Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0286(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0046/2009

Debatten :

PV 10/03/2009 - 6
CRE 10/03/2009 - 6

Stemmingen :

PV 10/03/2009 - 8.12
CRE 10/03/2009 - 8.12
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0093

Debatten
Dinsdag 10 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

9. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
PV
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Klaus-Heiner Lehne (A6-0040/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het is curieus dat, bij ongeacht welke crisis, het antwoord in dit Huis altijd grotere Europese integratie lijkt te zijn. De meeste mensen die zijn getroffen door de economische stormen die we de afgelopen zes maanden hebben gehad, vinden de situatie angstaanjagend en mogelijk penibel. In dit Huis zien we de situatie echter als een kans voor meer regelgeving, meer eenmaking en meer harmonisatie op Europees niveau, zoals dit verslag laat zien.

Het probleem hiermee is dat de mensen die dit besluit nemen, beschermd zijn tegen de gevolgen van dit besluit. Ze leven in hun paleis of kanselierswoning, omgeven en beschermd door hun gemotoriseerde escortes, hun auto met chauffeur en hun officiële banketten. Zij zullen niet de prijs van dit economische beleid hoeven te betalen die onze kiezers wel betalen. Het lijkt mij vanzelfsprekend dat we op de economische crisis moeten reageren met grotere flexibiliteit en door landen toe te staan hun rentetarieven af te stemmen op hun behoeften. In plaats daarvan doen we precies het tegenovergestelde.

 
  
  

- Verslag: Giusto Catania (A6-0050/2009)

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE-DE). (MT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat hierin het belang van solidariteit en het feit dat een gemeenschappelijk asielbeleid moet worden gebaseerd op solidariteit, sterk worden benadrukt. Ik wil echter wel melden dat er bepaalde paragrafen in het verslag staan waarmee ik niet akkoord kan gaan en waar ik tegen zou hebben gestemd als we hoofdelijk hadden mogen stemmen. Ik wil vooral de kwestie van het opsluitingsbeleid benadrukken. Ik denk dat we zeer voorzichtig moeten zijn wanneer we het hebben over het opsluiten van asielzoekers, omdat het hierbij niet eenvoudigweg gaat om een besluit om opsluiting definitief te stoppen en om dit besluit ook voor iedereen te laten gelden. Er zijn bepaalde specifieke omstandigheden waarin het gebruik van een opsluitingsbeleid belangrijk is en altijd zal blijven.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Catania gestemd, omdat ik het compleet en totaal oneens ben met de recente voorstellen die door de Commissie inzake asielbeleid zijn ingediend en die door de rapporteur in dit verslag worden toegejuicht.

Met name vrees ik dat de nieuwe richtlijn, waardoor asielzoekers nog gemakkelijker toegang krijgen tot de arbeidsmarkt en bovendien ook een pak zakgeld zouden krijgen, een vergelijkbaar aanzuigeffect zal creëren, zoals destijds de collectieve regularisaties van Spanje, Nederland, België en Italië. De gevolgen daarvan waren zonder meer funest.

Ik wil er trouwens aan herinneren dat wij volgens recente tellingen in de Europese Unie nog altijd meer dan 20 miljoen werklozen hebben, inmiddels allicht reeds 25 miljoen, zodat nog meer asielzoekers aantrekken eigenlijk een soort collectieve zelfmoord is. Bovendien vind ik dat dit alles een strikte bevoegdheid van de lidstaten moet blijven.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Catania gestemd, omdat dit verslag duidelijk blijk geeft van een extreem linkse vooringenomenheid die erop gericht is om elk efficiënt systeem van asielbeheer gewoon onmogelijk te maken. Elk misbruik van de bestaande systemen in de lidstaten wordt goedgepraat en, indien mogelijk, in regelgeving vastgebetonneerd.

Denk maar aan het gedogen van nepasielzoekers die minderjarige kinderen misbruiken om een verblijfsvergunning in de wacht te slepen, of aan het verzet tegen gesloten opvangcentra voor mensen die niet voldoen aan de voorwaarden om erkend te worden als vluchteling en die in de illegaliteit vluchten als ze worden losgelaten. Alles wordt blijkbaar in het werk gesteld om illegalen en potentiële illegalen het leven makkelijker te maken.

De rapporteur verheugt zich erover dat het Hof van Justitie een lijst van veilige landen afwijst, hoewel zo'n lijst juist essentieel is om de stroom van vluchtelingen onder controle te houden. De strategie van links is er dus op gericht om het systeem zodanig te overbelasten dat elke mogelijke efficiëntie onmogelijk wordt gemaakt. Welnu, dit is niet wat de meerderheid van de Europeanen wil, en wij zullen dat ook prominent laten meespelen in de verkiezingscampagne.

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben voor een gemeenschappelijk asielbeleid in de EU dat tot snelle en overtuigende besluiten leidt. Dit verslag echter kan mijn goedkeuring niet wegdragen omdat het volstrekt onaanvaardbare punten bevat, zoals het oprekken van het begrip vluchteling, zoals dat thans in het Verdrag van Genève is aangegeven; de afwijzing van de regeling inzake veilige derde landen, waarover we al tot overeenstemming konden komen; de overdracht van taken aan Frontex waar Frontex niets mee te maken heeft; de vrije keuze voor asielzoekers van het land waaraan de bevoegdheid voor de procedure moet toevallen – wat een inbreuk is op het Verdrag van Dublin –; en de vereenvoudigde toegang voor asielzoekers tot de arbeidsmarkt. Wij willen snelle procedures en geen integratie van asielzoekers die misschien al na veertien dagen de Europese Unie weer moeten verlaten omdat ze toch geen vluchtelingenstatus krijgen.

In het algemeen vindt er een positieve ontwikkeling plaats in de richting van een gemeenschappelijk beleid, maar wat in dit verslag wordt voorgesteld werkt absoluut contraproductief. Ik heb daarom tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, en dus gaat de Europese Unie door met het een voor een verzamelen van de kenmerken en attributen van nationaliteit: een rechtssysteem, gemeenschappelijke externe grenzen en nu een gemeenschappelijk beleid voor wie deze grenzen mag oversteken en zich binnen haar grondgebied mag vestigen. Beetje bij beetje heeft de Europese Unie alle kenmerken gekregen die het internationale recht als beslissend beschouwt voor de positie van staat.

Mijnheer de Voorzitter, ik wil u complimenteren met uw uitspraak dat het aanvaardbaar is dat leden van het Europees Parlement kleine Tibetaanse vlaggen op hun lessenaar plaatsen, zoals mijn buurman heeft gedaan. Uw uitspraak staat in schril contrast met de manier waarop onze posters ons zijn afgenomen toen we het waagden in dit Huis het woord “referendum” te tonen. Ik weet dat u en andere leden van dit Huis in dit onderwerp geïnteresseerd zijn. Ik wil u daarom vragen na te denken over de hypocrisie van de situatie dat u vóór nationale zelfbeschikking in Tibet bent, maar tegen nationale zelfbeschikking binnen de Europese Unie. Als u denkt dat ik radicaal ben door een parallel te trekken tussen een autoritaire staat als China en de Europese Unie, bewijs dan dat ik het bij het verkeerde einde heb, door uw Verdrag aan de mensen voor te leggen in de referenda die u hebt beloofd. Pactio Olisipiensis censenda est!

 
  
  

- Verslag: Andreas Schwab (A6-0482/2008)

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal het kort houden. Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat alles wat de verkeersveiligheid verbetert, moet worden verwelkomd.

Ik heb nog een punt. We maken ons in Ierland zorgen over de verkeersveiligheid. We hebben enkele vreselijke ongelukken gehad op wegen die door lokale autoriteiten worden onderhouden. Dit is een zaak waarnaar misschien vanuit Europees perspectief moet worden gekeken en waarvoor normen zouden moeten worden vastgesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst verwelkom ik het verslag en bedank ik de rapporteur voor zijn goede werk. Ik moet toegeven dat ik in Noord-Ierland zelden door lobbygroepen onder druk word gezet om voor een EU-richtlijn te stemmen. Dat was nu wel het geval, en het doet mij genoegen vandaag zo'n positieve stemming te zien. Die brengt mijn provincie voor een keer goed nieuws, wat de provincie zeker kan gebruiken.

Grotere veiligheid en milieuvriendelijkere, verstandigere voorstellen die meer oog hebben voor het milieu, zijn altijd welkom. Ik hoop dat het op de lange duur ook betekent dat bestaande banen behouden blijven en er mogelijk nieuwe banen in de regio worden geschapen. Dit is iets wat we allemaal kunnen verwelkomen, wat Europa betreft, omdat het positief is en verstandig, in plaats van dat het de economie in de weg staat.

 
  
  

- Verslag: Holger Krahmer (A6-0046/2009)

 
  
MPphoto
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, te midden van alle verwarring over schikken en herschikken was dit voor veel afgevaardigden een heel moeilijke stemming. Uiteindelijk heb ik me hierbij van stemming onthouden, met name vanwege mijn bezorgdheid over de bodem. Voor de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling is een bodemrichtlijn een groot punt van zorg, en dit is een zaak die zorgvuldig moet worden onderzocht. We hebben in de amendementen enige vooruitgang geboekt met betrekking tot landbouwkwesties in het algemeen, maar ik heb er toch voor gekozen om me uiteindelijk van stemming te onthouden, in plaats van tegen te stemmen, omdat er in dit verslag veel staat over het milieu, de opwekking van elektriciteit en emissies waar ik voorstander van ben.

 
  
MPphoto
 

  Anja Weisgerber (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben bijzonder ingenomen met het belangrijkste aspect van het verslag-Kramer, het Europees veiligheidsnet. Er worden emissieplafonds vastgesteld die de lidstaten bij de vergunningverlening voor grote bedrijfsinstallaties als absolute bovengrens moeten aanhouden. Daarmee komt een grof kader tot stand waarbinnen alles flexibel verloopt en er een gelijk speelveld ontstaat. Hiermee komt een eind aan de in enkele lidstaten nog steeds buitensporige toekenning van afwijkingen. Het betekent concurrentie op voet van gelijkheid in heel Europa. Op deze wijze kunnen wij samen een hoge standaard op Europees niveau vaststellen.

Ik moet echter zeggen dat ik de regelgeving inzake bodembescherming nadrukkelijk afwijs. Ik ben van mening dat er meer rekening moet worden gehouden met het subsidiariteitsbeginsel. Regelgeving inzake bodembescherming heeft geen grensoverschrijdende werking. Bodembescherming is geen grensoverschrijdend vraagstuk. Ik ben daarom onveranderd van mening dat de lidstaten zelf hun bodembescherming moeten regelen.

Met dit verslag wordt echter gepoogd om via de IPPC-richtlijn langs de achterdeur delen van de richtlijn inzake bodembescherming in te voeren die wij eerder met succes hebben bestreden. Ik betreur het ten zeerste dat mijn voorstellen tot schrapping van de onderdelen in kwestie met een zeer kleine meerderheid - in één geval van slechts zes stemmen - zijn verworpen. Ik heb daarom besloten om tegen het verslag in zijn geheel te stemmen, hoezeer ik ook het Europees veiligheidsnet toejuich.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben niet helemaal gelukkig met dit verslag en de manier waarop we daarmee hier vandaag zijn omgegaan. Ik heb desondanks voor het verslag gestemd, omdat ik van mening ben dat het de bureaucratie vermindert. Industriële installaties leveren een grote bijdrage aan de vervuilende emissies in Europa, maar de zware industrie is een van de motoren van onze economie en moet worden aangemoedigd om groener te produceren.

Dit is een belangrijke kwestie voor mijn regio, West Midlands, die een van de sterkst geïndustrialiseerde in het Verenigd Koninkrijk is. De geïntegreerde aanpak is welkom, maar de strenge regels in dit verslag baren zorgen; de uitvoeringskosten mogen niet zo hoog zijn dat ze de bepalingen over milieubescherming ondermijnen.

We moeten controles op het Europees veiligheidsnet hebben en we moeten ook kijken naar zaken zoals de verspreiding van (drijf)mest, maar de maatregelen staan volgens mij niet in verhouding tot de milieubaten die we krijgen.

De administratieve lasten en kosten moeten evenredig zijn met de milieubaten, want dan hebben we een win-winsituatie die bedrijven helpt om te voldoen aan hun milieuverplichtingen, belangrijke steun in de strijd tegen de klimaatverandering oplevert en het potentieel heeft om de gezondheidssituatie voor jongeren en ouderen in mijn regio te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  James Nicholson (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen dit verslag gestemd. Er mogen goede punten in staan, maar uiteindelijk gaat het te ver. Ik ben voor het stroomlijnen van de voorschriften van de Europese Unie, maar niet als het geheel meer bureaucratisch, minder werkbaar en ongunstiger voor de industrie wordt gemaakt.

De poging om de landbouw binnen deze wetgeving te brengen is in mijn ogen volstrekt onaanvaardbaar en gaat echt een stap te ver. Dit moet worden verworpen. Het is niet de taak van het Europees Parlement om bodembescherming erin te brengen. Het kan evenmin in de hele Europese Unie gebeuren. Dat is de verantwoordelijkheid van de nationale regeringen.

Ik moet u vragen waarom de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling niet is geraadpleegd over deze specifieke kwestie. Je kunt geen voorschriften invoeren die destructief zijn en varkens- en pluimveehouders failliet doen gaan. De waarheid is dat we in Europa voorschriften invoeren en de productie in Europa beperken, terwijl we wel de invoer in de Europese Unie toestaan van producten die niet worden geproduceerd volgens dezelfde normen als dat in Europa gebeurt. Dat vind ik onaanvaardbaar.

 
  
 

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, er was enige discussie over de herschikkingsprocedure. Mijn naam werd in dit verband genoemd. Ik wil er allereerst op wijzen dat de rapporteur die dit in ons Reglement heeft ingevoerd, Marylène Renault was, en niet ik.

Misschien is enige uitleg nodig over wat de Voorzitter van het Parlement precies doet. We hebben vaak stukken wetgeving die voor de vijftiende, zestiende of zeventiende keer bepaalde bestaande stukken wetgeving wijzigen. Dat is heel verwarrend voor mensen die met deze wetgeving te maken hebben. We zijn terecht begonnen aan een procedure voor de codificatie van dergelijke wetgeving, waarbij deze in één leesbare, hanteerbare tekst wordt verwoord. We hebben vaak met zo'n situatie te maken, en omdat de inhoud niet wijzigt, hebben we er een vereenvoudigde procedure voor.

Wanneer het echter om een herschikking gaat, hebben we een probleem. De Commissie komt dan met een voorstel om één element van een bestaand wetgevingspakket te wijzigen en de rest ongewijzigd te codificeren. We hebben ons vrijwillig beperkt tot het indienen van inhoudelijke amendementen over uitsluitend het deel dat de Commissie voorstelt te wijzigen, en de codificatie van het overige deel niet aan te grijpen als een gelegenheid om de inhoud opnieuw ter discussie te stellen. Misschien zouden we dat wel moeten doen, zoals een van onze collega's heeft voorgesteld. Er zou uit hoofde van het Verdrag evenwel een probleem zijn met de afbakening van het initiatiefrecht tussen ons en de Commissie. Het is echter zeker niet terecht dat collega's in deze zaak klagen over wat de Voorzitter doet. Volgens ons bestaande Reglement, dat we ons als Parlement zelf hebben gegeven en dat we met een absolute meerderheid van onze leden hebben vastgesteld, is de juiste procedure gevolgd.

 
  
 

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen dit verslag gestemd, omdat het probeert om de landbouw volstrekt onnodig te verwikkelen in de enorme regelgevingslast die het verslag zou introduceren. Ik heb onlangs enkele producenten uit mijn kiesdistrict ontmoet. Ik heb het papierwerk gezien waarmee een bepaalde producent overstelpt wordt, omdat hij al binnen het toepassingsgebied van deze voorschriften valt. Ik huiver bij de gedachte aan wat gewone producenten van zeer bescheiden omvang te wachten staat wanneer ook zij worden onderworpen aan deze enorme en volstrekt overbodige regelgevingslast.

Ik vind dat dit een verslag is dat ons helemaal in de verkeerde richting voert. Ik ben in elk geval blij dat ik hier was om tegen dit verslag te stemmen.

 
  
  

- Verslagen: László Surján (A6-0111/2009), Vladimír Maňka (A6-0057/2009)

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb niet gevraagd om een verklaring over de stemming over het verslag-Maňka te mogen afleggen, omdat ik die wilde combineren met deze verklaring. De twee verslagen gaan namelijk beide over de manier waarop we volgend jaar naar de begroting kijken. Ik ben hier volgend jaar niet meer, want ik kom in juni niet meer terug. Ik weet dat er aan de andere kant van dit Huis grote commotie is over dit onderwerp.

Ik wil alleen even een paar basisregels noemen die tot nu toe in deze verslagen zijn genegeerd. We moeten oppassen hoeveel geld we verstrekken aan ngo's en agentschappen, waar zulke grote problemen zijn met de manier waarop het geld van de Europese belastingbetalers in deze tijd wordt besteed. Ik noem het voorbeeld van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, dat momenteel wordt onderzocht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding.

In het algemeen zouden we in een tijd van enorme economische neergang en moeilijkheden misschien naar onszelf moeten kijken en onze begroting zo moeten aanpassen, dat we meer geld kunnen teruggeven aan de nationale staatskassen, waar het heel hard nodig is en waar de pijn wordt gevoeld. In deze tijd waarin bedrijven en ministeries over de hele wereld grote, bijna onwerkelijke, besluiten nemen over werkgelegenheidszaken, zouden we ons ervoor moeten inzetten dat dit Parlement slechts één zetel krijgt.

 
  
MPphoto
 

  Koenraad Dillen (NI). - Voorzitter, ik heb tegen dit verslag gestemd, maar het is wel positief te noemen dat de illegale immigratie en de strijd tegen het terrorisme als prioriteiten naar voren worden geschoven en dat dit Parlement de Commissie eindelijk oproept om ook nauwlettend toe te zien op de besteding van gelden in Kosovo en de Balkanlanden, de overhaaste uitbreiding naar Bulgarije en Roemenië indachtig. Maar er worden jammer genoeg geen consequenties aan verbonden en ook geen voorwaarden.

Mijn partij pleit trouwens voor een uitbreidingsstop na de toetreding van Kroatië - dit even terzijde. Maar even terug naar het verslag. Waarom heeft dit Parlement niet eens de moeite genomen - er is zojuist al naar gerefereerd - om te pleiten voor een afschaffing van enkele van die overbodige ngo's en Europese agentschappen die aan geen enkele democratische controle zijn onderworpen, hun bevoegdheden vaak te extensief interpreteren en voor niets op het geld van de Europese belastingbetaler een beroep doen?

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, het is een uitstekende zaak dat dit Parlement hamert op de gelijke toegang tot taalkundige faciliteiten voor alle leden van dit Parlement. Het Parlement moet in de toekomst echt meertalig zijn. Het mag inderdaad ook eens gezegd worden dat de arbeidsomstandigheden van werknemers van outsourcing-bedrijven in overeenstemming moeten zijn met de taalregelgeving.

Anderzijds laat dit Parlement na om in het hoofdstuk over de gebouwen duidelijk stelling te nemen over het maandelijks reizende circus naar Straatsburg, dat per jaar ongeveer 200 miljoen euro kost. Dit is geen goed signaal naar de Europese burgers, naar de belastingbetalers. Dat is dan ook een van de redenen waarom ik tegen dit verslag heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, met betrekking tot de twee stemmingen over de begrotingsrichtsnoeren wil ik er graag op wijzen dat veel mensen vragen welke bijdrage de Europese begroting kan leveren op het punt van een fiscale stimulans in tijden van economische crisis. Het antwoord luidt “een heel kleine”. De begroting van de Europese Unie bedraagt in totaal minder dan 1 procent van het bbp en is als percentage van het bbp de afgelopen jaren gekrompen. Het is in macro-economisch opzicht een heel kleine begroting. Het zou goed zijn als veel eurosceptici dit beseften.

Aan de andere kant kan de begroting op bepaalde gebieden van enorme structurele betekenis zijn en geleidelijk de structuur van de Europese economie verbeteren. Op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en op het gebied van bepaalde aspecten van de regionale en sociale uitgaven kunnen we onze economie helpen voorbereiden op het herstel.

Ik ben blij dat deze aspecten van de begroting geleidelijk een groter deel van de begroting gaan vormen en dat de landbouw en enkele andere aspecten er een kleiner deel van gaan uitmaken. Ik ben echter van mening dat deze trend moet worden versneld en dat we veel sneller moeten overhellen naar een verschuiving van de middelen naar de gebieden waar ze echt verschil kunnen uitmaken.

 
  
  

- Verslag: Christel Schaldemose (A6-0064/2009)

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE-DE).(MT) Ik heb voor de alternatieve resolutie over dit verslag gestemd en heb mij onthouden van stemming over de hoofdresolutie. Integriteit is ongetwijfeld zeer belangrijk in de online goksector. We moeten ervoor zorgen dat we alle criminele activiteiten die deze sector kunnen treffen, op afstand houden. Dit betekent echter niet dat we moeten kiezen voor protectionisme. We moeten niet vergeten dat de vrijheid voor het leveren van diensten binnen de Europese Unie een fundamenteel, erkend principe van de Unie is, en daarom moeten we niet onze toevlucht nemen tot protectionisme. Gezien het feit dat we het hebben over online gokken, is het bovendien vermeldenswaardig dat het internet ons al diverse beveiligingsmaatregelen biedt waarop we kunnen voortbouwen, zoals verplichte aanmelding voordat iemand mag spelen, de tracering van bepaalde activiteiten die mogelijk frauduleus kunnen zijn of zelfs de identificatie van gebruikte creditcards. Daarom moeten we “ja” zeggen tegen integriteit en “nee” tegen protectionisme.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Dames en heren, de groei van kansspelen en gokken op internet is een nieuw fenomeen dat de landsgrenzen overstijgt. We dienen kinderen en jongeren te beschermen tegen de negatieve gevolgen ervan, door deze nu onverwijld eendrachtig in de hele Europese Unie aan te pakken. De lidstaten dienen zo snel mogelijk gezamenlijke regelgeving op te stellen voor betalingsverkeer in dit verband, met onder meer vereisten op het gebied van de identiteits- en leeftijdscontrole. Preventie staat uiteraard op de eerste plaats en daarom zetten wij ons in voor een pan-Europees verbod op op jongeren gerichte reclame voor kansspelen en gokken, naar analogie van de regels voor tabak- en alcoholreclame. Tevens dienen de overige negatieve neveneffecten van deze vermaaksindustrie in de gaten te worden gehouden, zoals het witwassen van criminele gelden en georganiseerde misdaad an sich. Wat deze laatste zaken aangaat, ben ik een verklaard tegenstandster van de vrije markt.

 
  
MPphoto
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik wist niet zeker hoe ik moest stemmen over het verslag van mevrouw Schaldemose over de integriteit van online gokken en waarom. Dus vroeg ik het eens aan enkele gepensioneerden. Zo ontmoette ik gisteren de gepensioneerde vakman Ugo Rossi, die zei: "O, online gokken - ik heb 10 000 euro verloren." Even later had ik een ontmoeting met de gepensioneerde mevrouw Lucia Annone, die mij vertelde: "Praat u mij niet van online gokken; ik heb 100 000 euro verloren." Ik besloot echter hoe ik zou stemmen toen zelfs mijn eigen moeder, die 94 jaar is, tegen me zei: "Jullie hebben me een computer gegeven, maar nu heb ik mijn hele pensioen voor maart 2009, 450 euro, verloren." En dus, mijnheer de Voorzitter, heb ik op dat moment besloten dat ik tegen dit verslag moest stemmen om zo te protesteren tegen het gokken en opdat het in heel Europa met wortel en tak wordt uitgeroeid.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, in het geval van online gokken moeten er duidelijke en ondubbelzinnige wetten zijn die helpen de bijna drie miljard euro aan bruto inkomsten per jaar die de gokindustrie realiseert, te beperken, controleren en verantwoorden. Volgens mevrouw Schaldemose is die drie miljard euro echter slechts 5 procent van de totale gokmarkt in de Europese Unie.

Het belang en de invloed van deze industrie zijn dus duidelijk, en dat geldt ook voor de gevaren van deze industrie. Gokken wordt vaak terecht geassocieerd met internationale misdaad. Grensoverschrijdende gokkringen, die via het internet veel gemakkelijker te leiden zijn, brengen de wetgeving van verschillende naties in gevaar en brengen risico's voor de nationale soevereiniteit met zich mee.

Ook moeten de negatieve effecten van gokken op de gezondheid worden opgemerkt. Als arts ben ik me terdege bewust van de schadelijke kenmerken van obsessief of verslavend gokken. Het Europees Parlement mag deze problemen niet onderschatten.

Wat betreft het aanpakken van fraude, crimineel gedrag en financiële en medische problemen die verband houden met online gokken, verzoek ik het Europees Parlement om in de toekomst consequent te stemmen voor steeds betere oplossingen.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb hetzelfde gestemd als de heer Busuttil over dit specifieke verslag en was bezorgd over het niveau van de discussie. Het is eigenlijk onvoorstelbaar welke nonsens in dit debat is verkondigd, bijvoorbeeld door mijn collega, de heer Fatuzzo, die zojuist is vertrokken. Het is volstrekte onzin om te stellen dat we online gokken op het hele continent moeten verbieden, omdat drie oude mensen vrijwillig wat geld hebben verloren.

Dit debat heeft veel nationale verschillen zichtbaar gemaakt en het was allesbehalve een eerlijk debat. De Commissie interne markt en consumentenbescherming heeft opdracht gegeven tot een onderzoek dat heeft laten zien dat online gokken geen schadelijker effect heeft dan gewoon gokken op plaatsen die worden beheerd door een nationale loterij. Er was één redelijk deel, en wel het deel over een eerlijk rendement om de integriteit in de sport te waarborgen. Dit debat heeft de online gokkers en de sportorganisaties helaas verder dan ooit uiteengedreven, in plaats van dat het ze heeft samengebracht om te proberen een gemeenschappelijke oplossing uit te werken. Het heeft absoluut laten zien dat er een forum nodig is waar deze twee groepen kunnen samenkomen en deze zaak kunnen bespreken. Dit is helaas duidelijk niet die plaats.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, we weten allemaal dat gokken een zeer gevoelig onderwerp is. Je hoeft alleen maar te luisteren naar de toespraken die hier voor mij zijn gehouden. Er zijn mensen die geloven dat gokken het werk van de duivel is en dat degenen die eraan meedoen, het verdienen om in het hellevuur te worden geworpen en alle verliezen verdienen die ze in dit leven en in het hiernamaals lijden. Toegegeven, dat is een extreem standpunt, maar als je kijkt naar de taal die in dit verslag is gebruikt – de punten van een transparante sector die het openbare belang en de consumentenbelangen waarborgt, de bestrijding van fraude en ander crimineel gedrag, en de preventie van consumentenbenadeling – dan worden in dit verslag met betrekking tot online gokken diezelfde emoties geuit, zij het op een veel gematigdere manier.

Dit verslag is echter behoorlijk hypocriet. Het spreekt negatief en slecht over online gokken, maar het zegt niets over de staatsmonopolies die zich achter de op het gevoel werkende taal verschuilen om door te kunnen gaan met het verdringen van particuliere innovatieve concurrenten. Laten we in dit debat eerlijk zijn over waar het echt om gaat. Het gaat om de instandhouding van staatsmonopolies en we weten waartoe dat leidt: het leidt tot onvrijheid.

 
  
  

- Verslag: Maria Petre (A6-0088/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, kwaliteitsvoeding is geen “verlangen” in Europa: het moet een realiteit blijven. Voor de productie van kwaliteitsvoedsel is echter een eerlijk en concurrerend rendement nodig. Onze landbouwproducenten moeten voldoende kunnen verdienen om de extra kosten te kunnen dragen die ze moeten maken om aan de voedselveiligheids-, dierenwelzijn- en milieuvereisten van de EU te voldoen. Het concurrentievoordeel dat kwaliteit zou moeten brengen ten opzichte van goedkope en minderwaardige importproducten, is vaak onvoldoende. Vandaar de rol die de fondsen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten vervullen in het behouden van het concurrentievermogen van onze producenten. Die moeten de compensatie zijn voor de hoge kosten die ontstaan door de EU-regelgeving.

Ik betreur ook de aanhoudende uitbuiting van producenten door de grote distributeurs die nu de Europese voedselmarkten domineren. Zij blijven hun dominante positie misbruiken; producenten worden bij elke stap uitgebuit, tot het punt dat ze moeten betalen voor hun promotiecampagnes.

 
  
  

- Verslag: Jonathan Evans (A6-0011/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u wel dat u mij de gelegenheid geeft om uit te leggen hoe ik heb gestemd. Het zal voor u niet als een verrassing komen dat ik feitelijk voor dit verslag heb gestemd, aangezien de auteur een heel goede Britse conservatieve collega van mij was.

Waar we in deze tijden van economische problemen voor op onze hoede zouden moeten zijn, is de roep om steeds meer protectionisme en de roep om onze normale regels voor mededinging en staatssteun op te schorten. We zien de roep om protectionisme van de kant van president Sarkozy, die stelt dat het geld van de belastingbetalers moet worden gebruikt om de Franse auto-industrie te beschermen. We zien vergelijkbare pakketten in Amerika. Ik heb onlangs met belangstelling een advertentie in een Amerikaans tijdschrift bekeken die werd gesponsord door de Amerikaanse autobedrijven en zei: “U wilde onze auto's niet kopen. We krijgen uw geld echter toch via het belastinggeld om onze bedrijven overeind te houden.” Zover lijkt het nu te zijn gekomen. Omdat de bedrijven niet de goederen en diensten leverden die de consumenten wilden kopen, schuiven we nu regels voor staatssteun opzij en houden we bedrijven overeind die op de lange termijn misschien niet zullen overleven. We begrijpen het belang van banen, maar laten we er wel voor zorgen dat we goede economische besluiten nemen.

 
  
  

- Verslag: Edit Herczog (A6-0074/2009)

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, het midden- en kleinbedrijf vormt, met name in de nieuwe lidstaten, helaas nog niet de ruggengraat van de economie, maar geeft er desalniettemin enige hoop op werkzekerheid. Dat vraagt logischerwijze om flexibelere arbeidswetgeving waarmee ook kleine bedrijven flexibel kunnen inspringen op wijzigingen in de vraag en waarmee het voor hen eenvoudiger wordt vakmensen te belonen op basis van nieuwe doelstellingen. Het moet eenvoudiger worden bedrijven op te starten, maar ook om ze weer te ontbinden. Het allerbelangrijkste is nog wel dat de toegang tot leningen alsook tot de financiële middelen uit de Europese fondsen vereenvoudigd wordt. Dit zijn allemaal bekende thema’s waar we de afgelopen vijf jaar hier in het Europees Parlement hard aan gewerkt hebben. Het is nu aan de lidstaten om de handschoen serieus op te pakken en van woorden tot daden over te gaan en dus echt aan de slag te gaan. In de huidige crisis wordt op onbarmhartige wijze duidelijk dat wat dit betreft met name de nieuwe lidstaten nalatig zijn geweest. Ik heb voor het verslag van mevrouw Herczog gestemd, maar als de lidstaten niet eindelijk aan de slag gaan, is dat water naar de zee dragen geweest.

 
  
MPphoto
 

  Milan Gaľa (PPE-DE). (SK) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag van mevrouw Herczog gestemd. De Europese Unie telt 23 miljoen kleine en middelgrote ondernemingen, die samen 99 procent van alle bedrijven vormen en werk bieden aan meer dan 100 miljoen EU-burgers. In de huidige tijden van crisis spelen deze ondernemingen daarom een cruciale rol voor de economische groei, sociale cohesie en met name het scheppen van banen. Kleine en middelgrote ondernemingen zijn dynamisch en beschikken over een grote innovatie- en ontwikkelingscapaciteit, waardoor zij bijdragen aan het implementeren van de Lissabondoelstellingen.

Kredieten en leningen zijn de belangrijkste financieringsbronnen voor Europese kleine en middelgrote ondernemingen. Omdat kleine en middelgrote ondernemingen doorgaans als riskanter worden beschouwd, is het voor deze ondernemers moeilijk om toegang te krijgen tot financiering. Het is met name noodzakelijk om gunstige omstandigheden te bieden waarin kleine en middelgrote ondernemingen financieringsbronnen kunnen verkrijgen, zowel in de vorm van leningen als via EU-fondsen, en zodoende op lange termijn de duurzaamheid van hun bedrijfsactiviteiten te waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb dit verslag gesteund omdat kleine ondernemingen, zoals we al hebben gehoord, de ruggengraat zijn van onze economie. De economische herstelplannen van veel lidstaten leggen nadruk op de belangrijke rol die kleine ondernemingen kunnen spelen om ons uit de huidige crisis te halen.

In mijn regio heeft 99,2 procent van de bedrijven minder dan 49 werknemers. De West Midlands heeft het hoogste percentage kleine ondernemingen van alle regio's in het Verenigd Koninkrijk. Als passend rekening wordt gehouden met de bevoegdheden van de lidstaten op gebieden zoals het collectief onderhandelingsrecht, helpt dit verslag ons allemaal om eerst klein te denken.

Ik verwelkom in het bijzonder de nadruk die dit verslag legt op de problemen die kleine ondernemingen ondervinden bij het vinden van krediet, tijd en middelen voor onderwijs en opleiding, en, vooral, voor onderzoek. Nationale grenzen zijn steeds minder belangrijk voor kleine ondernemingen, die meer zaken doen met partners in heel Europa. We moeten ze echter wel beschermen wanneer ze internationaal zaken doen, door maatregelen te nemen zoals mijn verslag over de invordering van het vermogen van schuldenaren.

De EU heeft ook een belangrijke rol te spelen in het waarborgen dat kleine en middelgrote ondernemingen toegang hebben tot financiering, wat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat niet-bancair microkrediet beschikbaar wordt gesteld. We kunnen dit doen door de structuurfondsen te gebruiken en microkredietinstellingen te ontwikkelen zonder daarvoor geld van de belastingbetaler te gebruiken. Dit initiatief kan de werkloosheid beteugelen en onze economie weer op gang brengen.

 
  
MPphoto
 

  Gary Titley (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom dit verslag en heb slechts een of twee kleine bedenkingen. We hebben van mijn collega mevrouw Gill gehoord hoe belangrijk kleine ondernemingen zijn voor de economie en hoe zij het momenteel het zwaarst te verduren hebben. Het probleem is dat de Europese Unie helemaal afgestemd is op grote bedrijven, of het nu om de wetgeving, de toegang tot markten of financiering gaat.

We praten vaak over betere regelgeving, maar wat we echt nodig hebben is evenredigheid. We moeten ervoor zorgen dat onze regelgeving evenredig is met de problemen waarmee we te maken hebben. Vooral in de IPPC-richtlijn, waar we vandaag over praten, gaat het echt om grote ondernemingen, niet over kleine ondernemingen, en dat moeten we ons realiseren.

Ik ben blij met initiatieven zoals Jasmine, die ons volgens mij in de goede richting voeren. We moeten echter wel denken in termen van financiering, markttoegang en regelgeving en over de specifieke behoeften van kleine ondernemingen.

Ik wil voor één ding in het bijzonder pleiten. We hebben een interne markt, maar we hebben niet één communautair octrooi. We zijn hier al jaren over bezig, en het is echt een schande dat we dit probleem niet opgelost krijgen. Het zou op zich voor ondernemingen in de Europese Unie een enorme hulp kunnen zijn. Laten we in actie komen.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de tolken bedanken voor het feit dat ze zijn gebleven, want zij hadden niet de keus om simpelweg te weg te gaan en te gaan lunchen, zoals de heer Beazley daarstraks heeft gedaan.

Ik wil uitleggen dat deel uitmaken van een grote fractie niet helemaal is zoals het lijkt. Als je het niet eens bent met de lijn van een grote fractie en je je eigen positie niet in gevaar wilt brengen en evenmin wilt kontlikken in eindeloze, afstompende, saaie vergaderingen, is het heel moeilijk om in sommige belangrijke debatten spreektijd te krijgen. Dat is de reden waarom het voor mensen zoals ik heel belangrijk is stemverklaringen te kunnen geven.

Ik denk dat ik de Small Business Act in het algemeen verwelkom, en dat geldt eigenlijk voor elke poging om de behoeften van kleine ondernemingen te erkennen. In feite was het de slechte regelgeving in de tijd toen ik mijn eigen kleine onderneming voerde, die me in de politiek heeft doen belanden – gewoon om één specifiek ding gewijzigd te krijgen.

Ik ben er echter vrij zeker van dat alle regelgeving die hiervandaan komt, meer kleine ondernemingen zal opleveren. Op dit moment zijn het overwegend grote ondernemingen, die, wanneer je maar veel Europese regelgeving introduceert, helaas geleidelijk kleine ondernemingen worden die minder mensen in dienst hebben, omdat ze hun omzet door die regelgeving zien dalen en banen verplaatsen naar andere werelddelen. We moeten in dit Huis heel goed oppassen dat we individuen aanmoedigen nieuwe bedrijven op te zetten en dat we niet aanmoedigen dat banen naar een ander werelddeel worden verplaatst omdat we door onze regelgeving banen onrendabel maken.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil net als de vorige spreker alle tolken bedanken voor het feit dat ze naar onze toespraken blijven luisteren. Ik weet zeker dat u er minder plezier aanbeleeft dan wij doen.

Twee van mijn persoonlijke motto's, om redenen die misschien niet voor de hand liggen, zijn “klein is mooi” en “grootte doet er niet toe”. Ik vertegenwoordig Londen, dat volgens mij de geweldigste stad in de wereld is en de hoofdstad van het geweldigste land in de wereld. We hebben geen zware industrie meer, maar we hebben wel volop kleine, innovatieve ondernemingen in de creatieve industrieën en de mode-industrie, die aldoor banen scheppen in een echt groeigebied.

Zoals de vorige spreker zei, zien we veel Europese regelgeving die tot doel zou hebben ondernemingen te helpen. Heel vaak is die regelgeving echter het resultaat van gelobby door grote ondernemingen die kleine ondernemingen willen buitensluiten. Enkele jaren geleden heb ik eens gedineerd met een bepaalde grote onderneming. Deze beschreef kleine ondernemingen als profiteurs. Het is die houding die we moeten aanpakken. We moeten kleine ondernemingen ook helpen wanneer het gaat om overheidsaanbestedingen en de concurrentie met grote ondernemingen, en vooral in de huidige tijden ook met het omgaan met de kredietschaarste, teneinde te waarborgen dat levensvatbare bedrijven kunnen blijven groeien en welvaart en banen kunnen scheppen in de Europese Unie.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag: Paolo Costa (A6-0049/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor het verslag van de heer Costa over de wijziging van sommige bepalingen in bestaande bilaterale overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen lidstaten en de Republiek Armenië. Ik denk dat er een aanwijzingsclausule moet worden toegevoegd ter voorkoming van discriminatie tussen luchtvervoerders uit de Gemeenschap en die uit de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. Bovendien steun ik het in artikel 5 toegevoegde amendement inzake tarieven voor luchtdiensten, uit hoofde waarvan luchtvervoersdiensten die geheel binnen de Gemeenschap worden uitgevoerd onder de wetgeving van de Europese Gemeenschap vallen. Volgens mij profiteren zowel de ondernemingen in de luchtvaartsector als de burgers van deze wijzigingen doordat de administratieve rompslomp van de procedures wordt verminderd en er een oplossing wordt gevonden voor de juridische conflicten die zich gewoonlijk voordoen in gevallen waarbij Gemeenschapsverordeningen en bilaterale overeenkomsten naast elkaar bestaan.

 
  
  

- Verslag: Paolo Costa (A6-0059/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik realiseer me dat het verslag-Costa gaat over technische aspecten van luchtdiensten tussen de Unie en Israël. Ik heb desondanks tegen het verslag gestemd uit protest tegen de buitensporige acties van de Israëlische regering in de Gazastrook, ook al is er geen excuus voor de raketaanvallen op Israëlische nederzettingen die Hamas-strijders organiseren, en is het begrijpelijk dat Israël reageert.

Het probleem is dat de recente invasie van de Gazastrook volstrekt onevenredig was en grotendeels zonder aanzien des persoons, met honderd keer meer slachtoffers onder onschuldige Palestijnse mannen, vrouwen en kinderen dan onder de Israëlische militairen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. – (PL) Ik stem voor het verslag over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de ondertekening en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten. Ik sluit me aan bij het voorstel van de rapporteur om deze Overeenkomst te ondertekenen.

Ik ben van mening dat de wijzigingen met betrekking tot de aanwijzingsclausule, de belasting van vliegtuigbrandstof en de vervoerstarieven terecht zijn ten opzichte van de bestaande bilaterale overeenkomsten. Ik hoop dat ons wederzijds vertrouwen in de systemen van de wederpartij een gunstige invloed zal hebben op de uitvoering van de Overeenkomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor het verslag van de heer Costa over de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Staat Israël inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten. Ik ben het met de rapporteur eens dat de economische samenwerking met de Staat Israël voor bepaalde diensten, zoals luchtdiensten, moet worden gestimuleerd, niet alleen vanwege de wederzijdse voordelen, maar ook wegens de positieve externe effecten in het hele omringende gebied. Ikzelf ben rapporteur van het verslag over de ontwikkeling van een gemeenschappelijke luchtvaartruimte met Israël, in het kader van het voorstel van de Commissie voor een algemeen luchtvaartakkoord met deze belangrijke partner voor de EU in het Midden-Oosten en in de context van het Europese nabuurschapsbeleid; dit land is tevens een van de grootste handelspartners is van de EU in het Euro-mediterrane gebied.

Israël is bovendien sinds lang lid van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, het land voldoet aan de hieruit voortvloeiende verplichtingen en voert een beleid dat aansluit bij de internationale wetgeving op dit gebied, vooral met betrekking tot veiligheid en bescherming, maar ook ten aanzien van milieubescherming en het welzijn van de werknemers van Israëlische luchtvaartmaatschappijen. Dit alles maakt dat de bovengenoemde veelomvattende Overeenkomst op communautair niveau moet worden uitgevoerd, waarbij tegelijkertijd de milieugevolgen van het toenemende verkeer worden aangepakt en er voor een gelijk speelveld wordt gezorgd.

 
  
  

- Verslag: Joseph Borrell Fontelles (A6-0073/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het Aanvullende Protocol bij de Overeenkomst tussen de EG en Zuid-Afrika gestemd, dat rekening houdt met de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de EU.

Als gevolg van de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de EU zal het Europees Parlement instemmen met het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds, in verband met de toetreding van de Republiek Bulgarije en van Roemenië tot de Europese Unie.

Ik ben van mening dat het van groot belang is dat Roemenië wordt opgenomen in alle overeenkomsten die de EU met derde landen sluit. Roemenië maakt deel uit van de Europese familie en geniet volledige rechten, zodat het moet worden opgenomen in alle documenten die de EU betreffen. Roemenië moet in het genot komen van alle rechten en plichten van een lidstaat van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb mij onthouden van stemming over het verslag van de heer Borrell Fontelles over het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst EG/Zuid-Afrika in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU. Ik kan mij namelijk niet helemaal vinden in het door mijn collega verrichte werk.

 
  
  

- Verslag: Jeanine Hennis-Plasschaert (A6-0061/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. - (IT) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Sinds de inwerkingtreding van het Akkoord van Schengen is er veel vooruitgang geboekt. Dit akkoord heeft het leven van een groot aantal Europese burgers radicaal veranderd doordat er een nieuwe aanpak kwam van grensbeheer.

De nieuwe fase van geïntegreerd grensbeheer ging in 2002 van start en resulteerde in een gemeenschappelijk geheel van wetgevingsinstrumenten, een gemeenschappelijk mechanisme voor coördinatie en operationele samenwerking, een gemeenschappelijke en geïntegreerde risicobeoordeling, opgeleid personeel en een verdeling van de lasten tussen de lidstaten in het vooruitzicht van een Europese grenswacht.

Nu deze fase is afgerond, is het tijd om vooruit te kijken om tot echt geïntegreerd grensbeheer te komen, teneinde de twee doelstellingen ervan te verwezenlijken, namelijk de veiligheid vergroten en het de onderdanen van derde landen gemakkelijker maken om te reizen. Met het oog hierop ben ik dan ook een voorstander van de voorstellen van de Commissie aan het Parlement, waarvan een groot aantal al is besproken in mijn verslag over de communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen. Het lijkt in deze kwestie onvermijdelijk dat we voort zullen gaan op de ingeslagen weg en zullen instemmen met de invoering van een inreis-/uitreisregistratie, vergemakkelijking van grensoverschrijding voor reizigers en de invoering van een elektronisch systeem voor reisvergunningen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De lidstaten blijven verantwoordelijk voor de bewaking van hun eigen grenzen, maar slechts een algemene aanpak met een gemeenschappelijk beleid creëert de mogelijkheid de fundamentele uitdagingen van het beheer van de grenzen en migratiestromen aan te pakken.

Een ruimte zonder binnengrenzen kan niet functioneren zonder deling van verantwoordelijkheden en solidariteit bij het beheer van de buitengrenzen, met name als we bedenken dat de buitengrenzen van de EU elk jaar door meer dan 300 miljoen reizigers worden overschreden.

Een echt geïntegreerd beheer van de grenzen moet een antwoord kunnen geven op twee essentiële doelstellingen: het versterken van de veiligheid en het vergemakkelijken van het overschrijden van de grenzen door degenen die legaal en met legitieme motieven de EU willen binnenkomen.

We kunnen echter niet blijven doorgaan met het goedkeuren van nieuwe, op zichzelf staande initiatieven zonder een gedetailleerd totaalplan voor de strategie van de EU op het vlak van de grenzen. Het is ook van belang de bestaande systemen te toetsen, zodat we kunnen afwegen of er daadwerkelijk behoefte bestaat aan nieuwe instrumenten. We dienen tevens de haalbaarheid, betrouwbaarheid, interoperabiliteit en kosten te beoordelen, evenals het feit of er op de meest adequate wijze rekening is gehouden met de bescherming van de grondrechten van personen.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Deprez (ALDE), schriftelijk. (FR) Ik steun het verslag van mevrouw Hennis-Plasschaert over de toekomst van het beheer van de buitengrenzen door de Europese Unie.

De Commissie ziet zich gesteld voor de uitdaging dat enerzijds de veiligheid binnen de Unie moet worden versterkt terwijl anderzijds de onderdanen van derde landen zich gemakkelijker moeten kunnen verplaatsen; zij stelt hiertoe drie oplossingen voor: opzet van een inreis- en uitreissysteem, met name om te voorkomen dat reizigers de toegestane verblijfsduur overschrijden, ervoor zorgen dat "bonafide" reizigers gemakkelijker de grens kunnen oversteken en invoering van een elektronisch systeem voor de registratie van reizigers, zoals sinds januari in de Verenigde Staten wordt toegepast. Met betrekking tot dit laatste punt benadruk ik dat de Commissie een verkennend onderzoek dient uit te voeren om de doeltreffendheid, de impact en de praktische haalbaarheid van een dergelijk systeem te analyseren. We moeten het nut en de werkelijke toegevoegde waarde objectief kunnen beoordelen, niet alleen wat wordt verondersteld.

Vóór de invoering van een dergelijk uitgebreid systeem, zijn twee zaken van belang: versnelde tenuitvoerlegging van SIS II om biometrische visum- en paspoortcontroles mogelijk te maken en beoordeling van de gevolgen die het systeem heeft voor de bescherming van persoonsgegevens om binnen de grenzen van proportionaliteit te blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. (FR) Wat dun gezaaid is, is extra aandacht waard. Dit initiatiefverslag over de toekomst van het grensbeheer van de Unie is redelijk en getuigt van enig realisme: als eerste fase voor het uitstippelen van een grensbeheer van de Unie wordt een kritische en diepgaande analyse voorgesteld van het functioneren en de doeltreffendheid van de bestaande systemen en de respectieve interacties.

Zonder lichtgelovig te zijn, hebben we reden tot optimisme en dan komt er wellicht een debat.

Bij wijze van anekdote en ter verduidelijking van de geestesgesteldheid van de auteurs van deze tekst, citeer ik twee passages uit het verslag.

In een eerste passage wordt erkend "dat de balans tussen het garanderen van het grensoverschrijdende vrije verkeer van steeds meer mensen en het garanderen van meer veiligheid voor de Europese burgers een moeilijke exercitie is...". Dat is waar, maar elders staat: "dat de maatregelen ter verbetering van de veiligheid van de grenzen gepaard moeten gaan met het bevorderen van de passagiersstromen en het vergroten van de mobiliteit bij een steeds toenemende mondialisering".

Een dergelijke mate van schizofrenie gaat ons verstand te boven.

 
  
MPphoto
 
 

  Roselyne Lefrançois (PSE), schriftelijk. (FR) Als schaduwrapporteur van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement voor dit dossier heb ik van het begin af aan een serieus voorbehoud uitgesproken over het nut en de doeltreffendheid van een inreis- en uitreissysteem waarnaar wordt verwezen in de Commissiemededeling. Voor de invoering van een dergelijk systeem, dat rechtstreeks is gestoeld op het Amerikaanse US-VISIT, zijn kolossale investeringen nodig waarvan het resultaat voor de bestrijding van zowel illegale immigratie als criminaliteit zeer onzeker is. Dat blijkt in ieder geval uit de ervaring in de Verenigde Staten.

De overwogen maatregelen omvatten massale verzameling van persoonsgegevens en vormen in mijn ogen een risico voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, een standpunt dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming met mij deelt.

Na de goedkeuring van een aantal van mijn amendementen, waarin twijfels naar voren worden gebracht over de noodzaak en de proportionaliteit van het systeem en kritiek wordt geuit op de cultuur van wantrouwen die steeds vaker de boventoon voert bij besluiten over het beheer van de buitengrenzen, heb ik ervoor gekozen het verslag tijdens de zitting te steunen.

Nu de wereldeconomie in een crisis is beland, zijn er waarschijnlijk andere prioriteiten voor de Europese begroting.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Het initiatiefverslag over het grensbeheer in de Europese Unie is belangrijk omdat het als richtsnoer zal dienen voor de wetgeving die de EU in 2009 zal voorstellen. Als rapporteur van de PPE-DE ben ik van mening dat de tekst in een duidelijkere basis moet voorzien voor de voorbereiding van de volgende stappen in het geïntegreerde grensbeheer.

Met betrekking tot het inreis-/uitreissysteem moet worden gezegd dat de hiervoor vereiste gegevens gedeeltelijk reeds zijn verzameld door systemen als VIS, SIS en Eurodac. De Commissie moet voor de koppeling van deze systemen zorgen en hun functionaliteit uitbreiden om kosten te besparen.

De optie dat EU-burgers gebruik kunnen maken van automatische poorten in het kader van het programma voor geregistreerde “bonafide” reizigers, moet worden verwelkomd, aangezien zij het beheer van de reizigersstromen zou bespoedigen en congestieproblemen bij de inreis- en uitreispunten van het grondgebied zou voorkomen. Ik heb voorgesteld om de term “bonafide reiziger” te vervangen door “frequente reizigers” om te voorkomen dat de overige reizigers daardoor als “gevaarlijk” worden gecategoriseerd.

De oprichting van het Elektronisch systeem voor reisvergunningen is vanuit financieel oogpunt onverstandig. Daarom heb ik voorgesteld het te vervangen door het verplichte gebruik van biometrische paspoorten door burgers van derde landen die geen visum nodig hebben om naar de EU te kunnen reizen.

In het belang van de strategische doelstellingen van de EU moet de Commissie ervan afzien nieuwe instrumenten te ontwikkelen zolang de bestaande nog niet volledig operationeel zijn en naar behoren functioneren.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. (RO) De veiligheid van de buitengrenzen is een vraagstuk waaraan tot dusver te weinig aandacht is besteed, zowel door ons in het Europees Parlement als door de andere Gemeenschapsinstellingen. Ik heb mijn steun gegeven aan dit verslag omdat ik ervan overtuigd ben dat een betere identificatie van onderdanen uit derde landen niet alleen belangrijk is omdat daardoor personen kunnen worden geweerd die niet welkom zijn, maar ook omdat het de toegang voor legitieme reizigers zal vergemakkelijken.

Dit verslag bevat tal van noodzakelijke aanbevelingen en opmerkingen, maar ik wil hier in het bijzonder ingaan op het belang van een alomvattend masterplan voor het grensbeheer. Weliswaar worden de institutionele veranderingen in de EU momenteel door andere prioriteiten gedicteerd, maar toch is het essentieel dat we de diverse voorgestelde en bestaande grensprogramma’s integreren, om onnodige verdubbelingen en kosten te vermijden.

Ook wil ik het belang onderstrepen van de coördinatie van dit mogelijke plan met de ervaringen en doelstellingen van de Schengenruimte, die het duidelijkste voorbeeld vormt voor de soort open ruimte die wij allen in de EU voorstaan. We hebben geen behoefte aan tijdelijke procedures, laat staan aan een hoop niet-compatibele mechanismen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik van mening ben dat de afschaffing van de controles aan de binnengrenzen van de EU een belangrijke stap in het Europese integratieproces is, die evenwel ook nieuwe problemen met zich meebrengt waar we aandacht aan moeten besteden.

Ik ben verheugd over het initiatief dat de Commissie heeft genomen tot de opstelling van wetgevingsvoorstellen voor de periode 2009-2010 over de invoering van een inreis-/uitreissysteem, een Programma voor geregistreerde reizigers (RTP) en een Elektronisch systeem voor reisvergunningen (ESTA). Hoewel ik vind dat deze programma’s zo spoedig mogelijk moeten worden uitgevoerd, moeten zij ook zo doeltreffend mogelijk functioneren en daarom naar behoren worden voorbereid.

De correcte werking van het inreis-/uitreissysteem is wat betreft zowel de inrichting als het functioneren ervan afhankelijk van de slaagkans van de systemen VIS, SIS II en Eurodac. Ik ben van mening dat dit absoluut essentieel is voor de opstelling van een alomvattend masterplan dat een algemeen kader vaststelt voor de grensstrategie van de EU en voor de nodige coördinatie en samenwerking zorgt tussen de verschillende systemen en bevoegde instanties.

We moeten ook de ervaringen van de VS op dit gebied in aanmerking nemen. Ik ben het met de auteur eens dat een programma als US VISIT technisch gezien kan functioneren en dat het programma daarom niet per definitie een hinderpaal vormt voor een normale reizigersstroom.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Een rechtssysteem dat fraudegevoelig is, moeilijk toepasbaar en vaak niet handhaafbaar, is een vrijbrief om de wet te schenden, zo niet gewoon te negeren. Op basis van de beschikbare gegevens moeten we geloven dat dit een van de problemen is waar de verschillende Europese immigratiewetten mee te kampen hebben. Welnu, we weten heel goed dat het afschrikkend karakter van een wet meer afhangt van de waarschijnlijkheid dat de wet toepassing vindt dan van de sancties die erin zijn voorzien. Dit besef leidt tot de erkenning dat de Europese autoriteiten absoluut moeten samenwerken bij de toepassing van de bestaande wetgeving en het afstemmen van het wettelijk kader op de realiteit die in verschillende verslagen beschreven staat.

Tot slot moeten we met het oog op zowel solidariteit als billijkheid en rechtvaardigheid onderstrepen dat er rekening moet worden gehouden met de lasten die het beheer van de buitengrenzen voor de desbetreffende lidstaten meebrengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Rogalski (UEN), schriftelijk. − (PL) Ik heb voor dit verslag over de volgende stappen in het grensbeheer in de Europese Unie gestemd. Ik zou echter uw aandacht willen vestigen op een aantal belangrijke aspecten waarmee in de toekomst rekening dient te worden gehouden.

Een gebied zonder binnengrenzen kan niet functioneren zonder verantwoordelijkheid voor het beheer van deze grenzen. De verhoging van de veiligheid van de grenzen, die hand in hand zou moeten gaan met de bevordering van het vrije verkeer van personen in een Europa dat zich steeds meer tot één geheel ontwikkelt, is een belangrijk element op dit gebied. Het zou echter ons uiteindelijke doel moeten zijn om een evenwicht te bereiken tussen het waarborgen van het vrije verkeer van personen en het verzekeren van meer veiligheid voor de Europese burgers.

Een benadering die gebaseerd is op de doelstelling om de privacy zodanig te beschermen dat de persoonlijke gegevens van reizigers niet worden misbruikt en dat de reizigers vertrouwen hebben in de instanties die over deze gegevens beschikken, zou in dit verband een sleutelrol kunnen vervullen. Het gebruik van persoonlijke gegevens biedt belangrijke voordelen op het vlak van de openbare veiligheid. We mogen echter niet vergeten dat het vertrouwen van het publiek in het optreden van deze instanties aan de basis moet liggen van alle wetgevende activiteiten op dit gebied. Om dit doel te bereiken, moet in waarborgen voor een maximale gegevensbescherming en passende toezichtmechanismen worden voorzien.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik steun het verslag van mevrouw Hennis-Plasschaert over de belangrijke kwestie van de volgende stappen in het grensbeheer in de Europese Unie en ervaringen met grensbeheer in derde landen. Ik ben het met de rapporteur eens dat het van essentieel belang is eerst de bestaande grensbeheersystemen te evalueren en te beoordelen alvorens nog meer middelen te investeren en de systemen te ontwikkelen die de Commissie lijkt voor te staan, namelijk de invoering van een inreis-/uitreissysteem voor alle ingezetenen van derde landen, een ook voor hen openstaand programma voor “geregistreerde reizigers” en een kader voor de ontwikkeling van “lokale” systemen voor geregistreerde reizigers en geautomatiseerde grenscontrole. Deze procedures hebben weliswaar grote mogelijkheden, maar er moet worden onderstreept - en op dit punt ben ik dan ook erg ingenomen met het werk van de rapporteur - dat er absolute voorrang moet worden gegeven aan de bescherming van persoonsgegevens en de ontwikkeling van technologieën die zo weinig mogelijk inbreuk maken op het beginsel van de vertrouwelijkheid en, last but not least, een grondige kosten-batenanalyse.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk. (RO) Met het oog op het belang van vrij verkeer als onderdeel van het Europese project waren de maatregelen die in de loop der jaren zijn genomen, erop gericht de controles aan de binnengrenzen te versoepelen.

In een situatie waarin – bijvoorbeeld in 2006 – in de EU wel 8 miljoen illegale immigranten zijn geregistreerd, acht ik het initiatief van de Commissie om in de periode 2012-2015 een inreis-/uitreissysteem, een Programma voor geregistreerde reizigers (RTP) en een Elektronisch systeem voor reisvergunningen (ESTA) in te voeren, noodzakelijk. Een Europese ruimte zonder grenzen, een droom die is uitgekomen, kan alleen functioneren als we gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen en solidariteit betonen bij het beheer van de buitengrenzen, een taak waarbij de lidstaten aan de grenzen van de EU, waaronder ook Roemenië, een belangrijke rol zullen spelen.

We mogen echter niet uit het oog verliezen dat er reeds grensbeveiligingssystemen zijn zoals Eurosur en Frontex. Daarom is het met het oog op hun werking van cruciaal belang om te evalueren in welke mate deze systemen door het nieuwe initiatief kunnen worden aangevuld zonder het risico van verdubbelingen te lopen. Bovendien moeten we voortdurend aandacht blijven besteden aan de bescherming van het recht op privacy en aan de ontwikkeling van nieuwe, minder invasieve technologieën.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Strož (GUE/NGL), schriftelijk. − (CS) In de eerste plaats wil ik kenbaar maken dat ik het volstrekt oneens ben met de basisgedachte van het onderhavige verslag dat de opheffing van de grenscontroles aan de binnengrenzen van de EU een van de grootste successen van de Europese integratie zou zijn. Het opheffen van de grenscontroles is louter een logisch voortvloeisel van het neoliberale project met de naam EU, dat valt of staat met het vrije verkeer van kapitaal, goederen en personen casu quo arbeidskrachten. De EU zou in de allereerste plaats successen moeten laten zien op het gebied van vrede en sociaal beleid, maar die zijn helaas steeds dunner gezaaid.

Ook gaat het verslag ervan uit dat de EU als het om de buitengrenzen gaat, het systeem van de Verenigde Staten zou moeten overnemen. Alleen al vanwege het al te tastbaar aanwezige en steeds verder uitdijende “IJzeren Gordijn” tussen de VS en Mexico is dit een volstrekt onaanvaardbare gedachte. Dan nog wat het beheer van de buitengrenzen van de EU betreft, zou ik verder graag willen benadrukken dat de recente Europese geschiedenis ons ondubbelzinnig leert dat politieke en sociale problemen niet kunnen worden opgelost met politionele en routinemaatregelen.

 
  
  

- Verslag: Klaus-Heiner Lehne (A6-0040/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten in het Europees Parlement, willen met deze stemverklaring uitleggen waarom wij ervoor kozen om voor het verslag van de heer Lehne over grensoverschrijdende overplaatsingen van zetels van vennootschappen te stemmen. Wij vinden dit een belangrijke aanvulling op het verslag van de heer Lehne over het statuut van de Europese besloten vennootschap.

Wij zijn van mening dat het ontbreken van een gemeenschappelijk regelgevingskader voor overplaatsingen van zetels van vennootschappen problemen met zich meebrengt voor vennootschappen die hun zetel binnen de interne markt over de grenzen wil overplaatsen, omdat vennootschappen vandaag gedwongen worden hun vennootschap te liquideren en dus te ontbinden om hun hoofdzetel over te kunnen plaatsen. Wij vinden het ook goed dat het Europees Parlement stelt dat de zetelverplaatsing niet tot het omzeilen van wettelijke, sociale en fiscale verplichtingen mag leiden. Wij zijn er ook mee ingenomen dat het Europees Parlement erop wijst dat een zetelverplaatsing belastingneutraal dient te zijn.

Wij zijn het echter niet eens met alle conclusies die de commissie in verband met de behandeling van het verslag heeft getrokken. Dat geldt bijvoorbeeld voor overweging G dat het Europees Parlement geen wetgeving in strijd met de jurisprudentie van het Hof van Justitie kan uitvaardigen. Wij willen erop wijzen dat het het Europees Parlement is dat samen met de Raad wetgeving uitvaardigt en dat het de taak van het Hof van Justitie is die wetgeving te interpreteren, niet omgekeerd. Wij hadden verder de formulering “wijst op de positieve effecten van fiscale concurrentie voor de economische groei in het kader van de Lissabonstrategie”, het liefst ook uit het verslag geschrapt gezien.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik stem tegen het verslag van de heer Lehne over grensoverschrijdende overplaatsingen van zetels van vennootschappen. Ik ben namelijk van mening dat grensoverschrijdende overplaatsing van een bedrijf niet moet worden beschouwd als een van de cruciale elementen voor de voltooiing van de interne markt, maar - zoals vaak het geval is - als een manier om de nationale wetgevingen van de lidstaten op velerlei gebied (niet in het minst op belastinggebied) te omzeilen. Ik ben derhalve tegen dit verslag omdat er een reëel risico bestaat dat met grensoverschrijdende overplaatsing van de statutaire zetel van een vennootschap de juridische, sociale en belastingregels van de Europese Unie worden ontdoken.

 
  
  

- Verslag: Giusto Catania (A6-0050/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb het verslag-Catania gesteund. Naar mijn mening moet de verordening van Dublin zodanig worden herzien dat bij de regels die bepalen welke staat belast is met het onderzoek van een asielaanvraag rekening wordt gehouden met de individuele behoeften van asielzoekers. Wij moeten de nadruk leggen op de integratie van asielzoekers in hun nieuwe omgeving. We moeten garanderen dat zij de mogelijkheid krijgen om de taal te leren van het land waar zij verblijven, aangezien dit hun kansen zal vergroten om goed in hun nieuwe cultuur te integreren.

 
  
MPphoto
 
 

  Guy Bono (PSE), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd voor het initiatiefverslag van de Italiaanse afgevaardigde van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, Giusto Catania, over de vooruitzichten voor het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

De tekst van dit verslag gaat over de situatie van asielzoekers, wier lot op een echte loterij lijkt. Het hangt er maar vanaf in welk land zij terechtkomen. De omstandigheden waarin zij worden vastgehouden, zijn soms op het ondraaglijke af. Het gaat om een situatie die met name grenslanden treft, maar die op Europees niveau moet worden aangepakt. De grondrechten van asielzoekers staan op het spel en ook de capaciteit van bepaalde landen om het hoofd te bieden aan deze migratiedruk. Alle lidstaten dragen hiervoor de verantwoordelijkheid.

In dit verslag wordt de situatie helder uiteengezet en wordt ingegaan op de uitdagingen waarvoor de Europese Unie in dit debat zal komen te staan.

Met deze stem sluit ik me aan bij de Franse socialisten die een situatie hekelen die niet meer door de beugel kan en waarvoor Europa, als democratische instantie en als hoedster van de mensenrechten, een oplossing moet vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik ben tegen stappen in de richting van een gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid in Europa. Ik ben van mening dat een geharmoniseerd asielstelsel het soevereine recht van het Verenigd Koninkrijk zal ondermijnen om zelf te bepalen wie wel en wie niet asiel mag vragen in mijn land. Voorts ben ik van mening dat een gemeenschappelijk asielstelsel de verantwoordingsplicht van Britse ministers en parlementariërs tegenover de burgers die hen kiezen, zal verzwakken.

Ik accepteer dat ontwikkelde landen zoals mijn land een humanitaire verantwoordelijkheid hebben tegenover mensen uit derde landen die geconfronteerd zijn met vervolging, foltering of de dood, of daarmee geconfronteerd zouden worden als ze zouden terugkeren. Ik maak me echter zorgen dat we mogelijk meer zullen blootstaan aan het gevaar van terroristische aanvallen, als het Verenigd Koninkrijk het onafhankelijke vermogen wordt ontnomen om toezicht te houden op binnenkomende asielzoekers en hen te reguleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Gérard Deprez (ALDE), schriftelijk. (FR) Ik steun het verslag van Giusto Catania over de vooruitzichten voor het gemeenschappelijk Europees asielstelsel.

Iedere politieke vluchteling heeft het recht om de Europese Unie binnen te komen en nadat zijn vluchtelingenstatus is erkend, om op Europees grondgebied te verblijven. Helaas wordt dit recht nu niet op gelijke wijze toegepast door de lidstaten, want de erkenning van deze status kan per lidstaat variëren van 0 tot 90 procent!

Voor een hoog en uniform niveau van bescherming in de gehele Unie moeten diverse zaken snel ten uitvoer kunnen worden gelegd, zoals: invoering van één asielprocedure en eenduidige normen voor de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor de vluchtelingenstatus; invoering van een mechanisme van juridische en doeltreffende solidariteit tussen de lidstaten: sommige landen worden overspoeld door asielaanvragen en andere hebben hier niet mee te maken; verbetering van de omstandigheden waarin asielzoekers worden opgevangen, met bijzondere aandacht voor de situatie van minderjarigen en beperking van detentiemogelijkheden alsmede de oprichting van een Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken.

Daarom draait het pakket wetgevingsmaatregelen inzake asielbeleid waarover wij ons nu aan het einde van deze zittingsperiode buigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) De basisgedachte van het verslag van de heer Catania is dat iemand die internationale bescherming aanvraagt per definitie van goede wil is, terwijl iedereen weet dat asiel vaak slechts als voorwendsel dient voor potentiële economische immigranten, zodat zij niet worden uitgewezen. De lidstaten geven zogenaamd geen gehoor aan hun ellende, stellen zich repressief op en zijn te traag in hun besluitvorming. Niemand wijst er overigens op dat misbruik van onwettige procedures schadelijk is voor een snelle behandeling van echte asielaanvragen.

Een aantal voorstellen in het verslag is waarschijnlijk door deze uitgangspunten ingegeven, zoals het rekening houden met de wensen van de aanvrager door het land dat de aanvraag in behandeling moet nemen, aanwijzing van dit land door een Europees bestuurslichaam, aanpassing van de rechten van asielaanvragers aan die van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen, vrij verkeer op het grondgebied van de Europese Unie en dergelijke.

Wij staan achter de noodzakelijke samenwerking met de Europese landen die door hun geografische ligging het meest rechtstreeks te maken hebben met migrantenstromen en die er niet in slagen hieraan het hoofd te bieden. Maar dit mag in geen geval uitmonden in een Europees beleid waarmee de lidstaten volgens de willekeur van asielzoekers en een supranationaal bestuurslichaam verplicht worden bepaalde personen op hun grondgebied op te vangen.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (PSE), schriftelijk. − (EN) We kunnen ons vinden in de hoofdlijnen van het compromisverslag en stemmen er daarom voor. Dit gezegd zijnde, zijn we het echter niet eens met bepaalde clausules, zoals de bepalingen inzake vasthouding. Ik vind dat ze niet helemaal de ingewikkelde en moeilijke situatie van kleine lidstaten zoals Malta weerspiegelen en deze niet precies overbrengen.

Malta wordt geconfronteerd met een stroom illegale immigranten die onevenredig groot is in verhouding tot de geografische afmetingen (316 km2), de kleine bevolking (400 000 inwoners) en andere beperkte middelen (administratief, financieel en dergelijke) van Malta, waarmee rekening moet worden gehouden wanneer wordt gereguleerd, wordt gedebatteerd of wetgeving wordt opgesteld over dit onderwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. (FR) De wil om een Europees asielstelsel op te zetten strekt in wezen slechts tot één doel: de lidstaten van de Europese Unie de juridische mogelijkheid te bieden om zoveel mogelijk immigratiekandidaten gemakkelijker en zonder verplichtingen (die zinloos en strijdig met de mensenrechten worden geacht) op te vangen.

Zo wordt het Europese grondgebied weer bevestigd als een gebied waar alle migrantenpopulaties worden opgevangen. Er is weer met nadruk gewezen op volledige inachtneming van het beginsel van niet-terugzending en de verplichting om bijstand te verlenen zoals verankerd in het VN-Verdrag inzake het zeerecht.

En zo, en dat begrijpen we voor deze aanhangers van immigratie, maakt het eenvoudige feit dat iedere lidstaat zijn eigen soevereiniteit en functioneren op het gebied van asielrecht behoudt, verschillen mogelijk in de aanvaarding van asielaanvragen en vormt dit dus belemmeringen voor een algemene opvang van asielzoekers.

Met bijna 26 miljoen ontheemden in eigen land en meer dan 12 miljoen vluchtelingen in de hele wereld gaat het niet om het zoeken naar meer opvangmogelijkheden, want die zullen altijd tekortschieten in het licht van de exponentieel groeiende vraag. We moeten er juist voor zorgen dat al deze bevolkingsgroepen in hun land kunnen blijven, er werk kunnen vinden en er een gezin kunnen stichten, en hen hiertoe stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Marie Le Pen (NI), schriftelijk. (FR) Het verslag van de communist Catania bevordert een Europees beleid dat is gericht op immigratie.

Onder het mom van de mensenrechten wil hij van Europa een open gemeenschap maken die bereid is alle ellende van de wereld op zich te nemen.

Hiertoe stelt hij harmonisering van bovenaf van het asielrecht voor, het beginsel van niet-terugzending, afschaffing van detentie of uitbreiding van de richtlijn betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen.

De heer Catania doet alsof hij vergeten is dat de meeste illegale immigranten die Europa binnenkomen (alleen al in het gebied rond de Middellandse Zee 75 000 in 2008) geen politieke, maar economische vluchtelingen zijn die de ellende in hun land ontvluchten.

Dit misbruik van het asielrecht, dat indruist tegen het Verdrag van Genève, wordt niet voor niets in het verslag weggelaten. "Blanken" moet een slecht geweten worden aangepraat door hen eraan te herinneren dat zij eens verschrikkelijke kolonisatoren waren en hiervoor nu in de volle zin des woords moeten betalen. Legenden zijn moeilijk uit de wereld te helpen.

De heer Catania wil het asielrecht omvormen tot normale immigratietak en maakt daarmee de weg vrij voor misbruik op grote schaal en duwt illegale immigranten zo in de rol van zondebok.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik verwelkom de indiening door de Commissie van een verordening tot wijziging van het communautaire asielrecht, omdat de huidige situatie daar dringend om vraagt. Het aantal vluchtelingen stijgt gestaag en de huidige asielverordeningen en -richtlijnen zijn niet meer op de huidige toestand berekend. Ik acht het dan ook absoluut noodzakelijk dat de hervormingen van de Commissie zo spoedig mogelijk hun beslag krijgen en vestig daarbij de aandacht op de volgende zeer belangrijke punten:

Er moet een gemeenschappelijk asielstelsel komen dat tot "eenvormige en redelijke termijnen" leidt.

De rechten van vluchtelingen moeten worden versterkt – gezien hun bijzonder "kwetsbare" situatie mogen asielzoekers in principe niet opgesloten worden.

Er moeten uniforme controles aan de grenzen komen om personen die recht op internationale bescherming hebben, eenvoudiger toegang te verlenen.

De vigerende Dublin-regeling, op grond waarvan op wensen van asielzoekers bijvoorbeeld met betrekking tot hun keuze van een Europees land niet wordt ingegaan, moet zodanig worden herzien dat personen waarvan de bijzondere kwetsbaarheid wordt erkend, ook in een ander EU-land kunnen leven.

De afzonderlijke lidstaten moeten altijd onafhankelijk kunnen bepalen wie zij opnemen, hoeveel mensen zij opnemen en waarom iemand wordt opgenomen.

Ik steun het voorstel van de Commissie en ook het initiatiefverslag, maar wijs er nogmaals op dat in deze kwestie een snelle en uniforme tenuitvoerlegging van cruciaal belang is.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. − Vandaag heb ik tegen het voorstel van de heer Catania gestemd over de toekomst van een Europees gemeenschappelijk asielbeleid. Mijn partij, de Socialistische Partij van Nederland, gelooft niet dat harmonisatie op het gebied van asielbeleid en het optuigen van een agentschap om dit voortaan te gaan regelen, zal leiden tot een meer gelijke verdeling van het aantal asielaanvragen over de verschillende lidstaten. Asielaanvragen worden eerder bepaald door de aanwezigheid van familieleden en kennissen in bepaalde lidstaten, die nieuwe asielzoekers aantrekt.

Ook ben ik van mening dat harmonisatie zal leiden tot een lagere kwaliteit van het asielbeleid in landen waar dat op dit moment relatief goed geregeld is, omdat lidstaten de gelijktrekking zullen gebruiken om het laagst mogelijke niveau op te zoeken. Een dergelijke race to the bottom is onwenselijk en zal uiteindelijk alleen de asielzoekers treffen. Hoezeer ik de inzet van collega Catania ook waardeer, hier kan ik zijn conclusies niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Hoewel samenwerking bij asielvraagstukken gezien de massale toevloed van vluchtelingen belangrijk is, zet ik vraagtekens bij het nut van het geplande Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken. Verbeteringen kunnen ook zonder een dergelijk bureau tot stand worden gebracht. Daarbij komt dat sommige van de beoogde maatregelen onder de bevoegdheid van andere organisaties, zoals Frontex, vallen. Bovendien kan het niet zo zijn dat dit nieuwe bureau risicoanalyses maakt die de lidstaten vervolgens moeten gebruiken, wat erop neerkomt dat wordt voorgeschreven welke asielzoekers moeten worden opgenomen. Dat vormt een flagrante inmenging in de soevereiniteit van de EU-lidstaten, die niet anders dan afgewezen kan worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Hoewel in bepaalde gevallen immigranten vergelijkbare drijfveren kunnen hebben als asielzoekers om hun land te verlaten, dienen de twee stelsels zowel op wettelijk vlak als wat betreft de administratieve procedures duidelijk gescheiden te zijn.

Na dit belangrijke voorbehoud dienen we in overweging te nemen dat door de feitelijk open grenzen in de Schengenruimte besluiten over deze materie in de ene lidstaat effecten kunnen sorteren in een andere lidstaat. Een asielzoeker daarentegen kan Europa als één geheel zien en de “Europese Unie” opvatten als een homogene en veilige ruimte, die hij in zijn beleving plaatst tegenover het gevaar waarvoor hij is gevlucht. Tot slot kan een asielzoeker die voor een reële bedreiging van zijn leven op de vlucht is moeilijk de plek uitkiezen waar hij Europa binnenkomt of in staat zijn de noodzakelijke administratieve procedures af te wikkelen die van een potentiële immigrant worden verlangd. Deze overwegingen bij elkaar nopen tot coördinatie en samenwerking tussen de lidstaten. Uit het voorgaande vloeit echter niet voort dat asiel tot een alternatieve toegangspoort voor immigratie moet worden gemaakt of, sterker nog, tot een manier om de illegaliteit van bepaalde migratiestromen te omzeilen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik kan mij niet vinden in een groot aantal punten in het verslag van de heer Catania over de vooruitzichten voor het gemeenschappelijk Europees asielstelsel en daarom stem ik ertegen. Hoewel ik het met de heer Catania eens ben dat het concept van de asielverlening een wezenlijk onderdeel is van de democratie en bescherming van de mensenrechten, is het absoluut noodzakelijk dat iedere vorm van mogelijk misbruik wordt voorkomen, wil dit concept zulks kunnen blijven.

In plaats van een gemeenschappelijk asielstelsel in Europa en de oprichting van een “Europa van de asielverlening”, in de woorden van het afgelopen oktober door de Europese Raad aangenomen Europees Pact over immigratie en asiel, zou het derhalve wenselijker zijn om een “Europa van de rechten” op te richten, dat wil zeggen een Europa dat de oorzaken aanpakt van de door de rapporteur benadrukte stijging van het aantal vluchtelingen, dat zich op internationaal vlak harder maakt voor de oplossing van conflicten in bepaalde landen en dat vastberadener meer druk uitoefent opdat overal waar dat nu nog niet het geval is, de waardigheid, het menselijk leven en de fundamentele vrijheden gegarandeerd worden geëerbiedigd. Het onderliggende probleem - waarvoor andere instrumenten moeten worden gebruikt - wordt niet verholpen en wordt nooit effectief opgelost door de gevolgen van deze ernstige schendingen van de rechten te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − In de EU groeide het aantal vluchtelingen de laatste jaren tot 12 miljoen. Daarbovenop zijn er ook nog 26 miljoen binnenlandse ontheemden.

Een gemeenschappelijk Europees asielbeleid is nodig, want er bestaan té grote verschillen in het asielbeleid van de 27 EU-lidstaten. Dat leidt in de praktijk tot het spelen met de toekomst van mensen en dat is ongehoord. Tijdens de eerste fase (1999-2005) probeerde de EU de beleidsaanpak van de lidstaten te harmoniseren op basis van gemeenschappelijke minimumnormen. In een tweede fase werd gewerkt aan een gemeenschappelijke asielprocedure en een uniforme status voor personen die asiel krijgen of bijkomende bescherming.

Het verslag dat we vandaag goedkeuren, verwelkomt het opzetten van een Europees Asielagentschap, maar betreurt de trage gang van zaken bij het uitvoeren van de tweede fase. De niet-inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is daar natuurlijk debet aan. Ik steun de vraag naar verbetering van de bestaande wetgeving zowel wat betreft de procedurerichtlijn, de richtlijn die de voorwaarden voor ontvangst bepaalt, als de richtlijn die de vluchtelingenstatus toekent of intrekt.

Ik ondersteun het verslag omdat het belangrijk is dat er een beschermingsstandaard voor vluchtelingen komt en dat alle lidstaten solidair hun verantwoordelijkheid opnemen en doelgericht samenwerken.

 
  
  

- Verslag: Gabriele Stauner (A6-0022/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor het verslag van mevrouw Stauner over het actieplan van de Commissie voor een geïntegreerd internecontrolekader van de EU-begroting. De beginselen van goed financieel beheer en budgettaire transparantie zijn essentieel, niet alleen om een gunstige betrouwbaarheidsverklaring van de Europese Rekenkamer te bekomen - door de wetgeving inzake controle te vereenvoudigen en de hieruit voortvloeiende potentiële reductie van de bijkomende kosten -, maar ook om op middellange termijn effectiever toezicht te houden op het gebruik van de middelen van de EU-burgers en hierdoor de legitimiteit van de EU-actie te vergroten. Het lijkt mij daarom van cruciaal belang dat er wordt samengewerkt met de lidstaten en de onafhankelijke nationale controle-instellingen, zoals de rapporteur bovendien al heeft onderstreept.

 
  
  

- Verslag: Manuel Medina Ortega (A6-0058/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Steeds vaker krijgen rechtbanken te maken met vraagstukken op het gebied van het internationale en grensoverschrijdende bewijsrecht. Het kan hierbij gaan om ongelukken die Oostenrijkers in Duitsland hebben gehad, gebreken aan producten of diensten die in een andere lidstaat zijn gekocht, getuigen die aan de andere kant van de EU wonen en gedaagden die naar het buitenland vertrekken. Het recht om te worden gehoord mag nooit eindigen als het bewijsmiddel zich buiten de staat van het gerecht bevindt. Beroepsbeoefenaren vertellen ons dat er nog altijd onopgehelderde kwesties zijn in verband met grensoverschrijdende bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken. De onduidelijkheid moet worden weggenomen en daarom heb ik voor het onderhavige verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor het verslag van de heer Medina Ortega over de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken. Het is duidelijk dat het, om de doelmatigheid te bevorderen en zo onnodige verspilling van tijd en geld te vermijden, nodig is rechtstreekse contacten en volledige samenwerking tussen gerechten te bevorderen. Bovendien moet er meer gebruik worden gemaakt van informatietechnologie, in het bijzonder van veilige e-mailcommunicatie en videoconferentie, die ook effectiever zijn qua resultaten en qua kosten. Tot slot ben ik net als de rapporteur verheugd over wat er in dit opzicht in de context van het programma voor e-justitie wordt gedaan.

 
  
  

- Verslag: Bert Doorn (A6-0014/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. - (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik stem voor het verslag van de heer Doorn over de toepassing van Richtlijn 2006/43/EG betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen. Ik ben het er helemaal mee eens dat er bij de Commissie op moet worden aangedrongen om in nauwe samenwerking met de lidstaten structuren voor nationale kwaliteitsborging te bevorderen, die een onafhankelijke en externe kwaliteitsborging van auditkantoren garanderen. Het lijkt mij bovendien correct en noodzakelijk om toezicht te houden op en verslag uit te brengen over in hoeverre de doelstellingen van deze richtlijn zijn verwezenlijkt of dit naar verwachting zullen worden.

 
  
  

- Verslag: Claire Gibault (A6-0003/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Atkins (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De Britse conservatieve leden van het Europees Parlement zijn voor gelijke behandeling en toegang van man en vrouw in alle aspecten van de samenleving, met inbegrip van in de podiumkunsten. We hebben dit verslag vandaag om die reden gesteund.

We willen evenwel te boek laten stellen dat we het niet eens zijn met de idee van quota, waarop bijvoorbeeld in paragraaf 12 van het verslag wordt gedoeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. − (IT) Dank u Voorzitter, ik stemde voor het verslag. Enkele dagen na Internationale Vrouwendag bespreken wij in deze zaal opnieuw de sociale ongelijkheid tussen de twee seksen. Ook de wereld van de podiumkunsten, zoals de Commissie duidelijk aan het licht heeft gebracht, is deze problematiek niet bespaard gebleven.

De vrouwen die in de podiumkunstensector werken, hebben het nog steeds moeilijk om zich daar een volwaardige plek te verwerven. Vrouwen bekleden zeer zelden leidinggevende functies in grote culturele instellingen en ontvangen een bezoldiging die vaak lager is dan die van hun mannelijke collega’s. De afwijkende werktijden, die de beoefening van het artistieke beroep kenmerken, bemoeilijken de combinatie van vrouwelijke rollen als echtgenote en moeder met die van werkneemster, en dwingt vrouwen vaak te kiezen tussen carrière en gezin.

Ik sluit daarom af met het benadrukken van de noodzaak van de gelijke aanwezigheid van mannen en vrouwen in besluitvormingsorganen en raadgevende instanties waar beslissingen worden genomen over aanstellingen, promoties, beloningen en financiering, alsmede in de andere takken van de sector, teneinde een statistische controle in te voeren waarbij de arbeidssituatie van vrouwen in de verschillende landen van de Unie systematisch wordt onderzocht en vergeleken.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicodim Bulzesc (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag over de gelijke behandeling en toegang van man en vrouw in de podiumkunsten gestemd, omdat de ongelijkheden wat de beroepsmogelijkheden en de kansen voor vrouwen en mannen betreft, zich in de podiumkunsten sterk doen gevoelen en hardnekkig aanwezig blijven. Bovendien is het absoluut noodzakelijk om het democratisch beginsel van gelijk loon voor gelijk werk, dat in de kunstensector en ook in tal van andere branches niet altijd wordt toegepast, daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Podiumkunsten floreren al duizenden jaren, in alle samenlevingen op aarde. Het is dan ook twijfelachtig waarom de EU het nodig acht haar wil op te leggen aan wat anderszins een sector is die juist floreert, omdat hij grotendeels vrij is van inmenging vanuit Brussel.

Ik denk niet dat het mijn plaats als lid van het Europees Parlement is om degenen die betrokken zijn bij de podiumkunsten, te vertellen hoe ze hun eigen zaken moeten reguleren. Ik denk zelfs dat het mijn taak is ervoor te zorgen dat podiumkunstenaars en organisaties die podiumkunsten faciliteren, zo vrij mogelijk zijn van goedbedoelde, maar misplaatste en naïeve initiatieven zoals het onderhavige.

Ik ben helemaal voor de gelijke behandeling van man en vrouw in de ogen van de wet. Ik denk echter dat artistieke besluiten niet mogen worden beïnvloed door politieke druk. We zijn in dit Huis standvastig gebleven met betrekking tot de reactie op de afbeeldingen van de profeet Mohammed in Deense kranten. Mijn angst is dat we, door artistieke vrijheden uit te hollen, al is het maar een beetje, ook de waarde van de vrijheid van meningsuiting uithollen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij hebben voor dit verslag gestemd, daar het de nadruk legt op het feit dat de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen in de podiumkunsten bijzonder groot en hardnekkig zijn met gevolgen voor de samenleving in haar geheel en het daarom absoluut noodzakelijk acht om de toegang van vrouwen tot alle artistieke beroepen waar zij thans nog in de minderheid zijn, te bevorderen en aan te moedigen.

Zoals het verslag benadrukt, is het aandeel van vrouwelijk deelnemers in kunstzinnige beroepen en in de officiële cultuursector zeer klein en zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in hoge functies bij culturele instellingen, alsook in academies en universiteiten waar bepaalde kunsten worden onderwezen.

Daarom zijn we het eens met veel voorstellen in het verslag. Ook staan wij achter het pleidooi voor het bevorderen van de toegang van vrouwen tot alle artistieke en podiumberoepen waar zij in de minderheid zijn en het aanmoedigen van de lidstaten om alle obstakels voor de toegang van vrouwen tot hoge functies in culturele instellingen, alsook universiteiten en academies, weg te nemen.

We onderstrepen eveneens dat discriminatie van vrouwen een belemmering vormt voor de ontwikkeling van de culturele sector omdat daardoor tal van talenten en capaciteiten onbenut worden gelaten en merken op dat talent contact met het publiek nodig heeft om erkenning te krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) In onze partij, Junilistan, staan wij vanzelfsprekend voor gelijke behandeling, gelijk loon voor gelijk werk en het basisbeginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen. Daarom hebben wij voor dit verslag gestemd.

Wij hebben echter met een duidelijk voorbehoud voorgestemd. Wij kanten ons tegen de poging van het Europees Parlement om te bepalen hoe individuele lidstaten bijvoorbeeld hun nationale kinderopvang moeten organiseren of een quotasysteem toe moeten passen.

Het onderhavige verslag is een typisch voorbeeld van de voor het Europees Parlement kenmerkende bemoeizucht en bedillerigheid. In plaats van te fungeren als een forum voor de belangrijke uitdagingen die grensoverschrijdende samenwerking vereisen, probeert men zich keer op keer te bemoeien met kwesties die nationale aangelegenheden zijn en moeten blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Dit verslag haalt de aanhoudende ongelijkheden tussen vrouwen en mannen naar voren in de carrièrevooruitzichten en kansen in de sector van de podiumkunsten. Ik steun dit verslag, dat de lidstaten verzoekt om specifieke maatregelen te nemen om vrouwen aan te moedigen en te steunen carrière te maken daar waar zij ondervertegenwoordigd zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik vind dat genderongelijkheid geleidelijk uit ons leven moet verdwijnen. In de beschaafde wereld van vandaag moet een einde worden gemaakt aan de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, en tussen meerderheden en minderheden. Het Europees Parlement moet zich houden aan zijn eerdere wetgeving en de waarden van universele solidariteit hooghouden. In het besluitvormingsproces voor de podiumkunsten en diverse andere gebieden moet sprake zijn van gemengdheid. Om echt talent, de meest capabele artiesten en verdienstelijke kandidaten te vinden, moeten vrouwen op alle gebieden dezelfde status krijgen als mannen. Waar mannen worden bevoorrecht boven vrouwen, of omgekeerd, moeten er serieuze correcties en uitvoerbare bescherming komen om een einde te maken aan deze inconsistentie. Het achterstellen van een groep op basis van het geslacht of een ander kenmerk wordt door de EU niet getolereerd en het is onze plicht om ervoor te zorgen dat dit geldt voor het hele gebied van de podiumkunsten (en ook andere gebieden). Het is daarom mijn plicht en die van de PPE-DE-Fractie om ons vertrouwen te geven aan elk stuk wetgeving dat gelijkheid steunt, overtredingen corrigeert en de samenhang tussen leden van de tegenovergestelde seksen beter beschermt.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Petre (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd, en de samenwerking met mevrouw Gibault was zeer goed. We mogen niet vergeten dat vrouwen ondervertegenwoordigd zijn in de podiumkunsten, met name in hoge functies. We mogen ook niet vergeten dat we het over een kwetsbare sector met een groot multiplicatie-effect hebben die van grote invloed is op het publiek en de samenleving. Er is een tekort aan kinderdagverblijven. Bovendien zijn de werktijden in de podiumkunsten lang en ongeregeld. Indien deze aspecten worden verbeterd kan de doelstelling van het verslag om het aandeel van vrouwen in de kunstwereld tot 30 procent te verhogen, worden bereikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag van mevrouw Gibault over gelijke behandeling en toegang van man en vrouw in de podiumkunsten gestemd. Ik onderschrijf de doelen van het verslag van mevrouw Gibault: inzicht verwerven in de sociale en culturele factoren die ten grondslag liggen aan de identiteitsvorming in de podiumkunsten en het voorstellen van concrete oplossingen om het gebrek aan evenwicht dat voortvloeit uit de bestaande ongelijkheden, te corrigeren. Ter wille van de gezondheid van de sector en de persoonlijke ontplooiing van zowel mannen als vrouwen, is het daarom van essentieel belang dat alle beschikbare capaciteiten kunnen worden benut. Tot slot acht ik het van cruciaal belang dat zo snel mogelijk naar een oplossing wordt gezocht om kinderopvangcentra bij culturele ondernemingen in te richten, waarbij de openingstijden moeten worden afgestemd op repetities en optredens.

 
  
  

- Verslag: Andreas Schwab (A6-0482/2008)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb mijn steun verleend aan het verslag van de heer Schwab betreffende het verminderen van de CO2-emissies en het verbeteren van de verkeersveiligheid. Het is van essentieel belang dat de inspanningen om de CO2-uitstoot te beperken, geen afbreuk doen aan andere even belangrijke aspecten in verband met het ontwerp van auto’s en geen negatieve impact hebben op de verkeersveiligheid. Volgens mij zal het bevorderen van en het investeren in de ontwikkeling van een innovatieve Europese auto-industrie ons daadwerkelijk in staat stellen om banen te redden in deze sector die het zwaarst getroffen wordt door de financiële crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk.(LT) Er zijn nu nieuwe technologieën waarmee de vervoersveiligheid aanzienlijk kan worden verbeterd (zoals elektronische stabiliteitscontrolesystemen) of waarmee de CO2-uitstoot kan worden gereduceerd (zoals banden met lage rolweerstand), mits nieuwe motorvoertuigen standaard worden uitgerust met dergelijke technologieën.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Collega Schwab heeft een verslag voorgelegd dat tot doel heeft de veiligheid van motorvoertuigen te vergroten door de invoering van strengere veiligheidsvoorschriften voor autofabrikanten. Alle nieuwe voertuigen die in de Unie worden vervaardigd, moeten voldoen aan de technische voorschriften en maatregelen die hun milieueffect zullen beperken, de geluidsvervuiling zullen doen afnemen en de verkeersveiligheid zullen vergroten. De voorgestelde verordening combineert ontwikkelingen in de Europese productie en technologie met hogere niveaus van veiligheidsbescherming die de Europese consument mag verwachten. Deze innovaties zullen de CO2-emissies, het brandstofverbruik en de geluidshinder helpen beperken.

Ik steun van ganser harte dit verslag, waar we allemaal baat bij hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Ik heb voor dit verslag gestemd, omdat de consument milieuvriendelijkere en veiligere voertuigen wil en nodig heeft. Wat de veiligheid van personenvoertuigen betreft, heb ik er met voldoening kennis van genomen dat het al vanaf bouwjaar 2011 verplicht is om personenvoertuigen uit te rusten met het elektronische stabiliteitssysteem ESP.

Wat de banden betreft, sta ik achter de inspanningen om de CO2-uitstoot te verminderen door middel van verbeterde banden met minder rolweerstand en de invoering van elektronische spanningscontrolesystemen. Vermindering van CO2-emissies mag echter niet ten koste gaan van de veiligheid, meer bepaald de bandengrip op nat wegdek.

Ook ben ik er tevreden over dat bestaande voorraden niet – zoals oorspronkelijk gepland – al na twaalf maanden uit de markt moeten worden genomen, maar pas dertig maanden na de invoering van nieuwe normen. Dit voorkomt dat bandenvoorraden vernietigd moeten worden, met alle extra milieuverontreiniging van dien. Bovendien krijgen de toeleveringsbedrijven, die zo zwaar door de economische crisis getroffen zijn, zo voldoende overgangstijd om zich in te stellen op de hoge eisen die aan hen worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Manole (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Elke burger op deze planeet die beseft hoe groot de aardopwarming reeds is, kan iets ondernemen om dit proces waardoor onze aarde wordt bedreigd, tegen te houden. Wat betreft automobilisten en hun voertuigen worden de nodige inspanningen beschreven in het verslag waarover wij vandaag hebben gestemd.

“Groen autoverkeer” houdt in dat het brandstofverbruik wordt teruggedrongen. De EU pleit voor een mogelijke vermindering van de brandstofkosten met 20 miljard euro vóór 2010. Zij pleit daarnaast voor een vermindering van de CO2-uitstoot met 50 miljoen ton. Vanzelfsprekend zullen de effecten van deze maatregelen zich pas op de lange termijn doen gevoelen. Het is echter zinvol dat binnen een jaar na het indienen van het voorstel door de Commissie met de tenuitvoerlegging ervan zal worden begonnen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik steun deze verordening die auto's en wegen veiliger zal maken door nieuwe technologieën in te voeren. Het betreft onder meer bandenspanningscontrolesystemen, voorschriften inzake de grip op nat wegdek en waarschuwingssystemen voor het onbedoeld verlaten van de rijstrook. Dit verslag verlaagt de CO2-emissies door nieuwe normen voor banden die de brandstofefficiëntie verhogen en de brandstofkosten verlagen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag van de heer Schwab over typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen gestemd. Het doel van het verslag, dat uitstekend is, is de goede werking van de interne markt te waarborgen en tegelijkertijd voor meer veiligheid en een hogere milieubescherming te zorgen. Deze typegoedkeuringsvoorschriften zijn op communautair niveau geharmoniseerd om systeemverschillen tussen de lidstaten te vermijden en om meer veiligheid en een hogere milieubescherming in de hele Gemeenschap te bereiken. Daarom ben ik het volledig met de heer Schwab eens, omdat de voorgestelde verordening gericht is op een aanmerkelijke vereenvoudiging van de typegoedkeuringsvoorschriften betreffende de veiligheid en de banden van motorvoertuigen, door één verordening van de Raad en het Parlement.

 
  
  

- Verslag: Holger Krahmer (A6-0046/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) De oorspronkelijke IPPC-richtlijn en de overige zes richtlijnen zijn niet volledig ten uitvoer gelegd in de lidstaten van de EU en daardoor voldoen zij niet aan hun doel. Daarom besloot men over te gaan tot een herschikking van deze richtlijnen, waarover wij vandaag in het Europees Parlement hebben gestemd. Wij, Zweedse sociaaldemocraten, zijn voor een herschikking en stellen vast dat zij in vergelijking met de geldende regels een aantal verbeteringen inhoudt. Wij hebben er echter voor gekozen om in de eindstemming tegen de richtlijn er voor te stemmen omdat wij van mening zijn dat een aantal van de aangenomen amendementen een aanzienlijke achteruitgang betekenen ten opzichte van het oorspronkelijke Commissievoorstel. Wij konden bijvoorbeeld geen verdere afwijkingen voor grote verbrandingsinstallaties aanvaarden.

Een andere reden waarom wij ons genoodzaakt zagen tegen te stemmen, is dat wij de kans laten liggen om in deze richtlijn de emissie van broeikasgassen aanzienlijk te verminderen. Door de door onze delegatie ingediende amendementen waarin grenswaarden voor de CO2-uitstoot van grote elektriciteitsinstallaties werden bepleit, weg te stemmen, heeft dit Parlement aangetoond dat het de taak van het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen niet ernstig neemt. Zo’n voorstel kunnen wij niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward, Brian Crowley, Seán Ó Neachtain en Eoin Ryan (UEN), schriftelijk. − (EN) Ik sta helemaal achter de oorspronkelijke IPPC-richtlijn. Industriële activiteiten die onder de bestaande richtlijnen vallen, stoten 55 procent van de CO2-emissies van de EU uit, 83 procent van de SO2-emissies en 34 procent van de NOx-emissies. Volgens de huidige richtlijn worden vergunningen in Ierland afgegeven door het Environment Protection Agency, dat eist dat industriële installaties de "best beschikbare technieken" toepassen.

Bij de stemming vanochtend waren er een paar problematische amendementen met betrekking tot het voorstel voor een nieuwe IPPC-richtlijn.

1. Minimumvoorwaarden. Ierland is tegen het amendement over de minimumvoorwaarden, aangezien dit de Ierse industrie en het werk dat onlangs is verricht om de situatie van de huidige richtlijn te verwezenlijken, zal benadelen. De middelen kunnen beter worden besteed aan de handhaving van de richtlijn in de lidstaten die de richtlijn niet naleven.

2. Pluimvee en (drijf)mest. Er waren meerdere amendementen die probeerden meer pluimvee en mestverspreiding binnen de toepassingssfeer van de richtlijn te brengen. Ik heb tegen dit amendement gestemd om dubbele regelgeving te voorkomen, want de nitraatrichtlijn volstaat op het gebied van (drijf)mest. Met betrekking tot pluimvee reguleert de IPPC-richtlijn al 40 000 plaatsen voor pluimvee. Een amendement zou de drempelwaarden verlagen van 40 000 naar 30 000 plaatsen voor leghennen, 24 000 voor eenden en 11 500 voor kalkoenen. In de effectbeoordeling staat niets over de manier waarop deze aantallen tot stand zijn gekomen, of over de wetenschappelijke basis waarop ze zijn vastgesteld.

3. Installaties. Ik heb ook gestemd voor flexibiliteit voor installaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Niels Busk, Anne E. Jensen en Karin Riis-Jørgensen (ALDE), schriftelijk. − (DA) De afgevaardigden van de Deense partij Venstre, Anne E. Jensen, Karin Riis-Jørgensen en Niels Busk, hebben gestemd voor amendement 96 van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie om artikel 16, lid 4, te schrappen, omdat de verspreiding van dierlijke mest in strijd is met de doelstelling van de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC), namelijk om emissies van grote industriële installaties te bestrijden. Daar komt bij dat het onderwerp reeds wordt behandeld in de kaderrichtlijn water (2000/60/EG) en de nitraatrichtlijn (91/676/EEG).

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De oorspronkelijke bepalingen van dit verslag zouden hebben betekend dat de ziekenhuizen van de National Health Service in mijn regio in het noordoosten van England en elders in het Verenigd Koninkrijk met aanzienlijk hogere kosten voor hun verwarmingsketels te maken zouden krijgen.

NHS-ziekenhuizen hebben verwarmingsketels met een vrij grote reservecapaciteit nodig om voorbereid te zijn op noodsituaties en technische storingen. De richtlijn zou de verwarmingsketels van de ziekenhuizen hebben beoordeeld op basis van hun potentiële emissies, in plaats van op hun feitelijke emissies, waardoor de ziekenhuizen hoge kosten zouden moeten maken om een vergunning te krijgen.

Ik heb de amendementen gesteund die parttime, stand-by boilers wilden uitzonderen van de werkingssfeer van de richtlijn.

Ondanks deze punten van zorg moeten we eendrachtig handelen om de gemeenschappelijke dreiging van klimaatverandering en milieuvervuiling aan te pakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit voorstel voor een richtlijn beoogt de herziening en bundeling in één tekst van zeven afzonderlijke richtlijnen inzake industriële emissies.

Het Commissievoorstel beoogt een geïntegreerde aanpak om bij vergunningen voor installaties milieuaspecten zo uitgebreid en afgewogen mogelijk te betrekken met als doel een effectieve beperking van emissies door middel van de beste beschikbare technieken (BBT’s), die dan ook consequenter dan voorheen moeten worden toegepast.

Het verslag wijst erop dat dit voorstel effecten kan sorteren voor 52 000 industriële installaties in Europa. Daarom hebben we een aantal voorstellen gesteund betreffende ontheffingen voor micro-, kleine en middelgrote bedrijven die niet aan dezelfde verplichtingen hoeven te voldoen als grote industrieën. We bepleiten echter meer maatregelen voor industriële bedrijven met afvalverbrandingsinstallaties en afvalmeeverbrandingsinstallaties en meer controle dan de Commissie voorstelt.

De gewijzigde tekst geeft wat meer ruimte aan de raadpleging van het publiek en de rol van milieu-ngo’s, houdt rekening met de belangen van microbedrijven en het mkb en perkt de beslissingsbevoegdheid van de Europese Commissie enigszins in. Daarom hebben we uiteindelijk voorgestemd in de hoop dat de regering in Portugal zich meer zal inspannen voor de verbetering en controle van de luchtkwaliteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb tegen het verslag van de heer Krahmer over industriële emissies gestemd. Ik ben het er niet mee eens dat op het niveau van de bevoegde lokale autoriteiten voor individuele installaties emissiebeperkende maatregelen worden vastgesteld, die resulteren in emissies die voldoen aan de gemiddelde voorwaarden van de BBT-referentiedocumenten, en waarbij ruimte is voor flexibiliteit om adequaat te kunnen reageren op de omstandigheden ter plaatse. Deze taak zou volledig moeten worden gedelegeerd aan een communautaire, en niet aan een lokale of nationale instantie. De specifieke kenmerken van een regio mogen geen onderscheidende factor op dit gebied zijn, omdat verschillende minimumdrempels leiden tot uiterst variabele kosten en opbrengsten, die vervolgens invloed zullen hebben op het werkelijke concurrentievermogen van de bedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Wij moeten vastberaden optreden indien wij de doelstellingen van het onlangs aangenomen klimaat- en energiepakket willen verwezenlijken.

Eerdere inspanningen van de Europese Unie om de industriële emissies te beperken, werden niet alleen gehinderd door een gebrek aan samenhang en coördinatie, maar ook door hun grote mate van verscheidenheid. Ik verwelkom daarom het initiatief van de Commissie en het voorstel van de rapporteur. De vervanging van de talrijke richtlijnen inzake industriële emissies door één samenhangende tekst is zonder enige twijfel een stap in de goede richting. Ik ben eveneens bereid om elk initiatief te steunen dat erop gericht is de administratieve lasten te verminderen, de voorschriften aangaande de controle van installaties te versoepelen en de transparantie te bevorderen. Daarenboven verleen ik mijn volledige steun aan het voorstel van de rapporteur om de rol van het Europees Parlement bij toekomstige regelgevingswijzigingen te versterken.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) De ontwerprichtlijn van de Europese Commissie inzake industriële emissies en de amendementen van het Europees Parlement onthullen eens te meer dat het werkelijke doel van de “groene economie” niet de bescherming van het milieu is, maar het verzekeren van winst voor het kapitaal. De plechtige verklaringen van de Europese Commissie over de beperking van de broeikasgasuitstoot zijn pure schijn en leiden de mensen om de tuin.

Deze richtlijn betreft meer dan 52 000 industrieën. Het zijn deze industrieën die verantwoordelijk zijn voor de meeste vervuiling in de EU-lidstaten. Ze zijn tevens medeverantwoordelijk voor het feit dat de Europese Commissie zelf haar eigen streefdoelen voor de beperking van luchtverontreiniging niet kan halen.

De belangrijkste amendementen van het Europees Parlement zorgen ervoor dat het toepassingsgebied van de richtlijn aanzienlijk wordt beperkt en dat deze richtlijn onduidelijk en vaag wordt, hetgeen natuurlijk koren op de molen is van de plutocratie en het kapitaal in zijn ongebreideld optreden een hart onder de riem steekt. Tegelijkertijd wordt de industriëlen een beslissende rol toebedeeld in de vaststelling van de emissieniveaus. Deze rol wordt zo vastgesteld dat rekening wordt gehouden met hun behoeften en prioriteiten, dat wil zeggen met hun winstbejag.

Wat milieubescherming betreft is er maar een uitweg: de strijd van de werknemers tegen de monopolies en de imperialisten, tegen de economische overheersing en de politieke macht van de monopolies, en tegen de EU en de partijen van het Europees eenrichtingverkeer.

 
  
  

- Verslag: Klaus-Heiner Lehne (A6-0044/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Ole Christensen, Göran Färm, Anna Hedh, Dan Jørgensen, Poul Nyrup Rasmussen, Christel Schaldemose, Inger Segelström, Britta Thomsen en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (EN) Het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende het statuut van de Europese besloten vennootschap biedt niet-serieuze bedrijven de gelegenheid de regels inzake medezeggenschap van werknemers te omzeilen. Als een Europese besloten vennootschap haar statutaire zetel in een lidstaat heeft met een lager of helemaal geen niveau van werknemersmedezeggenschap en haar activiteiten ontplooit in een andere lidstaat met een hoog niveau van medezeggenschap, kan het bedrijf de regels omzeilen.

De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement heeft echter samen met het Europees Verbond van Vakverenigingen een compromis bereikt dat het voorstel van de Commissie aanzienlijk verbetert. Het compromis stelt nu dat wanneer een onderneming een bepaald percentage van haar werknemers heeft in een andere lidstaat die een hoger niveau van werknemersmedezeggenschap heeft dan de lidstaat waar de onderneming haar hoofdkantoor heeft, de gunstigere regels voor de medezeggenschap van de werknemers van toepassing zijn.

Alhoewel het compromis veel beter is dan het oorspronkelijke voorstel, zijn we niet helemaal geslaagd. De drempels voor werknemersmedezeggenschap zijn nog steeds hoog vergeleken met de regels in sommige lidstaten, en er zijn ook problemen met de definitie van wat als een hoger niveau van werknemersmedezeggenschap moet worden beschouwd. Wij, de Deense en Zweedse delegatie in de Sociaal-democratische Fractie, hebben daarom besloten ons bij de eindstemming van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Johannes Blokland (IND/DEM), schriftelijk. − Deze middag hebben we gestemd over het statuut van de Europese besloten vennootschap. Ik heb uiteindelijk tegen het voorstel gestemd en wel om de volgende redenen: Ten eerste ben ik van mening dat dit voorstel de rechtsonzekerheid in de Europese Unie vergroot. De verhouding tussen de nationale BV en de Europese BV, tussen toepasselijk nationaal recht en de tekst van de verordening wordt onvoldoende duidelijk. Hoe wordt omzeiling van nuttige nationale regelgeving voorkomen? Hoe verhoudt het voorstel zich tot consumentenbescherming?

Dergelijke vragen worden niet bevredigend beantwoord. Daarnaast hebben we vandaag gestemd over een ander verslag van de heer Lehne. Hierin doet hij aanbevelingen voor betere grensoverschrijdende verplaatsing van vennootschapzetels. Ik vind dit eigenlijk een veel beter idee dan het idee van de Europese BV. Als de Commissie zich ervoor zou inzetten om grensoverschrijdende zetelverplaatsing makkelijker te maken, met minder administratieve rompslomp, dan wordt het hele voorstel voor de Europese BV overbodig.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De grote verschillen tussen de rechtsstelsels van de lidstaten verplichten bedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen met een meer bescheiden structuur die een activiteit willen starten in het buitenland, vaak tot zeer kostbare procedures.

Deze verordening is weer een stap vooruit bij het wegnemen van deze obstakels, met name in een sector die voor de Europese economie van fundamenteel belang is.

De invoering van de “Europese besloten vennootschap” geeft kleine en middelgrote ondernemingen de mogelijkheid hun dochterbedrijven met hetzelfde statuut op te richten, ongeacht waar het bedrijf gevestigd is. Het bedrijf kan op basis van dit voorstel in zijn eigen land of in het buitenland even gemakkelijk onderhandelen.

Deze maatregel is een uitvloeisel van de Small Business Act, bespaart de kleine en middelgrote bedrijven tijd en geld en geeft een duidelijke richting aan voor het toekomstig Europees ondernemingsbeleid.

Om deze redenen steunen de afgevaardigden van de PSD het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De heer Lehne is met een initiatiefverslag gekomen waarin hij een verordening van de Raad voorstelt die tot doel heeft het voor kleine en middelgrote ondernemingen (het mkb) gemakkelijker te maken om de statutaire zetel van een in een lidstaat van de Gemeenschap opgerichte onderneming naar een andere lidstaat te verplaatsen. Dit is een loffelijk doel. We moeten echter oppassen dat deze voorziening niet wordt misbruikt om het nationale vennootschapsrecht te ondermijnen, maar moeten ervoor zorgen dat de Europese besloten vennootschap bedrijven een uitvoerbaar alternatief biedt.

Onder de talrijke amendementen zijn veel voorstellen die uiterst omstreden blijven, met inbegrip van verwijzingen naar een minimumkapitaal, controle bij de registratie, verwijzingen naar het nationaal recht, de grensoverschrijdende dimensie en de medezeggenschap van werknemers. Bepaalde amendementen die de Commissie economische en monetaire zaken heeft voorgesteld, bepleiten om op bepaalde gebieden uiterlijk in 2010 eenvormigheid van de regeling te waarborgen, onder meer op het gebied van de belastingheffing, wat effectief de toepassing van het nationaal recht beperkt.

Hoewel we in beginsel het voorstel voor een Europese besloten vennootschap die in de hele EU volgens dezelfde beginselen werkt, aanvaarden, mag de werkingssfeer van dit voorstel niet zo ruim zijn dat het voorstel nationale belastingbesluiten beperkt. Zulke besluiten blijven onveranderd het domein van de afzonderlijke lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek (ALDE), schriftelijk. − (SV) Ik stemde in de eindstemming tegen het verslag over het statuut van de Europese besloten vennootschap (SPE). Het basisidee, de invoering van een communautaire bedrijfsvorm voor besloten vennootschappen, is uitstekend. Het is een hervorming die echt nodig is.

Het Commissievoorstel is echt erg slecht. De grens tussen wanneer het nationale recht moet worden toegepast en wanneer het SPE-statuut is erg onduidelijk. Een groot deel van de regels en voorschriften voor de vennootschap moet in de statuten van de vennootschap worden geregeld. Hoewel dat voor sommige vennootschappen positief kan zijn, zijn bepaalde kwesties van dien aard dat zij in het statuut duidelijk gepreciseerd moeten worden; bijvoorbeeld de grens tussen de bevoegdheid van de vennootschap als rechtspersoon en de bescherming van minderheidsaandeelhouders. Zelfs het niveau van de werknemersvertegenwoordiging in het management is slecht.

Het SPE-statuut is aanzienlijk verbeterd tijdens de lopende onderhandelingen in de Raad en ik koester nog steeds de hoop dat het uiteindelijke resultaat goed zal zijn. Het is echter niet over dat voorstel dat wij vandaag een standpunt in moeten nemen, maar wel over het Commissievoorstel zoals gewijzigd door de heer Lehne. En dan is mijn besluit heel eenvoudig: het gebrek aan duidelijkheid en de problemen in dit verslag stellen de positieve eigenschappen van de hervorming in de schaduw en het risico van een statuut dat zijn doel zal tegenwerken, is reëel. Gezien de positieve vooruitgang die de Raad al heeft geboekt, zou de goedkeuring van dit verslag de Raad bovendien een spaak in het wiel steken.

Het is niet het Raadsvoorstel maar in hoofdzaak het Commissievoorstel waar wij over stemmen. Daarom heb ik ervoor gekozen om tegen te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. − (EN) Dit initiatief roept een nieuwe Europese rechtsvorm in het leven die bedoeld is om het concurrentievermogen van kleine en middelgrote ondernemingen te vergroten door hun vestiging en functioneren in de interne markt te vergemakkelijken. Ik steun het verslag, dat zal leiden tot grotere bescherming van werknemers en de informatie die zij van hun onderneming krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernhard Rapkay (PSE), schriftelijk. (DE) De afgevaardigden van de SPD hebben gestemd voor de mogelijkheid om een Europese besloten vennootschap op te richten. Zij leggen hierbij de volgende verklaring af:

De medezeggenschapsrechten van werknemers zijn onlosmakelijk verbonden met een democratisch en sociaal Europa. Het onbelemmerde recht op informatie, raadpleging en medezeggenschap moet daarom precies zo worden ingericht als bij de bestaande regelingen voor de Europese naamloze vennootschap en de Europese coöperatieve vennootschap.

Deze in stemming gebrachte versie van de Europese besloten vennootschap is in dit verband weliswaar een verbetering ten opzichte van het voorstel van de Commissie – en daarom hebben we vóór gestemd –, doch ontbeert het doel van aanpassing aan de bestaande regelingen. Het gevaar dat medezeggenschapsrechten worden omzeild, is niet volledig weggenomen.

De procedure is nog niet afgesloten. Wij verzoeken de Raad van ministers het voorstel als volgt te verbeteren:

– toevoeging van duidelijke verwijzingen naar de richtlijn inzake de Europese naamloze vennootschap, inzonderheid naar haar standaardregels met betrekking tot de verkiezing van leden in de raad van commissarissen en de raad van bestuur,

– vereenvoudiging van de onpraktische regeling in artikel 34; flinke verlaging van de drempels,

– opname van de bepaling dat een Europese besloten vennootschap ook werkelijk grensoverschrijdend opereert.

Wij verzoeken de Commissie om nu eindelijk werk te maken van de veertiende richtlijn voor de grensoverschrijdende zetelverplaatsing van vennootschappen, aangezien de medezeggenschapsrechten bij grensoverschrijdende zetelverplaatsing enkel met een in geheel Europa geldende richtlijn over de participatierechten van werknemers op zinvolle wijze gewaarborgd kunnen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb voor het verslag van de heer Lehne over het statuut van de Europese besloten vennootschap gestemd. Ik steun het werk dat hij heeft verricht om eigen regels op te stellen op punten die voor het "dagelijks leven" van de SPE van essentiële betekenis zijn, zoals het minimumkapitaal, de medezeggenschap van werknemers, en de controle bij de registratie. Ten slotte denk ik, voor wat de verwijzingen naar het nationale recht betreft, dat het doel van de SPE-verordening, namelijk de creatie van een uniforme ondernemingsvorm op communautair niveau, acceptabel en wenselijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) In deze tijd van economische crisis is de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf meer dan wenselijk. We moeten alles in het werk stellen om de administratieve en juridische belemmeringen op te heffen die burgers ervan weerhouden om een bedrijf op te starten. De procedurele vereisten, administratieve lasten en hoge kosten van de registratie mogen de plannen van mensen die hun commerciële ideeën willen ontwikkelen, niet in de weg staan. Nieuwe bedrijven betekenen immers nieuwe arbeidsplaatsen en dragen bij tot economisch herstel.

De Europese Unie bestaat uit 27 lidstaten met verschillende rechtsstelsels en diverse systemen voor de oprichting van vennootschappen. De invoering van een EU-wijde regeling voor het ontplooien van bedrijfsactiviteiten – de Europese besloten vennootschap – zal het in elk geval voor iedereen die dat wenst eenvoudiger maken om een bedrijf op te richten en zal ertoe bijdragen dat het beginsel van vrij verkeer van kapitaal efficiënter kan worden toegepast.

De uniforme vereisten voor het ontplooien en voortzetten van een economische activiteit, het lage maatschappelijk kapitaal en de vereenvoudigde registratiemethoden zullen de Europese besloten vennootschap ongetwijfeld tot een succes maken. Deze vennootschapsvorm zal een aantrekkelijk alternatief bieden voor de nationale regelingen. De Europese besloten vennootschap zal snel en goedkoop zijn, geen onnodige formaliteiten vergen en toch een passend niveau van rechtszekerheid garanderen.

 
  
  

- Verslag: László Surján (A6-0111/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) In dit verslag wordt voor gebied na gebied in de EU om nog meer economische middelen gevraagd terwijl men in de lidstaten moet besparen op onder andere zorg, onderwijs en opvang.

Bovendien gaan veel van de in het verslag vermelde gebieden, zoals de financiële crisis, de klimaatsverandering en het energiebeleid, gepaard met enorme kosten die elke proportionaliteit ten opzichte van de EU-begroting ontberen. Dit zijn kwesties die in de individuele landen worden aangepakt via nationale politieke processen die tot een democratische verankering leiden van de opofferingen die moeten worden gedaan.

Wij hebben er daarom voor gekozen om tegen het verslag over de begroting van de Commissie voor 2010 te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ten overstaan van de verslechtering van de economische en sociale situatie in de verschillende lidstaten heeft de EU tot op heden geen enkel doeltreffend initiatief genomen dat niet tot doel had het financieel kapitaal te steunen.

Het is hoog tijd dat er onmiddellijk maatregelen op communautair niveau worden genomen die een bijdrage leveren aan een concreet antwoord op de noden van werknemers, de productieve sector en micro-, kleine en middelgrote bedrijven door de noodzakelijke financiële middelen ter beschikking te stellen.

De EU heeft echter de begroting voor 2009 behandeld en goedgekeurd alsof er niets aan de hand was, waarmee de EU weer eens haar klassenkarakter heeft laten zien. Relatief gezien is het de laagste communautaire begroting sinds de toetreding van Portugal tot de EEG.

In het licht van de evidente intensiteit van deze kapitalistische crisis (en van het beleid) kon het EP de werkelijkheid niet meer verbergen. De goedgekeurde resolutie zegt nu op bedeesde wijze dat de communautaire begroting voor 2010 de in het Financieel Kader 2007-2013 voorziene plafonds meer moet benaderen. Dat kader is duidelijk ontoereikend en wordt bovendien nog niet eens nageleefd. Ook erkent de resolutie dat voor de uitgaven “onvoldoende” middelen zijn voorzien.

Aangezien “men door schade en schande wijs wordt”, hopen we dat die verkondigde bezorgdheid en intenties niet louter kortstondige verzuchtingen zijn met het oog op de verkiezingen voor het EP en het uiteindelijk niet, zoals altijd, slechts bij goede voornemens blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, na aandachtig het werk van de heer Surján over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2010 te hebben gelezen, heb ik besloten om tegen het verslag te stemmen. Ik geloof niet dat de geloofwaardigheid van het Europees Parlement afhangt van de stimulering van projecten of door het leggen van verbanden met begrotingskwesties. Op deze manier verliezen wij de ware motieven die de Europese instellingen ertoe bewegen om actie te ondernemen, uit het oog. Hoewel ik het verder eens ben met het principe van maximale transparantie, vind ik dat de financiële middelen die aan de verschillende sectoren worden toegekend, zonder enig onderscheid voor wat efficiëntie of resultaten betreft, zouden moeten worden verdeeld. Sectoren die slecht hebben gepresteerd, moeten ook worden gesubsidieerd. Het zijn misschien juist deze sectoren die deze communautaire hulp het hardst nodig hebben.

 
  
  

- Verslag: Vladimír Maňka (A6-0057/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) In een tijd waarin op zorg, onderwijs en opvang in de publieke sector wordt bespaard, zou ook in de instellingen van de EU bespaard moeten worden. Wij zijn van mening dat er absoluut in de begroting van het Comité van de regio’s en het Economisch en Sociaal Comité gesnoeid zou moeten worden. De Europese belastingbetalers zouden geen enkel verschil merken als die twee instellingen aan een strikt besparingsplan werden onderworpen.

Wij zijn ook gekant tegen een uitbreiding van het personeelsbestand van de fracties in het Europees Parlement. In de huidige situatie zijn dat geen noodzakelijke kosten.

Het openen van een museum voor Europese geschiedenis, waartoe het Bureau van het Europees Parlement heeft besloten, is evenmin een goed idee. De ervaring leert dat zo’n museum gebruikt zal worden voor propaganda voor een toenemend federale EU.

Daarom hebben wij ervoor gekozen om tegen dit verslag te stemmen over, onder andere, de begroting van het Europees Parlement voor 2010.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) We vinden het positief dat het EP taalkwesties nu als “fundamenteel beginsel” ziet in het kader van zijn prioriteiten voor de communautaire begroting van 2010:

“kan niet genoeg onderstrepen dat als fundamenteel beginsel dient te gelden dat alle leden in gelijke mate gebruik moeten kunnen maken van een volledige en goede dienstverlening om hen in staat te stellen hun werkzaamheden uit te voeren en hun standpunten naar voren te brengen en documenten in hun moedertaal te ontvangen (...)”;

“is van opvatting dat 2010 een jaar moet worden waarin alles in het werk wordt gesteld om de leden van alle nationaliteiten en talen gelijk te behandelen, zodat zij – indien zij zulks wensen – in hun eigen taal hun taken kunnen uitoefenen en alle politieke werkzaamheden kunnen verrichten die hun ambt met zich meebrengt”;

“onderstreept (...) het beginsel van democratische legitimiteit van alle parlementsleden en hun recht op volledige meertaligheid; is derhalve van oordeel dat deze begroting kan en moet worden gebruikt om dit doel na te streven (...)”;

We zijn evenwel niet vergeten dat in de loop der jaren tijdens de begrotingsbehandeling de voorstellen van de PCP-afgevaardigden met de eis alle officiële talen van de EU ter beschikking te stellen in de vergaderingen (of die nu in de communautaire instellingen zelf of elders plaatsvinden in het kader van de parlementaire werkzaamheden) steeds verworpen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik onderschrijf het verslag van de heer Maňka over de richtsnoeren voor de begrotingsprocedure 2010 niet, en ik stemde daarom tegen. In paragraaf 5 van de ontwerpresolutie wordt namelijk gesproken over een volledige adaptatie met het oog op de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie. Maar, zoals het in de resolutie staat omschreven, onder deze omstandigheden, met 27 lidstaten en een potentiële deelnemer, zou de nieuwkomer zich moeten aanpassen en niet de overige landen. Verder voel ik er niet voor om het proefproject voor nauwere samenwerking tussen het Bureau en de Begrotingscommissie met nog een jaar voort te zetten, omdat ik zulks niet nuttig en effectief acht.

 
  
  

- Verslag: Christel Schaldemose (A6-0064/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI), schriftelijk. − (EN) Dit verslag pakt belangrijke zwakke punten in het huidige regelgevingskader aan. Ik maak me met name zorgen over het gebrek aan verantwoordingsplicht van in de EU gevestigde ondernemingen die in het Verenigd Koninkrijk zaken doen en in het Verenigd Koninkrijk reclame kunnen maken, maar geen vergunning hoeven aan te vragen. De Britse vice tax heeft dit verontrustende patroon van ondernemingen die zich overzees vestigen en zo voorkomen dat ze in het Verenigd Koninkrijk een vergunning moeten aanvragen, in feite slechts aangemoedigd. Ik verwelkom daarom dit verslag, dat zal helpen om dit probleem enigszins aan te pakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward, Brian Crowley en Eoin Ryan (UEN), schriftelijk. − (EN) Consumentenbescherming is voor alle lidstaten van het grootste belang. Het is ook een gebied waarop de lidstaten kunnen samenwerken om ervoor te zorgen dat consumenten die gebruikmaken van grensoverschrijdende diensten, worden beschermd. Het verslag van mevrouw Schaldemose over de integriteit van online gokken is een voorbeeld van hoe een pragmatische, coöperatieve aanpak door de lidstaten kan leiden tot een aanpak waarin de bescherming van de consument voorop staat.

Het verslag erkent dat de integriteit van online gokken het best kan worden aangepakt door het subsidiariteitsbeginsel op dit gebied te erkennen en de lidstaten toe te staan de sector zelf te reguleren. Het verslag vraagt echter wel om samenwerking en coördinatie bij de bestrijding van fraude en misdaad en bij het aanpakken van problemen met de sociale en openbare orde, zoals verslaving en misbruik van persoonsgegevens.

In het verslag staat de bescherming van de integriteit van sport en sportevenementen centraal. Het is absoluut noodzakelijk dat sport op de eerste plaats wordt erkend vanwege zijn sociale, ontspannende en gezondheidswaarde en dat deze waarden op geen enkele wijze worden bedreigd of het voorwerp van manipulatie zijn omwille van financieel gewin. Veel Europese burgers beleven plezier aan online gokken. We moeten ervoor zorgen dat deze burgers worden beschermd, en ik denk dat het verslag-Schaldemose in dit opzicht een belangrijke stap is.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik ben voor een opener gokomgeving in Europa. Door de overheid gecontroleerde nationale monopolies hebben al te lang verhinderd dat nieuwkomers gokdiensten in Europa konden aanbieden.

Online gokken is voor consumenten een nieuwe manier om van gokken te genieten. Ik heb geen moeite met verantwoordelijke gokkers die online meedoen aan gokactiviteiten die worden aangeboden door verantwoordelijke aanbieders. Dit verslag tracht een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen en te zorgen voor een eerlijke en transparante gokomgeving in cyberspace. Het is in mijn ogen ook belangrijk dat alle redelijke stappen worden genomen om te verhinderen dat minderjarigen online gokken.

Natuurlijk zijn er punten van zorg met betrekking tot de sociale effecten van gokken, en ik deel die zorgen. Ik denk echter dat in het verleden veel te veel verantwoordelijkheid is gelegd bij de aanbieders van gokdiensten en te weinig verantwoordelijkheid bij individuen. Uiteindelijk is het besluit om wel of niet te gokken een persoonlijk besluit en moet het individu verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen daarvan.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE-DE), schriftelijk - (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik ben zeer tevreden met het resultaat van de stemming over het verslag van mevrouw Schaldemose over de integriteit van online gokken. Het toont aan dat een grote meerderheid van de leden van het Parlement gokken als een zeer specifieke economische activiteit beschouwt, waarop niet alleen de regels van de interne markt kunnen worden toegepast.

Er moet rekening worden gehouden met de sociale gevolgen van gokken en het effect ervan op de gezondheid alsmede de criminaliteitsrisico’s die het met zich meebrengt en de specifieke culturele aspecten ervan. Dat geldt ook voor de vele onderzoeken die aantonen dat internet als middel deze risico’s verveelvoudigt. Het is duidelijk dat één autoriteit alleen niet in staat zal zijn het online gokken in heel Europa te controleren.

In het verslag van mevrouw Schaldemose worden ook de positieve effecten van gokken genoemd en naar mijn mening is het zeer belangrijk die te behouden. In veel landen in Europa leveren deze spellen namelijk veel geld op, dat onder andere bestemd is voor kunst, wetenschap, cultuur, jongerenwerk en ziekenhuizen. Duizenden ngo’s profiteren van de financiering door gokspellen, die bovendien de grootste bron van inkomsten zijn voor sportorganisaties in de hele Europese Unie en vooral voor brede maatschappelijke sportactiviteiten.

Dat een meerderheid in het Parlement de huidige nationale wetgeving op het gebied van gokbeleid wil behouden en die niet zomaar wil vervangen door een praktijkcode, die de consumenten veel minder bescherming biedt, betekent niet dat de markt niet moet worden geliberaliseerd. Het betekent alleen dat de liberalisering op de eigen voorwaarden van de lidstaten moet plaatsvinden. En als men nationale monopolies wil handhaven, dan moet het systeem non-discriminatoir en juridisch verantwoord zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen het verslag over de integriteit van online gokken gestemd, omdat ik van mening ben dat de alternatieve ontwerpresolutie, die door de plenaire vergadering is verworpen, de actuele situatie in de online goksector beter zou hebben weerspiegeld.

Ik deel de zorgen over burgers die worden bestolen, alsook de zorgen over gokverslaving, maar ik merk ook op dat gokken in de meeste lidstaten is gereguleerd, teneinde burgers te beschermen tegen gokverslaving en fraude en om het witwassen van geld te voorkomen.

We moeten probleemgokken en gokken door minderjarigen voorkomen. Ook moeten we fraude en misdaad bestrijden. Ik ben van mening dat de alternatieve resolutie deze punten van zorg effectiever zou hebben aangepakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Seán Ó Neachtain (UEN), schriftelijk. (GA) Consumentenbescherming is van cruciaal belang voor alle lidstaten. Dit is ook een gebied waarop de lidstaten absoluut met elkaar moeten samenwerken, met name vanuit het oogpunt van grensoverschrijdende diensten. Dit verslag over online gokken laat zien dat een pragmatische benadering, gebaseerd op samenwerking, ervoor kan zorgen dat consumentenbescherming de kern vormt van het beleid van de Europese Unie.

In dit verslag wordt erkend dat de beste benadering voor de aanpak van gokkwesties op internet het erkennen van het subsidiariteitsbeginsel in deze sector is, en dat regelgevingskwesties moeten worden overgelaten aan elke afzonderlijke lidstaat. Dat gezegd zijnde, erkent het verslag dat de lidstaten van de Europese Unie fraude, misdrijven en sociale problemen het beste kunnen bestrijden door samenwerking en coördinatie.

Het belang van sport en de noodzaak om de integriteit en eerlijkheid hiervan te behouden vormen de kern van dit verslag. De sociale en culturele waarde van sport moet worden beschermd en er moet worden gewaarborgd dat sport niet wordt misbruikt met het oog op geldelijk gewin of andere, vergelijkbare redenen. Veel mensen in de Europese Unie houden van online gokken. We moeten ervoor zorgen dat deze mensen ook online worden beschermd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag van mevrouw Schaldemose over de integriteit van online gokken gestemd. Ik ben er vast van overtuigd dat er in deze sector, die overigens een zeer belangrijke bron van inkomsten voor sportorganisaties genereert, een volledige transparantie moet zijn die het openbare belang en de consumentenbelangen waarborgt. Tot slot ben ik van oordeel dat een eenvormige wetgeving, en niet verschillende rechtsbepalingen zoals in de vigerende wetgeving, nuttig zou kunnen zijn teneinde te vermijden dat het online gokken als een maatschappelijk probleem wordt gezien.

 
  
MPphoto
 
 

  Toomas Savi (ALDE), schriftelijk. − (EN) Helaas kon ik niet deelnemen aan de stemmingen over het verslag-Schaldemose over de integriteit van online gokken. Ik wil deze gelegenheid echter benutten om in te stemmen met de rapporteur, want het verslag wijst op diverse belangrijke en gevaarlijke aspecten van online gokken. In 2004 maakte het online gokken circa 5 procent van de totale gokmarkt in de EU uit. Dat cijfer is de afgelopen jaren snel gestegen.

Het is belangrijk dat we begrijpen dat verschillende illegale activiteiten zoals creditcardfraude, minderjarigen die toegang krijgen tot gokken, oneerlijke spelpraktijken en dergelijke momenteel onafscheidelijk verbonden zijn met online gokken. Ook zal waarschijnlijk het aantal mensen toenemen dat verslaafd is aan gokken, want voor veel mensen is het heel handig dat ze online kunnen gokken.

Zoals de rapporteur terecht opmerkt, is de invloed van online gokken nog niet diepgaand onderzocht. Voor de bescherming van de burgers is het daarom cruciaal dat alle lidstaten intensief onderzoek doen naar de gevolgen van online gokken en dat zij tevens het toezicht op en de regulering van de gokmarkten verbeteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Christel Schaldemose (PSE), schriftelijk. − (EN) Het verslag-Schaldemose over de integriteit van online gokken beschrijft de verantwoordelijkheden van de lidstaten voor het reguleren van hun gokmarkten, teneinde kwetsbare consumenten, en in het bijzonder kinderen, te beschermen, misdaad aan te pakken en sportevenementen te beschermen tegen risico's zoals oneerlijke spelpraktijken.

Gokken is vanwege zijn speciale status door leden van dit Parlement geschrapt uit de dienstenrichtlijn, en er is duidelijk geen bereidheid om wetgeving op Europees niveau op te stellen. De leden van dit Parlement van de Labourpartij staan dan ook helemaal achter het verzoek in het verslag aan de lidstaten om hun gokmarkten te reguleren om consumenten te beschermen. Het verslag maakt ook duidelijk dat deze regulering evenredig en niet-discriminatoir moet zijn, zoals is vastgelegd in de EU-Verdragen.

De Labour-leden van dit Parlement zijn van mening dat de Britse gokwet een stuk wetgeving is dat in overeenstemming is met het Verdrag en tot doel heeft de eerlijke en open toegang tot gokdiensten te waarborgen, alsook misdaad te voorkomen en kinderen en kwetsbare mensen te beschermen. Enkele lidstaten herzien momenteel hun wetgeving inzake gokken om te waarborgen dat deze in overeenstemming is met de EU-Verdragen.

De Labour-leden van dit Parlement benadrukken dat de autoriteiten in de hele EU waakzaam moeten blijven en moeten samenwerken om alle risico's van misdaad, oneerlijke spelpraktijken en bedreigingen voor jongeren en kwetsbare mensen tegen te gaan die de verschillende vormen van gokken met zich mee kunnen brengen. De Labour-leden van dit Parlement verwelkomen de aanhoudende inspanningen van fatsoenlijke aanbieders van online gokdiensten om actie te ondernemen om deze zorgen weg te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. − Het uitbaten van kansspelen en weddenschappen is geen economische activiteit zoals een andere, zoals sommigen in dit huis menen. Het Europees Hof van Justitie heeft in zijn rechtspraak bevestigd dat het de lidstaten zélf zijn die bepalen welk niveau van bescherming zij geschikt achten om hun burgers te beschermen tegen de aan gokken verbonden gevaren.

Subsidiariteit betekent hier dus dat de lidstaten hun gokmarkten overeenkomstig hun traditie en cultuur moeten kunnen controleren én reguleren en dit om de consument te beschermen tegen de gevaren van verslaving, fraude en witwaspraktijken. Gezien de extra risico's die online gokken met zich brengt, ben ik ervan overtuigd dat nationale regelgeving niet kan worden vervangen door pan-Europese zelfregulering van de kansspelindustrie.

Ik sluit me daarom aan bij de ruime meerderheid van mijn IMCO-collega's, die menen dat de zuivere internemarktbenadering van kansspelen niet van toepassing is. Ik heb daarom ten volle het verslag-Schaldemose gesteund.

 
  
  

- Verslag: Maria Petre (A6-0088/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag-Petre over het garanderen van de kwaliteit van levensmiddelen gestemd. Toch zou ik mijn bezorgdheid willen uiten over het feit dat de gemiddelde consument zich niet bewust is van het onderscheid tussen beschermde oorsprongsbenamingen (BOB's) en beschermde geografische aanduidingen (BGA's). Ik ben daarom van oordeel dat het van essentieel belang is om over dit onderwerp een informatiecampagne op te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. (LT) De lidstaten moeten de kwaliteitsborgingssystemen promoten die al bekend zijn bij Europese consumenten. Deze systemen moeten niet uniform worden gemaakt of tot één systeem worden samengevoegd. Om gemeenschappelijke minimumnormen voor kwaliteitscertificering in de Gemeenschap te waarborgen, is evaluatie en erkenning op Europees niveau noodzakelijk. Daarom moet de Commissie een instantie hebben die het gebruik van dergelijke systemen op Europese schaal goedkeurt en toestaat, en zorgt voor eenvormige en doeltreffende controles op zowel Europees als nationaal niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicodim Bulzesc (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd aangezien ik voorstander ben van de invoering van een verplichte aanduiding van de plaats van productie van primaire producten, in de vorm van een etiket met het land van oorsprong, zodat rekening wordt gehouden met de wens van de consument om meer te weten over de achtergrond van het product dat hij koopt. Deze regeling dient te worden uitgebreid tot verwerkte levensmiddelenproducten, waarvoor de oorsprong van de voornaamste ingrediënten en grondstoffen moet worden vermeld met naast de plaats van oorsprong ervan tevens de plaats waar het product het laatst werd verwerkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Niels Busk, Anne E. Jensen en Karin Riis-Jørgensen (ALDE), schriftelijk. − (DA) De afgevaardigden van de Deense partij Venstre, Anne E. Jensen, Karin Riis-Jørgensen en Niels Busk, hebben gestemd voor het initiatiefverslag-Petre over het garanderen van de kwaliteit van levensmiddelen op basis van een afweging van de voor- en nadelen en omdat er alleen een algemene stemming is. We kunnen het verslag voor het grootste deel steunen, maar het bevat ook enkele punten die wij niet steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik vond het jammer dat ik mij moest onthouden van stemming over dit verslag, dat een follow-up op het Groenboek van de Commissie had moeten zijn door te kijken naar de manier waarop boeren in Europa maximaal marktvoordeel kunnen behalen van de strenge normen waaraan hun producten moeten voldoen. Het verslag concentreert zich op belangrijke kwesties zoals de vermelding van het land van oorsprong op etiketten, de ontwikkeling van de markt voor biologische producten, waar Europese producten de beste in de wereld zijn, en de benutting van de sterke kanten van de landbouw in Europa om onze boeren een voorsprong te geven wanneer ze hun producten op de markt brengen. Dit deel van het verslag is welkom.

Het verslag is helaas echter gekaapt door de protectionistische leden van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en in het bijzonder door degenen die grootschalige marktverstorende subsidies uit hoofde van het gemeenschappelijk landbouwbeleid proberen te rechtvaardigen en de invoer in de EU van producten uit ontwikkelingslanden moeilijker willen maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Constantin Dumitriu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik zou mijn collega, mevrouw Petre, willen gelukwensen met dit uitstekende verslag.

Als we het over de kwaliteit van Europese producten hebben, moet we rekening houden met de volgende punten:

1. De hantering van het concept “voorwaardelijke markttoegang” waarborgt dat de producten die de Europese consumenten worden aangeboden, aan dezelfde normen voldoen, ongeacht of zij in de EU zijn geproduceerd of zijn geïmporteerd.

2. De kosten die voor de Europese producenten uit de naleving van voedselveiligheidsbepalingen en de inachtneming van de randvoorwaarden ontstaan. Hiervoor dienen GLB-middelen ter beschikking te worden gesteld.

3. De bevordering van specifiek Europese landbouw- en voedingsproducten. In het verslag over de wijziging van Verordening (EG) nr. 3/2008 heb ik tevens verzocht om een verhoging van het cofinancieringspercentage. Tegelijkertijd moeten we echter de administratieve procedures van de regeling “gegarandeerde traditionele specialiteit” vereenvoudigen en betere bescherming bieden voor producten met geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen.

Ik hoop dat de aanbevelingen die we hier zullen aannemen, zo snel mogelijk door de Europese Commissie en de lidstaten ten uitvoer zullen worden gelegd, omdat we het ons niet kunnen veroorloven om tijd te verspillen nu de Europese burgers getroffen worden door de gevolgen van een uiterst ernstige economische recessie.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In weerwil van de getoonde goede bedoelingen handhaaft het verslag het beleid dat de oorzaak vormt van de problemen die kleine producenten, met name in Portugal, ondervinden en scherpt het dat beleid zelfs aan. Door een beroep te doen op wat in het verslag “de bevordering van de kwaliteit van de Europese landbouwproducten” heet, stijgen de productiekosten voor degenen die nu al moeite hebben het hoofd boven water te houden, met name kleine producenten. Dat geldt bijvoorbeeld voor kleine en piepkleine kaasmakerijen die de zogenaamde Serra da Estrela-kaas maken, die van onbetwistbare kwaliteit is. Het is onaanvaardbaar dat, naast de nieuwe vereisten waaraan producenten moeten voldoen om te kunnen blijven produceren zonder dat daar een behoorlijke financiële vergoeding tegenover staat, de kosten voor producenten stijgen door de eisen die de “officiële controle” op sanitair vlak oplegt. In tegenstelling tot wat men verkondigt, loopt de echte kwaliteitsproductie serieus risico te verdwijnen.

Het toepassen van geharmoniseerde normen op het vlak van productie en handel op zowel de kleine producenten als de agro-industrie is onaanvaardbaar. De toepassing van deze normen richt de verscheidenheid op cultureel en productievlak in landen als Portugal ten gronde. Het is belangrijk dat tij te keren te keren en de productie en consumptie op plaatselijk niveau te bevorderen. We dienen landbouw als een kwetsbare activiteit te beschouwen, die niet verenigbaar is met dit model van liberalisering van de handel. Dat model is niet duurzaam voor het milieu en brengt enorme risico’s voor de menselijke gezondheid met zich mee.

 
  
MPphoto
 
 

  Duarte Freitas (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Ik ben het eens met het verslag, daar ik het nodig acht de bureaucratie en de complexiteit van normen te verminderen zodat de regelgeving en de controle van de kwaliteit van landbouwproducten makkelijker worden.

Deze vereenvoudiging zou er bijgevolg toe leiden dat de administratiekosten voor de overheidsinstanties dalen.

Ik juich het toe dat er speciale aandacht wordt geschonken aan de benamingen van oorsprong en aan het verzoek aan de Commissie dit onderwerp op de agenda van de WTO te plaatsen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) We kunnen niets anders dan de intenties van het verslag onderschrijven: toezien op de kwaliteit van Europese levensmiddelen, het concurrentievermogen van producenten, eenvoudige maar volledige informatie aan consumenten over de oorsprong van producten, inachtneming van oorsprongsbenamingen en kwaliteitslabels, een betere definitie van traditionele of biologische producten, enzovoorts.

De rapporteur wijst er terecht op dat ingevoerde landbouw- en voedselproducten in Europa moeten voldoen aan dezelfde normen als de normen die gelden voor Europese producenten, wat helaas niet altijd het geval is. Hij wil aan de toegang tot onze markten terecht bepaalde voorwaarden koppelen.

Er moeten nog wel enkele problemen worden opgelost, bijvoorbeeld de oneerlijke concurrentie waarvan sprake is binnen de EU wanneer een bepaalde lidstaat strengere normen oplegt dan op Europees niveau is vastgesteld, met name met het oog op de volksgezondheid of milieubescherming. Of u dat nu wilt of niet, deze lidstaat moet toch dezelfde regels kunnen toepassen als de regels die u op het niveau van de WTO bepleit.

Een ander probleem is de samenhang met de milieuaspecten waarvoor het Parlement ook ijvert. Het Parlement zou korte circuits moeten bevorderen (consumptie van lokale seizoensproducten) in plaats van een noodgedwongen onvolmaakte aanpassing aan de wereldmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Dit verslag, dat geen deel uitmaakt van een wetgevingsprocedure, beveelt een aantal dure voorstellen aan, zoals een EU-agentschap voor productkwaliteit en nieuwe maatregelen op landbouwvlak ter bevordering en ondersteuning van de verkoop. Wij willen er ook voor waarschuwen dat het verslag formuleringen bevat die tot een protectionistischer beleid voor landbouwproducten kunnen leiden van de kant van de EU.

Zoals gewoonlijk stellen wij van Junilistan vast dat het in deze situatie een geluk is dat het Europees Parlement geen medebeslissingsrecht heeft inzake het Europees landbouwbeleid, want anders zou de Unie in de val van het protectionisme en zware subsidies aan diverse groepen in de landbouwsector trappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. − (PL) Tijdens de stemming heb ik me uitgesproken voor het verslag-Petre over het garanderen van de kwaliteit van levensmiddelen. De harmonisatie en wederzijdse erkenning van normen inzake voedingsmiddelen is bijzonder belangrijk met het oog op het beschermen van de menselijke gezondheid. Het besef van het verband tussen de incidentie van diverse ziekten en de kwaliteit van de geconsumeerde levensmiddelen neemt almaar toe. De term “gezonde voeding” op zich lijkt echter paradoxaal. Kan iets wat niet gezond is voor de mens wel “voeding” worden genoemd? De kwaliteit van levensmiddelen is van fundamenteel belang voor de voedselveiligheid van onze burgers. Deze producten moeten aan duidelijk omschreven criteria voldoen, die op de beschikbare kennis gebaseerd zijn en in overeenstemming zijn met de geldende hygiënische voorschriften. Deze criteria zouden ook moeten bijdragen tot de bescherming van het milieu en de eerbiediging van de beginselen aangaande de correcte behandeling van slachtdieren. Daarenboven moeten voedingsmiddelen op een passende manier verpakt, vervoerd en bewaard worden.

Om een goede voedselkwaliteit te waarborgen, moeten de consumenten volledige informatie krijgen over de producten die zij kopen, hun ingrediënten, de eventuele aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismen, de plaats van productie, de manier waarop het product moet worden bewaard, de bereidingswijze en de uiterste gebruiksdatum. De rapporteur staat positief tegenover de invoering van een Europese dienst die bevoegd is voor de certificering en de voedselkwaliteit op het niveau van de Commissie, teneinde te verzekeren dat aan de minimumnormen voor kwaliteitscertificering wordt voldaan. Dit moet leiden tot een uniform controlesysteem op het niveau van de Europese Unie en de lidstaten. Op basis van een eerdere resolutie pleit de rapporteur ook voor de invoering van een speciaal kwaliteitskeurmerk voor Europese producten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Door de wereldwijde financiële en voedselcrisis houden consumenten de hand op de knip, waardoor het omzetaandeel van discountzaken kon stijgen. Verder leggen wij onze binnenlandse levensmiddelenproducenten restrictieve productievoorschriften op en bevorderen we kwaliteitslabels en dergelijke. Tegelijkertijd echter worden producten ingevoerd die niet aan de binnenlandse kwaliteitsnormen voldoen en waarbij de naleving van die normen niet kan worden gecontroleerd. Binnenlandse landbouwers komen hierdoor klem te zitten. We moeten voorkomen - juist in deze moeilijke situatie - dat boeren massaal het loodje leggen waardoor wij in de EU niet langer zelfvoorzienend zijn op voedselgebied.

Mensen die voor de kwaliteit van hun levensmiddelen willen betalen, verliezen in de wirwar van kwaliteitsmerken en -tekens al gauw het overzicht – niet alles waar “biologisch” op staat is afkomstig van de binnenlandse markt en niet overal waar een land als land van oorsprong wordt vermeld komen alle ingrediënten ook echt uit dat land. Op dat punt neemt men het niet zo nauw met de regels en regelmatig komen voedselschandalen en etikettenzwendel aan het licht. Uiteindelijk moeten consumenten op etiketten kunnen vertrouwen. Met het onderhavige initiatief lijken we een stap in de goede richting te zetten en daarom heb ik vóór gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Het verslag dat mijn collega Maria Petre hier vandaag heeft voorgesteld bevat een reeks aanbevelingen die ik met overtuiging ondersteun. De aanbevelingen lopen uiteen van de vereenvoudiging van de administratieve vereisten met betrekking tot het waarborgen van kwaliteitsnormen tot de verlichting van de financiële lasten voor producenten van traditionele producten en producten met een oorsprongsbenaming of een geografische aanduiding.

In een tijd waarin we met een ernstige economische crisis geconfronteerd worden, is het onze plicht om maatregelen te treffen ter ondersteuning van de Europese boeren en verwerkende bedrijven en ervoor te zorgen dat de consumenten toegang hebben tot de beste producten tegen de meest gunstige prijzen.

Ik ben van mening dat we ervoor moeten zorgen dat we de consumenten van correcte informatie voorzien over de oorsprong van producten, teneinde de Europese landbouw te steunen. We mogen deze bepalingen inzake een Europees kwaliteitskeurmerk echter niet verwarren met protectionisme dat erop is gericht de toegang tot de communautaire markt te blokkeren. Ik denk veeleer dat de invoering van dit keurmerk erop moet zijn gericht Europese producten en de voordelen daarvan boven producten uit derde landen te promoten en de Europese consumenten beter voor te lichten. Daarnaast zal een systeem voor de aanduiding van de oorsprong van producten ertoe bijdragen de angst voor “besmette producten” weg te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag van mevrouw Petre over het garanderen van de kwaliteit van levensmiddelen en de harmonisatie van de relevante normen gestemd. Ik ben van mening dat het onderwerp uitermate belangrijk is, omdat de kwaliteit van levensmiddelen een steeds toenemende invloed heeft op de levenskwaliteit van Europese burgers. De Europese Unie dient inderdaad de klemtoon te leggen op naleving van de productienormen voor alle levensmiddelen, met name naleving van de normen inzake hygiëne en veiligheid. Bovendien dient de Europese Unie erop toe te zien dat er een gelijk speelveld ontstaat voor autochtone producten en producten uit derde landen. Tot slot deel ik de mening van de rapporteur als zij bevestigt dat wat betreft BGA's (beschermde geografische aanduidingen), BOB's (beschermde oorsprongsbenamingen) en GTS'en (gegarandeerde traditionele specialiteiten) er communautaire technische assistentie wordt verleend voor de tenuitvoerlegging van deze regelingen in de lidstaten en de beoordeling van die producten.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Ik koos ervoor om het verslag van mevrouw Petre over het bevorderen en uitbreiden van de etikettering van levensmiddelen niet te steunen. Het verslag bevatte goede voorstellen over vereenvoudiging van de voorschriften en kortere registratietermijnen. Deze werden volgens mij echter tenietgedaan door de protectionistische formuleringen betreffende voorwaardelijke markttoegang en de wil om een supranationale instantie voor productkwaliteit in het leven te roepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Als de levensmiddelenproductie bepaald wordt door de winst en niet door de behoeften van de bevolking, en als de levensmiddelenproductie en -distributie in een steeds kleiner aantal handen wordt geconcentreerd en door de voedingsmultinationals en de kartels wordt bepaald (zoals de EU en de regeringen van de lidstaten willen, gezien hun beleidskeuzes) kunnen levensmiddelen noch goedkoop noch van hoge kwaliteit zijn.

Het doel van de zogenaamde ommekeer in de richting van kwaliteitslevensmiddelen is niet de verhoging van het inkomen van de landbouwers of het voldoen aan de behoeften van de volksklasse. Nee, het doel is meer concurrentie en hogere winsten voor de multinationals, een nog sterkere uitbuiting van het landbouwpotentieel, de concentratie van het grondbezit in een nog kleiner aantal handen en de controle op de productie.

De invoer en teelt van genetische gemodificeerde producten en de serie voedselschandalen tonen aan dat de kwaliteit en de veiligheid van levensmiddelen in de EU ondergeschikt zijn aan de belangen van de grote ondernemingen.

De op kwaliteit gebaseerde levensmiddelenclassificatie is een op volksklasse gebaseerde voedseldifferentiatie, die beantwoordt aan de marktdoctrine: levensmiddelen van hoge kwaliteit voor hoge inkomens en levensmiddelen van lage kwaliteit voor het volksgezin.

De kleine boeren hebben er belang bij zich te verzetten tegen het GLB en de EU en niet te dulden dat zij voor een spotprijs worden uitverkocht aan het grootkapitaal. Zij hebben er belang bij zich te scharen aan de zijde van de Communistische Partij van Griekenland en de communistisch gezinde boerenbeweging PASY, de werknemers en de zelfstandigen die een sociaal bondgenootschap sluiten om de heerschappij en de macht van de monopolies te breken.

 
  
  

- Verslag: Jonathan Evans (A6-011/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. (LT) De modernisering van het mededingingsbeleid is een zeer belangrijke factor bij de voorbereiding van de nieuwe structuur en werking van het mededingingsbeleid van de EU. De essentiële elementen van dit proces zijn samenwerking tussen nationale mededingingsautoriteiten en coördinatie via het Europese mededingingsnetwerk (EMN). Het Europees Parlement heeft zijn ernstige bezorgdheid geuit over het feit dat een herziening van het beleid zonder een effectief EMN, in wezen slechts een hernationalisering van het mededingingsbeleid zou zijn. Dit zou het idee van de waarborging van een uniform mededingingsbeleid in de gehele EU uiteraard ondermijnen. De verslagen voor 2006 en 2007 geven een positieve beoordeling van de doeltreffendheid en ontwikkeling van het werk van het EMN op basis van de criteria van flexibiliteit en pragmatisme. De inspanningen voor de financiering van de opleiding en justitiële samenwerking tussen nationale rechters om het EU-mededingingsrecht te interpreteren en te handhaven, zijn eveneens welkom.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Dit verslag haalt het belang naar voren van de vrije handel en het beginsel van eerlijke concurrentie en het bevestigt het belang van wat is ondertekend in het Verdrag van Rome. We moeten zorgen voor effectieve antitrustmaatregelen, zodat we worden beschermd tegen concurrentiebeperkende praktijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij hebben tegen dit verslag gestemd, daar zelfs ons voorstel waarin bezorgdheid wordt geformuleerd over het misbruik door grote ondernemingen van dominante marktposities, niet is aanvaard. Ons voorstel richtte zich met name op de grote supermarktketens die hun koopkracht misbruiken om bij leveranciers in de Europese Unie en derde landen prijsverlagingen af te dwingen.

Ook geeft het verslag geen blijk van de nodige vastberadenheid om de effecten te onderzoeken die de concentratie van supermarkten heeft op kleine bedrijven, leveranciers, werknemers en consumenten en, in het bijzonder, om het misbruik van de koopkracht te evalueren als mogelijk gevolg van die concentratie.

De aangenomen resolutie laat de aanpak die gericht is op de verdediging van de concurrentie en tegen de openbare diensten onaangetast door in de voetsporen te treden van de beruchte Bolkestein-richtlijn en voortdurend de nadruk te leggen op de noodzaak de regels van de interne markt te respecteren. En helaas, zelfs bij het behandelen van de crisis en de moeilijkheden waarin de economieën verkeren, onderstreept de resolutie dat de Commissie erop moet toezien dat de mededinging niet in gevaar wordt gebracht. Met andere woorden ter bestrijding van de crisis die het neoliberale kapitalisme heeft veroorzaakt, wordt nog eens het medicijn van datzelfde economische model voorgeschreven. Wij achten dat onaanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag van de heer Evans over het mededingingsbeleid 2006 en 2007 gestemd. Er is de laatste jaren op het gebied van de mededinging een enorme vooruitgang geboekt. Als we dan ook denken aan de controle op bedrijfsconcentraties en staatssteun (een probleem dat van het allergrootste belang is geworden na de financiële en economische crises op de markten), heeft de Commissie steeds meer werk verricht. Daarom deel ik de mening van de rapporteur als hij zegt dat het noodzakelijk is om het juridisch en institutioneel kader op dit gebied te moderniseren.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. − (EN) Gelet op de ernst van de economische crisis die de Europese Unie en de hele wereld nu treft, was het belangrijk dat het Parlement tot overeenstemming kwam. Dit verslag heeft eindelijk een weg gevonden waarover we het in de Commissie economische en monetaire zaken eens konden worden. Natuurlijk zijn zorgen over staatssteun van het grootste belang, maar gezien de aard van de schade die onderconsumptie en een krimpende productiesector brengen, is enige hulp op het niveau van de overheidsuitgaven noodzakelijk.

 
  
  

- Verslag: Edit Herczog (A6-0074/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (UEN), schriftelijk. − (EN) Kleine ondernemingen zijn de ruggengraat van de Europese economie. Ze maken 98 procent van alle Europese bedrijven uit en bieden werk aan circa 60 procent van de werknemers in de EU. De Europese Commissie verdient lof voor haar initiatieven tot nu toe en voor haar aanhoudende werk om de bureaucratie uit te roeien voor kleine ondernemingen. Het verslag Herczog erkent het werk dat de Commissie heeft gedaan en verzoekt om verdere stappen in deze richting.

Ofschoon ik zeker achter veel van de opmerkingen sta in het verslag over de Small Business Act (SBA), was ik zeer teleurgesteld dat het verslag dat uit de Commissie industrie, onderzoek en energie is gekomen, een paragraaf bevatte waarin werd verzocht om een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting. Ik had gehoopt dat er in dit stadium mondiaal werd beseft dat het voorstel voor zo'n gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting slecht doordacht en onverstandig is. Deze kwestie is, vooral in deze economische tijden, zo belangrijk voor Ierland, dat ik tegen dit voorstel moest stemmen. Dat zal geen nadelig effect hebben op het prijzenswaardige werk dat voor kleine ondernemingen wordt gedaan, maar het geeft wel een krachtig signaal af dat we stelling moeten nemen tegen onproductieve, logge en slecht ontworpen voorstellen waar de Europese economie geen baat bij heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Gerard Batten, Nigel Farage en Jeffrey Titford (IND/DEM), schriftelijk. − (EN) Dit wetsvoorstel stelt verschillende maatregelen voor. Sommige daarvan komen kleine ondernemingen misschien goed uit, maar het algemene effect van die maatregelen is dat de controle van de EU, de onrust onder de bevolking, feministische agenda's en de infiltratie van bedrijven door EU-functionarissen die “werkervaring opdoen” worden bevorderd. Deze elementen maken het voor de United Kingdom Independence Party onmogelijk dit voorstel te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk.(LT) De wereldwijde financiële crisis en trage economische groei hebben een negatief effect op de mate van ondernemerschap. Daarom verwelkomen we dat de volgende maatregelen worden vastgelegd in de SBA, waarvan de tenuitvoerlegging zeer effectief zou zijn voor economische groei: de gunstigste omstandigheden voor kleine en middelgrote ondernemingen creëren om financiering te verkrijgen; de voorwaarden voor de overdracht van bedrijven vereenvoudigen; eerlijke ondernemers die failliet zijn gegaan de kans bieden om voor de tweede keer een bedrijf te starten. Het initiatief om de gunstigste omstandigheden voor kleine en middelgrote ondernemingen te creëren zodat zij financiering kunnen verkrijgen (durfkapitaal, microkredieten, enzovoorts), is zeer belangrijk.

Door de stijgende prijzen van energie en grondstoffen worden kleine en middelgrote ondernemingen bijzonder kwetsbaar. Daarom wordt met de tenuitvoerlegging van de SBA het aspect van het concurrentievermogen versterkt. Alleen complexe maatregelen, dat wil zeggen het bevorderen van strengere normen voor productieprocessen en ecologische normen voor producten binnen de EU en het wereldwijd bekendmaken van deze normen, plus het uitbreiden van het toezicht op de EU-markt, kunnen bijdragen aan gemeenschappelijke wereldwijde uitdagingen, zoals klimaatverandering en afnemende reserves van fossiele brandstoffen.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Elk initiatief dat kleine en middelgrote ondernemingen steunt of hun omstandigheden verbetert, zou moeten worden toegejuicht. Dit verslag bevat veel geldige punten die voor kleine en middelgrote ondernemingen in heel Europa van grote waarde zullen zijn. We moeten profiteren van de grote voordelen van de huidige vooruitgang en ervoor zorgen dat we de vorming van een superieure operationele bedrijfsomgeving voor het mkb opnemen, met inbegrip van een effectievere regelgevingscultuur die in heel Europa wortel moet schieten.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark (IND/DEM), schriftelijk. − (EN) Dit verslag stelt verschillende maatregelen voor. Sommige daarvan komen kleine ondernemingen misschien goed uit, maar het algemene effect van die maatregelen is dat de controle van de EU, de onrust onder de bevolking, feministische agenda's en de infiltratie van bedrijven door EU-functionarissen die “werkervaring opdoen” worden bevorderd. Deze elementen maken het voor de United Kingdom Independence Party onmogelijk dit voorstel te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Hoewel 99 procent van de bedrijven in de EU kleine en middelgrote ondernemingen zijn (23 miljoen) – die verantwoordelijk zijn voor 80 procent van de nieuwe arbeidsplaatsen in de afgelopen jaren – zijn de vastgelegde regels gewoonlijk in meerderheid gericht op de 41 000 grote Europese bedrijven. Dat leidt tot onevenwichtige verhoudingen op het vlak van het concurrentievermogen.

Het is hoog tijd deze tendens te keren en werk te maken van de sectoren van de economie die werkelijk inkomen genereren. Het beleid daarvoor moet gericht zijn op het belonen van merites en het op één lijn stellen van de Europese kleine en middelgrote ondernemingen met hun tegenvoeters in de hele wereld.

Bovendien zijn de kleine en middelgrote ondernemingen door hun flexibele aard gewend in de frontlinie van de innovatie van hun respectieve branches te staan. Daarom is de SBA een belangrijke stap vooruit voor de realisering van de Lissabonstrategie.

De afgevaardigden van de PSD steunen dit verslag dan ook, wat overigens strookt met de voorstellen die in Portugal zijn gedaan door de voorzitter van de PSD, Manuela Ferreira Leite.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Het voorstel van de Commissie voor een Small Business Act maakt deel uit van een mededeling die behalve wetgevende voorstellen ook uitgangspunten en uit te voeren maatregelen bevat om het mkb in Europa te helpen. Ik verwelkom de formulering van tien uitgangspunten, die zich concentreren op de behoeften van en de voorschriften voor kleine en middelgrote ondernemingen en tot doel hebben hen te helpen hun volledige marktpotentieel te verwezenlijken.

De bepalingen voor wetgeving die volledig oog heeft voor de behoeften van en voorschriften voor haar beoogde ontvangers, zijn welkom. Dat geldt ook voor de aanpassing van de beleidsinstrumenten van de overheid aan de behoeften van het mkb. Van essentieel belang is de invoering van middelen om de huidige crisis te gebruiken om op de milieucrisis te reageren door de efficiëntie te verhogen, door middel van gedegen systemen voor milieumanagement. Als rapporteur voor het emissiehandelssysteem van de EU ben ik me bewust, en ik hoop dat we dat allemaal zijn, van de noodzaak te handelen en onmiddellijk te handelen als we deze uitdaging het hoofd willen kunnen bieden.

Ik ben het weliswaar eens met een groot deel van dit verslag, maar ik ben op mijn hoede voor voorstellen voor een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting en heb dus tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) In weerwil van de vele mooie woorden en de ogenschijnlijke goede bedoelingen bij het verdedigen van kleine en middelgrote ondernemingen richt het verslag zich op andere doelen: het bevorderen van de vrije concurrentie en de interne markt, met andere woorden het steunen van de economische en financiële groepen; het benadrukken van de liberalisering van diensten, met inbegrip van openbare diensten en, onder de dekmantel van pseudosteun voor kleine en middelgrote ondernemingen, het opvoeren van de uitbuiting van werknemers.

Men wil in feite uit naam van 91,5 procent van de ondernemingen in de Europese Unie – die in 2003 minder dan 10 personen in dienst hadden – betere voorwaarden creëren om essentiële openbare diensten om zeep te helpen, de arbeidsmarkt te dereguleren en sociale en arbeidsrechten op de helling te zetten. Dat is het neoliberalisme ten voeten uit.

Daarom hebben we tegen het verslag gestemd, want we staan voor doeltreffende steunmaatregelen voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, voor een ander beleid dat de belangrijke bijdrage van het mkb aan de industriële en landbouwproductie en de visserijsector veiligstelt, voor banen met rechten, voor handel en voor een beleid dat voorziet in de basisbehoeften van de burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij hebben dit verslag goedgekeurd, waarin de middelen en methoden worden geschetst om het kleine bedrijven in de Europese Unie gemakkelijker te maken, in de vorm van wensen die waarschijnlijk nog wel even denkbeeldig zullen blijven.

Ik wil wel een aantal kanttekeningen plaatsen.

Het (weliswaar discrete) pleidooi voor een soort positieve discriminatie jegens kleine en middelgrote bedrijven "welke eigendom zijn van ondervertegenwoordigde etnische minderheden" is zinloos, onbegrijpelijk en totaal ideologisch.

De toegang van kleine en middelgrote bedrijven, en met name lokale bedrijven, tot openbare aanbestedingen, die de rapporteur voortaan wil bevorderen, is ondermijnd door de teksten die vijftien jaar geleden door dit Parlement zijn aangenomen, ondanks de waarschuwingen voor de averechtse effecten. In deze teksten werd de toegang van grote ondernemingen, met name uit het buitenland, tot openbare aanbestedingen gestimuleerd. Deze ondernemingen beschikten over de informatie en de administratieve en juridische middelen om mee te dingen naar deze aanbestedingen, toen het lokale mkb hierover niet beschikte.

De toegang van kleine en middelgrote ondernemingen tot bestaande nationale en Europese steun is buitengewoon complex vanwege de vereisten die in de Europese wetgeving zelf zijn vastgelegd.

Kortom, eens te meer wordt de indruk gewekt dat er met Europese teksten een oplossing moet worden gevonden voor voorspelbare problemen die zijn ontstaan door andere Europese teksten.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb voor het verslag van mevrouw Herczog gestemd over de invoering van een Small Business Act.

Tegen de achtergrond van de huidige economische en financiële crisis zijn onze kleine en middelgrote ondernemingen het eerste slachtoffer wanneer banken de toegang tot krediet beperken. De drijvende kracht achter de groei van deze bedrijven moet dringend opnieuw op gang worden gebracht. Met de invoering van een Europese Small Business Act wordt het concurrentievermogen van het mkb versterkt en kunnen woorden eindelijk in daden worden omgezet. Het Europees Parlement heeft een sterk signaal afgegeven aan de Raad en de Europese Commissie om de effectieve toepassing van de Small Business Act te garanderen, namelijk "voorrang aan het mkb", zodat deze nieuwe maatregelen door al deze bedrijven worden begrepen en toegepast door daarin met name de volgende acties op te nemen: bedrijven geen onnodige lasten laten dragen, de oprichting van middelgrote en innoverende bedrijven bevorderen, die verder reiken dan de communautaire definitie van het mkb (250 werknemers) en de toegang van het mkb tot financiering en tot openbare aanbestedingen vergemakkelijken om hun groeimogelijkheden kracht bij te zetten.

Ik betreur echter dat dit actieplan geen verplicht juridisch instrument vormt.

 
  
MPphoto
 
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN), schriftelijk. − (PL) Ik heb voor het verslag-Herczog over een Small Business Act voor Europa gestemd, aangezien ik van mening ben dat het om een belangrijk wetgevingsdocument gaat dat de kleinste componenten van onze economie betreft. Het midden- en kleinbedrijf zorgt vandaag voor ongeveer 100 miljoen banen in de Europese Unie en vertegenwoordigt bijna 99 procent van alle Europese ondernemingen. In dit verband en gelet op het feit dat de huidige crisis een ernstige economische ontwrichting dreigt te veroorzaken, dienen we op EU-niveau rechtsregels ten uitvoer te leggen die het voor deze bedrijven gemakkelijker maken om te blijven bestaan. Deze bepalingen zouden in de eerste plaats betrekking moeten hebben op kwesties als de eigendomsoverdracht in ondernemingen (met name in het geval van ziekte of pensionering van de eigenaar) en de harmonisatie van de termijnen voor de betaling van handelstransacties (om een kredietcrisis te vermijden).

In het document wordt eveneens gewezen op het belang van innovatie, wetenschappelijk onderzoek, octrooien en uitvindingen, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en internethandel voor het midden- en kleinbedrijf. Daarnaast dient te worden gegarandeerd dat deze ondernemingen toegang hebben tot financieringsbronnen, met inbegrip van Europese fondsen en kredieten. Een afzonderlijke, maar daarom niet minder belangrijke kwestie betreft het terugdringen van de bureaucratie die voor talrijke kleine en middelgrote ondernemingen een ware nachtmerrie is. Het vermelden waard zijn ook de tien principes om het beleid ten aanzien van kleine ondernemingen vorm te geven, zowel op communautair als op nationaal niveau. Daarenboven ben ik van mening dat het onontbeerlijk is om de nadruk te leggen op de noodzaak om de activiteiten van het midden- en kleinbedrijf in het grensoverschrijdend kader van de interne markt te steunen en te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. (FR) De mededeling van de Commissie inzake de Small Business Act is in de huidige context van bijzonder belang. Hierin worden immers de fundamentele beginselen uiteengezet die ten grondslag moeten liggen aan de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van beleid, zowel op Europees als op nationaal niveau, zodat alle kleine en middelgrote ondernemingen die op Europees grondgebied werkzaam zijn, over dezelfde kansen en mogelijkheden beschikken. Op een meer operationeel vlak bevat de mededeling ook een pakket bestaande uit meer dan vijftig verschillende maatregelen, waaronder vier wetgevingsvoorstellen waarmee deze beginselen in wetgeving zijn vertaald. Steun voor het mkb, met name in deze ernstige economische crisis, moet een absolute prioriteit vormen. De investering van kleine en middelgrote bedrijven is een van de sleutels voor het zo verwachte herstel.

Aangezien de meeste acties onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, moeten manieren worden gevonden om de lidstaten en de communautaire instellingen erbij te betrekken, zodat de maatregelen die voor het mkb zijn bedoeld, daadwerkelijk een toegevoegde waarde vormen. Een aantal amendementen van mijn fractie heeft tot doel het beginsel Think Small First verplicht op te nemen in toekomstige wetgeving. Ik sta ook achter het idee van een afzonderlijke begrotingslijn voor het mkb…

(Stemverklaring ingekort overeenkomstig artikel 163 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Paragraaf 68 van dit verslag stelt dat er een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting moet komen. Dat is iets wat ik niet kan steunen en ook niet zal steunen. Belastingheffing is een bevoegdheid van de lidstaten, niet van de EU, en elke verwijzing naar een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting leidt onvermijdelijk tot bezorgdheid over Europese tarieven voor de vennootschapsbelasting, waar ik niet achter kan staan.

Ik heb daarom het eerste deel van deze paragraaf verworpen. Omdat de plenaire vergadering als geheel voor die paragraaf heeft gestemd, heb ik bij de eindstemming tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Hoewel kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) nu voor het eerst centraal staan in de Europese wetgeving, is er geen reden tot juichen; eerder is er sprake van een drama. 2009 wordt een jaar waarin over het lot van duizenden KMO's zal worden beslist. Want als grote bedrijven omvallen, sleuren ze de kleintjes onverbiddelijk mee in hun ondergang.

Een duidelijk kenmerk van de veelbesproken kredietcrisis is de teruggang van het kredietvolume. Voorkomen moet worden dat met Bazel II definitief de geldkraan voor KMO's wordt dichtgedraaid. Bovendien mag een vereenvoudiging van een procedure om de bureaucratie terug te dringen – als ondernemingen al iets merken van die vereenvoudiging – niet door zwaardere lasten op andere gebieden ongedaan worden gemaakt. Niet in de laatste plaats moeten ook de inschrijvingen en overheidsaanbestedingen middenstandsvriendelijker worden gemaakt, zodat ook kleine ondernemingen een kans hebben. Ik heb voor de Small Business Act gestemd, in de hoop dat deze wetgeving ditmaal meer zal betekenen dan het papier waarop zij gedrukt is en daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag van mevrouw Herczog over de Small Business Act gestemd. Het is duidelijk hoe belangrijk het mkb binnen de Europese Unie is, en daarom sta ik achter haar zorgvuldige werk. Het beleid, de overheidssteun en de maatschappelijke omgeving moeten alle zijn toegesneden op de werkelijke behoeften van het kleinbedrijf, dat werkelijk de ruggengraat van de Europese Unie vormt. Ik ben het daarom met de inhoud van het verslag eens, vooral ten aanzien van de wetgevingsvoorstellen betreffende de algemene groepsvrijstellingsverordening voor het mkb inzake staatssteun.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Zoals bekend zorgen de kleine en middelgrote ondernemingen voor meer dan 90 procent van de arbeidsplaatsen in Europa. Ten gevolge van de huidige crisis zijn veel werknemers van die bedrijven nu werkloos of zullen het binnenkort worden.

Wij juichen de door de Commissie bevorderde stroomlijning van de procedures van de structuurfondsen toe, daar het een positief signaal is.

De mondialsering, gecombineerd met de huidige crisis, heeft veel omstandigheden veranderd die ten grondslag lagen aan de besluiten die in het verleden op Europees niveau genomen zijn en in die tijd correct werden geacht.

Daarom ben ik ervan overtuigd dat bijvoorbeeld een aantal elementen van het regionale en het cohesiebeleid herzien moeten worden.

Tevens dienen we de geldende financiële voorwaarden voor de kleine en middelgrote ondernemingen te onderzoeken. Die zijn van doorslaggevende aard, met name wanneer bedrijven hun leningen moeten aflossen in tijden van geringe macro-economische bedrijvigheid.

Derhalve steun ik dit verslag, want juist op momenten als deze moeten we denken aan het mkb en zijn bijdrage aan innovatie, economische groei en werkgelegenheid.

Daarom dient er op Europees niveau een anticyclisch beleid te bestaan. Met het oog daarop zijn veel krachtiger stappen nodig om tot een waarlijk Europees macro-economische beleid te komen waar nu nog geen sprake van is.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik verwelkom dit verslag en heb met genoegen voor de hoofdtekst ervan gestemd, met weinig uitzonderingen. Ik ben het niet eens met een gemeenschappelijke geconsolideerde grondslag voor de vennootschapsbelasting, aangezien hierover geen overeenstemming bestaat. Evenzo geef ik met betrekking tot boetes voor de overschrijding van betalingstermijnen de voorkeur aan de richtlijn inzake betalingsachterstand, teneinde verwarring te voorkomen.

Aangezien kleine en middelgrote ondernemingen het sterkste groei-element zijn in de economie, helpt dit voorstel de voorwaarden voor groei te versterken. Het zuidoosten van Engeland zou baat hebben bij zo'n aanpak.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement over een Small Business Act voor Europa gestemd, omdat het van groot belang is om betere randvoorwaarden te scheppen die erop zijn gericht een klimaat te creëren dat innovatie door KMO’s bevordert, met name door nieuwe methoden in te voeren ter verbetering van de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en voor een doeltreffendere bestrijding van fraude en namaak in de hele Europese Unie.

De financiële instellingen, de Commissie en de lidstaten moeten zich gezamenlijk inspannen om ervoor te zorgen dat KMO’s toegang tot financiering hebben en hun kapitaal kunnen consolideren door winst te herinvesteren in het bedrijf. Ik heb voor de amendementen gestemd waarin wordt gepleit voor dringende maatregelen om ervoor te zorgen dat KMO’s geen heffingen hoeven te betalen vóór de start van de bedrijfsactiviteiten, zodat zij in staat worden gesteld eigen middelen op te bouwen. Ook heb ik de EIB opgeroepen nieuwe financiële instrumenten en bruikbare nieuwe oplossingen te ontwikkelen, waarmee de belemmering van het onderpand bij de toegang tot krediet wordt aangepakt. Bovendien heb ik de lidstaten verzocht in het licht van de huidige economische crisis banken aan te moedigen het mkb tegen redelijke voorwaarden toegang tot krediet te garanderen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid