Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2305(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0050/2009

Ingediende teksten :

A6-0050/2009

Debatten :

PV 09/03/2009 - 19
CRE 09/03/2009 - 19

Stemmingen :

PV 10/03/2009 - 8.6
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0087

Volledig verslag van de vergaderingen
Maandag 9 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

19. De toekomst van het Europees gemeenschappelijk asielsysteem (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het debat over het verslag (A6-0050/2009) van Giusto Catania, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over de toekomst van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel [2008/2305(INI)].

 
  
MPphoto
 

  Giusto Catania, rapporteur. (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, in het afgelopen jaar is het aantal vluchtelingen in de wereld gestegen tot ongeveer 12 miljoen. Als wij daar de binnenlandse ontheemden bij optellen komen we op meer dan 26 miljoen mensen in de wereld die bescherming nodig hebben. De oorzaak van deze ontwikkeling is te zoeken in het feit dat er op onze planeet nog steeds oorlogen woeden. Op dit moment zijn er 4 miljoen Iraakse vluchtelingen en ontheemden als uitvloeisel van de ook door onze landen gewilde oorlog.

De invoering van een gemeenschappelijke Europese asielregeling is noodzakelijk, daar onze rechtsstaat de plicht heeft homogene regels voor de opvang van asielzoekers in de Europese Unie te waarborgen. Dat geldt natuurlijk des te meer als we bedenken dat er nog lidstaten zijn zonder speciale asielwetgeving. Tot onze spijt moeten we vaststelen dat de harmonisatie van de procedures voor asielverlening met twee jaar is uitgesteld, zodat deze pas in 2012 zal zijn bereikt. We dienen een einde te maken aan de bestaande kwalijke ongelijkheid tussen de asielstelsels van de verschillende lidstaten. Het is een paradox dat voor burgers uit bepaalde derde landen de kans om de vluchtelingenstatus te krijgen kan variëren van 0 tot 90 procent, afhankelijk van de lidstaat waar de asielaanvraag wordt ingediend.

De harmonisatie van de normen moet uitlopen op een hoog beschermingsniveau in heel de Europese Unie en niet op een gelijkschakeling in neerwaartse richting. Asielverlening is een essentieel onderdeel van onze democratie en van de bescherming van de mensenrechten. Wij achten het onaanvaardbaar dat het recht op asiel de afgelopen jaren sterk is uitgehold, daar de behoeften van de asielzoekers en het beginsel van niet-terugzending (“non-refoulement”) – een waarborg die is neergelegd in internationale verdragen – niet altijd gerespecteerd zijn. De Europese Unie zou procedures moeten vastleggen om aan de buitengrenzen asielzoekers als zodanig te kunnen herkennen en te zorgen dat personen die recht op internationale bescherming hebben toegang tot haar grondgebied krijgen, ook bij bewakingsoperaties aan de buitengrenzen. Om die reden achten we het raadzaam de rol van Frontex te herzien, daar het agentschap asielzoekers vaak als illegale immigranten behandelt.

Met deze resolutie vraagt het Europees Parlement aan Frontex precieze gegevens over het aantal asielzoekers die het bij zijn operaties aantreft en over het lot van de personen die het bij zijn werkzaamheden onderschept en naar een transitland of land van herkomst terugstuurt. We moeten de correcte toepassing van de internationale verdragen garanderen, ook in het kader van samenwerkingsovereenkomsten met derde landen. We mogen geen overeenkomsten sluiten met landen die de Conventie van Genève niet hebben ondertekend. Vele lidstaten houden zich daar echter niet aan. Ik denk bijvoorbeeld aan Italië, dat een overeenkomst heeft gesloten met Libië betreffende het beheersen van de migratiestromen, terwijl dat land niet voornemens is de Vluchtelingenconventie van Genève te ondertekenen.

Wij zijn uiterst tevreden dat het Hof van Justitie het artikel in de richtlijn asielprocedures over de invoering van het begrip “veilig derde land” en de gemeenschappelijke lijst van veilige derde landen heeft vernietigd. Onze tevredenheid daarover hebben we al onderstreept en we wensen dat ook met dit verslag te doen. We menen dat een “veilig derde land” niet kan bestaan en dat het een oneigenlijk begrip is, daar ook landen met een hoog niveau van democratie hun burgers kunnen vervolgen.

Asielzoekers zijn kwetsbare personen die onder gepaste voorwaarden moeten worden opgevangen. De lidstaten mogen een persoon niet opsluiten enkel en alleen omdat hij of zij om internationale bescherming verzoekt. Daarom ben ik van mening dat asielzoekers in principe niet moeten worden opgesloten. Het vasthouden van asielzoekers na illegale betreding van het grondgebied is helaas in veel lidstaten nog een feit. Helaas, en ik rond af, is er geen ander manier om de Europese Unie binnen te komen. Tegelijkertijd is dat de paradox: ook asielzoekers moeten zich onderwerpen aan de gemengde stromen om de Europese Unie binnen te komen. Asiel is echter geen gunst, nee het is een plicht van de landen en een recht van degenen die een oorlogssituatie ontvluchten.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Commissie heeft in juni een actieplan voor asielbeleid goedgekeurd. De Commissie heeft enerzijds beloofd tussen 2008 en 2009 met concrete voorstellen te komen ter verbetering van de normen voor bescherming en van de solidariteit tussen de lidstaten, en anderzijds de praktische samenwerking te versterken.

We hebben de beginselen uiteengezet die als leidraad moeten dienen voor het beleid van de Unie, de humanitaire en beschermende traditie van de Unie in stand moeten houden, een ware gelijke behandeling in de gehele Unie moeten waarborgen, het asielstelsel doeltreffender moeten maken en de solidariteit binnen de Unie en tussen de Unie en derde landen moeten bevorderen.

Het doet me deugd dat het Parlement de filosofie van de Commissie volledig deelt. Het Parlement heeft net als de Commissie een Europees asielstelsel voor ogen dat meer bescherming biedt, efficiënter functioneert en rechtvaardiger is.

Nu het Parlement medewetgever is met de Raad, heb ik de hoop dat het slotresultaat van de onderhandelingen, die veel tijd in beslag zullen nemen, waarschijnlijk meer dan in het verleden zal leiden tot onberispelijke instrumenten waarmee de fundamentele rechten beter in acht worden genomen.

Dankzij medebeslissing en stemming met gekwalificeerde meerderheid in de Raad kan de Unie de normen voor internationale bescherming harmoniseren en daarbij een kwaliteitsslag maken.

Ik dank het Parlement voor zijn ferme steun voor alle initiatieven die de Commissie in haar actieplan aankondigt.

Ik dank u ook voor de voorrang die u hebt verleend aan de behandeling van mijn recente voorstel tot oprichting van een Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken. Wij kunnen niet zonder de steun van het Parlement om dit ondersteuningsbureau kracht bij te zetten, waarmee de praktische samenwerking en de kwaliteit van de asielstelsels worden versterkt. Hopelijk komen de drie instellingen snel tot overeenstemming, zodat het bureau spoedig met zijn werkzaamheden kan beginnen.

Mijnheer Catania, ik dank u voor uw verslag. U maakt zich echter zorgen over bepaalde situaties, met name de detentieomstandigheden van asielzoekers, de rechten van asielzoekers in de Dublin-procedures, de gevolgen van de controles aan de grenzen voor de toegang tot bescherming en de belasting van bepaalde lidstaten bij de opvang van de stroom asielzoekers. Ik zal u een aantal antwoorden aandragen.

Met betrekking tot de detentieomstandigheden van asielzoekers heeft de Commissie in de amendementen op de opvangrichtlijn duidelijkere regels voorgesteld dan de nu geldende regels, met name de uitsluiting in alle gevallen van detentie van alleenstaande minderjarigen. Tevens is duidelijk vastgelegd in welke gevallen detentie mogelijk is voor volwassenen, met beschermende bepalingen zoals het recht op een doeltreffende voorziening in rechte of het recht op juridische bijstand en regelmatige gerechtelijke toetsing van de detentiemaatregel.

In de lijn van het verslag van mevrouw Roure over open en gesloten opvangcentra, dat op 5 februari is goedgekeurd, heeft het Parlement een aantal problemen in deze centra in kaart gebracht. Met de voorgestelde amendementen op de richtlijn inzake de opvangomstandigheden moeten deze problemen worden aangepakt.

Volgens dezelfde beginselen heb ik voorgesteld de rechten van asielzoekers die onder de Dublin-procedures vallen, beter te waarborgen. Zo moet de hereniging van leden van hetzelfde gezin en van kinderen met hun gezinsleden worden vergemakkelijkt en moeten de procedurele garanties waarop asielzoekers recht hebben die onder de Dublin-procedure vallen, worden versterkt.

Zelfs de beste asielprocedure zal een dode letter blijken als er geen toegang tot een dergelijke procedure is gewaarborgd. Mijnheer Catania, ik ben het met u eens dat er beter moet worden samengewerkt met grenswachten en dat zij moeten worden opgeleid en voorgelicht over asielkwesties. U had het over gemengde stromen. Frontex moet inderdaad zorgen voor opleiding. Wanneer het ondersteuningsbureau er eenmaal is, zal het daaraan een bijdrage leveren door handboeken op te stellen voor grenswachten. Ook moeten wij de verantwoordelijkheden van degenen die op zee worden gered, beter definiëren. Waar worden zij aan land gezet? Waar kunnen zij in voorkomend geval asiel aanvragen? Ik werk samen met de lidstaten om de juiste antwoorden op deze vragen te vinden. We mogen de druk waaronder de asielstelsels in sommige lidstaten staan, niet negeren. Wij willen meer solidariteit, niet alleen vanuit financieel oogpunt maar ook via de door het bureau opgerichte deskundigenteams, die snel kunnen worden ingezet.

Daarnaast gaan we onderzoeken of het mogelijk is om vluchtelingen op vrijwillige basis naar een andere lidstaat over te brengen dan de lidstaat die de bescherming heeft geboden.

Aan het eind van de week ga ik naar Lampedusa en naar Malta om te bekijken waaraan concreet behoefte is en op welke wijze de Unie steun kan bieden.

Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, hierbij dank ik u ook voor de verhoging van 10 miljoen euro voor het Europees Vluchtelingenfonds waarvoor het Parlement eind 2008 groen licht heeft gegeven. Met deze 10 miljoen euro kunnen we in 2009 een groter aantal vluchtelingen in de Unie hervestigen. In dit verband wil ik benadrukken hoe belangrijk de afspraken zijn die de lidstaten hebben gemaakt naar aanleiding van de missie die wij naar Jordanië en Syrië hebben gestuurd voor de hervestiging van Irakese vluchtelingen in de lidstaten van de Europese Unie.

Wij werken, en ik werk, op alle fronten: verbetering van de kwaliteit van de wetgeving, praktische samenwerking, solidariteit tussen de lidstaten en tussen de Unie en derde landen.

Ik wil het Parlement hartelijk danken voor zijn steun. We moeten de Europese Unie tot een echte gemeenschappelijke en solidaire ruimte van bescherming omvormen. En ik ben voornemens dat echt plechtig te herformuleren in het programma van Stockholm.

Ik dank u, dames en heren, mijnheer Catania en mevrouw Roure, voor al het werk dat is verricht en dat ons zeer van pas komt.

 
  
  

VOORZITTER: MECHTILD ROTHE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė, rapporteur voor advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking. (LT) In de afgelopen jaren is het aantal vluchtelingen wereldwijd gestegen tot zestien miljoen. In 2007 heeft de EU meer dan 200 000 asielaanvragen ontvangen. Zowel de vluchtelingen die asiel aanvragen als een aantal lidstaten worden met problemen geconfronteerd. Dit brengt een grote belasting met zich mee die door het gemeenschappelijk Europees asielstelsel verminderd zou kunnen worden. Overheidsinstellingen dienen concrete, duidelijke en gelijke voorwaarden te hanteren voor het al dan niet accepteren van asielaanvragen. Het is belangrijk dat de vluchtelingenstatus wordt toegekend op basis van concrete gevallen en niet middels algemene criteria, bijvoorbeeld op basis van nationaliteit. Ik wil de aandacht ook graag vestigen op het feit dat er in het asielbeleidsplan van de Europese Commissie niet naar het Frontex-agentschap wordt verwezen terwijl dat toch een zeer belangrijke rol speelt bij de bescherming van vluchtelingen. Daarnaast is het van belang om te vermelden dat het aantal asielaanvragen rechtstreeks verband houdt met de politieke, economische en sociale situatie in de landen van herkomst van de asielaanvragers. Dat betekent dat het gemeenschappelijk Europees asielstelsel nauw moet aansluiten bij het Europees ontwikkelings- en humanitair beleid omdat het aantal asielaanvragers c.q. asielzoekers daardoor teruggebracht kan worden aangezien het vaak om economische migranten gaat.

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho, namens de PPE-DE-Fractie. (PT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de vicevoorzitter van de Europese Commissie, beste collega’s, sinds de conclusies van Tampere is er veel gedaan om de wetgeving van de lidstaten inzake asiel te harmoniseren. Het uitgangspunt daarbij was echter de kleinste gemeenschappelijke noemer, waardoor er nog zeer uiteenlopende praktijken en procedures zijn blijven bestaan. Er zijn nog steeds geen gelijke voorwaarden om op het hele grondgebied van de Europese Unie aanspraak te kunnen maken op bescherming, wat leidt tot problemen als secundaire verplaatsingen en meervoudige aanvragen.

De rapporteur heeft er al op gewezen dat in 2008 het aantal vluchtelingen is gestegen tot meer dan 12 miljoen personen. Het is dan ook dringend nodig een begin te maken met de tweede fase van de gemeenschappelijke Europese asielregeling. Hetzelfde beschermingsniveau voor het hele grondgebied van de Unie kan slechts bereikt worden met de invoering van een uniforme procedure voor het aanvragen van asiel. Een dergelijke procedure kan doeltreffendheid, snelheid, kwaliteit en rechtvaardigheid bij beslissingen over asielaanvragen verzekeren. Voorts dienen er uniforme normen te komen voor de erkenning van vluchtelingen of personen die internationale bescherming nodig hebben. Alleen onder dergelijke omstandigheden kunnen asielzoekers op dezelfde manier behandeld worden, los van de lidstaat waar ze hun verzoek indienen.

Ik ben verheugd over de presentatie van dit asielactieplan, waaraan verschillende publieke actoren hebben bijgedragen en waarin een routekaart staat voor de komende jaren ter realisering van de gemeenschappelijke Europese asielregeling. Ik heb een positief oordeel over de beoogde wijzigingen in de richtlijn opvangvoorwaarden, de richtlijn asielprocedures en de richtlijn minimumnormen, zodat er duidelijkheid komt over de geldende regels om in aanmerking te komen voor internationale bescherming. Ik stel met voldoening vast dat commissaris Barrot de noodzaak heeft onderstreept samenhang te garanderen met andere beleidsvormen die effecten sorteren voor internationale bescherming. Ik hoop dat die samenhangende visie zich ook uit zal strekken tot andere gemeenschappelijke regelingen.

Tot slot wil ik de rapporteur, de heer Catania, gelukwensen met zijn werk, waar de PPE-DE-Fractie haar goedkeuring aan zal hechten.

 
  
MPphoto
 

  Martine Roure, namens de PSE-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik onze rapporteur natuurlijk complimenteren met zijn uitmuntende verslag, want hierin wordt terecht gewezen op de wanverhoudingen van het huidige asielrecht in Europa. Ook omvat het een aantal voorstellen waarmee we daadwerkelijk in de goede richting vooruit kunnen.

Er moet een einde komen aan de onaanvaardbare verschillen tussen de lidstaten. Het antwoord op een asielaanvraag varieert namelijk per land.

Ook vragen wij natuurlijk een aanzienlijke verbetering van de omstandigheden waarin asielzoekers worden opgevangen. Hiervoor moet het beginsel worden verankerd dat asielzoekers, in het bijzonder kwetsbare personen, vrouwen, kinderen en slachtoffers van foltering, niet in bewaring mogen worden gesteld. Tevens moet daarvoor de toegang tot een minimum aan rechten worden gewaarborgd: huisvesting, werkgelegenheid, gezondheidszorg en onderwijs, fundamentele rechten waarmee de waardigheid wordt gewaarborgd.

Tot slot is het voor ons van essentieel belang dat het systeem van Dublin II wordt hervormd, een systeem waarvan wij met name bij onze bezoeken in de detentiecentra – zoals u reeds stelde, mijnheer de vice-voorzitter– hebben kunnen vaststellen dat er door inadequaat functioneren veel schade wordt berokkend. De landen die het meest rechtstreeks te maken hebben met migratiestromen aan de poorten van Europa, dragen hierdoor een onaanvaardbare last op hun schouders.

We hebben nog een lange weg te gaan voordat er een gemeenschappelijk asielbeleid op papier staat. We moeten ons geen illusies maken, maar met de nieuwe voorstellen van de Commissie, waaraan wij een doeltreffende bijdrage moeten leveren, kan hopelijk de hoeksteen worden gelegd voor een bouwwerk dat vandaag misschien nog aan de wankele kant is, maar in de toekomst naar wij hopen zal staan als een huis.

Ik dank commissaris Barrot oprecht voor de volharding die hij aan de dag heeft gelegd, want er is een flinke dosis wilskracht nodig. Mijnheer de commissaris, ik hoop dat u over de tijd kunt beschikken om deze plannen uit te voeren, want dat is onze morele plicht op grond van de waarden die wij hier in de Europese Unie voorstaan.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik steun het verslag van de rapporteur en het werk van de Commissie. Er is geen excuus voor het slechte vluchtelingenbeheer in de EU, aangezien het aantal asielaanvragen naar historische maatstaven laag is. Gebrek aan vaste gebruiken, verschillende bronnen van informatie over het land van herkomst en het niet behoorlijk ten uitvoer leggen van EU-wetgeving leiden tot ongelijke concurrentieverhoudingen. Hierdoor gaan aanvragers de markt verkennen en geven landen de hete aardappel aan elkaar door.

Een ander element dat ongelijke toegang tot bescherming in de hand werkt, is dat sommige lidstaten personen uitzetten voordat ze beoordeeld zijn en dat ze derde landen zelfs omkopen om ervoor te zorgen dat deze personen wegblijven.

De gemengde toevloed bestaat mogelijk deels uit economische migranten, wat hen nog geen misdadigers maakt. Maar ook al zitten er maar een paar vluchtelingen tussen, dan moet dat wel worden vastgesteld. Zoals de heer Catania zegt: bescherming van de mensenrechten moet worden opgenomen in grensbeheer, met name in het mandaat van Frontex. Personen mogen niet worden opgesloten enkel en alleen omdat ze asiel aanvragen.

Naast de gemeenschappelijke procedure en de inhoud van de bescherming moeten praktische samenwerking, steun en solidariteit worden bewerkstelligd, onder andere door middel van het belangrijke Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken, dat gemeenschappelijke informatiebronnen over landen biedt. Meer kwaliteit en zorgvuldigheid bij eerste besluiten zou een geldbesparing opleveren doordat er minder kostbare hoger beroepszaken zouden worden ingesteld.

Het is van belang dat we EU-lidstaten dwingen asielzoekers in staat te stellen na zes maanden te gaan werken, als er nog geen besluit over hun aanvraag is genomen: op die manier behouden ze hun waardigheid en dan betalen ze ook belasting. Ik ben zeer teleurgesteld dat het Verenigd Koninkrijk heeft besloten niet meer mee te werken aan een verbeterde opvangrichtlijn, en wel omdat deze het verbiedt om personen louter vanwege hun asielaanvraah automatisch op te sluiten, l; omdat ze ingaat tegen het Britse systeem van snelle opsluiting in een verwijdercentrum; en omdat ze personen het recht verleent om na zes maanden te gaan werken. Ik vind het beschamend dat mijn eigen land deze voorwaarden te bezwarend vindt.

 
  
MPphoto
 

  Jan Tadeusz Masiel, namens de UEN-Fractie. (PL) Mevrouw de Voorzitter, we zouden het Franse voorzitterschap nogmaals zeer hartelijk moeten bedanken, aangezien het een grote stap voorwaarts heeft gezet op het vlak van asielbeleid door te bewerkstelligen dat het Europees Pact inzake immigratie en asiel in oktober van vorig jaar is aangenomen door de Raad. We weten allemaal dat de Europese Unie behoefte heeft aan een gemeenschappelijk asielbeleid en zich solidair moet leren opstellen met betrekking tot de opvang van vluchtelingen. We zouden steun moeten verlenen aan de lidstaten die de grootste toevloed van asielzoekers te verwerken krijgen. Asiel is een zeer heikele kwestie. Het is moeilijk om te beoordelen wie daadwerkelijk bescherming nodig heeft en wie de armoede in eigen land probeert te ontvluchten. Hoewel deze laatste groep het ook verdient om geholpen te worden, kunnen we niet iedereen toelaten. Kortom, onze EU-procedures zouden uniform, transparant en snel moeten zijn.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Goudin, namens de IND/DEM-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, de bouw van Fort Europa gaat ieder jaar sneller en sneller. Dit is zeer betreurenswaardig, niet in de laatste plaats omdat een gemeenschappelijk asielbeleid naar alle waarschijnlijkheid een strenger en restrictiever beleid zal gaan inhouden, waar mensen die bescherming nodig hebben de grote verliezers worden. Deze ontwikkeling is op zijn zachtst gezegd zorgwekkend.

In het verslag wordt duidelijk dat men gemeenschappelijke normen wil invoeren die moeten bepalen of iemand als vluchteling kan worden beschouwd. Men kan zich afvragen waarom. Er zijn toch al internationale conventies die deze normen aangeven. We zouden geen nieuwe EU-normen moeten creëren die hoogstwaarschijnlijk restrictiever zouden zijn dan die van de Conventie van Genève.

Bijna elke week horen wij afschuwelijke berichten over vluchtelingenkampen in Zuid-Europa. De mensen die daar terecht zijn gekomen, leven onder vreselijke omstandigheden, waar de autoriteiten hun ogen bewust voor sluiten. De mensen die in de kampen zitten zijn natuurlijk niet het probleem, maar het feit dat de mensenrechten niet worden geëerbiedigd. Dit ondanks het feit dat de gemeenschappelijke lidstaten ten minste in theorie aan de criteria van Kopenhagen voldoen. Toegang tot het grondgebied van een land moet door de landen zelf worden bepaald, maar de internationale conventies en overeenkomsten moeten natuurlijk worden geëerbiedigd.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE). (RO) Het gemeenschappelijk Europees asielstelsel gaat momenteel mank aan een gebrek aan overeenstemming met de rechtsmiddelen ten behoeve van de internationale bescherming.

Door de aanzienlijke verschillen in de afhandeling van asielaanvragen in de 27 lidstaten schommelt het percentage van de aanvragen waarop de vluchtelingenstatus wordt toegekend tussen de 0 en de 90 procent. Daar komt bij dat de criteria van het Dublin-systeem een onevenredig zware last op de lidstaten aan de buitengrenzen van de Europese Unie leggen, aangezien het eerste land van binnenkomst verantwoordelijk is voor de afhandeling van de asielaanvragen.

Verschijnselen als secundaire bewegingen van het ene land naar het andere en meervoudige aanvragen komen nog steeds voor. Een van de dringendste vereisten van het Europese asielbeleid is de uitwisselingen van analyses, ervaringen en informatie tussen lidstaten. Daarnaast dienen er werkbare vormen van samenwerking te komen tussen de bestuurlijke instanties die verantwoordelijk zijn voor het afhandelen van asielaanvragen.

Toch blijft het meest hardnekkige probleem de communicatie tussen de lidstaten over de verschillende behandeling die de aanvragers van internatonale bescherming afhankelijk van hun land van herkomst ten deel valt. Ik hoop dat de regeling voor het instellen van een Europees bureau voor ondersteuning bij asielkwesties die de Commissie drie weken geleden voorgesteld heeft een deel van de huidige problemen helpt oplossen.

Ik zou de toekomstige directieleden van dit bureau nu al op het hart willen binden de samenwerking te zoeken met het Europees Agentschap voor het Beheer van de Operationele Samenwerking aan de Buitengrenzen, met het Europees migratienetwerk, alsmede met de verantwoordelijke instanties in de lidstaten en derde landen die een rol spelen bij migratie- en asielvraagstukken. Dat voorkomt niet alleen dubbel werk, maar vergemakkelijkt ook de onderlinge afstemming van divers nationaal beleid en de verspreiding van expertise in asielvraagstukken.

 
  
MPphoto
 

  Inger Segelström (PSE). - (SV) Mevrouw de Voorzitter, Commissaris Barrot, ik wil beginnen met de heer Catania te bedanken voor zijn verslag. Ik deel de opvatting volledig dat het betreurenswaardig is dat de inwerkingtreding tot 2012 is uitgesteld. Ik wil drie kwesties ter sprake brengen: de rechten van het kind; hulp en mogelijkheden voor vrouwen in de mensenhandel; en ten slotte hoe wij ons beter voor kunnen bereiden op crises als er plotseling in de wereld iets gebeurt.

Ik vind het goed dat het Parlement erop wijst dat kinderen en minderjarigen speciale steun moeten krijgen. Wat mij niettemin verontrust, is dat kinderen in hechtenis kunnen worden genomen. Ik vind dit onacceptabel.

Gisteren was het Internationale Vrouwendag. De kwestie die mij tijdens deze zittingsperiode heeft beziggehouden, is hoe de verschilllende landen vrouwen en kinderen die in de mensenhandel verwikkeld zijn geraakt, behandelen; dat wil zeggen, of die het recht hebben om in Europa te blijven of hulp krijgen om naar huis terug te keren. Toen de sociaal-democraten het in Zweden nog voor het zeggen hadden, was het een uitgemaakte zaak dat vrouwen die in Zweden waren verkracht – ongeacht of dat nu in mensenhandel of binnen het huwelijk was gebeurd of doordat de vrouwen het slachtoffer waren van een geweldsdelict – in Zweden mochten blijven. Nu mag een vrouw misschien blijven, maar alleen als zij met de politie en de openbare aanklagers samenwerkt. Bij welke andere misdrijven dan mensenhandel is samenwerking een eis om asiel te krijgen? Ik vind dit discriminatievan vrouwen en kinderen, en ik wil dit, na de Internationale Vrouwendag van gisteren, ter sprake brengen.

De derde kwestie betreft de vraag hoe de verschillende landen asielzoekers toelaten en welke landen door de asielzoekers worden gekozen. Mijn land, Zweden, behoort tot de landen die de meeste vluchtelingen uit Irak heeft toegelaten. Vergeleken met de Verenigde Staten en Canada zijn het er enorm veel, en dat geldt ook in vergelijking met de meeste andere EU-landen. Ik hoop dat de nieuwe asielregeling in Europa beter zal zijn toegerust voor het nemen van een gezamenlijke verantwoordelijkheid als er iets in de wereld gebeurt, of, zoals in het geval van Irak, wanneer er landen worden binnengevallen. Een solidaire Europese regeling zou niet alleen moeten werken als alles vredig is, maar ook tijdens crises en conflicten.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (IND/DEM). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het aantal vluchtelingen en asielzoekers groeit schrikbarend. Zoals in het verslag wordt gesteld, zijn er wereldwijd momenteel ongeveer 12 miljoen vluchtelingen en zo’n 26 miljoen binnenlandse ontheemden. Dit is niet zo gek, aangezien sommige landen in werelddelen zoals Afrika en Azië steeds verder in politieke chaos wegzakken en de wereld verder afzakt in een financiële en economische crisis van tot dusverre onbekende omvang.

We kunnen er zeker van zijn dat het aantal vluchtelingen en asielzoekers de komende maanden en jaren verder zal toenemen. Het zal niemand verbazen dat het Europees Parlement als oplossing voorstelt de nationale asielstelsels te harmoniseren. In het verslag wordt een gemeenschappelijk Europees asielstelsel voorgesteld en een gezamenlijk ondersteuningsbureau voor asielzaken met gemeenschappelijke regels voor toekenning van de vluchtelingen- en asielstatus. Er wordt voorgesteld om nationale regeringen te verbieden asielzoekers op te sluiten enkel en alleen omdat ze asiel aanvragen en om vluchtelingen in staat te stellen zich van het ene naar het andere Europese land te verplaatsen. Er wordt voorgesteld een aanvrager die vastgehouden wordt, recht van verhaal bij een binnenlandse rechtbank te verlenen.

Dit alles is een recept voor chaos en het disfunctioneren van de nationale asielstelsels. Veel, zo niet alle, personen die in Europese landen ver van hun eigen land de vluchtelingen- of asielstatus aanvragen, zijn natuurlijk economische migranten op zoek naar een beter leven. Neem het ze eens kwalijk. Maar hoe eenvoudiger we het voor hen maken om naar Europa te komen, des te meer komen er.

De gemeenschappelijke stelsels die hier worden voorgesteld, maken het nog moeilijker voor de afzonderlijke landen om hun eigen grenzen te beschermen en eenvoudiger voor onnoemelijke aantallen economische migranten om binnen deze grenzen te komen. Wat Groot-Brittannië nodig heeft zijn strengere controles en niet een versoepeling van de regels opgelegd door de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE-DE). (MT) De rapporteur had gelijk met de opmerking dat een gemeenschappelijk asielbeleid op het solidariteitsbeginsel gebaseerd dient te zijn. Het is echter juist die solidariteit die in ons asielbeleid ontbreekt. Dat kan commissaris Barrot later deze week met eigen ogen aanschouwen wanneer hij mijn land, Malta, en het eiland Lampedusa bezoekt. U zult ontdekken, geachte commissaris, dat de solidariteit die u zoekt nergens te vinden is. Die solidariteit werd afgelopen oktober voor de eerste keer geïntroduceerd in het kader van het Europees pact inzake immigratie en asiel middels een bepaling over het delen van lasten die bedoeld is om de asielbelasting evenwichtiger over de landen te spreiden. Dit was de eerste keer dat die solidariteit werd geïntroduceerd en dat was een positieve zet. Deze bepaling wordt op vrijwillige basis toegepast en hierdoor kunnen migranten die in een bepaald land arriveren om asiel aan te vragen later door een ander land in de Europese Unie opgenomen worden. Dit Parlement heeft in de begroting van de Europese Unie voor dit jaar zelfs vijf miljoen euro gereserveerd om de uitvoering van deze bepaling te bevorderen. In de praktijk hebben wij tot nu toe echter nog niets gemerkt van de toepassing van deze bepaling, met uitzondering van Frankrijk dat aangeboden heeft om tachtig asielzoekers uit Malta op te nemen. Dat is een belangrijk gebaar waaraan andere Europese landen echter geen vervolg hebben gegeven en dat is zeer betreurenswaardig. Daarom heb ik de volgende vragen voor de commissaris: Welke actie gaat de Commissie ondernemen om te waarborgen dat dit mechanisme voor het delen van de lasten ook wordt toegepast? Wat doet de Commissie om te waarborgen dat meer landen zich solidair betonen en immigranten opnemen uit landen die verhoudingsgewijs een groot deel van de lasten dragen? Is de Commissie voornemens om een Europees herverdelingsprogramma tussen landen op te zetten en hoe denkt zij in dat verband op eerder genoemde bepaling voort te bouwen en deze in de praktijk toe te passen?

 
  
MPphoto
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE). (RO) De huidige situatie, waarin het aantal vluchtelingen wereldwijd is toegenomen en de Europese Unie meer dan de helft van alle asielzoekers te verwerken krijgt, maakt het instellen van een gemeenschappelijk Europees asielstelsel dringend gewenst.

Ik verwelkom dan ook het voorstel voor een Europees bureau voor ondersteuning bij asielkwesties, dat het nationale beleid van de verschillende lidstaten op elkaar af zou moeten stemmen, om te voorkomen dat een onevenredig zware last op de schouders van bepaalde lidstaten komt te liggen. Het lijkt mij dat een dergelijk bureau zo georganiseerd moet zijn, dat het in crisissituaties een voorname rol kan spelen en asielaanvragen correct weet in te schatten.

Ik denk dat de nieuwe EU-lidstaten, in het bijzonder Roemenië en Bulgarije, hulp van de Europese Unie nodig hebben en dat ze door effectieve solidariteitsmechanismen in staat gesteld moeten worden om asielzoekers adequaat op te vangen. Laten we echter vooral niet vergeten dat we op Europees niveau pro-actief, niet reactief dienen te zijn en meer aandacht moeten besteden aan de samenwerking met derde landen om crises af te wenden.

 
  
MPphoto
 

  Alin Lucian Antochi (PSE). (RO) Jaar na jaar ontvangen de lidstaten van de Europese Unie miljoenen mensen die bescherming zoeken tegen vervolging en gewapende conflicten in hun land van herkomst. Het percentage van de aanvragen voor een vluchtelingenstatus dat erkend wordt, loopt in de lidstaten echter uiteen van 0 tot 90 procent. Daar komt bij dat het Dublin-systeem, dat onder andere in de terugkeer van vluchtelingen naar het eerste land van doorreis voorziet, een wanverhouding schept tussen deze landen en de landen die meer centraal gelegen zijn als het gaat om de uitvoering van het asielbeleid en de opvang van vluchtelingen.

Zoals een aantal sprekers voor mij reeds opmerkte, dient het gemeenschappelijk Europees asielstelsel lidstaten toe te staan om vluchtelingen een verhoogde mate van bescherming te bieden vanaf het moment dat ze hier arriveren tot het moment dat ze volledig geïntegreerd zijn in een plaatselijke gemeenschap. Anderzijds dient het stelsel ons van een algemene asielprocedure te voorzien met heldere, billijke en uniforme doelstellingen, waar de overheden de beoordeling van de asielaanvragen op af kunnen stemmen.

Bijzondere aandacht is nodig voor de solidariteit tussen lidstaten waar het de coördinatie van grote stromen asielzoekers in bepaalde landen betreft, zowel in de vorm van financiële bijstand als van interne hervestigings- en toewijzingsmechanismen, die het mogelijk maken de vluchtelingen gelijkmatig over de Europese Unie te verspreiden.

 
  
MPphoto
 

  Katrin Saks (PSE). (ET) Sta mij toe de rapporteur te bedanken en het belang van dit onderwerp te benadrukken, ook al vertegenwoordig ik de lidstaat Estland, een land dat bekend staat om het kleine aantal vluchtelingen dat hier zijn toevlucht zoekt.

Tot nu toe is de vluchtelingenstatus slechts aan een klein aantal mensen per jaar toegekend. Wij zijn echter slechts een klein land en hoewel wij aantrekkelijk zijn voor toeristen, is het leven in Estland problematisch. Wij onderkennen de noodzaak van solidariteit, maat ik ben van mening dat degenen die al zo veel in hun leven te verduren gehad hebben, niet nog eens door een strenge regeling getroffen mogen worden, tenzij zij er zelf voor kiezen.

Het zou dan ook verstandig zijn om over het delen van verantwoordelijkheden en niet van vluchtelingen te praten om de situatie te verbeteren in landen die een grote hoeveelheid asielzoekers opvangen. De harmonisatie van normen verdient zonder meer onze steun. Aangezien wij een gemeenschappelijk grens delen, is het logisch dat asielzoekers in de gehele Europese Unie op een gelijkwaardige behandeling moeten kunnen rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Geachte Voorzitter, ik ben buitengewoon ontstemd over de kruistocht van de eurosceptici tegen het in het Verdrag van Lissabon verankerde gezamenlijke migratie- en asielbeleid. We dienen gezamenlijk en strenger op te treden tegen illegale economische migratie en tegelijkertijd asielaanvragers waardigere levensomstandigheden te bieden. Het gaat mij wel aan het hart dat kinderen van vluchtelingen die in Europese kampen verblijven maandenlang geen toegang hebben tot onderwijs en/of gezondheidszorg. Verder is het onhoudbaar dat de ene lidstaat binnen de Schengenruimte het statuut van vluchteling wel erkent en de andere niet. Dat het agentschap Frontex niet bijhoudt hoeveel mensen er om internationale bescherming vragen en waar ze vandaan komen, is ook al niet in de haak. Op de vraag of er een gemeenschappelijke aansturing van het asielbeleid nodig is en of we de grenslanden van de EU uit solidariteit de helpende hand dienen te bieden, zeg ik volmondig ja. Het asielbeleid dient echter gekoppeld te worden aan het ontwikkelingsbeleid om zo te voorkomen dat mensen überhaupt naar Europa komen willen.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik zal heel kort zijn, maar ik heb aandachtig naar alle toespraken geluisterd en ik ben het Europees Parlement zeer dankbaar voor zijn steun aan dit plan om het asielbeleid in zijn volle breedte toe te passen, voor alle mensen die in de wereld worden vervolgd. Dat is een opdracht die wij moeten vervullen, een morele plicht, zoals Martine Roure zei.

Ik wil graag een paar zaken verduidelijken. Ten eerste hebben enkelen van u Frontex genoemd, met name de heer Catania. Ik moet hier verduidelijken dat Frontex tegenwoordig een verbindingsfunctionaris van het Commissariaat van de Verenigde Naties voor vluchtelingen heeft. Hiermee probeert Frontex echt de problemen omtrent asielzoekers onder ogen te zien, en de Commissie stelt voor regels in te voeren om de verantwoordelijkheden van Frontex bij operaties op zee beter in kaart te brengen. Momenteel bespreken wij dit met de lidstaten, want het is een belangrijk punt.

Ik wil graag terugkomen op het verzoek om solidariteit bij de opvang van asielzoekers dat velen onder u hebben geuit, en ik denk met name aan de heer Busuttil, die hierbij verwees naar de moeilijke situatie in Malta. De Commissie heeft in het asielbeleidsplan inderdaad voorgesteld te onderzoeken welke mogelijkheden het verdelen van asielzoekers over de lidstaten op vrijwillige basis zou kunnen bieden.

In het najaar zijn de lidstaten met elkaar in discussie gegaan op basis van een informeel document waarin diverse alternatieven werden voorgesteld om uitvoering te geven aan het solidariteitsbeginsel op asielgebied. Ik moet u zeggen dat het niet gemakkelijk is om een akkoord te bereiken van een meerderheid van de lidstaten over een mechanisme voor de onderlinge verdeling van asielzoekers. Desondanks gaan we een studie uitvoeren naar de uitwerkingen en de mogelijkheden van een dergelijke verdeling binnen de EU.

Ik wil ook zeggen dat wij bereid zijn projecten te financieren die verband houden met deze verdeling, met de hervestiging in het kader van het Europees Fonds voor vluchtelingen. Ik krijg overigens de kans dit opnieuw duidelijk te maken aan de lidstaten die ik ga bezoeken en die vaak veel asielzoekers te verwerken krijgen.

Kortom, ik denk dat dit het begin is van een langdurig proces, dat niettemin essentieel is als wij echt willen dat dit Europa in zijn waarden een sterke identiteit behoudt, een identiteit van een gastregio voor allen die in de wereld te lijden hebben en op onze hulp rekenen.

Hartelijk dank aan het Europees Parlement, mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, voor uw toespraken, die voor uw commissaris bijzonder waardevol zijn geweest.

 
  
MPphoto
 

  Giusto Catania, rapporteur. (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, ik dank de collega’s die hun steun hebben gegeven aan dit verslag en commissaris Barrot voor de steun en het werk van de Commissie in verband met de wijzigingen van een aantal richtlijnen – met name de richtlijn asielprocedures en de richtlijn opvangvoorwaarden – waaruit de wil van de Commissie blijkt de gemeenschappelijke asielregeling te verbeteren. Op dit gebied is het Parlement medewetgever en ik denk dat we onze rol moeten gebruiken om de procedures voor asielverlening in opwaartse richting te harmoniseren, zodat we een asielregeling krijgen met ruime marges voor opvang, betere normen voor opvang in de lidstaten en groeiende solidariteit.

Ik geloof dat het dit Parlement een belangrijke rol heeft gespeeld door de centra voor administratieve detentie in Europa te bezoeken. Bij onze talrijke bezoeken aan die centra – collega Roure was de rapporteur voor het eindverslag – hebben we kunnen vaststellen dat de lidstaten het recht op asiel vaak schenden en dat de normale opvangvoorwaarden, het recht op gezondheid en rechtsbijstand en zelfs het recht op informatie over de kandidaatasielzoekers vaak niet gegarandeerd zijn. Dat is een gevolg van het feit dat bij het beheer van de gemengde stromen de bestrijding van illegale immigratie en de bescherming van de buitengrenzen voorrang hebben gekregen op de noodzaak opvang te bieden, in het bijzonder aan asielzoekers.

Ik ben het eens met hetgeen een aantal collega’s hebben gezegd over de noodzaak de verordening van Dublin te herzien en zorg te dragen voor een solidariteitsmechanisme tussen de lidstaten ten aanzien van de verdeling van de lasten, evenals een solidariteitsmechanisme voor de asielzoekers zodat zij het recht krijgen op overplaatsing naar een andere plaats voor de erkenning van hun verzoek.

Tot slot, en ik rond af, wil ik reageren op de collega’s die de bewaking van de grenzen aan de orde hebben gesteld. Ik meen dat dit een fundamentele denkfout is: de bescherming van de grenzen en het recht op asiel zijn twee onverenigbare zaken. Wij moeten het recht op asiel garanderen als grondrecht waarvoor de Europese Unie zorg dient te dragen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Rogalski (UEN), schriftelijk. (PL) Mevrouw de Voorzitter, het afgelopen jaar is het aantal vluchtelingen wereldwijd tot meer dan 12 miljoen gestegen. Maar liefst 26 miljoen mensen zijn in eigen land ontheemd. Deze cijfers laten geen twijfel bestaan over de ernst van het probleem. Helaas zijn de gehanteerde normen niet in het minst geharmoniseerd, aangezien het erkenningspercentage van de aanvragen van de vluchtelingenstatus door onderdanen van bepaalde derde landen in de verschillende lidstaten van ongeveer 0 tot 90 procent schommelt.

Er moet een eenvormige asielaanvraagprocedure worden ingevoerd, evenals uniforme normen die het eenvoudiger maken om te bepalen welke personen als vluchteling dienen te worden erkend en welke personen internationale bescherming nodig hebben. Alle besluitvormers over deze kwestie zouden gelijke toegang moeten hebben tot professionele informatie over het land van herkomst van de asielaanvrager en de bevoegde beroepsinstanties. Dit geldt eveneens voor de asielzoekers zelf.

Tijdens de wachttijden is het van cruciaal belang dat de autoriteiten naar behoren rekening houden met de diverse behoeften van asielzoekers die in een kwetsbaarder positie verkeren, zoals kinderen, personen met een handicap en vrouwen. De oprichting van een gemeenschappelijke gegevensbank is onontbeerlijk om de informatie over de landen van herkomst openbaar te maken en te verzamelen.

Ik zou er nog op willen wijzen dat de plicht om hulp te verlenen is neergelegd in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS) en juridisch bindend is voor alle EU-lidstaten en het Europees agentschap Frontex.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid