Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2007/0098(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0210/2009

Debatten :

PV 22/04/2009 - 12
CRE 22/04/2009 - 12

Stemmingen :

PV 23/04/2009 - 8.2
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0276

Debatten
Woensdag 22 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

12. Toegang tot de markt voor touringcar- en autobusdiensten (herschikking) - Voorwaarden voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer - Toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (herschikking) (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

– de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten (herschikking) (11786/1/2008 - C6-0016/2009 - 2007/0097(COD)) (rapporteur: Mathieu Grosch) (A6-0215/2009),

– de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad (11783/1/2008 - C6-0015/2009 - 2007/0098(COD)) (rapporteur: Silvia-Adriana Ţicău) (A6-0210/2009), en

– de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie vervoer en toerisme betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (herschikking) (11788/1/2008 - C6-0014/2009 - 2007/0099(COD)) (rapporteur: Mathieu Grosch) (A6-0211/2009).

 
  
MPphoto
 

  Mathieu Grosch, rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ga ervan uit dat de drie verslagen die deel uitmaken van het wegenpakket gecombineerd worden behandeld.

Mijn dank gaat uit naar de Raad en de medewerkers van de Commissie. Wij hebben met ons werk in de afgelopen drie jaar een goed resultaat geboekt.

Het weg- en goederenvervoer in de Europese ruimte neemt ongeveer 75 procent van al het vervoer voor zijn rekening en biedt werk aan twee miljoen mensen. In mei 2009 worden de markten voor vijfentwintig landen opengesteld en dus waren nieuwe regelingen geboden. De voorstellen van de Commissie gingen ook in die richting.

Wat het verslag van collega Ţicău betreft – ik bedank haar en alle rapporteurs die zich met het wegenpakket hebben beziggehouden voor de constructieve samenwerking – is het belangrijk dat wij hier duidelijke accenten plaatsen voor de vervoerders. Zij moeten in heel Europa hun betrouwbaarheid bewijzen en aantonen over een goede financiële structuur te beschikken. Vervoersmanagers moeten kunnen aantonen dat ze jarenlange ervaring hebben of hoog zijn opgeleid. Ernstige overtredingen kunnen leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus, wat onder andere betekent dat de lidstaten ook na de inwerkingtreding van deze verordening controles moeten uitvoeren en overtreders moeten vervolgen. Daar ontbreekt het vaak aan in het vervoer.

De amendementen van het Parlement zijn voor meer dan de helft aanvaard. Ik wil ze niet allemaal apart behandelen, maar noem hier wel een voor mij heel belangrijk resultaat van de informele trialoog, te weten de bestrijding van postbusfirma's. Die zorgen voor concurrentieverstoringen en een verzwakking van plaatselijke ondernemingen. Door deze vestigingsvorm aan banden te leggen, kan sociale en fiscale dumping worden vermeden. Ook dit vraagstuk maakte deel uit van het wegenpakket.

Wat de toegang tot de markt voor autobussen en vrachtwagens betreft, draaide deze verordening met name ten aanzien van bussen grotendeels om de zogeheten 12-dagenregel, omdat we op alle andere punten al gauw tot overeenstemming waren gekomen. De invoering van de mogelijkheid om de wekelijkse rusttijd na twaalf dagen te nemen is geen compromis met betrekking tot de veiligheid. De dagelijkse rij- en rusttijden moeten worden aangehouden en bij de ritten in kwestie overschrijdt een chauffeur nooit de toegestane dagelijkse rijtijden. De twaalfdaagse reizen leveren bovendien een bijdrage aan het samengroeien van Europa en zijn voor veel mensen een goedkope manier van vakantie houden.

Het grootste punt van discussie met betrekking tot de markttoegang betrof het goederenvervoer. Het Parlement heeft daarbij niet alles bereikt wat het wilde. We hebben echter een goed compromis kunnen sluiten. Ik vind dit compromis – met name voor de cabotage: drie ritten in zeven dagen – een goed uitgangspunt. Het gaat er uiteindelijk om de diensten in een derde land te reguleren. Op middenlange termijn moet de cabotagemarkt worden opengesteld. We verwachten dat de Commissie komt met voorstellen op dit punt, want het uitoefenen van cabotage moet ook tot gevolg hebben dat lege ritten worden vermeden. De voorlopige beperking ervan willen we echter niet als protectionisme beschouwen. In deze periode, waarin de sociale en fiscale harmonisering op vervoersgebied ontoereikend is, was het goed om cabotage aan banden te leggen teneinde onzuivere concurrentie te voorkomen. We mogen echter geen twee jaar wachten tot we deze verordening gaan toepassen. Zes maanden voor de cabotage en de 12-dagenregel moeten genoeg zijn.

Ik wil ook een duidelijk antwoord van de Commissie op de vraag of landen die op grond van artikel 306 van het Verdrag hun cabotagemarkt al hebben opengesteld dat met deze verordening onbelemmerd kunnen blijven doen. Ik hoop dat de Commissie vandaag nog een helder standpunt afgeeft ten aanzien van een verdere openstelling van de cabotagemarkt en artikel 306.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău, rapporteur.(RO) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik geef er de voorkeur aan om vijf minuten te gebruiken voor mijn inleiding en één minuut over te laten voor mijn conclusies.

In de ontwerpverordening worden de voorwaarden wat betreft locatie, karakter, financiële situatie en beroepskwalificaties aangegeven waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer te kunnen uitoefenen. In de onderhavige verordening wordt tevens bepaald onder welke voorwaarden een bedrijf een vervoersmanager kan aanstellen, worden de vergunnings- en toezichtprocedures versterkt, regels voor elektronische registers en de bescherming van elektronische gegevens opgesteld, sancties geformuleerd voor niet-naleving van de regelgeving en wordt een systeem geïntroduceerd voor de wederzijdse erkenning van diploma’s en verworven rechten.

In de eerste lezing, die vorig jaar mei werd afgesloten met de stemming in de plenaire vergadering, stond het Parlement erop dat de vervoersmanager een contractuele band had met het bedrijf en stelde het een maximum vast voor het aantal voertuigen dat een vervoersmanager mag beheren.

Daarnaast zijn er wijzigingen voorgesteld om de eis dat een bedrijf een vaste locatie moet hebben aan te scherpen. Een bedrijf kan zijn goede reputatie verspelen als het zich inlaat met mensen- of drugshandel.

Het Parlement heeft een lijst opgesteld met ernstige overtredingen die tot uitsluiting van de beroepsuitoefening leiden. Bepalingen met betrekking tot kleine overtredingen zijn geschrapt. Verzekeringen worden nu geaccepteerd als bewijs van financiële draagkracht, en de “quick ratio” van vlottende activa is vervallen.

Een verplicht schriftelijk examen in het land van vestiging is echter nog steeds een voorwaarde voor de uitoefening van dit beroep, waarbij echter de mogelijkheid wordt geboden om personen met tien jaar ononderbroken praktijkervaring van het examen vrij te stellen.

Tot slot worden verworven rechten opgeheven en moet de Commissie mededelen welke gevolgen de uitbreiding van de verordening naar motorvoertuigen die wegens hun bouw en inrichting voor het vervoer van maximaal negen personen (bestuurder inbegrepen) geschikt zijn en bestemd worden, mogelijk zal hebben.

In het gemeenschappelijk standpunt zijn 70 van de 113 amendementen van het Parlement in hun geheel of inhoudelijk overgenomen, waaronder de amendementen met betrekking tot kleine overtredingen, de vaststelling van de band tussen bedrijven en vervoersmanagers, beroepsmiddelen voor de adressaten van besluiten inzake de uitoefening van het beroep van vervoersmanager, wederzijdse erkenning van attesten, verworven rechten, uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten, alsmede uitsluiting van het beroep in geval van betrokkenheid bij mensen- of drugshandel.

Zowel het Parlement als de Raad staan een stapsgewijze benadering van registers voor. De Commissie zal uiterlijk eind 2009 de gegevensstructuur voor nationale elektronische registers definiëren, maar de twee instellingen hebben wel elk een ander tijdschema voor uitvoering voorgesteld, waarbij de Raad verzoekt om een langere periode.

Ook op andere vlakken verschilde het aanvankelijk standpunt van de Raad van dat van het Parlement, maar na lange, vruchtbare onderhandelingen konden beide instellingen een acceptabel compromis vinden.

Het Parlement heeft een flexibeler tijdschema voor de implementatie en koppeling van nationale elektronische registers geaccepteerd (31 december 2012). Er is overeengekomen dat grote overtredingen pas na 2015 in nationale elektronische registers zullen worden opgenomen. De beperking op de geldigheidsduur van de vergunning voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer wordt opgeheven, het examen wordt ook in de toekomst afgenomen in de lidstaat van vestiging, de structuur van de elektronische registers zal een openbaar en een vertrouwelijk deel bevatten en de verwijzingen in de artikelen van de verordening naar het beperken van vergunningen voor toegang tot de wegvervoermarkt worden geschrapt; bijna al deze verwijzingen staan alleen in de twee verordeningen van de heer Grosch.

Ik zie uit naar de opmerkingen van mijn collega’s. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Pavel Svoboda, fungerend voorzitter van de Raad. (CS) Geachte dames en heren afgevaardigden, ik vertegenwoordig hier vandaag mijn collega Petr Bendl, de minister van Verkeer, die vandaag onverwacht in Praag moest blijven.

Dank u wel dat u mij de gelegenheid heeft gegeven om me tot u te richten voordat u morgen gaat stemmen over het wegvervoerpakket. Ik zou graag willen benadrukken dat het Tsjechisch voorzitterschap er groot belang aan hecht dat de procedures voor de aanneming van dit pakket snel worden afgerond. Dit is een belangrijk pakket gezien de behoefte aan een duidelijke en geharmoniseerde benadering. De lidstaten kennen vele uiteenlopende procedures voor de gebruikmaking van het huidige cabotagesysteem alsook voor de toegang tot de markt voor goederenvervoer over de weg.

Het voorzitterschap is er met de hulp en de ondersteuning van de rapporteurs in geslaagd het hele proces rond dit belangrijke wetgevingspakket tot een goed einde te brengen. Ik weet dat iedereen zich hier hard voor heeft ingezet en dat alle partijen water in de wijn hebben moeten doen. Eenieder heeft zich tijdens de onderhandelingen op constructieve wijze ingezet voor een akkoord in tweede lezing. De belangrijkste resultaten van onze onderhandelingen kunnen als volgt worden samengevat: nadere specificatie van de cabotageregels, de mogelijkheid voor buschauffeurs om van tijd tot tijd twaalf achtereenvolgende dagen in het buitenland op pad te zijn, alsook strenger toezicht op vervoersbedrijven. Het wegvervoer kan nu versneld profijt trekken van vereenvoudigde regels en toezichthoudende mechanismen op het gebied van cabotage, alsook van uniforme en afdwingbare regels voor de toegang tot de markt voor goederenvervoer over de weg. Hiermee worden tevens duidelijke regels in het leven geroepen ter bestrijding van misbruik en wordt aldus bijgedragen tot eerlijke mededinging, grotere doeltreffendheid en beter toezicht op dit gebied.

Het compromis inzake cabotage vormt een grote bijdrage aan een transparante, doeltreffende en veiligere markt voor goederenvervoer over de weg. Het draagt bij aan een verdere verbetering van de markt voor goederenvervoer over de weg en creëert tegelijkertijd een rechtvaardiger en transparanter kader voor het hele goederenvervoer over de weg. Er zullen hiermee in de EU minder lege voertuigen rondrijden, hetgeen bijdraagt aan een verlaging van de CO2-uitstoot. Met het compromis wordt er tevens vanuit gegaan dat de lidstaten de desbetreffende veiligheidsmechanismen toepassen om verstoring van de markt voor goederenvervoer over de weg door cabotage te voorkomen. De nieuwe cabotageregels worden zes maanden na publicatie in het Publicatieblad van toepassing. Verder zal de Europese Commissie in 2013 bekijken of er verdere stappen genomen kunnen worden om de markt voor het goederenvervoer over de weg op te stellen en overgegaan kan worden tot liberalisering van het cabotagesysteem.

Ik ervan overtuigd dat het nieuwe rechtskader voor het vervoer van goederen en passagiers in de Europese Unie een grote bijdrage zal leveren aan een snel en duurzaam herstel van de economie in de EU. Ik zou graag het Parlement willen bedanken voor zijn pogingen om te komen tot een akkoord over dit pakket. Daarbij wil ik met name de rapporteurs, mevrouw Silvia-Adriana Ţicău en de heer Mathieu Grosch, bedanken voor hun niet aflatende inzet, die mede geleid heeft tot dit positieve resultaat.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Raad, geachte afgevaardigden, de Commissie verwelkomt het akkoord dat is bereikt over het wegvervoerpakket met groot genoegen. Op deze manier kunnen we namelijk de wetgevingsprocedure afronden in een periode waarin de vervoerssector behoefte heeft aan eenvoudige en efficiënte regels en tegelijkertijd wil worden bevrijd van nutteloze bureaucratische banden.

Ik moet hieraan toevoegen dat het besluit dat wij thans nemen onze wegen ook veiliger maakt, want ik denk dat wij, telkens als wij ons speciaal inzetten voor de vervoerssector en voor het wegvervoer, altijd het doel voor ogen moeten hebben om het aantal verkeersslachtoffers in onze Europese Unie te halveren. De bepalingen die het Parlement momenteel aanneemt dragen naar mijn mening bij aan dit doel.

Wij zijn ook tevreden omdat dit aan de vooravond van de verkiezingen een nieuw signaal is van de Europese instellingen aan de burgers, een teken dat de wetgevingsprocedure kan worden afgesloten in de tweede lezing, binnen slechts twee jaar na de indiening van drie belangrijke, gedetailleerde wetsontwerpen, waarover soms moeilijke discussies moesten worden gevoerd, maar waarbij uiteindelijk het institutioneel en gezond verstand heeft gezegevierd, evenals de politieke wil om antwoorden te geven op de verzoeken van de burgers en van de vervoerssector in het algemeen.

Ik wil kort ingaan op de besproken dossiers, waarbij ik ook antwoorden zal geven op de vragen die zijn gesteld door de rapporteurs. Ik begin met de toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten: cabotage vormt weliswaar een zeer klein aspect van de globale vervoersactiviteiten, maar dit aspect is in politiek opzicht zeer gevoelig. Als cabotage wordt ingezet als aanvulling op het internationaal vervoer, zorgt dit bovendien voor een beter gebruik van de capaciteit en voor een vermindering van het aantal lege ritten. Hierdoor zal het aantal vrachtwagens op de weg afnemen – en u weet hoe groot het aantal verkeersongevallen is waar grote vrachtwagens bij zijn betrokken. Deze verordening zal duidelijkheid scheppen over de cabotagebepalingen – en met deze opmerking wend ik mij in het bijzonder tot de heer Grosch –, die op uniforme en niet-bureaucratische wijze in de hele Europese Unie van kracht zullen zijn, zonder gevolgen voor de bestaande samenwerking tussen lidstaten in de zin van artikel 306 van het Verdrag. Verder worden lastige nationale procedures die nu nog geldig zijn opgeheven, zodat vervoersondernemingen de mogelijkheid van cabotage optimaal kunnen benutten. De Commissie zal daarbij de ontwikkeling van de markt van het wegvervoer nauwlettend in de gaten houden en in 2013 een verslag publiceren.

Indien dit in het verslag nuttig wordt geacht en de voorwaarden voor eerlijke concurrentie beter zijn geharmoniseerd, zal de Commissie het voorstel doen om de cabotagemarkt verder open te stellen. De Commissie heeft daarover een verklaring opgesteld die zal worden doorgestuurd naar het secretariaat van het Parlement, zodat deze kan worden opgenomen in de verslagen van dit debat. De verklaring verschijnt bovendien samen met het wetsvoorstel in het Publicatieblad.

Nu kom ik aan bij het werk van mevrouw Ţicău met betrekking tot de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen. De Commissie stemt in met de invoering van de 12-dagenregeling. Dit is een op maat gesneden bepaling die rekening houdt met de zeer specifieke voorwaarden van bepaalde soorten passagiersvervoer die langer dan zes dagen duren maar doorgaans geen langdurige rijtijden vereisen, zoals bijvoorbeeld schoolexcursies, skivakanties of bijzondere excursies. De nieuwe bepaling voorziet tevens in uiterst strenge maatregelen om de veiligheid op de weg niet in gevaar te brengen, en dat punt wil ik heel uitdrukkelijk benadrukken. Momenteel zijn er nog honderd verschillende soorten communautaire vergunningen in omloop, wat controles vaak moeilijk en tijdrovend maakt. Met de nieuwe regels worden in de hele Europese Unie communautaire vergunningen van dezelfde soort en hetzelfde formaat gebruikt.

Nu kom ik bij de derde tekst van deze bespreking: de toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg. In een steeds sterker opengestelde markt is het noodzakelijk de voorwaarden die worden opgelegd door bedrijven die in deze markt met elkaar concurreren, te harmoniseren. Dit is het doel van deze nieuwe verordening, die een richtlijn vervangt en die tegelijkertijd de voorwaarden waar bedrijven aan moeten voldoen daadwerkelijk strenger maakt. Elk bedrijf moet een vervoersmanager benoemen die verantwoordelijk is voor het goed functioneren van het bedrijf in zijn geheel.

Verder moeten strengere garanties worden gegeven met betrekking tot de vestigingen van bedrijven, om zogenoemde brievenbusbedrijven tegen te gaan. Ook wordt een nieuw elektronisch register ingevoerd, waarmee nationale autoriteiten beter gegevens kunnen uitwisselen en hun controles doordachter en efficiënter kunnen maken. Ook deze punten dragen allen bij aan de veiligheid op de weg.

Tot slot ontvangen de vervoersondernemingen vandaag van de wetgever een heel duidelijke boodschap ten aanzien van de grofste overtredingen, waarbij de vergunning wordt ingetrokken, zoals bijvoorbeeld de veelvuldig voorkomende manipulatie van tachografen. Helaas is dit een praktijk die in alle landen van de Europese Unie voortdurend voorkomt. En deze manipulatie is niet alleen een overtreding van de regels, maar vormt ook een gevaar voor verkeersdeelnemers in de Europese Unie, want het spreekt voor zich dat vermoeide bestuurders niet in staat zijn snel te reageren in een moeilijke situatie.

Om die reden zei ik aan het begin van mijn redevoering dat deze regels, die het Parlement zo dadelijk gaat aannemen, ook in serieuze en aanzienlijke mate bijdragen aan de gezamenlijke strijd van de Commissie en het Parlement om het aantal verkeersslachtoffers drastisch terug te dringen. Daarom wil ik u bedanken voor het feit dat u in korte tijd uw bijdrage hebt willen leveren aan de uitvaardiging van deze regels.

Ik herhaal: dit is een sterke boodschap aan de Europese burgers en het Parlement heeft bovendien – en ik zeg dit ook als oud-lid dat vijftien jaar lang in dit Parlement heeft gezeten – blijk gegeven van grote efficiëntie en enorme inzet en daar dank ik u voor.

 
  
MPphoto
 

  Georg Jarzembowski, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, Ik bedank de Raad en de Commissie voor de goede samenwerking met de rapporteur van het Parlement. Ik zie hierin een goed voorbeeld van hoe er, zoals vicevoorzitter Tajani al zei, ook bij moeilijke dossiers in korte tijd een goed resultaat kan worden bereikt.

Wel moet ik zeggen dat wij niet erg gelukkig zijn met de cabotageregeling. De vertegenwoordiger van de Raad heeft er – net als u, mijnheer de vicevoorzitter – op gewezen dat het om economische en milieuredenen beter is om lege ritten in Europa te vermijden. Het zou dan ook goed zijn als we de beperking van cabotage spoedig opheffen.

Als tussenstap aanvaarden we drie cabotageritten in zeven dagen, maar we wachten uw verslag met spanning af en hopen dat erin zal staan dat er in 2014 een streep door wordt gezet. Het is een verkwisting van geld en slecht voor het milieu, ook al gaat het voor het vervoerwezen maar om een heel klein gebiedje. Ik hoop dus dat u in 2013 een goed voorstel indient, want in een Europese interne markt van zevenentwintig landen is een beperking van cabotage eigenlijk onzinnig.

Voorts bedank ik de Raad en de Commissie dat zij ons bij de herinvoering van de 12-dagenregel voor buschauffeurs uiteindelijk hebben gesteund. Die regel is namelijk van groot belang voor de touringcarbranche, die in veel landen in handen is van middelgrote ondernemingen. De regel dat het voertuig bij busreizen, die – meestal – door ouderen worden geboekt, door twee bestuurders moet worden bemand, heeft die ondernemingen namelijk in de problemen gebracht. We zijn blij dat deze regeling over zes maanden afloopt. Er moet worden ingezien dat veel mensen, met name ouderen, liever niet in het vliegtuig stappen, maar toch in Europa op vakantie willen, naar de zon in Italië of Spanje, of waar dan ook. Het is dan ook belangrijk dat wij met de herinvoering van de 12-dagenregel voor buschauffeurs situaties mogelijk hebben gemaakt waarin ouderen betaalbaar vakantie kunnen vieren. Dit is een groot succes voor ons, de vervoerders en de passagiers en daar wil ik de Raad en de Commissie voor bedanken.

 
  
MPphoto
 

  Brian Simpson, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen dank ik beide rapporteurs voor hun werk aan dit zware dossier. Het is duidelijk dat over dit pakket, en met name het opheffen van de cabotagebeperkingen, de meningen tussen de landen uiteenlopen, maar ik denk dat wat nu voor ons ligt, een akkoord is dat we kunnen steunen.

Ik had ernstige bedenkingen bij het voorstel voor volledige cabotage zonder ophoging van de sociale kosten of de bedrijfskosten voor individuele vervoerders. Een dergelijk voorstel zou volgens mij een schadelijk effect hebben gehad op de goederenvervoersector, niet alleen in mijn eigen land maar ook in andere lidstaten. Het voorstel voor tijdelijke cabotage, waarbij na één internationale rit drie binnenlandse ritten zijn toegestaan, vormt derhalve niet alleen een verstandig compromis maar biedt ook een werkbare oplossing. Tijdelijke cabotage stelt ons ook in staat om, zonder de binnenlandse markten te verstoren, een einde te maken aan de milieuonzin van zware vrachtwagens die honderden kilometers zonder vracht moeten rijden.

Tot slot steun ik met genoegen de nieuwe handhavingsmaatregelen die in het verslag-Ţicău zijn voorgesteld. Een en ander moet gepaard gaan met een verdere openstelling van de markt en zal de lidstaten in staat stellen strenge en doelmatige handhavingsmaatregelen ten uitvoer te leggen.

 
  
MPphoto
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de ALDE-Fractie. – Al jarenlang lopen de gemoederen flink op als het gaat om het fenomeen cabotage. De huidige regelgeving, het is al gezegd, zou door het gebruikte begrip "tijdelijk" te onduidelijk zijn. Voor verschillende lidstaten is dit een mooi excuus om de eigen markt dus maar verder af te schermen en dat is wat wij inderdaad gezien hebben.

Om voor eens en voor altijd duidelijkheid te scheppen zei de Commissie: wij lanceren een voorstel om dit allemaal op te lossen. Ik verwacht hier veel van. Opvallend genoeg stelde de Commissie echter voor om de mogelijkheden voor cabotage aan strikte banden te leggen. Opvallend omdat de bestaande regels al die tijd werden beschouwd als een tussenstap naar volledige vrijheid. Wij leven anno 2009 en wij zouden naar volledige vrijheid gaan. Zowel de Commissie als de Raad zeiden dat.

Het akkoord dat nu voor ons ligt en waarover wij morgen stemmen, beschouw ik als een grote teleurstelling. In plaats van met meer vrijheid worden de vervoerders met meer beperkingen geconfronteerd. Natuurlijk hebben wij een Europese benadering nodig. Ook daar ben ik het mee eens. Geen dag langer zou de sector geconfronteerd mogen worden met allerhande nationale oprispingen.

Echter dit akkoord, mijnheer de Voorzitter, strookt voor geen meter met de beginselen en doelstellingen van de interne markt. De genoemde pro-argumenten, zoals verkeersveiligheid, het milieu en een vermindering van de administratieve lasten, raken in dezen kant noch wal. Van een daadwerkelijk vrije markt, mijnheer de commissaris, zal geen sprake zijn en dat terwijl elke beperking tot meer vervoersbewegingen leidt. Werkbaar, collega Simpson, is het geenszins. Het uitgangspunt "beter iets dan niets" is voor de ALDE-Fractie geen optie. Het gaat in dezen niet op.

 
  
MPphoto
 

  Roberts Zīle, namens de UEN-Fractie. (LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Commissaris, ik wil zeer zeker beide rapporteurs en iedereen die betrokken is geweest bij het vinden van een compromis bedanken. Toch wil ik opmerken dat dit resultaat behalve positieve ook negatieve aspecten heeft. Het is bijvoorbeeld een goede zaak dat we erin geslaagd zijn belemmeringen voor het vervoer van passagiers in grensregio’s, waar sprake is van intensief grensoverschrijdend verkeer, te reduceren. Onder de huidige moeilijke economische omstandigheden hebben we behoefte aan solidariteit, en juist nu zien we op nationale markten protectionisme de kop op steken. Dankzij het concept van ‘tijdelijk’ gebruik, gebruiken veel lidstaten de beperkingen nog steeds als voorwendsel om hun eigen markten te blijven beschermen. Helaas zullen lidstaten gebruik kunnen maken van een vrijwaringsclausule, wat inhoudt dat ze ernstige problemen in de nationale vervoermarkt kunnen gebruiken om bij de Commissie aan te kloppen en beschermende maatregelen te nemen. Bovendien blijft dit helaas ook na 2014 mogelijk, conform het originele standpunt van het Europees Parlement. Iets soortgelijks geldt voor het internationale busvervoer. De bepaling dat een lidstaat de vergunning van een vervoerondernemer kan opschorten of intrekken wanneer dat internationale busvervoer de levensvatbaarheid van het aanbod van soortgelijke diensten in gevaar brengt, is in mijn optiek onacceptabel voor de werking van de interne markt. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Toussas, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van de Europese Unie leidt, evenals het oorspronkelijk voorstel van de Commissie, tot liberalisering van de nationale markten voor goederen- en passagiersvervoer over de weg en biedt internationale communautaire vervoersondernemingen toegang tot de interne markten van de lidstaten. In werkelijkheid echter wordt het internationaal en nationaal wegvervoer in handen gespeeld van grote monopolistische ondernemingen.

De voorstellen in de verslagen van het Europees Parlement doen er zelfs nog een schepje bovenop en zijn nog reactionairder. Daarin wordt namelijk geëist de markten volledig te liberaliseren en elke hinderpaal, restrictie en controle op te heffen. De werknemers hebben echter bittere ervaringen en ondervinden aan hun eigen lijf hoe pijnlijk de gevolgen zijn van het oprukken van de monopolies in de wegvervoerssector.

Door de liberalisering van het intern goederen- en passagiersvervoer over de weg wordt de uitbuiting van bestuurders tot het uiterste opgedreven. Deze werknemers zullen gedwongen worden om ononderbroken achter het stuur te blijven zitten, omdat er geen enkele maatregel zal zijn met betrekking tot rusttijden en veiligheid. Door de liberalisering worden de rechten van de werknemers op het gebied van lonen, arbeidsvoorwaarden en pensioenen onder de voet gelopen, ontstaan er nog grotere risico´s voor de verkeersveiligheid en wordt het vervoer geconcentreerd in de handen van internationale monopolies, die enorme winsten maken, met alle rampzalige gevolgen van dien voor de zelfstandigen en kleine ondernemingen in deze bedrijfstak. De liberalisering leidt tot hogere vrachttarieven, slechtere kwaliteit van dienstverlening en grotere gevaren voor de veiligheid van passagiers.

Daarom stemmen wij tegen de gemeenschappelijke standpunten en tegen de aanbevelingen van het Europees Parlement. De beweging van de arbeidersklasse verzet zich tegen de kapitalistische herstructureringen en eist de oprichting van een gemeenschappelijke, openbare vervoersmarkt die beantwoordt aan de hedendaagse behoeften van de volksklasse.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Als ik rond het jaar 1980 had voorspeld dat wij in 2009 nog steeds geen einde aan de cabotagebeperkingen zouden hebben, hadden mijn toehoorders mij toentertijd ongetwijfeld hard uitgelachen. Beperkingen van cabotage zijn immers per definitie flagrante schendingen van de regels van de Europese interne markt.

Nu, anno 2009, dreigen wij in tweede lezing opnieuw met lege handen komen te staan. Uiteraard zal ik de amendementen van de liberale collega's steunen, maar de EVP weigert bewust de rug recht te houden en draait en passant de toekomst van de wegvervoersector vakkundig de nek om. Dat de 12-dagenregeling in de voorstellen terug te vinden is, doet mij deugd maar niet dat de einddatum voor cabotagebeperkingen daarvoor als wisselgeld is gebruikt.

Als de amendementen 17 en 18 niet worden aangenomen zal ik daarom tegen het eindresultaat stemmen. Ik weiger een voorstel te steunen dat slecht voor het milieu is, dat de transportsector benadeelt en dat daarnaast de werking van de Europese interne markt grof geweld aandoet.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool (PPE-DE). - Het goede nieuws in het voorstel dat wij nu bespreken is dat de 12-dagenregeling voor het busvervoer is afgeschaft. Daar wil ik graag mee beginnen.

Als het gaat om de cabotage is het voorstel echter ronduit teleurstellend. Want al begin jaren negentig, zelfs in de jaren tachtig, is afgesproken dat die beperking van het vrije vervoer van goederen van tijdelijke aard zou zijn. Juist daarom hadden wij christendemocraten, maar ook collega's van andere fracties voorstellen in eerste lezing ingediend om de beperking per 2014 op te heffen. Maar het is in de laatste maanden duidelijk geworden dat de lidstaten dit voorstel blokkeren, ondanks de inspanningen die onze collega Mathieu Grosch als rapporteur heeft verricht om tóch tot een datum te komen. Een harde blokkade, Voorzitter, en dat is echt slecht nieuws.

Protectionisme in crisistijd is het slechtste voor Europa, want zoals commissaris Tajani zegt: het is verspilling van geld en het is slecht voor het milieu. Daarom zal het CDA ook tegen dit voorstel stemmen, al zijn wij ons ervan bewust dat het op dit moment de lidstaten zijn die de blokkade opleggen en kunnen wij daar helaas niet doorheen breken. Inhoudelijk is dit voorstel niet juist en bovendien is het niet handhaafbaar. Dus het is niet alleen slechte wetgeving in crisistijd, het is ook nog symboolwetgeving.

Voorzitter, ik wil daarom ook de commissaris aanmoedigen om het hier niet bij te laten zitten en om het initiatief weer terug te nemen, het initiatiefrecht dat hij in de komende jaren heeft om alsnog die beperking van de cabotage afgeschaft te krijgen. De christendemocraten vindt hij daarbij aan zijn zijde.

 
  
MPphoto
 

  Gilles Savary (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik zou eerst onze twee rapporteurs, Mathieu Grosch en Silvia-Adriana Ticău, willen complimenteren met hun gevoel voor compromis. Dit is namelijk een moeilijk onderwerp: we willen inderdaad de interne markt, maar het publiek en ondernemers begrijpen niet dat de interne markt het einde kan betekenen voor een aantal bedrijven, dat de economie in recessie kan raken of dat er werkloosheid kan komen.

De interne markt is volgens de publieke opinie alleen nuttig wanneer er sprake is van een win-winsituatie. Welnu, we weten vandaag de dag heel goed dat bij kwesties als cabotage de sociale omstandigheden in de verschillende landen dusdanig zijn dat als het gesystematiseerd zou worden, er in de huidige situatie een bepaald aantal werknemers uit landen met hoge salarisstandaarden zou worden verdreven van de markt door landen met lage lonen.

En dus vind ik dat het ingenomen standpunt uiteindelijk het juiste is. We moeten cabotage liberaliseren, maar het is nog te vroeg om dit ineens en op een ondoordachte manier te doen. Dus het bevalt ons zeer dat we het idee hebben van aansluitende cabotage, met een voorziening die ons verwijst naar een rendez-vousclausule voor een verslag van de Commissie over de sociale gevolgen, en vooral dat we geen automatische en vaststaande datum hebben voor de liberalisering.

Daarom stemmen wij voor dit verslag. Wel vragen we de Commissie om aandachtig te zijn en hoewel wij wensen dat er op den duur liberalisering komt, willen wij niet dat die liberalisering niet gepaard gaat met concurrentievervalsing en sociale dumping, die zo slecht zijn voor het imago van Europa en die in een land als het mijne en ongetwijfeld ook in het land van mevrouw Wortmann-Kool het meedogenloze ‘nee’ van de burgers hebben veroorzaakt tegen het Europees grondwettelijk verdrag, omdat de burgers vrezen hun maatschappelijke positie te verliezen. Daarom dank ik beide rapporteurs.

 
  
MPphoto
 

  Dirk Sterckx (ALDE). - Ik wil de collega's Grosch en Ţicău bedanken voor het werk dat zij verricht hebben en ik denk dat wij heel terecht in het verslag van mevrouw Ţicău streng zijn voor de toegang tot de markt. Wie een transportbedrijf wil hebben, moet aan een aantal regels gehoorzamen en, zoals Mathieu Grosch gezegd heeft, de postbusbedrijven moeten eruit, want daar zit de wortel van heel veel misbruik. Maar dat is het verslag van mevrouw Ţicău.

Waarom kunnen wij die bedrijven waar wij streng voor zijn, dan niet een Europese markt geven om op te werken? En dan kom ik bij het verslag van collega Grosch: een verduidelijking zou welkom geweest zijn, maar een beperking niet. Dus met het compromis, mijnheer de rapporteur, dat u bereikt heeft kan onze fractie het in haar grote meerderheid niet eens zijn.

Eigenlijk gaan wij een stap achteruit. We beperken opnieuw de mogelijkheden van vrachtvervoerders op de Europese markt. Er is geen uitzicht op een opening in 2014, zoals wij dat als Parlement gevraagd hadden. De Raad is het daarmee niet eens, maar ik vind dat een toegeving te veel. Wij organiseren eigenlijk lege ritten van vrachtwagens hetgeen wij in deze tijd absoluut niet zouden moeten doen. Ik vraag mij af of de lidstaten die nu hun cabotagemarkt voor elkaar hebben opengesteld dat met deze verordening nog altijd kunnen doen als zij dat bilateraal willen. Ik heb daar mijn twijfels over. Ik vraag mij ook af hoe de lidstaten die nu zeggen dat de controle moeilijk is, dit gaan controleren, want zoveel gemakkelijker is het niet. Het is alleen hetzelfde in alle landen, maar het is zeer moeilijk te controleren en ik wil nog wel eens zien of de politieautoriteiten dat kunnen.

Als loonkosten en sociale dumping de reden zijn, waarom krijg ik dan documenten te zien waarin de Franse autoriteiten een Franse opdrachtgever terechtwijzen omdat hij te veel Belgische vrachtwagenchauffeurs gebruikt? Die zijn duurder dan de Franse. Waarom hoor ik dan verhalen van Belgische vrachtwagens die voor relatief kleine overtredingen in het Verenigd Koninkrijk aan de ketting worden gelegd? Want ook daar zijn de chauffeurs goedkoper dan in België. Dus als sociaal misbruik een reden zou zijn, is dat in dit geval zeker niet waar.

Ik denk dat het resultaat is dat wij met de interne markt een stap achteruit zetten. Wij keuren morgen intelligente vervoerssystemen goed, waarmee wij dus zeggen dat communicatietechnologie en informatietechnologie tot efficiënter vrachtvervoer leiden. Vervolgens zeggen wij: wij gaan dat toch beperken om politieke redenen. Ik vind dat zeer jammer en zal het dus niet eens zijn met het akkoord dat het Parlement helaas in zijn meerderheid zal goedkeuren.

 
  
MPphoto
 

  Michael Henry Nattrass (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, weer een pakket verslagen om de EU-commissies aan het werk te houden, nog meer vervuiling in een zee van onnodige verordeningen. Als je tienduizend verordeningen hebt, zei Winston Churchill ooit, gaat alle respect voor de wet verloren. Het Engelse respect wordt tenietgedaan. Uit een enquête van de BBC blijkt dat 55 procent van de ondervraagden wil dat het Verenigd Koninkrijk uit de EU stapt en 84 procent dat ons land zijn bevoegdheden behoudt.

Voorzitter Pöttering bevestigde dat de EU verantwoordelijk is voor 75 procent van de wetten. Dat zijn in 35 jaar meer wetten dan Engeland heeft uitgevaardigd sinds koning Richard III in 1485. We zijn dus bezig wetgeving tot stand te brengen als correctie op wetgeving. Waar moet dat heen?

Het Verenigd Koninkrijk stapt uit de EU, wordt een goed buurland en gaat vanaf de andere kant van het Kanaal toekijken hoe de EU in een zee van verordeningen verdrinkt in een duizendtal door de EU zelf ingestelde vrachtwagenrichtlijnen.

 
  
MPphoto
 

  Dieter-Lebrecht Koch (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, het wegvervoerpakket bevat drie thema's die elkaar op zinvolle wijze aanvullen en van grote invloed zijn op de markt voor het personen- en goederenvervoer. Het brengt in het huidige economische klimaat voordelen voor ondernemers, bestuurders en gebruikers maar zorgt ook voor een verbetering van de verkeersveiligheid, voor efficiënter vervoer en duurzame milieubescherming.

Ik ben ingenomen met de keuze voor een verordening als wetgevingsinstrument voor de verwezenlijking van de ambitieuze doelstellingen. Een verbod op cabotage leidt tot lege ritten en die kunnen en willen wij ons niet permitteren, noch vanuit financieel, noch vanuit energie- of milieuoogpunt. Onbeperkte openstelling van de markt voor het goederenvervoer zou echter weer leiden tot concurrentieverstoringen. Vandaar deze stapsgewijze aanpak. Cabotagevervoer wordt toegestaan zolang het maar geen permanente of ononderbroken activiteit wordt van een niet-ingezeten vervoerder in een bepaalde lidstaat.

Deze eerste stap betekent helaas nog geen volledige openstelling van de binnenlandse markten voor het wegvervoer, maar laat wel de weg hiernaartoe open. Lege ritten worden nu al verminderd en het milieu wordt beschermd.

Wat betreft de toegang tot de grensoverschrijdende markt voor het personenvervoer is het belangrijkste doel de bureaucratie te beperken en meer bepaald eenvoudigere en snellere procedures in te voeren voor de verlening van vergunningen voor internationale lijndiensten. Documenten worden geharmoniseerd en controles vereenvoudigd. Ik ben buitengewoon ingenomen met de invoering van de herziene 12-dagenregel voor georganiseerde internationale busreizen. Daar profiteren zowel vakantiegangers als touringcarbedrijven van, zonder dat er aan veiligheid wordt ingeboet. Kijk, daar heeft de burger tenminste wat aan.

Toelating tot het beroep van wegvervoerondernemer zal voortaan aan concrete en doorzichtige voorwaarden zijn verbonden. Dat verhoogt het aanzien van het beroep, waarborgt de erkenning van beroepsdiploma's en helpt bij de bestrijding van prijsdumping. Al met al zal het leiden tot meer veiligheid en betrouwbaarheid.

 
  
MPphoto
 

  Saïd El Khadraoui (PSE). - Ik zou om te beginnen natuurlijk de rapporteurs, de heer Grosch en mevrouw Ţicău, willen danken voor het verrichte werk en voor het feit dat zij uiteindelijk tot een compromis over het pakket zijn gekomen. Het is een compromis dat in het beste geval maar voor een aantal jaren zou mogen gelden. Het is denk ik een tussenstap. Met betrekking tot het wegtransport zijn er twee belangrijke dingen. Het eerste is inderdaad de toegang tot het beroep. Ik denk dat dit goed in elkaar zit, dus dat wij een aantal garanties vragen van degenen die in de sector actief willen zijn.

Met betrekking tot cabotage is het duidelijk dat er wat controverse bestaat. Dit is een goede tussenstap die nodig was om duidelijker te definiëren wat kan. In het verleden werd nogal vaag omschreven dat cabotage op een tijdelijke basis mogelijk is. Dit is nu verduidelijkt, drie keer op een periode van zeven dagen. Het is inderdaad logisch dat je dat volledig open gooit, maar ik denk dat de tijd daarvoor nog niet rijp is.

Het compromis dat nu op tafel ligt, namelijk dat wij binnen een aantal jaren de sociale situatie in de Europese Unie bestuderen en eventueel verdere stappen zetten, lijkt mij een zeer redelijk voorstel. Die opening van de markt moet gepaard gaan, hand in hand gaan eigenlijk, met het gelijk leggen van de sociale lat. Ik denk dus ook dat ondertussen een aantal landen of groepen landen - ik denk aan de Benelux - gerust met elkaar zouden moeten kunnen afspreken dat de dingen blijven zoals zij zijn en dus dat cabotage onbeperkt mogelijk is. Zolang de loon- en arbeidsvoorwaarden min of meer gelijk zijn heb ik daar persoonlijk geen enkel probleem mee, maar dat is duidelijk nog niet overal het geval en dus is deze tussenfase nodig.

 
  
MPphoto
 

  Ari Vatanen (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als we deze plek vanavond verlaten, doen de meesten van ons dat in een zwarte auto. Dat zijn auto’s van hoge kwaliteit met chauffeurs van hoge kwaliteit. We weten dat die chauffeurs zeer vakbekwaam zijn. Daar staan ze om bekend. Ze voldoen aan de criteria.

Hoewel ik het deels eens ben met de Engelse meneer die zojuist klaagde over te veel wetgeving – soms produceren we inderdaad te veel wetgeving –, vind ik het toch jammer dat de werkingssfeer van de EU-vakbekwaamheidsregels niet is uitgebreid tot taxi’s, want we maken in de diverse lidstaten allemaal gebruik van taxi’s en de kwaliteit ervan loopt sterk uiteen. Als je een taxi neemt, is betrouwbaarheid zeer belangrijk en dat geldt ook voor de kwaliteit: je moet weten wat je kunt verwachten. Het is ook een kwestie van veiligheid. Heel vaak zit je alleen in een taxi en ben je in een vreemde omgeving. De taxi is voor velen van ons ook het eerste contact dat we hebben in een vreemd land, dus is het zinvol als de chauffeurs aan bepaalde Europese criteria voldoen. Dat betekent ook dat, als ze vakbekwaam en goed opgeleid zijn en weten waar ze heen moeten, we niet bang hoeven te zijn dat we te veel betalen.

Er zijn landen, zoals Duitsland, Zweden, Slovenië en Finland, waar de nationale regels op dit gebied zeer streng zijn en waar de taxichauffeurs goed werk leveren. De taxi’s in Londen staan ook bekend om hun goede kwaliteit. We moeten deze beste praktijken delen. Maar terwijl we wachten op deze wetgeving over criteria voor het taxiberoep, zouden we ondertussen misschien wettelijk moeten vastleggen dat we de chauffeurs die ons ’s avonds naar huis brengen, royale fooien geven.

 
  
MPphoto
 

  Pavel Svoboda, fungerend voorzitter van de Raad. (CS) Geachte Voorzitter, dames en heren afgevaardigden, ik zou u graag van harte willen bedanken voor alle bijdragen aan deze discussie. Ik kan u verzekeren dat de Raad vastbesloten is om de interne markt te versterken en uiteindelijk te voltooien. Het voorzitterschap is van mening dat het juist met het oog hierop nodig was de huidige Europese regelgeving te wijzigen. Ook deelt het voorzitterschap de overtuiging dat het met het oog op de vermindering van de marktverstoring nodig is het concurrentievermogen van het Europese goederenvervoer over de weg te stroomlijnen en het huidige rechtskader terzake te vereenvoudigen. Een volledige openstelling van de nationale vervoersmarkten zou, gezien de nog altijd verregaande fiscale en sociale verschillen tussen de lidstaten, onze vervoersbedrijven echter blootstellen aan oneerlijke concurrentie en zou het goede functioneren van de markt op het spel zetten. Dat dient in deze tijden van economische crisis met alle macht vermeden te worden. In dergelijk economisch zwaar weer dient immers juist zorgvuldig en bedachtzaam nagegaan te worden hoe de economie het best kan worden gestimuleerd en hersteld. De Commissie zal met het oog op de verdere liberalisering hoe dan ook uiterlijk in 2013 de situatie op de markt opnieuw tegen het licht houden. Met de huidige compromistekst worden de uiteenlopende belangen op een rechtvaardige en evenwichtige manier met elkaar verzoend.

Het is ons aller doel het goederenvervoer over de weg doeltreffender en duurzaam te maken. Met deze nieuwe wettelijke voorschriften wordt een wezenlijke bijdrage geleverd aan de vermindering van de concurrentieverstoring en aan een betere naleving door de vervoersbedrijven van voorschriften op zowel sociaal vlak als op dat van de verkeersveiligheid. Verder wordt op deze manier de administratieve last voor zowel de vervoersbedrijven als de toezichthoudende organen vergaand teruggebracht. Ik ben ervan overtuigd dat met dit belangwekkende pakket voorschriften het vervoer over de weg wordt ondersteund en vereenvoudigd en wordt bijgedragen aan het economisch herstel. Ik zou u nogmaals hartelijk willen bedanken voor de uitmuntende samenwerking die geresulteerd heeft in het best mogelijke gezamenlijke compromis ter vervulling van de genoemde doelstellingen.

 
  
  

VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik denk dat de tekst die het Parlement gaat aannemen een goed compromis is, die de verzoeken van de Raad, de verzoeken van de meerderheid van de Parlementsleden en de voorstellen van de Europese Commissie op een lijn brengt.

Het is vanzelfsprekend dat voor het bereiken van een compromis ieder een stap terug moet zetten, zodat de ander hetzelfde kan doen, en daarom denk ik dat de analyse van de heer El Khadraoui goed doordacht is: we hebben het beste gedaan wat we konden doen! Ik heb ook in mijn vorige redevoering herhaald dat de Commissie van plan is de situatie omtrent cabotage te onderzoeken, om te kijken of – mits er een akkoord wordt gevonden, wat afhangt van de ontwikkelingen – het mogelijk is de markten verder open te stellen en de richting in te gaan die veel Parlementsleden willen volgen. Hoe dan ook is duidelijk dat we de situatie moeten bekijken.

Nogmaals, ik vind dit een goed compromis en ik wend mij ook tot de heer Sterckx die zo vriendelijk en zo goed was om commentaar te leveren en vervolgens ook te luisteren naar de reactie daarop, in tegenstelling tot veel andere afgevaardigden, die commentaar uitten en vervolgens jammer genoeg niet blijven luisteren naar het antwoord van de Commissie. Ik wil de heer Sterckx graag geruststellen; hij maakt zich zorgen om enkele bestaande akkoorden in zijn herkomstland en de andere landen van de Benelux.

Ik denk dat de regeling in de aan te nemen vorm, zoals ik ook al eerder heb gezegd, geen enkele negatieve gevolgen heeft voor reeds bestaande overeenkomsten. Die blijven van kracht, want de nieuwe regeling breidt de situatie uit, maar heeft geen invloed op bestaande bilaterale en trilaterale overeenkomsten en doet hier dus geen afbreuk aan. Dus ik denk dat ik de heer Sterckx kan geruststellen, want in mijn interpretatie, die mijns inziens de juiste en de meest doeltreffende is, zijn er geen negatieve gevolgen voor – ik zeg het nogmaals – de overeenkomsten van met name de Benelux.

Ik wil ook de heer Blokland en mevrouw Wortmann-Kool geruststellen, die bezorgdheid hebben getoond: we zijn niet van plan om het hierbij te laten. We zullen, nogmaals, de ontwikkeling van de situatie bekijken en in 2013 een verslag opstellen over de stand van zaken en over de manier waarop een en ander is verlopen. En als het mogelijk is, als we het noodzakelijk achten, zullen we aan het Parlement en de Raad een nieuw voorstel doen voor een eventuele uitbreiding en een verdere liberalisering van het cabotagesysteem. We beseffen echter goed dat veel landen van de Europese Unie er anders tegen aan kijken. Om een positief advies van de Raad te krijgen moesten bij andere kwesties stappen terug worden gedaan.

Maar, nogmaals, ik denk dat het zeer positief is dat er in relatief korte tijd een akkoord is bereikt dat – ik stel ook de heer Jarzembowski gerust – nog altijd verder verbeterd kan worden. Elke regeling kan beter worden gemaakt, maar heel vaak is het beste de vijand van het goede. Ik denk dat we hier met iets goeds bezig zijn en ik denk niet dat het nodig is om uit de Europese Unie te stappen als we het over deze onderwerpen hebben, zoals de heer Nattrass voorstelt. Ik denk namelijk dat goede regels nuttig zijn voor de Europese Unie.

Zelfs het gerenommeerde Britse dagblad de Financial Times schrijft dat Groot-Brittannië wellicht toch nog eens na zal denken over de noodzaak strengere regels uit te vaardigen, zeker in deze tijd van economische en financiële crisis, waarin Europa beter dan andere regio’s heeft standgehouden, juist omdat het zijn economische systeem heeft gegrondvest op vaste regels.

Wellicht omdat ik in Rome geboren ben, ben ik van mening dat de geschiedenis van het Romeins recht en het Napoleontisch recht het belang heeft aangetoond van regels die ervoor zorgen dat de maatschappij zich ontwikkelt. Ik weet niet of de heer Nattrass boven of onder de Muur van Hadrianus is geboren, maar uitgaande van zijn redevoering vermoed ik dat hij boven de Muur van Hadrianus is geboren en dat zijn voorouders dus geen kennis hebben kunnen maken met het Romeins recht.

Dames en heren, nogmaals bedankt voor de samenwerking, bedankt voor het werk van de Raad. In deze zaal wil ik ook nog eenmaal mijn dank uitspreken voor de bijdrage van alle medewerkers van de Commissiediensten en van het directoraat-generaal waarvan ik het eervolle bestuur onder mijn hoede heb, want dit compromis, dat naar mijn mening nuttig is voor alle burgers van de EU, was zonder hun waardevolle bijdrage niet mogelijk geweest.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Sterckx, hebt u een motie van orde?

 
  
MPphoto
 

  Dirk Sterckx (ALDE). - Voorzitter, ik wilde heel even tegen de commissaris zeggen dat mevrouw Hennis-Plasschaert er niet meer is, omdat zij in een andere vergadering aanwezig moest zijn. Ik ben het luisterend oor voor al wie zich daar in onze fractie mee bezig heeft gehouden. Ik wilde u toch nog even zeggen dat zij niet zomaar vertrokken is.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Sterckx.

Dat was volgens mij geen motie van orde maar een kwestie van voorkomendheid.

 
  
MPphoto
 

  Mathieu Grosch, rapporteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen bedank ik de Commissie voor haar duidelijke antwoorden. Ik stel vast dat de cabotagebeperking een tussenstap is, dat er een onderzoek komt en dat naargelang van het resultaat openstelling van de markt in het vooruitzicht wordt gesteld.

Heel belangrijk is ook dat artikel 306 ter zake van toepassing is en - geachte collega Sterckx - overduidelijk ook voor de Beneluxlanden geldt. Uw verzoek is daarmee overbodig en wij hoeven het niet meer in te willigen.

Dan nu over cabotage. Na de opmerkingen die ik heb gehoord, vind ik het compromis nog beter dan ik al had gedacht en wel om de simpele reden – ik richt mij nu in het bijzonder tot mijn liberale vrienden en mijn vriendin van het CDA – dat, als wij een overgangsmogelijkheid creëren, dat niet betekent dat wij de interne markt "de nek willen omdraaien", om die uitdrukking te gebruiken, of dat wij bedrijven "de nek willen omdraaien". In de wetenschap dat bepaalde bedrijven de modernste voertuigen op de weg hebben maar hun chauffeurs 400 euro per maand betalen, terwijl andere bedrijven 1 500 euro per maand betalen, vind ik het meer dan verantwoord om te zeggen dat de maatschappelijke lat wat hoger moet worden gelegd. Als er geld wordt uitgegeven om bij voertuigen aan de norm te voldoen, kan er ook geld worden uitgegeven om bij lonen aan de norm te voldoen. Wat dat betreft, moet de lat hoger worden gelegd. Als dat is gebeurd, kan de markt worden opengesteld. Wie zegt, laten we de markt openstellen en zien wat er gebeurt, heeft geen goed begrip van een open markt.

Nog een laatste opmerking. Het grappige is altijd dat juist de landen – ik denk aan het Verenigd Koninkrijk – die elke vorm van harmonisatie op met name fiscaal gebied blokkeren, nu zeggen dat er te weinig harmonisatie is en we de ontwikkeling van de markt dus maar op haar beloop moeten laten. De ene zegt dat hij beperkingen wil en de andere zegt dat we te veel beperkingen hebben.

Willen we de burgers van Europa overtuigen, dan kunnen we niet zeggen, laten we de markt openstellen, dan komt de rest vanzelf op zijn pootjes terecht. Nee, het recht op milieu-, sociaal en belastinggebied moet hier door het Parlement samen met de Raad en de Commissie worden geregeld. Zo maken we ons geloofwaardig.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Grosch, voor een betoog dat, zoals blijkt uit het applaus van uw collega’s, op de nodige steun kan rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău, rapporteur.(RO) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, allereerst mijn dank aan de heer Grosch, de schaduwrapporteur, met wie ik heb samengewerkt, alsmede het technisch personeel van de Commissie vervoer en toerisme en de Sociaal-democratische Fractie, mijn collega’s in de Commissie en het personeel van de Commissie, uzelf, commissaris, en het voorzitterschap van de Europese Raad met wie ik nauw heb samengewerkt.

Mag ik u eraan herinneren dat de Europese Commissie in juni 2007 een voorstel tot wijziging van de verordening inzake toegang tot de wegvervoermarkt heeft ingediend. De wijzigingsvoorstellen komen voort uit de ervaring die we hebben opgedaan met de toepassing van Richtlijn 96/26/EG van de Europese Commissie. Dit heeft geresulteerd in een herformulering van een aantal wettelijke bepalingen, waarvan het doel was een consistentere toepassing te waarborgen door middel van wetgeving in de vorm van een verordening. Nu, bijna twee jaar later, stemmen we definitief over dit document dat directe gevolgen heeft voor ongeveer 800 000 Europese bedrijven en circa 4,5 miljoen banen.

Onze gemeenschappelijke doelstellingen zijn: meer verkeersveiligheid, minder bureaucratie, eenvoudigere procedures en voorspelbaarheid en zekerheid voor de wegvervoerders. Ik hoop dat het bereikte compromis zal bijdragen aan de ontwikkeling van de markt voor wegvervoer. Nogmaals hartelijk dank aan mijn collega’s voor hun samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − De gecombineerde behandeling is gesloten.

De stemming vindt morgen om 12.00 uur plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid