Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 10 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

16. Vragenuur (vragen aan de Commissie)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het Vragenuur (B6-0009/2009) dat bij wijze van uitzondering zal duren tot 20.00 uur.

Allereerst deel ik u mede dat commissaris Kovács niet aanwezig zal zijn, zodat de vragen nrs. 1 en 3 uit het eerste deel van dit Vragenuur die tot de heer Kovács gericht zijn, beantwoord zullen worden door commissaris Reding.

Wij behandelen een reeks vragen aan de Commissie.

Eerste deel

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 31 van Silvia-Adriana Ţicău (H-0068/09)

Betreft: Maatregelen ter bevordering van producten en diensten die bijdragen aan de verbetering van de energie-efficiëntie en de ontwikkeling van hernieuwbare energie

De staatshoofden en regeringsleiders hebben op de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad van 2008 een herziening van de richtlijn inzake energiebelasting aangekondigd, teneinde het aandeel van hernieuwbare energie in het totale energieverbruik te vergroten.

De energie-efficiëntie verbeteren is een van de snelste, zekerste en goedkoopste oplossingen om de Europese Unie minder afhankelijk te maken van energiebronnen uit derde landen, het energieverbruik te beperken, de CO2-emissies te verlagen en de energie-uitgaven van de Europese burgers te verminderen.

Welke maatregelen is de Commissie van plan te treffen en welke financiële en fiscale instrumenten zal zij aanwenden om producten en diensten te bevorderen die bijdragen aan de noodzakelijke verbetering van de energie-efficiëntie en de ontwikkeling van hernieuwbare energie?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. – (EN) In haar Europees economisch herstelplan, dat overigens door het Parlement en de Raad is goedgekeurd, laat de Commissie zien dat zij het gebruik van groene producten snel wil bevorderen. Zij heeft onder meer verlaagde btw-tarieven voorgesteld voor groene producten en diensten die in het bijzonder tot doel hebben de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Verder spoort de Commissie de lidstaten aan om de consumenten nog meer te stimuleren om milieuvriendelijke producten te kopen.

Op dit moment is de Commissie bezig met een herziening van de bestaande belastingwetgeving van de Gemeenschap. Het doel hiervan is bestaande stimulansen die in strijd zijn met de beoogde energie-efficiëntie en reductie van CO2-emissies, af te schaffen en waar nodig nieuwe stimulansen te creëren die wel bevorderlijk zijn voor het bereiken van deze doelstellingen.

Behalve de bovengenoemde fiscale initiatieven wil de Commissie andere financiële instrumenten benutten om energie-efficiëntie te bevorderen, vooral in gebouwen. Daartoe ontwikkelen de Commissie en de Europese Investeringsbank samen een initiatief voor de financiering van duurzame energie. Het streven is om voor dit doel fondsen van kapitaalmarkten te gebruiken via de participatie van het Burgemeestersconvenant. In 2009 zal naar verwachting een bedrag van vijftien miljoen euro beschikbaar komen.

Tevens heeft de Commissie voorgesteld Verordening (EG) nr. 1080/2006 betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling te wijzigen, zodat dit fonds door alle lidstaten kan worden aangewend om meer geld te besteden aan verbetering van de energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie in bestaande woningen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) Om te beginnen wil ik graag zeggen dat de huidige richtlijn slecht of ontoereikend is uitgevoerd. Ik wil de Commissie daarom vragen of zij van plan is om in de toekomst ook de btw op producten te verminderen. Verder denk ik dat het belangrijk is om de bijdrage van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling ter ondersteuning van energie-efficiënte van gebouwen en sociale woningen, te verhogen van 3 naar 15 procent

Ik denk ook dat het belangrijk is om een fonds voor energie-efficiënte en hernieuwbare energie te hebben.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. – (EN) Wij weten dat het erg belangrijk is maatregelen in te voeren om burgers en overheden te helpen energie te besparen. Er zijn inmiddels enkele onderzoeken beschikbaar over de mogelijkheden van belastingprikkels voor energie- en milieudoeleinden en de Commissie is bezig een voorstel te formuleren om de btw-richtlijn zodanig te wijzigen dat een verlaagd btw-tarief kan worden toegepast op bepaalde milieuvriendelijke goederen en diensten.

Zoals vermeld in het economisch herstelplan kan de Commissie verlaagde btw-tarieven voorstellen voor groene producten en diensten die in het bijzonder tot doel hebben de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Er dient evenwel op te worden gewezen dat de lidstaten reeds op grond van het Commissievoorstel van juli 2008 deze verlaagde btw-tarieven kunnen toepassen op diensten die verband houden hebben met renovatie, herstel, verbouwing en onderhoud van woningen, gebedshuizen, culturele erfgoederen en historische monumenten. Daartoe behoren ook werkzaamheden die erop gericht zijn de betrokken gebouwen energiezuiniger te maken.

De Ecofin-Raad heeft vandaag een compromis bereikt. Het is nog te vroeg om te zeggen wat we precies met de Ecofin-voorstellen gaan doen, maar de Commissie zal de voorstellen die vandaag zijn gedaan, bestuderen.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Rack (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de commissaris en de Commissie bedanken voor het feit dat zij in het bijzonder zijn ingegaan op het vraagstuk van de warmte-isolatie van gebouwen. Het is een van de meest efficiënte vormen van energiebesparing. Daarom lijkt het me belangrijk en juist om deze weg te bewandelen. Mijn vraag in dit verband is: acht de Commissie het mogelijk om een verlaagd btw-tarief toe te passen op laagenergie- en nulenergiewoningen in de systeembouw? Is dit het overwegen waard, en hoe gaat het dan verder?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, wat de heer Rack zojuist opperde, is een interessante gedachte. De Commissie zal dit idee uiteraard bestuderen, samen met de andere ideeën die ter tafel liggen en betrekking hebben op energie-efficiëntie bij nieuwbouw of renovatie van woningen. Ik kan tevens melden dat de Commissie de structuurfondsen zodanig zal herzien dat ook via de structuurfondsen in energie-efficiënte woningen kan worden geïnvesteerd.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 32 van Giorgos Dimitrakopoulos (H-0100/09)

Betreft: Soepeler interpretatie van het stabiliteitspact

Kan de Commissie zeggen waarom zij in een periode van zo ernstige economische crisis vasthoudt aan de opvatting dat landen met een te groot overheidstekort dit moeten verminderen in een periode van 2 jaar en niet 3 jaar, wat in de gegeven omstandigheden toch logischer lijkt? En hoe kan dit standpunt verzoend worden met de oproep van de voorzitter van de Eurogroep voor een soepeler interpretatie van het stabiliteitspact (zie verklaring van 21.1.2009 Agence Europe)?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. – (EN) Onder normale omstandigheden veronderstelt het Stabiliteits- en groeipact dat een buitensporig tekort snel wordt gecorrigeerd, en deze correctie moet plaatsvinden binnen het jaar nadat zo’n buitensporig tekort is vastgesteld. Het hervormde Stabiliteits- en groeipact staat echter in bijzondere omstandigheden ook langere termijnen toe – in overeenstemming met artikel 3, lid 4 van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad.

Het pact biedt geen nauwkeurige omschrijving van deze bijzondere omstandigheden. Wanneer de Commissie echter op grond van artikel 143 van het Verdrag een verslag opstelt over een (gepland) buitensporig tekort, moet zij op basis van het Verdrag rekening houden met wat bekendstaat als “relevante factoren”. In dit verslag zal de Commissie ontwikkelingen beschrijven in de economische situatie op middellange termijn, vooral potentiële groei, heersende conjunctuuromstandigheden, de uitvoering van beleidsmaatregelen in het kader van de Lissabon-agenda en beleidsmaatregelen om onderzoek en ontwikkeling en innovatie te bevorderen. Tevens zullen de ontwikkelingen worden geschetst in de begrotingssituatie op middellange termijn, met name de begrotingsconsolidatie in goede tijden, het niveau van de overheidsschuld en de houdbaarheid ervan, de behoeften aan externe financiering, openbare investeringen en de algemene kwaliteit van de overheidsfinanciën. Ook zal worden gekeken naar andere factoren die volgens de betrokken lidstaat relevant zijn om een uitvoerig kwalitatief oordeel over het overschrijden van de referentiewaarde te kunnen vellen, en die de lidstaat uiteraard aan de Commissie en de Raad heeft gemeld.

Uit de bepalingen met betrekking tot de relevante factoren in kwestie blijkt dat de identificatie van bijzondere omstandigheden gebaseerd moet zijn op een algehele beoordeling van zulke factoren. Op 18 februari heeft de Commissie haar aanbevelingen voor adviezen van de Raad over de jongste actualiseringen van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s voor zeventien lidstaten vastgesteld. Tegelijkertijd, en rekening houdend met haar beoordeling van deze programma’s, heeft de Commissie verslagen goedgekeurd voor Ierland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Letland en Malta. De Ecofin-Raad heeft vanmorgen zijn advies over deze verslagen vastgesteld. De Commissie gaat de Raad aanbevelingen doen om een eind te maken aan situaties waarin buitensporige tekorten voorkomen. In deze aanbevelingen zullen termijnen worden genoemd die in overeenstemming met het Stabiliteits- en groeipact worden vastgesteld, dat wil zeggen met inachtneming van eventuele bijzondere omstandigheden.

 
  
MPphoto
 

  Giorgos Dimitrakopoulos (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw de commissaris van harte bedanken voor haar uitvoerige antwoord. Ik moet er echter wel bij zeggen dat ik wat verbaasd ben. U hebt namelijk heel belangrijke dingen gezegd maar met geen woord gerept over het tijdschema. Dat wil zeggen, u hebt helemaal niet gezegd of de Commissie een voorstel zal doen voor een concreet tijdschema per geval, en ten tweede of de Commissie in haar voorstel de fasen van het tijdschema kan koppelen aan een vermindering van het percentage van meer dan 3 procent.

 
  
MPphoto
 

  Jörg Leichtfried (PSE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik heb twee korte vragen. Mijn eerste vraag is deze: hoe staat het met de landen die een schandalig lage of helemaal geen vennootschapsbelasting kennen? Is het eerlijk om een oogje dicht te knijpen wanneer deze landen het Stabiliteitspact soepeler toepassen omdat ze vanwege de lage belastinginkomsten in de problemen komen?

Dan mijn tweede vraag: moeten we hierbij ook niet kijken naar de mate waarin een bepaald beleid succesvol is? Met andere woorden: als een land een groter tekort heeft omdat het veel geld besteedt aan het bestrijden van de werkloosheid, en als de werkloosheid dan ook daadwerkelijk afneemt, zou het dan niet verstandig zijn om zo’n aanpak te stimuleren?

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). (EN) Is het Reglement gewijzigd? Ik dacht dat de vragensteller een aanvullende vraag kon stellen, plus twee andere leden van het Parlement.

Ten tweede, wanneer eindigt het vragenuur, nu we te laat zijn begonnen?

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Doyle, we zullen om 20.00 uur eindigen, zoals de bedoeling was. We zijn laat begonnen en zullen laat eindigen. Heeft de geachte afgevaardigde geen aanvullende vraag?

Wilt u uw aanvullende vraag stellen, mevrouw Doyle?

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, dat wil ik inderdaad. Mijn excuses, ik had begrepen dat u uitsluitend de vragensteller en één andere persoon daartoe de gelegenheid wilde geven. Ik heb uw woorden verkeerd geïnterpreteerd.

Ik wil de commissaris vragen alle lidstaten te noemen die voor zover bekend geen buitensporig tekort hebben.

Kan zij verder precies uitleggen wat de Commissie aan de Raad gaat voorstellen over de besluiten die vanmorgen met betrekking tot Ierland zijn genomen?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. – (EN) Mijn antwoord op de vraag van de heer Dimitrakopoulos luidt als volgt: wanneer de Commissie aan een lidstaat een termijn voorstelt waarbinnen de overheidsfinanciën weer op een houdbaar niveau moeten komen, zal de Commissie rekening houden met de speelruimte van de betrokken lidstaat. Een oproep tot snelle begrotingsconsolidatie hoeft alleen te worden verwacht wanneer een crisis met betrekking tot de overheidsfinanciën dreigt, met inachtneming van de financiële behoeften van de gehele economie.

Wat betreft de tweede vraag, die uit twee delen bestond, luidt het antwoord op het eerste deel “nee”. In antwoord op de tweede vraag – over landen met een lage vennootschapsbelasting – kan ik zeggen dat met het Stabiliteits- en groeipact de algemene fiscale situatie van een lidstaat wordt beoordeeld, niet de specifieke belastingstructuur van elke lidstaat.

Mijn antwoord op de derde vraag, of er lidstaten zonder buitensporige tekorten bestaan: ja, uiteraard hebben sommige lidstaten geen buitensporige tekorten, zoals u kunt zien in de grafieken die de Commissie regelmatig publiceert.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 33 van Pedro Guerreiro (H-0125/09)

Betreft: Einde "belastingparadijzen"

Heeft de Commissie reeds een voorstel ingediend om met name in de EU een einde te maken aan de "belastingparadijzen"?

Heeft de EU een besluit genomen om de lidstaten voor te stellen om de aan "belastingparadijzen" op haar grondgebied een einde te maken?

Welke maatregelen zal de Commissie treffen om een einde aan belastingparadijzen te maken, de financiële speculatie te bestrijden en een punt te zetten achter het vrije verkeer van kapitaal, met name in de EU?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, sinds het eind van de jaren negentig voert de Commissie een vastberaden beleid ter bestrijding van fraude, belastingontwijking en schadelijke belastingconcurrentie.

Een kernonderdeel van dit beleid is het bevorderen van transparantie in de belastingstelsels en uitwisseling van informatie tussen belastingdiensten. Onlangs werd dit beleid bevestigd door de duidelijke verklaringen van de G20 die tot doel hadden niet-transparante praktijken aan te pakken in bepaalde rechtsgebieden, die vaak worden omschreven als belastingparadijzen.

De Commissie heeft haar beleid op dit gebied eind 2008 en begin 2009 versterkt door twee voorstellen in te dienen.

Het eerste voorstel heeft tot doel de uitwisseling van gegevens te verbeteren, zoals bepaald is in de richtlijn betreffende spaargelden. In het tweede voorstel wordt in feite voorgesteld dat alle lidstaten hun normen inzake gegevensuitwisseling afstemmen op een zo toegankelijk mogelijk niveau, met name door ervoor te zorgen dat lidstaten zich niet kunnen beroepen op het bankgeheim om te weigeren informatie te verstrekken die andere lidstaten nodig hebben om de belasting van hun ingezetenen te kunnen berekenen.

In mei 2008 heeft de Raad besloten dit beleid inzake goed bestuur op fiscaal gebied, waaronder de beginselen van transparantie, gegevensuitwisseling en billijke belastingconcurrentie vallen, bij derde landen te bevorderen, en heeft hij de Commissie verzocht dergelijke clausules in de onderhandelingen met derde landen over handelsovereenkomsten aan de orde te stellen.

De Commissie is van plan binnenkort een politiek initiatief te presenteren om de aandacht te vestigen op de coherentie van dit beleid en op de kernelementen die het welslagen ervan kunnen verzekeren. De Commissie denkt met name dat door het uitvoeren van gecoördineerde maatregelen op Europees niveau tegemoet kan worden gekomen aan de zorgen die de heer Guerreiro heeft uitgesproken.

 
  
MPphoto
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL).(PT) Veel woorden maar weinig daden, lijkt me, afgaand op wat hier is gezegd. Kortom, de belastingparadijzen en het einde van de belastingparadijzen zijn niet aan de orde. Ik verzoek u echter om antwoord op de volgende vragen. De Commissie heeft verklaard dat zij de banken ervan wil weerhouden te opereren vanaf “offshore” centra. Hoe denkt zij dit voornemen in praktijk te brengen? En welke effectieve maatregelen denkt zij voor te stellen om financiële speculatie te bestrijden die mede ten grondslag ligt aan de huidige financiële en economische crisis?

 
  
MPphoto
 

  Robert Evans (PSE).(EN) De commissaris weet vast het een en ander over belastingparadijzen, want Luxemburg moet daar toch toe gerekend worden. Is zij niet van mening dat het hele principe van de gemeenschappelijke markt wordt ondermijnd als vrachtwagens een omweg maken om daar goedkoop te tanken?

Dan heb je nog Jersey, Guernsey en het eiland Man – die tot het VK behoren, maar niet tot de EU – Liechtenstein, Monaco, San Marino, enzovoort. Het zijn allemaal kleine belastingparadijzen met offshore banking, die het de rijken naar hun zin maken. Ze bestaan alleen omdat de EU dat toelaat.

De commissaris had het over “een vastberaden beleid ter bestrijding van belastingontwijking”? Als dit serieus bedoeld was, zou zij dan niet een paar suggesties kunnen doen voor de manier waarop een eind kan worden gemaakt aan deze belastingparadijzen?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Wat betreft de eerste vraag: de Commissie heeft twee nieuwe richtlijnen voorgesteld om deze problemen op te lossen, aangezien de financiële crisis de problemen duidelijker doet uitkomen.

We hebben eind 2008 een voorstel ingediend en begin 2009 nog één. Het eerste beoogt een versterking van de informatie-uitwisseling, het tweede geeft de lidstaten het recht om informatie in te winnen zonder dat de andere lidstaat een beroep doet op het bankgeheim.

Wat de tweede vraag betreft zou ik willen onderstrepen dat vrachtwagens niets te maken hebben met belastingparadijzen.

 
  
 

Tweede deel

 
  
  

Vraag nr. 34 van Claude Moraes (H-0048/09)

Betreft: Internet en "hate crimes"

Het aanzetten tot rassenhaat wordt in alle lidstaten aangemerkt als misdrijf. Uit het onderzoek naar hate crimes dat in 2008 door de niet gouvernementele organisatie Human Rights First werd gepubliceerd blijkt echter dat het aantal hate crimes in Europa toeneemt. Er zij op gewezen dat internet hierin een belangrijke rol speelt.

Neemt de Commissie in het kader van de door haar geformuleerde doelstellingen bestrijding van internetcriminaliteit en het creëren van een veiliger internet voor iedereen maatregelen om websites te bestrijden die aanzetten tot haat en geweld?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) De vraag die hier werd gesteld, is van groot belang, en ik zou willen onderstrepen dat de Commissie racisme, vreemdelingenhaat en alle andere haatuitingen waar de geachte afgevaardigde op doelt, met klem veroordeelt. De Commissie deelt tevens zijn bezorgdheid en is zich bewust van het feit dat bepaalde inhoud die via het internet wordt verspreid, een negatief effect kan hebben.

De Commissie bestrijdt racisme, vreemdelingenhaat en antisemitisme in alle media, en niet alleen op het internet, en wel in de mate van het mogelijke, met andere worden binnen het kader van de haar door het Verdrag verleende bevoegdheden. Op deze basis heeft de Commissie een aantal initiatieven genomen – zowel van wetgevende als van niet-wetgevende aard – die zijn gericht op het voorkomen van discriminatie en van racistische, xenofobe en antisemitische uitingen. Zo is er ten eerste de richtlijn audiovisuele mediadiensten, waarin minimumnormen zijn vastgelegd voor alle audiovisuele en mediadiensten, met inbegrip van op aanvraag geleverde diensten op internet. Hiertoe behoort ook een verbod op het aanzetten tot haat op grond van ras, geslacht, godsdienst of nationaliteit. Bovendien heeft de Commissie beleidsmaatregelen aangenomen die erop gericht zijn racistische online-inhoud terug te dringen. Ik zou hier willen wijzen op de aanbeveling betreffende de bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid en het recht op weerwoord, waarin wordt opgeroepen tot maatregelen ter bestrijding van discriminatie in alle media.

In het onlangs aangenomen kaderbesluit van de Raad betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht is een gemeenschappelijke EU-aanpak inzake racisme en vreemdelingenhaat geformuleerd. Het kaderbesluit heeft ten doel bepaalde opzettelijke gedragingen strafbaar te stellen, zoals het aanzetten tot geweld of haat jegens een groep personen, of een lid van die groep, die op basis van ras, huidskleur, afstamming, godsdienst, overtuiging dan wel nationale of etnische afkomst wordt gedefinieerd.

Het aanzetten tot geweld of haat wordt eveneens strafbaar gesteld wanneer dat gebeurt door het publiekelijk verspreiden of uitdelen van geschriften, afbeeldingen of ander materiaal. De lidstaten moeten uiterlijk op 28 november 2010 de nodige maatregelen treffen om aan die bepalingen te voldoen.

Naast deze wetgevingsaanpak bevordert de Commissie een aantal maatregelen voor veiliger internetgebruik. Ik geloof dat het Parlement goed vertrouwd is met het programma Safer Internet Plus, dat over een budget van 55 miljoen euro voor de periode 2009-2013 beschikt en waarmee projecten kunnen worden gecofinancierd die de volgende doelstellingen hebben: bewustmaking van het publiek, het opzetten van een netwerk van meldpunten waar illegale en schadelijke inhoud en gedragingen kunnen worden aangegeven, met name waar het gaat om seksueel misbruik van kinderen, kinderlokkerij en pesten, het bevorderen van zelfreguleringsinitiatieven op dit gebied en het betrekken van kinderen en jongeren bij het creëren van een veiliger online-omgeving, het opzetten van een database inzake nieuwe trends in het gebruik van online-technologieën en de gevolgen ervan voor het leven van kinderen.

De Commissie streeft er bovendien naar een verantwoord gebruik van de media en het internet te bevorderen. In haar mededeling van december 2007 over mediageletterdheid verzoekt de Commissie de lidstaten om mediageletterdheid en onderzoek op dit gebied doeltreffender te bevorderen. Dit jaar zal zij een aanbeveling inzake mediageletterdheid publiceren.

Er zij ook op gewezen dat onze buurinstelling, de Raad van Europa, een reeks juridisch bindende en niet-bindende internationale instrumenten op dit terrein heeft ontwikkeld, waaruit blijkt dat de cyberspace geen rechteloze zone is en dat de lidstaten gehouden zijn individuele rechten en vrijheden te beschermen door hun nationale wetgeving. Tot deze instrumenten behoren onder meer het Cybercrime-Verdrag en het bijbehorende aanvullende Protocol nr. 3.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (PSE).(EN) Mevrouw de commissaris, ik twijfel geen seconde aan uw betrokkenheid bij dit vraagstuk. Ik weet dat u zich er zorgvuldig mee heeft bezig gehouden. Maar wat betreft de “rechtsvrije zone” waar u het over had: bent u ervan overtuigd, met name als het gaat om het aanzetten tot haat – wat volgens mij in alle lidstaten strafbaar is – dat de tenuitvoerlegging van het kaderbesluit, de richtlijn audiovisuele mediadiensten en vele andere instrumenten die u heeft genoemd, een eind zal maken aan de toename van dit soort websites? Tot dusver duidt alles erop dat hun aantal met de minuut groeit. Bent u niet van mening dat we verdere maatregelen moeten treffen?

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mevrouw de commissaris, er bestaat geen erger uit haat voortkomend misdrijf dan moord. Deze week hebben republikeinse terroristen in mijn kieskring in Noord-Ierland uit haat drie moorden gepleegd op leden van de veiligheidskrachten.

En toch doken binnen een paar uur verschillende websites op waar instemming werd betuigd met deze afschuwelijke moorden en de daders werden verheerlijkt? Zal de Commissie dus, naast de bestrijding van racisme en vreemdelingenhaat, aandacht besteden aan de vraag hoe misbruik van het internet door terroristische parasieten kan worden aangepakt?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Er bestaat geen enkele rechtvaardiging voor misdaden, om het even waar deze misdaden plaatsvinden – zij het in de werkelijke wereld of in de digitale wereld – maar natuurlijk is het veel makkelijker om de criminaliteit in de werkelijke wereld te bestrijden, omdat we daar over de instrumenten beschikken die ons in staat stellen in te grijpen. In het wereldwijde web is het echter veel gecompliceerder. Om deze reden hebben we een hele reeks instrumenten ontwikkeld om dergelijke criminaliteit te kunnen bestrijden.

Uit discussies met mijn collega Jacques Barrot weet ik dat de politie een analysenetwerk aan het opbouwen is om online-criminaliteit te kunnen aanpakken en dat zij de criminelen met steeds meer succes vervolgt. Maar er worden ook steeds meer websites opgezet. Zelf heb ik met het programma voor een veiliger internet geprobeerd het over een andere boeg te gooien, namelijk door internetgebruikers – en vooral jongeren – voor te lichten zodat zij weten wat zij kunnen ondernemen wanneer zij op schadelijke inhoud stuiten – het gaat hierbij niet alleen om criminaliteit, maar ook om pesterijen, die voor jongeren heel erg kunnen zijn. Bijvoorbeeld informeren wij hen over het feit dat er een speciale ‘meldknop’ is waarmee zij om hulp kunnen vragen.

We proberen dus de criminaliteit met verschillende middelen aan te pakken, met behulp van de politie, door leerkrachten, ouders en kinderen in staat te stellen zelf te beslissen of schadelijke inhoud te melden, en natuurlijk door programma’s op het gebied van mediageletterdheid, waarvan ik er persoonlijk meer zou willen zien in de lidstaten. We moeten de komende generatie de nodige middelen aan de hand doen om oplossingen te vinden en misbruik te bestrijden. Anders zouden we wel eens een probleem kunnen krijgen met het interne en zou het wel eens kunnen gebeuren dat ouders hun kinderen het internet niet meer op laten gaan, en dat zou niet de juiste weg zijn. We willen dat de positieve aspecten van het internet tot hun recht komen en de negatieve aspecten van het internet worden tegengegaan.

Dan kom ik nu op de kwestie van de moorden, die de geachte afgevaardigde aanstipte. Het zijn verschrikkelijke gebeurtenissen, en het behoort naar mijn mening tot het werkterrein van de politie en de veiligheidskrachten om dergelijke dingen een halt toe te roepen. Die instrumenten kunnen natuurlijk niet worden beschouwd als een remedie tegen alle problemen van de samenleving. Er kan echter geen misverstand over bestaan dat criminaliteit moet worden bestreden, en wel met alle macht.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 35 van Eoin Ryan (H-0055/09)

Betreft: ICT en de informatiemaatschappij

De Commissie heeft de ontwikkeling van ICT en de informatiemaatschappij, die voor de Europese economie en samenleving enorme voordelen kan bieden, tot speerpunt van haar beleid gemaakt. Welke maatregelen neemt de Commissie echter om ervoor te zorgen dat bepaalde groepen in de Europese samenleving, zoals ouderen en personen met een laag inkomen, niet achterblijven of bij dit proces buiten de boot vallen?

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Informatie- en communicatietechnologieën bieden veel mogelijkheden voor ouderenzorg. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, omdat we hier met een echte digitale kloof te maken hebben. Juist de mensen die ICT-instrumenten hard nodig hebben, zijn niet gewend ermee om te gaan, omdat zij nooit zulke instrumenten hebben gehad. Zo maakt slechts 15 procent van de ouderen gebruik van het internet. Daarom moeten we een compleet beleid ontwikkelen om barrières voor het internetgebruik uit de weg te ruimen, omdat ouderen met behulp van ICT langer actief en productief kunnen blijven, omdat zij dankzij toegankelijkere online-diensten sociaal actief kunnen blijven en gedurende langere tijd kunnen genieten van een betere gezondheid en meer levenskwaliteit.

Daarom heeft de Commissie in 2007 een actieplan “Gezond ouder worden in de informatiemaatschappij” gepresenteerd, dat heel concrete maatregelen omvat.

De eerste maatregel is gericht op onderzoek en innovatie, met het doel om technologieën voor maatschappelijke zorg en bijstand voor zelfstandig wonen te ontwikkelen en te testen. Ik moet mijn waardering uitspreken voor het bedrijfsleven, dat middels deze onderzoeksprogramma’s een hele reeks mechanismen, diensten en producten heeft ontwikkeld die ouderen in staat stellen langer in eigen huis te blijven wonen.

De tweede maatregel is gericht op bewustmaking van gebruikers en overheidsinstanties over de voordelen, bijvoorbeeld door middel van de oprichting van een internetportaal voor goede praktijken en een Europese regeling voor de onderscheiding van intelligente huizen en toepassingen voor zelfstandig wonen.

De derde is erop gericht de versnippering van de benaderingen inzake de toepassing van deze technologieën in Europa te verminderen.

In 2008 heeft de Commissie twee andere initiatieven goedgekeurd.

Het eerste was een nieuw gezamenlijk programma ter ondersteuning van gezamenlijk onderzoek met de lidstaten naar bijstand voor zelfstandig wonen: technologieën voor woontoepassingen en mobiliteit, bijstand voor ouderen in het dagelijks leven en maatschappelijke dienstverlening.

Het tweede was de nieuwe mededeling over e-toegankelijkheid die gericht is op de bevordering van het gebruik van ICT-producten en –diensten door ouderen en gehandicapten. Daarin werden de lidstaten verzocht alle nodige stappen te ondernemen om de toegankelijkheid van overheidswebsites te verbeteren.

Overeenkomstig deze maatregelen zal de EU, samen met de lidstaten en de particuliere sector, tot 2013 meer dan 1 miljard euro investeren in onderzoek en innovatie ten behoeve van de vergrijzende samenleving.

Zoals u ziet nemen we dit thema zeer serieus. We zijn ervan overtuigd dat we over mogelijkheden beschikken om de levenskwaliteit in een vergrijzende samenleving te verbeteren.

Wat betreft het probleem van gebruikers met een laag inkomen zou ik in de eerste plaats willen verwijzen naar het tweede pakket van de roaming-verordening, dat gisteravond door de Commissie industrie, onderzoek en energie van het Parlement is goedgekeurd. Eén onderdeel van dit pakket is de verlaging van de prijzen voor het gebruik van mobiele telefoons, het vaste telefoonnet, het internet, enzovoort.

De Commissie heeft tevens een Europees consumentenscorebord opgezet om te kunnen controleren welke resultaten dit voor de consument heeft. Met behulp van de gegevens van het scorebord kunnen de belangen van de consument beter worden behartigd.

De nieuwe voorstellen die aan het Parlement zijn voorgelegd in het kader van de herziening van de telecommunicatiemarkt hebben eveneens ten doel de rechten van consumenten en gebruikers te versterken, teneinde de toegankelijkheid te vergroten en een inclusieve samenleving te bevorderen.

Zo werd bijvoorbeeld voorgesteld om sommige bepalingen te wijzigen teneinde beter te kunnen inspelen op de behoeften van ouderen, wat een algemene doelstelling dient te zijn van de activiteiten van de nationale regelgevers.

 
  
MPphoto
 

  Eoin Ryan (UEN).(EN) Ik zou graag mijn dank willen uitspreken aan de commissaris. Ik twijfel er absoluut niet aan dat de Commissie vreselijk veel doet op het gebied van IT-voorlichting. Er is veel te zien van haar activiteiten. Sinds kort doe ik mee aan de website Twitter, en ik moet zeggen dat ik meer dan verrast en onder de indruk ben van de hoeveelheid informatie van de Europese Unie die op die site beschikbaar is. Ik wil de Commissie graag feliciteren met het feit dat zij enorm veel informatie verstrekt.

Toch is het voor benadeelde groepen en ouderen nog steeds een probleem om gebruik te maken van en toegang te krijgen tot het internet en nieuwe technologieën. Hier komt steeds meer verandering in, maar voor de verkiezingen in juni liggen er nog kansen, of uitdagingen, voor ons. Ik zou u willen vragen of u plannen heeft om eraan te werken dat meer mensen toegang krijgen tot het internet, teneinde de Europese verkiezingen van juni onder de aandacht te kunnen brengen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE). - (RO) Ik wil u feliciteren met uw inspanningen ten behoeve van kinderen en op het gebied van het internet, en ook voor uw besluit om vóór 2010 een breedbanddekking van 100 procent te waarborgen.

In Roemenië communiceren ouderen en ouders via internet goedkoop en efficiënt met kinderen die naar het buitenland zijn gegaan; ze kunnen hen zien en horen. Ik zou u echter willen vragen wat u doet voor de ontwikkeling van online diensten. Ik denk in dit geval aan het beveiligde e-mailsysteem PKI, ofwel public key infrastructure.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Rack (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, de industrie produceert inderdaad apparaten waarmee ook ouderen en gehandicapten zich op de verschillende terreinen van de informatiemaatschappij uitstekend kunnen redden. Bijna alle mobiele telefoons, alarmknoppen en soortgelijke apparaatjes worden echter principieel tegen zeer hoge prijzen aangeboden.

Kan de Commissie hier iets aan doen? Het is namelijk niet erg gebruikersvriendelijk om een bijzonder eenvoudige technologie tegen bijzonder hoge prijzen te verkopen.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Om te beginnen zou ik willen ingaan op het internet en de verkiezingen. Dit is een kwestie die allen die zich verkiesbaar stellen, de zittende leden én de nieuwe kandidaten, ter harte zouden moeten nemen en waarover zij de burgers beter zouden moeten voorlichten. In de afgelopen jaren zijn met de steun van het Europees Parlement zoveel positieve maatregelen getroffen dat het niet al te moeilijk zou moeten zijn om deze positieve maatregelen voor te stellen aan de burgers.

Als ik bijvoorbeeld alleen al naar de voorbeelden voor e-inclusie in Ierland kijk, kan ik een hele lijst van maatregelen noemen die in samenwerking met Ierse bedrijven, onderzoekscentra en NGO’s zijn genomen. Ook voor de afgevaardigden zelf zal het interessant zijn om uit te leggen wat er allemaal met Europese middelen wordt ondernomen voor de verbetering van de levenskwaliteit van de burgers.

De tweede vraag ging over ouderen en jongeren en over de vraag hoe zij beter met elkaar kunnen communiceren. Nu, ik kan u vertellen dat mijn moeder, die nog nooit een mobiele telefoon had gebruikt, er een heeft aangeschaft om met haar kleinkinderen te kunnen communiceren, omdat ze begreep dat dit voor hen de enige manier was om haar te bellen. Inmiddels vindt ze het helemaal niet leuk als ze haar niet vaak genoeg bellen. Maar ik heb ook vele oudere mensen ontmoet die vanwege Skype gebruik zijn gaan maken van het internet, omdat zij met hun kinderen of kleinkinderen willen spreken die in het buitenland wonen.

Daarom doen we ons best om naar een echte interne communicatiemarkt in Europa toe te werken, zodat een snelle en goedkope communicatie is gewaarborgd.

Hiermee kom ik bij de derde vraag: hoe staat het met de prijs voor telecommunicatie? Er worden tal van diensten aangeboden waarmee de prijs voor telecommunicatie kan worden gedrukt. Het is wel zo dat de diensten of aanbiedingen die speciaal zijn aangepast aan de oudere generatie, tot dusver alleen op de thuismarkt beschikbaar zijn, omdat deze markt nog niet zo sterk is ontwikkeld en de kosten nog te hoog zijn.

Er bestaat hiervoor slechts één oplossing, namelijk het ontwikkelen van de markt, want als vele duizenden ouderen gebruik gaan maken van die diensten en instrumenten, zullen deze betaalbaar worden. We moeten dus het bewustzijn vergroten om ervoor te zorgen dat deze ICT-producten en –diensten meer ingang vinden. Volgens mij is dit namelijk een van de oplossingen voor de problemen van de vergrijzende samenleving.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 36 van Gay Mitchell (H-0065/09)

Betreft: Internettoezicht

Het internet is blijkbaar een vrijhaven geworden voor racisten en andere dwepers, die er lucht kunnen geven aan hun opinies.

Heeft de Commissie dit probleem al behandeld, en zo ja, welke maatregelen is zij ter zake dan aan het treffen?

De vragen nrs. 37 tot en met 40 worden schriftelijk beantwoord.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) De vraag van de geachte afgevaardigde is niet nieuw, waaruit blijkt dat deze kwestie de afgevaardigden na aan het hart ligt.

Ik zou willen herinneren aan het antwoord dat ik heb gegeven op de vragen van mijnheer Moraes over het internet en uit haat voortkomende misdrijven, van Luca Romagnoli over de inhoud en het gebruik van blogs en van Robert Kilroy-Silk over racisme en geweld op publiekswebsites.

Wat betreft de publiekswebsites: een aantal weken geleden zijn alle aanbieders van sociale netwerksites rond de tafel gaan zitten en hebben zij een gedragscode ondertekend om kinderen en jongeren te helpen in de strijd tegen schadelijke inhoud op dergelijke websites.

Zoals u weet is de Commissie sterk gekant tegen alle racistische en xenofobe meningen die op het internet worden geventileerd, met inbegrip van de haatuitingen die de geachte afgevaardigde in zijn vraag heeft genoemd. Zoals vaak het geval is met het internet, is er sprake van sterke contrasten. Op het internet komen de beste dingen pal naast de slechtste voor: aan de ene kant biedt het enorme mogelijkheden voor de verspreiding en ontvangst van waardevolle, doelgerichte informatie en voor een sterkere sociale samenhang. Aan de andere kant is het een ideaal forum voor stereotypen, vooroordelen, kwetsende uitlatingen en zelfs gevaarlijke inhoud, zoals in de vraag reeds werd opgemerkt.

Hierin schuilt een gevaar: moet de staat de toegang tot websites dus aan banden leggen of de resultaten van zoekmachines filteren? Totalitaire staten doen dat al. In democratische landen, zoals de lidstaten van de EU, wordt de vrijheid van meningsuiting slechts bij uitzondering en in overeenstemming met de beginselen van de rechtsstaat beperkt.

Er zij op gewezen dat de Raad van Europa een reeks internationale, juridisch bindende instrumenten heeft ontwikkeld die direct of indirect betrekking hebben op het internet. De cyberspace is daarom geen rechteloze zone, maar een medium waarop de beginselen van de rechtsstaat van toepassing zijn. Ik zou in dit verband willen herinneren aan de Cyberspace-Conventie en het bijbehorend aanvullend protocol.

De Commissie heeft tevens beleidsmaatregelen goedgekeurd die erop zijn gericht racistische inhoud op internet tegen te gaan. Met name noem ik hier de aanbeveling betreffende de bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid en het recht op weerwoord, waarin wordt opgeroepen tot maatregelen ter bestrijding van discriminatie in alle media.

Tevens zou ik de aandacht willen vestigen op het kaderbesluit betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht, dat erop is gericht bepaalde opzettelijke gedragingen strafbaar te stellen, zoals het aanzetten tot geweld of haat jegens een groep personen, of een lid van die groep. Dit is een strafbaar feit indien tot geweld of haat wordt aangezet door het publiekelijk verspreiden of uitdelen van geschriften, afbeeldingen of ander materiaal. De lidstaten moeten uiterlijk op 28 november 2010 de nodige maatregelen treffen om aan de bepalingen van het kaderbesluit te voldoen.

Ik zou ook kunnen onderstrepen dat het aanzetten tot haat op grond van .geslacht, ras, godsdienst of nationaliteit in tv-uitzendingen of via online-tv volgens het Europees recht reeds verboden is.

We beschikken dus over een hele reeks mechanismen, een hele reeks wetten en een hele reeks maatregelen tot uitvoering van deze wetten. Maar negatieve inhoud – zij het in de traditionele media of op internet – zal toch altijd weer de kop op blijven steken.

 
  
MPphoto
 

  Gay Mitchell (PPE-DE).(EN) Ik zou de commissaris willen danken voor haar antwoord. In de afgelopen dagen werden in Noord-Ierland twee soldaten en een politieman gedood, waarop een andere spreker reeds heeft gewezen. De daders zijn mensen die zich uit onverdraagzaamheid en kwaadwilligheid, ja ook vanuit racisme en vreemdelingenhaat, stiekem het recht aanmatigen om dit soort misdrijven te plegen. Dergelijke personen gebruiken instrumenten als het internet om aanhangers te rekruteren en hun kwaadwillige boodschappen en daden te verspreiden.

Het lijkt me bijvoorbeeld heel duidelijk dat indien de regels voor de toegang tot chatrooms zouden worden aangescherpt, door bijvoorbeeld het gebruik van Hotmail niet meer toe te staan – ik geef toe dat ik er niet veel verstand van heb, maar het gebruik daarvan is heel eenvoudig – en door in plaats daarvan een soort traceerbare e-mail verplicht te stellen, dat zulke mensen die dat soort dingen doen, die zij niet openlijk kunnen doen, dan gemakkelijker zouden kunnen worden opgespoord. Ik vraag de commissaris om alles te doen wat in haar macht ligt om aan dit punt te blijven werken, want het kan niet door de beugel dat het internet wordt gebruikt voor racisme en vreemdelingenhaat.

 
  
MPphoto
 

  Viviane Reding, lid van de Commissie. (EN) Elke misdaad is een misdaad, waar deze ook wordt begaan, en daarom hebben we instrumenten nodig om misdrijven te kunnen vervolgen die op internet worden gepleegd. Samen met mijn collega Jacques Barrot, zal ik dergelijke instrumenten verder blijven ontwikkelen en ze sterker en doeltreffender maken. Het probleem met het internet is natuurlijk dat het de nationale grenzen overschrijdt, zodat samenwerking vereist is tussen de politiediensten en de diensten die terrorisme en internationale criminaliteit bestrijden. In de afgelopen jaren hebben die diensten met goed resultaat samengewerkt. Ik hoop en verwacht dat deze inspanningen zullen worden voortgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 41 van Bernd Posselt (H-0061/09)

Betreft: Kandidatuur van Servië

Er wordt voortdurend over gesproken om Servië de status van kandidaat-lidstaat van de EU te geven. Is het niet gevaarlijk om Servië nog vóór de Republiek Kosovo deze status te verlenen, aangezien Belgrado deze voorsprong zou kunnen gebruiken om toekomstige toetredingsonderhandelingen van de Republiek Kosovo met de EU of enige andere vorm van het aangaan van betrekkingen te blokkeren?

 
  
MPphoto
 

  Leonard Orban, lid van de Commissie. – (EN) Servië kan alleen tot de Europese Unie toetreden als het aan de toetredingscriteria van Kopenhagen voldoet, alsook aan de voorwaarden die als onderdeel van het stabilisatie- en associatieproces zijn vastgesteld, waaronder de voorwaarde om volledig mee te werken aan het Joegoslavië-tribunaal.

Servië is echter geen kandidaat-lidstaat en heeft nog niet om toetreding tot de Europese Unie verzocht. Daardoor ben ik niet in de positie om een oordeel te vellen over wat er in de toekomst kan gebeuren of over de maatregelen die Servië wel of niet gaat nemen met betrekking tot Kosovo.

Mocht Servië om toetreding vragen, zal de Europese Commissie, op verzoek van de Raad, een ontwerpadvies opstellen gebaseerd op de gevestigde objectieve criteria die voor alle landen gelden die om lidmaatschap van de EU verzoeken. Vervolgens is het aan de Europese Raad om te beslissen of een land de status van kandidaat-lidstaat krijgt of niet.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik heb grote persoonlijke waardering voor u. Daarom vind ik het jammer dat commissaris Rehn er niet is, want over het antwoord ben ik helemaal niet tevreden. Dat had ik zelf ook van het internet kunnen halen.

Ik zal u uitleggen waarop mijn vraag betrekking had: er wordt met Servië onderhandeld over een stabilisatieovereenkomst. Die wordt momenteel opgesteld. Ik wil de Commissie wijzen op het gevaar dat Servië Kosovo blokkeert, zoals ook in de Verenigde Naties en in de Raad van Europa gebeurt. Mijn vraag was: hoe voorkomen we dat er iets gebeurt wat vergelijkbaar is met het huidig blokkeren van Kroatië door Slovenië

 
  
MPphoto
 

  Leonard Orban, lid van de Commissie. – (EN) Zoals ik al zei in mijn antwoord, willen we op geen enkele wijze vooruitlopen op mogelijk optreden in de toekomst. Op dit moment heeft Servië nog geen aanvraag ingediend om lid te worden van de Europese Unie. Laten we de toekomst afwachten.

We mogen daarom, zoals ik al zei, niet speculeren over hypothetische situaties in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 42 van Sarah Ludford (H-0072/09)

Betreft: Toetreding Servië

Kan de Commissie uitdrukkelijk verklaren dat er geen verdere vooruitgang kan worden geboekt betreffende de toetreding van Servië tot de EU, tenzij Ratko Mladic en Goran Hadzic, de twee overblijvende voortvluchtige verdachten van het Joegoslavië-Tribunaal, aan Den Haag worden uitgeleverd?

 
  
MPphoto
 

  Leonard Orban, lid van de Commissie. – (EN) Servië kan alleen toetreden tot de Europese Unie als het voldoet aan de politieke voorwaarde inzake volledige meewerking met het Joegoslavië-tribunaal en daarnaast aan alle andere verplichtingen die een voorwaarde vormen voor opname in de EU.

In dit opzicht deelt de Commissie de conclusies van de Raad van april 2008, dat volledige meewerking met het Joegoslavië-tribunaal - wat ook betekent dat het zich volledig moet inspannen om aangeklaagden te arresteren en over te leveren - een essentieel onderdeel is van het stabilisatie- en associatieproces.

Wat dat betreft is het door de hoofdaanklager van het Joegoslavië-tribunaal, Serge Brammertz, uitgevoerde onderzoek bijzonder belangrijk. We onderhouden continu nauw contact met hem. Verder heeft commissaris Rehn elke gelegenheid aangegrepen om de Servische autoriteiten op te roepen tot volledige uitvoering van de aanbevelingen die de hoofdaanklager heeft gedaan in zijn verslag dat in december 2008 werd gepubliceerd en aan de VN-veiligheidsraad werd toegestuurd.

Op deze manier is de kans het grootst dat Servië zal meewerken met het Joegoslavië-tribunaal en vooruitgang zal boeken bij de verwezenlijking van zijn ambities om lidstaat van de Europese Unie te worden.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford (ALDE).(EN) Als voormalig lid van de bevoegde delegatie van het Europees Parlement geef ik steun aan de vorderingen van Servië en van alle landen van de Westelijke Balkan op de weg naar toetreding tot de EU.

Het probleem is alleen dat als we de toetreding van Servië afhankelijk maken van volledige medewerking met het Joegoslavië-tribunaal, de vraag opduikt wanneer we consequenties verbinden aan dit criterium.

Ik wil echt dat de commissaris mij verzekert dat er in de komende weken geen verdere vorderingen zullen worden gemaakt als de voortvluchtigen niet worden uitgeleverd.

Kan de commissaris mij eveneens verzekeren dat evenmin vorderingen zullen worden gemaakt met betrekking tot de toetreding van Kroatië, als het Joegoslavië-tribunaal niet verzekerd is van volledige meewerking wat betreft bewijzen en getuigen in verband met de Kroatische gedaagden?

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit me aan bij de vraag van mevrouw Ludford. De commissaris merkte terecht op dat dit een criterium is voor Servië. Hij liet echter in het midden of Servië aan dit criterium voldoet. Ik ben benieuwd naar het antwoord op die vraag. Voldoet Servië aan het criterium van volledige meewerking? Van Kroatië weten we dat dit het geval is.

 
  
MPphoto
 

  Leonard Orban, lid van de Commissie. (EN) U weet dat er in de Raad over deze kwestie verschillende meningen zijn en dat er hieromtrent geen unaniem standpunt van de Raad is. Zoals ik in mijn vorige antwoord al heb gezegd delen wij in de Commissie de opvatting van de Raad – die in de conclusies van de Raad van april 2008 is verwoord – dat volledige meewerking met het tribunaal essentieel is voor de voortzetting van het proces.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − De vragen nrs. 43 tot en met 44 worden schriftelijk beantwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 45 van Yiannakis Matsis (H-0095/09)

Betreft: Wederrechtelijke toeëigening Grieks-Cypriotische eigendommen in bezet noordelijk Cyprus met financiering door Turkije

De voormalige minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek Cyprus, mevrouw Erato Markoulli, maakt melding van een grote toename van het aantal gevallen van wederrechtelijke toeëigening van eigendommen van Grieks-Cyprioten op het bezette schiereiland Karpasia met financiering door Turkije.

Mevrouw Markoulli neemt deel aan de gesprekken over een oplossing van de kwestie-Cyprus. In dat kader, maar ook op grond van andere informatie, is deze zaak aan het licht gekomen. Turkije, dat kandidaat-lidstaat is en tegelijkertijd bezetter van grondgebied van een lidstaat (de Republiek Cyprus), organiseert de wederrechtelijke aankoop van eigendommen van Europese burgers, en overtreedt daarmee het internationaal recht, de individuele rechten, en de waarden en beginselen van de Europese Unie.

Hoe beoordeelt de Commissie dit Turkse beleid? Strookt dit beleid met het gedrag dat mag worden verwacht van een kandidaat-lidstaat van de EU? Gaat de Commissie al dan niet maatregelen nemen tegen Turkije in verband met de wederrechtelijke toeëigening van Grieks-Cypriotische eigendommen op het bezette deel van het eiland en zo ja, welke?

 
  
MPphoto
 

  Leonard Orban, lid van de Commissie. – (EN) De Commissie heeft nota genomen van het gebruik van eigendommen van Grieks-Cyprioten in het noordelijke deel van Cyprus. De Commissie is zich bewust van dit probleem, dat nog verergerde toen Cyprus op 1 mei 2004 lid werd van de Europese Unie, en deelt de zorg van de geachte afgevaardigde.

Wat de specifieke gevallen betreft waar de geachte afgevaardigde naar verwijst, moet ik zeggen dat de Commissie geen informatie hierover heeft en zij daarom nu geen uitspraak daarover kan doen.

De Europese Commissie bevestigt opnieuw dat zij volledige steun geeft aan de pogingen van de leiders van de Grieks-Cypriotische en Turks-Cypriotische gemeenschappen om een alomvattende oplossing voor de kwestie-Cyprus te vinden onder auspiciën van de Verenigde Naties. Een dergelijke regeling zou de armoedeproblemen op het eiland verhelpen, waar de geachte afgevaardigde over sprak.

 
  
MPphoto
 

  Yiannakis Matsis (PPE-DE). (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik ben een Cyprische afgevaardigde en sinds de tijd van president Özal tot op de dag van vandaag voorstander van toetreding van Turkije tot Europa.

In de vierde interstatelijke klacht heeft het Europees Hof van de rechten van de mens besloten dat Turkije verantwoordelijk is voor wederrechtelijke toe-eigening van bezit van Grieks-Cyprioten. Kan daar eindelijk eens iets aan worden gedaan? Hoe kan men deze situatie jarenlang dulden? Zijn er eersterangs en tweederangs mensenrechten, of hangt de toepassing ervan af van de omvang van het land?

 
  
MPphoto
 

  Leonard Orban, lid van de Commissie. (EN) De Commissie heeft Turkije steeds aangemoedigd om gevolg te geven aan alle besluiten van het Europees Hof voor de rechten van de mens. Morgen wordt er in de plenaire vergadering een debat gehouden en wordt dit onderwerp ook aan de orde gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 46 van Vural Öger (H-0106/09)

Betreft: Opening van het hoofdstuk "Energie" in de onderhandelingen van de EU met Turkije

Uit de jongste gascrisis tussen Rusland en Oekraïne is opnieuw gebleken hoe belangrijk een diversifiëring van de energiebronnen en de energieroutes in de EU is. De toetredingskandidaat Turkije is een strategisch transitland en ook in dit verband voor de energiezekerheid van de EU van groot belang. Daarom is het des te belangrijker dat de onderhandelingen tussen de EU en Turkije over het hoofdstuk energie ongestoord gevoerd worden en niet uit politieke overwegingen door bepaalde lidstaten worden geblokkeerd.

Zal de Commissie zich ervoor inzetten dat dit onderhandelingshoofdstuk wordt geopend? Kan zij daarvoor een tijdsbestek aangeven? Wat is de grootste belemmering voor een volledige opening van het onderhandelingshoofdstuk energie?

De vragen nrs. 47 en 48 worden schriftelijk beantwoord.

 
  
MPphoto
 

  Leonard Orban, lid van de Commissie. – (EN) De Europese Commissie acht Turkije voldoende voorbereid om de onderhandelingen te openen over het hoofdstuk “Energie” en heeft daarom aanbevolen om dit hoofdstuk in de lente van 2007 te openen. Onze zienswijze over deze zaak is niet veranderd.

Er is echter unanieme instemming van alle lidstaten vereist om een hoofdstuk te kunnen openen, wat tot nu toe nog niet het geval is geweest. In de context van de recente energiecrisis zijn we het volledig met u eens dat de belangen van zowel Turkije als de EU beter beschermd zouden zijn indien nauw zou worden samengewerkt, en indien de wetgeving van Turkije zou worden aangepast aan de communautaire wetgeving in de energiesector.

Het openen van de onderhandelingen in de energiesector zou een beslissende bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van deze doelstelling.

 
  
MPphoto
 

  Vural Öger (PSE).(DE) Gaat de Commissie dus stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat dit hoofdstuk wordt geopend, of moeten we maar wachten tot alle lidstaten ermee hebben ingestemd? Oefent de Commissie geen druk uit op de lidstaten?

 
  
MPphoto
 

  Leonard Orban, lid van de Commissie. (EN) Dat zijn nou eenmaal de regels. De Commissie heeft een voorstel gedaan en nu is het aan de Raad om unaniem te beslissen of dat hoofdstuk al dan niet wordt geopend.

Dit schrijven de procedures voor en daar moeten we ons aan houden.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 49 van Marian Harkin (H-0041/09)

Betreft: Marktsteun

Begin januari heeft de Commissie toegezegd nieuwe maatregelen te nemen ter ondersteuning van de zuivelsector en het inkomen van producenten in heel Europa. Zij beoogt hiermee de zuivelsector te beschermen tegen een aantal negatieve gevolgen van de economische crisis. Gaat de Commissie soortgelijke beloften doen aan andere agrarische sectoren en producenten die ook getroffen worden door de economische crisis?

Vraag nr. 51 van Seán Ó Neachtain (H-0053/09)

Betreft: De zuivelsector in de EU

De commissaris heeft maatregelen ingevoerd om hulp te verlenen aan de zuivelsector. Zo zal de Commissie uitvoerrestituties herinvoeren voor boter, mageremelkpoeder (MMP), vollemelkpoeder en kaas. Bovendien zal zij meer dan de vastgestelde hoeveelheden boter en MMP opkopen als de marktsituatie het zou rechtvaardigen. Denkt de commissaris dat deze maatregelen zullen volstaan om een einde maken aan de neerwaartse prijzenspiraal in de EU en vooral in de Ierse zuivelsector?

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) De twee vragen van mevrouw Harkin en mijnheer Ó Neachtain gaan voor het grootste deel over hetzelfde onderwerp. Ik dank u dat u mij in de gelegenheid stelt deze vragen samen te beantwoorden.

Ik ben blij dat de Commissie onlangs een aantal maatregelen in de zuivelsector heeft getroffen in een poging een eind te maken aan de neerwaartse prijzenspiraal.

We zijn eerder dan gebruikelijk begonnen met particuliere opslag en zijn daarnaast ook begonnen met interventie, met behulp waarvan we hopelijk de prijzen voor boter en mageremelkpoeder kunnen stabiliseren, aangezien met het interventiesysteem ongetwijfeld grote hoeveelheden van de markt zullen worden gehaald.

Oorspronkelijk hadden we een beginniveau van 30 000 ton boter en 109 000 ton melkpoeder vastgesteld, maar ik heb onlangs reeds gezegd dat we in staat of bereid zijn om dit niveau te verhogen door middel van een inschrijving.

De uitvoerrestituties in de zuivelsector werden onlangs verder verlicht. We zijn geconfronteerd met een significante daling van de wereldmarktprijzen, hoewel Europa zijn productie niet heeft verhoogd, ondanks de overeengekomen verhoging van de melkquota met 2 procent vanaf april vorig jaar.

Degenen die beweren dat de prijsdaling het gevolg is van de quotaverhoging hebben het volgens mij dus niet bij het rechte eind. We zien namelijk dat de productie ondanks de quotaverhoging met 2 procent inmiddels op een lager niveau ligt dan vroeger.

Met de invoering van uitvoerrestituties zou er echter een situatie moeten ontstaan waarin we de Europese zuivelproducenten meer kansen op de wereldmarkt kunnen geven. Tegelijkertijd kan hierdoor het verstoorde evenwicht op de zuivelmarkt mogelijk worden hersteld.

Wat betreft de specifieke vraag van mijnheer Ó Neachtain, kan ik zeggen dat de Ierse zuivelsector, die relatief veel melk tot boter en mageremelkpoeder verwerkt en relatief veel naar landen buiten de Europese Unie exporteert, bijzonder zal profiteren van de door de Commissie genomen maatregelen.

Ik verzeker u dat we de situatie op de zuivelmarkt op de voet volgen. Dit blijkt ook uit het feit dat we twee weken geleden de uitvoerrestituties in de zuivelsector hebben verhoogd en dat we bereid zijn alle noodzakelijke stappen te nemen.

Natuurlijk is het ook de verantwoordelijkheid van de sector zelf om de productie aan te passen aan de vraag en aldus de rentabiliteit weer te verbeteren. Mevrouw Harkin wilde weten of de Commissie soortgelijke plannen heeft voor andere sectoren.

Ik neem aan dat u met die vraag doelt op restituties in de varkensvleessector. Ik moet echter zeggen dat ik op het moment de invoering van uitvoerrestituties in de varkensvleessector niet gerechtvaardigd acht, aangezien we vaststellen dat het aantal drachtige zeugen en biggen aan het afnemen is. Het aanbod op de Europese markt zal dus dalen, en we hopen derhalve dat de prijzen hierdoor zullen stijgen.

We moeten tevens rekening houden met het feit dat de huidige situatie in de varkensvleesproductie totaal verschilt van die van eind 2007, aangezien de prijzen voor diervoeders en energie thans duidelijk lager liggen dan ten tijde van de invoering van de uitvoerrestituties in de varkensvleessector.

U kunt er dus op vertrouwen dat wij de situatie in de gaten blijven houden. Ik onderschat de moeilijkheden in de zuivelsector niet. Volgens mij hebben we sinds decennia niet zo’n situatie meegemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Marian Harkin (ALDE).(EN) Dank u voor uw zeer uitvoerige antwoord, mevrouw de commissaris. U had het over de maatregelen die u heeft genomen om een eind te maken aan de neerwaartse prijzenspiraal. Zoals u weet liggen de melkprijzen momenteel onder de productieprijzen. Vele zuivelboeren hebben moeite om het hoofd boven water te houden.

Ik ben blij om te horen dat u bereid bent alle noodzakelijke maatregelen te treffen. Bedoelt u daarmee ook dat u bereid bent om sterker gebruik te maken van sommige van de beheersinstrumenten die u voor de zuivelsector ter beschikking staan, zoals uitvoerrestituties, steun voor particuliere opslag en interventies?

Zou u dat alstublieft willen verduidelijken?

 
  
MPphoto
 

  Seán Ó Neachtain (UEN). (GA) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil de commissaris bedanken voor haar uitgebreide antwoord. Zoals zij weet kampen melkproducenten met grote problemen. De productiekosten van melk liggen hoger dan de verkoopprijs van melk.

Ik kan meegaan met hetgeen u over Ierland zei, maar kan er niet een verdergaande beleidsmaatregel – interventiebeleid – worden genomen om de prijs te verhogen? Onder de huidige omstandigheden kunnen de boeren geen melk blijven produceren.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mevrouw de commissaris, hoe dringend en belangrijk vindt de Commissie het om de zuivelmarkt weer uit het slop te halen? Bestaat niet het gevaar dat het nog langer zal duren om de markt weer op te krikken als er alleen halfslachtige en marginale maatregelen worden genomen? We hebben namelijk geen tijd meer. Is het niet tijd om doortastend op te treden met uitvoerrestituties? Onze industrie gaat namelijk naar de knoppen, mevrouw de commissaris.

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE-DE).(EN) Ik zou u willen danken, mevrouw de commissaris, en ik ben met name verheugd over uw beslissing om in deze crisissituatie bij wijze van kortstondige maatregel weer gebruik te maken van interventies.

Bent u niet ook van mening, mevrouw de commissaris, dat we vier problemen hebben: ten eerste de wisselkoers tussen de euro en het Britse pond, ten tweede de teruggang van de productie als gevolg van het melamineschandaal in Azië en China, en ten derde de verhoging van de productie in de Verenigde Staten met 3 procent en, last but not least, onze oude vijand Brazilië? Zouden we de ontwikkelingen in de wereld niet permanent moeten volgen om een antwoord paraat te hebben op dit soort situaties?

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Ten eerste heb ik duidelijk te kennen gegeven dat ik bereid ben om gebruik te maken van de beheersinstrumenten die ons ter beschikking staan. Er zijn echter ook bepaalde beperkingen, en het is zeer belangrijk dat de beslissingen die we eventueel zullen nemen niet averechts uitpakken. We moeten rekening houden met het feit dat interventies een uitstekende maar – zoals ik gelukkig heb horen zeggen – kortstondige maatregel zijn. We moeten namelijk later weer van deze maatregel af, zou ik haast zeggen; hij zal in een later stadium van toepassing zijn op de markt, waardoor de pijn blijft, maar we kunnen hem niet zomaar weer laten vallen.

Zoals ik reeds eerder heb gezegd blijkt onze betrokkenheid uit het feit dat we tien dagen geleden de uitvoerrestituties hebben verhoogd, zowel voor boter als voor mageremelkpoeder en dat we de markt nauwlettend volgen.

Wat betreft compensatiebetalingen: een hoop zuivelboeren schijnen te zijn vergeten dat ze in het kader van de hervorming van 2003 een compensatie hebben ontvangen via rechtstreekse betalingen, dat wil zeggen een bedrag dat geen verband hield met het aantal koeien, maar werd berekend op basis van de historische productie tussen 2000 en 2002 en inmiddels deel uitmaakt van de directe betalingen.

Soms moet ik bepaalde boeren eraan herinneren dat deze compensatie reeds heeft plaatsgevonden. Ik weet dat dit geen echt bevredigend antwoord is in deze moeilijke situatie, maar er is reeds rekening mee gehouden.

Tijdens de “Grüne Woche” in Berlijn begin januari heb ik een duidelijk signaal gegeven toen ik zei dat ik bereid was om een deel van de onbestede middelen van de begroting 2009 te gebruiken, en de Commissie heeft voorgesteld om in 2009 1,5 miljard euro .uit te geven om de kloof te dichten die ontstaat doordat de health check pas op 1 januari 2010 van start gaat wanneer het pakket voor het aanpakken van de nieuwe uitdagingen in werking treedt.

De beslissing of de lidstaten 1,5 miljard euro willen uitgeven is niet aan mij, maar aan de staatshoofden en regeringsleiders, en ik hoop dat het, dankzij een vorm van lobbyen door leden van het Europees Parlement bij hun nationale regeringen, ook mogelijk zal blijken een oplossing te vinden.

Ik ben het helemaal eens met de beschrijving van de drie oorzaken van de situatie. Voor Ierland is de uitvoer naar het VK tegen een ongunstige wisselkoers natuurlijk een groot nadeel, met name voor de Ierse boeren. Ik onderschat de bijwerkingen van het schandaal in China geenszins – sommige mensen zijn voorzichtiger met de zuivelproducten die zij eten en drinken.

Het grotere aanbod op de wereldmarkt is niet alleen afkomstig uit de Verenigde Staten. Ook in Nieuw-Zeeland is de productie significant opgevoerd, en deze extra productie wordt op de wereldmarkt gebracht, met de eerder genoemde gevolgen. Ik hoop dat de productie over het algemeen, op de wereldmarkt, zal dalen, omdat het om een algemeen probleem gaat dat niet alleen de Europese zuivelproducenten betreft. Het is momenteel erg moeilijk om geld te verdienen in de zuivelsector. We zullen derhalve niet aarzelen om de beschikbare instrumenten op gepaste en evenwichtige wijze in te zetten.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Vraag nr. 50 van Liam Aylward (H-0051/09)

Betreft: Etikettering van schapenvleesproducten

Op dit moment bestaat er geen specifieke EU-wetgeving voor de schapenvleessector over herkomstvermelding op etiketten. Om deze reden worden schapenvleesproducten binnen de EU op vele verschillende manieren geëtiketteerd.

Overweegt de Commissie om EU-wetgeving over de etikettering van schapenvleesproducten in te voeren, waardoor consumenten EU-producten van producten afkomstig uit derde landen kunnen onderscheiden?

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Ik ben absoluut van mening dat de Europese boeren trots kunnen zijn op hun productiestandaard, en de Commissie steunt elk initiatief dat boeren, niet in de laatste plaats in de veeteeltsector, helpt om met de consumenten te communiceren over de herkomst van producten.

Zoals de geachte afgevaardigde heeft gezegd is er momenteel geen EU-wetgeving inzake de herkomstetikettering van schapenvlees.

Natuurlijk zijn de algemene regels van de interne markt inzake etikettering van levensmiddelen en de daarvoor gemaakt reclame ook van toepassing op schapenvlees. Volgens deze regels is een herkomstetikettering verplicht in gevallen waarin consumenten zouden kunnen worden misleid wat betreft de werkelijke oorsprong of herkomst van levensmiddelen.

De Commissie is niet van mening dat er sprake is van een algemeen probleem wat betreft de misleiding van consumenten met betrekking tot de oorsprong van schapenvlees. Daarom wordt de lijst van producten waarvoor een herkomstetikettering verplicht is, niet uitgebreid in het recente voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten.

Ik zou willen onderstrepen dat de herkomstetikettering voor rundvlees en rundvleesproducten een bijzonder geval is, en ik denk dat we allemaal nog weten wat de achtergrond daarvan is, omdat die regeling een gevolg is van de BSE-crisis. Om het vertrouwen van de consument in rundvlees te herstellen was het noodzakelijk om meer informatie te verstrekken aan de consumenten door middel van een duidelijke etikettering van het product, ook wat betreft de herkomst ervan.

Tevens is het belangrijk om eraan te herinneren dat de bestaande wetgeving het reeds mogelijk maakt om een vrijwillige etikettering van schapenvlees in te voeren. Indien alle deelnemers van de productieketen een akkoord zouden kunnen bereiken over een dergelijk etiketteringssysteem, zou dit hun producten een toegevoegde waarde verlenen doordat de consumenten van extra informatie worden voorzien.

Opdat de interne markt soepel kan functioneren heeft de Commissie in haar voorstel voor een verordening inzake de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten een kader ingevoerd voor vrijwillige oorsprongsaanduidingen.

In het geval van schapenvlees wordt, wanneer de herkomst wordt genoemd, informatie verstrekt over de verschillende plaatsen waar de dieren zijn geboren, gehouden en geslacht. Indien deze productiestappen in verschillende lidstaten hebben plaatsgevonden, dienen alle oorsprongslanden te worden vermeld.

Met het oog op de verdere toekomst overweegt de Commissie of alle landbouwproducten moeten worden voorzien van etiketten waarop de teeltplaats wordt vermeld en specifiek wordt aangegeven of aan de landbouwvereisten van de EU is voldaan.

Ik weet dat belanghebbenden in de sector schapenvlees tijdens de publieke raadpleging over het Groenboek over de kwaliteit van landbouwproducten hebben gepleit voor een verplichte herkomstetikettering. In mei 2009 zal de Commissie een mededeling publiceren waarin wij trachten het juiste evenwicht te vinden tussen vereenvoudiging, transparantie en productspecificatie. Komende donderdag en vrijdag vindt een door het Tsjechische voorzitterschap georganiseerde conferentie plaats over dit vraagstuk, en ik ben er zeker van dat daar een levendige en interessante discussie over etikettering zal worden gevoerd. Het is een belangrijke kwestie. Het is niet altijd gemakkelijk, want niemand wil in de supermarkt een hele roman lezen op de achterkant van een voedselverpakking. Daarom denk ik dat we moeten proberen een evenwicht en de juiste oplossing te vinden. Ik ben verheugd over alle opmerkingen over het Groenboek die we inmiddels hebben ontvangen.

 
  
MPphoto
 

  Liam Aylward (UEN).(EN) Dank u, mevrouw de commissaris. Ik ben bijzonder verheugd over de conferentie die zal plaatsvinden, en we kunnen inderdaad trots zijn op de productiestandaard van onze voedingsmiddelen in Europa – ik ben het wat dat betreft volledig met u eens.

Ik zou echter willen wijzen op het voorstel voor een verplichte elektronische identificatie van schapen met ingang van 2010 waar de Commissie per se werk van wil maken, ondanks de oppositie van de leden van de Commissie landbouw en de landbouworganisaties? In het Parlement hebben we kritiek geuit op de operationele en financiële implicaties van de verplichte elektronische identificatie en de gevolgen daarvan voor een bedrijfstak die toch al een sterke neergang doormaakt. Overweegt de Commissie het verplichte karakter van dit voorstel uit te stellen of in te trekken? Zo niet, overweegt de Commissie de boeren tegemoet te komen in de kosten van verplichte elektronische identificatie.

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. − (EN) Ten eerste wijs ik erop dat, als u een diepgaande discussie wilt over elektronische oormerken bij schapen, u, zoals u waarschijnlijk weet, een andere commissaris moet uitnodigen – de commissaris die verantwoordelijk is voor consumentenbescherming – maar ik zal met alle genoegen iets over deze kwestie zeggen.

Er schijnt in de Raad nu unanimiteit te zijn bereikt over deze kwestie. Ik verkeer in een positie waarin ik veel moet reizen. Ik ontmoet daarbij veel mensen die vinden dat het elektronische identificatiesysteem veel van de kleinere producenten de das om zal doen vanwege de kosten. Ik denk dat u moet bekijken wat de mogelijkheden zijn om middelen voor plattelandsontwikkeling aan te wenden om de kosten van elektronische oormerken terug te dringen. Er is een regel die verwijst naar de onderlinge afstemming van de normen. Op basis van deze regel kan een beroep worden gedaan op middelen voor plattelandsontwikkeling om tegemoet te komen aan de extra kosten waarmee veel kleinere schapenproducenten stellig zullen worden geconfronteerd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aangezien de voor het vragenuur gereserveerde tijd verstreken is, zullen de overige vragen schriftelijk worden beantwoord (zie bijlage).

Het vragenuur is gesloten.

(De vergadering wordt om 20.05 uur onderbroken en om 21.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid