Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2559(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B6-0140/2009

Ingediende teksten :

B6-0140/2009

Debatten :

PV 11/03/2009 - 19
CRE 11/03/2009 - 19

Stemmingen :

PV 12/03/2009 - 7.5
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0129

Debatten
Woensdag 11 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

19. Verslechterde humanitaire situatie in Sri Lanka (debat)
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de ontwerpresolutie, ingediend overeenkomstig artikel 91 van het Reglement door de Commissie buitenlandse zaken, over de verslechterende humanitaire situatie in Sri Lanka (B6-0140/2009).

 
  
MPphoto
 

  Marie Anne Isler Béguin (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, beste collega's, ik wil om te beginnen de voorzitter van de commissie buitenlandse zaken bedanken voor het feit dat hij ermee ingestemd heeft de in artikel 91 vastgelegde procedure te volgen en deze urgentieresolutie op de agenda van afgelopen maandag te plaatsen. We hebben tijdens de laatste plenaire vergadering hier in Straatsburg immers al een urgentieresolutie over Sri Lanka behandeld. Ik wil ook het Parlement bedanken, omdat het aanvaard heeft dit debat nu, vanavond, te voeren. En tot slot bedank ik u, mevrouw de commissaris, voor uw komst. Ik weet dat het voor u lastig was op dit moment te komen.

De reden voor deze resolutie is dat we een duidelijk politiek signaal moeten afgeven aan de regering van Sri Lanka en de vertegenwoordigers van de Tamils in dat land. De situatie wordt immers met de dag ernstiger. We hebben getuigenissen uit de eerste hand van Tamil-families en mensen in Europa. Deze sturen ons steeds berichten en verslagen over hetgeen ze ondervinden en wat er gebeurt met hun families die in het conflict tussen het leger van Sri Lanka en de Tamil Tijgers geen kant uit kunnen. Deze mensen moeten zwaar leed doorstaan.

Wij weten niet om hoeveel mensen het gaat, maar we schatten dat tussen de 150 000 en 200 000 mensen moeten worden geëvacueerd. Maar wat bedoelen we dan met "evacueren"? De ngo's hebben ons gevraagd deze mensen per schip te evacueren. Mijn vraag is dan: waarheen? Waar moeten deze mensen heen?

Vanmiddag heb ik een klein meisje ontmoet dat in Sri Lanka in een vluchtelingenkamp is geboren en nu in Europa vertoeft. Als het erop neerkomt dat Tamils hun land moeten verlaten om in vluchtelingenkampen te belanden, dan is ook dat geen oplossing.

We roepen in deze resolutie daarom op tot een staakt-het-vuren. Er zal dan met de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten wel een discussie moeten gevoerd of dat een onmiddellijk of tijdelijk staakt-het-vuren moet zijn. Waar wij de autoriteiten om vragen is een onmiddellijk staakt-het-vuren, zodat de burgers in veiligheid kunnen worden gebracht. We weten immers dat er mensen gedood zijn. We hebben daar vandaag opnieuw via deze getuigenissen van gehoord. We dringen er in deze resolutie bij de regering van Sri Lanka op aan dat de ze samenwerkt met de ngo's en de landen die zich bereid hebben getoond om bij het oplossen van dit conflict een helpende hand te bieden. We vragen verder of de Europese Unie kan helpen voedsel en medicijnen af te leveren. Daar is nu dringend behoefte aan.

Tot slot wil ik u namens mijn fractie – dat we deze urgentieresolutie maandag aan de commissie buitenlandse zaken hebben voorgelegd is immers te danken aan een initiatief van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie – verzoeken dit onderwerp heel serieus te nemen. Ik richt me dan op een aantal collega's die met betrekking tot dit land andere belangen hebben. Ik herinner u er in dit verband aan dat een aantal fracties nu al geruime tijd aandringt op het scheppen van een gelegenheid om de situatie in Sri Lanka te bespreken. We hebben namelijk vanwege bepaalde, in sommige landen spelende kwesties geen debat kunnen voeren over de situatie van de Tamils. En die is sinds de jaren tachtig beslist verslechterd.

Nu u toch hier bent, mevrouw de commissaris, kunnen we ons misschien ook een andere vraag stellen. De Europese Unie kan bij het oplossen van conflicten soms een rol kan spelen. Wie weet is het nu tijd om eens na te denken over het opzetten van een eenheid voor het oplossen van conflicten binnen de Europese Unie.

In de Kaukasus en de rest van de wereld zien we dat de Europese Unie heel serieus wordt genomen als ze voorstellen doet. Bij het oplossen van conflicten moeten we niet langer genoegen nemen met een begeleidende rol; we moeten voortaan zelf het initiatief nemen. Als we nu de basis kunnen leggen voor de oplossing van dit conflict door als Europese Unie zichtbaar aanwezig te zijn en een sterke boodschap naar de autoriteiten aldaar uit te stralen, dan zal dat volgens mij onze status als politieke unie verhogen.

 
  
MPphoto
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, als een van de medevoorzitters van de in 2003 gehouden conferentie van Tokio over het vredesproces in Sri Lanka, heeft de Europese Commissie – en dat geldt ook voor mij persoonlijk – de ontwikkelingen in Sri Lanka nauwlettend gevolgd. We zijn erg bezorgd over de huidige situatie en de tragische humanitaire gevolgen van het conflict, en deze bezorgdheid hebben we geuit in de conclusies van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 23 februari en de verklaring van de medevoorzitters, plaatselijk gepubliceerd op 3 februari.

We maken ons in het bijzonder zorgen over de toestand van duizenden intern ontheemde personen die, u hebt gelijk, opgesloten zitten door gevechten in het noorden van Sri Lanka. We hebben niet langer te maken met een crisis, maar met iets wat volgens mij al een humanitaire ramp genoemd kan worden. Dit is aan ons bevestigd door een groot aantal onafhankelijke bronnen, waaronder de VN en het ICRK. De recente aankondiging van de regering om twee evacuatiewegen te openen aan het noorden en aan het zuiden van de veiligheidszone is een positieve maatregel, maar we willen weten hoe dit in de praktijk gaat werken.

We hebben de partijen – de Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam (LTTE) en de Sri Lankaanse autoriteiten – verzocht om de burgers te beschermen, zoals is voorgeschreven onder internationaal humanitair recht, en ervoor te zorgen dat mensen vrijwillig en veilig de gevechtszone kunnen verlaten. Zowel de LTTE als het Sri Lankaanse leger zijn verantwoordelijk voor de dramatische stijging van burgerslachtoffers in de afgelopen maanden. Er moet onmiddellijk en dringend worden ingegrepen om levens te redden in Sri Lanka, zoals ook is bevestigd door de ondersecretaris-generaal van de VN, Sir John Holmes, die het hoge percentage slachtoffers onder de aandacht bracht, en ook door het ICRK.

De Commissie is ervan overtuigd dat de uitkomst van de crisis blijvende gevolgen voor de vrede zal hebben, voor de verzoening en de eenheid van Sri Lanka, en steunt nadrukkelijk in dit kader de oproep van Sir John Holmes aan de regering van Sri Lanka om de vijandelijkheden te onderbreken zodat de burgers tijd hebben om veilig weg te gaan, en aan de LTTE om de burgers te laten gaan en in te stemmen met een vreedzaam einde van de gevechten.

De medevoorzitters hebben de LTTE ook verzocht om hun wapens neer te leggen, maar helaas is deze oproep afgewezen, genegeerd zelfs. We zijn van mening dat de regering van Sri Lanka de plicht heeft om al haar burgers te beschermen en in te stemmen met een humanitair staakt-het-vuren – dit is ook in de vorige conclusies van de Raad gezegd – om zieke en gewonde mensen de kans te geven om Vanni te ontvluchten en om te regelen dat voedsel en medicijnen binnen worden gelaten. Dit is afgelopen weekend ook door India voorgesteld.

We blijven bezorgd over de mensenrechtensituatie in Sri Lanka, tegen de achtergrond van berichten over buitengerechtelijke executies, ontvoeringen en ernstige bedreiging van de media. Het is erg belangrijk dat de regering de belangrijkste zaken met een hoog publiciteitsgehalte vervolgt. Dit soort misdaden kan niet ongestraft blijven.

Uiteindelijk blijft de Europese Commissie ervan overtuigd, waar ik het zelf ook mee eens ben, dat er geen militaire oplossing bestaat voor het etnische conflict in Sri Lanka. Wat nodig is, is een voor iedereen toegankelijke dialoog, die tot een politiek akkoord leidt. Een blijvende vrede en verzoening kunnen alleen worden bereikt door de zaken die in eerste instantie tot de oproer hebben geleid aan te pakken en door alle gemeenschappen van voldoende ruimte te voorzien. Als medevoorzitter, heb ik altijd gezegd dat er alleen een politieke oplossing kan zijn door middel van een soort deconcentratiepakket, dat op tafel is gelegd, van tafel is geveegd en nu weer terug op tafel ligt.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de PPE-DE-Fractie. (EN) Mevrouw de commissaris, de onmenselijke burgeroorlog in Sri Lanka loopt eindelijk ten einde. Het is natuurlijk te vroeg om te bepalen of dit het einde betekent van de terroristische activiteiten van de Tamil Tijgers.

We zouden in deze fase zeker geen permanente wapenstilstand moeten steunen wanneer dat de Tijgers de mogelijkheid zou geven om zich te hergroeperen. Naar mijn mening is hun enige optie nu nog om hun wapens neer te leggen of om militair verslagen te worden met nog meer slachtoffers. Een langdurende wapenstilstand zou een ramp zijn, omdat – zoals een zelfmoordaanslag in Sri Lanka eerder deze week liet zien – de LTTE meedogenloos is, bloeddorstig en terecht als een terroristische organisatie is aangemerkt door de Europese Unie en de Verenigde Staten.

We zouden president Rajapaksa resoluut moeten steunen in zijn pogingen om een einde te maken aan een oproer dat voor Sri Lanka alleen maar heeft gezorgd voor barre ellende en een ernstig vertraagde economische ontwikkeling op dat prachtige eiland. Echter, duizenden ontheemde burgers zitten nog steeds gevangen op een smalle kuststrook. Deze burgers moeten de kans krijgen om te ontvluchten, zodat het leger zijn aanval kan afronden. Het is afkeurenswaardig dat ze deze burgers als menselijk schild gebruiken, maar dit was helemaal te verwachten van de Tijgers. De Tijgers waren doof voor de oproepen vanuit de internationale gemeenschap om zich over te geven en een tijdelijke humanitaire doorgang te bewerkstelligen.

Niettemin is het essentieel dat het de VN en andere organisaties wordt toegestaan om voor deze burgers voor een veilige doorgang uit de gevechtszone te zorgen om verder bloedvergieten te voorkomen. Sri Lanka is zich bewust van de eigen verantwoordelijkheid in dit verband en wil burgerslachtoffers voorkomen, maar het is begrijpelijk dat het leger niet kan blijven toekijken en vreest dat de Tijgers door een zee-evacuatieprocedure zullen proberen te ontsnappen en zich te vermengen met de burgers.

Daarom zijn we het aan deze kant van het Parlement eens over de vestiging van een humanitaire doorgang en een tijdelijk en onmiddellijk staakt-het-vuren of beëindiging van de vijandelijkheden, maar we willen ook zien dat de LTTE absoluut wordt verslagen en hiervoor een vreedzaam, rechtvaardig en multi-entnisch Sri Lanka in de plaats komt, waar de gebieden met een Tamil-meerderheid maximale autonomie genieten en de hulpbronnen en macht eerlijk worden verdeeld binnen een Srilankaanse eenheidsstaat.

 
  
MPphoto
 

  Robert Evans, namens de PSE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben erg blij met dit debat in de aanwezigheid van de commissaris, die ik heel erg wil bedanken voor haar serieuze, haar sterke en haar wijze verklaring. Het is ongetwijfeld een erg belangrijk onderwerp, hoewel het spijtig is dat we hier om 23.00 uur 's avonds over discussiëren met zo weinig aanwezigen. Maar de opkomst is denk ik geen reële afspiegeling van de interesse in dit onderwerp of de ernst waarmee veel afgevaardigden dit onderwerp benaderen. We maken ons, om in de woorden van de commissaris te spreken, ernstige zorgen over de situatie. Het debat van vanavond erkent ook dat de situatie zich voortzet en, zoals mevrouw Isler Béguin aan het begin zei, dat we een sterk signaal moeten afgeven over de verslechterde situatie die elke dag erger wordt.

Ik ben vóór de ter tafel gebrachte oorspronkelijke resolutie, op het woord "tijdelijk" na. Ik betreur de taal die de heer Tannock zojuist gebruikte, toen hij zei dat een langdurige wapenstilstand rampzalig zou zijn. We zijn toch – alstublieft – niet geïnteresseerd in slechts een tijdelijk staakt-het-vuren. Bij elk wereldconflict heeft dit Parlement, dat bestaat uit medelevende mensen, gepleit voor een permanente wapenstilstand die nieuwe mogelijkheden kan bieden voor diplomatiek herstel, zodat de dialoog van start kan gaan – en, ja – zodat we die vreedzame, rechtvaardige en multi-etnische samenleving krijgen waar de heer Tannock het over had en waar ik ook voor ben.

Dus prijs ik de Groenen voor hun eerste amendement, Amendement 1, en ik weet zeker dat alle fatsoenlijke mensen hier, die zich bekommeren om de burgers in Sri Lanka, dat ook zullen doen. Een tijdelijk staakt-het-vuren impliceert van zichzelf al de terugkeer naar oorlog in een later stadium, wat niemand wil. Een terugkeer naar oorlog betekent meer doden, meer leed, een grotere humanitaire tragedie en ik geloof niet dat iemand in het Parlement dat echt wil.

Hetzelfde geldt voor Amendement 2: Ik steun dit amendement ook omdat het alle geweldsmisdrijven veroordeelt ongeacht wie ze pleegt en ongeacht aan welke kant ze staan in het conflict. We kunnen geen enkele vorm van geweld door de vingers zien, ook niet de recente zelfmoordaanslag waarnaar is verwezen.

Dan wil ik me richten op Amendementen 3, 4 en 5. Ik zou graag een klein stukje willen voorlezen dat ik gekregen heb van een Srilankaans parlementslid in het Jaffna-district, de heer Selvarajah Kajendren, van 10 maart. Hij zegt: "Ik wil graag het doden van burgers in Sri Lanka bij u onder de aandacht brengen. Het leger heeft op dinsdag 10 maart 2009 van 02.00 uur in de nacht tot 10.00 uur in de ochtend artilleriegranaten uitgerust met clusterbommen afgevuurd" – deze week. "De troepen van de Sri Lankaanse regering hebben willekeurig alle delen van de "veiligheidszone" aangevallen met allerlei dodelijke granaten, waarvan sommige soorten in veel landen verboden zijn. Tijdens deze willekeurige clusterbombardementen zijn meer dan 130 burgers gedood, waaronder kinderen, en meer dan 200 mensen zijn ernstig gewond geraakt."

Ik denk niet dat iemand zal beweren dat dit verzonnen is. Ik denk eerder dat we er allemaal alles aan willen doen om ervoor te zorgen dat dit soort gewelddadigheden stopt. Hij verwijst ook naar zijn collega, de heer S. Kanakaratnam, die midden in de "veiligheidszone" woont. Hij zegt dat van 1 januari tot 6 maart dit jaar er 2 544 burgers zijn gedood door bombardementen in deze "veiligheidszones" en ruim 5 828 burgers zijn ernstig gewond geraakt. Toch heeft het Sri Lankaanse leger, zegt hij, luchtbombardementen uitgevoerd en artillerieschoten afgevuurd, waardoor dagelijks gemiddeld 30 tot 40 burgers worden gedood.

Ik denk niet dat hij dat zou verzinnen. Als we uitgaan van wat de commissaris heeft gezegd en van al het bewijs dat door alle ngo's die daar in de buurt zijn geweest, is geleverd, lijkt dit een reële afspiegeling te zijn van wat er gaande is.

Amendement 6: ik verwijs hier naar een verslag van Sir John Holmes, dat naar me is gestuurd door Zijne Excellentie de ambassadeur van Sri Lanka in Brussel. In het verslag zegt hij dat sommige doorgangsgebieden ernstig overbevolkt zijn. Ik heb zijn woorden in mijn amendement laten doorschemeren en het klopt dat we ons zorgen zouden moeten maken over deze kampen. Ik heb wat foto's van de kampen. Ik nodig iedereen uit om deze foto's die naar mij zijn gestuurd, te komen bekijken. Ik voer nogmaals aan dat deze foto's echt zijn en niet zijn vervalst. Ik weet dat de dienst van de commissaris in Colombo dit heel nauwlettend volgt en nauwe contacten heeft binnen de echte gevarenzone.

Amendementen 7 en 8 versterken het aanvankelijke verband met het oorlogsgebied zodat er volledig in de behoeften van burgers kan worden voorzien. We vragen om ongehinderde toegang niet alleen tot het strijdgebied maar ook tot de vluchtelingenkampen, zodat humanitaire organisaties, die door iedereen in het Parlement worden gesteund, volledige toegang krijgen. Iedereen in de Parlement zou het werk van de humanitaire organisaties steunen.

Tot slot, amendement 9 stelt voor om deze resolutie naar de secretaris-generaal van de Verenigde Naties te sturen, omdat ik van mening ben dat dit een internationale humanitaire crisis is, wat de titel ook aangeeft, en dat we alles moeten doen wat in onze macht ligt. Daarom bedank ik de Groenen dat ze dit op de agenda hebben gezet en ik vraag alle collega's om de amendementen die door alle politieke fracties ter tafel zijn gebracht, te ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Marie Anne Isler Béguin, namens de Verts/ALE -Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Ferrero-Waldner graag bedanken voor haar interventie en haar reactie op de oproep van de zijde van de ngo's en de mensen die tussen twee vuren zitten.

We zijn een beetje bang dat we nu in een situatie komen te verkeren zoals in Birma na de tsunami in 2006, toen de militaire junta de toegang tot humanitaire hulp blokkeerde. We moeten nu dus al het mogelijke ondernemen om ervoor te zorgen dat de humanitaire hulp en onze steun de mensen die daar behoefte aan hebben, ook werkelijk bereikt.

Ik wil ook graag iets zeggen aan mijn collega's van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten en van de Socialistische Fractie in dit Parlement. Ik geloof namelijk, dames en heren, dat we een oproep tot het gezonde verstand moeten doen. We hebben dit voorstel voor een urgentieresolutie ingediend om het Parlement een kans te gunnen zijn mening te formuleren en morgen een standpunt in te nemen.

Wat ik beslist niet wil is dat deze of gene fractie besluit niet vóór deze resolutie te stemmen omdat er onenigheid bestaat over de vraag of het staakt-het-vuren onmiddellijk dan wel tijdelijk dient te zijn. Dat hier onenigheid over bestaat, weten we; dat debat hebben we al gevoerd. Ik vraag u daarom om het gezonde verstand alstublieft voorrang te verlenen.

Daarnaast wil ik graag de uitspraak van mevrouw Ferrero-Waldner herhalen – en ik richt me dan in het bijzonder tot de heer Tannock. Ze heeft gezegd: wapens kunnen problemen niet oplossen. Oorlog heeft nog nooit iets opgelost.

Om nu aan te dringen op een tijdelijk staakt-het-vuren is volgens mijn onverantwoordelijk met betrekking tot de mensen waar het hier om gaat. Het zou betekenen dat je ze in de toekomst – en over wat voor toekomst heb je het dan – weer aan wapengeweld blootstelt, en wel zodra de mensen zijn geëvacueerd. Kunnen we eigenlijk toestaan dat mensen worden geëvacueerd? Tamils bezitten land. En ze willen terug naar dat land. Ook zij zijn bewoners van Sri Lanka.

Ik geloof daarom dat we aan dit onderwerp de nodige aandacht moeten besteden. Ik ben bereid concessies te doen en amendementen in te trekken, als we zo een gemeenschappelijk standpunt kunnen bereiken om daarmee een sterk signaal naar de gehele wereld uit te zenden.

 
  
MPphoto
 

  Geoffrey Van Orden (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, we moeten ons geen illusies maken over de vreselijke impact van oorlog op burgers en onze morele plicht om er alles aan te doen om hun kwetsbaarheid te verminderen en om te helpen in de voorziening van humanitaire hulp. Daarom heeft het Parlement minder dan drie weken geleden zijn urgente resolutie over Sri Lanka goedgekeurd.

Sri Lanka wordt al tientallen jaren geteisterd door terroristische acties uitgevoerd door de internationaal verboden LTTE. De rechtmatige strijdkrachten van een democratische regering kunnen niet met terroristen worden vereenzelvigd. Laten we niet vergeten dat het de LTTE waren die zelfmoordaanslagen als tactiek hebben geperfectioneerd, die begonnen zijn met het gebruik van vrouwen in zelfmoordaanslagen en dat ze openlijk kindsoldaten en menselijke schilden gebruiken. De afgelopen 26 jaar hebben ze in heel Sri Lanka stelselmatig duizenden opzettelijke moorden uitgevoerd en nog maar twee dagen geleden zijn veertien mensen omgebracht door een zelfmoordaanslag tijdens een islamitisch festival in het Matara-district.

De LTTE bevinden zich nu in een wanhopig eindspel en – wat kenmerkend is in zulke omstandigheden – wenden zich binnen de internationale gemeenschap tot mensen die het voor hen willen opnemen als een soort laatste redmiddel. Een kleine minderheid van de leden van dit Parlement was niet gelukkig met de resolutie die door de meerderheid in dit Parlement is goedgekeurd en wilden zich, hoe ongepast en schandelijk ook, concentreren op de veroordeling van de regering van Sri Lanka. We kunnen geen amendementen steunen die gebaseerd zijn op verdenkingen zonder grond – en bovendien vaak onzinnig zijn – zoals de heer Evans al zei, of selectieve citaten uit één ngo-verslag. We hebben geen enkele reden om de vastberaden verklaring van de regering dat haar troepen niet geschoten hebben in gebieden waar niet geschoten mag worden, in twijfel te trekken en dat blijft zo.

Zes dagen geleden heeft de secretaris-generaal van de Verenigde Naties de LTTE opgeroepen om hun wapens en strijders uit gebieden met een hoge concentratie burgers te verwijderen en om samen te werken in alle humanitaire pogingen die erop gericht zijn om het lijden van burgers te verzachten. De Europese Unie heeft de actie van de LTTE die burgers belet het strijdgebied te verlaten, veroordeeld.

Het beste wat iedereen in dit Parlement kan doen is de LTTE te verzoeken om hun wapens neer te leggen en om de burgers te bevrijden uit hun greep. Dan kan de hoognodige humanitaire hulp er komen, mensen kunnen zich verheugen op een beter leven en heel Sri Lanka kan weer democratisch worden en een eerlijke en meer welvarende maatschappij opbouwen voor alle burgers, zonder terroristische onderdrukking.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, ik ben het volledig met u eens dat we behoefte hebben aan een politieke oplossing en geen militaire oplossing in Sri Lanka. Ik ben als lid van de Zuid-Aziëdelegatie meerdere malen in het land geweest. Ik weet hoe zeer de mensen na 25 jaar geweld naar vrede snakken.

Echter, ik moet opmerken dat in een dergelijke oorlog de Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam (LTTE) een eerste stap zouden moeten zetten en dat doen ze helaas niet. U hebt dat ook genoemd en de ministers van Buitenlandse Zaken hebben op 23 februari deze organisatie nog eens dringend opgeroepen om de wapens neer te leggen en de terreur te beëindigen. Stelt u zich een lidstaat van de EU voor waar al 25 jaar terreur heerst. Dat het daar natuurlijk een chaotische en wanordelijke situatie is, valt gemakkelijk in te denken. Ik steun de strijd van de Tamils, maar ik wijs de methoden van de LTTE even beslist af. Al wekenlang vernemen we dat in dit kleine gebied meer dan 100 000 mensen eenvoudigweg gevangen zijn genomen. Reuters meldde gisteren nog dat er volgens ooggetuigenberichten mensen neergeschoten werden, toen ze deze zone wilden verlaten. Ik roep de LTTE en de krachten achter de LTTE daarom op om een einde te maken aan deze praktijken. Het spel is uit, dit kan zo niet doorgaan.

Natuurlijk worden burgers in deze oorlogszone blootgesteld aan spervuur van beide zijden. Er moet dan ook een oproep worden gedaan aan de regering om het internationale recht te respecteren en humanitaire acties toe te laten. Het is het fundamentalisme van beide zijden dat zeer veel slachtoffers eist. Ik ben van mening dat we ons op de rechtsorde na de oorlog moeten voorbereiden. Zoals u hebt gezegd, moet het dertiende amendement in de grondwet van Sri Lanka worden uitgevoerd, dat voorziet in een decentralisatie in de zin van lokaal bestuur door de bevolking, en de EU kan daarbij waardevolle hulp bieden. Ik ben ervan overtuigd dat u in de Commissie en wij in de EU daartoe bereid zijn.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte mevrouw Ferrero-Waldner, ik vind dat wat mevrouw de commissaris gezegd heeft, namelijk dat er geen militaire oplossing mogelijk is, eigenlijk op de voorpagina's van de kranten in Sri Lanka zou moeten staan. Namelijk dat, als het gaat om de spanningen in het land en de problemen die zich gedurende vele jaren hebben opgestapeld, de regering in werkelijkheid steeds opnieuw probeert een aanbod te doen. Het loopt eenvoudigweg stuk op de communicatiestrategie.

Het moet natuurlijk ook duidelijk zijn dat de strategische positie van Sri Lanka ook externe factoren ruimte geeft en in beweging zet, die zeer moeilijk te beheersen zijn in het land zelf. Daarom moeten we er ook voor zorgen dat de economische situatie beter wordt en dat de infrastructuur in deze gebieden wordt verbeterd, zodat de noodzakelijke communicatie tussen de strijdende partijen mogelijk wordt. Wellicht is het ook mogelijk een bemiddelaar in te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Erik Meijer (GUE/NGL). - Voorzitter, wat er nu in Sri Lanka gebeurt, was reeds enkele jaren volkomen voorspelbaar. Het gaat niet alleen om een humanitair probleem, maar vooral om een ernstig politiek falen. Na een jarenlange gewelddadige strijd voor afscheiding van het noordoosten van het land, heeft een vorige regering van Noorwegen bemiddeling aangeboden tussen de door Singalezen beheerste regering en de opstandige beweging van de Tamils. De Noorse onderhandelaar, die langdurig heeft gewerkt aan het zoeken naar vreedzame oplossingen, is nu zelf minister in de nieuwe regering. Helaas is die mogelijkheid voor een vreedzame oplossing daarna verlaten.

De regering van Sri Lanka heeft in de zomer van 2006 een eind gemaakt aan de vredespogingen en opnieuw gekozen voor het eenzijdig opleggen van een militaire oplossing. Die regering denkt nu waarschijnlijk dat zij een groot succes heeft geboekt. In werkelijkheid is een vreedzaam, harmonieus en als gelijkwaardige partners samenleven van de twee volkeren voor de toekomst nog veel moeilijker geworden. Zonder compromis over een vreedzame oplossing zal ook het verdere verloop gruwelijk gewelddadig zijn. We moeten terug naar de vredesbemiddeling zonder winnaars en verliezers.

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank, mevrouw de commissaris, voor uw duidelijke woorden. Ik denk dat onze hoofddoelstelling nu op de burgerbevolking gericht moet zijn, en wat dat betreft kan alleen dat gelden wat de Raad van ministers op 23 februari heeft gezegd, namelijk dat we oproepen tot een onmiddellijke wapenstilstand. Ik ben ertegen om het woord "tijdelijk" toe te voegen, anders zal de humanitaire ramp waarnaar u verwees, zich verder voltrekken.

Ik denk ook dat we ons in deze situatie, waarbij de mensen in deze zone opgesloten zitten, moeten verzetten tegen alle gewelddadige pogingen om mensen te verhinderen de strijdzone te verlaten. In deze situatie maakt het voor mij niet uit of het geweld door de Bevrijdingstijgers van Tamil Eelam (LTTE) of door regeringssoldaten wordt gepleegd. Wij moeten ons richten op de mensen zelf.

Wellicht mag ik nog enkele woorden richten tot de collega's uit de voormalige koloniale macht die zich erop voorbereiden onze fractie te verlaten. Ik hoop dat mijn indruk dat er ook een zekere, door de binnenlandse politiek bepaalde motivering bestaat om zo eenzijdig de LTTE te bekritiseren, onjuist is. Ik hoop dat men niet ook een bepaald segment van het electoraat op het oog heeft.

 
  
MPphoto
 

  Robert Evans (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is geen motie van orde. Ik heb aan uw collega kenbaar gemaakt dat ik volgens de "catch the eye"-procedure wilde spreken, waar ik recht op heb en waarvan ik dacht dat ik dat al had gedaan.

Ik wil de heer Meijer bedanken voor zijn opmerkingen. Hij verwees ook naar het waardevolle werk van de heer Soldheim, uit Noorwegen, die ik tien dagen geleden in Oslo heb ontmoet.

Ik ben het heel erg eens met de heer Gahler, die heel veel zinnige dingen zei: het is het lot van de burgers waar we ons druk om maken. Ik stel voor dat van alle amendementen, amendement 1 het belangrijkste is, hetgeen een onmiddellijke en algehele wapenstilstand verlangt en dat de belangen van iedereen in Sri Lanka moet behartigen.

Er is veel bewijs. Geen indirect bewijs. Een deel komt van het bureau van de regionale directeur gezondheidszaken van de Sri Lankaanse regering, die het heeft over een humanitaire ramp en de ondermaatse omstandigheden waarin mensen leven. Dit is overgenomen door de Europese Commissie, het ICRK, de VN, de International Crisis Group en Vluchtelingenzorg Nederland. De titel van het debat vanavond is de verslechterde situatie in Sri Lanka en we hebben een plicht om er alles aan te doen om dit te voorkomen. Ik denk ook dat we dat we dat kunnen, als we de juiste aanpak maar weten te vinden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dames en heren, ik heb me strikt aan het Reglement gehouden. Aangezien ik vijf sprekers het woord mocht geven en er slechts drie daadwerkelijk het woord voerden, heb ik besloten het woord te verlenen aan de heer Evans.

 
  
MPphoto
 

  Benita Ferrero-Waldner, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de geachte Parlementsleden willen bedanken voor dit erg belangrijke debat, ook al was het kort en laat op de avond.

Ik ben vanaf het begin van dit mandaat van de Commissie, als medevoorzitter, erg gericht geweest op Sri Lanka. Er waren tijden dat we wat hoop hadden – meer aan het begin – maar de hoop is nu weggevaagd. Ik wilde deelnemen aan het proces voor Genève, maar het blijkt dat de regering van Sri Lanka daar moeite mee had. Hoe dan ook, dit proces is helaas mislukt. Ik stond ook op het punt om naar het noorden af te reizen om te gaan bemiddelen, net als mijn voorganger Chris Patten. Maar het noorden was daar niet klaar voor – de officiële verklaring was dat de heer Prabhakaran de mazelen of de waterpokken had. Ik ben het hoe dan ook volledig eens met de heer Gahler, die zei – en dit vind ik zelf ook belangrijk – dat we mensen en humanitaire zaken op de eerste plaats moeten stellen.

Zoals zo vaak het geval is, zijn wij ook in Sri Lanka de grootste humanitaire hulpverstrekkers. In 2008-2009 hebben we 19 miljoen euro toegewezen via partners als het ICRK, de Verenigde Naties en ook enkele internationale non-gouvernementele organisaties. Deze organisaties staan paraat om de getroffen bevolking te helpen, maar ze hebben wezenlijke problemen – waar ze ons over vertellen – in het verkrijgen van toegang tot het conflictgebied. Sinds september 2008 is het ICRK de enige instantie die in de door de LTTE gecontroleerde gebieden in Vanni te werk mag gaan. Het Wereldvoedselprogramma heeft toestemming gekregen om enkele voedselkonvooien te sturen, maar deze hebben slechts in 50 procent van de behoeften voorzien. Sinds 2008 hebben we nog eens 7 miljoen euro uitgetrokken voor humanitaire hulp voor de twee organisaties. We hebben ons ook constant ingespannen, zowel in Colombo als in Brussel, voor een betere toegang voor humanitaire organisaties tot deze bevolkingsgroepen.

Daarom kan ik alleen maar zeggen dat we – samen met de andere medevoorzitters en vooral ook met Noorwegen – van elke gelegenheid gebruik hebben gemaakt om de partijen bij het conflict aan te sporen om de overeenkomst betreffende een staakt-het-vuren van 2002 in praktijk te brengen en om het conflict met vreedzame middelen op te lossen – maar niets heeft geholpen. De talrijke oproepen om terug te keren naar de onderhandelingstafel zijn compleet genegeerd en helaas is de voorkeur gegeven aan een militaire aanpak. De internationale gemeenschap heeft de afgelopen drie jaar steeds minder kansen gekregen om in te grijpen, maar niemand van de medevoorzitters heeft de missie verlaten. We blijven allemaal toegewijd om bij te dragen aan een vreedzame oplossing voor het conflict, zoals kan worden opgemaakt uit de afgelopen persverklaring van de medevoorzitters die op 3 februari is vrijgegeven, waarvan ik zeker weet dat die bij u bekend is.

Daarom moeten we nu opnieuw aandringen op toegang voor humanitaire hulpverleners, de burgers eruit krijgen en dan proberen, wanneer de tijd er rijp voor is, om een politieke dialoog aan te moedigen met de partijen bij het conflict en ze ervan proberen te overtuigen dat een politieke oplossing de enige mogelijkheid is. Anders komt er een guerrillaoorlog, die dit prachtige eiland geen goed zal doen. Ooit was het eiland een paradijs en dat zou het weer kunnen worden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen, 12 maart 2009, plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid