Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2008/0239(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0217/2009

Ingediende teksten :

A6-0217/2009

Debatten :

PV 22/04/2009 - 20
CRE 22/04/2009 - 20

Stemmingen :

PV 23/04/2009 - 8.10
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0284

Debatten
Woensdag 22 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB

20. Programma Marco Polo II (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0217/2009) van Ulrich Stockmann, namens de Commissie vervoer en toerisme, over het voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1692/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het tweede Marco Poloprogramma voor de toekenning van communautaire financiële bijstand om de milieuprestaties van het vrachtvervoerssysteem te verbeteren ("Marco Polo II") [COM(2008)0847 - C6-0482/2008 - 2008/0239(COD)].

 
  
MPphoto
 

  Ulrich Stockmann, rapporteur. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, de modal shift van het goederenvervoer over de weg naar het spoor en de binnenvaart of short sea shipping, de korte vaart, is al decennialang een terugkerend thema in onze discussies over het vervoersbeleid. Momenteel heeft deze discussie in verband met het debat over de beperking van de klimaatverandering natuurlijk meer gewicht gekregen.

We hebben intussen een keur aan beleidsinitiatieven en -instrumenten ontwikkeld, waarmee deze modal shift kan worden gerealiseerd. Maar in de praktijk is een dergelijke omzetting welbeschouwd ontzettend moeilijk te realiseren en lukt dat ons slechts zelden.

De oorzaak daarvoor is in de eerste plaats gelegen in het feit dat de verbindingen tussen de vervoersmodaliteiten nog steeds niet in voldoende mate op elkaar zijn afgestemd. In de tweede plaats hebben de spoorwegen en de binnenvaart nog allerminst het niveau van Europese dienstverlener bereikt en in de derde plaats kunnen de milieuvriendelijke vormen van vervoer in principe natuurlijk geen vervoer van deur tot deur aanbieden.

Deze problemen worden in deze periode van recessie nog versterkt, doordat de prijzen in de sector van het goederenvervoer over de weg drastisch dalen. Ook het tweede Marco Poloprogramma heeft met deze problematiek te maken gekregen. Daarom hebben wij als politici op vervoersgebied dringend behoefte aan een oplossing. De doelstelling die we ooit hebben geformuleerd, namelijk dat we met behulp van “Marco Polo” 60 procent van de toename van het goederenvervoer op de weg zouden verplaatsen, is immers op de lange baan geschoven. Derhalve moeten we nog vóór het einde van deze zittingsperiode de omslag maken. Met het oog daarop hebben we een goed doordacht compromis bereikt.

Wat moet er gebeuren? Om te beginnen is het erg nuttig dat de Commissie al vóór de indiening van dit voorstel voor een verordening een agentschap opdracht heeft gegeven het beheer van het programma over te nemen en de administratieve procedures te vereenvoudigen. Het compromis dat we gezamenlijk hebben bereikt, heeft betrekking op een groot aantal onderdelen, dat het programma aantrekkelijker maakt. Ten eerste zijn de drempels voor “snelwegen op zee” verlaagd van 250 naar 200 miljoen tonkilometer per jaar. Ten tweede zijn de drempels voor modal-shiftacties van 80 naar 60 miljoen tonkilometer verlaagd. Dit geldt ook voor de drempels voor verschuivingen naar de binnenvaart. Daar heeft het Parlement met een daling van 17 naar 13 miljoen tonkilometer een enorme verlaging tot stand weten te brengen. Daarnaast hebben we de toegestane intensiteit voor extra infrastructuur van 10 procent naar 20 procent verhoogd. Dat is zinvol. Ten slotte hebben we voor elkaar gekregen dat de looptijd van contracten nu ook kan worden verlengd als gevolg van economische crises zoals de huidige.

We hebben er dus voor gezorgd dat het programma aantrekkelijker is geworden. Dit compromis dat we nu hebben bereikt, is mede tot stand gekomen door de grote bereidheid van alle parlementariërs om tot een consensus te komen. Zij hebben gerechtvaardigde overwegingen en uitvoerige discussies in dit geval terzijde geschoven, om ervoor te zorgen dat het programma snel weer kon worden opgestart. Ten aanzien van een voorstel van de Commissie voor een derde Marco Poloprogramma moet er daarom werkelijk een algemeen debat worden gevoerd, zodat alle punten die voor onze toekomstige oriëntatie noodzakelijk zijn, opnieuw aan de orde kunnen worden gesteld. Bovendien zijn we natuurlijk geïnteresseerd in de effecten van de aanpassingen die we momenteel doorvoeren. Daar stemmen we morgen over. Ik hoop daarbij op uw steun.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. − (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte Parlementsleden, ik wil de heer Stockmann bedanken voor het werk dat hij heeft verricht. Het Marco Poloprogramma uit 2003 heeft als doelstelling het realiseren van een duurzamer vervoerssysteem in Europa, door een groot deel van de jaarlijkse groei van het goederentransport over te hevelen naar andere, milieuvriendelijker vervoerswijzen, zoals de binnenvaart, het spoorvervoer en het zeevervoer over korte afstand. Het eerste Marco Polo-programma dat als doelstelling had om binnen vier jaar 48 miljard tonkilometers van de wegen over te hevelen, is in 2006 beëindigd. Toch heeft de externe evaluatie aan het licht gebracht dat de doelstelling voor slechts 64 procent werd bereikt.

De ervaring die wij met het tweede Marco Poloprogramma hebben opgedaan, toont aan dat de effectiviteit van het programma helaas niet verbetert, en dat Europa dit belangrijke instrument niet ten volle benut om een vervoerssysteem te realiseren dat beter is afgestemd op ontwikkelingen op de markt. Ik heb vorig jaar een aantal brieven verzonden aan alle Europese ministers van Vervoer, zodat zij gebruik gaan maken van het Marco Polo-programma.

Daarom denk ik dat het moment is gekomen – en het ziet er naar uit dat het Parlement mijn zienswijze deelt – om de regels voor toegang tot dit project of programma te veranderen, en dat middelen zullen worden toegekend die niet altijd worden gebruikt. Wij zijn zeker op de goede weg, omdat wij kleine en middelgrote bedrijven, die voorheen problemen hadden om gebruik te maken van Europese subsidies die ter beschikking waren gesteld aan Marco Polo, nu proberen te helpen om deel te nemen aan een communautair project.

De boodschap die wij vandaag afgeven is niet alleen gericht aan degenen die Marco Polo gebruiken. Het is denk ik ook een oproep om veel Europese regelgeving aangepast te krijgen, omdat dit ook voor andere sectoren en andere nationale regelgeving geldt waar Europese subsidies worden gebruikt; de regelgeving is niet altijd op een manier geschreven die het gebruik ervan bevordert. Dit is een concreet probleem in alle lidstaten, en ik zou nogmaals willen benadrukken dat het niet alleen onze regelgeving betreft, maar ook de nationale regelgeving op het gebied van de Europese subsidies.

Daarom denk ik dat wij vandaag de dag niet alleen werken aan Marco Polo, maar wij geven ook een signaal af voor wat een goede wetgeving betreft, ten gunste van de burgers die de toegang tot communautaire projecten vereenvoudigen. Ik ben daarom van mening dat men de voorgestelde tekst kan goedkeuren, en dat men zich natuurlijk bij het gehele werk van de heer Stockmann kan aansluiten, zodat, en ik herhaal dit, er morgen door dit Parlement een positief signaal aan de gehele Europese Unie zal worden afgegeven.

Ik herhaal dat dit niet slechts een kwestie is die Marco Polo betreft, deze kwestie is veel ruimer. Ik denk dat wij, uitgaande van Marco Polo, ook de bedrijven in de andere sectoren in de 27 EU-landen, die het gebruik van de communautaire subsidies en de invoering van de verschillende programma’s nauwlettend in het oog houden, een dienst bewijzen.

 
  
MPphoto
 

  Anne E. Jensen, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. (DA) Mevrouw de Voorzitter, toen de Begrotingscommissie besloot een verklaring af te leggen over het Marco Polo-programma, was de reden daarvoor dat het moeilijk is gebleken om ervoor te zorgen dat de kredieten worden ingezet volgens hun doel. Daarom steunen wij natuurlijk het voornemen om actie te ondernemen. Daarvoor moeten wij de Commissie ook prijzen. We proberen om het beheer te vereenvoudigen en de regels aan te scherpen, zodat het gemakkelijker wordt om ervoor te zorgen dat de kredieten ook daadwerkelijk worden ingezet waarvoor ze bedoeld zijn. Tegelijkertijd zijn we het er in de Commissie begrotingscontrole ook over eens dat, als het niet lukt om te zorgen voor een betere uitvoering van het programma, als het met andere woorden niet lukt om meer kredieten te benutten, overwogen moet worden of er wel zoveel geld gereserveerd moet worden voor het Marco Polo-programma, of dat een aantal van die kredieten moeten worden overgeheveld naar andere programma’s, waar ze beter kunnen worden ingezet. Na de verkiezingen zal in 2010 een tussentijdse evaluatie van de begroting worden uitgevoerd, en een van de dingen die we uiteraard zullen onderzoeken is de vraag welke programma's functioneren en welke niet. Natuurlijk zullen we dan ook kredieten weghalen uit programma’s waar ze niet kunnen worden gebruikt en deze overhevelen naar programma's waar er meer behoefte aan geld is, zodat deze kredieten niet onbenut blijven.

 
  
MPphoto
 

  Dieter-Lebrecht Koch, namens de PPE-DE-Fractie. (DE) Mevrouw de Voorzitter, morgen vindt in de plenaire vergadering de stemming plaats over het tweede Marco Poloprogramma voor de verbetering van de milieuprestaties van het vrachtvervoer. Met Marco Polo II is de planningszekerheid groter, omdat het programma tot en met 31 december 2013 loopt. Voor het programma is een budget van 450 miljoen euro beschikbaar. De drempels voor voorstellen om in aanmerking te komen voor steun worden in vergelijking met het eerste Marco Poloprogramma verlaagd, zodat kleine en middelgrote ondernemingen daarvan kunnen profiteren. Met name hiervoor ben ik de rapporteur bijzonder dankbaar. Deze beleidsmaatregel stelt de burger op de eerste plaats, en daar kan ik me, gelet op de economische situatie waarin veel kleine en middelgrote ondernemingen zich momenteel bevinden, volledig in vinden.

Het programma beoogt een modal shift te realiseren en de congestie in het wegverkeer te verminderen. Bovendien wordt met behulp van dit programma de comodaliteit verhoogd en wordt er op deze manier een bijdrage geleverd aan een efficiënt en duurzaam verkeerssysteem. Ik raad iedereen aan morgen voor het programma te stemmen, zodat de wetgevingsprocedure in eerste lezing kan worden afgesloten.

 
  
MPphoto
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, Commissaris, namens de fractie Unie voor een Europa van Nationale Staten wil ik graag de aandacht vestigen op de volgende zaken.

Ondanks prijzenswaardige doelstellingen, zoals het beperken van de overbelasting van het wegverkeer, het beperken van de gevolgen van het wegverkeer voor het milieu en het bevoordelen van de korte vaart, het vervoer per spoor, de binnenvaart of een combinatie van verschillende vormen van goederenvervoer, wordt jaarlijks nauwelijks de helft van de financiële middelen die beschikbaar zijn voor de uitvoering van het Marco Poloprogramma gebruikt en wordt slechts 60 procent van de activiteiten van het programma uitgevoerd.

De voorstellen van de Europese Commissie om het programma te vereenvoudigen moeten daarom worden gesteund, met name: de deelname van kleine en eenpersoonsbedrijven aan het programma zonder dat zij consortia te hoeven vormen; een duidelijke beperking in de tonkilometerdrempel die vereist is om in aanmerking te komen voor steun; verhoging van de steunintensiteit door de financiële steun te verhogen, die van 1 euro is gestegen naar 2 euro per 500 tonkilometers verplaatste goederen, en een vereenvoudiging van de procedures om financiële steun toe te kennen. Ik spreek hierbij de hoop uit dat al deze maatregelen ervoor zullen zorgen dat de financiële middelen die uit hoofde van dit programma beschikbaar zijn zo goed mogelijk zullen worden gebruikt.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Vanavond spreken wij over de wijzigingen in het Marco Polo II-programma. Ik ben de Europese Commissie erkentelijk dat zij met voorstellen is gekomen om de drempels voor dit fonds te verlagen en ik ben blij dat collega Stockmann deze voorstellen voortvarend heeft opgepakt. Vooral de extra verlaging van de drempel voor de binnenvaart kan op mijn steun rekenen.

Er is echter een probleem. Deze verlaging is nog niet groot genoeg. In de Commissie vervoer hebben collega Wortmann-Kool en ik dit euvel met succes verholpen. Ik betreur het echter dat collega Stockmann dit amendement 24 onwenselijk acht. Ik ken hem namelijk als een groot voorstander van de binnenvaart en ik had gehoopt dat dergelijke amendementen hem welgevallig zouden zijn. De door de Commissie voorgestelde drempel is immers voor de kleine ondernemer, wat de binnenvaartschipper bijna per definitie is, nog veel te hoog. Dat de overige instellingen haken en ogen zien aan amendement 24 begrijp ik niet goed.

Wij hebben een fonds met veel geld voor duurzaam vervoer. De binnenvaart is met grote voorsprong de schoonste modaliteit. Waarom zouden wij voor deze sector de drempel niet extra verlagen? Ik denk dat de Europese Commissie bang is dat dergelijke voorstellen enkele lidstaten in de Raad op het idee brengen om ook andere verlagingen te eisen. Ik wil de Europese Commissie vragen haar rug recht te houden en het belang van de binnenvaart als zijnde de schoonste vervoerswijze ook hier ondubbelzinnig te erkennen.

 
  
MPphoto
 

  Rodi Kratsa-Tsagaropoulou (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, geachte collega´s, in het tweede Marco-Poloprogramma investeren wij tot 2013 400 miljoen euro. Tegelijkertijd investeren wij daarin echter hoop en verwachtingen. Wij hopen namelijk dat met dit programma een efficiënter en duurzaam vervoerssysteem tot stand kan worden gebracht, dat de Europese Unie in staat zal stellen toegevoegde milieuwaarde te creëren en tegelijkertijd de economische, sociale en territoriale samenhang te bevorderen.

De resultaten van de in 2008 gelanceerde oproep tot het indienen van voorstellen voor het tweede Marco Poloprogramma in 2008 en de conclusies van de externe evaluatie van het eerste Marco Poloprogramma hebben aangetoond dat het programma een significant effect heeft in termen van modal shift. Het is echter zeer waarschijnlijk dat de in de rechtsgrondslag vastgelegde doelstelling om opstoppingen te voorkomen of een wezenlijk deel van de verwachte groei van het totale internationale goederenvervoer over de weg in Europa te verschuiven naar andere verkeersmodaliteiten, niet zal worden bereikt.

Als men echter de doelstellingen van het programma Marco Polo II wil bereiken, moet men het in een aantrekkelijker vorm gieten. Dan moet de rechtsgrondslag worden aangepast en de controleprocedures worden vereenvoudigd en gepreciseerd. Afgezien daarvan moeten de financieringsvoorwaarden en de desbetreffende vereisten worden aangepast aan het nagestreefde doel. Deze wijzigingen moeten zo snel mogelijk worden doorgevoerd om ook zo snel mogelijk effect te kunnen sorteren.

Wij in het Europees Parlement ondersteunen en faciliteren een betere toegang van kleine ondernemingen tot het programma, verlaging en vereenvoudiging van de subsidiabiliteitsdrempels voor projecten en verhoging van de steun. Met andere woorden, wij streven naar een programma dat functioneler is en onmiddellijk effect sorteert.

Mijnheer de commissaris, geachte collega´s, deze wijzigingen en aanpassingen kunnen een voorbeeld zijn van de levendigheid, dynamiek en efficiëntie van Europa. Dat is waarvan de burgers aan de vooravond van de Europese verkiezingen doordrongen moeten raken; dat is wat zij moeten ervaren.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. − (IT) Mevrouw de Voorzitter, geachte Parlementsleden, in dit afsluitende debat wil ik antwoord geven op enkele vragen die door u zijn gesteld. Ik wil u bovendien bedanken voor de steun die u aan dit akkoord in eerste lezing heeft gegeven, dat zeker bij zal dragen aan het verbeteren van de doeltreffendheid van het tweede Marco Polo-programma.

Ik wil graag zeggen dat mijn staf in de afgelopen jaren – en ik bedank hen tevens voor het werk dat zij hebben verricht – al is begonnen om over het Marco Polo-programma na 2013 na te denken, en bij deze beoordeling zal de aandacht uitgaan naar de punten die in de compromisovereenkomst staan. Ik wil in het bijzonder de noodzaak benadrukken om bij de vaststelling van de financieringsvoorwaarden naar gebruikt vervoermiddel te differentiëren op basis van veiligheid, milieuprestaties en energie-efficiëntie, en ik wil de noodzaak benadrukken om in de toepassingsfase vraaggestuurde bijstand te organiseren met inachtneming van de behoeften van het midden- en kleinbedrijf in de vervoerssector, en met erkenning van economische recessies als een bijzondere reden voor het verlengen van de looptijd van projecten en voor het productspecifiek verlagen van de drempels om voor steun in aanmerking te komen.

Om terug te komen op het verlagen van de drempels om voor steun in aanmerking te komen, wil ik de heer Blokland geruststellen, omdat er in de tekst van de compromisovereenkomst die wij goedkeuren al een minimale subsidiedrempel voor de binnenvaartsector is opgenomen. Ik denk dat wij niet meer kunnen doen dan al is gedaan, omdat dit de administratiekosten zou verhogen, maar ik denk dat het signaal waarnaar u vraagt, al is afgegeven.

Laten wij terugkeren naar onze beschouwing van het Marco Polo-programma na 2013. Ik zei al dat de thema’s ook de mogelijkheid bevatten om de referentiewaarden voor de minimale subsidiedrempels voor ingediende projecten niet alleen uit te drukken in overgehevelde aantallen tonkilometer, maar ook in termen van energie-efficiëntie en milieuvoordelen. Verder bestaat de mogelijkheid om de samenhang tussen het Marco Poloprogramma, het logistieke actieplan en het TEN-T programma te waarborgen door middel van passende maatregelen voor de coördinatie van de toewijzing van communautaire middelen, in het bijzonder voor de snelwegen op zee, en daarnaast is er de noodzaak rekening te houden met de specifieke kenmerken van de binnenvaartsector en van de kleine en middelgrote ondernemingen die daarin actief zijn, bijvoorbeeld door middel van een specifiek programma voor de binnenvaartsector.

In ieder geval is de Commissie hoe dan ook van plan om Mededeling te doen over de toekomst van het programma, eventueel samen met een voorstel voor een programma Marco Polo 3 in de loop van 2011.

 
  
MPphoto
 

  Ulrich Stockmann, rapporteur. (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik ben het met u eens. We kunnen morgen een positief signaal afgeven, namelijk dat we, terwijl we een grotere betrokkenheid bij de burgers tonen, als dat nodig is tegelijkertijd ook nuttige veranderingen in onze regelgeving kunnen aanbrengen. We moeten niet alleen dit signaal afgeven, maar we moeten ook een voorlichtingscampagne starten in de landen van de Unie, zodat de burger snel kan profiteren van de aantrekkelijke maatregelen die in dit programma zijn vastgelegd. We hebben met dit programma namelijk een optimaal resultaat behaald. De burger kan nu heel voordelig zijn slag slaan. Als we er op deze manier niet in slagen een ombuiging naar andere verkeersmodaliteiten tot stand te brengen, dan komt het hele programma op losse schroeven te staan.

Ik hoop niet, mevrouw Jensen, dat we het geld aan andere programma’s moeten besteden, want onze doelstelling is belangrijk. We willen en moeten, waar het ook maar mogelijk is, verkeer naar andere vervoersmodaliteiten overhevelen, maar dat is moeilijk. En mijnheer Blokland, u hebt al antwoord gekregen. We hebben opnieuw onderhandelingen gevoerd over de binnenvaart en de Raad bij wijze van spreken nog tot een aanvullend compromis gedwongen. We wilden graag in eerste lezing tot een besluit komen over dit programma. Daarom konden we ook niet te radicale voorstellen doen, maar moesten we ons in de onderhandelingen wel richten op het bereiken van consensus en het sluiten van compromissen. Welbeschouwd hebben we zo toch veel voor elkaar gekregen.

Ik verheug me op het inhoudelijke debat, dat we met betrekking tot het derde programma tijdig zullen voeren naar aanleiding van een toegezegde mededeling van de Commissie. Dan kunnen we over alle principiële vragen discussiëren. Bijvoorbeeld over de vraag of we de programma’s voor afzonderlijke vervoersmodaliteiten moeten opsplitsen, en dergelijke vragen: alle vragen die we in een gemeenschappelijk compromisvoorstel hebben geformuleerd. Dan wordt het weer spannend. Nu hoeven de maatregelen alleen maar resultaat op te leveren, zodat het programma niet vastloopt en projecten die al zijn gestart in deze crisisperiode mogelijk tot stilstand komen. Dat zou echt spijtig zijn en om dat te voorkomen hebben we dit compromis gesloten. Nogmaals hartelijk dank voor alle inspanningen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid