Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2135(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0131/2009

Ingediende teksten :

A6-0131/2009

Debatten :

PV 23/03/2009 - 20
CRE 23/03/2009 - 20

Stemmingen :

PV 26/03/2009 - 4.3
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0189

Debatten
Maandag 23 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

20. Vrijhandelsovereenkomst EU-India (korte presentatie)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0131/2009) van Sajjad Karim, namens de Commissie internationale handel, inzake een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en India (2008/2135(INI)).

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (PPE-DE) , ter vervanging van de rapporteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik breng in dit Parlement veel tijd door om uit te leggen dat ik niet de heer Karim maar de heer Kamall ben. Kennelijk is het nogal verwarrend om de heer Kamall te horen spreken over een verslag van de heer Karim. Ik spreek namens hem omdat hij door onvoorziene omstandigheden hier vanavond niet aanwezig kan zijn. Hij verontschuldigt zich daarvoor.

Zijn verslag behandelt op doeltreffende wijze zowel de handel in goederen, diensten, investering en intellectuele eigendom als ontwikkelingsvraagstukken. Er is nu een gezamenlijke alternatieve resolutie ingediend door de fracties van de PPE-DE, ALDE en UEN, omdat men vond dat de stemming op basis waarvan het oorspronkelijke commissiebesluit tot stand was gekomen niet representatief was, waardoor nog verschillende protectionistische bepalingen in het verslag waren blijven staan. De alternatieve resolutie benadrukt duidelijker het grote belang van een handelspartner als India voor de EU en de voordelen die de liberalisering van de handel voor beide landen met zich mee kan brengen.

De EU en India zijn in juni 2007 onderhandelingen gestart over wat een vrijhandelsovereenkomst wordt genoemd, maar wat velen waarschijnlijk liever - en correcter - een preferentiële handelsovereenkomst zouden noemen. In het verslag wordt gepleit voor een uitgebreide, ambitieuze en evenwichtige vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en India, waarbinnen de markttoegang voor goederen en diensten verbetert, die nagenoeg alle handel beslaat, die bepalingen bevat betreffende de transparantie van de regelgeving op voor wederzijdse handel en investeringen relevante gebieden, alsmede op gebieden als sanitaire en fytosanitaire normen, bescherming van intellectuele eigendom, handelsbevordering en douane.

Een van de belangrijkste punten van het verslag is dat, als we naar de handel in goederen kijken, de gemiddelde toegepaste tarieven van India zijn verlaagd tot niveaus die vergelijkbaar zijn met die van andere landen in Azië. Ik wijs erop dat het gemiddelde toegepaste tarief van India nu 14.5 procent is tegenover een EU-gemiddelde van 4.1 procent. In het verslag wordt ook nota genomen van de zorgen van India over de gevolgen van REACH, de kostbare certificaten voor de export van fruit naar de EU en de dure conformiteitsprocedures voor de CE-markering, en benadrukt dat deze knelpunten in de preferentiële handelsovereenkomst moeten worden opgelost.

In het verslag wordt er ook op gewezen dat liberalisering van diensten op geen enkele wijze een belemmering mag zijn voor het recht om diensten te reguleren, met inbegrip van openbare diensten. Wij moeten echter ook erkennen dat de staat er vaak niet in slaagt zogenoemde ‘openbare’ diensten te leveren, en dat daar een taak ligt voor andere actoren dan de staat, voor particulieren die elementaire diensten kunnen leveren voor armen, zeer zeker als de staat dit niet alleen kan wegens een gebrek aan voldoende middelen.

De handel in diensten tussen de EU en India is betrekkelijk onevenwichtig: de EU voert 1.5 procent van haar diensten uit naar India, terwijl India 9.2 procent van zijn diensten uitvoert naar de Europese Unie. Het verslag roept India ook op passende wetgeving op het gebied van gegevensbescherming te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat wij er in onze handel in diensten op kunnen vertrouwen dat de Indiase bedrijven in staat zijn grote hoeveelheden gegevens te verwerken. Er zijn namelijk wel enige zorgen over de bescherming van gegevens.

In het verslag wordt ook erkend dat de investeringshoofdstukken vaak gepaard gaan met toezeggingen om kapitaalverkeer te liberaliseren en controles op dat verkeer af te schaffen. Daarom verzoeken wij de Commissie af te zien van zulke clausules, gegeven het belang van kapitaalbeheersing, vooral voor arme landen, bij de bestrijding van de gevolgen van de financiële crisis.

Verder verwelkomt het verslag het streven van India om een krachtige regeling inzake de bescherming van intellectuele eigendom tot stand te brengen en gebruik te maken van de flexibiliteit in TRIPS om aan zijn verplichtingen op het gebied van de volksgezondheid te voldoen. Nogmaals, wij moeten ons allen realiseren dat te veel verplichtingen op het gebied van de volksgezondheid er vaak toe kunnen leiden dat mensen in arme landen geen toegang hebben tot medicijnen, doordat farmaceutische bedrijven niet worden gestimuleerd om medicijnen voor die landen te ontwikkelen.

Tot slot wordt in het verslag erkend dat een uitvoerig ontwikkelingshoofdstuk een essentieel onderdeel van alle handelsovereenkomsten moet vormen en dat wij moeten zorgen voor handel en buitenlandse directe investeringen. In het verslag wordt ook aandacht geschonken aan de bezorgdheid die met name in dit Parlement bestaat over vraagstukken als milieunormen en fundamentele wetgeving op het gebied van arbeid en veiligheid en gezondheid op het werk. Wij moeten ook erkennen dat bij het streven naar een zeker evenwicht tussen handelsvraagstukken en milieubescherming, ILO-normen, enzovoort, de balans vaak te ver naar één kant doorslaat en deze aspecten uiteindelijk voorrang krijgen boven de handel zelf. Daarmee veroordelen we de arme landen tot nog meer armoede, omdat wij het voor de ondernemers in die landen moeilijk maken hun capaciteiten te ontwikkelen.

 
  
MPphoto
 

  Louis Michel, lid van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het Europees Parlement danken voor de levendige belangstelling die het aan de dag heeft gelegd voor onze onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en India.

Ik ben in het bijzonder de heer Kamall en de Commissie Internationale handel erkentelijk voor de uitmuntende werkzaamheden die zij, samen met de medeadviserende Commissies buitenlandse zaken en ontwikkelingssamenwerking, hebben verricht tijdens de voorbereiding van het verslag over deze vrijhandelsovereenkomst. Er hebben uitgebreide gedachtewisselingen met het Parlement plaatsgevonden en in de ontwerpresolutie komen vrijwel alle mogelijke aspecten van de onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst EU/India aan de orde. De standpunten die naar voren zijn gebracht zullen bij onze onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten goed van pas komen.

Wanneer we het hebben over de vrijhandelsovereenkomst EU/India, moeten wij de algemene achtergrond en de complexiteit van onze strategische betrekkingen met India voor ogen houden, alsmede de samenwerkingsovereenkomst van 1994 en het gemeenschappelijk actieplan. Dit zijn slechts twee van de belangrijke initiatieven en dialogen die we met India op gang hebben gebracht.

Wij zijn ervan overtuigd dat het van het grootste belang is om een ambitieuze vrijhandelsovereenkomst met India te sluiten. Beide partijen zullen hiervan de vruchten plukken, zowel de Europese Unie als India.

Hoe ambitieuzer de overeenkomst, hoe groter het economische voordeel dat voor beide partijen zal ontstaan. Dat is een van de belangrijkste conclusies van de studie naar de effecten en de duurzame ontwikkeling die in het kader van de onderhandelingen door een onafhankelijk adviesbureau is verricht.

In deze studie worden de sociaaleconomische en milieueffecten en de gevolgen voor duurzame ontwikkeling van de toekomstige vrijhandelsovereenkomst geanalyseerd en wordt bekeken welke begeleidende maatregelen eventueel moeten worden getroffen.

Deze studie bevindt zich momenteel in de eindfase en zal in principe in april worden gepubliceerd. Dat is ruim op tijd voor de lopende onderhandelingen.

Ik zal u kort informeren over de stand van de onderhandelingen. Sinds het startschot in juni 2007 zijn er zes onderhandelingsrondes gehouden. De zesde ronde heeft vorige week plaatsgevonden van 17 tot en met 19 maart in Delhi. Naar verwachting zullen dit jaar nog twee sessies worden gehouden, idealiter na de verkiezingen in India in april en vóór de top EU/India in november.

Bij deze onderhandelingen is inhoudelijk vooruitgang geboekt met alle onderwerpen die deel uitmaken van de vrijhandelsovereenkomst, maar er is nog veel werk te verzetten.

Concreet gesproken: wij hebben tariefaanbiedingen uitgewisseld, er hebben goede gesprekken plaatsgevonden over een aantal belangrijke dienstensectoren en we hebben vooruitgang geboekt met discussies over teksten op vrijwel alle terreinen van de overeenkomst. Niettemin is een akkoord nog ver weg.

Ter afsluiting wil ik nogmaals namens de Commissie uitspreken het Parlement en de rapporteur bedanken. De Commissie kijkt uit naar andere gelegenheden voor doeltreffende samenwerking met het Parlement.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – De presentatie is afgehandeld.

De stemming vindt donderdag 26 maart 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Kader Arif (PSE), schriftelijk. (FR) Ons Parlement heeft woensdag een oordeel geveld over de toekomstige vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en India. Dankzij het werk van de socialisten wordt in de door de parlementaire commissie goedgekeurde tekst gewezen op de wankele sociaaleconomische situatie van India, een land waar 80 procent van de bevolking leeft van minder dan twee dollar per dag. Dit is de realiteit en de PSE-Fractie heeft dan ook een groot aantal amendementen ingediend om erop te wijzen dat voor de versterking van de handelsbetrekkingen van de EU met India een strikt kader moet worden gecreëerd, zodat de openbare dienstverlening niet wordt geliberaliseerd, de gezondheidszorg en de toegang tot essentiële geneesmiddelen worden gewaarborgd en de belangen van de meest kwetsbare personen en sectoren worden beschermd. Zoals niemand heeft verbaasd, heeft een rechts bondgenootschap in het Parlement in de plenaire vergadering een tekst voorgelegd met een veel liberalere teneur, waarin wordt aangedrongen op liberalisering van de bank- en verzekeringssector, de postdiensten en overheidsopdrachten. Tijdens de stemming woensdag zal ik op de bres staan voor de socialistische visie van eerlijke handel en me verzetten tegen iedere poging van rechts om die beginselen onderuit te halen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (PSE), schriftelijk. (RO) De handel tussen de EU en India is tussen 2000 en 2007 meer dan verdubbeld. De uitvoer is gestegen van 13,7 miljard tot 29,5 miljard euro, terwijl de invoer toegenomen is van 12,8 miljard tot 26,3 miljard euro. In 2007 nam India 2,4 procent van de uitvoer uit en 1,8 procent van de invoer in de EU voor zijn rekening. Dat land neemt op dit moment op de lijst van de belangrijkste handelspartner van de EU de negende plaats is.

Ik vind dit verslag een goede zaak omdat het pleit voor een uitgebreide, ambitieuze en evenwichtige vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en India waarbinnen de markttoegang voor goederen en diensten verbetert, die nagenoeg alle handel beslaat, die bepalingen bevat betreffende de transparantie van de regelgeving op alle voor wederzijdse handel en investeringen relevante gebieden, evenals betreffende normen en conformiteitsbeoordeling, SPS, IER met inbegrip van uitvoering, handelsbevordering en douane, overheidsopdrachten, handel en mededinging, handel en ontwikkeling en mensenrechtenclausule als essentieel element van de vrijhandelsovereenkomst.

Ik wil graag benadrukken dat deze vrijhandelsovereenkomst er een bijdrage aan moet leveren:

- dat de toename van de bilaterale handel aan zoveel mogelijk mensen ten goede komt, en

- dat India zijn millenniumdoelen voor ontwikkeling haalt, onder meer wat het voorkomen van milieuverloedering en het in acht nemen van de sociale normen betreft.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Rogalski (UEN), schriftelijk. (PL) India is een land van contrasten. Het imago van dit land in de wereld is beïnvloed door problemen als overbevolking, armoede (80 procent van de Indiase bevolking moet rondkomen met minder dan twee dollar per dag) en ziekte. Dankzij de recente economische vooruitgang heeft India zich tot een van de belangrijkste economieën in de wereld kunnen ontwikkelen. De bijdrage van India tot de vooruitgang op het gebied van geneeskunde, technologie en ruimteonderzoek staat evenwel in schril contrast met het gebrek aan voedsel en schoon water in dit land.

De Europese Unie is de grootste buitenlandse investeerder in India en de voornaamste handelspartner van het land. In 2007 nam de Europese Unie 65 procent van alle investeringen in India voor haar rekening. Ook de stroom van investeringen vanuit India naar de Europese Unie is de afgelopen jaren exponentieel toegenomen. De Europese Unie zou voorrang moeten geven aan een op regels gebaseerd multilateraal handelssysteem zoals door de WTO tot stand is gebracht, aangezien dit de beste vooruitzichten biedt voor een rechtvaardige en eerlijke internationale handel.

We dienen echter te benadrukken dat India de strijd moet aangaan tegen het wijd verspreide hongerprobleem (India neemt de 66ste plaats in op de wereldwijde hongerindex van 88 landen). Verder heeft India, een internationale kernmogendheid, het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens niet ondertekend. Daarnaast is ook het probleem van kinderarbeid, waarbij kinderen veelal in onveilige en ongezonde omstandigheden worden tewerkgesteld, een reden tot bezorgdheid.

Mensenrechten- en democratieclausules zouden een fundamenteel onderdeel moeten zijn van iedere vrijhandelsovereenkomst met India. Voorts moeten we verzekeren dat alle afspraken en normen inzake sociale en milieuaangelegenheden worden nageleefd.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid