Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0231(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0236/2009

Ingediende teksten :

A6-0236/2009

Debatten :

PV 21/04/2009 - 20
CRE 21/04/2009 - 20

Stemmingen :

PV 22/04/2009 - 6.38
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0254

Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 21 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

20. Communautair kader voor nucleaire veiligheid (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0236/2009) van de heer Hökmark, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een richtlijn van de Raad (Euratom) houdende instelling van een communautair kader voor nucleaire veiligheid (COM(2008)0790 – C6-0026/2009 – 2008/0231(CNS)).

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat we wel mogen stellen dat ons energiebeleid een nieuw tijdperk ingaat, waarin het energiebeleid moet passen binnen het beleid voor het tegengaan van klimaatverandering, en tegelijkertijd moet worden gekoppeld aan een beleid voor energiezekerheid. Deze drie onderdelen – energiebeleid, klimaatbeleid en energiezekerheid – moeten hand in hand gaan.

Mijns inziens geeft dit aan hoe belangrijk kernenergie is. We moeten ervoor zorgen dat de bestaande kerncentrales zo veilig mogelijk werken, maar ook zorgen voor duidelijke regels zodat toekomstige kerncentrales in de Europese Unie zo veilig mogelijk zijn.

Daarvoor moeten we niet alleen de burgers van de Unie rijp maken voor meer kernenergie. Volgens mij is er in de Europese Unie veel en steeds meer steun voor kernenergie, en moeten wij allen de verantwoordelijkheid hiervoor nemen. Ik respecteer dat mensen hun twijfels hebben of tegen kernenergie zijn, maar welke visie we ook hebben, we zullen het er allemaal over eens zijn dat de regels met betrekking tot de bestaande kernenergie zo veilig mogelijk moeten zijn.

Vanuit dit oogpunt wil ik het verslag over een communautair kader voor nucleaire veiligheid presenteren. Dit is gegrond op een rechtsgrondslag, en in de commissie is overleg gevoerd over de vraag of alle procedures zijn gevolgd. De Commissie juridische zaken heeft in een brief aan de Commissie industrie, onderzoek en energie gezegd dat de groep deskundigen een nieuw advies moet uitbrengen als het een nieuw voorstel betreft. Net als de meeste leden van de commissie ben ik van mening dat het voorstel waar we in de Europese Unie bijna zeven jaar aan hebben gewerkt een herzien voorstel is. Het is gewijzigd vanwege een advies van de groep deskundigen en een advies van het Parlement, en ik vind dat we nu knopen moeten doorhakken. Ik hoop dat de Raad dit voorjaar een besluit neemt.

Als we dat niet doen en het proces vertragen, zullen er nieuwe kerncentrales worden ontworpen en gebouwd zonder dit Gemeenschapskader. We moeten dus nu handelen. Zij die dit proces proberen tegen te houden omdat ze tegen kernenergie zijn, voorkomen daarmee dat er een Gemeenschapskader komt met zo veilig mogelijke regels.

Ik heb in mijn verslag drie dingen proberen te doen: allereerst een duidelijke structuur te verschaffen van de verantwoordelijkheden van lidstaten en regeringen, vergunninghouders en nationale regelgevers. Ten tweede heb ik getracht duidelijk te maken dat de nationale regelgevers onafhankelijk zullen zijn, en heb ik de eisen voor nationale regelgevers aangescherpt, wat wil zeggen dat zij moeten kunnen handelen als zij enig risico ontdekken bij een kerncentrale die niet aan de veiligheidsvoorschriften voldoet.

Ten derde hebben we de regels van de IAEA als bindende voorschriften in de bijlage opgenomen, waardoor het Gemeenschapskader duidelijk, streng en bindend is, en daarmee wil ik mijn betoog afsluiten.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals de rapporteur al zei, is nucleaire veiligheid een absolute prioriteit voor de Europese Unie, en ik wil de rapporteur bedanken voor een sterk, duidelijk en uitgebreid verslag.

Aangezien het gebruik van kernenergie in de Europese Unie een feit is en een feit zal blijven, en nucleaire veiligheid geen nationale grenzen kent, hebben we een Gemeenschapsbreed kader nodig dat kernenergie in de Europese Unie veilig moet maken en houden en voor continue vergroting van de veiligheid moet zorgen.

Dit is het oogmerk van het herziene voorstel voor een richtlijn waarin een Gemeenschapskader voor nucleaire veiligheid wordt gecreëerd. Het belangrijkste doel van het voorstel is bindende wetgeving op te stellen, de enige oplossing die garanties biedt dat toezeggingen uit politiek en industrie om de nucleaire veiligheid continu te vergroten worden gevolgd door concrete maatregelen. Deze ‘safety fundamentals’ van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en de verplichtingen uit hoofde van het verdrag inzake nucleaire veiligheid vormen de kern van de richtlijn. Hun omzetting in bindende Gemeenschapswetgeving zou rechtszekerheid bieden.

Voorts wordt met het voorstel beoogd ervoor te zorgen dat nationale regelgevende instanties die zijn belast met nucleaire veiligheid onafhankelijk zijn van welk besluitvormingsorgaan van de overheid of van welke andere organisatie dan ook die een belang zou kunnen hebben bij nucleaire aangelegenheden. Zij kunnen al hun aandacht daarom richten op de veiligheid van installaties.

Met het voorstel moet de rol van regelgevende instanties worden vergroot door ervoor te zorgen dat de lidstaten hen voorzien van voldoende bevoegdheden, competentie, mankracht en financiële middelen om hun taken uit te voeren.

In het herziene voorstel worden de resultaten van het raadplegingsproces, dat in 2004 van start is gegaan met de werkgroep inzake nucleaire veiligheid van de Raad, meegenomen. Vóór de aanneming is over het voorstel overleg gevoerd met de Groep Europese regulators nucleaire veiligheid en in andere fora. De essentie van het advies van de wetenschappelijke groep van deskundigen, waarnaar in artikel 31 van het Euratom-Verdrag wordt verwezen, komt hierin tot uitdrukking, en het huidige voorstel inzake nucleaire veiligheid is een tweede herziening van het regionale voorstel inzake nucleaire veiligheid. Krachtens artikel 31 van het Euratom-Verdrag hoeft een herzien voorstel niet opnieuw te worden voorgelegd aan de wetenschappelijke groep van deskundigen. Daarnaast heeft de nauwe samenwerking met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie gezorgd voor consistentie met internationale praktijken.

De Commissie stemt in met de meeste van de voorgestelde amendementen die haar standpunt ondersteunen. In het verslag wordt de plicht van de lidstaten om de ‘safety fundamentals’ van de IAEA en de bepalingen van het Verdrag inzake nucleaire veiligheid te respecteren duidelijk onderstreept, en wordt gepoogd de rol van de regelgevende autoriteiten op nucleair gebied te versterken en hun onafhankelijke rol in de besluitvorming te garanderen.

Ik heb er daarom alle vertrouwen in dat de Raad het standpunt van het Parlement zal meewegen wanneer hij werkt aan het verbeteren en verduidelijken van de doelstellingen van de richtlijn.

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, rapporteur voor advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, het Parlement heeft eigenlijk helemaal geen stem in deze aangelegenheid: het wordt geraadpleegd en laat zich gebruiken als instrument bij de voorbereiding van een richtlijn die niet zal bijdragen aan meer veiligheid in de kernenergiesector, maar de situatie van onveiligheid laat voortduren. Deze richtlijn is niet relevant voor alle bestaande kerncentrales in de Europese Unie. Deze richtlijn is evenmin relevant voor projecten met een hoog risico, die momenteel in Bulgarije, Slowakije en Roemenië worden gepland. Zij speelt daarbij zelfs geen enkele rol.

Deze richtlijn zal ook wanneer zij van kracht wordt, namelijk bij toekomstige planningen die nog niet van start zijn gegaan, niet de op dit moment hoogste beschikbare wetenschappelijke en technische normen vastleggen, maar adviseert het aanhouden van principes.

Ik vraag me af waarom wij als Parlement ons tijdens deze schijnvertoning zo laten gebruiken; dit dient in elk geval niet de veiligheid van onze burgers.

 
  
MPphoto
 

  Herbert Reul, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega’s, het is een verstandig besluit en een verstandig voorstel dat het Parlement eraan bijdraagt de regelgeving in Europa op één lijn te krijgen en meer veiligheidsvoorschriften te realiseren. Dat is onze plicht.

Collega Harms, u kunt niet enerzijds steeds meer veiligheid in de nucleaire sector verlangen en erover klagen dat nucleaire technologie onvoldoende beveiligd is, en anderzijds elke kans aangrijpen om besluiten met dat oogmerk in het Parlement tegen te houden. Je kunt niet klagen over het feit dat het Europees Parlement zich met dit onderwerp bezighoudt, en tegelijkertijd ontevreden zijn en zeggen dat nucleaire technologie niet veilig genoeg is.

We hebben vandaag onze plicht gedaan. We doen er wat aan, we proberen in heel Europa minimale veiligheidsnormen te bereiken, en we proberen ook te bereiken dat nucleaire technologie als een van meerdere mogelijkheden in de energiemix wordt bestendigd en ondersteund – we hebben dit hier al in andere besluiten met grote meerderheid vastgelegd. Daarvoor moeten we ook antwoord geven op de volgende vraag: hoe staat het met de veiligheid? We moeten hierop een antwoord geven, in plaats van er steeds alleen maar om te vragen.

Dit voorstel ligt nu ter tafel, en ik hoop dat er morgen een meerderheid voor te vinden is.

 
  
MPphoto
 

  Edit Herczog, namens de PSE-Fractie. – (HU) Morgen sluiten we een uitermate belangrijk debat af met de stemming over dit voorstel, waardoor zonder twijfel de veiligheid en het gevoel van veiligheid van de Europese burgers zal toenemen. Het doel is niet om een oplossing te vinden, maar om vooruitgang te boeken ten opzichte van de huidige situatie. Ik heb zonder meer het gevoel dat het opstellen van communautaire regelgeving een belangrijke stap voorwaarts is voor nationale wetgeving. Daarom verlenen we onze volledige steun aan de door de Commissie ingediende richtlijn en het verslag van de heer Hökmark. Met onze amendementen hebben we gestreefd naar verdere verbetering. Ik vind dat de Europese burgers het verdienen dat we vooruitgang boeken op het gebied van atoomenergie, waaruit overigens 32 procent van hun elektriciteitsvoorziening bestaat. Laten we dit dan ook samen doen!

 
  
MPphoto
 

  Anne Laperrouze, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijn fractie ondersteunt het doel van deze richtlijn volledig, namelijk het instellen van een communautair kader teneinde de continue verbetering van de veiligheid van nucleaire installaties in de Europese Unie te waarborgen en te handhaven.

Ons Parlement heeft er steeds op gehamerd dat er op communautair niveau dringend duidelijke en strenge wetgeving moet worden ingevoerd en concrete maatregelen moeten worden genomen ten aanzien van de nucleaire veiligheid, het beheer van radioactieve afvalstoffen en de ontmanteling van kerninstallaties.

Tijdens onze debatten hebben wij onder andere de kwestie van opleiding en kennis behandeld. Het is van essentieel belang voor Europa, dat over nucleaire deskundigheid beschikt, die kennis te behouden, met name door ervoor te zorgen dat veiligheidsinspecteurs voor nucleaire installaties worden opgeleid en gekwalificeerd.

Tot slot stemt het mij tevreden dat de Commissie industrie, onderzoek en energie een amendement op de wetgevingsresolutie heeft goedgekeurd waarin de Europese Commissie wordt opgeroepen de groep van deskundigen overeenkomstig artikel 31 van het Euratom-Verdrag te raadplegen.

Ik herhaal: wij eisen transparantie en wij willen een duidelijke en strenge wetgeving. Tot slot wil ik onze rapporteur, de heer Hökmark, nog bedanken.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, ik juich het onderhavige voorstel toe. Mijn dank aan commissaris Piebalgs, en ook commissaris Palacio, die vóór u heeft ingezien dat veiligheid belangrijk is. Naar mijn mening is het belangrijk de onafhankelijkheid van de nationale regelgevingsinstanties te verbeteren.

Als in de overige landen iedereen zo onafhankelijk zou zijn als de regelgever in Frankrijk, zou dat al een grote vooruitgang zijn. Natuurlijk zou het nog beter zijn als we voor de hele EU een regelgevende instantie zouden hebben die bevoegd zou zijn om na een peer review gevaarlijke kerncentrales van het netwerk uit te sluiten. Bovendien is het belangrijk dat we strenge, bindende veiligheidsnormen hebben en stillegging door de Europese regelgevende instantie garanderen.

Veiligheid en beveiliging spelen een uiterst belangrijke rol in de volksgezondheid en krijgen dan ook onze volledige steun. Hier moeten we in de toekomst meer aan doen.

 
  
MPphoto
 

  Atanas Paparizov (PSE).(BG) Ik wil ook van de gelegenheid gebruik maken om het belang te onderstrepen van het voorstel van de Commissie voor een kaderrichtlijn inzake nucleaire veiligheid. Ik ben van mening dat dit document een goede basis vormt voor bindende regelgeving in de Europese Unie over dit onderwerp. Verder geeft het alle landen, ook de landen die tegen het gebruik van nucleaire energie zijn, de zekerheid dat de nucleaire energie die in de Europese Unie geproduceerd wordt, veilig is.

Ik wil beklemtonen dat ik blij ben met de aangenomen amendementen die ik had ingediend met betrekking tot een meer specifieke bepaling van het toepassingsgebied van de richtlijn, het garanderen van een regelmatige uitwisseling van beste praktijken tussen lidstaten en een duidelijkere toewijzing van de verantwoordelijkheden aan landen, vergunninghouders en de regelgevingsinstantie.

Deze richtlijn laat opnieuw zien dat elke lidstaat over zijn eigen energiemix mag beslissen, zelfs als daar nucleaire energie onder valt, die minder CO2-uitstoot veroorzaakt en gunstig is voor het milieu.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, eerder al werd er terecht op gewezen dat met dit voorstel wordt beoogd een communautair kader te scheppen. Dit was geen gemakkelijke taak. We hebben ons hierbij gebaseerd op de West-Europese Associatie van kernregulators (WENRA) en op de ervaring van de Europese Groep op hoog niveau voor nucleaire veiligheid en afvalbeheer. Ook hebben we samengewerkt met de Raad, die al in 2003 overleg heeft gevoerd over min of meer dezelfde voorstellen.

Mijns inziens hebben we op dit moment een goede balans gevonden; volgens mij wordt de Europese burgers hiermee duidelijk gemaakt dat er een communautair kader is. Dit kader zal in de loop van de tijd zeker nog verder worden ontwikkeld, maar ik ben erg blij met het verslag van de heer Hökmark omdat het voorstel wordt versterkt zonder de benodigde balans te verstoren. De nationale regelgevende instanties zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de centrales in eigen land. Dit zijn uitermate gevoelige kwesties, waar we niet aan voorbij kunnen en mogen gaan, maar we moeten de normen voor nucleaire veiligheid wel blijven verbeteren. Deze richtlijn biedt ons de kans daartoe.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen denk ik dat het belangrijk is om op te merken dat niemand tegen het vergroten van de veiligheid en het versterken van de veiligheidsregels zou moeten zijn. Er moet geen neiging bestaan om, alleen omdat iemand niet van kernenergie houdt en tegen het gebruik ervan is, het belang van de regels die we nodig hebben te bagatelliseren.

In die zin is het denk ik een stap voorwaarts dat we een communautair kader hebben, want dat zorgt voor consistentie en transparantie en geeft ons de kans om onze gemeenschappelijke ontwikkeling naar een hoger plan te tillen. Deze richtlijn is echt van toepassing op de bestaande centrales, want de richtlijn vergroot het belang en de onafhankelijkheid van de nationale regelgevende instanties, wat van cruciaal belang is, en plaveit voor ons de weg om steeds hogere eisen te stellen en als het ware een ‘race naar de top’ op het gebied van veiligheid te organiseren.

Laten we eerlijk zijn. Ook in de toekomst zullen we kernenergie hebben, wat we hier met zijn allen ook besluiten. In mijn opvatting is het belangrijk dat we de fundamenten leggen voor de bouw van meer kerncentrales. Die moeten geloofwaardig zijn en het publiek moet ze geloofwaardig vinden, maar nog belangrijker is dat er bij het beheer van kernenergie voor substantiële, werkelijke veiligheid moet worden gezorgd, zoals dat bij alles wat we doen het geval moet zijn.

De huidige regels zijn goed en sterk, maar we maken ze consistenter en dat is een stap vooruit. Ik wil u bedanken voor uw samenwerking en voor het debat. Ik denk dat we een beter resultaat hebben bereikt en ik hoop dat de Raad naar ons zal luisteren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag 22 april 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik wil aandacht vragen voor de milieusituatie van de baai van Marsaxloqq. De meest pittoreske baai van Malta is de vernieling in geholpen toen er een elektriciteitscentrale werd gebouwd. Dit had gevolgen voor de gezondheid van de bewoners van de regio en met name voor de inwoners van Marsaxloqq. Nu is er in deze baai een verbrandingsinstallatie gepland en zullen de inwoners van deze regio opnieuw in een nachtmerrie belanden. Bovendien is er een gezondheidsrisico dat niet kan worden ingeschat.

Toen ik de advocaat was in een zaak waarin werd geprobeerd de bouw van een elektriciteitscentrale bij de baai tegen te houden, lukte het me om te bewijzen dat niet alle uitstoot door de atmosfeer werd opgenomen. Een deel bleek te zwaar om te verdampen en sloeg neer bij de centrale. Op tegels op open plaatsen waren duidelijk roestkleurige vlekken te zien. Het bleek dat die vlekken het gevolg waren van de uitstoot. Hoe zal de situatie worden wanneer de uitstoot door de bouw van een verbrandingsinstallatie alleen maar zal toenemen?

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimir Urutchev (PPE-DE), schriftelijk.(BG) Na bijna zes jaar uitstel staat de EU nu op het punt een richtlijn inzake nucleaire energie aan te nemen, een belangrijk beleidsdocument voor nucleaire energie in Europa die gebruikt wordt om bijna een derde van alle elektriciteit in de EU op te wekken.

De lidstaten hebben het exclusieve recht om zelf te beslissen of zij nucleaire energie willen gebruiken. Voor zowel de landen die voor als de landen die tegen deze vorm van energie zijn, is het van belang dat de hoogste veiligheidsnormen voor nucleaire energie in acht worden genomen.

Ik ben voor het opnemen van de fundamentele veiligheidsbeginselen van de IAEA als bijlage bij de richtlijn. Zo wordt gewaarborgd dat de beste ontwikkelingen op het vlak van nucleaire veiligheidsnormen een integraal onderdeel worden van de Europese wetgeving, waaraan de lidstaten zich moeten houden.

Door het ontbreken van algemeen goedgekeurde nucleaire veiligheidsvereisten in de EU kwam het niet zo lang geleden bij een aantal toetredende landen voor dat zij ten aanzien van nucleaire energie politieke oplossingen opgelegd kregen die niet overeenstemmen met de huidige EU-doelstellingen voor de strijd tegen de klimaatverandering en de energievoorzieningszekerheid.

In deze tijd waarin er in de EU meerdere nieuwe kerncentrales in aanbouw of gepland zijn, is een snelle goedkeuring van de richtlijn inzake nucleaire veiligheid niet alleen gerechtvaardigd, maar ook vereist als garantie voor de veiligheid van de burgers en om hen gerust te stellen.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid