Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2005/0236(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0069/2009

Debatten :

PV 10/03/2009 - 12
CRE 10/03/2009 - 12

Stemmingen :

PV 11/03/2009 - 5.12
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0112

Debatten
Dinsdag 10 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

12. Gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (herschikking) - Gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (herschikking) - Havenstaatcontrole (herschikking) - Communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart - Grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector - Aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen - Wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaren - Naleving van vlaggenstaatverplichtingen (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- Verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (herschikking) [PE-CONS 3719/2008 - C6-0042/2009 - 2005/0237A(COD)] - Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité - Rapporteur: Luis de Grandes Pascual (A6-0097/2009)

- Verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (herschikking) [PE-CONS 3720/2008 - C6-0043/2009 - 2005/0237B(COD)] - Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité - Rapporteur: Luis de Grandes Pascual (A6-0098/2009)

- Verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende havenstaatcontrole (herschikking) [PE-CONS 3721/2008 - C6-0044/2009 - 2005/0238(COD)] - Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité - Rapporteur: Dominique Vlasto (A6-0099/2009)

- Verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart [PE-CONS 3722/2008 - C6-0045/2009 - 2005/0239(COD)] - Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité - Rapporteur: Dirk Sterckx (A6-0100/2009)

- Verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijnen 1999/35/EG en 2002/59/EG [PE-CONS 3723/2008 - C6-0046/2009 - 2005/0240(COD)] - Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité - Rapporteur: Jaromír Kohlíček (A6-0101/2009)

- Verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen [PE-CONS 3724/2008 - C6-0047/2009 - 2005/0241(COD)] - Delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité - Rapporteur: Paolo Costa (A6-0102/2009)

- Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaars [14287/2/2008 - C6-0483/2008 - 2005/0242(COD)] - Commissie vervoer en toerisme. Rapporteur: Gilles Savary (A6-0072/2009)

- Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen [14288/2/2008 - C6-0484/2008 - 2005/0236(COD)] - Commissie vervoer en toerisme. Rapporteur: Emanuel Jardim Fernandes (A6-0069/2009).

 
  
MPphoto
 

  Luis de Grandes Pascual, rapporteur. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, geachte vice-voorzitter van de Commissie Tajani, dames en heren, met de bekrachtiging van het Erika III-pakket zetten we een punt achter een karwei waaraan we meer dan drie jaar geleden zijn begonnen. Bij mij overheerst zonder twijfel een gevoel van tevredenheid, een tevredenheid die denk ik wordt gedeeld door iedereen die samen met mij deze weg heeft afgelegd. We schrijven hiermee een nieuw hoofdstuk van de geschiedenis van Europa, omdat dit pakket de zeeën binnen onze Europese ruimte veiliger zal maken.

We mogen niet vergeten dat Erika III bedoeld is om onze zeeën te beschermen, en zoals iedereen weet is dit pakket het gevolg van de vreselijke ongelukken met de Erika en de Prestige, die enorme hoeveelheden olie hebben verloren en grote schade hebben veroorzaakt aan de Zuid-Europese kusten.

We hebben lessen getrokken uit ons verleden en we beseffen dat we onmiddellijk moeten handelen om te voorkomen dat dergelijke dingen opnieuw op deze manier gebeuren. Europa mag de strategische waarde van het zeevervoer voor de economie niet onderschatten: 90 procent van de buitenlandse handel van de Europese Unie gaat over zee, evenals 40 procent van onze intracommunautaire handel.

Daarom heeft de Europese Unie gedurende tientallen jaren zo veel energie moeten stoppen in de ontwikkeling van een wettelijk kader voor het zeevervoer.

Dat proces is niet over rozen gegaan; verre van dat, mag ik wel zeggen, want hoewel we een gemeenschappelijk doel hadden, maakte de aanvankelijk nogal gierige houding van de Raad de zaken er niet gemakkelijker op. In dit verband wil ik omdat het terecht is mijn waardering uitspreken voor de sterke politieke wil van het Franse voorzitterschap om deze belangrijke kwestie tot een goed einde te brengen.

Ook is het niet overbodig om de aandacht te vestigen op de beslissende rol van vice-voorzitter Tajani, die de laatste aanzet heeft gegeven tot het bereiken van een consensus. Tot slot, maar daarom niet minder belangrijk, wil ik nadrukkelijk wijzen op de vasthoudendheid waarmee het Parlement is opgekomen voor de Europese belangen en voor de bescherming van de burgers die we vertegenwoordigen.

Dan wil ik nu ingaan op de inhoudelijke aspecten en enkele opmerkingen maken over elk van de voorstellen waaruit dit pakket bestaat, waarbij ik u nu al kan zeggen dat de meeste bezwaren die ik tegen dit voorstel had zijn verdwenen.

Geachte afgevaardigden, ik heb me tijdens deze onderhandelingen ernstig zorgen gemaakt over een bepaalde kwestie, omdat die raakt aan een essentieel aspect van het pakket. Ik heb het over het onafhankelijke karakter van de organen en autoriteiten die in het leven zijn geroepen om in de kortst mogelijke tijd de beste besluiten te nemen, en meer in het bijzonder over de onafhankelijke autoriteit die in het leven zal worden geroepen om het altijd moeilijke besluit te nemen over de vraag of schepen in gevaar een veilige haven binnen mogen worden geloodst. En, dames en heren, ik ben buitengewoon ingenomen met het uiteindelijke resultaat: elke lidstaat zal een onafhankelijke autoriteit aanwijzen die over voldoende middelen en capaciteit zal beschikken om in de kortst mogelijke tijd het best mogelijke besluit te nemen. Pas nadat een gedetailleerde analyse van alle risico’s is gemaakt, zal de autoriteit besluiten of het schip kan worden binnengehaald of juist op afstand moet worden gehouden.

In dit verband mag ik de volharding waarmee de heer Sterckx zich van zijn moeilijke taak heeft gekweten niet ongenoemd laten. Ik ben ook zeer tevreden over de vooruitgang die we hebben geboekt bij de instrumenten voor het monitoren van schepen, die onontbeerlijk zijn om het aantal gevaarlijke situaties te verminderen. Met betrekking tot het voortreffelijke verslag van mevrouw Vlasto wil ik de aandacht vestigen op de substantiële verbetering die daarmee zal worden gerealiseerd ten opzichte van de huidige inspectieregeling voor de communautaire havens, die doelmatiger zal worden gemaakt op basis van risicoprofielen. Ik wil de heer Kohlíček bedanken voor zijn bereidheid tot een dialoog en voor zijn goede werk.

Daarnaast wil ik wijzen op het ambitieuze voorstel voor de rechten van passagiers, die tot dusver niet in de communautaire wetgeving waren vastgelegd, waarbij ik de heer Costa wil bedanken voor de inspanningen die hij tot het laatste moment heeft ondernomen.

Met betrekking tot de verslagen-Savary en -Fernandes doet het me enorm veel genoegen dat de Raad uiteindelijk toch heeft besloten om af te zien van zijn obstructief standpunt, dat tot niets goeds kon leiden. Daardoor kon er een zij het dan minimale oplossing worden gevonden. In elk geval moeten we tevreden zijn dat het pakket nu rond is.

Tot slot wil ik iets zeggen over mijn eigen verslag, dat na de behandeling in de Raad in twee juridische instrumenten is opgesplitst.

De cruciale punten in mijn verslag kunnen als volgt worden samengevat: met deze vierde wijziging van de communautaire wetgeving inzake het optreden van inspectiediensten zijn we erin geslaagd de toezichtsmechanismen te versterken door een onafhankelijk evaluatiecomité op te zetten dat permanente bevoegdheden heeft en autonoom kan handelen.

Ook zijn we erin geslaagd een sanctiesysteem op te zetten dat flexibeler, billijker en ook nog eens doelmatiger is dan het vorige, omdat wie niet doet wat hij moet doen, gestraft wordt, terwijl de hoogte van de sanctie afhankelijk is van de ernst van de inbreuk en van de financiële draagkracht van de betrokken organisatie.

Tot slot zijn we erin geslaagd vooruitgang te boeken bij de delicate kwestie van de erkenning van classificatiecertificaten, waarbij de voorwaarden zijn vastgesteld waaronder de erkende organisaties elkaar ook wederzijds zullen moeten erkennen, zonder daarbij de veiligheid op zee in gevaar te brengen en uitgaande van de strengste eisen, om te waarborgen dat de uitmuntendheid die kenmerkend is voor onze Europese maritieme sector wordt gehandhaafd.

 
  
MPphoto
 

  Dominique Vlasto, rapporteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, op 23 november 2005 publiceerde de Europese Commissie haar voorstellen voor het Erika III-pakket, en als u mij toestaat zou ik hier graag eer willen betonen aan de commissaris die destijds verantwoordelijk was voor vervoer, Jacques Barrot, omdat hij met dit nieuwe pakket een zeer ambitieus werkstuk ter verbetering van de maritieme veiligheid in Europa heeft afgeleverd.

Met het Erika III-pakket wordt de laatste hand gelegd aan een alomvattende wetgeving, waaraan sinds de tragische schipbreuk van de Erika voor de kust van Bretagne tien jaar is gewerkt. Dankzij dit pakket heeft de Europese Unie de aanvankelijk bestaande, ernstige leemtes kunnen opvullen en geldt zij momenteel als een internationaal voorbeeld op het gebied van de maritieme veiligheid.

In de nasleep van deze catastrofes was het terecht dat de Europese burgers die zich zorgen maakten over rampen op zee, een krachtige, vastberaden reactie van de politici verwachtten om een einde te maken aan onverantwoordelijk gedrag.

Ons streven was om een ruimte van verantwoordelijkheid te creëren waarin iedere deelnemer aan het zeevervoer zijn deel van de verantwoordelijkheid op zich zou nemen voor zijn keuzen, zijn daden, en eventueel zijn vergissingen en fouten.

Het Erika III-pakket omvat zodoende verscheidene fasen van het zeevervoer, waarbij de verschillende voorstellen elkaar daadwerkelijk aanvullen. Het gaat om een totaalaanpak die ons ertoe heeft aangezet onze afzonderlijke verslagen te beschouwen als onderdeel van een ondeelbaar geheel.

Nu ons Parlement zich vandaag moet uitspreken over de uitkomst van de bemiddelingsprocedure waarmee dit lange proces – van ruim drie jaar werk – wordt afgesloten, zijn wij, als rapporteurs, blij met deze gemeenschappelijke aanpak, omdat we op deze manier een resultaat kunnen bereiken dat ik zeer bevredigend vind.

Ik dank de collega-rapporteurs, die allen dit algemene belang voor ogen hebben gehad alvorens zich op hun eigen, individuele belangen te richten. Hierdoor konden wij met elkaar tot een goed resultaat komen, dat voor ieder van ons afzonderlijk niet haalbaar was geweest.

Wat mijn eigen verslag betreft, heeft het Parlement over bijna alle belangrijke punten die het bevat, voldoening gekregen. Ten eerste omdat de inspecties van schepen niet alleen in havens zullen plaatsvinden, maar ook op ankerplaatsen, zoals wij hadden gevraagd. Dat is heel belangrijk, want het betekent dat schepen niet langer kunnen aanleggen op plaatsen waar ze de inspecties gegarandeerd ontlopen.

Vervolgens zijn wij erin geslaagd zeer strikte regels op te stellen voor de uitvoering van de inspecties: lidstaten kunnen met elkaar samenwerken om de inspecties van de ene aanleghaven tot de volgende te plannen, zonder dat dit ten koste gaat van de inspecties van vaartuigen met een hoog risico. Deze schepen moeten bovendien met tussenpozen van maximaal zes maanden worden geïnspecteerd.

Het meest bevredigende punt van onze onderhandelingen met de Raad is echter dat herhaald slecht gedrag zal worden bestraft. De inspecties in onze havens kunnen leiden tot tijdelijke maatregelen om toegang te weigeren en tot een verbod om in onze wateren te varen, en zelfs tot een permanent toegangsverbod, dat wil zeggen een definitief verbod om Europese havens en ankerplaatsen aan te doen. Deze maatregel is met name gericht op afgedankte schepen.

Hiertoe zal een tolerantiegrens worden ingesteld; een drempel voor onverantwoordelijk gedrag die niet mag worden overschreden, want schepen die een permanent toegangsverbod tot onze havens en ankerplaatsen krijgen opgelegd, zullen als drijvende wrakken worden aangemerkt, en daarvan zou een afschrikkende werking moeten uitgaan.

Op dit punt hebben wij in de bemiddeling overeenstemming met de Raad bereikt. De bemiddelingsbijeenkomst van 8 december was dus bijzonder positief. Mijn dank gaat uit naar het Franse voorzitterschap van de Raad en naar Dominique Bussereau, want ik ben ervan overtuigd dat het aan de persoonlijke inzet en al het werk van de teams van het voorzitterschap te danken is dat wij vandaag een zeer bevredigend resultaat kunnen voorleggen. Ik verzoek het Parlement dan ook dit zonder voorbehoud te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Dirk Sterckx, rapporteur. − Voorzitter, commissaris, we ronden een opdracht af waar we tien jaar geleden aan begonnen zijn; ik herinner mij nog goed de verontwaardiging over het ongeval met de Erika in december 1999. De snelle voorstellen van mevrouw De Palacio toen, de medewerking van de Raad - die onder druk van de publieke opinie er in elk geval mede voor heeft gezorgd dat we in juni 2002 de eerste twee pakketten klaar hadden, met onder meer mijn verslag over monitoring en een Europees beleid voor de monitoring van schepen en voor vluchthavens.

Ik herinner mij ook nog goed onze verontwaardiging in november 2002 - het was toen trouwens ook zitting hier in Straatsburg - over de ramp met de Prestige. Toen hebben we gezegd: Waarom hebben we al die maatregelen goedgekeurd, als bij de toepassing ervan de zaken zo grondig fout kunnen lopen? We hebben als Parlement toen onze rol gespeeld.

Ik herinner u aan een verslag van de Tijdelijke Commissie MARE, onder voorzitterschap van Georg Jarzembowski, waarin we destijds duidelijk gezegd hebben dat het regelgevingskader, zowel Europees als internationaal er weliswaar is, maar dat we ervoor moeten zorgen dat die regels in de praktijk ook worden toegepast en opgevolgd door de mensen aan boord van schepen, in havens, en waar dan ook ten einde voor een zo veilig mogelijke scheepvaart te zorgen.

Bij de toepassing ervan in de praktijk ging hier en daar nog wel eens wat mis; de Commissie heeft de vragen die toen in het Europees Parlement gesteld zijn beantwoord met zeven voorstellen van Jacques Barrot. Ik denk dat dat een goed geheel was, en ik zou ook commissaris Tajani willen bedanken voor de follow-up in dezen. Een en ander vormt mijns inziens een goed geheel, bestaande regels worden verbeterd en die regels worden aangevuld met twee verslagen, van Gilles Savary en van Emanuel Jardim Fernandes; we hebben dus voor een evenwichtig pakket gezorgd.

Twee woorden over mijn verslag over de monitoring in de zeescheepvaart. We hebben uitwisseling via een bestaand net, het SafeSeaNet genaamd, waar alle lidstaten met elkaar spreken en informatie uitwisselen. Alle schepen moeten AIS hebben, een automatisch systeem dat informatie over schepen die in de Europese wateren komen, doorgeeft, waardoor we de risico's kunnen lokaliseren. Het AIS is er ook voor vissersschepen, waardoor ook de veiligheid van die vloot wordt verbeterd. We dringen er nogmaals op aan - en ik denk dat dat belangrijk is - dat de bemanning van schepen in geval van een ongeval billijk wordt behandeld en niet wordt beschouwd wordt als criminelen, hetgeen fout is.

We hebben voorts de regeling voor de opvang van schepen in nood aangescherpt. We moeten plannen hebben - dat wisten we al -, maar er moet nu ook een autoriteit zijn die niet alleen die plannen meemaakt, maar ook voor de uitvoering van die plannen zorg draagt. Een deskundige autoriteit die bevoegd is, die onafhankelijke beslissingen kan nemen en die een permanent karakter heeft. Dus niet een die bij een ongeval nog rap rap moet worden opgetrommeld, neen, een die er is. Commissaris, we wachten nog op een regeling voor de compensatie van schade aan vluchthavens, maar ik reken erop dat u te gepasten tijde met een voorstel komt.

We hebben hier dus tien jaar aan gewerkt. Dit keer zonder de druk van een ramp. Ik zou zowel het Sloveens voorzitterschap als het Frans voorzitterschap willen bedanken, zoals mevrouw Vlasto overigens ook reeds gedaan heeft. Ik denk dat er zonder hen geen beslissing mogelijk was geweest, maar vooral zou ik willen zeggen dat wij als Europees Parlement zeer vasthoudend zijn geweest en in grote eensgezindheid onze standpunten op heel wat punten hebben doorgedrukt.

Ik zou daarvoor alle collega's die hebben meegewerkt, schaduwrapporteurs, rapporteurs en alle anderen willen bedanken. Mijn gedachten gaan vandaag uit naar een man die er niet meer is, maar die een enorme rol gespeeld heeft bij de totstandkoming van dit pakket, en dat is Willi Piecyk. Postuum wil ik hem daarvoor nog hartelijk danken.

Wij kunnen, collega's, geen richtlijn uitvaardigen die ongevallen verbiedt. Wij kunnen ook geen richtlijn uitvaardigen die zegt dat het niet meer zal stormen op zee. Maar ik denk dat we alles wat we op dit moment politiek konden doen om de veiligheid op zee te verbeteren, hebben gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Jaromír Kohlíček, rapporteur. − (CS) Geachte collega’s, scheepsrampen kunnen met recht beschouwd worden als een van de meest vernietigende soorten verkeersongevallen. De zeevaart is al sinds mensenheugenis vol van bijgeloof en tradities en tot voor kort bestond er een veelvoud aan regels voor. Dit gewoonterecht is echter geleidelijk aan omgezet in steeds duidelijkere voorschriften, onder meer door de Internationale Maritieme Organisatie (IMO). Dit had en heeft een duidelijk doel, namelijk veilig verkeer van goederen en personen, verduidelijking van technische vereisten voor schepen en scheepvaartinfrastructuur, vaststelling van verkeersregels ter zee, enzovoort. Andere voorschriften – voor onder meer ook de onlangs hier in het Europees Parlement behandelde vraagstukken – zorgen voor harmonisering van de minimumvereisten voor het opleidingsniveau van de bemanning. Weer andere regelgeving poogt de kans op een scheepsramp te elimineren. Ondanks alle technische maatregelen die we treffen, verdwijnt het risico op grote scheepsrampen echter nooit helemaal. Tot de ramp met de olietanker Prestige waren de Europese lidstaten er zich nog niet van bewust dat er voor gedegen technisch onderzoek naar de oorzaken van scheepsrampen geharmoniseerde regelgeving nodig was. Maar uit het onvermogen om de vinger achter de oorzaken van de ramp met de Prestige te krijgen, dus om vast te stellen wat nu precies de oorzaken waren van deze grote ramp, bleek ondubbelzinnig hoe belangrijk het wel niet was om te beschikken over geharmoniseerde onderzoeksmethodes. Daarbij denke men aan het vaststellen van vaste termijnen voor de aanvang en het afsluiten van het onderzoek, aan een vaste structuur voor het eindrapport, alsook aan de noodzaak van een objectieve onderzoekscommissie. Wat de richtlijn betreft moest ervoor worden gezorgd dat de verschillende onderdelen ervan aansloten op de vereisten van de IMO, alsook op andere onderdelen van het derde maritieme pakket. Bovendien moest erop worden toegezien dat deze richtlijn in overeenstemming was met andere bindende EU-voorschriften, bijvoorbeeld die op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens.

Het resultaat van de bemiddelingsprocedure mag er naar mijn mening zijn. Alle nog openstaande kwesties zijn nu opgelost en ook is duidelijk vastgelegd hoe er precies omgesprongen dient te worden met de bemanning van verongelukte schepen. De gekozen formulering is in lijn met het desbetreffende onderdeel van de door de heer Sterckx behandelde richtlijn, dat wil zeggen met het monitoring- en informatiesysteem van de Gemeenschap voor de zeescheepvaartsector, dat ook al even genoemd werd door mijn collega. Tot slot zou ik de indieners van de amendementen willen bedanken voor hun collegiale werkwijze. Verder ben ik de medewerkers van de Europese Commissie en de lidstaten die aan dit onderwerp meegewerkt hebben - Duitsland, Slovenië en Frankrijk - zeer erkentelijk voor hun buitengewoon coöperatieve houding. Het hoogkwalitatieve eindresultaat is niet in de laatste plaats te danken aan alle deskundige assistenten. In de eerste fase van de werkzaamheden was bijvoorbeeld Hannes Kugi een grote steun voor mij en in de bemiddelingprocedure kon ik bouwen op de onvermoeibare Katrin Huber. Mede dankzij hen is de richtlijn een praktisch bruikbaar instrument geworden dat we alle deskundigen zonder enige terughoudendheid kunnen aanbevelen.

 
  
MPphoto
 

  Paolo Costa, rapporteur.(IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, geachte collega's, we sluiten vanavond tijdens deze vergadering een lang werktraject af en ik denk dat ieder van ons tevreden mag zijn met de behaalde resultaten. We kunnen om uiteenlopende redenen – redenen die de Unie als geheel betreffen – tevreden zijn, want het spreekt voor zich dat de Europese Unie, alleen wanneer dit echt noodzakelijk is, ruimtes waarvoor reeds internationale regels bestaan, zelf regionaal mag reglementeren en zich mag bemoeien met het werk van de lidstaten en internationale organisaties. Inmiddels is duidelijk geworden dat dit inderdaad noodzakelijk was. Helaas hebben de ongelukken die dit proces in gang hebben gezet dat duidelijk gemaakt.

Het behaalde resultaat zal denk ik niet iedereen tevreden stellen. Het is namelijk een waardig compromis van een lang werktraject, waarbij alle betrokken instellingen –Commissie, Parlement en Raad – hun rol hebben vervuld en ieder de belangen heeft behartigd van zijn achterban, om het zo maar eens te zeggen. Dit betekent dat heel de sector en heel het kader van de maritieme veiligheid vandaag vooruitgang hebben geboekt. Ten slotte hebben mijn collega's en ik de eer en de mogelijkheid gehad om meer specifieke problemen aan te pakken. Ik heb de verantwoordelijkheid en het genoegen gehad om me bezig te houden met de aansprakelijkheid van vervoerders ingeval van ongelukken aan boord waar passagiers bij betrokken zijn.

Ik moet uiteraard bekennen dat onze ambities, zoals altijd, slechts voor de helft terug te vinden zijn in het resultaat, ofschoon die soms binnen handbereik leken te zijn. Onze ambitie was de dekking en de bescherming van iedereen die aan boord van een schip gaat, zowel in internationale en nationale wateren als op rivieren, onmiddellijk te verhogen. Maar toen werden wij door de realiteit gedwongen het toepassingsgebied in te perken. Ik neem daar nota van maar toch kan ik het niet nalaten te zeggen dat er iets ontbreekt in dit pakket van regels, omdat veel schepen die van de rivier de zee opvaren, niet op deze manier verzekerd zijn, en dit is zonder meer een punt dat op een of andere manier afgedekt moet worden. Ik ben ervan overtuigd dat de Commissie zo snel mogelijk maatregelen in deze richting zal treffen.

We hebben echter een behoorlijk lange periode vastgesteld waarbinnen geprobeerd moet worden ervoor te zorgen dat ook reizen in de thuiswateren gedekt zijn. Dat deze periode zo lang is, is te wijten aan het probleem van de overgangsperiodes, en wellicht is dit een punt dat we hebben onderschat. Ik vrees dat wij het risico lopen dat het allemaal teveel tijd in beslag zal nemen en dat we er daarom te lang op moeten wachten. Het feit dat ze er zijn, is echter wel beter dan helemaal niets.

Een ander belangrijk punt van discussie – dat wij toch in de wacht hebben kunnen slepen – is dat deze bescherming op een vaststaand moment ingaat. We kunnen onze medeburgers nu met zekerheid melden dat, wanneer ze vanaf eind 2012 aan boord van een schip gaan, ze verzekerd zijn, ongeacht het feit hoe ze reizen. Kortom, we hebben er ook in dit opzicht voor gezorgd dat alle burgers zich iets meer Europeaan voelen, omdat die verzekering op iedere zee, waar dan ook en voor ieder schip zal gelden.

 
  
MPphoto
 

  Gilles Savary, rapporteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, wij zijn dus aan het einde gekomen van een wetgevingsmarathon die – zoals al werd opgemerkt – tien jaar heeft geduurd en die – zoals vanmorgen in een debat werd gezegd – ten onrechte de naam "Erika III" heeft gekregen.

Deze naam is misplaatst, want na de ramp met de Erika kwam de ramp met de Prestige; na de Prestige kwam de Tricolor; en na de Tricolor zijn er helaas nog tal van andere ongevallen op zee geweest, zowel in de Europese wateren als daarbuiten.

De naam is echter vooral misplaatst, omdat het hier, zoals de heer Sterckx al opmerkte, voor het eerst om een op zichzelf staande wetgeving gaat, dat wil zeggen om een wetgeving die ontdaan is van de emoties, excessen en polemieken die na rampen als die met de Prestige of de Erika de boventoon voeren. Het strekt de heer Barrot en de Commissie tot eer dat zij deze wetgeving hebben voorgesteld, maar het was ook vreselijk moeilijk.

De lidstaten zijn niet echt geneigd om wetgeving op dergelijke gebieden op te stellen, als er zich niets ernstigs voordoet. Als er daarentegen wél sprake is van ongevallen, vervallen zij soms in het andere uiterste als het om wetgeving gaat. In ieder geval gaat het hier om een stuk wetgeving dat daadwerkelijk heel belangrijk is, aangezien het uit zeven teksten bestaat.

Wat is het doel van deze wetgeving? Het doel is om van de Europese maritieme ruimte – of liever gezegd die van de lidstaten – een van de veiligste ruimtes ter wereld te maken. Dit is volkomen gerechtvaardigd, omdat het ook een van de drukst bevaren ruimtes en, geografisch gezien, een van de meest gecompliceerde ruimtes ter wereld is. Wij hebben veel zee-engtes, waaronder de Bosporus, de Straat van Gibraltar, het Nauw van Calais – waar dagelijks 800 handelsschepen doorheen varen –, die tot de grootste havens van de wereld behoren.

Daarom waren wij genoodzaakt deze aanzienlijke inspanning te verrichten; jammer genoeg niet om er zeker van te zijn dat er geen ongevallen meer zouden plaatsvinden – het leven is nu eenmaal ongewis –, maar om de zekerheid te hebben dat wij ongevallen zo goed mogelijk proberen te voorkomen en dat daarnaast de oorzaken van eventuele ongevallen bestraft worden.

De opzet van dit pakket is simpel: het is een virtueuze cirkel, waarin iedere schakel van de vervoersketen – van de havenstaat tot de verzekeraar, via de reder, het classificatiebureau en de vlaggenstaat – verantwoordelijk is voor zijn eigen handelingen en in zekere zin druk uitoefent – dat is althans onze bedoeling – om de vervoersomstandigheden weer gezond te maken en om ervoor te zorgen dat er een verantwoordelijke vervoerder wordt ingeschakeld die zich aan de regels houdt.

Als je er trouwens over nadenkt, zou ons model misschien – in zijn grote lijnen en zijn opzet – heel goed als voorbeeld kunnen dienen voor wat we nu in de financiële sector proberen te doen: de ratingbureaus in de financiële sector zijn namelijk evenzeer tekortgeschoten als de classificatiebureaus in de scheepvaartsector.

Bepaalde lidstaten bieden onderdak aan goedkope-vlagschepen, die we – in financieel opzicht – belastingparadijzen noemen. Bepaalde maatschappijen zijn ongewenst, en staan op zwarte lijsten of krijgen een toegangsverbod opgelegd in de scheepvaartsector. Het is dus beslist een exemplarische wetgeving, die bovendien op internationaal niveau binnen het kader van de Internationale Maritieme Organisatie past.

Ik zou ook willen opmerken dat dit in politiek opzicht een opmerkelijk succes voor de Gemeenschap is, omdat wij dankzij de band tussen de Commissie en het Parlement een zeer gecompliceerde tekst en wetgeving tot stand hebben gebracht, waartegen sterke weerstand bestond binnen de lidstaten.

Ik wil de heer Tajani en de Commissie graag bedanken. Daarnaast wil ik het Franse voorzitterschap bedanken, omdat de heer Bussereau zich volgens mij gerealiseerd heeft dat dit een zeer belangrijke kwestie zou kunnen zijn tijdens het Franse voorzitterschap. Bovendien wil ik graag al mijn collega's bedanken, want iedereen hier weet dat wij allerlei toeren en trucjes hebben uitgehaald om tot dit resultaat te kunnen komen. Dat wij dit maritieme pakket erdoor hebben gekregen, komt alleen maar omdat wij een hechte eenheid hebben gevormd en ons dusdanig solidair hebben opgesteld, dat sommige collega's – als ik dat zo mag zeggen – verstekelingen aan boord hebben gekregen, zoals mijn tekst of de tekst van de heer Fernandes, die de Raad niet wilde.

Dit, dames en heren, zijn de redenen voor dit succes. Ik had nog uitvoerig op mijn verslag willen ingaan, maar ik geloof dat ik aan het eind van dit debat nog spreektijd krijg. Dit zal mij de gelegenheid bieden om dat alsnog te doen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Emanuel Jardim Fernandes, rapporteur. (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, wij staan op het punt om het debat over het derde pakket maritieme veiligheid Erika III af te ronden. In dit proces, dat al meer dan drie jaar aan de gang is, hebben wij resoluut aangedrongen op meer veiligheid voor de passagiers, de oceanen, de zeeën en de zeevaart. U kunt ervan op aan dat ik mij als Portugees en met name als Portugees uit Madeira extra heb ingezet voor dit debat en de beoogde hoofddoelen. Wij willen waarborgen dat de EU-landen als leden van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) op coherente wijze hun plichten nakomen, de verdragen van deze organisatie naleven en de verplichte voorschriften integraal toepassen. Het onderhandelingsproces is moeizaam verlopen. Het Parlement heeft het pakket Erika III te allen tijde als een pakket beschouwd, niet als een reeks losse maatregelen.

Tijdens de eerste lezing heeft het Parlement een aantal amendementen aangenomen, namelijk de verplichting van de vlaggenstaat om controleurs en inspecteurs op te leiden en de capaciteit te ontwikkelen om ontwerpen voor de bouw en uitrusting van schepen te beoordelen, goed te keuren en toe te laten, de verplichting van de lidstaat om zich ervan te vergewissen dat schepen aan de toepasselijke internationale regelgeving voldoen en over documenten beschikken die dat aantonen - wanneer het geen nieuw schip betreft, neemt de lidstaat contact op met de vorige vlaggenstaat van het schip en verzoekt hij deze om de overdracht van de nodige documenten en gegevens – en de verplichting om een vlootgegevensbank voor schepen te onderhouden waarin de belangrijkste technische bijzonderheden van elk schip zijn opgenomen, met inbegrip van informatie over niet-naleving van IMO-bepalingen.

We hebben toen over zes van de acht voorstellen een politiek akkoord bereikt. Mijn kwestie en die van de heer Savary bleven echter onopgelost. Nu zijn we erin geslaagd om ook deze twee voorstellen op te nemen in de slottekst van het pakket Erika III. Dankzij het Parlement en de volharding van zijn leden, het Sloveense voorzitterschap en vooral ook het Franse voorzitterschap, aan wie ik mijn dank wens te betuigen, en de wil van alle betrokken partijen om tot overeenstemming te komen kunnen wij nu het derde pakket maritieme veiligheid voltooien. Er zij op gewezen dat de ratificatie van de internationale verdragen in dit proces wordt uitgevoerd via de nationale methode, een standpunt dat ik onafgebroken heb verdedigd uit respect voor de verschillende ratificatiesystemen die thans in de lidstaten worden gebezigd. In afwachting van de verplichting van het IMO-auditsysteem moeten de lidstaten hun maritieme instanties aan een dergelijke audit onderwerpen en de resultaten hiervan publiceren. De lidstaten moeten een internationaal gecertificeerd kwaliteitsbeheersysteem opzetten voor hun maritieme instanties. Alvorens een schip toestemming te verlenen om onder hun vlag te varen, moeten de lidstaten nagaan of het schip in kwestie in orde is met de internationale regelgeving.

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat schepen die onder hun vlag varen en die worden vastgehouden in het kader van een havenstaatcontrole in overeenstemming worden gebracht met de relevante IMO-verdragen. Lidstaten waarvan de vlag gedurende twee opeenvolgende jaren voorkomt op de zwarte of grijze lijst van het Memorandum van Overeenstemming van Parijs inzake havenstaatcontrole moeten de Commissie de redenen voor hun slechte prestatie meedelen.

Parallel met het gemeenschappelijk standpunt zullen de lidstaten een gezamenlijke verklaring opstellen waarin zij zich ertoe verbinden de belangrijkste internationale verdragen inzake maritieme veiligheid uiterlijk op 1 januari 2012 te ratificeren, de vlaggenstaatcode van de IMO en het ermee verbonden auditsysteem voor maritieme instanties te implementeren en de IMO ertoe aan te moedigen de naleving van deze twee instrumenten wereldwijd verplicht te maken.

Om te eindigen, mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wil ik benadrukken dat wij met het derde pakket maritieme veiligheid een belangrijke overwinning hebben geboekt in het Europese wetgevingsproces. De Commissie, de Raad en het Europees Parlement hebben een tekst voorgesteld, besproken, aangepast en uiteindelijk voor iedereen aanvaardbaar gemaakt die de levenskwaliteit van de burgers en de bedrijven verbetert, de veiligheid op onze zeeën en oceanen vergroot en ons de weg naar de toekomst opent. Het was voor mij een eer om aan dit proces deel te mogen nemen. De aanstaande stemming over dit pakket is dan ook een eerbetoon aan de slachtoffers van alle recente en mindere recente scheepsrampen, van de Prestige tot de Erika, van de Bolama tot de Estonia. Bovendien helpen deze maatregelen ons om de gevolgen van dergelijke ongevallen in de toekomst te voorkomen of te beperken.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vice-voorzitter van de Commissie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, vandaag hebben we een moeilijk karwei volbracht. We zijn gekomen aan het einde van een weg die het Parlement, de Raad en de Commissie gezamenlijk hebben afgelegd, een weg die bezaaid was met obstakels, technische problemen en een aantal niet onaanzienlijke meningsverschillen.

Ik wil mij in deze vergaderzaal echter niet alleen richten tot u, leden van het Parlement, nu u op het punt staat het werk te bezegelen en een nieuw maritiem pakket te water te laten. Ik richt mij ook tot alle burgers van de Europese Unie die u vertegenwoordigt. Met het volbrengen van dit moeilijke karwei geven wij als Europese instellingen, aan de vooravond van de Europese verkiezingen, een krachtig signaal af aan alle Europese burgers. Het is de taak van de Europese instellingen regels op te stellen als antwoord op de verzoeken van de burgers. Wanneer het moet, kunnen de instellingen problemen overwinnen en overeenstemming bereiken, omwille van de 500 miljoen Europeanen binnen onze grenzen. Ze zijn in staat het signaal af te geven dat ze de veiligheid willen waarborgen. Ze zijn in staat het signaal af te geven dat zij het milieu willen beschermen. Ze zijn in staat het signaal af te geven dat zij de rechten van passagiers willen verdedigen. Ze zijn in staat het signaal af te geven dat zij bedrijven willen beschermen en ervoor willen zorgen dat de regels worden nageleefd.

Aangezien wij in Europa onze rechtsbeschaving van oudsher baseren op rechtszekerheid, betekent het invoeren van nieuwe regels voor de maritieme sector een mogelijkheid om de Europese burgers opnieuw regels te geven die ze kunnen naleven, regels die kunnen zorgen voor betere omstandigheden in het vervoerssysteem, in deze belangrijke sector waar onze zeeën bij betrokken zijn. Daarom wil ik onderstrepen hoe belangrijk uw stemming over dit pakket is, want het gaat niet alleen om de inhoud van het pakket, maar vooral ook om de politieke boodschap die de Europese instellingen hiermee geven. De waarde van dit besluit gaat verder dan de specifieke situatie, dan de onderwerpen waarmee we ons nu bezighouden en waarvoor u besloten hebt regels op te stellen met de instemming van de Commissie en de Raad. Nogmaals, dit is een politieke keuze. Daarmee geven wij de Europese burgers het signaal dat zij vertrouwen kunnen hebben in hun instellingen, omdat die instellingen in staat zijn de problemen aan te pakken en op te lossen.

Daarom ook wil ik de diensten van de Commissie bedanken die eerst de heer Barrot en vervolgens mij in staat hebben gesteld om ons werk zo goed mogelijk te doen. Ook wil ik mijn dank betuigen aan het Franse voorzitterschap en het Sloveense voorzitterschap. De heer Bussereau ben ik erkentelijk voor al het werk dat hij verricht heeft tijdens de moeizaamste fase van de onderhandelingen, en ik wil ook nadrukkelijk wijzen op de belangrijke bijdrage van alle rapporteurs, van de Commissie vervoer en toerisme en heel het Parlement. Mijn dank aan de heer De Grandes Pascual, mevrouw Vlasto, de heer Sterckx, de heer Kohlíček, voorzitter Costa, de heer Savary – die ik nogmaals bedank voor zijn inspanningen – en tot slot de heer Fernandes. Ik dank hen voor al hun bijdragen maar ook voor het feit dat zij staat waren de onderhandelingen tot een goed einde te brengen door, in hun streven naar concrete antwoorden voor de burger, inschikkelijk te zijn ook bij juiste of voor iedereen aanvaardbare standpunten.

De uitdaging waar wij voor stonden was het versterken van de Europese wetgevingsinstrumenten. Het doel was ervoor te zorgen dat de scheepvaart die zich niets gelegen laat liggen aan voorschriften wordt bestreden en scheepsongevallen en verontreiniging van onze zeeën worden voorkomen. Nu moeten we gebruikmaken van alle beschikbare wetgevingsinstrumenten voor het zeevervoer om te verhinderen dat de ongevallen die ons ertoe aanzetten in actie te komen, zich opnieuw voordoen. In de eerste plaats hebben deze instrumenten betrekking op de vlaggenstaat, die de eerstverantwoordelijke is als het gaat om de veiligheid op zee. Er is een politieke grens getrokken: alle Europese vlaggenstaten moeten, zonder uitzondering, op de witte lijst staan en beschikken over de voor dit doel bestemde instrumenten. Een steviger kader voor Europese erkenning van classificatiebureaus zal ons ook in staat stellen onze scheepvaart effectiever te controleren.

Andere regels zullen van toepassing zijn op de havenstaat. Bepaalde schepen en rederijen mogen niet langer welkom zijn in onze wateren, omdat ze niet voldoen aan de minimale veiligheidsvoorschriften. Voor kuststaten geldt weer een andere reeks maatregelen: de efficiënte monitoring van schepen, ook over lange afstanden, is een essentieel preventief instrument. Dankzij de versterkte regelgeving over de ontvangst van schepen in nood in vluchthavens zullen we kunnen voorkomen dat scheepsongevallen uitmonden in milieurampen. We moeten preventief handelen, maar tegelijkertijd moeten we ook verantwoordelijkheid nemen voor de gevolgen van ongevallen en ervan leren. Rederijen moeten adequate aansprakelijkheidsverzekeringen afsluiten. Een gemeenschappelijk kader voor onderzoek zal ons optimale feedback over ongevallen opleveren, zodat we daarvan kunnen leren. Het behoeft geen betoog dat we risico’s niet volledig kunnen uitbannen uit het zeevervoer, evenmin als uit andere sectoren, maar het is de plicht van de wetgever, de plicht van eenieder die de burgers vertegenwoordigt, om zijn uiterste best te doen om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken.

Dat is, naar mijn mening, ons gezamenlijke doel. Mijns inziens hebben we hoe dan ook belangrijke vooruitgang geboekt. Het pakket dat u op het punt staat aan te nemen, betekent zonder meer een grote stap in de juiste richting en, nogmaals, een belangrijke politieke boodschap, een belangrijk signaal van de Europese instellingen dat zij een antwoord willen bieden op de vragen die 500 miljoen burgers hun voorleggen.

 
  
MPphoto
 

  Georg Jarzembowski, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Hartelijk dank, mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, dames en heren, ik wil allereerst namens mijn fractie een woord van dank richten tot alle rapporteurs, niet alleen voor het werk dat zij hebben verricht, maar ook omdat we hebben gerealiseerd wat we ons hadden voorgenomen, namelijk om de voorstellen als één pakket te behandelen. Doordat we ze als één pakket hebben behandeld, hebben we de Raad gedwongen ons tegemoet te komen. Zoals u weet waren er twee voorstellen die de Raad absoluut niet wilde aannemen. Alleen door de rijen gesloten te houden zijn we erin geslaagd de Raad zover te brengen dat hij ook deze twee dossiers in behandeling nam, en met succes.

Ik deel de opvatting van de vice-voorzitter van de Commissie dat dit pakket een groot succes is voor de burgers. Daarop moeten we ook in de verkiezingscampagne wijzen.

Als ik zo rondkijk, zijn er vanmiddag niet veel afgevaardigden bij het debat aanwezig. Toch is de totstandkoming van dit pakket een van de grootste successen van de Commissie vervoer en toerisme.

De burgers begrijpen wellicht niet altijd waarom we zo lang vergaderen en waarom het allemaal zo lang moet duren. Bij dit pakket is dat echter duidelijk: het bestaat uit voorschriften voor monitoring, classificatiebureaus, het onderzoek van ongevallen, verzekeringsverplichtingen, aansprakelijkheid, havenstaatcontrole en de naleving van vlaggenstaatverplichtingen. Op al deze verschillende gebieden moeten de eisen worden aangescherpt om – als het kan – ongelukken te voorkomen of – als er toch een ongeluk gebeurt – snel te kunnen reageren.

Mijnheer Sterckx, ik wil in het bijzonder u nog eens bedanken: u was al rapporteur van de speciale commissie die ik mocht voorzitten. Na de ramp met de Prestige kwamen we weer bij elkaar om te bespreken wat we nog moesten verbeteren. Onze voorstellen werden dankzij commissaris Barrot grotendeels door de Commissie overgenomen en werden met de wetgevingsprocedure feitelijk afgerond.

Er is daarom alle reden tot vreugde, nu we na al die jaren het derde pakket maritieme veiligheid kunnen vaststellen. Ik wil echter nog twee dingen zeggen. Ten eerste verdient de heer Bussereau onze dank: hij heeft als verantwoordelijke minister tijdens het Franse voorzitterschap de laatste hindernissen genomen en het pakket succesvol afgerond. Dat is vooral aan hem te danken.

Mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, alle ogen zijn nu op u gericht! Uw Commissie en het uitstekende Europees Agentschap voor Maritieme Veiligheid moeten er nu voor zorgen dat de lidstaten het pakket omzetten en toepassen. Alleen wanneer ook wordt toegepast wat we hebben vastgesteld, kunnen ongelukken als die met de Erika en de Prestige worden voorkomen. Dat doel vraagt onze gezamenlijke inzet. Hartelijk dank.

 
  
MPphoto
 

  Rosa Miguélez Ramos, namens de PSE-Groep. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik heb moeten rennen om hier op tijd te zijn. Ik zat op mijn kantoor naar vice-voorzitter Tajani en naar de overige sprekers te luisteren, en ik heb het gevoel dat ik alle rapporteurs en ook de Commissie moet feliciteren. Ook wil ik, net als de heer Tajani, met genegenheid en dankbaarheid mijn erkenning uitspreken voor het belangrijke werk dat commissaris Barrot heeft verricht, evenals voor de positieve houding van het Franse voorzitterschap.

Dit maritieme pakket – en dat wil ik hier zeggen – zal leiden tot een beslissende verandering in Europa, een verandering die de kwaliteit en de transparantie van de maritieme sector zal verbeteren. Ik denk dat we hiermee garanderen dat we nooit meer de ondoorzichtige situaties zullen meemaken die we in het verleden hebben gezien, na die twee ernstige ongelukken met de Erika en de Prestige, en vooral niet de mist die om het ongeluk met de Prestige hing. In dit opzicht is het verslag van de heer Kohlíček, waarvoor ik schaduwrapporteur ben, een garantie – dé garantie – dat de onderzoeken in de maritieme sector op een volledig transparante wijze zullen worden uitgevoerd en dat we allemaal – het algemene publiek en de publieke autoriteiten – zullen weten wat de oorzaak van elk ongeluk is geweest en wat er na elk ongeluk is gebeurd, zodat dit soort gebeurtenissen zich nooit meer zullen kunnen voordoen en alles wat verkeerd gedaan is kan worden gecorrigeerd.

Europa moet voortgaan op deze weg en ons werk zal hier niet ophouden, daar ben ik zeker van, omdat we op dit gebied altijd leiders zijn geweest, maar ook omdat het maritieme verkeer alleen maar zal blijven toenemen.

 
  
MPphoto
 

  Anne E. Jensen, namens de ALDE-Fractie. – (DA) Dank u, mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de rapporteurs graag feliciteren met het resultaat dat we hebben bereikt, en het Franse voorzitterschap danken voor zijn inspanningen. Het resultaat dat we hebben bereikt is een groot succes voor het milieu en voor de Europese scheepvaart. De laatste jaren is het hoofdzakelijk de EU geweest die met wetgeving en inspanningen binnen de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) de norm heeft bepaald wat betreft de gevolgen van de scheepvaart voor het milieu. De scheepvaart is een mondiale sector en met het oog op eerlijke concurrentie en het milieu is het belangrijk om gemeenschappelijke regels op mondiaal niveau te hebben. De EU kan echter een voortrekkersrol spelen en de norm bepalen met haar oproep tot striktere regels. Daarbij zullen we ervoor moeten zorgen dat de EU-landen zich ook daadwerkelijk aan de IMO-afspraken houden, en dat doen we precies met het wetgevingspakket dat we hier afsluiten. De zeven richtlijnen in het derde maritieme veiligheidspakket zullen verontreiniging voorkomen, zorgen voor een beter gecoördineerde respons bij ongevallen en incidenten, en voorkomen dat onzeewaardige schepen toegang krijgen tot EU-vaarwateren. Ik heb mij als schaduwrapporteur voor mijn fractie met name beziggehouden met de richtlijn inzake havenstaatcontrole en de richtlijn inzake onderzoek naar ongevallen en incidenten op zee, en ik wil de twee rapporteurs, mevrouw Vlasto en de heer Kohlíček bedanken voor hun uitstekende en succesvolle werk. We hebben een betere methode gekregen om schepen te controleren, zodat de slechtste schepen het meest worden gecontroleerd. Daarnaast hebben we bereikt dat het onderzoek naar ongevallen en incidenten rechtsbescherming biedt aan de personen die worden verhoord, de getuigen, maar ook dat de lessen die we uit onderzoeksrapporten trekken in de toekomst kunnen worden toegepast en uitgewisseld tussen de lidstaten onderling.

 
  
MPphoto
 

  Mogens Camre, namens de UEN-Fractie. – (DA) Dank u, mijnheer de Voorzitter, er is inderdaad reden tot grote tevredenheid over het maritieme pakket en er is ook reden voor onze fractie om onze dank uit te spreken voor het omvangrijke werk dat door de rapporteurs, de Commissie en de Raad op dit gebied is verzet. Nu hebben juist scheepsinspecties vooral betrekking op grote schepen en ik wil in dit verband wijzen op een probleem met de kleine schepen. We hebben bijzonder competente organen voor de uitvoering van de controles, maar de regels voor de zeewaardigheid van deze schepen en voor de momenten waarop de controles moeten worden uitgevoerd zijn niet duidelijk genoeg. Dit geldt met name voor vissersvaartuigen of vissersvaartuigen die zijn omgebouwd, hetzij om er verder mee te vissen hetzij voor toeristische doeleinden. Daarbij wordt dan vaak het gewicht vergroot of het motorvermogen verhoogd, waardoor het zwaartepunt verandert en de zeewaardigheid afneemt. Dit heeft in mijn thuisland, Denemarken, reeds tot meerdere tragische ongevallen geleid. Er moet een vereiste worden ingevoerd die bepaalt dat elk vaartuig, nieuw of omgebouwd, een controle op de zeewaardigheid moet ondergaan. Daarom wil ik, zoals de heer Costa, de Commissie verzoeken om zo spoedig mogelijk de bepalingen betreffende controle en goedkeuring uit te breiden, zodat ze ook van toepassing zijn op deze scheepstypen.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cramer, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, dames en heren, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie steunt dit uiteindelijke compromis. We zijn blij dat het Parlement zijn zin heeft gekregen en dat alle acht wetgevingsvoorstellen als één pakket in stemming worden gebracht. Ik wil alle rapporteurs hartelijk danken voor de samenwerking.

Voor de maritieme veiligheid is een strengere Europese wetgeving hard nodig. Door ongevallenpreventie worden mensenlevens gered en milieurampen voorkomen. Scheepsrampen als die met de Erika en de Prestige mogen niet nog eens gebeuren.

Met de havenstaatcontrole kunnen schepen die EU-havens aandoen beter worden gecontroleerd. Belangrijk voor ons is ook dat aan schepen die niet voldoen aan de veiligheidsvoorschriften, sancties kunnen worden opgelegd. Monitoring van schepen in de territoriale wateren is vooral in ecologisch kwetsbare zones uitermate belangrijk. De vervuiling van zeeën en oceanen trekt zich nu eenmaal niets van grenzen aan. Daarom is grensoverschrijdend optreden dringend geboden. Bij de aansprakelijkheidsregeling ten behoeve van passagiers op passagiersschepen geldt de regeling helaas alleen voor de zeescheepvaart. Als het aan de groenen had gelegen, had de regeling ook voor de binnenvaart gegolden.

Tot slot: we zijn blij dat de Raad na lang aarzelen ook de verplichtingen van de havenstaten en de richtlijn inzake de verzekering en aansprakelijkheid van scheepseigenaars heeft vastgesteld. We hebben met dit havenpakket een enorme stap voorwaarts gezet, waarbij duidelijk is dat deze regels in de toekomst nog kunnen en moeten worden verbeterd.

 
  
MPphoto
 

  Jacky Hénin, namens de GUE/NGL-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, door de steeds terugkerende ongevallen en het toegenomen vervoer van gevaarlijke goederen over zee is er voortdurend een dringende vraag naar verbetering van de veiligheidsvoorschriften voor alle zee-engtes in de Europese Unie en versterking van de benodigde middelen om naleving van deze voorschriften af te dwingen.

Het verdient met name aanbeveling om deze zee-engtes en de toegangswegen erheen te classificeren volgens de procedure voor de "Seveso-zones", want het vervoer mag niet uitsluitend worden bepaald door kostenbesparing, ongeacht wat de gevolgen daarvan zouden zijn.

Onder druk van de economische rampen die door de financiële crisis zijn veroorzaakt, overwegen de Commissie en de Raad eindelijk om de belastingparadijzen aan de kaak te stellen. Als het niet alleen bij woorden blijft, zou dit daadwerkelijk een vooruitgang kunnen betekenen.

Vanuit dezelfde gedachtegang vraag ik mij af hoeveel maritieme en milieurampen er nog nodig zijn, voordat de Commissie, de Raad en dit Parlement zich eindelijk gaan richten op het aanhoudende schandaal dat gevormd wordt door de goedkope-vlagschepen. Maar misschien is het slimmer als de Europese kiezers ervoor zorgen dat er meer afgevaardigden in het Parlement komen die zich eerder willen inzetten voor de veiligheid van hun medeburgers, dan dat zij opkomen voor een vrijhandel die destructief is voor mens en milieu.

 
  
MPphoto
 

  Derek Roland Clark, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, in september vorig jaar heb ik aangegeven hoe de elektronische gegevens van schepen, die op grond van deze verslagen zijn vereist, eenvoudig in handen kunnen komen van piraten die buiten de kust van Somalië opereren. Er werd geen acht geslagen op mijn woorden. De verslagen zijn wel gewijzigd, maar niet ten goede. Ze spreken elkaar nu tegen. Ik zal een nieuwe poging wagen.

Terwijl in het verslag van de heer Sterckx wordt bepaald dat havens schepen niet mogen weigeren, zegt de heer Savary dat zij schepen de toegang kunnen ontzeggen als er geen verzekeringscertificaten worden overhandigd. Ook daarmee in strijd is het verslag van mevrouw Vlasto, waarin de havencontrole wordt uitgebreid tot schepen die buitengaats voor anker liggen. Als een schip zonder papieren dus buitengaats voor anker ligt en door extreem weer in een gevaarlijke situatie terechtkomt, moet het tot een haven worden toegelaten, omdat de heer Sterckx heeft bepaald dat schepen in nood recht hebben op een toevluchtsoord. Dan hebben we de situatie waarin een schip met een gevaarlijke lading een haven binnenvaart, waarbij handig op deze tegenstellingen wordt ingespeeld. Wat gebeurt er als er een ernstig incident plaatsvindt waardoor een belangrijke haven wordt gesloten? Is de compensatie die in het verslag-Sterckx wordt genoemd, dan verschuldigd en wie gaat deze betalen? Deze verslagen moeten grondig worden herzien.

Ten slotte worden in het verslag-Fernandes diverse IMO-aanbevelingen goedgekeurd. Prima – het Verenigd Koninkrijk heeft deze reeds ondertekend – maar de EU wil daaraan de gegevensbank van haar eigen vloot toevoegen en daar zou ik net als anderen bezwaar tegen maken. Ik zeg “zou”, want het is de bedoeling dat het verslag-Fernandes zonder stemming wordt aangenomen. Hoe democratisch is dat eigenlijk? Wat is er over van de opmerkingen van nota bene vanmorgen over de corrigerende taak van dit Parlement?

 
  
MPphoto
 

  Fernand Le Rachinel (NI). (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil graag alle rapporteurs gelukwensen die zijn ingegaan op de belangrijke vragen die door de uitdagingen op het gebied van maritieme veiligheid waren opgeworpen, en die de verantwoordelijkheid op zich hebben genomen die bij ons Parlement berust.

Wij herinneren ons allemaal de rampzalige schipbreuken van de olietanker Erika in 1999 en van de Prestige in 2002, evenals de dramatische gevolgen die zij voor het milieu, de mens en de economie hadden.

Een nieuw arsenaal aan wetten dat de Europeanen moet beschermen tegen rampen op zee, zal eindelijk het licht zien. Hierbij wordt met name voorzien in systematische inspecties van de meest verouderde schepen en in verplichte verzekeringen om de slachtoffers van milieurampen schadeloos te stellen, maar ook in audits naar de vlaggen van de Europese landen, waarvan we weten dat het nog te vaak om goedkope vlaggen gaat.

Het was hoog tijd dat er maatregelen werden genomen die de enorme vrijheid van handelen die al eeuwenlang aan de reders wordt gelaten, daadwerkelijk inperken. De maatregelen maken een einde aan de straffeloosheid van eigenaars van afgedankte schepen, en om de inspecties nog effectiever te maken zullen deze in de eerste plaats op deze schepen gericht zijn.

Over de veiligheid van zeeën en oceanen valt niet te onderhandelen. Veiligheid op zee – en niet langer geld, winst en handel zonder beperkingen – moet de belangrijkste referentiewaarde zijn.

Er is slechts één ding dat ik betreur, en dat is dat het veel tijd zal vergen om al deze nieuwe repressieve en preventieve wetten te implementeren. Als Europese afgevaardigde voor de regio Noordwest, met haar talrijke kustlijnen, zal ik met opluchting en trots vóór dit derde maritieme pakket stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Ioannis Kasoulides (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, het uit zeven maatregelen bestaand pakket voor de scheepvaart is een belangrijke stap in de richting van preventie van ongelukken en van een efficiënte respons in geval van ongelukken. Wat het laatste betreft wil ik, als u het goed vindt, als schaduwrapporteur vooral ingaan op hetgeen werd overeengekomen met betrekking tot vluchthavens voor schepen in nood. Ik wil de rapporteur, de heer Sterckx en heel de onderhandelingsdelegatie die tijdens de bemiddeling tot deze waardevolle resultaten zijn gekomen bij dit belangrijke thema, van harte gelukwensen.

Als door de schokken ten gevolge van een woeste zee een klein ongeluk gebeurt of een scheurtje ontstaat in bijvoorbeeld een tank van een olietanker en als dat scheurtje niet in bedwang wordt gehouden of wordt beperkt, of als er moeilijkheden zijn bij het overladen van het ene schip naar het andere, kan er een enorme milieuramp ontstaan indien er geen vluchthaven voorhanden is waar de noodzakelijke maatregelen kunnen worden genomen. Daarnaast kan eventuele angst van de bemanning voor straf- of civielrechtelijke gevolgen of een onvoldoende verzekering van het schip ertoe leiden dat geen gebruik wordt gemaakt van een vluchthaven, met alle onaangename gevolgen van dien.

Dankzij de bemiddeling kon het volgende worden verzekerd: onafhankelijkheid van de deskundigen die besluiten om een schip in nood al dan niet toe te laten tot de vluchthaven, goede behandeling van zeelieden in geval van ongelukken overeenkomstig de IMO, verplichte toelating tot vluchthavens ook van onverzekerde schepen, vergoeding van havens en vluchthavens bij schade – voor dit vraagstuk zal de Commissie diverse beleidskeuzes voorstellen –, en verplichte informatieverschaffing door de eigenaars van olietankers indien meer 1000 ton lading wordt vervoerd. Daarnaast moeten alle schepen, ook vissersvaartuigen, een automatisch identificatiesysteem aanschaffen.

Tot slot verheugt het mij dat het Parlement met zijn aanpak de Raad ertoe heeft kunnen bewegen een gemeenschappelijk standpunt vast te stellen voor de in het pakket opgenomen zeven wetgevingsvoorstellen.

 
  
MPphoto
 

  Michel Teychenné (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het pakket waarover wij morgen zullen stemmen, zou niets voorstellen zonder de wilskracht van het Europees Parlement, en ik wil hier graag mijn complimenten uitspreken voor het werk dat is verricht.

Dat de Europese Unie nu een juridisch instrument creëert waarmee, naar ik hoop, schipbreuken als die met de Erika of de Prestige voorkomen kunnen worden en de vervuilers eindelijk verantwoordelijkheidsbesef kan worden bijgebracht, is duidelijk te danken aan de standvastigheid van het Europees Parlement tegenover de terughoudendheid van de Raad. Ik hoef u niet te herinneren aan de vastberadenheid die nodig was om de verslagen van de heer Savary en de heer Fernandes op tafel te krijgen. Dit is een politieke overwinning voor het Europees Parlement, en het is ook een overwinning voor volharding en samenwerking.

Dankzij dit pakket "maritieme veiligheid" zullen de staten eindelijk hun verplichtingen binnen de Internationale Maritieme Organisatie moeten nakomen, en zullen zij met name technische controles moeten uitvoeren voordat zij een vlag afgeven aan een schip. Een andere aanzienlijke verbetering is de verplichting dat schepen verzekerd moeten zijn door middel van financiële garantiecertificaten, waardoor de scheepsbevrachters echt verantwoordelijkheid krijgen.

Als het Parlement deze teksten morgen aanneemt, dan kan de Europese Unie laten zien dat zij zich heeft uitgerust met een effectief hulpmiddel in de strijd tegen afgedankte schepen en tegen misdadige scheepsbevrachters en -eigenaars, en het is te hopen dat het milieu en de gezondheid van onze medeburgers hiervan profijt zullen trekken.

Tot slot wil ik commissaris Tajani, die hier aanwezig is, complimenteren met zijn werk op het gebied van het zeevervoer, evenals de rapporteurs met hun werk op het gebied van het vervoersrecht, want wij zijn nu in de slotfase beland van de procedure inzake het maritieme recht, met als doel het algehele vervoer in Europa te bestrijken. Ik hoop dus dat het Parlement met betrekking tot deze werkzaamheden – waarbij in het zeevervoer echt sprake was van een achterstand – tijdens deze vergaderperiode, of in ieder geval zo snel mogelijk, ook een belangrijk onderdeel van het zeevervoer zal kunnen afsluiten.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Josu Ortuondo Larrea (ALDE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega’s, het doet me genoegen dat we de huidige zittingsperiode kunnen afsluiten met de definitieve aanneming van de laatste van de maritieme pakketten. Ik kan me nog herinneren dat toen ik in 1999 in het Europees Parlement kwam, er dicht bij de Franse kust een groot ongeluk plaatsvond, met de Erika, waaraan de eerste groep wetgevingsvoorstellen, die bedoeld waren om ongelukken af te wenden en te voorkomen, zijn naam te danken had.

We dachten toen dat we het gevaar hadden bezworen, maar kort daarna werden na een nog ernstiger ongeluk de kusten van Galicië geruïneerd door het teer dat uit de Prestige was gestroomd. Sindsdien hebben we in de Commissie vervoer en toerisme aan opeenvolgende maritieme pakketten gewerkt, waarbij we de excessieve weerstand van rederijen, oliemaatschappijen, classificatiebureaus en ook bepaalde lidstaten, die de drie voorstellen afwezen omdat ze die te streng vonden, hebben proberen te overwinnen.

In deze tien jaar hebben we verschillende richtlijnen en verordeningen aangenomen. Enkele daarvan hebben we moeten terugsturen en herzien omdat ze in de eerste versie niet doelmatig waren na al het snoeien erin door de Raad.

We hebben wetgeving aangenomen voor de invoering van dubbelwandige schepen, een Europees fonds voor grote ongelukken met olietankers, vluchthavens, en nu bevinden we ons in het proces van herziening en goedkeuring met betrekking tot de verantwoordelijkheid van de vervoerders van passagiers over zee, het onderzoek naar ongelukken op zee, het communautaire monitoring- en informatiesysteem voor het zeeverkeer, de havenstaatcontrole en tot slot de verordening en de richtlijnen inzake de scheepsinspectie- en controleorganisaties. Dat is allemaal goed en het is wenselijk dat dit alles van kracht wordt en dat alle lidstaten dit op een zo kort mogelijke termijn gaan toepassen.

Daar ben ik tevreden mee. Maar de zittingsperiode loopt af, ik verlaat het Parlement en dat doe ik met het gevoel van spijt over iets dat we niet voor elkaar hebben gekregen: de verplichte invoering van controlesystemen, die al bestaan en die worden gepatenteerd, om te weten wanneer en hoeveel afvalstoffen er door een bepaald schip illegaal uit het onderruim en uit de olietanks in zee worden geloosd. Een soort zwarte doos of tachometer die elke keer dat een schip een haven aandoet door de maritieme autoriteiten kan worden gecontroleerd.

Ik denk dat we het mariene milieu meer aandacht moeten geven en strengere procedures moeten instellen om al die vervuiling die we veroorzaken aan banden te leggen. Ook denk ik dat als we dat niet doen, dit gevolgen zal hebben voor onze voedselketen en onze levens en dat we daar een hoge prijs voor zullen betalen. Ik vertrouw erop dat we niet weer tien jaar moeten wachten voordat de illegale lozingen in zee effectiever en efficiënter gecontroleerd zullen worden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Ortuondo Larrea. Ik ben ervan overtuigd dat het werk dat u verzet hebt niet vergeten zal worden in dit Parlement, en ik ben er eveneens van overtuigd dat u, waar u ook bent, zult blijven strijden voor de doelstellingen die u hier achterlaat. Ze mogen dan nog niet verwezenlijkt zijn, maar we zijn daarmee toch een flink eind op weg, dankzij uw inspanningen.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, na vijf jaar besprekingen en raadplegingen met de Raad is het beruchte scheepvaartpakket (zes richtlijnen en een verordening) geheel uitgekleed. Er staat niets positiefs meer in wat de veiligheid van het menselijk leven op zee en de bescherming van het milieu betreft. Met andere woorden: de berg heeft een muis gebaard.

De Raad heeft het volksvijandige beleid van de Europese Unie en de belangen van het kapitaal getrouw behartigd en volledig voldaan aan de eisen van de reders-scheepseigenaren, van de monopolistische concerns die zich verzetten tegen elke maatregel die ook maar een geringe aantasting van hun winst zou betekenen. Dankzij het langdurige proces van tewaterlating zijn zij erin geslaagd om elke positieve bepaling inzake controle op de veiligheidsvoorschriften van schepen ofwel onschadelijk te maken ofwel op de lange baan te schuiven.

Er wordt geen enkele maatregel genomen voor de bescherming en opwaardering van de menselijke factor, voor de bescherming van de zeelieden, die toch de hoofdfactor zijn als het gaat om de bescherming van het menselijk leven en het zeemilieu. Sinds 1986 zegt de Europese Unie in het kader van het gemeenschappelijk scheepvaartbeleid dat de vraagstukken in verband met de menselijke factor, de verbetering van de arbeidsvoorwaarden en de opleiding van de zeelieden in de toekomst aan de orde zullen worden gebracht. Deze uitlatingen zijn echter onwaar en misleidend, omdat deze vraagstukken in de afgelopen jaren er alleen maar op achteruit zijn gegaan. Daarom zal de Communistische Partij van Griekenland tegen heel het zogenaamde scheepvaartpakket stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Luca Romagnoli (NI). (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Tajani, geachte collega's, de Commissie vervoer en toerisme van het Parlement kon en kan zich niet onttrekken aan de taak een holistisch antwoord te verschaffen op de behoefte aan verbetering van de scheepsveiligheid en tevens te bepalen welke maatregelen getroffen moeten worden ingeval van ongelukken. Met het derde maritieme pakket worden tevens de vraagstukken in verband met de aansprakelijkheid van vervoerders voor de door hen vervoerde passagiers en goederen aangepakt. Het werd de hoogste tijd, en laten wij nu hopen dat deze kwestie niet genegeerd wordt, zoals naar mijn mening momenteel met de rechten van vliegtuigpassagiers het geval is.

Ik ben zelfs van mening dat de doelstellingen voor conformiteit van schepen van categorie A voor eind 2016 en van schepen van categorie B, C en D op een nog latere datum, te tolerant en toegeeflijk zijn voor de vervoerders. Ik hoop dat deze grootmoedigheid van de Europese Unie wordt beloond met een prompte aanpassing van de schepen aan de nieuwe regelgeving. We hadden en hebben nog steeds behoefte aan gemeenschappelijke normen voor classificatiebureaus die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op schepen en het verlenen van scheepsvergunningen, en voor zeer duidelijke regels voor inspecties en de opneming van schepen op de zwarte lijst.

Ik juich daarom de voorstellen en ook de maatregelen toe die gericht zijn op het beheer van ongevallen en van de gevaren van scheeps- en milieurampen en op de bijbehorende bevoegdheden. Daarbij wil ik wel de Commissie oproepen om meer inzet te tonen. Het goed gestructureerd pakket bevat ook maatregelen voor onderzoek, bevoegdheden en voor passende soevereiniteit ingeval van maritieme ongevallen. Het pakket vormt een geheel dat hopelijk kan bijdragen aan de opheldering van de vraagstukken met betrekking tot de aansprakelijkheid en de daarbij behorende schadeloosstellingen. Daarom heb ik voor deze verslagen gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool (PPE-DE). - Voorzitter, commissaris Tajani, het maritiem veiligheidspakket heeft een onstuimig verloop gekend, maar de uitkomst mag er zijn. Dat is in hoge mate te danken aan het feit dat u, commissaris Tajani, samen met uw ambtenaren en wij als Europees Parlement zij en zij hebben opgetrokken om de Raad over de streep te trekken om echt serieus werk te maken van een aantal cruciale punten die voor het Parlement zo belangrijk waren.

Want we moeten Europees verplicht samenwerken om uiteindelijk de veiligheid van de scheepvaart te verbeteren. We hebben nu gelukkig een aantal ontbrekende schakels opgelost, al waren wij als Parlement op een aantal punten graag nog een stap verder gegaan. Het is winst dat bij grote ongelukken op zee onafhankelijk ongevallenonderzoek nu verplicht is geworden, want op deze manier kan de oorzaak van ongevallen echt achterhaald worden.

In de luchtvaart is daar al veel ervaring mee. Vorige week nog is in Nederland een vliegtuig van Turkish Airlines gecrashed bij Amsterdam en binnen een week kon dankzij onafhankelijk ongevallenonderzoek de oorzaak worden achterhaald en aan speculaties een einde worden gemaakt. Onafhankelijk ongevallenonderzoek, los van de schuldvraag; het is echt winst dat we dat nu ook hebben voor de scheepvaart. De rapporteur heeft op dit punt uitstekend werk verricht.

Voorzitter, ik zou graag één ander punt uit dit pakket willen lichten, namelijk dat de aansprakelijkheid voor passagiers op zee beter wordt geregeld. Een goede zaak, maar het is ook goed dat de binnenvaart daar niet onder valt, want kleine binnenvaartschepen kunnen niet hetzelfde worden behandeld als zeeschepen die op open zee varen. Dat is niet hetzelfde. En het is uiteindelijk goed dat dat ook in het voorstel is bevestigd.

 
  
MPphoto
 

  Marusya Ivanova Lyubcheva (PSE). - (BG) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, in de maritieme gemeenschap wordt al lang gezegd dat het reglementeren, controleren en monitoren van de scheepvaart moet worden verbeterd wegens de helaas niet verwaarloosbare risico’s op ongelukken en milieuvervuiling, het gevaar voor mensenlevens en de illegale mensenhandel. Niet alleen het gebrek aan strikte, algemene controle maar ook de introductie van nieuwe technologieën in de scheepvaart en de toenemende piraterij liggen ten grondslag aan de problemen. Met de wijziging van de richtlijn worden voorwaarden vastgesteld en ontwikkeld voor maritieme veiligheidsnetwerken evenals voor de opzet van een effectief geautomatiseerd informatiesysteem. Dit zijn de resultaten die door het Europees Parlement, de Commissie en de Raad beoordeeld moeten worden.

Het kader voor de aanpak van de problemen met betrekking tot gevaarlijke afvalstoffen is belangrijk. De toepassing van de richtlijn mag schepen met een gevaarlijke, niet-geïdentificeerde lading niet de mogelijkheid bieden de Europese zeeën te bevaren op zoek naar een plek om hun lading te lozen. Controle uitoefenen op de scheepvaart is een absolute noodzaak. Er moet een maritieme veiligheidscultuur gecreëerd worden, de logistiek voor dit proces moet georganiseerd worden, er moet een technische en technologische basis gecreëerd worden voor dit systeem en er moet een systeem ontwikkeld worden voor het effectief verspreiden van informatie, waarbij tegelijkertijd dat deel van de informatie wordt beschermd dat de veiligheid van het verkeer waarborgt. Ik juich de inspanningen van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid toe, ook wanneer het gaat om de ontwikkeling van het regel- en informatiesysteem voor het scheepvaartverkeer. Dit systeem bevat een geïntegreerde database, waarin schepen real time worden weergegeven en waarin gegevens zijn opgenomen over hun lading en de eigenschappen daarvan. Alhoewel het ongeluk met de Erika een schoolvoorbeeld is van risicomanagement en -analyse, wil ik niet dat dit soort ongelukken of andere, gelijkaardige ongelukken zich in de toekomst herhalen.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE) . – (RO) Het bereikte compromis voor het derde maritieme pakket zal de veiligheid van passagiers vergroten, alsook het milieu beschermen en de veiligheidssystemen versterken.

De zwarte lijst van schepen die herhaaldelijk de voorschriften overtreden zal, net als in de luchtvaartsector, een belangrijke stap betekenen in het verbeteren van de veiligheid. Erika III is bijzonder belangrijk voor Roemenië aangezien daarmee - na de recent aangenomen documenten, “Een geïntegreerd maritiem beleid voor de Europese Unie” en “synergie voor het Zwarte Zeegebied” - een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan het welslagen van het proces dat erop is gericht Europese beginselen en goede praktijken uit te breiden naar andere kuststaten die geen deel uitmaken van de Europese Unie, onder gebruikmaking van een nieuw instrument dat de Europese Commissie via het Oostelijk Partnerschap heeft voorgesteld.

De maatregelen voor zeevervoer moeten echter gepaard gaan met verhoogde samenwerking tussen de kuststaten om de energiebronnen zo efficiënt mogelijk te gebruiken en de milieuvervuiling ten gevolge van activiteiten in de havens en aan de kust, alsook langs de hele koers van de Donau, te verminderen. De Zwarte Zee kan alleen doeltreffend worden beschermd als gezamenlijk wordt opgetreden in elk gebied.

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het Parlement en de Raad hebben een zware dobber aan dit pakket gehad. Er is veel onderhandeld en gediscussieerd en ik ben blij dat de problemen uiteindelijk zijn opgelost.

De aanneming van dit pakket is een overwinning voor het Europees Parlement en zeker voor de rapporteurs, die zich sterk hebben gemaakt voor de belangen van onze burgers, hoewel zij werden geconfronteerd met zeer grote tegenstand van de regeringen van de lidstaten.

Deze wetgeving zal gevolgen hebben op diverse gebieden, waaronder de normen voor Europese vlaggen, en leiden tot betere inspectieprocedures voor schepen. We hebben nu meer transparantie en strengere controles. In hoofdzaak zal dit pakket schepen veiliger maken, waardoor het risico van milieurampen afneemt en het leven in de zee meer wordt ontzien.

Vanuit het oogpunt van Ierland is het gekozen tijdstip cruciaal. In een Ierse haven ligt namelijk een Lets schip waarvan de bemanning geen loon en onvoldoende voedsel heeft ontvangen. Ook hebben zij niet de middelen om naar hun eigen land, Letland, terug te keren. Dit soort zaken dient aangepakt te worden en ik zie uit naar de toepassing van dit pakket.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) Het derde maritieme pakket is uitermate belangrijk. De EU zou graag de maritieme corridors willen ontwikkelen als onderdeel van de uitbreiding van TEN-T. Het maritieme pakket verhoogt de maritieme vervoersveiligheid en brengt de lessen die zijn getrokken uit recente ongelukken op zee, waarbij de schepen Erika en Prestige betrokken waren, en ongelukken in de Zwarte Zee, in praktijk.

Voor de Zwarte Zee zal dit pakket bijzonder belangrijk zijn, aangezien de kuststaten van de Zwarte Zee op de zwarte of grijze lijst van het Memorandum van Parijs staan. In geval van een ongeluk zou de reder aansprakelijk moeten worden gesteld; hieronder vallen ook de ongelukken die op de binnenwateren plaatsvinden. Ik ben van mening dat schepen in nood in speciaal uitgeruste gebieden opgevangen moeten worden waar ze de zorg kunnen krijgen die ze nodig hebben. De manier waarop deze diensten worden betaald moet echter duidelijk worden geregeld.

 
  
MPphoto
 

  Marie Anne Isler Béguin (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ten tijde van de ramp met de Erika was ik een van de afgevaardigden in Frankrijk die de Franse autoriteiten verzochten de sluizen te sluiten, zodat de zoutpannen niet verontreinigd zouden worden.

Ten tijde van de ramp met de Prestige was ik co-rapporteur, samen met de heer Sterckx. Wij hadden namelijk een gedeelde verantwoordelijkheid op het gebied van vervoer, waarbij ik zelf verantwoordelijk was voor het milieu, en wij pleitten toen – zeer terecht – voor een grotere veiligheid van het zeevervoer. Ik herinner mij nog goed de strijd die wij in dit Parlement gevoerd hebben om een enquêtecommissie te verkrijgen voor de Prestige. Dat was absoluut indrukwekkend.

Ik denk dan ook dat wij vandaag allemaal tevreden kunnen zijn over het feit dat er in het kader van het maritieme pakket vooruitgang is geboekt met tal van internationale en Europese regels, en ik hoop dat dit binnenkort niet meer dan een slechte herinnering zal zijn.

Als u mij echter toestaat, zou ik toch de aandacht willen vestigen op...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag in relatie tot dit uiterst belangrijke maritieme pakket nog eens publiekelijk wijzen op overweging 3 van de herziene EU-ETS-richtlijn, die met een overweldigende meerderheid is aangenomen. Deze richtlijn gaat over onze reductiestreefdoelen voor de uitstoot van kooldioxide en de bijbehorende tijdsschema’s.

In overweging 3 staat: “Alle sectoren van de economie, met inbegrip van de internationale zeescheepvaart en luchtvaart, moeten ertoe bijdragen deze emissiereducties te bereiken. (…) Indien er uiterlijk op 31 december 2011 via de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) geen internationale overeenkomst waarin de emissies van de internationale zeescheepvaart in de reductiestreefcijfers worden opgenomen, door de lidstaten is goedgekeurd of een dergelijke via het UNFCCC tot stand gekomen overeenkomst niet door de Gemeenschap is goedgekeurd, dient de Commissie een voorstel te doen voor de opneming van de emissies van de internationale zeescheepvaart overeenkomstig geharmoniseerde modaliteiten in de reductieverplichting van de Gemeenschap, zulks met het oog op de inwerkingtreding van het voorgestelde besluit uiterlijk in 2013. Dit voorstel dient eventuele negatieve gevolgen voor de concurrentiepositie van de Gemeenschap, rekening houdend met de potentiële milieuvoordelen, tot een minimum te beperken.” Graag uw reactie hierop, commissaris.

 
  
MPphoto
 

  Brian Simpson (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, we hebben grote vorderingen gemaakt sinds de catastrofe met de Prestige, die een tragedie was voor de kustlijn van Galicië en de ecosystemen daar. We hebben grote vorderingen gemaakt sinds de Erika de prachtige kust van Bretagne verontreinigde en vernietigde. We hebben grote vorderingen gemaakt sinds de Sea Empress, de Exxon Valdez en andere scheepsrampen.

Dit pakket vormt een eerbetoon aan het werk van het Parlement, de Commissie en, hoewel enigszins laat, van de Raad. Volgens mij zal het belang van dit pakket nog vele jaren worden gevoeld. Het is tevens een eerbetoon aan het werk van al onze rapporteurs en Parlementsleden die in de loop der jaren op deze wetgeving hebben aangedrongen.

Dit pakket is een overwinning voor het Parlement, voor de leden van alle fracties en vooral voor de Commissie vervoer en toerisme. Hopelijk nemen de afgevaardigden het mij niet kwalijk wanneer ik in het bijzonder mevrouw Miguélez Ramos en wijlen de heer Willi Piecyk noem.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vice-voorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de debatten die in dit Parlement hebben plaatsgevonden – te midden van de algehele tevredenheid omdat de Raad, het Parlement en de Commissie regels aannemen die de burgers voorzien met tastbare antwoorden – is er een overkoepelende vraag gerezen: zullen al deze goede regels die dankzij compromissen en enorm hard werk tot stand konden worden gebracht, correct worden toegepast? Zal de Commissie in staat zijn ervoor zorgen dat deze regels worden nageleefd? Zal het Bureau erin slagen om effectief samen te werken met de Commissie om de tenuitvoerlegging van deze regels te verzekeren? Ik verwijs naar de opmerkingen die tijdens dit debat zijn gemaakt – ik denk daarbij in het bijzonder aan de opmerkingen van de heren Jarzembowski en Romagnoli – maar ook naar de brieven die de Commissie de afgelopen maanden heeft ontvangen van de heren Sterckx en Simpson, die hetzelfde probleem ter sprake hebben gebracht.

Ik geloof te mogen bevestigen dat de Commissie, die zo nadrukkelijk op de goedkeuring van dit pakket heeft aangedrongen, zich ervoor zal inzetten dat dit pakket door de lidstaten wordt aangenomen. Ik ben van plan een beroep te doen op de samenwerking met het Bureau – een instelling waar ik in geloof, die altijd effectief te werk gaat en de Commissie en de lidstaten op de best mogelijke manier ondersteunt – om deze regelgeving in te voeren, zoals het reeds heeft gedaan met andere regelgevingen. Ik ben in Lissabon geweest, waar het Bureau is gevestigd, en was daar getuige van een enorme samenwerkingsgezindheid, van grote bereidheid en veel engagement en enthousiasme om alle regels uit het pakket toe te passen en om met het veiligheidssysteem, SafeSeaNet, en alle andere geavanceerde technologische instrumenten de burgers te helpen, opdat zij de regels van de Europese Unie daadwerkelijk toegepast zullen zien. U weet allen dat indien de wetgeving de Commissie een specifieke bevoegdheid geeft, de Commissie een beroep kan doen op de hulp van het Bureau bij de uitvoering van de taken van technische aard.

Ik ben van plan dezelfde koers als mijn voorganger, Jacques Barrot, aan te houden en een beroep te doen op de samenwerking met het Bureau. In mijn ogen gaat dit doeltreffend te werk, wordt het goed geleid en beschikt het over veel personen met een juiste instelling, personen die geloven in het werk dat ze doen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de controles op de correcte toepassing van regelgeving of de invoering van verkeerscontrolesystemen. Met het oog op dit laatste, wil ik graag de fundamentele rol van het Bureau benadrukken – en ik richt mij nu in het bijzonder tot de heer Sterckx – bij de invoering van SafeSeaNet, het Europees platform voor de uitwisseling van gegevens over maritiem verkeer en bij de opzet van een Europees datacentrum voor identificatie en volgen van schepen op lange afstand.

Deze taken stroken met de verordening van het Bureau, ofschoon ze niet expliciet worden vermeld – de laatste wijziging dateert namelijk uit 2004 – maar zullen ongetwijfeld worden opgenomen tijdens de volgende herziening van de verordening, die op dit moment in voorbereiding is. Het feit dat deze specifieke taken niet in de specifieke richtlijnen of verordeningen worden genoemd, heeft geen enkele weerslag op de verdeling van de taken tussen de Commissie en het Bureau.

Met mijn antwoord heb ik het Parlement gerust willen stellen. De Commissie is vastberaden om met de steun van het Bureau de regels toe te passen die we nu gaan goedkeuren. Het zou zinloos zijn om de burgers te zeggen: “We hebben iets positiefs voor jullie gedaan”, als we vervolgens niet in staat zijn dit positief iets toe te passen en ervoor te zorgen dat het wordt nageleefd. We moeten goed onthouden dat de door de Raad vertegenwoordigde lidstaten een vast bestanddeel zijn van dit akkoord. U kunt er van op aan dat de Commissie, met de technische bijdrage van het Bureau, zal toezien op de naleving en handhaving van deze verbintenis.

 
  
MPphoto
 

  Luis de Grandes Pascual, rapporteur. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we aan het eind zijn gekomen, en daar mogen we allemaal tevreden over zijn na zo’n lange reis. Als de toepassing van de medebeslissingsprocedure ooit gerechtvaardigd was, was dat wel bij de behandeling van dit pakket.

De sleutel voor de aanneming van dit pakket was het feit dat de Commissie, de Raad en het Parlement het samen eens moesten worden. Daarbij heeft het Parlement er goed aan gedaan – en dat is nu meer gerechtvaardigd dan ooit – om het leiderschap op zich te nemen en druk uit te oefenen, opdat dit erkend zou worden als een pakket van essentieel belang. Van meet af aan hebben we geweigerd om het pakket op te splitsen. Wij wilden het als een totaalpakket voor de waarborging van de veiligheid op zee aangenomen krijgen.

Ik denk dat we erop kunnen vertrouwen dat in de toekomst is gegarandeerd dat ad-hocmaatregelen overbodig zijn. Zo vermijden we pijnlijke situaties waarin mensen die kritiek hadden op de houding van bepaalde regeringen op het moment dat ze zelf in de regering zitten de houding van anderen moeten prijzen. Het feit dat de grote beslissingen in de toekomst zullen worden genomen door onafhankelijke commissies, die streng, met autoriteit, per direct en met kennis van zaken gebruik kunnen maken van de besluitvormingsinstrumenten, zal daarom waarborgen dat er strenge, rechtvaardige en billijke besluiten zullen worden genomen.

In dit pakket hebben we namelijk veel zaken tegen elkaar moeten afwegen: we moesten de classificatiebureaus afzetten tegen de machinerie van schepen en we moesten alle belangen open en bloot op tafel krijgen, en vooral moest het Parlement leiderschap tonen.

Ik denk dat we tevreden kunnen zijn met het feit dat het Parlement dat leiderschap heeft uitgeoefend. Het Parlement kan nu trots en luid en duidelijk zeggen dat de Europese Unie niet heeft gewacht op de IMO – de Internationale Maritieme Organisatie – maar dat het zelf het voortouw heeft genomen.

Die plicht hadden we, en we mochten op niemand wachten. Ik denk dat we tevreden mogen zijn. We mogen hopen dat er lering is getrokken uit het verleden en dat de gebeurtenissen uit het verleden zich in de toekomst niet meer zullen voordoen.

 
  
MPphoto
 

  Dominique Vlasto, rapporteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ervan uitgaande dat het Parlement dit pakket aanneemt, zou ik ter afsluiting willen opmerken dat wij ons dankzij het werk van alle collega's tezamen nu veel minder zorgen hoeven te maken over de bescherming van onze zeeën, onze kusten en onze medeburgers.

Waar het nu op aankomt, is dat de aanbevolen preventieve en repressieve maatregelen, die in al onze landen daadwerkelijk effectief moeten zijn, in de praktijk worden gebracht. Als dat lukt, zullen wij een bijdrage hebben geleverd aan de bescherming van ons maritieme erfgoed.

Mijn dank gaat uit naar de commissaris, die er met zijn vastberaden opstelling voor heeft gezorgd dat er over deze Europese richtlijn niet alleen wordt gediscussieerd, maar dat zij ook daadwerkelijk ten uitvoer zal worden gelegd.

 
  
MPphoto
 

  Dirk Sterckx, rapporteur. − Voorzitter, ik stel opnieuw vast dat er eensgezindheid heerst in het Parlement; de overgrote meerderheid is voor de inhoud van het pakket, voor het compromis dat we bereikt hebben. Ik denk dat dat voor eenieder die erbij betrokken is een teken is, dat het hier niet gaat om een ideologisch conflict, maar om een praktische regeling om de veiligheid op zee te verhogen.

Ik dank ook de commissaris voor het antwoord dat hij mij gegeven heeft op mijn vraag in verband met de onzekerheid over het agentschap en de rol daarvan. We zijn het misschien vergeten, maar het agentschap is een van de onderdelen van het eerste Erika-pakket.

Het agentschap was een van de eerste voorstellen, een agentschap dat de nodige knowhow, de nodige specialisten samenbrengt om ervoor te zorgen dat wij, vooral de Commissie, maar ook het Parlement, ondersteund worden bij datgene wat we doen, bij de uitwerking van regelgeving.

Nu, ik ben blij over de eensgezindheid, ik ben ook fier op wat we bereikt hebben, maar ik denk, commissaris, zoals u en ook mevrouw Vlasto al hebben gezegd, dat alles nu afhangt van de kwaliteit van de omzetting. Het gaat erom dat we, bijvoorbeeld als het gaat over het opvangen van schepen in nood, in alle lidstaten autoriteiten hebben die goede kwaliteit leveren. Als die kwaliteit te wensen overlaat, moet u optreden.

De rol ligt nu dus bij u, bij de Commissie, bij de diensten van de Commissie, bij het agentschap om zowel voor de havenstaatcontroles als voor de classificatiemaatschappijen, als voor SafeSeaNet, als voor alle zaken die we nu op punt stellen of die we verbeteren, ervoor te zorgen dat de lidstaten ook datgene doen wat zij in de wetgeving hebben opgenomen.

Commissaris, wij zullen u op de voet volgen, dus mocht u in de komende Commissie nog commissaris van Vervoer zijn, dan zullen we u op de voet blijven volgen om ervoor te zorgen dat die kwaliteit ook zodanig is als wij bedoeld hadden. Dus, goede moed! We houden u in het oog en zo nodig ondersteunen we u opnieuw bij nieuwe voorstellen.

 
  
MPphoto
 

  Jaromír Kohlíček, rapporteur. − (CS) Met u welnemen zou ik graag, ook al is dat hier niet echt te doen gebruikelijk, een kleine aanvulling willen geven op hetgeen mijn collega zojuist gezegd heeft, en wel dat het er niet alleen om gaat of de commissaris in zijn functie zal blijven om hem aldus op de voet te kunnen blijven volgen, maar ook of wijzelf aanblijven in onze functie. Dit even ter aanvulling. Ik zou graag iedereen die aan dit pakket heeft meegewerkt van harte willen bedanken. Paradoxaal genoeg is dit pakket het eerste grote succes van het Tsjechische voorzitterschap in de Europese Commissie, of we dat nu willen of niet. Dan nog even terugkomend op de uitlatingen van de heer Toussas, die verbitterd constateerde dat er in het pakket helemaal niets gezegd wordt over de arbeidsomstandigheden op zee, het volgende. Inderdaad, afgezien van behoorlijk gedrag jegens de bemanning van een schip dat in de problemen is gekomen of betrokken raakt bij een scheepsramp, wordt er in het pakket niets gezegd over de arbeidsomstandigheden van scheepsbemanningen. Ik vertrouw er echter op dat het Europees Parlement zich binnen afzienbare tijd, in samenwerking met de Commissie, over deze kwestie buigen zal. Per slot van rekening houden wij ons ook voor andere vervoerstakken met arbeidsomstandigheden bezighouden. Dit belangrijke element van de verkeersveiligheid op zee is net als bij de binnenvaart tot nog toe sterk onderbelicht gebleven. Verder vertrouw ik erop, en daarmee kom ik nog eens terug op hetgeen waarmee ik begonnen ben, dat indien commissaris Tajani en wij later opnieuw weer om de tafel komen te zitten, wij dit onderwerp zullen kunnen oppakken.

 
  
MPphoto
 

  Paolo Costa, rapporteur.(IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, ook ik wil graag iedereen bedanken die bij dit lange en belangrijke karwei betrokken zijn geweest. Ik wil u hartelijk en in alle oprechtheid bedanken, want de Europese wetgeving, de Europese regels voor maritieme veiligheid, zijn zonder meer beter dan ooit tevoren. Het is nu uiteraard aan de Commissie om ervoor te zorgen dat ze worden toegepast, en ik ben ervan overtuigd dat de Commissie er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat de regels geen loze woorden blijven. Gelukkig zullen sommige regels zelfs rechtstreeks van kracht worden. In andere gevallen zal de Commissie ervoor moeten zorgen dat de richtlijnen worden omgezet in nationale wetgeving.

Wanneer het ene hoofdstuk wordt gesloten, wordt het andere uiteraard direct geopend. We hebben veel kwesties terzijde laten liggen, maar nu moeten we ze wellicht opnieuw oppakken. Ik zal er slechts twee uitlichten. We hebben ten eerste de details voor de toevluchtsoorden nog niet nader uitgewerkt, en ik hoop dat daardoor geen gevaar ontstaat als er zich bij ons moeilijkheden op zee voordoen. Het andere probleem is de uitbreiding van de passagiersdekking tot de binnenvaart, afgezien van het afronden van regels voor de scheepvaart in de thuiswateren.

We zouden nog veel meer kunnen zeggen, maar dat zou weinig zin hebben. Wat momenteel wellicht zinvol zou zijn, is enerzijds nogmaals dank te betuigen aan de Commissie voor haar initiatief, en aan de commissaris voor de aandachtige wijze waarop hij de werkzaamheden van het Parlement heeft gevolgd, maar anderzijds zonder onnodige trots de rol op te eisen die wij als Parlement hebben vervuld. Als we kijken naar het voorstel zoals dat eruit zag aan het begin van het wetgevingsproces en zoals dat geleidelijk aan werd gekortwiekt na het eerste standpunt van de Raad en naar het eindresultaat, dan denk ik dat we met trots mogen zeggen dat het Parlement zich van zijn taak heeft gekweten, dat het meer is dan een – afin, ‘hoeder' kan ik niet zeggen want de Commissie is hoedster – overtuigde vertolker van de Europese integratie en van de rol die Europa voor iedereen kan vervullen.

 
  
MPphoto
 

  Gilles Savary, rapporteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, enkele uitzonderingen daargelaten weet iedereen in het Parlement wat het betekent om wetgeving op te stellen en een tekst van de Commissie toegevoegde waarde te geven. In dit opzicht zou ik mij graag willen aansluiten bij de woorden van de heer Costa: voor het Parlement is dit geen stijloefening om trots op te zijn, maar een opwindende realiteit, op een moment waarop Europa wel een hart onder de riem kan gebruiken.

Omdat ik niet weet of dit voldoende is benadrukt, wil ik opmerken dat er in dit wetgevingspakket van zeven teksten plus één tekst, in feite sprake is van twee snelheden: voor vijf teksten plus één zal ons morgen worden verzocht de bemiddeling en het bemiddelingsakkoord goed te keuren, terwijl het bij twee andere teksten – de verslagen van de heer Fernandes en mijzelf – om de tweede lezing gaat, aangezien ze aanvankelijk door de Raad waren verworpen.

Omdat de wijze waarop wij een akkoord met de Raad hebben bereikt nogal wonderlijk was – onze collega-rapporteurs waren namelijk bereid onze standpunten in hun eigen verslagen op te nemen om de Raad zover te krijgen dat hij zou instemmen en verplicht zou zijn zich uit te spreken –, betreft deze tweede lezing uitsluitend de verslagen van de heer Fernandes en mijzelf. Uiteraard willen wij niet dat onze verslagen gewijzigd worden, en ik denk ook niet dat dit gebeurt, aangezien er geen amendementen zijn ingediend. Wij hopen dat ze morgen in hun huidige vorm worden aangenomen. Dat zal voor ons de manier zijn om weer in het pakket te worden opgenomen, nadat we een zeer mooi succes hebben behaald ten opzichte van de Raad.

Ik zou u willen zeggen, mijnheer de commissaris, dat de Commissie nu aan zet is. Wij weten namelijk allemaal dat het, als het om het toezicht op de tenuitvoerlegging van deze wetgeving gaat, op veel gebieden niet volstaat om hier wetgeving op te stellen; de teksten moeten worden omgezet in de lidstaten.

Wat mijn verslag betreft, dat gaat over verplichte verzekering voor schade aan derden, dat wil zeggen in geval van omvangrijke verontreinigingen en schade als gevolg van een ongeval op zee, denk ik dat wij ervoor moeten zorgen dat met name de belangrijke internationale verdragen worden geratificeerd, want dat is een toezegging die de lidstaten hebben gedaan. Daarnaast denk ik dat het een goede zaak zal zijn als de Commissie hierover tot 2012 verslag uitbrengt aan het Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Emanuel Jardim Fernandes, rapporteur. (PT) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik mijn dank betuigen aan het Franse voorzitterschap, dat ons in de gelegenheid heeft gesteld om dit pakket af te ronden. Voorts ben ik vice-voorzitter Tajani en de Commissie bijzonder erkentelijk voor de enorme inspanningen die zij in de laatste fase van de onderhandelingen hebben geleverd. Mijn dank ook aan u allen voor uw commentaar en bijdragen. Alle rapporteurs, met name de heer Kohlíček – en staat u mij toe ook schaduwrapporteur Miguélez Ramos te noemen – verdienen een bijzondere vermelding. Zij hebben ervoor gezorgd dat de onenigheid die tussen de lidstaten ontstond naar aanleiding van bijvoorbeeld het ongeval met de Prestige, zich niet zal herhalen en dat iedereen in geval van een nieuwe ramp echt zijn verantwoordelijkheid zal erkennen. Ik dank de heer Costa, met wie ik tijdens het gehele proces heb samengewerkt, en dan vooral als rapporteur namens de socialistische fractie in het Europees Parlement in het kader van het verslag over de aansprakelijkheid van de vervoerders van passagiers. Hij heeft gewaarborgd dat alle zeevervoermiddelen garanties bieden voor de bescherming van hun passagiers, dat de passagiers aanspraak kunnen maken op een financiële vergoeding wanneer zich een ramp voordoet en dat de zwaarst getroffen slachtoffers, snel en indien nodig zelfs van tevoren, de beste bescherming krijgen, ongeacht de schuldvraag.

Er bestaan voldoende duidelijke en toegankelijke rechtsmiddelen die gebaseerd zijn op heldere en van tevoren beschikbare informatie. Zoals ik al zei, is de aanneming van dit derde pakket maritieme veiligheid een belangrijke overwinning voor het Europese wetgevingsproces De Commissie, de Raad en het Parlement hebben een tekst aangenomen die ons aller levenskwaliteit verbetert, de veiligheid op onze zeeën, oceanen en binnenwateren vergroot en ons de weg naar de toekomst opent. De stemming van morgen is dan ook een eerbetoon aan de slachtoffers van alle recente en mindere recente scheepsrampen en een blijk van respect naar de burgers en de ondernemingen toe.

Mijnheer de vice-voorzitter, ik hoop dat de maatregelen die morgen in het kader van dit pakket worden aangenomen ook daadwerkelijk zullen worden nageleefd, zodat de verwachtingen die wij bij de burgers hebben gewekt, kunnen worden omgezet in een effectieve versterking van de veiligheid en van hun rechten.

 
  
MPphoto
 

  Georg Jarzembowski (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, aan het eind van het debat past het om behalve vice-voorzitter Barrot, vice-voorzitter Tajani en het Franse voorzitterschap in de persoon van de heer Bussereau ook de medewerkers van het bemiddelingscomité en van de Commissie vervoer en toerisme te bedanken. Zij hebben ons immers vele jaren ondersteund. Ook zij hebben bijgedragen aan het succes dat we hebben behaald. Daarom is een woord van dank aan deze medewerkers op zijn plaats.

 
  
MPphoto
 

  Inés Ayala Sender (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen iets toevoegen aan de woorden van de heer Jarzembowski. We zijn ook hem dankbaar, als voorzitter van de Tijdelijke Commissie voor de verbetering van de veiligheid op zee. Deze commissie is in het leven geroepen om het ongeluk met de Prestige te onderzoeken, wat in zekere zin aan de basis heeft gestaan van alles wat wij hier bespreken.

En omdat we de heer Jarzembowski misschien uit het oog zullen verliezen, wil ik hem zeggen dat we ons altijd de bekwaamheid die hij in deze commissie heeft getoond zullen blijven herinneren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Ayala Sender, als voorzitter sluit ik mij vanzelfsprekend aan bij de gelukwensen aan iemand die zonder meer een uiterst effectieve voorzitter is geweest, en ik wens hem alle geluk en veel succes.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Dushana Zdravkova (PPE-DE), schriftelijk. (BG) Dames en heren, het bereikte compromis zal zowel de wetgeving van de EU op het gebied van veiligheid als de omzetting van belangrijke internationale instrumenten in de Gemeenschapswetgeving bestendigen. Door dit compromis te aanvaarden zal het Europees Parlement een nieuwe norm stellen voor het onderzoeken van scheepsongevallen.

Deze maatregelen worden aangenomen als reactie op het ongeval met de tanker ‘Erika’, maar ik wil u herinneren aan een ander, recenter ongeval. Op 13 februari 2004 zonk op 7,5 zeemijl afstand van de Bosporus het schip ‘Hera’ met haar volledige, negentienkoppige bemanning, onder nog steeds niet opgehelderde omstandigheden. Vijf jaar na deze tragedie, die plaatsvond op een van de drukste en strengst gecontroleerde plaatsen ter wereld, kan nog steeds niemand zeggen hoe en waarom dit schip is gezonken. Bovendien kan niemand zeggen welke reddingsacties er zijn ondernomen nadat het noodsignaal was binnengekomen.

Het onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van dit ongeval is vastgelopen. Het enige dat met zekerheid kan worden gezegd, is dat er zeventien burgers van de Europese Unie en twee van Oekraïne zijn omgekomen. Niemand werd hier tot nog toe verantwoordelijk voor gesteld.

Uiteraard zullen de nieuwe regels die we aannemen dit soort tragedies niet voorkomen. Ik hoop echter wel dat ze garant zullen staan voor een transparant, volledig en objectief onderzoek, zodat we de schuldigen rekenschap kunnen vragen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid