Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/0027(COD)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

A6-0279/2009

Debatten :

PV 06/05/2009 - 12
CRE 06/05/2009 - 12

Stemmingen :

PV 07/05/2009 - 9.8
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2009)0379

Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 6 mei 2009 - Straatsburg Uitgave PB

12. Minimumnormen voor de opvang van asielzoekers (herschikking) - Verzoek om internationale bescherming, in een van de lidstaten ingediend door een onderdaan van een derde land of een statenloze (herschikking) - Instelling van het Eurodac-systeem voor het vergelijken van vingerafdrukken (herschikking) - Oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken - Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag (A6-0280/2009) van Bárbara Dührkop Dührkop, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Beschikking nr. 573/2007/EG tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 wat de intrekking van de financiering van sommige communautaire acties en de wijziging van de maximumgrens voor de financiering ervan betreft (COM(2009)0067 - C6-0070/2009 - 2009/0026(COD)),

- het verslag (A6-0285/2009) van Antonio Masip Hidalgo, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (herschikking) (COM(2008)0815 - C6-0477/2008 - 2008/0244(COD)),

- het verslag (A6-0284/2009) van Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking) (COM(2008)0820 - C6-0474/2008 - 2008/0243(COD)),

- het verslag (A6-0283/2009) van Nicolae Vlad Popa, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] (herschikking) (COM(2008)0825 - C6-0475/2008 - 2008/0242(COD)), en

- het verslag (A6-0279/2009) van Jean Lambert, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (COM(2009)0066 - C6-0071/2009 - 2009/0027(COD)).

 
  
MPphoto
 

  Bárbara Dührkop Dührkop, rapporteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik heb de eer de aanzet te mogen geven tot deze gecombineerde behandeling van vijf zeer belangrijke verslagen voor de invoering van een gemeenschappelijk Europees asielbeleid.

Het mijne is beperkt tot de wijziging van het Europees Vluchtelingenfonds, het EVF, opdat EVF-middelen kunnen worden toegewezen voor de oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, dat de institutionele status zal krijgen van een regelgevend agentschap. Dit agentschap krijgt onder meer tot taak om de praktische samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen en te versterken en op die manier de toepassing van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te ondersteunen.

Aangezien enkele taken die momenteel door het EVF worden uitgevoerd, door het agentschap zullen worden overgenomen − zoals het bevorderen van goede praktijken, de tolk- en vertaaldiensten, en het ondersteunen van de ontwikkeling en toepassing van statistische hulpmiddelen, ten behoeve van transparantie en een goed beheer van de middelen − moet een deel van de financiële middelen van het EVF naar het agentschap worden overgeheveld.

Volgens de huidige regels moet tien procent van de EVF-middelen beschikbaar zijn voor deze taken. De Commissie stelt nu voor dit percentage tot vier te verlagen en het restant van de middelen over te hevelen naar het nieuwe agentschap. Op deze manier zouden de financiële middelen die in de periode 2008-2013 voor het EVF beschikbaar zijn, verminderen van 628 tot 614 miljoen euro. We zijn het met de Commissie eens dat dit voldoende is voor de eerste fase van het EVF, die tot 2013 loopt, wanneer een nieuwe herziening van het Fonds staat gepland.

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft mij de dankbare taak toevertrouwd om voor de wenselijkheid van de oprichting van dit agentschap te pleiten. Het daartoe strekkende voorstel is door de twee betrokken commissies − de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Begrotingscommissie − unaniem goedgekeurd. Ofschoon het Parlement zoals bekend wars is van de oprichting van nieuwe agentschappen, moet zijn belangrijkste zorg als begrotingsautoriteit een correct en verstandig beheer van de toegewezen middelen zijn, die in het onderhavige geval zijn toegewezen om de praktische samenwerking tussen de lidstaten op asielgebied te verzekeren.

We weten allemaal dat het percentage goedgekeurde asielaanvragen aanzienlijk verschilt tussen de lidstaten. Het gevolg is een opeenstapeling van beheersproblemen voor de lidstaten van ontvangst, en dan met name voor de lidstaten aan de zuidgrenzen van de Europese Unie, die regelmatig worden geconfronteerd met grote aantallen migranten die plotseling aan hun grenzen verschijnen. Vaak kunnen deze lidstaten het ook niet meer aan, temeer daar ze ook nog eens de mensen eruit moeten selecteren die bescherming behoeven.

Het aanbieden van ondersteuning voor de hervestiging en de interne, vrijwillige verplaatsing van asielzoekers is voor lidstaten de beste manier om hun solidariteit te tonen. Dat moet het hoofddoel van de oprichting van dit nieuwe agentschap zijn, en dat is het ook.

Mevrouw de Voorzitter, hiermee eindig ik mijn bijdrage aan het onderwerp dat we hier vandaag behandelen. Net als u zou ik graag de laatste minuten van mijn bijdrage willen gebruiken om enkele afscheidswoorden te spreken.

Dit was mijn laatste toespraak in de plenaire vergadering. Net als u, mevrouw de Voorzitter, wil ik alle leden van het Parlement bedanken voor de prettige samenwerking gedurende deze jaren. Ik wil in het bijzonder mijn dank uitspreken aan de voorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de overige afgevaardigden die met mij zitting hadden in deze commissie. We zijn met elkaar in debat gegaan en waren het niet altijd met elkaar eens, maar uiteindelijk hebben we de plenaire vergadering altijd een goed product kunnen voorleggen.

Toen ik hier 22 jaar geleden mijn opwachting maakte, mevrouw de Voorzitter, was dit de volksvertegenwoordiging van een Europese Economische Gemeenschap van twaalf lidstaten. Nu vertrek ik met een gevoel van tevredenheid uit een volksvertegenwoordiging die het Parlement van een Europese Unie van zevenentwintig lidstaten is. Het was werkelijk een voorrecht om in de keuken van de Europese integratie te hebben mogen staan. Het was een unieke en schitterende ervaring. Ik geloof ook dat een van onze grootste successen is geweest dat de landen van Europa geen oorlog meer met elkaar hebben gevoerd, een wens die ten grondslag lag aan de Europese eenwording. Ik denk dat we ons daarmee kunnen feliciteren.

Ik vertrek met een gevoel van grote tevredenheid dat ik deze ervaring heb mogen opdoen. Ik vraag nu uw begrip voor het feit dat ik dit debat voortijdig moet verlaten. Ik keer terug naar het Baskenland, waar zich op dit moment historische gebeurtenissen voordoen: na dertig jaar nationalistische regering krijgen we een socialistische president in het Baskenland, Patxi López. Wanneer hij morgen zijn ambt aanvaardt, wil ik daar graag bij zijn als vertegenwoordiger van mijn politieke groepering.

Hartelijk dank en “hasta siempre”.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Antonio Masip Hidalgo, rapporteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft op verschillende plaatsen in Europa opvangcentra voor vluchtelingen bezocht – evenals u, mevrouw de Voorzitter, met groot enthousiasme hebt gedaan – en daarbij geconstateerd dat de omstandigheden in deze centra enorm uiteenlopen. Voor bepaalde centra geldt dat de situatie er onduldbaar is en er iets aan moet worden gedaan.

Asielzoekers kunnen echter niet worden vergeleken met illegale immigranten. Asielzoekers worden niet aangetrokken door economische factoren maar vluchten voor vervolging of zijn verbannen door regimes die niets ophebben met vrijheid van meningsuiting. Wij Spanjaarden weten dat maar al te goed, omdat velen van ons tijdens het Franco-regime als ballingen werden opgenomen door Mexico, Frankrijk en andere landen.

Tijdens het debat over de terugkeerrichtlijn werd maar al te duidelijk dat deze wetgeving niet van toepassing zou zijn op de toekomstige wetgeving inzake opvang van asielzoekers. De afgevaardigden van de PPE-DE-Fractie lieten zich ook in die zin uit. Het lijkt mij van essentieel belang dat asielzoekers in een voor hen begrijpelijke taal worden geïnformeerd. De asielzoeker uitsluitend informeren in een taal waarvan “kan worden aangenomen dat hij deze begrijpt”, verlaagt de huidige eisen en is naar mijn mening uit juridisch oogpunt en als interpretatie van de toepasselijke mensenrechten niet aanvaardbaar. Het recht om op de juiste wijze te worden geïnformeerd, is een fundamenteel recht, want het vormt de basis van alle overige rechten.

Ik heb de financiële kosten van mijn voorstel voor materiële bijstand bestudeerd. Daarin wordt gevraagd om voldoende bijstand voor asielzoekers om een levensstandaard te garanderen die voldoende is om hun bestaansmiddelen te waarborgen en hun lichamelijke en geestelijke gezondheid te verzekeren. Minder vragen zou naar mijn mening getuigen van een gebrek aan respect voor asielzoekers.

Mijn voorstel geeft opheldering over de tweede grond voor detentie (artikel 8, lid 2, onder b)), door deze te plaatsen in het kader van een voorafgaand interview overeenkomstig de detentierichtsnoeren zoals die door de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de VN zijn vastgesteld. Ook stel ik met betrekking tot artikel 9, lid 5, eerste alinea, voor dat een wijziging van omstandigheden of het bekend worden van nieuwe informatie voor de justitiële autoriteiten grond moet zijn om de detentie te herzien, hetzij op verzoek van de asielzoeker of, bij diens afwezigheid, ambtshalve.

Mondeling amendement nr. 2 en compromisamendement nr. 5, die door de commissie zijn goedgekeurd, gaan over de vraag of juridische bijstand alleen moet worden gegeven voor zover dat nodig is en of deze op verzoek van de asielzoeker gratis moet zijn. Ik vraag om stemming in onderdelen met betrekking tot deze twee punten en zou graag zien dat we teruggaan naar gratis of bijna gratis rechtsbijstand, wat ik rechtvaardiger acht.

Tot slot, wanneer de aanvankelijke voorstellen voor sociale uitkeringen aan immigranten worden geschrapt, zoals andere fracties bij de stemming in de commissie voor elkaar hebben gekregen, lijkt het me noodzakelijk, ook al zitten we in een crisis, dat we deze mensen daadwerkelijk toegang tot de arbeidsmarkt geven. Zo worden ze onafhankelijker, integreren ze in de ontvangende samenleving en vormen ze uit het oogpunt van sociale uitgaven een minder zware last. Hartelijk dank ook aan de heer Barrot en zijn diensten voor alle verrichte inspanningen.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert, rapporteur. − Voorzitter, allereerst enkele algemene opmerkingen. De afgelopen jaren heb ik mij namens mijn fractie, de ALDE-Fractie, intensief beziggehouden met de totstandkoming van het Europese asiel- en migratiebeleid. Nut en noodzaak hiervan zijn evident voor praktisch iedereen. Een Europa zonder binnengrenzen schreeuwt immers om een gemeenschappelijke aanpak. Feit is echter dat de tot dusver overeengekomen normen en behaalde resultaten in schril contrast staan met de ambities zoals verwoord in het programma van Tampere, zoals verwoord in het Haags Programma, en zoals onlangs nog verwoord in het Franse asiel- en migratiepact.

Het probleem is dat de grootste gemene deler ineens minimaal blijkt te zijn, als de Raad tot concrete besluitvorming moet komen, en dus blijft het zo gewenste harmonisatie-effect eigenlijk uit. Ook als het aankomt op omzetting in nationale wetgeving, slagen veel lidstaten er niet in om zich aan de afspraak te houden, noch qua timing, noch qua nauwkeurigheid.

Als gevolg hiervan blijven er in de praktijk enorme verschillen tussen de lidstaten bestaan. Dit wekt niet alleen verwarring, maar werkt ook misbruik in de hand. Het besef dat een verbetering van de kwaliteit, dat een meer consistent en solidair optreden niet alleen in het belang is van de asielzoeker, maar toch ook vooral in het belang van de lidstaten zelf, lijkt vooralsnog niet of in ieder geval onvoldoende tot de Raad door te dringen.

Met betrekking tot mijn eigen verslag, het volgende: ook de bestaande Dublin-verordening is het product van een wankel politiek compromis in de Raad, met als gevolg veel tweeduidige passages en de nodige hiaten. Het streven van de Commissie om tot een daadwerkelijk eenvormig en efficiënt Dublin-systeem te komen, steun ik dan ook van harte.

Het belangrijkste politieke punt van de voorgestelde herschikking is wat mij betreft artikel 31. Zoals ik net al min of meer zei, het gebrek aan een consistent en solidair optreden van de Raad beschouw ik als het grootste struikelblok in de totstandkoming van een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid. Alleen al vanuit die invalshoek heb ik dan ook veel begrip voor de bepalingen zoals opgenomen in artikel 31 van het Commissievoorstel.

Feit is echter dat het Dublin-systeem nooit ontworpen of bedoeld is als een instrument voor lastenverdeling. En verder is het overduidelijk dat het Dublin-systeem op zichzelf geen oorzaak is van bijzondere asieldruk of een buitensporige belasting veroorzaakt voor bepaalde lidstaten. Ik vrees dan ook - hoe goed bedoeld ook - dat het Commissievoorstel op dit punt weinig doeltreffend zal zijn, als we tot een meer consistent en solidair optreden van de lidstaten willen komen.

De lidstaten die nu met een buitensporige belasting kampen, door hun demografische situatie of bijvoorbeeld hun geografische ligging, worden hier uiteindelijk niet of onvoldoende mee geholpen. Het solidariteitsvraagstuk moet dan ook in een bredere context worden behandeld.

De afgelopen jaren is het onmiskenbaar duidelijk geworden dat lidstaten een stok achter de deur nodig hebben. Het is wat mij betreft dan ook tijd, hoog tijd voor een doorbraak. Die solidariteit tussen de lidstaten zal op een of andere wijze moeten worden geforceerd.

Ik weet dat een aantal lidstaten zeer negatief heeft gereageerd op de voorstellen die zijn aangenomen in de Commissie LIBE, en dan druk ik me eerlijk gezegd nog voorzichtig uit. Ook ben ik me ervan bewust dat ik me op glad ijs begeef als het gaat om het recht van initiatief van de Commissie. Maar eerlijk is eerlijk: ik heb eigenlijk genoeg van alle mooie woorden in dezen.

Ook het Stockholm-programma van de komende voorzitter zal hoogstwaarschijnlijk weer de meest prachtige paragrafen bevatten. Daar ben ik van overtuigd. Maar, geachte Raadsvoorzitter, dat programma kan me gestolen worden, als straks in de praktijk de lidstaten wederom niet thuis geven.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa, rapporteur. – (RO) Het Eurodac-systeem van de Gemeenschap is in januari 2003 in werking getreden. Het is ontworpen om vingerafdrukken van asielzoekers en bepaalde, uit derde landen afkomstige burgers of staatlozen te kunnen vergelijken. Dit systeem zorgt voor een juiste, nauwkeurige en snelle toepassing van de Dublin-verordening, die bedoeld is om een effectief, goed functionerend mechanisme te scheppen voor het vaststellen van de verantwoordelijkheden met betrekking tot asielaanvragen in een van de lidstaten van de Europese Unie.

Eurodac is een computerdatabase met de vingerafdrukken van alle asielzoekers van veertien jaar en ouder. Het doel van dit verslag is het systeem efficiënter te laten functioneren en de problemen op te lossen die geconstateerd zijn na een evaluatie van de eerste paar jaar dat het systeem in werking is. Wij hebben een aantal effectieve, praktische oplossingen gevonden voor de problemen met betrekking tot het verzamelen en overbrengen van vingerafdrukgegevens door de lidstaten.

In de eerste fase gaat het om het verzamelen van vingerafdrukken binnen 48 uur nadat een asielaanvraag is ingediend, en in de tweede fase verzenden de lidstaten de gegevens die zij op deze wijze hebben verkregen binnen 24 uur naar het centrale Eurodac-systeem. In het verslag staan bepalingen waarmee in de volgende uitzonderlijke gevallen de termijn van 48 uur kan worden verlengd: de toepassing van een quarantaineperiode in geval van een ernstige besmettelijke ziekte, verlies van vingerafdrukken en overmacht die duidelijke gronden heeft en bewezen is. Deze verlenging geldt gedurende de periode waarin genoemde omstandigheden zich voordoen.

Met het verslag wordt steun gegeven aan het idee om zo spoedig mogelijk een gedecentraliseerd agentschap op te zetten voor het beheer van Eurodac, VIS en SIS II en aldus ervoor te zorgen dat deze systemen zo efficiënt mogelijk functioneren. Dit agentschap zal een algemeen vereistenpakket opstellen waaraan iedereen die toegangsbevoegdheid heeft tot de infrastructuur en gegevens van Eurodac, moet voldoen. Daarnaast zijn er bepalingen ingevoerd die ten doel hebben het leveren van gegevens uit het Eurodac-systeem aan de autoriteiten van alle onbevoegde derde landen uit te sluiten. Dit is een beschermingsmaatregel die met name geldt voor het land van herkomst van asielzoekers, zodat de familieleden van asielzoekers beschermd worden tegen de ernstige gevolgen waaraan zij blootgesteld kunnen worden.

Bij het opstellen van het verslag hebben we een aantal regels opgesteld die ervoor moeten zorgen dat het systeem zo efficiënt en effectief mogelijk zal functioneren, terwijl tegelijkertijd persoonlijke gegevens en de grondrechten van de mens beschermd worden.

Als mijn laatste maar niet minder belangrijke punt zou ik de schaduwrapporteurs, met wie we uitstekend hebben samengewerkt, en onze collega’s in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, die met een grote meerderheid voor het verslag hebben gestemd, graag willen bedanken. Mijn dank gaat ook uit naar de indieners van de amendementen. Ook wil ik gewag maken van de bijzonder goede samenwerking met de vertegenwoordigers van de Raad en de Europese Commissie, die ik hierbij ook bedank.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, we hebben eerder mevrouw Dührkop Dührkop horen spreken over het Europees Vluchtelingenfonds en de veranderingen die worden voorgesteld om het opzetten van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken te ondersteunen. Ik ben de rapporteur voor de verordening met betrekking tot dat specifieke voorstel: het Ondersteuningsbureau voor asielzaken.

Het idee is dat dit bureau de lidstaten ondersteunt bij het verbeteren van wat wij de kwaliteit noemen (we weten dat sommige lidstaten een probleem hebben met het concept van kwaliteitsverbetering) van de besluitvorming over asielaanvragen, maar dit bureau moet ook helpen bij het ontwikkelen van consistentie tussen de lidstaten en moet de landen ondersteunen die bij tijd en wijlen onder druk komen te staan, ofwel door voortdurende, gemengde stromen mensen die die landen binnenkomen, ofwel om andere redenen.

We hebben al iets gehoord over de problemen die worden veroorzaakt door het gebrek aan consistentie tussen de lidstaten in hun besluitvorming over asielaanvragen en dit ligt zeker voor een deel ten grondslag aan de problemen met het Dublin-systeem.

Maar wat we willen zien, is verbetering. Hierbij gaat het gedeeltelijk dan ook over het bieden van opleiding. We pleiten er voor dat de UNHCR-richtsnoeren hierbij worden betrokken – misschien als uitgangspunt, zelfs als zij niet toonaangevend zijn – en dat lidstaten moeten kunnen profiteren van ervaring, dat het bureau gezamenlijke opleidingen kan bieden of zelfs specifieke opleiding aan lidstaten wanneer de noodzaak daartoe zich voordoet, voortbouwend op de expertise binnen de lidstaten zelf, maar ook op die van de UNHCR en zelfs relevante ngo's.

Op een gegeven moment dachten we dat we een akkoord in eerste lezing konden bereiken, maar om tijdsredenen en omdat wij het pakket maatregelen voor het gemeenschappelijk Europees asielsysteem wilden afmaken, kon het niet zo ver komen. We hebben hier met de schaduwrapporteurs en ook met de Raad echter behoorlijke discussies over gehad, en dit verklaart een aantal van de ingediende amendementen, waarvan er enkele technisch zijn, met dien verstande dat daarmee dingen worden opgenomen die normaliter in de verordening moesten staan, maar die waren weggelaten in het oorspronkelijke voorstel.

Voor het Parlement is de rol van de UNHCR binnen dit Ondersteuningsbureau voor asielzaken absoluut cruciaal. We willen ook graag dat ngo's nauw verbonden worden met het bureau in het adviesforum en zelfs worden betrokken bij het geven of krijgen van opleidingen op het moment dat ze deel uitmaken van een asielsysteem in een lidstaat.

Het lijkt echter iets moeilijker te zijn om met de Raad tot een akkoord te komen over de rol van het Parlement. Wij willen graag dat het Parlement nauw wordt betrokken bij de benoeming van de directeur, en willen het Bureau voor de grondrechten wellicht als model hiervoor nemen. Het andere heikele punt is – zoals Jeanine al aangaf in haar inleiding op het Dublin-systeem – de vraag in hoeverre er kan worden gerekend op samenwerkende lidstaten, als het ware vanaf het beginpunt, waardoor dit eerder verplicht dan facultatief wordt. Dus dat zijn zeker de twee belangrijke kwesties op dit moment.

We zijn blij dat de Raad heeft aangegeven in te kunnen stemmen met onze amendementen over opleiding en zelfs over het inbrengen, waar nodig, van externe expertise, bijvoorbeeld bij vertolking.

Ik denk dus dat we vooruitgang boeken, maar als we een aanwijzing van de Commissie krijgen over de manier waarop we de samenwerking tussen de lidstaten gaan verbeteren, zullen we zien hoever we kunnen komen met dit voorstel.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, met de wetgevingsvoorstellen waarover u zich gaat uitspreken wordt de invoering van een echt gemeenschappelijk asielstelsel beoogd dat meer bescherming en solidariteit biedt en efficiënter functioneert.

Ik dank de vijf rapporteurs hartelijk voor hun omvangrijke en uitstekende werkzaamheden. Het is de eerste keer dat het Parlement zich als medewetgever uitspreekt over het asielbeleid. Hiermee is het startschot gegeven voor een succesvolle samenwerking. Het doet me deugd dat het Parlement grotendeels achter de doelstellingen van de Commissie staat. Alleen met deze steun kunnen we bepaalde leemten in de wetgevingsinstrumenten van de eerste fase opvullen. Destijds was het Parlement hierover enkel geraadpleegd.

Niettemin wil ik nader ingaan op een aantal ingediende amendementen, waarin de bezorgdheid van bepaalde leden naar voren komt en die bijzondere aandacht verdienen. Ten eerste richt ik me tot de heer Popa. Wat Eurodac betreft sta ik grotendeels achter zijn voorstellen. Vervolgens wil ik de heer Masip Hidalgo iets zeggen over de toegang tot opvangvoorwaarden. Ik aanvaard het amendement over de gevoelige kwestie inzake de gelijkwaardigheid van de materiële steun voor asielzoekers met de sociale basisbijstand voor nationale onderdanen.

Toch moet er voor de Commissie een referentie-indicator blijven. Met deze indicator worden de lidstaten niet verplicht sociale bijstand te verlenen aan asielzoekers, maar worden duidelijke regels ingevoerd waarmee de waardigheid van asielzoekers wordt behouden en waarmee wij en de Commissie worden geholpen de toepassing van gemeenschappelijke normen in iedere lidstaat te volgen.

Hetzelfde geldt voor het beginsel van gelijke behandeling van nationale onderdanen met betrekking tot de toegang tot gezondheidszorg voor personen met specifieke behoeften. Ook het desbetreffend amendement kan ik aanvaarden, maar ik wil ook een referentie-indicator behouden, want het voorstel van de Commissie heeft tot doel de huidige leemten in de bescherming van de gezondheid van kwetsbare personen op te vullen. Tot zover de opvangvoorwaarden. Ik dank de heer Masip Hidalgo nogmaals voor zijn uitstekende presentatie.

Dan ga ik nu in op de Dublin-verordening. Ik spreek tevens mijn dank uit aan Jeanine Hennis-Plasschaert voor de goede toelichting op haar verslag over de herziening van de Dublin-verordening. Ik wil een punt aanstippen dat ik van groot belang acht: gezinshereniging en het probleem van alleenstaande minderjarigen. Het Dublin-systeem wordt vaak aangevochten omdat het negatief kan uitpakken voor asielzoekers, vooral gezinnen en kwetsbare personen.

De Commissie heeft er in haar voorstel voor willen zorgen dat gezinnen in de praktijk niet worden gescheiden en dat minderjarigen niet worden overgeplaatst, behalve wanneer het voor gezinshereniging is. Wij zijn niet gelukkig met de amendementen waarmee deze benadering wordt doorbroken. Ik wil graag wijzen op de solidariteitskwestie, waarop een aantal amendementen is ingediend in het kader van de Dublin-verordening.

Allereerst wil ik onze rapporteur, mevrouw Hennis-Plasschaert, maar ook het Parlement danken, omdat zij de mogelijkheid hebben ingevoerd om overplaatsingen van asielzoekers op te schorten wanneer een lidstaat problemen ondervindt. Het is echter moeilijk om binnen de Dublin-verordening verder te gaan, want deze verordening, geachte mevrouw, kan geen instrument zijn waarmee lidstaten asielzoekers onderling kunnen verdelen. Ik heb goed geluisterd naar uw oproep tot solidariteit en de Commissie kan akkoord gaan met een amendering van de preambule van de verordening, om een politiek signaal af te geven voor de invoering van betere en formelere solidariteitsmechanismen.

Ik ben vastberaden om op een later moment concrete instrumenten voor te leggen ter versterking van de solidariteit binnen de Unie en de druk waaronder de asielstelsels van bepaalde lidstaten gebukt gaan, te verlichten. Personen die internationale bescherming genieten, moeten inderdaad eerlijker over de lidstaten worden verdeeld. De Unie heeft er al voor gezorgd dat proefprojecten uit het Europees Vluchtelingenfonds kunnen worden gefinancierd, en wanneer het Ondersteuningsbureau eenmaal operationeel is, kunnen deskundigen steun bieden aan lidstaten die hierom verzoeken. U hebt echter de vinger gelegd op het probleem van grotere solidariteit en van meer samenhang tussen de verschillende lidstaten.

Laat ik nu nader ingaan op het Ondersteuningsbureau. Mevrouw Dührkop en mevrouw Lambert hebben goed, snel en doeltreffend werk afgeleverd, waarvoor een woord van dank op zijn plaats is, want de Commissie heeft haar voorstellen op 28 februari ingediend. Ik heb echt de steun van het Parlement nodig, zodat het bureau snel kan worden opgericht, en ik ben dan ook ingenomen met het feit dat het voorstel met betrekking tot het amendement over het Europees Vluchtelingenfonds is goedgekeurd.

Er zij gewezen op bepaalde aspecten van het dossier van het Ondersteuningsbureau. De aandacht van het Parlement gaat, evenals mijn aandacht, uiteraard met name uit naar de solidariteitskwestie. Ik neem kennis van het amendement waarin wordt voorgesteld het bureau ondersteuning te laten bieden bij de tenuitvoerlegging van een verplicht mechanisme voor de verdeling van personen die internationale bescherming genieten. In het voorstel van de Commissie is de tekst van het immigratie- en asielpact meegenomen, waarin sprake is van een stelsel op vrijwillige basis.

Zoals ik in een eerder antwoord echter al heb aangegeven, werkt de Commissie weliswaar aan een beter gecoördineerd mechanisme, maar het zoeken naar een oplossing is geen eenvoudige zaak. In de tussentijd zal het bureau ondersteuning moeten bieden aan mechanismen voor interne herverdeling zoals deze elders zijn vastgelegd, van welke aard deze ook zijn. De verordening tot oprichting van het bureau is niet de aangewezen plaats om de beginselen vast te stellen die aan deze mechanismen ten grondslag moeten liggen, maar ook hier zal de Commissie, net zoals in het geval van de Dublin-verordening, akkoord gaan met een amendering van de preambule.

De Commissie is overigens van oordeel dat het mandaat van het bureau op het gebied van buitenlands beleid niet beperkt mag worden tot werkzaamheden voor herplaatsing en regionale beschermingsprogramma’s. Het is niet de bedoeling dat het mandaat van het Ondersteuningsbureau met amendementen wordt ingeperkt. Er zijn amendementen waarmee de procedure voor de benoeming van de directeur van het toekomstige bureau ingrijpend wordt gewijzigd. Daar moeten we mee oppassen, want de procedure die in deze amendementen wordt voorgesteld, kan de benoeming van de directeur aanzienlijk vertragen. Echter, we moeten er nu juist voor zorgen dat het bureau snel en doeltreffend aan zijn taak kan beginnen. De door de Commissie voorgestelde procedure is de horizontale formule die op dit moment wordt toegepast voor twintig regelgevende agentschappen uit de eerste pijler. Het zou een betreurenswaardige zaak zijn als er een uitzondering werd gemaakt op een geharmoniseerde formule, terwijl er binnen de interinstitutionele groep voor agentschappen, waaraan het Parlement deelneemt, horizontaal wordt gedacht.

Nog enkele woorden ter afsluiting. Ik ben al lang van stof geweest, maar de werkzaamheden van het Parlement verdienen precieze antwoorden. Sommigen hebben de voorstellen met betrekking tot Dublin en de voorwaarden voor opvang als veel te ruimhartig bestempeld. Zo wordt gezegd dat het Europese asielbeleid ongegronde asielaanvragen aantrekt. Anderen beroepen zich op het subsidiariteitsbeginsel. Ik deel deze kritiek eerlijk gezegd niet. Alleen met echte harmonisering van het asielbeleid op Europees niveau door middel van duidelijke normen, waarvan gelijke behandeling en doeltreffendheid de pijlers zijn, kan Europa vorm geven aan zijn wil om bescherming te bieden aan degenen die deze bescherming daadwerkelijk nodig hebben. Zo wordt voorkomen dat de regels worden omzeild, doordat de normen ambigu zijn en op zeer ongelijke wijze ten uitvoer worden gelegd. De ervaring leert ons dat in lidstaten waar asielaanvragen uiterst objectief en serieus worden behandeld, de toestroom niet is toegenomen. Integendeel, ik denk dat bestrijding van misbruik van procedures en verhoging van het niveau van bescherming best kunnen samengaan.

Tot slot dank ik het Parlement voor zijn werk als medewetgever aan het netelige asieldossier. Ik zeg het zonder omhaal, ook ten overstaan van het fungerend voorzitterschap, maar meen het echt: wij hebben het Europees Parlement echt nodig om dit asielbeleid aanvaard te krijgen. Dit beleid strookt met onze Europese waarden en kan soms inderdaad angst inboezemen en op kritiek stuiten, maar dit alles maakt deel uit van de humanitaire achtergrond en traditie van ons continent.

Mijnheer de Voorzitter, daarom spreek ik mijn grote dank uit aan alle Parlementsleden en met name aan de vijf rapporteurs, voor hun uitstekende prestaties.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, deze nieuwe fase in ons werk voor de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem zal een behoorlijke inspanning vereisen, zowel van het Parlement als van de Raad.

De Raad onderschrijft de noodzaak van verdere harmonisatie op asielgebied volledig. De Europese Raad heeft bij het aannemen van het Europees Pact inzake immigratie en asiel de vooruitgang verwelkomd die tot op heden is bereikt op asielgebied, maar heeft eveneens erkend dat er nog grote ongelijkheden bestaan tussen de lidstaten wanneer het gaat om het verlenen van bescherming en om de vorm van die bescherming.

De Europese Raad heeft herhaald dat het verlenen van bescherming en de vluchtelingenstatus de verantwoordelijkheid van elke lidstaat is, maar heeft eveneens aangegeven dat het tijd is om met nieuwe initiatieven te komen, teneinde het opzetten van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem, zoals dit voorzien is in het Haags Programma, te voltooien, en zo een grotere mate van bescherming te bieden, overeenkomstig de voorstellen van de Commissie in haar beleidsplan over asiel.

De Raad verwelkomt dan ook de vier belangrijke wetgevingsvoorstellen die de Commissie hiertoe in de tijd tussen december 2008 en februari 2009 heeft ingediend, en die de kern van ons debat van vandaag vormen.

Daarin gaat het om de opvangvoorwaarden voor aanvragers van internationale bescherming, de zogenaamde Dublin-verordening, en Eurodac, waarvoor de voorstellen afgelopen december werden ingediend, en om de oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, waarvoor februari van dit jaar een voorstel werd gedaan.

In de korte tijd die sinds de indiening van deze voorstellen is verstreken, zijn er intensieve besprekingen gevoerd binnen de organen van de Raad. De aard van de voorstellen en de complexiteit van de daarin behandelde kwesties maakten het niet mogelijk om het onderzoek op alle niveaus van de Raad te voltooien.

Ik kan dan ook geen krachtig standpunt innemen namens de Raad met betrekking tot de amendementen die het Parlement heeft voorgesteld in zijn ontwerpverslagen. Ik kan slechts zeggen dat de Raad alle elementen van het verslag van het Parlement goed zal onderzoeken en ervoor zal zorgen dat binnen het kortst mogelijke tijdsbestek voortgang kan worden geboekt bij deze belangrijke maatregelen.

Ik hoop met name dat we snel resultaat zullen zien bij twee voorstellen met een beperktere reikwijdte. Dit zijn de voorstellen betreffende de oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en de wijziging van de Eurodac-verordening. Dit zijn derhalve ook de voorstellen waarover de besprekingen binnen de organen van de Raad het verst gevorderd zijn en waarvan we al kunnen zeggen dat er een aanzienlijke mate van convergentie is tussen de standpunten van de Raad en het Parlement.

De oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken vergemakkelijkt het uitwisselen van informatie, analyses en expertise tussen de lidstaten en helpt bij de verdere ontwikkeling van de praktische samenwerking tussen de overheidsdiensten die belast zijn met de behandeling van asielaanvragen. Het bureau maakt ook gebruik van de kennis van de landen van herkomst om de nationale praktijken, procedures en dientengevolge besluiten aan elkaar aan te passen. Zowel de Raad als het Parlement zijn voorstander van de oprichting van een dergelijk bureau. Het voorzitterschap is van mening dat het voorstel het onderwerp kan, en moet zijn van een spoedig akkoord tussen het Parlement en de Raad op een voor beide instellingen aanvaardbare basis. Zoals de geachte leden weten, gaat dit voorstel gepaard met een voorstel tot wijziging van het Europees Vluchtelingenfonds. Omdat het doel hiervan het waarborgen van de financiering van het Ondersteuningsbureau is, zouden beide instrumenten tegelijkertijd moeten worden aangenomen.

De Raad hoopt ook dat er een spoedig akkoord mogelijk is over de Eurodac-verordening, omdat er alleen maar enkele technische verbeteringen zijn voorgesteld door de Commissie, die zouden moeten bijdragen aan een betere werking van het systeem.

De besprekingen die tot nog toe hebben plaatsgevonden in het kader van de Raad met betrekking tot twee andere voorstellen, de amendementen op de richtlijn inzake opvangvoorwaarden en de zogenaamde Dublin-verordening, geven aan dat de kwesties die in deze voorstellen worden behandeld ongetwijfeld complexer en moeilijker zijn.

De voorstellen van de Commissie met betrekking tot de richtlijn inzake opvangvoorwaarden zijn, zoals de geachte leden weten, bedoeld om de bestaande richtlijn te wijzigen, teneinde de tekortkomingen aan te kunnen pakken die door de Commissie in de afgelopen jaren zijn vastgesteld. De Commissie is van mening dat de armslag die de bestaande richtlijn de lidstaten biedt bij het nemen van hun beslissingen, te groot is en dat dit heeft geleid tot ondermijning van het doel om passende opvangvoorwaarden te waarborgen voor asielzoekers in alle lidstaten. Daarom heeft de Commissie een aantal wijzigingen voorgesteld met betrekking tot zaken als toegang tot de arbeidsmarkt voor beschermingsaanvragers, betere materiële opvangvoorwaarden, betere aanpak van de behoeften van kwetsbare personen en toevlucht tot bewaring.

De Dublin-verordening, dat wil zeggen de verordening die de criteria en instrumenten vaststelt om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een beschermingsaanvraag, is bedoeld om misbruik van asielprocedures te voorkomen, bijvoorbeeld als één persoon meerdere aanvragen indient in verschillende lidstaten. De Commissie stelt nu een aantal wijzigingen voor die zijn gericht op het verbeteren van de efficiëntie van het huidige systeem en eveneens op het waarborgen van betere beschermingsnormen voor personen die bescherming aanvragen. Het voorstel bevat eveneens een instrument voor het opschorten van overdracht indien het asielsysteem van een lidstaat sterk onder druk is komen te staan, waardoor het niet mogelijk is om asielzoekers voldoende hoge beschermingsnormen en opvangvoorwaarden te bieden.

Het gedetailleerde onderzoek van de Commissievoorstellen inzake opvang en Dublin is momenteel nog gaande in de Raad. De Raad moet zijn standpunt nog bepalen ten aanzien van een aantal kwesties die in de twee voorstellen worden behandeld. Ook wordt nog steeds gesproken over een aantal belangrijke kwesties, zoals de toegang tot de arbeidsmarkt en bewaring in de context van de richtlijn inzake opvangvoorwaarden, en de vraag hoe het beste kan worden gereageerd op de behoeften van lidstaten die bijzonder onder druk zijn komen te staan in de context van de Dublin-verordening. Het is het voorzitterschap duidelijk dat er op het niveau van de Raad meer werk moet worden verricht om de noodzakelijke overeenstemming tussen de lidstaten over deze voorstellen te bereiken, waarna dan het voorzitterschap in gesprek gaan met het Parlement om tot een akkoord tussen beide instellingen te komen. Dat blijft uiteraard ons doel en het Parlement kan er van verzekerd zijn dat de Raad volledig rekening zal houden met de standpunten van het Parlement zoals die tot uiting zijn gekomen in de amendementen in de desbetreffende ontwerpverslagen.

Zowel de Raad als het Parlement hebben zich gecommitteerd aan de opzet van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem dat een hoog beschermingsniveau biedt en effectief functioneert. We staan dan ook voor een belangrijke uitdaging. We moeten immers de juiste oplossingen vinden, oplossingen die ons in staat zullen stellen dat doel te bereiken. Ik heb er alle vertrouwen in dat in zowel de Raad als het Parlement de bereidheid aanwezig is om dat mogelijk te maken, en tegen deze achtergrond zal de Raad de voorstellen van het Parlement over alle vier de instrumenten gedetailleerd bestuderen.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. (MT) Zoals mijn collega Jeanine Hennis-Plasschaert terecht zei – en ik wil haar hiermee feliciteren – is dit pakket gebaseerd op het beginsel van solidariteit. Er moet solidariteit zijn met degenen die recht hebben op bescherming, maar er moet in eerste instantie ook solidariteit zijn met de landen die een onevenredig grote last dragen. Er is overeengekomen deze solidariteit op te nemen in het voorstel van de Commissie om de Dublinverordening op te schorten in geval van landen die een onevenredige last dragen. Diezelfde solidariteit is vervat in het voorstel van het Europees Parlement om een mechanisme in te voeren voor het verdelen van de lasten. Dit mechanisme zal dan niet langer vrijwillig meer zijn over de hele linie juridisch verplicht worden.

Onze inspanningen ten behoeve van solidariteit worden echter ondermijnd door wat er zich in de buitenwereld afspeelt. Men begrijpt niet hoe wij het hier kunnen blijven hebben over solidariteit, terwijl daarbuiten iedereen zijn verantwoordelijkheden op een ander probeert af te schuiven. Op dit moment, terwijl wij dit alles in een vergaderzaal aan het bespreken zijn, is er is sprake van een ernstig incident tussen Malta en Italië, en dit is al het derde incident van dit soort binnen een tijdsbestek van een paar dagen.

Twee boten met 130 immigranten aan boord, die koers hebben gezet naar Lampedusa, liggen nu vlak voor Lampedusa, maar Italië weigert uit te varen en hen te redden. Volgens internationaal recht moeten deze personen worden begeleid naar de dichtstbijzijnde haven en, zoals vicevoorzitter Barrot ten tijde van het eerste incident zei, de dichtstbijzijnde aanloophaven in dit geval is de haven van Lampedusa. Mijnheer de Voorzitter, het gedrag van Italië, of liever gezegd van de Italiaanse minister Maroni, is in de zin van het internationaal recht onwettig, aanmatigend ten opzichte van Malta en onmenselijk ten opzichte van alle betrokken immigranten. Italië laat zich met dit soort gedrag bepaald niet van zijn beste kant zien, en deze situatie, mijnheer de Voorzitter, is ook ernstig te noemen omdat het een gevaarlijke boodschap uitstraalt namelijk dat je geen immigranten moet redden omdat, als je dat wel doet, jij degene bent die de lasten moet dragen die gemoeid gaan met de opvang van de immigranten. Dit is een uiterst gevaarlijke boodschap.

Ik richt mij hier dan ook tot de vice-voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Barrot, en ik verzoek hem onmiddellijk in te grijpen om aan deze situatie een eind te maken. Ik wil hem tevens verzoeken er bij Italië op aan te dringen dat het zich houdt aan zijn internationale verplichtingen, en ik verzoek hem verder aan alle lidstaten van de Europese Unie duidelijk te maken dat dit niet simpelweg een kwestie tussen Malta en Italië is, maar dat iedereen hiervoor verantwoordelijk is en deze verantwoordelijkheid dus moet dragen. Mijnheer de Voorzitter, als wij weigeren ons in de praktijk solidair te tonen, zal het onderlinge vertrouwen afnemen maar zal er tevens geknaagd worden aan het vertrouwen van alle Europese burgers. Als wij werkelijk geloven in solidariteit kunnen wij niet toestaan dat nationaal egoïsme de overhand krijgt. Iedereen moet zijn steentje bijdragen. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra, namens de PPE-DE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur, mevrouw Hennis-Plasschaert, bedanken voor haar bereidheid tot dialoog en onderhandelingen over dit verslag.

Ik blijf erop wijzen dat het verlenen van asiel een morele plicht is voor de meestbegunstigde landen. We mogen niet vergeten dat ondanks de ernstige economische omstandigheden waarin we verkeren, ons asiel- en immigratiebeleid in het teken moet staan van solidariteit, solidariteit met degenen die op goede gronden onze bescherming vragen, en solidariteit met onze communautaire partners die om geografische redenen en wegens hun grootte meer migratiedruk dan andere lidstaten ondervinden.

Op dit terrein is het zogenoemde “asielpakket” een noodzakelijk en onmisbaar instrument voor de toekomstige ontwikkeling van het migratiebeleid in de Europese Unie. Ik wil er echter op wijzen dat voor zo belangrijke maatregelen als die welke we vandaag behandelen, meer tijd voor studie en overleg nodig is. De beperkte manoeuvreerruimte die we wegens de gestelde termijn hadden, was volstrekt ontoereikend.

Een aantal punten van dit voorstel zal in de nabije toekomst zeker moeten worden herzien. Ik doel daarmee op de situatie van asielzoekers en de gevallen waarin ze gedetineerd kunnen worden, op het fundamentele verschil tussen “inbewaringstelling” en “detentie”, op de voorzieningen die voor detentie van asielzoekers kunnen worden gebruikt, op de uitzonderingen op overdracht, op het bestaan van uitzonderingen op het algemene beginsel dat bepaalt welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag, op de concrete vaststelling wie deel uitmaakt van het zogenoemde “kerngezin”, en op de hulp die moet worden verleend aan lidstaten die te kampen hebben met een bovengemiddelde asieldruk.

Ondanks deze vragen en gelet op de snelheid waarmee we hebben gewerkt, kunnen we in het algemeen zeggen dat een evenwichtig verslag is goedgekeurd. Dit is een evenwichtig pakket waarin wordt ingegaan op een groot aantal van de zorgen van mijn fractie, met name ten aanzien van de rechten van mensen die internationale bescherming aanvragen en de ondersteuning van lidstaten die een bovengemiddeld aantal internationale aanvragen moeten verwerken.

Tot besluit wil ik in herinnering brengen dat het recht op daadwerkelijke wettelijke bescherming een grondrecht is, dat als zodanig is verankerd in Europese grondwetten en, meer in het bijzonder, in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De rechterlijke macht moet bijgevolg de belangrijkste garant zijn voor de persoonlijke rechten van mensen die internationale bescherming aanvragen. Daarvoor is het nodig dat deze mensen in voorkomend geval op rechtsbijstand kunnen rekenen.

Mijnheer de Voorzitter, tot besluit wil ik met klem wijzen op de noodzaak van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en de hulp die via het Europees Vluchtelingenfonds kan worden verleend.

 
  
MPphoto
 

  Roselyne Lefrançois, namens de PSE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, als schaduwrapporteur voor de herschikking van de Dublin-verordening wil ik de Europese Commissie complimenteren met de kwaliteit van de ons voorgelegde tekst. Met deze tekst worden inderdaad aanzienlijke verbeteringen aangebracht in het Dublin-systeem, met name wat betreft de eerbiediging van de grondrechten van personen die om internationale bescherming vragen.

Zo is het beginsel van de eenheid van het gezin kracht bijgezet, gaat er meer aandacht uit naar minderjarigen en worden de belangen van kinderen voorop geplaatst. Aan personen die om internationale bescherming vragen worden betere informatie en beroepsmogelijkheden geboden en de voorwaarden voor inbewaringstelling van personen worden strikt beperkt. Voorts kan de overdracht naar lidstaten waar de opvangcapaciteiten onder grote druk staan of waar het niveau van bescherming ontoereikend is, tijdelijk worden opgeschort. Dit zijn ware pluspunten.

Bij de stemming in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken zijn we erin geslaagd de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten schaakmat te zetten, die een aantal van deze bepalingen wilde schrappen, waaronder de regels voor inbewaringstelling van personen die om internationale bescherming vragen. Voor ons is dat een essentiële waarborg, want personen die om internationale bescherming vragen zijn geen criminelen en er is dan ook geen enkele reden om hen achter de tralies te zetten.

Een aantal punten in het verslag blijft echter problematisch, bijvoorbeeld de taal waarin informatie aan de aanvrager moet worden verstrekt. Wij vinden dat dit een taal moet zijn die de aanvrager begrijpt, en niet een taal waarvan wordt aangenomen dat hij die begrijpt. Dat is ook vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens voor het geval iemand in bewaring wordt gesteld.

Wij willen ook dat aanvragen van minderjarigen die geen ouder op het grondgebied van de Unie hebben, worden behandeld in de lidstaat waar de laatste aanvraag is ingediend. Zo wordt voorkomen dat deze minderjarigen aan een andere lidstaat worden overgedragen. Dit stond ook in de oorspronkelijke tekst van de Commissie, maar de PPE heeft zich, met steun van de rapporteur, tegen dit voorstel verzet.

Aangezien met de Dublin-verordening de verantwoordelijkheden voor de behandeling van aanvragen van internationale bescherming niet eerlijk worden gedeeld, acht ik het van essentieel belang dat er andere instrumenten in het leven worden geroepen om de solidariteit met de lidstaten aan de buitengrenzen van de Unie kracht bij te zetten, zoals u, Commissaris Barrot, ook hebt gesteld.

 
  
MPphoto
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de ALDE-Fractie. – In mijn eerste bijdrage gaf ik reeds aan dat de verschillen tussen de lidstaten nog altijd enorm zijn, en in dat opzicht is de zo gewenste harmonisatie in feite mislukt. Dat kunnen we niet langer ontkennen. Richtlijnen bieden eerder een aantal procedurele standaarden dan een standaardprocedure. Een wereld van verschil, die we nu proberen te dichten en de liberalen kiezen heel duidelijk voor een pragmatische aanpak.

Verdere onderlinge aanpassing van de wetgevingen in de lidstaten inclusief, uiteraard, correcte handhaving, is wat ons betreft de enige weg voorwaarts. Maar nogmaals, met de nodige realiteitszin en de nodige pragmatische overtuiging.

De oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, de voorgestelde herschikking van de richtlijn opvangvoorzieningen en ook de Eurodac-verordening beschouwen wij dan ook als cruciaal. In dat opzicht, en dat is een klein puntje ten aanzien van de Commissie, is het jammer dat de publicatie van zowel de herschikking van de procedure, als de erkenningsrichtlijn, nog heel even op zich laat wachten. Deze is voorzien voor 24 juni. Maar uit het oogpunt van meer samenhang en betere wetgeving zou het logischer zijn geweest om ook deze twee voorstellen in het huidige asielpakket aan te nemen.

Maar goed, het woord is straks natuurlijk aan de Raad. Laat ik nogmaals benadrukken dat meer samenhang, betere kwaliteit en een consistent en solidair optreden voor alle lidstaten van belang zijn. Onze bezoeken aan de Europese buitengrenzen, en de welbekende hot spots in het bijzonder, zal ik niet snel vergeten. De geloofwaardigheid van de Europese Unie staat in dat opzicht al enige tijd op het spel. Doe wat u beloofd heeft!

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zojuist hoorde ik een Maltese afgevaardigde zeer ernstige en zelfs lasterlijke dingen beweren over de Italiaanse regering en over minister Maroni in het bijzonder.

Het spel dat Malta op dit moment speelt, is niet erg duidelijk, en ik zal het direct uitleggen. Ik wil het geen smerig spel noemen, want men dient respect te hebben voor een andere lidstaat, maar onze collega had eerlijk moeten vertellen dat Malta altijd heeft willen vasthouden aan een excessieve omvang van haar territoriale wateren, die zelfs tot het eiland Lampedusa reiken. De Italiaanse regering heeft Malta vele malen verzocht om de enorme omvang van zijn territoriale wateren te verminderen. Malta geeft er de voorkeur aan deze te handhaven om aldus ook zijn verzoek om hoge bijdragen van de Europese Unie te kunnen handhaven.

Daarom moet de hele waarheid verteld worden. Italië kan en wil immigranten opvangen, Italië kan en wil de rechten van immigranten die deelnemen aan en het slachtoffer zijn van deze mensenhandel, beschermen en waarborgen, en deze waarheid is zo overduidelijk en goed gedocumenteerd dat het niet nodig is dat ik haar verdedig.

Wat nu het onderhavig verslag betreft, wil ik benadrukken dat wij een plicht hebben. De lidstaten hebben de plicht om – in plaats van dergelijke polemieken aan te gaan, die lijken op de hanengevechten uit de beroemde roman van Manzoni – om niet toe te geven aan de lokroep van de “sirenen van de goedwilligheid”, van een waarschijnlijk met hypocrisie en zeer concrete, politieke en economische belangen doorspekte goedwilligheid, maar om veeleer te proberen het onschendbare asielbeginsel strikt toe te passen, geen enkele ruimte te laten aan hen die dit principe willen gebruiken voor oneigenlijke doestellingen die niet in overeenstemming zijn met de nobele principes die eraan ten grondslag liggen, en uitbuiting ervan proberen te voorkomen, want daarvan profiteren alleen de criminele organisaties die de handel in illegale immigranten organiseren en exploiteren, waarnaar wij in de context van de huidige situatie eveneens willen verwijzen.

Ik herhaal: het is onze plicht om niet net te doen alsof, en geen conflicten te creëren waar munt uitgeslagen kan worden, maar om een gemeenschappelijke aanpak te vinden en te strijden voor de aanneming van effectieve maatregelen die ervoor kunnen zorgen dat het asielrecht een recht op asiel blijft en geen recht wordt voor uitbuiters en maffiosi om nobele en goede wetten te gebruiken voor hun weerzinwekkende maffiapraktijken van uitbuiting van mensen uit de derde wereld.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik ben een van de schaduwrapporteurs bij dit pakket en ik wil graag doorgaan op wat de heer Díaz de Mera García Consuegra hier heeft gezegd over morele plicht. Wanneer we het bovendien hebben over een strikte toepassing, zoals sommige leden dat noemden, interesseert het sommigen van ons veel meer dat de regels echt eerlijk worden toegepast en dat de mensen die echt bescherming nodig hebben die ook daadwerkelijk krijgen. Een van punten van dit specifieke pakket houdt verband met de wijze waarop we dat kunnen verbeteren en er voor kunnen zorgen dat alle lidstaten volgens dezelfde hoge norm werken.

Met betrekking tot de herziening van de opvang van asielzoekers zijn we erg blij met het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, en willen we bepaalde delen daarvan behouden, zeker de delen die over toegang tot de arbeidsmarkt en toereikende inkomensondersteuning gaan, waar we eerder vandaag vóór hebben gestemd. Ik betreur het ten zeerste dat mijn eigen land, het VK, hieraan niet deelneemt vanwege twee specifieke voorstellen. Dat is een echte schande, in elke betekenis van het woord.

Toegang tot gezondheidszorg is uiteraard ook van essentieel belang, niet alleen in noodgevallen. Er is continue gezondheidszorg nodig, met name voor degenen die zijn gemarteld en daarom steun nodig hebben voor hun eigen mentale welzijn.

Ook met betrekking tot de herziening van Dublin verwelkomen we het oorspronkelijke voorstel. We steunen het opschortinginstrument en zullen er voor stemmen om de breedst mogelijke definitie van gezinshereniging te behouden.

 
  
MPphoto
 

  Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is met een zekere emotie dat ik mijn laatste toespraak in deze zittingsperiode houd. Ik zou willen beginnen met hetgeen in deze zaal werd gezegd, en een beroep willen doen op Commissaris Barrot. Ik vraag hem om op te treden en deze kwestie op te lossen, waar maar al te vaak lidstaten bij betrokken zijn die een spel spelen over de rug van asielzoekers heen.

Nog maar enkele minuten geleden zagen wij hoe Italië en Malta elkaar de verantwoordelijkheid in de schoen schoven, en nog maar enkele dagen geleden hoorden wij dat, door het te lang op zee houden van de boot Pinar, mensen om het leven zijn gekomen die anders misschien nog in leven waren geweest. Daar gaat het volgens mij precies om als wij over asiel spreken. Het gaat om een reële noodzaak en om de inspanningen die de lidstaten moeten doen in het kader van het opvangbeleid.

Ik ben dan ook vierkant voor de voorstellen die door mijn collega´s, de heer Masip Hidalgo en mevrouw Hennis­Plasschaert zijn gedaan voor de aanpassing van de opvangrichtlijn en de Dublin-verordening. Beide voorstellen zorgen ervoor dat het Europese opvangsysteem voor asielzoekers wordt verbeterd.

Ik vind dat wij verplicht zijn om nogmaals te benadrukken dat Europese burgers en asielzoekers gelijkwaardig zijn. De lidstaten verlenen namelijk niet alleen asiel aan mensen die oorlog ontvluchten. Asielverlening is een plicht van de lidstaten en het is het recht van deze mensen om in onze landen te blijven, met alle rechten die men ook Europese burgers verschuldigd is. Aldus geven wij mijns inziens met ons politiek initiatief en met onze wetgevende bevoegdheid een blijk van beschaving.

Ik ben het daarom met de wijzingen van deze richtlijn en deze verordening eens. Ik vind dat wij het recht op asiel moeten kunnen garanderen aan iedereen die erom vraagt, omdat de toekomst van de Europese Unie afhangt van de kwaliteit van onze opvang. Ik denk dat dit een onontbeerlijk onderdeel moet zijn van het door ons gekoesterde idee van Europa

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, morgen, op de laatste dag dat dit Huis in deze samenstelling bijeenkomt, stemmen we over een pakket voorstellen om ons asielbeleid te verbeteren. Na vijf jaar debatteren en bezoeken van asielcentra, is het de hoogste tijd om met concrete maatregelen te komen. Als we hierna dan nog moeten wachten op de uitvoering, komt de uiteindelijke reactie wel érg laat.

De gebeurtenissen uit 2005 en 2006 hebben tot een aanpak van illegale immigratie geleid, maar de asielzoeker viel daarbij letterlijk overboord. Hoewel ik het instellen van een agentschap voor de samenwerking steun, heb ik zo mijn vragen bij de vorm en de taak. Hoe komen we tot het opstellen van een betrouwbare lijst van veilige landen van herkomst? Welke bronnen gaan we daarvoor gebruiken? En hoe kunnen we de bronnen van informatie uit landen die niet veilig zijn, voldoende beschermen? Kunnen die bronnen wel bekendgemaakt worden en welke zeggingskracht heeft zo'n lijst voor de onafhankelijke rechter? Ik hoor graag van de Raad hoe dat probleem te voorkomen is.

Waarom is er niet voor gekozen om de praktische samenwerking als taak onder te brengen bij Frontex? Dit agentschap is in omvang beperkt en kan een dergelijke taak met voldoende uitbreiding van middelen prima aan. Dan kan adequaat worden gereageerd op de feitelijke ontwikkelingen waarmee Frontex al wordt geconfronteerd. Op grond van de praktijk van binnenkomst van asielzoekers en migranten kan dan passend worden gewerkt aan goede opvang voor asielzoekers. Dat lijkt me erg praktisch.

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE).(DE) Meneer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, wat de onderhavige voorstellen betreft ondersteun ik van harte het voorstel voor een verordening tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Europees Vluchtelingenfonds en de "Eurodac"-verordening.

Daarentegen wil ik kritiek uiten op de richtlijn betreffende de opvang van vluchtelingen en op de Dublin-verordening – en kennelijk ben in ik dit debat de enige tot nu toe die dat doet.

De bedoeling van de richtlijn opvangvoorzieningen is dat vluchtelingen – echte vluchtelingen – zo snel mogelijk adequate hulp krijgen. De wijzigingsvoorstellen die hier zijn ingediend, lijken echter uit te nodigen tot immigratie via een asielaanvraag en kunnen dus worden gezien als een uitnodiging tot misbruik van asielprocedures.

Waarom? Alle asielzoekers zouden snel toegang moeten te hebben tot de arbeidsmarkt. Ik ben van mening dat de lidstaten zelf hierover een besluit moeten nemen. Hier wordt voorgesteld om de groep mensen die asiel mogen aanvragen, uit te breiden met mensen die psychische problemen hebben – ik ken veel mensen die psychische problemen hebben, maar niet in alle gevallen hebben ze ook daadwerkelijk recht op asiel – of met alle ouderen bijvoorbeeld. Niet alleen wordt er gewerkt met vage juridische concepten, maar ik accepteer ook niet dat alle asielzoekers net als de eigen ingezetenen recht hebben op sociale bijstand. Daar komt bij dat 95 procent van alle asielaanvragen helemaal niet wordt gehonoreerd. Ik vind dat we met deze wijzigingsvoorstellen de verkeerde kant opgaan. Samen met de ÖVP-delegatie zal ik derhalve tegen de amendementen stemmen.

Voor de Dublin-verordening geldt op een aantal punten min of meer hetzelfde. Deze verordening bevordert namelijk het asieltoerisme. Als het met deze nieuwe bepaling, die als discretionaire bepaling wordt ingevoerd, bij wijze van spreken mogelijk wordt voor een asielzoeker om het land uit te zoeken waar hij zijn asielaanvraag indient – uiteraard voor zover toegestaan –, dan veroorzaakt dit eenvoudigweg asieltoerisme.

Anderzijds ontstaat naar mijn idee een probleem als we de Dublin-overdrachten opschorten. Ik begrijp de situatie van Malta heel goed, maar ik denk dat het zinvoller is om ondersteuningsteams ter plaatse snel hulp te laten bieden dan de weg in te slaan die hier wordt voorgesteld. We moeten erop toezien dat we vluchtelingen snel helpen, maar ervoor waken dat asielprocedures op enigerlei wijze worden misbruikt.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, neemt u mij niet kwalijk maar ik wil meteen een ander standpunt innemen, namelijk dat het asielpakket, en de vijf rapporteurs die hier veel zorg aan hebben besteed, de steun verdienen van heel het Parlement.

Wij hebben een schaduwrapporteur bij het verslag over Eurodac en dat van mevrouw Lambert. Ik vind dat we uitstekend hebben samengewerkt en een pakket hebben opgesteld dat zowel realistisch als uitvoerbaar is en waarin veel aandacht is besteed aan transparantie. In de Eurodac-kwestie bijvoorbeeld – een gevoelige kwestie waarbij het gaat om het nemen van vingerafdrukken van asielzoekers – zijn er verbeteringen aangebracht in de manier waarop de vingerafdrukgegevens worden gebruikt, en is de rol van de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming versterkt en zijn bevoegdheid verduidelijkt.

We willen graag verwijzingen naar een groter aantal artikelen van het Handvest van de grondrechten, naar menselijk waardigheid en kinderrechten, en naar een goede oplossing van de kwestie van taal en asielzoekers, die al zo goed ter sprake is gebracht door Antonio Masip Hidalgo en Rosalyne Lefrançois.

Met betrekking tot het verslag-Lambert, waarin het gaat om de oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, zijn we van mening dat dit een belangrijke stap voorwaarts is. Daarmee wordt gewaarborgd dat samenwerking tussen de lidstaten in het kader van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem realiteit wordt. De Sociaal-democratische Fractie steunt dit verslag, maar we hebben ook amendementen ingediend. We willen meer transparantie en verantwoording, waar naar mijn mening ook de rapporteur naar streeft. We willen de juiste betrokkenheid van de UNHCR en ngo's, en ik heb amendementen ingediend die een goed niveau van toezicht door het Europees Parlement in het systeem brengen.

Ik begrijp wat de commissaris zegt over de noodzaak om snel een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken van de grond te krijgen, maar verantwoording, transparantie en kwaliteit van asielgegevens zijn ook zeer belangrijk. Om goed te werken moet het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken absoluut nuttige, transparante en objectieve informatie produceren, die regelmatig moet worden getoetst. Met deze waarborgen krijgen we een sterke aanvulling op een eerlijk en evenwichtig Europees asielsysteem.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Rogalski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens bevatten uitvoerige informatie over asielrecht. Asiel is een grondrecht voor al wie in zijn land van herkomst wordt vervolgd wegens ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde politieke groep, iets wat vandaag relatief vaak voorkomt in verschillende delen van de wereld. Mensen aan wie het recht op asiel wordt toegekend, zouden eveneens het recht moeten krijgen om in hun nieuwe land een leven op te bouwen. Dit zou een basisvoorwaarde moeten zijn.

Om deze doelstelling te bereiken moeten we ervoor zorgen dat mensen die een asielaanvraag hebben ingediend, toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. Dit is zonder twijfel de beste manier om asielzoekers in staat te stellen in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Op deze manier wordt ook sociaal isolement voorkomen en kan de asielzoeker de cultuur van het gastland beter leren kennen. We zouden moeten verzekeren dat asielzoekers een beroep kunnen doen op een zo breed mogelijke waaier van diensten ter ondersteuning van hun asielprocedure, onder meer op rechtsbijstand van hoge kwaliteit, zodat zij hun rechten gemakkelijker kunnen begrijpen.

 
  
MPphoto
 

  Adamos Adamou (GUE/NGL) – (EL) Mijnheer de Voorzitter, Eurodac is een systeem voor het inzamelen van vingerafdrukken van asielzoekers. Wij erkennen weliswaar dat gepoogd wordt het vorig operationeel kader van het Eurodac-systeem te verbeteren, maar wij blijven toch twijfels koesteren over twee belangrijke vraagstukken. Het eerste vraagstuk betreft de eerbiediging van de grondrechten van de mensen die Europa binnenkomen op zoek naar een betere toekomst. In feite gaat het immers om het aanleggen van politiedossiers op Europees niveau, en daar zijn wij vierkant tegen. Ten tweede vragen wij ons af in hoeverre deze maatregelen stroken met de grondbeginselen van de Unie zelf, zoals het beginsel inzake bescherming van persoonlijke gegevens, en in hoeverre de geplande maatregelen stroken met het evenredigheidsbeginsel. Wij zijn het er niet mee eens dat vingerafdrukken worden verzameld van zelfs veertienjarige kinderen.

De voorgestelde maatregelen – waar wij het niet mee eens zijn – weerhouden asielzoekers ervan bij verwerping van hun aanvraag in de eerste lidstaat een tweede kans te wagen in een andere lidstaat. Zoals wij allen weten brengen asielprocedures immers een zeker mate van subjectiviteit met zich mee, met alle mogelijk negatieve gevolgen van dien voor de betrokkene, die sowieso al het slachtoffer is.

(EN)Dit is mijn laatste redevoering in dit Parlement, en ik wil u allemaal, collega's en medewerkers, bedanken voor uw samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Boursier (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, geachte collega’s, ik ben ook blij me te mogen mengen in een zo belangrijk debat als het asielpakket, vooral op de voorlaatste dag van deze zittingsperiode.

Tijdens onze diverse werkzaamheden, en ondanks de goedkeuring van de eerste fase van het Europese asielstelsel, hebben we kunnen constateren dat er nog steeds een kloof gaapt gapen tussen de lidstaten als het gaat om de erkenning van de vluchtelingenstatus.

Ondanks de aanzienlijke vooruitgang die is geboekt met de opvangrichtlijn, waar ook mijn collega Roselyne Lefrançois op wees, wier opmerkingen ik volledig deel, moeten we tevens vaststellen dat de lidstaten op dit gebied nog te veel speelruimte hebben. Ook ik wil daarom benadrukken dat de Europese solidariteit juist en vooral op dit terrein tot uitdrukking moet komen.

Meer dan ooit wil ik erop wijzen dat personen die asiel aanvragen en internationale bescherming nodig hebben, kwetsbaar zijn en daarom speciale aandacht verdienen. Dat houdt met name in dat zij niet in bewaring mogen worden gesteld.

De discussie over de ‘terugkeerrichtlijn’ is gesloten. Hierover waren we het allemaal eens. We mogen er dan ook niet op terugkomen nu we het over asielbeleid hebben.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alle sprekers danken, en in het bijzonder nogmaals mijn erkentelijkheid uitspreken aan de rapporteurs. Ik zal allereerst even ingaan op het taalprobleem, waarbij ik mij voornamelijk richt tot mevrouw Lefrançois. Ik moet zeggen dat de formulering volgens de welke de asielaanvrager moet worden geïnformeerd in een taal die hij verondersteld wordt te begrijpen, de Commissie evenwichtig leek. Met een dergelijke bepaling kan de asielaanvrager adequaat worden geïnformeerd en wordt eventueel misbruik door bepaalde asielaanvragers voorkomen.

Ik zou nu het Parlement willen danken, maar als u het goed vindt wil ik toch zeggen dat ik verbaasd ben over de woorden van met name de heer Pirker. Mijnheer Pirker, ik kan niet toestaan dat u het Commissievoorstel verdraait. Als ik u hoor zeggen dat de herziening van Dublin ervoor zorgt dat mensen aan “forumshopping” gaan doen, moet ik daar tegenin gaan, want het is niet waar en het kan niet. Met het Commissievoorstel wordt niet getornd aan de beginselen waarop het Dublin-stelsel stoelt. De aanvrager mag niet kiezen in welk land hij zijn aanvraag indient, maar wel is het zo dat de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald op basis van objectieve criteria waarbij wel een enigszins menselijkere benadering wordt gevolgd, en met name rekening wordt gehouden met gezinshereniging.

Ik kan me niet voorstellen dat u als lid van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten ongevoelig bent voor het probleem van gezinshereniging. Ik kan niet toestaan dat u dit voorstel verdraait. Ook voor de Commissie gaat het erom duidelijke garanties vast te leggen om misbruik van het systeem te voorkomen. Zo is er een mechanisme ingesteld waarmee kan worden vastgesteld welke personen kwetsbaar zijn. Uiteraard moeten de lidstaten erop toezien dat de door ons voorgestelde beginselen op rechtvaardige en evenwichtige wijze ten uitvoer worden gelegd.

Ik wil eveneens reageren op wat de heer Blokland heeft gezegd. We moeten het taakgebied van Frontex en dat van het Ondersteuningsbureau goed van elkaar onderscheiden. Het zijn verschillende taakgebieden met verschillende bevoegdheden, en zo moet het zijn als we echt willen dat asielaanvragen in Europa zowel strikt als menselijk worden behandeld.

Ik kan niet geloven dat het Europees Parlement niet in staat zal zijn een brede overeenstemming te bereiken op basis van het werk van de rapporteurs. Natuurlijk behoort u, afgevaardigden, tot verschillende politieke families en hebt u verschillende politieke en filosofische gevoeligheden, maar laten we niet vergeten dat dit Europa, dat vervolgingen heeft gekend en soms grote risico’s liep, waardoor het leven van de vervolgden op het spel stond, geen model is. We mogen niet uit idealisme preken, maar moeten wel trouw blijven aan onze waarden. En daar blijf ik op hameren. Ik heb, persoonlijk, echt de brede steun van het Europees Parlement nodig.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, in mijn afsluitende opmerkingen wil ik benadrukken dat de Raad blij is dat het Parlement spoedig voortgang wil boeken bij deze belangrijke dossiers en erkent dat een goed functioneren van het gemeenschappelijk Europees asielsysteem belangrijk is.

Ik kan u verzekeren dat de Raad het standpunt dat het Parlement heeft ingenomen ten aanzien van de voorstellen, zorgvuldig zal overwegen in de lopende werkzaamheden van de relevante Raadsorganen. De Raad zal met name de amendementen van het Parlement gedetailleerd bestuderen, om vast te kunnen stellen of er een akkoord mogelijk is over de voorstellen waarvan de werkzaamheden het verst gevorderd zijn.

Ik wil ook iets zeggen over het solidariteitsbeginsel. Een aantal afgevaardigden heeft er terecht op gewezen dat het asielsysteem van sommige lidstaten vanwege hun geografische en demografische situatie bijzonder onder druk staat.

Met het oog daarop heeft de Europese Raad het solidariteitsbeginsel in het Europees Pact inzake immigratie en asiel benadrukt, dat in het najaar van 2008 is aangenomen. Het pact roept duidelijk op tot solidariteit op vrijwillige en gecoördineerde basis, opdat een betere verdeling mogelijk is van de mensen die internationale bescherming genieten, en op basis van aangenomen wetgeving, zoals het desbetreffend onderdeel van het programma ‘Solidariteit en beheer van de migratiestromen’. Het voorziet eveneens in financiering van dergelijke activiteiten, waarin de lidstaten, wederom op vrijwillige basis, kunnen participeren.

Er moet worden opgemerkt dat het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken nuttig kan zijn voor deze intracommunautaire overdrachten door de uitwisseling van informatie daarover te vergemakkelijken. Bovendien kan het bureau helpen door te zorgen voor de coördinatie van de inzet van ambtenaren uit lidstaten in andere, bijzonder onder druk staande lidstaten. Deze verordening kan echter niet fungeren als rechtsgrondslag voor het creëren van een intracommunautair overdrachtsmechanisme.

Ter afsluiting van mijn opmerkingen wil ik zeggen dat ons op dit gebied nog meer werk te wachten staat, want de Commissie heeft al haar intentie aangekondigd om verdere wetgevingsvoorstellen te doen ter voltooiing van het gemeenschappelijk Europees asielsysteem. Deze voorstellen betreffen asielprocedures en de normen voor het in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus van aanvragers, evenals het opzetten van regelingen voor hervestiging van mensen die onder bescherming van de UNHCR staan. We moeten zo snel mogelijk vooruitgang boeken, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat snelheid niet ten koste gaat van kwaliteit. Daar kunnen wij het mijns inziens hier allemaal over eens zijn.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Masip Hidalgo, rapporteur. − (ES) Commissaris Barrot, u heeft mijn steun. De steun die u van het Parlement vraagt, heeft u in ieder geval van deze rapporteur, en die heeft u vanaf de eerste regel van mijn verslag. Verder wil ik nog zeggen dat u ons vanmiddag, in uw twee toespraken, een les in recht, moraal en geschiedenis heeft gegeven.

Een van de sprekers sprak over daadwerkelijke rechterlijke bescherming. Natuurlijk is daadwerkelijke rechterlijke bescherming een grondbeginsel! Daarom eis ik ook dat asielzoekers worden geïnformeerd in een taal die ze begrijpen, en niet in een andere. Wanneer dat niet gebeurt, kan er ook geen sprake zijn van daadwerkelijke rechterlijke bescherming, en spreekt u dat alstublieft niet tegen, want dan gaat u in tegen precies die beginselen die u eerder verdedigde.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa, rapporteur. – (RO) Tot 1989 werd het land waar ik vandaan kom, Roemenië, geregeerd door een totalitair communistisch regime, dat zelfs crimineel kon worden genoemd. Voor de burgers was het net alsof ze in een grote gevangenis zaten. Desondanks hebben tienduizenden mensen hun leven gewaagd door hun land te ontvluchten en politiek asiel aan te vragen. Ik ken veel van zulke mensen, en ik weet hoe belangrijk internationale bescherming is, vooral de bescherming die politiek asiel biedt.

Toch is het van essentieel belang dat wij kunnen vaststellen wie echte asielzoekers zijn, wie degenen zijn die volkomen terecht politiek asiel aanvragen. Door het registratiesysteem te verbeteren kunnen we deze gevallen duidelijk sneller oplossen. Ik zou het hier echter ook graag over een ander probleem willen hebben, dat te maken heeft met netwerken, dat wil zeggen met de criminele activiteiten van netwerken die in asielzoekers handelen. Deze netwerken krijgen enorme geldbedragen voor het vervoeren van asielzoekers naar lidstaten van de Europese Unie. Ik vind dan ook dat het bestrijden van deze criminele activiteiten onze prioriteit moet hebben, en dat er een strategie moet worden opgesteld om dit probleem aan te pakken.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij met de algemene steun die we hier vanavond hebben gehoord voor het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en ik wil mijn collega's hartelijk danken voor hun samenwerking en het werk dat we hiervoor hebben gedaan.

We hopen dat dit bureau zo snel mogelijk operationeel zal zijn. Het doel hiervan is uiteraard het vertrouwen tussen lidstaten te verbeteren naarmate het rendement van asielsystemen hoger wordt dankzij praktische samenwerking tussen deskundigen, opleiding en wat dies al niet meer zij. Wellicht ook dat lidstaten, als dit vertrouwen eenmaal verbetert, minder bezorgd zullen zijn over het feit dat ze verplicht moeten samenwerken om aan hun verplichtingen te voldoen.

Ik ben blij met de duidelijkheid van de commissaris over de verschillende taakgebieden van het Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Frontex. Dat zijn twee zeer verschillende dingen met zeer verschillende doelen, hoewel uiteraard samenwerking en effectiviteit binnen deze taakgebieden belangrijk zijn. Een van de naar voren gebrachte aspecten betreft informatie over derde landen, over de landen van herkomst van degenen die internationale bescherming aanvragen. Natuurlijk is dit een van de dingen waar het Ondersteuningsbureau voor asielzaken naar zal kijken: hoe we die informatie uit diverse bronnen in een beter standaardformaat kunnen onderbrengen, in wellicht een formaat dat mensen meer vertrouwen kan geven dat de informatie niet politiek wordt gebruikt.

Ik denk dat het voor veel mensen een raadsel is hoe het ene land mensen uit Tsjetsjenië wel als vluchteling kan accepteren, met zelfs een vrij hoge mate van acceptatie, terwijl het andere land dat er vlak bij ligt, niemand uit Tsjetsjenië accepteert. Velen van ons kunnen dat gewoon niet geloven, als de informatie hetzelfde is. Dus het kunnen vertrouwen op de kwaliteit van informatie en op de manier waarop deze informatie vervolgens kan worden gebruikt door lidstaten, is ook een uiterst belangrijk onderdeel van de betere samenwerking waar we naar streven. We zien uit naar de bewerkstelliging hiervan.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik kan de woorden van de heer Busuttil, de Italiaanse Parlementsleden die hebben gesproken, de heren Borghezio en Catania, en alle anderen niet onbeantwoord laten, hoewel ik geen echt bevredigend antwoord heb. Ik wil wel zeggen dat het probleem in het Middellandse-Zeegebied niet alleen Malta en Italiëmag raken. De Europeanen moeten zich echt bewust worden van de hier uiteengezette situatie, die steeds tragischer en dramatischer wordt.

Ik ben zelf naar Lampedusa en Malta afgereisd. Ik heb de twee ministers in Brussel bijeengeroepen na een eerste incident. Goddank zijn we tot een oplossing weten te komen, maar ik zal de kwestie bij de Raad JBZ begin juni nogmaals aankaarten met alle ministers van Binnenlandse Zaken.

We gaan proberen Malta en Italië zo veel mogelijk te helpen, maar heel Europa, alle lidstaten, moeten wakker worden geschud, want deze situatie mag niet alleen aan twee lidstaten worden overgelaten.

Er moet dus worden nagedacht. Dat is de geest van de discussie die heeft plaatsgevonden, mijnheer de Voorzitter, en waaruit naar voren is gekomen dat de Europeanen meer solidariteit aan de dag moeten leggen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 7 mei 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Eurodac is een van de belangrijkste middelen voor het beheer van de gegevens van personen die om internationale bescherming vragen en immigranten die ofwel zijn opgepakt omdat ze illegaal de grens zijn overgestoken of omdat ze zijn gebleven ofschoon hun legale verblijfsduur was verstreken.

Met de herziening van Eurodac zullen problemen rond de effectiviteit van de wetgevende bepalingen worden opgelost. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan vertragingen in sommige lidstaten bij het naar het centrale Eurodac-systeem doorsturen van vingerafdrukken, aan het uitwisselen van gegevens van erkende vluchtelingen in een bepaalde lidstaat en een onjuiste aanwijzing van de autoriteiten die toegang hebben tot de database van Eurodac te verkrijgen aan bepaalde autoriteiten.

Mijns inziens kan de database van Eurodac alleen effectiever worden gebruikt als Eurodac van hetzelfde technische platform als SIS II en VIS gebruikmaakt. Het Biometric Matching System (BMS) moet hetzelfde zijn voor SIS, VIS en Eurodac, zodat deze systemen interoperabel zijn en de kosten laag worden gehouden.

Ik zou de Commissie graag willen verzoeken de wetsvoorstellen in te dienen die benodigd zijn om een agentschap op te richten dat verantwoordelijk is voor het beheer van deze drie IT-systemen. Ze kunnen dan worden samengebracht op één locatie, waardoor er op de lange termijn voor een optimale synergie tussen deze systemen wordt gezorgd en dubbel werk en inconsistentie wordt voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Toomas Savi (ALDE), schriftelijk. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben erg blij met het idee om een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken op te richten, omdat de situatie in derde landen, met name in Afrika en het Midden-Oosten, voortdurend verslechtert. Ik maak bezwaar tegen elk begrip van een ‘Fort Europa’ dat geïsoleerd zou zijn van de problemen in de Derde Wereld, waarvan vele direct of indirect zijn veroorzaakt door de vroegere kolonisten. Europa kan zich niet afkeren van haar verplichtingen jegens landen die ooit roekeloos zijn uitgebuit.

Het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken zal een gecoördineerde benadering van het gemeenschappelijk Europees asielbeleid bieden. Ik ben het eens met het beginsel van solidariteit binnen de Europese Unie als het om asielzoekers gaat. De grenzen van sommige lidstaten vormen de buitengrenzen van de Europese Unie, en deze worden dus voortdurend getroffen door immigratiestromen.

Hopelijk helpt het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken om de last van de betreffende lidstaten te verlichten.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid