Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2518(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0026/2009 (B6-0015/2009)

Debatten :

PV 11/03/2009 - 16
CRE 11/03/2009 - 16

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 11 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

16. Vijfde Wereldwaterforum, Istanboel, 16-22 maart 2009 (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de mondelinge vraag (O-0026/2009) van Josep Borrell Fontelles, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking, aan de Commissie over het Vijfde Wereldwaterforum in Istanboel van 16 t/m 22 maart 2009 (B6-0015/2009).

 
  
MPphoto
 

  Pierre Schapira, auteur.(FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, over een paar dagen zal er een delegatie van dit Parlement naar Istanboel afreizen om daar het Vijfde Wereldwaterforum bij te wonen, een forum dat de mensen en organisaties die waar dan ook ter wereld iets met water te maken hebben, bij elkaar zal brengen: VN-agentschappen, ontwikkelingsbanken, staten, beroepsorganisaties, ngo's en lokale overheden.

Nu water een steeds schaarser goed wordt en de snelheid waarmee het klimaat verandert er vermoedelijk toe zal leiden dat de toegang tot water steeds vaker aanleiding zal geven tot conflicten, wil ik bij wijze van voorbereiding op dit forum aan onze instelling graag een sterke tekst ter stemming voorleggen om zo een kader te creëren voor Europese actie op dit front.

Zoals u weet is de toestand ernstig. Er zijn nu ook watertekorten buiten de traditioneel droge gebieden. Toegang tot water – en de kwaliteit van dat water neem gestaag af – is een zaak die ons allemaal aangaat. De cijfers van de VN spreken voor zich. Eén miljard mensen hebben geen toegang tot veilig drinkwater; tweeënhalf miljard mensen zijn niet aangesloten op een waternetwerk. En er sterven elke dag vijf- tot zesduizend kinderen aan aandoeningen die worden veroorzaakt door water van slechte kwaliteit, dan wel die te maken hebben met gebrek aan schoon drinkwater of een hygiënische watervoorziening.

Het schandalige van de situatie is dat de allerarmsten altijd tot de eerste slachtoffers behoren. Toegang tot water zal één van de belangrijkste uitdagingen van de nu komende jaren worden. Als we er niet in slagen oplossingen te vinden kan dat de verwezenlijking van de millenniumdoeleinden in de weg staan. Het nu volgende Wereldwaterforum is bij uitstek een gelegenheid om antwoorden op deze uitdagingen te formuleren.

Mijn eerste prioriteit bestond erin duidelijk te maken dat water een gemeenschapsgoed van de mensheid is, dat tot universeel recht moet worden verheven. Dat staat in de eerste paragraaf van de ontwerpresolutie. Het is een zaak van fundamenteel belang: de beleidsmaatregelen die we implementeren zijn op dat gegeven gebaseerd. Als we ons aan dat principe houden moeten we ook "neen" zeggen tegen het idee dat water als verhandelbaar goed kan worden beschouwd. We weten maar al te goed tot wat voor rampzalige toestanden dat leidt.

Het op 2006 betrekking hebbende rapport van de UNDP – het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties – laat zien dat de situatie heel onrechtvaardig is. Het gebrek aan waterdistributiesystemen heeft meestal tot gevolg dat de armsten geen beschikking hebben over veilig drinkwater. Miljoenen mensen zijn daarom gedwongen hun water uit niet-officiële bronnen te betrekken. Omdat er zoveel tussenpersonen bij deze leveringen betrokken zijn, ligt de betalen prijs soms vijf of tien keer zo hoog.

We maken ons sterk voor een wereld waarin iedereen toegang heeft tot veilig drinkwater en een watervoorziening. Het waterbeheer moet dus in de openbare sfeer blijven; alleen overheden kunnen een algemeen belang veilig stellen. Dat beginsel zou ons beleid moeten inspireren. Ik ben daarom tevreden dat deze resolutie ernaar verwijst.

De problemen bij de toegang tot water kunnen inderdaad worden opgelost via interventie van overheidswege. Als je een eerlijk en voor iedereen toegankelijk systeem voor prijsbepaling opzet kun je de armsten water leveren tegen een prijs die lager ligt dan de prijs die door private leveranciers wordt berekend. Bovendien maak je zo ruimte voor investeringen in de infrastructuur.

Dat doel kunnen we alleen bereiken als we allemaal een bijdrage leveren. Daarom moet openbare ontwikkelingshulp worden om andere middelen – fondsen van plaatselijke overheden, bankleningen, particulier kapitaal en innovatieve partnerschappen – aan te vullen.

Ik wil er vooral op wijzen dat de financiering op het solidariteitsbeginsel gebaseerd moet zijn, zoals dat in Frankrijk via de Wet-Oudin mogelijk is geworden. Lokale overheden mogen volgens die wet gebruikers 1 eurocent per kubieke meter geleverd water factureren om internationale samenwerkingsprojecten te financieren, onder de voorwaarde dat deze projecten uitsluitend met water te maken hebben.

Is de Commissie bereid om de ontwikkeling van een vergelijkbaar instrument te bevorderen? Dat zou dan moeten geschieden op basis van het begrip "algemeen welzijn". Daarom ben ik zo blij dat de tekst van de resolutie erop aandringt dat er strikte definities moeten komen voor publiek-particuliere partnerschappen en dat deze partnerschappen moeten worden gereguleerd.

De rol van lokale overheden wordt sinds het laatste Wereldforum door alle belanghebbenden, waaronder ook parlementsleden en ministers, erkend. Het volgende, in Istanboel te houden forum is bijzonder omdat er op twee punten vooruitgang is geboekt: er zal met lokale overheden een overeenkomst inzake water worden ondertekend, en er zullen twee volle dagen worden besteed aan de rol van lokale overheden.

Bent u bereid, mijnheer de commissaris, om gebruik te maken van het enorme reservoir van expertise en menselijke en financiële hulpbronnen dat lokale overheden vertegenwoordigen, om zo het Noord-Zuid-partnerschap te bevorderen? De steden in het Noorden hebben technische vaardigheden en veel ervaring; ze zouden die graag inzetten om steden in de zich ontwikkelende wereld te helpen.

Ter afsluiting: de VN heeft vandaag een rapport uitgegeven dat een aantal verontrustende uitspreken over de toekomst bevat. De door bevolkingsgroei en klimaatverandering veroorzaakte watercrisis wordt nog eens verergerd door het feit dat de politiek in gebreke is gebleven een antwoord te formuleren. Water is binnen het ontwikkelingsbeleid een prioriteit, maar slechts 6 procent van de internationale steun is bestemd voor water.

Daarom wil ik dat Europa, ons Parlement en de Commissie een duidelijk signaal uitzenden naar de mensen in het Zuiden. De ongelijkheid op het gebied van water mag niet voortduren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik wil graag een korte opmerking maken op persoonlijke titel. Ik hoop oprecht dat water een gemeenschappelijk goed blijft en dat iedereen recht op water krijgt.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ik de verontschuldigingen overbrengen van mijn collega Louis Michel, die hier niet persoonlijk aanwezig kan zijn omdat hij in Congo is. Ik zal echter graag op de aangeroerde zaken ingaan, omdat ze zo belangrijk zijn.

De Commissie is het er volkomen mee eens dat de beschikbaarheid van water en sanitaire voorzieningen vanzelfsprekend dient te worden geregeld op lokaal niveau, door lokale overheden, gemeenten en gemeenschappen. We moeten echter erkennen dat op dit niveau tekortkomingen bestaan, met name in zwakkere landen waar basisvoorzieningen geen hoge prioriteit hebben.

Vorig jaar waren de Europese Ontwikkelingsdagen hier in Straatsburg gericht op de rol van lokale instanties, die in het hart staan van de toegang tot essentiële voorzieningen, en op het belang van lokaal bestuur en burgerparticipatie. Dit is uiteraard een centraal thema in de watersector en de Commissie werkt via verschillende instrumenten aan uitbreiding van de steun aan lokale instanties en versterking van partnerschappen tussen lokale spelers uit noord en zuid.

Op EU-niveau is het Europese waterbeleid eveneens gebaseerd op het beginsel van goed bestuur, waarbij de betrokkenheid en participatie van burgers, lokale gemeenschappen, ngo's en belanghebbenden wordt aangemoedigd. Dit komt niet alleen tot uiting in de kaderrichtlijn water maar ook in projecten zoals het EU-waterinitiatief, geïntroduceerd tijdens de wereldtop inzake duurzame ontwikkeling in Johannesburg, met als een van zijn doelstellingen de versterking van de rol van lokale spelers.

In Afrika, dat nog altijd niet op koers ligt voor de millenniumdoelstellingen op het gebied van water en sanitaire voorzieningen, zijn grotere investeringen nodig en de Commissie heeft haar politieke wil getoond door een financieel mechanisme in het leven te roepen.

De Waterfaciliteit van een half miljard euro heeft het mogelijk gemaakt het dubbele van dat bedrag te mobiliseren via medefinanciering van een groot aantal programma's ter verbetering van het drinkwater, de sanitaire voorzieningen en de hygiëne voor miljoenen mensen. Ook is hierdoor het waterbeheer in veel ACS-landen verbeterd. De nadruk op de betrokkenheid van lokale partijen is een van de vormen van meerwaarde van deze faciliteit.

De EU zal bij het ministeriële gedeelte van het Wereldwaterforum worden vertegenwoordigd door het Tsjechische voorzitterschap. De verklaring die in voorbereiding is, bevat verwijzingen naar de noodzaak van goed bestuur door capaciteitsontwikkeling en institutionele hervorming op alle niveaus.

Het beleid van de Commissie, aangenomen in 2002, bevordert het integraal beheer van waterbronnen in ontwikkelingslanden. Het is in dit kader dat de verschillende vormen van watergebruik – als drinkwater, voor sanitaire voorzieningen, bij irrigatie, enzovoort – moeten worden benaderd teneinde alle gebruikers optimaal profijt te bieden.

Daarnaast worden momenteel de beste werkmethoden uit verschillende ervaringen met groenzones rond steden, vooral in Afrika, geanalyseerd in het kader van het initiatief voor een "Grote groene muur voor de Sahara en de Sahel", onderdeel van een haalbaarheidsstudie met steun van de Europese Commissie. Verdere steun voor dit initiatief zal aan de orde komen in het kader van het partnerschap Afrika-EU inzake klimaatverandering.

Het verheugt mij te kunnen bekendmaken dat de Waterfaciliteit bij het tiende Europees Ontwikkelingsfonds zal worden voortgezet en dat voor dat doel 200 miljoen euro is gereserveerd. De lidstaten worden uitgenodigd deel te nemen met aanvullende financiering.

De strategie van de Commissie is gebaseerd op een integraal kader voor samenwerking met partnerregeringen, EU-lidstaten en alle belanghebbenden.

De Waterfaciliteit vult de nationale programma's aan met mogelijkheden om samen te werken met decentrale partijen en innovatieve oplossingen te ontwikkelen. In de lopende voorbereiding van de Waterfaciliteit bij het tiende EOF wordt met name gewezen op het potentieel dat publieke waterbeheerders bieden, die wereldwijd meer dan 90 procent van de watervoorziening en sanitaire voorzieningen verzorgen.

Daarom vormen publiek-publieke partnerschappen in potentie een zeer kosteneffectieve methode ter bevordering van het beginsel van goed bestuur in de watersector van ACS-landen, met mogelijk duurzame gevolgen op lange termijn in de vorm van institutionele en organisatorische verandering. Zulke "duopartnerschappen" – bijvoorbeeld door middel van opleiding en technische ondersteuning – kunnen een doelmatige manier zijn om de beginselen van goed bestuur in de watersector van ACS-landen te bevorderen.

Laat ik ten slotte bevestigen dat met de relevante partners binnen de mechanismen van het EU-waterinitiatief wordt gesproken over de doelmatigheid van de steun en de werkverdeling. De EU-ontwikkelingshulp in de watersector is in kaart gebracht om de lopende dialoog te versterken. De kwestie van de donorwezen is belangrijk in de watersector en de Commissie is van plan hiermee rekening te houden in de opzet van de nieuwe Waterfaciliteit bij het tiende EOF.

 
  
MPphoto
 

  José Ribeiro e Castro, namens de PPE-DE-Fractie.(PT) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik herhaal de woorden die hier enkele jaren geleden, op 13 maart 2006, zijn uitgesproken door Eija-Riitta Korhola. Zij beschreef de situatie met betrekking tot de toegang tot schoon water als volgt: "De getallen zijn alarmerend: dagelijks sterven 3900 kinderen door gebrek aan schoon water. Een vijfde van de wereldbevolking, ongeveer 1,1 miljard mensen, heeft te kampen met gebrek aan schoon water, terwijl meer dan 40 procent niet over fatsoenlijke water- en rioleringsdiensten beschikt".

Inmiddels zijn er drie jaar verstreken sinds deze vaststelling en wat is er gebeurd? Wat er is gebeurd, is dat de huidige wereldsituatie verontrustend veel lijkt op die van toen, hetgeen uiteraard een reden tot bezorgdheid moet zijn. Wij hebben hier te maken met een ernstige crisis op het gebied van de elementaire afvalwaterverwerking die ons allen aanbelangt. Er zij aan herinnerd dat dit probleem vooral de armste en minst ontwikkelde regio's van onze planeet treft en zich in het bijzonder laat voelen in Afrika ten zuiden van de Sahara. Dat is nog steeds het gebied dat het ergst getroffen wordt door het gebrek aan water van goede kwaliteit, vooral dan op het platteland en in de sloppenwijken rondom de grote steden. Het probleem reikt echter veel verder. Ik heb hier een brochure van Unicef bij me uit 2001. Over het geheel genomen is de informatie nog steeds geldig en nog altijd even frappant. Wat staat er in de brochure te lezen? Er staat te lezen dat die één miljard mensen over zowat de gehele wereld verspreid zijn. Die één miljard mensen hebben geen toegang tot schoon water: 4 procent in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, 4 procent in Midden- en Oost-Europa, 19 procent in Zuid-Azië, 25 procent in Afrika bezuiden de Sahara en 42 procent in Oost-Afrika en de landen in de Stille Oceaan. Als we de situatie binnen elk van deze gebieden bestuderen, komen we tot de conclusie dat de regio's in Oost-Afrika en de Stille Oceaan en Afrika ten zuiden van de Sahara alarmerende cijfers vertonen. In 2000, aan het begin van het decennium, had daar respectievelijk 24 en 43 procent van de bevolking nog geen toegang tot schoon en veilig water.

Ik hoef u niet te wijzen op de – in sommige gevallen fatale – gezondheidscomplicaties die uit dit watergebrek voortvloeien, noch op de gevolgen daarvan voor de ontwikkeling en de vooruitgang van volkeren aan wie dit goed van hogere waarde in zowel kwalitatieve als kwantitatieve termen wordt onthouden, of op de grensconflicten die de toegang tot water veroorzaakt en die wellicht zullen escaleren indien niets wordt gedaan om dergelijke spanningen te voorkomen.

Als wereldspeler en voortrekker van de mondiale inspanningen om aan dit probleem het hoofd te bieden, mag de Europese Unie zich niet onttrekken aan de grote debatten over deze kwestie. In dit verband verwelkom ik de informatie die mevrouw de commissaris ons heeft verschaft en verheugt het mij dat de Europese Unie bijdraagt en deelneemt aan het Vijfde Wereldwaterforum. Dit zal de belangrijkste actoren in de gelegenheid stellen een objectief debat te voeren en een duidelijke benadering voor dit probleem uit te stippelen. Ik kan niet anders dan deze inspanning ondersteunen, net zoals de Commissie ontwikkelingssamenwerking heeft gedaan door te pleiten voor subsidiariteit. Gelet op het belangrijke aandeel van de lokale verantwoordelijkheden onderschrijf ik ook de overige zorgpunten van de commissie. Dames en heren, water is een goed dat van essentieel belang is voor het leven, voor het leven van ieder van ons en voor het leven van de mensheid.

 
  
MPphoto
 

  Inés Ayala Sender, namens de PSE-Fractie. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik ben bijzonder blij dat dit Vijfde Wereldwaterforum gehouden wordt, dit maal in Istanboel, en vooral ook dat de Europese Unie hieraan deelneemt, niet alleen door middel van vertegenwoordigers van de Commissie maar ook door een delegatie van het Europees Parlement. Bovendien begrijp ik en sta ik achter de noodzaak de lokale overheden te helpen bij het opzetten van democratische en participatieve systemen voor waterbeheer die beter of innoverend zijn, alsook de noodzaak om decentralisatieprocessen te ondersteunen.

Het eerste en belangrijkste doel hiervan is het fundamentele recht op water en gezondheidsdiensten te beschermen, wat natuurlijk wel dient te gebeuren in een strikt kader met respect voor duurzame ontwikkeling. De Europese Unie geeft hieraan gestalte in de kaderrichtlijn over water die als referentie dient, terwijl de millenniumontwikkelingsdoelstellingen het uitgangspunt zijn op ontwikkelingsgebied.

Zoals ik morgen toelicht in een amendement dat naar ik hoop door dit Parlement zal worden aangenomen, was deze kwestie afgelopen zomer onderwerp van debat op de Expo Internationaal 2008 van Zaragoza, waaraan het Europees Parlement trouwens voor het eerst samen met de Commissie heeft deelgenomen op voet van gelijkheid. Op deze Expo is druk gedebatteerd en er zijn tal van onderwerpen aangedragen en vele uiterst belangrijke en creatieve voorstellen gedaan met betrekking tot waterbeheer, niet alleen door de delegaties van Commissie en Parlement maar ook door meer dan 2000 deskundigen, in het Waterplatform, en door ngo's, in het forum genaamd El Faro.

De conclusies daarvan zijn vastgelegd in het zogenaamde " Handvest van Zaragoza 2008", dat werd aangenomen op 14 september 2008 en dat 17 punten telt, waarvan ik er hier een aantal onder uw aandacht wil brengen. In het Handvest staat:

– "dat de toegang tot drinkwater en tot sanitaire voorzieningen een mensenrecht is dat door de overheden moet worden gewaarborgd";

– "dat de toegang tot water een krachtige motor is voor ontwikkeling";

– "dat voorspellingen erop wijzen dat de beschikbaarheid van en de behoeften aan water op de hele planeet kunnen veranderen als gevolg van de klimaatverandering;

– "dat de duurzaamheid van de voedingsmiddelenproductie rechtstreeks gebonden is aan een doelmatig watergebruik";

– "dat de eenheid van het het hydrografische bekken het territoriale vlak is waarop het water op de meest efficiënte wijze kan worden benut, en waarop conflicten tussen landen, regio's of gebruikers het best kunnen worden opgelost'; en ten slotte

– "dat de overheid het initiatief moet nemen om de wetgeving inzake de rechten op water alsook hun adequate structurering te bevorderen".

Ik verzoek de Commissie om rekening te houden met de conclusies van dit "Handvest van Zaragoza", dat is opgesteld met medewerking van deskundigen, ngo's, verenigingen en ook van de Commissie en het Parlement, en dat de facto heeft gediend als discussieplatform voorafgaand aan dit Vijfde Wereldwaterforum in Istanboel.

Het lijkt mij een goede zaak de conclusies van dit Handvest en van het Waterplatform op te nemen als discussiepunten in het Europese debat ter zake, dat wij als Europese Unie presenteren in het paviljoen van deze internationale Expo.

 
  
MPphoto
 

  Roberto Musacchio, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, twee jaar geleden hebben wij al een debat gehouden in dit Huis en een belangrijke resolutie aangenomen over watervoorziening, ter gelegenheid van het Vierde Wereldwaterforum dat toen in Mexico City plaatsvond. Wij schreven toen dat water een recht van de mensheid moet zijn en dat er een actief beleid moet worden opgezet om dit recht gestalte te geven via vormen van publiekprivate samenwerking die zich met name richten op de plaatselijke gemeenschappen.

Helaas – en daar moet ik de commissaris even aan herinneren – kreeg die resolutie geen steun van de Europese Commissie die in Mexico City aanwezig was, ondanks de waardering die veel landen, met name uit Latijns-Amerika, ervoor hadden. Jammer genoeg heeft hier ook meegespeeld dat het forum zelf een particuliere organisatie is. Thans krijgen wij de kans om ook als parlementsdelegatie aanwezig te zijn op het Vijfde Forum in Istanboel, en het zou goed zijn als onze aanwezigheid kracht wordt bijgezet door een resolutie die net zo doelgericht is als de vorige uit 2006. Maar zo ver zijn we nog niet en daarom dien ik een paar amendementen in.

Er moet een beslissende kentering komen in de aanpak van het waterprobleem. De dramatische statistieken over waterschaarste zijn bekend, en deze getallen zullen alleen nog maar erger worden vanwege de klimaatveranderingen. De klimaatverandering is dan ook het nieuwe terrein waar ingegrepen moet worden. Door veranderingen in het klimaat wordt de toegang tot water verslechterd en slechte toegang tot water drijft klimaatveranderingen op de spits. Dus naast de kwesties van het recht op water en de publiekprivate samenwerking komt ook het probleem aan de orde dat er een sterke link moet worden gelegd naar het protocol van Kyoto. Juist de Verenigde Naties moeten nauw worden betrokken bij de waterproblematiek. Aan een speciale organisatie van de VN kan de wereldgovernance over het water worden toevertrouwd. Op die manier wordt de hele kwestie onttrokken aan de particuliere belangen, die zich in het huidige forum nog roeren. En zodoende kan er ook een betere koppeling komen met de belangrijke conventies, zoals de klimaatconventie en de conventie tegen woestijnvorming, die in VN-verband functioneren.

Natuurlijk moeten ook de nodige financieringen op tafel komen. Die kunnen komen uit het algemene belastingstelsel of uit speciale heffingen, bijvoorbeeld een heffing op mineraalwater: want, collega's, daar maken wij ook in dit Parlement nog misbruik van. De privatisering van water moet tegengewerkt worden, want anders verandert de toegang tot een vitaal goed niet in een recht maar in een marktkwestie. En ik denk dat onze hele Europese geschiedenis leert dat het de overheid is die heeft gezorgd voor toegang tot water in onze huizen. Dat is niet zo in andere continenten, waar steeds meer sprake is van penetratie van de particuliere sector.

Dit zijn dus praktische zaken, maar er is ook een grote morele waarde aan verbonden. Het is geen toeval dat voor het recht op water grote bewegingen in actie zijn gekomen, grote persoonlijkheden, al dan niet van religieuze aard. Onlangs nog, en meerdere malen in de afgelopen jaren, is de zaal van het Europees Parlement ter beschikking gesteld voor belangrijke bijeenkomsten van organisaties van wereldformaat. Ik dank onze Voorzitter daarvoor. In de laatste vergadering is het idee geopperd om een heus protocol voor het recht op water op te stellen. Het is mijn overtuiging dat wij allen daar onze steun aan moeten geven.

 
  
MPphoto
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE).(PL) Mevrouw de Voorzitter, voor de meesten van ons is vrije toegang tot water heel vanzelfsprekend. We gebruiken dagelijks grote hoeveelheden water. Er zij echter op gewezen dat volgens schattingen van de Wereldgezondheidsorganisatie, een zesde van de bevolking op aarde – dat komt neer op meer dan één miljard mensen – geen toegang heeft tot water dat voldoet aan de minimale basiseisen van hygiëne. Dat betekent dat er in de beschaafde wereld van de 21e eeuw, miljoenen mensen dorst lijden en sterven als gevolg van ziekten veroorzaakt door het drinken van vervuild water. Niet zo lang geleden was ik in Lagos, de grootste stad van Afrika, waar nog geen 1 procent van de mensen toegang heeft tot stromend water.

Dit soort cijfers zijn afschuwelijk, maar toch haalt het waterprobleem niet de voorpagina’s van de kranten, weet het de belangstelling van de algemene media niet te wekken en is het geen onderwerp van discussies en debatten, zoals dat wel het geval is voor aids, de strijd tegen malaria of de klimaatopwarming. Dit ligt zeker aan het feit dat het probleem slechts 2 procent van de Europeanen aangaat, terwijl het 27 procent van de mensen in Afrika aangaat. Er wordt geschat dat er alleen al in Afrika jaarlijks meer mensen sterven aan ziekten die zijn veroorzaakt door het drinken van vervuild water, dan aan aids en malaria samen.

We kunnen daarom constateren dat het tekort aan drinkwater niet zorgt voor spectaculaire sterfgevallen die de media zouden willen uitlichten, en het wekt geen brede belangstelling zoals aardbevingen, tsunami's, overstromingen, gewapende conflicten en dergelijke rampen. Echter, zoals de heer Ribero e Castro al heeft gezegd, is het een feit dat dagelijks gemiddeld 6 000 kinderen sterven aan ziekten die zijn veroorzaakt door een gebrek aan water. Dit betekent dat er iedere vijftien seconden een kind sterft. Kunt u zich de reactie van de wereld voorstellen, het antwoord, de mate van steun en vastberadenheid, als dit in Europa zou gebeuren en niet in het Afrika ten zuiden van de Sahara of Azië?

Het probleem van de toegang tot water is dan ook niet alleen een probleem voor de ontwikkelingslanden, maar ook voor de ontwikkelde landen. De algemene toegang tot drinkwater is een essentiële voorwaarde voor de ontwikkeling van een land en de strijd tegen armoede. Tenzij aan deze behoefte wordt voldaan, heeft het geen zin om het te hebben over het verbeteren van de gezondheidszorg of het ontwikkelen van het onderwijs. Als er niet wordt voldaan aan de behoeften van landbouw of de primaire industrie, kan dit hele samenlevingen veroordelen tot een gevecht om het dagelijkse bestaan. Dit leidt tot gewapende conflicten, migratie en destabilisatie. Met andere woorden: het belemmert ontwikkeling en verhoogt ontwikkelingsverschillen.

Er zullen op het forum waar we over debatteren, ook politici aanwezig zijn. Ze zullen zaken van actueel belang bespreken. Een van die zaken is de situatie in Darfoer, waar president al-Bashir organisaties verdrijft die er, onder andere, voor zorgen dat de bevolking van Darfoer toegang heeft tot water. Er zal dus gelegenheid zijn om president al-Bashir, naast anderen, over te halen om internationale organisaties toestemming te geven om de bevolking van Darfoer van water te voorzien.

 
  
MPphoto
 

  Giulietto Chiesa (PSE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, net als de heer Musacchio wil ook ik eraan herinneren dat dit Parlement in februari samen met het World Political Forum van Michael Gorbatsjov een vergadering heeft georganiseerd onder de veelzeggende titel "Vrede sluiten met water". Deze vergadering heeft een memorandum opgeleverd voor een wereldprotocol inzake water dat de hoogste aandacht verdient. Alle voornaamste fracties van dit Parlement konden zich erin vinden, maar het memorandum is toch kennelijk genegeerd door de Commissie ontwikkelingssamenwerking, die dit document heeft opgesteld.

Dat lijkt me geen toeval: het document dat hier ter bespreking staat lijkt zwak te zijn en het spreekt in vage termen over alle cruciale kwesties die in Istanboel op tafel zullen komen. Neem bijvoorbeeld water als fundamenteel mensenrecht. Als het een recht is – en het zou absurd zijn zoiets te ontkennen – kan het niet ook een handelsgoed zijn. Een recht kun je niet kopen en verkopen in een maatschappij van vrije mensen. Een recht kun je alleen kopen in een maatschappij van slaven. Maar wij weten best wel dat er kolossale particuliere belangen zijn die zich meester willen maken van dit recht. Dus wat gaat Europa in Istanboel zeggen? Wie moet de financiële prioriteit van het waterbeleid verhogen, zoals in overweging J wordt gesteld? Ik vind dit werkelijk een zeer halfslachtige bewering. Is bovendien de staat, of de openbare eigenaar, de enige verantwoordelijke voor het waterbeleid of niet? Of is de staat, zoals ik in paragraaf 12 van de resolutie lees, de "grootste verantwoordelijke"? Maar wat betekent nu eigenlijk zo'n zin? En dat staat dan ook nog haaks op paragraaf 2 van de ontwerpresolutie, waar terecht beweerd wordt dat water een "openbaar goed" is, dat "onder openbare controle" moet worden geplaatst.

Kortom, wij zitten hier midden in een algemene crisis van het ontwikkelingsmodel van onze maatschappij, maar wij klampen ons nog steeds vast aan het idee van een markt die zich meester maakt van de natuur om particuliere doeleinden te dienen. Tot slot wijs ik op nog een heel zwak punt: het document bevat geen organisatievoorstel voor een mondiaal waterbeheer. In het memorandum wordt wel een wereldagentschap voorgesteld, en dat komt terug in een van de amendementen waar ik voor zal stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, het Vijfde Wereldwaterforum is een evenement dat moet worden benut om te streven naar systemen van openbaar waterbeheer die doeltreffend, transparant en gereglementeerd zijn en de doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling in acht nemen om aan de behoeften van de maatschappij te voldoen. Voor de lokale overheden is er een speciale rol en zijn er speciale taken weggelegd op dit gebied. Door de voedselcrisis is bovendien duidelijk geworden dat er nieuwe technieken ontwikkeld moeten worden voor bijvoorbeeld het irrigeren van landbouwgebieden. Tegelijkertijd is het belangrijk dat er natuurlijke meststoffen worden gebruikt, of meststoffen die snel worden afgebroken in de grond en niet in het grondwater terechtkomen.

Hoe denkt de Commissie ten slotte gevolg te geven aan het verzoek van het Europees Parlement, geformuleerd in zijn resolutie van 15 maart 2006 over het Vierde Wereldwaterforum, aangaande de aanmoediging en gemeenschappelijke financieringswijzen van het waterbeheer? Het waterprobleem vormt de belangrijkste uitdaging waar de wereld en Europa voor staan.

 
  
MPphoto
 

  Alessandro Battilocchio (PSE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, mijn collega's hebben gelijk, de getallen zijn alarmerend en dwingen ons tot een grondige bezinning. Zoveel mensen, teveel mensen in de wereld zijn nog verstoken van het basisrecht op water. In de afgelopen jaren is de reglementering van deze materie sterk uitgebreid. Ik hoop echter dat in Istanboel duidelijk wordt gemaakt dat het hoog tijd is voor een stroomlijning van de vele internationale organisaties die een rol spelen in het beheer, de oriëntatie en controle van de mondiale ontwikkelingen rondom water. Momenteel overlappen die organisaties elkaar vaak qua acties en bevoegdheden, dus die stroomlijning mag niet langer uitgesteld worden.

Ik hoop bovendien dat tijdens het Vijfde Wereldforum erkenning komt voor en steun wordt gegeven aan het idee dat water een globaal openbaar goed is, zodat er een goed beleid kan worden opgezet voor bescherming, openbaar eigendom en procedures van gebruik en distributie van water.

 
  
MPphoto
 

  Marie Anne Isler Béguin (Verts/ALE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik geloof dat we hier in dit Parlement nu al jaren precies hetzelfde zeggen.

We hebben over dit gemeenschapsgoed van de mensheid – water – nu toch wel alles gezegd. En we zullen dat helaas opnieuw moeten doen, aangezien de situatie niet is verbeterd. Integendeel: het meest recente VN-rapport laat zien dat de situatie lijkt te verslechteren. De voorstellen die zijn gedaan en het door de EU gevoerde beleid zijn een eerste stap in de goede richting, maar we zullen volgens mij veel verder moeten gaan. Zonder water is er immers geen leven mogelijk. We mogen niet vergeten dat er veel mensen zijn – zelfs in landen waarmee we handel drijven en een dialoog onderhouden – voor wie de wateraanvoer is afgesneden of die nog steeds geen toegang tot drinkwater hebben.

Dat is volstrekt ontoelaatbaar en onaanvaardbaar. Het is volgens mij van fundamenteel belang dat we erop aandringen – en de Europese Unie moet dat op internationaal niveau, in Istanboel, ook doen – dat water de status van gemeenschapsgoed van de mensheid krijgt. Het is geen verhandelbaar goed dat kan of mag worden verkocht, al dan niet via multinationale ondernemingen. Dat is waar we ons in Istanboel sterk voor moeten maken. En ik denk dat onze collega's dat ook zullen doen.

 
  
MPphoto
 

  John Bowis (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb beluisterd hoe mijn collega's heel terecht de aandacht hebben gevestigd op het tekort aan water, het gebrek aan toegang tot water en de ziekten die daarvan het gevolg zijn. Dat alles is van fundamenteel belang voor dit waterforum.

Ik wil alleen de andere kant van die medaille aan de orde stellen, want degenen van ons die onlangs tijdens de regionale ACS-conferentie in Guyana zijn geweest, zijn zich zeer bewust geworden van landen die vanwege de klimaatverandering te veel water hebben. De heer Musacchio had het over de gevolgen van de klimaatverandering voor het water, hoe het vervuild kan raken, hoe het kan opdrogen, ontoegankelijk kan worden, maar hier hebben we juist te veel en we moeten ons realiseren wat dat betekent in termen van verontreiniging van watervoorraden, schade aan gewassen en dergelijke.

We moeten dus, geloof ik, aan de lijst met onderwerpen voor het waterforum de kwestie van de ontbossing/herbebossing toevoegen, want als we dat probleem niet oplossen zullen we naast droogteperioden ook overstromingen blijven houden.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, Commissie. (EN) Mevrouw de voorzitter, niemand mag het belang van water – en de noodzaak om onze waterbronnen goed te beheren – onderschatten. Maar, zoals ik in mijn inleiding heb gezegd, we moeten ook de armere delen van de wereld helpen toegang te krijgen tot schoon drinkwater. De Commissie zal deze landen blijven helpen.

Water is een primaire behoefte van de mens, zoals in 2006 tijdens het Vierde Wereldwaterforum in Mexico is erkend en bevestigd. Zoals gezegd zal de EU uiteraard bij het komende forum in Istanboel vertegenwoordigd zijn en krachtige standpunten innemen over alle punten die ik heb genoemd.

De heer Bowis noemde een andere zeer belangrijke kwestie – en ik ben het met hem eens – namelijk dat we door de klimaatverandering zien dat andere delen van de wereld worden overspoeld met water. We zullen daar echt maatregelen tegen moeten nemen. Zoals hij duidelijk aangaf is herbebossing een van de oplossingen voor het probleem.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Tot besluit van het debat is er een ontwerpresolutie(1) ingediend, overeenkomstig artikel 108, lid 5, van het Reglement .

Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 12 maart plaats.

 
  

(1)Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid