Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 18 februari 2009 - Brussel Uitgave PB

25. Een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is een korte presentatie van het verslag (A6-0039/2009) van Glenys Kinnock, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking, over een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU [2008/2203(INI)].

 
  
MPphoto
 

  Glenys Kinnock, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil beginnen met te zeggen dat ik heel blij ben met de mededeling die de Commissie heeft opgesteld. Ik vind deze zowel uitvoerig als ambitieus.

Commissaris, in mijn verslag geef ik aan welke praktische activiteiten, investeringen en processen nodig zijn als we die heel bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden willen concretiseren. De mededeling van de Commissie en de conclusies van de Raad over het externe optreden bouwen voort op de externe dimensie van de EU-strategie inzake de rechten van het kind. Ik denk dat dit heel belangrijk werk is voor de Europese Unie.

Commissaris, ik kijk nu heel erg uit naar activiteiten die passen bij de ambitie die ik zie. We moeten onze woorden vergezeld laten gaan van daden. Dat betekent dat er middelen beschikbaar moeten zijn en - daar zult u het ongetwijfeld mee eens zijn - dat de lidstaten van de Europese Unie natuurlijk niet mogen terugkomen op de door hen aangegane verplichtingen met betrekking tot de financiering van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling (MDG). We weten dat het voor het merendeel van de twee miljard kinderen in de wereld iedere dag weer een strijd is tegen armoede en kwetsbaarheid. Zoals we weten leeft 98 procent van de kinderen in onze wereld die onder extreme armoede lijden, in een ontwikkelingsland.

Het is nu bovendien duidelijk dat kinderen en jongeren het effect van de financiële crisis sterk zullen voelen, bijvoorbeeld wanneer wordt bezuinigd op de begrotingen voor gezondheidszorg en onderwijs. Dat is de reden waarom ik het juist vind dat we op het hoogste niveau een politieke toezegging doen, namens en met kinderen. De EU moet in haar partnerschap met de ontwikkelingslanden een kans zien om het overheidsbeleid te beïnvloeden, teneinde het leven van kinderen te redden. Prioritaire acties voor kinderen moeten worden bevorderd wanneer de Europese Commissie onderhandelt over de regionale en thematische strategieën in de landenstrategiedocumenten, wanneer deze worden opgesteld en vervolgens wanneer ze worden herzien.

Wanneer er begrotingssteun is, met inbegrip van MDG-budgetcontracten, moeten daarin specifieke doelstellingen en indicatoren met betrekking tot kinderen worden opgenomen. Ik verwelkom het plan van de Commissie om met de partners nationale actieplannen voor kinderen op te stellen. We hebben garanties nodig dat zelfs de meest gemarginaliseerde kinderen, met inbegrip van kinderen met een handicap en wezen, gelijke toegang krijgen tot gezondheidszorg, welzijn en justitie.

Ik vind dat het personeel van de Commissie, zowel in Brussel als in de delegaties, vaker en beter getraind moet worden, met name ten aanzien van de vraag hoe de inspraak van kinderen kan worden opgezet. We moeten in de Europese Unie radicaal anders gaan denken over de manier waarop we kunnen waarborgen dat naar kinderen wordt geluisterd en kinderen worden uitgenodigd om te participeren, want we beseffen dat het de kinderen zelf zijn die leven geven aan de waarden die zijn vastgelegd in het internationaal recht door middel van het in 1989 gesloten Verdrag inzake de rechten van het kind. Het is mijn ervaring dat de kinderen zelf, de jongeren, grote kennis en een schat aan ervaring hebben – die we moeten benutten – waar het gaat om de manier waarop armoede en de achteruitgang van het milieu moeten worden aangepakt.

Ik verwelkom het feit dat de Commissie het belang erkent van raadpleging tijdens de voorbereiding van de communautaire strategie voor de rechten van het kind. Ik begrijp ook dat deze raadpleging is gepland voor de eerste helft van 2009. Commissaris, zou de Commissie kunnen aangeven wanneer dit proces precies begint? Ik vertrouw erop dat er geen besluit wordt genomen om de openbare raadpleging, inclusief de raadpleging van kinderen, op te schorten tot er een nieuwe Commissie en een nieuw Parlement zijn.

Tot slot citeer ik Kofi Annan: ‘Er is geen taak in deze wereld zo heilig als onze zorg voor kinderen. Er is geen plicht belangrijker dan te zorgen dat hun rechten worden gerespecteerd, hun welzijn wordt beschermd, hun levens vrij zijn van angst en gebrek, en zij in vrede groot kunnen worden.’ Ik denk dat we het er allemaal mee eens zijn dat dit nobele doelstellingen zijn.

 
  
MPphoto
 

  Janez Potočnik, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is geweldig om hier vandaag te zijn en over kinderen te praten, evenals over het verslag dat u spoedig zult aannemen.

Laat me kort uiteenzetten hoe we zover zijn gekomen, over wat er in de toekomst gaat gebeuren en over kinderparticipatie, waarschijnlijk onze grootste uitdaging als het op kinderen aankomt.

Vandaag wordt een belangrijke stap voorwaarts gezet in een lang proces dat enkele jaren geleden intern in de Commissie begon. We erkennen dat de EU een strategie nodig heeft voor kinderen. We hebben een strategie nodig voor de manier waarop wij, de Europese Unie, de toezeggingen gaan implementeren. Wij en de rest van de wereld hebben het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind ondertekend.

De eerste stap was de mededeling van de Commissie getiteld “Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind” in 2006. Hierop volgde in 2008 het mededelingenpakket inzake kinderen in het externe optreden, waarin een alomvattende EU-benadering voor kinderen werd geschetst en waarbij alle beschikbare instrumenten in de externe samenwerking werden benut.

Ik maak even een zijsprongetje, want ik ben ervan overtuigd dat sommigen onder u zich het volgende afvragen: hoe zit het met de EU-strategie voor de rechten van het kind, die in bovengenoemde mededeling is aangekondigd? Ik kan bevestigen dat de Commissie aan een dergelijke strategie werkt en dat die strategie door de volgende Commissie zal worden gepresenteerd.

Tijdens het Sloveense voorzitterschap in mei 2008 heeft de Raad conclusies aangenomen over de bevordering en bescherming van de rechten van het kind in het externe optreden van de Europese Unie – de dimensies van ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp.

De Commissie ontwikkelingssamenwerking is toen begonnen met het opstellen van een verslag. We bevinden ons nu aan het einde van dit proces en morgen zult u over dit voortreffelijke verslag gaan stemmen.

Daarnaast is het beleid van de EU met betrekking tot kinderen op twee EU-richtsnoeren gebaseerd – de richtsnoeren inzake kinderen en gewapende conflicten en de richtsnoeren inzake de rechten van het kind – die beide in een aantal geselecteerde prioriteits- en proeflanden worden geïmplementeerd. De Commissie is heel blij met dit verslag, dat een uitstekende aanvulling is op onze mededeling, met de conclusies van de Raad en de richtsnoeren. We zullen het verslag zeker gebruiken in ons werk voor kinderen.

Ik zal me in mijn laatste opmerkingen richten op de misschien wel grootste uitdaging van vandaag de dag: kinderparticipatie. Hoe zorgen we ervoor dat we kinderen betrekken bij besluiten die hen aangaan? Hoe zorgen we ervoor dat kinderen toegang hebben tot relevante informatie? Hoe zorgen we voor gelijke kansen voor kinderen om hun mening te kunnen uiten? We moeten onder ogen zien dat, van alles waar we in het Verdrag inzake de rechten van het kind over hebben ingestemd, dit misschien wel de grootste uitdaging is.

We geven toe dat we nog op geen stukken na een waardevolle bijdrage hebben geleverd op het gebied van kinderparticipatie. In de Commissie is het nadenken over de ontwikkeling en implementatie van een echte, en geen symbolische, kinderparticipatie nog maar net begonnen. Het moet gaan om relevante, zinvolle en op informatie gebaseerde kinderparticipatie. Ook hebben we gezorgd voor relevante financiering voor kinderparticipatie op grond van het thematische programma “Investeren in mensen”.

Waarom is dit ingewikkeld voor ons als volwassenen? In wezen omdat het appelleert aan wat voor ons zo fundamenteel is, namelijk de manier waarop we ons gedragen.

Wat gaat de Commissie doen in haar externe optreden om deze participatie te bevorderen? De Commissie zal de middelen om kinderen te raadplegen beschikbaar stellen voor onze delegaties, maar deze middelen zullen niet alleen door onze delegaties worden gebruikt, maar ook door partnerlanden. Samen met Unicef zijn we ook een toolkit aan het ontwikkelen die zich niet alleen richt op kinderparticipatie, maar ook op algemene kinderbescherming, wettelijke hervormingen en financiële middelen voor kinderen.

Naast de toolkit zijn we ook onze samenwerking met Unicef over het algemeen aan het hervormen en versterken, zodat we partnerlanden beter kunnen steunen in hun inspanningen om kinderen op landsniveau te betrekken.

We werken ook nauw samen met verschillende NGO’s om van hen te leren over mogelijke formats, waarbij vaak kinderen worden betrokken en zinvolle kinderparticipatie ontstaat. Ik zal eerlijk zijn: dit gaat niet van vandaag op morgen. Dit is slechts het begin van een lang proces.

Ik wil graag even één opmerking maken bij het verslag. Het verslag onderstreept dat de Commissie aandacht moet schenken aan kinderparticipatie, maar collega’s, dat zult u ook moeten doen, en ik kan u ervan verzekeren dat de Commissie graag met u wil samenwerken om op dit punt vooruitgang te boeken. We moeten vertrouwen op de gezamenlijke kracht van de twee instellingen om vorderingen te maken bij dit belangrijke thema.

Laat me nogmaals uiting geven aan de waardering van de Commissie voor het verslag en onderstrepen dat we ons uiterste best zullen doen om deze aanbevelingen ten uitvoer te brengen. We rekenen op de voortdurende steun van het Parlement op dit punt.

Om een antwoord te geven op de vraag van mevrouw Kinnock, wil ik zeggen dat ik verheugd ben te kunnen bevestigen dat het standpunt van de Commissie niet is gewijzigd. Het idee om 2009 te gebruiken voor raadplegingen komt van de Commissie zelf en we werken aan voorwaarden voor een proces van raadpleging van kinderen waarbij alle bestaande middelen worden ingezet.

Verder wil ik ook onderstrepen dat de Commissie streeft naar een raadplegingsproces dat de rechten van het kind onverkort eerbiedigt.

Tot slot wil ik u bedanken, mevrouw Kinnock, voor de zeer vruchtbare samenwerking op het gebied van kinderen en aanverwante kwesties, niet alleen wat dit verslag betreft, maar ook in de afgelopen jaren. Ik weet dat ik te lang gepraat heb, maar over de rechten van kinderen raak je nooit uitgepraat.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Hartelijk dank, commissaris. Ik moet zeggen dat u een heel interessant betoog hebt gehouden over een zeer belangrijk onderwerp.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 19 februari 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. – (EN) Het is triest te moeten erkennen dat er in de wereld dagelijks meer dan 26 000 kinderen van onder de vijf jaar sterven, meestal door oorzaken die voorkomen hadden kunnen worden.

Het is droevig dat, ofschoon veel levens met de juiste maatregelen gered kunnen worden, of het nu gaat om medische of financiële maatregelen, de situatie toch verslechtert. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de meest kwetsbare en sociaal uitgesloten meisjes en jongens, waaronder kinderen met handicaps, migrantenkinderen en kinderen van minderheden.

Het verslag is prijzenswaardig. Ik ben het alleen niet eens met de onderdelen die over abortus gaan.

De Commissie ontwikkelingssamenwerking heeft een initiatiefverslag goedgekeurd (opgesteld door Glenys Kinnock (PSE, VK) over een bijzondere plaats voor kinderen in het externe optreden van de EU, als antwoord op de mededeling van de Commissie over dit onderwerp. De commissie is verheugd over de mededeling en de vier hoofdlijnen van het actieplan van de Commissie betreffende de rechten van kinderen in het externe EU-optreden, waarvan een alomvattende, coherente en op de rechten van het kind gebaseerde benadering deel uitmaakt.

Zonder nog meer tijd te verliezen moeten we:

(a) overgaan tot een grondige analyse van de rechten van het kind;

(b) de bestaande jongeren- en kindernetwerken ontwikkelen en omvormen tot permanente platforms voor de raadpleging van kinderen;

(c) ervoor zorgen dat in de bestaande internationale overeenkomsten tussen de Europese Unie en derde landen een juridisch bindende clausule wordt opgenomen betreffende de naleving van de rechten van het kind.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk.(RO) Het is onze plicht aan een betere toekomst te bouwen, niet alleen voor de Europeanen, maar ook voor de ontwikkelingslanden.

Kinderen hebben de toekomst en we moeten ervoor zorgen dat hun rechten gerespecteerd worden in de derde landen die Europese middelen ontvangen.

In de betrekkingen met derde landen moet de waarborging van het recht van kinderen op onderwijs en op toegang tot medische zorg één van de prioriteiten van de Europese Unie zijn.

We beleven inderdaad een periode van financiële crisis, maar we kunnen niet zo maar voorbij gaan aan het feit dat er elke drie seconden ergens in de wereld een kind sterft en dat er elke minuut een vrouw sterft tijdens de bevalling.

Gezien het feit dat kinderen de helft van de wereldbevolking vormen, moeten de rechten van kinderen een prioriteit zijn binnen het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie.

Elke lidstaat moet alles doen wat binnen zijn vermogen ligt om uitvoering te geven aan beleid op het gebied van samenwerking met ontwikkelingslanden. De Commissie moet daarnaast druk uitoefenen op de ontwikkelingslanden opdat zij de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind vertalen naar nationale wetgeving.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) Ik ben blij dat ik namens de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid een advies heb mogen schrijven over dit verslag. Het onderwerp kinderrechten in de context van externe betrekkingen heeft mijn bijzondere belangstelling.

Mijn advies heeft unanieme steun gekregen. Daarin wordt er in de eerste plaats aan herinnerd dat het externe optreden van de EU, wat betreft de rechten van het kind, op de waarden en beginselen moeten steunen die zijn neergelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, en met name in de artikelen 3, 16, 18, 23, 25, 26 en 29. Deze waarden en beginselen zijn buitengewoon belangrijk voor het welzijn van zowel het individu als de samenleving als geheel. In mijn advies wordt benadrukt dat bij alle maatregelen ter bescherming van de rechten van het kind de ouders en naaste familie van het kind op de eerste plaats moeten komen.

Het menselijk leven dient vanaf het begin te worden beschermd en elk kind heeft recht op een eigen identiteit. Het belang hiervan wordt onderstreept door het feit dat het Europees Parlement met mijn advies heeft ingestemd. Ik ben erin geslaagd om in het advies standpunten op te nemen waarin eugenetische discriminatie op grond van geslacht, die in sommige landen steeds vaker voorkomt, wordt veroordeeld. De Commissie wordt opgeroepen om als onderdeel van haar ontwikkelingsbeleid de nadruk te leggen op het belang en de noodzaak van geboorteregistratie van alle kinderen in alle derde landen en geboorteregistratie als voorwaarde te verbinden aan haar hulpprogramma’s.

Ik steun elke poging om ontwikkelingshulp te bevorderen. Ik wil echter wel benadrukken dat humanitaire en internationale hulporganisaties die verantwoordelijk zijn voor hulpverlening, ervoor moeten zorgen dat de nodige middelen en de steun die kinderen toekomt, daadwerkelijk bij hen terechtkomen en niet worden verspild.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid