Index 
Debatten
PDF 2314k
Woensdag 6 mei 2009 - Straatsburg Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) - Programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie - Wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 (debat)
 3. Kapitaalvereistenrichtlijnen (2006/48/EG en 2006/49/EG) - Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen
 4. Stemmingen
  4.1. Bevoegdheden van de parlementaire commissies (B6-0269/2009)
  4.2. Aantal interparlementaire delegaties, delegaties in gemengde parlementaire commissies, delegaties in parlementaire samenwerkingscommissies en multilaterale parlementaire vergaderingen (B6-0268/2009)
  4.3. Intrekking van een Richtlijn 83/515/EEG en van 11 achterhaalde beschikkingen en besluiten op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid (A6-0203/2009, Philippe Morillon)
  4.4. Intrekking van 14 achterhaalde verordeningen op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid (A6-0202/2009, Philippe Morillon)
  4.5. Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (A6-0259/2009, Petya Stavreva)
  4.6. Wijziging van het Reglement (verzoekschriftenprocedure) (A6-0027/2009, Gérard Onesta)
  4.7. Wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 (A6-0278/2009, Reimer Böge)
  4.8. Gewijzigde begroting nr. 4/2009 (A6-0281/2009, Jutta Haug)
  4.9. Gewijzigde begroting nr. 5/2009 (A6-0282/2009, Jutta Haug)
  4.10. Energie-etikettering van televisies (B6-0260/2009)
  4.11. Vermelding van het energieverbruik van koelapparaten voor huishoudelijk gebruik (B6-0259/2009)
  4.12. Jaarlijks actieprogramma 2009 voor het thematisch programma "Niet-overheidsactoren en lokale autoriteiten in het ontwikkelingsproces" (Deel II: gerichte acties)
  4.13. Algemene herziening van het Reglement (A6-0273/2009, Richard Corbett)
 5. Toespraak van de Voorzitter van het Parlement
 6. Stemmingen (voortzetting)
  6.1. Elektronische-communicatienetwerken en -diensten, privacybescherming en consumentenbescherming (A6-0257/2009, Malcolm Harbour)
  6.2. Elektronische-communicatienetwerken en -diensten (A6-0272/2009, Catherine Trautmann)
  6.3. Orgaan van regelgevende instanties voor elektronische communicatie (GERT) en het Bureau (A6-0271/2009, Pilar del Castillo Vera)
  6.4. Voor mobiele communicatie beschikbaar te stellen frequentiebanden (A6-0276/2009, Francisca Pleguezuelos Aguilar)
  6.5. Gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen (A6-0258/2009, Astrid Lulling)
  6.6. Verbetering van de veiligheid en gezondheid op het werk van de werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (A6-0267/2009, Edite Estrela)
  6.7. Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (A6-0242/2009, Gabriele Stauner)
  6.8. Programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (A6-0261/2009, Eugenijus Maldeikis)
  6.9. Kapitaalvereistenrichtlijnen (2006/48/EG en 2006/49/EG) (A6-0139/2009, Othmar Karas)
  6.10. Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen (A6-0246/2009, Karsten Friedrich Hoppenstedt)
  6.11. Bescherming van dieren bij het doden (A6-0185/2009, Janusz Wojciechowski)
  6.12. Vernieuwde sociale agenda (A6-0241/2009, José Albino Silva Peneda)
  6.13. Actieve inclusie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten (A6-0263/2009, Jean Lambert)
 7. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 8. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 9. Samenstelling Parlement: zie notulen
 10. Conclusies van de Conferentie van de Verenigde Naties over racisme (DURBAN II - Genève) (debat)
 11. Jaarverslag over de mensenrechten in de wereld in 2008 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie (debat)
 12. Minimumnormen voor de opvang van asielzoekers (herschikking) - Verzoek om internationale bescherming, in een van de lidstaten ingediend door een onderdaan van een derde land of een statenloze (herschikking) - Instelling van het Eurodac-systeem voor het vergelijken van vingerafdrukken (herschikking) - Oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken - Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013
 13. Bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen - Bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en inzake beslissingen in huwelijkszaken, ouderlijke verantwoordelijkheid en onderhoudsverplichtingen - Ontwikkeling van een EU-ruimte voor strafrechtspleging (debat)
 14. Vragenuur (vragen aan de Raad)
 15. Nieuwe rol en bevoegdheden van het Parlement bij de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon - Gevolgen van het Verdrag van Lissabon voor de ontwikkeling van het institutionele evenwicht van de EU - Ontwikkeling van de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen in het kader van het Verdrag van Lissabon - Financiële aspecten van het Verdrag van Lissabon - Implementatie van het burgerinitiatief (debat)
 16. Stemverklaringen
 17. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 18. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 
1. Opening van de vergadering
Video van de redevoeringen
  

(De vergadering wordt om 9.00 uur geopend)

 

2. Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) - Programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie - Wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag (A6-0259/2009) van Petya Stavreva, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) [COM(2009)0038 - C6-0051/2009 - 2009/0011(CNS)],

- het verslag (A6-0261/2009) van Eugenijus Maldeikis, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie [COM(2009)0035 - C6-0049/2009 - 2009/0010(COD)] en

- het verslag (A6-0278/2009) van Reimer Böge, namens de Begrotingscommissie, over het gewijzigd voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer ten aanzien van het meerjarig financieel kader (2007-2013) [COM(2009)0171 – C6-0508/2008 – 2008/2332(ACI)].

 
  
MPphoto
 

  Petya Stavreva, rapporteur. – (BG) Vandaag brengen we in het Europees Parlement een belangrijk debat op gang over de toekenning van aanvullende middelen uit de Europese begroting aan plattelandsgebieden in de Gemeenschap, met als doel deze gebieden te helpen omgaan met de gevolgen van de economische crisis. Er is in deze moeilijke tijd 1,02 miljard euro uitgetrokken voor steun aan de landbouwsector van de Europese Unie. Ik denk dat de landbouwers in de Gemeenschap het belang van deze boodschap, dat financiële middelen zijn uitgetrokken voor extra steun, zullen inzien.

Het bedrag dat elk land krijgt is bedoeld voor de ontwikkeling van breedbandinternet en voor de aanpak van de nieuwe uitdagingen die in de periodieke herziening van het gemeenschappelijke landbouwbeleid voor 2008 waren omschreven. Ik ben van mening dat investeringen in internetinfrastructuur, herstructurering van de zuivelsector, hernieuwbare energiebronnen, bescherming van biodiversiteit en waterbronnen essentieel zijn voor het oplossen van een groot deel van de problemen in deze regio’s. Daarmee worden de mensen alternatieve mogelijkheden geboden.

In mijn verslag stel ik, wat de voor 2009 gereserveerde financiële middelen betreft, voor om een extra 250 miljoen euro op de begrotingslijn voor plattelandsontwikkeling te zetten. Met deze wijziging zou het totale bedrag aan financiële middelen voor 2009 op bijna 850 miljoen euro uitkomen. Aangezien het noodzakelijk is om snel in te spelen op de huidige economische crisis, zou het om te beginnen een goed idee zijn om de voor 2010 en 2011 geplande betalingen in 2009 te verrichten.

Ik zou graag de mogelijkheid willen benadrukken om de middelen over de lidstaten te verdelen uitgaande van hun specifieke behoeften. Met deze flexibiliteit kan ieder land de financiële middelen aanwenden overeenkomstig de behoeften van hun landbouwers en plattelandsbewoners.

Gezien de krappe kredietbeschikbaarheid tijdens een financiële crisis en gelet op de obstakels die het gebruik van de financiële middelen van de plattelandsprogramma’s in de weg staan, denk ik dat dit een mooie kans is om een deel van deze middelen te reserveren voor kapitaal waarmee leningen en kredietgaranties kunnen worden verleend. Dan kunnen we echte hulp bieden aan mensen die projecten willen uitvoeren maar niet over genoeg startkapitaal beschikken.

Het is belangrijk dat de lidstaten zich aan de afgesproken datums houden en aanvullende activiteiten opnemen in de programma´s voor plattelandsontwikkeling, zodat deze financiële middelen kunnen worden gebruikt. Hoe sneller het geld naar de landbouwers en de regio’s gaat, hoe meer voordeel er uit deze financiële steun kan worden gehaald. Een andere belangrijke voorwaarde voor een succesvol gebruik van de middelen is dat elk land de betrokken regionale en plaatselijke organen en de mogelijke begunstigden snel voorziet van relevante, eenvoudig toegankelijke informatie over nieuwe projectmogelijkheden op grond van de herziene programma´s voor plattelandsontwikkeling.

Ik zou willen beklemtonen hoe plezierig ik het vond om aan een verslag te werken dat de actieve aanpak en steun van de Europese instellingen voor de toekomst van de communautaire landbouwsector en plattelandsgebieden zo benadrukt. Ik heb altijd geloofd dat steun het waardevolst is in tijden dat mensen die steun het hardst nodig hebben, en op dit moment hebben de plattelandsgebieden meer middelen nodig voor ontwikkeling en modernisering. Dit is de enige manier om migratie te stoppen, de natuur te beschermen en werkgelegenheid en nieuwe banen te garanderen.

Ik zou willen afsluiten met een woord van dank aan mijn collega’s van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling die betrokken waren bij het opstellen van dit verslag. Daarnaast wil ik de vertegenwoordigers van de Europese Commissie en de Raad bedanken voor hun behulpzame medewerking. Ik wil ook de brancheorganisaties bedanken voor de voorstellen die ze gedaan hebben. Ik vraag u om dit verslag te steunen en aldus de ontwikkeling van de plattelandsgebieden in de Europese Unie een nieuwe impuls te geven.

 
  
MPphoto
 

  Eugenijus Maldeikis, rapporteur.(LT) De Commissie is met een bijzonder belangrijk aanvullend pakket gekomen voor het programma om het economisch herstel op het gebied van energie te bevorderen. Het pakket is zo belangrijk omdat de economische crisis een uitdaging voor de Europese energie vormt.

Het pakket bestaat uit drie onderdelen. Het eerste betreft de infrastructuur van gas- en elektriciteitsvoorziening en projecten die over belangrijke interconnecties voor gas- en elektriciteitsnetwerken gaan. We weten dat dit een heel gevoelig en oud probleem is. Gezien de huidige crisis zou de financiering van interconnectieprojecten een grote impuls aan regionale energieontwikkeling en interregionale samenwerking kunnen geven. Bovendien zou daarmee de totstandbrenging van een gemeenschappelijke Europese energiemarkt worden ondersteund.

Het tweede onderdeel van het pakket heeft betrekking op windmolenparken op zee, en het derde op projecten voor het afvangen en opslaan van CO2 die rekening houden met de problemen rond klimaatverandering en de behoefte aan hernieuwbare energie. Ik vind dat de structuur en systemen van de Europese energiesector, gezien de economische crisis waarmee we geconfronteerd worden, fundamenteel moeten worden herzien. Dit zou echt een zeer geschikt moment zijn om de huidige situatie te evalueren en talloze energieproblemen opnieuw te bekijken.

Volgens mij zou dit pakket, met deze drie programma’s, de Europese energiesector aanzienlijk versterken, een effect hebben op andere sectoren en het economisch herstel in Europa enorm bevorderen.

De 3,9 miljard van dit pakket is mijns inziens een groot bedrag dat het bijzonder dringende probleem van de Europese energievoorzieningszekerheid kan helpen oplossen. Naast de gevolgen van de energiecrisis en de sociaaleconomische gevolgen dreigt voor bepaalde Europese landen het grote politieke gevaar dat zij te maken krijgen met problemen bij hun gasvoorziening. Dat gevaar is ook nu nog sterk aanwezig.

De financiering van interconnectieprojecten zou de positie van Europa in belangrijke mate versterken en extra garanties voor energievoorziening opleveren. Daar wil ik graag nog aan toevoegen dat het Europees Parlement tijdens het debat over dit document heeft voorgesteld de volgende punten in het pakket op te nemen.

Het Parlement heeft zich ten eerste geconcentreerd op de mogelijke herverdeling van de financiële middelen die niet voor projecten zijn gebruikt. Daar we zeer strenge termijnen voor de voorbereiding en ontwikkeling van projecten willen vaststellen, zou het eventueel onbenut geld volgens ons naar andere projecten moeten gaan die speciaal gericht zijn op energie-efficiëntie en hernieuwbare energie.

Binnen zeer korte tijd vond er een trialoog plaats, en we konden tot een akkoord met de Raad komen. De Raad heeft de voorstellen van het Parlement overwogen en in dit pakket opgenomen. Dat doet mij veel genoegen, en ik zou de vertegenwoordigers van de Raad, van het Tsjechische voorzitterschap en commissaris Piebalgs dan ook graag willen bedanken voor de zeer nauwe en succesvolle samenwerking. We zijn er binnen een zeer kort tijdsbestek werkelijk in geslaagd een goed resultaat te bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Reimer Böge, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zodra er overeenstemming over de Begroting 2009 was bereikt, heeft de Commissie een voorstel betreffende de herziening van het meerjarig financieel kader gepresenteerd voor de financiering van trans-Europese infrastructurele energie-interconnectie- en breedbandprojecten in het kader van het Europees economisch herstelplan.

Achteraf gezien moeten we ten eerste constateren dat de procedure hierdoor was bemoeilijkt, want wij achtten het niet correct en gepast dat er een paar dagen nadat er overeenstemming over de begroting was bereikt, nieuwe voorstellen werden gepresenteerd. Ten tweede moeten we vaststellen dat het bij de afsluiting van de begrotingsprocedure 2009 nauwelijks mogelijk was geweest om met de Raad tot overeenstemming te komen over zowel de voedselhulpfaciliteit als over deze onderdelen van het economisch herstelplan. Met haar oorspronkelijke voorstel om door middel van een herziening van de financiële vooruitzichten vijf miljard – opgesplitst in twee delen: 3,5 miljard in 2009 en 2,5 miljard in 2010 – ter beschikking te stellen, heeft de Commissie een les getrokken uit de begrotingsramp die het voorstel betreffende de voedselhulpfaciliteit teweeg had gebracht. Wat de Commissie destijds voorstelde, kwam niet overeen met de afspraken over de begroting, en dat is nu duidelijk opnieuw het geval.

Ik ben eveneens ingenomen met het feit dat de Commissie is ingegaan op de suggestie die de Begrotingscommissie tijdens haar eerste debat had gedaan, namelijk om de herziening te beperken en dat wat met plattelandsgebieden en met breedbandprojecten en modernisering van deze structuren in plattelandsgebieden te maken had, in rubriek 2, in de landbouwrubriek van de begroting, te laten staan en niet naar rubriek 1a over te hevelen. Dit was een goed voorstel van dit Parlement en dat is overgenomen.

In de tweede ronde zagen we dat het de Raad was die aanvankelijk zei dat wat de voedselhulpfaciliteit betreft de Commissie dit voorstel niet kon presenteren en dit in principe een herziening was. De Raad probeerde gewoon stilletjes de begrotingsvoorwaarden en -afspraken te omzeilen. Dat hebben wij tijdens de onderhandelingen en tijdens de trialoog van 2 april terecht recht gezet. Mijns inziens hebben wij de eerste goede stap gezet met ons totaalvoorstel om 2,6 miljard in een eerste fase beschikbaar te stellen, in 2009 de kredieten van subrubriek 1a met 2 miljard te verhogen en de kredieten van rubriek 2 met eenzelfde bedrag te verminderen, en eveneens vanaf 2009 een bedrag van 600 miljoen uit te trekken voor plattelandsontwikkeling. Wij streven ernaar de resterende 2,4 miljard tijdens de overlegprocedure voor de begroting 2010 en eventueel 2011 te financieren met behulp van een compensatiemechanisme door gebruik te maken van alle – en ik citeer, want dit is belangrijk – “alle in het rechtskader opgenomen begrotingsmiddelen en onverminderd de financiële middelen voor de programma's waarvoor de medebeslissingsprocedure geldt en de jaarlijkse begrotingsprocedure”.

Voor ons was het eveneens belangrijk dat niet, dwars door de rubrieken heen, werd getornd aan en het mes werd gezet in aangegane verplichtingen. Daarom was de overeengekomen verdeling het enige waarover binnen dit tijdsbestek kon worden onderhandeld, aangezien wij ons allemaal bewust waren van de verplichting om de kwestie van energiesolidariteit en infrastructuurmodernisering in de plattelandsgebieden, met inbegrip van de maatregelen in het kader van de “check-up”, nog binnen deze zittingsperiode vooruit te helpen.

Het is echter duidelijk dat hetgeen wij als Europees Parlement tijdens de plenaire vergadering op 25 maart met betrekking tot de herziening van het meerjarig financieel kader hebben gezegd, hoognodig op de agenda moet worden gezet. Wij dringen er bij de Commissie op aan om met al deze overwegingen wat betreft flexibiliteit en verbetering van de onderhandelingen over het jaarlijks en meerjaarlijks begrotingsbeleid rekening te houden bij de beraadslagingen over de herziening van het meerjarig financieel kader in het najaar. Deze jaarlijkse onderhandelingen met de Raad over dezelfde onderwerpen, waarin we ons jaar in jaar uit vastbijten omdat er geen beweging in de ene partij te krijgen is, zijn een puinhoop en daar moet een einde aan komen, want de buitenwereld begrijpt niet meer wat er aan de hand is. Er moet meer flexibiliteit, meer beweeglijkheid komen in de meerjarige begrotingsprocedure. Van de Commissie wordt nu verlangd dat ze lessen trekt uit deze ervaringen van de laatste twee à drie jaar en dat ze in het najaar relevante voorstellen presenteert. Dat is wat wij verwachten!

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de huidige economische neergang vereist ook op Europees niveau een stimulans. Dat is iets waarvan zowel u als wij sinds het begin van de crisis vorig jaar overtuigd zijn.

In november 2008 is de Europese Commissie met een alomvattend Europees economisch herstelplan gekomen dat kon rekenen op de steun van de staatshoofden en regeringsleiders. Daarop voortbouwend werd in januari een “pakket van vijf miljard” ter tafel gelegd om de Europese economie een onmiddellijke stimulans te geven. Die stimulans is vooral gericht op hoofddoelstellingen als de ontwikkeling van breedbandinternet, energiezekerheid en koolstofarme technologieën.

De Commissie stelt met voldoening vast dat over dit pakket in een bijzonder strak tijdschema overeenstemming is bereikt, na moeilijke maar constructieve besprekingen.

Ik dank het Parlement voor de ondersteuning van ons voorstel en voor de flexibiliteit en de compromisbereidheid die het in de loop van de interinstitutionele debatten aan de dag heeft gelegd. Hieruit blijkt dat de EU in staat is snel te reageren wanneer een onmiddellijke respons nodig is op een crisissituatie.

Vanuit begrotingsoogpunt – en nu spreek ik namens vice-voorzitter Kallas – kan de Commissie instemmen met de oplossing die door de drie instellingen in onderling overleg is vastgesteld, ofschoon de overeengekomen aanpak verschilt van het oorspronkelijke voorstel dat wij in december 2008 hebben ingediend. Wij vertrouwen erop dat de projecten volgens plan zullen worden uitgevoerd.

Voorts wens ik te bevestigen dat de Commissie nota heeft genomen van de verwachtingen van het Parlement met betrekking tot de herziening van de begroting en de beoordeling van de werking van het Interinstitutioneel Akkoord. Zoals u weet, zijn deze kwesties thans in beraad en zullen wij in de herfst of uiterlijk eind dit jaar onze conclusies bekendmaken.

En nu ter zake: energie. De verordening inzake energieprojecten is een belangrijk instrument om tweeërlei doelstellingen te verwezenlijken: zij moet ons in de gelegenheid stellen het hoofd te bieden aan het fundamentele probleem van de energiezekerheid en de uitdagingen op milieugebied en tezelfdertijd moet zij bijdragen aan het herstel van onze economie. Het pakket is tevens een toonbeeld van solidariteit binnen de Europese Unie. Met name de gascrisis vereiste een snel antwoord.

Nooit tevoren heeft de Europese Unie ermee ingestemd om een dergelijk groot bedrag uit te trekken voor belangrijke energieprojecten.

Ik weet dat sommigen onder u graag meer maatregelen voor hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie in het pakket hadden opgenomen, maar desondanks ben ik van oordeel dat op dit vlak uiteindelijk een goed compromis is bereikt. De Commissie herbevestigt in een alomvattende verklaring dat zij de situatie in 2010 opnieuw zal bestuderen en verwijst daarbij uitdrukkelijk naar de eventuele suggestie om ongebruikte middelen aan te wenden voor maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen. Ik lees de verklaring hier niet voor omdat zij is toegezonden aan het Parlement en samen met de verordening in het Publicatieblad zal worden bekendgemaakt.

Het verheugt mij dat ook in de overwegingen en in een artikel van de verordening wordt gerefereerd aan het beginsel om nieuwe projecten in te dienen wanneer blijkt dat aan de tenuitvoerlegging van de bestaande projecten ernstige risico’s verbonden zijn.

U kunt er bovendien van op aan dat wij goede voortgang zullen maken met de vele andere initiatieven op het gebied van hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie die in onze verklaring worden genoemd.

Na de succesvolle en snelle afronding van de wetgevingsprocedure zal de Commissie nu haar aandacht richten op de tenuitvoerlegging van het pakket. Ik kan u alvast meedelen dat wij met betrekking tot de energieprojecten voornemens zijn om eind mei een oproep tot het indienen van voorstellen te lanceren en dat naar verwachting eind dit jaar de eerste beslissingen over de toekenning van steun zullen vallen.

Ik dank met name de rapporteurs, mevrouw Stavreva, de heer Maldeikis en de heer Böge, voor hun inspanningen om snel een oplossing te vinden voor dit uitermate belangrijke voorstel.

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal mij beperken tot het onderdeel van het pakket dat betrekking heeft op plattelandsontwikkeling. In de eerste plaats wil ik, net als de heer Piebalgs, het Parlement, en met name de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, bedanken voor de samenwerking. De laatste maand heeft er een zeer goede en constructieve dialoog plaatsgevonden en het spreekt vanzelf dat uw steun voor dit initiatief van cruciaal belang is voor een succesvol resultaat.

De wetgeving moet zo spoedig mogelijk worden aangenomen, zodat het geld nog in 2009 kan worden geïnvesteerd in plattelandsontwikkeling en daadwerkelijk kan worden besteed. Kortom, planning en besteding van de uitgetrokken financiële middelen.

Het uiteindelijke compromis voorziet in iets minder geld voor plattelandsontwikkeling dan wenselijk is. Ons oorspronkelijke voorstel van 1,5 miljard euro is afgezwakt tot 1,02 miljard euro. De mogelijkheden voor breedbandinvesteringen in plattelandsgebieden worden vergroot en de lidstaten beschikken nu over de nodige flexibiliteit om te kunnen kiezen tussen breedband en nieuwe uitdagingen. Dat lijkt mij een goede zaak, omdat op deze manier geen beperkingen worden opgelegd aan mensen die van oordeel zijn dat de nieuwe uitdagingen in sommige delen van de Europese Unie voor specifieke moeilijkheden zorgen.

De Commissie neemt tevens nota van de amendementen. U verzoekt om uitbreiding van de subsidiabele breedbandacties met zachte maatregelen zoals ICT-training en investeringen in ICT-gerelateerde diensten en installaties. Ik moet u erop attenderen dat deze investeringen en activiteiten reeds ruimschoots worden ondersteund in het kader van zowel de structuurfondsen als de voor plattelandsontwikkeling beschikbare middelen. Dit initiatief is specifiek gericht op breedband, omdat dit instrument wordt beschouwd als de beste manier om de technologische ontwikkeling en de groei te stimuleren.

Ofschoon de Commissie het erover eens is dat het herstelpakket versterkt moet worden, is zij van oordeel dat de instrumenten waarover de plattelandsontwikkeling thans beschikt te dien einde volstaan. Het huidige beleidskader biedt ook de mogelijkheid om reeds in 2009 middelen te besteden aan projecten.

Wij hebben tevens het voorstel bestudeerd om de 250 miljoen euro die het Parlement vorig jaar in de eindstemming over de begroting aan de middelen voor plattelandsontwikkeling voor 2009 heeft toegevoegd nu reeds in de financiering op te nemen. Dit voorstel maakte echter geen deel uit van de overeenkomst over de financiering van het herstelpakket die in de trialoog is bereikt. Om te voorkomen dat de definitieve aanneming van dit pakket wordt uitgesteld ben ik van oordeel dat wij de kans moeten aangrijpen om later dit jaar op dit punt terug te komen, wanneer overeenstemming moet worden bereikt over de rest van de financiering van het herstelpakket.

Aangezien dit de laatste keer is dat wij hier in de plenaire vergadering bijeenkomen voordat de Europese verkiezingen plaatsvinden, wil ik hier mijn oprechte dank uitspreken voor de uitstekende samenwerking en de vruchtbare gedachtewisselingen die weleens overliepen van patriottisme en dynamisme, maar waaraan ik toch altijd met plezier heb deelgenomen. Aan degenen onder u die zich niet opnieuw kandidaat stellen, wil ik zeggen dat het een waar genoegen was om met u samen te werken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. Hartelijk dank, mevrouw Fischer Boel. Het is bijzonder vriendelijk van u om dit te vermelden. Het was en is altijd weer een genoegen om met u en uw collega’s in de Commissie samen te werken. Uiteraard zijn wij het niet altijd met elkaar eens, maar wij hebben het altijd goed kunnen vinden met u en met commissaris Piebalgs. Ik dank u van harte namens het Parlement en ook op persoonlijke titel.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro, rapporteur voor advies van de begrotingscommissie. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, uiteindelijk is tijdens de trialoog op 2 april een akkoord bereikt tussen het Parlement en het Tsjechisch voorzitterschap. In de hoedanigheid van rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie ben ik zeer verheugd over dit akkoord, omdat het aldus mogelijk wordt om het wetgevingsproces voor het herstelplan overeenkomstig de vastgestelde termijnen voort te zetten.

Voor 2009 zijn de financieringsmodaliteiten geheel duidelijk: van het totaal van 3,98 miljard euro is 2 miljard euro uitgetrokken voor energie via compensatie in rubriek 2, ‘instandhouding en beheer van natuurlijke hulpbronnen’. De resterende 1,98 miljard euro voor energie zal worden toegewezen in het kader van de begrotingsprocedure 2010 en, indien nodig, definitief worden besloten tijdens de begrotingsprocedure 2011.

Het lijkt mij van belang dat het op de verschillende rubrieken toegepaste compensatiemechanisme het financiële pakket van de via medebeslissing vastgestelde programma’s, of de jaarlijkse begrotingsprocedure niet in gevaar brengt. Bovendien vind ik dat wij, gezien de tekortkomingen ervan, het huidige Interinstitutionele Akkoord nader moeten bestuderen, zodat het flexibeler wordt en beter in staat is tegemoet te komen aan verdere financiële behoeften.

 
  
MPphoto
 

  Vicente Miguel Garcés Ramón, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik geef u bij dezen het advies van de Begrotingscommissie, waarvan ik rapporteur was, over het voorstel tot wijziging van de verordening inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, welk voorstel deel uitmaakt van het Europees economisch herstelplan.

De Europese Raad van eind maart 2009 stelde voor om 3 980 miljoen euro aan de energiesector en 1 020 miljoen euro aan het Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling toe te wijzen voor het verwezenlijken van nieuwe en het verbeteren van bestaande breedbandinfrastructuur op het platteland en om te kunnen reageren op nieuwe uitdagingen: klimaatverandering, hernieuwbare energie, biodiversiteit en herstructurering van de zuivelsector.

De Begrotingscommissie besliste unaniem dat het referentiebedrag dat in het wetgevingsvoorstel wordt genoemd, in overeenstemming is met het plafond van rubriek 2 van het huidige meerjarig financieel kader 2007-2013.

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Rumiana Jeleva, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. – (BG) Als rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling wil ik zeggen hoe blij ik ben met de definitieve versie van het Europees herstelplan voor energie. Het Parlement heeft tijdens de onderhandelingen met de Raad voet bij stuk gehouden en heeft voor de burgers van Europa het best denkbare resultaat behaald.

Het herstelplan voor energie is zeer belangrijk voor de toekomst van onze Europese economieën. De huidige economische en financiële crisis brengt diverse programma’s op het gebied van energiezekerheid in gevaar, wat schadelijk is voor onze toekomstige economische groei en succes.

Daarom is het bieden van extra financiële prikkels voor projecten in de energiesector die bijdragen aan het herstel van onze economie en de bevordering van energievoorzieningszekerheid, de juiste aanpak. Bovendien worden daardoor de broeikasgasemissies verminderd.

Dit nieuwe plan zal ook in mijn land, Bulgarije, de energiezekerheid effectief versterken, dankzij de toekenning van financiële middelen voor de Nabucco-pijpleiding en onze verbinding met de infrastructuurnetwerken in Griekenland en Roemenië. Dit zal ons minder kwetsbaar maken in tijden van een crisis als die van afgelopen winter.

Collega’s, onze Europese economieën en onze infrastructuur hangt af van een goede toegang tot energie. In dit opzicht maakt het Europees herstelplan voor energie het mogelijk om een effectievere en efficiëntere energie-infrastructuur te verwezenlijken in Europa. Daarom zou ik nogmaals de noodzaak willen benadrukken van een gemeenschappelijk energiebeleid in de Europese Unie. Alleen samen kunnen we meer successen boeken en onze burgers de energiezekerheid geven die ze verdienen. Tot slot zou ik de rapporteur willen feliciteren met haar goede werk.

 
  
MPphoto
 

  Domenico Antonio Basile, rapporteur voor advies van de Commissie regionale ontwikkeling. − (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Commissie regionale ontwikkeling werd gevraagd om de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling advies uit te brengen over het voorstel voor een verordening inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), dat vandaag in de plenaire vergadering wordt besproken in het kader van het algemene pakket van 5 miljard euro.

Het onderhavige voorstel is een prompt antwoord van de Europese Commissie op de uit het besluit van de Raad van de Europese Unie van 11 en 12 december 2008 naar voren komende noodzaak om een Europees economisch herstelplan aan te nemen met concrete maatregelen in tal van onder de communautaire en nationale bevoegdheid vallende sectoren voor de aanpak van de economische en financiële crisis die de Europese markten sinds 2007 doormaken.

Op het gebied van de plattelandsontwikkeling doet de Commissie een voorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad, teneinde de indicaties van het voornoemde Europese herstelplan daarin te verwerken.

Over het geheel genomen krijgt het voorstel van de Commissie – dat erop is gericht om 1,5 miljard euro via het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling ter beschikking te stellen aan alle lidstaten voor de ontwikkeling van breedbandinternet in plattelandsgebieden en voor de aanpak van de nieuwe uitdagingen die zijn vastgesteld tijdens de tussentijdse evaluatie van de hervormingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van november 2008 – alle steun van de Commissie regionale ontwikkeling. Onze commissie is van mening dat deze maatregelen, mits zij snel en op geïntegreerde wijze worden uitgevoerd en gepaard gaan met inspanningen tot het creëren van zoveel mogelijk bestedingskansen tijdens de eerste jaren, er zeker toe kunnen bijdragen om de nationale economieën uit het slop te halen, het vertrouwen van de consument in het systeem te herstellen en tevens op doeltreffende wijze de doelstellingen van territoriale en maatschappelijke convergentie in de regio’s van de Europese Unie te verwezenlijken.

Onze commissie heeft zich in haar advies niet beperkt tot een eenvoudige beoordeling van de door de Commissie voorgestelde maatregelen maar besloten een eigen bijdrage te leveren door enkele amendementen in de aan haar voorgelegde tekst op te nemen. Het voornaamste aspect waar de Commissie regionale ontwikkeling de aandacht op heeft willen vestigen, houdt verband met de noodzaak van meer transparantie en informatie over de in de periode 2009-2011 behaalde resultaten en van geschikte instrumenten voor de coördinatie van de met het ELFPO en de structuurfondsen gefinancierde maatregelen voor breedbandinternet.

Daarom hebben wij de Commissie door middel van een specifiek amendement op de tekst van de voorgestelde maatregelen verzocht om in het jaarlijkse controleverslag over het Europees Fonds voor Plattelandsontwikkeling een hoofdstuk op te nemen dat speciaal is gewijd aan de evaluatie van de met de maatregelen behaalde resultaten.

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj, namens de PPE-DE-Fractie. (SL) Met het aanpakken van de financiële en economische crisis wordt de eenheid en solidariteit van Europa zwaar op de proef gesteld. Wij moeten twee dingen laten zien: ten eerste dat wij gezamenlijke actie gaan ondernemen en dat wij hier profijt van kunnen trekken en, ten tweede, dat wij in staat zijn ons te houden aan de strategische prioriteiten die wij de afgelopen jaren hebben gesteld: namelijk, prioriteiten die een verschuiving bevordert naar een kennismaatschappij en een innovatieve maatschappij met lage uitstoot van broeikasgassen.

Ik ben verheugd te zien dat Europa deze uitdaging snel en eensgezind heeft opgepakt. Wij hebben ons uitgesproken tegen protectionisme en als een van de belangrijkste prestaties van Europa hebben wij de interne markt gecreëerd, en dit is een prestatie die in een tijd van crisis behouden moet blijven. Hiermee zijn wij er ook in geslaagd onze visie te handhaven en actie te ondernemen, zonder onze moeilijke taken op lange termijn, waartoe ook zeker de klimaatverandering behoort, uit het oog te verliezen.

Ik noem hier ook graag kort een aantal projecten op het gebied van energie. In een relatieve korte periode hebben wij voor extra financiële middelen kunnen zorgen, die wij willen reserveren voor de toekomstige ontwikkeling van nieuwe, schonere technologieën en voor het vergroten van een betrouwbare energietoevoer. In dit opzicht is het belangrijk dat wij binnen dit pakket ook ruimte maken voor technologieën voor het afvangen en opslaan van kooldioxide, het bevorderen van windenergie voor de kust, en het koppelen van gas- en elektriciteitstransmissienetwerken.

Ik wil uw aandacht echter vestigen op het feit dat er, ondanks de aanwezigheid van een aantal goede projecten waaraan extra steun dient te worden verleend, enkele belangrijke projecten in dit dossier ontbreken. Daarom verwacht ik dat er zorgvuldig toezicht wordt gehouden op deze projecten, dat de uitvoering ervan wordt begeleid en dat wij eveneens extra middelen vinden om projecten te financieren die een efficiënt energiegebruik en andere hernieuwbare energiebronnen bevorderen.

In deze context wil ik graag nog toevoegen dat geothermische energie beslist een andere belangrijke energiebron is die nog niet is aangeboord. Ik acht dit een van de belangrijkste taken waarvan wij ons direct aan het begin van ons volgende mandaat moeten kwijten.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het lijkt wel alsof de kerstvrede over ons is gekomen, zo vreedzaam als alles hier verloopt. Helaas moet ik toch enkele kritische kanttekeningen plaatsen.

De Raad – die hier vandaag niet aanwezig is – heeft immers maanden nodig gehad om de voorstellen van de Commissie te herzien en te overdenken en om tot een oplossing te komen terwijl wij te kampen hebben met een situatie van grote, toenemende werkloosheid. Het ligt dus niet aan het Parlement. In dit geval waren degenen die verantwoordelijk waren voor de begroting ons zelfs voor op het gebied van energie. Dat heeft ons leven er zeker niet makkelijker op gemaakt. Doorgaans zijn zij immers degenen die de zaak blokkeren. Toen zijn we echter op zoek gegaan naar een oplossing en de commissaris was daarbij zeer behulpzaam, maar de Raad daarentegen was halsstarrig.

Wij willen – en dat zou eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn – dat alle middelen uit de begroting die niet kunnen worden uitgegeven, beschikbaar worden gesteld voor projecten waarmee banen worden gecreëerd, met name voor projecten die gericht zijn op energiezekerheid, energie-efficiëntie en energiebesparing. Dat zou echt vanzelfsprekend moeten zijn. Als wij de burgers zouden vragen of zij er voorstander van zijn niet uitgegeven geld voor deze doelen beschikbaar te maken, dan zou een grote meerderheid daarmee instemmen. Alleen de Raad ziet nog niet in dat dit in feite is wat er moet gebeuren. In het licht daarvan moeten wij er allemaal – ook de leden van het nieuwe Parlement – op aandringen dat dit daadwerkelijk zodanig wordt geïmplementeerd.

Ik weet niet of de heer Piebalgs dan nog commissaris zal zijn en of hij nog steeds voor dit terrein verantwoordelijk zal zijn, maar ik hoop dat de Commissie eveneens van mening is dat wij ervoor moeten zorgen dat alle begrotingsmiddelen die niet kunnen worden uitgegeven, op andere terreinen beschikbaar worden gesteld voor projecten waarmee banen worden gecreëerd en die gericht zijn op energie-efficiëntie en energiezekerheid.

Tot slot wil ik de beide commissarissen namens mijzelf en ook namens mijn fractie hartelijk danken voor de samenwerking. Of het steeds een genoegen was, laat ik in het midden, maar u was altijd bereid om de dialoog aan te gaan, en ik hoop dat u dat ook van ons kunt zeggen. Wij zitten nu midden in de verkiezingscampagnes, terwijl het voor u nu wat rustiger wordt. Ik denk echter wel dat u zonder ons, leden van het Parlement, kunt leven.

 
  
MPphoto
 

  Donato Tommaso Veraldi, namens de ALDE-Fractie. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het voorstel waarover wij vandaag debatteren, maakt deel uit van het pakket van 5 miljard euro voor het Europees economisch herstelplan, waarvan 1,04 miljard euro is bestemd voor de verwezenlijking en voltooiing van de breedbandinfrastructuur in plattelandsgebieden en voor de aanpak van de nieuwe uitdagingen die tijdens de “check-up” van het gemeenschappelijk landbouwbeleid aan het licht komen.

Om de huidige financiële crisis het hoofd te bieden, moeten wij vooral in plattelandsgebieden actie ondernemen en instrumenten inzetten die deze gebieden uit hun structureel isolement kunnen helpen. Het is daarom uitermate belangrijk om het gebruik van de beschikbare communautaire fondsen te waarborgen en de effectiviteit en de toegevoegde waarde ervan te verhogen. Op het gebied van plattelandsontwikkeling moet elke mogelijke maatregel worden getroffen om meer financiële flexibiliteit en effectiviteit te garanderen.

Ik vind het essentieel dat de Commissie de lidstaten helpt bij het vaststellen van nationale strategieën en programma’s voor plattelandsontwikkeling waarmee de werkgelegenheid kan worden bevorderd. Ik moet hier echter bij vermelden dat volgens de regels van het Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, de breedbandprojecten grotendeels worden beheerd door de overheid – zoals provincies, gemeenten en berggemeenten – die echter geen BTW in hun boekhouding mogen opnemen. Dit is bij andere projecten niet het geval, waar andere basisverordeningen betreffende de structuurfondsen gelden, en waar dergelijke uitgaven toelaatbaar worden geacht.

De economische crisis heeft de bestaande moeilijkheden voor deze lokale overheden nog eens geaccentueerd, en daarom is de weerslag van de BTW op de begrotingen voor de implementatie van verschillende werken zó groot dat het risico bestaat dat de overheden afzien van investeringen en dat de niet uitgegeven middelen terugvloeien naar de communautaire begroting. Ten slotte vind ik, wat de verdeling van de middelen betreft, dat wij historische criteria moeten gebruiken, zoals voorgesteld door de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Guntars Krasts, namens de UEN-Fractie.(LV) Dank u, mevrouw de Voorzitter. Ik meen dat met het akkoord over de steunverlening aan het meerjarenbeleid van de Europese Unie op het gebied van energie, waarmee op korte termijn stimulansen worden geboden voor het herstel van de economie, beide doelen worden bereikt. Er is slechts één uitzondering, één geval waarin geen economische ommekeer op korte termijn kan worden bewerkstelligd, namelijk de financiering van projecten voor het afvangen en opslaan van kooldioxide. Daarmee wordt echter ongetwijfeld ingegaan op de uitdagingen van het energiebeleid op lange termijn, omdat de technologische concurrentiekracht van Europese bedrijven op de wereldmarkt, waar het stoken van kolen niet binnen afzienbare tijd zal worden vervangen door alternatieve vormen van energie, wordt versterkt. Ik juich het ten zeerste toe dat het grootste deel van de financiering naar projecten gaat voor de interconnectie van de Europese energienetwerken. Het doet mij genoegen dat substantiële middelen zijn uitgetrokken om de netwerken van de Baltische staten, de meest geïsoleerde regio van de EU, in de Europese elektriciteitsnetwerken op te nemen. Hoewel deze investeringen niet de volledige opneming van de markten van de drie Baltische staten in het Europese netwerk tot gevolg zullen hebben, is het niettemin een belangrijke, versterkende factor die bevorderlijk zal zijn voor de energievoorzieningszekerheid. Ik hoop dat dit voor de Baltische staten een aanmoediging zal zijn om hun energiesysteem structureel te verbeteren en marktvoorwaarden te creëren, waardoor de situatie voor de energieverbruikers in dat gebied kan worden verbeterd. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Claude Turmes, namens de Verts/ALE-Fractie.(EN) Mevrouw de Voorzitter, dit is een droevige dag voor de geloofwaardigheid van de Europese Unie. Het economische herstelpakket dat hier in stemming zal worden gebracht, is in feite een “non-herstelplan” dat vrijwel geen onmiddellijke economische stimulansen zal teweegbrengen. Wij hebben maandenlang onderhandeld met de Raad, soms intens. In plaats van in verzet te komen tegen regeringen als die van Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, die een kortzichtige aanpak onder het motto “ik wil mijn geld terug” voorstonden, is de meerderheid van dit Parlement helaas eenvoudigweg gezwicht voor hun eisen.

Wij hebben een zeer slecht resultaat behaald en wij hadden dat kunnen voorkomen. Wij hadden een echt solidariteitsinstrument kunnen opzetten waarmee het merendeel van de middelen zou zijn terechtgekomen bij de economieën met de grootste behoefte aan steun: onze vrienden in Oost-Europa. Wij hadden de economische doeltreffendheid van dit pakket kunnen vergroten door gebruik te maken van innovatieve financieringsinstrumenten, zoals fondsen voor garanties op leningen en overheidsbanken, of de Europese Investeringsbank. Op die manier zouden wij de vijf miljard euro hebben omgezet in vijftig à tachtig miljard euro in investeringen, die de Europese economie op dit moment broodnodig heeft. Wij hadden onze investeringen kunnen richten op sectoren met een groot potentieel om nieuwe banen te creëren, bijvoorbeeld Europese steden die onderzoek doen naar de renovatie van gebouwen en openbaar vervoer, onafhankelijke energiebedrijven die investeren in hernieuwbare energiebronnen of onze eigen Europese industriesectoren die investeren in groene technologieën. In plaats hiervan hebt u besloten om het leeuwendeel van die vijf miljard euro te gebruiken als oubollige staatssteun voor degenen die dat kasgeld het minste nodig hebben: de oligopolies van de grote energiebedrijven in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk.

In plaats van met een sterk signaal te komen geven wij blijk van gebrek aan politieke moed: zwakke Europese instellingen die hebben toegegeven aan de grillen van regeringen met oogkleppen die niet verder zien dan het nationale belang.

Helaas ontbeert het de Commissievoorzitter aan moed en toekomstvisie. Helaas waren de liberalen en de socialisten in dit Parlement niet bereid om de groenen te volgen in hun strijd om van dit herstelpakket een echte eerste stap op weg naar een green new deal te maken. Om in Europa veranderingen op gang te kunnen brengen, moeten wij van Commissievoorzitter veranderen. En om die verandering te kunnen doorzetten, moeten wij de meerderheden in het Europees Parlement veranderen. “Stop Barroso – ga groen!”: ik kan me geen passendere slogan voorstellen voor de aanstaande Europese verkiezingen.

 
  
MPphoto
 

  Pedro Guerreiro, namens de GUE/NGL-Fractie. (PT) Met betrekking tot het zogenaamde pakket van 5 miljard van de Europese Unie voor het Europees economisch herstelplan, is het goed te wijzen op de resolutie die dit Parlement heeft aangenomen over de tussentijdse herziening van het financieel kader 2007-2013, waarin eraan herinnerd wordt dat het plafond van de eigen middelen 1,24 procent van het BBI van de EU aan betalingskredieten bedraagt en dat deze betalingskredieten in feite onder de 1 procent blijven, dat er elk jaar aanzienlijke marges overblijven onder het plafond dat is vastgesteld in het meerjaarlijks financieel kader en het plafond van de eigen middelen van de EU, met meer dan 176 miljard van 2010 tot 2013.

Dit gezegd hebbende, moeten we ons afvragen waarom, met het oog op de verslechterende economische situatie, niet op zijn minst de middelen worden gebruikt die in het meerjaarlijks financieel kader ter beschikking zijn gesteld.

Waarom opteert de Europese Unie ervoor 2 miljard van de landbouwmarge af te halen, als duizenden en duizenden boeren geconfronteerd worden met steeds grotere problemen?

Wat hebben de boeren harder nodig: steun om het hoofd te kunnen bieden aan de stijgende productiekosten en de dalende producentenprijzen, of breedbandinternet?

Uit welke andere begrotingslijnen worden die 2 miljard euro gehaald om deze zogenaamd neutrale wijziging door te voeren? Ook uit de middelen voor cohesie?

Hoe gaan de bijna 4 miljard euro voor projecten op het gebied van energiebeleid en de bijna 1 miljard voor - zogezegd - stimulering van breedbandinternet in plattelandsgebieden toegekend worden? Hoe wordt deze onrechtvaardige ruil uitgevoerd?

En waar is de zo geroemde solidariteit van de Europese Unie gebleven? Of blijkt de berg weer eens een molshoop te zijn?

 
  
MPphoto
 

  Patrick Louis, namens de IND/DEM-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de roep om een herstelplan komt voort uit goede intenties. Op een laagconjunctuur moet weliswaar worden gereageerd met een keynesiaanse herstel, maar hier is de crisis structureel. Het middel is dus ontoereikend.

Financiële injecties toedienen in een ongebreidelde economie staat gelijk aan geld over de balk smijten. De economie weer op gang brengen zonder eerst aan onze grenzen de communautaire preferentie in ere te hebben hersteld, is in feite hetzelfde als proberen een huis te verwarmen waarvan alle ramen open moeten blijven staan, met als gevolg een kapotte cv-ketel en een torenhoge energierekening.

Na deze inleiding wil ik drie opmerkingen maken. Ten eerste is een energiemarkt niet op haar plaats. Mededinging zorgt hier namelijk niet voor lagere prijzen, omdat deze afhankelijk zijn van de kosten van de productiemiddelen. Wij vinden het dan ook van essentieel belang dat wordt geïnvesteerd in echt efficiënte energiebronnen en men niet in de valkuil valt van sterk gesubsidieerde energiebronnen, zoals windenergie, maar kiest voor zonne- en kernenergie.

Ten tweede is een interne elektriciteitsmarkt niet efficiënt. Over een grote afstand is het energieverlies evenredig aan de afgelegde afstand. De kans op stroomstoringen en stroomonderbrekingen groeit naarmate de geografische complexiteit van het net toeneemt. De interconnectie van het Europese elektriciteitsnet moet dus haar oorspronkelijke functie terugkrijgen, dat wil zeggen dat deze dient als wederzijdse reservebron aan de grenzen en alleen op de achtergrond zorgt voor een uitwisseling van elektriciteit. Hier zou onze prioriteit moeten liggen.

Ten derde, wat het verslag-Podimata betreft - dat verband houdt met het onderhavige verslag - bevelen wij aan niet alleen rekening te houden met het energieverbruik van een product, maar ook met de informatie over de voor de vervaardiging van dit product benodigde energie.

Het verstrekken van deze informatie aan de consument zal positieve gevolgen hebben voor de status van producten met een grote toegevoegde waarde en een laag energieverbruik. De toevoeging van deze informatie zal onze economieën - die te zeer worden benadeeld door een oneerlijke wereldwijde concurrentie - een noodzakelijk concurrentievoordeel bieden.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (NI). – (SK) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mijns inziens hebben het Europees Parlement en de Raad een aantal uitzonderlijke maar effectieve beslissingen genomen door 5 miljard euro aan ongebruikte middelen over te dragen van 2008 naar 2009 ten behoeve van een stimuleringspakket om de gevolgen van de financiële crisis op te vangen, en door daarnaast met een bedrag van 4 miljard euro een aantal knelpunten in het Europese energienetwerk op te heffen. Aan de andere kant was de redevoering van de heer Turmes in vele opzichten terecht, vooral wat fondsbeheer betreft.

Ik acht het voor de regeringen van de lidstaten van belang dat zij flexibel reageren en dat alle toegekende middelen voor de jaren 2009-2010 inderdaad worden aangewend en zo effectief mogelijk worden aangewend. De crisissituatie in de gastoevoer aan het begin van dit jaar, na het geschil tussen Rusland en Oekraïne, heeft laten zien hoe kwetsbaar een belangrijk deel van Europa in crisissituaties is. De maatregelen die met behulp van dit pakket worden ingevoerd en gefinancierd zouden een herhaling van deze crisis moeten helpen voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Agnes Schierhuber (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, dames en heren, allereerst wil ik mevrouw Stavreva danken voor haar uitstekende verslag. Het is absoluut van essentieel belang dat dit economisch herstelplan, dat wij vandaag in zijn totaliteit hebben aangenomen, ook voor de plattelandsgebieden beschikbaar is. Breedbandinternet is een onmisbaar communicatiemiddel voor plattelandsgebieden, met name in Oostenrijk, voor nieuwe en moderne banen en snelle informatieverstrekking. We mogen niet vergeten dat nog altijd meer dan 50 procent van de bevolking in de Europese Unie in plattelandsgebieden woont.

Dames en heren, er komt een einde aan mijn politieke carrière. Ik wil al mijn collega’s, de Commissie en alle instellingen van de Europese Unie, met name ambtenaren en medewerkers, hartelijk danken voor hun hulp en steun. Het was een genoegen om met u allen samen te werken. Ten slotte wil ik ook de tolken danken, die mijn Oostenrijks Duits moesten vertalen.

Ik ben ervan overtuigd dat het absoluut duidelijk moet blijven dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid met zijn twee pijlers, van cruciaal belang is voor de Europese Unie. De landbouwers zijn zich zonder meer bewust van hun verantwoordelijkheid ten opzichte van de samenleving. Ik verwacht echter ook dat de samenleving van de Europese Unie zich bewust is van haar verantwoordelijkheid ten opzichte van hen die in hun levensbehoeften voorzien. In die zin wens ik de Europese Unie het beste voor de toekomst.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Gábor Harangozó (PSE). (HU) Mevrouw de commissaris, geachte collega’s, om te beginnen wil ik mevrouw Stavrera bedanken voor haar samenwerking en feliciteren met haar uitstekende werk, dat unanieme steun heeft gekregen in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Na het debat in de Raad is ons een bedrag van ongeveer 1,2 miljard euro toegezegd om de negatieve effecten van de crisis op het platteland te kunnen verlichten. We hebben weten te bereiken dat, in vergelijking met het oorspronkelijk voorstel, het geld veel flexibeler en binnen een ruim genoeg kader kan worden besteed aan de ontwikkeling van toegang tot breedbandinternet in plattelandsgebieden en aan de nieuwe uitdagingen die tijdens de tussentijdse herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn bepaald.

De plannen voor plattelandsontwikkeling van de lidstaten moeten zo snel mogelijk worden beoordeeld, zodat de nu vastgestelde bedragen op zeer korte termijn beschikbaar kunnen worden gesteld. Dat is misschien wel het belangrijkst voor de plattelandsbevolking, aangezien met deze ontwikkelingen nieuwe banen, nieuwe opleidingen en nieuwe markten toegankelijk worden, de kosten zullen dalen en nieuwe, innovatieve technologieën kunnen worden toegepast.

De plattelandsbevolking is het kwetsbaarste slachtoffer van de economische crisis, en met het oog op de toekomst kan zelfs worden gezegd dat er een gevaar bestaat voor verdere territoriale en sociale uitsluiting, die verder reikt dan de economische crisis. Vóór het uitbreken van de crisis zag een groot deel van de lidstaten zich al geconfronteerd met de voortdurende achteruitgang van het platteland. Het is onze verantwoordelijkheid zo snel mogelijk de benodigde maatregelen uit te werken en toe te passen om onze plattelandswaarden te beschermen.

Geachte collega’s, aangezien mijn partij het volgens de peilingen bij de verkiezingen niet goed genoeg zal doen om mij in staat te stellen mijn werk de volgende vijf jaar in uw midden voort te zetten, wil ook ik u graag bedanken voor de bijzonder goede samenwerking die ik in dit Parlement heb ervaren. Als jonge politicus kan ik alle andere jonge politici alleen maar toewensen dat ze in net zo’n geweldige organisatie kunnen leren hoe de Europese politiek in elkaar zit.

 
  
MPphoto
 

  Lena Ek (ALDE).(SV) Mevrouw de Voorzitter, er zijn momenteel drie crises in de wereld en Europa: de financiële crisis, de daaruit voortvloeiende werkgelegenheidscrisis en de klimaatcrisis. Het maatregelenpakket zou gericht moeten zijn op het vinden van oplossingen voor alle drie de crises, maar ik zie niet hoe dat mogelijk zal zijn met dit pakket. Marilyn Monroe zei ooit: "Leid me niet in bekoring, die vind ik zelf wel”. Zo lijken de regeringen van de lidstaten ongeveer te hebben gehandeld met betrekking tot het geld dat we samen voor dit economisch pakket vrij hebben kunnen maken. Men kan er veel kritiek op hebben omdat het over het oude soort energie gaat en met name wat de tijdsfactor betreft. De maatregelen in het pakket liggen zo ver in de toekomst dat ze misschien banen creëren tijdens de volgende recessie in plaats van deze. Het was onze bedoeling nieuwe technologie, nieuwe ideeën en maatregelen ingang te doen vinden om nú, tijdens deze recessie in Europa, banen te scheppen. Daarom zullen we (als we hopelijk opnieuw verkozen worden) blijven volgen wat de Commissie via commissaris Piebalgs beloofd heeft, namelijk een behoorlijke, degelijke controle op de uitvoering en toezicht.

Tot slot, mevrouw de Voorzitter, zou ik commissaris Fischer Boel willen bedanken voor haar uiterst constructief werk, alsook commissaris Piebalgs met wie ik in de Commissie industrie, onderzoek en energie erg nauw samen heb gewerkt en die persoonlijk ontzettend veel heeft betekend voor het energiepakket, het klimaatpakket en wat we op dit gebied in de voorbije vijf jaar tot stand hebben gebracht. Ik bedank de rapporteur, die goed werk heeft geleverd, en mijn collega’s. Tot slot denk ik echt dat we een einde moeten maken aan het werk van het Europees Parlement in Straatsburg en voortaan nog op slechts één locatie moeten vergaderen.

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Tomasz Zapałowski (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, het ondersteunen van plattelandsgebieden is een zeer belangrijke activiteit, ongeacht in welke vorm dat gebeurt. Dit geldt des te meer wanneer deze steun bestaat in de grootschalige invoering van nieuwe technologieën in plattelandsgebieden. Desalniettemin heb ik mijn twijfels over de volgorde waarin de prioriteiten ten uitvoer worden gelegd. Ik vraag me af wat op dit ogenblik belangrijker is voor de ontwikkeling van de plattelandsgebieden: breedbandinternet, de verdere uitbouw en modernisering van de vervoersinfrastructuur of maatregelen die gericht zijn op het creëren van meer werkgelegenheid op het platteland, in het bijzonder in tijden van crisis?

Volgens mij is het nu al duidelijk dat de financiële middelen die nodig zijn voor de invoering van breedbandinternet en voor de strijd tegen de klimaatverandering in plattelandsgebieden in eerste instantie terecht zullen komen bij de ondernemingen die de opdrachten zullen uitvoeren en niet bij de landbouwers en plattelandsbewoners. Misschien hadden we deze middelen beter kunnen gebruiken om de verschillen in subsidies voor middelgrote landbouwbedrijven te verkleinen, voornamelijk in de nieuwe lidstaten? De Europese Unie trekt vandaag enorme bedragen uit om de landbouwers breedbandinternet te geven in plaats van een antwoord te bieden op belangrijkere behoeften, zoals de noodzaak om de landbouwbedrijven – en niet de landbouwconcerns – op een hoger niveau te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Konstantinos Droutsas (GUE/NGL).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het economisch herstelplan van 5 miljard euro is erop gericht om munt te slaan uit de kapitalistische crisis en aldus de doelstellingen van het kapitaal te verwezenlijken en de kapitalistische hervormingen in strategische sectoren, zoals energie en telecommunicatie te bevorderen.

Breedbandinternet en netwerken zijn onontbeerlijk voor de ontwikkeling van de plattelandsgebieden, maar hebben op dit moment geen voorrang. Als de kleine boeren hun inkomen steeds verder zien inkrimpen, als zij van hun land worden verdreven en worden bedreigd met werkloosheid, als hele gebieden in een economische crisis verzeild raken wegens het GLB en de WTO-voorschriften, is het niet de ontwikkeling van netwerken die een bijdrage kan leveren aan plattelandsontwikkeling. Daarmee wordt de arme boeren alleen maar zand in de ogen gestrooid. 1,5 miljard euro wordt in feite ter beschikking gesteld voor de ontwikkeling van telecommunicatiebedrijven en niet voor de boerenbevolking en de plattelandsontwikkeling.

Precies hetzelfde gebeurt met de 3,5 miljard euro voor de voltooiing van het gemeenschappelijk elektriciteitsnetwerk en de voltooiing van de interne stroommarkt, waarmee in het kader van het derde liberalisatiepakket privatiseringen, fusies en overnames worden vergemakkelijkt, evenals voor het afvangen en opslaan van CO2, een peperduur en milieuonvriendelijk plan dat tot doel heeft de fabrieken in staat te stellen meer winst te maken en de luchtverontreiniging voort te zetten.

De werknemers en de boeren weten heel goed dat deze maatregelen genomen worden om het kapitaal en de monopolies te versterken, en daarom verwerpen zij deze. Zij strijden hiertegen en eisen dat aan de volksbehoeften wordt voldaan, zodat niet zij het gelag betalen voor de crisis.

 
  
MPphoto
 

  Helga Trüpel (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is waar dat de Europese Unie een eigen bijdrage probeert te leveren in deze ernstige financiële en economische crisis. Het is eveneens waar dat ze, met name ten aanzien van de bevordering van breedbandinternet in plattelandsgebieden, het recht moet hebben om daadwerkelijk bij te dragen aan de overwinning van de digitale kloof, meer mensen de mogelijkheid te bieden om daaraan deel te nemen en de interne cohesie binnen de Europese Unie te versterken.

Als begrotingspolitica wil ik er echter op wijzen dat het, hoewel de aankondiging van een dergelijk programma maatschappelijke gevolgen heeft, niet duidelijk is waar het geld eigenlijk vandaan zal komen. Dat is tot op zekere hoogte dubieus. Daar kan ik niet mee instemmen, en als de Raad dergelijke besluiten neemt, en als de Commissie via de heer Barroso met iets dergelijks aan komt, dan moeten we er beslist voor zorgen dat duidelijk is waar het geld vandaan komt. Alleen dan voeren we inderdaad een overtuigend beleid dat we aan onze burgers kunnen presenteren. Op dit moment is het geld er helaas nog niet. De lidstaten moeten nogmaals een standpunt innemen, zodat wij duidelijk kunnen maken dat dit een bijdrage is aan een beter structuurbeleid en meer solidariteit in Europa. En dan moeten we ons er gezamenlijk voor inspannen dat dit daadwerkelijk wordt verwezenlijkt.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie heeft weliswaar besloten om steun te verlenen aan de plattelandsontwikkeling, maar tegelijkertijd plattelandsontvolking in de hand gewerkt met de criteria van Maastricht, waardoor een ongebreideld enthousiasme ontstond voor liberalisering en de daarmee gepaard gaande ontmanteling van de infrastructuur in plattelandsgebieden.

Na het heengaan van Chrysler en de sluiting van politiebureaus en scholen zullen dankzij een door de EU besloten deregulering binnenkort ook postkantoren worden gesloten. De Commissie is nu kennelijk voornemens om verder euthanasie te plegen. Als vanaf 2014 inderdaad de selectiecriteria van benedengemiddelde economische kracht en ontvolking van het platteland wegvallen, dan zou dit voor vele kansarme gebieden de doodssteek kunnen betekenen. Dat is mijns inziens een aanslag op alle plattelandsgebieden, die wij niet mogen laten gebeuren. We hebben in de steden en op het platteland gelijkwaardige leefomstandigheden nodig. Anders zullen niet alleen afzonderlijke gebieden, maar spoedig complete dalen in Europa in de toekomst verlaten worden.

Steunvermindering is beslist de verkeerde aanpak als we vitale plattelandsgebieden en kleinburgerlijke structuren willen veiligstellen. Plattelandsgebieden kunnen echter niet alleen met landbouwsteun in leven worden gehouden. Dat blijkt eens te meer uit de inkrimping van de landbouw de afgelopen jaren. De steun voor kansarme gebieden mag niet worden gekort, maar moet juist worden verhoogd. Kleine, middelgrote en biologische landbouwbedrijven moeten overleven en voedselsoevereiniteit moet absoluut behouden blijven. Als de EU niet snel ophoudt om met name de intensieve veehouderij en grootgrondbezitters – zoals de Britse koningin – te bevorderen, dan wordt het de hoogste tijd voor een renationalisering of in ieder geval een gedeeltelijke renationalisering van de landbouw.

 
  
MPphoto
 

  Neil Parish (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wens mijn oprechte dank te betuigen aan de commissaris voor haar bijdrage aan dit debat en aan mevrouw Stavreva voor haar verslag.

Het is van uitzonderlijk belang dat wij een oplossing vinden voor dit “5 miljard pakket”. Ik ben zo vrij om de Commissie zonder omhaal te suggereren om in de toekomst, wanneer zij nog eens een vijf miljard pakket lanceert, te zorgen voor meer toezeggingen van de Raad voordat wij op dit punt aanbelanden. Ik begrijp dat het niet altijd gemakkelijk is om de Raad ertoe te bewegen de nodige middelen uit te trekken, maar wij moeten weten of dit geld uiteindelijk beschikbaar zal komen. Ik vermoed van wel en ik denk dat deze middelen zeer goed gebruikt zullen worden.

Het lijdt geen twijfel dat de landbouw in plattelandsgebieden een uitermate belangrijke rol speelt, maar dat neemt niet weg dat er nog vele andere economische activiteiten zijn. Met name kleine landbouwers hebben een extra inkomen nodig. Breedband biedt de mogelijkheid om tal van kleine bedrijfjes op te zetten op het platteland. Zodra breedband beschikbaar is, kunnen zelfs in de meest landelijke gebieden van de Europese Unie doorgaans zeer goede verbindingen tot stand worden gebracht. Breedband is tevens essentieel om bedrijven te helpen zich verder te ontwikkelen op het gebied van landbouw en toerisme en bij alle andere aan het internet gekoppelde activiteiten.

Gelet op de reële recessie die de Europese Unie thans treft, is dit stimuleringspakket van groot belang – uiteraard op voorwaarde dat wij de juiste middelen vrijmaken en dat bovendien tijdig doen –, aangezien de economie hoognodig moet worden gestimuleerd. Landbouw is belangrijk, maar op het platteland zijn er nog andere relevante activiteiten die onze aandacht verdienen en dit pakket kan ons daarbij helpen.

Ik wens de Commissie het beste toe met dit project. Ik hoop dat u aan geld komt, maar, zoals ik al zei, is het wellicht beter om in de toekomst voor een meer uniforme aanpak te kiezen.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Guy-Quint (PSE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie heeft in november 2008 een herstelplan gepresenteerd dat niet tegen de omstandigheden opgewassen was, noch qua omvang noch qua inhoud. Zes maanden later moeten we constateren dat er vrijwel geen sprake is van uitvoering van dit herstelplan en ik zou willen weten wat er wordt gedaan met deze 30 miljard euro voor herstelmaatregelen.

Wat is er gebeurd met de 15 miljard euro die is aangekondigd via nieuwe acties en is toevertrouwd aan de EIB? Hoe valt een via de structuurfondsen en het Cohesiefonds aangekondigde injectie van 7 miljard euro te rijmen met de aangekondigde onderbesteding van 10 miljard euro in 2009 bij de structuuruitgaven?

Tot slot: wat de 5 miljard euro betreft waar wij het vandaag over hebben, constateer ik vier dingen. Ondanks de druk van het Europees Parlement heeft de Raad van ministers van Financiën de 5 miljard euro voor 2009 niet kunnen vrijmaken, doch slechts 2,6 miljard euro.

We hebben geen enkele zekerheid dat de Raad de ontbrekende 2,4 miljard euro zal kunnen vinden voor het begrotingsjaar 2010. Het Parlement is bereid om op reglementaire wijze alle mogelijke oplossingen te onderzoeken. De andere politieke prioriteiten mogen echter geenszins in twijfel worden getrokken. Dat zal het Parlement niet toestaan. Een herschikking is voor ons onaanvaardbaar; die grens willen we niet overschrijden.

Het zal moeilijk worden om deze 2,4 miljard euro te vinden aangezien het voorontwerp van begroting van de Commissie ons heeft geleerd dat er ten hoogste 1,7 miljard euro beschikbaar zal zijn. En dan moet de Raad er nog mee instemmen deze vrij te maken. Het mag dus niet meer zo zijn dat, in naam van budgettaire orthodoxie op korte termijn en een legale aanpak van begrotingsreglementering, lidstaten een stokje steken voor dit hele herstelplan.

Voor de toekomst van de Unie moeten we een goede begroting behouden, maar we moeten - ten vierde - ook constateren dat de omvang van de laatste financiële vooruitzichten en de wijze waarop hierover is onderhandeld en deze zijn goedgekeurd, de toekomst van Europa sterk benadelen.

 
  
MPphoto
 

  Jan Mulder (ALDE). - Voorzitter, luisterend naar dit debat, heb ik de indruk dat de meesten tevreden zijn, en toch heb ik de sterke indruk dat het een mager pakket is. Het voornaamste is volgens mij dat de eer van voorzitter Barroso en de eer van de Commissie zijn gered. Zonder enige twijfel zijn de voorgestelde maatregelen nuttig, maar de financiering is nog steeds onzeker.

Ik heb er wat bezwaar tegen dat de landbouwbegroting altijd als melkkoe wordt gebruikt voor allerlei onverwachte gebeurtenissen die zich voordoen. Volgens mij moet in de landbouwbegroting namelijk, zelfs bij een overschot, ook rekening worden gehouden met onverwachte gebeurtenissen. Ik ben van mening dat de Commissie en de Europese Unie heel weinig hebben geleerd van de uitbraken van besmettelijke dierziekten, zoals die zich in het verleden voordeden. Als dat weer eens zou gebeuren, dan moet dat uit de landbouwbegroting worden betaald.

Mijn vraag is: wat heeft dan de prioriteit? Het betalen van de voorgestelde maatregelen ter bestrijding van dierziekten, of dit pakket dat nog geregeld moet worden? Wat dat betreft blijft er grote onzekerheid bestaan, maar ik heb begrepen dat in ieder geval de inkomenstoeslagen altijd zeker zullen worden gesteld, en dat stelt mij gerust.

Over de maatregelen zelf: die hangen van de landen af. Ze zijn zonder enige twijfel nuttig. Ook ik ben voor meer energiezekerheid en ik denk dat alles wat wij in dit opzicht doen, zijn nut heeft.

Tot slot zou ik de twee commissarissen willen bedanken voor hun werk, en ik zou speciaal mevrouw Fischer Boel willen bedanken, met wie ik de laatste vijf jaar een hele goede samenwerking heb gehad.

 
  
MPphoto
 

  Inese Vaidere (UEN).(LV) Dames en heren, een initiatief van totaal 5 miljard euro is een goede basis voor de verdere ontwikkeling van het gemeenschappelijke energiebeleid en de plattelandsontwikkeling van de Europese Unie op lange termijn. De versterking van interne netwerken is ook belangrijk, evenals de totstandbrenging van interconnecties, zodat een enkel netwerk ontstaat. Mijns inziens zou sterker de nadruk moeten worden gelegd op energie-efficiëntie en energiediversificatie via de invoering van echte aanmoedigingspremies voor het gebruik van windenergie, geothermische energie en andere hernieuwbare energiebronnen. De plannen van de lidstaten - waaronder die van de grootste landen zoals Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk - moeten worden uitgewerkt in overeenstemming met het gemeenschappelijke energiebeleid van de Europese Unie. Voor de lidstaten die extra hard door de economische crisis worden getroffen, zou een cofinancieringsplafond van 50 procent moeten worden vastgesteld. Er zou echte steun moeten worden gegeven aan lokale en regionale initiatieven voor de invoering van hernieuwbare energiebronnen en voor de aanmoediging van het gebruik hiervan. Wat de plattelandsontwikkeling betreft moet meer aandacht worden besteed aan de werkelijke situatie dan aan historische indicatoren. Er is niet alleen sprake van de invoering van breedband, maar bijvoorbeeld ook van de ontwikkeling van plattelandswegen. Vooral de economisch zwakkere lidstaten zou toegang moeten worden geboden tot middelen uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, dit zogenaamd economisch herstelplan is geen meesterwerk. Met name voor de plattelandsgebieden blijft er niet veel over. Het leidt eveneens tot een verschuiving van kredieten van de landbouwbegroting naar de plattelandsontwikkeling. Bovendien, commissaris, leidt dit niet tot een zelfstandige regionale ontwikkeling voor plattelandsgebieden, maar wordt opnieuw een compensatielogica gevolgd.

Boven alles wordt het echter aan het eigen goeddunken van de lidstaten overgelaten om in dit verband compensatieprogramma’s in te voeren. In Duitsland wordt hierdoor het melkfonds getroffen. Een verlies van 15 cent per kilo melk betekent een tekort van 4,2 miljard euro voor melkboeren alleen al in Duitsland. Nu is het de bedoeling dat dit met 100 miljoen euro wordt gecompenseerd. Commissaris, ik zal hier duidelijk over zijn. Dat is een druppel op een gloeiende plaat, geen economisch herstelplan!

 
  
MPphoto
 

  Maria Petre (PPE-DE).(RO) Ten eerste zou ik mevrouw Stavreva graag willen feliciteren met de kwaliteit van het verslag dat zij vandaag aan ons heeft gepresenteerd.

Ik steun de amendementen van de rapporteur waarin zij bijvoorbeeld voorstelt om 250 miljoen euro beschikbaar te stellen voor activiteiten in verband met het aanpakken van de nieuwe uitdagingen, hoewel we nog wel moeten bekijken hoe we dit gaan inkleden, zoals de commissaris zelf al aangaf. Gezien de noodzaak snel op de huidige economische crisis in te spelen zou het, zoals we allen weten, een goed idee zijn te voorzien in betalingen die al gedurende het begrotingsjaar 2009 kunnen worden verricht. Deze aanpak weerspiegelt ook de conclusies waartoe het voorzitterschap van de Europese Raad op 12 december 2008 kwam.

Een van de belangrijke aspecten van de huidige economische crisis is dat er algemeen minder middelen en minder leningen beschikbaar zijn, afgezien nog van de strengere voorwaarden die banken aan kredietverlening opleggen. Daarom steun ik het voorstel van de rapporteur om de lidstaten de mogelijkheid te geven gebruik te maken van geld dat via leningen en kredietgaranties beschikbaar wordt gesteld, want daarmee kunnen de betrokken partijen in plattelandsgebieden in deze moeilijke tijden toch investeringen doen.

Omdat de bevolking op het platteland vaak wijdverspreid is en de kosten voor breedbandinfrastructuur in zulke gemeenschappen hoog oplopen, hebben niet alle burgers daar persoonlijk toegang toe. Naast de voorgestelde activiteiten op het gebied van deze infrastructuur moeten de lidstaten daarom mijn inziens de mogelijkheid hebben om in plattelandsgemeenschappen openbare toegangspunten voor internet te ondersteunen, bijvoorbeeld in openbare bibliotheken en gemeentehuizen.

Daarom ben ik er voorstander van dat specifieke informatie wordt verstrekt aan het publiek en aan de plaatselijke autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van deze nieuwe maatregelen. Om een zo effectief mogelijk gebruik van de beschikbare middelen te verzekeren en de ontwikkeling van toegang tot breedbandinternet in plattelandsgebieden een aanzienlijke impuls geven, moet bij de gedifferentieerde toewijzing van deze middelen de huidige verschillen tussen de lidstaten wat de beschikbaarheid van breedbandinternet betreft als leidraad worden genomen.

 
  
MPphoto
 

  Jutta Haug (PSE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, op dit moment zijn we minder dan twee uur verwijderd van een definitief besluit over het zogenaamde European Economic Recovery Plan. We hebben vijf maanden nodig gehad – het is overbodig te zeggen dat dit te wijten was aan de haarkloverij binnen de Raad – vijf maanden, om tot overeenstemming te komen over het pakket dat nu op tafel ligt.

Als we de titel van het pakket met zijn allen serieus hadden willen nemen, dan hadden we beduidend sneller moeten zijn. Het pakket zelf is immers in orde, daarover is geen discussie mogelijk. Ik waag het echter te betwijfelen of het in de huidige crisis daadwerkelijk tot economisch herstel in Europa zal leiden. Kunnen de voorziene middelen daadwerkelijk binnen de voorziene periode naar de voorziene projecten vloeien?

Het is goed dat de leden van de Commissie industrie, onderzoek en energie deze twijfels deelden en via onderhandelingen erin geslaagd zijn een verklaring van de Commissie te verkrijgen waarin wordt gezegd dat niet uitgegeven middelen beschikbaar worden gesteld aan projecten voor energie-efficiëntie. De kans bestaat dus nog dat de 2,6 miljard euro waarover wij straks een besluit zullen nemen, verstandig wordt gebruikt. Zullen we er echter eveneens in slagen om in het najaar met de Raad tot overeenstemming te komen over de resterende 2,4 miljard euro, die nog in het economisch herstelplan van 5 miljard ontbreken?

5 miljard euro verdelen over twee jaar is een uiting van Europese solidariteit. Dat is allemaal goed en wel maar een veel effectievere hulp voor de Europese economie in haar geheel komt van het communautair regionaal en structuurbeleid: 38 miljard euro alleen al dit jaar! Deze middelen zijn de locomotief van de Europese conjunctuur.

 
  
MPphoto
 

  Roberts Zīle (UEN).(LV) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, het compromis om deze 5 miljard euro niet terug te geven aan de lidstaten maar te gebruiken voor plattelandsontwikkelingsprojecten voor energie en breedband bevat een belangrijke politieke boodschap. Het toont namelijk aan dat de Europese solidariteit zelfs ten tijde van crisis niet volledig is verdwenen. Ik heb begrip voor wat een aantal van mijn collega´s zei, namelijk dat het meeste geld gewoon weer is teruggegaan naar de lidstaten en naar hun energieprojecten, maar ik denk dat in dit voorstel het beginsel van solidariteit duidelijk zichtbaar is. Ik denk ook dat het opstarten van een meerjarenproject op energiegebied, zoals de koppeling van de Baltische landen aan het Noords elektriciteitsnetwerk, een goed signaal afgeeft, want het is eigenlijk aan de lidstaten zelf om de problemen aan te pakken waarmee ze de crisis op de korte termijn te boven kunnen komen en daarbij rekening te houden met hun specifieke omstandigheden. Een ander punt ten aanzien waarvan wij naar mijn mening uiterst voorzichtig moeten zijn betreft het tijdsbestek. Het tijdsbestek waarbinnen het project moet worden ingevoerd is zo kort dat het kan leiden tot groter verbitterdheid als de projecten die in dit voorstel zijn opgenomen niet worden voltooid. Op dit punt moeten wij allen gezamenlijk op een zeer verantwoordelijke manier handelen. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Esther De Lange (PPE-DE). - Voorzitter, we zitten nu in het derde jaar van onze financiële vooruitzichten, en ook voor het derde jaar zijn we hier bij elkaar om te spreken over een tussentijdse aanpassing ervan. In 2007 Galileo, dat viel nog wel uit te leggen; in 2008 de voedselfaciliteit van 1 miljard, waarbij we al de nodige kunstgrepen moesten uithalen om dat voor elkaar te krijgen, omdat er gefinancierd moest worden binnen de plafonds van de bestaande categorieën, terwijl daar eigenlijk niet de ruimte voor was. En nu staan we hier om te praten over een economisch stimuleringspakket, dat inderdaad een welkome bijdrage levert bovenop de nationale inspanningen op dit gebied, en dat op energiegebied en voor breedband ook hopelijk een stimulans is voor projecten in het noorden van mijn land.

Maar er moeten toch opnieuw twee kanttekeningen bij worden geplaatst. Ik ben blij dat we ons deze keer aan de spelregels houden en de financiële vooruitzichten daadwerkelijk aanpassen, maar toch heeft men ook nu weer de trukendoos moeten opentrekken door al een beroep te doen op de begrotingen van 2010 en eventueel 2011. Het is natuurlijk mooi om te zeggen dat dat de medebeslissingsprogramma's niet raakt, maar hoe zit het dan met de landbouw die, zoals we weten, nog niet onder de medebeslissing valt? Wat, en het is al gezegd, als er een dierziekte uitbreekt of zich een ernstige marktcrisis voordoet en we die middelen in de landbouw zelf nodig hebben? Kan de Commissie garanderen dat er ook aan die verplichtingen niet wordt getornd?

De tweede kanttekening is dat die uitgaven, waarover we nu met zijn allen beslissen, natuurlijk wel controleerbaar moeten blijven. Twee weken geleden heeft mijn delegatie niet ingestemd met de kwijting voor 2007, omdat er problemen zijn op het gebied van controleerbaarheid en financiële verantwoording. Dit pakket mag in elk geval geen verslechtering van die controleerbaarheid en verantwoording zijn. Zoals de Britten het zo mooi zeggen: the proof of the pudding is in the eating, en volgens mij is dit plan pas echt een succes als aan deze voorwaarde is voldaan.

Ik heb me precies aan mijn tijd gehouden, en ik ga toch nog drie seconden stelen om de commissaris te bedanken. We hebben hier vaak 's avonds laat na de landbouwdebatten het licht uitgedaan. Ik wil u bedanken commissaris, voor uw toegankelijkheid en uw samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Costas Botopoulos (PSE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het verslag en meer algemeen het initiatief dat wij vandaag bespreken is weliswaar onontbeerlijk maar ik heb twijfels over de effectiviteit ervan. Wij geven eerder een spuitje dan een echte therapie. Europa moest iets doen want de crisis slaat om zich heen, en het is ook belangrijk dat Europa nu wat doet, maar toch geloof ik dat Europa niet opgewassen is tegen de uitdagingen. Ten eerste is dit, gezien de omvang van de crisis die wij doormaken, niet veel geld, en het is helemaal niet zeker of dit geld ook terecht zal komen bij degenen die er het meeste behoefte aan hebben. Energie en breedband zijn belangrijke sectoren maar ik weet niet of zij voorrang hebben boven alle andere sectoren en vooral de sectoren waarin de broodnodige banen kunnen worden gecreëerd en de broodnodige groei mogelijk is.

Ten tweede is, zoals alle andere collega´s reeds zeiden, nog onbekend welk lot een groot deel van het geld – bijna de helft, namelijk 2,4 miljard euro – beschoren zal zijn, of, wanneer en hoe het geld gevonden zal worden. Eergisteren hebben wij in de Begrotingscommissie een debat gehad met commissaris Kallas, die niet in staat was om ons een antwoord te geven op de vraag waar de kredieten vandaan zullen komen.

Ten derde, en dit is waarschijnlijk het belangrijkste punt, bieden wij hier oplossingen die ons niet zullen helpen om de problemen op lange termijn op te lossen. Voortdurend geld weghalen uit de marge voor het landbouwbeleid is geen oplossing, geachte collega´s; heimelijk het evenwicht tussen landbouwbeleid, regionaal beleid en andere behoeften van de Unie veranderen is geen oplossing. Europa heeft in de confrontatie met de crisis een alomvattend plan nodig, een plan dat momenteel in geen velden of wegen te bekennen is. Ik vrees dat dit een gemiste kans is voor de Europese Unie en ik vrees vooral dat dit een gemiste kans is voor de Commissie zelf.

 
  
MPphoto
 

  Salvador Garriga Polledo (PPE-DE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, commissarissen, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad (waar die ook moge zijn; hij is in ieder geval niet hier), in dit Parlement moeten we onze woorden goed kiezen: 5 miljard euro een “Europees economisch herstelplan” noemen laat weliswaar zien dat de Commissie gevoel voor humor heeft, maar komt niet overeen met de werkelijkheid. Het is gewoon een verschuiving binnen de begroting, van bescheiden omvang en geringe reikwijdte en met een beperkt effect.

Toch moeten we er blij mee zijn, niet zozeer vanwege de financiële toewijzing zelf, maar voor wat deze in politieke en begrotingszin betekent. Ten eerste wordt hiermee erkend dat het huidige, voor 2007-2013 goedgekeurde financiële kader geen eigen instrumenten bevat om een economische crisis te bestrijden. Om 5 miljard euro te vinden moest, zoals Reimer Böge zei, de begrotingsprocedure worden opengebroken, moest het Interinstitutioneel Akkoord worden opgerekt en moesten de drie instellingen hier zes maanden van hun tijd aan besteden. En dat alles, zoals al vele keren is gezegd, om vervolgens de helft van de financiering aan het toeval van nog een bemiddelingsprocedure over te laten.

Het is ook een vreemde manier om de communautaire landbouw te beschermen. Laten we ons niets wijsmaken: uiteindelijk worden uit de reserve van de landbouwbegroting de tekorten in andere uitgavencategorieën gefinancierd. En dat is een rechtstreeks gevolg van de slechte onderhandelingen over de financiële vooruitzichten. We zullen zien wat hiervan de gevolgen zijn wanneer we in 2013 over het volgende landbouwakkoord moeten onderhandelen.

Ik ben dus tevreden met de doeleinden van dit pakket, maar hoop dat we in de toekomst geen spijt zullen hebben van de middelen die we hebben gebruikt.

 
  
MPphoto
 

  Glenis Willmott (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, onze burgers verwachten van ons dat wij hen echt steunen in deze moeilijke tijden. De Europese economische herstelmaatregelen die wij hier voor ons hebben liggen, zijn een belangrijk pakket. Ik stel met voldoening vast dat sterk de nadruk wordt gelegd op groene banen en technologieën, die ons zullen helpen onze koolstofemissies terug te dringen en de energiezekerheid te waarborgen.

Ik ben uiteraard ook blij dat mijn land 500 miljoen euro zal ontvangen om offshore-projecten voor windenergie en voor het afvangen en opslaan van koolstof te stimuleren. Desalniettemin is het duidelijk dat het pakket als zodanig tekortschiet in zowel omvang als ambitie. Ik zou willen dat er meer aandacht werd besteed aan jongerenwerkloosheid. Wij moeten de jongere generatie hoop voor de toekomst geven. Hoe het ook zij, het pakket dat hier vandaag ter tafel ligt, is ongetwijfeld beter dan niets. Daarom zullen de afgevaardigden van de Labourpartij in het Europees Parlement deze maatregelen steunen, al laten wij er geen twijfel over bestaan dat er een nieuw economisch herstelplan nodig is.

Ik hoop dat ook de afgevaardigden van de Conservatieve Partij in het Europees Parlement voor deze maatregelen zullen stemmen en niet zullen toegeven aan het “nietsdoen” van hun isolationistische leider, David Cameron, die zich in het Verenigd Koninkrijk stelselmatig verzet tegen alle Labour-maatregelen waarmee reële steun wordt geboden aan degenen die het ergst door de crisis getroffen worden.

 
  
MPphoto
 

  Oldřich Vlasák (PPE-DE). - (CS) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, de Europese lidstaten leveren miljardensteun aan hun financiële instellingen en industrie. Ook de Unie als geheel zet zich in voor investeringen in de Europese economie. Het voorstel voor ondersteuning van het economisch herstel door middel van financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie, dat we nu behandelen, maakt onderdeel uit van het plan voor Europees economisch herstel. Er zal daar naar schatting 30 miljard euro voor uitgetrokken worden. Het onderhavige plan voor 5 miljard euro aan publieke investeringen is met name gericht op energie-infrastructuur, snel internet en herstructurering van de landbouw. Daarbij dient in het oog te worden gehouden dat de Europese diplomaten er de afgelopen weken aardig over met elkaar in de clinch hebben gelegen. Het Tsjechisch voorzitterschap en de Commissie hebben middels dit pakket gepoogd een verantwoord antwoord te formuleren op de gascrisis en wat dit betreft een aantal pijnpunten in met name Midden- en Oost-Europa aan te pakken. Het is inderdaad waar dat een aantal van deze zaken nog altijd niet is opgelost. Het zou de paar lidstaten die wat trager zijn bij de aanwending van middelen uit de Europese fondsen nog wel eens duur kunnen komen te staan dat zij niet in staat zijn alle projecten voor volgend jaar voor te bereiden. Ook bestaan er de nodige twijfels over de financiering van dit pakket. Dit alles ontneemt ons naar mijn mening het recht om het zwaarbevochten compromis naar de prullenmand te verwijzen. Doen we dat wel, dan zou dat wel eens tot gevolg kunnen hebben dat er straks geen geld beschikbaar is voor zuinige energieprojecten en niet alleen dat, maar ook niet om te zorgen voor een veilige gaslevering tot aan huis. U kunt ervan op aan dat de kiezers ons dat bij een volgende gascrisis ernstig zullen aanrekenen.

 
  
MPphoto
 

  Margaritis Schinas (PPE-DE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het debat van vandaag wordt bepaald door twee belangrijke factoren. Ten eerste lijdt het geen twijfel dat wij in Europa meer werk moeten maken van energieverbindingen en breedband, en ten tweede is vandaag in het debat op indirecte wijze ook het zeer belangrijke vraagstuk van het heden en de toekomst van de landbouwuitgaven op de communautaire begroting aan de orde gesteld.

Het goede bericht is natuurlijk dat Europa de communautaire begroting gebruikt als een instrument tegen de crisis. Dat is positief en dat moet zo blijven. 5 miljard euro is niet veel, maar qua systeem is het juist om de communautaire begroting te gebruiken als een wapen om nieuwe problemen aan te pakken. Zo zagen de staatshoofden en regeringsleiders dat tijdens hun recente topbijeenkomst ook en zij bevestigden deze oriëntaties dan ook. Wij moeten echter wel oppassen. Als deze systeemmethode leidt tot simplistische conclusies en redeneringen en als wij denken dat er in de landbouw altijd onbestede kredieten te vinden zullen zijn om nieuwe behoeften te kunnen betalen, en als wij daaruit de conclusie trekken dat de landbouw veel meer heeft dan hij op kan, zou dat een grote strategische fout zijn in Europa, zeer zeker met het oog op de uitermate belangrijke besprekingen over de toekomst van de landbouw na 2013. Men mag met andere woorden niet denken dat de landbouw het wel met “minder” kan doen, omdat uit de begroting is gebleken dat er tot 2013 altijd wel geld te vinden is in de landbouw voor bijvoorbeeld Galileo, energie of breedband.

De landbouw heeft altijd geld nodig, en zal ook na 2013 geld nodig hebben. Tegelijkertijd moeten wij ook in de Europese Unie iets verduidelijken dat vanzelfsprekend lijkt te zijn, namelijk dat voor nieuwe prioriteiten altijd nieuwe middelen nodig zullen zijn.

 
  
MPphoto
 

  Lutz Goepel (PPE-DE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Graefe zu Baringdorf, deze ‘druppel op een gloeiende plaat’ heeft in mijn kleine dorpje met 450 inwoners toch bewerkstelligd dat er op volle toeren wordt gewerkt om de breedbandkloof te dichten. Ik denk dat dit over uiterlijk drie à vier maanden gerealiseerd zal zijn.

Mevrouw Stavreva, hartelijk dank voor uw verslag. Dat was uitstekend.

Dames en heren, vijftien haar heb ik in dit Parlement mogen meewerken aan de ontwikkeling van de landbouw, deze mee mogen vormgeven, ongeacht bedrijfsomvang en rechtsvorm. Nu wordt het tijd om iets anders te gaan doen. Ik wil alle leden van het Parlement, de heer Piebalgs en met name u, mevrouw Fischer Boel, hierbij danken.

 
  
MPphoto
 

  Atanas Paparizov (PSE).(BG) Allereerst zou ik de rapporteur, de heer Maldeikis, willen bedanken en het belang willen benadrukken van de projecten die verband houden met energiezekerheid. Daarmee zullen de juiste voorwaarden worden gecreëerd voor een grotere solidariteit tussen de lidstaten via het diversifiëren van de gasvoorzieningsbronnen en de feitelijke leveranciers ervan.

Ik wil nog zeggen dat mijn land, dat het hardst is getroffen door de energiecrisis aan het begin van het jaar, na de onderhandelingen geldmiddelen heeft ontvangen en dat er verbindingen tot stand zijn gebracht met de systemen in Griekenland en Turkije. De voor Nabucco gereserveerde middelen en de reserve gasvoorziening zullen ook bijdragen aan de zekerheid in Zuidoost-Europa.

Ik denk dat deze maatregelen van de Commissie en deze voorstellen slechts het begin zijn van de uitwerking van een beleid voor energievoorzieningszekerheid. Ik verwacht een strategie om de richtlijn inzake de gasvoorziening te verbeteren, alsook een voorstel voor een gemeenschappelijk energiebeleid op korte termijn.

 
  
MPphoto
 

  Margarita Starkevičiūtė (ALDE).(LT) Ik zou graag het macro-economische effect van dit pakket aan de orde willen stellen. We zeggen vaak dat we de problemen van de banken moeten oplossen en de banken meer liquiditeit, meer geld moeten geven. Dit pakket is belangrijk, omdat het de liquiditeit van onze gemeenschappelijke markt stimuleert. Nu het kapitaalverkeer tussen de landen door de crisis stagneert – en dat is een natuurlijk proces in deze economische ontwikkeling – hebben bedrijven in veel landen vanwege geldtekort hun activiteiten gestaakt.

Een dergelijk pakket is nodig, niet als een soort subsidie of steun, maar om onze gezamenlijke Europese markt, onze integratie, die we over de jaren heen hebben opgebouwd, staande te houden.

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE-DE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, om te beginnen wil ik commissaris Fischer Boel en commissaris Piebalgs danken. Dat is een goed teken: landbouw en energie naast elkaar, in onderlinge samenwerking. Dat geldt ook voor mevrouw Schierhuber en de heer Karas, die als afgevaardigden van dit Parlement zogezegd op de bres springen voor de landbouw en de kleine en middelgrote landbouwbedrijven. Dat is een goed teken. Uit dit debat over de 5 miljard euro blijkt dat we de juiste bedoelingen hebben en dat het ons er met name om gaat de koopkracht in de plattelandsgebieden te versterken. Met name in deze tijden van economische en financiële crisis is het voor ons een uitdaging en prioriteit om het geld dat wij voor energie nodig hebben, niet naar de Russische oligarchen en oliemagnaten te sturen, maar in Europa te houden om hier de plattelandsgebieden te versterken.

Ik wil mijn gelukwensen uitspreken voor dit initiatief en het doet mij bijzonder deugd dat wij dit vandaag nog kunnen aannemen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (PSE).(RO) Ik zou onze rapporteurs ook graag willen feliciteren. Dit is een belangrijk document, want interconnectie van energie-infrastructuur moet een prioriteit zijn.

Ik vind echter dat er meer geïnvesteerd moet worden in de modernisering van de infrastructuur voor productie en transport van elektrische energie. Ik zeg dit omdat ik terugdenk aan de problemen met de stroomvoorziening van een paar jaar geleden, waar veel Europese landen last van hadden. Mijns inziens moet er ook meer geld naar het Nabucco-project gaan. Het is überhaupt goed dat het belang van dit project door middel van dit document opnieuw benadrukt wordt.

Wat de energie-efficiëntie van gebouwen betreft vinden we in dit document niets terug over het beschikbaar stellen van financiële middelen, hoewel volgens de mededeling van de Commissie van oktober hiervoor 5 miljard euro moest worden uitgetrokken. Er is een bepaling met betrekking tot ‘slimme steden’, maar de middelen kunnen alleen worden ingezet als geld onbenut blijft. Volgens mij is deze situatie onacceptabel, want er moeten banen worden gecreëerd, en deze sector heeft een gigantisch potentieel.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik stel vast dat ons voorstel op een ruime steun kan rekenen. Mijns inziens moeten wij goed voor ogen houden hoe de zaken ervoor stonden aan het begin van dit Parlement.

Wij hebben te maken met 27 nationale beleidsvormen voor energie en 27 meer of minder geliberaliseerde markten. Het is gebleken dat de samenwerking tussen de lidstaten op energiegebied niet van een leien dakje loopt. Wij hebben voorzien in twee uitermate belangrijke gemeenschappelijke sturingsinstrumenten, namelijk het energie- en klimaatpakket en de versterking van de Europese dimensie van de Europese interne energiemarkt. Het beschikbaar stellen van de nodige financiële middelen is altijd een probleem en tot dusver hebben wij eigenlijk nooit grote sommen uitgetrokken voor energie. De financiële crisis heeft tot gevolg dat tal van energie- en kapitaalintensieve projecten vertraging hebben opgelopen. Bovendien heeft de gascrisis aan het begin van het jaar opnieuw aangetoond hoe kwetsbaar de Europese energievoorziening is en hoe slecht onze energienetwerken op elkaar zijn afgestemd, waardoor het moeilijk is om maatregelen voor de Europese Unie in haar geheel ten uitvoer te leggen. Het leeuwendeel van dit pakket gaat dan ook naar de broodnodige interconnectie.

De heer Paparizov heeft hier het voorbeeld van Bulgarije aangehaald. Als Bulgarije over drie extra interconnecties zou beschikken, zou de bevolking het lang niet zo moeilijk hebben, en aan een dergelijk project zijn geen hoge kosten aan verbonden. De vraag is waarom die interconnectie nog steeds niet tot stand is gebracht. Hierbij komen tal van factoren kijken. Interconnectie kan niet worden ontwikkeld door één enkele lidstaat: er zijn minstens twee lidstaten voor nodig. Er zijn tevens bedrijven nodig die met dit soort zaken ervaring hebben. Dit pakket voorziet ook in politieke sturingsinstrumenten. De Baltische staten hebben uitvoerig gepraat over samenwerking en interconnectie met de noordse markt, maar tot aan de lancering van dit pakket zijn wij er niet toe gekomen om deze interconnectie daadwerkelijk te ontwikkelen. Tijdens een recente bijeenkomst van de eerste ministers van de Baltische staten zijn er zulke belangrijke beslissingen genomen dat deze landen op energiegebied niet langer een eiland zullen zijn.

Ik ben van oordeel dat dit pakket de elementen bevat die het Parlement nodig heeft om de drie volgende doelstellingen te bereiken: energiezekerheid, duurzaamheid en concurrentievermogen. Ik verzoek de leden van dit Parlement dan ook het voorstel te steunen, aangezien het werkelijk een mijlpaal in het Europese energiebeleid is.

 
  
MPphoto
 

  Mariann Fischer Boel, lid van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb aandachtig geluisterd naar de vele positieve en constructieve opmerkingen die hier vandaag in het debat zijn gemaakt.

Zoals sommigen onder u ook al zeiden, moeten wij in de eerste plaats duidelijk maken dat wij niet verzeild zullen raken in een situatie waarin er binnen de landbouwbegroting geen enkele marge meer bestaat. Er is een overschot omdat wij geen buitengewone uitgaven hebben moeten dekken – de interventiekosten en de met de uitvoerrestituties gemoeide kosten lagen bijzonder laag – en daarom zijn wij opgewassen tegen deze specifieke situatie. Wij brengen onszelf echt niet in een situatie waarin de begroting geen enkele manoeuvreerruimte meer toelaat om bijvoorbeeld een antwoord te bieden op de onverwachte gebeurtenissen waaraan de heer Mulder heeft gerefereerd. Ik verzeker u hier vandaag dat de eventuele uitbraak van een besmettelijke dierziekte niet zal leiden tot een scenario waarin geen of onvoldoende geld voorhanden is om het probleem te verhelpen.

Ook de solidariteit die tot uiting komt in de verdeling van de middelen verdient een bijzondere vermelding. Het is duidelijk dat de plattelandsontwikkeling geherstructureerd is overeenkomstig de middelen die in de begroting van de plattelandsontwikkeling zijn uitgetrokken voor de verschillende lidstaten, wat feitelijk in het voordeel speelt van de nieuwe lidstaten.

Het is tevens belangrijk dat deze financiële injectie wordt beschouwd als een eenmalig gegeven. Met betrekking tot de plattelandsontwikkeling zullen deze middelen worden gebruikt om het gat te dichten waarmee wij in 2009 worden geconfronteerd, omdat de "check-up" pas op 1 januari 2010 in werking treedt en wij derhalve geen geld hebben om in te spelen op de nieuwe uitdagingen. Die uitdagingen zijn in lijn met de ideeën van mijn collega, commissaris Piebalgs, over de toepassing van hernieuwbare energie in plattelandsgebieden. Ik denk dan met name aan het gebruik van nieuwe technologieën, het gebruik van landbouwafval om bij te dragen aan de reductie van de broeikasgasemissies, aan klimaatverandering, water, biodiversiteit en de uitdagingen waaraan de Europese zuivelsector thans het hoofd moet bieden.

Tot slot deel ik de overtuiging dat breedband nuttig is, niet alleen voor de landbouwsector maar voor iedereen. Daarom moeten wij waarborgen dat de plattelandsgebieden worden aangesloten op het breedbandnetwerk. Hiermee steunen en stimuleren wij de kleine en middelgrote ondernemingen en bieden wij de mensen de mogelijkheid om ook buitenshuis gebruik te maken van hun computer, zodat zij bijvoorbeeld één of twee dagen per week om beroepsredenen in de stad kunnen doorbrengen. Breedband is een van de technologieën van de toekomst.

Ter afronding nog dit: ik denk dat er over het geheel genomen brede steun voor dit voorstel bestaat en ik hoop dat de investering in deze eenmalige financiële regeling haar nut bewijst.

 
  
MPphoto
 

  Petya Stavreva, rapporteur. – (BG) Ik zou u willen bedanken voor uw positieve houding, alsook voor uw aanbevelingen en standpunten. Ook wil ik commissaris Boel bedanken voor haar positieve benadering en voor de steun die ze landbouwers en plattelandsbewoners blijft geven. Ik zou in het bijzonder mijn dank willen uitspreken aan de voorzitter van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling, de heer Parish, en onze coördinator, de heer Goepel, voor hun steun en vertrouwen.

Nu we het vandaag over de toekomst van het gemeenschappelijke landbouwbeleid en de mogelijkheid van voldoende steun hebben, is het heel belangrijk duidelijk te maken dat honderden miljoenen Europese burgers in plattelandsgebieden wonen en dat plattelandsgebieden een groot deel van het grondgebied van de Gemeenschap uitmaken. We moeten deze steunen door ons solidair te tonen.

Ik ben erg blij dat alle verslagen waar we de afgelopen maanden over hebben gedebatteerd hier in het Europees Parlement in Straatsburg en waarin het gemeenschappelijk landbouwbeleid het hoofdonderwerp was, allemaal dezelfde geest en dezelfde algemene strekking hebben, namelijk dat we de behoeften en mogelijkheden van de landbouwers en plattelandsbewoners in alle lidstaten in aanmerking moeten nemen en erkennen.

Als vertegenwoordiger van Bulgarije, een van de laatst toegetreden lidstaten, vind ik het heel belangrijk dat de Europese instellingen, vooral het Europees Parlement, de inwoners van de Gemeenschap een duidelijke boodschap van steun meegeven vandaag, om te laten zien dat we er voor ze zijn in de moeilijke tijden van een economische crisis. Het is aan de vooravond van de Europese verkiezingen belangrijk dat de Europese instellingen laten zien dat ze dicht bij de mensen staan en dat ze hen willen helpen tijdens de moeilijke tijden waar we nu mee te maken hebben.

 
  
MPphoto
 

  Eugenijus Maldeikis, rapporteur.(LT) Ik zou al mijn collega’s graag voor hun steun willen bedanken. Uit dit debat is wel gebleken hoe enorm belangrijk het pakket is, en we mogen gewoon niet vergeten hoe ingewikkeld het voor de Commissie is geweest dit pakket op te stellen en ervoor te zorgen dat deze overeenstemming werd bereikt. Het feit dat de lidstaten binnen een zeer kort tijdsbestek overeenstemming konden bereiken, en dat dit document nu in het Parlement is besproken en in stemming wordt gebracht, verdient volgens mij onze waardering.

Het was mijns inziens geen gemakkelijke taak om tot een geografisch evenwicht te komen bij de financiering van deze projecten, om de herstelmaatregelen te evalueren – dat wil zeggen om te bepalen in welke mate ze van invloed zullen zijn op de macro-economische processen en de afzonderlijke sectoren – en om bij de financiering gebruik te maken van diverse projecten voor subsectoren op energiegebied. Ik denk daarom dat het pakket dat we nu hebben zeker resultaten zal opleveren, en ik was vandaag ook erg blij om commissaris Piebalgs te horen zeggen dat de aanbestedingsprocedure voor eind mei zou worden opgestart. Hieruit blijkt dat we strategisch gezien adequaat reageren en ons realiseren hoe gevoelig deze hele kwestie ligt.

Ik vind dit pakket ook erg belangrijk omdat de investeringsprocessen in de Europese Unie door de economische crisis behoorlijk worden vertraagd. Het pakket biedt zowel de lidstaten als de energiebedrijven namelijk een goede stimulans en een signaal om hun investeringsactiviteiten voort te zetten. Daardoor wordt het voor ons mogelijk onze strategische doelen op het gebied van energie binnen de Europese Unie te bereiken.

Nogmaals, iedereen bedankt voor de steun, en ik zou u met klem willen vragen dit pakket te ondersteunen en er voor te stemmen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag plaats.

 
  
MPphoto
 

  Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf (Verts/ALE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, u heeft mij bij de catch-the eye-procedure over het hoofd gezien. Dat kan uiteraard gebeuren, maar dan zou ik nu volgens het Reglement een persoonlijke verklaring willen afleggen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dat is onmogelijk, mijnheer Graefe, want het debat is gesloten. Wat de "catch the eye"-procedure betreft, weet u heel goed dat hier vijf minuten voor zijn uitgetrokken en dat de afgevaardigden die tijdens het debat niet aan het woord zijn gekomen voorrang hebben. Ik kan u dus nu niet het woord geven. Het debat is gesloten. Het spijt me zeer.

***

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (PSE), schriftelijk. – (PL) Deze verordening stelt een programma vast dat erop gericht is de economie van de Europese Unie tijdens de crisis te ondersteunen. De toekenning van steun aan energieprojecten zal – zo wordt althans verondersteld – niet alleen bijdragen tot economisch herstel, maar zal ook leiden tot meer energievoorzieningszekerheid en minder broeikasgasuitstoot.

Hiervoor wordt een bedrag van 3,5 miljard euro uitgetrokken.

Zal dit programma ons daadwerkelijk helpen de crisis te boven te komen? Ik betwijfel het. Er zullen op korte termijn immers weinig nieuwe arbeidsplaatsen worden gecreëerd met dit geld. Aangezien de voorbereiding van elk van deze initiatieven tijd vergt, zullen deze projecten de economische situatie pas in een latere fase ten goede komen. Daarnaast zijn niet alle projecten even belangrijk. De voornaamste projecten hebben te maken met interconnectie van energienetwerken, aangezien deze de cohesie binnen de Europese Unie zullen versterken.

Mijns inziens zouden de projecten echter ook energieverbindingen tussen Polen en Duitsland moeten omvatten.

Voorts zijn de subsidiabiliteitscriteria voor de technologie voor het afvangen en opslaan van koolstof te hoog. Er wordt ook verondersteld dat deze technologie al op dergelijke schaal voorhanden is, hetgeen echter niet het geval is.

Het is onbegrijpelijk dat de Europese Commissie het geld van de Gemeenschap zomaar over de balk gooit. Naar mijn mening is deze nonchalante houding zowel te wijten aan een gebrek aan inzicht als aan de doctrine die achter haar benadering schuil gaat. Het lijdt geen twijfel dat het geld dat aan CCS-installaties wordt verspild, meer zou hebben bijgedragen tot het bestrijden van de crisis indien we het hadden gebruikt voor grootschalige renovatie en isolatie van gebouwen of voor de bouw van honderden biogasinstallaties. Dat zou tevens gunstig geweest zijn voor het milieu.

 
  
MPphoto
 
 

  Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk (UEN), schriftelijk. – (PL) In dit debat over het verslag over begrotingsdiscipline en goed financieel beheer in het meerjarig financieel kader (2007-2013) zou ik drie punten onder de aandacht willen brengen.

1. We zouden steun moeten verlenen aan de toekenning van 5 miljard euro voor de financiering van energieprojecten in de periode 2009-2010, alsook voor de financiering van de ontwikkeling van internetinfrastructuur in plattelandsgebieden. We zouden 3,5 miljard euro moeten uittrekken voor energienetwerken en 1,5 miljard euro voor internetinfrastructuur in plattelandsgebieden.

2. Hoewel ik deze maatregel steun, zou ik mijn bezorgdheid willen uiten over het feit dat deze extra middelen afkomstig zijn uit rubriek 2, namelijk het gemeenschappelijk landbouwbeleid, waar de jaarlijkse plafonds die in de financiële vooruitzichten voor 2007-2013 zijn vastgesteld in 2009 met 3,5 miljard euro en in 2010 met 2,5 miljard euro zullen worden verlaagd. Dit is bijzonder zorgwekkend op een moment waarop de voedselzekerheid van de Europese Unie in gevaar is.

3. Wat me eveneens zorgen baart, is dat dergelijke fundamentele wijzigingen in de financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013 pas twee maanden voor het einde van de huidige zittingsperiode in allerijl worden doorgevoerd, zonder dat de mogelijkheid bestaat om over dit onderwerp een objectief debat te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  James Nicholson (PPE-DE), schriftelijk.(EN) Als onderdeel van het Europese economische herstelplan is een extra bedrag van 1 miljard euro geoormerkt voor de ontwikkeling van breedbandinternetinfrastructuur in plattelandsgebieden via het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.

Aangezien mijn aandacht in hoofdzaak uitgaat naar landbouw- en plattelandskwesties ben ik bijzonder ingenomen met dit initiatief. In tal van lidstaten, inclusief de mijne, laat het niveau van breedbandtoegang voor landbouwers en plattelandbewoners te wensen over. Dit betekent dat zij in een uitgesproken nadelige positie verkeren ten opzichte van de mensen in de stad.

Er zij aan herinnerd dat dit initiatief deel uitmaakt van een pakket dat bedoeld is om de verzwakte Europese economieën te stimuleren. Ik hoop dan ook dat een betere breedbandtoegang een impuls zal geven aan de kleine en middelgrote ondernemingen in plattelandsgebieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sirpa Pietikäinen (PPE-DE), schriftelijk. - (FI) Het is heel goed dat het pakket van 5 miljard, dat de Commissie al bij het vroegste begin van de economische crisis had beloofd, eindelijk is aangenomen. Dit geld voor economisch herstel is hard nodig en ik denk dat de door de Commissie gekozen prioriteiten - energie en plattelandsontwikkeling en vooral de ontwikkeling van breedbandnetwerken - de moeite waard zijn. De 100 miljoen die is toegewezen aan het zeekabelproject Estlink 2 is voor Finland van specifiek belang. Het is heel goed dat het Estlink-project sinds de indiening van het Commissievoorstel op de lijst is blijven staan zonder dat het bedrag hiervoor is gewijzigd.

Zeer betreurenswaardig zijn echter de prioriteiten van het herstelpakket voor energie en dan vooral het feit dat het oorspronkelijke idee van de Commissie om enkel en alleen elektriciteitsleidingen, het afvangen en opslaan van kooldioxide (CCS) en windprojecten op zee te steunen, ondertussen niet is gewijzigd. Elektriciteitsleidingen en windenergie op zee verdienen natuurlijk de aanvullende financiering, maar de nadruk op het afvangen en opslaan van kooldioxide is onbegrijpelijk, vooral omdat hiervoor waarschijnlijk veel geld vrijkomt uit de winsten van de emissiehandel.

Andere hernieuwbare energieprojecten hadden beslist eenzelfde kans voor het aanvragen van aanvullende herstelmiddelen moeten hebben als windenergieprojecten. In plaats van te investeren in onzekere CCS-technologie zou de nadruk moeten liggen op hernieuwbare energiebronnen. Vooral de verscheidene zonne-energieprojecten hadden het verdiend geld te krijgen.

Het pakket ging gepaard met een verklaring dat eventueel ongebruikte middelen kunnen worden doorgeschoven naar projecten tot bevordering van energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen. Volgens de oorspronkelijke plannen van de Commissie had men echter voor energie-efficiëntie middelen moeten oormerken, in plaats van gebruik te maken van eventueel overgebleven kruimels. Het is ook zeer betreurenswaardig dat de oorspronkelijk voor “intelligente steden” geplande component uiteindelijk buiten het herstelpakket is gebleven.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, het Europees economisch herstelpakket, dat ook wel het '5 miljard pakket' wordt genoemd, spitst zich toe op de ontwikkeling van de plattelandsgebieden in de Europese Unie. Daarnaast zal een extra bedrag van meer dan 1 miljard euro worden vrijgemaakt voor het bevorderen van internettoegang in plattelandsgebieden, alsook voor de nieuwe uitdagingen die naar aanleiding van de herziening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn vastgesteld. Het is jammer dat de beschikbare middelen enigszins zijn verlaagd. Het komt er nu echter op aan om het gehele wetgevingsproces zo spoedig mogelijk af te ronden. Deze maatregelen zullen ons in staat stellen om de kloof tussen plattelands- en stadsgebieden bij de ontwikkeling van breedbandinfrastructuur en van diensten in verband met nieuwe technologieën te verkleinen. Het internet is niet alleen een bijzonder venster op de wereld en een instrument om van gedachten te wisselen en kennis te vergaren, maar ook een manier om tal van administratieve kwesties te vergemakkelijken.

Met de aanneming van dit pakket zendt de Europese Unie een positief signaal uit naar onze plattelandsbevolking. De landbouw speelt uiteraard een belangrijke rol in plattelandsgebieden, maar er is eveneens ruimte voor een divers aanbod van kleine ondernemingen, zoals winkels, ateliers en opslagplaatsen. De verspreiding van het internet zal naar mijn mening bijdragen tot de ontwikkeling van het onderwijs en van kleine ondernemingen in deze gebieden, met inbegrip van toeristische diensten. Dit zou eveneens tot extra inkomsten kunnen leiden, voornamelijk voor kleine familiebedrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimir Urutchev (PPE-DE), schriftelijk. – (BG) Dames en heren, de timing van het Europees plan voor economisch herstel, waarmee onder meer wordt voorzien in de investering van bijna 4 miljoen euro in energieprojecten, is perfect en zal minstens een tweeledig resultaat hebben: het bevorderen van het herstel van belangrijke bedrijfstakken en het oplossen van wezenlijke energieproblemen.

De recente gascrisis liet duidelijk zien dat de energievoorzieningszekerheid rechtstreeks afhangt van de interconnectie van de energie-infrastructuur tussen de lidstaten. Zonder interconnectie kan immers geen steun worden verleend aan getroffen landen. Zonder de totstandbrenging van goede verbindingen tussen de systemen van de landen is het niet mogelijk om een interne energiemarkt te creëren, noch om het beginsel van solidariteit in de EU toe te passen.

Voor de economische crisis zijn snelle oplossingen nodig. Daarom steun ik het voorgestelde plan, ofschoon ik me er tegelijkertijd heel goed van bewust ben dat de wijze waarop de projecten worden geselecteerd en de middelen worden verdeeld, niet helemaal eerlijk is.

Ik wil apart de aandacht vestigen op de steun voor de Nabucco-pijpleiding, want het wordt hoog tijd dat de EU zich meer inzet voor dit project, als we de kans om gas uit de Kaspische Zee te gebruiken voor het diversifiëren van onze bronnen niet mis willen lopen. Ik verzoek de Commissie dringend om daadkrachtiger op te treden en aldus zo snel mogelijk echte resultaten en vooruitgang te boeken met betrekking tot Nabucco.

Bedankt voor uw aandacht.

 

3. Kapitaalvereistenrichtlijnen (2006/48/EG en 2006/49/EG) - Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag (A6-0139/2009) van Othmar Karas, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG wat betreft banken die zijn aangesloten bij centrale instellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtkader en het crisisbeheer [COM(2008)0602 - C6-0339/2008 - 2008/0191(COD)] en

- het verslag (A6-0246/2009) van Karsten Friedrich Hoppenstedt, namens de Commissie economische en monetaire zaken, over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen [COM(2009)0014 - C6-0031/2009 - 2009/0001(COD)].

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, dames en heren, ik ben vandaag in de gelegenheid om u niet alleen de bevindingen van Commissie economische en monetaire zaken te presenteren, maar ook het resultaat van langdurige onderhandelingen met de Raad en de Commissie. Vorige week zijn we in de trialoog tot een akkoord gekomen over een gemeenschappelijke aanpak om een nieuw raamwerk voor de financiële markten te ontwikkelen.

Ik zeg u, ik verzoek u deze voorstellen waarover wij vandaag debatteren als een totaalpakket te beschouwen. Menigeen onder ons wilde meer, menigeen wilde minder, hier in het Parlement, in de Raad en in de Commissie. Ik kan u vertellen dat wij niet op de kleinste gemene deler tot overeenstemming zijn gekomen, maar ernaar hebben gestreefd om op meer dan de grootste gemene deler overeenstemming te bereiken.

We hebben een koers uitgezet voor de volgende stappen, omdat dit uiteraard niet meer dan een eerste stap kan zijn. Wij hebben geen antwoord gevonden op de economische en financiële crisis. Wij zijn echter bereid om de volgende stap te zetten, een doorbraak te bewerkstelligen in de richting van de ontwikkeling van een nieuw raamwerk voor de financiële markten dat tot een vereenvoudigde regulering van de financiële markten en tot Europeanisering zal leiden, dat zekerheid op de financiële markten evenals stabiliteit voor alle marktdeelnemers biedt, dat de financiële markten verder tot ontwikkeling brengt, op de financiële crisis reageert en de gedecentraliseerde sector veiligstelt.

Ik wil in dit verband mevrouw Berès, mevrouw Bowles en de collega’s van de andere fracties hartelijk danken voor hun steun, en met name een woord van dank aan het secretariaat en alle medewerkers uitspreken.

Dit voorstel zorgt voor meer transparantie, meer rechtszekerheid en meer stabiliteit en schept daardoor meer vertrouwen in tijden waarin het vertrouwen afneemt. Het is niet het enige wetgevingsraamwerk dat wij voorstellen. We hebben immers tijdens de vorige plenaire vergadering besloten om de ratingbureaus te reguleren, we hebben de nieuwe toezichtstructuren voor de verzekeringssector goedgekeurd en de Commissie heeft een nieuw voorstel voor hedgefondsen gedaan. Dit is een nieuw pakket waarmee we het voortouw willen nemen.

Vijf punten zijn van belang. Ten eerste het toezicht op de financiële markten. Daarbij hebben we als eerste stap de rol van het CEPS en die van de Europese Centrale Bank versterkt. We hebben tevens het evenwicht tussen home- en host-toezichthouders verbeterd. De tweede stap is nu dat we het toezicht op de financiële markten sterker moeten integreren. Alle vereisten daartoe worden in dit verslag genoemd. Wij hebben namelijk een geïntegreerde toezichtstructuur nodig hebben teneinde de nieuwe uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.

Ten tweede securitisatie, het overdragen van kredietrisico. Voor het eerst voeren we de regel in dat een krediet alleen dan kan worden overgedragen, als de kredietverstrekker de securitisatie in de boeken aanhoudt. We hebben een minimum van 5 procent vastgesteld, maar we hebben het CEPS opdracht gegeven om te controleren of een verhoging zinvol is en zijn bevindingen voor het einde van het jaar in een review van de Commissie te publiceren, met inachtneming van de internationale ontwikkelingen. Dat is een belangrijk signaal aan de markten: zonder handhaving is niets mogelijk. Handhaving leidt tot transparantie en tevens tot betere controle.

Ten derde hebben we grote posities geregeld in de vorm van een verhouding tussen eigen middelen en risico. Een grote positie mag nooit meer dan 25 procent van de eigen middelen van een bank vormen, en als banken elkaar onderling leningen verstrekken, dan mag daar nooit meer dan 150 miljoen euro mee gemoeid zijn.

Ten vierde werken we aan een verbetering van de kwaliteit van eigen vermogen en hybride kapitaal. Daarbij houden we echter rekening met de bestaande wettelijke regelingen in de lidstaten, omdat we geen procyclische effecten tijdens de economische en financiële crisis willen. Het feit dat wij een correcte, professionele overgangsregeling hebben opgesteld, is met name voor coöperaties, spaarbanken en derdenbelangen in Duitsland een belangrijk punt. Desalniettemin blijft er nog een hoop te doen.

Procycliciteit wil ik als vijfde punt apart noemen.

In dit verslag wordt gesteld dat de Commissie de procyclische effecten van de bestaande richtlijnen duidelijk en binnen zeer afzienbare tijd moet benoemen en dat wij erop moeten toezien dat er voor het najaar de noodzakelijke veranderingen worden doorgevoerd.

Ik dring er bij u op aan om dit verslag en het voorstel van het in de trialoog bereikte akkoord aan te nemen, zodat wij als Europese Unie en als Europees Parlement het voortouw blijven houden bij de hervorming van de financiële markten. Het is tevens van belang dat wij alle vereisten voor toekomstige ontwikkeling implementeren, zodat wij de deur naar een betere, stabielere en betrouwbaardere financiële markt kunnen openen en opnieuw een centrale rol tijdens de volgende G20-top kunnen spelen. Ik vraag u om uw steun in deze.

 
  
  

VOORZITTER: MARIO MAURO
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Karsten Friedrich Hoppenstedt, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, dames en heren, het ontbreken van een uniform functionerend financieel toezicht in Europa en het falen van het systeem op internationaal en Europees niveau zijn voor een deel de oorzaken van de huidige economische en financiële crisis. Wij moeten er daarom voor zorgen dat de informatie op gecoördineerde wijze in het toezichtsysteem wordt geïntegreerd en dat de afzonderlijke organisaties informatie uitwisselen, zodat een nieuwe crisis wordt voorkomen.

Het goede toezicht zoals dat in een aantal lidstaten functioneert, moet voor alle zevenentwintig lidstaten worden geoptimaliseerd teneinde een goede uitwisseling van informatie veilig te stellen. Daarvoor zijn financiële middelen nodig. Wij moeten nu een einde maken aan de crisis en nu middelen ter beschikking stellen. Dat is precies wat wordt bereikt met het Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen.

Ik ben blij dat de Commissie gehoor heeft gegeven aan de verzoeken van het Parlement en voorstelt het Gemeenschapsbeleid op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en wettelijke controle van jaarrekeningen, alsook activiteiten van bepaalde Europese en internationale instellingen financieel te ondersteunen en ervoor te zorgen dat het communautair beleid op deze terreinen effectief is. Hiermee moet een nieuw Gemeenschapsprogramma worden ingevoerd waarmee directe bijdragen vanuit de Gemeenschapsbegroting kunnen worden geleverd aan de financiering van deze afzonderlijke instellingen.

Medefinanciering van comités en toezichthoudende autoriteiten kan er aanzienlijk toe bijdragen dat zij hun taken op een onafhankelijke en efficiënte manier vervullen. Het programma moet flexibel zijn en met voldoende middelen worden uitgerust om te kunnen garanderen dat in ieder geval de behoeften van de comités van niveau 3, waaronder CESR, CEIOPS en CEBS, worden gedekt. Het voorstel van de Commissie lag 40 procent lager dan wat de comités van niveau 3 voor de komende vier jaar noodzakelijk achtten. In de Raad bestond er maar weinig animo voor een substantiële verhoging van het budget, hoewel duidelijk was dat het toezicht op de financiële markten aanzienlijk verbeterd moest worden.

Aan het einde van de onderhandelingen zijn we het echter eens geworden over een bedrag van bijna 40 miljoen euro voor de komende vier jaar: 500 000 euro voor de comités van niveau 3 voor 2009 en nog eens 38,7 miljoen van 2010 tot 2013, waarvan 13,5 miljoen voor deze comités is voorzien. Wat de organen voor financiële verslaglegging en controles van de jaarrekeningen betreft, was het oorspronkelijke voorstel van de Commissie voor hervorming van deze organisatie te soft. Dat wil dus zeggen dat wij er als Parlement in zijn geslaagd verbeteringen door te voeren en dat we na de trialoogonderhandelingen een aanvaardbaar resultaat hebben weten te bereiken wat betreft de afzonderlijke financiële referentiebedragen en de financieringsperioden. Uit de meest recente bevindingen van de Larosière-groep en in het verslag blijkt dat er goede redenen zijn waarom de Commissie uiterlijk 1 juli 2010 een verslag en de noodzakelijke wetgevingsvoorstellen voor een verdere hervorming van de regulering en het toezicht op de Europese financiële markten moet presenteren aan het Europees Parlement en de Raad. Dit programma moet immers worden aangepast aan de doorgevoerde veranderingen.

Tegen de achtergrond van de huidige financiële crisis lijkt het onvermijdelijk om de hoogste prioriteit te geven aan het verbeteren van de toezichtconvergentie en de samenwerking op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en wettelijke controle van jaarrekeningen.

Ik heb reeds tijdens de plenaire vergadering van twee weken geleden over Solvency II opgemerkt dat het belangrijk is dat Europa duidelijke signalen afgeeft die ook in de rest van de wereld worden waargenomen. Mijns inziens hebben we de afgelopen weken duidelijke signalen afgegeven, ook met het verslag van de heer Karas over ratingbureaus, en laten zien dat we door onze internationale partners serieus genomen kunnen worden en niet slechts bijrijder zijn, zoals de afgelopen decennia het geval is geweest. Dit is een goed signaal.

Ik wil mijn schaduwrapporteurs danken, mevrouw Bowles en mevrouw Berès. Aangezien dit mijn laatste toespraak in het Parlement is, wil ik tevens de Commissie, alle afgevaardigden en de Raad zeer hartelijk danken voor de uitstekende samenwerking. Ik zal u een voorbeeld geven van een aangenaam resultaat van deze uitstekende samenwerking. Het Tsjechisch voorzitterschap heeft dertig minuten geleden besloten om het resultaat waarover in de trialoogonderhandelingen overeenstemming was bereikt, te aanvaarden. Er ligt een voorstel op tafel dat wij vandaag kunnen aannemen en ik ben ervan overtuigd dat de grote fracties in dit Parlement ook vóór deze voorstellen zullen stemmen.

Nogmaals hartelijk dank voor de uitstekende samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is twee weken geleden sinds ons laatste debat over de maatregelen ter bestrijding van de financiële crisis en met voldoening grijp ik deze gelegenheid aan om hier samen met u te debatteren over een reeks aanvullende activiteiten, die in onderling overleg zijn vastgesteld en tot doel hebben aan deze uitdaging het hoofd te bieden.

Ik ben vandaag bijzonder ingenomen met het vooruitzicht op een akkoord in eerste lezing over twee essentiële maatregelen: het Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen en de herziening van de kapitaalvereistenrichtlijn. Beide maatregelen zullen een belangrijke bijdrage leveren aan de inspanningen voor economisch herstel en vooral ook aan de doeltreffendheid op lange termijn van het financieel toezicht en de kracht van de Europese financiële sector.

Ten eerste verwelkom ik de amendementen van het Parlement op het voorstel voor een Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen. De financiële crisis heeft aangetoond hoe belangrijk het is om de toezichtsregelingen van de EU verder aan te scherpen. Zij heeft ons tevens herinnerd aan het belang van transparantie en onafhankelijkheid van de instanties die zijn betrokken bij de vaststelling van standaarden voor financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken acht de Commissie het noodzakelijk om de rol van de belangrijkste instanties te versterken. Daarom heeft de Commissie voorgesteld om aan deze instanties financiële steun te verlenen.

Wij zijn van oordeel dat er consensus heerst over het feit dat deze instanties een stabiele, gediversifieerde, degelijke en toereikende financiering behoeven. De aanneming van het programma zal hen in staat stellen hun taken op een onafhankelijkere en efficiëntere manier te vervullen. Voor de drie comités van toezichthouders zal het programma een eerste stap zijn in de richting van meer mogelijkheden tot optreden, overeenkomstig de aanbevelingen van het rapport-de Larosière.

Het zal hun de gelegenheid bieden projecten te ontwikkelen om de convergentie van het toezicht in Europa en de samenwerking tussen nationale toezichthouders te bevorderen. Met name de uitwisseling van informatie zal vergemakkelijkt worden door de ontwikkeling van nieuwe IT-instrumenten. De gemeenschappelijke opleiding van nationale toezichthouders zal het ontstaan van een gemeenschappelijke toezichtscultuur in de hand werken.

Bovendien zal het programma de grondslag leggen voor de volgende fasen van de hervorming van het toezicht, waarover de Commissie zich tijdens de komende weken zal buigen. Wij moeten tevens waarborgen dat er hoogwaardige, op internationaal niveau geharmoniseerde standaarden voor financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen worden toegepast. Wij moeten zorgen voor gelijke voorwaarden voor Europese gebruikers, en de regels hiervoor worden ontwikkeld door de opstellers van standaarden.

Dit is een belangrijke voorwaarde om een gunstig ondernemingsklimaat voor bedrijven te scheppen, zeker in de huidige economische context. Door te waarborgen dat de International Accounting Standards Committee Foundation, de European Financial Reporting Advisory Group en het internationale Public Oversight Board niet langer zijn aangewezen op niet-gediversifieerde en vrijwillige financiering van mogelijke belanghebbende partijen kunnen wij de kwaliteit en de geloofwaardigheid van het proces voor de opstelling van standaarden verbeteren.

Met de versterking van de European Financial Reporting Advisory Group kunnen wij ervoor zorgen dat de Europese Unie beter geadviseerd wordt wanneer internationale standaarden voor financiële verslaggeving worden ontwikkeld door de International Accounting Standards Board. Wij willen de toezichtscapaciteiten van het internationale Public Oversight Board helpen versterken om te garanderen dat de internationale standaarden voor controle van jaarrekeningen bij toepassing in overeenstemming zijn met de Europese kwaliteitseisen.

Met de ingediende amendementen wordt het Commissievoorstel dusdanig aangepast dat de middelen herverdeeld moeten worden over de begunstigden. Wij zijn niet onverdeeld gelukkig met deze oplossing. Volgens ons zou het beter zijn geweest als er geen middelen werden overgedragen van de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) naar de comités van toezichthouders van de EU.

De EFRAG is een Europese instantie. Ze is een essentieel element in de invloed die de EU uitoefent in het proces van opstelling van standaarden binnen de International Accounting Standards Committee Foundation. Als wij financiële middelen overdragen van de EFRAG naar andere Europese organen geven wij geen gunstig signaal af. Het is evenwel een feit dat slechts een zeer klein bedrag zal worden overgedragen van de EFRAG naar de comités van toezichthouders van de EU.

Wij zijn echter van oordeel dat de meeste doelstellingen van het programma desondanks bereikt kunnen worden en daarom kunnen wij onze steun verlenen aan de amendementen. Zoals de heer Hoppenstedt ook al zei, heeft het Coreper vanochtend de ingediende amendementen aanvaard. Ik deel u dan ook met voldoening mee dat zowel de Raad als de Commissie het voorstel van het Parlement onderschrijven.

Voor wat de herziening van de kapitaalvereistenrichtlijn betreft, heb ik het genoegen u mede te delen dat de Commissie algemene steun kan geven aan de amendementen van het Parlement – algemene steun, geen volle steun, aangezien het securitisatievraagstuk de Commissie nog steeds zorgen baart.

Het voorstel dat de Commissie in oktober vorig jaar heeft goedgekeurd, is het resultaat van intens overleg, waarmee reeds vóór de financiële crisis een aanvang was gemaakt. In velerlei opzichten is gebleken dat de herziening van de kapitaalvereistenrichtlijn een geschikte en solide eerste oplossing voor de crisis biedt.

Het is een goede zaak dat het Europees Parlement snel heeft gereageerd en dit urgente voorstel in eerste lezing heeft aangenomen, met als resultaat dat wij thans beschikken over strakkere beginselen voor het beheer van het liquiditeitsrisico, strengere regels voor risicodiversificatie, een scherper toezicht, een betere kapitaalbasis en “skin in the game”, samen met zorgvuldigheidsvereisten voor securitisatie. Dit is hoe dan ook een significante vooruitgang.

Voor wat betreft de inmiddels beruchte regel betreffende het aanhouden van 5 procent voor securitisatie, stel ik met voldoening vast dat het Parlement niet is gezwicht voor de oproep van het bedrijfsleven om deze vorig jaar nog als volstrekte onzin bestempelde regel te elimineren. Inmiddels is gebleken dat de aanhoudingsregel geen onzin maar juist bijzonder zinvol is. De G-20 heeft dit instrument erkend als een belangrijke maatregel om het financiële systeem te versterken. In de toekomst zal de Commissie zonder enige twijfel alle inspanningen ondersteunen die de tekst nog waterdichter maken.

De Commissie heeft in het kader van de wereldwijde initiatieven om de crisis aan te pakken een leidinggevende rol gespeeld. Het Comité van Bazel voor bankentoezicht zal toezicht uitoefenen. Daarom ben ik bijzonder ingenomen met de clausule waarin het Europees Parlement voorstelt om de tekst eind 2009 te herzien. Het Comité zal onderzoeken of de vereisten voor het aanhouden voor securitisatie moeten worden aangescherpt en het zal daarbij rekening houden met de internationale ontwikkelingen.

Ik stel tevens met voldoening vast dat het Parlement niet heeft toegegeven aan het verzoek van het bedrijfsleven om de regels voor interbancaire risico’s af te zwakken. Wij hebben aan den lijve ondervonden dat banken niet risicoloos zijn. Dat is een essentiële les die de financiële crisis ons heeft geleerd. Passende diversificatie en zekerheden zijn van vitaal belang om garanties te bieden voor financiële stabiliteit.

Voor wat betreft het eigen vermogen kan ik begrijpen dat niet iedereen blij is met het feit dat het Parlement de mogelijkheid overweegt om bepaalde nationale instrumenten die niet voldoen aan de vereisten van Core Tier 1 te degraderen. Ik verklaar mij nader. Ik kan begrip opbrengen voor dit standpunt, maar uitsluitend in de huidige economische context. Het herstel is in zicht. De Commissie zal alles in het werk stellen om de kwaliteit van het eigen vermogen te blijven verbeteren, zoals is overeengekomen tijdens de top van de G-20.

Op het gebied van de securitisatie blijft de Commissie erbij dat het goed zou zijn geweest om de berekeningsmethode van de aan te houden 5 procent te verduidelijken en te specificeren. Ik begrijp dat het Europees Parlement onder tijdsdruk heeft gewerkt en het verheugt mij dat de Commissie een tweede kans krijgt om de tekst te verbeteren met een verslag dat eind 2009 moet worden ingediend.

De twee verslagen die hier vandaag in stemming worden gebracht, tonen aan dat wanneer de leden van het Europees Parlement, de ministers van Financiën en de commissarissen vooruitdenken en blijk geven van het nodige politieke leiderschap, snel en doeltreffend kan worden ingespeeld op de uitdagingen waarmee wij geconfronteerd worden. Beide maatregelen die hier vandaag worden behandeld, zijn een essentiële stap op weg naar de herziening van het financiële systeem en het financiële toezicht in de Europese Unie.

In aanvulling op deze maatregelen hebben wij vorige woensdag een reeks initiatieven gepresenteerd die onontbeerlijk zijn om de financiële crisis aan te pakken en betrekking hebben op alternatieve beleggingsfondsen, beloningsstructuren en pakketproducten voor retailbeleggingen.

Ten slotte zal de Commissie over drie weken een mededeling publiceren waarin zij haar standpunten uiteenzet over de follow-up van de aanbevelingen van het Larosière-verslag over financieel toezicht. Als de Europese Raad van juni deze overnemen, zullen in de herfst nog meer wetgevingsvoorstellen worden ingediend.

 
  
MPphoto
 

  Gary Titley, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik zal u het advies geven van de Begrotingscommissie over het verslag van de heer Hoppenstedt. Net zoals de heer Hoppenstedt voer ik hier, na twintig jaar, voor de laatste keer het woord.

De Begrotingscommissie erkent dat deze voorstellen belangrijk en ook dringend zijn. Het is zonder meer duidelijk dat enkele zeer belangrijke beleidsvormen van de EU zonder passende financiering in het gedrang zullen komen, en daarom verlenen wij graag onze steun aan dit verslag. Wij willen evenwel signaleren dat de middelen afkomstig zijn uit de marge van rubriek 1A, zodat de marge gereduceerd zal worden en er bijgevolg minder middelen beschikbaar zullen zijn voor de financiering van andere projecten die in de toekomst belangrijk kunnen zijn. Dat moeten wij goed voor ogen houden.

Ten tweede moeten wij waarborgen dat deze instanties in geen geval uitgroeien tot agentschappen. Als dat zou gebeuren, zouden zij immers onderhevig zijn aan het Interinstitutionele Akkoord over agentschappen.

Ten slotte willen wij niet dat de haast om deze voorstellen af te handelen op enigerlei wijze afbreuk doet aan het standpunt van de Begrotingscommissie. Daarom hebben wij maandagavond met plezier steun gegeven aan het voorstel van de heer McCreevy over een interim-financiering, aangezien dat ons in staat zal stellen passende financiële procedures te ontwikkelen en te waarborgen dat een passende trialoog over de financiële toepassing van deze voorstellen plaatsvindt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Hartelijk dank, mijnheer Titley, voor de twintig jaar die u aan de Europese zaak hebt gewijd.

 
  
MPphoto
 

  John Purvis, namens de PPE-DE-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, het lijkt wel of hier alle oude leden één na één het woord voeren. Helaas houd ik mijn laatste betoog hier in het Europees Parlement tegen de achtergrond van de ergste economische crisis die ik in mijn leven heb meegemaakt – in een leven dat begon in de ellendige jaren dertig – en bovendien ook nog in een debat over een stuk Europese wetgeving dat naar ik vrees niet helemaal tevredenstellend is: de kapitaalvereistenrichtlijn.

Mijn fractie en ik zullen onze steun verlenen aan het compromis dat de rapporteur, de heer Karas, onder zware tijdsdruk en in de huidige koortsachtige economische omstandigheden, met enorme kundigheid en veel geduld heeft bereikt. Ik hoop evenwel dat mijn collega’s die hier na de verkiezingen opnieuw bijeenkomen, de medebeslissingsprocedure in volle omvang zullen toepassen, aangezien dat de beste manier is om onze wetgeving naar behoren te toetsen en te verfijnen. Ik vrees dat een groot deel van deze overhaaste wetgeving ongewenste en ongepaste gevolgen zal hebben. Ik vrees bijvoorbeeld dat de voorschriften voor grote posities, die commissaris McCreevy zo enthousiast looft en die worden ingegeven door een reële bezorgdheid over de risico’s voor de wederpartij, het nog veel moeilijker zullen maken om de interbancaire geldmarkt nieuw leven in te blazen en opnieuw tot volle wasdom te doen komen. Ik vrees dat het nieuwe voorschrift inzake het aanhouden voor een securitisatie, waar commissaris McCreevy ook zo enthousiast voor pleit, in feite obstakels zal opwerpen voor de wederopleving van het securitisatiemechanisme, dat essentieel is en overwegend gunstig gevolgen heeft voor het financieren van hypotheken, autoleningen en consumentenuitgaven.

Er is geen enkele overheidstimulans die een zieltogende securitisatiemarkt kan compenseren. Daarom hoop ik dat tegen de tijd dat de richtlijn wordt herzien de nodige effectbeoordelingen zullen zijn uitgevoerd, de nodige deskundigen zullen zijn geraadpleegd, op passende en alomvattende wijze rekening zal zijn gehouden met de wereldwijde context en een passende regelgeving ten uitvoer zal zijn gelegd.

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès, namens de PSE-Fractie. (FR) Commissaris, ik betreur dat het voorzitterschap van de Raad afwezig is. Mijnheer McCreevy, uw mandaat als commissaris voor de interne markt stond in het teken van de "regelgeving-stop." Ik weet niet hoe ik dit moet formuleren, maar eigenlijk had u, ongelukkig genoeg, van gedachten moeten veranderen en het advies moeten opvolgen van de socialistische fractie in het Europees Parlement die u, sinds de indiening van het verslag van de heer Katiforis, vertelde dat er wetgeving moest komen voor ratingbureaus. Of u had moeten luisteren naar onze rapporteur, de heer Rasmussen, die u vertelde dat er in de banksector op het gebied van securitisatie een aan te houden percentage moest worden ingevoerd.

Tot slot had u ook moeten besluiten om garanties voor bankdeposito's te introduceren. Ziet u, de regelgevingpauze is nu niet actueel meer. Gelukkig hoeven we deze kwesties in de volgende zittingsperiode niet meer met u te bespreken. Het laatste voorstel dat u aan ons hebt voorgelegd over alternatieve en investeringsfondsen was namelijk onredelijk en het feit dat u er niet eens over van gedachten wilt wisselen met de Commissie economische en monetaire zaken bewijst dit.

Wat het verslag van de heer Karas betreft: wij zouden dit belangrijke verslag vandaag moeten aannemen omdat het, binnen de Unie, het signaal afgeeft aan onze banksector en al onze G20-partners dat er op het gebied van securitisatie een aan te houden percentage moet worden ingevoerd. De eigen middelen moeten beter worden gedefinieerd. In de toekomst moet er sprake zijn van meer transnationale supervisie van groepen en een geïntegreerde supervisie in de geest van het verslag van Jacques de Larosière. Tot slot moeten we clearinghouses opzetten voor derivaten en kredietverzuimswaps.

Ik bedank de heer Karas bovendien voor de manier waarop we de trialoog konden heropenen, zodat we met ingang van de aan de inwerkingtreding van deze richtlijn voorafgaande periode de drempel voor het op de balans te houden deel kunnen herzien. Na studies te hebben gelast en het Comité van Europese bankentoezichthouders een mandaat te hebben gegeven om te bepalen onder welke voorwaarden dit deel op deskundige wijze moet worden gepland, hebben wij kunnen verifiëren of de drempel van vijf procent waar we vandaag over zullen stemmen, de goede was, te meer daar wij het toepassingsgebied van het op de balans te houden deel hebben gecorrigeerd door de in mijn ogen juiste keuze te maken en de door de heer Purvis verlangde garanties te schrappen.

Wat het verslag van de heer Hoppenstedt betreft: ik bedank hem bijzonder hartelijk, omdat ik vind dat wij hier een nuttige en positieve bijdrage leveren. In het verleden vertelde de Commissie ons dat zij de comités van niveau 3 niet kon financieren; nu kan dit zelfs nog voordat deze comités agentschappen worden. Wij verheugen ons hierover. Op instigatie van de rapporteur zullen zo zowel de exploitatie- als de projectkosten in aanmerking komen voor financiering en het Parlement zal een goed inzicht hebben in de aard van de aldus gefinancierde projecten. Dit kunnen wij alleen maar toejuichen, want het is een stap in de goede richting.

Wat, tot slot, de boekhoudstandaarden betreft en de voorwaarden waaronder internationale organisaties bijdragen tot de opstelling ervan, hebben wij deze organisaties onder druk gezet om hun bestuur te verbeteren en hun rol beter te definiëren. Ik vind dat het Europees Parlement met het verslag van de heer Hoppenstedt ook op dit gebied nuttig werk heeft verricht en ik bedank zowel alle rapporteurs als dit Parlement wanneer het deze twee verslagen straks hopelijk met een grote meerderheid van stemmen zal aannemen.

 
  
MPphoto
 

  Sharon Bowles, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de tekst over de kapitaalvereistenrichtlijn waarover overeenstemming is bereikt is een goede stap voorwaarts inzake kernkapitaal, posities en toezicht. De securitisatiebepaling, nu met proportionele boetes voor het niet-nakomen van de zorgvuldigheidsverplichting, is niet volmaakt maar beantwoordt aan haar doel – het doel om het vertrouwen weer op te bouwen en de securitisatiemarkt te herstellen. Een eindejaarsevaluatie over het aan te houden percentage betekent dat we alle fundamenten hebben afgedekt, met inbegrip van de internationale samenwerking.

De Europese problemen met securitisatie kwamen aan de koperskant vanuit de VS, maar door de angst is onze eigen securitisatie opgedroogd. Banken zijn het voornaamste instrument waarmee ze hun leningen konden doorverkopen kwijtgeraakt – een belangrijk instrument omdat het kapitaal vrijmaakte dat verder uitgeleend kon worden, en het was een van de grote drijvende krachten achter de groei. In 2006-7 vertegenwoordigden Europese securitisaties een waarde van in totaal 800 miljard euro: 526 miljard euro waarmee Europese hypotheken werden ondersteund en tientallen miljarden aan autoaankopen, creditcarduitgaven en leningen aan het MKB – ja, met inbegrip van ongeveer 40 miljard euro aan leningen aan het Duitse MKB. Dit zijn precies de gebieden waar de kredietcrisis het sterkst voelbaar is, en dat is geen toeval. We moeten namelijk het feit onder ogen zien dat geld uitlenen door banken beperkt wordt door hun kapitaal en ze geen kant op kunnen tot er meer kapitaal bijeen is gebracht of de lening is doorverkocht. Hoe eerder we dus de kwaliteitscontrole op securitisatie aan het functioneren kunnen krijgen, des te beter.

Men zou kunnen denken dat als het aanhouden van 5 procent goed gedrag van de banken garandeert, 10 procent nog een betere garantie zou zijn, maar het aangehouden deel krijgt een kapitaalheffing opgelegd, zodat hierdoor minder kapitaal kan worden vrijgemaakt en minder kapitaal kan worden uitgeleend. Een percentage van 10 procent in tijden van voortdurende kapitaalstress zou slechts degenen die geld willen lenen en bedrijven schade berokkenen, niet de banken. Daarom zijn nu ook andere fora, die ook waren begonnen met voorstellen voor hogere aan te houden percentages, geneigd om het op 5 procent te houden.

Uiteindelijk zal intelligente toezichthoudende waakzaamheid toekomstig nieuw misbruik voorkomen en niet een regulering van een oude, voorbije situatie. Bij de comités van niveau 3 kunnen we zien dat, ondanks de problemen bij en het falen van het toezicht, het Parlement beter dan de lidstaten heeft ingezien dat gaten niet gedicht kunnen worden zonder middelen. Het heeft hier gevolg aan gegeven door meer middelen voor dit soort comités te eisen. Ook internationale boekhoud- en controle-instanties zullen profiteren van een gevarieerdere, neutrale financiering en de EU kan hier het voortouw nemen, maar niet tot in het oneindige als andere landen zich niet aansluiten. Ik ben blij dat ik dit heb verduidelijkt. Ook moet worden geprobeerd financiering te verkrijgen van de gebruikerskant, bijvoorbeeld van investeerders.

 
  
MPphoto
 

  Konstantinos Droutsas, namens de GUE/NGL-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, de huidige economische crisis is een crisis van overproductie en overgeconcentreerd kapitaal. Dit is, zoals door iedereen wordt toegegeven, een crisis van het kapitalistisch stelsel zelf. De pogingen om de crisis af te schilderen als een financiële crisis, als een liquiditeitscrisis, hebben tot doel de werknemers om de tuin te leiden en te voorkomen dat zij inzien wat de werkelijke oorzaken zijn van de hogere werkloosheid, de lagere inkomens, de soepelere arbeidsrelaties en de frontale aanval op hen.

De maatregelen voor toezicht op de boekhoudstandaarden met controle op kredietenopname en eigen vermogen zullen het ongebreideld gedrag van de banken niet aan banden kunnen leggen. Integendeel, deze zijn precies wat de banken willen om hun ongebreideld gedrag te kunnen voortzetten onder een dekmantel van toezicht en controle. Dit toezicht vormt geen bescherming voor de belangen van de kleine spaarders, die gevaar lopen en blijven lopen tengevolge van de economische crisis, maar zal veeleer de mededingingsvoorwaarden voor banken waarborgen en het mogelijk maken nieuwe instrumenten te gebruiken voor de verhoging van hun winst.

De terughoudendheid waarvan de banken blijk gaven zelfs toen zij financiële middelen ontvingen van de overheid in ruil voor minimale controle, is typerend voor hun houding. Dankzij hun ongebreideld gedrag zullen zij in de jungle van de markt hun winst nog verder omhoog kunnen drijven, terwijl de werknemers weer degenen zullen zijn die het gelag moeten betalen voor de crisis. De werknemers laten zich echter niet bij de neus nemen of om de tuin leiden door de besluiten van de Europese Unie om uit de crisis te geraken. Zij weten heel goed dat met deze besluiten alle lasten van de crisis op hun schouders worden gelegd en het kapitaal nog grotere winst kan maken.

 
  
MPphoto
 

  Nils Lundgren, namens de IND/DEM-Fractie. – (SV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. We hebben nu een wereldwijde financiële meltdown meegemaakt en die blijft voor problemen zorgen. We moeten nu analyseren waarom dat is gebeurd voor we op EU-niveau beginnen te handelen. Ik zou het volgende willen zeggen: ten eerste hebben we een kapitalisme zonder eigenaars. De grote ondernemingen worden niet langer geleid door hun aandeelhouders maar door pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen en andere soorten fondsen. Dat leidt ertoe dat functionarissen kunnen besturen hoe ze willen, en ze doen dat op een manier die hun eigen belang dient, namelijk door de risico’s enorm te doen toenemen, en dan is wat we nu zien het gevolg. We hebben banken die "too big to fail" zijn, zoals de leus nu is. De Glass-Steagall Act was bedoeld om dat te voorkomen maar is afgeschaft in de VS. We moeten overwegen of dat geen deel van de oplossing zou kunnen zijn. We hebben depositogaranties voor kleine spaarders en zelfs erg grote spaarders. Dat betekent dat het de rekeninghouders geen barst kan schelen in hoeverre de banken veilig zijn, want ze weten dat de belastingbetalers hen beschermen. Dat is een probleem. De gouverneurs van de centrale banken doorprikken de bellen niet, maar worden geprezen wanneer zij constant verzekeren dat de bellen tot in het oneindige kunnen groeien.

Alan Greenspan verwierf een enorm goede reputatie voor iets wat in de praktijk een belangrijke verklaring is voor waarom het zo fout is gelopen. Subprime-leningen waren hier het begin en een fundamenteel onderdeel van, en ze werden geïntroduceerd door politici die nu zeggen dat we dit zullen oplossen door de markt meer macht te ontnemen. Dat betwijfel ik. Het regelgevingskader van Bazel II werd omzeild door shadow banking. Nu hebben we het over nieuwe regels voor kapitaal. Als dit meer shadow banking betekent, zullen ze geen zoden aan de dijk zetten. Ik denk daarom dat we dit anders moeten aanpakken en ons af moeten vragen wat gedaan zou moeten worden. Dan zullen we vaststellen dat er op EU-niveau erg weinig moet worden gedaan. Dit is een mondiaal probleem dat elders moet worden opgelost.

 
  
MPphoto
 

  Sergej Kozlík (NI). – (SK) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mijns inziens was een van de beste maatregelen die door het Europees Parlement in de huidige ambtsperiode is genomen de beslissing van vorig jaar over de noodzaak van strikte regulering en grotere stabiliteit in het financiële systeem. Het is jammer dat dit niet drie jaar eerder is gebeurd. De indiening van een ontwerprichtlijn inzake kapitaalvereisten is een andere praktisch resultaat in deze context. De financiële crisis heeft de aandacht gevestigd op de tekortkomingen in het toezichtsmechanisme, waaronder geconsolideerd toezicht.

Ik ben het ermee eens dat het uitgangspunt voor de oplossing van het probleem de invoering van een op het model van de Europese centrale banken gebaseerd, gedecentraliseerd Europees systeem van banktoezichthouders zou moeten zijn. Ik ben eveneens voorstander van striktere securitisatieregels. De banken en tussenpersonen die transacties sluiten zouden een bepaald percentage van het risico dat voortvloeit uit de uitzettingen die zij securitiseren moeten aanhouden en de investeerder zou moeten worden verplicht tot het verrichten van nader zorgvuldig onderzoek. Dit is de enige manier om vooruitgang te boeken.

 
  
MPphoto
 

  Zsolt László Becsey (PPE-DE). (HU) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Graag feliciteer ik de rapporteur en de schaduwrapporteurs van de fracties met het bereikte compromis. Ook al zijn veel punten voor velen van ons verre van ideaal of gunstig, toch vind ik het politiek gezien belangrijk dat deze richtlijn nu, nog voor de verkiezingen, tot stand komt.

Enkele kanttekeningen: 1. Als rapporteur voor microkredieten juich ik het toe dat in dit verslag de vereiste is opgenomen die ook in mijn verslag voorkwam, namelijk dat er een systeem wordt uitgewerkt voor risicobeheersing waarin de kenmerken van microkrediet worden weerspiegeld, bijvoorbeeld de afwezigheid van een traditioneel onderpand of eigen bijdrage. Ik hoop dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Ik wil graag mevrouw Berès bedanken voor haar amendement op het voorstel. 2. Ik was in het debat over het amendement van 2005 al bijzonder kritisch over de toezichtsmaatregelen, in het bijzonder wat betreft het toezicht op moederbedrijven, aangezien dit ook constitutionele zorgen opwerpt bij de toepassing ervan in het land van filialen en aangezien er in de nieuwe lidstaten overwegend filialen zijn.

Deze kwetsbaarheid wordt verlicht, maar helaas niet helemaal opgeheven, door het collegesysteem, dat voor mij nog altijd slechts een stap in de goede richting maar geen echte oplossing is. Toch zie ik deze situatie in het belang van een compromis als een vooruitgang, vooral omdat in het huidige compromis ook staat dat snel een ontwerprichtlijn inzake een geïntegreerd toezichtsysteem moet worden ingediend op grond van het stuk van De Larosière, wat vanuit onze optiek al heel wat is, en dit is ook een zeer groot voordeel van communautarisering.

Ik wil apart mijn dank uitspreken voor de solidariteit met de landen buiten de eurozone, in verband met het amendement op artikel 153, lid 3, aangezien, als mijn voorstel wordt aangenomen, de aparte risicopremie tot het einde van 2015 niet van toepassing zal zijn op de kredieten van bovengenoemde landen, die grotendeels in euro zijn verstrekt door de staatskas of de centrale bank. Dit alles in aanmerking nemend, stel ik voor dat er en bloc vóór het compromis wordt gestemd, inclusief het aanhouden van 5 procent, want zelfs dit betekent al enige vooruitgang.

Aangezien dit mijn laatste toespraak is, wil ook ik ten slotte u, mevrouw de Voorzitter, en alle collega’s bedanken voor het werk dat ik hier de afgelopen vijf jaar heb mogen doen.

 
  
MPphoto
 

  Elisa Ferreira (PSE). - (PT) De Europese welvaart zal dit jaar met 4 procent afnemen en de werkloosheid zal tot 26 miljoen mensen groeien. De wereld en de Europese Unie hadden eerder en meer en betere maatregelen moeten treffen voor de regulering van de financiële markten.

Ik ben blij met het werk dat door dit Parlement is verzet, grotendeels onder aanzienlijke druk, maar ik benadruk vooral de bijdrage van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, die meer erkenning had verdiend op het juiste moment.

Ik betreur het dat de reactie van de Commissie trager, gefragmenteerder en beperkter was dan in deze situatie nodig en gewenst was, zoals geïllustreerd wordt door het recente voorstel inzake hedgefondsen.

De goedkeuring van de kapitaalvereistenrichtlijn is weer een stap in de goede richting. We weten dat deze niet ambitieus genoeg is en veel te wensen overlaat, maar het belangrijkste is op dit moment dat er een duidelijk signaal wordt afgegeven aan de financiële instellingen en markten, dat het afgelopen is met 'business as usual'. Ik spreek daarom mijn waardering uit voor de inspanningen die de rapporteur en de schaduwrapporteurs, en met name Pervenche Berès, hebben ondernomen om een compromis te bereiken.

Dankzij deze richtlijn kunnen duidelijke regels worden ingevoerd, maar er moet nog veel werk verzet worden tijdens de komende herziening van enkele zeer controversiële onderwerpen, zoals de hoogte van het aan te houden belang in het kader van securitisatie.

Het is van fundamenteel belang dat dit Parlement ervoor zorgt dat deze richtlijn wordt aangenomen en daarmee een duidelijke boodschap afgeeft aan de Europese burger, dat er dingen aan het veranderen zijn en verder zullen veranderen en dat onze zorgen vooral naar hen uitgaan.

 
  
MPphoto
 

  Wolf Klinz (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de financiële crisis heeft duidelijk gemaakt dat het EU-kader voor financiële markten aan hervorming toe is. Mijn fractie steunt de voorstellen die in de trialoogonderhandelingen zijn ontwikkeld, met name het voorstel voor een nieuwe kapitaalvereistenrichtlijn voor banken. De op risico gebaseerde benadering zal meer gewicht krijgen, misbruik van special purpose vehicles zal worden uitgebannen en de kwaliteit van gestructureerde producten zal worden verbeterd dankzij het aanhouden van vijf procent voor een securitisatie. Ik betreur evenwel dat de regeling voor interbancaire leningen met een looptijd tot één jaar erg restrictief is en dat derdenbelang slechts nog gedurende een overgangsperiode volledig als eigen kapitaal worden erkend.

De hervorming van het kader voor de financiële markten gaat de goede kant op, maar gaat nog niet ver genoeg. Daarom moet er verder aan worden gewerkt. Ik hoop dat de banken zich bij het overleg in de toekomst coöperatiever zullen opstellen dan in de afgelopen maanden, waarin ze vooral hebben tegengestribbeld in plaats van als partner bij te dragen tot vernieuwende oplossingen.

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen zou ik willen zeggen dat we met het tweede project dat we hier vandaag behandelen, begonnen zijn de regelgeving voor de financiële markten op een betere leest te schoeien. De financiële crisis is ten dele aan het falen van de markt en ten dele aan het falen van de regulering te wijten. We hebben een lijst van maatregelen die door de ratingbureaus absoluut moeten worden geregeld. We hebben besluiten genomen over de kapitaalvereistenrichtlijn, over salarissen van managers, over hedgefondsen, over financiële verslaggeving en de Europese toezichtstructuur. Wij zijn nu bij het tweede punt.

We hebben onderhandelingen gevoerd uitgaande van het resultaat van de stemming in de commissie, niet in het kader van een normale procedure voor eerste lezing, maar op grond van een door Raad, Commissie en Parlement voor de eerste lezing van het Parlement gesloten akkoord. Ik wil er uitdrukkelijk op wijzen dat collega Karas in deze onderhandelingen veel heeft weten te bereiken, maar bij twee punten – die door mijnheer Klinz reeds werden genoemd – zijn sommige collega’s een andere mening toegedaan. In de eerste plaats gaat het om het eigen risico. De securitisatiemarkt en de financiële crisis zijn niet in de laatste plaats het gevolg van de ontwikkeling van producten zonder eigen risico. Daarom hebben de banken tegenwoordig geen vertrouwen meer in elkaar, omdat niemand meer effecten heeft waarvoor hij met eigen risico borg staat. Het voorstel is vijf procent. Volgens mij is tien procent doelmatiger, en daarom heb ik een overeenkomstig amendement ingediend. Ik ben ervan overtuigd dat de Raad, als hij alle andere punten heeft aanvaard, ook over een eigen risico van tien procent moet nadenken. Wij in het Parlement zijn ervoor verantwoordelijk dat de burgers de nodige waarborgen krijgen teneinde een herhaling van een dergelijke wereldwijde crisis van de financiële markten te voorkomen.

Daarom wil ik voorstellen en u verzoeken om het door mijnheer Karas uitgewerkte compromis aan te nemen, maar met een eigen risico van tien procent en volledige erkenning van derdenbelang.

 
  
MPphoto
 

  Ieke van den Burg (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik sta hier met gemengde gevoelens tijdens mijn laatste debat in dit Parlement. Ik ben heel blij dat we met het verslag-Hoppenstedt hebben besloten om de comités van niveau 3 meer financiële middelen te geven. Dit is een stap in de richting van een sterk Europees toezicht op de financiële markten, die zich tot ver over de nationale grenzen heen hebben ontwikkeld. Ik ben hier steeds groot voorstander van geweest en ik hoop dat het debat hierover in de volgende zittingsperiode op volle sterkte zal doorgaan.

Het andere dossier over de kapitaalvereistenrichtlijn is in mijn ogen geen goed voorbeeld van betere regelgeving krachtens het Lamfalussy-proces dat we in de tien jaar dat ik actief ben geweest, hebben ontwikkeld. Ik zal de uitkomsten steunen omdat we een sterk signaal moeten afgeven aan de markt, maar ik had liever een meer principiële benadering gehad en een transparanter overleg tijdens het politieke proces. Maar door de druk moest men in allerijl een resultaat boeken. Ik hoop dat aan het einde van het jaar, als er een volledigere evaluatie van de kapitaalvereistenrichtlijn is, er ook een beoordeling van het Lamfalussy-proces zelf komt. Ik beveel ten zeerste aan dat de Commissie economische en monetaire zaken dit proces opnieuw in gang zal zetten.

In mijn laatste toespraak zou ik ook willen inhaken op wat mevrouw Berès zei en zou ik tegen de heer McCreevy willen zeggen dat het jammer is dat wat hij gedaan heeft om deze financiële markten te reguleren, echt te weinig is en te laat komt. Ik wil mijn waardering uitdrukken voor mijn collega’s in de Commissie economische en monetaire zaken voor hun samenwerking in deze tien jaar. Ik hoop dat ze in de nieuwe zittingsperiode een commissaris krijgen die zich uitsluitend zal richten op de financiële markten en een portefeuille beheert die echt is geconcentreerd op dit zeer belangrijke onderwerp dat ons nu in deze benarde situatie heeft gebracht, en die zich echt zal wijden aan de regulering van en een fatsoenlijke Europees toezicht op de financiële markten.

 
  
MPphoto
 

  Udo Bullmann (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, als je een moeras wilt droogleggen mag je niet aan de dikste kikkers vragen hoe zij vinden dat het moet gebeuren. Dat is echter precies het probleem met de kapitaalvereistenrichtlijn, waarover we hier vandaag debatteren. Als we niet willen dat we over tien, twintig jaar nog steeds bad banks moeten oprichten, moeten we ervoor zorgen dat banken en financiële instellingen een aanzienlijk eigen zakelijk risico nemen als ze verder risicoproducten willen verkopen. Vijf procent is geen aanzienlijk risico!

Commissaris McCreevy heeft 15 procent geopperd, waarna de industrie dit in de onderhandelingen tot 5 procent heeft teruggebracht, en de Raad heeft daarmee ingestemd. Het Europees Parlement heeft wat dit betreft ook geen bijzonder goede rol gespeeld. De Duitse sociaal-democraten zullen voor een hoger eigen risico stemmen, en we stemmen ook voor een verdere erkenning van derdenbelang. Hier wordt namelijk alleen een zakelijk model aangevallen, en dat is concurrentievervalsing en heeft niets met de sanering van de bankwereld te maken.

Ik hoop dat we hier een verstandig besluit nemen en dat we na 7 juli in ieder geval een Parlement zullen krijgen dat met meer durf en lef duidelijk zegt waar het op staat als het om de sanering van de financiële markt gaat.

 
  
MPphoto
 

  Antolín Sánchez Presedo (PSE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, de aanneming van de onderhavige richtlijn is onze eerste reactie op de financiële crisis van augustus 2007 en mag niet worden vertraagd. Gezien de omstandigheden moet de richtlijn met prudentie worden toegepast, om schrikreacties te voorkomen, en gepaard gaan met een meer ambitieuze herziening die in overeenstemming is met de internationale ontwikkelingen.

De financiële instellingen hebben een degelijke kapitaalbasis nodig, alsook een evenwichtige concurrentie dankzij een geharmoniseerde definitie van eigen vermogen, in het bijzonder van hybride instrumenten. Verder is ook een evenredige verbetering van het beheer van grote risico’s nodig. Het is onvermijdelijk dat bij securitisatieprocessen de belangen van emittenten en beleggers op elkaar worden afgestemd en bij deze processen meer transparantie wordt betracht. Het op de balans houden van ten minste vijf procent van de gesecuritiseerde producten, het vermijden van de meervoudige toepassing van zulke producten en het opvoeren van de zorgvuldigheidseisen voor beleggers gaan in die richting. De oprichting van colleges van toezichthouders voor grensoverschrijdende groepen en het verstevigen van de rol van het Comité van Europese bankentoezichthouders, zijn stappen in de richting van een meer geïntegreerd Europees toezicht.

 
  
MPphoto
 

  Margarita Starkevičiūtė (ALDE).(LT) Ik zou mijn collega’s ook graag willen bedanken voor vijf fantastische jaren van samenwerking, hoewel ik moet zeggen dat er nog wel een aantal onopgeloste zaken voor de volgende zittingsperiode is overgebleven, en vooral dat deze richtlijn het probleem van het beoordelen van de activiteiten van banken niet oplost.

De op risico´s gebaseerde aanpak leende zich niet voor dit doel, en we moeten echt aan een ander soort beoordeling denken, misschien wel aan een op prestaties gebaseerde aanpak. Bovendien hebben we nog steeds niet besloten wie er gaat betalen. In welk land gaan de belastingbetalers hun eigen geld eraan wagen als een grote Europese groep in de problemen is geraakt?

Zal er op Europees niveau een speciaal fonds worden opgezet? Gaan diverse landen aan een gezamenlijk fonds bijdragen? Zo lang we hier nog geen antwoorden op hebben, kunnen we niet stellen dat we een krachtige, goed opgestelde regulering van de financiële sector hebben.

 
  
MPphoto
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik ben van mening dat de maatregelen waarover we hier nu debatteren, gezien de werkelijk ernstige situatie, preventief van aard dienen te zijn. Het totale volume aan financiële derivaten op de wereldmarkt is vijfmaal zo groot als het BBP van de hele wereld bij elkaar. Dat is een zeepbel die niet anders dan uiteenspatten kan, en nu lopen we in de Verenigde Staten het risico dat het bruto binnenlands product dramatisch ineenzakt. De hele wereld, dus ook de landen van de Europese Unie, zou daar zwaar onder te lijden hebben. Ook is er een risico op hyperinflatie, aangezien men, naar zich laat aanzien, in de Verenigde Staten denkt dat alle problemen overwonnen kunnen worden door steeds meer en meer geld in het systeem te pompen, zonder acht te slaan op de grote tekortkomingen van dat systeem. Dat is dan ook de reden waarom een preventieve invalshoek mijns inziens zo enorm belangrijk is. Ook dienen sommige problematische financiële producten als shadow banking eenvoudigweg te worden verboden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Voordat commissaris McCreevy het woord neemt, zie ik het als mijn plicht gezien het feit dat verschillende leden vandaag voor het laatst in het Parlement het woord hebben gevoerd om hen niet alleen namens de collega´s, maar ook namens alle Europese burgers en kiezers te bedanken voor het engagement waarvan zij door de jaren heen blijk hebben gegeven. Ze hadden zich tot taak gesteld de dingen te verbeteren en daarvoor verdienen zij mijns inziens de waardering van al onze medeburgers.

 
  
MPphoto
 

  Charlie McCreevy, lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, mag ik in de eerste plaats mijn dank uitspreken in het bijzonder aan de rapporteurs, de heren Karas en Hoppenstedt, maar ook aan alle anderen die met toewijding hebben gestreefd naar compromissen op juist deze twee gebieden.

Wat het verslag-Hoppenstedt betreft, plaveit de positieve uitkomst van het Coreper van vanochtend de weg voor aanneming in eerste lezing. Het akkoord over dit strategisch initiatief is zeer welkom, omdat wij hiermee het juiste signaal afgeven en aantonen dat wij vastbesloten zijn om een antwoord te vinden op de financiële crisis, het financiële toezicht te versterken en het standaardbeoordelingsproces voor financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen te verbeteren. Maar dit is slechts een eerste stap in een heel lang proces. Ik kijk ernaar uit om dit werk de komende maanden met u in het nieuwe Parlement voort te zetten.

Wat betreft securitisatie zijn we het er allemaal over eens dat de eis om 5 procent aan te houden een eerste stap is. Het Comité van Bazel zal deze cijfers over het aanhouden verder uitwerken. Dat heeft de G-20 geëist. De Europese Unie loopt voorop en we zullen bijdragen aan het tot stand brengen van verdere consistentie op mondiaal niveau.

Ik wil nog even iets zeggen over securitisatie. Mevrouw Bowles heeft in dit opzicht een bijdrage geleverd die er niet om loog. Ze is heel erg vóór securitisatie en heeft gewezen op de goede aspecten ervan en op de hoeveelheid geld die wordt bijgedragen aan de kapitaalmarkten voor kleine en middelgrote bedrijven en aan partijen in het algemeen die leningen verstrekken in alle lidstaten van de Europese Unie. Mocht de indruk bestaan dat ik de voordelen niet zie die securitisatie in de loop der tijd heeft gehad, dan kan ik zeggen dat ik die wel degelijk zie! In mijn vorige hoedanigheid en lang voordat ik hierheen kwam, was ik me al bewust van de voordelen van securitisatie. Het punt is echter welk percentage de oorspronkelijke partij die met de securisatie komt, moet aanhouden in dat bijzondere geval. Ik ben het eens met wat mevrouw Bowles heeft gezegd: in de toekomst zal het aanhouden van om het even welk percentage een kapitaalbelasting aantrekken. We kunnen niet met zekerheid zeggen wanneer de huidige financiële crisis afgelopen is, maar wanneer dat ook moge zijn, ik denk dat we er de komende jaren absoluut zeker van kunnen zijn dat er op alle niveaus van de financiële instellingen kan worden geëist dat ze aanzienlijk meer en kwalitatief hoogwaardiger kapitaal bezitten ten opzichte van de leningen die ze verstrekken. Ik zal niet hier zijn - maar velen van u wel – als de crisis voorbij is, maar zodra ze voorbij is, zal dit onvermijdelijk de uitkomst zijn van juist deze financiële crisis – niet onmiddellijk, misschien niet op de middellange termijn, maar op de langere termijn zal dat zeker de uitkomst zijn. Als ik in mijn kristallen bol keek, dan zou ik precies dat voor de komende jaren zien. Het is dus het percentage dat ter discussie staat. Men weet hoe ik hier over denk. Ik heb hier al heel lang een zeer uitgesproken mening over.

Tijdens de Raadsfase zijn er met het Europees Parlement diverse amendementen ingediend met betrekking tot verschillende “outs”, waar mijn ambtenaren zich op mijn verzoek heel, heel erg tegen verzet hebben. Ik geloof namelijk heel sterk in de heel eenvoudige stelling dat 5 procent van iets beter is dan 55 procent van niets. Hoeveel outs er ook zijn – we kunnen 5, 10 of 15 procent hebben – 15 procent van 0 is nog steeds 0. Daarom ben ik blij dat de Commissie met haar verslag vóór het einde van dit jaar de gelegenheid krijgt om juist op deze zaak terug te komen en ervoor te zorgen dat de formulering behoorlijk wordt aangescherpt. Ik ben daar sterk van overtuigd omdat ik geen specifieke outs wil. Ik erken echter graag wat mevrouw Bowles en anderen hebben gezegd over de waarde van securitisatie voor de kapitaalmarkt. Ik hoop nooit de indruk te hebben gewekt dat ik dat niet zag.

Mag ik me tot slot bij de Voorzitter aansluiten en de afgevaardigden die het Parlement verlaten alle goeds toewensen voor hun toekomstige loopbaan, wat die ook moge zijn. De meeste van hen heb ik in de een of andere hoedanigheid in mijn vijf jaar hier leren kennen, en ik heb hun bijdrage zeer op prijs gesteld, ook al was ik het niet altijd met hen eens. Het is eigenlijk niet de bedoeling dat ik iemand specifiek noem, maar toch zou ik hier de heer Purvis willen vermelden. Ik heb zijn raad altijd wijs, zorgvuldig, weloverwogen en ondogmatisch gevonden en ik wens hem een bijzonder succesvolle toekomst toe.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, allereerst wil ik dank zeggen voor de fundamentele ondersteuning, voor het signaal dat we vandaag naar de spaarders, de ondernemingen, de banken en de financiële wereld doen uitgaan.

Dit was een heel open debat waarin ook de zwakke punten en de noodzaak van verdere werkzaamheden duidelijk zijn geworden. Ik kan u zeggen dat alle wensen, maar ook de kritiek en bezwaren een rol hebben gespeeld in de onderhandelingen, dat we hebben geprobeerd deze in de overwegingen en de herzieningsprocedures mee te nemen. Alle punten die hier werden genoemd, spelen een rol in het onderhavige akkoord – voor sommigen is die rol niet groot genoeg, maar alle punten spelen een rol.

Daarom is ook volledig duidelijk dat het een stap vooruit betekent, maar niet de laatste stap, omdat we in dit akkoord zelf ook verdere stappen aankondigen, aanmoedigen en eisen, en de richting van die discussie aangeven. Dat wil zeggen, de discussie wordt voortgezet en moet worden voortgezet, maar ik denk dat het belangrijk is om nog tijdens deze zittingsperiode het signaal te geven dat we in staat zijn om te handelen, dat we voor vertrouwen, zekerheid en stabiliteit willen zorgen, dat we snel handelen en dat we weten wat we in de toekomst nog moeten doen. Daarom verzoek ik u om deze stap samen en met een grote meerderheid te zetten.

Ik dank u hartelijk voor dit debat!

 
  
MPphoto
 

  Karsten Friedrich Hoppenstedt, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb in de eerste ronde van het debat al mijn mening gegeven over bepaalde kwesties. Ik wil echter nog eens benadrukken dat de wereld – dat wil zeggen onze partners in Amerika, China en elders – naar de Europese Unie, naar de Raad, de Commissie en het Parlement kijken, om te zien hoe wij op de crisis reageren. Ik heb dat zojuist ook al toegelicht en gezegd dat er wel degelijk sprake is van een reactie, wat aan bepaalde nieuwe regels te merken is die worden ingevoerd. In Amerika gebeurt het een en ander, bijvoorbeeld wat betreft de herverzekeringsrichtlijn en dergelijke dingen, zoals de collaterals. Bovendien blijkt uit het verleden dat als wij in Europa niets in de hand hebben, de partners niet reageren.

De afgelopen maand en deze maand hebben we besluiten genomen en voorbereid en samen met de Raad zinvolle oplossingen weten te vinden.

Bij deze gelegenheid zou ik nog eens dank willen zeggen, en wel aan het adres van de Commissie – die soms een beetje stroef was – en aan het adres van de Raad – waarmee we in nachtvergaderingen en tijdens vele trialoogvergaderingen geprobeerd hebben tot zinvolle oplossingen te komen – omdat zij een uur geleden eveneens hun goedkeuring hebben gehecht aan het redelijke compromis dat we hebben gevonden.

En natuurlijk dank ik ook mijn medestrijders in de Commissie economische en monetaire zaken, mevrouw Berès, mevrouw Bowles en anderen, maar ook onze medewerkers, die de zwaarste last moesten dragen.

Ik ben bovendien van mening dat het belangrijk is om er nog eens op te wijzen dat ik betrokken was bij de invoering van de Europese interne markt en als coördinator bij de invoering van de euro en andere projecten. Dat zijn ervaringen die natuurlijk ook hun stempel hebben gedrukt op de werkzaamheden hier en op de beleidsvorming. Het was fijn om met u allen samen te mogen werken. Daarom spreek ik nog eens mijn dank uit aan alle collega’s, aan de Commissie en de Raad voor, zoals gezegd, de goede samenwerking. Ik wens allen die hier vrijwillig afzien van een nieuw kandidatuur veel succes voor de toekomst.

Ons wachten nog vele taken, onder meer de taak om naar buiten te brengen hoe belangrijk de Europese Unie is en wat voor belangrijke activiteiten het Europees Parlement verricht. Ook is het met het oog op de verkiezingen van belang – die in Duitsland op 7 juni plaatsvinden, in andere lidstaten tussen 4 en 7 juni – dat erop wordt gewezen hoe belangrijk ons werk is. Ik hoop dan ook dat er een hoge opkomst zal zijn! Nogmaals hartelijk dank en het beste voor de toekomst. Zoals gezegd, dit is mijn laatste toespraak!

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag, woensdag 6 mei 2009, plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Paolo Bartolozzi (PPE-DE), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, met de wijziging van de richtlijnen betreffende kredietinstellingen, bepaalde eigenvermogensbestanddelen, grote posities, het toezichtskader en het crisisbeheer gaat de Europese Unie in de richting van een fundamentele herziening van het gehele systeem.

De geamendeerde richtlijn zal een einde maken aan de discretionaire bevoegdheden van de lidstaten ten aanzien van eigen vermogen, waardoor de harmonisatie van de praktijken inzake toezicht en eerlijke concurrentie tussen banken wordt belemmerd. Deze discrepanties moeten worden verholpen met het opstellen van gemeenschappelijke regels, zodat de controle-instanties en de centrale banken in staat worden gesteld het hoofd te bieden aan eventuele insolvabiliteit van het bankwezen, vooral in de eurolanden. De wijzigingen betreffen de noodzaak het toezicht op grensoverschrijdende bankgroepen efficiënter te maken.

De interinstitutionele onderhandelingen over het tussen het Europees Parlement en de Raad bereikte akkoord werden opnieuw geopend om een minimumdrempel voor de nominale waarde van gesecuritiseerde posities te kunnen vaststellen. Het gaat daarbij om het risico dat banken moeten aanhouden als zij aan spaarders ‘gestructureerde’ producten verkopen.

Binnen de Raad hebben alle lidstaten zich uitgesproken voor het behoud van de drempel van 5 procent. Een hogere drempel zou het herstel van de securitisatiemarkt onmogelijk maken, en zou evenmin bijdragen aan het herstel van de zekerheid op de markten.

 
  
  

(De vergadering wordt om 11.50 uur onderbroken en om 12.05 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik doe een beroep op artikel 145 van het Reglement. Tijdens de vergadering van 24 april heeft afgevaardigde Hans-Peter Martin in mijn afwezigheid tijdens de stemming beweerd dat iemand vanaf mijn plaats illegaal zou hebben gestemd met een stemkaart. Het Voorzitterschap heeft onmiddellijk kunnen vaststellen dat die beschuldiging onjuist was.

Ik begrijp wel dat sommige collega’s in de verkiezingsstrijd nerveus worden, maar die bewering komt erop neer dat ik van misleiding, bedrog en wederrechtelijke verrijking wordt beschuldigd. Dat betekent dat ik van een ernstig strafbaar feit wordt beschuldigd. Collega Hans-Peter Martin heeft dit Parlement, zijn leden en zelfs de ambtenaren, en vooral ook zijn Oostenrijkse collega’s, keer op keer met halve waarheden en onjuiste beweringen gediffameerd, gehekeld en belasterd. Voor mij is de maat nu vol. Ik eis dat hij deze beschuldiging terugneemt, zich verontschuldigt en een berisping krijgt van het Voorzitterschap!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u wel, mijnheer Mölzer. Zoals menigeen weet is uw stemapparaat laatst onderzocht en daarbij is gebleken dat er geen ander of oneigenlijk gebruik van is gemaakt. Die zaak is bijgevolg geregeld.

Ik zie dat de heer Hans-Peter Martin iets wil zeggen. Ik geef u kort het woord.

(Afkeurend gemompel)

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, kunt u alstublieft zorgen voor de nodige rust in de zaal?

(Gelach)

Of wordt voor straf mijn dagtoelage ingehouden, als ik het waag om hier om een referendum te roepen?

Ik heb recht op een opmerking betreffende een persoonlijk feit overeenkomstig artikel 149. Ik wijs het verhaal van mijn collega ten stelligste van de hand. Ik verwijs naar wat ik hier in de plenaire vergadering daadwerkelijk heb gezegd in afwezigheid van een groot deel van het extreemrechtse en bruine gespuis hier achter mij. Daar blijf ik bij. En als ik hier wordt beschuldigd ...

(Interrupties)

Er worden hier nog heel andere dingen geroepen die zo naar zijn, dat ik ze hier niet in het openbaar wil herhalen. Maar dat is typisch voor de rechts-extremisten, dat leert de geschiedenis, en dat is het grote gevaar dat dreigt.

Wat betreft de beschuldiging dat ik iets onrechtmatigs zou hebben gedaan, wijs ik erop dat men weliswaar vaker heeft geprobeerd mij te criminaliseren, maar dat er nooit een strafrechtelijk onderzoek tegen mij is ingesteld – niet omdat de Oostenrijkse rechters of procureurs bevangen waren, maar omdat ze inzagen dat deze beschuldigingen volledig uit de lucht waren gegrepen. Als extreemrechts nu met zulke argumenten de verkiezingsstrijd aanbindt, moet de kiezer er maar over oordelen.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken.)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − We hebben naar u geluisterd. Ik heb gezegd dat de zaak geregeld is en daarmee is de kous af. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Beniamino Donnici (ALDE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, zoals u wèl, maar een groot aantal van mijn collega´s niet weet doordat het Voorzitterschap buitengewoon weinig informatie over deze kwestie heeft verstrekt en daarover liever zwijgt heeft het Europees Hof van Justitie eindelijk een uitspraak gedaan in het lang aanslepende geschil waarin ik ongewild tegenover het Europees Parlement en de heer Occhetto kwam te staan.

Het Hof heeft de beslissing van dit Parlement van 24 mei om mijn mandaat niet geldig te verklaren na de door de nationale autoriteiten gedane mededeling, nietig verklaard, en het Europees Parlement veroordeeld tot de gerechtskosten. De bedoeling van het prompte besluit van het Hof was om voor het verstrijken van het mandaat de legitieme samenstelling van het Parlement te herstellen, maar op 4 mei om 17.00 uur heeft Voorzitter Pöttering in dit Parlement een eenzijdige, onduidelijke en verwarde verklaring afgelegd over deze kwestie en nogmaals de Commissie juridische zaken belast met een onderzoek van mijn geloofsbrieven, ofschoon hij heel goed wist dat er slechts nota van genomen moest worden. Dat was echter niet het enige. Hij heeft ook nagelaten om aan te dringen op een buitengewone vergadering van de bevoegde commissie, omdat dit de laatste vergaderperiode tijdens deze zittingsperiode zou zijn, tenzij hij natuurlijk mijn mandaat zou willen laten doorlopen in de volgende zittingsperiode.

Ik verzoek het Voorzitterschap deze grove vergissing vóór morgen recht te zetten, en om zich te voegen naar het arrest van het Hof van Justitie. Mevrouw de Voorzitter, ik zou het Europees Parlement deze zware gerechtelijke nederlaag gaarne hebben bespaard. Desalniettemin wil ik u en mijn collega´s hartelijk groeten.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Donnici. Uw opmerkingen zijn genoteerd. De Voorzitter heeft inderdaad op maandagavond over een en ander een verklaring afgelegd. Uw opmerkingen zullen worden overgebracht aan het Bureau, dat vanmiddag bijeenkomt.

 

4. Stemmingen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − We gaan nu over tot de stemming.

(Uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)

 

4.1. Bevoegdheden van de parlementaire commissies (B6-0269/2009)

4.2. Aantal interparlementaire delegaties, delegaties in gemengde parlementaire commissies, delegaties in parlementaire samenwerkingscommissies en multilaterale parlementaire vergaderingen (B6-0268/2009)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, mijn fractie wenst een aparte stemming over de laatste regel van lid 1, onder a), die luidt: "Delegatie voor de betrekkingen met Albanië, Bosnië-Herzegovina, Servië, Montenegro en Kosovo". Dit vormt volgens ons een feitelijke erkenning van het bestaan van Kosovo, hetgeen wij onaanvaardbaar vinden.

Ik hoop derhalve dat wij over dit lid apart kunnen stemmen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dit verzoek komt eigenlijk te laat, maar als het wordt ingewilligd … zijn er bezwaren?

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik heb serieuze bezwaren. Net als de Commissie en bijna alle lidstaten heeft dit Parlement zich met een driekwart meerderheid voor de onafhankelijkheid van Kosovo uitgesproken. Ik vind dat onaanvaardbaar!

 
  
 

(Het Parlement verwerpt het verzoek om een aparte stemming)

 

4.3. Intrekking van een Richtlijn 83/515/EEG en van 11 achterhaalde beschikkingen en besluiten op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid (A6-0203/2009, Philippe Morillon)

4.4. Intrekking van 14 achterhaalde verordeningen op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid (A6-0202/2009, Philippe Morillon)

4.5. Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (A6-0259/2009, Petya Stavreva)

4.6. Wijziging van het Reglement (verzoekschriftenprocedure) (A6-0027/2009, Gérard Onesta)

4.7. Wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 (A6-0278/2009, Reimer Böge)

4.8. Gewijzigde begroting nr. 4/2009 (A6-0281/2009, Jutta Haug)

4.9. Gewijzigde begroting nr. 5/2009 (A6-0282/2009, Jutta Haug)

4.10. Energie-etikettering van televisies (B6-0260/2009)

4.11. Vermelding van het energieverbruik van koelapparaten voor huishoudelijk gebruik (B6-0259/2009)

4.12. Jaarlijks actieprogramma 2009 voor het thematisch programma "Niet-overheidsactoren en lokale autoriteiten in het ontwikkelingsproces" (Deel II: gerichte acties)

4.13. Algemene herziening van het Reglement (A6-0273/2009, Richard Corbett)
  

Vóór de stemming over amendement 9

 
  
MPphoto
 

  Monica Frassoni, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verzoek om terugverwijzing naar de commissie en zou willen uitleggen waarom. Bij de discussies over deze wetgeving hebben we veel gesproken over effectbeoordelingen. Dat wil zeggen: telkens wanneer je een nieuwe regel invoert, moet je kunnen zeggen wat het effect ervan zal zijn. Wat de nieuwe regels in het verslag-Corbett betreft, waarover we vandaag gaan stemmen, weten we niet wat de gevolgen zullen zijn van de ingrijpende verandering die wij aanbrengen in de manier waarop we wetgeving maken door commissies en meerdere rapporteurs toe te staan volslagen tegenstrijdige procedures en amendementen ter stemming voor te leggen aan de plenaire vergadering.

Daarom vraagt de Verts/ALE-Fractie om terugverwijzing naar de commissie, niet omdat volgens ons de situatie niet voor verbetering vatbaar is, maar omdat hier een hervorming erdoor wordt gedrukt die het ons wetgevend leven in de toekomst zeer moeilijk zal maken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (PSE), voorzitter van de Commissie constitutionele zaken. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, de hervorming van de Europese Unie is al moeilijk genoeg, maar de hervorming van het Europees Parlement schijnt nog meer voeten in aarde te hebben. Collega Frassoni moet ik evenwel zeggen dat dit hervormingsproces inmiddels tweeënhalf jaar duurt. Er was een werkgroep voor de hervorming waarvan Monica Frassoni zelf deel heeft uitgemaakt. Onze commissie heeft de conclusies van de werkgroep voor de hervorming stuk voor stuk overgenomen. Dat wil zeggen, we leggen hier aan de plenaire vergadering een document voor waarover we tweeënhalf jaar lang hebben overlegd en gediscussieerd alvorens een besluit te nemen. Daarom is het onnodig om dit punt opnieuw te behandelen. We moeten deze procedure vandaag afronden en ons voorbereiden op de nieuwe zittingsperiode, waarin ons werk op tal van punten zal worden verbeterd. Ik stem dus tegen het verzoek van mevrouw Frassoni.

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik denk niet dat ik hier nog echt iets aan toe te voegen heb, behalve ten aanzien van de rechtvaardiging van Monica Frassoni dat bepaalde amendementen voor haar een reden zouden kunnen zijn om tegen die amendementen te stemmen. Ze zijn zeker geen reden om de hele zaak naar de commissie terug te verwijzen, omdat dan geen van de vandaag ingediende amendementen aangenomen zou kunnen worden, wat zeer betreurenswaardig zou zijn.

 
  
 

(Het Parlement verwerpt het verzoek)

Vóór de stemming over de amendementen 49 en 67

 
  
MPphoto
 

  Richard Corbett, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, voordat u de amendementen 49 en 67 in stemming gaat brengen, zou ik u willen vragen om de volgorde van de stemming om te draaien en eerst over 67 te stemmen, dat een compromis van latere datum is dat na de stemming in de commissie werd bereikt. Ik denk dat het nuttiger voor ons is als we in die volgorde te werk gaan.

 
  
 

(Het Parlement willigt het verzoek in)

(De vergadering wordt kortstondig onderbroken)

 
  
  

VOORZITTER: HANS-GERT PÖTTERING
Voorzitter

 

5. Toespraak van de Voorzitter van het Parlement
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dames en heren, over enkele weken, tussen 4 en 7 juni, gaan de burgers van de Europese Unie naar de stembus om een nieuw Europees Parlement te kiezen. Voor het eerst zullen 375 miljoen mensen uit alle 27 lidstaten gezamenlijk aan de Europese verkiezingen kunnen deelnemen.

Voor velen onder u is dit de laatste Straatsburg-week. Voor mij is het de laatste week waarin ik de plenaire vergadering mag voorzitten.

Wij allen weten dat democratie haar kracht mede put uit constante veranderingen. Dit geldt evenzeer voor ieder van ons. Gezamenlijk hebben wij een flink deel afgelegd van de weg die leidt tot een voor de toekomst toegeruste Europese samenleving. Samen hebben we heel veel kunnen bereiken.

Wij hebben succes geboekt, niet alleen in de laatste tweeënhalf jaar van mijn ambtsperiode, maar ook gedurende in de tijd van mijn voorganger Josep Borrell Fontelles. Wat in de laatste vijf jaar is bereikt, mogen wij op ons aller conto schrijven.

Ik wil u allen van harte bedanken voor uw grote inzet, voor uw grote toewijding aan onze gemeenschappelijke Europese zaak.

Als Europees Parlement zijn wij de rechtstreeks gekozen vertegenwoordigers van de burgers van de Europese Unie. Wij allen, beste collega's, belichamen de verscheidenheid van ons Europees continent en weerspiegelen via onze politieke families het brede pallet van overtuigingen en standpunten. Daar komt bij dat wij enkele dagen geleden de vijfde verjaardag hebben gevierd van de historische uitbreiding van de Europese Unie, van de hereniging van ons continent op basis van onze gedeelde waarden. "Wij burgers van de Europese Unie hebben het geluk verenigd te zijn", zoals het in de Verklaring van Berlijn van 25 maart 2007 zo fraai wordt verwoord.

(Applaus)

De geslaagde opneming van de afgevaardigden uit de landen die in 2004 en 2007 tot de EU zijn toegetreden en de aanpassing van onze parlementaire werkzaamheden aan een groter en diverser geworden Europees Parlement behoren absoluut tot de hoogtepunten van deze zittingsperiode.

Wij, de 785 afgevaardigden, hebben geleerd naar elkaar toe te stappen, van elkaar te leren en zo beter met elkaar te werken. Het Europees Parlement heeft in deze periode aan ervaring, kracht en rijkdom gewonnen.

Beste collega's, nieuwe afgevaardigden zullen spoedig de werkzaamheden van het Europees Parlement nieuw leven inblazen. Zij zullen zich voegen bij degenen die in juni worden herkozen. Ik hoop dat wij elkaar ook in de toekomst zullen bejegenen met het respect dat ons over de politieke en nationale grenzen heen verbindt.

In de afgelopen tweeënhalf jaar heb ik mij door dit grondgevoel van de parlementaire werkzaamheden laten leiden. Ik ben veel dank verschuldigd voor alle steunbetuigingen, aanmoedigingen en raadgevingen. De Voorzitter is er verantwoordelijk voor dat alle regels van het Europees Parlement worden nageleefd. Hij of zij moet ervoor zorgen dat deze regels voor alle leden gelijk gelden en worden toegepast en dat de waardigheid van ons Parlement altijd hoog wordt gehouden. Daar heb ik mij voor ingezet.

(Applaus)

Tegen de nieuwkomers in het Parlement wil ik zeggen dat alleen als wij de waardigheid van het Europees Parlement hoog houden en steeds op basis van ons gemeenschappelijke recht verdedigen, wij een overtuigende indruk maken.

Er worden tegenwoordig in de Europese Unie maar heel weinig besluiten genomen zonder nadrukkelijke instemming en inspraak van het Europees Parlement. Dit Parlement heeft zich steeds verder ontwikkeld tot een plaats waar de politieke compromissen op Europees niveau worden gesloten. Dat is de afgelopen jaren bijvoorbeeld tot uiting gekomen in de dienstenrichtlijn en de REACH-verordening betreffende chemische stoffen.

Ook bij de financiële vooruitzichten voor de periode 2007-2013 was de inspraak van het Europees Parlement richtinggevend. Het Europees Parlement heeft ervoor gezorgd dat er voor de programma's ter ondersteuning van de jonge generatie, zoals Erasmus, de nodige financiële middelen beschikbaar werden gesteld. Wij, dames en heren, hebben ook de strijd tegen klimaatverandering bovenaan de politieke agenda geplaatst. Door een aanvaardbaar resultaat te boeken, heeft de Europese Unie veel aan geloofwaardigheid gewonnen voor de onderhandelingen op de conferentie van Kopenhagen in december.

Wij staan in ons streven tegenwoordig niet meer alleen. De nieuwe Amerikaanse regering onder leiding van president Barack Obama zal veel van onze ideeën ondersteunen. Thans is het onze taak om de andere mondiale partners te winnen voor klimaatbescherming. Je hoort wel vaak dat anderen de leiding nemen, maar wij hebben het voortouw genomen in de strijd tegen klimaatverandering en daar mogen wij best trots op zijn collega's!

(Applaus)

Ook de huidige hervorming van de financiële markten op Europees niveau is in velerlei opzicht voortgevloeid uit een initiatief van het Europees Parlement. Sedert 2002 heeft het Europees Parlement geijverd voor beter toezicht en een betere regulering van de financiële markten. Alle wetgevingsprocedures voor een beter toezicht op banken, een beter financieel toezicht en de regulering van hedgefondsen en salarissen van managers moeten zo spoedig mogelijk worden afgerond.

Met zijn besluiten heeft het Europees Parlement al veel belangrijke signalen afgegeven. Er is nog veel werk te doen en het nieuwgekozen Europees Parlement dient dit werk vastberaden en gedreven voort te zetten om op basis van de sociale markteconomie, zoals die is vastgelegd in het Verdrag van Lissabon, een uitweg uit de crisis te vinden en het concurrentievermogen van de Europese economie binnen het kader van de globalisering op sociaal verantwoorde wijze veilig te stellen.

Dames en heren, een overweldigende meerderheid van het Europees Parlement beschouwt zich als de drijvende kracht achter de opbouw van Europa. Wij hebben in de afgelopen tweeënhalf jaar het debat over de institutionele hervorming weer nieuw leven ingeblazen en het proces bespoedigd dat heeft geleid tot de sluiting van het Hervormingsverdrag van Lissabon. Wij hebben het voor elkaar gekregen dat de grondbeginselen, waar wij altijd voor opgekomen zijn, in het Verdrag van Lissabon gehandhaafd blijven.

In het Verdrag van Lissabon zijn belangrijke hervormingen vervat die de Europese instellingen democratischer, transparanter en slagvaardiger moeten maken. Wij dienen gezamenlijk alles in het werk te stellen om dit Verdrag komend jaar in werking te laten treden. Wij hopen dat de Tsjechische senaat in Praag vandaag een positief resultaat boekt.

(Applaus)

Geachte collega's, deze weken vieren wij de dertigste verjaardag van het Europees Parlement als rechtstreeks gekozen, democratische instelling van de Europese Unie. Vandaag staat dit Europees Parlement in het middelpunt van een Europese parlementaire democratie waarvan we in 1979 slechts konden dromen. Gezamenlijk hebben wij in de Europese Unie en daarbuiten een lans gebroken voor de parlementaire democratie.

Het Europees Parlement en de nationale parlementen zijn partners. Onze werkzaamheden vullen elkaar aan. Wij hebben onze samenwerking met de nationale parlementen verdiept en op gezette tijden bijeenkomsten gehouden om gezamenlijk vooruitgang te boeken bij belangrijke actuele vraagstukken.

Tegelijkertijd is de ontwikkeling van onze betrekkingen met de parlementen in derde landen een speerpunt van onze inspanningen geweest. Vandaag de dag is het Europees Parlement een gewaardeerde partner in de wereld, een pleitbezorger voor mensenrechten en democratie. Dat moet in de toekomst zo blijven.

Geachte collega's, ik heb mij ervoor ingezet dat het Europees Parlement door zijn Voorzitter en vertegenwoordigers van de fracties wordt vertegenwoordigd in organen die met het oog op onze gezamenlijke toekomst een belangrijke rol spelen. We kunnen vaststellen dat de Voorzitter van het Europees Parlement tegenwoordig deelneemt aan de jaarlijkse bijeenkomsten van de parlementsvoorzitters van de G8 evenals aan topconferenties met derde landen zoals de toppen EU-Afrika, EU-Latijns-Amerika en EU-VS. Morgenvroeg neem ik deel aan de bijeenkomst van de trojka over werkgelegenheid en morgenmiddag aan de top ter lancering van het oostelijk partnerschap.

Een andere verworvenheid in deze zittingsperiode is dat de rol van het Europees Parlement in het kader van de Europese Raden zich niet meer louter beperkt tot de openingstoespraak van de Voorzitter van het Europees Parlement. Inmiddels neemt het Europees Parlement ook deel aan de institutionele en constitutionele beraadslagingen van de top. Op de intergouvernementele conferentie die uitmondde in een akkoord over het Verdrag van Lissabon speelde het Europees Parlement bij monde van zijn Voorzitter een volwaardige rol op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders. Aan de intergouvernementele conferentie zelf werd volledig deelgenomen door een driekoppige delegatie van het Parlement. Dat is een grote vooruitgang.

En nu, dames en heren, kom ik op de hervorming van onze eigen werkzaamheden. Een belangrijk streven was en is de werkmethoden en procedures van het Europees Parlement te hervormen. Met het oog hierop heeft de Conferentie van voorzitters een uit vertegenwoordigers van alle fracties bestaande werkgroep in het leven geroepen die een gedetailleerd mandaat meekreeg. Het werk is met succes afgerond. Veel – ongeveer 80 procent van de voorstellen die de werkgroep heeft gedaan – is ten uitvoer gebracht. Daartoe behoren de reorganisatie van de plenaire debatten, de hervorming van de wetgevingsprocedure, de verbetering van de commissiewerkzaamheden met de versterkte samenwerking tussen commissies en de mogelijkheid om initiatiefverslagen van wetgevende aard op te stellen of afwijkende besluiten te nemen.

Ik wil vandaag de voorzitter van de werkgroep, Dagmar Roth-Behrendt, en haar – onze – collega's hartelijk danken voor hun grote inzet.

(Applaus)

We zijn er samen in geslaagd om de werkmethoden van het Europees Parlement aan de veranderde politieke omstandigheden aan te passen. We beschikken nu over gemoderniseerde procedures en hervormde werkmethoden. Ze zullen een goede basis vormen voor de werkzaamheden in de nieuwe zittingsperiode.

Binnen het Bureau hebben wij ons ingespannen om de administratie van het Europees Parlement te verbeteren, de dagelijkse werkzaamheden van de afgevaardigden te vergemakkelijken en de communicatiekanalen naar de burgers toe te moderniseren door invoering van webtelevisie en de instelling van prijzen voor jeugd, burgers en journalisten.

Met de nieuwe zittingsperiode treedt het Statuut van de leden in werking waar we veel jaren aan gewerkt hebben. Het levert een belangrijke bijdrage aan de regeling van de financiën die op ons afgevaardigden betrekking hebben, en aan transparantie en openheid.

Ook de vaststelling van een duidelijk en transparant statuut voor de parlementaire medewerkers is een belangrijke stap vooruit en een verbetering die wij aan onze parlementaire medewerkers te danken hebben.

Geachte collega's, ik wil ter afsluiting de kerngedachte herhalen en onderstrepen die mijns inziens aan het Europese integratieproject ten grondslag ligt: het is onze plicht de waardigheid van ieder mens te respecteren. Die is het hoogste goed. Zij verbindt ons in de waardengemeenschap van de Europese Unie. De waardigheid van de mens in acht blijven nemen – dat is het ethische antwoord op de morele crises in Europa's verleden.

(Applaus)

Hieruit vloeit de vereiste voort dat wij de menselijke waardigheid onvoorwaardelijk beschermen en de dialoog tussen culturen bevorderen. Dat waren twee hoofdlijnen gedurende mijn ambtsperiode.

Van het Europees Jaar van de Interculturele Dialoog zijn blijvende impulsen uitgegaan, zoals de dialoog in het kader van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering, de bijeenkomsten van jonge mensen van verschillende geloofsgemeenschappen – ook uit Israël en Palestina – of de Arabische en Afrikaanse weken die in het Europees Parlement gehouden zijn.

Wij hebben de fundamenten gelegd voor een duurzame dialoog die voor ons ook in de toekomst een bron van oriëntatie, inspiratie en engagement moet blijven.

Een vreedzame oplossing in het Midden-Oosten is van cruciaal belang opdat christenen, joden en moslims, de burgers in de Europese Unie en alle mensen overal ter wereld met elkaar in vrede kunnen samenleven. De Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever liggen niet zo maar ergens; ze liggen in onze onmiddellijke omgeving, aan de Middellandse Zee. Als Europese Unie moeten wij ons internationaal zelfbewuster opstellen en onze bijdrage leveren aan vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten.

Als parlementariërs kunnen wij een aanvullend perspectief bieden in de betrekkingen met het Midden-Oosten, omdat wij in ons denken en handelen buiten de gebruikelijke diplomatieke paden treden. Vanuit die overtuiging heb ik mij ingezet voor de oprichting van een nieuwe werkgroep voor het Midden-Oosten. Met het oog op nieuwe ontwikkelingen in het Midden-Oosten is het belangrijk dat wij ons vastberaden uitspreken voor de tweestatenoplossing – Israël binnen veilige grenzen en een Palestijnse staat binnen veilige grenzen. Wij mogen niet toestaan dat er aan deze beginselen wordt getornd!

Dames en heren, ik weet dat wij ons in ons dagelijks werk met een veelvoud aan onderwerpen bezighouden waar soms zeer vakspecifieke aspecten aan te pas komen. Nooit mogen wij echter vergeten waar wij vandaan komen en de waarden die ons verbinden uit het oog verliezen. Het heeft lang geduurd voordat de huidige, vrije, vreedzame en sociaal verantwoordelijke Europese Unie tot stand kwam.

De fundamenten waarop de Europese Unie rust, moeten wij vullen met leven. Ik ben u daarom zeer erkentelijk, beste collega's, voor uw bemoedigende en blijvende steun voor mijn initiatief inzake de oprichting van een "Huis van de Europese geschiedenis". Ik wil mijn dank uitspreken, vooral aan ondervoorzitter Miguel Angel Martínez Martínez voor zijn niet aflatende steun, maar ook aan u allen, gewaardeerde collega's. Het "Huis van de Europese geschiedenis" moet dienstdoen als plaats van herinnering en van vernieuwing van onze Europese identiteit. Vandaag zijn de fundamentele beslissingen voor de oprichting van dit Huis genomen.

Gisteren vonden de constituerende zittingen van de twee raden van toezicht plaats. Met uw steun zal ik mij – mits ik natuurlijk op 7 juni als afgevaardigde wordt herkozen – ervoor inzetten dat het "Huis van de Europese geschiedenis" aan het einde van de volgende zittingsperiode, in het jaar 2014, kan worden geopend.

In 2014 herdenken wij dat honderd jaar geleden de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Honderd jaar later leven wij in een vernieuwd Europa van vrede, vrijheid en eenheid.

In het onverdroten streven naar onze doelstellingen worden wij door veel mensen gesteund. Vanaf deze plaats wil ik een bijzonder woord van dank uitspreken aan alle zo geëngageerde medewerkers in de administratie van het Parlement, met name aan onze nieuwe secretaris-generaal Klaus Welle en zijn plaatsvervanger David Harley, zonder wier inzet, kennis van zaken en toewijding ons politieke werk niet mogelijk zou zijn geweest.

(Applaus)

Zij verdienen onze dank, ondersteuning en waardering!

Ik bedank ook van harte mijn persoonlijke medewerkers en medewerksters in het kabinet, maar bovenal bedank ik u, beste collega's, in het bijzonder het Bureau en de fractievoorzitters, voor de goede en op vertrouwen gebaseerde samenwerking. Wij hadden zojuist nog een vergadering van de Conferentie van voorzitters, op maandagavond was er een Bureauvergadering en vandaag zal er nog een Bureauvergadering plaatsvinden. Bij de echt wezenlijke vraagstukken op het vlak van de Europese democratie is er bijna nooit sprake geweest van omstreden, echt controversiële beslissingen; over de fundamentele kwesties waren we het eens. Er is een vertrouwensband ontstaan en daarvoor wil ik mijn oprechte dank uitspreken.

Samen hebben wij veel bereikt en nu moeten wij opnieuw het vertrouwen van onze kiezers winnen. Wij doen dat in de vaste overtuiging dat wij met de opbouw van Europa de historisch juiste weg bewandelen. De naderende Europese verkiezingen bieden ons de gelegenheid om onze kiezers duidelijk te maken waarom de Europese Unie noodzakelijk is. Ik roep alle burgers op om naar de stembus te gaan en hun stem uit te brengen voor een goede toekomst van Europa in de eenentwintigste eeuw.

Er staat het nieuwgekozen Parlement veel werk te wachten: een bijdrage aan de overwinning van de economische en financiële crisis, de totstandbrenging van een Europees energiebeleid, de overgang naar een CO2-arme economie, meer veiligheid voor de Europese burgers, vrede en stabiliteit wereldwijd. Ons aller werk heeft per saldo goede resultaten opgeleverd, resultaten waar het nieuwgekozen Europees Parlement op voort kan bouwen.

Het werk dat ik in de afgelopen tweeënhalf jaar heb verricht als Voorzitter van het Europees Parlement was een grote uitdaging, een taak waarvan ik mij met veel vreugde en toewijding heb gekweten, en ik zal daarmee doorgaan tot de 14e juli is aangebroken. Het is een groot voorrecht Europa te mogen dienen.

Ik dank u hartelijk voor uw vertrouwen en voor elk moment waarop wij gezamenlijk mochten werken aan de opbouw van Europa. Ik wens u allen persoonlijk het allerbeste voor de toekomst!

(Langdurig applaus)

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-DE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, beste mijnheer Pöttering, dames en heren, dit Parlement is de spreekbuis van vijfhonderd miljoen Europeanen, die zich dit echter onvoldoende realiseren.

Zij zijn zich er nog minder van bewust dat dit Parlement een hart en een ziel heeft. Mijnheer Pöttering, in de tweeënhalf jaar van uw voorzitterschap bent u niet alleen de woordvoerder van de burgers geweest, maar ook de personificatie van het hart, de generositeit en de solidariteit van Europa. Volgens sommigen is het onmogelijk om verliefd te worden op Europa, doch u hebt het tegenovergestelde bewezen.

Nu deze zittingsperiode ten einde loopt, wil ik benadrukken hoe ver de Europese integratie is gevorderd en hoezeer ons Parlement hiertoe onder uw leiding heeft bijgedragen. Ik geef alleen de opmerkelijkste voorbeelden hiervan, die u ook al hebt aangehaald: het energie- en klimaatpakket, de dienstenrichtlijn, de financiële vooruitzichten voor 2007-2013 en recentelijk de regulering van de financiële markten.

Ik wil geen eentonige lijst van richtlijnen en verordeningen opsommen, maar veeleer de betekenis onderstrepen van ons gezamenlijke werk, van het werk dat schuil gaat achter de vaak bijzonder technische wetgeving die wij hier bespreken en aannemen. Als ik zeg ´betekenis´ dan bedoel ik daarmee het algemeen belang van alle Europeanen. Er wordt vaak gezegd dat Europa ver verwijderd is van zijn burgers, maar staan zaken zoals veiligheid van speelgoed, onderzoek naar de preventie van zeldzame ziekten of Alzheimer, consumentenbescherming, milieumaatregelen en het tegengaan van de opwarming van de aarde, energiebeleid of de wereldwijde bescherming van de mensenrechten echt zo ver af van het dagelijks leven van de burger?

Onder uw voorzitterschap heeft dit Parlement ook op andere gebieden belangrijke vorderingen gemaakt. Ik denk hierbij aan de interne hervorming, die u tot een goed einde hebt gebracht en die onze instelling transparanter en effectiever zal maken, en aan het nieuwe Statuut voor de leden van het Europees Parlement en hun medewerkers. Onder uw voorzitterschap heeft dit Parlement de initiatieven in het kader van het Europees Jaar van de interculturele dialoog vermenigvuldigd, waarmee recht wordt gedaan aan de grote rijkdom aan culturen en geloven in onze samenleving en een optimaal beeld wordt geschetst van Europa, namelijk een beeld van openheid en tolerantie. Onder uw voorzitterschap heeft het Parlement laten blijken hoeveel waarde het hecht aan de toekomst van het Middellandse Zeegebied en hoezeer het wil bijdragen aan de totstandkoming van vrede in het Midden-Oosten.

Mijnheer de Voorzitter, op 25 maart 2007 hebt u namens ons de Verklaring van Berlijn ter ere van vijftig jaar Europese Unie ondertekend. Deze verklaring herinnert degenen die dit wellicht hebben vergeten aan het doel van onze dagelijkse werkzaamheden, met andere woorden aan de integratie van een vrij, democratisch en tolerant Europa dat de rechtsstaat respecteert. Met uw initiatief om een Huis van de Europese geschiedenis op te richten, geeft u uw werk, dat van uw voorgangers en van al degenen die op hun eigen manier een bijdrage hebben geleverd aan onze gemeenschappelijke geschiedenis, een blijvende dimensie.

Mijnheer de Voorzitter, voor dit alles wil ik u eenvoudigweg bedanken.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, waarde collega’s, dit is een dag om te bedanken, een dag om u, mijnheer de Voorzitter, te bedanken voor uw werk. Namens mijn fractie wil ik u zeggen dat u uw ambt op een zeer waardige manier hebt bekleed. Door de manier waarop u het Voorzitterschap van dit Parlement heeft uitgeoefend, heeft u het Parlement waardigheid verleend.

Dit is niet het tijdstip om een balans op te maken van uw werkzaamheden. Ook de ambtsuitoefening door de Voorzitter van het Europees Parlement is het onderwerp van politieke beoordelingen. Men kan het al dan niet eens zijn met bepaalde dingen, maar de balans die op een dag als vandaag moet worden opgemaakt, moet zich op de vraag concentreren: wat heeft de Voorzitter bijgedragen tot de successen van dit Parlement? U hebt uw eigen balans opgemaakt en daarover verslag uitgebracht. Daaraan heb ik niets toe te voegen. Rest mij te vragen: wat heeft deze persoon voor dit Parlement gedaan? De collega´s van mijn fractie en ik stellen vast dat u dit Parlement waardigheid heeft verleend, zowel naar binnen als naar buiten toe.

Dit Parlement gedraagt zich niet altijd even waardig. Dat geldt echter voor alle parlementen ter wereld. In een multinationale parlementaire vergadering, een vergadering van meer dan 700 afgevaardigden uit 27 landen, die in acht verschillende fracties onderverdeeld zijn, verschillende geloofsrichtingen aanhangen, een verschillende huidskleur en een verschillende politieke achtergrond hebben en verschillende historische ontwikkelingen hebben doorgemaakt, moet de waardigheid worden bewaard. Het is niet makkelijk om al deze afgevaardigden bijeen te brengen en een gevoel van eenheid te geven via hun eigen vertegenwoordiging. Dat is echter precies wat u hebt gedaan en daarvoor danken wij u van harte!

(Applaus)

Mijnheer de Voorzitter, tijdens uw ambtstermijn van tweeënhalf jaar heeft u tal van activiteiten ontplooid. Om te illustreren wat ik over uw ambtsuitoefening heb gezegd, wil ik namens onze fractie een kwestie noemen waarin we het volledig met u eens waren en waarin u deze instelling – en daarmee de rechtelozen in deze wereld – over alle politieke grenzen heen een stem hebt gegeven, op een plek die precies zo is samengesteld als ik zojuist heb beschreven. U hebt in een tijd waarin dat niet opportuun was, uw stem laten horen om te protesteren tegen de schande van Guantánamo. Dat blijft een mijlpaal in uw ambtsperiode, mijnheer de Voorzitter! Daarmee hebt u laten zien dat u uw eigen normen van tolerantie en kosmopolitisme enerzijds en uw christelijke overtuiging anderzijds serieus neemt!

Doordat u alle vormen van menselijke waardigheid – of deze nu gegrondvest is op de traditie van de Verlichting of, zoals bij u, op een geloofsovertuiging – centraal heeft gesteld in uw handelen, verdient u het onderscheiden te worden als een goede Voorzitter van het Europees Parlement. Zo zult u bij ons dan ook in herinnering blijven. Hartelijk dank!

(Levendig applaus)

 
  
MPphoto
 

  Graham Watson, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, uw woorden van vandaag waren typerend voor uw tijd als Voorzitter. Onze fracties zijn het misschien niet altijd met elkaar eens geweest, maar tijdens uw ambtstermijn hebt u bewezen dat u een eerlijke en rechtvaardige persoon bent die eenheid schept en wiens bescheidenheid de vele dingen verhult die u tot stand hebt gebracht.

U werd gekozen op basis van een achtenswaardig pleidooi om ons Parlement in een interculturele dialoog te betrekken, maar uw staat van dienst reikt verder dan dat. Wat betreft de vergoedingen van de leden hebt u het zeer belangrijke werk afgemaakt dat door Pat Cox in gang was gezet en wat betreft de parlementaire procedures hebt u toegezien op de hervormingen waarop velen van ons reeds lang hadden aangedrongen, en met initiatieven als Europarl TV hebt u steun gegeven aan moderne methoden om met onze burgers te communiceren. Dit is een staat van dienst om trots op te zijn en een nalatenschap waarop uw opvolgers zouden moeten voortbouwen.

Ik hoop dat u over uw ervaringen en indrukken gaat schrijven. Ze zijn te interessant om in de koude en machtige handen van de vergetelheid te laten liggen. Bovendien bestaat er, zoals de dichter Emerson ons heeft geleerd, niet zoiets als geschiedenis, maar bestaan er alleen levensbeschrijvingen. Dit Parlement is door de jaren heen machtiger geworden, het zal nog machtiger worden met het Verdrag van Lissabon, als en wanneer het uiteindelijk wordt geratificeerd. Het zal interessant zijn om te zien met welke plannen toekomstige voorzitters zullen komen om de rol die u hebt gespeeld verder uit te breiden en de gemeenschappelijke waarden en beginselen die ons dierbaar zijn verder uit te dragen.

Vandaag kan ik denk ik namens velen spreken wanneer ik zeg dat u ons respect en onze sympathie heeft verdiend. Net als voor u, is dit ook voor mij de laatste plenaire toespraak in mijn huidige functie. Ik heb mijn fractie sinds 2002 geleid en begin nu last te krijgen van wat we in het Engels de seven-year itch noemen. Hoewel ik niet opnieuw op deze stoel zal gaan zitten, weet ik dat u er zich van bewust bent dat ik graag wil proberen om op uw plaats terecht te komen. Voorzitter, ik dank u namens mijn fractie. Ik bedank de zittingsdiensten en de tolken en al het personeel dat een bijdrage heeft geleverd aan het zeer goede werk dat u als Voorzitter van ons Parlement hebt verricht.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Cristiana Muscardini, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, tijdens deze zittingsperiode is , vooral onder uw Voorzitterschap, het vermogen van het Parlement om politieke invloed uit te oefenen op de toekomst van de Unie versterkt, ofschoon wij moeten wachten tot het nieuwe Verdrag er is vooraleer de hoop bewaarheid kan worden van degenen die altijd hebben geloofd in de noodzaak van meer wetgevende macht voor onze instelling, die uniek is in de wereld omdat zij is gekozen door de burgers uit 27 landen.

Het is een zittingsperiode geweest vol vaak tragische gebeurtenissen, vooral in de afgelopen tweeënhalf jaar. Via u, mijnheer de Voorzitter, heeft het Parlement een beslissende politieke rol gespeeld door te bemiddelen en voorstellen te doen. Onze politieke rol is steeds sterker op de voorgrond getreden en moet ons helpen om de verschillen tussen de partijen in onze landen te overbruggen, zodat wij in het belang van onze volkeren gemeenschappelijke doelstellingen kunnen bereiken waarmee meer gerechtigheid, vrede en zekerheid in de wereld kan worden gebracht.

Bij de aanvang van deze zittingsperiode zagen wij eindelijk landen toetreden die tientallen jaren lang van hun vrijheid beroofd waren geweest. De toetreding van Roemenië en Bulgarije tijdens deze zittingsperiode heeft in de wereld het beeld versterkt van een Europa dat in staat is om eenheid te creëren met inachtneming van de verschillen.

Wij sluiten de zittingsperiode af te midden van een economische crisis, die onze ogen heeft geopend voor de heersende systeemcrisis. Het nieuwe Parlement moet daarom de drijvende kracht zijn die de samenleving zal helpen om de tegenwoordig maar al te vaak veronachtzaamde waarden te herontdekken. Meer dan ooit is de parlementaire democratie, zowel op nationaal als op Europees niveau, een garantie voor vrijheid.

Mijnheer de Voorzitter, ik dank u namens mijn fractie en ook persoonlijk voor uw inzet. U hebt ons allen vertegenwoordigd, en ik dank u dan ook voor de enorme bijdrage die u heeft geleverd aan het prestige van onze instelling. Wij vragen niet alleen om steeds meer transparantie voor onze instelling, maar willen ook dat bepaalde media Europa de aandacht geven die Europa verschuldigd is. Zij moeten zich niet alleen richten op onbeduidende en vruchteloze polemieken maar ook een bijdrage leveren aan de totstandkoming van een gemeenschappelijk bewustzijn en een voor iedereen aanvaarde vooruitgang.

Mijnheer de Voorzitter, na 20 jaar in dit Parlement geweest te zijn beschouw ik het als mijn plicht om samen met u, die mij idealiter in dit Parlement vertegenwoordigt, de miljoenen Europese burgers te bedanken, die elke dag hard werken met respect voor de principes van solidariteit en rechtvaardigheid en voor de wortels van ons verleden, en die aldus bijdragen aan de ontwikkeling van een samenleving die wordt gekenmerkt door meer respect voor haar rechten en een groter besef van haar plichten.

 
  
MPphoto
 

  Monica Frassoni, namens de Verts/ALE-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, Herr Präsident, u had het enorme voorrecht om de meest originele instelling in de wereld voor te zitten, en wij van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zijn ervan overtuigd dat u dit op een gemotiveerde en gepassioneerde wijze heeft gedaan, en wij bedanken u hiervoor.

Tweeënhalf jaar geleden heb ik mijzelf, namens mijn fractie, kandidaat gesteld voor het Voorzitterschap van het Europees Parlement en toen heb ik sterk aangedrongen op de noodzaak dat de Voorzitter een instelling zou vertegenwoordigen die vrij is van de belangen van de lidstaten en van de druk van economische lobbies, die leiding geeft aan een net zo vrije administratie waarvan de personeelsleden gekozen worden op basis van verdiensten en niet op basis van politieke trouw, en die in staat is om het publiek aan te spreken, dat steeds sterker verdeeld en steeds onverschilliger is. Wij hebben toen scherpe kritiek uitgeoefend op het besluit dat u samen met de Sociaal-democratische Fractie hebt genomen om een stokje te steken voor ieder initiatief om het interinstitutioneel debat na het referendum van 2005 weer op gang te brengen. Dit was een enorme vergissing waardoor het voor de landen gemakkelijker werd om zich het proces van de Europese hervormingen opnieuw toe te eigenen.

Tweeënhalf jaar zijn verstreken en als wij als Verts/ALE-Fractie een oordeel moeten vellen over uw werk, zouden wij zeggen dat dit licht- en schaduwzijden heeft gekend, Voorzitter Pöttering. Wij hebben uw werk in het Midden-Oosten goedgekeurd en ondersteund, in het bijzonder uw werk in de Euro-mediterrane Parlementaire Vergadering. Wij hebben waardering geuit voor uw vast geloof in Europa, voor uw idee dat het Parlement open moet staan voor alle burgers, groepen, verenigingen en voor de meest gewaagde culturele initiatieven, en voor uw besluitvaardigheid met betrekking tot het statuut voor de parlementaire medewerkers.

Wij waren ook positief over uw vastberaden engagement voor de grondrechten, ook op plaatsen die de meerderheid van het Parlement niet goed uitkwamen, van Rusland tot China, en ook over uw groene koerswijziging, zoals uit de uitspraken over klimaatverandering blijkt die u enige tijd geleden heeft gedaan.

Maar het is ook duidelijk, mijnheer de Voorzitter, dat onder uw Voorzitterschap ons Parlement zijn geleidelijke gedaantewisseling heeft voortgezet en is veranderd van een instelling die democratie eist en daarvoor vecht, in een vergadering die maar al te vaak te mak is en angstvallig probeert te vermijden om deze of gene regering op de tenen te trappen. Het Parlement heeft ervan afgezien om van strijd voor transparantie een sector te maken die zich bij uitstek leent voor zichtbaarheid bij de kiezers. Men hoeft slechts te denken aan het bewust doen falen van de lobby-werkgroep die vandaag een punt zet achter haar werk zonder iets bereikt te hebben, ondanks de zeer duidelijke resolutie die een jaar geleden werd aangenomen, of aan het stilzwijgen over de voor onze kiezers onbegrijpelijke kwestie van de dubbele zetel Straatsburg en Brussel en de daarmee gepaard gaande geldverspilling en CO2-uitstoot.

Mijnheer de Voorzitter, ik zal nu afsluiten. Via de opeenvolgende wijzigingen van de spelregels heeft uw Voorzitterschap er mede voor gezorgd dat de macht in onze instelling geleidelijk aan werd geconcentreerd in de handen van enkele personen, in plaats van dat het werk van de commissies en de rol van de afzonderlijke afgevaardigden werden versterkt en sterker werd geprofiteerd van de diversiteit en het pluralisme.

Mijnheer de Voorzitter, misschien komt er een nieuwe meerderheid in het nieuwe Parlement, maar wij zijn van één zaak overtuigd: de lange strijd voor een sterke, gerespecteerde, pluralistische en sympathieke Europese democratie is nog niet voorbij, en wij zullen u ten minste daarbij altijd aan onze zijde vinden.

 
  
MPphoto
 

  Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, zoals u zojuist hebt opgemerkt, werd uw Voorzitterschap gekenmerkt door gebeurtenissen met een grote politieke portee die om diverse redenen een uitdaging zijn geweest voor Europa en tegelijkertijd voor ons Parlement.

Een aantal van deze gebeurtenissen vond binnen de Unie plaats, in het bijzonder de zogenaamde institutionele crisis, die ik eerder zou omschrijven als een extra symptoom van een vertrouwenscrisis of een legitimiteitscrisis met betrekking tot het huidige Europese model onder een groeiend aantal medeburgers.

Andere gebeurtenissen hebben een internationale dimensie, zoals het door u genoemde conflict in het Midden-Oosten. Dit conflict ontwikkelt zich geenszins in de richting van een eerlijke en duurzame vrede, maar verslechtert zienderogen en vergiftigt de internationale betrekkingen, als het niet de cohesie van onze samenlevingen bedreigt.

Weer andere gebeurtenissen, tot slot, zetten de hele planeet op zijn kop, zoals de milieucrisis en uiteindelijk de financiële, economische, sociale en politieke crisis, die ons bepaalde samenlevings- of zelfs beschavingskeuzes opleggen.

In deze uiterst complexe context moest u leiding geven aan het Europees Parlement en het vertegenwoordigen tegenover onze lidstaten en de wereld. Mijn fractie en ik vinden dat u zich met ere van uw taak hebt gekweten.

Onze politieke keuzes zijn natuurlijk duidelijk verschillend en soms tegengesteld. Degene die zo'n hoge functie als de uwe bekleedt, wordt echter juist beoordeeld op zijn of haar vermogen om om te gaan met deze noodzakelijke en gezonde ideeënconflicten en daarbij iedereen te respecteren.

Welnu, ik kan zeggen dat ik mij – als voorzitter van een minderheidsfractie met ideeën die volgens velen afwijken van de heersende opvattingen – op mijn gemak heb gevoeld onder uw Voorzitterschap. Beter nog: onze politieke meningsverschillen blijven natuurlijk bestaan, maar onze menselijke relaties zijn aanzienlijk verrijkt.

Mijnheer de Voorzitter, wij kennen elkaar nu dertig jaar. In de afgelopen tien jaar van uitstekende samenwerking binnen de Conferentie van voorzitters hebben wij elkaar echt goed leren kennen. Ik heb grote waardering voor uw persoonlijke ethiek die u in staat heeft gesteld te erkennen - althans dat denk ik - dat het mogelijk is tegelijkertijd communist, democraat, Europeaan en humanist te zijn. Ik dank u hiervoor.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Hartelijk dank, Francis Wurtz! Beste collega’s, met uw welnemen wil ik Francis Wurtz uit naam van allen bedanken. Hij maakt sinds 1979 deel uit van ons Parlement, maar gaat ons nu verlaten. Dit geldt ook voor drie andere collega’s die al sinds 1979 lid zijn. Ook hen wil ik bedanken: Klaus Hänsch, voormalig Voorzitter van ons Parlement, Ingo Friedrich, voormalig ondervoorzitter en quaestor, en Karl von Wogau, voormalig voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken en nu voorzitter van de Subcommissie veiligheid en defensie. Deze vier collega’s en alle andere collega’s die ons gaan verlaten, wil ik namens u allen dankzeggen voor hun grote inzet. Hartelijk dank!

(Levendig applaus)

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage, namens de IND/DEM-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Fractie Onafhankelijkheid/Democratie heeft deze hele parlementaire zittingsperiode geprobeerd om behulpzaam, positief en constructief te zijn.

(Gemengde reacties)

Jawel, omdat we de stem van de oppositie hebben laten horen en oppositie is van essentieel belang in een democratie. Zij is van levensbelang. Maar treurig genoeg vindt u niet echt, zoals president Václav Klaus naar voren heeft gebracht toen hij hier was, dat er een alternatieve zienswijze moet zijn en als gevolg daarvan is uw Voorzitterschap gekenmerkt door de zeer bevooroordeelde manier waarop u de leden van dit Parlement hebt behandeld die zich hebben verheven en verzet tegen de Grondwet/het Verdrag van Lissabon.

Het typerende moment voor mij in dit Parlement was dat toen de Fransen “nee” zeiden, de Nederlanders “nee” zeiden en vervolgens de Ieren “nee” zeiden, dit Parlement halsstarrig de wensen van het volk bleef negeren. U snapt het gewoon niet, hè? “Nee” betekent “nee” en het is werkelijk ongelooflijk dat 499 leden van dit Parlement zodanig hebben gestemd dat het Ierse “nee” werd genegeerd en met het Verdrag werd doorgegaan. Wat voor een Parlement is dit? Als u in democratie gelooft, dan zou u niet gewoon over de uitslagen van die drie referenda heen walsen.

En wat nog erger is, u bent nu zo bang voor de publieke opinie – u weet dat u de discussie aan het verliezen bent – dat u zich hebt verlaagd tot scheldpartijen. Ik heb moeten meemaken dat de heer Watson zei dat ik me als een Engelse voetbalvandaal gedraag, terwijl het enige wat ik heb gedaan was er vriendelijk op te wijzen dat commissaris Barrot veroordeeld is voor verduistering. Gary Titley zei dat ik een paranoïde reactionair ben die in de marge van de samenleving leeft. Nou, misschien heeft hij een punt, dat weet ik niet, maar Danny Cohn-Bendit, die grote voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, heeft gezegd dat de tegenstanders van het Verdrag geestesziek zijn en Martin Schulz, de leider van de socialisten, heeft na een van de “nee-uitslagen” gezegd dat we niet moeten buigen voor het populisme en dat de “nee-stemmen” de deur voor het fascisme openen.

Ik hoop dat de kiezers van Europa de komende vier weken, in deze campagne, het ware gezicht van dit project kunnen zien. U bent nationalistisch, u koeioneert, u komt met dreigementen, u bent antidemocratisch, u bent echt een stelletje lamstralen!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dat u hier een dergelijk betoog kunt afsteken, bewijst dat dit een vrij en democratisch Europees Parlement is!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, sommige collega’s kunnen dit misschien maar moeilijk geloven maar ik zal u missen. In al de tijd dat ik u ken, eerst als leider van de christendemocraten en vervolgens als Voorzitter van dit Parlement, bent u een toonbeeld geweest van waardigheid, ingetogenheid en hoffelijkheid. U bent zowel anglofiel als eurofiel en u vertegenwoordigt het allerbeste in de traditie van de Europese eenwording. U zult ongetwijfeld opgelucht zijn te horen dat ik me niet kan herinneren het ooit met u eens geweest te zijn.

(Gelach)

Echter, in de loopbaan die we beiden hebben gekozen, weten we dat ideologisch engagement een schaars goed is en we waarderen het zelfs als we het bij een tegenstander vinden.

U herinnert zich vast hoe we met elkaar in botsing kwamen naar aanleiding van uw interpretatie van het Reglement van dit Parlement. Degenen onder ons die referenda wilden over het Grondwettelijk Verdrag hadden hun argumenten naar voren gebracht in vreedzame stemverklaringen. Ons recht om dat te doen stond ondubbelzinnig vermeld in het Reglement. U koos er op willekeurige wijze voor om die regels niet meer van toepassing te verklaren. U probeerde ze niet te veranderen, wat een bepaalde hoeveelheid tijd zou hebben vereist, maar u negeerde ze gewoon. Dit is niet het moment om die discussie nog eens over te doen, maar laat ik in plaats daarvan nog dit zeggen: de Voorzitter van het Parlement moet het hele Parlement vertegenwoordigen, ook degenen die minderheidsstandpunten aanhangen. Als u ons anders behandelt, dan opent u de deur voor despotisme. Zo zijn er hier bijna elke maand demonstraties over het een of ander en ze worden gedoogd, maar toen wij borden omhooghielden met het ene woord “referendum” erop liet u de bodes komen om onze spandoeken af te pakken en kregen verschillenden van ons later een boete.

Ik kan begrijpen waarom het woord “referendum” zo veel onrust veroorzaakt in dit Parlement: het electoraat van drie landen heeft uw grondwettelijk model verworpen. Hierdoor begon u zich kwetsbaar te voelen en werd u prikkelbaar, en aangezien u de kiezers nauwelijks rechtstreeks kunt aanvallen, richtte u al uw frustratie op ons, op de zichtbare eurosceptische minderheid in dit Parlement.

Collega’s, ik verwacht niet dat u van gedachte verandert over de wenselijkheid om de macht in Brussel te centraliseren, maar vanuit uw eigen standpunt bekeken zou ik u met klem willen verzoeken om wat onpartijdiger te zijn in uw omgang met degenen onder ons die de minderheid vormen. Kon u maar uw intuïtieve afkeer van ons overwinnen, dan zou u er misschien achter komen dat het uw eigen democratische geloofsbrieven zou versterken. Alle organisaties hebben hun critici nodig. Uw hardnekkig volhouden dat de EU een absoluut goed iets is en kritiek erop oneerlijk of xenofobisch, heeft u geen goed gedaan, omdat zonder een kritische blik de Brusselse instellingen veel te groot, zelfzuchtig en corrupt worden.

Beste vrienden, ik hoop dat we hier in juli met nog veel meer souverainistes zullen zijn. Voor de eerste keer in vijftig jaar zal dit Parlement iets hebben dat op een officiële oppositie lijkt. Het zal aan uw opvolger zijn, Hans-Gert, om te beslissen hoe met die oppositie om moet worden gegaan, maar ik hoop dat hij de waarde tolerantie zal naleven die dit Parlement nog steeds beweert aan te hangen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Wij hebben er nota van genomen.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u voor de gelegenheid om enkele woorden te mogen spreken namens het voorzitterschap en namens de Raad, als reactie op hetgeen u zei en op de interventies van de vertegenwoordigers van de fracties. Het is voor ons bijzonder veelbetekenend dat de vijf jaar van deze zittingsperiode samenvielen met de eerste vijf jaar EU-lidmaatschap van de Tsjechische Republiek, en van de andere landen die zich destijds hebben aangesloten, vooral omdat de Tsjechische Republiek het voorrecht had om het voorzitterschap van de Raad te bekleden nu deze zittingsperiode haar einde nadert.

Ik zou u om te beginnen hulde willen brengen, mijnheer de Voorzitter, voor de voorbeeldige wijze waarop u deze instelling de afgelopen tweeënhalf jaar hebt geleid. U hebt krachtig getuigenis afgelegd van uw kwaliteiten, met name van uw rechtvaardigheid en integriteit, waarvoor u door dit Parlement, dwars over de partijpolitieke scheidslijnen heen, zo wordt gerespecteerd. Als een van de relatief weinig leden die in 1979 voor het eerst werden gekozen, was u in staat om uw aanzienlijke hoeveelheid ervaring, wijsheid en kennis voor deze functie in te zetten. Als ik in het bijzonder namens het voorzitterschap mag spreken, zou ik willen zeggen dat wij al uw kwaliteiten in de contacten die wij zowel voor als tijdens ons voorzitterschap hebben gehad, ten zeerste hebben gewaardeerd. Mag ik u namens de Raad het beste wensen voor de toekomst.

Aangezien we op de afgelopen vijf jaar terugkijken, hoop ik dat u mij toestaat om ook hulde te brengen aan uw voorganger, de heer Borrell, die blijk heeft gegeven van dezelfde kwaliteiten van onpartijdigheid en leiderschap. U hebt er beiden voor gezorgd dat het ambt van Voorzitter met respect en hoogachting wordt bejegend. Dit Parlement en meer in het algemeen de Unie hebben goede redenen om u beiden dankbaar te zijn.

De afgelopen vijf jaar heeft dit Parlement zijn bevoegdheden en prerogatieven effectief gebruikt, niet in het minst op het belangrijke gebied van de medebeslissing waar Raad en Parlement tegenover elkaar aan tafel zitten, soms met zeer verschillende opvattingen en doelen. Ondanks deze verschillen werken beide instellingen samen om te zorgen dat het systeem functioneert. We kunnen met elkaar van mening verschillen en we kunnen constructieve discussies voeren, maar we doen dat binnen een kader van regels en procedures waarover we het eens zijn. Ik denk dat beide instellingen best een beetje trots mogen zijn op onze gezamenlijke inzet om het systeem te laten werken, en in de afgelopen vijf jaar hebben we aan de hand van een heleboel voorbeelden kunnen zien dat het inderdaad werkt en zeer effectief werkt.

Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, in minder dan drie maanden zal een nieuw Parlement aan de slag gaan. Er zullen veel nieuwe leden zijn. U zult een nieuwe Voorzitter kiezen en een andere lidstaat zal hier zitten als het voorzitterschap van de Raad. Ik ben er zeker van dat zij in de loop van de volgende vijf jaar allemaal met dankbaarheid en respect zullen terugkijken op de erfenis die u, mijnheer de Voorzitter, deze instelling heeft nagelaten. Dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Margot Wallström, vice-voorzitter van de Commissie. − (DE) Meneer de Voorzitter, onder uw voorzitterschap hebben de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Commissie zich heel goed – om maar niet te zeggen geruisloos – ontwikkeld. We weten allemaal dat tijdens verkiezingscampagnes de kans op conflicten het grootst is. Het is uw persoonlijke verdienste dat er zelfs toen geen moment is geweest waarop het normale politieke debat de verhoudingen tussen de instellingen op scherp heeft gezet.

Graag zou ik nog een persoonlijke opmerking willen maken, als u dat goed vindt. Ik wil u hartelijk bedanken voor de immer vriendelijke en voorkomende wijze waarop u invulling hebt gegeven aan uw taak. U was innemend maar kon ook corrigerend optreden als dit nodig was. Maar altijd bent u een heer gebleven. Ik zou ook willen benadrukken hoe belangrijk het voor dit Parlement en voor de gehele Europese Unie was dat u de moed en de bereidheid had om op te komen voor de democratische beginselen en de voorrechten van dit Parlement, zo nodig zelfs tegenover staatshoofden en regeringsleiders.

(Applaus)

En natuurlijk wil ik u ook van harte feliciteren met het feit dat u 30 jaar gekozen lid bent van dit Parlement. Met uw persoonlijkheid hebt u een belangrijk stempel gedrukt op de afgelopen decennia en op de ontwikkeling van ons Parlement.

Voorzitter Barroso was hier vandaag dolgraag zelf aanwezig geweest, maar helaas moest hij verstek laten gaan. Zoals u weet, is hij bij de EU-Canada-top in Praag. Daarom wil ik u namens de Voorzitter en de hele Commissie heel hartelijk danken voor uw succesvolle ambtstermijn. Dank u wel!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Mevrouw de vice-voorzitter, dames en heren, ik wil u van harte bedanken voor uw overwegend gunstige oordeel. Ik wil de collega´s die geen kandidaat meer zullen zijn, het allerbeste wensen voor hun toekomst en hoop u nog eens te zullen ontmoeten. Ik wil ook de collega´s die opnieuw kandidaat zullen zijn en herkozen zullen worden – mits ik natuurlijk zelf ook gekozen word, wat ik natuurlijk hoop – een goede voortzetting van ons werk wensen. Wat de fractievoorzitters vandaag hebben gezegd steekt mij een hart onder de riem bij het vootbewandelen van de weg naar een verenigd Europa. Ik wil u allen nogmaals van harte bedanken en hoop u terug te mogen zien.

(Levendig applaus)

 
  
  

VOORZITTER: DIANA WALLIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Thomas Mann (PPE-DE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, ik heb een motie van orde. Kort voordat we daarstraks konden gaan stemmen, op het moment waarop de vergadering kort was onderbroken, heeft een Parlementslid kennelijk kans gezien om een kandidate voor het Parlement naar binnen te loodsen en een paar foto’s met haar te maken voor de verkiezingscampagne. In mijn ogen getuigt dit niet van respect voor ons Parlement. Moeten deze kandidaten niet ter verantwoording worden geroepen?

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Mann. Het zal worden onderzocht.

 

6. Stemmingen (voortzetting)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Wij gaan nu verder met de stemming.

 

6.1. Elektronische-communicatienetwerken en -diensten, privacybescherming en consumentenbescherming (A6-0257/2009, Malcolm Harbour)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Hanne Dahl (IND/DEM).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil iets zeggen met betrekking tot de stemming die we zo gaan houden. Volgens de stemmingslijst zouden we nu moeten stemmen over de compromistekst van de commissie, in plaats van eerst over de amendementen. Ik denk dat wij normaal gesproken toch eerst over de meest verstrekkende amendementen stemmen. Dus wil ik u vragen om gebruik te maken van de bevoegdheid die u krachtens artikel 19 van het Reglement heeft om de volgorde van de stemming te wijzigen, zodat we eerst over de amendementen kunnen stemmen. Dit betreft de amendementen over burgerrechten. Dit is zeer belangrijk voor zowel het verslag-Harbour als het verslag-Trautmann.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Dahl, om eerlijk te zijn is er volgens mij geen enkel probleem. Er is mijns inziens niets mis met de volgorde van de stemmingen over het verslag-Harbour. We gaan stemmen zoals is aangegeven op de stemlijst.

 

6.2. Elektronische-communicatienetwerken en -diensten (A6-0272/2009, Catherine Trautmann)
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik heb het woord gevraagd, omdat ik mij niet kan vinden in de volgorde van de stemmingen over het verslag-Trautmann. Ik wil u vragen om mij voor de stemming over compromisamendent 10 opnieuw het woord te geven. Dan kan ik toelichten waarom ik de volgorde van de stemming wil veranderen.

 
  
 

Vóór de stemming over amendement 10

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, namens mijn fractie stel ik voor dat wij de stemmingsvolgorde aanpassen en, alvorens te gaan stemmen over compromisamendement 10, nu eerst gaan stemmen over een reeks identieke, door diverse fracties ingediende amendementen die pas na compromisamendement 10 aan de beurt zouden moeten komen.

Ik wil dit als volgt motiveren. Naar mijn mening gaan de amendementen van de diverse fracties op het punt “bescherming van de burgerrechten tegen het beperken van de toegang tot internet of het afsluiten van de toegang tot internet” veel verder dan het compromisamendement. Dit Parlement heeft in een eerder stadium heel duidelijk ingestemd met het roemruchte amendement Bono/Cohn-Bendit en het zou het Parlement sieren als het zich op deze plaats opnieuw zou uitspreken voor de hoogste bescherming van de burgerrechten.

Ik vind het jammer dat ik aan het einde van zeer goed samenwerking met mevrouw Trautmann niet met een eensgezind voorstel kan komen, maar het resultaat van deze goede samenwerking, van dit telecompakket, mag er niet toe leiden dat en passant de burgerrechten worden beknot.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Alexander Alvaro, namens de ALDE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, op basis van artikel 154 en artikel 155, lid 2 van het Reglement sluit de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie zich aan bij het verzoek van Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie om de volgorde van de stemming over de amendementen aan te passen. Het verzoek is om eerst te stemmen over amendementen 1 c, p, 2, 5, 6 en 9 en daarna over compromisamendement 10. Dat heeft er onder meer te maken – wellicht staat er op uw stemlijsten iets anders – dat wij gisteren in onze eigen fractievergadering hebben besloten, compromisamendement 10 niet meer te steunen. Wat betreft de stemprocedure bepaalt artikel 154 welk amendement, in geval er overeenkomstige of colliderende amendementen zijn, als eerste in stemming moet worden gebracht. Voor ons is belangrijk dat er een rechterlijk besluit wordt genomen voordat tegen gedrag van mensen kan worden opgetreden. Derhalve hebben wij het amendement ingetrokken.

 
  
MPphoto
 

  Angelika Niebler, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik heb niet het woord gevraagd in mijn hoedanigheid van voorzitter van de commissie maar om als rapporteur namens mijn fractie iets te zeggen over het verslag-Trautmann. Ik verzoek u dringend de motie van orde van de hand te wijzen en de volgorde aan te houden zoals die in de stemlijsten is vastgelegd.

Mevrouw Harms, niemand in dit Parlement wil het recht op vrije toegang tot het internet aan banden leggen. We hebben dit aspect opgenomen in het compromis, waar vele maanden van overleg met het Tsjechische voorzitterschap van de Raad aan vooraf zijn gegaan. Bij dit overleg zijn alle fracties intensief betrokken geweest. Ik stel dan ook voor de huidige volgorde aan te houden en het verzoek van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie en van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie tot aanpassing van de volgorde van de hand te wijzen.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Trautmann, rapporteur. (FR) Mevrouw de Voorzitter, ten eerste wil ik een opmerking maken over het verzoek tot wijziging van de stemmingsvolgorde zoals aangegeven op de stemlijst. Als ik het goed heb hebben de zittingsdiensten het compromis vóór het door de fractie ingediend amendement geplaatst, en daarbij blijk gegeven van gezond verstand. De reden hiervoor is namelijk dat dit compromis verder gaat dan amendement 46. Het bevat clausules die niet beperkt blijven tot de restrictie van de internettoegang, maar die ook alle apparaten omvatten die de rechten van gebruikers kunnen belemmeren.

Ten tweede wijs ik de collega´s er op dat dit compromisamendement is ingediend op artikel 1 inzake de werkingssfeer en het derhalve een horizontaal effect heeft, terwijl het door de fracties ingediende amendement artikel 8 betreft, dat betrekking heeft op de doelstellingen van de nationale regelgevende instanties.

Gedurende de onderhandelingen over dit compromis heb ik harmonieus en loyaal samengewerkt met alle fracties. Mevrouw de Voorzitter, ik constateer dat een van de fracties juist op dit moment heeft besloten haar handtekening onder dit compromis in te trekken. Ik wil u derhalve meedelen dat ik, als rapporteur, dit compromis natuurlijk blijf steunen en dat ik ook voor amendement 46 ben.

Ik vind dat het, gezien de omstandigheden waarin wij dit debat voeren, verstandiger is om ons Parlement te laten beslissen over de stemvolgorde, in plaats van deze beslissing over te laten aan u of aan de rapporteur. Ik doe u hierbij een rechtstreeks verzoek, omdat duidelijk moet zijn wat er gebeurt als de stemvolgorde wordt omgekeerd.

Als de stemvolgorde niet wordt omgekeerd, blijft de lijst hetzelfde. Als de volgorde wel wordt omgekeerd, is amendement 46 aangenomen als het een gekwalificeerde meerderheid krijgt. Mevrouw de Voorzitter, in dat geval verzoek ik u daarna het compromis - dat verder gaat dan amendement 46 - in stemming te brengen. Als er geen gekwalificeerde meerderheid is voor amendement 46, zullen wij vervolgens stemmen over het compromis en zo zal ons Parlement zijn keuze hebben gemaakt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik heb met meerdere mensen hierover gesproken en houd zeer goed rekening met wat de rapporteur heeft gezegd.

Voor deze stemming heb ik advies ingewonnen bij de diensten, en ik heb nu zeer aandachtig geluisterd naar wat er is gezegd. Als voorzitter heb ik krachtens artikel 155, lid 2 de bevoegdheid om over de stemvolgorde te beslissen. Mij lijkt deze kwestie echter, zowel binnen als buiten het Parlement, zo belangrijk dat het passend zou zijn om eerst over de amendementen te stemmen. Ik doe dit echter ook om procedurele redenen omdat, als ik het wel heb, amendement 10 een compromis is dat pas na de stemming in de commissie werd bereikt. Het lijkt me dat er dus zowel procedurele als andere redenen zijn om de stemvolgorde om te draaien.

(Parlement willigt het verzoek van mevrouw Rebecca Harms in)

(Applaus)

 

6.3. Orgaan van regelgevende instanties voor elektronische communicatie (GERT) en het Bureau (A6-0271/2009, Pilar del Castillo Vera)
 

-Verslag-Trautmann (A6-0272/2009)

 
  
MPphoto
 

  Catherine Trautmann, rapporteur. (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik heb ook gevraagd om een stemming over het compromis, aangezien dit een grotere reikwijdte heeft dan amendement 46. U hebt besloten dit compromis niet in stemming te brengen, zonder ons enige uitleg te verschaffen en zonder de rapporteur enig antwoord te geven. Ik wilde u hierop wijzen en u zeggen dat ik het betreur dat noch onze aanbeveling noch die van de rapporteur met betrekking tot de stemming in onze vergadering is opgevolgd.

Bovendien wil ik – bij wijze van uitleg bij de zojuist gehouden stemming – zeggen dat indien een deel, ongeacht welk deel, van het compromis niet wordt aangenomen het hele pakket onderwerp van bemiddeling zal zijn. Dat is de consequentie van de stemming van vandaag.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u wel, mevrouw Trautmann, ik denk dat het Parlement zich bewust is van de gevolgen van zijn keuze, maar ik dank u niettemin voor het feit dat u hier nogmaals op gewezen hebt. Het zou niet passend zijn geweest om voor het andere te kiezen en de stemming laat inderdaad aan duidelijkheid niets te wensen over.

 

6.4. Voor mobiele communicatie beschikbaar te stellen frequentiebanden (A6-0276/2009, Francisca Pleguezuelos Aguilar)

6.5. Gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen (A6-0258/2009, Astrid Lulling)
 

Vóór de stemming over amendement 14

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling, rapporteur. (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik heb met de heer Cocilovo, de rapporteur voor advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken, afgesproken om in dit belangrijke artikel 6 de volgende clausule op te nemen: "Als de wetgeving van een lidstaat niet voorziet in verplichte aansluiting van zelfstandigen bij het socialezekerheidsstelsel, worden meewerkende echtgenoten op hun verzoek bij dit stelsel aangesloten."

Ik zal dit uitleggen. Wij dringen erop aan dat meewerkende echtgenoten, net als zelfstandige werkzame mannen en vrouwen, verplicht worden verzekerd. Als zelfstandige werkende mannen en vrouwen in een lidstaat echter niet verplicht zijn verzekerd, kunnen we dit evenmin verlangen van hun echtgenoten. Laatstgenoemden kunnen immers niet worden aangesloten bij een verzekeringsstelsel dat niet bestaat. Daarom moet deze extra alinea worden aangenomen. Ik spreek ook namens de heer Cocilovo.

 
  
 

(Het mondelinge amendement wordt niet in aanmerking genomen)

 

6.6. Verbetering van de veiligheid en gezondheid op het werk van de werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (A6-0267/2009, Edite Estrela)
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela, rapporteur. (PT) Voorzitter, ik wil de diensten erop wijzen dat de Portugese versie de authentieke taalversie is voor alle amendementen.

Ten tweede wil ik verzoeken de volgorde van stemming te veranderen en, omwille van de coherentie, eerst te stemmen over amendement 43 van de commissie en dan pas over amendement 83.

Tot slot wil ik eraan herinneren dat de richtlijn die we gaan herzien, al 17 jaar oud is en niet meer bij deze tijd past. De herziene richtlijn zal niet voor het einde van de volgende zittingsperiode van kracht worden. Met andere woorden, we houden ons hier bezig met wetgeving voor de toekomst, niet voor het heden.

En vooral zijn we bezig met wetgeving die in het belang van de burger is en de burger meer redenen kan geven om in juni te gaan stemmen.

Ik sluit daarom af met het verzoek aan mijn collega's om mijn verslag te steunen.

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling, namens de PPE-DE-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, zoals de zaken er nu voor staan, zijn er 89 amendementen op dit verslag. Het is een complete chaos en de te houden stemming zal geen echt objectief debat met de Raad en de Commissie mogelijk maken. Deze 89 amendementen zijn volkomen strijdig met elkaar. Ik stel voor dit verslag terug te verwijzen naar de commissie omdat we - zoals mevrouw Estrela heeft gezegd - hiervoor tijd genoeg hebben.

(Levendig applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mevrouw Lulling, wilt u zo vriendelijk zijn om mij te zeggen of u dit verzoek wel of niet namens uw fractie indient?

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Ja, mevrouw de Voorzitter, ik doe nooit iets niet namens mijn fractie!

(Gelach en applaus)

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela (PSE). - (PT) Voorzitter, het heeft geen zin dit verslag terug te verwijzen naar de commissie, want het is met alle fracties besproken. Het heeft waarschijnlijk voldoende steun om met een meerderheid in dit Parlement te worden aangenomen. Het is ook besproken met de Commissie en met de Raad.

Er bestaan uiteraard verschillende standpunten. We weten dat de Raad onder het Tsjechische voorzitterschap helaas nogal conservatieve standpunten heeft ingenomen met betrekking tot gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

Daarom vraag ik dit Parlement voor de voorstellen te stemmen en mijn verslag te steunen. De burger heeft dan ook een reden te meer om te gaan stemmen bij de Europese verkiezingen.

 
  
 

(Het Parlement besluit het verslag terug te verwijzen naar de commissie)

 

6.7. Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (A6-0242/2009, Gabriele Stauner)

6.8. Programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie (A6-0261/2009, Eugenijus Maldeikis)
 

Vóór de stemming over de ontwerpwetgevingsresolutie

 
  
MPphoto
 

  Reimer Böge, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, na kort overleg met de rapporteur zijn we het erover eens geworden dat de paragrafen 2, 3 en 5 van de wetgevingsresolutie moeten worden aangepast. Bij paragraaf 2 stel ik in het Engels de volgende tekst voor:

(EN) ‘Is van mening dat het in het wetgevingsvoorstel vermelde referentiebedrag alleen maar in overeenstemming kan zijn met het meerjarig financieel kader indien dit wordt herzien;’

In paragraaf 3 moet de eerste zin worden geschrapt, de rest blijft ongewijzigd: ‘wijst er nogmaals op dat iedere herschikking die…’ enzovoort.

Paragraaf 5: ‘brengt in herinnering dat het wetgevingsproces pas kan worden afgerond zodra er overeenstemming is bereikt over de financiering van het programma;’.

 
  
 

(De mondelinge amendementen worden in aanmerking genomen)

 

6.9. Kapitaalvereistenrichtlijnen (2006/48/EG en 2006/49/EG) (A6-0139/2009, Othmar Karas)
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Udo Bullmann, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dit verslag was in meerdere fracties zeer omstreden. Om een eerlijke stemming te waarborgen wil ik u vragen om mij vóór de stemming over overweging 3 opnieuw het woord te geven, zodat ik iets kan zeggen over de volgorde van de stemming.

 
  
 

Vóór de stemming over overweging 3

 
  
MPphoto
 

  Udo Bullmann, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, het verslag bevat verschillende ideeën over de regeling van kernkapitaal. De amendementen 91 en 92 gaan een stap verder, omdat zij het kernkapitaal inzichtelijker en nauwkeuriger definiëren. Dat bezorgt ons in de toekomst minder werk. Ik verzoek de collega’s derhalve eerst over deze amendementen te stemmen en pas daarna over amendement 89 op overweging 3. Ik hoop dat u het hiermee eens bent. Tevens verzoek ik u in te stemmen met een hoofdelijke stemming over amendement 89 op overweging 3.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas, rapporteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, tijdens het debat hebben we heel duidelijk vastgesteld dat in het compromis voldoende gedetailleerd rekening is gehouden met de amendementen. Daarom stel ik voor dat we de huidige volgorde aanhouden. Ik heb geen bezwaren tegen hoofdelijke stemming.

 
  
 

(Het Parlement willigt het verzoek van Udo Bullman in)

 

6.10. Gemeenschapsprogramma ter ondersteuning van specifieke activiteiten op het gebied van financiële diensten, financiële verslaggeving en controle van jaarrekeningen (A6-0246/2009, Karsten Friedrich Hoppenstedt)

6.11. Bescherming van dieren bij het doden (A6-0185/2009, Janusz Wojciechowski)
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Janusz Wojciechowski, rapporteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb twee of drie korte technische, maar belangrijke punten.

Ten eerste hebben we een blok amendementen van de Commissie landbouw, waaronder amendement 64. Over dit amendement zou apart moeten worden gestemd. Het gaat over de kwestie van het opzetten van een nationaal referentiecentrum, hetgeen een zeer belangrijk onderdeel van de hele verordening is. De Commissie landbouw heeft voorgesteld om de verplichting om het referentiecentrum op nationaal niveau op te zetten, te schrappen. Als rapporteur ben ik van mening dat dit in strijd is met de algemene logica van deze hele verordening. Ik stel voor apart te stemmen over amendement 64.

Ten tweede, wilt u alstublieft letten op amendement 28, dat gaat over de controversiële en emotionele kwestie van het ritueel slachten. Als dit amendement wordt aangenomen zal het op nationaal niveau onmogelijk worden om een volledig verbod op ritueel slachten in te voeren. Als amendement 28 wordt verworpen, blijft de mogelijkheid van dit verbod bestaan.

Het derde punt betreft amendement 85. De Commissie heeft voorgesteld de tijd voor het transport van dieren vanaf de boerderij en de wachttijd in het slachthuis te verkorten tot 24 uur. Als amendement 85 wordt aangenomen, gaat deze verkorting van de transporttijd niet door. Als dit amendement wordt verworpen, wordt het voorstel van de Commissie om de transporttijd te verkorten ondersteund.

 
  
 

(Het verzoek wordt verworpen aangezien meer dan veertig leden hiertegen bezwaar maken)

 

6.12. Vernieuwde sociale agenda (A6-0241/2009, José Albino Silva Peneda)
 

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Philip Bushill-Matthews, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, zeer kort, ik hoop dat het Parlement mij vergeeft dat ik op het allerlaatste moment nog met een mondeling amendement op paragraaf 14 kom aanzetten. Mijn collega's zijn zich er wellicht van bewust dat dit een gevoelige kwestie is en in sommige talen en voor sommige landen leidt dit tot problemen. Het is echter belangrijk dat we proberen om uiteindelijk de maximale steun voor dit verslag te krijgen.

Ik stel voor om de hele paragraaf 14, zoals die hier nu staat, te vervangen door een paragraaf die al is aangenomen door het Parlement, namelijk paragraaf 23 van de resolutie van het Parlement van 11 maart 2009 over de inbreng voor de strategie van Lissabon op de Europese Raad in het voorjaar 2009 waarin precies hetzelfde staat. Ik zal hem voorlezen, het zijn maar een paar regels:

‘wijst erop dat een aantal lidstaten het concept minimumloon hanteert; meent dat andere lidstaten profijt zouden kunnen trekken van het bestuderen van de ervaringen die daarmee zijn opgedaan; roept de lidstaten op om de voorwaarden voor sociale en economische deelname voor allen te waarborgen en met name te zorgen voor regelgeving, onder meer betreffende minimumlonen, of andere juridische en algemeen bindende regelingen of door middel van collectieve overeenkomsten die aansluiten bij de nationale gebruiken, die voltijdwerkers in staat stellen een behoorlijk bestaan te leiden met hun inkomen;’.

Zoals ik al zei is deze tekst in het verleden al aangenomen door de fracties. Mijn excuses voor het feit dat ik deze nu indien. De rapporteur gaat er mee akkoord en ik hoop dat het Parlement in elk geval toestaat dat het mondelinge amendement wordt ingediend.

 
  
 

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

 
  
MPphoto
 

  Jan Andersson (PSE).(SV) Dank u wel. Ik wil slechts kort iets zeggen over de Zweedse vertaling. In paragraaf 13 en 36 is de term “minimuminkomen” in het Zweeds vertaald als “minimilön”, wat “minimumloon” betekent. Dat zou “minimiinkomst” moeten zijn. Er is een verschil tussen minimuminkomen en minimumloon en er staat dus een fout in de Zweedse vertaling van paragraaf 13 en 36.

 

6.13. Actieve inclusie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten (A6-0263/2009, Jean Lambert)
 

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Beste collega's en afgevaardigden die wachten op het afleggen van een stemverklaring, u ziet dat het inmiddels erg laat is geworden. We zijn al heel lang bezig, en dit geldt vooral voor onze tolken. Wij hebben een groot aantal stemverklaringen en ik denk niet dat het ons gaat lukken om die tegen 15.00 uur af te wikkelen. Daarom deel ik mede dat de stemverklaringen worden uitgesteld tot het einde van de vergadering van vandaag.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (NI).(EN) Mevrouw de Voorzitter, de regels zijn heel duidelijk over het feit dat elk lid na een stemming het recht heeft op een stemverklaring van maximaal 60 seconden. Ik ben me er van bewust dat de tolken er al een hele tijd zitten. Ik ben me er van bewust dat we veel mensen van hun lunch houden. Mag ik een compromis voorstellen dat uw collega-ondervoorzitter Alejo Vidal-Quadras de laatste keer gebruikte toen hetzelfde gebeurde: laat mensen achter elkaar hun stemverklaring geven, dit versnelt de procedure aanzienlijk.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u wel, mijnheer Hannan. We hebben die mogelijkheid inderdaad overwogen, maar er zijn zo veel stemverklaringen dat ik niet denk dat het veel zal uithalen. U krijgt de gelegenheid tot stemverklaringen maar dan wel aan het einde van de vergadering vanavond. Het spijt me zeer, maar het is echt te laat – en u weet hoeveel genoegen ik aan uw bijdragen beleef.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Ontwerpbesluit (B6-0268/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  José Ribeiro e Castro (PPE-DE), schriftelijk. (PT) De mededeling van de Europese Commissie COM(2007)281 bevatte een tot alle Europese instellingen gerichte uitdaging: 'De tijd is nu gekomen om Brazilië tegemoet te treden als strategische partner en belangrijke economische speler en regionale leider in Latijns-Amerika.' Dit partnerschap werd op 4 juli 2007 in Lissabon gelanceerd tijdens het Portugese voorzitterschap van de Europese Unie. Op 12 maart 2009 heeft het Europees Parlement een aanbeveling aan de Raad goedgekeurd waarin stond: 'het strategisch partnerschap moet het kader vormen voor de totstandbrenging van een regelmatige, structurele dialoog tussen de leden van het Nationaal Congres van Brazilië en de leden van het Europees Parlement.'

Ondanks deze beginselverklaring moet ik tot mijn teleurstelling vaststellen dat het Parlement, ook na verschillende oproepen van mijn kant aan de Voorzitter van dit Parlement, blijft vasthouden aan de achterhaalde optie om van Brazilië de enige BRIC-economie te maken zonder onafhankelijke parlementaire delegatie. Dit is strijdig met het eigen besluit van het Parlement en geeft blijk van een betreurenswaardige passiviteit en kortzichtigheid ten aanzien van Brazilië's werkelijke belang voor de wereld. Ik hoop dat de toekomstige collega's, en vooral de Portugese collega´s, deze betreurenswaardige situatie zullen kunnen veranderen en een vruchtbare en rechtstreekse communicatie met het Braziliaanse Congres tot stand zullen kunnen brengen.

Ik heb tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Francis Wurtz (GUE/NGL), schriftelijk. − (EN) De GUE/NGL-Fractie heeft zich van stemming onthouden over het aantal interparlementaire delegaties, als gevolg van de verwijzing naar ‘Kosovo’ bij het vaststellen van een ‘Delegatie voor de betrekkingen met Albanië, Bosnië-Herzegovina, Servië, Montenegro en Kosovo’.

Het vormen van een delegatie voor betrekkingen met een zelfverklaarde staat die het resultaat is van de schending van het internationaal recht, is op zichzelf al de facto een schending van het internationaal recht.

Deze onthouding heeft geen betrekking op alle andere delegaties waar in datzelfde besluit naar wordt verwezen. Daar geven wij steun aan.

 
  
  

- Verslag-Morillon (A6-0203/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik ben zeer verheugd om hier vandaag te stemmen over dit verslag over de intrekking van een richtlijn en 11 achterhaalde beschikkingen en merk op dat met het volgende verslag van de heer Morillon (A6-0202/2009) nog eens 14 achterhaalde verordeningen zullen worden ingetrokken.

Ik feliciteer mijn collega met een zet die voor herhaling vatbaar is in al onze commissies en voor alle onder onze bevoegdheden vallende kwesties. Ik ben er zeker voorstander om sommige verordeningen en richtlijnen een vaste looptijd te geven. Daarmee zou namelijk een eind worden gemaakt aan het voortdurend aannemen van wet- en regelgeving en aan de last die dat voor ons allen oplevert.

 
  
  

- Verslag-Stavreva (A6-0259/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Katerina Batzeli (PSE), schriftelijk. – (EL) De delegatie van de PASOK in het Europees Parlement heeft voor het verslag-Stavreva gestemd omdat de lidstaten daarmee de mogelijkheid krijgen te besluiten welke maatregelen voor plattelandsontwikkeling zij willen toepassen in deze bijzonder cruciale tijd voor het platteland en de boeren. Het oorspronkelijk voorstel van de Commissie is verbeterd dankzij onder meer de amendementen die ik in de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling had ingediend.

In geen geval kan echter instemming worden verleend met een opportunistische vermindering van de financiële limieten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, onder het voorwendsel dat de daarvoor bestemde communautaire middelen niet zijn gebruikt. De communautaire begroting is niet in staat om zichzelf te bedruipen met de toepassing van het flexibiliteitsmechanisme. In plaats van deze tactiek toe te passen zou het politiek en inhoudelijk beter zijn een discussie te openen over de verhoging van de communautaire begroting, teneinde te voorkomen dat de reeds bestaande communautaire beleidsvormen en het GLB worden aangetast, die de middelen zullen moeten leveren voor de financiering van de nieuwe communautaire beleidsvormen ter bestrijding van de crisis en ter verbetering van het mededingingsvermogen van de EU.

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag gestemd over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

Ik ondersteun dit document omdat daarin een extra bedrag van 250 miljoen euro wordt toegekend ter aanvulling van de voor 2009 uitgetrokken gelden. Ook wordt daarmee meer flexibiliteit geboden bij de toewijzing en inzet van financiële middelen voor het ontwikkelen van breedbandinternet in plattelandsgebieden en bij de aanpak van de nieuwe uitdagingen in de landbouwsector.

Deze aanvulling op het ELFPO is nodig, vooral in de huidige crisis. Roemenië moet toegang tot dit fonds krijgen door zinvolle projecten uit te voeren, die ten doel hebben onze dorpen te ontwikkelen en de levensstandaard van de bewoners van onze plattelandsgebieden te verhogen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zita Pleštinská (PPE-DE), schriftelijk. – (SK) Het verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1698/2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

 
  
MPphoto
 
 

  Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN), schriftelijk. − (PL) Het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling vormt een belangrijke kans voor gebieden die in de loop van de geschiedenis een achterstand hebben opgelopen. Voorts is het Fonds een goede gelegenheid om de verschillen tussen de oude en de nieuwe lidstaten van de Europese Unie weg te werken.

Bij het beheer van dit Fonds moeten we in het achterhoofd houden dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid vol onrechtvaardigheden en ongelijkheden zit. De verschillen in subsidies en bijgevolg in het inkomen van de landbouwers dragen bij tot de instandhouding en zelfs tot een toename van deze onevenredigheden. Deze ongelijkheden hebben niet alleen betrekking op de economische situatie van de plattelandsbewoners, maar ook op de gehele infrastructuur, onder meer de toegang tot het internet. Met het oog hierop mogen we niet vergeten dat de Duitse landbouwers bijvoorbeeld twee keer zoveel steun ontvangen als de Poolse boeren en drie keer zoveel als hun Roemeense collega's.

We mogen evenmin vergeten dat de meest hulpbehoevende regio’s zich in Roemenië, Bulgarije en het oosten van Polen bevinden.

 
  
  

- Verslag-Corbett (A6-0273/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Guy Bono (PSE), schriftelijk. (FR) Ik heb gestemd voor dit verslag van mijn Britse collega van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, de heer Corbett, tot algemene herziening van het Reglement.

Ik steun het initiatief van de voorzitter van de sociaal-democratische fractie, de heer Schulz, die deze herziening wilde aangrijpen om te voorkomen dat de Franse leider van een extreemrechtse partij de eer kreeg om de openingsvergadering van het nieuwe Parlement voor te zitten.

Volgens de nieuwe bepalingen wordt de openingsvergadering van het Parlement, op 14 juli, voorgezeten door de oud-voorzitter, mits herkozen, of door een van de veertien oud-ondervoorzitters in volgorde van rangorde, mits herkozen.

De Europese democratie omvat in feite de beginselen van respect en tolerantie onder de volkeren, die de heer Le Pen opzettelijk negeert door stug revisionistische opmerkingen te blijven maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Glyn Ford (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik heb voor dit verslag gestemd, en met name voor de amendementen 51 en 52 waarin de regel die bepaalt dat het oudste lid voorzitter wordt bij de opening van het nieuwe Parlement, wordt vervangen door het aanwijzen van een ‘voorlopige keuze’. Ik begrijp niet waarom we deze bizarre regel ooit hadden. Misschien heeft de ‘vader of moeder’ van het Parlement een bepaalde logica maar het langstzittende lid heeft in ieder geval ervaring waar hij of zij op terug kan vallen, in plaats van alleen maar leeftijd.

Dit systeem werd al eens misbruikt door de heer Le Pen en zijn Front National toen in 1989 Claude Autant-Lara dit Parlement werd ingeparachuteerd en een farce maakte van de opening van deze instelling met een langdurige en zeer beledigende interventie. Binnen enkele maanden was hij afgetreden, nadat hij zijn taak had volbracht, die bestond uit het belachelijk maken van het Europees Parlement. We kunnen de heer Le Pen twintig jaar later niet opnieuw de kans bieden om Europa in diskrediet te brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Het verslag van de heer Corbett is erop gericht het Reglement aan e passen aan de huidige praktijk van algemene consensus en voorafgaande onderhandelingen in kleine groepen, waardoor de plenaire vergadering is verworden tot een bijeenkomst tijdens de welke de in een eerder stadium door een handvol deskundigen in elkaar geflanste teksten slechts worden geregistreerd. Hierdoor is de institutionalisering van een openbare eindstemming over iedere tekst slechts het minimum aan transparantie dat de burgers van het werk van dit Parlement mogen verwachten.

Dit verslag biedt echter bovenal de onverwachte mogelijkheid om in extremis een verbijsterend amendement aan te nemen, dat evenwel in de commissie is verworpen, en dat uitsluitend is opgesteld om te voorkomen dat één enkel individu een taak vervult die bovendien in alle parlementen ter wereld wordt erkend, namelijk de taak van het oudste lid in jaren om de verkiezing van de Voorzitter tijdens de openingsvergadering voor te zitten. Een echte uitzonderingswet, het werk van een echte politieke schurk! Ongehoord in een democratie!

De ondertekenaars zijn niemand minder dan de heren Daul en Schulz, die echt moeten proberen bekend en erkend te worden in Duitsland in plaats van in Frankrijk. Mocht dit nog nodig zijn, is dit een extra bewijs van de permanente collusie van gematigd rechts en sektarisch links, die bij bijna alle in dit Parlement aangenomen teksten dezelfde stem hebben uitgebracht.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Marie Le Pen (NI), schriftelijk. (FR) Nadat het amendement over het oudste lid in jaren was verworpen door de Commissie constitutionele zaken, hebben de heren Schulz en Daul, die twee liberaal-sociaaldemocratische makkers, opnieuw hetzelfde amendement ingediend in de plenaire vergadering.

Bij de klassieke talen leerden we vroeger dat vergissen menselijk is, maar volharden duivels.

Deze les is echter duidelijk niet geleerd. Het werk van het Europees Parlement focussen op mijn nederige ik grenst aan het pathetische. Met een dergelijke belediging van ons eigen Reglement wordt in feite het zaad van een latent totalitarisme gezaaid.

Wanneer worden de minderheidsfracties afgeschaft? Wanneer worden recalcitrante leden uitgeschakeld?

Van Claude Autant-Lara tot Jean-Marie Le Pen, is de cirkel nu rond. In 1989 werd, na de opmerkelijke toespraak van de grote cineast, de speech van het oudste lid in jaren afgeschaft. Twintig jaar later wordt het oudste lid in jaren zelf geschrapt om te voorkomen dat die duivel Le Pen de verkiezing van de Voorzitter van het Europees Parlement voorzit.

Wat een democratische vooruitgang, dames en heren!

De heren Schulz en Daul bezorgen mij ongewild opmerkelijke gratis publiciteit, die ik zeker zal benutten. Eén tegen allen neem ik de uitdaging aan, met als getuigen de echte democraten en oprechte Europeanen: deze maskerade en deze ontkenning van de democratie dienen niet Europa, maar de verborgen partijbelangen van een kleine kliek van politici.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Louis (IND/DEM), schriftelijk. (FR) Als Frans lid van het Europees Parlement en als lid van de Fractie Onafhankelijkheid/Democratie heb ik ervoor gekozen de amendementen 51 en 52 op het verslag van de heer Corbett niet te steunen.

Het is in feite onredelijk om een algemene regel aan te passen aan een specifiek geval.

Bovendien zullen deze manoeuvres waarschijnlijk het tegenovergestelde van het beoogde effect bereiken, namelijk dat het gebrek aan respect van veel leden voor een aantal van hun medeleden en -kandidaten onder de aandacht wordt gebracht.

Niets weerhoudt een politieke partij die misnoegd is over het huidige oudste lid in jaren er overigens van een oudere kandidaat te presenteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. (FR) Ik heb niet vóór de algemene herziening van het Reglement gestemd omdat er - in een poging te voorkomen dat er een oudste lid in jaren genaamd Le Pen op de voorzittersstoel zou komen - een onelegante, ja zelfs contraproductieve oplossing is gevonden, terwijl er een oplossing is die aanvaardbaar zou zijn geweest voor alle voorstanders hier van het beleid van gendermainstreaming.

Zo hadden we artikel 11 kunnen vervangen door: "Het oudste mannelijke of vrouwelijke lid van de aanwezige leden zal als oudste lid in jaren afwisselend de rol van Voorzitter vervullen tot aan de proclamatie van de keuze van het Parlement. Deze toerbeurt begint met het oudste vrouwelijke lid."

Op deze manier hadden we een stokje kunnen steken voor het voorzitterschap als oudste lid in jaren van de heer Le Pen zonder dat dit Parlement daarvoor het Reglement om zeep hielp en een procedure volgde die in geen enkel ander parlement van een democratisch land bestaat.

Jammer. Persoonlijk heb ik meer vertrouwen in de Franse kiezers. Ik hoop dat zij de verkiezing van de heer Le Pen zullen voorkomen en dat deze hele onderneming dus nutteloos zal blijken.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Juist de EU, die democratie, tolerantie en vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel draagt, lijkt het daar zelf niet zo nauw mee te nemen. Of het nu gaat om het zelfbeschikkingsrecht van de volken, om toetredingscriteria of om het zoeken naar oplossingen voor de hedendaagse problemen, er wordt door de EU steeds met twee maten gemeten, net hoe het uitkomt.

Wie niet voldoet aan de verwachtingen ten aanzien van politieke correctheid, wie niet in de smaak valt bij het EU-establishment, wie onwelgevallige feiten aan het licht brengt, wordt buitengesloten. Er gelden dan ineens heel andere regels. Aan het beginsel “Idem ius omnibus” – hetzelfde recht voor iedereen – mag niet worden getornd, wil de EU niet afglijden naar politiek correcte schijnheiligheid. Het mag niet zo zijn dat persoonlijke vetes tot een soort “gelegenheidswetgeving” leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. − (PL) De door de rapporteur ingediende amendementen zorgen niet alleen voor een versoepeling van de regels inzake het register van documenten van het Europees Parlement, maar ook voor een vereenvoudiging van het Reglement. Daarenboven heeft een gedeelte van de amendementen tot doel het Reglement aan de nieuwe regels en bestaande praktijken aan te passen.

Een van de belangrijkste vernieuwingen heeft tot gevolg dat de Voorzitter van het Europees Parlement de bevoegdheid krijgt om de nationale parlementen (van staten die een verdrag betreffende de toetreding van een staat tot de Europese Unie hebben ondertekend) uit te nodigen om uit hun midden een aantal waarnemers aan te wijzen dat gelijk is aan het toekomstige aantal zetels van die staat in het Europees Parlement. Deze waarnemers mogen deelnemen aan de werkzaamheden van het Parlement totdat het toetredingsverdrag in werking treedt en hebben spreekrecht in commissies en fracties. Zij hebben evenwel geen stemrecht en zijn niet verkiesbaar voor functies in het Parlement.

Een volgende wijziging van het Reglement van het Europees Parlement betreft de procedure voor gezamenlijke commissievergaderingen en gezamenlijke stemmingen. In dat geval stellen de respectieve rapporteurs een enkel ontwerpverslag op. De betrokken commissies behandelen dit en stemmen erover op gezamenlijke vergaderingen onder het gezamenlijk voorzitterschap van de betrokken voorzitters.

Een aantal belangrijke wijzigingen in verband met het verloop van de werkzaamheden van het Parlement heeft betrekking op de verdeling van de spreektijd en de samenstelling van de sprekerslijst, evenals op de wijze waarop de eindstemming over een wetstekst moet plaatsvinden. Indien alle eindstemmingen over wetgeving hoofdelijk zouden zijn, zou de verantwoording tegenover de burgers zonder twijfel beter zijn.

 
  
  

- Aanbeveling voor de tweede lezing van Malcolm Harbour (A6-0257/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Tijdens de eerste lezing door het Europees Parlement stemde een meerderheid van de leden voor de omstreden amendementen 138 en 166. Het Europees Parlement maakte daarmee duidelijk dat een vonnis van een rechtbank vereist moet zijn om iemand van het internet af te sluiten en dat de gebruikers recht hebben op vrijheid van meningsuiting en privacy. De Raad verkoos echter de wil van het Europees Parlement naast zich neer te leggen en schrapte de amendementen 138 en 166. Het Europees Parlement en de Raad zijn het nu eens geworden over een compromis. In dat compromis komen de amendementen 138 en 166 in hun oorspronkelijke vorm niet voor. Daarom hebben wij tijdens de stemming van vandaag tegen het compromis gestemd.

Er is ons van Junilistan en de Deense JuniBevægelsen veel aan gelegen dat de amendementen 138 en 166 daadwerkelijk worden opgenomen in het telecompakket en daarom hebben wij een aantal amendementen ingediend die door internetactivisten "Citizens Rights Amendments" worden genoemd en door nog enkele andere fracties in het Europees Parlement worden gesteund. Als onze voorstellen de steun van de leden van Parlement hadden gekregen, zou er een goede kans zijn geweest dat het Europees Parlement en de Raad het uiteindelijk eens zouden zijn geworden over een telecompakket dat de rechten en de privacy van internetgebruikers echt beschermt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. − (DE) Er wordt hier vandaag geprobeerd om koste wat het kost de economische belangen erdoor te drukken. Plotseling moet er in een kaderwet inzake de beschikbaarstelling van telecommunicatie een enorme waaier aan auteurswetten worden opgenomen. De EU kan mijns inziens volstaan met een waarschuwingsplicht, waarbij klanten worden gewezen op het risico van inbreuk op “intellectuele eigendomsrechten”. Dan kunnen de sancties op nationaal niveau worden geregeld en kan ieder naderhand de ander de schuld geven. Bovendien hebben de grote softwareontwikkelaars getracht om in dit verslag een struikelblok voor hun kleinere branchegenoten op te laten nemen.

Het is waar dat op het internet het recht wordt geschonden, bijvoorbeeld door kinderpornografie. Dit mag er echter niet toe leiden dat de gegevensbescherming wordt opgeofferd aan de economische belangen van enkele grote ondernemingen en multinationals. De oorspronkelijke idee van het telecompakket was absoluut zinvol, maar met de onoverzichtelijke hoeveelheid amendementen kan het best zijn dat een of meer amendementen waarin kritiek wordt geuit op het telecompakket, erdoor geglipt zijn.

 
  
  

- Aanbeveling voor de tweede lezing van Catherine Trautmann (A6-0272/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Guy Bono (PSE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor amendement 138 gestemd, dat ik in september vorig jaar had ingediend en dat door 88 procent van de Parlementsleden was aangenomen.

Ik ben blij dat dit amendement opnieuw wordt gesteund door een overweldigende meerderheid van de leden, die zo opnieuw hebben bevestigd hoezeer zij zich inzetten voor de bescherming van de rechten van internetgebruikers.

Dat is een duidelijk teken, een maand voor de Europese verkiezingen. In tegenstelling tot hetgeen de UMP en haar minister van Cultuur lijken te denken, doet de mening van het Europees Parlement er wel degelijk toe.

Dit is de zoveelste klap voor de heer Sarkozy en de Franse regering: wat zowel vorm als inhoud betreft heeft het Parlement “nee” gezegd tegen de heer Sarkozy. De Parlementsleden hebben “nee” gezegd tegen de flexibele respons en “nee” tegen de ontoelaatbare druk van Frankrijk op de primaire democratische instelling van het Europese continent!

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Miljoenen Europeanen zijn voor hun levenswijze direct of indirect afhankelijk van het internet. Als dit wordt beperkt, aan banden gelegd of aan voorwaarden verbonden, zou dat directe negatieve gevolgen hebben voor het dagelijks leven van de bevolking en voor een groot deel van de micro- en kleine en middelgrote ondernemingen, die voor de uitvoering van hun bedrijfsactiviteiten rechtstreeks afhankelijk zijn van dit medium.

Daarom is het belangrijk dat het voorstel van mijn fractie met onze stem is aangenomen. Aldus wordt de vrijheid van uitwisseling tussen gebruikers gehandhaafd zonder controle of sponsoring door intermediairs.

De Raad schijnt echter niet bereid te zijn dit door de meerderheid van het Europees Parlement aangenomen amendement over te nemen, omdat het zou ingaan tegen de beperkingen die zijn overeengekomen in de onderhandelingen met de Raad. Het is echter een kleine overwinning, gezien het feit dat daardoor is voorkomen dat een slecht voorstel werd aangenomen.

Felicitaties voor iedereen die voor het vrije verkeer op het internet en voor gratis software zijn. Wij zullen deze strijd voortzetten om de rechten van de burgers en onbeperkte toegang van eindgebruikers tot de diensten te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Om te beginnen zijn de amendementen die de rechten en vrijheden van de burgers het beste beschermen, niet door dit Parlement aangenomen in het verslag-Harbour, dat een aanvulling vormt op het onderhavige verslag.

Vervolgens wordt er door een – inmiddels gelukkig opgelost – probleem met de stemvolgorde een vraagteken gezet bij de manier waarop een belangrijk politiek probleem hier kan worden opgelost, namelijk door politiek gekonkel, waarna de schuld wordt gegeven aan een administratie die het niet kan helpen.

Nu tenslotte de woede van de heer Toubon, een zichtbaar vurig pleitbezorger van de Hadopi-wet, over de aanneming van het toen onder internetgebruikers als het Bono-amendement bekendstaand amendement 1 heeft plaatsgemaakt voor zijn vreugde en instemming omdat mevrouw Trautmann bekendmaakte dat er wegens de wijziging van het algemene compromis een derde lezing van deze tekst zou komen, dreigt de duidelijke wil van de meerderheid van dit Parlement met voeten te worden getreden, net zoals overigens is gebeurd met de resultaten van de referenda in Frankrijk, Nederland en Ierland…

De heer Sarkozy en zijn vrienden in de “majors” hebben enig respijt. De burgers zullen echter op hun hoede moeten blijven. Het op 7 juni gekozen Parlement zal de onderhandelingen voeren voor de derde lezing. Het is niet zeker dat de socialisten, wanneer hun zetels eenmaal zijn veiliggesteld, aan de kant van de vrijheid zullen blijven staan.

 
  
MPphoto
 
 

  Dimitrios Papadimoulis (GUE/NGL), schriftelijk. – (EL) Het door de Commissie en de Raad gevraagde ´telecommunicatiepakket´ is mogelijk een bedreiging voor de rechten van de burgers. Met onze amendementen hebben wij aangedrongen op bescherming van de rechten van de burgers, op universele toegang en op transparantie en vrijheid op het internet. Het internet is een ruimte waar ideeën circuleren en is geen door de politiek en het bedrijfsleven gecontroleerd medium. Internetgebruikers zijn geen klanten maar burgers. Wij zullen blijven strijden voor de bescherming van de individuele vrijheden van alle Europese burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Vladimir Urutchev (PPE-DE), schriftelijk. (BG) Vandaag heeft dit Parlement tijdens de stemming over het elektronische communicatiepakket laten zien dat de bescherming van consumentenrechten werkelijk op de eerste plaats komt.

Ondanks het feit dat er in tweede lezing een relatief aanvaardbaar compromis was bereikt, was een meerderheid van het Parlement niet bang om tegen de afspraken in overtuigend vast te houden aan haar beginstandpunt tegen de mogelijke invoering van beperkingen op toegang tot het internet, tenzij ze door een gerechtelijke uitspraak worden opgelegd of wanneer de openbare veiligheid in het geding is.

Het hele pakket is eigenlijk gereduceerd tot een bemiddelingsprocedure en de invoering ervan is vertraagd. Na de parlementaire stemming van vandaag is het onvermijdelijk dat we een krachtig signaal afgeven aan de Raad en de Commissie.

We moeten echter toegeven dat wat er vandaag is gebeurd te danken is aan de actieve inmenging van mensen die het internet vertegenwoordigen, die alle mogelijke middelen hebben ingezet om hun standpunt aan de Parlementsleden duidelijk te maken en te eisen dat hun rechten worden beschermd.

Dit soort gedrag kunnen we alleen maar aanmoedigen.

Daarom moeten we ook tot de conclusie komen dat we altijd goed moeten luisteren naar wat de mensen te vertellen hebben, zodat de EU-wetgeving zich ook op hun behoeften richt en tegelijkertijd de grootst mogelijke bescherming van de belangen van de Europese burgers garandeert.

 
  
  

- Verslag-Pleguezuelos Aguilar (A6-0276/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. − (SV) Ik heb tegen gestemd, omdat er garanties zouden moeten zijn dat delen van het ongebruikte spectrum voor doelen zonder winstoogmerk worden gebruikt en niet naar de grote telecommunicatiebedrijven gaan.

 
  
  

- Verslag-Lulling (A6-0258/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Atkins (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De Britse Conservatieven zijn ervoor dat er een eind wordt gemaakt aan de betalingskloof en andere vormen van discriminatie tussen mannen en vrouwen. Gelijke behandeling bij alle vormen van werkgelegenheid is cruciaal voor een eerlijke en gelijke maatschappij. De conservatieven zijn echter van mening dat nationale regeringen en parlementen in het algemeen de meest aangewezenen zijn om te handelen op een manier die het meest effectief is voor hun eigen maatschappijen en economieën.

De conservatieven steunen de opvatting dat echtgenoten van zelfstandig werkende mannen of vrouwen toegang zouden moeten hebben tot uitkering bij ziekte, pensioenen en moederschapsrechten, maar we zijn van mening dat deze besluiten het beste door de lidstaten kunnen worden genomen.

Omdat het verzoek om een nieuw wetgevingsvoorstel over gelijke betaling op basis van artikel 141, lid 3 van het EG-Verdrag deel uitmaakt van de plechtige belofte van de conservatieven om niet deel te nemen aan het sociaal hoofdstuk, dat we niet steunen, hebben we ervoor gekozen ons van stemming te onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Avril Doyle (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Dit verslag verbetert de manier waarop het beginsel van gelijke behandeling van toepassing is op zelfstandig werkende mannen en vrouwen en meewerkende echtgenoten in de EU. In Ierland kunnen echtgenoten van zelfstandig werkende mannen en vrouwen zelf ook al als zelfstandigen bijdragen aan de PRSI als er een commercieel partnerschap tussen de echtgenoten wordt aangetoond. Men kan er bijvoorbeeld voor kiezen om vrijwillige bijdragen te betalen om verzekerd te kunnen blijven bij het verlaten van het verplichte PRSI-systeem. Sociale verzekering is een zaak van nationale bevoegdheid en daarom heb ik tegen amendement 14 gestemd. Omdat dit amendement op artikel 6 van het verslag werd aangenomen, heb ik samen met de rest van mijn Ierse collega's in de EPP-ED besloten om me te onthouden van de eindstemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag van Astrid Lulling gestemd over gelijke behandeling van zelfstandig werkende mannen en vrouwen, hoewel ik vind dat het verslag verder had kunnen gaan als het gaat om de verbetering van de rechten van vrouwen en de bescherming van moederschap. Een minderheid van 16 procent van de Europese beroepsbevolking oefent een zelfstandige activiteit uit. Slechts een derde van deze zelfstandigen zijn vrouwen.

Het voorstel beoogt de belemmeringen voor vrouwen bij het uitoefenen van zelfstandige activiteiten uit de weg te ruimen door te voorzien in specifieke maatregelen of voordelen die de uitoefening van zelfstandige activiteiten zouden moeten vergemakkelijken.

Ik vind dat meewerkende echtgenoten een duidelijk gedefinieerde beroepsstatus moeten krijgen, met dezelfde sociale bescherming als zelfstandige werkende mannen en vrouwen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) De socialezekerheidsstelsels verschillen afhankelijk van waar men zich in de EU bevindt. Dat is geen probleem, zoals velen lijken te denken. Het is er veeleer een natuurlijk gevolg van dat de landen verschillend zijn en algemene democratische verkiezingen ertoe hebben geleid dat verschillende politieke systemen werden gekozen. Als aanhangers van een intergouvernementele EU-samenwerking is het voor ons daarom vanzelfsprekend dat wij afstand nemen van de formuleringen in zowel de ontwerprichtlijn van de Commissie als het verslag van het Europees Parlement, die ten doel hebben de EU meer macht te geven over de nationale socialezekerheidsstelsels.

Het loont echter de moeite erop te wijzen dat de stringente voorstellen die zijn gedaan in de eerste plaats ten doel hebben minimumnormen te verzekeren. De formuleringen verhinderen de lidstaten dus niet om verder te gaan als ze dat willen. Dat is positief, zeker vanuit Zweeds perspectief. Die flexibiliteit en het feit dat gelijke behandeling van mannen en vrouwen zo duidelijk als fundamenteel beginsel van een goed werkende democratische samenleving wordt beklemtoond, hebben er ons toe aangezet om voor het verslag als geheel te stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. − (PL) Slechts een minderheid van 16 procent van de Europese beroepsbevolking oefent momenteel een zelfstandige activiteit uit. Amper een derde van de 32,5 miljoen zelfstandigen zijn vrouwen.

Het voorstel om een einde te maken aan de belemmeringen voor vrouwen om een zelfstandige activiteit te ontplooien, onder andere door de goedkeuring van maatregelen die voorzien in specifieke voordelen die tot doel hebben de uitoefening van een zelfstandige activiteit door het ondervertegenwoordigde geslacht te vereenvoudigen, moet dus worden gesteund.

Richtlijn 86/613/EEG heeft nauwelijks verbetering gebracht in het lot van meewerkende echtgenoten van zelfstandig werkende mannen en vrouwen wat betreft de erkenning van hun werk en adequate sociale bescherming.

De nieuwe richtlijn zou in de eerste plaats moeten voorzien in de verplichte registratie van meewerkende echtgenoten, zodat zij niet langer onzichtbare werkende mannen en vrouwen zijn, alsmede in de verplichting voor de lidstaten om de noodzakelijke maatregelen te treffen op basis waarvan meewerkende echtgenoten een zorg- en pensioenverzekering kunnen afsluiten.

Ondanks het feit dat de lidstaten het verre van eens zijn over de noodzaak het rechtskader op dit gebied te verbeteren, hoop ik dat het mogelijk zal zijn om snel tot een redelijke consensus te komen, zodat deze richtlijn nog voor de Europese verkiezingen in juni 2009 in eerste lezing kan worden aangenomen.

Laten we alle initiatieven steunen die tot doel hebben de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen. Door de mensen op de eerste plaats te zetten, dragen we bij tot de totstandkoming van een rechtvaardigere maatschappij.

 
  
  

- Verslag-Stauner (A6-0242/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag van Gabriele Stauner gestemd, daar ik het noodzakelijk vind om ook de ontslagen tengevolge van de economische en financiële crisis onder het toepassinggebied van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering op te nemen.

Het doel van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering is werknemers die door de globalisering ontslagen worden, effectieve ondersteuning te bieden. Na aanneming van dit stuk wetgeving kan het geld van dit fonds ook worden ingezet voor werknemers die door de economische en financiële crisis ontslagen worden.

De medefinanciering voor dit fonds is 50 procent, en dat percentage kan tegen 2011 tot 65 procent worden verhoogd.

Het voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering beschikbare financiële pakket kan maximaal vijfhonderd miljoen euro per jaar bedragen, en dat bedrag is bedoeld om mensen te helpen bij het zoeken naar werk of om beroepsopleidingen of mobiliteitstoelagen te financieren.

Ik hoop dat ook Roemenië gebruik van dit fonds zal maken om mensen die hun baan verliezen te helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Deze gedeeltelijke verbetering van het Europees fonds voor de aanpassing aan de globalisering gaat minder ver dan nodig zou zijn geweest in de ernstige crisis waar we momenteel mee te maken hebben. Daarin is ook geen rekening gehouden met enkele voorstellen die we hadden gedaan om de communautaire bijdrage te verhogen tot 85 procent van de bedragen die aan werklozen worden toegekend en om het bedrag in het genoemde fonds te verdubbelen om meer personen te kunnen bereiken die de dupe worden van bedrijfssluitingen. Daarom hebben wij ons van stemming onthouden.

De vandaag aangenomen, gewijzigde regels van het Europees fonds voor de aanpassing aan de globalisering moeten het fonds in staat stellen effectiever in te grijpen en cofinanciering mogelijk maken om mensen die tengevolge van de economische crisis werkloos zijn geworden, te kunnen opleiden en weer aan werk te helpen. De nieuwe regels leiden tot een uitbreiding van het toepassingsgebied van het fonds en voorzien in een tijdelijke verhoging van de cofinanciering van 50 naar 65 procent, om tijdens de financiële en economische crisis aanvullende steun vanuit het fonds mogelijk te maken. Landen echter die in grote financiële problemen verkeren, zullen weinig gebruik kunnen maken van het fonds, gezien het hoge cofinancieringspercentage.

 
  
MPphoto
 
 

  Andrzej Jan Szejna (PSE), schriftelijk. − (PL) Wij moeten momenteel het hoofd bieden aan een ongekende crisis die niet alleen op financieel, maar ook op economisch en sociaal gebied voelbaar is. Deze crisis beperkt zich niet tot enkele lidstaten, maar treft de hele Europese Unie en ook de rest van de wereld.

De leiders van de Partij van de Europese Sociaal-democraten hebben een gezamenlijke verklaring aangenomen waarin ze de lidstaten oproepen werk te maken van "een ambitieus herstelplan om de werkgelegenheid te verzekeren en massale werkloosheid te voorkomen". De enige oplossing om de economie daadwerkelijk te beïnvloeden is een begrotingsstimulans die afgestemd is op het probleem en op Europees niveau wordt gecoördineerd. Het veiligstellen van banen, het bestrijden van werkloosheid en het bevorderen van een verstandige ecologische ontwikkeling zijn de prioriteiten waardoor wij ons bij al onze woorden en daden moeten laten leiden.

Als wij niet dringend nieuwe inspanningen leveren om de crisis in Europa te bestrijden, zal de werkloosheid begin 2010 tot 25 miljoen stijgen en zal de situatie van de overheidsfinanciën aanzienlijk verslechteren.

Het Europees Fonds voor de aanpassing aan de globalisering werd in 2006 opgericht en heeft een looptijd tot 2013. Het Fonds heeft tot doel werknemers te ondersteunen die als gevolg van de globalisering zijn ontslagen. Het Europees Fonds voor de aanpassing aan de globalisering beschikt over een jaarlijks budget van maximaal 500 miljoen euro, dat wordt aangewend voor de ondersteuning van actieve werkgelegenheidsmaatregelen, zoals hulp bij het zoeken naar werk of bijstand in de vorm van nascholing of mobiliteitstoeslagen.

Ik steun het idee om het aantal ontslagen dat als interventiecriterium geldt (tot vijfhonderd) te verlagen.

 
  
  

- Verslag-Maldeikis (A6-0261/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE), schriftelijk.(LT) Ik heb voor het verslag van Eugenijus Maldeikis gestemd over de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie.

Het verheugt mij ten zeerste dat een enorme meerderheid van het Parlement (526 stemmen) voor heeft gestemd en dit document ondersteunt.

Ik zou het belang van onze beslissing nogmaals willen onderstrepen.

Evenals Letland, Estland en Polen maakt mijn land, Litouwen, al vijf jaar in politiek en economisch opzicht deel uit van de Europese Unie, maar voor wat betreft energie was en is het nog steeds een eiland op zich, zonder bruggen die het met de energiemarkt van de Gemeenschap verbinden.

Met de beslissing van vandaag heeft het Europees Parlement 175 miljoen euro toegewezen voor het opzetten van een energiebrug tussen Litouwen en Zweden.

Wanneer dit project eenmaal verwezenlijkt is, zullen de landen in onze regio, die in 2004 zijn toegetreden tot de EU, hun energiemarkten eindelijk kunnen aansluiten op de Scandinavische landen, en dus op de EU-markt.

Dit is een fantastisch project, een goed begin, en ik zou al mijn collega’s die er voor hebben gestemd graag willen bedanken.

 
  
MPphoto
 
 

  Călin Cătălin Chiriţă (PPE-DE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor het verslag gestemd over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie.

Het Europees economisch herstelplan biedt een bedrag van vijf miljard euro aan investeringen in energieprojecten, breedbandinternet en maatregelen voor plattelandsontwikkeling. Er zal 3,98 miljard euro worden besteed aan de infrastructuur voor elektriciteit, aardgas en windenergie en voor het opvangen en opslaan van CO2. Het Europees Parlement steunt eveneens de toewijzing van 1,02 miljard euro aan projecten op het gebied van plattelandsontwikkeling.

Met het economisch herstelplan wordt 200 miljoen euro geïnvesteerd in de aanleg van de Nabucco-pijplijn, waarmee aardgas van het gebied rond de Kaspische Zee naar de EU zal worden getransporteerd. Roemenië steunt dit project. Tot de belangrijkste punten voor Roemenië behoren de financiering met dit herstelplan van interconnectieprojecten voor gas tussen Roemenië en Hongarije (30 miljoen euro) en Roemenië en Bulgarije (10 miljoen euro), alsmede de ontwikkeling van de infrastructuur voor apparatuur waarmee de gasstroom kan worden gekeerd ingeval van een kortdurende storing in de gasvoorziening (80 miljoen euro).

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het programma gestemd voor financiële bijstand aan projecten op het gebied van energie. Het investeringsvoorstel van het Europees Parlement, dat gebaseerd is op een akkoord met de Raad, steunt op drie pijlers: de interconnectie van gas- en elektriciteitsnetwerken, het afvangen en opslaan van CO2, en windenergieprojecten op zee. In dit voorstel worden daarom procedures en methodes uiteengezet voor financiële bijstand om investeringen te stimuleren in de aanleg van een geïntegreerd Europees energienetwerk waarmee gezorgd wordt voor een betere energievoorzieningszekerheid en eveneens het EU-beleid ter vermindering van broeikasgasemissies wordt bevorderd.

Onmiddellijke actie is gewenst om de Europese economie te stimuleren, en daarom is het belangrijk dat er maatregelen komen die een adequate geografische balans en een snelle tenuitvoerlegging waarborgen. In Portugal komen hiervoor projecten in aanmerking voor de interconnectie van gasnetwerken (infrastructuur en installaties) en ook projecten voor de verbetering van de interconnectie van het elektriciteitsnetwerk met Spanje.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) De ambitie van de Commissie om de investeringen in energie-infrastructuur te verhogen is het laatste in een reeks voorbeelden van de arrogantie waaraan de ambtenaren in Berlaymont lijden. De voorgestelde investeringen zijn omvangrijk en duur, en het is tot dusver niet aangetoond dat deze investeringen op EU-niveau moeten gebeuren. Voor 2009 en 2010 worden investeringen voor in totaal 3,5 miljoen voorgesteld. Dat is geld dat van de begrotingen van de lidstaten moet komen. Voor Zweden betekent dat een aanzienlijke verhoging van de lidmaatschapsbijdrage met 1,4 miljard Zweedse kroon. Dat de Commissie vindt geen tijd te hebben gehad voor een grondige effectenbeoordeling van zo een omvattend voorstel is ronduit schokkend.

De rapporteur voor het verslag van het Europees Parlement lijkt niet noemenswaardig bezorgd te zijn over die bezwaren. Er wordt zelfs een verhoging van de steunmaatregelen van 3,5 miljard tot bijna 4 miljard euro voorgesteld.

Ons mandaat om te werken aan een minder dure EU-samenwerking zet er ons toe aan deze lichtzinnige omgang met het geld van de belastingbetalers te verwerpen. Er moet echter op worden gewezen dat er erg goede redenen zijn om manieren te zoeken voor het verbeteren en ontwikkelen van technieken voor het afvangen en opslaan van kooldioxide. Wij hebben tegen het verslag als geheel gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Anders Wijkman (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Het voorstel om in het economisch herstelplan ongeveer 4 miljard euro uit te trekken voor projecten op het gebied van energie is goed. De inhoud ervan is echter veel te sterk gericht op fossiele brandstoffen. Bovendien ontbreekt elke steun voor projecten om efficiënt energiegebruik te bevorderen. In een vroeg stadium stelde de Commissie voor om 500 miljoen uit te trekken voor “duurzame steden”, maar dat voorstel werd ingetrokken.

De steun voor “duurzame steden” zou breed opgezette projecten voor de uitbouw van afstandverwarming en warmtekrachtkoppeling, alsmede verbeteringen van woningen mogelijk hebben gemaakt. Die projecten zouden kosteneffectief zijn geweest, de emissies hebben teruggedrongen en banen hebben gecreëerd. Het is diep tragisch dat de kans niet wordt gegrepen om in de economische crisis dat soort maatregelen nieuw leven in te blazen.

 
  
  

- Verslag-Othmar Karas (A6-0139/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Udo Bullmann (PSE), schriftelijk. − (DE) De SPD-leden in het Europees Parlement hebben om twee redenen tegen het verslag-Karas gestemd:

Ten eerste is het aanhouden van kredietrisico bij securitisatie van leningen een belangrijk en probaat middel om financiële instellingen hun deel van het commerciële risico van deze leningen te laten dragen, maar het moet dan wel gaan om een noemenswaardig percentage voor het aanhouden. Het percentage van vijf procent dat in de trialoog is overeengekomen, voldoet niet aan die voorwaarde. De Europese Commissie heeft tijdens de raadplegingsprocedure in eerste instantie gevraagd om vijftien procent, maar is toen onder druk van de industrie overstag gegaan en met het voorstel van vijf procent gekomen. De conservatieven en liberalen in de Commissie economische en monetaire zaken vonden zelfs dit kleine aandeel in het commerciële risico onnodig als financiële instellingen een garantieverklaring overleggen. De SPD-leden in het Europees Parlement maken zich sterk voor een aanmerkelijk hoger percentage voor het aanhouden van kredietrisico en zullen deze eis ook bij toekomstige hervormingen van de kapitaalvereistenrichtlijnen kracht bijzetten.

Ten tweede is de wijze waarop kernkapitaal in het verslag-Karas is gedefinieerd in strijd met de vereiste inzake concurrentieneutraliteit van de regelgeving. In de definitie worden derdenbelangen niet langer onverkort tot het kernkapitaal gerekend, ook al kunnen die belangen bij liquidatie wel volledig in aanmerking worden genomen. Hiermee wordt de deur wagenwijd opengezet voor oneerlijke concurrentie jegens overheidsbanken in Duitsland. Wij stellen vast dat derdenbelangen een probaat middel voor herfinanciering zijn gebleken te zijn en stroken met het communautaire recht. Aangezien onze verduidelijkende amendementen buiten beschouwing zijn gelaten in de resultaten van de trialoog, stemmen wij tegen het verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik feliciteer de rapporteur met zijn noeste arbeid, zowel aan de inhoud van de tekst als in het kader van de erop volgende onderhandelingen. De uitzonderlijke omstandigheden nopen ons tot snel en gepast optreden.

Ik kan mij vinden in het ons voorgestelde resultaat op het gebied van securitisatie. De systematische invoering van gestandaardiseerde colleges van toezichthouders is een grote stap vooruit.

Sinds het najaar heeft het ontwerpverslag met het idee van een gedecentraliseerd toezichtsysteem op EU-niveau de aanzet gegeven. Het rapport van de Jacques de Larosière-groep en de mededeling van de Commissie van 4 maart hebben dit idee verder uitgewerkt. Tot mijn grote vreugde kunnen deze ideeën op algemene steun rekenen.

Over de strekking moet één ding worden gezegd. In plaats van het ietwat simplistische criterium van grensoverschrijdende banken is het wellicht verstandiger zich te richten op de banken die van belang zijn voor het systeem.

Laatstgenoemden zouden direct onder de nieuwe bankautoriteit komen te vallen, terwijl de andere banken onder het toezicht zouden komen te staan van een college of, ingeval van puur nationale banken, van hun nationale toezichthouder. Met het oog op crisisbeheer zouden de systeembanken ook onder regelingen voor financiële stabiliteit op Europees niveau moeten vallen.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (PSE), schriftelijk. − (EN) Ik feliciteer de heer Karas. Deze stemming is om vele redenen een uitstekend resultaat.

De eerste reden is het feit dat dit een pakket is dat het Parlement heeft aanbevolen en waarover het heeft onderhandeld. Ik ben bij dergelijke onderhandelingen aanwezig geweest en weet hoe moeilijk dat soort besprekingen kan zijn.

De tweede reden houdt verband met de inhoud. Dat wil zeggen dat deze wetgeving Britse en andere burgers in de EU een betere bescherming zal bieden.

Securitisatie was de methode waarmee de zogenaamde ‘giftige activa’ werden verspreid over banken en waardoor veel particuliere en openbare banken enorme schulden opliepen.

Het idee om een initiatorbelang van niet minder dan 5 procent aan te houden, dat na effectbeoordelingen en internationale wijzigingen kan worden herzien, is essentieel.

Het verminderen van het ‘aandeel vreemd vermogen’ en het waarborgen van het juiste eigen vermogen van banken is de bescherming tegen het gedrag van banken dat ons op de rand van de financiële afgrond heeft gebracht.

De heer Karas kan tevreden zijn over zijn werk tijdens de onderhandelingen. Ik weet hoe moeilijk het voor het Parlement is om tekstverbeteringen erdoor te krijgen, maar dit akkoord in eerste lezing is een verstandig akkoord.

 
  
  

- Verslag-Hoppenstedt (A6-0246/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Mocht er nog getwijfeld worden aan de werkelijke bedoeling van dit voorstel, dan hoeft er alleen maar gekeken te worden naar de tekst die vandaag is aangenomen. Daarin staat immers dat het erom gaat 'de nog overgebleven barrières die een soepele werking van de interne markt belemmeren, te slechten' en in artikel 2 wordt duidelijk gesteld: 'De algemene doelstelling van het programma is de verbetering van de voorwaarden voor de werking van de interne markt.'

Het is weer eens veelzeggend dat, na het mislukken van het zogenaamd Europees economisch herstelplan en de veelbesproken 'Europese solidariteit', het eerste en tot dusverre enige voorstel voor het opzetten van een gemeenschapsprogramma gericht is op de ondersteuning van de financiële sector. Het lijkt wel of we helemaal niet te maken hebben met een van de grootste crises van het kapitalisme, met een toename van de werkloosheid, een vernietiging van het productieapparaat en een toename van de ongelijkheid en de problemen onder de bevolking en de arbeiders.

De voorstellen die we hebben gedaan - verhoging van de Gemeenschapsbegroting, opstelling van gemeenschapsprogramma's voor ondersteuning van de productiesector en bescherming van banen met rechten en openbare diensten - zijn verworpen, maar als steun verleend moet worden aan de financiële markt en de 'soepele werking van de interne markt', is er geen gebrek aan financiële middelen. Dat is onacceptabel. Daarom hebben wij tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Wij, EU-critici, streven er constant naar om de EU-samenwerking minder duur te maken. Het geld van de belastingbetalers moet verstandig worden gebruikt. Zeker in deze turbulente tijden is het belangrijk dat we voorzichtig omspringen met onze gemeenschappelijke middelen. Een door beperking gekenmerkte benadering van de begroting moet voor ons als verkozen vertegenwoordigers een leidraad blijven.

Het onderhavige verslag gaat echter een volkomen andere richting uit. Het oorspronkelijke financieringsvoorstel van de Commissie wordt als ontoereikend beschouwd en in een handomdraai hebben de grote fracties in het Europees Parlement een verdubbeling van de kredieten voor de financiële toezichtsorganen voorgesteld. Er is reden om ons af te vragen op welke gronden dat gebeurt. We hebben te maken met een totale mondiale financiële meltdown die internationale inspanningen op mondiaal niveau vereist.

Toezicht op de financiële instellingen in de EU is momenteel geen taak voor de EU. Het is belangrijk dat in het achterhoofd te houden. Het onderhavige verslag geeft echter een vingerwijzing over de ambities van de politieke machtselite. Met zijn onduidelijke verwijzingen naar de financiële crisis en de mogelijke gevolgen ervan voor het toezicht en de controle is dit verslag niets anders dan een ongegeneerde poging om de standpunten van de EU naar voren te schuiven. Ons rest geen andere keuze dan tegen het verslag en de alternatieve ontwerpresolutie te stemmen.

 
  
  

- Verslag-Wojciechowski (A6-0185/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Hoewel ik een sterk voorstander van dierenwelzijn ben, aarzel ik om praktijken als het invoeren van zeehondenproducten te verbieden, op voorwaarde dat kan worden aangetoond dat het lijden van dieren bij hun dood tot een minimum is beperkt.

Er zijn niettemin praktijken die alleszins aanleiding tot bezorgdheid geven, niet in de laatste plaats de rituele slachttradities voor bepaalde religieuze doeleinden. Dankzij de culturele diversiteit van Europa hebben enkele van deze praktijken, die haaks staan op het respect van de EU voor dierenwelzijn, voet aan de grond gekregen. Als gevolg hiervan lijden dieren nodeloos.

Ik begrijp dat er in sommige religies veel waarde wordt gehecht aan de manier waarop een dier wordt geslacht zodat het vlees van dit dier kan worden gegeten. In de afgelopen dertig jaar is er echter in Europa hard gevochten voor de ontwikkeling van een cultuur van dierenrechten en dierenwelzijn, en we moeten dit niet offeren op het altaar van de politieke correctheid. Dieren die worden gedood door rituele slachtmethoden moeten eerst worden verdoofd om het lijden tot een minimum te beperken en om de waarden van dierenwelzijn, die ons na aan het hart liggen, verder te bevorderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag gestemd over de bescherming van dieren bij het doden. In de Europese Unie worden er jaarlijks miljoenen dieren geslacht. Veel van deze dieren worden onderworpen aan praktijken die onnodig lijden met zich meebrengen, niet alleen tijdens de fok en het transport, maar ook bij het doden en de slacht en de daarmee samenhangende activiteiten. Het lijden van dieren in slachterijen moet worden voorkomen, ook van dieren die gefokt worden voor de productie van voeding en andere producten.

Ik vind het een evenwichtig voorstel dat goed aansluit op de gemeenschapsdoelstellingen voor bescherming en welzijn van dieren. Ik ben het ermee eens dat slacht op grote schaal moet plaatsvinden met inachtneming van de hoogste humanitaire normen en het fysieke lijden van slachtdieren zoveel mogelijk moet beperken.

Ik heb echter niet voor het amendement gestemd dat geleid zou hebben tot het schrappen van het verbod op het gebruik van methoden waarmee runderen in een geroteerde of onnatuurlijke houding worden gefixeerd, omdat deze naar mijn mening schadelijk zijn voor het welzijn van de dieren.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Dames en heren, ik heb voor het verslag van de heer Wojciechowski over de bescherming van dieren bij het doden gestemd. Veel mensen vragen zich af hoe dieren beschermd kunnen worden tijdens het doden. Het klinkt misschien paradoxaal, maar dit is wel degelijk mogelijk. Al wie zelf al eens een dier heeft gedood of dat van nabij heeft zien gebeuren, weet hoe pijnlijk de dood van een dier kan zijn. De invoering van nieuwe wetgeving op dit gebied zal het onnodige lijden van dieren verminderen. Dat is ook de reden waarom deze wetgeving absoluut noodzakelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Lang (NI), schriftelijk. (FR) Met de verklaring dat dieren moeten worden geslacht zonder onnodig te lijden - behalve in het geval van religieuze riten - heeft de meerderheid van ons Parlement haar hypocrisie en lafheid getoond. "Religieuze riten" verwijst hoofdzakelijk naar het rituele slachten, dat met name plaatsvindt tijdens het moslimfeest van Eid al-Adha, waarbij van honderdduizenden schapen de keel wordt doorgesneden.

De wettelijke erkenning van een dergelijke praktijk is onderdeel van een veel omvangrijker verschijnsel, namelijk dat van de islamisering van onze samenlevingen. Onze wetten en gebruiken worden geleidelijk aangepast aan de sharia, de islamitische wetgeving. In Frankrijk financieren steeds meer plaatselijke overheden indirect de bouw van moskeeën. Bij de samenstelling van schoolmaaltijden wordt rekening gehouden met de islamitische voedingsvoorschriften. In sommige steden, zoals Lille, zijn de zwembaden op bepaalde uren gereserveerd voor vrouwen. Met de oprichting van de Conseil français du culte musulman in 2003 heeft de heer Sarkozy - toentertijd minister van Binnenlandse Zaken - de islam geïntroduceerd in de Franse instellingen.

Om een halt toe te roepen aan deze ontwikkelingen moeten wij breken met de islamitische correctheid, de niet-Europese migratiestromen omkeren en een nieuw Europa creëren, een Europa van soevereine staten - zonder Turkije - dat de christelijke en humanistische waarden van zijn beschaving bevestigt.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristiana Muscardini (UEN), schriftelijk. − (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is bedroevend dat het Europees Parlement aan het einde van zijn zittingsperiode gekozen heeft voor een schizofrene aanpak ten aanzien van een dergelijke delicate kwestie. Het is immers werkelijk schizofreen als men zich aan de ene kant op de toekomst richt, zelfs wanneer die toekomst met technologieën komt die worden gebruikt om geweld en verkrachting te leren, en aan de andere kant vervalt in het verleden en terugkeert tot tribale rituelen om degenen die bloed willen zien vloeien en die meer nodeloos lijden in de ogen van hun slachtoffers willen zien, tevreden te stellen.

Wij wijzen rituele slachtingen waarin geen rekening wordt gehouden met de consensus en de vrije keuze van de afzonderlijke lidstaten, resoluut van de hand.

 
  
MPphoto
 
 

  Lydia Schenardi (NI), schriftelijk. (FR) Wij kunnen ons vinden in de wens om de richtlijn uit 1993 te vervangen, teneinde de omstandigheden waaronder wordt geslacht in de hele Europese Unie te verbeteren en te standaardiseren.

Ook onderschrijven wij het beginsel dat dieren alleen mogen worden geslacht volgens methoden die tot onmiddellijke dood of dood na bedwelming leiden, maar we zijn absoluut tegen het idee uitzonderingen toe te staan in het kader van religieuze riten.

De publieke opinie is erg gevoelig voor en volstrekt tegen onnodige, pijnlijke praktijken. Waarom zouden we deze dan tolereren in de naam van religie, of dieren nu voor de slacht worden verdoofd of niet?

Er moet strenge wetgeving worden ingevoerd, die voorziet in een verificatie van de procedures, om erop toe te zien dat deze dieren voor hun dood worden verdoofd en niet weer bij bewustzijn kunnen komen. Het zou echter nog beter zijn om dergelijke praktijken helemaal te verbieden. Ze stammen uit een ander tijdperk en kunnen met recht "barbaars" worden genoemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Kathy Sinnott (IND/DEM), schriftelijk. − (EN) Het beschermen van dieren tegen wreedheid is een zeer belangrijke verantwoordelijkheid. Een aantal van de voorstellen om wreedheid te voorkomen leidt echter naar mijn mening alleen maar tot nog meer wreedheid.

Ik heb het dan met name over het voorstel om alle slachtingen te laten plaatsvinden in slachthuizen. Boeren worden gedwongen om dieren in te laden en te transporteren, zelfs wanneer ze ziek en oud zijn, en dat veroorzaakt pijn en stress voor de dieren.

Dit voorstel houdt ook risico's in met bedekking tot besmettelijke ziekten en infecties. Soms is het beter om ziekte te beteugelen door een dier op de eigen boerderij te slachten, zolang dit maar op humane wijze gebeurt. Ik heb mijn mondelinge verklaring niet afgelegd.

 
  
  

- Verslag-Silva Peneda (A6-0241/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, hebben ervoor gekozen om voor het verslag over de vernieuwde sociale agenda (A6-0241/2009) te stemmen. Het is een goed verslag waarin onder andere wordt gesteld dat noch economische vrijheden noch mededingingsregels voorrang mogen hebben op sociale grondrechten.

Het verslag bevat echter ook eisen inzake een regeling voor minimumloon. Wij, sociaaldemocraten, zijn van mening dat het belangrijk is iedereen een behoorlijk loon te garanderen, een loon waar men van kan leven, en wij vinden dat de EU dit aan moet moedigen. Dat is met name belangrijk om het probleem van de “werkende armen” aan te kunnen pakken. Hoe de lidstaten dan kiezen om hun burgers een behoorlijk loon te garanderen, via wetgeving of door het aan de sociale partners over te laten om dat via collectieve overeenkomsten te regelen, moet ook in de toekomst een beslissing van de lidstaten zelf blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Atkins (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De Conservatieven steunen het beginsel van minimumloon in het Verenigd Koninkrijk, maar we zijn van mening dat het vraagstuk van de socialezekerheidstelsels en het minimumloon op nationaal niveau moet worden geregeld.

Daarom hebben de Conservatieven zich onthouden van stemming over dit verslag.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (PSE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag van Silva Peneda gestemd over de vernieuwde sociale agenda. In het kader van de huidige economische crisis is het van essentieel belang dat sociaal beleid hand in hand gaat met economisch beleid dat is gericht op een duurzaam herstel van de Europese economie. De Europese sociale modellen worden geconfronteerd met meerdere uitdagingen, namelijk demografische verandering en globalisering, waar ze niet immuun voor kunnen blijven. Daarom moeten ze worden gemoderniseerd met het oog op de lange termijn, waarbij echter tegelijkertijd hun oorspronkelijke waarden behouden blijven.

Europa heeft een ambitieuze sociale agenda nodig, zeer zeker in deze ernstige economische crisis. Ik vind de vernieuwde sociale agenda van de Commissie echter niet erg ambitieus. Ik vind dat ze er laat mee komt en ik vind dat deze geen afdoend antwoord biedt op de uitdagingen waar de financiële en economische crisis ons voor stelt. Het sociaal beleid en het werkgelegenheidsbeleid moeten worden versterkt om verlies van banen te beperken of te voorkomen en de Europeanen te beschermen tegen sociale uitsluiting en armoede.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit verslag bevat veel tegenstrijdigheden maar houdt in essentie vast aan de huidige richtsnoeren van het neoliberaal kapitalisme. Deze zijn weliswaar op enkele punten wat afgezwakt maar het beleid dat ten grondslag ligt aan deze economische en sociale crisis blijft onaangetast. De leidende beginselen zijn nog steeds dezelfde. De crisis wordt nu weer gebruikt om meer van hetzelfde te verkopen: flexibiliteit, interne markt, meer samenwerking tussen de publieke en privésector. Daarbij wordt voorbijgegaan aan het feit dat het beleid van de Europese Unie mede de oorzaak is van de crisis en heeft bijgedragen aan de verergering ervan.

De terechte 'zorgen' waarvan sprake is, gaan niet in op - en vormen ook geen antwoord op - de belangrijkste oorzaken van de geconstateerde problemen, zoals het economisch beleid en de onzekerheid op de arbeidsmarkt, liberalisering en privatisering van openbare diensten, et cetera.

In het verslag ontbreken alternatieve antwoorden, zoals met betrekking tot de versterking van de rol van de staat in de economie, in strategische sectoren en bij de uitbreiding van kwalitatief goede openbare dienstverlening, of zelfs met betrekking tot loons- en pensioenverhogingen. Weliswaar wordt er gesproken over de noodzaak de rijkdom beter te verdelen, maar daarbij wordt niet aangegeven hoe dat concreet moet gebeuren. Ook wordt er niet gesproken over een breuk met het beleid dat de sociale ongelijkheid vergroot heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) De sociale balans van uw Europa is zwaar negatief. In Frankrijk zijn net schrikbarende cijfers verschenen: de armoede is in twee jaar met vijftien procent gestegen, het aantal arme werknemers is dramatisch gestegen en het aantal diep in de schulden zittende huishoudens – waarvan de inkomsten de kosten van het dagelijkse levensonderhoud sinds lang niet meer dekken – is hierdoor exponentieel toegenomen. Dit is bovendien nog maar het begin van deze diepe crisis.

U dringt er bij de burgers op aan "verandering te aanvaarden" wanneer verandering voor werknemers gelijkstaat aan het verlies van hun baan en de zekerheid dat zij - dankzij uw beleid - geen nieuwe zullen vinden. U hebt het over "sociaal" terwijl het Hof van Justitie de rechten van werknemers met voeten treedt in naam van mededinging en de vrijheid van dienstverlening. U voegt hier nog "flexibiliteit" aan toe, dat niet meer is dan eurojargon voor "onzekerheid". U pretendeert zelfs extra aandacht te besteden aan vrouwen en moeders, terwijl uw idioot "genderbeleid" resulteert in het verlies van hun specifieke sociale rechten, zoals die welke zij in Frankrijk hadden op het gebied van pensionering en nachtwerk.

Er is geen vernieuwing nodig van de sociale agenda, wel een grondige verandering van uw perverse systeem.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Dit verslag benadrukt dat de lidstaten de nationale socialezekerheidsstelsels moeten hervormen, minimumlonen moeten invoeren en de leerplannen in scholen moeten herzien. Verder moet een groter deel van de bedrijfswinst in werknemersparticipatie worden verwerkt en moet een Europees Jaar van het vrijwilligerswerk worden ingevoerd. Dat zijn ongewoon extreme voorbeelden van hoe de EU de nationale zelfbeschikking over wil nemen.

Daarnaast bevat het verslag twee verwijzingen naar het Verdrag van Lissabon, dat nog niet in werking is getreden. Dat is een schaamteloze blijk van machtsarrogantie. De implicatie is dat het democratisch debat over het Verdrag wordt gezien als spelen voor de galerij en voor het resultaat als volkomen onbelangrijk wordt beschouwd.

Wij hebben daarom bij de eindstemming tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Carl Schlyter (Verts/ALE), schriftelijk. − (SV) Dit is in het algemeen een erg goed verslag met veel goede aspecten, maar vanwege herhaalde eisen inzake groei en de invoering door de lidstaten van minimumlonen in combinatie met juridisch bindende sociale voorwaarden, wat een enorme overdracht van bevoegdheden aan de EU zou inhouden, heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anja Weisgerber (PPE-DE), schriftelijk. − (DE) De Europese sociale modellen staan juist in deze tijden van financiële crisis voor grote uitdagingen.

De CDU/CSU-delegatie pleit daarom voor een sociaal Europa.

Om die reden staan wij achter het verslag van José Silva Peneda over de vernieuwde sociale agenda.

Wij juichen eveneens toe dat aan het scheppen van banen en de bevordering van werkgelegenheid in deze tijden van crisis prioriteit wordt gegeven en dat we pedagogische acties willen bevorderen.

Europa moet een sociaal kader creëren en normen op communautair niveau vastleggen.

Er dient evenwel rekening te worden gehouden met de bevoegdheden van de lidstaten.

Derhalve hebben wij ons verzet tegen de algemene eis om minimuminkomensregelingen in te voeren in alle lidstaten, een eis die oorspronkelijk werd verwoord in paragraaf 14 van het verslag.

Het invoeren van minimumlonen berust op een besluit dat puur op lidstaatniveau moet worden genomen.

Daarom juichen wij toe dat het mondelinge amendement op deze paragaaf is aangenomen.

Ieder mens heeft recht op voldoende inkomsten om een menswaardig bestaan te leiden, maar de lidstaten hebben verschillende mogelijkheden om dit te regelen.

Wij hebben in ons mondeling amendement duidelijk gemaakt dat naast minimumlonen ook afspraken in collectieve arbeidsovereenkomsten, algemeen bindende regelingen of een van overheidswege gegarandeerd minimuminkomen in aanmerking komen.

Op die manier eerbiedigen wij het subsidiariteitsbeginsel.

 
  
  

- Verslag-Lambert (A6-0263/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse sociaaldemocraten, hebben ervoor gekozen om voor het verslag (A6-0263/2009) over de inclusie van personen die van de arbeidsmarkt zijn uitgesloten te stemmen. Het is een goed verslag dat met name belangrijk is in de huidige economische crisis, waarin maatregelen op de arbeidsmarkt nodig zijn om ervoor te zorgen dat de zwaksten in de samenleving niet permanent buiten de arbeidsmarkt blijven.

Het verslag bevat echter ook eisen voor een regeling inzake minimumloon. Wij, sociaaldemocraten, zijn van mening dat het belangrijk is iedereen een behoorlijk loon te garanderen waar men van kan leven, en wij vinden dat de EU dat aan moet moedigen. Dat is met name belangrijk om het probleem van de “werkende armen” aan te pakken. Hoe de lidstaten dan kiezen om hun burgers een behoorlijk loon te garanderen, via wetgeving of door het aan de sociale partners over te laten om dat via collectieve overeenkomsten te regelen, moet ook in de toekomst een beslissing van de lidstaten zelf blijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Atkins (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De Britse Conservatieven steunen het grootste gedeelte van dit verslag en de bepalingen over passende inkomenssteun, inclusieve arbeidsmarkten en toegang tot hoogwaardige diensten. We zijn ook voorstander van een positieve en inclusieve benadering van geestelijke gezondheidszorg, handicaps, en het recht van ouderen om te werken, evenals van een ferm standpunt ten aanzien van de strijd tegen mensenhandel.

Maar de Conservatieven geven geen steun aan het concept van een EU-discriminatierichtlijn. Evenmin geven de Conservatieven steun aan het verzoek om de opstelling van een juridisch kader voor gelijke behandeling op de arbeidsmarkt, om discriminatie in arbeid en beroep tegen te gaan, en een EU-doelstelling voor minimuminkomensregelingen en ondersteunende uitkeringsregelingen waarmee inkomenssteun wordt verschaft die minstens 60 procent van het mediaan nationaal equivalent inkomen bedraagt. Om deze redenen hebben we ons van stemming onthouden. Deze kwesties zouden zaken van nationale bevoegdheid moeten zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Philip Bushill-Matthews (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De EPP-ED-Fractie kan de inhoud van het oorspronkelijke verslag van Jean Lambert in het algemeen steunen. In de commissie heeft echter een andere fractie irrelevante punten aan het verslag toegevoegd die niet alleen buiten de beoogde werkingssfeer van het verslag vallen, maar eveneens, zoals bekend, onaanvaardbaar waren voor onze fractie. Men heeft dit bewust gedaan, uit verachtelijke partijpolitieke overwegingen, om het voor ons onmogelijk te maken om het verslag zoals het aan de plenaire vergadering is voorgelegd, te steunen. We hebben daarom een alternatieve resolutie ingediend met alle elementen uit haar verslag die we wel steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Dit verslag werpt de vraag op hoe we in de arbeidsmarkt de mensen kunnen opnemen die hier nu nog van zijn uitgesloten? Het antwoord is volstrekt duidelijk: we moeten meer banen en meer capaciteit creëren op onze arbeidsmarkten.

Het feit dat de EU zich deze vraag überhaupt moet stellen, toont aan wat een van de fundamentele problemen met Brussel is. Er wordt veel te veel aandacht besteed aan de bescherming van banen en bij lange na niet genoeg aan het creëren ervan. Het Europees sociaal model is hoofdzakelijk verantwoordelijk voor de werkloosheid van zoveel Europeanen. Het Europees sociaal model doet precies het tegenovergestelde van wat het zou moeten doen: het creëert een arbeidsmarkteconomie met twee lagen, die voordelen biedt aan degenen die werken en de mogelijkheid voor werkloze mensen werk om werk te vinden, beperkt. Ook de sociale kosten tengevolge van eindeloze EU-regelgeving zijn enorm, en daardoor zien werkgevers er van af om nieuwe werknemers aan te nemen. Tot zover het stoutmoedige plan van de EU om in 2010 de meest concurrerende economie ter wereld te zijn.

Om banen te creëren voor werklozen moet de EU voor de Europese economie een heel andere richting inslaan. De Britse Conservatieven zetten zich in voor het versnellen van die richtingsverandering.

 
  
MPphoto
 
 

  Hélène Goudin en Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) In dit verslag worden enkele belangrijke kwesties ter sprake gebracht, die echter in wezen door de lidstaten moeten worden aangepakt en niet door de EU. Het Europees Parlement wijst onder andere op de noodzaak van een EU-doelstelling voor regelingen inzake minimuminkomens en minimumlonen. Het verslag bevat bovendien een verwijzing naar het Verdrag van Lissabon (dat nog niet in werking is getreden). Wij hebben bijgevolg tegen dit verslag gestemd.

 

7. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
  

(De vergadering wordt om 14.40 uur onderbroken en om 15.05 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: MARTINE ROURE
Ondervoorzitter

 

8. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
Video van de redevoeringen

9. Samenstelling Parlement: zie notulen
Video van de redevoeringen

10. Conclusies van de Conferentie van de Verenigde Naties over racisme (DURBAN II - Genève) (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de conclusies van de Conferentie van de Verenigde Naties over racisme (Durban II - Genève).

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil u allereerst bedanken voor de mogelijkheid om de balans op te maken van de Internationale Conferentie tegen racisme die naar ik weet door vele van de hier aanwezige leden op de voet is gevolgd.

Het voorbereidingsproces in de aanloop tot de conferentie was buitengewoon complex. Er was een aanzienlijk aantal landen dat ernstige twijfels over het proces had, gezien hetgeen in 2001 was gebeurd. Omdat verscheidene lidstaten, waaronder de mijne, bezorgd waren dat de conferentie zou worden gebruikt als een podium voor het uiten van haat en intolerantie in de meest extreme vorm, besloten zij zich hiervan terug te trekken. Deze bezorgdheid werd bevestigd door de interventie van een VN-lid helemaal aan het begin van de conferentie. Niet alleen was dit voor ons volstrekt onaanvaardbaar, maar het strookte ook absoluut niet met de geest en het doel van de conferentie.

Het is onfortuinlijk – hoewel wellicht onvermijdelijk –dat dit incident en het daarop weglopen van alle lidstaten en een aantal andere VN-leden, het nieuws haalde en de bij consensus aangenomen slotverklaring overschaduwde. Toch ben ik van mening dat de zeer constructieve en gedegen EU-bijdrage gedurende de gehele voorbereidingsfase van de conferentie volledig erkend moet worden. Dit geldt vooral voor de opstelling van de slotverklaring, waarbij de EU een zeer belangrijke rol heeft gespeeld. Ondanks voornoemde voorvallen mag het feit dat de uiteindelijke slotverklaring alle rode lijnen van de EU respecteert, een grote prestatie genoemd worden.

De slotverklaring respecteert het bestaande kader voor mensenrechten volledig, met name met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting, en voldoet aan veel van onze eisen, zoals de noodzaak om elke verwijzing naar de belastering van godsdiensten te vermijden en om er van af te zien Israël op enige manier apart te noemen. Bovendien werd de paragraaf over de herdenking van de Holocaust in de tekst gehandhaafd.

We moeten ons nu bezinnen op de gevolgen voor de EU van zowel de conferentie zelf als de slotverklaring. We moeten in het bijzonder vaststellen hoe we de implementatie van de aangegane verplichtingen gaan ondersteunen. De Raad blijft uiterst bezorgd over de verschijnselen racisme en vreemdelingenhaat, die we op dit moment als een van de grootste uitdagingen voor de mensenrechten beschouwen.

Ik weet dat het Parlement deze bezorgdheid volledig deelt en dat u een bijdrage hebt geleverd aan de totstandkoming van een groot deel van de wetgevingsbasis en de praktische hulpmiddelen om deze plaag te helpen bestrijden. Het bestrijden van racisme en vreemdelingenhaat is een continu proces waarvoor zowel politieke wil als praktische maatregelen nodig zijn, niet in de laatste plaats op het gebied van onderwijs. Er is ook een continue noodzaak om de dialoog en het wederzijdse begrip te versterken en tolerantie te bevorderen.

Hoewel er tekenen zijn dat de antidiscriminatiewetgeving van de EU positieve effecten heeft, vordert algemeen de wereldwijde strijd tegen deze verschijnselen bedroevend langzaam. De trend is in een aantal landen zelfs negatief. We hebben gezien hoe door de huidige economische crisis racistische en xenofobe intolerantie in de hele wereld wordt aangewakkerd. Tegen de achtergrond van de economische crisis is een krachtig antiracismebeleid belangrijker dan ooit. Zowel in Europa als daarbuiten worden we geconfronteerd met een plotselinge toename van gewelddadige aanvallen op migranten, vluchtelingen en asielzoekers, en op minderheden zoals de Roma.

De EU heeft een krachtig acquis betreffende de strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat. Deze beide verschijnselen zijn onverenigbaar met de beginselen die ten grondslag liggen aan de oprichting van de EU. De EU heeft alle uitingen van racisme herhaaldelijk verworpen en veroordeeld, en zal dit blijven doen. De EU zal, binnen de perken van de bevoegdheden die haar met de Verdragen zijn toegekend, de strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat voortzetten, zowel binnen de Europese Unie zelf als in de context van ons extern beleid.

Intern hebben we wetgeving aangenomen die directe en indirecte discriminatie verbiedt, op grond van ras of etnische afstamming, op het werk, in het onderwijs en met betrekking tot toegang tot goederen en diensten. De wetgeving verbiedt ook discriminatie op andere gronden, waaronder religie, leeftijd, seksuele geaardheid en handicaps, met name op het werk. De EU heeft ook wetgeving aangenomen om haatredes via tv-zenders te verbieden, en ‘het publiekelijk aanzetten tot geweld of haat jegens een groep personen, of een lid van die groep, die op basis van ras, huidskleur, godsdienst, afstamming, dan wel nationale of etnische afkomst wordt gedefinieerd’ strafbaar te stellen. Volgens diezelfde wetgeving is het publiekelijk vergoelijken, ontkennen of verregaand bagatelliseren van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden een misdrijf.

In haar extern beleid stelt de EU regelmatig racisme en vreemdelingenhaat aan de orde in haar bilaterale politieke en mensenrechtendialogen met derde landen als Rusland en China. We hebben er ook voor gezorgd dat racisme en vreemdelingenhaat een belangrijke plaats kreeg in onze samenwerkingsstrategieën, zoals in de actieplannen in het kader van het Europees nabuurschapsbeleid. Er gebeurt veel in de diverse multilaterale fora. Binnen de OVSE coördineren de lidstaten hun werk om er voor te zorgen dat de verplichtingen die door de 56 deelnemende OVSE-landen op dit gebied zijn aangegaan, worden gerespecteerd en uitgevoerd. Dit is ook het geval binnen de Raad van Europa en binnen het bredere VN-kader.

Deze voorbeelden tonen aan dat wij collectief willen werken aan deze kwestie, zowel op intern vlak als in een bredere context met onze partners in de hele wereld. De Internationale Conferentie tegen racisme was onderdeel van die bredere inspanningen. Het was geen gemakkelijk karwei, dat bovendien nog duidelijk werd ontsierd door degenen die dachten de resultaten van de conferentie te kunnen misbruiken voor hun eigen kleingeestige politieke doelen. Desalniettemin moeten we het feit verwelkomen dat uiteindelijk de aandacht werd gevestigd op de continue noodzaak om racisme en vreemdelingenhaat te bestrijden en op onze verplichting, die door vele anderen wordt gedeeld, om deze plaag uit te roeien.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik ben blij dat ik aan dit debat mag deelnemen. De Europese Commissie heeft de voorbereidingen voor de Conferentie van Durban en de uitwerking van een gemeenschappelijk EU-standpunt ten aanzien van de deelname eraan op de voet gevolgd.

In dit opzicht hebben wij rekening gehouden met de oproep die het Parlement – uw Parlement – heeft gedaan, met dien verstande dat de Europese Unie zich ertoe verbonden heeft om actief aan de toetsingsconferentie van Durban deel te nemen in het kader van de door het Parlement op 19 januari aangenomen resolutie over de vorderingen van de VN-Mensenrechtenraad, en met name de rol van de Unie.

Zoals u weet, hebben vijf lidstaten besloten niet deel te nemen aan deze conferentie. De Commissie zal haar deelname als waarnemer bevestigen, aangezien zij het standpunt van de meerderheid van de lidstaten deelt dat in het conferentiedocument de ´rode lijnen´ van de Europese Unie zijn behouden.

Het aangenomen slotdocument, dat het resultaat is van een compromis, is weliswaar geen ideale tekst, maar bevat noch diffamatie van antisemitische aard, noch belasteringen van specifieke landen of regio's in de wereld, of religies.

Het feit dat het slotdocument met een consensus van 182 VN-lidstaten is aangenomen, bevestigt hoezeer de internationale gemeenschap zich inzet voor de strijd tegen racisme en discriminatie. Dit is een antwoord op de betreurenswaardige pogingen van sommigen om de conferentie voor antisemitische doeleinden te misbruiken, iets waartegen de Europese Commissie zich krachtig heeft verzet.

In ieder geval doen de gebeurtenissen tijdens de toetsingsconferentie geenszins afbreuk aan de langetermijnverbintenis van de Commissie. De Commissie zal alles in het werk stellen om iedere uiting van welke vorm van racisme of xenofobie dan ook te bestrijden en is vastbesloten al haar door de Verdragen verleende bevoegdheden aan te wenden om haar beleid ter bestrijding van racisme, xenofobie en antisemitisme zowel binnen als buiten de Europese Unie voort te zetten.

Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik zal de uitvoering door de lidstaten van het kaderbesluit inzake racisme en xenofobie persoonlijk nauwlettend in de gaten houden. Ik zal mij persoonlijk inzetten voor het toezicht op de omzetting van dit kaderbesluit, waarbij ik wil benadrukken dat het Bureau voor de grondrechten ons voortaan ook zal helpen bij de observatie van al deze verschijnselen, die een grote vastberadenheid onzerzijds vereisen.

We kunnen inderdaad hopen dat de volgende VN-conferentie over racisme niet meer wordt bezoedeld door onaanvaardbare toespraken, door het regelrecht aanzetten tot haat en racisme. Dit gezegd zijnde, is het ook zo dat het uiteindelijke compromis van de conferentie ons een glimp doet opvangen van een rooskleuriger toekomst.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, de Iraanse president Ahmadinejad heeft onlangs tijdens de VN-Conferentie tegen racisme in Genève beweerd dat Israël een racistisch land is. Het is verleidelijk om hem af te doen als een populistische demagoog die uit is op publiciteit, maar hij heeft in het verleden de schandalige oproep gedaan om Israël van de kaart te vegen, en Israël zal ongetwijfeld het eerste doel zijn van het kernwapen dat hij zo graag wil bouwen. We moeten deze interventie dan ook zien in het licht van zijn onverbiddelijke vijandigheid tegenover de Joodse staat, die naar mijn mening terecht een bondgenoot en sterke partner van de EU is.

Met betrekking tot de beschuldiging van racisme is het moeilijk om een land te vinden dat etnisch diverser en minder racistisch is dan Israël, waar Arabieren, Armeniërs, Druzen en andere minderheden zijn gevestigd. Het beeld van de luchtbrug van Ethiopische joden naar Israël is nog in mijn geheugen gegrift.

Israël handhaaft uiteraard nog steeds een open immigratiebeleid op basis van zijn status als thuisland voor alle joden in de hele wereld, maar we mogen ook de positie van de Israëlische Arabieren in de maatschappij niet vergeten. Zij hebben democratische rechten en een levensstandaard die Arabische landen zelden hun eigen inwoners bieden. Ik verdenk Ahmadinejad er van dat hij eigenlijk de aandacht wil afleiden van de ontstellende en weerzinwekkende mensenrechtenreputatie van de Islamitische Republiek Iran.

In Iran worden journalisten die het regime durven te bekritiseren, opgesloten, maar Israël heeft een vrije pers, In Iran worden overspelige personen, homoseksuelen en minderjarigen geëxecuteerd, ook door steniging, terwijl in Israël homo's en lesbiennes volledig door de wet worden beschermd. In Iran worden minderheden als christenen en bahá'ís stelselmatig vervolgd, maar in Israël worden minderheden gewaardeerd en hun rechten beschermd.

Toch leveren, ondanks al deze bewijzen, veel leden van dit Parlement liever kritiek op onze democratische bondgenoot Israël dan dat zij een barbaars en mogelijk catastrofaal regime in Teheran afkeuren.

Israël moet weten dat het wel degelijk vrienden heeft in dit Parlement, vrienden zoals ik die de mensenrechten koesteren en fanatisme afwijzen. Eerlijk gezegd vind ik het beschamend dat de EU-lidstaten afgevaardigden hebben gestuurd naar Durban II, ofschoon ze heel goed wisten dat president Ahmadinejad aanwezig zou zijn en deze schandalige opmerkingen zou maken.

 
  
MPphoto
 

  Ana Maria Gomes, namens de PSE-Fractie. – (PT) De Conferentie van de Verenigde Naties over racisme (Durban II) wordt door sommige mensen als een succes gezien. Het slotdocument respecteert inderdaad de vijf rode lijnen die door de Europese Unie zijn vastgesteld en weerspiegelt een echte wereldwijde consensus, in tegenstelling tot eerdere versies, die zo'n enorme en heftige polemiek teweeggebracht hebben.

Maar helaas is het niet dit document dat in het geheugen gegrift zal blijven van iedereen over de hele wereld die deelgenomen heeft aan de discussies in Genève. De aandacht van de hele wereld was eerder gericht op de diepe verdeeldheid die werd teweeggebracht door een conferentie die gewijd was aan een universeel thema, te weten de strijd tegen racisme.

Europa heeft weer eens laten zien hoe zwak de Europese eenheid is als het gaat om politiek gevoelige onderwerpen. Dat is zeker tijdens deze conferentie naar voren gekomen.

Niets was symbolisch zo belangrijk geweest als het collectieve vertrek van alle landen van de Europese Unie uit de vergaderzaal, na de provocerende en onacceptabele voorstellen van de Iraanse president, die ondanks de veranderde toon van Washington vasthoudt aan een koers die zijn land onafwendbaar in botsing brengt met het Westen. Enkele Europese landen waren helaas niet eens in de zaal aanwezig om uitdrukking te kunnen geven aan hun ongenoegen over een toespraak die, zoals de Secretaris-generaal van de Verenigde Naties benadrukte, enkel bedoeld was om te beschuldigen, te verdelen en zelfs op te ruien.

Eenheid geeft kracht, en de Europese Unie heeft door haar verdeeldheid blijk gegeven van zwakte. De strijd tegen racisme en tegen het aanzetten tot haat van Ahmadinejad en anderen had beter verdiend.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil beginnen met een algemene opmerking. Landen zijn niet racistisch, mensen zijn racistisch. Er zijn in Iran veel mensen, daar ben ik van overtuigd, die de standpunten van hun president niet delen en ik vind het in feite een gemiste kans dat Europa zwak, stil, verdeeld en afwezig was en niet sprak namens die mensen in Iran, en zo een podium bood voor mensen als Ahmadinejad, zodat deze zijn racistische taal kon uiten.

Ik was persoonlijk tegen het boycotten van de conferentie, maar wat naar mijn mening nog erger was, was het ontbreken van een Europese strategie. Waarom was Europa verdeeld? Waarom? Ik zou een verklaring van de Raad willen – en ik heb hiertoe een amendement ingediend op het verslag-Obiols i Germà dat we later bespreken – waarom er geen Europese strategie was? Waarom kunnen zevenentwintig Europese landen het niet eens worden over een strategie? Als en wanneer het Verdrag van Lissabon van kracht wordt – waar de Raad toch steun aan geeft – moeten de zevenentwintig landen zich sterker inspannen voor een gezamenlijke strategie.

Betreffende de kwestie van belastering van godsdienst ben ik uiterst bezorgd over het feit dat het een VN-instantie is die resoluties kan aannemen die oproepen tot een totaalverbod op de belastering van godsdiensten of op het beledigen van godsdiensten. Ik heb begrepen dat dit uiteindelijk is afgezwakt in de slotverklaring, maar ik vind het nog steeds verontrustend dat iets dergelijks uit de VN kan komen. Ik zie echter ook wel de ironie in van het feit dat het ook in dit Parlement nog steeds erg moeilijk is om godsdiensten zelfs maar te bekritiseren, niet beledigen, maar bekritiseren, en dat geldt voor een belangrijke Europese godsdienst in het bijzonder. Er is een ander amendement ingediend door mijzelf en mijn collega Cappato op het verslag-Obiols i Germà waarin het Vaticaan wordt bekritiseerd vanwege zijn standpunt over condooms in de strijd tegen aids. Ik zou de Raad nogmaals willen vragen wat er is gedaan om een Europese strategie te krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil nogmaals benadrukken dat de slotverklaring van de Internationale Conferentie tegen racisme bij consensus is aangenomen. Zelfs al is de tekst niet ideaal en vertegenwoordigt deze het resultaat van complexe onderhandelingen, ben ik wat het nieuwe standpunt betreft van mening dat het van belang is om de discussie over het nieuwe document voort te zetten, evenals de discussie over vaak besproken kwesties als rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat, stigmatisering en stereotypering van mensen op grond van hun religie of geloof.

We moeten de discussie voortzetten op een niet-confronterende manier maar wel krachtig reageren op onaanvaardbare verklaringen en op pogingen om het proces van Durban te gebruiken voor het uiten van een racistische ideologie. Ik ben er vast van overtuigd dat het proces van Durban zonder een krachtig standpunt over mensenrechten en de strijd tegen racisme en vreemdelingenhaat de verkeerde kant zou kunnen uitgaan.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, het is natuurlijk jammer dat de slachtoffers van racisme en discriminatie niet centraal stonden in de Conferentie van Durban. Dit komt uiteraard door de schandalige gijzeling van de conferentie door de Iraanse president; een valkuil waarin - helaas - diverse EU-lidstaten zijn gevallen. Dat is het probleem.

Mijn persoonlijke dank gaat uit naar de lidstaten van de Europese Unie die zich desondanks hebben ingezet om ervoor te zorgen dat wij nu volstrekt honorabele conclusies hebben, zelfs indien ze onvolmaakt zijn. Ik zou bovendien van het voorzitterschap willen vernemen welke inspanningen de lidstaten al dan niet hadden geleverd om te voorkomen dat de Europese Unie gedesorganiseerd aantrad bij deze conferentie, hetgeen erg betreurenswaardig was.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, de EU was ook volledig betrokken bij de voorbereiding van de conferentie en heeft actief bijgedragen aan het opstellen van de slotverklaring, in een poging deze zo evenwichtig mogelijk te maken en er voor te zorgen dat de bestaande normen op het gebied van de mensenrechten werden gerespecteerd, met name met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting.

De EU is er ook in geslaagd om er voor te zorgen dat Israël niet apart werd genoemd in de tekst. Het is in grote mate te danken aan de inspanningen van de EU dat we uiteindelijk een tekst hebben geproduceerd die onze rode lijnen respecteert, ondanks het feit dat enkele EU-lidstaten besloten hadden om niet deel te nemen als nationale staat.

Hier moet ook aan worden toegevoegd dat de landen die de conferentie niet hebben bijgewoond, de EU als zodanig er niet van hebben weerhouden om tijdens de conferentie het woord te voeren. Het voorzitterschap heeft de interne coördinatie van de deelname van de EU voortgezet. Daaronder viel ook de voorbereiding van twee verklaringen namens alle EU-lidstaten, die werden afgelegd door Zweden, het aanstaand voorzitterschap. De slotverklaring werd namens 22 landen afgelegd.

In de nasleep van Durban zal de EU onderzoeken hoe zij de agenda van Durban kan blijven steunen. Het feit dat vijf van de zevenentwintig lidstaten uiteindelijk zelf niet aan de conferentie hebben deelgenomen, zal het engagement van de EU in de strijd tegen racisme en discriminatie in de toekomst geenszins in twijfel trekken. We hebben een degelijk acquis betreffende deze kwesties en daaraan zullen wij blijven werken. Zoals terecht werd gezegd – en ik beschouw dat als een soort kritiek – waren we aan het eind van de voorbereidingen voor de conferentie niet echt in staat om tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. Er is nooit een gemeenschappelijk standpunt geweest; er is dus ook nooit een EU-standpunt geweest vóór de conferentie. Er werd bij consensus afgesproken dat er nationale standpunten zouden zijn en dus hebben de delegaties de zaal verlaten als nationale delegaties.

Ik herhaal dat de ministers deze kwestie tijdens de laatste vergadering hebben besproken en er zullen lessen worden geleerd. We moeten ons beraden en er op terugkomen, omdat de EU niet het ‘heroïsche’ pad heeft bewandeld tijdens deze conferentie. Dat moet worden gezegd.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Ik dank u voor al uw toespraken. Afgelopen maandag heeft commissaris Ferrero-Waldner, net als alle EU-ministers van Buitenlandse Zaken, een brief ontvangen van mevrouw Pillay, de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten.

In deze brief herinnert mevrouw Pillay aan haar woorden tijdens een op 8 oktober samen met het Europees Parlement georganiseerde conferentie in Brussel over de bescherming van mensenrechtenactivisten. Mevrouw Pillay acht het belangrijk dat er weer een zekere eenheid komt op het gebied van de bescherming en bevordering van de mensenrechten in de wereld, met name in de strijd tegen racisme. Zij roept alle VN-lidstaten ertoe op mee te doen aan de uitvoering van het VN-programma ter bestrijding van racisme, vooral zoals dit is gedefinieerd in het slotdocument van de Conferentie van Durban.

Ik vind dat de Europese Unie moet nadenken over het gevolg dat zij wil geven aan deze uitnodiging. Hoe dan ook, de Europese Unie voert een actief beleid ter bestrijding van racisme. Zij moet waakzaam en geëngageerd blijven, zodat de internationale inspanningen op dit gebied duidelijk effectief blijven. Persoonlijk deel ik de hier geuite mening dat als Europa een strategie had gehad en haar gelederen had gesloten, zij deze gelegenheid zeker ten volle had kunnen benutten om eensgezind protest aan te tekenen tegen onaanvaardbare verklaringen. Laat dit een les voor ons zijn. Ik ben het voorzitterschap dankbaar voor de woorden dat dit een les moet zijn en dat wij in staat moeten zijn - hierin, naar ik hoop, gesterkt door de ratificatie van het Verdrag van Lissabon - het externe beleid van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten en zo het Europees optreden binnen de multilaterale organisaties effectiever te maken. In dit opzicht kan ik mij slechts aansluiten bij de toespraken van de diverse leden, die ik wil bedanken. Nogmaals, dit moet ons aanzetten tot nadenken om zo in de toekomst effectievere strategieën te ontplooien.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

 

11. Jaarverslag over de mensenrechten in de wereld in 2008 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is het verslag (A6-0264/2009) van Raimon Obiols i Germà, namens de Commissie buitenlandse zaken, over het jaarverslag over de mensenrechten in de wereld in 2008 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie [2008/2336(INI)].

 
  
MPphoto
 

  Raimon Obiols i Germà, rapporteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag snel enkele opmerkingen maken over dit jaarverslag over de mensenrechten in de wereld en de rol van de Europese Unie op dit terrein. Om te beginnen wil ik erop wijzen dat het verslag feitelijk uit twee onderdelen bestaat. Allereerst wordt een beschrijving en een (helaas negatieve) beoordeling gegeven van de mensenrechten in veel landen en regio’s in de wereld, waarbij vaak sprake is van menselijke tragedies. Verder wordt een beoordeling gegeven op basis van de standpunten die het Parlement in het verleden ten aanzien van de verschillende problemen heeft ingenomen. Bij de beoordeling heb ik geprobeerd me te positioneren in de mainstream van de standpunten en handelingen van de Europese instellingen, waarbij ik niet zozeer de verschillen maar de overeenstemmingen heb benadrukt. Ik geloof namelijk dat we in dit trage en moeilijke werk voor het verbeteren van de mensenrechtensituatie in de wereld, aan kracht en effectiviteit winnen wanneer we streven naar gezamenlijke standpunten.

Iets waar ik bijzondere nadruk op heb gelegd, is het vaststellen van specifieke prioriteiten, met andere woorden het samenvatten van wat wereldwijd de leidende beginselen voor het optreden van de Europese Unie op het terrein van de mensenrechten kunnen zijn.

Ik zou met betrekking tot dit onderwerp op negen punten willen wijzen die duidelijk een bijzondere positie innemen in de bijdragen van mijn medeafgevaardigden en in het algemene kader van het verslag. Het verslag beschouwt de definitieve afschaffing van de doodstraf in de wereld als zeer spoedeisend, ook al klinkt dat in de historische context misschien wat grootsprakerig. Net zoals voorgaande generaties hun doel van de universele afschaffing van slavernij konden verwezenlijken, zouden de huidige generaties erin moeten slagen om het historische doel van de universele afschaffing van de doodstraf te realiseren. De Europese Unie moet daarbij een toonaangevende rol, een sleutelrol vervullen.

Op de tweede plaats is bijzondere nadruk gelegd op wat in het verslag de “vervrouwelijking van de strijd voor de mensenrechten” wordt genoemd. Er wordt op gewezen dat vrouwen het vaakst het slachtoffer van mensenrechtenschendingen zijn en dat de Unie bijzondere aandacht en prioriteit aan dit feit moet geven. Tot deze prioriteit wordt ook het vraagstuk van de mensenrechten van kinderen gerekend, waarover in het verslag een aantal interessante opmerkingen worden gemaakt.

Op de derde plaats wordt opgeroepen tot synergie tussen de communautaire instellingen. Het is niet goed dat de rollen zo sterk verdeeld zijn: terwijl de Raad en mogelijk ook de Commissie realpolitik bedrijven, wordt in het Parlement beginselpolitiek gevoerd. De instellingen moeten hun standpunten sterker tot elkaar brengen, zodat de Unie effectiever kan optreden.

Op de vierde plaats wordt gesproken over de noodzaak de dialoog met derde landen over mensenrechtenkwesties te verbreden en verdiepen, wat een zeer positieve ontwikkeling is.

Tot slot wordt in het verslag gesproken over de noodzaak van allianties binnen internationale instellingen, om te voorkomen dat situaties ontstaan zoals in de VN-Mensenrechtenraad, waarin de Europese Unie soms in zekere zin een minderheid vormt.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil uiting geven aan de waardering van de Raad voor het werk van de rapporteur, de heer Obiols i Germà, en van de Subcommissie mensenrechten van het Parlement. Mijnheer Obiols i Germà, u bent gedurende deze zittingsperiode een onvermoeibare en waardevolle partner geweest in ons gezamenlijke werk ten behoeve van de mensenrechten.

Uw verslag biedt ons de mogelijkheid om het algemene beleid van de Europese Unie op het gebied van de mensenrechten onder de loep te nemen. We zijn ons zeer wel bewust van de continue uitdagingen waarmee we op dit gebied geconfronteerd zijn. Dankzij de versterking van de betrekkingen tussen EU-instellingen kunnen wij deze uitdagingen samen aangaan. Het verslag is een waardevol hulpmiddel om terug te kijken op wat er is bereikt.

Het verslag van het Europees Parlement onderstreept de relevantie van het jaarverslag over de mensenrechten van de Europese Unie. Onze poging om het verslag interessanter, leesbaarder en nuttiger te maken is gedeeltelijk geslaagd, maar er is nog duidelijk ruimte voor verbetering. We zullen hier aan blijven werken. Uw verslag zal ons zeker helpen bij onze overpeinzingen over de manier waarop we de coherentie van het mensenrechtenbeleid van de EU in het algemeen kunnen verbeteren. Er worden al besprekingen over deze kwestie gevoerd en ik zou u willen verzekeren dat, ongeacht de uitkomst van deze besprekingen, we ons uiterste best zullen doen om ons werk aan de mensenrechtenkwesties zichtbaarder te maken. Dit kan bijvoorbeeld door het internet effectiever te gebruiken of door het jaarverslag sterker in de publiciteit te brengen.

U hebt ook onderstreept dat er meer aandacht moet worden besteed aan de rol van de VN op dit gebied. We hebben onze gecoördineerde inspanningen in internationale fora voortgezet, met name in de Raad voor de mensenrechten van de VN, zoals ook werd aanbevolen in het verslag-Andrikienė, en in de Derde Commissie van de Algemene Vergadering van de VN. We proberen onze voorlichtingsinspanningen te verbeteren in een steeds moeilijker omgeving. Dit is niet gemakkelijk, maar ik wil u wijzen op een aantal successen.

We hebben hard gewerkt om de Raad voor de mensenrechten van de VN meer geloofwaardigheid te geven. Het jaar 2009 kan worden beschouwd als een belangrijk testjaar voor de werking van de Raad voor de mensenrechten. De EU heeft tijdens de tiende zitting van de Raad voor de mensenrechten een belangrijke rol gespeeld en ervoor gezorgd dat een aantal belangrijke initiatieven kon worden genomen, zoals bijvoorbeeld de verlenging van de mandaten voor Birma/Myanmar en de DVK, en de EU-GRULAC-resolutie over de rechten van het kind. Helaas hebben we het mandaat van een onafhankelijke deskundige voor de DRC niet kunnen verlengen.

Op de Algemene Vergadering is de rol van de Derde Commissie bij het beschermen en bevorderen van de mensenrechten bevestigd, en de EU heeft een actieve rol gespeeld in de 63ste zitting van de Algemene Vergadering van de VN. Dit heeft tot positieve resultaten en met name tot een vervolgresolutie over de doodstraf geleid. Een aanzienlijk deel van uw verslag is aan deze kwestie gewijd. We hebben deze kwestie voortdurend aan de orde gebracht, ook op het hoogste niveau, bij partners die onze standpunten delen, om de wereldwijde trend naar afschaffing te steunen. Deze inspanningen zullen worden voortgezet.

Ik wil nu iets zeggen over de EU-richtsnoeren. Nu de EU-richtsnoeren inzake mensenrechten zijn herzien en nieuwe richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen zijn aangenomen, richten we ons op een effectieve tenuitvoerlegging ervan. Als onderdeel hiervan heeft het voorzitterschap enkele voorstellen gedaan. Zo heeft het ervoor gezorgd dat er nota´s met richtsnoeren worden verzonden naar de missiehoofden en de leiders van de commissiedelegaties. We zijn ook voornemens deze kwestie te bespreken in de dialoog en het overleg met derde landen.

Het verslag vestigt de aandacht op de kwestie van de vrouwenrechten, en ik weet dat de heer Obiols i Germà hier bijzondere aandacht aan besteedt. Dit is een van onze belangrijkste prioriteiten. We werken aan de tenuitvoerlegging van VN-resolutie 1325, die we als richtsnoer voor EVDB-operaties gebruiken en die ons in staat heeft gesteld om een kader voor gendermainstreaming te ontwikkelen.

Voor wat betreft mensenrechtenactivisten zal de EU blijven samenwerken met maatschappelijke organisaties. Het werk op officieel niveau binnen de Raad met betrekking tot de mogelijkheid om visumverstrekking aan mensenrechtenactivisten uit te breiden, wordt voortgezet. In de dialogen met derde landen blijft vrijheid van meningsuiting en het bespreken van individuele gevallen centraal op de agenda staan.

Voor wat betreft de dialoog en het overleg met derde landen spant de EU zich tot het uiterste in om er voor te zorgen dat deze instrumenten nog effectiever kunnen worden ingezet bij de tenuitvoerlegging van ons mensenrechtenbeleid. We zijn met name overeengekomen om lokale dialogen te houden met vijf Latijns-Amerikaanse landen: Brazilië, Colombia, Argentinië, Chili en Mexico, en zullen in gesprek blijven met de resterende landen in Midden-Azië.

Ik wil iets zeggen over de 27ste mensenrechtendialoog tussen de EU en China, die op 14 mei in Praag wordt gehouden. Het is van belang om er voor te zorgen dat onze dialogen zo productief mogelijk zijn en dat ze inhoudelijke resultaten opleveren. De mensenrechtendialoog tussen de EU en China is de oudste dialoog. Deze moet in staat zijn zich aan te passen en de vooruitgang te weerspiegelen die er is bereikt voor de manier waarop we de mensenrechtenkwesties bespreken. Onze beide instellingen volgen de ontwikkelingen in China op de voet. Door de diverse evenementen die dit jaar zijn gepland, kunnen we een direct communicatiekanaal met onze Chinese collega's openhouden. Deze dialoog is waardevol. We kijken uit naar steeds tastbaardere resultaten van deze besprekingen.

Tot slot zou ik willen onderstrepen dat het bevorderen en het respecteren van de mensenrechten in de hele wereld een van de belangrijkste prioriteiten van ons externe beleid is. Met démarches en verklaringen en door middel van diverse dialogen en crisisbeheersoperaties werkt de EU aan een beter respect voor de mensenrechten in de hele wereld. Om resultaten te bereiken, moeten we echter een coherente benadering vaststellen. Dit Parlement was altijd haantje de voorste als werd aangedrongen op meer coherentie op alle niveaus, en we zijn hier heel blij mee.

Ik ben in het algemeen zeer dankbaar voor het werk van dit Parlement en zijn steun voor de mensenrechten. De waarde van de Sacharov-prijs als instrument voor het bevorderen van onze gedeelde waarden wordt overal erkend. We zullen verdergaan met de beoordeling van de mate waarin de instrumenten van mensenrechtenclausules, - sancties en -dialogen, die allemaal uitvoerig zijn bestudeerd door dit Parlement, een effectieve rol spelen binnen ons alomvattend extern beleid en gelijktijdig naleving van de hoogste normen bij de eerbiediging van de mensenrechten verzekeren.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ik neem met veel plezier deel aan dit debat tijdens het debat in plenaire vergadering over uw verslag, mijnheer Obiols i Germà. Ik vervang mijn collega mevrouw Ferrero-Waldner, die in Praag de top van de Europese Unie en Canada bijwoont.

Om te beginnen bedank ik de heer Obiols i Germà voor zijn kwaliteitswerk. Dank u voor de positieve toon van uw verslag, waarmee wordt aangetoond welke inspanningen de Commissie en de Raad zich door de jaren heen hebben getroost om de aanbevelingen van het Parlement op te volgen.

In het kader van de mensenrechtendialogen of in dat van de politieke dialogen binnen internationale organisaties hebben de instellingen ernaar gestreefd vorderingen te maken en de Europese Unie het imago te geven van een fervente en geloofwaardige ambassadrice voor de bescherming en bevordering van mensenrechten, fundamentele vrijheden, democratie en rechtsstaat.

Vorig jaar, 2008, stond in het teken van de festiviteiten rond de zestigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die alle Europese instellingen samen hebben gevierd. Het was ook het jaar waarin de Commissie twee prioriteiten heeft kunnen stellen, namelijk vrouwen en kinderen, en waarin een interinstitutionele aanpak werd aangemoedigd.

Wij hebben getracht verschillende algemene aanbevelingen op te volgen, die in eerdere verslagen voorkwamen en prima zijn geherformuleerd in het onderhavige verslag. We hebben afgesproken ons optreden te richten op bepaalde landen voor wat betreft de toepassing van de richtsnoeren inzake de rechten van het kind en we hebben de ambassades van de EU-lidstaten en de EG-delegaties gemobiliseerd om toezicht te houden op dit optreden. Zo hebben wij de leiding genomen in de strijd tegen een van de ergste vormen van schending van de rechten van de mens en het kind, te weten het ronselen van kindsoldaten en het aan kinderen in gewapende conflicten aangedane leed.

Een paar voorbeelden hiervan. De Unie heeft op 10 december 2007 nieuwe richtsnoeren inzake de rechten van het kind aangenomen. In de eerste uitvoeringsfase zal zij haar aandacht richten op geweld tegen kinderen. Wij lanceren een proefprogramma voor tien landen op verschillende continenten. Deze landen zijn uitgekozen omdat hun regeringen zich er al toe hebben verbonden geweld tegen kinderen te bestrijden en omdat zij bovendien extra internationale steun nodig hebben om dit te kunnen blijven doen. In juni 2008 heeft de Raad van de Europese Unie de richtsnoeren inzake kinderen en gewapende conflicten herzien om zo de korte-, middellange- en langetermijneffecten van gewapende conflicten op kinderen effectiever en globaler te kunnen aanpakken.

De Commissiemededeling ruimt een speciale plaats in voor kinderen binnen het extern optreden van de Europese Unie en beveelt aan een consequente aanpak te volgen om de rechten van het kind te bevorderen en de situatie van kinderen wereldwijd te verbeteren. Aan deze mededeling is een uitgebreide raadpleging voorafgegaan en daarin wordt speciale aandacht besteed aan niet-gouvernementele organisaties. Op basis van deze mededeling en het bijbehorende actieplan heeft de Raad van de Europese Unie in mei 2008 conclusies aangenomen ter versterking van het externe beleid van de Unie op het gebied van de rechten van het kind.

In 2009 gaan wij voort op de ingeslagen weg met de volgende initiatieven. De Commissie zal in juni te Brussel het Europees Forum voor de rechten van het kind organiseren, dat zich zal focussen op kinderarbeid. Wij proberen alle belanghebbenden bijeen te brengen. Persoonlijk hecht ik veel belang aan dit forum. Het toekomstige Zweedse voorzitterschap en de Commissie zullen in juli in Stockholm een NGO-forum organiseren, dat zich specifiek zal richten op geweld tegen kinderen. In het najaar zullen wij, tot slot, een verslag uitbrengen over de door de Unie in het kader van de bestrijding van kinderarbeid genomen maatregelen, met name die met betrekking tot kinderhandel. 2009 is dus een jaar waarin het engagement van de Europese Unie ten aanzien van kinderen verder gestalte zou moeten krijgen.

Nu iets over de rechten van de vrouw. De Europese Unie heeft in de afgelopen maanden haar externe beleid op het gebied van de rechten van de vrouw versterkt. In de nieuwe richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van vrouwen wordt een aantal maatregelen aanbevolen. Deze maatregelen zullen profiteren van de inzet en steun van de missies van de Unie en de delegaties van de Commissie.

Ik wijs op de recente goedkeuring door de EU-ministers van Buitenlandse Zaken van de alomvattende aanpak van de Unie met betrekking tot de uitvoering van Resolutie 1325 en 1820 van de VN-Veiligheidsraad. We mogen evenmin vergeten dat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties positief heeft gereageerd op de gezamenlijke oproep uit 2008 van mevrouw Ferrero-Waldner en veertig vrouwen die op internationaal vlak een prominente positie bekleden.

In deze oproep werd de VN verzocht een ministeriële conferentie te organiseren over de herziening van Resolutie 1325. Deze conferentie is nu gepland voor 2010. Wij zullen natuurlijk samen met het toekomstige Zweedse voorzitterschap werken aan de voorbereiding van de standpunten die wij zullen innemen bij de herziening van deze resolutie.

Tot zover, mijnheer de Voorzitter - er valt waarschijnlijk nog meer te zeggen, maar ik benadruk nogmaals dat de versterking van het Europees beleid op het gebied van democratie en mensenrechten natuurlijk een grote mate van synergie tussen de instellingen vereist. De Commissie is bereid hiernaar te handelen. Zij streeft naar nauwe samenwerking, zodat onze drie instellingen elkaar daadwerkelijk kunnen steunen. Het Europees Parlement kan in dit opzicht een essentiële rol spelen aangezien het - per definitie en door roeping – bij uitstek geschikt is om het woord te voeren namens zij die lijden en onderdrukt worden.

Dit is wat ik u wilde zeggen na de toespraak van het voorzitterschap en ik zal nu aandachtig luisteren naar de toespraken van de afgevaardigden.

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė, namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil onze collega, Raimon Obiols, bedanken voor zijn verslag en resolutie. De ontwerpresolutie waarover we in de Commissie buitenlandse zaken hebben gestemd, was evenwichtig. Er zijn compromissen bereikt. In het verslag wordt een lange lijst van belangrijke kwesties over mensenrechten behandeld en ik hoop dat het verslag morgen met een grote meerderheid wordt aangenomen.

Dit gezegd hebbende zou ik enkele kwesties willen benadrukken en wijzen op een zeer controversieel amendement dat is ingediend voor de plenaire vergadering. Ik heb het dan over het amendement dat is ingediend door onze collega´s van de ALDE-Fractie. We zijn het er allemaal over eens dat de Europese Unie is gebaseerd op waarden, inclusief christelijke waarden. Hoe kan iemand zich dan voorstellen dat dit Parlement zijn zittingsperiode afsluit met een veroordeling van paus Benedictus XVI wegens zijn verklaringen? Ik ben van mening dat de formulering die door de ondertekenaars van het amendement is gebruikt, absoluut onaanvaardbaar is en moet worden afgewezen.

Wat betreft mensenrechtenactivisten stel ik voor dat wij, het Europees Parlement, in de resolutie onze eis herhalen dat alle winnaars van de Sacharov-prijs en in het bijzonder Aung San Suu Kyi, Oswalda Payá Sardiñas, de Cubaanse Damas de Blanco en Hu Jia toegang krijgen tot de Europese instellingen. We betreuren het dat het geen van hen werd toegestaan om de viering van de twintigste verjaardag van de Sacharov-prijs bij te wonen.

Mijn laatste maar niet minst belangrijke punt betreft de strijd tegen terrorisme en mensenrechten. Ik stel voor dat het Europees Parlement de Europese Unie en haar lidstaten vraagt om terrorisme te bestrijden met volledige inachtneming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, aangezien dit een van de belangrijkste prioriteiten van de Europese Unie en een belangrijk element van haar extern optreden is. Het noemen van specifieke namen in onze resolutie zou averechts werken.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, mag ik mijn vriend en collega Raimon Obiols i Germà feliciteren met dit verslag. Als een van degenen die eerder in dit mandaat rapporteur van het Parlement was voor het jaarverslag over de mensenrechten en ook als de sociaal-democratische ondervoorzitter in de Subcommissie mensenrechten wil ik in dit debat aan het eind van de vijf jaar van dit Europees Parlement, dit Parlement prijzen met datgene wat we hebben bereikt.

Ik vind dat we goed hebben samengewerkt met de delegaties van het Parlement zodat de leden van dit Europees Parlement moeilijke vragen hebben kunnen stellen aan regeringen in onze vertegenwoordigingen wereldwijd, een proces waaraan ik zelf met trots heb deelgenomen: van Colombia tot Turkije, en van Georgië tot Kroatië. Ik ben bijzonder trots op het werk van de commissie en de leden van het Europees Parlement met betrekking tot het opbouwen van de democratie en het toezicht houden op verkiezingen. Ik kan wel zeggen dat mijn eigen ervaringen in Afghanistan, de Democratische Republiek Congo, de Palestijnse Gebieden en Angola gedurende de afgelopen vijf jaar enkele van de meest speciale ervaringen voor mij zijn geweest.

Ik ben bijzonder trots op het feit dat we dit Parlement hebben ingeschakeld en vertegenwoordigd – uitstekend, vind ik – met betrekking tot de Raad voor de rechten van de mens in Genève. Ik denk dat we daar echt invloed hebben uitgeoefend. We hebben geprobeerd om Europa weg te leiden van een mentaliteit van blokkering naar openstelling voor andere gebieden van de wereld, en uiteraard hebben we nauw samengewerkt met de speciale vertegenwoordigers en rapporteurs, inclusief het recente bezoek van de speciale vertegenwoordiger van de VN op het gebied van handel en mensenrechten, een kwestie die mij na aan het hart ligt en waarvoor ik medegastheer mocht zijn.

Ik ben zeer verheugd dat we campagne hebben gevoerd en voorop hebben gelopen in de campagne om de Europese Gemeenschappen voor het eerst een mensenrechteninstrument te laten ondertekenen, het VN-verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap. Ik ben zeer verheugd, commissaris, dat dit Parlement, ondanks het oorspronkelijke verzet binnen de Commissie, er op heeft gestaan dat we een afzonderlijk initiatief voor democratie en mensenrechten zouden handhaven, zodat onze financiering voor mensenrechten zichtbaar is en op de voorgrond treedt en zelfs wordt voortgezet in landen met regimes die mensenrechten willen tegenhouden.

Wij in dit Parlement worden vaak geprezen voor ons werk voor mensenrechten maar ik prijs de moed en dapperheid van de mensenrechtenactivisten die we dagelijks ontmoeten en spreken, die hun leven op het spel zetten voor waarden en normen die universeel zijn in de wereld en ons allen dierbaar zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jules Maaten, namens de ALDE-Fractie. – Voorzitter, het is altijd moeilijk om een aantal punten uit zo'n resolutie te lichten. Het wordt toch al gauw een kerstboomachtige resolutie. Maar de rapporteur heeft voortreffelijk werk verricht en de punten die hij zojuist aanhaalde, zoals de doodstraf, moeten natuurlijk inderdaad een absolute prioriteit blijven in alles wat wij doen op het gebied van mensenrechten. Zeer juist dat hij dat aanhaalt.

Ook de vervrouwelijking van het debat over de mensenrechten vind ik een belangrijk onderwerp dat al veel te lang onderbelicht is gebleven, zeker als het gaat om human rights defenders. Mijn fractie gaat niet zo ver dat we ook seksistisch taalgebruik op dat punt willen aanpakken. Ik denk niet dat je dit soort problemen oplost met een soort newspeak en politieke correctheid, maar het is zeer terecht dat het probleem op de agenda is geplaatst.

Hetzelfde geldt voor kinderen. De resolutie zegt een aantal zeer goede dingen daarover en ik verwijs met name naar de tekst over kindersekstoerisme. Met een aantal andere Europarlementariërs zijn we een actie begonnen - nu op internet ondertekend door meer dan 37.000 mensen. Nog steeds gaan iedere week honderden Europese mannen op het vliegtuig naar Zuidoost-Azië, naar Latijns-Amerika, naar Afrika, om daar kinderen, soms kleine kinderen, te misbruiken en het is echt de hoogste tijd dat vanuit Europa op dat vlak actie wordt ondernomen.

Ik ben blij dat de commissaris hier nu zit, want het is juist commissaris Barrot geweest die op dat punt zijn nek heeft uitgestoken en met een aantal zeer goede voorstellen is gekomen; ik vind dat een belangrijk signaal.

Mensenrechten blijven toch een beetje het stiefkindje van het Europees buitenlands beleid. Als je naar het buitenlands beleid kijkt, staan toch steeds weer handelsbevordering en dergelijke op de voorgrond. Ik vind dat we mensenrechten toch een steeds duidelijker prioriteit moeten geven. Ik zou met name de Commissie willen oproepen om het punt van internetcensuur meer aandacht te geven. Er is een initiatief geweest van parlementariërs uit de vier grote fracties hier voor een Global Online Freedom Act, gebaseerd op de voorstellen in het Amerikaanse Congres.

Ik heb begrepen dat een aantal commissarissen, zoals mevrouw Reding en mevrouw Ferrero-Waldner, daar ook belangstelling voor hebben getoond. Ik hoop op dat punt werkelijk dat we concrete voorstellen gaan krijgen, want boter bij de vis leveren is belangrijk, als we ook onze Europese identiteit voor mensenrechten en democratie willen uitdragen.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, wij bespreken vandaag alweer een verslag over de mensenrechten dat op maat van een bepaalde ideologie is geschreven. De huidige linkse ideologie is volledig blind voor de problemen in verband met de eerbiediging van de godsdienstvrijheid in verschillende delen van de wereld. Christenen worden vervolgd in China, India, Iran, Vietnam, Rusland en de laatste tijd ook in Pakistan. Ondanks de duidelijke bepalingen van artikel 18 van de Universele Verklaring van de rechten van de mens en van artikel 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens lijkt de linkervleugel van het Europees Parlement geen belangstelling te hebben voor godsdienstvrijheid. In plaats daarvan heeft de linkse ideologie een ziekelijke obsessie voor het beginsel van non-discriminatie van seksuele minderheden dat veel minder sterk verankerd is in het internationaal recht.

Het voorstel van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa Fractie om de Heilige Vader Benedictus XVI aan te vallen wegens zijn uitspraken in Afrika is zeer merkwaardig. De liberalen lijken het beginsel van scheiding tussen kerk en staat vergeten te zijn, hoewel ze ons daar in het verleden zo vaak op hebben gewezen. Nu wordt duidelijk dat de liberalen willen dat religieuze instellingen ondergeschikt worden gemaakt aan staat en overheid. Deze eis richt zich tegen de vrijheid van de kerk en de vrijheid van meningsuiting. Als dit voorstel wordt aangenomen, zullen wij tegen het verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, het door de heer Obiols i Germà opgestelde jaarverslag is uitstekend. Het doel ervan - net zoals dat van alle in deze zittingsperiode door de Subcommissie mensenrechten uitgevoerde activiteiten - is in het extern optreden van Europa de daad bij het woord te voegen en de eventuele inconsistenties en zwakke punten in ons beleid aan te pakken, te beginnen met de lidstaten, die te vaak nalaten te handelen naar het internationale recht. Ik noem alleen maar de behandeling van migranten, de medewerking aan de geheime vluchten van de CIA of het niet ratificeren van internationale verdragen.

De eisen van de Raad zijn eveneens inconsequent. Hoe valt het te verklaren dat de Raad nog steeds niet het groene licht heeft gegeven voor de uitvoering van artikel 2 van de associatieovereenkomst met Israël na de huidige, aanhoudende schendingen? Er zitten schotten tussen onze beleidslijnen en daarom ontberen ze vaak een globale visie, zijn ze niet geïntegreerd en worden onze instrumenten niet optimaal gebruikt en aaneengeschakeld. Stelt u zich eens voor: de Raad heeft een communiqué uitgevaardigd om zijn genoegen uit te spreken over het subcomité mensenrechten met Tunesië, ofschoon we nog steeds geen steun kunnen verlenen aan mensenrechtenactivisten in dit land vanwege de obstakels die hiertegen worden opgeworpen.

In onze opeenvolgende initiatiefverslagen hebben wij specifieke aanbevelingen gedaan, zoals de opzet van mensenrechtenstrategieën per land en de directere participatie van Parlementsleden in het beleid, en zijn wij erin geslaagd de grenzen te verleggen. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de richtsnoeren inzake marteling.

Mensenrechtenactivisten zijn tegenwoordig beter beschermd en ik verheug mij erover dat de Raad en de Commissie zich nu buigen over mensenrechtenclausules. Ik herinner er overigens aan dat wij een herformulering van deze clausule wensen. Wij vinden dat er een mechanisme moet komen voor de regeling van de opening van een dialoog en dit mechanisme systematisch moet worden opgenomen in alle EU-overeenkomsten.

We zijn al vijf jaar paraat om met de Raad en de Commissie te gaan werken aan de verbetering van het beleid van de Unie. Dit proces is nu - in elk geval voor vandaag - in gang gezet en ik wil de Raad en de Commissie hartelijk bedanken, aangezien hun ontvankelijkheid, en die van al mijn collega's, van essentieel belang is geweest voor dit succes en de grotere geloofwaardigheid die we vandaag op dit gebied hebben.

 
  
MPphoto
 

  Erik Meijer, namens de GUE/NGL-Fractie. – Voorzitter, in de wereld buiten Europa zien we nog steeds dat de overheid mensen ter dood laat brengen vanwege daden die bij ons niet strafbaar zijn of hoogstens kunnen leiden tot een lichte straf. Nog steeds proberen regimes aan de macht te blijven door middel van geweld, nog steeds worden mensen ongelijkwaardig behandeld en nog steeds leven mensen in ellendige en vernederende omstandigheden onder de armoedegrens.

Nog steeds zijn er volkeren zonder eigen staat, die het gevoel hebben dat de regering van de staat waarbij ze zijn ingedeeld, het liefst zou zien dat ze het land verlaten om plaats te maken voor mensen die behoren tot de meerderheidsgroep. Regeringen zijn niet geïnteresseerd in een deel van hun bevolking en willen hun problemen niet oplossen.

In Europa zijn we het erover eens dat dit alles onaanvaardbaar is. Toch wordt er met twee maten gemeten. Landen die we te vriend willen houden, omdat ze groot zijn, economisch machtig zijn, een belangrijke handelspartner zijn, of als een bondgenoot worden beschouwd, kunnen zich meer veroorloven dan kleine machteloze landen. Daaraan moet een eind komen, anders verliezen onze goede inventarisaties van onrecht hun waarde.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, als rapporteur voor de betrekkingen tussen de Europese Unie en China, schenkt het mij voldoening dat het voorliggende verslag zowel in paragraaf 87 als in paragraaf 80, ruim aandacht besteedt aan de ernstige mensenrechtensituatie in China. Eén grove schending van de mensenrechten in de Volksrepubliek wordt evenwel niet genoemd: het politieke misbruik van de psychiatrie jegens dissidenten.

Deze pervertering van de gezondheidszorg staat bekend onder de naam "ankang", hetgeen navrant genoeg gezondheid door rust betekent. Ja, als je mensen platspuit, krijg je rust. Van officiële Chinese zijde is de paragraaf over het ankang-systeem in mijn verslag altijd hartgrondig ontkend. Commissie, graag zie ik uw informatie over het politieke gebruik van de psychiatrie door Peking tegemoet.

Ik vond het interessant dat het Tsjechische voorzitterschap van de Europese Unie zojuist meldde dat er volgende week een mensenrechtendialoog plaatsvindt. Ik verzoek het Tsjechische voorzitterschap de kwestie van de politieke psychiatrie in China te agenderen. Ik zou u daar zeer erkentelijk voor zijn, zeker gezien de Chinese ontkenningen.

Tot slot, Voorzitter, een jaar geleden ondervond ik aan den lijve in China wat leden van protestante huiskerken kunnen meemaken. Wanneer zij een buitenlander willen spreken, wacht hen een langdurig verblijf op een politiebureau of preventieve intimidatie. Gelukkig kwamen mijn drie Chinese gesprekspartners in spe redelijk snel vrij.

Adequate initiatieven van Commissie en Parlement zorgen daarvoor; collega Jarzembowski was erbij, en ik dank hem daar ook voor; dit is voor mij een steekhoudend bewijs dat de Europese Unie effectief kan zijn inzake de bescherming van mensenrechten. Dat geeft moed voor de toekomst.

 
  
MPphoto
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE-DE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, het verslag van de heer Obiols over de mensenrechtensituatie in de wereld is een voorbeeld van het totaal en permanent engagement van het Parlement voor de mensenrechten in de wereld. Zoals ik al bij eerdere gelegenheden heb gezegd, mag dit engagement zich niet beperken tot één regio, één land of één werelddeel, maar moet het een universeel karakter hebben.

De stand van de zaken die in het verslag wordt geschetst over de mensenrechtensituatie in landen als Iran, China en Rusland, in Guantánamo, en in andere landen als Cuba waar de ‘Damas en Blanco’ (dames in het wit) het fundamentele recht werd ontzegd om vrijelijk hun eigen land binnen te komen en te verlaten, omdat ze geen toestemming kregen hier naar toe te komen om de Sacharov-prijs in ontvangst te nemen –, Nicaragua of Venezuela die onderwerp van een aparte resolutie zijn waarover morgen wordt gestemd laat zien dat we nog ver weg van zijn van een universele eerbiediging van de mensenrechten.

Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag nog iets zeggen over het amendement dat enkele van mijn collega’s hebben ingediend en waarin het Parlement wordt gevraagd zijn veroordeling uit te spreken over het hoofd van een instelling die ondanks alle fouten die ze in meer dan tweeduizend jaar al dan niet heeft gemaakt, en waarvoor ze tal van keren vergiffenis heeft gevraagd, zich steeds heeft gekenmerkt door een onwrikbare verdediging van de menselijke waardigheid. Dat de paus als geestelijk leider van honderden miljoenen mensen en als hoofd van een soevereine staat niet zijn mening zou mogen geven over een gevoelig vraagstuk van deze tijd zonder daarvoor veroordeeld te worden, lijkt me eerlijk gezegd behoorlijk intolerant. Dit amendement is grotesk.

Ik heb bij andere gelegenheden met de auteurs van dit amendement samengewerkt, maar door juist nu dit amendement in te dienen, geven ze er blijk van bijzaken niet van hoofdzaken, het bijkomstige niet van het essentiële te kunnen onderscheiden. Wat in dit verband essentieel is, is het eerbiedigen van andermans mening, ook wanneer dat niet onze mening is, zonder die persoon te veroordelen. Dat betekent ook, mevrouw de Voorzitter, dat je de schaduw van een schilderij niet met het schilderij zelf moet verwarren.

 
  
MPphoto
 

  Maria Eleni Koppa (PSE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, het debat in het Europees Parlement over de mensenrechten in de wereld is een van de hoogtepunten in het politieke proces. De Unie kan echter enkel invloed uitoefenen op de bescherming van de mensenrechten in heel de wereld indien zijzelf, op intern vlak, voorbeeldig is.

De opneming van de clausule inzake de eerbiediging van de mensenrechten in alle onderhandelingen is een grote overwinning, ofschoon de resultaten daarvan op gezette tijden moeten worden geëvalueerd, zodat de beleidvormen en initiatieven eventueel kunnen worden aangepast.

In een algemene context blijft de afschaffing van de doodstraf en van foltering een van onze fundamentele prioriteiten, en de Unie moet op deze gebieden nog actiever worden. Tot slot mogen wij niet vergeten dat 2008 werd afgesloten met de tragische gebeurtenissen in de Gazastrook waar zich flagrante schendingen van de mensenrechten hebben voorgedaan en experimentele en verboden wapens werden ingezet door de Israëlische strijdmachten.

Als Europees Parlement hebben wij niet alleen de plicht te eisen dat volledig licht op deze zaak wordt geworpen maar moeten wij ook de onderzoeken ernaar op de voet volgen en druk uitoefenen, opdat degenen die zich schuldig hebben gemaakt aan schendingen van het internationaal humanitair recht ter verantwoording worden geroepen. De internationale gemeenschap mag niets door de vingers zien als het gaat om oorlogsmisdaden, ongeacht waar en door wie deze begaan zijn. Tot slot wil ik onze rapporteur bedanken voor zijn uitstekende werk.

 
  
MPphoto
 

  Milan Horáček (Verts/ALE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, collega's, ook ik maak van de gelegenheid gebruik om rapporteur Obiols i Germà te feliciteren met zijn uitstekende verslag.

Het is in veel landen overal ter wereld slecht gesteld met de eerbiediging van de mensenrechten. Dit geldt ook voor Europa, bijvoorbeeld als het gaat om Wit-Rusland. Daarom moet Europa veel sterker het voortouw nemen door het mensenrechtenbeleid op alle gebieden ten uitvoer te leggen en adequate criteria vast te stellen. Volgens ons zijn de mensenrechten ondeelbaar. Dit kan worden onderstreept door bijvoorbeeld tijdens de onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst met Rusland een bindende mensenrechtenclausule op te nemen die van invloed is op alle punten waarover wordt onderhandeld.

Verder wil ik er nogmaals voor pleiten dat de Subcommissie mensenrechten een vaste commissie wordt.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE-DE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, de mensenrechtensituatie in de wereld ziet er slecht uit, en er worden meerdere grote landen – belangrijke partners van de EU – genoemd. Het is dan ook van belang dat de resolutie van het Parlement erop aandringt dat meer aandacht wordt besteed aan mensenrechten, met name politieke rechten, bij de onderhandelingen over en de tenuitvoerlegging van bilaterale handelsovereenkomsten, zelfs wanneer deze worden gesloten met belangrijke handelspartners.

De vraag is dus: wat kunnen we in praktisch opzicht doen om de situatie te verbeteren? Misschien moeten we beginnen met pogingen om Europa te “ont-Schröderen”. Echter, democratische landen kunnen hun deel van de verantwoordelijkheid voor de slechte situatie in grote delen van de wereld niet uit de weg gaan.

Laten we eens naar Rusland kijken. Met betrekking tot het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland is de conclusie van het Parlement vernietigend. De EU is er niet in geslaagd om het beleid in Rusland te veranderen, in het bijzonder niet voor wat de onafhankelijkheid van de rechtspraak, de behandeling van mensenrechtenactivisten en politieke gevangenen betreft. De zaak Khodorkovsky is slechts symbolisch. Eén maand in zijn tweede rechtszaak was voldoende om ons aan te tonen hoever de veranderingen in de laatste zes jaar zijn gevorderd. De strafrechtbanken zijn totaal ondergeschikt aan de staatsmacht.

Tot slot wil ik de boodschap van het Parlement aan de Raad benadrukken, waarin het Parlement vraagt om inhoudelijke antwoorden op met name de in het kader van de urgenties aangenomen resoluties van het Parlement. Het Europees Parlement is een optimale belichaming van het democratisch geweten van onze planeet. Het reageert snel en resoluut op menselijke tragedies in de hele wereld, maar om werkelijk iets te kunnen doen aan de mensenrechtensituatie hebben we de snelle en positieve reactie van de Raad nodig. Het is vaak ook een probleem van waarden versus economisch belang.

 
  
MPphoto
 

  Georg Jarzembowski (PPE-DE).(DE) Mevrouw de Voorzitter, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten roept de regering en de Communistische Partij van China op, zich bij de komende dialoog over de mensenrechten constructief op te stellen. Dit zou de spanningen in de betrekkingen tussen de EU en China in belangrijke mate kunnen wegnemen. We hebben oprecht belang bij een verbetering van de bilaterale betrekkingen, maar de dialoog moet dan wel een oprecht karakter hebben. Daarom dienen we vast te houden aan onze legitieme eisen aan China. Wij vinden bijvoorbeeld dat de dissident Hu Jia onmiddellijk moet worden vrijgelaten. Verder dienen de gesprekken met de Dalai Lama als religieus leider van de Tibetanen te worden hervat. Ook dient de Chinese regio Tibet onverwijld toegankelijk te worden gemaakt voor journalisten en de mensenrechtendeskundigen van de VN.

Ik vind dat de Volksrepubliek China ons vóór de Olympische Spelen heeft laten zien dat zij bijvoorbeeld meer persvrijheid kan toestaan zonder daarmee de stabiliteit van het land in gevaar te brengen. Nu moet zij nieuwe hervormingen durven doorvoeren met betrekking tot heropvoedingskampen, de rechten van beschuldigden, de doodstraf, de vrijheid van religie en de vrijheid van vergadering. Ze moet echt werk maken van deze mensenrechten en het gesprek met ons aangaan.

 
  
MPphoto
 

  Robert Evans (PSE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, mijn felicitaties voor de rapporteur en andere collega's. Dit verslag moet echter meer zijn dan slechts woorden in een document; het moet een verslag voor actie zijn. Paragraaf 1 zegt: “is van oordeel dat de EU zich moet inzetten voor een coherent en consequent beleid waarin mensenrechten over de hele wereld worden gewaarborgd en bevorderd” en dat dit ‘efficiënter’ moet gebeuren. Ik wil mijn opmerkingen richten op de situatie in Sri Lanka en meerdere punten uit dit verslag zijn hier van toepassing.

Paragraaf 63 verwijst naar het werven van kindsoldaten, hetgeen ik betreur, en met mij ook vele collega's, dat weet ik zeker. Ik geloof dat het paragraaf 48 is die naar de doodstraf verwijst. Sinds het begin van het jaar zijn er ongeveer 5 000 burgers gedood door aanvallen van de regering van Sri Lanka op haar eigen gebied, hetgeen, zou ik willen zeggen, min of meer hetzelfde is als doodstraf en de dood van onschuldige burgers. De regering van Sri Lanka en haar leger worden beschuldigd van een reeks schendingen van mensenrechten van hun eigen inwoners, van het bombarderen van ziekenhuizen, het gebruik van illegale wapens tot het onthouden van humanitaire en medische…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken.)

 
  
MPphoto
 

  Andrzej Wielowieyski (ALDE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, ik begrijp waarom mijn collega's uit de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie amendement 2 inzake de bestrijding van aids hebben ingediend en ik benadruk dat ik hun beweegredenen in het algemeen deel.

Toch verwerp ik dit amendement. De katholieke kerk staat los van de lidstaten en heeft het recht aids op zijn eigen manier te bestrijden, zelfs indien wij vinden dat dit beter kan.

Het is in feite eerlijk noch redelijk om de paus vlak voor de Europese verkiezingen fel aan te vallen. Dit zou een diepere verdeeldheid in onze samenlevingen teweeg kunnen brengen en veel mensen de waarde van hun deelname opnieuw ter discussie kunnen doen stellen.

Een scherpe veroordeling door het Parlement van de geestelijk leider van vele miljoenen gelovigen zou een grote vergissing zijn.

 
  
MPphoto
 

  Árpád Duka-Zólyomi (PPE-DE). – (SK) Als iemand die zeer goed op de hoogte is van de situatie in Cuba, wil ik u graag wijzen op een aantal feiten ten aanzien van Cuba. Ik acht het van groot belang dat de paragrafen 84 en 96 in het verslag worden gehandhaafd. In paragraaf 84 heeft het Europees Parlement wederom zijn standpunt bevestigd ten aanzien van de Cubaanse laureaten van de Sacharov-prijs, Oswaldo Payá Sardiñas en de Women in White-beweging. Paragraaf 96 juicht de opening toe van een dialoog over mensenrechten met Latijns-Amerikaanse landen en daarin wordt aangedrongen op de vrijlating van politieke gevangenen en de eerbiediging van de mensenrechten.

Ik wil eveneens naar voren brengen dat de tabel in het verslag slechts twee zaken van mensenrechtenschendingen in Cuba bevat, terwijl er tientallen zaken aan zouden kunnen worden toegevoegd. Neem bijvoorbeeld de 49-jarige Librado Linares García, ‘Black Spring’ slachtoffer en echtgenoot van een van de vrouwen van de “Vrouwen in Wit“, die in de gevangenis zit en lijdt aan meerdere ziekten, waaronder een ooginfectie die tot gevolg heeft dat het zicht aan het ene oog geleidelijk minder is geworden en waardoor nu ook het andere oog is geïnfecteerd. Deze man heeft in de gevangenis geen enkele gezondheidszorg ontvangen.

 
  
MPphoto
 

  Marios Matsakis (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, om geloofwaardig kritiek te leveren op anderen moet men eerst kritisch naar zichzelf kijken. Daarom moeten we bij het veroordelen van de schendingen van mensenrechten in de wereld altijd het oog gericht houden op de schendingen van de mensenrechten in de EU.

Ik wil u herinneren aan twee voorbeelden. Ten eerste heeft Turkije, een kandidaat-lidstaat, de afgelopen 35 jaar het noordelijke deel van Cyprus militair bezet gehouden, waarbij 200 000 mensen met geweld uit hun huizen zijn verdreven. In het door het Turkse leger bezette Cypriotische gebied zijn meer dan 500 christelijke kerken en kloosters verwoest en zijn honderden christelijke begraafplaatsen ontheiligd. Vandaag de dag worden nog steeds 1 600 EU-burgers vermist sinds de Turkse invasie van Cyprus in 1974.

Ten tweede: Groot-Brittannië. Een lidstaat houdt onder de soevereiniteit van zijn kroon twee kolonies in Cyprus: de gebieden Akrotiri en Dhekelia. Duizenden burgers – EU-burgers – die in deze gebieden wonen, zijn onderworpen aan...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben een beetje verbaasd over de kwalificaties van mijn amendement als ‘grotesk’ en ‘onaanvaardbaar’. Ik denk dat niemand boven kritiek verheven is – zelfs niet de paus – en in dit Parlement hebben we altijd stevige kritiek gehad op US gag rule ten tijde van de regering Bush, en die gaat niet zover als de uitspraken van de paus. De paus weet dat hij een zeer belangrijke en invloedrijke religieuze leider is en dat zijn woorden gewicht in de schaal leggen en direct of indirect tot duizenden, zelfs miljoenen aidsdoden kunnen leiden. Ik vind het niet meer dan terecht dat het Parlement dit bekritiseert.

Ten tweede is de EU altijd een drijvende kracht geweest op het gebied van mensenrechten, maar we verliezen aan geloofwaardigheid. In de afgelopen acht jaar hebben we ons moreel gezag verloren vanwege onze steun aan de manier waarop de VS het terrorisme heeft bestreden. Ik vind het hoog tijd dat de EU het voorbeeld van de regering Obama volgt en duidelijkheid geeft over onze rol in de strijd tegen terrorisme.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, voordat ik met mijn afsluitende opmerkingen begin, wil ik de geachte afgevaardigden op de hoogte stellen van de uitkomst van de discussie over het Verdrag van Lissabon in de Tsjechische senaat.

Met vreugde kan ik u mededelen dat de meerderheid van de senatoren voor het Verdrag van Lissabon heeft gestemd.

(Applaus)

Dank u zeer. Dit is een klein moment van vreugde in ons voorzitterschap.

Dan kom ik weer terug bij het onderhavig onderwerp en wil ik de rapporteur nogmaals bedanken voor zijn werk en voor de moeilijk taak waarvan hij zich moest kwijten bij het opstellen van dit verslag. Hij heeft meerdere prioriteiten aangegeven waar ik even stil wil bij staan in mijn opmerkingen.

Met betrekking tot de doodstraf is het duidelijk dat we de afschaffing ervan tot de prestatie van onze generatie moeten maken.

Vrouwenrechten zijn voor mij een uiterst belangrijke kwestie, met name omdat de EU steeds meer betrokken wordt bij EVDB-operaties en –missies in gebieden waar vrouwen nog steeds worden bedreigd en slachtoffer zijn van de ergste schendingen van de mensenrechten. Ik denk dan met name aan de DRC en Afghanistan, waar EU-missies aan het werk zijn en waar we echt al het mogelijke moeten doen om de situatie te verbeteren.

Een van de grootste uitdagingen die we internationaal moeten aangaan is de sterkere integratie van de mensenrechten in het EVDB en GBVB, hetgeen ook in het debat werd genoemd. De fungerende voorzitterschappen hebben, samen met de persoonlijke vertegenwoordiger voor de mensenrechten van de hoge vertegenwoordiger van de secretaris-generaal, de integratie van de mensenrechten in de relevante geografische en thematische werkgroepen en in de politieke dialoog voortgezet.

Dit voorzitterschap gaat door met de inspanningen van vorige voorzitterschappen om de integratie van de mensenrechten in de activiteiten van de speciale vertegenwoordiger en in EVDB-operaties te bevorderen. In deze context heeft de persoonlijke vertegenwoordiger van de heer Solana, mevrouw Kionka, een workshop georganiseerd met speciale en hoge vertegenwoordigers van de EU over brandpunten, met de bedoeling een gereedschapskist te bieden ter ondersteuning van hun dagelijks werk voor de bevordering van de mensenrechten.

Last but not least hebben we de strijd voor mensenrechten uitgeroepen tot een van de grootste uitdagingen die we in de internationale fora moeten aangaan.

Ik ben van mening dat we onze inspanningen moeten verdubbelen om regeringen te benaderen. We moeten steun bieden aan opkomende maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers die intern de beste pleitbezorgers zijn voor de bescherming van de mensenrechten. De democratieën hebben veel te danken aan de opkomende burgerbewegingen die, net als Charta 77 destijds in mijn land, kunnen helpen om verandering tot stand te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Allereerst ben ik verheugd over dit goede nieuws na de mislukkingen. Daarmee wordt de weg vrijgemaakt voor het Verdrag van Lissabon waar wij al onze hoop op hebben gevestigd en waarin het Handvest van de grondrechten is opgenomen, wat ik in deze discussie niet wil vergeten.

Mijn dank aan het Europees Parlement is groot. In zekere zin heeft het Parlement zich ontpopt tot een klankbord voor alle rechtmatige eisen die met de bescherming van de mensenrechten gepaard gaan. Ik moet zeggen dat wij er in Europa trots op zijn een Parlement te hebben dat zo gevoelig is voor alle problemen in de wereld die verband houden met mensenrechten, met rechten van kinderen en van vrouwen die geweld ondergaan en worden gediscrimineerd.

Voortbordurend op het uitstekende verslag van uw rapporteur, de heer Obiols i Germà, aan wie ik nogmaals mijn dank wil uitspreken, hebt u alle lopende werkzaamheden aangestipt. Ik wil zeggen dat wij deze samenwerking met het Europees Parlement dolgraag willen voortzetten, en mevrouw Benita Ferrero-Waldner had misschien beter dan ik kunnen uitleggen waarom het buitenlandse beleid van de Europese Unie moet zijn gestoeld op waarden, op de waarden die de leden van het Europees Parlement in hun verschillende toespraken nogmaals hebben onderstreept.

Op mijn beurt zou ik willen zeggen dat ik doodstraf en marteling absoluut afwijs. In dit verband wil ik er echter op wijzen dat de Europese Unie momenteel verheugd vaststelt dat de Verenigde Staten, met president Obama, de bladzijde omslaan van bepaalde uitwassen die zijn begaan in de strijd tegen het terrorisme. Dat is een belangrijk element dat ons ertoe moet aanzetten nog vastberadener te zijn in de strijd tegen iedere vorm van marteling in de wereld. Dat is ook een persoonlijke verbintenis die me na aan het hart ligt.

Ik wil ook de rol benadrukken die de Europese Unie speelt in een groot aantal missies voor bijstand en verkiezingswaarneming, die uiteraard ook de bescherming en de bevordering van de democratie in de wereld dienen. We weten dat democratie en respect voor de mensenrechten onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Dat kan mijns inziens ook op het conto van de Europese Unie worden geschreven.

Ik had nader kunnen ingaan op specifieke vragen over kinderen. Ik heb ervoor gezorgd dat de Commissie groen licht heeft gegeven voor de herziening van het kaderbesluit inzake seksuele uitbuiting van kinderen, zodat sekstoerisme in onze lidstaten kan worden vervolgd, ook al hebben de overtredingen niet in Europa plaatsgevonden. Hiermee wordt orde op zaken gesteld, wat op dit terrein zeer wenselijk was.

Ik kan niet ingaan op alle vragen die in uw uitstekende redevoeringen aan de orde zijn gekomen. Mevrouw de Voorzitter, ik wil het Parlement wel graag bedanken voor zijn waakzaamheid op dit gebied. Deze is uiteindelijk een blijk van wat het beste is in onze Europese Gemeenschap, namelijk de gehechtheid aan gemeenschappelijke waarden.

 
  
MPphoto
 

  Raimon Obiols i Germà, rapporteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, twee korte opmerkingen. Ten eerste is op het terrein van de mensenrechten de beste benadering ongetwijfeld die waarmee mensen bij elkaar worden gebracht. Dus als er in dit verslag een boodschap staat die vóór alle andere boodschappen komt, dan is het wel het belang van eenheid. Op de eerste plaats eenheid tussen de lidstaten, omdat we de laatste tijd daarbij problemen hebben vastgesteld die zo snel mogelijk moeten worden opgelost, op de tweede plaats eenheid tussen de instellingen, en op de derde plaats eenheid of convergentie van standpunten en benaderingen.

Tussen realpolitik, waarbij ingeval van mensenrechtenschendingen naar de andere kant wordt gekeken, omdat andere belangen vóór gaan, en halfhartigheid, ligt het pad van de politieke wil en intelligentie, en dat is het pad dat we moeten volgen.

Mijn tweede opmerking is dat, als we de effectiviteit willen die alleen met eenheid kan worden verkregen, we morgen met een zo groot mogelijke meerderheid vóór dit verslag moeten stemmen. Hoe groter namelijk die meerderheid zal zijn, hoe effectiever het verslag kan worden uitgevoerd. Dus wanneer we morgen over de amendementen stemmen, moeten we ons voor alles de vraag stellen hoe we in het Parlement de grootste meerderheid voor dit verslag kunnen winnen. Ik zeg dit niet voor mij persoonlijk want op verslagen zitten geen auteursrechten maar omwille van de politieke effectiviteit op het moment van uitvoering.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Voordat we overgaan tot het volgende verslag, wil ik, geachte collega’s, gebruik maken van het feit dat ik het Parlement voor het laatst voorzit om te zeggen dat nu een verslag van mijn eigen commissie aan de orde is. Ik wil van uw aanwezigheid hier gebruik maken om u te vertellen met hoeveel plezier en waardering ik de afgelopen tien jaar dit werk heb verricht; de afgelopen vijf jaar waren fantastisch.

Ik spreek met name mijn dank uit aan commissaris Barrot, die ons altijd zo welwillend – met zijn welwillend gezag, als ik dat zo mag zeggen – heeft begeleid, en ik wil ook in het bijzonder de voorzitter van onze commissie, de heer Gérard Deprez, en al mijn collega’s hartelijk bedanken.

Ik zal niet iedereen noemen, maar ik zie Jeanine Hennis-Plasschaert, Sophie in 't Veld, mevrouw Lambert, de heer Busuttil, Antonio, Barbara. Ik wil u allen oprecht danken en afscheid van u nemen. Misschien zien we elkaar nog eens terug. Ik zal dit keer niet voorzitten maar mij enkel kwijten van de inleiding van het debat, waarna de heer McMillan-Scott het van mij overneemt.

Welnu, nogmaals hartelijk dank!

(Applaus)

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Kinga Gál (PPE-DE), schriftelijk. – (HU) Geachte mijnheer de Voorzitter, dames en heren, als we de situatie van de mensenrechten in 2008 evalueren, in het bijzonder aan de hand van het EU-beleid dienaangaande, geeft dit nog altijd aanleiding tot bezorgdheid.

In dit verband wil ik graag stilstaan bij de kinderrechtensituatie, die een wereldwijd probleem is. Voor de waarborging van kinderrechten is het onontbeerlijk dat we niet alleen aandacht besteden aan concrete rechtsschendingen, maar ook aan indirecte bedreigingen, zoals internetmisdrijven of geweld in de media.

Ons mensenrechtenbeleid moet zijn gebaseerd op het inzicht dat de schending van mensenrechten geen verschijnsel is dat alleen in andere landen voorkomt. Helaas zijn er binnen de Europese Unie verscheidene actuele voorbeelden te noemen.

Concreet doel ik dan op de gebeurtenissen van 23 oktober 2006 in Boedapest, waar we getuige waren van een massale schending van de mensenrechten, toen er gewelddadige acties en machtsmisbruik door de politie plaatsvonden jegens onschuldige mensen die deelnamen aan een vreedzame herdenking. Dit alles is ook te zien op de foto’s van de tentoonstelling die momenteel in dit Parlement kan worden bezocht.

We moeten er alles aan doen om ervoor te zorgen dat dergelijke gevallen zich niet meer kunnen voordoen, en we moeten inzien dat we zelfs binnen de Europese Unie nog elke dag moeten blijven strijden voor de verwezenlijking van de fundamentele menselijke vrijheidsrechten, voor democratie, vrijheid van meningsuiting en rechtsstaat.

 

12. Minimumnormen voor de opvang van asielzoekers (herschikking) - Verzoek om internationale bescherming, in een van de lidstaten ingediend door een onderdaan van een derde land of een statenloze (herschikking) - Instelling van het Eurodac-systeem voor het vergelijken van vingerafdrukken (herschikking) - Oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken - Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde is de gecombineerde behandeling van:

- het verslag (A6-0280/2009) van Bárbara Dührkop Dührkop, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een beschikking van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Beschikking nr. 573/2007/EG tot instelling van het Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 wat de intrekking van de financiering van sommige communautaire acties en de wijziging van de maximumgrens voor de financiering ervan betreft (COM(2009)0067 - C6-0070/2009 - 2009/0026(COD)),

- het verslag (A6-0285/2009) van Antonio Masip Hidalgo, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten (herschikking) (COM(2008)0815 - C6-0477/2008 - 2008/0244(COD)),

- het verslag (A6-0284/2009) van Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking) (COM(2008)0820 - C6-0474/2008 - 2008/0243(COD)),

- het verslag (A6-0283/2009) van Nicolae Vlad Popa, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de instelling van "Eurodac" voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] [tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend] (herschikking) (COM(2008)0825 - C6-0475/2008 - 2008/0242(COD)), en

- het verslag (A6-0279/2009) van Jean Lambert, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (COM(2009)0066 - C6-0071/2009 - 2009/0027(COD)).

 
  
MPphoto
 

  Bárbara Dührkop Dührkop, rapporteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, ik heb de eer de aanzet te mogen geven tot deze gecombineerde behandeling van vijf zeer belangrijke verslagen voor de invoering van een gemeenschappelijk Europees asielbeleid.

Het mijne is beperkt tot de wijziging van het Europees Vluchtelingenfonds, het EVF, opdat EVF-middelen kunnen worden toegewezen voor de oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, dat de institutionele status zal krijgen van een regelgevend agentschap. Dit agentschap krijgt onder meer tot taak om de praktische samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen en te versterken en op die manier de toepassing van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel te ondersteunen.

Aangezien enkele taken die momenteel door het EVF worden uitgevoerd, door het agentschap zullen worden overgenomen − zoals het bevorderen van goede praktijken, de tolk- en vertaaldiensten, en het ondersteunen van de ontwikkeling en toepassing van statistische hulpmiddelen, ten behoeve van transparantie en een goed beheer van de middelen − moet een deel van de financiële middelen van het EVF naar het agentschap worden overgeheveld.

Volgens de huidige regels moet tien procent van de EVF-middelen beschikbaar zijn voor deze taken. De Commissie stelt nu voor dit percentage tot vier te verlagen en het restant van de middelen over te hevelen naar het nieuwe agentschap. Op deze manier zouden de financiële middelen die in de periode 2008-2013 voor het EVF beschikbaar zijn, verminderen van 628 tot 614 miljoen euro. We zijn het met de Commissie eens dat dit voldoende is voor de eerste fase van het EVF, die tot 2013 loopt, wanneer een nieuwe herziening van het Fonds staat gepland.

De Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft mij de dankbare taak toevertrouwd om voor de wenselijkheid van de oprichting van dit agentschap te pleiten. Het daartoe strekkende voorstel is door de twee betrokken commissies − de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Begrotingscommissie − unaniem goedgekeurd. Ofschoon het Parlement zoals bekend wars is van de oprichting van nieuwe agentschappen, moet zijn belangrijkste zorg als begrotingsautoriteit een correct en verstandig beheer van de toegewezen middelen zijn, die in het onderhavige geval zijn toegewezen om de praktische samenwerking tussen de lidstaten op asielgebied te verzekeren.

We weten allemaal dat het percentage goedgekeurde asielaanvragen aanzienlijk verschilt tussen de lidstaten. Het gevolg is een opeenstapeling van beheersproblemen voor de lidstaten van ontvangst, en dan met name voor de lidstaten aan de zuidgrenzen van de Europese Unie, die regelmatig worden geconfronteerd met grote aantallen migranten die plotseling aan hun grenzen verschijnen. Vaak kunnen deze lidstaten het ook niet meer aan, temeer daar ze ook nog eens de mensen eruit moeten selecteren die bescherming behoeven.

Het aanbieden van ondersteuning voor de hervestiging en de interne, vrijwillige verplaatsing van asielzoekers is voor lidstaten de beste manier om hun solidariteit te tonen. Dat moet het hoofddoel van de oprichting van dit nieuwe agentschap zijn, en dat is het ook.

Mevrouw de Voorzitter, hiermee eindig ik mijn bijdrage aan het onderwerp dat we hier vandaag behandelen. Net als u zou ik graag de laatste minuten van mijn bijdrage willen gebruiken om enkele afscheidswoorden te spreken.

Dit was mijn laatste toespraak in de plenaire vergadering. Net als u, mevrouw de Voorzitter, wil ik alle leden van het Parlement bedanken voor de prettige samenwerking gedurende deze jaren. Ik wil in het bijzonder mijn dank uitspreken aan de voorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de overige afgevaardigden die met mij zitting hadden in deze commissie. We zijn met elkaar in debat gegaan en waren het niet altijd met elkaar eens, maar uiteindelijk hebben we de plenaire vergadering altijd een goed product kunnen voorleggen.

Toen ik hier 22 jaar geleden mijn opwachting maakte, mevrouw de Voorzitter, was dit de volksvertegenwoordiging van een Europese Economische Gemeenschap van twaalf lidstaten. Nu vertrek ik met een gevoel van tevredenheid uit een volksvertegenwoordiging die het Parlement van een Europese Unie van zevenentwintig lidstaten is. Het was werkelijk een voorrecht om in de keuken van de Europese integratie te hebben mogen staan. Het was een unieke en schitterende ervaring. Ik geloof ook dat een van onze grootste successen is geweest dat de landen van Europa geen oorlog meer met elkaar hebben gevoerd, een wens die ten grondslag lag aan de Europese eenwording. Ik denk dat we ons daarmee kunnen feliciteren.

Ik vertrek met een gevoel van grote tevredenheid dat ik deze ervaring heb mogen opdoen. Ik vraag nu uw begrip voor het feit dat ik dit debat voortijdig moet verlaten. Ik keer terug naar het Baskenland, waar zich op dit moment historische gebeurtenissen voordoen: na dertig jaar nationalistische regering krijgen we een socialistische president in het Baskenland, Patxi López. Wanneer hij morgen zijn ambt aanvaardt, wil ik daar graag bij zijn als vertegenwoordiger van mijn politieke groepering.

Hartelijk dank en “hasta siempre”.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Antonio Masip Hidalgo, rapporteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken heeft op verschillende plaatsen in Europa opvangcentra voor vluchtelingen bezocht – evenals u, mevrouw de Voorzitter, met groot enthousiasme hebt gedaan – en daarbij geconstateerd dat de omstandigheden in deze centra enorm uiteenlopen. Voor bepaalde centra geldt dat de situatie er onduldbaar is en er iets aan moet worden gedaan.

Asielzoekers kunnen echter niet worden vergeleken met illegale immigranten. Asielzoekers worden niet aangetrokken door economische factoren maar vluchten voor vervolging of zijn verbannen door regimes die niets ophebben met vrijheid van meningsuiting. Wij Spanjaarden weten dat maar al te goed, omdat velen van ons tijdens het Franco-regime als ballingen werden opgenomen door Mexico, Frankrijk en andere landen.

Tijdens het debat over de terugkeerrichtlijn werd maar al te duidelijk dat deze wetgeving niet van toepassing zou zijn op de toekomstige wetgeving inzake opvang van asielzoekers. De afgevaardigden van de PPE-DE-Fractie lieten zich ook in die zin uit. Het lijkt mij van essentieel belang dat asielzoekers in een voor hen begrijpelijke taal worden geïnformeerd. De asielzoeker uitsluitend informeren in een taal waarvan “kan worden aangenomen dat hij deze begrijpt”, verlaagt de huidige eisen en is naar mijn mening uit juridisch oogpunt en als interpretatie van de toepasselijke mensenrechten niet aanvaardbaar. Het recht om op de juiste wijze te worden geïnformeerd, is een fundamenteel recht, want het vormt de basis van alle overige rechten.

Ik heb de financiële kosten van mijn voorstel voor materiële bijstand bestudeerd. Daarin wordt gevraagd om voldoende bijstand voor asielzoekers om een levensstandaard te garanderen die voldoende is om hun bestaansmiddelen te waarborgen en hun lichamelijke en geestelijke gezondheid te verzekeren. Minder vragen zou naar mijn mening getuigen van een gebrek aan respect voor asielzoekers.

Mijn voorstel geeft opheldering over de tweede grond voor detentie (artikel 8, lid 2, onder b)), door deze te plaatsen in het kader van een voorafgaand interview overeenkomstig de detentierichtsnoeren zoals die door de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de VN zijn vastgesteld. Ook stel ik met betrekking tot artikel 9, lid 5, eerste alinea, voor dat een wijziging van omstandigheden of het bekend worden van nieuwe informatie voor de justitiële autoriteiten grond moet zijn om de detentie te herzien, hetzij op verzoek van de asielzoeker of, bij diens afwezigheid, ambtshalve.

Mondeling amendement nr. 2 en compromisamendement nr. 5, die door de commissie zijn goedgekeurd, gaan over de vraag of juridische bijstand alleen moet worden gegeven voor zover dat nodig is en of deze op verzoek van de asielzoeker gratis moet zijn. Ik vraag om stemming in onderdelen met betrekking tot deze twee punten en zou graag zien dat we teruggaan naar gratis of bijna gratis rechtsbijstand, wat ik rechtvaardiger acht.

Tot slot, wanneer de aanvankelijke voorstellen voor sociale uitkeringen aan immigranten worden geschrapt, zoals andere fracties bij de stemming in de commissie voor elkaar hebben gekregen, lijkt het me noodzakelijk, ook al zitten we in een crisis, dat we deze mensen daadwerkelijk toegang tot de arbeidsmarkt geven. Zo worden ze onafhankelijker, integreren ze in de ontvangende samenleving en vormen ze uit het oogpunt van sociale uitgaven een minder zware last. Hartelijk dank ook aan de heer Barrot en zijn diensten voor alle verrichte inspanningen.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert, rapporteur. − Voorzitter, allereerst enkele algemene opmerkingen. De afgelopen jaren heb ik mij namens mijn fractie, de ALDE-Fractie, intensief beziggehouden met de totstandkoming van het Europese asiel- en migratiebeleid. Nut en noodzaak hiervan zijn evident voor praktisch iedereen. Een Europa zonder binnengrenzen schreeuwt immers om een gemeenschappelijke aanpak. Feit is echter dat de tot dusver overeengekomen normen en behaalde resultaten in schril contrast staan met de ambities zoals verwoord in het programma van Tampere, zoals verwoord in het Haags Programma, en zoals onlangs nog verwoord in het Franse asiel- en migratiepact.

Het probleem is dat de grootste gemene deler ineens minimaal blijkt te zijn, als de Raad tot concrete besluitvorming moet komen, en dus blijft het zo gewenste harmonisatie-effect eigenlijk uit. Ook als het aankomt op omzetting in nationale wetgeving, slagen veel lidstaten er niet in om zich aan de afspraak te houden, noch qua timing, noch qua nauwkeurigheid.

Als gevolg hiervan blijven er in de praktijk enorme verschillen tussen de lidstaten bestaan. Dit wekt niet alleen verwarring, maar werkt ook misbruik in de hand. Het besef dat een verbetering van de kwaliteit, dat een meer consistent en solidair optreden niet alleen in het belang is van de asielzoeker, maar toch ook vooral in het belang van de lidstaten zelf, lijkt vooralsnog niet of in ieder geval onvoldoende tot de Raad door te dringen.

Met betrekking tot mijn eigen verslag, het volgende: ook de bestaande Dublin-verordening is het product van een wankel politiek compromis in de Raad, met als gevolg veel tweeduidige passages en de nodige hiaten. Het streven van de Commissie om tot een daadwerkelijk eenvormig en efficiënt Dublin-systeem te komen, steun ik dan ook van harte.

Het belangrijkste politieke punt van de voorgestelde herschikking is wat mij betreft artikel 31. Zoals ik net al min of meer zei, het gebrek aan een consistent en solidair optreden van de Raad beschouw ik als het grootste struikelblok in de totstandkoming van een gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid. Alleen al vanuit die invalshoek heb ik dan ook veel begrip voor de bepalingen zoals opgenomen in artikel 31 van het Commissievoorstel.

Feit is echter dat het Dublin-systeem nooit ontworpen of bedoeld is als een instrument voor lastenverdeling. En verder is het overduidelijk dat het Dublin-systeem op zichzelf geen oorzaak is van bijzondere asieldruk of een buitensporige belasting veroorzaakt voor bepaalde lidstaten. Ik vrees dan ook - hoe goed bedoeld ook - dat het Commissievoorstel op dit punt weinig doeltreffend zal zijn, als we tot een meer consistent en solidair optreden van de lidstaten willen komen.

De lidstaten die nu met een buitensporige belasting kampen, door hun demografische situatie of bijvoorbeeld hun geografische ligging, worden hier uiteindelijk niet of onvoldoende mee geholpen. Het solidariteitsvraagstuk moet dan ook in een bredere context worden behandeld.

De afgelopen jaren is het onmiskenbaar duidelijk geworden dat lidstaten een stok achter de deur nodig hebben. Het is wat mij betreft dan ook tijd, hoog tijd voor een doorbraak. Die solidariteit tussen de lidstaten zal op een of andere wijze moeten worden geforceerd.

Ik weet dat een aantal lidstaten zeer negatief heeft gereageerd op de voorstellen die zijn aangenomen in de Commissie LIBE, en dan druk ik me eerlijk gezegd nog voorzichtig uit. Ook ben ik me ervan bewust dat ik me op glad ijs begeef als het gaat om het recht van initiatief van de Commissie. Maar eerlijk is eerlijk: ik heb eigenlijk genoeg van alle mooie woorden in dezen.

Ook het Stockholm-programma van de komende voorzitter zal hoogstwaarschijnlijk weer de meest prachtige paragrafen bevatten. Daar ben ik van overtuigd. Maar, geachte Raadsvoorzitter, dat programma kan me gestolen worden, als straks in de praktijk de lidstaten wederom niet thuis geven.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa, rapporteur. – (RO) Het Eurodac-systeem van de Gemeenschap is in januari 2003 in werking getreden. Het is ontworpen om vingerafdrukken van asielzoekers en bepaalde, uit derde landen afkomstige burgers of staatlozen te kunnen vergelijken. Dit systeem zorgt voor een juiste, nauwkeurige en snelle toepassing van de Dublin-verordening, die bedoeld is om een effectief, goed functionerend mechanisme te scheppen voor het vaststellen van de verantwoordelijkheden met betrekking tot asielaanvragen in een van de lidstaten van de Europese Unie.

Eurodac is een computerdatabase met de vingerafdrukken van alle asielzoekers van veertien jaar en ouder. Het doel van dit verslag is het systeem efficiënter te laten functioneren en de problemen op te lossen die geconstateerd zijn na een evaluatie van de eerste paar jaar dat het systeem in werking is. Wij hebben een aantal effectieve, praktische oplossingen gevonden voor de problemen met betrekking tot het verzamelen en overbrengen van vingerafdrukgegevens door de lidstaten.

In de eerste fase gaat het om het verzamelen van vingerafdrukken binnen 48 uur nadat een asielaanvraag is ingediend, en in de tweede fase verzenden de lidstaten de gegevens die zij op deze wijze hebben verkregen binnen 24 uur naar het centrale Eurodac-systeem. In het verslag staan bepalingen waarmee in de volgende uitzonderlijke gevallen de termijn van 48 uur kan worden verlengd: de toepassing van een quarantaineperiode in geval van een ernstige besmettelijke ziekte, verlies van vingerafdrukken en overmacht die duidelijke gronden heeft en bewezen is. Deze verlenging geldt gedurende de periode waarin genoemde omstandigheden zich voordoen.

Met het verslag wordt steun gegeven aan het idee om zo spoedig mogelijk een gedecentraliseerd agentschap op te zetten voor het beheer van Eurodac, VIS en SIS II en aldus ervoor te zorgen dat deze systemen zo efficiënt mogelijk functioneren. Dit agentschap zal een algemeen vereistenpakket opstellen waaraan iedereen die toegangsbevoegdheid heeft tot de infrastructuur en gegevens van Eurodac, moet voldoen. Daarnaast zijn er bepalingen ingevoerd die ten doel hebben het leveren van gegevens uit het Eurodac-systeem aan de autoriteiten van alle onbevoegde derde landen uit te sluiten. Dit is een beschermingsmaatregel die met name geldt voor het land van herkomst van asielzoekers, zodat de familieleden van asielzoekers beschermd worden tegen de ernstige gevolgen waaraan zij blootgesteld kunnen worden.

Bij het opstellen van het verslag hebben we een aantal regels opgesteld die ervoor moeten zorgen dat het systeem zo efficiënt en effectief mogelijk zal functioneren, terwijl tegelijkertijd persoonlijke gegevens en de grondrechten van de mens beschermd worden.

Als mijn laatste maar niet minder belangrijke punt zou ik de schaduwrapporteurs, met wie we uitstekend hebben samengewerkt, en onze collega’s in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, die met een grote meerderheid voor het verslag hebben gestemd, graag willen bedanken. Mijn dank gaat ook uit naar de indieners van de amendementen. Ook wil ik gewag maken van de bijzonder goede samenwerking met de vertegenwoordigers van de Raad en de Europese Commissie, die ik hierbij ook bedank.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, we hebben eerder mevrouw Dührkop Dührkop horen spreken over het Europees Vluchtelingenfonds en de veranderingen die worden voorgesteld om het opzetten van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken te ondersteunen. Ik ben de rapporteur voor de verordening met betrekking tot dat specifieke voorstel: het Ondersteuningsbureau voor asielzaken.

Het idee is dat dit bureau de lidstaten ondersteunt bij het verbeteren van wat wij de kwaliteit noemen (we weten dat sommige lidstaten een probleem hebben met het concept van kwaliteitsverbetering) van de besluitvorming over asielaanvragen, maar dit bureau moet ook helpen bij het ontwikkelen van consistentie tussen de lidstaten en moet de landen ondersteunen die bij tijd en wijlen onder druk komen te staan, ofwel door voortdurende, gemengde stromen mensen die die landen binnenkomen, ofwel om andere redenen.

We hebben al iets gehoord over de problemen die worden veroorzaakt door het gebrek aan consistentie tussen de lidstaten in hun besluitvorming over asielaanvragen en dit ligt zeker voor een deel ten grondslag aan de problemen met het Dublin-systeem.

Maar wat we willen zien, is verbetering. Hierbij gaat het gedeeltelijk dan ook over het bieden van opleiding. We pleiten er voor dat de UNHCR-richtsnoeren hierbij worden betrokken – misschien als uitgangspunt, zelfs als zij niet toonaangevend zijn – en dat lidstaten moeten kunnen profiteren van ervaring, dat het bureau gezamenlijke opleidingen kan bieden of zelfs specifieke opleiding aan lidstaten wanneer de noodzaak daartoe zich voordoet, voortbouwend op de expertise binnen de lidstaten zelf, maar ook op die van de UNHCR en zelfs relevante ngo's.

Op een gegeven moment dachten we dat we een akkoord in eerste lezing konden bereiken, maar om tijdsredenen en omdat wij het pakket maatregelen voor het gemeenschappelijk Europees asielsysteem wilden afmaken, kon het niet zo ver komen. We hebben hier met de schaduwrapporteurs en ook met de Raad echter behoorlijke discussies over gehad, en dit verklaart een aantal van de ingediende amendementen, waarvan er enkele technisch zijn, met dien verstande dat daarmee dingen worden opgenomen die normaliter in de verordening moesten staan, maar die waren weggelaten in het oorspronkelijke voorstel.

Voor het Parlement is de rol van de UNHCR binnen dit Ondersteuningsbureau voor asielzaken absoluut cruciaal. We willen ook graag dat ngo's nauw verbonden worden met het bureau in het adviesforum en zelfs worden betrokken bij het geven of krijgen van opleidingen op het moment dat ze deel uitmaken van een asielsysteem in een lidstaat.

Het lijkt echter iets moeilijker te zijn om met de Raad tot een akkoord te komen over de rol van het Parlement. Wij willen graag dat het Parlement nauw wordt betrokken bij de benoeming van de directeur, en willen het Bureau voor de grondrechten wellicht als model hiervoor nemen. Het andere heikele punt is – zoals Jeanine al aangaf in haar inleiding op het Dublin-systeem – de vraag in hoeverre er kan worden gerekend op samenwerkende lidstaten, als het ware vanaf het beginpunt, waardoor dit eerder verplicht dan facultatief wordt. Dus dat zijn zeker de twee belangrijke kwesties op dit moment.

We zijn blij dat de Raad heeft aangegeven in te kunnen stemmen met onze amendementen over opleiding en zelfs over het inbrengen, waar nodig, van externe expertise, bijvoorbeeld bij vertolking.

Ik denk dus dat we vooruitgang boeken, maar als we een aanwijzing van de Commissie krijgen over de manier waarop we de samenwerking tussen de lidstaten gaan verbeteren, zullen we zien hoever we kunnen komen met dit voorstel.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, met de wetgevingsvoorstellen waarover u zich gaat uitspreken wordt de invoering van een echt gemeenschappelijk asielstelsel beoogd dat meer bescherming en solidariteit biedt en efficiënter functioneert.

Ik dank de vijf rapporteurs hartelijk voor hun omvangrijke en uitstekende werkzaamheden. Het is de eerste keer dat het Parlement zich als medewetgever uitspreekt over het asielbeleid. Hiermee is het startschot gegeven voor een succesvolle samenwerking. Het doet me deugd dat het Parlement grotendeels achter de doelstellingen van de Commissie staat. Alleen met deze steun kunnen we bepaalde leemten in de wetgevingsinstrumenten van de eerste fase opvullen. Destijds was het Parlement hierover enkel geraadpleegd.

Niettemin wil ik nader ingaan op een aantal ingediende amendementen, waarin de bezorgdheid van bepaalde leden naar voren komt en die bijzondere aandacht verdienen. Ten eerste richt ik me tot de heer Popa. Wat Eurodac betreft sta ik grotendeels achter zijn voorstellen. Vervolgens wil ik de heer Masip Hidalgo iets zeggen over de toegang tot opvangvoorwaarden. Ik aanvaard het amendement over de gevoelige kwestie inzake de gelijkwaardigheid van de materiële steun voor asielzoekers met de sociale basisbijstand voor nationale onderdanen.

Toch moet er voor de Commissie een referentie-indicator blijven. Met deze indicator worden de lidstaten niet verplicht sociale bijstand te verlenen aan asielzoekers, maar worden duidelijke regels ingevoerd waarmee de waardigheid van asielzoekers wordt behouden en waarmee wij en de Commissie worden geholpen de toepassing van gemeenschappelijke normen in iedere lidstaat te volgen.

Hetzelfde geldt voor het beginsel van gelijke behandeling van nationale onderdanen met betrekking tot de toegang tot gezondheidszorg voor personen met specifieke behoeften. Ook het desbetreffend amendement kan ik aanvaarden, maar ik wil ook een referentie-indicator behouden, want het voorstel van de Commissie heeft tot doel de huidige leemten in de bescherming van de gezondheid van kwetsbare personen op te vullen. Tot zover de opvangvoorwaarden. Ik dank de heer Masip Hidalgo nogmaals voor zijn uitstekende presentatie.

Dan ga ik nu in op de Dublin-verordening. Ik spreek tevens mijn dank uit aan Jeanine Hennis-Plasschaert voor de goede toelichting op haar verslag over de herziening van de Dublin-verordening. Ik wil een punt aanstippen dat ik van groot belang acht: gezinshereniging en het probleem van alleenstaande minderjarigen. Het Dublin-systeem wordt vaak aangevochten omdat het negatief kan uitpakken voor asielzoekers, vooral gezinnen en kwetsbare personen.

De Commissie heeft er in haar voorstel voor willen zorgen dat gezinnen in de praktijk niet worden gescheiden en dat minderjarigen niet worden overgeplaatst, behalve wanneer het voor gezinshereniging is. Wij zijn niet gelukkig met de amendementen waarmee deze benadering wordt doorbroken. Ik wil graag wijzen op de solidariteitskwestie, waarop een aantal amendementen is ingediend in het kader van de Dublin-verordening.

Allereerst wil ik onze rapporteur, mevrouw Hennis-Plasschaert, maar ook het Parlement danken, omdat zij de mogelijkheid hebben ingevoerd om overplaatsingen van asielzoekers op te schorten wanneer een lidstaat problemen ondervindt. Het is echter moeilijk om binnen de Dublin-verordening verder te gaan, want deze verordening, geachte mevrouw, kan geen instrument zijn waarmee lidstaten asielzoekers onderling kunnen verdelen. Ik heb goed geluisterd naar uw oproep tot solidariteit en de Commissie kan akkoord gaan met een amendering van de preambule van de verordening, om een politiek signaal af te geven voor de invoering van betere en formelere solidariteitsmechanismen.

Ik ben vastberaden om op een later moment concrete instrumenten voor te leggen ter versterking van de solidariteit binnen de Unie en de druk waaronder de asielstelsels van bepaalde lidstaten gebukt gaan, te verlichten. Personen die internationale bescherming genieten, moeten inderdaad eerlijker over de lidstaten worden verdeeld. De Unie heeft er al voor gezorgd dat proefprojecten uit het Europees Vluchtelingenfonds kunnen worden gefinancierd, en wanneer het Ondersteuningsbureau eenmaal operationeel is, kunnen deskundigen steun bieden aan lidstaten die hierom verzoeken. U hebt echter de vinger gelegd op het probleem van grotere solidariteit en van meer samenhang tussen de verschillende lidstaten.

Laat ik nu nader ingaan op het Ondersteuningsbureau. Mevrouw Dührkop en mevrouw Lambert hebben goed, snel en doeltreffend werk afgeleverd, waarvoor een woord van dank op zijn plaats is, want de Commissie heeft haar voorstellen op 28 februari ingediend. Ik heb echt de steun van het Parlement nodig, zodat het bureau snel kan worden opgericht, en ik ben dan ook ingenomen met het feit dat het voorstel met betrekking tot het amendement over het Europees Vluchtelingenfonds is goedgekeurd.

Er zij gewezen op bepaalde aspecten van het dossier van het Ondersteuningsbureau. De aandacht van het Parlement gaat, evenals mijn aandacht, uiteraard met name uit naar de solidariteitskwestie. Ik neem kennis van het amendement waarin wordt voorgesteld het bureau ondersteuning te laten bieden bij de tenuitvoerlegging van een verplicht mechanisme voor de verdeling van personen die internationale bescherming genieten. In het voorstel van de Commissie is de tekst van het immigratie- en asielpact meegenomen, waarin sprake is van een stelsel op vrijwillige basis.

Zoals ik in een eerder antwoord echter al heb aangegeven, werkt de Commissie weliswaar aan een beter gecoördineerd mechanisme, maar het zoeken naar een oplossing is geen eenvoudige zaak. In de tussentijd zal het bureau ondersteuning moeten bieden aan mechanismen voor interne herverdeling zoals deze elders zijn vastgelegd, van welke aard deze ook zijn. De verordening tot oprichting van het bureau is niet de aangewezen plaats om de beginselen vast te stellen die aan deze mechanismen ten grondslag moeten liggen, maar ook hier zal de Commissie, net zoals in het geval van de Dublin-verordening, akkoord gaan met een amendering van de preambule.

De Commissie is overigens van oordeel dat het mandaat van het bureau op het gebied van buitenlands beleid niet beperkt mag worden tot werkzaamheden voor herplaatsing en regionale beschermingsprogramma’s. Het is niet de bedoeling dat het mandaat van het Ondersteuningsbureau met amendementen wordt ingeperkt. Er zijn amendementen waarmee de procedure voor de benoeming van de directeur van het toekomstige bureau ingrijpend wordt gewijzigd. Daar moeten we mee oppassen, want de procedure die in deze amendementen wordt voorgesteld, kan de benoeming van de directeur aanzienlijk vertragen. Echter, we moeten er nu juist voor zorgen dat het bureau snel en doeltreffend aan zijn taak kan beginnen. De door de Commissie voorgestelde procedure is de horizontale formule die op dit moment wordt toegepast voor twintig regelgevende agentschappen uit de eerste pijler. Het zou een betreurenswaardige zaak zijn als er een uitzondering werd gemaakt op een geharmoniseerde formule, terwijl er binnen de interinstitutionele groep voor agentschappen, waaraan het Parlement deelneemt, horizontaal wordt gedacht.

Nog enkele woorden ter afsluiting. Ik ben al lang van stof geweest, maar de werkzaamheden van het Parlement verdienen precieze antwoorden. Sommigen hebben de voorstellen met betrekking tot Dublin en de voorwaarden voor opvang als veel te ruimhartig bestempeld. Zo wordt gezegd dat het Europese asielbeleid ongegronde asielaanvragen aantrekt. Anderen beroepen zich op het subsidiariteitsbeginsel. Ik deel deze kritiek eerlijk gezegd niet. Alleen met echte harmonisering van het asielbeleid op Europees niveau door middel van duidelijke normen, waarvan gelijke behandeling en doeltreffendheid de pijlers zijn, kan Europa vorm geven aan zijn wil om bescherming te bieden aan degenen die deze bescherming daadwerkelijk nodig hebben. Zo wordt voorkomen dat de regels worden omzeild, doordat de normen ambigu zijn en op zeer ongelijke wijze ten uitvoer worden gelegd. De ervaring leert ons dat in lidstaten waar asielaanvragen uiterst objectief en serieus worden behandeld, de toestroom niet is toegenomen. Integendeel, ik denk dat bestrijding van misbruik van procedures en verhoging van het niveau van bescherming best kunnen samengaan.

Tot slot dank ik het Parlement voor zijn werk als medewetgever aan het netelige asieldossier. Ik zeg het zonder omhaal, ook ten overstaan van het fungerend voorzitterschap, maar meen het echt: wij hebben het Europees Parlement echt nodig om dit asielbeleid aanvaard te krijgen. Dit beleid strookt met onze Europese waarden en kan soms inderdaad angst inboezemen en op kritiek stuiten, maar dit alles maakt deel uit van de humanitaire achtergrond en traditie van ons continent.

Mijnheer de Voorzitter, daarom spreek ik mijn grote dank uit aan alle Parlementsleden en met name aan de vijf rapporteurs, voor hun uitstekende prestaties.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, deze nieuwe fase in ons werk voor de totstandbrenging van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem zal een behoorlijke inspanning vereisen, zowel van het Parlement als van de Raad.

De Raad onderschrijft de noodzaak van verdere harmonisatie op asielgebied volledig. De Europese Raad heeft bij het aannemen van het Europees Pact inzake immigratie en asiel de vooruitgang verwelkomd die tot op heden is bereikt op asielgebied, maar heeft eveneens erkend dat er nog grote ongelijkheden bestaan tussen de lidstaten wanneer het gaat om het verlenen van bescherming en om de vorm van die bescherming.

De Europese Raad heeft herhaald dat het verlenen van bescherming en de vluchtelingenstatus de verantwoordelijkheid van elke lidstaat is, maar heeft eveneens aangegeven dat het tijd is om met nieuwe initiatieven te komen, teneinde het opzetten van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem, zoals dit voorzien is in het Haags Programma, te voltooien, en zo een grotere mate van bescherming te bieden, overeenkomstig de voorstellen van de Commissie in haar beleidsplan over asiel.

De Raad verwelkomt dan ook de vier belangrijke wetgevingsvoorstellen die de Commissie hiertoe in de tijd tussen december 2008 en februari 2009 heeft ingediend, en die de kern van ons debat van vandaag vormen.

Daarin gaat het om de opvangvoorwaarden voor aanvragers van internationale bescherming, de zogenaamde Dublin-verordening, en Eurodac, waarvoor de voorstellen afgelopen december werden ingediend, en om de oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, waarvoor februari van dit jaar een voorstel werd gedaan.

In de korte tijd die sinds de indiening van deze voorstellen is verstreken, zijn er intensieve besprekingen gevoerd binnen de organen van de Raad. De aard van de voorstellen en de complexiteit van de daarin behandelde kwesties maakten het niet mogelijk om het onderzoek op alle niveaus van de Raad te voltooien.

Ik kan dan ook geen krachtig standpunt innemen namens de Raad met betrekking tot de amendementen die het Parlement heeft voorgesteld in zijn ontwerpverslagen. Ik kan slechts zeggen dat de Raad alle elementen van het verslag van het Parlement goed zal onderzoeken en ervoor zal zorgen dat binnen het kortst mogelijke tijdsbestek voortgang kan worden geboekt bij deze belangrijke maatregelen.

Ik hoop met name dat we snel resultaat zullen zien bij twee voorstellen met een beperktere reikwijdte. Dit zijn de voorstellen betreffende de oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en de wijziging van de Eurodac-verordening. Dit zijn derhalve ook de voorstellen waarover de besprekingen binnen de organen van de Raad het verst gevorderd zijn en waarvan we al kunnen zeggen dat er een aanzienlijke mate van convergentie is tussen de standpunten van de Raad en het Parlement.

De oprichting van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken vergemakkelijkt het uitwisselen van informatie, analyses en expertise tussen de lidstaten en helpt bij de verdere ontwikkeling van de praktische samenwerking tussen de overheidsdiensten die belast zijn met de behandeling van asielaanvragen. Het bureau maakt ook gebruik van de kennis van de landen van herkomst om de nationale praktijken, procedures en dientengevolge besluiten aan elkaar aan te passen. Zowel de Raad als het Parlement zijn voorstander van de oprichting van een dergelijk bureau. Het voorzitterschap is van mening dat het voorstel het onderwerp kan, en moet zijn van een spoedig akkoord tussen het Parlement en de Raad op een voor beide instellingen aanvaardbare basis. Zoals de geachte leden weten, gaat dit voorstel gepaard met een voorstel tot wijziging van het Europees Vluchtelingenfonds. Omdat het doel hiervan het waarborgen van de financiering van het Ondersteuningsbureau is, zouden beide instrumenten tegelijkertijd moeten worden aangenomen.

De Raad hoopt ook dat er een spoedig akkoord mogelijk is over de Eurodac-verordening, omdat er alleen maar enkele technische verbeteringen zijn voorgesteld door de Commissie, die zouden moeten bijdragen aan een betere werking van het systeem.

De besprekingen die tot nog toe hebben plaatsgevonden in het kader van de Raad met betrekking tot twee andere voorstellen, de amendementen op de richtlijn inzake opvangvoorwaarden en de zogenaamde Dublin-verordening, geven aan dat de kwesties die in deze voorstellen worden behandeld ongetwijfeld complexer en moeilijker zijn.

De voorstellen van de Commissie met betrekking tot de richtlijn inzake opvangvoorwaarden zijn, zoals de geachte leden weten, bedoeld om de bestaande richtlijn te wijzigen, teneinde de tekortkomingen aan te kunnen pakken die door de Commissie in de afgelopen jaren zijn vastgesteld. De Commissie is van mening dat de armslag die de bestaande richtlijn de lidstaten biedt bij het nemen van hun beslissingen, te groot is en dat dit heeft geleid tot ondermijning van het doel om passende opvangvoorwaarden te waarborgen voor asielzoekers in alle lidstaten. Daarom heeft de Commissie een aantal wijzigingen voorgesteld met betrekking tot zaken als toegang tot de arbeidsmarkt voor beschermingsaanvragers, betere materiële opvangvoorwaarden, betere aanpak van de behoeften van kwetsbare personen en toevlucht tot bewaring.

De Dublin-verordening, dat wil zeggen de verordening die de criteria en instrumenten vaststelt om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een beschermingsaanvraag, is bedoeld om misbruik van asielprocedures te voorkomen, bijvoorbeeld als één persoon meerdere aanvragen indient in verschillende lidstaten. De Commissie stelt nu een aantal wijzigingen voor die zijn gericht op het verbeteren van de efficiëntie van het huidige systeem en eveneens op het waarborgen van betere beschermingsnormen voor personen die bescherming aanvragen. Het voorstel bevat eveneens een instrument voor het opschorten van overdracht indien het asielsysteem van een lidstaat sterk onder druk is komen te staan, waardoor het niet mogelijk is om asielzoekers voldoende hoge beschermingsnormen en opvangvoorwaarden te bieden.

Het gedetailleerde onderzoek van de Commissievoorstellen inzake opvang en Dublin is momenteel nog gaande in de Raad. De Raad moet zijn standpunt nog bepalen ten aanzien van een aantal kwesties die in de twee voorstellen worden behandeld. Ook wordt nog steeds gesproken over een aantal belangrijke kwesties, zoals de toegang tot de arbeidsmarkt en bewaring in de context van de richtlijn inzake opvangvoorwaarden, en de vraag hoe het beste kan worden gereageerd op de behoeften van lidstaten die bijzonder onder druk zijn komen te staan in de context van de Dublin-verordening. Het is het voorzitterschap duidelijk dat er op het niveau van de Raad meer werk moet worden verricht om de noodzakelijke overeenstemming tussen de lidstaten over deze voorstellen te bereiken, waarna dan het voorzitterschap in gesprek gaan met het Parlement om tot een akkoord tussen beide instellingen te komen. Dat blijft uiteraard ons doel en het Parlement kan er van verzekerd zijn dat de Raad volledig rekening zal houden met de standpunten van het Parlement zoals die tot uiting zijn gekomen in de amendementen in de desbetreffende ontwerpverslagen.

Zowel de Raad als het Parlement hebben zich gecommitteerd aan de opzet van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem dat een hoog beschermingsniveau biedt en effectief functioneert. We staan dan ook voor een belangrijke uitdaging. We moeten immers de juiste oplossingen vinden, oplossingen die ons in staat zullen stellen dat doel te bereiken. Ik heb er alle vertrouwen in dat in zowel de Raad als het Parlement de bereidheid aanwezig is om dat mogelijk te maken, en tegen deze achtergrond zal de Raad de voorstellen van het Parlement over alle vier de instrumenten gedetailleerd bestuderen.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil, rapporteur voor advies van de Begrotingscommissie. (MT) Zoals mijn collega Jeanine Hennis-Plasschaert terecht zei – en ik wil haar hiermee feliciteren – is dit pakket gebaseerd op het beginsel van solidariteit. Er moet solidariteit zijn met degenen die recht hebben op bescherming, maar er moet in eerste instantie ook solidariteit zijn met de landen die een onevenredig grote last dragen. Er is overeengekomen deze solidariteit op te nemen in het voorstel van de Commissie om de Dublinverordening op te schorten in geval van landen die een onevenredige last dragen. Diezelfde solidariteit is vervat in het voorstel van het Europees Parlement om een mechanisme in te voeren voor het verdelen van de lasten. Dit mechanisme zal dan niet langer vrijwillig meer zijn over de hele linie juridisch verplicht worden.

Onze inspanningen ten behoeve van solidariteit worden echter ondermijnd door wat er zich in de buitenwereld afspeelt. Men begrijpt niet hoe wij het hier kunnen blijven hebben over solidariteit, terwijl daarbuiten iedereen zijn verantwoordelijkheden op een ander probeert af te schuiven. Op dit moment, terwijl wij dit alles in een vergaderzaal aan het bespreken zijn, is er is sprake van een ernstig incident tussen Malta en Italië, en dit is al het derde incident van dit soort binnen een tijdsbestek van een paar dagen.

Twee boten met 130 immigranten aan boord, die koers hebben gezet naar Lampedusa, liggen nu vlak voor Lampedusa, maar Italië weigert uit te varen en hen te redden. Volgens internationaal recht moeten deze personen worden begeleid naar de dichtstbijzijnde haven en, zoals vicevoorzitter Barrot ten tijde van het eerste incident zei, de dichtstbijzijnde aanloophaven in dit geval is de haven van Lampedusa. Mijnheer de Voorzitter, het gedrag van Italië, of liever gezegd van de Italiaanse minister Maroni, is in de zin van het internationaal recht onwettig, aanmatigend ten opzichte van Malta en onmenselijk ten opzichte van alle betrokken immigranten. Italië laat zich met dit soort gedrag bepaald niet van zijn beste kant zien, en deze situatie, mijnheer de Voorzitter, is ook ernstig te noemen omdat het een gevaarlijke boodschap uitstraalt namelijk dat je geen immigranten moet redden omdat, als je dat wel doet, jij degene bent die de lasten moet dragen die gemoeid gaan met de opvang van de immigranten. Dit is een uiterst gevaarlijke boodschap.

Ik richt mij hier dan ook tot de vice-voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Barrot, en ik verzoek hem onmiddellijk in te grijpen om aan deze situatie een eind te maken. Ik wil hem tevens verzoeken er bij Italië op aan te dringen dat het zich houdt aan zijn internationale verplichtingen, en ik verzoek hem verder aan alle lidstaten van de Europese Unie duidelijk te maken dat dit niet simpelweg een kwestie tussen Malta en Italië is, maar dat iedereen hiervoor verantwoordelijk is en deze verantwoordelijkheid dus moet dragen. Mijnheer de Voorzitter, als wij weigeren ons in de praktijk solidair te tonen, zal het onderlinge vertrouwen afnemen maar zal er tevens geknaagd worden aan het vertrouwen van alle Europese burgers. Als wij werkelijk geloven in solidariteit kunnen wij niet toestaan dat nationaal egoïsme de overhand krijgt. Iedereen moet zijn steentje bijdragen. Dank u.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra, namens de PPE-DE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de rapporteur, mevrouw Hennis-Plasschaert, bedanken voor haar bereidheid tot dialoog en onderhandelingen over dit verslag.

Ik blijf erop wijzen dat het verlenen van asiel een morele plicht is voor de meestbegunstigde landen. We mogen niet vergeten dat ondanks de ernstige economische omstandigheden waarin we verkeren, ons asiel- en immigratiebeleid in het teken moet staan van solidariteit, solidariteit met degenen die op goede gronden onze bescherming vragen, en solidariteit met onze communautaire partners die om geografische redenen en wegens hun grootte meer migratiedruk dan andere lidstaten ondervinden.

Op dit terrein is het zogenoemde “asielpakket” een noodzakelijk en onmisbaar instrument voor de toekomstige ontwikkeling van het migratiebeleid in de Europese Unie. Ik wil er echter op wijzen dat voor zo belangrijke maatregelen als die welke we vandaag behandelen, meer tijd voor studie en overleg nodig is. De beperkte manoeuvreerruimte die we wegens de gestelde termijn hadden, was volstrekt ontoereikend.

Een aantal punten van dit voorstel zal in de nabije toekomst zeker moeten worden herzien. Ik doel daarmee op de situatie van asielzoekers en de gevallen waarin ze gedetineerd kunnen worden, op het fundamentele verschil tussen “inbewaringstelling” en “detentie”, op de voorzieningen die voor detentie van asielzoekers kunnen worden gebruikt, op de uitzonderingen op overdracht, op het bestaan van uitzonderingen op het algemene beginsel dat bepaalt welk land verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielaanvraag, op de concrete vaststelling wie deel uitmaakt van het zogenoemde “kerngezin”, en op de hulp die moet worden verleend aan lidstaten die te kampen hebben met een bovengemiddelde asieldruk.

Ondanks deze vragen en gelet op de snelheid waarmee we hebben gewerkt, kunnen we in het algemeen zeggen dat een evenwichtig verslag is goedgekeurd. Dit is een evenwichtig pakket waarin wordt ingegaan op een groot aantal van de zorgen van mijn fractie, met name ten aanzien van de rechten van mensen die internationale bescherming aanvragen en de ondersteuning van lidstaten die een bovengemiddeld aantal internationale aanvragen moeten verwerken.

Tot besluit wil ik in herinnering brengen dat het recht op daadwerkelijke wettelijke bescherming een grondrecht is, dat als zodanig is verankerd in Europese grondwetten en, meer in het bijzonder, in artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De rechterlijke macht moet bijgevolg de belangrijkste garant zijn voor de persoonlijke rechten van mensen die internationale bescherming aanvragen. Daarvoor is het nodig dat deze mensen in voorkomend geval op rechtsbijstand kunnen rekenen.

Mijnheer de Voorzitter, tot besluit wil ik met klem wijzen op de noodzaak van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en de hulp die via het Europees Vluchtelingenfonds kan worden verleend.

 
  
MPphoto
 

  Roselyne Lefrançois, namens de PSE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, als schaduwrapporteur voor de herschikking van de Dublin-verordening wil ik de Europese Commissie complimenteren met de kwaliteit van de ons voorgelegde tekst. Met deze tekst worden inderdaad aanzienlijke verbeteringen aangebracht in het Dublin-systeem, met name wat betreft de eerbiediging van de grondrechten van personen die om internationale bescherming vragen.

Zo is het beginsel van de eenheid van het gezin kracht bijgezet, gaat er meer aandacht uit naar minderjarigen en worden de belangen van kinderen voorop geplaatst. Aan personen die om internationale bescherming vragen worden betere informatie en beroepsmogelijkheden geboden en de voorwaarden voor inbewaringstelling van personen worden strikt beperkt. Voorts kan de overdracht naar lidstaten waar de opvangcapaciteiten onder grote druk staan of waar het niveau van bescherming ontoereikend is, tijdelijk worden opgeschort. Dit zijn ware pluspunten.

Bij de stemming in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken zijn we erin geslaagd de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten schaakmat te zetten, die een aantal van deze bepalingen wilde schrappen, waaronder de regels voor inbewaringstelling van personen die om internationale bescherming vragen. Voor ons is dat een essentiële waarborg, want personen die om internationale bescherming vragen zijn geen criminelen en er is dan ook geen enkele reden om hen achter de tralies te zetten.

Een aantal punten in het verslag blijft echter problematisch, bijvoorbeeld de taal waarin informatie aan de aanvrager moet worden verstrekt. Wij vinden dat dit een taal moet zijn die de aanvrager begrijpt, en niet een taal waarvan wordt aangenomen dat hij die begrijpt. Dat is ook vastgelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens voor het geval iemand in bewaring wordt gesteld.

Wij willen ook dat aanvragen van minderjarigen die geen ouder op het grondgebied van de Unie hebben, worden behandeld in de lidstaat waar de laatste aanvraag is ingediend. Zo wordt voorkomen dat deze minderjarigen aan een andere lidstaat worden overgedragen. Dit stond ook in de oorspronkelijke tekst van de Commissie, maar de PPE heeft zich, met steun van de rapporteur, tegen dit voorstel verzet.

Aangezien met de Dublin-verordening de verantwoordelijkheden voor de behandeling van aanvragen van internationale bescherming niet eerlijk worden gedeeld, acht ik het van essentieel belang dat er andere instrumenten in het leven worden geroepen om de solidariteit met de lidstaten aan de buitengrenzen van de Unie kracht bij te zetten, zoals u, Commissaris Barrot, ook hebt gesteld.

 
  
MPphoto
 

  Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de ALDE-Fractie. – In mijn eerste bijdrage gaf ik reeds aan dat de verschillen tussen de lidstaten nog altijd enorm zijn, en in dat opzicht is de zo gewenste harmonisatie in feite mislukt. Dat kunnen we niet langer ontkennen. Richtlijnen bieden eerder een aantal procedurele standaarden dan een standaardprocedure. Een wereld van verschil, die we nu proberen te dichten en de liberalen kiezen heel duidelijk voor een pragmatische aanpak.

Verdere onderlinge aanpassing van de wetgevingen in de lidstaten inclusief, uiteraard, correcte handhaving, is wat ons betreft de enige weg voorwaarts. Maar nogmaals, met de nodige realiteitszin en de nodige pragmatische overtuiging.

De oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, de voorgestelde herschikking van de richtlijn opvangvoorzieningen en ook de Eurodac-verordening beschouwen wij dan ook als cruciaal. In dat opzicht, en dat is een klein puntje ten aanzien van de Commissie, is het jammer dat de publicatie van zowel de herschikking van de procedure, als de erkenningsrichtlijn, nog heel even op zich laat wachten. Deze is voorzien voor 24 juni. Maar uit het oogpunt van meer samenhang en betere wetgeving zou het logischer zijn geweest om ook deze twee voorstellen in het huidige asielpakket aan te nemen.

Maar goed, het woord is straks natuurlijk aan de Raad. Laat ik nogmaals benadrukken dat meer samenhang, betere kwaliteit en een consistent en solidair optreden voor alle lidstaten van belang zijn. Onze bezoeken aan de Europese buitengrenzen, en de welbekende hot spots in het bijzonder, zal ik niet snel vergeten. De geloofwaardigheid van de Europese Unie staat in dat opzicht al enige tijd op het spel. Doe wat u beloofd heeft!

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zojuist hoorde ik een Maltese afgevaardigde zeer ernstige en zelfs lasterlijke dingen beweren over de Italiaanse regering en over minister Maroni in het bijzonder.

Het spel dat Malta op dit moment speelt, is niet erg duidelijk, en ik zal het direct uitleggen. Ik wil het geen smerig spel noemen, want men dient respect te hebben voor een andere lidstaat, maar onze collega had eerlijk moeten vertellen dat Malta altijd heeft willen vasthouden aan een excessieve omvang van haar territoriale wateren, die zelfs tot het eiland Lampedusa reiken. De Italiaanse regering heeft Malta vele malen verzocht om de enorme omvang van zijn territoriale wateren te verminderen. Malta geeft er de voorkeur aan deze te handhaven om aldus ook zijn verzoek om hoge bijdragen van de Europese Unie te kunnen handhaven.

Daarom moet de hele waarheid verteld worden. Italië kan en wil immigranten opvangen, Italië kan en wil de rechten van immigranten die deelnemen aan en het slachtoffer zijn van deze mensenhandel, beschermen en waarborgen, en deze waarheid is zo overduidelijk en goed gedocumenteerd dat het niet nodig is dat ik haar verdedig.

Wat nu het onderhavig verslag betreft, wil ik benadrukken dat wij een plicht hebben. De lidstaten hebben de plicht om – in plaats van dergelijke polemieken aan te gaan, die lijken op de hanengevechten uit de beroemde roman van Manzoni – om niet toe te geven aan de lokroep van de “sirenen van de goedwilligheid”, van een waarschijnlijk met hypocrisie en zeer concrete, politieke en economische belangen doorspekte goedwilligheid, maar om veeleer te proberen het onschendbare asielbeginsel strikt toe te passen, geen enkele ruimte te laten aan hen die dit principe willen gebruiken voor oneigenlijke doestellingen die niet in overeenstemming zijn met de nobele principes die eraan ten grondslag liggen, en uitbuiting ervan proberen te voorkomen, want daarvan profiteren alleen de criminele organisaties die de handel in illegale immigranten organiseren en exploiteren, waarnaar wij in de context van de huidige situatie eveneens willen verwijzen.

Ik herhaal: het is onze plicht om niet net te doen alsof, en geen conflicten te creëren waar munt uitgeslagen kan worden, maar om een gemeenschappelijke aanpak te vinden en te strijden voor de aanneming van effectieve maatregelen die ervoor kunnen zorgen dat het asielrecht een recht op asiel blijft en geen recht wordt voor uitbuiters en maffiosi om nobele en goede wetten te gebruiken voor hun weerzinwekkende maffiapraktijken van uitbuiting van mensen uit de derde wereld.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook ik ben een van de schaduwrapporteurs bij dit pakket en ik wil graag doorgaan op wat de heer Díaz de Mera García Consuegra hier heeft gezegd over morele plicht. Wanneer we het bovendien hebben over een strikte toepassing, zoals sommige leden dat noemden, interesseert het sommigen van ons veel meer dat de regels echt eerlijk worden toegepast en dat de mensen die echt bescherming nodig hebben die ook daadwerkelijk krijgen. Een van punten van dit specifieke pakket houdt verband met de wijze waarop we dat kunnen verbeteren en er voor kunnen zorgen dat alle lidstaten volgens dezelfde hoge norm werken.

Met betrekking tot de herziening van de opvang van asielzoekers zijn we erg blij met het oorspronkelijke voorstel van de Commissie, en willen we bepaalde delen daarvan behouden, zeker de delen die over toegang tot de arbeidsmarkt en toereikende inkomensondersteuning gaan, waar we eerder vandaag vóór hebben gestemd. Ik betreur het ten zeerste dat mijn eigen land, het VK, hieraan niet deelneemt vanwege twee specifieke voorstellen. Dat is een echte schande, in elke betekenis van het woord.

Toegang tot gezondheidszorg is uiteraard ook van essentieel belang, niet alleen in noodgevallen. Er is continue gezondheidszorg nodig, met name voor degenen die zijn gemarteld en daarom steun nodig hebben voor hun eigen mentale welzijn.

Ook met betrekking tot de herziening van Dublin verwelkomen we het oorspronkelijke voorstel. We steunen het opschortinginstrument en zullen er voor stemmen om de breedst mogelijke definitie van gezinshereniging te behouden.

 
  
MPphoto
 

  Giusto Catania, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het is met een zekere emotie dat ik mijn laatste toespraak in deze zittingsperiode houd. Ik zou willen beginnen met hetgeen in deze zaal werd gezegd, en een beroep willen doen op Commissaris Barrot. Ik vraag hem om op te treden en deze kwestie op te lossen, waar maar al te vaak lidstaten bij betrokken zijn die een spel spelen over de rug van asielzoekers heen.

Nog maar enkele minuten geleden zagen wij hoe Italië en Malta elkaar de verantwoordelijkheid in de schoen schoven, en nog maar enkele dagen geleden hoorden wij dat, door het te lang op zee houden van de boot Pinar, mensen om het leven zijn gekomen die anders misschien nog in leven waren geweest. Daar gaat het volgens mij precies om als wij over asiel spreken. Het gaat om een reële noodzaak en om de inspanningen die de lidstaten moeten doen in het kader van het opvangbeleid.

Ik ben dan ook vierkant voor de voorstellen die door mijn collega´s, de heer Masip Hidalgo en mevrouw Hennis­Plasschaert zijn gedaan voor de aanpassing van de opvangrichtlijn en de Dublin-verordening. Beide voorstellen zorgen ervoor dat het Europese opvangsysteem voor asielzoekers wordt verbeterd.

Ik vind dat wij verplicht zijn om nogmaals te benadrukken dat Europese burgers en asielzoekers gelijkwaardig zijn. De lidstaten verlenen namelijk niet alleen asiel aan mensen die oorlog ontvluchten. Asielverlening is een plicht van de lidstaten en het is het recht van deze mensen om in onze landen te blijven, met alle rechten die men ook Europese burgers verschuldigd is. Aldus geven wij mijns inziens met ons politiek initiatief en met onze wetgevende bevoegdheid een blijk van beschaving.

Ik ben het daarom met de wijzingen van deze richtlijn en deze verordening eens. Ik vind dat wij het recht op asiel moeten kunnen garanderen aan iedereen die erom vraagt, omdat de toekomst van de Europese Unie afhangt van de kwaliteit van onze opvang. Ik denk dat dit een onontbeerlijk onderdeel moet zijn van het door ons gekoesterde idee van Europa

 
  
MPphoto
 

  Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, morgen, op de laatste dag dat dit Huis in deze samenstelling bijeenkomt, stemmen we over een pakket voorstellen om ons asielbeleid te verbeteren. Na vijf jaar debatteren en bezoeken van asielcentra, is het de hoogste tijd om met concrete maatregelen te komen. Als we hierna dan nog moeten wachten op de uitvoering, komt de uiteindelijke reactie wel érg laat.

De gebeurtenissen uit 2005 en 2006 hebben tot een aanpak van illegale immigratie geleid, maar de asielzoeker viel daarbij letterlijk overboord. Hoewel ik het instellen van een agentschap voor de samenwerking steun, heb ik zo mijn vragen bij de vorm en de taak. Hoe komen we tot het opstellen van een betrouwbare lijst van veilige landen van herkomst? Welke bronnen gaan we daarvoor gebruiken? En hoe kunnen we de bronnen van informatie uit landen die niet veilig zijn, voldoende beschermen? Kunnen die bronnen wel bekendgemaakt worden en welke zeggingskracht heeft zo'n lijst voor de onafhankelijke rechter? Ik hoor graag van de Raad hoe dat probleem te voorkomen is.

Waarom is er niet voor gekozen om de praktische samenwerking als taak onder te brengen bij Frontex? Dit agentschap is in omvang beperkt en kan een dergelijke taak met voldoende uitbreiding van middelen prima aan. Dan kan adequaat worden gereageerd op de feitelijke ontwikkelingen waarmee Frontex al wordt geconfronteerd. Op grond van de praktijk van binnenkomst van asielzoekers en migranten kan dan passend worden gewerkt aan goede opvang voor asielzoekers. Dat lijkt me erg praktisch.

 
  
MPphoto
 

  Hubert Pirker (PPE-DE).(DE) Meneer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, wat de onderhavige voorstellen betreft ondersteun ik van harte het voorstel voor een verordening tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, het Europees Vluchtelingenfonds en de "Eurodac"-verordening.

Daarentegen wil ik kritiek uiten op de richtlijn betreffende de opvang van vluchtelingen en op de Dublin-verordening – en kennelijk ben in ik dit debat de enige tot nu toe die dat doet.

De bedoeling van de richtlijn opvangvoorzieningen is dat vluchtelingen – echte vluchtelingen – zo snel mogelijk adequate hulp krijgen. De wijzigingsvoorstellen die hier zijn ingediend, lijken echter uit te nodigen tot immigratie via een asielaanvraag en kunnen dus worden gezien als een uitnodiging tot misbruik van asielprocedures.

Waarom? Alle asielzoekers zouden snel toegang moeten te hebben tot de arbeidsmarkt. Ik ben van mening dat de lidstaten zelf hierover een besluit moeten nemen. Hier wordt voorgesteld om de groep mensen die asiel mogen aanvragen, uit te breiden met mensen die psychische problemen hebben – ik ken veel mensen die psychische problemen hebben, maar niet in alle gevallen hebben ze ook daadwerkelijk recht op asiel – of met alle ouderen bijvoorbeeld. Niet alleen wordt er gewerkt met vage juridische concepten, maar ik accepteer ook niet dat alle asielzoekers net als de eigen ingezetenen recht hebben op sociale bijstand. Daar komt bij dat 95 procent van alle asielaanvragen helemaal niet wordt gehonoreerd. Ik vind dat we met deze wijzigingsvoorstellen de verkeerde kant opgaan. Samen met de ÖVP-delegatie zal ik derhalve tegen de amendementen stemmen.

Voor de Dublin-verordening geldt op een aantal punten min of meer hetzelfde. Deze verordening bevordert namelijk het asieltoerisme. Als het met deze nieuwe bepaling, die als discretionaire bepaling wordt ingevoerd, bij wijze van spreken mogelijk wordt voor een asielzoeker om het land uit te zoeken waar hij zijn asielaanvraag indient – uiteraard voor zover toegestaan –, dan veroorzaakt dit eenvoudigweg asieltoerisme.

Anderzijds ontstaat naar mijn idee een probleem als we de Dublin-overdrachten opschorten. Ik begrijp de situatie van Malta heel goed, maar ik denk dat het zinvoller is om ondersteuningsteams ter plaatse snel hulp te laten bieden dan de weg in te slaan die hier wordt voorgesteld. We moeten erop toezien dat we vluchtelingen snel helpen, maar ervoor waken dat asielprocedures op enigerlei wijze worden misbruikt.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (PSE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, neemt u mij niet kwalijk maar ik wil meteen een ander standpunt innemen, namelijk dat het asielpakket, en de vijf rapporteurs die hier veel zorg aan hebben besteed, de steun verdienen van heel het Parlement.

Wij hebben een schaduwrapporteur bij het verslag over Eurodac en dat van mevrouw Lambert. Ik vind dat we uitstekend hebben samengewerkt en een pakket hebben opgesteld dat zowel realistisch als uitvoerbaar is en waarin veel aandacht is besteed aan transparantie. In de Eurodac-kwestie bijvoorbeeld – een gevoelige kwestie waarbij het gaat om het nemen van vingerafdrukken van asielzoekers – zijn er verbeteringen aangebracht in de manier waarop de vingerafdrukgegevens worden gebruikt, en is de rol van de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming versterkt en zijn bevoegdheid verduidelijkt.

We willen graag verwijzingen naar een groter aantal artikelen van het Handvest van de grondrechten, naar menselijk waardigheid en kinderrechten, en naar een goede oplossing van de kwestie van taal en asielzoekers, die al zo goed ter sprake is gebracht door Antonio Masip Hidalgo en Rosalyne Lefrançois.

Met betrekking tot het verslag-Lambert, waarin het gaat om de oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken, zijn we van mening dat dit een belangrijke stap voorwaarts is. Daarmee wordt gewaarborgd dat samenwerking tussen de lidstaten in het kader van een gemeenschappelijk Europees asielsysteem realiteit wordt. De Sociaal-democratische Fractie steunt dit verslag, maar we hebben ook amendementen ingediend. We willen meer transparantie en verantwoording, waar naar mijn mening ook de rapporteur naar streeft. We willen de juiste betrokkenheid van de UNHCR en ngo's, en ik heb amendementen ingediend die een goed niveau van toezicht door het Europees Parlement in het systeem brengen.

Ik begrijp wat de commissaris zegt over de noodzaak om snel een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken van de grond te krijgen, maar verantwoording, transparantie en kwaliteit van asielgegevens zijn ook zeer belangrijk. Om goed te werken moet het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken absoluut nuttige, transparante en objectieve informatie produceren, die regelmatig moet worden getoetst. Met deze waarborgen krijgen we een sterke aanvulling op een eerlijk en evenwichtig Europees asielsysteem.

 
  
MPphoto
 

  Bogusław Rogalski (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens bevatten uitvoerige informatie over asielrecht. Asiel is een grondrecht voor al wie in zijn land van herkomst wordt vervolgd wegens ras, godsdienst, nationaliteit, politieke overtuiging of het behoren tot een bepaalde politieke groep, iets wat vandaag relatief vaak voorkomt in verschillende delen van de wereld. Mensen aan wie het recht op asiel wordt toegekend, zouden eveneens het recht moeten krijgen om in hun nieuwe land een leven op te bouwen. Dit zou een basisvoorwaarde moeten zijn.

Om deze doelstelling te bereiken moeten we ervoor zorgen dat mensen die een asielaanvraag hebben ingediend, toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. Dit is zonder twijfel de beste manier om asielzoekers in staat te stellen in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Op deze manier wordt ook sociaal isolement voorkomen en kan de asielzoeker de cultuur van het gastland beter leren kennen. We zouden moeten verzekeren dat asielzoekers een beroep kunnen doen op een zo breed mogelijke waaier van diensten ter ondersteuning van hun asielprocedure, onder meer op rechtsbijstand van hoge kwaliteit, zodat zij hun rechten gemakkelijker kunnen begrijpen.

 
  
MPphoto
 

  Adamos Adamou (GUE/NGL) – (EL) Mijnheer de Voorzitter, Eurodac is een systeem voor het inzamelen van vingerafdrukken van asielzoekers. Wij erkennen weliswaar dat gepoogd wordt het vorig operationeel kader van het Eurodac-systeem te verbeteren, maar wij blijven toch twijfels koesteren over twee belangrijke vraagstukken. Het eerste vraagstuk betreft de eerbiediging van de grondrechten van de mensen die Europa binnenkomen op zoek naar een betere toekomst. In feite gaat het immers om het aanleggen van politiedossiers op Europees niveau, en daar zijn wij vierkant tegen. Ten tweede vragen wij ons af in hoeverre deze maatregelen stroken met de grondbeginselen van de Unie zelf, zoals het beginsel inzake bescherming van persoonlijke gegevens, en in hoeverre de geplande maatregelen stroken met het evenredigheidsbeginsel. Wij zijn het er niet mee eens dat vingerafdrukken worden verzameld van zelfs veertienjarige kinderen.

De voorgestelde maatregelen – waar wij het niet mee eens zijn – weerhouden asielzoekers ervan bij verwerping van hun aanvraag in de eerste lidstaat een tweede kans te wagen in een andere lidstaat. Zoals wij allen weten brengen asielprocedures immers een zeker mate van subjectiviteit met zich mee, met alle mogelijk negatieve gevolgen van dien voor de betrokkene, die sowieso al het slachtoffer is.

(EN)Dit is mijn laatste redevoering in dit Parlement, en ik wil u allemaal, collega's en medewerkers, bedanken voor uw samenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Boursier (PSE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vice-voorzitter van de Commissie, geachte collega’s, ik ben ook blij me te mogen mengen in een zo belangrijk debat als het asielpakket, vooral op de voorlaatste dag van deze zittingsperiode.

Tijdens onze diverse werkzaamheden, en ondanks de goedkeuring van de eerste fase van het Europese asielstelsel, hebben we kunnen constateren dat er nog steeds een kloof gaapt gapen tussen de lidstaten als het gaat om de erkenning van de vluchtelingenstatus.

Ondanks de aanzienlijke vooruitgang die is geboekt met de opvangrichtlijn, waar ook mijn collega Roselyne Lefrançois op wees, wier opmerkingen ik volledig deel, moeten we tevens vaststellen dat de lidstaten op dit gebied nog te veel speelruimte hebben. Ook ik wil daarom benadrukken dat de Europese solidariteit juist en vooral op dit terrein tot uitdrukking moet komen.

Meer dan ooit wil ik erop wijzen dat personen die asiel aanvragen en internationale bescherming nodig hebben, kwetsbaar zijn en daarom speciale aandacht verdienen. Dat houdt met name in dat zij niet in bewaring mogen worden gesteld.

De discussie over de ‘terugkeerrichtlijn’ is gesloten. Hierover waren we het allemaal eens. We mogen er dan ook niet op terugkomen nu we het over asielbeleid hebben.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alle sprekers danken, en in het bijzonder nogmaals mijn erkentelijkheid uitspreken aan de rapporteurs. Ik zal allereerst even ingaan op het taalprobleem, waarbij ik mij voornamelijk richt tot mevrouw Lefrançois. Ik moet zeggen dat de formulering volgens de welke de asielaanvrager moet worden geïnformeerd in een taal die hij verondersteld wordt te begrijpen, de Commissie evenwichtig leek. Met een dergelijke bepaling kan de asielaanvrager adequaat worden geïnformeerd en wordt eventueel misbruik door bepaalde asielaanvragers voorkomen.

Ik zou nu het Parlement willen danken, maar als u het goed vindt wil ik toch zeggen dat ik verbaasd ben over de woorden van met name de heer Pirker. Mijnheer Pirker, ik kan niet toestaan dat u het Commissievoorstel verdraait. Als ik u hoor zeggen dat de herziening van Dublin ervoor zorgt dat mensen aan “forumshopping” gaan doen, moet ik daar tegenin gaan, want het is niet waar en het kan niet. Met het Commissievoorstel wordt niet getornd aan de beginselen waarop het Dublin-stelsel stoelt. De aanvrager mag niet kiezen in welk land hij zijn aanvraag indient, maar wel is het zo dat de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald op basis van objectieve criteria waarbij wel een enigszins menselijkere benadering wordt gevolgd, en met name rekening wordt gehouden met gezinshereniging.

Ik kan me niet voorstellen dat u als lid van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten ongevoelig bent voor het probleem van gezinshereniging. Ik kan niet toestaan dat u dit voorstel verdraait. Ook voor de Commissie gaat het erom duidelijke garanties vast te leggen om misbruik van het systeem te voorkomen. Zo is er een mechanisme ingesteld waarmee kan worden vastgesteld welke personen kwetsbaar zijn. Uiteraard moeten de lidstaten erop toezien dat de door ons voorgestelde beginselen op rechtvaardige en evenwichtige wijze ten uitvoer worden gelegd.

Ik wil eveneens reageren op wat de heer Blokland heeft gezegd. We moeten het taakgebied van Frontex en dat van het Ondersteuningsbureau goed van elkaar onderscheiden. Het zijn verschillende taakgebieden met verschillende bevoegdheden, en zo moet het zijn als we echt willen dat asielaanvragen in Europa zowel strikt als menselijk worden behandeld.

Ik kan niet geloven dat het Europees Parlement niet in staat zal zijn een brede overeenstemming te bereiken op basis van het werk van de rapporteurs. Natuurlijk behoort u, afgevaardigden, tot verschillende politieke families en hebt u verschillende politieke en filosofische gevoeligheden, maar laten we niet vergeten dat dit Europa, dat vervolgingen heeft gekend en soms grote risico’s liep, waardoor het leven van de vervolgden op het spel stond, geen model is. We mogen niet uit idealisme preken, maar moeten wel trouw blijven aan onze waarden. En daar blijf ik op hameren. Ik heb, persoonlijk, echt de brede steun van het Europees Parlement nodig.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, in mijn afsluitende opmerkingen wil ik benadrukken dat de Raad blij is dat het Parlement spoedig voortgang wil boeken bij deze belangrijke dossiers en erkent dat een goed functioneren van het gemeenschappelijk Europees asielsysteem belangrijk is.

Ik kan u verzekeren dat de Raad het standpunt dat het Parlement heeft ingenomen ten aanzien van de voorstellen, zorgvuldig zal overwegen in de lopende werkzaamheden van de relevante Raadsorganen. De Raad zal met name de amendementen van het Parlement gedetailleerd bestuderen, om vast te kunnen stellen of er een akkoord mogelijk is over de voorstellen waarvan de werkzaamheden het verst gevorderd zijn.

Ik wil ook iets zeggen over het solidariteitsbeginsel. Een aantal afgevaardigden heeft er terecht op gewezen dat het asielsysteem van sommige lidstaten vanwege hun geografische en demografische situatie bijzonder onder druk staat.

Met het oog daarop heeft de Europese Raad het solidariteitsbeginsel in het Europees Pact inzake immigratie en asiel benadrukt, dat in het najaar van 2008 is aangenomen. Het pact roept duidelijk op tot solidariteit op vrijwillige en gecoördineerde basis, opdat een betere verdeling mogelijk is van de mensen die internationale bescherming genieten, en op basis van aangenomen wetgeving, zoals het desbetreffend onderdeel van het programma ‘Solidariteit en beheer van de migratiestromen’. Het voorziet eveneens in financiering van dergelijke activiteiten, waarin de lidstaten, wederom op vrijwillige basis, kunnen participeren.

Er moet worden opgemerkt dat het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken nuttig kan zijn voor deze intracommunautaire overdrachten door de uitwisseling van informatie daarover te vergemakkelijken. Bovendien kan het bureau helpen door te zorgen voor de coördinatie van de inzet van ambtenaren uit lidstaten in andere, bijzonder onder druk staande lidstaten. Deze verordening kan echter niet fungeren als rechtsgrondslag voor het creëren van een intracommunautair overdrachtsmechanisme.

Ter afsluiting van mijn opmerkingen wil ik zeggen dat ons op dit gebied nog meer werk te wachten staat, want de Commissie heeft al haar intentie aangekondigd om verdere wetgevingsvoorstellen te doen ter voltooiing van het gemeenschappelijk Europees asielsysteem. Deze voorstellen betreffen asielprocedures en de normen voor het in aanmerking komen voor de vluchtelingenstatus van aanvragers, evenals het opzetten van regelingen voor hervestiging van mensen die onder bescherming van de UNHCR staan. We moeten zo snel mogelijk vooruitgang boeken, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat snelheid niet ten koste gaat van kwaliteit. Daar kunnen wij het mijns inziens hier allemaal over eens zijn.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Masip Hidalgo, rapporteur. − (ES) Commissaris Barrot, u heeft mijn steun. De steun die u van het Parlement vraagt, heeft u in ieder geval van deze rapporteur, en die heeft u vanaf de eerste regel van mijn verslag. Verder wil ik nog zeggen dat u ons vanmiddag, in uw twee toespraken, een les in recht, moraal en geschiedenis heeft gegeven.

Een van de sprekers sprak over daadwerkelijke rechterlijke bescherming. Natuurlijk is daadwerkelijke rechterlijke bescherming een grondbeginsel! Daarom eis ik ook dat asielzoekers worden geïnformeerd in een taal die ze begrijpen, en niet in een andere. Wanneer dat niet gebeurt, kan er ook geen sprake zijn van daadwerkelijke rechterlijke bescherming, en spreekt u dat alstublieft niet tegen, want dan gaat u in tegen precies die beginselen die u eerder verdedigde.

 
  
MPphoto
 

  Nicolae Vlad Popa, rapporteur. – (RO) Tot 1989 werd het land waar ik vandaan kom, Roemenië, geregeerd door een totalitair communistisch regime, dat zelfs crimineel kon worden genoemd. Voor de burgers was het net alsof ze in een grote gevangenis zaten. Desondanks hebben tienduizenden mensen hun leven gewaagd door hun land te ontvluchten en politiek asiel aan te vragen. Ik ken veel van zulke mensen, en ik weet hoe belangrijk internationale bescherming is, vooral de bescherming die politiek asiel biedt.

Toch is het van essentieel belang dat wij kunnen vaststellen wie echte asielzoekers zijn, wie degenen zijn die volkomen terecht politiek asiel aanvragen. Door het registratiesysteem te verbeteren kunnen we deze gevallen duidelijk sneller oplossen. Ik zou het hier echter ook graag over een ander probleem willen hebben, dat te maken heeft met netwerken, dat wil zeggen met de criminele activiteiten van netwerken die in asielzoekers handelen. Deze netwerken krijgen enorme geldbedragen voor het vervoeren van asielzoekers naar lidstaten van de Europese Unie. Ik vind dan ook dat het bestrijden van deze criminele activiteiten onze prioriteit moet hebben, en dat er een strategie moet worden opgesteld om dit probleem aan te pakken.

 
  
MPphoto
 

  Jean Lambert, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij met de algemene steun die we hier vanavond hebben gehoord voor het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en ik wil mijn collega's hartelijk danken voor hun samenwerking en het werk dat we hiervoor hebben gedaan.

We hopen dat dit bureau zo snel mogelijk operationeel zal zijn. Het doel hiervan is uiteraard het vertrouwen tussen lidstaten te verbeteren naarmate het rendement van asielsystemen hoger wordt dankzij praktische samenwerking tussen deskundigen, opleiding en wat dies al niet meer zij. Wellicht ook dat lidstaten, als dit vertrouwen eenmaal verbetert, minder bezorgd zullen zijn over het feit dat ze verplicht moeten samenwerken om aan hun verplichtingen te voldoen.

Ik ben blij met de duidelijkheid van de commissaris over de verschillende taakgebieden van het Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Frontex. Dat zijn twee zeer verschillende dingen met zeer verschillende doelen, hoewel uiteraard samenwerking en effectiviteit binnen deze taakgebieden belangrijk zijn. Een van de naar voren gebrachte aspecten betreft informatie over derde landen, over de landen van herkomst van degenen die internationale bescherming aanvragen. Natuurlijk is dit een van de dingen waar het Ondersteuningsbureau voor asielzaken naar zal kijken: hoe we die informatie uit diverse bronnen in een beter standaardformaat kunnen onderbrengen, in wellicht een formaat dat mensen meer vertrouwen kan geven dat de informatie niet politiek wordt gebruikt.

Ik denk dat het voor veel mensen een raadsel is hoe het ene land mensen uit Tsjetsjenië wel als vluchteling kan accepteren, met zelfs een vrij hoge mate van acceptatie, terwijl het andere land dat er vlak bij ligt, niemand uit Tsjetsjenië accepteert. Velen van ons kunnen dat gewoon niet geloven, als de informatie hetzelfde is. Dus het kunnen vertrouwen op de kwaliteit van informatie en op de manier waarop deze informatie vervolgens kan worden gebruikt door lidstaten, is ook een uiterst belangrijk onderdeel van de betere samenwerking waar we naar streven. We zien uit naar de bewerkstelliging hiervan.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik kan de woorden van de heer Busuttil, de Italiaanse Parlementsleden die hebben gesproken, de heren Borghezio en Catania, en alle anderen niet onbeantwoord laten, hoewel ik geen echt bevredigend antwoord heb. Ik wil wel zeggen dat het probleem in het Middellandse-Zeegebied niet alleen Malta en Italiëmag raken. De Europeanen moeten zich echt bewust worden van de hier uiteengezette situatie, die steeds tragischer en dramatischer wordt.

Ik ben zelf naar Lampedusa en Malta afgereisd. Ik heb de twee ministers in Brussel bijeengeroepen na een eerste incident. Goddank zijn we tot een oplossing weten te komen, maar ik zal de kwestie bij de Raad JBZ begin juni nogmaals aankaarten met alle ministers van Binnenlandse Zaken.

We gaan proberen Malta en Italië zo veel mogelijk te helpen, maar heel Europa, alle lidstaten, moeten wakker worden geschud, want deze situatie mag niet alleen aan twee lidstaten worden overgelaten.

Er moet dus worden nagedacht. Dat is de geest van de discussie die heeft plaatsgevonden, mijnheer de Voorzitter, en waaruit naar voren is gekomen dat de Europeanen meer solidariteit aan de dag moeten leggen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

De stemming vindt donderdag 7 mei 2009 plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 142)

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), schriftelijk.(RO) Eurodac is een van de belangrijkste middelen voor het beheer van de gegevens van personen die om internationale bescherming vragen en immigranten die ofwel zijn opgepakt omdat ze illegaal de grens zijn overgestoken of omdat ze zijn gebleven ofschoon hun legale verblijfsduur was verstreken.

Met de herziening van Eurodac zullen problemen rond de effectiviteit van de wetgevende bepalingen worden opgelost. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan vertragingen in sommige lidstaten bij het naar het centrale Eurodac-systeem doorsturen van vingerafdrukken, aan het uitwisselen van gegevens van erkende vluchtelingen in een bepaalde lidstaat en een onjuiste aanwijzing van de autoriteiten die toegang hebben tot de database van Eurodac te verkrijgen aan bepaalde autoriteiten.

Mijns inziens kan de database van Eurodac alleen effectiever worden gebruikt als Eurodac van hetzelfde technische platform als SIS II en VIS gebruikmaakt. Het Biometric Matching System (BMS) moet hetzelfde zijn voor SIS, VIS en Eurodac, zodat deze systemen interoperabel zijn en de kosten laag worden gehouden.

Ik zou de Commissie graag willen verzoeken de wetsvoorstellen in te dienen die benodigd zijn om een agentschap op te richten dat verantwoordelijk is voor het beheer van deze drie IT-systemen. Ze kunnen dan worden samengebracht op één locatie, waardoor er op de lange termijn voor een optimale synergie tussen deze systemen wordt gezorgd en dubbel werk en inconsistentie wordt voorkomen.

 
  
MPphoto
 
 

  Toomas Savi (ALDE), schriftelijk. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben erg blij met het idee om een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken op te richten, omdat de situatie in derde landen, met name in Afrika en het Midden-Oosten, voortdurend verslechtert. Ik maak bezwaar tegen elk begrip van een ‘Fort Europa’ dat geïsoleerd zou zijn van de problemen in de Derde Wereld, waarvan vele direct of indirect zijn veroorzaakt door de vroegere kolonisten. Europa kan zich niet afkeren van haar verplichtingen jegens landen die ooit roekeloos zijn uitgebuit.

Het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken zal een gecoördineerde benadering van het gemeenschappelijk Europees asielbeleid bieden. Ik ben het eens met het beginsel van solidariteit binnen de Europese Unie als het om asielzoekers gaat. De grenzen van sommige lidstaten vormen de buitengrenzen van de Europese Unie, en deze worden dus voortdurend getroffen door immigratiestromen.

Hopelijk helpt het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken om de last van de betreffende lidstaten te verlichten.

 

13. Bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen - Bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en inzake beslissingen in huwelijkszaken, ouderlijke verantwoordelijkheid en onderhoudsverplichtingen - Ontwikkeling van een EU-ruimte voor strafrechtspleging (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de gezamenlijke behandeling van

- het verslag (A6-0270/2009) van Tadeusz Zwiefka, namens de Commissie juridische zaken, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen [COM(2008)0893 - C6-0001/2009 - 2008/0259(COD)],

- het verslag (A6-0265/2009) van Gérard Deprez, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, over het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken, inzake ouderlijke verantwoordelijkheid en inzake onderhoudsverplichtingen, en betreffende het toepasselijke recht op het gebied van onderhoudsverplichtingen [COM(2008)0894 - C6-0035/2009 - 2008/0266(CNS)] en

- het verslag (A6-0262/2009) van Maria Grazia Pagano, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, met een aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad betreffende de ontwikkeling van een EU-ruimte voor strafrechtspleging [2009/2012(INI)].

 
  
MPphoto
 

  Tadeusz Zwiefka, rapporteur. − (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik zou allereerst de rapporteur van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, de heer Deprez, zeer hartelijk willen bedanken voor de geslaagde samenwerking. Mijn dank gaat ook uit naar alle schaduwrapporteurs en vertegenwoordigers van het Tsjechische voorzitterschap en de Europese Commissie. Hoewel onze oorspronkelijke onderhandelingsposities redelijk ver uit elkaar lagen, zijn we erin geslaagd een compromis te bereiken dat ons hopelijk in staat zal stellen om al in eerste lezing tot een akkoord te komen met de Raad.

Met dit voorstel voor een verordening wordt een mechanisme ingesteld op basis waarvan de lidstaten de mogelijkheid hebben opnieuw te onderhandelen over eerder gesloten bilaterale overeenkomsten met derde landen op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke en handelszaken. De lidstaten kunnen ook onderhandelen over nieuwe overeenkomsten en deze sluiten. Verder wordt in een analoog mechanisme voorzien voor bilaterale overeenkomsten met betrekking tot de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken, ouderlijke verantwoordelijkheid en onderhoudsverplichtingen. Dit biedt een oplossing voor het praktische probleem dat ten gevolge van advies 1/03 van het Europees Hof van Justitie over het nieuwe Verdrag van Lugano was ontstaan. Overeenkomstig dit Verdrag zijn de Gemeenschappen bevoegd om externe overeenkomsten te sluiten in dezelfde mate als waarin ze gebruik maakten van het mandaat om uit hoofde van artikel 61, sub c) van het EG­Verdrag wettelijke instrumenten aan te nemen op het gebied van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken.

Het voorgestelde instrument voorziet in een speciale procedure. Met het oog hierop moeten de wetgevingskaders van het voorgestelde mechanisme een zo beperkt mogelijke werkingssfeer en tijdsduur hebben. Aan deze eerste voorwaarde is voldaan door de voorgestelde verordening te beperken tot bilaterale overeenkomsten betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. De tweede voorwaarde wordt vervuld door de 'sunset-clausule' die stelt dat een overeenkomst die volgens deze procedure wordt gesloten, automatisch buiten werking treedt op het ogenblik waarop de Gemeenschappen een overeenkomst sluiten met een derde land.

Naar mijn mening is het absoluut noodzakelijk om de kwestie van de uitoefening van externe bevoegdheden op gebieden als het specifieke recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen, op te nemen in de wetgevingskaders. Dat geldt eveneens voor huwelijkszaken. We zouden echter ook duidelijk moeten maken dat het voorgestelde mechanisme niet enkel van toepassing zal zijn op sectorale overeenkomsten die onder de beperkte werkingssfeer van dit voorstel vallen, maar ook op andere overeenkomsten, zoals bilaterale afspraken en regionale overeenkomsten tussen een beperkt aantal lidstaten en aangrenzende derde landen. Dit zal uiteraard alleen mogelijk zijn in zeer beperkte gevallen, in verband met specifieke kwesties en met het doel om lokale problemen op te lossen.

Ik heb me ernstig afgevraagd of het wel zin had om de 'sunset-clausule' op 31 december 2014 vast te stellen als de Europese Commissie overeenkomstig de voorgestelde verordening tegen 1 januari 2014 een verslag over de toepassing van deze verordening moet voorleggen. Bovendien zijn de onderhandelingen over overeenkomsten met derde landen vaak complex en nemen ze veel tijd in beslag. Als gevolg daarvan blijft er voor de lidstaten weinig tijd over om gebruik te maken van de nieuwe procedure. Het compromisvoorstel om de verordening pas op 31 december 2019 te laten vervallen, garandeert bijgevolg dat de lidstaten doeltreffender en vollediger gebruik kunnen maken van de procedure.

Hoewel de Europese Commissie hierover een andere mening is toegedaan, ben ik van oordeel dat zij de voorgestelde verordening in haar verslag over de toepassing ervan ook in de context van andere rechtsinstrumenten zou moeten bekijken, bijvoorbeeld Brussel I. Het voorgestelde mechanisme, dat in een controle in twee fasen door de Commissie voorziet, zal zonder twijfel bijdragen tot het verzekeren van samenhang met het acquis. Ik heb echter al het mogelijke gedaan om de voorgestelde procedure zo flexibel mogelijk te maken, de reactietermijnen voor de Commissie te verkorten en de administratieve lasten te beperken. Over de democratische legitimiteit en de rol van het Europees Parlement bestaat geen twijfel. Daarom dring ik er ook op aan dat het Europees Parlement en de lidstaten in iedere fase worden geïnformeerd, vanaf het voornemen van een lidstaat om onderhandelingen met een derde land te starten tot het sluiten van de overeenkomst.

Ik zou willen onderstrepen dat de procedure voor het sluiten van bilaterale overeenkomsten met derde landen ons een unieke mogelijkheid biedt om aan te tonen dat de Europese Unie in staat is om de problemen van haar burgers in hun voordeel op te lossen. Dit is van bijzonder belang in het licht van de economische crisis en het toenemende euroscepticisme in een groot aantal lidstaten. Tot slot, mijnheer de Voorzitter, dienen we ons – ondanks een aantal verschillen in aanpak van zuiver juridische aard – pragmatisch op te stellen en daarbij uiteraard rekening te houden met het communautair acquis.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Gérard Deprez, rapporteur. (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, zoals de heer Zwiefka zojuist heeft gezegd, behandelen we tegelijkertijd twee verslagen, die elk een andere werkingssfeer hebben maar in het teken staan van dezelfde logica en onderworpen zijn aan een identieke procedure.

Het eerste verslag, met de heer Zwiefka als rapporteur – die ik overigens dank voor zijn hoffelijkheid jegens mij en voor zijn geduld voor een aantal van mijn eisen – gaat over een voorstel voor een verordening volgens de medebeslissingsprocedure. Het tweede verslag, waarvan ik rapporteur ben, heeft betrekking op een voorstel voor een verordening waarbij het Europees Parlement enkel wordt geraadpleegd.

Mijnheer de Voorzitter, ik erken dat inhoudelijk gezien de problemen die wij middels deze twee instrumenten trachten op te lossen, ernstig en in veel gevallen werkelijk dramatisch zijn. Iedereen heeft wel een geval gekend of meegemaakt waarin een huwelijk met een onderdaan van een niet-Europees land strandde, waarna de vader, of vaker de moeder, de kinderen niet meer mocht zien, die door de echtgenoot of echtgenote waren meegenomen naar het land van oorsprong of naar een andere plaats, en de ouder in kwestie soms geen enkele mogelijkheid had om erachter te komen waar zij waren. Dit geldt ook voor het ontvangen van alimentatie.

Deze problemen zijn uiteraard ernstig en dramatisch en uit het leven gegrepen. Hiervoor moet dringend een oplossing worden gevonden, met name door bilaterale overeenkomsten met derde landen.

Maar waar komt het probleem eigenlijk vandaan waarover wij ons vandaag buigen? Hoe komt het dat de Europese instellingen zich met dit probleem moeten bezighouden? Het antwoord is eenvoudig. Over al deze onderwerpen mag alleen de Gemeenschap overeenkomsten met een of meerdere landen afsluiten en erover onderhandelen. De adviezen van het Hof van Justitie en die van de juridische diensten bevestigen expliciet dat deze onderwerpen uitsluitend een communautaire bevoegdheid zijn. Dit houdt in dat dergelijke kwesties op het eerste oog eenvoudig zijn, maar dan in feite complexer en problematischer uitpakken. De vraag luidt dan ook: is het juridisch mogelijk, gezien de huidige stand van de Verdragen en van de jurisprudentie van het Hof, de lidstaten een exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap te laten uitoefenen, en zo ja, onder welke voorwaarden?

Mijnheer de Voorzitter, ik ben zelf geen begaafd jurist. Ik ben zelfs helemaal geen jurist, maar ik heb in de huidige Verdragen geen rechtsgrondslag gevonden die de Gemeenschap expliciet het recht biedt om geheel of gedeeltelijk af te zien van haar exclusieve bevoegdheden en deze aan de lidstaten over te dragen. Dit wil zeggen dat ik persoonlijk altijd zeer aarzelend en zeer terughoudend ben gebleven ten opzichte van het beginsel van de ons voorgestelde bepalingen.

Niettemin moet ik toegeven dat de adviezen van de juridische diensten van onze instellingen een aantal deuren hebben geopend. Dat is overduidelijk. Ik noem, mijnheer de commissaris, bijvoorbeeld de juridische dienst van uw instelling, die, ik citeer, “erkent dat de uitoefening van de externe communautaire bevoegdheid juridisch mogelijk is voor de lidstaten, bij wijze van uitzondering en onder precieze voorwaarden, zowel wat betreft vorm als inhoud”. De juridische dienst van het Europees Parlement is veel minder expliciet, maar laat wel een aantal mogelijkheden doorschemeren.

Deze zeer precieze en restrictieve juridische beginselen liggen ten grondslag aan de door mij voorgestelde amendementen en aan de onderhandelingen waaraan ik heb deelgenomen, die in een trialoog met de Raad en de Commissie hebben plaatsgevonden. Nogmaals, ik ben zeer gevoelig voor de drama’s van een aantal van onze medeburgers en ik zal geen moeite schuwen om hen te helpen. Daarom heb ik me achter het compromis met de Raad en de Commissie geschaard, maar mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, laat het duidelijk zijn dat wat een exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap is, dat ook moet blijven. Het is niet de bedoeling dat de lidstaten door opeenstapeling van vrijstellingen en door uitbreiding van de werkingssfeer uiteindelijk de hand weten te leggen op een exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap. Dat was mijn standpunt en ik zal daarop ook ik de toekomst blijven toezien.

 
  
MPphoto
 

  Maria Grazia Pagano, rapporteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil graag beginnen met iedereen hartelijk te bedanken, alle collega´s en alle ambtenaren die een bijdrage hebben geleverd aan de tekst waar wij morgen over zullen stemmen. Mijn bijzondere dank gaat uit naar de heer Demetriou, wiens voorgaande uitstekende aanbeveling het uitgangspunt voor mijn verslag vormde.

In mijn werk ben ik mij er altijd sterk van bewust geweest dat nuttige vingerwijzingen moeten worden gegeven voor de opbouw van een echte Europese ruimte van justitiële samenwerking en ik hoop, nee, ik ben er zelfs van overtuigd dat mijn werk ook van nut zal zijn voor het komende Zweedse voorzitterschap, dat voor de moeilijke taak zal worden gesteld om het programma van Stockholm uit te werken.

Bij de opstelling van de tekst ben ik uitgegaan van twee overwegingen. De eerste overweging was dat strafprocessen belangrijke gevolgen hebben voor de grondvrijheden van zowel de slachtoffers van misdrijven als de verdachten en gedaagden. De prioriteit die dit Parlement niet kan nalaten te benadrukken, en die tevens het kernpunt van mijn verslag vormt, betreft dan ook de eerbiediging van de mensenrechten, die al onze aandacht verdient.

In de aanbeveling is veel aandacht besteed aan de verdediging van de grondrechten, vooral als het gaat om de bescherming van slachtoffers, de gevangenisomstandigheden, de rechten van gevangenen en de procedurele waarborgen, inclusief het recht op “verklaring van rechten”, het recht op bijstand door een ambtshalve aangewezen advocaat, het recht bewijs aan te voeren, het recht op informatie over de aard en de reden van de tenlastelegging en het recht op toegang tot al ter zake doende stukken in een taal die begrijpelijk is, dat wil zeggen het recht op een tolk.

De tweede overweging waarvan ik – zoals blijkt uit het verslag over de uitvoering van het Haags Programma – 2007 – ben uitgegaan is dat de in strafzaken bereikte mate van justitiële samenwerking nog steeds vrij beperkt is, terwijl er wel bevredigende resultaten zijn bereikt op andere gebieden, zoals bij justitiële samenwerking in burgerlijke zaken, grensbeheer, immigratie en asielbeleid.

Het is daarom duidelijk dat er meer gedaan moet worden. Het principe van wederzijdse erkenning – de hoeksteen van justitiële samenwerking – is nog lang niet in voldoende mate verwezenlijkt. Wij moeten nagaan waar de wortel van het probleem ligt en de redenen zien te achterhalen waarom er zo weinig schot in zit, zodat wij de meest effectieve oplossingen kunnen voorbereiden.

Ik denk dat de belangrijkste oorzaken gelegen zijn in het feit dat men elkaar niet kent en er een gebrek aan wederzijds vertrouwen is tussen de landen, en daarom leg ik in mijn verslag de nadruk op opleiding, beoordeling, informatie-uitwisseling en goede praktijken.

Wat opleiding betreft mogen wij zeker niet vergeten dat er aanzienlijke stappen vooruit zijn gezet, in het bijzonder dankzij de opleidingsactiviteiten van het Europees netwerk voor justitiële opleiding. Naar mijn mening moeten wij echter verder gaan dan het huidige opleidingsmodel, dat voornamelijk is gebaseerd op nationale justitiële opleidingen, en moeten wij ijveren voor een meer gemeenschappelijke rechtplegingscultuur, die nu nog ontbreekt. Daarom is het volgens mij noodzakelijk om een Europees opleidingsinstituut voor rechters en advocaten op te zetten met een stevige en adequate structuur en voldoende middelen, waarbij ik echter tevens eraan wil herinneren dat het noodzakelijk is om het nodeloos dupliceren van bestaande instellingen te voorkomen en de nationale scholen een belangrijke rol te laten spelen.

Ten tweede is er behoefte aan een doeltreffender mechanisme van effectbeoordeling dat heel het gebied van justitie, justitiële autoriteiten en de uitvoering van de richtlijnen van de Europese Unie bestrijkt. Daarom wordt voorgesteld om een deskundigengroep in te stellen voor continu toezicht op de uitvoering van het Gemeenschapsrecht en op de kwaliteit en de doeltreffendheid van de rechtspraak, naar voorbeeld van het wederzijdse evaluatiesysteem van Schengen. Het doel hiervan is ook om de eventuele zwakke punten en tekortkomingen in de wetgeving op het gebied van justitiële samenwerking in strafzaken op te sporen, teneinde de Europese wetgever van alle informatiebronnen te voorzien die benodigd zijn voor een correcte politieke en legislatieve beoordeling.

Mijn laatste punt betreft het gebruik van nieuwe technologieën, die zeer belangrijk zijn voor het verzamelen van gegevens en bestaande databanken en de informatieverspreiding kunnen versterken. Ik hoop dat tijdens de stemming morgen hetzelfde uitstekende resultaat wordt bereikt als in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vice-voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik dank de drie rapporteurs natuurlijk en ik richt me allereerst tot de heren Zwiefka en Deprez. Uiteraard is de Commissie verheugd dat er compromissen zijn bereikt. Sinds februari hebben er intense onderhandelingen plaatsgevonden en zo zijn we tijdens de eerste lezing tot een akkoord gekomen over beide voorstellen, die de Commissie eind 2008 had voorgelegd.

Zoals de heer Deprez zeer goed heeft onderstreept, is het een zeer gevoelig terrein voor alle betrokken instellingen, Commissie, Raad en Europees Parlement. Ik ben alle partijen erkentelijk voor de uiteindelijke tekst, waarin de institutionele prerogatieven van de Commissie zijn verwerkt en tegelijkertijd een antwoord wordt geboden op de gerechtvaardigde verwachtingen van de lidstaten en het Parlement.

Ik wil er wel op wijzen dat het een uitzonderlijke procedure betreft, waarvan de werkingssfeer en de termijn beperkt zijn, en dat de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap op de betrokken terreinen in ieder geval nog steeds in acht moet worden genomen. Daarin houd ik voet bij stuk en ik sluit me aan bij de woorden van Gérard Deprez dat de lidstaten niet van de gelegenheid gebruik mogen maken om zich bepaalde bevoegdheden toe te eigenen en de Commissie ertoe aan te sporen in zekere zin af te zien van het doen van voorstellen.

Ik geloof dat we wat dat betreft op één lijn zitten. Ook beschikken de lidstaten hierdoor over een institutioneel kader waarmee ze hun burgers betere toegang kunnen geven tot justitie in landen buiten Europa, met name op het gebied van familierecht, wanneer de Gemeenschap haar bevoegdheid niet uitoefent. Jazeker, hierbij moet gedacht worden aan regels met betrekking tot echtscheiding, voogdij over kinderen, bezoekrecht, alimentatieverplichtingen en problematische situaties die zich kunnen voordoen bij gebrek aan een universeel toepasselijke wetgeving terzake op internationaal niveau, zoals de heren Zwiefka en Deprez ook hebben aangestipt.

Het voorstel betreffende het recht dat van toepassing is op contractuele en niet-contractuele verbintenissen kan ook positief uitpakken voor het oplossen van zeer concrete en specifieke problemen, bijvoorbeeld in verband met verkeer over de weg en over rivieren, en het beheer van luchthavens die zich aan de grens van meerdere landen bevinden, zoals het vliegveld van Basel-Mulhouse-Freiburg. Dat is evenwel een andere toepassing van dit institutionele kader, die ook een uitzondering moet blijven.

Ik dank de rapporteurs van de Commissie juridische zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken in ieder geval voor hun werk, en ik dank hen ook voor hun begrip, waardoor we erin zijn geslaagd dit akkoord vóór het einde van het mandaat van dit Parlement te sluiten.

Dan ga ik nu in op het verslag van mevrouwe Pagano, waarvan ik de benadering en de inhoud onderschrijf. Ik juich de grotere betrokkenheid van het Parlement op het gebied van strafrecht toe, niet alleen bij wetgevingsmaatregelen, maar ook bij het uitstippelen van de toekomst van de Europese strafrechtelijke ruimte.

Mevrouw Pagano, ik dank u hartelijk voor uw steun aan onze huidige werkzaamheden. We werken immers aan het programma van Stockholm en zullen een mededeling publiceren met aanbevelingen voor de periode 2010-2014. Het doet me deugd dat het beginsel van wederzijdse erkenning in uw verslag met instemming wordt begroet. Dankzij dit beginsel van wederzijdse erkenning heeft de Unie belangrijke successen geboekt, waaronder het Europees arrestatiebevel, en daaruit tekent zich een ware strafrechtelijke ruimte af.

In het verslag wordt ook ingegaan op problemen met de tenuitvoerlegging van het beginsel van wederzijdse erkenning. Er moet inderdaad toezicht worden gehouden op de omzetting en coherente en volledige toepassing van talrijke bestaande instrumenten die op dit beginsel zijn gebaseerd. Er kan echter geen sprake zijn van wederzijdse erkenning als het wederzijdse vertrouwen tussen justitiële autoriteiten in de lidstaten niet wordt versterkt. Dit vertrouwen vormt de hoeksteen van wederzijdse erkenning. Ik ben het Parlement dan ook erkentelijk dat het pleit voor het kweken van een ware gemeenschappelijke rechtplegingscultuur, zoals u zojuist hebt gesteld, mevrouw Pagano.

U hebt terecht gewezen op de ontwikkeling van opleidingen voor justitiële beroepen, van opleidingen in Europese mechanismen, op de ontwikkeling van betrekkingen met het Hof van Justitie, op het inzetten van instrumenten voor wederzijdse erkenning, justitiële samenwerking en vergelijkend recht. Op dit punt schaar ik me volledig achter uw verslag. Ik ben namelijk van oordeel dat de opleiding van rechters en de uitwisseling van rechters tussen lidstaten in het programma van Stockholm de sleutel zullen vormen tot de toekomst van de Europese rechtsruimte, die wij zo graag willen verwezenlijken.

Natuurlijk wordt ook het justitie-forum ingezet, waarbinnen verschillende netwerken van beroepsbeoefenaren uit het justitiële domein elkaar ontmoeten en dat een essentiële rol vervult bij de bewustwording van de Europese dimensie van hun werkzaamheden. Met de hulp van de Unie moeten deze beroepsbeoefenaren samenwerken om echt de beste praktijken uit te wisselen.

De Commissie staat ook achter het voorstel in het verslag betreffende een evaluatiemechanisme dat niet alleen beperkt is tot de omzetting van de instrumenten van de Unie, maar meer in het algemeen ook de stand van zaken op justitiegebied in de lidstaten omvat. Wij danken u daarvoor.

Hoe zit het met de doeltreffendheid, de snelheid en de eerbiediging van de waarborgen met betrekking tot het recht op verdediging? Er is op dit terrein al een begin gemaakt met de werkzaamheden, waartoe de aanzet werd gegeven door de minister van Justitie van Nederland die het idee lanceerde om een mechanisme in het leven te roepen voor de evaluatie van de stand van zaken in het functioneren van de rechtspraak en de naleving van de beginselen van de rechtsstaat. Daarbij moet natuurlijk gebruik worden gemaakt van het bestaand materiaal en een toegevoegde waarde worden gecreëerd via een beleidsfollow-up. Op basis van deze evaluaties kunnen aanbevelingen worden gedaan.

Voorts is de Commissie er voorstander van om het Europees Parlement meer te betrekken bij haar evaluatiemechanismen. Mijnheer Deprez, dit is een goede gelegenheid om het Parlement te betrekken bij de werkzaamheden van de deskundigengroepen die wij dit jaar en de komende jaren op touw gaan zetten.

U hebt het daarnaast over de omzetting van het nieuwe besluit inzake Eurojust. Ook daar staan wij achter de in het verslag voorgestelde benadering, achter het nut van een plan voor tenuitvoerlegging en bijeenkomsten van deskundigen met de lidstaten. Zo kunnen we ervoor zorgen dat het nieuwe besluit inzake Eurojust snel ten uitvoer wordt gelegd.

Tot slot wordt in het verslag de nadruk gelegd op een goed gebruik van nieuwe technologieën. We hebben de Europese strategie inzake e-justitie in het leven geroepen om optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden van informatie- en communicatietechnologieën op het gebied van justitie.

Ik kan het Europees Parlement alleen maar danken voor zijn werkzaamheden en de ideeën die het op dit gebied aandraagt. Ik ben er tevens van overtuigd dat we er samen in zullen slagen deze strafrechtelijke ruimte, deze rechtsruimte op te bouwen, die normaliter bij een gemeenschap van burgers hoort. De burgers hebben het recht op kwalitatief hoogwaardige justitie, ongeacht de lidstaat waar zij zich bevinden.

 
  
MPphoto
 

  Jan Kohout, fungerend voorzitter van de Raad. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij met deze gelegenheid om iets te zeggen over deze drie belangrijke wetgevingsvoorstellen, en ik ben de rapporteurs dankbaar voor het uitgebreide werk dat aan de verslagen is besteed. Ik wil eerst enkele opmerkingen maken over de eerste twee voorstellen, en vervolgens naar het derde voorstel overgaan, waarin sprake is van de verdere ontwikkeling van de strafrechtspleging binnen de EU.

Het doel van de twee voorstellen die worden behandeld in de verslagen van de heren Zwiefka en Deprez is het vaststellen van een procedure die de lidstaten in staat stelt om over overeenkomsten met derde landen inzake aspecten van justitiële samenwerking in burgerlijke zaken die binnen de exclusieve bevoegdheid van de Europese Gemeenschap vallen, te onderhandelen en deze te sluiten.

Het eerste voorstel, dat is onderworpen aan de medebeslissingsprocedure, behandelt het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen. Het tweede voorstel is onderworpen aan de raadplegingsprocedure en behandelt bepaalde aangelegenheden uit het familierecht.

Ik wil graag onderstrepen dat de procedure die wordt vastgesteld met de twee toekomstige verordeningen zodanig is opgesteld dat de integriteit van het Gemeenschapsrecht wordt gewaarborgd. Voordat de onderhandeling over een overeenkomst wordt goedgekeurd, controleert de Commissie of de beoogde overeenkomst niet zal leiden tot het buitenspel zetten van het Gemeenschapsrecht of tot het ondermijnen van de juiste werking van het systeem dat door de regels ervan is vastgesteld. De Commissie controleert eveneens of de beoogde overeenkomst het beleid voor externe betrekkingen zoals vastgelegd door de Europese Gemeenschap, niet ondermijnt.

Er kan in feite worden gesteld dat met de mogelijkheid voor de lidstaten om met derde landen over overeenkomsten te onderhandelen en overeenkomsten te sluiten die verenigbaar zijn met het Gemeenschapsrecht, de werkingssfeer van het Gemeenschapsrecht wordt uitgebreid naar landen buiten de Europese Unie.

De procedure die met de twee voorstellen wordt vastgelegd, is hoofdzakelijk van toepassing op het onderhandelen over en het sluiten van bilaterale overeenkomsten tussen een lidstaat en derde landen. In bepaalde gevallen zal deze echter ook van toepassing zijn op het onderhandelen over en het sluiten van regionale overeenkomsten tussen meer dan één lidstaat en/of meer dan één derde land. En voor zover het regionale overeenkomsten betreft, zal de procedure die wordt vastgelegd met het voorstel op het gebied van het familierecht van toepassing zijn op de wijziging van of nieuwe onderhandeling over twee reeds bestaande verdragen tussen de Scandinavische landen. In het voorstel over het toepasselijke recht vallen in feite slechts enkele regionale regelingen binnen de reikwijdte ervan. Deze zouden bijvoorbeeld kunnen gaan over de werking van een vliegveld in een grensgebied, waterwegen die door twee of meer landen lopen, of grensoverschrijdende bruggen en tunnels.

De procedure die in de twee voorstellen wordt vastgelegd, is gebaseerd op een grote mate van vertrouwen en samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie. Er is voorzien in een mechanisme om situaties op te lossen waarin de Commissie, op basis van haar beoordeling, tot de conclusie komt dat de onderhandeling over of sluiting van een overeenkomst niet moet worden goedgekeurd. In dergelijke situaties zal de betreffende lidstaat in gesprek gaan met de Commissie om samen tot een oplossing te komen.

Namens de Raad hoopt en verwacht het voorzitterschap dat het mogelijk zal zijn om tot een akkoord in eerste lezing te komen over het voorstel betreffende het toepasselijke recht. Er hebben constructieve onderhandelingen plaatsgevonden tussen het Europees Parlement, de Commissie en de Raad, en deze drie instellingen zijn er tijdens deze onderhandelingen in geslaagd om samen een aantal moeilijke kwesties op te lossen.

Omdat het voorstel betreffende het toepasselijke recht grotendeels identiek is aan het voorstel betreffende het familierecht, is het vanzelfsprekend dat de amendementen die op het eerste voorstel zijn ingediend, zijn overgenomen in het tweede voorstel, zelfs al is dat voorstel niet onderworpen aan de medebeslissingsprocedure. Het is met het oog op goede wetgeving hoogst wenselijk om de parallellen tussen de twee teksten te behouden.

Ik wil tot besluit iets zeggen over de aanbeveling van het Parlement betreffende de ontwikkeling van een strafrechtsgebied in de EU, wat het onderwerp is van het verslag van mevrouw Pagano.

De Raad is het zeer eens met het belang van wederzijdse erkenning als hoeksteen voor justitiële samenwerking binnen de EU. Wij zijn van mening dat dit moet worden verbreed, door in de toekomst andere juridische instrumenten aan te nemen, en verdiept, door een effectievere tenuitvoerlegging van de wederzijds erkende instrumenten die tot dusverre al zijn aangenomen.

In deze context wil de Raad de aandacht van het Parlement vestigen op het feit dat de Raad bezig is met de afronding van de vierde ronde van wederzijdse evaluaties van de praktische uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten.

Binnen de context van deze reeks wederzijdse evaluaties, hebben deskundigen ook onderzoek gedaan naar de kwesties die te maken hebben met de interactie tussen enerzijds het Europees aanhoudingsbevel en meer in het algemeen het beginsel van wederzijdse erkenning, en anderzijds evenredigheidsbeginsel. Dit evenredigheidsbeginsel moet echter ook worden afgewogen tegen een ander beginsel, dat het Parlement net zo na aan het hart ligt, namelijk het subsidiariteitsbeginsel. In de praktijk hebben de justitiële autoriteiten in diverse lidstaten uiteenlopende ideeën over wat een ernstig misdrijf is.

De Raad kijkt uit naar de verdere samenwerking met het Parlement en de Commissie ten behoeve van het opzetten van een systeem van horizontale en continue evaluatie en tenuitvoerlegging van EU-beleid en juridische instrumenten.

Betreffende de kwestie van justitiële opleiding deelt de Raad de mening van het Parlement dat het noodzakelijk is om een echte Europese rechtsplegingscultuur te bevorderen door onder andere het stimuleren van directe uitwisselingen tussen rechters, aanklagers en juridische medewerkers uit verschillende EU-landen, en om het Europees netwerk voor justitiële opleiding actief te ontwikkelen.

De Raad deelt ook het standpunt van het Parlement over de noodzaak van een effectieve tenuitvoerlegging van de nieuwe besluiten inzake Eurojust en Europol.

Ter afsluiting wil ik het Parlement bedanken voor zijn uitgebreide en gedetailleerde werk aan de drie verslagen die we hier vanmiddag behandelen.

 
  
MPphoto
 

  Gérard Deprez, voorzitter van de Commissie LIBE. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik maak kort van de gelegenheid gebruik om, niet zozeer namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, maar veeleer namens mijn fractie, uiting te geven aan mijn buitengewoon positieve oordeel over het verslag van mevrouw Pagano,. Mevrouw, mijn complimenten voor uw verslag. Ik denk dat u met dit document een buitengewoon precies bestek hebt gemaakt, dat, mijnheer de commissaris, een voorname plaats verdient in het programma van Stockholm waaraan de Commissie naar ik weet hard werkt.

Los van alles van wat er is gezegd over het belang van de evaluatie van de opleiding van rechters zou ik twee essentiële elementen van wederzijds vertrouwen willen benadrukken, die ten grondslag liggen aan wat morgen wederzijdse erkenning kan zijn. Ten eerste is er de onafhankelijkheid van justitie. Thans is er in de Unie een aantal lidstaten waar de onafhankelijkheid van justitie ten opzichte van de politieke macht of andere machten niet is vastgelegd. Dat is schandalig en hieraan moet een einde komen.

Ten tweede zijn er procedurele waarborgen. Zolang we niet zeker weten dat voor mensen die in bepaalde landen worden verdacht of beschuldigd van bepaalde overtredingen, dezelfde procedurele waarborgen gelden als in andere landen, zal het moeilijk zijn om alle handen op elkaar te krijgen voor het beginsel van wederzijdse erkenning. Dat is een essentieel aspect dat ik in deze discussie naar voren wilde brengen. Mijn complimenten, mevrouw Pagano.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor, namens de PPE-DE-Fractie. – (HU) De landsgrenzen die na de Tweede Wereldoorlog zijn getrokken, hebben gemeenschappen en families uit elkaar gerukt. Ik haal nu een Europees voorbeeld aan dat zich in onze nabijheid afspeelt. Een gedeelte van de gemeente Szelmenc, die ooit bij Hongarije hoorde, maakt onder de naam Nagyszelmenc momenteel deel uit van EU-lidstaat Slowakije, terwijl het andere gedeelte, Kisszelmenc, zich in Oekraïne bevindt.

Tot 23 december 2005 bestond er tussen de twee dorpen zelfs geen grensovergang. Zestig jaar lang leefden ouders, kinderen en familieleden gescheiden van elkaar en tientallen jaren lang konden ze elkaar niet ontmoeten. De Europese Unie bracht hun de langverwachte mogelijkheid: de opening van de grensovergang. Het genoemde voorbeeld is er slechts één van vele honderden of duizenden en tevens een steekhoudend argument voor de vraag waarom we nu dit verslag behandelen.

De ontwerpverordening voorziet in een procedure voor het recht dat moet worden toegepast tussen lidstaten en andere landen op het gebied van huwelijksaangelegenheden, ouderlijke verantwoordelijkheid en alimentatieplicht. De verordening zal niet in de plaats treden van de communautaire wetgeving, daar zij alleen zal worden toegepast als de lidstaat in kwestie kan bewijzen dat er een concreet belang bestaat op het gebied van de economische, geografische, culturele of historische betrekkingen tussen voornamelijk de lidstaat en het betrokken derde land, als er een bilaterale sectorale overeenkomst wordt gesloten met het derde land. Tegelijkertijd stelt de Commissie vast dat de voorgestelde overeenkomst slechts een beperkt effect sorteert op de uniforme en consequente toepassing van de bestaande communautaire regels, alsmede op de adequate werking van het systeem dat met de genoemde regels tot stand is gebracht.

Ik wil graag de rapporteur, de heer Deprez, bedanken omdat hij dit belangrijke onderwerp, dat invloed heeft op het leven van onderdanen binnen en buiten de Europese Unie, op zich heeft genomen, eens te meer aangezien het document een evenwicht creëert tussen de juridische bevoegdheid van de communautaire instellingen en de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Manuel Medina Ortega, namens de PSE-Fractie. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik geloof dat de wetgevingsvoorstellen die de Commissie ons heeft voorgelegd, belangrijk en noodzakelijk zijn, maar het was ook belangrijk en noodzakelijk dat we vanuit het Europees Parlement aandrongen op toepassing van een beginsel waarop zowel door rapporteur Zwiefka als rapporteur Deprez werd aangedrongen, namelijk het beginsel van de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap.

Het gaat hier over een terrein waarop de Gemeenschap exclusief bevoegd is, maar waarbij het om praktische redenen wenselijk is dat de lidstaten zekere bevoegdheden behouden, maar dan wel, zoals de heer Barrot zei, met een beperkt toepassingsgebied en beperkt in de tijd. Noch de Raad noch de Commissie is bevoegd om deze bevoegdheid van de Gemeenschap aan de lidstaten over te dragen.

Nu dit is vastgesteld – het gaat hier om een uitzonderlijke procedure – geloof ik dat de amendementen die wij hebben besproken en ingediend, en die naar ik verwacht morgen door het Parlement zullen worden aangenomen, het mogelijk maken dat dit pakket van maatregelen in eerste lezing wordt aangenomen. Ik hoop dat de Commissie vervolgens op basis hiervan vorderingen kan maken met de ontwikkeling van een daadwerkelijk Europees privaatrecht, wat steeds noodzakelijker wordt. Dat is bijvoorbeeld ook door mijn voorganger, de heer Sógor, benadrukt. We praten over problemen die mensen rechtstreeks raken. Naarmate we meer in staat zijn de problemen van mensen op te lossen, zullen ze meer tot het besef komen dat de Europese Unie er niet voor niets is.

Tot slot, mijnheer de Voorzitter, wil ik mijn collega´s Deprez en Zwiefka feliciteren met hun werk en de Commissie en de Raad danken voor hun bereidheid tot samenwerking bij deze kwestie.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Pagano bedanken voor haar uitstekende verslag en voor haar samenwerking bij het opstellen van de compromisamendementen, waarin bijvoorbeeld enkele va