Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0002(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0512/2008

Ingediende teksten :

A6-0512/2008

Debatten :

PV 24/03/2009 - 16
CRE 24/03/2009 - 16

Stemmingen :

PV 25/03/2009 - 3.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 24 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

16. Nieuwe voedingsmiddelen (uniforme procedure) (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0512/2008) van Kartika Tamara Liotard, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende nieuwe voedingsmiddelen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. XXX/XXXX (uniforme procedure) (COM(2007)0872 – C6-0027/2008 – 2008/0002(COD)).

 
  
MPphoto
 

  Kartika Tamara Liotard, rapporteur. − Voorzitter, allereerst wil ik alle schaduwrapporteurs bedanken, want zij hebben mij heel goed geholpen om verbeteringen in het Commissieverslag aan te brengen. Ik moet ook de samenwerking met het Tsjechisch voorzitterschap noemen. Zij hebben ook heel goed meegedacht en wij zouden bijna tot een overeenkomst in eerste lezing kunnen komen, maar er waren nog een paar kleine hangende punten en het is ook een stuk democratischer om eerst in dit Huis te stemmen.

Toen ik voor het eerst hoorde dat de Commissie met regelgeving over nieuwe voedingsmiddelen kwam, vroeg ik me af wat nou eigenlijk met nieuwe voedingsmiddelen bedoeld werd. Verder verbaasde ik me erover dat in het Commissievoorstel de interne markt als uitgangspunt werd genomen.

Om met dat laatste te beginnen. Zoals heel veel onderwerpen hier in het Parlement kan je ook dit onderwerp benaderen vanuit het perspectief van de interne markt, vanuit de producent of vanuit de economie. Maar je kan het ook benaderen vanuit de optiek van voedselveiligheid, de consument, gezondheid en milieu, met andere woorden gebaseerd op het welzijn van de Europese burger. In de EU wordt ook heel vaak gesproken over milieu en dierenwelzijn en ik dacht: laten we het in dit verslag niet alleen bij woorden houden, maar laten we ook de daad bij het woord voegen. Wanneer dus in mijn verslag over de nieuwe voedingsmiddelen een keuze moest worden gemaakt, heb ik in eerste instantie gekozen voor de voedselveiligheid, het welzijn van de consument, voedselveiligheid, milieu en dierenwelzijn. Ik hoop van harte, en ik heb het van de schaduwrapporteurs ook al vernomen, dat zij mij op dit punt in de stemming zullen ondersteunen.

Natuurlijk is innovatie ook ontzettend belangrijk. Nu kom ik bij mijn tweede punt: wat zijn nou eigenlijk nieuwe voedingsmiddelen? Uit het Commissievoorstel kwam dat nog niet heel duidelijk naar voren. De Commissie liet mij toen weten dat het bijvoorbeeld ging om nanotechnologie en om vlees van gekloonde dieren. Om even met nanotechnologie te beginnen: ik wist absoluut niet wat het was. Ik denk dat heel veel consumenten ook niet weten wat het is, maar het blijkt dat het al meer in ons voedsel voorkomt dan we denken: in energiedrankjes, in verpakkingsmaterialen van groenten en fruit, maar bijvoorbeeld ook in bepaalde oliën en theeën. Er moet dus heel snel regelgeving komen, want technologie is leuk, kan goed zijn voor de consument, maar we moeten wel zeker weten dat wat op ons bord komt, veilig is. Het moet dan ook onder de verordening vallen.

Wat nu het vlees van gekloonde dieren betreft, zei het Parlement al eerder in een resolutie aan de Commissie dat het niet wilde dat vlees van gekloonde dieren als voedsel op de markt komt. Als vlees van gekloonde dieren onder deze verordening zou vallen, geven wij als Parlement indirect toe dat we het toch goed vinden dat dergelijk vlees als voedsel op onze markt komt. Dit kan niet en het vlees van gekloonde dieren moet dan ook buiten de werkingssfeer van deze verordening vallen. Het gaat hier niet zozeer om de veiligheid. Er gaat gewoon veel dierenleed gepaard met het klonen van vlees en heel veel van deze kloondieren blijven niet eens lang in leven. Het heeft dus geen enkele meerwaarde voor de voedselvoorziening op dit moment.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, op 15 januari 2008 heeft de Commissie haar voorstel betreffende nieuwe voedingsmiddelen bij de Raad en het Europees Parlement ingediend. Met dit voorstel wordt beoogd de administratieve lasten van de exploitanten van levensmiddelenbedrijven bij de aanvraag van een tijdelijke toelating voor innovatieve voedingsmiddelen te verminderen.

Het huidige voorstel handhaaft het principe dat er een tijdelijke toelating voor innovatieve producten nodig is, om de consumenten ervan te verzekeren dat nieuwe fok- of productietechnieken veilig zijn voor mens en dier en het milieu, en om de belangen van de consumenten te respecteren.

Het voorstel stroomlijnt en versnelt het toelatingsproces middels een gecentraliseerde veiligheidsbeoordeling voor voedsel door de EFSA en legt precieze tijdslimieten voor ieder stadium van de procedure vast. Het houdt ook een verbeterde veiligheidsevaluatie in die perfect is toegesneden op de verschillende soorten levensmiddelen, waardoor veilige traditionele levensmiddelen uit derde landen gemakkelijker naar de EU kunnen worden ingevoerd.

Ik zou graag mijn waardering willen uitspreken voor het werk van het Parlement, dat in zijn verslag de belangrijke vraagstukken betreffende de ontwikkeling van een veilige voedselsector aan de orde stelt. Ik zou mijn ondersteuning voor de volgende principes willen bekrachtigen: de behoefte aan een definitie voor technisch vervaardigde nanomaterialen en de duidelijke bepaling dat voor al deze producten per geval een toelating door de instellingen van de EU vereist is, en de bevestiging dat voedingsmiddelen van gekloonde dieren nieuwe levensmiddelen zijn en daarom niet op de markt mogen worden gebracht zonder door de EFSA te zijn beoordeeld en te zijn toegelaten via een regelgevingsprocedure.

Ik kijk uit naar uw standpunten met betrekking tot deze gevoelige onderwerpen en zou graag de rapporteur, mevrouw Liotard, en de schaduwrapporteurs voor hun waardevolle werk aan dit belangrijke verslag willen danken.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. − (CS) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag mijn collega's willen bedanken voor hun steun aan de voorstellen die ik als rapporteur heb neergelegd. Deze betreffen onder meer het overdragen van omstreden gevallen aan de Europese Groep Ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën, alsook een verkorting van de duur waarvoor de data beschermd zijn tot vijf jaar, hetgeen het innovatietempo verhoogt. Ik wil er echter op wijzen dat er in de afgelopen twaalf jaar slechts 86 zaken werden ingediend. Achtentwintig nieuwe voedingsmiddelen daarvan werden goedgekeurd en drie afgewezen. De huidige wetgeving is niet bijster overzichtelijk en daarom werken we momenteel aan de harmonisering van de methoden van de verschillende lidstaten op dit gebied en proberen wij het goedkeuringsproces alsook het op de markt brengen van nieuwe voedingsmiddelen te vereenvoudigen.

Ik ben echter niet zo heel erg gelukkig met het ontwerpverslag. Het spijt mij te zien dat de collega's niet goed op de hoogte zijn van de dwarsverbanden met de verordening inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. Het is namelijk zo dat de voorgestelde verordening geen betrekking heeft op genetisch gemodificeerde levensmiddelen waarvoor er reeds een aparte verordening bestaat. Het is daarom niet nodig er hier dan nog eens bepalingen over op te nemen. Daarom ben ik tegen de voorstellen met betrekking tot de bescherming van dier en milieu, de diervoeders en genetisch gemodificeerde levensmiddelen. Dit alles valt eenvoudigweg niet onder de werking van deze verordening en de gang van zaken hieromtrent wordt met dit voorstel nodeloos ingewikkelder. Dat neemt overigens niet weg te dat het hier om een belangrijk onderwerp gaat. Ik ben anderzijds voorstander van een verordening waarmee regels in het leven worden geroepen voor met behulp van nanotechnologieën geproduceerde levensmiddelen en die ondubbelzinnig bijdraagt aan de voedselveiligheid voor de Europese burger.

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, dit is een ingewikkeld dossier waarover men van mening kan verschillen, zodat ik om te beginnen graag de rapporteur zou willen danken voor het feit dat zij consensusgericht een aantal standpunten heeft aanvaard, ofschoon zij persoonlijk misschien een andere mening was toegedaan. Er bestaat echter algemene overeenstemming tussen de fracties over het feit dat er een duidelijke verordening voor nieuwe levensmiddelen moet komen, zowel om de consument te beschermen als ook om de producenten rechtszekerheid te bieden.

Ik zou nu graag de commissaris willen danken. Niet alleen voor haar werk, maar ook voor haar inleiding, die nog eens zeer duidelijk heeft gemaakt dat het in de bedoeling ligt deze gehele procedure te vereenvoudigen en te stroomlijnen. Inderdaad is een van de belangrijkste beginselen van onze fractie dat zo’n verordening ertoe moet bijdragen de ontwikkeling van dergelijke levensmiddelen te vereenvoudigen en dat zij niet zoveel beperkingen mag opwerpen dat dergelijke levensmiddelen nooit zullen worden ontwikkeld. Daarom hebben we om een hoofdelijke stemming over amendement 30 gevraagd om de ondersteuning voor dit hoofddoel te bekrachtigen.

We zijn ook van mening dat zo’n verordening proportioneel en praktisch dient te zijn. Daarom zijn we tegen het voorstel dat voor ieder product dat met behulp van nanomaterialen is geproduceerd, dit op het etiket moet worden aangegeven. We zijn ook tegen het voorstel dat een nieuw levensmiddel niet kan worden goedgekeurd wanneer het “ongunstige gevolgen voor het milieu heeft na consumptie of als het afval is geworden”. Dat klinkt misschien redelijk, maar wie stelt zo’n feit vast en op grond van welk bewijs? Zouden op grond van zo’n regel niet ook bepaalde bestaande producten moeten worden verboden?

We zijn het ermee eens dat de Commissie een wetgevingsvoorstel inzake klonen moet voorleggen. We zijn het er ook mee eens dat de gegevensbescherming voor een bepaalde tijd moet worden versterkt. We zijn er dankbaar voor dat een aantal van onze amendementen in de commissie is aanvaard en hopen dat al onze amendementen die het in de commissie net niet hebben gehaald, uiteindelijk morgen in de plenaire vergadering zullen worden aangenomen. Maar ik kan u bevestigen dat wij als teken van onze algemene steun het voorstel zullen doen om uiteindelijk voor het verslag te stemmen om dit project op stapel te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Åsa Westlund, namens de PSE-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de Commissie van harte bedanken voor dit voorstel. Ik wil ook mevrouw Liotard bedanken voor een uitstekend verslag waarin de delen die ik bijzonder belangrijk vind, namelijk de volksgezondheidsaspecten en de consumentenbescherming, ten opzichte van het Commissievoorstel veel verbeterd zijn. Ik herken ook vele van de kwesties waar we bij een vorige gelegenheid samen aan hebben gewerkt met betrekking tot levensmiddelenadditieven.

Het gaat om kwesties in verband met nanodeeltjes en nanomateriaal. Zij komen erg goed aan bod in het verslag van de rapporteur, maar ook in een amendement van mevrouw Breyer dat ik herken uit de werkzaamheden betreffende de cosmeticarichtlijn. We dienden toen ongeveer hetzelfde voorstel in dat nu in de richtlijn is aangenomen en dat vanzelfsprekend ook hier zou moeten worden opgenomen. Het gaat om etikettering van nanomateriaal en het feit dat de inhoud altijd duidelijk moet zijn voor de consument zodat wie dat wil ook de mogelijkheid heeft om niet voor voedingsmiddelen te kiezen die nanodeeltjes of nanomateriaal bevatten.

Andere aspecten die ik herken en waar ik mee ingenomen ben, zijn dat men rekening moet kunnen houden met de effecten van het voedsel op het milieu. Dat is een erg belangrijke kwestie die nog aan belang wint. Zij heeft zelfs ethische aspecten, bijvoorbeeld wat betreft klonen, wat nu op een goede en duidelijke manier in het verslag is behandeld. Het gaat niet om wat de gevolgen van het eten van gekloond vlees zijn voor de consument, maar vooral om ethische aspecten waar we feitelijk rekening mee moeten houden bij het nemen van besluiten over dit soort wetgeving.

Ik wil ook zeggen dat ik het met de rapporteur eens ben dat ook een toelating moet worden geëist wanneer het gaat om nanomateriaal in verpakkingen die met voedingsmiddelen in contact komen.

De Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement vindt het voorstel van de rapporteur erg goed. We zullen ook een aantal van de amendementen steunen. We hopen dat we nog snel een overeenkomst met de Commissie kunnen bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Magor Imre Csibi, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, verordeningen over nieuwe voedingsmiddelen moeten zorgen voor de diversificatie van levensmiddelen op de Europese markt, en bovendien verzekeren ze dat deze nieuwe producten veilig zijn voor de consument.

Op grond van de huidige verordening worden vanwege de zeer ingewikkelde aanvraag- en beoordelingsprocedures echter zeer weinig nieuwe voedingsmiddelen tot de EU-markt toegelaten. Wanneer we de huidige procedures op de toelating van de aardappel of de kiwi hadden toegepast, dan zouden we die nu nog steeds niet kunnen eten. De herziening van de huidige verordening moet gericht zijn op een efficiënter en werkbaarder toelatingsstelsel voor nieuwe voedingsmiddelen.

Ik begrijp de zorgen van sommige van mijn collega’s over de markttoelating van nieuwe producten die een gevaar zouden kunnen vormen of de consument zouden kunnen misleiden. We mogen echter niet het slachtoffer van een veiligheidshysterie worden en de innovatie om zeep helpen, en we mogen de nieuwe voedingsmiddelen niet discrimineren en een situatie scheppen die ongunstiger is voor nieuwe producten dan voor producten die al op de markt zijn maar niet noodzakelijkerwijze een voedingsvoordeel voor de consumenten hebben. De consument heeft immers de vrije keus.

Over het algemeen is mijn fractie tevreden met het resultaat van de stemming in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. Er zijn echter een paar onderwerpen die het kader van deze verordening te buiten gaan en die wij daarom niet kunnen ondersteunen. Zo kunnen we bijvoorbeeld niet eisen dat een nieuw voedingsmiddel geen negatieve gevolgen voor het milieu heeft. Of we het nu goed vinden of niet, alle menselijk activiteiten hebben gevolgen voor het milieu, en zo’n bepaling is in dit verband onevenredig. Mijn fractie is in plaats daarvan van mening dat we het juiste evenwicht moeten bereiken tussen het bevorderen van innovatie en de toepassing van het voorzorgsbeginsel betreffende voedselveiligheid, consumenten- en milieubescherming en dierenwelzijn.

Onze benadering was gericht op het verminderen van de lange en bureaucratische procedures voor het in de handel brengen van nieuwe voedingsmiddelen en op het beschermen van de investeringen van de industrie door versterkte gegevensbescherming.

Met het oog hierop hebben we voor de stemming in de plenaire vergadering een reeks amendementen opnieuw ingediend die ten doel hebben de procedure te vereenvoudigen voor producten die vergelijkbaar zijn met producten of ingrediënten die al in de handel zijn en waarvoor de toelatingsprocedure al onder de oude verordening is gestart. Aanvragen die onder de oude verordening in behandeling zijn genomen moeten overeenkomstig de ten tijde van indiening van het dossier in werking zijnde regels worden voltooid. Het opnieuw indienen van de aanvraag volgens de herziene verordening zou slechts nieuwe vertraging en kosten voor de industrie met zich meebrengen.

Tegelijkertijd hebben we ook gepoogd om de belangen van de consumenten te behartigen door de uitvoeringsmaatregelen te versterken met betrekking tot bijvoorbeeld het op de markt brengen en de controle en door de uitsluiting van gekloonde dieren uit de voedselketen en specifieke etiketteringsvoorschriften te ondersteunen.

Wat de kwestie van het klonen aangaat ben ik er een groot voorstander van dat voedingsmiddelen afkomstig van gekloonde dieren en hun afstammelingen buiten het toepassingsgebied van deze verordening worden gehouden, en ik roep de Commissie op om gekloonde dieren uit de voedselketen te weren. In september 2008 heeft het Europees Parlement met grote meerderheid een resolutie aangenomen waarin om een verbod op het gebruik van gekloonde dieren voor de voedselvoorziening werd gevraagd.

In onze politieke boodschap aan de Commissie en de burgers moeten we consequent zijn. Er zijn nog steeds wezenlijke vraagstukken die we dienen aan te pakken als het om de ethische gevolgen van het klonen van dieren voor de voedselvoorziening gaat en ook wat betreft de gevolgen van het klonen van dieren voor de menselijke gezondheid en het dierenwelzijn.

Daarom is de verordening voor nieuwe voedingsmiddelen niet het juiste kader voor zo’n ingewikkeld onderwerp. Indien in de toekomst uit gekloonde dieren afkomstige levensmiddelen op de Europese markt worden gebracht, dan dient dit aan de hand van een specifieke verordening te worden gedaan, die aan een publieke raadpleging wordt onderworpen en daarna democratisch wordt aangenomen.

Ik ben van mening dat het Parlement een hard standpunt moet innemen en door middel van een meerderheidsbesluit druk moet uitoefen op de Commissie om oplossingen te vinden die aan de wensen van de burgers voldoen.

We zullen ook de etikettering van nano-ingrediënten ondersteunen. De mensen hebben het recht om te weten wat ze eten en om dienovereenkomstig hun keuzes te maken. Wanneer sommige mensen zich zorgen maken over nanotechnologie, moeten ze in staat zijn om een andere keuze te maken. We zijn echter van mening dat de etikettering van levensmiddelen die geproduceerd zijn uit dieren die gevoerd zijn met genetisch gemodificeerd voer, simpelweg niet realistisch en niet haalbaar is. Ik ben persoonlijk zeer sterk tegen GGO’s, maar ik kan me niet voorstellen hoe we op doeltreffende wijze dieren zouden kunnen opsporen die al of niet met GGO’s zijn gevoerd.

 
  
MPphoto
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, Verordening (EG) nr. 258/97 betreffende nieuwe voedingsmiddelen is een goede gelegenheid om duidelijk te maken waar het in dit geval om gaat. Is het daadwerkelijk onze bedoeling om gezonde en veilige voedingsmiddelen te promoten en de gezondheid van de consumenten te beschermen of trachten we de belangen te verdedigen van bepaalde pressiegroepen en personen voor wie niet de mens en de menselijke gezondheid, maar alleen geld van tel zijn?

Als we bekommerd zijn om onze burgers en hun gezondheid, moeten we ervoor zorgen dat de consumenten toegang hebben tot eerlijke informatie over de oorsprong en de ingrediënten van voedingsmiddelen. Op de etiketten van dergelijke producten moet onder meer de volgende informatie worden vermeld: welke ingrediënten het product bevat en in welke hoeveelheden, of het levensmiddel op milieuvriendelijke wijze is geproduceerd en of het genetisch gemodificeerde organismen bevat, welke additieven, zoals voedingsenzymen en aroma's, aan het voedsel zijn toegevoegd, wat het land van herkomst is en of het product afkomstig is van gekloonde dieren, iets wat naar mijn mening volledig verboden zou moeten zijn.

Eigenlijk zou de noodzaak van de tenuitvoerlegging van gepaste procedures voor het afgeven van vergunningen voor de productie en het in de handel brengen van nieuwe voedingsmiddelen niet ter discussie mogen staan. Deze procedures moeten de consumenten behoeden voor de gevaren van ongezonde voeding en voorkomen dat ze worden misleid. De rapporteur, mevrouw Liotard, heeft haar steun verleend aan het verslag van de Commissie over de noodzaak van transparante toelatingsprocedures voor nieuwe voedingsmiddelen, maar heeft tegelijkertijd talrijke amendementen ingediend. Dit geeft blijk van de inzet die zij aan de dag heeft gelegd met het oog op de totstandkoming van dit verslag. Hiervoor verdient zij zonder enige twijfel erkenning.

 
  
MPphoto
 

  Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Liotard, dames en heren, voor nieuwe voedingsmiddelen hebben wij nieuwe regels nodig, want onze voorschriften voor nanotechnologie mogen niet minder strikt zijn dan die voor cosmetica.

Er is behoefte aan een definitie van nanomaterialen en een duidelijke etikettering. Maar nanovoedingsmiddelen mogen niet worden toegelaten voordat er specifieke risicobeoordelingsmethoden zijn. Anders gebruiken wij de consument als proefkonijn, wat hopelijk niemand wil.

Bij de gentechnologie moeten wij zo spoedig mogelijk het etiketteringshiaat opvullen. Het kan niet zo zijn dat voedingsmiddelen afkomstig van dieren die met GGO's zijn gevoederd niet worden geëtiketteerd. Traceerbaarheid bestaat op papier. Het kan dus. We zullen trouwens morgen zorgvuldig nagaan hoe de afgevaardigden uit Duitsland hebben gestemd, omdat hier sprake is van een etiketteringshiaat. Wij willen de consumenten niet onmondig maken. Zij moeten zelf kunnen beslissen.

Voor alle duidelijkheid, wij willen niet dat kloonvlees in Europa wordt toegelaten. Wij zijn daartegen vanuit het oogpunt van dierenbescherming en om ethische redenen. Daar zou deze verordening geen enkel misverstand over moeten laten bestaan.

Tot slot: dieren mogen niet onnodig lijden. Daarom eisen wij een duidelijk verbod op duplicerende proeven op dieren. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Renate Sommer (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, het zou fijn zijn als u ook mij die extra halve minuut zou gunnen die u mijn collega van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie, mevrouw Breyer, zojuist hebt toegestaan.

De Commissie heeft een goed voorstel ingediend tot wijziging van de verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen. Helaas wordt getracht om met enkele amendementen dit voorstel aan te vullen met bepalingen die niet stroken met de doelstellingen van de verordening of zelfs indruisen tegen bestaande jurisprudentie. Exploitanten van levensmiddelenbedrijven kunnen de plicht tot monitoring van nieuwe voedingsmiddelen met het oog op de gezondheid en het welzijn van dieren domweg niet aan.

Bovendien wordt opnieuw een poging gedaan om bestaande GGO-wetten te ondergraven, ditmaal met de eis van speciale etiketteringsvoorschriften voor nieuwe voedingsmiddelen die afkomstig zijn van dieren die met genetisch gemodificeerde diervoeders zijn gevoederd. Dat hebben we zojuist kunnen horen.

In principe hoort alles wat met GGO-wetgeving te maken heeft niet in de verordening over nieuwe voedingsmiddelen thuis. Ik zeg dit hoewel ik zelf bijvoorbeeld het verzoek heb gedaan om nieuwe plantensoorten niet onder de definitie van nieuwe voedingsmiddelen te laten vallen. Het kan echter niet zo zijn dat bepaalde belanghebbenden in dit Huis de verordening over nieuwe voedingsmiddelen voor verkiezingsdoeleinden willen misbruiken. Een dergelijke poging schemert ook door in de amendementen 62 en 90, waarvoor De Groenen om een hoofdelijke stemming hebben verzocht. Wie willen zij daarmee aan de schandpaal nagelen? Ook mijn fractie is altijd opgekomen voor het recht van de consument om te weten welke stoffen voedingsmiddelen bevatten. Waarom zou je dan in de lijst van de ingrediënten dus niet op nanomaterialen moeten wijzen? En hoewel in amendement 62 op wat onbeholpen wijze wordt getracht vooruit te lopen op mijn verslag over de etikettering van levensmiddelen, moet ik u vertellen dat ik deze etikettering van nieuwe voedingsmiddelen volstrekt in overeenstemming met mijn verslag beschouw.

Ik beveel daarom mijn fractie aan om in te stemmen met genoemde amendementen en zal in mijn verslag over de verordening inzake de etikettering van levensmiddelen verwijzingen opnemen naar het deel van de verordening over nieuwe voedingsmiddelen waarin de etikettering wordt behandeld. Dat is mogelijk omdat wij, tegen de wil van De Groenen, de eerste lezing over de etikettering van levensmiddelen naar de volgende zittingsperiode hebben verplaatst. Het moet iedereen toch wel duidelijk zijn hoe goed die verplaatsing nu uitkomt.

Over klonen kunnen we kort zijn: dat is dierenmishandeling. Wij zijn daar tegen. Desondanks moeten levensmiddelen op passende wijze in deze verordening worden opgenomen, omdat ze anders in een ...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (PSE). (HU) Het is een enorme geruststelling voor Europese consumenten dat ze volledig kunnen vertrouwen op de EU-voedingsmiddelen op hun bord. Op de middellange en lange termijn is dit een van de belangrijkste argumenten voor de instandhouding van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. We moeten de Europese producenten compenseren voor de omstandigheid dat wij strengere regels voor voedselveiligheid en milieubescherming opstellen dan onze concurrenten buiten de Europese Unie.

Het zou goed zijn als we tijdens de WTO-besprekingen onze legitieme eis zouden kunnen laten gelden dat onze internationale concurrenten even strenge normen en regels in acht nemen op het gebied van voedselveiligheid, gezondheid van planten en dieren en milieubescherming.

De verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen en het voorliggende verslag met amendementen staan ook in dienst van betere voedselveiligheid. Tegelijkertijd wordt het door de uitdagingen die voortkomen uit de huidige wereldwijde voedselcrisis en de gestage groei van de bevolking belangrijker en zelfs cruciaal om naar nieuwe oplossingen te zoeken. Om ervoor te zorgen dat de aarde in 2050 negen miljard mensen kan voeden, is het onontbeerlijk dat we de mogelijkheden benutten die worden geboden door technologische ontwikkeling, in de eerste plaats biotechnologie.

Om misverstanden te voorkomen: dit verslag gaat niet over genetisch gemodificeerde voeding. Conform de bedoeling van de Commissie vallen voedingsmiddelen die met behulp van nanotechnologie zijn vervaardigd echter wel onder de nieuwe voedingsmiddelen. Ik begrijp de bezorgdheid van een aantal collega’s tot op zekere hoogte wel, maar het is belangrijk dat we beseffen dat nanotechnologie een van de sleutels voor de toekomst is.

Europa zou een grote concurrentieachterstand oplopen als het achter zou blijven bij de ontwikkelingen op dit gebied. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek parallel aan het vergunningsproces is essentieel en hiervoor biedt de ontwerpverordening een garantie. Een belangrijke afweging is het strikte regelsysteem voor etikettering. Het voedingsmiddel in kwestie mag geen aanleiding geven tot misleiding van de consument.

Er is ook een verhitte discussie gaande over gekloonde dieren. Het zou juister zijn het klonen in een aparte verordening vast te leggen. De afstammelingen van gekloonde dieren mogen conform de mening van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid niet worden gezien als klonen, maar in de verordening moeten desondanks ook de afstammelingen van gekloonde dieren worden opgenomen. Dit moeten we volstrekt duidelijk maken aan de consumenten.

 
  
MPphoto
 

  Mojca Drčar Marko (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, verleden jaar hebben we met overtuigende meerderheid voor de resolutie gestemd waarin een verbod op het klonen van dieren ten behoeve van de voedselvoorziening en op de verkoop van ieder product uit gekloonde dieren en hun nakomelingen werd voorgesteld.

Vóór de stemming over de wetgeving betreffende nieuwe voedingsmiddelen moeten we ons de redenen in herinnering brengen waarom we voorzichtig zijn geweest en de gevaren voor de gezondheid en het welzijn van dieren hebben beseft. Uit onze vroegere ervaringen met soortgelijke kwesties op het gebied van voedselveiligheid en de ethische betrekkingen tussen de mens als de heersende soort en de natuur weten we dat de publieke opinie zeer sterk afhankelijk is van specifieke kennis van zaken. De consumenten zijn in toenemende mate gevoelig voor het leed en het lijden van landbouwhuisdieren en daarom hebben ze het recht om te worden geïnformeerd over het feit dat klonen mogelijk pijn veroorzaakt en een verspilling van natuurlijke hulpbronnen betekent. Toch wordt de ontwikkeling van het klonen van dieren als methode voor de voedselproductie voortgezet zonder dat het publiek hiervan op de hoogte is.

Bij de problemen met het klonen gaat het niet alleen om het dierenwelzijn, maar ook om het vertrouwen van de consument in levensmiddelen, aangezien men ervan uitgaat dat in Europa de levensmiddelen in overeenstemming met strenge normen worden geproduceerd. Het onderzoek van Eurobarometer van oktober jongstleden stelde vast dat het publiek zich ernstige zorgen maakt over het hypothetische toekomstige gebruik van levensmiddelen uit klonen. Dit houdt verband met de verkoop van geïmporteerde levensmiddelen, die in Europa wellicht zouden kunnen worden verkocht zonder te worden geëtiketteerd als producten afkomstig van gekloonde dieren. Ik ben het daarom met de aanpak van de rapporteur eens, die er bij de Commissie op aandringt om met aparte wetgeving inzake klonen te komen.

Naast andere problemen die in de door mijn fractie ingediende amendementen worden behandeld, wil ik vooral mijn steun verlenen aan de uitwisseling van informatie uit dierproeven om zo onnodige nieuwe experimenten met dieren te voorkomen.

Ten slotte wil ik de rapporteur hartelijk danken voor haar grondige werk aan dit belangrijke stuk Europese wetgeving, dat zowel betrekking heeft op de voedselveiligheid als op de consumentenbescherming en het welzijn en de gezondheid van dieren.

 
  
MPphoto
 

  Satu Hassi (Verts/ALE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, mijn dank gaat uit naar mevrouw Liotard voor haar goede werk en uitstekende verslag. Ik ben vooral blij dat de commissie de risico’s van nanomaterialen serieus heeft genomen en het gebruik van vlees van gekloonde dieren wil verbieden. Klonen zorgt immers voor veel ellende bij dieren.

Ik vind ook amendement 60 belangrijk. De bedoeling daarvan is dat producten van dieren die zijn gevoed met genetisch gemodificeerd voer, dus melk, eieren en vlees, moeten worden gemerkt, en ik hoop dat dit de steun krijgt van het hele Parlement. De Europese consumenten mijden immers genetisch gemodificeerd voedsel en genetisch gemodificeerd voedsel dat afkomstig is van gewassen en gemerkt moet worden, is bijna niet in de winkels te vinden. Wat veevoer betreft is er een maas in de wetgeving, die het mogelijk maakt dat genetisch gemodificeerd veevoer op ons bord terecht komt. Een groot deel van het Europese veevoer wordt uit andere delen van de wereld geïmporteerd, vooral uit Brazilië en Argentinië, waar het aandeel genetisch gemodificeerd veevoer groot is.

Het wordt tijd dat wij het transparantiebeginsel uitbreiden naar veevoer en het merken van genetisch gemodificeerde producten naar dierlijke producten. De premier van mijn land steunde dit idee twee jaar geleden en ik hoop dat Finland dit ook in de Raad van ministers steunt.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben ingenomen met de herziening van de verordening betreffende nieuwe levensmiddelen die de innovatie in de levensmiddelen- en drankindustrie moet bevorderen. Zij dient de goede werking van de interne markt en de volksgezondheid te beschermen en tegelijkertijd het in de handel brengen van nieuwe levensmiddelen te vereenvoudigen.

Meer algemeen maak ik mij echter zorgen over wat ik de vooringenomenheid en het wantrouwen van dit Europees Parlement jegens de wetenschap zou willen noemen – en inderdaad ook van onze nationale parlementen – die inmiddels op tal van gebieden zorgwekkende vormen hebben aangenomen. Gevoelige, hysterische of populistische reacties op de nieuwste, collegiaal getoetste wetenschappelijke ontwikkelingen strekken ons niet tot eer, en we voldoen daarmee niet aan de verwachtingen die aan ons democratisch mandaat worden gesteld. Wanneer in dit Huis genetisch gemodificeerde producten, klonen en nanotechnologie aan de orde worden gesteld, wordt er geen enkel risico genomen en luidt het antwoord “nee". Daarna wordt de deur stukje bij beetje opengezet en wordt de toelating op de lange baan geschoven.

Ik maak me zorgen over EFSA, mevrouw de commissaris, en vraag me af of zij de middelen heeft om de dossiers die onder deze verordening vallen, tijdig en grondig te verwerken. Wanneer we van onze pijnlijke ervaringen met de toelating van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders uitgaan, en van de mate van vooruitgang die we daarbij hebben geboekt, dan moet het antwoord op die vraag “nee” luiden. Waarom doen we bij ieder nieuw aspect op dit gebied alsof we wetenschappelijke analfabeten zijn? Waarom koesteren we zoveel wantrouwen tegen de collegiaal getoetste wetenschap? Dezelfde vraag dienen we met betrekking tot de nationale parlementen te stellen. We moeten de wetgeving baseren op grondige, serieuze wetenschap en die aanvaarden. Doen we dit niet, dan gooien we onze geloofwaardigheid als wetgevers te grabbel.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, rekening houdend met wat goed is voor de consument en met de enorme impact die het voedsel dat wij consumeren op onze gezondheid heeft, sluit ik me aan bij het standpunt van de rapporteur dat we het doel van de verordeningen betreffende nieuwe voedingsmiddelen duidelijk moeten definiëren. We zouden alles in het werk moeten stellen om ervoor te zorgen dat de transparantie en efficiëntie van het vergunningssysteem voor nieuwe voedingsmiddelen de veiligheid van de consument garanderen en de werking van de interne markt verbeteren.

Naar mijn mening moet de huidige definitie van nieuwe voedingsmiddelen worden verfijnd. Daarbij moeten de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving in aanmerking worden genomen. Ik ben van oordeel dat voedingsmiddelen alleen in de handel mogen worden gebracht wanneer ze niet misleidend zijn voor de consument, volledig veilig zijn en wanneer de voedingswaarde van de producten niet is aangetast. Omdat de substanties of de samenstelling ervan nog niet eerder voor menselijke consumptie zijn gebruikt, moeten we uiterst voorzichtig te werk gaan bij het nemen van besluiten in verband met de wettelijke regeling ervan. Ik verleen mijn steun aan alle activiteiten die bijdragen tot het in stand houden van een hoog niveau van voedselveiligheid. Diegenen die het hebben over...

 
  
MPphoto
 
 

  Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zou graag nog eens uitvoerig willen ingaan op een paar zeer belangrijke punten die door de geachte Parlementsleden naar voren zijn gebracht.

Met betrekking tot de nanotechnologie heb ik kennis genomen van de nieuwste wetenschappelijke opinies en ik heb mij door de documenten hierover in het verslag van mevrouw Liotard laten overtuigen. De Europese Unie zal voor het eerst in de wereld een regelgevende definitie van technisch vervaardigde nanomaterialen en een coherente en flexibele aanpak inzake deze technologie invoeren.

Om het standpunt van de Commissie over de definitie van nanotechnologie te verduidelijken zou ik namens de Commissie graag de volgende verklaring willen afleggen.

De Commissie merkt op dat het werk aan een gemeenschappelijke definitie van nanomaterialen nog steeds gaande is. De Commissie bekrachtigt derhalve dat in de toekomstige wetgeving van de Gemeenschap rekening dient te worden gehouden met de vooruitgang met betrekking tot deze gemeenschappelijke definitie en merkt verder op dat de in dit voorstel opgenomen comitologieprocedures het ook mogelijk maken om de definitie in deze voorgestelde verordening te actualiseren.

Ten aanzien van de verplichte etikettering van elk met behulp van nanotechnologie geproduceerd voedingsmiddel, zou ik willen opmerken dat de Commissie zich inderdaad uitspreekt voor het verstrekken van informatie aan de consument over de aanwezigheid van nanomaterialen in voedingsmiddelen. We hebben echter in de verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen te maken met een toelating van geval tot geval die ook de voorwaarden voor het gebruik van dergelijke producten vastlegt, met inbegrip van de etiketteringsvoorschriften. De etikettering zal dus van geval tot geval worden beoordeeld.

Vervolgens zou ik mijn standpunt ten opzichte van het belangrijke onderwerp “klonen” willen verduidelijken. Ik heb al verklaard dat ik de verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen niet het meest geschikte instrument vind om alle onderwerpen die met klonen te maken hebben, te behandelen. Bij nieuwe voedingsmiddelen gaat het alleen om voedselveiligheid en markttoelating. Daarom kan het gebruik van klonen in fokprogramma’s – sperma, embryo’s en eicellen – niet in de verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen worden geregeld, noch kunnen hierin onderwerpen worden opgenomen die met de gezondheid en het welzijn van dieren te maken hebben.

Op 13 januari heeft het college van leden van de Commissie een oriënteringsdebat over het klonen van landbouwhuisdieren voor de voedselproductie gevoerd. De Commissie kwam tot de conclusie dat er nog altijd een aantal onbeantwoorde vragen overblijft. De Commissie werkt in dit opzicht nauw samen met de EFSA en zorgt ervoor dat op dit gebied wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd. Tezelfdertijd heb ik het overleg op gang gebracht met onze belangrijkste handelspartners: de Verenigde Staten, Canada, Japan, Australië en Nieuw Zeeland.

Ja, we hebben meer informatie en gegevens over kloontechnieken nodig en over de wijze waarop nakomelingen van gekloonde dieren uit regelgevend perspectief dienen te worden behandeld.

Zoals sommigen van u hebben aangevoerd, heeft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid in juli vorig jaar een standpunt geformuleerd over de wetenschappelijke aspecten van het klonen ten behoeve van levensmiddelen in de EU. De algemene conclusie daarvan luidt dat de risicobeoordeling op grond van de beperkte gegevens die beschikbaar zijn, ontoereikend is. Met betrekking tot de gezondheid en het welzijn van dieren, stelt de EFSA in dit standpunt vast dat een aanzienlijk deel van de klonen met nadelige en soms zelfs ernstige, gevolgen te kampen had, en met een dodelijk resultaat voor zowel de gekloonde dieren als het surrogaatdier.

In haar advies wijst de Europese Groep Ethiek eveneens op een aantal wetenschappelijke vragen die moeten worden beantwoord, en op onderzoek dat moet worden uitgevoerd inzake voedselveiligheid, gezondheid en welzijn van dieren, traceerbaarheid en etikettering.

Tot slot wil ik opmerken dat het klonen ongetwijfeld een vraagstuk is dat moet worden aangepakt, maar dat de verordening betreffende nieuwe voedingsmiddelen niet de juist plaats is om alle vraagstukken rond deze gevoelige kwestie te regelen.

Desalniettemin zou ik namens de Commissie graag de toezegging willen doen dat er zo snel mogelijk een uitvoerig verslag over alle aspecten van kloontechnieken wordt opgesteld met het oog op de productie van levensmiddelen, met inbegrip van de gezondheid en het welzijn van dieren met betrekking tot klonen en hun nakomelingen, waar nodig vergezeld door wetsvoorstellen. Ik wil benadrukken dat er naar mijn mening een oplossing voor dit vraagstuk kan worden gevonden, en in dit verband dank ik het Parlement voor zijn begrip en samenwerking.

Verslag-Liotard (A6-0512/2008)

De Commissie kan de amendementen 7, 12, 34, 35, 41, 42, 44, 45, 53 en 63 aanvaarden.

De amendementen 3, 8, 15, 20, 58, 64, 65, 76, 87, 88 en 89 kunnen in beginsel worden aanvaard.

De amendementen 1, 6, 10, 25, 30, 31, 36, 40, 66, 67, 69, 77, 82, 84, 85 en 93 zijn aanvaardbaar, mits ze anders worden geformuleerd.

De Commissie kan de amendementen 2, 4, 5, 9, 11, 13, 14, 16, 17, 18, 19, 21, 22, 23, 24, 26, 27, 28, 29, 31, 32, 33, 37, 38, 39, 43, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 54, 55, 56, 57, 59, 60, 61, 62, 68, 70, 71, 72, 73, 74, 75, 78, 79, 80, 81, 83, 86, 90, 91 en 92 niet aanvaarden.

 
  
MPphoto
 

  Kartika Tamara Liotard, rapporteur. − Voorzitter, ik wil al mijn collega's hartelijk bedanken voor hun inbreng in het debat en ook voor de steun die ik voor bepaalde punten van mijn verslag heb gekregen. Natuurlijk waren er ook wat kritische opmerkingen. Ook daar ben ik blij mee, want dat is alleen maar goed voor het debat.

Ons doel is om de consument te garanderen dat voedsel dat met nieuwe technieken geproduceerd wordt of nieuw voedsel dat op de markt komt, veilig is. Dat moet met onze inbreng en met onze voorstellen heel goed lukken. Daarmee wordt ook voor de producent die wil innoveren, zekerheid geschapen en zo weet deze producent waar hij of zij aan toe is. In het verslag wordt ook ingegaan op databescherming ten aanzien van die producenten, wat ook de innovatie op het gebied van voedselveiligheid bevordert.

Ik wil ook de commissaris hartelijk bedanken voor wat zij heeft gezegd over nanotechnologie. Op dit gebied zal er inderdaad nog veel veranderen en als wij nu aan het begin een definitie vaststellen dan moet het mogelijk zijn om deze opnieuw te herzien als de wetenschap verder gaat.

Ook wil ik de commissaris bedanken voor wat zij heeft gezegd over het klonen van dieren. Aan de andere kant wil ik u erop wijzen dat dit Parlement al eerder een resolutie heeft ingediend waarin wij zeggen dat wij vlees van gekloonde dieren niet als voedsel op de markt willen hebben. Ook dat komt terug in dit verslag en ik pleit er dan ook voor dat het klonen van dieren uitgesloten wordt van de verordening over nieuwe voedingsmiddelen. Dat wordt in het verslag gevraagd en, zoals u net gehoord heeft, wordt het door dit Parlement sterk gesteund.

Verder wil ik van de gelegenheid gebruik maken om mijn medewerkers, Thomas, Vivian en Jan-Jaap, die heel hard hebben meegewerkt om dit verslag voor elkaar te krijgen, hartelijk te bedanken.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid