplan van de Commissie staan publieke/private partnerschappen voor R&D hoog op de agenda, waarvan een van de drie initiatieven die we voorstellen energiezuinige gebouwen zijn, een domein waar ICT natuurlijk een overheersende rol zal spelen.

Een van de proefprojecten die nu worden uitgevoerd is het intelligente vervoerssysteem. We hebben al veel geïnvesteerd in intelligente systemen voor in de auto en we gaan nu door naar het volgende niveau, wat de verhouding tussen de auto en de weg en verkeersborden is. Ik ben het met de rapporteur eens dat het erg belangrijk zal zijn om ons eigen satellietprogramma te hebben en om hier efficiënter in te worden.

 
  
MPphoto
 

  Giorgos Dimitrakopoulos, rapporteur voor advies van de Commissie buitenlandse zaken. – (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mevrouw Laperrouze van harte gelukwensen en bedanken voor de samenwerking in de afgelopen tijd. Namens de Commissie buitenlandse zaken wil ik in telegramstijl de fundamentele voorstellen noemen die wij aan mevrouw Laperrouze hebben voorgelegd.

Ten eerste het gemeenschappelijk extern energiebeleid, waarin de klemtoon ligt op zekere energievoorziening maar ook veiligstelling van de energieroutes. Nu er wordt gevochten om energiebronnen is het voor iedereen duidelijk hoe belangrijk dit voorstel is.

Ten tweede de uitdieping van de betrekkingen met andere landen, eerst en vooral met de energieproducerende landen maar ook met de landen waar de energieroutes door heen lopen, dat wil zeggen de doorvoerlanden.

Ten derde een nieuwe generatie bepalingen inzake onderlinge afhankelijkheid op energiegebied, juridisch bindende bepalingen wel te verstaan. Deze 'energy interdependence clauses' zijn zeer belangrijk, met name in de onderhandelingen met andere landen, met Rusland bijvoorbeeld – dit thema was immers onlangs nog zeer actueel – waarmee wordt onderhandeld over de sluiting van een nieuwe overeenkomst ter vervanging van de overeenkomst van 1997.

Ik sprak zojuist over het gevecht om energiebronnen. Dit is een belangrijk vraagstuk dat ons ertoe aanzet onze energiebronnen maar ook -wegen te diversifiëren. Er zijn momenteel vele belangrijke projecten. Ik noem de South Stream-pijpleiding, de TGI pijpleiding (Turkije – Griekenland – Italië), Nabucco en natuurlijk ook Caspian, waar wij het vaak over hebben. Ik heb hier ook een kaart van de Kaspische Zee. Als wij naar de Kaspische Zee kijken, moeten wij alle kanten opkijken, naar Azerbeidzjan maar ook naar Turkmenistan - dat morgen of overmorgen in het Europees Parlement zal worden besproken, en waarvan ik het belang onderstreep - en natuurlijk ook Iran.

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj, namens de PPE-DE-Fractie.(SL) Energie is een van de fundamentele levensbehoeften. De mensheid is echter sinds enige tijd niet meer tevreden met slechts fundamentele levensomstandigheden; wij zijn immers ook gaan streven naar het soort sociale ontwikkeling dat onze levens gemakkelijker maakt. Dat is de reden waarom energie de economische tendensen van elke maatschappij volgt.

We zijn echter pas sinds kort vanuit een meer holistisch perspectief gaan kijken naar de welvaart van het individu en we meten deze niet meer uitsluitend af aan zijn of haar koopkracht. Vandaar moeten we, als het om energie gaat, zien dat we het juiste evenwicht vinden tussen de zekerheid en betrouwbaarheid van de voorziening, bescherming van het milieu en maatregelen tegen klimaatverandering, en concurrentiefactoren. Onze fractie steunt deze doelstellingen alle drie als hoeksteen van het gemeenschappelijk Europese energiebeleid en in dat opzicht juichen wij het verslag-Laperrouze toe.

De klimaatverandering en de problemen die we in januari hebben meegemaakt met het transport van Russisch gas naar Europa bevestigen het grote belang van diversiteit in het kader van het gemeenschappelijk energiebeleid. De Europese Unie moet zo spoedig mogelijk met projecten komen die onze energie-infrastructuur versterken, teneinde de invoer van energie over verschillende routes te vergemakkelijken. In dat opzicht moeten we ervoor zorgen dat we gas vanuit verschillende doorvoerlanden én vanuit verschillende energie-exporterende landen kunnen invoeren. De uitvoering van het Nabucco-project is hierbij van bijzonder groot belang.

Daarnaast moeten we onze energiemix verrijken. Dit betekent in hoofdzaak dat deze voor een groter deel moet bestaan uit energiebronnen die niet leiden tot broeikasgasemissies, dus zowel hernieuwbare energiebronnen als kernenergie. We kunnen steenkool ook niet helemaal de rug toekeren, maar we moeten ervoor zorgen dat we de allerbeste technologieën gebruiken, zoals technieken waarbij koolstofdioxide wordt opgevangen en opgeslagen.

Ik wil benadrukken dat efficiënt energiegebruik onze prioriteitstaak is. Uit talrijke onderzoeken is echter gebleken dat wij onze financiële, intellectuele en creatieve kracht moeten investeren in productie- en transmissiecapaciteit. Ook met de maatregelen die ik noemde zal het voorlopig niet mogelijk zijn om onze afhankelijkheid van de invoer tot nul te reduceren. Om de problemen die voortvloeien uit energie-invoer tot een minimum te beperken, dienen wij een effectief buitenlands energiebeleid te formuleren. Om deze reden zou ik graag zien dat het Verdrag van Lissabon werd aangenomen, zodat mogelijke institutionele obstakels die het formuleren van buitenlands beleid in de weg staan, kunnen worden weggenomen.

Ik zinspeel hier op Ierland en wij verwachten dat de Ierse bevolking dit probleem oplost. Onze verwachtingen omtrent een gemeenschappelijk buitenlands energiebeleid zullen echter realistischer kunnen zijn als we concrete maatregelen nemen op de terreinen die we reeds als onderdeel van het gemeenschappelijk energiebeleid hebben benoemd. Ik ben van mening dat we het derde liberaliseringspakket voor gas- en elektriciteit nog binnen deze zittingsperiode moeten goedkeuren, samen met uniforme marktregels voor de gehele Unie.

Laat mij tot slot mijn mening geven over de ingediende amendementen. Ik denk dat het verslag-Laperrouze van dusdanig goede kwaliteit is dat er geen substantiële amendementen nodig zijn. De doelstellingen voor de lange termijn, die we door middel van het 20-20-20-pakket gaan bereiken en die door zowel de Europese Raad als het Europees Parlement zijn gesteund, dienen ongewijzigd te blijven. Onze fractie zal geen amendementen steunen die zijn gericht op vermindering van de diversificatie van energiebronnen. Wij zullen echter wel onze steun verlenen aan amendementen die gericht zijn op toename van het aantal aanvoerroutes en op meer zekerheid van de energievoorziening in de Unie.

Tot slot zou ik de rapporteur willen complimenteren met haar uitstekende verslag en willen danken voor de prettige samenwerking

.

 
  
MPphoto
 

  Mechtild Rothe, namens de PSE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, dames en heren, hartelijk dank aan de rapporteur, Anne Laperrouze, voor de werkelijk uitstekende samenwerking. Mijn dank gaat echter eveneens uit naar de medewerkers van de secretariaten voor hun onschatbare bijdrage.

In het licht van de recente gascrisis is de Tweede strategische toetsing van het energiebeleid wel bijzonder goed getimed. Energiezekerheid en solidariteit tussen de lidstaten moeten een centrale rol in het Europees energiebeleid spelen. Ik ben ervan overtuigd dat het een enorme verbetering zou betekenen als er gehoor zou worden gegeven aan het verzoek in het onderhavige verslag tot een sterkere diversificatie van de gaspijpleidingen. Bovendien moet de Commissie nog vóór het einde van het jaar een voorstel presenteren voor de herziening van de Gasrichtlijn van 2004, teneinde bindende en effectieve nationale en communautaire noodplannen op te nemen.

Voor ons als leden van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement is het echter van fundamenteel belang dat de EU-lidstaten ook in normale tijden met name de meest kwetsbare consumenten van de maatschappij in het oog houden, namelijk degenen die onder armoede te lijden hebben. Het ontbreekt nog steeds aan nationale strategieën om dit probleem het hoofd te bieden. Daarom heeft mijn fractie een aanvullend amendement ingediend waarin ze er bij de lidstaten op aandringt om dit probleem daadwerkelijk aan te pakken.

Het verslag benadrukt de bijzondere betekenis van energiebesparing en energie-efficiëntie. De meest efficiënte en kosteneffectieve manier om de energiezekerheid te verbeteren is zonder meer een verbetering van de energie-efficiëntie en de besparing van energie. Tegelijkertijd moeten wij ambitieuze en realistische doelen voor de toekomstige energievoorziening van Europa stellen. Het doet mij deugd dat we deze richting op gaan, onder andere met de oproep tot de doelstelling van een aandeel van 60 procent hernieuwbare energie in de energiemix vóór 2050. In het verslag wordt ook het belang van lokale initiatieven in het streven naar een succesvol klimaat- en energiebeleid benadrukt. Het Covenant of Mayors speelt hierbij een centrale rol, maar het is belangrijk dat ook andere, gelijkwaardige initiatieven worden ondersteund, zoals het Covenant of Islands. Uiteindelijk komt het er echter op neer dat onze doelstellingen moeilijk haalbaar zullen zijn zonder investeringen in de netwerken en een verdere liberalisering van de interne markt. Wij hebben een enkele, goed functionerende interne energiemarkt nodig met eerlijke concurrentie, die zowel een vrije toegang tot het net als een gelijkwaardige verdeling van de energie voor alle producenten garandeert. De komende weken zullen in dat opzicht van doorslaggevend belang zijn. Wat wij nodig hebben is de bouw en ontwikkeling van een intelligent stroomnet dat bestaat uit ICT-ondersteunde gecombineerde elektriciteitscentrales en een gedecentraliseerde productie. Alleen op die manier kunnen energiebronnen efficiënt worden ingezet waar ze daadwerkelijk nodig zijn. Wij hebben een Europese supergrid nodig die het enorme potentieel in de Noordzee, in het Oostzeegebied en in het Middellandse Zeegebied ontsluit en verbindt.

Hetgeen echter niet aanvaardbaar is in het verslag, is het verzoek aan de Commissie om een speciale routekaart voor investeringen in kernenergie op te stellen. Daarom heeft mijn fractie een amendement ingediend waarin de gemeenschappelijke behoefte aan nucleaire veiligheid nadrukkelijk wordt onderstreept, maar waarin tegelijkertijd wordt benadrukt dat het besluit van de lidstaten om al dan niet in kernenergie te investeren de soevereiniteit van de lidstaten moet blijven. Mijn persoonlijke mening is dat we kernenergie niet nodig hebben.

 
  
  

VOORZITTER: MAREK SIWIEC
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de toetsing van het energiebeleid van afgelopen jaar kwam als geroepen, en ik feliciteer Anne Laperrouze voor haar zorgvuldige verslag hierover.

De opgeworpen kwesties zijn uiterst complex, maar het komt neer op het volgende: Europa heeft een energiebeleid nodig dat ons duurzame, betaalbare en betrouwbare energiebronnen oplevert. Duurzaam door te breken met onze totale afhankelijkheid van fossiele brandstoffen die onze planeet verstikken; betaalbaar door een stabiele en realistische prijs voor consumenten te garanderen; en betrouwbaar door Europese burgers te bevrijden van de afhankelijkheid van onbetrouwbare of monopolistische leveranciers.

Deze vrijdag zal een groep commissarissen minister-president Poetin en zijn team van ministers ontmoeten. Energie staat op de agenda en onze partij zou duidelijk moeten maken dat we een conflict tussen Rusland en Georgië dat zou leiden tot een Europese gascrisis in het midden van de winter niet kunnen tolereren. We zouden naar zekerheden moeten zoeken, maar we zouden ook voorzichtig moeten zijn. Dit is eerder gebeurd en mag niet weer gebeuren.

De tijd is rijp om de energieleveranties aan Europa opnieuw onder de loep te nemen. Deze mening zijn alle leden van alle fracties in dit Parlement toegedaan, die zich zouden moeten verenigen om de leiding te nemen om dit te realiseren. Daarom zal een kleine groep van ons, waar onder ook de heer Hammerstein, die later het woord zal nemen, deze week een partijoverschrijdende folder, Making the Green Energy Switch at a Time of Crisis, lanceren.

Ik ben alle leden die hun ideeën kenbaar hebben gemaakt dankbaar, en ik sta versteld van de mate van overeenstemming die er bestaat. Er bestaat in deze Kamer de drijfveer om snel te werken, om samen te werken, op zoek naar een duurzame oplossing voor Europa’s energiecrisis, en daar moeten we gebruik van maken.

Van alle mogelijke plannen om een nieuw energietijdperk in te gaan, springt er een uit: het supernet, of DESERTEC. De Franse president haalde dit plan aan als mogelijk project voor onze nieuwe Europese Unie voor het mediterraan gebied. Een aantal afgevaardigden, waaronder mevrouw Harms, heeft onlangs een bezoek gebracht aan Zuid-Spanje om de technologie in actie te zien: zonne-energie uit Noord-Afrika en zonrijke grond in het zuiden van Europa waarbij energie wordt 'geoogst' uit de zon in een hoeveelheid die gelijk is aan anderhalf miljoen olievaten per vierkante kilometer per jaar. Als die energie wordt getransporteerd door energiezuinige HVDC-kabels, zou de opgewekte stroom in het Europese supernet kunnen worden gevoed, dat hernieuwbare energie uit de hele EU haalt – getijdenenergie uit de kustgebieden, wind- en golfenergie uit het winderige noordwest-Europa, en biomassa- en geothermische energie, ongeacht waar deze wordt gewonnen.

Vooruit, er zijn kosten aan verbonden. Het Duitse centrum voor lucht- en ruimtevaart schat dat de constructie 45 miljard euro zou kosten, maar zegt ook dat de consument dat bedrag vele malen terugverdient door lagere energierekeningen in de komende 35 jaar, en de investering zou duizenden banen creëren.

Het is een gewaagd project voor een energietoekomst die duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar is. Voor die energietoekomst moet Europa zich inzetten.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Mussa, namens de UEN-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, ik spreek oprechte waardering uit voor het werk van collega Laperrouze. Hoewel ik het met een groot deel daarvan eens ben, heb ik toch grote twijfels bij een aantal aspecten van haar voorstel waarbij de rapporteur misschien te veel vertrouwen heeft in de oordelen van de Commissie.

Op de eerste plaats vind ik de verwachte ontwikkeling van de vraag naar gas beperkt. Als mijn verwachting bevestigd wordt, ben ik bevreesd dat er negatieve effecten ontstaan voor de financieringsbronnen van de projecten. De infrastructurele projecten verkeren in verschillende stadia van ontwikkeling. In plaats van op abstracte wijze de prioriteiten opnieuw te definiëren, waarbij het Middellandse Zeegebied ernstig tekort komt, is het raadzaam de projecten opnieuw te beoordelen op grond van ontwikkelingstijd, financiële structuur, leveringsmogelijkheden en verhouding tussen publieke en private financiering.

Collega Laperrouze heeft voorts diversifiëring van de bronnen en aanvoerwegen aanbevolen, waarvan de Southern Corridor een voorbeeld is. Voor dergelijke zaken is mijns inziens een geprogrammeerde en gefaseerde aanpak nodig. In het geval van de Kaspische regio zal zo in eerste instantie alleen het gas uit Azerbeidzjan beschikbaar zijn. De toegang tot andere landen zal pas in de tweede fase mogelijk zijn, maar de markt zal er complexer door worden vanwege politieke moeilijkheden en problemen in verband met de regelgeving en infrastructuur. Het voorstel van de Commissie aangaande de Caspian Development Cooperation zou die problemen kunnen oplossen, als dat samenwerkingsverband gunstige voorwaarden creëert voor de ontwikkeling van de ontbrekende infrastructuur.

Als voorlaatste punt wil ik opmerken dat er geen enkele twijfel over bestaat dat solidariteitsmechanismen fundamenteel zijn voor het energiebeleid van de Unie, mede in verband met het Lissabon-Verdrag. Het is echter raadzaam bij de eventuele toepassing van dergelijke maatregelen naast mogelijke concurrentieverstoringen ook het opleggen van buitensporige lasten te vermijden.

Tot slot de buitenlandse betrekkingen. Afgezien van de rol van het Energiehandvest is een uitbreiding van het Energy Committee, waarin ook de doorvoerlanden en het thema hernieuwbare energie zullen zijn opgenomen, een belangrijk doel.

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ondanks de uitstekende sfeer waarin we hebben samengewerkt aan de Tweede strategische toetsing van het energiebeleid, moet ik tot mijn spijt concluderen dat we er niet in geslaagd zijn om de juiste correcties in het voorstel van de Commissie aan te brengen, die ik noodzakelijk achtte.

Mijns inziens belooft de titel “Strategic Energie Review” een heleboel voor de toekomst. Als we deze herziening echter bekijken, moeten we concluderen dat alles toch veelal in het verleden geworteld zit. Centraal in deze strategische toetsing van het energiebeleid – helaas wordt dit ook in het verslag-Laperrouze niet gecorrigeerd – staat de oude energiemix van kolen en kernenergie, waarbij zelfs extreem nadruk wordt gelegd op de nucleaire pijler.

Ik vraag me werkelijk af, commissaris Piebalgs, wat er is gebeurd met de voorstellen die u aan het begin van deze zittingsperiode heeft gepresenteerd, toen u verklaarde dat de grote risico’s die verbonden zijn aan kernenergie onder controle gebracht moesten worden, dat het probleem van kernafval, de financiering van decommissioning en al deze kwesties geregeld moesten worden voordat de Commissie weer positieve stappen in de richting van de uitbreiding van kernenergie zou zetten. Niets van dat alles is geregeld en toch zet de Commissie nu dit pro-nucleaire offensief in. Het feit dat een van de grootste fiasco’s in de geschiedenis van de West-Europese kernindustrie op dit moment in Finland plaatsvindt, dat het bedrag van het geschil tussen de Finse energieleveranciers en Areva inmiddels is opgelopen tot 2,4 miljard, omdat er zoveel meerkosten in Olkiluoto zijn ontstaan, lijkt u niet in het minst zorgen te baren. Ik vraag mij af wat de bedoeling is van deze nieuwe golf van investeringen in een sector die ondanks decennialange publieke financiering – beduidend meer dan in alle andere sectoren is geïnvesteerd – nu opnieuw de oorzaak is van chaos. Ik zou graag willen weten of u dit alles werkelijk serieus meent, of dat anderen aan de touwtjes trekken.

Mijns inziens is met name deze mix van kolen en kernenergie de strategie die ertoe heeft geleid dat het energiebeleid van de Europese Unie op een dood spoor is geraakt. Ik heb nu genoeg over kernenergie gezegd, maar ook de verkwistende omgang met fossiele energie – een andere kwestie die in deze review nauwelijks aan bod komt – heeft eveneens bijgedragen aan de huidige klimaatramp, maar er worden in deze toetsing geen wezenlijke correcties van deze gedateerde strategie van gisteren aangebracht.

Mijn fractie heeft tijdens de onderhandelingen over het verslag van mevrouw Laperrouze duidelijke prioriteiten gesteld. Het behoeft geen toelichting dat kernenergie daar niet bij hoorde, maar wij hebben getracht werkelijke veranderingen op andere gebieden te bewerkstelligen. Wij wilden dat de doelstelling van een besparing van 20 procent op het verbruik van primaire energie eindelijk verplicht zou worden. Dat is niet gebeurd. Wij verwachten een serieus voorstel voor de ontwikkeling van een supergrid, met andere woorden een netwerk dat in staat moet zijn om daadwerkelijk zeer omvangrijke capaciteiten op te nemen voor het opwekken van hernieuwbare energie door de Noordzee, andere kustgebieden of zuidelijke woestijngebieden. Daarvan is absoluut niets terug te vinden, niet in het verslag noch in het voorstel van de Commissie.

Volgens ons is het eveneens een enorme fout dat het complete vervoersaspect uit deze strategische toetsing van het energiebeleid is gehaald, omdat wij – net als u – willen loskomen van de afhankelijkheid van olie. U heeft besloten dat vervoersaangelegenheden afzonderlijk behandeld moeten worden, maar deze kwestie moet volgens ons het speerpunt van deze strategische toetsing van het energiebeleid zijn.

Diversificatie van de gasvoorziening is prima en daar zouden we ook zeker naar moeten streven, maar er moet tegelijkertijd alles aan worden gedaan om gas eindelijk op efficiënte wijze te gaan gebruiken. Anders levert diversificatie uiteindelijk helemaal niets op.

Ik was vorige week geschokt te horen dat het Recovery Plan van de Europese Commissie al deze strategische onevenwichtigheden weer opneemt en dezelfde op het verleden gerichte benadering hanteert als deze strategische toetsing van het energiebeleid. Namens mijn fractie wil ik aankondigen dat wij zowel het verslag als de strategische toetsing van het energiebeleid niet ondersteunen en dat wij ons in het kader van het Recovery Plan willen inzetten voor duurzaamheid en gezond verstand.

 
  
MPphoto
 

  Esko Seppänen, namens de GUE/NGL-Fractie. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, solidariteit is een mooi woord. Het behoort meestal tot de woordenschat van links. Er moet echter niet alleen tot solidariteit worden opgeroepen uit naam van een beleid dat tegen Gazprom en Rusland is gericht, maar ook in de strijd tegen algemene energiearmoede. Energie is namelijk ook nodig in de vorm van elektriciteit en verwarming voor arme mensen.

Het grote probleem met de Europese energiestrategie is dat het niet uit het niets ontstaat, maar dat elk land zijn eigen geografische, historische en economische wortels op het gebied van energie heeft. Als er een gemeenschappelijke strategie met geharmoniseerde structuren is, dan zijn er winnaars en verliezers. Er zijn landen die uit naam van solidariteit worden gedwongen af te zien van structuren die op nationaal niveau hun nut hebben bewezen. Dat kan geen solidariteit zijn.

Harmonisatie van elektriciteitsnetwerken betekent ook het harmoniseren van de elektriciteitsprijs. In de praktijk gebeurt dat niet op basis van de laagste prijzen, maar op basis van gemiddelde prijzen. Ook in dat geval zijn er verliezers, namelijk de landen met goedkope elektriciteit. Op dezelfde manier moet het geld dat in de Europese begroting wordt besteed aan de financiering van gaspijpleidingen worden opgebracht door landen die deze pijpleidingen niet gebruiken.

Mevrouw Laperrouze heeft gelijk wanneer zij zegt dat netwerkinvesteringen moeten worden gedaan door de lidstaten of hun ondernemingen en niet door de Europese Unie. De Europese Unie kan geen beheerder van een olie-, gas of elektriciteitsnetwerk zijn en er mogen geen grote bedragen uit de Europese begroting worden gebruikt voor investeringen in netwerken.

Net als mevrouw Harms wil onze fractie wijzen op de problemen die, zoals bekend, betrekking hebben op het gebruik van kernenergie. Terwijl enerzijds de CO2-uitstoot afneemt, neemt anderzijds de hoeveelheid plutonium toe.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. Het verslag-Laperrouze pakt de juiste problemen aan op het gebied van de energievoorziening waarvoor de Europese Unie zich nu gesteld ziet. Het recente gasconflict tussen Rusland en de Oekraïne heeft de Europese Unie bepaald niet onberoerd gelaten. Het verslag noemt een aantal beleidslijnen voor de Europese energiemarkt waarmee de kwetsbaarheid van de Europese Unie bij een nieuw conflict ingeperkt wordt. Ik kan het daarom eens zijn met het streven naar een grotere verscheidenheid aan energiebronnen en partnerlanden waarvan de EU energie importeert, kortom de noodzakelijke energiediversificatie. De gasstrijd tussen Rusland en de Oekraïne onderstreept andermaal deze urgentie en ik hoop dan ook van harte dat bijvoorbeeld het Nabucco- project in de nabije toekomst succesvol zal worden.

Concreet betekent dit streven dat de Europese Unie, de lidstaten meer werk maken van de regionale integratie. De netwerken van een aantal lidstaten zijn nu nog te geïsoleerd en zijn daardoor afhankelijk van import uit derde landen. Door de aanleg van nieuwe verbindingen tussen de energienetwerken van de lidstaten maken wij eveneens een betere werking van de interne markt mogelijk.

Voor een verdere verbetering van de interne markt is daarnaast behoefte aan volledige scheiding van eigendom tussen de productiebedrijven en de netwerkbedrijven. Op die wijze kan een asymmetrische marktopening het beste worden tegengegaan.

Ondertussen werkt een aantal lidstaten aan het opstarten van kerncentrales die zijn gesloten als gevolg van afspraken met de Europese Unie. Dit lijkt niet de beste weg vooruit. Veeleer zou investeren in meer grensoverschrijdende verbindingen de afhankelijkheid van één of enkele derde landen op een meer duurzame wijze kunnen terugdringen.

Andere belangrijke beleidslijnen in het verslag waarin ik mij volledig kan vinden, zijn het verhogen van de energie-efficiëntie en het vergroten van het aandeel duurzame energie. Over de vraag of kernenergie een rol moet spelen bij het verminderen van de CO2-uitstoot verschillen de lidstaten echter van mening. Dit is dan ook bij uitstek een keuze die de EU aan de lidstaten moet laten. Meer helderheid hierover had het verslag echter goedgedaan. Hopelijk brengt amendering hierin nog verbetering.

 
  
MPphoto
 

  Desislav Chukolov (NI). - (BG) Dames en heren, tot nu toe heb ik vastgesteld hoe hypothetisch en abstract er in deze Kamer beslist wordt wat het beste is voor Europa. Maar ik ben afgevaardigd door de Bulgaarse kiezers en daarom ben ik meer geïnteresseerd in wat het beste is voor mijn vaderland, Bulgarije.

Voor ons, de patriotten van Ataka, heeft de energieonafhankelijkheid van Bulgarije de hoogste prioriteit. Tijdens de "onderhandelingen", die wij "het dictaat van de EU" noemen, werden wij gedwongen reactor 1, 2, 3 en 4 van kerncentrale Kozloduy te sluiten.

Ik wil u eraan herinneren – en als u het nog niet weet, onthoud het dan nu – dat deze reactoren alle controles hadden doorstaan en absoluut veilig waren verklaard. Mijn collega Dimitar Stoyanov stelde de Europese Commissie begin 2007 de vraag of de sluiting van alle reactoren een vereiste was voor de toelating van Bulgarije tot de Europese Unie. Het bleek dat er geen dergelijke vereiste van de Europese Commissie bestond. De heer Günter Verheugen heeft echter gelogen tegen het Bulgaarse parlement en gezegd, dat er wel degelijk een dergelijke vereiste bestond.

Enkele dagen geleden kwam Bulgarije voor een bijzonder ernstige energiecrisis te staan. Volgens artikel 36 van ons toetredingsverdrag hebben wij het recht om de kerncentrale opnieuw te activeren. Dat recht hebben we, en daarom hebben mijn collega's van het Bulgaarse parlement een ontwerpbeschikking ingediend voor de heropening van de reactoren 1 tot en met 4 van kerncentrale Kozloduy, die momenteel gesloten zijn.

Samen met mijn collega’s in het Europees Parlement, Dimitar Stoyanov en Slavi Binev, heb ik een schriftelijke verklaring met nummer 0005/2009 ingediend, waarin we vragen om deze reactoren opnieuw te openen om Bulgarije energieonafhankelijk te maken.

Tot slot wil ik u nog zeggen, dat Europa sterk zal zijn als elke afzonderlijke lidstaat sterk en energieonafhankelijk is. Als we ons willen inspannen voor onze kiezers en onze burgers, is dit de enige manier.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als we het over het Europese energiebeleid hebben, denk ik dat het van belang is om de nadruk te leggen op enkele risico’s die we lopen – niet alleen het risico van een onzekere energievoorziening, met alle problemen van dien, maar ook het feit dat we worden blootgesteld aan politieke druk van regimes die energievoorraden gebruiken als pressiemiddel om andere regeringen te beïnvloeden. Dientengevolge bestaat er ook een risico op fragmentatie van de Europese Unie, met lidstaten die verdeeld zijn naar gelang van hun verschillende belangen, waardoor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid wordt ondermijnd.

Ik denk dat het goed is om in te zien dat het beleid dat we nodig hebben om klimaatverandering aan te pakken erg veel lijkt op het beleid dat we nodig hebben om onze energiezekerheid te versterken. Het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen betekent een kleinere afhankelijkheid van onbetrouwbare leveranciers. Een verhoogde voorziening uit andere energiebronnen betekent een verminderde vraag naar fossiele brandstoffen, lagere prijzen voor Europese burgers en – niet in de laatste plaats – een gereduceerde toestroom van geld naar de oliestaten in de wereld.

Dit heeft enorme gevolgen voor de zekerheid van de energievoorziening, waar we tijdens de discussie over de toekomstige energiestrategie van de Europese Unie rekening mee moeten houden. Ik denk dat sommige puzzelstukjes gemakkelijk op hun plaats zullen vallen wanneer we dit vooruitzicht voor ogen houden. We hebben een betere interne markt nodig in de Europese Unie, omdat die in feite de enige garantie is voor solidariteit tussen de lidstaten. Dit betekent dat we meer moeten doen aan grensoverschrijdende verbindingen en een beter netwerk moeten hebben, die de lidstaten bijeen kan houden en daardoor de markt bijeen houdt.

We moeten meer biobrandstoffen ontwikkelen. Ik ben het niet eens met degenen die stellen dat er risico’s aan verbonden zijn; het is mogelijk dat we – in Europa alsook in andere delen van de wereld – het gebied dat we gebruiken vergroten. Zelfs kleine bijdragen uit biobrandstoffen heeft een kleinere afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en een verschil in prijzen tot gevolg.

Voorts wil ik het nadrukkelijk hebben over kernenergie. Dit vraagstuk is overduidelijk aanwezig maar iedereen doet of zijn neus bloedt, terwijl kernenergie een van de grootste potentiële bijdragers is aan het vermogen van de Europese Unie om de uitstoot van koolstofdioxide vandaag en in de toekomst te reduceren. Met deze kanttekening zou ik graag willen besluiten. Als we proberen om al deze elementen samen te brengen, zullen we de mogelijkheid krijgen om niet alleen een sterker energiebeleid, maar ook een sterker beleid voor een zekere energievoorziening te maken.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE). - (RO) Het energiebeleid is en blijft een prioriteit van de Unie. Uit de gascrisis van deze winter, een periode met zeer lage temperaturen, is nogmaals gebleken hoe afhankelijk de lidstaten en de Europese Unie zijn van de traditionele gasleveranciers. ‘Eenheid in verscheidenheid’ is het devies van de Europese Unie. Ik hoop dat deze gascrisis ons zal verenigen in de uitwerking van een gezamenlijk energiebeleid.

De ontwikkeling van het Nabucco-project, de bouw van een LPG-terminal bij Constanţa - een belangrijke haven aan de Zwarte Zee - en het onderling verbinden van nationale infrastructuren voor elektrische energie, kunnen zowel de zekerheid van energievoorziening verhogen als ook de solidariteit met lidstaten in een energiecrisis binnen de Unie bevorderen.

Ik verzoek de Commissie en de lidstaten te investeren in de modernisering van het Europese energienetwerk om zo energie-efficiëntie te bevorderen en meer energie te halen uit hernieuwbare bronnen. Ik verzoek de Commissie en de lidstaten bovendien om maatregelen te financieren die de vervuiling beperken die wordt veroorzaakt door koleninstallaties. De huidige crisis dwingt de lidstaten zich sterker te richten op de vaststelling van hun prioriteiten en strategische richtsnoeren voor ontwikkeling.

Op het gebied van energie-efficiëntie kan de Unie snel en tegen aanvaardbare kosten resultaten boeken in de strijd tegen klimaatveranderingen. Een beter energierendement van bestaande gebouwen, meer passieve gebouwen, communicatie en informatietechnologie gebruiken om energieverbruik te beperken en meer energie-efficiëntie door op grote schaal intelligente meters en geautomatiseerde systemen te gebruiken, dat zijn de strategische richtsnoeren voor ontwikkeling waarin Europa moet investeren.

Ik verzoek de Commissie en de lidstaten om maatregelen te financieren die de vervuiling beperken die wordt veroorzaakt door koleninstallaties. De economische crisis dwingt de lidstaten hun prioriteiten en strategische richtsnoeren voor ontwikkeling zorgvuldiger te definiëren. In 2020 moet de Unie haar energie-efficiëntie met 35 procent hebben verhoogd en het primaire energieverbruik met 20 procent hebben verminderd. Ik verzoek de Commissie en de lidstaten onderzoeksprojecten, gericht op de verbetering van energie-efficiëntie, te bevorderen en te financieren.

Commissaris, ik verzoek de Europese Commissie, de Europese Investeringsbank en de lidstaten een Europees fonds voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie op te richten om publiek en particulier kapitaal te verzamelen voor de projecten rond energie-efficiëntie binnen de Europese Unie. Ten slotte, maar niet in de laatste plaats, vermeld ik hier de transportsector, belangrijke verbruiker van aardolie. Zo is het vandaag de dag, mijns inziens, noodzakelijk om op Europees niveau een aantal zeer ambitieuze doelstellingen op het vlak van energie-efficiëntie van voertuigen goed te keuren voor de middellange en zelfs lange termijn, tot in 2020. Ik moedig de lidstaten ook aan om een verstandig vervoerbeleid voor goederen en personen te ontwikkelen, in het bijzonder voor de stedelijke gebieden. Nog een laatste belangrijke opmerking die ik wil maken, is dat wij ons bij de ontwikkeling van het vervoer strategisch moeten richten op intelligent vervoer.

 
  
MPphoto
 

  Lena Ek (ALDE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, collega’s, wij weten allemaal dat de Europese energiemarkt problemen heeft. Op dit moment importeren we bijna 50 procent van onze energie, en als wij niets doen, zal dat over tien jaar zijn gestegen tot 70 procent. De energie die we produceren wordt vaak opgewekt op een wijze die ons milieu vernietigt en die leidt tot het broeikaseffect dat de gezondheid, de financiën en stabiliteit van de mensen zal schaden, niet alleen in ons deel van de wereld, maar ook in vele andere delen.

De energie die we in Europa hebben moet worden gedistribueerd via een distributienet dat ouderwets is, dat niet is gerenoveerd en niet goed wordt onderhouden. Bovendien zijn er conflicten met buurlanden over energiekwesties, conflicten die zeer zorgelijk zijn. Over de relatie met Rusland hebben we het afgelopen jaar in dit Parlement al bij verschillende gelegenheden gediscussieerd, en het is volstrekt onaanvaardbaar om van de energiecrisis een nieuwjaarstraditie te maken en gewone mensen in een situatie te brengen waarin oude mensen doodvriezen, waarin ziekenhuizen moeten worden gesloten en fabrieken dichtgaan. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.

Een andere zaak die volstrekt onaanvaardbaar is, is wat Rusland en Gazprom met Nord Stream proberen te doen, namelijk de Zweedse milieuwetgeving en de Europese wetgeving over de veiligheid van de Oostzee compleet te negeren, ook al kent deze binnenzee al enorm grote gebieden met dode zeebodems. Dat is volstrekt onaanvaardbaar.

We hebben alle bestaande energiebronnen, alle nieuwe techniek, alle innovatie, alle research en alle computerkracht nodig om al deze verschillende problemen aan te kunnen. De door de Commissie voorgelegde regelgeving, inclusief het financieringspakket, zijn uitstekend, maar nog steeds wachten onze burgers erop dat regeringen het aandurven om besluiten te nemen over solidariteit op energiegebied en over het openbreken van de grote staatsmonopolies. Deze monopolies betreffen niet alleen de productie van energie, maar ook de distributie van energie, en daardoor zitten de burgers en de ondernemingen, zowel het MKB als grote bedrijven, vast in een onaanvaardbare situatie.

Ik vind dat de rapporteur, mevrouw Laperrouze, een zeer goed verslag heeft opgesteld. Ik vind ook het voorstel van de Commissie op deze terreinen heel goed, en ik hoop dat we erin slagen om zo snel mogelijk een besluit in dezen te nemen. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Eugenijus Maldeikis (UEN). (LT) De belangrijkste les van de gascrisis is de grote kwetsbaarheid van Europa’s energiestelsel en het zeer aanzienlijke risico waaraan de voorziening is blootgesteld. Dit risico blijft bestaan aangezien de overeenkomst tussen Oekraïne en Rusland van eenmalige aard is en de situatie zich ongetwijfeld zal herhalen. Bilaterale energievraagstukken blijven fundamenteel onopgelost, niet alleen tussen Rusland en Oekraïne, maar ook tussen Oekraïne en de Europese Unie en tussen de Europese Unie en Rusland, temeer omdat de EU, Oekraïne en Rusland geen gemeenschappelijk energiebeheersysteem hebben. Tot dusverre zijn er geen waarborgen of garanties geweest en die moeten er dus nog komen. Ik wil benadrukken dat de afhankelijkheid van de gasvoorziening en van het gebruik van gas drastisch toeneemt en nog verder zal groeien zodra de krachtcentrales in Litouwen, Bulgarije en Slowakije gesloten zijn. Dit wijst erop dat het risico blijft bestaan en misschien wel toeneemt.

We hebben een zeer duidelijke energiestrategie voor de lange termijn voor de gehele Europese Unie. We hebben hier zeer verhitte discussies over gehad. Er wordt gesproken van maatregelen voor de lange termijn. In mijn ogen is de zwakste schakel ons energiebeleid voor de korte en middellange termijn. Dit kan de realiteitstoets niet doorstaan, wat werd aangetoond tijdens de gascrisis. Ik zou de Commissie willen uitnodigen een scenario te bestuderen dat helaas om verschillende juridische en politieke redenen nog niet is onderzocht. Wat zouden de kosten, baten en consequenties zijn als de exploitatie van kernenergie in Bulgarije, Slowakije en Litouwen tijdelijk zou worden verlengd, zodat de energiezekerheid van deze drie landen en van Europa als geheel in de huidige situatie fundamenteel zou worden versterkt? Daarnaast zou dit, met het oog op de omstandigheden van een langdurige en onzekere economische crisis, mogelijk maken dat middelen efficiënter worden gebruikt en zou het de last van de crisis die onze bevolking en het bedrijfsleven moeten dragen, aanzienlijk verlichten.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ten aanzien van de energiezekerheidsstrategie en het verslag van mevrouw Laperrouze hebben het voorstel van de Commissie en het verslag-Laperrouze mijns inziens één ding gemeen en dat is dat daarin geen prioriteiten worden gesteld. Ze vormen een samenraapsel van alles waar pressiegroepen overal bij de Commissie of het Parlement hebben gelobbyd. Zolang wij geen prioriteiten stellen, zullen financiële middelen niet zinvol worden besteed.

Het moge duidelijk zijn waar de prioriteiten liggen. Ten eerste moeten we beginnen met de efficiëntie van gebouwen, auto’s, koelkasten, enzovoort. Niets is goedkoper en creëert meer banen. Ten tweede is er hernieuwbare energie. Als we zeggen dat 60 procent van de gehele energiemix moet bestaan uit hernieuwbare energie, dan betekent dit dat ten minste 90 procent van onze stroom wordt gegenereerd door hernieuwbare energie. Dit aandeel van 90 procent hernieuwbare energie bij stroom kan al veel eerder dan 2050 worden gerealiseerd, omdat wij eerder een richtlijn hebben aangenomen waarin 35 procent voor 2020 tot doel wordt gesteld. Als we, uitgaande van 15 procent groene stroom op dit moment, 35 procent groene stroom in 2020 kunnen bereiken, dan kunnen we in 2030 al een aandeel van 60 procent en meer hebben verwezenlijkt.

Ten derde willen we gas nu als overgangsoplossing gebruiken. Hoe moet dat in zijn werk gaan? We investeren nu miljarden in gaspijpleidingen en vervolgens moet het gasverbruik in Europa worden teruggebracht. Dat is wat u in uw document schrijft, mijnheer Piebalgs, en dat is ook tussen de regels door te lezen in het verslag van mevrouw Laperrouze.

We hebben dus efficiëntie, hernieuwbare energie en gas, en dan wilt u 1,3 miljard investeren in CO2-afvang en -opslag (CCS). Waar is dan eigenlijk nog ruimte voor blinde loyaliteit aan kernenergie?

Mijnheer de commissaris, ik moet u zeggen dat u niet eens getallen goed kunt optellen. Als wij streven naar efficiëntie en hernieuwbare energie, als wij een gasbeleid volgen dat zelfs maar deels op orde is, en als wij ook maar een beetje in CCS investeren als dat écht noodzakelijk is, dan hebben we toch geen kernenergie nodig en hoeven we dit risico niet te nemen. Kijkt u toch eens naar de feiten!

Voor wat betreft het Economic Recovery Plan ben ik behoorlijk boos op de Commissie. Geen cent voor energie-efficiëntie! Geen cent voor jumelage! Mijnheer de commissaris, op 10 februari komen vertegenwoordigers van driehonderd gemeenten in Europa op uitnodiging van u bijeen in Brussel. Wat moeten wij hun vertellen: dat de Commissie-Barroso tussen vorige week maandag en woensdag 500 miljoen euro voor jumelage heeft geschrapt? Dat is mijns inziens zó tegenstrijdig en zo vreselijk verkeerd. Feit is immers dat we steden nodig hebben als partners voor een nieuw energiebeleid. Geen cent voor zonne-energie, geen cent voor biomassa. Dat betekent dat we een Economic Recovery Plan opstellen waarin we 3,5 miljard toekennen aan de oligarchie van energiereuzen en nog geen euro aan de partners die we nodig hebben voor de change to green.

 
  
MPphoto
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Dank u wel, ik houd het kort. Ik zou graag even willen stilstaan bij twee kwesties waar naar mijn idee totnogtoe niet over gesproken is. Allereerst dat we een Europees geïntegreerd energiesysteem nodig hebben waarin de verschillende energievormen aan elkaar worden gekoppeld en de verschillende netwerken zodanig met elkaar verbonden zijn dat eventuele uitval altijd kan worden opgevangen. Uit de recente gascrisis blijkt eens te meer hoe hard dit nodig is. Dan ten tweede dat deze energienetwerken verbonden dienen te worden met soortgelijke netwerken op ander gebied, met name verkeers- en communicatienetwerken, zodat er een zekere symmetrie ontstaat daartussen. Vooralsnog is van een dergelijke symmetrie geen sprake, maar bij nadere bestudering blijkt er wel degelijk samenhang tussen te bestaan. Wat ik zeggen wil, is dat in de toekomst juist de kracht van de netwerken doorslaggevend zijn zal voor de Europese eenwording en dat deze netwerken veel belangrijker zijn voor de cohesie in Europa dan de steeds weliger tierende bureaucratie in Brussel en de lidstaten. Ik zie de toekomstige Europese Unie voor me als een soort van aan de draad van deze netwerken geregen ketting.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (NI).(SK) De huidige financiële crisis verplaatst zich naar de economie. Bovendien bestaat, gezien het tekort aan beschikbaar krediet, de dreiging van een energie- en voedselcrisis. Om ten minste het huidige energieproductieniveau te kunnen handhaven zal er tegen 2030 wereldwijd ongeveer 26 miljard dollar moeten worden geïnvesteerd in wederopbouw en de ontwikkeling van nieuwe olie- en gasvelden en ook in de productie en distributie van allerlei andere soorten energie.

Tegelijkertijd zal het nodig zijn om de stromen van olie, gas en elektriciteit te integreren teneinde een efficiënt en sterk gediversifieerd systeem te creëren. Dit systeem moet helpen de gevolgen van plaatselijke politieke geschillen evenals de gevolgen van mogelijke natuurrampen teniet te doen, en zorgen voor een op Europees niveau functionerende energievoorziening. Slowakije zelf heeft de afgelopen weken aan den lijve mogen ondervinden hoe complex de situatie kan worden toen, als gevolg van het conflict tussen Oekraïne en Rusland, er gedurende meerdere dagen geen enkele kubieke meter gas meer ons land binnenstroomde. De ervaring van Slowakije en een aantal andere Europese landen heeft aangetoond dat toekenning van prioriteit door de Europese Unie aan de interconnectie en integratie van de afzonderlijke energiemarkten in Europa onze krachtige steun nodig heeft.

Ik dien hierbij echter te vermelden dat de gedwongen en voortijdige ontmanteling van twee reactoren van de kerncentrale van Jaslovské Bohunice in de huidige situatie een ondoordachte vergissing is gebleken. De reactoren voldoen aan alle criteria voor veilig gebruik. De ontmanteling ervan is door de Europese Commissie geëist in het toetredingsverdrag als prijs voor de toetreding van Slowakije tot de Europese Unie. Dit besluit heeft zonder twijfel geleid tot verzwakking van de zelfvoorzienendheid in energie van niet alleen Slowakije, maar ook van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Vakalis (PPE-DE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, door de strijd tegen klimaatverandering en de behoefte aan een zekere energievoorziening en meer mededingingsvermogen van onze economie worden wij op het pad gebracht van de derde industriële revolutie, waarmee een tijdperk wordt ingeluid waarin onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen geleidelijk aan zal afnemen.

Dit is een echte revolutie, een revolutie die ons productie- en consumptiemodel en uiteindelijk onze levenswijze structureel zal veranderen. Ik hoop dat wij, als Europese Unie, het mondiaal leiderschap in deze revolutie zullen weten te behouden. Dat betekent echter wel dat wij alle zeilen moeten bijzetten om de energie-intensiteit van elk segment van de economie te verminderen. De gebruikmaking van IC-technologieën is een van de mogelijkheden om efficiënter met energie om te gaan. Er zijn belangrijke stimulansen nodig om het gebruik van deze technologie daadwerkelijk te bevorderen en de energie-efficiëntie van de Unie, in het kader van het drievoudige doel 20-20-20, tot 2020 met 20 procent te verhogen.

De morgen aan te nemen resolutie gaat over de verbetering van energie-efficiëntie met behulp van IC-technologie en legt de nadruk op onderzoek naar en ontwikkeling van baanbrekende technologieën, zoals nanotechnologie en fotonische technologie, die een enorm potentieel hebben voor meer energie-efficiëntie, evenals op beleid voor een grotere “take-up” van deze technologieën.

De resolutie geeft eveneens een belangrijke impuls aan de vergroening van innovatie en ondernemerschap. Er wordt een hele reeks maatregelen en acties genoemd, waarvan ik in het bijzonder groene overheidsopdrachten wil noemen. Daarmee kunnen staatsbedrijven een voortrekkersrol spelen in energiebesparing door gebruik te maken van de beste ICT-toepassingen.

Tot slot voorziet de resolutie in stimulansen voor intelligente en geïntegreerde energiebeheerssystemen in onze steden en in systemen voor intelligente verkeersleiding via stroomlijning van vervoersystemen en rationalisering van het weggedrag.

Geachte collega’s, uit hetgeen ik zojuist heb gezegd kunt u afleiden dat de morgen in stemming te brengen resolutie erg belangrijk is, ofschoon het geen wetgevingsresolutie is. In wezen wordt daarmee namelijk ICT uitgeroepen tot een van de belangrijkste indicatoren voor duurzame ontwikkeling in de Europese Unie. Daarom verzoek ik u overmorgen tijdens de stemming steun te geven aan deze resolutie.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik hoop dat we het allemaal eens zijn over de prioriteiten: energie-efficiëntie, energiebesparing en hernieuwbare energie. Toch ontkomen wij niet aan het feit dat wij ons nog vele jaren zorgen moeten maken over de gasvoorziening. Welke lessen trekken wij nu uit de ruzie tussen Oekraïne en Rusland en de crisis die daaruit is ontstaan? Mijns inziens – en het spijt me, mijnheer de commissaris, dat ik dit zo moet zeggen – ziet het er naar uit dat wij een volgende keer niet beter, of in ieder geval niet veel beter, voorbereid zullen zijn. Evenmin kan worden gezegd dat de crisis voorbij is, en ik heb nauwelijks tekenen gezien dat er daadwerkelijk een strategie wordt ontwikkeld en dat er conclusies aan de ruzie tussen Oekraïne en Rusland worden verbonden.

Enkele leden van het Parlement zijn van mening dat we bilaterale overeenkomsten met Oekraïne moeten sluiten, maar daarbij moet worden aangetekend dat Oekraïne in ieder geval medeschuldig is aan de situatie die onlangs is ontstaan, en we willen ons niet afhankelijk maken van geschillen tussen de heer Joesjtsjenko en mevrouw Timosjenko of de heer Janoekovitsj, of wie dan ook. Het is logisch dat Oekraïne veel liever gas van Rusland zou kopen en vervolgens doorverkopen aan ons, uiteraard met een opslag, net als Turkije in het geval van Nabucco, maar daar kom ik later op terug. Als wij de gasvoorziening dus even onzeker willen maken, maar dan duurder, dan moeten we een bilaterale overeenkomst sluiten, maar als wij een echte oplossing nastreven, dan moeten wij een trilaterale overeenkomst sluiten tussen Rusland als leverancier, Oekraïne als doorvoerland en onszelf, waarin met name afspraken ten aanzien van doorvoer en infrastructuur worden gemaakt. Ik heb van de Commissie niets hierover gehoord of welke alternatieve voorstellen zij heeft.

En dan nu over naar investeringen in de infrastructuur. Als we naar het oosten kijken, dan staan er in wezen drie pijpleidingen ter discussie: Nord Stream, South Stream en Nabucco. Nord Stream is een toevoerleiding in het noorden; daarmee worden doorvoerproblemen opgelost, maar onze afhankelijkheid van Rusland wordt daardoor niet verkleind. South Stream lost wellicht ook een doorvoerprobleem op, maar verkleint evenmin onze afhankelijkheid van Rusland. Als we bovendien kijken naar de kosten die ermee gepaard gaan, dan is South Stream feitelijk aanzienlijk duurder dan Nabucco, zoals althans blijkt uit diverse studies, reden waarom we intensief zouden moeten investeren in Nabucco. Als ik bedenk – en dat heb ik bij eerdere gelegenheden al een paar maal opgemerkt, mijnheer de commissaris – hoe snel Amerika de PTCP-oliepijpleiding heeft gerealiseerd en hoe lang wij nodig hebben voor de Nabucco-gaspijpleiding, dan is het een schande voor Europa hoe weinig wij hebben bereikt; dat is een teken van onze zwakte.

Wij moeten voortvarend te werk gaan, niet alleen ten aanzien van Azerbeidzjan of Turkmenistan – daar zullen we binnenkort over praten – maar ook wat betreft Irak. Het feit dat gas daar gewoon als uitstoot in de lucht wordt afgevoerd zonder dat daarbij wordt nagedacht over een wijze waarop het naar de Nabucco-pijpleiding getransporteerd zou kunnen worden, dat is werkelijk een grote fout. Ik dring er bij u op aan, mijnheer de commissaris, om op korte termijn duidelijk met Turkije te onderhandelen teneinde ook toestemming van Turkije daarvoor te krijgen. Ook zullen wij Cyprus ertoe moeten bewegen het energiehoofdstuk niet langer te blokkeren; het feit dat Cyprus halsstarrig blijft vasthouden aan zijn eis dat over dit hoofdstuk niet eens onderhandeld mag worden, getuigt ook van weinig solidariteit, want dat zal logischerwijze tot problemen met Turkije leiden. U knikt, mijnheer de commissaris; ik zie dat we dienaangaande geheel dezelfde mening zijn toegedaan.

Wat betreft kernenergie tot slot heersen er in het Parlement duidelijk verschillende meningen. Helaas kan ik evenmin instemmen met het verslag-Laperrouze, onder andere omdat het in dat opzicht te eenzijdig is.

Een storend aspect in dit hele debat is dat er in Frankrijk weliswaar een nieuwe ontwikkeling gaande is, namelijk een vermindering van kernafval, maar dat bij nadere beschouwing blijkt dat dit kernafval een hogere radioactiviteit heeft. Dit is niet de manier om, in het bijzonder, het afvalprobleem op te lossen. De oplossing van dat probleem en de verwerking van het afval zal nog heel wat energie en denkwerk vergen.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de energiecrisis heeft een zwakte van de Europese Unie aan het licht gebracht. Nog steeds hebben we problemen met de juiste interpretatie van de politieke uitdagingen die er het gevolg van zijn. Dit blijkt glashelder uit de uitspraak van Angela Merkel, die na de derde energiecrisis nu voorstelt om ons nog meer te binden aan Russische energie door de aanleg van een noordelijke en zuidelijke gaspijpleiding. Het is precies omgekeerd. Deze crisis toont aan dat we ons volledig moeten richten op de aanleg van onafhankelijke infrastructuur, die ons toegang biedt tot onafhankelijke energiebronnen in Azerbeidzjan en Turkmenistan. De crisis toont aan dat we de noordelijke gaspijpleiding van het prioriteitenlijstje van de Europese Commissie moeten schrappen, om een Russisch monopolie in Europa te voorkomen. De oplossing van het energieprobleem zal een kritiek moment zijn voor de hele integratie. De Unie heeft nu de kans om haar slagvaardigheid te tonen en nieuwe krachten te verzamelen. Ze kan ook haar passiviteit tonen en het risico lopen te worden gemarginaliseerd.

 
  
MPphoto
 

  David Hammerstein (Verts/ALE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde het graag hebben over de noodzaak om de IT-revolutie van de informatiemaatschappij te combineren met de energierevolutie die onderwerp is van een uitstekende resolutie van het Parlement.

We hebben namelijk een intelligent energienet nodig. Het huidige energienet is verspillend en niet van deze tijd. Verbruik en productie van energie moeten op elkaar worden afgestemd.

We hebben een intelligent energienet en intelligente huizen nodig; en slim verbruik kan alleen verkregen worden met behulp van internet en door het combineren van alle elektriciteitnetwerken met de informatie afkomstig van huizen, fabrieken, gebouwen enzovoort.

Hierdoor zouden we veel onafhankelijker en autonomer kunnen opereren en zou Europa een leidende rol kunnen spelen in dit in essentie mondiale thema. Het zou een oplossing bieden voor de tientallen overbodige elektriciteitscentrales waar we momenteel mee opgescheept zitten. In de meeste landen wordt drie keer zo veel energie geproduceerd als wordt gebruikt doordat de productie gericht is op de piekmomenten van het verbruik. Met een intelligent energienet is dit niet nodig en kan het verbruik worden afgestemd op een duurzame productie en heersende productieniveaus.

We zouden op dit gebied kunnen samenwerken met onze buurlanden die grenzen aan de Middellandse Zee. Een uitgebreid, schoon en intelligent energienetwerk is vereist voor aansluiting op onze buren in het zuiden die in potentie zonne-energie kunnen opwekken door middel van geavanceerde technologieën en grote centrales. Dit zou een prachtige kans zijn op samenwerking op het gebied van transparante technologie. We zouden daarmee werken aan een schone toekomst voor ons allen.

 
  
MPphoto
 

  Jerzy Buzek (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag de rapporteur willen bedanken voor haar werk.

Staat u mij toe een aantal opmerkingen te maken over de strategische toetsing van het energiebeleid en het probleem rond de afgelopen energiecrisis, die nauw met elkaar verbonden zijn.

Mijn eerste punt: we hebben in ons verslag, dat de lidstaten oproept om met één Europese stem te spreken ten aanzien van energiekwesties, onomwonden verklaard wat alle Europeanen de afgelopen weken als realiteit hebben kunnen waarnemen, namelijk dat een inbreuk op de energievoorziening in de lidstaten de hele Europese Unie schaadt. Dit is een erg belangrijk punt. Het vormt de basis voor Europese solidariteit en een basis voor de ontwikkeling van noodplannen.

Mijn tweede punt is dat in het verslag aan CCS-technologie het vermogen wordt toegedicht onze milieudoeleinden te halen terwijl tegelijkertijd gebruik wordt gemaakt van een energiebron – kolen – die in Europa ruimschoots voorhanden is. Door CSS te ontwikkelen kan Europa een wereldleider in geavanceerde technologieën worden, wat bij zal dragen aan ons mondiaal concurrentievermogen en onze economieën zal versterken. Hetzelfde geldt voor de kolenvergassingstechnologie, die erg belangrijk is als extra bron van gasvoorziening – dat betekent een diversificatie van de gasvoorziening.

Mijn derde punt is dat dit strategische document vooral de noodzaak onderstreept van investeringen in de infrastructuur van de energievoorziening. Projecten ten behoeve van de infrastructuur die steun ontvangen op EU-niveau zouden in de eerste plaats moeten bijdragen aan de daadwerkelijke diversificatie van bronnen en leveringsroutes naar de lidstaten en naar de gehele EU.

Investeringen in Oekraïne lijken voor ons van bijzonder belang. Samen met onze Oekraïense partners zouden we, in de toekomst, de gezamenlijke verantwoordelijkheid kunnen nemen voor de gasleveringen op de grens van Rusland en Oekraïne. De reden dat we deze stap zetten is erg simpel. Wat energiebetrekkingen betreft, meet Oekraïne zich aan de internationale standaard. Oekraïne heeft het Verdrag inzake het energiehandvest geratificeerd en opereert daarom volgens transparante regels.

Mijn vierde punt is dat ons strategisch document in hoge mate onze inspanningen aanvult voor de tenuitvoerlegging van het derde Energiepakket. Wat houdt dat in? Dat houdt een werkbare interne energiemarkt voor de Europese Unie in; en ook solidariteit en steun op veel gebieden. Laat ons gedurende de komende drie maanden de wetgevingsprocedure beëindigen. Dit is erg belangrijk voor ons.

 
  
MPphoto
 

  Reino Paasilinna (PSE). - (FI) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, dames en heren, wij hebben een geschiedenis achter ons liggen. Onze energienetwerken zijn immers ingericht op de behoeften van de Koude Oorlog en de toenmalige politieke omstandigheden. Nu zijn ze hier en daar verbeterd en opgelapt, maar dit heeft ons een probleem bezorgd waar wij later nog op terug zullen moeten komen.

Nu met de enorme economische ontwikkeling de behoefte aan energie sterk is toegenomen, zijn ook de prijs, voorziening en milieuproblemen veranderd. Zij zijn voor ons de grootste uitdaging geworden. Aangezien het om mondiale problemen gaat, hebben wij natuurlijk ook mondiale oplossingen nodig. Het is daarom van belang dat wij de Verenigde Staten en de ontwikkelingslanden bij een gezamenlijk energieproces betrekken. Wij zullen de weg wijzen, maar de Verenigde Staten moet het voorbeeld van Europa volgen en met ons samenwerken.

Aangezien energieoplossingen mondiaal zijn, hebben wij Europese energiediplomatie nodig, en ik begrijp dat de commissaris voor Energie daar in verband met de recente energiecrisis veel aan heeft gedaan. Wij hebben deze energiediplomatie nodig om de eenvoudige reden dat het om zulke grote zaken gaat dat er oorlogen om zijn gevoerd en dat zal in de toekomst niet anders zijn. Het gaat dus om een zeer ernstige zaak.

Het is natuurlijk ook duidelijk dat wij een energiemix bestaande uit verschillende energiebronnen nodig hebben die zo breed mogelijk is, omdat die de energiesituatie stabiliseert waardoor de diversiteit van elke natie en ook van Europa tot haar recht komt.

Energiebesparing is natuurlijk de belangrijkste oplossing voor het probleem, want ze is het goedkoopst en doeltreffendst. Hiervoor hebben wij iets nodig wat ik vandaag de dag als het belangrijkste afzonderlijke ding beschouw dat gedaan moet worden: energie intelligent maken. Als wij niet meer gebruik maken van intelligente technologie, dan zullen wij onze doelen niet bereiken. Gelukkig heeft deze intelligente technologie zich nu precies tegelijkertijd ontwikkeld. Zonder intelligente technologie hebben mensen en ondernemingen geen idee van hun energieverbruik. Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is daarom de oplossing die ons zal helpen onze doelen te bereiken en ons in het gareel te houden. Zij wijst ons namelijk op onze verspilling. ICT is dus een goede leraar, maar ook een goede hulp, want intelligentie is niet alleen nodig voor netwerken, maar ook voor apparatuur, huizen en auto’s. Overal waar menselijke activiteit is, is intelligentie nodig die het energieverbruik in de hand houdt. In dit verband wil ik vooral wijzen op het belang van het midden- en kleinbedrijf en zijn innovaties, want het MKB kan zeer inventief zijn. Dan is er nog de sociale dimensie: energiearmoede en werkgelegenheid hebben betrekking op wat zojuist is gezegd.

Wij bevinden ons in de bijzondere situatie dat Oekraïne een doorvoerland is. Natuurlijk moet dan, zoals de heer Swoboda zei, de pijpleiding onder verschillend beheer vallen, bijvoorbeeld onder tripartiet beheer met daarin de Europese Unie als partij. Op die manier wordt ook dat probleem opgelost.

 
  
  

VOORZITTER: LUISA MORGANTINI
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Fiona Hall (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, in alle discussies over de energiecrisis is er een aspect dat mijn collega, Anne Laperrouze, wel noemt, maar dat over het algemeen niet genoeg aandacht krijgt. We praten over energie-efficiëntie in verband met klimaatverandering en brandstoftekort, maar energie-efficiëntie is ook van groot strategisch belang. Door de vraag te reguleren wordt de druk van de aanbodzijde gehaald en dit is cruciaal om energieonafhankelijkheid in Europa te kunnen realiseren. Ik wil twee specifieke opmerkingen maken in verband met de mondelinge vraag over het gebruik van informatie- en communicatietechnologie.

Ten eerste maak ik me zorgen dat de lancering van slimme meters niet zo voortvarend wordt aangepakt als in de richtlijn betreffende energie-efficiënte bij het eindgebruik en energiediensten wordt verlangd en waar in het verslag-Morgan om wordt gevraagd. Sommige landen hebben digitale displays die de consument laten zien hoeveel energie hij verbruikt – wat nuttig is – maar een echte slimme meter doet veel meer dan dat. Deze voorziet in de mogelijkheid van communicatie in twee richtingen, een gedetailleerde analyse van de vraag van de verbruiker en een juiste meting en betaling van elektriciteit geleverd door micro-hernieuwbare energie. We hebben slimme meters nodig en wel nu. Zij zijn zeer belangrijk voor de taak om gebouwen die energie verbruiken te transformeren naar gebouwen die schone energie produceren.

Ten tweede, wat verlichting betreft, ik vertrouw erop dat we binnenkort een begin zullen maken met het van de markt halen van de meest inefficiënte huishoudelijke verlichting, en hetzelfde moet gebeuren voor kantoor- en straatverlichting. We zouden echter al vooruit moeten kijken naar volgende technologische stappen, zoals een groter gebruik van slimme verlichtingssystemen door middel van sensoren, die bewegingen en de hoeveelheid natuurlijk licht meten zodat verlichting kan worden verminderd – of zelfs uitgeschakeld – als dat nodig mocht zijn. Energie-efficiënte verlichting is veel meer dan compacte fluorescentielampen alleen, en het wordt tijd voor de publieke sector – en daar horen de Europese instellingen bij – om het initiatief te nemen in het gebruik van ICT ten behoeve van energie-efficiëntie.

 
  
MPphoto
 

  Roberts Zīle (UEN).(LV) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, ik zou eerst mevrouw Laperrouze willen bedanken voor haar uiterst volledige verslag. Crises bieden altijd de mogelijkheid om belangrijke beslissingen te nemen die onze waarden en ons beleid op doorslaggevende wijze veranderen. Ik geloof dan ook dat de recente gascrisis de ogen van politici heeft geopend voor de kwetsbaarheid van vele delen van Europa met betrekking tot de energievoorziening. Niet alleen het herstelplan en de Tweede strategische toetsing van het energiebeleid die de Commissie hebben opgesteld, maar ook dit verslag geeft ons hoop dat er een eendrachtig Europees energiebeleid zal komen, en daarmee bedoel ik ook de hoop dat de geïsoleerde energie-eilanden van Europa, waaronder ook de Baltische staten, eindelijk uit hun isolement zullen worden bevrijd. Een ander aspect heeft betrekking op de ontwikkeling van LNG-terminals. Deze zouden inderdaad op veel locaties een alternatief kunnen bieden voor Russische gasleveranties, maar alleen op voorwaarde dat nationale regeringen de druk zullen kunnen weerstaan, en ze niet zullen bouwen als extra capaciteit voor de uitvoer van Russisch gas, maar uitsluitend als invoerterminals. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Piebalgs, mevrouw Reding, dames en heren, wat we nu nodig hebben zijn investeringen. Wij staan aan de rand van een energiecrisis en een financiële crisis. Wij moeten ervoor zorgen dat investeringen zo snel en zo goed mogelijk worden gerealiseerd en daarom kunnen we alleen maar ‘ja’ zeggen tegen de aanleg van pijpleidingen, maar ook tegen de bouw van LNG-schepen. Deze moeten zo spoedig mogelijk worden gebouwd, teneinde arbeidsplaatsen te creëren en zodoende bij te dragen aan volledige werkgelegenheid in Europa.

De pijpleidingen moeten niet met elkaar concurreren; de aanleg van elke nieuwe pijpleiding is veeleer een win-winsituatie, evenals de bouw van een LNG-terminal. Dat is een belangrijke aangelegenheid voor de toekomst.

Er moet met name worden geïnvesteerd in energie-efficiëntie, niet door middel van financieringen door de overheid, maar in de vorm van mogelijkheden tot belastingaftrek. Als we voor elke burger een bedrag ter hoogte van 10 000 euro per jaar kunnen vaststellen dat ze van de belasting mogen aftrekken, dan zou er direct een begin kunnen worden gemaakt met investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. Bij hernieuwbare energie zou met name een progressieve afschrijving, waarbij kosten meteen in de balans kunnen worden opgenomen, een belangrijk middel zijn. Als hiervoor een termijn van drie jaar zou kunnen worden vastgesteld, zou dat voor ons allemaal een groot succes betekenen. Wij zouden werkgelegenheid en energie dan beter onder controle kunnen krijgen. In dat verband is het aan commissaris Kovács om een initiatief te presenteren.

Eén punt dat ons bij dit programma uiteraard ook bijzonder bezighoudt, is de kernindustrie; het is van vitaal belang dat de veiligheid en beveiliging van kerncentrales wordt gewaarborgd, en wel zo goed als binnen onze mogelijkheden ligt. We kunnen wat dit betreft niet ambitieus genoeg zijn; mensen moeten gewoonweg vertrouwen hebben in de Europese Unie dat daartoe de juiste stappen worden gezet, dat er versterkt veiligheidsonderzoek wordt gedaan en dat er wettelijk bindende eisen worden gesteld, zodat gevaarlijke kerncentrales onmiddellijk uit het netwerk worden gehaald na een uitspraak van de rechtbank of een besluit van een regulator. De Europese bevolking heeft recht op veiligheid op dit gebied, zodat we een toekomst tegemoet gaan waarin het winnen van energie ons niet in gevaar brengt en waarin we ’s avonds onbezorgd kunnen gaan slapen. De Commissie kan hieraan een doorslaggevende bijdrage leveren.

Tot slot zal het echter ook aan de Raad liggen, bij de groep die verantwoordelijk is voor nucleaire veiligheid, om zijn verantwoordelijkheden na te komen en geen weg in te slaan die de burgers niet accepteren door voorstellen van het Europees Parlement en de Commissie tegen te houden.

 
  
MPphoto
 

  Teresa Riera Madurell (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijnheer de commissaris. Het gasconflict tussen Rusland en Oekraïne heeft de noodzaak van meer diversificatie in de toelevering van gas en van betere verbindingen tussen de lidstaten en de producerende landen maar weer eens blootgelegd.

De voorstellen van de Commissie gaan inderdaad die richting op, maar omwille van een grotere efficiëntie moeten deze voorstellen niet aan de mogelijkheden van het zuiden van ons continent, en in het bijzonder Spanje, voorbijgaan. Ik ben dan ook blij dat de commissaris zich vandaag in die zin heeft uitgelaten.

Spanje is de lidstaat met de meeste diversificatie in de toevoer van gas, zowel wat de herkomst betreft als de manier waarop wordt geleverd. Het gas wordt namelijk vanuit tien verschillende landen en op veel manieren aangeleverd. Mijn land is daarom een uitstekend voorzieningsplatform voor de Europese Unie. Het gas wordt aangevoerd door de gasleiding vanuit Algerije, maar wordt ook geleverd in vloeibare vorm met een vergelijkbaar volume als dat van Nabucco, maar met een lagere prijs en een betere leveringstermijn. Dit platform, dames en heren, kan de Europese Unie echter niet gebruiken omdat er geen verbinding met Frankrijk bestaat. Medgas, mijnheer de commissaris, moet prioriteit krijgen voor de Europese Unie, net zoals de specifieke problemen van onze eilandgebieden.

Als het Iberisch Schiereiland inderdaad geïsoleerd raakt op het gebied van energie dan zullen eilanden zoals de Balearen, waar ik vandaan kom, dubbel geïsoleerd raken. Dit zou erg oneerlijk zijn tegenover de bewoners die dezelfde rechten hebben als elke andere Europeaan.

Ik verzoek u dan ook vriendelijk, mijnheer de commissaris, om ook rekening te houden met de specifieke situatie van eilandgebieden als u beslissingen neemt en prioriteiten vaststelt.

Ter afsluiting wilde ik graag de rapporteur bedanken voor haar werk.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt (ALDE). - (SV) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissarissen, de EU heeft op bittere wijze moeten ervaren wat het betekent om te afhankelijk te zijn van één energieleverancier. De burgers van verschillende lidstaten zijn op volstrekt onaanvaardbare wijze getroffen door de Russische onberekenbaarheid. We weten dat Rusland zijn buren met een ijzeren hand aanpakt, maar toen halfbevroren Slowaken en Bulgaren werden gegijzeld in de ruzie tussen Rusland en Oekraïne, werden wij hopelijk allen wakker geschud, ook hier in het Parlement.

Oekraïne heeft de steun van de EU nodig, en de aanleg van de Nabucco-pijpleiding met gas van onder andere Azerbeidzjan moet nu van start gaan. Nu moet de EU slagvaardigheid tonen, precies zoals mijnheer Swoboda vraagt.

We weten dat Rusland pressie uitoefent voor Nord Stream, de gaspijpleiding in de Oostzee. Deze voorstellen moeten worden afgewezen. De Oostzee is een van onze gevoeligste binnenzeeën. Met het oog op het milieu en de economie moet deze leiding niet door de Oostzee worden gelegd. Daarbij komen de veiligheidspolitieke aspecten. In plaats daarvan moet een alternatief via land tot in details worden onderzocht. Hierover heeft het Europees Parlement ook al eerder zijn twijfels geuit.

In het verslag wordt tot mijn vreugde vastgesteld dat kernenergie een belangrijk deel van het toekomstige energiepakket van Europa moet uitmaken. Willen wij kunnen voldoen aan de eisen die het milieupakket stelt inzake emissiereducties, dan is een moderne Europese kernenergie nodig. Het is mooi dat men daar dezer dagen in het Europees Parlement over kan praten.

 
  
MPphoto
 

  Dariusz Maciej Grabowski (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijnheer de commissaris, het is tijd voor klare taal. Ten eerste heeft de Unie geen energiestrategie. Dit zet bijvoorbeeld Rusland, dat energie als politiek wapen gebruikt, ertoe aan om te proberen druk uit te oefenen of ons af te persen. Dit verslechtert de situatie in de Unie.

Ten tweede is de Unie gezwicht voor de collectieve bangmakerij voor opwarming van de aarde ten gevolge van CO2-uitstoot. Steeds meer wetenschappers en feiten bevestigen dat dit verhaal niet klopt. Het is de moeite waard om eens te onderzoeken in wiens belang degenen die ons bang maken voor opwarming van de aarde eigenlijk handelen.

Ten derde heeft de Unie een energiestrategie nodig die is gebaseerd op het principe van de zwakste schakel. Dit wil zeggen dat landen die het sterkst afhankelijk zijn van één leverancier, zoals de Baltische staten en Polen, moeten worden gesteund met aanvullende financiering en investeringen.

Ten vierde moet de Unie terug naar de voordelen van steen- en bruinkool. Die heeft ze binnen handbereik en zijn goedkoop. Ten vijfde heeft de Unie een fiscaal en kredietbeleid nodig voor de ondersteuning van nieuwe technologieën en emissiereductie, want daar ontbreekt het aan.

 
  
MPphoto
 

  Herbert Reul (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, allereerst hartelijk dank aan mevrouw Laperrouze en aan commissaris Piebalgs voor alle documenten die zij hebben gepresenteerd.

Ik ben het niet tot in detail met alles eens, maar de voorstellen gaan de juiste strategische richting in: het is terecht en noodzakelijk om ons opnieuw te concentreren op het feit dat energiezekerheid een van de speerpunten is. Wij hebben ons het afgelopen jaar wellicht te veel met andere kwesties op het gebied van energiebeleid beziggehouden en het doet mij deugd dat energiezekerheid weer sterker in het middelpunt wordt gesteld.

Ten tweede ben ik eveneens blij dat het voorgestelde standpunt zo genuanceerd is. Zoals al eerder is opgemerkt, zijn we het wellicht niet op alle punten eens, maar het verslag is over het algemeen juist, in tegenstelling tot hetgeen de heer Turmes suggereerde. Mijnheer Turmes, het is niet juist om ervan uit te gaan dat er een eenvoudig antwoord bestaat, een enkel antwoord op dit enorme, gecompliceerde probleem.

Politici willen altijd een snel en eenvoudig antwoord geven en iedereen tevreden stellen, maar dat is onmogelijk. Dat is helaas bijzonder moeilijk en daarom is het antwoord zo veelzijdig. Wij mogen de burgers geen beloften doen en doen alsof wij een oplossing hebben waarmee alle problemen als sneeuw voor de zon verdwijnen; nog afgezien van al het andere zouden de burgers op een dag bitter teleurgesteld zijn, als ze zouden beseffen dat het zo niet werkt.

Veelzijdig betekent dat er niet slechts één energiebron is, maar dat wij op lange termijn met meerdere energiebronnen werken. Het is immoreel om van één energiebron af te zien. Het is mijns inziens onverantwoord om kernenergie eenvoudig van de hand te wijzen. Deze maakt deel uit van de oplossing: uiteraard niet de volledige oplossing, maar we moeten ons realiseren dat kernenergie wel een bijdrage daaraan kan leveren. Ik wil er tevens voor waarschuwen om te veel op gas te vertrouwen: we hebben zojuist gehoord hoe groot de afhankelijkheid is die dit met zich meebrengt.

Mijns inziens moeten we eveneens inzien dat we niet achteloos van kolen moeten afstappen – een energiebron die in ons land en op andere plekken in Europa beschikbaar is – en moeten zeggen dat kolen CO2 produceren en daarom geen optie zijn. Dat zou onverantwoord zijn. We hebben overigens ook een genuanceerd antwoord nodig aangaande de kwestie van de verschillende routes en trajecten. Er is, zoals de heer Rübig zojuist heeft opgemerkt, niet één mogelijkheid voor een pijpleiding: het zou verkeerd zijn om slechts voor één optie te kiezen; in plaats daarvan moeten wij verschillende wegen en mogelijkheden ontsluiten. Niemand kan op dit moment met zekerheid voorspellen wat er over tien, twintig of dertig jaar zal gebeuren.

In het licht daarvan is het verstandig om ‘ja’ tegen intelligente oplossingen te zeggen. Met intelligent bedoel ik veelzijdig zijn, open staan voor nieuwe dingen en niet stilstaan. Het antwoord luidt technologie. Het antwoord luidt investeren in onderzoek en open staan voor oplossingen die wij op dit moment wellicht nog niet zien, en niet lichtvaardig de ene of de andere mogelijkheid uitsluiten. Dat betekent ook instemmen met investeringen.

Het zou een fatale fout zijn – en het is een fout die bij menig besluit op het gebied van het energiebeleid is gemaakt – om degenen die het geld moeten investeren, namelijk ondernemingen, te weinig ruimte en te weinig steun te bieden. Is werkelijk iemand ervan overtuigd dat wij, de lidstaten, de staat of de Gemeenschap het probleem ten aanzien van investeringen kunnen oplossen? Nee, dat zal de particuliere sector moeten doen.

 
  
MPphoto
 

  Atanas Paparizov (PSE). - (BG) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, in de eerste plaats wil ik wijzen op het constructieve debat in de Commissie industrie, onderzoek en energie over het verslag van mevrouw Laperrouze, en in het bijzonder op haar rol in het opstellen van een objectief en allesomvattend verslag.

Ik wil vooral stilstaan bij de voorstellen die in het verslag opgenomen zijn en die geformuleerd werden om de problemen te belichten waarmee de landen die het sterkst afhankelijk zijn van externe leveranciers van energiebronnen, in het bijzonder van gas, geconfronteerd worden.

Ten eerste wordt gewezen op het belang van de actieve rol die het Europees Parlement moet spelen bij het toewijzen van projecten voor nieuwe energieverbindingen, in het bijzonder voor verbindingen tussen de gas- en elektriciteitsnetwerken van de lidstaten. Tot mijn spijt moet ik echter vaststellen dat voor het project van de Commissie met betrekking tot de Republiek Bulgarije en zijn verbinding met Griekenland slechts 20 miljoen euro is uitgetrokken, ondanks het feit dat Bulgarije een van de zwaarst getroffen landen is. Er wordt bijvoorbeeld met geen woord gerept over de gasreserve in Chiren, die de problemen van de crisis met een minimale toevoer zal oplossen.

Ten tweede zijn alle mogelijkheden opgenomen voor de aanleg van een zuidelijke gascorridor. Met andere woorden: behalve het Nabucco-project worden ook de projecten “South Stream” en TGI vermeld. Ook het langetermijnplan wordt vermeld dat de mogelijkheid beschrijft om gas aan te voeren vanuit andere landen in de regio, zoals Oezbekistan en Iran.

Ten derde wordt de nadruk gelegd op het belang van de bouw van terminals voor vloeibaar gas in de Europese Unie en op het feit dat deze terminals op basis van het solidariteitsbeginsel toegankelijk moeten zijn voor alle lidstaten. Ook dit is van groot belang voor het gezamenlijk gebruik van dergelijke terminals door Bulgarije en Griekenland.

Ten vierde roep ik de Commissie op om een uitbreiding van de energiegemeenschap in Zuidoost-Europa en andere buurlanden te onderzoeken om zo één markt te laten ontstaan voor de hele regio. Als rapporteur voor de voorschriften en bepalingen met betrekking tot de toegang tot gasnetwerken wil ik nog eens het belang onderstrepen van het derde energiepakket voor de vorming van één gezamenlijke Europese energiemarkt en roep ik op om dit plan zo snel mogelijk uit te voeren.

Tot slot wil ik benadrukken dat het verslag ook een objectief beeld geeft van de rol van kernenergie. Ik ben van mening dat de huidige kaderrichtlijn voor nucleaire veiligheid een goede basis zal zijn om de toestand van alle reactoren in de Europese Unie te analyseren en niet enkel die van nieuw gebouwde reactoren, en dat deze kaderrichtlijn een objectieve basis zal vormen voor de beoordeling van hun veiligheid.

Het spreekt voor zich dat politiek gemotiveerde besluiten, zoals deze die zijn genomen met betrekking tot Kozloduy, in het kader van de huidige ontwikkeling van de energiediversiteit in de Europese Unie geen besluiten op lange termijn kunnen zijn. Ik hoop dat de lidstaten in staat zullen zijn op basis van objectieve criteria de kwestie van de gesloten reactoren te herzien.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Wielowieyski (ALDE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, het verslag van mevrouw Laperrouze over het energiebeleid heeft betrekking op een onderwerp dat voor alle landen in de Unie van het grootste gewicht is.

Ik heb groot respect voor haar werk, maar de situatie blijft zeer ernstig. De verpletterende en desastreuze ervaring van onze zuidelijke landen in januari, evenals de voorspellingen volgens welke er in de twee komende decennia een groot energietekort zal zijn, geven aan dat het energiebeleid een essentieel onderdeel moet vormen van ons buitenlands beleid.

Maar de toekomst ziet er somber uit, want het ontbreekt ons aan unanimiteit, aan solidariteit en aan middelen, mijnheer de commissaris. Wat betreft de solidariteit, dat is misschien niet het geval bij de Commissie, maar wel bij een aantal grote lidstaten. We spreken niet met één stem.

Ik ben het volledig eens met de heer Swoboda dat Nabucco een grote schande is voor de Europese Unie. Het Russische South Stream, dat door de staat en bepaalde landen van de Europese Unie wordt gesteund, kan Nabucco wel eens van de kaart vegen, dat twee keer zo goedkoop is en volgens de marktregels functioneert. De voorzieningsbronnen in Azerbeidzjan worden mogelijk in beslag genomen door zijn rivaal, wat het tot een precaire en twijfelachtige investering maakt. Zo zal de Unie waarschijnlijk haar enige kans mislopen voor diversiteit en een betere zekerheid…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Péter Olajos (PPE-DE). (HU) Mevrouw de Voorzitter, de tweede strategische toetsing van het energiebeleid had niet op een beter moment kunnen komen. De gebeurtenissen aan het begin van het jaar hebben de voorzieningszekerheid van de oostelijke helft van de Europese Unie danig op de proef gesteld. Na een crisis van drie weken stroomt het aardgas sinds 20 januari weliswaar weer richting Europa, maar het is de vraag hoe lang dat zo zal blijven. Om daadwerkelijk de energievoorziening te kunnen garanderen, moeten we lering trekken uit het gasconflict. Hieronder versta ik in de eerste plaats de diversificatie van de gebruikte energiesoorten, energiebronnen en transportroutes. Volgens berekeningen verbruikt Europa jaarlijks 500 miljard m³ gas en deze behoefte kan de komende twintig jaar volgens een aantal analyses maar liefst met 30 procent stijgen.

Er zijn al ideeën geopperd voor eventuele alternatieven. Er wordt al gebouwd aan de Noordelijke Stroom die het Russische gas naar Europa moet transporteren, de Blauwe Stroom in Turkije is al gereed en over de aanleg van een Zuidelijke Stroom zijn de belanghebbenden het inmiddels eens geworden. Oekraïne heeft de aanleg van een Witte Stroom voorgesteld en dan hebben we nog de veelgenoemde Nabucco-pijpleiding, zij het met onduidelijke bronnen of financiering. Hoe het ook zij, de afhankelijkheid van Rusland zal grotendeels gehandhaafd blijven. Nabucco zou weliswaar Aziatisch gas transporteren, maar tot dusver heeft Europa – in tegenstelling tot Gazprom – Bakoe nog geen aanbod gedaan. Wat kunnen we nu doen? Velen zullen zeggen dat we er op dit moment op moeten vertrouwen dat de onderhandelingen tussen de Europese commissarissen en de Russische delegatie tijdens de top in Moskou iets opleveren en dat er daarna wezenlijke vooruitgang wordt geboekt met de gasleidingen en dat in de toekomst niet alleen het Russische gasmonopolie de prijzen dicteert.

Dat kan wel zijn maar ik zie naast – of liever gezegd vóór – al deze zaken een toekomst in het verbruik van minder en schonere energie. Daarom zie ik de noodzaak in van een Europese groene ‘New Deal’ die gericht is op duurzame groei en daarnaast innovatie in de milieu-industrie toejuicht en benut. Als gevolg van de huidige economische wereldcrisis worden steeds meer mensen zich bewust van het feit dat er een nieuwe logica nodig is voor de organisatie van de economie. Steeds meer mensen beseffen dat er om de wereldwijde crisis te boven te komen een nieuwe stuwende kracht nodig is met een motor die werkt op nieuwe organisatorische principes. Steeds meer mensen zien in dat een paradigmaverandering noodzakelijk is. De groene ‘New Deal’, oftewel de nieuwe logica voor de organisatie van de economie, die is gebaseerd op milieutechnologische innovaties en de steun geniet van internationale kapitaalmarkten, moet de hoeksteen worden van programma’s in steeds meer landen, waaronder EU-lidstaten, om de economie te redden of een impuls te geven. We hebben deze impuls nodig want vorig jaar is het aantal werklozen in de Europese Unie gestegen met 1,7 miljoen mensen. Als de Europese groene ‘New Deal’ groen licht krijgt, is deze zeker van fundamentele invloed op het toekomstige energiebeleid van Europa. Dank u zeer.

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, de Europese Unie importeert tegenwoordig 50 procent van haar energiebehoefte en dit wordt almaar meer. De afhankelijkheid van de EU van de invoer van conventionele energiebronnen en het beperkt aantal leveranciers ervan vormt een ernstige bedreiging voor onze veiligheid, stabiliteit en welvaart. Wat mij betreft komt de strategische toetsing van het energiebeleid van de Europese Unie dan ook op het juiste moment. Het voor het jaar 2020 gestelde drieledige doel is vanuit veiligheids-, economisch en milieutechnisch oogpunt niet meer dan terecht. Om deze doelstellingen te kunnen bereiken dienen we als EU echter gezamenlijk op te trekken, zowel intern als naar buiten toe. Om een gemeenschappelijk energiebeleid te kunnen opstellen, dient eerst de ratificatie van het verdrag van Lissabon te worden afgerond en dient er een concreet voorstel voor een dergelijk gemeenschappelijk beleid te worden opgesteld. Tot slot dient er op de gemeenschappelijke markt niet alleen te worden gezorgd voor een eenduidig en stabiel rechtskader, maar dient tevens te worden gewerkt aan de volledige integratie van de energiesystemen in de hele Europese Unie.

Indien we deze energiesystemen niet met elkaar verbinden, blijft de clausule inzake wederzijdse solidariteit slechts een lege huls. Tevens dient het gebruik van het volledige scala aan nationale energiebronnen, of het nu gaat om energiebesparingen, het verhogen van het aandeel duurzame energiebronnen of een grotere inzet van veilige toepassingen van kernenergie, te worden versterkt. Het is eenieder wel duidelijk dat investeringen in onze energiesector zich dubbels en dwars terugverdienen in de vorm van hernieuwde economische groei. Dan nog wat de externe betrekkingen op energiegebied betreft, wil ik benadrukken dat ook hier een veel grotere diversificatie nodig is dan tot nog toe. De dialoog met producerende landen en doorvoerlanden, alsook met andere verbruikerslanden dient te worden geïntensiveerd. Verder dient de samenwerking met het Midden-Oosten te worden versterkt, alsook met de landen rond de Middellandse Zee en Noord-Afrika. Dit alles dient plaats te vinden binnen het kader van het Barcelonaproces, in het kader van het Middellandse Zee-initiatief. De kandidaat-lidstaat Turkije dient nauwer bij deze dialoog te worden betrokken en ook denk ik dat het nodig is om een veel doeltreffendere benadering te vinden tegenover landen als Iran. Tot slot zou ik graag nog onze rapporteur, mevrouw Laperrouze, willen bedanken voor haar uitmuntende en evenwichtige verslag.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). (LT) Hoewel we al in 2006 zijn begonnen met praten over de noodzaak van een gemeenschappelijk energiebeleid, is elke EU-lidstaat zelf verantwoordelijk voor het waarborgen van zijn energievoorziening. Solidariteit tussen de lidstaten is echter essentieel voor het overleven van de EU zelf. De EU moet onmiddellijk effectieve wetgeving aannemen die kan helpen energiecrises te overwinnen of deze helemaal kan voorkomen. De Commissie stelt een EU-actieplan voor energiezekerheid en -solidariteit voor, waarvan de belangrijkste aspecten zijn: het creëren van infrastructuur en diversificatie van energiebronnen. Ik ben heel blij dat zich onder de infrastructuurprojecten die communautaire prioriteit op het gebied van een zekere energievoorziening krijgen toegekend, ook een interconnectieplan voor de landen rond de Oostzee bevindt, die de kwetsbare energie-eilanden die de EU nog altijd kent, zou doen verdwijnen.

Ik zou de Commissie om alle mogelijke steun willen vragen voor de bouw van de energieverbinding tussen Litouwen en Zweden en de Litouws-Poolse energiebrug. Maar hiervoor hebben we helaas ook politieke wil nodig. Tegelijkertijd, om terug te komen op het grondbeginsel van de Europese Unie – solidariteit – en de toepassing hiervan op het gebied van energie, rijzen er vele twijfels over de toekomst van dit beginsel. Wij bespreken thans het derde energiepakket, dat de totstandkoming van een interne elektriciteits- en gasmarkt en een Agentschap voor de samenwerking tussen energieregelgevers beoogt. Tegelijkertijd zijn Duitsland en Rusland een Russisch-Duits energieagentschap aan het oprichten. Hoe valt dit te rijmen met solidariteit tussen EU-lidstaten, het gemeenschappelijk energiebeleid en energiezekerheid?

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw en mijnheer de commissaris, ik wil in dit debat de aandacht vestigen op drie kwesties.

Ten eerste gebruikt Rusland steeds duidelijker de toevoer van energie, met name van gas, als wapen om sterke politieke druk uit te oefenen. Het recente gasconflict tussen Rusland en Oekraïne heeft niet alleen geleid tot enorme economische verliezen in veel lidstaten van de Unie, maar heeft met een zekere instemming van de Unie ook Oekraïne opnieuw duidelijk economisch afhankelijk gemaakt van Rusland. Het is immers moeilijk voorstelbaar dat de Oekraïense economie kan functioneren met gasprijzen boven de vierhonderd dollar per duizend kubieke meter.

Ten tweede moet een nieuwe partnerschapsovereenkomst tussen de Unie en Rusland worden bereikt. Hierin moet ook energie worden opgenomen, maar met het duidelijke voorbehoud dat de toevoer van energie door Rusland niet zal worden gebruikt als politiek drukmiddel en dat in geval van niet-levering de schade volledig voor rekening komt van de Russische leveranciers.

Ten derde tot slot, moet de Europese Unie met eigen financiële middelen en via de Europese Investeringsbank allereerst de gasinvesteringen steunen die de gastoevoer naar de Europese Unie daadwerkelijk diversifiëren en dus een reële mogelijkheid bieden om gas in te voeren uit andere landen dan Rusland. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de gaspijpleiding Nabucco.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, we zullen onze doelen voor een zekere energievoorziening of de vermindering van onze uitstoot van koolstofdioxide met 80 procent in het jaar 2050 nooit halen als we de kwestie van een zekere energievoorziening en het vitale belang van een pan-Europese interconnectie in HVDC-vorm blijven negeren. Daar hoort ook een HVDC-verbinding met Noord-Afrika bij: de uitrol van slimme elektriciteitsnetwerken over Europa en Noord-Afrika.

Vorige week kreeg ik de kans om de fascinerende zonnewarmtetechniek in Granada en Sevilla van dichtbij in actie te zien. In het weekend las ik een artikel van Michael McElroy, hoogleraar aan de Harvard-universiteit, over hoe de Verenigde Staten bevrijd kunnen worden van hun jaarlijkse last van 750 miljard dollar voor de invoer van olie en hoe de strijd voor een zekere energievoorziening in de VS kan worden gewonnen en tegelijkertijd de planeet kan worden gered. Als ik daaraan terugdenk, vraag ik me af: waar hebben we het nog over? We kennen de antwoorden.

Het slimme elektriciteitsnet zal ervoor zorgen dat de door zon, wind en water opgewekte energie de zekerheidsgrafiek verbetert. Als het niet hard waait aan de Ierse westkust, schijnt in Spanje wel de zon, of waait het aan de westkust van Noord-Afrika én schijnt er de zon.

Kortom, wat de zon is voor Spanje is de wind voor de westkust van Ierland. Onze nationale toezichthouders kunnen rustig ademhalen, want vanaf nu hoeven ze er alleen nog maar voor te zorgen dat het licht blijft branden en dat onze huizen en kantoren warm blijven, ook bij pieken in de vraag.

We mogen niet langer toestaan dat onze burgers slachtoffer worden van energiepolitiek of onstabiele olieprijzen. Windenergie is concurrerend ten opzichte van kolen, olie en gas, en de brandstof is gratis. Ja, onze uitdaging is om een nieuwe energie-economie te ontwikkelen – een energie-economie gebaseerd op hernieuwbare energie.

Ik sluit af met te zeggen dat de cliché-uitdrukking “to cost the earth” die wij – de Engelssprekenden in ieder geval – te pas en te onpas figuurlijk gebruiken, in dit opzicht letterlijk moet worden genomen. Als we niet snel iets doen aan onze nagenoeg totale afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, waar de klimaatwetenschappers die bij de peer review betrokken zijn, ons herhaaldelijk en steeds nadrukkelijker op hebben geattendeerd, zal de klimaatopwarming de aarde duur komen te staan.

 
  
MPphoto
 

  Evgeni Kirilov (PSE). - (BG) Mevrouw de Voorzitter, als schaduwrapporteur voor de Commissie buitenlandse zaken wil ik mevrouw Laperrouzе feliciteren met dit verslag, dat een brede kijk geeft op de problemen van de Europese Unie op het vlak van energie, inclusief de noodzaak van een gemeenschappelijk energiebeleid.

Het verslag geeft ook heel duidelijk de stappen aan die genomen moeten worden om de uitdagingen met betrekking tot de continuïteit van onze energievoorziening het hoofd te bieden. Ook verwelkom ik het feit dat in een dergelijk verslag kernenergie de plaats heeft gekregen die ze verdient, en dat ze wordt voorgesteld als een noodzakelijke energiebron.

In het bijzonder nu, na de gascrisis, werd ook duidelijk benadrukt dat er behoefte is aan diversificatie van energiebronnen. Aan de andere kant moeten we ook in de toekomst blijven toewerken naar meer alternatieve (energie)corridors, en niet naar één corridor ten koste van een andere. Van dergelijke concurrentie zouden we dan allemaal profiteren.

Ik wil twee kwesties onder de aandacht brengen. In oktober vorig jaar heb ik hier in deze Vergadering benadrukt, dat het Nabucco-energieproject nog steeds “rook zonder vuur” was. Ik heb de Europese Commissie toen opgeroepen duidelijke stappen te ondernemen. Nu kunnen we vaststellen dat de Commissie duidelijke actie ondernomen heeft in deze richting. Er bestaat duidelijk begrip voor het belang van dit project, vooral nu, na de gascrisis.

Het moet echter duidelijk zijn dat er, ondanks de genomen stappen en maatregelen voor de realisatie van een grotere energiezekerheid, veel meer inspanningen nodig zijn, waaronder ook serieuze politieke acties, vooraleer we licht kunnen zien aan het einde van de tunnel.

De tweede kwestie is de capaciteit voor energieopslag. Ik moet u zeggen dat Bulgarije absoluut verloren zou zijn geweest als wij de reservecapaciteit voor ten minste twintig dagen in de gasopslagplaats in Chiren niet hadden gehad. Alsof de regering wist wat er zou gebeuren, werd deze opslagplaats vorig jaar uitgebreid met een derde van haar capaciteit.

Daarom benadruk ik vandaag voor de tweede keer mijn totale onbegrip voor het feit dat de Commissie het door Bulgarije voorgestelde project voor verdere uitbreiding van deze opslagcapaciteit compleet genegeerd heeft. Dit was onze enige redding en ik ben van mening dat we ook in alle andere landen dergelijke projecten moeten ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Leopold Józef Rutowicz (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de gascrisis en de financiële crisis dwingen ons tot snel en pragmatisch handelen. We moeten hierbij verder kijken dan individuele belangen en economisch ongefundeerde ideeën als de Nord-Stream-pijpleiding.

De tweede strategische toetsing van het energiebeleid levert niet de gewenste meerwaarde. Een aantal thema’s dat in de herziening wordt opgesomd stoot bij de uitvoering op wezenlijke moeilijkheden. De burgers en de economie van de Unie hebben snel concrete maatregelen nodig, die voor de komende vijftien jaar relatief lage en stabiele energieprijzen garanderen, zodat maximaal kan worden bespaard in de industrie, het vervoer en de huishoudens. Ook moeten die maatregelen de economie van de Unie veel minder afhankelijk maken van de invoer van koolwaterstoffen en een correcte levering ervan garanderen. Ze moeten zo snel mogelijk leiden tot een programma voor de financiering en tenuitvoerlegging van concrete maatregelen op basis van onderzoeksresultaten. Deze economische maatregelen zullen de CO2-uitstoot verminderen en hierbij hebben we geen bureaucratisch systeem van handel in emissierechten nodig, dat goed is voor handelaren, maar niet voor de economie.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben geraakt door de woorden “slim” en “intelligent”, die tijdens dit debat vaak worden genoemd, omdat de oplossingen die we in onze huizen proberen te gebruiken om het energieverbruik te verminderen totaal niet werken en noch slim noch erg intelligent zijn. Kinderen vertellen dat ze dingen uit moeten zetten is gewoon niet de oplossing. Was het maar waar; dan zou het betekenen dat ik de boel tenminste onder controle had. Dus we hebben wel degelijk alle dingen nodig waar de anderen het over hebben gehad: sensoren en andere technologische verbeteringen die het leven van iedereen gemakkelijker zullen maken wat betreft het bereiken van onze doeleinden van energie-efficiëntie.

Het debat van vanavond is groots: het is een debat over onze klimaatveranderingagenda, een zekere energievoorziening, solidariteit tussen de lidstaten en ook de economische groei – en dat is een belangrijk probleem voor ons op dit moment – en hoe we onze energiebronnen op een betere manier kunnen gebruiken.

Het land waar ik vandaan kom, Ierland, is voor bijna 60 procent van zijn energiebehoeften afhankelijk van olie en deze wordt geheel geïmporteerd. We hebben dus duidelijk een groot probleem. We moeten die afhankelijkheid terugbrengen, we moeten onze binnenlandse bronnen ontwikkelen en, zoals ik eerder al had gezegd, onze efficiëntie verbeteren. Interconnectie tussen de lidstaten is ongetwijfeld heel belangrijk, vooral voor de grenslanden.

De afhankelijkheid van Ierland is extreem groot: 91 procent van onze benodigdheden wordt geïmporteerd. Dat is nogal een onthutsend percentage, en hoewel we geen gasproblemen hebben gehad waar andere collega’s over hebben gesproken, of de kou en de gruwel die deze veroorzaakten voor andere lidstaten, hebben we wel geleerd, door ernaar te kijken, hoe essentieel het is dat we iets doen aan onze energiemix en onze energieonzekerheid.

Daarom zijn alle kwesties die deel uitmaken van dit verslag en de mondelinge vraag uitermate belangrijk voor ons.

Vooral de kwestie over grondgebruik moet worden aangepakt. De Zweedse kennis van de bosbouw is voor Ierland heel interessant, we hebben daar nog geen bosbouwsector ontwikkeld.

Het kernpunt is echter: de juiste balans vinden tussen voedselproductie en brandstofproductie.

 
  
MPphoto
 

  Emanuel Jardim Fernandes (PSE). - (PT) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, beste collega’s, het ontwikkelen van een samenhangend en veelomvattend communautair energiebeleid is een logische en noodzakelijke stap. Het voorstel van de Commissie en het verslag van mevrouw Laperrouze gaan die richting in.

De Europese Unie zal meerwaarde halen uit de initiatieven die de lidstaten hebben ondernomen. De olievoorraad is eindig en de oliewinning in de Europese Unie en Noorwegen dekte in 2007 slechts 30 procent van de binnenlandse vraag. De afhankelijkheid van de Europese Unie van de invoer van aardolie vergroot indirect onze afhankelijkheid van politiek instabiele landen of landen waarmee een eventueel energiepartnerschap leidt tot grote geostrategische spanningen, zoals we onlangs met Rusland hebben gezien.

Vanwege die redenen is het van belang tot een strategische heroriëntatie te komen van de vraag naar alternatieve energiebronnen voor aardolie. We moeten echter onze geografische blik ook in sterkere mate richten op de markten van Zuid-Amerika en Afrika. Die markten verkeren op dit moment in expansie en aan die markten kan de ontwikkeling van de partnerschappen Europese Unie-Brazilië en Europese Unie-Afrika via het gebruik van de Iberische ruimte een grote bijdrage leveren. Spanje en Portugal, waar ik vandaan kom, kunnen een essentieel platform voor logistiek en distributie in de Europese ruimte zijn.

Het is ook een fundamentele noodzaak de energie-efficiëntie te vergroten. Daarom is het garanderen van adequate synergie tussen sectoren die kunnen bijdragen aan het vergroten van de energie-efficiëntie van belang. Alleen met een globale en gecoördineerde aanpak van het communautaire en nationale beleid, met name op het vlak van cohesie, landbouw en vervoer, kunnen we een strategie met visie voor de lange termijn ontwikkelen.

Er bestaat een onbetwistbare relatie tussen energie en territoriale cohesie wat betreft mogelijke langetermijnoplossingen voor alle regio’s van de Europese Unie, met inbegrip van de meest geïsoleerde en ultraperifere regio’s.

 
  
MPphoto
 

  Iliana Malinova Iotova (PSE). - (BG) Mevrouw Laperrouzе, ik wil u feliciteren met het goede werk dat u hebt verricht met uw actuele verslag, een verslag dat ook precies op tijd komt.

Het valt op dit moment moeilijk te zeggen hoeveel schade de Europese landen en burgers hebben geleden door de gascrisis. Alleen al de directe schade voor de Bulgaarse economie, die het zwaarst getroffen werd door het conflict tussen Oekraïne en Rusland, bedraagt meer dan 230 miljoen euro, zonder enige compensatie.

De daaruit voortvloeiende noodsituatie riep veel vragen op. Helaas bereikt de kwestie van de energieafhankelijkheid een kritiek punt telkens als zich een politieke crisis voordoet of de politieke tegenstellingen tussen Rusland en Oekraïne de kop opsteken. Veel mensen herinneren zich de situatie van drie jaar geleden, toen de twee landen het opnieuw niet eens waren over de prijzen. Toen werd ons een gemeenschappelijk Europees energiebeleid beloofd, maar drie jaar later lijkt het alsof er nog niets veranderd is.

Daarom vragen wij ons vandaag af: zijn wij klaar voor een gemeenschappelijke energiemarkt of halen de individuele belangen de bovenhand via bilaterale overeenkomsten? Hebben we genoeg gedaan om de Europese gasnetwerken van de lidstaten te verbinden, of zijn we steeds minder geneigd om reserves aan te leggen voor crisissituaties? Hoe gaan we te werk bij de projecten “Nord Stream” en “South Stream” en het Nabucco-project?

Ik ben blij om te horen dat kernenergie net zo behandeld wordt als elke andere energiebron. Zonder in te boeten aan veiligheid is het tijd om onze houding tegenover de kerncentrales in Europa te herzien. Nog meer politiek gemotiveerde besluiten moeten worden vermeden.

We hebben kernenergie nodig en ze zou een aanzienlijk obstakel kunnen vormen om andere mogelijke crises beter het hoofd te kunnen bieden. Het is niet toevallig dat het Bulgaarse parlement op het toppunt van de crisis zijn Europese partners vroeg om het debat te heropenen over het opnieuw in werking stellen van de stilgelegde reactoren in Kozloduy, waarvan de veiligheid werd aangetoond door de bevoegde autoriteiten. Wij hopen op uw begrip.

Het zijn moeilijke beslissingen, maar we mogen ons daarbij niet laten leiden door vooroordelen of al bij voorbaat aannemen dat we toch niet tot een beslissing zullen komen. Ik richt me hier speciaal tot u, mijnheer de commissaris. Nog maar enkele dagen geleden, toen de Europese Commissie de middelen uit het Europese herstelplan toekende, kreeg het zwaarst getroffen land de minste middelen. Ik heb vanavond niet van u gehoord, mijnheer de commissaris, dat Bulgarije opgenomen werd in de lijst van landen die op het vlak van energie 100 procent afhankelijk zijn en bijzondere hulp nodig hebben.

Wat zijn de criteria en mechanismen die gebruikt worden om deze middelen toe te kennen? Ik zou ze moeilijk kunnen verklaren aan de Bulgaarse en Europese burgers. Uiteraard moeten we ook meer werk maken van het derde energiepakket en de invoer ervan versnellen. Als lid van de Commissie interne markt en consumentenbescherming heb ik veel gewerkt aan de bescherming van de energievoorziening voor consumenten, maar u moet begrijpen dat het belangrijker is om op de eerste plaats de energie zelf veilig te stellen.

 
  
MPphoto
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE). - (RO) Ik wil benadrukken hoe belangrijk het voor de Europese Unie is om een extern energiebeleid te ontwikkelen zodat de 27 lidstaten met één stem kunnen spreken in de onderhandelingen met de grote producenten. Alleen zo kan de Europese Unie gunstige invoerprijzen voor gas en olie verkrijgen en kan de energievoorziening worden gegarandeerd. Diversificatie van de toevoerbronnen moet een hoofddoelstelling van de Europese Unie zijn. Ik wil er echter op wijzen dat het project van de Russische South Stream-gaspijpleiding in het geheel niet bijdraagt tot deze diversificatie, aangezien de leveringsbron dezelfde blijft, namelijk Rusland. Bovendien zouden de reusachtige kosten die komen kijken bij de aanleg van deze gaspijpleiding leiden tot een verhoging van de gasprijs, een prijs die de Europese consumenten zouden moeten betalen.

Daarom meen ik dat de Europese Unie dringend actie moet ondernemen om in de toekomstige akkoorden met Rusland en Oekraïne een aantal veelomvattende clausules op te nemen van onderlinge energieafhankelijkheid, clausules die zeer duidelijke verplichtingen en efficiënte mechanismen voor een snelle oplossing van allerlei mogelijke problemen inhouden. Het strategisch partnerschap Europese Unie - Rusland en het nieuwe oostelijke partnerschap zou gericht moeten zijn op de tenuitvoerlegging ...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Colm Burke (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het energiebeleid en het buitenlands beleid zijn nu meer dan ooit met elkaar verbonden. We begrijpen de noodzaak van een communautair energiebeleid gezien de recente ontwikkelingen met de gasleveringen in Midden- en Oost-Europa maar, hoewel het een van de belangrijkste vernieuwingen is van het Verdrag van Lissabon, moet ik tot mijn spijt zeggen dat dit punt in de debatten over de ratificatie van het Verdrag onvoldoende is benadrukt.

In Ierland hebben we op ieder moment een gasvoorraad van twaalf dagen. 60 procent van onze elektriciteit wordt opgewekt uit ingevoerd gas, terwijl het EU-gemiddelde rond 40 procent ligt. Op 28 januari jl. heeft de Commissie een voorstel gepubliceerd om meer vaart te zetten achter de aanpak van de gebreken in de energie-infrastructuur binnen de EU, waarbij ook wordt bijgedragen aan het economisch herstel in het kader van een pakket van 5 miljard euro.

Dat de Commissie de elektriciteitsverbinding tussen Ierland en het VK opneemt als een prioritair domein voor financiële steun onder het Europees economisch herstelpakket is een erg welkome ontwikkeling in dit verband. Deze benadrukt verder dat wanneer alle 27 lidstaten samenwerken we de verandering die nodig is om te zorgen voor een zekere energievoorziening kunnen bewerkstelligen.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Ioan Mircea Paşcu (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de twee belangrijke documenten die we vandaag bespreken – het actieplan van de Commissie en het verslag hierover – zijn op verschillende tijden gemaakt vanwege de recente onderbreking van de gaslevering door de gebruikelijke winterruzie tussen Rusland en Oekraïne. Daardoor komt het verslag meer overeen met de werkelijkheid. Het probeert onze interne solidariteit te vergroten en bevordert de tenuitvoerlegging van het voorliggende plan. Zo kan er lering worden getrokken uit de lessen van de afgelopen crisis.

Afgezien van de steun voor de diversificatie van de gasaanvoerroutes vind ik dat het verslag grote bijdragen levert met het verzoek om de totstandkoming van de interne energiemarkt binnen de huidige wetgevingsperiode te bespoedigen, en met het aanstippen van de noodzaak om het gehele probleem van gasopslag opnieuw te bekijken. Ik zet echter vraagtekens bij de aanbeveling om het Nabucco-verslag volledig open te stellen voor Rusland, omdat iedereen weet dat Nabucco ontworpen was als alternatief voor Russisch gas en dat Rusland er dus alles aan zal doen om dat project de nek om te draaien.

 
  
MPphoto
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE).(SK) Dames en heren, de recente gascrisis heeft het belang van een communautair energiebeleid aangetoond. Bovendien is Slowakije erachter gekomen wat het betekent om voor 100 procent van Russisch gas afhankelijk te zijn. Honderden bedrijven hebben hun productie moeten stopzetten en konden hun werknemers slechts 60 procent van hun salaris betalen.

Ik waardeer het feit dat solidariteit een hoofdrol speelt in de betrekkingen tussen EU-lidstaten. Als wij geen noodlevering van gas hadden ontvangen - uit Duitsland, via Tsjechië, naar Slowakije - dan waren onze huishoudens ook in gevaar gekomen. Ik ben het standpunt toegedaan dat de noodzaak om een constante energievoorziening te garanderen een fundamentele universele prioriteit is. Het voorzien in de behoefte met voornamelijk niet-hernieuwbare energiebronnen begint op te wegen tegen wat ecologisch wenselijk is.

Wij moeten veilige kerncentrales bouwen en tegelijkertijd, met behulp van structuurfondsen, plattelandsgemeenschappen stimuleren om zich strategisch te concentreren op de relatie tussen energie, water en biotechnologie, opdat de energiebasis beter gediversifieerd wordt.

 
  
MPphoto
 

  Janusz Onyszkiewicz (ALDE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, uit de recente maar zeker niet de enige gascrisis die we hebben meegemaakt blijkt dat de zekere levering van deze belangrijke grondstof een steeds weer terugkerend thema is.

Qua ligging bevinden we ons in Europa niet in een slechte situatie. We zijn bijna omringd met gasbronnen: Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Centraal-Azië, Rusland. Het probleem is dat Europa geen interne gasmarkt heeft en daarom ook geen min of meer uniforme gasprijs. Ik zou erop willen wijzen dat in de Verenigde Staten wel zo’n markt bestaat en duizend kubieke meter gas daar minder dan tweehonderd dollar kost. In Europa betalen we ongeveer vierhonderd dollar. Dit komt omdat we geen infrastructuur hebben waarmee gas tussen landen kan worden vervoerd.

Tot slot de pijpleiding Nabucco. Het is de hoogste tijd dat we deze pijpleiding de gepaste prioriteit toekennen en onze financiële middelen inzetten voor de daadwerkelijke aanleg.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Saryusz-Wolski (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb drie vragen voor commissaris Piebalgs.

In de eerste plaats, Nabucco zou de onderhandelingen over de toetreding van Turkije kunnen bemoeilijken, zoals we van minister-president Erdoğan hebben vernomen. Nemen we binnen de zuidelijke corridor ook het White Stream-project (Kaspische Zee-Georgië-Zwarte Zee-Oekraïne-Roemenië) in overweging?

In de tweede plaats, zou u in de herziene gasrichtlijn willen overwegen om alle lidstaten een verplichting op te leggen van negentig dagen aan reserves voor gasopslag?

In de derde plaats, u heeft een indrukwekkend pakket van 3,5 miljard euro geïntroduceerd voor de energie-infrastructuur. Verwacht u enige problemen in de Raad? Want het moet nog steeds door de Raad worden goedgekeurd: ik heb van vier lidstaten gehoord dat ze er tegen zijn. En hoe kan het Europees Parlement, dat het pakket ook moet goedkeuren, meehelpen zodat het zo snel mogelijk wordt aangenomen?

 
  
MPphoto
 

  Flaviu Călin Rus (PPE-DE). - (RO) De recente gascrisis tussen Rusland en Oekraïne heeft helaas ook een aantal lidstaten van de Europese Unie getroffen. Deze gascrisis heeft eens te meer aangetoond dat de Europese Unie in hoge mate afhankelijk is van één enkel gasleveringspunt. Daarom ben ik van oordeel dat de ontwikkeling van partnerschappen met Rusland een goede zaak is voor de gehele Europese Unie. Tegelijkertijd denk ik dat de Europese Unie onmiddellijk projecten moet opstarten om alternatieve oplossingen te vinden om de consequenties van een crisis, die zich in een nabije of verdere toekomst zou kunnen voordoen, te voorkomen.

In dat opzicht meen ik dat de twee projecten, Nabucco en South Stream, samen met andere oplossingen onder de loep moeten worden genomen. Ik refereer hierbij aan de velden in de Noordzee en die waarvan wordt aangenomen dat ze op het continentale plat van de Zwarte Zee aanwezig zijn. Omdat na verloop van tijd alle velden opgebruikt zullen zijn, moeten we investeren in wetenschappelijke projecten om alternatieve energiebronnen te ontdekken, en zo ook de ontwikkeling van toekomstige generaties te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE). - (RO) De recente gascrisis heeft eens te meer het belang benadrukt van de ontwikkeling van alternatieve energieroutes en -bronnen, middels de ontwikkeling van transportinfrastructuur en onderlinge verbindingen. Het Nabucco-project draagt bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Unie inzake diversificatie van de routes en van leveringen uit derde landen, en moet daarom sneller worden uitgevoerd. Het netwerk van Roemenië moet snel met dat van Hongarije en Bulgarije worden verbonden zodat doorvoer door buurlanden mogelijk wordt.

Ik meen verder dat van het South Stream-project niet kan worden gezegd dat het in het Europees belang is, juist omdat het niet voorziet in een alternatieve bron, zoals in de strategische toetsing van het verslag wordt gevraagd. Maar ook wij hebben onze eigen energiebronnen. Eén microwaterkrachtcentrale is niet rendabel, maar honderdduizenden waterkrachtcentrales, van de Alpen tot de Karpaten, van de Balkan tot in de Tatra of de Pyreneeën, betekenen energieonafhankelijkheid.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, het was een zeer boeiend debat waarin we veel verschillende meningen over energie hebben gehoord en waarin het onderwerp de aandacht kreeg die het verdient. Maar ik denk dat het debat zonder twijfel heeft laten zien dat de rapporteur het juiste evenwicht heeft gevonden. Het is waar dat we de details allemaal anders zien. Er zijn geen eenvoudige oplossingen, geen wondermiddelen om dit probleem op te lossen.

Ik wil de rapporteur er nogmaals voor prijzen dat zij daadwerkelijk uitvoerig alle meningen in het verslag heeft verwerkt en tegelijkertijd de tweede strategische toetsing van het energiebeleid van de Commissie in het verslag steunt.

Velen van u hebben gesproken over de “supergrid”, het instrument dat werd gezien als een magische oplossing. Het heeft inderdaad een groot potentieel, maar het stelt ons voor een nieuwe uitdaging. Iemand moet het netwerk bekostigen, en zoals u weet zoeken we een balans tussen betaalbaarheid, zekerheid van de energievoorziening en duurzaamheid. Als we dus willen streven naar een dergelijke “supergrid”, is het herstelplan de eerste stap in de goede richting.

Het herstelplan kan ertoe leiden dat we in een vicieuze cirkel terecht komen, waarin we zeggen: ‘We hebben dit en dat nodig, maar het bedrijfsleven moet daarvoor zorgen’. Uiteraard stimuleren we ook het bedrijfsleven op verschillende manieren, maar als er niet ook openbare middelen en Europese middelen worden uitgetrokken in overeenstemming met onze politieke prioriteiten, zal het plan geen succes worden.

Dan zijn er nog andere punten die ik wil benadrukken, in navolging van wat de heer Paparizov zei. Ik wil nog eens duidelijk aangeven wat het derde wetgevingpakket voor de interne markt zal betekenen voor Europa. Ten eerste wordt het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregelgevers opgericht. Daarmee zullen veel problemen worden opgelost. Ten tweede komt er een Europees orgaan voor transmissiesysteembeheerders. Deze tweede punten spelen een cruciale rol voor de zekerheid van de energievoorziening, terwijl de lidstaten tegelijkertijd zelf zeggenschap houden over het energiebeleid.

Dus als het pakket nu wordt aangenomen, zal dat een grote impuls geven aan de verbetering van de energiezekerheid. Als het wordt opgeschort, gaat die impuls echter grotendeels verloren. Dus in mijn ogen moeten het herstelplan en het derde energiepakket er gewoon komen.

De laatste vragen blijven mij meestal het beste bij, dus ik zal er kort op ingaan, omdat ze een heel duidelijk verband hebben met de problemen die we hebben besproken. Waarover is de Raad aan het debatteren? Ik denk dat het in wezen om twee punten gaat.

Ten eerste de vraag of we überhaupt openbare middelen in energie moeten steken. Een minderheid van de landen vindt nog steeds dat het geld van het bedrijfsleven moet komen, maar het probleem daarbij is dat het voor bedrijven moeilijk is om te investeren in zeer kostbare projecten waarvan het rendement onzeker is.

Het tweede punt is ‘een evenredige compensatie voor mijn land’. Hierover kan ik zeggen dat mijn land niet specifiek onder het herstelplan valt, dus het is goed dat hierover veel vragen zijn gesteld. Ik heb al uitgelegd dat interconnectie binnen de Baltische staten als geheel ook nuttig is voor mijn land. Dit vraagstuk wordt dus nog heel sterk vanuit een nationaal perspectief bekeken: ‘mijn evenredige compensatie’.

Ik denk dat we hiermee de eerste stap zetten in de richting van Europese publieke middelen waarmee dit soort ontwikkelingen worden gestimuleerd. Hier zou weleens de grootste moeilijkheid kunnen liggen, maar ik denk dat de Raad hard zal werken om ons voorstel goed te keuren, want ik denk dat het een evenwichtige, zij het niet voor iedere lidstaat ideale oplossing biedt.

Wat het Nabucco-project betreft, heeft de doorvoer via Turkije absoluut onze voorkeur. We zijn er al mee bezig, we hebben een intergouvernementele conferentie georganiseerd die volgens plan in maart moet uitmonden in een intergouvernementele overeenkomst en een overeenkomst voor de ondersteuning van het project. Dat zou in juridisch opzicht en qua regelgeving genoeg duidelijkheid moeten bieden voor de investering in de Nabucco-pijpleiding. Als deze optie mislukt, gaan we op zoek naar alternatieven. Er zijn dus alternatieven, maar het traject via Turkije geniet onze voorkeur en ik denk dat het voor Turkije ook gunstig is.

Wat betreft gasopslag, we nemen dit in overweging, maar negentig dagen is niet voor alle lidstaten noodzakelijk. Het is namelijk sterk afhankelijk van de import. Een land dat zelf gas produceert, heeft een minder hoog opslagniveau nodig. We moeten dus zorgen voor een beter afgestemde opslagverhouding, waarmee de zekerheid van de energievoorziening voldoende kan worden gewaarborgd en die voldoende realistisch is in geval van een crisis. We zijn dus nog aan het onderzoeken hoe we het voorstel voor gasopslag beter kunnen afstemmen.

Ik wil u nogmaals bedanken voor dit debat. Het was een pittig debat, maar ik geloof dat alle aspecten aan bod zijn gekomen en we moeten eenvoudigweg heel daadkrachtig te werk gaan om uitvoering te geven aan de punten waarover wij overeenstemming hebben bereikt en de voorstellen die het Parlement is overeengekomen. Nogmaals mijn dank aan het Parlement voor zijn krachtige steun bij het ontwikkelen van een Europees energiebeleid.

 
  
  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het was een uitermate boeiend debat. En ook ik vind dat dit voor een heel groot deel te danken is aan onze collega die verantwoordelijk is voor energie.

Hoe het ook zij, alles waar u voor pleit – energiezekerheid, meer efficiëntie, intelligente netwerken, gedecentraliseerde netwerken, de “supergrid”, de “microgrids”, de virtuele energiecentrales – vraagt om ICT voor de besturing van al deze systemen. Het is dus essentieel dat we alles op alles zetten om deze intelligente instrumenten te laten bouwen, zodat het door de Commissie industrie, onderzoek en energie voorgestelde beleid in de praktijk kan worden gebracht. We zijn in economisch en technologisch opzicht op de juiste weg en het is bovendien, en dat wil ik beklemtonen, een unieke kans voor het bedrijfsleven. Als we ervoor zorgen dat we via de ICT energie-efficiëntie in goede banen kunnen leiden, zal dat leiden tot het ontstaan van nieuwe bedrijven, een flinke groei en veel nieuwe banen. Juist om die reden moeten we ook doorgaan met intelligent bouwen, intelligente verlichting en intelligent transport. Alleen als we de mogelijkheden die uit onderzoek naar voren zijn gekomen, in de praktijk toepassen, zullen we niet alleen minder afhankelijk zijn doordat we efficiënter zijn, maar zullen we ook nieuwe industriële capaciteit creëren.

Ik geef u een voorbeeld om te laten zien hoe we daarvoor kunnen zorgen. Zoals u weet gaan we een tekst aannemen over hoogefficiënte luminescentiedioden – de bekende LED’s – die er nu al voor zal zorgen dat het energieverbruik voor verlichting 30 procent afneemt en tegen 2025 tot 50 procent. Dankzij Europees onderzoek zijn we al een stap vooruitgegaan. In 2007 hebben we dankzij ons Europees kaderprogramma voor onderzoek OLED’s – organische LED’s – ontwikkeld die tweemaal zo energiezuinig zijn als gewone LED’s. Europees onderzoek heeft resultaat opgeleverd en het is nu aan de nationale en regionale politiek om dit in de praktijk toe te passen.

Volgens sommige critici is het Europees herstelplan niet gericht op efficiëntie. Als ik het plan juist lees, zie ik dat een miljard euro wordt geïnvesteerd in energie-efficiëntie in gebouwen. U allen in dit Parlement hebt dit onderschreven als de juiste aanpak. Vijf miljard euro gaat naar schone auto’s, zodat auto’s niet meer zoals nu afhankelijk zijn van olie, en er wordt een miljard euro beschikbaar gesteld voor intelligente productie, zodat bedrijven tijd en energie kunnen besparen.

We zijn op de juiste weg en ik denk dat we met hulp van het Parlement en met veel stimulering in de lidstaten erin zullen slagen deze middelen niet alleen te ontwikkelen, maar ook in de praktijk toe te passen. Dan is energie-efficiëntie eindelijk iets concreets, en niet meer alleen het onderwerp van debatten.

 
  
MPphoto
 

  Anne Laperrouze, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mijnheer de commissaris, dames en heren, hartelijk dank voor al uw waardevolle bijdragen, waaruit blijkt hoe alomvattend het terrein van energie is en dat energie werkelijk een vitale behoefte is.

In onze debatten en in het verslag, waarin de discussies zijn meegenomen die we hebben gehad met collega’s van verschillende fracties, heb ik een brede consensus opgemaakt over de noodzaak van versterking van de netwerken, de onderlinge verbindingen, van het gebruik van informatie- en communicatietechnieken om de netwerken intelligent te maken, wat mevrouw de commissaris zojuist heeft uitgelegd, de noodzaak van versterking van de betrekkingen met de productielanden en de doorvoerlanden, wat het streven was van de Commissie buitenlandse zaken met onze rapporteur, de heer Dimitrakopoulos, en ook van een overeenkomst inzake energie-efficiëntie, energiebesparing en de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen.

De consensus die we tot stand hebben weten te brengen, bestaat uit verbetering van de energie-efficiëntie, de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen, diversifiëring van onze bronnen en voorzieningskanalen, verdieping van de dialoog met de productielanden, maar ook het feit dat de zevenentwintig lidstaten met één stem spreken en vooral een wijziging van onze levensstijl. Deze dimensies zijn stuk voor stuk noodzakelijke paden die moeten leiden tot een gemeenschappelijke zekerheid van de energievoorziening waarnaar wij allen streven.

De meningsverschillen gaan uiteraard over de samenstelling van het energiepakket. Wat zijn de energiebronnen? Ik wil reageren op onze collega’s van de Groenen en ook op andere collega’s die zich hebben uitgesproken tegen kernenergie. We moeten wel opletten.

Er wordt veel overdreven. Ik denk dat we zeer ambitieuze doelstellingen hebben vastgesteld voor 2050. We hebben het over een terugdringing van 80 procent van de CO2-uitstoot, we hebben het over 60 procent hernieuwbare energie. We hebben gezien dat een groot deel was toegekend aan alle hernieuwbare energiebronnen. In het verslag wordt erkend dat kernenergie deel uitmaakt van de energiemix.

Ter conclusie zou ik in dat verband alleen nog willen wijzen op de doelstellingen, de CO2-concentratie van 450 ppm waarnaar wordt gestreefd om de limiet van een temperatuurstijging van 2 graden te waarborgen. Ik wil u eraan herinneren dat in de aangekondigde maatregelen sprake is van 9 procent kernenergie, 54 procent energie-efficiëntie, 35 procent hernieuwbare energie en 14 procent opvang en geologische opslag van koolstof.

Dit alles is voor 2030. Dus kernenergie maakt er deel van uit en kolen ook. Ik ben geen fan van kolen en evenmin van kernenergie, maar we moeten een zo breed mogelijke waaier aan energiebronnen hebben. Ik zou in 2050 niet voor de keuze willen staan tussen kolen en kernenergie.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dank u, mevrouw Laperrouze. Het Parlement hecht veel waarde aan uw energie.

De gecombineerde behandeling is gesloten.

De stemming over het verslag van Anne Laperrouze vindt morgen plaats.

Overeenkomstig artikel 108, lid 5, van het Reglement heb ik aan het eind van het debat over de mondelinge vraag van Vladimír Remek(1) een ontwerpresolutie ontvangen. De stemming vindt woensdag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Alin Lucian Emanuel Antochi (PSE), schriftelijk. (RO) De solidariteit tussen de lidstaten van de Europese Unie op het gebied van energie moet een hoofddoelstelling worden zowel op Europees als op regionaal en bilateraal niveau. De nationale strategieën die lidstaten afzonderlijk bepalen, mogen de energiebelangen van de andere lidstaten niet schaden en moeten overeenstemmen met het algemene belang van de Europese Unie op het vlak van energiezekerheid.

Binnen deze context moeten de vervolmaking van het communautair wettelijk kader rond onderlinge energieafhankelijkheid binnen de EU en de uitwerking van een nieuwe reeks regelgevende handelingen om zowel de relaties van de Europese Unie met energieleveranciers van buiten de EU als met de doorvoerlanden te reglementeren, echt dienen als efficiënt instrument bij de uitwerking van een Europees veiligheidsbeleid. De nieuwe wetten zullen moeten voorzien in dwangmechanismen van gerechtelijke aard om de samenwerking op het gebied van energie te verstevigen en om een duurzame concurrentie op de Europese energiemarkten te ontwikkelen.

Er moeten meer inspanningen worden geleverd gericht op een verhoging van EU-investeringen, met name investeringen voor de diversificatie van grensoverschrijdende structuren, het bevorderen van de productie van alternatieve, niet-traditionele energie op lokaal niveau en verbeteringen in de capaciteit van de infrastructuur om de verbinding met nieuwe energiebronnen te vergemakkelijken. De Europese Unie moet ook beseffen dat het noodzakelijk is om de particuliere energiesector te stimuleren in de lidstaten die nu al de gevolgen voelen van de economische wereldcrisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. (PL) We kunnen wel stellen dat de energiecrisis van januari zo langzaamaan een jaarlijks terugkerend ritueel wordt. Hoe harder de winter hoe groter de kans dat de Russische Federatie de gastoevoer naar Europese landen vermindert. In het licht van deze zoveelste gascrisis, waarvan ook burgers uit de Europese Unie het slachtoffer waren, is het dan ook wel erg vreemd dat bondskanselier Angela Merkel maar blijft hameren op het voorstel voor de aanleg van een noordelijke gaspijpleiding met communautaire middelen.

De Europese Commissie zou nu een plan moeten uitwerken voor diversificatie van energiebronnen. Er moet worden geïnvesteerd in de bouw van nieuwe pijpleidingnetwerken, die onbetrouwbare energie-exporteurs als de Russische Federatie omzeilen. In een van de door mij ingediende amendementen bij het verslag-Laperrouze onderstrepen we het belang van de ondersteuning van de Nabucco-gaspijpleiding, als de enige bestaande onderneming die zal leiden tot een diversificatie van energiebronnen en doorvoerroutes voor gas, zonder deelname van Rusland. Ook de aanleg van gasverbindingen tussen verschillende systemen, waarmee snel gasreserves kunnen worden verstuurd in geval van een volgende crisis, moet een prioriteit zijn.

Daarnaast moeten onze handelsovereenkomsten gebaseerd zijn op een speciale 'energiezekerheidsclausule', die moet fungeren als ethische code voor deze sector.

Voor Europa en de rest van de wereld die op een beschaafde manier handel drijft, is het belangrijk dat de Russische Federatie het Europees Energiehandvest ratificeert. Ik ben van mening dat alleen een coherente en compromisloze opstelling van een verenigd Europa het Kremlin ertoe kan brengen een dergelijk besluit te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. (LT) Energiekwesties vormen de grootste uitdaging van deze tijd. De gascrisis waarmee de EU in januari te maken had, was niet de eerste in de geschiedenis van de EU. Er zijn in Europa landen die voor 100 procent afhankelijk zijn van gas uit Rusland en een van die landen is Litouwen, dat in december 2009 zijn kerncentrale zal sluiten. De EU moet aanvullende maatregelen nemen om te voorkomen dat de crisis zich herhaalt. De ontbrekende energieschakel moet worden gecreëerd, en we moeten tevens de richtlijn tot veiligstelling van de gasvoorziening versterken en een EU-coördinatiemechanisme instellen waarmee speciaal op soortgelijke crises kan worden ingespeeld. Het is van essentieel belang dat er voldoende energiereserves aanwezig zijn in die lidstaten die het meest van externe energievoorziening afhankelijk zijn.

De crisis tussen Rusland en Oekraïne is niet slechts een crisis in het wederzijds vertrouwen, maar ook een crisis van geopolitieke aard. Beide landen moeten verantwoordelijkheid nemen voor het feit dat er lidstaten zijn geweest die geen gas meer ontvingen. Europa zelf moet diversificatie in zijn energiebronnen aanbrengen en de leveringszekerheid verbeteren. Europa moet resoluut handelen, want de oplossing van de energiecrisis rond de levering van gas uit Rusland is slechts van tijdelijke aard.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE), schriftelijk. (RO) Ik bedank mevrouw Laperrouze voor dit verslag en steun de meeste van haar conclusies. De EU moet zeer ambitieus zijn bij de bestrijding van klimaatveranderingen. De rol van kernenergie en hernieuwbare energie mag hierbij niet worden veronachtzaamd.

Er moet sneller een gemeenschappelijke markt voor elektriciteit en aardgas komen. Hiervoor zijn onderlinge verbindingen nodig; ik verwelkom dus het voorstel van de Europese Commissie om 1,5 miljard euro toe te wijzen aan interconnectieprojecten. Bovendien moeten alle lidstaten voldoen aan de in Barcelona vastgestelde criteria voor interconnectie.

Verder kan vooral in de nieuwe lidstaten de energie-efficiëntie beter. In Roemenië bijvoorbeeld bestaat een enorm besparingspotentieel, en ik zou graag willen dat dit wordt benut.

De crisis Rusland-Oekraïne heeft nogmaals de noodzaak van een gezamenlijke EU-aanpak aangetoond. Ik steun de conclusie van het verslag, inclusief wat betreft een akkoord tussen de EU, Rusland en Oekraïne.

Ik ben het er echter niet mee eens dat het South Stream-project even belangrijk is voor de zekere energievoorziening van de EU als het Nabucco-project. South Stream is een concurrerend project voor Nabucco en beantwoordt helemaal niet aan de vraag tot diversificatie van de energieleveringsbronnen om de energiezekerheid van de EU te garanderen. Daarom stel ik voor om in de toekomst beter te letten op de plaats die dit project in verschillende EP-documenten wordt toegekend.

 
  
MPphoto
 
 

  Dragoş Florin David (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Dames en heren.

Wij bespreken vandaag in het Europees Parlement een van de belangrijkste verslagen van deze plenaire vergadering. In dit verslag vinden we essentiële elementen van het energiebeleid dat wij in de gehele Unie willen invoeren, zoals de nationale noodplannen, de energiezekerheidsclausule, de diversificatie van de leveringsbronnen en het behoud van kernenergie in de energiemix.

Hieruit blijkt de flexibiliteit en snelle aanpasbaarheid van ons beleid en onze acties. Na de gascrisis van begin dit jaar moet de reglementering van handels-, associatie-, partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten met de producerende en doorvoerlanden de prioriteit van de Unie zijn. In deze overeenkomsten moeten een gedragscode en de consequenties voor niet-naleving ervan zijn opgenomen.

Bovendien moet de diversificatie van de energietoevoer door middel van interconnecties tussen de lidstaten, nieuwe toeleveringsroutes zoals Nabucco en de bouw van LNG-terminals, worden vertaald naar lopende, door de Commissie gefinancierde projecten. Ten slotte feliciteer ik mevrouw Laperrouze met haar verslag en hoop ik dat dit door de grote meerderheid van onze collega’s zal worden gesteund. Ik dank u wel.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandra Dobolyi (PSE), schriftelijk. – (HU) De eerste weken van 2009 werden de EU-lidstaten als gijzelaars behandeld door Oekraïne, wiens leiders een conflict met Moskou zijn begonnen over de afrekening van diensten vanwege de prijs van gasleveringen. Kiev hoopte met zijn optreden, gezien de traditionele anti-Russische sentimenten in West- en Oost-Europa, de meeste EU-landen achter zich te krijgen, maar dat bleek een zware politieke misrekening.

De EU moet eindelijk haar eigen vicieuze cirkel zien te doorbreken. Slechts één facet hiervan is de energiefobie op grond waarvan we de Russen wel moeten verdragen omdat ze anders de gaskraan dichtdraaien. Deze misvatting kan alleen maar leiden tot verkeerde conclusies! Het draait niet alleen om energie!

Als de EU daadwerkelijk als langetermijndoelstelling een partnerschap voor ogen heeft met een Rusland dat op democratische leest is geschoeid, een enorme markt vertegenwoordigt, in ontwikkeling is en in staat is zich verder te ontwikkelen, moet zij ook rekening houden met het feit dat de economische en politieke zwaartepunten met recht in Rusland terecht zouden kunnen komen.

De EU moet actief en geloofwaardig te verstaan geven dat zij belang heeft bij de totstandkoming van een modern Rusland. Een houding bij de EU die vol is van aansporende woorden maar verstikkend, terughoudend en stigmatiserend is in haar daden is tot mislukken gedoemd.

Het gebrek aan een gemeenschappelijk energie- en buitenlands beleid, het naar de achtergrond dringen van de diversificatie van energiegebruik en het op de voorgrond plaatsen van bepaalde historische grieven en handelsvoordelen maken onze Unie kwetsbaar.

Een verenigd Europa zou Moskou aan het denken kunnen zetten, want zoiets hebben ze niet eerder meegemaakt. Maar bij landen die een grillig beleid voeren, kan het gigantische Rusland met gemak zijn zin doordrijven.

Het gaat hier om zo veel meer dan alleen energie!

 
  
MPphoto
 
 

  András Gyürk (PPE-DE), schriftelijk. – (HU) In de strategische toetsing van het energiebeleid worden alle stappen goed samengevat die onontbeerlijk zijn voor de vermindering van de Europese afhankelijkheid van externe energiebronnen. Door de onderbrekingen in de gasvoorziening van de afgelopen weken zijn bepaalde punten van het voorliggende verslag bijzonder actueel geworden.

We kunnen alleen maar beamen dat de communautaire wetgeving inzake gasreserves op een nieuwe leest moet worden geschoeid. Naast de voorgeschreven verplichte reserves achten wij het noodzakelijk dat de solidariteitsmechanismen ook door middel van communautaire richtlijnen worden versterkt, in overeenstemming met het Verdrag van Lissabon.

Het is prijzenswaardig dat de door de Commissie uitgevoerde toetsing van het energiebeleid de infrastructuren noemt waarvan de totstandkoming het gezamenlijk belang vormt van alle lidstaten. Het is een positieve ontwikkeling dat het verslag naast de Zuidelijke Gascorridor als belangrijke doelstelling de verbinding van de Midden- en Zuidoost-Europese gasleidingen noemt. Het belang van het oorspronkelijk aan MOL verbonden initiatief schuilt in het feit dat de betreffende staten elkaar in de toekomst sneller te hulp kunnen schieten bij onderbrekingen in de voorziening. De verbinding van netwerken kan ook de concurrentie in de regio aanwakkeren.

Wij vinden het een goede beslissing dat de Europese Commissie een deel van de niet bestede EU-fondsen overhevelt naar infrastructuur op energiegebied. We zijn echter minder te spreken over het feit dat de meest kwetsbare lidstaten een kleiner deel van het budget ontvangen voor hun infrastructuur dan zij graag zouden zien. De welluidende beloftes kunnen alleen worden ingewilligd met een indrukwekkendere financiële bijdrage en solidariteit vanuit de Gemeenschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Janusz Lewandowski (PPE-DE), schriftelijk. (PL) Een oude Poolse uitdrukking luidt: "Een Pool wordt wijs door schade en schande". Dit is voor mijn landgenoten niet erg vleiend, maar het geldt natuurlijk voor de hele Europese Unie. We hadden de onaangename ervaring van de Russisch-Oekraïense gasoorlog in januari 2009 nodig om van veilige energie een prioriteit te maken voor de hele Europese Gemeenschap.

Weliswaar is het Verdrag van Lissabon met bepalingen over energiesolidariteit er niet gekomen, maar dit is geen excuus. Politieke wil en een nuchtere analyse van de recente crisis volstaan om toekomstige scenario's te schetsen en de Europese Unie voortaan te vrijwaren van de problemen die het gevolg waren van de geblokkeerde gastoevoer via Oekraïne. Zowel de mededeling van de Europese Commissie als het verslag-Laperrouze beschrijft wat kan worden gedaan in noodgevallen, bijvoorbeeld reserves vergroten en netwerken aanleggen die de beschikbaarheid technisch garanderen. Dat lijdt geen twijfel. Het zal echter moeilijker worden om het eens te worden over een langetermijnstrategie die een realistische opstelling bevat tegenover Rusland, Europa's belangrijkste leverancier van olie en gas op dit moment.

We hebben gezien dat wederzijdse afhankelijkheid geen continue levering en geen relatie op basis van rationele economische factoren garandeert. Dat politieke motieven een rol spelen is zelfs voor een naïeveling duidelijk. In de betrekkingen met onze oosterburen zal het moeilijkste zijn om de neiging tot het sluiten van bilaterale overeenkomsten uit te roeien. Dat is de echte maatstaf voor het succes of het fiasco van het communautaire beleid voor zekerheid en solidariteit op het gebied van energie!

 
  
MPphoto
 
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE-DE), schriftelijk. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren.

Ik wil degenen die het verslag hebben opgesteld bedanken voor hun veelzijdige werk en voor het in de kern van het debat brengen van een belangrijke zaak. Net als de rapporteur vind ik het zeer belangrijk dat de Europese Unie zich in haar energiestrategie houdt aan gemeenschappelijke langetermijndoelen. Maatregelen om energie te besparen zijn absoluut van belang om het energieverbruik radicaal te verminderen.

Er zijn geen nationale oplossingen voor Europese problemen. Om een zekere energievoorziening in Europa te waarborgen, moet de Europese Unie investeren in het creëren van een gemeenschappelijk basisnetwerk en een gemeenschappelijke energiemarkt alsmede betere coördinatie.

In het verslag wordt te veel nadruk gelegd op kernenergie als een van de belangrijkste energie-investeringen van Europa in de toekomst. Vanwege de risico’s en nadelen van kernenergie is dit een kortzichtig en schadelijk beleid. Het verslag is niet ambitieus genoeg met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen. Een concurrerend Europa gebaseerd op duurzame groei moet ten doel stellen dat het aandeel hernieuwbare energie toeneemt tot 80 procent in 2050. Veel onderzoeken, onder andere de ERENE-studies van het Duitse Aerospace Centre en de Heinrich Böll Stiftung, tonen aan dat een doeltreffende invoering van nieuwe en schone vormen van energie technisch en economisch mogelijk is. Nu ontbreekt alleen nog de politieke wil.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Zlotea (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Het verslag van mevrouw Laperrouze verwijst naar een probleem dat alle burgers van de Europese Unie aangaat, zeker in het licht van de recente gascrisis. Wij zullen allemaal een bijdrage moeten leveren om de ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken van deze tweede strategische toetsing van het energiebeleid, te weten duurzaamheid, concurrentievermogen en een zekere energievoorziening.

Ik wil hier ook het belang van een verbeterde veiligheid van onze energiebronnen onderstrepen. We moeten maatregelen nemen om de energiebronnen en de toeleveringswegen te diversifiëren. Wij moeten investeringen in infrastructuur en nieuwe technologieën met een verlaagd energiegebruik ondersteunen om met succes de ”20-20-20”-doelstellingen te bereiken.

Nu meer dan ooit, moeten de lidstaten hun solidariteit tonen en samenwerken om de energiereserves veilig te stellen. Deze nieuwe strategie moet tegelijkertijd de basis leggen voor een economische groei van de EU.

Ik wil herinneren aan het geopolitieke belang dat Roemenië en de Zwarte Zeeregio hebben voor de energiezekerheid en de diversificatie van de energieleveringsbronnen.

 
  

(1) Zie notulen


17. Invloed van economische partnerschapsovereenkomsten op de ontwikkeling (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is een korte presentatie van het verslag (A6-0513/2008) van Jürgen Schröder, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking, over de invloed van economische partnerschapsovereenkomsten (EPO's) op de ontwikkeling (2008/2170(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Jürgen Schröder, rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, we behandelen nu de invloed van economische partnerschapsovereenkomsten op de ontwikkeling. ‘Economische partnerschapsovereenkomsten’ is een hele mond vol, zeker in het Duits. Het is een vreselijke term en er zullen ongetwijfeld weinig mensen in Duitsland zijn die zich met dit onderwerp bezighouden, hoewel het de komende jaren een van de belangrijkste onderwerpen zal zijn. Waarover gaat het hier?

In de Overeenkomst van Cotonou is vastgelegd dat eind 2007 economische partnerschapsovereenkomsten tussen de Europese Unie en de ACS-landen (Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan) moesten zijn gesloten. Reden daarvoor was het feit dat ontwikkelingslanden die niet tot de ACS-landen behoorden en behoren, bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) hadden geklaagd dat de Europese Unie de ACS-landen bijzondere privileges toekende.

We zijn er nu in geslaagd om ten minste in een deel van het Caribische gebied een dergelijke economische partnerschapsovereenkomst te sluiten, die naar ik hoop succesvol zal zijn. In mijn verslag staat dat deze overeenkomst een nieuwe basis zal vormen voor ontwikkelingssamenwerking: wij helpen hen zichzelf te helpen. Wij proberen handel en ontwikkelingsamenwerking met elkaar te verbinden, en daarmee bedoel ik het handels- en ontwikkelingsbeleid. Uiteraard was er sprake van wrijvingen, met name hier in het Parlement tussen onze commissie, de Commissie regionale ontwikkeling en de Commissie internationale handel, en daarbij ging het met name om de vraag of deze overeenkomsten verenigbaar zijn met de regels van de WTO en met name de kwestie van parlementaire controle.

Aanvankelijk had ik twee paragrafen – 5 en 17 – in mijn verslag opgenomen, die betrekking hadden op de kwestie van de parlementaire controle. Op verzoek en op advies van de voorzitter van de Commissie internationale handel heb ik beide paragrafen geschrapt en een alternatief ontwerpverslag, ditmaal zonder deze paragrafen, ingediend, waarover donderdag wordt gestemd. Afgezien van de geschrapte paragrafen is mijn ontwerpverslag identiek aan het eerste verslag. Het schetst een beeld van de mogelijkheden en ook de gevaren van economische partnerschapsovereenkomsten, maar het onderstreept voornamelijk de potentiële positieve gevolgen van deze overeenkomsten op de bevolking in deze landen.

Alvorens af te sluiten, mijnheer de Voorzitter, wil ik graag nog het volgende opmerken: enkele afgevaardigden hier in het Parlement hebben herhaaldelijk beweerd dat mensen in de ACS-landen te weinig tijd hebben gehad om deze overeenkomsten te sluiten. Dat is niet waar. Ze hebben daar van 2000 tot 2007 de tijd voor gehad; vervolgens hadden ze nog een jaar de tijd tot 2008; en we hebben nog steeds tijd. Wij willen hiermee echter niet tot de mensen in deze landen zeggen dat ze dit kunnen doen wanneer ze daar een keer tijd voor hebben: de tijd dringt. Het is in het belang van de mensen in de ACS-landen en daarom dring ik er bij de afgevaardigden hier in het Parlement op aan om donderdag vóór mijn verslag te stemmen, ook degenen die aanvankelijk van plan waren tegen dit verslag te stemmen. Het gaat hier niet om een geschil tussen rechts en links; het gaat erom de mensen in de ACS-landen te helpen om zelfbewuster te worden en in de nabije toekomst gelijkwaardige partners binnen de internationale handel te worden.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie is ingenomen met het verslag van de heer Schröder, waarin alle verschillende meningen over de invloed van economische partnerschapsovereenkomsten (EPO’s) op de ontwikkeling in gelijke mate aan bod komen.

Het dossier is voortdurend in ontwikkeling. We hebben een volledige economische partnerschapsovereenkomst gesloten met het Caribisch gebied en we hebben onderhandeld over tijdelijke overeenkomsten met landen en regio’s in Afrika en de Stille Oceaan. Deze tijdelijke EPO’s behelzen een met de WTO verenigbare handelsregeling en bieden deze landen belangrijke handelspreferenties. Deze overeenkomsten zijn slechts tijdelijk, aangezien ze worden vervangen door volledige EPO’s. Het tempo van deze onderhandelingen zal worden bepaald door de betreffende regio’s zelf om ervoor te zorgen dat de doelstellingen en de reikwijdte aansluiten bij hun eigen integratieproces, capaciteit, behoeften en beleidsprioriteiten.

Tegelijkertijd zijn de programma’s voor het tiende Europees Ontwikkelingsfonds ontwikkeld. De meeste regionale en nationale programma’s zijn inmiddels ondertekend. Deze programma’s bieden onze partners in de ACS-regio’s uitgebreide steun om ze in de aanloop naar de EPO’s te helpen de meeste overeenkomsten te realiseren: directe steun voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten en indirecte steun voor de aanleg van infrastructuur en de opbouw van productiecapaciteit.

De Commissie erkent dat ontwikkelingsfinanciering een cruciale rol speelt. We zijn ook verheugd dat in het verslag wordt erkend dat het bij de ontwikkelingsdoelstellingen en de resultaten van de overeenkomsten om veel meer gaat dan alleen financiële steun. We erkennen ook dat hervormingen in de ACS-regio’s een cruciale rol spelen voor het realiseren van de ontwikkelingsdoelstellingen, zoals uiteengezet in paragraaf 14 van het verslag. Het gaat hierbij om fiscale hervormingen en wijzigingen in het belastingstelsel. Deze hervormingen zullen leiden tot verschuivingen in de belastinggrondslag als gevolg van de liberalisering en vormen als zodanig nuttige maatregelen voor een duurzaam beheer van overheidsfinanciën in de ACS-regio’s.

Een andere zeer belangrijke doelstelling is het steunen van regionale economische integratie in de ACS-regio’s. Nog niet met alle ACS-landen is een tijdelijke EPO gesloten en juist om die reden zijn de overeenkomsten tijdelijk, in afwachting van een volledige EPO. De volledige EPO’s zullen flexibeler en uitgebreider zijn.

Het opbouwen van aanbodcapaciteit voor de handel in de goederen- en dienstensector ondersteunt de economische waarde van een handelsovereenkomst. De Commissie is van mening dat protectionisme nooit een adequaat beleid is. We zien echter wel in dat bescherming – door middel van legitieme maatregelen om gevoelige sectoren en opkomende bedrijven te beschermen – een adequaat en essentieel beleidsinstrument is. Daarom zijn in de EPO’s veel flexibele regelingen opgenomen, met name uitsluitingen en asymmetrische verbintenissen voor de ACS-zijde, zoals in het verslag wordt bepleit. Aan de EU-zijde zijn onze markten volledig open voor producten uit de ACS-landen, waarbij bovendien intensiever wordt samengewerkt om te kunnen voldoen aan technische en gezondheidsnormen en om de handel te bevorderen. ACS-landen zullen hun markten slechts geleidelijk openen, met de mogelijkheid uitsluitingen te handhaven.

De Commissie ziet in dat ons werk voor het EPO-proces met de ondertekening van de overeenkomst niet is beëindigd. Hiermee begint een proces van intensieve dialoogvoering, zorgvuldige implementatie, controle en evaluatie van de effecten, met name voor wat betreft de invloed op de ontwikkeling. Alle instellingen voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomst zullen hierbij een rol spelen om te zorgen voor transparantie en medewerking van parlementsleden en het maatschappelijk middenveld.

De Commissie is dus positief gestemd over het verslag van de heer Schröder en zal op een later moment uitgebreid ingaan op de inhoudelijke punten.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het punt is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Kader Arif (PSE), schriftelijk. (FR) Het Parlement spreekt zich donderdag uit over het verslag van de heer Schröder over de economische partnerschapsovereenkomsten. Ik zou het uitermate teleurstellend vinden als onze eerste stemming over dit zeer technische en uitermate politieke onderwerp (aangezien de hele toekomst van onze betrekkingen met de ACS-landen ervan afhangt) zou uitdraaien op de goedkeuring van het verslag-Schröder. De PSE-Fractie zal niet over deze tekst stemmen, omdat de zorgen van zowel Europa als onze partners uit de ACS-landen over de economische partnerschapsovereenkomsten en de manier waarop hierover wordt onderhandeld hierin geenszins tot uitdrukking komen.

Als tegenwicht voor het standpunt van de rapporteur heeft de PSE-Fractie een resolutie ingediend waarover zij zal stemmen. Hierin wordt ontwikkeling weer centraal gesteld in de partnerschapsovereenkomsten en wordt liberalisering van openbare diensten terzijde geschoven, evenals iedere onderhandeling over de Singapore-onderwerpen of de diensten tegen de wil van de ACS-landen. In de resolutie wordt regionale integratie bevorderd, er wordt massale financiële steun gevraagd om de economieën van de ACS-landen op te trekken en er wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken en zwakke punten van deze landen, of het nu minst ontwikkelde landen zijn of niet.

Met deze voorwaarden zouden de economische partnerschapsovereenkomsten acceptabel zijn. Helaas hebben we hiervoor nog een lange weg te gaan.

 

18. Wilde natuur in Europa (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is een korte presentatie van het verslag (A6-0478/2008) van Gyula Hegyi, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over de wilde natuur in Europa (2008/2210(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Gyula Hegyi, rapporteur. – (HU) Ongeveer 46 procent van het land op de wereld kan worden beschouwd als natuurlijk gebied dat onaangeroerd is gebleven door de menselijke beschaving, oftewel: wilde natuur. In Europa is dit getal echter een schamele 1 procent. We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat we deze ene procent overgebleven wilde natuur tenminste voor de toekomstige generaties behouden. Dit is het doel van mijn verslag en ik hoop dat de toenemende bescherming van de wilde natuur vroeger of later ook in Europese wetten zal worden vastgelegd. Er bestaan twee benaderingen van de wilde natuur in de Europese cultuur. Aan de ene kant wordt het als een verschrikkelijke plek beschouwd die moet worden gemeden en waar monsters en onbekende gevaren op de loer liggen, zoals in veel sprookjes wordt beschreven. Aan de andere kant wordt het gezien als een aantrekkelijke en aangename omgeving die als tijdelijk toevluchtsoord kan dienen, weg van de stress van de stedelijke en industriële beschaving.

De Engelstalige literatuur maakt een onderscheid tussen behoud (conservation), oftewel adequaat gebruik van de natuur, en bescherming (preservation), dat wil zeggen: het behoeden van de natuur tegen elke vorm van menselijk gebruik. Deze filosofische discussies gaan veel verder dan de kaders van mijn verslag toelaten, maar ik wil in elk geval duidelijk maken dat ik duurzaam gebruik als de ideale oplossing zie. De wilde natuur kan niet in bankkluizen worden bewaard, zoals een ketting of een aandelenpakket, maar we hebben het recht om de waarde ervan te leren kennen. We moeten dus de natuur beschermen maar wel door menselijk gebruik.

Het grondgebied van Europa is te klein om verboden gebieden voor zijn burgers te herbergen. De ontdekking van de natuur en het ervaren van omstandigheden van vóór de menselijke beschaving leert ons respect te hebben voor de natuur en kan zelfs de basis vormen voor hoogstaand toerisme. Tegelijkertijd zijn deze gebieden bijzonder kwetsbaar voor de veranderingen in het milieu die de mens heeft veroorzaakt, zoals motorisering, chemische stoffen, klimaatsverandering, alsmede door de verschijning van vreemde plant- en diersoorten. We moeten er op letten dat bezoekers de wilde natuur niet in gevaar brengen en daarom moeten we elke vorm van toerisme onder toezicht stellen van vakmensen op het gebied van milieubescherming. De ontwikkeling van duurzaam toerisme moet worden gecombineerd met de bescherming van deze gebieden en de opbrengst moet in zijn geheel worden besteed aan de bescherming van de wilde natuur.

De wilde natuur doet dienst als toevluchtsoord voor vele rassen die zelfs bij de geringste verandering in hun levensomstandigheden niet kunnen blijven voortbestaan, zoals de bruine beer, de wolf en de lynx. Verscheidene rassen in Europa moeten nog worden ontdekt of beschreven. De meerderheid hiervan leeft onder de grond of in vermolmde bomen en is uitermate gevoelig voor veranderingen. Deze ongerepte gebieden lenen zich er goed voor om de natuurlijke veranderingen die zich in de natuur voltrekken, de evolutie, te bestuderen. De wilde natuur maakt over het algemeen deel uit van Natura 2000 maar vereist een striktere bescherming dan dat alleen. Mijn verslag roept daarom de Europese Commissie op om samen met de lidstaten de nog overgebleven wilde natuur in Europa in kaart te brengen en een strategie uit te werken voor de verhoogde bescherming daarvan. We moeten de natuurlijke waarden van de ongerepte gebieden en de bijzondere kenmerken van de leefgebieden bepalen en zorg dragen voor de verdere bescherming daarvan. Van experts heb ik het advies gekregen om niet in termen van nieuwe wetgeving te denken, maar om binnen de regelgeving van Natura 2000 preciezere en striktere bescherming te bewerkstelligen van gebieden die als wilde natuur gelden. Aangezien de financiering van Natura 2000 toch al tegenstrijdig is en een bron van terechte kritiek, moeten we in de volgende zittingsperiode maar uiterlijk in de nieuwe begroting hoe dan ook wijzigingen aanbrengen in de betreffende richtlijn. Dit kan tevens een goede gelegenheid zijn voor een juridische definitie en de verhoogde bescherming van de wilde natuur.

Een deel van mijn eigen land, de druipsteengrotten van Aggtelek, wordt ook geclassificeerd als wilde natuur. Een gedeelte van dit gebied loopt door tot in het naburige Slowakije. Ik zou erg blij zijn als het in samenwerking met de Hongaarse en Slowaakse natuurbeschermers zou lukken een zogenaamd PAN-park in te richten, aangezien het netwerk van PAN-parken door heel Europa een succesvol systeem heeft ontwikkeld ter bescherming van de wilde natuur.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het tot staan brengen van het verlies van biodiversiteit is een prioriteit voor de EU en voor de Commissie. Het gaat hierbij letterlijk om de toekomst van het leven op aarde. Ondanks dat het behoud van biodiversiteit van fundamenteel belang is, is er echter nog maar weinig vooruitgang geboekt.

In december 2008 heeft de Commissie de eerste uitvoerige evaluatie aangenomen van de vooruitgang binnen de Europese Gemeenschap als geheel en binnen de lidstaten. Ondanks de positieve ontwikkelingen in de afgelopen jaren, bijvoorbeeld het Natura 2000-netwerk, staat de biodiversiteit in de EU nog steeds onder voortdurende druk door vernietiging van habitats, vervuiling, klimaatverandering en de invloed van invasieve soorten. De Commissie heeft geconcludeerd dat we onze doelstelling voor 2010 voor het tot staan brengen van het verlies van biodiversiteit hoogstwaarschijnlijk niet zullen halen, en dat nieuwe ingrijpende maatregelen vereist zijn, zowel in de lidstaten als op EU-niveau.

In deze samenhang is de Commissie tevreden dat het Parlement maatregelen voor de bescherming van het rijke en gevarieerde natuurlijke erfgoed van Europa consequent heeft gesteund. We zijn zeer ingenomen met het initiatief van de heer Hegyi om deze belangrijke resolutie over wilde natuur in Europa te ontwerpen.

Ik wil beginnen met de algemene opmerking dat veel van de in het verslag genoemde punten al door de Commissie worden opgevolgd.

In december 2008 heeft de Commissie bijvoorbeeld de mededeling ‘Naar een EU-strategie ten aanzien van invasieve soorten’ aangenomen. We houden ook een algemene beschouwing van de toekomst van het EU-beleid voor biodiversiteit en kijken hierbij uit naar de inbreng van het Europees Parlement. Er moet veel aandacht worden besteed aan punten zoals de verbetering van de uitvoering en het verband tussen biodiversiteit en klimaatverandering.

Het is ook van belang een verduidelijking aan het verslag toe te voegen. Er wordt thans gewerkt aan de beoordeling van de effecten van onze natuurwetgeving, de zogenaamde artikel 17-verslagen, maar er zijn op dit moment geen plannen om onze wetgeving te veranderen, we richten ons hoofdzakelijk op een efficiëntere tenuitvoerlegging.

Nu wil ik terugkomen op het onderwerp wilde natuur. Europa is dichtbevolkt en slechts 1 à 2 procent van het oppervlak is nog niet beïnvloed door menselijk ingrijpen. Hoewel het oppervlak van de wilde natuurgebieden gering is, zijn deze gebieden uiterst waardevol, zowel in wetenschappelijk als cultureel opzicht. Ze kunnen zelfs een symbool vormen voor Europese samenwerking en integratie, zoals het geval is bij het gemeenschappelijke, grensoverschrijdende nationale park van het Beierse Woud in Duitsland en het Boheemse Woud in Tsjechië.

De meeste van deze gebieden zijn al onderdeel van het Natura 2000-netwerk. Dit verslag spoort ons echter aan om de wilde en bijna wilde natuurgebieden in de EU opnieuw onder de loep te nemen en te kijken of deze bijzondere gebieden met behulp van nieuwe Europese maatregelen beter kunnen worden beschermd. De Commissie heeft een aantal onderzoeken geopend en werkt samen met het Tsjechische voorzitterschap. In mei 2009 zal in Praag een conferentie worden gehouden. Deze conferentie zal een platform vormen voor de beschouwing van problemen omtrent wilde natuurgebieden in Europa en voor het bedenken van maatregelen voor de instandhouding van deze gebieden.

Ter afsluiting wil ik bevestigen dat de Commissie inziet dat het landschap van Europa ontstaan is door een langdurig proces van menselijk ingrijpen. Het concept van een levend landschap waarin evenwicht bestaat tussen de behoeften van de natuur en de behoeften van de mens is de gedachte die aan Natura 2000 ten grondslag ligt. Het is zeker niet onze bedoeling om onze bestaande landschappen in wilde natuur te veranderen, maar we moeten ons er gemeenschappelijk voor inzetten om de laatste wilde natuurgebieden in Europa in stand te houden.

Om deze reden denkt de Commissie dat de resolutie van het Europees Parlement op het juiste moment komt. Het is bovendien een zeer welkome bijdrage voor de conferentie in Praag. Hartelijk dank aan de rapporteur.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een punt van orde, ik protesteer tegen het overmatige en steeds vrijere gebruik van artikel 45, lid 2, volgens hetwelk deze zeer belangrijke debatten worden gevoerd.

Ik protesteer omdat ik juist heel graag had willen spreken over het uitstekende verslag van de heer Hegyi, en er zijn warempel collega’s die onderwerpen ter sprake brengen die in mijn hoofdcommissie en in de hoofdcommissies van andere collega’s niet zijn besproken, en ik krijg niet het recht om mij in de plenaire vergadering hierover te uiten.

In de PPE-DE-Fractie hebben we vorige week een felle en hoog oplaaiende discussie gehad, zowel in de werkgroep als binnen de fractie, over het aantal punten op de agenda van deze week dat volgens artikel 45, lid 2 wordt behandeld. Ik denk dat het dringend nodig is dat we dit artikel herzien. Ik weet dat het een artikel is dat door het Parlement en de leden zelf is goedgekeurd, maar ik zie dat misbruik wordt gemaakt van onze goede wil doordat het ons bij een groot aantal punten, de belangrijkste punten op onze agenda, wordt verboden te debatteren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Mevrouw Doyle, uiteraard nemen we graag nota van uw verklaring, maar ik wil u eraan herinneren dat het aan de Conferentie van voorzitters is om artikel 45 toe te passen, en dat de stemmen binnen deze conferentie worden gewogen; dit betekent dat grote fracties, met name de uwe, veel zeggenschap hebben over welke onderwerpen in plenaire vergadering krachtens welk artikel worden behandeld.

Ik kan me wel enigszins vinden in uw standpunt; misschien waren we eerst te tolerant en zijn we nu te streng. De waarheid ligt ongetwijfeld ergens in het midden.

Maakt u zich geen zorgen; de betrokkenen zullen zich hierover buigen.

Waarde collega’s, kaart dit onderwerp ook eens aan bij uw fractievoorzitters. Mijns inziens kunt u daar in deze context het beste terecht.

Het punt is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Nicodim Bulzesc (PPE-DE), schriftelijk. - (EN) Ik was schaduwrapporteur van dit verslag over ‘wilde natuur in Europa’ en ik wil mijn collega, de heer Gyula Hegyi, bedanken voor zijn werk.

Ik wil graag twee punten naar voren brengen.

Ten eerste is het echt noodzakelijk dat we op korte termijn de laatste wilde natuurgebieden in Europa in kaart brengen. Dit is uiteraard niet mogelijk zonder ‘wilde natuur’ te definiëren. Daarom verzoek ik de Europese Commissie dringend op dit punt actie te ondernemen.

Ten tweede wil ik het graag hebben over het kernpunt van dit verslag, namelijk de menselijke aanwezigheid en toerisme. Menselijke aanwezigheid moet niet worden uitgesloten, integendeel, mensen moeten kennis maken met het natuurschoon van hun land, zodat het beter kan worden beschermd.

We moeten duurzaam toerisme in deze gebieden bevorderen en gebiedsbeheerders leren de wilde natuur te beschermen en in stand te houden.

Daarom sluit ik me aan bij het verzoek van de belangrijkste ngo’s op dit gebied en vraag de Europese Commissie richtsnoeren aan te reiken voor de instandhouding van wilde natuur in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Magor Imre Csibi (ALDE), schriftelijk. (EN) Wilde natuur kan voor mensen verschillende dingen betekenen. Persoonlijk versta ik onder wilde natuur een gebied dat niet door menselijk ingrijpen is verstoord, waar natuurlijke processen domineren. Voor mij staat het bevorderen van toerisme in wilde natuurgebieden dus in schril contrast met de term ‘wilde natuur’. Aan de andere kant ben ik het ermee eens dat duurzaam toerisme, mits het adequaat wordt beheerd, een economische impuls kan geven voor lokale gemeenschappen om natuur- en cultureel erfgoed te beschermen.

Maar de toenemende behoefte aan toerisme in wilde natuurgebieden zet juist die waarden waar de toerist naar op zoek is, onder druk en kan de vernietiging van kwetsbare ecosystemen versnellen. Een mogelijke oplossing is het openstellen van een beperkt deel van de wilde natuurgebieden voor duurzaam toerisme van hoge kwaliteit dat geen nadelige gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen van die gebieden. Toeristische activiteiten moeten worden toegestaan onder strenge voorwaarden, zoals een beperkt aantal toeristen per dag, en op basis van een krachtig plan voor duurzaam toerisme dat initiatieven voor instandhouding ondersteunt en een verantwoorde beleving van wilde natuur bevordert. De toeristische plannen en activiteiten van de beheerders moeten worden getoetst met nauwkeurige evaluatiemechanismen speciaal voor wilde natuurgebieden. Het doel hiervan is toeristen en beheerders ervan bewust te maken dat wilde natuur niet alleen vrijheid, maar ook verantwoordelijkheid met zich meebrengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (PSE), schriftelijk. (RO) Natuurlijke rijkdom – ook Roemenië is een van de landen die beschikt over een rijke en gevarieerde flora en fauna – moet voor toekomstige generaties behouden blijven. Dit kan echter niet zonder een uitbreiding van de communautaire fondsen van de Europese Unie voor de financiering van beschermingsacties voor wilde natuur. De Commissie moet daarom grotere bedragen uit het Europees Fonds voor plattelandsontwikkeling ter beschikking stellen van milieubeschermingsprojecten in de Europese landbouwsector om beschermingsacties voor wilde natuur te financieren.

Anderzijds zou de Europese Commissie duidelijke regels moeten instellen voor de financiële ondersteuning van projecten van lokale gemeenschappen die zich in de buurt van deze gebieden bevinden. Deze regels moeten enerzijds een gecontroleerde vorm van toerisme toestaan in de gebieden bestemd voor natuurbehoud, en anderzijds economische baten genereren voor de betrokken lokale gemeenschappen.

Bovendien moet de Commissie grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten aanmoedigen voor de bescherming van wilde natuur die zich op het grondgebied van twee of meer staten bevindt.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Petru Funeriu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) De biodiversiteit van Europa is het waardevolste erfgoed dat wij de toekomstige generaties nalaten. Het verslag met betrekking tot de wilde natuur in Europa verwelkom ik en krijgt mijn volle steun. Ik wil de aandacht vestigen op de zorgwekkende staat waarin het gebied met de rijkste biodiversiteit van Europa, de Donaudelta, zich bevindt. De delta staat bloot aan de permanente dreiging van stroperij, illegale economische belangen en, niet in het minst, ongecontroleerd toerisme. Een van de belangrijkste oorzaken van de aanslagen op de delta is het gebrek aan milieubesef bij de mensen die in de delta wonen, en bij de landbouwers die langs de zijstromen van de Donau in Roemenië leven.

Ik roep de Commissie en de Raad dan ook op om op basis van dit verslag zo spoedig mogelijk concrete maatregelen in overweging te nemen gericht op de oprichting van een werkgroep om de situatie van de Donaudelta te bestuderen, de uitwerking van effectieve onderwijsprogramma’s rond milieubescherming voor de bevolking met een directe impact op de biodiversiteit, en de vaststelling van normen voor de bescherming van biodiversiteit.

Tegelijkertijd is het behoud van wilde natuur in de Europese Unie, in het bijzonder in de Donaudelta, niet mogelijk zonder gelijksoortige maatregelen in de buurlanden van de Unie. Derhalve verzoek ik de Commissie en de Raad de dialoog en de uitvoering van specifieke maatregelen te intensiveren als onderdeel van hun betrekkingen met deze landen.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk. (RO) Nu blijkt dat de verplichtingen aangegaan in 2007 met de goedkeuring van de resolutie betreffende het tegengaan van het verlies aan biodiversiteit niet voor 2010 kunnen worden gerealiseerd, wordt de bescherming van wilde natuur vanwege de klimaatveranderingen en de negatieve impact van het toerisme, prioritair. Ik denk hierbij aan acties die de biodiversiteit bevorderen, ontwikkelen en financieren.

Het voorstel om de wilde natuur in Europa in kaart te brengen, zou helpen bij de identificatie van de biodiversiteit en de ongeschonden gebieden die meer aandacht en een aanzienlijke inspanning van de lidstaten nodig hebben voor hun bescherming. Informatiecampagnes om het grote publiek bewuster te maken van de waarde van de wilde natuur, verwezenlijking van duurzaam en kwalitatief hoogwaardig toerisme, en de handhaving van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn, zijn enkele van de acties die zullen bijdragen tot de bescherming van de gebieden in kwestie.

Europa telt al acht nationale parken, waaronder het Nationaal Park Retezat in Roemenië. Deze parken maken deel uit van het PAN-netwerk van beschermde gebieden. Dit netwerk is verantwoordelijk voor het beheer van de wilde natuurgebieden en verenigt alle nationale autoriteiten en lokale reisbureaus die betrokken zijn bij de duurzame ontwikkeling van het toerisme. De Europese Commissie zou dit initiatief moeten ondersteunen en met dit netwerk moeten samenwerken om informatie en goede praktijken uit te wisselen.

 

19. Een agenda voor een duurzame toekomst van de algemene en zakenluchtvaart (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is een korte presentatie van het verslag (A6-0501/2008) van Luís Queiró, namens de Commissie vervoer en toerisme, over een agenda voor een duurzame toekomst van de algemene en zakenluchtvaart (2008/2134(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Luís Queiró, rapporteur. (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, tot nu toe is er op Europees niveau geen specifieke aandacht besteed aan de algemene en zakenluchtvaart. De politieke betekenis van dit verslag is dat de Commissie en het Parlement zich voor de eerste keer buigen over deze activiteit. Tegelijkertijd is er sprake van een snelle groei van deze luchtvaartsector, zowel in termen van volume als van economisch belang.

De cijfers spreken voor zich: alleen al in de zakenluchtvaart neemt het aantal kleine en middelgrote bedrijven toe en naar verwachting zal het aantal zakenjets de komende tien jaar toenemen tot 3 500, terwijl de jaaromzet meer dan 25 miljoen euro bedraagt. Direct of indirect zorgt de sector in Europa voor 154 000 banen. Samen met de algemene luchtvaart, waarvoor er naar schatting tussen de 30 000 en 50 000 vliegtuigen zijn, neemt de sector ongeveer 9 procent van alle geregistreerde luchtvaartbewegingen voor zijn rekening. Het is de snelst groeiende luchtvaartsector en het aantal bewegingen in deze sector groeit twee keer zo snel als de rest van het luchtverkeer.

De zakenluchtvaart levert belangrijke sociale en economische voordelen op. Door flexibel vervoer van deur tot deur te leveren verhoogt deze sector de mobiliteit van burgers, de productiviteit van bedrijven en de regionale cohesie.

De algemene luchtvaart levert ook essentiële diensten op de meest uiteenlopende terreinen: opsporings- en reddingsacties, brandbestrijding, verkeersregeling, cartografie en de sportieve en recreatieve luchtvaart. Bovendien is de sector een belangrijke bron van professionele vaardigheden voor de hele luchtvaartsector.

Ook heeft de Europese industrie haar mondiale aandeel in de markt continu zien groeien tot ongeveer 16 procent op dit moment. Daarom dient de sector steun te ontvangen.

Nu ga ik concreet in op het verslag. Als rapporteur deel ik de nadruk die de Commissie in haar mededeling legt op de noodzaak aandacht te besteden aan de specifieke kenmerken van de sector en daarvoor een aantal centrale thema’s vast te stellen. Het eerste punt heeft te maken met de verzameling van gegevens en de noodzaak de beleidsmakers voldoende statistische gegevens en informatie beschikbaar te stellen om hen in staat te stellen met meer kennis van zaken van de sector adequate regelgeving te maken. Het tweede punt betreft de toepassing van het evenredigheidsprincipe bij de regelgeving voor de sector. De centrale vraag is of de regels die zijn bedacht voor de exploitatie van commerciële vliegtuigen geschikt zijn voor de exploitatie van eenvoudiger en kleinere, veelal eenmotorige, vliegtuigen.

Wij steunen het voornemen van de Commissie om het evenredigheidsbeginsel toe te passen zowel bij de regelgeving als bij de uitvoering, waarbij altijd voor ogen gehouden dient te worden dat de algemene veiligheid niet in het geding mag komen. De aanpassing van bepaalde luchtwaardigheidsregels, die de EASA al heeft goedgekeurd, aan de exploitatie van niet-commerciële vliegtuigen is daar een voorbeeld van. We denken ook aan de eventuele toepassing van specifieke regels voor vereenvoudigde veiligheids- en controleprocedures ten aanzien van passagiers in de zakenluchtvaart.

Het derde punt betreft het probleem van de toegang tot luchthavens en het luchtruim. De diagnose is al gesteld: in het algemeen is de toegang van deze vliegtuigen tot de grote luchthavens moeilijk en dezelfde problemen beginnen nu ook te spelen bij de toegang tot regionale en secundaire luchthavens. Oplossingen hiervoor kunnen variëren van het optimaliseren van het gebruik van de bestaande capaciteit tot eventuele herziening van de regelgeving voor “slots”. Het is ook noodzakelijk de investeringen in kleine en middelgrote luchthavens te bevorderen, zodat de verschillende regio’s en Europese steden steeds beter met elkaar worden verbonden.

Wat betreft de luchtruimcapaciteit is het belangrijk hervormingen door te voeren voor het gemeenschappelijk Europees luchtruim en het SESAR-project. Ook hier is het weer noodzakelijk het opleggen van onevenredige vereisten voor luchtvaartnavigatieapparatuur aan kleine vliegtuigen te vermijden, zonder natuurlijk veiligheidsgrenzen te overschrijden.

Het vierde en laatste punt houdt verband met de milieuduurzaamheid van deze sector. Hoewel de CO2-emissies van kleine vliegtuigen geringer zijn, blijft het nodig onderzoek, ontwikkeling en innovatie te bevorderen, niet alleen in het kader van initiatieven als Clean Sky en CESAR maar ook door het gebruik van minder vervuilende motoren en schonere brandstoffen.

Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik wil afsluiten met de hoop dat dit verslag een echt kader zal vormen voor toekomstige wet- en regelgeving in deze sector. Die wens drukt de Vervoerscommissie uit met haar verzoek aan de Commissie om voor het eind van 2009 zich opnieuw uit te spreken over de bereikte vooruitgang ten aanzien van de kwesties die het verslag behandelt. Bij de stemming van morgen verwacht ik dat deze wil zich vertaalt in een veelzeggende meerderheid van de leden van dit Huis.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie verwelkomt het verslag en bedankt de rapporteur en de commissie voor hun uitstekende werk.

In januari 2008 publiceerde de Commissie voor het eerst een mededeling over algemene en zakenluchtvaart. Hierop volgend heeft de Raad in april 2008 een zeer positieve conclusie aangenomen en komt het Parlement nu met dit belangrijke verslag.

Algemene en zakenluchtvaart is met een waarde van 2,3 miljard euro op jaarbasis een belangrijke sector van de luchtvaart in de EU. De sector investeert fors in onderzoek en ontwikkeling en groeit in een rap tempo. Ruim tweederde van alle gecertificeerde luchtvaartuigen in de EU behoort tot deze sector.

De sector algemene en zakenluchtvaart bestaat hoofdzakelijk uit kleine en middelgrote bedrijven. Het is bovendien een sector met een hoge diversiteit. Regelgeving moet worden afgestemd op deze specifieke omstandigheden, waarbij echter de veiligheid niet in het geding mag komen. We zijn verheugd te zien dat het Parlement dit evenredigheidsbeginsel in het verslag ondersteunt.

Er zijn drie kerngebieden waar we ons in de nabije toekomst op moeten richten: de ontwikkeling van communautaire veiligheidsnormen voor de algemene luchtvaart, de integratie van niet-commerciële luchtvaart in de volgende generatie luchtverkeersbeheerssystemen voor Europa en de beperking van schadelijke milieugevolgen van de sector.

De Commissie is voornemens komend jaar een aantal uitvoeringsregels voor te stellen voor het vaststellen van een uniform veiligheidsniveau voor de niet-commerciële luchtvaart in de EU. Zoals in uw verslag wordt beklemtoond, moeten we ervoor zorgen dat we met deze regels niet alleen een adequaat veiligheidsniveau handhaven, maar ook dat deze regelgeving proportioneel is en geen onnodige druk legt op exploitanten.

We zullen ook doorgaan met de ontwikkeling van het toekomstige luchtverkeersbeheerssysteem voor Europa. Het uitgangspunt hierbij is dat het luchtruim een gemeenschappelijk goed is dat voor alle gebruikers op een veilige manier toegankelijk moet zijn. Vanuit de algemene luchtvaart gezien zijn het gemeenschappelijk Europees luchtruim en SESAR van essentieel belang om de toegang tot het luchtruim en vliegvelden op een veilige manier te vergroten. Deze technologieën zullen de weg effenen voor nieuwe diensten die nu nog niet bestaan in Europa.

Een laatste, doch niet minder belangrijk punt is dat algemene en zakenluchtvaart ondanks de voortdurende technologische ontwikkeling ook het milieu beïnvloedt en dat deze sector net zoals de gehele luchtvaartsector moet bijdragen aan het beperken van milieuschade.

De Commissie ziet ernaar uit met het Parlement samen te werken volgens de lijnen van dit verslag en zal rapporteren over de vooruitgang die is geboekt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het punt is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Golik (PSE), schriftelijk. (PL) Allereerst wil ik collega Luís Queiró bedanken voor zijn verslag over een thema dat zo belangrijk is voor de toekomst van het vervoer in Europa.

Ik zou willen benadrukken hoe belangrijk de ontwikkeling is van de algemene en zakenluchtvaart, en van de luchtvaartuigbouw binnen deze sectoren. De oplossingen die door de Commissie worden voorgesteld brengen geen radicale wetswijzigingen met zich mee en kunnen daarom op dit moment weinig significant lijken. Toch kan de invloed ervan op de toekomst van de luchtvaart niet worden overschat, ook in het licht van de liberalisering van de markt en de ontwikkeling van de luchtvaartuigbouw in Polen.

Het doel van de Commissie is de ontwikkeling van de luchtvaartsector te faciliteren door bestaande wettelijke procedures te vereenvoudigen. Ook wil zij voorschriften aanpassen aan nieuwe vormen van luchtverkeersleiding en deze voorschriften herzien om proportionaliteit te garanderen.

Het is duidelijk dat dit initiatief volledige steun verdient. Tijdens de formulering en de uitvoering van het beleid, met name waar het gaat om de planning en de optimalisering van de verkeerscapaciteit, moeten we echter wel rekening houden met de behoeften van alle categorieën gebruikers van het luchtruim en de luchtvaartinfrastructuur. Om verdere hervormingen mogelijk te maken, moet er een elementaire Europese gegevensbank voor de algemene en zakenluchtvaart komen. Uiteindelijk moet voor deze sector ook de toegang tot buitenlandse markten worden gefaciliteerd. Hierbij moet de ontwikkeling van nieuwe, concurrerende technologieën worden ondersteund, maar moet er ook op worden gelet dat de sector milieuvriendelijk opereert.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben positief gestemd over dit verslag, omdat wordt getracht de regels betreffende algemene en zakenluchtvaart in de EU te harmoniseren en duidelijker te maken. De algemene en zakenluchtvaart is het snelst groeiende segment van de burgerluchtvaart in Europa en biedt de lidstaten talrijke sociale en economische voordelen. Om er het beste uit te halen is echter adequate regelgeving noodzakelijk. Op dit moment is er bijvoorbeeld een gebrek aan betrouwbare gegevens over deze sector en daar moet omwille van veiligheid en adequaat beheer snel wat aan worden gedaan.

De Commissie zou duidelijk onderscheid moeten maken tussen grootschalige commerciële luchtvaartactiviteiten en privévliegtuigen. De regelgeving moet proportioneel zijn ten aanzien van de risico’s die verbonden zijn met de verschillende luchtvaarttypes en zorgvuldig rekening houden met de financiële lasten die op exploitanten worden gelegd.

De toekomstige regelgeving moet de sector stimuleren en vergroten, niet beperken.

Wat zorgen zou kunnen baren, is dat de algemene en zakenluchtvaart grotendeels valt buiten het toepassingsgebied van de Richtlijn van de Commissie teneinde ook luchtvaartactiviteiten op te nemen in de regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten. Met het oog op de snelle groei van de sector is het naar mijn mening noodzakelijk op een bepaalde manier de milieugevolgen in kaart te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. (PL) In tijden wanneer het woord ‘crisis’ regelmatig valt, is het niet makkelijk om te spreken over een stabiele toekomst voor de algemene en zakenluchtvaart. Ik wil collega Luís Queiró dan ook bedanken dat hij het verslag over dit thema voor zijn rekening heeft genomen. Gefeliciteerd. Ik ben ervan overtuigd dat precies het luchtvervoer een van de motoren kan zijn die de Europese en wereldeconomie weer op gang brengen. Laten we niet vergeten dat nog maar 106 jaar geleden de gebroeders Wright de eerste testvlucht ter wereld met een gemotoriseerd vliegtuig uitvoerden (zij het slechts een vlucht van veertig meter). Dat was het begin van de echte luchtvaart.

Tegenwoordig is de luchtvaart een ontwikkelde industrie die 'vliegmachines' produceert, die met steeds betere apparatuur worden uitgerust. Tot de luchtvaart behoort ook de complexe wereld van navigatie en verkeersleiding, de aanleg van luchtvaartinfrastructuur op land, een veiligheidssysteem etc. We moeten ons realiseren dat in Europa in de algemene en zakenluchtvaart meer dan vijftigduizend vliegtuigen in gebruik zijn. Daarnaast worden voor sport en ontspanning nog eens bijna vier maal zoveel kleine vliegtuigen en zweefvliegtuigen gebruikt. Deze cijfers spreken voor zich zelf.

In een sector van een dergelijke omvang is een goede verkeerscapaciteit van het Europese luchtruim en van de luchthavens van groot belang. Ik zou in dit verband willen wijzen op het belang van regionale luchthavens voor coherente communicatie binnen de Unie. Wanneer we spreken over de ontwikkeling van de luchtvaart mogen we de milieuproblemen uiteraard niet uit het oog verliezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), schriftelijk. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, het debat over de luchtvaartsector is vaak eenzijdig: er wordt wel aandacht geschonken aan de problemen van de uitstoot van het luchtverkeer, terwijl men niet bereid is naar het potentieel van de luchtvaart te kijken. Het is duidelijk dat de luchtvaart en het luchtverkeer voor emissies zorgen, maar het is net zo duidelijk dat zij de toekomst zijn. Dit geldt voor commercieel luchtvervoer en de algemene en de zakenluchtvaart.

Hoewel de communautaire internemarktwetgeving vooral is gericht op commercieel luchtvervoer, is het opmerkelijk dat kwesties met betrekking tot de algemene en de zakenluchtvaart steeds vaker ter sprake komen wanneer het gaat om het klimaatbeleid, milieubescherming en de veiligheid van de luchtvaart. Wanneer wij rekening houden met het toenemende economische belang van vooral de zakenluchtvaart, moeten wij beslist aandacht schenken aan deze sectoren en hun mededingingsvermogen waarborgen.

Ik wil mijn zorg uiten met betrekking tot de speelruimte van de luchtvaart. Kleine en middelgrote luchthavens zijn van cruciaal belang voor zowel de algemene als de zakenluchtvaart. Het bouwen en moderniseren ervan moet worden bevorderd en de lidstaten moeten worden aangespoord hierin te investeren. De voortdurende toename van de zakenluchtvaart zorgt voor steeds meer drukte op de huidige vliegvelden.

Vanuit het oogpunt van klimaatbescherming kunnen wij zeggen dat, hoewel kleinere vliegtuigen niet bij het toekomstige emissiehandelsysteem zijn inbegrepen, de sector een vrijwillig mechanisme voor koolstofcompensatie ontwikkelt. Dit is een teken van het ontwikkelingspotentieel van het luchtverkeer als geheel. De Gemeenschap moet er dan ook alles aan doen om ervoor te zorgen dat er meer onderzoek wordt gedaan naar innovatieve, energie-efficiëntere en milieuvriendelijkere vliegtuigen. Het doel mag niet minder zijn dan emissievrij luchtverkeer.

 

20. Bestrijding van discriminatie op grond van geslacht en solidariteit tussen de generaties (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is een korte presentatie van het verslag (A6-0492/2008) van Anna Záborská, namens de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, over de bestrijding van discriminatie op grond van geslacht en solidariteit tussen de generaties (2008/2118(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská, rapporteur. (SK) Ik zou eerst alle collega-afgevaardigden willen bedanken voor hun hulp bij mijn initiatiefverslag. De stemming in de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid is het resultaat geweest van veel brede discussie en aanpassing.

De mannen en vrouwen die tegenwoordig betrokken zijn in de totstandkoming van intergenerationele solidariteitsnetwerken verdienen erkenning. Hun vastberadenheid levert een belangrijke bijdrage aan de nationale en Europese welvaart en aan het gemeenschappelijk welzijn. Helaas wordt deze bijdrage niet meegenomen in nationale statistieken en verslagen. Dat is de reden waarom mannen en vrouwen aan verborgen vormen van discriminatie worden blootgesteld. Vrouwen en mannen hebben recht op een vrije keuze van passende en aangename werkzaamheden. De maatschappij heeft de verplichting om deze keuzevrijheid te garanderen en niet te discrimineren tegen enige activiteit simpelweg omdat deze buiten het gebruikelijke terrein van de formele arbeidsmarkt valt.

Dit is een korte samenvatting van mijn initiatiefverslag over non-discriminatie op grond van geslacht en intergenerationele solidariteit. Het onderwerp van dit verslag raakt de kern van de discussies over de toekomst van Europa en de werkgelegenheid in de lidstaten. Hoewel het een vrij technisch verslag is, heeft het ook een menselijke dimensie. Er zit voor iedereen wel iets in, aangezien ieder van ons leeft binnen nauwere of bredere netwerken van familie- en sociale relaties, waarin we persoonlijk betrokken zijn. Het concept van intergenerationele solidariteit beperken tot slechts kinderzorg zou een misinterpretatie zijn. Intergenerationele solidariteit omvat ook verantwoordelijkheid voor onze ouders en ouderen en zorg voor mensen die afhankelijk zijn.

Intergenerationele solidariteit heeft ook betrekking op het onderwijzen van burgers met betrekking tot respect voor het leven, menselijke waardigheid en milieubescherming. Het is vooral een kwestie van sociale rechtvaardigheid. Het is de basis voor de toekomst van Europa en het gemeenschappelijk welzijn van zijn bewoners. HR-managers zijn het erover eens dat menselijke capaciteiten vergelijkbaar zijn met een universitaire graad. Daarom is het noodzakelijk dat deze waarde expliciet en positief wordt beoordeeld.

De Europese Unie moet een politiek kader creëren om dit doel te kunnen bereiken. Vrouwen zijn de eersten die bijdragen aan intergenerationele solidariteit, en nemen zo deel aan de totstandkoming van sociale relaties. Dit is de reden dat dit verslag hoofdzakelijk aan vrouwen gewijd is. Economen passen wiskundige modellen toe om de waarde van huishoudelijk werk te benadrukken. Langlopend onderzoek door economen en demografen duidt erop dat de bijdrage van vrouwen aan het bruto binnenlands product nog hoger zou kunnen zijn als het onbetaald werk dat ze verrichten ook zou worden meegerekend. Dit feit negeren betekent vasthouden aan de ideeën van vroeger. Wij moeten vooruit kijken teneinde voor alle vrouwen en mannen de omstandigheden te creëren waarin zij zich ongeacht hun maatschappelijke positie met intergenerationele solidariteit kunnen bezighouden.

De Europese Unie moet actie ondernemen als zij non-discriminatie en gelijke kansen serieus neemt. Mijn fractie, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, is trots op haar steun aan een non-discriminatiebeleid waarin het algemeen welzijn wordt nagestreefd en de verschillende kenmerken en elkaar aanvullende aard van mannen en vrouwen worden gerespecteerd. Dames en heren, ik zou er ook op willen wijzen dat dit verslag het resultaat is van een uitgebreide raadpleging van talrijke non-gouvernementele vrouwenorganisaties. Ook heb ik in mijn verslag rekening gehouden met de adviezen van drie van onze interfractionele werkgroepen: ATD Vierde Wereld, de interfractionele werkgroep inzake familie en bescherming van het kindzijn en de interfractionele werkgroep inzake zorgverleners. De Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid heeft dit verslag unaniem goedgekeurd. Dames en heren, ik zou u willen vragen ons de kans te geven deze samenwerking voort te zetten en morgen voor de ontwerpresolutie van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat het werk van mevrouw Záborská uitermate waardevol is, omdat het onderwerp dat zij aansnijdt van zeer groot belang is in onze maatschappij.

Het begrip afhankelijkheid zal in de toekomst steeds belangrijker worden als gevolg van de vergrijzing, maar ook met het oog op gendergelijkheid, aangezien nog steeds overwegend vrouwen de zorg voor kinderen en zorgbehoevenden op zich nemen.

Daarom moeten we maatregelen ten uitvoer brengen om vrouwen te helpen hun intrede te doen op de arbeidsmarkt of zich op de arbeidsmarkt te handhaven door gezinsomstandigheden te verbeteren, met name omstandigheden die het evenwicht tussen beroeps- en gezinsleven bevorderen.

Wat specifiek de situatie omtrent de zorg voor zorgbehoevenden betreft, heeft de Commissie reeds de volgende maatregelen op tafel gelegd. Zorgverlof voor zorg aan hulpbehoevende gezinsleden is behandeld in het overleg met de Europese sociale partners over het combineren van werk, gezin en privéleven. Daarnaast onderzoekt de Commissie de kwaliteit van de dienstverlening aan zorgbehoevende ouderen, bescherming tegen mishandeling en de maatregelen die op Europees niveau, in samenspraak met de lidstaten, kunnen worden genomen om de ontwikkeling en modernisering van de infrastructuur en de dienstverlening sneller te laten verlopen.

In het kader van het cohesiebeleid zal de EU via het Europees Sociaal Fonds initiatieven op nationaal en lokaal niveau blijven cofinancieren. De open coördinatiemethode op het gebied van sociale bescherming en sociale integratie besteedt bijzondere aandacht aan de modernisering van de pensioenstelsels, teneinde beter rekening te houden met nieuwe vormen van werk, loopbaanonderbrekingen en langdurige zorg aan hulpbehoevenden.

We zijn hier op dit moment mee bezig en kijken er ten zeerste naar uit heel nauw samen te werken met de leden van het Parlement. We willen het Parlement graag feliciteren met de zeer belangrijke bijdrage.

 
  
MPphoto
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde opmerken dat er in deze met grote meerderheid in de Vrouwencommissie goedgekeurde resolutie ook een alternatieve resolutie is opgenomen, die door een aantal collega’s is ingediend. Wij moeten morgen tijdens de stemming kiezen tussen een resolutie van een aantal collega’s en een resolutie van een Parlementaire commissie. De ene resolutie haalt de andere onderuit. Wij kunnen in de plenaire vergadering geen debat voeren over deze alternatieve resolutie. Wij kunnen niet luisteren naar de collega’s die deze resolutie hebben ingediend en wij kunnen evenmin een mening daarover geven. Dit is een tekortkoming van het nieuwe Reglement, waar rekening mee moet worden gehouden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Ja, mevrouw Panayotopoulos-Cassiotou, wat ik eerder tegen mevrouw Doyle zei, geldt ook hier. We passen artikel 45 toe, dat onze spreektijd sterk aan banden legt, aangezien alleen de rapporteur het woord mag voeren.

We laten ons leiden door de Conferentie van voorzitters, die bepaalde dat dit onderwerp onder dit specifieke artikel valt. Ons Reglement moet absoluut worden aangepast zodat we meer flexibiliteit en uitvoeriger debatten krijgen, maar u zult begrijpen dat ik dit Reglement hier niet vanavond kan wijzigen. We nemen uw opmerking echter ter harte.

Het punt is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (PSE), schriftelijk. (RO) Discriminatie op basis van geslacht is nog steeds een realiteit, helaas ook in de lidstaten van de Europese Unie. Dit geldt niet alleen voor het particuliere bedrijfsleven, waar de raden van bestuur van grote ondernemingen voor 90 procent uit mannen bestaan, maar ook voor de publieke sector, waar vrouwen eveneens ondervertegenwoordigd zijn.

De Lissabonstrategie echter wil 60 procent van de vrouwen die in staat zijn te werken integreren in de arbeidsmarkt. Daarnaast moet niet worden vergeten dat de demografische situatie een van de grote Europese uitdagingen op de middellange en lange termijn is. De Europese Unie ziet zich geconfronteerd met een gemiddelde leeftijdstoename van de bevolking die groter is dan in andere regio’s in de wereld enerzijds, en met een demografische groei van slechts 0,4 procent anderzijds. Dit betekent dat de Europese Unie tegelijkertijd een oplossing zal moeten vinden voor de daling van het aantal mensen dat in staat is te werken en de vergrijzing van diezelfde mensen.

De keuze tussen een carrière en het stichten van een gezin mag bijgevolg noch definitief noch verplicht zijn. Bovendien moeten deze twee aspecten van het leven in evenwicht kunnen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Petru Funeriu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Een van de kernwaarden van de Europese Unie is het uitbannen van iedere vorm van discriminatie, ook van die tussen mannen en vrouwen. Daarnaast moet wij ons proactiever inzetten voor de bevordering van carrières van vrouwen. Een van de gebieden waarop vrouwen sterk ondervertegenwoordigd zijn, is dat van wetenschappelijk onderzoek. Bovendien is er niet enkel sprake van een numerieke ondervertegenwoordiging, er is ook een hiërarchische ondervertegenwoordiging: naarmate het hiërarchisch niveau hoger wordt, daalt het aantal vrouwen.

De maatschappij mist zo het creatieve potentieel van een belangrijk deel van de bevolking. Het ultracompetitieve karakter van onderzoek, de geografische mobiliteit die intrinsiek verbonden is met wetenschappelijke activiteit, en het vestigen van een carrière op relatief gevorderde leeftijd, maakt het moeilijk om deze activiteit te combineren met een gezinsleven.

Ik wil van het debat over dit thema gebruik maken om te benadrukken dat een specifiek beleid om gelijkheid van mannen en vrouwen in de academische wereld te bereiken absoluut noodzakelijk is. Dit beleid moet voorzien in een reeks goede praktijken op Europees niveau, zoals bevordering van het tweeverdienerschap, het aanmoedigen van universiteiten en onderzoeksinstituten om te investeren in kinderopvangcentra, en een betere toegang tot academische vacatures voor vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE), schriftelijk. – (HU) De lidstaten van de Europese Unie moeten demografische vernieuwing steunen, waarbij ze hun optreden integreren in de herziene strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid, met een beleid dat gericht is op de gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Het evenwicht binnen de Europese maatschappijen is gebaseerd op een veel complexer geheel aan solidariteitsverhoudingen tussen de generaties dan vroeger: jongeren blijven langer thuis wonen, terwijl het steeds vaker voorkomt dat de ouders ook oudere familieleden moeten verzorgen. De hieruit voortvloeiende lasten worden in de eerste plaats gedragen door de generatie jongeren en mensen van middelbare leeftijd en dan met name door vrouwen. Dientengevolge lijken gelijkheid tussen mannen en vrouwen en, in ruimere zin, gelijke kansen een basisvoorwaarde te zijn voor de totstandbrenging van nieuwe vormen van solidariteit tussen de generaties.

Wat betreft familieverplichtingen en het evenwicht tussen gezin en werk is het duidelijk dat gelijkheid tussen mannen en vrouwen essentieel is om Europese gezinnen een nieuwe impuls te kunnen geven. Ook van cruciaal belang is dat er voldoende kwalitatief goede kinderopvangplekken moeten zijn voor diegenen die naast de opvoeding van hun kinderen ook betaald werk willen doen. De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement doet er alles aan om de zogenaamde doelstellingen van Barcelona te bereiken en is teleurgesteld dat dit streven zichtbaar ontbreekt in het programma van het Tsjechische voorzitterschap.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE), schriftelijk. (EN) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter!

Dit verslag is belangrijk om discriminatie op grond van geslacht en intergenerationele solidariteit onder de aandacht te brengen en tegen te gaan!

Het is een duidelijk gegeven dat vrouwen die ervoor kiezen verlof te nemen om voor hun pasgeboren kinderen te zorgen, worden gediscrimineerd. Ze ondervinden moeilijkheden om met behoud van dezelfde kansen op de werkvloer terug te keren, vallen bij promoties buiten de boot en verliezen zowel inkomen als socialezekerheidsvoorzieningen.

Bovendien gaan vrouwen en mannen die langere perioden thuis blijven om voor ouderen of jonge kinderen te zorgen er vaak financieel op achteruit, doordat ze geen inkomen hebben en hun werk niet in het BBP wordt meegenomen, terwijl dit werk wel belangrijk is. Beleidsmakers en de maatschappij als geheel zien vaak de waarde niet in van het werk dat zij verrichten. Er wordt neergekeken op mensen die ervoor kiezen thuis te blijven in plaats van te werken, omdat men het gevoel heeft dat deze mensen niet aan de maatschappij bijdragen.

Dames en heren!

De EU moet beleid bevorderen dat deze discriminerende instelling bestrijdt en dat mensen die ervoor hebben gekozen thuis te blijven om voor gezinsleden te zorgen, meer verlofregelingen en meer steun biedt. Dergelijk beleid moet door de staatskas worden gefinancierd, zodat werkgevers minder snel hun werknemers zullen discrimineren!

Hartelijk dank!

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE), schriftelijk.(ET) Het Europa van vandaag wordt geconfronteerd met demografische veranderingen die hun weerga niet kennen. Als Europa de trend richting bevolkingsafname wil keren, zullen we middels het beleid van de EU en de lidstaten gezinnen op alle mogelijke manieren moeten steunen en mannen en vrouwen toestaan om gezinsleven en werk te combineren, en wel zodanig dat de verplichtingen die voortvloeien uit huis en gezin gelijk tussen mannen en vrouwen worden verdeeld.

Ik geef mijn oprechte steun aan de alternatieve ontwerpresolutie van het Europees Parlement over non-discriminatie op grond van geslacht en intergenerationele solidariteit, die realistischer is dan het voorgaande verslag.

Ik moet in het bijzonder nadruk leggen op de doelstelling van het creëren van zorgbeleid waarin sprake is van evenwicht tussen de geslachten. Ongelijkheid in de uitvoering van zorgtaken is vaak het gevolg van de afwezigheid van betaalbare, beschikbare en kwalitatief goede diensten in lidstaten, en vrouwen worden geconfronteerd met de onvermijdelijke noodzaak om hun kansen op deelname in het sociale, economische en politieke leven op te offeren.

Dit alles houdt de ongelijkheid in de verdeling van huishoudelijke en gezinstaken tussen mannen en vrouwen in stand, waardoor vrouwen in de regel moeten kiezen voor een flexibeler werkverdeling of moeten stoppen met werken, wat op zijn beurt weer van invloed is op hun carrière, de voortdurende ongelijkheid in salarissen die door mannen en vrouwen worden verdiend en hun pensioenrechten.

Ik ben wel voorzichtig met de aanbeveling van het Tsjechische voorzitterschap om van kinderzorg ‘een volwaardig alternatief voor een professionele carrière’ te maken. Ik geloof namelijk dat verwezenlijking van deze aanbeveling de traditionele verdeling van taken tussen mannen en vrouwen juist zou doen voortduren.

De maatregelen die in het kader van de Lissabon-strategie zijn voorgenomen spelen een belangrijke rol in de totstandkoming van gelijkheid in de verdeling van werk tussen vrouwen en mannen; het doel van deze maatregelen, naast het verhogen van de werkgelegenheid, het bevorderen van innovatie en verhogen van de productiviteit, moet ook zijn de uitbanning uit de EU van discriminatie op grond van geslacht die zich in de loop der tijd heeft ontwikkeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk.(SK) Zorg is eeuwenlang het domein van vrouwen geweest. Ideale moeders die hun jonge jaren hebben doorgebracht met het zorgen voor hun kinderen vertegenwoordigen tegenwoordig de meerderheid van de oudere vrouwelijke bevolking, en juist deze kinderzorg en huishoudelijke zorg vindt men niet terug in hun pensioenen. Velen van hen ontvangen geen passend pensioen voor het maatschappelijk waardevolle werk dat zij in hun actieve leven verricht hebben en hierdoor lopen zij een groter gevaar om in een situatie van armoede terecht te komen. Dit is ook een reden waarom jonge vrouwen het moederschap uitstellen en prioriteit verlenen aan een professionele carrière.

Tijdens mijn vele toespraken in het Parlement heb ik altijd benadrukt dat moeders en vaders die er vrijwillig voor kiezen hun kinderen groot te brengen of voor oudere of afhankelijke familieleden te zorgen, niet gediscrimineerd mogen worden. Ik ken vele gezinnen die gehandicapte familieleden hebben en die dit veeleisende werk moedig verrichten ondanks de obstakels die zij voortdurend te overwinnen hebben.

In deze toespraak wil ik mijn lof uiten over de voorstellen van de rapporteur, mevrouw Anna Záborská, waarin zij aanbeveelt tot erkenning van niet alleen de traditionele vormen van betaalde arbeid maar ook van de veelzijdige vormen van onbetaalde arbeid die in families worden verricht als onderdeel van de intergenerationele solidariteit. Dit werk wordt in het BBP weerspiegeld als een familie hiervoor iemand in dienst neemt. Dit is echter niet het geval wanneer dit werk door een van de ouders gedaan wordt.

Ik geloof erin dat dit verslag lidstaten zal inspireren maatregelen in te voeren om het gezinsbeleid in de EU te verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. (RO) In een periode waarin Europa geconfronteerd wordt met een wijdverspreide economische crisis, waarvan de uiteindelijke reikwijdte moeilijk kan worden ingeschat, is een daling van het geboortecijfer te verwachten. Vrouwen zullen eerder geneigd zijn om nu geen kinderen te nemen uit vrees voor hun baan en omdat ze bang zijn dat ze niet over de materiële middelen zullen beschikken die nodig zijn voor de verzorging en opvoeding van een kind.

Tegen die achtergrond is het de plicht van iedere lidstaat om activiteiten te bevorderen waarbij meerdere generaties betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld de "intergenerationele" centra, waar oudere volwassenen tegen betaling op kinderen passen. Deze "intergenerationele" centra, die met succes in een aantal lidstaten functioneren, zouden een snelle terugkeer naar de arbeidsmarkt van recent bevallen vrouwen mogelijk maken, en tegelijkertijd de terugkeer naar de arbeidsmarkt bevorderen van mensen die met pensioen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Dushana Zdravkova (PPE-DE), schriftelijk. (BG) De afgelopen decennia is de bevolking van de lidstaten van de Europese Unie steeds ouder geworden. Werk- en privéleven succesvol combineren is voor vrouwen een zware opgave aan het worden. Daarom wordt het nu steeds belangrijker dat de lidstaten het geboortecijfer stimuleren en aan gezinnen de gepaste aandacht schenken. Hieraan zou de EU indirect kunnen bijdragen en de lidstaten kunnen helpen om hun beleid te moderniseren. Ik ben van mening dat de erkenning van zogenaamd "onzichtbaar werk" een van de belangrijkste stappen is die op dit vlak gezet moeten worden.

Daarnaast kunnen we niet om het feit heen dat steeds meer mensen die deel uitmaken van de actieve bevolking tegelijkertijd zowel voor kinderen als voor ouderen in hun naaste omgeving zorgen. Dit brengt hen in een onzekere positie. Daarom is het van groot belang dat de Commissie praktische initiatieven voorstelt voor de officiële erkenning van de vaardigheden die verworven worden door activiteiten uit te voeren die verband houden met het opvoeden van kinderen, het zorgen voor mensen die afhankelijk zijn van anderen, en het voeren van een huishouden, zodat met deze vaardigheden rekening gehouden wordt bij het herbetreden van de arbeidsmarkt.

Vandaag moeten we denken aan de toekomst van alle moeders die kinderen opvoeden, die de toekomst van Europa vormen. We moeten hen beschermen tegen het risico dat ze op een dag een klein pensioen ontvangen en zich in vergelijking met andere leden van de samenleving in een ongelijke positie bevinden.

 

21. Precommerciële inkoop: Aansturen van innovatie voor het waarborgen van duurzame hoogkwalitatieve overheidsdiensten in Europa (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is een korte presentatie van het verslag (A6-0018/2009) van Malcolm Harbour, namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming, over precommerciële inkoop: Aansturen van innovatie voor het waarborgen van duurzame hoogkwalitatieve overheidsdiensten in Europa (2008/2139(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Malcolm Harbour, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is zeer gunstig dat mevrouw Reding vanavond de Commissie vertegenwoordigt, omdat mijn verslag gericht is op een voorstel dat gedurende een aantal jaar met haar Commissiediensten is ontworpen. Het is een uiterst belangrijk voorstel met ruime mogelijkheden voor de gehele Europese economie. Het eerste wat ik de commissaris vanavond wil zeggen, is dat ik haar Commissiediensten wil bedanken voor hun leiderschap hierbij, maar dat dit initiatief naar mijn mening veel meer bekendheid moet krijgen. Het moet ver buiten de DG Informatiemaatschappij en media bekend worden – en ik denk dat dit nu gebeurt – omdat het van aanzienlijk belang is, met name in de huidige economische tijden.

Dus waar gaat deze discussie over? De kern van de problematiek is dat overheidsdiensten in de Europese Unie enorme bedragen overheidsgeld uitgeven voor het inkopen van producten en diensten. Overheden geven jaarlijks naar schatting 1 800 miljard euro uit aan inkoop. Hoeveel wordt hierbij eigenlijk besteed aan het evalueren, onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe oplossingen voor de grote uitdagingen waar overheden en ook de maatschappij dagelijks mee te maken hebben: een betere gezondheidszorg, betere transportoplossingen, de aanpak van de klimaatverandering, energiezuinigere gebouwen? In de EU wordt minder dan 1 procent van het totale inkoopbudget besteed aan onderzoek en ontwikkeling.

Uitgaande van de duidelijke doelstelling van de Lissabon-strategie om onze uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling te verhogen naar 3 procent, bestaat hier een enorm potentieel.

En dat is waar de hele doelstelling van precommerciële inkoop een rol gaat spelen. Waar we in essentie naar toe willen, is dat intelligente, onderzoeksgerichte overheden een behoefte aan innovatieve oplossingen creëren en vervolgens samenwerken met innovatieve bedrijven – zowel kleine als grote, maar vooral kleine bedrijven, die duidelijk hiervan kunnen profiteren – om aan deze eisen te voldoen. We willen dat deze ‘intelligente klanten’ werkelijk vooruitdenken, kritisch zijn en nadenken over behoeften waar nog geen commerciële oplossing voor bestaat, maar waar met de financiële steun van de overheid een aantal oplossingen voor kunnen worden ontwikkeld om juist dit te doen: het financieren van onderzoek en ontwikkeling. In een eerste fase moeten wellicht eerst verschillende ideeën met elkaar worden vergeleken. Vervolgens moeten die ontwikkelingsoplossingen naar een volgende fase worden gebracht waarna de uitvoerbaarheid van het in te voeren product of de in te voeren dienst aan de orde komt.

De voordelen van deze impuls, waar vooral kleine bedrijven van zullen profiteren, en het geven van commerciële steun zullen van zeer groot belang zijn voor deze sector. Waar dit nu al op deze manier gebeurt, zien we inderdaad dat zelfs de bedrijven die niet de winnende oplossing hadden, bepaalde onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten gefinancierd hebben gekregen, waarmee ze vervolgens andere omzetgenererende producten kunnen ontwikkelen.

Dit staat ook in verband met het tweede initiatief van de Commissie dat in mijn verslag ter sprake komt: het ‘initiatief voor leidende markten’, waarbij we ernaar streven dat overheden een pionierrol spelen op een aantal belangrijke technologiegebieden omtrent gezondheid, klimaatverandering en transport. Er zijn tekenen dat er een geïntegreerd beleid in opkomst is, maar volgens mijn verslag hebben we meer training en meer beste praktijken nodig en moet dit voorstel beter bekend worden gemaakt en beter worden verspreid. Ik hoop dat de Commissaris en ook het College dit zullen opvolgen en dat het Parlement zal laten zien dat het vierkant achter deze oplossing staat.

Ter conclusie – en ik verzoek u vriendelijk mij wat extra tijd te geven, omdat dit in zekere zin een punt van orde is – wil ik in dit lege Parlement allereerst melden dat ik voor mijn verslag twee adviezen heb ontvangen, een van mevrouw Sakalas van de Commissie juridische zaken en een van mevrouw Podimata van de Commissie industrie, onderzoek en energie. Uiteraard zijn zij niet gerechtigd hun advies hier te presenteren, wat erg jammer is, aangezien zij met waardevolle bijdragen zijn gekomen die ik aan mijn amendementen heb toegevoegd. Ik wil daarnaast mijn schaduwrapporteur, de heer Hasse Ferreira, bedanken voor de samenwerking en voor de nuttige bijdrage die hij heeft geleverd.

Tot slot wil ik nog zeggen dat deze oplossing gunstig is voor iedereen: de maatschappij, de burgers, de overheid, bedrijven, innovatoren en de Europese economie. Daarom is dit alles van zeer groot belang en daarom is dit voorstel, als het gaat om de overheden die in deze tijd van economische teruggang blijven investeren, zelfs nog belangrijker dan toen ik een paar maanden geleden met dit verslag begon.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het hier roerend mee eens, omdat met precommerciële inkoop twee doelen worden nagestreefd. Het verbetert de kwaliteit van overheidsdiensten, maar bovenal creëert het kansen voor bedrijven om een leidende rol te spelen in internationale markten. Deze uitgaven zijn dus absoluut lonend, zeker in een tijd van crisis, waarin we het bedrijfsleven moeten helpen de resultaten van onderzoek in de praktijk om te zetten en optimaal gebruik te maken van technologische oplossingen en innovaties.

Ik ben zeer verheugd dat de rapporteur, de heer Harbour, samen met de Commissie zich heeft ingezet voor iets wat zich lange tijd in de ontwerpfase bevond. Er is echter een verschil tussen de ontwerpfase en het omzetten in de praktijk. Ik hoop daadwerkelijk dat het verslag van het Parlement hiervoor een springplank zal zijn en een belangrijke bijdrage zal vormen voor ons onderzoeks- en innovatiebeleid. Door te zorgen voor een sterke vraag van de zijde van de overheid voor de ontwikkeling van nieuwe innovatieve producten en diensten in Europa kunnen we het verschil maken, met name voor het MKB, en daarom ben ik positief gestemd over dit initiatief. Ik feliciteer de heer Harbour met zijn werk.

Wat zijn de volgende concrete stappen die we moeten nemen? Als direct antwoord op de concrete aanbevelingen in het verslag kan ik bevestigen dat de Commissie maatregelen zal nemen ter bevordering van uitwisseling van ervaring en bewustmaking en de middelen zal verkennen om inkopers in een aantal lidstaten te stimuleren precommerciële inkoopprojecten gezamenlijk te realiseren.

De Commissie heeft al oproepen tot het indienen van voorstellen geopend in de INTERREG-, CIP- en FP7-programma’s om de oprichting van netwerken van overheden voor precommerciële inkoop te ondersteunen.

Ik ben van mening dat de regeringen in Europa op middellange tot lange termijn precommerciële inkoop in hun strategische planning voor overheidsinvesteringen moeten opnemen. Ik denk dat herstelprogramma’s een geschikt punt zijn om mee te beginnen. Ik zal dit namens de Commissie benadrukken in een mededeling die op de planning staat voor begin maart dit jaar, waarin ik een versterkte strategie zal voorstellen voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie op ICT-gebied voor Europa. Ik zal precommerciële inkoop dus aan dit verslag toevoegen.

Zoals u weet zijn sommige lidstaten reeds aan het experimenteren met proefprojecten voor precommerciële inkoop. De komende maanden hopen we meer van zulke proefprojecten te zien, en ik nodig de leden van de commissie en tevens de leden van het Parlement uit om naar hun land terug te keren en met ministers en gemeenten te praten over precommerciële inkoop. We kunnen alleen het verschil maken als we met elkaar samenwerken. Hartelijk dank voor het bieden van een helpende hand hierbij.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het punt is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk.(SK) Aansturen van innovatie en ontwikkelen van de kenniseconomie zijn sleutelfactoren voor het garanderen van duurzame hoogkwalitatieve overheidsdiensten. De overheid in de VS geeft jaarlijks 50 miljard dollar uit aan inkoop van onderzoek en ontwikkeling, hetgeen twintig keer zo veel is als in de EU, en daarom moeten de lidstaten hun belofte om 3 procent van het BBP te investeren in onderzoek en ontwikkeling, nakomen. Overheidsopdrachten zijn een strategisch instrument om dit doel te bereiken.

Momenteel zijn er tal van Europese onderzoeksprogramma's, waarvan de resultaten nog niet door overheidsinstellingen middels overheidsopdrachten zijn geëxploiteerd. De huidige praktijk in de EU is gebaseerd op exclusieve ontwikkeling, hetgeen betekent dat iedere onderneming de eigendomsrechten met betrekking tot de nieuwe ideeën die zij ontwikkelt zelf behoudt.

In weerwil van het feit dat pre-commerciële inkoop voor enige vereenvoudiging zorgt, is het hele proces zeer veeleisend. Overheidsinstellingen zullen mogelijk aanzienlijk worden geholpen door de deelname van universiteiten en onderzoeksinstellingen. De lidstaten zouden inspiratie moeten putten uit de ervaringen van de Europese innovatiebureaus die deelnemen aan onderzoek en ontwikkeling.

Ik geloof dat de Commissie op grond van de aanbevelingen in het verslag van Malcolm Harbour een alomvattend en eenvoudig te begrijpen handboek gaat ontwikkelen dat met name kleine en middelgrote ondernemingen en de bij overheidsinkopen betrokken autoriteiten ondersteuning zal bieden bij de uitvoering.

Alleen door middel van nauwe samenwerking tussen EU-lidstaten op het vlak van overheidsinkopen zullen wij in staat zijn innovatie aan te sturen en duurzame hoogkwalitatieve overheidsdiensten te garanderen.

 

22. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

23. Sluiting van de vergadering
Video van de redevoeringen
  

(De vergadering wordt om 23.00 uur gesloten)

 
Juridische mededeling - Privacybeleid