Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2160(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0103/2009

Ingediende teksten :

A6-0103/2009

Debatten :

PV 25/03/2009 - 11
CRE 25/03/2009 - 11

Stemmingen :

PV 26/03/2009 - 4.10
CRE 26/03/2009 - 4.10
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0194

Debatten
Woensdag 25 maart 2009 - Straatsburg Uitgave PB

11. Versterking van de veiligheid en van de fundamentele vrijheden op het internet (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. Aan de orde is het verslag van Stavros Lambrinidis, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, met een ontwerpaanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de versterking van de veiligheid en van de fundamentele vrijheden op het internet (2008/2160(INI)) (A6-0103/2009).

 
  
MPphoto
 

  Stavros Lambrinidis, rapporteur. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, wij leven in een tijd waarin iedereen – regeringen, particuliere bedrijven en zelfs misdadigers – een zo groot mogelijke toegang willen hebben tot onze elektronische gegevens, tot ons privéleven.

Vooral het internet biedt een hoop details over ons privéleven, hetgeen enkele jaren geleden nog ondenkbaar was. Tevens is duidelijk dat dankzij internet ons vermogen om onze fundamentele grondrechten – vrijheid van meningsuiting, vrijheid om politieke activiteiten te verrichten, vrije kennis en vrij onderwijs, vrijheid van vereniging – uit te oefenen, exponentieel toeneemt.

Wat echter niet zo duidelijk is, is dat wij ook het risico lopen onze vrijheden geschonden te zien door internetgebruik. Regeringen, particuliere bedrijven en zelfs misdadigers kunnen stiekem in de gaten houden wat wij doen of zien op het internet. En nog minder duidelijk is waar hier een evenwicht tot stand kan worden gebracht, hoe wij het internet zo kunnen reguleren dat wij alle voordelen ervan binnen ons bereik brengen maar tegelijkertijd de voor de hand liggende gevaren ervan beperken.

Met mijn verslag proberen wij een antwoord te geven op deze vragen, en wel als volgt:

- ten eerste wordt aangedrongen op een Europees initiatief voor de totstandbrenging van een mondiaal Handvest van internetrechten;

- ten tweede wordt gewezen op de noodzaak oude en nieuwe misdaden op het internet op efficiënte en proportionele wijze te bestrijden, zoals identiteitsdiefstal en bescherming van intellectuele-eigendomsrechten, en wordt tegelijkertijd onderstreept dat geen enkele wetgeving mag uitmonden in de stelselmatige observatie van elke, al dan niet verdachte burger, omdat dat natuurlijk een flagrante schending zou zijn van zijn privéleven;

- ten derde wordt wat het recht van burgers op toegang tot het internet betreft, geëist dat de regeringen deze toegang zelfs de armste burgers in de verst verwijderde gebieden garanderen;

- ten vierde wordt onderstreept dat het gebrek aan computerkennis het nieuwe analfabetisme van de 21e eeuw is, net als niet kunnen lezen en schrijven het analfabetisme van de 20e eeuw was, en dat toegang tot het internet een even belangrijk grondrecht is als toegang tot onderwijs;

- ten vijfde wordt verzocht om maatregelen ter beperking van de toestemming van gebruikers. Dit is een groot vraagstuk waar ik nu op in zal gaan.

Geachte collega’s, het vraagstuk van de toestemming is uitermate ingewikkeld en als wij daarvoor niet onmiddellijk oplossingen vinden, zullen wij hierover struikelen. Ik zal u een voorbeeld geven. Enkele tientallen jaren geleden wist niemand welke krant ik las; dat wist alleen mijn familie, en hoogstens een aantal vrienden. Daarom wrongen de geheime diensten in vooral dictatoriale regimes zich in alle bochten om erachter te komen wat iemand las, opdat zij dat in het ‘overtuigingsdossier’ konden zetten. Dan konden ze zeggen: Lambrinidis leest die en die kracht en dus is hij een communist, of een bewonderaar van de Amerikanen. Nu laat ik bij elke krant die ik lees mijn sporen achter. Dat betekent dat particuliere bedrijven een soortgelijk ‘dossier’ kunnen aanleggen, een profiel van mij kunnen maken met mijn politieke overtuigingen, eetgewoonten en zelfs gezondheid. Betekent een bezoek aan deze websites echter dat ik ermee heb ingestemd mijn samenleving veertig jaar terug te draaien?

Wij moeten zo snel mogelijk, mijnheer de voorzitter, verstandige wetten uitvaardigen, wetten waarmee een evenwicht kan worden bereikt tussen misdaadbestrijding en rechtenbescherming in het elektronisch tijdperk. Dit evenwicht lijkt moeilijk te vinden, maar is het niet. Het is haalbaar. Wij moeten ophouden om de “cyberspace” te zien als iets apart, als iets dat buiten ons dagelijks leven staat. De cyberspace ìs ons leven. Dat betekent, mijnheer de Voorzitter, dat alle rechten, of hinderpalen, die voor de politie en particuliere bedrijven gelden op het internet ook daarbuiten moeten gelden. Anders lopen wij het gevaar dat wij vrijheden afschaffen om veiligheid te hebben, en uiteindelijk van een koude kermis thuis komen: zonder vrijheden en zonder echte veiligheid.

Tot slot wil ik, mijnheer de Voorzitter, de schaduwrapporteurs van alle fracties – die ik hier in de zaal zie zitten – van harte bedanken voor hun uitermate belangrijke steun. Mijn dank aan alle leden van de Commissie burgerlijke vrijheden voor de unanieme goedkeuring van dit verslag door alle partijen. Ik zie uit naar aanneming ervan in de plenaire vergadering.

 
  
MPphoto
 

  Ján Figeľ, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil niet alleen het Parlement in het algemeen, maar met name ook de heer Stavros Lambrinidis bedanken voor zijn belangrijke verslag, dat een zeer gepaste bijdrage levert aan het bevorderen van de fundamentele vrijheden en de veiligheid op het internet.

Terwijl het internet steeds meer aan belang heeft gewonnen in de moderne samenleving en economie en ons leven op vele gebieden beïnvloedt, leidt de enorme snelheid waarmee de technologie zich ontwikkelt tegelijkertijd tot aanzienlijke uitdagingen die op de juiste wijze dienen te worden aangegaan als we volop gebruik willen maken van de vele mogelijkheden van het internet en van de informatiemaatschappij.

We delen met name de zorg van de heer Lambrinidis over de bescherming van persoonsgegevens, een thema dat voor internetgebruikers van het hoogste belang is. Laat mij u verzekeren dat de Commissie zich blijft inzetten voor de versterking van de fundamentele rechten en vrijheden van burgers, en met name voor het waarborgen van een hoog niveau van bescherming van de privacy en van persoonsgegevens, zowel op het internet als binnen andere contexten.

Ik ben er vast van overtuigd dat het streven naar gepaste bescherming van de privacy niet in strijd is met de noodzaak om grotere veiligheid te waarborgen. Het is mogelijk, en tevens noodzakelijk, dat deze twee doelstellingen gelijktijdig worden nagestreefd.

De stabiliteit en de veiligheid van het internet waren onze prioriteiten tijdens de wereldtop over de informatiemaatschappij in 2005, en wij blijven vasthouden aan deze doelstellingen. Deze thema’s zullen binnenkort gepresenteerd worden in de vorm van een nieuwe strategie ter bescherming van kritieke informatie-infrastructuren, alsmede om Europa beter voor te bereiden op grootschalige cyberaanvallen en verstoringen. Deze strategie omvat een actieplan waarin een stappenplan is opgenomen ter bevordering van beginselen en richtsnoeren voor een stabiel en veerkrachtig internet.

Binnen deze strategie zal een strategische samenwerking met derde landen worden ontwikkeld, met name door middel van dialogen over de informatiemaatschappij, als een middel om op dit terrein wereldwijde consensus te realiseren. Tegelijkertijd is de Commissie ervan overtuigd dat het noodzakelijk is om te garanderen dat fundamentele vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting op het internet, in acht worden genomen.

Ik wil er nogmaals op wijzen dat deze twee doelstellingen niet onverenigbaar zijn. In uw verslag wordt verder uitgeweid over de mogelijkheid te werken aan wereldwijde normen, gegevensbescherming en vrijheid van meningsuiting. De Commissie neemt deel aan de jaarlijkse internationale conferenties van Europese functionarissen voor gegevensbescherming en volgt de lopende ontwikkelingen betreffende mogelijke nieuwe internationale normen inzake privacy en persoonlijke gegevensbescherming. Wij zijn een sterk voorstander van het bevorderen van de hoge normen voor bescherming die burgers van de EU momenteel genieten.

De Commissie zal, met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting, doorgaan met het bevorderen van dit fundamentele recht in internationale fora. Nieuwe wetgeving op dit gebied wordt vooralsnog niet gezien als de juiste weg om verder te komen. We beschikken met betrekking tot dit onderwerp reeds over een aantal bindende internationale instrumenten. Ik ben van mening dat het op dit moment nuttig is ons te richten op het effectief overwegen van de juiste methoden om de bestaande wetgeving uit te voeren. De tenuitvoerlegging staat centraal. Deze overweging zou commerciële spelers uit heel de wereld moeten helpen om een duidelijker beeld te krijgen van hun positie en verantwoordelijkheden bij het bevorderen en versterken van de fundamentele vrijheid van meningsuiting in de mondiale online omgeving van het internet.

Ik wil graag afsluiten met een algemene opmerking. Ik ben van mening dat we de serieuze uitdagingen die in dit verslag aan het licht worden gebracht moeten aangaan, en ervoor moeten zorgen dat de daadwerkelijke uitoefening van rechten en vrijheden op het internet niet onnodig wordt beperkt.

Een belangrijk onderdeel van de strategie van de Commissie voor een veilige informatiemaatschappij sinds 2006 is bijvoorbeeld om uit te gaan van een holistische benadering, waarbij wordt gezorgd voor samenwerking tussen belanghebbenden, maar tevens wordt erkend dat ieder van hen een eigen rol vervult en specifieke verantwoordelijkheden draagt. Wij allen dragen de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat onze handelingen op het internet de veiligheid van anderen op dit medium niet onnodig beperken, maar waar mogelijk juist bevorderen.

Het is daarom in een geest van samenwerking dat de Commissie dit verslag toejuicht en ondersteunt.

 
  
MPphoto
 

  Manolis Mavrommatis, rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega’s, allereerst wil ik de rapporteur, Stavros Lambrinidis, van harte gelukwensen met dit belangrijke verslag en met het door hem nagestreefde doel: de bescherming van persoonsgegevens. Dat is een beginsel waaraan de meesten hier steun geven, ikzelf inbegrepen.

Als rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs ben ik van mening dat het internet een uitzonderlijk platform is voor de verspreiding van cultuur en kennis. Ik zeg dit omdat ik al mijn collega’s in de Commissie cultuur die voor mijn advies hebben gestemd, van harte wil gelukwensen en bedanken.

Zo kan er bijvoorbeeld voor worden gezorgd dat gedigitaliseerd materiaal uit musea, elektronische boeken, muziek en audiovisueel materiaal toegankelijk worden voor mensen overal ter wereld. In de eindeloze ruimten van het internet en in de wereld in het algemeen wordt cultuurmateriaal helaas onvoldoende beschermd. Piraterij neigt ertoe de regel te worden en niet de uitzondering. Het zijn de scheppende kunstenaars, dat wil zeggen, de dichters, de tekstdichters, de componisten, de producenten, en meer in het algemeen elke lid van de creatieve gemeenschap, die geschaad worden door de illegale verspreiding van hun intellectueel eigendom.

De drie factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van piraterij zijn: technologische voorzieningen en geringe kosten van illegaal kopiëren, ongunstige economische omstandigheden en verspreiding van het internet.

Amendement 4 stelt opnieuw het voorstel van de Commissie cultuur aan de orde om een juist evenwicht aan te brengen tussen de rechten en de vrijheden van alle betrokken partijen, en om eveneens alle fundamentele rechten van het individu uitgaande van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie te waarborgen en te beschermen in het kader van internetgebruik in de ruime zin van het woord.

In dit amendement wordt eraan herinnerd dat alle grondrechten gelijkwaardig zijn en op dezelfde manier moeten worden beschermd. Daarom geven wij daar steun aan.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa, namens de PPE-DE-Fractie.(RO) Dit verslag is de vrucht van samenwerking tussen de leden van dit Parlement. Daarom wil ik de collega‘s bedanken, in het bijzonder de heer Lambrinidis, evenals mevrouw Gacek, de heer Alvaro, mevrouw Segelström en de heer Mavrommatis, met wie ik mocht samenwerken, ook als schaduwrapporteur.

Ik denk dat het verslag recht doet aan de voornaamste aspecten van een verhoogde veiligheid en de bescherming van mensenrechten op internet. Het sluit aan bij de bescherming van rechten – ook in digitale zin – die de bestaande regelgeving zich ten doel heeft gesteld en bij het inzicht dat er nieuwe controlemechanismen voor internet ontwikkeld dienen te worden.

De tekst vindt de juiste balans tussen de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en van de privacy enerzijds en de noodzaak om de strijd tegen cybercriminaliteit voort te zetten anderzijds. Daarnaast vraagt de tekst aandacht voor het aanzienlijke probleem van een excessief toezicht op internetactiviteit, wat in een nieuwe vorm van censuur kan ontaarden.

Het verslag heeft tevens oog voor de educatieve kant van internet, aspecten als e-learning, de omschrijving van digitale identiteit, de erkenning van rechten die gebruikers kunnen doen gelden op de informatie die ze op internet geplaatst hebben, maar ook voor aspecten als de bescherming van gegevens van persoonlijke aard, in die zin dat gebruikers de gelegenheid geboden wordt om door henzelf geplaatste informatie voorgoed van internet te verwijderen.

Allemaal gevoelige onderwerpen, omdat het sociale netwerken betreft die voor een aanzienlijk deel door jonge mensen gevormd worden. Dat is ook de reden waarom ik er bij mijn collega’s op aangedrongen heb uit volle overtuiging voor dit verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Inger Segelström, namens de PSE-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik de heer Lambrinidis en alle anderen in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken bedanken die dit verslag zo constructief en doordacht hebben gemaakt. Ik ben ook dankbaar voor de steun die ik heb gekregen voor mijn amendementen ter versterking van de rechten van de gebruikers en de consumenten.

De paragrafen over de toepassingsmogelijkheden van de techniek, bijvoorbeeld voor toezicht op het internetverkeer, is erg belangrijk. Het is goed dat het Europees Parlement nu duidelijk te kennen geeft dat de persoonlijke levenssfeer en de mensenrechten van de burgers op de eerste plaats komen.

In het verslag wordt duidelijk gesteld dat toezicht op het internetverkeer alleen toegelaten is als het vermoeden van een misdrijf bestaat en als onderdeel van een juridische procedure na een vonnis van een rechtbank. Dit zal een belangrijke basis worden voor het toezicht op de burgerrechten. Het verslag komt geen moment te vroeg met noodzakelijke maatregelen.

Ik ben verbaasd over de amendementen die door leden van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten en de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie zijn ingediend. Hun voorstellen tasten de rechten en persoonlijke levenssfeer van de burgers aan. Zij hebben niet kritisch onderzocht wat de technische ontwikkeling met zich mee kan brengen als we niet opletten.

Natuurlijk moeten misdrijven op het internet, zoals de uitbuiting van kinderen en jongeren, worden bestreden. Een van de centrale kwesties in dit verband is echter bijvoorbeeld dat de Zweedse conservatieve regering de zogenaamde FRA-wet heeft vastgesteld, een wet die gaat over het controleren van burgers die geen misdrijf hebben begaan of misdadigers zijn, terwijl het de burgers zijn die ons zouden moeten controleren. Het verslag staat zeer kritisch tegenover beleid zoals dat van de Zweedse conservatieve regering, die ondanks alle kritiek toch de FRA-wet heeft ingevoerd in Zweden. In Zweden krijgen de overheden nu het recht om het internetverkeer te controleren zonder het vermoeden dat er sprake is van een misdrijf of een gevaar voor de veiligheid van individuen of de samenleving.

Ik ga ervan uit dat de Zweedse regering zich, nadat de resolutie morgen is aangenomen, herbezint en ervoor zorgt dat de wet wordt gewijzigd. Anders gaat zij in tegen het Europees Parlement en de door de burgers van 27 EU-lidstaten gekozen vertegenwoordigers.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Alvaro, namens de ALDE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik mijn collega Stavros Lambrinidis willen feliciteren met het werk dat hij heeft geleverd. Hij heeft alle schaduwrapporteurs volledig betrokken bij het uitwerken van dit verslag, en voor zover dat maar mogelijk was geprobeerd om compromissen tot stand te brengen.

Dit verslag gaat over de grote vraagstukken van de informatiesamenleving, en is een grote stap op weg naar een internet waar zowel de veiligheid van onze burgers als hun vrijheidsrechten worden gegarandeerd. Vrijheid en veiligheid kennen geen grenzen, ze zijn ook in de virtuele wereld relevant. De rapporteur is in zijn verslag ingegaan op de bestrijding van cybercriminaliteit, kinderpornografie, identiteitsdiefstal en fraude, maar ook op de schending van auteursrechten. Hij heeft geprobeerd om Europol hierbij te betrekken, en maakt duidelijk dat in de virtuele wereld dezelfde grenzen moeten gelden als in de reële wereld.

Bovendien is hij erin geslaagd om een goed evenwicht te vinden tussen de bescherming van de rechten van de burger, de vrijheid van meningsuiting, de gegevensbescherming en het recht op het volledig wissen van gegevens op internet. Tot nu toe vergeet internet namelijk niets! En sommigen van ons, ik incluis, mogen van geluk spreken dat internet nog niet bestond toen ze 13, 14, 15 of 16 waren, de leeftijd van de jeugdzonden, die ze vandaag niet op YouTube of Facebook zouden willen terugvinden.

Hij heeft de nadruk gelegd op de toegang tot informatie en tot internet, maar ook op het respecteren van de intellectuele eigendom. Ik weet heel goed dat veel collega’s van mening zijn dat het verslag op het vlak van de bescherming van intellectuele eigendom en auteursrechten niet ver genoeg gaat, maar ik stel voor dat we dat aanpakken wanneer de richtlijn inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten er komt, dan kunnen we die punten aan de orde stellen.

In dit verslag is duidelijk gemaakt dat internetcensuur of het blokkeren van de toegang tot het net, zoals sommige lidstaten van de Unie dat plannen of zelfs al doen, maatregelen zijn die onze verlichte samenleving niet waardig zijn. Er is ook duidelijk gemaakt dat de Europese Unie het voorbeeld van totalitaire staten, die de burgers geen toegang tot informatie bieden, of hun voorschrijft wat ze dienen te weten, niet wil volgen.

Ik ben blij dat dit een evenwichtig verslag is geworden, waarin rekening wordt gehouden met de eisen van de informatiemaatschappij, en ik hoop dat niet alleen mijn fractie, maar ook de andere, morgen een werkelijk brede steun zullen geven aan dit verslag, zodat we in het belang van de burger kunnen werken aan het internet van de toekomst.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Angelilli, namens de UEN-Fractie.(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, andere collega’s hebben het al vóór mij gezegd, maar ik wil er nogmaals op hameren: het internet moet niet gecriminaliseerd of gecensureerd worden, want het biedt legio mogelijkheden voor communicatie, sociale contacten, informatie- en kennisuitwisseling. Wel moet er een globale strategie voor bestrijding van de cybercriminaliteit opgezet worden.

In het bijzonder moeten de kinderen beschermd worden en ouders en leerkrachten moeten worden opgevoed en voorgelicht over de nieuwe gevaren die zich op internet kunnen voordoen. Voor dit soort doelstellingen is het belangrijk dat Europa efficiënt optreedt, en ik wil dan ook de rapporteur gelukwensen met het uitstekende werk dat hij verricht heeft.

Maar ondanks dat de wetgevingen van de lidstaten voorzien in de nodige sancties en borg staan voor een redelijk hoog beschermingsniveau tegen misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en online kinderpornografie, moet het beschermingsniveau van kinderen toch nog verder verhoogd worden; vooral omdat er voortdurend nieuwe technieken worden bedacht, omdat het internet zich steeds verder ontwikkelt en ook omdat er steeds nieuwe vormen komen van ‘grooming’, methoden waarmee pedofielen kinderen online lokken met seksuele bedoelingen.

Juist met het oog daarop achtte ik het nodig een amendement in te dienen op het verslag. In dit amendement worden de lidstaten uitdrukkelijk aangespoord om hun wetgeving te actualiseren zodat bescherming kan worden geboden aan minderjarigen die het internet gebruiken, in het bijzonder via het strafbaar stellen van grooming, als gedefinieerd in het Verdrag inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, van de Raad van Europa van oktober 2007.

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Lambrinidis van harte bedanken omdat hij erin is geslaagd de veiligheid op het internet te eerbiedigen en tezelfdertijd de onschatbare grondrechten te beschermen en eerbiedigen. Ik ga ervan uit dat de bescherming van onze grondrechten zoals vastgelegd in dit verslag ook steun zal krijgen wanneer we een besluit nemen over het telecompakket. Er is een duidelijk verband tussen dit verslag en het telecompakket. Ik hoop dat we het er ook dan over eens zullen zijn dat het belangrijk is de openbare vrijheden te beschermen.

Internet heeft, zoals vele collega’s hebben gezegd, veel meer mogelijkheden voor vrije meningsuiting met zich meegebracht. Burgers die normaal geen toegang hebben tot de discussiefora van de grote media, kunnen via het internet hun opinie naar voren brengen en kwesties aansnijden. Het is een nieuwe arena om van gedachten te wisselen, iets wat dringend nodig is om mensen politiek te mobiliseren. Het biedt de burgers meer mogelijkheden om de besluitvormers te controleren. Het is belangrijk dat de burgers de mogelijkheid hebben zelf wetgevers en andere machthebbers te controleren. Internet heeft tot meer kennis geleid. We hebben vooral ook de mogelijkheid gekregen om van gedachten te wisselen en in contact te komen met mensen uit verschillende culturen en uit verschillende delen van de wereld.

Wanneer we deze kwestie bespreken, is het ook belangrijk te verzekeren dat we echte vrijheid van meningsuiting hebben, alsmede garanties tegen censuur en controle van bijvoorbeeld standpunten, informatie en opinievorming. De fundamentele rechten, vrijheid van meningsuiting en persoonlijke levenssfeer zijn belangrijke elementen van de democratie die altijd beschermd en geëerbiedigd moeten worden. Daarom is het internet vandaag een belangrijke factor in onze democratische samenleving en moet het dat ook blijven.

Daarom wil ik dat we tegen amendement 5 stemmen dat de schrapping beoogt van de volgende tekst: “erop toezien dat de uiting van controversiële politieke overtuigingen via het internet gevrijwaard is van strafrechtelijke vervolging”. Als dat amendement goedgekeurd zou worden, is dat een slechte zaak voor de democratie. Wie beslist wat controversiële politieke overtuigingen zijn? Het is een democratisch recht uiteenlopende politieke overtuigingen tot uitdrukking te mogen brengen.

Het recht van de internetgebruiker om persoonsgerelateerde informatie definitief van websites te kunnen verwijderen is ook belangrijk. Natuurlijk moeten we criminaliteit op het internet, net als alle criminele activiteiten, bestrijden, maar dat dient ook op een rechtszekere manier te gebeuren, conform het strafrecht, zoals bij andere soorten criminaliteit.

Misdrijven die op het internet tegen kinderen worden begaan zijn bijzonder ernstig. Wat dat betreft, volgen we het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik. Ook andere groepen zijn het slachtoffer geworden. Ik denk met name aan vrouwen die het slachtoffer zijn geworden van seksslavenhandel. De seksindustrie gebruikt vandaag het internet en het seksueel geweld waarvan vele vrouwen en kinderen het slachtoffer worden. In dit verband wil ik mijn collega’s eraan herinneren dat zij een schriftelijke verklaring kunnen steunen die een einde wil maken aan dat geweld, te weten schriftelijke verklaring nummer 94.

Tot slot wil ik ingaan op een gevaar dat we hebben gezien in verband met de zogenaamde strijd tegen het terrorisme. Die heeft er soms toe geleid dat regeringen de vrijheid van meningsuiting en de persoonlijke levenssfeer van individuele personen onredelijk hebben beknot. Die beperkingen hebben een gevaar voor de veiligheid van burgers doen ontstaan. De veiligheidsdiensten van diverse landen hebben persoonsgerelateerde informatie die zij via toezicht op het internet verkregen hebben, uitgewisseld. Daardoor zijn mensenlevens in gevaar gekomen, bijvoorbeeld wanneer iemand ten gevolge van politieke verdrukking zijn land moest ontvluchten. Ik roep u dringend op het verslag morgen in groten getale te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Goudin, namens de IND/DEM-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik sta dagelijks versteld over het fantastische instrument dat het internet is, maar, hoezeer de EU dit ook betwist, het internet is een wereldwijd netwerk van computers, geen Europees. Te geloven dat een decreet uit Brussel of Straatsburg daar iets aan kan veranderen is uiterst onwaarschijnlijk en heel wereldvreemd. Men kan terecht stellen dat de EU het verkeerde forum is om het soort problemen op te lossen dat in het verslag aan de orde wordt gesteld. Laat ik enkele voorbeelden geven. In het verslag wordt het recht op internettoegang op één lijn gesteld met het recht op onderwijs. Dat is wel erg kras wanneer we weten dat het recht op onderwijs of de mogelijkheid om onderwijs te volgen in vele EU-lidstaten niet vanzelfsprekend is.

Bescherming en bevordering van de rechten van het individu op het internet en het evenwicht dat tussen de persoonlijke levenssfeer en veiligheid zou moeten worden gevonden, zijn uitermate belangrijke kwesties, maar moeten evenmin op EU-niveau worden opgelost. Dit is een internationaal probleem dat in de eerste plaats internationaal moet worden aangepakt.

Een andere kwestie die mij na aan het hart ligt, is bestandenuitwisseling. Hier worden we opgeroepen gemeenschappelijke strafmaatregelen toe te passen ter bescherming van intellectuele-eigendomsrechten. Het is mijn overtuiging dat het de lidstaten zijn die moeten beslissen wat een misdrijf is en welke eventuele gevolgen dat kan hebben. Zich als EU helemaal op het standpunt van de muziek- en filmindustrie te stellen, is volkomen onaanvaardbaar. Vooral in aanmerking genomen dat men een hele generatie probeert te criminaliseren.

Tot slot wil ik zeggen dat elke poging om op dit gebied überhaupt wetgeving vast te stellen moeilijk zal zijn omdat de techniek veel sneller verandert dan de politiek.

 
  
MPphoto
 

  Urszula Gacek (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur bedanken dat hij mijn voorstel heeft overgenomen om computerfabrikanten aan te moedigen aanvullende maatregelen te nemen om de toegang tot pornografische en gewelddadige websites te blokkeren.

Dit onderwerp is met name van belang voor ouders. Het is een vaststaand feit dat onze kinderen vaak meer bedreven zijn op de computer dan wijzelf. Wellicht zijn ouders zich vaag bewust van het feit dat ze zoekprogramma’s op het internet kunnen voorzien van filters, maar dit vereist een geringe hoeveelheid kennis over zoekprogramma’s, evenals een bewust besluit om het betreffende programma te activeren.

Het is waarschijnlijk dat veel meer kinderen – waaronder de jongste gebruikers, die het internet in toenemende mate zonder toezicht van hun ouders gebruiken – ertegen beschermd zouden zijn dat ze onbewust stuiten op websites die een schadelijke invloed op hen hebben indien het filter reeds bij de eerste installatie automatisch op “aan” zou staan. Ik doe een beroep op fabrikanten om gehoor te geven aan ons voorstel. Zij moeten dit niet zien als een voorschrift of een beperking, maar eerder als een mogelijkheid om klanten aan zich te binden. Als ik de keuze had tussen twee vergelijkbare computers en zag dat één daarvan voorzien was van een kindvriendelijk label dat aangaf dat er reeds filters geïnstalleerd waren, dan zou ik als ouder voor dat product kiezen. Ouders die een dergelijke keuze maken zouden er op den duur voor zorgen dat dit standaard in computers wordt ingevoerd. Ik hoop van harte dat we dit met behulp van de fabrikanten kunnen bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Alin Lucian Antochi (PSE).(RO) Internet is nu in een nieuwe fase gekomen, waarin het niet alleen als een onmisbaar commercieel hulpmiddel, maar ook als een mondiaal forum voor het uitwisselen van meningen gezien wordt.

Helaas heeft deze ontwikkeling tot ambivalente gevoelens geleid. Enerzijds biedt het internet nog altijd fantastische mogelijkheden en fungeert het als aanjager van educatieve, culturele en sociale ontwikkeling. Anderzijds wordt het gezien als platform dat misbruikt kan worden om gewelddadig gedrag te propageren, dat de vrijheid en veiligheid van mensen bedreigt.

Bovendien is internet door zijn wereldomspannende structuur een gevaar voor de privésfeer geworden, nu de internetactiviteiten van burgers op de voet gevolgd worden door overheden, politie, bedrijven en zelfs criminelen en terroristen, met soms zelfs identiteitsdiefstal tot gevolg.

In deze omstandigheden dient er een wettelijke benadering gevonden te worden die een onderscheid maakt tussen enerzijds de bescherming van de veiligheid en de grondrechten van burgers op internet en anderzijds een ongelimiteerd toezicht op hun activiteiten door diverse instanties. Alleen zo’n benadering is effectief in plaats van excessief in haar poging misdaad te bestrijden. Daarom moeten er mondiale normen voor gegevensbescherming, veiligheid en vrijheid van meningsuiting komen en wel door een stelselmatige samenwerking van providers en internetgebruikers.

Ik ben het geheel met de rapporteur eens dat het tevens van belang is om te kijken welke grenzen er gesteld moeten worden aan de toestemming die overheden en bedrijven van gebruikers mogen vragen om een deel van hun privacy op te geven om voor bepaalde diensten of voorrechten op internet in aanmerking te komen.

Mijn laatste maar zeker niet onbelangrijke punt, mijnheer de Voorzitter, is dat de lidstaten zich moeten inspannen om hun nationale wetgeving onderling af te stemmen wat betreft de bescherming van grondrechten op internet, aangezien dit ook kan helpen om een gezamenlijke strategie te vinden voor de strijd tegen cybercriminaliteit en terrorisme.

Mijn felicitaties aan het adres van de heer Lambrinidis en het hele team dat aan dit verslag heeft bijgedragen.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld (ALDE). - Voorzitter, ik sluit me aan bij degenen die complimenten hebben gegeven aan de rapporteur. Hij heeft een fantastisch verslag afgeleverd. Ik wil er snel een paar punten uitlichten.

Allereerst zien we in de laatste jaren een hand over hand toenemende opslag van persoonsgegevens door bedrijven en overheden. Overheden maken gebruik van de gegevensbestanden van bedrijven maar toch zien we dat er verschillende niveaus van bescherming gelden voor de eerste pijler en de derde pijler. Dat vind ik buitengewoon zorgelijk.

Tweede punt, – en ik ben blij dat mijn amendement hier is aangenomen – criminelen profiteren natuurlijk ook op allerlei manieren van het internet. Identiteitsdiefstal groeit schrikbarend en we moeten dan ook vragen aan de Europese Commissie om een meldpunt op te richten voor identiteitsdiefstal en niet alleen maar voor de uitwisseling van informatie, maar ook ten behoeve van de slachtoffers.

Ten derde zijn er inderdaad wereldwijde normen nodig. Daar wordt ook aan gewerkt, maar dergelijke normen moeten worden uitgewerkt in een open democratische procedure en niet door ambtenaren van de Europese Commissie die onderhandelen met ambtenaren in de Verenigde Staten.

Ten slotte, de Europese Commissie spreekt vaak mooie woorden over vrijheid en burgerrechten, maar ik moet toch vaststellen dat er onder leiding van commissaris Frattini en ook met behulp van de Raad de laatste jaren talloze maatregelen zijn genomen waarmee burgers dag en nacht bespied kunnen worden en hun vrijheden worden beperkt. Het is hoog tijd om te evalueren wat daar gebeurd is en wat voor uitwerking dat heeft. Ik wil dan ook afsluiten met een suggestie aan de Commissie: ik dring erop aan dat er in de volgende periode een aparte commissaris komt voor de burgerrechten en burgervrijheden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. Ik heb mevrouw In ‘t Veld wat extra tijd gegeven omdat zij vierhonderd volgelingen heeft op Twitter. Ik heb er maar negen. Vierhonderdvijftig inmiddels.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, ik spreek hier nu namens mijn collega Jacques Toubon.

Ik wil om te beginnen onze collega de heer Popa, bedanken. Hij heeft excellent werk verricht bij het zoeken naar een compromis dat voor iedereen aanvaardbaar was, en dat terwijl een aantal collega’s van de PSE en de Groenen extreme standpunten innamen.

Dit verslag heeft betrekking op een belangrijke kwestie – de verhouding tussen veiligheid en de grondrechten in de context van het internet. Deze nieuwe technologie staat in veel opzichten voor vooruitgang en nieuwe mogelijkheden, maar dat betekent niet dat ze zonder gevaren is. Het is – bijvoorbeeld – van cruciaal belang dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie op dit nieuwe medium gegarandeerd is, maar dan wel op een zodanige wijze dat die vrijheden niet botsen met andere grondrechten, zoals het recht op privacy, de bescherming van persoonlijke gegevens en het respect voor intellectuele eigendom.

De rapporteur, de heer Lambrinidis, heeft uitstekend werk geleverd. Hij heeft gekeken naar de nieuwe vormen van criminaliteit zoals die via het internet worden bedreven en vastgesteld welke gevaren er aan die criminaliteit zijn verbonden, en dan vooral voor minderjarigen. Het verslag is op andere punten helaas vrij ambigu en hier en daar is zelfs gevaarlijk.

De amendementen van de mevrouw Hieronymi, de heer Mavrommatis en de heer Toubon zijn bedoeld om duidelijk te maken dat aanslagen op de grondrechten niet kunnen worden goedgepraat met een verwijzing naar de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van informatie.

De lidstaten en de internetbeheerders moeten een zekere mate van vrijheid behouden om de best mogelijke oplossingen te vinden, zodat de rechten van bepaalde groepen geen negatieve gevolgen hebben voor de uitoefening van rechten door andere groepen. De wet moet op het internet van toepassing zijn op dezelfde wijze waarop ze dat elders is. Het internet mag niet een virtueel territorium zijn, waar een handeling die in de werkelijke wereld een wetschending inhoudt wel toegestaan is, en zelfs bescherming geniet omdat het om technologie en het gebruik van technologie gaat. De rechtsstaat in onze democratische maatschappijen is in het geding.

 
  
MPphoto
 

  Manuel Medina Ortega (PSE). − (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn collega en vriend, de heer Lambrinidis, feliciteren met zijn verslag, maar ook met de heel evenwichtige mondelinge toelichting op wat hij met dit verslag heeft beoogd.

Ik heb een boek meegenomen, het Verdrag tot instelling van een Grondwet voor Europa. Dit boekwerk is goedgekeurd door 90% van het Spaanse electoraat en door de meeste nationale parlementen van de landen waaruit wij afgevaardigden afkomstig zijn.

Het is niet in werking getreden vanwege bepaalde moeilijkheden van politieke aard, maar deze tekst is van fundamenteel belang omdat – en dit is voor mij een mandaat van mijn kiezers – het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erin opgenomen is. Ik denk dat in dit Handvest alle beginselen zijn vervat die de heer Lambrinidis in zijn verslag heeft uiteengezet.

In de eerste plaats is het internet een ruimte van vrijheid, moderniteit en gelijke kansen, waar mensen met elkaar communiceren, relaties met elkaar aangaan en elkaar informeren door ideeën uit te wisselen en kennis te delen. En dat recht wordt erkend in artikel II-71 van het Verdrag tot instelling van een Grondwet voor Europa.

In de tweede plaats moet internet de vrijheid en de ontwikkeling van de informatiemaatschappij verdedigen, met inachtneming van het respect voor de intellectuele eigendom en de bescherming van de privacy van de gebruikers. De bescherming van de intellectuele eigendom en het recht op privacy van de gebruikers worden erkend in artikel II-77 van de ontwerp-Grondwet voor Europa.

En in de derde plaats moet er naar een adequaat evenwicht worden gezocht tussen de bescherming van rechten, het stimuleren van het aanbod van en de legale markt voor digitale inhoud op internet en een open ontwikkeling naar nieuwe bedrijfsmodellen die op het net ontstaan. Ook hebben we te maken met de bescherming van persoonsgegevens, die in artikel II-68 van de ontwerp-Grondwet is neergelegd.

Ik denk dat al deze zorgen in het verslag-Lambrinidis aan de orde komen. Het is zeker waar dat hij de voorwaarden en eisen voor, de consequenties van en de sancties op misbruik van het internet niet tot in detail bespreekt, maar ik denk dat dat moet gebeuren in een wetgevend document, en het document waarover we op dit moment debatteren is dat niet.

 
  
MPphoto
 

  Claire Gibault (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, als kunstenaar ben ik bedroefd en zelfs geschokt dat de heer Lambrinidis in zijn verslag zo weinig aandacht besteedt aan de culturele sector.

Ik ben het ermee eens dat de rechten van het individu, zoals vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, te allen tijde beschermd moeten worden, en dat de rechten en vrijheden van alle betrokken partijen moeten worden gegarandeerd. De informatiemaatschappij wordt als economische sector steeds belangrijker, maar ze is ook een bron van innovatie en creativiteit en zo een hoeksteen van de moderne economie geworden.

We moeten er dus voor zorgen dat iedereen toegang heeft tot onderwijs en een gediversifieerde cultuur, en wel binnen een kader dat aansluit bij de communautaire normen. Het belang van de creatieve arbeid van acteurs en vertolkende kunstenaars dient erkenning te krijgen, ook binnen de digitale economie. Die erkenning houdt ook in dat ze een beloning ontvangen voor hun creatieve bijdragen aan allerlei verschillende soorten gebruik van het internet, zodat ze van hun beroepsactiviteiten kunnen leven en zich daar geheel onafhankelijk aan kunnen wijden.

Intellectuele-eigendomsrechten moeten in die context niet als een obstakel worden gezien, maar juist als een aandrijfmechanisme voor creatieve activiteiten, zeker in het kader van de ontwikkeling van nieuwe diensten.

Ik geloof echter wel dat racistische, haatzaaiende of de Holocaust ontkennende inhouden strafrechtelijk vervolgd behoren te worden, ook als ze via het internet worden verspreid. De vrijheid van meningsuiting moet op een verantwoordelijke manier worden uitgeoefend. We moeten een rechtvaardig evenwicht vinden tussen vrije toegang tot het internet, het respect voor eenieders privéleven en de bescherming van intellectuele eigendom. Ik roep u daarom op, beste collega’s, om mijn amendementen – de nummers 2 tot 6 – te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Marie Panayotopoulos-Cassiotou (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, in bijna elke plenaire vergadering wordt wel een verslag over het internet besproken. Dat is bijna een gewoonte geworden en dat is natuurlijk positief, want op die manier krijgen de lidstaten en de Europese Unie de gelegenheid om deze actuele vraagstukken met betrekking tot het internetgebruik eindelijk eens op een efficiënte manier aan te pakken. Ik wil de heer Lambrinidis van harte gelukwensen. Hij heeft in zijn zeer uitgebreid verslag de door zijn collega’s voorgestelde amendementen opgenomen en op die manier het onderhavig thema verrijkt en daaraan verscheidene nieuwe aspecten toegevoegd.

De vorige keer hebben wij in dit Parlement vraagstukken besproken met betrekking tot videogames op het internet en de gevaren daarvan voor minderjarigen. Ook hebben wij gesproken over het financieringsmechanisme van de Europese Unie voor de veiligheid op het internet voor kinderen. Het debat van vandaag overtuigt mij er echter steeds sterker van dat uiteindelijk alles neerkomt op de vraag hoe deze zaak juridisch aangepakt wordt.

Daarom geloof ik dat wij alleen maar hoeven te vragen om een juridisch onderzoek naar de veelvuldige problemen die opduiken bij het gebruik van het internet. Dit verslag kan bijgevolg dienen als een lijst van vraagstukken die diepgaand bestudeerd moeten worden door juristen. Daarna moet dit het onderzoekswerk ten uitvoer worden gelegd en moeten de diverse instanties – waarnaar in het verslag word verwezen – de instrumenten krijgen om de nodige wetsteksten uit te werken en het beginsel van de rechtsstaat wat internetgebruik betreft op democratische wijze te verankeren. Wij kunnen onmogelijk spreken over democratie als niet elke burger het recht heeft om het internet te gebruiken ongeacht zijn of haar financiële mogelijkheden. Zover is het nu namelijk nog niet, maar hopelijk wel in de toekomst.

 
  
MPphoto
 

  Katrin Saks (PSE). – (ET) Dames en heren, kunt u zich een leven zonder internet voorstellen? Ik niet meer. Ik kom uit Estland, wereldleider in de beschikbaarheid van internet. Daarom hebben we waarschijnlijk ook meer ervaring met de gevaren van internet, van de cyberoorlog die twee jaar geleden tegen ons land werd gevoerd tot het feit dat uit internationaal onderzoek blijkt dat onze kinderen meer dan kinderen in veel andere landen lastig worden gevallen in cyberspace.

Het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren in verschillende verslagen geprobeerd een antwoord te formuleren op de vraag ‘Wat is het internet?” Inmiddels zou de vraag of de wereld van het internet een speciale ruimte is – een virtuele wereld bij wijze van spreken – die los staat van de realiteit, en of het deel uitmaakt van het publieke domein een relevantere vraag zijn. De heer Lambrinidis gaat hier in zijn verslag op in. Hij meent dat onze belangrijkste taak het vinden van een goede balans tussen privacy en veiligheid is.

Zodra de beperking van de vrijheid op het internet ter sprake komt, wordt de vrije meningsuiting genoemd – vrije meningsuiting is het recht om ideeën, meningen, overtuigingen en andere informatie te verspreiden, maar brengt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Mijn dank aan de rapporteur, en ik hoop dat wij allen in staat zullen zijn om deze vraag te beantwoorden: Wat is het internet, is regulering van het internet mogelijk en zo ja, hoe? Aangezien het internet een van de duidelijkste symbolen van globalisering is, moet onze benadering van dit onderwerp ook internationaal zijn.

 
  
MPphoto
 

  Filiz Hakaeva Hyusmenova (ALDE). – (BG) Dames en heren, de inhoud van dit verslag doet volledig recht aan de titel. Het gaat over de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind verankerde rechten en is erop gericht kinderen tegen criminele handelingen te beschermen. Mijn felicitaties gaan uit naar de rapporteur.

Het internet is een wereld waar zich dingen voordoen die niet uitdrukkelijk worden gekenmerkt als schendingen van rechten en vrijheden of misdaden die daartegen indruisen. Mogelijkheden voor meningsuitingen, het vinden van informatie en sociale contacten worden vaak in het tegendeel veranderd. Het internet biedt tal van gelegenheden om de wet te omzeilen en de vrijheid van meningsuiting te misbruiken.

De anonimiteit van het internet en het gebrek aan controle leiden tot een onverantwoordelijk taalgebruik. Het taalgebruik is vaak doorspekt met schuttingwoorden, cynisme en zelfs grove uitdrukkingen. Zo ontstaat een taal van wantrouwen en haat, die ook het alledaagse taalgebruik beïnvloedt en een voorbeeld vormt dat wordt geïmiteerd en een zeker gedrag in de hand werkt.

Dergelijke taal draagt niet bij tot het sociale, geestelijke en morele welzijn van het kind en is niet bevorderlijk voor onze cultuur en waarden. Daarom vestig ik de aandacht op de noodzaak om het taalgebruik op het internet specifiek onder de loep te nemen en de invloed ervan op de persoonlijke ontwikkeling van het kind te analyseren.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik behoor tot degenen die het voortbestaan van een vrij te gebruiken internet willen waarborgen. De ontwerpers van het internet hadden een groot vertrouwen in de basale goedheid van mensen, en ik ben geneigd dat vertrouwen te delen. Helaas moeten we met betrekking tot het internet, net zoals in elke willekeurige door mensen bevolkte maatschappij, de treurige waarheid erkennen dat regelgeving noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat degenen die zichzelf niet kunnen beschermen ook beschermd zijn. De veiligheid van een individu is een grondrecht, net als het recht op vrijheid van meningsuiting en zelfexpressie.

Gruwelijke zaken zoals kinderpornografie en pedofilie moet, evenals internetfraude, een halt worden toegeroepen. “Roofdieren” op het internet mogen we in geen geval tolereren, en nu we het toch hebben over dit zeer belangrijke onderwerp wil ik uw aandacht vragen voor een beduidend minder veelbesproken gegeven: het internet zit ook vol met websites die aanzetten tot haat, geweld en intolerantie ten aanzien van alle soorten minderheden, waaronder etnische minderheden. Dit is een aspect van internet dat onze aandacht behoeft. We moeten er ook voor zorgen dat minderheden zich beschermd voelen. Het is onacceptabel dat veel extremistische groeperingen het internet gebruiken om aan te sporen tot haat en xenofobie.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou uw aandacht willen vragen voor verschillende problemen in verband met het internet.

Ten eerste noem ik de bescherming van persoonsgegevens en van de vertrouwelijkheid in verband met elektronisch stemmen, dat mensen met een handicap in staat stelt hun rechten als burgers uit te oefenen. Ik noem verder de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten in verband met artistiek materiaal dat gemakkelijk via het internet kan worden doorgegeven. Een ander punt is de bescherming van kinderen tegen schadelijke beelden, zoals bijvoorbeeld gewelddadigheden of porno, middels adequate filters en door voorlichting aan de ouders. Als vierde punt noem ik het probleem van de bescherming van kinderen tegen pedofielen en ontvoerders, en tevens de mogelijkheid om criminelen op te sporen aan de hand van sporen die zij op het internet achterlaten – zoals het adres van een pedofiel, opnames van misdaden die met een mobiele telefoon zijn gemaakt en vervolgens op het internet zijn geplaatst. Als de uitlatingen van een jongeman in Duitsland niet waren genegeerd, zouden zijn slachtoffers, de scholieren en docenten die hij neerschoot, nu nog in leven zijn. Het volgende punt, dat in feite het belangrijkst is, betreft het eerbiedigen van de vrijheid van meningsuiting. Ook daarbij moet de wet in acht worden genomen net zoals op elk ander gebied. Voor sommige van deze problemen zijn nieuwe technische oplossingen nodig. Ik wil de rapporteur feliciteren.

 
  
MPphoto
 

  Ján Figeľ, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag alle sprekers bedanken voor hun betrokken en geïnteresseerde bijdragen. Ik wil slechts twee punten toevoegen aan datgene wat ik bij aanvang van het debat heb gezegd. Wij delen onder andere onze bezorgdheid over intellectuele-eigendomsrechten en de evenwichtige aanpak die in dit opzicht vereist is. Dit is belangrijk voor de algemene groei, of ontwikkeling, van de informatiemaatschappij. De uitvoering van deze eigendomsrechten dient zorgvuldig te worden afgewogen tegen de fundamentele vrijheden en rechten die in het verslag worden genoemd, waaronder het recht op privacy, de bescherming van persoonsgegevens en het recht om deel te nemen aan de informatiemaatschappij.

Velen van u noemden kinderen, minderjarigen, en de bescherming van hen die waarschijnlijk het meest het hoofd moeten bieden aan deze uitdagingen, en die dagelijks achter de computer zitten. Op dit punt wil ik partners, lidstaten en instellingen niet alleen adviseren, maar tevens dringend verzoeken om mee te werken aan het programma “Een veiliger gebruik van het internet 2009-2013”. Hiervoor is een aanzienlijk budget beschikbaar. Er zijn reeds maatregelen getroffen tegen onrechtmatige of illegale inhoud, maar ook tegen schadelijk gedragingen zoals “grooming” of pesten, die reeds genoemd zijn.

Er zijn veel zaken die aandacht behoeven, maar ik wil pleiten voor de invoering van serieuze maatregelen inzake het aangaan van verplichtingen, zowel op nationaal als op internationaal niveau. We beschikken over een richtlijn inzake privacy en elektronische communicatie, veel concrete maatregelen of plannen van aanpak, een Europees programma voor de bescherming van kritieke infrastructuren. Dat is de reden waarom ik zei dat we niet meer wetgeving behoeven, maar eerder een adequate en juiste tenuitvoerlegging, en vervolgens vanzelfsprekend een verdere ontwikkeling en verdere verbeteringen. Iemand maakte terecht melding van het telecompakket. De trialoog van gisteren heeft veel vertrouwen geschapen dat uiteindelijk overeenstemming kan worden bereikt.

Ik wil afsluiten met de mededeling dat dit jaar is uitgeroepen tot het Europees Jaar van de creativiteit en innovatie, en het motto daarvan luidt: verbeeld, creëer en innoveer. We kunnen ons wellicht de wereld niet voorstellen zonder het internet, maar het is belangrijk om onze verbeelding te gebruiken, te creëren en te innoveren om de veiligheid op het internet te verhogen in de richting van meer menselijkheid en menselijke verantwoordelijkheid.

 
  
MPphoto
 

  Stavros Lambrinidis, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de Commissie graag willen bedanken. Om het de tolken makkelijker te maken – ik spreek namelijk niet van papier – zal ik, bij wijze van uitzondering, mijn verhaal in het Engels houden.

Ik respecteer de gevoeligheden van degenen die bezorgd zijn over de bescherming van intellectuele eigendom. Maar ik heb het idee dat ze het verkeerde verslag aanvallen. Mijn verslag is geen verslag over één bepaald aspect; het is een verslag over de bescherming van grondrechten en de veiligheid op internet in het algemeen en dat is in feite waarom unanieme steun heeft gekregen.

Echter, voor zover wel naar intellectuele-eigendomsrechten wordt verwezen, zou men bij het horen van sommige toespraken kunnen denken dat het verslag deze rechten negeert. Laat ik u een voorbeeld geven van het evenwicht waarnaar we met dit verslag gestreefd hebben. In paragraaf 1, subparagraaf k) verzoeken we de Raad dringend om over te gaan “tot het aannemen van de richtlijn inzake strafmaatregelen gericht op het handhaven van intellectuele-eigendomsrechten, na een evaluatie, in het licht van hedendaags innovatieonderzoek, van de mate van noodzakelijkheid en evenredigheid ervan, en tegelijkertijd, in het kader van dat doel”. Dit is wat er in het verslag staat.

De amendementen zijn echter alles behalve evenwichtig. Amendementen die beogen te schrappen waar het verslag om vraagt – namelijk een verbod op het systematisch uitoefenen van controle en toezicht op alle gebruikers, al dan niet verdacht of al dan niet schuldig, om alle veiligheidsrechten te beschermen – zijn alles behalve evenwichtig. Met die amendementen wordt ons gevraagd de grondrechten volledig te laten varen om iets anders te beschermen.

Ten tweede, amendementen die tot doel hebben een heel precieze en specifieke verwijzing in het verslag – dat controversiële politieke uitingen niet strafbaar zouden moeten worden gesteld – te schrappen of af te zwakken, zijn amendementen waar ik tegen ben en ik ben blij te horen dat vele anderen in deze kamer dat ook zijn.

Politieke uitingen moeten worden beschermd, vooral wanneer ze controversieel zijn. Als iedereen in deze zaal het met elkaar eens zou zijn, zouden we geen wetgeving met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting nodig hebben. We hebben deze wetten voor wanneer dit niet het geval is, vooral ter bescherming van de vrijheid meningen te uiten waar mensen zoals ik of anderen bijzonder boos om kunnen worden. Deze passage in het verslag heeft het niet over “criminele” uitingen. Het gaat specifiek over het uiten van “controversiële politieke” overtuigingen. Daarom verzoek ik iedereen dringend om deze specifieke alinea in het verslag te steunen en om het verslag in zijn algemeenheid te steunen.

Ik ben iedereen die hier vanavond was – zelfs degenen die het niet met me eens zijn – erg dankbaar. Ik weet dat het niet gemakkelijk is. Dank u voor de steun die u mij al deze maanden gegeven hebt in de voorbereiding van dit verslag. Ik zie ernaar uit in de toekomst met u samen te werken aan uw verslagen en u hetzelfde begrip te tonen en dezelfde steun te geven.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. Dank u, collega’s. Hartelijk dank voor uw advies, mijnheer Mavrommatis, en mijn bijzondere dank aan de rapporteur, de heer Lambrinidis, voor zijn succes en voor een belangrijk en interessant verslag.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt op donderdag 26 maart 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Neena Gill (PSE), schriftelijk. (EN) Ik feliciteer de rapporteur met dit verslag. Ik geloof dat het internet het leven van de Europeanen op talloze manieren heeft verbeterd. Het internet heeft ons vermogen om kennis te vergaren vergroot, het heeft bijgedragen tot ons begrip van de wereld om ons heen en heeft onze sociale contacten versterkt.

Maar mijn achterban laat me weten zich ook zorgen te maken om de gevaren op het internet. We hebben buitengewone technologie binnen handbereik liggen, maar juist de vrijheid die deze ons verschaft, heeft criminelen de kans gegeven om misbruik te maken van de technologie. Dit verslag is, met zijn aandacht voor de grondrechten, een stap in de goede richting om het internet veiliger te maken. We hebben de afgelopen vergaderperiode gesproken over de noodzaak om kinderporno aan te pakken. De voorstellen waarover we vandaag hebben gestemd, vormen weer een nieuw, essentieel instrument in de strijd tegen dat gevaar, omdat vrijheid en veiligheid met elkaar in evenwicht zijn gebracht.

Het verslag roept ook vragen op met betrekking tot digitale geletterdheid. We kunnen als maatschappij niet eensgezind verder wanneer we door bepaalde mensen nieuwe vrijheden verlenen, de rechten van degenen die minder bekend zijn met het internet beperken. We hebben van harte de ingrijpende veranderingen die het internet ons heeft gebracht, geaccepteerd. Om nog verder vooruit te komen zouden we onze aandacht nu met dezelfde bereidheid moeten richten op het aanpakken van de negatieve kanten van deze revolutie.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk.(RO) Het is genoegzaam bekend dat het internet zich steeds moeilijker laat beheersen, maar toch dienen de regeringen van de lidstaten prioriteit te geven aan de bescherming van het grondrecht op privacy op internet en aan het waarborgen van de veiligheid op internet.

Het gebruik van internet brengt tal van voordelen, maar we mogen de ogen niet sluiten voor het gevaar van misbruik waar sommige internetgebruikers aan blootgesteld zijn.

Het is onze plicht dit misbruik in te perken door normen op te stellen voor gegevensbescherming, maar ook voor de veiligheid en de vrijheid van meningsuiting, zowel op Europees als op nationaal niveau.

Daarnaast is er dringend behoefte aan maatregelen tegen cybercriminaliteit, waarvoor naar mijn mening een mondiale strategie opgesteld dient te worden.

Het is mijn stellige overtuiging dat in de strijd tegen cybercriminaliteit een actieve samenwerking tussen politie, internetproviders, gebruikers en overige betrokkenen geboden is.

Ik sluit af met de vaststelling dat het recht op educatie en toegang tot internet gewaarborgd dient te worden, evenals de veiligheid en de rechten van hen die van internetdiensten gebruik maken.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid