Index 
Volledig verslag van de vergaderingen
PDF 2217k
Woensdag 11 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Verklaringen van de Voorzitter
 3. Voorbereiding van de Europese Raad (19-20 maart 2009) - Europees economisch herstelplan - Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten - Cohesiebeleid: investeren in de reële economie (debat)
 4. Agenda
 5. Stemmingen
  5.1. Vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (gecodificeerde versie) (A6-0060/2009, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg) (stemming)
  5.2. Aanpassing van de basissalarissen en vergoedingen van personeelsleden van Europol (A6-0078/2009, Agustín Díaz de Mera García Consuegra) (stemming)
  5.3. Beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (A6-0106/2009, Reimer Böge) (stemming)
  5.4. Gewijzigde begroting nr. 1/2009: overstromingen in Roemenië (A6-0113/2009, Jutta Haug) (stemming)
  5.5. Gemeenschappelijke voorschriften en normen voor de met inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (herschikking) (A6-0097/2009, Luis de Grandes Pascual) (stemming)
  5.6. Gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (herschikking) (A6-0098/2009, Luis de Grandes Pascual) (stemming)
  5.7. Havenstaatcontrole (herschikking) (A6-0099/2009, Dominique Vlasto) (stemming)
  5.8. Communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (A6-0100/2009, Dirk Sterckx) (stemming)
  5.9. Grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector (A6-0101/2009, Jaromír Kohlíček) (stemming)
  5.10. Aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen (A6-0102/2009, Paolo Costa) (stemming)
  5.11. Wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaren (A6-0072/2009, Gilles Savary) (stemming)
  5.12. Naleving van vlaggenstaatverplichtingen (A6-0069/2009, Emanuel Jardim Fernandes) (stemming)
  5.13. Het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (A6-0066/2009, Saïd El Khadraoui) (stemming)
  5.14. Toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (herschikking) (A6-0077/2009, Michael Cashman) (stemming)
  5.15. Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (A6-0052/2009, Jan Andersson) (stemming)
  5.16. Verlenging van de toepasbaarheid van artikel 139 van het Reglement van het Europees Parlement tot het einde van de zevende zittingsperiode (B6-0094/2009) (stemming)
  5.17. Sociale situatie van de Roma en de verbetering van hun toegang tot de arbeidsmarkt in de EU (A6-0038/2009, Magda Kósáné Kovács) (stemming)
  5.18. Uitdagingen in verband met de aardolievoorziening (A6-0035/2009, Herbert Reul) (stemming)
  5.19. Groener vervoer en internalisering van externe kosten (A6-0055/2009, Georg Jarzembowski) (stemming)
  5.20. Lissabon-strategie (stemming)
  5.21. Tegengaan van de klimaatverandering (stemming)
  5.22. Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid (stemming)
  5.23. Europees economisch herstelplan (A6-0063/2009, Elisa Ferreira) (stemming)
  5.24. Cohesiebeleid: investeren in de reële economie (A6-0075/2009, Evgeni Kirilov) (stemming)
 6. Stemverklaringen
 7. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 8. Verklaring van het voorzitterschap
 9. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 10. Samenstelling Parlement: zie notulen
 11. Stand van zaken bij SIS II (debat)
 12. Voortgangsverslag 2008 betreffende Kroatië - Voortgangsverslag 2008 betreffende Turkije - Voortgangsverslag 2008 betreffende de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (debat)
 13. Mandaat van het Internationale Straftribunaal voor voormalig Joegoslavië (debat)
 14. Vragenuur (vragen aan de Raad)
 15. Groenboek betreffende gezondheidswerkers in Europa (debat)
 16. Vijfde Wereldwaterforum, Istanboel, 16-22 maart 2009 (debat)
 17. Speciaal verslag nr. 10/2008 van de Rekenkamer over de ontwikkelingshulp van de EG aan de gezondheidsdiensten in Afrika bezuiden de Sahara (debat)
 18. Inwerkingtreding van de ééngemaakte eurobetalingsruimte (SEPA) (debat)
 19. Verslechterde humanitaire situatie in Sri Lanka (debat)
 20. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 21. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 
1. Opening van de vergadering
Video van de redevoeringen
  

(De vergadering wordt om 9.00 uur geopend)

 

2. Verklaringen van de Voorzitter
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Geachte collega’s, naar aanleiding van de dag voor slachtoffers van terrorisme wil ik graag een verklaring afleggen. Vandaag vindt voor de vijfde keer de Europese Dag voor slachtoffers van terrorisme plaats. Dit is een dag van herdenking, we herdenken alle onschuldige slachtoffers van het terrorisme. Nog dit weekeinde zijn in Antrim, in Noord-Ierland, twee soldaten het slachtoffer van de Real IRA geworden, en afgelopen maandag is in het graafschap Armagh weer een politieagent doodgeschoten. Het slachtoffer was getrouwd en had kinderen. Deze barbaarse terroristische aanslag heeft weer een gezin verscheurd en onmetelijk leed veroorzaakt. Gisteren nog zijn in het zuiden van Sri Lanka door een zelfmoordaanslag minstens tien mensen om het leven gekomen, en meer dan twintig verkeren nog in levensgevaar.

Namens het Europees Parlement wil ik mijn verontwaardiging uitspreken over deze afschuwelijke aanslagen op onschuldige mensen, en de nabestaanden mijn oprechte medeleven betuigen. We zullen hun nagedachtenis altijd in ere houden.

Vandaag veroordeelt het Europees Parlement het blinde geweld van het terrorisme zonder enig voorbehoud. Met de grootst mogelijke nadruk veroordelen wij deze zinloze moorden en de dood van hele gezinnen vanwege fanatisme en verblindheid, vanwege overtuigingen die mensen ertoe brengen om hun medemens van het leven te beroven, en de menselijke waardigheid met voeten te treden. Terrorisme is een directe aanval op vrijheid, mensenrechten en democratie. Terrorisme is een poging om met blind geweld onze waarden te vernietigen, waarden die aan de Europese Unie en aan de lidstaten ten grondslag liggen.

Deze terreur grijpt ons allen aan, verscheurt ons hart, veroorzaakt vreselijke pijn, maar kan en zal het fundament van onze democratische samenleving en onze gezamenlijke waarden niet vernietigen.

Terrorisme is een misdaad, waarvoor geen clementie mag gelden. Terrorisme is één van de grote gevaren voor de veiligheid, de stabiliteit en de democratische waarden van de internationale gemeenschap en een rechtstreekse aanval op onze burgers, op ons allemaal. Het Europees Parlement neemt actief deel aan de bestrijding van het terrorisme en steunt de slachtoffers van de terreuraanslagen. We kunnen niet vaak genoeg herhalen dat er voor terrorisme nooit een rechtvaardiging kan bestaan. Daarom moeten we deze strijd samen voeren, op basis van de regels van de rechtsstaat, en met alle wettelijke middelen die ons ten dienste staan. Vandaag zijn we in het Europees Parlement in gedachten bij alle slachtoffers van het terrorisme, ongeacht waar zij om het leven zijn gekomen. Wij betuigen onze solidariteit. Ik zou u willen verzoeken om ter herdenking van de slachtoffers van de Real IRA en van de zelfmoordaanslag in Sri Lanka een moment stilte in acht te nemen.

(Het Parlement neemt een minuut stilte in acht)

Geachte collega’s, dertig jaar geleden, op 16 maart 1979 is de grote Europeaan Jean Monnet overleden, één van de grondleggers van de Europese eenwording. Naar aanleiding daarvan zou ik aan het begin van deze plenaire vergadering van het Europees Parlement een moment stil willen staan bij zijn levenswerk in dienst van de Europese eenwording, en bij zijn nalatenschap.

Vandaag herdenken wij een nalatenschap van onschatbare waarde, de nalatenschap van een man die samen met Robert Schuman één van de architecten van de verzoening tussen Duitsland en Frankrijk was, die de eerste stap heeft gezet op weg naar een door het lot verbonden gemeenschap der Europese volkeren, gebaseerd op vrede, begrip, democratie en samenwerking. Vandaag, aan het begin van de 21ste eeuw, hebben de principes waarvan Jean Monnet is uitgegaan en zijn methodes voor de toepassing ervan niets aan belang ingeboet. Integendeel, ze zijn actueler dan ooit. Juist in deze tijd van mondialisering, economische crisis, financiële crisis en opwarming van de aarde worden de Europeanen met grote uitdagingen geconfronteerd, en dat is een aanleiding om al nauwer met elkaar samen te werken om onze gezamenlijke waarden en belangen in de wereld te verdedigen. Natuurljk zou Jean Monnet een voorstander zijn geweest van de vooruitgang die het Verdrag van Lissabon inhoudt op weg naar een democratische en daadkrachtige Europese Unie, die voorbereid is op de uitdagingen van de 21ste eeuw.

Tot slot herinner ik eraan dat het door Jean Monnet opgerichte Actiecomité voor de Verenigde Staten van Europa onder andere rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement had voorgesteld. In de dertig jaar sinds het overlijden van Jean Monnet is deze droom door de opbouw van de parlementaire dimensie van de Europese Unie op indrukwekkende wijze in vervulling gegaan. Wij allen zijn de erfgenamen van Jean Monnet, van deze grote Europeaan. Zijn levenswerk is van blijvende invloed. Het heeft de relaties tussen de Europese staten ingrijpend veranderd, en beïnvloedt ook nu nog het leven van al onze burgers.

Naar aanleiding van de dertigste sterfdag van Jean Monnet zou ik willen herinneren aan onze taak en verplichting voor de toekomst. Wij moeten het grote project van de eenwording van ons continent, dat door Jean Monnet op gang is gebracht, maar nog niet is voltooid, met alle kracht voortzetten.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso , voorzitter van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, “Tussen afzonderlijke landen haalt elk slechts voordeel uit het resultaat van zijn individuele inspanningen, uit de overwinningen die het op zijn buurland behaalt en de problemen die het erop kan afwentelen. In onze Gemeenschap haalt elk van de lidstaten voordeel uit de welvaart van het geheel”. Dit is wat Jean Monnet in 1954 zei. De woorden hebben niets aan belang ingeboet, integendeel.

Deze maand, zoals voorzitter Pöttering zojuist heeft gezegd, is het dertig jaar geleden dat hij overleed, in 1979. Daarom wil ik een eerbetoon brengen aan deze grondlegger van het Europa dat ons dierbaar is, deze Europeaan in hart en nieren waarvan de erfenis ons in deze tijden van crisis slechts kan inspireren.

Onlangs, en ook om de vijftigste verjaardag van de Europese Commissie luister bij te zetten, besloten we de zaal van het College – de grootste zaal van de Commissie – te wijden aan de nagedachtenis van Jean Monnet tijdens een uiterst sobere, maar zeer betekenisvolle ceremonie. Mij viel toen het genoegen en de eer ten deel niet alleen de voorzitter van het Europees Parlement, Hans-Gert Pöttering, maar ook de fungerend voorzitter van de Europese Raad, Nicolas Sarkozy, aan mijn zijde te hebben.

Ik wil hiermee maar zeggen dat wij binnen de Commissie trots zijn op het immense erfgoed van Jean Monnet. Als eerste voorzitter van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal was hij in feite de eerste voorzitter van de instelling die de voorloper is van onze instelling, de Europese Commissie, die haar best doet om zijn idealen levend te houden, want het zijn de idealen van alle Europeanen die vrede, democratie en solidariteit een warm hart toedragen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE).(PT) Ook ik sluit mij aan bij het eerbetoon aan Jean Monnet, maar ik heb het woord gevraagd om de Voorzitter te feliciteren met zijn verklaring over de Europese Dag voor slachtoffers van terrorisme. Op mijn initiatief hebben wij vijf jaar geleden onze goedkeuring gehecht aan dit voorstel, dat de Raad op 25 maart, na de tragische aanslagen in Madrid, in een vergadering heeft bekrachtigd. Ik wil hier echter een oproep doen. Het Parlement heeft deze dag altijd trouw gevierd, maar helaas wordt aan deze datum nog onvoldoende aandacht besteed in de overige Europese instellingen en de lidstaten. Mijns inziens is deze dag niet alleen een van onze belangrijkste instrumenten om de slachtoffers te eren, zoals de Voorzitter hier heeft gedaan, maar stelt hij ons bovendien in de gelegenheid om de publieke opinie bewuster te maken van deze problematiek. Ik weet dat er vandaag in Madrid enkele vieringen op de agenda staan, maar veel meer gebeurt er niet.

Daarom verzoek ik de Commissie en het Tsjechische voorzitterschap ervoor te zorgen dat alle lidstaten deze dag in de toekomst op passende wijze vieren.

 

3. Voorbereiding van de Europese Raad (19-20 maart 2009) - Europees economisch herstelplan - Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten - Cohesiebeleid: investeren in de reële economie (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereiding van de Europese Raad (19-20 maart 2009),

- het verslag (A6-0063/2009) van Elisa Ferreira, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over een Europees economisch herstelplan (2008/2334(INI)),

- het verslag (A6-0052/2009) van Jan Andersson, namens de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, over het voorstel voor een beschikking van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (COM(2008)0869 – C6-0050/2009 – 2008/0252(CNS)),

- het verslag (A6-0075/2009) van Evgeni Kirilov, namens de Commissie regionale ontwikkeling, over het cohesiebeleid: investeren in de reële economie (2009/2009(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik mij aansluiten bij hetgeen u zei in uw huldebetoon aan Jean Monnet. We leven in een tijd van crisis en ik denk dat we juist nu behoefte hebben aan een krachtige instelling, en het is een uitstekende gelegenheid om te wijzen op de betekenis van Jean Monnet als een van de grondleggers van de Europese integratie.

Het doel van de bijeenkomst van vandaag is echter om te praten over de komende Europese Raad. Deze Raad, zoals we allemaal weten, komt op een cruciaal moment voor de Unie. We staan voor zeer grote uitdagingen als gevolg van de ongekende druk op onze financiële stelsels en ook op onze economieën.

Dit vraagstuk zal samen met energiezekerheid, klimaatverandering en de financiering van de verzachting van en aanpassing aan klimaatverandering, een centrale plaats innemen bij de bijeenkomst van volgende week.

Zoals dit Parlement zeker bekend is, is er door de Unie en de lidstaten een breed scala aan maatregelen genomen om de financiële crisis het hoofd te kunnen bieden. We hebben een totale ineenstorting van het financiële systeem weten te voorkomen.

Onze hoogste prioriteit is momenteel het herstel van de kredietstromen naar de economie. We moeten in het bijzonder de zogenaamde giftige activa van de banken aanpakken, aangezien deze hen ervan weerhouden de kredietverstrekking te hervatten. De staatshoofden en regeringsleiders kwamen tijdens hun vergadering van 1 maart overeen dat we dit op een gecoördineerde wijze moeten doen, overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie.

Ook moeten we meer doen om de regelgeving en het toezicht op de financiële instellingen te verbeteren. Dit is een duidelijke les die we uit deze crisis kunnen trekken, en preventie is zeker zo belangrijk. Grensoverschrijdende banken hebben tot 80 procent van de activa van Europese banken in handen. Twee derde van de activa van Europese banken zijn in handen van slechts 44 multinationale groepen. Verbetering van het toezicht is daarom op zich al van belang. Dit zal toekomstige crises helpen voorkomen, maar het zal ook vertrouwen wekken bij de consumenten en de markten.

Er wordt momenteel belangrijk werk verricht in dit verband. Het voorzitterschap zet zich ten volle in om nauw met het Europees Parlement samen te werken voor een snelle aanneming van de Solvabiliteit II-richtlijn (over verzekeringen), de herziene richtlijn kredietvereisten (over banken) en de richtlijn inzake icbe’s (over instellingen voor collectieve belegging in effecten). We streven ook naar een snelle aanneming van de verordeningen inzake de bescherming van bankdeposito’s en inzake ratingbureaus.

Maar waarschijnlijk moet er nog meer gebeuren. De groep op hoog niveau, onder voorzitterschap van de heer de Larosière, heeft zoals u weet zeer interessante aanbevelingen gedaan, en de mededeling van de Commissie van 4 maart biedt ook mogelijkheden voor aanzienlijke hervormingen op dit gebied. De Europese Raad moet dus een duidelijk signaal geven dat dit prioriteit heeft en dat hierover al in juni besluiten moeten worden genomen.

Zoals u weet, nemen de begrotingstekorten van de lidstaten momenteel snel toe. Natuurlijk is het onvermijdelijk dat er in tijden van economische recessie sprake is van oplopende tekorten. De automatische stabilisatoren kunnen, tot op zekere hoogte, een positieve rol spelen. Het Stabiliteits- en groeipact werd in 2005 precies om die reden herzien om voor voldoende flexibiliteit te zorgen in moeilijke tijden. Maar deze flexibiliteit moet wel verstandig worden benut, waarbij met verschillende uitgangspunten rekening wordt gehouden. Werken aan het herstel van vertrouwen houdt ook in dat regeringen zich duidelijk moeten inzetten voor gezonde overheidsfinanciën en daarbij het Stabiliteits- en groeipact volledig respecteren. Sommige lidstaten zijn de weg naar consolidatie al ingeslagen. De meeste beginnen daarmee in 2010. Dit is ook een belangrijke boodschap die bij de vergadering van volgende week zal worden uitgedragen.

Inmiddels is ook de reële economie in de greep van de financiële crisis. De lidstaten hebben het startsein gegeven voor substantiële herstelprogramma’s, die inmiddels goed op gang zijn gekomen. Dit levert, zoals afgesproken, een totale stimulans op van 1,5 procent van het bbp van de EU, maar, als je de automatische stabilisatoren daarbij optelt, komen we uit op 3,3 procent van dat bbp. Natuurlijk reageren de lidstaten niet op dezelfde manier. Voor elke lidstaat is de situatie weer anders, en ook hun manoeuvreerruimte is verschillend. Maar ze houden zich aan gemeenschappelijke regels, gebaseerd op de gemeenschappelijke uitgangspunten die zijn neergelegd in het Europees herstelplan, dat in december overeengekomen is. Dit is belangrijk als we voor synergie willen zorgen en negatieve overloopeffecten willen voorkomen.

De Commissie, de lidstaten en het voorzitterschap hebben in synergie aan specifieke en gerichte maatregelen gewerkt. Hierdoor konden wij gelijke concurrentievoorwaarden garanderen en tegelijkertijd de achteruitgang in enkele van de voornaamste industriële sectoren in Europa, zoals de automobielindustrie, op gecoördineerde en doeltreffende wijze tegemoet treden.

De Europese Raad zal de stand van zaken bij de uitvoering van dit programma beoordelen. Ook wat dit aangaat vinden we in de mededeling van de Commissie van 4 maart een aantal belangrijke beginselen die als richtsnoer moeten dienen voor het optreden van de lidstaten. Daartoe behoren onder meer de noodzaak openheid te behouden binnen de interne markt, het waarborgen van gelijke behandeling en het werken aan beleidsdoelstellingen voor de lange termijn, zoals het mogelijk maken van structurele veranderingen, het bevorderen van het concurrentievermogen en het opbouwen van een koolstofarme economie.

Wat betreft het communautaire gedeelte van het herstelplan, werkt het voorzitterschap er hard aan om in de Europese Raad overeenstemming te bereiken over het voorstel van de Commissie om energie- en plattelandsontwikkelingsprojecten te financieren. Zoals u weet, is binnen de Raad besproken welke projecten precies op de lijst van projecten moeten komen te staan die voor steun van de Gemeenschap in aanmerking komen en hoe deze moeten worden gefinancierd.

Gezien de belangrijke rol van het Parlement, als een van de takken van de begrotingsautoriteit en medewetgever op dit terrein, wil het voorzitterschap de komende weken nauw met u samen te werken teneinde zo spoedig mogelijk tot een akkoord te komen.

Naast de maatregelen op korte termijn zijn er ook inspanningen op lange termijn noodzakelijk, als we het concurrentievermogen van onze economieën veilig willen stellen. Structurele hervormingen zijn belangrijker en noodzakelijker dan ooit als we groei en werkgelegenheid willen bevorderen. Dus blijft de vernieuwde Lissabonstrategie het juiste kader voor de bevordering van duurzame economische groei, wat weer tot nieuwe banen zal leiden.

Momenteel zijn onze burgers met name bezorgd over het effect van de economische situatie op de werkloosheid. De Europese Raad van volgende week zou overeenstemming moeten bereiken over concrete ideeën over hoe de EU kan bijdragen aan het verlichten van de sociale gevolgen van de crisis. Dit thema zal ook centraal staan op de speciale top die begin mei zal plaatsvinden.

Laat één punt duidelijk zijn: we zullen de werkgelegenheid niet beschermen door meer barrières op te werpen voor concurrentie vanuit het buitenland. De staatshoofden en regeringsleiders waren er tijdens hun vergadering van tien dagen geleden duidelijk over dat we optimaal gebruik moeten maken van de gemeenschappelijke markt als motor voor het herstel. Protectionisme is duidelijk niet het juiste antwoord om deze crisis het hoofd te bieden – integendeel zelfs. Meer dan ooit hebben onze bedrijven behoefte aan open markten, zowel intern binnen de Unie, als op mondiaal niveau.

Dit brengt mij bij de G20-top in Londen. De Europese Raad zal het standpunt van de Unie voorafgaand aan de G20-top vaststellen. We willen dat dit een ambitieuze top wordt. Falen is geen optie.

De leiders zullen zich buigen over de vooruitzichten voor groei en werkgelegenheid alsook over de hervorming van het mondiale financiële systeem en van de internationale financiële instellingen. Ze zullen zich ook buigen over de specifieke uitdagingen waar de ontwikkelingslanden mee worden geconfronteerd. De EU is actief op al deze terreinen en zou dus zeer goed in staat moeten zijn om ervoor te zorgen dat de internationale gemeenschap de juiste beslissingen neemt.

Het andere belangrijke punt op de agenda van de Europese Raad van volgende week is de energiezekerheid. De recente energiecrisis heeft, zoals we eerder dit jaar hebben kunnen zien, maar al te duidelijk laten zien dat we ons beter moeten wapenen om toekomstige problemen in de energievoorziening het hoofd te bieden.

De Commissie heeft een aantal zeer nuttige elementen aangedragen in haar tweede strategische toetsing van het energiebeleid. Op basis van deze toetsing wil het voorzitterschap tijdens de Europese Raad overeenstemming bereiken over een reeks concrete beleidsvoornemens die tot doel hebben de communautaire energiezekerheid op de korte, middellange en lange termijn te verbeteren.

Op de korte termijn betekent dit dat er concrete maatregelen voorhanden zijn waar een beroep op kan worden gedaan als we plotseling met een nieuwe verstoring van de gaslevering worden geconfronteerd. Het betekent ook dat er zo snel mogelijk een begin gemaakt moet worden met infrastructurele projecten voor het versterken van koppelingen van energienetwerken – dit is beslist van essentieel belang.

Op de middellange termijn betekent dit dat we onze wetgeving inzake onze olie- en gasvoorraden moeten aanpassen om ervoor te zorgen dat de lidstaten verantwoordelijk en solidair optreden. Het betekent ook dat er passende maatregelen moeten worden genomen om de energie-efficiëntie te verbeteren.

Op de lange termijn betekent het dat we onze energiebronnen, leveranciers en aanvoerroutes moeten diversifiëren. We moeten samenwerken met onze internationale partners om de energiebelangen van de Unie te beschermen. We moeten een volwaardige interne elektriciteits- en gasmarkt tot stand brengen. Zoals u weet, hoopt het voorzitterschap ten zeerste dat deze wetgeving nog voor de Europese verkiezingen kan worden afgerond.

Tijdens de Raad van volgende week wordt ook gesproken over de voorbereidingen voor de conferentie van Kopenhagen over klimaatverandering. We blijven ons inzetten voor een wereldwijde, allesomvattende overeenkomst in Kopenhagen in december. De Commissiemededeling van januari vormt daarvoor een nuttige basis. Het is alleszins duidelijk dat klimaatverandering een uitdaging is die alleen via een gecoördineerde wereldwijde inspanning het hoofd kan worden geboden.

Ten slotte zal de Europese Raad ook het startsein geven voor het oostelijk partnerschap. Dit belangrijke initiatief zal stabiliteit en welvaart op het hele continent helpen bevorderen. Het zal ook bijdragen aan het versnellen van de hervormingen en zorgen voor versterking van ons engagement om met deze landen samen te werken.

Dit partnerschap omvat een bilaterale dimensie, die is afgestemd op elk partnerland. Het voorziet in het onderhandelen over associatieovereenkomsten die verstrekkende en alomvattende vrijhandelszones zouden kunnen omvatten.

Het multilaterale traject zal een nieuw kader bieden om gemeenschappelijke problemen aan te pakken. Er zullen vier beleidsplatforms zijn: democratie, goed bestuur en stabiliteit; economische integratie; energiezekerheid; en ten slotte, maar daarom niet minder belangrijk, interpersoonlijke contacten.

U zult uit deze presentatie begrijpen dat er tijdens de Europese Raad van volgende week vele essentiële zaken aan de orde zullen komen. We staan voor een groot aantal serieuze uitdagingen, niet in de laatste plaats de huidige economische crisis. Het Tsjechische voorzitterschap wil ermiddels het leiderschap van premier Topolánek voor zorgen dat de vergadering van volgende week door praktische maatregelen aantoont dat de Europese Unie blijft hechten aan haar idealen en dat zij deze uitdagingen gezamenlijk op gecoördineerde wijze en in een geest van verantwoordelijkheid en solidariteit zal aangaan.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso , voorzitter van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, Raadsvoorzitter, mijnheer Vondra, geachte afgevaardigden, we maken woelige tijden door.

Een economische crisis van deze omvang heeft overal in Europa voelbare gevolgen voor gezinnen, voor werknemers, voor alle lagen van de bevolking en voor bedrijven. Banen gaan verloren en onze sociale modellen worden op de proef gesteld. Ook zet de crisis alle leiders onder zware politieke druk.

Deze spanningen gaan aan de Europese Unie niet voorbij. Daarom heeft ze besloten alle middelen waarover ze beschikt aan te wenden om de crisis en de gevolgen ervan voortvarend aan te pakken, door gebruik te maken van haar sterke punten: Europese instellingen en lidstaten die in een op de rechtsstaat gebaseerde gemeenschap samenwerken om gezamenlijke oplossingen aan te dragen voor gemeenschappelijke problemen.

Geachte afgevaardigden, wij hebben in de afgelopen zes maanden al een heleboel gedaan om de crisis waarmee we geconfronteerd worden te bestrijden. In het najaar hebben we een ineenstorting van het financiële stelsel af weten te wenden; we hebben bijgedragen aan het opzetten van een internationaal proces met de G20; wij hebben als een van de eerste het accent gelegd op de reële economie door in december overeenstemming te bereiken over een herstelplan; met de tenuitvoerlegging van de voornaamste aanbeveling uit dit plan – een ongekende begrotingsstimulans op Europees niveau – is inmiddels een begin gemaakt. Deze steun aan de reële economie bedraagt in totaal 3,3 procent van het bbp en omvat een wezenlijke bijdrage van de Europese begroting.

Het herstelplan voorziet bijvoorbeeld in versnelde voorschotten uit de structuurfondsen ter waarde van 6,3 miljard euro in 2009, bovenop de reeds vastgelegde 5 miljard euro.

De in de afgelopen zes maanden getroffen maatregelen sluiten naadloos aan op de strategie van Lissabon voor groei en werkgelegenheid. De structuurhervormingen, die van groot belang zijn geweest voor het versterken van onze economieën, moeten worden voortgezet omdat ze tevens bijdragen aan het op peil houden van de kortetermijnvraag, maar we moeten nu overgaan naar het volgende stadium met verdergaande maatregelen ter bestrijding van de crisis.

We hebben maatregelen nodig die beter gecoördineerd zijn en op grotere schaal effect sorteren. Het moment is daar om een tandje bij te zetten in onze reactie op de crisis. Ik denk dat we echt moeten inzien dat dit een nieuw type crisis is en dat we een crisis van deze omvang en van deze diepte nooit hadden kunnen voorzien.

Dat zal de missie van de Europese Raad volgende week zijn. Met de nadrukkelijke steun van het Tsjechische voorzitterschap, dat ik wil bedanken voor zijn inzet en perfecte samenwerking met de Commissie, ben ik ervan overtuigd dat we vooruitgang zullen boeken op vier terreinen die de Commissie enkele dagen geleden in haar mededeling heeft genoemd: de financiële markten, de reële economie, werkgelegenheid en de sociale dimensie, en de wereldwijde dimensie via de G20.

De informele top van 1 maart – die voor een heel groot deel te danken is aan het doeltreffende voorzitterschap van premier Mirek Topolánek – heeft reeds de weg geëffend voor een succesvolle Europese Raad. Het doet me deugd dat het voorbereidende werk van de Commissie zo positief is ontvangen. Onze richtsnoeren voor giftige activa, onze mededeling over de automobielsector en het verslag waarmee ik Jacques de Larosière en zijn groep op hoog niveau heb belast hebben de lidstaten in staat gesteld consensus te bereiken, zodat ze zich achter gemeenschappelijke standpunten kunnen scharen.

Ik ben blij met de brede steun die zich binnen het Europees Parlement aftekent voor deze activiteiten, getuige de verslagen waarover we hedenochtend debatteren: het verslag–Ferreira over het economisch herstelplan, het verslag–Andersson over de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid en het verslag–Kirilov over het cohesiebeleid.

Deze verslagen en de resoluties waarover uw Parlement deze week zal stemmen, met name die van de coördinatiegroep Lissabonstrategie, leveren naar mijn idee een cruciale bijdrage aan de Europese Raad. Aan de vooravond van de top van Londen kunnen ze de positie van Europa op het wereldtoneel alleen maar versterken, en dat juich ik toe.

(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag kort ingaan op drie onderwerpen die naar mijn mening als richtsnoer moeten dienen voor het werk van deze Europese Raad: het stabiliseren van de financiële markten, het opnieuw leven inblazen van de reële economie en mensen door de crisis heen helpen.

Laten we eerst eens kijken naar het financiële stelsel. Ja, om acute problemen aan te pakken zijn er onmiddellijke maatregelen nodig. Na onze initiatieven met betrekking tot herkapitalisatie en garanties, zijn onze richtsnoeren over giftige activa specifiek gericht op wat nu als het belangrijkste struikelblok wordt aangemerkt, namelijk het belemmeren van de kredietstroom. Ik ben van mening, zoals het ook in onze mededeling verwoord is, dat zonder het bankstelsel op te schonen de kredietstroom naar de reële economie zich niet zal herstellen.

Maar, zoals al vaak betoogd in dit Parlement, we moeten ook het vertrouwen herstellen via een ingrijpende herziening van onze regelgeving. Om die reden hebben we een gedetailleerd tijdschema opgezet voor nieuwe regelgevingsvoorstellen. Volgende maand komt de Commissie met nieuwe voorstellen met betrekking tot hedgefondsen, private equity en de betaling van bestuurders.

Maar we moeten ook het toezicht herzien. Zoals u zult hebben vernomen uit de mededeling die de Commissie afgelopen woensdag heeft aangenomen en die ik de dag daarna heb kunnen bespreken met uw Conferentie van voorzitters, zou de Commissie graag zien dat het verslag van de Larosière versneld wordt uitgevoerd. We zullen de algehele opzet daarvoor eind mei presenteren met het oog op de goedkeuring door de Europese Raad in juni, en in de herfst zullen we met wetgevingsvoorstellen komen.

Meer in het algemeen kan worden gesteld dat de toepassing van kortetermijnmaatregelen voor doelstellingen op lange termijn, buiten de financiële systemen om, dubbele winst zal opleveren. Het zal ons sterker maken wanneer de economie weer opleeft, gereed om de uitdaging van concurrentiekracht en een koolstofarme economie aan te gaan.

Kijk maar eens naar de energiezekerheid. Het feit dat we ons in een economische crisis bevinden, doet niets af aan onze afhankelijkheidsproblemen. Integendeel, en ik verwelkom het besluit van premier Topolánek om een debat over dit vraagstuk te voeren. Dit is van centraal belang voor waar we mee bezig zijn. Investeren in de infrastructuur zorgt op dit moment voor een stimulans die uiterst noodzakelijk is voor de Europese economie. Maar het maakt ons ook sterker en concurrerender in de toekomst. Daarom is uw steun, de steun van het Europees Parlement voor de stimulans van 5 miljard euro voor energie- en breedbandprojecten zo waardevol – des te meer nog daar ik me eerlijk gezegd nogal zorgen maak over de stand van zaken in de Raad, waar we nog niet de vooruitgang boeken die ik graag zou zien.

Natuurlijk weten we allemaal dat de communautaire begroting met minder dan 1 procent van het bbp slechts een beperkte bijdrage kan leveren aan een stimulans voor de gehele Europese Unie. Het geld moet in principe uit de nationale begrotingen komen. Maar om iets te kunnen bereiken, moeten wij in Europees perspectief alle nationale instrumenten inzetten. De gemeenschappelijke markt is het best denkbare platform voor herstel. In 2006 alleen al was Europa dankzij de gemeenschappelijke markt 240 miljard euro, wat neerkomt op 518 euro per Europese burger, rijker.

De Europese Raad moet zijn centrale plaats in onze herstelstrategie verstevigen door overeenstemming te bereiken over beginselen die aan het Europees herstel vorm moeten geven, waaronder een gezamenlijke verplichting tot openheid en het bieden van gelijke kansen voor iedereen, zowel intern als extern. De Raad moet dus protectionisme afwijzen, maar de gemeenschappelijke markt, de motor van onze welvaart, natuurlijk wel beschermen.

Maar bovenal moeten we erkennen dat het hier niet gaat om economische theorieën of droge statistiek. Deze crisis heeft nu, op dit moment, ingrijpende gevolgen voor de mensen, met name voor de meest kwetsbare in Europa. Daarom zijn de sociale gevolgen van deze crisis, met name het probleem van de toenemende werkloosheid, mijn allergrootste zorg – en verreweg de belangrijkste beproeving waar we mee geconfronteerd worden.

We moeten onze energie richten op de werkgelegenheid en mensen helpen de crisis te doorstaan. Dit vereist vastberadenheid en verbeeldingskracht. We moeten bedrijven helpen om werknemers in dienst te houden, op inventieve wijze gebruik te maken van scholing om tegemoet te komen aan de behoeften op lange en korte termijn, en we moeten degenen die inmiddels geen werk meer hebben, hulp bieden. We moeten ervoor zorgen dat we zo goed mogelijk gebruik maken van de nationale maatregelen om de meest kwetsbaren bij te staan. Maar we moeten ook de beschikbare Europese instrumenten, van het Sociaal Fonds tot het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, optimaal benutten.

Het proces dat we nu op gang brengen met het oog op de werkgelegenheidstop in mei, biedt ons twee maanden waarin we intensief kunnen werken aan het maken van plannen te maken, en zo mogelijk, het ontwikkelen van nieuwe en ambitieuzere strategieën om het werkloosheidsprobleem aan te pakken. We moeten deze tijd goed gebruiken.

Hoewel er weinig tijd is, vind ik dat we moeten proberen een proces op te zetten in de aanloop naar deze top waarbij veel meer partijen betrokken zijn: de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en parlementariërs. Het is bijzonder belangrijk dat we gebruik maken van uw bevoorrecht inzicht in wat er zich werkelijk afspeelt in het veld. Met deze benadering van een gezamenlijke inzet van onze middelen en gecoördineerde maatregelen op alle niveaus – op Europees niveau, op nationaal niveau, op regionaal niveau en op het niveau van de sociale partners – zullen we sneller en, naar mijn mening, sterker uit de crisis komen.

Ook zullen we een grotere rol spelen op het wereldtoneel. Het is geen toeval dat in de voorstellen die we hebben gedaan voor het standpunt van de Europese Unie voor de G20, nog heel veel doorklinkt van onze benadering binnen Europa. Ze zijn gebaseerd op dezelfde principes. Met een eensgezind EU-optreden in de G20 zullen ze een belangrijke rol spelen en zal de Europese Unie – als de lidstaten bereid zijn om echt samen te werken – in een zeer goede positie zijn om het mondiale antwoord op deze crisis vorm te geven.

Op dit moment moet Europa zijn kracht vinden in cohesie, in coördinatie, in echte praktische solidariteit. Daarvoor moeten we allemaal nauw samenwerken tijdens de uitvoering van deze hersteltaak en nauw met elkaar in contact blijven, en dus ook met dit Parlement.

Ik zie ernaar uit om dit alles te realiseren als we ons in de komende weken en maanden allemaal voor het herstel zullen inzetten.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira, rapporteur. (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dames en heren, de huidige crisis is de ergste crisis die de Europese Unie ooit heeft meegemaakt. En het einde is helaas nog lang niet in zicht. Het regent nog steeds faillissementen en de werkloosheid blijft toenemen. Nooit eerder is het Europese project zo zwaar op de proef gesteld. Ons gezamenlijke antwoord is niet alleen beslissend voor de soliditeit van het herstel, maar waarschijnlijk ook voor de voortzetting van het Europees project zelf, of althans voor het tempo waarmee we onze Unie zullen verdiepen en uitbreiden.

Wij hebben de Europese Unie niet tot stand gebracht om haar in tijden van voorspoed te beperken tot één grote markt noch om in tijden van crisis terug te grijpen naar het nationale egoïsme onder de leus “ieder voor zich”. Het Europees project is een politiek project dat garanties biedt voor vrede, vrijheid en democratie. Vanuit economisch oogpunt is het echter gebaseerd op zowel concurrentie als solidariteit en samenhang. Sterker nog, in feite heeft het Europees project zijn bestaan te danken aan het vermogen om kwaliteit en kans op vooruitgang te bieden aan alle burgers, ongeacht hun herkomst.

Op dit moment, in volle crisis, verwachten de burgers dat Europa hen beschermt en maatregelen neemt om hen snel door deze kritieke fase te loodsen en de maatschappelijke gevolgen zoveel mogelijk te verlichten. Zij verwachten dat Europa hen helpt om de weg naar de toekomst terug te vinden en de werkgelegenheid en bedrijvigheid nieuw leven in te blazen op basis van nieuwe en duurzamere ontwikkelingspatronen.

De Lissabonagenda en de milieuverplichtingen zijn inspirerende voornemens, maar het is hoog tijd dat deze intenties concreet worden ingevuld en tot daden leiden. In dit verband spreekt het Parlement met heldere, luide en goed hoorbare stem tot de Raad en de Commissie. Deze gezamenlijke wil is duidelijk tot uiting gekomen in de consensus die wij tijdens de stemming in de Commissie economische en monetaire zaken hebben bereikt. Ik hoop dat dit hier vandaag in de stemming in het Parlement zal worden bevestigd.

De verschillende rapporteurs en de verschillende fracties hebben de handen ineengeslagen, en ik hoop dat onze boodschap overkomt en op correcte wijze door de Commissie wordt geïnterpreteerd.

In deze context wens ik mijn dank te betuigen aan de schaduwrapporteurs, en met name aan de heer Hökmark en aan mevrouw In ’t Veld. Ik hoop dat de stemming van vandaag ons in de gelegenheid zal stellen deze boodschap met dezelfde vastberadenheid te bekrachtigen en uit te dragen.

Op dit moment is het vooral van belang dat wij lering trekken uit de oorzaken van de crisis. Het verslag van de Larosière is in dit opzicht een uitermate belangrijke leidraad die wij voortdurend in het oog moeten houden. Het biedt een uitstekend vertrekpunt voor onze werkzaamheden, vooral ook omdat het vele eerder in dit Parlement geformuleerde voorstellen omvat. De conclusies van het verslag moeten de Commissie echter aanzetten tot onmiddellijke actie volgens een welbepaald tijdschema. Het is tevens essentieel dat de Europese Unie op dit gebied een duidelijk standpunt inneemt tijdens de volgende vergadering van de G20.

In dit verband vestig ik uw aandacht op een reeks elementen die mijns inziens een symbolisch karakter hebben. Zo hoop ik dat het Parlement zich vandaag resoluut zal uitspreken tegen de offshore-systemen en de belastingparadijzen. Het volstaat evenwel niet om fouten uit het verleden te corrigeren, zeker niet waar het gaat om financiële regelgeving en toezicht. Het kwaad is geschied, dus hebben wij een herstelplan nodig dat in overeenstemming is met de verantwoordelijkheden van de Europese Unie. Wij verwelkomen het snelle initiatief van de Commissie, maar wij beseffen − laten we duidelijk zijn − dat de huidige middelen en beleidsinstrumenten volkomen ontoereikend zijn.

Het Parlement verleent de Commissie zijn steun voor de flexibilisering, anticipatie en versoepeling van de beschikbare instrumenten, maar wij mogen niet vergeten dat 85 procent van de thans beschikbare middelen in handen is van landen die deel uitmaken van de Europese Unie. De onderlinge verschillen tussen de landen van de Unie zijn echter groter dan ooit tevoren. Sommige lidstaten beschikken over voldoende macht en instrumenten om de crisis aan te pakken, terwijl andere bijzonder kwetsbaar zijn en het met een lege gereedschapskist moeten doen. Er zijn landen waar geen enkele nationale bewegingsruimte bestaat, landen die niet in staat zijn het hoofd te bieden aan de uiterst hevige krachten van zowel de interne markt en de eenheidsmunt als de mondialisering. De nieuwe landen die zich onlangs bij het Europese project hebben aangesloten, behoren tot deze groep en hebben het het zwaarst te verduren.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik denk dat de boodschap van het Parlement op dit moment uiteenvalt in een reeks zeer duidelijke en zeer concrete boodschappen waaraan evenwel een gemeenschappelijke gedachte ten grondslag ligt. En die gemeenschappelijke gedachte is ons doel: wij hebben mensen, banen en nationale middelen, maar ook Europese middelen, nodig om aan de verwachtingen van de burgers tegemoet te komen en de dynamiek, de groei en de solidariteit in de Europese ruimte te herstellen.

 
  
MPphoto
 

  Jan Andersson, rapporteur. (SV) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte commissaris, er heeft enige discussie plaatsgevonden over de vraag of en in hoeverre de werkgelegenheidsrichtsnoeren moeten worden geamendeerd. Dat is geen bijzonder belangrijke discussie, want binnen de werkgelegenheidsrichtsnoeren zijn er allerlei manieren om op te treden. Het probleem van dit moment is het gebrek aan slagvaardigheid. We hadden – en hebben – een financiële crisis, die is overgegaan in een economische crisis, en nu slaat de werkgelegenheidscrisis toe, en in de toekomst zullen we sociale problemen krijgen.

Het is goed dat er in mei een top over werkgelegenheid wordt georganiseerd, maar we moeten de werkgelegenheidsvraagstukken niet isoleren van de economische vraagstukken. Daarom moeten ze in de discussie worden meegenomen. Ik vind dat er onvoldoende en te laat is gereageerd. 1,5 procent van het bbp van de lidstaten – dat was het correcte percentage op het moment van spreken, maar op dit moment is de crisis erger dan we toen dachten. Er is meer actie nodig, meer gecoördineerde actie – zeker meer dan 2 procent – om die crisis aan te kunnen. Het gevaar dat we niet genoeg doen of dat we het te laat doen is veel en veel groter dan het gevaar dat we te veel doen, want dat zal resulteren in meer werkloosheid en in minder belastinginkomsten, wat de sociale problemen in de lidstaten nog zal verergeren.

Wat moeten we doen? Dat weten we heel goed. We moeten datgene wat op de korte termijn goed is in de strijd tegen de werkloosheid combineren met maatregelen voor de lange termijn. Daarbij gaat het om milieu-investeringen, om nieuwe infrastructurele projecten, om energie-efficiëntie in woningen, en om onderwijs, onderwijs en nog eens onderwijs.

We hebben gesproken over levenslang leren. Daar hebben we nooit voldoende aan gedaan, maar nu hebben we de kans om ons krachtig in te zetten voor onderwijs. We moeten ook de vraag stimuleren en dan moeten we ons wenden tot de groepen die van de fondsen gebruik zullen maken om onderwijs te volgen: werklozen, gezinnen met kinderen, gepensioneerden en anderen die meer geld zullen gebruiken om onderwijs te volgen.

We moeten al het mogelijke op EU-niveau doen en we moeten proberen om het Sociaal Fonds en het Globaliseringsfonds zo te gebruiken dat de middelen in de lidstaten terechtkomen. Maar als we eerlijk zijn, dan weten we dat de bulk van de financiële middelen zich in de lidstaten bevindt, en als de lidstaten niet voldoende en niet voldoende gecoördineerd optreden, zullen we niet slagen. Als we om ons heen kijken en inventariseren wat de lidstaten hebben gedaan, is er maar één land dat op 1,5 procent uitkomt, en dat is Duitsland, dat oorspronkelijk niet het land was dat in de frontlijn stond als het op daden aankwam. Andere landen, bijvoorbeeld de Scandinavische landen, waar ik vandaan kom, leveren heel weinig inspanningen, ook al is hun economische positie goed.

Dan kom ik nu toe aan de sociale gevolgen. Die hebt u genoemd, en ze zijn bijzonder belangrijk. Ze hebben niet alleen invloed op de socialezekerheidsstelsels maar ook de publieke sector. De publieke sector is dubbel belangrijk voor zaken als kinderzorg, ouderenzorg en sociale zekerheid, maar de publieke sector is ook belangrijk voor de werkgelegenheid. Heel veel mensen zijn werkzaam in de publieke sector en we moeten ervoor zorgen dat die sector voldoende financiële middelen heeft.

Ik wil het ook nog even hebben over jongeren. De jongeren komen op dit moment vanuit hun opleiding direct in de werkloosheid terecht. We moeten voor jongeren mogelijkheden scheppen voor werk of vervolgopleidingen en dergelijke. Anders halen we ons problemen voor de toekomst op de hals. Tot slot: we moeten actie ondernemen. We moeten solidaire actie ondernemen, we moeten nú actie ondernemen en we moeten actie ondernemen met voldoende inzet.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Evgeni Kirilov, rapporteur.(BG) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Vondra en mijnheer Barroso, ik dank u. Dit verslag, 'Cohesiebeleid: investeren in de reële economie', heeft niet veel tijd in beslag genomen. Los daarvan hebben we een document opgesteld dat unaniem is goedgekeurd en ondersteund. Dit prachtige resultaat was niet mogelijk geweest zonder de betrokkenheid en de hulp van mijn collega's in de commissie, de schaduwrapporteurs en de samenwerking tussen de fracties, waarvoor ik iedereen wil bedanken.

Ik wil nader ingaan op de belangrijkste punten van dit verslag. Ten eerste worden in dit verslag alle door de Europese Commissie voorgestelde maatregelen ondersteund ter bespoediging en vereenvoudiging van de tenuitvoerlegging van de structuurfondsen, waaronder het verrichten van meer voorschotbetalingen en het invoeren van flexibeler regelingen voor de terugbetaling van uitgaven en dergelijke. Deze maatregelen zijn noodzaakelijk omdat juist nu adequaat moet worden gereageerd op de economische crisis: investeren in de reële economie, scheppen en behouden van arbeidsplaatsen en stimuleren van ondernemerschap. Deze maatregelen zijn echter niet het enige signaal dat we effectiever en efficiënter moeten optreden. Gebruikers van EU-fondsen dringen al lang aan op voorstellen ter vereenvoudiging van de regelgeving. Zij wachten er al lange tijd op en de voorstellen vloeien voort uit de aanbevelingen die wij en de Europese Rekenkamer hebben gedaan.

Ten tweede is er het cohesiebeleid en het solidariteitsbeleid. Wij willen dat solidariteit niet alleen in woorden wordt beleden, maar ook in daden wordt omgezet. De Europese economieën zijn onderling van elkaar afhankelijk en de negatieve effecten van de crisis raken dan ook iedere economie. We moeten deze effecten een halt zien toe te roepen met positieve resultaten die veel voordeel zullen opleveren en zullen worden benut om de doelstellingen voor groei en ontwikkeling te verwezenlijken die in de strategie van Lissabon zijn vastgelegd. De sociale standaarden voor EU-burgers moeten intact blijven en we moeten de sociaal minder bedeelden beschermen. Er mag geen concurrentievervalsing ontstaan en we moeten ons blijven inzetten voor milieubescherming. In dit verband is maximale solidariteit en cohesie nodig, zodat we samen sneller een weg uit de crisis weten te vinden.

Ten derde moeten we de nodige lessen uit de huidige crisis trekken en de getroffen maatregelen niet als op zichzelf staand beschouwen. We moeten de gemaakte fouten en de opgedane ervaring blijven analyseren. Ook moeten we doorgaan met vereenvoudiging van de procedures. Regelgeving moet duidelijker worden, informatie moet toegankelijker worden, administratieve lasten moeten lichter worden en procedures moeten transparanter worden. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat er minder fouten worden gemaakt en dat er zo min mogelijk ruimte is voor misbruik en corruptie.

Tot slot zou ik de Raad willen vragen de voorgestelde maatregelen ter bespoediging en vereenvoudiging van het gebruik van de structuurfondsen zo snel mogelijk goed te keuren. Ik roep de leden van de Europese Commissie tevens op de gevolgen van de nieuwe maatregelen te volgen en met nieuwe suggesties te komen, en het proces als geheel op de voet te volgen. Als laatste wil ik de centrale rol van de lidstaten benadrukken: zij moeten zorgen dat er actie wordt ondernomen en met de tenuitvoerlegging van het cohesiebeleid echte resultaten worden bereikt. Er zij nogmaals op gewezen dat we solidariteit vertaald moeten zien in daden.

 
  
MPphoto
 

  Salvador Garriga Polledo, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, namens de Begrotingscommissie wil ik sterk benadrukken dat dit economisch herstelplan veel meer een intergouvernementele dan louter een communautaire dimensie heeft, en dat het de financiële grenzen van de Europese Unie duidelijk aangeeft.

Vanuit de Gemeenschap gaan wij 30 000 miljoen euro gebruiken, een bedrag dat in de praktijk ter beschikking wordt gesteld door de Europese Investeringsbank. Wat betreft de 5 000 miljoen euro, die strikt genomen behoren tot de communautaire begroting, stuiten wij op grote problemen.

Er komen geen nieuwe middelen beschikbaar; er vindt slechts een herverdeling van de reeds bestaande middelen plaats. Wij zijn het er volledig mee eens dat we terugvallen op de Europese Investeringsbank, maar wij drukken onze bezorgdheid uit omdat we de Europese Investeringsbank met veel verplichtingen opzadelen, terwijl niet gegarandeerd is of ze uitgevoerd kunnen worden.

Tot slot betreuren wij dat de Raad geen akkoord weet te bereiken over de 5 000 miljoen euro die bestemd zijn voor energie-koppelingsprojecten en breedbandinternet op het platteland.

Wij denken dat de ongebruikte marges niet aangesproken moeten worden, maar dat de Europese Commissie en de Raad hun uiterste best moeten doen om de middelen te gebruiken die hun uit het interinstitutioneel akkoord zelf ter beschikking staan.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Morin , rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, Commissievoorzitter, vanochtend wil ik u graag deelgenoot maken van het unanieme advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, want met dit herstelplan willen wij echt werk maken van sociale cohesie. Sociale cohesie staat of valt met opname in het arbeidsproces; het is dus allereerst zaak de banen van alle werknemers te behouden en werklozen weer aan het werk te krijgen, onder meer door binnen het fonds voor aanpassing aan de globalisering het accent te leggen op nieuwe opleidingen, zodat de beroepsbevolking klaar is voor de periode na de crisis.

Op korte termijn moeten we mensen dan ook aan het werk houden. Op middellange termijn moeten we werknemers beter opleiden voor als de crisis achter de rug is; en op lange termijn moeten we innoveren, onder meer binnen maatschappelijke organisaties via werkgeversgroepen.

Europa kan niet om innovatie heen om de mondialisering het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul , namens de PPE-DE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, de Europese Raad van volgende week moet geen top als alle andere zijn. Het moet geen routinetop worden. De Europese burger verwacht er concrete signalen van, en mijn parlementaire fractie ook.

Bij deze top moet Europa de crisis krachtig en vastberaden tegemoet treden. Deze kracht is in het verleden gebleken toen Europa de regels van de sociale markteconomie invoerde, hetgeen de schade beperkt die wordt aangericht door een ongekende crisis die alle regio’s in de wereld tegelijkertijd treft. En van deze kracht heeft Europa blijk gegeven door tien jaar geleden een munteenheid in te voeren, de euro, die momenteel voor het eerst echt op de proef wordt gesteld, maar overeind blijft.

Maar een krachtig Europa moet geen protectionistisch Europa zijn. Het Europa dat door middel van zijn regels bescherming biedt moet geen vesting zijn, want we geraken niet uit de crisis door ons in onszelf te keren. We moeten juist streven naar openheid en aangeven waar we voor staan. De kracht van Europa in zwaar weer, meer nog dan bij een wolkenloze hemel, is dat het opkomt voor onze medeburgers en voor de meest kansarmen onder hen, en bovenal dat het dit eensgezind doet.

Samen met de Commissie, met José Manuel Barroso, waarvan ik het pakket maatregelen naar aanleiding van het verslag van de Larosière toejuich, spant Europa zich in om het bankwezen te redden.

Europa spant zich in en wij scharen ons achter deze pogingen, niet, zoals sommigen ons willen doen geloven, om de banen van de traders te redden, maar om een algehele ineenstorting van onze hele economie af te wenden en omdat duurzaam herstel alleen mogelijk is met een gezond bankwezen.

De inspanningen van Europa werpen hun vruchten af, en ik ben blij met het gisteravond bereikte akkoord over verlaagde btw-tarieven voor de horeca en de bouwsector, over echt toezicht op de financiële markten, over het behouden van banen, over het handhaven of herstellen van het vertrouwen en over het waarborgen van een toekomst voor Europeanen.

Geachte collega’s, ik heb het gehad over kracht, ik heb het gehad over eensgezindheid en ik heb het gehad over doeltreffendheid, maar de raison d’être, de drijfveer achter dit alles, is wel degelijk solidariteit. Dat is het Europa van Jean Monnet en al zijn grondleggers. Wat zou het voor zin hebben gehad om Europa tot stand te brengen na de laatste oorlog en er zestig jaar later, wanneer de ernstigste economische crisis sinds 1929 zich aandient, de brui aan te geven omwille van de “ieder voor zich”-benadering?

Onze medeburgers vragen zich soms af waar Europa toe dient. Aan ons om te laten zien dat Europa solidair is met zijn 500 miljoen burgers, waarvan velen te lijden hebben onder deze crisis, en solidair met de landen van de Unie – ik denk aan Ierland, Hongarije en andere landen die ernstige moeilijkheden ondervinden.

Ik verzoek namens mijn fractie alle staatshoofden en regeringsleiders van de 27 lidstaten om niet toe te geven aan de verleiding van isolationisme dat – en ik kies mijn woorden met zorg – suïcidaal zou zijn voor al onze lidstaten.

Ik verzoek de heer Vondra, de heer Barroso, en ook u, mijnheer Pöttering, om binnen de Europese Raad de stem van ons Parlement te laten horen, om te kiezen voor solidariteit en innovatie. Ja, innovatie, want ik ben ervan overtuigd dat we deze crisis alleen te boven zullen komen als we nieuwe middelen aanwenden en op grote schaal investeren in de kenniseconomie, in onderzoek en in ontwikkeling.

We moeten zo snel mogelijk profijt trekken van het geweldige potentieel waarover de Europese Unie beschikt op het gebied van nieuwe milieutechnologieën, want voor deze groene innovaties moet een plaats ingeruimd worden in alle Europese beleidslijnen. Dit zou het herstel van de economie een echte industriële impuls geven.

De wettelijke obstakels op de interne markt, die de ontwikkeling van deze technologieën nog altijd in de weg staan, moeten zo snel mogelijk worden weggenomen. Een echte interne markt voor hernieuwbare energiebronnen met duidelijke spelregels moet tot stand worden gebracht, want in een crisis zal niets bij het oude blijven en we moeten ons voorbereiden op deze nieuwe situatie. Dat is het idee van de Lissabonstrategie en, inmiddels, van de post-Lissabon-strategie.

Mijn parlementaire fractie, net als centrumrechts in Europa, is een verantwoorde politieke organisatie. Wij zijn vóór een economie met regels, wij zijn vóór een sociale markteconomie. Daardoor zijn demagogie en populisme voor ons uit den boze, en voelen we ons verplicht tot eerlijkheid jegens de Europese burger. Ik hoop dat de volgende Europese Raad zich zal laten inspireren door deze benadering.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb alle respect voor de heer Vondra, maar in een situatie zoals deze is het onaanvaardbaar dat de fungerend voorzitter van de Raad niet zelf aanwezig is. Daaruit blijkt echter ook wel hoe hij zijn rol in deze situatie ziet.

(Applaus)

We hebben veel oude vertrouwde uitspraken opnieuw beluisterd. Die horen we nu al maanden, en kunnen goed als tekstblokken worden gebruikt. Beste Joseph, ik mag wel zeggen dat je een schitterende toespraak hebt gehouden! Als je zo doorgaat gaan jouw kiezers in Lipsheim en in Pfettisheim nog denken dat je lid van de Franse Communistische Partij bent geworden – dat klonk allemaal prachtig. Maar nu moeten we de daad bij het woord voegen. Nu moeten we de nodige besluiten nemen. Tijdens de Europese Raad moet er meer gebeuren. De crisis wordt al ernstiger. Er gaan banen verloren. In de afgelopen zes maanden hebben we veertig miljard euro vernietigd! Daardoor is velen het brood uit de mond gestoten. Daardoor gaat er werkgelegenheid verloren, en dat is een bedreiging voor het overleven van ondernemingen. Dat betekent dat de economie van hele landen over de kop kan gaan. En dan zijn er nog de fraaie besluiten tijdens uw Raad dat er dit jaar, respectievelijk volgend jaar, 1,5 procent van het bruto binnenlands product beschikbaar moet worden gesteld. Drie landen hebben dat tot nu toe gehaald, maar vierentwintig andere dus nog niet. Groot-Brittannië, Duitsland en Spanje hebben het gehaald - alle drie trouwens onder druk van sociaaldemocraten en socialisten – de anderen niet. U moet meer doen! Vertel dat de afwezige fungerend voorzitter van de Raad!

Mijnheer de voorzitter van de Commissie, u hebt een prachtige toespraak gehouden, dat is fantastisch, en daar staan wij volledig achter. Solidariteit tussen lidstaten is absoluut nodig. Solidariteit is voor ons sociaaldemocraten en socialisten het centrale concept in deze situatie, sociale solidariteit binnen de landen, maar ook solidariteit tussen de landen, solidariteit binnen de eurozone, en solidariteit tussen de landen die deel uitmaken van de eurozone en de landen erbuiten. De Commissie moet erop aandringen dat de lidstaten werkelijk solidariteit betuigen.

De Commissie moet nu ook richtlijnen voorstellen voor het toezicht op private equity en hedgefondsen, voor transparante ratingbureaus, voor grenzen voor de salarissen van managers, voor het sluiten van belastingparadijzen. Deze initiatieven moeten nu worden genomen. We hopen en gaan ervan uit dat u daarin zult slagen. En wanneer dat niet meer tijdens deze zittingsperiode kan, zullen we meteen na de verkiezingen weer met al deze eisen op de proppen komen. Wanneer ik namelijk luister naar de managers van Citigroup, die nu weer winst hebben geboekt, wanneer ik luister naar de heer Ackermann van de Deutsche Bank, die in het eerste kwartaal weer winst heeft gemaakt, krijg ik het gevoel dat deze heren denken dat ze gewoon op de oude leest verder kunnen gaan, nadat de staat ze gered heeft. Zo gaat dat echter niet, we moeten nu transparantie en toezicht eisen, om herhaling door deze heren te voorkomen.

Een derde punt: als ik zo luister naar jullie van de PPE-E ben ik zeer geboeid. Het is werkelijk schitterend – jullie vertellen precies wat wij jarenlang hebben verteld, en waar jullie altijd tegen hebben gestemd. En nu zijn jullie plotseling wakker geworden. Maar dan komt ons amendement 92, waarin wij voorstellen om verder te gaan, en wel om voor te schrijven dat iedereen 1,5 procent van het bruto binnenlands product moet investeren, en dan stemt de PPE-DE daar niet voor! Amendement 92 is dus de lakmoesproef, om twaalf uur tijdens de stemming komt voor jullie het uur van de waarheid. Dan nog iets over de solidariteit: je hebt het zelf net gezegd, Joseph Daul, namens je afwezige fractie, knap hoor. We zullen wel zien of jullie voor amendement 102 stemmen, waarin wij voor die solidariteit pleiten.

Nog een laatste opmerking, die voor onze fractie van cruciaal belang is, en wel over amendement 113. Dat gaat over belastingparadijzen. De mannen en vrouwen die ons hier in de restaurants bedienen, de chauffeurs die ons hier rondrijden, het grondpersoneel op de luchthavens dat onze koffers uit het vliegtuig haalt, dat zijn allemaal belastingbetalers, die met hun belastinggeld de gevolgen van het faillissement van de grote banken moeten dragen, omdat de regeringen en de parlementen het van ze eisen. Zij zijn degenen die moeten betalen voor de vangnetten voor de banken en de ondernemingen. En de managers van die grote banken – zoals bij de ING, die gigantische miljardenverliezen boekt – die zichzelf ook nu nog miljoenenbonussen uitbetalen, die zouden dan het recht krijgen om hun geld in belastingparadijzen te stallen en daar geen belasting te betalen? Dat is de klassenstrijd van boven tegen beneden, en wij doen daar in ieder geval niet aan mee! Daarom is de vraag of wij vandaag beslissen dat het Europees Parlement tegen belastingparadijzen is, een sleutelvraag voor de geloofwaardigheid van de PPE-DE en van de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa. Jullie praten als socialisten, om twaalf uur zullen we zien of jullie ook stemmen als socialisten.

Dat zijn de drie eisen die hier op tafel liggen, en ik zeg in alle duidelijkheid: wanneer jullie hier niet mee instemmen, dan komt er geen gezamenlijke resolutie over dit onderwerp. Dan is het motto duidelijk: sociale rechtvaardigheid komt van ons - van de PPE-DE komen alleen holle frasen!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de afgelopen maanden heeft onze Unie meer topontmoetingen gehad dan onze voormalige collega Reinhold Messner, en is ons Parlement getuige geweest van een hele reeks verslagen over het stimuleren van de economie. Maar die topontmoetingen en die verslagen hebben de lidstaten wel de stapstenen gegeven in de rivier van de recessie. Nu moet de Raad deze rivier nog onbevreesd en zonder dralen oversteken. Ik feliciteer de auteurs van de verslagen-Andersson, -Ferreira en -Kirolov. Deze bieden ons een consistent en pragmatisch perspectief in het vooruitzicht van een lawine van werkloosheid met als onderliggende boodschap: banen, banen, banen.

De Lissabonstrategie, richtsnoeren voor werkgelegenheid, het cohesiebeleid – altijd werd daarin gepleit voor flexizekerheid in onze economieën, voor overheidsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling, voor een snelle overgang naar de kenniseconomie. Dit zijn de grondslagen voor een gezonde, dynamische en stabiele banenmarkt.

En vanuit de huidige optiek is één ding voor iedereen duidelijk – behalve misschien voor sommigen hier ter linkerzijde. Het kwam niet door de Lissabonstrategie dat we in de problemen zijn geraakt, maar het zijn juist de lidstaten die zich daar niet mee hebben beziggehouden die nu het zwaarst zijn getroffen en die ook het langst onder de gevolgen van de crisis zullen lijden. Daarom is het nu tijd in een hogere versnelling door te werken aan een ‘Lissabon-plus-programma’ en ook aan werkgelegenheidsrichtsnoeren die een afspiegeling vormen van de realiteiten van onze Unie.

Nationale parlementen, regionale overheden, gemeenten, ze moeten allemaal de mogelijkheden krijgen om die uitdaging aan te gaan, en openlijk aan de schandpaal worden genageld als zij dat niet doen. Evenmin mogen we toestaan dat er getalmd wordt wanneer het gaat om de noodzaak onze planeet te beschermen. De Raad zal zich beraden over het onderhandelingsstandpunt van de EU voor de klimaatconferentie van Kopenhagen. Hoeveel geld zullen de 27 landen uittrekken voor aanpassing en verzachting in de ontwikkelingslanden, mijnheer Vondra? De klimaatverandering stopt niet ineens als de economie stagneert, en de armste landen zullen – nog steeds – te lijden hebben onder onze koolstofconsumptie.

De recessie mag dus niet betekenen dat we niets meer doen. De lidstaten moeten geld vrijmaken om klimaatverandering tegen te gaan en onderwijl groeneboordenbanen scheppen, misschien door gebruik te maken van het geld dat we hebben om, zoals Claude Turmes voorstelt, nog meer middelen te mobiliseren via de EIB of het EIF. Maar de Raad weet dat als het financiële stelsel niet grondig wordt herzien, we opnieuw met de vernietigende werking van de recessie te maken zullen krijgen.

De G20-top van volgende maand heeft tot taak het stelsel in een nieuwe vorm te gieten, en ik ben verheugd over de positieve toon van de Europese leiders toen zij in Berlijn bijeenkwamen. Het IMF dient op doeltreffende wijze te worden gefinancierd, belastingparadijzen moeten aan controle worden onderworpen, en financiële instellingen moeten krachtig worden gereguleerd, waarbij een doeltreffende Europese autoriteit voor financiële dienstverlening toezicht houdt op het systeem: niet om onze economieën terug te slepen naar het verleden, maar om een open, eerlijk en transparant handelssysteem tot stand te brengen dat vrij en rechtvaardig is.

Londen, Parijs, Berlijn: elk wil graag benadrukken dat Europa één front vormt. Maar de voorzitter van de Raad vertelt ons dat er toch nog steeds verschillen blijven bestaan. Ik hoop dat de voorzitter van de Raad hier aan ons verslag zal komen uitbrengen van deze top; hij had hier ook vandaag aanwezig moeten zijn. Maar het kan niet zo zijn dat die verschillen blijven bestaan. De komende weken en maanden hebben we een Europa nodig dat sterk is van geest, snel kan handelen en een gezamenlijk doel voor ogen heeft, gereed om zich te ontdoen van de giftige activa en de schadelijke uitwerking daarvan op de bankbalansen, een Europa dat klaar staat om de werkwijze van banken aan te passen om de kredietwaardigheid te herstellen, en bereid is om te accepteren dat het huidige stimuleringspakket misschien niet voldoende zal zijn. Want het heeft geen zin om het IMF aan te vullen als er geen wereldwijd financieel systeem is om te steunen, en hoewel het niet rechtvaardig is dat de verantwoordelijke lidstaten nu voor de fouten van anderen moeten opdraaien, kan dat de prijs zijn die moet worden betaald om besmetting door het virus van economische ineenstorting te voorkomen.

Kort en bondig gezegd is het noodzakelijk dat de Raad, de Commissie en het Parlement samenwerken: koel, kalm, als collectief, waarbij voorkomen wordt dat de procedure belangrijker wordt dan de doelstelling. Europa kan geen branden meer blijven blussen. De tijd is gekomen voor de fundamentele hervorming die op dit moment voor banen en in toekomst voor veiligheid en zekerheid zal zorgen.

 
  
MPphoto
 

  Cristiana Muscardini, namens de UEN-Fractie.(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de heer Vondra sprak over “verbetering van het toezicht”, maar wij willen informatie over hoeveel OTC-derivaten er nog in handen zijn van Europese banken en hoe groot de schadepost wereldwijd zijn zal. Misschien dat de Commissie en de Raad overgaan tot bevriezing van derivaten - of dat zij dit op zijn minst voorstellen op wereldniveau - en tot opschorting van de handel in deze financiële producten. Is het mogelijk dat die derivaten nog altijd als giftige activa op de genationaliseerde banken drukken en dat we er ons zorgen over moeten maken vanuit het oogpunt van economische groei? Verscherping van het toezicht houdt tevens in dat we niet alleen, zoals de Commissie dat uitdrukte, in staat dienen te zijn de bezem door het bankstelsel te halen en het regelgevende kader te herzien, maar betekent tevens dat we nieuwe voorstellen moeten doen.

Met andere woorden, als we ons zorgen maken over de crisis in de automobielindustrie, dan dienen we ons tevens te bekommeren om kleine en middelgrote ondernemingen en de oneerlijke concurrentie van buiten onze grenzen. De Raad heeft nog niet tot ratificatie en bevordering van de oorsprongsetikettering besloten, het enige systeem dat niet protectionistisch is maar wel, zoals de heer Barroso terecht zei, consumenten en producten helpt beschermen. Om het bedrijfsleven de helpende hand te bieden, dienen we, naast het bevorderen van nieuwe kredietfaciliteiten, kleine en middelgrote ondernemingen eveneens sneller en goedkoper mogelijkheden te bieden voor mobiliteit, zodat zij zich kunnen aanpassen in plaats van ten onder te gaan. Veel van deze ondernemingen hebben momenteel te lijden onder een terugval van 50 procent van hun orderportefeuille en zien zich gedwongen om bij de banken aan te kloppen om hulp. Maar de banken willen geen geld lenen en de bankaandelen zijn ingestort als gevolg van de derivaten. Een vicieuze cirkel dus. We zullen uit dit moeras moeten zien te komen en op zoek gaan naar echte oplossingen, en niet slechts wat tandeloze voorstellen doen.

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, naar aanleiding van het vijfde debat in deze zittingsperiode over de successen en de mislukkingen van de Lissabonstrategie zou ik eens willen vragen hoe het mogelijk is dat we ieder jaar plechtig hebben vastgesteld dat deze strategie een succes is, dat die successen ook in de balans zijn opgenomen, en dat we dan plotseling in de ernstigste crisis aller tijden wakker zijn geworden, alsof het een natuurramp is. Dat is volkomen onmogelijk, de balans van deze Lissabonstrategie was op een oneerlijke manier opgesteld, en ik denk dat dit een van de problemen is die we aan moeten pakken.

Als Europees Parlement hebben we de Commissie een jaar geleden tijdens hetzelfde debat gevraagd om meer te doen voor de stabiliteit van de financiële markten, omdat we een crisis zagen aankomen. Op dat verzoek, mijnheer de voorzitter van de Commissie, is geen enkele reactie gekomen. En nu spreken we al maanden over de instorting van het systeem, zoals Martin Schulz al zei, zonder werkelijk nieuwe bindende regels vast te leggen. Mijn inschatting in dit verband is iets anders dan die van de collega’s. Ik geloof dat velen binnen de Commissie en ook binnen de nationale regeringen nog steeds van mening zijn dat een gedereguleerde markt en sterke actoren, sterke players op die markt, zichzelf wel kunnen reguleren. Wanneer we het banksysteem met injecties weer op de been krijgen en staatsgaranties geven, zonder een volledig nieuwe architectuur voor de financiële markten op te zetten, dan zullen we schipbreuk leiden, dan raken we niet uit deze crisis, dan komt er geen echt herstel.

De discussie over de koppeling tussen klimaatbeleid, strategieën voor duurzame ontwikkeling en crisismanagement is al even inconsequent. Ook daarover hebben we ieder jaar veel stichtelijke toespraken beluisterd. Wanneer we echter kijken naar de huidige economische herstelplannen op Europees en nationaal niveau, kunnen we alleen maar zeggen: het ware fraaie woorden, maar de doelstellingen van duurzaamheid, klimaatbescherming en efficiënt gebruik van middelen worden nog steeds niet serieus genomen. Deze plannen zijn niet bedoeld om de Europese economie voor te bereiden op de toekomst, ze zijn eigenlijk gewoon meer van hetzelfde.

 
  
MPphoto
 

  Jiří Maštálka, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Dames en heren, het communautair programma voor groei en werkgelegenheid, oftewel de Lissabonstrategie, zag het levenslicht in het jaar 2005. We schrijven nu het jaar 2009 en desondanks hebben we te maken met groeiende armoede en met een economische en financiële crisis die haar weerga niet kent. Bovendien stijgt volgens de allernieuwste prognoses de werkloosheid in de Europese Unie dit jaar tot bijna 3,5 miljoen mensen. Alle tot op heden getroffen maatregelen ten spijt hebben we dus te kampen met een groeiende werkloosheid. Mijn conclusie is dus dat er iets niet klopt en daarin sta ik niet alleen. De huidige situatie bewijst het failliet van het vigerend beleid, een beleid dat met name gericht is op stimulering van de accumulatie van grote winsten door grote economische en financiële groepen, alsook op de vorming van grote monopolies en een achteruithollende levensstandaard voor de arbeidsbevolking en de bevolking als geheel. Het moet de andere kant op met Europa. Ik vind dat de voorjaarsraad een Europese strategie in het leven moet roepen voor solidariteit en duurzame ontwikkeling, alsook een heel nieuw instrumentarium aan economisch, sociaal en milieubeleid ter stimulering van investeringen in met name arbeidskwaliteit, scholing en opleiding, ondersteunende infrastructurele programma's, cohesiebeleid, milieubescherming en verbetering van de veiligheid op de werkvloer. Verder kampen de lidstaten, met inbegrip van de Tsjechische Republiek, met een groot probleem, namelijk met bedrijfsverplaatsingen. De Europese Unie dient een regelgevend kader op te zetten waarmee dergelijke bedrijfsverplaatsingen kunnen worden gesanctioneerd, bijvoorbeeld door aan de verstrekking van communautaire steun bepaalde voorwaarden te verbinden met betrekking tot werkgelegenheidsbescherming en lokale ontwikkeling. Juist in deze tijden van financiële en economische crisis is solidariteit alleen niet genoeg en zijn er doelgerichte en snel inzetbare regels en instrumenten nodig voor een communautaire aanpak ervan. Op die manier zouden wij op waardige wijze aansluiten bij de erfenis van Jean Monnet, die wij vandaag herdacht hebben.

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de term ‘Europese solidariteit’ wordt vanmorgen voortdurend gebezigd alsof dit een gegeven betreft. Ik zet daar mijn vraagtekens bij.

We kunnen niet zomaar een blanco cheque uitschrijven om de landen van Oost-Europa er financieel bovenop te helpen. We hebben daar het geld niet voor. Economische gezien is het plan slecht onderbouwd, maar het allerbelangrijkste is dat het politiek gezien onacceptabel is voor de belastingbetalers in Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland als we dat zouden doen. Toch lijkt de Britse minister van Financiën, Alistair Darling, nu een voorstander van dit plan te zijn. Hij is niet goed bij zijn hoofd! Hij zegt dat dit het moment is dat Europa moet bouwen op de gemeenschappelijke waarden van samenwerking, alsof we één grote gezellige familie zijn.

Nou, de Hongaarse premier, de heer Ferenc Gyurcsany, weet dat idee van Europese solidariteit aardig te ontzenuwen. Hij verlangt dat de Europese Unie voor landen zoals het zijne met een financieel reddingsplan komt voor een bedrag van 180 miljard euro en hij zegt dat, als we dat niet doen, hij ons belooft dat vijf miljoen werkloze migranten naar het Westen, naar onze landen, zullen komen. Dat is niets anders dan chantage en laat maar weer eens zien dat het dwaasheid is geweest om landen als Hongarije tot deze politieke Unie toe te laten, en zo mogelijk nog duidelijker hoe dwaas het is om open grenzen te hebben.

Het enige antwoord dat ik hier in dit Parlement in feite op hoor, is dat we op de een of andere manier meer Europese Unie moeten hebben – dat meer macht zin heeft! Welnu, kijk maar naar de boodschap die u hebt ontvangen van de kiezers in Frankrijk, van de kiezers in Nederland en van de kiezers in Ierland. U bent niet gerechtigd om meer macht voor de Europese Unie naar u toe te halen. De economische crisis is mijns inziens waar de kiezers over zullen stemmen bij de Europese verkiezingen dit jaar, en ik hoop dat ze u deze keer een boodschap sturen die zo luid en duidelijk is, dat u die voor één keer simpelweg niet kan negeren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Farage, het is in onze Europese familie misschien niet enkel rozengeur en maneschijn, maar u hoort evengoed bij de familie.

 
  
MPphoto
 

  Jana Bobošíková (NI). - (CS) Dames en heren, in tegenstelling tot de voorgaande spreker ben ik van mening dat de aanstaande Europese Raad het motto van het huidige Tsjechische voorzitterschap, namelijk Europa zonder barrières, volledig waar dient te maken. Ik hoop van ganser harte dat de hier afwezige voorzitter van de Raad, Mirek Topolánek, bestand is tegen de druk van de regering-Obama om te zwichten voor de verleiding om nog weer nieuwe regelgeving op te stellen en massa’s door de burger opgehoest belastinggeld in de economie te pompen.

Ook dient de aanstaande Raad zich uit te spreken tegen het groene lobbyistische plan van de Commissie-Barroso, dat beoogt vele miljarden euro's te steken in de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. De economische theorieën en de geschiedenis leren ondubbelzinnig dat dit alles in geen geval leiden zal tot een vermindering van de economische teruggang, noch tot een halt aan de stijging van de werkloosheid. Integendeel, de crisis wordt er alleen maar ernstiger door en het creëert een toekomstig risico, namelijk dat van inflatie, dames en heren. Ik ben er stellig van overtuigd dat geen enkele verstandige politicus wil bijdragen aan massale prijsstijgingen en ontwaarding van spaargelden van gewone burgers. Ik hoop dat het voorzitterschap vastberaden verder zal gaan op de reeds ingeslagen weg van liberalisering en verwijdering van handelsbarrières en protectionisme.

Dames en heren, het is algemeen bekend dat ingrepen in de economie van Amerikaanse overheidswege een cruciale rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de huidige crisis. In plaats van hieruit lering te trekken, hebben de organen van de Europese Unie sinds 1 juli vorig jaar, dus in negen maanden tijd, het ongelofelijke aantal van 519 nieuwe verordeningen en 68 nieuwe richtlijnen aangenomen. Indien het Tsjechische voorzitterschap met zijn motto “Europa zonder barrières” geloofwaardig wil blijven en een nuttige rol wil spelen, kan het in plaats van allerlei topontmoetingen te organiseren maar beter ogenblikkelijk alle communautaire wetgeving tegen het licht houden en daar alle mogelijke beperkingen op milieu-, gender-, sociaal en arbeidswetgevingsgebied uit vissen en afschaffen. Ook dient de Raad zich te buigen over de vraag hoe de alsmaar uitdijende verzorgingsstaat ingedamd kan worden en de hoge belastingen en sociale afdrachten kunnen worden verlaagd. Alleen op die manier kunnen de rationele marktkrachten en het menselijk kapitaal de draad weer snel oppikken, hetgeen onze enige kans is om uit deze crisis te komen.

 
  
MPphoto
 

  Klaus-Heiner Lehne (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, Commissievoorzitter, dames en heren, soms geloof je je oren niet. Beste Martin Schulz, het initiatief voor het toezicht en de regels voor de transparantie voor hedgefondsen en private equity komt van de Commissie juridische zaken.

In 2006 hebben de leden van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten in de Commissie juridische zaken hierover een initiatief genomen, wij wilden regels vastleggen. We hebben indertijd voorgesteld om een wetgevend initiatiefverslag op te stellen. Dat is er niet van gekomen, omdat de voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken, die zoals we allemaal weten lid is van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, toen een volledig overbodig conflict over de bevoegdheden heeft uitgevochten, wat ertoe heeft geleid dat we er maanden en zelfs jaren over hebben gedaan om het met elkaar eens te worden. Pas in september vorig jaar konden we eindelijk de wetgevende initiatiefverslagen over dit onderwerp goedkeuren, dat waren de verslagen van de heren Rasmussen en Lehne.

Gordon Brown was degene die zich in de Raad tegen de regulering van deze sector heeft uitgesproken, en we weten allemaal dat hij geen lid is van de PPE-DE, maar deel uitmaakt van jullie familie. Mevrouw Merkel en de heer Rasmussen hebben tijdens alle debatten in de Europese Raad in afgelopen jaren, maar ook in het kader van de G8, telkens weer gepleit voor de regulering van deze sectoren.

Het probleem is dat de socialisten – en dat is een feit – in de Europese Unie telkens weer de grote hinderpaal vormden bij de pogingen om ook deze niet-gereguleerde sectoren aan te pakken. Ze zijn nog maar net van gedachten veranderd, en dat heeft tot de huidige situatie geleid. Ook dat zijn historische feiten. Ik wil alleen maar zeggen dat er een groot verschil bestaat tussen de retoriek van vandaag en de werkelijkheid van de afgelopen maanden en jaren, het is helaas niet anders.

Tot slot wil ik nog ingaan op een paar punten waarover we het wel eens zijn, en die ook onze aandacht verdienen. Vandaag tijdens de voorbereiding van de resolutie inzake het Lissabonproces was de sfeer tussen de fracties in de stuurgroep buitengewoon goed. Daarom zijn we het over vrijwel alle punten eens geworden, en hebben we volgens mij een goede resolutie tot stand gebracht.

Dat mogen we hier niet stukpraten, we moeten duidelijk maken dat we het over veel punten met elkaar eens zijn. Ook onze burgers verwachten van ons dat we in deze crisis de handen ineenslaan, en niet dat we ruzie maken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Poul Nyrup Rasmussen (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit is de ernstigste crisis sinds 1929 en zij wordt alsmaar erger: de werkgelegenheid maakt momenteel een vrije val.

Een paar maanden geleden zei ik nog tegen de voorzitter van de Commissie: “Rekent u zich nu niet rijk met wat de Europese Raad in december 2008 besloten heeft. Schets nu niet een te rooskleurig beeld van Europa.” Maar dat is precies wat u doet. U hebt Europa niet met een financiële stimulans van 3,3 procent gesteund – dat hebt u niet! Wanneer u het hebt over automatische stabilisatoren, dan waren die al in de prognose meegerekend. Volgens de Commissie was de prognose in januari nog -2 procent; nu vertelt de Europese Centrale Bank ons dat deze -3 procent is. Wanneer u het hebt over een financiële stimulans van 1,5 procent, is dat geen 1,5 procent, omdat deze, volgens het Bruegel Instituut, 0,9 procent zal zijn, en dat is ook onderbouwd.

Nu hebben we te maken met de volgende situatie: we besteden geen aandacht aan de werkgelegenheid, de werkloosheid neemt een hoge vlucht, en uw stimulans in Europa is geen 3,3 procent maar komt op 0,9 procent. Als u ons nu vertelt dat we op betere tijden moeten wachten en als u de opvatting deelt van Jean-Claude Juncker, die gisteren zei dat we genoeg hebben gedaan, dan zeg ik: u hebt niet genoeg gedaan – de mensen verwachten meer van Europa dan wat u vandaag beweert.

Waar ik op aanstuur is het volgende: over een paar weken zult u de heer Obama ontmoeten, de nieuwe president van de Verenigde Staten. Hij komt met een investeringspakket van 1,8 procent van zijn bruto nationaal product. Wij komen met minder dan de helft daarvan. Wij kunnen ons als Europa toch niet in een positie plaatsen waarin wij minder doen dan onze Amerikaanse vrienden, terwijl wij meer van hen verlangen? Hoe kunt u dan nog respect verwachten voor de Europese Unie?

Wat ik zeg is dat we meer moeten doen en dat we een breed plan moeten opstellen, dat zowel betrekking heeft op de top van 19 maart – dat is over negen dagen – en de top in Londen van 2 april, als op de werkgelegenheidstop in mei in Praag en de top in juni. Ik doe een beroep op u, mijnheer de Commissievoorzitter, om brede, nieuwe inspanningen voor herstel te leveren. Als we dat niet doen, verliezen we de strijd. Het gaat niet om betere tijden volgend jaar: dit is een fundamentele wereldcrisis die we serieus moeten nemen.

Mijn laatste punt betreft solidariteit. De tijd is nu aangebroken dat we geen nieuwe scheidslijnen accepteren tussen degenen die al vele jaren lid zijn van de Europese Unie en degenen die bij de Europese Unie kwamen op basis van de belofte dat dit betere tijden met zich mee zou brengen voor de gewone man. Laten we nu nieuwe economische scheidslijnen tussen de oude en de nieuwe lidstaten voorkomen. Laten we ons nu eens echt solidair tonen. Daarom vraag ik u, mijnheer de Commissievoorzitter, om na te denken over nieuwe financiële mogelijkheden om onze nieuwe vrienden te helpen – euro-obligaties is daarbij één mogelijkheid, de Europese Investeringsbank is een andere. Laten we dit alstublieft serieus nemen, en laat wat we doen niet te weinig en te laat zijn, zoals in Japan, maar laten we tonen dat Europa er voor mensen is, dat Europa gaat over solidariteit betuigen met de zwakste lidstaten van deze Unie.

 
  
MPphoto
 

  Jules Maaten (ALDE). - Voorzitter, nu de oorspronkelijke termijn van de Lissabon-strategie op zijn eind loopt, kan er vastgesteld worden dat de doelen die de regeringsleiders in 2000 gesteld hebben, onvoldoende zijn gerealiseerd. Maar juist met de huidige economische crisis is het van groot belang dat de Lissabon-strategie serieus wordt genomen. Wanneer dat was gebeurd, was Europa waarschijnlijk beter in staat geweest weerbaar te reageren op economische tegenslagen.

Een van de belangrijkste akkoorden uit de Lissabon-strategie is het streven om 3% van het bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling te besteden: twee derde gefinancierd door de privé-sector en een derde door de overheid. Die doelstelling wordt door vrijwel geen enkel land in de Europese Unie gehaald, en dat is een rem op de innovatie in de Europese Unie. In een wereldwijde crisis zal Europa moeten proberen zelf de kracht te vinden om de economie weer op peil te brengen.

Tegelijkertijd is het natuurlijk raar dat een fors deel van de EU-begroting bijvoorbeeld de landbouw en regionale fondsen - dus nog steeds teveel de oude economie - subsidieert, terwijl de doelen voor investeringen in onderzoek niet gehaald worden. Er zijn mogelijkheden genoeg. Denk maar eens aan schone milieu- of medische technologieën of aan de groeiende sector van bijvoorbeeld Europese computerspellen. Hier is gerichte ondersteuning doelmatig.

Voorzitter, door een dynamisch en sterk op innovatie gerichte economie is het mogelijk nieuwe industrieën, technologie en producten te helpen van de grond te komen. Dat is juist wat je nodig hebt om uit het dal te kruipen. De crisis geeft ons de mogelijkheid en zelfs de plicht om broodnodige hervormingen door te voeren.

Ik roep de lidstaten op hun eigen afspraken serieus te nemen, want wanneer er grote doelen worden gesteld, moet de intentie er zijn om deze te halen. Anders verliest de Europese Unie haar geloofwaardigheid. Een gemeenschappelijk beleid vraagt iedereen zijn beste beentje voor te zetten en staat niet toe dat lidstaten de kantjes eraf lopen.

 
  
MPphoto
 

  Mirosław Mariusz Piotrowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, alles wijst erop dat de doelstellingen van de Lissabonstrategie, over een periode van tien jaar, op een fiasco uitlopen. Noch deze strategie, noch het voortdurend besproken Verdrag van Lissabon zal een reëel antwoord zijn op de mondiale economische crisis. Tijdens de komende top van de Raad zal de Ierse premier informatie geven over de stappen die zijn genomen met het oog op het van kracht worden van het Verdrag van Lissabon. Na de Fransen en de Nederlanders hebben ook de Ieren in een referendum de gewijzigde versie van de Europese grondwet verworpen. Het is niet gelukt de burgers van dat land ervan te overtuigen een deel van hun soevereiniteit op te geven ten behoeve van de bureaucratische structuur die de Europese Unie is. In plaats van het oordeel van het Duitse grondwettelijke hof af te wachten, dat het verdrag de genadeslag kan toedienen, probeert men momenteel de Ieren over de streep te trekken met privileges die niet zijn opgenomen in het voorgelegde document.

In het licht van de enorme economische crisis vraag ik om de zinloze discussies binnen de Unie stop te zetten en in een geest van solidariteit concrete maatregelen te treffen op basis van de bestaande verdragen.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, in deze crisistijd hebben we behoefte aan een krachtige impuls op Europees niveau.

Natiestaten alléén zullen niet in staat zijn tot een respons die krachtig en gecoördineerd genoeg is. Het is dan ook hoog tijd dat Europa met deze impuls komt. Maar wat zien we ook nu nog? Een Commissie die, evenals haar voorzitter, vermoeid is, een gebrek aan visie aan de dag legt en politieke moed ontbeert. Een herstelplan van 5 miljard euro dat geen herstelplan is, want 50 procent van de projecten op de lijst leveren in 2009 of 2010 nog geen investeringen op doordat de vergunningen voor koolstofvastlegging er nog niet zijn, om maar wat te noemen!

Mijnheer Daul heeft gelijk. Dit is een moment waarop we blijk moeten geven van solidariteit en innovatie. Als de Commissie zwicht voor Margaret – I want my money back – Merkel en een lijst opstelt op basis waarvan meer geld wordt gegeven aan de sterke economieën dan aan onze collega-lidstaten uit Oost-Europa die onze steun op dit moment hard nodig hebben, dan kunnen we geen vooruitgang boeken.

We moeten dan ook vernieuwen op twee terreinen. Ten eerste, deze 5 miljard euro niet verkwanselen aan staatssteun, maar in plaats daarvan het geld toekennen aan de Europese Investeringsbank. De bank verhoogt zijn kapitaal momenteel met 76 miljard euro, en is met de Europese Centrale Bank in onderhandeling over het verbeteren van de liquiditeit. We moeten het merendeel van die 5 miljard als garantiefondsen dan ook gebruiken om 20, 25 of 30 miljard euro aan publieke en particuliere investeringen te genereren. Daarnaast moeten we in dit herstelplan ook groene technologieën, hernieuwbare energiebronnen en investeringen in gebouwen in Europese steden opnemen.

Obama investeert op dit moment tien keer zoveel venture capital in groene technologieën als Europa. Wij zijn dan ook hard op weg de slag te verliezen als het gaat om de volgende grote innovatie in de economie.

 
  
MPphoto
 

  Sahra Wagenknecht (GUE/NGL). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, bij alle economische herstelplannen die nu in heel Europa worden opgesteld is de grote vraag natuurlijk: wie krijgt dat geld uiteindelijk? Krijgen de banken nog meer blanco cheques, hoewel het voor de belastingbetaler uiteindelijk veel goedkoper zou zijn om de banken snel te nationaliseren? Is het de bedoeling om de concerns en degenen die veel verdienen nog verder te ontlasten, hoewel ze al sinds jaren in heel Europa zijn vetgemest met belastingpresentjes? Hoe meer geld aan dergelijke doeleinden wordt verspild, des te duidelijker wordt het dat deze plannen tot mislukken gedoemd zijn, en des te waarschijnlijker wordt het dat de Europese economie in een buitengewoon gevaarlijke neerwaartse spiraal terecht komt.

Door het beleid dat jarenlang is gevoerd, privatisering, deregulering en liberalisering, is al meer welvaart bij de upper ten terechtgekomen, en dit beleid is verantwoordelijk voor de crisis waarin we ons nu bevinden. Wie gelooft dat hij aan deze crisis het hoofd kan bieden door hetzelfde beleid met kleine wijzigingen voort te zetten, die heeft er helemaal niets van begrepen. We moeten het absolute tegendeel daarvan doen. We moeten het geld niet gebruiken om giftige activa van de banken over te nemen, maar om scholen en ziekenhuizen te renoveren, en om de Europese economie te vergroenen. Als particuliere bedrijven overheidsgeld krijgen moet de regel zijn: geen belastinggeld zonder garanties voor de werkgelegenheid, en vooral: geen belastinggeld zonder dat de overheid eigendom verwerft, zodat de staat en vooral de gemeenschap van burgers later ook een deel van de toekomstige opbrengst kunnen krijgen. Het allerbeste economische herstelplan zou een radicale herverdeling van inkomen en vermogen van boven naar beneden zijn. De sector van de hongerlonen in Europa moet worden teruggedrongen, en niet alsmaar sterker gestimuleerd. We moeten de minimumlonen verhogen, we moeten de sociale zekerheid in Europa verbeteren, we moeten via belastingen garanderen dat de miljonairs en profiteurs van het grote feest dat op de financiële markt in de afgelopen tijd is gevierd nu ook opdraaien voor de gigantische verliezen die zijn ontstaan, en niet de grote meerderheid van burgers die nooit een haar beter zijn geworden van die hele financiële boom. Ik denk dat een verstandig economisch beleid in deze situatie alleen maar mogelijk is met een sociaal rechtvaardige aanpak. Het is de enige mogelijkheid om de rampzalige spiraal van de crisis te doorbreken.

 
  
MPphoto
 

  Nils Lundgren (IND/DEM). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, de strategie van Lissabon behoort tot de beste projecten van de EU. De lidstaten moeten hun economieën vrijwillig hervormen om te zorgen voor welvaart en om zich te kunnen aanpassen aan voorziene wijzigingen zoals vergrijzing, en aan onvoorziene wijzigingen zoals instortende financiële markten. De strategie is gericht op het bevorderen van effectieve markten, ondernemerschap, onderwijs, onderzoek en stabiele overheidsfinanciën, en nu worden we op de proef gesteld.

Als we bij de komst van de financiële crisis een flexibel bedrijfsleven, een juist monetair beleid en gezondere overheidsfinanciën hadden gehad, zou Europa zich veel beter gered hebben. Maar dat alles hadden we niet. De strategie van Lissabon is niet geïmplementeerd, en tegelijkertijd heeft de euro geleid tot een veel te lichtvaardig monetair beleid voor Ierland, Spanje, Italië en Griekenland. Daar komt bij dat diverse landen hun overheidsfinanciën hebben kunnen verwaarlozen onder dekking van de euro. Daarom is de situatie uiterst onevenwichtig. De strategie van Lissabon is een goed idee dat verknoeid is. De euro is een slecht idee dat de problemen heeft verergerd.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, in deze tijden van crisis blijkt de waarde en het nut van structuren, en deze crisis laat zien dat het Europa van Brussel volstrekt nutteloos is. Het herstelplan, pompeus aangeduid als ‘Europees’, is in werkelijkheid de optelsom van de financieringen waartoe de lidstaten hebben besloten. De bijdrage van de Europese begroting vormt slechts een klein deel hiervan.

Terwijl 200 miljard euro steun wordt toegekend aan de reële economie en aan werkgelegenheid, gaat 2 miljard daarvan naar de banken, zonder de garantie dat deze de steun zullen gebruiken om bedrijven en particulieren te financieren. Privatisering van winsten, nationalisering van verliezen, dat is het motto van dit economisch beleid, of het nu liberaal of sociaaldemocratisch is.

Is hier sprake van Europese solidariteit of van steun aan lidstaten? De deelnemers aan de informele top van 1 maart hebben stuk voor stuk geweigerd voorwaarden te stellen aan steun voor de automobielsector, omwille van de markt en van de concurrentie. Geen koerswijziging, geen verandering van logica, geen breuk met het systeem waarmee we rampspoed over onszelf hebben afgeroepen! Wij staan aan de rand van de afgrond en over enkele dagen gaan de staatshoofden en regeringsleiders ons vragen een grote stap voorwaarts te doen.

 
  
MPphoto
 

  Lambert van Nistelrooij (PPE-DE). - Voorzitter, als coördinator van de PPE-DE-Fractie voor het regionaal beleid, stel ik vast dat de gewenste flexibilisering en de duidelijkere gerichtheid op investering en werkgelegenheid werkelijkheid wordt. Juist in deze crisistijd heeft het cohesiebeleid zijn waarde als het gaat om communautaire investeringen. We zetten nu per jaar ongeveer 50 miljard euro in, en 65% daarvan gaat naar de prioritaire gebieden in de Lissabon-afspraken. Daarmee leveren we een actieve bijdrage, kwalificeren we werknemers en nemen we allerlei regionale initiatieven voor de jaren na de crisis.

De PPE-DE wil deze geïntegreerde financiële aanpak handhaven en niet verder versnipperen. De flexibiliteit richt zich op een versnelling van de uitgavenschema's, een vereenvoudiging van de goedkeuring en een gemakkelijke afwerking van de voorbereidingskosten, forse uitbreiding van de EIB-mogelijkheden met concrete programma's, o.a. met de duurzame reconstructie in de stedelijke omgeving en meer mogelijkheden voor energie-efficiëntie, ook in de oude lidstaten. Dames en heren, ik juich deze intensiveringen en flexibiliteit toe.

In maart II zullen we in deze plenaire vergadering een prioritair debat hebben over de aanpassingen van het cohesiebeleid. We zullen dan ook de verordeningen voor de fondsen aanpassen, en de basis leggen voor een nieuwe cohesieformule: de territoriale cohesie, het kader voor de periode na 2013.

We zetten in - ik hoorde dat zojuist ook - op hoogwaardige activiteiten, zoals clusters, O&O, innovatie, plattelandsontwikkeling, en we zorgen ervoor dat de kenniseconomie en de concurrentiekracht in Europa een boost krijgt. Dat geldt, dames en heren, voor alle regio's, voor alle lidstaten. Zo blijft Europa zichtbaar en dragen we bij aan een meer solidair Europa, ook na de crisistijd.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen reageren op de heer Farage. Mocht nog niet duidelijk zijn dat het Parlement verenigd is, dan denk ik dat Nigel Farage ons allen ervan heeft overtuigd dat we als Europese Unie verenigd moeten blijven.

De systeemcrisis heeft de EU getroffen en we moeten ons afvragen waarom tien jaar Lissabonstrategie ons daarvoor niet heeft kunnen behoeden. Had de doelstelling beter kunnen zijn? Had het resultaat beter kunnen zijn? Hadden we het net iets anders kunnen aanpakken, of hebben we gewacht tot een ander dat voor ons zou doen?

Het antwoord van de Sociaal-democratische Fractie is dat het terecht is dat we één alomvattende strategie voor de toekomst hebben om het concurrentievermogen en de sociale en ecologische duurzaamheid te bevorderen. Het sociaaldemocratische antwoord is dat we voortgang moeten maken met de doelstellingen van Lissabon, voor heel Europa en voor alle Europeanen, met inbegrip van de meest kwetsbare onder hen, de armen.

We moeten de financiële markten stabiliseren en het risico van soortgelijke crises in de toekomst verkleinen. Maar wij zullen geen steun geven aan een beleid dat onze financiële middelen laat wegvloeien naar belastingparadijzen en de bankrekeningen van de happy few. We moeten alle sectoren van de reële economieën van Europa stabiliseren, vooral de kleine en middelgrote ondernemingen, maar we moeten daarbij wel de verantwoordelijkheid nemen voor de instandhouding van de werkgelegenheid en de bedrijven niet simpelweg winst laten genereren.

We zullen moeten inzetten op innovatie door onderzoek en ontwikkeling en op digitalisering, alsook op de opbouw van vaardigheden die alle Europese burgers in staat stellen van de nieuwe technologieën gebruik te maken. We zullen in het kader van het beleid inzake intellectuele eigendom fondsen moeten toewijzen om kennis te behouden. We moeten Europa als geheel stabiliseren maar ook verder kijken dan naar Europa alleen, naar nog kwetsbaarder delen van de wereld en we mogen geen nieuwe scheidslijnen trekken binnen de Europese Unie.

De spelers moeten worden gemobiliseerd en in actie komen. Actie, actie, actie en resultaten. Woorden alleen zullen ons geen succes brengen. Het is niet genoeg om veel te doen maar het is wel nodig om genoeg te doen. Wij vragen de Commissie en wij vragen de Raad verder te kijken dan naar de voorjaarstop en onze boodschap over te brengen aan de G20. Dat is wat de mensen op straat van ons verwachten. Laten we samen in actie komen.

 
  
MPphoto
 

  Ona Juknevičienė (ALDE). (LT) Ik wil uw aandacht vragen voor een aantal feiten die mijns inziens van belang zijn voor het behoud en het scheppen van nieuwe arbeidsplaatsen. Ten eerste bevinden wij ons in een economische crisis die ons ertoe dwingt de werkgelegenheidsstrategie nogmaals te overdenken en te evalueren. Ten tweede moeten we onze bestaande aanpak en de effectiviteit van de tenuitvoerlegging van de strategieën die we hebben aangenomen kritisch tegen het licht houden. Daarom verzoek ik de Commissie met een zeer kritisch oog te kijken naar de besteding van middelen voor het bevorderen van de werkgelegenheid door de lidstaten. Naar mijn mening is de huidige praktijk, waarbij middelen vooral worden ingezet voor het kwalificeren, bijscholen en opleiden van mensen, niet effectief. Nieuwe banen kun je het beste scheppen door te investeren in kleine en middelgrote ondernemingen en door microkredieten te verstrekken. Middelen uit het Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering kunnen effectiever voor dit doel worden ingezet. Lidstaten moeten verslagen opstellen over het gebruik van middelen uit het Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering, en daarbij vooral vermelden hoeveel banen er zijn geschapen. Inefficiënt gebruik moet worden bestraft. Steeds meer werknemers worden via de zogenaamde vrijwillige afvloeiing op straat gezet. Ze komen zonder werk te zitten en worden niet opgevangen door een sociaal of financieel vangnet. Daarom moeten we samen met de vakbonden de belangen van onze burgers beschermen. Ik roep de Commissie en de lidstaten op de handen ineen te slaan om dit probleem het hoofd te bieden.

 
  
MPphoto
 

  Guntars Krasts (UEN).(LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. In de huidige crisis kunnen we ons beter extra inzetten dan afwachten. We moeten de voorgestelde economische stimuleringsinstrumenten dan ook zeker steunen. De internationale kredietmarkten hebben hun deuren voor de nieuwe lidstaten in Oost-Europa gesloten – een paar uitzonderingen daargelaten -, er is sprake van kapitaalvlucht, en West-Europese banken, die het grootste deel van de markt in Oost-Europa in handen hebben, hebben het expansieve kredietbeleid dat zij tot voor kort voerden ingeruild voor een voorzichtiger aanpak. Deze lidstaten kunnen geen of nauwelijks gebruik maken van financiële of fiscale instrumenten. Daarnaast zullen in de meeste landen die toewerken naar toetreding tot de eurozone, de convergentiecriteria op de middellange termijn het scala aan economische stimuleringsmaatregelen inperken. Het enige instrument waarmee de economie kan worden gestimuleerd en de Lissabonstrategie in deze landen ten uitvoer kan worden gelegd, is financiering uit de communautaire fondsen. Als middelen worden toegewezen, kan het voor lidstaten nog een probleem zijn om cofinanciering te vinden, en hierdoor kan het langer duren voordat ze daadwerkelijk de beschikking krijgen over die middelen. Als we de economie in Oost-Europa willen stimuleren, moeten we het snel eens worden over wijziging van de regels voor het verkrijgen van communautaire middelen. De procedures voor het ontvangen van middelen moeten aanzienlijk worden vereenvoudigd, het volume van cofinanciering van overheidswege of van het bedrijfsleven moet worden teruggebracht en de uiterste termijnen voor het verkrijgen van middelen moeten worden verlengd. We moeten reële mogelijkheden vinden om geld van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling te gebruiken voor het binnenhalen van middelen. Deze besluiten zullen een belangrijk signaal afgeven voor het herstel en de stabilisatie van de markt in Oost-Europa. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE). - (DE) Ik dank u van harte, mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, geachte commissarissen. We moeten de kansen benutten die de financiële crisis biedt, we moeten de Europese economie radicaal vergroenen en op die manier de klimaatcrisis aanpakken.

De Commissie laat deze kans echter liggen, en kiest voor een reddingspakket op basis van achterhaalde concepten, zoals wegenbouw en de auto-industrie. Zelfs investeringen in economische structuren die aan lager wal zijn geraakt worden niet uitgesloten. Dat is geen concept voor de toekomst om de existentiële angsten van de burgers weg te nemen, de angst om hun banen en middelen van bestaan te verliezen. Soepelere regels voor de uitvoering van de structuurfondsen moeten volledig gericht zijn op duurzame ecologische investeringen. Zonder een dergelijke klimaatcheck mogen we het percentage voor de cofinanciering niet verhogen.

Geachte commissarissen, ik zou het als cynisch willen bestempelen dat u de financiële crisis benut om te snoeien in de rechten van de werknemers. De detacheringsrichtlijn moet de rechten van de werknemers uitbreiden, en mag er niet toe bijdragen dat ze worden afgezwakt. Het is de hoogste tijd voor een nieuwe koers. Wat u in dit document in dit opzicht te bieden heeft is onaanvaardbaar.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) De neoliberale strategie van Lissabon is een van de basisinstrumenten die de Europese Unie heeft gebruikt om de deregulering van de financiële sector te bevorderen, de overheidsdiensten te privatiseren, de markten en de wereldhandel te liberaliseren, de arbeidsverhoudingen te dereguleren en de rechten van werknemers te ontwrichten. De voorstellen betreffende de arbeidstijdenrichtlijn en de flexizekerheid zijn hiervan duidelijke voorbeelden.

Het heeft geen zin om te blijven aandringen op een verdieping van de Lissabonstrategie terwijl de economische en maatschappelijke crisis, die ten dele haar oorsprong heeft in de toepassing van deze strategie, steeds erger wordt. Daarom moeten wij afstappen van de beleidslijnen van het neoliberale kapitalisme, dat verantwoordelijk is voor de toename van de werkloosheid, de precaire arbeidsomstandigheden en de armoede en dat de maatschappelijke, regionale en territoriale ongelijkheden heeft versterkt. Wij hebben een geïntegreerde Europese strategie voor solidariteit en duurzame ontwikkeling nodig die is gebaseerd op de bescherming van de productiesectoren en de overheidsinvesteringen en derhalve op een effectieve verhoging van de communautaire steun aan landen met een zwakkere economie, die de natuur eerbiedigt en banen met rechten schept, die de openbare dienstverlening bevordert, de koopkracht doet toenemen en een rechtvaardige inkomensverdeling in de hand werkt teneinde de armoede terug te dringen. Kortom, precies het tegenovergestelde van wat de Commissie en de Raad voorstellen.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland (IND/DEM). - Voorzitter, de afgelopen jaren drongen we er in het debat over de Voorjaarstop bij de lidstaten op aan om werk te maken van het Lissabon-proces. Immers, economische groei en een lage inflatie boden ruimte voor hervormingen. Hervormingen waren en blijven noodzakelijk in de competitie met opkomende economieën.

De huidige crisis laat zien dat lidstaten die gehoor gaven aan die oproep nu beter presteren dan andere. Die andere lidstaten hebben grote begrotingstekorten, en het afwentelen van die tekorten door de lidstaten die geen gehoor gaven aan onze oproep, bedreigt nu de stabiliteit van onze munt.

Ik wil de Commissie vragen erop toe te zien dat de lidstaten zich houden aan het Stabiliteitspact. Alleen zó wordt voorkomen dat de kosten van deze crisis uit de hand lopen. Tijdelijke stimuleringsmaatregelen die voldoen aan de duurzaamheidstoets kunnen dus op beperkte schaal worden toegepast. Naast alle nieuwe plannen, is het nakomen van oude afspraken evident.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (NI). (SK) In West-Europa praat men graag over de noodzaak landen in Midden- en Oost-Europa te helpen de crisis het hoofd te bieden. Dezelfde mensen, of de heer Sarkozy om precies te zijn, noemen deze landen zwarte gaten die een risico vormen voor de Europese Unie. Ik wijs een dergelijke banale generalisering van een probleem waar westerse landen net zo goed mee kampen van de hand. Dit soort uitspraken leidt ertoe dat men het vertrouwen in de overheidsinstanties van Midden- en Oost-Europese landen verliest, en vormt dan ook eerder een dolkstoot in de rug dan een vorm van steun.

Vorige week hebben Europese leiders protectionisme afgewezen, dat tot een nieuw ijzeren gordijn rond een verenigd Europa zou hebben geleid. Tegelijkertijd heeft de Europese Commissie echter enorme staatssteun voor Franse autofabrikanten goedgekeurd. Deze ongelijke en discriminatoire behandeling zien we echter ook op andere gebieden, met name in de landbouw. Europa krijgt steeds meer twee gezichten, en de eurosceptici zullen hier de vruchten van plukken.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit debat gaat over werkgelegenheid en nieuwe welvaart. Daarom ben ik een beetje verbaasd over de kritiek van de Sociaal-democratische Fractie op degenen die verantwoordelijk zijn voor een realistisch beleid in Europa, omdat de sociaaldemocraten op het hoogtepunt van de economie meer dan wie ook hebben gepleit voor lagere rentetarieven, net als in het monetaire beleid van de Verenigde Staten is gebeurd. Het lakse monetaire beleid is meer dan enige andere factor verantwoordelijk voor de uitholling van de Amerikaanse economie. De heer Schulz mag dankbaar zijn dat Europa en de Europese Centrale Bank niet naar hem geluisterd hebben, want als dat was gebeurd had de Europese economie er veel slechter voorgestaan. Ik ben blij dat we het daarover eens kunnen zijn.

Dat geldt ook voor het beleid dat u vandaag aanbeveelt, want nu spreekt u over euro-obligaties, die onder meer zouden leiden tot hogere rentetarieven voor de landen van Midden-Europa. Dit getuigt niet van solidariteit in een tijd van financiële crisis en we zouden er daarom goed aan doen ook deze keer niet naar de heer Schultz te luisteren.

We moeten maatregelen nemen, maar we moeten wel de juiste maatregelen nemen om de crisis niet te verergeren en stabiliteit te waarborgen.

(Tegenwerping)

Nee, u bent niet aan de macht geweest, maar u bent ook schuldig aan een heleboel zaken en als we naar u hadden geluisterd zouden we nu slechter af zijn. Daar waren u en ik het over eens, nietwaar? Ik ben blij met de consensus in het Parlement dat uw beleid fout was.

Mijnheer de Voorzitter, wat we nu nodig hebben is stabiliteit. We moeten ons aan de concurrentieregels en regels voor staatssteun houden teneinde de open grenzen en vrije handel veilig te stellen, want voor uitvoer is meer invoer nodig en invoer kan niet zonder uitvoer. Zo kunnen we de werkgelegenheid verruimen.

 
  
MPphoto
 

  Guido Sacconi (PSE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren. Een minuut is net genoeg voor een telegram. De titel van het mijne die ik aan de Europese Commissie sturen wil, is reeds door de heren Schultz en Rasmussen overgebracht. Zij zeiden dat er meer gedaan dient te worden - vooral aan de sociale noodsituatie - middels nieuw stringent financieel en fiscaal beleid. Daar voeg ik van mijn kant nog een boodschap aan toe, en wel dat het inderdaad van cruciaal belang is dat we gedurende deze crisis zorgen voor minimalisering van de sociale gevolgen, maar tevens dat er een duidelijke vaste koers wordt uitgezet, opdat we weten of we hier in termen van mondiale concurrentie als winnaars of als verliezers uit tevoorschijn zullen komen. Want ik verzeker u dat in de zoektocht naar een nieuwe groene en slimme koolstofarme economie die concurrentie steeds heviger zal worden.

Om die reden dienen alle te treffen maatregelen op elk niveau, van lokaal tot Europees, op deze doelstellingen gericht te zijn. De Raad dient een krachtig mandaat te verlenen voor de onderhandelingen in aanloop naar Kopenhagen opdat we deze kans, die ook wel degelijk economische kansen inhoudt, niet zullen missen. Dit mandaat dient gepaard te gaan met de noodzakelijke financiering voor ontwikkelingslanden, zodat zij zich bij ons zullen kunnen aansluiten.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld (ALDE). - Voorzitter, deze crisis is een test voor Europa. Burgers verwachten nu daadkracht van Europa, en daarom is het dan ook onbegrijpelijk dat veel nationale leiders zelfs nú blijven steken in een "ieder voor zich"-politiek. Europa is niet de optelsom van 27 maal het nationale belang. Daarbij zou het ook een kapitale fout zijn om Europa opnieuw te verdelen in oost en west.

Voorzitter, de Liberalen willen geld steken in de toekomst, niet in de fouten van gisteren. De doelstellingen van de Lissabon-strategie moeten niet op ijs worden gezet, we moeten juist zwaarder inzetten op onderwijs en onderzoek, innovatie, duurzaamheid en een sterke Europese markt.

Voorzitter, bankiers die ons geld verbrassen, zijn verachtelijk. Maar, meneer Schulz, politici die nu tekorten en schulden onbekommerd laten oplopen en de rekening doorsturen naar jongere generaties, zijn net zo onverantwoordelijk. De ALDE-Fractie onderschrijft de kernboodschap van het verslag-Ferreira. Alleen met daadwerkelijk Europese en toekomstgerichte oplossingen kunnen we deze crisis het hoofd bieden. Het is nu of nooit voor Europa.

 
  
MPphoto
 

  Dariusz Maciej Grabowski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Unie snakt naar een strategie die de economie weer echt op het spoor zet. Die strategie kan alleen succesvol zijn als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan. Ten eerste heeft de Unie een hogere begroting nodig en geen begroting die krimpt van 1 tot 0,8 procent van het bbp, zoals door een aantal landen wordt bepleit. Ten tweede moeten begrotings- en belastingsbeleid weer vrij worden. Pogingen deze beleidsvormen voor te schrijven en te harmoniseren moeten worden gestaakt. Ten derde moet men ophouden druk uit te oefenen op de nieuwe lidstaten om toe te treden tot de eurozone. Ten vierde moeten de financiële kapitaalstromen nauwkeurig worden gecontroleerd en moet de kapitaaltransfer van nieuwe naar rijke lidstaten worden stopgezet. Deze roverspraktijk loopt momenteel namelijk in de tientallen miljarden euro’s en ruïneert de nieuwe lidstaten. Ten vijfde moet de steun in eerste instantie worden gericht tot de landen en regio’s die het zwaarst zijn getroffen. Nu zien we namelijk dat de werven in Polen worden gesloten, terwijl in Frankrijk en Duitsland banen worden beschermd. Ten zesde moet het programma voor investeringen in infrastructuur tot doel hebben verschillen en onderontwikkeling weg te werken, met name in de nieuwe lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Őry (PPE-DE).(HU) Mijnheer de Voorzitter, we beseffen allemaal dat het belang van het werkgelegenheidsbeleid en de strategie van Lissabon alleen maar groter is geworden door de huidige economische crisis, en daarom moeten wij, als Europese wetgevers en beleidsmakers, ernaar streven de werkgelegenheidsrichtsnoeren zo doeltreffend en succesvol mogelijk ten uitvoer te leggen. Zoals het resultaat van de stemming binnen de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken ook heeft aangetoond, zijn de politieke fracties het er volledig over eens dat de werkgelegenheidsrichtsnoeren voor de periode tussen 2008 en 2010 een geschikt – en toch voldoende flexibel – kader vormen voor het verwezenlijken van de doelstellingen. Binnen deze kaders is het aan de lidstaten om te bepalen welke aspecten vooral van toepassing zijn op hun specifieke situaties, en om de diverse richtsnoeren inhoudelijk invulling te geven. Het kadersysteem is dan ook een goed instrument, waarvan de totstandbrenging een gezamenlijk Europees succes is. De taak van de lidstaten aan de andere kant is om dit uitstekende instrument daadwerkelijk in de praktijk te brengen.

Er zijn derhalve twee randvoorwaarden voor succes: de juiste doelen stellen en de praktische tenuitvoerlegging van een beleid dat aansluit bij deze doelstellingen. Aan de eerste randvoorwaarde is laten we zeggen reeds voldaan, en daarom moeten we mijns inziens onze aandacht in de periode die voor ons ligt richten op het uitkristalliseren en toepassen van de werkgelegenheidsrichtsnoeren door de lidstaten. We kunnen er niet omheen dat de diverse lidstaten door hun uiteenlopende economische situaties en schuldenniveaus niet allemaal dezelfde speelruimte hebben als het gaat om de omvang van hun investeringen in werkgelegenheid en menselijke hulpbronnen. Aan de andere kant moeten we echter gelijk opgaan: elke lidstaat moet het niveau van de investeringen die rechtstreeks gericht zijn op werkgelegenheid, al naar gelang zijn eigen capaciteit opschroeven. We moeten erkennen dat het succes van de economische stimuleringspakketten waartoe de lidstaten besloten hebben, staat of valt met het verwezenlijken van EU-doelen. Daarom moeten we onze economische beleidslijnen intensiever dan in het verleden harmoniseren; erop vertrouwende dat er overeenstemming bestaat tussen de politieke fracties, vraag ik dan ook het verslag-Andersson te steunen en bij de stemming aan te nemen.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès (PSE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Vondra, geachte commissaris, als Europa wil kan het heel wat, maar dan moet het wel de juiste diagnose stellen: voorlopig onderschat het de crisis echter. Europa moet de passende middelen beschikbaar stellen: voorlopig schiet het herstelplan echter tekort. En Europa moet de vereiste financiële middelen vrijmaken: voorlopig verkeert het debat over de euro-obligaties echter in een impasse; het moet weer op gang gebracht worden. Als het intelligent wil optreden op het wereldtoneel, moet Europa ook voorop lopen als het gaat om de regulering van en het toezicht op de financiële markten.

Mijnheer Barroso, u hebt de werkzaamheden van de groep van Jacques de Larosière geïnitieerd en dat was nuttig, intelligent en uitzonderlijk. Dit werk ligt nu op tafel. Doe als Delors en gebruik dit werk als basis om beleid ten uitvoer te leggen!

Dit verslag is met algemene stemmen aangenomen ofschoon de groep bestond uit culturen en personen met hele verschillende achtergronden. De Europese consensus waarnaar we al jarenlang op zoek zijn, is dan ook een feit.

Als u toestaat dat de lidstaten elkaar na dit resultaat weer in de haren gaan zitten, zal Europees toezicht op de financiële markten achterwege blijven.

 
  
MPphoto
 

  Filiz Hakaeva Hyusmenova (ALDE).(BG) De bijdrage van het cohesiebeleid wordt tegen de achtergrond van een economische crisis nog belangrijker. De banksector, stillegging van productiecapaciteit, gebrek aan aanvullingskrediet en inkrimping van de arbeidsmarkt zijn de kernproblemen waarmee lidstaten te maken hebben. Tot dusver had het cohesiebeleid zijn eigen financiële instrumenten, maar door de crisis moeten adequate en vernieuwende oplossingen worden gevonden.

Steun op basis van EU-fondsen moet nu worden gericht op de bedoelde gebieden. De structuurfondsen moeten actiever worden gebruikt en beter aansluiten op de situatie. Lidstaten moeten erop toezien dat de begunstigden met de fondsen weten om te gaan. Ik hoop eerder dat de Commissie de procedures voor de structuurfondsen zal vereenvoudigen, wat niet ten koste moet gaan van de controle op de verdeling en besteding van de middelen. Ik denk dat in het verslag over het cohesiebeleid en investeren in de reële economie ideeën worden aangedragen voor de manier waarop we de crisis kunnen aanpakken, en dat het van pas kan komen voor toekomstige maatregelen voor het stimuleren van de economische activiteit die wij van de top van de Europese Unie verwachten. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Rolf Berend (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, geachte commissarissen, beste collega’s, het verslag van de heer Kirilov gaat hoofdzakelijk over de wijziging van drie verordeningen inzake de structuurfondsen voor de periode 2007-2013, die erop gericht zijn om de vrijmaking van kredieten en de liquiditeit in de lidstaten te verbeteren. Met het oog op de economische crisis is dat een maatregel waar ik volledig achter sta.

Nu zijn de lidstaten aan zet, zij moeten bijvoorbeeld optimaal gebruik maken van de mogelijkheden om investeringen te ondersteunen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen in de woningbouw, en in algemene zin alle mogelijkheden benutten om in de woningbouw te investeren, aangezien de voorziene maatregelen ertoe bijdragen dat de middelen uit de structuurfondsen en het cohesiefonds sneller, eenvoudiger en flexibeler kunnen worden ingezet. Bovendien, beste collega’s, wil ik erop wijzen dat ze volledig compatibel zijn met de vrije mededinging, de sociale normen en de omzetting van de voorschriften van de Gemeenschap voor milieu- en klimaatbescherming.

Nu is het aan de lidstaten om voor deze middelen in de Europese structuurfondsen de cofinanciering te garanderen, en deze middelen ook optimaal te benutten. Ik sta ook achter de eis in het verslag om het beheer en de uitvoering van de fondsen verder te vereenvoudigen.

Commissarissen, we zijn ook nieuwsgierig wat voor voorstellen de Commissie in 2009 in dit verband nog zal doen. Tot slot wil ik nog wijzen op het belang voor het economisch herstel van maatregelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid en van het bedrijfsleven. Hoe dan ook moet een beroep op de lidstaten worden gedaan om op grote schaal gebruik te maken van de structuurfondsen om in kleine en middelgrote ondernemingen banen te beschermen of te scheppen.

In de commissie zijn vrijwel al onze amendementen goedgekeurd, en dit verdrag verdient alle steun. Hartelijk gefeliciteerd, mijnheer Kirilov.

 
  
MPphoto
 

  Enrique Barón Crespo (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de vicevoorzitter van de Commissie, dames en heren, we bewijzen Jean Monnet de grootste eer door eensgezind, besluitvaardig en doortastend te handelen, zoals hij deed toen hij zich inspande voor de logistieke operatie gedurende beide wereldoorlogen – de inspanning van de geallieerden waardoor zij de oorlog wisten te winnen. Dit betekent dat wij, de 27 lidstaten, gezamenlijk moeten opereren.

Wij socialisten dringen erop aan dat dit gestalte krijgt in de vorm van drie prioriteitsacties. Ten eerste moeten we ons stimulerings- en herstelplan versterken, zowel op begrotingsvlak als op het vlak van het toezicht en de organisatie van Europa.

Op de tweede plaats moet er echte solidariteit komen onder de 27 lidstaten. Ik weet niet of de Tsjechische regering en het Tsjechische parlement, die nu volop in de weer zijn met het Verdrag van Lissabon, ervan op de hoogte zijn dat in het tweede artikel van het Verdrag van Lissabon voor het eerst het woord solidariteit genoemd wordt.

En op de derde plaats moeten we strijden tegen de zwarte gaten van de globalisering; de belastingparadijzen.

 
  
MPphoto
 

  Chris Davies (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verwijs graag naar onze strategie en naar de voorbereidingen op de later dit jaar te houden conferentie van Kopenhagen, waarin we een leidende rol op ons hebben genomen die echter wordt bedreigd door de economische recessie en de roep om versoepeling van onze normen. Laat ik één voorbeeld geven.

Ruim drie jaar geleden zijn we overeengekomen dat er nieuwe voorschriften zouden komen om autofabrikanten te laten overgaan op andere koelmiddelen voor airconditioning, die momenteel een opwarmingspotentieel hebben dat 1 400 maal groter is dan dat van kooldioxide. We hebben toen gezegd dat dit zou gelden voor alle nieuwe automodellen vanaf 2011.

Nu horen we echter dat sommige fabrikanten – naar ik begrijp onder aanvoering van Ford en General Motors – proberen mazen in de regeling te gebruiken om onder die verplichting uit te komen. Later deze maand is er een bijeenkomst van de nationale instanties voor typegoedkeuring. Het is van groot belang dat commissaris Verheugen het initiatief neemt om duidelijk te maken dat we onze voorschriften niet gaan versoepelen en dat de koelmiddelen in 2011 moeten zijn vervangen.

Als we nu verslappen, zetten we de deur wagenwijd open voor lobbyactiviteiten van de industrie op elk gebied en wordt onze toonaangevende rol op het gebied van klimaatverandering ernstig ondermijnd.

 
  
MPphoto
 

  Costas Botopoulos (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, deze drie uiterst belangrijke verslagen zijn opgesteld door Sociaal-democratische rapporteurs. Dit is uiteraard niet toevallig. De strekking van de verslagen, de amendementen die door Sociaal-democratische leden zullen worden ingediend om ze nog beter te maken en volgens mij ook het debat van vandaag tonen heel duidelijk aan dat er verschillen in beleid bestaan: er is een duidelijk rechtse en een Sociaal-democratische aanpak van de crisis. Het rechtse beleid is tamelijk simpel: de crisis is slecht maar we moeten geduld hebben, zij gaat wel over; we moeten een paar technische maatregelen nemen, dan worden de zaken vanzelf genormaliseerd, en we moeten ons medeleven met de getroffenen uiten.

Het Sociaal-democratische standpunt is veel complexer. Wij zeggen dat we het probleem bij de wortels moeten aanpakken, de wortels van de crisis, dat we het economisch paradigma radicaal moeten veranderen, dat we moeten veranderen en dat we een eind moeten maken aan alle speculatie die tot deze financiële crisis heeft geleid. Deze crisis is geen neutrale crisis maar een crisis die het gevolg is van een specifiek beleid, grotendeels uitgevoerd door rechtse regeringen.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, geachte collega’s, in deze tijden van crisis verwachten onze medeburgers veel van Europa. Europa mag hen niet teleurstellen.

Als we realistisch zijn, moeten we uiteraard erkennen dat de financiële middelen van Europa beperkt zijn, en we moeten kijken hoe ze kunnen worden uitgebreid. Europa kan echter beter uit de verf komen en meer succes boeken als het een sterkere politieke wil aan de dag legt.

Allereerst natuurlijk door de acties en de inspanningen van de lidstaten aan te jagen, maar ook door een gecoördineerde aanpak op Europees niveau. Het herstelplan is in essentie een gereedschapskist om herstructurering te bevorderen. De rol van de EIB moet worden versterkt.

Europa moet actief een heldere en vernieuwende economische strategie bepalen. De economische actoren hebben behoefte aan perspectieven en juridische stabiliteit. Het is in eerste instantie zaak orde op zaken te stellen in financiële diensten, zodat bankinstellingen hun voornaamste rol kunnen vervullen, namelijk het financieren van economische ontwikkeling.

De teksten die momenteel in de maak zijn moeten hiertoe bijdragen: richtlijnen inzake het eigen vermogen van banken en verzekeringsmaatschappijen, verordeningen betreffende ratingbureaus. De tekst over ratingbureaus moet lering trekken uit de gebleken tekortkomingen.

Tevens is het hoog tijd om een Europees toezicht in te stellen op gereguleerde financiële activiteiten. Het verslag van de groep van de Larosière formuleert een aantal nuttige en opportune voorstellen die snel ten uitvoer moeten worden gelegd.

Ook moet Europa een volwaardig, efficiënt en modern industriebeleid krijgen. In dit opzicht moeten we de noodzaak van duurzame ontwikkeling zien te rijmen met de eis van een hoogwaardig industrieel apparaat dat welvaart voortbrengt en werkgelegenheid oplevert.

In deze crisistijden is het zaak sectoren die normaal functioneren niet in de wielen te rijden door regels of voorschriften op te stellen waarvan de doeltreffendheid niet afdoende is aangetoond. In de automobielsector bijvoorbeeld, die momenteel grote problemen kent, is het van belang de vrijstellingsverordening voor de distributie van auto’s, die in 2010 afloopt, te verlengen.

Daarnaast moeten we alert zijn bij bijvoorbeeld het overleg over de bilaterale overeenkomst met Korea, die bijzonder gunstig kan uitpakken voor onze industrie.

 
  
MPphoto
 

  Brian Simpson (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, in mijn bijdrage wil ik vandaag de noodzaak belichten van investeringen: investeringen in werkgelegenheid, investeringen in het milieu en investeringen in al onze economieën. In dat verband zijn investeringen in onze vervoersinfrastructuur, met name in die van de spoorwegen, niet alleen cruciaal omdat ze ons een eersteklas spoorwegnet opleveren, maar ook omdat ze de werkgelegenheid en de sociale cohesie beschermen en vergroten.

Laten we voorrang geven aan de elektrificatie van het spoorwegnet, die vervoers- en milieuwinst oplevert. Laten we investeren in het trans-Europese vervoersnetwerk. Laten we een herstelplan maken met inhoud en met daden, niet alleen woorden.

Niets doen en de markt laten beslissen heeft niet gewerkt. Het is nu tijd voor een gecoördineerd Europees optreden met als uitgangspunt dat mensen op de eerste plaats komen en gevestigde belangen op de laatste plaats. Wij aan deze zijde van dit Huis zijn niet bereid voor Pontius Pilatus te spelen en onze handen in onschuld te wassen. Wij willen optreden en wij willen beslissend optreden.

 
  
MPphoto
 

  Péter Olajos (PPE-DE).(HU) Ik ben ervan overtuigd dat de huidige economische crisis haar oorsprong vindt in overconsumptie en in de teloorgang van het milieu, en dat we de oplossing ook op dit gebied moeten zoeken. We naderen een belangrijke periode als het gaat om klimaatbeleid, want aan het einde van dit jaar moeten we in Kopenhagen overeenstemming bereiken over nieuwe gezamenlijke doelstellingen om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Er is dan ook een boel werk aan de winkel, en we mogen geen fouten maken of tijd verliezen. De wetsteksten die op tafel liggen leggen weliswaar het kader en de grote lijnen vast, maar de echte, concrete stappen moeten nog genomen worden. Om broeikasgassen met 25 à 40 procent terug te dringen, zoals aanbevolen wordt door de wetenschappers, en om de afname van de biodiversiteit een halt toe te roepen, hebben we substantiële financiële middelen nodig.

In de afgelopen jaren heb ik met parlementaire delegaties bezoeken gebracht aan Bangladesh, China, India en onlangs nog, Guyana, en mijn overtuiging op dit punt is hierdoor nog sterker geworden. Enerzijds moeten we ontwikkelingslanden steunen, maar dit kan alleen door transparante, streng gecontroleerde investeringen; anderzijds moet de opbrengst van emissieveilingen in de Europese Unie ook worden gebruikt om door ontwikkelingslanden genomen aanpassingmaatregelen te ondersteunen. De Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid adviseert hiervoor tot aan 2020 in totaal 30 miljard euro uit te trekken. Dat is een enorm bedrag, en het is een hele opgave om dat goed te benutten.

Het tegengaan van klimaatverandering biedt Europa bovendien een uitgelezen kans om nieuwe technologieën te ontwikkelen en nieuwe banen te scheppen teneinde de energiezekerheid te bevorderen. De VN, de nieuwe Amerikaanse regering en verscheidene Europese regeringen hebben daarnaast erkend dat om de wereldwijde crisis het hoofd te bieden we niet alleen een nieuwe, doeltreffende energiebron nodig hebben, maar ook een motor die draait volgens nieuwe organisatieprincipes, want achter de huidige economische recessie gaat het echte probleem schuil waar de mensheid en Europa mee geconfronteerd wordt, namelijk de milieucrisis. De groene ‘New Deal’ is een historische kans om twee vliegen in één klap te slaan.

 
  
MPphoto
 

  Gianni Pittella (PSE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren. Het was een grote vergissing, vooral van de Commissie, om toen de crisis uitbrak deze aanvankelijk te onderschatten. En zo is het ook nu weer een grote vergissing om onszelf, op de ene na de andere topontmoeting waarop allerhande principeverklaringen worden opgesteld zonder dat ze door coherente en concrete besluiten gevolgd worden, telkens maar weer te herhalen. De in onze verslagen aangereikte oplossingen voor de ernstige problemen waarmee het Europese publiek nu te kampen heeft, zijn daarentegen overtuigend en doeltreffend.

Maar er is meer nodig en daarom vragen we het Parlement om invoering van de euro-obligatie, iets waarvoor de heer Mauro, bijna tweehonderd andere Parlementsleden en ikzelf al meermaals gepleit hebben. Dit is een instrument dat misschien wel als enige de financiële middelen bijeen kan brengen die onze futloze begroting zo node mist voor de financiering van crisismaatregelen, trans-Europese netwerken, schone energie, onderzoek en breedband, de strijd tegen armoede en het Erasmusprogramma voor jonge mensen. De grote Jacques Delors - en hiermee sluit ik af - heeft ons de weg gewezen. Laten we die dan nu onversaagd inslaan.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de achtergrond van een mondiale economische en financiële crisis en stimuleringspakketten ter waarde van miljarden euro’s biedt een enorme mogelijkheid om de energie-efficiëntie te verhogen, de zekerheid van de energievoorziening te vergroten op basis van hernieuwbare bronnen en groene technologie te bevorderen in een groene ‘new deal’. Met andere woorden, we kunnen deze crisis benutten als kans op langetermijnvoordeel voor ons allemaal.

Ik verwelkom de twee alternatieven voor innovatieve financiering ter bestrijding van de wereldwijde klimaatverandering die in de recente mededeling van de Commissie worden genoemd. Als oorspronkelijke auteur van de resolutie over het document van vandaag doe ik een beroep op de lidstaten om deze voorstellen uit te voeren en ook om volgende week, tijdens de top van staatshoofden en regeringsleiders, de verklaring van 12 december vorig jaar na te komen, die officieel te boek dient te worden gesteld, bij voorkeur samen met de definitieve tekst van het verslag over de EU-regeling voor de emissiehandel omdat zij anders niet in het Publicatieblad verschijnt.

Hiervoor – en ik doe een dringend beroep op het fungerend voorzitterschap, de commissaris en mevrouw de Voorzitter om dit goed in gedachten te houden – hebben we een tripartiete verklaring van alle drie instellingen nodig. In de verklaring van december wordt op het volgende gewezen: De Europese Raad herinnert eraan dat de lidstaten overeenkomstig hun respectieve grondwettelijke en budgettaire voorschriften de toewijzing bepalen van de inkomsten uit de verkoop van emissierechten in het kader van de EU-regeling voor de emissiehandel. De Raad neemt nota van hun bereidheid om ten minste de helft van dit bedrag te bestemmen voor maatregelen ter vermindering van broeikasgasemissies, tot verzachting van en aanpassing aan de klimaatverandering, voor maatregelen ter vermijding van ontbossing, voor de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en andere technologieën die bijdragen tot de overgang naar een veilige en duurzame koolstofarme economie, onder meer door capaciteitsopbouw, technologieoverdracht, onderzoek en ontwikkeling.

In de verklaring heet het verder: In de context van een internationale overeenkomst inzake klimaatverandering die in 2009 in Kopenhagen wordt gesloten, en voor degenen die dat willen, zal een deel van dit bedrag worden gebruikt om maatregelen mogelijk te maken en te financieren ter bestrijding van en aanpassing aan de klimaatverandering in de ontwikkelingslanden die deze overeenkomst zullen hebben geratificeerd, met name de minst ontwikkelde landen. Nadere maatregelen ter zake moeten worden genomen tijdens de voorjaarsvergadering van de Europese Raad in 2009.

Ik kijk reikhalzend uit naar een achtenswaardige uitkomst in de slotverklaring van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders die volgende week wordt gehouden.

 
  
MPphoto
 

  Harlem Désir (PSE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, te weinig, te laat, onvoldoende gecoördineerd, onvoldoende solidair, ondermaats; dat zijn de echte reacties waartoe het herstelplan van de Europese Unie en de voorstellen van de Commissie tot nu toe aanleiding geven.

De reden is heel eenvoudig: afgemeten aan de oorspronkelijke prognoses moeten we allemaal constateren dat de ernst van de crisis onderschat is, dat het gaat om een zeer spectaculaire daling van de industriële productie, onder meer in het Verenigd Koninkrijk en in Frankrijk, een daling van de internationale handel en van de Duitse export, of het vooruitzicht van toenemende werkloosheid. Ik denk dus echt dat we op dit moment mijlenver verwijderd zijn van een respons die gelijke tred houdt met wat de regering-Obama in de Verenigde Staten doet.

Eens te meer krijgen we het idee dat het aan solidariteit ontbreekt, maar ook dat Europa zich veel te terughoudend opstelt. In maart zagen we dat de Raad Ecofin weigerde de herstelplannen opwaarts bij te stellen, en nu zien we dat de landen in Oost-Europa niets anders rest dan aan te kloppen bij het IMF. Hier schiet de Europese solidariteit jammerlijk tekort; we laten het ene na het andere nationale reddingsplan voor de industriële sector toe en vragen de lidstaten alleen zich te onthouden van protectionisme. De enige respons die echt hout snijdt, zou echter een Europees reddings- en herstelplan voor de automobielsector zijn.

Ik denk dat het verzoek van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement aan duidelijkheid niets te wensen overlaat: wij willen grootschalige investeringen. Laten we ter vergelijking, daar we vaak verwijzen naar de crisis van 1929, de New Deal van Roosevelt eens als voorbeeld nemen, waarbij gedurende zeven jaar 3,5 procent van het bbp in de economie werd gepompt. Dat zou, voor het Europa van nu, neerkomen op 400 miljard euro per jaar gedurende meerdere jaren. Wij zijn dan ook van mening dat kredietfaciliteiten en euro-obligaties beschikbaar moeten worden gesteld, en dat we moeten investeren in groene innovaties, in de isolatie van gebouwen, in modern vervoer, in de energiesector, en ook dat er een steunplan moet komen voor mensen die door reorganisaties op straat komen te staan, en een indicatie van hoe we alle mensen die werkloos worden gaan helpen, bijvoorbeeld door een ruimere toepassing van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering.

 
  
MPphoto
 

  Cornelis Visser (PPE-DE). - Voorzitter, in deze periode van economische crisis moet het Europees Parlement een waakhondfunctie vervullen. Een waakhondfunctie, als het gaat om het voorkomen van protectionisme.

Met elkaar hebben we de interne markt tot stand gebracht. Deze interne markt heeft ons veel welvaart gebracht. Niet alleen in West-Europa, maar ook in Centraal-Europa hebben de landen hier volop van geprofiteerd. We moeten deze verworvenheden niet met de eerste de beste tegenwind uit onze handen laten glippen. Voorstellen, zoals die rond het ondersteunen van de Franse autoindustrie, waarvan andere Europese landen de nadelen zouden ondervinden, moeten we als Europees Parlement bestrijden.

Het Parlement moet ook een waakhondfunctie vervullen, als het gaat om de kracht van de euro. We kunnen niet accepteren dat landen ongelimiteerd hun staatsschuld laten oplopen. We hebben in Europa het zogenaamde Stabiliteits- en groeipact afgesproken. We weten dat we door de financiële crisis tijdelijk meer ruimte moeten laten aan de ondersteuning van de banken. Maar dit moet een uitzondering zijn.

Andere sectoren in de economie dienen niet structureel te worden ondersteund. Daarvoor hebben de lidstaten het geld niet, en wanneer ze daarvoor zouden lenen met Eurobonds, worden toekomstige generaties met de schuldenlast opgezadeld en wordt de euro zwak. Ik ben daartegen.

Kortom, we moeten een waakhond zijn, als het gaat om het bestrijden van protectionisme en het beschermen van de waarde van de euro.

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, in mijn korte bijdrage van vandaag wil ik mij richten op één belangrijk onderwerp, een onderwerp dat naar ik hoop succesvol besproken zal worden en ook tot een oplossing gebracht tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad, namelijk het energiebeleid. We weten allemaal dat de Europese Unie haar energiezekerheid en -onafhankelijkheid dient te vergroten en haar energie-infrastructuur dient te versterken. Dit laatste betekent dat olie- en gasleidingen en elektriciteitsnetwerken op nationaal en regionaal niveau onderling met elkaar verbonden dienen te worden en uitbreiding behoeven, en ook dat we onze olie- en gasvoorraden dienen te vergroten. We willen het aandeel hernieuwbare energie uitbreiden, de energie-efficiëntie van gebouwen en producten verbeteren en de investeringen in onderzoek en maatregelen ter vermindering van de gevolgen van de klimaatverandering verhogen. Dergelijke maatregelen en investeringen op het gebied van het energiebeleid vormen niet alleen een oplossing voor de energie- en klimaatproblemen, maar kunnen in deze tijden van economische crisis tevens zeer positief en krachtig bijdragen aan het opnieuw op gang brengen van de economische groei en de groei van de werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 

  Rumiana Jeleva (PPE-DE).(BG) Dames en heren, ik vind het een goede zaak dat de Europese instellingen maatregelen hebben opgesteld voor gecoördineerde acties door de lidstaten, en dat de Commissie zich inspant om de economische crisis aan te pakken. Zoals bekend levert het cohesiebeleid van de Europese Unie een belangrijke bijdrage aan het Europees economisch herstelplan en is het de grootste investeringsbron in de reële economie van de Gemeenschap. Als blijk van erkenning voor deze inspanningen steunt het Europees Parlement de amendementen op de verordening over het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds om het financieel beheer van Europese fondsen te vereenvoudigen en te bespoedigen. Ik hoop dat de begunstigden, degenen voor wie de fondsen zijn bedoeld, baat zullen hebben bij deze vereenvoudiging. Dit is met name van belang voor de armere lidstaten van de Europese Unie.

Er rest lidstaten nog wel één belangrijke taak. Zij moeten de nodige fondsen garanderen, zodat EU-middelen worden besteed zoals zij zijn bedoeld. Zonder afbreuk te doen aan de regels inzake vrije mededinging en de normen van goed beheer moeten lidstaten projecten volgens de vereenvoudigde procedures financieren. Ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Atanas Paparizov (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het is duidelijk dat het Europese aspect van het economisch herstelplan en zijn financiële onderbouwing verwaarloosbaar is in vergelijking met de inspanningen van de lidstaten. Ik hoop echter dat de Raad een plan zal goedkeuren ter ondersteuning van energiekoppelingen tussen landen zodat de gevolgen van een toekomstige gascrisis beperkt zullen blijven.

Toch zou solidariteit ook tot uiting kunnen komen in flexibeler criteria voor ERM2, de eurozone en de overgang naar de euro voor landen die dat willen. Het is duidelijk dat lidstaten die zich nu grote inspanningen moeten getroosten om een stabiele wisselkoers te handhaven, meer steun nodig hebben om alle noodzakelijke stappen te kunnen zetten op weg naar het lidmaatschap van de eurozone en aldus de gevolgen van de economische crisis te voorkomen. Ik hoop dat dit een van de besluiten is die in de nabije toekomst worden genomen, omdat er voor de bestaande leden al flexibiliteit bestaat.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). (LT) Ik ben het in grote lijnen eens met het Europees economisch herstelplan, maar wil de aandacht toch vestigen op twee onderwerpen: de uitgifte van euro-obligaties en de uitbreiding van de eurozone. De uitgifte van euro-obligaties is geen geschikt instrument om de eurozone te versterken, en komt niet op het juiste moment nu Europa getroffen wordt door de financiële, economische en sociale crisis. De eurozone telt 16 leden, waarvan de economieën steun zullen ontvangen, maar wat gebeurt er met de overige 11 landen? Het voorstel is om de euro-obligaties alleen met Zweedse en Deense kronen te laten betalen. Wat moeten de nieuwe lidstaten dan, die om allerlei objectieve redenen geen deel uitmaken van de eurozone? Hoeveel zouden zij moeten betalen om te kunnen lenen? Litouwen mocht de euro niet invoeren omdat de inflatie 0,07 procent hoger was dan de maximumwaarde van de indicator, al heeft geen enkel lid van de eurozone de afgelopen tien jaar aan alle indicatoren voldaan. De Litouwse litas is al vier jaar aan de euro gekoppeld. Wordt het niet tijd dat we met een creatievere blik naar de veranderingen in de wereld kijken en de eurozone uitbreiden, waardoor de EU de crisis gemakkelijker te boven kan komen?

 
  
MPphoto
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik feliciteer de heer Kirilov met zijn verslag. De titel suggereert dat ook sprake kan zijn van een niet-reële economie. Inmiddels kennen we weliswaar een virtuele economie en virtueel geld, maar de handtekeningen van de bankiers en auditors die bevestigen dat alles in orde is, zijn wel degelijk reëel. Nu blijkt echter dat dit niet klopt, dat het gaat om bluf.

We moeten vandaag het hoofd bieden aan een economische en morele crisis. Het is in dit verband verstandig en noodzakelijk om te investeren in regionale ontwikkeling en cohesie. Dit betekent reële kilometers wegdek, evenals gemoderniseerde spoorwegen en luchthavens. Laten we investeren in kennis en onderwijs, in innovatie, met name waar het gaat om kleine en middelgrote ondernemingen. Laten we ook zeker de bureaucratie beperken. Dat zal duizenden banen opleveren waar mensen van kunnen leven. Dat zou een werkelijk solidair beleid zijn en geen protectionisme. Dat zou Lissabon reëel maken.

 
  
MPphoto
 

  Emmanouil Angelakas (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, er moeten concrete maatregelen worden genomen om de diverse bedrijfstakken te mobiliseren en te laten helpen bij de aanpak van de crisis. Dit is zeer belangrijk.

Het gaat hierbij vooral om maatregelen in het kader van het regionaal en cohesiebeleid, die - dat is zeker - de meerderheid van de burgers en de ondernemingen, vooral de kleine en middelgrote ondernemingen, betreffen.

Initiatieven voor de vereenvoudiging van de verordeningen betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en andere structuurfondsen, maatregelen zoals de ondersteuning van investeringen in het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in woningen, vereenvoudiging van de verordeningen, uitbetaling van voorschotten en subsidiabele uitgaven en forfaitaire bedragen zijn allemaal zaken die zonder meer zullen bijdragen aan het behoud van banen en aan de overleving van kleine en middelgrote ondernemingen in dit onzekere economische klimaat.

De inspanningen moeten worden geïntensiveerd en voortgezet met andere initiatieven. Het Europees Parlement wacht daarop en zal actief deelnemen aan de uitwerking ervan. Het blijft noodzakelijk maatregelen te treffen die een rechtstreekse weerslag hebben op en economische steun verlenen aan de burgers.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE).(HU) De Europese Unie heeft nog niet eerder in een zo kritieke situatie verkeerd. Door protectionisme komen twee basisbeginselen op losse schroeven te staan: solidariteit en de eenheid van de interne markt. Martin Schulz heeft helemaal gelijk. De Europese Commissie heeft geen concrete stappen gezet om orde op zaken te stellen in markten of om financiële zaken te reguleren. Als we onze solidariteit laten varen, valt de Europese Unie wellicht uiteen door zelfzucht en protectionisme, want de problemen liggen niet alleen buiten de eurozone maar ook erbinnen. Griekenland, Hongarije en andere landen kampen met soortgelijke problemen. Ik wil de heer Farage eraan herinneren dat West-Europese banken, West-Europese ondernemingen de banken en bedrijven in de nieuwe lidstaten hebben uitgekocht, en nu lappen ze solidariteit aan hun laars en doen ze niets om een solide financiële basis mogelijk te maken.

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik dank u dat ik aan het einde van dit debat een persoonlijke opmerking mag maken als reactie op de woorden van mijn vriend Klaus-Heiner Lehne.

Ik heb begrepen, Klaus-Heiner, dat de crisis in Europa door de socialisten is veroorzaakt. Dat is niets nieuws, in Duitsland kent iedereen de gouden regel: schijnt de zon in alle straten, dank u, christendemocraten; gaat het met het weer verkeerd, dan heeft links het vast versjteerd. Dat is algemeen bekend. Nu kunnen jullie echter laten zien, beste collega’s van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, of jullie waarmaken wat de heer Lehne heeft aangekondigd. U hebt me net aangevallen, mijnheer Lehne, u hebt gezegd dat ik iets verkeerds heb gezegd, en misschien heb ik me inderdaad vergist.

Daarom zou ik u de volgende vraag willen stellen. Amendement 113 op het verslag-Ferreira gaat over de solidariteit tussen de lidstaten, en met name over het sluiten van belastingparadijzen. Wij besluiten hier dat de EU de Top van de G20 moet verzoeken om belastingparadijzen te sluiten. Zult u voor of tegen het verslag-Ferreira stemmen? Zult u stemmen voor de solidariteit binnen de Gemeenschap, tussen de landen die deel uitmaken van de eurozone en de landen die erbuiten vallen, en solidariteit binnen de eurozone? En tot slot wil ik vragen of u zult stemmen voor het voorstel om één of anderhalf procent van het bruto binnenlands product uit te geven om de crisis te bestrijden door samen de investeringen te bevorderen? Dat zijn de amendementen 92, 102 en 113 van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement. Wanneer u bij die amendementen met ons meestemt, mijnheer Lehne, dat bied ik u mijn excuses aan. Zo niet, dan moet ik zeggen dat u degene bent die hier een fraai betoog ophangt, en vervolgens anders stemt.

 
  
MPphoto
 

  Klaus-Heiner Lehne (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik ben u zeer dankbaar. Ik zal het ook echt heel kort houden. Allereerst wil ik zeggen dat de crisis natuurlijk niet de schuld van de socialisten is, maar dat heeft ook niemand in deze zaal beweerd. We weten allemaal wiens schuld het is, dat is ook uitvoerig geanalyseerd. Ik heb er echter terecht op gewezen dat het ook aan de socialisten in Europa te wijten is dat er jarenlang geen heldere regels over de transparantie van hedgefondsen en private equity konden worden vastgelegd, en ik heb daarvan voorbeelden genoemd. Dat is gewoon een feit.

Wat de genoemde amendementen betreft zou ik slechts op één punt willen ingaan, en wel op de belastingparadijzen. Daarover zijn we het volledig eens. De vraag is alleen in welk kader we dat willen regelen. Vandaag moeten we amendement 25 op de resolutie over de Lissabonstrategie behandelen, dat over precies hetzelfde onderwerp gaat. Daar zal onze fractie voor stemmen. Daarom heb ik helemaal geen moeite met de genoemde punten.

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, we hebben een heel lang en nuttig debat gevoerd en het voorzitterschap is dankbaar voor de opmerkingen van de leden van dit Huis.

Zij hebben terecht gewezen op de zeer belangrijke uitdagingen waarvoor wij momenteel gesteld worden, in het bijzonder de gevolgen van de financiële en economische crisis. Zoals ik in mijn inleidende woorden heb aangegeven, zal deze kwestie centraal staan in het debat tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad van volgende week. Ondanks de omvang van de crisis meent het voorzitterschap dat de Europese Unie het eens kan worden over de verschillende onderdelen van een aanpak die ons verder kan brengen.

Er is geen andere mogelijkheid dan samen te werken in het zicht van deze diepe crisis. Ik steun daarom de vele oproepen van vanmorgen tot meer verantwoordelijkheid en intensievere samenwerking. Verder denk ik dat we niet alleen kunnen en moeten samenwerken om de problemen van Europa op te lossen, maar ook dat de Europese Unie zich in een goede positie bevindt om een rol te spelen bij de wereldwijde oplossing. Deze crisis mag dan diep zijn, maar als we samenwerken beschikt Europa over de nodige intellectuele, financiële, menselijke en wetgevende middelen om de geëigende antwoorden te blijven formuleren en uitvoeren.

Joseph Daul heeft gezegd dat de volgende Europese Raad niet zomaar de zoveelste top is en daar heeft hij zeker gelijk in. Voor het realiseren van een mondiale oplossing is allereerst een vooraanstaande rol weggelegd voor de bijeenkomst van de G20, begin volgende maand in Londen. Gisteren hebben de ministers van Economische Zaken en Financiën in de Raad het mandaat voor de deelname van de EU aan die belangrijke bijeenkomst bekrachtigd. Zij waren het met name eens over de noodzaak van nauwere internationale coördinatie van macro-economische beleidsmaatregelen en financiële verordeningen op basis van meer transparantie en verantwoording – en dat brengt ons terug bij het debat over hedgefondsen en andere gevoelige kwesties. Zij waren het allen eens over versterkte samenwerking tussen de financiële autoriteiten op internationaal niveau, over versterking van het IMF en over de noodzaak om in te gaan op de rol van internationale ontwikkelingsbanken bij de bestrijding van de gevolgen van de crisis voor de armste bevolkingsgroepen ter wereld.

Als wij het hebben over de noodzaak van solidariteit, moeten we ons ervan bewust zijn dat deze Europese solidariteit vergezeld moet gaan van verantwoorde nationale maatregelen voor duurzame financiële ontwikkeling in Europa. Het is waar dat de Amerikanen geld uitgeven, maar zij vragen geen steun van het IMF en zij hebben geen stabiliteitspact dat de integriteit van hun muntzone garandeert. Wij moeten investeren in onze toekomst, maar dat moet gebeuren op een manier die de houdbaarheid van onze overheidsfinanciën op lange termijn en de spelregels van de interne markt niet in gevaar brengt.

Velen van u hebben vanochtend gewezen op de zeer reële zorgen van de burgers over stijgende werkloosheid. Martin Schulz zei dat het gaat om “banen, banen en banen” en hij heeft gelijk. We moeten inderdaad de werkgelegenheid op peil houden en hoewel er veel maatregelen zijn die nog tot de bevoegdheden van de lidstaten behoren, kunnen we bepaalde dingen doen. Laat ik één voorbeeld geven. Gisteren heeft de Raad Economische en Financiële Zaken overeenstemming bereikt over verlaging van de btw in arbeidsintensieve sectoren zoals restaurants en dergelijke. Zoals u wellicht weet heeft dit punt vele jaren op de agenda gestaan zonder dat een oplossing werd bereikt, en pas gisteren zijn wij onder het voorzitterschap van mijn land in staat geweest het eens te worden over die gevoelige kwestie.

Werkgelegenheid moet het hoofdthema zijn, en dat is het ook, van de drie verslagen die vanmorgen voorliggen. Wij zijn van plan nader op dat onderwerp in te gaan tijdens de vergadering van volgende week. Het is een belangrijk onderdeel van de Lissabonstrategie. Ik ben het eens met degenen die zeggen dat de huidige crisis geen reden is om de Lissabonstrategie overboord te zetten. De crisis is juist een reden te meer om ervoor te zorgen dat we de hoofddoelen van die strategie waarmaken.

Het voorzitterschap besteedt speciale aandacht aan deze zaak en daarom hebben we begin mei een extra vergadering belegd over het probleem van de toenemende werkloosheid. Volgende week hopen we het eens te worden over enkele concrete richtsnoeren als basis voor onze discussies en mogelijk voor de in mei te nemen besluiten.

Sommigen van u hebben ook de noodzaak genoemd om overeenstemming te bereiken over bestrijding van en aanpassing aan de gevolgen van de klimaatverandering, als voorbereiding op de conferentie van Kopenhagen. Graham Watson heeft gevraagd hoeveel we daarvoor moeten betalen. Ik denk dat het te vroeg is om dat te zeggen. Er zijn enkele schattingen – bijvoorbeeld in de mededeling van de Commissie over deze kwestie, die ramingen van de verschillende ngo’s en instellingen bevat – en die zijn nogal hoog. Het zou echter voorbarig zijn om nu een schatting te geven. We moeten wachten totdat de VS en andere belanghebbenden in het proces ons inlichten over hun plannen, en daarover verwachten we meer te weten te komen tijdens de ontmoeting met de regering van president Obama begin april in Praag. Nu de boeken openen zou niet de juiste tactische zet zijn.

Vanzelfsprekend zullen wij u volledig op de hoogte houden van alle aspecten van de volgende bijeenkomst van de Europese Raad en ik kan u verzekeren dat premier Topolánek geheel en al bekend is met de standpunten die hier vanmorgen naar voren zijn gebracht. Hij zal tijdens de volgende plenaire zitting aan het Parlement verslag uitbrengen van de uitkomst van de Europese Raad en ik verheug mij op een constructieve gedachtewisseling bij die gelegenheid.

 
  
MPphoto
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik ben het eens met degenen die hebben gezegd dat deze crisis heel lang onderschat en verkeerd beoordeeld is. Daarom kan het geen kwaad wanneer we het tenminste eens zijn over het uitgangspunt, en wel dat we niet weten hoe ernstig deze crisis nog zal worden. We weten niet hoe lang deze crisis nog zal duren, en daarom weten we ook niet of we wel genoeg hebben gedaan. Het spijt me dat ik in dit verband bij wijze van uitzondering Jean-Claude Juncker moet tegenspreken.

We weten zelfs nog niet of wat we hebben gedaan wel of niet effect zal sorteren, zelfs dat weten we op dit moment niet. Het enige wat we werkelijk weten is dat we deze crisis niet kunnen overwinnen wanneer we er niet heel snel in slagen om de financiële sector weer op gang te brengen.

Daar is het probleem begonnen, en het is intussen tamelijk duidelijk hoe dit allemaal heeft kunnen gebeuren. En we weten ook waarom de maatregelen die we tot nu toe hebben genomen om de financiële sector te stabiliseren nog geen of in ieder geval nog onvoldoende effect hebben gesorteerd, en wel omdat de banken weten dat er nog een golf op ze af komt. Op dit moment doen ze aan risicopreventie, omdat ze weten dat nog niet alle risico’s in hun portefeuille bekend zijn, en ook daarop moeten wij ons politiek voorbereiden.

Iets anders is echter ook wel duidelijk: voor de financiële sector wordt het nooit meer zoals voor de crisis. Wie denkt dat de staat alles wel zal regelen, dat de Europese Unie alles wel zal regelen, en dat daarna alles vrolijk verder gaat zoals vroeger, die vergist zich. Het is glashelder dat we voor de financiële sector, voor de financiële instellingen, op de lange termijn een robuust toezichtstelsel nodig hebben, en niet alleen op Europees niveau. Het is van het grootste belang dat we samen met onze partners een systeem van global governance tot stand brengen, en dat zal ons samen met onze partners alleen maar lukken wanneer we als Europeanen een duidelijke koers volgen. Hoe meer we het hierover met elkaar eens zijn, des te beter zijn onze kansen om werkelijk iets te bereiken. Zolang er in Washington, in Peking of in Tokio verschillende signalen uit de Europese hoofdsteden aankomen, maken we niet veel kans op een bruikbaar systeem van global governance.

We zijn het er ook over eens dat de huidige situatie bijzonder explosief is voor de sociale cohesie, en wel omdat we voor de reële economie, die door de financiële crisis in de problemen is gekomen, niet zoveel kunnen doen als we voor het stabiliseren van de financiële sector kunnen doen, dat weten we allemaal.

Het Europese antwoord op de crisis in de reële economie, in onze ondernemingen, in onze industrie, is primair steun voor de werkgelegenheid. Het gaat waarachtig niet om de dividenden voor aandeelhouders, of om bonussen voor de managers. Het gaat erom dat de werknemers – zij zijn degenen die de minste verantwoordelijkheid voor deze crisis dragen, eigenlijk geen enkele verantwoordelijkheid – hun baan kunnen houden. Deze banen moeten ze behouden, anders kunnen ze geen zelfstandig, vrij en menswaardig leven leiden.

We willen de banen in de Europese economie beschermen. Daarom waren de uitgavenprogramma’s nodig. Er valt heel goed over te twisten of ze wel of niet omvangrijker hadden kunnen of moeten zijn, maar ons probleem is dat de begroting van de Gemeenschap in dit opzicht volkomen onflexibel is. In het Europees Parlement en in de Europese Commissie kunnen we heel makkelijk zeggen dat we een groot economisch herstelpakket nodig hebben, dat we veel geld in de economie moeten pompen, want het is toch niet ons geld, dat hebben we namelijk niet. Het kan niet altijd alleen maar het geld van de lidstaten zijn, en vergeet alstublieft niet dat de nationale parlementen in dit verband natuurlijk ook een rol spelen.

We hebben geprobeerd om ervoor te zorgen dat deze programma’s zo worden georganiseerd dat de prioriteiten op de korte termijn de doelstellingen op de lange termijn niet in gevaar brengen, en dat is precies wat meerdere sprekers uit alle fracties hebben gezegd, en wel dat we ons midden in een economisch omschakelingsproces bevinden, op weg naar een koolstofarme economie, een economie die zuinig omgaat met grondstoffen, een economie die op kennis gebaseerd is. Die omschakeling moet ook in crisistijden verdergaan. Daarom zeggen we tegen de ondernemingen: bezuinig niet op onderzoek, ontwikkeling en innovatie, houd uw kernpersoneel in dienst. Ook onze financiële maatregelen moeten dit tot doel hebben. Ik ben het wel eens met diegenen die zeggen dat het allemaal misschien nog wel een beetje beter had gekund, maar we mogen nooit vergeten dat het geld, dat hier uitgegeven wordt, geen geld van de Europese Unie is. Het is het geld van de lidstaten, en daar spelen nog andere dingen een rol, en niet alleen wat wij hier belangrijk vinden. Het economische model van de Lissabonstrategie, dat vandaag ook is genoemd, is niet dat we het aan de markt overlaten om zichzelf te reguleren. De Lissabonstrategie gaat er niet van uit dat de markteconomie optimaal functioneert wanneer we de krachten van de markt radicaal en volledig vrije baan geven. De Lissabonstrategie is gebaseerd op het principe dat de markt zijn sociale en ecologische taken alleen maar kan waarnemen wanneer er regels gelden. Voor die regels is de politiek verantwoordelijk, en we mogen niet dulden dat daaraan wordt getornd. Daarom geloof ik dan ook dat de doelstellingen van de Lissabonstrategie niet veranderd zijn, en wie wil weten hoe we ondanks Lissabon eigenlijk in deze crisis terecht zijn gekomen, die stelt de verkeerde vraag. Wanneer we in Europa een andere economische strategie hadden gevolgd, hadden we het evenwicht in de macro-economie ook niet kunnen handhaven. De storingen en de schadelijke gedragspatronen op de internationale financiële markten hebben tot deze crisis geleid.

Tot slot zou ik nog het volgende willen zeggen: we willen dat de Europese ondernemingen als het enigszins kan ongeschonden uit deze crisis komen, en wel allemaal, als dat lukt. Daarom moeten we ze helpen om toegang te krijgen tot financiële middelen. Dat lijkt me op dit moment het grootste probleem, zowel de groten als de kleintjes hebben moeite om kredieten te krijgen.

De Europese Investeringsbank doet wat ze kan, ze stelt zich zeer flexibel op, en verdient daarvoor onze dank. Ze is echter nu al aan de grenzen van haar mogelijkheden gekomen. Nu al staat vast dat in de tweede helft van dit jaar niet kan worden voldaan aan de vraag van Europese kleine en middelgrote ondernemingen naar kredieten, omdat de Europese Investeringsbank nu al haar grenzen heeft bereikt. Iedereen moet weten dat de situatie heel ernstig wordt, en daarom is het de moeite waard om eens te overwegen of bijvoorbeeld niet ook het Parlement de situatie van de Europese ondernemingen kan verbeteren door de voorstellen van de Commissie die bedoeld zijn om overbodige kosten voor de Europese ondernemingen te vermijden, sneller te behandelen en goed te keuren.

We hebben intussen voorstellen voorgelegd die de kosten voor de Europese ondernemingen met maximaal dertig miljard euro per jaar kunnen verlagen. Wanneer u die snel goedkeurt zou dat ook een doeltreffende bijdrage aan de crisisbeheersing zijn.

De Commissie is ervan overtuigd dat op dit moment, slechts enkele dagen voor deze top, meer dan ooit zichtbaar wordt wat de kansen van de Europese integratie zijn, en waar de risico’s liggen. De kansen zijn ongetwijfeld dat we misschien zelfs sterker uit deze crisis tevoorschijn kunnen komen wanneer we onze krachten bundelen, wanneer we werkelijk een gecoördineerd en gericht beleid voeren, wanneer we onze creativiteit ten volle benutten. Dan kunnen we het feit compenseren dat we niet zoals de Verenigde Staten van Amerika centraal besluiten kunnen nemen die dan overal moeten worden omgezet, maar dat 27 lidstaten het met elkaar eens moeten worden.

De risico’s worden echter ook zichtbaarder dan ooit. Wanneer één of meerdere landen in deze situatie kiezen voor protectionisme en economisch nationalisme in plaats van solidariteit en samenwerking, dan is dat voor ons allen een risico. We moeten in deze crisis hetzelfde kompas volgen, anders zullen we helaas samen verdwalen in de mist die deze crisis veroorzaakt.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira, rapporteur. (PT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, commissaris, dames en heren, de crisis is erger dan verwacht en het werkloosheidspercentage zal de geraamde cijfers overtreffen. Er zijn goede redenen om te veronderstellen dat de geplande Europese stimulans ontoereikend is. Bovendien is het nu reeds duidelijk dat het te lang duurt voordat hij de burgers bereikt.

Het standpunt van het Parlement is krachtig en duidelijk. Dat is altijd zo geweest en hopelijk zal dat ook zo blijven. Onze doelstelling is om de werkgelegenheid in stand te houden en nieuwe banen op basis van zowel territoriale als maatschappelijke samenhang en solidariteit te scheppen. In de huidige crisis kunnen de burgers zich niet tevredenstellen met een Europa dat geen oplossingen aandraagt, met een Europa dat machteloos staat ten opzichte van de problemen waarmee zij worden geconfronteerd. Maar wat wil het Parlement nu precies van de Commissie? Via deze verslagen dringt het Parlement uiteraard aan op coördinatie van de nationale acties en verzoekt het de Commissie alle middelen in te zetten die zij op dit moment tot haar beschikking heeft. Bovendien geeft het Parlement de Commissie, als begrotingsautoriteit, alle ruimte om te waarborgen dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Het verzoekt de Commissie een duidelijk Europees initiatief voor de werkgelegenheid te starten en onderstreept dat het belangrijk is een agenda en een tijdschema vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van de maatregelen voor de regulering van de financiële markt en het verstrekken van leningen aan de reële economie. En wat wil het Parlement van de Raad? Het Parlement roept de Raad voornamelijk op om de politieke wil terug te vinden die ten grondslag ligt aan het Europese eenwordingsproces. In de Europese Unie is plaats voor concurrentie, maar ook voor samenhang en solidariteit. Een interne markt die geen garantie voor solidariteit en samenhang biedt, is uit den boze. Daarom juist hebben wij allen de nationale autonomie waarover wij vóór de toetreding tot dit project beschikten, gedelegeerd aan Europa.

 
  
MPphoto
 

  Jan Andersson, rapporteur. (SV) Mevrouw de Voorzitter, de crisis wordt nu voelbaar voor de mensen. De werkloosheid begint nu te groeien, en ze groeit snel. En nu beginnen we de sociale gevolgen van de crisis te zien. De recessie wordt groter dan we in het begin dachten. Er komen meer werklozen, er komen grotere sociale gevolgen.

Ik zou iets willen zeggen tegen de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten hier in het Parlement. De heer Hökmark is niet aanwezig, maar hij geeft het voorstel van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement de schuld van deze crisis. Dat is als schieten op de pianist wanneer het deuntje je niet aanstaat. Het is een feit dat we in Europa centrumrechtse regeringen hebben. Zij zijn het die gebrek aan actie vertonen, zij zijn degenen die gebrek aan coördinatie vertonen, zij zijn degenen die gebrek aan solidariteit vertonen.

Nu gaat het om banen, nu gaat het om socialezekerheidsstelsels en nu gaat het om de publieke sector. Met het oog op de top zeg ik tegen de Commissie en de Raad: het is zaak dat we nu optreden, het is zaak dat we gecoördineerde actie ondernemen, dat we voldoende actie ondernemen en dat we solidair actie ondernemen. Dat moet nú gebeuren. We kunnen niet wachten tot de top in mei; de werkgelegenheidskwesties moeten nu al boven aan de agenda staan.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Evgeni Kirilov, rapporteur.(BG) Dank u, mevrouw de Voorzitter. In het verleden is gebleken dat het cohesiebeleid een bijdrage kan leveren aan de oplossing van sociaaleconomische problemen en de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen in lidstaten en hun regio's. De tot dusver opgedane ervaring en de aanzienlijke middelen die zijn toegekend, want het gaat om meer dan 340 miljard euro gedurende een periode van zeven jaar, zijn in de huidige economische crisis broodnodig. Het is van levensbelang dat dit geld daadwerkelijk en zo goed mogelijk wordt gebruikt, zodat Europese burgers en bedrijven hiervan de vruchten kunnen plukken. Nu iedere euro van belang is voor het herstel van de Europese economie, mogen deze middelen niet verkeerd worden besteed. Daarom juichen wij de vereenvoudiging van de regelgeving toe en roepen wij op tot correcte tenuitvoerlegging.

Mijnheer Verheugen, in uw rede vandaag hebt u terecht gezegd dat we niet weten hoe lang de crisis zal duren. Een ding is wel duidelijk: de besluiten die wij nemen en de besluiten die de Europese Raad volgende week zal nemen, moeten dit jaar tot resultaten leiden. Ik zou zelfs willen zeggen dat deze resultaten deze zomer moeten worden bereikt. Dat verwachten Europese burgers van ons, zodat er licht gloort aan het einde van de tunnel en zij hoop krijgen op een weg uit de crisis, en wel snel.

Ik wil een opmerking maken voor de enkele collega's die vandaag hebben getracht geforceerd een economische scheidslijn aante brengen tussen oude en nieuwe lidstaten. Ik ben van oordeel dat dit cohesiebeleid, waarover wij vandaag een besluit nemen, juist indruist tegen de ideeën die zij voorstellen. Dit alles lijkt me uitermate schadelijk en we moeten onze handen ineenslaan om dit tegen te gaan. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn er vijf ontwerpresoluties(1) ingediend, overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag, woensdag 11 maart, plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) In het kader van de vernieuwde Lissabonstrategie zijn in 2008 richtsnoeren aangenomen die blijven gelden tot 2010. Alle lidstaten, waaronder Malta, moesten strategieën formuleren om banengroei te realiseren. Er zijn werkgelegenheidsrichtsnoeren opgesteld. Financiering daarvan is essentieel en het Europees Sociaal Fonds kan directe maatregelen financieren die door de lidstaten moeten worden genomen ten aanzien van flexizekerheid en vaardigheden.

Flexizekerheid is een geïntegreerde beleidsaanpak ter bevordering van het aanpassingsvermogen van werknemers en ondernemingen. Daarnaast moeten we een enorme inspanning verrichten om de vaardigheden te vergroten op alle kwalificatieniveaus. Daarbij heb ik twee opmerkingen.

Ten eerste is verbetering van vaardigheden zinloos als deze niet aanluit bij de behoeften van de arbeidsmarkt.

Ten tweede moet voorrang worden gegeven aan drie strategieën:

- het aanpassingsvermogen van werknemers en ondernemingen vergroten;

- meer mensen aan een baan helpen en meer mensen hun baan laten behouden, zodat het arbeidsaanbod wordt verruimd en stelsels van sociale zekerheid werkbaar blijven;

- meer investeren in menselijk kapitaal middels verbetering van vaardigheden en onderwijs.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Bielan (UEN), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb naar het debat geluisterd en kon me niet aan de indruk onttrekken dat hier een sfeer van touwtrekkerij heerst tussen de oude en de nieuwe lidstaten. We lossen onze problemen echter niet op door elkaar met de vinger te blijven nawijzen in een discussie over wie het lidmaatschap van de EU verdient.

Laten we in de eerste plaats niet vergeten dat de burger naar ons luistert en bescherming van ons verwacht. Juist nu wil de burger zien waar een verenigd Europa goed voor is. We moeten ons in dit debat dan ook de vraag stellen hoe we de sociale gevolgen van de huidige crisis kunnen beperken.

We zeggen 'ja' tegen de Lissabonstrategie omdat zij resultaten oplevert en binnen de EU voor bijna zeven miljoen nieuwe arbeidsplaatsen heeft gezorgd. Maar wat voor arbeidsplaatsen? Heel vaak gaat het om tijdelijke, niet voltijdse betrekkingen en de werkgelegenheidsgraad uitgedrukt in voltijdse banen is dan ook ongewijzigd gebleven.

Dit betekent alleen maar dat Europa moet leren gebruik te maken van zijn mogelijkheden. We moeten investeren in spitstechnologie, waar hoogopgeleide werknemers voor nodig zijn. Dat is onze meerwaarde, dat is de sector waarin we geen concurrentie hebben te duchten. In dit verband is het bijzonder belangrijk dat termijnen voor het gebruik van middelen worden verlengd en procedures voor het aanvragen van middelen worden vereenvoudigd, met name voor de nieuwe lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) De wereldwijde economische crisis heeft ons allemaal verrast: banken, multinationals en zelfs transnationale institutionele structuren. De wereldeconomie is hierdoor ernstig getroffen en het wereldwijde financiële systeem staat op springen. Ik denk niet dat iemand me zal tegenspreken als ik zeg dat de omvang van de huidige problemen vraagt om een gecoördineerde aanpak op Europees niveau. Solidariteit is een absolute must om door deze crisis heen te komen.

Ik vertegenwoordig in het Europees Parlement Roemenië, een land in het zuidoosten van Europa. Ik kan alleen maar zeggen dat wat de economische groei van ruim 7 procent in 2008 heeft opgeleverd, razendsnel aan het verdwijnen is onder deze turbulente economische omstandigheden, die hard aankomen. Het economisch herstelplan van de Europese Commissie moet zijn uitwerking hebben in alle hoeken van het oude continent. Het mag niet zo zijn dat bepaalde delen van Europa zich in de steek gelaten voelen en machteloos staan tegenover een vijandige situatie die zij niet hebben veroorzaakt.

Ik denk dat dit de belangrijkste test is voor de Europese Unie, het meest gedurfde project van de afgelopen eeuwen. De landen van het hele continent moeten laten zien dat ze een eenheid zijn. Volgens José Manuel Durão Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, zal Europa vooral beoordeeld worden op de resultaten. Ik ben het daar volledig mee eens.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE), schriftelijk.(RO) Ik vind het initiatief voor een economisch herstelplan in de huidige crisis meer dan welkom. De EU moet een gezamenlijke, heldere en effectieve aanpak kiezen om de effecten van de crisis, van de intensiteit en de duur ervan, zoveel mogelijk te beperken.

We hebben duidelijkere regelgeving nodig voor de financiële sector, met name voor investeringen met een hoog risico, zoals hedgefondsen.

Solidariteit tussen de lidstaten is momenteel van essentieel belang. Het spreekt voor zich dat de lidstaten maatregelen zullen nemen die toegespitst zijn op de specifieke situatie in hun eigen land, maar deze moeten niet in strijd zijn met de interne markt en de EMU. De prioriteit moet liggen bij kredietverlening, vooral voor kleine en middelgrote ondernemingen, die een stuwende kracht vormen achter economische groei en banen weten te scheppen. Staatsinterventies moeten echter tijdelijk van aard zijn. Daarna moet de mededingingsregelgeving weer onverkort gevolgd worden.

Ook moeten maatregelen ter bestrijding van de crisis een geïntegreerd deel uitmaken van een verantwoord begrotingsbeleid. Ondanks het feit dat we door een crisis gaan vind ik het van groot belang dat het Stabiliteits- en groeipact zoveel mogelijk gerespecteerd wordt, omdat het vergroten van het begrotingstekort op den duur wel eens een rampzalige oplossing zou kunnen blijken te zijn, vooral voor toekomstige generaties.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Dăianu (ALDE), schriftelijk. (EN) Commissaris Joaquín Almunia heeft onlangs gezegd dat lidstaten in de eurozone die in grote problemen dreigen te komen, hulp zouden kunnen krijgen van andere lidstaten van de EU. Waarom is deze verwijzing naar een collectieve respons niet krachtig overgebracht aan de nieuwe lidstaten buiten de eurozone? Er is aantoonbaar iets mis met de steunpakketten die zijn toegekend aan Letland en Hongarije. Verkleining van zeer grote onevenwichtigheden is in wezen goed, maar de manier waarop dat gebeurt is uiterst belangrijk. Moeten begrotingstekorten drastisch worden verlaagd terwijl de particuliere sector haar activiteiten ingrijpend terugschroeft? Versterking van de cyclische ontwikkeling moet zowel tijdens een opgang als tijdens een neergang worden vermeden. Als overheidsbegrotingen niet de hoofdoorzaak zijn van grote externe tekorten, waarom zouden zij dan slachtoffer moeten zijn van de verkleining van die tekorten? Onthoud de lessen van de Aziatische crisis, tien jaar geleden. De politiek moet ook nadenken over het ontmoedigen van speculatieve aanvallen op de munteenheden van nieuwe lidstaten. Simpelweg het begrotingstekort drastisch verlagen zou ook in dit opzicht niet veel helpen. Hopelijk zullen toekomstige bijeenkomsten van de Raad Economische en Financiële Zaken een betere aanpak van financiële steunverlening opleveren. En wanneer het IMF ooit een rol gaat spelen bij financiële steunmaatregelen, dient het de geschiktheid van zijn traditionele aanpak van macro-economische onevenwichtigheden te heroverwegen in het licht van de huidige buitengewone omstandigheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (PSE), schriftelijk. – (RO) Roemenië moet gebruik maken van de nieuwe kansen die de structuurfondsen bieden.

De centrale en lokale overheden van Roemenië moeten zo snel en effectief mogelijk gebruik maken van de kans die de Europese Commissie biedt door de structuurfondsen van de Gemeenschap toegankelijker te maken. Ze moeten deze fondsen gebruiken om nieuwe banen te scheppen, scholing en training aan te bieden door middel van programma's voor een leven lang leren, gericht op omscholing, en om kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen.

Het versnellen en vereenvoudigen van de toekenning van communautaire middelen kan bijdragen aan het economisch herstel, dankzij de financiële injecties in de beoogde gebieden. Deze betalingen zullen sneller en flexibeler verlopen en ze zullen uit één enkele betaling bestaan, waardoor projecten op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, energie en het milieu in korte tijd geïmplementeerd kunnen worden.

Anderzijds moeten de Roemeense autoriteiten, in overeenstemming met de EU-procedures, het medefinancieringsaandeel ter beschikking stellen, zodat de projecten kunnen worden geïmplementeerd zodra de middelen van de EU binnen zijn.

De voorstellen van het Europees uitvoerend orgaan zijn gericht op een serie maatregelen om in de lidstaten prioritaire investeringen op nationaal en regionaal niveau te versnellen, de toegang tot subsidies te vereenvoudigen en meer financiële middelen beschikbaar te stellen voor kleine en middelgrote ondernemingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dragoş Florin David (PPE-DE), schriftelijk.(RO) De belangrijkste kenmerken die de lidstaten van de Europese Unie met elkaar delen zijn democratie, stabiliteit, verantwoordelijkheid en cohesie. Het verslag van Evgeni Kirilov over het cohesiebeleid en investeren in de reële economie benadrukt het belang van die gezamenlijke kenmerken van de lidstaten als een eerste vereiste voor een gezamenlijke strategie inzake het sociaal en economisch beleid. De Europese economie lijdt onder de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis en van de grootste en ernstigste recessie van de afgelopen zestig jaar. We moeten de lidstaten aanmoedigen op zoek te gaan naar mogelijke synergie tussen het cohesiebeleid en andere communautaire financieringsinstrumenten, zoals TEN-T, TEN-E, het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling, het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie, alsook de financiering door de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Tegelijkertijd moeten de lidstaten zorgen voor een eenvoudigere en betere toegang tot de financiële instrumenten JESSICA, JASMINE en JEREMIE om het gebruik ervan door KMO’s en relevante begunstigden te stimuleren. Ter afronding wil ik graag de rapporteur, de heer Kirilov, complimenteren met de bijdrage die hij in de vorm van zijn verslag geleverd heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL), schriftelijk. (GA) We leven in economisch onzekere tijden. De Europese Unie heeft de verantwoordelijkheid te onderzoeken of nationale en regionale autoriteiten flexibel mogen zijn om EU-middelen beter te kunnen inzetten om deze unieke situatie te lijf te gaan.

De maatregelen in commissaris Huebners plan Cohesiebeleid: investeren in de reële economie zijn praktisch en moeten onverwijld door de nationale autoriteiten worden goedgekeurd.

Het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) kan nu worden ingezet om ecologische investeringen in goedkope woningen mede te financieren, waardoor banen in de bouw – een sector die zwaar te lijden heeft onder de crisis – geschapen moeten worden en behouden moeten blijven, en we tegelijkertijd een bijdrage leveren om onze klimaatafspraken na te komen.

Financiële compensatie uit het Europees Sociaal Fonds kan de kwakkelende publieke sector daadwerkelijk uit het slop trekken, en kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s) zullen er baat bij hebben als zij, zoals wordt voorgesteld, gemakkelijker over cashflow kunnen beschikken.

Dit is een stap in de goede richting. Naar mijn mening is in het verslag-Kirilov in sommige passages over de Lissabonstrategie sprake van een ongelukkige woordkeuze.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (PSE), schriftelijk. (PL) Hoe kunnen we de financiële crisis aanpakken? (Europees economisch herstelplan) We kunnen dit met korte- en langetermijnmaatregelen doen. De kortetermijnmethode houdt in dat we een einde maken aan de kwalen die zich de afgelopen decennia hebben ontwikkeld en die leiden tot minder solvabele banken, circulatie van ‘giftige’ effecten en een gebrek aan samenhang tussen financieel beleid en het beleid in algemene zin.

Landen die financiële steun bieden aan banken lossen daarmee niet de oorzaken van de crisis op. De fundamentele oorzaak van de crisis is volgens mij het neoliberale economische mechanisme. Dit betekent onder meer dat de economie is gericht op snelle winst en voorbij gaat aan belangen op de lange termijn.

Daarom moet de langetermijnmethode dit economische mechanisme corrigeren, zodat wordt gebroken met de dogma's van de zogenaamde 'vrije markt'. De lidstaten en de Europese Commissie moeten niet de rol overnemen van gezonde, concurrerende marktmechanismen, maar hebben wel de plicht om uitwassen te voorkomen. Ten eerste mag de kortetermijnwinst de belangen op lange termijn niet overschaduwen. Dit zijn belangen die voortkomen uit de ontwikkeling van infrastructuur, openbare gebouwen, milieubescherming, het zoeken naar nieuwe, soms minder rendabele energiebronnen enz.

Ten tweede moeten alle vormen van eigendom gelijk worden behandeld en de doeltreffendheid van het beheer moet bepalen of ze al dan niet worden gekozen.

Ten derde moeten de lidstaten en de Europese Commissie de rol van coördinator op zich nemen bij zowel het financiële als het algemene beleid.

Ten vierde zouden de lidstaten en de Europese Commissie methoden moeten uitwerken voor de coördinatie van de internationale financiële en valutamarkt, die vanwege zijn impulsieve karakter gevoelig is voor speculatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. (PL) De economische crisis heeft Europa inmiddels bereikt. Eerst werden de ontwikkelde economieën getroffen en daarna de zich ontwikkelende en opkomende economieën. Volgens de meest recente prognoses bedraagt de economische groei voor 2009 -1 procent of minder. We zitten dus in één van de ernstigste recessies waar de Europese Gemeenschap ooit mee te kampen heeft gehad.

Ik ben het eens met de rapporteur dat afzonderlijke maatregelen van landen inmiddels niet meer volstaan, zelfs niet als deze worden ondersteund met enorme kapitaaltransfers naar de sectoren die het sterkst door de crisis worden bedreigd. Onze economieën zijn met elkaar verbonden en de crisis heeft een mondiaal karakter. De herstelmaatregelen moeten daarom ook een antwoord zijn met een mondiaal karakter en bereik. Ook moeten zij stroken met het basisprincipe van de EU, namelijk het principe van solidariteit. Alleen zo kunnen we de territoriale en sociale cohesie binnen de Unie behouden. Ik ben van mening dat in tijden van crisis het solidariteitsprincipe ook een nieuwe politieke dimensie krijgt.

Daarnaast sluit ik me aan bij het punt van zorg dat in het verslag wordt geuit over de gewone man die door de crisis wordt getroffen. We moeten weer kredietstromen op gang brengen voor gezinnen en bedrijven, met name voor KMO’s, die immers de basis vormen van de Europese economie. Alleen voor dit doel en voor de bescherming van de spaargelden van de burger is het gebruik van publieke middelen voor reddingsplannen gerechtvaardigd. Als we er bovendien in zouden slagen om in het kader van het Europese reddingsplan komaf te maken met de belastingparadijzen, zou de crisis absoluut makkelijker en doeltreffender kunnen worden bestreden.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (PSE), schriftelijk. – (EN) Naarmate de financiële crisis ernstiger wordt en het einde nog niet in zicht is, denk ik dat er meer middelen nodig zullen zijn om de Europese economie te stabiliseren en de neerwaartse spiraal te stoppen. Andere knelpunten zijn de stijgende werkloosheid en de enorme onzekerheid op de arbeidsmarkt. Het niet beschikbaar zijn van kredieten in combinatie met stijgende overheidstekorten is nog steeds een groot probleem en vormt een cruciale factor als we de economische recessie echt succesvol en effectief willen aanpakken. Het is zeer belangrijk dat de kredietverlening weer in voldoende mate op gang komt en dat geld wordt gebruikt als economische prikkel, of met andere woorden: terechtkomt bij gezinnen en bedrijven. Er moeten stimuleringsmaatregelen worden ontwikkeld om kapitaalinvesteringen aan te trekken. Helaas zijn er momenteel geen Europees instrumenten of instellingen die in staat zijn een geïntegreerd herstel op het continent te coördineren en daarom worden allerlei provisorische oplossingen opnieuw uit de kast gehaald. Deze zullen in hun geheel mogelijk mislukken, aangezien de economieën van de lidstaten sterk onderling van elkaar afhankelijk zijn. De Europese herstelinspanningen moeten hand in hand gaan met veranderingen in de regelgeving om te voorkomen dat de fouten die tot de crisis hebben geleid, worden herhaald. Gebrek aan regulering en slecht toezicht zijn de hoofdoorzaken van het probleem geweest en daarom moeten we opnieuw een effectieve regulering in het leven roepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Om de ernstige sociaaleconomische crisis die de landen van de Europese Unie, en dus ook Portugal, thans doormaken ten volle te kunnen begrijpen, moeten wij ons bewust zijn van de doelstellingen van dit “integratieproces” en van het feit dat de bijbehorende beleidsmaatregelen ten grondslag liggen aan de huidige kapitalistische crisis, waarvan de Europese Unie een van de epicentra is.

In de afgelopen 23 jaar heeft de EEG/EU bijgedragen aan de bevordering van het kapitaalverkeer en de “financialisering” van de economie, aan de liberalisering van de markten en de privatisering, de concentratie van bedrijven en het ontstaan van overproductie, de verplaatsing en vernietiging van productiecapaciteit, de bevordering van de economische dominantie van enkelen ten koste van de afhankelijkheid van anderen, de uitbuiting van werknemers en de toenemende overdracht van winst uit arbeidsproductiviteit naar kapitaal, de centralisatie van de gecreëerde welvaart, de versterking van de maatschappelijke ongelijkheden en de regionale verschillen, dit alles onder leiding van de grootmachten en de grote financiële en economische groepen. Ziehier de oorzaken van de onherstelbare kapitalistische crisis.

Niet de “crisis” maar het kapitalistische beleid is verantwoordelijk voor de werkloosheid, de onzekerheid, de lage lonen, de verslechtering van de levensomstandigheden, de armoede, de ziekten, de honger en de toenemende moeilijkheden waarmee de werknemers en de bevolking in het algemeen worden geconfronteerd.

Daarom verheugt het ons dat de CGTP-IN, de algemene confederatie van Portugese werknemers, voor 13 maart een grote demonstratie heeft gepland in een poging om de huidige koers te wijzigen en aan te dringen op meer banen, hogere lonen en meer rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Gábor Harangozó (PSE), schriftelijk. – (EN) De Europese Unie moet zich tot het uiterste inspannen om een consistent kader te implementeren waarbinnen de wereldwijde financiële crisis kan worden aangepakt. Als we het maatschappelijk vertrouwen en een gezond financieel stelsel willen herstellen, moeten we snel optreden om de werkgelegenheid en economische activiteiten te stimuleren. Om de negatieve effecten van de recessie te verlichten en sociale normen en werkgelegenheidsniveaus te handhaven, moeten er enkele aanpassingen worden gedaan waardoor middelen eenvoudiger toegankelijk worden, terwijl tegelijkertijd meer transparantie en een beter beheer worden gewaarborgd. De laatste conclusies van de EIT-raad riepen op tot "snelle aanvullende actie door het ESF ter ondersteuning van de werkgelegenheid, met name voor de kwetsbaarste bevolkingsgroepen, waarbij specifiek aandacht moet worden besteed aan de kleinste ondernemingen door de indirecte arbeidskosten te verlagen". Daarom wil ik de volgende top van de Raad vragen serieus na te denken over het scheppen en behouden van banen door tijdelijke medefinanciering van maatregelen die betrekking hebben op een verlaging van de indirecte arbeidskosten in landen die ernstig worden getroffen door een financiële of economische neergang. Er moet inderdaad zeer veel aandacht worden besteed aan de kwetsbaarste bevolkingsgroepen, degenen die het meest te lijden hebben onder de gevolgen van de economische en sociale neergang. Dit om verdere asymmetrische gevolgen van de crisis te voorkomen, waardoor een evenwichtige ontwikkeling van alle gebieden in de Unie gevaar zou lopen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE), schriftelijk. – (EN) Solidariteit is een van de meest kostbare waarden van het hedendaagse Europa. In de huidige economische crisis zijn er echter tekenen zichtbaar dat de Europese solidariteit wordt ondermijnd.

Meer dan ooit moeten we verdeeldheid tussen lidstaten vermijden om zodoende een indeling in oud en nieuw, groot en klein te voorkomen. De verdeeldheid die bestaat tussen lidstaten die wel en lidstaten die niet tot de eurozone behoren mag er niet toe leiden dat de landen uit de eurozone een bevoorrechte positie innemen op basis waarvan zij een gemeenschappelijke toekomst dicteren. Alle lidstaten moeten in gelijke mate betrokken zijn bij de besluitvorming. Alle lidstaten moeten gegarandeerd het recht krijgen om hun problemen en zorgen te communiceren, zodat er kan worden gezocht naar mogelijke Europese oplossingen.

Europa heeft een drijvende kracht nodig om de economische crisis met zo min mogelijk schade te doorstaan. Protectionisme kan geen antwoord op de economische crisis zijn. Integendeel: openheid en een concurrerentiegrichte instelling moeten de basis van onze activiteiten blijven. Om te kunnen profiteren van de huidige depressie moet er daarom meer geld worden geïnvesteerd in innovatie, onderzoek en ontwikkeling.

De crisis moet met andere woorden worden gezien als een stimulans om de strategie van Lissabon te implementeren. Alleen door optimaal gebruik te maken van deze op solidariteit gebaseerde strategie, kunnen we ervoor zorgen dat banen en de duurzaamheid van de Europese economie worden gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 
 

  Magda Kósáné Kovács (PSE), schriftelijk. – (HU) Het heeft geen pas een rangorde te willen aanbrengen in onheil. Hoe het ook zij, de wederzijds gevoelde pijn mobiliseert middelen en intenties. Velen verwijzen naar de crisis van 1929, ofschoon de Tweede Wereldoorlog die erop volgde een tweedeling teweegbracht in Europa. Bovendien ervoeren de voormalige Oostbloklanden de verandering van bewind ook als traumatisch, maar in dit geval worden we allemaal in gelijke mate bedreigd door de wereldwijde financiële en economische crisis die, ondanks enkele voortekenen, toch onverwacht kwam.

Nu de crisis een feit is, is de tweedeling van Europa niet langer houdbaar, ook niet als die wegen parallel zouden lopen – er kan geen sprake zijn van twee snelheden. Bij de ontwaarding van speculatief kapitaal verliest iedereen wat; alleen de omvang van het verlies verschilt. Het paradigma van de gemeenschappelijke markt kan in een dergelijke situatie alleen overleven en competitief blijven als we gezamenlijke en gecoördineerde oplossingen aandragen. De geest van protectionisme is een slechte raadgever!

De taak van de lidstaten is om hun financiële plannen samen met elkaar uit te werken. De Europese Unie kan ze daarbij helpen door na te gaan hoe elk van hen al naar gelang zijn middelen kan bijdragen, zodat de lidstaten en burgers die verder naar achter in de rij staan uiteindelijk ook een positieve balans hebben. De regio Midden- en Oost-Europa staat verder naar achter in deze rij, deels om historische redenen, deels omdat het ontbreken van de euro een gebrek aan vertrouwen heeft veroorzaakt en speculatief kapitaal tegen ons heeft gekeerd. En ofschoon het onmogelijk is om elke lidstaat op gelijke voet te plaatsen, zeg ik met nadruk dat we op Europees niveau een systeem op poten moeten zetten waarmee we, omwille van de solidariteit, waar nodig bijstand kunnen bieden aan elke lidstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Alle uitgangspunten van het Europees economisch herstelplan moeten worden opgenomen in nationale economisch herstelplannen.

De EU-middelen die worden vrijgemaakt, moeten worden ingezet voor projecten met de hoogste prioriteit en eerlijk verdeeld worden over de lidstaten, waarbij echter wel rekening moet worden gehouden met speciale gevallen.

We moeten elke mogelijkheid effectief benutten. Daarom is het naar voren halen van de mogelijkheden om gebruik te maken van EU-middelen van essentieel belang, omdat dit plan daardoor snel en flexibel kan worden geïmplementeerd.

De projecten moeten snel en efficiënt worden uitgevoerd, om het segment van de arbeidsmarkt dat het nu moeilijk heeft te ondersteunen. Daarom moeten de administratieve procedures, en met name de uitvoeringstermijnen daarvan, radicaal worden verkort om te zorgen dat dit proces onmiddellijk effect sorteert.

Van de maatregelen die moeten worden aangenomen, zijn maatregelen die gericht zijn op een wettelijk kader voor de bestrijding van belastingparadijzen absoluut noodzakelijk.

Het moge duidelijk zijn dat overheidssteun voorzichtig moet worden gebruikt om problemen op het gebied van mededinging te voorkomen. Tegelijkertijd moeten we echter nauwkeurig bestuderen welke positieve effecten dergelijke hulp kan hebben op de inzet van arbeid, met het oog op situaties waarin deze hulp meer dan noodzakelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE-DE), schriftelijk.(RO) De Europese Commissie trekt grote bedragen uit voor investeringen in energie-efficiëntie, de productie van duurzame energie en trans-Europese netwerken voor vervoer en energie. De enige manier om de gas- en energiecrisissen die zich in bepaalde delen van de EU hebben voorgedaan, in de toekomst te vermijden, is door een gedegen beleid op dit gebied te voeren.

Door alle gas- en energienetwerken van Europa met elkaar te verbinden geven we inhoud aan het solidariteitsbeginsel: alle lidstaten kunnen dan, ook in tijden van crisis, natuurlijke hulpbronnen onder normale voorwaarden importeren, of zelfs exporteren.

De lidstaten moeten in dit verband de financieringsmogelijkheden benutten die geboden worden door de structuurfondsen, om projecten te ontwikkelen op het gebied van bijvoorbeeld infrastructuur, energie en milieu.

Om de kwaliteit van deze projecten en de effectiviteit van de uitvoering ervan te verbeteren, moeten de lidstaten van de EU optimaal gebruik maken van de technische bijstand die de Europese Commissie kan bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Ik ben blij met de snelheid die de EU-instellingen aan de dag hebben gelegd om met oplossingen te komen voor de huidige economische crisis. Ik wil echter een aantal aspecten naar voren brengen die meer aandacht behoeven.

Ten eerste de financiering van infrastructurele projecten op energiegebied. Ik vind het fundamenteel een foute aanpak om het geld over zoveel mogelijk projecten te verdelen, omdat daardoor het risico bestaat dat het budget niet toereikend zal zijn om die projecten af te ronden. Naar aanleiding van de recente discussies over Nabucco krijg ik de indruk dat we met vuur aan het spelen zijn. We kunnen niet bekendmaken dat er 250 miljoen euro beschikbaar is voor Nabucco, vervolgens zeggen dat er 50 miljoen op de financiering bezuinigd wordt en tot slot concluderen dat de financiering eigenlijk helemaal vanuit de particuliere sector dient te komen. De voordelen van het Nabucco-project staan buiten kijf en we kunnen dit project niet om politieke en economische redenen maar blijven uitstellen.

Ten tweede ben ik van mening dat we moeten oppassen dat we niet ten prooi gaan vallen aan protectionistische neigingen, die van invloed zouden zijn op het functioneren van de interne markt. Ook al zijn de gevolgen van deze crisis overal in de EU verschillend, toch moeten we er één gezamenlijk antwoord op vinden, in overeenstemming met de doelstellingen van het cohesiebeleid en de uitgangspunten van de interne markt. Ik vind het absoluut noodzakelijk het effect van deze amendementen te evalueren, zodat de efficiëntie van de maatregelen in het nieuwe financieel kader 2014-2020 verbeterd kan worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Ook zonder dat het een instrument voor crisismanagement is, is het cohesiebeleid, goed voor een derde van de Europese begroting, de belangrijkste bron voor investeringen in de reële economie. Het biedt enorme kansen, vooral ook voor regio's die structureel achterstandsgebieden zijn. Daarom wil ik erop wijzen dat er oplossingen gevonden moeten worden voor een betere verticale betrokkenheid van regio's op Europees niveau.

Gezien de omstandigheden waarin we ons momenteel bevinden ten gevolge van deze uitzonderlijke economische situatie, wil ik het belang benadrukken van grotere flexibiliteit en toegankelijkheid van de structuurfondsen. Ik juich het ook toe dat er meer mogelijkheden komen voor investeringen in energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen op het gebied van huisvesting en schone technologie.

 
  
MPphoto
 
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE-DE), schriftelijk. (FI) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, vorige week legde de Commissie haar mededeling over de economische crisis voor aan de Raad voor zijn vergadering eind deze maand. De Commissie gaf ook haar eerste beoordeling van de resultaten van het pakket maatregelen om de Europese economie te stimuleren. De Commissie vindt de eerste resultaten goed en schat dat de nationale en Europese herstelmaatregelen gezamenlijk een totale waarde zullen hebben van 3,3 procent van het bbp in de periode 2009-2010.

Ik wil de rapporteur complimenteren met het zeer verdienstelijk verslag. De hierin benadrukte noodzaak om het optreden van de lidstaten te coördineren, is naar mijn mening heel belangrijk. De opkomst van protectionistische tendensen is namelijk zeer zorgelijk. De lidstaten mogen in toespraken dan wel verzekeren dat zij gezamenlijk willen optrekken, uit hun maatregelen blijkt iets heel anders. Het is uitermate belangrijk dat de EU-leiders hun besluiten nemen op basis van wat zij zeggen en niet toegeven aan protectionistische druk, die in een aantal landen beslist groot is.

De Europese Unie moet een nieuwe, ambitieuze stap zetten als voortzetting van de strategie van Lissabon. De Europese Unie heeft een stimuleringspakket nodig dat steun geeft aan nieuwe sectoren als basis voor concurrentiekracht en groei. Met investeringen in onder meer milieutechnische modernisering, hernieuwbare energiebronnen en informatietechnologie kan een positieve verandering in de sectoren worden bewerkstelligd.

De crisis biedt ook kansen, bijvoorbeeld om de hele pan-Europese en mondiale financiële architectuur te reorganiseren. Zij biedt ook de kans om economische groei langs een totaal nieuwe weg te leiden, die gebaseerd is op hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie. De zogeheten New Green Deal moet een basis zijn voor herstel en nieuwe groei. Dus wanneer wij zorgen voor banen en innovatie, dan pakken wij ook de uitdagingen van de klimaatverandering aan.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. (SK) De Europese economie lijdt onder de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis, en wordt geconfronteerd met de grootste en ernstigste achteruitgang in de afgelopen zestig jaar. De crisis is een enorme test voor Europa. Zij raakt bedrijven, maar ook de burgers en hun gezinnen. Velen zijn bang, vooral bang om hun baan kwijt te raken, en rekenen erop dat de EU hen zal redden.

Europa is niet slechts een optelsom van 27 nationale belangen. De Unie moet gebaseerd zijn op solidariteit en de bereidheid van lidstaten en gebieden om hun programmadoelstellingen zo snel mogelijk ten uitvoer te leggen.

In tijden van economische crisis moet duidelijk zijn dat we ons op de Lissabondoelstellingen moeten richten, vooral op het gebied van werkgelegenheid. Het cohesiebeleid biedt de financiële instrumenten die tijdens de crisis intensief en flexibel moeten worden ingezet. De financiële middelen uit het communautaire cohesiebeleid voor de periode 2007-2013 kunnen er in belangrijke mate toe bijdragen dat de doelstellingen van de hernieuwde Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid van de Unie, die gewone burgers, bedrijven, infrastructuur, de energiesector en onderzoek en ontwikkeling bij elkaar brengt, worden gehaald. We moeten de coördinatie versterken en protectionisme en alle vormen van volksverlakkerij laten varen. We moeten kapitaalstromen en kapitaaloverdrachten weer op gang brengen.

Ik ben er vast van overtuigd dat investeringen in innovatie, nieuwe technologieën en milieu-innovaties nieuwe kansen zullen scheppen die van essentieel belang zijn voor het formuleren van een effectief antwoord op de huidige financiële crisis. We moeten alle belemmeringen wegnemen en een echte interne markt voor hernieuwbare energie tot stand brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Katrin Saks (PSE), schriftelijk.(ET) Mijn dank aan de rapporteur, mevrouw Ferreira, voor een relevant verslag dat op het juiste moment is gepresenteerd. In de huidige crisis is het van fundamenteel belang dat beschikbare middelen volledig worden benut. Helaas hebben de meeste lidstaten die in het kader van de nieuwe financiële vooruitzichten aanspraak kunnen maken op middelen uit de structuurfondsen en het Cohesiefonds, geen gebruik hiervan kunnen maken. Dit geldt ook voor mijn eigen land, Estland. Hiervoor zijn verschillende redenen aan te wijzen: het eerste grote probleem is de administratieve capaciteit van het land zelf. Op dit vlak zouden lidstaten zelf een hoop kunnen verbeteren, zoals het verbeteren van hun administratie. Een tweede reden ligt bij de Europese Unie. De Unie moet haar voorwaarden flexibeler maken. Er is bijvoorbeeld een probleem bij programma’s waarbij eerst uitgaven moeten worden gedaan die achteraf worden gefinancierd. Op dit moment is het moeilijk om aan kredieten te komen om die uitgaven te doen. De vraag is dus wat de Europese Commissie wil doen met vooruitbetalingen. Een ander belangrijk probleem is het percentage van zelffinanciering onder de huidige omstandigheden. Op dit gebied moet een grotere flexibiliteit worden overwogen. Het derde probleem is het toezichtmechanisme – de huidige bureaucratie is in elk geval te log.

Dank u voor het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Theodor Dumitru Stolojan (PPE-DE), schriftelijk.(RO) In het geval van sommige lidstaten, waaronder de Oostzeestaten, Roemenië en Hongarije, hebben de financiële crisis en de wereldwijde recessie structurele onevenwichtigheden blootgelegd die in de perioden van economische groei in hoog tempo zijn ontstaan, ten gevolge van rechtstreekse buitenlandse investeringen en buitenlandse schulden.

In een economisch herstelplan van de EU moet in ieder geval worden meegenomen dat er in deze landen omvangrijke externe financiering nodig is om de tekorten op de handelsbalans voor goederen en diensten te dekken. Zonder een dergelijke externe financiering zullen de betreffende landen genoodzaakt zijn tot grote en abrupte aanpassingen die de welvaart die de afgelopen jaren verworven is in één klap teniet zullen doen, de cohesie binnen de EU zullen verzwakken en zelfs de stabiliteit in het gebied in gevaar kunnen brengen.

De Raad en de Europese Commissie hebben een grote verantwoordelijkheid om oplossingen te vinden om deze externe financiering mogelijk te maken. De betreffende lidstaten zelf hebben de verantwoordelijkheid om de tijd die zij door deze externe financiering winnen, te gebruiken om de structurele hervormingen door te voeren die nodig zijn ter correctie van de onevenwichtigheden die zich gaandeweg hebben opgestapeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Margie Sudre (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Regionaal beleid is de voornaamste bron van Europese investeringen in de reële economie. De financiering ervan versnellen en vereenvoudigen kan bijdragen aan het economische herstel, doordat er liquide middelen naar de doelsectoren stromen.

Met snellere en flexibelere betalingen, in vaste bedragen ineens, zoals de Commissie voorstelt, kunnen projecten op het gebied van infrastructuur, energie of het milieu onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd.

Nationale en regionale instanties moeten deze kansen benutten en intensief gebruik maken van de structuurfondsen om de werkgelegenheid, KMO’s, ondernemingszin en beroepsopleidingen te bevorderen en tegelijkertijd hun bijdragen te leveren, zoals de regels van de cofinanciering voorschrijven, zodat de toegekende middelen optimaal kunnen worden benut.

Ik verzoek de regionale raden en de prefecturen van de Franse overzeese gebiedsdelen (DOM), als beheerinstanties van de structuurfondsen, te anticiperen op deze veranderingen zodat hun regionale programma’s onmiddellijk kunnen worden gericht op projecten die het grootste groei- en werkgelegenheidspotentieel bezitten.

Gezien de huidige onrust in de Franse overzeese gebiedsdelen, en nu de protestbeweging zich uitstrekt tot La Réunion, moeten we de mogelijkheden van nieuwe interne ontwikkelingsinitiatieven verkennen en alle hefbomen in werking stellen waarover we beschikken, ook die welke de Europese Unie aanreikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk.(RO) De mededeling van de EU over het Europees economisch herstelplan van december 2008 somt de terreinen op waarop de EU de komende jaren gaat investeren om economische groei en behoud van werkgelegenheid te garanderen. Dat zijn: steun voor kleine en middelgrote ondernemingen, met naar schatting 30 miljard euro via de EIB; versnellen van de investeringen in trans-Europese infrastructurele projecten op het gebied van energie en breedbandinternet, met naar schatting 5 miljard euro voor de verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen; onderzoek en innovatie.

Deze maatregelen moeten worden ondersteund door wetsvoorstellen die ook de toekenning van de financiële middelen garanderen. In het voorstel voor een verordening, van januari 2009, voor de financiering van energieprojecten als onderdeel van het Europees economisch herstelplan staat niets over de toekenning van financiële middelen voor de energie-efficiëntie van gebouwen. Ik vind dat de EU een fout maakt als ze, in deze economische crisis, prioritaire projecten niet financieel onderbouwt. Energie-efficiëntie van gebouwen is een terrein dat binnen de EU zo'n 500 000 banen kan opleveren, de kwaliteit van leven van de burgers kan verbeteren en bijdraagt aan duurzame economische ontwikkeling door de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Persoonlijk zou ik het een misser van de Europese Commissie vinden als zij het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen niet ondersteunt met financiële maatregelen en instrumenten en met gepaste fiscale maatregelen, en niet op Europees niveau een sterk politiek signaal afgeeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN), schriftelijk. (PL) Mevrouw de Voorzitter, we bespreken het economische herstelplan vandaag in het kader van de prioriteiten van de strategie van Lissabon. Hoewel deze strategie al een paar jaar geleden is ingezet, zien we dat ze nog geen effect sorteert. We produceren kortom documenten die we vervolgens niet concreet maken. Dit bevestigt maar weer eens de gewoonte die inmiddels norm is geworden in dit Parlement. We maken de burgers op veel vlakken het leven moeilijk door ze met regels te overladen, terwijl hun levensstandaard er niet wezenlijk door verbetert.

Daarnaast laat de huidige financiële crisis zien dat de Europese Commissie en de Raad volledig los zijn komen staan van de dagelijkse maatschappelijke problemen. De Commissie heeft in wezen geen echt actieprogramma als antwoord op de groeiende crisis. Iedereen ziet dat afzonderlijke landen op eigen houtje reddingsmaatregelen treffen, maar de centraal geleide markt van vijfhonderd miljoen is niet in staat werkelijk iets aan de crisis te doen.

De afgelopen jaren is de Oost-Europese landen steeds voorgehouden dat ze hun banken moesten privatiseren, met andere worden ondergeschikt moesten maken aan West-Europese banken. Dit is naïef genoeg ook gebeurd. Nu zien we dat die zelfde banken speculeren en de economieën van de nieuwe lidstaten van de EU de nek omdraaien.

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  

(1)Zie notulen.


4. Agenda
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Wat betreft de ontwerpresolutie van de Commissie buitenlandse zaken over de humanitaire situatie in Sri Lanka, hebben Robert Evans en veertig andere leden schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de inschrijving daarvan op de agenda van vandaag.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 90, lid 4, van het Reglement wordt de ontwerpresolutie met debat en stemming op de agenda van deze vergaderperiode ingeschreven.

Ik stel daarom voor het debat als laatste punt op de agenda van vanavond in te schrijven en de ontwerpresolutie morgen om 12.00 uur in stemming te brengen. De termijn voor de indiening van amendementen is vanmiddag, 15.00 uur.

 
  
MPphoto
 

  Robert Evans (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, maandagavond heeft de Commissie buitenlandse zaken een resolutie aangenomen over de verslechterende humanitaire situatie in Sri Lanka, overeenkomstig artikel 91.

Het is duidelijk dat de situatie in Sri Lanka zeer ernstig is, maar wat er precies gebeurt op het vlak van de humanitaire situatie is verre van duidelijk. Ik ben me ervan bewust dat er veel verschillende standpunten zijn in dit Parlement. Daarom stel ik voor dat wij een passend debat plannen, dat in alle ernst niet kan worden ingelast in deze vergaderperiode, maar deel kan uitmaken van onze volgende vergaderperiode, die over slechts tien dagen plaatsvindt. Ik wil de heer Daul van de PPE-DE-Fractie bedanken, omdat hij heeft aangegeven dat zijn fractie dit voorstel steunt. Aangezien dit een serieus parlement is, wil ik mijn collega's vragen een debat met een resolutie en volledige deelname tijdens de volgende vergaderperiode te steunen, zodat wij de ernst van de situatie in Sri Lanka recht kunnen doen.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit (Verts/ALE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, voorafgaand aan een stemming mag altijd tegen een voorstel worden ingegaan.

Ik wil dan ook zeggen dat de situatie in Sri Lanka buitengewoon tragisch is. Er zitten daar 150 000 mensen in de val, die geen kant op kunnen. Dat is precies hetzelfde als in Birma. Daarom moet Sri Lanka vandaag op de agenda blijven, om te laten zien dat we vastberaden zijn mensen te steunen die in de val zitten.

 
  
 

(Het Parlement verwerpt het verzoek om uitstel van het debat)

 

5. Stemmingen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de stemmingen.

(Uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)

 

5.1. Vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (gecodificeerde versie) (A6-0060/2009, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg) (stemming)

5.2. Aanpassing van de basissalarissen en vergoedingen van personeelsleden van Europol (A6-0078/2009, Agustín Díaz de Mera García Consuegra) (stemming)

5.3. Beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (A6-0106/2009, Reimer Böge) (stemming)

5.4. Gewijzigde begroting nr. 1/2009: overstromingen in Roemenië (A6-0113/2009, Jutta Haug) (stemming)

5.5. Gemeenschappelijke voorschriften en normen voor de met inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (herschikking) (A6-0097/2009, Luis de Grandes Pascual) (stemming)

5.6. Gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (herschikking) (A6-0098/2009, Luis de Grandes Pascual) (stemming)

5.7. Havenstaatcontrole (herschikking) (A6-0099/2009, Dominique Vlasto) (stemming)

5.8. Communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart (A6-0100/2009, Dirk Sterckx) (stemming)

5.9. Grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector (A6-0101/2009, Jaromír Kohlíček) (stemming)

5.10. Aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen (A6-0102/2009, Paolo Costa) (stemming)

5.11. Wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaren (A6-0072/2009, Gilles Savary) (stemming)

5.12. Naleving van vlaggenstaatverplichtingen (A6-0069/2009, Emanuel Jardim Fernandes) (stemming)

5.13. Het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (A6-0066/2009, Saïd El Khadraoui) (stemming)

5.14. Toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (herschikking) (A6-0077/2009, Michael Cashman) (stemming)
  

Vóór de eindstemming

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, overeenkomstig artikel 53 wil ik de Commissie vragen om een reactie en om ons te laten weten of zij van plan is alle amendementen die het Parlement vandaag aanneemt, ook aan te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Günter Verheugen, vicevoorzitter van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb de eer om namens de Commissie het volgende te verklaren.

De Commissie neemt kennis van de amendementen waarover het Parlement heeft gestemd en zal deze gedetailleerd bestuderen. De Commissie bevestigt bereid te zijn tot een compromis met het Parlement en de Raad. De Commissie zal haar voorstel pas in overweging nemen nadat de twee takken van de begrotingsautoriteit hun standpunt hebben ingenomen. De Commissie is voornemens om intussen te blijven streven naar een opbouwende dialoog met beide instellingen.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik weet niet waar de commissaris geweest is, maar wij hebben deze ochtend al een standpunt ingenomen.

Daarom verzoek ik dat de plenaire vergadering het verslag middels stemming terugverwijst naar de commissie, hetgeen de commissie de ruimte biedt om met zowel de Raad als de Commissie te gaan onderhandelen.

Daarom vraag ik het Parlement om steun voor een terugverwijzing naar de commissie.

 
  
 

(Het Parlement willigt het verzoek om uitstel van de stemming in)

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil het Parlement graag bedanken voor zijn geduld met deze laatste interventie van mij. Mag ik u, mevrouw de Voorzitter, nu verzoeken een formele uitnodiging aan het Tsjechische voorzitterschap - en aan het volgende, Zweedse voorzitterschap - op te stellen om zo snel mogelijk een formele dialoog met het Europees Parlement te beginnen?

Zoals aangekondigd in de stemlijst en omwille van de duidelijkheid en samenhang van de tekst die we nu hebben aangenomen, wil ik u eveneens vriendelijk vragen de plenaire vergadering te verzoeken om, zonder enige inhoudelijke wijziging, tot het volgende over te gaan: de artikelen op basis van hun inhoud samenbrengen onder specifieke thematische titels, overwegingen en definities dienovereenkomstig herschikken , en het standpunt van het Parlement zo snel mogelijk opstellen en publiceren als een geconsolideerde tekst.

Tot slot wil ik graag mijn dank betuigen voor de omvangrijke ondersteuning die ik niet alleen van de secretariaten, maar ook van het redactiebureau heb gekregen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dan zal ik dit verzoek overbrengen, mijnheer Cashman, en de uitkomst zal bekend gemaakt worden.

 

5.15. Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (A6-0052/2009, Jan Andersson) (stemming)

5.16. Verlenging van de toepasbaarheid van artikel 139 van het Reglement van het Europees Parlement tot het einde van de zevende zittingsperiode (B6-0094/2009) (stemming)

5.17. Sociale situatie van de Roma en de verbetering van hun toegang tot de arbeidsmarkt in de EU (A6-0038/2009, Magda Kósáné Kovács) (stemming)

5.18. Uitdagingen in verband met de aardolievoorziening (A6-0035/2009, Herbert Reul) (stemming)

5.19. Groener vervoer en internalisering van externe kosten (A6-0055/2009, Georg Jarzembowski) (stemming)

5.20. Lissabon-strategie (stemming)
  

Vóór de stemming over amendement 28 (betreft de stemming over amendement 27)

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès (PSE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, misschien vergis ik me, maar ik meen dat u een stemming hebt gehouden over amendement 27, dat in werkelijkheid een technisch amendement is, waarbij alleen paragraaf 47 verplaatst hoefde te worden. Er ligt evenwel ook een verzoek om een aparte hoofdelijke stemming over de oorspronkelijke tekst.

Ik denk dan ook dat wij hebben ingestemd met het verplaatsen van paragraaf 47, en nu moeten we in twee onderdelen hoofdelijk stemmen over paragraaf 47 zelf.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Voor de duidelijkheid: er is geen bezwaar gemaakt tegen invoeging van paragraaf 47 na paragraaf 49. We hebben echter wel over amendement 27 gestemd en dat is goedgekeurd. Daarom konden we niet stemmen over paragraaf 47, aangezien we al over amendement 27 hebben gestemd. Er is dan ook geen sprake van een probleem.

 

5.21. Tegengaan van de klimaatverandering (stemming)
  

Vóór de stemming over paragraaf 20

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb een zeer kort amendement op de oorspronkelijke tekst. Paragraaf 20, regel 3 moet als volgt luiden: "de beperking van emissies ten gevolge van ontbossing en aantasting van de bossen". Momenteel luidt deze tekst als volgt: "de beperking van emissies voor ontbossing en aantasting van de bossen". Ik wil het woord "voor" graag wijzigen in "ten gevolge van", omdat de Engelse versie onjuist is. Dit staat buiten kijf.

 
  
 

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

 

5.22. Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid (stemming)
  

Vóór de stemming over paragraaf 13

 
  
MPphoto
 

  Elizabeth Lynne (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit is een zeer eenvoudig amendement; ik wil alleen de term "the disabled" wijzigen in "people with disabilities" of "disabled people", De uitdrukking "the disabled" wordt nooit gebruikt in het Engels.

 
  
 

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

Vóór de stemming over amendement 1

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ook dit is een redelijk gebruikelijk amendement met betrekking tot de rol van dit overleg met de sociale partners. Aan het einde wordt enkel de volgende zinsnede toegevoegd: "in overeenstemming met de nationale gewoonten en praktijken". Normaal gesproken wordt zoiets opgenomen in een amendement, maar om de een of andere reden is het daaruit weggelaten. De Sociaal-democraten steunen dit amendement en hopelijk geldt dit ook voor de andere fracties; meestal is dit wel het geval.

 
  
 

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

 

5.23. Europees economisch herstelplan (A6-0063/2009, Elisa Ferreira) (stemming)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil onze fractie graag informeren dat er in onze stemlijsten een fout staat met betrekking tot amendement 113: er moet een plus in de stemlijst staan, geen min.

 
  
 

Vóór de stemming over amendement 93

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil enkel de bewoording in paragraaf 93 over gezonde overheidsfinanciering wijzigen in "zodra dit mogelijk is" in plaats van "wanneer de economische omstandigheden dit toelaten", zoals afgesproken met de schaduwrapporteurs.

 
  
 

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

Vóór de stemming over amendement 71

 
  
MPphoto
 

  Alain Lipietz (Verts/ALE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, dit is een puur technisch amendement. Er zit namelijk een fout in ons amendement. Er is een streepje dat deels als volgt luidde: “ intensify the elimination of barriers (intensivering van de inspanningen om hinderpalen […] uit de weg te ruimen)”. Wij hebben dit vervangen door “remove injustified barriers”, maar helaas is de oude paragraaf met het oude streepje blijven staan in de tekst van het amendement. Het is derhalve het derde streepje dat we enigszins hebben gewijzigd, en de oude versie hoeft niet te worden behouden.

 
  
 

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

Vóór de stemming over de ontwerpresolutie

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, uit de enorme vreugde op de banken van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten over mijn betoog blijkt wel dat de stemming net heel goed verlopen is.

Ik zou Elisa Ferreira willen bedanken, ze heeft ongelofelijk hard gewerkt om dit resultaat tot stand te brengen. Ik dank met nadruk ook de heer Hökmark, en zeker ook mevrouw Herzog en de heren Bullmann en Lehne, die volgens mij geweldige prestaties hebben geleverd in verband met de Lissabon-resolutie, die hiermee te vergelijken is.

Uit de reactie bij de PPE-DE-Fractie blijkt wel dat er nog enige beroering heerst. We zijn u dankbaar dat u met ons heeft gestemd voor het sluiten van de belastingparadijzen en de solidariteit tussen de lidstaten. Een paar minuten geleden zag dat er nog heel anders uit. Het strekt u tot eer dat u meegaat op de weg van de sociaaldemocratisering, en het is een goede zaak voor het Europees Parlement, dat u naar links bent opgeschoven.

(Applaus van links en protest van rechts)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit (Verts/ALE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wilde de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement en de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten er slechts aan herinneren dat er in dit Parlement nog andere fracties zijn dan de twee grote fracties.

 
  
MPphoto
 

  Hartmut Nassauer (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil een beroep doen op het Reglement. Kunt u ons misschien vertellen op basis van welk artikel van het Reglement de heer Schulz nu net het woord heeft gevoerd?

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dames en heren, eigenlijk heeft de heer Nassauer natuurlijk gelijk. Maar soms moet men, omwille van de democratie, de schoot een beetje vieren.

Hiermee bedoel ik, dames en heren, dat ik de heer Schulz het woord heb gegeven overeenkomstig artikel 141 van het Reglement. Hij was volkomen gerechtigd het woord te voeren.

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul (PPE-DE).(FR) Mevrouw de Voorzitter, sprak hij namens de Commissie? Omdat hij commissaris wil worden? Of sprak hij als voorzitter van de fractie?

 
  
 

Na de eindstemming

 
  
MPphoto
 

  Vittorio Prodi (ALDE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, ik zit met een vraag. Als ik me niet vergis is er nog geen eindstemming gehouden over het verslag van de heer Reul. Kunt u mij vertellen of ik het bij het rechte eind heb?

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Mijnheer Prodi, we hebben amendement 3 goedgekeurd, dat de hele resolutie vervangt.

 

5.24. Cohesiebeleid: investeren in de reële economie (A6-0075/2009, Evgeni Kirilov) (stemming)

6. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Ferreira (A6-0063/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat dit verslag kijkt naar wat er op Europees niveau kan worden gedaan om economieën te stimuleren, terwijl ik onderken dat de meeste instrumenten hiervoor op nationaal niveau blijven: 99 procent van de overheidsuitgaven is nationaal, niet Europees; het merendeel van alle regulering is nationaal, niet Europees. Als we echter kijken naar wat we op Europees niveau kunnen doen, kan en zal het door de Commissie voorgestelde plan voor een bijdrage van 30 miljard EUR, inclusief vooruitbetalingen van structuurfondsen en nieuwe leningen van de Europese Investeringsbank, een wezenlijke bijdrage vormen om uit deze crisis te komen.

We moeten er ook voor zorgen dat protectionisme in Europa wordt voorkomen. Als diverse landen de houding 'de een zijn dood is de ander zijn brood' zouden aannemen, zou onze gemeenschappelijke markt hierdoor verzwakken en zouden de vooruitzichten voor het scheppen van arbeidsplaatsen en economische groei op lange termijn ernstige schade oplopen. Integendeel: vrij verkeer van werknemers en initiatieven om de export van bedrijven naar de interne markt te ondersteunen helpen juist om ons economisch herstel de nodige impuls te geven.

 
  
  

- Verslag-Costa (A6-0102/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor de gemeenschappelijke ontwerptekst over de verbetering van de veiligheid van passagiers over zee gestemd. Het is erg belangrijk dat ik daar nog aan toevoeg dat er meer uitgegeven dient te worden aan de professionaliteit van alle bij de besturing van schepen betrokken zeelieden - van de kapitein tot de hoofdwerktuigkundige, de bootsman, de provoost-geweldiger, de stuurman, kortom alle zeelieden - want het leven en de veiligheid van mensen op zee hangt rechtstreeks van hen af. Ik wil dan ook pleiten voor meer professionaliteit bij en betere salarissen voor degenen in wier handen het leven rust van passagiers over zee.

 
  
  

- Verslag-El Khadraoui (A6-0066/2009)

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE-DE). (MT) Ondanks dat het initiatief in dit verslag het milieu ten goede komt, wordt te weinig rekening gehouden met de negatieve en onevenredige effecten daarvan op de gebieden en landen die in de periferie van de Europese Unie liggen, zoals Malta. Dit initiatief kan een aanzienlijke prijsstijging teweegbrengen voor het goederenvervoer van en naar deze perifere gebieden. Deze prijsstijging kan op haar beurt leiden tot hogere prijzen voor producten die uit deze gebieden of landen komen of er binnenkomen. Daarom heb ik tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Leopold Józef Rutowicz (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, een aanvullende heffing voor vrachtwagens komt neer op een belastingverhoging. Het vrachtwagenvervoer levert diensten voor de hele economie, ook voor de burgers. De kosten ervan beïnvloeden de prijzen van alle producten die wij als consumenten kopen. Nu we voor onbepaalde tijd te kampen hebben met een crisis, is het maatschappelijk onverantwoord om het transport naast de reeds af te dragen belastingen extra kosten op te leggen, met een brandstofaccijns en nu het vignet.

Luchtvervuiling, het opwarmen van de aarde en ongevallen worden in hoge mate bepaald door de constructie van voertuigen en infrastructuur. Op dat vlak is de afgelopen tien jaar flinke vooruitgang geboekt, die ons allen ten goede komt. Ik kan de richtlijn in deze vorm niet steunen en ben van mening dat deze radicaal moet worden herschreven.

 
  
  

- Verslag-Cashman (A6-0077/2009)

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, ik wil allereerst zeggen dat ik het verslag van mijnheer Cashman steun en dat ik hem ervoor bedank. Het werd veel beter door de behandeling in het Parlement, als wij bedenken wat het oorspronkelijke voorstel van de Commissie was.

Het uitgangspunt moet zijn dat besluitvorming transparant is. Mensen moeten de mogelijkheid hebben toegang tot documenten te krijgen, omdat alleen op die manier vertrouwen kan ontstaan. Hierbij is het van groot belang dat wij er in heel Europa voor zorgen dat mensen kunnen zien hoe het wetgevingsproces vordert. Op elk administratief niveau moet er transparantie zijn met betrekking tot documenten.

Iedereen begrijpt natuurlijk dat er enkele gebieden zijn, zoals zaken met betrekking tot de gezondheid van een individu, die privé moeten worden gehouden, maar in het wetgevingsproces moet alles in principe transparant zijn. Wat dat betreft ben ik blij met dit resultaat en ik ben van mening dat eerlijke en open besluitvorming de manier is om het vertrouwen van de burgers te winnen.

 
  
MPphoto
 

  Martin Callanan (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, uit een recent verslag van de Britse ngo TaxPayers’ Alliance bleek dat het EU-lidmaatschap GBP 2 000 per jaar kost voor elke man, elke vrouw en elk kind in het Verenigd Koninkrijk.

Ik moet bekennen dat veel van mijn kiezers in het noordoosten van Engeland van mening zijn dat zij voor zo'n groot geldbedrag maar weinig waar voor hun geld krijgen. De toegang van het publiek tot de documenten van de Europese instellingen is daarom het minste wat die kiezers mogen verwachten in ruil voor de jaarlijkse afdracht van zulke grote bedragen aan de EU. In de ogen van veel mensen blijft de EU een zeer obscuur en monolithisch geheel. Alles wat wij kunnen doen om de toegang te verbeteren, om het publiek meer informatie te geven over sommige zaken die sommige leden van onze Commissie en anderen mogelijk liever vertrouwelijk zouden houden, is zeer welkom.

We hebben al gezien dat klokkenluiders en andere personen zijn belasterd en weggetreiterd uit hun baan omdat zij vertrouwelijke informatie aan het licht brachten. Als al die informatie meteen al beschikbaar was geweest, waren veel van die overspannen reacties wellicht niet nodig geweest.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben dankbaar dat ik de gelegenheid krijg uit te leggen hoe ik heb gestemd over dit zeer belangrijke verslag. We weten allemaal dat, wanneer er verschillende partijen betrokken zijn bij gevoelige politieke onderhandelingen, geheimhouding soms noodzakelijk is om te voorkomen dat een overeenkomst op niets uitloopt. Daar hebben we het in dit geval echter niet over.

Recentelijk hebben er onderhandelingen plaatsgevonden over de handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak, en sommige van de kwesties die zijn besproken, komen neer op een enorme uitholling van de individuele burgerlijke vrijheden. Zo zijn er bijvoorbeeld voorstellen gedaan om iPods en laptops te doorzoeken wanneer personen een land binnengaan, zodat materiaal met en zonder copyright op deze apparaten kan worden gecontroleerd. Hebben wij deze voorstellen op open en transparante wijze kunnen bespreken? Nee, want deze documenten zijn geheim gehouden; mogelijk om gegronde redenen, maar desondanks om redenen die wij niet echt begrijpen. Wat we daarom echt nodig hebben is meer openheid en meer transparantie, zodat we echt kunnen doordringen tot de kern van de zaak.

Ik ben het volledig eens met mijn collega, de heer Callanan, wanneer hij zegt dat het feit dat deze voorstellen niet transparant waren, weinig goeds voorspelt voor de EU.

 
  
  

- Verslag-Andersson (A6-0052/2009)

 
  
MPphoto
 

  Carlo Fatuzzo (PPE-DE).(IT) Ik zou graag alle fans willen bedanken die hier al zo lang onvermoeibaar zitten te luisteren. Mevrouw de Voorzitter, ik ben een van de 74 Parlementsleden die vandaag tegen het verslag van de heer Andersson gestemd hebben. Niet dat ik tegen werkgelegenheid ben, integendeel, maar er wordt in deze richtlijnen voor het beleid van de Europese Unie en de lidstaten niets specifieks vermeld over een van de mogelijke vormen van werkgelegenheidsbevordering, namelijk werknemers die dat willen en daarom vragen in staat stellen met pensioen te gaan. Dit beleid van verplichte optrekking van de pensioensgerechtigde leeftijd in alle lidstaten, heeft enkel en alleen tot gevolg dat jonge mensen die graag de plaats innemen van oudere werknemers die graag hun plaats afstaan aan jongeren, het brood uit de mond wordt gestoten.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit verslag gaat uit van een onjuiste veronderstelling, namelijk de veronderstelling dat de EU altijd gelijk heeft wat betreft het werkgelegenheidsbeleid. Veel van mijn kiezers zouden het hier sterk mee oneens zijn; zij zouden liever zien dat de EU zich verre houdt van alles wat te maken heeft met het werkgelegenheidsbeleid. Ik ben van mening dat mijn land zich moet terugtrekken uit de sociale paragraaf van de EU.

Het mag zeer ironisch genoemd worden dat de EU haar wijsheid over het werkgelegenheidsbeleid wil overbrengen aan de lidstaten, terwijl de EU tegelijkertijd verantwoordelijk is voor enorme hoeveelheden administratieve rompslop en regulering waardoor zo veel bedrijven in mijn regio en in heel Europa worden ingeperkt en waardoor zeer veel werkloosheid is ontstaan, die zij nu weer wil oplossen.

Het Europese sociale model is achterhaald, vernietigend, voorkomt het scheppen van banen en belemmert ondernemerschap. Het zou het beste zijn als de EU zich niet zou bemoeien met het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten en zou zorgen voor minder administratieve rompslomp en minder regulering. Dat is het beste wat wij zouden kunnen doen om voor meer banen in de economie te zorgen.

 
  
  

- Ontwerpresolutie over artikel 139 van het Reglement (B6-0094/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Allister (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor dit voorstel gestemd omdat hierdoor de dwaasheid van het volkomen onnodig verspillen van nog meer geld aan vertaaldiensten in dit Parlement voor het Iers, wordt opgeschort.

Ik zou liever hebben gezien dat deze hele dwaze verspilling zou zijn afgeblazen, maar dit beperkt de onnodige geldverkwisting voor onze belastingbetalers tenminste nog enigszins.

Het is duidelijk dat er in dit Parlement vrijwel geen Iers wordt gesproken, ook al trakteert mevrouw de Brún ons op het gebruik van die dode taal, als onderdeel van haar agressieve republikeinse agenda. Gelukkig kan bijna niemand die online naar het Parlement luistert, daar een woord van verstaan. Ik kan hun verzekeren dat ze erg weinig missen.

Haar Sinn Féin-collega, mevrouw McDonald, is nog niet verder gekomen dan wat gestamel en gestotter in Pidgin-Iers, maar zelfs dán verspillen we geld als we dat vertalen.

 
  
  

- Verslag-Kósáné Kovács (A6-0038/2009)

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik dank mevrouw Kovács voor haar informatieve en nuttige verslag over de situatie van de Roma.

Zoals u weet groeit de Roma-bevolking nog steeds en is zij in heel Europa een zeer grote, invloedrijke macht aan het worden. Deze groep van tien tot twaalf miljoen mensen is een van de armste van het continent, maar beschikt over enorme mogelijkheden.

Als Europeanen en leden van het Europees Parlement, dat op gelijkheid is gebaseerd, moeten we zo snel mogelijk op dit probleem reageren. Het is beschamend en inefficiënt dat een van de grootste minderheidsgroepen in Europa voortdurend wordt onderdrukt. Door betere regelgeving en intensievere samenwerking zouden de landen deze grote groep potentiële arbeidskrachten aan werk kunnen helpen. Gezien de dreiging van de economische crisis zouden de Roma Europa kunnen helpen bij de oplossing van enkele van zijn grootste problemen. Bovendien wordt het tijd dat er een einde komt aan de vooroordelen jegens deze mensen en hun achterstelling. Alle burgers van Europa verdienen gelijke rechten en kansen, ook de Roma.

Nog aan het begin van deze maand zijn in Hongarije twee Roma-mensen als beesten neergeschoten, toen ze hun brandende huis probeerden te ontvluchten. Hoe is het mogelijk dat er zich in een verenigd Europa zulke situaties voordoen?

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Kovács gestemd, omdat dit hele verslag doordrongen is van het slachtofferdenken en omdat ik van oordeel ben dat een minderheidsgroep, zoals de Roma-zigeuners, eigenlijk veel meer baat zou hebben bij een strategie van responsabilisering.

Ook ik ben natuurlijk van oordeel dat de Roma correct behandeld moeten worden, zoals iedereen trouwens, maar de meerderheid van de problemen die in dit verslag vermeld worden, hebben te maken met een levensstijl, met een manier van leven waar die mensen zélf voor gekozen hebben. En dan kunnen we nog zoveel verslagen en resoluties aannemen en zoveel geld geven als we willen, op het terrein zal dat helemaal niets aan de situatie veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, ik heb in dit Parlement, in al de jaren dat ik hier ben, al heel veel politiek correcte onzin zien passeren, die meestal werd goedgekeurd met zeer grote meerderheden, maar dit verslag slaat in mijn ogen toch werkelijk alles. Indien dit Parlement zich per se wil bemoeien met de sociale situatie van de Roma en met hun toegang tot de arbeidsmarkt, is het dan echt teveel gevraagd om een minimum aan objectiviteit na te streven?

De waarheid is dat de problemen van de zigeunerbevolking voor het grootste deel het simpele gevolg zijn van hun eigen weigering om zich aan te passen aan de maatschappij waar zij wonen, zeker wat onderwijs betreft, zeker wat beroepsopleidingen betreft. Al decennia lang pompen wij miljoenen euro's in allerhande programma's vol idyllische, maar vooral onrealistische onzin in de sfeer van dit verslag. Zonder enig resultaat. Wordt het dan geen tijd om te stoppen met pamperen, en eens naar de echte oorzaken van de problemen te zoeken vooraleer wij oplossingen voorstellen?

 
  
  

- Verslag-Reul (A6-0035/2009)

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, hoewel de gewijzigde versie een verbetering was, kostte het me toch moeite om in te stemmen met dit initiatiefverslag, omdat het niet in overeenstemming is met het klimaat- en energiepakket dat op 17 december 2008 met grote meerderheid in dit Parlement is aangenomen.

Ik wil graag in herinnering brengen dat mijn eigen EU-ETS-verslag, waarop dit pakket was gebaseerd, is aangenomen met 610 stemmen voor en 29 stemmen tegen, bij 60 onthoudingen. Het behoeft geen betoog dat de heer Reul niet behoorde tot de groep van 610 afgevaardigden – van in totaal 699 afgevaardigden – die mijn verslag steunde.

Ik heb mijn bedenkingen bij verwijzingen naar boringen in het noordpoolgebied of onderzoek naar alternatieve oliebronnen, zoals teerzanden. In de laatste maanden is gebleken dat het belang van energiezekerheid nog nooit zo acuut is geweest. De samenwerking die in heel Europa nodig is en de noodzaak om te profiteren van de stimuleringsmaatregelen die onlangs door bijna alle lidstaten en de Commissie zijn ingevoerd, onderstrepen de behoefte aan investeringen in hernieuwbare energiebronnen om onze energiezekerheid te vergroten, onze koolstofemissies te reduceren en ons te leren niet meer zo afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen, al is het maar voor een bepaalde afgesproken tijd.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik was de schaduwrapporteur bij het verslag-Sacconi over CO2-emissies van personenvoertuigen, en op basis van mijn werk in dat verband kan ik begrijpen dat we minder afhankelijk moeten worden van olie.

We moeten die afhankelijkheid verminderen omdat de meeste olievoorraden zich natuurlijk in zeer onstabiele en onplezierige delen van de wereld bevinden. Veel te lang hebben we door onze dringende behoefte aan olie steun verleend aan regimes die ten enenmale vijandig staan tegenover alles wat wij hoog in het vaandel dragen, tegenover onze eigen belangen en onze eigen waarden, vooral op het gebied van de mensenrechten en goed bestuur.

We moeten natuurlijk in het bijzonder onze afhankelijkheid van Russische olievoorraden verminderen. Rusland heeft in het verleden laten zien dat het er niet voor terugschrikt om zijn controle over een groot deel van onze energievoorziening voor politieke en economische doeleinden te gebruiken. We moeten er dus alles aan doen om deze machtspositie te breken en hiertoe moeten we natuurlijk onze afhankelijkheid van olie verminderen.

 
  
  

- Verslag-Jarzembowski (A6-0055/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Neena Gill (PSE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb mij bij dit verslag van stemming onthouden omdat ik van mening ben dat het eenvoudigweg niet ver genoeg gaat. We hebben eerder in dit Parlement afspraken gemaakt over emissiereductie. In de strijd tegen klimaatverandering vervult het vervoer een zeer belangrijke rol en het zou hierin gesteund moeten worden, maar dit verslag is hierbij van weinig nut.

Dit is jammer, want het bevat wel een paar goede voorstellen. Bij de geluidsheffingen voor treinen wordt rekening gehouden met de gevolgen van vervoer voor het milieu in ruime zin en deze heffingen passen goed bij de voorstellen op het gebied van de vermindering van geluidshinder door autobanden, die momenteel door de Commissie industrie, onderzoek en energie worden bestudeerd.

Er had echter veel meer gedaan kunnen worden voor de luchtvaartsector. Het is vreemd dat in dit verslag het vervoer per spoor, over zee en over de binnenwateren wordt genoemd, maar dat geen aandacht wordt besteed aan deze sector, die als een van de belangrijkste geldt als het gaat om de bijdrage aan koolstofemissies. Ik heb mij van stemming onthouden omdat het dit verslag ontbreekt aan daadkracht op dit gebied en nog veel andere gebieden.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0107/2009 (Lissabon-strategie)

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, de strategie van Lissabon verdient steun, maar hierbij moet worden gezegd dat het idee dat Europa in 2010 de leidende op kennis gebaseerde economie in de wereld zal zijn, niet zal worden gerealiseerd. Wij leven nu in 2009 en als wij iets willen bereiken, moet er overal in Europa zeer snel de juiste instelling komen. Dan kunnen wij dit doel misschien in 2020 of 2030 bereiken.

Dit betekent vooral dat Europa zich zeer snel op onderwijs en onderzoek moet toeleggen. Nu wij midden in een economische crisis zitten, moeten wij beseffen dat als wij willen beschikken over menselijk potentieel – arbeidskrachten voor onze arbeidsmarkt – dat goed genoeg is, wij vooral in onderwijs en lerarenopleidingen moeten investeren. Dat is de speerpunt als wij de doelen van de strategie van Lissabon daadwerkelijk willen bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, ik heb mij onthouden van stemming over de resolutie over de Lissabon-strategie, hoewel de resolutie in feite globaal genomen een zeer evenwichtige resolutie is die een goede diagnose maakt van de situatie en ook tal van voorstellen bevat waar ik mij volledig achter kan scharen. Maar ik heb mij van stemming onthouden, omdat hier opnieuw gewag wordt gemaakt van die fameuze blue cards van de economische immigratie en deze ook uitdrukkelijk wordt gesteund, juist op een moment waarop wij in de Europese Unie met meer dan 20 miljoen werklozen zitten en de werkloosheid door de economische crisis nog verder zal toenemen.

Juist op zo'n moment moeten wij ophouden met terug te grijpen naar gemakkelijker kortetermijnrecepten zoals nog maar eens economische immigranten massaal naar hier halen, en moeten we integendeel investeren in opleiding en herscholing van de bestaande werklozen, in plaats van deze mensen zomaar te laten vallen ten voordele van een massale nieuwe immigratie.

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik kan me niet herinneren hoe ik ten aanzien van de Lissabonstrategie heb gestemd. Ik denk dat deze volkomen waardeloos is, omdat Europa tegen 2010 de leidende kennismaatschappij zou moeten zijn. In de tien jaar dat ik in dit Parlement zit, heb ik me afgevraagd hoe we dat konden bereiken, terwijl de ene verordening na de andere werd aangenomen die een verstikkend effect op bedrijven en mogelijkheden had en waardoor bedrijven zelfs werden aangemoedigd het Europese continent te verlaten.

Ik ben altijd terughoudend als het gaat om dit soort verslagen. Nu ik hier vandaag een paar uur in dit Parlement heb doorgebracht, stemmend over het opleggen van steeds meer regels aan bedrijven en mensen, heb ik het idee dat we met dit Parlement precies de verkeerde kant opgaan en dat we onmiddellijk rechtsomkeert moeten maken.

 
  
MPphoto
 

  Martin Callanan (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben het eens met veel van wat mijn collega, de heer Heaton-Harris, heeft gezegd. Zoals hij terecht opmerkte, moet de EU op grond van de Lissabonstrategie – nogal ironisch – tegen 2010 de meest concurrerende economie ter wereld zijn. Met nog maar één jaar te gaan voor die deadline die de EU zichzelf heeft opgelegd, kan ik niet de enige in dit Parlement zijn die zich afvraagt of we dit ooit zullen bereiken en die op dit punt behoorlijk sceptisch wordt.

We nemen voortdurend resoluties aan en de Commissie produceert voortdurend strategiedocumenten waarin de weg wordt gewezen die we moeten volgen. Het is alleen jammer dat het eindpunt nooit lijkt te worden bereikt.

In de Lissabonstrategie werd altijd al veel meer van de EU gevraagd dan zij kon geven. De strategie was in veel opzichten in strijd met de gehele geest van de EU in de laatste vijftig jaar, omdat, zoals de heer Heaton-Harris ons in herinnering bracht, veel van de werkgelegenheids- en economische wetgeving van de EU in feite de verwezenlijking van de doelen van de Lissabonstrategie het meest van alles in de weg staat. We creëren voortdurend meer lasten en regels die de bedrijven uit Europa wegjagen en er is geen enkele kans dat we een van de doelen van de Lissabonstrategie zullen bereiken. Het wordt tijd dat we eerlijk zijn tegenover onszelf en dat we dit toegeven.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, volgens de aanvankelijke doelen van de Lissabonstrategie moest de EU tegen 2010 een kenniseconomie, een innovatieve economie en een digitale economie worden. Ik heb nieuws voor ons allemaal hier in dit volle Parlement: we hebben te weinig tijd. Het is u misschien ontgaan, maar we hebben tot nu toe zeer weinig vooruitgang geboekt.

Voordat ik politicus werd, werkte ik met veel vernieuwers en hielp ik veel startende ondernemingen. Toen ik de wereld van de Europese politiek betrad, zag ik dat hier totaal anders wordt omgegaan met innovatie dan hoe wij daar mee omgingen. Als we hier spreken over innovatie, hebben we te maken met commissies, strategiedocumenten, stemmingen, met van alles behalve innovatie, tenzij je het produceren van meer papier als innovatie beschouwt.

Als je spreekt met de vernieuwers in het veld, de mensen die voor welvaart gaan zorgen in de Europese Unie en overal in de wereld, verlangen ze van overheden dat deze hen met rust laten. Het wordt tijd dat het leven niet langer uit bedrijven wordt gezogen door de plunderaars van de overheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Neena Gill (PSE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, met tegenzin neem ik nogmaals het woord over Lissabon. Het is niet mijn gewoonte om hier te spreken en alleen maar een negatief geluid te laten horen. Ik denk dat de Europese Unie wel zegt wat er moet gebeuren op het punt van de Lissabonstrategie. Nu, bijna tien jaar na de top, is zij echter nog ver verwijderd van het punt waarop zij haar woorden in daden omzet.

We horen veel warme woorden over de behoefte aan geschoolde arbeidskrachten die zich kunnen aanpassen aan economische veranderingen, zoals de verandering die zich op dit moment voordoet. We kampen in heel Europa echter nog steeds met een chronisch tekort aan goed opgeleid personeel. In mijn regio, West Midlands, heeft het opzetten van opleidingen voor de beroepsbevolking bijzonder veel tijd en moeite gekost. Van alle Britse regio’s hebben wij helaas het hoogste percentage vacatures door een gebrek aan gekwalificeerd personeel. Ik verzoek de Commissie daarom de structurele hervormingen die nodig zijn om de Lissabonstrategie nieuw lezen in te blazen, niet uit het oog te verliezen, in deze periode die het stempel draagt van economische wanorde, hogere olie- en grondstoffenprijzen en voortdurende beroering op de financiële markten.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0134/2009 (Klimaatverandering)

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil een stemverklaring over dit specifieke verslag afgeven, omdat ik de hypocrisie van dit Parlement in de manier waarop altijd over klimaatverandering wordt gesproken, ongelooflijk vind.

Waarom is dit Parlement hypocriet? Kijkt u maar eens om zich heen. We bevinden ons in ons tweede Parlement. We hebben een uitstekend Parlement in Brussel. We zijn hier maar drie of vier dagen per maand. Het klopt dat we deze maand een extra vergaderperiode krijgen, maar dat is alleen maar om uit te komen op die ene van twaalf zittingen die we moeten houden.

Honderden mensen moeten hun normale werkplek verlaten om hiernaartoe te komen. Ze reizen en ze veroorzaken zo koolstofemissies. We zijn waarschijnlijk het minst groene parlement dat er bestaat. Toen ik hier binnenkwam, moest dit een parlement zonder papier zijn, maar als je om je heen kijkt, zie je dat al onze tafels vol liggen met papieren. Van alle parlementen die ik ken, zijn wij op dit gebied de ergste hypocrieten.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben het volkomen eens met wat de vorige spreker heeft gezegd. We moeten bedenken dat het Europees Parlement over twee parlementsgebouwen beschikt – in Straatsburg en in Brussel – en we hebben ook drie locaties, met inbegrip van die in Luxemburg, waarover niet vaak wordt gesproken. We zijn niet alleen bezig met de bouw van een nieuw complex in Luxemburg, hetgeen tot nog meer koolstofemissies leidt die misschien een bijdrage leveren aan de klimaatverandering – of niet, het hangt ervan af hoe je over die kwestie denkt – maar het is ook gewoon hypocriet dat wij voortdurend discussiëren over klimaatverandering, terwijl we vanuit drie plaatsen ons werk blijven verrichten.

Zelfs als we uiteindelijk maar vanuit één plaats zouden opereren – Brussel – is het nog zo dat je ’s avonds maar door de straten van Brussel hoeft te lopen en vanaf het Place du Luxembourg naar het gebouw van het Europees Parlement hoeft te kijken, om dit grote verlichte baken van hypocrisie te zien. Als we de klimaatverandering willen aanpakken, wordt het tijd dat we ons eigen huis op orde brengen.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0133/2009 (Werkgelegenheidsbeleid)

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, ook deze resolutie staat eigenlijk bol van de goede bedoelingen, maar een mens moet zich toch een keer afvragen of met dat soort resoluties ook maar één morzel grond aan de dijk wordt gezet.

Voor mij is het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat een resolutie over werkgelegenheid, voorzover dat al een Europese bevoegdheid is - en ik vind dat dat geen Europese bevoegdheid is - voorbijgaat aan zeer essentiële vragen zoals: hoeveel werklozen zijn er op dit ogenblik in de Europese Unie? 20 miljoen nog? Of zijn we al op weg - meer waarschijnlijk - naar de 25 miljoen?

Vraag: Houdt de Commissie nog altijd vast aan haar waanzinnige optie om meer dan 20 miljoen nieuwe vreemdelingen aan te trekken naar de Europese Unie? Vraag: Gaat de Commissie eindelijk afzien van haar rekruteringscentra in landen als Mali of Senegal om nog meer werkloosheid te importeren? Dat soort vragen hadden we in de resolutie verwacht in plaats van de nietszeggende catalogus van goede voornemens die het nu jammer genoeg is geworden.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, we spreken weer eens over iets waar we zeer weinig aan doen, namelijk het werkgelegenheidsbeleid. Een collega heeft eens tegen me gezegd dat het Europees Parlement, wanneer het over werkgelegenheid spreekt, in feite veel meer werkloosheid veroorzaakt dan je zou verwachten. We moeten onderkennen dat we, als we banen willen scheppen, de vrije hand moeten geven aan degenen die voor welvaart zorgen. We moeten zorgen dat zij als vrije ondernemers kunnen blijven opereren, om welvaart en banen te creëren.

Maar wat doen we hier? We proberen, met onze regelgeving en in ons debat, juist de innovatiegeest, de ondernemersgeest te smoren en dat hebben we ook vandaag gedaan. Vandaag nog sprak de heer Schulz – met wie ik het vaak oneens ben, maar vandaag niet – over de sociaaldemocratisering van de PPE-DE. Nu het zo ver is gekomen, weten we dat er geen hoop meer is op het scheppen van banen in Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, is het u opgevallen dat de harmonisatie van het beleid altijd in dezelfde richting gaat? Meer integratie betekent steevast dat er meer wordt ingegrepen.

Laten we de zaken eens omdraaien: pluralisme is een garantie voor concurrentie. Als landen met elkaar concurreren en verschillende belastingniveaus hanteren, kun je de belasting maar tot op zekere hoogte verhogen, anders verdwijnt je geld naar het buitenland. Als landen met elkaar concurreren en een verschillend werkgelegenheids- en sociaal beleid voeren, kun je de arbeidsmarkt slechts tot op zekere hoogte reguleren, anders verdwijnen er banen naar het buitenland.

In de goede jaren kon de Europese Unie aan deze waarheid voorbijgaan en kon zij achter haar muren een verregaand gereguleerde en gecentraliseerde markt creëren. Die tijd is echter voorbij. We dreigen ons nu van dynamischer economieën af te sluiten en steeds armzaliger en onbelangrijker te worden en ten slotte, als Tolkien’s Eldar, naar het westen te trekken en langzaam weg te kwijnen.

 
  
  

- Verslag-de Grandes Pascual (A6-0097/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb gemerkt dat in elk geval enkelen van de mensen die altijd afgegeven hebben op alle Europese wetgeving, toch hebben gestemd voor het derde maritieme pakket, een pakket dat ik verwelkom omdat hierdoor de gezondheid en veiligheid van mensen op schepen worden verbeterd. Uiteindelijk zullen hierdoor kosten worden bespaard, omdat er op den duur levens worden gered en omdat veiligheidssystemen van verschillende lidstaten op elkaar worden afgestemd, waardoor deze efficiënter, effectiever en goedkoper worden, terwijl tegelijkertijd de gezondheid en veiligheid worden verbeterd. Ik ben verheugd over het aannemen van dit pakket, dat van groot belang is voor de veiligheid van honderden van mijn kiezers in Yorkshire en Humber.

 
  
  

- Verslag-Ferreira (A6-0063/2009)

 
  
MPphoto
 

  Neena Gill (PSE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor dit verslag gestemd omdat ik blij verrast was dat onze voorstellen tegen belastingparadijzen door dit Parlement zijn aangenomen. Ook steun ik in dit verslag de brede taakstelling voor de aanpak van de huidige crisis.

Ik wil het vooral hebben over het herstelplan tot nu toe. We moeten ervoor zorgen dat er nog duurzame arbeidsplaatsen zijn en dat mensen een duurzame carrière kunnen opbouwen, wanneer de economie weer aantrekt en we moeten belangrijke sectoren, zoals de auto-industrie, ondersteunen. Traditionele industrieën kunnen een voorbeeld nemen aan de auto-industrie, als het gaat om de vraag hoe ze zich in de komende jaren moeten aanpassen. Ik heb onlangs een bezoek gebracht aan de Jaguar Land Rover-fabriek in mijn kiesdistrict, waar ik heb gezien hoe dit bedrijf zich een positie van wereldleider in de groene autotechnologie heeft weten te verwerven en waar de nieuwe typegoedkeuringsrichtsnoeren die wij in dit Parlement hebben aangenomen, met veel enthousiasme zijn ontvangen.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, we geven ons weer eens over aan het fantasie-idee dat je schulden te boven kunt komen door geld uit te geven en recessies kunt bestrijden met wetgeving. In het beste geval houden we onszelf voor de gek, in het slechtste geval maken we ons moedwillig schuldig aan bedrog jegens onze kiezers.

De waarheid is dat niets deze correctie kan tegenhouden: rentetarieven werden te lang te laag gehouden en nu de lucht in de ballon is gepompt, zal hij er ook weer uit ontsnappen. We zouden kunnen proberen om enkele slachtoffers te redden, maar in plaats daarvan houden we ons bezig met het voorwendsel dat we dit kunnen tegenhouden. De schuld zal worden betaald door onze nog ongeboren en nog niet verwekte kinderen en deze zal het hoogst zijn in mijn land, waar ieder kind nu wordt geboren met een schuld van 30 000 Britse pond, vanwege de incompetentie en onbeheerstheid van zijn regering.

Zoals onze nationale dichter zegt: ‘Dit land van dierbaar volk, dit dierbaar land, … Wordt nu verpacht – ik sterf terwijl ik ’t zeg – zoals een huurstee of een boerenerf.’ (‘This land of such dear souls, this dear dear land, ... Is now leased out – I die pronouncing it – like to a tenement or pelting farm.’).

En nu, bovenop die nationale schuld, worden we geacht bij te dragen aan deze Europese herstelprogramma’s. Ik sluit weer af met de woorden van onze nationale dichter: ‘Weersta 't, verhoed het, laat niet dat gebeuren waarover heel uw nageslacht zal treuren.’ (‘Prevent it, resist it, let it not be so, Lest child, child’s children, cry against you, “Woe!”’).

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Claude Martinez (NI).(FR) Mevrouw de Voorzitter, we kunnen als voorbeelden van zware internationale financiële criminaliteit uiteraard de zaak-Madoff noemen, maar ook de speculatie op de markt voor landbouwgrondstoffen in 2007.

Om die reden hebben een hele reeks juristen, met name de praktijken van Carlos Sotelo in Spanje, en netwerken van grote advocatenkantoren gepleit voor de invoering van een internationaal financieel tribunaal.

We zouden de zware financiële criminaliteit ook gewoon kunnen toevoegen aan de bevoegdheden van het Internationaal Strafhof, want speculatie op landbouwproducten heeft in 2007 miljoenen kinderen het leven gekost. Er heeft zich een financieel Darfur voltrokken.

Dit internationaal financieel tribunaal zou de bevoegdheid krijgen onderzoek te doen naar speculatie en speculanten, toezicht uit te oefenen op belastingparadijzen, te reguleren en sancties op te leggen.

Dit is de lakmoesproef voor Obama, voor president Sarkozy en voor de andere leiders. Dit is de politieke boodschap die we moeten richten aan de publieke opinie, en dit zou het eerste stadium zijn van een wereldwijde organisatie, een wereldwijd fenomeen en een wereldwijde aanpak van een wereldwijde economische crisis.

 
  
  

- Verslag-Kirilov (A6-0075/2009)

 
  
MPphoto
 

  Christopher Heaton-Harris (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, het is erg prettig om in dergelijke debatten na de heer Corbett aan het woord te zijn, omdat de heer Corbett hier altijd gelijk heeft. Hij is vaak in de war, zoals ook vandaag, omdat hij de verkeerde stemverklaring gaf op het verkeerde tijdstip, maar hij heeft duidelijk nooit ongelijk! Ik vraag me echter toch af of we in dit Parlement weten wat de reële economie is. Bestaat de reële economie uit een stelletje papierverplaatsers en bureaucraten, terwijl wij wetten schrijven die anderen moeten uitvoeren, zoals de ambtenarij in het Verenigd Koninkrijk, waar we de publieke sector een stuk sneller hebben later groeien dan de particuliere sector in de laatste tien jaar? Of bestaat de reële economie eigenlijk uit mensen die echt werken en innoveren en eigen bedrijven beginnen? Ik vraag me eigenlijk alleen maar af of we met dit verslag wel de goede kant op gaan. Nu ik het heb gelezen, weet ik wel zeker van niet.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, wij in dit Parlement weten, misschien wel beter dan sommigen daarbuiten, in hoeverre de Europese Unie nu een mechanisme voor een massale herverdeling van welvaart is geworden.

Lange tijd heeft dat systeem heel goed gewerkt, omdat er maar heel weinig mensen geld in de gemeenschappelijke pot stortten. De enige twee nettobijdragers aan de begroting zijn voor het grootste deel van de geschiedenis van de Europese Unie het Verenigd Koninkrijk en, vooral, Duitsland geweest.

De situatie is nu echter veranderd en het geld raakt op. We hebben hiervan een levendig voorbeeld gezien op de top van twee weken geleden, toen de Hongaarse premier om ondersteuning ter waarde van 190 miljard euro voor Midden- en Oost-Europa vroeg en hem in niet mis te verstane bewoordingen door de Duitse bondskanselier werd gezegd dat hiervoor nu en ook in de toekomst geen geld was.

Het hele systeem is altijd overeind gehouden door de Duitse belastingbetalers (en dit wordt bijna nooit onderkend). De integratie berust op hun lijden, en ze hebben dit nu doorzien. Ze reageren niet meer op het onuitgesproken beroep op hun historische verantwoordelijkheid. Het zijn verstandige, nuchtere mensen en ze herkennen een argument uit eigenbelang en doorzien bedrog. Als u denkt dat ik het mis heb, laat ze dan een referendum houden, laat iedereen een referendum houden: leg het Verdrag van Lissabon ter stemming aan het volk voor. Pactio Olisipiensis censenda est!

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Geringer de Oedenberg (A6-0060/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Geringer de Oedenberg gestemd over de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde voor de definitieve invoer van bepaalde goederen (gecodificeerde versie). Aangezien het slechts de codificatie van een reeds bestaande wetstekst betreft en er geen sprake is van een substantiële wijziging van deze tekst, ben ik van mening dat we het Commissievoorstel en de aanbevelingen van de juridische diensten van het Parlement, de Raad en de Commissie zelf kunnen overnemen.

 
  
  

- Verslag-Díaz de Mera García Consuegra (A6-0106/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb me onthouden van stemming over het verslag van de heer Díaz de Mera García Consuegra inzake de aanpassing van de basissalarissen en vergoedingen van personeelsleden van Europol. Ik ben het wat dit betreft slechts gedeeltelijk eens met de rapporteur en dus denk ik dat het niet correct is er een standpunt over in te nemen.

 
  
  

- Verslag-Böge (A6-0106/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor gestemd.

Ik ben van mening dat de natuurramp in Roemenië niet onopgemerkt voorbij mag gaan. Roemenië is uitgeput uit de overstromingen tevoorschijn gekomen, niet alleen economisch en milieutechnisch gezien, maar ook sociaal.

De persoonlijke verhalen die zijn opgetekend zijn ronduit hartverscheurend. Gezinnen zijn hun hele hebben en houden kwijtgeraakt, veelal de vrucht van een leven lang hard werken.

Er zijn reeds vele hulporganisaties ter plekke werkzaam, wat niet wegneemt dat het nu de hoogste tijd is dat ook de instellingen en de leden van het Parlement persoonlijk hun steentje bijdragen.

Daarom ben ik ingenomen met het advies van de Begrotingscommissie en hoop dat de toegezegde 11 785 377 euro uit het Solidariteitsfonds zo snel mogelijk aan Roemenië ter beschikking wordt gesteld om de bevolking zowel economisch, milieutechnisch als sociaal weer op de been te helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Genowefa Grabowska (PSE), schriftelijk. – (PL) Het solidariteitsprincipe is binnen de Unie fundamenteel en onomstotelijk. Het is juist dit principe, dat niet alleen maar op papier bestaat, dat de Unie onderscheidt van andere internationale organisaties. Een praktische uitdrukking van dit principe is absoluut het Solidariteitsfonds, dat in 2006 middels een interinstitutioneel akkoord is opgericht voor de compensatie van negatieve gevolgen van grootschalige natuurrampen. Het is goed dat dit fonds operationeel is en dat vorig jaar vijf landen er gebruik van hebben kunnen maken. Dit laat zien dat geen enkele lidstaat van de EU in geval van een tragedie alleen komt te staan. De overstroming die in juli 2008 vijf regio’s trof in Noordoost-Roemenië, richtte ernstige materiële schade aan (0,6 procent van het BNI) en verstoorde het leven van meer dan twee miljoen mensen uit 214 gemeenten.

In deze situatie vind ik het verzoek van Roemenië om steun terecht, ook al voldoet het niet aan de kwantitatieve criteria die zijn vastgelegd in artikel 2, lid 1 van Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie. Het staat voor mij overigens buiten kijf dat we in dit geval het criterium van buitengewone ramp moeten hanteren, dat eveneens is opgenomen in genoemde verordening en gebruikmaking van het fonds voor Roemenië mogelijk maakt. Als Poolse afgevaardigde kom ik zelf uit een regio die in de zomer van 2008 eveneens is getroffen door een natuurramp (de tornado in de provincie Silezië), die gelukkig minder destructief en omvangrijk was. Ik heb dan ook begrip voor deze tastbare uiting van Europese solidariteit en geef hieraan mijn volledige steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Petre (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór dit verslag gestemd omdat daardoor sneller middelen beschikbaar kunnen komen uit het Solidariteitsfonds. In 2006 heeft de betaling van de Europese Unie aan Roemenië vanuit het Solidariteitsfonds, na de overstromingen van april en augustus, een jaar vertraging opgelopen. Ik ben blij te zien dat de procedures vereenvoudigd zijn en dat de EU daardoor onmiddellijk kan reageren als landen getroffen worden door grote natuurrampen of andere calamiteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag van de heer Böge gestemd betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie. Ik ben van mening dat deze na de overstromingen van juli vorig jaar door Roemenië ingediende aanvraag inderdaad aan de criteria voor de beschikbaarheidstelling van middelen uit het fonds voldoet. De overstromingen hebben namelijk voor grote schade aan het landschap gezorgd en heeft de bewoners van de vijf betrokken regio's buitengemeen hard getroffen. Ik vind het dan ook niet meer dan terecht dat het fonds wordt ingeschakeld, niet in het minst omdat het bedrag in kwestie binnen de jaarlijkse in het institutionele akkoord van mei 2006 vastgelegde grenzen valt.

 
  
  

- Verslag-Haug (A6-0113/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór het verslag van Jutta Haug (Duitsland) gestemd, omdat daarin gevraagd wordt middelen uit het Solidariteitsfonds van de EU (SFEU) beschikbaar te stellen voor een bedrag van 11,8 miljoen euro, om de slachtoffers van de overstromingen in Roemenië in juli 2008 te helpen.

Dit gebaar is het antwoord van de EU op het hulpverzoek van Roemenië. De aanvraag betreft vijf regio's (Maramureş, Suceava, Botoşani, Iaşi en Neamţ). Roemenië is op 241 locaties, met in totaal 1,6 miljoen inwoners, getroffen door de ramp, die huizen en oogsten geheel of gedeeltelijk verwoest heeft.

Met de mensen die hun huizen, bezittingen, dieren en zelfs familieleden bij de overstromingen verloren hebben in gedachten, heb ik mijn stem uitgebracht. Gheorghe Flutur, de voorzitter van de regionale raad van Suceava, heeft hun zaak in Brussel voor het Europees Parlement bepleit.

Ik denk dat Roemenië een omvangrijker bedrag nodig heeft om de schade die door de overstroming veroorzaakt is te herstellen, maar de hulp van de EU is noodzakelijk en welkom.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De eerste gewijzigde begroting voor 2009 heeft betrekking op de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie ten behoeve van Roemenië, dat in juli 2008 getroffen is door hevige overstromingen.

Terwijl de directe schade op ongeveer 471,4 miljoen euro wordt geraamd, wordt (nu pas!) voorgesteld om in het kader van dit fonds slechts 11,8 miljoen euro uit te trekken, wat nog maar eens bewijst dat het Solidariteitsfonds dringend aan herziening toe is.

Doel van dit fonds is om de Gemeenschap in de gelegenheid te stellen snel, doeltreffend en op flexibele wijze te reageren op “noodsituaties” in de lidstaten. Daarom gaan wij er, ondanks alle tekortkomingen, mee akkoord dat het fonds wordt ingezet ten behoeve van Roemenië.

De steun ten bedrage van 11,8 miljoen euro zal echter worden afgetrokken van de begroting van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (convergentiedoelstelling). Met andere woorden, de aan Roemenië betuigde “solidariteit” wordt gefinancierd met middelen die bestemd zijn voor de economisch minder ontwikkelde landen en regio’s, waaronder Roemenië zelf! Dit is wat je noemt solidariteit tussen “armen” of, anders gezegd, tussen zogenaamde “cohesielanden”/convergentieregio’s ...

Wij kunnen niet accepteren dat “cohesiemiddelen” worden gebruikt – zeker niet op een moment dat de ernst van de sociaaleconomische crisis blijft toenemen – zolang er andere middelen bestaan, te beginnen met het geld dat is bestemd voor de militarisering van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor het verslag gestemd over de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor Roemenië, omdat ik van mening ben dat deze financiële hulp voor ons land een belangrijke steun betekent voor de locaties die in juli vorig jaar door overstromingen getroffen zijn. Het noordoosten van Roemenië is zwaar getroffen. Op 214 locaties ondervonden meer dan 1,6 miljoen mensen de directe gevolgen van deze ramp. De Europese Commissie heeft een financiële bijdrage van 11,8 miljoen euro geleverd om te helpen bij investeringen om de infrastructuur voor vervoer en afwatering te repareren, rivierbeddingen te versterken en dammen te bouwen om dergelijke natuurrampen in de toekomst te voorkomen.

Ik denk dat vroegtijdige signalering van de oorzaken die tot natuurrampen van een dergelijke of nog ernstigere, omvang leiden, de belangrijkste stap is om de Europese burgers te beschermen.

Gelet op de klimaatverandering ben ik er voorstander van dat er instrumenten worden ingevoerd waarmee milieufactoren in elke regio bewaakt kunnen worden, en dat er voor dit doeleinde voldoende financiële middelen worden vrijgemaakt. De convergentieregio's lopen het grootste risico om door een natuurramp te worden getroffen. Dat betekent dat aan deze aspecten bijzondere aandacht moet worden besteed om een beleid te voeren dat gericht is op economische, sociale en territoriale cohesie.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. (RO) De gebieden waarop de effecten van de klimaatverandering met name voelbaar zijn, zijn de volgende: watervoorziening, landbouw, energie, bosbouw en biodiversiteit en, niet in de laatste plaats, volksgezondheid.

De extreme weersomstandigheden waaraan Roemenië in de afgelopen jaren is blootgesteld, hebben overstromingen en droogte veroorzaakt en duidelijk gemaakt dat het vraagstuk van de klimaatverandering serieus en met grote deskundigheid en verantwoordelijkheidsgevoel aangepakt moet worden.

Als sociaaldemocraat heb ik voor dit verslag gestemd, omdat de 11,8 miljoen euro die door deze begrotingswijziging wordt vrijgemaakt voor Roemenië, het land helpt bij de aanpassing aan de klimaatverandering, zodat de effecten van overstromingen geneutraliseerd kunnen worden door werkzaamheden op lokaal niveau (zoals het beschermen van bevolkte gebieden, betere stroomgebiedinrichting door verbetering van het stroomverloop en uitbreiding van bosgebieden) en niet in de laatste plaats door de bevolking erbij te betrekken en de mensen ervan bewust te maken hoe ze vóór, tijdens en na een overstroming moeten reageren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór het verslag gestemd over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2009 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2009. Het doel van het verslag is middelen beschikbaar te stellen uit het Solidariteitsfonds van de EU voor een bedrag van 11,8 miljoen euro aan vastleggings- en betalingskredieten in verband met de gevolgen van de overstromingen in Roemenië in juli 2008.

Ik steun dit initiatief van de Europese Commissie waarmee de EU haar solidariteit betuigt met de regio's Suceava, Iaşi, Neamţ, Botoşani en Maramureş, die door de overstromingen van juli 2008 getroffen zijn.

Het Europees Parlement bekrachtigt met zijn stemming vandaag in de plenaire vergadering het besluit van de Begrotingscommissie van 24 februari 2009. Tijdens de betreffende vergadering heeft Gheorghe Flutur, de voorzitter van de regionale raad van Suceava, gesproken over de situatie in zijn regio en het verzoek om financiële steun onderbouwd met foto's en cijfers over de schade die is aangericht door de natuurramp die het gebied getroffen heeft.

Hij gaf daarbij aan dat er waarschuwingen waren uitgegaan en hij vertelde dat er samen met de overheid in de Oekraïense regio Chernivtsi besloten is een systeem voor snelle waarschuwing op te zetten voor natuurrampen, naast andere grensoverschrijdende calamiteitenprogramma's die in navolging van dit project zullen worden opgezet.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Haug gestemd over de gewijzigde begroting voor het begrotingsjaar 2009, waarmee rekening wordt gehouden met de ernstige, door de overstromingen van juli 2008 in Roemenië veroorzaakte schade. Ik heb reeds mijn steun uitgesproken voor het verslag van de heer Böge inzake de inzet van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie voor dit specifieke doeleinde en wil hierbij opnieuw blijk geven van mijn steun voor de maatregel, mits deze zich echter, zoals bepaald in het interinstitutionele akkoord van 2006, zal richten op een snel en doeltreffend herstel van behoorlijke levensomstandigheden in de door de natuurramp getroffen regio’s en niet gebruikt zal worden voor de uitkering van schadevergoedingen aan individuen.

 
  
MPphoto
 
 

  Flaviu Călin Rus (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 1/2009 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2009 (6952/2009 – C6 0075/2009 – 2009/2008 (BUD)) gestemd, omdat deze beoogt middelen beschikbaar te stellen uit het Solidariteitsfonds van de EU voor een bedrag van 11,8 miljoen euro aan vastleggings- en betalingskredieten in verband met de gevolgen van de overstromingen in Roemenië in juli 2008.

 
  
  

- Verslag-de Grandes Pascual (A6-0097/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Malta is een van de voornaamste lidstaten met een aanzienlijke tonnage in zijn registers. Anderzijds voldoet het als vlaggenstaat, overeenkomstig internationale afspraken, aan zijn verplichtingen.

De drie belangrijkste verplichtingen zijn: (a) het toepassen van de regels van de code van de vlaggenstaat; (b) het nemen van de nodige maatregelen voor een onafhankelijke controle van hun administratie die ten minste eens in de vijf jaar, overeenkomstig de regels van de IMO, moet plaatsvinden; (c) het nemen van de nodige maatregelen met betrekking tot de inspectie en controle van schepen en de afgifte van wettelijk voorgeschreven certificaten en certificaten van vrijstelling, zoals in de internationale verdragen is vastgesteld.

Een nieuwe eis houdt in dat, voordat wordt toegestaan dat een schip, waaraan het recht is verleend de vlag van een lidstaat te voeren, in gebruik wordt genomen, de desbetreffende lidstaat de maatregelen neemt die hij geschikt acht om te waarborgen dat het bewuste schip aan de toepasselijke internationale regelgeving voldoet, in het bijzonder op het gebied van de veiligheid van het schip.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Door deze wetgeving wordt de bestaande veiligheidswetgeving van de EU versterkt en worden belangrijke internationale instrumenten naar het Gemeenschapsrecht omgezet. Ik steun deze wetgeving, omdat er de noodzaak in onderkend wordt van streng toezicht op classificatiebureaus. Vanwege de concentratie van bevoegdheden die deze bureaus hebben, spelen ze een fundamentele rol bij de handhaving van de veiligheid op zee.

 
  
  

- Verslag-de Grandes Pascual (A6-0098/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang en Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. – (FR) Het Europees Parlement heeft zojuist acht wetgevingsteksten aangenomen die onderdeel zijn van een maritiem pakket. Daar zijn wij blij mee, want dit pakket omvat niet alleen schadeloosstelling van passagiers, maar ook inspecties, havenstaatcontroles, onderzoeken naar vervoersongevallen en de keuze van de instantie die besluit over de wijkplaats van schepen in nood.

Nu zijn de lidstaten aan zet, want wetgeven alléén is niet voldoende; deze wetgeving moet nog worden omgezet in hun nationale wetten.

De eerste test zal zijn om de goedkope vlaggen van Europese landen te controleren. Deze vlaggen worden gebruikt om de vakbonds-, belasting-, wervings- en veiligheids- en milieuvoorschriften in de landen die daadwerkelijk eigenaar zijn van de schepen te omzeilen.

Qua aantal verloren gegane schepen behoren Cyprus en Malta nog altijd tot de top-vijf van goedkope vlaggen.

Het is helaas opmerkelijk dat ondanks de inspanningen sinds het zinken van de olietankers Prestige en Erika, de situatie nauwelijks is verbeterd. Substandaardschepen, onder goedkope vlag, kraken de vervoerstarieven. Als reactie hierop creëren de zogenaamde rijke landen hun eigen (tweede) vlag teneinde het verlies van vracht tegen te gaan.

Om echt van deze drijvende wrakken af te komen moet de Europese Unie in feite de strijd aanbinden met het ultraliberalisme.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag van de heer de Grandes Pascual betreffende gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties gestemd. Ik heb al eerder een toelichting gegeven op het waarom van mijn steun aan de werkzaamheden van de rapporteur met betrekking tot het derde maritieme pakket, alsook op het mogelijke nut van de beoogde maatregelen als het gaat om de veiligheid van het zeevervoer en verbetering van de bestaande regelgeving. Gezien dit alles wil ik mijn stem vóór dit verslag hierbij nog eens bevestigen.

 
  
  

- Verslag-Vlasto (A6-0099/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. – (PL) Ik stem voor het verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende havenstaatcontrole (herschikking). Ik ben het eens met de doelstellingen die zijn geformuleerd in het derde maritieme pakket.

De zeven voorstellen in het pakket hebben tot doel ongevallen te voorkomen door de kwaliteit van Europese schepen te verbeteren, de wetgeving betreffende de havenstaatcontrole te herzien, de bewegingen van schepen te monitoren en de regels voor classificatiebureaus te verbeteren. Ook hebben ze tot doel een doeltreffende reactie te garanderen als zich toch ongevallen voordoen, door de ontwikkeling van een geharmoniseerd kader voor onderzoek na een ongeval, de invoering van regels voor schadevergoeding voor passagiers na een ongeval en de invoering van regels omtrent de aansprakelijkheid van scheepseigenaren, gekoppeld aan een systeem van verplichte verzekering.

Ik wil mijn steun betuigen aan het bereikte akkoord en met name aan de volgende punten: de uitbreiding van het toepassingsgebied zodat ook schepen die voor anker liggen worden afgedekt; het vaker inspecteren van schepen; onder bepaalde voorwaarden een permanent verbod voor schepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag van mevrouw Vlasto inzake havenstaatcontrole gestemd, dat onderdeel uitmaakt van het derde maritieme pakket. Ik ben ingenomen met het deel van het akkoord over uitbreiding van de werkingssfeer van de richtlijn tot schepen die voor anker liggen en met het deel over intensievere inspectie van schepen in de hoogste risicocategorie. Wat dit betreft wil ik erop wijzen dat bij de beoordeling van dergelijke risico's zo nauwgezet en onafhankelijk mogelijk te werk dient te worden gegaan. Verder sluit ik me aan bij degenen die zeggen dat schepen onder bepaalde voorwaarden permanent de toegang geweigerd dient te worden om aldus te kunnen zorgen voor adequate veiligheidsniveaus voor zowel personeel als passagiers.

 
  
  

- Verslag-Sterckx (A6-0100/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún en Mary Lou McDonald (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Wij juichen het toe dat het accent is verlegd in deze resolutie, en door sommige positieve voorstellen met betrekking tot de regulering van de financiële sector, innovatie, energie-efficiëntie en investeringen, en ook doordat onderkend wordt dat de werkgelegenheid moet worden beschermd, kunnen er banen geschapen worden, kan armoede bestreden worden en wordt de aandacht gericht op de kwestsbaarste groepen in de samenleving.

Maar de logica van de Lissabonstrategie klopt niet en we moeten die strategie fundamenteel herzien, vooral gezien de nieuwe economische situatie.

Bovendien bevat de resolutie een aantal specifieke voorstellen die kortzichtig en contraproductief zijn, bijvoorbeeld het aandringen op deregulering en op flexwerkpraktijken, die leiden tot een aantasting van de rechten van werknemers.

Om die redenen hebben we ons bij de eindstemming over dit verslag van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. – (PL) Ik stem voor het verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2002/59/EG betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart.

Ik ben het eens met de doelstellingen die zijn geformuleerd in het derde maritieme pakket.

De zeven voorstellen in het pakket hebben tot doel ongevallen te voorkomen door de kwaliteit van Europese schepen te verbeteren, de wetgeving betreffende de havenstaatcontrole te herzien, de bewegingen van schepen te monitoren en de regels voor classificatiebureaus te verbeteren. Ook hebben ze tot doel een doeltreffende reactie te garanderen als zich toch ongevallen voordoen, door de ontwikkeling van een geharmoniseerd kader voor onderzoek na een ongeval, de invoering van regels voor schadevergoeding voor passagiers na een ongeval en de invoering van regels omtrent de aansprakelijkheid van scheepseigenaren, gekoppeld aan een systeem van verplichte verzekering.

Als schaduwrapporteur van het verslag van de heer Sterckx betuig ik mijn volledige steun aan het in stemming gebrachte document.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Het maritieme pakket dient als één groot samenhangend geheel te worden beschouwd overeenkomstig de aanpak van het Parlement bij de behandeling van de afzonderlijke onderdelen ervan. Ik heb dan ook voor het verslag van de heer Sterckx betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart gestemd, aangezien dit systeem onderdeel is van een groter geheel dat tot doel heeft de veiligheid van het maritieme verkeer te verbeteren en beter beheersbaar te maken, iets waarvoor ik reeds bij herhaling mijn volmondige steun uitgesproken heb. In het onderhavige geval zal het met de inzet van technologie voor het monitoren van schepen veel eenvoudiger worden om zowel de voor een ongeval verantwoordelijke partij aan te wijzen als de procedures voor de opvang van schepen in nood in “toevluchtsoorden” te verbeteren. Daarom kan ik instemmen met dit verslag.

 
  
  

- Verslag-Kohlíček (A6-0101/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Guy Bono (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór dit verslag gestemd van Jaromir Kohlíček, Tsjechisch lid van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links, over het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector.

Deze tekst legt het accent op de noodzaak om op Europees niveau duidelijke en bindende richtsnoeren vast te stellen om ervoor te zorgen dat scheepsongevallen naar behoren in kaart worden gebracht. Het verslag vloeit voort uit de bezorgdheid die ontstond na het zinken van de olietanker Erika voor de Franse kust. Om te voorkomen dat dergelijke gevallen van wanbeheer zich herhalen heeft de Europese Unie besloten een strikt kader op te leggen, dat alle technische aspecten en alle te volgen procedures in geval van een ongeluk vastlegt, waaronder de onderzoeksmethodologie, een Europese gegevensbank voor ongevallen op zee, en veiligheidsaanbevelingen.

Ik deel de mening dat het cruciaal is om de Europese maritieme ruimte tot een van de meest voorbeeldige en veilige maritieme ruimten ter wereld te maken. Dat is wat beoogd wordt met het maritieme pakket ‘Erika III’, waarvan dit verslag deel uitmaakt. Dit is een echte doorbraak voor de scheepvaartsector, en ook voor het milieu, dat vaak een indirect slachtoffer is van wangedrag op zee.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Liberadzki (PSE), schriftelijk. – (PL) Ik stem voor het verslag over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van de Richtlijnen 1999/35/EG en 2002/59/EG. Ik ben het eens met de doelstellingen die zijn geformuleerd in het derde maritieme pakket.

De zeven voorstellen in het pakket hebben tot doel ongevallen te voorkomen door de kwaliteit van Europese schepen te verbeteren, de wetgeving betreffende de havenstaatcontrole te herzien, de bewegingen van schepen te monitoren en de regels voor classificatiebureaus te verbeteren. Ook hebben ze tot doel een doeltreffende reactie te garanderen als zich toch ongevallen voordoen, door de ontwikkeling van een geharmoniseerd kader voor onderzoek na een ongeval, de invoering van regels voor schadevergoeding voor passagiers na een ongeval en de invoering van regels omtrent de aansprakelijkheid van scheepseigenaren, gekoppeld aan een systeem van verplichte verzekering.

Ik wil mijn steun betuigen aan het bereikte akkoord en met name aan de volgende punten: de methodologie voor het onderzoek van ongevallen; besluiten over het onderzoek; een behoorlijke behandeling van zeevarenden; de bescherming van getuigen/vertrouwelijkheid van documenten.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag van de heer Kohlíček inzake het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector gestemd. Maar al te vaak is het moeilijk om bij kleinere maar ook ernstigere ongevallen op zee te bepalen wie er aansprakelijk is. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de gang van zaken rond het onderzoek naar de enorme, door het ongeluk met de olietanker Prestige veroorzaakte natuurramp en alle andere rampen die helaas telkens weer plaatsvinden. Het vervoer over zee verdient onze speciale aandacht. Afgezien van het feit dat het verhoudingsgewijs het zuinigst is, is het namelijk gezien de gevolgen van een ongeval voor het milieu een van de gevaarlijkste vormen van transport. Ik acht het dan ook noodzakelijk dat er duidelijke en bindende richtsnoeren komen voor de methodologie van het technisch onderzoek naar scheepsrampen, alsook voor de wijze van terugkoppeling van informatie daarover ter voorkoming van toekomstige ongevallen. Dit is, al met al, de reden waarom ik voor het verslag gestemd heb.

 
  
  

- Verslag-Costa (A6-0102/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik heb voor het verslag van de heer Costa betreffende de aansprakelijkheid van vervoerders van passagiers over zee bij ongevallen gestemd. Ik ben het met hem eens dat het hoogst opportuun zou zijn indien de bepalingen van het Verdrag van Athene van 1974 inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee opgenomen zouden worden in het Europees recht. Door de nog altijd aanwezige nationale verschillen is het namelijk niet mogelijk om te zorgen voor een adequaat aansprakelijkheidsniveau, noch voor een verplichte verzekering voor ongevallen waarbij passagiers betrokken zijn. Hoewel dit voor andere vervoersvormen niet gebeurt, denk ik dat de wetgeving ook geschikt dient te zijn voor zeevervoer.

 
  
  

- Verslag-Savary (A6-0072/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik ben van plan voor het verslag van de heer Savary betreffende de wettelijke aansprakelijkheid en financiële zekerheden van scheepseigenaren te stemmen. Ik sluit mij namelijk volledig aan bij de aanbevelingen van de rapporteur met betrekking tot de noodzaak tot toezicht op de naleving van de verplichting voor scheepseigenaren die onder de jurisditctie van lidstaten vallende wateren binnenvaren om voor verzekering te zorgen, alsook bij zijn aanbevelingen met betrekking tot het toepassen van strafmaatregelen indien vastgesteld wordt dat het schip geen certificaat aan boord heeft. Ik ben het ermee eens dat de dekkingsgraad overeen dient te komen met de bij het LLMC-verdrag van 1996 vastgestelde plafonds, aangezien op die manier kan worden gezorgd voor een correcte compensatie van slachtoffers van ongevallen op zee. Ik sluit mij om die reden aan bij de aanbeveling van de rapporteur om de met de Raad overeengekomen ontwerpaanbeveling goed te keuren.

 
  
  

- Verslag-Fernandes (A6-0069/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. − (IT) Ik ben voorstander van het verslag van de heer Fernandes betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen. Uit het verslag blijkt de vastberadenheid van het Parlement om het derde maritieme pakket als één totaalpakket in stand te houden ondanks de onderbrekingen van de werkzaamheden van de Raad op een aantal punten, waaronder het onderwerp van deze aanbeveling. Om deze reden steun ik de werkzaamheden van de heer Fernandes en de leden van de Commissie vervoer en toerisme. Ik denk dat de meerwaarde van het politieke akkoord groot is, met name gezien het feit dat de lidstaten erin opgeroepen worden een kwaliteitsbeheerssysteem in te richten voor hun maritieme autoriteiten, alsook om te voldoen aan de internationale regelgeving op dit vlak en dan met name de regelgeving die voortvloeit uit de verschillende verdragen van de Internationale Maritieme Organisatie. Het voorstel biedt de nodige voordelen wat betreft de Europese vlaggenstaatkwaliteit en -veiligheid en brengt tevens verbetering van de mededingingsvoorwaarden in de Gemeenschap binnen handbereik. Om al deze redenen verdient het onze volste steun.

 
  
  

- Verslag-El Khadraoui (A6-0066/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley (UEN), schriftelijk. (GA) De Europese landen moeten samenwerken om de milieudoelstellingen van de Unie te halen. Voor een duurzaam Europees milieubeleid moeten de beginselen van de EU en de verschillende kenmerken en behoeften van elke afzonderlijke lidstaat echter worden meegenomen.

Het Eurovignet-verslag gaat in het geval van de perifere lidstaten van de Unie tegen deze doelstellingen in.

Als de aanbevelingen uit het Eurovignet-verslag zouden worden gevolgd, zouden perifere landen worden gestraft, en zouden landen in het midden van Europa profiteren. Mijns inziens druisen de Eurovignet-aanbevelingen in tegen de beginselen van de interne markt, en worden bepaalde landen op basis van hun ligging gediscrimineerd. Ierland is een eiland aan de rand van Europa. Vrachtwagens uit andere landen zullen niet door Ierland rijden, maar onze zware vrachtvoertuigen zullen in veel landen van Europa een heffing moeten betalen. We kunnen er niet omheen: we blijven handel drijven, en moeten onze goederen exporteren en importeren. Volgens het Eurovignet-voorstel hebben landen in het centrum van Europa concurrentievoordelen omdat zij niet dezelfde heffingen hoeven te betalen. Dit soort discriminatie op basis van de geografische ligging van een land is verkeerd en onrechtvaardig.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Eurovignet-richtlijn is opgesteld om de heffingssystemen op wegen in Europa, zoals voertuigbelastingen, tol en heffingen voor het gebruik van de wegeninfrastructuur, te harmoniseren en om infrastructurele kosten op een eerlijke manier aan vervoerders in rekening te brengen. Het recente voorstel van de Commissie voor herziening van de richtlijn omvat aanvullende wijzigingen van de richtlijn, bijvoorbeeld een beoordeling van de kosten van de milieu-effecten van zware vrachtwagens, zoals geluidsoverlast, verkeersopstoppingen en luchtvervuiling.

Landen met veel doorvoerverkeer hebben daar heel andere opvattingen over dan landen aan de rand van de Unie, zoals mijn land, die afhankelijk zijn van grote verkeersstromen voor de import en export van goederen. De wijzigingen zijn in principe redelijk, maar ze moeten geleidelijk en op een billijke manier doorgevoerd worden. We kunnen ons niet veroorloven deze problemen te negeren. Zware vrachtwagens hebben vaak te maken met tijdgebrek en dienstregelingen van anderen, bijvoorbeeld van veerdiensten. Door de aanleg van een haventunnel in Dublin kunnen zware vrachtwagens het stadscentrum veel vaker mijden en is de luchtkwaliteit verbeterd en de geluidsoverlast verminderd. Die investering is de moeite waard geweest.

Ik ben niet overtuigd van de noodzaak van een onafhankelijke Europese instantie voor het vaststellen van toltarieven en ben van mening dat het subsidiariteitsbeginsel hierop van toepassing is.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Grossetête (PPE-DE) , schriftelijk. – (FR) Ik heb vóór het verslag-El Khadraoui betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen gestemd.

Het is van belang de lidstaten de gelegenheid te bieden ‘intelligentere’ heffingen toe te passen voor de wegvervoersector om de externe kosten te dekken en aldus duurzamer gedrag te stimuleren.

Luchtvervuiling en geluidsoverlast moeten wel in aanmerking worden genomen, maar dat geldt niet voor files, die niet alleen veroorzaakt worden door goederenvervoer over de weg; een dergelijke heffing zou discriminatoir zijn omdat personenauto’s ook verantwoordelijk zijn voor files.

Bovendien draait deze sector op voor de gevolgen van de economische crisis via de olieprijzen en de kosten die voortvloeien uit de levering van goederen. Kleine en middelgrote wegtransportbedrijven zullen niet in staat zijn deze extra kosten te dragen nu ze zich midden in deze economische crisis bevinden.

Er moet meer worden gedaan om het wegennet aan te passen aan het toenemende verkeer, maar we moeten ons vooral vastleggen op duurzaam transport door de voorkeur te geven aan koolstofarme vervoerswijzen.

Als afgevaardigde voor de regio Rhône-Alpes kan ik ervan getuigen dat tal van wegennetbeheerders in het Rhône-dal zich niet weten aan te passen.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) Tijdens de stemming heeft het Europees Parlement vandaag de ontwerprichtlijn inzake de zogeheten Eurovignetten goedgekeurd. Deze richtlijn stelt de lidstaten in staat om tol te heffen voor het gebruik van wegeninfrastructuur door vrachtwagens.

Tijdens de eindstemming heb ik mij uitgesproken tegen deze richtlijn. Ik ben namelijk van mening dat de tenuitvoerlegging van deze richtlijn leidt tot hogere kosten voor ondernemingen die transportdiensten leveren. Dergelijke kosten kunnen bijzonder pijnlijk zijn voor kleine en middelgrote ondernemingen die niet over voldoende financiële middelen beschikken om hun vloot te vervangen. Ook kunnen de bepalingen van deze richtlijn pijnlijk zijn nu veel bedrijven door de financiële crisis moeilijker toegang hebben tot krediet.

We moeten absoluut zoeken naar manieren om milieuvriendelijker voertuigen op de weg te krijgen. We moeten hiervoor echter geen middelen gebruiken die in feite alleen maar een nieuwe vorm van bedrijfsbelastingen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Jim Higgins (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Namens mijn Fine Gael-collega's in het Parlement wil ik graag toelichten dat we niet voor het verslag-El Khadraoui over de heffingen voor zware vrachtwagens gestemd hebben vanwege onze twijfels over de rechtsgrondslag van het voorstel, twijfels over de verplichte invoering van elektronische tolheffing en vanwege de bepaling over de bestemming van de ontvangsten. Wij zijn het volledig eens met de beginselen achter het voorstel, maar vinden dat de toepassing daarvan in het verslag tekortkomingen vertoont.

 
  
MPphoto
 
 

  Stanisław Jałowiecki (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik heb niet alleen tegen dit verslag gestemd, maar ik vind het ook gevaarlijk voor de Europese gemeenschappelijke markt. Dat vind ik vooral vanwege het oneerlijke karakter ervan en omdat het hier gaat om een verkapte belastingheffing. Het draagt ook nog eens niet bij aan bescherming van het milieu. In deze financiële crisis is het gewoon absurd. Dit soort regelingen laat zien dat de EU zich van de burgers afwendt.

 
  
MPphoto
 
 

  Jörg Leichtfried (PSE), schriftelijk. (DE) Ik stem voor het compromis inzake het nieuwe Eurovignet, het is een heel redelijk compromis. Met de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement – en in weerwil van heftig verzet van delen van de conservatieve Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten – vecht ik er al jaren voor dat de externe kosten (lawaai, files, milieuvervuiling) ook moeten worden meegeteld bij de berekening van de tol, zodat de financiële last niet wordt gedragen door de belastingbetaler, maar door de veroorzaker, en wel het goederenvervoer over de weg.

Ik ben tegen het resultaat dat waarschijnlijk uit de bus komt voor de filekosten, omdat de erkenning daarvan als externe kosten vanwege de bestaande meerderheden slechts op één voorwaarde haalbaar was, en wel dat dit niet alleen zou gelden voor het goederenvervoer, maar voor alle voertuigen die files veroorzaken, dus ook personenwagens.

Vanwege het onbegrijpelijke verzet van de PPE-DE zal ook het in rekening brengen van CO2 het waarschijnlijk niet halen. Voor mijn amendement over een minimumtol voor alle TEN-trajecten is in de commissie geen meerderheid tot stand gekomen. Ik zal dit voorstel tijdens de verdere behandeling zeker opnieuw indienen.

Voor Oostenrijk is het volgens mij een bijzonder goede zaak dat de externe kosten waarschijnlijk niet zullen worden verrekend met de zogenaamde Alpentoeslag (een hogere tol voor het Alpengebied). Dat betekent dat Oostenrijk in het gevoelige Alpengebied een hogere tol mag innen, en dat de externe kosten daarnaast ook in rekening kunnen worden gebracht. Dat betekent dat voor de Brennerpas een hogere tol mag worden vastgelegd.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik steun dit verslag, dat ervoor moet zorgen dat er een verschuiving komt van vrachtvervoer over de weg naar vrachtvervoer per spoor. Het verslag maakt deel uit van een pakket aan initiatieven dat het vervoer duurzamer wil maken en ervoor wil zorgen dat gebruikers alleen maar de transportkosten hoeven te betalen die rechtstreeks betrekking hebben op hun gebruik van die specifieke vorm van vervoer. Er zal tol geheven worden voor bestrijding van plaatselijke geluidsoverlast, plaatselijke luchtvervuiling en infrastructurele schade resp. kosten. Daardoor ontstaat een eerlijker systeem dat gebaseerd is op het principe "De vervuiler betaalt", met ingebouwde waarborgen voor transparantie van de markt en tegen discriminatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Met name sinds de toetreding van de Oost-Europese landen is het vrachtvervoer over de weg in Europa gestegen, en meerdere lidstaten, waaronder Oostenrijk, ondervinden dat aan den lijve. Het probleem is nu dat er sectoren zijn die hoge externe kosten met zich mee brengen, die door de samenleving moeten worden gedragen. Het vrachtvervoer over de weg dwars door heel Europa is één voorbeeld daarvan, kerncentrales zijn een ander belangrijk voorbeeld.

Wanneer we alleen de tolheffing voor vrachtwagens verhogen, maar niet tegelijkertijd de spoorweginfrastructuur uitbreiden, en de hindernissen voor internationaal spoorvervoer definitief uit de weg ruimen, dan leidt ons besluit alleen maar tot duurdere producten, zonder dat we iets bereiken voor de volksgezondheid en zonder dat de gevolgen voor het milieu verminderen, zoals we hadden gehoopt.

Het lijkt me contraproductief om degenen die in de file staan daarvoor ook nog te bestraffen, en het zou er waarschijnlijk toe leiden dat de auto’s weer via kleine dorpen en steden rijden, en dat willen we zeker niet. Op de lange termijn moeten we de infrastructuur uitbreiden, en dat betekent dat we het personenvervoer op de korte afstand aantrekkelijker moeten maken. Het Eurovignet dat we vandaag bespreken lijkt me in dat verband een redelijk compromis, reden waarom ik vóór heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini (UEN), schriftelijk. (IT) Mevrouw de Voorzitter, milieubescherming en verkeersveiligheid, de achterliggende doelstellingen van de onderhavige ontwerprichtlijn, zijn twee doelstellingen waarvoor de Europese Unie flink aan de weg moet timmeren. Alleen op die manier kan zij komen tot een verkeersbeleid dat beter aansluit op de verwachtingen en rechten van de Europese burger. Om die reden is een aantal wijzigingen in de EG-richtlijn van 1999, die voorziet in heffingen voor zware vrachtvoertuigen in verband met het gebruik van bepaalde wegen, meer dan welkom. Dergelijke stappen in de goede richting dienen echter evenredig te zijn en geleidelijk te worden uitgevoerd om in de huidige economische crisistijden te vermijden dat een belangrijke economische sector het loodje legt, een sector die bovendien vrijwel geheel uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaat.

Daar komt nog eens bij dat Europa nog altijd geen veelomvattend en doeltreffend intermodaal systeem heeft weten te creëren waarmee een aanzienlijk deel van het vrachtvervoer overgeheveld zou kunnen worden naar minder vervuilende sectoren. Gezien dit feit, alsook gezien zijn aard en efficiëntie, is het wegvervoer verreweg het meest gebruikte vervoerstype in de productiesector.

Ik wens daarom met mijn stem van vandaag het belang van geleidelijke, doch aanzienlijke en dus niet louter symbolische stappen richting veiliger en groener wegvervoer te benadrukken, maar dan wel zonder onlogische en voor de bedrijfstak contraproductieve sancties.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik ben ingenomen met de werkzaamheden van de heer El Khadraoui in de vorm van zijn verslag betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen en heb dan ook voor dit verslag gestemd. Ik ben het dan wel niet eens met een aantal daarin genoemde punten, zoals het al dan niet internaliseren van een aantal externe kosten, maar ik ben het wel eens met het beginsel van "de vervuiler betaalt". In zijn uitstekende verslag wijst de heer El Khadraoui er terecht op dat de in rekening gebrachte gelden weer in hun geheel ten goede dienen te komen aan de sector zelf. Tot slot ben ik van mening dat het systeem van internalisering van de externe kosten niet mag uitdraaien op een verkapte vorm van belasting.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − Het voorstel waarover we vandaag stemden is een herziening en uitbreiding van de vorige Eurovignet-richtlijn en gaat over de regels voor tolheffing op de Europese wegen. Lidstaten kunnen volgens de aangenomen voorstellen voortaan de kosten van luchtvervuiling, lawaai en files doorrekenen aan vrachtwagens. Dit is goed nieuws voor de belastingbetaler. Nu betalen we nog met z'n allen voor de schade als gevolg van luchtvervuiling. Straks is het de vervuiler die betaalt. Bovendien stimuleren we transportbedrijven op deze manier om in schonere vrachtwagens te investeren.

Ik heb dus voor dit voorstel gestemd, te meer daar ook de fileheffing als bijkomende externe kosten voor bergregio's werd opgenomen. Files dragen sterk bij aan luchtvervuiling, geluidsoverlast en brandstofverspilling. Indien we de opbrengst van deze heffing kunnen gebruiken om te investeren in transport per spoor of over water, dan verhelpen we zowel het fileprobleem als de klimaatverandering. Bovendien zorgen de vertragingen als gevolg van files voor flinke economische schade in de transportsector.

Jammer genoeg werden klimaatkosten als gevolg van het vele vrachtverkeer niet opgenomen, dit terwijl de transportsector een grote verantwoordelijkheid heeft in het uitstoten van emissies.

 
  
  

- Verslag-Cashman (A6-0077/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor het verslag gestemd. Transparantie is niet een kwestie van symboliek, maar behoort het basisprincipe te zijn van alle institutionele procedures. Burgers en gekozen organen dienen verzekerd te zijn van de best mogelijke toegang tot in het bezit van de Europese instellingen zijnde documenten, zodat zij op doeltreffende wijze kunnen deelnemen aan het politiek proces en overheden ertoe kunnen bewegen rekenschap af te leggen van hun daden. Om deze reden heb ik mij in het verleden sterk gemaakt voor de publicatie van de presentielijsten van het Parlement.

Ondanks alle vooruitgang die de Europese instellingen inmiddels geboekt hebben op het vlak van openheid en transparantie, kan nu niet bepaald gezegd worden dat de situatie ideaal is. Deze herschikking van Verordening (EEG) nr. 1049/2001 betreffende de toegang van het publiek tot documenten van de Europese instellingen dient in dat licht te worden bezien als een volgende stap richting een overheid waar de beschikbaarheid van en eenvoudige toegang tot informatie de regel zijn en geen uitzondering. Tot besluit zou ik willen wijzen op een groot recent succes, namelijk dat het Europees Parlement sinds kort niet minder dan 23 officiële talen hanteert en dat de documenten van de Europese Gemeenschap in al deze talen beschikbaar zijn. Dit is een belangrijke waarborg voor de democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Charlotte Cederschiöld (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Wij Zweedse conservatieven hebben vandaag gestemd voor het verslag-Cashman (A6-0077/2009) over herziening van openbaarheidsverordening (EG) nr. 1049/2001, ter bevordering van meer openheid binnen de Europese instellingen. Wat betreft de amendementen 61 en 103 op artikel 5 vinden wij dat bemiddelingsdocumenten van de derde lezing onmiddellijk na afsluiting van de laatste bemiddelingsbijeenkomst openbaar moeten zijn, in tegenstelling tot de documenten die bij de behandeling zelf worden onderzocht. Documenten van trilogen in eerste en tweede lezing moeten tijdens de hele procedure openbaar zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Chris Davies (ALDE), schriftelijk. (EN) Ik betreur het zeer dat het Parlement met nadruk heeft aangegeven dat de procedures voor de ontwikkeling van het beginsel dat het publiek het recht heeft EU-documenten in te zien, niet voor leden van het Parlement gelden. Het argument hiervoor is dat dit alleen maar bevestigt wat al vastgelegd is in het Statuut van de leden van het Parlement, maar veel mensen zullen het zien als weer een geval van "Wat voor ons geldt, geldt niet voor hen", en ik ben blij dat de liberaal-democratische fractie de door de heer Nassauer ingediende amendementen niet heeft gesteund.

Het is met name van belang dat de details van alle door het Parlement vergoede onkosten van leden openbaar gemaakt worden. Onze eigen accountants hebben laten weten dat sommige leden van het Parlement beslist niet 'edelachtbaar' zijn, maar dat sommigen eigenlijk oplichters en schurken zijn. Als we willen dat de burgers van Europa vertrouwen hebben in deze instelling, zal het beginsel van volledige transparantie zo spoedig mogelijk gestalte moeten krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag van de heer Cashman gestemd betreffende de toegang tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Ik steun dit lovenswaardige initiatief omdat het beoogt de kloof tussen de verschillende communautaire regels inzake “geheime informatie” (de in de huidige Verordening (EG) nr. 1049/2001 genoemde zogeheten gevoelige documenten) te dichten, en wel door een aantal goede beginselen uit de interne veiligheidsregels van de Raad en de Commissie - voor zover deze toepasbaar zijn op een parlementair orgaan - te handhaven op verordeningsniveau. Tot slot schaar ik mij achter de algemene intentie van de heer Cashman deze verordening te wijzigen ter vergroting van de transparantie, zonder echter dit instrument te specifiek en te moeilijk uitvoerbaar te maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − De verordening van 2001 zorgde zeer zeker voor een grotere openheid naar de bevolking toe door het publiek toegang te verlenen tot documenten van de Europese instellingen. Het is goed dat we na zeven jaar praktijkervaring deze verordening opnieuw bekijken. Wat is de stand van zaken? Reeds in 2006 stelde het EP heel wat voorstellen tot aanpassing van de verordening voor. Doel? De transparantie nog verbeteren. Maar de Commissie hield daar niet erg rekening mee.

Meer zelfs, het voorstel van de Commissie ter herziening van de verordening uit 2001 dat nu op tafel ligt, betekent een verstrenging, dus minder transparantie. Zo worden documenten over handelsonderhandelingen als vertrouwelijk beschouwd. Uiteindelijk is het kiezen tussen pest en cholera. Ik stem dus voor het verslag-Cashman, omdat het, alhoewel onvolledig, al met al een verbetering is ten opzichte van het voorliggende Commissievoorstel. Een meer radicale aanpak met een totale verwerping van de Commissievoorstellen ware echter nog beter geweest, want dan zou de Commissie gedwongen zijn met een nieuw en beter voorstel op de proppen komen. Dat zou de transparantie van de Europese instellingen enkel maar ten goede komen en de befaamde kloof tussen de EU-instellingen en de burger echt dichten.

 
  
  

- Verslag-Andersson (A6-0052/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Mevrouw de Voorzitter, zoals we allemaal weten, heeft Europa te lijden onder de huidige economische en financiële crisis. Ik maak me ernstige zorgen over mijn eigen land, Italië. De crisis maakt mensen werkloos en maakt dat gezinnen steeds minder geld hebben en steeds minder uitgeven. Dat vraagt om krachtig ingrijpen. Naar het zich laat aanzien is dit een zeer ernstige crisis, maar hoe diep die gaan zal en hoe lang die zal duren, hangt volledig af van wat wij doen. We dienen onze krachten te bundelen; het is van cruciaal belang te komen tot een gecoördineerde Europese aanpak. We zien nu meer dan ooit dat indien we willen zorgen voor hoogwaardige banen en welvaart voor de Europese burger, het bitter noodzakelijk hervormingen rigoureus door te voeren. We dienen de trend richting radicale herstructurering te keren, verlies van werkgelegenheid te voorkomen en niet toe te geven aan verdere druk om te snijden in lonen en sociale uitkeringen.

We dienen onze mouwen op te stropen en zaken als werkloosheid en maatschappelijke uitsluiting de kop in te drukken. Verder dienen we de coördinatie van onze inspanningen te verbeteren, zowel van EU- als van lidstaatzijde en last but not least erop toe te zien dat de maatregelen die getroffen worden in het kader van het economisch herstelplan ter bestrijding van de crisis op de korte termijn, blijven stroken met de langetermijndoelstellingen van de Gemeenschap van de Lissabonstrategie. Daarom heb ik voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. – (FR) Opmerkelijk genoeg geeft dit verslag toe dat de Europese Unie op sociaal gebied meerdere malen de mist in is gegaan. Allereerst erkent de rapporteur dat de doelstellingen uit de strategie van Lissabon in 2010 niet zullen worden gehaald. Vervolgens vinden we belangwekkende cijfers over de ontwikkeling van de werkloosheid, die toeneemt van 7 procent in 2008 tot 8,7 procent in 2009 en, meer bepaald in de eurozone, van 7,5 procent tot 9,2 procent, ofwel een verwacht verlies van 3,5 miljoen banen.

Deze pijnlijke constatering zou de pro-Europeanen stof tot nadenken moeten geven als het gaat om de radicale hervormingen die in de lidstaten moeten worden doorgevoerd teneinde de rampzalige gevolgen van de economische en financiele crisis zoveel mogelijk te beperken, een crisis die voortkomt uit het ultraliberalisme en de mondialisering die door Brussel zo worden gekoesterd.

Hiertoe is het niet geloofwaardig verder te gaan met een dergelijk beleid, dat gericht is op handhaving van richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten. Integendeel: we moeten deze autoritaire logica vaarwel zeggen en de staten weer zeggenschap geven over hun economische en financiële middelen, waarbij we nationale en communautaire preferentie en bescherming invoeren om de interne markt weer in handen te krijgen en opnieuw groei te bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De financiële crisis is in de VS begonnen en heeft intussen ook de reële economie bereikt. De deskundigen zijn het er niet over eens hoe we op deze crisis moeten reageren, en hoe we de economie optimaal kunnen aanzwengelen, en op die manier ook de werkloosheid in toom kunnen houden.

Ook vóór de financiële crisis was de situatie op de arbeidsmarkt echter allesbehalve rooskleurig: al meer werknemers zagen zich gedwongen om parttime te werken, om mini- of midibaantjes aan te nemen, en er was al steeds minder werk dat werd omringd met sociale zekerheid. Er zijn al meer mensen arm, hoewel ze werk hebben, dat is al een tijd aan de gang. Met het oog op de duistere economische vooruitzichten valt te verwachten dat het aantal personen met een volledige baan verder zal dalen, en vroeger of later worden waarschijnlijk ook diegenen werkloos die nu al korter werken. We moeten alles in het werk stellen om te vermijden dat we een leger van werklozen krijgen. Of de in dit verslag genoemde maatregelen daarvoor geschikt en afdoende zijn valt te betwijfelen. Daarom heb ik ertegen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb tegen het verslag van de heer Andersson gestemd. Hoewel ik aan de ene kant geloof dat we onze krachten moeten bundelen om de trend richting radicale herstructureringen te keren en we verder verlies van arbeidsplaatsen dienen te voorkomen en een halt dienen toe te roepen aan verdere verlaging van lonen en sociale uitkeringen, ben ik aan de andere kant van mening dat de door de Commissie voorgestelde maatregelen voor het leeuwendeel onvoldoende zullen zijn om te zorgen voor een voldoende dekking voor en bescherming van het sociale bestel en de werkgelegenheid in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  Flaviu Călin Rus (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) de huidige economische crisis heeft zijn weerslag op de arbeidsmarkt en zal dat ook in de nabije toekomst nog hebben.

Ik heb vóór de ontwerpresolutie van het Europees Parlement over de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten gestemd, omdat ik mij aansluit bij de rapporteur in zijn steun voor het voorstel van de Commissie, om de richtsnoeren betreffende het werkgelegenheidsbeleid in de lidstaten, zoals vastgelegd in de bijlage bij Besluit 2006/618/EG van de Raad van 15 juli 2008, te handhaven in 2009. Volgens de Commissie bieden deze richtsnoeren een degelijk kader, enerzijds om te kunnen reageren op de huidige economische en financiële crisis en anderzijds voor continue structurele hervormingen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De huidige crisis is meer dan alleen maar een economische en financiële crisis. Het is bovenal een vertrouwenscrisis. De meest dramatische aanwijzing is de hoge werkloosheid. Werkloosheid impliceert niet alleen inkomensverlies, maar leidt ook tot een gebrek aan vertrouwen in onszelf en in de anderen.

Om het vertrouwen te herstellen moeten wij een zeer duidelijke middellangetermijnstrategie opzetten.

Daarbij is een beslissende rol weggelegd voor de politieke leiders, die voortdurend boodschappen en signalen uitzenden. Voorzichtigheid, zekerheid, de waarheid spreken, zich niet overgeven aan simplistische propaganda over onhaalbare doelstellingen en zelfverheerlijking zijn enkele voorbeelden van goede praktijken die het vertrouwen kunnen helpen herstellen.

Anderzijds moeten wij ook nieuwe banen scheppen en daarvoor moeten de voorwaarden aanwezig zijn voor bedrijfsinvesteringen.

Wij moeten snel actie ondernemen, want als er op dit niveau niets wordt gedaan, zullen de financiële problemen van de landen met de grootste tekorten van de eurozone leiden tot een verdieping van de recessie, een niet-aflatende stijging van de werkloosheid en een daling van de inkomsten van ondernemingen en gezinnen.

Daarom heb ik mijn steun gegeven aan het verslag van de heer Andersson, waarin wordt gepleit voor de instandhouding van de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid in 2009.

 
  
  

- Ontwerpresolutie over artikel 139 van het Reglement (B6-0094/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het is onbegrijpelijk en onaanvaardbaar dat de opschorting van het erkende recht volgens welk alle afgevaardigden zich van hun eigen taal mogen bedienen in het Parlement en alle documenten moeten worden opgesteld in de officiële talen van de Europese Unie, voor de zoveelste maal wordt verlengd. Het gebruik van de taal van sommige lidstaten blijft aan beperkingen onderhevig omdat er nog steeds niet genoeg linguïsten zijn gevonden, al zijn er reeds verschillende jaren verstreken sinds de toetreding van tal van deze landen, zoals het geval is met Ierland en de Tsjechische Republiek. De opgegeven redenen zijn vaag en onsamenhangend. Het feit dat er geen financiële prioriteit is gegeven aan de opleiding van linguïsten wekt ons wantrouwen. Wij kunnen niet aanvaarden dat het onvervreemdbare recht op culturele en linguïstische verscheidenheid in de Europese Unie op de helling komt te staan. In dat geval loopt ook het Portugees gevaar. Wij kunnen niet dulden dat bepaalde talen worden gediscrimineerd.

Wij verklaren hier nogmaals dat de culturele identiteit van elke lidstaat en van alle nationale talen als werktalen onze absolute bescherming geniet. Daarom kunnen wij niet anders dan tegen dit besluit stemmen. Per slot van rekening gaat het hier om een overdracht naar het culturele en linguïstische niveau van het begrotingsbeleid van de Unie, dat voorrang verleent aan investeringen in wapens in plaats van de cultuur op te waarderen en de werkgelegenheid te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het voorstel van het Bureau tot verlenging van de toepasbaarheid van artikel 139 van het Reglement van het Europees Parlement tot het einde van de zevende zittingsperiode gestemd.

 
  
  

- Verslag-Kósáné Kovács (A6-0038/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor het verslag gestemd. Ik maak me ernstig zorgen over de recente gebeurtenissen in Italië. Er is een zeer intolerant klimaat, een soort heksenjacht, aan het ontstaan jegens Roemeense burgers en Roma, gepaard gaand met talrijke klopjachten. De Italiaanse regering is betrokken bij een obsessieve veiligheidscampagne. Ze zou er echter met het treffen van allerlei extreme maatregelen ten aanzien van de Romagemeenschappen wel eens voor kunnen zorgen dat de reeds miserabele situatie waarin deze minderheden verkeren verder verslechtert en hun kansen op integratie en opname in de samenleving ondermijnd worden. We mogen niet vergeten dat in een rechtsstaat strafrechtelijke aansprakelijkheid op individuele leest geschoeid is en nooit en te nimmer betrekking kan hebben op collectieve groepen. Wanneer van dit beginsel wordt afgeweken, zou er wel eens een gevaarlijk precedent kunnen ontstaan dat leidt tot criminalisering van complete etnische groepen of groepen immigranten uit bepaalde landen.

Immigratie is bij uitstek een kwestie die om Europese coördinatie vraagt. Alleen zo kunnen de juridische en politionele middelen ter bestrijding van de georganiseerde misdaad daadwerkelijk versterkt worden. Maar dat alleen is niet voldoende. Er dient tevens een doelgericht werkgelegenheidsbeleid voor achtergestelde groeperingen zoals de Roma te worden gevoerd, met maatregelen ter ondersteuning van hun geleidelijke integratie in de arbeidsmarkt en meer aandacht voor onderwijsbeleid voor jongeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schrftelijk. – (SV) De EU is een unie van waarden en is daarom verantwoordelijk voor handhaving van de eerbiediging van de mensenrechten binnen haar grenzen. Daarom heeft de EU ook de taak om via haar lidstaten aandacht te schenken aan de situatie waaraan de Roma zijn blootgesteld en om hun integratie in de samenleving te vergemakkelijken. Daarom hebben wij voor dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. – (SV) Wij hebben vandaag gestemd voor het initiatiefverslag van Kósáné Kovács (A6-0038/2009) over de sociale situatie van de Roma en de verbetering van hun toegang tot de arbeidsmarkt in de EU. In dit verslag wordt een zeer ernstig probleem aan de orde gesteld en er wordt duidelijk gewezen op de behoefte aan maatregelen voor de aanpak van de uitgebreide sociale uitsluiting die op dit moment vele Roma treft. Wij juichen het toe dat er wordt samengewerkt tussen de lidstaten om deze enorme problemen te lijf te gaan.

Wij willen echter benadrukken dat wij allerlei speciale regelingen niet als de oplossing zien om de sociale uitsluiting te verminderen. Speciale belastingtarieven voor werkgevers die Romavrouwen in dienst nemen en dergelijke maatregelen dreigen de sociale uitsluiting juist te bevestigen en de integratie in de rest van de samenleving tegen te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik verwelkom het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken omdat het een nieuw aspect belicht van de integratiestrategie voor de Roma, die vanaf 2005 is neergelegd in diverse resoluties van het Europees Parlement. De huidige situatie van de Roma wijst uit dat er nog onvoldoende vooruitgang is geboekt met de integratie van de Roma, sinds de eerste oproep van de Commissie hiertoe in 2005.

Het verslag doet voorstellen voor belangrijke richtlijnen voor actie ten aanzien van beleid om onderwijs voor de Roma en positieve discriminatie op de arbeidsmarkt te stimuleren. De ondersteuning van de integratie van Roma op de arbeidsmarkt door het financieren van maatregelen voor scholing en omscholing, maatregelen ter stimulering van onafhankelijke activiteiten onder Roma, het verstrekken van leningen tegen gunstige voorwaarden of het toekennen van overheidssubsidies, en het zoeken naar innoverende vormen van landbouwactiviteit zijn allemaal doelstellingen die de EU moet coördineren. De vorming op EU-niveau van een groep deskundigen die mede bestaat uit vertegenwoordigers van de Roma, kan helpen om de strategie van de lidstaten ten aanzien van de Roma en de aanwending van de structuurfondsen en het Cohesiefonds te coördineren.

Ik verwacht dat deze voorstellen de Europese Commissie voldoende motiveren om met wetsvoorstellen te komen die gericht zijn op tastbare resultaten op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) De Roma vormen de grootste minderheid in de Europese Unie en hun integratie in de Europese samenleving is een van de grootste uitdagingen waarvoor de EU in het komende decennium zal komen te staan. De Roma - ongeveer tien tot twaalf miljoen mensen - hebben geen enkele kans om aan hun situatie van armoede en uitsluiting te ontsnappen. Een dergelijk grote maatschappelijke achterstand belet de Roma een basisniveau van menselijke waardigheid en gelijke kansen te bereiken. Ik juich dit verslag toe, dat de noodzaak van betere omstandigheden voor alle Europeanen, zonder onderscheid naar ras, belicht.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) het creëren van gelijke kansen voor de Romaminderheid in de EU is de juiste benadering om sociale uitsluiting te voorkomen en de rechten van deze groep te respecteren. Daarom heb ik vóór het verslag van mevrouw Kovács gestemd, dat ik zeer nuttig vind.

Ik wil echter mijn standpunt in deze op een aantal punten toelichten.

Gezien het feit dat het hier om een transnationale minderheid gaat, kan de situatie van de rechten van de Roma alleen op Europees niveau worden aangepakt. Daarom heb ik voorgesteld een Europees agentschap voor Roma op te richten, dat belast wordt met de coördinatie op Europees niveau van beleid gericht op deze minderheid.

Ten tweede wordt de integratie van de Romaminderheid niet geholpen door fiscale maatregelen, aangezien daardoor de structurele problemen van de Romagemeenschappen niet worden opgelost. De ideale manier om deze minderheid te helpen is met onderwijsprogramma's, die erop gericht zijn deze groepen de vaardigheden te verschaffen die nodig zijn om deel te kunnen nemen aan de arbeidsmarkt.

Tegelijkertijd moet een Europees beleid voor de Romaminderheid gericht zijn op het stimuleren van tolerantie en acceptatie van culturele verschillen, met de nadruk op vreedzame coëxistentie, binnen de grenzen die bepaald worden door de wetgeving van het betreffende land en de EU-verordeningen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb tegen het verslag van mevrouw Kósáné Kovács over de sociale situatie van de Roma en de verbetering van hun toegang tot de arbeidsmarkt in de EU gestemd. Ik ben er namelijk van overtuigd dat er op deze manier een nieuwe vorm van fundamentele discriminatie jegens de Roma gecreëerd wordt. De Roma dienen juist dezelfde behandeling te krijgen als alle andere burgers, zonder dat zij allerlei buitensporige voordelen en concessies genieten ten nadele van de overige Europese burgers die dezelfde rechten (en vooral ook plichten) hebben als deze bevolkingsgroep.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − De Roma-gemeenschap is de grootste en meest benadeelde minderheidsgroep binnen Europa. Wie de situatie op de voet volgt, weet dat er noodzaak is aan een gecoördineerde aanpak om hun werk- en leefomstandigheden te verbeteren. Ik ben blij dat het voorliggende verslag ervoor pleit aangepaste opleidingen aan te bieden om de kansen van Roma op de arbeidsmarkt te vergroten. Daarnaast moet het menselijke en sociale kapitaal versterkt worden door vanaf het begin te werken aan hun integratie in de Europese samenleving.

Het is goed dat er een Europese expertgroep, met vertegenwoordigers uit de Roma-gemeenschap, wordt opgericht. Ook het voorstel om partnerschappen uit te werken en voldoende financiële middelen in te zetten en dit alles via een database te volgen, zijn bijzonder goede voorstellen. Ik steun dit verslag omdat het aangeeft hoe we een verbetering van de situatie van Roma-gemeenschap kunnen bewerkstelligen. De alternatieve resolutie die de PSE-Fractie voorstelt, valt jammer genoeg te zwak uit. Ik zal deze dus niet ondersteunen.

 
  
  

- Verslag-Reul (A6-0035/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Šarūnas Birutis (ALDE), schriftelijk. (LT) Het beheer van de vraag naar olie moet niet beperkt blijven tot de EU alleen. De komende jaren zal het aandeel van de EU in het wereldwijde olieverbruik geleidelijk dalen. Dit is het gevolg van de enorme toename van de vraag buiten de Europese grenzen. Vanuit het oogpunt van de zekerheid van de energievoorziening in de EU is het daarom van groot belang de toename van de vraag ook op mondiaal niveau terug te brengen, zonder echter de ontwikkelingsdoelstellingen van derde landen of van de EU zelf in gevaar te brengen. Daarnaast is het belangrijk prijsstellingsmechanismen van de markteconomie in derde landen te stimuleren – bijvoorbeeld nadat brandstofsubsidies zijn afgeschaft.

Voor al deze maatregelen zijn investeringen nodig. Er kan alleen worden geïnvesteerd als er voldoende kapitaal is en men verwacht wat winst te maken. Daarom moet de huidige financiële crisis, die een economische crisis kan worden, zo snel mogelijk worden overwonnen. In de afgelopen tien jaar is de problematiek rond de toekomstige voorzieningszekerheid van olie in de EU toegenomen. Als we de politieke wil kunnen vergroten en de internationale coördinatie en samenwerking en het scheppen van innovaties weten uit te breiden, kunnen we deze problemen echter oplossen, wat zowel op de vraag- als de aanbodzijde zijn weerslag zal hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Alles bij elkaar kan ik mij vinden in dit initiatiefverslag van mijn collega Reul. In de afgelopen maanden is gebleken dat energiezekerheid nog nooit zo dringend noodzakelijk is geweest. De noodzakelijke samenwerking tussen alle lidstaten en de noodzaak ons voordeel te doen met de stimuleringspakketten die nu door bijna alle lidstaten en de Commissie worden gepresenteerd, onderstrepen de noodzaak van investeringen in duurzame technologie, waardoor onze energiezekerheid toeneemt en onze CO2-emissies dalen. Onze jarenlange afhankelijkheid van fossiele brandstoffen kan slechts tot twee duidelijke conclusies leiden:

1. we moeten onafhankelijk zijn van mondiale geopolitieke krachten, gezien de impasse waarin Rusland en Oekraïne deze winter beland zijn en de vernietigende effecten van de prijspolitiek van de OPEC;

2. de tijdsdruk voor de vermindering van CO2-emissies, een zaak die de allerhoogste prioriteit moet blijven genieten, is onverminderd hoog.

We mogen niet terugschrikken voor de uitdagingen met betrekking tot de economie en het milieu waarmee we op dit moment geconfronteerd worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb tegen het verslag van de heer Reul over uitdagingen in verband met de aardolievoorziening gestemd. Ik ben het namelijk oneens met de rapporteur wanneer hij beweert dat er volgens meerdere ramingen voldoende olie gewonnen zou kunnen worden om te voorzien in de toekomstige vraag, zij het onder de voorwaarde dat de consument meer in rekening gebracht wordt en het investeringsklimaat verbeterd. Ook al ben ik voorstander van de Commissie-initiatieven die zouden moeten helpen voorkomen dat de olieprijzen de komende jaren weer de pan uitrijzen, ik ben er niet van overtuigd dat situatie als geheel correct in kaart is gebracht.

 
  
  

- Verslag-Jarzembowski (A6-0055/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE), schriftelijk. (EN) In het door Parlementslid Jarzemboswki gepresenteerde verslag wordt de 'vergroening' van het vervoer tot een prioriteit gemaakt en het verslag is een eerste stap in de richting van een bredere benadering van het milieuvriendelijker maken van vervoer. Een belangrijk onderdeel van de reactie op klimaatverandering is een verandering in vorm en middelen van vervoer, bijvoorbeeld door gebruikmaking van geavanceerde hybride auto's, een toename van 'groen' openbaar vervoer of grotere doelmatigheid van andere vormen van vervoer.

De rapporteur heeft in dit verslag mogelijkheden aangedragen voor heffingen op zware vrachtwagens voor de vervuiling die ze veroorzaken, en ook op het treinvervoer voor geluidsoverlast. Het is van belang dat we acht slaan op de behoeften van landen aan de rand van Europa die tegen verscheidene geografische barrières aanlopen en afhankelijk zijn van een sterk vervoersnetwerk voor hun bevoorrading en hun economische groei. We moeten ervoor zorgen dat deze maatregelen rechtvaardig worden uitgevoerd. Onder die voorwaarden steun ik het verslag van harte.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb voor het verslag van de heer Jarzembowski over groener vervoer en internalisering van externe kosten gestemd. Naar mijn mening - een mening die overigens naadloos aansluit op die van de rapporteur, die een uitmuntend verslag geschreven heeft - dient de nadruk te worden gelegd op de grote voordelen van mobiliteit voor de Europese burger in termen van levenskwaliteit, groei en werkgelegenheid binnen de Europese Unie, alsook wat betreft sociaaleconomische en territoriale cohesie, de handel met landen van buiten de EU en de voordelen ervan voor de direct en indirect bij de vervoers- en logistieke sector betrokken bedrijven. Wat dit betreft ben ik ingenomen met het feit dat de Commissiemededeling een balans opmaakt van de tot op heden getroffen EU-maatregelen ter bevordering van een duurzaam vervoersbeleid. Dit is een kleine stap op weg naar een groots doel.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − De Commissie publiceerde een pakket van mededelingen over het "vergroenen van transport", een "strategie voor het internaliseren van externe kosten" en "maatregelen die het geluid reduceren van goederenmaterieel". Ik vind het heel positief dat er gewerkt wordt aan groene maatregelen op het gebied van transport en moedig dit ook aan.

Met het verslag-Jarzembowski zouden de voorstellen van de Commissie echter worden afgezwakt. Daarom legden de Groenen positieve amendementen op tafel, zoals de vraag om meer medefinanciering tussen de EU en de lidstaten, een kerosinetaks voor vluchttransporten en het loskoppelen van toename in transport van economische groei. Onze amendementen werden evenwel niet aanvaard, waardoor dit verslag geen toegevoegde waarde heeft voor de voorstellen van de Commissie; ik heb dan ook tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben vóór maatregelen die een 'vergroening' van het vervoer bevorderen. Dat helpt ons in onze strijd tegen klimaatverandering. Toch moeten bepaalde maatregelen strenger gemaakt worden en daarom heb ik mij van stemming moeten onthouden.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0107/2009 (Lissabon-strategie)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben het er volledig mee eens dat van de effecten van de economische crisis de stijging van de armoede in de EU het grootste probleem is. Het is absoluut noodzakelijk dat we de huidige stijging van de werkloosheid in de EU een halt toeroepen. Ik vind een strategie die gebaseerd is op de doelstellingen volledige werkgelegenheid, hooggekwalificeerde banen, maatschappelijke integratie, maatregelen om ondernemerschap te bevorderen en activiteiten om de rol van het KMO’s en van investeringen te vergroten, de efficiëntste manier om de armoede te verminderen en te voorkomen. Dit is in een notendop het belangrijkste deel van de preambule van de resolutie.

Als we er niet in slagen de als gevolg van de huidige uitzonderlijke omstandigheden toenemende armoede in de EU te stoppen, dan zal de EU in gebreke zijn gebleven het belangrijkste probleem op te lossen dat voortkomt uit deze economische en financiële calamiteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De laatste tijd hebben wij kunnen vaststellen dat de armoede, de precaire arbeidsverhoudingen en de ongelijkheden in de Europese Unie zijn toegenomen. Het risico bestaat dat deze situatie nog verslechtert ten gevolge van de huidige economische en financiële crisis, aangezien de voorspellingen wijzen op een mogelijke recessie en een stijging van het aantal werklozen.

Dit is mede te wijten aan het beleid dat vooropstaat in de strategie van Lissabon en de Europese werkgelegenheidsstrategie, aangezien de beoogde maatregelen bijdragen aan de deregulering van de financiële sector, de liberalisering van de markten en het ontstaan van precaire arbeidsverhoudingen. Daarom moeten wij van deze beleidslijnen afstappen. Het antwoord (of het gebrek daaraan) van de Europese Unie op de verslechtering van de sociale en economische omstandigheden weerspiegelt haar klassenmentaliteit. Zij kiest ervoor om het huidige beleid voort te zetten en op die manier de grote economische en financiële groepen in de gelegenheid te stellen nog meer winst op te strijken ten koste van de levensomstandigheden van de werknemers en de bevolking in het algemeen.

Wat nodig is, is een ommekeer in het huidige macro-economische beleid en een betere bescherming van de werkgelegenheid en de werknemersrechten. Er is een ander beleid nodig dat een rechtvaardige inkomensverdeling waarborgt, de economische activiteit nieuw leven inblaast, werkgelegenheid schept, de rol van de staat in de economie versterkt, de vraag stimuleert, de groei van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de hand werkt en de investeringen bevordert, met inachtneming van de behoeften en eigen kenmerken van elke lidstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd, ondanks mijn teleurstelling over het door de Groenen ingediende amendement 10, waarin opgeroepen wordt tot een EU-brede belasting op financiële transacties. Als voorzitter van de intergroep globalisering in het Parlement ben ik ee groot voorstander van een soort Tobin-tax om financiële speculaties onder controle te houden en miljarden euro's bijeen te brengen voor verlichting van de diepe armoede in de wereld onder de ruim één miljard mensen die van minder dan een euro per dag leven. Wie kan er nu tegen zo'n simpele en doeltreffende maatregel zijn?

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De strategie van Lissabon is opgezet in een welbepaalde context en voor een welbepaalde economische conjunctuur die sterk verschilt van de situatie die wij thans doormaken. Dit impliceert echter niet dat alle onderliggende concepten aan herziening toe zijn. Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen het uitzonderlijke karakter van de huidige omstandigheden en de beleidsmaatregelen die ten uitvoer moeten worden gelegd om de ontwikkeling en het concurrentievermogen van de Europese Unie op de lange termijn te bevorderen. Dit onderscheid mag ons evenwel niet doen besluiten dat de huidige crisissituatie maatregelen vergt die in strijd zijn met wat wordt verstaan onder goed beleid. Integendeel. Ofschoon het antwoord op de huidige situatie uitzonderlijke maatregelen vereist, moet het gebaseerd zijn op het beginsel van goed beleid en op de bereidheid om te investeren in innovatie en in het Europese concurrentievermogen. Anders zullen wij falen in onze opzet om enerzijds de crisis aan te pakken en anderzijds de lidstaten van de Europese Unie klaar te stomen voor de volgende fase van de mondiale economie.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Na zorgvuldige bestudering van de ontwerpresolutie over de Lissabonstrategie heb ik uiteindelijk besloten om mij te onthouden van stemming en er dus noch voor, noch tegen te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Eoin Ryan (UEN), schriftelijk. − (EN) De financiële en daaruit voortvloeiende economische crisis heeft een zware slag toegebracht aan de Europese groei en de stabiliteit op de arbeidsmarkt. In deze moeilijke tijden moet ons voornaamste doel zijn, zoals verwoord in deze gemeenschappelijke resolutie, dat we de burgers van de EU beschermen tegen de gevolgen van de crisis, of het nu werknemers, ondernemers of huiseigenaren zijn. De huidige crisis is zonder meer een ramp, maar biedt ook kansen, namelijk de kans onze manier van denken te veranderen, de kans een stevig raamwerk voor duurzame groei op te bouwen dat bestand is tegen eventuele schokken, en de kans een gezond en sociaal fundament voor de toekomst te leggen.

Een van de elementen van deze resolutie die mij vooral aanspreekt, is de erkenning van de cruciale rol van kleine en middelgrote ondernemingen en de steun die ze moeten krijgen. KMO’s bieden niet alleen waardevolle werkgelegenheid – in de afgelopen jaren 80 procent van alle nieuwe banen in de EU –, maar spelen ook een uiterst belangrijke rol bij het stimuleren van lokale economieën, bij de diversificatie van de werkgelegenheid en bij de bevordering van ondernemerschap. Ook de nadruk op innovatie, vooral in de milieusector, is zeer welkom en vormt een illustratie van het feit dat de doelstellingen energie-efficiëntie en economische stabiliteit heel goed hand in hand kunnen gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) De Labour-afgevaardigden in het Europees Parlement zijn van mening dat de Lissabonstrategie een belangrijk platform voor groei en werkgelegenheid in de EU blijft. Dat is nog steeds een haalbare doelstelling, ook al doet het huidige economische klimaat afbreuk aan het werkelijke potentieel. Zij zijn het er echter niet mee eens dat een EU-brede belasting op transacties noodzakelijk is om een aantal doelstellingen van de Lissabonstrategie te bereiken en hebben die maatregel niet gesteund.

Deze afgevaardigden konden zich echter wel vinden in de essentie van de goedgekeurde tekst en hebben daarom voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) Volgens het afgelopen maandag gepubliceerde verslag van de Allianz Group zorgt de recessie er dit jaar voor dat de EU langzamer haar doel bereikt om de belangrijkste op kennis gebaseerde economische ruimte in de wereld te worden. Om de Lissabondoelstellingen te realiseren moeten we allemaal doen wat we kunnen om deze doelen wél te bereiken, zelfs in deze moeilijke tijd. Als we deze doelen halen, zullen we door de recessie heen kunnen komen en de EU in de toekomst een sterkere positie kunnen verschaffen. We moeten ook vasthouden aan de in Barcelona afgesproken kinderopvangdoelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) In de resoluties van de politieke krachten van het kapitaal worden de werkelijke oorzaken en de werkelijke aard van de kapitalistische crisis verhuld. Daarin worden de lasten van de crisis op de schouders gelegd van de werknemers, die de superwinsten van het kapitaal hebben betaald en nu de rekening krijgen gepresenteerd voor de crisis. Wie moet anders de kapitalistische winsten redden en verhogen? In de resoluties wordt de EU opgeroepen de arbeidersvijandige strategie van Lissabon verder uit te diepen, het Stabiliteitspact en het economisch herstelplan toe te passen en over te gaan tot volledige liberalisering van de interne markt. Daarin worden maatregelen voorgesteld om de monopolistische concerns te voeden met stromen liquide middelen die uit de zak komen van de werknemers, om de belasting op het kapitaal te verminderen en de financiering van de grote monopolistische ondernemingen te verhogen. Daarmee wordt aangedrongen op een snellere uitvoering van de kapitalistische herstructureringen met als spil de flexizekerheidsstrategie en de arbeidstijdenrichtlijn, hetgeen betekent dat de arbeidstijd wordt verhoogd tot 13 uur per dag en 78 uur per week en wordt opgesplitst in actief en onbetaald inactief.

Met de ontwikkeling van de “groene economie”, met de liberalisering van onderzoek en energie en met de innovatie worden nieuwe wegen geopend voor het kapitaal om winstgevende investeringen te doen ten koste van de werknemers en de volksklassen.

De informele top van 1 maart heeft bevestigd dat de tegenstellingen in het imperialistische kamp weliswaar zijn toegenomen, maar de monopolies één front vormen tegen de volkeren.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0134/2009 (Klimaatverandering)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben het ermee eens dat de EU in het internationale beleid ten aanzien van het klimaat een leidende rol moet blijven spelen. Ze moet dan wel met één mond spreken, anders verliest ze haar geloofwaardigheid. De EU als geheel lijkt op op schema te liggen wat betreft de klimaatdoelstellingen, maar alle landen, inclusief Malta, moeten ervoor waken achterop te raken, omdat anders de geloofwaardigheid van de Unie aangetast wordt.

Het beperken van de gemiddelde temperatuur over de hele wereld is niet alleen in de ontwikkelde wereld noodzakelijk, maar ook in de landen die zich aan het ontwikkelen zijn. Het is onnodig te zeggen dat dergelijke maatregelen een groot beroep zullen doen op de financiële middelen. De EU moet met een voorstel komen waarin de betrokken sectoren en financieringsbronnen in kaart gebracht zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement over het tegengaan van de klimaatverandering gestemd. De Europese Unie moet een voortrekkersrol blijven vervullen in het internationale klimaatbeleid en zij moet haar uiterste best doen om in Kopenhagen een akkoord te bereiken waarmee de uitstoot van kooldioxide in de atmosfeer kan worden teruggedrongen en de wereldwijde stijging van de temperatuur kan worden beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van de pre-industriële niveaus.

Gelet op de huidige financiële en economische crisis is het essentieel dat in Kopenhagen een nieuw akkoord over de bestrijding van de klimaatverandering wordt bereikt. De economische crisis en de klimaatcrisis kunnen op zodanige wijze worden gecombineerd dat belangrijke economische kansen ontstaan om nieuwe technologieën te ontwikkelen en werkgelegenheid te scheppen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Deze resolutie bevat een reeks positieve elementen die wij ten zeerste appreciëren. Wij wensen met name nadruk te leggen op het verzoek aan de Europese Unie om zich in Kopenhagen actief in te zetten voor een akkoord waarin rekening wordt gehouden met de jongste wetenschappelijke rapporten inzake klimaatverandering, waarin bindende stabilisatieniveaus en temperatuurwaarden worden vastgesteld die de kans op gevaarlijke klimaatontwikkelingen aanzienlijk beperken en waarin garanties worden geboden voor regelmatige herzieningen die moeten waarborgen dat de doelstellingen te allen tijde in lijn zijn met de meest recente wetenschappelijke gegevens. Het is eveneens een goede zaak dat de aandacht wordt gevestigd op de noodzakelijke substantiële verhoging van de financiële middelen om de gevolgen van de klimaatverandering in de ontwikkelingslanden te kunnen verlichten.

Wij gaan echter niet akkoord met de herhaalde verwijzingen naar de EU-regeling inzake de handel in emissierechten − al blijven die beperkt tot de overwegingen − en zeker niet met het voorstel om deze regeling als model te gebruiken voor de ontwikkeling van de handel in emissierechten in andere ontwikkelde landen en regio's. Wij kunnen ons evenmin vinden in de sterk economische invalshoek die sommige punten van de resolutie duidelijk beïnvloedt.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor deze resolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid gestemd. Ondanks de omvang van de huidige financiële crisis – veroorzaakt door een combinatie van deregulering, laffe regelgevende instanties en graaiende bankiers – moeten we oog blijven houden voor de noodzaak maatregelen tegen de klimaatverandering te blijven nemen. We moeten de crisis zien als een kans om te investeren in een omslag in onze manier van leven en om in dit werelddeel en over de hele wereld een groene "New Deal" in gang te zetten. We kunnen onze doelen niet bereiken als we niet als partners samenwerken met de VS en met Japan, China en India.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik ben het op een aantal punten eens met de ontwerpresolutie over het tegengaan van de klimaatverandering. Bij een aantal andere paragrafen van het verslag heb ik echter ernstige bedenkingen. Ik heb daarom besloten om mij te onthouden van stemming over dit onderwerp.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) We moeten de groene economie gebruiken om werkgelegenheid in de hele EU te scheppen. Dat moet in deze financiële crisis een prioriteit zijn.

 
  
  

- Ontwerpresolutie B6-0133/2009 (Werkgelegenheidsbeleid)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Deze resolutie bevat vele behartigenswaardige aanbevelingen. Maar de meeste zaken die in de resolutie worden behandeld, vallen onder de politieke verantwoordelijkheid van de nationale parlementen.

De voorstellen in de resolutie leiden er ook toe dat er meer middelen vereist zijn voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering. Dat betekent dat de bijdragen van de lidstaten aan de EU moeten worden verhoogd. Dit terwijl de lidstaten hun verminderde financiële middelen moeten behouden voor hun eigen sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid. Wij geloven niet dat het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering het meest effectieve instrument is voor steun aan werknemers die hun baan verloren hebben. De lidstaten zijn beter in staat om op dit gebied een effectief beleid te voeren. Bovendien besteden alle lidstaten afzonderlijk bedragen aan het stimuleringspakket in dezelfde orde van grootte als hun totale bijdrage aan de begroting van de EU.

Vooral vanwege de passages over het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering hebben wij tegen deze resolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb tegen de ontwerpresolutie over de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid gestemd. Gezien het feit dat de mondiale financiële en economische crisis vraagt om een vastberaden en gecoördineerd antwoord van de kant van de EU om te voorkomen dat er banen verloren gaan en om te zorgen voor de handhaving van een bevredigend inkomensniveau voor de Europese burger, alsook om een recessie te voorkomen en om de huidige uitdagingen op het vlak van economie en werkgelegenheid om te buigen in kansen, ben ik namelijk van mening dat de maatregelen die nu onder auspiciën van de eurocraten genomen worden verre van voldoende zijn om de huidige crisis het hoofd te bieden, zeker als het gaat om een kwetsbaar iets als werkgelegenheid.

 
  
  

- Verslag-Ferreira (A6-0063/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. (EN) Het initiatief tot dit herstelplan is een reactie op de ernstige en voortdurende economische neergang. Het herstelplan moet als topprioriteit hebben het stimuleren van de economie en de concurrentiekracht van de EU en het voorkómen van grotere werkloosheid. De leden dringen erop aan dat alle financiële steun tijdig, gericht en tijdelijk is. De huidige buitengewone omstandigheden moeten gezien worden in de bredere context van een duidelijke toezegging de normale begrotingsdiscipline weer te hanteren zodra de economie aantrekt.

Bovendien moet het herstelplan tot doel hebben eerlijke internationale afspraken te maken om door financiering van grootschalige investeringen armere landen de kans te geven aan hun armoede te ontsnappen, zonder bij te dragen aan de opwarming van de aarde.

Ten slotte moeten gecoördineerde acties van lidstaten gericht worden op het verminderen van de onzekerheid op de kredietmarkten en steun aan het functioneren van die markten.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Ofschoon enkele positieve voorstellen zijn aangenomen, die wij uiteraard gesteund hebben, met name dat van de belastingparadijzen, zijn de voorstellen van onze fractie helaas grotendeels verworpen. De voortzetting van het neoliberale beleid loopt als een rode draad door het verslag, met hier en daar een vleugje roze om de aandacht van de kiesgerechtigde burger te trekken aan de vooravond van de verkiezingscampagne.

In de afgewezen voorstellen drong mijn fractie onder meer aan op een aanzienlijke verhoging van de financiële middelen en een snellere terbeschikkingstelling van de middelen ter ondersteuning van de werkgelegenheid, alsmede op een heroriëntering van de steunprogramma’s voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving, met inbegrip van de programma's voor het verzekeren van aanvaardbare levensomstandigheden en toegang tot hoogwaardige diensten van algemeen belang voor iedereen. Het is jammer dat ook geen gevolg is gegeven aan de voorstellen waarin het bedrag van het herstelplan (1,5 procent van het bbp van de Europese Unie) als ontoereikend wordt aangemerkt voor een succesvolle aanpak van de huidige crisis, met de waarschuwing dat de Europese Unie ver achter zal komen te liggen op landen als de Verenigde Staten en China. Ten slotte betreur ik ook de afwijzing van onze kritiek op de Commissie, omdat zij het herstelplan koppelt aan de verdieping van neoliberale “structurele hervormingen”, en op de strikte naleving van het Stabiliteits- en groeipact, aangezien we dat alles juist overboord moeten zetten en van koers moeten veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik kan mijn collega Elisa Ferreira alleen maar feliciteren met haar verslag over het Europese economische herstelplan. Ik onderschrijf het gevoel van Poul Rasmussen dat we nog niet genoeg gedaan hebben. Het overeind houden van de banken was noodzakelijk, maar niet voldoende. We moeten ook maatregelen nemen om de problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken. Werktijdverkorting moet aangemoedigd worden en wanneer er om gedeeltelijke werkloosheid gevraagd wordt, moeten we stimuleren dat de vrijgekomen uren op de werkplek benut worden voor opleidingen, om vaardigheden te vergroten.

De echte crisis is niet gelegen in de markt voor risicohypotheken, maar eerder in de tien keer zo grote casino-economie van de steeds duisterder fantasiewereld van de derivatenmarkt. Die moet onder controle gebracht worden. Daarom juich ik maatregelen voor toezicht op belastingparadijzen en de introductie van een EU-brede belasting op financiële transacties toe, om de ernstigste gevolgen van de crisis te overwinnen, speculatie tegen te gaan en geld binnen te halen om op schema te blijven bij het bereiken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Małgorzata Handzlik (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) Het vandaag goedgekeurde verslag over een Europees economisch herstelplan steunt de door de Europese Commissie voorgestelde maatregelen die moeten helpen de Europese economie weer vlot te trekken.

De gegevens van de afgelopen weken zijn geen aanleiding tot al te veel optimisme. De economische groei voor 2009 blijft naar schatting onder nul. Bovendien neemt de werkloosheid binnen de hele EU toe. Dit is de ernstigste recessie waar de Europese Gemeenschap ooit door is getroffen en de eerste sinds de invoering van de gemeenschappelijke munt.

Daarom zijn stevige maatregelen nodig die nieuwe banen scheppen en de economische situatie werkelijk verbeteren. Een zaak van doorslaggevend belang is uiteraard het 'genezen' van het financiële systeem, zodat bedrijven en burgers weer toegang krijgen tot krediet. Dit is met name van belang voor kleine en middelgrote ondernemingen, die immers de basis vormen van de Europese economie. We moeten er dan ook absoluut voor zorgen dat de kredietstromen weer snel en doeltreffend op gang komen. De steun voor het bestrijden van de crisis mag niet alleen maar gebruikt worden voor het redden van een aantal geselecteerde sectoren. Dergelijke steun is onvermijdelijk, maar er moet wel voortdurend rekening worden gehouden met de concurrentiepositie van de Europese industrie. Voorts mag de crisis niet te baat worden genomen om nieuwe, overdreven belastende maatregelen te treffen.

Ik reken erop dat het Europese economische herstelplan op korte termijn effect zal hebben en we de eerste signalen van economische opleving zullen zien.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Een uitzonderlijke situatie vraagt om uitzonderlijke middelen.

De economische situatie is zozeer verslechterd dat de gezamenlijke maatregelen van de lidstaten gerechtvaardigd zijn om te proberen de economische bedrijvigheid nieuw leven in te blazen. Hierbij moeten echter een aantal kanttekeningen worden geplaatst. De uitzonderlijke situatie waarmee we geconfronteerd worden doet geen afbreuk aan de elementaire regels van de economie. De leningen van vandaag zijn de schulden van morgen, die de lidstaten op een bepaald moment zullen moeten aflossen. Tekorten zijn dan misschien noodzakelijk, er hangt een fiks prijskaartje aan. Dat moeten we beseffen. Er wordt al gerept over belastingverhogingen in de nabije toekomst om de overheidsfinanciën op orde te houden.

Daarnaast leggen de uitgaven die in de herstelplannen zijn toegezegd niet allemaal evenveel gewicht in de schaal. Investeringsuitgaven voor het moderniseren van het productieapparaat of voor onderzoek wegen heel anders dan huishoudelijke uitgaven. De lidstaten zouden er dan ook goed aan doen zichzelf de passende middelen te verschaffen om de beste keuzes te maken.

Tot slot, aangezien woorden echt wat willen zeggen, laten we duidelijk stellen dat het herstelplan in feite geen Europees plan is, maar een samenstel van nationale, door de verschillende lidstaten genomen maatregelen. Moeten we meer doen? Die vraag is gerechtvaardigd, maar het opstellen van een gemeenschappelijk herstelplan voor de hele Europese Unie zou grondige herzieningen van Europese beleidslijnen en middelen vereisen.

 
  
MPphoto
 
 

  Adrian Manole (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Het Europees economisch herstelplan is met name van belang vanwege twee centrale elementen: ten eerste de fiscale maatregelen voor de korte termijn, die gericht zijn op het stimuleren van de vraag, het veiligstellen van arbeidsplaatsen en herstel van het vertrouwen van de consument, en ten tweede intelligent investeren om de economische groei te stimuleren.

De allerhoogste prioriteit van de Europese Unie is zorgen dat de burger beschermd wordt tegen de negatieve gevolgen van de financiële crisis. In het geval van de Roemeense economie zullen deze maatregelen effect sorteren, zeker voor KMO’s, door de vereenvoudiging en versnelling van de procedures en doordat middelen uit de structuurfondsen en het Cohesiefonds en uit fondsen voor plattelandsontwikkeling, vooruit betaald worden.

Vóór dit verslag stemmen betekent ook dat het Europees Sociaal Fonds maatregelen moet financieren om de werkgelegenheid te stimuleren, vooral voor de meest kwetsbare groeperingen. Ook zullen randvoorwaarden moeten worden geschapen om de gevolgen voor de bedrijfssector te verlichten, aangezien deze sector een centrale rol speelt in het economisch herstel, bijvoorbeeld door banen te scheppen, waardoor de vraag in de interne markt wordt gestimuleerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór het verslag van mevrouw Ferreira gestemd, omdat ik ervan overtuigd ben dat dit ertoe zal bijdragen dat we de moeilijke economische periode zullen doorstaan die Europa momenteel doormaakt, na het neoliberale beleid van de afgelopen tien jaar.

De rijke Europese landen moeten zich solidair tonen met Oost-Europa en de financiële hulp voor landen in die regio moet worden verhoogd. Wij, Europese socialisten, zijn van mening dat de acties erop gericht moeten zijn de verschillen op te heffen tussen de meer ontwikkelde landen en de zich ontwikkelende landen, te meer omdat de economieën van die laatste landen sterk verbonden zijn met de financiële instellingen in het Westen. Daarom hebben we een plan nodig om de economieën van alle lidstaten te coördineren.

We staan achter de invoering van maatregelen die zich ertegen verzetten dat mensen met een zeer hoog inkomen hun bedrijf in belastingparadijzen kunnen vestigen, zodat ze geen belasting hoeven te betalen, terwijl de meeste Europese burgers belasting betalen en hun baan verliezen. De cijfers zijn alarmerend: naar verwachting zal eind 2009 het aantal werklozen in Europa 25 miljoen bedragen (500 000 in Roemenië). Door een einde te maken aan belastingparadijzen lossen we de werkloosheid op.

We moeten Europese solidariteit stimuleren tussen de oude en de nieuwe lidstaten en daarmee wordt de stemming over het amendement waarin deze kwestie aan de orde komt een test voor het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  John Purvis (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De economische situatie in en buiten Europa is, voor zover iemand van ons zich kan herinneren, nog nooit zo ernstig geweest en het is volstrekt juist dat de Europese Unie en de lidstaten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat een recessie geen ineenstorting wordt en dat regeringen de kans krijgen de economische activiteit een impuls te geven.

Dit verslag is niet perfect en we zijn het niet met alles wat erin staat eens, maar de kernpunten, namelijk dat de neergang geen excuus is voor protectionisme, excessieve schulden of het opzijschuiven van mededingingsregels, worden erin herhaald. Wij hebben ons verzet tegen pogingen van links, die amendementen ingediend hebben die tot doel hadden een redelijk verslag te veranderen in een onbetaalbare boodschappenlijst of een aanval op het kapitalisme en op het financiële stelsel in het algemeen.

Het is voor ons allemaal nu belangrijk de mouwen op te stropen en de economie weer te laten draaien. In dit verslag wordt erkend dat de vrije markt en de Europeanen en de Europese ondernemingen essentieel zijn voor het wederopbouwproces en op grond daarvan ondersteunen de Britse Conservatieven dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Ofschoon het verslag van mevrouw Ferreira over het Europees economisch herstelplan positieve elementen bevat, vertoont het dezelfde tekortkomingen als het plan zelf: het beschrijft de situatie zonder een definitieve, alomvattende interpretatie te geven van de oorzaken die aan de huidige crisis ten grondslag liggen; het voorziet in een lijst van initiatieven die het vertrouwen van de economische actoren moeten herstellen zonder dat tot dusver signalen zijn waargenomen waaruit blijkt dat deze aanpak effect sorteert; en het heeft weinig te bieden op het gebied van Europese steun. Hieraan moet worden toegevoegd dat het gebrek aan concrete oplossingen is toe te schrijven aan het feit dat het Europees Parlement op dit vlak maar weinig bewegingsruimte heeft. Hetzelfde geldt voor de Europese Commissie.

Slechts 15 procent van de begroting van dit plan wordt gefinancierd met middelen die op communautair niveau worden beheerd. Het is een feit dat het antwoord op de crisis op Europees niveau moet worden gezocht, maar dat vereist in de eerste plaats dat de lidstaten de nodige politieke wil aan de dag leggen om hun oplossingen voor de huidige economische situatie onderling te coördineren. De lidstaten moeten de eerste aanzet geven, als zij dat al doen, want de huidige tekenen van gebrek aan Europese politieke wil zijn zorgwekkend. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de tegenstrijdige standpunten die de Duitse en de Oostenrijkse sociaaldemocraten innemen in het Europees Parlement of wanneer zij de regering van hun land vertegenwoordigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik ben het weliswaar op een aantal punten eens met het verslag van mevrouw Ferreira over een Europees economisch herstelplan, maar kan me niet vinden in het geheel ervan. Om die reden heb ik besloten om me te onthouden van stemming en om dus niet voor het verslag van mijn collega te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Albino Silva Peneda (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het grootste probleem waarmee de huidige crisis ons confronteert, is de stijging van de werkloosheid. De enige manier om deze situatie te keren is een toename van de investeringen.

Als wij willen dat er meer wordt geïnvesteerd, moeten wij zorgen voor toegankelijke en goedkope leningen. Het ziet er echter naar uit dat deze voorlopig schaars zullen zijn en een stuk duurder zullen uitvallen voor de meest kwetsbare landen, waaronder Portugal.

Deze landen krijgen steeds moeilijker toegang tot financiering. Daarom verleen ik resoluut mijn steun voor de mogelijkheid om in de eurozone één centrale emittent van Europese overheidsschuld aan te wijzen. Dat is overigens het meest aangewezen scenario om de duurzaamheid van de euro op de lange termijn te waarborgen.

In de huidige omstandigheden is het van vitaal belang dat de Europese kredietmarkt nieuw leven wordt ingeblazen door aan gezinnen en levensvatbare bedrijven verantwoorde leningen toe te kennen.

De financiële steun aan banken en bedrijven moet doelgericht, tijdelijk en transparant zijn en dient te worden onderworpen aan een kosten-batenanalyse en een strikte controle.

Het risico bestaat dat de soliditeit en de solidariteit van het Europees project gevaar lopen. Daarom is het essentieel dat wij onze acties coördineren en de regels van de interne markt eerbiedigen zonder ons tot protectionistische maatregelen te laten verleiden.

Ik steun het verslag over het Europees economisch herstelplan van mijn collega, mevrouw Ferreira, omdat ik me op hoofdlijnen kan vinden in de benadering die zij voorstelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) Dit verslag vergezelt het herstelplan van de Europese Commissie, die probeert de Europese economie weer sterk te maken. De Labour-afgevaardigden in het Europees Parlement kunnen zich vinden in de essentie van de ideeën van de rapporteur en zijn van mening dat veel van de geschetste onderwerpen essentieel zijn voor een werkelijk herstel.

De Commissie heeft tijdens de economische crisis ingehouden gereageerd en het Parlement vindt dat er doeltreffender middelen nodig zijn om een herstel te bewerkstelligen. Een milieubewuste benadering zou in feite tot meer innovatie kunnen leiden, de productie weer op gang kunnen brengen en ook een positief effect op het milieu hebben. Toch moeten we er voor waken specifieke bedrijfstakken te schaden of onze economische mogelijkheden in het algemeen te beperken; daarom is nadenken over een gerichte aanpak absoluut noodzakelijk. Ook een nieuwe aanpak van het financiële toezicht, zoals aangegeven in het rapport van de commissie van wijze mannen onder voorzitterschap van de heer de Larosière, is hoogst belangrijk om systeemrisico's tegen te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − Als Groenen zijn we van oordeel dat wat we nu meemaken een samenkomst van drie met elkaar verbonden crises is: een economische, een ecologische en een sociale. De Verts/ALE-Fractie verzet zich daarom tegen het promoten van een ‘Europees herstelplan’, in het licht van de aanstaande Europese Voorjaarstop, dat enkel bestaat in het weer op gang brengen van het oude laissez-faire model.

Het pompen van enorme sommen in dat model brengt een serieus risico met zich voor het verdiepen van de ecologische en sociale crises. Het is contraproductief om domweg de vraag aan te jagen om zo de productie weer op peil te brengen. Dit is juist wel wat het verslag-Ferreira voorstelt en daarom stemde ik tegen.

Het economisch herstelplan moet nieuwe financiële financieringsinstrumenten mogelijk maken en tegelijkertijd het systeem, via regulering, snel weer stabiel en betrouwbaar maken. De prikkel om via bepaalde bonussen voor kortetermijnwinst te gaan moet worden weggenomen en regels voor zogenaamde hefboomfondsen en private equityfondsen zijn noodzakelijk. Transparantie, open boekhouding en supervisie moeten belastingparadijzen onmogelijk maken. Aan de hand van een precieze taakomschrijving kunnen banken opnieuw dienaars van de reële economie worden, waarbij de Europese Centrale Bank als waakhond kan dienen.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) De financiële crisis is de eerste test van de mondialisering. Nu we een door hebzucht gevoede crisis hebben en door angst verteerd worden, moeten we kijken naar onze fundamentele waarden en ons afvragen in wat voor soort maatschappij we willen leven. Het is nu geen tijd voor bekrompen nationalisme; een sterk Europa is nog nooit zo belangrijk geweest. De behoefte aan een gecoördineerde aanpak – niet alleen in de EU, maar in de hele wereld – maakt de G20 in Londen zo belangrijk.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk. (RO) Ik heb vóór het verslag-Ferreira gestemd, waarin de Commissie wordt gevraagd met sterke en heldere richtsnoeren te komen voor een betere coördinatie tussen alle lidstaten om deze grote economische crisis te beheersen en de werkgelegenheid zoveel mogelijk veilig te stellen. Ik dring er bij de Commissie op aan de betreffende procedures zo snel mogelijk in gang te zetten.

De Europese Unie nodigt de Europese voorjaarsraad met dit verslag uit, een sterke politieke impuls te geven en een stappenplan te maken voor alle wetsvoorstellen, zodat samen met het Parlement gezorgd kan worden dat deze tijdig worden aangenomen.

Het verslag benadrukt de bijzonder ernstige economische en sociale gevolgen van de crisis in veel nieuwe lidstaten, die een groot risico met zich meebrengen voor destabilisering en toename van de armoede. Verwacht wordt dat maatregelen elders negatieve effecten kunnen hebben op de euro en de economieën van de eurozone. We dringen erop aan dat er op het niveau van de Unie wordt gekozen voor een gecoördineerde aanpak, met solidariteit tussen de lidstaten en gezamenlijke verantwoordelijkheid als uitgangspunten. We nodigen de Commissie ook uit alle instrumenten die gericht zijn op stabilisering van de getroffen lidstaten te herzien en te consolideren, onder andere door het stabiliseren van de wisselkoersen, zodat er maatregelen kunnen worden getroffen op het gebied van sociale zekerheid en snelle, effectieve crisispakketten kunnen worden geïmplementeerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. − Ik heb goed geluisterd naar de tussenkomsten van de rapporteurs en de fractievoorzitters, waaronder ook de uithaal van de fractievoorzitter van de PSE-Fractie tegen het stemgedrag van de PPE-DE-Fractie ten aanzien van amendement 92. Wij zijn het inderdaad niet eens met de draagwijdte van dat amendement en samen met mijn fractiecollega's heb ik met overtuiging tegengestemd. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat wij kortetermijnmaatregelen nemen die de langetermijndoelstellingen ondermijnen?

Derhalve is het niet verantwoord om aan de lidstaten een budgettaire inspanning op te leggen ongeacht hun schuldgraad, die een belangrijke factor is om uit te maken tot waar "deficiet-spending" verantwoord kan zijn. Mijn fractie is terecht op de lijn van de Commissie gebleven, die ervan uitgaat dat we ook aan de toekomstige generaties moeten denken. Daarom is het verantwoord de budgettaire stimulansen te moduleren naar gelang van de schuldgraad van de lidstaten. Een uniforme inspanning vragen van 1,5% van het BBP is om die reden niet haalbaar en onverantwoord.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Met het herstelplan voor de Europese economie worden de lasten van de kapitalistische crisis op de schouders gelegd van de werknemers. Daarmee worden ook de meer algemene doelstellingen van de EU nagestreefd en de winsten en de collectieve belangen van de plutocratie beschermd.

Met de frontale aanval op de socialezekerheids- en arbeidsrechten en op het inkomen en de levensstandaard van het volksgezin moet de EU in staat worden gesteld haar monopolies “een “bevoorrechte positie te verzekeren” in de internationale mededinging “zodra de economie aantrekt”.

De EU en de regeringen proberen het volk zover te krijgen dat het hiermee instemt. Om de in de strategie van Lissabon vastgestelde kapitalistische herstructureringen erdoor te drukken en het verzet daartegen zoveel mogelijk in te perken passen zij de “wortel en stok”-methode toe: afwisselend werk en werkloosheid, verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd en drastische vermindering van lonen, pensioenen en sociale voorzieningen.

Uit de besluiten van de topconferenties en uit het feit dat de maatregelen uitsluitend gefinancierd worden door de lidstaten, blijkt zonder meer hoe scherp de interne tegenstellingen in het imperialistische kamp zijn, waarin eenieder probeert zijn eigen vege lijf te redden.

De werknemers hebben maar één keuze: verzet – ongehoorzaamheid – tegenaanval. Zij moeten zich scharen aan de zijde van de Communistische Partij van Griekenland, en het beleid van het Europees eenrichtingsverkeer en zijn ondersteunende krachten veroordelen! De volksbeweging moet haar krachten hergroeperen en strijden voor volksheerschappij en volkseconomie!

 
  
  

- Verslag-Kirilov (A6-0075/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. (IT) Mevrouw de Voorzitter, ik heb voor het verslag gestemd. Transparantie is niet een kwestie van symboliek, maar behoort het basisprincipe te zijn van alle institutionele procedures. Burgers en gekozen organen dienen verzekerd te zijn van de best mogelijke toegang tot in het bezit van de Europese instellingen zijnde documenten, zodat zij op doeltreffende wijze kunnen deelnemen aan het politiek proces en overheden ertoe kunnen bewegen rekenschap af te leggen van hun daden. Om deze reden heb ik mij in het verleden sterk gemaakt voor de publicatie van de presentielijsten van het Parlement.

Ondanks alle vooruitgang die de Europese instellingen inmiddels geboekt hebben op het vlak van openheid en transparantie, kan nu niet bepaald gezegd worden dat de situatie ideaal is. Deze herschikking van Verordening (EEG) nr. 1049/2001 betreffende de toegang van het publiek tot documenten van de Europese instellingen dient in dat licht te worden bezien als een volgende stap richting een overheid waar de beschikbaarheid van en eenvoudige toegang tot informatie de regel zijn en geen uitzondering.

Tot besluit zou ik willen wijzen op een groot recent succes, namelijk dat het Europees Parlement sinds kort niet minder dan 23 officiële talen hanteert en dat de documenten van de Europese Gemeenschap in al deze talen beschikbaar zijn. Dit is een belangrijke waarborg voor de democratie.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean Marie Beaupuy (ALDE), schriftelijk. – (FR) Dit initiatiefverslag moet worden gezien in samenhang met het wetgevingsdebat dat beoogt de verordeningen voor de structuurfondsen, met name de EFRO-verordening (verslag-Angelakas) en de ESF-verordening (verslag-Jöns), te wijzigen.

Om in eerste lezing een akkoord te bereiken en snel te kunnen inspelen op deze crisis die de Europese burger rechtstreeks treft, heeft de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa besloten geen amendementen in te dienen bij de wetgevingsvoorstellen. Omwille van de consistentie is deze benadering ook gevolgd bij deze stemming.

Mijn collega’s van de MoDem-partij en ikzelf hechten evenveel belang aan het tegengaan van de klimaatverandering, die aangemerkt zal moeten worden als een prioriteit van het cohesiebeleid na 2013.

 
  
MPphoto
 
 

  Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) U zult van ons geen lof horen over het holle Europees economisch herstelplan, dat voor het grootste deel gefinancierd zal worden door de lidstaten zelf (“Europese solidariteit” op z’n best...) en dat geen vraagtekens plaatst bij de neoliberale beleidsmaatregelen, ofschoon die ten grondslag liggen aan de verslechtering van de arbeids- en levensomstandigheden van het overgrote deel van de bevolking.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de meerderheid van het Parlement onze voorstellen heeft verworpen. In deze voorstellen:

- tekenden wij protest aan tegen het feit dat de communautaire begroting voor 2009 “lager is dan ooit tevoren” terwijl een verslechtering van de sociaaleconomische crisis in de Europese Unie wordt waargenomen;

- drongen wij aan op een versterking van de structuurfondsen en het Cohesiefonds;

- onderstreepten wij dat de beschikbaarstelling van “extra voorschotten” uit deze fondsen de komende jaren een daling van de communautaire financiering tot gevolg zou hebben;

- oefenden wij kritiek uit op de onderbesteding van deze fondsen, met name gelet op de verslechtering van de sociaaleconomische omstandigheden in de Europese Unie;

- eisten wij dat deze fondsen als uitgavendoelstelling worden beschouwd en stelden wij voor om het communautaire cofinancieringspercentage op te trekken en de N+2- en N+3-regel met betrekking tot deze fondsen af te schaffen;

- drongen wij aan op de noodzaak deze fondsen effectief te gebruiken om reële convergentie in de hand te werken en ze niet langer ten dienste te stellen van de neoliberale doelstellingen van de “Lissabon-strategie”;

- pleitten wij voor maatregelen om de verplaatsing van bedrijven tegen te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. (EN) Ik kan me vinden in dit verslag, waarin aanbevelingen gedaan worden voor snellere en flexibelere betalingen uit de structuurfondsen. Dit verslag zal een ruim gebruik van de structuurfondsen voor het veiligstellen en scheppen van banen tot gevolg hebben. Ik juich dit verslag toe, omdat erin opgeroepen wordt tot eerdere financiering van projecten en omdat er minder bankleningen nodig zullen zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Luca Romagnoli (NI), schriftelijk. (IT) Ik heb tegen het verslag van de heer Kirilov over het cohesiebeleid: investeren in de reële economie gestemd. Het is namelijk zo - en dat is heel erg belangrijk - dat het cohesiebeleid van de EU een omvangrijke bijdrage levert aan het Europees economisch herstelplan en dat het de grootste communautaire bron is van investeringen in de reële economie. Middels dit beleid worden verschillende speerpunten en zaken met groeipotentieel doelgericht ondersteund, zowel in de private als in de publieke sector. Dit zou ons echter tot nadenken moeten stemmen over de in het verleden gemaakte fouten die geleid hebben tot deze ernstige economische situatie. Ook in deze sector is er strikte regelgeving nodig, want anders zitten we met de regelmaat van de klok weer met dezelfde fouten.

 

7. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 

(De vergadering wordt om 13.55 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 

8. Verklaring van het voorzitterschap
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − (DE) Geachte collega's, ik wil me ten eerste verontschuldigen en uw begrip vragen voor het feit dat de zitting zo laat begint, maar ik hoorde zelf pas twee minuten geleden dat mij is verzocht om een verklaring af te leggen naar aanleiding van een zeer trieste gebeurtenis, en met uw welnemen zou ik die verklaring nu graag afleggen.

Met groot leedwezen en ontzetting hebben wij vandaag vernomen van de gebeurtenis in Winnenden in Baden-Württemberg in de Bondsrepubliek Duitsland, waarbij in de Albertville-Realschule vijftien mensen op een zeer tragische manier om het leven zijn gekomen. De dader, een zeventienjarige oud-leerling van deze school, heeft naderhand zelfmoord gepleegd. Bij een schotenwisseling in een supermarkt in de buurt zijn bovendien twee politieagenten, die de dader achtervolgden, gewond geraakt.

Namens het Europees Parlement wil ik mijn diepe medeleven en mijn solidariteit met de gezinnen en alle nabestaanden van de slachtoffers uitspreken. De slachtoffers zijn onschuldige jonge leerlingen en drie docenten van de school.

Deze tragedie komt slechts zes maanden na een soortgelijke afschuwelijke schietpartij in een school in Kauhajoki in Finland. Het is onze taak als verantwoordingsbewuste politici in de Europese Unie en in alle lidstaten om al het mogelijke te doen om te voorzien en te voorkomen dat zulke gewelddaden worden gepleegd, voor zover we daar invloed op hebben.

Tevens zijn wij geschokt over een andere tragische gebeurtenis in Alabama in de Verenigde Staten, waar een schutter ten minste tien mensen heeft neergeschoten, voordat hij de hand aan zichzelf sloeg.

Ik wil nogmaals namens ons allemaal onze gevoelens van medeleven en onze solidariteit met de slachtoffers en hun nabestaanden tot uitdrukking brengen. Ik zou u allen willen vragen de vermoorde mensen te gedenken.

(Het Parlement neemt een minuut stilte in acht.)

 
  
  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 

9. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

10. Samenstelling Parlement: zie notulen
Video van de redevoeringen

11. Stand van zaken bij SIS II (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- de mondelinge vraag (O-0005/2009) van Carlos Coelho, namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, Martine Roure, namens de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, en Henrik Lax, namens de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa, aan de Raad, over de stand van zaken bij SIS II (B6-0010/2009), en

- de mondelinge vraag (O-0006/2009) van Carlos Coelho, namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, Martine Roure, namens de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, en Henrik Lax, namens de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa, aan de Raad, over de stand van zaken bij SIS II (B6-0011/2009).

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho, auteur. (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de vicevoorzitter van de Commissie, dames en heren, in het Europees Parlement pleiten wij duidelijk voor een snelle inwerkingtreding van SIS II (Schengeninformatiesysteem), wat overigens al in 2007 had moeten gebeuren. De tweede generatie van het SIS biedt een communautair antwoord op de noodzaak om de veiligheid aan de buitengrenzen te versterken en omvat belangrijke innovaties zoals het gebruik van biometrische gegevens en de onderlinge koppeling van waarschuwingen. Wij zijn het erover eens dat SIS II pas in werking kan treden als het systeem betrouwbaar is en de klok rond kan functioneren. Ik denk dat het moment is aangebroken om na te gaan bij wie de verantwoordelijkheid voor dit uitstel ligt, de situatie grondig te evalueren en oplossingen uit te werken die dit project technisch haalbaar maken en de sterk aangetaste geloofwaardigheid van het systeem herstellen.

Wij weten dat vorig jaar diverse proeven zijn uitgevoerd en dat het eindresultaat negatief was, met name voor de "operational system test". Daarop besloten de Raad en de Commissie tot een termijn van vier maanden om de bestaande problemen te verhelpen, overigens zonder al te veel succes, zoals blijkt uit de resultaten van december 2008 na herhaling van de proeven. Ondanks enkele verbeteringen bestaan er, voor zover ons bekend, nog steeds grote problemen op het gebied van het prestatievermogen en de betrouwbaarheid van het systeem, het verlies van boodschappen en de kwaliteit van de gegevens en het synchroniseren van de nationale systemen met het centrale systeem. Het spreekt vanzelf dat SIS II niet in werking kan treden zolang voor deze problemen geen oplossing is gevonden. Ik twijfel eraan of de onderneming aan wie de opdracht is gegeven om het systeem in orde te brengen, erin zal slagen in zo'n korte tijd alle problemen weg te werken die men eerder niet eens over een langere periode heeft kunnen verhelpen. Ik hoop dat een onafhankelijke audit van het project zal worden uitgevoerd om te bepalen bij wie de verantwoordelijkheid berust. Ik heb geen bezwaar tegen het alternatieve technische scenario en de ontwikkeling van "SIS I for all" tot SIS II, op voorwaarde dat het juridisch kader dat wij voor SIS II hebben goedgekeurd, ten volle wordt geëerbiedigd. Eind maart zal een verslag worden gepresenteerd waarin beide scenario's worden beoordeeld en vergeleken. Het Parlement wenst toegang tot deze studie te hebben en wil op passende wijze worden ingelicht over de nieuwe koers die het project zal inzetten, met betrekking tot zowel de technische betrouwbaarheid als de gevolgen op juridisch niveau, het nieuwe tijdschema en de gevolgen voor de begroting. Ik wens de Raad en de Commissie er, met name op dit moment, aan te herinneren dat het zeer raadzaam is om tijdens dit gehele proces maximale transparantie te betrachten.

 
  
MPphoto
 

  Martine Roure, auteur.(FR) Mijnheer de Voorzitter, zoals bekend is SIS II een heel belangrijk instrument voor het garanderen van de veiligheid binnen de Schengen-ruimte, zeker na de uitbreiding met nieuwe landen.

Na de goedkeuring van de rechtsgronden in 2007 hebben we nooit een gedetailleerd verslag ontvangen over de ontwikkeling van dit systeem of de problemen van politieke dan wel technische aard die met de invoering ervan zijn ondervonden.

We hebben via de pers moeten uitvinden dat de voor het opstarten van het centrale systeem nodige tests allemaal op een mislukking zijn uitgelopen. Die test zijn december 2008 in het grootste geheim gerealiseerd.

We weten dat de Commissie een plan heeft uitgewerkt om de belangrijkste problemen te verhelpen. We weten ook dat een aantal lidstaten binnen de Raad heeft aangegeven een alternatief te overwegen: het updaten van het nu gebruikte SIS-systeem.

Het probleem is dus niet van technische, maar van politieke aard. Dit Parlement is verzocht om via de medebeslissingsprocedure bij te dragen aan de vaststelling van de architectuur van SIS II, het systeem dat – geheel zelfstandig – de veiligheid in de ruimte voor vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid zou moeten waarborgen. Wij hebben daaraan meegewerkt en daarbij de veiligheid en de bescherming van de grondrechten van onze burgers nooit uit het oog verloren.

Waar het nu om gaat is de politieke verantwoordelijkheid van de Europese instellingen, en vooral die van de Raad en de Commissie. Het Parlement heeft zich immers behoorlijk gekweten van zijn plichten jegens de burgers.

We wensen nu – en in de toekomst – politieke uitleg te ontvangen over deze radicale koerswijziging. Dat kan wel eens verreikende gevolgen hebben voor de begrotingsmiddelen die voor dit project opzij zijn gezet. Het kan zelfs nodig zijn deze middelen te bevriezen tot er duidelijkheid is geschapen met betrekking tot de toekomst van dit project en de rechtsgrond ervan.

 
  
MPphoto
 

  Henrik Lax, auteur. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter van de Raad, commissaris, wij in het Europees Parlement moeten weten of de Raad en de Commissie nog steeds geloven dat SIS II ooit gerealiseerd zal worden. Zet de Commissie door en probeert ze een technische oplossing te vinden voor de huidige problemen? Hoe zal hier verder mee worden omgegaan? Zoals uit de twee voorgaande bijdragen is gebleken, willen wij in het Europees Parlement constant op de hoogte worden gehouden van problemen. Dat is tot dusver niet het geval geweest.

Bestaat er, als SIS II niet in zijn huidige vorm gerealiseerd kan worden, een plan B en zal zo'n plan B worden voorgesteld? Zoals mevrouw Roure eigenlijk al zei, gaat het bij SIS II uiteindelijk om de geloofwaardigheid van de Unie wat betreft het garanderen van de interne veiligheid in de Unie. Maar wij mogen ook niet vergeten dat dezelfde infrastructuur voor het visuminformatiesysteem VIS zal worden gebruikt. Bijgevolg staat daarom op lange termijn de geloofwaardigheid van het visumbeleid van de Unie eveneens op het spel, met andere woorden het vermogen om de betrekkingen met derde landen op een menswaardige manier te beheren.

Tot slot zou ik willen vragen of de Commissie nog de volle steun van de lidstaten voor dit project heeft? Zijn zij bereid om de kosten te betalen voor een project dat nooit van de grond lijkt te zullen komen?

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Mijnheer de Voorzitter, voordat ik inga op het onderwerp van ons debat van vandaag, wil ik graag mijn oprechte deelneming betuigen aan de nabestaanden van de slachtoffers van het tragische ongeval dat vandaag in Baden-Württemberg heeft plaatsgevonden.

Nu ga ik over op het onderwerp van ons debat van vandaag. In de eerste plaats zijn we dankbaar dat dit debat heeft mogen plaatsvinden. Zoals u allen goed weet is het is een belangrijke aangelegenheid. Een aantal technische storingen hebben geleid tot specifieke problemen bij het voltooien van SIS II.

Het voorzitterschap wenst, zoals u verlangt, volledig open kaart tegenover u te spelen over de geschiedenis en de achtergrond van dit probleem. In verband met de negatieve uitkomst van de oorspronkelijke proeven die op het systeem zijn uitgevoerd, zijn in november en december 2008 nieuwe proeven verricht. De uiteindelijke uitkomst van deze proeven op het operationele systeem was pas in de tweede helft van januari 2009 bekend.

Tijdens de informele bijeenkomst op 15 januari 2009 in Praag heeft de Commissie aan de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken bekend gemaakt dat de uitkomst van deze proeven onbevredigend was. De ministers waren het direct eens dat er een nieuwe aanpak moest komen voor het wereldwijde beheer van SIS II, waarbij de lidstaten moeten samenwerken met de Commissie. Met de nieuwe beheersmethode zal sterker toezicht op het project worden uitgeoefend, waardoor eventuele problemen in een vroeg stadium kunnen worden onderkend. Daarnaast is overeengekomen dat er maatregelen zouden worden genomen in de volgende bijeenkomst van de JBZ-Raad op 26 en 27 februari 2009. Tijdens deze bijeenkomst is de Raad in zijn conclusies overeengekomen de Commissie te verzoeken het Parlement en het voorzitterschap van de Raad volledig op de hoogte te houden over de problemen met betrekking tot SIS II en de verdere stappen die worden genomen.

Het Parlement heeft gevraagd of het systeem als gevolg van de geconstateerde problemen opnieuw moet worden ontworpen. Volgens de informatie die de Raad heeft ontvangen over de stand van zaken van het SIS II-project zijn een aantal problemen vooralsnog onopgelost. Wij hebben echter begrepen dat de Commissie van mening is dat alle bestaande problemen oplosbaar zijn zonder het ontwerp van de SIS II-applicatie fundamenteel te wijzigen.

In zijn bijeenkomst in februari heeft de Raad ingestemd met de uitvoering van een analyse van en een reparatieplan voor SIS II met het oog op opsporing en onmiddellijke remediëring van alle problemen en evaluatie van de technische architectuur, teneinde een stabiel en foutloos SIS II-systeem te garanderen. Desalniettemin is de Raad ook overeengekomen dat het noodplan gevolgd dient te worden in geval van ernstige problemen die niet kunnen worden opgelost. Wat betreft een alternatief voor SIS II, is de JBZ-Raad ingenomen met de afronding van een haalbaarheidsstudie die als basis moet dienen voor het opstellen van een werkbaar alternatief technisch scenario om, als onderdeel van een noodplan, SIS II te ontwikkelen als verdere uitwerking van SIS 1+.

De Raad heeft ook gevraagd dat zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk in mei 2009, door het voorzitterschap en de Commissie aan de Raad een verslag wordt voorgelegd met een grondige evaluatie en een vergelijking van beide scenario's. De Raad zal op basis van dit verslag beoordelen welke vooruitgang geboekt is bij de ontwikkeling van SIS II en ten aanzien van het alternatieve scenario onderzoeken of de doelstelling van SIS II zoals vastgesteld in het juridische kader voor de oprichting, het beheer en het gebruik van SIS II kan worden gerealiseerd met de verdere uitwerking van SIS I+ als technische basis. Dit onderzoek zal zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd, doch ten laatste voor de bijeenkomst van de Raad op 4 en 5 juni 2009.

Wat betreft het verzoek van het Parlement om informatie over de oplossing van bestaande problemen en in het bijzonder de financiële aspecten, heeft de Raad de Commissie gevraagd niet alleen het Europees Parlement te informeren over de problemen met SIS II, maar ook zowel het Parlement als de Raad volledig en regelmatig op de hoogte te houden van de uitgaven met betrekking tot het centrale SIS II-project en genomen maatregelen ten behoeve van volledige transparantie in financieel opzicht.

Op basis van het verslag dat de Raad van het voorzitterschap en de Commissie heeft gevraagd zal de Raad uiterlijk vóór de bijeenkomst in juni 2009 de agenda voor het in werking stellen van SIS II bespreken. Hierbij zal rekening worden gehouden met de bepalingen over tijdschema's zoals vastgesteld in de resolutie van het Parlement van 24 september 2008 over het voorstel voor een verordening van de Raad over de migratie van het Schengeninformatiesysteem (SIS 1+) naar het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II). Dit is opgenomen in artikel 19 van de Verordening van de Raad van 24 oktober.

Ik ben er zeker van dat de Commissie in reactie op de gestelde vragen aanvullende informatie kan verstrekken. Ik wil u, de leden van dit Parlement, graag verzekeren dat het voorzitterschap dit probleem nauwlettend zal blijven volgen en ervoor zal zorgen dat de verder te nemen stappen zoals afgelopen maand overeengekomen door de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken strikt zullen worden opgevolgd.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, ondervoorzitter van de Commissie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik moet wat minister Vondra heeft gezegd bevestigen. En ik moet ook zeggen dat de heer Langer – de voorzitter van de Raad van ministers van binnenlandse zaken – en ik dit probleem met SIS II absolute prioriteit verlenen.

Ik zal u op mijn beurt proberen enige preciseringen aan te brengen. De hoofdaannemer van de Commissie voor de ontwikkeling van SIS II heeft een reeks operationele tests uitgevoerd met het centrale systeem, waarbij een verbinding is gelegd met de nationale systemen. In november en december 2008 is uit de gerealiseerde tests gebleken dat het centrale systeem niet voldeed aan de contractueel overeengekomen specificaties.

In het midden van november is de Commissie begonnen met een uitgebreide analyse van de SIS II-oplossing, zoals die nu door Hewlett-Packard/Steria wordt ontwikkeld. De Commissie werkt daarbij samen met experts uit de lidstaten en wordt verder bijgestaan door twee bekende consultatiebureaus op het gebied van informatica.

Na het mislukken van de operationele tests hebben we een analyse uitgevoerd en een herstelplan opgesteld. De aanpassingen zullen naar schatting vier maanden in beslag nemen. Het is de bedoeling om de stabiliteit en de prestaties van deze toepassing, SIS II, op het juiste niveau te krijgen.

Volgens dit plan moeten eerst de programmafouten in het centrale systeem worden verbeterd – een aantal van die fouten is al hersteld. Daarna moet worden gecontroleerd of de toepassing bij de inwerkingstelling niet zal worden geplaagd door onoverkomelijke gebreken.

Er zullen speciaal ontworpen tests worden uitgevoerd op een aantal prioritaire gebieden om een einde te maken aan de onzekerheden met betrekking tot de architectuur van de huidige oplossing. De technische analyse van de belangrijkste problemen zal daarmee worden afgesloten.

De Commissie heeft verder een algemene benadering voor het beheer van dit project ontwikkeld, teneinde de nationale en centrale componenten van SIS II beter te integreren, één en ander in overeenstemming met de door de Commissie en de lidstaten wettelijk overeengekomen bevoegdheden.

In de praktijk komt het erop neer dat de Commissie een gemeenschappelijke beheerstructuur van het project coördineert. Die gemeenschappelijk beheersstructuur brengt de beheerders van de nationale projecten, de beheerders van het centrale project en de aannemers van de Commissie bij elkaar. Deze structuur zal op dit project van toepassing blijven gedurende de periode die voor foutenanalyse en -herstel is ingeruimd, tijdens de kwalificatietests en de migratiefase – totdat het systeem werkelijk operationeel wordt.

Zodra de periode voor foutenanalyse en -herstel voorbij is, zullen we een precieze indruk hebben van de middelen die nog zullen moeten worden ingezet om SIS II operationeel te krijgen en hoe lang dat zal duren. Minister Vondra heeft dat reeds gezegd. De oorspronkelijke doelstelling om SIS II in september geheel bedrijfsklaar te hebben zal natuurlijk ietwat moeten bijgesteld.

De huidige moeilijkheden die met het SIS II-project verband houden zijn tijdens een op 15 januari gehouden informele ontmoeting van de ministers besproken en daarna tijdens de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 26 en 27 februari. De grote lijnen van de door de Commissie voorgestelde oplossing voor het voortzetten van het SIS II-project zijn daar aanvaard.

Het idee om een haalbaarheidsanalyse uit te voeren van een alternatieve technische oplossing, gebaseerd op het bestaande SIS I+, heeft bij een deel van de Raad een gunstig onthaal gekregen. We hebben dus het groene licht gekregen om een haalbaarheidsanalyse van een alternatieve oplossing uit te voeren.

Eender welke alternatieve technische oplossing zal natuurlijk moeten passen in het wettelijk kader voor SIS II zoals dat door u is goedgekeurd en door de Raad aangenomen. Het is verder duidelijk dat we dan goed moeten kijken naar de mogelijkheden om de gedane investeringen voor zover mogelijk opnieuw te gebruiken. Daarnaast zullen we rekening moeten houden met de situatie van al die lidstaten en geassocieerde landen die de eerstvolgende jaren tot de Schengen-ruimte hopen te worden toegelaten.

De ministers hebben zich er zoals gezegd toe verbonden om ten laatste in juni – begin juni – weer samen te komen om de vorderingen te analyseren en indien nodig nieuwe richtsnoeren vast te leggen. Eventueel kan worden besloten een alternatieve optie te kiezen. Daarom heeft de Raad het voorzitterschap en de Commissie gevraagd om zo snel mogelijk – maar in ieder geval tegen mei 2009 – in nauwe samenwerking met de Task Force SIS II een rapport op te stellen met een tot in details uitgewerkte beoordeling en een vergelijking van de twee scenario's en dat aan de Raad voor te leggen.

Voor dat doel zijn gemeenschappelijke criteria voor vergelijking overeengekomen, om zo de voor- en nadelen van elke oplossing te kunnen beoordelen. Het komt er dus op neer dat we begin juni een beslissing van de Raad zullen hebben en dat de Raad bij het nemen van die beslissing rekening zal houden met de resultaten van de tests die nog uitgevoerd moeten worden. Wij geloven dat dit ons in staat zal stellen verder te gaan met SIS II of – eventueel – een alternatieve oplossing te kiezen die aansluit bij de doelstellingen die u heeft vastgelegd.

De heer Coelho en mevrouw Roure hebben gezegd dat er behoefte is aan transparantie, en dat is welbeschouwd wat we hebben gedaan. Ik bedoel daarmee dat we regelmatig de notulen van het SIS II-comité zullen opsturen, en dat we dat blijven doen. Ik wijs er in dit verband verder op dat ik de voorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden, de heer Deprez, een bericht heb gestuurd – met een kopie voor de heer Coelho – om hem al de details over de ontwikkelingen bij SIS II mee te delen.

Ik wil de heer Lax graag verzekeren dat de problemen bij SIS II geen gevolgen hebben voor het VIS. De problemen bij SIS II houden geen verband met dat deel van de infrastructuur dat het VIS met SIS deelt. Van het VIS kunnen we zeggen dat het de tussen de lidstaten overeengekomen planning volgt.

Ik kan u verzekeren dat de Commissie en de Task Force regelmatig besprekingen voeren met de aannemer en de twee onderaannemers, in de eerste plaats met Steria. Mijnheer de Voorzitter, dames en heren afgevaardigden, naar alle waarschijnlijkheid kunnen we dit onderwerp de eerstvolgende maanden afsluiten. Er zal een deadline voor het nemen van een besluit worden vastgesteld, ergens begin juni. En dan zal de Raad de knoop moeten doorhakken.

Ik beloof u bij deze dat het Parlement van alle ontwikkelingen op de hoogte zal worden gehouden.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu, namens de PPE-DE-Fractie.(RO) De operationele problemen met het Schengen Informatiesysteem II zijn onlangs, tijdens de Raadsvergadering van februari 2009, besproken. Bij die gelegenheid is er opnieuw op gewezen dat er snel een uitweg moet worden gevonden voor de impasse waarin SIS II zich op dit moment bevindt.

Ik krijg echter de indruk dat die discussies over SIS II geen antwoord hebben verschaft over de reeds gestelde vragen. Integendeel: er zijn nu juist meer vragen opgeroepen. De Raad steunt het idee om een analyse uit te voeren en een herstelplan te ontwerpen om te zien wat er nu precies aan de hand is met de technische architectuur van SIS II en dit systeem vervolgens stabiel en betrouwbaar te maken. De Raad behoudt zich echter de vrijheid voor om een alternatieve technische oplossing te aanvaarden, als die in staat is de doelstellingen van SIS II te verwezenlijken.

Welke van die opties uiteindelijk aanvaard wordt – het mag allemaal geen gevolgen hebben voor het tijdsschema zoals dat is vastgelegd voor de opname van de landen die tot nu toe buiten de Schengen-ruimte vallen. Ik zou graag willen weten welke maatregelen de Commissie gaat nemen om vertragingen te vermijden en compensatie te bieden voor de extra kosten die met deze veranderingen samenhangen. Het voorbeeld Roemenië spreekt voor zich. De buitengrens van dit land is 2 000 kilometer lang. De opname van Roemenië in de Schengen-ruimte – gepland voor maart 2011 – is beslist een prioriteit. Deze besluiteloosheid kan gevolgen hebben voor het halen van de deadline.

En dan wil ik graag ook op iets anders wijzen. De Commissie is nu bezig met het opstellen van een wetgevingsvoorstel inzake de volgende fasen van het grensbeheer. Dat lijkt me een goed moment om de Commissie te verzoeken om eens te kijken hoe efficiënt de bestaande systemen voor het grensbeheer functioneren en zo vast te stellen hoe de verschillende systemen het best op elkaar kunnen worden afgesteld. En dan kunnen we kijken hoe er het best kan worden geïnvesteerd in grensbeheer.

Om de strategische doelstellingen van de EU te verwezenlijken moet de Commissie beslist geen nieuwe instrumenten vanaf de grond opbouwen. Ze moet er eerst voor zorgen dat de bestaande systemen – zoals SIS II en VIV – geheel bedrijfsklaar en betrouwbaar zijn.

 
  
MPphoto
 

  Genowefa Grabowska, namens de PSE-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, de situatie waar we het over hebben, laat duidelijk zien dat het wat betreft open grenzen soms makkelijker is om consensus te bereiken en een politiek akkoord te sluiten, dan om met technische problemen om te gaan.

De toegang van de nieuwe lidstaten tot Schengen op 23 december 2007 was een mijlpaal voor de burgers van die landen. Ik weet dat omdat ik uit Polen kom. Mijn land heeft deze mooie kans met beide handen aangegrepen en hecht grote waarde aan de opening van de grenzen, omdat we daardoor niet meer worden achtergesteld bij de lidstaten van de oude Europese Unie.

Bovendien is het agentschap Frontex in mijn land is gevestigd. Ik weet dat de heer Barrot in Polen is geweest, waar hij lezingen bij Frontex heeft gegeven en ook het deel van de buitengrens van de EU waar Polen verantwoordelijk voor is, heeft bezocht. Ik weet dat er zich in de praktijk geen ernstige problemen voordoen bij de bewaking van deze grens en dat het een veilige grens is. Echter, we hebben wel problemen van technische aard en het oplossen daarvan is een politiek probleem aan het worden, zoals mijn collega mevrouw Roure al zei. Ik ben het helemaal met haar eens.

Als er echter technische problemen zijn, als er moeilijkheden zijn, dan wordt elke EU-instelling eigenlijk zelf geacht om het orgaan dat er zo lang over deed om SIS-II uit te voeren, hierop aan te spreken. Het is spijtig dat dit niet is gebeurd en dat de transparantie op dit terrein niet optimaal is geweest.

Ik vind dat als het gaat om het oplossen van problemen die burgers aangaan, het Europees Parlement er niet mee kan instemmen dat er maatregelen worden genomen buiten het Parlement om, of dat het genegeerd wordt, vooral als het om veiligheidszaken gaat.

Ik zou graag met een kleine opmerking willen afsluiten. Mochten er problemen zijn, mocht het Hewlett-Packard niet lukken om de technische problemen te boven te komen, dan moeten we niet vergeten dat we voortreffelijke specialisten hebben in Polen, jonge mensen die geweldige IT-ingenieurs zijn en over de hele wereld bekend staan. Ik denk dat ze goed van pas zouden komen en aanzienlijk goedkoper, sneller en beter voor het gewenste resultaat zouden kunnen zorgen.

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de commissaris, mijnheer de voorzitter van de Raad, Schengen gold en geldt als synoniem voor de verbinding van veiligheid enerzijds met vrijheid/vrijheid van vestiging anderzijds. De burgers hebben daarin, net als wij allen, een meerwaarde van de Europese Unie gezien. Schengen heeft altijd uitstekend gefunctioneerd en in de tussentijd is het op basis van "one for all" op de best mogelijke wijze toegepast.

Wat er nu is gebeurd is ergerlijk. Echter, ergerlijk is ook dat het Parlement, dat zich altijd zo coöperatief heeft opgesteld, niet de nodige informatie heeft gekregen. We hebben de bevolking altijd op de hoogte gehouden. Het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) zal op tijd en optimaal functioneren, maar nu krijgen we te horen dat er dergelijke problemen zijn ontstaan en dat het einde van het dilemma niet echt in zicht lijkt te zijn.

Wat mij interesseert is of de cijfers die in de media worden genoemd en die aangeven dat er tot nu toe ongeveer 100 miljoen euro is besteed aan de ontwikkeling van SIS II juist zijn. Zal het bewuste bedrijf hiervoor consequenties moeten dragen? Waarom heeft de Commissie, de Raad of welke ander orgaan dan ook niet op tijd een begeleidend controlesysteem opgezet?

 
  
MPphoto
 

  Mihael Brejc (PPE-DE).(SL) Eigenlijk is het vreemd dat er steeds weer kwesties met betrekking tot de operabiliteit van het systeem opduiken, telkens als we dit soort grote en moeilijke technische vragen bespreken. We hebben de technische kanten van de gegevensverwerking onderhand toch wel voldoende behandeld. Daarom vragen de burgers terecht waarom we op EU-niveau niet beschikken over professionele instellingen die de technische problemen kunnen aanpakken die bij de werking van uitzonderlijk grote en uitgebreide databanken kunnen ontstaan.

Ik heb helemaal vanaf het begin aan deze debatten deelgenomen. Ik heb ook samengewerkt met de rapporteur, de heer Coelho, en ik weet dat er nog steeds bepaalde technische problemen en gebreken bestaan, met inbegrip van de problemen in verband met het niveau van de beschikbare expertise. Daarom ben ik van mening dat we een echte technische en financiële herziening van het systeem moeten laten plaatsvinden en dat we degenen die dit project hebben beheerd onder handen moeten nemen. Bovendien is dat niet alleen mijn mening, maar een mening die door een breed publiek wordt gedeeld.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik heb veel waardering voor u persoonlijk, maar wat hier gebeurt is onacceptabel gepruts en getuigt van een onacceptabele mate van verkwisting en incompetentie. Daarom doe ik niet alleen een beroep op de Commissie, maar ook op de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken om deze kwestie zeer grondig te onderzoeken.

Het verheugt mij dat de Tsjechische voorzitter van de Raad hier aanwezig is, aangezien Beieren en Tsjechië exact dezelfde veiligheidsbelangen hebben en we gezien hebben dat, ondanks alle angsten bij de openstelling van de grenzen, de veiligheidssituatie zich sinds de openstelling van de grenzen aanzienlijk en structureel heeft verbeterd dankzij de perfecte samenwerking tussen de politiediensten. Dit kan als voorbeeld voor andere gebieden in Europa dienen en daarvoor wil ik Tsjechië namens Beieren uitdrukkelijk danken. We verwachten dat het Schengeninformatiesysteem uiteindelijk ook zal functioneren in alle gebieden en dat het niet tot individuele, voorbeeldige bilaterale regelingen beperkt zal blijven.

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u graag bedanken voor dit debat, dat duidelijk laat zien dat er sprake is van een probleem waar een oplossing voor moet komen. De Raad heeft in januari onder onze leiding alles gedaan wat mogelijk was. De Raad is serieus omgegaan met dit initiatief om een noodplan of alternatief plan te ontwerpen en dringend een oplossing na te streven door het stellen van termijnen.

Dat is wat we kunnen doen. Voor de financiële kant van het probleem laat ik het aan de Commissie over om te antwoorden. Er wordt nu uitstekend samengewerkt tussen minister Langer en Commissaris Barrot, dus we denken dat we daar wel een oplossing voor zullen vinden.

Wat betreft de vraag of dit een politiek of een technisch probleem is, zijn wij van mening dat het slechts een technisch probleem betreft. Het is geen rookgordijn om politieke problemen mee te verhullen, zoals is gesuggereerd. Nee – het systeem moet zo spoedig mogelijk in werking worden gesteld.

Ten aanzien van de opmerkingen van mevrouw Grabowska: ja, wij weten nog wat het betekent om in de wachtkamer te zitten, daar hebben we een jaar geleden over gesproken. Alle landen die graag wat vooruitgang zouden zien, wisselen nu plotseling ervaringen uit die sterk op die van ons lijken. We streven ernaar in overeenstemming met de speciale agenda een technische oplossing te bedenken die ook de deelname van bedrijven in andere landen mogelijk maakt.

Ik zal het bij deze enkele concluderende opmerkingen laten. Ik heb in het begin veel gezegd; nu zullen we verdergaan.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, ondervoorzitter van de Commissie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de eerste minister Vondra, dank u voor de beloften van het Tsjechisch voorzitterschap met betrekking tot dit onderwerp. Die steun stellen we ten zeerste op prijs.

Ik wil om te beginnen de heer Marinescu verzekeren dat er geen probleem hoeft te bestaan. De lidstaten die nog niet tot Schengen zijn toegetreden kunnen immers ook worden opgenomen in SIS II. We hebben verschillende "slots", ofwel verschillende perioden waarbinnen de nieuwe lidstaten die nog geen lid van Schengen zijn, tot SIS II kunnen toetreden. Er is geen enkele redenen waarom zich op dat punt bijzondere problemen zouden voordoen.

Mevrouw Grabowska, ik dank u voor al hetgeen de Republiek Polen heeft ondernomen om de buitengrenzen te bewaken. Van het goede werk dat Frontex samen met Poolse teams langs de grens met de Oekraïne verricht, ben ik zelf getuige geweest.

Op de vragen van mevrouw Roure en mevrouw Grabowska kan ik heel eenvoudig antwoorden dat het in wezen een technisch probleem is. Het is niet, zoals de heer Vondra meende, een politiek probleem. Wat er aan de hand is, is dat de lidstaten – sommige lidstaten – steeds hogere eisen stellen. SIS II moest dus aan steeds preciezere specificaties voldoen. We moeten dat eerlijk toegeven. Het systeem is daarom steeds ingewikkelder geworden, en daarom zal de inbedrijfstelling, al uw lofbetuigingen voor de software ten spijt, vermoedelijk lastiger worden dan voorzien. Toch is het zo dat het probleem eerst en vooral van technische aard is – het moet dus opgelost kunnen worden.

Ik wil de heer Pirker graag verzekeren dat het Parlement op de hoogte zal worden gehouden – dat beloof ik u bij deze. Ik heb dit project overgenomen toen het al van start was gegaan, en ben het nu als absolute prioriteit gaan beschouwen. Zo kan ik de heer Brejc verzekeren dat we duidelijk hebben vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. Met de diensten van de Commissie hebben we deze Task Force opgezet, die nauw met de lidstaten zal samenwerken. Ik geloof dat de besturing van het project nu in goede handen is, maar uiteindelijk is het toch de aannemer die zal moeten voldoen aan de eisen die wij hebben gesteld.

Verder wil ik graag iets zeggen over de financiële kant van de zaak. De heer Pirker en de heer Posselt hebben dat punt zojuist aangeroerd. De Commissie heeft voor dit SIS II-project de beschikking over een begroting van ongeveer 68 miljoen euro. Daarmee worden – onder andere – de volgende contracten betaald: het haalbaarheidsonderzoek, de ontwikkeling van het eigenlijke centrale systeem, ondersteuning en kwaliteitsgarantie, het s-Test-netwerk, de voorbereiding voor het operationeel beheer in Straatsburg, de veiligheid, voorbereiding op de biometrie en communicatie. Voor al deze contracten is dus 68 miljoen euro gereserveerd.

Wat de betalingen betreft: voor de technische ontwikkeling is tot op heden een bedrag van 27 miljoen euro betaald – 20 miljoen euro voor de ontwikkeling van het systeem en 7 miljoen voor het beschikbaar maken van een technologisch gezien up-to-date netwerk. De kwaliteitsgarantie kost 4 500 000 euro.

Als de Raad meent dat SIS II niet betrouwbaar is en daarom besluit te kiezen voor een formule SIS I+R, dan kunnen we in ieder geval het voor SIS II opgezette communicatienetwerk gebruiken. Zo krijgen we voor het grootste deel van onze investeringen toch iets terug.

Het onderliggende probleem, dames en heren afgevaardigden, is het feit dat het zo moeilijk is voor Schengen – de ruimte voor vrijheid met die naam – een werkelijk doeltreffend instrument te creëren. En als we erin slagen Schengen II goed te laten functioneren, dan zal dit het best presterende systeem van de hele wereld zijn, als je kijkt naar de performance die we dan kunnen realiseren. De gebruikte informatica moet echter nog tot dat niveau getild worden.

Wat ik u wil vertellen – en het Tsjechisch voorzitterschap heeft dat ook al gedaan, reden waarom ik de heer Vondra opnieuw bedank voor zijn belofte als voorzitter om ons in deze moeilijke kwestie te blijven steunen – is dat ik oprecht meen dat we samen met deze voorzitter al het mogelijke hebben gedaan om verdere vertragingen te vermijden en onze aannemer in staat te stellen aan onze eisen te voldoen. We zullen hoe dan ook een definitieve deadline vastleggen, zodat de Raad de nodige beslissingen kan nemen. Ik beloof hierbij opnieuw dat ik het Parlement op de hoogte zal blijven houden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Alin Lucian Antochi (PSE), schriftelijk.(RO) Ik heb de indruk dat dit project – dat erop gericht is de mechanismen voor het beheer van de buitengrenzen van de Europese Unie te verbeteren – niet gezien moet worden als een manier om elke vorm van immigratie tegen te gaan. De maatregelen voor een beter controle op de buitengrenzen van de EU zijn er niet op gericht immigranten te weren. Het gaat erom de migratiestroom in goede banen te leiden. Een goed doordacht immigratiebeheer is gunstig voor de maatschappijen en de economieën van lidstaten.

Ik moet er beslist op wijzen dat de Europese Unie meer aandacht behoort te schenken aan het beheer van de buitengrenzen waar deze aansluiten op conflictzones. In dit verband moet worden opgemerkt dat de EUBAM (de missie van de Europese Unie voor bijstandverlening inzake grensbeheer) voor Moldavië en de Oekraïne uitstekend werk verricht. Het gaat hier – onder andere – om het definiëren van een uniforme douaneprocedure, het opzetten van barrières tegen smokkelaars en het bestrijden van criminaliteit.

Dat het conflict omtrent Transnistrië nog steeds niet is opgelost betekent echter dat het beheer van dit deel van de grens voor de Moldavische autoriteiten nog steeds moeilijk blijft. Massale illegale immigratie blijft hier een enorm probleem.

Ik geloof oprecht dat de Europese Unie over voldoende politieke, economische en veiligheidscapaciteiten beschikt om de zojuist genoemde illegale acties een halt toe te roepen. Dat betekent ook dat de Unie zich actiever zal moeten inzetten voor het oplossen van de nog steeds smeulende conflicten aan haar oosterse buitengrenzen.

 

12. Voortgangsverslag 2008 betreffende Kroatië - Voortgangsverslag 2008 betreffende Turkije - Voortgangsverslag 2008 betreffende de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over:

- het voortgangsverslag 2008 betreffende Kroatië,

- het voortgangsverslag 2008 betreffende Turkije, en

- het voortgangsverslag 2008 betreffende de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

 
  
MPphoto
 

  Alexandr Vondra, fungerend voorzitter van de Raad. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is mij een genoegen om het debat over de voortgangsverslagen over Kroatië, Turkije en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te mogen inleiden.

Laat ik beginnen met Kroatië. Uw verslag geeft zeer terecht aan dat Kroatië afgelopen jaar goede vooruitgang heeft geboekt. Sinds het begin van de onderhandelingen zijn 22 van de 35 hoofdstukken geopend en daarvan zijn er 7 voorlopig gesloten. Het Voorzitterschap zal de onderhandelingen verder voortzetten. In het bijzonder staan er twee toetredingsconferenties op het programma: een voor de afgevaardigden in de komende weken en een voor de ministers in juni.

Uw verslag wijst er heel terecht op dat het belangrijk is om tot een schikking te komen in het lopende grensconflict met Slovenië. Ik wil dit Parlement verzekeren dat het voorzitterschap zich zal blijven inspannen om dit probleem op te lossen en dat wij in deze context onze volle steun bieden aan de inspanningen van Commissaris Olli Rehn om een oplossing te vinden waarmee we de toetredingsonderhandelingen kunnen voortzetten. We hebben dit net voor deze vergadering tijdens een lunch uitgebreid doorgesproken. Ten aanzien van de laatste ontwikkeling zijn wij ingenomen met de beslissing van Kroatië van afgelopen maandag om de bemiddeling door de groep deskundigen zoals voorgesteld door Olli Rehn te accepteren. Wij moedigen Slovenië en Kroatië aan op constructieve wijze aan het werk te gaan om een permanente en wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden en hierbij haast te maken, want dit mag niet slechts een excuus zijn voor meer vertragingen.

Afgezien van dit belangrijke probleem hangt het voornamelijk van Kroatië zelf af of in de verdere onderhandelingen vooruitgang zal worden geboekt. De vereiste politieke, economische, administratieve en wetgevingshervormingen moeten worden afgerond en Kroatië moet voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van de stabilisatie- en associatieovereenkomst. De tenuitvoerlegging van het gereviseerde partnerschap voor toetreding is ook belangrijk voor de voorbereiding van verdere integratie in de Europese Unie. De Raad is van mening dat het indicatieve en voorwaardelijke draaiboek dat de Commissie in haar voortgangsverslag 2008 heeft samengesteld een nuttig instrument is. Het zal Kroatië helpen de vereiste stappen te nemen om de laatste fase van de onderhandelingen te bereiken. Toch moet er ondanks de positieve vooruitgang nog veel worden gedaan.

Graag wil ik een paar belangrijke gebieden noemen waarin vooruitgang nodig is, te beginnen met gerechtelijke hervormingen. De EU heeft heel duidelijk gesteld dat de oprichting van een onafhankelijk, neutraal, betrouwbaar, transparant en efficiënt rechtssysteem van essentieel belang is. Het is een voorwaarde voor het versterken van de rechtsstaat en de juiste tenuitvoerlegging van het acquis. Een professioneel, competent, transparant en onafhankelijk openbaar bestuur is eveneens essentieel. Op deze twee gebieden zijn ingrijpende gerechtelijke hervormingen gerealiseerd, maar we moeten nog afwachten hoe deze hervormingen in de praktijk zullen uitpakken.

Hetzelfde geldt voor de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, zoals in uw rapport wordt aangegeven. De bevoegdheden en de middelen van de dienst ter bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad zijn uitgebreid. Dit geldt tevens voor de strafrechtbanken die voor dergelijke zaken bevoegd zijn. De belangrijkste opgave is nu om ervoor te zorgen dat de geplande resultaten worden behaald. Voor het volbrengen van deze opgave is het essentieel dat het programma voor corruptiebestrijding en het actieplan volledig ten uitvoer worden gelegd.

De Unie heeft tevens benadrukt dat volledige samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor voormalig Joegoslavië (ICTY), met inbegrip van toegang tot documenten, essentieel is. Wij volgen de ontwikkelingen op dit terrein op de voet en verzoeken de Kroatische autoriteiten ervoor te zorgen dat de volledige samenwerking met het ICTY wordt gehandhaafd. Wij zijn ingenomen met de recente overeenkomst betreffende de vermiste documenten en roepen Kroatië dringend op deze op te sporen.

Ten aanzien van de terugkeer van vluchtelingen merken wij op dat de tenuitvoerlegging van het besluit voor het erkennen van pensioenrechten is begonnen en dat informatie over de gewijzigde regels beschikbaar is gesteld aan de vluchtelingengemeenschap.

Ten aanzien van huisvesting zijn de gevallen van 2007 opgelost, maar de richtlijn voor 2008 is nog niet behaald. De inspanningen ten behoeve van een duurzame terugkeer van vluchtelingen moeten worden voortgezet. Op het gebied van wetgeving geldt hetzelfde voor de verbetering van de rechten van minderheden.

U hebt in uw verslag zeer terecht gewezen op het thema regionale samenwerking. De betrekkingen met buurlanden moeten verder worden verbeterd.

Nu wil ik graag overgaan op Turkije. De onderhandelingen met Turkije zijn in 2008 voortgezet en er zijn in de loop van het jaar in totaal – het wordt bijna een gewoonte – vier hoofdstukken geopend.

Ondanks dat de EU Turkije heeft aangespoord om de hervormingen in een hoger tempo door te voeren, is Turkije niet tot het verwachte resultaat gekomen. Verdere inspanningen ten aanzien van de politieke criteria blijven essentieel. Op een aantal gebieden moeten aanzienlijke inspanningen worden geleverd, zoals benadrukt door de Raad in zijn conclusies van 8 december 2008 en door de Commissie in haar voortgangsverslag 2008. Dit is een aandachtspunt waar u in uw verslag ook op hebt gewezen.

Niettemin verwelkomt het voorzitterschap de recente positieve stappen die Turkije heeft genomen, waaronder het recentelijk aangenomen nationaal programma voor de overname van het acquis en de benoeming van een nieuwe hoofdonderhandelaar. Nu is het van belang dat deze inspanningen worden vertaald naar werkelijke en concrete maatregelen.

Wij willen van deze gelegenheid gebruik maken om te wijzen op het strategische belang van Turkije. Het Voorzitterschap is het met het Parlement eens dat Turkije moet worden geprezen om de vooruitgang die het heeft geboekt op het gebied van energie. Wij zullen onderzoeken hoe we op dit cruciale terrein verdere stappen kunnen zetten, met name ten aanzien van volledige steun voor het Nabucco-pijplijnproject.

Wat betreft de vorderingen van Turkije richting toetreding willen we er graag duidelijk op wijzen dat vooruitgang op het gebied van vrijheid van meningsuiting essentieel is voor de vooruitgang van de onderhandelingen in het algemeen. Naast de welkome amendementen op artikel 301 van het wetboek van strafrecht, die een positieve invloed hebben gehad, zijn er nog een aantal wettelijke voorschriften van kracht die op dit vlak tot beperkingen kunnen leiden. Het verbieden van bepaalde websites, waarbij de duur van de verboden vaak niet naar verhouding is, blijft een bron van zorgen. Bovendien zijn geschikte juridische oplossingen vereist om religieus pluralisme in lijn te brengen met de Europese normen.

Er moet een uitgebreide strategie voor de bestrijding van corruptie worden ontwikkeld. We zijn ook bezorgd over het toenemend aantal folteringen en mishandelingen, met name buiten officiële detentie-inrichtingen. De wet inzake de plichten en wettelijke bevoegdheden van de politie, die in 2007 is gewijzigd, moet scherp onder controle worden gehouden teneinde schendingen van de mensenrechten te voorkomen. De bekrachtiging van het protocol bij het Verdrag tegen foltering is van vitaal belang.

Wat betreft het zuidoosten van Turkije verwelkomen wij de bekendmaking van de richtsnoeren en de algemene inhoud van het Project voor Zuid-Oost-Anatolië. Nu zijn we in afwachting van concrete stappen richting economische, sociale en culturele ontwikkeling van de regio. Hierbij moeten ook aloude problemen worden aangepakt, zoals de terugkeer van intern ontheemden of de kwestie van de dorpswachters.

Wat betreft de betrekkingen EU-Turkije is het duidelijk dat Turkije moet voldoen aan zijn plicht om het aanvullend protocol volledig en zonder discriminatie ten uitvoer te leggen. Dit is een belangrijke aangelegenheid, zoals u in uw verslag heeft benadrukt, die bovendien zo spoedig mogelijk moet worden aangepakt, aangezien het tempo van de toetredingsonderhandelingen duidelijk hierdoor wordt beïnvloedt. De punten die worden behandeld in de verklaring van 21 september 2005 zullen doorlopend worden opgevolgd, en hierbij wordt gerekend op vooruitgang binnen korte termijn.

Verder dient Turkije zich ten volle in te zetten voor goede betrekkingen met de buurlanden en vreedzame regeling van conflicten.

Ondanks al deze moeilijkheden wordt op een aantal terreinen voortdurend vooruitgang geboekt. Momenteel is Turkije bezig met aanpassingen voor hoofdstuk 16 over belastingen en hoofdstuk 19 over sociaal beleid en werkgelegenheid. Ondanks het feit dat de onderhandelingen complexer worden naarmate ze vorderen, richt het Tsjechische voorzitterschap zich op vooruitgang bij de hoofdstukken waarvoor vooruitgang daadwerkelijk mogelijk is. Daarnaast besteedt het voorzitterschap extra aandacht aan het maken van vorderingen bij hoofdstuk 15 over energie, in overeenstemming met energiekwesties, omdat dit een van onze prioriteiten is.

Tot slot ga ik het hebben over de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Dit is een dynamisch land met een aanzienlijk potentieel, maar het staat ook voor een aantal grote uitdagingen. In uw verslag zijn deze twee punten op lovenwaardige manier uiteengezet. In feite bevat het verslag veel elementen waar de Raad is het mee eens is.

In uw verslag wordt sterk de aandacht gevestigd op het vastleggen van een datum voor het begin van de toetredingsonderhandelingen. U hebt ook zeer terecht benadrukt dat alle partijen op korte termijn een wederzijds aanvaardbare oplossing voor de kwestie van de naam wensen te vinden.

Wat betreft de recente ontwikkelingen zijn de vroege verkiezingen in juni 2008 in verschillende fasen gehouden nadat zich ernstige problemen hadden voorgedaan bij zowel het opstarten van de verkiezingen als op de oorspronkelijke verkiezingsdag 1 juni. De OVSE/ODIHR en de Raad van Europa hebben vastgesteld dat het bestuur "niet in staat was gewelddaden te voorkomen" bij de voorbereiding van de verkiezingen en dat de verkiezingen niet in overeenstemming waren met een aantal belangrijke internationale normen.

Naar aanleiding hiervan hebben wij de regering en alle politieke spelers gewezen op het belang van het oplossen van deze kernproblemen bij de voorbereiding van de presidents- en gemeenteverkiezingen die over een paar dagen worden gehouden. Wij hebben de indruk dat deze boodschap is begrepen en dat vergaande inspanningen zijn verricht om verstoringen te voorkomen. We zullen zien of deze inspanningen vruchten zullen afwerpen.

Het voortgangsverslag 2008 van de Commissie is nuttig. Wij hebben kennis genomen van de blauwdruk die de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft opgesteld. Dit is een uitgebreide tekst waarin wordt verklaard dat serieuze inspanningen zullen worden verricht om de aanbevelingen van de Commissie op te volgen. Tegen de achtergrond van de regio in zijn geheel moeten het document en het werk dat eraan is voorafgegaan, positief worden beoordeeld.

De interne cohesie van deze multi-etnische staat is vanzelfsprekend bepalend voor de verdere ontwikkeling. Daarom wil ik het belang dat het Parlement hecht aan de kaderovereenkomst van Ohrid onderschrijven. Deze overeenkomst is van centraal belang geweest om te voorkomen dat het land in conflictsituaties terecht komt en om het te begeleiden in zijn weg naar een bredere Europese integratie.

Wat visumliberalisering betreft bevinden we ons thans in een evaluatiefase, waarover ik geen voortijdig oordeel wens te geven. Uit persoonlijk oogpunt wil ik alleen maar zeggen dat ik veel waardering koester voor de hoop en aspiraties van gewone burgers van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die graag weer in staat willen zijn vrij te reizen. De essentiële voorwaarde blijft echter de bereidwilligheid van het land om te voldoen aan de specifieke criteria van het draaiboek voor visumliberalisering. Ik hoop persoonlijk dat er binnenkort positieve ontwikkelingen kunnen worden waargenomen.

Dit brengt mij tot een van de belangrijkste punten in uw verslag en resolutie. Het Tsjechische voorzitterschap zet zich ten volle in voor het Europese perspectief voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Verdere vooruitgang in deze richting is haalbaar, maar de belangrijkste doelstellingen van het toetredingspartnerschap moeten worden behaald en er moet worden aangetoond dat de verkiezingen goed worden georganiseerd, anders dan in 2008. Deze punten zal de Commissie in haar volgende voortgangsverslag beoordelen. Wij kijken uit naar dit verslag en naar verdere ontwikkelingen in Skopje.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het debat van vandaag biedt een uitstekende kans om weer een blik te werpen op het toetredingsproces van de drie kandidaat-lidstaten.

Laat ik beginnen met Kroatië. De ontwerpresolutie van de heer Swoboda gaat in op de grootste uitdagingen waar Kroatië dezer dagen mee wordt geconfronteerd. Ik ben het volledig eens met vice-premier Vondra dat de toetredingsonderhandelingen met Kroatië over het algemeen goed zijn voorlopen sinds het begin in oktober 2005, en juist om die reden heeft de Commissie in november 2008 een indicatief draaiboek voorgesteld voor het bereiken van de laatste fase van de toetredingsonderhandelingen tegen het eind van 2009, mits Kroatië aan de vereiste voorwaarden voldoet.

Ook op dit punt ben ik het eens met de analyse van uw rapporteur en de heer Vondra betreffende de toekomstige uitdagingen zoals de hervorming van het rechtssysteem, de strijd tegen georganiseerde misdaad en corruptie, alsmede en de hervorming van de scheepsbouwsector en het zorgen voor overeenstemming hiervan met onze regeling inzake staatssteun en ons mededingingsbeleid.

Helaas zijn de toetredingsonderhandelingen met Kroatië tot stilstand gekomen in verband met het grensconflict. Wij hebben ons samen met het Tsjechische voorzitterschap hiermee bezig gehouden en waarderen de steun van het voorzitterschap bij onze pogingen om een reële oplossing te vinden.

Hoewel dit een bilaterale kwestie is, is het een Europees probleem geworden, en daarom heeft de Commissie het initiatief genomen om Europese steun te bieden om het grensconflict op te lossen en zodoende de toetredingsonderhandelingen met Kroatië te kunnen vervolgen, in de veronderstelling dat beide partijen dergelijke steun nuttig zouden vinden.

Dat is de boodschap waarmee ik in januari naar Ljubljana en Zagreb ben gegaan. Sindsdien heb ik met beide ministers van buitenlandse zaken de voorwaarden van dergelijke steun besproken – onlangs nog in een trilaterale bijeenkomst gisterenavond –, nadat beide regeringen een besluit hadden genomen over ons initiatief.

Ik ben verheugd over het feit dat beide landen in beginsel hun goedkeuring geven aan deze Europese steun, die zal worden verleend door een groep deskundigen onder leiding van voorzitter Martti Ahtisaari. Gisteren hebben we in onze gesprekken geprobeerd overeenstemming te bereiken over de voorwaarden van deze steun. We hebben afgesproken de gesprekken op korte termijn te vervolgen. Dit werk is dus nog in ontwikkeling.

Graag wil ik erop wijzen dat de Commissie bij haar werkzaamheden heeft gesteund op het onderhandelingskader, de feitelijke basis van het EU-toetredingsproces van Kroatië, zoals dit door Kroatië en alle EU-lidstaten, inclusief Slovenië, is overeengekomen.

Door instemming met en aanneming van het onderhandelingskader zijn zowel Kroatië als Slovenië ermee akkoord gegaan om eventuele grensconflicten op te lossen conform het beginsel van vreedzame regeling van conflicten in overeenstemming met het Handvest van de Verenigde Naties. Het VN-Handvest bepaalt dat, en ik citeer, want dit is van bijzonder belang: "The parties to any dispute (...) shall (...) seek a solution by negotiation, enquiry, mediation, conciliation, arbitration, judicial settlement, resort to regional agencies or arrangements, or other peaceful means of their own choice" (De partijen van een conflict (…) dienen (…) een oplossing te zoeken door middel van onderhandelingen, onderzoek, bemiddeling, verzoening, arbitrage, gerechtelijke schikking, hulp van regionale agentschappen of regelingen, of andere vreedzame middelen naar hun keuze).

Deze bepaling in het VN-Handvest leidt tot twee conclusies van even groot belang. Ten eerste hebben de partijen vrije keuze tussen de in het VN-Handvest weergegeven methoden. Het initiatief van de Commissie valt zonder twijfel onder deze methoden.

Ten tweede moeten ze het onderling eens worden, ongeacht welke van de methoden in het VN-Handvest ze kiezen. Ik hoop werkelijk dat dit liever vroeg dan laat gebeurt. Het voorstel van de Commissie biedt hiervoor een zeer solide basis en een reële stap vooruit.

Samengevat is de doelstelling van de Commissie dus het oplossen van het grensconflict en parallel daaraan het deblokkeren van de EU-toetredingsonderhandelingen van Kroatië, zodat Kroatië in staat is te voldoen aan het tijdschema voor het afronden van de technische onderhandelingen voor eind 2009.

Ik ben ingenomen met de zorgvuldig uitgebalanceerde resolutie over Turkije en steun het initiatief van het voorzitterschap om de hoofdstukken te openen die technisch klaar zijn om te worden geopend. Wij hebben helaas opgemerkt dat de politieke hervormingen in Turkije in de afgelopen jaren een zekere vertraging hebben opgelopen. Desalniettemin – en hierover ben ik het eens met uw rapporteur – zijn er sinds eind vorig jaar en begin dit jaar bepaalde positieve ontwikkelingen bereikt, zoals de lancering van een nieuwe televisiezender met uitzendingen in de Koerdische taal en de oprichting van een parlementaire commissie voor gendergelijkheid. Daarnaast zijn ook het nieuwe "Nationale programma voor de overname van het acquis" en de benoeming van een nieuwe permanente hoofdonderhandelaar stappen in de juiste richting.

Ook het feit dat minister-president Erdogan en de leider van de grootste oppositiepartij, Deniz Baykal, tijdens hun recente bezoek aan Brussel te kennen hebben gegeven zich in te zetten voor het EU-toetredingsproces van Turkije, is voor mij hoopgevend. Ik hoop dat deze ontwikkelingen zullen leiden tot een sterke politieke en maatschappelijke eensgezindheid om met nieuwe kracht en energie aan de EU-hervormingen te werken.

Dit hangt nauw samen met de vrijheid van meningsuiting, een kernwaarde in Europa. Een open en transparante relatie tussen de pers en de openbare instellingen is namelijk fundamenteel voor de kwaliteit van het democratische debat in een land. Dit geldt in het bijzonder voor een land als Turkije, dat bezig is met een moeilijk proces van verandering en hervorming. De Commissie houdt daarom scherp in de gaten of de persvrijheid in Turkije daadwerkelijk wordt gewaarborgd. De persvrijheid moet volkomen worden geëerbiedigd, aangezien deze direct ten grondslag ligt aan een vrije maatschappij, en daarmee aan de voortgang van het democratiseringsproces van Turkije.

Ik zal een paar woorden wijden aan Cyprus. Dit jaar is er een unieke kans om het eiland te herenigen en een einde te maken aan dit langdurige conflict op Europese bodem. Het is essentieel dat Turkije de lopende onderhandelingen tussen de leiders van de twee gemeenschappen in Cyprus proactief ondersteunt.

Voor wat betreft de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wil ik de heer Meijer en de schaduwrapporteurs bedanken voor de zeer evenwichtige resolutie. Ik betreur het eveneens dat er drie jaar na de toekenning van de status van kandidaat-lidstaat van de EU nog geen begin met toetredingsonderhandelingen gemaakt is.

De belangrijkste voorwaarde die hiervoor moet worden vervuld, is de overeenstemming met internationale normen voor het houden van eerlijke en vrije verkiezingen. Dit is een essentiële eis om te kunnen voldoen aan de politieke criteria van Kopenhagen; de presidents- en gemeenteverkiezingen in maart en april zullen dan ook een moment van de waarheid worden.

Ik sluit me aan bij het positieve oordeel in uw ontwerpresolutie over de vordering van Skopje bij de tenuitvoerlegging van het draaiboek voor visumliberalisering. De Commissie is nog altijd voornemens bij de Raad een voorstel in te dienen voor visumvrijstelling in 2009 wanneer alle landen in de regio aan de voorwaarden voldoen. Ik weet hoe belangrijke dit is voor de gewone burgers van de westelijke Balkan.

Samenvattend wil ik zeggen dat wij ons in het belang van stabiliteit, vrede, vrijheid en democratie zullen blijven inzetten voor een geleidelijke, geslaagde toetreding van de drie kandidaat-lidstaten, ongeacht de problematische tijden voor de economie. Ik vertrouw erop dat ook het Parlement dit zeer waardevolle gemeenschappelijke doel verder zal nastreven.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (PSE), auteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, ik zou in eerste instantie en hoofdzakelijk over Kroatië willen spreken. Kroatië heeft op een hele reeks gebieden vooruitgang geboekt. Ik ben erg dankbaar voor de inspanningen in Kroatië zelf, met name wat betreft de justitiehervorming. Op dat gebied moesten er noodzakelijke verbeteringen worden doorgevoerd en door de benoeming van twee nieuwe ministers zijn er dingen in gang gezet. Ik weet dat ministers niet alles kunnen bewerkstelligen, maar er zijn essentiële initiatieven genomen op het gebied van de corruptiebestrijding en de bestrijding van de grensoverschrijdende criminaliteit.

Ten tweede wil ik wat betreft de samenwerking met het Internationaal Strafhof duidelijk stellen dat ik natuurlijk verwacht dat Kroatië alle noodzakelijke stappen zal nemen. Er zijn conflicten geweest over verschillende commandostructuren en bijbehorende documenten, maar ik hoop dat deze kwesties in de komende dagen kunnen worden opgehelderd, zodat ze geen aanleiding geven tot onderbreking of vertraging van de onderhandelingen.

Ten derde heeft Kroatië met betrekking tot de economische hervormingen ook reeds enkele initiatieven genomen. De plannen verheugen mij ten zeerste, ook wat betreft de scheepvaartsector. Dit is niet eenvoudig, maar we kunnen stellen dat hier de essentiële fundamenten gelegd zijn. Verder verheugt het mij dat het is gelukt om ook met de werknemers in de scheepvaartsector de nodige overeenkomsten te bereiken. Deze hervormingen zullen pijnlijk zijn, maar ze zijn noodzakelijk en ze kunnen op een verstandige manier worden doorgevoerd.

Dan kom ik nu op de grote kwestie, die hier steeds opnieuw voor controverse zorgt, namelijk de kwestie van het grensconflict. Mijnheer de commissaris, ik moet u helaas zeggen dat het mij een beetje teleurstelt dat u zich met deze kwestie bent gaan bezighouden zonder overleg te plegen met het Parlement. Ik heb u de documenten doen toekomen, maar u hebt op geen enkele wijze geantwoord. We zouden vermoedelijk al verder zijn geweest, als u deze kwesties met meer tact had behandeld. Niettemin wil ik om misverstanden te vermijden zeggen dat ik uw voorstel voor bemiddeling absoluut steun. Toch zouden we meer hebben hunnen bereiken, als er vooraf al een duidelijke verklaring was afgegeven met betrekking tot het belang van het internationale recht in plaats van achteraf.

We bevinden ons in een lastig parket. Het is duidelijk dat er aan beide zijden iets moet gebeuren. Uw oorspronkelijke voorstel was, in elk geval in de formulering ervan, niet het best mogelijke voorstel. Ik zou ook graag hebben gezien dat u juist met het Parlement en ook met de rapporteur nauwer contact had gehouden. Dan hadden we namelijk gezamenlijk wellicht ook meer kunnen bereiken. Helaas is dat niet gebeurd, maar dat is niet waar het in dit debat in hoofdzaak om gaat. De hoofdzaak binnen dit debat is de vraag hoe we nu verdere vooruitgang kunnen boeken.

We boeken vooruitgang. Dat is waarschijnlijk de formulering die ik morgen aan het Parlement zal voorstellen. We zullen zeggen dat deze bemiddeling die u hebt voorgesteld – zo is het nu eenmaal en ik sta er ook volledig achter – gebaseerd moet zijn op het internationale recht, waaronder de billijkheidsbeginselen. Beide partijen moeten elkaar in deze richting tegemoet zien te komen. Beide partijen, Kroatië en Slovenië, moeten erkennen dat het internationale recht noodzakelijk is, maar dat natuurlijk ook de billijkheidsbeginselen, redelijkheid, een passende oplossing – men zou het ook een politieke oplossing kunnen noemen – noodzakelijk zijn. Beide partijen moeten dit erkennen en eigenlijk is het een beetje triest dat we in een situatie zitten waarin we niet verder komen. We hebben nog met andere problemen op deze wereld te maken, met name ook in Europa, en daarom moet het mogelijk zijn deze problemen in wederzijds overleg op te lossen. Ondanks alle kritiek wens ik u natuurlijk veel succes in uw pogingen om beide partijen te overtuigen. Helaas heeft het gesprek van gisteren niet zo'n positief resultaat opgeleverd als nodig was, maar ik hoop dat dat binnenkort wel het geval zal zijn.

Verder wil ik nog een algemene opmerking maken, omdat dit ook van toepassing is op Macedonië: bilaterale problemen komen voor, maar mogen de uitbreidingsonderhandelingen niet blokkeren. Wat ons amendement betreft, en hierbij gaat het om iets dat soms verkeerd wordt begrepen: natuurlijk behoren bilaterale problemen geen deel uit te maken van de onderhandelingen en moeten ze buiten het onderhandelingskader blijven. Het gaat om de onderhandelingen tussen de Europese Unie en de afzonderlijke landen. Parallel daaraan moeten de bilaterale problemen worden opgelost, als beide partijen – in dit geval Macedonië en Griekenland – bereid zijn om de kwesties in overweging te nemen. Vanuit dit Parlement moeten we een duidelijk signaal afgeven dat in al deze conflicten beide partijen bereid moeten zijn om hun standpunt te heroverwegen. Het mag niet zo zijn dat de ene partij bereid is tot een compromis, terwijl de andere partij geen duimbreed toegeeft. In elk van deze gevallen moeten we duidelijk maken dat de bilaterale problemen de toetredingsonderhandelingen niet mogen blokkeren, maar dat er juist parallelle inspanningen moeten worden gedaan. Verder moet duidelijk zijn dat ook dit Parlement zich ervoor zal inspannen om beide partijen binnen de twee conflicten waar het hier om gaat ertoe te bewegen gezamenlijk naar een compromis te zoeken. Ik hoop dat we in dat geval een positief resultaat zullen bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten, Auteur. − Voorzitter, laat mij beginnen met iedereen die bijgedragen heeft aan dit verslag van harte te bedanken. Ik heb hier een kritische, maar wel eerlijke evaluatie neergelegd van de voortgang die Turkije in 2008 heeft geboekt. Het is een verslag dat vele punten bevat, Turkije een spiegel voorhoudt, en slechts één heldere boodschap heeft, en wel dat er voor het derde opeenvolgende jaar te weinig is gebeurd qua politieke hervormingen.

Politieke hervormingen, het voldoen aan de criteria van Kopenhagen, dat is een absolute prioriteit. Het gaat niet om het openen van hoofdstukken. Het gaat om datgene wat de Europese burgers verenigt, de rechtsstaat, een onafhankelijke en onpartijdige justitie, de vrijheid van meningsuiting, een optimaal functionerende pers, een individueel burgerrecht voor elke burger. Voorzitter, op die punten moet er meer worden gedaan en als dat allemaal gebeurd is, dan worden er ook politieke hoofdstukken geopend.

Voorzitter, die politieke criteria invullen moet Turkije niet voor óns doen; de Turkse regering heeft haar eigen burgers bij haar aantreden gezegd dat het nodig is Turkije te moderniseren. Daarvoor zijn hervormingen van de politieke criteria nodig, want voor de opbouw van een sociaal georiënteerde markteconomie dienen mensen de mogelijkheid krijgen om hun creativiteit te beleven, dienen alle burgers dezelfde rechten te hebben. Daarom staan de politieke criteria nu centraal in ons verslag.

We zijn met de Commissie buitenlandse zaken, met de GPC, met iedereen daar geweest; ik heb toen het gevoel gekregen en óók een sprankje hoop gekregen dat er iets aan het veranderen is. Commissaris Rehn, u hebt dat ook al gezegd. Tien jaar geleden had ik me niet kunnen voorstellen dat er tv-uitzendingen in het Koerdisch zouden zijn. Ook dat is in het verslag neergelegd. De positieve rol van Turkije op de Kaukasus heb ik eveneens zeer gewaardeerd. Ik heb mijn waardering uitgesproken voor de eerste stappen in de richting van het openen van de grenzen met de Armeniërs, want ook de Armeniërs moeten worden verlost uit het isolement waarin ze nu zitten.

Voorzitter, er is een nationaal programma goedgekeurd om die hervormingen door te voeren; dit zijn allemaal positieve elementen en ik hoop van ganser harte dat Turkije nu zelf met grote voortvarendheid met de nieuwe onderhandelaar die hervormingen oppakt. Een modern en welvarend Turkije is van het allergrootste belang voor de Turkse bevolking, maar – en dat zeg ik in elke lidstaat in Europa – zeer zeker ook van groot belang voor ons allen in de Europese Unie.

Voorzitter, ik heb nog wat extra opmerkingen. We krijgen nogal eens berichten dat de mediavrijheid, de persvrijheid te wensen overlaat en dat de pers, wanneer zij haar vrijheden uitoefent, achteraf fiscale aanslagen of andersoortige maatregelen krijgt opgelegd. Dit moet veranderen.

Tot slot nog één punt, namelijk de amendementen die zijn ingediend. Ik zou de Socialistische Fractie willen vragen please don't do it, accepteer het verslag zoals het hier ligt. Wanneer er verbeteringen aangebracht moeten worden, akkoord, maar er moeten geen extra dingen worden gevraagd. Dat is nergens voor nodig en leidt alleen maar tot polarisatie hier in dit Huis.

 
  
MPphoto
 

  Erik Meijer, Auteur. − Voorzitter, uitbreiding van de Europese Unie is op dit ogenblik veel minder een prioriteit dan in de jaren die voorafgingen aan de grote uitbreidingen van 2004 en 2007. De publieke opinie in de bestaande lidstaten is daarover nu veel minder positief. Dat heeft veel te maken met verschillen in welvaart en in het niveau van salarissen, verschillen die kunnen leiden tot meer arbeidsmigratie vanuit armere lidstaten naar rijkere lidstaten.

Ook het probleem van de in de landen van voormalig Joegoslavië gehate visaverplichtingen heeft veel te maken met die vrees. Het leidt ertoe dat veel inwoners van deze landen, die tot 1992 gemakkelijk toegang kregen tot de huidige lidstaten van de Europese Unie, onze landen nu moeilijk kunnen bezoeken. Dat moet veranderen.

Als kandidaat-lidstaten hun best doen om zo snel mogelijk volwaardig lid te worden van de Europese Unie, kunnen ze daarbij fouten maken. Ter wille van dat doel heeft Macedonië in 2008 nieuwe wetgeving doorgevoerd in een ongewoon snel tempo, dat slecht past bij onze gangbare opvattingen over een zorgvuldige democratische besluitvorming.

De oppositie, verschillende niet-gouvernementele organisaties en individuele burgers klagen in verschillende gevallen over onzorgvuldig bestuur. Zij vinden dat de grootste regeringspartij meer vrijheid neemt dan past in een pluriforme samenleving, waarin de democratie meer betekent dan alleen het houden van verkiezingen. Er is kritiek op het niet registreren van klachten van burgers door de politie. Er bestaat verontwaardiging over het demonstratief arresteren van de burgemeester van de stad Strumitsa en van andere politici.

Ik stel voor om die kritiekpunten in de morgen aan te nemen resolutie niet te verzwijgen. Er is alle reden om hier openlijk uit te spreken dat nog lang niet alles goed gaat. Toch moeten we erkennen dat het in Macedonië niet slechter gaat dan in andere staten tijdens hun toetredingsonderhandelingen en soms zelfs na hun toetreding. Als de toetredingsonderhandelingen met Macedonië nu starten, duurt het nog minstens tot 2017, voordat dit land lid kan zijn.

Een jaar geleden stemde het Parlement voor mijn voorstel om die onderhandelingen zo spoedig mogelijk te laten beginnen. Daarna is de verstoring van de parlementsverkiezingen een argument geworden om eerst te wachten op de verkiezingen die binnenkort plaatsvinden voor de president en de gemeentebesturen. Verder uitstel heeft twee grote nadelen: de brede steun binnen Macedonië voor het EU-lidmaatschap zal afbrokkelen, de status van kandidaat-lid verliest in de toekomst zo elke betekenis.

Iedereen weet dat de naam Macedonië zonder toevoeging stuit op onoverkomelijke bezwaren van Griekenland. Voor Griekenland is deze buurstaat Noord-Macedonië, Hoog-Macedonië, Vardar-Macedonië of Skopje-Macedonië. Dat is een aanmerkelijk positievere opstelling dan die van vóór 2006, waarin Griekenland elk gebruik van de naam Macedonië voor de noorderburen wilde vermijden.

Juist Griekenland heeft er, veel meer dan andere lidstaten, belang bij dat dit noordelijke buurland zo snel mogelijk toetreedt tot de Europese Unie. Daarvoor moet zo snel mogelijk door beide staten een oplossing worden overeengekomen. Het alternatief is dat beide staten blijven wachten tot de andere staat als eerste een grote concessie doet, maar die andere staat kan niet als enige dwars tegen de binnenlandse publieke opinie ingaan.

We moeten niet naar een toestand waarin volksreferenda gaan uitspreken dat men geen compromis met het buurland wil sluiten. Zo lang geen compromis wordt gevonden, zullen mijn opvolgers als rapporteur nog decennia lang jaarlijks moeten blijven melden dat vooruitgang niet mogelijk is.

Tot slot, Voorzitter, ook het andere bilaterale meningsverschil tussen Slovenië en Kroatië moet snel worden opgelost. In 2011 moet Kroatië een volwaardige lidstaat kunnen zijn. Staatssteun voor de scheepsbouw mag geen belemmering zijn als het andere lidstaten is toegestaan om staatssteun te geven aan hun banken of hun auto-industrie. De werkgelegenheid in Pula, Rijeka en Split moet behouden kunnen blijven.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, in dit debat over uitbreiding moeten we drie doorslaggevende onjuistheden rechtzetten. Ten eerste is Turkije geen Europees Land, maar ligt het in Klein-Azië. Het land is, zo heeft de voorzitter van de Raad terecht opgemerkt, een partner van strategisch belang, en daarom hebben we behoefte aan een strategisch partnerschap en niet aan toetreding tot de EU.

Ten tweede hebben de problemen waarmee Macedonië geconfronteerd wordt niets te maken met het feit dat de democratie daar zogenaamd niet functioneert, mijnheer de commissaris, want ik was bij de verkiezingen aanwezig en die verliepen uitstekend met alleen problemen bij een zeer kleine minderheid binnen de minderheid. De problemen van Macedonië hebben daarentegen te maken met die verschrikkelijke kwestie van de benaming, die misbruikt wordt voor wederzijdse chantage.

Ten derde is Kroatië er reeds lange tijd klaar voor om toe te treden tot de Europese Unie. We zouden de onderhandelingen zonder meer dit jaar kunnen afronden, zoals het Europees Parlement meermaals geëist heeft en vermoedelijk morgen opnieuw zal eisen. Dat het nog niet zover is, ligt uitsluitend aan een blokkade door Slovenië in de Raad. Mijnheer de voorzitter van de Raad en mijnheer de commissaris, ik doe een beroep op u beiden om er door een verstandige oplossing voor te zorgen dat deze blokkade eindelijk wordt opgeheven. De grenskwestie is precies dezelfde als die waar we destijds genoegen mee hebben genomen, toen Slovenië toetrad. We kunnen niet het ene land toestaan om toe treden ondanks een openstaande kwestie en het andere land niet.

Derhalve zou ik ervoor willen pleiten dat we de Slovenen en Kroaten helpen een verstandige oplossing voor de grenskwestie te vinden, maar tegelijkertijd alle onderhandelingshoofdstukken te openen. Het ene heeft niets met het andere te maken en het openen van de onderhandelingshoofdstukken vormt de voorwaarde om dit jaar een positief resultaat met een uitstekende en voorbeeldige kandidaat-lidstaat te bereiken.

Wat de oplossing voor de bilaterale kwestie betreft, waar we onze ondersteuning aanbieden, verzoek ik u, mijnheer de commissaris, om u in te spannen voor een objectieve arbitrage. Uw woordvoerster heeft op maandag zelf gezegd dat dit op basis van international law and jurisprudence zou kunnen plaatsvinden. Ik wil u vragen of u deze formulering passend vindt om hier tot een compromis tussen beide partijen te komen.

Ik zou deze formulering in ieder geval ...

(De Voorzitter ontneemt de spreker het woord)

 
  
MPphoto
 

  Jan Marinus Wiersma, namens de PSE-Fractie. – Voorzitter, ik wil graag een aantal opmerkingen maken over het heel goede verslag van mijn collega Ria Oomen-Ruijten over Turkije. Mijn fractie onderschrijft de belangrijkste conclusie in het verslag, namelijk dat er de afgelopen tijd te weinig vooruitgang is geboekt.

Weliswaar was 2008 een turbulent jaar voor de Turkse politiek en die turbulentie zal er wel toe geleid hebben dat een aantal hervormingen niet zijn doorgegaan, dat het proces als zodanig voor een deel stil is komen te liggen. Nu die problemen in Turkije voor een deel zijn opgelost, hopen we dat de regering aan de hand van de plannen die ze op tafel heeft gelegd, vaart zal maken met datgene wat nodig is om het onderhandelingsproces met de Europese Unie geloofwaardig te houden. Ik wijs met name op het nationaal programma voor hervormingen, dat door de huidige regering is vastgesteld.

Onze fractie blijft de onderhandelingen met Turkije natuurlijk steunen en de onderhandelingen gaan wat ons betreft over lidmaatschap van de Europese Unie, ook al moeten we geen illusies hebben over de complexiteit van dat proces en de mogelijke duur ervan. Maar het kan niet zo zijn dat de impuls alleen maar van Turkije komt. Wij moeten ook als EU een betrouwbare partner blijven in dat proces.

Turkije is van strategisch belang voor de Europese Unie, met name vanwege onze energievoorziening en alles wat daarmee samenhangt, en we zijn als PSE-Fractie voor het openen van het energiehoofdstuk in het onderhandelingsproces. Maar uiteindelijk zal Turkije toch zelf de bulk van het werk moeten doen, en er zijn ook in het verslag van Ria Oomen-Ruijten heel veel punten waar wij kritisch naar gekeken hebben en waar we ook kritisch naar moeten blijven kijken.

Ik wil een paar punten uit dat uitstekende verslag lichten. De vrijheid van meningsuiting moet worden gegarandeerd. We zijn nog steeds niet tevreden over wat daar gebeurt. Recentelijk is er een internetactie geweest rond Armenië en de genocide; de manier waarop daar door de autoriteiten op wordt gereageerd, is toch een aantasting van die vrijheid.

Iets wat heel erg van belang is, wat we ook steeds willen herhalen en waarover wij als Europees Parlement geen enkele twijfel moeten laten bestaan, is dat wij een islamisering van Turkije nooit zullen accepteren, dat we het land uiteindelijk alleen maar zullen kunnen opnemen, op basis van het seculiere karakter zoals dat nu in de grondwet is vastgelegd.

Tot slot wil ik nog één opmerking maken. Er is door commissaris Rehn enigszins optimistisch gesproken over de onderhandelingen op Cyprus. Ik vind dat wij niets moeten doen, maar ook niets moeten nalaten om het succes van die gesprekken mede mogelijk te maken en we zullen ook een oproep moeten doen aan Turkije om niets te doen wat die processen, die gesprekken in de wielen kan rijden, want de partijen moeten daar in vrijheid kunnen onderhandelen over hoe ze hun gezamenlijke toekomst vorm willen geven. Ik kan alleen maar zeggen dat ik hoop dat het optimisme van commissaris Rehn gerechtvaardigd is.

 
  
MPphoto
 

  István Szent-Iványi, namens de ALDE-Fractie.(HU) Eind vorig jaar vonden er twee belangrijke ontwikkelingen plaats in het toetredingsproces van Kroatië. Enerzijds zette de Kroatische regering enkele belangrijke stappen op weg naar hervorming van het rechtsstelsel, door op te treden tegen de georganiseerde misdaad en resultaten te boeken in de bestrijding van corruptie. Tegelijkertijd stopten de toetredingsonderhandelingen vanwege het bilaterale grensgeschil. Dit heeft niet alleen gevolgen voor Kroatië, dames en heren, maar meer nog voor de geloofwaardigheid van het uitbreidingsproces. Dit soort gedrag brengt die geloofwaardigheid in gevaar en het is daarom van het grootste belang dat die obstakels zo snel mogelijk uit de weg worden geruimd. Het blokkeren van deze besprekingen geeft de uiterst gevaarlijke boodschap af, dat toetreding niet afhangt van de vraag of het land voldoet aan de voorwaarden, maar van het oplossen van bilaterale geschillen, waarin de ene, sterkere, partij zich wil doen gelden over de andere.

We zijn blij dat commissaris Olli Rehn bemiddeling heeft aanbevolen en het is hoopgevend dat Slovenië en Kroatië daar positief op hebben gereageerd. We hopen dat er zich geen redenen meer zullen voordoen om de toetredingsonderhandelingen te blokkeren. Wij blijven erin geloven dat de onderhandelingen tegen het eind van dit jaar kunnen worden afgerond, overeenkomstig het oorspronkelijke tijdschema. Er moeten daarvoor echter nog wel enkele inspanningen geleverd worden. We verwachten van Kroatië dat het alle zorg zal wegnemen over medewerking van het land met het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, en dat het alle documenten zal overleggen waar het tribunaal om vraagt. Dat is van groot belang. Wat we ook belangrijk vinden, is ondersteuning bij het proces van terugkeer van vluchtelingen, de integratie van de Romaminderheid en het voltooien van het desegregatieprogramma. Daarnaast moet er goed gebruik worden gemaakt van de EU-fondsen, want daaraan heeft het nog wel eens geschort. Het oorspronkelijke tijdschema is nog steeds haalbaar. Dat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. We verwachten van zowel Kroatië als van de Europese Unie een constructieve opstelling, want dit is niet slechts een kwestie van gezamenlijke inspanning. De geloofwaardigheid van het hele uitbreidingsproces staat op het spel.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik mevrouw Oomen-Ruijten, de heer Swoboda en de heer Meijer willen feliciteren met hun zeer grondig voorbereide resoluties.

Wat Turkije betreft, het beeld dat van onze verstandhouding wordt geschetst in dit document is niet optimistisch, maar het is zeker wel de waarheid. Ik ben blij dat onze verwachtingen op het gebied van vrijheid van godsdienst voor de christelijke gemeenschappen in Turkije in de resolutie zijn gehandhaafd, waaronder het recht om les te geven, het recht om geestelijken op te leiden en ook de bescherming van de eigendommen van deze gemeenschappen. Ook met betrekking tot andere kwesties ondervinden we dat Turkije steeds weer zaken uitstelt, hetgeen tot groeiende irritatie leidt.

Ongeacht de toetredingsprocedure is Turkije een veelbelovende en belangrijke partner voor Europa op het gebied van veiligheid en energie. De pogingen van de regering van premier Erdogan en president Gül om de betrekkingen met de buurlanden van Turkije te verbeteren was de speerpunt van de Turkse politiek van de afgelopen tijd. Het is jammer dat deze pogingen ondermijnd werden door de overhaaste maatregelen jegens Israël. De pogingen om de ontwikkeling van de strategische samenwerking tussen de EU en Turkije, een zaak van onmiddellijk belang, te koppelen aan het onderhandelingsproces, dat om objectieve redenen is vertraagd, zijn ook verontrustend. Daarom begrijp ik het Turkse standpunt met betrekking tot Nabucco. We hebben hier een meer pragmatische aanpak nodig. De verleiding van chantage is een slechte raadgever.

Wat Kroatië betreft moeten we er alles aan doen om het tempo van de toetredingsprocedure te handhaven, dat voorziet dat Kroatië in 2009 tot de EU kan toetreden. De stabiliteit in dit gebied is nog steeds zwak. Het mag niet zo zijn dat grensgeschillen of eigendomsgeschillen de uitbreiding op de Balkan in de weg staan. Omwille van de stabiliteit in het gebied zouden we Kroatië zo snel mogelijk in het integratieproces moeten opnemen, en dan Servië, Macedonië en Montenegro, en misschien Kosovo en Albanië.

 
  
MPphoto
 

  Joost Lagendijk, namens de Verts/ALE-Fractie. – Voorzitter, collega's, over het verslag van collega Oomen-Ruijten kan ik kort zijn. Het is in hoofdlijnen een prima verslag dat de resterende problemen prima opsomt en als er sprake van vooruitgang is, dat ook zegt. Wat dat betreft alle lof voor de rapporteur.

Ik wil eerlijk gezegd van deze gelegenheid gebruikmaken om terug te blikken op vijf jaar relaties EU/Turkije in deze Parlementsperiode. Het jaar 2004, vijf jaar geleden, was terugkijkend eigenlijk het gouden jaar van de hervormingen die Turkije echt dichter bij de EU brachten. Het merkwaardige, en eerlijk gezegd ook wel een beetje treurige is dat sinds 2004 het tempo van de hervormingen te laag is, dat eigenlijk de bereidheid in de Europese Unie om Turkije een eerlijke kans te geven, is afgenomen en dat in Turkije het animo voor het lidmaatschap is teruggelopen.

In alle Parlementsverslagen over al die jaren is duidelijk wat de prioriteiten van het Parlement zijn als het gaat om cruciale hervormingen. Ten eerste de vrijheid van meningsuiting. Ja, het bekende artikel 301 is veranderd, maar de situatie is nog steeds onbevredigend. Het is zeer te betreuren dat websites, zoals YouTube, nog steeds niet toegankelijk zijn in Turkije, en er is een ontoelaatbare druk van de regering op een deel van de media.

Ten tweede de Koerdische problematiek. Er was in 2007 grote hoop dat er na de toetreding van de Koerdisch-nationalistische partij DTP een oplossing gevonden zou worden tussen de DTP en de AKP. Dat is helaas niet gebeurd.

Ten derde religieuze minderheden. Ja, er is de wet op de stichtingen, die voor een deel van de minderheden een oplossing biedt, maar voor een grote moslimminderheid, de Alevieten, is er helaas nog steeds geen oplossing. Óndanks al die ontoereikende vooruitgang is er in dit Parlement nog steeds een meerderheid die vóór toetreding is.

Ik denk dat de boodschap van dit debat en van de debatten in de afgelopen vijf jaar aan de Turkse regering zou moeten zijn dat die steun, ondanks de ontoereikende hervormingen, alléén zal blijven bestaan als er werkelijk snel op alle drie de terreinen nieuwe hervormingsvoorstellen worden gedaan.

Wat dat betreft, deel ik voor een deel het optimisme van de commissaris over de Koerdische tv, over de openingen die er zijn gemaakt tussen Turkije en Armenië; de wil tot hervorming van 2004 zal moeten terugkeren. Als dat gebeurt, ben ik er ook van overtuigd dat het optimisme in onze debatten en in de debatten in Turkije zal terugkeren.

 
  
MPphoto
 

  Adamos Adamou, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het voortgangsverslag over Turkije en de evaluatie in december draaien om de vraag of dit land de criteria van Kopenhagen en de uit de associatieovereenkomst en het aanvullend protocol van Ankara voortvloeiende verplichtingen nakomt.

Het streven naar volledige toetreding – dat zowel voor Turkije als voor de Europese Unie belangrijk is – is de drijvende kracht achter een reeks hervormingen en veranderingen in het beleid van Turkije ten aanzien van de rechten van alle minderheden, de politieke oplossing van het Koerdisch vraagstuk, de erkenning van de genocide op de Armeniërs en de opheffing van het grensembargo tegen Armenië.

Turkije moet al zijn conventionele verplichtingen jegens de Europese Unie nakomen. Hetzelfde werd immers ook geëist van alle vorige toetredingslanden. Turkije houdt zich echter niet aan zijn conventionele verplichtingen jegens de Unie met betrekking tot de lidstaat Republiek Cyprus. Het weigert de havens en luchthavens te openen voor schepen en vliegtuigen van Cyprus en zijn veto tegen deelname van Cyprus aan internationale organisaties in te trekken. Turkije wil weliswaar voor moderator spelen in het gebied, maar het blijft met de bezetting van Cyprus het internationale recht schenden.

Wij zitten nu midden in onderhandelingen over de oplossing van de kwestie-Cyprus op basis van een uit twee zones en twee gemeenschappen bestaande federatie waarbinnen politieke gelijkheid bestaat. Zo is dit ook geformuleerd in de resoluties van de VN en in het internationaal en Europees recht. De Unie moet derhalve aandringen op haar principestandpunten en meer druk uitoefenen op Turkije, opdat het echte vooruitgang in de onderhandelingen mogelijk maakt, een einde maakt aan de bezetting en de noodzakelijke stappen zet voor de opheldering van het lot van de vermisten. Wij hebben dit vraagstuk opnieuw aan de orde gesteld met een amendement, ofschoon er een aparte resolutie is opgesteld over de vermisten naar aanleiding van de recente verklaringen van de Turkse soldaat Olgac dat hij in 1974 tien Grieks-Cyprische krijgsgevangenen – die nog steeds vermist zijn – had vermoord. Dit is een zuiver humanitaire aangelegenheid die niets aan belang inboet, hoe vaak wij dit ook herhalen

Het energiehoofdstuk kan niet worden geopend zolang Turkije de Republiek Cyprus blijft dwarsbomen in de uitoefening van haar soevereine rechten in de exclusieve economische zone. Ik heb in uw verklaringen, mijnheer de commissaris, gelezen dat de Commissie ongerust is over het feit dat Turkse gevechtsvliegtuigen schepen intimideren die onderzoek verrichten naar koolwaterstoffen in de exclusieve economische zone van Cyprus. Ook hebt u verklaard dat de Raad in zijn conclusies van 8 december 2008 Turkije afraadt om te dreigen, wrijving te veroorzaken of daden te verrichten die een negatieve weerslag zouden kunnen hebben op de goede nabuurschapbetrekkingen en een vreedzame oplossing van de conflicten in de weg zouden kunnen staan.

Het zou goed zijn, mijnheer de commissaris, indien u druk uitoefende op Turkije. Die druk moet dan wel de juiste richting hebben, dat wil zeggen de richting die uzelf in uw verklaringen hebt aangegeven. Voor dit vraagstuk hebben wij een amendement ingediend dat inhoudelijk volledig overeenstemt met uw verklaringen, mijnheer de commissaris, en dus ook met de verklaringen van de Europese Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, rapporteur mevrouw Oomen-Ruijten richt zich in paragraaf 17 tot de hele Turkse samenleving om vrijheid van godsdienst volop in praktijk te brengen. Ik sluit mij bij deze oproep volmondig aan, want het raakt hier een essentieel toetredingscriterium voor Turkije én de Europese Unie.

Intussen wedijveren met name het Turkse onderwijs en de Turkse mediawereld in de verspreiding van de stereotype karikatuur van inheemse christenen, van Turkse christenen, als vijanden van de eigen natie, als handlangers van westerse machten, die het vaderland opnieuw wensen te koloniseren en onderling wensen te verdelen. Commissaris, spreekt u de passieve Turkse overheid, de verantwoordelijke Turkse overheid ook aan op dit toetredingsobstakel?

En dan, commissaris, nog een tweede vraag. Alle Turkse identiteitspapieren vermelden de religie van staatsburgers. Dé oorzaak tegelijk van veelvormige maatschappelijke discriminatie van Turkse christenen. Ampel reden, commissaris, om bij uw Turkse gesprekspartner op onmiddellijke schrapping van deze rubriek in officiële documenten aan te dringen.

 
  
MPphoto
 

  Luca Romagnoli (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het ziet er inderdaad naar uit dat Kroatië redelijke vooruitgang heeft geboekt bij het aannemen van wetgevingsteksten ter bestrijding van discriminatie. Maar alvorens onze waardering te uiten voor hetgeen in de resolutie wordt verklaard, moeten wij nagaan in hoeverre de wetten worden toegepast. Bijvoorbeeld de toegang tot onroerendgoedbezit en met name de mogelijkheden voor Italiaanse investeringen lijken mij niet direct wijzen op reële vooruitgang. Ik ga niet akkoord met de resolutie: hoewel er staat dat de geboekte vooruitgang ontoereikend is en dat Kroatië niet consequent inhaakt op het acquis communautaire, pleit men toch voor toetreding van het land. Ik vind dat veel te vroeg. Laten zij eerst maar eens teruggeven wat zij sinds 1947 onze vluchtelingen uit Istrië en Dalmatië hebben afgepakt; daarna pas kunnen wij het hebben over toetreding.

 
  
MPphoto
 

  Anna Ibrisagic (PPE-DE). - (SV) Mijnheer de voorzitter, de resolutie over de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is volgens mij een evenwichtige tekst en ik wil de heer Meijer bedanken omdat hij zich bij het opstellen van de resolutie geconcentreerd heeft op de gerealiseerde hervormingen en bereikte doelstellingen en op de kwesties die nog meer inspanning vereisen. Het doet mij met name plezier dat de resolutie het duidelijk signaal zendt dat de huidige situatie na drie jaar wachten op de start van de onderhandelingen erg onrustwekkend en onaanvaardbaar is. Het staat als een paal boven water dat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een Europese staat is die in de Europese Unie thuishoort.

Wanneer wij deze kwestie in het Europees Parlement behandelen, vermijd ik meestal in te gaan op het conflict tussen Griekenland en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over de naam. Ik vind dat er veel andere kwesties zijn die diepgaander zouden moeten worden besproken en die nooit aan bod komen, doordat het conflict over de naam disproportioneel veel tijd in beslag neemt. Maar nu, na een aantal amendementen te hebben gelezen, voel ik de behoefte om met klem te onderstrepen dat het niet aanvaardbaar is, welk bilateraal conflict dan ook te misbruiken om het voor een land moeilijker te maken sneller aan zijn Europese integratie te werken of om zijn deelname in internationale instellingen te verhinderen.

Er zijn vele landen die bilaterale conflicten kennen of hebben gekend, en wij willen allemaal dat die conflicten zo snel mogelijk opgelost worden op een manier die voor beide partijen aanvaardbaar is, maar voor het zover is, zou men elkaar volgens mij in het Europese integratieproces geen stokken in de wielen mogen steken, en zeker niet wanneer het gaat om landen die zich vanuit geografisch en politiek standpunt in een gevoelige situatie bevinden.

 
  
MPphoto
 

  Józef Pinior (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, voor het derde jaar op rij treed ik op als rapporteur voor de Sociaal-Democratische Fractie in het Europees Parlement met betrekking tot het voortgangsverslag voor de Voormalige Joegoslavische Republiek van Macedonië. Ik moet zeggen dat de toestand rond Macedonië doet denken aan een scene uit een klassieke Griekse tragedie. Hoewel alle partijen blijk geven van goede wil, blijft het hier ook bij. Drie jaar geleden was ik ervan overtuigd dat we aan het einde van de huidige zittingsperiode, succesvolle onderhandelingen zouden voeren met Macedonië over toetreding tot de Europese Unie. Dit is niet gebeurd. Het grootste probleem is de naamskwestie. Ongeacht het feit dat dit een bilaterale kwestie is die losstaat van de criteria van Kopenhagen, beïnvloedt ze de politieke situatie tijdens de toetredingsonderhandelingen met Macedonië. Griekenland is bereidwillig, Macedonië zelf is bereidwillig, maar het is al jaren onmogelijk om tot een vergelijk te komen met betrekking tot deze kwestie. Als rapporteur van dit verslag voor de Sociaal-Democratische Fractie, kan ik alleen de hoop uitspreken dat dit probleem opgelost wordt met het oog op de belangen van de Europese Unie, Macedonië en Griekenland.

Er is een probleem met de stabiliteit van politieke instellingen in Macedonië. Dit zien we heel duidelijk. Ook zien we erg duidelijk de politieke wil van de samenleving, de autoriteiten en politieke fracties in een land dat hard op weg is een band met de Europese Unie tot stand te brengen. De Raad zou moeten besluiten om de toetredingsonderhandelingen voor het eind van 2009 van start te laten gaan, maar dit zou afhankelijk moeten zijn van de volledige verwezenlijking van de belangrijkste prioriteiten uit eerdere afspraken. In dit opzicht zijn de aanstaande presidentiële en lokale verkiezingen in Macedonië erg belangrijk. Wij zullen de verkiezingen nauwlettend volgen in het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u voor deze opheldering. Griekenland is in 1981 toegetreden tot de Europese Unie en het lidmaatschap heeft het land veel voordelen bezorgd, wat mij groot genoegen doet. Maar bijna dertig jaar later wil Macedonië natuurlijk lid worden van de Europese Unie en profiteren van dezelfde voordelen. Het zou daarom niet meer dan terecht zijn dat Griekenland als buurland in de Balkan zijn volle solidariteit uitspreekt en zich inzet om een klein land als Macedonië te helpen zijn ambities waar te maken.

Maar omdat het zelf een provincie heeft met de naam Macedonië, verzet Griekenland zich tegen het gebruik van de naam "Republiek Macedonië" zonder toevoeging, en dringt aan op het gebruik van "Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië", of de Engelse afkorting FYROM. Maar waarom dringt Griekenland er dan omwille van de consistentie ook niet op aan om voor Estland als officiële naam "Voormalige Sovjetrepubliek Estland" te gebruiken?

Ik betreur dan ook dat Griekenland nu overweegt vanwege dit probleem zijn veto te gebruiken voor het lidmaatschap van Macedonië. Ik vrees dat Griekenland zich hiermee belachelijk zal maken en roep de regering in Athene op haar standpunt af te zwakken. Ik sta in dit Parlement en bij mijn achterban bekend als een Griekenlandliefhebber en een vriend van Griekse en Cypriotische Parlementsleden, maar ik ben ook lid van de onlangs opgerichte "Vrienden van Macedonië" van het Europees Parlement. Laten we dit aanhoudende probleem snel en verstandig oplossen. Ik wil het Parlement ook vragen een delegatie afgevaardigden naar Macedonië te sturen om de aanstaande presidentsverkiezingen te observeren en bij te dragen aan een gerechtvaardigde uitslag.

Ten aanzien van de naderende EU-toetreding van Kroatië is het te betreuren dat de grensconflicten met Slovenië nog altijd voortduren. Net zoals bij Griekenland en Macedonië moeten deze hindernissen op bilateraal niveau worden opgelost en niet in het EU-toetredingsproces worden betrokken.

Slovenië is lid geworden van de Europese Unie terwijl het nog onopgeloste geschillen had met Italië. Italië heeft toen voor Slovenië de weg naar toetreding niet geblokkeerd, dus ik zie geen reden waarom Kroatië wel moet worden tegengehouden. In een soortgelijke situatie in de toekomst zou ik nooit dulden dat Kroatië met zijn veto de toetreding van Servië tegenhoudt vanwege territoriale conflicten.

Wat mijn kiezers die last hebben van uitbreidingsmoeheid op dit moment meer zorgen baart, is de omvang van de georganiseerde misdaad en corruptie in Kroatië. De regering moet het absoluut tot een nationale prioriteit van maken om die uit te roeien.

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil ten eerste opmerken dat ik namens mijn fractie over het onderwerp Turkije spreek en niet namens mijzelf. Voor de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie is de ontwikkeling in Turkije zorgwekkend. In drie jaar tijd is er niet alleen te weinig vooruitgang geboekt in het tempo van de hervormingen, maar er zijn zelfs een paar stappen terug gezet. Zoals commissaris Rehn hier terecht heeft vastgesteld, is de persvrijheid een kernwaarde van de Europese Unie. In een land dat wil toetreden tot de EU moet het respect voor de persvrijheid boven iedere twijfel verheven zijn.

Echter, wat we zien is iets anders. Kritische journalisten hebben problemen met accreditatie. De nieuwe eigenaar van ATV moet nog een heleboel vragen beantwoorden, vanuit de hoogste regionen wordt er opgeroepen bepaalde media te boycotten en de Dohan-groep wordt een willekeurige belastingboete van 400 miljoen euro opgelegd. Dit is een willekeurige maatregel die ons bij de vraag van de rechtsorde brengt, voor liberalen even belangrijk als de persvrijheid. Ook de rechtsorde moet gegarandeerd zijn. De rapporten over toenemende gevallen van foltering en mishandeling van in verzekering gestelde verdachten wekken onze diepe verontrusting, met name als deze plaatsvinden buiten officiële gevangenissen of politiecellen, maar als ze wel daar plaatsvinden, baart ons dat natuurlijk ook grote zorgen.

Symbolische of puur praktische maatregelen zoals de goedkeuring van een nieuw programma of de benoeming van een nieuwe hoofdonderhandelaar zijn te verwelkomen, als men het puur praktisch bekijkt. Echter, ze zijn niet toereikend om het tempo van de hervormingen opnieuw te stimuleren. Naar de mening van de ALDE-Fractie moet Turkije ongeacht de toetredingsperspectieven komen tot hervorming van de economie en de maatschappij, van de politiek en de grondwet, voor eigen bestwil en in het belang van de mensen.

Ik wil nog een laatste opmerking aan dit debat toevoegen: op mij komt dit debat over als een draaimolen waarop de ene keer een Turks paardje en dan weer een Kroatisch of Macedonisch paardje voorbijkomt. Naar mijn mening moeten we dit debat eerst op een andere manier structureren. Verder zou ik dankbaar zijn geweest, als we het in Brussel hadden gehouden en niet in Straatsburg.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (UEN). – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wat de kwestie Kroatië betreft, hebben degenen die het Italiaanse volk vertegenwoordigen de plicht terug te vorderen wat onrechtmatig is afgepakt: meer dan 60 jaar zijn er voorbijgegaan sedert die historische beroving van onze bezittingen in Istrië en Dalmatië. Kroatië heeft een morele plicht op dit vlak, en de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, heeft een dossier over deze delicate en schadelijke kwestie, die de nodige aandacht verdient. Teruggave van de bezittingen aan degenen die daar recht op hebben: dat is nog eerder een morele dan een politieke kwestie. Het gaat om 1 411 onroerende goederen die oorspronkelijk aan Italianen toebehoorden.

Dan Turkije. Hoe kun je nu doodgemoedereerd een land laten toetreden dat momenteel in NAVO-verband een islamitisch veto uitspreekt tegen de benoeming van een secretaris-generaal, alleen maar omdat deze een land vertegenwoordigt, Denemarken, waar de rel rondom de spotprenten is ontstaan? Turkije, een islamitisch land, heeft "nee" gezegd tegen de benoeming van een premier als secretaris-generaal van de NAVO, alleen maar omdat hij eerste minister is van een land waar de islamcartoons vandaan komen. Denemarken is een liberaal land waar uiteraard, anders dan in Turkije, spotprenten mogen worden gemaakt, ook over Mohammed. In Turkije is er een wet – en de commissaris zou daarmee bekend moeten zijn – waarin wordt verboden een niet-islamitisch godshuis te bouwen in een straat waar al een moskee staat. Dus, als ergens in een straat een moskee staat, mag er geen ander religieus gebouw bij komen. Onze rapporteur, die naar ik meen een prachtige broek draagt, zou zo gekleed, met die broek, vandaag de dag niet eens het Turkse parlement mogen betreden. Dit toont toch wel dat die mensen nog heel ver achter liggen. Turkije is Azië, het is geen Europa.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Beer (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, ten eerste wil ik namens mijn fractie, de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie, de vandaag aanwezige plaatsvervangende minister-president van Macedonië begroeten.

Ten tweede wil ik mijn dank uitspreken aan het Tsjechische voorzitterschap van de Raad, met name voor de verklaring van de premier, de heer Topolánek, die gisteren ten eerste erop heeft gewezen dat het namenconflict tussen Macedonië en Griekenland een bilaterale aangelegenheid is en geen effect mag hebben, en die zich ten tweede heeft uitgesproken voor een zo spoedige mogelijke toetreding van Macedonië tot de NAVO en daarmee voor de oproep aan Griekenland om zijn veto in te trekken. Dit zijn twee zeer belangrijke punten.

Het komt soms misschien een beetje arrogant over, wanneer we over kandidaat-lidstaten spreken. Daarom wil ik ook de eigen verantwoordelijkheid ter sprake brengen. We praten hier immers over de perspectieven en gebreken van de kandidaat-lidstaten, terwijl we anderzijds fundamentele politieke machten hebben, zoals de conservatieven in Duitsland, die proberen te bewerkstelligen dat alleen Kroatië nog mag toetreden en daarna geen enkel land meer.

Als dat in de volgende zittingsperiode van het Parlement de meerderheidsopinie in de Europese Unie zou zijn, vernietigen we de opbouw van vrede in Europa, die we na de oorlog op de Balkan met aanzienlijke bedragen hebben gefinancierd. We zouden ongeloofwaardig worden en de geloofwaardigheid van Europa een slag toebrengen. Ik verzoek u allen u hiertegen te verzetten.

Wat betreft Kroatië en Slovenië gaan we ervan uit dat alles goed verloopt zonder dubbele standaarden en zonder veto, en dat de grensconflicten opgelost kunnen worden, en verder zouden we graag zien dat de onderhandelingen met Macedonië zo spoedig mogelijk van start gaan.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (IND/DEM). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, als Turkije lid wordt van de Europese Unie, wordt dit land met een bevolking van 72 miljoen mensen de armste lidstaat met de grootste economische achterstand. Honderdduizenden, zo niet miljoenen mensen zullen emigreren naar landen als Groot-Brittannië.

De Europese Unie zal grenzen aan landen als Syrië, Irak en Iran, met een enorm risico voor conflicten en confrontaties in de toekomst.

Maar de mensen die zich pas echt zorgen zouden moeten maken over de toetreding van Turkije, zijn de Grieken en de Cyprioten: als Turkije lid wordt van de EU, hebben de Turken het recht overal in de EU te gaan en staan waar ze willen. Duizenden Turken kunnen legaal naar Zuid-Cyprus gaan om het feitelijk min of meer op wettige basis te bezetten, als ze dat willen.

Bij de Europese verkiezingen op 4 juni moeten de stemmers van Griekse afkomst in Londen goed in hun hoofd houden dat zowel de conservatieven, als Labour, evenals de liberaal-democraten en de groenen stuk voor stuk enthousiast voorstander zijn van de toetreding van Turkije. De enige Britse partij in het Europees Parlement die tegen de toetreding van Turkije is, is de UK Independence Party.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - Voorzitter, als de onderhandelingen met Turkije één positief gevolg hebben, dan is het wel de perfectionering van de kunst van het eufemisme bij de Commissie en de Raad. De manier waarop de problemen in Turkije worden geminimaliseerd, begint indrukwekkend te worden. Het gaat zelfs zó ver dat men daar in Turkije af en toe zelfs de spot mee gaat drijven.

De waslijst met problemen is zo lang, dat het onbegrijpelijk is dat de onderhandelingen nog altijd doorgaan. Nochtans had de Commissie beloofd dat het onderhandelingsproces gelijke tred zou houden met het hervormingsproces in Turkije. Van die belofte is niets overgebleven, want men blijft maar nieuwe hoofdstukken openen.

De balans van meer dan drie jaar onderhandelingen is zonder meer bedroevend. Laten we er dus de stekker eruit trekken. Turkije is geen Europees land en hoort dus niet in de Europese Unie, maar laat ons daarentegen een relatie van bevoorrecht partnerschap met Turkije uitwerken.

 
  
MPphoto
 

  Doris Pack (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, mijnheer de commissaris, Kroatië is het eerste land waarvoor de meetlat voor toetreding na de ervaringen met de laatste twee uitbreidingen, met Roemenië en Bulgarije, terecht zeer hoog is gelegd. Om die reden moeten we de door de Kroaten behaalde benchmarks ook bijzonder waarderen. De nog openstaande hervormingen op justitiegebied, waarover reeds gesproken is, worden aangepakt. De geëiste volledige samenwerking met het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag met betrekking tot de overhandiging van nog ontbrekende documenten is op de goede weg.

Wat betreft Slovenië gaat het om bilaterale grensconflicten. Mijnheer de commissaris, u hebt opeens gesproken over "Europese grensconflicten". Voor 2004 waren het geen Europese grensconflicten, maar grensconflicten waar men geen nota van nam. Destijds heeft ook niemand zich tot de Verenigde Naties gewend om deze strijd bij te leggen, maar nu wordt dat wel gedaan. Als Slovenië dus de opening van de nodige onderhandelingshoofdstukken niet langer blokkeert wegens deze bilaterale grensconflicten, die ten tijde van de toetreding van Slovenië tot de Europese Unie ook geen hindernis vormden, kunnen de toetredingsonderhandelingen tussen Kroatië en de EU aan het einde van dit jaar worden afgesloten.

Ook de kandidaat-lidstaat Macedonië heeft grote vooruitgang geboekt. Als de verkiezingen, die in maart plaatsvinden, aan internationale normen voldoen, zou de EU eindelijk een datum voor de opening van de toetredingsonderhandelingen moeten noemen. Het betreurenswaardige bilaterale namenconflict tussen Macedonië en Griekenland mag er niet toe leiden dat Griekenland zijn vetorecht gebruikt.

Het valt dus te hopen dat de twee EU-lidstaten Griekenland en Slovenië nog even terugdenken aan hoe ze er zelf voor stonden, voordat zij toetraden tot de EU en daaruit concluderen dat zij jegens hun buurlanden een Europese en billijke houding moeten innemen.

Mochten Kroatië en Macedonië de door mij beschreven doelen dit jaar bereiken, mede dankzij hun buurlanden, zou dat een positief signaal afgeven aan de overige landen van de westelijke Balkan, namelijk dat de EU het serieus meent met de in Thessaloniki gedane toezegging inzake toetreding door alle landen van de westelijke Balkan, een toezegging die ook de CDU onderschrijft, mevrouw Beer.

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Een paar opmerkingen van mijn kant: allereerst dat het een goede zaak is dat er nu een debat over de uitbreiding van de Europese Unie plaatsvindt, want het is belangrijk dat Europa zelfs tijdens deze grote economische crisis niet een van zijn uitermate succesvolle prioriteiten uit het oog verliest, namelijk de verdere uitbreiding van de Unie. We moeten deze prioriteit echt hoog zien te houden. Ten tweede ga ik ervan uit dat wat Kroatië betreft de toetredingsonderhandelingen reeds dit jaar kunnen worden afgerond. Daarom zou ik de Raad willen oproepen reeds nu over te gaan tot oprichting van de technische werkgroep belast met de opstelling van het toetredingsverdrag. Wat de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië betreft, vind ik het buitengewoon spijtig en acht ik het ook buitengewoon demoraliserend voor de Macedoniërs dat er nog geen toetredingsonderhandelingen van de grond zijn gekomen, dit ondanks het feit dat het reeds drie jaar geleden is dat Macedonië het statuut van kandidaat-lidstaat verwierf. Ik zou de Raad hierbij dan ook willen oproepen dit proces te versnellen. Wat Turkije betreft ben ik het ermee eens dat de zogeheten politieke hoofdstukken pas geopend kunnen worden als de politieke hervormingen in een stroomversnelling worden gebracht. Wat ik echter niet begrijp is waarom niet zou kunnen worden overgegaan tot opening van de onderhandelingen over een hoofdstuk als "Energie". Dat is per slot van rekening toch een levensbelangrijk thema voor zowel de Europese Unie als Turkije.

 
  
MPphoto
 

  Jelko Kacin (ALDE).(SL) Wij als Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie steunen het verslag-Meijer. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM) verdient een kans en een betere toekomst. Het land verdient echter ook een beetje internationaal respect, met het recht op een eigen identiteit en erkenning van de eigen taal en cultuur.

Het probleem van de naam van het land sleept al te lang en de sfeer in het land is al enige tijd aan het verslechteren. Er is een groeiend populisme en nationalisme, de politiek verschanst zich te veel en er worden verbale aanvallen op de buurlanden gericht. Het is niet bevorderlijk voor goede betrekkingen met de buren om infrastructurele projecten te vernoemen naar Griekse historische figuren van vóór de komst van de Slaven in die streken. Het is niet nodig om nog meer tien meter hoge monumenten op te richten.

Indien we instabiliteit willen voorkomen, moeten we de staat, de politici en de mensen van FYROM helpen om uit het isolement te treden. Afschaffing van visa volstaat niet. Dit land moet weten op welke datum de onderhandelingen kunnen beginnen. Ze verdienen de kans om te laten zien wat ze waard zijn tijdens het toetredingsproces. We moeten hun nu helpen en laten zien dat we vertrouwen in hen hebben. Dit draagt bij aan de stabiliteit van de regio en bevordert ontwikkelingen ten goede. FYROM heeft nú een positieve reactie nodig, want de tijd dringt. Tijd is geld, zou je nu eigenlijk kunnen zeggen.

Ik wil ook graag iets over Kroatië zeggen. Commissaris, twee voormalige premiers van Slovenië en Kroatië, namelijk Drnovšek en Račan, hebben een enorme prestatie verricht door een overeenkomst over de grens te sluiten. Ze zijn helaas niet meer onder ons, maar zij hadden de moed om doortastend te zijn, te investeren in de toekomst en iets te bereiken. Ik denk dat u er bij beide regeringen op zou moeten aandringen dat ze in hun voetsporen treden en opnieuw een overeenkomst over de grens bereiken, en wel in de nabije toekomst. Dat zou goed zijn voor Slovenië, Kroatië, de Europese Unie en de westelijke Balkan.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Rogalski (UEN).(PL) Mevrouw de Voorzitter, de onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU zijn nog gaande, maar ze zouden al lang afgerond moeten zijn. De Turkse regering heeft geen samenhangend en begrijpelijk programma van politieke hervormingen voorgesteld. Turkije heeft zijn werk aan een nieuwe seculiere grondwet, waarvan de bescherming van mensenrechten en fundamentele vrijheden een belangrijk onderdeel zouden vormen, die de Turkse regering zou waarborgen, niet hervat.

De discriminatie van etnische en religieuze minderheden gaat gewoon door. Turkije heeft geen stappen ondernomen om de onpartijdigheid van rechterlijke instanties te versterken. De vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid zijn nog steeds niet beschermd in Turkije, sterker nog: er wordt openlijk inbreuk gemaakt op deze rechten. Huiselijk geweld en gedwongen huwelijken zijn nog steeds aan de orde van de dag.

Het bezwaar van Turkije tegen een strategische samenwerking tussen de EU en de NAVO gaat in tegen de belangen van de Gemeenschap. Verder erkent Turkije de onafhankelijkheid van een van de lidstaten van de Europese Unie niet, namelijk Cyprus. Dit is een schande. Turkije is een land dat antidemocratisch is, mensenrechten schendt en geleid wordt door een stelsel van waarden dat ons vreemd is. Het is veel beter voor Europa als Turkije geen lid wordt van de EU.

 
  
MPphoto
 

  Sepp Kusstatscher (Verts/ALE). - (DE) Dank u, mevrouw de Voorzitter, in deze zeer omvangrijke discussie hier vandaag wil ik slechts een probleem bespreken, namelijk de kwestie van de meertaligheid in Macedonië.

Onlangs waren er op scholen in Struga conflicten tussen Albanees- en Macedonischtalige ouders. Onder druk van deze nationalistisch gezinde ouders namen de verantwoordelijken maatregelen en verdeelden zij het onderwijs onder op basis van etnische groepen. Dit is een verkeerde ontwikkeling. Het leren van talen wordt niet bevorderd door taalgroepen te scheiden, maar mensen met verschillende talen zonder dwang bijeen te brengen op school, op het werk en in de vrije tijd. Het onderricht van het Engels, dat nu al vanaf de eerste klas over de hele linie verplicht is, is weliswaar te verwelkomen, maar mag niet als excuus dienen voor een Macedoniër om geen Albanees te leren en ook niet voor een Albanees om geen Macedonisch te leren. De scholen in een meertalige regio hebben een heel speciale taak, aangezien ze in het onderwijs naast de moedertaal van de kinderen ook kennis van de talen van de buurlanden moeten overbrengen.

Eenheid in verscheidenheid, zo luidt het motto van de EU en dat moet ook voor Macedonië gelden.

 
  
MPphoto
 

  Hanne Dahl (IND/DEM). - (DA) Mevrouw de Voorzitter, ik ben van mening dat Turkije lid moet worden van de EU. De kritiek op Turkije is op vele punten terecht, maar het getreuzel en de excuses moeten ophouden, en er moet een serieus plan worden opgesteld voor de toetreding van Turkije tot de EU. Het zal tijd in beslag nemen, maar het land moet toetreden en dat moeten we duidelijk en bindend verklaren. In plaats van een pseudodebat over Turkije hebben we behoefte aan een reële en open discussie over de vraag welke plaats religie kan en moet spelen in het maatschappelijke debat. We moeten een Europese samenwerking creëren die opgewassen is tegen de uitdaging van een Europa dat is samengesteld uit verschillende godsdiensten. Daarbij moeten we er wel voor zorgen dat we niet voorbijgaan aan de centrale waarden en het respect voor de integriteit van de mens, die voortkomen uit de Europese waarden die zijn gecreëerd in de smeltkroes van joodse, christelijke en hellenistische cultuur in de eeuwen voor en na de geboorte van Christus.

 
  
MPphoto
 

  Carl Lang (NI).(FR) Mevrouw de Voorzitter, ik heb één minuut spreektijd om u te vertellen dat niettegenstaande de verbetenheid en de blindheid van de Europese instellingen één ding toch wel zonneklaar is geworden, en dat is dat het tijd is geworden om de procedures voor de toetreding van Turkije te staken.

De onderhandelingen zijn vastgelopen, er is geen wederzijds begrip en er is steeds sprake van een dubbelzinnigheid die iedereen schaadt – zowel Turkije als de Europese Unie. We moeten een einde maken aan deze hypocrisie en dit toneel.

We mogen één feit nooit uit het oog verliezen. Turkije is een land in Klein-Azië. Het is geen Europees land, noch in geografisch noch in cultureel opzicht. Turkije houdt een deel van een lidstaat van de Europese Unie met militaire middelen bezet. Van de 35 onderhandelingshoofdstukken zijn er tien behandeld; slechts één hoofdstuk is afgesloten. Het is tijd dat iedereen zijn vrijheid, onafhankelijkheid en soevereiniteit herwint, om te beginnen Cyprus.

De volkeren van Europa willen Turkije niet in Europa. Laat ons de wens van onze volkeren respecteren en laten we respect tonen voor Europa!

 
  
MPphoto
 

  Pál Schmitt (PPE-DE). (HU) Als voorzitter van de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Kroatië vraag ik uw aandacht voor een uiterst belangrijke ontwikkeling. Afgelopen maandag heeft de Kroatische premier – en niet alleen de premier, maar ook de president en alle oppositiepartijen in het parlement – ingestemd met bemiddeling van de EU om een oplossing te vinden voor het grensgeschil tussen Kroatië en Slovenië op basis van het internationaal recht. Dit is bij mijn weten zonder precedent in de geschiedenis van de EU: dat één lidstaat de uitbreiding van de Unie en de opening van 12 onderhandelingshoofdstukken tegenhoudt, terwijl dat land destijds in 2001, bij zijn eigen toetredingsonderhandelingen, verklaard heeft dat het geen grensgeschillen met buurlanden had.

Sinds de start van de toetredingsonderhandelingen in 2005 zijn er veel resultaten geboekt op het gebied van de transformatie van het rechtsstelsel en het openbaar bestuur, maatregelen tegen corruptie, de rechten van minderheden, de terugkeer van vluchtelingen en regionale samenwerking. In het geval van Kroatië betekende dit dat voor het eerst werd voldaan aan een aantal criteria. Aan ongeveer honderd daarvan werd met succes voldaan. Wegens deze uitzonderlijke inspanningen hopen de Kroaten nu eindelijk op een positieve boodschap van de Europese Unie. Deze gevoelige en zelfbewuste bevolking werd daarin teleurgesteld toen een bevriend buurland helemaal alleen de voortzetting van de toetredingsonderhandelingen blokkeerde. De stabilisering van de Balkan voor de langere termijn is alleen mogelijk door Europese integratie. De Unie begaat een fout als ze toestaat dat Slovenië de besprekingen met Kroatië tegenhoudt vanwege dit bilaterale geschil, terwijl Kroatië er alles aan gedaan heeft om de fundamentele Europese waarden te verdedigen en het acquis om te zetten. Ik wil opmerken, voorzitter, dat het te betreuren valt – misschien ook voor diegenen die naar ons luisteren – dat we ons tegelijkertijd over het lot van drie belangrijke, historische landen buigen alsof het één land is. Het was wellicht beter geweest alle drie de landen afzonderlijk te bespreken.

 
  
MPphoto
 

  Emine Bozkurt (PSE). - Voorzitter, ik wil doorgaan op het punt waarover mevrouw Oomen-Ruijten het ook had: de politieke criteria. In het onderhandelingsproces met Turkije zijn de burgerrechten zeer duidelijk op de agenda gezet. Dat zien we ook terug in dit verslag.

Een aantal dingen is duidelijk verbeterd: Koerdischtalige televisie, maar ook de installatie van een vrouwencommissie in het Turks parlement, waar ik als rapporteur vrouwenrechten in Turkije, me de afgelopen jaren keihard voor heb ingezet. Belangrijke hervormingen.

Ook het vermeerderen van het aantal opvanghuizen voor vrouwen die mishandeld zijn, is een duidelijke verbetering. Maar wat gebeurt er met die vrouwen als ze de opvanghuizen verlaten? Hoe wordt voor hun en voor de kinderen gezorgd? Daar moet Turkije aandacht aan besteden. Met de gemeenteraadsverkiezingen op komst: er moeten meer vrouwen komen in de gemeenteraad. Eind deze maand zijn de verkiezingen.

Ik wil nog de aandacht vestigen op fraudebestrijding. Turkije moet beter samenwerken met de Europese Unie bij fraudebestrijding alsook bij de bestrijding van vrouwenhandel, want veel te veel mensen worden bijvoorbeeld slachtoffer van fraude met de groene fondsen of van fraude met liefdadigheidsinstellingen.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik was al nooit voorstander van de toetreding van het niet-Europese land Turkije tot de EU, maar de huidige economische neergang maakt mijn overtuiging bij dit standpunt nog groter.

Het Verenigd Koninkrijk draagt met zijn enorme netto bijdrage een onevenredig zware last bij de financiering van de EU, dus als de reusachtige extra kosten voor de uitbreiding met Turkije daar nog bij komen, wordt onze last zwaarder dan we kunnen dragen. Met een vermindering van de belastinggrondslag, een dalend inkomen bij gestegen bijstandskosten en een loodzware schuldenlast in de komende decennia als gevolg van het wanbeleid van de linkse regering, kunnen we niet onze steeds dunnere portemonnee blijven trekken om te betalen voor de uitbreiding met Turkije.

Noem het eigen, geldbeluste nationale belangen als u wilt, maar voor mij is het niet meer dan gezond verstand en fiscaal belang.

 
  
MPphoto
 

  Antonios Trakatellis (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, in dit gebied is Griekenland het oudste lid van de Europese Unie en de NAVO. Griekenland heeft altijd een voortrekkersrol vervuld in de pogingen om alle landen van de Balkan op te nemen in de Euro-Atlantische structuren, en zet zich daar nog steeds voor in. Griekenland is er namelijk rotsvast van overtuigd dat de ontwikkeling van deze landen in eenieders belang is.

Griekenland heeft meer dan een miljard dollar in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geïnvesteerd en meer dan 20 000 banen gecreëerd. Dat zijn ongeëvenaarde cijfers voor buitenlandse investeringen in een lokale economie. Voor ons land heeft het vraagstuk van de naam niet enkel historische, psychologische of emotionele aspecten. Het is ook een waarachtig, inhoudelijk politiek vraagstuk. Dit gaat elke Griekse burger aan, maar is ook van belang voor de Europese waarden inzake goed nabuurschap en regionale samenwerking.

Ik wil eraan herinneren dat mijn land ermee heeft ingestemd de Voormalige Joegoslavische Republiek van Macedonië de status van kandidaat-land voor toetreding toe te kennen (COM(2007) 0663), mits dit land zich ertoe zou verplichten om via onderhandelingen en onder het beschermheerschap van de VN tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen voor het vraagstuk van de naam. Een dergelijke oplossing zou kunnen bijdragen aan de regionale samenwerking en aan goede nabuurschapbetrekkingen, omdat er van vriendschap geen sprake kan zijn zonder een oplossing en omdat er van bondgenootschap en partnerschap geen sprake kan zijn zonder vriendschap.

Onze delegatie is niet tegen de punten in het verslag waarin krachtige steun wordt betuigd aan het streven naar een oplossing voor het vraagstuk onder het beschermheerschap van de VN. Dit is een duidelijk standpunt. In de paragrafen 12 en 13 komen echter formuleringen voor die het streven naar een oplossing juist afzwakken en die een ontoegeeflijke houding in de hand werken. Deze formuleringen in de paragrafen 12 en 13 zijn absoluut onaanvaardbaar en met de amendementen 1 en 2 wordt dan ook geprobeerd ze recht te zetten.

Overigens staan er in het verslag heel wat dingen die de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zouden kunnen helpen bij de voortzetting van zijn inspanningen op de Europese weg.

 
  
MPphoto
 

  Maria Eleni Koppa (PSE). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, het uitbreidingsbeleid is de meeste succesvolle uiting van het buitenlands beleid van de Unie. In het geval van Turkije moet de boodschap duidelijk zijn: toetreding is het doel, maar toetreding loopt via de nakoming van de verplichtingen, via de consolidering van de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de handhaving van goede nabuurschapbetrekkingen.

Turkije zit in een cruciale fase, zowel op intern vlak als bij het opnieuw afbakenen van haar geostrategische rol. In dit kader is het absoluut noodzakelijk de hervormingen voort te zetten en een steevaste Europese oriëntatie aan te houden. Ik wil er echter op wijzen dat het gespannen klimaat dat Turkije de afgelopen tijd in de Egeïsche Zee cultiveert, nieuwe problemen veroorzaakt.

Wat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreft heeft de Commissie duidelijk gesteld dat dit land niet aan de fundamentele voorwaarden voor opening van de onderhandelingen voldoet, aangezien er aanzienlijke tekortkomingen zijn op het gebied van de democratie. Wat het geschil over de naam betreft, wil ik vermelden dat Griekenland weliswaar blijk heeft gegeven van samenwerkingsgezindheid en realisme, maar dat de regering in Skopje daar niet op in is gegaan.

Helaas wordt in het vandaag besproken verslag van het Europees Parlement Griekenland gepresenteerd als het enige land dat verantwoordelijk is voor de vertraging bij de opening van de onderhandelingen. Daarmee wordt Griekenland onrecht aangedaan en het streven naar een oplossing voor het probleem, dat de twee landen nu al langer dan vijftien jaar parten speelt, bemoeilijkt.

 
  
MPphoto
 

  Alojz Peterle (PPE-DE).(SL) Tot nu toe heb ik mijn steun verleend aan alle verslagen van het Europees Parlement waarmee een koers van Kroatië in de richting van een volledig lidmaatschap van de Europese Unie werd bevorderd. Ik verwelkom bij deze ook de vele nieuwe successen van Kroatië. Ik wil dit belangrijke verslag, dat ook nauwgezet door mijn collega, de heer Swoboda is voorbereid, graag steunen, als de compromisamendementen maar voortkomen uit een evenwichtige en realistische benadering. Dat is de enige benadering waarmee de oorzaken van de belemmeringen kunnen worden weggenomen en waarmee het toetredingsproces van Kroatië kan worden versneld.

Ik ben het volkomen eens met de fungerend voorzitter, de heer Vondra, dat we een constructieve en dynamische aanpak nodig hebben. In dit verband lijkt het me van belang dat de Commissie nu met haar bemiddelingsinitiatief, na een reeks van mislukte bilaterale pogingen, een kans heeft geboden voor een nieuwe en geloofwaardige poging om een definitieve oplossing te vinden voor het probleem van de grens tussen Slovenië en Kroatië en om tevens snelle vorderingen te maken in de toetredingsonderhandelingen met Kroatië.

Het doet me genoegen dat beide landen het initiatief verwelkomen en dat er op hoog niveau besprekingen zijn begonnen. Ik hoop dat door dit initiatief een drievoudige overwinning – voor Kroatië, Slovenië en de Europese Unie – voor ons veel dichterbij komt. We kunnen niet toestaan dat slecht één partij als winnaar uit de strijd komt, of dat er één standpunt de boventoon voert. We kunnen slechts winnen als we op grond van gemeenschappelijke doelstellingen en een gezamenlijke wil opereren.

Ik ben het ook eens met de rapporteur, de heer Swoboda, dat we het gelijkheidsbeginsel, dat deel uitmaakt van het internationaal recht, moeten hanteren. Bovendien ben ik het volkomen eens met commissaris Rehn, dat het Handvest van de Verenigde Naties een geschikt uitgangspunt voor de beslechting van het grensgeschil vormt en dat het initiatief van de Commissie in de geest van het Handvest is.

Het wordt tijd dat de onderhandelingstafel centraal komt te staan, zonder retoriek of druk die de waardigheid van een van de partijen of de toetredingsstatus van Kroatië zou kunnen aantasten. We hebben een positieve sfeer nodig. Ik ben ervan overtuigd dat er maar één positieve oplossing is, een waar Slovenië en Kroatië mee instemmen met bemiddeling van een derde partij, namelijk de Europese Commissie. Ik hoop dat deze oplossing zo snel mogelijk zal worden gevonden.

 
  
MPphoto
 

  Giorgos Dimitrakopoulos (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, ik ben het eens met en erken het Europees perspectief van Turkije. Als wij echter willen dat dit perspectief ook tot een goed einde wordt gebracht, moet Turkije zich van het volgende kwijten:

Ten eerste moet het de rechten van minderheden daadwerkelijk eerbiedigen en nalaten een beleid te voeren als dat voor Imvros en Tenedos.

Ten tweede moet het zijn betrekkingen met de lidstaat Griekenland verbeteren door bijvoorbeeld de casus belli op te heffen en de schendingen van het Grieks luchtruim in de Egeïsche Zee definitief stopzetten.

Ten derde moet het vooruitgang boeken in de kwestie-Cyprus. Deze vooruitgang moet zijn beslag vinden in enerzijds de terugtrekking van de Turkse bezettingslegers en anderzijds een door meer opbouwendheid gekenmerkte houding bij alle aspecten van het vraagstuk. Ik wil eraan herinneren dat ik tot de generatie behoor die opgroeide met de leus: "Onze grenzen liggen in Kyrenia".

 
  
MPphoto
 

  Joel Hasse Ferreira (PSE).(PT) Het proces dat moet uitmonden in de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, vordert traag. Op dit moment wordt het proces niet zozeer opgehouden door het matige tempo waarmee Turkije hervormingen doorvoert, dan wel door het getalm van de Raad en de Europese Commissie. Over de economische, sociale en politieke gevolgen van de toekomstige toetreding van Turkije is in december uitvoerig gedebatteerd in de Poolse stad Sopot, tijdens een conferentie waaraan ik tot mijn eer en genoegen als spreker heb mogen deelnemen.

Met betrekking tot de prioriteiten van de Turkse regering moet ik verwijzen naar de ontbijtvergadering met premier Erdogan die in januari in Brussel heeft plaatsgevonden. Deze vergadering heeft voor de nodige opheldering gezorgd, samen met de contacten die sommigen onder ons hebben gelegd met de republikeinse zijde en de betrekkingen met diverse vooraanstaande personen en organisaties uit de Republiek Turkije, alsmede het werk dat wij hebben verricht in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Turkije.

Tot slot wil ik onderstrepen, mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, dat dit proces beslissend is voor de totstandkoming van een echt uitgebreid en sterk Europa, dat openstaat voor de wereld, van een seculier en democratisch Europa, waarin de democratisch verenigde Republiek Cyprus de plaats krijgt die haar toekomt.

 
  
MPphoto
 

  Metin Kazak (ALDE).(BG) Dank u wel mevrouw de Voorzitter. Turkije is voor Europa van groot belang op geostrategisch gebied en voor de energiezekerheid, en zal ook tijdens de crisis een stabiliserende factor blijven. Het is waar dat het hervormingsproces in het land is vertraagd door gebeurtenissen als de pogingen om de AK-partij op te heffen, de Ergenekon-zaak en de lokale verkiezingen. Door de benoeming van een nieuwe hoofdonderhandelaar ontstaat er echter een goede gelegenheid voor de Turkse regering om het