Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0090(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0077/2009

Ingediende teksten :

A6-0077/2009

Debatten :

PV 10/03/2009 - 7
CRE 10/03/2009 - 7

Stemmingen :

PV 11/03/2009 - 5.14
CRE 11/03/2009 - 5.14
Stemverklaringen
Stemverklaringen
PV 05/05/2009 - 5.7
CRE 05/05/2009 - 5.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0114

Debatten
Dinsdag 10 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

7. Toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (herschikking) (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0077/2009) van Michael Cashman, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (herschikking) (COM(2008)0229 C6-0184/2008 – 2008/0090(COD)).

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik kijk uit naar dit debat en ben vooral benieuwd naar wat degenen te zeggen hebben die niet zo gesteld zijn op meer transparantie en een betere toegang van het publiek tot documenten.

Ik wil graag in de eerste plaats de zeven EU-ministers bedanken die hebben verklaard dat zij mijn verslag steunen. Ze zeiden, om precies te zijn, het volgende: “We zijn daarom blij dat de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Parlement op 17 februari 2009 een verslag heeft aangenomen dat aansluit bij onze visie op een transparantere Unie”.

Ik vind het ontstellend dat, terwijl wij proberen het contact met de burger te herstellen, er mensen zijn die niet achter transparantie en openheid staan. Ik vind het net zo ontstellend dat, terwijl wij proberen het contact tussen de instellingen en de burger te herstellen, er een gebrek aan bereidheid is om de publieke controle en de verantwoordingsplicht te verbeteren.

Sommige afgevaardigden hebben twijfels geuit over de vraag of alle amendementen die in mijn verslag worden voorgesteld wel binnen het toepassingsgebied vallen van de juridische grondslag van de verordening – artikel 255 van het Verdrag. Ik stel hen graag gerust: het doel van Verordening (EG) nr. 1049/2001 is: “het publiek een zo ruim mogelijk recht van toegang tot documenten van de instellingen te geven. Het recht van het publiek op toegang tot documenten van de instellingen is verweven met het democratisch karakter van de instellingen.” U hoeft mij niet zomaar op mijn woord te geloven – ik citeer dit uit het arrest van het Hof van Justitie in de zaak-Turco. We moeten artikel 255 van het Verdrag in de geest van dat arrest interpreteren.

Neem ons amendement 44 over gerubriceerde documenten. Het is gewoon niet eerlijk om te zeggen, zoals de Commissie heeft gedaan, dat het als vertrouwelijk rubriceren van documenten geen verband houdt met de toegang van het publiek tot zulke documenten. Krachtens de huidige versie van Verordening (EG) nr. 1049/2001 mogen documenten alleen worden gerubriceerd om de essentiële belangen te beschermen zoals genoemd in artikel 4, lid 1. Het verband is er dus al. Wat wij hebben gedaan, is daaruit de logische consequenties te trekken en regels ten aanzien van de rubricering van documenten in de verordening zelf op te nemen. Via deze regels, die zorgvuldig zijn gemodelleerd naar de regels die de Raad en de Commissie al toepassen, worden in overeenstemming met artikel 255 beperkingen vastgelegd op de toegang van het publiek tot documenten, en niets in het Verdrag belemmert de instellingen om deze in de verordening op te nemen.

Neem ons amendement 24 dat betrekking heeft op agentschappen en organen die door de instellingen zijn opgericht. Met Verordening (EG) nr. 1049/2001, zoals gewijzigd, zullen de beginselen, voorwaarden en beperkingen van de toegang van het publiek tot documenten van die agentschappen worden bepaald, maar zullen er op zich geen verplichtingen voor agentschappen worden geschapen.

Als u bijvoorbeeld ons amendement 29 leest, ziet u dat de verordening alleen van toepassing is op documenten die bij de instellingen berusten, hoewel er ook de normen in worden vastgesteld die agentschappen geacht worden aan te houden bij het aannemen van hun eigen regels inzake de toegang van het publiek tot hun documenten; dit in overeenstemming met de gezamenlijke verklaring die op 30 mei 2001 door de Raad, de Commissie en het Parlement is aangenomen.

Ik wil ook nog graag naar voren brengen, voor wie het niet met eigen ogen kan zien, hoe jammer het is dat de Raad niet hier is om dit bijzonder belangrijke verslag de aandacht te geven die het toekomt.

Ik weet dat sommigen onder u ook bezorgd waren of we niet te veel trachtten te voorkomen dat de lidstaten het transparantieniveau ondermijnden dat met de verordening wordt beoogd. Ik geloof dat ik er veel aan heb gedaan om uw bezorgdheid weg te nemen, zoals u zult zien aan de compromisamendementen waarmee de lidstaten worden gewezen op hun plichten ingevolge artikel 10 van het Verdrag om de doelstellingen van de Gemeenschap, waaronder transparantie en democratie, niet te belemmeren.

De amendementen van de heer Nassauer zijn misschien een geruststelling voor zijn fractie en andere leden van het Parlement die er bezorgd over zijn dat bepaalde privé-informatie in het publieke domein terechtkomt. Dat kan en zal niet gebeuren als het aan mijn verslag ligt. Er is nog steeds ruimte om te denken dat persoons- en privégegevens beschermd zullen blijven, dus ik ben zeer benieuwd naar de argumenten van degenen die tegen deze verordening zijn.

 
  
MPphoto
 

  Margot Wallström, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u wel voor het zeer belangwekkende verslag over het voorstel van de Commissie voor een herschikking van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten. Dit is een zeer belangrijk en geliefd onderwerp en ik heb waardering voor het enorme werk dat is verzet door de rapporteur, de heer Cashman, en veel andere actieve, betrokken en kundige leden van dit Parlement.

Dit onderwerp heeft betrekking op fundamentele en soms onverenigbare rechten van burgers, verenigingen en ondernemingen. We moeten zeer zorgvuldig kijken naar de noodzakelijke wijzigingen die in deze verordening moeten worden aangebracht en we moeten de aandacht blijven richten op openheid. Alle drie de instellingen zijn het erover eens dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 bijna acht jaar lang over het algemeen opmerkelijk goed heeft gefunctioneerd. Het Parlement, de Raad en de Commissie zijn nu transparanter dan ooit. We kunnen zeggen dat de nieuwe regels hebben geleid tot een nieuwe manier van werken en tot een nieuwe denktrant en houding.

Tegelijkertijd zijn het Parlement, de Raad en de Commissie het er ook over eens dat legitieme belangen adequaat zijn beschermd. We mogen niet vergeten dat de EU-instellingen toegang hebben verschaft tot een groter aantal documenten, terwijl er in aantal en frequentie minder weigeringen zijn geregistreerd. Ik hoop dus dat u het ermee eens bent dat Verordening (EG) nr. 1049/2001 haar waarde heeft bewezen. Daarom is een volledige herziening niet nodig.

Ook een goed instrument kan echter altijd worden verbeterd. De rechtsgrondslag waarop we ons baseren is artikel 255 van het Verdrag, zoals de rapporteur al heeft gezegd. In navolging daarvan moet in de verordening worden bepaald aan de hand van welke beginselen en beperkingen de burgers toegang hebben tot documenten. Voor wat betreft het onderhavige verslag merk ik op dat sommige amendementen buiten de werkingssfeer van artikel 255 van het Verdrag vallen en daarom niet kunnen worden aanvaard. Echter – en dit is een belangrijk “echter” – zij vestigen de aandacht op belangrijke kwesties die mogelijk in een andere context kunnen worden behandeld. De Commissie zal daar zeker met een constructieve, pragmatische en open instelling naar kijken.

Het is een goede gewoonte om van tijd tot tijd te beoordelen of wetgeving goed functioneert en of de beoogde doelen ermee worden bereikt. In die geest is de Commissie met dit voorstel voor een herschikking van de verordening gekomen. Het gebruik van de herschikkingstechniek past bij de doelstelling van beter wetgeven. Aangezien deze verordening betrekking heeft op een fundamenteel recht van de burgers, is het van het grootste belang om één eenduidige en leesbare tekst aan te nemen.

Met de herschikkingstechniek worden de handen van de wetgever niet méér gebonden dan bij de traditionele manier om wetgeving te wijzigen. Ongeacht de keuze van de wetgevingstechniek moet de wetgever van de Gemeenschap binnen de doelstelling van het voorstel blijven.

We willen graag blijven doorgaan met het verbeteren van de transparantie en de openheid, en ik ben er diep van overtuigd dat dit een goede manier is. In dit verband moet ik echter opmerken dat een aantal amendementen betrekking heeft op bepalingen van Verordening (EG) nr. 1049/2001 die niet in het wijzigingsvoorstel van de Commissie voorkomen. We kunnen die niet aanvaarden aangezien ze buiten het voorstel van de Commissie vallen.

De Commissie is natuurlijk bereid om goede ideeën over te nemen, hoewel de procedure op dit moment nog in een vroeg stadium verkeert. Ik wil graag bevestigen dat de Commissie bereid is om te overleggen met de twee medewetgevers en dat we een gemeenschappelijke basis willen proberen te zoeken om tot een evenwichtige en werkbare compromistekst te komen. De Commissie komt echter het liefst met een gewijzigd voorstel wanneer de twee medewetgevers hun standpunt hebben bepaald. We kunnen en zullen geen voortijdig oordeel vellen over of vooruitlopen op discussies of onderhandelingen.

We moeten ook rekening houden met de wijzigingen die het Verdrag van Lissabon – indien en wanneer het in werking treedt – voor deze belangrijke kwestie zal meebrengen. Verordening (EG) nr. 1049/2001 zal dan van toepassing zijn op alle instellingen, organen, agentschappen en bureaus van de Europese Unie, zij het in beperkte mate voor het Hof van Justitie, de Europese Centrale Bank en de Europese Investeringsbank. Voor de burgers zal het Verdrag van Lissabon echte vooruitgang betekenen wanneer alle EU-organen een gemeenschappelijke verzameling regels voor de toegang tot documenten hanteren. Eén zo'n gemeenschappelijke verzameling regels is een waarborg voor consistentie, maar moet tegelijkertijd ook zijn toegesneden op de behoeften van het grote aantal organen met hun zeer verschillende mandaten en bevoegdheden.

Ik wil ook graag nog eens herhalen wat ik al bij eerdere gelegenheden in dit Parlement en elders heb gezegd. Verordening (EG) nr. 1049/2001 is de hoeksteen van ons transparantiebeleid, maar we moeten ook nadenken over wat we proactief buiten de officiële wetgeving kunnen doen. Daarom heb ik tijdens de bijeenkomst van de paritaire commissie van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van 20 januari aangekondigd dat ik het initiatief neem om een actieplan inzake openheid op te stellen. Betere registers, een grotere gebruikersvriendelijkheid en toegankelijkheid, een actieve verspreiding en een snellere publicatie van documenten zijn enkele voorbeelden van wat ik in dit actieplan wil opnemen en natuurlijk met de andere EU-instellingen wil blijven bespreken. Dit is een pragmatische en efficiënte manier om transparantie in al onze beleidsterreinen te integreren. We moeten zelf het goede voorbeeld geven.

In deze geest moeten we ook naar manieren kijken hoe we onze instellingen en de manier waarop ze functioneren, begrijpelijker maken voor de burger. We hebben behoefte aan een actief beleid van voorlichting geven aan de burgers en hen bewust maken van de manier waarop Europese beleidsmaatregelen hun dagelijks leven beïnvloeden. Verordening (EG) nr. 1049/2001 is natuurlijk een belangrijk instrument, maar afgezien van de juridische formulering gaat het vooral om de manier waarop we de verordening in praktijk brengen.

Samenvattend wil ik over het standpunt van de Commissie met betrekking tot het verslag van de heer Cashman in dit stadium van de procedure het volgende zeggen: er zijn amendementen die de Commissie niet kan aanvaarden omdat ze buiten de werkingssfeer van artikel 255 van het Verdrag vallen. Andere amendementen kunnen we niet aanvaarden omdat ze buiten het voorstel van de Commissie vallen, maar in sommige gevallen vestigen zulke amendementen de aandacht op belangrijke kwesties die mogelijk in een andere context kunnen worden behandeld. De Commissie is ook altijd bereid om goede ideeën over te nemen, in welke context dat ook moge zijn. Zodra we het standpunt van het Parlement en dat van de Raad hebben, wordt u geïnformeerd over het standpunt van de derde hoek in de institutionele driehoek.

Ik verwacht een boeiende, inspirerende discussie. Het onderwerp verdient dat, en onze burgers hebben recht op duidelijke en goed functionerende wetgeving inzake de toegang van het publiek tot onze documenten.

 
  
MPphoto
 

  Monica Frassoni, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb één minuut spreektijd voor de Commissie juridische zaken en één minuut voor De Groenen, dus ik zal proberen om ze samen te voegen, ook omdat de twee in dit geval veel gemeenschappelijk hebben.

Voorzitter, wij hebben binnen de Commissie juridische zaken deze herschikking behoorlijk uitgebreid besproken. Ik zeg maar meteen dat wij er absoluut niet over te spreken zijn, want wij vinden dat het gebruik van een herschikking voor een dergelijk stuk geen bijzonder briljant besluit is, ook omdat, zoals de commissaris heeft gezegd, het er eigenlijk om gaat te bekijken hoe een verordening die redelijk goed werkte, maar voor verbetering vatbaar was, nu net kan worden verbeterd. Welnu, het resultaat is, zowel door het gebruik van deze procedure als door de concrete voorstellen die zijn gedaan, duidelijk een stap achteruit ten opzichte van de huidige situatie. Dat betekent dus dat wij een oplossing moeten zoeken en dat gaat met een herschikking moeilijker dan met een volledig wetgevend mandaat.

Het tweede wat ik wilde zeggen is dat het zinloos is om de hete brij te draaien: ik ben blij dat de commissaris aardige initiatieven voor transparantie en openheid aankondigt, maar de feiten blijven en de feiten zijn dat het voorstel van de Commissie documenten die nu open en transparant zijn, uitsluit van het toepassingsgebied van deze wetgeving. Dat is de realiteit en ook dat een aantal lidstaten, waaronder haar land, dit duidelijk hebben gezegd en het onaanvaardbaar hebben genoemd.

Nu, het probleem is dat als wij een wetgeving willen verbeteren, wij hier niet gewoon allemaal de bestaande wetgeving kunnen gaan verdedigen, want anders lopen we grote risico’s om minder transparant te worden, minder begrijpelijk en ook, staat u mij toe, minder democratisch.

 
  
MPphoto
 

  Anneli Jäätteenmäki, rapporteur voor advies van de Commissie constitutionele zaken. - (FI) Mijnheer de Voorzitter, transparantie is de basis van democratie. Helaas loopt de Europese Unie niet bepaald over van transparantie. Richtlijnen moeten worden veranderd, maar dat geldt ook voor houdingen. Wat te denken van de verklaring van de Raad dat buitenstaanders geen documenten inzake juridisch advies met betrekking tot de wetgevingsprocedure mogen krijgen? Buitenstaanders, en dat zijn burgers, mogen die dus niet krijgen. Ik kan niet begrijpen hoe burgers van de Europese Unie buitenstaanders kunnen zijn.

Houdingen moeten daarom veranderen. De wetgeving moet zo veranderen dat wetgevingsdocumenten van de Raad, het Parlement en de Commissie transparant worden, en ik leg de nadruk op wetgevingsdocumenten. Als ik een vergelijking maak met bijvoorbeeld mijn eigen land Finland en het werk van het Finse parlement, dan kan ik mij niet voorstellen dat de uitspraken van zijn Constitutioneelrechtelijke Commissie geheim zouden zijn. Dat zou betekenen dat de burgers niet wordt verteld waarom een wet wordt uitgevaardigd. De Raad zegt dat er ook niets hoeft te worden verteld, omdat de burgers buitenstaanders zijn.

Wij moeten er bij de wetgeving, bij het formuleren van richtlijnen, bij alles, van uitgaan dat wij de transparantie moeten vergroten. Ook de stemprocedures in het Parlement behoeven verbetering. Wij moeten elektronisch stemmen...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  David Hammerstein, rapporteur voor advies van de Commissie verzoekschriften. (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, met dit uitstekende verslag in de hand mogen we de kans niet voorbij laten gaan om overeenstemming te bereiken in eerste lezing – ik bedoel tijdens deze zittingsperiode – teneinde een wetgeving tot stand te brengen die meer transparantie garandeert ten aanzien van de toegang tot documenten. Excuses hebben geen zin en ik hoop dat we de tijd hebben en verstandig genoeg zijn om die overeenstemming te bereiken over dit uitmuntende verslag.

Het verslag geeft uiting aan de bezorgdheid van de Commissie verzoekschriften over het feit dat wanneer een inbreukprocedure tegen een lidstaat wordt ingeleid naar aanleiding van een verzoekschrift van een burger, een lidstaat het recht heeft toegang tot in het kader van de inbreukprocedure gebruikte openbare documenten te weigeren, waardoor deelname door de burger onmogelijk wordt gemaakt.

Wij maken ons tevens zorgen om het gebrek aan interoperabiliteit en om de technische onmogelijkheid in het Europees Parlement om interoperabele documenten te gebruiken, dat wil zeggen: documenten volgens open standaarden, die niet compatibel zijn met de software – het IT-platform – die het Europees Parlement thans in gebruik heeft en die specifiek is voor één bedrijf.

Het geval wil dat de Europese instellingen burgers de feitelijke toegang tot de inhoud van de documenten niet garanderen zonder een technische vorm van discriminatie op te leggen. Dat is onaanvaardbaar, want nu hebben de mensen geen toegang tot de documenten die wij aanmaken. Op dit moment is toegang tot wat ik zeg alleen mogelijk met een IT-platform dat wordt geleverd door een bepaald bedrijf dat het alleenrecht heeft op deze informatie. Dat druist regelrecht in tegen het beginsel van transparantie en toegang tot informatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld, namens de PPE-DE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, wij delen ten volle de intenties en het engagement van de heer Cashman met betrekking tot transparantie, maar wij mogen niet vergeten dat er een verordening is die nu wordt herzien. Wij hebben samen de huidige transparantiewetgeving doorgedrukt. De vier Scandinavische lidstaten schrijven over deze verordening aan de commissie dat zij het vertrouwen van de burgers in de EU doet toenemen en dat zij de grootst mogelijke transparantie oplevert. De heer Cashman en ik hebben altijd uitstekend samengewerkt, maar deze keer was de tijd wat krap om alle onduidelijkheden op te helderen. Wij bevinden ons met andere woorden nog in een vroeg stadium van het proces, maar ik ben ingenomen met vele van de voorstellen en kijk uit naar verdere samenwerking.

Toen de transparantieverordening werd goedgekeurd, waren de stemmen van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten doorslaggevend. Ook nu zouden de stemmen van de PPE-DE-Fractie belangrijk kunnen zijn voor het uiteindelijke resultaat, dat er waarschijnlijk in het nieuwe Parlement komt. De PPE-DE-Fractie wil haar stemmen gebruiken ter versterking van de rechtszekerheid, voorspelbaarheid en duidelijkheid wanneer de regels in het verdere verloop van het proces worden vastgelegd. Wij willen meer transparantie, de burgers moeten het democratisch debat kunnen volgen. Wij vinden dat het onderwerp meer voorbereiding behoeft, zodat er uniforme effectbeoordelingen zijn wat bijvoorbeeld de manier van werken van de instellingen betreft.

Een aantal amendementen, een veertig- à vijftigtal, dat gaat over het initiatiefrecht van de Commissie, heeft tot heel wat discussies geleid. Het enige wat ik eraan toe zou willen voegen is dat het initiatiefrecht niet meer onduidelijkheid mag veroorzaken, want dat zou indruisen tegen het doel van de herschikking. Wat vandaag op tafel ligt, zal na de verkiezingen waarschijnlijk gewijzigd worden. De PPE-DE-Fractie wil dan een mate van transparantie tot stand brengen die de steun van alle burgers en lidstaten van de EU kan krijgen. Dat is alleen mogelijk als de betrokkenen weten wat de regels zijn – het doel van het voorstel. Als er geen duidelijke instructies zijn, kunnen er ook geen sancties worden toegepast. Wat sancties betreft, bestaat er al regelgeving waar rekening mee moet worden gehouden. Wij zien het voorstel dus als een nog onafgewerkt product, maar wij zijn het volledig met de heer Cashman eens dat het tot meer transparantie moet leiden en dat zeggen wij ook in onze amendementen. Transparantie is een belangrijk onderdeel van de democratie.

(EN) Ik mag vijf minuten spreken namens de PPE-DE-Fractie, dus mag ik gewoon mijn betoog afmaken?

(SV) Wij zeggen ”ja” tegen transparantie, maar wij willen de naïviteit vermijden die mensen kan blootstellen aan gevaar of misstanden.

(EN) Moet de PPE-DE-Fractie nu drie minuten inleveren, of hoe zit dat?

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik weet niet wat ik hierop moet zeggen. Volgens de agenda hebt u twee minuten, maar u krijgt later ongetwijfeld nog gelegenheid om het woord te voeren.

 
  
MPphoto
 

  Costas Botopoulos, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal ter ere van onze rapporteur in het Engels spreken. Met dit zeer interessante verslag doet het Parlement drie dingen. Allereerst houdt het rekening met de werkelijkheid. We spreken nu over privacy in het tijdperk van het internet en niet over privacy als een abstract begrip. We houden rekening met het gebruik van Verordening (EG) nr. 1049/2001, die sinds enige tijd wordt toegepast met problemen, maar ook met succes.

We houden rekening met het Handvest van de grondrechten, met de voorstellen van de Ombudsman en andere agentschappen en met de jurisprudentie van het Hof. We houden ook rekening met het reële voorstel van de Commissie met zijn mogelijkheden en nadelen – en ik denk dat er echt enkele nadelen zijn.

Op de tweede plaats, en dit is heel interessant, is dit verslag gebaseerd op beginselen en niet op technische details, op een evenwicht tussen toegang tot documenten en bescherming van de persoonlijke levenssfeer, op een gegeneraliseerde toegang tot documenten, maar met heel precieze regels, op het zeer belangrijke onderscheid tussen publieke en private belangen en het begrip van een Europees publiek belang dat heel belangrijk is voor degenen die van Europa houden, op een onderscheid tussen wetgevende en niet-wetgevende procedures, wat ook interessant is, en op gelijke transparantie op het niveau van de EU en dat van de lidstaten.

Het belangrijkste is, tot slot, dat dit verslag probeert een compleet systeem van transparantie tot stand te brengen: geen transparantie voor elke instelling apart, maar transparantie op interinstitutionele basis, waarbij alle instellingen in aanmerking worden genomen en waarbij ook rekening wordt gehouden met de beginselen van goed bestuur en het Handvest van de grondrechten. Er is ook een heel gebruikelijke verzameling gerubriceerde informatie, al is het met aanduidingen die zo uit spionagefilms lijken te komen, zoals ‘EU Vertrouwelijk’ en ‘EU Topgeheim’. Het is echter belangrijk dat we hiervoor een gemeenschappelijke set van voorschriften hebben.

Wat we hier proberen te bereiken is transparantie als algemene regel, met uitzonderingen waar die uitzonderingen gerechtvaardigd zijn voor de bescherming van andere rechten. We willen een algemene set van voorschriften waarvan transparantie de belangrijkste is, maar waarbij ook rekening wordt gehouden met uitzonderingen.

 
  
MPphoto
 

  Marco Cappato, namens de ALDE-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het spijt me dat ik niet kan blijven om het antwoord van de commissaris te horen. Ik denk dat er iets belangrijks in dit debat ontbreekt en dat is de Raad, en eigenlijk was de Raad gedurende het hele debat afwezig, ook tijdens dat in de commissie. Dat is het fundamentele probleem: binnen de Raad wordt Europa gezien als de som van de regeringen van nationale staten en als deze regeringen dus samen debatteren, ook met wetgevende macht, zijn dat zogezegd vertrouwelijke zaken, waarvan de burgers vervolgens het eindresultaat moeten afwachten.

Kijk, dat is gewoonweg onaanvaardbaar als we weten dat de Europese Unie wetgevende macht heeft en de burgers hebben het recht op informatie tijdens de hele fase van het wetgevende proces. Zoals het arrest in de zaak-Maurizio Turco heeft aangetoond, heeft de burger het recht om de standpunten van de nationale delegaties bij de Raad te kennen en ook de juridische adviezen. Daarom steunen wij het verslag van de heer Cashman volmondig, want dat is een vertaling van een idee van Europa, een idee van de Europese democratie.

Ik denk dat we de heer Cashman ook moeten steunen in zijn poging om voorstellen te doen die verder gaan dan de voorstellen van de Commissie. De Europese Commissie zou zich vergissen als ze ons zou vragen ons optreden als wetgever te beperken tot de voorstellen van de Commissie zelf. Ik denk dat ook de Verdragen ons hierin gelijk geven, in ons recht om het mandaat uit te breiden. Ik hoop dat de heer Cashman onze amendementen wil aannemen, vooral die over meer financiële transparantie en ik denk ook dat wij als Europees Parlement het goede voorbeeld moeten geven.

Ik lees vandaag in de pers dat onze beslissing om de aanwezigheden van de parlementsleden te publiceren – wat niets met dit verslag te maken heeft – een beslissing die we in de plenaire vergadering hadden genomen, om technische redenen niet voor de Europese verkiezingen lijkt te kunnen worden uitgevoerd. Er is geen enkel technische probleem, want dit kan snel en gemakkelijk gebeuren en ik hoop dat wij ook hiermee als Parlement het goede voorbeeld geven, evenals met de noodzakelijke positieve wijzigingen van de rapporteur in het voorstel van de Commissie voor een betere toegang tot de documenten. We hopen dat we van de lege stoelen van de Raad vroeg of laat ook iets horen, in elk geval een uitleg in het openbaar over de redenen voor het verzet van de Raad tegen onze voorstellen. Ik hoop dat de Raad de moed heeft om publiekelijk te pleiten voor zijn idee van een Europa dat in het geheim over zijn eigen wetsteksten wil beslissen, wat ik absoluut verwerpelijk vind.

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, transparantie en openbaarheid in alles wat met wetgeving en politieke besluiten te maken heeft, behoren tot de belangrijkste factoren van een democratische samenleving. Transparantie en openbaarheid creëren een gevoel van betrokkenheid bij en vertrouwen in het politieke systeem. Het tegenovergestelde – geheimhouding en het weigeren van toegang tot documenten – leidt tot wantrouwen, tot het zich niet betrokken voelen en kan soms bijdragen tot het ontstaan van machtsmisbruik en corruptie.

Een steeds groter deel van de nationale wetgeving, met het principe van openbaarheid dat wij bijvoorbeeld in Zweden kennen, wordt nu op EU-niveau vastgesteld. De besluitvorming is naar het EU-niveau overgeheveld, maar met de transparantie en de openbaarheid is dat niet gebeurd. Onze burgers zien dat natuurlijk en dat is een van de oorzaken van de lage opkomst bij de verkiezingen voor het Europees Parlement. Het is moeilijk voor de burgers om in het EU-systeem door te dringen en het besluitvormingsproces te begrijpen en zij hebben terecht het gevoel dat besluiten en wetgeving op EU-niveau tot stand worden gebracht zonder dat zij een echte mogelijkheid hebben gekregen om alle documenten in te kijken. Daarom hebben zij niet de mogelijkheid om discussies en debatten te voeren en invloed op de besluitvormers uit te oefenen.

Wij willen allemaal een hogere opkomst bij de Parlementsverkiezingen, maar als wij daarin willen slagen, volstaan campagnes en aanmaningen om te gaan stemmen niet. Om dit zinvol te maken, moeten wij er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de burgers over kennis en informatie beschikken. Wij moeten een dialoog met de burgers tot stand brengen in plaats van eenzijdige informatie van bovenaf te verstrekken. Openbaarheid moet het algemene beginsel zijn, geheimhouding de uitzondering. Er moet een specifieke methode zijn om geheimhouding in specifieke gevallen toe te laten en wanneer dat het geval is, moeten er goede redenen zijn.

De Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links en ikzelf hebben amendementen ingediend om, onder andere, de definitie van documenten te verruimen, meer documenten toegankelijk te maken voor het publiek en te voorkomen dat een afzonderlijke lidstaat een veto kan uitspreken. Commissaris Wallström zei dat een goed instrument altijd kan worden verbeterd. Jammer genoeg leidt dit verslag in feite niet tot verbeteringen maar tot verslechteringen. Het kan echter beter worden gemaakt door voor de door mij en de GUE/NGL-Fractie ingediende de amendementen te stemmen. Stem dus ter wille van de democratie voor de amendementen van de GUE/NGL-Fractie en geeft de burgers meer kansen om betrokken te zijn.

 
  
MPphoto
 

  Hanne Dahl, namens de IND/DEM-Fractie. – (DA) Dank u, mijnheer de Voorzitter, de heer Cashman heeft een goed verslag opgesteld, dat ik uitdrukkelijk steun. De herziening door de Commissie van het Transparantie-initiatief van 2008 heeft de publieke toegang tot documenten in de EU moeilijker gemaakt. Als dit verslag wordt goedgekeurd, wordt er veel gecorrigeerd. Echter, wat nog altijd ontbreekt is dat we inzicht krijgen in de raadgevende comités in de Commissie. Volgens een verklaring van de organisatie Alter-EU, die net voor kerstmis werd gepubliceerd, is er slechts voor twee derde van de leden van de comités die meewerken aan wetsvoorstellen in de EU volledige informatie geregistreerd. Dit is totaal onacceptabel. Als burger heb ik er behoefte aan te weten of het de tabaksindustrie of de gezondheidsorganisaties zijn die de Commissie adviseren, wanneer er initiatieven ter verbetering van de volksgezondheid moeten worden geformuleerd. Op een vergelijkbare manier wil ik weten of het de kernenergiesector of de milieuorganisaties zijn die meepraten, wanneer het gaat om het opstellen van een plan voor het aquatisch milieu in de EU.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, we zijn in de globaliseringsval gelopen, mede omdat we er niet in zijn geslaagd de Europese val te ontwijken. Die Europese val bestaat in wezen uit het gegeven dat we niet volgens de beproefde transparantiebeginselen van de Scandinavische landen en andere landen te werk gingen en gaan.

Ik ben nu tien jaar lid van het Parlement en het was geen toeval - al had ik het tevoren niet gedacht - dat toen ik hier arriveerde al heel snel verwonderd uitriep dat transparantie het cruciale probleem was. Daarom heb ik al in 2000 het Europese Transparantie-initiatief ontvouwd. Dat is door de Commissie letterlijk overgenomen, alleen schort het nog aan inhoud.

Mevrouw de commissaris, u kunt nog eens nalezen wat ik hier destijds in een lang betoog over de Top van Nice tegen uw collega uit Zweden, Anna Lindh, heb gezegd: u, als Zweedse, weet waar het om gaat. U weet wat ons feitelijk te doen staat.

Qua transparantie is het in de EU alsof we met een sneeuwschuiver in de weer zijn in een gebied tussen twee dorpen waar een lawine plaatsvond. Het sneeuw ruimen schiet niet op en geregeld komt er weer nieuwe sneeuw bij. Er is maar één manier om deze Europese Unie te redden: onmiddellijke invoering van echte transparantie naar het voorbeeld van Zweden en de Amerikaanse Freedom of Information Act. Anders zult u nog veel meer lawines meemaken, maar die zullen dan wel bewoond gebied treffen.

 
  
MPphoto
 

  Manfred Weber (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, wij nemen op Europees niveau besluiten voor honderden miljoenen mensen en daarom is transparantie geboden. In wezen zijn we het met elkaar eens: transparantie is belangrijk en bovendien geloof ik dat wij ons als Europees Parlement niet hoeven te verschuilen. We staan in de schijnwerpers van de media, we worden door journalisten in de gaten gehouden, ons werk vindt tegenwoordig al in de openbaarheid plaats.

Over het doel zijn we het eens maar het moet mogelijk zijn om van mening te verschillen hoe dat doel moet worden bereikt. Daarnaast zijn niet alle mensen die de weg naar het doel ter discussie stellen en vragen naar het waarom, degenen die alles in achterkamertjes willen bekonkelen. Het zijn gewoon mensen die vragen stellen. Bij ons in de PPE-DE-Fractie leven tal van kritische vragen, bijvoorbeeld over de mededingingsprocedure in de Raad, bijvoorbeeld over de kwestie of wij alle documenten van de Juridische dienst openbaar moeten maken, en bijvoorbeeld over de kwestie of de persoonlijke aangelegenheden van een Europese afgevaardigde nu ook in het openbaar besproken zouden moeten worden. Wij komen ten behoeve van onze burgers op voor de bescherming van gegevens maar leden van het Europees Parlement zouden alles openbaar moeten maken? Dat soort vragen moet gewoon gesteld kunnen worden.

De belangrijkste bron van onze grote scepsis in de fractie is de kwestie van de wetgevingsprocedure. Bij hoofdelijke stemming kan iedereen nagaan hoe afzonderlijke afgevaardigden hebben gestemd. Elke afgevaardigde moet ook verantwoorden hoe hij stemt. Dat is nu al zonneklaar. In een wetgevingsproces echter, in de trialoog, als wij met elkaar in discussie zijn, moet er ook ruimte zijn voor onderhandelingen.

We weten dat als dit alles voortaan in het openbaar geschiedt, de huidige vorm van onderhandelen niet langer zou bestaan omdat degenen die uit zijn op politieke compromissen, direct aan de schandpaal zouden worden genageld. Om die reden heerst bij ons nog altijd grote scepsis over dit voorstel. Vanavond zullen wij in de fractie ons definitieve standpunt helder maken.

Namens de fractie wil ik duidelijk maken dat wij voorstander zijn van transparantie, maar dat de weg ernaartoe bespreekbaar moet blijven. Over het doel zijn we het met elkaar eens. Als wij naar de afzonderlijke Europese instellingen kijken, dan vormt niet het Parlement het probleem, maar de hier niet aanwezige Raad, omdat wij tot onze spijt domweg geen weet hebben van wat er in de werkgroepen van de Raad gebeurt.

 
  
MPphoto
 

  Inger Segelström (PSE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Wallström, ik wil om te beginnen de heer Cashman en anderen bedanken die ertoe hebben bijgedragen dat wij nu snel een nieuwe en langverwachte stap kunnen zetten om onze werkzaamheden toegankelijker te maken voor onze burgers. Commissaris Walström, vicevoorzitter van de Commissie, heeft ook hard en lang gestreden.

Toen Zweden tot de EU toetrad, maakten velen er zich zorgen over dat documenten via Zweden, dat een erg sterk openbaarheidsprincipe heeft, zouden uitlekken, maar dat is absoluut niet gebeurd. Dat kan de heer Cashman bevestigen, want als men voor transparantie en toegankelijkheid is, weet men ook waar de grens loopt voor werkdocumenten, geheimhouding en verspreiding.

In de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken onthield de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten zich van stemming. Ik hoop dat u nu voor het versterken van de publieke toegankelijkheid in de EU bent, zodat het Zweedse voorzitterschap samen met ons voor alle burgers van de EU verder kan werken aan deze voor de democratie zo belangrijke en centrale kwestie. Maar ik kan begrijpen dat de PPE-DE-Fractie aarzelt, het was immer uw fractie die ervoor zorgde dat wij een geheime stemming in de maag gesplitst kregen toen Turkije over lidmaatschap zou beginnen te onderhandelen. Is dat wat u wilt? Ik hoop dat het Parlement nu een blok zal vormen en dat wij de kiezers in de EU-verkiezingen in juni trots kunnen zeggen dat de EU opener wordt - dat wij geen verborgen agenda’s hebben en dat wij gecontroleerd en beoordeeld willen worden op basis van wat wij doen – en met een transparantie waar wij trots op kunnen zijn. Wij doen heel veel goede dingen en het zou goed zijn als de burgers ons werk beter zouden kunnen volgen.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Rogalski (UEN). (PL) Mijnheer de Voorzitter, het is voor iedereen duidelijk dat de besluitvorming van de communautaire instellingen en organen op een open en transparante manier moet verlopen. Dit is de basis van de democratie. Overeenkomstig dit beginsel zouden burgers en gekozen autoriteiten over een zo ruim mogelijke toegang moeten beschikken tot de documenten die in het bezit zijn van de Europese instellingen, onder meer van dit Parlement. Dit zal de burgers in staat stellen om daadwerkelijk deel te nemen aan het beleidsproces en de overheid ter verantwoording te roepen.

Ondanks de inspanningen die de Europese instellingen hebben geleverd om de openheid en de transparantie te bevorderen, blijft de situatie helaas verre van bevredigend. De Commissie verzoekschriften is ervan overtuigd dat de burgers zich bewust zijn van de tekortkomingen en lacunes bij de toepassing van dit recht. Voor de burgers is het van bijzonder belang dat bij inbreukprocedures, die vaak als gevolg van een verzoekschrift van burgers worden ingesteld, alle documenten in alle fasen van het onderzoek naar hun rechten volledig toegankelijk zijn. Dit zou eveneens het geval moeten zijn voor de documenten die door de lidstaten aan de EU-instellingen worden verstrekt. In dit verband is zelfs de Commissie verzoekschriften op grote moeilijkheden gestuit in de zaak van het Duitse Jugendamt, waarbij de toegang tot informatie zeer beperkt was, hoewel het om openbare informatie ging.

Ik zou nogmaals willen onderstrepen dat het Europees Transparantie-initiatief alleen kans van slagen heeft wanneer de indieners van verzoekschriften op eenvoudige wijze toegang hebben tot de informatie die zij nodig hebben. Dat is wat de democratische beginselen vereisen.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de EU is zich kennelijk bewust van de groeiende vervreemding tussen de politiek en de burger want er worden voortdurend pogingen ondernomen waaruit moet blijken hoe burgervriendelijk zij eigenlijk is. Hieronder vallen ook de regelmatig terugkerende initiatieven om de toegang tot documenten van het Parlement, de Raad en de Commissie te vereenvoudigen.

Het internet is natuurlijk een eenvoudig en goedkoop middel om dit te bereiken. De homepage van de EU is vernieuwd en is nu nog logischer en overzichtelijker dan voorheen. De EU benadrukt op internet tevens het belang van meertaligheid als belangrijke factor voor meer transparantie, legitimiteit en efficiëntie van de Unie, maar zelf laat ze zich er weinig aan gelegen liggen. In de praktijk kan namelijk bij een consequent gebruik van de drie werktalen Duits, Engels en Frans een groot deel van de bevolking worden bereikt.

Ook bij de internetpublicaties van het huidige voorzitterschap van de Raad, die worden uitgebracht in het Engels, Frans en Tsjechisch, wordt geen rekening gehouden met het Duits, dat met een aandeel van 18 procent altijd nog de meest gesproken moedertaal in de Unie is en door 14 procent van de EU-burgers als vreemde taal wordt beheerst. Het wordt tijd dat er eindelijk meer rekening wordt gehouden met deze situatie.

 
  
MPphoto
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, toegang tot informatie is een van de hoekstenen van democratie. Mensen moeten zo ruim mogelijke toegang hebben tot alle informatie, zowel in de beginfasen van de besluitvorming door de instellingen als over de achtergrond van de besluiten, zodat ze volledig kunnen participeren in de beleidsformulering.

De EU wil democratischer en toegankelijker worden voor haar burgers. Het is dus voor de inspanningen van de Unie om het vertrouwen van de burgers in haar instellingen en de algehele rechtmatigheid van de Unie te vergroten, van groot belang dat zo ruim mogelijk toegang wordt gegeven tot EU-documenten. Ik was daarom ook tamelijk teleurgesteld over het voorstel van de Commissie met betrekking tot deze verordening, al wil ik de rapporteur feliciteren met het zeer goede, toegewijde en vakkundige werk dat hij in dit verband heeft verricht.

Ik wil ook mevrouw Jäätteenmäki bedanken voor haar grote inspanningen op dit gebied. Beiden hebben vastgehouden aan de leidende beginselen van openheid en transparantie, waarbij het weigeren van toegang tot een document van een instelling een duidelijke uitzondering is. Dergelijke uitzonderingen zijn in sommige gevallen noodzakelijk, maar ze moeten beperkt worden tot een zo klein mogelijke groep documenten, die duidelijk is omschreven.

Ik verwelkom ook de initiatieven om aan te dringen op een meer proactieve en duidelijkere openbaarmaking van documenten door verbeterde internetdatabases. Om toegang te krijgen tot documenten moet je ze ook kunnen vinden. Vaak is informatie online wel beschikbaar, maar zit verstopt in complexe databases. We moeten daar zeker nog veel meer aan ontwikkeling doen.

Collega's, we zijn verdedigers van de democratie en hadden daarom al actiever moeten zijn. We moeten heel doortastend ruime toegang en transparantie voor alle documenten verdedigen. Ik vind dat dit niet de tijd is om compromissen te sluiten, want als we dat wel doen, tasten we in de ogen van onze kiezers mogelijk ook onze naam van goede beleidsvormers aan.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE). (PL) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik Michael Cashman willen feliciteren met zijn uitstekende verslag over een van de belangrijkste aspecten van de Europese democratie.

De Europese Unie ondergaat stelselmatig veranderingen en transformaties. Helaas slaagt de communicatie tussen de Europese Unie en haar burgers er niet in gelijke tred te houden met deze ontwikkelingen. Hetzelfde geldt voor de toegang tot informatie en documenten die juist voor de burgers zijn bedoeld.

Transparantie is een grondbeginsel van de Europese Unie dat is vastgesteld in artikel 255 van het EG-Verdrag. Iedere burger van de Europese Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft recht op toegang tot de documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

Alleen door volledige en betrouwbare informatie te verstrekken, kunnen we de belangstelling van de Europese burgers wekken en bewerkstelligen dat zij vertrouwen krijgen in de Europese instellingen, de leden van het Europees Parlement en de nationale politici. Het is bijgevolg onze plicht om de transparantie en de doeltreffendheid van de instellingen van de Europese Unie zoveel mogelijk te vergroten. We moeten alles in het werk stellen om de toegang tot informatie te vergemakkelijken voor de gebruikers en het systeem en zijn instrumenten verder te vereenvoudigen.

De verordening waarop het huidige verslag betrekking heeft, vormt een solide rechtsgrond, maar zou hier en daar nog verbeterd en gestroomlijnd kunnen worden. Ik betreur derhalve dat de Commissie geen rekening heeft gehouden met het voorstel inzake transparantie dat de rapporteur in 2006 heeft gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, toegang tot documenten is slechts een deel van het transparantieproces. Er zijn nog veel andere kwesties. Het gebruik van documenten en informatie is het voornaamste. Een van de grote problemen die we hebben – en we erkennen dit en de commissaris die thans in dit Huis aanwezig is, is een van degenen die hier de meeste ervaring mee heeft – is kennis over het besluitvormingproces van de EU naar buiten te krijgen. Mensen begrijpen het proces namelijk niet. Tijdens het debat over het Verdrag van Lissabon in Ierland kwamen er mensen naar me toe die zeiden: ‘U spoort ons aan om voor te stemmen en zult uw baan verliezen.’ Ze dachten dat ik de commissaris was. De gedachte alleen al!

Het volstaat niet te zeggen dat we de mensen al vrachten aan informatie verstrekken, want in zeker opzicht leidt dat tot gebrek aan transparantie: het verhult dingen alleen maar onder bergen papier, maar schept geen duidelijkheid. Ik zou liever zien dat de mensen precies begrijpen hoe de Unie werkt en zich er daardoor betrokken bij kunnen voelen. Ik durf te stellen dat veel afgevaardigden in dit Huis evenmin precies weten hoe de Unie werkt. Dat zegt voldoende.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). - (LT) In een poging om het energie-eilandprobleem van de Baltische landen op te lossen, met name gezien de toenemende dreiging voor de energiezekerheid van Litouwen volgend op de sluiting van de kerncentrale bij Ignalina aan het einde van dit jaar, heeft de Europese Commissie de EU-strategie voor de Baltische zeeregio opgesteld. Ik heb het Directoraat-generaal Energie en vervoer van de Europese Commissie gevraagd om mij in de gelegenheid te stellen om dit document in te zien. Er werd mij verteld dat er met de groep op hoog niveau die de strategie opstelde, geen bespreking had plaatsgevonden over de mogelijkheid om informatie en documenten te publiceren, wat in het antwoord werd geformuleerd als: delen met de buitenwereld. Het Europees Parlement wordt beschouwd als de buitenwereld, waaraan geen informatie wordt verstrekt. Keer op keer hebben we de mogelijkheden besproken die de samenleving heeft om de documenten van EU-instellingen in te zien, nietwaar? Als een lid van het Europees Parlement dat burgers vertegenwoordigt dit recht al niet heeft, is dat een rampzalige situatie.

 
  
MPphoto
 

  Margot Wallström, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank de afgevaardigden voor een interessant debat en voor hun vele waardevolle opmerkingen.

Verordening (EG) nr. 1049/2001 wordt nu bijgewerkt naar “versie twee”, zou je kunnen zeggen. Het is belangrijk er nogmaals op te wijzen dat we niet bij niets beginnen: we hebben al een goede basis en we hoeven die slechts te verbeteren. Dit zal ook een versie voor het internettijdperk zijn, zoals in het debat werd gezegd. Voorbeelden van deze verbeteringen zijn de opneming van elektronische registers en ook de actieve verspreiding.

In de ideale situatie zouden wij natuurlijk informatie zo actief verspreiden, dat er geen verzoeken om toegang hoeven te worden gedaan, omdat alles al openbaar is, enkele uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Ik kan u een voorbeeld geven van wat er gedaan kan worden. Ik heb namelijk mijn eigen correspondentieregister al beschikbaar gesteld op het internet, zodat u mijn correspondentie en mijn documenten kunt bekijken.

Ik kan niet ingaan op alle opmerkingen die tijdens het debat zijn gemaakt, maar ik wil wel kort ingaan op enkele cruciale punten. Een daarvan betreft de definitie van documenten in artikel 3. Dit is een van de artikelen van het voorstel van de Commissie die het meest zijn besproken en, dat geef ik toe, het meest zijn bekritiseerd.

We blijven van mening dat de huidige definitie tot ambiguïteit leidt en mogelijk tot onvoorspelbaarheid en slechte praktijken. Is dit Post-it-blaadje bijvoorbeeld een document? De heer Cashman zegt van wel, en volgens de ruime definitie in de verordening zou dat heel goed kunnen. Hetzelfde geldt voor andere krabbeltjes die ik hier heb. Soms heeft het geen nut om een definitie te ruim te maken. We houden nog steeds een ruime definitie, maar we beperken het naar eigen oordeel niet openbaar maken van documenten. De definitie die we voorstellen, is veel ruimer dan het begrip “officiële documenten” dat vaak in nationale wetgeving wordt gebruikt. De definitie komt heel dicht in de buurt van bijvoorbeeld het begrip “informatie” in de Britse wet inzake de vrijheid van informatie en in de Nederlandse wet inzake transparantie. De registratie van documenten is verplicht volgens de interne voorschriften van de Commissie, maar die voorschriften bepalen niet of een document binnen het toepassingsgebied van de verordening valt. We hebben de definitie van documenten dus verduidelijkt en geholpen bij het opstellen van deze definitie. Hierdoor zullen burgers ook beter weten waar je om kunt en moet vragen om volledige informatie te krijgen. Een preciezere definitie van documenten betekent een veiligere administratie en meer helderheid voor de burgers.

Het Hof heeft geoordeeld dat documenten die betrekking hebben op een lopend onderzoek, ontwijfelbaar vallen onder een uitzondering op het recht op toegang. Deze dossiers zijn daarom thans niet toegankelijk en dit is dus geen aanvullende beperking van het recht op toegang. In geen enkele lidstaat hebben burgers toegang tot de dossiers van de mededingingsautoriteiten; dat wilde ik even gezegd hebben.

Ik erken ook dat we de dingen in artikel 3 beter hadden kunnen uitleggen en verwoorden. Ik denk dat we hetzelfde doel hebben. Het moet dus ook mogelijk zijn om een duidelijke en ondubbelzinnige formulering te vinden. Dit is een voorbeeld van een gebied waarop we tot een goede compromistekst zouden moeten kunnen komen.

Een ander fel bediscussieerd punt is artikel 5, lid 2, over de toegang tot de documenten van de lidstaten. Laat ik duidelijk stellen dat de Commissie de intentie heeft de arresten van het Europees Hof van Justitie ten uitvoer te leggen. De lidstaten moeten afdoend verantwoorden waarom ze de toegang tot een van hun documenten weigeren, net zoals de instellingen dat doen voor alle andere documenten. De voorschriften in Verordening (EG) nr. 1049/2001 zijn steeds de bottomline.

Het is echter net zo belangrijk dat de Commissie met de lidstaten kan corresponderen, bijvoorbeeld over inbreuken op het Gemeenschapsrecht. We moeten de mogelijkheid hebben om snel oplossingen te vinden die zowel vanuit het perspectief van de Commissie als vanuit dat van de Europese burgers bevredigend zijn, zoals vastgelegd in de wetgeving van de EU. Dergelijke contacten moeten vertrouwelijk blijven, en dat is ook wat het Hof heeft gezegd.

Tot slot wil ik nog ingaan op de “ruimte voor de vrije ontwikkeling van ideeën” uit hoofde van artikel 4, lid 3. Als we goed nadenken, denk ik dat de meeste mensen het ermee eens zullen zijn dat het Parlement, de Commissie en de Raad een bepaalde ruimte nodig hebben om na te denken. Documenten die betrekking hebben op besluiten die nog niet zijn genomen, of documenten die interne discussies weergeven, zijn anders dan andere documenten. Hoe zit het met de notulen van de vergaderingen van de fracties of voorbereidende documenten? U hebt zelf een aantal problemen en beperkingen geïdentificeerd die zich zouden voordoen wanneer zo'n ruimte voor de vrije ontwikkeling van ideeën wordt geweigerd. Daarbij hebt u opnieuw gedacht aan wat burgers het meest ten goede zou komen en wat het nuttigst zou zijn.

Ik moet zeggen dat ik liever had gezien dat de Raad hier was geweest, zoals velen van u ook hebben gezegd, net zoals ik liever een voller Huis had gezien, want dit zijn voor ons allemaal zeer cruciale zaken. We hebben de komende paar weken of maanden allemaal de grote taak om overeenstemming te bereiken. Dat geldt ook binnen dit Huis. Het debat van vandaag heeft laten zien dat dit niet altijd gemakkelijk is. Hoe meer verdeeldheid er is, hoe moeilijker het zal zijn wanneer de drie instellingen hun debatten houden. Het Parlement, de Raad en de Commissie hebben elk hun eigen rol, die moet worden gerespecteerd. Ik hoop dat het Parlement één krachtig geluid zal laten horen, want daar hebben we allemaal baat bij en dat zal het eindresultaat ten goede komen. Dit zal, naar ik hoop, een evenwichtige en werkbare compromistekst zijn.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, dat waren interessante opmerkingen. Ik vrees echter dat ze heel weinig te maken hebben met de inhoud van mijn verslag.

Ik wil erop wijzen dat we niets te vrezen hebben van publieke controle en dat we absoluut alles te vrezen hebben van instellingen die informatie verborgen houden. We worden kwetsbaarder. Commissaris, het zijn de officiële documenten die toegankelijk zijn. Kijkt u nog maar eens in het verslag. De ruimte voor de vrije ontwikkeling van ideeën. Officiële documenten. Documenten binnen de ruimte voor de vrije ontwikkeling van ideeën zijn niet officieel. Kijk nog maar eens in het verslag. Accepteer onze beginselen.

Het is een interessant debat geweest, maar ik moet zeggen dat de herschikking die u verdedigt, niet in de geest van het Interinstitutioneel Akkoord is en onvoldoende is. U zegt dat het goed werkt, maar ik vrees dat de herschikking voorbijgaat aan belangrijke jurisprudentie over wat er eigenlijk moet gebeuren.

Mijn reden om de eindstemming uit te stellen is de wens ons absoluut maximale flexibiliteit te geven om te onderhandelen met de fracties en met de instellingen. Ik wil er verder op wijzen dat niets de Commissie ervan weerhoudt om haar voorstel op enig moment na de stemming van morgen te wijzigen, behalve misschien institutionele en politieke onwil.

Ik vind het nogal betuttelend ons te vertellen dat we actieplannen krijgen. Commissaris, ik twijfel niet aan uw persoonlijke inzet voor openheid en transparantie, maar ik wil geen actieplannen voor onze burgers. Ik wil rechten die zijn vastgelegd in wetgeving die niet meer afgenomen kan worden – geen cadeautjes, maar rechten.

Het Parlement moet daarom politieke druk uitoefenen op het voorzitterschap, zodat dit onderhandelt. Het kan zijn dat we zonder de Commissie zullen moeten onderhandelen. Ja, commissaris, ik weet dat de Raad niet hier is, maar ik geef de hoop niet op vanwege één Raad. Ik zit lang genoeg in de politiek om te weten dat je vecht en vecht en blijft vechten.

Laat ik tot slot die ene president citeren, als het mag: “Mijn regering zal zich inspannen om in het bestuur een ongekende mate van openheid te creëren. We zullen er samen aan werken om het vertrouwen van het publiek te waarborgen en een systeem van transparantie, publieke participatie en samenwerking op te zetten. Openheid zal onze democratie versterken en zal de efficiëntie en doeltreffendheid van de regering bevorderen.” Deze woorden sprak Barack Obama op 21 januari 2009. Ik wacht op een vergelijkbare verklaring van de Commissie of, sterker nog, van voorzitter Barroso.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt op woensdag 11 maart 2009 plaats.

(De vergadering wordt om 11.45 uur onderbroken en om 12.50 uur hervat)

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Lambrinidis (PSE), schriftelijk. – (EL) Met de amendementen van het Europees Parlement op de verordening betreffende de toegang van het publiek tot documenten van de Europese instellingen – en met name tot documenten met betrekking tot de wetgevingsprocedure – wordt een beslissende stap gezet voor de verankering van transparantie en een participatieve democratie in Europa.

Zeer belangrijk is mijns inziens de vereiste inzake openbaarmaking van elk initiatief of document dat tot doel heeft op welke wijze dan ook invloed uit te oefenen op de besluitvormingsprocedure.

Het is bekend dat de diverse lobby’s heel vaak proberen de wetgevingsprocedure te beïnvloeden door hun eigen argumenten op de voorgrond te plaatsen. De Europese burgers hebben het recht om kennis te nemen van de argumenten en het optreden van de lobby’s. Zij moeten de mogelijkheid hebben om een oordeel te vellen over de inhoud hiervan en over de uiteindelijke houding van hun regeringen, van de Europese Commissie en natuurlijk van hun vertegenwoordigers in het Europees Parlement.

Ook op nationaal vlak zou de burgers minstens dezelfde transparantie moeten worden gewaarborgd door de lidstaten. Daarop wordt ook in het verslag van het Europees Parlement uitdrukkelijk aangedrongen en ik hoop dat de regeringen en de nationale parlementen hier spoedig gevolg aan zullen geven.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid