Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0216(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0253/2009

Ingediende teksten :

A6-0253/2009

Debatten :

PV 21/04/2009 - 22
CRE 21/04/2009 - 22

Stemmingen :

PV 22/04/2009 - 6.39
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0255

Volledig verslag van de vergaderingen
Dinsdag 21 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

22. Communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0253/2009) van de heer Romeva i Rueda, namens de Commissie visserij, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (COM(2008)0721 – C6-0510/2008 – 2008/0216(CNS)).

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda, rapporteur. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik uw aandacht willen vestigen op de aanklacht die Greenpeace een paar weken geleden bij het Openbaar Ministerie van Spanje heeft ingediend in verband met de steun die het bedrijf Armadores Vidal uit Galicië tussen 2003 en 2005 van de Spaanse regering ontvangen heeft, een steun van 3,6 miljoen euro om precies te zijn, terwijl het zich sinds 1999 in een aantal landen een hele reeks sancties op de hals heeft gehaald in verband met illegale visserij in allerlei wateren.

De Commissie heeft deze praktijken de afgelopen tijd inderdaad veroordeeld.

Vorige week begon het seizoen van de tonijnvisserij. Wat de tonijn betreft, een soort die zonder meer met uitsterven bedreigd wordt, hebben we volgens wetenschappers de grenzen van de duurzame visserij allang overschreden.

Op dit ogenblik is de Spaanse minister van Defensie in Somalië, waar zij leiding geeft aan een operatie ter bescherming van de tonijnvisserij in de Indische Oceaan, in verband met de aanvallen van piraten.

Als de Europese tonijnvissers om te werken zo ver van huis moeten gaan, komt dat allereerst doordat de dichtstbijzijnde bestanden op het punt staan het loodje te leggen, en in de tweede plaats doordat we een vloot hebben die enorm gesubsidieerd wordt en duidelijk veel te groot is, en die hoe dan ook winst nastreeft ook al gaat dat ten koste van de voornaamste factor waarop zijn activiteit gebaseerd is: de vis.

De problemen die al deze gevallen gemeen hebben – want er zijn er veel meer – zijn, nogmaals, de overbevissing, de te grote afmetingen van de Europese vloot, en vooral het gebrek aan controle en sanctiemogelijkheden.

Daarom stellen wij in dit verslag voor om de non-discriminerende en doeltreffende toepassing van de regels tot een van de voornaamste pijlers van het gemeenschappelijk visserijbeleid te maken.

Vandaar bijvoorbeeld ons verzoek een expliciet verbod in te stellen op overheidssteun aan bedrijven die er onwettige praktijken op nahouden, zoals Armadores Vidal.

Naleving van de regels en een consequente benadering zijn de beste manier om de belangen van de visserijsector op de lange termijn te beschermen.

Het beleid is gedoemd te mislukken als de mensen die werkzaam zijn in de visserijsector, vanaf degenen die op zee zitten tot de handelaren die de vis aan de consument verkopen, zich niet aan de regels houden. De visserijbestanden zijn dan gedoemd om te verdwijnen, samen met degenen die van hen afhankelijk zijn.

De Commissie en het Europees Parlement hebben herhaaldelijk hun teleurstelling geuit over het gebrek aan naleving van de regels, en ze hebben de lidstaten onder meer verzocht om betere controles, geharmoniseerde inspectiecriteria en sancties, en transparante inspectieresultaten. Verder hebben wij gepleit voor versterking van de communautaire inspectiesystemen.

Het voorstel voor de verordening dat onderwerp is van dit verslag, gaat in op de noodzakelijke hervorming van de bestaande controleregeling en bevat een reeks aanbevelingen die overeen moeten stemmen met de bepalingen die we al hebben na het aannemen van de verordening betreffende illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij – de “you-you”-visserij – of de verordening betreffende machtigingen tot vissen.

Het voornaamste kenmerk van een controlesysteem dat op 27 lidstaten wordt toegepast, is waarschijnlijk dat iedereen op dezelfde manier behandeld wordt, en vooral dat iedereen die deelneemt aan de productieketen – de vissers, de tussenhandelaren, de kopers, de mensen die werkzaam zijn in de recreatievisserij, en alle anderen – het gevoel heeft dat hij niet gediscrimineerd wordt en dat hij zijn eigen verantwoordelijkheid draagt.

Daarom moeten in de hele Gemeenschap maar ook in elke controleketen dezelfde regels van toepassing zijn.

Het onderhavige voorstel – waarmee we het oorspronkelijke Commissievoorstel grotendeels ondersteunen – omvat een reeks punten die het mogelijk moeten maken flinke vorderingen te maken op dit gebied.

Een van die punten wil ik hier onder de aandacht brengen, namelijk dat een speciale rol moet worden toebedeeld aan het Communautair Bureau voor visserijcontrole, gezien zijn communautaire aard en zijn opdracht om onpartijdig te werk te gaan.

Met het oog hierop hoop ik dat de amendementen die wij nog op de valreep hebben ingediend om het verslag zijn definitieve vorm te geven, door onze collega’s zullen worden overgenomen, net zoals gebeurd is in het debat in de commissie, en ik hoop werkelijk dat dit instrument zal kunnen dienen om degenen te redden die wij moeten redden, en dat zijn niet alleen de visserijbestanden, maar ook de bevolkingsgroepen die daarvan afhankelijk zijn.

 
  
MPphoto
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik de rapporteur bedanken, de heer Romeva i Rueda, die een indrukwekkend verslag heeft geproduceerd. Al even opmerkenswaard is het feit dat de rapporteur in diverse hoofdsteden met een groot aantal belanghebbenden binnen en buiten de Gemeenschap heeft gesproken. Dit was een complex en delicaat dossier. De Commissie wil de heer Romeva i Rueda bedanken voor zijn werk aan dit verslag.

Zoals u weet, dateert de huidige verordening voor een controleregeling voor het visserijbeleid uit 1993. Deze verordening is sindsdien herhaaldelijk gewijzigd, in het bijzonder in 1998, om ook de controle op visserijactiviteiten in de verordening op te nemen, en in 2002, bij de laatste hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB). Het resulterende systeem heeft echter ernstige tekortkomingen, waardoor het niet zo effectief is als het zou kunnen zijn. Zoals zowel de Europese Commissie als de Europese Rekenkamer heeft opgemerkt, is het huidige systeem inefficiënt, duur en ingewikkeld en leidt het niet tot de gewenste resultaten. Dit ondergraaft op zijn beurt weer de initiatieven op het gebied van instandhouding en inspanningsbeheer. Een falende controle werkt de povere prestatie van het GVB daarmee in de hand.

Het belangrijkste doel van de hervorming van de controle is om ervoor te zorgen dat de regels van het GVB worden nageleefd. Dit willen we bereiken door middel van een nieuw standaardkader dat de lidstaten en de Commissie in staat stelt hun verantwoordelijkheid volledig te nemen. De verordening zal uitmonden in een omvattend en geïntegreerd controlesysteem, waarbij alle aspecten van het GVB aan de orde komen en de controle van de hele keten – vangst, aanvoer, transport, verwerking en afzet: “van de vangst tot de consumptie” – wordt samengebracht. Om dit te verwezenlijken is de hervorming opgebouwd rond drie assen.

As 1: de totstandbrenging van een nalevingscultuur en een verantwoordelijke houding van de sector. Dit heeft ten doel om het gedrag van alle belanghebbende partijen te beïnvloeden, bij alle onderdelen van de visserijactiviteiten, om te bereiken dat de regels worden nageleefd, niet alleen door monitoring en controle, maar als uitvloeisel van een breed gedragen nalevingscultuur, waarbij alle spelers in de sector begrijpen en aanvaarden dat het naleven van de regels op de lange termijn in hun eigen belang is.

As 2: de instelling van een omvattende en geïntegreerde aanpak van de controle en de inspecties. Het voorstel zorgt voor uniformiteit bij de uitvoering van het controlebeleid, met inachtneming van de diversiteit en de specifieke kenmerken van de verschillende vloten. Door alle aspecten te omvatten, van de vangst tot de afzet op de markt, creëert het een gelijk speelveld voor de hele sector.

As 3: de daadwerkelijke toepassing van de regels van het GVB. De hervorming is ook bedoeld om de rol en de verantwoordelijkheden van de lidstaten, de Commissie en het Communautair Bureau voor visserijcontrole duidelijk te definiëren. Controle en handhaving zijn in het GVB exclusieve bevoegdheden van de lidstaten. De rol van de Commissie bestaat erin om te controleren en te verifiëren of de lidstaten de regels van het GVB correct en doelmatig uitvoeren. Het voorliggende voorstel is géén poging om de verdeling van deze verantwoordelijkheden te wijzigen. Het is echter wel belangrijk dat de procedures worden gerationaliseerd en dat de Commissie de middelen in handen krijgt om er daadwerkelijk op te kunnen toezien dat de lidstaten de regels van het GVB gelijkelijk toepassen.

Ik wil ook het feit benadrukken dat het voorstel zal leiden tot een vermindering van de administratieve lasten en het systeem minder bureaucratisch zal maken. Uit de effectbeoordeling die de Commissie heeft gemaakt bleek dat als de hervorming wordt aangenomen, de totale administratiekosten voor alle marktpartijen kunnen worden teruggebracht met 51 procent – van 78 miljoen euro tot 38 miljoen euro –, grotendeels door het gebruik van modernere technologie, zoals de uitbreiding van het gebruik van het elektronisch meldingssysteem (ERS), het satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS) en het geautomatiseerde identificatiesysteem (AIS).

De bestaande papieren instrumenten – zoals logboeken, aanvoeraangiften, verkoopdocumenten – zullen in alle fasen van de visserijketen worden vervangen, behalve voor schepen met een lengte van minder dan tien meter over alles. Voor de vissers zal het elektronisch systeem het gemakkelijker maken om gegevens te registreren en te rapporteren. Zodra het systeem is ingevoerd zal een aantal rapportage-eisen komen te vervallen.

Het systeem zal sneller, accurater en goedkoper worden en de automatische verwerking van gegevens mogelijk maken. Ook wordt het mogelijk om kruiscontroles van gegevens en informatie uit te voeren en risico’s te identificeren. Dit zal resulteren in een rationelere en op risico’s gebaseerde aanpak van de controles op zee en aan land, waarbij die laatste controles inherent meer kosteneffectief zijn.

Het voorstel voorziet ook in de afschaffing van de huidige verplichting van de lidstaten om lijsten van visserijlicenties of -vergunningen aan de Commissie te doen toekomen. In plaats daarvan worden deze lijsten op elektronische wijze toegankelijk gemaakt voor de nationale controlediensten, de controlediensten van de andere lidstaten en de Commissie.

Dan kom ik nu bij het verslag, en ik zal ingaan op de ingediende amendementen.

De Commissie verwelkomt het feit dat het Europees Parlement de wetgeving in beginsel steunt en van mening is dat een nieuwe controleverordening nodig is. De Commissie kan zich vinden in bepaalde amendementen die in overeenstemming zijn met de in de werkgroep van de Commissie gevoerde discussies, maar acht het van fundamenteel belang om bepaalde essentiële elementen van het voorstel overeind te houden.

De Commissie kan akkoord gaan met een groot aantal amendementen, met name met de amendementen 3, 6, 9, 10, 11, 13 tot en met 18, 26 tot en met 28, 30, 31, 36, 44, 45, 51 tot en met 55, 57, 58, 62, 63, 66 tot en met 69, 82, 84, 85 en 92 tot en met 98.

De Commissie kan echter niet akkoord gaan met de volgende amendementen, die als volgt kunnen worden samengevat:

Wat betreft het monitoren van de visserijactiviteiten: in amendement 23 wordt een tolerantiemarge voor de in het logboek vermelde vangsten van 10 procent voorgesteld, in plaats van de 5 procent die in het voorstel van de Commissie wordt gehanteerd. Dit zal ernstig ten koste gaan van de accuraatheid van de logboekgegevens, die essentieel is voor het uitvoeren van kruiscontroles. Aangezien deze kruiscontroles zullen worden gebruikt om inconsistenties in de gegevens op te sporen, die weer indicatoren zijn van illegale activiteiten waarop de lidstaten hun schaarse controlemiddelen moeten richten, zou dit amendement ook negatieve effecten hebben op de werking van het geautomatiseerd valideringssysteem van artikel 102, lid 1 van het voorstel, dat als de ruggengraat van het nieuwe controlesysteem wordt beschouwd. Het belangrijkste argument is echter dat vissers de omvang van hun vangsten heel goed kunnen schatten binnen een marge van 3 procent. Vis wordt tenslotte opgeslagen en vervoerd in kisten en ze weten hoeveel gewicht aan vis er in elke kist gaat.

Wat betreft amendement 29 over voorafgaande kennisgevingen is de Commissie van mening dat het idee om het toekennen van uitzonderingen voor te behouden aan de Raad de procedure enorm veel ingewikkelder zou maken en het tijdig reageren op ontwikkelingen onmogelijk zou maken.

De Commissie is ook van mening dat de herverdeling van ongebruikte quota een beheersaangelegenheid is die moet worden behandeld in overeenstemming met de hervorming van het GVB. Daarom kan amendement 41 over corrigerende maatregelen niet worden aanvaard.

Wat betreft het aan boord van een ander schip brengen van vangsten waarvoor een meerjarenplan bestaat, wordt in amendement 42 voorgesteld om het hele artikel 33 te schrappen. Dit is niet aanvaardbaar omdat, zoals u weet, het overladen van vangsten naar een ander schip in het verleden is gebruikt om illegale vangsten aan het zicht te ontrekken. Om die reden is het essentieel dat artikel 33 wordt gehandhaafd en dat de over te laden hoeveelheden door een onafhankelijke instantie worden gewogen voordat ze aan boord van het transportvaartuig worden genomen.

In amendement 47 wordt voorgesteld om hele gedeelte over realtimesluitingen van visserijtakken te schrappen. Door dit te aanvaarden zou de Commissie een heel belangrijk instrument voor de bescherming van visbestanden kwijtraken. Realtimesluitingen houden direct verband met controlekwesties. Daarom is dit amendement niet aanvaardbaar.

Amendement 102 is niet aanvaardbaar omdat dit de mogelijkheid van de Commissie wegneemt om visserijtakken te sluiten als dat volgens de Commissie vereist is. De huidige controleverordening bevat al een vergelijkbare bepaling, en dit is een noodzakelijk instrument om ervoor te zorgen dat als een lidstaat verzuimt een visserijtak te sluiten, de Commissie het recht heeft om dat wel te doen om te waarborgen dat de quota worden geëerbiedigd. Dit hebben we vorig jaar bij de blauwvintonijn gedaan en het jaar daarvoor voor kabeljauw in de Oostzee.

Ook amendement 103 kan de Commissie niet aanvaarden. Hierin wordt voorgesteld om de bepalingen over corrigerende maatregelen te schrappen. Dit zou de rol van de Commissie als hoedster van de EU-wetgeving verzwakken; de Commissie moet ervoor zorgen dat alle lidstaten volledig gebruik kunnen maken van hun vangstmogelijkheden. Bovendien bestaat deze bepaling al in de huidige wetgeving.

Wat betreft de nieuwe technologieën: met betrekking tot het volgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS) en het vaartuigdetectiesysteem (VDS) voorziet amendement 19 in de inwerkingtreding van deze elektronische systemen voor vissersvaartuigen met een lengte van meer dan tien en minder dan vijftien meter per 1 juli 2013 in plaats van per 1 januari 2012, zoals in het voorstel is neergelegd. Amendement 20 voorziet erin dat de installatie van apparatuur voor het volgsysteem en de elektronische logboeken in aanmerking komt voor financiering, met 80 procent cofinanciering uit de begroting van de Gemeenschap.

Wat betreft amendement 19 voorziet het voorstel al in een overgangsperiode, omdat deze verplichting pas van kracht wordt met ingang van 1 januari 2012, terwijl de inwerkingtreding van de verordening is voorzien op 1 januari 2010. Aangezien het de bedoeling is dat er in het nieuwe controlesysteem zo veel mogelijk gebruik zal worden gemaakt van moderne technologieën, om een efficiënt geautomatiseerd en systematisch systeem van kruiscontroles te kunnen ontwikkelen, is het belangrijk dat deze bepalingen van kracht worden op de datum die in het voorstel wordt genoemd, zodat de tenuitvoerlegging van de nieuwe aanpak van de controles niet nog verder wordt vertraagd.

Wat betreft de zorgen over de kosten van de invoering van deze nieuwe technologieën is er al cofinanciering door de Commissie beschikbaar op grond van Verordening (EG) nr. 861/2006 van de Raad, waarin de cofinancieringspercentages zijn vastgesteld, en in het kader van deze verordening zal de Commissie in overweging nemen om deze percentages te verhogen. Het zou echter tegen de begrotingsregels ingaan om de cofinancieringspercentages in een ander wetgevingsdocument neer te leggen.

Wat betreft de recreatievisserij: over dit controversiële onderwerp wil ik opmerken dat, in tegenstelling tot wat in veel berichtgeving is gemeld, de ontwerpverordening er niet op gericht is om individuele vissers of de recreatievisserij met buitenproportionele lasten op te zadelen. Wat wordt voorgesteld is dat bepaalde recreatievisserij zich moet beperken tot bepaalde specifieke visbestanden, namelijk visbestanden waarvoor een herstelplan bestaat, en moet voldoen aan bepaalde basisvoorwaarden met betrekking tot vergunningen en vangstrapportage. Deze eisen zullen ook helpen om informatie te verkrijgen waarmee overheidsinstanties de biologische effecten van deze activiteiten kunnen evalueren en waar nodig de benodigde maatregelen kunnen voorbereiden.

Wat betreft het verslag van het Parlement verwelkomt de Commissie het feit dat er in amendement 11 een definitie van recreatievisserij wordt gegeven en dat het Parlement voorziet dat waar de recreatievisserij aanzienlijke gevolgen heeft, de vangsten in mindering moeten worden gebracht op de quota. Ook verwelkomt de Commissie het feit dat het Parlement ermee instemt dat de verkoop van vis die is gevangen in het kader van recreatievisserij moet worden verboden, behalve als die verkoop filantropische doeleinden heeft. Ik wil echter benadrukken dat het belangrijk is dat de verplichting voor de lidstaten om de gevolgen van de recreatievisserij te evalueren wordt gehandhaafd, zoals in amendement 93 wordt gevraagd, en dat dit niet moet worden beperkt tot de mogelijkheid om dat te doen, zoals wordt voorgesteld in de amendementen 48, 49 en 50.

De Commissie wil uiteraard dat in de definitieve verordening die de Raad zal aannemen een bevredigend evenwicht wordt bereikt tussen enerzijds het verkrijgen van accurate informatie over de gevolgen van recreatievisserij voor het herstel van visbestanden – dit moet per geval worden geanalyseerd – en anderzijds de doelstelling dat recreatievissers, wier vangsten duidelijk een verwaarloosbaar biologisch effect hebben, niet worden geconfronteerd met buitenproportionele eisen.

Wat betreft sancties en handhaving: in amendement 64 wordt een nieuw artikel 84, lid 2 bis voorgesteld, dat inhoudt dat zolang de houder van een vismachtiging strafpunten achter zijn naam heeft, hij moet worden uitgesloten van communautaire subsidies en nationale overheidssteun. De Commissie kan dit amendement niet aanvaarden. In dezelfde geest kan ook amendement 61 niet worden aanvaard.

Artikel 45, punt 7 van Verordening (EG) nr. 1005/2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, biedt feitelijk al de mogelijkheid om bij inbreuken betrokken vaartuigen tijdelijk of permanent de toegang tot overheidssteun of -subsidies te ontzeggen. De invoering van nog zo’n regel in het strafpuntensysteem zou buitenproportioneel zijn.

In amendement 107 wordt voorgesteld om de door de Commissie voorgestelde minimum- en maximumsancties te schrappen. Dit is niet aanvaardbaar, omdat het opleggen van vergelijkbare sancties in alle lidstaten een belangrijk element is om dezelfde mate van afschrikking in alle communautaire wateren te verkrijgen en op die manier, door het scheppen van een gemeenschappelijk kader op communautair niveau, een gelijk speelveld te creëren. De bepaling heeft geen gevolgen voor de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten om te bepalen welke inbreuken als ernstig moeten worden aangemerkt.

Wat betreft de bevoegdheden van de Commissie: in amendement 71 wordt de aanwezigheid van een functionaris van de lidstaat bij de inspecties door de Commissie verplicht gesteld, en in dezelfde geest wordt de Commissie in amendement 108 alleen de mogelijkheid gegeven om onderzoeken en inspecties uit te voeren wanneer een lidstaat van tevoren op de hoogte is gebracht. Het vermogen van de Commissie om autonome inspecties uit te voeren zal ernstig worden aangetast wanneer er altijd functionarissen van de betrokken lidstaat bij de inspecties aanwezig dienen te zijn. Door geen functionaris te sturen zou een lidstaat zelfs kunnen voorkomen dat er überhaupt een autonome inspectie plaatsvindt.

De amendementen 104, 108, 109 en 110 zijn eveneens problematisch, omdat ze de bevoegdheden van de inspecteurs van de Gemeenschap beperken, omdat ze hun mogelijkheden beperken om autonome controles en inspecties uit te voeren. Zonder deze bevoegdheden voor de inspecteurs van de Gemeenschap kan de Commissie niet waarborgen dat de regels van het GVB in alle lidstaten even goed worden toegepast.

In amendement 72 wordt voorgesteld om de basis te schrappen waarop de financiële bijstand door de Gemeenschap kan worden opgeschort of ingetrokken wanneer er bewijs is dat de bepalingen van de verordening niet zijn nageleefd. De Commissie kan dit amendement niet aanvaarden. Met dit amendement zou de simpele conclusie van de Commissie dat de betrokken lidstaat geen adequate maatregelen heeft getroffen voldoende zijn om maatregelen tegen die lidstaat te nemen.

De amendementen 111 en 112 beperken de bevoegdheid van de Commissie om de communautaire financiële bijstand op te schorten. Dit zou de mogelijkheid van de Commissie om deze maatregel toe te passen ernstig ondergraven. Bovendien geeft het amendement geen duidelijkheid over de vraag wie, in plaats van de Commissie, een dergelijk besluit dan wel zou moeten nemen.

Wat betreft de sluiting van visserijen: in amendement 73 wordt voorgesteld om het aantal gevallen waarin de Commissie een visserij kan sluiten wanneer de doelstellingen van het GVB niet worden nagekomen, aanzienlijk te beperken. “Bewijzen” van niet-nakoming zullen veel moeilijker te verkrijgen zijn dan “redenen om aan te nemen”. Om te waarborgen dat de regels van het GVB in alle lidstaten gelijkelijk worden toegepast en om te voorkomen dat gevoelige visbestanden worden bedreigd, is het belangrijk dat de Commissie de mogelijkheid heeft om een visserij te sluiten wanneer de betrokken lidstaat dat zelf nalaat. In dezelfde geest kan de Commissie amendement 113, waarin wordt voorgesteld om dit artikel te schrappen, niet aanvaarden.

De amendementen 74 tot en met 78 zouden ertoe leiden dat de druk op de lidstaten om zich aan de nationale quota te houden substantieel wordt verminderd. De aanvaarding van deze amendementen zou eenvoudigweg betekenen dat de status quo wordt gehandhaafd. De amendementen zouden ertoe leiden dat de mogelijkheden van de Commissie om maatregelen te nemen om te waarborgen dat vissers uit de lidstaten niet op gereguleerde bestanden vissen waarvoor de desbetreffende lidstaat geen of slechts een klein quotum heeft, substantieel zouden worden aangetast.

In de amendementen 79 en 80 wordt voorgesteld om de artikelen 98 en 100 te schrappen. Deze artikelen geven de Commissie de mogelijkheid om te korten op quota en om het ruilen van quota te verbieden wegens niet-naleving van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid. De Commissie wenst deze bepaling te handhaven, omdat dit een belangrijk instrument is om de naleving van de regels van het GVB door de lidstaten te waarborgen. Deze bepaling komt tegemoet aan de aanbeveling van de Europese Rekenkamer om het vermogen van de Commissie om de lidstaten onder druk te zetten te vergroten. Ook zal deze bepaling helpen om de nationale visserijsectoren te laten inzien dat naleving van de regels van het GVB door hun nationale overheden ook in hun eigen belang is, en verwacht kan worden dat ze daarom positieve druk op hun nationale overheden zullen uitoefenen.

In amendement 114 wordt voorgesteld om artikel 101 over noodmaatregelen te schrappen. De Commissie kan dit amendement niet aanvaarden, omdat deze bepaling een belangrijk instrument is om de naleving van de regels van het GVB door de lidstaten te waarborgen.

Ik wil de heer Romeva i Rueda nogmaals bedanken voor het verslag, en de commissie voor de aandacht die ze heeft besteed aan deze zeer belangrijke kwestie. Dit verslag is een belangrijke bijdrage aan een werkelijk efficiënt controlesysteem. Ik wil me verontschuldigen voor het feit dat ik zo lang aan het woord ben geweest.

 
  
MPphoto
 

  Carmen Fraga Estévez, namens de PPE-DE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, een groot bezwaar dat tegen dit voorstel moet worden aangetekend, is dat hierover op geen enkele manier met de sector overlegd is.

Het is onaanvaardbaar dat de Commissie steeds maar verkondigt dat haar hele visserijbeleid gebaseerd is op de dialoog met de betrokken partijen, en dat de sector precies op het moment dat de verordening wordt opgesteld die de meest ernstige en rechtstreekse gevolgen voor de vloot heeft, de kans ontnomen is om die dialoog en dat overleg te hebben.

Dat is een slecht begin om die cultuur van naleving te stimuleren waarover de Commissie het telkens heeft. Verder is het gekozen moment bijzonder discutabel.

Het moge dan waar zijn dat het controlebeleid een van de meest daverende tekortkomingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid is, het is net zo goed waar dat de Commissie dit beleid al sinds 1993 in stand houdt en besloten heeft om het te veranderenen precies op het moment dat zij met een ontwerpverslag komt over een hervorming van het GVB waarin zij aankondigt dat het systeem voor de instandhouding en het beheer van de hulpbronnen volledig zal worden herzien.

Aangezien controle een onlosmakelijk deel van het beheerssysteem vormt, zou het veel zinniger zijn geweest om beide hervormingen te coördineren, om te voorkomen dat het onderhavige voorstel achterhaald wordt door de hervorming van 2012, daar sommige regels van het voorstel pas ingaan in dat jaar 2012.

Deze twee aanzienlijke tekortkomingen doen de grote verdiensten teniet die dit voorstel had kunnen hebben, zoals de pogingen om overtredingen en sancties te harmoniseren, en de doelstelling om de lidstaten definitief verantwoordelijk te stellen voor het duidelijk gebrek aan politieke wil om de controleregelingen toe te passen.

Mijnheer de Voorzitter, dan rest mij alleen nog de rapporteur te bedanken voor zijn werk. Het is jammer dat we zo weinig tijd aan zo’n belangrijke kwestie kunnen besteden.

 
  
MPphoto
 

  Emanuel Jardim Fernandes, namens de PSE-Fractie. (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, beste collega’s, ik feliciteer de heer Romeva met zijn open houding bij de behandeling van zijn verslag, dat als belangrijkste doel het garanderen van de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft.

Het respecteren van deze regels en een Europese aanpak van de visserij zijn de beste manier om zich te beijveren voor de belangen van de sector. Als eenieder die actief is in de sector – van de bemanning aan boord tot de handelaren die de vis verkopen – de regels negeert, is de sector ten dode opgeschreven. Als men poogt de Europese regels toe te passen zonder rekening te houden met verschillen tussen de Europese vloten, draagt dat eveneens bij tot de mislukking van het beleid.

Daarom heb ik voorgesteld het Commissievoorstel beter af te stemmen op de realiteit van de kleine ambachtelijke vloten. Deze vloten zijn zo’n beetje in de hele Europese Unie aanwezig, met name in de UPR’s. Als het aan mij gelegen had was ik trouwens nog verder gegaan met mijn voorstel. Hoe het ook zij, we dienen nooit te vergeten dat een gemeenschappelijk visserijbeleid adequate controlemaatregelen nodig heeft.

Als rapporteur voor de visserijbegroting heb ik er al meerdere keren mijn beklag over gedaan dat de Europese regels onvoldoende worden nageleefd. Ik heb met name gevraagd om betere controle door de lidstaten, transparantie van de inspectierapporten en versterking van het communautaire inspectiebeleid, op voorwaarde dat een en ander vergezeld gaat van financiële steunmaatregelen voor de sector.

Wij hadden zeker verder willen gaan, maar toch moet ik de rapporteur feliciteren met zijn voorstel en de maatregelen die hij heeft gepresenteerd. Wij verwachten van de commissaris een passende reactie op dit vlak.

 
  
MPphoto
 

  Elspeth Attwooll, namens de ALDE-Fractie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, behalve dat ik de heer Romeva i Rueda wil feliciteren met dit verslag, wil ik de inhoud ervan in de bredere context van het gemeenschappelijk visserijbeleid plaatsen.

In de afgelopen tien jaar heb ik veel kritische opmerkingen over dat beleid gehoord, bijvoorbeeld met betrekking tot het ontbreken van een gelijk speelveld, onvoldoende betrokkenheid van de belanghebbenden, een inadequaat evenwicht tussen de economische, sociale en milieueisen en te veel micromanagement vanuit het centrum.

De laatste tijd heb ik de mensen echter kunnen verzekeren dat het beleid op belangrijke punten veranderingen ondergaat. Er is natuurlijk nog een lange weg te gaan – zo moet een eind worden gemaakt aan de teruggooi, om een voorbeeld te noemen – en soms lijkt de Commissie nog steeds de neiging te hebben om zich met het micromanagement te bemoeien. Ik wil hier artikel 47 van de verordening noemen, althans de oorspronkelijke versie daarvan. Ik heb al vaak gezegd dat het gemeenschappelijk visserijbeleid in zekere zin als een olietanker is: het duurt een tijd om een koersverandering te bewerkstelligen. Ik denk echt dat de controleverordening een heel eind in de buurt komt van het creëren van het noodzakelijke gelijke speelveld waar het de sancties en de handhaving betreft, zoals de ontwikkeling van regionale adviesraden tot veel verbeteringen op andere punten zal leiden.

Ik wil afsluiten met een persoonlijke noot, namelijk door mijn dank en waardering uit te spreken voor het waardevolle werk dat door alle leden van de Commissie visserij is verricht en door commissaris Borg en zijn team te bedanken voor alles wat tijdens de vijf jaar dat hij aan het roer heeft gestaan is bereikt.

 
  
MPphoto
 

  Pedro Guerreiro, namens de GUE/NGL-Fractie. (PT) Mijnheer de Voorzitter, het grondgebied van Portugal omvat het historische gegroeide continentale Portugal en de archipels van de Azoren en Madeira. De wet bepaalt de omvang en de grenzen van de territoriale wateren, de exclusieve economische zone en de rechten van Portugal op aangrenzende zeebodems. De staat verkoopt geen enkel deel van het Portugees grondgebied of van de soevereine rechten die het uitoefent op zijn grondgebied.

Artikel 5 van de grondwet van de Portugese Republiek had niet duidelijker kunnen zijn. Op grond van deze bepaling, en om ons hard te maken voor het eerbiedigen van de Portugese grondwet, hebben we een amendement ingediend. Daarin staat dat deze ontwerpverordening geen afbreuk mag doen aan de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de controle op de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Hoewel de amendementen van de Visserijcommissie op een aantal punten de negatieve kanten van het onaanvaardbare voorstel van de Europese Commissie minimaliseren, verdedigen ze niet de principes die wij van centraal belang achten.

Naast andere schadelijke en inadequate aspecten van het voorstel is het onaanvaardbaar dat de Commissie de bevoegdheid heeft zonder voorafgaande kennisgeving zelfstandig inspecties uit te voeren in de exclusieve economische zones en op het grondgebied van de lidstaten, op discretionaire wijze visserijactiviteiten kan verbieden, de communautaire financiële bijstand voor een lidstaat kan schorsen of intrekken en dat een lidstaat zijn vissersvaartuigen in de exclusieve economische zone van elke andere lidstaat zonder diens toestemming kan inspecteren.

Ik sluit af met een verwijzing naar wat het Parlement zelf heeft goedgekeurd: het belang van controle bij het visserijbeheer, waarvoor de bevoegdheid bij de lidstaten ligt. Laten we hopen dat het Parlement niet voor de zoveelste keer zijn eigen woorden loochent, zoals helaas tot nu toe zijn gewoonte is geweest.

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage, namens de IND/DEM-Fractie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik moet bekennen dat ik belang heb bij dit onderwerp. Ik vis al mijn hele leven op zee, zoals de meeste leden van mijn familie. Ik beleef daar veel plezier aan, omdat dit een van de laatste vormen van echte vrijheid is die we hebben. We kunnen naar het strand gaan of met onze boten de zee op gaan, een paar vissen vangen en ze mee naar huis nemen om ze daar op te eten.

De recreatievissers lobbyen er nu al enkele jaren voor dat hun sport wordt opgenomen in het gemeenschappelijk visserijbeleid. Ik zeg al jaren dat je moet oppassen met wat je wenst. Welnu, nu is het gebeurd en het heet artikel 47, en het heet ook Joe Borg, deze commissaris uit Malta. In Groot-Brittannië zijn we met meer dan een miljoen; we zijn behoudzuchtig en we zijn niet gek. We hebben geen regulering nodig van mensen zoals u, mijnheer Borg. Daarom moet artikel 47 zonder meer worden verworpen, want iets anders is onacceptabel. Als u deze bevoegdheid krijgt, kunt u elk jaar terugkomen. We kunnen nu zeggen dat vissen vanaf het strand uitgezonderd is, maar als het eenmaal onder auspiciën van mensen als u is geplaatst, mijnheer Borg, kunt u volgend jaar of het jaar daarna terugkomen en beginnen met het reguleren ervan.

Wat het vissen vanaf boten betreft, staat de deur wijd open voor het verplicht stellen van vergunningen en rapportages voor iedereen. Elk zegegevoel dat we hadden omdat we tijdens de behandeling in de commissie een minioverwinning hadden behaald door de woorden “moeten de lidstaten” te wijzigen in “kunnen de lidstaten” deze gegevens verzamelen, is weg: ik ben bang, gezien het Department for Environment, Food and Rural Affairs thuis, dat dat de kans zal aangrijpen om de EU-regels te gebruiken om ons op alle mogelijke manieren te gaan controleren.

Het zeevissen moet worden gestimuleerd. We moeten riffen in zee bouwen. We moeten de enorme economische impact die het kan hebben erkennen, zoals de Amerikanen hebben gedaan. Maar in plaats daarvan hebben we een gemeenschappelijk visserijbeleid dat altijd al een ramp voor het milieu is geweest. Het is bevooroordeeld tegen de Britse vloten en nu zal dat beleid het zeevissen in Groot-Brittannië kapotmaken als we deze man, en mensen van zijn soort, macht geven. Dus, commissaris Borg, mijn advies is: “Haak bij ons aan!”.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Claude Martinez (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank voor Sète. Er zijn visbestanden en een nieuw controlesysteem, waarover wij vanavond debatteren, maar er zijn vooral vissers, hun banen en leven, en visser is het zwaarste beroep ter wereld. Ze zijn geen ambtenaar of gekozen afgevaardigde, en dat maakt hen tot vrije, maar tegenwoordig wanhopige mensen. Vandaar de protesten van de tonijnvissers in het Middellandse Zeegebied, in Sète, in Grau-du-Roi, en van de woedende vissers in Boulogne, Frankrijk.

Wij stellen sinds 1983, dus 26 jaar, wettelijke regels op voor de visserij. Maar sinds de inwerkintreding van het Verdrag van Rome heeft artikel 32 tot 39 betreffende het GLB eveneens betrekking op hen, en de allereerste communautaire verordening betreffende de visserij is in 1970 in werking getreden. Wij maken sinds 39 jaar wetten: over de schok van de toetreding van Spanje in 1986 en van Denemarken in 1993, over kieuwnetten, drijfnetten, agenten, totaal toegestane vangsten, quota, steun, herstructurering van de vloten en modernisering.

Wij maken wetten over sancties, biologische rustperioden, bestanden, teruggooi, controlesystemen, mensen, soorten, kabeljauw, schelvis, blauwvintonijn, zelfs over internationale verdragen, en nu over recreatievisserij! Het ergste is dat het nog steeds niet loopt. Het blauwe Europa wordt grijzer en grijzer.

Waarom? Omdat de visserij deel uitmaakt van de mondiale voedseluitdaging van de eenentwintigste eeuw, moeten wij deze op mondiaal niveau beheren. Net zoals de financiële crisis, de pandemieën, de klimaatverandering, de immigratie en de ernstige misdrijven zijn vissen andersglobalisten.

Zij houden zich noch aan grenzen noch aan het Gemeenschapsrecht. Europa is te klein om regels op te stellen voor visbestanden, en van Peru tot Japan, van Moskou tot Dakar, Ierland, Valencia is er behoefte aan regels inzake de mondiaal gedeelde eigendom van visbestanden. Dat is de weg, mijnheer de Voorzitter, die Brussel eveneens moet bewandelen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Na deze stortvloed van woorden geef ik het woord aan de heer Stevenson.

 
  
MPphoto
 

  Struan Stevenson (PPE-DE). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, u weet waarschijnlijk dat twee vissers uit Noord-Ierland, vader en zoon, die bij Peterhead vissen, in Liverpool in de gevangenis zijn beland nadat ze een boete van een miljoen Britse pond hadden gekregen en dat het Assets Recovery Agency, een bureau dat normaal gesproken wordt gebruikt om maatregelen tegen drugshandelaars en gangsters te nemen, hierbij is ingezet om deze twee hardwerkende vissers te grazen te nemen, die, toegegeven, waren betrokken bij het aan land brengen van illegale vangsten, wat niemand kan goedpraten – maar om hardwerkende vissers zo te behandelen, zelfs als ze schuldig zijn aan het plegen van een dergelijk strafbaar feit, als criminelen, als gangsters, op dezelfde manier waarop we drugshandelaars zouden behandelen, is onthutsend. Dit bewijst waarom er absoluut maatregelen nodig zijn om het gelijke speelveld te krijgen dat de heer Romeva i Rueda in zijn verslag noemt, omdat voor hetzelfde vergrijp in andere delen van de EU hoogstens een boete van twee- of drieduizend euro zou worden opgelegd.

De resterende tijd die ik heb wil ik echter gebruiken om iets over artikel 47 te zeggen, wat niet verwonderlijk is, omdat ik van mening ben dat er een verschil bestaat tussen de woorden “shall” (moeten) en “may” (kunnen) in de amendementen 93, 48, 49 en 50. In de commissie hebben we aanzienlijke steun gekregen voor mijn amendement met het woord “may” erin, maar nu ik u heb horen zeggen, commissaris, dat u deze amendementen sowieso afwijst, lijkt het erop dat we onze tijd hebben verdaan.

Ik hoop dat u uw standpunt wilt heroverwegen. Als een lidstaat het niet nodig acht om deze weg te volgen, hoop ik dat u het subsidiariteitsbeginsel zult respecteren.

 
  
MPphoto
 

  Nils Lundgren (IND/DEM).(SV) Mijnheer de Voorzitter, als euroscepticus voel ik vaak een zeker leedvermaak wanneer diverse EU-instellingen met onzinnige en belachelijke voorstellen zoals artikel 47 op de proppen komen. Dergelijke voorstellen dragen bij tot het ondermijnen van het ongegronde respect dat veel burgers hebben voor het streven van de EU – het streven om de macht van de democratische lidstaten over te hevelen naar een bureaucratisch Brussel. De strijd tegen centralisering en bureaucratie wordt daarom door dergelijke voorstellen gemakkelijker gemaakt. Tezelfdertijd neem ik mijn rol hier in het Europees Parlement echter serieus. Wij moeten die ontwikkeling een halt toeroepen en ik hoop dat een meerderheid van de leden van het Europees Parlement hetzelfde denkt. Zo niet, dan hoop ik dat een meerderheid tenminste het oordeel van de kiezer begin juni vreest, en daarom inziet dat ze uit eigenbelang – waar ze zich terdege bewust van zijn – tegen dit voorstel moeten stemmen. Als zelfs het subsidiariteitsbeginsel de EU er niet kan toe brengen zich niet te bemoeien met sportvisserij aan de scherenkust van Stockholm, ziet de toekomst van het Europees project er somber uit.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle (PPE-DE). − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil tegen de commissaris zeggen dat ook ik voor “kunnen” en niet voor “moeten” ben. Ik ben een van de medeondertekenaars.

Die hele nalevingscultuur in het gemeenschappelijk visserijbeleid zal er niet komen zolang rechtvaardigheid en eerlijkheid geen kernbegrippen van het inspectiebeleid en de daaropvolgende procedures tegen onze vissers zijn. Zoals in deze verordening wordt voorgesteld en ook door de rapporteur wordt gezegd, hebben we, gelet op de behoeften die er in de huidige situatie bestaan, controle en naleving op communautair niveau nodig, terwijl de uiteindelijke verantwoordelijkheid bij de lidstaten moet blijven liggen.

Het is onthutsend om te zien dat de boete voor een bepaalde overtreding op dit moment in de ene lidstaat zeshonderd euro bedraagt en in de andere lidstaat zesduizend euro. Er is totaal geen respect voor het gemeenschappelijk visserijbeleid, dat algemeen wordt beschouwd als een verzwakt instrument. Dat kunnen we niet hebben.

Met betrekking tot artikel 47 over de recreatievisserij verwelkom ik de definitie, die in het ontwerpvoorstel nog ontbrak. We moeten ons gezonde verstand gebruiken. Ja, de lidstaten kunnen evalueren of er ernstige gevolgen voor de quota voor kwetsbare bestanden zijn, maar dat moet niet de vuistregel worden. Het moet de uitzondering zijn, niet de regel. Beweeg alstublieft op het gebied van de teruggooi – het is immoreel en volkomen onacceptabel dat we onze vissers criminaliseren. We moeten bijvangsten niet aanmoedigen, maar we moeten vissers ook niet criminaliseren als ze die aan land brengen. Zorg alstublieft voor een goed evenwicht, commissaris Borg.

 
  
MPphoto
 

  Paulo Casaca (PSE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dit voorstel van u is absoluut van fundamenteel belang. Wie het verslag van de Rekenkamer over de stand van de controle van het gemeenschappelijk visserijbeleid leest, heeft geen enkele twijfel meer dat deze maatregel van de Europese Commissie absoluut noodzakelijk is.

Maar het is een even grote waarheid dat onze rapporteur buitengewoon werk heeft verricht, erin geslaagd is rekening te houden met vele specifieke kenmerken – met name van de kleine visserij – en een aantal suggesties van onze kant heeft gehonoreerd. Ik zou de rapporteur dan ook hartelijk willen gelukwensen met zijn voorbeeldige werk.

Ik wil echter ook kwijt dat ik voor subsidiariteit ben. Er kan evenwel geen subsidiariteit bij de controle bestaan zonder subsidiariteit in de opzet van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Dat is de uitdaging, mijnheer de commissaris, die u te wachten staat bij de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid. Ik wens u veel energie en succes bij het aangaan van deze uitdaging, die essentieel is voor de hele visserijsector in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Joe Borg, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik u bedanken voor dit interessante debat. We zijn ons allemaal goed bewust van de noodzaak om onze controlesystemen op een zinvolle manier te hervormen.

Ik wil eerst ingaan op enkele punten die naar voren zijn gebracht, in de eerste plaats met betrekking tot de recreatievisserij. Zoals ik al heb gezegd, is dit een zeer controversieel onderwerp, waarschijnlijk het meest controversiële van alle controlebepalingen in dit voorstel.

Deze bepaling is echter aanleiding geweest voor een aantal misvattingen over wat het echte doel van de bepalingen is. Ik heb gezegd dat we bereid zijn om de definitie die in een van de amendementen wordt voorgesteld te accepteren.

De komende dagen zal ik ons standpunt over de definitie en over de voorgestelde regulering van de recreatievisserij duidelijk uiteenzetten, onder meer door de vertegenwoordigers van de recreatievissers rechtstreeks aan te schrijven om duidelijke uitleg te geven over de doelstellingen, parameters en details met betrekking tot de recreatievisserij.

Vervolgens zal ik hopelijk feedback van hen krijgen, en indien nodig zullen we dan naar de bepalingen kijken om ze nog beter te laten aansluiten op de enige doelstelling waarop we ons moeten richten.

We hebben een groot probleem met het herstel van bestanden. Er zijn bepaalde recreatieve activiteiten die grote druk leggen op het herstel van bestanden en we moeten dit probleem aanpakken.

Het is niet meer dan eerlijk tegenover de beroepsvissers dat we dit aanpakken. We hoeven geen hoop te hebben dat we deze situatie kunnen omkeren als er druk is van een aanzienlijke visserijactiviteit, ook al is dat een recreatieve activiteit en worden er geen inkomsten mee gegenereerd. Bestanden kunnen niet herstellen als deze activiteit zo omvangrijk is als in de wetenschappelijke rapporten wordt vastgesteld.

(Interruptie vanuit de banken: “Geen wetenschap daarvoor!”)

Wat betreft het totaal niet raadplegen van de sector, ik denk dat we de sector wel hebben geraadpleegd. Ikzelf heb enige tijd geleden deelgenomen aan zo’n conferentie in Schotland. Alle regionale adviesraden hebben hun adviezen ingediend en daarnaast hebben we, net als bij elke andere wetgeving, een openbare raadpleging via internet georganiseerd. En in de loop van 2008 is de sector specifiek geraadpleegd, in het kader van Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur.

Met betrekking tot de kleine vaartuigen is de Commissie van mening dat de kleinschalige vloot een groot effect op de visbestanden kan hebben. Dat is de reden waarom er in het voorstel geen algemene uitzondering voor deze vloot wordt gemaakt.

Het voorstel bevat echter wel degelijk enkele specifieke vrijstellingen voor bepaalde categorieën vaartuigen, over het algemeen voor vaartuigen met een lengte van minder dan tien meter, en in het bijzonder met betrekking tot het volgsysteem, het logboek, de voorafgaande kennisgeving en de aanvoeraangiften. In dit opzicht wordt het evenredigheidsbeginsel in het voorstel gerespecteerd.

Ook het financiële aspect wordt in aanmerking genomen. Om de belanghebbenden te helpen om nieuwe technologieën te gebruiken, kan de cofinanciering door EU oplopen tot 95 procent van de kosten voor die elektronische hulpmiddelen. De vrijstellingen zullen verder worden bestudeerd in het uiteindelijke compromis van het voorzitterschap.

Ik wil ook opmerken, met betrekking tot de opmerkingen van de heer Guerreiro, dat veel van de punten die hij heeft genoemd al zijn geregeld in de bestaande bepalingen. Als we de amendementen die hij voorstelt zouden aanvaarden, zouden we in feite een stap terug doen op het gebied van controle en handhaving in plaats van de bepalingen te versterken die versterking behoeven.

De bepalingen over sancties in het voorstel voor een verordening zijn bedoeld om een gelijk speelveld te creëren. Uiteraard zijn we bereid daar nader naar te kijken om te bepalen of er nog meer afstemming nodig is, maar het belangrijkste doel van de bepalingen over sancties in het voorstel voor een verordening is om ervoor te zorgen dat de sancties die door de verschillende landen of door de gerechtelijke autoriteiten van de verschillende lidstaten worden opgelegd, niet te veel uiteenlopen, zoals nu het geval is.

Tot slot wil ik de heer Farage bedanken voor het vertrouwen dat hij heeft getoond in mijn aanblijven voor een tweede termijn!

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda, rapporteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou deze laatste twee minuten spreektijd willen gebruiken voor een dankwoord.

In de eerste plaats wil ik de Commissie bedanken, niet alleen voor het werk dat zij verzet heeft en de gelegenheid die zij ons geboden heeft: ik denk dat het inderdaad altijd moeilijk is om een kwestie van deze aard en met deze diepgang aan de orde te stellen, maar volgens mij was het noodzakelijk om op zijn minst de discussie te openen. Dat heeft ze manmoedig gedaan, en natuurlijk is er altijd wel iemand die vindt dat het niet het geschikte moment is, maar ik denk dat deze discussie ons heeft geholpen en zal blijven helpen om meer inzicht te krijgen in een aantal van de problemen om meer en een betere regelgeving voor deze sector te creëren.

In de tweede plaats wil ik de overige rapporteurs, de schaduwrapporteurs, bedanken, want zoals tijdens het debat gebleken is, gingen we inderdaad van heel verschillende standpunten uit en we hebben erg ons best gedaan om op alle punten overeenstemming te bereiken.

We kunnen niet ontkennen dat iedereen zonder uitzondering zich voor dit werk heeft ingezet. Misschien is het eindresultaat niet dat wat elk van ons gewild had. Wat de tolerantiemarge betreft ben ik het bijvoorbeeld met de Commissie eens in die zin dat die 5 procent me al voldoende leek. De 10 procent maakt deel uit van onze compromis want er waren andere collega’s die nog veel verder wilden gaan.

We zitten in eenzelfde situatie als het gaat om de mogelijkheid de termijn voor het installeren van het elektronische systeem uit te breiden of in elk geval te verlengen.

Verder wil ik erop wijzen, want dat wordt soms vergeten, dat dit geen extra kosten met zich meebrengt. In elk geval heeft de Commissie hiervoor speciale middelen beschikbaar.

Wat het laatste punt betreft, dat misschien wel meest omstreden maar niet per se het zwaartepunt van deze resolutie is, namelijk de kwestie van de recreatievisserij, wil ik een bepaald aspect benadrukken, namelijk dat van de non-discriminatie. Als wij hier niet inzien dat we allemaal een deel van de verantwoordelijkheid moeten nemen, zal het heel moeilijk worden om de gewenste resultaten te bereiken.

Door te onderhandelen hebben we een akkoord bereikt dat natuurlijk niet gemakkelijk was, maar voor mij toch redelijk aanvaardbaar is. Los van het akkoord zaten we echter nog met de vraag of de studie naar de mogelijke impact van de recreatievisserij verplicht moet worden gesteld of vrijwillig kan worden gedaan.

Aangezien er uitzonderingen worden voorgesteld voor de recreatievisserij lijkt het me althans een goede zaak als de lidstaten beloofden om de vereiste informatie te overleggen in plaats van dat ze hiertoe verplicht worden, want nogmaals: ofwel we dragen gezamenlijk de verantwoording, of iedereen, de recreatievisserij ingezonderd, zal uiteindelijk de dupe worden van het gebrek aan regelgeving.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt woensdag 22 april 2009 plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid