Index 
Debatten
PDF 2170k
Donderdag 23 april 2009 - Straatsburg Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Ingekomen stukken: zie notulen
 3. Rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (debat)
 4. Patiëntveiligheid (debat)
 5. Europees optreden op het gebied van zeldzame ziekten (debat)
 6. Stemmingen
  6.1. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Europees Parlement (A6-0184/2009, Paulo Casaca)
  6.2. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Hof van Justitie (A6-0151/2009, Søren Bo Søndergaard)
  6.3. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Rekenkamer (A6-0152/2009, Søren Bo Søndergaard)
  6.4. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Europese Ombudsman (A6-0156/2009, Søren Bo Søndergaard)
  6.5. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (A6-0154/2009, Søren Bo Søndergaard)
  6.6. Kwijting 2007: EUROJUST (A6-0161/2009, Christofer Fjellner)
  6.7. Kwijting 2007: Europees Geneesmiddelenbureau (A6-0162/2009, Christofer Fjellner)
  6.8. Kwijting 2007: Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (A6-0163/2009, Christofer Fjellner)
  6.9. Kwijting 2007: Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX) (A6-0166/2009, Christofer Fjellner)
  6.10. Kwijting 2007: Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (A6-0170/2009, Christofer Fjellner)
  6.11. Kwijting 2007: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (A6-0175/2009, Christofer Fjellner)
  6.12. Kwijting 2007: Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (A6-0177/2009, Christofer Fjellner)
  6.13. Kwijting 2007: Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (A6-0178/2009, Christofer Fjellner)
  6.14. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Raad (A6-0150/2009, Søren Bo Søndergaard)
  6.15. Financieel beheer en toezicht op EU-agentschappen (A6-0148/2009, Christofer Fjellner)
 7. Welkomstwoord
 8. Stemmingen (voortzetting)
  8.1. Toegang tot de markt voor touringcar- en autobusdiensten (herschikking) (A6-0215/2009, Mathieu Grosch)
  8.2. Voorwaarden voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer (A6-0210/2009, Silvia-Adriana Ţicău)
  8.3. Toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (herschikking) (A6-0211/2009, Mathieu Grosch)
  8.4. Energieprestaties van gebouwen (herschikking) (A6-0254/2009, Silvia-Adriana Ţicău)
  8.5. Ratingbureaus (A6-0191/2009, Jean-Paul Gauzès)
  8.6. Rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen (A6-0209/2009, Michel Teychenné)
  8.7. Rechten van autobus- en touringcarpassagiers (A6-0250/2009, Gabriele Albertini)
  8.8. Beschermingstermijn van het auteursrecht en bepaalde naburige rechten (A6-0070/2009, Brian Crowley)
  8.9. Intelligente vervoerssystemen op het gebied van het wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen (A6-0226/2009, Anne E. Jensen)
  8.10. Programma Marco Polo II (A6-0217/2009, Ulrich Stockmann)
  8.11. Europees spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer (A6-0220/2009, Petr Duchoň)
  8.12. Rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (A6-0233/2009, John Bowis)
  8.13. Patiëntveiligheid (A6-0239/2009, Amalia Sartori)
  8.14. Europees optreden op het gebied van zeldzame ziekten (A6-0231/2009, Antonios Trakatellis)
  8.15. Kwijting 2007: Algemene begroting van de EU, afdeling III, Commissie (A6-0168/2009, Jean-Pierre Audy)
  8.16. Kwijting 2007: zevende, achtste en negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) (A6-0159/2009, Bogusław Liberadzki)
  8.17. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Europees Economisch en Sociaal Comité (A6-0155/2009, Søren Bo Søndergaard)
  8.18. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Comité van de Regio's (A6-0153/2009, Søren Bo Søndergaard)
  8.19. Kwijting 2007: Europese Stichting voor Opleiding (A6-0157/2009, Christofer Fjellner)
  8.20. Kwijting 2007: Europees Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging (ENISA) (A6-0158/2009, Christofer Fjellner)
  8.21. Kwijting 2007: Europese Politieacademie (CEPOL) (A6-0160/2009, Christofer Fjellner)
  8.22. Kwijting 2007: Toezichtautoriteit voor het Europees GNSS (A6-0164/2009, Christofer Fjellner)
  8.23. Kwijting 2007: Europees Spoorwegbureau (A6-0165/2009, Christofer Fjellner)
  8.24. Kwijting 2007: Europees agentschap voor maritieme veiligheid (A6-0167/2009, Christofer Fjellner)
  8.25. Kwijting 2007: Europees Bureau voor wederopbouw (A6-0169/2009, Christofer Fjellner)
  8.26. Kwijting 2007: Europees Milieuagentschap (A6-0171/2009, Christofer Fjellner)
  8.27. Kwijting 2007: Europese autoriteit voor voedselveiligheid (A6-0172/2009, Christofer Fjellner)
  8.28. Kwijting 2007: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (A6-0173/2009, Christofer Fjellner)
  8.29. Kwijting 2007: Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (A6-0174/2009, Christofer Fjellner)
  8.30. Kwijting 2007: Bureau voor de grondrechten van de Europese Unie (A6-0176/2009, Christofer Fjellner)
  8.31. Kwijting 2007: Communautair Bureau voor visserijcontrole (A6-0179/2009, Christofer Fjellner)
  8.32. Over het aangaan van de uitdagingen van ontbossing en aantasting van bossen om de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit aan te pakken (B6-0191/2009)
  8.33. Actieplan inzake de stedelijke mobiliteit (A6-0199/2009, Gilles Savary)
  8.34. Actieplan intelligente vervoerssysteemssystemen (A6-0227/2009, Anne E. Jensen)
 9. Stemverklaringen
 10. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 11. Klimaat- en energiepakket en pakket inzake het zeevervoer (ondertekening van de besluiten)
 12. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 13. Conclusies van de G20-Top (debat)
 14. Steun voor de speciale Olympische Spelen in de Europese Unie (schriftelijke verklaring): zie notulen
 15. Situatie in de Republiek Moldavië (debat)
 16. Consolidatie van stabiliteit en welvaart in de Westelijke Balkan - Situatie in Bosnië-Herzegovina (debat)
 17. Non-proliferatie en de toekomst van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV) (debat)
 18. Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap - Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap - Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (facultatief protocol) (debat)
 19. Vragenuur (vragen aan de Raad)
 20. Eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (herschikking) (debat)
 21. Geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten (debat)
 22. Belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling - Gemeenschappelijk btw-stelsel in verband met belastingontduiking bij invoer en andere grensoverschrijdende handelingen (debat)
 23. Opstellen van profielen, met name op basis van etnische afstamming en ras, in het kader van de bestrijding van terrorisme, rechtshandhaving, immigratie, douane- en grenscontrole (debat)
 24. Statistieken over gewasbeschermingsmiddelen (debat)
 25. Besluiten inzake bepaalde documenten: zie notulen
 26. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 27. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
1. Opening van de vergadering
Video van de redevoeringen
 

(De vergadering wordt om 9.00 uur geopend)

 

2. Ingekomen stukken: zie notulen

3. Rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0233/2009) van John Bowis, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (COM(2008)0414 – C6-0257/2008 – 2008/0142(COD)).

Zoals velen van u weten, is John Bowis onlangs ziek geworden in Brussel en in een ziekenhuis opgenomen. Hij herstelt momenteel van een geslaagde operatie en is daarmee zelf een voorbeeld van grensoverschrijdende gezondheidszorg. Zijn plaats zal vandaag worden ingenomen door mijn vriend en collega Philip Bushill-Matthews.

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb een heel moeilijke en een heel makkelijke taak. Het is een heel moeilijke taak omdat dit dossier erg ingewikkeld en erg gevoelig is, bovendien is het een dossier waaraan ik zelf weinig heb gewerkt. Anderzijds is het een heel makkelijke taak omdat het om een verslag gaat van mijn eerbare collega, John Bowis, die, zoals u zei, momenteel herstellende is van een zware hartoperatie, die hij een aantal weken geleden in Brussel onderging.

Hij heeft een geweldige prestatie geleverd door dit dossier tot zo'n goed einde te brengen vandaag, een succes waarvoor hij de grondslagen al heeft gelegd in juni 2005 met zijn oorspronkelijke verslag over de mobiliteit van patiënten. Hij wil vast graag dat ik de commissaris persoonlijk bedank voor haar steun, evenals de schaduwrapporteurs en het secretariaat van onze fractie en natuurlijk zijn eigen onderzoeksassistent, voor de enorme inspanningen die ze allemaal hebben geleverd om te zorgen voor brede consensus over zoveel controversiële kwesties. Met hun hulp is het John gelukt om licht te werpen op een terrein dat voorheen uiterst ondoorzichtig was, en om duidelijkheid te verschaffen waar eerst alleen onzekerheid was, steeds gebaseerd op het dubbele principe dat de patiënt altijd op de eerste plaats komt en dat de keus van de patiënt moet worden bepaald door zijn zorgbehoeften en niet door zijn bankrekening.

De afgelopen tien jaar hebben Europese burgers rechtszaken aangespannen om voor hun recht op te komen om in een andere lidstaat gezondheidszorg te ontvangen. Het is duidelijk dat patiënten dit recht willen, dat ze dit recht verdienen en dat dit recht hun toekomt. Ze zouden hiervoor niet naar de rechtbank moeten hoeven te gaan. Het voorstel dat vandaag voor ons ligt geeft ons de kans om dit te verwezenlijken. Het is nu aan ons, als politici, om onze verantwoordelijkheid te nemen en om de gang naar de rechter overbodig te maken, door zelf voor rechtszekerheid te zorgen.

De meeste mensen zullen nog steeds dicht bij huis willen worden behandeld. Er zullen echter ook altijd patiënten zijn die, om wat voor reden dan ook, naar een andere lidstaat willen reizen voor gezondheidszorg. Als patiënten voor deze mogelijkheid kiezen, moeten we ervoor zorgen dat de voorwaarden waaronder ze dit doen transparant en eerlijk zijn. We moeten ervoor zorgen dat ze weten hoeveel ze moeten betalen, wat voor kwaliteits- en veiligheidsnormen ze kunnen verwachten en welke rechten ze hebben wanneer er iets mis gaat. In dit verslag komen al deze kwesties aan bod.

Laat het duidelijk zijn dat dit recht voor patiënten op geen enkele wijze ten koste mag gaan van het vermogen van de lidstaten om al hun burgers een goede gezondheidszorg te bieden. Dit verslag vertelt de lidstaten niet hoe ze hun gezondheidszorgstelsels moeten inrichten. Het legt geen kwaliteitsnorm op met betrekking tot de zorg die ze moeten bieden. Er zijn juist waarborgen ingebouwd om de eigen nationale zorgstelsels van de lidstaten te beschermen, bijvoorbeeld door in bepaalde gevallen te kiezen voor een systeem van voorafgaande toestemming.

Deze voorafgaande toestemming mag echter niet worden gebruikt om de keuzemogelijkheid van de patiënt te beperken. Sterker nog, de verhoogde beschikbaarheid van grensoverschrijdende gezondheidszorg zou op haar beurt de nationale stelsels moeten stimuleren om zelf ook voor steeds betere gezondheidszorg te zorgen.

Ik ben benieuwd naar wat mijn collega’s hierop te zeggen hebben in het debat dat nu volgt.

 
  
MPphoto
 

  Daniela Filipiová, fungerend voorzitter van de Raad. (CS) Dames en heren, het is een grote eer dat ik vandaag samen met u mag deelnemen aan de discussie over een aantal belangrijke kwesties op het gebied van volksgezondheid die vandaag op de agenda staan. Het gaat om de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, om het waarborgen van de veiligheid van patiënten, en om gemeenschappelijk optreden van de EU op het gebied van zeldzame ziekten.

Allereerst zou ik u erop willen wijzen dat deze drie thema's tot de prioriteiten van het Tsjechisch voorzitterschap behoren en dat zij ook op de agenda staan van de Raad voor werkgelegenheid, sociale zaken, volksgezondheid en consumentenbescherming van 7 juni 2009 in Luxemburg. Daarom ben ik zeer ingenomen met het nu aankomende debat.

Het Tsjechisch voorzitterschap is zich ten volste bewust van de belangrijke rol van het Europees Parlement in het wetgevingsproces als het om de volksgezondheid gaat en beschouwt nauwe samenwerking tussen de Raad en het Parlement als een conditio sine qua non. De behandeling van uw verslagen over de drie genoemde thema's komt dan ook precies op het juiste moment.

Ik zou graag nu een aantal woorden willen wijden aan het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg.

Het Tsjechisch voorzitterschap is zich ten volste bewust van de noodzaak om patiënten die gebruik maken van geneeskundige diensten in een andere lidstaat, de nodige rechtszekerheid te bieden en het borduurt wat dat betreft voort op wat het Franse voorzitterschap op dit terrein heeft bereikt. Het is ons doel om te komen tot de goedkeuring van een voor de burger van de Europese Unie duidelijke en begrijpelijke wetstekst die volledig strookt met het primaire recht zoals het subsidiariteitsbeginsel en die daadwerkelijk zorgt voor de beoogde rechtszekerheid voor EU-burgers wanneer zij een beroep doen op geneeskundige diensten in het buitenland. Daarbij dient goed te worden gekeken naar de mogelijke gevolgen van de tenuitvoerlegging van dit voorstel voor de stabiliteit van de gezondheidszorgstelsel in de lidstaten van de Europese Unie.

Gezien de grote belangen die met het voorstel zijn gemoeid, zijn de discussies in de werkgroepen van de Raad buitengewoon intensief en nog altijd niet afgerond. Daarom kan ik u op dit moment nog niet zeggen of de Raad aan het einde van het Tsjechische voorzitterschap, dat wil zeggen in juni tijdens de Raad EPSCO, tot een politiek besluit zal kunnen komen. Desondanks zou ik nu reeds graag een aantal algemene conclusies willen trekken. Het is de bedoeling om met de toekomstige richtlijn tot een bundeling te komen van alle jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie op het vlak van de tenuitvoerlegging van het beginsel van vrij verkeer van goederen en diensten op het gebied van de volksgezondheid, alsook om de verordening inzake de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels aan te vullen en de lidstaten de mogelijkheid te bieden de gebruikmaking van geneeskundige diensten in een andere lidstaat te onderwerpen aan voorafgaande toestemming, oftewel om het systeem van “gate-keeping” toe te passen.

Deze beginselen treffen we aan in het verslag van de heer John Bowis inzake het voorstel voor een richtlijn dat wij straks in behandeling zullen nemen. Er zijn ook nog andere thema's waar het Europees Parlement en de Raad op eendere wijze tegenaan kijken, namelijk het belang van volledige en juiste informatieverstrekking aan patiënten over de mogelijkheid tot gebruikmaking van geneeskundige diensten in het buitenland, alsook de nadruk op de verstrekking van hoogwaardige dienstverlening en de veiligheid van de verstrekte hulp.

Het Tsjechisch voorzitterschap is ingenomen met de nauwgezette werkwijze van het Parlement bij het opstellen van het verslag. Het is het resultaat van talloze niet al te makkelijke doch vruchtbare bijeenkomsten van de desbetreffende commissies. Ik realiseer me dat het verslag een compromis is tussen de verschillende politieke fracties dat de nodige voeten in de aarde gehad heeft. Daarom zou ik iedereen die aan het compromis heeft bijgedragen en dan met name de rapporteur, John Bowis, die we uiteraard allemaal snel beterschap wensen, van harte willen bedanken. Dit is een belangrijke stap vooruit in het hele proces richting goedkeuring van de voorgestelde richtlijn. De Raad zal het verslag en alle goedgekeurde amendementen met grote aandacht bestuderen en er bij de bepaling van het gemeenschappelijk standpunt van de Raad grondig rekening mee houden, en zo haar steentje bijdragen aan goedkeuring in tweede lezing.

Mijnheer de Voorzitter, geachte aanwezigen, zoals ik reeds gezegd heb is het nog altijd te vroeg om te kunnen zeggen of de Raad EPSCO in juni een politiek besluit zal kunnen nemen over de voorgestelde richtlijn, aangezien de discussies op basis van het door het Tsjechisch voorzitterschap ingediende compromisvoorstel nog niet afgerond zijn. De Raad zal hoe dan ook verder blijven werken aan dit thema en daarbij rekening houden met het goedgekeurde verslag van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik weet zeker dat mevrouw Filipiová er geen bezwaar tegen heeft dat ik het Parlement vertel dat zij zelf rolstoelgebruikster is.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, voordat ik iets ga zeggen over de rechten van patiënten met betrekking tot grensoverschrijdende gezondheidszorg, wil ik eerst hulde brengen aan de rapporteur, de heer John Bowis, die helaas niet bij ons kan zijn vandaag, maar aan wie we zoveel te danken hebben wat dit dossier betreft. Ik wens hem beterschap en ook gezondheid en geluk na zoveel jaren van trouwe dienst aan de Europese burgers.

(Applaus)

Ik wil ook alle schaduwrapporteurs bedanken voor hun positieve inspanningen en natuurlijk de heer Bushill-Matthews, die vandaag namens de heer Bowis spreekt.

Gisteren hebben we hier in Straatsburg de Europese dag van de patiëntenrechten gevierd. Door dit te vieren erkennen we de groeiende rol van patiënten in de gezondheidszorg en erkennen we dat het belangrijk is dat patiënten zowel vertrouwen hebben in als kennis over de zorg die ze ontvangen.

De kernvraag in dit verband is: wat kan de Europese Unie voor patiënten doen? We hebben deze morgen de kans om een belangrijk stap voorwaarts te zetten naar een Europa voor patiënten, voor elke Europese burger die u, geachte Parlementsleden, vertegenwoordigt.

Als eerste wil ik zeggen dat ik het vele werk dat het Parlement heeft verricht bij de analyse van het voorstel voor een richtlijn betreffende de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, waarover u zo meteen kunt stemmen, enorm waardeer. Ik wil u allen bedanken en feliciteren voor uw interessante en vaak uitdagende debatten en voor het zeer efficiënte verloop.

Ik wil graag kort aan de gedachtegang achter deze voorgestelde richtlijn herinneren, alsook aan haar voornaamste doelen en beginselen. Het voorstel vindt zijn oorsprong in tien jaar jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie, die bepaalde dat patiënten het recht hebben om de kosten voor in het buitenland ontvangen gezondheidszorg vergoed te krijgen, zelfs als ze die zorg in eigen land hadden kunnen ontvangen.

Dit is belangrijk. Dit is een recht dat het Verdrag rechtstreeks aan de EU-burger verleent. De uitspraken waren dan wel duidelijk voor de betrokkenen, het was onduidelijk hoe ze op andere gevallen konden worden toegepast. Daarom werd duidelijk dat er behoefte was aan een rechtskader, zodat alle patiënten in Europa hun recht op vergoeding van grensoverschrijdende gezondheidszorg kunnen uitoefenen.

Dit recht zou niet alleen moeten gelden voor patiënten die toegang hebben tot niet-openbare informatie en die zich een advocaat kunnen veroorloven. Daarom heeft de Commissie, na zich grondig te hebben beraden en breed overleg te hebben gevoerd, op 2 juli 2008 haar voorstel voor een richtlijn aangenomen.

Allereerst: haar algemene doelstelling is om patiënten te voorzien van betere mogelijkheden en toegang tot gezondheidszorg in heel Europa. Patiënten staan in deze ontwerpwet centraal, die ook volledig de verscheidenheid van zorgstelsels in heel Europa respecteert. Laat ik hier duidelijk over zijn. Ik weet dat er veel angst bestaat, maar deze wetgeving zal geen veranderingen voorschrijven in de organisatie en de financiering van nationale zorgstelsels. De voorgestelde richtlijn heeft drie doelen: ten eerste om de voorwaarden te verduidelijken waaronder patiënten grensoverschrijdende gezondheidszorg vergoed krijgen volgens het in de eigen lidstaat geldende tarief; ten tweede om zekerheid te verschaffen omtrent de kwaliteit en veiligheid van de zorg door heel Europa; en ten derde om Europese samenwerking tussen gezondheidszorgstelsels aan te moedigen.

Op basis van deze drie pijlers kan er veel voor onze burgers worden gedaan, vooral voor degenen die gebruik willen maken van grensoverschrijdende gezondheidszorg, maar, buiten dat, voor alle patiënten in heel Europa. Ik kijk uit naar uw debat.

 
  
MPphoto
 

  Iles Braghetto, rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hoe zouden we deze richtlijn kunnen omschrijven? De richtlijn biedt een mogelijkheid voor patiënten om te kiezen voor een passende behandeling en snelle toegang tot gezondheidsdiensten, een mogelijkheid voor regionale gezondheidsstelsels om de kwaliteit en doeltreffendheid van hun gezondheidsdiensten te verbeteren en een mogelijkheid tot een betere Europese integratie in de zorgsector. Door Europese referentienetwerken, normen op technologisch gebied en de ontwikkeling van telegeneeskunde zal de reeds bestaande grensoverschrijdende samenwerking zich verder ontwikkelen.

Dit vraagt om een geschikt informatiesysteem, controle van de kwaliteit en doelmatigheid van de gezondheidszorginstellingen, garanties met betrekking tot de beroepscode van de medewerkers in de gezondheidszorg en een niet-bureaucratische procedure om de grensoverschrijdende mobiliteit te regelen. De richtlijn voldoet op weloverwogen wijze aan deze eisen.

 
  
MPphoto
 

  Françoise Grossetête, rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, om te beginnen zou ik onze collega, de heer Bowis, willen gelukwensen, ook al is hij niet aanwezig. Ik vind het trouwens jammer dat hij niet in ons midden is, want hij heeft zich zo volledig ingezet voor zijn verslag over de rechten van patiënten, dat hij het echt verdiend had om er hier vandaag bij te zijn.

Wel, het spreekt voor zich dat het hier beslist niet om een nieuwe dienstenrichtlijn gaat. Het gaat erom dat wij niet willen dat het Hof van Justitie Europees recht opstelt, in plaats van de politici, want dat is onaanvaardbaar.

Europese burgers hebben het recht zich in een andere lidstaat te laten behandelen, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Ik kan onze collega's die zich zorgen maken over mogelijk toekomstig misbruik geruststellen: de soevereiniteit van de lidstaten ten aanzien van hun gezondheidsstelsel wordt in deze ontwerprichtlijn volledig geëerbiedigd. In tegenstelling tot wat sommige tegenstanders ervan ook beweren, richt deze tekst zich op alle patiënten en zorgt hij voor meer rechtvaardigheid en meer gelijkheid, want tot nu toe hebben alleen de meest welgestelden toegang tot grensoverschrijdende gezondheidszorg.

Met deze ontwerprichtlijn kunnen alle burgers van deze zorg gebruikmaken, op voorwaarde dat hun, in het geval van ziekenhuiszorg, voorafgaande toestemming door de lidstaat van aansluiting wordt verleend, zodat de kosten kunnen worden vergoed tegen de in de lidstaat van herkomst geldende tarieven.

Op voorwaarde dat alles in het werk wordt gesteld om medisch toerisme te voorkomen, zie ik dit alleen maar als vooruitgang. Het is een grote stap voorwaarts voor een Europa van de gezondheidszorg; het betekent meer rechtvaardigheid, meer voorlichting voor onze medeburgers over de beschikbare zorg, en meer samenwerking in het kader van nieuwe gezondheidstechnologieën.

 
  
MPphoto
 

  Bernadette Vergnaud, rapporteur voor advies van de Commissie interne markt en consumentenbescherming. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, wij gaan ons uitspreken over een tekst waar ik al lange tijd reikhalzend naar heb uitgezien, met name in het kader van mijn verslag inzake de impact en gevolgen van uitsluiting van gezondheidsdiensten uit de dienstenrichtlijn.

Toch ben ik bang dat de stemming van zo dadelijk een bittere smaak bij mij zal achterlaten. Het verslag, zoals dat – met de steun van de meeste fracties, met uitzondering van de socialisten – in de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid is goedgekeurd, is namelijk niet meer dan een reactie op de arresten van het Hof van Justitie, aangevuld met enkele verbeteringen. Het verslag speelt niet in op de belangrijke uitdagingen op het gebied van het gezondheidsbeleid in de Unie. Bovendien lost het de rechtsonzekerheid voor patiënten niet op en ademt het een marktgerichte visie op de gezondheidszorg.

Wat de rechtsonzekerheid betreft, ligt het volgens mij voor de hand dat de onduidelijkheid tussen de respectieve toepassingsvoorwaarden van deze ontwerprichtlijn enerzijds en Verordening (EEG) nr. 1408/1971 – en binnenkort de gisteren aangenomen Verordening (EG) nr. 883/2004 – anderzijds, er alleen maar toe zal leiden dat het Hof van Justitie zich opnieuw zal moeten uitspreken.

Wat de marktgerichte visie betreft, ligt de strekking van dit verslag al besloten in de rechtsgrondslag ervan, namelijk artikel 95 van het EG-Verdrag, dat betrekking heeft op de regels van de interne markt. Gezondheidszorg zou dus niet meer dan koopwaar zijn, net als ieder ander goed, en aan dezelfde regels inzake vraag en aanbod worden onderworpen.

Dat kan alleen maar leiden tot ongelijke toegang tot gezondheidszorg, waarbij welgestelde en goed geïnformeerde burgers de beste zorg kunnen kiezen die in de EU beschikbaar is, terwijl de overige burgers zich tevreden moeten stellen met diensten die in tal van lidstaten al verzwakt zijn, een omstandigheid waarin deze ontwerprichtlijn in geen geval verbetering beoogt te brengen.

In dezelfde geest komt amendement 67 erop neer dat de nationale ziektekostenverzekeringsstelsels elkaars concurrenten worden, aangezien het iedereen vrij staat om aangesloten te zijn bij het stelsel van zijn keuze in de EU, op voorwaarde uiteraard dat er premie wordt betaald.

Tot slot wil ik de kwestie van de voorafgaande toestemming voor intramurale zorg aan de orde stellen. De invoering hiervan is onderworpen aan een hele reeks beperkingen voor de lidstaten, terwijl dit principe juist de mogelijkheid biedt het financiële evenwicht van de socialezekerheidsstelsels te bewaren en daarnaast patiënten de voorwaarden voor terugbetaling garandeert.

Om al deze redenen, en omdat ik mij weinig illusies maak over de uitkomst van de stemming van vandaag, gezien de fraaie unanimiteit...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Diana Wallis, rapporteur voor advies van de Commissie juridische zaken. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, namens de Commissie juridische zaken zouden we dit voorstel willen verwelkomen en benadrukken wat het ons aan brengt op het vlak van rechtszekerheid – wat te verwelkomen is – en op het vlak van de bevordering van de keuzemogelijkheid van de patiënt. Maar we vonden als commissie ook – en ik denk dat dit belangrijk is, gezien de bezorgdheid die vanochtend is geuit – dat het wel degelijk het subsidiariteitsbeginsel eerbiedigt en het daarmee ook de integriteit van de nationale gezondheidszorgstelsels.

Het enige vlak waarop we misschien van het leidende verslag afwijken, is dat we graag hadden gezien dat er meer was gedaan voor de patiënten waar het helaas bij misgaat. We vinden dat het toepasselijke rechtsstelsel en de vastgestelde regels met betrekking tot de rechtsbevoegdheid niet duidelijk genoeg zijn: deze hadden meer patiëntgericht kunnen zijn om ervoor te zorgen dat, zoals we dat ook op andere gebieden hebben gedaan, patiënten hun claims in het land van verblijf kunnen indienen en schadevergoeding kunnen ontvangen volgens het recht van hun land van verblijf. Het zou niet slecht zijn om hier nog eens naar te kijken.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská, rapporteur voor advies van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. − (SK) Als rapporteur van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid wil ik de heer Bowis bedanken voor de nauwe samenwerking en onze vele discussies tijdens de voorbereiding van dit verslag. Tevens wens ik hem veel beterschap.

Het verslag heeft direct te maken met de rechten van patiënten en daarbij moeten de Europese wetgevers er goed voor zorgen dat absolute gelijkheid wordt betracht bij de verstrekking van medische zorg aan vrouwen en mannen. Elke vorm van discriminatie op grond van geslacht veroorzaakt door zorginstellingen, verzekeringsmaatschappijen of ambtenaren is onaanvaardbaar. Het gevaar van het voorgestelde systeem is dat vooral de welgesteldere burgers gebruik zullen maken van gezondheidszorg in het buitenland. Dat impliceert in feite een vorm van voorkeursbehandeling.

Een manier om dit probleem op te lossen is de mogelijkheid van interregionale samenwerking. Internationale regionale overeenkomsten tussen financiële instellingen en zorginstellingen kunnen ertoe bijdragen dat de behoeften van patiënten, de stabiliteit van overheidsgelden en vooral de hoofdzorg van de staat dat zijn burgers in een goede gezondheid verkeren, op elkaar worden afgestemd.

 
  
MPphoto
 

  Avril Doyle, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, vanaf 1998 heeft het Europees Hof van Justitie bepaald dat patiënten het recht hebben om gezondheidszorg die ze in een andere lidstaat hebben ontvangen, vergoed te krijgen. Dit verslag verduidelijkt, op basis van het ontwerpvoorstel van de commissaris, hoe de beginselen die in die arresten van het Hof zijn uiteengezet, dienen te worden toegepast.

Ik ben blij met het uitstekende verslag van John Bowis en zijn bekwame oplossing voor de vele terechte zorgen die er over het oorspronkelijke ontwerpvoorstel bestonden. Het verslag is gebaseerd op de behoeften van patiënten en niet op hun financiële middelen. De definities van intramurale zorg en voorafgaande toestemming zijn besproken en naar ik begrijp overeengekomen met de Raad en de Commissie. Kwaliteitsnormen blijven onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, terwijl veiligheidsnormen onder de bevoegdheid van de EU vallen. Het is van belang dat er in elke lidstaat een éénloketsysteem voor patiënteninformatie komt, zodat patiënten met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen. De bepaling van wederzijdse erkenning van recepten zal denk ik een belangrijke toevoeging zijn aan dit stuk wetgeving en moet snel worden verwezenlijkt.

Hoewel gezondheidsdiensten aanvankelijk in het ontwerpvoorstel van het voorstel van voormalig commissaris Bolkestein over grensoverschrijdende diensten opgenomen waren, bleek al snel dat deze zeer belangrijke gezondheidskwestie, die consequenties heeft voor alle aspecten van de gezondheidszorg in al onze 27 lidstaten, om een zelfstandige richtlijn vroeg. Patiënten zullen altijd de voorkeur geven om in eigen land gezondheidszorg te ontvangen. Momenteel wordt slechts één procent van onze begroting uitgegeven aan grensoverschrijdende gezondheidszorg. Laten we dit in het achterhoofd houden.

Echter, onder bepaalde omstandigheden kan het heilzaam zijn om in een ander EU-land gezondheidszorg te ontvangen – vooral in grensgebieden, waar de dichtstbijzijnde zorginstelling zich bijvoorbeeld in een ander land bevindt, of als er daar meer expertise voorhanden is, bijvoorbeeld in het geval van zeldzame ziekten, of een bepaalde behandeling die misschien sneller in een ander land zou kunnen worden verschaft. Ik moet volledig erkennen dat de algemene bevoegdheid op het gebied van het gezondheidsbeleid en de financiering van dit beleid op het niveau van de lidstaten blijft, en dat ook zal blijven.

Ik heb één opmerking bij het verslag van Trakatellis. Er heerst veel bezorgdheid over amendement 15 en het wordt vaak verkeerd uitgelegd. Ik ben blij met de mogelijkheid om in onderdelen te stemmen, zodat het mogelijk wordt om tegen het concept van “uitroeiing” van zeldzame ziekten te stemmen, dat voor veel ophef heeft gezorgd. De rest van het amendement zal ik echter steunen, alsook het uitstekende werk dat mijn collega professor Antonios Trakatellis met betrekking tot zeldzame ziekten heeft verricht.

 
  
MPphoto
 

  Dagmar Roth-Behrendt, namens de PSE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wens ik John Bowis namens mijn fractie een voorspoedig herstel toe. Ik weet dat hij tot op de dag van de stemming in de commissie veel werk heeft verzet. Ik hoop dat hij na zijn operatie herstelt en dat hij spoedig zodanig zal zijn aangesterkt dat we hem hier voor het zomerreces mogen terugzien.

Allereerst zou ik willen opmerken dat mijn fractie heel tevreden is met dit verslag. Wij vinden dat het voorstel van de Commissie door de vele amendementen van de Milieucommissie en de compromissen die we gezamenlijk hebben gesloten flink is verbeterd. Mevrouw Vassiliou, u en uw team hebben goed werk verricht. Toch was er nog ruimte voor verbetering en die hebben we benut.

We hebben bereikt dat alle patiënten nu zeker weten dat zij net als ieder ander rechten hebben in de Europese Unie. Zij kunnen zich verplaatsen, iets wat voor werknemers en studenten vanzelfsprekend is en ook voor vervoersdiensten en dergelijke als normaal wordt beschouwd. Ook patiënten moeten binnen de interne markt rechten hebben. Dat is de boodschap van deze wetgeving en daarom juichen we deze ten volle toe.

We moeten echter ook aangeven welke delen van de wetgeving we vooral goed vinden. Daartoe behoort dat patiënten vrij zijn om te bepalen waar zij ambulante behandelingen ondergaan. Maar wij vinden ook dat de lidstaten de zeggenschap over hun eigen gezondheidszorg moeten behouden. Zij moeten de intramurale en gespecialiseerde zorg zelf kunnen organiseren en de investeringen die zij daarin doen betaalbaar kunnen houden. Wij willen de lidstaten deze invloed, deze zeggenschap niet ontnemen, maar we willen evenmin dat deze wordt uitgehold. Daarom is het goed dat er voor speciale soorten behandelingen voorafgaande toestemming nodig is. Ook dit heeft de volledige steun van mijn fractie – ik kom hier aan het einde nog op terug. Het is een goede benadering, en dat geldt ook voor het verslag als geheel.

Persoonlijk juich ik zeer toe dat er nu eindelijk referentienetwerken zijn. Wij pleiten er tenslotte al heel lang voor dat binnen de Europese Unie duidelijk moet zijn waar de beste praktijk bestaat. Waar worden behandelingen het beste uitgevoerd, waar zijn ze het meest succesvol? Welk team in welk ziekenhuis in welke lidstaat komt met iets nieuws? Dat berust tegenwoordig op toeval. Wellicht is men in een klein deel van de wetenschappelijke wereld wel op de hoogte, maar niet in elke huisartsenpraktijk. Het is een enorme verbetering dat de referentienetwerken hierin verandering kunnen brengen. De informatiepunten bieden iedere patiënt in elke lidstaat de mogelijkheid om er langs te gaan of op te bellen met de vraag: Wat zijn mijn rechten? Hij krijgt dan in z'n eigen taal te horen wat zijn rechten zijn en krijgt antwoord als hij een probleem heeft. Dat is een positieve ontwikkeling.

Tot slot van mijn toespraak moet ik ook de punten noemen waarover de meerderheid van mijn fractie teleurgesteld is. Voor de overgrote meerderheid van mijn fractie gaat het om twee cruciale punten die ons stemgedrag vandaag in zeer sterke mate zullen beïnvloeden. Ten eerste verlangen wij een dubbele rechtsgrondslag. We hebben het gezondheidsartikel – artikel 152 van het EG-Verdrag – nodig om de boodschap goed uit te kunnen dragen dat het zowel om volksgezondheid als om vrij verkeer gaat. Dit is nodig en is tevens een voorwaarde voor onze steun.

Ten tweede zijn wij van mening dat de voorafgaande toestemming die in artikel 8, lid 3 is vastgelegd, niet duidelijk genoeg is omschreven. Als de amendementen op dit punt geen verbetering brengen, zal mijn fractie vandaag helaas niet met het verslag in zijn huidige vorm kunnen instemmen. Persoonlijk zou ik dit betreuren, maar misschien spoort het ons aan om het in de tweede lezing beter te doen, mochten we vandaag onvoldoende vooruitgang boeken.

 
  
MPphoto
 

  Jules Maaten, namens de ALDE-Fractie. – Deze richtlijn gaat over patiënten. Ik kan dat niet genoeg benadrukken, want wij hebben het natuurlijk in het kader van de grensoverschrijdende gezondheidszorg over een heleboel andere dingen gehad: vrij verkeer van medische diensten en wat er moet gebeuren met de markt in de gezondheidszorg. Daarover hebben wij het nu heel uitdrukkelijk níet.

Wij hebben het over een pragmatische benadering. Hoe kunnen wij het systeem zo maken dat de patiënten er baat bij hebben? En als wij dat niet doen, wie doet het dan wel? Patiënten zijn in zo'n zwakke positie! Je wilt niet dat mensen die ziek zijn, ook nog eens de strijd moeten aangaan met kille gezondheidsbureaucraten, die het gezondheidsbeleid bekijken op hun spreadsheet, op hun computer met getallen en statistieken. Dat mag niet het geval zijn.

Derhalve is dit ook een sociale richtlijn. Grensoverschrijdende zorg is natuurlijk al lang mogelijk voor wie het kan betalen, maar voor wie het niet kan betalen moet dus ook iets gedaan worden. Daarover gaat het hier vandaag, mijnheer de Voorzitter.

Het is ook om die reden dat onze fractie belang hecht aan de voorafgaande toestemming, die hier natuurlijk een cruciaal element vormt, mevrouw de minister. Ik stel het trouwens zeer op prijs dat de Raad hier vandaag aanwezig is. Voorafgaande toestemming, niet om de grensoverschrijdende zorg onmogelijk te maken, dat uitdrukkelijk niet. Maar wel om de serieuze ondermijning van de nationale systemen te voorkomen. Wij gaan daarmee akkoord en wij gaan daarin verder dan wij misschien normaal gesproken zouden hebben gedaan. Een compromis is echter noodzakelijk. Wij vinden wel dat uitzonderingen voor zeldzame ziekten of levensbedreigende situaties op wachtlijsten noodzakelijk zijn. Graag zouden wij de definitie van ziekenhuiszorg Europees willen vastleggen en niet in de lidstaten afzonderlijk, domweg om voor rechtszekerheid voor de patiënten en voor zekerheid voor die nationale systemen te zorgen.

Daarnaast vinden wij dat patiënten die dan toch al zo ziek zijn, als er iets misgaat, niet ook nog eens een keer in een ellenlange rechtsprocedure terecht moeten komen, maar dat er een systeem van een Europese ombudsman voor patiënten moet komen.

Wij hebben natuurlijk in de Commissie volksgezondheid een conflict gehad en ik roep de collega's ter linkerzijde op om met zijn allen nu gewoon die ideologie een keer opzij te zetten en te zorgen dat wij komen met een goede richtlijn voor patiënten en een pragmatische benadering. Ik heb wat dat betreft met veel respect geluisterd naar hetgeen mevrouw Roth-Behrendt hier heeft gezegd.

Tenslotte, veel dank inderdaad aan rapporteur John Bowis. Hij heeft geweldig werk verricht en ik wens hem van hieruit van harte beterschap.

 
  
MPphoto
 

  Salvatore Tatarella, namens de UEN-Fractie.(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, vandaag nemen wij een zeer belangrijke richtlijn aan, een richtlijn die betrekking heeft op patiënten – zoals reeds naar voren is gebracht – en op alle Europese burgers. Aan de vooravond van de Europese verkiezingen, kunnen alle Europese burgers nogmaals zien hoe het Parlement een positieve bijdrage kan leveren aan het leven van ieder van hen.

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bevestigt het recht op gezondheidszorg en met deze richtlijn maken wij dit recht vandaag concreet. Het is een vraagstuk dat betrekking heeft op enorm veel burgers. Uit een recent Eurobarometeronderzoek blijkt dat 50 procent van de Europese burgers op dit moment bereid is voor behandeling naar het buitenland af te reizen, in de hoop op een betere en snellere behandeling van hun aandoening, en dat 74 procent van de burgers van mening is dat, mochten zij naar het buitenland gaan voor zorg, deze zorg vergoed moet worden door hun eigen lidstaat.

Op dit moment wordt deze materie alleen geregeld door nationale wetgeving, en burgers worden slecht geïnformeerd over de mogelijkheden, de vergoedingen en de behandeling die in het buitenland mogelijk is. Vandaag de dag wordt dan ook slechts 4 procent van de Europese burgers in het buitenland behandeld. In de Europese Unie bestaat er alleen uniforme regelgeving in geval van spoedeisende zorg die in het buitenland is verleend op grond van de regelgeving omtrent de Europese ziekteverzekeringskaart.

Vandaag komt het Parlement tegemoet aan de vraag van de Europese burgers om hun gezondheid te beschermen en bereidt Europa zich voor om ook op het gebied van gezondheidszorg de grenzen op te heffen en alle patiënten de mogelijkheid te geven zelf te kiezen waar ze worden behandeld.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, de ontwerprichtlijn die wij vandaag behandelen moet vooral worden gezien als een aanvulling op de reeds drie decennia bestaande samenwerking tussen de lidstaten en hun socialezekerheidsstelsels.

In mijn lidstaat, Luxemburg, is ruim dertig procent van de gezondheidszorg nu al grensoverschrijdend, en het geval van de heer Bowis, die ik een voorspoedig herstel wens, is er trouwens het perfecte voorbeeld dat de bestaande verordening goed functioneert, aangezien hij in Brussel als spoedgeval in het ziekenhuis is opgenomen. Hij is goed behandeld, en voor een Brits burger is er geen enkel probleem met de terugbetaling.

Wat valt er met deze ontwerprichtlijn dan nog te verbeteren? Ten eerste moet hiermee de voorlichting aan de burger worden verbeterd: voorlichting over de geboden diensten, voorlichting over de expertisecentra, waar mevrouw Roth-Behrendt een duidelijke toelichting over heeft gegeven, maar vooral ook voorlichting over de kwaliteit van de gezondheidszorg. Ik denk dat in veel lidstaten, waaronder de mijne, vooruitgang moet worden geboekt op het gebied van de kwaliteitscriteria en de voorlichting over de kwaliteit van de zorg. En als ik in het buitenland ben en in de problemen kom, dan moet er uiteraard een plek zijn waar ik terecht kan.

Dit alles is in de huidige tekst goed geregeld, maar wat ons betreft zijn er drie dingen die verbeterd moeten worden. Ten eerste denken wij dat een systeem van voorafgaande toestemming voor ziekenhuiszorg een dubbel voordeel heeft: allereerst is het een groot voordeel voor de Europese burgers, want zij weten precies wanneer ze worden terugbetaald, terwijl er ook sprake zal zijn van een financiering vooraf. Bovendien maakt dit systeem een goede planning van de voornaamste medische infrastructuur in ziekenhuizen mogelijk, want de totstandkoming van een goed functionerend gezondheidsstelsel kan niet aan de onzichtbare hand van de markt worden overgelaten. Daar is planning voor nodig.

Het tweede verzoek van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie betreft een dubbele rechtsgrondslag, want wij willen niet dat gezondheidszorg als een markt wordt beschouwd. Het moet heel duidelijk zijn dat het systeem georganiseerd wordt, in de eerste plaats door de lidstaten.

Ten derde willen wij voor zeldzame ziekten een specifieke wetgeving, omdat dit te belangrijk is. Wij zouden de Europese burgers misleiden als wij zeiden: "Ga maar ergens rondkijken in Europa, dan wordt er wel voor gezorgd". Wij willen hiervoor een specifieke wetgeving. Wij willen dus geen tweede Bolkestein; wij willen een tekst die rechtszekerheid biedt en die de meerderheid van de Europese burgers ten dienste staat.

 
  
MPphoto
 

  Kartika Tamara Liotard, namens de GUE/NGL-Fractie. – Ook ik wil de heer Bowis hartelijk bedanken. Hij heeft heel hard gewerkt aan dit verslag en ik hoop dat hij heel snel weer beter zal zijn.

Toch moet ik zeggen dat de Europese Commissie onder de misleidende noemer "rechten van patiënten" probeert om marktwerking in de zorg te introduceren voor heel Europa. Vanzelfsprekend is mijn fractie voor meer rechten van patiënten en voor mobiliteit van patiënten in grensregio's. Wij gaan zelfs veel verder. Wij vinden het een recht voor iedereen, arm en rijk, om goede toegang tot kwalitatief goede gezondheidszorg te hebben.

Ik heb echter heel grote problemen met het feit dat het voorstel gebaseerd is op het artikel inzake de interne markt, hetgeen al aangeeft dat economische belangen voor de patiëntenbelangen gaan. Daarnaast is het voorstel overbodig. De teruggave van de kosten is immers al geregeld. Dat sommige verzekeringen en lidstaten zich niet hieraan houden moet beter geregeld worden.

Ook bemoeit het voorstel zich onevenredig met een zaak die binnen de bevoegdheid van een lidstaat valt en zo ertoe leidt dat mensen met een dikke portemonnee toegang hebben tot betere zorg. Het voorgestelde systeem van vergoedingen en kosten overeenkomstig de regels van het land van oorsprong introduceert een vorm van patiëntenmobiliteit die in strijd is met het beginsel van gelijke toegang voor iedereen tot gezondheidszorg. Dit voorstel bergt ook nog eens een groot risico in zich dat het straks geen recht is van de patiënt om in het buitenland zorg te halen, maar dat verzekeringen of lidstaten de patiënt ertoe kunnen verplichten om naar de goedkoopste aanbieder te gaan. Het wordt dan dus een plicht in plaats van een recht van de patiënt.

Door het feit dat wij in 27 landen 27 verschillende zorgstelsels hebben zal het voorstel van de Commissie dat alleen gebaseerd is op artikel 95, het beruchte harmoniseringsartikel, tot afbraak van de nationale zorgstelsels leiden en dus de verantwoordelijkheden bij de lidstaten weghalen. Wij zijn voor gelijke toegang van de patiënt als uitgangspunt en niet voor meer markt in de zorg.

 
  
MPphoto
 

  Hanne Dahl, namens de IND/DEM-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, in de huidige vorm kan de patiëntenrichtlijn als consequentie voor de gezondheidszorgsector hebben dat het moeilijker wordt om de overheidsuitgaven te sturen. Daarom wil ik u allen verzoeken om te stemmen voor amendement 122, dat gaat over voorafgaande toestemming. Ik ben van mening dat alle burgers vrije en gelijke toegang tot behandeling moeten hebben, dat die medische zorg naar behoefte moet zijn en dat iedereen op zijn beurt moet wachten. Dat betekent ook dat het de arts is die bepaalt welke behandeling een patiënt krijgt en wanneer.

Helaas weerspiegelt deze richtlijn een duidelijke trend waarbij we allemaal van burgers in consumenten worden getransformeerd. In plaats van dat we burgers zijn binnen een samenleving die is gebaseerd op het beginsel van wederzijdse verplichtingen, zijn we nu allemaal consumenten binnen een grote interne markt. Het punt is echter dat als men burger is, men ook als mens wordt gezien. We zijn allemaal zowel burgers als mensen, maar als consument wordt men gereduceerd tot doelgroep van een marketingcampagne. Dat betekent dat men het lijdend voorwerp is in plaats van het onderwerp. Patiënten moeten het onderwerp zijn, en niet het lijdend voorwerp van een marketingcampagne.

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil onze rapporteur beterschap wensen. Ik wens hem een spoedig herstel en een spoedige terugkeer.

Het zorgen voor de hoogste kwaliteit van zorg voor onze kiezers is ongetwijfeld in ons aller belang. Voor mij is het echter essentieel dat deze richtlijn het juiste evenwicht weet te vinden tussen vrij verkeer en patiëntenveiligheid en -aansprakelijkheid. Ik voel er niets voor om medisch toerisme aan te moedigen en geloof daarom dat de nationale autonomie met betrekking tot regelgeving beschermd moet worden en dat we een harmonisatie naar beneden van normen moeten voorkomen. We moeten er ook voor waken dat er een verhoogde druk ontstaat op de plaatselijke diensten ten nadele van autochtone patiënten. Dit is vooral van belang in gebieden waar specialisaties te vinden zijn waar veel vraag naar is.

Verder moet de kwestie van nazorg na een behandeling in het buitenland goed worden aangepakt. Ik maak me zorgen dat diensten zoals fysiotherapie en andere diensten door de behoefte aan nazorg worden overbelast.

 
  
MPphoto
 

  Colm Burke (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou het verslag van mijn gewaardeerde collega, de heer Bowis, over het recht van patiënten op grensoverschrijdende gezondheidszorg, van harte willen verwelkomen. Ik vind het jammer dat de heer Bowis vanmorgen niet bij ons is, en ik wens hem veel beterschap.

Ik vond het een eer om mee te werken aan de verbetering van de rechten van patiënten op grensoverschrijdende gezondheidszorg. Ik heb zelf ook gebruik gemaakt van grensoverschrijdende gezondheidszorg. Ik was in de gelukkige omstandigheid dat ik het kon betalen. Nu wil ik dat degenen die zich niet in die positie bevinden, gebruik kunnen maken van het recht om gezondheidszorg te ontvangen in het buitenland, zonder dat ze zich druk hoeven te maken om de kosten, en dat ze volledig op de hoogte zijn van hun rechten en van de kwaliteit van de zorg die ze kunnen verwachten.

Het debat over en de bekendmaking van de rechten van patiënten wat betreft grensoverschrijdende gezondheidszorg is de afgelopen jaren via het Europees Hof van Justitie gelopen. Daarom is dit het juiste moment en is het terecht dat wij als volksvertegenwoordigers voor de mensen duidelijk en onmiskenbaar het onomstotelijke recht van patiënten op toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg, ongeacht hun middelen of hun woonplaats, vaststellen.

We zouden ook het recht moeten hebben op toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg in eigen land. Echter, we moeten toegeven dat dit niet altijd mogelijk is, vooral in het geval van zeldzame ziekten, waarbij er wellicht geen behandeling beschikbaar is in de lidstaat van de patiënt.

Als we naar het buitenland moeten reizen voor gezondheidszorg, zouden we niet onzeker hoeven te zijn over of we wel of niet de rekening kunnen betalen van wat meestal geen goedkope behandelingen zijn. Daarom ben ik verrukt dat deze onzekerheid en verwarring voor eens en voor altijd is opgelost. Als er eenmaal onder normale omstandigheden voorafgaande toestemming wordt gegeven, hoeven patiënten alleen de kosten van de behandeling te dragen die boven de kosten van dezelfde of een vergelijkbare behandeling in eigen land uitkomen.

Informatie over de kwaliteit van de zorg in andere lidstaten is ook een belangrijke factor voor degenen onder ons die voor een behandeling wellicht naar het buitenland moeten reizen. We hebben ons best gedaan om ervoor te zorgen dat deze informatie voor patiënten beschikbaar is, mochten ze willen of moeten reizen voor een behandeling. De nationale contactpunten die in dit document worden voorgesteld vormen dus één van de kerninnovaties en zullen een belangrijk rol spelen bij het vooruit helpen en bevorderen van de patiëntenmobiliteit. Ik ben blij met dit verslag en ik hoop dat het er vandaag doorheen komt.

 
  
MPphoto
 

  Guido Sacconi (PSE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mevrouw Roth-Behrendt heeft het standpunt van onze fractie uitstekend verwoord. Ze heeft met name perfect duidelijk gemaakt waarom wij de vooruitgang die is geboekt bij het verbeteren van deze tekst, zeer op prijs stellen. Maar ze heeft ook duidelijk gemaakt hoe belangrijk de laatste stap is die nog moet worden gezet, namelijk een dubbele rechtsgrondslag en een duidelijkere en betere wettelijke mogelijkheid voor de lidstaten om voorafgaande toestemming voor ziekenhuiszorg te verlenen of te weigeren.

Kortom, laten we niet eindeloos doordiscussiëren, we kennen deze richtlijn maar al te goed, aangezien we er maanden over hebben gediscussieerd. Ik stel twee overduidelijk politieke vragen, want dit is het moment om beslissingen te nemen. De eerste vraag, voor commissaris Vassiliou, luidt: hoe staat de Commissie tegenover de dubbele rechtsgrondslag? Vervolgens wend ik me in het bijzonder tot de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten. Ik vind het jammer dat mijn vriend John Bowis niet aanwezig is. Samen met hem als coördinator van de belangrijkste fracties van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid hebben we gedurende deze zittingsperiode talloze kwesties opgelost en natuurlijk wens ook ik hem een spoedig herstel toe. Ik vraag aan de PPE-DE-Fractie en waarschijnlijk ook aan de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa: vindt u het beter om over te gaan tot de tweede lezing zonder de steun van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement? Zonder een grote meerderheid?

Ik roep u dus op om serieus na te denken over de amendementen 116 en 125 aangaande de dubbele rechtsgrondslag en over de amendementen 156 en 118 aangaande de voorafgaande toestemming. Alleen als deze stukken worden aangenomen zullen wij voor stemmen, een andere mogelijkheid is er niet. Neem dit in overweging en kies zelf naar welk scenario uw voorkeur uitgaat.

 
  
MPphoto
 

  Karin Riis-Jørgensen (ALDE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, we bevinden ons midden in een Europese verkiezingsstrijd, een verkiezingsstrijd waarin we de afstand tussen ons en de Europese burgers moeten zien te verkleinen. Nu hebben we hier te maken met een wet die Europa daadwerkelijk dichter bij de burgers kan brengen. Laten we deze kans grijpen en de patiënt centraal stellen. Als een van de rapporteurs voor de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie heb ik als doelgroep een type man in mijn achterhoofd dat u allen zult herkennen uit uw eigen thuisomgeving. Ik kom van het platteland en als ik daar naar de supermarkt ga, kom ik steevast een man tegen op een brommer met een houten kistje achterop. Dit type man staat centraal als het gaat om patiëntenmobiliteit, want alle burgers moeten de mogelijkheid hebben om desgewenst naar het buitenland te gaan voor behandeling, ongeacht de financiële middelen waarover ze kunnen beschikken. Bovendien willen slechts weinigen daadwerkelijk naar het buitenland. Het zijn de wanhopige mensen die naar het buitenland gaan.

Echter, van deze man op zijn brommer kan natuurlijk niet worden verwacht dat hij zelf het geld opbrengt om naar het buitenland te gaan voor behandeling. Gelukkig bestaat er binnen het Parlement brede overeenstemming over dat de individuele patiënt geen geld uit eigen zak zal hoeven te betalen. Dit is werkelijk een verbetering van het voorstel van de Commissie. Het kernamendement van de ALDE-Fractie betrof de aanstelling van een Europese patiëntenombudsman. Ik dank u voor uw steun daarvoor. Het is de patiëntenombudsman die ervoor moet zorgen dat de EU-burger, de patiënt, het door deze wet verleende recht daadwerkelijk kan uitoefenen. De bal ligt nu bij de Raad, bij de ministers die steeds zeggen dat we dichter bij de EU-burgers moeten komen en dat de afstand tussen de EU en EU-burgers moet worden verkleind. Hier wordt u de mogelijkheid om dat te bereiken op een presenteerblaadje aangereikt. Grijp die kans! Laat haar niet glippen!

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, het vastleggen van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg is een dringende taak. Patiënten hebben het recht te weten op welke basis zij medische hulp krijgen, of zij nu op reis zijn en onverwachts hulp nodig hebben, of omdat zij besluiten naar een andere EU-lidstaat te reizen vanwege problemen met het krijgen van toegang tot specifieke medische diensten in hun eigen land.

Zij moeten worden geïnformeerd over eventuele extra kosten die zij moeten betalen en tevens over de mogelijkheden van financiering vooraf. Ook moet de toegang tot betrouwbare informatie over de kwaliteit van de beschikbare diensten in aanbevolen behandelcentra worden gewaarborgd. Ik denk hierbij aan referentienetwerken en informatiepunten. Patiënten moeten gegarandeerd informatie krijgen over hun rechten in geval van letsel als gevolg van een slechte behandeling, evenals informatie over de wederzijdse erkenning van recepten. Toezicht op grensoverschrijdende gezondheidszorg zal nuttig zijn voor de beoordeling van de situatie op dit gebied. Ik wens de heer Bowis een spoedig herstel toe.

 
  
MPphoto
 

  Margrete Auken (Verts/ALE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de heer Bowis voor de voortreffelijke manier waarop hij de onderhandelingen heeft geleid, die geenszins eenvoudig waren. Een van de lastige onderwerpen was hulp aan patiënten met zeldzame aandoeningen – een onderwerp waar we later vanmorgen nog een debat over zullen hebben. Allemaal willen we deze patiënten de beste behandelingsmogelijkheden geven en zien we natuurlijk de grote voordelen van nauwe Europese samenwerking op dit gebied. Echter, het heeft geen enkele zin om patiënten in Europa rond te laten reizen, zonder dat de thuislanden daar controle op kunnen uitoefenen, zowel in medisch als financieel opzicht. Als de tekst in deze vorm wordt aangenomen, krijgen alle patiënten met een zeldzame aandoening de mogelijkheid om naar het buitenland te reizen en elke willekeurige behandeling te krijgen, waarvoor het thuisland moet betalen. Hoe worden de uitgaven in de hand gehouden en hoe wordt voorkomen dat patiënten de verkeerde behandeling krijgen of overbehandeld worden? Ze zijn ten slotte volkomen overgeleverd aan de behandelaars. Daarnaast lopen ze ook het risico zwaar in conflict te raken met hun thuislanden, die kunnen besluiten niet te betalen door te verklaren dat de aandoeningen waaraan patiënten lijden niet zeldzaam zijn. Er bestaat immers geen overeenstemming over hoe deze soort ziekte moet worden geïdentificeerd. Daarom zouden wij sterk de voorkeur geven aan speciale wetgeving op dit gebied, zodat mensen met zeldzame aandoeningen op de best mogelijke manier worden geholpen.

 
  
MPphoto
 

  Adamos Adamou (GUE/NGL). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wens mijn vriend John Bowis van harte beterschap en het allerbeste. Ik wil hem tevens bedanken voor zijn harde werk.

Om te beginnen wil ik zeggen dat wij in geen geval tegen grensoverschrijdende gezondheidszorg zijn. Integendeel, wij erkennen dat de lidstaten gebruik moeten maken van de bevoegdheden die het Verdrag betreffende de Europese Unie hun geeft, dat wil zeggen van artikel 152. Helaas is deze richtlijn gebaseerd op artikel 95 en daarom wil ik ook de commissaris vragen ons te verduidelijken wat er aan de hand is met de rechtsgrondslag.

Wij willen geen beleid dat de financieel draagkrachtige patiënten bevoordeelt ten koste van de lagere maatschappelijke groepen. De heer Maaten is niet aanwezig; beste Jules, ik geloof niet dat wij ideologisch `vastgeroest` zijn als wij zeggen dat er patiënten `met twee snelheden` kunnen ontstaan.

Wij moeten streven naar gelijke gezondheidszorg voor iedereen, zonder ingrepen van de Europese Unie in de socialezekerheidsstelsels en zonder commercialisering van de gezondheidssector.

 
  
MPphoto
 

  Urszula Krupa (IND/DEM).(PL) Mijnheer de Voorzitter, de verordening betreffende de mogelijkheden om in andere lidstaten van de Europese Unie een behandeling te ondergaan, die van kracht zal worden na de goedkeuring van de richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, zal leiden tot inmenging van de Gemeenschap in gezondheidszorgstelsels, wat in strijd is met eerdere bepalingen. Bovendien worden behandelmogelijkheden gecreëerd, met name voor vermogende patiënten, en wordt tegelijkertijd de toegang tot gezondheidszorg belemmerd, met name voor patiënten in arme lidstaten. De strategie om de elite speciale privileges toe te kennen in de zin van toegang tot hoogkwalitatieve gezondheidszorg wordt momenteel uitgevoerd door de liberale regering in Polen. Het leidt tot de privatisering van staatsziekenhuizen en ontneemt het grootste deel van de maatschappij de mogelijkheid om zich medisch te laten behandelen. Ongeacht het standpunt van het Hof van Justitie, is de volksgezondheid geen verhandelbaar goed, maar een onvervreemdbaar recht dat door de gezondheidsdiensten van de overheid moet worden gewaarborgd, overeenkomstig het beginsel van respect voor en bescherming van het recht op leven en dood, evenals de onvervreemdbare waarde van elk mens.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, pensioenrechten, werkloosheidsverzekering en ziektekostenverzekering – binnenkort is het 25 jaar geleden dat het Schengenakkoord werd ingevoerd, maar nog altijd staat de sociale zorg in de kinderschoenen. Vakantiegasten worden vaak schaamteloos uitgebuit en moeten ter plaatse exorbitant hoge bedragen neertellen, die dan bij terugkeer in hun eigen EU-lidstaat niet of slechts gedeeltelijk worden vergoed.

De Europese ziekteverzekeringskaart wordt spijtig genoeg niet altijd geaccepteerd. Verder loopt ook de wederzijdse betaling van bedragen tussen de lidstaten niet erg soepel. Juist in tijden van krappe begrotingen moet de patiënt een centralere plaats krijgen in de gezondheidszorg. Om dat te bereiken, moeten natuurlijk de rechten van patiënten worden uitgebreid. Het is echter maar de vraag, of de patiënt in een medische noodsituatie vooraf toestemming kan krijgen voor terugbetaling van de kosten voor ziekenhuisdiensten. Als we vanwege de kosten steeds meer gaan bezuinigen op medisch personeel, dan gaat het naar mijn mening de verkeerde kant op met onze gezondheidszorg. Het is dus zinvol om beter samen te werken, maar dit mag in geen geval leiden tot een wirwar van bureaucratische procedures.

 
  
MPphoto
 

  Péter Olajos (PPE-DE). (HU) „Wie een hamer in zijn hand heeft, denkt bij alles aan een spijker,” luidt het gezegde. Ik heb datzelfde gevoel bij de huidige crisis, ik denk bij alles aan groei en herstel.

Ik denk dat zich met deze richtlijn een scala aan mogelijkheden aan ons openbaart. Naast de radicale hervorming van de gezondheidszorg kan hiermee ook een nieuwe impuls worden gegeven aan het creëren van werkgelegenheid en de ontwikkeling van de economie. De mobiliteit van patiënten zal niet alleen effect hebben op de gezondheidszorg, maar kan ook een gunstige invloed uitoefenen op het culturele aanbod en de gastronomie van het ontvangende land. In de horeca kunnen er duizenden nieuwe werkplekken bijkomen. De toename aan inkomsten zou niet alleen, en zelfs niet in eerste instantie, in de gezondheidszorg optreden, maar op het gebied van aanverwante diensten.

Ook de financiële sector kan ontwikkeling tegemoet zien, want voor het operationeel maken van het nieuwe systeem is tevens een groot aantal clearinginstituten, zorgmakelaars, adviseurs, verzekeringsexperts, tolken en vertalers nodig. Tijdens de revalidatieperiode kunnen alle dienstverleners in en om het medische toerisme profiteren van dit voordeel. De grootste verdienste van de richtlijn is dat er geen verliezers zijn, want als lidstaten niet willen dat hun burgers gebruik maken van de nieuwe mogelijkheid, zullen ze hun eigen gezondheidsniveau en wachttijden gaan verbeteren. Als een lidstaat patiënten uit het buitenland aantrekt, genereert dit geld in het land en de gezondheidszorg, wat ook weer resulteert in een hoger zorgniveau.

Als Hongaars parlementslid zie ik de bevordering van medisch toerisme dat is gebaseerd op de mobiliteit van patiënten in Europa, als een buitenkans. Ook nu al komen talloze zieken uit het buitenland naar mijn land voor een behandeling, maar tot nu toe was er veel onduidelijkheid over vergoeding door de verzekering. Dit hing voor een groot deel af van de op dat moment geldende wetgeving van het verwijzende land. Ik ben er zeker van dat deze richtlijn de kwaliteit van ons leven ten goede zal komen. Ik wens de heer Bowis beterschap. Overigens heeft hij zich eerder al eens langdurig laten behandelen in Hongarije. Ik feliciteer hem met de richtlijn. Het is een uitstekend document dat ik met alle plezier zal steunen.

 
  
MPphoto
 

  Anne Van Lancker (PSE). - Het allerbelangrijkste, collega's, voor een goed gezondheidsbeleid is dat alle mensen goede en betaalbare gezondheidszorg kunnen krijgen, liefst dichtbij huis. Maar als maar 1 procent van de patiënten naar het buitenland gaat om zich te laten verzorgen, heeft dat alles te maken met de onzekerheid over de kwaliteit en de terugbetaling.

Juist daarom is deze richtlijn goed nieuws, vooral voor mensen in de grensregio's, voor patiënten op lange wachtlijsten, voor mensen met aandoeningen waarvoor in het buitenland betere behandelingen bestaan. Maar het recht van die patiënten om zich in het buitenland te laten verzorgen mag niet de mogelijkheid van lidstaten om hun gezondheidszorg op een goede manier te organiseren en te financieren in het gedrang brengen, want dat garandeert gezondheidszorg voor iedereen. Daarom doet het Parlement er goed aan een aantal rode lijnen te trekken. Ik noem er drie.

Ten eerste, deze richtlijn regelt terecht alleen de mobiliteit van patiënten en niet die van gezondheidswerkers. Het kan niet de bedoeling zijn om een markt te creëren voor gezondheidsdiensten. Op dit punt is het verslag dik in orde.

Ten tweede, de lidstaten moeten zelf kunnen beslissen welke gezondheidszorg zij aan mensen verschaffen en wat terugbetaald kan worden. Dit wordt zeer goed geregeld in de richtlijn.

Ten derde, de terugbetaling van ambulante zorg moet eenvoudiger worden, maar voor ziekenhuiszorg en gespecialiseerde zorg moeten lidstaten voorafgaande toestemming kunnen vragen, omdat die zorg duur is. Een land dat gezondheidszorg voor iedereen wil garanderen, moet die zorgen dus kunnen plannen. Op dit punt, beste Philip Bushill-Matthews, schiet het verslag nog te kort, want de voorafgaande toestemming wordt nog aan te veel voorwaarden verbonden en dat maakt het lidstaten moeilijk. Ik wil mijn collega's bijvallen die zeggen dat dit punt voor mijn fractie werkelijk een breekpunt is om deze richtlijn te kunnen goedkeuren.

Tenslotte zou ik nog een lans willen breken voor een dubbele rechtsgrondslag want, inderdaad, gezondheidszorg is een publieke verantwoordelijkheid van de lidstaten ten opzichte van hun bevolking en kan dus niet alleen aan de vrije markt worden overgelaten. Hopelijk halen deze twee rode lijnen ook nog de eindstreep.

 
  
MPphoto
 

  Elizabeth Lynne (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, waarom zou een patiënt bijvoorbeeld zijn gezichtsvermogen moeten verliezen terwijl hij op de wachtlijst staat voor een staaroperatie in het Verenigd Koninkrijk, wanneer een dergelijke operatie gemakkelijk in een andere lidstaat kan worden uitgevoerd? Waarom zou iemand die met ondraaglijke pijn op een kunstheup zit te wachten, niet mogen profiteren van het feit dat sommige lidstaten geen wachtlijsten kennen – wat soms zelfs voordeliger is voor het thuisland? En waarom moeten sommige hartpatiënten onnodig maandenlang op een dotterbehandeling wachten? Als een klinisch medicus een behandeling aanraadt die niet in het thuisland kan worden verricht, dan hebben we absoluut een rechtkader nodig om ervoor te zorgen dat patiënten die behandeling elders kunnen ondergaan.

Het gebeurt maar al te vaak – zoals al is gezegd – dat het de armsten zijn die met discriminatie en ongelijkheid te maken krijgen bij toegang tot de gezondheidszorg. Daarom ben ik zeer blij dat de rapporteur mijn amendement heeft goedgekeurd, waardoor duidelijk wordt dat de lidstaten de verantwoordelijkheid dragen om behandelingen in een ander land toe te laten en te betalen.

We moeten grensoverschrijdende gezondheidszorg niet voorbehouden aan degenen die het kunnen betalen. Ook mogen we gehandicapte personen niet uitsluiten, daarom ben ik ook zo blij dat veel van mijn amendementen over deze kwestie goedgekeurd zijn. De rechten en veiligheid van patiënten moeten op de eerste plaats komen. Nogmaals, daarom ben ik blij dat de rapporteur mijn amendementen met betrekking tot de regelgeving van gezondheidswerkers heeft gesteund. Ik zou de Parlementsleden er nog aan willen herinneren dat deze voorstellen waarborgen bevatten van wat al een recht van EU-burgers was onder een arrest van het Europees Hof van Justitie van een paar jaar geleden.

Tot slot zou ik John Bowis beterschap willen wensen. Zijn ervaring toont het belang van samenwerking tussen de lidstaten van de EU.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb al een tijdje een probleem met deze richtlijn, omdat de titel niet echt de lading van de richtlijn dekt. Een aantal bijdragen die we vandaag gehoord hebben over plannen om banen te creëren en dergelijke, doen mijn zorg toenemen. Veel van de zaken in kwestie gaan, zoals we weten, over keuzemogelijkheid en betaling, en daarom gaat dit evenzeer over sociale zekerheid als over gezondheidszorg.

Deze week hebben we de regelgeving bijgewerkt die het onderdeel van ons stelsel vormt dat nu al samenwerking waarborgt en ook waarborgt dat gezondheidszorg in een andere lidstaat, in noodgevallen, niet kan worden geweigerd. Ik verzoek de Parlementsleden dringend om te lezen hoe de regelgeving er nu uitziet.

Deze richtlijn gaat over keuzemogelijkheid. Ze gaat over het geld dat samenhangt met de keuzen van patiënten. Ik zou mensen willen verzoeken om deze twee verschillende stelsels niet met elkaar te verwarren, zoals in enkele amendementen gebeurt. Omdat we deze twee verschillende opvattingen hebben, hebben we naar mijn mening ook een dubbele rechtsgrondslag nodig.

 
  
MPphoto
 

  Jens Holm (GUE/NGL). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, het hele uitgangspunt van dit verslag is verkeerd. Het is gebaseerd op artikel 95 van het Verdrag, dat de vrije werking van de markt garandeert en dus niet over volksgezondheid of patiënten gaat. Het recht op goede zorg in alle lidstaten zou een prioriteit moeten zijn, maar in plaats daarvan is het uitgangspunt van de Commissie een markt waarop zorg ook maar gewoon handelswaar is. Met deze richtlijn wordt de prioriteit gegeven aan de burgers die grote bedragen kunnen betalen voor reis en verblijf en die goed op de hoogte zijn van en contacten hebben in de zorgbureaucratie. Het gaat om burgers met een hoog inkomen en goede opleiding, niet om diegenen met de grootste behoefte.

Sommigen denken misschien dat het amendement van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid waardoor de lidstaten voorafgaande toestemming moeten kunnen geven, voordat de zorg wordt verleend, goed is. Het probleem is echter dat hier veel beperkingen aan vastzitten en de lidstaten een grote bewijslast opgelegd krijgen voor het verlenen van de toestemming. Openbare planning zal moeilijker worden en de nationale zorg dreigt te worden leeggezogen.

Ten slotte zullen het de Commissie en het Hof van Justitie zijn die beslissen of de voorafgaande toestemmingen van de lidstaten proportioneel zijn. Als de richtlijn op artikel 95, dat op de markt slaat, gebaseerd is, zal de markt en niet goede zorg doorslaggevend zijn.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland (IND/DEM). - De afgelopen maanden is er hard gewerkt aan dit verslag over patiëntenrechten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg. Ik bedank rapporteur Bowis voor alle inspanningen die hij heeft geleverd en wens hem een spoedig herstel.

Grensoverschrijdende zorg is een feit en daarbij moeten de patiëntenrechten gewaarborgd zijn. Wij moeten echter wel oppassen dat dit niet te ver gaat. De gezondheidszorg moet voorbehouden blijven aan de lidstaten. Samenwerking op EU-niveau mag niet ten koste gaan van de zorgkwaliteit en van principiële ethische keuzes die lidstaten maken. De ethische diversiteit moet gewaarborgd blijven en ik ben dan ook blij dat deze kwestie in het verslag is opgenomen.

Een heel moeilijk punt vind ik de rechtsgrondslag. Ik vind het ongelukkig dat gekozen is voor artikel 95. Ook de Commissie juridische zaken gaf dat advies. Naar mijn mening druist dit in tegen de subsidiariteit op dit beleidsterrein en wordt het voor lidstaten moeilijk om onafhankelijke keuzes te maken zonder dat het Hof van Justitie ingrijpt.

 
  
MPphoto
 

  Lydia Schenardi (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, op 2 juli 2008 heeft de Commissie een voorstel voor een richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg gepresenteerd, met de bedoeling om de bestaande belemmeringen weg te nemen.

Dit onderwerp vormt een prioriteit voor alle lidstaten. Niet alle lidstaten beschikken evenwel over de middelen om patiënten een bepaald niveau van kwaliteit en veiligheid te waarborgen, of dat nu op het vlak van de gezondheidszorg of zelfs op dat van de beroepskwaliteit van de gezondheidswerkers is. Het lijkt dus noodzakelijk om de verantwoordelijkheden van de lidstaten op dit gebied te preciseren.

Hoewel er sprake is van een grote verscheidenheid in de organisatie van de gezondheidszorgstelsels in de Unie, moeten wij niet uit het oog verliezen dat gezondheidszorg een voornamelijk nationale bevoegdheid moet blijven, en dat het iedere lidstaat vrijstaat om zijn eigen gezondheidsbeleid te bepalen.

Rekening houdend met de mobiliteit van de Europese werknemers – hoewel dit slechts drie à vier procent van de burgers betreft en er jaarlijks iets minder dan tien miljard euro mee is gemoeid – blijven er echter tal van onzekerheden bestaan met betrekking tot de kwaliteit en veiligheid van de gezondheidszorg, patiëntenrechten, gegevensbescherming en beroepsmogelijkheden in geval van schade.

Helaas koersen wij echter af op een onvermijdelijke harmonisatie naar beneden, en in dat opzicht zullen wij uiterst waakzaam blijven wat onze steun aan dit verslag betreft, teneinde de sociale verworvenheden van onze medeburgers zo goed mogelijk te verdedigen.

 
  
MPphoto
 

  Pilar Ayuso (PPE-DE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik de heer Bowis bedanken voor zijn streven naar consensus en hem namens ons allen van harte een spoedig herstel toewensen.

Het ontwerpdocument waarover we gaan stemmen, is een belangrijke stap vooruit, omdat het de lidstaten verenigt in een gemeenschappelijk project voor de gezondheidszorg. Het is een heel complexe zaak, aangezien de gezondheidszorg in de Europese Unie een gebied is waarop het subsidiariteitsbeginsel van toepassing is. Die hindernis hebben we hier echter weggenomen en wel met het oog op de noodzaak patiënten te helpen.

Dat is zonder meer een hele prestatie, want deze richtlijn, de rechtsgrond buiten beschouwing gelaten, erkent onbetwistbare rechten van patiënten en biedt hun een reeks nieuwe mogelijkheden om een betere behandeling te kiezen.

Het is een richtlijn die is gemaakt voor de patiënt en waarin de patiënt centraal staat.

Het betreft een zeer complexe richtlijn die wantrouwen wekt in bepaalde landen, zoals het mijne, waar we een universeel gezondheidszorgstelsel kennen voor ruim een miljoen Europese burgers.

In die zin is het duidelijk dat voor stelsels als dat van Spanje moet worden erkend dat patiënten uit het buitenland niet meer rechten kunnen hebben dan die uit de lidstaat waar de behandeling plaatsvindt zelf.

Daarom hebben we een amendement ingediend dat zou moeten worden opgenomen in het voorstel en dat stelt dat patiënten uit andere lidstaten onderworpen zijn aan de wetten en normen van de lidstaat van behandeling, met name wat betreft de keuze van arts en ziekenhuis.

Wij menen derhalve dat de komst van patiënten uit een andere lidstaat geen nadelen voor de burgers van de lidstaat van behandeling met zich mee mag brengen.

Evenmin kunnen we patiënten een onbeperkt recht op mobiliteit toekennen.

Voorts staan we positief tegenover de uitsluiting van transplantaties van de werkingssfeer van de richtlijn.

Al met al hebben we een belangrijke stap in de goede richting gezet, reden waarom de PPE-DE-Fractie deze richtlijn steunt, hoewel we van mening zijn dat we wat verder hadden moeten gaan, meer specifiek wat betreft de situatie van Europese burgers met een vaste verblijfplaats in een andere lidstaat, met name diegenen onder hen met een chronische ziekte.

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela (PSE). - (PT) Voorzitter, mijn collega's Roth-Behrendt en Sacconi hebben het standpunt van onze fractie al heel goed weergegeven. We vinden het absoluut noodzakelijk dat de rechtsgrondslag gewijzigd wordt.

Mevrouw de commissaris, gezondheidszorg mag geen handelswaar zijn. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de Commissie artikel 152 van het Verdrag hier niet bij betrokken heeft. Ook is het vereiste van voorafgaande toestemming voor de vergoeding van de kosten van intramurale of gespecialiseerde zorg essentieel, in het belang van de patiënt. De veiligheid en kwaliteit van de gezondheidszorg kan alleen gewaarborgd worden door het verplicht stellen van voorafgaande toestemming.

Ik wil tot slot mijn collega John Bowis beterschap wensen. Zijn geval laat zien dat grensoverschrijdende gezondheidszorg al bestaat, ook zonder deze richtlijn.

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE) . (ET) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, juristen kennen het volgende gezegde: met twee juristen zijn er drie meningen. Ik wil de besluiten van het Europees Hof niet in twijfel trekken, maar ik kan me er niet in vinden dat het juristen zijn die tot nu toe hebben beslist over het beleid inzake patiëntenmobiliteit. De diverse vormen van medische hulp mogen dan van elkaar verschillen, ze vallen allemaal onder het toepassingsgebied van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

Het doel van het programma van sociale maatregelen dat wij verleden jaar goedkeurden, zal alleen worden verwezenlijkt als we een belangrijk onderdeel ervan, namelijk de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, aanvaarden. Het is onze plicht als gekozen volksvertegenwoordigers om te zorgen voor politieke en rechtszekerheid op dit uiterst belangrijke terrein. Als zij wordt aangenomen zal de voorliggende richtlijn de ongelijkheden tussen de lidstaten op gezondheidszorggebied niet opheffen, maar zij is wel een grote stap voorwaarts waar het gaat om eerlijkheid en gelijke rechten van patiënten.

Het is onacceptabel dat we eerlijkheid in theorie bevestigen, maar er in de praktijk volledig aan voorbijgaan vanwege binnenlandse financiële beperkingen. Financiële beperkingen kunnen, hoe legitiem ook, nooit een rechtvaardiging vormen voor het negeren van patiëntenrechten, of die rechten zelfs in gevaar brengen. Tot slot wil rapporteur Bowis bedanken voor zijn uiterst kundige, van verantwoordelijkheidszin getuigende arbeid.

 
  
MPphoto
 

  Roberto Musacchio (GUE/NGL).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik John Bowis graag van harte beterschap wensen. De rechtsgrondslag is de lakmoesproef voor deze richtlijn.

Als het gaat om iedereen het recht op de beste zorg, waar dan ook, te garanderen, wat heeft de rechtsgrondslag van de markt er dan mee te maken? De rechtsgrondslag zou het recht op gezondheid moeten zijn. Bovendien zou het recht op gezondheid in de eerste plaats moeten voorzien in het recht op de beste behandeling in eigen land, waaraan Europese kwaliteitsnormen zouden moeten worden opgelegd, zonder zich te verschuilen achter subsidiariteit.

Als de markt echter de rechtsgrondslag is, zou men kunnen denken dat deze richtlijn bedoeld is om gezondheid te Bolkesteiniseren en om de belangen te beschermen van de verzekeringsmaatschappijen of van degenen die winst willen maken op gezondheid.

Het is dus onvoorstelbaar dat uitgerekend parlementaire amendementen die over de cruciale kwestie van de rechtsgrondslag gaan, het risico lopen om onaanvaardbaar te worden geacht. Voordat het Parlement tot stemmen overgaat, moet hierover absoluut duidelijkheid worden verschaft, ook door de commissaris.

 
  
MPphoto
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is hard gewerkt om ervoor te zorgen dat zieke mensen de behandeling krijgen die ze nodig hebben, waar ze zich ook bevinden, wie ze ook zijn.

Helaas is er ook hard gewerkt om er voor te zorgen dat ze die hulp niet krijgen. In deze richtlijn worden de rechten van patiënten, door de voorafgaande toestemming door gezondheidsautoriteiten in plaats van een medische diagnose, genegeerd. We zijn weer terug bij af. Voorafgaande toestemming was in eerste instantie ook de reden dat patiënten naar het Europees Hof van Justitie gingen, en de arresten van het Hof zijn de reden dat we hier vandaag met een richtlijn zijn gekomen.

Nu zijn we weer terug bij af: sterven als gevolg van geografische obstakels blijft de regel. Gezondheidsautoriteiten, zoals die in mijn eigen land Ierland, zullen goedkeuring om voor een behandeling te reizen weigeren onder deze richtlijn, net zoals ze dat doen onder het huidige E112, dat we van plan waren te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE-DE). - Voorzitter, allereerst de allerbeste wensen voor John Bowis. In deze richtlijn staat de patiënt centraal, de mondige burger die kan en ook wil kiezen voor de beste behandeling, liefst dichtbij, maar als die verderaf is, ook veraf.

Deze wetgeving hebben wij te danken aan heel dappere burgers van de Europese Unie die naar het Hof zijn gestapt om daar waar de eigen lidstaat hen in de steek liet voor de goede behandeling, die zorg over de grens te krijgen. Het Hof van Justitie heeft hen in het gelijk gesteld. Vandaag leggen wij vast wat het Hof van Justitie heeft beslist en formuleren wij tevens de nadere voorwaarden waaronder dat recht op grensoverschrijdende zorg voor die mondige burger kan worden verwezenlijkt.

Voorzitter, deze richtlijn is geweldig nieuws voor alle mensen in grensregio's, geweldig nieuws voor mensen met zeldzame ziekten, geweldig nieuws voor mensen die geconfronteerd worden met wachtlijsten, want in september zijn de heupen op. Deze mensen kunnen nu kiezen.

Wij hebben de informatie beter geregeld, wij hebben de regels voor terugbetaling nader gedefinieerd, wij hebben Europese referentienetwerken vastgelegd die ervoor zorgen dat de kwaliteit van de zorg wordt verbeterd. Wij hebben gezorgd voor geschillenbeslechting via een ombudsman, die ook anders zou kunnen. Ik verwijs dan naar het Nederlandse model voor geschillenbeslechting in de zorg dat onlangs van start is gegaan. Wij hebben de mogelijkheid van proefgebieden waaraan wij in de grensregio Limburg, waar ik vandaan kom, graag zouden meedoen. Ook hebben we vastgelegd dat de gezondheidssystemen in de lidstaten niet worden aangetast. Wel krijgt de burger het recht om te kiezen en die keuzevrijheid vind ik van zeer groot belang.

 
  
MPphoto
 

  María Sornosa Martínez (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, allereerst een woord van dank aan de heer Bowis en de schaduwrapporteurs, en een spoedig herstel voor de heer Bowis.

Mijns inziens is met deze richtlijn geprobeerd een ruimer rechtskader tot stand te brengen dan de huidige regelingen, waarin het recht van de burger op gezondheidszorg in andere lidstaten al is verankerd, om de rechtspraak van het Hof van Justitie tot uitdrukking te brengen, maar is dat niet gelukt omdat er meer rechtsonzekerheid kan ontstaan doordat er nu twee instrumenten voor mobiliteit zijn die elkaar niet uitsluiten, namelijk de verordeningen en de richtlijn, en bovendien doordat het ontbreekt aan een duidelijke omschrijving van de basisrechten, zoals het dienstenaanbod, de voorzieningen of de benodigde – onontbeerlijke, zou ik zeggen – voorafgaande toestemming; er is maar één rechtsgrondslag, en dat is die van de interne markt.

Geachte afgevaardigden, dat een universeel en dermate elementair beginsel als de toegankelijkheid van de gezondheidszorg uitsluitend op de regels van de interne markt zou worden gebaseerd, is onaanvaardbaar. Daarmee kunnen de gezondheidsdiensten in veel lidstaten worden ondermijnd en bovendien laten we na onze burgers werkelijk duidelijkheid te bieden over dit basisrecht, dat voor ons allemaal geldt.

 
  
MPphoto
 

  Holger Krahmer (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, het Europees Hof van Justitie heeft ons een duidelijke opdracht gegeven. Het Hof heeft namelijk bepaald dat patiënten recht hebben op vergoeding van de kosten voor behandelingen in het buitenland. In dat opzicht, mevrouw Vassiliou, is het Commissievoorstel uitstekend en verdient het onze steun. Ik betreur wat er in de afgelopen weken hier in het Parlement is gebeurd met deze richtlijn. Hier worden de schrikbeelden van de markt opgeroepen en worden verbanden met de Dienstenrichtlijn gelegd die kant noch wal raken. Er zijn enkele amendementen die mij, als iemand die in de voormalige DDR is opgegroeid, ijskoude rillingen bezorgen. "Lidstaten kunnen passende maatregelen treffen om de instroom van patiënten te beperken", wordt er bijvoorbeeld gezegd. Wat is dat nu voor een mentaliteit? Blijkbaar moeten er opnieuw IJzeren Gordijnen komen. Voorstellen als deze zijn des te opmerkelijker, nu ze nota bene door de Groenen worden gedaan.

Het gaat om het sociale Europa. Dat is dezer dagen een veelbesproken onderwerp – met name de sociaaldemocraten roeren het graag aan. Vanmiddag hebben we de kans om deze toets te doorstaan en te laten zien of het ons te doen is om de rechten van patiënten of dat nationale gezondheidsbureaucraten ons gezichtsveld bepalen.

 
  
MPphoto
 

  Frieda Brepoels (PPE-DE). - Gezondheid wordt inderdaad alsmaar belangrijker in Europa en ik denk dat de patiënten heel duidelijk verwachten dat zij meer zekerheid krijgen over hun rechten, maar ook correcte en goede informatie verwachten. Dit voorstel over de patiëntenmobiliteit komt dan ook niets te vroeg. Wij hebben er met zijn allen lang op gewacht. Het is dan ook heel jammer dat de man die een groot deel van zijn carrière hieraan gewijd heeft, nu zelf om gezondheidsredenen verstek moet laten gaan en ik sluit mij dan ook heel graag aan bij de wensen voor een spoedig herstel van John.

Ik wil mij vooral concentreren op een aantal positieve punten in het belang van de patiënt. De oprichting van een contactpunt in het land van de patiënt waar deze voor alle informatie terecht kan, maar ook de ombudsman voor de patiënten en zeker ook de schaalvergroting dankzij een betere samenwerking tussen de lidstaten bieden zeker een meerwaarde voor de patiënten, in het bijzonder voor hen die lijden aan een zeldzame ziekte.

Ik denk dat voor het heikele punt van de voorafgaande toestemming voor ziekenhuiszorg een heel creatief compromis werd uitgewerkt dat zowel de patiënt als de zorgverzekeraar ten goede komt. Maar om het omgekeerde fenomeen van een te grote instroom onder controle te houden, en dat is toch wel belangrijk voor mijn regio Vlaanderen, werd er expliciet in het verslag opgenomen dat een ziekenhuis nooit kan worden verplicht om patiënten uit het buitenland op te nemen, indien eigen burgers hierdoor op een wachtlijst dreigen te komen.

Als inwoner van een grensregio tussen Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Wallonië ben ik dan ook heel blij met de vraag aan de Commissie om sommige grensregio's aan te duiden als proefgebieden voor innovatieve projecten inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg. Ik denk dat de resultaten hiervan zeker leerzaam zijn voor andere regio's. Ik hoop dat de Euregio daarvoor als voorbeeld kan dienen.

 
  
MPphoto
 

  Dorette Corbey (PSE). - Ik begin met een woord van dank aan John Bowis voor zijn zeer gedreven en betrokken inzet voor de volksgezondheid en de patiëntenmobiliteit en ik wil hem een spoedig herstel toewensen.

Gezondheidszorg is een nationale bevoegdheid, maar er zijn raakvlakken met Europa. Patiënten zijn zich bewust van behandelingsmogelijkheden in andere landen en willen gebruikmaken van voorzieningen in andere landen. Dat geldt zeker voor patiënten in grensregio's of als er in eigen land lange wachtlijsten bestaan.

Er is niets op tegen om zorg en behandeling in andere landen te zoeken, maar het moet dan wel goed geregeld worden. Allereerst geen gedwongen gezondheidstoerisme. Het mag niet zo zijn dat verzekeringen patiënten onder druk zetten om goedkope zorg elders te aanvaarden.

Ten tweede moeten er minimale kwaliteitsgaranties zijn. Wie patiënten in het buitenland laat behandelen moet goede informatie verstrekken en zeker weten dat de kwaliteit in orde is.

Ten derde - en dat is zeer belangrijk -, lidstaten moeten het recht behouden om voorafgaande toestemming te eisen. Gezondheid is geen vrije markt. Om voorzieningen in stand te houden moeten planningen gemaakt worden en moeten ziekenhuizen weten welke patiëntenstroom zij kunnen verwachten.

Voor mij is het belangrijkste dat deze richtlijn ertoe zal bijdragen dat vooral behandelingsmethoden de grens overschrijden. Er is grote ongelijkheid tussen lidstaten, maar die los je niet op door patiënten over de grens te sturen, maar juist door behandelingen uit te wisselen en ook daaraan kan deze richtlijn een bijdrage leveren.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Mevrouw de minister, dames en heren. Al jaren stel ik het feit aan de kaak dat de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg geheel en al bepaald worden door het Europees Hof van Justitie. Het Hof garandeert dat burgers niet hoeven te wachten op toestemming van de zorgverzekeraar en zonder omhaal naar de dokter kunnen wanneer dat nodig is, alsook dat zij op zijn minst recht hebben op vergoeding van de kosten ter hoogte van een vergelijkbare behandeling in eigen land, dit allemaal omdat doktersbezoek geen belemmering mag vormen voor het vrije verkeer van personen. Dit staat ondubbelzinnig in de Verdragen, maar toch verzetten de socialisten zich er al vijf jaar met hand en tand tegen. Ondertussen hebben verschillende regeringen meerdere rechtszaken met hun burgers verloren. Honderden keren hebben we van de verzekeringslobby kunnen aanhoren dat het hele verzekeringswezen anders over de kop gaat. Ze zijn bang dat patiënten naar landen gaan waar ze niet zoals in eigen land maanden of zelfs jaren hoeven te wachten op een operatie. Daarom moet een patiënt nu voorafgaand toestemming vragen aan zijn of haar zorgverzekeraar. Patiënten en artsen in de hele EU snakken naar eenvoudigere regels met betrekking tot de meldingsplicht. Daarom ben ik geen voorstander van het voorstel om 27 definities tot stand te brengen van wat in verband hiermee nu precies gespecialiseerde en dure zorg is. Dat is buitengewoon huichelachtig, want het gaat puur en alleen om wat de zorgverzekeraars bereid zullen zijn uit te geven aan de behandeling van burgers in het buitenland. Dus waarom berekenen we het geheel eigenlijk niet meteen in euro’s?

Ik heb mij ingezet voor voorstellen om een systeem te ontwikkelen ter verhoging van de kwaliteit en de veiligheid van de gezondheidszorg, met inbegrip van openbare toegankelijkheid van de resultaten van onafhankelijke kwaliteitsbeoordelingen van gezondheidszorginstellingen. In concreto gaat het om nationale of internationale accreditatie van ziekenhuizen. Het compromisvoorstel is weliswaar wat oppervlakkiger, maar vormt desalniettemin een goede impuls voor landen die tot op heden niet over een dergelijk systeem beschikken. Ik wil geloven dat alle ziekenhuizen snel over een vrijwillige nationale of Europese accreditatie zullen beschikken, met andere woorden, over een beoordeling van hun kwaliteitsniveau, zoals de ziekenhuizen in de Tsjechische Republiek nu reeds. Tevens ben ik van mening dat de Commissie niet precies dient te bepalen wat er in de grensregio's gebeurt, maar dat zij deze regio’s dient te coördineren als proefgebieden voor het testen van grensoverschrijdende gezondheidszorgprojecten. Ik betreur het dat de socialisten huichelachtig, onder valse voorwendselen, blijven strijden tegen opheldering van de patiëntenrechten in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Genowefa Grabowska (PSE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, het is geen goede zaak als het Hof van Justitie besluiten neemt over de rechten van burgers, maar het is vooral erg wanneer deze situatie zich herhaalt en het Europees Hof van Justitie, in plaats van het Parlement en de Raad, dit constant doet. Daarom ben ik verheugd over het verslag-Bowis en wens de auteur een spoedig herstel toe. Ik zie in dit verslag een kans voor een verbetering van de gezondheidszorgnormen in mijn eigen land, Polen.

Ik wil echter graag de aandacht vestigen op drie belangrijke onderdelen van dit verslag. In de eerste plaats denk ik het onjuist is de gezondheidszorg alleen als verhandelbare dienst te zien. Zowel de nationale grondwetten als het Gemeenschapsrecht waarborgen het recht op gezondheidszorg van EU-burgers. Daarom moet de rechtsgrondslag worden veranderd. In de tweede plaats moet het gebruik van grensoverschrijdende gezondheidszorg gebaseerd zijn op een weloverwogen keuze van de patiënt en niet op dwang. In de derde plaats moet het besluit om een behandeling in een ander land te ondergaan gebaseerd zijn op behoefte en niet op de dikte van de portemonnee van de patiënt.

Ik ben ervan overtuigd dat de Europese open ruimte voor gezonde burgers ook open moet zijn voor burgers die ziek zijn en in een andere lidstaat medische hulp nodig hebben.

 
  
MPphoto
 

  Christofer Fjellner (PPE-DE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, het besluit van vandaag is één van de besluiten waarvan ik het meest trots ben dat wij ze hier in het Europees Parlement nemen. Het is een besluit om Europa te openen en vrij verkeer te garanderen voor wie ziek en zorgbehoevend is, voor wie vrij verkeer een kwestie van leven of dood kan zijn, het besluit dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om over de eigen behandeling te beslissen en dat het niet alleen diegenen die goed geïnformeerd of rijk zijn die mogelijkheid hebben, maar dat wij het voor iedereen mogelijk zullen maken om de behandeling te krijgen waar ze dat willen.

U, sociaaldemocraten, wilt de mensen dwingen om voorafgaande toestemming te vragen. In normale mensentaal betekent dit dat u wie ziek is, wilt verplichten om toestemming te vragen voor ze naar de dokter gaan, in ieder geval als ze dat in een ander EU-land doen. Waarom doet u dat? Omdat u nee wilt kunnen zeggen, natuurlijk. U wilt de mogelijkheid om te sturen, regelen en plannen – de patiënten de macht ontnemen. Wij hebben echter uw voorafgaande toestemming niet nodig om te voorkomen dat de mensen zelf moeten betalen. Als ik vandaag naar de dokter ga in Stockholm, hoef ik geen toestemming te vragen en hoef ik geen geld voor te schieten. De waarheid is dat u van meet af aan tegen dit voorstel was. U hebt geprobeerd het te begrenzen, te belemmeren en teniet te doen. Nu doet u opnieuw hetzelfde.

Toen wij deze kwestie in Zweden bespraken, probeerde u ervoor te zorgen dat men in Zweden niet behandeld mag worden waar men wil. Nu wil u dat men niet behandeld mag worden waar men wil in Europa. U zegt dat u het voorstel steunt, maar toen wij in de commissie stemden, onthield u zich van stemming. Kan het nog laffer? U weet vandaag niet eens hoe u zult stemmen. U weet niet eens waarover u zult stemmen.

Vandaag hebben wij allemaal een keuze. Wij hebben de keuze om op te komen voor de rechten van de patiënten of voor de rechten van bureaucraten en politici om te beslissen en reguleren. Ik weet wat ik vandaag zal kiezen. Ik zal stemmen om de patiënten in het middelpunt te zetten. Ik vind dat allen in dit plenum dat zouden moeten doen, als u vanavond met een goed geweten wil gaan slapen.

 
  
MPphoto
 

  Åsa Westlund (PSE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, alle patiënten moeten recht hebben op behandeling wanneer zij die nodig hebben. Wij, sociaaldemocraten, vinden het belangrijk dat mensen voor een behandeling naar het buitenland kunnen gaan, bijvoorbeeld wanneer de wachtlijsten in hun eigen land te lang zijn. Daarom was het ook de sociaaldemocratische regering in Zweden die het initiatief voor een richtlijn ter zake nam. Het mag echter niet de dikte van de portemonnee zijn die bepaalt waar iemand behandeld wordt, en de beslissing over de behandeling moet dicht bij de mensen worden genomen, niet door bureaucraten in het EU-systeem.

De ontwerprichtlijn van de Europese Commissie geeft te veel macht aan Europese bureaucraten. Bovendien houdt zij geen rekening met al die mensen die geen honderden Zweedse kronen kunnen betalen. Desondanks hebben de Zweedse centrumrechtse leden hier in het Europees Parlement kritiekloos hulde gebracht aan het Commissievoorstel. Wij, daarentegen, hebben voorstellen gedaan en hard gewerkt om het mensen zonder dikke portemonnee gemakkelijker te maken voor een behandeling naar het buitenland te reizen. Wij hebben ook hard gewerkt om duidelijk te maken dat gezondheidszorg de verantwoordelijkheid van de lidstaten is, niet iets waar EU-bureaucraten over moeten beslissen. Wij hebben niet alles bereikt wat wij willen. Daarom wil ik alle leden oproepen ons amendement betreffende artikel 8, lid 3 te steunen. Dan kunnen wij ons ook achter deze richtlijn scharen en kunnen we snel een oplossing krijgen voor alle patiënten in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Emmanouil Angelakas (PPE-DE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mevrouw de minister, allereerst wil ik de commissaris, mevrouw Vassiliou, gelukwensen met het feit dat zij het initiatief heeft genomen tot deze ontwerprichtlijn en de rapporteur van het verslag, de heer Bowis, van harte bedanken voor zijn uitstekende werk en hem snelle beterschap toewensen.

Ik weet dat het allesbehalve gemakkelijk was om dusdanig resultaten te bereiken dat het mogelijk werd vorderingen te maken bij het vraagstuk van de grensoverschrijdende gezondheidszorg, zeer zeker gelet op, ten eerste, de grote verschillen tussen de socialezekerheids- en verzekeringsstelsels van de lidstaten, ten tweede, de verschillende niveaus van economische ontwikkeling tussen de lidstaten en, ten derde, de verschillende niveaus van dienstverlening in de gezondheidssector tussen de lidstaten. Gelet op dit alles heeft de rapporteur uitstekend werk verricht.

In het onderhavige verslag worden vraagstukken met betrekking tot patiëntenmobiliteit behandeld. Daarbij gaat het vooral om de aanpak en de behandeling van ziekten in gespecialiseerde medische inrichtingen. Zeker is dat hierdoor het medisch toerisme niet zal toenemen. Veeleer krijgen de Europese burgers de mogelijkheid om de best beschikbare zorg te ontvangen, wel wetend wat hun rechten zijn en zonder dat zij hoeven te bedelen om kostenvergoeding. De lidstaten zullen immers de beschikking hebben over een duidelijk systeem van voorafgaande toestemming voor kostenvergoeding.

Wij mogen ook niet vergeten dat er heel wat arresten van het Hof van Justitie zijn over dit punt. In het verslag worden belangrijke vraagstukken behandeld en wordt gesteld dat de definitie van intramurale zorg een bevoegdheid van de lidstaten blijft; dezelfde kosten worden vergoed als wanneer de behandeling had plaatsgevonden in de lidstaat zelf; het vraagstuk met betrekking tot de behandeling van patiënten met zeldzame ziekten hoe dan ook wordt geregeld, ongeacht of deze ziekten behoren tot de door de lidstaat van herkomst van de patiënt verstrekte prestaties; de voorstellen betreffende de instelling van een Europese ombudsman die alle klachten van patiënten behandelt, de juiste richting uitgaan; en tot slot dat het noodzakelijk is een campagne op touw te zetten om patiënten te informeren over hun rechten.

Er blijven echter nog talrijke vraagstukken hangend, zoals, ten eerste, de verdere uitwerking van het mechanisme voor de berekening van de kosten, ten tweede, de lijst van ziekten die in het systeem worden opgenomen, ten derde, de erkenning van recepten, daar niet altijd dezelfde geneesmiddelen in alle lidstaten in de handel zijn en, ten vierde, de bevordering van e-gezondheid.

Deze hele exercitie gaat hoe dan ook de juiste kant uit en het is jammer dat de socialisten vandaag terugkrabbelen. Ik hoop dat de besprekingen snel zullen vorderen, en heb de indruk dat het Europees Parlement met zijn bijdrage reageert op een cruciale hedendaagse eis van de Europese burgers.

 
  
  

VOORZITTER: LUIGI COCILOVO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de meeste mensen in mijn kiesdistrict Londen hebben weinig interesse in en weet van wat een Parlementslid nou doet of wat het nut is van de EU. Echter, deze week zijn er twee plenaire verslagen waar het publiek echt tevreden over kan zijn. Het eerste verslag gaat over de bovengrens van roamingkosten in het telecompakket, en het tweede over het recht van patiënten om te kiezen voor een medische behandeling in een ander EU-land.

Ook ik wil graag het verslag van mijn collega uit Londen, John Bowis, steunen. Helaas kan hij hier vandaag niet zijn, door zijn slechte gezondheid, en ik wens hem veel beterschap. Hij zal natuurlijk erg worden gemist in het nieuwe Parlement.

Voor een behandeling door de nationale gezondheidsdiensten in het Verenigd Koninkrijk moet vaak lang worden gewacht en de kosten zijn erg hoog vergeleken met andere EU-landen. Een flexibelere EU-markt, met redelijke toestemmingswaarborgen binnen de gezondheidszorg, is een win-winsituatie voor zowel de algemene bevolking alsook voor de nationale gezondheidszorgbegrotingen van de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Catiuscia Marini (PSE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, vandaag behandelen we een belangrijke richtlijn om het recht op mobiliteit van patiënten in Europa en het recht op gezondheidszorg in de lidstaten van de Europese Unie, daadwerkelijk te garanderen.

Maar gezondheidszorg mag niet op een lijn worden gesteld met welke andere dienstverlening op de interne markt dan ook en burgers die patiënt zijn, mogen niet beschouwd worden als gewone consumenten; het recht op gezondheid wordt concreet door het recht op behandeling en zorg, in de eerste plaats in eigen land. Het recht op mobiliteit van patiënten mag voor bepaalde lidstaten geen uitvlucht zijn om niet te investeren in nationale gezondheidsdiensten, waardoor zij burgers in wezen dwingen tot medisch toerisme en hun niet de vrije keuze laten.

Met de richtlijn zou beter de ongelijkheid op het gebied van toegang tot en kwaliteit van de diensten kunnen worden aangepakt in het land waar de patiënt woont. Gezondheid is geen handelswaar, het is een maatschappelijk recht. De juridische kwestie en de kwestie omtrent voorafgaande toestemming zijn in wezen een manier om het recht op gezondheid van de hand te wijzen.

 
  
MPphoto
 

  Marios Matsakis (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit verslag is een keerpunt voor de zorgverlening aan EU-burgers. Het verslag zet de gezondheid van de patiënt duidelijk en stellig op de eerste plaats en zorgt ervoor dat de zorgstelsels in de verschillende lidstaten verantwoord voor verbeteringen kunnen concurreren. Deze wetgeving zal ongetwijfeld een aanzienlijke verbetering tot gevolg hebben voor de gezondheidszorg in Europa. Ze zal ook gelijkheid brengen voor de patiëntenzorg, waarbij alle burgers, rijk en arm, bekend en onbekend, toegang zullen hebben tot betere behandelingen in het buitenland.

Mijn aanvankelijke zorg met betrekking tot eventuele nadelige gevolgen voor de nationale stelsels van kleinere en armere lidstaten is verdwenen door de voorafgaande-toestemmingsbepaling die als een waarborg is toegevoegd. Ik kan nu met zekerheid zeggen dat deze wetgeving goed is voor zowel de patiënten als de gezondheidszorgstelsels in alle lidstaten, en ze verdient onze volledige en unanieme steun. Ik ben verbaasd over de negatieve houding die mijn socialistische collega’s in dit kader hebben ingenomen.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het helemaal niet eens met de heer Matsakis. Het Commissievoorstel biedt namelijk geen rechtszekerheid aan patiënten die zich in het buitenland laten behandelen. Het verandert evenmin iets aan de grijze gebieden van Verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van socialezekerheidsstelsels. Alleen een helder systeem waarin voor dure behandelingen vooraf toestemming wordt gegeven biedt patiënten de zekerheid dat de kosten worden vergoed.

De richtlijn laat ook de rechtsgrondslag in het midden – dit hebben mijn collega’s al duidelijk aan de orde gesteld – en daarmee ook de verdeling van bevoegdheden tussen de lidstaten en Europa. De gezondheidszorgstelsels van de lidstaten zijn solidariteitsstelsels op basis waarvan iedereen, ongeacht financiële situatie en woonplaats, in dezelfde mate toegang heeft tot de gezondheidszorg. De Europese wetgeving mag deze solidariteitsstelsels niet in gevaar brengen. Ook op dit punt schiet het Commissievoorstel tekort. Wij kunnen het dan ook pas goedkeuren als onze amendementen worden aangenomen.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) Voorzitter, het is onacceptabel dat de Europese Commissie en de meerderheid van het Parlement, onder het voorwendsel van de toepassing van de rechten van patiënten op het gebied van gezondheidszorg, eigenlijk aan de poten van de nationale openbare gezondheidszorg zagen, zoals in het geval van Portugal.

Door dit voorstel te baseren op artikel 95 van het EG-Verdrag, dat betrekking heeft op de harmonisering van de interne markt, wordt de liberalisering van de sector nagestreefd, hetgeen onacceptabel is. Dit is een sector die niet moet worden geregeerd door de logica van marktwerking en winst, waarmee slechts de belangen van economische en financiële groepen worden gediend. Gezondheid mag geen handel worden. Daarom hebben wij voorgesteld dit voorstel van de Europese Commissie te verwerpen.

Er bestaan al verordeningen en verdragen die grensoverschrijdende zorg mogelijk maken. Deze kunnen worden verbeterd, zonder dat er getornd hoeft te worden aan de bevoegdheden en rechten van de lidstaten wat betreft het eigendom en de aansturing van de nationale gezondheidszorg, die naar onze overtuiging openbaar en voor iedereen toegankelijk moet zijn.

 
  
MPphoto
 

  Christel Schaldemose (PSE). - (DA) Mijnheer de Voorzitter, we praten al de hele dag over hoe enorm belangrijk het is dat we met dit voorstel zorgen voor goede gezondheidszorg en goede beschermingsmaatregelen voor de burgers. Het voorstel bevat ook een behoorlijk aantal goede maatregelen, bijvoorbeeld een groot aantal vereisten met betrekking tot de toegang van patiënten tot informatie en dergelijke, maar laten we nu eens heel eerlijk zijn. Echte bescherming kunnen we patiënten alleen bieden, als we ervoor zorgen dat er een voorafgaande toestemming komt, voordat de patiënten naar het buitenland gaan. In dat geval kunnen patiënten er voor honderd procent zeker van zijn dat ze recht hebben op de behandeling. Daarnaast weten ze dan welk deel van de kosten wordt vergoed, maar ook waar ze precies heen moeten gaan om de juiste behandeling te krijgen. Voor mij is deze zekerheid van doorslaggevend belang. Daarbij komt dat een voorafgaande toestemming de gezondheidsautoriteiten een instrument in handen geeft om de patiënten die thuisblijven te beschermen.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt (ALDE). - (SV) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, eindelijk, eindelijk. Mevrouw de commissaris en de heer Bowis hebben uitstekend werk geleverd. De verhitte discussie die aan deze richtlijn vooraf is gegaan, is verbazend. Met deze richtlijn hebben de Europese Unie en wij in dit Parlement een buitengewone kans om de band met de burgers te herstellen, reconnect to the people, waar wij zo lyrisch naar streven en wat we telkens weer benadrukken. Maar wat gebeurt er nu? We aarzelen, en velen in dit Parlement – zelfs de Zweedse sociaaldemocraten – wil het patiënten moeilijk maken en hun kansen om in het buitenland behandeld te worden een spaak in het wiel steken. Waarom? Ik kan het niet anders interpreteren dan dat het gaat om het redden van de stelsels, niet om het redden van patiënten die een behandeling nodig hebben. Ik ben blij dat we zo ver zijn geraakt, mevrouw de commissaris. U hebt uw verantwoordelijkheid genomen. Wij hebben in dit Parlement de mogelijkheid om onze verantwoordelijkheid te nemen. Laat ook de Raad zijn verantwoordelijkheid nemen!

 
  
MPphoto
 

  Proinsias De Rossa (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de verlening en financiering van betaalbare en hoogwaardige gezondheidszorg is een verantwoordelijkheid voor elke lidstaat afzonderlijk. Europa heeft een coördinerende rol. Natuurlijk bestaat er een sterk argument voor een betere coördinatie van onze gezondheidsdiensten door heel de Europese Unie en vooral in grensgebieden, maar dat kan geen streven van deze richtlijn zijn. Haar doel zou moeten zijn om ervoor te zorgen dat het recht van burgers op gezondheidszorg in een andere lidstaat zorgvuldig wordt geformuleerd, zodat de capaciteit van elke lidstaat om haar binnenlandse diensten te financieren en te organiseren niet wordt ondermijnd door medisch toerisme.

Ik moet zeggen dat mevrouw Sinnott, met haar opportunistische kreten vandaag in dit Parlement, zoals altijd weer eens ongelijk heeft. Niemand in Ierland is ooit dood gegaan ten gevolge van een weigering om naar een andere lidstaat te reizen voor zorg – sterker nog, er bestaat een potje voor degenen die dergelijke zorg nodig hebben.

Uiteindelijk zijn het de medische behoeften van patiënten waar het om gaat en niet de keuze van de consument. Voorafgaande toestemming en een gepaste rechtsgrondslag zijn van wezenlijk belang en, zolang deze niet in de richtlijn worden opgenomen, kan ik deze richtlijn niet steunen.

 
  
MPphoto
 

  Daniela Filipiová, fungerend voorzitter van de Raad. (CS) Dames en heren, ik zou graag alle afgevaardigden willen bedanken voor hun opmerkingen, voorstellen en aanmerkingen. Ik kan hier constateren dat de Raad en het Europees Parlement het over vele deelonderwerpen eens zijn, ook al zijn er nog steeds een paar kwesties waarover we ons nog eens goed gezamenlijk buigen moeten. De heer Bushill-Matthews, rapporteur namens de heer Bowis, heeft in zijn inleiding gezegd dat dit een ingewikkeld en gevoelig onderwerp betreft. Zoals de heer Maaten reeds zei, dienen zowel het Europees Parlement als uiteraard ook de Raad tot een compromis te komen. Het doet mij deugd dat de commissie JURI zich achter het voorstel tot verhoging van de rechtszekerheid geschaard heeft. Tevens wil ik mijn instemming betuigen met de heer Braghetto die gezegd heeft dat het voorstel een kans inhoudt voor de nationale volksgezondsheidsstelsels. Bovendien leidt dit voorstel, zoals mevrouw Roth-Behrendt terecht opmerkte, tot uitbreiding van de patiëntenrechten. Desalniettemin wil ik erop wijzen dat de richtlijn eveneens praktisch uitvoerbaar dient te zijn en dus in lijn moet zijn met de financiële, juridische alsook organisatorische mogelijkheden van de verschillende lidstaten. Verder is het duidelijk dat, gezien de hoeveelheid amendementen, de Raad enige tijd nodig zal hebben om deze allemaal tegen het licht te houden. De Raad en het Europees Parlement blijven met elkaar in gesprek hierover. Daarbij dient het juiste evenwicht te worden gevonden tussen alle verschillende meningen en voorstellen. Ik vertrouw er echter op dat we hier gezamenlijk uit zullen weten te komen.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals we vandaag maar weer eens gezien hebben zijn de parlementaire debatten over deze kwestie vruchtbaar en vol vuur. De discussies voegen veel toe aan het initiatief van de Commissie, en de amendementen waarover ze zal stemmen vormen ook een hoogst waardevolle inbreng met betrekking tot een aantal kernpunten.

Over het recht van patiënten op toegang tot hoogwaardige en veilige gezondheidszorg, hebben velen van u bevestigd dat het van fundamenteel belang is om voor helderheid en garanties te zorgen. Daar ben ik het volledig mee eens en hoop heel erg dat dit streven zal worden goedgekeurd.

Met betrekking tot het vraagstuk van de vergoeding van de kosten van een behandeling in het buitenland, is er duidelijke zorg geuit over het aanzienlijke aantal patiënten dat zich geen grensoverschrijdende gezondheidszorg kan veroorloven. Dit is zeker een belangrijk en heel gegrond punt. Er bestaan door heel Europa duidelijke inkomensverschillen en dit heeft ernstige gevolgen met betrekking tot de toegankelijkheid van een aantal fundamentele diensten, waaronder de gezondheidszorg. Deze kwestie moet worden aangepakt. Het terugbrengen van zulke ongelijkheden is echter een moeilijke uitdaging, en is nu, tegen de achtergrond van de huidige economische crisis, zelfs nog moeilijker. Er is een belangrijke en gecoördineerde inspanning vereist vanuit de EU en de lidstaten op alle niveaus.

Helaas kunnen we in het kader van de ontwerprichtlijn niet veel doen. Het voorstel van de Commissie laat het aan de lidstaten over om een rechtstreekse vergoeding van de kosten voor grensoverschrijdende behandelingen aan te bieden, bijvoorbeeld door middel van een schriftelijke bevestiging van het bedrag dat zal worden uitgekeerd. Als het Parlement wil dat de richtlijn hier duidelijkheid over verschaft, ben ik daar alleen maar blij om. Er is binnen de voorgestelde richtlijn niet gepoogd om dit te voorkomen, maar de verantwoordelijkheid van de lidstaten om de gezondheidszorg te organiseren wordt des te meer gerespecteerd. Daarom waren we er huiverig voor om de financiële effecten van grensoverschrijdende gezondheidszorg op de nationale gezondheidsstelsels en de ziekteverzekeringsfondsen te beperken. Die twee doelstellingen zijn echter niet onverenigbaar. Het is aan de lidstaten om ze zoveel mogelijk te verzoenen ten gunste van de patiënten, vooral voor degenen met een klein inkomen.

Met betrekking tot de wijze waarop deze richtlijn zich tot de verordening betreffende de sociale zekerheid verhoudt, zijn we het denk ik eens dat er behoefte is aan klare taal, wat zou betekenen dat wanneer er eenmaal om voorafgaande toestemming is verzocht door een patiënt, en aan de voorwaarden van de verordening is voldaan – met andere woorden, wanneer er buitensporige vertraging is – de verordening zou moeten gelden. Er mag geen twijfel over bestaan dat dit inhoudt dat de tarieven van de verordening van toepassing zijn, zodat patiënten kunnen profiteren van het meest gunstige systeem.

Wat betreft voorafgaande toestemming voor intramurale zorg zijn de voorgestelde bepalingen op twee overwegingen gebaseerd. Ten eerste, de jurisprudentie: het Hof heeft bepaald dat een dergelijk systeem onder bepaalde omstandigheden kan worden gerechtvaardigd. Dit hebben we in artikel 8, lid 3, vastgelegd. Ten tweede zou het niet gepast zijn om zulke bepalingen te vervangen door een soepeler – of werkelijk onvoorwaardelijk – systeem van voorafgaande toestemming, dat wettig of de facto in alle lidstaten geldt. We weten allemaal dat patiëntenmobiliteit een erg beperkt verschijnsel zal blijven. Dat betekent dat ook de impact op de begroting beperkt zal blijven. Daarom is er geen reden om patiënten onnodige barrières op te leggen. Voorafgaande toestemming voor intramurale zorg moet een beschermingsmechanisme blijven, dat kan worden toegepast wanneer dat echt nodig is.

Tegen deze achtergrond, zouden systemen van voorafgaande toestemming zoals de rapporteur heeft voorgesteld kunnen leiden tot een indirect – en in feite onnodig – controleren van patiënten, wat het proces zou belemmeren in plaats van bevorderen. Ik begrijp dit niet het beoogde effect van dit voorstel was, maar ik geloof dat het de rechten van patiënten zoals bepaald door het Hof echt zou beperken. Een risico van zulke administratieve processen is dat ze zowel hinderlijk als willekeurig zijn.

Ik heb mijn bedenkingen bij de voorgestelde definitie van intramurale zorg. Deze definitie is werkelijk van wezenlijk belang voor de rechten van patiënten omdat zij de grenzen voor het systeem van voorafgaande toestemming bepaalt. We hebben voorgesteld om het begrip intramurale zorg via een communautaire lijst te definiëren die gebaseerd is op de gedeelde kennis van deskundigen, die rekening zouden houden met de ontwikkelingen binnen de technologie. Dit zou een redelijke en moderne benadering van het begrip intramurale zorg mogelijk maken.

Sommigen van u verlangen dat er onafhankelijk nationale lijsten worden opgemaakt en de meeste lidstaten vragen hier ook om. Een definitie die op nationale lijsten zou zijn gebaseerd, zou tot discrepanties leiden met betrekking tot de vraag wat intramurale zorg in elke lidstaat precies inhoudt, waardoor er een aanzienlijk risico bestaat dat de rechten van patiënten worden ingeperkt. Als we deze weg zouden inslaan, zouden zulke lijsten gebaseerd moeten zijn op duidelijk gedefinieerde criteria en onderworpen aan een evaluatieproces. Anders zouden de rechten van patiënten, zoals vastgesteld door de Europese rechters, ondermijnd worden.

Sommigen van u hebben gezegd dat met het aannemen van deze voorgestelde richtlijn slechts een aantal patiënten geholpen zijn, namelijk de kleine groep geïnformeerde patiënten. Aan de andere kant ben ik van mening dat we onder deze richtlijn elke patiënt de mogelijkheid en het recht geven om, voordat hij of zij van huis vertrekt, volledig geïnformeerd te zijn zodat hij of zij een gefundeerde keuze kan maken.

Ik begrijp de zorg die geuit is met betrekking tot de moeilijkheid van het verwerven van heldere informatie over gezondheidswerkers bij de zoektocht naar gezondheidszorg in het buitenland. Dit is puur een kwestie van patiëntenveiligheid. We moeten het hier eens worden over praktische oplossingen die ook een aantal basisbeginselen in acht houden, zoals het recht op de bescherming van persoonsgegevens en het vermoeden van onschuld. Ik weet zeker dat er overeenstemming kan worden bereikt over de basis van uw eerste suggesties.

Er is verwezen naar amendement 67 met betrekking tot de verzwakking van de regel voor aansluitingen bij sociale zekerheidsstelsels. Dit kan helaas niet worden geduld.

Wat betreft de rechtsgrondslag voor de voorgestelde richtlijn zouden velen van u artikel 152 willen toevoegen aan artikel 95. Ik begrijp dat dit voor enkele fracties een belangrijke zaak is, maar het is moeilijk om in dit stadium van de behandeling van de richtlijn geanalyseerd definitieve uitspraken te doen. Het is belangrijk om deze kwestie in het licht van de ontwikkeling van de tekst te bezien, om te bepalen wat de geschikte rechtsgrondslag is. Als de inhoud van de uiteindelijke tekst het toelaat, zou de toevoeging van artikel 152 aan artikel 95 zeker in aanmerking kunnen worden genomen. Ik blijf open staan om dit op elk toekomstig stadium van de medebeslissingsprocedure te overwegen.

(Applaus)

Sommigen van u hebben weer de kwestie van de mogelijk buitensporige toestroom van patiënten uit andere lidstaten opgeworpen en hoe het ontvangende zorgstelsel beschermd kan worden. Mijn antwoord luidt, en het is hetzelfde antwoord dat ik zou geven op degenen die zonder het bestaan van voorafgaande toestemming voor intramurale zorg buitensporige uitstromen vrezen, dat dit voorstel niet de intentie heeft om de patiëntenmobiliteit te bevorderen. Zoals ik al zei is patiëntenmobiliteit een beperkt verschijnsel en we verwachten niet dat dit gaat veranderen. Daarom zou het simpelweg disproportioneel zijn om de lidstaten een vrijbrief te geven om maatregelen te nemen om patiënten te weigeren om de toestroom te controleren. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat patiënten uit andere lidstaten niet worden gediscrimineerd. Bij elke vorm van regulering van binnenkomende patiënten zou er nagegaan moeten worden of deze leidt tot een aanvaardbare uitzondering op het beginsel van non-discriminatie op grond van nationaliteit zoals bepaald in het EU-Verdrag.

Wat patiënten die onder zeldzame ziekten lijden betreft, begrijp ik dat u zoekt naar de beste aanpak zodat ze gebruik kunnen maken van de gezondheidszorg die ze nodig hebben, maar soms is het beste de vijand van het goede. Vandaag gaat u over het verslag van de heer Trakatellis stemmen, dat betrekking heeft op de recente strategie die de Commissie met betrekking tot zeldzame ziekten reeds heeft opgesteld, waaronder de voorgestelde aanbeveling van de Raad. Zoals u weet zijn snelle diagnosen en toegang tot behandeling onder deze omstandigheden ingewikkeld en niet altijd mogelijk of beschikbaar in het thuisland. Om de Europese samenwerking van voordeel te laten zijn op patiënten met zeldzame ziekten, moeten ze daarom werkelijk aan deze richtlijn betreffende de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg worden toegevoegd. Zo denk ik dat er brede overeenstemming bestaat over de noodzaak van Europese samenwerking met betrekking tot referentiecentra voor zeldzame ziekten. Ik zou u daarom dringend willen verzoeken om zeldzame ziekten binnen het bereik van deze richtlijn te houden.

Met de voorgestelde uitsluiting van orgaantransplantatie kan ik het simpelweg niet eens zijn. Transplantatie is een medische procedure en het is moeilijk om te rechtvaardigen waarom patiënten geen recht zouden mogen hebben om voordeel te halen uit grensoverschrijdende gezondheidszorg, zoals het Hof heeft bepaald. Het vraagstuk van de toekenning van organen is echter een andere zaak. Ik heb daarom deskundigen binnen de Commissie gevraagd om deze vraag nader te onderzoeken om te kijken hoe orgaantoekenning binnen een andere context kan worden aangepakt.

Vandaag kunnen we een belangrijke vooruitgang boeken met betrekking tot het aannemen van deze richtlijn. Nu we nog maar een paar weken van de Europese verkiezingen verwijderd zijn, wil ik graag hulde brengen aan dit Parlement en aan zijn bestuur voor alle inspanningen om deze stemming vandaag mogelijk te maken, waar ik u allen voor bedank. Ik wil graag nogmaals de heer Bowis bedanken en de schaduwrapporteurs voor hun inspanningen en harde werk en wens de heer Bowis veel beterschap. We hopen hem snel weer te zien zodat hij zijn werkzaamheden kan hervatten en een normaal leven kan leiden.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, plaatsvervangend rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou graag alle collega’s willen bedanken voor dit zeer vruchtbare debat. Ik zou in het bijzonder – en mijn excuses dat ik dit niet eerder heb gezegd – de rapporteurs van de zes commissies, die zulke waardevolle adviezen hebben uitgebracht, persoonlijk willen bedanken voor hun opmerkingen en hun inzichten deze ochtend. Ik wil ook alle collega’s in het Parlement bedanken voor hun warme eerbetoon aan John Bowis, zowel op professioneel vlak voor zijn werk als op persoonlijk vlak, door hun beterschapswensen, die ik graag aan hem doorgeef.

Zoals met alle verslagen, is dit verslag op compromissen gebaseerd en het is niet altijd mogelijk dat iedereen het overal met elkaar over eens is. Ik erken en respecteer het feit dat er nog steeds wat bezwaren bestaan voor sommige fracties en enkele delegaties, er zijn dus nog een aantal amendementen waarover plenair later vanochtend een besluit zal worden genomen.

Ik zou daarom graag de commissaris in het bijzonder willen bedanken voor haar afsluitende opmerkingen, die het hopelijk voor sommige collega’s in andere fracties makkelijker zal maken om te beslissen over hoe ze gaan stemmen. Ik hoop van harte dat als gevolg van deze opmerkingen, het algehele verslag brede steun zal ontvangen in de verschillende fracties, want het maken van een prioriteit van de behoeften van patiënten zou zeker belangrijker moeten zijn dan partijpolitiek.

Ik geef toe dat een akkoord vandaag hoe dan ook te laat zal komen voor een formeel akkoord in eerste lezing tijdens het Tsjechische voorzitterschap, maar ik begrijp dat er al een krachtige politieke overeenkomst binnen de Raad ligt, dankzij het werk dat het voorzitterschap al heeft verricht, en daar ben ik erg dankbaar voor.

Ik weet dat John graag zou willen dat dit akkoord liever vandaag nog dan morgen in de praktijk wordt gebracht en dat zouden ook veel patiënten in de hele EU willen die al lang genoeg hebben gewacht. Namens de rapporteur verzoek ik de Commissie, het nieuwe voorzitterschap van de Raad en natuurlijk de nieuwe Parlementsleden, om in de nieuwe zittingsperiode een echte prioriteit te maken van een vroege tweede lezing in de tweede helft van dit jaar, zodat alle resterende problemen snel kunnen worden opgelost. We willen nu geen tijd verliezen. Dit verslag zal niet alleen echte voordelen brengen voor echte mensen in de hele EU, maar zal ook laten zien dat samenwerking op EU-niveau mensen op individueel niveau, waar ze ook wonen en ongeacht hun financiële middelen, voordeel kan opleveren. De stemming van vandaag zal duidelijkheid geven over de toekomst. Laten we samen die weg inslaan zo snel als we kunnen, want u weet maar nooit wanneer u, net zoals de rapporteur, plotseling zelf zulke grensoverschrijdende gezondheidszorg nodig zult hebben.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Silviu Buşoi (ALDE), schriftelijk. – (RO) Ik dank de rapporteurs van de verschillende commissies voor het werk dat zij hebben verricht. Dit rapport vormt een belangrijke stap voorwaarts voor een betere mobiliteit van de patiënt binnen de EU.

In een Europa waarin verkeersvrijheid een grondrecht is, is het garanderen van mobiliteit van de patiënt iets vanzelfsprekends en absoluut noodzakelijk om medische zorg van de grootste kwaliteit te kunnen verlenen aan degenen die dergelijke diensten nodig hebben. Dit zou op de lange termijn ook kunnen leiden tot een verbetering van de nationale gezondheidszorgstelsels, door een zekere mate van onderlinge concurrentie.

Toch zijn er, ondanks de substantiële verbeteringen, een aantal problemen die door dit voorstel niet worden opgelost. Ik denk dat er wat meer duidelijkheid gewenst is met betrekking tot de voorwaarden betreffende vergoedingen en de normen die ten grondslag liggen aan het systeem van voorafgaande toestemming wanneer dat nodig blijkt. Verder betreur ik het dat de mobiliteit van het medisch personeel buiten dit voorstel is gebleven, omdat de mobiliteit van de patiënt en die van gezondheidswerkers nauw met elkaar zijn verbonden. Om effectief te kunnen inspelen op de behoeften van de patiënt hebben we ook een aantal regels nodig die de mobiliteit van het medisch personeel mogelijk maken, waarbij tegelijkertijd het evenwicht wordt bewaard tussen op het niveau van de nationale medische stelsels, zodat geen enkele staat te maken krijgt met een tekort aan medisch personeel.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (PSE), schriftelijk. – (EN) Het voorgestelde stelsel van grensoverschrijdende gezondheidszorg moet allereerst een stelsel zijn dat de rechten van patiënten eerbiedigt, dat zowel de volksgezondheid als de beginselen van de interne markt als rechtsgrondslagen heeft, en dat niet discrimineert op grond van de financiële middelen van patiënten. Ik ben zelf van mening dat het nationale gezondheidszorgstelsel in het Verenigd Koninkrijk, de NHS (National Health Service), het recht moet hebben om aan voorafgaande toestemming vast te houden bij patiënten die gebruik willen maken van een medische behandeling in het buitenland. Er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen patiënten uit het Verenigd Koninkrijk die het zich niet kunnen veroorloven om naar het buitenland te reizen voor een medische behandeling, en patiënten die zich een vooruitbetaling op de kosten voor een medische behandeling wel kunnen veroorloven, maar die bij terugkomst in het Verenigd Koninkrijk die kosten wensen terug te vorderen van de NHS. Ik vind deze praktijken oneerlijk omdat ze patiënten de mogelijkheid geven om een voorrangsbehandeling in het buitenland te krijgen, waardoor ze binnen het NHS-stelsel de wachtlijsten kunnen ontspringen.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) De nieuwe kansen voor de Europese patiënten betekenen een belangrijke stap bij de coördinatie van de Europese zorgstelsels en de garantie voor medische behandelingen van goede kwaliteit voor alle Europese burgers. Het voorstel voor een richtlijn voorziet in gemeenschappelijke principes voor alle zorgstelsels, de oprichting van Europese referentienetwerken, informatiepunten patiënteninformatiepunten in alle lidstaten en e-gezondheid.

Dit rapport brengt voor alle lidstaten, dus ook voor Roemenië, aanzienlijke voordelen met zich mee. De richtlijn beantwoordt beter aan de behoeften van de patiënt, die gebruik kan maken van de gezondheidszorg in een andere lidstaat, wanneer deze niet verleend kan worden in een ziekenhuis in het thuisland of wanneer de verlening hiervan vertraging oploopt. De kosten zullen worden gedragen door het thuisland.

Een ander belangrijk aspect betreft de uitwisseling van beste praktijken en de mobiliteit van gespecialiseerde gezondheidswerkers en de vrije toegang van de burger tot informatie met betrekking tot grensoverschrijdende zorg. De lidstaten dienen ervoor zorgen dat de burgers de noodzakelijke kennis hebben van de procedures en de behandelingscriteria, maar ook van de reiskosten en de medische standaards in het behandelingscentrum in het buitenland. Juist daarom ben ik voorstander van de oprichting van deze informatiecentra, zodat de burgers zelf zowel de wijze als de plaats van behandeling kunnen kiezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL), schriftelijk. – (EN) De lidstaten zijn het tegenover hun burgers verplicht om gezondheidszorg te organiseren en te leveren.

Gezondheid is geen handelswaar die binnen de interne markt gekocht en verkocht kan worden.

Dit voorstel is een schande. Het laat zien dat de Commissie blind haar schandalige en achterhaalde liberaliseringsagenda volgt. Ze wil gewoon zoveel mogelijk privatiseren en de macht verder naar zich toe trekken. Ze discrimineert de minder rijken in rijke landen, en iedereen in de minder rijke landen op de superrijken na. Het is een vrijbrief voor de ondergang van de openbare gezondheidsdiensten in de lidstaten.

De Europese Commissie zou zich dood moeten schamen en zou dit voorstel per direct moeten intrekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Nicolae Vlad Popa (PPE-DE), schriftelijk. – (RO) Het voorstel voor een richtlijn betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg probeert een samenhangend communautair kader te scheppen dat patiënten zekerheid biedt op dit gebied, waarin tot nu toe de algemene lijnen werden bepaald door het Europese Hof van Justitie. Hoewel de principes van het Hof perfect toepasbaar zijn, zijn bepaalde "grijze" gebieden nu opgehelderd door het bovengenoemde verslag.

In het proces van de omzetting in communautaire wetgeving van de besluiten van het Europese Hof van Justitie met betrekking tot het recht van patiënten op gebruikmaking van medische zorg in een andere lidstaat, bewaart het voorstel voor een richtlijn het noodzakelijke evenwicht aangaande de bevoegdheden van de lidstaten op dit gebied.

De bepalingen van de richtlijn beogen ook de vergemakkelijking van de toegang tot diensten binnen de gezondheidszorg en benadrukken de noodzaak van het instellen van een systeem waarbij het ziekenhuis rechtstreeks wordt betaald door de financierende instantie van het thuisland.

Een ander onderwerp van belang in het verslag betreft de wederzijdse erkenning van medische voorschriften. De tekst biedt alleen aanbevelingen aangaande de mogelijkheid van een apotheek in het thuisland om een medisch voorschrift dat is uitgeschreven door een arts in een ander land, te laten gelden; het is aan de lidstaten om te beslissen of er medicijnen beschikbaar zullen zijn op basis van een medisch voorschrift.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Seeber (PPE-DE), schriftelijk. (DE) De bereikte overeenstemming over verbetering van de patiëntenmobiliteit is als zodanig toe te juichen. Vereenvoudiging van het grensoverschrijdend gebruik van gezondheidszorg is een belangrijke stap op weg naar een daadwerkelijk vrij verkeer van personen. Ook in economisch opzicht heeft het beter benutten van gespecialiseerde klinieken voordelen. Behalve de positieve kanten mogen we echter niet de enorme uitdagingen vergeten waarvoor een betere onderlinge koppeling van nationale systemen ons plaatst. Allereerst moet er meer duidelijkheid komen over het kostenvraagstuk. De lidstaat waar een behandeling plaatsvindt mag niet de dupe worden van onduidelijkheid over de vraag of de patiënt dan wel de uitzendende staat de kosten van de behandeling draagt.

Ook het systeem voor de regels inzake verrekening moet nauwkeurig worden vastgelegd en dient rekening te houden met de nationale omstandigheden.

Verder mag een verhoogde patiëntenmobiliteit niet ten koste gaan van de toegang tot de nationale gezondheidszorg. Gelukkig wordt dit punt in de tekst bevestigd. Met het oog op de toekomst is het grensoverschrijdend gebruik van gezondheidszorg een nieuwe mijlpaal op weg naar Europese integratie. Bij de uitvoering moet echter nauwlettend in de gaten worden gehouden dat verbeterde patiëntenmobiliteit niet ontaardt in ziekenhuistoerisme.

 
  
MPphoto
 
 

  Esko Seppänen (GUE/NGL), schriftelijk. (FI) In een lidstaat als Finland, waar de ligging en de taal voor de armen een belemmering vormen om gezondheidsdiensten over de landsgrenzen heen te verwerven, kan een richtlijn als deze de ongelijkheid van de toegang tot die diensten verhogen. Alleen de rijken kunnen kiezen voor alternatieve diensten in andere landen, waarmee zij het stelsel van openbare gezondheidszorg, dat als vangnet voor de armen fungeert, ondermijnen. Overheidsgeld lekt weg naar buitenlandse diensten voor de rijken. Daarom kan ik de richtlijn niet steunen. Bovendien is het pervers dat de rechtsgrondslag van de richtlijn blijkbaar de levensvatbaarheid van de interne markt moet zijn, en niet de rechten van patiënten.

 

4. Patiëntveiligheid (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0239/2009) van Amalia Sartori, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende patiëntveiligheid, met inbegrip van de preventie en bestrijding van zorginfecties (COM(2008)0837 – C6-0032/2009 – 2009/0003(CNS)).

Omdat de rapporteur hier niet aanwezig kan zijn, zal mevrouw Grossetête in haar plaats het verslag inleiden.

 
  
MPphoto
 

  Françoise Grossetête, plaatsvervangend rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ja, ik vervang mevrouw Sartori, want die wordt opgehouden in Italië, en ik wil u zeggen dat het haar bijzonder spijt, want zij had hier vandaag heel graag aanwezig willen zijn.

Dat wij het over medische verrichtingen gaan hebben, is vooral omdat zij soms schadelijke gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van patiënten, ofwel vanwege ongewenste effecten van geneesmiddelen, ofwel vanwege medische fouten, ofwel vanwege infecties die in de behandelruimten worden opgelopen.

Tot deze risico's behoren in het bijzonder de ziekenhuisinfecties, waardoor één op de twintig ziekenhuispatiënten wordt getroffen, hetgeen neerkomt op 4,1 miljoen patiënten per jaar. De cijfers van de Europese Commissie over dit onderwerp zijn bijzonder zorgwekkend.

Ongewenste voorvallen treden op bij 8 tot 12 procent van de ziekenhuispatiënten in de lidstaten van de Europese Unie. Dit komt neer op een aantal van bijna 7 tot 15 miljoen ziekenhuispatiënten per jaar, plus de ongeveer 37 miljoen patiënten die een beroep doen op de eerstelijns gezondheidszorg.

Alleen al door ziekenhuisinfecties wordt gemiddeld één op de twintig ziekenhuispatiënten getroffen en daarmee in totaal meer dan 4 miljoen patiënten per jaar. In totaal zijn aan ziekenhuisinfecties jaarlijks ongeveer 37 000 sterfgevallen in Europa toe te schrijven.

Teneinde de doelstelling te halen om het aantal infecties tegen 2015 te verminderen met 900 000 gevallen per jaar, dat wil zeggen een vermindering van 20 procent, wordt een beroep op de lidstaten en de Europese instellingen gedaan om de nodige maatregelen in te voeren.

In het verslag wordt met name gepleit voor: bevordering van de opleiding en scholing van gezondheidswerkers en paramedisch personeel, met bijzondere aandacht voor ziekenhuisinfecties en de resistentie tegen antibiotica van de virussen die deze infecties veroorzaken; verbetering van de bekendheid met dit probleem onder patiënten, door de Commissie te verzoeken aan de hand van de in 2003 door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uitgegeven Praktijkgids voor preventie van ziekenhuisinfecties een document ten behoeve van patiënten op te stellen; ondersteuning van onderzoek op dit gebied, met bijzondere aandacht voor nieuwe technologieën, nanotechnologieën en nanomaterialen; ruimere aanwezigheid van verpleegsters of verplegers die gespecialiseerd zijn in het tegengaan van infecties.

Tot slot is het belangrijk de voorlichting van patiënten over dergelijke onderwerpen te verbeteren; dit wordt in de tekst onderstreept en mevrouw Sartori heeft hier sterk op aangedrongen.

Het is absoluut noodzakelijk dat de Commissie wordt verzocht een document op te stellen voor de preventie van ziekenhuisinfecties dat bestemd zal zijn voor gebruik door patiënten, en dat document aan het Parlement en de Raad voor te leggen. Daarnaast dient de Commissie om de drie jaar verslag uit te brengen van de door de lidstaten en de Europese Unie op dit gebied gemaakte vorderingen.

Zo blijkt uit een in Frankrijk gehouden enquête dat 83 procent van de ondervraagde personen weleens gehoord heeft van ziekenhuisinfecties, en dat deze risico's voor de Fransen de voornaamste bron van zorg zijn bij een ziekenhuisopname. Het grote publiek daarentegen vindt dat het niet juist geïnformeerd wordt over de oorzaken en de gevolgen van ziekenhuisinfecties.

Bij de inspanningen in de strijd tegen ziekenhuisinfecties dient het accent de komende jaren sterker te worden gelegd op voorlichting aan zowel gezondheidswerkers, als de bevolking in haar geheel.

 
  
MPphoto
 

  Daniela Filipiová , fungerend voorzitter van de Raad. (CS) Dames en heren, de patiëntveiligheid en de kwaliteit van de gezondheidszorg behoren tot de belangrijkste speerpunten van het Tsjechisch voorzitterschap op het gebied van de volksgezondheid. We realiseren ons terdege het belang van voortdurende inspanningen ter verhoging van de patiëntveiligheid en in samenhang daarmee ter verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg. Dat geldt tevens in verband met de levering van geneeskundige diensten in het buitenland.

Het belangrijkste doel van het voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende patiëntveiligheid, met inbegrip van de preventie en bestrijding van zorginfecties, is te komen tot een geïntegreerde methodiek waarbinnen de patiëntveiligheid tot kern wordt van hoogkwalitatieve gezondheidsstelsels waarin rekening wordt gehouden met alle voor de patiëntveiligheid relevante factoren.

De aanleiding tot dit initiatief was het alarmerende aantal incidenten en dan met name het grote aantal zorginfecties. Hier wacht ons een enorme taak die ook nog eens samenhangt met de steeds grotere verwachtingen van het publiek op dit vlak, met de vergrijzing in Europa en de vooruitgang van de gezondheidszorg en de medische wetenschap in het algemeen. Ook staan zorginfecties steeds meer in het middelpunt van de belangstelling van zowel de media als de politiek.

Dit is mede de reden waarom het Tsjechisch voorzitterschap op 15 en 16 april in Praag een ministeriele bijeenkomst belegd heeft met als titel “Bacteriële bedreiging van de patiëntveiligheid in Europa”. Tijdens deze bijeenkomst is met name gekeken naar antibioticaprogramma's in ziekenhuizen, de invloed van volksgezondheidsstelselsparameters op het ontstaan van antibioticaresistentie en zorginfecties, alsook naar de manier waarop hiermee omgegaan wordt en wie er verantwoordelijk voor is.

Maar om weer terug te komen op het voorstel voor een aanbeveling: het Tsjechisch voorzitterschap is er zich terdege van bewust dat de volksgezondheid volledig binnen de bevoegdheid van de lidstaten valt. Dat neemt niet weg dat dit initiatief mijns inziens een zeer welkome stimulans is voor verdere ontwikkeling van het nationale beleid op dit vlak, om zo te komen tot een betere bescherming van de gezondheid en het leven van onze burgers.

Over het geheel genomen kan worden gezegd dat ook de Raad van mening is dat er op dit gebied op alle niveaus, dus zowel lokaal, regionaal, nationaal als communautair, beter dient te worden samengewerkt, de zaken beter gecoördineerd dienen te worden, alsook dat er de nodige informatie uitgewisseld dient te worden. Een belangrijke maatregel in dit verband is het opzetten van een systeem voor de melding van ongewenste voorvallen. Om het melden aan te moedigen worden er natuurlijk geen sancties aan gekoppeld.

Verder wordt er een groot belang gehecht aan verdere opleiding van geneeskundig personeel op het gebied van patiëntveiligheid, het opstellen van zowel gemeenschappelijke definities en terminologie als onderling vergelijkbare indicatoren waarmee problemen beter geïdentificeerd moeten kunnen worden. Bovendien kan aldus in latere instantie in kaart worden gebracht in hoeverre van maatregelen en interventies ter verhoging van de patiëntveiligheid doeltreffend waren en kan gezorgd worden voor een eenvoudige uitwisseling van ervaringen en bevindingen tussen de lidstaten.

Het Tsjechisch voorzitterschap zet op dit moment de laatste puntjes op de i van de onderhandelingen in de werkgroepen van de Raad over het voorstel voor een aanbeveling en zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het in juni dit jaar wordt goedgekeurd door de Raad EPSCO. De Raad heeft echter gezien het belang van deze kwestie besloten het Europees Parlement te raadplegen, ervan uitgaande dat de inbreng van het Parlement van grote waarde zal zijn voor de lopende besprekingen.

Ik ben er van overtuigd dat de Raad en het Parlement hetzelfde doel voor ogen staat, namelijk de verbetering van de patiëntveiligheid in de EU. De Raad zal dan ook de amendementen in uw verslag over het onderhavige voorstel voor een aanbeveling aandachtig bestuderen.

Tot slot zou ik graag nog eenieder die heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het EP-verslag, en dan met name de rapporteur, Amalia Sartori, willen bedanken voor dit verslag.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, als eerste zou ik graag de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid willen bedanken voor haar werk aan dit dossier en vooral de rapporteur, mevrouw Amalia Sartori, voor haar inspanningen aan wat een topprioriteit binnen de gezondheidszorg kan worden genoemd.

Patiëntveiligheid gaat over het terugbrengen van de schadelijke effecten die inherent zijn aan alle soorten gezondheidszorg – in ziekenhuizen, eerstelijns gezondheidszorg, langdurige zorg of binnen de gemeenschap.

Geschat wordt dat in de EU-lidstaten tussen 8 en 12 procent van de ziekenhuispatiënten bij de ontvangst van gezondheidszorg te maken krijgt met ongewenste voorvallen. Deze cijfers zijn onaanvaardbaar. Ze schetsen een verontrustend beeld dat niet alleen patiënten maar ook hun familie en vrienden raakt. Bovendien leggen deze schadelijke effecten een groot beslag op de gezondheidszorgbegrotingen en op de economie in het algemeen.

Een duidelijk voorbeeld van vaak voorkomende ongewenste effecten zijn zorginfecties. Het totaal aantal ziekenhuispatiënten in de EU dat per jaar door een zorginfectie wordt getroffen wordt geschat op 4,1 miljoen – oftewel één op de twintig ziekenhuispatiënten.

Geschat wordt dat jaarlijks 37 000 sterfgevallen toe te schrijven zijn aan dergelijke infecties. We moeten er beslist naar streven om deze situatie substantieel te verbeteren.

De lidstaten hebben allemaal erkend dat patiëntveiligheid een uitdaging voor ze is en hebben maatregelen genomen om het probleem aan te pakken. We weten echter dat er onder de 27 lidstaten verschillende niveaus van kennis, middelen en bekwaamheid voorhanden zijn om het probleem tegen te gaan.

Het lijkt erop dat patiënten in de lidstaten geen voordeel ondervinden van de huidige onderzoeksbevindingen en de stelselmatige uitwisseling van goede praktijken en knowhow. Daarom denk ik dat patiëntveiligheid nog een gebied is waar de EU werkelijk voor toegevoegde waarde kan zorgen om voor alle Europese patiënten meer veiligheid te brengen, terwijl natuurlijk ook de verantwoordelijkheid van de lidstaten om gezondheidszorg op hun grondgebieden te leveren wordt gerespecteerd.

Daarom heeft de Europese Commissie haar mededeling en een voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende patiëntveiligheid, met inbegrip van de preventie en bestrijding van zorginfecties, voorgesteld. Ik ben benieuwd naar uw ideeën hierover.

 
  
MPphoto
 

  Antonios Trakatellis, namens de PPE-DE-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, de door mevrouw Grossetête en de commissaris genoemde cijfers liegen er niet om. Zij tonen aan hoeveel patiënten geconfronteerd worden met ongewenste voorvallen in ziekenhuizen, meestal ziekenhuisinfecties.

Het is duidelijk dat het aantal infecties aanzienlijk kan worden teruggebracht. Daarvoor is het nodig dat ten eerste in ziekenhuizen meer discipline wordt betracht. Ik denk daarbij enerzijds aan de mensen die bij patiënten op bezoek gaan en eventueel bacteriën meebrengen en anderzijds aan een strikte naleving van de hygiënevoorschriften door zowel patiënten als personeel, maar ook aan continue voorlichting en bijscholing van het personeel wat ziekenhuisinfecties betreft.

Volgens mij gaat het er nu echter om nauwkeurige gegevens te verzamelen, want er zijn verschillen tussen ziekenhuizen en tussen ziekenhuisafdelingen, zelfs binnen een en hetzelfde land. Zo moeten wij er achter zien te komen of ziekenhuisinfecties vaker voorkomen bij geopereerde patiënten of bij patiënten in de pathologieafdeling, om welke bacteriën het gaat en of deze resistent zijn. Dat zijn allemaal belangrijke gegevens om de oorzaken op te kunnen sporen en op die manier ziekenhuisinfecties op doeltreffende wijze te kunnen bestrijden.

Wij moeten dus gedetailleerde gegevens verzamelen om ziekenhuisinfecties te kunnen bestrijden.

 
  
MPphoto
 

  Linda McAvan, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk dat deze aanbeveling een erg goed voorbeeld is van de toegevoegde waarde die de Europese Unie de gezondheidszorg kan geven, waarbij, ondanks onze beperkte bevoegdheden, het samenbrengen van deskundigen uit alle lidstaten werkelijk een verschil kan maken voor het leven van mensen. Zoals de heer Trakatellis al zei, zijn de cijfers waar de commissaris over sprak, over schadelijke bijwerkingen van medische behandelingen en over zorginfecties, nogal schokkend. Niemand zou het ziekenhuis in moeten gaan en er nog zieker uitkomen, en velen van ons zullen mensen kennen die dit probleem hebben ondervonden. Het is een probleem dat zich in de hele Europese Unie voordoet, en daarom is het van wezenlijk belang dat uw initiatief over zorginfecties navolging vindt.

Ik denk dat we veel van elkaar kunnen leren, en we kunnen zeker een heleboel problemen voor onze burgers voorkomen, als we samenwerken om deze kwestie aan te pakken en de knapste koppen van Europa bij elkaar brengen.

Het tweede punt dat ik wilde bespreken is een punt dat in het parlementaire verslag maar heel kort aan de orde is gekomen, namelijk verwondingen met injectienaalden. Ik weet dat de Commissie al een tijdje met deze kwestie bezig is, maar we bevinden ons nog steeds in een situatie waarbij naar schatting één miljoen gezondheidswerkers in heel Europa getroffen wordt door verwondingen met injectienaalden. Dit zou voorkomen kunnen worden door de naalden die ze gebruiken te vervangen door een veiligere soort.

Mevrouw de commissaris, ik hoop dat u in de Commissie blijft en dat u in de nieuwe zitting van het Parlement een voorstel naar voren zult brengen over verwondingen met injectienaalden. Dit is erg belangrijk voor veel gezondheidswerkers en het gaat om een probleem dat binnen ons gezondheidszorgstelsel heel makkelijk kan worden voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ongeveer 10 procent van de ziekenhuispatiënten en ongeveer 15 procent van de patiënten die eerstelijnszorg ontvangen in de EU lijden aan een bepaald schadelijk effect, dit kan variëren van een milde en volledig behandelbare aandoening tot een levensbedreigende of fatale gebeurtenis. Met andere woorden, ongeveer één op de vier patiënten lijdt schade door de behandeling en niet door de ziekte. Dit gegeven is nog dramatischer als we bedenken dat het aantal sterfgevallen in Europa dat veroorzaakt wordt door de gezondheidszorg twee keer zo hoog ligt als de sterfgevallen die voortkomen uit verkeersongevallen.

Het verslag van mevrouw Sartori kan veel zaken verbeteren, maar zoals altijd hangt het succes van elk beleid heel erg af van de manier waarop het wordt toegepast, en in dit geval zijn de nationale regeringen verantwoordelijk om, door middel van hun daden, te bewijzen of ze echt iets om hun burgers geven. In veel gevallen hebben de gezondheidszorgstelsels, vooral in de twaalf nieuwere lidstaten, een grondige revisie nodig, met bijzondere aandacht voor de structurele verbetering van ziekenhuizen, de modernisering van medische apparatuur en moderne trainingen voor gezondheidszorgpersoneel. Zulke veranderingen kunnen alleen worden bewerkstelligd met de steun van de EU, zowel financieel als op het gebied van kennis, en deze hulp moet beter toegankelijk zijn omwille van de veiligheid van patiënten.

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Open gezondheidszorg is niet alleen een primaire gunst, maar ook een primair recht. Het cijfer van 37 000 jaarlijkse sterfgevallen als gevolg van infecties die zijn opgelopen binnen zorginstellingen en -diensten is te hoog: als burgers van de Europese Unie kunnen we dit toelaten noch accepteren. Met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel moeten de instellingen van de Europese Unie, en bovenal de Commissie, een belangrijke rol op zich nemen bij de bevordering van de verspreiding van informatie en beste praktijken.

Ik wil nadrukkelijk wijzen op het belang van concrete en snelle antwoorden voor een beslissende, dus blijvende daling van de ziekenhuisinfecties in Europa. Op dit vlak steun ik de aanbevelingen van de rapporteur in dit verslag.

 
  
MPphoto
 

  Daniela Filipiová , fungerend voorzitter van de Raad. (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zou graag alle afgevaardigden willen bedanken voor hun opmerkingen, voorstellen en aanmerkingen. Het was me echt een groot genoegen te kunnen horen dat de opvattingen van het Europees Parlement en de Raad op dit vlak nagenoeg overeenkomen. Uiteraard kijkt de Raad zorgvuldig naar alle door het Europees Parlement ingediende amendementen om deze vervolgens al dan niet op te nemen in de aanbeveling.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het debat van vandaag laat de hoge mate van interesse en bezorgdheid van het Parlement zien rondom patiëntveiligheid. Het geeft ook aan dat dit een gebied is waar de EU voor veel toegevoegde waarde kan zorgen.

De Commissie is blij met het merendeel van de voorgestelde amendementen: we zijn bijvoorbeeld blij met het voorstel om lidstaten op de verschillende niveaus van nationaal en gemeentelijk bestuur, bevoegde autoriteiten aan te laten wijzen die verantwoordelijk zijn voor patiëntveiligheid. Dit geeft weer hoe sommige lidstaten decentrale gezondheidszorgstelsels hebben. We zijn het er ook over eens dat de omvang en de kosten van de gegevensverzameling niet in een wanverhouding mogen staan tot het verwachte nut.

Met betrekking tot de voorgestelde amendementen die gericht zijn op zorginfecties, zijn we blij met de bepaling voor een adequate bescherming van het personeel in de gezondheidszorg. Ook steunen we de nadruk die op het ziekte- en sterftecijfer van zorginfecties wordt gelegd en de noodzaak om meer verplegers aan te nemen voor infectiebeheersing.

Ik wil echter een aantal bedenkingen en bezwaren opvoeren met betrekking tot het terugbrengen van de doelstellingen. Sommigen hebben voorgesteld dat de lidstaten voor de nodige middelen zouden moeten zorgen om een vermindering van 20 procent van het aantal personen dat wordt getroffen door schadelijke effecten, tot stand te brengen, waaronder een algehele vermindering binnen de EU van 900 000 gevallen per jaar. De Commissie denkt niet dat het gepast is om zulke doelstellingen op EU-niveau te stellen, aangezien de lidstaten zich in verschillende fasen bevinden en het erg moeilijk zou zijn om passende, realistische en haalbare doelstellingen te stellen die voor alle lidstaten geschikt zouden zijn.

Ik heb heel goed geluisterd naar wat mevrouw McAvan vertelde over verwondingen met injectienaalden en ik zal een voorstel voor een apart initiatief overwegen. Minister Filipiová verwees in dit opzicht naar de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Ons initiatief inzake patiëntveiligheid en zorginfecties eerbiedigt de bevoegdheid van de lidstaten om gezondheidsdiensten te financieren, organiseren en te leveren zoals hun dat goeddunkt, volledig. Het doel van ons voorstel is om de lidstaten te helpen om juiste en geschikte strategieën te ontwerpen, zodat schadelijke effecten in de gezondheidszorg worden verminderd of voorkomen, waaronder zorginfecties, door de beste aanwijzingen en kennis die er in de EU beschikbaar zijn, te verenigen en de Commissie te steunen in haar streven naar schaalvoordelen op dit gebied.

Wanneer deze aanbeveling betreffende patiëntveiligheid in de Raad wordt aangenomen, zal dit een teken zijn van een ongekend politiek commitment van de regeringen van de lidstaten om patiëntveiligheid tot een prioriteit te maken binnen hun gezondheidszorgbeleid. Maatregelen om alle soorten schadelijke effecten te verminderen, waaronder zorginfecties binnen alle gezondheidsdiensten en in alle EU-lidstaten, is een doel van ons allemaal. Dit voorstel kan een grote rol spelen in het bereiken van dit doel.

 
  
MPphoto
 

  Françoise Grossetête, plaatsvervangend rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik alle collega's bedanken die het woord hebben gevoerd over het verslag van mevrouw Sartori. Ik wil hen bedanken voor de voorstellen die ze hebben gedaan.

Tegen de commissaris, die het niet eens lijkt te zijn met de becijferde doelstellingen die in het verslag van mevrouw Sartori zijn vastgelegd, zou ik daarnaast willen zeggen dat wij haar opmerking uiteraard in aanmerking nemen, maar dat het in ieder geval belangrijk is dat wij alles in het werk stellen om een hoog beschermingsniveau te waarborgen, zowel voor patiënten als voor gezondheidswerkers. En hoewel het, met het oog op de diversiteit van de binnen de Europese Unie verstrekte zorg, niet wenselijk is dat er een becijferd voorstel komt, denk ik dat het toch belangrijk is dat wij onze uiterste best doen om een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau te waarborgen.

Dat is de toegevoegde waarde van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.

 

5. Europees optreden op het gebied van zeldzame ziekten (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A6-0231/2009) van Antonios Trakatellis, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, over het voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende Europees optreden op het gebied van zeldzame ziekten (COM(2008)0726 – C6-0455/2008 – 2008/0218(CNS)).

 
  
MPphoto
 

  Antonios Trakatellis, rapporteur. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, deze aanbeveling van de Raad komt als geroepen omdat gecoördineerd optreden van zowel de Europese Unie als de lidstaten op het gebied van zeldzame ziekten absoluut noodzakelijk is.

Ofschoon zeldzame ziekten weinig voorkomen worden in de Europese Unie toch miljoenen mensen het slachtoffer ervan, omdat er duizenden van dit soort ziekten zijn. Het aan het Parlement voorgelegde voorstel is echter in zijn huidige vorm ontoereikend en het is onmogelijk op de grondslag ervan een uitvoerbaar programma op te stellen. Dit komt doordat de noodzakelijke financiering door de EU en de cofinanciering door EU en lidstaten of andere organisaties niet eens in algemene termen wordt beschreven.

Op die manier kunnen bepaalde wezenlijke aspecten van zeldzame ziekten niet daadwerkelijk worden bevorderd. Te denken valt aan het opzetten van netwerken van expertisecentra, de catalogisering van ziekten, het verzamelen van gegevens, noodzakelijk speciaal onderzoek, enzovoort. In het document wordt aangedrongen op een tenuitvoerleggingsvoorstel van de Commissie vijf jaar na de goedkeuring. Tijdens deze lange periode kan praktisch niets worden gedaan, aangezien er geen financiering beschikbaar is.

Daarom stel ik als rapporteur voor de Commissie te verzoeken het tenuitvoerleggingsvoorstel uiterlijk eind 2012 in te dienen, daar de vereiste gegevens van de lidstaten over deskundigencentra en deskundigheid inzake zeldzame ziekten tegen die tijd beschikbaar zullen zijn.

In dit tenuitvoerleggingsvoorstel moet specifiek worden verwezen naar de financiering en cofinanciering op de volgende gebieden:

Ten eerste de verzameling van epidemiologische gegevens en de samenstelling van een catalogus met betrekking tot deze ziekten, daar dit noodzakelijk is voor een helder beeld van de situatie in de EU met betrekking tot deze ziekten.

Ten tweede het opzetten van desbetreffende netwerken.

Ten derde het opzetten van deskundigencentra in lidstaten waar dergelijke centra momenteel niet bestaan, het opzetten van speciale opleidingen in de huidige centra om vakmensen in de gelegenheid te stellen ervaring op te doen, het mobiliseren van deskundigen en vakmensen om de voorwaarden te scheppen die noodzakelijk zijn om de huidige kennis vooruit te helpen, en onderzoek naar diagnostische instrumenten en tests op het gebied van met name genetische zeldzame ziekten.

We moeten dit voorstel voor een aanbeveling van de Raad zien als een draaiboek om op het gebied van zeldzame ziekten gunstige omstandigheden te scheppen, Ook moeten wij wel beseffen dat het voorstel algemeen van aard is, ofschoon ik er nogmaals op wil wijzen dat het, met het oog op doelmatigheid en geslaagde toepassing, nauwkeuriger en duidelijker omlijnd dient te zijn wat betreft het tijdschema van tenuitvoerlegging en de financiering.

Een belangrijk thema voor de bestrijding van zeldzame ziekten is de mobiliteit van patiënten, zoals reeds werd gezegd in het verslag-Bowis. Ik denk dat patiëntenmobiliteit hier volkomen gerechtvaardigd is, omdat niet in alle lidstaten speciale centra en deskundigen aanwezig zijn die deze ziekten kunnen behandelen. Hier is het dus absoluut noodzakelijk te voorzien in mobiliteit van patiënten en vakmensen om ofwel deskundigheid te kunnen verwerven ofwel ervaring over te brengen.

Tot slot wil ik nog zeggen dat gezien het grote aantal zeldzame ziekten dat erfelijk van aard is, onderzoek en innovatie absoluut van wezenlijke betekenis zijn om het diagnostische vermogen via genetische tests op te voeren

Het grootste gedeelte van het verslag betreft therapie, diagnose, verwerven van deskundigheid en het opzeggen van centra en netwerken. Er staat in het verslag ook iets ook preventie. Men kan tegenwoordig genetisch bepaalde ziekten voorkomen met een combinatie van in-vitrofertilisatie en pre-implantatiediagnostiek. Aangezien dit, mijnheer de Voorzitter, een aanbeveling is, is er geen sprake van een verplichting voor de lidstaten. In het verslag wordt verklaard dat iets dergelijks alleen kan plaatsvinden indien de wetgeving van de lidstaten dit toestaat en indien degenen die deze genetische bijdrage willen benutten, daarvoor uit eigen vrije wil kiezen. Daarom zie ik ook geen enkele schending van het subsidiariteitsbeginsel ten opzichte van de bestaande situatie.

 
  
MPphoto
 

  Daniela Filipiová , fungerend voorzitter van de Raad. (CS) Mevrouw de commissaris, dames en heren, zeldzame ziekten zijn gevaarlijk en gecompliceerd. Ze zijn levensbedreigend of leiden tot blijvende invaliditeit. Ook al kennen deze ziekten een lage prevalentie, toch is het aantal patiënten in de EU met dergelijke ziekten relatief hoog en is communautair optreden hiertegen meer dan welkom. Onder meer om deze reden vormen

zeldzame ziekten een van de speerpunten van de volksgezondheidstrategie van de EU.

Het Tsjechische voorzitterschap is van mening dat met goedkeuring van het voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende Europees optreden op het gebied van zeldzame ziekten er beduidende vooruitgang geboekt wordt wat betreft de diagnosticering van zeldzame ziekten, iets dat op dit moment gezien de aard van zeldzame ziekten nogal problematisch is. Tevens wordt hiermee gezorgd voor een verbetering van de zo broodnodige uitwisseling van kennis en ervaringen op dit gebied.

Mede om deze redenen heeft de Tsjechische voorzitterschap zich actief ingezet voor de behandeling van dit voorstel, daarbij inhakend op de werkzaamheden van het Franse voorzitterschap en op de besprekingen een van de Raad EPSCO in december 2008.

Ik denk dat de standpunten van het Europees Parlement en de Raad op dit gebied sterk overeenkomen. Dit initiatief is uitermate nuttig omdat ermee gezorgd kan worden voor verbetering van de levensomstandigheden van miljoenen aan deze ziekten lijdende patiënten, alsook omdat hun kansen op het verkrijgen van dienovereenkomstige zorg en toegang tot informatie ermee vergroot worden.

Een middel om hiertoe te komen zijn bijvoorbeeld een gemeenschappelijke definitie van zeldzame ziekten, verdere ontwikkeling van de EU-activiteiten op dit vlak middels het Orphanet-netwerk, coördinatie van het Europees onderzoek met inbegrip van samenwerking met derde landen, de oprichting en ondersteuning van expertisecentra en de ontwikkeling van Europese referentienetwerken voor zeldzame ziekten. De Raad onderkent ten volste dat er bij de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationaal beleid op het gebied van zeldzame ziekten een sleutelrol is weggelegd voor onafhankelijke patiëntenorganisaties.

Het Tsjechisch voorzitterschap rond op dit moment de onderhandelingen af in de werkgroepen van de Raad over het voorstel voor een aanbeveling en zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat het in juni dit jaar wordt goedgekeurd door de Raad EPSCO. De Raad heeft echter gezien het belang van deze kwestie besloten het Europees Parlement te raadplegen en zal de inbreng van het Parlement dan ook aandachtig bestuderen.

Tot slot zou ik graag nog iedereen die heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het EP-verslag en dan met name de rapporteur, Antonios Trakatellis, willen bedanken voor het opstellen ervan.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alle afgevaardigden bedanken die hebben deelgenomen aan de werkzaamheden van het Parlement bij de behandeling van het voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende zeldzame ziekten.

Met name wil ik de rapporteur, rector Antonios Trakatellis, van harte bedanken voor de coördinatie van de besprekingen en natuurlijk voor zijn verslag.

Elke zeldzame ziekte afzonderlijk treft slechts een heel klein aantal mensen en is meestal genetisch bepaald, maar kan wel overlijden of chronische handicaps tot gevolg hebben. Ofschoon zeldzame ziekten een lage frequentie hebben, wordt in totaal 6 procent van de bevolking van de Europese Unie gedurende een bepaalde levensfase door de een of andere zeldzame ziekte getroffen.

Dat betekent dat in de Europese Unie 29 à 36 miljoen mensen onder een zeldzame ziekte lijden of zullen gaan lijden. Aangezien het gaat om zeldzame ziekten kan niet elke lidstaat voor elk van deze zieken beschikken over de noodzakelijke specialisatie voor diagnosestelling en behandeling van de patiënten. Op gezondheidsgebied is dit dus een voorbeeld bij uitstek van de bijzondere toegevoegde waarde die Europa kan creëren, en daarom heeft de Commissie de actiestrategie goedgekeurd.

De Europese strategie wordt aangevuld met dit voorstel voor een aanbeveling van de Raad voor optreden in de lidstaten. Het doel van deze ontwerpaanbeveling is de lidstaten te helpen bij een effectievere, efficiëntere en veelomvattende aanpak van zeldzame ziekten. Een belangrijk actiegebied betreft het bijeenbrengen van deskundigheid via Europese referentienetwerken. Deze netwerken kunnen toegevoegde waarde creëren voor het optreden van de lidstaten in het geval van zeldzame ziekten, maar ook in andere gevallen. Eveneens kunnen zij uitwisseling van kennis en deskundigheid vergemakkelijken en, waar nodig, patiënten zeggen waar zij naar toe moeten om deskundigheid te verkrijgen indien deze deskundigheid niet onmiddellijk voorhanden is.

In de ontwerprichtlijn van de Commissie betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg zijn speciale bepalingen opgenomen voor de ondersteuning van patiëntenmobiliteit en wordt een rechtskader geboden voor Europese referentienetwerken.

Met Europees optreden kunnen de lidstaten op talloze manieren worden geholpen bij de aanpak van zeldzame ziekten. Ik noem bijvoorbeeld een betere identificatie en herkenning van aandoeningen, steunverlening aan onderzoek naar zeldzame ziekten en mechanismen als de regeling voor weesgeneesmiddelen.

Ik dank dan ook het Parlement voor zijn steun aan de brede waaier van vraagstukken die in het verslag aan de orde komen en wacht met belangstelling uw debat af.

 
  
MPphoto
 

  Françoise Grossetête, rapporteur voor advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, patiënten die aan een zeldzame ziekte lijden, hebben te maken met foutieve diagnoses en krijgen vaak geen enkele behandeling.

Omdat deze ziekten zo zelden voorkomen, vormen ze zowel vanuit wetenschappelijk als vanuit economisch oogpunt een uitdaging. Aangezien ik tien jaar geleden rapporteur was voor de verordening inzake weesgeneesmiddelen, weet ik dat het aantal patiënten niet groot genoeg is om op lokaal of regionaal niveau mee te tellen, en dat het aantal ziekten daarentegen te groot is om in de opleiding van gezondheidswerkers te behandelen. Daarom is er weinig expertise op dit gebied.

Het antwoord moet dus noodzakelijkerwijs uit Europa komen, en onze Commissie industrie, onderzoek en energie steunt de heer Trakatellis in zijn streven naar meer onderzoek en preventie. Als bijvoorbeeld een echtpaar dat twee kinderen heeft die aan taaislijmziekte lijden, naar een derde kind verlangt, hoe zouden wij hun dan de onderzoeksontwikkelingen kunnen ontzeggen waarmee kan worden voorkomen dat dit derde kind door deze zelfde ziekte wordt getroffen? Daarom is er meer coördinatie, meer veiligheid en meer duidelijkheid voor de patiënten nodig. Dit zijn fundamentele kwesties die inspelen op de verwachtingen die de Europese burgers van een Europa van de gezondheidszorg hebben.

 
  
MPphoto
 

  Peter Liese, namens de PPE-DE-Fractie.(DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, de hulp aan patiënten met een zeldzame ziekte baart het Europees Parlement al lange tijd veel zorgen. Patiënten met een zeldzame ziekte – het is reeds gezegd – hebben Europese steun nodig. Op nationaal niveau alleen kan er onvoldoende voor hen worden gedaan. De ziekten zijn dermate zeldzaam dat niet in alle Europese lidstaten de juiste centra en deskundigen beschikbaar zijn. Voor onderzoek – dit is een heel belangrijk punt – is een bepaald aantal patiënten nodig. Alleen dan kan een ziekte worden onderzocht en kunnen nieuwe therapieën worden ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Françoise Grossetête had het over de verordening inzake weesgeneesmiddelen en die is heel belangrijk.

Ook het initiatief van de Commissie, mevrouw de commissaris, is een erg belangrijk punt. U hebt de steun van de voltallige Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten. Ook steunen wij veel van de verbeteringen die de heer Trakatellis in het verslag heeft aangebracht. Tot mijn spijt moet ik namens de mijn fractie opmerken dat één amendement uit het verslag van collega Trakatellis deze belangrijke doelstelling, namelijk hulp bieden aan patiënten, helemaal onderuithaalt.

In amendement 15 gaat het erover dat erfelijke ziekten dienen te worden voorkomen en uitgeroeid, onder meer via erfelijkheidsadvisering en via selectie van embryo's. Door deze formulering is niet alleen een groot aantal ethisch deskundigen en vertegenwoordigers van mensen met een handicap, maar ook veel wetenschappers de schrik om het hart geslagen. De Europese Vereniging voor menselijke genetica roept ons op, amendement 15 te verwerpen. Zij maakt vergelijkingen met de eugenetica uit de eerste helft van de vorige eeuw.

De politiek mag geen druk uitoefenen. Ook erfelijkheidsadvisering mag niet afhankelijk worden gemaakt van een politiek doel. Om die reden dienen wij amendement 15 te verwerpen. Zodra amendement 15 is verworpen kunnen wij vóór het verslag stemmen, want het is een goed verslag. Doen we dat niet, dan komen de mensen met een zeldzame ziekte in grote problemen. Wij moeten hen juist helpen en hun niet het gevoel geven dat ze er eigenlijk niet toe doen!

 
  
MPphoto
 

  Dorette Corbey, namens de PSE-Fractie. – Dank aan collega Trakatellis voor zijn goede verslag. Als er één gebied is waar samenwerking in Europa nut heeft en toegevoegde waarde heeft, dan is het wel bij zeldzame ziekten. Bij zeldzame stofwisselingsziekten, spierziekten, maar ook bij zeldzame kankers is het praktisch en nuttig om samen te werken om informatie uit te wisselen over behandelingstechnieken en de krachten te bundelen. Allemaal heel belangrijk. Die informatie moet ook toegankelijk gemaakt worden en in al deze zaken voorziet het verslag-Trakatellis.

Ik vraag nog de aandacht voor drie zaken. Ten eerste moeten patiënten een stem hebben in Europa. De laatste jaren zien wij steeds meer goed georganiseerde patiëntengroepen die ook hun weg vinden naar Europa, naar Brussel. Dat is allemaal heel erg belangrijk en informatief voor politici, want vele van deze zeldzame ziekten zijn logischerwijze erg onbekend. Het is echter goed om na te gaan hoe deze patiëntenorganisaties gefinancierd worden en het is ontzettend belangrijk om ervoor te zorgen dat deze organisaties onafhankelijk gefinancierd worden en niet eenzijdig afhankelijk zijn van de farmaceutische industrie. Daarom pleit ik voor een systeem van financiering van deze patiëntenorganisaties.

Ten tweede is de ontwikkeling van medicijnen voor zeldzame ziekten, de zogenaamde weesgeneesmiddelen, van cruciaal belang. Daarvoor hebben wij richtlijnen, maar het zou goed zijn om daaraan nog eens wat aandacht te besteden om te bekijken of dat echt wel goed werkt.

Ten derde, een controversieel onderwerp dat ook door Peter Liese is aangesneden. Veel zeldzame ziekten zijn erfelijk. Onderzoek en embryoselectie kunnen heel veel leed voorkomen, maar het is belangrijk dat lidstaten zelf blijven beslissen over de eventuele behandelingen zoals pre-implementatie en embryoselectie. Wij steunen amendement 15, maar wij willen de verwijzing naar de uitroeiing van ziekten schrappen. Dat roept, zoals Peter Liese al heeft gezegd, zeer onaangename associaties op. Wij vinden het ook belangrijk dat de behandelingen vrijwillig zijn en plaatsvinden binnen de grenzen die door nationale regeringen zijn vastgesteld. Als aan deze voorwaarden is voldaan, zijn wij vóór dat amendement en wij roepen eigenlijk iedereen op om dat amendement wél te steunen, maar de verwijzing naar de uitroeiing van ziekten te schrappen. Onder die voorwaarden kunnen wij helemaal instemmen met het verslag en wij zijn enthousiast over het werk van de heer Trakatellis. Dank voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Frédérique Ries, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil onze rapporteur, de heer Trakatellis, graag bedanken, en ik verzoek u mij te willen verontschuldigen voor mijn late aankomst in dit debat; tevens verwelkom ik de groep bezoekers, aan wie deze enigszins late aankomst te danken is.

Tijdens een hoorzitting over zeldzame ziekten die ik vorig jaar in het Parlement heb georganiseerd met Eurordis – de Europese patiëntenorganisatie op het gebied van zeldzame ziekten – heb ik erop gewezen dat het onze taak was, dat het de taak van Europa was, om de lat zeer hoog te leggen voor deze patiënten die al hun hoop hebben gevestigd op onderzoek, en dat is precies wat onze rapporteur hier heeft gedaan door de tekst van de Commissie aanzienlijk te versterken.

Het beperkte aantal patiënten waar het per land om gaat en de versnippering van de kennis over de gehele Unie maken zeldzame ziekten tot het voorbeeld bij uitstek waarvoor gezamenlijk optreden op Europees niveau een absolute noodzaak is. Het is ons unanieme streven om meer kennis over deze ziekten te verwerven, tot een betere diagnose en een betere behandeling te komen, en de patiënten en hun familie een betere zorg te bieden.

Dan houden we, uiteraard, nog de kwesties van het tijdschema en van de financiering over. Er zijn verschillende mogelijkheden, en die onderzoeken wij. Het is nuttig om afgezien van de fondsen die door de Europese Unie of de staten zijn toegekend, ook naar andere financieringsbronnen te zoeken. Eén optie die in veel lidstaten goed werkt, is het publiek-private partnerschap.

Ik zou het mezelf kwalijk nemen als ik hier geen melding maakte van de aanzienlijke financiële steun die ook door burgerinitiatieven wordt ingebracht, zoals Téléthon in Frankrijk en Télévie in Franstalig België. Dankzij de actie Télévie kon het budget voor wetenschappelijk onderzoek maar liefst verdubbeld worden – een schamel budget, als ik dat even mag opmerken: 13 euro per burger per jaar, vergeleken met 50 euro in Frankrijk of 57 euro in Duitsland, om slechts twee voorbeelden te noemen.

Ik zal afronden, mijnheer de Voorzitter. Miljoenen patiënten in Europa kijken naar ons. De wil is er. Wij moeten ervoor zorgen dat dit meer is dan slechts een opsomming van goede bedoelingen. Tot slot nog één ding: de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa steunt amendement 15.

 
  
MPphoto
 

  Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, natuurlijk steunen wij onomwonden de hulp aan mensen met een zeldzame ziekte. Amendement 15 is uit ethisch oogpunt echter volstrekt onaanvaardbaar.

Nooit mag er in Europa meer worden gediscussieerd over de vraag of een leven al dan niet de moeite waard is. In Europa mag het niet zo zijn dat ouders onder druk van de politiek en van hun omgeving bewust besluiten om geen gehandicapt kind te willen. De selectie van embryo's zou een grote ethische dijkdoorbraak betekenen. Om die reden moet dit amendement worden verworpen. Het volstaat dan niet om het woord "uitroeien", een woord dat inderdaad helaas ook in fascistische kringen wordt gebruikt, te schrappen. Dan zou de selectie van embryo's nog steeds tot de mogelijkheden behoren. Het zou onverdraaglijk zijn als dit amendement, dat het heeft over de selectie van embryo's, daarmee een opstap zou vormen naar een nieuwe ethiek in Europa.

Wij moeten ons vastberaden teweerstellen tegen genetische discriminatie. Amendement 15 dient dan ook in z'n geheel te worden verworpen. Gebeurt dit niet, dan ziet onze fractie zich helaas gedwongen om dit verslag, dat verder een heel positieve indruk maakt, af te wijzen.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - In het verslag-Trakatellis wordt gewezen op een aantal tekortkomingen in de aanbeveling van de Raad en die vaststelling is volgens mij terecht. Ook ik ben er trouwens van overtuigd dat een gecoördineerd optreden van de Europese Unie op het vlak van zeldzame ziekten noodzakelijk is. Maar noch in de aanbeveling, noch in het verslag wordt het aspect van de zeldzame ziekten vermeld die komen overwaaien uit de derde wereld.

Zo maken wij bijvoorbeeld de terugkeer van tuberculose mee, een ziekte die in Europa tot voor kort volledig, of zo goed als volledig verdwenen was en die nu via massale immigratie opnieuw geïmporteerd wordt. Ook hier is dus dringend actie nodig, actie in de vorm van het bepalen van risicogebieden, in het uitwisselen van informatie, in het uitvoeren van steekproeven bij het overschrijden van de gemeenschappelijke buitengrenzen enz. Het is natuurlijk ook van het grootste belang dat in het beleid de volksgezondheid wel degelijk primeert boven de politieke correctheid.

 
  
MPphoto
 

  Christa Klaß (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, waarde collega's, we streven allemaal naar de gunstigste voorwaarden voor de Europese gezondheidszorg. Vooral in de Europese plattelandsgebieden in de grensregio's, waaronder mijn geboortestreek in de "Grande Région" van Duitsland, België, Luxemburg en Frankrijk, levert het vergroten van de zojuist besproken patiëntenmobiliteit een heel belangrijke bijdrage aan een betere en efficiëntere gezondheidszorg. Bij alles wat we ondernemen, moeten we echter wel de ethische normen van de lidstaten in acht nemen en behoeden. Dat geldt voor DNA-analyse evenzeer als voor kunstmatige bevruchting en is ook van toepassing op de zeldzame ziekten die in het verslag-Trakatellis aan de orde zijn. Onderzoek en behandeling van zeldzame ziekten moeten met meer politieke randvoorwaarden worden omgeven, willen zij tot betere resultaten leiden. Bedrijven investeren namelijk bij voorkeur in grote afzetgebieden.

In de strijd om de gezondheid van mensen mogen we echter niet spreken over uitroeiing van zeldzame ziekten door bijvoorbeeld de selectie van embryo's. Het gaat hier tenslotte toch om genezing. We hebben hier te maken met een verslag dat goede uitgangspunten bevat, maar dat vervolgens een richting kiest die helemaal verkeerd en moreel gevaarlijk is. Amendement 15 plaatst niet de genezing maar de selectie op de voorgrond. Maar wie bepaalt er dan welk leven de moeite waard is? Moeten we preventie gelijkstellen aan het voorkomen van leven? Dat denk ik niet. In mijn land en in veel andere lidstaten is de genetische diagnose voor inplanting met recht verboden. Ik ben onthutst over het feit dat in officiële Europese documenten zonder omhaal begrippen als "uitroeiing" en "selectie van gezonde embryo's" worden gebruikt. Het druist volledig in tegen het doel dat wij nastreven, namelijk de maatschappelijke erkenning en integratie van mensen met een handicap en mensen met een ziekte.

Ik doe een dringend beroep op u allen om tegen amendement 15 te stemmen. Op die manier kan het verslag-Trakatellis, dat voor de rest heel goed is, een ruime meerderheid halen.

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE).(ET) Ik ben van mening dat gecoördineerd optreden van de Europese Unie en de lidstaten op het gebied van zeldzame ziekten zonder meer cruciaal is. Ik onderschrijf het standpunt van de rapporteur dat deze aanbeveling van de Raad en het actieplan in zijn huidige vorm ontoereikend zijn, en dat het onmogelijk is om op die grondslag een functionerend programma in de Europese Unie op te stellen. Er zijn geen concrete aanbevelingen, noch exacte deadlines voor de tenuitvoerlegging.

Zonder inspanningen en financiële steun van de Europese Unie en de lidstaten is een doorbraak op dit terrein al helemaal niet mogelijk. Voor mij staat het volledig buiten kijf dat zeldzame ziekten bijzondere aandacht moeten krijgen, en we moeten tegemoetkomen aan de concrete behoeften van miljoenen burgers om hun een waardig leven in de toekomst te kunnen garanderen. Ik ben het niet eens met de bewering van de spreker van zo-even, de heer Claeys, dat derde landen debet zijn aan de terugkeer van tuberculose in de lidstaten. Ik kan me daar niet in vinden. Tuberculose is het gevolg van armoede en ontheemding, en in lidstaten met een lagere levensstandaard komt deze ziekte tegenwoordig weer vaker voor.

 
  
MPphoto
 

  Daniela Filipiová , fungerend voorzitter van de Raad. (CS) Dames en heren, ik wil uiteraard alle afgevaardigden bedanken voor hun voorstellen, opmerkingen en aanmerkingen. Met groot genoegen heb ik kunnen constateren dat de standpunten van het Parlement en de Raad wat deze kwestie aangaat in grote mate overeenkomen. Uiteraard kan ik het niet anders dan eens zijn met de rapporteur, de heer Trakatellis, dat deze ziekten weliswaar zeldzaam zijn, maar dat er toch nog altijd duizenden patiënten zijn die er aan lijden. Ik denk dat niet vaak genoeg gezegd kan worden dat patiënten dankzij betere coördinatie en samenwerking tussen de lidstaten middels gespecialiseerde instituten er op dit gebied verregaand op vooruit zouden kunnen gaan. In dergelijke instituten zouden de door commissaris Vassiliou genoemde schaalvoordelen gerealiseerd kunnen worden. De Raad zal alle amendementen van het Europees Parlement uiteraard zorgvuldig bestuderen en zal op basis daarvan besluiten of zij deze al dan niet zal opnemen in de finale versie van het voorstel voor een aanbeveling.

 
  
MPphoto
 

  Androulla Vassiliou, lid van de Commissie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, het debat van vandaag heeft aangetoond dat er enorme belangstelling bestaat voor deze belangrijke sector van de volksgezondheid.

Het Europees optreden op het gebied van zeldzame ziekten is een vraagstuk waarover overeenstemming bestaat tussen alle Europese instellingen. Ik ben het Parlement dan ook dankbaar voor zijn steun aan dit initiatief.

Zonder meer wordt erkend dat zeldzame ziekten een volksgezondheidssector zijn waarin men met zevenentwintig verschillende nationale aanpakken weinig kan bereiken en weinig efficiënt kan zijn. Met de onderhavige aanbeveling kunnen wij de bijzondere problemen aanpakken die zeldzame ziekten met zich meebrengen en het leven van de getroffen mensen verbeteren. Met dit optreden benaderen wij niet alleen patiënten maar ook familieleden en vrienden.

Dit alles zal in grote mate verwezenlijkt kunnen worden met de aanbeveling aan de lidstaten om plannen en strategieën op te stellen voor zeldzame ziekten, maar ook met de totstandbrenging van Europese referentienetwerken.

Wat het voorstel van rector Trakatellis aan de Commissie betreft om voor eind 2012 een verslag op te stellen en te presenteren met de resultaten van de aanbeveling, kan ik zeggen dat wij daar geen enkel bezwaar tegen hebben en er rekening mee zullen houden.

(EN) Vervolgens zou ik me graag willen richten op twee of drie verwijzingen die de geachte Parlementsleden hebben gemaakt. Allereerst wil ik verwijzen naar amendement 15 en zeggen dat ik graag zou willen benadrukken dat ethische kwesties buiten de reikwijdte van de EU vallen. Dat is vooral zo in dit geval, dit komt door de juridische verschillen tussen de lidstaten met betrekking tot bevolkingsonderzoeken en de ethische keuzen die gemaakt moeten worden op grond van die informatie.

Er werd gesproken over de behoefte aan financiering. Het is aan de lidstaten om te oordelen over de financiering van de behandeling van zeldzame ziekten. De Commissie hoopt dat deze voorstellen zullen helpen om het belang van een dergelijke investering te bekrachtigen, alsook een zo goed mogelijk gebruik van de financiële middelen die door Europese samenwerking beschikbaar zijn, te ondersteunen.

Wat aanvullende financiële steun door de Gemeenschap betreft: de grenzen van het huidige gezondheidsprogramma zijn te wijten aan de algemene financiële vooruitzichten die het Parlement en de Raad hebben vastgesteld. Als het Parlement vindt dat er meer communautaire financiële middelen nodig zijn voor zeldzame ziekten, dan moet het Parlement dit middels de begrotingsprocedures aan de orde stellen.

Mevrouw Corbey verwees tevens naar de steun die we patiëntenorganisaties moeten geven. De Commissie is het eens met het belang van patiëntenorganisaties. We werken er nauw mee samen en vooral met Eurordis. Onlangs heb ik als gastvrouw opgetreden bij de lancering van een boek waarin 12 000 verklaringen van patiënten staan. Die betrokkenheid van burgers is een wezenlijk onderdeel van het werk op dit gebied.

(EL) Mijnheer de Voorzitter, tot slot wil ik nog erop wijzen dat wij met een betere toegang van patiënten tot gespecialiseerde gezondheidszorg, met steun aan onderzoek voor de ontwikkeling van efficiënte therapieën en de totstandbrenging van grensoverschrijdende samenwerking, patiënten in staat hopen te stellen om gemakkelijker de specialisaties te vinden die zij nodig hebben.

 
  
MPphoto
 

  Antonios Trakatellis, rapporteur. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de collega´s voor hun opmerkingen. Ook dank ik de Raad en commissaris Vassiliou voor hun interventies. De commissaris heeft blijk gegeven van een open geest en van bereidheid om tenminste in te stemmen met het amendement waarin wij de Commissie oproepen om uiterlijk eind 2012 een voorstel in te dienen. Dan kunnen wij snel vorderen op het gebied van zeldzame ziekten in Europa.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt over enige minuten plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Casini (PPE-DE), schriftelijk. – (IT) De preventie en behandeling van alle ziekten, ook de zeldzame, vergt een maximale inspanning van de publieke instellingen, maar het opofferen van mensenlevens is een te hoge prijs voor preventie en behandeling, ook al hebben andere mensen er baat bij. Dit zou fundamenteel in strijd zijn met de geest van de Europese Unie, die gebaseerd is op de erkenning van de gelijkwaardigheid van een ieder die tot de mensheid behoort. Genetisch onderzoek van embryo’s, uitgevoerd om de beste en de gezondste te selecteren en de andere om te brengen, is een onacceptabele discriminatie van mensen. Er zijn bepaalde lidstaten die dit toestaan, maar de Europese Unie mag wetten en praktijken die dit toestaan, niet aanmoedigen.

Ondanks mijn verbetenheid om alle ziekten te bestrijden, ben ik daarom tegen een tekst waarvan de waardevolle gedeelten in strijd zijn met de zeer negatieve inhoud van artikel 4, zoals die geamendeerd zal worden met amendement 15.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 

6. Stemmingen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – We gaan nu over tot de stemmingen.

(Uitslagen en nadere bijzonderheden van de stemmingen: zie notulen)

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, vóór de stemming, vóór de stemming van de leden over het verslag-Casaca, verzoek ik het volgende, waarbij ik mij baseer op het Reglement van het Parlement, bijlage I, artikel 1, en ik lees een gedeelte van bijlage I, artikel 1: "... deelt een lid, dat een rechtstreeks financieel belang heeft bij het onderwerp waarover wordt beraadslaagd, zulks mondeling mede".

In het verslag-Casaca over de kwijting zullen wij over pensioenfondsen stemmen. Er zijn in dit Parlement meer dan vierhonderd leden die bij het pensioenfonds zijn aangesloten. Ik verzoek de Voorzitter alle leden die bij het pensioenfonds zijn aangesloten, te vragen dit onmiddellijk mondeling in de plenaire vergadering mede te delen, aangezien zij een rechtstreeks financieel belang hebben bij het onderwerp waarover wordt beraadslaagd.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Gary Titley (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik kom naar voren om de aandacht te vestigen op artikel 28, lid 2, van ons Reglement, waarin staat dat alle lidstaten de Voorzitter van het Parlement een vraag kunnen stellen en hier binnen dertig dagen een antwoord op kunnen krijgen. Ik heb op 19 maart een vraag bij de Voorzitter van het Parlement voorgelegd. Vandaag is het 23 april. Ik heb niet alleen geen antwoord gehad, maar zijn kantoor weigerde ook nog eens om mijn e-mails te beantwoorden.

Zou u de Voorzitter van het Parlement kunnen vragen waarom hij zich zo minachtend opstelt tegenover de regels van dit Parlement en de rechten van Parlementsleden, en of u hem wilt vragen of hij me binnen 24 uur een antwoord kan geven; anders zal ik morgen naar voren komen en precies dezelfde vraag stellen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, het spreekt vanzelf dat de eerste stap inhoudt dat leden die bij het pensioenfonds zijn aangesloten, dit moeten meedelen. Tegelijkertijd betekent dit dat zij zich van stemming zouden moeten onthouden over het verslag-Casaca, aangezien dit verslag elementen bevat die aanleiding geven tot een belangenconflict met hun persoonlijke belangen.

Ik verzoek u derhalve om het Reglement van het Europees Parlement toe te passen.

 
  
MPphoto
 

  Silvana Koch-Mehrin (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het gaat om schriftelijke verklaring 0001/2009, die de vereiste meerderheid heeft behaald. Namens al diegenen die de schriftelijke verklaring hebben opgesteld, wil ik alle collega’s bedanken. Dit staat los van de stemverklaringen.

 
  
MPphoto
 

  Luigi Cocilovo (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil slechts mededelen dat ik vind dat de interpretatie van mijnheer Cohn-Bendit van ons Reglement nergens op gebaseerd is. Hij verwijst naar private en persoonlijke belangen, die overduidelijk geen betrekking hebben op het toepassen van het Reglement van dit Parlement.

Toen de parlementsleden stemden over het nieuwe Statuut van de Europese afgevaardigden, waarin onder andere verwijzingen staan naar de vergoedingen van alle parlementsleden, had volgens deze interpretatie dus geen enkel parlementslid mogen deelnemen aan de stemming. Ik vraag dus of dit verzoek kan worden afgewezen, omdat het nergens op gebaseerd is.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de vorige spreker heeft gezegd dat het vooral om particuliere belangen draait. Dat geldt in het bijzonder voor het pensioenfonds als privaatrechtelijk lichaam. Ik betuig mijn uitdrukkelijke steun aan het verzoek van de heer Cohn-Bendit. Het is duidelijk dat 478 leden te laf zijn om aan te geven waar zij voor staan, maar u kunt alle namen gewoon vinden op http://www.openeurope.org.uk" .

De lijst begint met Andreas Mölzer van extreem-rechts en leidt via Paul Rübig van de conservatieven naar Herbert Bösch, voorzitter van de Commissie begrotingscontrole.

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, we kunnen beslist nog verder met elkaar in debat. Over het verzoekschrift dat de heer Cohn-Bendit heeft ingediend zijn veel opmerkingen gemaakt.

Ik stel voor dat we ons concentreren op datgene waarover we moeten stemmen, namelijk het verslag-Casaca. Nog los van de vraag of er sprake is van een particulier of een openbaar fonds, gaat het er in dit verslag specifiek om dat het Parlement in de eerste plaats vaststelt dat er geen wettelijk recht op aanvulling van de tekorten bestaat en dat wij in de tweede plaats de tekorten ook feitelijk niet aanvullen. Wij hebben geen geld voor het fonds. Ik wil u dan ook vragen om dit cruciale punt in stemming te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, mag ik reageren op de opmerking van de heer Cohn-Bendit en de opmerking van de heer Hans-Peter Martin? Ik denk dat de oplossing eenvoudig is. Ik ben een gelukkige deelnemer van de vrijwillige pensioenregeling, samen met nog 399 andere Parlementsleden, en ik ben van plan om mijn eigen belangen aan de kant te schuiven en voor de belangen van de belastingbetaler te stemmen. Het probleem zou makkelijk opgelost kunnen worden als de andere 399 Parlementsleden hetzelfde zouden doen.

 
  
MPphoto
 

  Ewa Tomaszewska (UEN).(PL) Mijnheer de Voorzitter, als deelnemer van het pensioenstelsel wil ik graag zeggen dat ik niet verwacht dat meer dan 400 leden nu gaan opstaan om ons hierover te informeren, omdat zoiets een stemming vandaag compleet onmogelijk zou maken. Ik zou een verstandige oplossing voor deze situatie willen voorstellen. Er is een lijst met deelnemers aan het pensioenstelsel. Laten we die erbij voegen. Ik denk dat dat voldoende zou moeten zijn.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dank u zeer. Zo is het genoeg, dames en heren. We gaan verder met de vergadering.

Mijnheer Titley, uw klacht zal meteen worden doorgegeven aan het Bureau van de Voorzitter, met uw verzoek dat u van hun kant een onmiddellijke reactie daarop verwacht.

Wat de vraag van de heer Cohn-Bendit betreft kan ik zeggen dat elk lid van het Parlement overeenkomstig ons Reglement uiteraard het recht heeft om op elk gewenst moment opgave te doen van een persoonlijk belang met betrekking tot enig hier besproken onderwerp. Hier is verder dan ook niets over te zeggen, iedereen die iets wil zeggen mag dat, en iedereen die liever zwijgt, mag dat ook.

Daarmee beschouw ik deze zaak als afgedaan.

 

6.1. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Europees Parlement (A6-0184/2009, Paulo Casaca)

6.2. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Hof van Justitie (A6-0151/2009, Søren Bo Søndergaard)

6.3. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Rekenkamer (A6-0152/2009, Søren Bo Søndergaard)

6.4. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Europese Ombudsman (A6-0156/2009, Søren Bo Søndergaard)

6.5. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (A6-0154/2009, Søren Bo Søndergaard)

6.6. Kwijting 2007: EUROJUST (A6-0161/2009, Christofer Fjellner)

6.7. Kwijting 2007: Europees Geneesmiddelenbureau (A6-0162/2009, Christofer Fjellner)

6.8. Kwijting 2007: Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (A6-0163/2009, Christofer Fjellner)

6.9. Kwijting 2007: Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (FRONTEX) (A6-0166/2009, Christofer Fjellner)

6.10. Kwijting 2007: Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (A6-0170/2009, Christofer Fjellner)

6.11. Kwijting 2007: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (A6-0175/2009, Christofer Fjellner)

6.12. Kwijting 2007: Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (A6-0177/2009, Christofer Fjellner)

6.13. Kwijting 2007: Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (A6-0178/2009, Christofer Fjellner)

6.14. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Raad (A6-0150/2009, Søren Bo Søndergaard)

6.15. Financieel beheer en toezicht op EU-agentschappen (A6-0148/2009, Christofer Fjellner)

7. Welkomstwoord
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Gaarne verwelkom ik nu een delegatie uit Irak ter gelegenheid van haar bezoek aan ons Parlement. Ik heet de leden van deze delegatie hartelijk welkom in het kader van onze interparlementaire bijeenkomsten.

(Applaus)

De heer Khalid Al Atiyah, eerste ondervoorzitter van de Kamer van Afgevaardigden van de Republiek Irak, leidt deze delegatie.

Met groot genoegen benadruk ik de bemoedigende vooruitgang die in Irak op het gebied van veiligheid en de rechtsstaat is geboekt, waarvan de regionale verkiezingen van januari overigens ook getuigen, en we hopen dat de talrijke problemen en de moeilijke jaren die dit land heeft doorgemaakt, spoedig tot het verleden zullen behoren.

Zij kunnen er gerust op zijn dat de Europese Unie en dit Parlement hun altijd terzijde zullen staan bij het consolideren van vrede, democratie en stabiliteit, waarop Irak, zoals elke natie waar dan ook ter wereld, recht heeft.

Ik hoop dat de bijeenkomsten in ons Parlement vruchtbaar zullen zijn en dat uw verblijf in ons midden de banden tussen onze parlementen zal versterken.

(Applaus)

 

8. Stemmingen (voortzetting)
Video van de redevoeringen

8.1. Toegang tot de markt voor touringcar- en autobusdiensten (herschikking) (A6-0215/2009, Mathieu Grosch)

8.2. Voorwaarden voor de uitoefening van het beroep van wegvervoerondernemer (A6-0210/2009, Silvia-Adriana Ţicău)

8.3. Toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg (herschikking) (A6-0211/2009, Mathieu Grosch)
MPphoto
 

  Michael Gahler (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, wellicht kunt u bij de honderden stemverklaringen die we nu hebben alleen "aangenomen" of "verworpen" zeggen en het noemen van de afzonderlijke nummers achterwege laten.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ja mijnheer Gahler, op zich doe ik heel graag wat u wilt, en ik heb dit trouwens ook zo gedaan in het verleden. Ik doe het vandaag alleen niet omdat de Vereniging van Europese Journalisten heeft verzocht om de nadere bijzonderheden van de stemmingen. Als we het niet doen, kan de uitslag niet naar behoren worden vastgelegd en zij stellen terecht dat ze geen politieke inschatting van het standpunt van het Parlement kunnen maken als ze de uitslag van de stemming niet kennen.

 

8.4. Energieprestaties van gebouwen (herschikking) (A6-0254/2009, Silvia-Adriana Ţicău)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zou, met betrekking tot de stemlijst voor artikel 7, amendement 57 even willen zeggen dat amendementen 106 en 107 alleen vervallen als het eerste deel wordt aangenomen.

Wat artikel 9, amendement 2 betreft: als het helemaal wordt aangenomen, zal amendement 60 vervallen. Anders moeten we stemmen over het desbetreffende deel van amendement 60.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u mevrouw Ţicău, we nemen uw opmerking ter harte.

Vóór de stemming over de amendementen 109 en 124:

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, we moeten ook over amendementen 109 en 124 stemmen – het desbetreffend deel.

 

8.5. Ratingbureaus (A6-0191/2009, Jean-Paul Gauzès)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès, rapporteur. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u er alleen even op wijzen dat dit een belangrijk verslag is, omdat het de introductie van een Europese verordening over ratingbureaus betreft. Het vormt dus onderdeel van de reactie op de crisis.

Ik wil u laten weten dat het Coreper de compromistekst die ter stemming voorligt, vanmorgen heeft goedgekeurd. Om tot een gelijkluidende stemming van het Parlement te komen, zou u de amendementen moeten verwerpen, behalve bij de stemming over amendement 172, overeenkomstige gedeelten. Ik wil ook graag de schaduwrapporteurs, de heer Pittella en de heer Klinz, bedanken, evenals alle anderen die aan dit belangrijke dossier hebben gewerkt.

 

8.6. Rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen (A6-0209/2009, Michel Teychenné)

8.7. Rechten van autobus- en touringcarpassagiers (A6-0250/2009, Gabriele Albertini)
  

Betreffende de amendementen 81 en 12:

 
  
MPphoto
 

  Georg Jarzembowski (PPE-DE). - (DE) Meneer de Voorzitter, volgens mij was er bij amendement 81 sprake van een ruime meerderheid. Daarmee komt amendement 12 te vervallen. Ik wil u vragen dit nog maar eens te bevestigen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ja, u hebt gelijk mijnheer Jarzembowski: amendement 12 vervalt.

 
  
MPphoto
 

  Eva Lichtenberger (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dit tweede amendement kan wel degelijk dienen als aanvulling. Er is geen sprake van tegenstrijdigheid tussen de amendementen. Ze sluiten elkaar niet uit.

(Tumult)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Kan de rapporteur, mijnheer Albertini, zeggen wat hij ervan vindt?

 
  
MPphoto
 

  Gabriele Albertini, rapporteur.(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben het eens met wat onze coördinator, mijnheer Jarzembowski, heeft gezegd: amendement 12 vervalt.

 

8.8. Beschermingstermijn van het auteursrecht en bepaalde naburige rechten (A6-0070/2009, Brian Crowley)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Sharon Bowles (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het spijt me dat ik collega’s lastig val bij een lange stemming, maar op de stemlijst staat iets nieuws, namelijk dat amendement 80 vervalt als amendement 37 wordt goedgekeurd. De eerste helft van het amendement is precies hetzelfde maar het nieuwe deel – het tweede deel – staat op zichzelf. Amendement 81, dat het overeenkomstige amendement op het artikel is, zou evenmin vervallen als het overeenkomstige amendement op het artikel, amendement 55, wordt goedgekeurd. Daarom zou ik u willen verzoeken om over amendement 80 te stemmen als een toevoeging van 37, als de Parlementsleden het er mee eens zijn – wat een andere zaak is – zoals we blijkbaar ook doen met amendement 81.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dank u mevrouw Bowles. Het is echter wel zo gepast dat we ook luisteren naar de mening van de rapporteur, de heer Crowley.

 
  
MPphoto
 

  Brian Crowley, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik denk niet dat dit als toevoeging kan worden toegevoegd. Het zou apart behandeld moeten worden.

 

8.9. Intelligente vervoerssystemen op het gebied van het wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen (A6-0226/2009, Anne E. Jensen)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Alexander Alvaro (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, met alle respect, ik denk dat u veel aan populariteit zou kunnen winnen, en veel bewondering zou kunnen oogsten, als u schot zou brengen in de stemmingprocedure.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u zeer voor het advies, mijnheer Alvaro. Zo blijkt maar dat u hier geen ervaring mee hebt.

 

8.10. Programma Marco Polo II (A6-0217/2009, Ulrich Stockmann)

8.11. Europees spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer (A6-0220/2009, Petr Duchoň)

8.12. Rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (A6-0233/2009, John Bowis)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL). - Ik heb een punt van orde op grond van artikel 168, lid 2. Onze fractie heeft een amendement ingediend over de verandering van de rechtsgrondslag en dat hebben ook een aantal andere fracties gedaan. De verandering behelst dat nu alleen artikel 95 inzake de interne markt en dus de economische belangen als rechtsgrondslag wordt opgenomen en niet artikel 152 inzake de volksgezondheid, waarbij de patiënt als uitgangspunt wordt genomen.

In beginsel is door de Commissie milieubeheer advies gevraagd aan de Commissie juridische zaken, maar in dat verband werd alleen op basis van het originele voorstel van de Commissie om advies gevraagd. In het verslag-Bowis is nu duidelijk een verandering aangebracht waardoor de patiëntenrechten in dit verslag aan de orde komen en dus ook de rechtsgrondslag veranderd is. Nu worden deze amendementen echter niet ontvankelijk verklaard en komt de fundamentele wijziging die het Parlement wil aanbrengen - dus van alleen maar marktgericht naar ook patiëntenrechten - in het gedrang. Ik wil verzoeken om terugverwijzing van het verslag naar de Commissie milieubeheer.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Liotard, we gaan nu stemmen over amendement 158, een voorstel tot verwerping, en zodra de uitslag er is zal ik op uw opmerking reageren.

Ik wil een voorstel doen betreffende de amendementen over de rechtsgrondslag: de Voorzitter moet een besluit nemen over de ontvankelijkheid van deze amendementen, te weten de amendementen 159, 119, 116 en 125, maar het besluit moet natuurlijk afhangen van de uiteindelijke vorm van de richtlijn, die nog wijzigingen zal ondergaan tijdens de stemming.

Daarom stel ik voor om pas aan het eind te stemmen over de ontvankelijkheid van deze amendementen, aangezien de Voorzitter pas op dat moment de kennis heeft die nodig is om over de ontvankelijkheid te kunnen beslissen. Zo niet, dan zouden we nu een besluit moeten nemen zonder dat we genoeg informatie hebben.

Daarom zal pas aan het eind over deze amendementen worden gestemd, als de geachte woordvoerders het daarmee eens zijn.

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het eens met dat voorstel, maar zou u voor alle duidelijkheid de amendementen willen noemen die door de rechtsgrondslag worden gedekt – 159, 119 etc.? Onder de etc. zou ook de overweging moeten vallen, ofwel amendement 126.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – We gaan dus stemmen over 80 amendementen van de desbetreffende commissie, en we zijn ons ervan bewust dat de heer Bushill-Matthews een mondeling amendement op amendement 100 wil indienen.

Vóór de stemming over amendement 100:

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, mijn excuses aan mijn collega’s dat ik dit nu pas inbreng, maar ik zal u vertellen waarom.

Amendement 100 verwijst naar de verantwoordelijkheid van de lidstaten om informatie uit te wisselen over tucht- en strafrechtelijke vaststellingen ten laste van gezondheidswerkers. Dit is volkomen gepast, maar ik bedacht me net op het laatste moment dat dit zo opgevat zou kunnen worden, dat wanneer gezondheidswerkers bijvoorbeeld bij een verkeersovertreding betrokken zijn, de lidstaten de verantwoordelijkheid hebben om informatie hierover te delen. Dat is natuurlijk niet de bedoeling van het amendement en dus zal de voorgestelde formulering, voor de duidelijkheid, als volgt luiden: “De lidstaten stellen elkaar onmiddellijk en proactief in kennis van zorgaanbieders en gezondheidswerkers tegen wie regulerende maatregelen zijn genomen met betrekking tot hun registratie of hun recht om diensten te verlenen”. Dit is dus puur een kwestie van opheldering.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Tot nu toe hebben we, bij de stemming over dit verslag, gestemd over een reeks amendementen betreffende de artikelen 15, 16 en 17. Aangenomen met betrekking tot die artikelen zijn de volgende amendementen: 102, 103, 104, 105, 106, 107, 108, 109, 110 en 135.

Tijdens het debat zei commissaris Vassiliou dat zij bereid zou zijn zich nog eens te buigen over de rechtsgrondslag als daar volgens haar goede redenen voor waren, wat weer zou afhangen van de amendering van de richtlijn. We moeten een besluit nemen over de ontvankelijkheid van de amendementen 159, 119, 116, 125 en 126.1, om zeker te stellen dat de uiteindelijke, door het Parlement goedgekeurde tekst aansluit bij de rechtsgrondslag.

Gelet op wat de commissaris heeft gezegd, en op het feit dat de desbetreffende commissie over deze amendementen heeft gestemd, dat wil zeggen dat de desbetreffende commissie, en als zodanig de voorzitter van de desbetreffende commissie de amendementen ontvankelijk achtten, daar hij de stemming over deze amendementen toestond, en ook alles in aanmerking genomen waar we vandaag over gestemd hebben met betrekking tot de artikelen 15, 16 en 17, stel ik vast dat de koers van de richtlijn gewijzigd is.

Op grond van al deze overwegingen beschouwt de Voorzitter de amendementen als ontvankelijk, en we zullen nu overgaan tot de stemming daarover.

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik respecteer uw beslissing – het is aan u om een dergelijke beslissing te nemen – maar mevrouw Liotard zei eerder dat we een dubbele rechtsgrondslag nodig hebben omdat we anders, als het slechts om de interne markt zou gaan, slechts over economische kwesties zouden stemmen, zonder dat we het debat opnieuw proberen op te pakken. Ik wil haar even corrigeren door te zeggen dat de enkele rechtsgrondslag die we nu hebben niet slechts economisch is: ze gaat over keuzevrijheid voor patiënten. Daarom zal onze fractie tegen een dubbele rechtsgrondslag stemmen, zowel voor deze oorspronkelijke amendementen, als de daadwerkelijke overweging. Ik zou andere collega's willen aanmoedigen om de patiënt op de eerste plaats te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Edward McMillan-Scott (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, even heel kort, ik probeer behulpzaam te zijn, maar ik begin honger te krijgen. Dit zijn heel belangrijke stemmingen en we hebben een overvolle agenda. Ik voel met u mee.

Ik kom net terug uit de perskamer en zag dat acht journalisten echt naar de stemming aan het luisteren waren – anderen waren wellicht naar de televisies aan het kijken, waarop werkelijk iedere stemming wordt uitgezonden. Ik denk daarom dat het niet nodig is om elke stemming voor te lezen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer McMillan-Scott, tot nu toe hebben we de sprekers ruim baan gegeven. Vanaf nu gaan we er meer vaart achter zetten om iedereen tevreden te stellen.

Na de stemming

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, rapporteur. − Mijnheer de Voorzitter, het kwam door de laatste interventie – die erg goed bedoeld was – dat u niet, zoals u gewoonlijk doet, de rapporteur bedankte. Ik weet zeker dat u hem wel zou willen bedanken, vooral nu hij afwezig is.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het is inderdaad een goed moment om de rapporteur, de heer Bowis, te bedanken voor zijn werk en om hem een voorspoedig herstel toe te wensen.

 

8.13. Patiëntveiligheid (A6-0239/2009, Amalia Sartori)

8.14. Europees optreden op het gebied van zeldzame ziekten (A6-0231/2009, Antonios Trakatellis)

8.15. Kwijting 2007: Algemene begroting van de EU, afdeling III, Commissie (A6-0168/2009, Jean-Pierre Audy)

8.16. Kwijting 2007: zevende, achtste en negende Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) (A6-0159/2009, Bogusław Liberadzki)

8.17. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Europees Economisch en Sociaal Comité (A6-0155/2009, Søren Bo Søndergaard)

8.18. Kwijting 2007: Algemene begroting EU, Comité van de Regio's (A6-0153/2009, Søren Bo Søndergaard)

8.19. Kwijting 2007: Europese Stichting voor Opleiding (A6-0157/2009, Christofer Fjellner)

8.20. Kwijting 2007: Europees Agentschap voor Netwerk- en Informatiebeveiliging (ENISA) (A6-0158/2009, Christofer Fjellner)

8.21. Kwijting 2007: Europese Politieacademie (CEPOL) (A6-0160/2009, Christofer Fjellner)
MPphoto
 

  Christofer Fjellner, rapporteur. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, omdat het Parlement, tegen de aanbeveling van mijzelf en de commissie in, besloten heeft kwijting te verlenen aan de Europese Politieacademie, zou ik de leden van mijn eigen Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten willen oproepen om de amendementen van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement te aanvaarden. Er is geen enkele reden waarom wij geen kwijting zouden verlenen of de kwijting zouden uitstellen nu wij ze hebben verleend. Om consequent en samenhangend te blijven, stel ik voor dat onze fractie de voorstellen van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement steunt en voor de volgende vier amendementen stemt.

 

8.22. Kwijting 2007: Toezichtautoriteit voor het Europees GNSS (A6-0164/2009, Christofer Fjellner)

8.23. Kwijting 2007: Europees Spoorwegbureau (A6-0165/2009, Christofer Fjellner)

8.24. Kwijting 2007: Europees agentschap voor maritieme veiligheid (A6-0167/2009, Christofer Fjellner)

8.25. Kwijting 2007: Europees Bureau voor wederopbouw (A6-0169/2009, Christofer Fjellner)

8.26. Kwijting 2007: Europees Milieuagentschap (A6-0171/2009, Christofer Fjellner)

8.27. Kwijting 2007: Europese autoriteit voor voedselveiligheid (A6-0172/2009, Christofer Fjellner)

8.28. Kwijting 2007: Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (A6-0173/2009, Christofer Fjellner)

8.29. Kwijting 2007: Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk (A6-0174/2009, Christofer Fjellner)

8.30. Kwijting 2007: Bureau voor de grondrechten van de Europese Unie (A6-0176/2009, Christofer Fjellner)

8.31. Kwijting 2007: Communautair Bureau voor visserijcontrole (A6-0179/2009, Christofer Fjellner)

8.32. Over het aangaan van de uitdagingen van ontbossing en aantasting van bossen om de klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit aan te pakken (B6-0191/2009)

8.33. Actieplan inzake de stedelijke mobiliteit (A6-0199/2009, Gilles Savary)

8.34. Actieplan intelligente vervoerssysteemssystemen (A6-0227/2009, Anne E. Jensen)

9. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dames en heren, ik wil een voorstel doen: aangezien er meerdere mensen zijn die meerdere stemverklaringen willen afleggen, wil ik u verzoeken om uw verklaringen achter elkaar in één toespraak te geven zodra u van mij het woord krijgt.

 
  
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Casaca (A6-0184/2009)

 
  
MPphoto
 

  Jim Allister (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, voor mijn kiezers wordt het met de dag moeilijker om rond te komen. Dan lees ik een verslag als dit om erachter te komen dat 1,6 miljard euro uit de zak van de Europese belastingbetaler wordt uitgegeven aan dit gebouw dat zich het Europees Parlement noemt. Vervolgens lees ik dat 9,3 miljoen euro wordt verspild aan de fracties in het Europees Parlement. Tenslotte lees ik over een herbevestiging van een toezegging om in 2020 30 procent minder CO2 uit te stoten, terwijl er nergens wordt gerept over de meest buitensporige uitstoot – de uitstoot die voortvloeit uit de onnodige reis naar dit oord, twaalf keer per jaar. Dit verslag is misselijkmakend in zijn onthulling van het gedrag van dit Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, laten we de opmerkingen van de heer Allister in de juiste context bezien: het Europees Parlement kost de burger 1,74 pond – ik zeg het speciaal voor de heer Allister in ponden – per jaar. Ter vergelijking, het Lagerhuis kost iedere burger 5,75 pond per jaar en het Hogerhuis 1,77 pond per inwoner van het Verenigd Koninkrijk. Met andere woorden, het laten functioneren van dit Parlement is per burger veel goedkoper.

Dat betekent echter niet dat we op onze lauweren kunnen gaan rusten. Natuurlijk moeten we waakzaam zijn en natuurlijk moeten we kosten besparen. Het punt van de heer Allister over het feit dat de twaalf jaarlijkse zittingen in Straatsburg zoveel geld kosten, is een juiste observatie. Maar dit besluit ligt niet in handen van het Europees Parlement: het ligt in handen van de lidstaten, die het voor het Europees Parlement, helaas – in Edinburgh, onder het voorzitterschap van John Major – een wettelijke verplichting hebben gemaakt om hier twaalf keer per jaar te komen. Ik doe een beroep op de lidstaten om dat besluit te heroverwegen.

 
  
  

- Verslag-Søndergaard (A6-0150/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Corbett (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit gaat over de kwestie van het verlenen van kwijting aan de Raad. Het verslag gaat wederom in op dit herenakkoord – dat nog stamt uit de tijd van voor de rechtstreekse verkiezingen – dat het Parlement en de Raad, als twee exponenten van de wetgevende macht, elk volledig verantwoordelijk zijn voor hun eigen interne begroting zonder dat ze elkaars interne begrotingen bekijken of bekritiseren.

Ik denk dat het tijd wordt dat we dit herenakkoord opnieuw gaan onderzoeken, niet in de laatste plaats omdat de begroting van de Raad nu niet alleen bestaat uit een huishoudelijke begroting als instelling, als medewetgever naast ons, maar ook een begroting bevat, die in de toekomst mogelijk groter wordt, voor uitvoerende taken op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.

Het herenakkoord was nooit bedoeld om betrekking te hebben op uitvoerende taken. Het was nooit de bedoeling om die aan parlementair onderzoek te onttrekken, en ik denk dat het hoog tijd wordt om met de Raad in gesprek te gaan en dat akkoord te heroverwegen.

 
  
  

- Verslag-Casaca (A6-0184/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb mij van stemming onthouden over de kwijting 2007 van de begroting van het Europees Parlement vanwege bepaalde paragrafen in dit verslag die gebaseerd zijn op de misleidende informatie en onwaarheden die in de media, met name hier, zijn verspreid met betrekking tot het vrijwillige pensioenfonds van de leden.

De heer Cohn-Bendit kan rustig slapen, want in zijn hoedanigheid van belastingbetaler zal hem niet gevraagd worden de rechten te waarborgen van de reeds gepensioneerde leden van dit fonds, hun weduwen of weduwnaars, hun weeskinderen of de leden die hun werkzaamheden op 14 juli neerleggen.

Als hij vindt dat parlementsleden die aangesloten zijn bij het vrijwillige pensioenfonds, niet aan de stemming over de kwijting zouden mogen deelnemen, dan kan hij beter zijn eigen straatje schoonvegen. Bovendien neemt hij vrolijk deel aan de stemming over de middelen van onze begroting waarmee zijn toelagen worden gefinancierd, terwijl onlangs bekend is geworden – zoals in het belang van de transparantie vereist is – dat hij bijvoorbeeld in vijf jaar tijd slechts één keer een vergadering heeft bijgewoond van een commissie waarvan hij lid is. Op grond van zijn legendarische ijver wat de wetgevingswerkzaamheden van dit Parlement betreft – het is niet genoeg om maar in het wilde weg wat te roepen en persconferenties te geven – zou hij zich wel wat bescheidener mogen opstellen. Maar als oudgediende van '68 kunnen we van hem zeker niet veel beters verwachten.

Bovendien, mijnheer de Voorzitter, zullen verklaringen die hier worden gegeven, zelfs als ze afkomstig zijn van fractievoorzitters, hoe dan ook niets veranderen aan de juridische verantwoordelijkheden van dit Parlement, die in marmer zijn gebeiteld.

 
  
  

- Verslag-Fjellner (A6-0148/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (NI). - Mijnheer de Voorzitter, we hebben zojuist de financiering van een vast aantal Europese agentschappen en semioverheidsinstellingen goedgekeurd – het Europees Geneesmiddelenbureau, het Europees agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen, het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, enzovoorts – en het lijkt erop dat ze laakbaar zijn op drie gronden. Er bestaat een eurosceptisch tegenargument, een juridisch tegenargument en een democratisch tegenargument.

Ik verwacht niet dat het eurosceptische argument veel aandacht zal krijgen in dit Parlement, te weten het evidente feit dat deze zaken niet in Brussel hoeven te worden geregeld. Ik verwacht ook niet dat het juridische argument veel aandacht zal krijgen, namelijk dat veel van deze agentschappen geen geldige rechtsgrondslag hebben op dit moment, hoewel ze met het Verdrag van Lissabon of de Europese Grondwet wel rechtskracht zouden hebben gekregen. Maar het democratische argument is denk ik het enige argument waar enige authenticiteit in doorklinkt, zelfs bij de federalisten onder ons. Als een Parlement als dit het dagelijks bestuur van zijn beleid uitbesteedt aan organisaties die we nauwelijks bezoeken, die we bijna nooit zien – we krijgen misschien één keer per jaar een onverwacht bezoek van een commissie – en van ze verwachten dat ze, zolang wij verplicht jaarlijks geld blijven storten het beleid zullen uitdragen, doen we onze democratie tekort.

Hayek zei dat het overdragen van macht aan externe agentschappen, ook al is dit heel normaal, desalniettemin de eerste stap is waarmee een democratie haar bevoegdheden uit handen geeft. De aanwezige collega’s, zowel de federalisten als de eurosceptici, moeten zich allemaal bewust zijn van dit gevaar.

 
  
  

- Verslag-Grosch (A6-0215/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE).(ET) Ik heb behoorlijk wat op- en aanmerkingen. Ik heb nog nooit op deze manier gereageerd, maar vond het belangrijk dit vandaag wel te doen. Eerst wil ik wat zeggen over het verslag van de heer Grosch, waar ik vóór heb gestemd, en ik steunde ook de aanbevelingen van de Vervoerscommissie, omdat ik denk dat er één geherformuleerde en geactualiseerde verordening moet komen in plaats van de twee huidige verordeningen over busdiensten. Dit zal namelijk duidelijkheid scheppen en zorgen voor minder bureaucratie.

 
  
  

- Verslag-Ticău (A6-0210/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) En dan het verslag van Silvia-Adriana Ţicău, dat ik ook gesteund heb, omdat ook dit verslag mogelijkheden biedt voor een nóg eenvormiger tenuitvoerlegging van de nieuwe verordening inzake wegvervoer. Gezien het internationale karakter van deze materie denk ik dat we de mogelijkheid moeten creëren om Europa-breed in registers te zoeken, teneinde klanten beter tegen oneerlijke concurrentie te beschermen.

 
  
  

- Verslag-Grosch (A6-0211/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Dit verslag van de heer Grosch heeft eveneens mijn steun gekregen, omdat het gaat over vervoer, bijdraagt tot de verbetering van de doeltreffendheid en rechtszekerheid van de interne markt voor vervoer over de weg, bijdraagt tot de verlaging van administratieve kosten en eerlijker mededinging mogelijk maakt. Ik denk dat we in het kader van de integratie van de gemeenschappelijke Europese markt in de komende jaren ook de beperkingen van de toegang tot de interne markten van de lidstaten moeten wegnemen.

 
  
  

- Verslag-Ticău (A6-0254/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Het tweede verslag van mevrouw Ţicău, betreffende de energieprestaties van gebouwen, verdient eveneens mijn steun, omdat het bijdraagt tot het vinden van een antwoord op de uitdagingen waar Europa voor staat op het gebied van energievraag en -aanbod. Het komt erop neer dat het verslag ertoe bijdraagt dat door een betere energie-efficiëntie 20 procent op het energieverbruik zal worden bespaard. Investeringen in energie-efficiëntie zullen de Europese economie nieuw leven inblazen, daar ze nagenoeg evenveel, zo niet meer banen zullen opleveren dan investeringen in traditionele infrastructuur. Verbetering van de energie-efficiëntie is voor de Europese Unie het meest doeltreffende middel om de CO2-emissiereductiedoelstelling te halen, banen te scheppen en de toenemende afhankelijkheid van de Europese Unie van energieleveranciers van buiten de Gemeenschap te beperken.

 
  
  

- Verslag- Jean-Paul Gauzès (A6-0191/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Ik heb het verslag van de heer Gauzès – ik weet niet zeker of ik zijn naam goed uitspreek – over ratingbureaus gesteund, omdat de tekortkomingen en fouten bij de beoordelingen en het toezicht op de bureaus hebben bijgedragen tot het ontstaan van de huidige financiële crisis. Het feit dat er maar een paar ratingbureaus zijn, dat hun werkgebied de hele wereld omvat en dat hun hoofdkantoren vaak buiten de EU gelegen zijn, doet bij mij de vraag rijzen hoe doeltreffend Europese wetgeving op dit terrein kan zijn. Ik ben het ermee eens dat de oplossing van dit probleem vraagt om intensievere samenwerking tussen de EU en derde landen en dat dit de enige manier is om tot een geharmoniseerde regelgevingsbasis te komen.

 
  
  

- Verslag-Teychenné (A6-0209/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Wat het verslag over de rechten van passagiers die over zee of binnenwateren reizen betreft: regelgeving op dit terrein is zeer welkom, omdat de rechten van Europeanen die op deze manier reizen daarmee worden versterkt en onze consumenten gelijke rechten worden gegarandeerd bij het gebruik van de verschillende vervoerwijzen.

 
  
  

- Verslag-Albertini (A6-0250/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Het verslag van de heer Albertini over de rechten van autobus- en touringcarpassagiers verdient mijn steun, omdat maatregelen ter bescherming van busreizigers zullen helpen bij het definitief wegnemen van de nog altijd bestaande ongelijkheid in de Europese Unie en zullen zorgen voor de gelijke behandeling van alle passagiers, zoals al het geval is bij luchtreizigers en reizigers per spoor. Aangezien dit stuk wetgeving zowel op vervoersondernemingen als op passagiers betrekking heeft en tal van nieuwe verplichtingen voor deze ondernemingen schept, is het – met het oog op een beter resultaat – redelijk dat de aanbieders van deze diensten iets meer tijd krijgen voor de uitvoering.

 
  
  

- Verslag-Jensen (A6-0226/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) En dan het verslag van mevrouw Jensen over intelligente vervoerssystemen. De doelmatigheid daarvan is aangetoond: het vervoer is efficiënter, veiliger en zekerder geworden en tegelijkertijd is een bijdrage geleverd tot het beleidsdoel het vervoer schoner te maken. Daarom heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
  

- Verslag-Stockmann (A6-0217/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Het verslag van de heer Stockmann over het programma Marco Polo II verdient steun, omdat het mogelijkheden biedt de congestie op autosnelwegen te verminderen, de milieubeschermingsmethoden van vervoerssystemen te verbeteren en het gecombineerd gebruik van vervoerswijzen te bevorderen. Ik maak me er echter wel zorgen over dat er met het jaar minder financieringsaanvragen zijn, en daarmee ook steeds minder concrete projectvoorstellen die in het kader van dit programma voor financiering in aanmerking zouden kunnen komen.

 
  
  

- Verslag-Duchoň (A6-0220/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Ik heb mijn steun gegeven aan het verslag van de heer Duchoň omdat het vervoer per spoor nog altijd een zeer belangrijke rol speelt binnen het Europese vervoer, ondanks de voortdurende achteruitgang in het goederenvervoer. Ik heb het verslag ook gesteund omdat ik het met de rapporteur eens ben dat dit stuk wetgeving zodanig moet worden opgesteld dat het spoorwegnet in de toekomst voor alle gebruikers efficiënt wordt.

 
  
  

- Verslag-Bowis (A6-0233/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) We hebben vanochtend ook een aantal verslagen van het gezondheidszorgpakket besproken, waar we net over hebben gestemd. Ik steunde de bescherming van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg, omdat ik van mening ben dat de gekozen vertegenwoordigers in het Europees Parlement zich er te lang mee tevreden hebben gesteld dat juristen als wetgevers fungeerden op dit vlak, terwijl wetgeving juist de taak is van politici, in casu de door de Europese kiezers gekozen leden van het Parlement. Dit is de laatste kans om deze richtlijn te behandelen en aan te nemen.

 
  
  

- Verslag-Trakatellis (A6-0231/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Het verslag van de heer Trakatellis over zeldzame ziekten kan worden beschouwd als een aanvulling op het verslag over patiëntenrechten, dat ik heb gesteund met uitzondering van amendement 15, omdat die aanbeveling iets is van de vorige eeuw en omdat de politiek geen invloed moet uitoefenen op genetisch onderzoek.

 
  
  

- Verslag-Savary (A6-0199/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Ik heb voor het verslag over de stedelijke mobiliteit en het actieplan daarvoor gestemd, omdat het stedelijk vervoer een uiterst belangrijke rol speelt in het vracht- en personenvervoer in de EU. Het opstellen van een afzonderlijke strategie voor het stedelijk vervoer is dan ook gerechtvaardigd.

 
  
  

- Verslag-Jensen (A6-0227/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE). - (ET) Tot slot wil ik het verslag van mevrouw Jensen over het actieplan intelligente vervoerssystemen noemen, omdat dit plan een bijzondere nadruk legt op geografische samenhang.

 
  
  

- Verslag-Gauzès (A6-0191/2009)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI). - (EN) Vandaag vieren we de geboortedag van de grootste Engelsman en misschien wel de grootste toneelschrijver en schrijver uit de geschiedenis. Het is een kenmerk van Shakespeares werk dat, ongeacht iemands levenservaring, de toneelstukken altijd meer licht op onze ervaringen werpen dan dat onze ervaringen licht werpen op de toneelstukken. Ik kan vandaag niet anders dan uit de sterfscene van John of Gaunt uit Richard II citeren, die niet alleen prachtig onze begrotingsproblemen in Groot-Brittannië beschrijft maar ook onze situatie hier in Europa.

Als eerste over de begroting:

“This land of such dear souls, this dear dear land [...]

Is now leased out – I die pronouncing it – like to a tenement or pelting farm.”

En luister dan eens naar zijn beschrijving van het Verdrag van Lissabon of de Europese Grondwet:

“England, bound in with the triumphant sea,

Whose rocky shore beats back the watery siege

Of envious Neptune, is now bound in with shame,

With inky blots and rotten parchment bonds.

That England that was wont to conquer others

Hath made a shameful conquest of itself.”

Een betere omschrijving bestaat er niet.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Ik wist niet dat u zoveel talent had voor de voordrachtskunst. U hebt het prachtig voorgedragen.

 
  
  

- Verslag-Ticău (A6-0254/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, bij het stemmen over bepaalde kwesties in het Europees Parlement zouden we er altijd voor moeten zorgen dat we het goede voorbeeld geven.

Het is heel terecht dat we het over energie-efficiëntie hebben. Als ik heel eerlijk ben maakt het me niet uit of we dat nu op Europees, nationaal of lokaal niveau doen. Ik denk dat er meer binnen de lokale overheden kan gebeuren, maar het is goed om goede praktijken en ideeën uit te wisselen op Europees en nationaal niveau.

We moeten bij het geven van dat voorbeeld echter ook moreel leiderschap tonen. Hoe kunnen we het nou over de energieprestaties van gebouwen hebben als we vanuit twee Parlementaire vergaderzalen blijven werken, eentje hier in Straatburg en een in Brussel? Hoe zit het met de CO2-emissies van het Parlement in Straatsburg, als we het over die tienduizenden tonnen aan CO2-emissies per jaar hebben? Het wordt tijd om met deze hypocrisie te stoppen, om leiderschap te tonen en om het Parlement in Straatsburg te sluiten.

 
  
  

- Verslag-Bowis (A6-0233/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, als eerste wil ik respect betonen aan mijn collega, John Bowis, en ik weet zeker dat we hem allemaal veel beterschap wensen. Gelukkig kon hij gebruik maken van het gezondheidszorgstelsel van een ander land. Hij kon als Britse staatsburger gebruik maken van de uitstekende gezondheidszorg in België.

Dit zijn een aantal stappen in de goede richting, zodat burgers in de hele EU zelf kunnen beslissen waar ze gezondheidszorg willen ontvangen. Als patiënten informatie krijgen over de genezingskansen van verschillende ziekten in een aantal landen, en ze de keus hebben, kunnen ze kiezen in welk land ze het beste zullen genezen. Het gebruik maken van dergelijke gezondheidsdiensten is een duidelijke stap in de goede richting.

Ik heb vaak een aantal initiatieven die we hier bespreken bekritiseerd, maar ik denk dat dit een goede maatregel is. We kijken er naar uit om keuzemogelijkheid en een betere dienstverlening te bieden aan patiënten in de hele Europese Unie.

 
  
  

- Verslag-Crowley (A6-0070/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE-DE). - (CS) Verder wil ik nog graag een stemverklaring afleggen over het verslag van de heer Crowley over de beschermingstermijn van het auteursrecht en bepaalde naburige rechten. Ik heb tegen het verslag gestemd, omdat het niet goed doordacht is en tegelijkertijd voor de volgende 45 jaar mede bepalend is voor de prijsvorming van muziek voor de eindgebruiker. Wat ik wil is de gewone artiest helpen en daar is wetgeving voor nodig ter regulering van contractuele voorwaarden en collectieve beheerders, alsook een sociaal zekerheidsstelsel, een pensioenverzekering en een wijziging van de licentietarieven. Uit een effectrapportage over dit onderwerp blijkt dat slechts twee procent van de muziekinkomsten terechtkomt bij de artiesten zelf en dat de rest bij de platenmaatschappijen en de allergrootste artiesten terechtkomt. De herverdeling die vervolgens plaatsvindt gaat ten koste van de jonge veelbelovende artiesten. Bovendien betalen de consument en de belastingbetaler ook nog eens honderden miljoenen euro’s te veel. Het voorstel maakt het voor bibliotheken, archieven, kunstopleidingen en onafhankelijk filmmakers allemaal nodeloos ingewikkeld. Ook is niet duidelijk wat de gevolgen zullen zijn voor de makers van audiovisuele werken. Alle juridische autoriteiten waarschuwen voor het voorstel en daarom heb ik tegengestemd.

 
  
  

- Verslag-Jensen (A6-0226/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Brigitte Fouré (PPE-DE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verslag-Jensen gestemd, dat wil zeggen het verslag over het voorstel voor een richtlijn voor het toepassen van intelligente vervoerssystemen. Doelstelling van deze richtlijn is de interoperabiliteit van de informatie- en communicatietechnologieën die in de vervoerssystemen worden gebruikt, te waarborgen.

Innovatie op het gebied van vervoer dient te worden aangemoedigd, met name wanneer hierdoor de veiligheid van voertuigen kan worden verbeterd. Innovatie heeft echter minder nut als wij niet garanderen dat zij in de gehele Europese ruimte kan worden toegepast.

Deze richtlijn zou ertoe moeten bijdragen dat het aantal verkeersdoden op de Europese wegen afneemt, doordat zowel het risico op een aanrijding als de ernst van de ongevallen worden verminderd. Ik herinner u eraan dat de Europese Unie zich ten doel heeft gesteld het aantal verkeersdoden tegen 2010 te halveren, vergeleken met het niveau van 2000.

In dit opzicht betreur ik het dat de richtlijn ter facilitering van de grensoverschrijdende handhaving van de verkeersveiligheid die wij enkele maanden geleden hebben aangenomen, nog altijd niet door de ministers van Vervoer van de Europese Unie is goedgekeurd, want ook hiermee zouden levens kunnen worden gespaard, doordat het gemakkelijker wordt gemaakt om sancties ten uitvoer te leggen tegen automobilisten die een overtreding begaan in een andere lidstaat dan die waar hun voertuig is geregistreerd.

 
  
  

- Verslag-Duchoň (A6-0220/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Brigitte Fouré (PPE-DE).(FR) Wat het verslag van de heer Duchoň over goederencorridors per spoor betreft, wil ik opmerken dat het Europees Parlement dit verslag inzake het Europese spoorwegnet voor een concurrerend goederenvervoer zojuist heeft aangenomen. Ik heb voor dit verslag gestemd, dat zou moeten bijdragen aan een toename en een verbetering van het goederenvervoer per spoor.

Europees optreden op dit gebied was noodzakelijk. De wijze waarop het goederenvervoer per spoor momenteel functioneert is namelijk niet bevredigend, omdat het ondernemingen die het spoor willen gebruiken om hun goederen te vervoeren, te weinig garanties biedt als het gaat om de betrouwbaarheid van de tijdschema’s.

Welnu, wij moeten het goederenvervoer per spoor aantrekkelijker maken voor ondernemingen, want als een deel van het goederenvervoer zich van de weg naar het spoor verplaatst, betekent dit een evenredige vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en van het aantal vrachtwagens in verkeersopstoppingen op de wegen en autosnelwegen.

Daarom hoop ik nu dat de ministers van Vervoer van de lidstaten de weg zullen volgen die het Europees Parlement heeft gebaand naar een concurrerender Europees spoorwegnet voor het goederenvervoer.

 
  
  

- Verslag-Trakatellis (A6-0231/2009)

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen het verslag-Trakatellis gestemd vanwege het schandalige amendement 15. Het verwart niet alleen de genezing van ziekten met het doden van ongeboren mensen, maar ademt ook de geest van de eugenetica. Het moge duidelijk zijn: de mens heeft vanaf het moment van de bevruchting tot aan zijn natuurlijke dood het recht op leven, maar het amendement stelt dit recht radicaal ter discussie. Een ongeboren mens die ziek is, zou enkel vanwege dit feit niet langer recht op leven hebben. Dat is dus precies het tegenovergestelde van geneeskunde, namelijk levensberoving.

Daarom is het verslag-Trakatellis onaanvaardbaar en is dit schandalige amendement een smet op het blazoen van dit Parlement, dat zich voor het overige altijd zeer verdienstelijk heeft gemaakt voor de bio-ethiek en de bescherming van het ongeboren leven.

 
  
MPphoto
 

  Ingeborg Gräßle (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, bij de stemming over de kwijting heb ik voor het eerst sinds ik lid ben van het Parlement tegen de aan de Commissie te verlenen kwijting gestemd. Daarvoor heb ik mijn redenen. Het gaat mij vooral om de manier waarop de Europese Commissie gedurende het toetredingsproces van de nieuwe lidstaten Roemenië en Bulgarije de vinger aan de pols heeft gehouden.

We hebben in Roemenië en Bulgarije te maken met een waaier aan problemen, met een grote mate van corruptie, met veel geld, waaronder veel Europees geld, dat is zoekgeraakt. De Europese Commissie heeft pas in 2008 een begin gemaakt met het bevriezen van tegoeden. We zijn in 2007 veel geld kwijtgeraakt en hebben op dit moment te maken met gebrekkig functionerende controlemechanismen, voor zover ze al bestaan. In Roemenië tiert de corruptie welig en ondervindt het rechtsapparaat problemen. Dit is allemaal te wijten aan de manier waarop het pre-toetredingsproces is verlopen.

Het is mij er vooral om te doen een signaal af te geven. Ik wil de Europese Commissie duidelijk maken dat zij bij toekomstige toetredingen anders te werk moet gaan en dat zij, afgaande op het verloop van eerdere toetredingen, desgewenst veel effectiever sturing kan geven aan de uitbreiding.

Ik roep de Commissie op om beide lidstaten te helpen bij de totstandbrenging van degelijke financiële controlesystemen en om samen met beide lidstaten de structurele zwakke punten aan te pakken. Anders ontstaat er een hoofdpijndossier dat heel Europa voor structurele problemen zal plaatsen.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Casaca (A6-0184/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alexander Alvaro (ALDE), schriftelijk. (DE) Het Europees Parlement heeft vandaag het verslag-Casaca over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2007 in stemming gebracht. In het verslag is ook aandacht besteed aan het pensioenfonds van het Europees Parlement.

Het pensioenfonds van het Europees Parlement voorziet in een vrijwillige pensioenregeling. Er zijn bij het pensioenfonds liquiditeitsproblemen gerezen en ook is er sprake van een tekort.

De FDP in het Europees Parlement vindt het niet goed dat er belastinggeld wordt gebruikt om het tekort aan te vullen. Het is onverantwoord om de Europese belastingbetaler op te laten draaien voor de verliezen. De FDP in het Europees Parlement stemt tegen de kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement, want het is niet helemaal uitgesloten dat er belastinggeld wordt gebruikt om het tekort aan te vullen.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De Britse Conservatieven hebben niet kunnen instemmen met de kwijting voor de Europese begroting voor het begrotingsjaar 2007, afdeling I – Europees Parlement. We staan erop dat de Europese belastingbetaler waar voor zijn geld krijgt met de parlementaire begroting en daarom steunen we het grootste gedeelte van het verslag van de rapporteur. We zijn vooral blij met de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de parlementaire begroting, zoals gerapporteerd door de Rekenkamer in zijn verslag uit 2007. Ook steunen we de opmerkingen van de rapporteur over het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden. We zullen echter niet afwijken van onze gewoonte om tegen het verlenen van kwijting te stemmen, totdat we echte vooruitgang zien in de richting van een betrouwbaarheidsverklaring zonder voorbehoud van de Europese Rekenkamer.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Frassoni (Verts/ALE), schriftelijk. − (EN) Vandaag heeft de Fractie De Groenen gestemd voor het verslag-Casaca over kwijting van het EP.

We willen benadrukken dat met de plenaire aanneming van het verslag, het voorzitterschap van dit Parlement zijn verantwoordelijkheid moet nemen en zich meteen moet buigen over de tot dusver aangenomen tekst over het vrijwillige pensioenfonds, en dat er duidelijke afspraken gemaakt moeten worden die ervoor zorgen dat het vrijwillige pensioenfonds in geen geval door extra geld uit de begroting van het Parlement wordt gesubsidieerd, direct of indirect, en dat de lijst met deelnemers aan het fonds, zonder verdere vertraging openbaar wordt gemaakt.

Duidelijk moet worden gemaakt dat, zolang het Parlement de pensioenrechten van zijn afgevaardigden moet garanderen, het EP volledige zeggenschap moet hebben over het fonds en zijn investeringsbeleid. We verwachten dat deze beslissingen voor het einde van april 2009 worden genomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. − (EN) Ik stem niet aangezien ik lid ben van het pensioenfonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) We hebben om drie redenen tegen het verslag-Casaca over de kwijting van het Europees Parlement voor 2007 gestemd. In de eerste plaats verzetten we ons tegen de omstandigheid dat het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden wordt gefinancierd met het geld van belastingbetalers. In de tweede plaats verzetten we ons tegen het feit dat het geld van belastingbetalers aan een particulier pensioenfonds wordt gegeven terwijl de lijst van deelnemers en begunstigden geheim wordt gehouden en niet bekend wordt gemaakt.

In de derde plaats zijn we helemaal tegen het gebruik van nog meer belastinggeld om het huidige tekort van het pensioenfonds, dat een gevolg is van speculatieve investeringen, op te vullen. We steunen de paragrafen 105 en 109 van het verslag-Casaca, die een oplossing bieden voor een aantal bezwaren van ons met betrekking tot het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden. Echter, omdat het verslag-Casaca geen verandering brengt in de huidige situatie, hebben we tegen het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2007 gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Kartika Tamara Liotard en Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) We hebben om drie redenen tegen het verslag-Casaca over de kwijting van het Europees Parlement voor 2007 gestemd. In de eerste plaats zijn we tegen een situatie waarbij het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden wordt gefinancierd met het geld van belastingbetalers. In de tweede plaats verzetten we ons tegen het feit dat het geld van belastingbetalers aan een particulier pensioenfonds wordt gegeven terwijl de lijst van deelnemers en begunstigden geheim wordt gehouden en niet bekend wordt gemaakt.

In de derde plaats zijn we helemaal tegen het gebruik van nog meer belastinggeld om het huidige tekort van het pensioenfonds, dat een gevolg is van speculatieve investeringen, op te vullen. We steunen de paragrafen 105 en 109 van het verslag-Casaca, die een oplossing bieden voor een aantal bezwaren van ons met betrekking tot het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden. Echter, omdat het verslag-Casaca geen verandering brengt in de huidige situatie, hebben we tegen het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2007 gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Toine Manders (ALDE), schriftelijk. − Helaas moest ik het begin van de stemming missen, maar ik deel volledig de strekking van de verslagen over de kwijting en van het verslag-Casaca in het bijzonder. Het zou onverantwoord zijn als we, zeker in deze tijden, met belastinggeld tekorten in het pensioenfonds zouden aanvullen. Een eventueel tekort in het fonds is een kwestie van het fonds en zijn leden, en niet van de Europese belastingbetaler.

Parlementariërs hebben een voorbeeldfunctie en moeten voorzichtig omgaan met gemeenschapsgeld. Dat geldt voor hun inkomsten, pensioenen en vergoedingen. Daarom ben ik blij dat het Parlement vandaag zijn goedkeuring aan het verslag heeft gehecht.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. − (SV) Ik weiger kwijting te verlenen aan een instelling die meer dan één miljard euro verspilt aan een aanvullende pensioenverzekering die voor tweederde met publieke middelen is gefinancierd. Leden van het Europees Parlement die bij dat aanvullend pensioenfonds zijn aangesloten moeten een verlaging van die luxepensioenen aanvaarden, zoals wie een klein inkomen heeft gedwongen is een verlaging van zijn of haar pensioen te aanvaarden. De kwijting slaat op 2007, maar wij kunnen geen jaar wachten met het bekritiseren van een besluit uit 2008 over aanvullende betalingen aan het pensioenfonds.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Ik heb van stemming afgezien, omdat ik op 21 april 2009 uit het vrijwillige pensioenfonds ben gestapt en daarom het stemresultaat niet wilde beïnvloeden.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. − (EN) Wij, als leden van het Parlement, zijn er om de Europese bevolking te vertegenwoordigen en te dienen. Al onze kiezers lijden aan de gevolgen van de economische crisis, vooral wat betreft hun pensioenen, die ze fors hebben zien slinken. In mijn eigen kiesdistrict van Munster in Ierland, gaan veel arbeiders een onzekere oude dag tegemoet, omdat de pensioenen die ze hebben opgebouwd, veel aan waarde hebben verloren; in sommige gevallen hebben ze zelfs met de sluiting van hun bedrijf hun hele pensioen verloren.

Met betrekking tot het stemmen over dit verslag ben ik blij te melden dat ik er belang bij heb, zoals de regels van het Parlement dat verlangen. Als Parlementslid doe ik mee aan een pensioenfonds. Ik zie dit echter niet als een belangenverstrengeling.

Het lijkt mij onredelijk dat leden van het Parlement immuniteit genieten, en wij zouden net zo goed de lasten van de economische crisis moeten dragen. Als lid van het Parlement stel ik het belang van de burger boven dat van mijzelf.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ik heb om drie redenen tegen het verslag Casaca over de kwijting van het Europees Parlement voor 2007 gestemd. In de eerste plaats ben ik tegen een situatie waarbij het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden wordt gefinancierd door het geld van belastingbetalers. In de tweede plaats verzet ik me tegen het feit dat het geld van belastingbetalers aan een particulier pensioenfonds kan worden gegeven terwijl de lijst van deelnemers en begunstigden geheim wordt gehouden en niet bekend wordt gemaakt.

In de derde plaats ben ik helemaal tegen het gebruik van nog meer belastinggeld om het huidige tekort van het pensioenfonds, dat een gevolg is van speculatieve investeringen, op te vullen. Wel steun ik de paragrafen 105 en 109 van het verslag-Casaca, die een oplossing bieden voor een aantal bezwaren die ik heb met betrekking tot het vrijwillige pensioenfonds van de Parlementsleden. Echter, omdat het verslag-Casaca geen verandering brengt in de huidige situatie, heb ik tegen het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2007 gestemd.

 
  
  

- Aanbeveling voor tweede lezing: Ticău (A6-0210/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Dit voorstel brengt verduidelijking in de regels voor het uitoefenen van het beroep van wegvervoerondernemer.

De nieuwe regels worden voorgesteld om de verkeersveiligheid en de kwaliteit in deze bedrijfssector te verbeteren en gezamenlijke criteria op te stellen voor het financieel management van deze bedrijven.

De verplichting dat het bedrijf aangestuurd dient te worden door een daartoe gekwalificeerde vervoersmanager en moet kunnen aantonen financieel gezond te zijn, is onderdeel van de nieuwe aanpak van deze bedrijfsactiviteiten.

Andere belangrijke elementen in deze tekst zijn de bescherming van persoonsgegevens, het bijhouden van een register, met een openbaar en een vertrouwelijk deel, en het beëindigen van de praktijk van zogenaamde "postcodebedrijven".

De voorwaarden voor de uitoefening van dit beroep, met name die met betrekking tot betrouwbaarheid, financiële gezondheid en vakbekwaamheid, moeten tot meer helderheid leiden in deze bedrijfstak, waardoor deze zich naar wij hopen op een meer transparante wijze kan ontwikkelen, klanten beter worden beschermd en meer veiligheid wordt gewaarborgd.

 
  
  

- Aanbeveling voor tweede lezing: Grosch (A6-0211/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Dirk Sterckx (ALDE), schriftelijk. − (EN) Ik verzet me tegen het compromis dat de rapporteur en de Raad hebben bereikt met betrekking tot de regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg. Wij vinden dat het scheppen van nieuwe grenzen en beperkingen voor cabotage in de vervoerssector niet de oplossing is voor de problemen waar het wegvervoer als gevolg van de economische crisis mee te maken heeft. Bovendien kunnen we, vanuit ecologisch oogpunt, beperkingen als de eis dat vervoerde goederen in het kader van inkomend internationaal vervoer volledig geleverd moeten zijn voordat er cabotageverrichtingen kunnen worden uitgevoerd, niet goedkeuren. Dit is geheel in strijd met de realiteit van het wegvervoer en staat een efficiënte organisatie van het vrachtvervoer in de weg. Dit zal leiden tot meer lege vrachtwagens.

Echter, ik ben sterk voor een hele strikte aanpak betreffende de toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer. Als we strikte regels hebben wat betreft de toegang tot het beroep, hoeven we niet te vrezen voor een open Europese vervoersmarkt.

 
  
  

- Verslag-Ticău (A6-0254/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik erken de noodzaak van het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen, en ik ben ervan overtuigd dat de EU hierin een duidelijke rol kan spelen. Eigenlijk denk ik dat dit verslag niet genoeg belang hecht aan de energie-efficiëntie van gebouwen in de bredere context van het aanpakken van milieuaangelegenheden zoals de klimaatverandering.

Gebouwen energie-efficiënter maken is relatief eenvoudig, relatief goedkoop en relatief voordelig. Het energie-efficiënter maken van gebouwen zou ook een enorm positieve invloed hebben op de CO2-uitstoot in de EU. De Europese Commissie heeft energie-efficiëntie echter consequent genegeerd en heeft liever de auto-industrie willen straffen. Ik ben ervan overtuigd dat het aanwijzen van autofabrikanten als de schuldigen van het klimaatprobleem, een zeer gebrekkige en averechts werkende tactiek is.

Helaas heeft Nissan, binnen mijn kiesdistrict van Noordoost-Engeland, onlangs aangekondigd banen te zullen schrappen en de productie te zullen terugschroeven. Het zou naïef zijn om de rol van EU-regelgeving in de huidige crisis die de auto-industrie treft, te negeren. Deze crisis had grotendeels voorkomen kunnen worden met een evenwichtiger EU-milieubeleid dat voldoende belang had gehecht aan het belang van energie-efficiënte gebouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. − (RO) Ik heb gestemd voor het verslag van mevrouw Ţicău, omdat ik van mening ben dat het verbeteren van de energieprestaties van gebouwen essentieel is voor de bescherming van het milieu, maar ook voor het terugdringen van de door de burgers gedragen energieverliezen.

Tegelijkertijd moeten de Europese burgers niet alleen opdraaien voor de kosten van het renoveren van gebouwen om deze energie-efficiënter te maken. De EU en de lidstaten moeten hiertoe financiële middelen ter beschikking stellen, zoals: de oprichting van een Fonds voor energie-efficiëntie, met bijdragen uit de communautaire begroting, van de Europese Investeringsbank en van de lidstaten dat ten doel heeft ervoor te zorgen dat er meer particuliere en openbare investeringen worden vrijgemaakt voor projecten ter verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen; een verlaagd Btw-tarief voor diensten en producten die dienen ter verbetering van de energie-efficiëntie van gebouwen of verband houden met energie uit hernieuwbare bronnen; uitbreiding van de subsidiabiliteitscriteria voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling van renovatie van gebouwen, niet alleen van woningen, om deze energie-efficiënter te maken; projecten met directe overheidsuitgaven; subsidies en garanties voor leningen; en sociale bijstand.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) De prijs van de energie en de veiligheid van de energievoorziening zijn van vitaal belang voor het concurrentievermogen van de EU. Verbetering van de energie-efficiëntie is voor de EU de goedkoopste manier om haar CO2-emissiedoelen te halen, banen te scheppen, de kosten voor het bedrijfsleven te verlagen, de sociale gevolgen van prijsstijgingen voor energie aan te pakken en de toenemende afhankelijkheid van de EU van energieleveranciers van buiten de Gemeenschap te verminderen.

Het energieverbruik van gebouwen maakt momenteel veertig procent van het totale verbruik uit en deze situatie kan worden verbeterd door middel van de herschikking van de richtlijn betreffende de energieprestaties van gebouwen. Alle betrokkenen dienen op de hoogte te zijn van de voordelen van betere energieprestaties en toegang te hebben tot alle informatie over de manier waarop dit bereikt kan worden. Het is dan ook van belang dat de financiële instrumenten voor het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen toegankelijk zijn voor lokale en regionale overheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik ben blij met het initiatief om de doeltreffendheid van de energieprestaties van gebouwen te waarborgen. Er moet duidelijk naar een evenwicht worden gezocht tussen de noodzakelijke maatregelen om de uitstoot van CO2, waar maar we kunnen, tegen te gaan en de economische lasten. Het idee van een energiecertificering van zulke gebouwen is een van de hoofdpunten die bijdragen aan een bewust verbruik.

 
  
  

- Verslag-Gauzès (A6-0191/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jens Holm, Kartika Tamara Liotard, Erik Meijer en Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) We zijn grote voorstander van strengere regels voor financiële activiteiten en ratingbureaus. We hebben er echter voor gekozen om vandaag tegen het verslag van de heer Gauzès te stemmen, omdat het verslag ontoereikend is en de punten waar het echt om gaat, onvoldoende worden benadrukt. Er bestaat een sterke behoefte aan publieke ratingbureaus zonder winstoogmerk, aangezien dit de enige manier is om belangenconflicten in het ratingproces te voorkomen. Dit probleem komt in het verslag onvoldoende aan bod.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik sluit mij zonder aarzelen aan bij het verslag van de heer Gauzès, die eens te meer blijk heeft gegeven van zijn kwaliteiten als onderhandelaar. Gelukkig kon er snel een compromis worden bereikt over deze tekst.

Door zich uit te rusten met een regelgevingskader voor ratingbureaus, loopt Europa voorop en wijst het de weg, terwijl de Verenigde Staten op dit gebied nog niet concreet hebben gereageerd. De geloofwaardigheid van en het vertrouwen in de kapitaalmarkten zijn voor een deel afhankelijk van de ratings die door deze bureaus worden opgesteld en afgegeven.

Het regelgevingskader dat wij vandaag opstellen, zou de voorwaarden waaronder deze ratings worden voorbereid, moeten kunnen verbeteren, indien ze in een toezichthoudend kader worden toegepast voor gereglementeerde activiteiten.

Het was echter belangrijk dat dit compromis niet zou uitlopen op oplossingen die er louter op gericht zouden zijn om iedere verwijzing naar ratings, in welke context dan ook, te verbieden, indien ze niet in het kader van deze verordening zouden zijn opgesteld. Een dergelijke aanpak zou niet alleen afbreuk doen aan de essentiële vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van handel, maar zou waarschijnlijk ook de niet-Europese markten hebben bevoordeeld, ten koste van de in Europa gevestigde markten, zoals zij waarschijnlijk ook particuliere en vertrouwelijke financiële operaties zou hebben bevoordeeld, ten koste van publieke operaties die aan regels inzake transparantie zijn onderworpen. Daarom heeft de gekozen oplossing mijn volledige instemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) De wereldeconomie verkeert nog altijd in zwaar weer en gisteren nog deelde het Internationaal Monetair Fonds mee dat het goed mogelijk is dat de financiële crisis nog ernstiger wordt. Het zal wel niemand verwonderen dat regeldrang en controlehysterie nu hoogtij vieren.

Verregaande controlesystemen voor het functioneren van de financiële markt beginnen te schetsen nog voor de onderzoeken uitgevoerd en de analyses afgerond zijn, is echter een vreselijke fout. Vele belangrijke actoren, waaronder de Zweedse nationale bank, zijn van mening dat de Commissie er niet op geloofwaardige manier in is geslaagd om een falen van de markt aan te tonen dat bijkomende regulering van ratingbureaus rechtvaardigt.

Daar trekt de EU zich klaarblijkelijk niets van aan. De wetgevers in Brussel zijn er in plaats daarvan op ingesteld dat de turbulentie op de mondiale financiële markten een aanleiding voor de EU vormt om haar standpunten naar voren te schuiven. Als er een systeem is dat in de wereld van vandaag letterlijk mondiaal is, zijn het de financiële markten. Bijkomende controle van bijvoorbeeld ratingbureaus zou daarom, indien en wanneer dit noodzakelijk wordt geacht, op mondiaal niveau ingevoerd en gepland moeten worden. Omdat men in dit Parlement oplossingen zoekt binnen het kader van de EU-samenwerking, heb ik gekozen om tegen het verslag te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mary Lou McDonald (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) Ik ben helemaal voor strengere regels voor financiële activiteiten en ratingbureaus.

Ik heb er echter wel voor gekozen om vandaag tegen het verslag van de heer Gauzès te stemmen, omdat het verslag ontoereikend is en de punten waar het echt om gaat, onvoldoende worden benadrukt. Er is een sterke behoefte aan publieke ratingbureaus zonder winstoogmerk, aangezien dit de enige manier is om belangenconflicten in het ratingproces te voorkomen. Dit vraagstuk komt in het verslag onvoldoende aan bod. Dit is slechts één voorbeeld van de vele tekortkomingen van dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Het is hoog tijd dat er een einde wordt gemaakt aan de grijze gebieden op de financiële markten en dat er strengere regels komen. Alleen doen we op die manier louter aan symptoombestrijding en pakken we de oorzaken niet aan. Dankzij de deregulering van de afgelopen jaren konden er legio financiële producten op de markt worden gebracht die dermate ingewikkeld zijn dat men er geen wijs uit kan worden. In verband hiermee heb ik vóór een strenger financieel toezicht gestemd, ook al besef ik dat daarmee bij lange na niet kan worden volstaan.

De enige manier om te voorkomen dat opnieuw dergelijke kaartenhuizen worden gebouwd, is het verbieden van gevaarlijke financiële producten. Met één enkele toezichthouder zou wel meer bureaucratie worden gecreëerd, maar groeit niet de economische rationaliteit en komt er evenmin een einde aan de goklust.

 
  
MPphoto
 
 

  John Purvis (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Hoewel de ratingbureaus enige schuld op zich zullen moeten nemen voor de mislukkingen in de securisatie van risicovolle hypotheekleningen die tot de financiële crisis hebben geleid, is het nogal spijtig dat de conservatieve delegatie van het Verenigd Koninkrijk voor goedkeuring heeft gestemd van de plannen om de ratingbureaus te controleren, zoals in het verslag-Gauzès is te lezen. Ratingbureaus moeten niet tot zondebokken worden gemaakt, aangezien het bankwezen en de regelgevingscultuur die risicostrategieën aan de achterkamertjes overlieten, evengoed schuld treft.

We hopen dat de EU, de Verenigde Staten en de ratingbureaus samen kunnen werken om een stelsel op te richten dat naar behoren functioneert. Hiertoe moet een logge regelgevingsaanpak plaats maken voor een aanpak die het risico-element dat inherent is aan alle investeringen erkent en die ruimte laat om ratings die aangegaan zijn buiten het bereik waar we vandaag over hebben gestemd, goed te kunnen keuren. De aanpak moet vooral flexibel genoeg zijn om zich aan nieuwe omstandigheden aan te passen en om de markt van ademruimte te voorzien.

 
  
MPphoto
 
 

  Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Op grond van mijn speciale contacten met de ratingsector, heb ik niet deel aan deze stemming deelgenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. (EN) De aanbevelingen van de G20 aan de werkgroep financiële diensten vragen duidelijk om meer transparantie en regulering van ratingbureaus. Dit verslag, dat een antwoord is van het Europees Parlement op de G20, is de juiste balans. Er blijft echter wel enige twijfel bestaan over het bevoegdheidsniveau van het CEER als dat een centrale rol wil spelen in zulke regelgeving.

 
  
  

- Verslag-Albertini (A6-0250/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Bedankt mijnheer de Voorzitter. Ik heb voor gestemd.

Verordeningen (EG) nr. 11/98 en nr. 12/98 van de Raad hebben geleid tot de vorming van de interne markt voor internationaal vervoer met touringcars en autobussen. Deze liberalisering heeft bijgedragen aan de constante toename van het verkeersvolume met betrekking tot de sector, die vanaf halverwege de jaren negentig tot heden continu is gegroeid.

De bescherming en inachtneming van de rechten van reizigers zijn echter niet gelijk opgegaan met deze positieve tendens: reizigers hebben melding gemaakt van talloze problemen, waaronder annuleringen, dubbele boekingen, zoekgeraakte bagage en vertragingen.

In tegenstelling tot reizigers die een ander vervoersmiddel kiezen, worden passagiers van touringcars en autobussen nog niet beschermd, vanwege een leemte in de communautaire wetgeving.

Ik juich daarom het voorstel toe van de Commissie vervoer en toerisme die, door middel van het document waarover wij op het punt staan te gaan stemmen, probeert hun rechten vast te leggen. Dit voorstel is met name bijzonder interessant omdat het vervoerders aansprakelijk stelt in geval van overlijden of letsel, vergoedingen en hulp in geval van annuleringen en vertragingen introduceert, de rechten van personen met een beperkte mobiliteit of andere handicaps erkent en zorgt dat er instellingen worden opgericht die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de naleving van deze verordening en voor de afhandeling van klachten.

Het is een belangrijke stap op weg naar gelijke rechten voor alle reizigers.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Crowley (UEN), schriftelijk. (EN) De Europese Unie heeft een succesvolle interne markt gecreëerd met een ongekend niveau van verkeer van kapitaal, diensten en personen. Maar het creëren van deze vrijheid van verkeer alleen is niet genoeg. We moeten burgers van EU-landen beschermen wanneer zij door de Unie reizen en we moeten ervoor zorgen dat zij gelijke toegang hebben tot onze vervoersdiensten.

We hebben het succes gezien van EU-beleid voor toegang voor passagiers en recht op compensatie in de sector luchtvervoer, en ik ben zeer verheugd over het feit dat de EU koploper is geworden met soortgelijke voorstellen voor andere vervoerssectoren. Het is echter wel belangrijk dat we altijd de specifieke aard van elke vervoerssector respecteren. Hoewel dezelfde beginselen van rechten en eerlijke toegang en aanverwante rechten zouden moeten gelden voor alle vervoerswijzen, moeten we rekening houden met de specifieke eigenschappen van elke vervoerswijzen. Anders benadelen we zowel de passagier als de exploitant.

Ik ben blij dat het Europees Parlement voor dit pakket met rechten voor passagiers, dat vervoer over zee en binnenwateren en vervoer per autobus en touringcar omvat, wetgeving heeft gemaakt die eerlijk en gebalanceerd is en die zal bewijzen zeer effectief te zijn voor het beschermen en bevorderen van de passsagiersrechten in de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De conservatieven verwelkomen het algemene doel van het verbeteren van passagiersrechten, toegang voor gehandicapten en het creëren van een gelijk speelveld voor internationale busgebruikers, en hebben daarom voor het verslag gestemd. We hadden echter wel graag een uitzondering gezien voor regionale diensten aangezien het Verenigd Koninkrijk de markten heeft geliberaliseerd die verder zijn gegaan dan openbare dienstcontracten om zo de concurrentie te openen. Daarnaast lijkt het voorstel de lokale aard van busdiensten die in grensgebieden opereren, niet te erkennen. De conservatieven maken zich ook zorgen om de evenredigheid van bepaalde aspecten van de voorgestelde wetgeving, voornamelijk de aansprakelijkheidsbepalingen. Anders dan de spoorweg- en luchtvervoerssectoren bestaat de bus- en touringcarindustrie uit een groot aantal kleine en middelgrote ondernemingen met beperkte middelen.

 
  
MPphoto
 
 

  Fernand Le Rachinel (NI), schriftelijk. – (FR) Autobus- en touringcarpassagiers zouden dezelfde rechten moeten hebben als luchtvaart- of spoorwegpassagiers. Dat is de filosofie van dit verslag.

In feite, en uit principe, moeten alle passagiers gelijk zijn voor de wet.

Nochtans dient op tal van punten een voorbehoud te worden gemaakt.

Dit hangt samen met de aard van deze sector, waarin micro-ondernemingen en KMO's de overhand hebben. Wij kunnen ons niet tevredenstellen met maatregelen zoals de in de plenaire vergadering voorgestelde maatregelen die, onder het mom van een betere bescherming van passagiersrechten, alleen maar zullen leiden tot onhanteerbare verplichtingen voor autobus- en touringcarchauffeurs en onvermijdelijke tariefverhogingen voor de passagiers zelf.

Waarom zouden wij van een chauffeur, wiens beroep eruit bestaat om veilig te rijden, verlangen dat hij een specifieke opleiding volgt, zodat hij gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit de nodige bijstand kan verlenen?

Waarom zouden wij stedelijke, voorstedelijke en regionale vervoersdiensten, die al onder contracten inzake openbare dienstverlening vallen, niet duidelijk uitsluiten van de toepassingssfeer van deze nieuwe Europese verordening?

Waarom zouden wij recht op compensatie van 200 procent van de prijs van het vervoerbewijs willen instellen in geval van instapweigering wegens overboeking?

In Frankrijk heeft de nationale federatie voor het reizigersvervoer (FNTV) voor al deze problemen pragmatische oplossingen voorgesteld. Sommige daarvan zijn in aanmerking genomen, maar niet allemaal. Dat is jammer.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Het verslag van collega Albertini beoogt een bijdrage te leveren aan het tot stand brengen van een duidelijker kader voor het gebruik en de exploitatie van autobus- en touringcarvervoer. Het verslag richt zich op de verbetering van de veiligheid voor passagiers én bedrijven, door in te gaan op kwesties als de rechten van personen met beperkte mobiliteit, en door duidelijkere regels te stellen voor aansprakelijkheid bij overlijden of letsel van passagiers en voor gevallen van verlies of beschadiging van bagage. Ook worden oplossingen aangedragen voor compensatie en bijstand bij annulering, vertraging of onderbreking van de reis.

Zo worden de voorwaarden gecreëerd voor de verbetering van de informatie aan de passagiers voor, tijdens en na de reis en worden de rechten van passagiers en de plichten van vervoerders duidelijker vastgelegd, om hun concurrentievermogen en de veiligheid te verbeteren.

 
  
  

- Verslag-Crowley (A6-0070/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag van Brian Crowley gestemd over de beschermingstermijn van het auteursrecht en van bepaalde naburige rechten omdat dit in het belang is van Europese artiesten en de Europese muziek.

Het voorstel van het Europees Parlement is in het belang van artiesten, omdat hun rechten gedurende hun hele leven beschermd worden, vergelijkbaar met de situatie in de VS en in overeenstemming met de Europese beginselen, waarin een belangrijke plaats wordt toegekend aan creativiteit en cultuur.

Ik denk dat de verlenging van de beschermingstermijn van 50 naar 70 jaar de investeringen in muzikale innovatie zal stimuleren en tot een grotere keuze voor de consument zal leiden, en dat Europa daardoor zal kunnen blijven concurreren met de grote wereldmarkten voor muziek.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasco Graça Moura (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) De managers in de Portugese muzieksector vinden deze kwestie van groot belang voor de Europese en Portugese muziekindustrie. Ze vinden het voorstel van de Commissie voor verlenging van de beschermingstermijn voor kunstenaars en producenten van fonogrammen ten aanzien van opnamen noodzakelijk, wil Europa kunnen blijven concurreren met de grote wereldmarkten op het gebied van muziek.

De steun voor dit voorstel bij artiesten en producenten is overduidelijk, gezien het feit dat bijna 40 000 artiesten en musici een petitie hebben getekend waarin de Europese Unie wordt opgeroepen het verschil in lengte van de beschermingstermijn met andere landen, waar deze langer is, terug te brengen.

Men hoopt dat de verlenging van de beschermingstermijn ertoe zal leiden dat er meer wordt geïnvesteerd in een grote variatie aan muziek en dat dit een grotere keuze zal opleveren voor de consument. Verder moet nog benadrukt worden dat de fonografische industrie belangrijk is voor de werkgelegenheid, een belangrijke fiscale opbrengst levert en een grote exporteur van intellectuele eigendom is.

Om deze redenen, die werden aangevoerd door de betrokkenen, heb ik mijn stem gegeven aan de compromistekst waarover vandaag gestemd wordt. De aanneming hiervan maakt een consensus mogelijk tussen de Raad en het Parlement en maakt de weg vrij voor de aanneming van de Richtlijn door de Raad.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik heb ingestemd met amendement 79 om het voorstel over het verlengen van de beschermingstermijn van het auteursrecht op geluid langer te maken dan 50 jaar, terug te sturen naar de Commissie.

Ik vind dat het voorstel van de Commissie beter moet worden voorbereid, en daarom moet het Parlement meer tijd uittrekken voor het nemen van deze beslissing. In zijn huidige versie lijkt het voorstel van de Commissie een objectieve reden te geven om kunstmatige monopolies te creëren op het gebied van cultureel werk.

Ik ben het er volledig mee eens dat veel artiesten te weinig voordeel kunnen halen uit hun werk. De oplossing is echter niet om het de productiebedrijven naar hun zin te maken, maar om werkelijk de opbrengsten te verschuiven van de bedrijven naar de artiesten.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (PSE), schriftelijk. (EN) Het is niet eerlijk dat de rechten van liedschrijvers of grafisch ontwerpers die de cd ontwerpen levenslang plus 70 jaar worden beschermd, terwijl de rechten van de artiest momenteel slechts 50 jaar vanaf het moment van publicatie beschermd zijn. De termijn is niet meegegroeid met de levensverwachting, wat betekent dat muzikanten precies wanneer zij met pensioen gaan geen vergoedingen meer voor hun werk krijgen, en dat is net wanneer zij het inkomen het hardst nodig hebben. In het huidige systeem worden getalenteerde muzikanten afgezet. 38 000 artiesten hebben onze steun gevraagd om deze discriminatie aan de kaak te stellen. Dit gaat om het gelijktrekken van rechten voor gewone werkende muzikanten.

Ik betreur het dat er veel onjuiste beweringen zijn gedaan over deze wetgeving. Nu, ten tijde van een economische neergang, moeten we steun geven aan onze creatieve sector en onze artiesten, die bijdragen aan ons bnp, onze banen, groei en wereldwijde export. Met deze wet zal er veel gedaan worden om arme muzikanten te helpen die het verdienen om gelijkwaardig te worden behandeld. Ik hoop dat de Raad en de Commissie de stem van het Parlement kunnen accepteren om deze wet te bekrachtigen voor het einde van deze zittingsperiode.

 
  
MPphoto
 
 

  Ieke van den Burg (PSE), schriftelijk. − De PvdA (PSE-Fractie) steunt het geamendeerde voorstel, omdat het een aanzienlijk aantal positieve elementen bevat voor artiesten, zoals de bescherming van de integriteit van de artiest en het fonds voor sessiemuzikanten. Wij hebben voor de amendementen gestemd waarmee wordt getracht de uit de verlengingstermijn voortvloeiende inkomsten voor 100 procent aan de artiesten te geven. Het aangenomen compromis is een stap in de goede richting, maar zeker nog niet optimaal.

De PvdA maakt zich dan ook ernstige zorgen over de positie van kleinere artiesten die, in ruil voor het opnemen van een plaat, de uit de opname voortvloeiende inkomsten die het voorschot overschrijden, moeten afstaan. Wij hopen daarom dat de Europese Commissie op korte termijn met voorstellen zal komen die de positie van de artiesten ten opzichte van platenmaatschappijen structureel verbeteren, ook met betrekking tot contracten die betrekking hebben op de eerste 50 jaar van de naburige rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Wise (NI), schriftelijk. (EN) Hoewel ik het idee van verlenging van de termijn voor auteursrecht volledig ondersteun, is dit voorstel ongeschikt geworden voor het beoogde doel. De EU heeft getoond niet capabel te zijn om dit probleem op een logische en efficiënte manier te benaderen, en dus heb ik ervoor gekozen om tegen te stemmen.

 
  
  

- Verslag-Stockmann (A6-0217/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De instelling van het tweede Marco Poloprogramma is een belangrijke stap, omdat het de toekenning garandeert van noodzakelijke financiële middelen voor maatregelen ter vergroting en verbetering van de milieuprestaties van het vrachtvervoerssysteem.

Het voorstel komt voort uit de evaluatie van het Marco Poloprogramma, waaruit bleek dat de doelstellingen van het eerste Marco Poloprogramma tot dusverre slechts voor 64 procent zijn bereikt, een getal dat heel wat lager ligt dan beoogd.

Het is te hopen dat de financiële voorwaarden voor het nieuwe Marco Poloprogramma beter zullen zijn, zodat de gestelde doelstellingen gehaald kunnen worden. Hieronder vallen nu ook projecten op het gebied van 'snelwegen op zee' en projecten in het kader van maatregelen om de congestie in het wegverkeer te verminderen.

Ik ben van mening dat dit programma, dat erop gericht is een shift te realiseren van het internationale goederenvervoer over de weg naar de korte vaart, het spoorvervoer en de binnenvaart, over alle noodzakelijke middelen moet kunnen beschikken om de congestie in het wegverkeer te verminderen, de vervuiling terug te dringen en het verkeerssysteem efficiënter en duurzamer te maken.

 
  
  

- Verslag-Duchoň (A6-0220/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Jeggle (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Het verslag van de Commissie vervoer en toerisme heeft onvoldoende oog voor het werkelijke belang dat het spoorwegvervoer heeft bij een beter gebruik van het spoorwegennet.

De infrastructuurbeheerders moeten worden verplicht om in hun jaarlijkse dienstregeling voldoende reservecapaciteit achter de hand te houden voor ongeregeld vervoer. Door infrastructuurbeheerders ex ante deze verplichting op te leggen, kunnen zij niet naar eigen inzicht handelen als er tijdig over een dergelijke maatregel moet worden beslist. Het oorspronkelijke Commissievoorstel is daarmee zelfs nog verder aangescherpt, want de reservecapaciteit dient als waarborg voor voldoende kwaliteit van de tracés van het internationaal gefaciliteerde goederenvervoer.

Het is onmogelijk om op basis van de dienstregeling bij benadering aan te geven, hoeveel van de aanvragen van spoorwegbedrijven voor extra treinpaden ook daadwerkelijk worden gehonoreerd. Het gaat hier om capaciteit die bij het opstellen van de dienstregeling niet is meegenomen, met als gevolg dat treinpaden die op een later moment worden aangemeld niet kunnen worden gehonoreerd. Wanneer goederenvervoerders de toch al beperkte netwerkcapaciteit niet gebruiken, gaat deze ten koste van alle gebruikers verloren. In plaats van het eigenlijke doel – beter gebruik van de bestaande capaciteit – zou met deze regeling precies het tegendeel worden bereikt.

Om de negatieve effecten op het passagiersvervoer en op het kort van tevoren aanvraagde goederenvervoer te beperken, moet er een regeling komen die aan infrastructuurbeheerders zelf de ruimte laat om te beslissen of een dergelijke maatregel, gelet op de belangen van het passagiersvervoer per spoor, opportuun is, dan wel om te bepalen op welke manier het beste kan worden beantwoord aan de behoeften van het goederenvervoer per spoor.

 
  
MPphoto
 
 

  Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. − Steeds meer grensoverschrijdend goederenvervoer over de lange afstand is verschoven van het spoor naar de weg. Belangrijke redenen hiervoor zijn dat steeds meer autosnelwegruimte is aangelegd, dat rechtstreekse spooraansluitingen naar bedrijven zijn opgeheven en dat het wegvervoer naar verhouding steeds goedkoper is geworden. Die oorzaken worden meestal vergeten. Alle aandacht gaat uit naar twee andere redenen. De ene is dat de coördinatie tussen spoorwegbedrijven in de verschillende lidstaten tekortschiet, waardoor goederenwagons nodeloos lang moeten wachten voordat ze worden gekoppeld achter een locomotief die ze verder brengt. Daarvoor bestaat nu al een oplossing in de vorm van shuttle-treinen met een vaste dienstregeling.

Het andere kritiekpunt is dat dit vervoer traag is omdat het moet wachten op passagierstreinen die voorrang krijgen. Het verslag-Duchoň was erop gericht die voorrang voor het passagiersvervoer af te schaffen. Op drukke trajecten kan dit betekenen dat de EU de verplichting oplegt om vaste uurdienstregelingen te doorbreken door een aantal treinen te laten uitvallen. De kiezers zullen snel weten dat ze deze verslechtering aan Europa te danken hebben. In plaats van een beperking van het passagiersvervoer is er een oplossing voor de knelpunten en capaciteitstekorten op het spoor nodig. Het is goed dat de tekst hierover is afgezwakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Op dit moment vindt het goederenvervoer vooral plaats over de weg, terwijl het vervoer per spoor, via het water en per vliegtuig afneemt. In tijden van steeds krapper wordende marges en een extreme concurrentiedruk zorgen de inhaalmanoeuvres van oververmoeide vrachtwagenschauffeurs met een te zware lading voor levensgevaarlijke verkeerssituaties. Het steeds verder inzakkende goederenvervoer over de weg brengt niet alleen een onaanvaardbaar grote kans op ongevallen met zich mee, ook de files, het lawaai en de milieuvervuiling die het veroorzaakt, zijn niet te verdragen.

Het is hoog tijd dat het vervoer eindelijk naar het spoor wordt verlegd. Om dat te bereiken, hebben we echter wel beter technische oplossingen nodig. Verder moeten er concepten worden bedacht om logistieke netwerken op elkaar af te stemmen en in organisatorisch opzicht aan elkaar te kunnen koppelen. Ik heb vóór dit verslag gestemd, omdat het op dit punt een stap in de goede richting zet.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. − (PT) De vorming van een echte interne markt voor goederenvervoer per spoor is van groot belang voor de doelstellingen van het Europees beleid op het gebied van duurzaam vervoer. Dat wil zeggen: voor de toekomst van Europa en van het Europese vervoer. Het is ook van belang omdat de sector daarmee een integraal onderdeel gaat uitmaken van de maatregelen die moeten bijdragen aan het welslagen van de Strategie van Lissabon.

Het goederenvervoer per spoor is ook een uiterst belangrijke factor binnen het geheel van alle transportvormen.

De vorming van een Europees spoorwegnet, waarop treinen het goederenvervoer onder goede condities kunnen uitvoeren en gemakkelijk van het ene nationale spoorwegnet op het andere kunnen overschakelen, zal naar verwachting leiden tot een verbetering van het gebruik van de infrastructuur en een versterking van het concurrentievermogen van het goederenvervoer.

Ik vind het van vitaal belang dat er steun wordt gegeven aan maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de situatie van het goederenvervoer per spoor, zodat de sector volledig wordt geïntegreerd in het toekomstige Europese vervoersnetwerk.

 
  
MPphoto
 
 

  Brian Simpson (PSE), schriftelijk. (EN) Ik wil de rapporteur en de Europese Commissie gelukwensen met hun moed bij hun poging om goederenvervoer per spoor in de gehele EU te prioriteren.

Persoonlijk had ik liever een radicaler voorstel gehad, een voorstel waarin wordt gezorgd voor een strategie met voorrangssporen op sommige trajecten en een erkenning van de rest van de spoorwegsector dat goederenvervoer per spoor belangrijk is en moet worden ontwikkeld en ondersteund.

Er zijn twee dingen die goederenvervoer per spoor in Europa tegenwerken. Ten eerste het echte gebrek aan interoperabiliteit, met name bij seinen, en ten tweede, de spoorwegindustrie zelf – met name passagiersvervoerders en infrastructuurbeheerders die samenspannen om ervoor te zorgen dat goederenvervoer per spoor achteraan in de rij komt wanneer het gaat om het toewijzen van rijpaden en het maken van dienstregelingen.

Dit verslag is in ieder geval een begin om dat handige verstandshuwelijk dat nu bestaat, te beëindigen, en exploitanten van goederenvervoer per spoor ten minste een kans te geven om hun onderneming te ontwikkelen.

Als we deze status quo laten voortbestaan, zal er over twintig jaar geen goederenvervoer per spoor meer plaatsvinden. We moeten nu iets doen om ervoor te zorgen dat goederenvervoer per spoor levensvatbaar, aantrekkelijk en competitief blijft, anders lukt het ons nooit om het goederenvervoer van de weg af te krijgen.

 
  
  

- Verslag-Bowis (A6-0233/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik juich het werk toe van mijn collega John Bowis aan dit dossier, dat een mijlpaal is op het gebied van patiëntenrechten. De Britse conservatieven ondersteunen patiëntenmobiliteit binnen de EU en zien het als een manier om de voorziening van volksgezondheidszorg te verbeteren.

Het is wellicht interessant om te weten dat dit vraagstuk voor het eerst in de belangstelling kwam wegens een geval bij het nationale gezondheidsstelsel van het Verenigd Koninkrijk, de NHS (National Health Service). Een vrouw besloot om naar Frankrijk te reizen voor een nieuwe heup omdat haar lokale gezondheidsdienst haar te lang liet wachten, en terug thuis kreeg zij daarvoor geen vergoeding. Zij maakte haar zaak aanhangig bij Europees Hof van Justitie, dat bij zijn uitspraak een belangrijk beginsel stelde: patiënten hebben het recht om naar een andere EU-lidstaat te reizen voor behandeling en deze vervolgens vergoed te krijgen door hun nationale volksgezondheidsdienst.

Ik ben geen fan van het Europees Hof van Justitie, dat een belangrijke rol speelt in de voortdurende groei van nieuwe bevoegdheden van de EU, maar deze uitspraak was enorm belangrijk. Ik hoop dat vele van de kiezers uit mijn kiesdistrict die zwaar teleurgesteld zijn door het wanbestuur van de NHS door de Labourregering, kunnen profiteren van de ideeën uit dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Anne Ferreira (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik heb tegen het verslag over grensoverschrijdende gezondheidszorg gestemd, omdat het niet beantwoordt aan de EU-doelstelling inzake een hoog niveau van de gezondheidszorg, overeenkomstig artikel 152 van het Verdrag, en aan de vraag van de Europese burgers om een kwalitatief hoogstaande en veilige gezondheidszorg in hun directe omgeving te kunnen krijgen.

De voorafgaande toestemming wordt in het verslag niet tot vaste regel verheven voor de mogelijkheid zich in een andere lidstaat van de EU te laten behandelen. Voorafgaande toestemming maakt het mogelijk het financiële evenwicht van de socialezekerheidsstelsels te beheersen, en biedt patiënten gegarandeerde voorwaarden voor terugbetaling en de informatie die zij nodig hebben, voordat zij zich in een buitenlands ziekenhuis laten behandelen.

Daarnaast is het niet aanvaardbaar om een verbetering van de kwaliteit van de gezondheidszorg te willen bereiken door zorgaanbieders met elkaar te laten concurreren, of om het vrij verkeer van patiënten tot grondbeginsel te verheffen: dit vrije verkeer hangt in de allereerste plaats af van hun gezondheidstoestand.

De aangenomen amendementen zijn te onnauwkeurig, waardoor de weg wordt vrijgemaakt om problemen door het Hof van Justitie van de EU te laten oplossen.

Door deze richtlijn wordt de ongelijkheid op het gebied van gezondheidszorg tussen de Europese burgers alleen maar versterkt, want alleen degenen die de zorgkosten kunnen voorschieten, zullen kwalitatief hoogstaande gezondheidsdiensten kunnen kiezen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Het is ernstig dat het verslag is aangenomen zonder de grondslag ervan, artikel 95, te wijzigen, waardoor de gezondheidszorg in de interne markt wordt gezien als handelswaar, hetgeen onacceptabel is. Het was om die reden beter geweest als het voorstel van de Commissie was afgewezen, zoals wij hebben bepleit. Helaas is ons standpunt niet door een meerderheid overgenomen.

Daardoor wordt in het kader van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg niet de exclusieve bevoegdheid gewaarborgd van de lidstaten ten aanzien van besluitvorming over de organisatie en financiering van hun gezondheidszorgstelsel. Daaronder valt ook hun bevoegdheid ten aanzien van de invoering van een systeem voor voorafgaande toestemming voor de vergoeding van de kosten van in een andere lidstaat verleende zorg.

Noch het recht van burgers op gezondheidszorg, noch de rechten van de beroepsgroep in de betreffende sector zijn gewaarborgd. Wat nodig was geweest, was het vergroten van de solidariteit en de coördinatie tussen de sociale zekerheidsstelsels van de verschillende lidstaten van de Europese Unie, door de toepassing en verbetering van de rechten van gebruikers van de gezondheidszorg en door beter in te gaan op de behoeften van deze gebruikers.

Om al deze redenen hebben wij tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Christa Klaß (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Ik heb vóór de richtlijn betreffende de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg gestemd, want zij biedt patiënten meer rechtszekerheid. Vooral in de grensregio's van de Europese Unie, waaronder mijn geboortestreek in de "Grande Région" van Duitsland, België, Luxemburg en Frankrijk, alsook voor plattelandsgebieden met te weinig medische voorzieningen, levert het vergroten van de patiëntenmobiliteit een belangrijke bijdrage aan een betere en efficiëntere gezondheidszorg.

De Duitse gezondheidszorgsector heeft baat bij de grensoverschrijdende patiëntenmobiliteit als patiënten uit andere EU-lidstaten in toenemende mate gebruik gaan maken van onze hoogwaardige medische diensten, bijvoorbeeld op het gebied van revalidatie. Maar de soevereiniteit van de lidstaten moet wel worden geëerbiedigd. De lidstaten blijven zelf verantwoordelijk voor hun medische voorzieningen en voor de organisatie van hun eigen zorgstelsel. Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel mag de richtlijn alleen een regeling treffen voor de terreinen die te maken hebben met grensoverschrijdende patiëntenmobiliteit. Er mag niet worden getornd aan de hoge kwaliteits- en veiligheidsnormen die we in Duitsland hebben. De lidstaten hebben goede redenen om zich aan bepaalde ethische normen te houden, bijvoorbeeld op het gebied van kunstmatige bevruchting, DNA-analyse en stervensbegeleiding. Deze normen mogen niet ter discussie worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik ben blij met de doelstellingen van dit verslag, die erop gericht zijn gezondheidszorg aan patiënten in een andere lidstaat dan hun eigen lidstaat te vergemakkelijken en de procedures voor terugbetaling na de behandeling, die op dit moment in de Europese wetgeving ontbreken, te verhelderen. Veilige, effectieve en kwalitatief hoogstaande gezondheidsdiensten zouden dus met behulp van samenwerkingsmechanismen tussen de lidstaten voor alle Europese burgers toegankelijk moeten worden.

Ik wil niettemin de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten benadrukken als het gaat om de organisatie en de financiering van de gezondheidszorgstelsels. De voorafgaande toestemming voor een ziekenhuisbehandeling is een absoluut noodzakelijk instrument om dit sturende vermogen te kunnen uitoefenen. Het spreekt vanzelf dat bij de uitoefening van dit recht het evenredigheidsbeginsel, het noodzakelijkheidsbeginsel en het non-discriminatiebeginsel moeten worden geëerbiedigd.

Wat de rechtsgrondslag betreft, pleit ik voor een dubbele rechtsgrondslag om te waarborgen dat de nationale bevoegdheden in acht worden genomen. Het voorstel van de Commissie bevatte namelijk tal van pogingen om op dit gebied via een achterdeur binnen te komen.

In de definitieve tekst moet een billijk evenwicht worden gevonden tussen de rechten van patiënten en de nationale bevoegdheden van de lidstaten in de gezondheidszorgsector.

 
  
MPphoto
 
 

  Linda McAvan (PSE), schriftelijk. (EN) Namens de delegatie van de Britse Labourpartij in het Europees Parlement juich ik vele van de positieve aspecten toe van het verslag van het Parlement voor een richtlijn betreffende grensoverschrijdende gezondheidszorg. We ondersteunen met name de amendementen die duidelijk maken dat nationale regeringen volledig verantwoordelijk blijven voor het organiseren van hun nationale gezondheidsstelsels en het vaststellen van de regels voor behandeling.

We blijven er echter bezorgd over dat de regels zoals die zijn opgesteld, niet duidelijk genoeg zijn. Patiënten die naar een ander EU-land reizen voor behandeling moeten weten of zij de behandeling vergoed krijgen en alle nodige informatie hebben over het type en de kwaliteit van de gezondheidszorg in het gastland. De Labourdelegatie roept er daarom toe op dat de richtlijn duidelijk moet maken dat lidstaten een systeem van voorafgaande toestemming kunnen implementeren. We ondersteunen een duale rechtsgrondslag van artikel 152 en artikel 95 zodat gezondheidsvraagstukken, en niet zorgen om de interne markt, de prioriteit hebben. De Labourdelegatie heeft zich van de eindstemming onthouden om aan te geven dat deze twee problemen in de tweede lezing aan de kaak moeten worden gesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (PSE), schriftelijk. (EN) Ik heb mij onthouden van stemming over dit verslag omdat het onvoldoende garantie biedt voor de bescherming van de integriteit en de financiering van het Britse nationale gezondheidszorgstelsel, de NHS (National Health Service), en het ook geen zekerheid of duidelijkheid zal bieden voor de minderheid van patiënten die het kunnen betalen om gebruik te maken van gezondheidszorg in een andere EU-lidstaat.

De leden van het Europees Parlement van de Britse conservatieve partij hebben slechts één doel in gedachten met hun voorstel om hun in diskrediet geraakte systeem van gezondheidsvouchers te herintroduceren via de Europese achterdeur; als hun voorstellen zouden worden aangenomen, zouden de rijkeren vouchers krijgen om NHS-geld buiten het Verenigd Koninkrijk uit te geven aan privébehandelingen in de rest van Europa. Belastingbetalers verwachten dat hun geld wordt geïnvesteerd in de NHS zodat er betaald kan worden voor gezondheidszorg in eigen land, en niet wordt weggestuurd naar andere gezondheidsstelsels in de EU. Het is geen verrassing dat Europees Parlementslid Dan Hannan van de conservatieven pasgeleden nog een geprivatiseerde aanpak van gezondheidszorg bepleitte.

In een recent debat over grensoverschrijdende betalingen voor gezondheidszorg tussen Groot-Brittannië en Ierland zei de schaduwminister voor gezondheidszorg Andrew Lansley dat de middelen van de NHS altijd kostbaar zijn. Hij veroordeelde tevens de betaling van 180 miljoen GBP aan NHS-geld aan Ierland. De conservatieven hebben echter ons voorstel voor een duidelijk systeem voor voorafgaande toestemming niet gesteund, terwijl dat cruciaal is om de kostbare NHS-middelen en -diensten te beschermen.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Ik heb tegen het verslag-Bowis en tegen het voorstel van de Commissie gestemd. Uit de gekozen rechtsgrondslag blijkt namelijk dat de economische belangen en de teugelloze markt boven de rechten van patiënten op een betere en volledige gezondheidszorg komen. Met dit voorstel worden de bepalingen inzake het sociaal Europa en inzake solidariteit geheel onderuit gehaald en situaties teweeggebracht waarin alleen welgestelde mensen toegang zullen hebben tot grensoverschrijdende gezondheidszorg, waar zoveel reclame voor wordt gemaakt.

Met dit voorstel zullen de nationale gezondheidszorgstelsels worden afgebroken en patiënten gedwongen worden hun heil in het buitenland te zoeken. Gezondheidszorg valt onder de bevoegdheid van de lidstaten en dat moet zo blijven. Het is onaanvaardbaar gezondheidszorg te behandelen als handelswaar, in plaats van een openbaar goed. Bovendien wordt in de ontwerprichtlijn een systeem voor kostenvergoeding voorgesteld dat geheel overbodig is. Vergoeding van kosten voor gezondheidszorg is al sinds 1971 geregeld met de verordening betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. (EN) Ik heb mij onthouden van stemming over dit verslag, omdat ik meer dan wat dan ook wil dat patiënten de behandeling krijgen die zij zo dringend nodig hebben. De kwestie van voorafgaande toestemming baart mij echter zorgen. Voorafgaande toestemming in deze richtlijn is een verloochening van de rechten van patiënten. Juist hierom stapten patiënten naar de rechter, en de gerechtelijke uitspraken zijn de reden dat we hier vandaag zijn om over grensoverschrijdende gezondheidszorg te stemmen. Door voorafgaande toestemming in deze richtlijn op te nemen zijn we weer terug bij af. Sterfte op basis van woonplaats zal de regel blijven en patiënten zullen dezelfde obstakels tegenkomen als nu wanneer zij toestemming vragen om te reizen voor een behandeling.

Ik betreur het ook ten zeerste dat dit verslag niet voorziet in een rechtsgrondslag die de gezondheid van patiënten vooropstelt. In plaats daarvan was het een gemiste kans waarbij de gezondheid van patiënten wordt gebruikt als een product om winst mee te genereren.

 
  
MPphoto
 
 

  Catherine Stihler (PSE), schriftelijk. (EN) De belangrijkste amendementen over voorafgaande toestemming zijn verworpen. Deze amendementen waren essentieel voor het behoud van de NHS in Schotland en het gehele Verenigd Koninkrijk. We hebben de stemming verloren over de twee rechtsgrondslagen, die het mogelijk zouden hebben gemaakt om volksgezondheid op te nemen, zodat de interne markt niet de enige rechtsgrondslag vormt. Vanwege het verlies van deze twee belangrijke punten en het feit dat dit de eerste lezing is, had ik geen andere keuze dan mij te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Marianne Thyssen (PPE-DE), schriftelijk. − Patiëntenmobiliteit is een feit maar de nodige rechtszekerheid voor de patiënten en de zorgverzekeraars is er nog niet. Daarom is het voorstel van de Commissie voor een richtlijn een goede zaak. Ik waardeer dan ook de inspanningen van collega Bowis om in dit aartsmoeilijke dossier tot een compromis te komen. Dankzij zijn inspanningen werden substantiële verbeteringen in het Commissievoorstel aangebracht. Toch heb ik het eindverslag niet kunnen steunen, omdat twee punten die verband houden met de bevoegdheid van de lidstaten om hun gezondheidszorgstelsel te organiseren en te financieren, niet werden opgenomen.

Wij hebben ervoor gepleit om een wettelijke basis in te bouwen die lidstaten toestaat om aan buitenlandse patiënten de werkelijke kostprijs te berekenen en ze te laten meebetalen voor de zorg die ze in ons land ontvangen. Voorts zijn we er steeds voorstander van geweest dat lidstaten, in bepaalde omstandigheden, patiënten kunnen weigeren, bijvoorbeeld bij dreigende wachtlijsten. Vooral voor België, een klein land met een relatief grote instroom van buitenlandse patiënten, is dit van belang.

De tekst zoals die vandaag in de plenaire vergadering is aangenomen, biedt hiervoor onvoldoende garanties. Om deze redenen heb ik me bij de eindstemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het volksvijandige beleid van de EU en de bourgeoisieregeringen tast de openbare gezondheidszorg aan, met alle gevolgen van dien: groot ongerief voor patiënten en wachtlijsten, tekorten in diverse diensten, extra lasten, geen gezondheidszorg voor niet-verzekerden en immigranten, enzovoort.

De aanzienlijke beperking van de sociale prestaties, de commercialisering en verdere privatisering van de gezondheidsstelsels en de aanval op de socialezekerheidsrechten zijn koren op de molen van de grote concerns, die enorm verdienen aan de zeer winstgevende gezondheidssector.

Met de richtlijn betreffende patiëntenmobiliteit wordt de totstandbrenging van een gemeenschappelijke gezondheidsmarkt beoogd en de toepassing van de in het Verdrag van Maastricht opgenomen vrijheden en mobiliteit van patiënten en gezondheidswerkers. Het doel hiervan is de commercialisering van de gezondheidzorg te verankeren in de wetgeving.

De vergoeding van een deel van de in het buitenland gemaakte verpleegkosten is een valstrik en bedoeld om het volk over te halen in te stemmen met de commercialisering, met de totstandbrenging van patiënten ´van meerdere snelheden´ en met klassendiscriminatie bij het recht op leven.

Om patiëntenrechten te kunnen waarborgen is een uitsluitend openbaar en gratis gezondheidsstelsel nodig, een stelsel dat voldoet aan eenieders behoeften aan gespecialiseerde en niet-gespecialiseerde gezondheidszorg, ongeacht iemands financiële situatie en verzekeringstoestand. Alleen met een dergelijk systeem – dat alleen door de volksmacht binnen een volkseconomie tot ontwikkeling kan worden gebracht – kan toereikende en kwalitatieve dienstverlening en een efficiënte bescherming van de gezondheid en het leven van de werknemers worden verzekerd.

 
  
  

- Verslag-Sartori (A6-0239/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor gestemd.

Sectorstudies hebben uitgebreid aangetoond dat 10-12 procent van de patiënten die naar het ziekenhuis gaan voor behandeling van een aandoening, ziek wordt als gevolg van een ziekenhuisinfectie. Omgezet in cijfers zijn deze percentages nog schrikbarender: volgens berekeningen hebben in de Europese Unie ongeveer 5 miljoen patiënten een ziekenhuisinfectie opgelopen.

Ik grijp terug op de interventie van mijn collega, mevrouw Sartori; veiligheid en doeltreffendheid van de gezondheidszorg kunnen worden verbeterd door een programma op te stellen dat voornamelijk rekening houdt met de volgende essentiële punten: 1) het aanstellen van meer verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in de preventie van infecties; 2) het opzetten van cursussen voor personeel in de gezondheidszorg en de paramedische sector, waarbij voornamelijk aandacht wordt geschonken aan ziekenhuisinfecties en de resistentie tegen antibiotica van de virussen die deze infecties veroorzaken; 3) het mogelijk maken van nieuwe ontdekkingen die voortkomen uit onderzoek naar deze ziekten.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het voorstel over patiëntveiligheid gestemd. Hoewel de medische zorg in Europa sterk verbeterd is dankzij de vooruitgang in de medische wetenschap, kunnen medische verrichtingen in sommige gevallen schade toebrengen aan de gezondheid van de patiënt. Sommige van de ongewenste en vermijdbare effecten worden veroorzaakt door medische fouten of door infecties die tijdens de behandeling worden opgelopen.

Dit verslag bevat enkele belangrijke voorstellen: betere informatie-inzameling op plaatselijk en regionaal niveau; betere voorlichting van patiënten; ruimere aanwezigheid van verpleegsters of verplegers die gespecialiseerd zijn in het tegengaan van infecties; bevordering van de opleiding en scholing van gezondheidswerkers en paramedisch personeel; meer aandacht voor ziekenhuisinfecties. Maatregelen waar ik volledig achter sta.

 
  
  

- Verslag-Trakatellis (A6-0231/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (UEN), schriftelijk. (EN) Ik ben blij met het voorgestelde initiatief om de gezondheidszorg te verbeteren voor mensen die aan zeldzame ziekten lijden. Vanwege de specifieke aard van ziekten zoals zeldzame kankersoorten, auto-immuunziekten en vergiftigings- en infectieziekten, zijn hiervoor onvoldoende kennis en middelen beschikbaar, maar er zijn 36 miljoen EU-burgers die aan dit soort ziekten lijden.

Een betere samenwerking tussen specialisten en onderzoekscentra in heel Europa en uitwisseling van informatie en diensten is een vanzelfsprekende manier voor de Europese Unie om haar inwoners bij te staan. Het is een directe manier om u te laten profiteren. Dit voorstel spoort lidstaten aan om nieuwe centra en opleidingen op te zetten om het potentieel van wetenschappelijke bronnen over zeldzame ziekten te maximaliseren en samen te werken met bestaande onderzoekscentra en netwerken voor informatie over ziekten. Ik ondersteun deze maatregelen en moedig meer samenwerking tussen de lidstaten aan, zodat er meer mobiliteit van patiënten en experts mogelijk is om u, de burger, van dienst te zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb vóór het verslag over zeldzame ziekten gestemd, omdat ik gecoördineerd optreden op het gebied van zeldzame ziekten, op Europees en op nationaal niveau, noodzakelijk vind. Hoewel zeldzame ziekten weinig voorkomen, zijn er in de hele Europese Unie toch miljoenen mensen die er aan lijden omdat er duizenden van dit soort ziekten bestaan.

Ik vind het van het allergrootste belang dat de activiteiten van onafhankelijke patiëntenorganisaties ondersteund worden, dat informatie over zeldzame ziekten toegankelijk wordt gemaakt, dat er deskundigencentra worden opgezet in de verschillende lidstaten, dat er opleidingen worden opgezet in de huidige centra en dat deskundigen en vakmensen worden gemobiliseerd. Er moeten voldoende middelen ter beschikking worden gesteld om onmiddellijk actie te kunnen ondernemen op het gebied van zeldzame ziekten.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. (EN) Ik zal voor het verslag van de heer Trakatellis stemmen. Ik erken het feit dat er vele zeldzame ziekten zijn waarnaar geen onderzoek wordt gedaan, omdat medische instellingen een vorm van triage uitvoeren, waarbij zij hun verplichting negeren aan mensen die lijden aan ongebruikelijke ziekten waarvan weinig winst te verwachten valt, vergeleken met die winst die er mogelijk te halen valt uit algemene ziekten.

Dit is zeker van toepassing op zeldzame erfelijke genetische ziekten. Ik ben van mening dat we onderzoek op dit gebied moeten aanmoedigen door een deel van de onderzoekskosten te ondersteunen. Daarmee verklaar ik hier zelf een belang bij te hebben, omdat een van deze ziekten in mijn familie voorkomt.

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabeth Jeggle (PPE-DE), schriftelijk. (DE) Amendement 15 verlangt expliciet dat zeldzame erfelijke ziekten worden uitgeroeid via erfelijkheidsadvisering voor ouders die drager zijn van een dergelijke ziekte en via aan implementatie voorafgaande selectie van gezonde embryo's (PGD). Niet alleen is dit in strijd met het in Duitsland geldende recht. Het is met name ook de specifieke historische achtergrond van Duitsland die maakt dat het principieel onverteerbaar en bijzonder pijnlijk is om de selectie en uitroeiing van potentieel gehandicapten te eisen dan wel te adviseren, ook al gaat het om nog ongeboren leven.

Uit deze voorstellen en formuleringen spreekt op angstaanjagende wijze een volkomen gebrek aan respect voor de waarde van het menselijk leven, of het nu om zieke of om gezonde mensen gaat. Dit aanvullende amendement strekt er niet toe de therapeutische behandeling van zeldzame ziekten te stimuleren, maar beoogt in plaats hiervan de geboorte van zieke mensen te voorkomen.

Dit strookt niet met de geest en de inhoud van Europese en internationale verklaringen van de rechten van de mens. Een overtuigende Europese politiek zou zich eigenlijk ten doel moeten stellen om juist de zieken en de mensen die ziek dreigen te worden de helpende hand te bieden en zich niet moeten richten op een vroegtijdige selectie op basis van kwaliteitscriteria.

Het verslag en meer bepaaldelijk een aantal amendementen – met name amendement 15 – is niet te rijmen met mijn christelijke levensovertuiging. Om die reden heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Deze resolutie, die ik ondersteun, bevat vele vraagstukken. Ik kon echter niet het hele verslag steunen omdat er zaken in zijn opgenomen die naar ik meen een kwestie van subsidiariteit zijn, met andere woorden, die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, en daarom geen zaken zijn waarover het Europees Parlement een standpunt moet innemen. Het onderwerp eugenetische praktijken is zo’n onderwerp dat door de aanname van amendement 15 in deze resolutie is opgenomen. Ik was het niet eens met amendement 15. Dit onderwerp is een kwestie van subsidiariteit, en geen zaak voor de Europese Unie, die geen wetgeving maakt over eugenetische praktijken en dit ook niet zou moeten doen. Dus ik steun niet het hele verslag.

 
  
  

- Verslag-Audy (A6-0168/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Richard James Ashworth (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse Conservatieven hebben de kwijting van de Europese begroting van 2007, afdeling III, Europese Commissie niet kunnen goedkeuren. We staan erop dat de parlementaire begroting waar voor het geld van de Europese belastingbetaler moet geven en daarom ondersteunen we het verslag van de rapporteur. We ondersteunen voornamelijk de kritiek van de rapporteur op het feit dat de Commissie er niet in is geslaagd om ervoor te zorgen dat Bulgarije en Roemenië fatsoenlijke standaarden op het gebied van financiële controle bereiken. We moeten er echter op wijzen dat de Europese Rekenkamer al veertien opeenvolgende jaren niet in staat is geweest om een betrouwbaarheidsverklaring zonder voorbehoud te geven voor de algemene Europese rekeningen. De Europese Commissie draagt de eindverantwoordelijkheid voor de rekeningen en daarom zullen wij niet afwijken van onze gewoonte om tegen het verlenen van kwijting te stemmen, totdat we werkelijke vooruitgang zien in de richting van het bereiken van een betrouwbaarheidsverklaring zonder voorbehoud van de Europese Rekenkamer.

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. − (RO) Samen met de Roemeense delegatie in de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten heb ik tegen het Verslag Jean-Pierre Audy over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007 gestemd, omdat amendement 13 niet is aangenomen. Het verslag van de Rekenkamer over het boekjaar 2007 behandelt alleen projecten van 2000-2006, omdat 2007 in wezen nog een voorbereidingsfase was voor de uitvoering van de programma's van 2007-2013. Daarom valt het effect van de nieuwe regels die voor de programmeringsperiode 2007-2013 zijn uitgevaardigd en die eenvoudiger en strakker zijn dan de regels die tot 2006 golden, nu nog niet te beoordelen.

Ik stel met nadruk dat procedures voor de uitvoering van de structuurfondsen, vooral de beheers- en controlesystemen, moeten worden vereenvoudigd. Onregelmatigheden van de zijde van de lidstaten zijn in zekere mate aan de gecompliceerdheid van het systeem toe te schrijven. Ik stel met nadruk dat de vereenvoudigingsmaatregelen die de Commissie bij de herziening van de verordeningen betreffende de structuurfondsen 2007-2013 heeft voorgesteld naar aanleiding van de huidige financiële crisis noodzakelijk zijn. Deze vereenvoudigingsprocedures zijn van cruciaal belang om de administratieve lasten op nationaal, regionaal en plaatselijk niveau terug te brengen. Ik benadruk dat zulke vereenvoudigingsprocedures moeten bijdragen aan een verlaging van het foutenniveau in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert, Jules Maaten, Toine Manders en Jan Mulder (ALDE), schriftelijk. − De VVD heeft tegen de kwijting aan de Europese Commissie gestemd. De VVD is van mening dat de Commissie te weinig vooruitgang heeft geboekt met het stimuleren van de invoering van de nationale verklaring in de lidstaten. Tot dusverre doen nog maar vier landen dat, waaronder Nederland. Daarnaast is de VVD van mening dat de Europese lidstaten nog steeds te veel fouten maken met de besteding van Europese gelden, zoals is gebleken uit de controles van de Europese Rekenkamer. De Rekenkamer gaf onder andere een afkeurende verklaring ten aanzien van plattelandsbeleid, cohesie- en structuurbeleid. De VVD vindt dat de controlesystemen op deze terreinen verbeterd moeten worden. De vooruitgang in de laatste vijf jaar was te gering.

 
  
MPphoto
 
 

  Rumiana Jeleva (PPE-DE), schriftelijk. (BG) Mijnheer de Voorzitter, ik heb voor het verlenen van kwijting aan de Commissie voor de uitvoering van de EU-begroting voor 2007 gestemd.

Hier voeg ik echter wel aan toe dat ik tegen de passages in dit verslag heb gestemd waarin werd gepleit voor het opstellen van driemaandelijkse verslagen over het beheer van de middelen uit de structuurfondsen en het Cohesiefonds, met name wat Bulgarije en Roemenië betreft. Ik heb tegen gestemd omdat ik ervan overtuigd ben dat het in gevallen waarin we meer controle eisen, een goed idee is om die tegelijkertijd en in dezelfde mate uit te oefenen in álle lidstaten, en niet slechts in een of twee. Ik deel ook de bezorgdheid van het Parlement en de rapporteur, die aangeeft dat de middelen voor Bulgarije die door de Europese Commissie zijn geblokkeerd of ingetrokken, bijna 1 miljard euro belopen.

Zoals vermeld in het verslag zijn deze verliezen en blokkeringen hoofdzakelijk terug te voeren op onregelmatigheden op het gebied van de offerteaanvragen en de subsidiabiliteit van de kosten, de oneigenlijke besteding van middelen en een tekort aan administratieve capaciteit, naast andere redenen. Tot slot maak ik u deelgenoot van mijn bezorgdheid dat Bulgaarse burgers verstoken zullen blijven van instrumenten die de Europese solidariteit bevorderen en de tol zullen moeten betalen voor de fouten van hun regering, zonder dat ze daar zelf debet aan zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE-DE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor de kwijting van 2007 voor de Europese Commissie gestemd, maar ik heb dat wel gedaan met enig voorbehoud.

Vijf jaar geleden beloofde voorzitter Barroso een vlekkeloos resultaat voor het einde van deze zittingsperiode, en daarmee doelde hij op begrotingscontrole en formele betrouwbaarheidsverklaringen. Ondanks dat er enige vooruitgang is geboekt, zijn er nog wel wat hiaten in dit proces.

Tot nu toe hebben 22 landen een jaarlijks overzicht ingediend om te voldoen aan de minimumvereisten van financiële regulering, maar ze zijn niet allemaal voldoende. Slechts 8 landen voldoen nu doordat ze een meer formele analyse of een betrouwbaarheidsverklaring hebben gegeven, en helaas hoort Ierland daar niet bij. We moeten ervoor zorgen dat er bij de kwijting van de begroting van 2008 aanzienlijk meer vooruitgang wordt geboekt.

 
  
MPphoto
 
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE), schriftelijk. − (RO) De delegatie van de PD-L (Partidul Democrat-Liberal) binnen de PPE-DE-Fractie heeft tegen het Verslag Jean-Pierre Audy over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007 gestemd, dat verwijst naar het beheer van de Europese fondsen door Roemenië en Bulgarije.

Het Verslag over het verlenen van kwijting, dat verwijst naar onregelmatigheden bij het krijgen van toegang tot PHARE-fondsen vóór het jaar 2007, heeft de bepaling gehandhaafd met betrekking tot het opstellen van een speciaal verslag over het beheer van de communautaire fondsen in Roemenië en de maatregelen die zijn genomen in de strijd tegen de corruptie. Daarom heeft de PD-L-delegatie in het Europees Parlement tegen gestemd.

Dit speciale verslag is niet gerechtvaardigd nu er al een samenwerkings- en controlemechanisme bestaat dat in december door de Europese Raad is aangenomen. Het opstellen van een aanvullend rapport tast de geloofwaardigheid van het reeds functionerende samenwerkings- en controlemechanisme aan. Overigens bevestigt ook de reactie van de Europese Commissie, bij monde van woordvoerder Mark Gray, de nutteloosheid van een dergelijk stap, aangezien er al beproefde mechanismen voorhanden zijn om eventuele onregelmatigheden bij het beheer van gemeenschapsgelden op te sporen.

 
  
  

- Verslag-Søndergaard (A6-0153/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI), schriftelijk. − Ik heb tegen de kwijting gestemd omdat het Comité van de Regio's in zijn huidige gedaante door niemand serieus kan worden genomen. Onder meer door de onduidelijke definiëring van de term regio's is het Comité van de Regio's een uiterst heterogeen geheel waarin naast Europese naties ook bijvoorbeeld stedelijke agglomeraties vertegenwoordigd zijn. Zeer merkwaardig is ook het feit dat de regio's zich er sinds enige tijd gegroepeerd hebben tot politieke fracties zonder dat ze daarvoor enig democratisch mandaat van de kiezers gekregen hebben.

 
  
  

- Verslag-Fjellner (A6-0176/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. (EN) De Britse conservatieven zijn tegen het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ik betwist het idee dat de EU grondrechten kan verlenen en kan reguleren. Ik ben ook voornamelijk tegen het Handvest van de grondrechten omdat het is aangenomen door de EU ondanks dat geen enkele van de middelen die zijn bedoeld voor de implementatie van het Handvest, namelijk de Europese grondwet en het Verdrag van Lissabon, zijn geratificeerd.

Een agentschap opzetten dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moest overzien was een enorme verspilling van belastinggeld en een exercitie in ijdelheid. Hetzelfde zou eigenlijk kunnen worden gezegd van veel van de EU-agentschappen, die het werk dat op nationaal niveau wordt gedaan, nog eens overdoen en onbeschaamd de federalistische agenda van de EU promoten. Veel mensen in mijn kiesdistrict voelen zich geschoffeerd door de bakken geld die worden verspild aan dit agentschap en aan andere agentschappen, zeker in tijden van economische crisis waarin zij steeds meer van hun geld opofferen aan belastingen voor het financieren van de spilzucht van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Claeys (NI), schriftelijk. − Ik heb tegen de kwijting gestemd, aangezien het Europees Bureau voor de grondrechten een overbodige instelling is, die zich bovendien vijandig opstelt tegenover het recht op vrije meningsuiting.

 
  
  

- Ontwerpresolutie (B6-0191/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb vóór de ontwerpresolutie gestemd over het aangaan van de uitdagingen van ontbossing en aantasting van bossen, omdat ik van mening ben dat ontbossing zeer ernstige en moeilijk omkeerbare milieuschade met zich meebrengt, zoals een verstoring van de waterhuishouding, woestijnvorming, gevolgen voor het klimaat en aantasting van de biodiversiteit.

Er moet meer samenhang komen tussen het behoud van de bossen en duurzaam bosbeheer en andere interne en externe beleidsterreinen van de EU. Daarom moet er een evaluatie komen van de gevolgen die het EU-beleid op het gebied van energie (met name biobrandstoffen), landbouw en handel heeft voor de bossen.

Ik vind het ook van het allergrootste belang dat aan ontwikkelingslanden substantiële financiële steun wordt gegeven om de tropische ontbossing tot staan te brengen. Het terugdringen van de ontbossing zal een belangrijke rol spelen in de beperking van en de aanpassing aan de klimaatverandering.

 
  
  

- Verslag-Savary (A6-0199/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor gestemd.

Het beheren van vervoer op grond van de vraag en de behoefte van burgers is een van de belangrijkste discussiepunten inzake het beleid van de Europese Unie. Het CIVITAS-programma (afgekondigd in 2002) is gericht op de bevordering van het op grote schaal verspreiden van stedelijk vervoer. In het Witboek "Het Europese vervoersbeleid tot het jaar 2010: tijd om te kiezen" (gepubliceerd in 2001) wordt voorgesteld een betere stedelijke mobiliteit tot stand te brengen. Met het CIVITAS-programma en dit Witboek heeft de Commissie reeds een voorstel gedaan voor een daadwerkelijk actieplan om de kwaliteit van het Europese vervoer te optimaliseren. Zij heeft een systeem bedacht om de groeiende vraag naar mobiliteit geleidelijk los te koppelen van de economische groei, om zodoende milieuvervuiling op een min of meer doeltreffende manier in de hand te houden, zonder het behoud van de Europese productie uit het oog te verliezen. De Commissie, die kennis heeft genomen van de situatie, neemt het op zich om alle Europese burgers een vervoersnetwerk te garanderen dat tegelijkertijd doeltreffend en buitengewoon veilig is.

Wij moeten onze aandacht richten op de volgende punten: 1) het beschermen van de rechten en de plichten van passagiers; 2) het verhogen van de verkeersveiligheid; 3) het aanmoedigen van veiligheid; 4) het beperken van het vervoer over de weg om een eind te maken aan verkeersopstoppingen op de wegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Queiró (PPE-DE), schriftelijk. (PT) Dit verslag van het Europees Parlement beoogt de huidige snelle groei van de steden en de concentratie van de Europese bevolking in stedelijke gebieden te analyseren, om een bijdrage te leveren aan de enorme hoeveelheid werk die op dit gebied nog verzet moet worden.

Met inachtneming van het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel, vind ik verschillende voorstellen die worden gedaan van groot belang.

Het meest relevante element van dit standpunt van het Parlement vind ik het feit dat de aandacht wordt gevestigd op het gebrek aan samenhang tussen de bestaande maatregelen en de tegenstrijdigheden die dit met zich mee kan brengen binnen de wetgeving, maar vooral ook in de uitvoering.

Ik onderschrijf de noodzaak van een samenhangende aanpak, waarin wordt gestreefd naar een optimaal gebruik van de verschillende vervoerswijzen in de stedelijke gebieden door de verbetering van de programmering. Ook steun ik de voortzetting van onderzoek en innovatie op dit gebied en ben ik voor de samenwerking van de Commissie met de lidstaten om daar waar nodig uitwisseling van informatie te stimuleren over beste praktijken in de verschillende landen. Tot slot wil ik de belangrijke rol onderstrepen van de Europese industrie bij het ontwikkelen van technologieën die kunnen bijdragen aan het verbeteren van het beheer, de veiligheid en de energie-efficiëntie van het stedelijk vervoer in de Europese steden.

 
  
  

- Verslag-Jensen (A6-0227/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alessandro Battilocchio (PSE), schriftelijk. – (IT) Bedankt mijnheer de Voorzitter. Ik heb voor het verslag van mevrouw Jensen gestemd, dat een volledig beleidskader biedt en waarin de acties worden beschreven die nodig zijn voor een gecoördineerde toepassing van intelligente vervoerssystemen (ITS’en) op Europees niveau.

Verkeersopstoppingen, een verhoogde CO2-uitstoot en dodelijke verkeersslachtoffers zijn de belangrijkste problemen die het Europees vervoer het hoofd moet bieden. Ik ben van mening dat een ITS een essentieel instrument is om het vervoer efficiënter, veiliger, betrouwbaarder en milieuvriendelijker te maken en zodoende bijdraagt aan de ontwikkeling van duurzame mobiliteit voor burgers en de economie.

Ik deel de mening dat ITS’en de levensomstandigheden van de Europese burgers kunnen verbeteren, bijdragen aan een betere verkeersveiligheid en de uitstoot van schadelijke stoffen en milieuvervuiling terugdringen. Ik ben er stellig van overtuigd dat intelligente vervoerssystemen het verkeer efficiënter zullen maken, waardoor het verkeer afneemt.

Ondanks dat er diverse toepassingen zijn ontwikkeld of zijn ingevoerd voor verschillende vervoerswijzen (per spoor, over zee en door de lucht) bestaat er voor vervoer over de weg nog geen samenhangend Europees kader.

 

10. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 

(De vergadering wordt om 14.55 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 

11. Klimaat- en energiepakket en pakket inzake het zeevervoer (ondertekening van de besluiten)
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Geachte heer Nečas, vice-premier en fungerend voorzitter van de Raad, geachte commissaris Rehn, geachte rapporteurs en commissievoorzitters, dames en heren.

Vandaag wacht ons de aangename taak om gezamenlijk onze handtekening te plaatsen onder twee belangrijke wetgevingspakketten: het klimaat- en energiepakket en het pakket voor een geïntegreerd maritiem beleid voor de Europese Unie. Na vastberaden samenwerking met de Raad en de Commissie zijn wij dan nu op het hoogtepunt aanbeland. Met de aanneming van deze twee wetsvoorstellen bewijst de Europese Unie dat zij in staat is om de uitdagingen op cruciale gebieden als duurzame ontwikkeling, milieubescherming en maritieme veiligheid gemeenschappelijk en slagvaardig het hoofd te bieden. Deze openbare ondertekening zal het belang van Europese wetgeving voor de Europese burgers verder onderstrepen.

Het Parlement en de Raad hebben met het klimaat- en energiepakket de basis gelegd waarmee de Europese Unie tot 2020 haar klimaatdoelstellingen kan bereiken en haar toonaangevende rol bij de bestrijding van klimaatverandering kan blijven vervullen. In het klimaatpakket zijn belangrijke wetgevingskaders vervat die bijvoorbeeld bijdragen aan de verbetering van het emissiehandelssysteem, aan inspanningen van de lidstaten voor een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en aan de bevordering van hernieuwbare energiebronnen of de techniek voor de opslag van CO2 de rapporteurs mevrouw Doyle en mevrouw Hassi zijn in ons midden, dat neem ik tenminste aan; mevrouw Hassi zie ik inderdaad.

Dit pakket verleent de Europese Unie de nodige geloofwaardigheid aan de vooravond van de internationale conferentie van Kopenhagen, die komende december plaatsvindt, en in het kader van de onderhandelingen over een alomvattend en bindend verdrag.

Wat het zeevervoer betreft, zijn het Parlement en de Raad er bij de bemiddeling in geslaagd over acht dossiers overeenstemming te bereiken. Dat is het resultaat van meer dan drie jaar hard werken.

Dit resultaat is ook een bewijs van de sterke druk die het Europees Parlement heeft uitgeoefend om door een verbetering van de maritieme veiligheid rampen zoals die met de Erika in 1999 of met de Prestige in 2002 in de toekomst te voorkomen.

Vandaag kunnen wij vaststellen dat veel voorstellen van de door het Parlement in het leven geroepen Tijdelijke Commissie voor de verbetering van de veiligheid op zee tot wet verheven zijn. Dankzij de bepalingen in kwestie worden de controle en inspectie van schepen, de monitoring van de zeescheepvaart en de verzekering van scheepseigenaren verbeterd, wordt er een verzekeringsplicht ingevoerd en worden de onderzoeksvoorschriften en aansprakelijkheid bij ongevallen uitgebreid.

Het doet me deugd dat inmiddels ook rapporteur Doyle is verschenen.

Tot slot spreek ik mijn grote dank uit aan het Tsjechisch voorzitterschap van de Raad, de Europese Commissie en de leden van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie vervoer en toerisme, en bovenal aan hun voorzitters en rapporteurs, die allemaal intensief aan deze belangrijke wetgevingsbesluiten hebben meegewerkt. Ik bedank met name ook u, geachte afgevaardigden, voor uw aanwezigheid vandaag bij de ondertekening van deze belangrijke wetsvoorstellen. Verder ben ik er zeer verguld mee dat ook twee fractievoorzitters op dit tijdstip van de middag zo goed zijn deze gebeurtenis bij te wonen. Hartelijk dank.

Ik verzoek thans de voorzitter van de Raad het Parlement toe te spreken.

 
  
MPphoto
 

  Petr Nečas, fungerend voorzitter van de Raad. − (CS) Geachte Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren. Ik zou u graag hartelijk willen bedanken voor de uitnodiging voor deze bijeenkomst in het Europees Parlement ter gelegenheid van de feestelijke ondertekening van het klimaat- en energiepakket en het pakket inzake het zeevervoer, twee belangrijke maatregelen waarover de lidstaten van de Europese Unie, het Parlement en andere partners het met behulp van de Commissie eens zijn geworden. Ik zou graag allereerst namens de Europese Raad iets willen zeggen over het klimaat- en energiepakket.

Het pakket vormt een bevestiging van de leidende rol van de EU in de mondiale strijd tegen de klimaatverandering en houdt tegelijkertijd gedegen rekening met de daadwerkelijke mogelijkheden en economische omstandigheden van elke lidstaat. Het klimaat- en energiepakket is van grote symbolische waarde. Het toont aan dat vertegenwoordigers van een half miljard burgers, 500 miljoen burgers, in staat zijn om in de huidige moeilijke economische omstandigheden te komen tot duidelijk afgebakende maatregelen, strategieën en doelstellingen op het vlak van dit belangrijke en tevens gevoelig liggende onderwerp. Ook is het pakket een lichtend voorbeeld voor onze partners in de wereld. Ik zou graag de vier rapporteurs in het bijzonder hartelijk willen bedanken voor het concipiëren en voorbereiden van en het onderhandelen over dit pakket vastomlijnde maatregelen en het Parlement als geheel voor zijn actieve en positieve bijdrage. Tevens zou ik de Europese Commissie willen bedanken voor de voorbereiding en de ondersteuning van het hele goedkeuringsproces, alsook het Franse voorzitterschap voor zijn buitengewone inzet. Dit pakket plaveit voor ons Europeanen de weg naar de onderhandelingen over het wereldwijde akkoord inzake de strategie in de strijd tegen de klimaatverandering dat december dit jaar het levenslicht zou moeten zien tijdens de conferentie in Kopenhagen. De Europese Unie heeft een voortrekkersrol op het gebied van de klimaatbescherming en deze langdurige koppositie dient zij niet te grabbel te gooien, maarnaar een hoger plan te tillen.

Dames en heren, ik zou dan nu graag even stil willen staan bij het belang van het derde pakket inzake het zeevervoer, een volgend niet minder waardevol resultaat van de samenwerking tussen de Raad en het Europees Parlement. Toen in 1999 voor de kust van Bretagne de olietanker Erika met 20 000 ton olie aan boord in tweeën brak en enorme schade aanbracht aan het milieu en drie jaar later er voor de kust van het Spaanse Galicië zo’n 120 000 ton olie ontsnapte uit de olietanker Prestige, kwam de Europese publieke opinie in hevige beroering. We kunnen ons allemaal nog wel de tragische beelden uit de media voor ogen halen van de duizenden vrijwilligers die de vervuiling op de kusten van de getroffen gebieden probeerden op te ruimen maar machteloos moesten toekijken hoe vogels en andere fauna en flora hun laatste ademstoot uitbliezen in de zwarte zondvloed. Het stond toen als een paal boven water dat alles op alles gezet moest worden om verdere milieurampen van een dergelijke omvang te voorkomen. Ook stond als een paal boven water dat dit gezamenlijk gedaan moest worden en dat de Europese Unie het duidelijke signaal moest doen uitgaan dat schepen in slechte staat van onderhoud, zonder verzekering, die zich niets gelegen laten liggen aan de meest basale veiligheidsregels niets, maar dan ook helemaal niets te zoeken hebben voor de Europese kusten. En zo kwam de Europese Commissie in november 2005 met een pakket van acht ambitieuze wetsvoorstellen, oftewel het derde pakket inzake het zeevervoer. Dit levert Europa tastbare resultaten op, en wel een betere preventie van verkeersongevallen ter zee, frequentere inspecties, alsook een duidelijkere aansprakelijkheidssituatie waarbij nu een beduidend groter deel van die aansprakelijkheid neergelegd wordt bij de scheepsexploitanten. Dit stuk Europese wetgeving is zeer gunstig voor het milieu, een kapitaal goed voor ons allen, en wordt daarbij niet alleen - zoals men zou kunnen denken - in grote mate gewaardeerd door de burgers en bedrijven in de kustlidstaten, maar ook door de niet aan zee gelegen exportlanden in de EU, zoals mijn eigen land, waarvan een belangrijk deel van de industriële productie Europa verlaat via de zee. Ook binnen op het Europese continent acht men het van cruciaal belang dat er geen tankers als de Erika of de Prestige meer voor de Europese kusten ronddwalen en wil men doeltreffend en veilig vervoer over zee met alle respect voor het milieu.

Geachte voorzitter, geachte dames en heren, ik zou graag nog tot slot van deze gelegenheid gebruik willen maken om de rapporteurs van het Europees Parlement, het Franse voorzitterschap, alsook de Commissie hartelijk te bedanken voor hun grote inzet ten behoeve van het zeevervoerspakket. Zonder hun inzet en toewijding zou dit grote succes met een dergelijk grote toegevoegde waarde voor de Europese burger, het Europees bedrijfsleven, alsook het milieu, nooit tot stand zijn gekomen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Hartelijk dank, mijnheer de minister. Mag ik u, commissaris Rehn en de rapporteurs verzoeken naar de tafel te komen waar minister Nečas en ik de wetgevingsbesluiten in uw aanwezigheid zullen ondertekenen?

(De wetgevingsbesluiten worden ondertekend)

 

12. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

13. Conclusies van de G20-Top (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter . − Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de conclusie van de G20-Top.

 
  
MPphoto
 

  Petr Nečas, fungerend voorzitter van de Raad. − (CS) Geachte Voorzitter, geachte dames en heren. Op 2 april 2009 zijn de staatshoofden en regeringsleiders van de G20-landen in Londen bijeengekomen om te spreken over verdere stappen ter stimulering van de wereldeconomie en ter bescherming tegen grote toekomstige crises als de huidige. De staatshoofden en regeringsleiders hebben op deze bijeenkomst toegezegd al het nodige in het werk te zullen stellen om te zorgen voor herstel van het vertrouwen in de economie, van de economische groei en de werkgelegenheid, alsook voor wijziging van de financiële architectuur om ervoor te zorgen dat de kredietstroom weer op gang komt, voor aanscherping van de financiële regulering, voor herstel van het vertrouwen op de markt en tot slot voor financiering en hervorming van onze internationale financiële instellingen zodat deze op doeltreffende wijze kunnen helpen de huidige crisis het hoofd te bieden en toekomstige crises te helpen voorkomen. Tevens hebben de staatshoofden en regeringsleiders zich ertoe verbonden om in het belang van vergroting van de welvaart te zullen werken aan bevordering van de mondiale handel en de investeringen en zich niet te zullen laten verleiden tot protectionisme en tevens dat zij de economie zullen voorbereiden op een inclusieve, milieuvriendelijke en duurzame groei en opleving.

De voorstellen en de houding van de EU hebben bij dit alles een doorslaggevende rol gespeeld. In de voorbereidende werkgroepen hadden de EU en de Europese leden van de G20 op veel, zoniet alle gebieden het voortouw of waren zij daar op zijn minst een van de drijvende krachten van de werkzaamheden. Ook hebben zij in grote mate bijgedragen aan zowel de verregaande reikwijdte van de bereikte consensus als de uiteindelijke vorm van de overeengekomen voorstellen. Ik heb het daarbij over de regulering van de financiële markten, het toezicht op deze markten, de algehele transparantie van het financiële systeem, over de afwijzing van protectionisme, de druk om te komen tot afronding van de ontwikkelingsronde van Doha, alsook over de wijze van aanpak van de economische problemen, waaronder de nadruk die gelegd werd op de noodzaak om de financiële sector weer in beweging te krijgen door middel van zowel opruiming van slechte activa als het neerleggen van de fundamenten voor een nieuwe duurzame mondiale economie. En dan niet in de laatste plaats was er nog de toezegging van de EU-landen om het Internationaal Monetair Fonds te voorzien van een financiële injectie. Deze heeft er niet alleen toe geleid dat andere landen tot dergelijke toezeggingen bereid waren, maar heeft in de allereerste plaats een belangrijke, zoniet cruciale rol gespeeld bij de totstandkoming van het besluit om de economieën die niet in staat waren zichzelf uit de problemen te redden, te proberen te stabiliseren. Dit moet niet gebeuren middels allerlei ad-hocmaatregelen en bilaterale hulpverlening, maar door de systematische inschakeling van de internationale instellingen die per slot van rekening ooit hiertoe in het leven zijn geroepen. Daartoe zullen we deze instellingen niet alleen voorzien van financiële injecties, maar ze ook weer hun aanzien en autoriteit teruggeven.

Ik zou dan ook graag de Londense G20-Top in een breder perspectief willen plaatsen en kijken wat deze zou kunnen betekenen voor de wereldeconomie in het algemeen en voor de Europese Unie in het bijzonder.

Ik zou daartoe graag willen beginnen met een terugblik op het jaar 1933. In juni 1933 kwamen vertegenwoordigers van 66 landen bijeen in een poging een gezamenlijk plan op te stellen voor het herstel van de wereldeconomie te midden van een omvangrijke economische crisis. Deze Monetaire en Economische Conferentie in Londen had tot doel de wereldwijde handel nieuw leven in te blazen, de prijzen te stabiliseren en opnieuw te komen tot invoering van de goudstandaard als basis van het monetaire systeem. Ze werd belegd door de Statenbond en vond plaats in soortgelijke wereldwijde economische omstandigheden als de huidige. De Conferentie draaide echter binnen een maand uit op een fiasco, wat leidde tot verlies van vertrouwen, tot nog verdere neergang van de economie en tot de ene na de andere devaluatie van nationale munten ter versterking van de eigen economie ten koste van die van andere landen. De Europese landen raakten in zichzelf gekeerd en de Amerikaanse economie verviel in een isolationisme dat vele jaren aan zou houden. Toen de recessie omsloeg in een diepe depressie stegen de werkloosheid en de sociale spanningen. De politieke gevolgen van die spanningen leidden uiteindelijk zelfs tot de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de weken voorafgaand aan de Londense Topontmoeting van dit jaar ontkwam men niet aan het trekken van vergelijkingen met de Londense Top van 1933. Gelukkig lijkt het erop dat de wereld lering heeft getrokken uit de gebeurtenissen van toen, althans voorlopig.

Na maanden van teleurgestelde verwachtingen en hoop, laag vertrouwen op de markten en een steeds dieper gaande recessie was het welhaast een politieke plicht om de G20-Top tot een succes te maken. Een plicht om nachtmerries van te krijgen gezien de ver uiteenlopende verwachtingen van de verschillende groepen en landen en zeker gezien het feit dat sommige van deze verwachtingen ronduit onrealistisch waren. Dames en heren, het is nu nog te vroeg om te kunnen beoordelen of de bijeenkomst van de G20 een succes is geweest. Desalniettemin geven de weken na afloop van de Top die nu achter ons liggen ons reden tot gematigd optimisme. Misschien was deze Top inderdaad het keerpunt in deze wereldwijde recessie en misschien zal het een gebeurtenis blijken te zijn geweest van cruciale historische betekenis voor de mondiale economische samenwerking. Er is gerede kans dat deze Top het oordeel des tijds zal weten te doorstaan en in de geschiedenisboeken terecht zal komen op gelijke voet met bijvoorbeeld de Bretton Woods-Conferentie in 1944. Op die conferentie werd de architectuur van de mondiale economische samenwerking voor de toen komende 25 jaar bepaald en ook 60 jaar na dato laat de Conferentie nog altijd haar sporen na.

De historische betekenis van de fundamenten die tijdens de Londense G20-Top gelegd zijn, zal pas duidelijk worden wanneer alle tijdens deze Top gedane beloften daadwerkelijk ingelost worden, als het daar überhaupt ooit van komt. Ondanks dit noodzakelijk voorbehoud bestaan er vier redenen waarom wij deze Londense Topontmoeting van de G20-landen mogen beschouwen als een succesvol begin van het economisch herstel en van een nieuwe, duurzamer gestructureerde wereldeconomie en mondiale economische besluitvormingsprocessen.

Zo heeft de G20-Top in de eerste plaats daadwerkelijk geleid tot versterking van het vertrouwen in de economie en de financiële markten. Dit vertrouwen is weliswaar bij lange na nog niet in volle sterkte terug, maar voor een volledige terugkeer van het vertrouwen is logischerwijze enige tijd nodig. Het allerbelangrijkste echter wat betreft dit herstel van het vertrouwen is de houding van de deelnemers aan de G20-Top. Met de diepe mondiale economische neergang tot aan de lippen hebben zij ervoor gekozen de gelederen te sluiten en is een brede consensus bereikt.

Wat in de huidige onzekere economische tijden ook uitermate belangrijk was voor het herstel van het vertrouwen, was het feit dat de deelnemers aan de Topontmoeting de fundamentele economische paradigma’s nog weer eens bevestigd hebben. Het hart van ons plan voor mondiaal herstel dient de werkgelegenheid te zijn, de behoeften en belangen van mensen die niet bang zijn om de handen uit de mouwen te steken; in de hele wereld, dus niet alleen in de rijke, maar ook in de arme landen. Ons plan voor mondiaal herstel dient geheel en al te draaien om de behoeften en de belangen van zowel de mensen van nu als de toekomstige generaties. Het herstel dient niet ten koste te gaan van onze kinderen en kleinkinderen. Duurzamere mondialisering en meer welvaart zijn alleen haalbaar op basis van een op de beginselen van de markteconomie, op doelmatige regulering en op sterke mondiale instellingen gegrondveste open wereldeconomie.

Dan ten tweede: de G20-Top heeft een zeer duidelijk signaal doen uitgaan, waarschijnlijk het sterkste in de afgelopen zestig jaar, dat wat de economische besluitvorming inzake kwesties van wereldwijd belang betreft de wereld weer terugkeert naar het multilateralisme. In de conclusies van de Top hebben de staatshoofden en regeringsleiders de overtuiging uitgesproken dat de welvaart ondeelbaar is en dat voor een duurzamere economische groei de landen elkaar moeten laten delen in de groei. Als er één les is die wij uit de huidige mondiale crisis kunnen trekken, dan is het wel dat ons aller economisch lot met elkaar verbonden is. We zitten allemaal in één schuitje, zowel de kleine als de grote landen, de open economieën alsook de geïsoleerde. De onderlinge verwevenheid van onze economieën heeft ons vooral in de laatste tien à vijftien jaar enorm veel voordelen opgeleverd in de vorm van een lange periode zonder grote conflicten, ongekende economische welvaart, de grootste wereldwijde economische groei in de menselijke geschiedenis en honderden miljoenen mensen die de kans kregen zich te ontworstelen aan extreme armoede. Verder heeft ons bedrijfsleven hierdoor toegang gekregen tot grotere markten en genoten we een lage inflatie en een lage werkloosheid. We dienen deze voordelen koste wat het kost te beschermen. Dat betekent onvermijdelijk dat we ons beleid dienen te coördineren, zowel in goede als in slechte tijden. De G20-Top heeft dat onomwonden onderkend.

Ten derde zijn de staatshoofden en regeringsleiders tot een consensus gekomen ten aanzien van vraagstukken waarvoor dit een jaar geleden of zelfs nog maar negen maanden geleden nog schier onmogelijk leek. De toezeggingen in Londen vormen de kroon op drie maanden van intensieve voorbereidende gesprekken en zijn een waarlijk grote doorbraak. Indien al deze toezeggingen ingelost en tot stand gebracht worden, dan moet het mogelijk zijn om de komende tientallen jaren vernietigende crises als de huidige te voorkomen.

Ten vierde heeft de Topontmoeting de omstandigheden en voorwaarden voor wereldwijde economische samenwerking voorgoed veranderd en heeft zij een nieuwe krachtsverdeling tot stand gebracht. De grootste opkomende economieën hebben volwaardige erkenning gekregen voor hun rol in de wereldwijde economie. De ontwikkelde landen en de snel opkomende landen hebben gezamenlijk verklaard dat de stabiliteit en welvaart van zowel de arme landen als de meest kwetsbare sociale groepen in de wereld in ons aller eigenbelang is. Dit is waarlijk een grote strategische ommekeer. Voor Europa betekent dit dat het met behulp van een nieuwe visie en met goed doordacht beleid zal moeten vechten voor handhaving van zijn huidige positie in het mondiale besluitvormingsproces. Noch de omvang van de EU-economieën, noch de erfenis van het verleden, zal in de toekomst an sich volstaan om de huidige strategische rol van Europa in het mondiale economische besluitvormingsproces te handhaven.

De resultaten van de Topontmoeting in Londen waren desalniettemin een groot succes voor de EU. Deze Topontmoeting sloot zich aan bij alle door de hoogste vertegenwoordigers van de Europese lidstaten in de conclusies van de Europese Raad van 19 en 20 maart 2009 vastgelegde prioriteiten. Zo wijst de Londense G20-Top het protectionisme af, heeft men beloofd een verantwoord en duurzaam economisch beleid te voeren, werd opnieuw het multilateralisme omhelsd en werd ingestemd met alle door de lidstaten van de EU collectief als fundamenteel beschouwde prioriteiten op het vlak van de regulering van de financiële sector. De lidstaten van de EU namen zoals reeds gezegd vaak het voortouw tijdens de G20-Top, of waren op zijn minst een van de drijvende krachten. Desalniettemin is er na de Londense G20-Top nog een groot aantal openstaande kwesties.

Allereerst wat betreft de financiële regulering en het financieel toezicht. Ondanks de enorme vooruitgang in de afgelopen maanden blijft een groot aantal problemen nog onopgelost en moet er dus nog het nodige werk aan verzet worden. De EU heeft echter een duidelijke routekaart en tijdsplanning liggen voor de komende twee maanden en heeft tevens een duidelijke rolverdeling aangebracht tussen de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank, de Europese Financiële Commissie, Ecofin en de Europese Raad van juni. In dit programma staat onder meer dat er op het gebied van de boekhoudkundige standaarden per direct resolute maatregelen getroffen dienen te worden om de Europese banken aldus in staat te stellen zaken te doen onder vergelijkbare mededingingsvoorwaarden als die van de Amerikaanse banken.

Ten tweede hebben de vertegenwoordigers van de G20-landen wat de wereldwijde handel betreft hun eerder bij de ontmoeting in Washington gedane belofte om geen nieuwe handelsbarrières op te werpen, nog eens herhaald. Ook is tijdens de G20-Top andermaal herhaald dat de ontwikkelingsronde van Doha met een “ambitieus en evenwichtig resultaat” dient te worden afgerond. Deze toezegging werd echter ook reeds gedaan tijdens de G20-Top vorig jaar november. Toen beloofden de staatshoofden en regeringsleiders zelfs dat de Doha-ontwikkelingsronde reeds aan het eind van 2008 zou worden afgerond. Het is daarom nog maar de vraag in hoeverre deze belofte ditmaal serieus genomen mag worden. Desalniettemin hebben de vertegenwoordigers van de G20-landen nogmaals in Londen verklaard de Doha-ontwikkelingsronde bovenaan hun persoonlijke agenda te zullen plaatsen en gaven zij de verzekering dat zij er tijdens alle komende internationale ontmoetingen de nodige politieke aandacht aan zouden geven. De EU van haar kant dient hard in te zetten op afronding van deze akkoorden.

Ten derde hebben de deelnemers aan de G20-Top toegezegd 1,1 biljoen Amerikaanse dollar uit te trekken voor het herstel van de kredietmarkt, de economische groei en de werkgelegenheid in de wereld. Dat gebeurt middels het Internationaal Monetair Fonds en middels multilaterale ontwikkelingsbanken. De details hiervan dienen echter nog te worden opgehelderd en vastgelegd. Het gaat om injecties op de korte, middellange en lange termijn. Op de korte termijn gaat het om een door de EU-lidstaten aan het Internationale Monetair Fonds toegezegd bedrag van 75 miljard euro ter herstel van de stabiliteit van de betalingsbalans van landen die hiermee acute problemen hebben. Maar ook deze toezegging is nog niet in detail uitgewerkt. De definitieve gedaante en het onderliggende mechanisme van deze toezegging zal nog verder worden uitgewerkt door de ministers van Financiën van de lidstaten.

Ook zijn er nog de toezeggingen voor de middellange en de lange termijn met betrekking tot de versterking van de multilaterale instellingen. Een daarvan is de toezegging om het Internationaal Monetair Fonds een ongezien grote, multilaterale lening te verstrekken ter hoogte van 500 miljard dollar. Verder heeft de Topontmoeting in Londen nog tot de toezegging geleid dat de G20-landen hun steun zullen verlenen aan een nieuwe emissie van SDR (bijzondere trekkingsrechten), de eigen munteenheid van het IMF waarvan de bij het IMF aangesloten landen gebruik kunnen maken voor het uitvoeren van onderlinge betalingen. Er wordt gesproken over een bedrag van 250 miljard SDR. Net als bij de multilaterale lening zijn er voor de SDR-emissie vrij gecompliceerde technische regelingen nodig, alsook de toestemming van de ter zake bevoegde organen van het IMF, onderhandelingen met de betrokken landen en ratificatie van de overeenkomst door de nationale parlementen van de aangesloten landen. Dat kan enige jaren duren en dus mogen onze verwachtingen weliswaar hoog gestemd zijn, maar is er wel enige realiteitszin nodig.

Alle genoemde toezeggingen stonden tevens in verband met de afspraak dat de G20-landen alles in het werk zullen stellen om de hervormingen van de besluitvormingsstructuren van het Internationaal Monetair Fonds zoals besloten in april 2008 - vooralsnog afgeremd door de langzaam ratificatie door de nationale parlementen -zo snel mogelijk ten uitvoer te leggen. Verder hebben de G20-landen het Internationaal Monetair Fonds gevraagd om de volgende ronde hervormingen van de fondsaandelen en de stemrechten versneld uit te voeren, zodat dit alles in januari 2011 rond is. De EU-lidstaten dienen deze aanstaande hervormingen goed in het oog houden aangezien veel van de lidstaten, misschien wel het leeuwendeel ervan, de kans lopen dat zij hun nationale vertegenwoordigers straks niet langer meer direct of indirect kunnen laten deelnemen aan het besluitvormingsproces van het IMF of dat zij niet langer direct toegang hebben tot informatie. Bovendien vinden de hervormingen plaats tegen de achtergrond van de beoogde versterking van de rol van het Internationaal Monetair Fonds in het gehele mondiale economische besluitvormingsproces. Veel lidstaten van de EU besteedden tot op heden maar weinig aandacht aan deze problematiek, maar in de komende maanden dient het absoluut binnen hun vizier en aandachtsveld te blijven.

Ten vierde is er nog een onderwerp waarover nog uitvoerig gesproken en overleg gevoerd zal moeten worden, namelijk de mondiale onbalans en de kwestie van het hele toekomstige wereldwijde monetaire stelsel. De Top in Londen heeft hier welbewust niet over gesproken en dus staat het op onze lijst van onderwerpen waar nog aan gewerkt moet worden. Wat dit betreft is het nuttig te wijzen op het feit dat de Londense Topontmoeting van 1933 juist mislukt is als gevolg van het onvermogen te komen tot een akkoord over de wereldwijde monetaire ordening. Momenteel is deze kwestie echter niets minder gecompliceerd dan toentertijd. De Europese Unie dient dan ook dienovereenkomstige aandacht te besteden aan deze problematiek. De oplossing daarvan is namelijk een van de belangrijkste ingrediënten voor zowel een duurzaam economisch herstel als preventie van toekomstige vernietigende mondiale crises.

Dames en heren, ik zou graag nog tot slot Groot-Brittannië, de voorzitter van de G20, willen bedanken voor het beleggen van deze Topontmoeting en dan met name voor het organiseren van alle besprekingen en onderhandelingen in de werkgroep in de weken en maanden voorafgaand aan de Top zelf. De organisatoren hebben uitstekend werk geleverd en verdienen onze grootste waardering voor hun grote bijdrage aan de tijdens de Top geboekte vooruitgang en de aldaar bereikte brede consensus.

Er is een gerede kans dat met de Topontmoeting van de G20-landen in Londen de mondiale economische samenwerking een nieuw en succesvol tijdperk betreedt. Ik acht die kans echt niet onaanzienlijk. De conclusies van de G20-Top vormen een uitstekend uitgangspunt voor een zo spoedig mogelijk einde aan de huidige wereldwijde economische crisis. Ook is met deze conclusies de weg gebaand voor een zodanig nieuwe vormgeving van de sterk onderling verweven wereldwijde economie dat deze beter voorbereid is op een duurzame coördinatie van de economische besluitvorming. Er rest ons nog een uitgebreide onafgeronde agenda, alsook allerlei toezeggingen die nog ingelost moeten worden. De komende maanden en jaren zullen ons vertellen in hoeverre deze Londense Top geschiedenis geschreven heeft. Maar hoe dan ook, de Top gaf duidelijk blijk van de gewijzigde strategische verhoudingen in de wereldwijde economie. Voor de EU is het nu van belang dat zij dit nieuwe tijdperk binnentreedt met een vastomlijnde en realistische visie en dienovereenkomstig beleid, zodat de Europese economie ook in de toekomst de strategische rol kan blijven spelen die zij tot nog toe kon spelen, een rol die de 500 miljoen inwoners van de EU niets minder dan verdienen

 
  
  

VOORZITTER: GÉRARD ONESTA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès (PSE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik weet best dat we niets over de Raad te zeggen hebben, maar dat neemt niet weg dat we flinke vertraging hebben opgelopen.

We hebben een agenda vol belangrijke debatten, voor de Raad is vijf minuten spreektijd ingepland en de Raad neemt er twintig. Ik vind dat van weinig respect getuigen voor de leden van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - U kent ons Reglement net zo goed als ik, mevrouw Berès. Betogen van collega's kan ik met de hamer onderbreken, maar de Commissie en de Raad kan ik slechts verzoeken het kort te houden, wat u zelf zojuist kennelijk al deed.

Mijnheer de commissaris, u heeft weliswaar geen tijdslimiet, maar op de papieren voor me staat dat vijf minuten geldt als acceptabel.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, tijdens de Top van de G20 in Londen zijn substantiële resultaten geboekt. Hieruit blijkt de internationale eensgezindheid om gezamenlijk de wereldeconomie uit de huidige crisis te trekken en te zorgen voor nieuwe economische groei en werkgelegenheid.

De G20 was gericht op drie hoofdpunten. Vandaag treed ik plaatsvervangend op voor mijn collega, Joaquín Almunia. Hij kan deze vergaderingperiode niet bijwonen omdat hij deelneemt aan een grote IMF-bijeenkomst in Washington, waar hij zich voor deze punten inzet.

Ik zal u in het kort verslag uitbrengen van de visie van de Commissie op de resultaten en de vervolgacties in relatie tot de drie algemene hoofdpunten.

Ten eerste zijn de regeringsleiders het erover eens dat zij alles in het werk moeten stellen om de groei te laten herstellen, waarbij op dit moment de grootste prioriteit ligt bij het herstel van het financieel systeem om de kredietstroom weer op gang te brengen. Daartoe zal er een oplossing moeten komen voor de zogeheten giftige, aan bijzondere waardevermindering onderhevige activa. Dit is in lijn is met de principes die tijdens de G20-Top in maart werden aangenomen door de ministers van Financiën, en stemt overeen met de koers die de Europese Unie heeft uitgezet.

Er is bovendien overeengekomen om de aangekondigde economische stimuleringsmaatregelen direct uit te voeren. Het gecoördineerd fiscaal stimuleringspakket van ruim 3 procent – wellicht dichter bij 4 procent – van het bbp is substantieel voor Europa zelf en levert een belangrijke bijdrage aan de macro-economische kortetermijnmaatregelen van de G20 als antwoord op de crisis.

De afspraken die tijdens de G20 zijn gemaakt, moeten zorgen voor een goed evenwicht tussen de begrotingsexpansie op korte termijn, die vanzelfsprekend noodzakelijk is, en de duurzaamheid van de fiscaliteit op de lange termijn, die vereist dat de stimulans op den duur weer wordt ingetrokken. De Europese consensus om de duurzaamheid van de fiscaliteit op middellange termijn te waarborgen, droeg eveneens bij aan de evenwichtige koers die in Londen werd uitgestippeld.

Handelsprotectionisme is een potentieel gevaar in elke mondiale recessie. Het is daarom van belang dat de G20 heeft bevestigd dat de handel en investeringen open zullen worden gehouden om protectionisme in welke vorm dan ook tegen te gaan.

Het tweede hoofdpunt is een ambitieus plan om de globale financiële regelgeving te hervormen. Er is afgesproken dat de regelgeving voortaan van toepassing moet zijn op elke bank, overal en op elk moment. De G20 heeft een grote stap gezet in de harmonisering van de regelgeving waar Europa al zo lang om vraagt.

We hebben de volgende doelstellingen vastgesteld: verbeterde eisen voor banken ten aanzien van kapitaal- en liquiditeitsbuffers en maatregelen om de leverage-ratio te beperken; regulering van hedgefondsen en besloten kapitaalfondsen; overeenstemming over betere regulering van en toezicht op de kredietderivatenmarkten; verdergaande regulering van kredietbeoordelingsinstellingen; oprichting van mondiale colleges van toezichthouders voor alle grote internationale banken; en goedkeuring van de nieuwe principes van de Raad voor financiële stabiliteit inzake het loon van managers en bonussen in financiële instellingen. Er zijn ook afspraken gemaakt over wezenlijke maatregelen tegen buitenlandse belastingparadijzen die niet bereid zijn mee te werken. Dat betekent dat belastingontduikers in de toekomst geen plek meer zullen hebben om zich te verschuilen. Wij waarderen in het bijzonder de verklaring over het opheffen van het bankgeheim.

Wij zijn bovendien zeer ingenomen met de recente aankondiging door verschillende landen om zich meer te conformeren aan de OESO-normen voor de informatie-uitwisseling bij belastingaangelegenheden. Al met al is er nu op het terrein van financiële regelgeving meer vooruitgang geboekt dan gedurende het hele laatste decennium.

Als derde hoofdpunt is afgesproken om de internationale financiële instellingen te hervormen zodat hun sterke positie voor de mondiale economie kan worden gegarandeerd. Daarnaast dient te worden gezorgd voor een adequate vertegenwoordiging van de opkomende en ontwikkelingslanden. Er is afgesproken om de middelen van het IMF uit te breiden, waarbij de EU en haar lidstaten het voortouw namen. Enkele landen hebben het voorbeeld van de EU en Japan gevolgd en ook gelden toegezegd, maar er zijn meer toezeggingen nodig, met name van de Verenigde Staten en China.

Het is verder van belang dat de besluiten die tijdens de G20 zijn genomen, snel ten uitvoer worden gelegd. We moeten daarbij zorgen voor de opbouw van een meer evenwichtige wereldeconomie en fouten die in het verleden zijn gemaakt, vermijden. Er is wellicht een fundamentele aanpassing nodig van het wereldwijde groeimodel – ik doel op de buitensporige begrotingstekorten van de VS en de grote Chinese handelsoverschotten –, om de wereldwijde economie weer op een koers van duurzame groei te brengen.

De regeringsleiders zullen voor het einde van dit jaar opnieuw bij elkaar komen, waarschijnlijk in september. Een effectieve coördinatie is een voorwaarde als Europa het G20-proces wil blijven aansturen, en dat zou ons continue streven moeten zijn.

Concluderend kan worden gesteld dat voor het overwinnen van de huidige crisis niet alleen een effectieve en gecoördineerde fiscale stimulans nodig is, maar ook een hervorming van de financiële regelgeving en van de internationale instellingen.

Laten wij niet vergeten dat deze crisis is ontstaan door excessen en hebzucht op de financiële markten, met name op Wall Street. Voor Europa is het een kwestie van terugkeren naar de fundamentele waarden van het Europese model: een combinatie van initiatieven van ondernemingen, respect voor productief werk en streven naar solidariteit. Met andere woorden, de uitdaging waarvoor wij nu gezamenlijk staan, is om de Europese sociale markteconomie te redden van de systemische fouten van het financiële kapitalisme.

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-DE-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Nečas, mijnheer Rehn, dames en heren, we zitten middenin de eerste wereldwijde recessie. Deze recessie vraagt om een op internationaal niveau gecoördineerd antwoord. Dat is de enige manier waarop we er met z'n allen weer uit zullen geraken.

Het op de G20-Top bereikte akkoord zal ons helpen de weg van groei en werkgelegenheid weer terug te vinden. De wereldleiders hebben in Londen de kredieten voor het IMF verdrievoudigd, extra kredieten verleend aan de ontwikkelingsbanken en bevestigd dat ze voorstander zijn van een open internationale handel. Dit programma, dat gericht is op het herstel van krediet, groei en werkgelegenheid, zou ons de tijd moeten geven die we nodig hebben om de markten te stabiliseren en vooral om het vertrouwen in de wereldeconomie terug te brengen.

We moeten er echter voor waken ons te laten verleiden tot gemakzuchtige oplossingen. Het spook van het protectionisme moet absoluut bezworen worden. Als we onze grenzen sluiten voor de handel, maken we precies dezelfde fouten als onze voorgangers tijdens de crisis van 1929.

We hebben, vandaag meer dan ooit, juist meer handel nodig, niet minder. Zo zouden we, als we er in zouden slagen om samen met de Verenigde Staten, onze voornaamste handelspartner, een heuse trans-Atlantische economie zonder belemmeringen tot stand te brengen, al 3,5 procent extra groei creëren. Dat is waar we naartoe moeten werken.

We moeten de groei stimuleren, niet alleen om de werkgelegenheid te beschermen, maar ook en vooral om nieuwe banen te scheppen. Mijn linkse collega's roepen op tot meer sociale uitgaven en meer sociale zekerheid. Ze willen zogenaamd banen redden door onze economieën af te sluiten. Een transparante economie, waar iedereen de mogelijkheid krijgt om met zijn talenten te woekeren, is een innoverende en duurzame economie. Een sociale markteconomie, dat is waarnaar we moeten streven.

We moeten lering trekken uit de fouten van de afgelopen maanden, en een van de voornaamste problemen in de financiële sector was het gebrek aan regulering en toezicht. We zullen het vertrouwen van onze medeburgers in de economie pas kunnen herstellen als we het vertrouwen in ons financiële stelsel hebben hersteld.

Daartoe moeten we de regulering en het toezicht uitbreiden naar alle financiële instellingen en naar alle instrumenten, inclusief de hedgefondsen. We moeten de strijd aanbinden met belastingparadijzen, het bankgeheim afschaffen en het toezicht op de kredietbeoordelingsbureaus opvoeren.

In een gemondialiseerde economie, waar de markten nooit slapen, is transparantie onze enige verdediging. Investeerders moeten er zeker van zijn dat in verschillende delen van de wereld dezelfde normen gelden.

En tot slot hebben we ook een verantwoordelijkheid ten aanzien van ontwikkelingslanden. Deze crisis mag namelijk niet alle moeite die we ons jarenlang hebben getroost op dit vlak, teniet doen. Daarom moeten we druk blijven uitoefenen om te bereiken dat de WTO zich snel aanpast aan de 21e eeuw en aan de nieuwe regels.

De armste landen van de wereld hebben hulp nodig om volwaardige spelers in de wereldeconomie te worden. Dit kan de wereldeconomie een groei van 150 miljoen dollar per jaar opleveren, waarvan het leeuwendeel ten goede zal komen aan de ontwikkelingslanden.

Daarom steunen wij de toezegging van de G20 om 850 miljard aan extra middelen uit te trekken voor ondersteuning van de groei in opkomende markten en ontwikkelingslanden.

Dames en heren, om deze economische en financiële crisis te boven te komen moeten we veranderen: we moeten het internationale governance veranderen en we moeten onze tolerante houding jegens degenen die zich niet aan de regels houden, veranderen.

 
  
MPphoto
 

  Poul Nyrup Rasmussen, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de belangrijkste vraag is natuurlijk wat we nu moeten doen. Wat moet Europa doen in aanloop naar de volgende G20-Top in september dit jaar?

Ik heb hier de laatste prognose van het IMF. Tot mijn spijt moet ik commissaris Rehn meedelen dat op grond van deze prognose, zelfs met alles wat we hebben gedaan, de economie in de eurozone dit jaar zal krimpen met 4,2 procent, en in Duitsland zelfs met 5,6 procent. We hebben deze cijfers in onze macro-economische berekeningen omgezet en ik kan u, collega’s, meedelen dat hieruit volgt dat het aantal werklozen in de Europese Unie in het voorjaar van 2010 op 27 miljoen zal uitkomen. Dat betekent in feite een verlies van 10 miljoen banen in de Europese Unie in een periode van twee jaar tijd.

We moeten nu snel in actie komen op een gecoördineerde en effectieve wijze, precies zoals Olli Rehn zei. De conclusie van de G20 in Londen was dat als het nodig is om meer te doen, we ook meer zullen doen. Daartoe kan ik alleen maar het cijfer van 27 miljoen werklozen herhalen. Welk argument is er verder nog nodig om meer actie te ondernemen?

Ik wil vier actiepunten noemen die we in de aanloop naar de G20-Top in september kunnen uitvoeren: ten eerste het voorbereiden van nieuwe, gecoördineerde inspanningen om deze dreigende massale werkloosheid te verminderen; ten tweede het opvolgen van de voorstellen van de Larosière-Groep – oprichting van een toezichthoudend orgaan en uitbreiding van de bevoegdheid van organisaties op het vlak van sociale verantwoordelijkheid; ten derde het invoeren van een effectieve financiële regelgeving voor hedgefondsen en private equity; en ten vierde het voorbereiden van Europa om een rol te spelen in de bevordering van een nieuwe global deal, onder meer voor de ontwikkelingslanden die het hardst getroffen zijn door de economische crisis.

Mijnheer de commissaris, vertelt u mij alstublieft niet nog eens dat u een financiële stimulans hebt gegeven van 4 procent, inclusief automatische stabilisatoren. De volgende keer wordt het 5 procent, als het aantal werklozen naar 27 miljoen stijgt. Laten we redelijk zijn en laten we banen creëren. Samen kunnen we het volbrengen.

 
  
MPphoto
 

  Margarita Starkevičiūtė, namens de ALDE-Fractie. – (LT) Ook ik zou graag mijn ingenomenheid willen betuigen met het in Londen bereikte akkoord, maar zou er tegelijkertijd op willen wijzen dat een mondiale economie vraagt om mondiaal toezicht. De Europese Unie kan om twee redenen hiertoe het voortouw nemen. Europa was namelijk zowel na de Tweede Wereldoorlog als na de ineenstorting van het sovjetblok in staat om binnen een korte tijd zijn economieën te herstructureren. We hebben dus uitgebreide ervaring met dergelijke gecompliceerde processen.

Deze processen dienen gegrondvest te zijn op structurele hervormingen. We dienen nieuwe initiatieven ruim baan te geven. Indien we ons nu verliezen in technische details, de verbetering van de regulering - hoezeer deze ook nodig is - dan verliezen we het initiatief alsook manoeuvreerruimte. Alleen met structurele veranderingen kan de zaak in beweging komen en kunnen er nieuwe banen worden geschapen. Welke structurele veranderingen heeft de Europese Unie de wereld dan te bieden?

Eerst en vooral dienen we het toezicht te moderniseren, de financiële markten van de Europese Unie te moderniseren, te putten uit de kracht van onze Europese interne markt en onszelf niet te verschansen achter onze nationale muren. Indien we in staat zijn om samen te werken binnen de Europese interne markt, dan kunnen we de wereld een uitstekend voorbeeld stellen, namelijk dat protectionisme niet de weg is en dat juist openheid, samenwerking en vrij verkeer van kapitaal en macro-economische balans op basis van communautaire overeenkomsten de weg is naar stabiliteit en herstel van economie. De Europese ervaringen op dit gebied zijn van onschatbare waarde.

Ik kan maar niet begrijpen waarom we dit niet doen. Misschien hebben we veel te veel oog voor die hedgefondsen en veel te weinig voor het gewone dagelijks leven van de mensen.

 
  
MPphoto
 

  Roberts Zīle, namens de UEN-Fractie. – (LV) Dank u wel, Voorzitter. In onze ontwerpresolutie inzake de G20-Top staat allereerst dat verschillende lidstaten van de Europese Unie steun van het Internationaal Monetair Fonds ontvangen hebben om problemen met de betalingsbalans op te lossen en ten tweede dat een aantal landen in de eurozone als direct gevolg van de euro niet bloot zijn komen te staan aan grote druk op hun wisselkoersen. Voor de nieuwe lidstaten van de Europese Unie is het echter helaas niet weggelegd deze druk op hun wisselkoersen te doen verminderen, simpelweg omdat zij niet kunnen toetreden tot de eurozone. Tegelijkertijd is de economie in een aantal nieuwe EU lidstaten oververhit geraakt als direct gevolg van grote kapitaalinjecties door een groot aantal Europese banken in een poging aldaar marktaandeel te verwerven. En nu zitten dan de kredietnemers met het volledige wisselkoersrisico opgescheept. Ik zou u dan ook willen oproepen na te denken over de vraag of met name de nieuwe EU-lidstaten die zich hebben aangesloten bij het wisselkoersmechanisme en een vaste wisselkoers aanhouden waarmee een groot deel van deze leningen aan de Europese banken afgelost kan worden, misschien niet tevens geholpen zouden moeten worden met een snellere invoering van de euro. Het belang hiervan kan absoluut niet worden onderschat, aangezien solidariteit in deze moeilijke tijden van doorslaggevend belang is. We zitten eenvoudigweg allemaal in hetzelfde schuitje, zeker nu - laten we eerlijk zijn - zelfs de landen die reeds toegetreden zijn tot de euro met begrotingstekorten van meer dan tien procent zelf volstrekt niet aan de Maastrichtcriteria voldoen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, dus laten we ervoor zorgen dat de neuzen dan allemaal dezelfde kant op wijzen! Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Caroline Lucas, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de G20 is een grote gemiste kans als het gaat om de aanpak van zowel de milieucrisis als de economische crisis – met andere woorden, voor de invoering van een zogeheten Green New Deal. De Topbijeenkomst had het moment moeten zijn voor bijvoorbeeld een grote investering in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, niet alleen omdat er dringend actie nodig is in de strijd tegen de klimaatverandering, maar ook omdat het investeren in groene technologieën een manier bij uitstek is om mensen weer aan het werk te krijgen.

Als er bijvoorbeeld geïnvesteerd wordt in groene energie in plaats van in de normale energie, levert dat veel meer banen op. Het G20-pakket daarentegen houdt de wereld gebonden aan een economie met grote CO2-emissies, en dat juist op het moment dat we zouden moeten overgaan op een heel andere duurzame, koolstofarme economie. Er zijn miljarden euro’s beschikbaar gesteld voor het IMF en de Wereldbank, maar voor de cruciale overstap naar een groene economie kon nagenoeg geen geld gevonden worden, alleen vage aspiraties en veel gepraat.

In de mededeling zijn aan de klimaatverandering en de koolstofarme economie aan het einde slechts twee paragrafen gewijd, zonder specifieke toezeggingen. Het is tragisch dat juist nu, op het moment dat het economische systeem en het mondiale milieu dreigen te botsen, deze cruciale kans niet gegrepen wordt om van koers te veranderen, te zorgen voor een oplossing van beide crises en mensen weer aan het werk te krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, het verslag van de resultaten van de G20 dat we zojuist gehoord hebben – success story, keerpunt in de crisis, enorm succes voor de Europese Unie, enzovoorts – roept bij mij twee vragen op.

De eerste houdt verband met de analyse van de huidige toestand van het wereldwijde financiële stelsel, waarmee Europa – zoals we hebben kunnen zien – nauw verbonden is. Laten we er niet omheen draaien: omdat ze hoe dan ook een geruststellende boodschap af hebben willen geven aan de markt, en daarmee aan de mensen, hebben de G20-leiders de situatie wel heel luchthartig gepresenteerd.

In werkelijkheid blijven de verwachte, maar nog grotendeels verborgen verliezen die de banken zullen lijden, maand na maand explosief toenemen. Wat dat betreft hebben we het ergste niet al achter de rug, maar nog voor de boeg. Drie maanden geleden had men het over 2 000 miljard dollar, en dat was al een astronomisch bedrag, maar inmiddels becijfert het IMF de verliezen op 4 000 miljard dollar.

De Commissie op haar beurt komt voor de bedragen die in allerlei gedaanten door de lidstaten worden uitgetrokken om de banken te redden, op 3 000 miljard euro, een kwart van hun bbp. Dat is de prijs die we moeten betalen voor de dolle jacht naar geld om de winst en naar winst om het geld.

Die sombere realiteit onderstreept het belang van mijn tweede vraag: wat zijn de concrete resultaten van de G20 in Londen op het vlak van regelgeving?

Toen aan Joseph Stiglitz, die – zoals u weet – van de Verenigde Naties de opdracht heeft gekregen om leiding te geven aan een onafhankelijke commissie van deskundigen op het gebied van de financiële crisis, de vraag werd voorgelegd: "Volgens de econoom Simon Johnson zijn de resultaten van de G20 wat betreft regelgeving praktisch nihil. Bent u het daarmee eens?", antwoordde Stiglitz: "Daar ben ik het mee eens".

De inkt van de verklaring van Londen was nog niet droog of het belangrijkste lid van de G20, de Verenigde Staten, deed een beroep op de speculatiefondsen die zich comfortabel in belastingparadijzen hebben gevestigd, om de giftige activa die op de balansen van de Amerikaanse Banken drukken, voor een appel en een ei op te kopen. We zijn echt goed bezig met de morele hervorming van het kapitalisme!

In werkelijkheid heeft de G20 geen enkele rem gezet op de liberale globalisering. Het allerbelangrijkste, de reorganisatie van het internationale monetaire stelsel, is niet aan de orde gekomen. De G20 heeft het IMF een grotere rol gegeven zonder een aanzet te geven tot een hervorming ervan. Aan de immense sociale implicaties van deze crisis wordt stilletjes voorbijgegaan. De G20 schrijft homeopathische middeltjes voor terwijl de situatie overduidelijk om een zware chirurgische ingreep vraagt.

Europa moet denk ik veel verder gaan dan de G20. Het huis staat in brand. Hoort u de schreeuwen van woede die uit onze samenlevingen opklinken? Wat zij eisen zijn geen sussende woorden, maar krachtige en concrete daden, en wel nu.

 
  
MPphoto
 

  Jana Bobošíková (NI).(CS) Dames en heren, het besluit van de G20-Top om als remedie tegen de crisis miljarden dollars in het Internationale Monetaire Fonds te pompen, beschouw ik als buitengewoon contraproductief en schadelijk, en wel om drie redenen. Allereerst dwingt deze toezegging de landen die dit geld ter beschikking stellen, om diep in hun deviezenreserves te tasten of om zich in de schulden te steken.

Ten tweede worden met dit besluit paradoxaal genoeg de landen die voortdurend beschadigd worden door de incompetente analyses van het Internationale Monetaire Fonds, gedwongen aan dit Fonds bij te dragen. Als voorbeeld wil ik graag de Tsjechische Republiek noemen, wier burgers ik hier vertegenwoordig. Ondanks het feit dat de prognoses van dit Fonds voor mijn land volledig afwijken van de werkelijkheid, dragen de Tsjechische burgers er 1,4 miljoen dollar aan bij.

Ten derde zal het IMF de landen het geld tegen veel toeschietelijkere voorwaarden uitlenen dan toch nog toe het geval was en zal het er niet op toezien dat de schuldenaar, als voorwaarde voor verstrekking van de lening, een realistisch voorstel tot maatregelen ter oplossing van zijn economische problemen op tafel legt.

Dames en heren, ik ben ervan overtuigd dat dit alles leidt tot verstoring van de internationale markt voor kredietverstrekking en dat de belastingbetaler daarvoor de rekening gepresenteerd zal krijgen

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter, dames en heren. De Top was een politiek succes en geeft een belangrijke signaal af: landen slaan de handen ineen en tonen de politieke wil om gezamenlijk globale antwoorden op de crises en uitdagingen te vinden en deze uit te voeren. Niettemin wil ik duidelijk stellen dat we de resultaten van de Top niet moeten overdrijven. Tijdens dit soort topoverleg komen uitsluitend intentieverklaringen tot stand, er worden geen besluiten genomen. Door topoverleg komt geen wetgeving tot stand, het heeft geen wettelijke basis.

De Europese Unie is in meerdere opzichten nodig. We moeten de ambitie hebben om bij de opbouw van een mondiaal financieel en economisch bestel een voortrekkersrol in te nemen. Deze voortrekkersrol kunnen we echter alleen innemen, als we over Europese regelgeving beschikken en modellen kunnen aanbieden. We zijn op de goede weg met ons model van de sociale markteconomie, met het depositogarantiestelsel en met de vandaag besloten maatregelen voor kredietbeoordelingsinstellingen. Wat bij de uitkomsten van de Top mijns inziens echter ontbreekt is bijvoorbeeld een duidelijke afspraak over het wegnemen van de procyclische werking van de huidige regelgeving op Europees en wereldniveau, ik noem Bazel II.

We hebben nog veel werk te verzetten: hedgefondsen, lonen van managers, de bankenrichtlijn, Europees toezicht, ik noem slechts enkele voorbeelden. We fungeren via de Commissie als de stem van dit continent. Tegelijkertijd zijn ook de nationale staten vertegenwoordigd. De communautaire belangen staan naast de nationale belangen op het wereldtoneel. Dat kan een kans zijn, maar ook een bedreiging. Daarom is een adequate coördinatie van groot belang. Als onze vertegenwoordigers niet één lijn trekken, wordt onze positie wereldwijd daardoor verzwakt.

Mijn laatste punt: of de plannen succesvol zullen zijn, hangt af van de mate waarin de politieke intenties in wetgeving worden omgezet, de handhaving daarvan en de coördinatie van een tijdige, internationaal en inhoudelijk afgestemde uitvoering. De Top wijst alleen de weg, het resultaat moet nog komen.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira (PSE). - (PT) Voorzitter, de G20-Top was met name van belang omdat deze ruimte heeft gecreëerd voor multilaterale dialoog en heeft laten zien dat we zonder dit multilateralisme de crisis niet kunnen oplossen. Maar de Top was een startpunt en geen eindpunt. De rol van de Europese Unie moet versterkt en duidelijker worden en de rol van de EU moet een voortrekkersrol zijn. Niets wijst er op dit moment op dat dat gaat gebeuren.

We hebben een ontzettend belangrijk handvat, te weten het rapport De Larosière, maar de Commissie is traag met de implementatie daarvan, traag in haar reactie. Kijk bijvoorbeeld eens naar haar reactie met betrekking tot de hedgefondsen. Ondertussen vertoont de reële economie in Europa nog geen tekenen van herstel en het afwachtende beleid dat gevoerd wordt, betekent slechts wachten op nog slechtere cijfers, op een situatie die elke dag alleen maar verder verslechtert. De laatste schattingen van het IMF en de OESO spreken voor zich: 27 miljoen werklozen. Dat is een enorm probleem.

De Commissie is dit Parlement ook uitleg verschuldigd over wat haar plannen zijn, wat haar initiatief in de praktijk inhoudt en hoe het er concreet voorstaat met het beleid inzake de coördinatie van de initiatieven van de lidstaten. Maar we kunnen niet langer meer wachten. De politieke wil om tot actie te komen moet er reeds zijn.

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren. De G20 is eigenlijk een stap in de goede richting. De G8 zou op termijn moeten worden vervangen door de G20. Dan hebben we al een top minder. De Europeanen hebben het laten afweten. Toch is de Europese Unie met 27 lidstaten het gebied waarin we een nieuwe financiële economie kunnen opzetten.

Tot dusverre is hierover veel gesproken, maar er zijn nog geen heldere besluiten genomen: het aanpakken van belastingparadijzen, controle van de hedgefondsen, een einde aan de frauduleuze financiële marktproducten. Hierover is veel gesproken. Als de Europeanen met een duidelijk standpunt naar Londen waren gegaan, wie had daar dan tegenin kunnen gaan? Ik vind het, net zoals mijn vriendin, mevrouw Lucas, bijzonder tragisch dat men tijdens de Top in Londen de klimaatcrisis en de problemen van de continuiteit van de energievoorziening gewoonweg voor zich uit heeft geschoven. Dat heeft niet alleen grote negatieve gevolgen voor het milieu en de continuiteit van de energievoorziening, maar ook voor de werkgelegenheid omdat men de kans van duizenden nieuwe banen links laat liggen.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, hier kan ik mij geheel bij aansluiten. Het is tragisch dat er voor hetgeen door collega Lucas gezegd is, geen Europese meerderheid kan worden gevonden. Als die er wel zou zijn, was onze positie aanzienlijk beter en zouden we dit tegenover de volgende generaties kunnen verantwoorden. Op deze manier is dat echter niet mogelijk.

Ik moet u voorhouden dat het debat over de financiële crisis en het bestrijden van de opkomende of reeds bestaande klimaatcrisis mij op veel punten doet terugdenken aan de tijd na de Tweede Wereldoorlog in de Duitse Bondsdag. Destijds waren er ook veel afgevaardigden en politici die niets meer wilden weten van de tijd tot aan 1945. Zij moesten daarmee geleidelijk aan worden geconfronteerd. Daar begint het echter mee: men moet eerst het verleden verwerken, eigen fouten inzien en naar de toekomst kijken, voordat er vooruitgang kan worden geboekt. De EU en vooral de politieke actoren hebben het in de financiële crisis dramatisch laten afweten. Ze moeten hier consequenties uit trekken en eerst leren welke fouten zij in het verleden hebben gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Paul Gauzès (PPE-DE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, in de ontwerpresolutie die het Parlement morgen zal aannemen, zal het de stellingnamen ten aanzien van de kredietbeoordelingsbureaus met het oog op meer transparantie en een sterkere samenwerking tussen de nationale toezichtinstanties verwelkomen.

Wat dat betreft heeft Europa vandaag het goede voorbeeld gegeven. Vanmorgen heeft het Coreper het compromis tussen de lidstaten, de Commissie en het Parlement goedgekeurd en vanmiddag heeft ook het Parlement dit compromis met een overweldigende meerderheid van 569 stemmen tegen 47 aangenomen. Hiermee kan de door de Commissie voorgestelde regeling, zoals gewijzigd door het Parlement, snel in werking treden.

Ik zou willen onderstrepen dat met deze regeling het fundament wordt gelegd voor een Europees toezicht in de geest van de voorstellen uit het verslag-Larosière. Het CEER wordt het centrale toegangspunt voor de registratie van bureaus en zal in eerste instantie een coördinerende rol vervullen.

De Commissie heeft toegezegd een dezer maanden met een wetgevingsinitiatief te zullen komen om de laatste hand te leggen aan een echt Europees toezichtsysteem.

Alvorens af te ronden wil ik nog benadrukken dat de terugkeer van het vertrouwen, het uiteindelijke doel van alle maatregelen die worden genomen, uiteraard een betere regulering vereist, vooral van het financiële stelsel.

Maar we moeten ook rekening houden met de angsten van onze medeburgers en er positief op reageren. We moeten hun een boodschap brengen die niet alleen hoopvol maar ook realistisch is. Als we het moreel van onze medeburgers niet verbeteren zullen we het vertrouwen van de consumenten niet terugkrijgen, en zonder het vertrouwen van de consumenten zal het aantrekken van de economie uitblijven. De informatie die we aan onze medeburgers verstrekken moeten evenwichtig en eerlijk zijn en mag niet doorslaan in defaitisme, waarbij positieve ontwikkelingen, successen en concrete resultaten van de herstelplannen onderbelicht blijven, en we moeten er rekening mee houden dat deze plannen tijd nodig hebben om effect te sorteren.

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès (PSE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde tegen de heer Daul zeggen – maar die is helaas al weg – dat het toch wel opmerkelijk is om de conservatieven vandaag ons, de socialisten, ervan te horen beschuldigen dat we de sociale uitgaven willen verhogen, terwijl hun voornaamste argument voor het afwijzen van de herstelplannen was dat we in Europa de befaamde automatische stabilisatoren hebben. Wat zijn dit anders dan werkloosheidsuitkeringen, die wij met hand en tand hebben verdedigd?

Wat de G20 aangaat is mijn belangrijkste bezwaar het volgende: de G20 heeft de methode-Barroso gehanteerd, namelijk door een optelsom van bestaande plannen als een herstelplan te beschouwen. En als we naar de cijfers van de OESO van gisteren kijken, naar die van het IMF van vandaag en naar die van de Commissie van morgen, dan is het toch onvoorstelbaar dat Europa het daarbij laat?

Wat we nodig hebben is een echt Europees herstelplan en er is geen andere mogelijkheid, mijnheer de commissaris, dan dit te financieren met een Europese lening. Het wordt tijd dat u de handen uit de mouwen steekt, zelfs als dit Europees Parlement er straks niet meer is om u bij deze taak terzijde te staan.

Tot slot stel ik vast dat de G20 een opdracht had, die vooraf als volgt door Dominique Strauss-Kahn werd verwoord: "Herstel zal uitblijven zolang het vraagstuk van de giftige leningen niet is opgelost". Het is duidelijk dat de G20 het wat dat betreft heeft laten afweten. We zijn nog niets opgeschoten.

Nog twee vraagjes: in de conclusies van de G20 wordt de winst van de Doha-ronde becijferd op 150 miljard dollar. Waar komt dat getal vandaan? En hoe valt het te onderbouwen? We zouden graag een toelichting van u krijgen, mijnheer de commissaris.

Tot slot, wat het toezicht betreft: als Europa de goede weg wil inslaan, moet ze dringend de voorstellen van de groep-De Larosière ten uitvoer leggen.

 
  
MPphoto
 

  Antolín Sánchez Presedo (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, uit de G20 is een belangrijke boodschap naar voren gekomen, namelijk dat welvaart ondeelbaar is en dat duurzaam herstel slechts mogelijk is bij een gezamenlijke inspanning van en voor alle betrokkenen.

Het is nu zaak dit in praktijk te brengen. We moeten dezelfde lijn nu doortrekken. De G20 heeft opnieuw gemeenschappelijke prioriteiten vastgesteld, afspraken gemaakt om middelen ter beschikking te stellen aan het IMF, aan de ontwikkelingsbanken en voor de bevordering van de handel, hervormingen doorgevoerd in het internationale financiële stelsel, verregaande voorstellen gedaan voor de regelgeving en het toezicht, en heeft voortgang gemaakt in de strijd tegen belastingparadijzen.

Zonder de G20 zou de situatie tot wanhoop stemmen en zouden de misstanden chronisch kunnen worden.

Het belangrijkste is echter dat het initiatief van de G20 geen gebeurtenis op zich is, maar een proces. De Europese Unie heeft als meest geïntegreerde, belangrijkste en meest evenwichtige economische ruimte ter wereld, de plicht om de richting aan te geven, en gelet op haar sterke potentieel is voor de Unie wereldwijd een belangrijke rol weggelegd. Het gaat hier immers niet slechts om een conjuncturele crisis maar om een crisis met diepere oorzaken waarvoor de Europese Unie het politieke voortouw moet nemen.

 
  
MPphoto
 

  Danutė Budreikaitė (ALDE). – (LT) Het Internationaal Monetair Fonds heeft een verklaring afgelegd over de verschillende manieren waarop de EU-lidstaten in Midden- en Oost-Europa sneller uit de crisis zouden kunnen komen. Invoering van de euro is een van de genoemde maatregelen. Dit voorstel betreft concreet de landen met een currency board. In Litouwen is de litas nu reeds vier jaar tegen dezelfde koers gekoppeld aan de euro; twee keer zolang als uit hoofde van het currency board-mechanisme vereist is. Ook zouden we voor andere niet-eurozonelanden de periode voor het wisselkoersmechanisme dienen te beperken tot een jaar. De economische crisis in de EU en de wereld vraagt om nieuwe, snelle en creatieve beslissingen en compromissen, zeker gezien het feit dat in de tien jaar dat de euro nu bestaat nog geen enkel land in de eurozone aan alle eurozonecriteria en -vereisten - de Maastrichtcriteria - voldaan heeft.

 
  
MPphoto
 

  Bart Staes (Verts/ALE). - Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om toch ook een stukje hypocrisie met betrekking tot de G20-Top aan de kaak te stellen. Deze Top werd aangekondigd als een historisch akkoord, als iets ongelooflijks, als een stap vooruit, bijvoorbeeld in de strijd tegen fiscale fraude en belastingparadijzen. Er is tevens een zwarte, een grijze en een witte lijst gemaakt.

Maar de hypocrisie van de Europese Unie bestaat erin dat wij - om maar één voorbeeld te geven - nauwelijks anderhalve week voor de G20-Top een economische partnerschapsovereenkomst met Caraïbische landen hebben gesloten. Acht van die veertien landen zijn belastingparadijzen. Toch sluiten wij met dat soort landen een vrijhandelsovereenkomst waarmee ervoor wordt gezorgd dat vrijhandel en liberalisering van de financiële diensten tot stand komen hetgeen tot gevolg zal hebben dat de rommelkredieten en het zwarte geld vrijuit vanuit dat soort belastingparadijzen naar de Europese Unie kunnen vloeien.

Ik wil hier dus de hypocrisie aanklagen van enerzijds een mooie mediashow, de G20-Top, die beweert de belastingparadijzen te zullen aanpakken, en in de praktijk een beleid dat totaal in tegenspraak is met hetgeen gezegd wordt. Dit wilde ik nog gezegd hebben.

 
  
MPphoto
 

  Petr Nečas, fungerend voorzitter van de Raad. − (CS) Dames en heren, hartelijk dank voor dit debat. Ik zou mij volmondig willen aansluiten bij de heer Daul die zegt dat de bescherming tegen protectionisme het meest cruciale element is. Protectionisme zou een soort kankergezwel zijn die onze economie definitief om zeep zou brengen en zich tegen de burgers van de Europese Unie keren. Protectionisme zou leiden tot een verdere verergering van de economische crisis en verdere daling van de welvaart. Tevens ben ik het van harte eens met de heer Daul als hij oproept tot een transparante economie voorzien van een doeltreffende en - moet ik zeggen - ook redelijke mate van regulering en uiteraard ook met de oproep tot versterking van de mondiale financiële instellingen.

De heer Rasmussen en mevrouw Starkevičiūtė spraken over geld pompen in de economie. Ik wil hier benadrukken dat wij geen geld in de economie steken om financiële instellingen daarmee uit de brand te helpen. We doen dit om er mede voor te zorgen dat de werkgelegenheid op peil blijft, om concreet mensen te helpen hun arbeidsplaats te behouden. Per slot van rekening zijn we het er toch allemaal wel over eens dat de meest waardige manier voor de burgers van de Europese Unie om in hun levensonderhoud te voorzien, bestaat in eigen arbeid. Tegelijkertijd dienen we bij al deze stappen, dus bij het toepassen van financiële stimuli op de economie, niet alleen aan onszelf te denken, maar ook aan onze kinderen en kleinkinderen. De maatregelen mogen dus met andere woorden niet leiden tot een verregaande en langdurige bedreiging van de stabiliteit van de overheidsfinanciën. Onze inspanningen dienen zich te richten op de bescherming van de werkgelegenheid. Het voorzitterschap is dan ook van plan om in samenwerking met de Europese Commissie een werkgelegenheidstop te beleggen, waarbij in de allereerste plaats gekeken zal worden naar mogelijke maatregelen op het vlak van de werkgelegenheid.

Ik veroorloof het me om het niet eens zijn met mevrouw Lucas. Ik ben het absoluut niet met haar eens dat de G20-Top een gemiste kans is. Dat neemt echter niet weg dat ik iedereen hier wil oproepen tot politiek realisme. De huidige economie is ziek en moet dus genezen worden. Er is eerste hulp nodig, gevolgd door langdurige verzorging en daarna nog enige revalidatie. We mogen en kunnen er niet op rekenen dat de zaken meteen al binnen drie of vier maanden ten goede zullen keren. Want het zware weer waarin de mondiale en dus ook de Europese economie terecht is gekomen, heeft veel diepere oorzaken en is ook langduriger van aard. Dat betekent dat ook het hele genezingsproces een langdurig karakter zal hebben en daar is veel geduld voor nodig. Wat dat betreft was de G20-Top mijns inziens een eerste stap in de goede richting.

De heer Wurtz zei dat hij het besluit inzake de financiële markten niet ver genoeg vond gaan. Ik ben het met hem eens dat de Europese Unie in velerlei opzicht beduidend verder dient te gaan, iets dat als u het mij vraagt echter reeds gaande is. Laten we niet alleen kijken naar de door de staatshoofden en de regeringsleiders ondernomen stappen, maar tevens naar alle veelal in de bijlagen van de verschillende documenten terug te vinden maatregelen, zoals die getroffen zijn door de ministers van Financiën. Ik zou er verder nog op willen wijzen dat de Europese Commissie deze week reeds gesproken heeft over verdere specifieke maatregelen. Maar ook hier zou ik graag willen oproepen tot realisme. We mogen en kunnen niet verwachten dat we binnen drie of vier maanden een of ander wondermiddel ontdekken. De wereldeconomie zit diep in de moeilijkheden en het hele genezingsproces zal zeer veel tijd vergen. Wat ik echter maar niet genoeg kan benadrukken, is dat we de zaken ook binnen de Europese Unie gezamenlijk en gecoördineerd dienen aan te pakken. Niemand van ons is een van de rest van de wereld afgesneden eilandje; alleen met behulp van een gecoördineerde aanpak zullen we de gevolgen van de mondiale economische crisis succesvol het hoofd kunnen bieden

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u bedanken voor het serieuze en constructieve debat. Ik zal hierover vanzelfsprekend verslag uitbrengen aan de Commissie, aan voorzitter Barroso en mijn collega, Joaquín Almunia.

Ik wil twee of drie opmerkingen maken, allereerst over het Europees economisch herstelplan. Net als Poul Nyrup Rasmussen heb ik natuurlijk zorgvuldig gekeken naar de laatste economische prognose van het IMF, waarin inderdaad een somber beeld wordt geschetst. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat we al grote en vergaande beleidsbeslissingen hebben genomen om de Europese economie en de wereldeconomie te stimuleren. Dit heeft over het algemeen al bijgedragen aan een vermindering van de financiële crisis. Toch verwacht ik in alle eerlijkheid dat er de komende tijd nog steeds slechte berichten zullen komen uit de reële economie, met name als het gaat om de groeiende werkloosheid. We moeten daarom zeer alert en waakzaam zijn. We moeten continu nauwlettend toezien op de werking en de resultaten van het economisch herstelplan, de fiscale stimulans en de financiële hervormingen. Indien nodig zullen we de komende maanden nog meer – en nog betere – actie moeten ondernemen.

Wij zijn bezig met een gedegen voorbereiding van de hervorming van de financiële markt, dit als antwoord op de opmerkingen van verschillende collega’s. Zo is een van de agendapunten van de Commissie voor volgende week bijvoorbeeld een omvangrijk pakket wetgeving inzake de financiële markten, met name de beloning van bestuurders, en een aanbeveling over het beloningsbeleid in de financiële-dienstensector. Dit vormt een belangrijk deel van de hervormingen van de financiële markten.

Tot slot wil ik nog op het volgende wijzen: het is waar dat de hervorming van de financiële regelgeving in Europa en in de rest van de wereld noodzakelijk is om de systeemfouten van het financieel kapitalisme te corrigeren. Tegelijkertijd moeten we oppassen dat we niet de baby met het badwater weggooien als het gaat om de markteconomie als zodanig. Met andere woorden, we moeten de interne markt behouden, die de motor is van de welvaart in Europa, en we moeten ons inzetten voor een nieuwe overeenkomst over de wereldhandel in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. Zoals de heer Daul zei: we hebben meer, niet minder handel nodig. Dat is met name van belang voor de ontwikkelingslanden, die zwaar getroffenen zijn door de huidige recessie en de vertraging van de wereldhandel.

Als plaatsvervanger van Louis Michel volgende maand ben ik hierbij ook betrokken vanwege mijn portefeuilleverantwoordelijkheden. Het is inderdaad zo dat de ontwikkelingslanden behoren tot degenen die het zwaarst getroffenen zijn door deze economische recessie. We moeten ons daarom met hetzelfde elan inzetten voor een spoedige en ambitieuze afronding van de Doha-ronde. In de huidige economische omstandigheden is de afronding van de Doha-ronde nog belangrijker geworden. Dit kan de wereldeconomie een stimulans geven en protectionisme voorkomen. Daarom moeten alle G20-landen hun blik niet alleen richten op hun nationale politieke landschap, maar ook een wezenlijke bijdrage leveren aan de snelle voortgang van de Doha-ronde. Ik denk dat het, met het oog op de ontwikkeling, eveneens belangrijk is te melden dat de regeringsleiders van de G20 tevens overeenstemming hebben bereikt over een handelsfinancieringspakket ter waarde van 250 miljard dollar. Dit pakket is voor twee jaar en dient ter ondersteuning van de wereldwijde handelsstromen; Europa levert hieraan een substantiële bijdrage.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Er zijn door de zes grootste fracties van het Parlement zes ontwerpresoluties(1) ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2, van het Reglement, tot besluit van het debat.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt vrijdag 24 april 2009 plaats.

 
  

(1) Zie notulen.


14. Steun voor de speciale Olympische Spelen in de Europese Unie (schriftelijke verklaring): zie notulen

15. Situatie in de Republiek Moldavië (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in de Republiek Moldavië, maar eerst geloof ik dat de heer Watson de aandacht van het Parlement wil vestigen op enkele hooggeplaatste personen uit Moldavië die op de publieke tribune hebben plaatsgenomen.

 
  
MPphoto
 

  Graham Watson (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u erop wijzen dat de leiders van de drie oppositiepartijen in het Moldavische parlement op de tribune hebben plaatsgenomen om aan dit debat deel te nemen: Dorin Chirtoacă, burgermeester van Chişinău en vicevoorzitter van de Liberale Partij van Moldavië; Vladimir Filat, voorzitter van de Liberale Democratische Partij, en Serafim Urechean, voorzitter van de Alliantie “Ons Moldavië”.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Petr Nečas, fungerend voorzitter van de Raad. − (CS) Geachte Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren. De Raad en het Parlement volgen de gebeurtenissen in de Moldavische Republiek na de parlementsverkiezingen van 5 april met een gevoel van grote verontrusting. Er is in onze onmiddellijke nabijheid een grote politieke crisis uitgebroken die een waarlijk grote uitdaging vormt voor het EU-beleid met betrekking tot Moldavië in het bijzonder en de hele regio in het algemeen. Dit is des te verontrustender gezien het feit dat de EU momenteel op het punt staat het proces van het oostelijk partnerschap op te starten. Het is in ons aller belang ervoor te zorgen dat de situatie in Moldavië de tenuitvoerlegging van dit partnerschap niet ondermijnt. We dienen een zeer duidelijk onderscheid te maken tussen de uitlatingen van president Voronin en de politieke vertegenwoordigers enerzijds en de belangen van de burgers van Moldavië anderzijds.

Onmiddellijk na het uitbreken van de gewelddadige protesten in Chişinău op 7 april jongstleden, heeft de EU haar speciale vertegenwoordiger, Kálmán Mizsei, naar Moldavië gestuurd. Vanaf dat moment probeert de heer Miszei met alle macht politieke onderhandelingen op gang te brengen tussen de verschillende Moldavische partijen. De partijen die zetels verworven hebben in het nieuwe parlement dienen samen tot een realistische oplossing te komen met inachtneming van de democratische beginselen. De speciale vertegenwoordiger staat gedurende de hele crisis regelmatig in contact met het voorzitterschap alsook met de hoge vertegenwoordiger, Javier Solana.

Zoals u wellicht weet heeft ook de Tsjechische premier, de heer Mirek Topolánek, gisteren een bezoek afgelegd aan Chişinău. Hij heeft daar de autoriteiten alsook de oppositie met klem opgeroepen een politieke dialoog op te starten. Verder heeft hij daar een ontmoeting gehad met president Voronin, premier Greceanu en vertegenwoordigers van de oppositie. De belangrijkste boodschap van het voorzitterschap aldaar kwam volledig overeen met de door de heer Kálmán Miszei reeds langere tijd gevolgde lijn. De burgerrechten in de Moldavische samenleving dienen te worden versterkt, de regering dient het maatschappelijk middenveld in staat te stellen naar behoren te functioneren en de vrijheid van meningsuiting alsook andere fundamentele mensenrechten te waarborgen. Verder moet de Moldavische oppositie toegang krijgen tot de voornaamste media om haar zienswijze uit te dragen en op gelijke voorwaarden de politieke strijd aan te gaan. Aan de andere kant dienen de vertegenwoordigers van de oppositie op constructieve wijze samen te werken met de regeringspartij en de resultaten van de verkiezingen te respecteren. Premier Topolánek heeft als voorzitter van de Raad van de Europese Unie alle partijen op het hart gedrukt om te allen tijde het Europees perspectief in het oog te houden. Moldavië moet koste wat het kost op het pad van de democratisering blijven. Aansluiting van Moldavië bij het oostelijk partnerschap zou het land daartoe de nodige kracht moeten geven.

Ik zou graag nog even stil willen staan bij het feit dat volgens de officiële op acht april bekendgemaakte verkiezingsuitslag de Moldavische communistische partij met bijna 50 procent van de stemmen als winnaar uit de bus is gekomen. De overige stemmen kwamen terecht bij drie oppositiepartijen. Op basis van deze resultaten zouden de communisten 60 van de 101 zetels in het nieuwe parlement moeten krijgen. In een voorlopige beoordeling door de internationale missie van internationale verkiezingswaarnemers wordt gezegd dat de verkiezingen geldig zijn, ook al werd er in dit verband gewezen op een aantal problemen tijdens de campagne.

De oppositie en talrijke non-gouvernementele organisaties zeggen echter dat er fraude is gepleegd tijdens de verkiezingen. De centrale kiescommissie heeft vorige week de stemmen herteld en kwam daarbij tot de slotsom dat de regerende communistische partij 60 van de 101 parlementszetels behaald heeft en bevestigde daarmee de resultaten van de eerste telling. Volgens de oppositie ligt het probleem echter niet zozeer in de telling an sich, maar in de kiezerslijsten waarop naar hun zeggen enkele honderdduizenden “dode zielen” stonden, oftewel niet-bestaande personen. De oppositie onderwerpt deze kiezerslijsten momenteel aan een gedegen onderzoek om haar beweringen met bewijzen te kunnen staven. Volgens de woordvoerder van de kiescommissie werd er tijdens de hertelling echter geen enkele aanwijzing gevonden voor fraude. De oppositie wees verder nog op de brede inzet door de regerende partij van overheidsmiddelen voor haar verkiezingscampagne. Ook de internationale waarnemingsmissie had wat dit betreft kritiek op de Moldavische instanties. In de aanloop naar de verkiezingen heeft ook de EU de Moldavische instanties hiervoor meermalen terechtgewezen. Daarbij werd met name verwezen naar het gebrek aan persvrijheid en de vervolging van oppositieleden door repressieve instanties.

Volgend op de protesten groeide de druk op de onafhankelijke media. Journalisten werden aangehouden en vervolgd. Een aantal buitenlandse journalisten is het land uitgezet of de toegang tot het land geweigerd. Er bestaat nog een andere ernstige reden tot zorg. De Moldavische instanties hebben zich tijdens de genoemde crisis namelijk schuldig gemaakt aan ernstige schendingen van de mensenrechten. Volgens berichten werden na de gewelddadige protesten op 7 april zo’n 250 personen gearresteerd. Velen van hen, veelal jongeren, werden geslagen door de politie en blootgesteld aan onmenselijke behandeling en zelfs foltering; ze kregen geen toegang tot juridische hulp en het werd hun niet toegestaan familieleden in te lichten. Drie jonge demonstranten vonden de dood.

We hebben de Moldavische instanties onomwonden te kennen gegeven dat dergelijke schendingen van de mensenrechten en de vrijheid van de media onaanvaardbaar zijn voor de EU. De gewelddadigheden in Chişinău vormen geen enkele rechtvaardiging voor alle harde, door de overheidsinstanties getroffen maatregelen. Moldavië heeft zich onder meer in het kader van het actieplan EU-Moldavië verbonden tot de Europese normen en waarden. De EU doet de Moldavische instanties dan ook de dringende oproep om de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te respecteren.

Op 15 april heeft de Moldavische president Vladimir Voronin met zijn amnestie voor alle tijdens de protesten gearresteerde personen, overigens met uitzondering van degenen met een strafblad, een eerste stap in de goede richting gezet. Hij riep toen tevens op tot een transparant en correct onderzoek naar de gebeurtenissen in kwestie. Dit onderzoek zou moeten plaatsvinden in samenwerking met de desbetreffende Europese en internationale instellingen. Niet alleen de EU houdt de situatie van de mensenrechten in Moldavië nauwgezet in het oog, ook de Raad van Europa, de OVSE en de VN doen dit. Het is belangrijk dat al deze activiteiten gecoördineerd worden. Voor een betrouwbaar en rechtvaardig onderzoek naar de gebeurtenissen in Moldavië kan men niet zonder internationale deelname. De verregaande polarisatie en het wantrouwen die de laatste weken de overhand hebben gekregen in de Moldavische samenleving, kunnen alleen met behulp van een transparant proces uit de wereld geholpen worden.

Het is duidelijk dat deze crisis via politieke middelen opgelost dient te worden. Moldavië kampt met ernstige economische problemen als gevolg van de wereldwijde financiële crisis. Indien de politieke schermutselingen voortduren, kan het land niet werken aan een oplossing voor die problemen. Er is met grote spoed een volwaardig functionerende regering nodig. Ook zal er hulp van buiten nodig zijn, bijvoorbeeld in de vorm van verregaande betrokkenheid van het Internationaal Monetair Fonds. Het is in deze fase uitermate belangrijk om verder de toekomst in te kijken dan alleen naar de onmiddellijke gevolgen van de huidige crisis. Ook dienen we met elkaar af te stemmen welk langetermijnbeleid we jegens Moldavië voeren willen. De crisis heeft duidelijk aangetoond dat er consistente en ambitieuze maatregelen nodig zijn ter versterking van de democratische normen en instellingen in Moldavië. Daarvoor zal intensievere EU-hulp nodig zijn voor de opbouw van overheidsinstellingen. Men denke daarbij aan hervorming van de rechterlijke macht en de politie, alsook aan waarborging van de persvrijheid en de pluraliteit van de media. In het akkoord tussen de politieke partijen in Moldavië over de uitweg uit de huidige crisis dienen de partijen zich ondubbelzinnig te verbinden tot verregaande hervormingen op deze terreinen.

Dames en heren, tot slot zou ik graag nog willen benadrukken dat Moldavië vele jaren lang een van de meest vergevorderde landen in Oost-Europa was als het gaat om de vastberadenheid de democratische beginselen na te leven en de bereidheid tot toenadering tot de EU. Het is in ons belang om Moldavië te helpen de huidige crisis te boven te komen en op de genoemde weg verder te gaan. Het oostelijk partnerschap biedt een nieuw en ambitieus kader voor de versterking van de EU-hulp ten behoeve van politieke en economische hervormingen in Moldavië en andere landen in de desbetreffende regio. Het is in ons aller belang ervoor te zorgen dat de democratie in Moldavië versterkt wordt en dat Moldavië verder gaat op de ingeslagen weg van toenadering tot de EU

 
  
  

VOORZITTER: MECHTILD ROTHE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, in aansluiting op de aankondiging van de heer Watson wil ik allereerst onze gasten uit Moldavië van harte welkom heten.

De situatie in de Republiek Moldavië is inderdaad uiterst zorgwekkend. Wij volgen de ontwikkelingen op de voet en zoeken naar manieren om de dialoog verder op gang te brengen en verzoening te stimuleren tussen de politieke partijen in het land.

Wat betreft het verloop van de recente verkiezingen, is mijn collega Benita Ferrero-Waldner verheugd over het tussentijds verslag van de verkiezingswaarnemingsmissie onder leiding van de OVSE. In het verslag wordt geconcludeerd dat de verkiezingen hebben plaatsgevonden in een pluralistische omgeving, met voor de kiezers duidelijk onderscheiden politieke alternatieven, en met inachtneming van een aantal van de internationale normen voor democratische verkiezingen.

Er werden echter ook grote en zorgwekkende misstanden vastgesteld, waarop de Commissie al geruime tijd voor de verkiezingen gewezen had. Het betreft ongepaste administratieve inmenging, geen volledige eerbiediging van de vrijheid van meningsuiting, geen volledige toegang van alle partijen tot de media, en een algeheel gebrek aan publiek vertrouwen in het democratische en verkiezingsproces. Deze punten moeten dringend worden aangepakt, te meer gezien de gebeurtenissen van 7 april.

Nog veel zorgwekkender zijn de meldingen van wijd verbreide mensenrechtenschendingen in verband met de demonstraties na de verkiezingsdag. Na de rellen volgend op de demonstraties van 7 april heeft de Commissie het gebruik van bovenmatig geweld scherp veroordeeld en alle betrokken partijen opgeroepen om het gebruik van ophitsende taal en geweld te stoppen.

Wij houden deze zaak nauwlettend in de gaten. De eerbiediging van de mensenrechten blijft een belangrijke voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van onze betrekkingen met Moldavië. Het is van cruciaal belang dat de beschuldigingen van ernstige mensenrechtenschendingen door de veiligheidsdiensten onverwijld en diepgaand worden onderzocht. In gevallen waarin de beschuldigingen kunnen worden gestaafd, dienen de autoriteiten van Moldavië ervoor te zorgen dat de personen die als verantwoordelijken voor deze mishandelingen geïdentificeerd worden, ook daadwerkelijk in een proces ter verantwoording worden geroepen.

Een positieve ontwikkeling is het feit dat president Voronin ermee heeft ingestemd om de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa, Thomas Hammarberg, te bezoeken. Eveneens positief is de samenwerking met de speciale vertegenwoordiger van de EU over deze zaken. Ook de interesse bij Moldavië in de mogelijkheid om een onderzoeksdelegatie van de EU te sturen, is positief.

Hoewel deze missies geen vervanging zijn voor de plicht van de overheid om de mensenrechtenschendingen te onderzoeken en de verantwoordelijken te vervolgen, kunnen zij wel bijdragen aan de opheldering van wat er tijdens de afgelopen verkiezingen en daarna heeft plaatsgevonden. Zij kunnen ook bijdragen aan een verbetering van de politieke dialoog om het publieke vertrouwen weer te herstellen.

De situatie in Moldavië is op dit moment erg kwetsbaar. Moldavië heeft voortdurend de wens geuit om zijn banden met de Europese Unie verder aan te trekken. Door de huidige crisis wordt de vastberadenheid van Moldavië in dit opzicht getest.

Wij zijn verheugd over het feit dat Roemenië geen tegenmaatregelen heeft genomen nadat de visumverplichting voor Roemeense burgers weer werd ingevoerd en de Roemeense ambassadeur tot persona non grata werd verklaard. Wij roepen alle partners op grote terughoudendheid te betrachten en vooral het hogere doel in het oog te houden, namelijk het bereiken van stabiliteit in het land.

De huidige situatie is uitermate zorgwekkend, maar we moeten het brede perspectief niet uit het oog verliezen. Voor toekomstige stabiliteit en welvaart in Moldavië zijn nauwere betrekkingen met de Europese Unie nodig. Met het oostelijk partnerschap dat binnenkort van start gaat, moeten we laten zien dat wij werkelijk bereid zijn om Moldavië te ondersteunen bij het overwinnen van de huidige problemen, met name door de spanningen te verminderen, de dialoog te bevorderen en de banden tussen ons te versterken.

De Republiek Moldavië is ons buurland. De afgelopen vijftien jaar hebben wij in een relatie van vertrouwen nauw samengewerkt met de Moldavische burgers. Wij zijn ons ten volle bewust van de Europese aspiraties van Moldavië. Het is van cruciaal belang dat we nu betrokken blijven bij de bevolking van Moldavië en dat wij blijven samenwerken. Dat geldt niet alleen voor de uitdagingen die in de verkiezingsperiode zijn gerezen, maar ook voor de uitdagingen die het gevolg zijn van de mondiale financiële en economische crisis. Met andere woorden, Moldavië en zijn burgers gaan ons aan het hart.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu, namens de PPE-DE-Fractie. – (RO) De Republiek Moldavië heeft internationale engagementen en verplichtingen, waarmee zij zich verplicht heeft om de democratie, de rechtsstaat en de mensenrechten te respecteren. De recente gebeurtenissen hebben ons echter een ernstige afwijking van al deze engagementen getoond. De arbitraire aanhoudingen, ontvoeringen, de verdwijning van personen, de flagrante schending van de rechten van de gearresteerden, de onmenslievende en mensonterende behandeling, het terroriseren van de burgers, het bedreigen met een wapen vormen betreurenswaardige daden die de Europese toekomst van dit land in gevaar brengen.

De tegen vertegenwoordigers van de massamedia en oppositiepartijen begonnen campagne en de aanhouding en uitzetting van journalisten vormen ernstige en betreurenswaardige handelingen. Ik veroordeel deze agressiecampagne, de ernstige schendingen van de mensenrechten en de onrechtmatige handelingen die de regering van de Republiek Moldavië heeft gepleegd.

De voor 2007-2010 geplande Europese hulp voor democratische ontwikkeling en goed bestuur in de Republiek Moldavië bedraagt meer dan 50 miljoen euro. Ik hoop dat het geld niet is gebruikt voor het instrueren van de politie om geweld te gebruiken tegen de bevolking. Ik verzoek de Commissie een verslag op te stellen voor het Europees Parlement over de bestemming van alle Europese fondsen in de Republiek Moldavië.

Roemenië heeft een proactief beleid en zal dat blijven hebben ter ondersteuning van de integratie van de Reubliek Moldavië in de Europese structuren. Dit is niet alleen het gevolg van de historische banden die wij hebben met de burgers van die staat, maar vooral vanuit de vaste overtuiging dat de toekomst van de Republiek Moldavië een Europese toekomst is, van een moderne en democratische staat die is geschoeid op de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden. De aantijgingen van de Moldavische autoriteiten aan het adres van de Roemeense staat zijn absurd en de invoering van de visumplicht voor Roemeense burgers vormt een ongerechtvaardigde en onaanvaardbare actie. De leider van een staat wisselt, de burgers blijven.

Ik ben van oordeel dat het in het belang is van de Europese Unie dat de Republiek Moldavië zijn Europees traject afmaakt in overeenstemming met het streven van zijn burgers naar een leven in een stabiele en veilige democratische staat. In dit verband is het oostelijk partnerschap een effectief instrument en een kans voor het Europese streven van de burgers van de Republiek Moldavië.

 
  
MPphoto
 

  Marianne Mikko, namens de PSE-Fractie. – (ET) Dames en heren, Moldavië heeft altijd mijn volledige steun gehad, maar de huidige crisis baart me toch wel grote zorgen. Ook al is Moldavië een klein land dat afhankelijk is van buitenlandse hulp, dienen we niet te doen alsof onze neus bloedt wanneer de rechtsstaat geschonden wordt. We hechten nog altijd een grote waarde aan de betrekkingen tussen de Europese Unie en Moldavië, maar er mag ook niet verwacht worden dat de Europese Unie vol zit met naïevelingen die alles geloven wat de Moldavische autoriteiten hen zeggen. De komende ad-hocmissie van het Europees Parlement naar Moldavië is van groot belang. Geen enkel onderwerp zal daarbij gemeden worden. We willen graag weten hoe de politie zich in de nasleep van de verkiezingen gedragen heeft jegens de demonstranten. De Europese Unie en ook de rechtstreeks door het volk gekozen afgevaardigden hechten de allerhoogste waarde aan de naleving van de mensenrechten in daden, niet slechts in woorden. Helaas heeft de Republiek Moldavië gisteren tijdens de bijeenkomst van de Commissie buitenlandse zaken met de Moldavische delegatie gezegd dat Europa maar beter voorbereid kan zijn op monologen in Chişinău. Dat is voor ons onacceptabel, aangezien Europese integratie gelijk staat aan een open dialoog. Dat betekent dat partners alles met elkaar bespreken kunnen en dat ook doen. Ik geloof in het oostelijk partnerschap en ook in de levensvatbaarheid van de democratie in Moldavië. Ik zou u dan ook willen oproepen Moldavië te helpen.

 
  
MPphoto
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de situatie in Moldavië brengt nare herinneringen terug uit het donkere verleden van Europa: een communistische regering roept eenzijdig de overwinning uit, demonstranten worden geslagen en gedood, buurlanden worden ervan beschuldigd onrust te veroorzaken. Indien daadwerkelijk kan worden aangetoond dat de Roemeense veiligheidsdienst verantwoordelijk is voor de gewelddadigheden, moet de internationale gemeenschap hier onderzoek naar doen.

De delegatie van ons Parlement moet volgende week op zoek gaan naar bewijzen voor de berichten over 200 000 extra stembiljetten die zouden zijn gedrukt, de vermeende 400 000 kiezers die op de verkiezingsdag met onjuiste ID werden ingeschreven, en beweringen dat de kiezers in Transnistrië massaal uit hun stemrecht zouden zijn ontzet. Totdat het onderzoek heeft plaatsgevonden en de OVSE verslag heeft uitgebracht, zullen velen de uitslag simpelweg niet geloven, ongeacht het oordeel van de rechtbanken in Moldavië. Het instinctieve optimisme van commissaris Ferrero-Waldner zou wel eens misplaatst kunnen blijken.

President Voronin zou verder moeten optreden tegen de gevangenneming, mishandeling en buitengerechtelijke executies van jonge mensen die na de protesten willekeurig werden opgepakt. Het tegenwerken van advocaten of ngo’s moet stoppen, de namen en gegevens van de gearresteerden moeten worden vrijgegeven. Ik zou de Commissie willen vragen of het feit dat Moldavië de Roemeense ambassadeur het land heeft uitgezet en de visumverplichting voor reizigers heeft ingevoerd, in strijd is met de overeenkomsten die tussen Moldavië en de Europese Unie zijn gesloten. Zo ja, welke maatregelen zal de Commissie dan nemen?

De aankondiging van president Băsescu over paspoorten heeft ook tot spanningen geleid. We moeten in onze bilaterale betrekkingen met tact te werk gaan, maar tegelijkertijd aandringen op de naleving van gesloten overeenkomsten.

Onze bezoekers uit Moldavië hebben vandaag een land geschetst waarin vrijheid en democratie op talloze manieren worden ingeperkt, waar het internet op mysterieuze wijze niet functioneert, waar televisiekanalen van het net verdwijnen, waar de staatstelevisie buikdansers uitzendt in plaats van het geweld op straat.

De Europese Unie moet zich, met oog voor de geopolitiek, verdiepen in de politiek van Moldavië. De Moldavische bevolking streeft naar democratie en keuzevrijheid, het land doet enorm veel handel met de westelijke buurlanden, en het is met de lidstaten van de Europese Unie verbonden op grond van zijn geografische ligging, geschiedenis en cultuur. Als onze leiders volgende maand bij elkaar komen tijdens de Top over het oostelijk partnerschap, dienen zij erop toe te zien dat het partnerschap wordt gebaseerd op democratie en mensenrechten. President Voronin en zijn medestanders moeten zich hieraan houden. Dit moet de Europese Unie van hen eisen.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder (IND/DEM). - De internationale verslaggeving van de ongeregeldheden en hun nasleep in Moldavië van begin april roept nogal wat vragen op, vragen die de Europese instellingen dienen te richten aan het adres van de Moldavische en de Roemeense autoriteiten.

Om met Chişinău te beginnen. Is de Moldavische regering werkelijk van zins voortaan in noodgevallen het vuur te openen op demonstranten? Zie de mededeling van de premier op de staatstelevisie. En hoe verklaart de Moldavische regering de radicale omslag in het optreden van de nationale veiligheidsorganen tegenover demonstranten en andere opponenten? Een omslag van onbegrijpelijke passiviteit jegens vandalisme, brandstichtingen en plunderingen van overheidsgebouwen naar wreed fysiek geweld tegen weerloze burgers, met drie dubieuze sterfgevallen.

Bovenal, hoe kwijt de Moldavische Republiek zich van haar verantwoordelijkheid voor deze schendingen van elementaire grondrechten? Voor de beantwoording, mevrouw de Voorzitter, van die laatste cruciale vraag moet stellig de open brief met negen aanbevelingen van veertien Moldavische verdedigers van de burgermaatschappij van gisteren aan het Tsjechische voorzitterschap worden meegenomen. Ik hoop dat de Europese instellingen, commissaris Rehn en ook het Tsjechische voorzitterschap daarvan nota nemen. Prominente personen uit de Moldavische samenleving vragen om opheldering. Wij moeten de Moldavische autoriteiten daarmee confronteren.

Voorts dient Brussel ten minste van Boekarest opheldering te vragen over het voornemen om op massale schaal het Roemeense staatsburgerschap open te stellen voor Moldavische staatsburgers met Roemeense grootouders. Europese afstemming over de verstrekkende gevolgen van zo een ingrijpend besluit ligt zeker in de rede.

 
  
MPphoto
 

  Adrian Severin (PSE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, het geweld in de Republiek Moldavië was geen revolutie, maar een opstand die plaatsvond in een revolutionaire sfeer binnen een verdeelde samenleving. Men zou ook kunnen denken dat de gewelddadigheden zijn uitgelokt en gebruikt als strategie om de grenzen tussen de Europese Unie en Eurazië opnieuw te bepalen.

Daarom is het probleem in dit geval een Europees probleem. Het is niet slechts een intern probleem van een individuele lidstaat. De oplossing van het probleem moeten we echter niet zoeken in vergelding, maar in vergroting van de inspanningen om Moldavië op Europese wijze te benaderen. Het aanmoedigen van de Moldavische elite om het land met buitenlands paspoort te verlaten, is evenmin de oplossing.

We moeten in dit verband de missie van de vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Moldavië versterken, zowel in omvang als in middelen. Verder is het zaak de onderhandelingen met Moldavië over de visumverstrekking te versnellen en nauwer samen te werken als het gaat om bescherming van de openbare orde en eerbiediging van de mensenrechten. We moeten samenwerken met de autoriteiten, de oppositie en het maatschappelijk middenveld, maar ook met Rusland, dat een belangrijke invloed heeft in de regio. We moeten voorkomen dat deze gebeurtenissen worden gebruikt als excuus voor een eenzijdige oplossing van de kwestie Transnistrië.

 
  
MPphoto
 

  Anna Ibrisagic (PPE-DE). - (SV) Mevrouw de Voorzitter, sommigen vinden dat we wel en sommigen vinden dat we geen resolutie over Moldavië zouden moeten hebben. Degenen die niet voor deze resolutie zijn, halen vaak aan dat de OVSE de uitslag van de verkiezingen zelf heeft goedgekeurd. Ik wil voorop stellen dat het rapport van de OVSE niet geheel onkritisch was. Integendeel, het rapport bevatte juist behoorlijk wat kritiek. De resolutie gaat niet alleen over de verkiezingen, maar ook over hetgeen dat na de verkiezingen gebeurde, en dat nu al een tijdje in Moldavië aan de gang is.

De mensenrechten moeten worden eerbiedigd. De vrije media mogen niet worden beknot. Het mishandelen van mensen die op vreedzame wijze demonstreren, mag nooit worden geaccepteerd. Goedkeuring van deze resolutie zou betekenen dat we een duidelijk signaal afgeven aan de mensen in Moldavië dat ze niet alleen zijn, dat we zien wat er daar aan de hand is, en dat we dit niet accepteren. Daarom roep ik iedereen op om de resolutie te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Victor Boştinaru (PSE). - (RO) Wat er is gebeurd in de Republiek Moldavië was allang te voorzien. Wanneer ik dit zeg doel ik op het feit dat de dialoog tussen de EU en de Republiek Moldavië ten minste in 2008 betrekking had op drie grote thema’s: a) de vrije toegang van de oppositie tot de openbare massamedia, die door het regime-Voronin systematisch en institutioneel wordt geweigerd; b) het feit dat de wet op parlementsverkiezingen niet is gewijzigd, wat was geëist door de Commissie van Venetië maar op ruwe wijze was geweigerd door het regime van Chişinău en zijn medewerkers; c) het betrekken van de oppositie bij belangrijke besluiten over het beleid van het land, vooral dat van de Europese integratie, iets dat systematisch is geweigerd.

Als we zien dat deze drie grote thema’s ontbraken of systematisch werden geweigerd door de gesprekspartners uit Chişinău, zullen we vaststellen dat de Europese Unie in feite een ruwe afwijzing heeft gekregen van Moldavië wanneer er sprake was van fundamentele zaken voor de toekomst van dit land. Wat er is gebeurd op de dag van de verkiezingen was slechts het voorspelbare einde van een geschiedenis waaraan de Europese Unie en het Europees Parlement ook schuldig zijn.

 
  
MPphoto
 

  Maria Petre (PPE-DE). - (RO) Mevrouw de Voorzitter, beste collega’s, met betrekking tot de Republiek Moldavië hebben we drie problemen, alle drie ernstig, en vanuit dit punt kunnen we drie richtsnoeren voor aanpak vaststellen. In de eerste plaats zijn er de mensenrechten: we hebben honderden gearresteerde en in sommige gevallen zelfs gemartelde jongeren. Dan de persvrijheid: we hebben geïntimeerde en op klaarlichte dag op straat ontvoerde journalisten. Vervolgens is er de wijze waarop de verkiezingen zijn verlopen: hier hebben we een immense hoeveelheid concrete gegevens aangaande fraude. Ook wij moeten, net zo concreet, een beslissing nemen met betrekking tot dit aspect. De oppositiepartijen stellen dat de fraude de uitslag met 10 tot 15 procent heeft gewijzigd. De burgers van de Republiek Moldavië zien nog met grote hoop naar onze besluiten. Het is hun enige manier om te ontsnappen aan de dramatische situatie, bijna zonder precedent in Europa, die zij gedwongen waren door te maken.

 
  
MPphoto
 

  Alexandru Nazare (PPE-DE). - (RO) In Chişinău heb je nu, mevrouw de Voorzitter, het recht om te zwijgen, je hebt het recht om te doen wat je wordt gezegd, je hebt het recht om belasting te betalen aan een elite die voor niemand verantwoordelijk is, je hebt het recht om te emigreren, je te conformeren en eventueel om te haten op bestelling. Je hebt niet het recht op vrije meningsuiting, op vereniging, op openbare kritiek en zelfs niet het recht om zelf je identiteit te bepalen. Dus, mijnheer de commissaris, dit zijn de vooruitzichten van de stabilisering van de Republiek Moldavië en het zijn geen optimistische vooruitzichten.

Nu Moldavië deze weg is ingeslagen wacht het, in het meest gunstige geval, alleen nog het lot van Wit-Rusland. Lang voor de verkiezingen heeft de Communistische Partij de absolute controle verkregen en geconsolideerd over alle massamediakanalen. Deze maatregelen hebben het democratische proces inhoudsloos gemaakt en hebben een kwart van de bevolking gedwongen te emigreren. Tegen deze achtergrond konden de verkiezingen niet anders dan buiten elke twijfel verlopen. De repressie van Chişinău is nu voor de autoriteiten het middel geworden om de dialoog met de bevolking te voeren.

De Unie kan zich daarom vanaf nu geen milde, tweeslachtige houding meer veroorloven ten opzichte van het regime van Chişinău, vanaf nu betekenen ons stilzwijgen of deze tweeslachtige verklaringen goedkeuring van en medeplichtigheid aan de minachting van de fundamentele vrijheden en de democratische wettelijke orde, aan geweld, aan onderdrukking. De crisis in Chişinău toont aan dat wij niet in de laatste plaats onze methodes voor observatie en monitoring van de verkiezingen moeten verbeteren en dat we de rol van onze permanente vertegenwoordiger daar opnieuw moeten bezien.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, Moldavië is nog steeds een van de armste landen in Europa en heeft een kwetsbare democratie. De leider van het land, president Voronin, is een ware “homo sovieticus” die zichzelf nog steeds trots een communist noemt en, helaas, een tweeslachtige houding heeft tegenover de EU, zelfs wat het oostelijk partnerschap betreft.

Hij is echter nog altijd populair, met name in de plattelandsgebieden en onder de oudere generatie die terugverlangt naar de veiligheid van de USSR in deze onzekere economische tijden.

Tijdens de OVSE-trojka, waaraan onze eigen EP-delegatie deelnam, werd zijn overwinning feitelijk bevestigd, dus dit zullen we moeten accepteren. We moeten echter scherpe kritiek uiten tegen het harde neerslaan van de demonstraties van de oppositie, die de regering ervan beschuldigde de media tijdens de campagne te monopoliseren, gebruik te maken van een verouderd en onbetrouwbaar kiezersregister – met veel mensen die al overleden zouden moeten zijn – en ontzegging van het kiesrecht van de grote diaspora in het buitenland die niet konden stemmen.

Op dit moment moeten we onze aandacht vestigen op de schending van mensenrechten. Deze moet grondig worden onderzocht door een EU-delegatie als voorwaarde voor verdere steun aan Moldavië in zijn EU-Atlantische aspiraties.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren. Ik ben bijzonder dankbaar voor dit debat van vandaag, omdat daaruit blijkt dat Europa met 27 lidstaten en 500 miljoen burgers zeker ook buiten de grenzen van Europa invloed heeft. Tal van burgers in Moldavië hebben onderkend hoe belangrijk het is om de trias politica te waarborgen en om een fundamenteel democratisch inzicht te ontwikkelen, en daarvoor ook te strijden.

Het is niet vanzelfsprekend dat mensen zich vandaag de dag inzetten voor democratie, dat mensen hun overtuigingen in het openbaar kunnen uitdragen zonder daarvoor te worden opgesloten of onderdrukt. Daarom vind ik – en op dit punt steun ik de commissaris in het bijzonder – dat Europa in de strijd voor de vrijheid van de individuele burgers, voor de journalistieke vrijheid en voor een goed gefundeerde democratie alle middelen moet inzetten die ons op dit moment ter beschikking staan.

 
  
MPphoto
 

  Petr Nečas, fungerend voorzitter van de Raad. − (CS) Mevrouw de Voorzitter, geachte commissaris, dames en heren. De situatie in Moldavië is nog altijd precair en de Europese Unie dient zich intensief te blijven inspannen om de verschillende partijen rond de onderhandelingstafel te krijgen om samen met hen tot een oplossing te komen, een veelomvattende, evenwichtige en realistische oplossing die zal leiden tot versterking van het democratisch proces en de democratische instellingen in Moldavië. Ik ben het dan ook volledig met Graham Watson eens dat president Voronin zich onomwonden dient te verbinden tot de beginselen van democratie en dat hij de folteringen van en het geweld tegen de demonstranten moet veroordelen. Ook vind ik dat wij allen hier de gevangenneming van journalisten en de enorme inbreuken op de vrijheid van meningsuiting onomwonden dienen te veroordelen. Wat dat betreft is het ook van belang dat we onze volle steun verlenen aan de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie in Moldavië.

Het moge duidelijk zijn dat de Europese Unie en dus ook de Raad, zich buitengewoon zorgen maakt over de schending van de mensenrechten tijdens de crisis in Moldavië. We doen hierbij een dringend verzoek aan de Moldavische autoriteiten om zich aan te sluiten bij het transparante proces waar ook de desbetreffende Europese en internationale instellingen zich ten volste voor zullen inzetten, alsook om een onderzoek in te stellen naar de schendingen van de mensenrechten en om deze te veroordelen. Uit de genoemde crisis is gebleken dat er extra hulp nodig is van de kant van de Europese Unie ten behoeve van verdere politieke en economische hervormingen in Moldavië. Dit alles zou moeten leiden tot een versterking van de democratische beginselen en waarden in het land en dat overeenkomstig de EU-steun inzake de Moldavische soevereiniteit en territoriale integriteit. De Europese Unie is bereid om de handen met Moldavië ineen te slaan en het land te helpen bij zijn toenadering tot de Europese Unie. Dit alles vereist echter een democratisch Moldavië, een Moldavië dat de mensenrechten naleeft, een Moldavië met vrijheid van meningsuiting en met goed functionerende fundamentele democratische instellingen

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil mijn spreektijd graag benutten om te reageren op enkele vragen en opmerkingen in het kader van de huidige discussie, die, mijns inziens, zeer verantwoord is.

Ik wil ten eerste ingaan op de opmerkingen van de heer Watson over visa en mensenrechten, maar voordat ik dat doe, geef ik eerst een reactie op zijn opmerking over mijn collega Benita Ferrero-Waldner. Zij is verantwoordelijk voor onze betrekkingen met Moldavië. U zei dat Benita een instinctieve optimist is. Ter verdediging van mijn collega en het standpunt van de Commissie wil ik ten eerste benadrukken dat het standpunt van de Commissie juist zeer realistisch en evenwichtig is. Ten tweede moet je als Europees commissaris wel een beroepsoptimist zijn, in ieder geval als je verantwoordelijk bent voor de EU-uitbreiding en de betrekkingen met Zuidoost-Europa.

Wat de visa-kwestie betreft, we zijn inderdaad ontsteld over het Moldavische besluit om Roemeense burgers een visumverplichting op te leggen. Dit is onacceptabel. We onderzoeken op dit moment de wettigheid van het besluit. Op 30 april, vlak voor de Dag van de Arbeid op 1 mei, zullen we deze kwestie verder aan de orde stellen bij de Moldavische autoriteiten in het kader van het gezamenlijk beheerscomité Moldavië-Commissie, dat is opgericht in het kader van de overeenkomst inzake visafacilitering.

In het algemeen heeft de Commissie, als het gaat om de verkiezingen, de gebeurtenissen daarna en de mensenrechtenschendingen, een scherpe veroordeling uitgesproken over de gewelddadigheden in de straten van Chişinău op 7 april en het daaropvolgende gebruik van bovenmatig geweld door de wetshandhavingsdiensten en, naar verluidt, door privé-militie. De berichten over veelvuldige mensenrechtenschendingen bij gevangenen, evenals ontvoeringen zijn zeer zorgwekkend.

Het is realistisch gezien van cruciaal belang dat Moldavië in het kader van zijn Europese aspiraties een grondig en onpartijdig onderzoek instelt naar de vermeende mensenrechtenschendingen, in samenwerking met alle politieke partijen en, indien nodig, onder internationaal toezicht. De verdachten van criminele feiten, waaronder de schending van mensenrechten, moeten aan een onderzoek worden onderworpen. Als deze feiten ten laste worden gelegd, moeten betrokkenen de kans op een eerlijk proces krijgen.

Tot slot, wat betreft de vermoedelijke gevolgen van de nasleep van de verkiezingen voor de betrekkingen tussen de EU en Moldavië: gebleken is dat de interne hervormingen in Moldavië nog niet voltooid zijn, met name ten aanzien van de rechtsstaat en de eerbiediging van de fundamentele vrijheden. Wij verwachten van alle betrokken partijen in Moldavië, zowel de officiële autoriteiten als de politieke oppositie en het maatschappelijk middenveld, dat zij zich zullen inzetten voor een oplossing van de huidige crisis waardoor de Moldavische bevolking niet minder, maar meer democratie en vrijheid zal krijgen.

De geschiedenis van hetgeen is uitgegroeid tot de Europese Unie, is het concrete bewijs dat door dialoog, samenwerking en de rechtsstaat een coherente en duurzame situatie kan ontstaan waarin respect voor fundamentele vrijheden, politieke stabiliteit en economische welvaart samengaan.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming over eventuele ontwerpresoluties vindt tijdens de volgende vergadering plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Corina Creţu (PSE), schriftelijk. – (RO) Terwijl het communistische regime van Chişinău aan de macht blijft door fraude en marteling, volstaat de premier van het land dat EU-voorzitter is met de inschatting dat de crisis aan de grenzen van de Unie „onrustbarend” is. Noch de getuigenissen van terreur, noch de agressie ten opzichte van een lidstaat van de Europese Unie hebben reacties teweeggebracht zoals dat gebeurde bij de verdraaiing van een legitiem besluit van Roemenië ter bespoediging van het proces van herverkrijging van de Roemeense nationaliteit voor diegenen die deze waren kwijtgeraakt buiten hun wil om, onder tragische historische omstandigheden waarvoor het Westen medeverantwoordelijk is. Ik kan niet heen om de hypocrisie van de politici die nu angst zaaien voor de miljoen Moldaviërs die op het punt staan het Westen in te trekken, zoals zij voor 2007 waarschuwden voor een toestroom van Roemenen.

Over het met de voeten treden van de democratie en de fundamentele vrijheden zullen we de gelegenheid hebben om te discussiëren met de heren Loekasjenko en Voronin nadat het oostelijk partnerschap van start gaat. Als dit samenwerkingsmechanisme zich niet inzet voor democratische hervormingen in de uitgenodigde voormalige sovjetstaten, betekent dit dat het een doodgeboren kindje is.

Ik kan een bitter conclusie niet onderdrukken: voor sommige Europeanen is Tibet dichter bij dan Moldavië. Zo gebeurt het waarschijnlijk als de weg naar Chişinău via Moskou loopt.

 
  
MPphoto
 
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk. – (RO) De verkiezingen van 6 april 2009 in de Republiek Moldavië werden gevolgd door demonstraties. Helaas heeft de pers moeilijkheden ondervonden om informatie te verspreiden over de ontwikkelingen van de gebeurtenissen. Ik ben van mening dat persvrijheid, vrijheid van meningsuiting en het eerbiedigen van de mensenrechten en van de rechtsstaat principes zijn die wij allen eerbiedigen, bevorderen en verdedigen.

Ik ben van mening dat de situatie in de Republiek Moldavië zeer ernstig is en ik ben vooral van oordeel dat de Europese Unie deze situatie serieus en met diplomatie moet behandelen. Ik ben van mening dat de aantijgingen aan het adres van Roemenië aantijgingen zijn aan het adres van de Europese Unie en dat het verklaren tot ongewenst persoon van de Roemeense ambassadeur te Chişinău en de ruwe en eenzijdige invoering door de Republiek Moldavië van de visumplicht voor Roemeense burgers onaanvaardbaar zijn.

De Republiek Moldavië is door haar geschiedenis en geografie een Europees land, een van de buurlanden van de Unie en de relatie tussen de Unie en de Republiek Moldavië moet zich ook in de toekomst baseren op een goed nabuurschap. De regio waaruit ik afkomstig ben is gelegen tegen de Republiek Moldavië en Oekraïne. We hebben veel gemeenschappelijke ontwikkelingsprojecten en ik ben van mening dat Roemenië en de Europese Unie de economische en sociale ontwikkeling van de Republiek Moldavië moeten blijven steunen op grond van een partnerschap dat is gebaseerd op goede samenwerking, maar vooral op wederzijds respect.

 

16. Consolidatie van stabiliteit en welvaart in de Westelijke Balkan - Situatie in Bosnië-Herzegovina (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van het verslag (A6-0212/2009) van Anna Ibrisagic, namens de Commissie buitenlandse zaken, over de consolidatie van stabiliteit en welvaart in de Westelijke Balkan [2008/2200(INI)], en van de verklaringen van de Raad en de Commissie over de situatie in Bosnië-Herzegovina.

 
  
MPphoto
 

  Anna Ibrisagic, rapporteur. − (SV) Mevrouw de Voorzitter, het is nu bijna vijftien jaar geleden sinds het einde van de oorlog in Bosnië en nagenoeg tien jaar geleden toen de bommencampagne van de NAVO Servische strijdkrachten dwong om Kosovo te verlaten. In december van dit jaar zal het tevens zeventien jaar geleden zijn dat ik zelf als vluchteling naar Zweden kwam uit een oorlog die mijn vroegere thuisland in brand zette, en die bittere vijanden van Bosniërs, Kroaten en Serviërs maakte, die voorheen als buren hadden samen geleefd. Het feit dat noch Bosnië, noch Kosovo, noch één van de andere landen van de Westelijke Balkan sindsdien weer in oorlogen terugvielen, hebben wij geheel aan de EU en de NAVO te danken. Maar ook nadat het wapengeweld is gestopt, leeft de erfenis van de oorlog in de politiek en in de samenleving van de regio voort. De enige mogelijkheid die er voor deze mensen in deze landen is om met hun verleden in het reine te komen, is om verder te gaan op de uitgezette weg naar het EU-lidmaatschap. Alleen door vrije wil en dwang die de centrale dynamiek in het toetredingsproces vormen, kunnen de regeringen van die landen zich focussen op het uitvoeren van het werk en de hervormingen die voor eens en voor altijd de stabiliteit en de welvaart op de Westelijke Balkan kunnen vastleggen.

In het verslag dat ik over dit thema heb geschreven, en waar het Europees Parlement morgen over zal stemmen, ga ik verder in op de verschillende initiatieven en projecten, waar de EU en haar lidstaten op een of andere manier bij betrokken zijn, om te proberen samenlevingen op te bouwen die klaar zijn voor de strenge eisen van het EU-lidmaatschap. Ik wil nu niet op de details van het verslag ingaan, maar er zijn twee kwesties die ik in het bijzonder wil benadrukken.

De eerste kwestie betreft het wezenlijke verschil tussen de landen in het uitbreidingsproces dat nu aan de gang is en de landen die zich tussen 2004 en 2007 aansloten. De landen op de Westelijke Balkan werden iets meer dan een decennium geleden geteisterd door een totale oorlog en door etnische zuiveringen. Gelukkig kan hetzelfde niet worden gezegd over Hongarije, Estland of Roemenië. Maar dat betekent ook dat de EU niet de gebruiksaanwijzing van vorige toetredingen kan kopiëren door deze op de Balkan toe te passen. Een voorbeeld hiervan dat ik in mijn verslag noem, betreft het verbod op het uitwijzen van verdachte misdadigers die in andere landen zijn aangeklaagd. Zulke verboden bestaan vandaag de dag in alle landen op de Balkan, maar de EU stelt in de huidige situatie geen eisen tot afschaffing van deze verboden. De reden hiervoor is dat dezelfde eisen niet aan landen als bijvoorbeeld Slowakije en Polen werden gesteld. Het zou duidelijk moeten zijn waarom deze analogie niet opgaat. Ik zou denken dat slechts uiterst weinig vermoedelijke oorlogsmisdadigers zich in Slowakije verborgen houden om hun straf te ontlopen, maar ik kan u vertellen dat het er in Servië of Bosnië beduidend meer zijn. Gerechtigheid kan de grondslag zijn waarop verzoening berust. Straffeloosheid is volstrekt onaanvaardbaar, en ik wil daarom de Commissie en de lidstaten oproepen om deze kwestie wederom aan de orde te stellen, om de landen in die regio de kans te geven maatregelen te treffen om deze verboden op een gecoördineerde manier af te schaffen.

De tweede kwestie die ik onder de aandacht wil brengen betreft het toetredingsproces, dat zoals gezegd enorm moeilijk en veeleisend is, en dat ook behoort te zijn. Stelt men geen strenge eisen en dringt men niet aan op de volledig nakoming ervan, dan bereikt men ook geen feitelijke resultaten. Als de eisen al zo streng zijn en zo moeilijk om na te komen, dan is wel het laatste wat wij moeten doen, de landen die lid willen worden een spaak in het wiel te steken, een spaak die niets te maken heeft met het vermogen van de landen om aan de lidmaatschapscriteria van de EU te voldoen.

Ik denk ook aan hen die beweren dat de EU al voltallig is en dus binnen afzienbare tijd niet meer leden kan opnemen. Maar ik wijs er in mijn verslag op dat er technisch gezien uitstekend kan worden doorgegaan met het opnemen van nieuwe lidstaten, zelfs als het Verdrag van Lissabon niet van kracht zou worden. Hier is echter politieke wil voor nodig, en het is de taak van mij en mijn collega’s in het Parlement om deze politieke wil te creëren.

 
  
MPphoto
 

  Petr Nečas, fungerend voorzitter van de Raad. − (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren. Ik ben het Europees Parlement dankbaar voor het organiseren van deze buitengewoon belangwekkende discussie hier vanmiddag. Ik heb zowel het verslag van Anna Ibrisagic over de toekomstige stabiliteit en welvaart in de Balkan als de door Doris Pack opgestelde ontwerpresolutie over Bosnië-Herzegovina met buitengewone belangstelling gelezen. De Raad stemt in met een groot deel van het verslag en deelt veel van de opinies en zorgen die hier in verband met de situatie in Bosnië-Herzegovina te berde werden gebracht.

Om te beginnen zou ik meteen stil willen staan bij Bosnië-Herzegovina en wel omdat de stabiliteit van dit land van cruciaal belang is voor de toekomst van de Westelijke Balkan in zijn geheel, alsook omdat de huidige situatie ons nog altijd grote zorgen baart. De Raad heeft zich zowel bij de conceptie en tenuitvoerlegging van de strategie ter ondersteuning van de veiligheid en de integriteit van Bosnië-Herzegovina als bij de ondersteuning van de hervormingen die het land nodig heeft voor een welvarende, vredevolle toekomst, altijd buitengewoon actief opgesteld. Om die reden kan ik het niet eens zijn met de bewering dat de Raad onvoldoende aandacht zou hebben voor Bosnië-Herzegovina.

We weten allemaal dat we nog altijd met de gevolgen van de tragische gebeurtenissen in de jaren negentig van de vorige eeuw zitten waar ook mevrouw Ibrisagic over sprak. Bosnië-Herzegovina, een land dat decennialang bij uitstek het symbool was van vreedzaam samenleven van nationaliteiten, culturen en religies, werd toen het strijdperk van een vernietigend conflict. Het beleid van de Unie is er sinds die tijd op gericht te zorgen voor stabiliteit en verzoening door de hele Balkan een Europese toekomst in het verschiet te stellen. Desondanks zijn we nog steeds getuige van vaak hevige nationalistische retoriek die als enig doel heeft de etnische verschillen in Bosnië-Herzegovina te vergroten en nationale verzoening te voorkomen. De tijd heeft deze conflicten nog niet opgelost, noch heeft hij de wonden geheeld van de drie verschillende nationaliteiten van Bosnië-Herzegovina.

Het is echter verbazingwekkend te zien dat al deze nationalistische retoriek en opvattingen gepaard gaan met een door alle Bosnische gemeenschappen en hun politieke vertegenwoordigers gedeelde belangstelling voor een Europese toekomst voor hun land. De inwoners van Bosnië-Herzegovina willen gewoon een veiliger leven en welvaart. Ze willen gewoon verder en ze vertrouwen daarbij op de integratie van hun land in de Europese alsook andere structuren als zijnde de waarborg voor een stabiele toekomst. De politieke leiders van het land daarentegen hebben dan telkens wel hun mond vol van de toekomstige plaats van Bosnië-Herzegovina in de EU, uit hun daden valt hun engagement hiervoor maar moeilijk of geheel niet af te leiden. Met dit conflict tussen de belangstelling voor een Europese toekomst voor het land enerzijds en het nationalisme anderzijds loopt een naar binnen gekeerd en met zichzelf overhoop liggend Bosnië-Herzegovina het reële risico dat het - terwijl de rest van de Westelijke Balkan vooruitkomt - achterop blijft.

Gezien onze vrees dat het inderdaad een dergelijke kant opgaat met Bosnië-Herzegovina, staat dit land nog altijd bovenaan onze agenda en heeft het onze voortdurende aandacht. Bosnië-Herzegovina was en is onderwerp van intensieve besprekingen op alle niveaus in de Raad. De Commissie en het secretariaat van de Raad werken aan verdieping van de contacten met hun partners in dit land om het hele politieke proces op een hoger plan te brengen en Bosnië-Herzegovina te helpen in de pas te blijven met de rest van de regio. De lidstaten doen daar met eigen activiteiten op bilateraal niveau nog een schepje bovenop. Verder zijn we buitengewoon ingenomen met de aandacht van dit Parlement voor Bosnië-Herzegovina. Ook zou ik graag nog mijn erkentelijkheid willen uiten voor de steun van vele van de hier aanwezige afgevaardigden aan het brede scala activiteiten waarmee beoogd wordt van Bosnië-Herzegovina een stabiel en politiek volwassen land te maken.

De EU blijft zich inzetten voor een Europese toekomst voor de hele regio, dus ook voor Bosnië-Herzegovina. Dat neemt niet weg dat er, om aan alle criteria voor toetreding tot de EU te voldoen, nog veel werk verzet moeten worden. Dat betekent dat er een op consensus gebaseerde manier van werken ontwikkeld dient te worden en dat men bereid moet zijn tot verregaande veranderingen. Dit is niet van de ene op de andere dag voor elkaar te breien. Integendeel, het betekent niets meer en niets minder dan een volledige politieke, economische en maatschappelijke omschakeling.

Bosnië-Herzegovina dient verregaande wijzigingen aan te brengen aan zijn interne structuren en besluitvormingsprocessen. We zijn teleurgesteld over het feit dat er noch in de Bosnische raad van ministers, noch in het Bosnische parlement ook maar enige vooruitgang geboekt is. Het is allemaal vele malen minder dan zou moeten. De staatsinstellingen dienen dringend versterkt te worden en ook dienen zij beter werk te leveren om eindelijk tot echte resultaten te komen en tot daadwerkelijke vooruitgang bij de met de EU samenhangende programma’s. Dat is bitter hard nodig, want de Unie kan zich alleen met Bosnië-Herzegovina als één geheel bezighouden en niet met de samenstellende delen apart. Bovendien zijn de prioriteiten van het Europese partnerschap glashelder. De Unie is te allen tijde bereid een helpende hand te bieden, maar zij kan en wil de politici in Bosnië-Herzegovina het werk dat zij zelf te verrichten hebben, niet uit handen nemen.

Ondanks het feit dat er nog steeds nationalistische politieke programma's worden nagestreefd, zien wij ook wel dat het in Bosnië-Herzegovina wel degelijk mogelijk is om compromissen te sluiten en over bepaalde zaken tot overeenstemming te komen. Dat hebben wij eerder al meermalen kunnen zien, zoals bij de goedkeuring van de twee politiewetten die de weg bereidden voor de ondertekening van de stabilisatie- en associatieovereenkomst, of de oplossing van de Brcko-problematiek waarmee voldaan werd aan een van de voornaamste doelstellingen van de Vredesimplementatieraad. Maar ook in deze gevallen kwamen de vooruitgang en de overeenstemming pas op het allerlaatste moment tot stand onder verregaande druk van de internationale gemeenschap.

Dit vraagt dus om een veel volwassener houding. Het is van het allergrootste belang dat de plaatselijke politieke leiders zich verantwoordelijk opstellen, initiatief tonen en laten zien dat ze weten aan wie Bosnië-Herzegovina eigenlijk toebehoort en wie er daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de toekomst van het land. De bevolking van Bosnië-Herzegovina verdient veel meer dan wat ze nu voor haar in de stembussen geworpen stembiljetten krijgt. Dit is overigens iets waaraan u als politici meer dan wie dan ook een steentje kunt bijdragen. Maar wanneer dit alles tot stand komt, wordt er ook verregaande vooruitgang geboekt wat betreft de aanwezigheid van de internationale gemeenschap in Bosnië-Herzegovina. Er moet per se iets veranderen. Zovele jaren na de ondertekening van de vrede moet Bosnië-Herzegovina nu eindelijk op eigen benen komen te staan en een punt zetten achter zijn protectoraatachtige manier van denken en een volwaardige betrouwbare staat worden. De stuurgroep van de Vredesimplementatieraad heeft met het oog hierop namens de internationale gemeenschap een lijst opgesteld met vijf doelstellingen alsook twee voorwaarden waaraan Bosnië-Herzegovina voldoen moet voor er überhaupt enige verandering tot stand kan komen. Het is echt een proeve van volwassenheid, eentje waar de EU volledig achter staat.

Deze 5+2-lijst is niet slechts een zoveelste opsomming van verdere voorwaarden, maar een zorgvuldig samengestelde lijst van fundamentele vereisten waaraan voldaan moet worden wil Bosnië-Herzegovina een moderne en volwaardige staat worden, een noodzakelijke voorwaarde ook om de aanwezigheid van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger te beëindigen. Elk modern land heeft een behoorlijk functionerend rechtsbestel nodig, doeltreffende belastinginning, gelijke toegang tot het hoge gerechtshof voor alle burgers, alsook volstrekte duidelijkheid omtrent het staatsbezit.

We hebben bij vele gelegenheden onze ingenomenheid betuigd met het initiatief van de drie politieke leiders in november vorig jaar in Prud om zich gezamenlijk in te zetten voor de ontwikkeling van Bosnië-Herzegovina. Alle tot nog toe gesloten akkoorden hebben onze volledige steun en wij willen deze politieke spelers er dan ook zeker toe aanmoedigen verder te gaan op de ingeslagen weg, al helemaal met het oog op de volgende bijeenkomst van de Vredesimplementatieraad eind juni. We zijn met name van mening dat de nog niet opgehelderde kwesties met betrekking tot het staatsbezit wel degelijk kunnen worden opgelost en dat deze dus geen belemmering mogen vormen voor welke uitweg uit de huidige situatie dan ook. Initiatieven op politiek niveau vragen echter om brede steun. Daarom zou ik graag de samenleving van Bosnië-Herzegovina als geheel willen oproepen zich in te zetten voor het hervormingsproces. Met name de media zouden zich veel constructiever kunnen opstellen.

Het is duidelijk waar de EU naar streeft. Het is cruciaal dat de politieke leiders van Bosnië-Herzegovina nog intensiever samenwerken om zo de historisch gegroeide conflicten te boven te komen en om het land op de weg te zetten naar verdere integratie in Europa. De EU van haar kant blijft ten volste bereid het land daarbij te helpen. Verdere integratie in Europa is bovendien niet alleen van cruciaal belang voor Bosnië-Herzegovina zelf, maar ook voor de stabiliteit en veiligheid van de regio als geheel. Ik weet dat we bij dit proces kunnen rekenen op de steun van de leden van het Parlement en ik ben u allen, dames en heren, buitengewoon erkentelijk hiervoor.

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben blij dat de Westelijke Balkan deze week weer op de agenda staat van het Europees Parlement. De afgelopen jaren vond er een geleidelijke stabilisatie plaats in de regio, niet in de laatste plaats dankzij het Europees perspectief van de regio met als einddoel het EU-lidmaatschap – mits alle landen aan de voorwaarden voldoen. De onderhandelingen met Kroatië zijn aanzienlijk gevorderd. De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wacht als kandidaat op de start van de onderhandelingen, en we hebben een netwerk van stabilisatie- en associatieovereenkomsten opgezet. Kosovo is in alle belangrijke ontwikkelingen van dit jaar stabiel gebleven.

We mogen deze resultaten niet in gevaar brengen door enige vorm van zelfgenoegzaamheid of afleiding door andere zaken, die soms urgenter kunnen zijn. Veel mensen zullen vragen hebben over de uitbreiding van de EU te midden van een economische crisis, de discussies hierover zullen vermoedelijk verder oplaaien naarmate we de volgende verkiezingen van dit Parlement naderen.

Dat is begrijpelijk en ik voel mee in het leed van onze burgers als het gaat om hun toekomst, werkgelegenheid en welvaart. Tegelijkertijd mogen we de EU-uitbreiding niet als zondebok gebruiken voor zaken die hieraan niet te wijten zijn. We kunnen onze eigen binnenlandse economische en sociale problemen niet afschuiven op de EU-uitbreiding. Daarom dient er een publiek debat plaats te vinden op basis van juiste informatie zodat wij op dit gebied niet verslappen, maar verder komen.

Er zijn stemmen opgegaan voor consolidatie van de Europese Unie. Dat is precies wat wij de afgelopen jaren hebben gedaan sinds de hernieuwde consensus inzake de uitbreiding, die in december 2006 door de Europese Raad en door het Europees Parlement werd goedgekeurd. De kern van deze hernieuwde consensus is niet om nieuwe verplichtingen aan te gaan, maar om de bestaande verplichtingen te behouden en te respecteren. Met andere woorden, als de landen van de Westelijke Balkan aan de gestelde voorwaarden voldoen, kunnen zij de weg naar het lidmaatschap van de EU inslaan.

In deze context ben ik bijzonder verheugd over het verslag van mevrouw Ibrisagic. Hierin wordt terecht beklemtoond hoe belangrijk het is dat de Westelijke Balkan een Europese toekomst geboden wordt. Het is de belangrijkste motor achter de dringend noodzakelijke hervorming en stabilisatie van de Westelijke Balkan. Tien jaar na de verschrikkelijke gebeurtenissen in Kosovo moeten we ons opnieuw realiseren welke kracht het Europees perspectief biedt. Het draagt nog altijd bij aan de consolidatie van stabiliteit en vrede in een regio die in feite onze eigen voortuin is – niet achtertuin, maar voortuin.

We kunnen geen sabbatsverlof nemen van ons werk voor vrede en stabiliteit in Europa. Terwijl de institutionele hervorming van de Europese Unie gaande is, moeten we parallel daaraan blijven werken aan een zorgvuldig en geleidelijk toetredingsproces in de Westelijke Balkan, waardoor zowel de instellingen als het maatschappelijk middenveld daar worden versterkt.

De toetredingsonderhandelingen met Kroatië zijn tot voor kort goed verlopen. Om die reden stelde de Commissie in november 2008 een indicatieve routekaart voor om tegen het einde van 2009 de slotfase van de toetredingsonderhandelingen in te gaan, mits Kroatië aan de voorwaarden zou voldoen. Er moet nog steeds veel werk gedaan worden en tal van hervormingen moeten nog verder worden doorgevoerd door Kroatië. Helaas liggen de onderhandelingen op dit moment stil vanwege het grensgeschil tussen Kroatië en Slovenië. Dit is een bilaterale kwestie die de facto nu een Europees probleem geworden is.

Sinds januari heb ik in nauwe samenwerking met het Tsjechische voorzitterschap en het trio van de Tsjechische, Franse en Zweedse regering het initiatief genomen om te helpen bij het vinden van een oplossing. Het doel is om een oplossing te vinden voor het grensgeschil en tegelijkertijd de toetredingsonderhandelingen van Kroatië weer op gang te brengen. Dit proces is nog gaande en het heeft veel geduld en doorzettingsvermogen gevergd om de voortgang te waarborgen. Wij hebben gisteren een hele dag gesprekken gevoerd met de ministers van Buitenlandse Zaken van Slovenië en Kroatië en het landentrio. Ik wil erop vertrouwen dat wij snel vooruitgang zullen boeken en deze obstakels zullen overwinnen zodat de toetredingsonderhandelingen met Kroatië snel kunnen worden hervat.

Wat betreft de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, ik ben zeer ingenomen over het al met al positieve verloop van de presidents- en gemeenteraadsverkiezingen. De afgelopen maanden hebben we telkens opnieuw beklemtoond hoe belangrijk deze verkiezingen zijn voor de Europese toekomst van het land. Macedonië heeft positief gereageerd op onze boodschap en heeft zodoende bevestigd dat het bereid is verder te gaan in het toetredingsproces. Er moeten echter belangrijke hervormingen worden doorgevoerd. Nu is het tijd om de zeilen bij te zetten zodat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het openen van de toetredingsonderhandelingen.

Ik wil Doris Pack bedanken voor haar ontwerpresolutie en ben blij dat wij vandaag, op een cruciaal moment, van gedachten kunnen wisselen over Bosnië en Herzegovina. Het afgelopen jaar hebben Bosnië en Herzegovina goede vorderingen gemaakt op het traject van Europese integratie, met name door ondertekening van de Stabilisatie- en associatieovereenkomst en de inwerkingtreding van de interimovereenkomst. Ook tijdens de afgelopen maanden waren er positieve ontwikkelingen, zoals het Verdrag van Prud, vooruitgang in de Brcko-kwestie en stappen ter voorbereiding van de volkstelling in 2011. Verder loopt de uitvoering van de interim-SAO over het algemeen op schema.

Hoewel we streng moeten zijn als het gaat om de “5+2”-voorwaarden voor sluiting van het bureau van de hoge vertegenwoordiger, is het nu mogelijk dat hieraan de komende maand wordt voldaan. De recente stappen in het kader van de opstelling van een inventaris van staatseigendommen is in dit opzicht ook positief .

We mogen hier echter, net als in de rest van de regio, niet achteroverleunen. De hervorming is in het algemeen traag verlopen, ook als het gaat om de belangrijkste EU-prioriteiten, en er liggen nog steeds uitdagingen. De nationalistische retoriek is nog altijd duidelijk aanwezig en leidt tot onnodige politieke spanningen. Hier moet verandering in komen als Bosnië en Herzegovina hun Europese koers willen aanhouden en niet achterop willen raken bij hun buurlanden.

De Servische regering blijft zich inspannen voor de realisatie van haar Europese agenda, en er zijn de afgelopen tijd verschillende positieve ontwikkelingen geweest. Een essentieel punt is echter dat het land ook onder de toenemende negatieve gevolgen van de mondiale financiële crisis de belangrijkste hervormingsmaatregelen niet uit het oog verliest. Het proces van structurele aanpassing moet doorgaan en het land moet aan de verplichtingen voldoen, met name als het gaat om de rechterlijke macht en de rechtsorde.

We onderzoeken op dit moment of er manieren zijn om de gevolgen van de financiële crisis te verzachten, hierbij werk ik samen met mijn collega, Joaquín Almunia. We kijken bijvoorbeeld naar ons IPA-programma, waarbij we overwegen een deel van het nationaal totaalbedrag van 2009 om te zetten in rechtstreekse begrotingssteun, mede met steun van de internationale financiële instellingen.

Wij waarderen de voortdurende steun van het Parlement voor de inspanningen van de EU in Kosovo, dat nog steeds een Europese prioriteit is met een centrale betekenis voor de regionale stabiliteit. De Europese Raad heeft herhaaldelijk bevestigd dat Kosovo een Europees perspectief deelt samen met de rest van de Westelijke Balkan. De Raad heeft de Commissie verzocht communautaire instrumenten in te zetten ter bevordering van de economische en politieke ontwikkeling en om maatregelen in deze richting voor te stellen.

Dit najaar zal de Commissie hierover een studie presenteren. We zullen onderzoeken hoe Kosovo als onderdeel van de grotere regio kan toewerken naar integratie in de Europese Unie in het kader van het stabilisatie- en associatieproces.

Tot slot, gelet op het algemene beeld van 2009 en de Westelijke Balkan als geheel, is er veel vooruitgang geboekt op het gebied van visumliberalisatie, hetgeen mijns inziens aantoont dat als de juiste stimulans gegeven wordt, de landen reageren met effectieve hervormingen. Dit is waarschijnlijk het EU-beleid dat het belangrijkst is voor de gewone bevolking – de gewone burgers – van de Westelijke Balkan. Wij hopen voor het einde van het Tsjechische voorzitterschap een voorstel in te dienen voor vrij reizen zonder visumverplichting voor de landen die op dit punt het verst gevorderd zijn en aan de gestelde voorwaarden voldoen. Daarmee zou de weg vrij zijn voor besluiten van de Raad om tegen het einde van 2009 vrij reizen zonder visumverplichting te realiseren voor de verst gevorderde landen.

Beste vrienden, ik reken op uw steun voor deze essentiële visumkwestie en, in bredere zin, voor het Europees perspectief van de Westelijke Balkan.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, rapporteur voor advies van de Commissie internationale handel. − De Commissie internationale handel onderstreept in haar advies bij het loffelijke verslag van collega Ibrisagic het belang van een tastbaar vooruitzicht op EU-lidmaatschap voor de politieke en economische ontwikkeling van de staten van de Westelijke Balkan.

Wanneer echter in de regio zelf sprake is van een monopolieachtige marktmacht in essentiële economische sectoren werpt zo een situatie een dubbele blokkade op, zeker wanneer deze gepaard gaat met partijpolitieke vervlechting. De interne ontwikkeling stagneert en Europese firma's blijven weg. Hét voorbeeld bij uitstek hiervan levert het ongehinderde optreden van Delta Holding in Servië met als "octopus" haar invloedrijke directeur Miroslav Mišković. De commissaris heeft hem in oktober nog ontmoet.

Commissie, welke tegenacties heeft u tot dusver ondernomen richting Belgrado? Al in mei 2007 riep een uitgelekt rapport van de Amerikaanse ambassade ter plaatse dringend op het monopolie van Delta Holding te beëindigen, voor Servië's welzijn en voor Servië's Europese integratie. De commissaris sprak over een motor voor ontwikkeling. Nou, er zit erg veel zand in die Servische motor.

 
  
MPphoto
 

  Doris Pack, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, toen in het najaar van het afgelopen jaar het zogeheten Verdrag van Prud werd gesloten waarbij de vertegenwoordigers van de drie belangrijkste partijen in Bosnië-Herzegovina afspraken maakten over gemeenschappelijke politieke stappen op tal van politieke terreinen, koesterden wij allen de hoop dat er nu in het politieke leven werkelijk iets zou veranderen. Maar waar staan we vandaag? Het waren grotendeels loze beloften die bij nader inzien op niets zijn uitgelopen. De etnische scheiding in Bosnië-Herzegovina is dieper geworden. Het wantrouwen is gegroeid. Er wordt geen aandacht besteed aan het aanpakken van problemen, in plaats daarvan wordt de bevolking gemanipuleerd door een onverantwoord beleid dat louter op etnische criteria is gebaseerd. De bevolking in Bosnië-Herzegovina heeft goede opleidingskansen nodig, een goed rechtssysteem, een goede werkgelegenheid, kortom, de hoop op een betere toekomst.

De EU helpt dit land al jaren met tal van financiële middelen, met manpower, maar er moeten natuurlijk ook bestuurlijke structuren zijn die deze steun kunnen opnemen en inzetten. Ik wil drie belangrijke punten noemen. De kwestie staatseigendom moet worden opgelost. Er moet een hervorming van de grondwet komen, die politiek en maatschappelijk breed gedragen wordt. Alleen de volledige staat Bosnië-Herzegovina kan tot de EU toetreden.

De routekaart voor de visumliberalisatie moet worden uitgevoerd. De burgers willen zich, net als hun politici, vrij kunnen bewegen. Daarom moeten de politici ervoor zorgen dat aan het einde van dit jaar het groene licht wordt gegeven. De burgers hebben een goed functionerend rechtssysteem nodig, niet een systeem dat bij elke persoon anders rechtspreekt. Er is sprake van een groeiende frustratie en daarom is het dringend noodzakelijk dat het maatschappelijk middenveld zich op alle terreinen luider laat horen, zodat de politici aan hun eigenlijke taken worden herinnerd.

Het is echter moeilijk om van de invloed van de partijpolitieke strijd los te komen, aangezien deze het gehele land overheerst. De weinige banen die aangeboden worden, zijn afhankelijk van de gunst van de partijen. Wij wensen de hoge vertegenwoordiger veel succes en hopen dat hij de gordiaanse knoop van passiviteit, van laissez-faire en laissez-aller onder politici zal doorhakken, zodat de rust en stabiliteit eindelijk zullen terugkeren en de bevolking een rooskleurigere toekomst krijgt dan zij nu heeft.

 
  
  

VOORZITTER: Manuel António DOS SANTOS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ten eerste wil ik de beide rapporteurs namens de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement bedanken. De opgestelde verslagen zijn weer voortreffelijk en kunnen rekenen op een brede steun.

Ik wil ingaan op datgene wat commissaris Rehn heeft gezegd, omdat het de centrale boodschap van dit debat lijkt te zijn. Het proces van de integratie, van de toenadering van de landen van Zuidoost-Europa mag niet worden onderbroken, en wel niet alleen in het belang van deze landen, maar ook in ons eigen belang. De commissaris gaf aan dat men in de Commissie realistisch moet zijn. Wellicht zouden we in dit Parlement wat meer idealistisch kunnen zijn. Uiteindelijk zullen ook wij ons echter realistisch moeten opstellen. Het is een moeizame en lange weg en het doel is niet van vandaag op morgen bereikt. Daarom zijn de opmerkingen die ik hier en daar hoor in de trant van “we nemen Kroatië er nog bij, maar dan is het weer een tijdlang afgelopen” een verkeerd signaal. Al datgene wat collega Doris Pack wenst en waartoe zij terecht oproept, zal niet gebeuren als de mensen daar het gevoel hebben dat zij bij voorbaat niet gewenst zijn in deze Europese Unie en dat hun toetreding hoe dan ook lang vertraagd zal worden.

Het tweede punt waarop we moeten hameren is dat de bilaterale problemen waarover wij nu bezorgd zijn, althans de procedure, het proces, op dezelfde manier moeten worden opgelost als alle bilaterale kwesties; in de toekomst moeten ze worden aangepakt voordat de onderhandelingen gestart worden. Zo kunnen we voorkomen dat het onderhandelingsproces hierdoor belast wordt.

Ten derde is ook de boodschap van de minister buitengewoon belangrijk. Wij kunnen niet het werk van de mensen en de politici in de desbetreffende landen uitvoeren. Dat moeten de mensen in deze landen zelf doen. De politieke krachten moeten – zoals werd gezegd door Doris Pack – hun eigen problemen oplossen. Dan is de weg naar de Europese Unie vrij, en die weg moet afhangen van de resultaten die in de landen geboekt worden, niet van onze bereidheid. Onze bereidheid moet er wel zijn.

 
  
MPphoto
 

  Johannes Lebech, namens de ALDE-Fractie. – (DA) Mijnheer de Voorzitter, de hoofdlijn van de door mevrouw Ibrisagic opgestelde ontwerpresolutie over de Westelijke Balkan is zeer helder. In de resolutie wordt benadrukt dat er een verband bestaat tussen hervormingen in de regio en de kansen van de betrokken landen om toe te treden tot de EU. Dit is de dynamiek die we met zoveel succes hebben toegepast bij de laatste grote uitbreiding van de EU. In de ontwerpresolutie wordt gewezen op een aantal praktische gebieden waarop de landen nog beter kunnen presteren en op de vele welbekende problemen die in de regio voorkomen. Echter, ik vind het vandaag de dag ook van groot belang om tegenover deze landen, hun politici en hun bevolkingen te benadrukken dat zij zelf ook hun steentje moeten bijdragen. Ook zij moeten actief aan het proces deelnemen, want niet alleen de Europese Unie moet voor resultaten zorgen, het integratieproces moet ook vanuit de landen zelf worden bevorderd. Daarbij gaat het om de strijd tegen corruptie en criminaliteit en om het creëren van een sterk maatschappelijk middenveld en van een op kennis gebaseerde economie en samenleving. Dat is het proces dat wij willen zien, zodat we uit kunnen kijken naar het moment in de toekomst waarop alle landen in de Westelijke Balkan volwaardige lidstaten van de Europese Unie zullen zijn, wat de basis is van gegarandeerde vrede, veiligheid en samenwerking, ook in dat deel van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Paul Marie Coûteaux, namens de IND/DEM-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, een verslag als dit kunnen wij onmogelijk steunen. Allereerst zijn de voortdurende verwijzingen naar het Verdrag van Lissabon onaanvaardbaar, aangezien dat Verdrag niet geratificeerd is en waarschijnlijk nooit geratificeerd zal worden ook. U zult eraan moeten wennen dat de poging om een onvervalste superstaat op te tuigen, die acht jaar geleden werd ingezet met de grote Conventie van Giscard, echt gestrand is.

Wat wij vooral niet kunnen accepteren is de ironische toonzetting van een verslag waarvan de titel alleen al, "Consolidatie van stabiliteit en welvaart in de Westelijke Balkan", verbijsterend hypocriet is. Het is helemaal een verbijsterend verslag, waarin vanuit het duidelijke streven om de toetreding van nieuwe landen, te weten Bosnië, het zogenaamde Macedonië, Albanië en – waarom niet – Kosovo, voor te bereiden, net gedaan wordt alsof de huidige situatie op de Balkan stabiel is, waarbij volstrekt wordt voorbijgegaan aan het vreselijke spel dat de twee grote grootmachten, de Verenigde Staten en Duitsland, hebben gespeeld door ijverig mee te werken aan de politieke desintegratie van de gehele regio.

Ik wil eraan herinneren dat de NAVO er daartoe zelfs niet voor is teruggedeinsd om de hoofdstad van een Europees land, Belgrado, te bombarderen. Natuurlijk zal de tiende verjaardag van die zwarte bladzijde uit de geschiedenis over enkele dagen in stilte voorbijgaan, maar ik hecht eraan om deze hier in herinnering te roepen.

Kosovo is het symbool bij uitstek voor deze exercitie van politieke desintegratie. Het is evident welk voordeel deze grootmachten kunnen trekken uit een dergelijke zone van rechteloosheid, die doorgang biedt aan alle vormen van smokkel en die uiteraard o zo goed van pas komt voor de vestiging van militaire bases in het hart van ons continent.

Maar Kosovo toont het ware gezicht van een politiek die gericht is op de balkanisering van Europa. Dat is Europa op z'n Duits, het Europa van de regio's of van de etnische groepen, dat Europa van honderd vlaggen dat, door de natiestaten uit te weg te ruimen, langzaam maar zeker de nationale volkswil zal ondermijnen om de volkeren te ontwapenen en uit te leveren aan allerhande oligarchieën.

Dit alles wordt in het verslag verzwegen. In stilte, zoals gebruikelijk verborgen achter het masker van de goede bedoelingen, wordt Europa gebalkaniseerd en geneutraliseerd, totdat het uit de geschiedenis is gewist. Maar het is de geschiedenis die over dit alles zal oordelen. Tot die tijd, dames en heren, houd ik mij verre van uw bezigheden.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het verslag-Ibrisagic benadrukt vanzelfsprekend dat de stabiliteit in de Westelijke Balkan onze grootste prioriteit is. In feite is het EU-lidmaatschap in mijn optiek de lijm die de regio samenbindt in vrede en stabiliteit. Wij verwachten nog steeds dat Kroatië het eerstvolgende land is dat tot de EU zal toetreden, maar dan moet eerst het grensgeschil met Slovenië worden bijgelegd. Het is overigens natuurlijk mogelijk dat het kleine IJsland nog eerder lid wordt.

De werkelijkheid is echter een stuk complexer, denk aan Bosnië na het Dayton-akkoord, Herzegovina dat nog een lange weg te gaan heeft voordat het een echte natie is, en Griekenland dat de vooruitgang van Macedonië blokkeert vanwege de naamkwestie. Denk ook aan de kredietschaarste en de algemene Duitse en Franse bezwaren tegen verdere uitbreiding als het Lissabon-Verdrag niet is geratificeerd, hoewel dit naar mijn idee slechts een voorwendsel is om iedere uitbreiding te stoppen.

Het besluit van vele EU-landen en de VS om Kosovo als onafhankelijk land te erkennen, heeft ook nieuwe scheidslijnen veroorzaakt in een regio die in het verleden al zo zwaar onder verdeeldheid heeft geleden. We weten al dat Kosovo geen lid van de EU kan worden, aangezien het door een aantal lidstaten niet zal worden erkend. Voor het lidmaatschap van de VN geldt een vergelijkbare situatie. De buurlanden Servië, Montenegro en Macedonië daarentegen komen langzaam dichterbij het einddoel van EU-lidmaatschap. Kosovo kan hierdoor eindigen als een geïsoleerde enclave die geen kans maakt op EU-lidmaatschap, maar wel decennialang zal leunen op de belastinggelden van de Europese belastingbetalers.

De poging om de kwestie op te lossen door internationaal eenzijdig optreden heeft meer problemen veroorzaakt dan opgelost, vooral in de regio zelf. Een meer evenwichtige en evenredige aanpak had de bevolking van Kosovo uiteindelijk de mogelijkheid kunnen bieden om van de voordelen van EU-lidmaatschap te profiteren. Geduld is een schone zaak, niet in de laatste plaats in buitenlands beleid.

 
  
MPphoto
 

  Libor Rouček (PSE). - (CS) Dames en heren, de Europese Unie mag ook in deze tijden van economische crisis niet vergeten welke beloftes zij gedaan heeft aan de landen van de Westelijke Balkan op het stuk van de toekomstige uitbreiding van de Unie. Ik ben dan ook ingenomen met dit debat, waarmee dit engagement wordt bevestigd. De Europese integratie is van levensbelang voor alle inwoners van de Westelijke Balkan, met inbegrip van de inwoners van Bosnië-Herzegovina, het land waaraan wij in het debat van vandaag speciale aandacht besteden. Wat dit betreft dient er nog weer eens aan herinnerd te worden dat het toekomstige lidmaatschap van de Unie in het vooruitzicht gesteld werd aan Bosnië-Herzegovina in zijn geheel en niet aan de verschillende onderdelen ervan. Om die reden - en daar hebben we reeds meerdere malen op gewezen - dienen de voor de toetreding tot de Europese Unie benodigde hervormingen voortvarend ter hand te worden genomen. Er dient middels een grondwetswijziging een naar behoren functionerende centrale overheid in het leven te worden geroepen, voorzien van de daartoe benodigde wetgevende, begrotingstechnische, uitvoerende alsook rechtsprekende bevoegdheden. Alleen op die manier zal deze overheid in staat zijn te zorgen voor zowel een goed functionerende interne markt als voor politieke en economische en sociale cohesie; alleen op die manier zal zij in staat zijn de belangen van het land in het buitenland te behartigen, ooit op een dag zelfs als lid van de Europese Unie. Ik zou graag de landen van de Westelijke Balkan, de Raad alsook de Commissie willen oproepen zich extra in te spannen voor afschaffing van de visumplicht. De weg naar de Europese Unie zou er voor de landen van de Westelijke Balkan veel makkelijker op worden indien er geen visumplicht meer was en er sprake was van vrij verkeer van personen

 
  
MPphoto
 

  Jules Maaten (ALDE). - Ik zal alleen ingaan op het onderwerp Bosnië en de resolutie van mevrouw Pack die wij morgen zeer graag zullen ondersteunen.

Praten over Bosnië is altijd frustrerend en ik ben blij dat de commissaris ook een aantal positieve punten heeft weten te noemen ten aanzien van de ontwikkelingen in Bosnië. Toch stel je jezelf soms de vraag of het glas nu halfvol of halfleeg is. Ik vraag me wel eens af waar het glas eigenlijk gebleven is, als je het over Bosnië hebt.

De heer Swoboda zei zojuist dat een probleem met de ontwikkelingen daar is dat men het gevoel heeft dat wat er ook veranderd wordt, er tóch niet toegetreden wordt. Ik heb eigenlijk wel eens de omgekeerde indruk als ik daar praat met mensen, namelijk dat zij zeggen: "Ook als wij niet veranderen, wij zullen toch wel toetreden want zij willen ons er zo graag bij hebben". Om welke van de twee misverstanden het ook gaat, wij moeten ze allebei uit de weg ruimen.

Als er wordt hervormd en als men gaat werken aan een behoorlijk rechtssysteem en aan het bestrijden van bureaucratie, dan is het Europese perspectief reëel. Maar als dat niet gebeurt, dan is het dat niet. Die boodschap moet duidelijk overkomen en ik vind dat de resolutie van mevrouw Pack daarin voortreffelijk slaagt.

 
  
MPphoto
 

  Pierre Pribetich (PSE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, stabiliteit en welvaart in de Balkan, dat is een doelstelling, dat is dé doelstelling, want het achterliggende streven is vrede op ons continent.

Ja, het toetredingsproces is een instrument, maar dat toetredingsproces mag niet van lieverlee veranderen in een kleed van Penelope, dat wil zeggen dat we 's nachts uithalen wat we overdag geweven hebben.

De Balkan heeft een natuurlijke roeping om deel uit te maken van de Europese Unie. Dat is een duidelijk politiek streven, een licht dat, vooral voor de volkeren, een signaal vormt.

Ik heb het niet over uitbreiding, maar wat vooral moet gebeuren is dat we de integratie van die landen en die regio's van dat Balkangebied bevorderen. Ja, we moeten eisen stellen, op het vlak van democratie, op het vlak van de rechtsstaat, maar die eisen aangrijpen om die integratie uit te stellen is mijns inziens een fundamentele politieke fout. Als bewijs daarvoor wil ik vooral de problemen aanvoeren van de bilaterale conflicten. We moeten het eens zien te worden – en dat staat ook in het verslag – over een procedure voor de oplossing van bilaterale problemen, maar zonder dat dat het toetredingsproces lam legt. Op die manier kunnen we voortbouwen aan onze Europese Unie, uitgebreid met alle landen van de Balkan.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Beer (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil commissaris Rehn bedanken omdat hij vandaag weer een algemeen overzicht van de Westelijke Balkan heeft gegeven.

Ik ben net terug uit Macedonië en Kosovo en wil drie punten aanstippen. Het eerste punt is de verdeeldheid van de Europese Unie. Als deze verdeeldheid binnen het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid blijft bestaan, zal er geen stabiliteit komen en zullen de etnische grenzen op de Balkan blijven bestaan.

Ten tweede: de strategie van de CDU, de Duitse conservatieven, is zogezegd als een bom op de Balkan ingeslagen, omdat hierdoor de geloofwaardigheid van het Europees perspectief wordt ondermijnd. Als de Europese verkiezingen zo gevoerd worden, kunnen er weer conflicten op de Balkan ontstaan.

Ten derde noem ik een punt dat onmiddellijke actie vereist, om het perspectief niet alleen te handhaven, maar ook concreet te maken: Griekenland moet met het oog op het NAVO-lidmaatschap van Macedonië de blokkade opheffen en wij moeten gemeenschappelijk de onafhankelijkheid van Kosovo erkennen, anders wordt onze EULEX-missie geschaad.