4. Ratingbureaus - Verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van fusies en splitsingen - Toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (herschikking) (debat)
De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:
- het verslag (A6-0191/2009) van Jean-Paul Gauzès, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad over ratingbureaus (COM(2008)0704 – C6-0397/2008 – 2008/0217(COD)),
- het verslag (A6-0247/2009) van Renate Weber, namens de Commissie juridische zaken, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 77/91/EEG, 78/855/EEG en 82/891/EEG van de Raad en Richtlijn 2005/56/EG wat verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van fusies en splitsingen betreft (COM(2008)0576 – C6-0330/2008 – 2008/0182(COD)), en
- het verslag (A6-0413/2008) van Peter Skinner, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over het gewijzigde voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (herschikking) (COM(2008)0119 – C6-0231/2007 – 2007/0143(COD)).
Jean-Paul Gauzès, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega’s, het verslag over ratingbureaus dat aan mij werd toevertrouwd, was een bijzonder interessant karwei, en ik verheug me er vooral over dat we een akkoord hebben kunnen bereiken met de Raad en de Commissie, zodat dit verslag misschien in eerste lezing kan worden aangenomen.
De analyse van de verschillende oorzaken van de financiële crisis had aangetoond hoe noodzakelijk en dringend het was om regelgeving uit te vaardigen met betrekking tot ratingbureaus. Het Parlement heeft het door de Commissie ingediende voorstel voor een verordening grondig bestudeerd en daarbij geprobeerd de Europese regelgeving voorbeeldig, efficiënt en pragmatisch te maken.
De recente conclusies van de G20 hebben onze vastberadenheid nog verder versterkt. Het compromis dat door de Commissie, het voorzitterschap van de Raad en het Parlement is bereikt, sluit aan op de koers die het Parlement wil volgen bij de belangrijkste punten van deze verordening: het toepassingsgebied, de rating van derde landen en de voorkoming van belangenconflicten.
Ik verheug me er echter vooral over dat met deze tekst de basis kon worden gelegd voor Europees toezicht in de geest van het verslag van de de Larosière-groep. Het Parlement stond er immers op dat het CEER de enige instantie zou worden waar bureaus zich kunnen inschrijven. We wisten dat het met de huidige wetgeving niet mogelijk was om veel meer te doen, maar we hebben zo voor de toekomst de basis van dit Europese toezicht gelegd.
De komende maanden zal de Commissie een voorstel doen voor een wetgevingsinitiatief op basis waarvan de richtsnoeren van het verslag-de Larosière uitgevoerd kunnen worden, zodat er efficiënt en gecoördineerd Europees toezicht tot stand kan komen.
In afwachting van het wetgevingsinitiatief van de Commissie zal de regelgeving tijdelijk onder de verantwoordelijkheid vallen van een door het CEER gecoördineerd college bestaande uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. De bevoegde autoriteit in de vestigingsplaats van het bureau zal erop moeten toezien dat de besluiten het beoogde rechtsgevolg hebben.
Ik wil vandaag graag aangeven hoezeer het Parlement de zeer constructieve en coöperatieve houding van het Tsjechisch voorzitterschap in de tweede onderhandelingsfase heeft gewaardeerd. Dankzij intelligent denkwerk hebben wij een aantal regels kunnen opstellen waarmee de noodzakelijke transparantie kan worden gewaarborgd en een einde kan worden gemaakt aan de moeilijkheden en knelpunten ten gevolge van het ontbreken van regelgeving voor ratingbureaus.
Dit resultaat is dus zeer bevredigend, en daarom wordt morgen in het Parlement een alomvattend amendement ingediend met de tekst waarover de Commissie, het Parlement en het Tsjechisch voorzitterschap – dat wil zeggen de lidstaten – een akkoord hebben bereikt.
Ik geloof dat het Europees Parlement, de Commissie en het voorzitterschap daarmee zullen hebben bewezen dat de Europese instellingen zeer alert hebben gereageerd op een crisis van ongekende omvang. Ik hoop dat de andere maatregelen in dit financiële pakket in dezelfde geest kunnen worden aangenomen, en dan bedoel ik vooral de herschikking van de richtlijn inzake het eigen vermogen van banken, oftewel de Basel II-richtlijn.
Nu de Europeanen vragentekens zetten bij de efficiëntie van Europa, is het voor mij essentieel aan te kunnen tonen dat Europa opgewassen is tegen de crisis.
Renate Weber, rapporteur. – (RO) Mijns inziens is nu de tijd gekomen om alles in het werk te stellen om handelsvennootschappen in Europa in leven te houden en stimulansen te vinden voor succesvolle bedrijven opdat zij zoveel mogelijk banen kunnen scheppen. Juist in deze tijden van crisis is een dergelijk initiatief erg belangrijk. Ik juich het voorstel van de Commissie voor een richtlijn betreffende de vereenvoudiging van verslaggevingsprocedures bij fusies en splitsingen toe, omdat deze richtlijn tot doel heeft de administratieve kosten van Europese bedrijven tot 2012 met 25 procent terug te brengen en zo hun concurrentiekracht te vergroten.
Het verslag dat we hebben opgesteld en waarover we morgen zullen stemmen, weerspiegelt de gedachtegang van de Commissie en staat in het teken van met name de volgende overwegingen. Ten eerste moeten de verslaggevingsverplichtingen bij fusies en splitsingen worden verminderd om lidstaten en bedrijven meer flexibiliteit te geven en in staat te stellen van geval tot geval te bepalen welke verslagen zij echt nodig hebben. Ook moeten bepalingen die leiden tot dubbele verslaggeving worden geschrapt, omdat deze onnodige kosten veroorzaken. Ten derde moeten regels betreffende publicatie en informatievoorziening aan de nieuwe realiteit worden aangepast en moet gebruik worden gemaakt van internet om volledig profijt te kunnen trekken van deze nieuwe communicatiemiddelen. Tegelijkertijd moet worden gewezen op de noodzaak het milieu te beschermen. We mogen niet vergeten dat de maatregelen in de huidige richtlijnen over de informatievoorziening aan aandeelhouders dertig jaar geleden zijn bedacht en nooit zijn aangepast aan de technologische mogelijkheden die we nu ter beschikking hebben. Mijn hartelijke dank aan de schaduwrapporteurs voor de nauwe samenwerking en voor hun steun bij het opstellen van dit verslag. Tevens mijn dank aan de vertegenwoordigers van de Raad en de Commissie voor hun beschikbaarheid en bereikbaarheid gedurende de afgelopen maanden.
Op 7 april is binnen het Coreper een akkoord bereikt over het gehele compromispakket waarover met het Parlement is onderhandeld en dat tot doel had in eerste lezing een richtlijn inzake fusies en splitsingen aan te nemen. We hopen dat het gaat lukken, en dat is ook de reden waarom voor de stemming morgen in de plenaire vergadering veel amendementen zijn ingediend. Wij hopen dat het compromis dat we tijdens de informele trialoog hebben weten te bereiken, wordt goedgekeurd. De prioritaire aandachtspunten van een aantal lidstaten, zoals publicatie in lokale kranten, uitgifte van papieren versies of het gebruik van internet, zijn opgelost, en de vertegenwoordigers van de fracties hebben met deze amendementen ingestemd. De lidstaten kunnen informatie in lokale kranten blijven publiceren indien zij dit nodig achten. De regel met betrekking tot papieren versies is dat deze niet langer nodig zijn als aandeelhouders de documenten kunnen downloaden en afdrukken, maar de lidstaten kunnen deze documenten wel ter inzage leveren aan handelsvennootschappen.
Een ander belangrijk compromis betreft de datum van tenuitvoerlegging van de richtlijn, te weten 30 juni 2011, zoals is bepaald in het Commissievoorstel. De lidstaten mogen zelf bepalen welke gevolgen een tijdelijke onderbreking van de internettoegang als gevolg van technische problemen heeft. Een belangrijk amendement betreft vereenvoudigde fusies en splitsingen. Voor de goedkeuring daarvan zijn niet langer algemene vergaderingen nodig. Alleen al met deze vereenvoudigde procedures kan naar schatting 154 miljoen euro per jaar worden bespaard, dus is het zeker de moeite waard om deze richtlijn in de eerste lezing aan te nemen.
Peter Skinner, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, u overrompelde me een beetje, want ik had de gewijzigde tijdsindeling voor vandaag niet helemaal meegekregen. Ik ben u echter erg dankbaar dat ik de kans krijg om het Parlement te wijzen op een zeer belangrijke kwestie binnen de financiële dienstensector. Deze betreft het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf, waarover we met het verslag over de Solvabiliteit-II-richtlijn hebben gesproken. Nu hebben wij dit eindelijk aan het Parlement voorgelegd, zodat we een naar mijn mening concrete basis kunnen leggen voor regelgeving in de hele Europese Unie.
Het is natuurlijk niet de eerste keer dat dit punt aan de orde is. We hadden Solvabiliteit-I al, en ik ben de heer Ettl erg dankbaar voor het feit dat wij bij een eerderde uitvoerige behandeling in het Parlement erin geslaagd zijn een basis te leggen. Maar nu moeten we vernieuwen. De verzekeringssector is een van de vele financiële dienstensectoren die toe zijn aan verandering. Het is duidelijk dat, met de financiële crisis en alles wat daaruit is voortgekomen, het verkeringsbedrijf het niet alleen kan bolwerken.
Er is een aantal maatregelen tot stand gekomen met Solvabiliteit-II. Mijns inziens hebben deze ertoe bijgedragen dat dit een toonaangevend verslag werd en op dit gebied in de wereld het voortouw nam. Een van deze maatregelen betreft de kwestie van risicobeheer. Ik vind het niet genoeg dat regelgevers nu simpelweg vakjes aanvinken om vast te stellen of de sector die ze namens de consument in de gaten behoren te houden en te beschermen, al dan niet correct te werk gaat. Het is van groot belang dat regelgevers de dagelijkse bezigheden van verzekerings- en herverzekeringsbedrijven voor een langere tijd daadwerkelijk in de gaten houden, beheren en controleren.
We zullen enkel en alleen via deze procedure in staat zijn om een correcte en geschikte vorm van regelgeving te ontwikkelen. Het gaat om de verslaggeving door bedrijven: ja, zij zullen een en ander doen om regelgevers op de hoogte te brengen van hun bezigheden, maar de regelgevers moeten daarbij betrokken worden, en wel in alle zevenentwintig lidstaten. Het mag niet aan elke lidstaat individueel wordt overgelaten om aan de hand van zijn eigen regels te beslissen wat hij van die regelgeving gaat toepassen. Nee, in heel de Europese Unie zullen de lidstaten een standaard regelgevingsformule toepassen en die zal eerlijk gezegd leiden tot de verwachte betere beschermingsbasis voor de consument.
Op dezelfde manier zullen bedrijven schaalvoordelen uit deze regeling kunnen halen, omdat ze nu in maar op één manier verslag hoeven te doen aan elke regelgever. Wat ze produceren, wat ze te melden hebben, wat ze doen en hoe ze verslag doen, zal niet alleen aan gericht zijn tot één regelgever maar kan gericht zijn tot een college van regelgevers, vooral bij groepen, Als verzekeringsondernemingen grensoverschrijdend worden, is het belangrijk dat regelgevers de handen in elkaar slaan en samenwerken om ervoor te zorgen dat de juiste verslaggeving, de juiste cijfers en informatie geleverd en in aanmerking genomen worden, zodat de markten optimaal worden beschermd.
Het was tijdens de discussie met de Raad dat het Parlement zag hoe een paar interessante en misschien soms zelfs opzettelijke trucjes werden toegepast om nationale bedrijfstakken de ene of de andere richting in te duwen. Ik kan dus niet doen alsof het onderhandelen met de Raad over dit dossier een fluitje van een cent was: dat was het allesbehalve. Het Parlement heeft de Raad ver gekregen, verder dan de Raad zelf had vastgesteld en onder de laatste twee voorzitterschappen had willen gaan, dus ik ben erg trots en blij dat ik samen met mijn team de Raad in beweging heb kunnen krijgen.
Helaas zullen we niet de soort groepsondersteuning krijgen die we ons aanvankelijk hadden voorgesteld, maar omdat we een herzieningsclausule aan deze richtlijn kunnen toevoegen, zullen we op de kwestie van groepsondersteuning kunnen terugkomen. Ik hoop dat wij drie jaar na de invoering van deze specifieke richtlijn – en ik verwacht dat de commissaris me bij voorbaat zal vertellen dat hij dit ook zal doen – groepsondersteuning op de een of andere manier terug zullen krijgen, vooral om recht te doen aan de economische aspecten van deze specifieke aanpak.
We willen een op risico’s en beginselen gebaseerde regelgeving, die echter tevens de capaciteit van de sector steunt en de beste instincten in de regelgevers in de hele Europese Unie en daarbuiten wakker maakt. Ik wil nog een afsluitende opmerking maken: we moeten regelgevers elders in de wereld ook uitdagen en alleen stelsels tussen landen erkennen. Ik hoop dat de commissaris het hierover met me eens is.
Charlie McCreevy, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, het debat van vandaag vindt plaats in een tijd waarin we, wat de Europese economie betreft, voor de grootste uitdaging uit de hedendaagse geschiedenis staan. Er zijn dringend maatregelen nodig: krachtige, doelgerichte en uitvoerige maatregelen om het vertrouwen, de groei en de werkgelegenheid te herstellen, het financiële stelsel te repareren, opnieuw stabiliteit voor de toekomst op te bouwen, handel en investeringen te stimuleren en onze burgers beter te beschermen, Kortom, er zijn maatregelen nodig om een doelmatig en stabiel financieel stelsel tot stand te brengen.
Uitgaande van de mededeling van de Commissie van begin maart heeft de voorjaarsbijeenkomst van de Europese Raad een krachtig EU-actieplan voor de toekomst ontworpen. Het gaat daarbij om een strategie om het gebrek aan regelgeving in de financiële sector aan te pakken, om opnieuw stimulansen te bieden en het toezicht te hervormen, zodat deze aansluiten bij de interne markt op financieel gebied. Over een paar weken zal de Commissie haar visie geven op de weg naar de opbouw van een geavanceerd Europees kader voor toezicht. De staatshoofden of regeringsleiders zullen hier in juni over discussiëren. De Commissie is bereid om in de herfst concrete maatregelen op tafel te leggen.
Het ligt voor de hand dat voor mondiale problemen mondiale oplossingen nodig zijn. Het initiatief van de EU om te komen tot een akkoord over een gecoördineerd mondiaal antwoord op de financiële crisis was zeer succesvol. Op de vergadering in Londen hebben de leiders van de G20 uitgebreide toezeggingen gedaan om de zwakke punten van het financiële stelsel op een gecoördineerde wijze aan te pakken, om gezamenlijk een nieuwe financiële architectuur te ontwerpen waarmee tegelijk een open en mondiale economie wordt verdedigd.
De situatie in de financiële sector van de EU is ernstig. Er is echter al veel gedaan, en tot mijn genoegen stel ik vast dat de Commissie, het Europees Parlement en de Raad snel hebben gereageerd en nauw hebben samengewerkt om de crisis te lijf te gaan. We staan op het punt om de aanneming van drie hoofdmaatregelen succesvol af te ronden: ten eerste de verordening over ratingbureaus, ten tweede de herschikking van de Solvabiliteit-II-richtlijn en ten derde, op het gebied van het vennootschapsrecht, de herziening van de derde en zesde richtlijn inzake binnenlandse fusies en splitsingen.
Ten eerste zal mede dankzij het akkoord over de verordening betreffende ratingbureaus een van de problemen die deze crisis in de hand heeft gewerkt, kunnen worden aangepakt. Daardoor zal er enige hoop ontstaan op herstel van het marktvertrouwen. Het voorstel dat de Commissie afgelopen november heeft goedgekeurd, stelt een aantal duidelijke doelstellingen vast voor de verbetering van de integriteit, de transparantie en de verantwoordelijkheid van ratingbureaus en voor hun goed bestuur. De strekking van het aanvankelijke voorstel is in deze verordening gehandhaafd, waardoor in het bijzonder de analytische onafhankelijkheid van ratingbureaus, alsook de integriteit van het ratingproces en een gepast beheer van voor het ratingsproces bestaande belangenconflicten kunnen worden gewaarborgd. Bovendien zal er een alomvattende toezichtsregeling worden ontwikkeld. Europese regelgevers zullen toezicht houden op het gedrag van ratingbureaus en waar nodig handhavingsmaatregelen nemen.
Wat het toezicht betreft, heb ik me al uitgesproken over de noodzaak van een versterkte samenwerking op het gebied van toezicht. Ik kan er daarom zonder meer mee instemmen dat dit zeer belangrijke onderwerp bovenaan op de agenda moet worden gezet. Teneinde consistentie en coherentie van alle relevante regelgeving voor de financiële sector te verzekeren, stemt de Commissie ermee in om op grond van de aanbevelingen van het de Larosière-verslag na te gaan in hoeverre de bepalingen van deze regelgeving met betrekking tot de architectuur van het toezicht moeten worden versterkt.
Wat de kwestie van de behandeling van in derde landen afgegeven ratings betreft, heeft de uitkomst van de G20-top de situatie in de wereld veranderd. Alle leden van de G20 zijn overeengekomen om toezicht te houden op ratingbureaus via de invoering van verplichte registratie en een stelsel van toezicht. Daarom ben ik het eens met de oplossing die werd afgesproken tijdens de onderhandelingen tussen de Raad en het Parlement over de behandeling van in derde landen afgegeven ratings.
Ik ben blij om te zien dat de ambitieuze doelen van het Commissievoorstel in stand zijn gehouden. De Commissie is erg blij met de uitkomst van het medebeslissingsproces.
Dan ga ik nu over tot Solvabiliteit-II. Ik zou graag de rapporteur, de heer Skinner, en het Parlement willen bedanken voor hun werk en voor hun bereidheid om tot een compromis te komen en in een enkele lezing over dit belangrijke onderwerp een akkoord te sluiten. Een dergelijke uitkomst zal in zeer goede aarde vallen in de EU-verzekeringssector, bij toezichthouders en bij belanghebbenden in het algemeen.
Ik moet echter ook toegeven dat ik over bepaalde aspecten van het compromis teleurgesteld ben. De schrapping van het stelsel inzake groepsondersteuning, dat ik als een van de meest innoverende punten van het voorstel van de Commissie beschouwde, betekent dat we niet in staat zullen zijn om de toezichtsregelingen voor grensoverschrijdend opererende verzekeraars en herverzekeraars te vernieuwen, althans niet zoveel als we hadden gewild.
Ik vrees ook nog steeds dat sommige amendementen met betrekking tot de behandeling van aandelenrisico’s kunnen leiden tot de invoering van een onvoorzichtige regeling voor het investeren in risicokapitaal. Dit is vooral het geval bij de amendementen die de zogenaamde, op duur gebaseerde aanpak als optie voor de lidstaten invoeren. De Commissie zal erop toezien dat de hiertoe uitgevaardigde uitvoeringsmaatregelen in prudentieel opzicht gezond zijn.
Niettemin zal de Commissie het akkoord tussen het Parlement en de Raad, mits dit tijdens uw stemming wordt goedgekeurd, steunen. De huidige solvabiliteitsregeling is meer dan dertig jaar oud. Solvabiliteit-II zal een economische, risicogeoriënteerde regeling invoeren die de integratie van de verzekeringsmarkt in de EU zal uitdiepen, de bescherming van verzekeringnemers zal versterken en het concurrentievermogen van EU-verzekeraars zal vergroten.
Zoals onlangs door het CETVB in zijn verslag over de geleerde lessen van de financiële crisis is bevestigd, hebben we Solvabiliteit-II meer dan ooit nodig als een eerste reactie op de huidige financiële crisis. We hebben regelgeving nodig die van bedrijven eist dat zij hun risico’s op de juiste manier beheren, die zorgt voor meer transparantie, voor samenwerking tussen de toezichthoudende autoriteiten en voor een effectievere coördinatie van hun activiteiten. Solvabiliteit-II zal voor de verzekeringssector uitmonden in een stelsel dat als voorbeeld kan dienen voor gelijksoortige internationale hervormingen.
De invoering van een herzieningsclausule waarin expliciet gewag wordt gemaakt van het stelsel van groepsondersteuning, zal de Commissie in staat stellen om terug te komen op deze kwestie. Ik verwacht dat vooruitgang op verschillende terreinen, in aansluiting op de aanbevelingen in het de Larosière-verslag, een gunstiger hervormingsklimaat tot stand zal brengen voor grensoverschrijdende samenwerking tussen toezichthouders van het eigen land en die van derde landen.
Ik wend me nu tot het verslag-Weber. Dankzij het efficiënte werk van de rapporteur, mevrouw Weber, is het mogelijk geworden om tot een compromis te komen over vereenvoudigde verslaggevings- en documentatieverplichtingen in het geval van fusies en splitsingen van naamloze vennootschappen. Daarmee blijft een heel belangrijk onderdeel van het besparingspotentieel waarvoor het oorspronkelijk voorstel van de Commissie zorgde, gehandhaafd, wat neerkomt op een bedrag van 172 miljoen euro per jaar.
Metingen en onderzoeken die in het kader van de verlichting van de administratieve lasten zijn uitgevoerd laten zien dat het vennootschapsrecht een van de gebieden is van het EU-acquis waar zich de grootste lasten voordoen. Het MKB wordt om een aantal redenen zwaarder geraakt dan grotere ondernemingen. Een deskundigenverslag uit 2007 schat dat kleine ondernemingen tien keer zoveel geld uitgeven als grote ondernemingen om te kunnen voldoen aan door de wet opgelegde informatieverplichtingen – ik herhaal, tien keer zoveel. Bovendien is het zo dat kleine bedrijven weliswaar de ruggengraat van onze Europese economie zijn, maar momenteel in economisch zwaar weer verkeren.
In de huidige, zware en moeilijke economische situatie kunnen we ons zulke belemmeringen niet permitteren. Integendeel, we moeten ons meer inspannen om de lasten voor onze ondernemingen te verlichten. In zijn resolutie van 12 december 2007 heeft het Europees Parlement de Commissie lof toegezwaaid voor haar vastberadenheid om tot 2012 de doelstelling van een administratieve lastenverlichting van 25 procent voor ondernemingen op EU- en nationaal niveau te halen. Daarbij heeft het onderstreept wetsvoorstellen tegen deze achtergrond te zullen onderzoeken. Welnu, slechts zeven maanden zijn verstreken sinds de indiening van het Commissievoorstel en ik ben erg blij met dit compromis, ook al was de Commissie in haar oorspronkelijke voorstel nog verder gegaan. Ik kijk uit naar het moment dat het Parlement dit voorstel zal goedkeuren. Dit zal snel wezenlijke voordelen voor de bedrijven en vooral het MKB met zich mee brengen. Maar we moeten doorgaan. Vereenvoudiging en vermindering van de bureaucratie blijven kernpunten op de agenda van de Commissie.
Gay Mitchell, rapporteur voor advies van de Commissie economische en monetaire zaken. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, wat ik nu zeg is niet tot iemand in het bijzonder gericht. Ik vind Solvabiliteit-II, de verordening en ratingbureaus allemaal erg relevant en erg belangrijk, maar we moeten niet alleen een brandweerstation bouwen; wij moeten ook het vuur blussen. Ik denk dat we teveel met details bezig zijn als wij zeggen: oh, ergens in de toekomst komt dat brandweerstation er wel.
Ik denk niet dat als president Sarkozy nog de voorzitter van de Europese Raad was geweest, wij nog dezelfde slakkengang zouden hebben als nu. Het Tsjechische voorzitterschap is een grote teleurstelling en vooral de president van Tsjechië is een grote teleurstelling.
Ik wil u zeggen dat als het Tsjechische voorzitterschap, of zijn opvolgers niet in staat zijn om het werk goed te doen, daarmee bewezen wordt hoezeer we Lissabon nodig hebben. Wij hebben echt iemand nodig die op een meer permanente wijze leiding geeft aan de Europese Unie.
Mensen kijken uit naar hoop; ze kijken uit naar berichten over herstel. Is er ook maar iemand in dit Parlement die echt denkt dat als Jacques Delors voorzitter van de Commissie was geweest, we in deze slakkengang zouden doorgaan. Het is tijd om op te treden en voor leiderschap te zorgen. Optreden en leiderschap zijn echter ver te zoeken, en dat is een zaak die deze ochtend ter sprake moet worden gebracht.
De Europese Investeringsbank zou veel meer kunnen doen. De Europese Unie en haar instellingen zouden, samen met landen als China, veel meer kunnen doen. Het is geen 1937. Toen hadden we niet de instellingen of het vermogen om zaken aan te pakken die wij nu hebben. Nu hebben we die instellingen wel, binnen en buiten de Europese Unie; wij hebben een klein aantal instellingen dat samen kan werken, maar wat er ontbreekt is leiderschap. Geef ons president Sarkozy weer, of iemand die er op lijkt, en laten wij ervoor zorgen dat de Commissie goed wordt geleid. Laten wij de mensen hoop geven en gaan praten over dat herstel. Ik zie de Europese Raad hier nog niet snel mee komen, ofschoon het onderhand hoog tijd wordt.
Sharon Bowles, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. − (EN) Ik ben blij met het akkoord voor Solvabiliteit-II en net als anderen betreur ik het uitstel van groepsondersteuning tot een toekomstige bespreking, evenals het kennelijke onvermogen van de Raad om met ons naar oplossingen te zoeken en het mogelijk te maken dit alles ook te toepassen, met inachtneming van enkele gegronde redenen tot zorg. Ik heb zowel in de Commissie juridische zaken als in de Commissie economische en monetaire zaken gekeken naar wat er met de kapitaalbeweging gebeurt in tijden van groepsstress, bijvoorbeeld als een bedrijf bijna insolvent is. Ik kan u zeggen dat het allemaal zeker niet zo simpel is als met het ontwerp van de Commissie of door de vertegenwoordigers van het verzekeringsbedrijf is geschetst.
Er zijn echter instrumenten beschikbaar waarmee de doelstelling kunnen worden bereikt. We hadden maatregelen van niveau 2 aanbevolen, maar nu moeten we voor de toekomst naar oplossingen zoeken om het veilig en economisch gebruik van kapitaal in een groep te maximaliseren. Ik hoop dat de lidstaten de uitdaging van het zoeken naar betere oplossingen met betrekking tot liquidaties niet uit de weg zullen gaan.
Dan richt ik mij nu op enkele vraagstukken die deel uitmaken van het pakket. In de in artikel 27 aangebrachte wijzigingen wordt bepaald dat toezichthoudende autoriteiten over relevante kennis van zaken en voldoende capaciteit moeten beschikken. Ik heb het oorspronkelijke amendement ingediend, deels met het verslag over Equitable Life in gedachten, maar in de context van de financiële crisis heeft het een ruimere weerklank. Ik ben er ook in geslaagd iets gelijksoortigs opgenomen te krijgen in de voorstellen inzake kapitaalvereisten en ratings.
Het moet volstrekt duidelijk zijn dat de keus voor een risicogeoriënteerde benadering geen gemakkelijke is. Met een goed begrip van de modellen en de daaraan ten grondslag liggende veronderstellingen zou een grondiger toezicht mogelijk moeten zijn dan met aankruisvakjes. Stresstests moeten verder gaan dan de comfortzone van veronderstellingen en correlatiefactoren moeten voortdurend worden getoetst.
Groepstoezicht is nu een alomvattend proces geworden; de groeptoezichthouder plukt niet als enige de vruchten, hoewel er op een gegeven moment wel iemand de verantwoordelijkheid moet nemen. De rol van het CETVB is groter geworden, en het is de moeite waard om te benadrukken dat het de discussie rond Solvabiliteit-II was die heeft geleid tot brede steun voor een versterking van de taken van de comités van niveau 3. Het is verder van belang om te verduidelijken dat er geen botsingen mogen zijn tussen het mandaat van nationale toezichthouder en zijn rol binnen het CETVB.
Deze amendementen zijn al een hele tijd geleden opgesteld maar waren in zekeren zin vooruitziend. Ze zijn waardevol gebleken nu de financiële crisis zich heeft ontwikkeld. Zoals de rapporteur zei heeft het Parlement goed werk verricht wat betreft Solvabiliteit-II, en dat geldt ook voor het Tsjechische voorzitterschap.
Karsten Friedrich Hoppenstedt, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, de rapporteur heeft ons gewezen op niet alleen de kritische, maar ook de positieve punten van het resultaat inzake Solvabiliteit II. Volgens mij kunnen we vaststellen dat we een flinke stap vooruit hebben gezet in onze pogingen om ook in crisissituaties omstandigheden te scheppen voor de toekomst waarin het Europese verzekeringsbedrijf kan presteren. Verder heb we kunnen vaststellen dat de knelpunten – die al ter sprake kwamen – bij het groepstoezicht moeten worden gezocht. Dit zal, in combinatie met groepsondersteuning, natuurlijk nog her en der moeten worden bijgeschaafd. In een crisissituatie echter, als kapitaalstromen niet lopen zoals we gewend zijn, spreekt het vanzelf dat we zorgen voor follow-up en daarbij rekening moeten houden met landen in moeilijkheden.
Een andere belangrijke kwestie die we besproken hebben, betreft het aandelenrisico – belangrijk omdat de Europese Unie 500 miljoen consumenten telt die ook allemaal verzekerd zijn. Ook de industrie, de economie en de lidstaten hebben hier een duidelijke mening over. Op dit punt hebben we een compromis moeten sluiten dat we mogelijk op enig moment bij de beoordeling zullen terugvinden in het kader van een reviewclausulestelsel. Het is belangrijk om te kunnen zeggen dat we een signaal hebben gegeven, een signaal vanuit de Europese Unie dat Europa actie onderneemt, dat Europa slagvaardig is. Ik denk dat dit signaal ook is waargenomen in de Verenigde Staten, in China en elders waar men zich buigt over vraagstukken op het gebied van het financieel toezicht en juist in de huidige situatie werkt aan betere systemen voor de toekomst. Dat is een belangrijke vaststelling.
Wat het verleden betreft, wil ik nog eens benadrukken dat we met vier voorzitterschappen te maken hebben gehad, waarvan het vierde nu aan de gang is. De onderhandelingen zijn zeer wisselend verlopen en uiteraard ook sterk beïnvloed door de druk die vanuit verschillende lidstaten is uitgeoefend. Niettemin hebben we resultaat geboekt. Dat is de eerste vaststelling.
De tweede is dat we met het verzekeringsbedrijf in Europa hebben samengewerkt en dat de impactstudies op de verschillende terreinen een grote rol hebben gespeeld. Waarom? Omdat wij het verzekeringsbedrijf moesten betrekken bij het vinden van een oplossing in verband met het zeer ingewikkelde systeem en de gecompliceerde materie. Als u bedenkt dat 1 400 ondernemingen aan de laatste impactstudie hebben meegewerkt – grote en kleine, want een marktsanering vinden wij geen optie; met het oog op de consument willen wij ze allemaal meenemen –, kun je spreken van een groot succes. Samen met het onderhandelingsteam voor Solvabiliteit II hebben wij ons geen schrik laten aanjagen door bepaalde druk die zou kunnen worden uitgeoefend. Wij hebben in plaats daarvan een duidelijk traject gekozen en afgelegd, gericht op de consument, op het verzekeringsbedrijf, maar vooral ook op onze parlementaire taken.
Gianni Pittella, namens de PSE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik denk dat voor iedereen duidelijk is dat we nu aan het einde zijn van een ontwikkelingscyclus waarin het gebrek aan evenwicht en de tegenstrijdigheid van de omgang met de globalisering aan het licht zijn gekomen: een ultraliberale globalisering die te vaak heeft geprofiteerd van de zwakte van de instellingen en die de politiek beschouwt als een hindernis, een last waar men van af moet.
En nu is het juist de taak van de politiek om in deze diepe economische crisis het vertrouwen van de burgers te herstellen, en daarvoor is het noodzakelijk dat de politiek een leidende rol speelt door aan te geven wat de perspectieven zijn en welke hindernissen moeten worden overwonnen: er moet iets gedaan worden aan de tegenstelling tussen de snelle groei van de wereldmarkt en de zwakte van de instellingen die in staat zouden moeten zijn om een tegenwicht te bieden voor en controle uit te oefenen op de oppermacht van de financiële economie!
Met de verordening over ratingbureaus wordt een belangrijke stap voorwaarts gezet in deze richting. Ik heb aan dit dossier meegewerkt als schaduwrapporteur van de Sociaal-democratische Fractie, in nauwe samenwerking met de rapporteur, de heer Jean-Paul Gauzès, die ik oprecht wil gelukwensen met zijn verslag.
De meest significante punten van de verordening zijn de vrucht van de inzet waarvan het Parlement in de moeilijke onderhandelingen met de Raad blijk heeft gegeven. Ik doel hier op de concrete resultaten, zoals de registratieplicht van ratingbureaus op Europees grondgebied, de toepassing van wettelijke aansprakelijkheid, het systeem van dubbele zekerheid voor bekrachtiging van waarderingen uit derde landen en vooral de mogelijkheid om deze verordening spoedig in werking te laten treden en niet pas over twee jaar waar de nationale regeringen eerst om hadden verzocht.
Maar het gaat ook om een krachtige symbolische waarde: we leggen hiermee regels op aan een sector die, net zoals andere sectoren, bijvoorbeeld hedgefondsen, de afgelopen jaren heeft kunnen profiteren van een volledig wetgevingsvacuüm. Een dergelijk zelfbeheer heeft dramatische gevolgen gehad die voor iedereen zichtbaar zijn. Dit is het moment om daadkrachtig aan een nieuwe architectuur van de financiële markten te bouwen. Wij moeten ons realiseren dat in deze sector, nog meer dan in andere sectoren, beste commissaris, het optreden van nationale regeringen alleen niet voldoende is!
Om die reden zie ik het als een gemiste kans, zo te zeggen als een zere plek in het behaalde resultaat, dat wegens verzet van de lidstaten – en hier ligt een zwaarwegende verantwoordelijkheid van de Raad – in de tekst niet is voorzien in een enig, Europees toezichtsorgaan voor de ratingsector. Dit was een officieel verzoek aan het Parlement, waar echter nog steeds geen ruimte voor is gevonden door een gebrek aan politieke ambitie en realiteitsbesef. Wat dit betreft laat het Parlement voortdurend zien dat het in staat is ver vooruit te kijken, en laten wij hopen dat de nationale regeringen hetzelfde gaan doen.
Wolf Klinz, namens de ALDE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, door het falen van de ratingbureaus aan de vooravond van de crisis hadden we geen andere keus dan deze bureaus te reguleren. De doelstellingen van de onderhavige verordening voor de registratie van ratingbureaus zijn wederom transparantie, een gegarandeerd hoge kwaliteit, meer concurrentie, het beheren van belangenconflicten en daardoor een betere bescherming van investeerders. Het was moeilijk om tot overeenstemming te komen, het was al met al een zware bevalling. Hoewel de standpunten van de Commissie, het Parlement en de Raad aanvankelijk ver uiteen lagen, zijn de doelstellingen voor een groot deel bereikt. Een goed resultaat is dat er voortaan nog maar één ratingcategorie wordt toegepast; er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen categorie 1 en 2 voor regelgevingsdoeleinden en dergelijke. Belangenconflicten worden beheerd, adviesdiensten naast ratingactiviteiten komen niet meer voor. Ratingbureaus uit landen buiten de Europese Unie kunnen door toepassing van een gelijkwaardigheidsregeling met certificering – belangrijk voor kleine ratingbureaus – of door toepassing van het bekrachtigingssysteem – dat door grote ratingbureaus kan worden gebruikt – de Europese markt betreden en er opereren.
Het Comité van Europese effectenregelgevers (CEER) zal een cruciale rol spelen bij de registratie van en het toezicht op ratingbureaus. Desondanks zie ik ook enige tekortkomingen in dit dossier en de verordening in kwestie. Ik vrees dat het door de voorschriften en bepalingen in de praktijk de facto moeilijker zal worden om de Europese markt te betreden. De betreffende bepalingen zijn mogelijk toch te restrictief; ze kunnen leiden tot een afscherming van de Europese markt en daarmee tot het binnenhalen van protectionisme via de achterdeur. Dat zou een slechte zaak zijn. Ik hoop maar dat die vrees niet bewaarheid wordt.
Wij zijn met onze voorschriften voor intern beheer heel ver gegaan, eigenlijk te ver. Er was bijna sprake van overkill. In geen enkele andere EU-verordening komen vergelijkbare voorschriften voor. Het was beter geweest als we duidelijke beginselen hadden gedefinieerd om die vervolgens door het bedrijfsleven in eigen verantwoordelijkheid te laten omzetten en vormgeven.
Tot slot: volgens mij hebben we geen vorderingen gemaakt met de bestrijding van het oligopolie. We zullen het jarenlang met heel weinig concurrentie moeten doen.
Cristiana Muscardini, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, voor de economische crisis is nog geen oplossing in zicht, ofschoon het lidmaatschap van de eurozone heeft bijgedragen aan een zekere stabiliteit in Europa. Volgens het Internationaal Monetair Fonds kost de financiële crisis vierduizend miljard dollar, waarvan tweederde voor rekening komt van de banken.
Talrijke doelstellingen moeten worden nagestreefd: het herstellen van het vertrouwen, het ondersteunen van de groei en het in stand houden van de werkgelegenheid. Deze doelstellingen kunnen alleen worden behaald met een economisch beleid dat in staat is het financiële systeem te saneren, maar Europa heeft nog geen economisch beleid! Ondanks de voorstellen van de G20 in Londen om een nieuwe impuls te geven aan het kredietsysteem, is er nog steeds een groot gebrek aan vaste regels voor de financiële markt en de exploitanten, producten en derivaten daarvan, iets waar wij al jaren op wijzen.
De markten moeten worden onderworpen aan regelgeving en toezicht, vooral de financiële sector, die wegens het gebrek aan controle een ongekende schuldenspiraal heeft veroorzaakt. Wat gaan we doen met deze reusachtige schuld die werd opgebouwd omdat leningen werden verstrekt zonder enige garantie? Op nul zetten? Verwerken in een saneringsmechanisme dat door de banken wordt bestuurd? Transacties met OTC-derivaten in de toekomst verbieden en de banken ertoe aan te zetten hun derivaatcontracten definitief te laten aflopen?
Er zijn betrouwbare antwoorden nodig, nieuwe kredietlijnen voor het MKB en voor spaarders, om ongecontroleerde bedrijfsverplaatsingen te verhinderen en om de regels van de WTO weer in overeenstemming te brengen met de werkelijke situatie. Zonder te spreken over regels voor de wereldhandel lossen we niets op: in deze systeemcrisis moeten we het systeem gaan hervormen en de politiek de richtinggevende rol teruggeven die zij maar al te vaak niet heeft vervuld. Daarbij moeten we de reële economie nieuwe aandacht geven en afstappen van de makkelijke en verslavende verleidingen van virtuele financiële transacties!
Alain Lipietz, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega’s, eerst zou ik willen zeggen dat ik het volledig eens ben met de toespraak van de heer Mitchell. We hebben geen tijd, we hebben geen tempo. Toch wil ik hem erop wijzen dat hij niet dezelfde fout moet maken ten opzichte van de Franse president als de Fransen soms maken tegenover Gordon Brown. Praten over optreden is geen garantie dat het optreden ook effectief zal zijn.
Wat betreft de crisis zelf is het voor ons duidelijk dat deze oorspronkelijk niet van financiële aard is, maar wortelt in sociale en milieuproblemen. Niettemin gaat deze samen met een cyclus die eigen is aan de financiële wereld, dat wil zeggen dat wanneer het goed gaat, risico’s worden genomen, en dat wanneer het niet meer goed gaat, gezegd wordt dat we misschien wat moeten reguleren.
We zitten nu in die fase waarin we moeten reguleren, en dat moeten we ook stevig doen. We moeten reguleren op het niveau van de interne markt; we hebben dus veel meer gecentraliseerde wetgeving nodig op Europees niveau. Dat is onze leidraad bij onze stemkeuze. We zijn het volkomen eens met het verslag-Gauzès en met de vooruitgang die het brengt. We vragen al jaren om een meer gecentraliseerde wetgeving en meer gecentraliseerd toezicht op Europees niveau, en de eerste stap in de vorm van het CEER lijkt ons een zeer goede ontwikkeling.
Ondanks de pogingen van de heer Skinner – en op dit punt zijn wij het volkomen eens met de kritiek van de heer Mitchell – betreuren wij het daarentegen dat de regeringen het niet hebben begrepen. We zijn het niet eens met het voorgestelde compromis, waardoor het systeem van groepstoezicht wordt afgeschaft. Ik denk dat zo’n methode zal leiden tot nieuwe catastrofes.
Daarom zullen wij tegen het verslag-Skinner stemmen, niet tegen het werk van de heer Skinner op zich, maar tegen het compromis dat ons door de regeringen wordt opgedrongen.
Sahra Wagenknecht, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de stabiliteit op de financiële markten is net als openbare veiligheid, justitie of milieubescherming een openbaar goed en moet daarom van overheidswege worden gecontroleerd. Wat we hebben meegemaakt is dat wie de regulering van de financiële markten aan particuliere grote banken, verzekeringsmaatschappijen, hedgefondsen en ratingbureaus overlaat, het risico loopt dat door speculatie op een maximaal rendement gigantische bedragen verloren gaan, waar uiteindelijk de bevolking voor moet opdraaien.
De crisis heeft duidelijk aangetoond dat vrijwillige zelfregulering een illusie is. Desondanks houdt de Commissie er onverstoorbaar aan vast. In plaats van riskante financiële producten te verbieden en de financiële sector in duidelijke regels te vangen, kunnen particuliere actoren ook in de toekomst zelf besluiten welke risico's ze aangaan en hoe die moeten worden gewaardeerd. Wij vinden dit een onverantwoordelijke gang van zaken.
Inmiddels is wel gebleken dat de ratingbureaus uit winstbejag de risico's van gestructureerde financiële producten systematisch hebben onderschat en daardoor de handel met giftige kredietpapieren pas echt in een stroomversnelling hebben gebracht. Het zou daarom goed zijn om het risicobeheer niet langer over te laten aan particuliere organisaties met een winstoogmerk, maar aan een op te richten openbaar Europees ratingbureau dat een onafhankelijk oordeel kan vellen over de kwaliteit van de verschillende waardepapieren. Deze oplossing heeft de Commissie achteloos terzijde geschoven.
In het verslag-Gauzès staat terecht dat rating van de overheidsschuld als een openbaar goed moet worden beschouwd en derhalve door openbare actoren moet worden uitgevoerd. Waarom zou dit principe echter alleen voor overheidsschuld moeten gelden?
Ook bij de geplande richtlijn inzake "Solvabiliteit II" hanteren de Commissie en de rapporteur het mislukte concept van zelfregulering; zo mogen verzekeringsmaatschappijen bij de berekening van de solvabiliteitsvereisten, de kapitaalvereisten, interne modellen voor risicoanalyse toepassen. Het zal blijken of de toezichthoudende instanties van de lidstaten daadwerkelijk over de capaciteiten beschikken om die modellen te doorgronden, maar ik heb zo mijn twijfels.
Daar komt bij dat zowel de minimumkapitaalvereisten als de solvabiliteitskapitaalvereisten veel te laag zijn. Die moeten aanzienlijk worden aangescherpt. Omdat een aantal banken hierdoor in de problemen kan komen, pleiten wij ervoor via overheidsparticipatie te voorzien in de aanvulling van het kapitaal, waarbij de overheid een navenante stem krijgt in het bepalen van het ondernemingsbeleid. Gedeeltelijke nationalisering zou een moedige eerste stap zijn in de herinrichting van de financiële sector met het oog op het algemeen belang.
Op langere termijn moet de gehele financiële branche sowieso in handen van de staat komen. Als we de financiële sector omvormen tot maatschappelijk eigendom kunnen we ervoor zorgen dat die sector zijn publieke taak vervult en niet steeds hogere rendementen najaagt in het casino van de mondiale financiële markten. Het is hoog tijd om conclusies te trekken uit de ravage die is aangericht.
Godfrey Bloom, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb veertig jaar in de financiële dienstensector gezeten, dus ik denk dat ik wel een beetje weet waar ik het over heb.
Laat me iets vertellen over de Financial Services Authority (FSA), die een voorbeeld is van hoe het niet moet. De FSA in het Verenigd Koninkrijk heeft een regelboek van een half miljoen woorden. Niemand begrijpt er iets van – de FSA nog het minste. De FSA interpreteert haar eigen regelboek in het geheim; ze gebruikt het geld van door haar opgelegde boetes om de eigen salarissen en pensioenen op te vijzelen; er is geen raad van beroep – ik heb commissaris McCreevy hierover geschreven – en bovendien negeert ze de artikelen 6 en 7 van haar eigen Human Rights Act. Er is geen raad van beroep. Er bestaat geen enkel rechtsmiddel als ze iets verkeerds doet. Er is bij het algemene publiek de indruk gewekt dat wanneer een regeling een FSA-stempel heeft zij niet verkeerd kan zijn. Er is hier geen sprake van caveat emptor.
Nu zal het FSA kennelijk worden onderworpen aan een soort toezichthoudende instantie van de EU, die ongetwijfeld zal bestaan uit onwetende bureaucraten, Scandinavische huisvrouwen, Bulgaarse maffia en Roemeense straatverkopers. Eerlijk gezegd denk ik dat jullie het erg goed met elkaar zullen kunnen vinden.
Bruno Gollnisch (NI). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, het verslag van de heer Gauzès over ratingbureaus, dat van mevrouw Weber over verslaggevingsverplichtingen in geval van fusies en splitsingen van bedrijven en het verslag van de heer Skinner over de uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf bevatten ongetwijfeld nuttige maatregelen, maar we kunnen die niet bestempelen als maatregelen ter bestrijding van de financiële crisis. De crisis waarmee wij nu te maken hebben, is natuurlijk van een heel andere orde en kan niet simpelweg worden opgelost met die technische en zeer specifieke maatregelen.
Wat is er dan nodig om deze vreselijke crisis die wij doormaken, op te lossen? We moeten eerst breken met de dogma’s op basis waarvan u tot op heden hebt gewerkt, dat wil zeggen de dogma’s die doen geloven in de weldaad van de internationale arbeidsverdeling en het vrije verkeer van personen, goederen en kapitaal.
Het vrij verkeer van goederen heeft concurrentie gebracht tussen Europese arbeiders en arbeiders uit landen als het communistische China, die de meest cynische kapitalistische paradijzen zijn, waar arbeiders geen stakingsrecht, geen vakbondsvrijheid, geen toereikend ouderdomspensioen en geen sociale bescherming hebben en belachelijk lage lonen ontvangen. Maar dit is niet het enige land dat zich in die situatie bevindt.
Het vrij verkeer van personen heeft ons en u ertoe gebracht akkoord te gaan met en zelfs te pleiten voor een beleid van omvangrijke immigratie als enig vervangingsmiddel voor de komende generaties, een beleid waarvan we vandaag de dag de catastrofale gevolgen maar al te goed kunnen vaststellen.
En tot slot is het vrij verkeer van kapitaal de factor die de crisis heeft doen losbarsten, omdat deze ervoor heeft gezorgd dat de crisis op de Amerikaanse hypotheekmarkt met betrekking tot de financiering van individueel onroerend goed – die een crisis was die geheel en al het gevolg was van de omstandigheden, en die beperkt had moeten blijven tot de Amerikaanse markt – beetje bij beetje onze economieën besmette en onze spaarders, werknemers en ondernemers ruïneerde.
We moeten dus onze kleine en middelgrote bedrijven verlossen van het fiscale keurslijf en de bureaucratie. We hebben simpele regels nodig zodat de monetaire waarden werkelijk overeenkomen met de vermogenssituatie op het gebied van industrie of diensten. We moeten een investeringsbeleid opzetten, maar wel een rendabel investeringsbeleid. Dit zijn enkele essentiële maatregelen die we graag door de regeringen van de lidstaten getroffen zouden zien, in het kader van het nationale beleid natuurlijk, want het nationaal beleid heeft laten zien superieur te zijn als het gaat om een adequate respons op de crisis.
John Purvis (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat er eindelijk een besluit is genomen over Solvabiliteit-II. De heer Skinner en de schaduwrapporteurs hebben met het bereiken van hun doel blijk gegeven van voorbeeldige veerkracht en geduld. Net als anderen betreur ik het dat groepsondersteuning is uitgesloten, maar het verbaast me eerlijk gezegd niet in de huidige koortsachtige omstandigheden. We moeten hard werken om ervoor te zorgen dat er een groepsstelsel komt dat werkt voor en in een werkelijk Europese interne verzekeringsmarkt, dat ook effectief is voor derde landen. We kunnen ons immers geen AIG-fiasco’s meer veroorloven.
Ik zou ook graag rapporteur Gauzès en de Raad willen complimenteren met het feit dat zij tot een redelijk resultaat zijn gekomen bij de verordening over ratingbureaus. Deze bureaus hebben duidelijk ernstige fouten gemaakt, en een zekere toename van de regelgeving was onvermijdelijk. Maar wie maakt er nou geen fouten, om maar niet te spreken van de regelgevers zelf? Kunnen we er nu zeker van zijn dat ze geen fouten meer zullen maken in de toekomst?
Ik vreesde dat de fanatieke en vijandige manier waarop ratingbureaus tot zondebokken werden gemaakt, zou leiden tot een uitermate opdringerige en averechts werkende verordening, met een verpletterende eurocentrische, protectionistische en exterritoriale dimensie. Ik ben blij om te zien dat het compromis deze neigingen tot op zekere hoogte heeft omgebogen, zij het niet in de mate die ik graag had gezien.
Ratings zijn oordelen, zinvolle oordelen, deskundige oordelen, maar slechts oordelen, dus het is aan de investeerders om de volledige verantwoordelijkheid te nemen voor hun investeringsbesluiten. Hier is nu ongetwijfeld lering uit getrokken, maar niet zonder slag of stoot en niet zonder kosten.
Ik ben blij dat de reikwijdte is beperkt tot ratings die voor regelgevingsdoeleinden worden gebruikt. Ik ben blij om te zien dat we bij de behandeling van ratings van derde landen zijn overgestapt van gelijkwaardigheid én bekrachtiging naar gelijkwaardigheid óf bekrachtiging. Mag ik de commissaris echter vragen mij te bevestigen dat investeerders nog steeds vrij kunnen investeren in aandelen en obligaties in derde landen die geen rating uit Europa hebben of die geen gelijkwaardige status hebben?
We moeten oppassen voor onbedoelde consequenties. Zonder voorafgaande effectbeoordeling, zullen deze zich bijna zeker voordoen en daarom is de herzieningsvereiste in artikel 34 van wezenlijk belang.
Pervenche Berès (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, Solvabiliteit II is een hervorming die al lang voor de crisis is begonnen en die door de crisis in een nieuw daglicht is komen te staan. Wij, als wetgevers, hebben geaarzeld: moesten we dit akkoord al in eerste lezing sluiten?
Uiteindelijk heeft de vastberadenheid van de onderhandelaars ervoor gezorgd dat we zijn uitgekomen op een compromis dat volgens mij minstens twee voordelen heeft: ten eerste verplicht het de verzekeringssector om de risico’s beter te beoordelen, wat tot nu toe nog gebeurde met relatief oude mechanismen en mechanismen die ongetwijfeld niet langer aansloten bij de nieuwe realiteit in de verzekeringssector, en ten tweede legt het de nadruk op de noodzaak de toezichtmechanismen aan te passen aan de verzekeringsmaatschappijen van nu, aan hun veelvoud van producten en aanbiedingen aan de consumenten, maar ook aan het feit dat zij in meerdere landen zijn gevestigd.
Als wetgevers vonden wij het belangrijk om rekening te houden met de situatie op deze markt. Dit is namelijk een markt waarop bijvoorbeeld in bepaalde landen mechanismen bestaan voor levensverzekeringen die een belangrijk deel van deze sector vertegenwoordigen, en waarop we, in het licht van de crisis, rekening moeten houden met het procycliciteitseffect op de verzekeringssector.
We moesten er ook voor oppassen dat de aanneming van deze wetgeving niet de structuur van de verzekeringsmarkt overhoop zou halen, maar er juist voor zou zorgen dat verzekeringsmaatschappijen hun plaats kunnen vinden binnen deze wetgeving. Maar het gaat duidelijk om slechts één stap, en ik wil graag zes punten opsommen waarmee we heel binnenkort aan de slag moeten gaan.
Ten eerste moeten we natuurlijk rekening houden met de conclusies van het verslag van Jacques de Larosière en ervoor zorgen dat er gelijke en harmonieuze voorwaarden bestaan onder de verschillende colleges van toezichthouders, en daarom moeten we de Europese autoriteit versterken die verantwoordelijk is voor toezicht op de verzekeringsmaatschappijen.
Ten tweede – en veel collega’s hebben dit al aangegeven – moeten we het beruchte mechanisme van groepsondersteuning in gang zetten, en ten aanzien daarvan ben ik het niet eens met Alain Lipietz. Natuurlijk zouden we liever groepsondersteuning hebben gehad, maar het is toch zonneklaar dat voor landen waar 80 of 100 procent van de verzekeringssector in handen is van buitenlandse bedrijven, zonder een solide juridische grondslag, het vandaag de dag moeilijk is om dit mechanisme te accepteren? We moeten op dit gebied vooruitgang boeken.
De derde stap die we binnenkort moeten zetten is het harmoniseren van wat wij hier doen met wat er gebeurt voor pensioenfondsen. Kunt u zich voorstellen dat wel de solvabiliteit van verzekeringen moet worden verbeterd maar niemand van ons zich afvraagt wat er met de pensioenfondsen moet gebeuren? Dat is absoluut een enorme uitdaging.
De vierde taak die we binnenkort moeten volbrengen is het instellen, opzetten en implementeren van een mechanisme voor depositogarantie. We kennen dat momenteel al in het bankwezen, maar in de verzekeringssector ontbreekt het nog.
Ten vijfde moeten we maatregelen treffen op het gebied van het op de markt brengen van verzekeringsproducten en waarborgen dat verzekeringstussenpersonen bij het aanbieden van producten aan verzekeringsnemers rekening houden met de belangen en dekkingsbehoeften van laatstgenoemden.
Tot slot moeten we kijken naar de omzetting in deze sector van wat we gaan invoeren voor de bankensector, namelijk de mechanismen voor inhouding voor wat betreft securitisatie.
Op die basis hoop ik dat wij binnenkort kunnen profiteren van de lering die wij hebben getrokken uit deze crisis en aldus de Europese burgers een verzekeringssector kunnen bieden die voor hen een ware garantie is voor…
(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)
Marielle De Sarnez (ALDE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, dit is niet de schuld van onze rapporteurs maar ik vind dat de voorstellen van de Commissie nogal laat komen en niet zijn opgewassen tegen deze zaak. Om een nieuwe crisis te voorkomen moeten we natuurlijk veel ambitieuzer en daadkrachtiger zijn.
Welnu, voor wat betreft regelgeving moeten we onze wetgevingen harmoniseren, en het sterkste signaal zou absoluut zijn om een Europese regelgever in te stellen. Dat zou een duidelijk signaal zijn.
Voor wat betreft de ratingbureaus moeten we Europese agentschappen in het leven roepen waarvan de onafhankelijkheid wordt gegarandeerd, en daarmee een einde maken aan de schandalige situatie dat ratingbureaus de bedrijven beoordelen die hun betalen.
Hedgefondsen moeten we reguleren, en we moeten een belastingwet invoeren die alle financiële transacties op korte termijn beboet.
Ten slotte bestaan er heel simpele maatregelen tegen belastingparadijzen. We moeten in Europa alle activiteiten verbieden van banken die transacties doen met belastingparadijzen of die weigeren om mee te werken.
Dit moet onmiddellijk gebeuren. Maar ik denk dat we verder moeten gaan, en ik wil hier twee punten noemen waaraan wij moeten werken. Ten eerste vind ik dat we ons moeten afvragen of de we de eurozone moeten vergroten en of we nieuwe leden moeten toelaten. Dit politieke gebaar zou waarschijnlijk even krachtig zijn als die van de hereniging van Duitsland destijds, en zou blijk geven van inter-Europese solidariteit en het belang van onze Unie versterken.
Daarnaast moeten we zorgen voor integratie op economisch, budgettair en monetair gebied en voor belastingharmonisatie, want dat is de enige manier is om fiscale dumping in Europa te bestrijden.
Dit alles is nodig, maar wat onze burgers als eerste verwachten – en ik hoop dat de Commissie hier gehoor aan geeft – is dat wij een antwoord geven op de crisis. Onze medeburgers verwachten nog altijd een echt Europees stimuleringsplan en bijvoorbeeld een grote lening. Ze verwachten nog altijd dat Europa werkelijk steun biedt aan onze kleine en middelgrote bedrijven, dat Europa werkelijk investeringen voor de toekomst plant en vooral iedereen tegemoet komt die in Europa door de crisis is getroffen. Ik denk aan werklozen, aan mensen met een parttimebaan, aan gezinnen die momenteel voor enorme problemen staan.
Volgens mij ligt hierin de urgentie en worden de Europese leiders binnenkort hierop beoordeeld.
Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, de invoering van Solvabiliteit II en de overstap naar het systeem voor het verzekeringsbedrijf en voor toezicht op verzekeraars, dat de voorbije paar jaar werd voorbereid, is vooral in deze tijden van financiële crisis een belangrijke stap voorwaarts. Ik houd me al jaren lang bezig met pensioenregelingen en ben me bewust van het belang van financieel toezicht op pensioenfondsen in verband met de mobiliteit van werknemers en de noodzaak van grensoverschrijdend toezicht.
Wanneer we mensen aanmoedigen om mobiel te zijn, moeten we kunnen garanderen dat werknemers die in andere landen gaan werken en andere verzekeringen aangaan, er zeker kunnen zijn dat hun verzekeringspremies op correcte wijze worden afgetrokken en op de juiste rekeningen terechtkomen, en dat de zekerheid van hun toekomstig pensioen zal toenemen dankzij de communautaire oplossingen voor investeringsbeginselen en toezicht op pensioenfondsen.
Ik feliciteer het Comité van Europese toezichthouders op verzekeringen en bedrijfspensioenen en zijn adviserend panel, aan het werk waarvan ik tot september 2007 heb mogen deelnemen. Ik feliciteer eveneens de rapporteur, mijnheer Peter Skinner.
Mary Lou McDonald (GUE/NGL). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het Global Financial Stability Report van het IMF schat dat de financiële crisis 4 miljard dollar zal kosten. Deze schatting kan zelfs verder oplopen. De crisis is, zoals we allemaal weten, ontstaan door een soort casinokapitalisme, vriendjeskapitalisme en een financiële dienstensector die niet aan regelgeving was onderworpen – of aan light-touch regelgeving, zoals dat soms zo mooi wordt genoemd.
De gevolgen hiervan voor de werknemers en de gezinnen in heel Europa zijn niets minder dan catastrofaal te noemen. Ik ben geschokt door de wel heel bescheiden manier waarop we dit schandaal in het debat en in de verslagen benaderen. Ik ben geschokt door het feit dat de fracties van de liberalen en de christen-democraten zich druk maken over buitensporige regulering, of over het binnenkomen van protectionisme via de achterdeur.
Feit blijft dat het antwoord van de EU op de financiële crisis traag en minimaal is geweest. De waarheid is dat we juist protectionisme nodig hebben, en degenen die beschermd moeten worden zijn de werknemers en de echte economie. We hebben nog steeds geen debat gevoerd over het vraagstuk van de banen, hoewel dat de burgers het meeste aangaat. En deze instelling blijft zich maar vastklampen aan een stelsel dat gefaald heeft. Laten we dat erkennen en radicaal en dapper zijn.
Nils Lundgren (IND/DEM). – (SV) Mevrouw de Voorzitter, een wereldwijde financiële crisis doet de wereldeconomie beven en het regent nu voorstellen voor de manier waarop een herhaling kan worden voorkomen. Meer regulering en meer toezicht staan bovenaan de lijst. Het uitgangspunt moet niettemin de vraag zijn: wat is er fout gelopen? Laat mij in 50 seconden de oorzaken samenvatten.
We hebben een kapitalisme zonder eigenaars gekregen. De financiële ondernemingen worden door functionarissen geleid die systemen kunnen creëren waarmee ze gigantische bonussen en pensioenen krijgen als de winst stijgt. De winst kan op korte termijn worden opgedreven doordat het management het risiconiveau in de onderneming verhoogt door middel van een beperkter eigen vermogen. Wanneer de risico’s realiteit worden, heeft het management zijn geld binnen en worden de verliezen door anderen gedragen.
Er zijn geen prikkels voor degenen die zo’n beleid zouden kunnen veranderen. Rekeninghouders weten dat er depositogaranties gelden voor banken. Iedereen weet dat de meeste banken te groot zijn om failliet te laten gaan. Ze worden door de belastingbetalers gered. Ratingbureaus weten dat ze geen opdrachten krijgen als ze de solventie van ondernemingen, hun klanten, in vraag stellen. Het beleid dat door centrale banken en ministeries van Financiën wordt gevoerd, is gebaseerd op het idee dat bellen niet doorgeprikt mogen worden. Daardoor worden de bellen ook onredelijk groot.
Zijn wij aan het praten over oplossingen voor die problemen? Het antwoord is: nee!
Othmar Karas (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de economische en financiële crisis, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog, laat wereldwijd zijn sporen na. Een verlies aan vertrouwen, onzekerheid, ongeduld en radeloosheid zijn voelbaar. De hiaten in de regelgeving voor de financiële markten zijn zichtbaar. De situatie noopt ons ertoe gemeenschappelijke, Europese antwoorden vast te stellen en mondiaal het voortouw te nemen. Het besef om meer Europa te moeten creëren, maakt dingen waar het Parlement zich sterk voor maakte maar door leden van de Commissie en de Raad maanden geleden werden afgekeurd en tegengehouden, nu opeens mogelijk.
Ons model van de sociale markteconomie – zoveel markt als mogelijk, zoveel regulering als nodig – bepaalt het kader voor niet alleen de Europese, maar ook alle mondiale regelingen. De Europese Unie is volop in beweging, maar is nog lang niet bij het einddoel. Er wordt weer een etappe afgelegd en andere hoofdstukken moeten voortvarend worden opgepakt of afgesloten. Alleen met vastberadenheid en moed om dappere Europese regelingen vast te stellen, kan vertrouwen worden gewonnen.
Vandaag nemen we – veel te laat – een besluit over de regeling voor ratingbureaus. Registratie en controle zijn noodzakelijk, onverenigbaarheden moeten worden opgeheven. We nemen nu een besluit over de solvabiliteitsrichtlijn – dat hadden we zonder een crisis op de financiële markten moeten doen. In mei nemen we een besluit over de bankenrichtlijn. We moeten de huidige regelingen dringend ontdoen van procycliciteitseffecten. Daarnaast moet er een regeling komen voor hedgefondsen en private equity-deelnemingen. Alle salarissen van bestuurders met een bonuscomponent moeten ook een verliescomponent bevatten.
Er wordt in Europa minder gesproken over aansprakelijkheidskwesties dan in de Verenigde Staten en het Europees toezicht is nog niet gereed. Dat toezicht moet op basis van het systeem van de Europese centrale banken worden ingericht. Er moet zo spoedig mogelijk, liefst nog voor de zomer, een groot aantal besluiten worden genomen. Ik nodig u hiertoe uit.
Robert Goebbels (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, het Parlement wil regelgeving aannemen voor de internationale financiële sector. Deze regels zullen niet toereikend zijn, want klaarblijkelijk is er noch in Europa, noch in de Verenigde Staten een wil om een einde te maken aan de uitwassen van zuivere speculatie, zoals naked short selling, het verkopen van goederen die men niet eens bezit.
De internationale financiële crisis is niet op de eilanden ontstaan. Zij vindt haar oorsprong in de Verenigde Staten, en heeft zich via de City naar andere financiële centra verspreid. Van al deze centra werd verondersteld dat ze goed gereglementeerd waren. De G20 heeft desalniettemin de ideale schuldigen gevonden: de belastingparadijzen, of ze nu echt zijn of niet.
Ik heb in 2000 in mijn verslag voor het Parlement over de hervorming van de internationale architectuur al aangedrongen op het wegwerken van alle zwarte gaten in het internationale financiële stelsel, om te beginnen met de hedgefondsen en andere puur speculatieve fondsen.
De G20 wil alleen de speculatieve fondsen reguleren die een systeemrisico vormen. Dat systeemrisico constateert men echter pas achteraf, wanneer de crisis al is losgebarsten. In werkelijkheid hebben de groten van de G20 hun eigen financiële centra ontzien, bijvoorbeeld de Kanaaleilanden, de Maagdeneilanden, Hongkong of Macao, om maar te zwijgen over zo’n centrum op eigen bodem, zoals Delaware.
Zoals Jacques Attali al zei: in de toekomst zullen Londen en New York het alleenrecht hebben op speculatie. De boodschap is duidelijk. Het internationale financiële stelsel wordt alleen ten voordele van de grote landen gereguleerd. All pigs are equal, but some pigs are more equal.
Andrea Losco (ALDE). – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is goed om kritiekpunten aan te geven en erop te wijzen dat we achterlopen, maar het is goed en gepast om te zeggen dat we vandaag een stap vooruit gaan en dat de Europese instellingen met het oog op deze verschrikkelijke crisis, die de wereldwijde economie heeft geschokt, specifieke wetgevingsmaatregelen treffen op cruciale gebieden zoals ratingbureaus en verzekeringen.
Ik denk dat de richtlijn betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf van aanzienlijk belang is – daar heb ik mij namelijk bijzonder mee bezig gehouden. Het akkoord dat op het nippertje met de Raad is bereikt, heeft deze sectoren in wezen nieuwe, doeltreffendere regels gegeven, regels die rekening houden met de dynamiek van de reële markt maar geen vaste formules bevatten.
De principes van economische waardering en kapitaalvereisten, die gebaseerd zijn op risico’s die effectief door bedrijven worden aangegaan, prikkels ter bevordering van risicobeheer, harmonisering, toezicht via verslagen, informatieverstrekking aan het publiek, transparantie: dit zijn allemaal essentiële aspecten die de verzekeringssector concurrerender maken en de verzekerden een betere bescherming bieden.
Dankzij het uiteindelijke compromis konden aanvaardbare oplossingen worden gevonden voor de problemen in verband met de mogelijke procyclische effecten, de nieuwe regels en de regels voor de behandeling van beleggingen. Er had meer in gezeten, absoluut, maar ik geloof dat we een punt hebben bereikt van waaruit we nieuwe vorderingen kunnen maken.
Adamos Adamou (GUE/NGL). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, door de huidige economische crisis profileert zich opnieuw het standpunt dat wij altijd huldigen, het standpunt waarin wij aandringen op de noodzaak fusies tussen en vestiging van multinationals en andere ondernemingen te reguleren, en niet te dereguleren, de antitrustwetgeving te wijzigen en maatregelen te treffen om de totstandkoming van monopolies en kartels te voorkomen, die immers, onder meer, de markt manipuleren, de prijzen bepalen en mensen ontslaan met winst als enige drijfveer.
De burgers zien wat de resultaten zijn als de ontwikkeling geen maatschappelijk gezicht heeft. In plaats van permanente arbeidsplaatsen te creëren worden de rijkdom en macht nog sterker geconcentreerd in de handen van een klein aantal mensen. De liberalisering van de financiële markten – een standpunt dat steevast wordt gehuldigd door rechts en anderen – heeft een zware economische crisis veroorzaakt, waarvan de volkeren rechtstreeks de gevolgen ondergaan.
Aangezien de politieke wegbereiders van deregulering en tegenstanders van overheidsregelingen een jaar geleden nog heel trots waren op de toestand van de economie, wil ik u, met uw permissie, eraan herinneren dat juist dat beleid heeft geleid tot de golven van armoede en ongelijkheid, tot de negatieve economische ontwikkeling en de woekerwinsten van de levensmiddelenbedrijven, die in 2008 elk veertig miljard winst hebben gemaakt.
De burgers zullen er echter voor zorgen dat hun boodschap aankomt bij degenen die de crisis en de daarmee gepaard gaande ongelijkheid hebben veroorzaakt.
Johannes Blokland (IND/DEM). - Nu de eerste tekenen van economisch herstel door de centrale banken van Europa en Amerika worden voorspeld, is het zaak niet te verslappen in de uitvoering van richtlijnen om een herhaling te voorkomen.
De rol van de ratingbureaus in de kredietcrisis is aanzienlijk. Beleggers voeren zonder raadpleging van derden blind op de weergave van deze bureaus. Dat in een veranderende markt de ratings niet adequaat werden aangepast, heeft verschillende oorzaken. Deze oorzaken zijn niet allemaal te voorkomen met nieuwe regels. Het formuleren van een vestigingseis binnen de Europese Unie voor het uitoefenen van ratingactiviteiten is een goed begin, maar gezien het mondiale karakter van de markt ook niet meer dan een begin.
De Europese Commissie moet snel werk maken van de harmonisatie van de richtlijnen met derde landen en daarom verdient het de voorkeur om binnen de Europese Unie op dit terrein centraal te werken. Het is duidelijk dat er méér nodig is voor het herstel van vertrouwen in de financiële markten. Laten wij daarom een begin maken met een nieuwe financiële moraal.
Werner Langen (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, vandaag liggen de eerste wetgevingsvoorstellen uit het pakket voor de financiële markten ter tafel. Solvabiliteit II had er allang moeten zijn. Laat ik dat maar alvast gezegd hebben. Er is uitstekend onderhandeld. Er zijn bruikbare resultaten uit voortgekomen die onze ja-stem verdienen.
Een van de problemen die zich in verband met de ratingbureaus voordoen, vloeit voort uit een falen van de markt en de politiek. Wij roepen hier in het Parlement al jaren dat de Commissie moet komen met voorstellen over punten die verband houden met de oorzaken van de crisis op de financiële markten, dus het heeft allemaal erg lang geduurd. Het onderhandelingsresultaat van collega Gauzès is bruikbaar. Het voorziet in onafhankelijke criteria en nieuwe toezichtstructuren en maakt het mogelijk om enerzijds een oplossing te vinden voor belangenverstrengeling tussen advisering en waardering en anderzijds meer transparantie te creëren. Het is een slim voorstel.
Het is evenwel niet voldoende. Ik kan me nog het debat met de Britse premier Tony Blair voor de geest halen, die hier deed alsof hij al voor de G20-top in Londen de oplossing had! Feit is dat de laatste tien jaar in de Europese Unie – met name door Groot-Brittannië maar ook door de Commissie – geweigerd is problemen op te lossen die voor eenieder zichtbaar waren. De problemen waren niet nieuw, maar de bel is intussen wel heel groot geworden, en dus is het zaak dat we vooruitgang boeken met de boekhoudregels – de commissaris wees er al op toen hij sprak over de waarderings- en bonussystemen van bestuurders. Op dit gebied kunnen we niet zonder een regeling. Daarnaast moeten we bij de kwestie van het eigen vermogen, bijvoorbeeld bij securitisatie, nog in mei tot een afronding komen. Ook wat het rapport van de de Larosière-werkgroep betreft over versterking van het financieel toezicht in Europa moeten we snel tot een oplossing komen.
We kunnen het ons niet permitteren om te wachten op wat de Amerikanen zullen doen. Ik pleit ervoor dat wij te werk te gaan zoals bij het klimaatpakket - dat wij als Europeanen naar buiten treden en de wereld een bruikbaar voorstel voorleggen. Dan hebben wij onze bijdrage aan het bezweren van de crisis geleverd.
Ieke van den Burg (PSE). - Staat u mij toe om eerst een opmerking vooraf te maken? Ik luister met verbazing naar allerlei speeches die hier door leden van dit Parlement worden gehouden over leiderschap en het aanpakken van het kapitalisme. Dat zijn allemaal leden die wij nooit gezien hebben als wij met het degelijke handwerk bezig waren om dat kapitaal in goede banen te leiden.
Ik was schaduwrapporteur voor het verslag van mevrouw Weber en zij is een voorbeeld van iemand die dat handwerk heeft geleverd in een dossier dat gaat over het moderniseren, vereenvoudigen en verminderen van de lastendruk voor bedrijven in de Europese regels. Het dossier maakte deel uit van een groot pakket van betere regelgeving en ik zou willen benadrukken dat die betere regelgeving niet alleen maar een kwestie van dereguleren en het wegnemen van lasten is, maar ook van adequater, flexibeler en dynamischer reageren op ontwikkelingen met duidelijke bevoegdheden, met name voor de toezichthouders, die daarbij een rol spelen.
In dit verband zou ik twee aspecten willen belichten, ook met betrekking tot de andere twee dossiers die hier vandaag aan de orde zijn. In de eerste plaats moet je niet proberen de problemen van gisteren te regelen, maar juist anticiperen op de toekomst en een proces neerzetten waarmee adequaat op dynamische ontwikkelingen en innovaties kan worden gereageerd. Daarvoor hebben wij met de Lamfalussy-procedure, die wij de afgelopen tijd ontwikkeld hebben, juist zo'n proces neergezet.
In de tweede plaats moet je kijken naar het niveau waarop je toezicht houdt. De actoren op de markt zijn grensoverschrijdend, internationaal geworden. Dan moet je dus niet denken dat je deze actoren met nationale kleine toezichthouders kunt beheersen. Die grote spelers, die heel erg die markt domineren, moet je echt op Europees en mondiaal niveau aanpakken. Dat betekent in mijn ogen dat je dan ook bevoegdheden op dat niveau moet vastleggen om direct toezicht uit te kunnen oefenen.
Welnu, bij de ratingbureaus hadden wij die mogelijkheid gehad. Het was de oorspronkelijke inzet van het Parlement om meteen het Europese comité CESR de bevoegdheid te verlenen om de registratie te regelen. Helaas is dat niet gelukt, omdat daar weer getouwtrek zal ontstaan tussen met name grote landen, grote financiële centra om die hoofdkantoren aan te trekken en daar toch de eerste viool te spelen om die grote ratingbureaus onder hun vleugels te hebben. Ik vind dat spijtig. Ik had veel liever gezien dat dit meteen op Europees niveau gebeurde.
Bij Solvency II hebben wij hetzelfde gezien. Daar is evenmin doortastend opgetreden bij het verlenen van bevoegdheden om bindende uitspraken te kunnen doen op Europees niveau als toezichthouders het onderling niet eens worden. Dat betekent ook dat die gasttoezichthouders geen bevoegdheden willen overdragen aan zo'n toezichthouder die de eerste viool speelt. Dat is spijtig, maar er staan bepalingen in, ook in overweging 25, waarin wij als Parlement duidelijk aangeven dat wij volgend jaar op grond van de de Larosière-voorstellen moeten proberen dat aspect te verbeteren en te versterken.
Olle Schmidt (ALDE). – (SV) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de financiële en economische crisis heeft aangetoond dat Europa gemeenschappelijk op moet kunnen treden. Wij moeten blij zijn dat Europa de euro had, en nog altijd heeft, in plaats van zestien verschillende valuta’s. Dat heeft de moeilijke tijden gemilderd. Het was pas toen de eurolanden in het najaar in Parijs vergaderden dat de crisis gestabiliseerd kon worden en het herstel kon beginnen. Daarna volgden de inspanningen op mondiaal niveau met de vergadering van de G20 als start van iets nieuws: een wereld waarin de grote landen van de wereld op voet van gelijkheid vergaderen.
We moeten nu ervoor zorgen dat we de volgende keer als de crisis toeslaat, beter gewapend zijn. De richtlijnen die vandaag worden behandeld, zijn belangrijk en, volgens mij, evenwichtig. Wij hebben meer openheid en een grotere doorzichtigheid van de markt, meer mogelijkheden om grensoverschrijdend op te treden en betere controle nodig. Wij moeten ook protectionisme bestrijden en, volgens mij, vrijhandel steunen. Wij moeten het nemen van risico’s aan banden leggen en excessen een halt toeroepen. Ook de vrije markt heeft grenzen en regels nodig. Daar kan ik als liberaal het vanzelfsprekend ook mee eens zijn. We moeten echter oppassen voor overregulering. In de momenteel heersende stemming bestaat dat risico. Laat ons niet vergeten dat de markteconomie welvaart creëert.
Bernard Wojciechowski (IND/DEM). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, begin deze maand vernamen we dat reeds alle maatregelen om de financiële crisis te verhelpen zijn genomen. Het budget van het Internationaal Monetair Fonds zal met niet minder dan vijfhonderd miljard dollar toenemen, ofwel drie keer zo groot worden. De Wereldbank zal honderd miljard dollar rijker worden, en er werd eindelijk tweehonderd vijftig miljard dollar toegekend voor steun aan de internationale handel. Er zal zogezegd strenger toezicht worden gehouden op de financiële markt en controle worden uitgevoerd op belastingparadijzen en de lonen van bankiers. President Barack Obama zei dat de afgelopen top van de G20 een keerpunt zou zijn in de zoektocht naar de heropleving van de wereldeconomie.
Uiteindelijk hoeven we ons waarschijnlijk geen zorgen te maken, met uitzondering van misschien één punt. Waarom hebben de wereldleiders zolang getalmd met de uitvoering van hun uitvoerig reddingsplan, en waarom hebben ze de moeite niet genomen om de wereldeconomie al vroeger terug op gang te trekken? Hadden ze dat miljard misschien niet? De hamvraag luidt daarom als volgt: waar komt dat miljard vandaan? Van de verkoop van vierhonderd ton goud? Blijkbaar wordt hierover in de officiële berichtgeving met geen woord gerept. Misschien werd het geld wel bij een of andere bank geleend? Aangezien er binnenkort een heropleving komt, kunnen de leiders – en dit is een verzoek aan de heren Barroso en Topolánek – misschien nog eens samenkomen en er nog een miljard aan toevoegen, om zo een “turboheropleving” te krijgen.
Margaritis Schinas (PPE-DE). – (EL) Mevrouw de Voorzitter, het lijdt geen enkele twijfel dat wij in Europa het gelag betalen voor een stuurloos, excentriek Amerikaans-Angelsaksisch organisatiemodel van de financiële markten. Deze hebben leren werken zonder regels, zonder toezicht, zonder democratische verantwoording en natuurlijk hebben ze de mondiale en Europese economie besmet.
Met de verslagen waarover wij vandaag een debat voeren en morgen stemmen, creëren wij een schild voor de burgers. Daarmee kunnen wij hen beschermen tegen de absurde dingen die wij vandaag meemaken, namelijk supranationale geldstromen en nationale regels – als ze überhaupt bestaan – voor toezicht en verantwoording.
Europa reageert dus, zij het dan te elfder ure, maar beter laat dan nooit. Daarbij blijven echter twee grote vragen onbeantwoord. De eerste vraag is waarom wij eerst een crisis nodig hadden alvorens in het geweer te komen. Waarom moesten wij zolang wachten totdat er regels werden uitgevaardigd? Deze vraag zal beantwoord worden door de burgers. Zij zullen degenen die om regelgeving vroegen belonen en degenen die ons ervan wilden overtuigen dat zelfregulering de oplossing was voor elk hedendaags kwaad, straffen.
De tweede vraag is of het bij de onderhavige verslagen zal blijven of dat er een alomvattend toezicht zal komen en heel het wetgevend en regelgevend kader zal worden herzien. Dit is de vraag die wij zullen beantwoorden, aangezien wij als medewetgevers druk zullen uitoefenen en ervoor zullen zorgen dat het niet bij het verslag-Gauzès over ratingbureaus blijft. Die ratingbureaus zagen immers niet hoe de ijsberg de Titanic naderde en een ramp veroorzaakte, maar ze waren er wel als de kippen bij toen bepaalde landen een trapje lager moesten worden gezet omdat zij ´zogenaamd´ onvoldoende kredietwaardig zijn.
Dat moeten wij allemaal onder de loep nemen en helemaal opnieuw structuren. Niets zal na deze crisis hetzelfde blijven in de Europese Unie.
Manuel Medina Ortega (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik zal uitsluitend ingaan op het verslag van mevrouw Weber over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 77/91/EEG, 78/855/EEG en 82/891/EEG en Richtlijn 2005/56/EG betreffende verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van fusies en splitsingen.
De onderhavige procedure betreft de vereenvoudiging van administratieve handelingen. Wij staan positief tegenover de wijzigingsvoorstellen van de Commissie maar hebben daarin wel enkele amendementen opgenomen, amendementen die waren ingediend door vrijwel alle fracties en die uiteraard ook door mijzelf werden gesteund, omdat ze verdere vereenvoudiging mogelijk maakten.
We hebben het hier natuurlijk over een zeer belangrijke wijziging, namelijk de afschaffing van documentatie, de invoering van webpagina’s en referenties op webpagina’s, en de intrekking van de dubbele verplichting inzake deskundigenverslagen en andere tot nu toe bestaande verplichtingen. Een en ander zou kunnen leiden tot een aanmerkelijke tijd- en kostenbesparing, zonder afbreuk te doen aan de garanties voor zowel schuldeisers als bijvoorbeeld de werknemers van de onderneming en anderen die toegang hebben tot de informatie.
Mijns inziens zijn de voorstellen van de Commissie behoorlijk positief en gaan de voorgestelde amendementen dezelfde richting uit, met dien verstande dat onafhankelijkheid gewaarborgd is, met name in het geval van het gebruik van websites, en dat er op de eigen website verwijzingen moeten worden opgenomen naar relevante gegevens op andere websites, zodat raadpleging ervan niet onnodig lastig is en er voldoende aanvullende informatie is.
Al met al ben ik van mening, mevrouw de Voorzitter, dat het Parlement dit voorstel voor een richtlijn met grote meerderheid kan aannemen en dat de uiteindelijke tekst een verbetering van het voorstel van de Commissie is.
Margarita Starkevičiūtė (ALDE). – (LT) Aan de huidige gebeurtenissen kunnen we zien hoeveel invloed grote financiële groepen hebben op de reële economie, en vooral op de economie van kleine landen, en welke fouten zij maken. Daarom moeten de voorgelegde documenten een wettelijk kader scheppen dat de twee belangrijkste processen in goede banen leidt. Het eerste proces betreft de harmonisatie van het vrije procyclische verkeer van kapitaal binnen een financiële groep zonder de liquiditeit van de reële economie en de macro-economische stabiliteit tijdens de economische recessie niet in gevaar te brengen, en het tweede proces betreft het verdelen van de verantwoordelijkheid over de toezichthouders van het eigen land en die van derde landen om ervoor te zorgen dat een financiële groep de juiste activiteiten ontplooit en om duidelijk te maken wie in het geval van fouten voor de kosten opdraait.
Het voorgelegde document is slechts een eerste stap in de goede richting. Er zij op gewezen dat deze problemen pas kunnen worden opgelost als er een beoordeling is gemaakt van de gevolgen van het mededingingsrecht voor de activiteiten van financiële groepen. Dit is een aspect dat we doorgaans over het hoofd zien, en dat in de nieuwe zittingsperiode van het Parlement prioriteit moet krijgen.
Sirpa Pietikäinen (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat dit pakket, dat deel uitmaakt van de maatregelen om de financiële crisis aan te pakken, geen slecht pakket is wat betreft Solvabiliteit-II en ratingbureaus, en dat het zal leiden tot goede compromissen en resultaten.
Echter, met het oog op de toekomst zou ik graag drie kwesties willen aanhalen. In de eerste plaats zou ik graag zien dat de Europese Unie ambitieuzer en actiever werd op mondiaal niveau. Ofschoon de resultaten van de G20 stappen in de goede richting zijn, zijn deze nog steeds te bescheiden en te ver verwijderd van een geschikte, mondiale en op verdragen gegronde regelgeving, zowel in termen van financiële middelen en verschillende financiële instrumenten, als op wettelijk gebied.
In de tweede plaats, wat betreft het de Larosière-verslag en onze eigen maatregelen, denk ik dat de uitkomst van de Larosière heel goed was, vooral wat betreft het houden van toezicht op en het analyseren van het systeemrisico op Europees niveau. Maar ik zou willen wijzen op twee valkuilen. Ten eerste microtoezicht: ik zie dat het desbetreffend voorstel ernstig tekort schiet. Daarbij wordt nog steeds uitgegaan van samenwerking in plaats van een gecentraliseerde Europese dimensie. Ten tweede kunnen wij uit hetgeen we al gehoord hebben over de voorbereiding van de Commissie wat betreft risicodragend kapitaal en hedgefondsen, opmaken dat daar veel van te hopen en te verwachten valt.
Dus als we werkelijk mondiaal effectief willen zijn op dit niveau, moeten we goed ons huiswerk doen, en ik zou echt graag een betere en ambitieuzere benadering zien van de Commissie op dit gebied.
Antolín Sánchez Presedo (PSE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, het pakket maatregelen inzake ratingbureaus, verzekeringen en fusies en splitsingen van bedrijven vormt een eerste stap in de richting van meer vertrouwen en efficiëntie op de financiële markten. De maatregelen passen in het kader van het streven van de Europese Unie en de G20 naar versterking van de transparantie, verantwoordelijkheid en integriteit van de financiële markten en geven de Europese Unie internationaal een leidende rol. Daarom geef ik hier mijn steun aan, hoewel er nog veel meer nodig zal zijn.
De financiële crisis is mede te wijten aan het falen van de ratingbureaus, en zelfregulering is niet voldoende gebleken. De verordening brengt hierin verandering. Daarin zijn innoverende maatregelen opgenomen voor registratie en de verantwoordelijkheid van registratiebureaus, evenals voor het toezicht op hun activiteiten. Ook zijn er maatregelen om belangenconflicten tegen te gaan en verbetering te brengen in de werkmethoden en de kwaliteit van de diverse soorten ratings, met inbegrip van ratings afkomstig uit derde landen. In de toekomst zullen deze maatregelen nog moeten worden aangevuld met een herziening van de betaalsystemen en de oprichting van een Europese overheidsinstantie.
De solvabiliteitsrichtlijn is een codificatie van al het bestaande acquis betreffende particuliere verzekeringen en bevat technische maatregelen waarmee stappen vooruit worden gezet in de richting van beter risicobeheer en een impuls wordt gegeven aan innovatie, een efficiënter gebruik van de middelen, een grotere bescherming van verzekerden en aan financiële stabiliteit in de sector. Het nieuwe raamwerk voor toezicht op verzekeringsgroepen is prudent opgezet en laat ruimte voor verdere ontwikkeling. De oprichting van colleges van toezichthouders is een stap vooruit binnen het proces van integratie en versterking van het Europese financiële toezicht, dat verder moet worden ontwikkeld en zich kan ontwikkelen tot een richtsnoer en misschien zelfs een wereldwijde norm. Het Parlement zal de ontwikkelingen ervan volgen en stimuleren.
Tenslotte wordt met de wijziging van een aantal richtlijnen betreffende verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van fusies en splitsingen een impuls gegeven aan de vereenvoudiging van de wetgeving. Tevens wordt hiermee duidelijk gemaakt dat het doel om de lasten van bedrijven met 25 procent te verlagen, heel goed kan worden verenigd met de versterking van de rechten van het publiek en de aandeelhouders, mits gebruik wordt gemaakt van informatie- en communicatietechnologie.
Daniel Dăianu (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat, wat de oorzaken van de financiële crisis betreft, gezond verstand uiteindelijk de overhand heeft gekregen binnen het Parlement en de Commissie. Men heeft zich gerealiseerd dat deze crisis niet van cyclische aard is en dat een grondige herziening van de regelgeving voor en het toezicht op de financiële markten dringend noodzakelijk is. Het verslag van de de Larosière-werkgroep en het verslag-Turner hebben dit ook erg duidelijk gemaakt. Deze verslagen komen qua analyse gezien overeen met het follow-up verslag-Lamfalussy van het Parlement.
De documenten waarover vandaag wordt gedebatteerd moeten met dezelfde logica worden benaderd. Helaas zullen onze economieën nog wel een tijdje blijven lijden, niet in de laatste plaats wegens de overheidsbegrotingen en de waarschijnlijke, toekomstige inflatie ten gevolge van de pogingen om deze ontzettende puinhoop op te ruimen. Laten we hopen dat we deze keer meer zullen leren dan van vorige crisisperioden.
Klaus-Heiner Lehne (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik vind dit een bijzonder interessant en goed debat, simpelweg omdat we – als we de verslagen in ogenschouw nemen – twee aspecten met elkaar combineren die op het eerste gezicht niet direct wat met elkaar te maken hebben, maar wel in zekere zin betrekking hebben op hoe we de crisis te lijf gaan en de economie stimuleren.
In de Commissie juridische zaken was ik schaduwrapporteur voor het verslag-Weber, waarmee ik mevrouw Weber van harte wil feliciteren. Het gaat bij het verslag-Weber niet zozeer om het overwinnen van de crisis in de klassieke zin des woords, maar eerder om een vereenvoudiging van het vennootschapsrecht, om een bijdrage aan het verminderen van de bureaucratie en het verlagen van de lasten voor ondernemers. Juist nu, aan het einde van deze zittingsperiode, is dit een duidelijk bewijs en voorbeeld van de wijze waarop het Europees Parlement met dit onderwerp omgaat en tracht het vennootschapsrecht ten behoeve van het bedrijfsleven verder te ontwikkelen. Ik ben daar bijzonder ingenomen mee.
Aangezien bij dit debat ook de gelegenheid bestaat om iets te zeggen over de wetgeving betreffende de financiële markten in het algemeen, merk ik op dat wij met het eerste pakket voor de financiële markten tot een resultaat zijn gekomen en de beraadslagingen hierover in eerste lezing kunnen afronden – ook dat is een teken dat deze zittingsperiode ten einde loopt. Een belangrijk punt, wat mij betreft.
Ik stel echter ook vast dat het tweede pakket, dat bij de Commissie nog in voorbereiding is, voor deze zittingsperiode helaas te laat is gekomen. Dat heeft zijn oorzaken. U zult zich herinneren dat wij in het verleden in de parlementaire commissies en diverse malen in de plenaire vergadering zelf er uitgebreid over gesproken hebben bepaalde gebieden van de financiële markten te reguleren. Dat stuitte toen op veel weerstand. Er was verzet in de Raad. Zo heeft de sociaal-democratische premier Gordon Brown lange tijd geweigerd bepaalde realiteiten onder ogen te zien.
Ook in de Commissie was er verzet. De Commissie heeft op het gebied van de hedgefondsen en in andere sectoren lange tijd de hakken in het zand gezet en ook hier in het Parlement was er verzet. De voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken heeft op grond van een overbodig bevoegdheidsconflict lange tijd initiatiefverslagen van wetgevende aard geblokkeerd. Ik ben blij dat het verstand nu een beetje terugkomt. Charlie McCreevy reguleert de hedgefondsen, mevrouw Berès laat initiatiefverslagen toe en Gordon Brown is intussen ook van mening veranderd. Dat is een goede ontwikkeling die ik – ook namens mijn fractie – nadrukkelijk verwelkom.
Jean-Pierre Audy (PPE-DE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijn toespraak zal gaan over het verslag over ratingbureaus, maar ik wil allereerst mijn vriend Jean-Paul Gauzès feliciteren, die met zijn werk blijk heeft gegeven van bekwaamheid, scherpzinnigheid en pragmatisme.
Mevrouw de Voorzitter, misschien dwaal ik nu af van het eigenlijke onderwerp, maar ik wil het hebben over het probleem van de rating van staten. In de huidige crisis zijn staten een belangrijke rol op financieel gebied gaan spelen, toen ze geconfronteerd werden met het risico dat de financiële sector ineen zou storten.
Ze hebben waarborgen genomen, ze hebben schulden, ze hebben aandelen overgenomen, en daarom vraag ik me af of de Europese Unie, in het kader van de nieuwe wereldwijde regulering van het kapitalisme, geen voorstel moet doen voor de oprichting van een openbaar ratingbureau op wereldniveau, van een onafhankelijk orgaan dat valt onder het Internationaal Monetair Fonds. Dit orgaan moet het de burgers mogelijk maken om via de ratings inzicht te krijgen in de financiële positie van staten die, nogmaals, financiële spelers zijn geworden waar we niet omheen kunnen.
Kurt Joachim Lauk (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik wil kort drie punten ter sprake brengen. Om te beginnen hebben we er consensus over bereikt dat alle financiële instellingen, zonder enige uitzondering, in de toekomst aan regulering moeten worden onderworpen. De Commissie is nu aan zet om geleidelijk met voorstellen te komen waarin alle actoren worden gevangen. Dat is bittere noodzaak.
Ten tweede moeten we nadenken over hoe het Europees financieel toezicht, dat hierdoor noodzakelijk wordt, moet worden ingericht en onder onze controle kan worden gebracht. Ook moeten we kijken hoe we onze – formele of informele – afhankelijkheid van Amerikaanse reguleringsinstituten duidelijk kunnen verminderen, want we weten dat die hopeloos hebben gefaald.
Ten derde maak ik me zorgen over de ontwikkeling op financieel gebied in de eurozone in het algemeen, omdat de verschillen in spreads en schuldenlast in de verschillende landen, in de credit ratings van de verschillende landen in de eurozone, groter worden in plaats van kleiner. We moeten komen met maatregelen en van de landen eisen dat ze discipline tonen.
Tot slot moet wij erop letten dat de EU zich uiteindelijk geen schulden op de hals haalt. De EU-lidstaten hebben al schulden genoeg. We hebben geen behoefte aan nog een instantie met schulden.
Pervenche Berès (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de heer Lehne er graag aan herinneren dat het de sociaaldemocraten in dit Parlement waren die regelgeving wilden voor hedgefondsen. Ook was het dankzij hun vastberadenheid dat in eerste instantie regelgeving kon worden uitgevaardigd voor hedgefondsen en dat, met het verslag van de heer Gauzès, de Commissie werd verzocht om het idee van een openbaar bureau voor de beoordeling van kredietwaardigheid uit te werken.
Daarnaast wil ik van de gelegenheid gebruik maken om de commissaris te zeggen dat het me verbaast dat er met twee maten wordt gemeten in het monopolie van wetgevingsinitiatieven van de Commissie. Als de Raad de Commissie vraagt om een voorstel tot harmonisatie van het systeem voor bankdepositogaranties, dan is dat voorstel er drie weken later. Als het Europees Parlement via de heer Poul Nyrup Rasmussen een wetgevingsvoorstel doet dat door de meerderheid van deze plenaire vergadering is goedgekeurd, redt u zich eruit door het genoemde voorstel pas ter tafel te brengen op het moment dat het Europees Parlement er niet meer over kan debatteren.
We hebben u in september om een wetgevingvoorstel op dit gebied gevraagd. Wat hebt u sindsdien gedaan, mijnheer de commissaris?
Charlie McCreevy, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn waardering en bewondering uitspreken voor de efficiënte manier waarop het Parlement deze drie dossiers heeft behandeld en in het bijzonder voor de drie rapporteurs. Uiteindelijk kon er snel een consensus worden bereikt, die beslist het functioneren van onze financiële markten zal verbeteren. De EU-verordening betreffende ratingbureaus zal de integriteit, transparantie, verantwoordelijkheid en het goed bestuur van ratingactiviteiten verbeteren.
De heer Purvis heeft een aantal vragen gesteld over dit specifieke punt, vragen die verband hielden met de vrijheid om in bepaalde producten te investeren. Er mag in alle producten geïnvesteerd worden, ongeacht of ze uit de Europese Unie afkomstig zijn. Ratings zijn niet verplicht, dus EU-bedrijven zijn niet verplicht om in producten met ratings te investeren. Ik wil echter benadrukken dat, voor regelgevingsdoeleinden – ofwel de berekening van de kapitaalvereisten – de ratings die gebruikt kunnen worden, ratings zijn die ofwel in de EU zijn afgegeven voor producten uit zowel de EU als derde landen, of ratings die in de Europese Unie als gelijkwaardig zijn bekrachtigd of erkend.
Hoewel ik – zoals ik eerder al zei – over een aantal punten van het akkoord over Solvabiliteit-II teleurgesteld ben, krijgt de EU een kader voor de verzekeringssector dat als model zou kunnen dienen voor gelijksoortige hervormingen op internationaal niveau. Daarmee is de zaak natuurlijk niet afgedaan. Er moet nog veel werk verzet worden: er moeten ergens voor oktober 2012 geschikte uitvoeringsmaatregelen zijn uitgevaardigd, zodat de lidstaten en het bedrijfsleven de tijd hebben om zich op de invoering van Solvabiliteit-II voor te bereiden. Ik kan u verzekeren dat de Commissie zich zal inzetten om dit proces te bevorderen en om hervormingen die al lang plaats hadden moeten vinden zo snel mogelijk ten uitvoer te brengen in het belang van alle betrokken partijen.
Hoewel ik hier in mijn eerdere inleidende opmerkingen al naar heb verwezen, wil ik alleen nog beklemtonen dat groepstoezicht binnen de voorgestelde Solvabiliteit-II blijft, ook al ligt groepssteun eruit – ik denk dat het gewoon belangrijk is dat deze twee begrippen niet met elkaar worden verward.
Tot slot kan dankzij de vereenvoudigde verslaggevings- en documentatieverplichtingen in gevallen van fusies en splitsingen van naamloze vennootschappen vooruitgang worden gemaakt met de agenda voor de verlichting van de administratieve lasten. Dit zal meer mogelijkheden scheppen voor groei en Europa op weg helpen naar economisch herstel.
Jean-Paul Gauzès, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, ik zal het houden bij een paar korte opmerkingen. Ten eerste is het duidelijk geworden dat er, wat het verslag over ratingbureaus betreft, er een ruime consensus is binnen deze vergadering. Natuurlijk zal de Europese regelgeving mettertijd veranderen, maar ik geloof dat wij nu een regelgeving hebben die een voorbeeldfunctie kan vervullen voor een internationale overeenkomst.
Ten slotte wil ik graag de heer Pittella en de heer Klinz, de schaduwrapporteurs, bedanken. Zij hebben veel met mij samengewerkt. Ook wil ik de teams van de Commissie, het voorzitterschap en natuurlijk het secretariaat van de Commissie economische en monetaire zaken en de deskundigen bedanken. Zonder hen had dit resultaat niet tot stand kunnen komen.
Renate Weber, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, het was zeer interessant om deze ochtend naar alle toespraken in het Parlement te luisteren. Wij bevinden ons immers in een periode waarin we niet alleen een zeer zware financiële en economische crisis doormaken, maar ook de Europese verkiezingen naderen. De verslagen die we vandaag hebben besproken en waarover we morgen zullen stemmen zijn niet bedoeld om de financiële crisis op te lossen. We hopen hiermee echter wel te voorkomen dat in de toekomst dezelfde vergissingen, of in elk geval toch de dezelfde grote vergissingen worden gemaakt, en hopelijk zal met deze verslagen de Europese economie opnieuw een zetje kunnen worden gegeven.
Als we horen dat kleine ondernemingen tegenwoordig tien keer meer geld moeten uitgeven dan grote bedrijven om te voldoen aan de EU-wetgeving voor verslaggevingsverplichtingen, is het niet meer dan normaal dat we ons afvragen waarom dit het geval is, hoe we zijn gekomen tot regels die mogelijk de ondergang betekenen voor deze kleine ondernemingen en waarom het zo lang heeft geduurd voordat we hier verandering in brachten. Ik ben blij van commissaris McCreevy te hebben vernomen dat het vennootschapsrecht waarschijnlijk het lastigste aspect van het communautair acquis is. Wellicht is het tijd om hier verandering in te brengen, zeker niet door dit recht af te zwakken, maar mogelijk door het meer in overeenstemming te brengen met de realiteit waarin we leven.
Als we efficiënt willen zijn, is het goed om onze energie te steken in constructief zijn, en ik denk dat we eerlijk kunnen zeggen dat wat er met het vandaag besproken pakket is gebeurd, een bewijs hiervan is. Dit pakket is een bewijs dat we verantwoordelijk hebben gehandeld. Wij hebben een compromis met de Raad en de Commissie bereikt en aldus ervoor gezorgd dat dit pakket in eerste lezing kan worden aangenomen. Kunnen we nog meer doen? Zeer zeker, maar laten we eerst hierover stemmen en in de juiste richting blijven werken.
Peter Skinner, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wil ik graag zeggen wat ik misschien aan het begin had moeten zeggen, namelijk dat ik alle diensten van de Commissie, van de Raad en van met name het Parlement wil bedanken voor al het werk dat zij hierin hebben gestoken. Zonder hun inspanningen en hulp hadden we dit niet kunnen bereiken.
Zoals vele anderen hier zijn wij behoorlijk verbaasd over het niveau van technische details van veel van deze verslagen, Wij moeten wel over Solvabiliteit II zeggen dat deze richtlijn buiten een crisis tot stand kwam om een crisis te trotseren. In de richtlijn gaat het ook om risicobeheer en – zoals velen hier hebben kunnen horen – is dit een première voor een groot deel van de wetgeving inzake financiële diensten. Ook bevat de richtlijn groepstoezicht, en wat dat betreft ben ik het eens met de commissaris. Helaas is groepsondersteuning komen te vervallen, maar daar hebben we alles al over gehoord. Laten we hopen dat we dat aspect terug kunnen krijgen. Ook kapitaal is gedefinieerd. Er staan in dit verslag veel dingen die het toonaangevend in de wereld maken.
Mijn tweede punt betreft de strategische gevolgen van het gebruik van een dergelijke wetgeving. In vele opzichten zal het feit dat wij een verordening hebben voor zevenentwintig lidstaten, weinig helpen als we niet tegelijkertijd kunnen beschikken over het andere deel van de tweeling, namelijk over een strategische regelgever op Europees niveau die eveneens in zevenentwintig lidstaten actief is. We moeten de verschillen tussen regelgevers wegwerken en ervoor zorgen dat we met één stem spreken. Dit is met name belangrijk voor de erkenning van regelingen van andere landen in de wereld. Het afgelopen weekend heb ik Paul Kanjorski, de voorzitter van de subcommissie voor financiën van het Amerikaanse congres, en andere personen ontmoet, die nu zeggen meer vaart te willen zetten achter het vooruitzicht van een enkele regelgever op federaal niveau in de Verenigde Staten. Als zij dit eerder bewerkstelligen dan wij in Europa, konden we wel eens ernstig in verlegenheid worden gebracht, want op Europees niveau hebben wij die regelgever immers nog niet.
Dit is een verslag van wereldniveau, van wereldformaat, een proces waar we allemaal trots op kunnen zijn. We moeten er echter wel voor zorgen dat we blijven aandringen op de veranderingen die noodzakelijk zijn voor de kwesties die in het de Larosière-verslag worden opgeworpen en op groepsondersteuning, wat zal leiden tot economische efficiëntie. Ik hoop dat iedereen die maatregelen kan steunen.
De Voorzitter. – De gecombineerde behandeling is gesloten.
De stemming over het verslag (Α6-0191/2009) van JeanPaul Gauzès vindt op donderdag 23 april 2009 plaats.
De stemming over het verslag (A6-0247/2009) van Renate Weber en het verslag (A6-0413/2008) van Peter Skinner vindt vandaag plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Sebastian Valentin Bodu (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik wil hier niet ingaan op het belang van ratingbureaus. Iedereen weet dat zij een cruciale rol spelen omdat zij een gezonde basis leveren voor investeringsbeslissingen, zowel wat betreft de financiële producten als de kredietverstrekkers (zij leveren dus veel meer dan simpele adviezen). Toch wil ik wijzen op het belang van de oprichting van een Europees bureau.
In tijden van ernstige economische crisis zoals de huidige moeten ratingbureaus ongeacht de economische omstandigheden transparante en geloofwaardige instrumenten blijven, die Europa steunen in moeilijke tijden. We kunnen niet ontkennen dat de huidige crisis mede te wijten is aan ratingbureaus, omdat zij conventionele instrumenten en andere hybride instrumenten op een totaal ondoorzichtige manier hebben geanalyseerd, en dit alles tegen een achtergrond van beschuldigingen van gebrek aan transparantie en tegengestelde belangen.
We hebben in deze bedrijfstak nieuwe organisaties nodig die bij het leveren van objectieve ratings voor de nodige concurrentie zullen zorgen. We mogen de bescherming van investeerders en hun vertrouwen in ratingbureaus niet uit het oog verliezen. De EU moet garanderen dat ratingbureaus zich aan duidelijke regels houden. Is de oprichting van een Europees ratingbureau, dat opereert conform de communautaire regelgeving, niet de beste manier om aan deze voorwaarden te voldoen?
Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Ik ben verheugd over en geef steun aan het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van eerdere richtlijnen wat verslaggevings- en documentatieverplichtingen in geval van fusies en splitsingen betreft. Ik juich met name de concrete maatregelen toe voor het verlichten van de administratieve lasten die de economische activiteiten van Europese ondernemingen onnodig hinderen.
Ik sta achter het doel van dit initiatief om het concurrentievermogen van bedrijven in de EU een impuls te geven door de administratieve lasten, die worden opgelegd door Europese richtlijnen op het gebied van commercieel vennootschapsrecht, te verlichten, mits deze verlichting bereikt kan worden zonder grote nadelige gevolgen voor de overige betrokkenen teweeg te brengen.
Ik pleit voor de effectieve toepassing van het actieprogramma dat de Europese Raad tijdens zijn voorjaarsbijeenkomst in maart 2007 heeft goedgekeurd> Met dit programma wordt beoogd de administratieve lasten tegen het jaar 2012 met 25 procent te verminderen.
Mijns inziens hebben Europese bedrijven en burgers dringend behoefte aan een vermindering van de bureaucratie die het acquis van de Gemeenschap en bepaalde nationale wetgeving hun opleggen.