Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2277(DEC)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0150/2009

Ingediende teksten :

A6-0150/2009

Debatten :

PV 22/04/2009 - 11
CRE 22/04/2009 - 11

Stemmingen :

PV 23/04/2009 - 6.14
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0273

Debatten
Woensdag 22 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

11. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Raad (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0150/2009) van Søren Bo Søndergaard, namens de Commissie begrotingscontrole, over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, Afdeling II - Raad (C6-0417/2008 – 2008/2277(DEC)).

 
  
MPphoto
 

  Søren Bo Søndergaard, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb eerst een punt van orde. Ik wil er namelijk heel zeker van zijn dat de Raad voor dit agendapunt is uitgenodigd. Aangezien we het probleem van de Raad gaan bespreken, zou het zeer kwalijk zijn als de Raad niet voor dit punt was uitgenodigd. Kan de Voorzitter mij verzekeren dat de Raad is uitgenodigd?

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Mijnheer Søndergaard, namens het voorzitterschap kan ik bevestigen dat de Raad inderdaad is uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het debat over dit onderwerp. Helaas moet ik echter tot spijt van het voorzitterschap en heel het Parlement concluderen dat de Raad afwezig is. Ik geloof dat dat vanmorgen ook al het geval was, toen de Voorzitter van het Parlement de Raad welkom heette maar geen enkele reactie ontving. Ik vind dit jammer, maar kan er niets aan veranderen, dus moet het debat zoals gepland doorgang vinden. Ik geef u wederom het woord als rapporteur, zodat u het debat over dit verslag en dit onderwerp kunt inleiden.

 
  
MPphoto
 

  Søren Bo Søndergaard, rapporteur. − (DA) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste wil ik zeggen dat ik het ten zeerste betreur dat we dit debat voeren zonder dat de Raad aanwezig is, aangezien het nu juist de begroting van de Raad is die we in dit debat behandelen. Het is toch een absurde situatie dat de Raad het debat niet eens wil aanhoren, ook al gezien het feit dat de Commissie begrotingscontrole met een grote meerderheid heeft besloten om het Parlement aan te bevelen zijn besluit voor het verlenen van kwijting aan de Raad voor zijn begroting 2007 uit te stellen.

Waarom doen we deze aanbeveling? Doen we dit, omdat we fraude en onregelmatigheden vermoeden? Het antwoord is nee. We hebben geen aanwijzingen of informatie die in die richting wijzen. Waarom dan wel deze aanbeveling? We stellen voor het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Raad uit te stellen, omdat onze commissie geen officiële antwoorden heeft gekregen van de Raad met betrekking tot een aantal onduidelijkheden in de begroting. Misschien zijn deze onduidelijkheden in feite te wijten aan misverstanden, maar in dat geval heeft de Raad ervan afgezien deze misverstanden op te helderen, wat de Raad natuurlijk had kunnen doen door gewoon antwoord te geven op onze vragen.

Krachtens punt 42 van het Interinstutioneel Akkoord mag de begroting van de Raad geen operationele uitgaven op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid bevatten. Als vertegenwoordigers van de Europese belastingbetalers hebben wij de taak gekregen om ervoor te zorgen dat deze afspraak wordt nagekomen, maar daarvoor moeten we niet alleen de mogelijkheid hebben om de Raad vragen te stellen, maar ook daadwerkelijk antwoorden op onze vragen krijgen.

We hebben een lijst met een aantal vragen opgesteld, die als bijlage aan het verslag is toegevoegd. Enkele van deze vragen zijn zeer eenvoudig en zouden gemakkelijk beantwoord moeten kunnen worden. Een voorbeeld: hoeveel rekeningen buiten de begroting om had de Raad in 2007? Welke bedragen werden door deze rekeningen gedekt en waarvoor werden ze gebruikt? Een ander voorbeeld: is er een verklaring voor het feit dat de interne controleur van de Raad tot de conclusie kwam dat de controle vooraf bij de verificatie van facturen niet op een bevredigende manier functioneerde? Een laatste voorbeeld: waarom is het nodig om jaar na jaar zeer grote bedragen van de begrotingslijn voor vertolking over te hevelen naar de begrotingslijn voor reiskosten? Ondanks herhaaldelijke verzoeken van mijzelf als rapporteur en van heel de Commissie begrotingscontrole heeft de Raad tot op de dag van vandaag geen officiële antwoorden op deze vragen willen geven.

Dit is natuurlijk een groot probleem, niet alleen voor de Commissie begrotingscontrole, maar voor het hele Parlement. Hoe kunnen we kwijting verlenen voor de uitvoering van een begroting – dat wil zeggen er tegenover de kiezers de verantwoordelijkheid voor nemen dat deze begroting juist is – zonder dat we weten wat er achter de cijfers schuilgaat? Dat zou absurd zijn.

Wij van de Commissie begrotingscontrole zijn aardige mensen. Daarom vinden we dat we de Raad nog een kans moeten geven om op onze vragen te antwoorden en stellen we het Parlement voor om het kwijtingsbesluit over de begroting van de Raad uit te stellen. Dat zou namelijk betekenen dat de kwestie in november weer aan de orde komt en dat de Raad enkele maanden de tijd krijgt om te overwegen of openheid toch niet beter is dan geslotenheid.

Ik hoop dat we met het debat van vandaag en met de stemming morgen duidelijk het punt maken dat we niet blindelings ons fiat geven aan duistere krachten. Wij willen openheid en transparantie en wij willen volledig inzicht in de manier waarop geld van belastingbetalers wordt besteed. Dat is wat we vandaag willen en wat we willen na de verkiezingen in juni.

 
  
MPphoto
 

  José Javier Pomés Ruiz, namens de PPE-DE-Fractie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik lees in het toepasselijke Financieel Reglement dat de secretaris-generaal en hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, bijgestaan door de adjunct-secretaris-generaal, volledig verantwoordelijk is voor het beheer van de kredieten opgenomen in afdeling II – Raad – van de begroting, en alle maatregelen dient te nemen die nodig zijn om het goede beheer daarvan te waarborgen.

Waar is de heer Javier Solana? Waar is de adjunct-secretaris-generaal? Die is hier niet aanwezig in dit debat, ook al is er, volgens de enige informatie waarover we beschikken, te weten het verslag van de intern controleur, sprake van een rekening B, een rekening hors budget, een buiten de begroting vallende rekening binnen de Raad. Krachtens het Financieel Reglement is daarvoor de heer Javier Solana verantwoordelijk, niet het Tsjechisch of het Frans voorzitterschap, maar de heer Javier Solana en zijn adjunct.

Wat is die rekening B?

De controleur zegt dat die post moet worden verwijderd. Wij willen weten waarvoor die post is gebruikt en waarom.

Wij willen weten waarom van de 650 miljoen die de heer Solana beheert, een bedrag van 13 miljoen aan vertolking, onder zijn verantwoordelijkheid dus, is overgeboekt naar reizen in 2006, terwijl in 2007 voor laatstgenoemde post geen extra geld is gereserveerd. Het is een terugkerend patroon, en we weten niet wat al dat gereis inhoudt, waarvoor die middelen uiteindelijk gebruikt worden.

We zijn boos, omdat op de democratische controle die dit Parlement uitoefent op alle rekeningen die worden gefinancierd door de belastingbetalers in de Europese Unie, er maar één uitzondering is: de rekeningen die de Raad bijhoudt. Die worden niet door accountants gecontroleerd. Als leden van het Parlement is ons nog niet één officiële vergadering met de Raad gegund om het over de rekeningen te hebben.

Ze hebben ons geen papieren willen geven. Ze hebben ons geen documenten willen geven. Zij gaan ervan uit dat wij niet bevoegd zijn om de Raad te controleren; die vlieger ging op toen de Raad louter administratieve taken had, maar inmiddels zijn met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid operationele uitgaven gemoeid en wij zien niet in waarom die niet onder de democratische controle zouden vallen.

Ik wil hier daarom stellen dat de houding van de secretaris-generaal, de heer Javier Solana, onacceptabel is en dat het Europees Parlement derhalve in dit geval zal voorstellen om de rekeningen van de Raad niet goed te keuren, zoals tien jaar geleden gebeurde toen de heer Elles zei dat hij de rekeningen van de Commissie niet goedkeurde, hetgeen het aftreden van de Commissie-Santer teweegbracht.

 
  
MPphoto
 

  Costas Botopoulos, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, we staan op het punt een besluit van groot belang te nemen. De sociaaldemocratische fractie is om vier principiële redenen vóór uitstel.

De eerste reden is de geloofwaardigheid en de rol van ons eigen Parlement. Het is van groot belang om van meet af aan duidelijk te maken wat het Parlement wel en wat het Parlement niet kan doen. Wat het in ieder geval kan en moet doen is de rekeningen van de Raad democratisch controleren, ondanks het gesloten herenakkoord.

De tweede reden is het interinstitutioneel evenwicht. Het is belangrijk dat we als Parlement geen dingen doen die we niet kunnen doen, maar het is ook van groot belang erop te wijzen dat we recht hebben op een eigen mening, op een standpunt over de rekeningen van de Raad en over de vraag wanneer deze rekeningen operationeel zijn en waar deze operationele rekeningen moeten worden verantwoord. Dat is het democratische beginsel en dat is wat we op het punt staan te doen. Iets anders zeggen we niet. We zeggen gewoon dat we onze plicht willen doen.

De derde reden is de eerbiediging en de voorbereiding van het Verdrag van Lissabon. Collega’s, u weet heel goed dat het gemeenschappelijke externe beleid door het Verdrag van Lissabon veel meer diepte en elan krijgt. Het wordt daarmee een veel belangrijker gemeenschappelijk beleid, en we kunnen niet vanaf het begin zeggen dat het Parlement helemaal geen invloed op dat beleid zal hebben. We moeten nu de kans krijgen te zeggen wat de rol van het Parlement is.

Het laatste – en waarschijnlijk belangrijkste – punt is transparantie ten opzichte van de burger. Het is onze taak als Parlement rekenschap af te leggen aan de burger. We kunnen en mogen niet tegen de burger zeggen dat belangrijk gemeenschappelijke beleid, zoals het externe en defensiebeleid, buiten de democratische controle van ons Parlement ligt.

Om deze vier belangrijke principiële redenen vinden wij dus dat we vóór uitstel moeten stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Kyösti Virrankoski, namens de ALDE-Fractie. (FI) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de heer Søndergaard bedanken voor zijn uitstekende verslag.

Het verslag over de kwijtingverlening aan de Raad is erg lang en gedetailleerd. Het is ook gebaseerd op verwijzingen naar documenten en het EU-Verdrag.

Het grootste probleem is transparantie. De begroting van de Raad betreft slechts ten dele de administratie, aangezien een groot deel van de middelen voor operationele zaken is gereserveerd, zoals het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. De Raad is niet echt bereid met de Commissie begrotingscontrole te praten over de uitvoering van de begroting of de gevraagde documenten te overhandigen.

Het Europees Parlement is samen met de Raad de bevoegde autoriteit voor de EU-begroting. Ook ziet het toe op het gebruik van middelen en de algemene uitvoering van de begroting.

Voor zover ik kan beoordelen heeft juist het gebrek aan samenwerking de Commissie begrotingscontrole ertoe aangezet uitstel van kwijting voor te stellen, en niet de manier waarop de middelen zouden zijn beheerd. Dit is een lastig probleem, omdat een goede samenwerking tussen het Parlement en de Raad essentieel is voor een vruchtbaar Europees beleid. Daarom zal mijn fractie vanavond haar definitieve standpunt bepalen.

 
  
MPphoto
 

  Bart Staes, namens de Verts/ALE-Fractie. – Bedankt mijnheer Søndergaard, een pracht van een verslag, alles staat erin. Maar Voorzitter, ik zou u en het Bureau van het Parlement willen vragen kennis te nemen van de afwezigheid van de Raad en het niet hierbij te laten. Wij mogen niet met ons laten sollen. Ik zou erop willen aandringen dat het Bureau overweegt om een heel strenge protestbrief naar de Raad te sturen met de boodschap dat dit niet kan.

Inderdaad, het is zo, wij gaan uitstel verlenen. Dit is zeer duidelijk nu. Wij kunnen geen kwijting verlenen aan de Raad. Het gaat inderdaad niet om fraude. Het gaat om een principiële zaak, namelijk om transparantie. 650 miljoen euro uit de Europese begroting wordt door de heer Solana op het gebied van defensie-, veiligheids- en buitenlands beleid beheerd en niet gecontroleerd. Dit kan niet in een democratie. Daaraan moet paal en perk worden gesteld. Vandaar de terechte eisen inzake een activiteitenverslag, transparantie en duidelijkheid.

Maar er is méér. Als rapporteur over BTW-fraude heb ik bij mijn verslag dat op 4 december is goedgekeurd, duidelijk een aantal vragen aan de Raad gesteld en om een reactie gevraagd. Wij zijn ondertussen vier à vijf maanden verder en bij de Raad blijft het oorverdovend stil, terwijl het gaat om een geschatte fraude van tussen de 60 en 100 miljard euro per jaar. De Raad moet hier optreden. Er is coördinatie nodig in de strijd tegen BTW-fraude en zolang het daar op die banken stil blijft, zolang zal ik geen kwijting verlenen aan de Raad.

 
  
MPphoto
 

  Jens Holm, namens de GUE/NGL-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ook ik zou dezelfde vraag willen stellen: waar is de Raad in dit debat? Het is immers de Raad en zijn begrotingsbeheer die wij moeten controleren. Ik vind het opmerkelijk dat hier niemand van de Raad is om op vragen te antwoorden. Wij van de Commissie begrotingscontrole, en met name onze rapporteur, de heer Søndergaard, hebben namelijk vele vraagtekens geplaatst bij de manier waarop de Raad met zijn financiën omgaat. We hebben er herhaaldelijk op gewezen maar geen bevredigende antwoorden gekregen.

Twee voorbeelden: in 2006 besteedde de Raad 12,6 miljoen euro aan reizen. Dat geld was bedoeld voor tolkdiensten. Ik wil het volgende vragen aan de Raad – maar als de Raad niet kan antwoorden, kan de Commissie dat misschien: waar gingen die reizen in 2006 heen? Waar staan die twaalf miljoen euro voor?

De Raad heeft ook geheime rekeningen, zogenaamde comptes hors budget. De interne controleur heeft de Raad aangespoord om die rekeningen te sluiten, maar zonder succes. Ik zou willen vragen waarom dat niet is gebeurd. Hoeveel van die buiten de begroting vallende rekeningen bestaan er? Wat staat er op die rekeningen?

Het is onze taak als leden van het Europees Parlement het gebruik van de begrotingsmiddelen door de Raad te controleren. Wij doen dat omdat wij de belastingbetalers vertegenwoordigen. Het is de taak van de Raad om onze vragen te beantwoorden. Wat is er met die twaalf miljoen euro gebeurd? Wat staat er op de geheime rekeningen? Hoeveel van dergelijke geheime rekeningen zijn er?

Als wij geen bevredigend antwoord krijgen – wat tot dusver niet is gebeurd – zullen wij de Raad morgen geen kwijting verlenen.

 
  
MPphoto
 

  Nils Lundgren, namens de IND/DEM-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, wij worden geconfronteerd met een van de echt belangrijke, principiële kwesties. Men zou kunnen zeggen dat ik als vertegenwoordiger van een eurosceptische partij van mening ben dat het in het algemeen de Raad is die de Europese samenwerking moet domineren en dat dit Parlement zich bezig moet houden met de interne markt en grensoverschrijdende milieukwesties. Er is nu echter een derde kwestie opgedoken. De Raad en dit Parlement zijn in principe op voet van gelijkheid verantwoordelijk voor de begroting en voor de vraag voor welke doeleinden het geld van de belastingbetaler wordt gebruikt. Nu is volgens mij iets ongehoords gebeurd: de Raad houdt geheim waar het geld heengaat. Het ontbreekt daarom aan transparantie. De burgers kunnen niet zeggen: ”Ik aanvaard dit omdat ik weet waar het geld heen gaat.” Daarom zeg ik – en voor zover ik heb begrepen zijn alle sprekers in dit Parlement het voor een keer eens – dat er geen sprake kan zijn van verlening van kwijting aan de Raad zolang we niet weten waar het geld heen is gegaan.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb om het woord gevraagd als overtuigd voorstander van Europa en weet zeker dat wij nu net een lesje hebben gekregen in EU-democratie zoals deze niet moet zijn. Dat de Raad het volstrekt onnodig acht om op enigerlei acceptabele wijze op de onmiskenbare terechtwijzingen van het Parlement in te gaan, toont aan dat al die EU-critici en anderen die het instituut inmiddels zat zijn, helaas gelijk hebben, omdat wij juist de grondbeginselen waarop een democratie zou moeten berusten, volkomen aan onze laars lappen.

Wij laten immers – verdrag na verdrag – toe dat het machtscentrum, de Raad, zich onverminderd aan ons wakend oog onttrekt, aantoonbaar lui en incompetent is, en feitelijk achter de schermen opereert. Ik zeg lui, omdat aantoonbaar is dat de meeste ministers – degenen dus die achter gesloten deuren de echt belangrijke beslissingen voor Europa nemen – vaak schitteren door afwezigheid en op belangrijke punten de besluitvorming aan ambtenaren overlaten. Zo ging het er ook aan toe in Oostenrijk tot 1848, daarna werd het een beetje beter. Dat is geen democratie.

De Raad is niet eens genegen om openheid van zaken te geven over de te behandelen agendapunten. Je kunt als afgevaardigde – zoals ik heb gedaan –, in heel beperkte mate en puntje voor puntje je weg erin vinden via parlementaire vragen, en de resultaten zijn verschrikkelijk. Ze voeren domweg geen klap uit. Degenen die qua wetgeving belangrijker zijn dan wij hier in het Parlement nemen niet de moeite om te komen opdraven; ze laten dat gewoon aan anderen over.

Verder wordt beweerd dat de Raad transparanter geworden is, maar in werkelijkheid is sinds het besluit van de EU-Raad van 2006 het tegendeel het geval. Slechts één van de 130 agendapunten in de belangrijkste Raad, te weten de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, is in 2008 openbaar behandeld. Al het andere wordt in afzondering bekokstoofd. Al het andere verloopt nog geheimzinniger dan bij de maffia.

Tot slot nog iets over de aanwending van de middelen. Waar gaan al die miljoenen eigenlijk naartoe? Waarom geeft de Raad geen openheid van zaken? Wat moeten we denken van een geheime dienst die onder leiding van Javier Solana steeds verder wordt uitgebreid? Die opereert vanuit Spanje, waar wordt toegegeven dat er natuurlijk een communautaire geheime dienst is. Waar gaat al dat geld naartoe? Hoe corrupt en gesloten zijn die mensen eigenlijk?

 
  
MPphoto
 

  Herbert Bösch (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, laat ik om te beginnen de rapporteur feliciteren. Hij heeft simpele vragen gesteld waarop geen antwoorden zijn gekomen. De commissie, die met een overweldigende meerderheid van 27 tegen 2 het verslag-Søndergaard heeft goedgekeurd, feliciteer ik eveneens. De lidstaten schitteren door afwezigheid, en dat terwijl wij – ik herinner u eraan, mijnheer de Voorzitter – het onderwerp als een extra punt op de agenda voor vanmiddag hebben opgenomen bij wijze van gebaar naar de Raad die worstelt met zijn tijdschema. De lidstaten permitteren zich hier dingen die zij thuis wel uit het hoofd zouden laten.

We gaan een verkiezingscampagne in waarin Brussel wel weer als zondebok zal worden aangewezen. Maar de problemen liggen in de hoofdsteden, niet in Brussel. Ik zou soms graag willen dat de Commissie zich op dit punt wat duidelijker aan onze zijde schaarde. In mijn ogen gedraagt zij zich bij tijd en wijle een beetje te laf. De verwijzingen van de rapporteur naar "comptes hors budget" – bij ons noemen we dat zwarte rekeningen – doen me denken aan Eurostat en soortgelijke voorvallen. Dat zal niet lang goed blijven gaan. Het was de taak van onze commissie om tegen deze ontwikkeling te waarschuwen en ik ben er trots op dat zij dit met zo'n grote meerderheid heeft gedaan. Volgens mij hebben we ervoor gezorgd dat de controle goed functioneert. Ik vind dat een positief punt en hoop dat het Parlement morgen met even grote meerderheid ons voorbeeld zal volgen. Er zijn wel degelijk mensen die zich hierom bekommeren. Vervolgens zullen we zien wat de consequenties zijn.

 
  
MPphoto
 

  Paulo Casaca (PSE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wens me aan te sluiten bij de gelukwensen aan de rapporteur voor zijn werk en aan de verschillende fracties, de Commissie en onze commissie in de persoon van de voorzitter. Het bestaan van geheime fondsen is volledig onaanvaardbaar voor ons en het zogenaamde herenakkoord, dat binnenkort 39 jaar wordt, heeft tegenwoordig volgens mij geen enkele reden van bestaan meer.

Wij zijn vandaag de dag zeker geen supportersclub. Nee, wij zijn een Europa van de burgers en dienen aan iedereen rekenschap af te leggen.

Wij hebben hier in het Europees Parlement net een aantal hervormingen in de praktijk gebracht en vanaf de volgende zittingsperiode zijn we volledig bereid integraal verantwoording af te leggen van het beheer van al onze rekeningen.

De Raad dient hetzelfde te doen. Het is uiterst betreurenswaardig dat de Raad de geboden kans hier aanwezig te zijn niet te baat heeft genomen. Juist om de Raad in staat te stellen dit debat bij te wonen hadden we dit tijdstip gekozen. Wij wensen te zeggen dat dit zeker niet zo zal blijven en dat we er alles aan zullen doen om de Raad te dwingen rekenschap af te leggen van de manier waarop hij zijn begroting uitvoert.

 
  
MPphoto
 

  Karl von Wogau (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou dit debat een iets ander accent willen geven, namelijk vanuit het perspectief van de Begrotingscommissie, de Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie veiligheid en defensie. Door enkele opmerkingen in dit debat zou de indruk kunnen ontstaan dat het buitenlands en veiligheidsbeleid niet door het Parlement wordt gecontroleerd. Dat is echter geenszins het geval. De Raad en de Subcommissie veiligheid en defensie werken optimaal samen en wij worden tot in detail op de hoogte gehouden, ook op het gebied van de begroting. De Commissie begrotingscontrole is er niet bij betrokken, maar dit is een interne aangelegenheid van het Europees Parlement. De voorzitters van de Begrotingscommissie, de Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie veiligheid en defensie worden echter regelmatig geïnformeerd over de budgettaire aspecten. Wat daar plaatsvindt, is parlementaire controle.

Daarnaast zijn er aspecten van vertrouwelijke aard en is er een speciale commissie die eveneens door de heer Solana persoonlijk op gezette tijden op de hoogte wordt gehouden van alle bijzonderheden op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid.

Het kan zijn dat bepaalde zaken vanuit het oogpunt van de Commissie begrotingscontrole zeer onbevredigend zijn verlopen. Ik vind het ook vervelend dat de Raad niet aanwezig is bij dit debat, maar door onzinnige uitlatingen, zoals die van de heer Martin, wordt de indruk gewekt dat er in de Europese Unie geen enkele democratische controle plaatsvindt op het belangrijke vraagstuk van het buitenlands en veiligheidsbeleid. Er zijn punten die belangrijker zijn, zoals de vraag via welke rekeningen de reizen van de heer Solana worden gefinancierd. En dan zijn er nog kwesties als de operatie in Tsjaad, in Congo, in Georgië enzovoort. Hier vindt wel degelijk een dialoog en een effectieve democratische controle plaats.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, met een beroep op artikel 149, voorheen artikel 145, vraag ik het woord voor een persoonlijk feit. Ik ben namelijk persoonlijk op iets aangesproken, op het doen van onzinnige uitlatingen. Die suggestie werp ik verre van mij. Al mijn gegevens kunnen worden gestaafd. In de belangrijke comités voor buitenlandse zaken en in andere organen van de Raad, de Raadsformaties, worden de besluiten wel degelijk veelvuldig door ambtenaren genomen, omdat de ministers – om welke reden dan ook – niet komen opdagen. Soms is aantoonbaar dat zij de voorkeur geven aan partijbijeenkomsten.

Verder is het zo dat hier een voorzitter – wiens particuliere zaken eens nodig moeten worden doorgelicht – dingen heeft gezegd waarop men zich mogelijk kan beroepen en die niet zonder weerwoord kunnen blijven. Van controle door het Parlement is geen enkele sprake. Er bestaat niet één controlemogelijkheid voor de verschillende ontwikkelde veiligheidssystemen, en dan heb ik het over inlichtingengebieden. Ik kan daar direct bij aanvoeren dat de inlichtingendivisie INT met dertig medewerkers...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken en tot de orde geroepen)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Neemt u mij niet kwalijk, maar u hebt het woord gekregen om te reageren op een persoonlijk feit, niet om inhoudelijke opmerkingen te maken, en u hebt al gereageerd op het persoonlijk feit.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Ik daag nogmaals de heer von Wogau persoonlijk uit eerst eens openbaar te maken met wie hij zaken doet en van wie hij profiteert met zijn bureau. Dan praten we verder!

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Mijns inziens is deze bewering veel erger dan die van de heer von Wogau. Ook hij heeft nu het woord gevraagd voor een persoonlijk feit en ik geef hem het woord.

 
  
MPphoto
 

  Karl von Wogau (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben zojuist door de heer Martin op schandalige wijze toegesproken. Hoewel ik zeker niet van plan ben om persoonlijke aangelegenheden voor hem uit de doeken te doen, ben ik te allen tijde bereid om op passende wijze informatie over een en ander te verschaffen, want hier wordt gezinspeeld op iets dat elke grond ontbeert.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, om te beginnen stel ik vast dat het goed zou zijn geweest als de heer Václav Klaus – toen hij in de plenaire vergadering aanwezig was – zijn standpunt had bepaald tegenover de genoegzaam bekende verwijten. Het had er beslist toe bijgedragen dat de scheiding der machten, die op Europees niveau prima functioneert, in het juiste licht zou zijn geplaatst.

Ten tweede distantieer ik mij van de uitspraak waarin Raad en maffia op één lijn worden gesteld. Dergelijke uitlatingen geven geen pas in een beschaafde democratie.

Ik vind verder dat de nationale rekenkamers best eens wat nauwer met het Europees Hof van Justitie zouden mogen samenwerken. Juist met betrekking tot de Raad is nationale controle door de parlementen heel belangrijk werk dat regelmatig moet worden uitgevoerd. Ook belangrijk is dat de Europese Rekenkamer de verrichtingen uitvoerig analyseert en de nodige gegevens beschikbaar stelt.

Mijns inziens laat de door ons gewenste transparantie zich ook rechtvaardigen door het Verdrag van Lissabon en daarom moeten we er met klem op aandringen dat de gang van zaken rondom dit verdrag zo spoedig mogelijk tot een positief einde komt.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Herbert Bösch, voorzitter van de Commissie begrotingscontrole.(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik kom kort terug op de eerdere opmerkingen van de heer von Wogau. Mijnheer von Wogau, u mag dan wel beschikken over een orgaan dat heel boeiend over de toekomstplannen beraadslaagt, maar het is niet de taak van drie voorzitters of van een bont gezelschap binnen een orgaan om kwijting te verlenen; dat is namelijk een taak van de Commissie begrotingscontrole en daarna van de plenaire vergadering. Als u ons kunt vertellen wat er gebeurt met de zwarte rekeningen van de Raad, doet u dat dan! Ik ben ervan overtuigd dat u het niet weet en wij weten het ook niet. Wij nemen echter met de kwijting de volle verantwoordelijkheid op ons van hetgeen de Raad wel of niet heeft gedaan.

We zitten hier niet op de kleuterschool! Als we niet weten wat ze gedaan hebben, kunnen we ook niet de verantwoordelijkheid op ons nemen, anders maken we ons ten overstaan van de wereld belachelijk. Het staat eenieder vrij om morgen kwijting te verlenen, maar ik raad het af en pleit voor uitstel.

 
  
MPphoto
 

  Ingeborg Gräßle (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij hebben belang bij de oplossing van dit conflict, maar die ligt alleen in het verschiet als de Raad in beweging komt.

We hebben procedures gevolgd, we hebben rapporteurs gezonden, de vier coördinatoren hebben brieven geschreven en vragen gesteld, en telkens werden we afgescheept met de verwijzing naar het gentlemen's agreement. Maar pardon, dat was toch nooit op de kwijting van toepassing? Dat gold toch altijd alleen maar voor de begrotingsvergadering – en dan enkel voor het administratieve deel? Op het operationele deel is het gentlemen's agreement nooit van toepassing geweest. Toen het destijds tot stand kwam, bestond er nog helemaal geen operationeel deel.

De Raad moet ons een oplossing aanbieden. Hij heeft er de tijd voor, en wij verzoeken hem enige spoed te maken daarmee. Ik schaam mij een beetje voor de Raad tegenover de toehoorders daarboven, want die worden hier geconfronteerd met het slechte, het arrogante Europa. We leven niet meer in een monarchie. Het wordt tijd dat de Raad hier meegaat op de weg van de democratie, van een grotere democratie, op de weg die de Raad overigens ook altijd in de Verdragen bewandelt.

Wij vragen dringend op te houden met het belachelijk maken van dit Parlement, en de Raad moet ophouden zichzelf voor schut te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Pierre Pribetich (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, misschien is het symbolisch voor deze institutionele driehoek, maar we zien vandaag met verbazing dat er bij een essentiële handeling van het Europees Parlement, deze kwijtingverlening, een grote afwezige is. Ik denk hierbij, waarde collega’s, aan de bezoekers die dit spektakel meemaken, een spektakel waarin enkelen meedelen dat er “comptes hors budget” bestaan die niet in het openbaar kunnen worden behandeld, dat wil zeggen, zonder transparantie, en waarin de Raad niet aanwezig is om eventuele moeilijkheden of een andere situatie te verklaren.

Ik ben van mening dat wij als Parlementsleden deze situatie, deze betreurenswaardige afwezigheid van de Raad, niet kunnen accepteren. We kunnen alleen protesteren en vooral doen wat de voorzitter van de Commissie begrotingscontrole heeft aangegeven: deze kwijting uitstellen, omdat het Parlement zichzelf anders belachelijk zou maken door rekeningen goed te keuren die het niet kent en die het niet heeft kunnen bekijken.

Om eerlijk te zijn, mijnheer de Voorzitter, zou de Raad weer het voortouw moeten nemen en informatie moeten geven die noodzakelijk is in het kader van de transparantie en vermijden dat de eurosceptici op deze manier zullen aangeven dat wij niet transparant zijn en dat wij fouten begaan ten nadele van met name de democratie.

 
  
MPphoto
 

  Søren Bo Søndergaard, rapporteur. − (DA) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste wil ik zeggen dat het mij ten zeerste verheugt dat er zo’n grote mate aan overeenstemming is in de standpunten die we vandaag hebben gehoord en ik hoop dat dit een zekere indruk maakt op de Raad. Ik kan mij volledig vinden in wat de voorzitter van de Commissie begrotingscontrole, de heer Bösch, heeft gezegd tegen de heer Von Wogau, en daar wil ik nog verder op doorgaan en de heer Von Wogau de volgende vraag stellen: waarom zouden wij als Parlement kwijting moeten verlenen, als we geen informatie kunnen krijgen?

Als dit nu een kwestie was waarvoor een ander orgaan verantwoordelijk was, zouden we er niet bij betrokken hoeven te zijn, maar aangezien het aan ons is om kwijting te verlenen, nemen we daarmee ook een verantwoordelijkheid op ons. Kwijting verlenen betekent verantwoordelijkheid nemen en dat kunnen wij alleen als we de nodige informatie tot onze beschikking hebben. Het kan goed zijn dat die informatie wel bij andere leden van het Parlement bekend is, maar waarom kan de Commissie begrotingscontrole er dan niet over beschikken, terwijl dit nu juist de commissie is die dit onderwerp moet behandelen?

Daarom sta ik volledig achter het voorstel van de heer Staes, namelijk om het Bureau te verzoeken protest aan te tekenen bij de Raad, met name omdat er niet-ondertekende documenten circuleren die de indruk wekken van de Raad afkomstig te zijn en die halve verklaringen van de Raad bevatten over de door ons gestelde vragen. Dit is een totaal onacceptabele situatie, waarbij de pers niet-ondertekende documenten in handen krijgt die beweren antwoord te geven op vragen, terwijl de Raad hier niet komt opdagen om zijn standpunten toe te lichten. Om deze reden ben ik beslist van oordeel dat het goed zou zijn als we het voorstel uitvoeren om het Bureau een protest bij de Raad te laten indienen.

Verder wil ik alleen nog de Commissie begrotingscontrole bedanken. Ik ben van mening dat we in de commissie uitstekend werk hebben verricht en dit onderwerp zeer zorgvuldig hebben behandeld.

(EN) Ah, de Raad is gearriveerd! Heel goed.

(Applaus)

Misschien kunnen we beter van voren af aan beginnen! Ik geef de Voorzitter de gelegenheid weer bij het begin van de discussie te beginnen zodat we de Raad vragen kunnen stellen. Ik stel voor dat de Voorzitter dat doet.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dat staat de Raad uiteraard vrij, maar hij is hier voor het volgende debat.

(Protest)

Ik zal er in elk geval voor zorgen dat het fungerend voorzitterschap de zorgen van het Parlement, zoals die in het laatste debat over begrotingskwijting naar voren zijn gebracht, begrijpt. Ik ben ervan overtuigd dat de minister deze boodschap mee terug naar Praag zal nemen.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid