Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0140(APP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0149/2009

Ingediende teksten :

A6-0149/2009

Debatten :

PV 01/04/2009 - 14
CRE 01/04/2009 - 14

Stemmingen :

PV 02/04/2009 - 9.16
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0211

Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 1 april 2009 - Brussel Uitgave PB

14. Gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0149/2009) van Kathalijne Maria Buitenweg, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid [COM(2008)0426 - C6-0291/2008 - 2008/0140(CNS)].

 
  
MPphoto
 

  Kathalijne Maria Buitenweg, rapporteur. − Voorzitter, maandag heeft de dochter van een vriendin van mij een brief gekregen. Zij is afgewezen voor de universiteit. Niet omdat ze het intellectueel niet kan bolwerken, maar omdat ze een handicap heeft. Volgens de brief kan de universiteit haar niet de zorg bieden die ze nodig heeft. De middelbare school heeft ze goed doorlopen, dus die kon dat wel. Nu staat ze aan de kant.

Het verslag dat we vandaag bespreken, raakt het hart van onze samenleving. Willen we dat mensen tweederangsburgers zijn vanwege hun leeftijd, hun seksuele oriëntatie, religie of overtuiging of handicap, of kiezen we voor een samenleving waaraan iedereen volwaardig kan deelnemen? Niet alleen de betroffen mensen zelf wordt onrecht aangedaan als hun een huurhuis of een lening wordt geweigerd door wíe ze zijn, maar ook de samenleving in haar geheel doet zich tekort door mensen af te schrijven.

Ik heb met heel veel spanning uitgekeken naar vandaag. Er staat heel veel op het spel bij de stemming morgen. Al vanaf 1995 vraagt het Europees Parlement om Europese richtlijnen voor gelijke behandeling van mensen en in het Verdrag van Amsterdam hebben we daarvoor eindelijk een rechtsgrondslag gekregen. In 2000 zijn daar belangrijke richtlijnen uit voortgekomen: de richtlijn over de gelijke behandeling, ongeacht ras of etnische afstamming, waarvan de werkingsfeer zowel de arbeidsmarkt als het aanbieden van goederen en diensten omvat, en ook de richtlijn die discriminatie op basis van seksuele oriëntatie, leeftijd, handicap en religie of overtuiging moet tegengaan, maar die laatste richtlijn is beperkt gebleven tot de arbeidsmarkt.

Dat begon te wringen, omdat ook bij genderdiscriminatie discriminatie op wel meer terreinen verboden is. Als Parlement hebben we ons altijd verzet tegen deze hiërarchie van discriminatiegronden die is ontstaan. Want waarom mag iemand wel een lening worden geweigerd omdat hij homo is, maar mag dat niet omdat hij zwart is? De bescherming dient gelijkwaardig te zijn. We hebben samen gepleit voor deze horizontale richtlijn en er zijn verschillen tussen ons: over de toon en soms ook over de precieze invulling. Maar tot nu toe wilde een overgrote meerderheid van het Parlement dat de huidige scheve situatie gerepareerd wordt en het is deze boodschap die we morgen aan de Raad moeten geven. Ik hoop daarvoor op een zo groot mogelijke meerderheid.

Er zijn veel mensen die ik wil bedanken voor hun bijdrage aan het verslag. Allereerst de rapporteurs voor advies, en met name Liz Lynne van de Commissie sociale zaken. Veel van haar suggesties staan nu in de tekst vermeld. Maar ook de schaduwrapporteurs Patrick Gaubert, Emine Bozkurt, Sophia in 't Veld en Yvonne Kaufmann wil ik bedanken. In het Nederlands kennen we het gezegde "over je eigen schaduw heen springen", dat betekent dat je verder wil kijken dan het punt waarop je altijd gehamerd hebt, een goed punt voor schaduwrapporteurs. Ik vind dat dat ons gelukt is. Ik ben echt trots op het compromis dat in overgrote meerderheid door de Commissie LIBE is aangenomen. Het is er beter op geworden. Ik wil nog veel andere mensen bedanken die hieraan hebben bijgedragen, maar één in het bijzonder en dat is Michael Cashman. Michael, ik wil jou bedanken voor alle adviezen die je me hebt gegeven, voor het vele lobbywerk en ook voor de inspiratie en de vriendschap van de afgelopen jaren.

De inhoud nu: het verslag stelt dat discriminatie op de vier gronden verboden is. Op de arbeidsmarkt hadden we dat al geregeld, maar dat geldt nu ook bij het aanbieden van goederen en diensten, sociale bescherming - waaronder sociale zekerheid en gezondheidszorg - en onderwijs. Maar niet elk verschil wordt ook gezien als discriminatie. Verzekeringsmaatschappijen mogen bijvoorbeeld nog onderscheid maken naar leeftijd en handicap, mits ze dat objectief kunnen motiveren. Voor veel mensen met een handicap moeten er voorzieningen worden getroffen, maar er zijn wel grenzen aan de redelijkheid gesteld. Er mag dus worden afgeweken onder voorwaarde, maar de regel is gelijke behandeling, en dat is ook waar de stemming over gaat morgen. Vinden wij dat Europa alleen een markt is, of ook een bron van beschaving?

Ik moet zeggen dat amendement 81 in ieder geval aantoont waar de heer Weber en 41 anderen staan. U wilt hoe dan ook geen gelijkebehandelingswetgeving, want wát ik ook probeer met compromissen, u bent gewoon principieel tegen een antidiscriminatiewet. Daarom amendeert u het niet, maar haalt u het hele voorstel van tafel. Dan scheiden hier ook onze wegen, daar is geen middenweg voor. Laten we morgen dan maar zien welke kant de meerderheid van het Parlement op wil.

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik waardeer de grote belangstelling voor dit voorstel, zoals blijkt uit de vele amendementen waartoe het heeft geleid. Hiermee wordt duidelijk dat de strijd tegen discriminatie in het dagelijks leven voor de meesten van ons een constante prioriteit is, zelfs tijdens een ernstige economische crisis. Ik ben ook blij met het uitstekende verslag dat is ingediend door mevrouw Buitenweg en goedgekeurd door de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, evenals met de opmerkelijke bijdrage van mevrouw Lynne en de Commissie sociale zaken en werkgelegenheid.

Het ontwerpverslag onderschrijft de ambitie en het streven van de ontwerprichtlijn die door de Commissie is ingediend. Naar mijn mening is de rapporteur erin geslaagd verschillende gezichtspunten met elkaar te verzoenen en een brede consensus te bereiken tussen de verschillende fracties. Ik wil ook de ondersteunende rol toejuichen die het Parlement heeft gespeeld bij het indienen van de ontwerprichtlijn.

Wat de voorgestelde amendementen betreft ben ik het met veel van de verbetersuggesties in het ontwerpverslag eens. Desondanks moet ik zeggen dat voor dit ontwerp unanieme instemming van de Raad vereist is en dat we daarom realistisch moeten blijven.

Ik weet dat het probleem van meervoudige discriminatie voor u fundamenteel is. Ik ben me er volledig van bewust dat mensen die het slachtoffer zijn van meervoudige discriminatie daar heel ernstige gevolgen van ondergaan. Toch denk ik tegelijkertijd dat, omdat deze richtlijn van toepassing is op maar vier mogelijke oorzaken van discriminatie, het probleem juridisch niet definitief kan worden opgelost.

In haar mededeling over non-discriminatie van juli 2008 heeft de Commissie toegezegd een discussie over deze kwestie op gang te zullen brengen onder de nieuw opgerichte groepen van regeringsdeskundigen. Deze discussie is begonnen. Het probleem van meervoudige discriminatie wordt dus niet veronachtzaamd.

Ik zou kunnen instemmen met een verwijzing naar meervoudige discriminatie op de gebieden waarop deze ontwerprichtlijn betrekking heeft. Ik ben het ermee eens dat we de verdeling van de bevoegdheden tussen de EU en de lidstaten duidelijker moeten definiëren. De richtlijn zal de definitie als zodanig niet veranderen, maar ons doel is de grootst mogelijke mate van rechtszekerheid te bereiken.

Ik aanvaard ook dat rekening moet worden gehouden met de vrijheid van meningsuiting bij de beoordeling van zaken van vermeend slachtofferschap. We moeten ons echter realiseren dat voor slachtofferschap van discriminatie sterke bewijzen nodig zijn. De menselijke waardigheid moet in het geding zijn en er moet sprake zijn van een vijandige of vernederende omgeving.

Ik stem in met de opname van het begrip ‘discriminatie door associatie’ in de zin van het arrest in de zaak-Coleman, maar dit begrip moet alleen worden toegepast waar sprake is van directe discriminatie en slachtofferschap.

Wat financiële diensten betreft ben ik het ermee eens dat dienstverleners een zekere mate van transparantie moeten invoeren, maar ik heb enige twijfels over de formulering die in uw ontwerp is gekozen. Ik ben het er volledig mee eens dat de richtlijn niet moet gelden voor zuiver particuliere transacties. De standpunten van de Commissie en het Parlement zijn op dat gebied vrijwel gelijk. Wat de lichamelijk gehandicapten betreft kan ik steun geven aan een verwijzing naar de open definitie van een lichamelijke handicap die wordt gebruikt in het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

Ik ben het in essentie ook eens met sommige opmerkingen over het begrip lichamelijke handicap in de voorgestelde amendementen. Ik vind echter dat ik erop moet wijzen dat het woordgebruik in de verordening juridisch heel precies moet zijn. Ik stem in met sommige andere ideeën die zijn uitgesproken, maar naar mijn mening moeten we ervoor zorgen dat artikel 4 bondig en begrijpelijk is.

Dames en heren, ik kijk uit naar uw meningen en zal daarop in het debat reageren.

 
  
MPphoto
 

  Elizabeth Lynne, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou de rapporteur van harte willen bedanken voor al het harde werk dat zij heeft verricht voor dit verslag en voor de nauwe samenwerking die we hierbij hebben gehad. Wij hebben zeer nauw samengewerkt, en niet alleen bij dit verslag. In de tien jaar dat ik in het Europees Parlement zit hebben wij ons namelijk beiden – zoals zij en anderen weten – jarenlang met deze kwestie beziggehouden. Ik herinner me dat wij tijden geleden samen de hoorzittingen over artikel 13 bijwoonden. Eindelijk is het dan zover dat we een debat kunnen voeren over een antidiscriminatierichtlijn, een kans ten langen leste om een wetgeving erdoor te drukken warmee de strijd kan worden aangebonden tegen discriminatie op alle gronden die nog niet gedekt waren: handicap, leeftijd, godsdienst of overtuiging en seksuele geaardheid. We hebben hier vele jaren op gewacht. Laten we nu maar hopen dat we die grote meerderheid krijgen.

Ik voer al vele jaren campagne wat handicap en leeftijd betreft, maar ik was er al een hele tijd geleden van overtuigd dat we niemand in de steek mochten laten. Ik vond dat we geen genoegen mochten nemen met een handicaprichtlijn en vervolgens een leeftijdsrichtlijn, omdat dan seksuele geaardheid en godsdienst er buiten gelaten zouden worden. Daarom vroeg ik in het initiatiefverslag van afgelopen jaar om één richtlijn die alle nog ongedekte gebieden zou beslaan. Ik ben zeer verheugd dat dit is gebeurd. Ik ben ook zeer tevreden dat wij zo’n grote meerderheid in het Parlement hebben gekregen voor dat initiatiefverslag. Ik weet van de Commissie en de Raad dat dit een van de redenen was waarom zij dachten dat het veilig was om dit voorstel te doen. Daarom moeten we morgen een zeer grote meerderheid voor dit verslag krijgen.

Ik zou ook u, commissaris Špidla, heel erg willen bedanken. Ik heb u bij andere gelegenheden bedankt, maar ik wil u ook in de plenaire vergadering bedanken, omdat ik eerlijk gezegd niet geloof dat dit voorstel zonder uw steun en hulp nu op tafel zou liggen. Dus commissaris, een oprecht woord van dank van velen onder ons, omdat u hier achteraan hebt gezeten. Ik weet dat uzelf een heleboel werk hieraan hebt verricht.

Wij hebben het voorstel door de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken gekregen. Wij hebben die grote meerderheid nodig. Iedereen moet gelijk worden behandeld in de EU. Een rolstoelgebruiker of iemand met een blindegeleidehond behoort overal in de Europese Unie vrije toegang te hebben. Iemand met een andere seksuele geaardheid zou elke hotelkamer mogen gebruiken die hij wil en in elk hotel mogen verblijven wanneer hij op vakantie gaat. Alle ouderen behoren, ongeacht hun leeftijd, het recht te hebben op toegang tot gezondheidszorg. Mensen met een andere godsdienst mogen niet gediscrimineerd worden.

Ik doe een dringend beroep op al degenen onder u die overwegen hiertegen te stemmen: doet u dat alstublieft niet. Dit is het hart van de Europese Unie. Onze grondslag wordt gevormd door mensenrechten en antidiscriminatie. Stemt u er alstublieft vóór.

 
  
MPphoto
 

  Amalia Sartori, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid.(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, als Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid hebben wij ons in de allereerste plaats beziggehouden met de noodzaak een gelijke behandeling te garanderen op gezondheidsgebied. Andere aspecten zijn uitstekend behandeld door andere commissies en vooral door de rapporteur en de commissaris, en wij hebben daarom besloten het onderwerp ‘gezondheid’ eruit te lichten.

In de eerste plaats hebben wij geconstateerd dat er nog altijd grote verschillen tussen de lidstaten bestaan als het gaat om de toegang tot gezondheidszorg. Toegang tot gezondheidszorg is een grondrecht dat is neergelegd in artikel 35 van het Handvest van de grondrechten, en het bieden van gelijke toegang voor iedereen tot een hoogwaardige gezondheidszorg is een kerntaak van de overheid in de lidstaten. Daarom is het belangrijk – al zijn we ons ervan bewust dat de Europese Unie en de lidstaten verschillende bevoegdheden hebben – dat de EU al het mogelijke doet in de zin van richtsnoeren, maar ook in de zin van richtlijnen, die wij gaandeweg opstellen en voorbereiden, in combinatie met resoluties en verordeningen. We moeten deze, waar mogelijk, doorgeven aan de lidstaten vanuit deze essentiële doelstelling.

Als Commissie volksgezondheid hebben wij met name de nadruk gelegd op de amendementen inzake het bevorderen van gezondheidseducatie, het blijven aanmoedigen van de bestrijding van geweld tegen vrouwen, het bestrijden van weigering van medische behandeling op grond van alleen het leeftijdscriterium, maar vooral – en daarmee kom ik weer terug bij dit onderwerp – het bevorderen van gelijke toegang tot hoogwaardige gezondheidsdiensten in alle lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Lissy Gröner, rapporteur voor advies van de Commissie cultuur en onderwijs. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, als rapporteur van de Commissie cultuur en onderwijs voor de nieuwe antidiscriminatierichtlijn betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid juich ik het voorstel van de Commissie van harte toe en ik wil met name de heer Špidla danken.

Uit Eurobarometer-enquêtes blijkt dat circa driekwart van de bevolking in de EU van mening is dat op dit gebied actie moet worden ondernomen. De Commissie cultuur en onderwijs heeft bij drie punten aangedrongen op wijzigingen en aanvullingen. Allereerst moet het genderaspect worden opgenomen. Wij zijn het eens met de bereikte compromissen. Wij willen de toegang tot de media en onderwijs veiligstellen en regels tegen meervoudige discriminatie vastleggen; in dat opzicht zijn diverse uitstekende compromissen bereikt.

De http://www.europarl.europa.eu/members/public/geoSearch/view.do?country=NL&partNumber=1&language=NL&id=28174" \o "BERMAN, Thijs" Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement heeft deze uitgebreide horizontale richtlijn gesteund. Als Duitse conservatieven en liberalen deze richtlijn nu in zijn geheel verwerpen, dan bekennen zij kleur. Ze willen homoseksuelen blijven discrimineren, ze willen propaganda bedrijven. We hoeven met de nieuwe richtlijn niet bang te zijn voor extremisten zoals Scientology-aanhangers: het blijft mogelijk om advertenties te weigeren of om te weigeren vergaderruimten te reserveren. De Commissie cultuur en onderwijs stemt unaniem vóór de horizontale richtlijn.

 
  
MPphoto
 

  Donata Gottardi, rapporteur voor advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid.(IT) Mijnheer de voorzitter, commissaris, dames en heren, ik wil graag verslag doen van het positieve resultaat dat in de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid is behaald. Dat laatste is geen toeval, aangezien onze commissie gewend is zich grondig bezig te houden met de onderwerpen gelijke behandeling, gelijke kansen en het verbieden van discriminatie.

Wij hebben met ons advies een aantal krachtige signalen afgegeven waarmee naar ik hoop rekening zal worden gehouden wanneer de tekst wordt aangenomen. Deze richtlijn vormt niet het einde of de voltooiing van een reeks. Als dat wel zo was, had dat juist op het gebied van genderdiscriminatie een verzwakking kunnen betekenen. Deze richtlijn moet een gelegenheid zijn om het werk aan de antidiscriminatierichtlijnen weer nieuw leven in te blazen. Om te beginnen zouden twee nieuwe concepten moeten worden toegevoegd waarover we het allemaal eens zijn: meervoudige discriminatie, waarbij twee of meer risicofactoren aanwezig zijn, en associatieve discriminatie, waardoor de naasten van de direct betrokken persoon of degenen die een band met hem of haar hebben, worden getroffen. Beide zijn van cruciaal belang voor vrouwen, maar niet alleen voor hen. Deze richtlijn moet de aanzet geven tot verbetering van de nationale wetgeving, vooral in landen zoals het mijne, waar het tij gekeerd moet worden.

 
  
MPphoto
 

  Manfred Weber, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik durf nauwelijks nog het woord te nemen; gezien de algemene sfeer hier in het Parlement durf ik nauwelijks nog vragen te stellen. Uiteraard is iedereen tegen discriminatie, maar je durft de weg die we volgen niet meer ter discussie te stellen uit angst dat je dan meteen in een hoek wordt geduwd.

Dames en heren, we zijn het allemaal eens over het doel en ik zou het bijzonder op prijs stellen als we ophielden iets anders te beweren. Maar wij zijn het niet eens over de weg, en dat moet toch een legitiem onderwerp van discussie zijn, ook in de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten.

Allereerst wil ik de commissaris een vraag stellen. Aangezien de oude richtlijn, de bestaande antidiscriminatierichtlijn van de Europese Unie, in tien lidstaten nog steeds niet is geïmplementeerd, daar er tegen tien lidstaten een inbreukprocedure is ingesteld, moeten wij ons dan niet serieus afvragen waarom deze richtlijn wordt herzien op een moment waarop de bestaande richtlijn nog niet eens is geïmplementeerd? Is dat een serieuze vraag die we mogen stellen? Om die reden is terugverwijzing naar de commissie zonder meer een argument dat we hier ter tafel mogen brengen.

Bij de tweede vraag mogen we eveneens over de inhoud praten. We hebben bijvoorbeeld te maken met de vraag waarom de kerken, die innige partners met links waren wat betreft de bescherming van vluchtelingen, nu naar ons komen. De kerken, die vroeger jullie partners waren, komen nu naar ons en zeggen dat zij problemen hebben met bepaalde formuleringen. Als mensen van de media, uitgevers van kranten, naar ons toe komen en zeggen dat ze hun vraagtekens zetten bij bepaalde kwesties, dan moet daar serieus over worden gedebatteerd. Als we over gezinnen debatteren, dan zegt de commissaris dat hij de lidstaten niets wil voorschrijven, maar met deze richtlijn gaan we natuurlijk via de achterdeur harmoniseren. En zo kan ik doorgaan. Er zijn verschillende argumenten die kunnen worden aangevoerd en die onze fractie zorgen baren, ernstig zorgen. Deze zaken mogen worden aangekaart, ook als men zich vol overgave tegen discriminatie inzet.

Links is vandaag in het Parlement weer bijzonder zelfvoldaan, omdat het weer nieuwe wetgeving op diverse punten creëert. We mogen ons derhalve afvragen of de legislatieve aanpak uiteindelijk daadwerkelijk zoveel nieuwe voordelen heeft voor de mensen die wij willen beschermen. Er zijn ook nog andere fundamentele waarden die het verdienen in ogenschouw te worden gehouden. Als we bijvoorbeeld particuliere overeenkomsten opnemen, zoals de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement voorstelt – niet alleen commerciële maar ook particuliere overeenkomsten – dan mogen we onszelf toch wel afvragen of contractvrijheid niet ook een belangrijke fundamentele waarde is, die wij hier in het Parlement moeten beschermen.

De Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten is tegen discriminatie en zal daar te allen tijde tegen strijden, maar we moeten in het Parlement wel de mogelijkheid hebben om te discussiëren over de wijze waarop.

 
  
MPphoto
 

  Emine Bozkurt, namens de PSE-Fractie. – Morgen hebben we een unieke kans om een historische stap te zetten in de strijd tegen discriminatie door "nee" te zeggen tegen discriminatie. Op dit moment hebben we immers een nogal vreemde situatie. Er bestaan verschillen in bescherming tegen discriminatie. Het valt niet uit te leggen dat iemand die zwart en homo is, buiten de werkvloer wél beschermd is bij de wet tegen discriminatie op grond van zijn huidskleur, maar niet op grond van zijn seksuele geaardheid.

Morgen kunnen we laten zien dat wij als Europees Parlement niet langer discriminatie zullen toestaan op grond van leeftijd, handicap, seksuele geaardheid of godsdienstige overtuiging. Europa is er namelijk voor iedereen. Het kan niet zo zijn dat iemand die een auto of een woning wil huren, geweigerd wordt op grond van zijn religie. En mensen in een rolstoel moeten toch ook gewoon bij de toetsen van de pinautomaat kunnen of toegang hebben tot een trein of station. Het is niet uit te leggen dat iemand van 65+ voor duizenden euro's in het rood mag staan bij een bank, maar van dezelfde bank niet een bescheiden lening krijgt. Vandaag de dag worden we allemaal een dagje ouder. Denkt u zich eens in: het gaat om zaken die onszelf straks ook aangaan.

Deze meningsverschillen maakten de onderhandelingen weliswaar niet gemakkelijk, maar we kunnen trots zijn op het resultaat dat uit de Commissie LIBE is voortgekomen en waaraan overigens alle partijen zich toen hebben verbonden. Het voorstel is redelijk en realistisch. In het geval van mensen met een handicap zullen er wellicht aanpassingen nodig zijn om hun toegang te verschaffen tot bijvoorbeeld goederen en diensten, maar het betekent wel dat deze mensen weer actief kunnen participeren in de maatschappij. Deze aanpassingen zouden vervolgens niet onevenredig bezwarend mogen zijn, en er is ook terdege rekening gehouden met een goede implementeringstermijn. Aanpassingen hoeven niet per direct gerealiseerd te worden. We verwachten niet van lidstaten om per direct treinstations aan te passen. Wel vragen we de lidstaten in toekomstige ontwerpen van gebouwen en vervoermiddelen alvast na te denken over de toegankelijkheid voor mensen met een handicap.

En ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk dit verslag zal zijn voor de burgers van Europa, de mensen waar het namelijk om gaat. Vergeet u alstublieft niet dat volgens de Eurobarometer 87 procent van de Europeanen graag maatregelen ziet voor de discriminatiegronden voor deze richtlijn. Dat zijn ook úw kiezers, meneer Weber. Onze Sociaal-democratische Fractie is erg blij met de voorstellen tegen het probleem van meervoudige discriminatie die nu onderdeel uitmaken van dit verslag.

Kunt u zich voorstellen dat een zwarte vrouw in een rolstoel het gevoel kan hebben gediscrimineerd te worden? Heel weinig landen kennen het concept van meervoudige discriminatie. In de meeste gevallen zou deze vrouw bij aangifte moeten kiezen op welke grond zij gediscrimineerd is. Waarschijnlijker is dat zij niet slechts op één grond wordt gediscrimineerd, maar dat de verschillende gronden met elkaar samenhangen. Voor deze vrouw moet de mogelijkheid bestaan dit aan te klagen en haar recht te halen. We roepen het Parlement dan ook op deze belangrijke bepalingen te behouden.

Collega's, ik vraag u deze richtlijn te steunen. Hier ligt de mogelijkheid voor het Parlement om duidelijk en onomwonden te zeggen dat discriminatie niet langer getolereerd mag worden en dat het Europees Parlement de rechten van al haar burgers even belangrijk vindt. Laten we die stap zetten.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, allereerst ook mijn welgemeende complimenten en dank aan de rapporteur, die fantastisch werk heeft verricht. Mijn fractie is heel blij dat er bijna vijf jaar na de belofte van de heer Barroso eindelijk een voorstel voor een richtlijn op tafel ligt. Discriminatie is in strijd met de Europese Verdragen, met het Handvest van de grondrechten en met de Conventie voor de rechten van de mens. Maar verdragen en plechtige verklaringen zijn van weinig nut in de rechtbank. Europese burgers moeten een instrument hebben om hun rechten af te dwingen.

Dat is de raison d'être van de Europese Unie, meneer Weber, niet de melkquota of de aanbestedingsregels of de structuurfondsen, maar een Europese ruimte waar eenieder naar eigen inzicht en in vrijheid zijn eigen leven kan inrichten. Eén Europese ruimte, waar iedereen gelijk is voor de wet, gelijke kansen heeft in de samenleving en met respect wordt behandeld. Een richtlijn is daarvoor niet voldoende, maar wel een eerste voorwaarde. Deze richtlijn gaat over Europa als een gemeenschap van waarden, en waarden kunnen niet worden uitonderhandeld door 27 regeringen in de gebruikelijke uitruil van nationale belangen. Waarden bepalen wij samen als burgers, in een open debat en daarvoor is het Europees Parlement de aangewezen arena.

Ja, meneer Weber, sommige zaken liggen heel gevoelig, met name de gronden seksuele oriëntatie en godsdienst. Maar wij hebben een verantwoordelijkheid ten aanzien van alle burgers, alle Europese burgers, want Europa mag geen Animal Farm worden: "All Europeans are equal, but some Europeans are more equal than others". Vrijheid van godsdienst en van geweten zijn grondrechten waarvoor ik de barricades op zal gaan. In een vrij Europa moet eenieder vrijelijk de eigen levensovertuiging kunnen aanhangen. Dat is de hoeksteen van de democratie. Maar vrijheid van godsdienst mag niet worden misbruikt als vrijbrief voor discriminatie van anderen.

Gisteren publiceerde het Europees Bureau voor de grondrechten het tweede verslag over homohaat in Europa. Het is beschamend dat er in Europa anno 2009 nog miljoenen mensen moeten vrezen voor discriminatie, haat, geweld en zelfs moord, puur vanwege hun seksuele oriëntatie. Ik kan Manfred Weber geruststellen: huwelijksrecht is en blijft een nationale bevoegdheid en daar verandert deze richtlijn niets aan. Maar in het 21e-eeuwse Europa is een huwelijksverbod op grond van religie, ras of seksuele oriëntatie een anomalie. Veel mensen vinden het volkomen aanvaardbaar dat de overheid een huwelijk of partnerschap verbiedt tussen twee volwassenen van gelijk geslacht. Maar zouden we het aanvaardbaar vinden - zoals dat in de geschiedenis gebeurd is - als de overheid een huwelijk verbiedt tussen joden en niet-joden, tussen katholieken en protestanten, tussen blanken en zwarten? Dat is onaanvaardbaar.

Collega's, geef uw stem aan dit verslag in het belang van de burgers die wij allemaal vertegenwoordigen. Een compromis is voor niemand ideaal, ook voor ons niet. Maar laten we, zoals Kathalijne zegt, over onze eigen schaduw heen springen.

Ten slotte roep ik ook de Raad dringend op om de aanbevelingen van het Parlement te volgen. Elke lidstaat heeft wel zo zijn eigen issues, maar het Europees Parlement laat zien dat verschillen overbrugd kunnen worden en dat we het eens kunnen worden over rechten voor alle Europese burgers.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Commissie houdt vol dat dit voorstel er niet op gericht is om het huwelijks- en adoptierecht in de lidstaten te wijzigen. De Commissie beweert dat ze de wettelijke status van de kerk en van religieuze onderwijs- en zorginstellingen niet wil aanpassen.

Het verslag van mevrouw Buitenweg haalt in ieder opzicht een streep door deze beperkingen. In amendement 50 worden de garanties voor het nationaal familie- en adoptierecht onder tafel geveegd. Amendementen 12, 29 en 51 zijn synoniem met een aanslag op de vrijheden van op godsdienst gebaseerde onderwijsinstellingen. In amendement 52 van het verslag wordt de garantie op vrijheid voor de religieuze gemeenschappen in de lidstaten ondermijnd. Het is overduidelijk dat Europees Links de Europese integratie tot één enkele kwestie wil herleiden. Het is er obsessief mee bezig om de laatste nieuwe homoseksuele eisen met alle macht erdoor te drukken. Deze handelwijze kan worden beschouwd als de ernstigste aanslag die ooit op de geloofwaardigheid van dit Parlement is gepleegd.

 
  
  

VOORZITTER: MANUEL ANTÓNIO DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een fundamenteel gegeven benadrukken, en dat is dat het Europese project niet geloofwaardig kan zijn als het niet ook wordt opgevat als een ruimte waarin onder geen beding gediscrimineerd wordt. Dat is de basis van het onderhavige debat.

Daarom verbaast het me dat sommige collega’s, die in alle andere debatten zo Europees gezind zijn, volslagen anti-Europees worden als het gaat om rechten en vrijheden.

Het is onaanvaardbaar. Het kan niet zo zijn dat iemand in deze tijd in de Europese Unie gediscrimineerd wordt omdat hij iemand van zijn eigen geslacht liefheeft, of omdat hij op leeftijd is, of omdat hij een handicap heeft of, zoals hier ook gezegd is, omdat hij een geloof of godsdienst heeft die niet als de norm beschouwd wordt. Dat is niet het Europa waarin ik wil leven, en dat is beslist niet het Europa waarvoor ik me elke dag inzet, in en buiten dit Parlement.

Ik denk dan ook dat dit voorstel voor een richtlijn noodzakelijk was. Het idee erachter is goed, evenals de beginselen ervan. Het is niet het voorstel dat ikzelf zou hebben gedaan, noch dat wat velen onder u gedaan zouden hebben, maar het is een goed uitgangspunt. Het geeft de juiste richting aan, en daarom hoop ik dat een meerderheid van u morgen, net als ik, voor dit verslag, voor het verslag-Buitenweg zal stemmen. Hopelijk zult u echter vooral akkoord kunnen gaan met het opnemen – het opnieuw opnemen – van lid 2, artikel 7, waarin een essentieel element wordt gewaarborgd, namelijk dat alle verenigingen en organisaties die zich met deze kwesties bezighouden, ook als pleitbezorgers, als wettelijke vertegenwoordigers mogen optreden van gediscrimineerde personen, want we mogen niet vergeten dat het juist deze mensen zijn die deel uitmaken van de meest kwetsbare groepen. Daarom moeten wij er ook voor zorgen dat zij vertegenwoordigd worden en hun belangen naar behoren worden behartigd.

 
  
MPphoto
 

  Sylvia-Yvonne Kaufmann, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik de rapporteur, mevrouw Buitenweg, danken voor al haar werk. Dit onderwerp was vooral bij haar in goede handen.

Het Parlement roept al jaren om deze richtlijn en het is daarom inderdaad van essentieel belang dat deze nog voor het einde van deze zittingsperiode wordt aangenomen. Tegelijkertijd is het van wezenlijk belang dat de Commissie zo spoedig mogelijk een voorstel ter bescherming tegen discriminatie op grond van geslacht presenteert, zodat er eindelijk een einde komt aan de bestaande hiërarchie van vormen van discriminatie. Verder kan ik alleen maar uiterst verbaasd zijn over het feit dat de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten er in amendement 96 op aandringt om discriminatie op grond van geloof of overtuiging uit het toepassingsgebied van de richtlijn te schrappen. Wel, dames en heren van de PPE-DE-Fractie, moeten wij u er daadwerkelijk op attenderen dat de rechtsgrondslag voor deze richtlijn –artikel 13 van het EG-Verdrag – al sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam in 1999, dat wil zeggen al tien jaar, geldend recht is? Mag ik u erop wijzen dat alle in artikel 13 genoemde gronden van discriminatie zonder enig onderscheid als gelijkwaardig worden beschouwd? En, dames en heren van de PPE-DE-Fractie, het kan u toch niet zijn ontgaan dat artikel 10 van het Handvest van de grondrechten van de EU eenieders geweten en godsdienst als gelijkwaardig behandelt.

Weet u, mijnheer Weber van de CSU, ik heb uw argumenten goed gehoord, maar ik moet u werkelijk zeggen dat ze God weet oeroud zijn. Uw amendement 81, waarin wordt voorgesteld de gehele richtlijn te verwerpen, gaat eerlijk gezegd gepaard met een welhaast cynische argumentatie, namelijk dat de tenuitvoerlegging van de richtlijn blijkbaar – en ik citeer – “gepaard gaat met overmatig veel bureaucratie”. Weet u, mijnheer Weber, ik heb eenvoudigweg geen begrip voor deze pogingen om mensen hun rechten te ontzeggen, met name met deze argumentatie, en ik hoop dat uw amendement 81 morgen tijdens de stemming hier in het Parlement met grote meerderheid wordt verworpen. De EU moet in de strijd tegen discriminatie in onze maatschappij eindelijk een stap voorwaarts zetten.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, dit Huis komt op voor burgerlijke vrijheden. Een van die vrijheden is de vrijheid van onderwijs. Een belangrijke vrijheid is de keuze door ouders van een school voor hun kinderen. Christelijke scholen en instellingen in mijn land kiezen er bewust voor om een toelatingsbeleid te formuleren in overeenstemming met de identiteit van die school.

In Nederland bestaat de ruimte om een toelatingsbeleid te voeren in overeenstemming met de grondslag van de school. Er kunnen eisen gesteld worden die nodig zijn om doel en grondslag te verwezenlijken. Ouders kiezen een school die daarin principieel is en die de Bijbel serieus neemt. Dat is een uitwerking van de vrijheid van godsdienst en naar de overtuiging van ouders, in het belang van de opvoeding van hun kind.

De amendementen 29 en 51 beperken daarentegen de vrijheid van scholen om daarin principieel hun keuzes te maken, en daarnaast deel ik het standpunt van collega Weber en anderen. Dit voorstel is niet in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Los van de administratieve problemen lijkt mij dat al voldoende grond om het Commissievoorstel te verwerpen. Ik zal tegen het verslag van collega Buitenweg stemmen. Ik hoop dat ook andere fracties inzien dat er op deze wijze een ernstige inbreuk wordt gemaakt op de vrijheden van onze burgers. Als we de keuzevrijheid van ouders belangrijk vinden, staan we een beperking daarvan niet toe.

 
  
MPphoto
 

  Frank Vanhecke (NI). - Voorzitter, het is altijd zo dat een verslag over een antidiscriminatierichtlijn in het Parlement het slechtste naar boven brengt. Het is trouwens bijzonder jammer dat dit slechtste, zoals dikwijls, verpakt zit in een hoop goede voorstellen en ideeën om bijvoorbeeld mensen met een handicap te helpen. Maar dat verandert niets aan de grond van de zaak.

In het amendement van collega Weber, amendement 81, wordt inderdaad al het essentiële gezegd: dit Commissievoorstel is niet goed. Het moet weg omdat het veel te veel administratieve rompslomp met zich meebrengt, maar vooral omdat het in essentie het subsidiariteitsbeginsel schendt. Jammer genoeg weten we allemaal dat dit amendement het niet zal halen, want dit Parlement laat geen enkele gelegenheid voorbijgaan om zich nog eens van zijn meest politiek correcte kant te laten zien en kiest altijd voor meer bureaucratie en voor meer beslissingen boven de hoofden van de Europese burgers.

Los daarvan, los van de schending van het subsidiariteitsbeginsel, bevat dit verslag ook tal van voorstellen die compleet indruisen tegen elementaire democratische beginselen en tegen principes van de rechtsstaat. Ik denk aan amendement 54: terwijl het hele verslag met veel poeha oproept om personen niet te discrimineren, pleit men hier voor discriminatie op basis van niet-politiek correcte overtuiging. Maar ja, uiteindelijk gaat het ook daarom in heel veel aspecten van dit verslag.

Verborgen in een opsomming van vrome principes en pseudo-goede bedoelingen schuilt een juridisering van de politieke correctheid. Het gaat dan niet om antidiscriminatiemaatregelen. Het gaat zeer dikwijls om echte muilkorfwetten om de vrije meningsuiting nog verder te ondergraven en een soort progressieve meningsterreur nog verder te versterken. De essentiële vraag is en blijft: in godsnaam, waar bemoeit Europa zich eigenlijk allemaal mee? Laat in godsnaam aan de lidstaten wat aan de lidstaten toehoort.

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, als de Europese Unie zo nu en dan overkomt als belust op regelgeving en dan terecht wordt bekritiseerd, dan ligt de oorzaak doodeenvoudig in dit soort verslagen waarover wij vandaag debatteren.

Hoezeer ik realistische maatregelen tegen iedere vorm van discriminatie ook ondersteun, toch moet ik de hier naar voren gebrachte punten bekritiseren, omdat ze eenvoudigweg niet gerechtvaardigd zijn en niet het gewenste effect sorteren.

Het is, zoals reeds is opgemerkt, onaanvaardbaar dat bijvoorbeeld religieuze scholen kunnen worden aangeklaagd als ze docenten met een andere of geen godsdienst afwijzen, of verzekeringsmaatschappijen, kunnen worden aangeklaagd als ze bij een risicobeoordeling onderscheid maken op grond van leeftijd of geslacht, of het risico ontstaat dat meteen alle woningen barrièrevrij moeten worden gebouwd. Ja, dames en heren, dat is de richting die we op gaan. We zullen gehandicapten niet langer daadwerkelijke ondersteuning bieden, maar alle woningen onbetaalbaar maken. In plaats van hulp aan gehandicapten onbetaalbare woningen voor iedereen – dat kan toch niet onze bedoeling zijn. Dan is er nog de kritiek op de omkering van de bewijslast. Laten wij zeggen dat ik als lid van het Parlement 25 sollicitanten krijg voor een functie als assistent. Als ik dan al bij een schijn van discriminatie of een gevoel van discriminatie kan worden aangeklaagd, dan kom ik helemaal niet meer aan werken toe. Dan moet ik al mijn tijd spenderen aan de worsteling met het bewijs dat ik moet leveren, alleen omdat iemand een dergelijk gevoel heeft en ik op geen enkele wijze heb gediscrimineerd.

Daar komt nog bij dat vele begrippen zeer vaag zijn. Over het geheel genomen is dit gegevensblad dat is gepubliceerd een voorloper van deze richtlijn. Daarmee is de discussie gestart over de vraag of we de begrippen ‘mevrouw’ en ‘jongedame’ nog mogen gebruiken en of we alle begrippen die eindigen op ‘-man’, zoals staatsman of sportman, moeten schrappen omdat dit allemaal discriminerend zou kunnen zijn.

Dames en heren, dat waarop hier wordt aangedrongen is deels onzin! Daarom zal ik tegen dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Martine Roure (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik onze rapporteur willen bedanken, in het bijzonder voor het werk dat zij heeft verricht en voor het resultaat dat uiteindelijk is behaald.

Artikel 13 van het Verdrag is onze steunpilaar, en ik wil er graag de nadruk op leggen dat de lidstaten een hoger beschermingsniveau kunnen waarborgen. Het gaat uitsluitend om minimumnormen en – laten we daar duidelijk over zijn – het is niet mogelijk het huidige beschermingsniveau in afzonderlijke lidstaten te verlagen op basis van deze nieuwe ontwerprichtlijn. Dat komt – om nog duidelijker te zijn – omdat sommige lidstaten al een zeer hoog beschermingsniveau hebben; die gevallen bestaan ook.

Gevrijwaard blijven van discriminatie is een fundamenteel recht voor iedereen die in de Europese Unie leeft. Toch merken we nog maar al te vaak dat er sprake is van discriminatie op grond van iemands uiterlijk of simpelweg zijn of haar achternaam.

Wat mensen met een handicap betreft, moeten wij ervoor zorgen dat zij niet langer gediscrimineerd worden vanwege het gebruik van een rolstoel, want het gebeurt nog te vaak dat zij moeilijk toegang hebben tot veel plaatsen. Verbetering van de Europese wetgeving is een noodzakelijke voorwaarde om discriminatie te bestrijden – en ik herhaal het nog eens: dit is een absoluut een noodzakelijke voorwaarde. Wij hebben deze wetgeving nodig.

Onze kinderen worden vanaf hun vroegste jeugd gediscrimineerd. Ze raken hierdoor getraumatiseerd en dragen de last van deze discriminatie hun leven lang met zich mee. Ik wil uw aandacht in het bijzonder op meervoudige discriminatie vestigen. De Commissie had nagelaten dit in haar voorstel op te nemen. Daarom stellen wij een duidelijke definitie van deze vormen van discriminatie voor.

Het is beslist van essentieel belang dat wij de wetgeving versterken teneinde daadwerkelijk een gelijke behandeling te waarborgen, ongeacht de verschillen. In dit opzicht verzoeken wij de lidstaten maatregelen te nemen om gelijke behandeling en gelijke kansen te bevorderen, ongeacht religie, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

Tot besluit wil ik graag toevoegen dat wij hopen dat er in 2010 een Commissievoorstel komt waarin discriminatie op grond van geslacht op dezelfde voet wordt gesteld, want daarmee zou er een einde komen aan welke hiërarchie van rechten dan ook.

 
  
MPphoto
 

  Gérard Deprez (ALDE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, net als de vorige sprekers wil ik om te beginnen onze beide rapporteurs, mevrouw Buitenweg en mevrouw Lynne, bedanken voor hun uitstekende werk, dat zij – ik herinner eraan – in het kader van de versterkte samenwerking hebben verricht.

Hoewel ik persoonlijk veel voel voor de algehele lijn waar mevrouw Lynne voor pleit, wil ik hier mevrouw Buitenweg complimenteren met de intelligentie, openheid en verzoeningsgezindheid waarvan zij tijdens alle besprekingen in onze commissie blijk heeft gegeven om te kunnen komen tot een evenwichtig verslag dat door een grote meerderheid in het Parlement zou kunnen worden gesteund. Ik hoop dat zij hierin slaagt en dat de meest radicale elementen – die soms aan de ene en soms aan de andere kant zitten – er niet in zullen slagen de stemming te bederven.

Daarom – en staat u mij toe erop te wijzen dat ik niet bepaald bekend sta als een linkse fanatiekeling – moet ik zeggen dat ik verbaasd en verbijsterd ben over het amendement dat is ingediend door collega Weber – die ik overigens hoogacht – en enkele anderen. Mijnheer Weber, ik heb naar uw betoog geluisterd en volgens mij raken uw argumenten intellectueel gezien kant noch wal. Wat u te berde heeft gebracht zijn hersenspinsels, geen redenen.

Als men de motivering van uw amendement leest, kan men alleen maar verbijsterd zijn over de gebrekkigheid ervan: weigeren discriminatie te bestrijden uit vrees voor te veel administratieve rompslomp. En als u probeert om van dit voorstel een strijd tussen links en rechts te maken, dan vergist u zich. Discriminatie bestrijden is geen kwestie van links of rechts, het is een kwestie van humanisme en van eerbiediging van de grondrechten.

(Applaus)

Daarom hoop en denk ik dat u morgen het onderspit zult delven.

 
  
MPphoto
 

  Sebastiano (Nello) Musumeci (UEN).(IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, elk initiatief dat gericht is op het bestrijden van elke vorm van discriminatie verdient steun. Het feit dat volgens recente statistieken in het zo beschaafde Europa talloze burgers, zij het dan een minderheid, aangeven te zijn gediscrimineerd, kan niemand volkomen onverschillig laten. Het begrip op zich blijft echter zo breed en abstract dat nadere precisering wenselijk zou zijn.

Onverminderd de fundamentele mensenrechten, waarover geen enkele discussie mogelijk is, moeten we elke lidstaat het soevereine recht erkennen om bij het wet geven ook rekening te houden met eeuwenoude tradities, beschavingen en culturen. Bij dit soort maatregelen is vrijwel altijd sprake van de bescherming van de identiteit van een volk. Laat ik u een voorbeeld geven dat te maken heeft met seksuele geaardheid: ik vind – maar dit is mijn persoonlijke mening – dat de menselijke waardigheid moet worden gewaarborgd ongeacht iemands seksuele voorkeur. Homoseksualiteit is een keuze die valt binnen de persoonlijke levenssfeer en onder geen beding mag worden bestraft, maar evenmin mag worden beschermd. Vrijheid van meningsuiting: waar begint de bescherming tegen directe en indirecte discriminatie, en waar houdt ze op? Vrijheid van godsdienst: op de school van mijn kleindochter is dit jaar voor het eerst geen kerststal gemaakt. De directrice had het verboden omdat er kinderen in de klas waren met een andere religieuze achtergrond. Naar mijn mening is hier, in een poging één vorm van discriminatie te voorkomen, een andere gecreëerd, aangezien de kerststal niet zozeer een religieuze als wel een cultuuruiting is. Respect hebben voor de religie van andere mensen betekent niet, mijnheer de Voorzitter, dat we ons moeten schamen voor die van onszelf!

Dat is de reden waarom wij – en hiermee sluit ik af – vrezen dat dit voorstel voor een richtlijn een uitdrukking is van omgekeerd fundamentalisme en dat het middel wel eens erger zou kunnen zijn dan de kwaal.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, met deze richtlijn worden eindelijk de mazen van de antidiscriminatiewetgeving gedicht. Aldus kan de Europese Unie voldoen aan haar internationale verplichtingen inzake de bescherming van de mensenrechten evenals aan haar verplichtingen in het kader van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

Beste collega’s van de Christen-democraten, uw argumenten tegen de richtlijn zijn populistisch en misleidend. Met welk recht ontzegt u mensen met een handicap de onbeperkte toegang tot onderwijs, of oudere mensen het recht op een gelijkwaardige behandeling bij verzekeringen en financiële diensten? Wat is uw beeld van de mensheid?

Onbeperkte participatie aan de samenleving behoort tot de mensenrechten. Daarom zullen wij vechten voor deze richtlijn en voor gelijke kansen. Het is mijns inziens uiterst mensonterend om van slachtoffers van discriminatie te verlangen dat ze bewijzen dat ze worden gediscrimineerd. Als u, dames en heren van de EVP, de omkering van de bewijslast wilt schrappen, brengt u voor bepaalde groepen het grondrecht op bescherming van hun menselijke waardigheid in gevaar en dat is voor ons onaanvaardbaar. Wij streven naar gelijkheid voor iedereen als het gaat om de bescherming tegen discriminatie en daar zullen wij groenen voor vechten. Wij laten niet toe dat mensenrechten de speelbal worden van populistische paniekzaaierij. Ik voorspel u dat u morgen zult verliezen. De meerderheid hier in het Parlement zal vóór het mensenrecht op bescherming tegen discriminatie stemmen. Daarvan ben ik overtuigd.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI) . (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal om drie redenen tegen dit verslag en de voorgestelde richtlijn stemmen. Ten eerste ben ik het niet eens met de opvatting dat de EU, en niet de nationale regeringen, wetgeving moet maken over deze kwesties, omdat ik geloof dat de lidstaten het beste in staat zijn om te beslissen of de betreffende wetgeving moet worden aangescherpt. Als er ooit bij een kwestie sprake was van subsidiariteit, dan wel bij deze.

Mijn tweede reden is dat het nieuwe misdrijf ‘intimidatie’ het alarmerende vooruitzicht opent dat de rechten op het gebied van de vrijheid van meningsuiting en godsdienstvrijheid, in het bijzonder van degenen die een christelijke boodschap uitdragen, feitelijk worden beknot.

Christenen die het evangelie verkondigen, in het bijzonder in openbare gelegenheden, aan mensen van andere geloofsovertuigingen die er misschien aanstoot aan nemen en beweren dat een aanslag op hun waardigheid wordt gepleegd, lopen het risico deze wet te overtreden. Zo kan ook het verdedigen en promoten van een Bijbelse benadering van het heteroseksuele huwelijk ertoe leiden dat proceszieke homorechtenactivisten intimidatie claimen.

De derde reden is dat de maatregelen in de richtlijn buitenproportioneel en onvoldoende uitgebalanceerd zijn. Zij dwingen bijvoorbeeld een christelijke drukker om drukwerk te accepteren waarmee zijn religieuze overtuigingen worden beledigd, terwijl hij vrij zou moeten zijn om zijn bedrijf naar eigen geweten te voeren.

Zonder de cruciale mechanismen voor een uitgebalanceerde richtlijn, zal er een instrument ontstaan dat juist discriminatie veroorzaakt. Daarom is dit voor mij een onnodige richtlijn, een richtlijn die grondrechten schendt, in het bijzonder de grondrechten van gelovige, gewetensvolle mensen. Bovendien is zij een toonbeeld van alles wat overdreven, bemoeizuchtig en verkeerd is in de EU.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE). (RO) Het initiatief van de Commissie om de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling ook tot andere gebieden van het sociale leven uit te breiden, door middel van een algemene richtlijn die discriminatie op grond van handicap, leeftijd, godsdienst of overtuiging buiten de werkplek verbiedt, is in beginsel noodzakelijk om de antidiscriminatiewetgeving te kunnen afronden. De invoering van het concept van meervoudige discriminatie en de speciale aandacht die aan de rechten van gehandicapten wordt besteedt, betekenen een belangrijke stap vooruit.

Dit voorstel voor een richtlijn blijft echter een netelige en controversiële kwestie. De wetgevingstekst moet voor een evenwicht zorgen tussen de bevoegdheden van de Europese Unie en die van de lidstaten en dus het toepassingsgebied duidelijk omlijnen. Aspecten van het familierecht, waaronder de burgerlijke stand, reproductieve rechten en adoptierechten mogen niet onder het toepassingsgebied van het voorstel voor een richtlijn vallen, iets wat op ondubbelzinnige wijze naar voren moet komen uit de wetstekst zelf. De instelling van het huwelijk mag in geen enkele andere zin dan de christelijke worden gebruikt. Voor andere partnerschappen kan een andere wettelijk erkende benaming worden gevonden.

Het subsidiariteitsbeginsel moet ook worden gerespecteerd met betrekking tot de aspecten die verband houden met de inhoud en organisatie van het nationale onderwijs, met inbegrip van bijzondere scholen. De Europese Volkspartij spreekt zich sinds jaar en dag uit voor de bevordering van diversiteit als belangrijk doel van de Europese Unie en voor de bestrijding van discriminatie. Helaas bevat de tekst bepalingen die vanuit religieus oogpunt niet aanvaardbaar zijn.

Paradoxaal genoeg zijn de linkse partijen in dit opzicht voor discriminatie. In feite wordt ik hier gewoonweg gediscrimineerd omdat ik waarachtig in God geloof.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman (PSE) . (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit was een interessant debat, dat zelfs grappig zou zijn geweest, indien het niet zo intriest was geweest. De tegenstand die ik vanmiddag heb gehoord was, denk ik, grotendeels eerlijk bedoeld en oprecht, maar niet gebaseerd op feiten, en niet gebaseerd op de onderhavige tekst. Niets in dit verslag ondermijnt de subsidiariteit of de evenredigheid. Sterker nog, als dat wel het geval was, dan zou het door de Raad worden gecorrigeerd. Daarom doe ik zelfs nu nog een klemmend beroep op u om vóór te stemmen en de Raad in staat te stellen dat te doen wat hij moet doen om te zorgen voor een absoluut evenredige richtlijn die de subsidiariteit eerbiedigt.

Mijnheer Weber, Europa werd geboren uit de waarden van de Tweede Wereldoorlog, uit het vaste voornemen om nooit meer de andere kant op te kijken als een groep mensen of andere groepen tot mikpunt of zondebok worden gemaakt en naar concentratiekampen en werkkampen worden weggevoerd. Europa werd geboren uit het vaste voornemen om geen hiërarchie van de onderdrukking te laten ontstaan. Treurig genoeg wilt u echter geen Europa dat op deze waarden van fatsoen is gebaseerd; u wilt geen Europa dat gelooft en respecteert dat alle mensen gelijk worden geboren. Degenen die hier tégen zijn, moeten rekenschap afleggen tegenover hun eigen geweten, tegenover hun godsdienst en hun kiezers en de vraag beantwoorden waarom sommige mensen anders behandeld moeten worden, waarom ze niet gelijk behandeld mogen worden.

Ik heb geluk; ik sta hier als homoseksuele man – en ik heb weliswaar ervoor gekozen om homoseksueel te zijn, maar is het dan niet interessant ervoor te kiezen om heteroseksueel te zijn? – en vecht voor gelijkheid voor niet alleen homoseksuelen, lesbiennes, biseksuelen en transgenders, maar ook mensen die gediscrimineerd worden op grond van leeftijd, godsdienst en gender, op grond van alles wat als anders wordt opgevat en gebruikt kan worden om gelijke behandeling te weigeren. Ik geloof dat de lakmoesproef van een beschaafde samenleving niet is hoe we de meerderheid behandelen – die interessant genoeg is opgebouwd uit vele verschillende minderheden – maar hoe wij minderheden behandelen, zoals de mensen die op de bezoekerstribune naar ons luisteren zullen zeggen. Sommige lidstaten schieten daarbij helaas tekort.

Shakespeare heeft op nogal briljante wijze opgemerkt: “The evil that men do lives on, the good is oft interred with their bones.” (“Het kwaad dat mensen doen leeft na hen voort, het goede wordt vaak met hun gebeente begraven.”) Kijk eens naar uzelf! Stelt u zich eens voor dat u degene was die anders was – die een andere godsdienst had, een andere overtuiging, een andere leeftijd, een andere seksuele geaardheid. Zou het dan juist zijn u uw mensenrechten te ontnemen? Het antwoord moet “nee” zijn. Nu heeft het Parlement de kans om te doen wat juist, rechtvaardig en goed is.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – We zijn nu op een punt in het debat beland waarop de heer Špidla het woord zal moeten nemen. Hij kan beter uitleggen dan ik waarom hij dit moet doen. Ik geef hem nu het woord.

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Špidla, lid van de Commissie. – (CS) Over een paar minuten moet ik aanwezig zijn bij de onderhandelingen over de arbeidstijdrichtlijn. U zult het met mij eens zijn dat men aan een dergelijk onderwerp niet ontkomt.

Dames en heren, ik heb naar het debat over het verslag geluisterd, en ik moet zeggen dat ik met enige emotie heb geluisterd, omdat in het debat de wezenlijke elementen en de enorme diepte van dit probleem tot uiting zijn gekomen. De fundamentele vraag is wat met deze richtlijn wordt verdedigd: daarmee wordt de menselijke waardigheid verdedigd. We kunnen niet geloven dat discriminatie op grond van bijvoorbeeld een handicap de menselijke waardigheid minder zou krenken dan discriminatie op grond van leeftijd. We hebben het over de menselijke waardigheid en die is gelijk voor iedereen.

Ik moet zeggen dat deze richtlijn, zoals zij is voorgelegd aan de Commissie, is voortgesproten uit een diepgaand debat in het Parlement en uit talloze debatten op Commissieniveau. Daarom is dit een goed doordachte richtlijn, waaruit een solide en heldere benadering van waarden spreekt.

Er is in het debat ook gezegd dat non-discriminatie is gebaseerd op waarden waarvan we ons bewust zijn geworden en die we zijn gaan toepassen na de Tweede Wereldoorlog. Ongeacht of het waar is dat we ons na de Tweede Wereldoorlog meer bewust zijn geworden van het belang en het constituerende gewicht van bepaalde waarden, hebben deze waarden zeer diepe historische wortels. In de oudheid bestond het begrip ‘menselijke gelijkheid’ niet – dat begrip is voor het eerst geformuleerd in het christelijke geloof. Ik herinner mij een encycliek of misschien een pauselijke bul uit de negende eeuw met als titel Oriente ian sole, waarin duidelijk werd verklaard: “Is het niet waar dat de zon voor iedereen op dezelfde manier schijnt?” Sindsdien weerklinkt de echo van dit begrip in de hele geschiedenis.

Natuurlijk zijn er in het debat veel vragen gesteld van technische aard of van een schijnbaar lagere orde dan de vragen waarover we zojuist hebben gesproken. Toch wil ik er graag op ingaan. De eerste vraag ging over het ontstaan van zinloze, extra bureaucratische rompslomp. Ik denk dat dit verwijt om één simpele reden kan worden verworpen. Voor de richtlijn zijn geen nieuwe structuren of nieuwe bureaucratische organen vereist. De richtlijn breidt slechts de toepassing uit van wat al bestaat en levert dus op geen enkele wijze meer bureaucratie op.

Dan was er nog de open vraag over subsidiariteit. Deze vraag is bijzonder zorgvuldig bestudeerd omdat het hierbij om een fundamentele kwestie gaat. Artikel 13 van het Verdrag is duidelijk. Het verschaft een solide rechtsgrondslag en een richtlijn op deze rechtsgrondslag is niet in strijd met het subsidiariteitsbeginsel.

Een ander fundamenteel beginsel van deze richtlijn is bijvoorbeeld de kwestie van de omkering van de bewijslast. Deze kwestie is al opgelost in eerdere richtlijnen, dus ook in dit geval is er geen sprake van een nieuwe ontdekking. Toch zou ik iets willen zeggen over de bewijslast. De bedoeling van deze richtlijn is individuele mensen meer mogelijkheden te bieden om zich te verweren – dat is het fundamentele doel. Dit zou echter niet mogelijk worden zonder omkering van de bewijslast – los van het feit dat in veel rechtsstelsels de bewijslast al is omgekeerd om veel minder belangrijke redenen of om redenen van vergelijkbaar belang. Een klassiek geval van omkering van de bewijslast doet zich voor bij het zogeheten vermoeden van vaderschap, maar er zijn nog veel meer voorbeelden.

Er is in het debat ook gezegd dat sommige formuleringen te open zijn. Dames en heren, de meeste grondwettelijke formuleringen zijn open en moeten worden uitgelegd in gegeven omstandigheden. Ik herinner mij bijvoorbeeld dat in de Duitse grondwet de formulering “bezit schept verplichting” voorkomt. Dit is een typisch open formulering die in verschillende specifieke gevallen uiteraard nader wordt gedefinieerd.

Dames en heren, er zijn overdreven dingen gezegd over mogelijk hoge kosten, vooral in verband met lichamelijk gehandicapten. Ik kan u zeggen dat in de richtlijn geen vaste of concrete zaken worden voorgesteld maar dat er sprake is van redelijke aanpassingen. Ik wil nogmaals duidelijk maken dat als vanaf het begin gezorgd wordt voor redelijke aanpassingen, er meestal geen uitzonderlijk hoge kosten zullen ontstaan. Ik moet zeggen dat, als we hogere kosten aanvaardbaar achten met betrekking tot gezonde en veilige arbeidsomstandigheden, omdat wij het menselijk leven beschermen, wij naar mijn mening ook eventuele hogere kosten voor de bescherming van de menselijke waardigheid – ofschoon ik niet denk dat ze substantieel hoger zullen zijn – in verhouding moeten zien tot het belang dat ermee wordt beschermd. Gelijkheid en menselijke waardigheid, dames en heren, zijn immers belangen die in het Verdrag geweven zijn en die wij uit alle macht moeten verdedigen.

Naar mijn mening is niets belangrijker voor de Europese Unie dan het beginsel van non-discriminatie. Hoewel ik een aanhanger van de interne markt ben en hoewel ik een aanhanger van vele andere aspecten van Europees beleid ben, geloof ik dat de begrippen ‘gelijke kansen’ en ‘non-discriminatie’ de meest fundamentele van allemaal zijn.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is zonder meer terecht dat we een einde maken aan het ingewikkelde allegaartje van wetten, waarmee verschillende mensen in verschillende situaties tegen discriminatie beschermd worden, en kiezen voor één stelsel voor gelijkheid. De vrouw die geen lening van de bank krijgt, de persoon met een handicap die de toegang tot een gebouw geweigerd wordt, de homoseksuele man die geen woonruimte krijgt, een zwarte man die een club niet inkomt, en zo voort: al deze mensen zouden op grond van dezelfde beginselen beschermd moeten worden.

Ik zou slechts twee zaken willen noemen. Een betreft de bescherming tegen intimidatie. Terecht wordt in de tekst duidelijk gemaakt dat het gaat om een verbod op het creëren van een bedreigende sfeer voor iemand en niet op wat als beledigend voor een groep wordt ervaren. We moeten zeer uitdrukkelijk staan voor het behoud van de vrijheid van meningsuiting. Dit wordt ook op een nuttige manier benadrukt in een specifieke vermelding die door het Parlement is toegevoegd.

Betreffende scholen op religieuze basis: ik sta volledig achter het recht van ouders om hun kinderen onderwijs te laten genieten dat zich houdt aan de beginselen van een bepaald geloof, zo lang dat geloof zelf geen discriminerende en bevooroordeelde standpunten uitdraagt. Maar wij mogen niet toelaten dat er getto's ontstaan en uitsluitend kinderen van een bepaald geloof tot een school worden toegelaten terwijl andere kinderen worden uitgesloten. De tekst van de Commissie maakt discriminatie bij toelating mogelijk en ik ben er niet van overtuigd dat amendement 51 het probleem oplost. Ik zal waarschijnlijk tegen beide stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Rihards Pīks (PPE-DE). (LV) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik geloof niet dat iemand in dit Parlement voor discriminatie is. Veeleer denk ik dat men in dit Parlement tegen discriminatie is. Dit document – dit voorstel voor een richtlijn van de Raad – bevat zonder twijfel veel goede voorstellen, maar ik denk dat vele van de hier opgenomen voorstellen zijn gebaseerd op een christelijk perspectief en het christelijke geloof. Ik zou willen zeggen dat met één richtlijn niet kan worden bereikt wat moet worden bereikt tijdens een langdurig opvoedingsproces, omdat het hierbij gaat om ethiek en mentaliteit. Ofschoon deze richtlijn, of dit voorstel voor een richtlijn, veel goede punten bevat, gaat zij op een aantal plaatsen te ver, namelijk daar waar het scheppen van mogelijkheden voor de ene groep mensen de mogelijkheden voor een andere groep beperkt. Ik zou zelfs verder willen gaan en durven stellen dat op een aantal punten mogelijkheden worden geschapen om in te grijpen in de privé-sfeer, hetgeen ingaat tegen onze fundamentele waarden. Bovendien komen de verkiezingen er nu aan en krijgen we steeds meer vragen en kritiek van onze kiezers. Ik denk dat hetzelfde in uw landen gebeurt. De meest gehoorde kritiek is dat er vanuit Brussel te veel regelgeving, te veel beperkingen, te veel bureaucratie komen. We moeten daarom vermijden dat we inbreuk maken op de subsidiariteit of buitensporige beperkingen in het leven roepen. Ik vind dat dit document moet worden heroverwogen.

 
  
MPphoto
 

  Inger Segelström (PSE). (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst mevrouw Buitenweg, mevrouw Bozkurt, de heer Cashman en anderen bedanken voor het uitstekende verslag. Ik en velen met mij zijn verbaasd en geschokt over de woordvoerder van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten, Manfred Weber, die in amendement 81 voorstelt dat het Europees Parlement het voorstel voor een richtlijn afwijst omdat het subsidiariteitsbeginsel zou worden geschonden en een onevenredig omvangrijke bureaucratie zou worden veroorzaakt, zoals ik in de Zweedse vertaling lees. Commissaris Špidla heeft hierop gereageerd.

Ik ben er zeker van dat alle vrouwen met een handicap en alle andere groepen die erop hadden gerekend dat het Europees Parlement ook voor hen de mensenrechten van burgers waarborgt, zeer teleurgesteld zijn dat de leiding van de PPE-DE-Fractie mensenrechten met bureaucratie vergelijkt. Ik roep het hele Parlement dan ook op morgen tegen amendement 81 van de PPE-DE-Fractie te stemmen. Ik denk bovendien dat het belangrijk is dat vrouwen niet gediscrimineerd blijven worden door verzekeringsmaatschappijen, alleen maar omdat zij vrouwen en ouder zijn, en als groep gezonder zijn en langer leven dan mannen. Ik hoop ook dat het Parlement de moed heeft duidelijk te maken dat met belastinggeld gefinancierd onderwijs er voor iedereen is. Religie is zeker belangrijk voor veel Europeanen, wat ik respecteer, maar wij leven in een geseculariseerde samenleving.

Nee, mijnheer Weber, uw contractvrijheid op de markt is niet zo belangrijk als de fundamentele mensenrechten van burgers. Vraag het de burgers van de Europese Unie; zij zijn slimmer en moderner dan u in de PPE-DE-Fractie. Men verwacht veel van ons en ik hoop dat iedereen de moed heeft hier morgen voor te stemmen en niet tegen, zoals u bepleit.

 
  
MPphoto
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert (ALDE). - Voorzitter, dank allereerst aan de rapporteur. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden, ze heeft uitstekend werk geleverd. Geen gemakkelijke klus. De tenen van sommige collega's blijken bijzonder lang te zijn.

Het uitgangspunt van deze richtlijn is kristalhelder. Gelijke behandeling voor daadwerkelijk iedereen: homo-hetero, vrouw-man, oud-jong, kleurtje-blank, handicap of niet, gelovig of humanist, en ga zo maar door. Zijn recht, meneer Weber, zijn recht is haar recht, onze rechten zijn hun rechten en jullie rechten zijn onze rechten. En dat, meneer Vanhecke, die het debat alweer heeft verlaten, heeft niets te maken met zogenoemde politieke correctheid.

Veel, heel veel inspanningen zijn er geleverd door de schaduwrapporteurs en door de rapporteur om tot dit compromis te komen, om tot een compromis te komen waar ook de PPE-DE mee zou kunnen instemmen. Voor niemand is de tekst helemaal perfect, en ik kan alleen maar hopen dat er tussen nu en de stemming van morgen een ruime meerderheid van de christen-democraten tot bezinning komt.

Ik ben voorstander van de vrijheid van godsdienst, maar met de hand op de bijbel jezelf boven een ander willen plaatsen en gelijke kansen afdoen als onzinnige bureaucratie, dat, meneer Weber, is een gotspe.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dames en heren, voor het laatste deel van dit debat zal de heer Barrot het stokje van de heer Špidla overnemen.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE-DE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de kern van een antidiscriminatiestrategie komt hierop neer: de persoon komt altijd op de eerste plaats. We beschouwen iemand in de eerste plaats als persoon, voordat we hem of haar beschouwen als iemand die in enig opzicht anders is – gehandicapt, bijvoorbeeld, of homoseksueel – en dus houden we van de persoon en behoeden en beschermen we hem of haar; dat is de kern van de antidiscriminatiestrategie. Als dit waar is, is het dus eveneens waar dat ook iemand die een bepaalde godsdienst aanhangt allereerst een persoon is, want het feit dat hij of zij een persoon is, is belangrijker dan het feit dat hij of zij een bepaalde godsdienst aanhangt.

We moeten dan ook voorzichtig zijn, want met artikel 3 volgens de formulering die wordt voorgesteld in amendement 52 van het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken wordt een beginsel geïntroduceerd dat lijnrecht tegenover verklaring 11 ad artikel 17 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie staat. Dit amendement 52 doet het concept teniet dat kerken en organisaties die gebaseerd zijn op religieuze of persoonlijke overtuigingen, de status behouden die zij onder nationaal recht hebben. Tegelijkertijd houden artikel 3 en de daarmee overeenkomende overweging 18, in de formulering zoals die in de amendementen 51 en 29 van het verslag wordt voorgesteld, mijns inziens een beperking in van de reikwijdte van de bevoegdheden van de lidstaten wat betreft de toegang tot onderwijsinstellingen die gebaseerd zijn op godsdienst of overtuiging.

Kortom, ik ben ervan overtuigd dat als wij de persoon van meet af aan en volledig willen beschermen, we ook die aspecten moeten beschermen die de persoon vanuit religieus oogpunt kenmerken. Verder denk ik dat degenen die willen dat de richtlijn wordt aangenomen een redelijk punt van overeenstemming kunnen vinden in de amendementen 92, 89 en 95, en daar zouden dus concrete aanknopingspunten gevonden kunnen worden voor een dialoog op dat niveau.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (PSE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, de voorzitter van onze commissie, de heer Deprez, sprak namens velen van ons in dit Parlement toen hij zei dat dit geen verslag was over deelbelangen of een verslag van links, maar een verslag van mevrouw Buitenweg, dat zeer doordacht, gevoelig en afgewogen is waar het om mensen gaat. De rapporteur heeft een verslag gemaakt dat bedrijven niet bindt of aan overregulering onderwerpt, zoals we hebben gezien in de lange reis die de twee vorige richtlijnen hebben afgelegd – de richtlijn inzake rassengelijkheid en de richtlijn inzake werkgelegenheid – die, mijnheer Weber, het bedrijfsleven niet hebben gebonden of buitensporige regels hebben opgelegd, noch in Duitsland noch in mijn land.

Zij heeft een richtlijn over grondrechten opgesteld die absoluut niet de bureaucratie waarover de heer Špidla het had, zal veroorzaken. Ik heb amendementen ingediend voor het versterken van reeds bestaande instanties voor gelijke behandeling. In het Verenigd Koninkrijk hebben we de Equality and Human Rights Commission, die recentelijk steun heeft gegeven aan de zaak van een Europees burger – Sharon Coleman, de moeder van een gehandicapt kind – die haar werkgever had aangeklaagd vanwege associatieve discriminatie op grond van een handicap, hetgeen een fundamentele rol speelt in het verslag van mevrouw Buitenweg. Het Europees Hof van Justitie heeft haar in het gelijk gesteld en, als gevolg van deze uitspraak, hebben we bepaalde rechten uitgebreid naar verzorgers in Groot-Brittannië, naar de mensen die personen met een handicap verzorgen.

Ik zou tegen de mensen in dit Parlement willen zeggen dat ook u oud zult worden, dat ook u een handicap kunt krijgen of dat ook u mogelijk voor iemand met een handicap zult gaan zorgen. Dat is de werkelijkheid voor tientallen miljoenen Europese burgers, en daar gaat dit verslag over. Het gaat niet over deelbelangen of zorgen over de vraag wie de scepter zal gaan zwaaien in een andere sector van de samenleving. Ik wil zeggen dat dit verslag links noch rechts is – het gaat over grondrechten. Zoals de heer Cashman zei in zijn toespraak, zullen de mensen daarbuiten, voor de Europese verkiezingen, kijken wat wij hebben gedaan om de grondrechten te beschermen zonder het bedrijfsleven en onze economie schade te berokkenen. Dat is wat dit verslag doet. Laten we het steunen. Het is praktisch en het is juist.

 
  
MPphoto
 

  Marco Cappato (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, ik wil graag mijn steun betuigen voor het werk dat mevrouw Buitenweg heeft verricht. Als ik het goed begrijp, zal dat wat in eerste instantie een compromis moest zijn, wellicht toch geen compromis zijn, maar dat doet er niet toe. Het is belangrijk dat we erin slagen om tot een beslissing te komen.

Op sommige punten staan mijn zorgen zelfs lijnrecht tegenover die van de heer Mauro. Godsdienstvrijheid? Jazeker, 100 procent. Vrijheid voor religieuze onderwijsinstellingen? Jazeker, 100 procent. Geen enkele godsdienst mag, onder geen beding, ooit als reden, excuus of dekmantel worden gebruikt voor welke vorm van discriminatie dan ook. Er mogen in de toekomst ook geen uitzonderingen worden getolereerd waarbij een kerk of religieuze instelling leraren of leerlingen die zich niet volgens een bepaald geloof gedragen, mag discrimineren, omdat het risico bestaat dat de ethische staat en de vele religies die aanspraak maken op dezelfde legitimiteit, hier inbreuk op kunnen plegen.

Op die manier komen we niet vooruit. Onze verdragen en de Europese Unie verlenen ten slotte helaas meer bescherming dan nodig is aan de nationale staten met hun lange lijsten van uitzonderingen op grondrechten en fundamentele vrijheden. Laten we niet nog meer uitzonderingen toevoegen aan de reeds bestaande lijst.

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho (PPE-DE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, geachte afgevaardigden, net als mijn collega’s van de PPE-DE-Fractie heb ik in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken voor dit verslag gestemd. Dat is te danken aan het uitstekende werk van de schaduwrapporteur, de heer Gaubert, die gestreefd heeft naar een evenwichtig compromis. Ik feliciteer ook de rapporteur, mevrouw Buitenweg, met haar werk, en sluit me aan bij de oproep die zij tot ons allemaal heeft gericht om radicalisering van standpunten te vermijden en te streven naar de grootst mogelijke consensus.

Zoals altijd het geval is bij compromissen, zijn we bij een aantal punten erin geslaagd onze standpunten te laten zegevieren, terwijl we bij andere punten hebben moeten inleveren. Dit compromis moet rekening houden met de wetgeving, praktijk en verschillende culturele tradities in zevenentwintig lidstaten. De termijn van tien jaar voor de aanpassing van gebouwen, teneinde personen met een handicap toegang te verlenen tot goederen, diensten en hulpmiddelen, acht ik positief, evenals de mogelijkheid van alternatieve oplossingen bij aanhoudende onoverkomelijke problemen van structurele aard.

Ook ik sluit me aan bij de zorgen in verband met verzekeringsmaatschappijen. Zo is er bijvoorbeeld met die maatschappijen rekening gehouden, evenals met het medisch advies. Ik kan evenwel de schrapping van het subsidiariteitsbeginsel aangaande het familie-, huwelijks- en reproductierecht niet aanvaarden. Dat voorstel is goedgekeurd in de commissie, terwijl het hier exclusieve bevoegdheden van de lidstaten betreft. Hetzelfde geldt voor artikel 8, dat amendement 90 van de PPE-DE-Fractie beoogt te schrappen. Daar de bestaande tradities op het vlak van wetgeving tussen veel lidstaten uiteenlopen, is de omdraaiing van de bewijslijst immers onaanvaardbaar. Onoverkomelijke juridische problemen zouden er namelijk het gevolg van zijn.

Als deze belangrijke voorstellen uiteindelijk door de plenaire vergadering worden aangenomen, kan ik niet voor dit verslag stemmen. Ik kan echter nooit met een gerust geweten tegen een richtlijn stemmen die discriminatie verbiedt van personen ongeacht hun godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Het gaat er hier ook om – ik ben aan het afronden, mijnheer de Voorzitter – duidelijk te maken welk Europa wij willen helpen opbouwen. Ik ben zonder meer voor een Europa dat permanent alle vormen van discriminatie bestrijdt.

 
  
MPphoto
 

  Iratxe García Pérez (PSE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, het onderhavige voorstel voor een richtlijn ziet het gelijkheidsbeginsel als een van de kenmerken van de Europese opbouw. Daarom moeten we dit ambitieus aanpakken en er voor zorgen dat alle burgers deelnemen aan de Europese Unie. Ook moet dit worden opgenomen in de beleidsvormen van de overheden en het optreden van de regeringen maar ook in de relaties tussen de mensen onderling.

We moeten deze weg voortzetten zodat alle burgers hun rechten zo goed mogelijk kunnen uitoefenen en genieten, zonder discriminatie op grond van hun geloof, leeftijd, seksuele geaardheid of handicap, en natuurlijk zonder meervoudige discriminatie.

Het gelijkheidsbeginsel en het verbod op discriminatie dienen te worden nageleefd op het gebied van zowel het communautaire als het nationale beleid, zodat het gelijkheidsbeginsel in heel Europa kan worden verwezenlijkt en een adequaat niveau van bescherming kan worden bereikt tegen alle vormen van discriminatie overeenkomstig artikel 13 van het Verdrag.

Dit initiatief moet ons voorzien van betere instrumenten om mogelijk discriminerende gedragingen te bestrijden, gedragingen die helaas vandaag de dag nog realiteit zijn, zoals het Europees Bureau voor de grondrechten gisteren in zijn verslag over homofobie heeft opgemerkt.

Dames en heren van de Partido Popular, draait u toch niet om de hete brij heen door met slappe excuses te komen; uw tegenstem geeft immers een duidelijk ideologisch standpunt weer. De bestrijding van discriminatie is van vitaal belang en weerspiegelt de essentie van de waarden van de Unie

Daarom hebben wij hier vandaag de verantwoordelijkheid en de plicht om een stap vooruit te zetten in dit Parlement, de gelijkheid in Europa te verdedigen en ons daarvoor te engageren. We mogen niet ons verlangen en onze verwachtingen laten varen en zo’n belangrijke kwestie opgeven, die gebaseerd is op onze hoop en onze dromen, onze Europese waarden. De Europese burgers, en vooral de meest kwetsbare onder hen, zouden het ons niet vergeven.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE-DE). (HU) Overeenkomstig de Universele Verklaring van de rechten van de mens en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden geniet elke burger dezelfde rechten en vrijheden en dezelfde rechtsbescherming, ongeacht ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationaliteit of sociale afkomst, vermogen, geboorte of enig ander onderscheid.

Ik wil echter onderstrepen dat er vastberaden en doeltreffend moet worden opgetreden tegen elke vorm van discriminatie, want discriminatie komt in Europa nog steeds veel voor en is van invloed op diverse lagen van de samenleving. In veel gevallen volstaat het niet alle vormen van discriminatie te verbieden. Het invoeren van maatregelen voor positieve discriminatie is ook van essentieel belang, bijvoorbeeld voor mensen met een handicap. In veel landen – Italië, Frankrijk, Finland en Spanje, om er maar een paar te noemen – is aan minderheden autonomie verleend en zijn er maatregelen genomen om deze minderheden te beschermen.

Het behoort ook tot de verantwoordelijkheden van de Europese Unie en haar lidstaten om gelijke rechten en gelijke behandeling in een geïnstitutionaliseerde vorm te garanderen. We hebben onafhankelijke instanties nodig op Europees niveau, die toezicht kunnen houden en kunnen garanderen dat de landen niet alleen in theorie het beginsel van gelijke behandeling naleven, maar ook concrete stappen nemen om deze richtlijn op een doeltreffende manier te implementeren.

 
  
MPphoto
 

  Evangelia Tzampazi (PSE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega´s, ik wilde u vragen of het volgens u een belediging van het Parlement is als ik tijdens mijn spreekbeurt hier achter in de zaak blijf zitten en niet opsta, zoals alle collega´s doen.

Het Europees Parlement heeft altijd steun gegeven aan de horizontale richtlijn inzake gelijke behandeling en moet dat blijven doen. Op die manier kan het de Europese burgers beschermen tegen elke vorm van discriminatie. Deze richtlijn moet een aanvulling zijn op het bestaande Europees rechtskader, met name wat betreft mensen met een handicap en de verplichting om efficiënte en discriminatievrije toegang te waarborgen.

Wij hebben hierin enkele belangrijke voorstellen opgenomen. Zo voorzien wij in bescherming tegen meervoudige discriminatie. Wij zeggen dat een efficiënte en discriminatievrije toegang moet worden gewaarborgd. Indien het niet mogelijk is toegang te bieden onder dezelfde voorwaarden als voor niet gehandicapten, dan moet een echte alternatieve oplossing worden geboden. Ook stellen wij strengere criteria vast aan de hand waarvan moet worden beoordeeld of de maatregelen voor het verzekeren van efficiënte en discriminatievrije toegang een onevenredige grote last met zich zouden meebrengen. Er staan echter punten in het verslag waar niet iedereen voldaan over is, en daarom geven wij steun aan een aantal van de ingediende amendementen die de samenhang ervan verbeteren.

Hoe dan ook ben ik van mening dat wij steun moeten geven aan het verslag en een duidelijk signaal moeten geven aan de Raad. Wij moeten duidelijk maken dat wij eindelijk een efficiënte Europese wetgeving moeten verwerven waarmee een eind kan worden gemaakt aan discriminatie. Discriminatie ondermijnt immers het vertrouwen in de fundamentele Europese waarden van gelijkheid en rechtsstaat.

 
  
MPphoto
 

  Martin Kastler (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, als journalist wil ik u wijzen op een wijziging in deze richtlijn die mij persoonlijk bijzonder stoort. Het is voor mij namelijk onbegrijpelijk dat wij, niettegenstaande het feit dat de richtlijn in tien van de zevenentwintig lidstaten nog is geïmplementeerd, nog een stap verder willen gaan en er een aanvullende richtlijn aan willen toevoegen. Daarover kunnen de meningen uiteenlopen, prima, maar wat mij als journalist werkelijk enorm stoort, is het feit dat de persvrijheid in onze lidstaten daardoor wordt aangetast. Laat u mij daarvoor twee voorbeelden noemen. Het amendement van de heer Weber, dat onze steun verdient, betekent dat het ook mogelijk wordt om de persvrijheid bijvoorbeeld te beperken als een uitgever een advertentie van neonazi’s of van antisemieten moet publiceren. Iets dergelijks is mijns inziens volkomen onjuist en stemt ook niet overeen met de grondbeginselen van de EU, en daarom verzet ik mij daar met hand en tand tegen. Dat mogen we niet laten gebeuren. Hetzelfde geldt uiteraard ook voor antidiscriminatie. Dan zullen personen die we in de EU niet willen stimuleren maar tegen wie we juist moeten optreden, nog meer mogelijkheden krijgen, bijvoorbeeld op de onroerendgoedmarkt. In het land waar ik vandaan kom, zien we dat neonazi’s op nagenoeg wekelijkse basis proberen om onroerend goed te kopen. Als onroerend goed wordt gehuurd of gekocht, kunnen we niet verhinderen dat links- dan wel rechts-radicalen dit nemen. Zij zullen zich op dit nieuwe amendement beroepen, en daar maak ik ernstig bezwaar tegen en daar zal ik tegen stemmen. Ik ben derhalve voor terugverwijzing naar de commissie en indien dit niet mogelijk is ben ik ervoor om tegen te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, door de jaren heen hebben Europa en de rest van de wereld strijd geleverd tegen discriminatie op alle niveaus. Onze ontwikkeling als fatsoenlijke menselijke wezens eist nu eenmaal dat wij dit doen, met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel.

Zoals mevrouw Buitenweg reeds zei, heeft de Commissie meer dan vier jaar lang beloofd om met een algemeen en veelomvattend voorstel voor de rechten van alle mensen te komen. Deze belofte wordt nu eindelijk vervuld.

Ik ben er vast van overtuigd dat geen enkel persoon mag worden gediscrimineerd op grond van zijn of haar religie of overtuiging, handicap of leeftijd. Integendeel, als belijdend christen roep ik het Europees Parlement en iedereen op om niet alleen discriminatie een halt toe te roepen maar ook hulp te bieden aan hen die gediscrimineerd worden vanwege hun handicap.

Die hulp kunnen wij in verschillende vormen bieden. Elke lidstaat heeft zich onophoudelijk ingezet voor de verbetering van gelijke toegang voor hen die dit het meeste nodig hebben. Terwijl Europa verder integreert, is het van het grootste belang dat we onthouden dat we allen anders zijn, maar ook helemaal gelijk in alle opzichten.

 
  
MPphoto
 

  Marusya Lyubcheva (PSE).(BG) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, het gaat hier om een uiterst belangrijke richtlijn die een oplossing biedt voor blijvend omstreden problemen op het gebied van non-discriminatie. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat de richtlijn het recht en de vrijheid van geloofsovertuiging en de toepassing van het beginsel van non-discriminatie op dit gebied opnieuw bevestigt.

Tegelijkertijd verwijst de richtlijn uitdrukkelijk naar Verklaring nr. 11 betreffende de status van kerken en niet-confessionele organisaties, waarin de Europese Unie heeft verklaard de status die kerken en religieuze gemeenschappen volgens het nationale recht in de lidstaten hebben, te eerbiedigen en daaraan geen afbreuk te doen.

Ook wordt erkend dat de lidstaten het recht hebben specifieke regels op dit gebied op te stellen en toe te passen. Het spreekt vanzelf dat het Europese recht moet worden afgestemd op het recht van de lidstaten om op individuele gebieden regels te formuleren.

Dit is een ingewikkeld onderwerp. De verhoudingen moeten expliciet worden gemaakt, zodat er geen rechten worden geschonden, met inbegrip van de rechten van degenen die tot kerken behoren die wettelijke sancties krijgen opgelegd.

 
  
MPphoto
 

  Manfred Weber (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de rapporteur, beste collega’s, nu ik in dit debat zo vaak geciteerd ben, wil ik nog even reageren.

Ik zei al dat degene die vragen stelt in dit debat de boosdoener is. Alle sprekers die hartstochtelijk tegen discriminatie gepleit hebben, hebben het principe beschreven. Ik zou u daarom willen vragen niet over het principe te spreken maar echt de strijd aan te binden tegen discriminatie. Wanneer we bijvoorbeeld op het vlak van milieu spreken over het verbod op CO2-uitstoot, verschillen we misschien van mening over de manier waarop we dit moeten bereiken maar zijn we het wel eens over het doel. Waarom mogen we op het vlak van discriminatie dan niet van mening verschillen over de manier waarop we deze discriminatie willen aanpakken? Wanneer uitgeverijen van kranten bij ons op kantoor zitten en hun bedenkingen meegeven, dan mogen wij die hier noemen.

Beste collega Cashman, u bewijst deze zaak en ook uw standpunt geen dienst door alle personen die hier vragen stellen in een hoek te drummen. Dat is toch gewoon wat wij hier doen!

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (PSE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe als schaduwrapporteur van de PSE-Fractie in de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken mevrouw Buitenweg en ook mijn collega mevrouw Bozkurt te prijzen. Hartelijk dank voor uw samenwerking.

Namens de Handicap Intergroep wil ik zeggen hoezeer het mij verheugt dat er is geluisterd naar de 1,3 miljoen ondertekenaars van het verzoekschrift over uitbreiding van de antidiscriminatiewetgeving naar mensen met een handicap. Ik ben ook zeer verheugd dat wij als partijen het er onderling over eens waren dat er een horizontale richtlijn moest komen en dat er geen hiërarchie in discriminatie mocht bestaan – een belofte die in 2000 door het toenmalige Portugese voorzitterschap van de Europese Unie was gedaan, toen de richtlijn inzake rassengelijkheid werd aangenomen. Maar eerlijk gezegd heeft het te lang geduurd voor deze belofte is ingelost.

Ik veroordeel hiervoor de conservatieven, die deze zaak nog langer willen tegenhouden. In dit debat gaat het er niet alleen om dat we onze steun in het Parlement uitspreken, maar ook dat we de Raad oproepen voort te maken en hierover overeenstemming te bereiken. Ik zou onze Duitse vrienden willen verzoeken dit niet te blokkeren. Er zijn kwesties rondom privécontracten waarover u zich zorgen maakt, maar wat betreft overheidsplichten loopt u ver vooruit. Laten wij hoger inzetten en ervoor zorgen dat we het hierover eens worden. Ik ben zeer verheugd dat het toekomstig Zweeds voorzitterschap heeft toegezegd deze kwestie voor kerstmis in de EPSCO-Raad te zullen afronden. Ik hoop van harte dat dat voor u mogelijk zal zijn.

 
  
MPphoto
 

  Kathalijne Maria Buitenweg, rapporteur. − Voorzitter, voor een rapporteur is het toch wel ontzettend moeilijk om goed te werken als de grootste fractie een soort flipflopbeleid voert. In de Commissie LIBE was de PPE-DE-Fractie vóór dit verslag, omdat er namelijk een redelijk compromis lag. We hebben samengewerkt met de heer Patrick Gaubert, die inmiddels geloof ik onder de bank is verdwenen. Ik heb hem niet meer gezien. Maar in ieder geval hebben we samengewerkt over precies dezelfde tekst en daar bent u nu tégen! Het lijkt erop dat de coördinator, meneer Weber, vooral zijn Duitse nationale partijstandpunt oplegt aan de PPE-DE-Fractie.

Mijnheer Weber, u hebt mij zelf vorige week nog persoonlijk gezegd dat het niet om de inhoud gaat, maar om het politieke signaal. Is het waar of niet? Heeft u dat tegen mij gezegd? Nou, dan kunt u zich nu niet achter details gaan verschuilen, want dan had u gewoon amendementen kunnen indienen. Dat heeft u niet gedaan. U wilt gewoon volledige verwerping van het hele voorstel. U wilt het gewoon niet, dus doe dan niet alsof het einddoel hetzelfde is.

Ik heb een hoop dingen gehoord waarop een simpel antwoord te geven is. Bijvoorbeeld: "Waar bemoeit Europa zich mee?" vragen heel veel mensen. Maar er bestaan al heel veel richtlijnen die al lang een bescherming geven op de arbeidsmarkt, er is ook bescherming tegen discriminatie op heel veel andere gronden buiten de arbeidsmarkt, maar voor een aantal mensen, bijvoorbeeld in het geval van handicap, leeftijd, seksuele oriëntatie en religie, is de bescherming achtergebleven. Dus dit is niet een hele nieuwe uitvinding, dit is een reparatie van bestaande wetgeving. Het is niet een nieuwe bevoegdheid, het is ervoor zorgen dat mensen gewoon gelijk behandeld worden en niet dat we sommige categorieën belangrijker vinden dan andere.

Mijnheer Pirker had het over de arbeidsmarkt. Daar hebben we het überhaupt niet over. Dat was een andere richtlijn. Het gaat nu niet over leraren die aangenomen worden. Laten we wel bij de feiten blijven. De burden of proof is een heikel punt. Dat werd al door de commissaris gezegd. Het is ook niet iets nieuws. Het bestaat ook in de andere richtlijnen. Het is helemaal niet zo dat mensen je zomaar kunnen beschuldigen en dat je je dan maar moet verdedigen. Het gaat ook niet over strafrecht. Mensen moeten op andere gebieden eerst echt gegevens aangeven, feiten waarom zij denken dat ze gediscrimineerd zijn en dan moet u zeggen waarom u op welke gronden iemand wel of niet een huis heeft gegeven.

Wat betreft de media: het staat in de tekst, er is al een voorziening dat je gewoon advertenties kunt weigeren als het niet in lijn is met de identiteit van je tekst. Het staat allemaal in artikel 54. Wat betreft de kerken: zij hoeven niet ook helemaal te voldoen aan al deze eisen, maar wel op het moment dat zij maatschappelijke taken vervullen. In Nederland doen ze bijvoorbeeld een deel van het welzijnswerk. Het kan toch niet zo zijn dat zij alleen maar omdat ze behoren tot een kerk, uitgezonderd zijn wanneer zij maatschappelijke taken vervullen. Dat zijn de hele specifieke punten die erin genoemd zijn.

We hebben ons best gedaan. We hebben u de hele tijd gefaciliteerd. Uw amendementen staan ook hier in de tekst, en nu gaat u toch nog tegenstemmen wegens allerlei partijpolitieke standpunten. Ik moet zeggen: ik voel me echt geraakt, want ik heb mijn hand uitgestoken naar u. Heel veel van uw teksten staan erin en ik vind het schandalig dat jullie je handen hier nu van af trekken!

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 2 april 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Casini (PPE-DE) , schriftelijk. – (IT) Menselijke waardigheid en gelijkheid zijn twee belangrijke waarden waar de huidige mensenrechtencultuur op is gebaseerd. Het komt echter vaak voor dat er grote woorden worden gebruikt om het tegendeel te verhullen. Gelijkheid houdt bijvoorbeeld in dat soortgelijke situaties op dezelfde manier worden aangepakt, maar ook dat verschillende situaties op een verschillende manier worden aangepakt. Mijn bedenkingen over het verslag in kwestie komen voort uit deze preliminaire overweging. Er kan geen twijfel bestaan over het feit dat de Europese Volkspartij de volledige waardigheid en gelijkheid van gehandicapten, ouderen, zieken, armen, vluchtelingen en immigranten erkent. Ik heb echter de indruk dat men aan deze reeds vertrokken trein extra wagons wil vastkoppelen om discriminatie op te kunnen leggen met betrekking tot gezinnen die gegrondvest zijn op een huwelijk tussen man en vrouw en met betrekking tot de vrijheid van godsdienst en met name religieuze scholen. Ik zal mijn strijd voor gelijkheid van de kleinsten, de armsten en de meest weerlozen nooit staken. Precies daarom doet het mij pijn dat het Europa van de mensenrechten middels zijn wetgeving en zijn praktijken de zwaarste vorm van discriminatie toepast en een onderscheid maakt tussen geboren en ongeboren baby's. Dit is niet het onderwerp van vandaag, maar het zou goed zijn dit in het Europese bewustzijn mee te nemen wanneer er over waardigheid en gelijkheid wordt nagedacht.

 
  
MPphoto
 
 

  Gabriela Creţu (PSE), schriftelijk.(RO) Toevallig staat het debat over deze richtlijn vandaag op de agenda, terwijl we er morgen, op Wereld Autisme Dag, erover stemmen. Dit is een gunstig voorteken.

We weten maar al te goed dat er in de praktijk grote verschillen bestaan tussen de nationale wetgevingen van de lidstaten inzake de rechten en belangen van personen die door autisme zijn getroffen. Deze verschillen zijn zelfs nog groter als we het dagelijks leven van de betrokkenen vergelijken.

Europese normen zullen nog een tijd op zich laten wachten, maar er moet nu al vooruitgang worden geboekt. Autisme moet als aparte handicap onder de geestelijke handicaps worden erkend en er moeten gerichte strategieën voor worden ontwikkeld.

Sommigen zullen dit wellicht te duur vinden, maar gelijke behandeling is ook voor deze mensen, net als voor degenen die aan andere handicaps lijden, een absolute noodzaak, willen we onszelf en de waarden van de Europese samenleving kunnen respecteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Bairbre de Brún (GUE/NGL), schriftelijk. – (GA) Uit deze richtlijn spreekt de zeer belangrijke erkenning dat discriminatie niet iets is dat alleen op het werk voorkomt. Het hoofddoel van de aanbeveling van de vaste commissie is de aanpak van discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, alsmede de tenuitvoerlegging van het beginsel dat mensen buiten de werkomgeving gelijk moeten worden behandeld.

Door mijn contacten in Ierland met gehandicapten en met groepen die voor hun rechten opkomen weet ik dat deze wetgeving van harte zal worden toegejuicht. Mevrouw Buitenweg heeft helemaal gelijk wanneer zij in haar verslag schrijft: “Om mensen met een handicap gelijk te behandelen, is het niet voldoende om discriminatie te verbieden. Er is ook positieve actie vereist door van tevoren genomen maatregelen en in de vorm van het bieden van redelijke aanpassingen.”

Ik juich ook het ferme standpunt toe dat de rapporteur en de Commissie innemen ter voorkoming van discriminatie op grond van seksuele geaardheid. Dit soort discriminatie hoort niet thuis in een moderne samenleving en ik verwerp de pogingen van bepaalde fracties om de wetgeving in dit opzicht af te zwakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (PSE), schriftelijk. (EN) Ik ben socialist, en dat betekent dat ik geloof dat alle mensen gelijk zijn. Wij moeten strijden tegen discriminatie, overal waar deze zich voordoet en dus niet alleen op de werkplek. Er mag zeker geen hiërarchie worden aangebracht in de verschillende soorten van discriminatie. Iedereen is anders, iedereen is gelijk.

Het doel van deze richtlijn is het beginsel van gelijke behandeling van personen toe te passen, ongeacht hun religie of overtuiging, handicaps, leeftijd of seksuele geaardheid, buiten de arbeidsmarkt. Daarin wordt een kader geschetst voor het verbieden van discriminatie op deze gronden en binnen de Europese Unie een uniform minimumniveau vastgesteld voor de bescherming van mensen die dergelijke discriminatie hebben ondervonden.

Dit voorstel is een aanvulling op het bestaande rechtskader van de EG, volgens welke het verbod van discriminatie op grond van religie of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, alleen betrekking heeft op arbeid, beroep en beroepsopleidingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (PSE), schriftelijk. – (PL) Discriminatie is zowel in Europa als daarbuiten een ernstig probleem. Volgens een speciaal onderzoek dat in 2008 door Eurobarometer werd uitgevoerd, verklaart 15 procent van de Europeanen het voorbije jaar het slachtoffer te zijn geweest van discriminatie.

Het Europees Parlement heeft meer dan vier jaar op de voorgestelde richtlijn gewacht. Het voorstel is een poging om het beginsel van gelijke behandeling van personen in praktijk te brengen, ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid. Dit beginsel moet niet alleen van toepassing zijn op de toegang tot werkgelegenheid, maar ook op een aanbod van goederen, uitrusting en diensten, zoals financiële dienstverlening, huisvesting, onderwijs, vervoer en gezondheidszorg.

Daarenboven worden in de tekst minimale kadernormen vastgesteld die bescherming tegen discriminatie garanderen. Lidstaten mogen altijd een hogere mate van bescherming bieden, maar mogen hun huidige normen niet verlagen op grond van de nieuwe richtlijn. De richtlijn voorziet in een recht op schadeloosstelling voor slachtoffers. Ze stelt voorts dat de lidstaten niet alleen de wil moeten uiten, maar ook de plicht hebben om discriminatie te bestrijden.

Een groot aantal lidstaten van de Europese Unie heeft al wetgeving ingevoerd die in meer of mindere mate bescherming biedt tegen discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid buiten de arbeidsmarkt. De huidige ontwerprichtlijn zal het mogelijk maken om op dit gebied coherente Europese regelgeving in te voeren. Zo geven we een duidelijk signaal dat discriminatie in heel Europa ontoelaatbaar is. Niet gediscrimineerd worden is een grondrecht dat voor iedereen in de Unie zou moeten gelden.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Gurmai (PSE), schriftelijk. (HU) Gelijke kansen is de laatste tijd een steeds sterker thema geworden in de besluitvorming van de Gemeenschap. Het doel van de voorgestelde richtlijn voor gelijke behandeling is het beginsel van gelijke behandeling van personen toe te passen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

Bescherming tegen discriminatie is een grondrecht en dit grondrecht dient voor elke burger van de Europese Unie te gelden. Ik vind het van het allergrootste belang dat we elke vorm van discriminatie bestrijden. We hebben in dat opzicht een lange weg te gaan en het moge ook duidelijk zijn dat we slechts stapje voor stapje voortgang kunnen boeken. Dit houdt ten eerste in dat de wetgeving wordt voltooid en geconsolideerd, ten tweede dat de wetgeving met deze nieuwe, coherente en uniforme beginselen wordt omgezet in nationale wetgeving en tot slot dat deze in de praktijk wordt geïmplementeerd. Hoewel deze stappen afzonderlijk genomen veel werk en tijd vragen is ons doel binnen redelijke tijd concrete stappen voorwaarts te kunnen zetten en in een Europa te kunnen leven dat werkelijk vrij is van discriminatie.

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka (PPE-DE), schriftelijk.(HU) Ik wil mijn collega, mevrouw Buitenweg, complimenteren met haar verslag, dat de weg opent naar voltooiing van de wetgeving voor de uitbanning van elke vorm van discriminatie. Artikel 13 van het EG-Verdrag heeft tot doel discriminatie te bestrijden, niet alleen op grond van geslacht en etnische afstamming, maar ook op grond van godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd en seksuele geaardheid.

Ondanks de aanneming van de richtlijnen 2000/43, 2000/78 en 2004/113 en de omzetting daarvan in nationale wetgeving, bestaat er tot op heden geen gemeenschappelijke regeling ter bescherming tegen discriminatie op de hierboven genoemde gronden, buiten het gebied van werk en beroep. De voorgestelde richtlijn beoogt deze lacune op te heffen en we hopen dat de richtlijn, naast een verbod op discriminatie, een juridisch middel kan zijn voor personen in alle zevenentwintig lidstaten die nadelen ondervinden tengevolge van discriminatie.

Een doeltreffende implementatie van de onderhavige richtlijn en een bijstelling van de tekortkomingen die zijn gesignaleerd bij de omzetting en toepassing van de eerdere richtlijnen, zouden een verdere voltooiing betekenen van de bescherming waarop burgers van de Europese Unie een beroep kunnen doen. Bovendien vergt aanneming van de voorgestelde richtlijn geen enkele aanpassing van de betreffende nationale wetgeving. Ik hoop daarom van harte dat de Raad in staat zal zijn ervoor te zorgen dat de volgens het Verdrag vereiste eenparigheid van stemmen wordt bereikt en dat elke lidstaat eraan zal bijdragen dat de Europese Unie een enorme stap voorwaarts kan zetten bij het verwezenlijken van onze fundamentele waarden en doelstellingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvana Koch-Mehrin en Alexander Graf Lambsdorff (ALDE), schriftelijk. – (DE) De rechtsgrondslag die gekozen is, artikel 13, lid 1 van het EG-Verdrag, is niet gepast. De FDP is namelijk van mening dat het subsidiariteitsbeginsel niet wordt nageleefd. Het is niet de bevoegdheid van de EU-wetgever om dergelijke maatregelen te treffen en aldus ver in te grijpen in de zelfbeschikking van de lidstaten.

Het bestrijden van discriminatie op elk gebied en het stimuleren van de deelname van personen met een handicap aan het openbare leven zijn belangrijke taken. De bedoelde uitbreiding van de antidiscriminatiebepalingen naar bijna alle gebieden van het leven strookt echter niet met de realiteit. De in de richtlijn opgenomen omkering van de bewijslast leidt er nu toe dat beschuldigingen zonder voldoende bewijzen volstaan om een procedure op te starten. De betrokkene zou daardoor gedwongen kunnen worden een schadevergoeding te betalen zonder gediscrimineerd te hebben, enkel en alleen omdat geen voldoende bewijs van onschuld kon worden voorgelegd. De algemeen gedefinieerde omkering van de bewijslast is dus twijfelachtig in het kader van een rechtsstaat. Hiermee wordt onzekerheid gecreëerd en de deur opengezet voor misbruik. Dat kan niet de bedoeling zijn van een vooruitstrevend antidiscriminatiebeleid.

Bovendien mogen we niet vergeten dat de Europese Commissie momenteel inbreukprocedures heeft lopen tegen vele lidstaten wegens het niet correct omzetten van de huidige richtlijnen betreffende het antidiscriminatiebeleid. Tot nu toe ontbreekt echter elk overzicht van de omgezette voorschriften, waardoor niet kan worden vastgesteld of het nodig is om nieuwe bepalingen op te stellen. Met name Duitsland is op bepaalde vlakken aanzienlijk verder gegaan dan de bepalingen uit Brussel. Daarom hebben wij tegen dit verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE-DE), schriftelijk. (FI) De gelijkheidsrichtlijn zal, wanneer zij ten uitvoer wordt gelegd, een van de belangrijkste stappen zijn die in deze zittingsperiode worden gezet in de richting van een sociaal Europa en een Europa van de mensen. Als de wetgeving betrekking heeft op alle groepen mensen en discriminatiecriteria en op zowel actieve als passieve discriminatie, dan zal zij een enorme impact hebben op het leven van veel EU-burgers. Ik wil in dit verband de rapporteur bedanken voor haar uitstekende werk.

Zowel in Finland als in de rest van Europa wordt het dagelijks leven van een groot aantal mensen bemoeilijkt door een of andere vorm van discriminatie. Dit zou niet mogelijk moeten zijn in een moderne maatschappij waarin de mensenrechten en gelijke behandeling worden gerespecteerd: iedereen moet gelijke kansen hebben om aan de maatschappij deel te nemen. Non-discriminatie is het kenmerk van een geciviliseerde samenleving.

Het is vooral van belang dat de richtlijn alle discriminatiecriteria omvat. Hoewel er grote verschillen zijn tussen groepen en individuen die met discriminatie te maken hebben, moeten wij het probleem van discriminatie als verschijnsel consequent aanpakken zonder groepen te specificeren. Een gefragmenteerde aanpak zou verschillende discriminatiecriteria onvermijdelijk ongelijkwaardig maken en ook kloven creëren waar mensen die om veel verschillende redenen worden gediscrimineerd, in dreigen te vallen.

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE), schriftelijk. – (ET) De Europese Unie is gebaseerd op de gemeenschappelijke beginselen van vrijheid, democratie en eerbiediging van mensenrechten en fundamentele vrijheden. In artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie staat letterlijk: “Iedere discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, is verboden.”

De erkenning van de uniciteit van alle individuen en van hun gelijke recht op de mogelijkheden die het leven biedt, is een van de kenmerken van de Europese eenheid in diversiteit, die een centraal element vormt in de culturele, politieke en sociale integratie van de Unie.

Hoewel de ontwikkeling in de EU tot nu toe op veel terreinen heel succesvol is geweest, is het verbazingwekkend dat we nog altijd geen gemeenschappelijke regels hebben voor de bestrijding van geweld tegen of misbruik van gehandicapten of met betrekking tot seksueel misbruik, en dat niet alle lidstaten deze fundamentele burgerrechten voldoende erkennen. We moeten erkennen dat het Europees rechtskader voor de bestrijding van discriminatie nog niet volmaakt is.

Ik juich de nieuwe richtlijn van harte toe. Deze schept in de EU een gemeenschappelijk kader voor optreden ter bestrijding van discriminatie. Voornoemd kader zal in de lidstaten waarschijnlijk leiden tot een bredere tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling dan alleen op de arbeidsmarkt.

Bestrijding van discriminatie betekent investeren in het bewustzijn van een samenleving waarvan de ontwikkeling plaatsvindt via integratie. Teneinde integratie te bewerkstelligen moet de samenleving echter investeren in onderwijs, bewustmaking en stimulering van positieve praktijken om een redelijk compromis te vinden tussen de voordelen en belangen van al haar burgers. Er zijn daarom nog veel inspanningen onzerzijds vereist om discriminatie in Europa uit de wereld te helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (PSE), schriftelijk.(RO) Het recht om niet gediscrimineerd te worden is een grondrecht dat in het kader van zijn toepasbaarheid op de Europese burgers nooit in twijfel werd getrokken. Gelijke behandeling ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid is een van de grondbeginselen van de Europese integratie.

Deze langverwachte richtlijn, met haar zeer ingewikkelde ontstaansgeschiedenis in de beraadslagingen van het Parlement, is gebaseerd op artikel 13 van het EG-Verdrag en regelt de bescherming tegen elke vorm van discriminatie, met de nadruk op gelijke behandeling. Gezien het feit dat veel mensen, EU-wijd ongeveer vijftien procent, beweren dat zij worden gediscrimineerd, kan er in het geheel geen twijfel over bestaan dat er behoefte is aan deze richtlijn.

Ik zou willen benadrukken dat het van belang is deze richtlijn te vergelijken met de antidiscriminatierichtlijnen die reeds van kracht zijn. Deze taak zal door de Commissie in samenwerking met de lidstaten worden uitgevoerd. Ik ben blij in dit verband te kunnen wijzen op de vooruitgang die Roemenië in de afgelopen jaren op dit gebied heeft geboekt, zoals het Europees Bureau voor de grondrechten te kennen heeft gegeven.

Last but not least geloof ik dat deze richtlijn een significant effect zal hebben, gezien de sociale beschermingsmaatregelen, de sociale uitkeringen en de eenvoudigere toegang tot goederen en diensten waarin zij voorziet.

 
  
  

VOORZITTER: MAREK SIWIEC
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid