Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/2217(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0199/2009

Ingediende teksten :

A6-0199/2009

Debatten :

PV 22/04/2009 - 18
CRE 22/04/2009 - 18

Stemmingen :

PV 23/04/2009 - 8.33
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0307

Debatten
Woensdag 22 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

18. Actieplan inzake de stedelijke mobiliteit (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0199/2009) van Gilles Savary, namens de Commissie vervoer en toerisme, over een actieplan inzake stedelijke mobiliteit [2008/2217(INI)].

 
  
MPphoto
 

  Gilles Savary, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dank u. Het is een tamelijk ongebruikelijke stijloefening waaraan het Europees Parlement zich overgeeft inzake dit verslag. Ik herinner u er namelijk aan dat de kwestie van de stedelijke mobiliteit ruim twee jaar geleden door de commissaris van transport Jacques Barrot voor het eerst aan de orde is gesteld, waaruit een groenboek is voortgekomen van de Europese Commissie, die ons haar conclusies in het voorjaar van 2007 heeft voorgelegd. Daarop heeft ons Parlement gereageerd met een verslag – een initiatiefverslag –, opgesteld door mijn collega Reinhard Rack, hier aanwezig.

Het Europese institutionele stelsel vereist dat er op een groenboek een witboek volgt. In dit geval ging het om voorstellen voor actieplannen van de Europese Commissie ten aanzien van de stedelijke mobiliteit.

Ik moet commissaris Tajani, hier aanwezig, dank zeggen voor de waarschuwing die hij mij in december heeft gegeven dat het voor de Europese Commissie politiek niet mogelijk zou zijn om stante pede met een voorstel te komen. Dat is te begrijpen: enkele staten hebben hun eigen redenen om zich er tegen te verzetten, nu de Europese verkiezingen naderen. Maar het Parlement heeft de handschoen willen opnemen.

Ik wil tevens eer betuigen aan al mijn hier aanwezige collega”s, van alle politieke fracties – in het bijzonder de coördinatoren – alsmede de Commissie regionale ontwikkeling, voor hun steun voor mijn voorstel om ons voordeel uit te buiten en te zeggen dat als de Commissie het initiatief niet langer kan nemen, wij dat moeten doen.

Wat wij gaan voorstellen is nogal ongekend. Ik weet niet of het in dit Huis eerder is vertoond. Wij zullen de Commissie het actieplan voorstellen dat zij ons had moeten voorstellen.

Uiteraard mag niet worden verwacht dat dit initiatiefverslag enig juridisch uitvloeisel zal hebben. Een Parlement dat een zeer concreet actieplan indient, met zeer nauwkeurige voorstellen, terwijl het geen uitvoerende bevoegdheden bezit en niet de regering is van de Unie – want dat is de Commissie –, kan slechts hopen dat het wordt gehoord.

Ik moet overigens wel zeggen dat wij de afgelopen maanden overweldigende steun hebben gekregen van alle organisaties die belang stellen in deze kwesties, waaronder in het bijzonder – ik hecht eraan dit hier te onderstrepen voor die laatste collega’s die nog hun bedenkingen koesteren tegen dit initiatief – lokale overheden en alle vertegenwoordigende organisaties van lokale overheden, ook uit landen die nu nog de subsidiariteit aanvoeren om ons uit te leggen dat het actieplan geen optie is.

Ik denk dus dat de lokale overheden hebben begrepen dat de stedelijke mobiliteit waarschijnlijk een van de grootste uitdagingen van de 21ste eeuw zal zijn. Waarom? Wel, omdat heden ten dage 60 procent van de Europeanen in stedelijk gebied leeft. In 2020 zal dat percentage naar 80 zijn gestegen en wij, de Europese Unie, bezitten een rechtsgrondslag die ons gezamenlijk met de lidstaten en de lokale overheden verantwoordelijk maakt voor het vervoersbeleid.

Zouden wij, wij de Europeanen, moeten afzien van het minste idee, het minste initiatief op gebieden waar de vervoerssector ons voor de meest ingewikkelde, en voor de komende jaren ongetwijfeld meest beslissende vraagstukken plaatst? Wij menen van niet, en dat is de reden dat het Europees Parlement niet wilde dat wij ons stil zouden houden, ons stil zouden houden over de stedelijke mobiliteit. Het wilde dat wij de Commissie, op zekere wijze, met dit initiatief zouden vragen dit thema tot prioriteit voor de volgende ambtsperiode te maken.

Ik wil alle coördinatoren bedanken, aangezien wij op niet eerder vertoonde wijze hebben samengewerkt, wij hebben zeer tegen de stroom in gewerkt, en achter het verslag dat is ingediend heeft zich een ruime meerderheid binnen de Commissie vervoer en toerisme geschaard.

Ik wil erop wijzen dat het een rapport is dat is gebaseerd op het subsidiariteitsbeginsel. Het is ondenkbaar – ja, ja, ik ben te lang van stof, maar ik weet zeker dat u het uw rapporteur zult vergeven, mijnheer de Voorzitter – dat Europa overweegt wat voor besluit dan ook te nemen ten behoeve van de lokale overheden.

Zelf ben ik een plaatselijk gekozen vertegenwoordiger en ik ben zeer gehecht aan de bestuurlijke vrijheid van lokale overheden. De campagnes die ik in dit Huis heb gevoerd met in het bijzonder mijn collega Willi Piecyk van de Commissie vervoer en toerisme getuigen daarvan. Maar wat ik geloof, dat is dat Europa een aansporende rol kan vervullen, de uitwisseling van gegevens en beste praktijken kan verbeteren en dat is de kern van ons voorstel, dat wij straks nader zullen toelichten.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik de heer Savary bedanken voor zijn werk, ik wil hem bedanken voor de inzet die hij heeft getoond voor de bevordering van een Europees beleid op het gebied van vervoer in metropolen en steden. Dit is geen secundair vraagstuk: als we de uitdaging van het Europese vervoer daadwerkelijk willen aangaan, dan moeten wij werk verrichten op het gebied van stedelijk vervoer.

Het is om die reden dat ik allereerst de heer Savary wil bedanken. Ik herhaal: dankzij hem hebben wij vooruitgang geboekt op het gebied van stedelijk vervoer, en het verslag van vandaag, waarover morgen wordt gestemd, is een hele belangrijke boodschap; het is een boodschap waarnaar ik moet luisteren en ik hoop dat ik tijdens de volgende zittingsperiode de betrokkenheid van de heer Savary op positieve wijze kan beantwoorden. Ik bedank hem nog een keer voor het werk dat hij heeft besteed aan de kwestie van het vervoer in de grote steden.

Ik ga nu verder in mijn moedertaal.

(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het stadsvervoer maakt inderdaad een wezenlijk deel uit van het verkeer binnen de Europese Unie, omdat het gehele systeem uiteindelijk begint en eindigt in de grote stadsgebieden waar het vele wegen doorkruist. Daarom is het van belang om de stedelijke mobiliteit niet alleen vanuit een stedelijk oogpunt te bekijken, maar ook vanuit het oogpunt van alle vervoerssectoren, inclusief het langeafstandsvervoer.

Het bestrijden van de klimaatverandering, het vereenvoudigen van het handelsverkeer, het waarborgen van de energievoorziening, het tegemoetkomen aan de mobiliteitsbehoeften van burgers, het verminderen van het aantal problemen die samenhangen met verkeerscongestie en het in de hand houden van demografische veranderingen, zijn kwesties die van cruciaal belang zijn voor de Europese politiek en voor de stedelijke mobiliteit die inherent is verbonden met al deze uitdagingen.

Juist daarom heeft de Commissie haar Groenboek over de stedelijke mobiliteitscultuur in september 2007 gepresenteerd. Het overleg dat tot goedkeuring van het groenboek heeft geleid, heeft laten zien dat er een definitief akkoord bestaat over het feit dat de Europese Unie een rol in deze sector moet spelen. Uw resolutie over het Groenboek over de stedelijke mobiliteitscultuur, opgesteld onder auspiciën van de heer Rack en aangenomen op 9 juli 2008, bevestigt deze conclusie.

Het doel van het groenboek was de weg te effenen voor een actieplan over de stedelijke mobiliteit. De beslissing van het Parlement om met een eigen actieplan door te gaan voordat er een voorstel van de Commissie was, geeft een sterk politiek signaal af. Ik heb daarom nota genomen van het belang van het werk van de heer Savary, in zijn hoedanigheid van beoordelaar, omdat het aantoont welk belang het Parlement hecht aan een werk dat wij zeker niet moeten veronachtzamen.

Ik houd mij, zoals u weet, met het thema stedelijke mobiliteit bezig en met de snelle goedkeuring van een actieplan dat goed in elkaar steekt. Ik wil herhalen dat dit gepland is in het werkprogramma van de Commissie van 2009, en ik hoop dat het zo spoedig mogelijk zal worden goedgekeurd. De heer Savary heeft het in zijn speech heel goed verwoord; er zijn binnen de Europese instellingen enkele bezwaren, omdat sommige mensen vinden dat het subsidiariteitsbeginsel door een dergelijk actieplan zou worden geschonden. Ik ben van mening dat hier geen sprake van is, vooral als we de Latijnse oorsprong van het woord subsidium bekijken, dat ‘hulp’ betekent. Het is onze taak als Europese instelling de lokale instanties te helpen om hun werk beter te kunnen doen. Iemand helpen betekent niet iemand vervangen, het betekent juist een bijdrage leveren aan het vinden van een betere oplossing voor de problemen!

Zonder op de inhoud van het voorstel in te gaan, kan ik u mededelen dat ons actieplan zich zal baseren op werkzaamheden waar wij al geruime tijd mee bezig zijn geweest en die wij in een samenhangende context zullen plaatsen, hiermee de politieke visie tonend die in de Europese werkzaamheden op het gebied van de stedelijke mobiliteit nog ontbreekt. Men zou zo het beleidskader moeten schetsen voor andere toekomstige ingrepen op andere gebieden waarvoor initiatieven op communautair niveau als nuttig of zelfs als noodzakelijk worden beschouwd.

Uw verslag levert zeker een belangrijke bijdrage aan het interne debat, en ik kan u verzekeren dat wij met vele van de voorstellen dat het verslag bevat, rekening zullen houden. Natuurlijk zijn er nog aspecten en details die nog nader moeten worden verduidelijkt of besproken. Ik kan u verzekeren dat uw voorstellen zorgvuldig zullen worden onderzocht, samen met de aanbeveling van het Comité van de Regio’s, dat door u is geconsulteerd.

De stemming van vandaag zal niet het einde van de dialoog tussen ons betekenen. Ik zal tijdens de werkzaamheden van de Commissie in contact te blijven met de heer Savary en met de andere Parlementsleden die met grote aandacht de vervoerssector hebben gevolgd, zodat het plan dat de Commissie goedkeurt en dat een plan van hoge kwaliteit zal zijn, in overeenstemming is met dat van het Parlement. Uiteindelijk, en ik herhaal dit, zal het plan aangeven dat de Commissie de lokale instanties niet vervangt, maar dat de Commissie simpelweg de lokale instanties wil helpen om hun werk beter te kunnen doen door informatie en goede praktijken uit te wisselen die onze burgers in staat stellen de kwaliteit van hun leven te verbeteren en zich gemakkelijker te verplaatsen, zowel in de steden, buiten de steden als bij het doorkruisen ervan. Daarom bedank ik het Europees Parlement voor het werk dat is verricht en voor de het aantal stemmen dat aan dit plan zal worden gegeven.

 
  
MPphoto
 

  Jean Marie Beaupuy, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega´s, waarde collega Savary, wij zijn hier bijeen in een parlementaire vergadering die bedoeld is om over wetteksten te stemmen, mijnheer de commissaris, en wij zijn bovenal bijeen in een parlementaire vergadering teneinde deze wetteksten te laten uitvoeren.

Vandaag stellen wij vast dat na het voortreffelijke werk dat is verricht door uw voorganger op het gebied van het groenboek, en na de ruwweg 400 bijdragen die daarop volgden, er vrijwel geen vooruitgang is geboekt, zozeer zelfs dat het, zoals u zelf net hebt herhaald, van belang werd dat het Parlement zich zou uitspreken.

Het is immers zo dat de natuur lijdt aan horror vacui. Dus als de Europese Commissie verzuimt haar werk te doen, dan zal het Parlement het moeten doen, en hier moet ik zeggen wat u ook hebt gezegd, mijnheer de commissaris: dat het werk dat is verricht door onze collega Savary van groot belang is, aangezien hij u feitelijk al het materiaal heeft verschaft voor het opstellen van een actieplan.

Ik wil niet beweren dat er zich een omkering van rollen voltrekt tussen Commissie en Parlement. Wel mogen we vaststellen dat het Parlement de facto weer iets meer macht naar zich heeft toegetrokken, nog voordat het Verdrag van Lissabon is aangenomen.

Dit is uitstekend werk van collega Savary, omdat hiermee een aantal voorstellen van de Commissie regionale ontwikkeling nogmaals aan de orde wordt gesteld.

Vanzelfsprekend binnen de begrenzingen van de subsidiariteit, verwachten wij dat u ons richtsnoeren zult aanreiken. Dat zal nuttig zijn. Deze richtsnoeren zullen er niet zijn om overheden af te remmen, maar juist om ze te helpen. Wij zijn in afwachting van de indicatoren die u ons zult verschaffen, alweer: niet ter beteugeling, maar ter ondersteuning. Wij verwachten vooral dat u ons de onderdelen van de vervoersplannen presenteert. In sommige landen bestaan ze, in sommige landen zijn ze zelfs verplicht en absoluut noodzakelijk.

Graag geef ik een voorbeeld. In de URBAN-werkgroep die ik de eer heb voor te zitten, hebben wij veel nadruk gelegd op de stedelijke uitbreiding van de laatste jaren: in tien jaar tijd is de stedelijke uitbreiding een gebied gaan bestrijken dat drie keer zo groot is als Luxemburg. Wat is het verband met het debat dat wij hedenavond voeren? Dat is een onmiddellijk verband, aangezien de stedelijke gebruikers precies twintig procent meer reizen als gevolg van de stedelijke uitbreiding, waarbij zeventig procent gebruik maakt van eigen vervoer.

Met dit alles wil ik zeggen dat als de Commissie regionale ontwikkeling u vraagt niet alleen te letten op de voorwaarde van een geïntegreerde aanpak, maar op die van de vervoersplannen, zij daarmee een algemeen beginsel vestigt waar u hopelijk rekening mee houdt in uw actieplan.

In onze URBAN-werkgroep is dit onderwerp uiteraard al aan de orde geweest en wij willen u bij voorbaat onze erkentelijkheid betuigen voor het juist ook daar in acht nemen van de geïntegreerde aanpak.

Vandaag hebt u geen antwoord gegeven op onze vragen, mijnheer de commissaris. U hebt een soort halfslachtige toezegging gedaan; u hebt u tamelijk ferm uitgelaten over het principe, maar ons geen enkele waarborg gegeven.

De toestand is werkelijk ernstig. Waarom? 400 miljoen Europeanen wonen in steden en deze 400 miljoen Europeanen leven onder omstandigheden waardoor ze onder andere dagelijks tijd verspillen in files. Wij weten dat deze opstoppingen 1 procent van het bruto binnenlands product kosten. Terwijl wij reppen van een herstelplan en van economisch herstel, staan wij toe dat miljarden euro’s worden verspild.

Snellere actie is gewenst, mijnheer de commissaris, want deze actieplannen ter bevordering van de stedelijke mobiliteit vormen een wezenlijk onderdeel van het herstelplan, maar ook van de klimatologische uitdaging. U hebt er immers zelf aan herinnerd dat veertig procent van de verontreiniging terug te voeren is op de steden. Evenmin wil ik het veiligheidsaspect negeren, aangezien twee van de drie ongelukken op de weg zich in steden voordoen. Als men weet dat een dode bijna een miljoen euro kost en een zwaargewonde meer dan een miljoen euro, dan ziet u hoeveel de uitdaging van de stedelijke mobiliteit jaarlijks in economisch en menselijk opzicht kost.

Vandaar, mijnheer de commissaris, vragen wij u om al deze praktische redenen, en aan de vooravond van de Europese verkiezingen, om zo mogelijk nog tijdens de afsluiting van het debat van hedenavond, grotere voortvarendheid te tonen in uw voorstellen en beloften, en om geen algemene beloften te doen, maar met een actieplan te komen – uw actieplan – opdat onze medeburgers eerder geneigd zullen zijn te gaan stemmen op 7 juni aanstaande.

 
  
MPphoto
 

  Reinhard Rack, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, net als de rapporteur, Gilles Savary, betreur ik het dat de Commissie niet heeft vastgehouden aan haar oorspronkelijke voornemen een geïntegreerd actieplan op te stellen.

Er zijn goede redenen aan te voeren voor de inspanningen van alle betrokkenen – van de gemeenten tot de Europese Unie – om de verkeerssituatie in de steden te verbeteren. Zoals bekend wonen de meeste Europese burgers in steden en is de verkeerssituatie in de steden momenteel bepaald niet optimaal. Daarom is er in principe overeenstemming over het plan en het verslag van de heer Savary, om op initiatief van het Parlement geïntegreerde voorstellen te doen. Ik ben hem erkentelijk voor zijn engagement en ook voor de concrete voorstellen die hij heeft gedaan.

Maar tegelijkertijd wil ik dat er geen misverstand over bestaat, dat datgene waar velen beducht voor zijn of denken te moeten zijn, zich niet zal voordoen. Niemand wil de lokale en regionale overheden hun zeggenschap over de verkeerssituatie ontnemen. Wij willen er op Europees niveau alleen maar toe bijdragen dat in deze aangelegenheid weloverwogen gemeenschappelijke regels worden gehanteerd, als een lokale of regionale overheid daar gebruik van wil maken. Dit vormt geen bedreiging voor het subsidiariteitsbeginsel. We willen dit beginsel hiermee juist beschermen.

Daarom zullen we in het belang van de burgers ons best blijven doen om te voorkomen dat een burger, als hij tien of twintig kilometer verder rijdt in Europa, erachter komt dat in de autoluwe zone waarin hij terecht is gekomen heel andere regels gelden dan in zijn eigen stad.

Niemand wil gemeenten opleggen tol te gaan heffen of andere regelingen in te gaan stellen, maar als dergelijke middelen daadwerkelijk worden ingezet, dienen ze herkenbaar te zijn voor de burgers. Als het gaat om verkeersborden zijn we het er al ruim honderd jaar over eens dat het zinvol is hier gezamenlijk afspraken over te maken. Dat moet ook in de toekomst bij dit onderwerp het geval zijn.

 
  
MPphoto
 

  Saïd El Khadraoui , namens de PSE-Fractie. – Ik zou om te beginnen rapporteur Gilles Savary en al degenen die tot het eindresultaat hebben bijgedragen, willen danken voor het verrichte werk en de rapporteur vooral ook voor het feit dat hij doorgezet heeft, ondanks het feit dat de Commissie heeft laten weten af te zien, voorlopig althans, van het actieplan waarnaar wij zo lang vragen.

Ik zou de Commissie willen oproepen om zo snel mogelijk de aanbevelingen waarover wij morgen stemmen, over te nemen en tot concrete acties over te gaan. Ook al vindt een kleine minderheid in het Parlement en vindt men blijkbaar ook bij de Commissie en in de lidstaten dat wij moeten afblijven van alles wat met steden te maken heeft, is het overduidelijk dat Europa een meerwaarde biedt om de problemen die groot en in grote mate gemeenschappelijk zijn, aan te pakken.

In het verslag staan een aantal interessante voorstellen. Uiteraard het vergaren van informatie, van vergelijkbare gegevens waarmee problemen in kaart kunnen worden gebracht. Er is het uitwisselen en stimuleren van goede ideeën, het sturen van technologische innovatie, het ervoor zorgen dat systemen interoperabel zijn, het aanmoedigen van steden om mobiliteitsplannen te maken, het nemen van maatregelen om te komen tot een duurzamere mobiliteit. Deze en andere voorbeelden betreffen duidelijk dingen die op Europees niveau moeten worden georganiseerd om onze steden leefbaarder, vlotter bereikbaar en duurzamer te maken. Ik reken dus op de Commissie om dit over te nemen en om daar werk van te maken in het belang van onze inwoners.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cramer, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ook ik wil de rapporteur hartelijk danken.

Het verkeer in de steden speelt een centrale rol bij de klimaatverandering, omdat het verantwoordelijk is voor 70 procent van de schadelijke uitstoot. Alleen met een ander Europees verkeersbeleid zullen de eigen klimaatdoelstellingen worden gehaald. De steden bieden het grootste potentieel voor verandering, want 90 procent van alle autoritten is daar korter dan 6 kilometer. Hier liggen dus ideale mogelijkheden voor de overschakeling naar het openbaar vervoer, de fiets of het voetgangersverkeer.

Gelukkig is de meerderheid voorstander van het voorstel om Europese financiële middelen alleen toe te kennen als steden met meer dan honderdduizend inwoners een duurzaam mobiliteitsplan hebben opgesteld. Wij hebben voorgesteld in de steden een algemene maximumsnelheid van 30 kilometer per uur in te voeren, waarbij de steden in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel de mogelijkheid zouden hebben voor bepaalde wegen hogere snelheden in te stellen. Helaas heeft dit voorstel het niet gehaald. Een dergelijke maatregel zou niet alleen het klimaat ten goede komen, maar zou ook zorgen voor een verlaging van het aantal ongevallen. Elk jaar komen op de Europese wegen namelijk veertigduizend mensen om en dat zijn er veertigduizend te veel.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland , namens de IND/DEM-Fractie. – Allereerst wil ik collega Gilles Savary danken voor de goede samenwerking. Hij heeft een goed verslag opgesteld in nauwe samenwerking met de schaduwrapporteurs.

In het verslag komt zeer duidelijk naar voren dat stedelijke mobiliteit een onderdeel van de transportsector is waar veel uitdagingen en kansen liggen. Uitdagingen op het gebied van de Europese klimaatdoelstellingen, congestiebestrijding, verkeersveiligheid en gebruiksvriendelijkheid, en kansen met betrekking tot duurzame economische ontwikkeling en, nauw daarmee verbonden, de groei van de binnenvaart.

Omdat het verslag van uitstekende kwaliteit is en volkomen terecht rekening houdt met het subsidiariteitsbeginsel, wil ik kort op de relatie tussen de stedelijke mobiliteit en de binnenvaartsector ingaan. De duurzame economische ontwikkeling in Europa, ook op transportgebied en in de stedelijke gebieden, zal in grote mate niet zonder het gebruik van de binnenvaart kunnen. Veel Europese steden hebben binnenwateren en daardoor de capaciteit in huis om een groeiende vraag naar transport duurzaam op te vangen. De groei van de binnenvaart vergt namelijk geen grote infrastructuurinvesteringen, draagt niet bij aan congestievorming in de Europese steden en leidt niet tot vergroting van de milieu- en klimaatproblemen in de Europese steden, mits de binnenvaart beschikt over schone motoren en schone brandstof. Als de binnenvaartcapaciteit van nature in de Europese steden aanwezig is, moet die capaciteit daarom aangewend en gestimuleerd worden.

De toekomst van de stedelijke mobiliteit is dus nauw verbonden met de toekomst van de binnenvaart. Ik verzoek de Europese Commissie daarom bij het opstellen van nieuwe wetgeving met betrekking tot de stedelijke mobiliteit de belangen van de binnenvaart scherp in het oog te houden.

 
  
MPphoto
 

  Renate Sommer (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, we houden ons nu al lange tijd bezig met het stedelijk verkeer in de Unie. Waarom eigenlijk? We zijn daar helemaal niet bevoegd voor. De bevoegdheid was oorspronkelijk immers uitgedacht, omdat ongeveer 80 procent van de bevolking in steden woont, en uit het oogpunt van het klimaatdebat willen we dit nu op ons nemen.

Gelukkig heeft ons protest kunnen bewerkstelligen dat deze ambitie van de Europese Commissie is teruggebracht tot een actieplan inzake de stedelijke mobiliteit. Ik wil commissaris Tajani danken voor zijn inzicht. Subsidere betekent inderdaad eerder ondersteunen dan voorschrijven, maar dat weet hij als Italiaan natuurlijk beter dan ik als Duitse. Ik heb alleen het groot examen Latijn afgelegd.

Ik vind het allereerst belangrijk dat ons verslag, het verslag van het Parlement, de nadruk legt op de strikte naleving van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel. Wetgevingsmaatregelen met betrekking tot het stedelijk verkeer zijn op Europees niveau niet toegestaan. Wel is het onze taak ondersteunende maatregelen te nemen. Brainstormsessies of de bevordering van de uitwisseling van beste praktijken zijn nuttig. Niet iedereen hoeft het wiel opnieuw uit te vinden. Onze steden zijn gebaat met oplossingen op maat. Deze kunnen echter alleen door de belanghebbenden ter plaatse worden uitgewerkt, omdat zij alleen immers weten wat er nodig is.

De gemeenten moeten voor uiteenlopende situaties passende oplossingen hebben. Ze hebben dus voldoende speelruimte nodig, om er mede voor te zorgen dat de handel in de steden blijft bloeien. Dat is belangrijk voor de aantrekkingskracht van steden. Daarom is het van belang dat het gemotoriseerde particuliere vervoer niet wordt buitengesloten en dat er meer aandacht komt voor de logistiek in de stad. Ik pleit dus voor de bevordering van het onderzoek naar de fijnmazige distributie in de binnensteden. Dat ontdoet de steden van een last.

Het is ook belangrijk dat er rekening wordt gehouden met demografische ontwikkelingen. Mensen worden tegenwoordig tenslotte steeds ouder. Er ontstaan andere behoeften op het gebied van mobiliteit en leefomstandigheden. Als we het aantal auto’s op de weg willen terugdringen, moeten we ervoor zorgen dat de bevolking in de nabijheid van de woonomgeving toegang heeft tot goederen die in hun dagelijkse behoeften voorzien. Dat is ook een uitdaging voor de detailhandel. Andere maatregelen zouden alleen voordelen opleveren voor het platteland.

We hebben geen behoefte aan een waarnemingscentrum voor het stedelijk verkeer. Een dergelijk centrum zou veel geld kosten en veel papier produceren dat alleen maar in Brussel in de archieven zou verdwijnen.

 
  
MPphoto
 

  Maria Eleni Koppa (PSE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, het onderhavige verslag over stedelijke mobiliteit is een belangrijke bijdrage aan duurzame mobiliteit in Europa en een vast bestanddeel van de strategie voor duurzame ontwikkeling en de verwezenlijking van de doelstellingen van Lissabon.

Alles valt of staat met de vaststelling van innoverende activiteiten en de uitvaardiging van wetgevingsmaatregelen waarmee de levenskwaliteit van de burgers in de grote steden aanzienlijk kan worden verbeterd. Het is een feit dat het dagelijks leven van de Europese burger sterk wordt aangetast door de achteruitgang van het milieu. Daarom moet een gulden middenweg worden gevonden tussen enerzijds de ambitie met betrekking tot de ontwikkeling van een gemeenschappelijk vervoersbeleid dat eenieder het recht op mobiliteit geeft en dat een belangrijk onderdeel zal zijn van de economische groei en anderzijds de geïntegreerde aanpak om verkeersopstoppingen tegen te gaan en op drastische wijze bij te dragen aan de bestrijding van klimaatverandering.

Met andere woorden, er moet gewerkt worden aan menselijker levensomstandigheden. Wij moeten pijlsnel gecombineerde vervoers- en verplaatsingsmodi ontwikkelen en de burgers informatie verschaffen over alle stedelijke vervoersnetwerken, zodat zij zelf kunnen kiezen.

Ik wil eveneens de rapporteur van harte gelukwensen met zijn goed en uitgebreid verslag en de Europese Commissie vragen geen tijd te verliezen en meer vaart te zetten achter de opstelling van een actieplan.

 
  
MPphoto
 

  Mieczysław Edmund Janowski (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer de heer Savary met de manier waarop hij het onderwerp heeft behandeld. Vervoer is een fundamenteel probleem in stedelijke gebieden. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel vallen deze kwesties onder de nationale en met name de lokale wetgeving. Het belang van dit probleem moet echter wel worden onderkend en op Europees niveau moet specifieke hulp en coördinatie worden geregeld. Dit betreft zowel de bevordering van goede ervaringen als de verspreiding van innovatieve, technische en organisatorische oplossingen.

Er is speciale steun nodig voor intelligente vervoersstelsels in stedelijke gebieden, die zorgen voor een efficiënt verkeersbeheer en voor veiligheid. Het combineren van het potentieel van vervoer, informatietechnologie en telecommunicatie is hier zeer nuttig. Tevens zijn modale oplossingen nodig, omdat zij gebruik maken van verschillende vervoersvormen en de verkeersdruk in steden verminderen. Ik denk dat het van essentieel belang is modellen van stedelijke planning te veranderen, zodat het stedelijk vervoer vriendelijk wordt voor mens en milieu. Ik steun ook het idee om een speciaal financieel instrument voor stedelijke mobiliteit te creëren in de volgende financiële vooruitzichten.

Ik breng in herinnering wat de rapporteur heeft benadrukt, namelijk dat bijna 80 procent van de EU-burgers in stedelijke gebieden woont. Deze burgers verliezen veel tijd door een slechte organisatie van het vervoer. Laten wij die tijd niet verspillen.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in mijn repliek kan ik nogmaals mijn toewijding benadrukken om het actieplan in 2009 te presenteren.

Ik realiseer mij hoe belangrijk het voor het merendeel van de Parlementsleden is om het genoemde plan snel af te ronden, maar, zoals de heer El Khadraoui heeft benadrukt, zijn er juridische bezwaren in meerdere Europese instellingen, en niet alleen in de Commissie. Wij moeten deze bezwaren weerleggen en degenen die over een dergelijk actieplan twijfelen ervan overtuigen, en ik herhaal dit, dat dit plan het subsidiariteitsbeginsel niet zal schenden. Ik zeg het nogmaals, ik heb vele jaren Latijn gestudeerd en ik ken de betekenis van het woord goed. Het woord heeft een positieve betekenis, het betekent namelijk helpen.

Wij willen, ook na het debat dat zich vandaag heeft afgespeeld en nadat wij de tekst van de heer Savary hebben gelezen, op de ingeslagen weg voortgaan. Er zijn geen twijfels van mijn kant, maar om het doel te bereiken moeten wij veel mensen overtuigen. Daarom denk ik dat het juist is om dit met sterke politieke, technische en juridische argumenten te doen. De tekst die door het Parlement is opgesteld, zal beslist van groot nut zijn bij pogingen om de bezwaren te weerleggen, en ik ben ervan overtuigd dat dit in de komende maanden zal gebeuren. De Commissie zal de burgers dus een actieplan geven, waarbij zeker volledig rekening zal worden gehouden met het werk dat u in de afgelopen weken en maanden heeft verricht.

Daarom wil ik u nogmaals bedanken, en ik bevestig opnieuw mijn inzet en wil om onverwijld op de ingeslagen weg van mijn voorganger door te gaan en die ook door het Europees Parlement is gekozen, terwijl ik er zeker van wil zijn dat het besluit door zo veel mogelijk mensen zal worden gesteund, opdat het plan zo efficiënt mogelijk zal zijn. Indien wij ervoor kiezen om het plan misschien enkele weken eerder goed te keuren, maar zonder de volledige steun van alle partijen, zou dit misschien niet de meest nuttige manier zijn om de doelen te bereiken waarin wij allen geloven.

Ik ben desalniettemin van mening dat na dit debat, en na het besluit van het Parlement, wezenlijke vooruitgang is geboekt, en dat daarom de verzoeken die van het merendeel van de Parlementsleden afkomstig zijn – omdat er zelfs in de loop van het debat diverse meningen over het actieplan naar voren zijn gebracht – in de komende maanden tot een goed einde kunnen worden gebracht.

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Gilles Savary, rapporteur. − (FR) Mevrouw de Voorzitter, waarde collega’s, in deze discussie wil ik uiteraard meteen al mevrouw Sommer geruststellen. Er is hier veel wetgeving geweest die betrekking had op lokale overheden, zoals over de onderlinge concurrentie van de Stadtwerke, oftewel gemeentelijke nutsbedrijven, over de verplichtingen van de openbare dienst in het openbaar vervoer en over de richtlijnen inzake overheidsopdrachten.

Welnu, daarover gaat het nu niet. Er komt veel meer subsidiariteit bij kijken. Er is geen denken aan om hier te besluiten dat een gemeente of stadsgewest een “zone 30” instelt of voorrang geeft aan het spoorwegvervoer. Ik heb ervoor gezorgd dat we niet weer in een dergelijk debat verzeild raken.

De vraag die ik me gesteld heb, is: “Wat kan de toegevoegde waarde zijn van de Europese Unie?” In de eerste plaats haar wens om in actie te komen. De Europese Unie kan de stedelijke kwestie niet links laten liggen in dezelfde maand – december 2008 – dat zij zichzelf, dankzij mevrouw Merkel of de heer Sarkozy, een bijzonder ambitieus klimaatplan oplegt.

Hoe kan men zich wagen aan een klimaatplan dat “drie maal twintig” voorschrijft en zeggen “ik interesseer me niet voor het stedelijke gebied”, terwijl dat de klimaatkwestie het meest beïnvloedt?

Het gaat hier om beleidsmatige samenhang – Europese beleidsmatige samenhang – aangezien we het met elkaar eens waren, en de regeringen het eens waren, dat we ons aan het klimaatplan zouden wijden. Er een is legitieme noodzaak om ons op de stedelijke omgeving te richten. We ontkomen er niet aan, op vervoersgebied noch op andere gebieden.

Zeker, we moeten ervoor zorgen dat de gemeenten soeverein besluiten, met hen hebben we een nauwer contact. Wat wij evenwel kunnen doen is ervoor zorgen dat zij met elkaar in contact treden, dat er een uitwisseling van beste praktijken en van informatie komt.

Wij kunnen ervoor zorgen dat zij de aansporing voelen stedelijke ontwikkelingsplannen op te stellen, iets waar ze niet allemaal in geslaagd zijn.

Wij kunnen ervoor zorgen dat zij alle vervoerstakken integreren: ongemotoriseerd vervoer, collectief vervoer, vervoer over water, en – de heer Blokland heeft gelijk – vervoer per spoor.

Wij kunnen ervoor zorgen dat zij het stedelijk vervoer aantrekkelijker maken voor de gebruiker.

Dat is het doel waarop wij ons richten, en dat is de reden waarom wij verzoeken om een financieringsinstrument. We beschikken over het Marco Poloprogramma, dat gecombineerd vervoer aanmoedigt. We hebben de URBAN-programma’s gehad. We kennen verscheidene Europese stimuleringsprogramma’s. Deze keer verzinnen we ze niet, ze lopen al jarenlang.

Zonder de volgende financiële vooruitzichten te verhogen, zou daarin sprake moeten zijn van een verschuiving naar het stedelijk vervoer. Dat is wat wij voorstellen.

En ter afsluiting – mevrouw de Voorzitter, neemt u mij niet kwalijk, ik ben de rapporteur – zeg ik tegen de heer Tajani dat als wij morgen een zeer ruime meerderheid hebben, hij naar de Commissie moet kunnen terugkeren met de woorden: “Ik denk dat we iets moeten doen, omdat we er de legitimiteit voor hebben en omdat het Parlement niet alleen heeft gehandeld.”

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk. (RO) De levenskwaliteit van de Europese burgers is rechtstreeks afhankelijk van het vergemakkelijken en vergroenen van het stadsvervoer. Daarom zijn verbetering van de toegankelijkheid van het vervoer en interoperabiliteit van essentieel belang en vormen de investeringen gericht op deze categorieën openbare werken een effectieve manier om de bedragen te investeren die zijn voorzien in het Europese plan en de nationale plannen voor economisch herstel. Dit vormt een aanpak die gericht is op de burger, in zijn dubbele hoedanigheid van werkende – door het creëren van nieuwe arbeidsplaatsen – en gebruiker van vervoersdiensten en van de verbetering van de milieukwaliteit.

De vele Europese initiatieven en aanbevelingen met betrekking tot de verbetering van de stedelijke mobiliteit vragen echter om een geïntegreerde aanpak. Waarborging van het subsidiariteitsbeginsel sluit niet de noodzaak uit van het realiseren van een samenhangend juridisch kader en van een gemeenschappelijk referentiekader, dat naast de geïntegreerde aanbevelingen een uitgebreide set beste praktijken dient te bevatten.

Op deze wijze is zeker dat de lokale, direct verantwoordelijke autoriteiten zowel de mogelijkheid als het belang hebben om de samenwerking te versterken met alle spelers die belang hebben bij de duurzame ontwikkeling van het vervoer op lokaal en regionaal niveau.

Op mijn beurt roep ik de Europese Commissie op om het Actieplan voor stedelijke mobiliteit zo snel mogelijk op te stellen, ter bespoediging van de consistente integratie van deze sector binnen het Europese vervoersnetwerk in het algemeen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dushana Zdravkova (PPE-DE), schriftelijk.(BG) De bestaande technologieën en methodes voor het vervoer van passagiers en goederen in een stedelijke omgeving hebben hun absolute limiet bereikt. Kleinere Europese steden lopen zelfs al helemaal vast door het verkeer. Om de levenskwaliteit van onze burgers te verbeteren, moeten we de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van wetenschappelijk onderzoek en innovatie op het gebied van stedelijke mobiliteit versnellen. Het is absoluut een feit dat het kanaliseren van middelen door eenvoudigweg de bestaande infrastructuur uit te breiden niet zal helpen om de groeiende crisis het hoofd te bieden. We moeten nieuwe, “intelligente” oplossingen vinden om zowel bestaande als toekomstige problemen met het stedelijk vervoer op te lossen. Daarom juich ik het voorstel voor de ontwikkeling van een nieuwe generatie CIVITAS-programma toe en denk ik dat de nadruk moet liggen op de ontwikkeling van de nieuwe generatie informatietechnologie voor het beheer van verkeersstromen.

De in de afgelopen jaren steeds vaker gehanteerde aanpak van geïntegreerde planning wordt relatief breed toegepast bij het opstellen van stedelijke plannen voor grote steden in Europa.

De creatie en financiering van een permanente Europese structuur, die goede praktijken op dit gebied zal verzamelen en verspreiden, evenals de bevordering van een dialoog tussen de belanghebbende partijen uit elke regio in de Europese Unie, zal een nieuwe, belangrijke stap zijn in de richting van het bevorderen van duurzame mobiliteit in stedelijke gebieden.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid