De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0260/2009) van Ruth Hieronymi, namens de Commissie cultuur en onderwijs, over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een samenwerkingsprogramma met vakmensen uit derde landen op audiovisueel gebied MEDIA Mundus (COM(2008)0892 – C6-0011/2009 – 2008/0258(COD)).
Ruth Hieronymi, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, beste collega's. Ik ben zeer verheugd dat het gelukt is om in korte tijd – een half jaar – en voor het einde van deze zittingsperiode een nieuw programma ter ondersteuning van Europese films op te stellen en aan te nemen voor de cultuur en economie in de Europese Unie en wereldwijd.
Dit was alleen mogelijk door de uitermate goede samenwerking, waarvoor ik zeer dankbaar ben. Ik wil u hartelijk bedanken, mevrouw de commissaris. Het door de Commissie ingediende voorstel voor het programma MEDIA Mundus was uitstekend. Wij hebben zeer goed kunnen samenwerken met het Tsjechische voorzitterschap van de Raad. Ook de samenwerking binnen de Commissie cultuur en onderwijs verliep buitengewoon goed. Alleen dankzij deze samenwerking zijn wij erin geslaagd om dit doel in zo korte tijd te bereiken.
De EU-steun voor films in de vorm van het MEDIA-programma is inmiddels zo'n vijftien jaar een groot succesproject in de Europese Unie. Van alle Europese films die buiten het eigen land getoond worden, wordt 90 procent gesteund door het MEDIA-programma. Het betrof tot dusverre echter alleen projecten binnen Europa en de steun die middels dit programma geboden wordt, is niet meer toereikend in deze tijd van globaliserende markten.
Er dienen zich nieuwe kansen, maar ook nieuwe uitdagingen aan. En op deze uitdagingen is het programma MEDIA Mundus, waarover wij vandaag spreken, een fantastisch antwoord. Het vormt een antwoord op de kansen van de nieuwe markten buiten Europa die voor de Europese film beschikbaar zijn. De inzet van steun voor films en de films zelf ter ondersteuning en als motor van de interculturele uitwisseling is een noodzaak, maar biedt ook kansen, en dit programma is daar een antwoord op.
Ik ben daarom zeer dankbaar voor de pilotprojecten in het kader van MEDIA Mundus die de afgelopen twee jaar van start zijn gegaan. Er was 7 miljoen euro beschikbaar. Het bleek dat er een zeer grote vraag bestond. In het kader van de pilotprojecten werd steun verleend aan opleiding, marketing en distributie in wereldwijde netwerken en vooral de opkomende audiovisuele markten van de wereld – India, Brazilië, Zuid-Korea, Canada – hebben voortreffelijke projecten ingediend.
In dat licht steunt de Commissie cultuur en onderwijs dit voorstel van harte. Ik wil het hele Parlement verzoeken ermee in te stemmen dat het programma de komende jaren de benodigde middelen krijgt ter verwezenlijking van de doelstelling om de promotie van Europese films als wereldwijde ambassadeurs van onze culturele waarden te ondersteunen.
Dit is mijn laatste toespraak in het Europees Parlement. Ik ervaar het als groot geluk dat ik in samenwerking met u allen het programma heb kunnen afronden. Als het gaat om uw werk in de toekomst, bedenk dan dat culturele goederen in Europa niet alleen economische goederen moeten zijn, maar dat het om zowel culturele als economische goederen gaat.
Hartelijk bedankt, in het bijzonder alle collega's van de Commissie cultuur en onderwijs, de secretariaten en u, mevrouw de commissaris, en uw directoraat-generaal onder leiding van Gregory Paulger, voor tien jaar uitstekende samenwerking op audiovisueel gebied. Hartelijk bedankt!
Viviane Reding , lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het helemaal eens met wat mevrouw Hieronymi heeft gezegd. De tien jaar dat ik met haar en andere leden van de Commissie cultuur en onderwijs heb samengewerkt, zijn heel productief geweest en voor mij persoonlijk zeer verrijkend. Daarom dank ik iedereen van u, ongeacht de partij waartoe hij of zij behoort, die zijn best gedaan heeft de cultuur te bevorderen en te laten spreken tot de mensen.
Ik ben heel blij dat het Parlement naar aanleiding van het verslag enige voorstellen heeft gedaan. Het zijn verduidelijkingen en vereenvoudigingen en ze betekenen daarom een verbetering van het voorstel zoals ik dat ter tafel had gebracht.
Zoals u weet, is MEDIA Mundus gebaseerd op de voorbereidende actie MEDIA International. In dat kader ben ik het Parlement ook dankbaar dat het mij in 2008 vier miljoen en in 2009 vijf miljoen euro heeft gegund voor de financiering van de voorbereidende actie.
MEDIA Mundus start in 2011 als opvolger van MEDIA International. Het programma heeft tot doel de culturele en commerciële betrekkingen tussen vakmensen uit de Europese filmindustrie en die in de rest van de wereld te versterken. De MEDIA Mundus-gedachte is nieuw, ambitieus en vernieuwend vanwege het vergroten van de samenwerking tussen vakmensen, waar Europese programma's zich normaliter niet mee bezighouden. Anders dan al bestaande programma's is dit programma bovendien gebaseerd op wederzijds voordeel: niet alleen voordeel voor onze eigen cineasten, maar ook voor cineasten uit derde landen, en op verschillend gebied. In de eerste plaats gaat het om opleiding en onderwijs, dus is het bestemd voor stagiairs en opleiders uit Europa en uit derde landen. Daardoor wordt de toegang tot de markt in derde landen gemakkelijker gemaakt; er ontstaat vertrouwen en er komen langlopende commerciële relaties tot stand. Dat gaat vanzelf, want als je samen met iemand uit Azië, Afrika of Noord- of Zuid-Amerika op school hebt gezeten om als filmer opgeleid te worden, is het duidelijk dat er een stimulans is om later in je loopbaan ook samen te werken.
Daarom steunen we ook de organisatie van forums voor internationale coproducties. We leiden de mensen samen op en verwachten dat ze als vakmensen daarna samen gaan werken. We hebben de forums voor internationale coproducties dus nodig.
Verder moeten we de verspreiding, circulatie en zichtbaarheid van de Europese audiovisuele kunst in derde landen verbeteren. Dat betekent altijd een win-winsituatie voor mensen afkomstig uit derde landen binnen Europa. Het is een heel goed voorbeeld van een Europa dat geen 'vesting Europa' is, maar een open Europa – een Europa dat geeft, dat neemt, dat deelt.
We moeten de vraag van het publiek naar audiovisuele thema's uit diverse culturen vergroten. Dat is heel belangrijk en daarom moeten we vooral de jeugd, het jonge publiek, ertoe brengen Europese films te gaan bekijken.
Ik heb er veel vertrouwen in dat MEDIA Mundus zal leiden tot meer keus voor de consument, zodat de mensen de kans zullen hebben Europese films te gaan bekijken. MEDIA Mundus zal culturele diversiteit op de Europese markten brengen doordat er meer kwaliteitsfilms van kleinere markten buiten Europa naar Europa komen, en zal Europese films een kans op de wereldmarkt bieden. Het programma zal vakmensen uit Europa en uit de hele wereld dus nieuwe zakelijke kansen verschaffen. Dit economische aspect is uiteraard zeer belangrijk. Het gaat om concurrentievermogen, maar het gaat in de eerste plaats om culturele diversiteit – onze culturele diversiteit, ons kostbaarste bezit – en de culturele diversiteit van mensen in andere werelddelen – hun bijzonderste bezit. Het delen van dit bezit is een prachtige kans, die door middel van MEDIA Mundus uitgebouwd zal worden.
Doris Pack, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mevrouw Hieronymi, het programma MEDIA Mundus is een project dat eigenlijk ook een idee is van onze commissie, de Commissie cultuur en onderwijs. Bij ons is het zo ongeveer geboren, we hebben er ook bijzonder veel aandacht aan besteed en het draagt natuurlijk naast de handtekening van de commissaris, ook die van Ruth Hieronymi, die door eenieder in de Commissie cultuur en onderwijs juist bij dit project van harte gesteund is.
We hebben lessen getrokken uit het project Erasmus Mundus, dat de deuren opende voor studenten die naar derde landen wilden gaan, en omgekeerd. Dat is in de context van de globalisering eigenlijk gewoon noodzakelijk en MEDIA Mundus slaat dezelfde weg in voor filmmakers. Het is een prachtig voorbeeld van de wijze waarop de interculturele uitwisseling op dit gebied kan plaatsvinden. Hieraan zijn natuurlijk economische aspecten verbonden, maar het draait toch met name om de culturele uitwisseling.
MEDIA Mundus wil ook het UNESCO-Verdrag mede-ondersteunen en uitvoeren dat gericht is op de bevordering van de culturele diversiteit in Europa en daarbuiten. Het draagt verder bij aan de dialoog en het evenwicht tussen financiële en economische belangen.
MEDIA Mundus is vanzelfsprekend bevorderlijk voor de mobiliteit van onze films, onze filmmakers en de opleiders en cursisten. Het uiteindelijke resultaat is datgene waartoe Wim Wenders ons altijd oproept, namelijk dat Europa een gezicht krijgt, dat de Europese droom werkelijkheid wordt. De American dream wordt ons al decennia lang in films voorgehouden, en nu nog steeds. Als het eindelijk zover komt dat ook de Europese droom in samenwerking met derde landen in beeld gebracht en aan de wereld getoond wordt, dan hebben wij veel meer voor de stabilisatie van de Europese Unie bereikt dan met veel andere middelen mogelijk zou zijn.
Als wij in deze geglobaliseerde wereld samenwerken, kunnen wij de Amerikanen op de wereldmarkt enigszins terugdringen en onze droom iets beter zichtbaar maken. Wij zullen daarbij zeker door derde landen – wellicht uit Zuid-Korea of landen uit Zuid-Amerika – ondersteund worden, die wij op onze beurt willen helpen om de zichtbaarheid van hun kleinere producties op de Europese markt te verbeteren.
Al met al is dit project in alle opzichten bevorderlijk, zowel voor de derde landen als voor de Europese film. Het was hoog tijd voor dit project. MEDIA Mundus is in mijn ogen het juiste antwoord op de mondiale technische en sociaaleconomische uitdagingen. Ik wil graag met de volgende zin afsluiten: "Wat bijdraagt aan onze diversiteit, versterkt onze identiteit".
Christa Prets, namens de PSE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, mevrouw Hieronymi, hartelijk gefeliciteerd met dit verslag! Alle leden van de Commissie cultuur en onderwijs mogen blij en trots zijn dat het ons in dit tempo gelukt is. Hieruit blijkt ook dat wij flexibel werken en niet in procedures zijn vastgeroest, maar dat we rekening houden met de wensen van hen die werkzaam zijn in de filmbranche en dringend behoefte hebben aan de invoering van deze regelgeving. Wij hebben onze werkzaamheden bespoedigd en zullen deze voortzetten nadat het beleid is goedgekeurd en de resolutie is aangenomen. Wij hebben geen lezing geëist. Dat moeten diegenen zich maar eens voor ogen houden die ons werk telkens opnieuw bekritiseren en daardoor ook de positieve aspecten van ons werk telkens zwartmaken.
Ik ben verheugd dat wij juist nu, in het Jaar van de creativiteit en innovatie, de creatieve sector helpen zodat zij innovatiever kunnen werken, zich beter kunnen laten opleiden en zich wereldwijd beter kunnen organiseren in netwerken. In de digitale wereld is alles voortdurend aan verandering onderhevig, de techniek verandert en er zijn nieuwe voorwaarden en uitdagingen. Daarom is het nodig dat er ook een ander netwerk ontstaat. En hiervoor is financiële steun nodig, die wij op deze wijze verlenen. Als wij onze Europese films en Europese waarden op de wereldmarkt willen bevorderen, moeten wij niet alleen de kwaliteit verbeteren – deze is al zeer goed, maar is nog altijd voor verbetering vatbaar –, maar ook financiële steun geven aan de vakmensen in de culturele sector.
Er wordt voortdurend gesproken over de economische crisis. Als het gaat om werkgelegenheid, kunnen wij daaraan ook bijdragen door in de filmbranche nieuwe arbeidsplaatsen te creëren, te zorgen voor verder ontwikkeling, en de informatie-uitwisseling, het onderzoek en het marktonderzoek te verbeteren. Hier ligt een potentieel dat een zeer positief effect kan hebben op de arbeidsmarkt.
Wat de grensoverschrijdende samenwerking en de verspreiding in derde landen betreft, hiervan wil ik een zeer succesvol voorbeeld noemen: de film Slumdog Millionaire. Deze film, die overal ter wereld te zien was, is tot stand gekomen met 830 000 euro steun uit het programma MEDIA Mundus. De film, die een wereldwijd succes werd, toonde de noodsituatie in een land. Het toonde echter ook wat grensoverschrijdende samenwerking betekent. Daarom ben ik buitengewoon te spreken over dit programma en ik ben blij dat wij het in zo'n korte tijd zonder problemen op poten hebben kunnen zetten.
Ik wil Ruth Hieronymi in het bijzonder bedanken en haar het beste toewensen. Zij heeft zich een uitstekende collega en een expert op mediagebied getoond. Hartelijk bedankt Ruth en het allerbeste!
Zdzisław Zbigniew Podkański, namens de UEN-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, de doelstellingen van het MEDIA 2007-programma waren het behoud van de Europese identiteit en diversiteit en van het cultureel erfgoed, een betere verspreiding van Europese audiovisuele producties en de versterking van het concurrentievermogen van de Europese audiovisuele sector. Het MEDIA Mundus-programma gaat nog een stap verder. Wij hopen dat het bevorderen en het openstellen van de audiovisuele markten zowel in de Europese Unie als in derde landen wederzijdse voordelen zullen opleveren. Dit is uiteraard een goed idee.
Dit thema zet ons echter ook aan om na te denken over een andere kwestie, namelijk de culturele invloed van Europa in de wereld. Deze invloed lijkt af te nemen en dat baart mij grote zorgen. Ik stel bovendien vast dat ons continent niet als een gelijkwaardige partner deelneemt aan de interculturele dialoog in de wereld. De christelijke tradities die Europa hebben vormgegeven, worden vandaag vaak ter discussie gesteld en ik heb de indruk dat Europa geen andere visie heeft op zijn eigen identiteit. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Europa terrein verliest. Het onbeduidende aandeel van Europa in de audiovisuele producties die op wereldniveau worden verspreid, is hiervan een duidelijk voorbeeld.
Het valt te betreuren dat de rol van Europa, mede door zijn tanende economische belang, in de toekomst nog kleiner zal worden. Klagen heeft echter geen zin. Initiatieven als het programma dat we vandaag bespreken, zijn een kleine, maar noodzakelijke stap. Daarenboven staat er een nieuwe zittingsperiode van vijf jaar voor de deur en hopen we dat de nieuwe Parlementsleden ervoor zullen zorgen dat de stem van Europa in de toekomst duidelijker te horen is.
Dit is de laatste vergadering van dit Parlement en misschien ook mijn laatste toespraak. Ik zou alle Parlementsleden hartelijk willen bedanken voor de goede samenwerking, in het bijzonder de leden van de Commissie cultuur en onderwijs, met wie ik dagelijks heb samengewerkt. Ik wil de rapporteur, mevrouw Hieronymi, graag feliciteren met haar verslag en alle aanwezigen nogmaals van harte bedanken.
Helga Trüpel, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Reding, beste collega's. Bij ons cultuur- en mediabeleid is ons doel inderdaad om Europa een ziel te geven.
Er werd zeer terecht vastgesteld, ook door de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, dat mensen niet verliefd worden op de interne markt, hoe nodig deze ook is, maar dat zij de culturele diversiteit, de culturele schat van Europa willen zien en ervan willen genieten. Zij willen bovendien dat de culturele diversiteit als waarde van Europa in de wereld uitgedragen wordt.
Doris Pack heeft terecht gezegd, mede aan de hand van de boodschap van Wim Wenders, dat er Europese beelden nodig zijn om de Europese geschiedenis te vertellen, de veelzijdigheid van de geschiedenis, de gevoelige punten. Wat was de tragiek van de Europese geschiedenis en wat is de grote hoop op een vreedzame en betere toekomst? Dat is het culturele grondbegrip van de Europese Unie, dat we niet alleen intern willen vasthouden, maar ook naar buiten toe moeten uitdragen. Daarom is het Europees cultuurbeleid en juist ook het filmbeleid altijd een drager van de Europese identiteit. Ik ben dan ook blij dat wij erin geslaagd zijn om dit programma van de grond te krijgen.
Ik wil meteen duidelijk zeggen dat het in de volgende zittingsperiode zaak is om dit programma uit te breiden, het nog meer leven in te blazen, er echter ook meer financiële middelen voor beschikbaar te stellen. Dan kan het programma MEDIA Mundus er werkelijk toe bijdragen dat in internationaal samenwerkingsverband duidelijk wordt wat de Europese waarden zijn, wat de culturele diversiteit van Europa te bieden heeft. Dan kunnen er ook coproducties worden opgezet, gemeenschappelijk werk, een opleiding in de beste zin van het woord, een win-winsituatie die ons en de anderen veel oplevert. Dat moet in tijden van globalisering en digitalisering hét kenmerk zijn van het Europese cultuurbeleid.
Ook ik wil vandaag van de gelegenheid gebruik maken om mijn collega Ruth Hieronymi te bedanken voor de bijzonder goede samenwerking. Ik wil haar verder bedanken voor het feit dat zij erin geslaagd is in dit Parlement duidelijk te maken dat cultuur weliswaar altijd een economische kant heeft, maar dat cultuur veel meer behelst dan alleen handelswaar. Waar het eigenlijk om gaat is om identiteit, diversiteit en culturele uitwisseling in de beste zin van het woord, want dat is wat mensen in hun verstand en gevoel raakt. Ons streven voor de toekomst zou moeten zijn om Europa nog veel meer toe te vertrouwen. En daarom, beste Ruth Hieronymi, hartelijk bedankt voor de goede samenwerking en het beste voor uw persoonlijke toekomst.
(Applaus)
Věra Flasarová, namens de GUE/NGL-Fractie. – (CS) Geachte Voorzitter, mevrouw de commissaris, dames en heren, ik zou graag mevrouw Hieronymi willen bedanken voor haar uitmuntende werk en wens haar nog vele succesvolle jaren toe. De ontwikkeling van de internationale audiovisuele ruimte verdient onze aandacht omdat het een interessant onderwerp betreft en ruime samenwerkingsmogelijkheden biedt zowel binnen de Europese Unie als met andere landen in de wereld. De intensivering van deze samenwerking – daar valt de begroting voor het programma MEDIA van 15 miljoen euro ook onder – zorgt voor een verbreding van het aanbod voor de consument en brengt een rijkere schakering aan culturele producten op de Europese en internationale markt. Dat draagt eveneens bij tot wederzijds begrip tussen mensen met verschillende culturele achtergronden. Zaken als continue scholing voor professionals op audiovisueel gebied, verschillende activiteiten ter ondersteuning van de cinematografie en een ruimere inomloopbrenging van audiovisuele werken vormen een buitengewoon waardevol onderdeel van deze EU-projecten. Het is tevens duidelijk dat de audiovisuele sector vooral een plekje is van de jongere generaties, voor wie televisie en al die middels het internetprotocol en meerkanalige digitale televisie overgebrachte middelen tot de belangrijkste bronnen van informatie behoren, naast andere vormen van internettechnologie. Daarom is ondersteuning van deze systemen middels EU-projecten een middel om de kwaliteit van het aanbod voor deze consumenten te helpen verbeteren.
Ik zou in verband hiermee echter graag willen wijzen op een specifieke in mijn ogen cruciale kwestie, namelijk dat alle internetmedia een vrij alternatief vormen voor de klassieke media. Helaas laten die het ook in democratische samenlevingen vaak afweten als gevolg van allerlei commerciële belangen of doordat het management tot een bepaalde politieke kleur behoort en zijn werknemers er op indirecte wijze toe dwingt zelfcensuur toe te passen. Daarom komt veel informatie in vertekende of in uiterst selectieve vorm bij de gebruiker terecht. De enorme vlucht die het internet genomen heeft en de middels deze weg verspreide filmwerken en informatie bieden daarentegen een waarlijk vrije pluralistische mediaomgeving, vrij van monopolies en kartels. Daarom verdienen alle projecten die dit alternatief voor de gangbare media versterken, te worden ondersteund. Ik ben blij dat ook het Tsjechisch voorzitterschap heeft kunnen bijdragen aan de totstandkoming van het MEDIA Mundus-programma.
Ljudmila Novak (PPE-DE), – (SL) Met het MEDIA Mundus-programma zijn we op de juiste weg om de Europese film en Europese kennis nog efficiënter te promoten. Film is een medium waarmee we Europa's culturele diversiteit kunnen vastleggen en bewaren, in beeld kunnen brengen en er munt uit kunnen slaan. Gezien de snelle ontwikkeling van moderne technologieën, is er echter ook constant behoefte aan opleiding en training. Het zou bijzonder jammer zijn als sommige derde landen of minder ontwikkelde werelddelen moeten stoppen met het maken van films waarin het leven van hun bewoners wordt uitgebeeld, waarin interessante verhalen over hen worden verteld en waarin, uiteraard, hun eigen natuurlijke en culturele erfgoed en geschiedenis worden beschreven, enkel en alleen omdat zij achterblijven in ontwikkeling en kennis ontberen.
Door de dominantie van de Amerikaanse film, die een enorme markt bestrijkt, heeft de Europese film er een zware dobber aan zich staande te houden in de wereldmarkt, ondanks het feit dat de Europese film over veel meer kwaliteiten beschikt dan veel van die Amerikaanse tranentrekkers of kassuccessen. Daarom is MEDIA Mundus een goed platform om contacten te smeden met filmmakers en distributeurs in derde landen en om filmgerelateerde kennis en informatie uit te wisselen. Daarnaast brengt de Europese Unie in deze sector verschillende continenten bij elkaar en worden ook bioscoopbezoekers van verschillende landen een stukje dichter bij elkaar gebracht.
We krijgen er een nieuw, succesvol programma bij, maar raken onze rapporteur en een deskundige op dit gebied kwijt. Mevrouw Hieronymi, ik zou u heel graag mijn persoonlijke waardering willen overbrengen voor al het werk dat u hebt gedaan, voor uw brede visie en voor uw samenwerking. Toen ik vijf jaar geleden als nieuw lid tot het Parlement toetrad, was u de eerste persoon aan wie ik advies en informatie vroeg en u was immer behulpzaam en begripvol. Dus staat u mij nogmaals toe om u hartelijk te bedanken en u veel geluk toe te wensen, zowel met uw gezin als in uw werk, want ik weet dat u in de toekomst niet op uw lauweren zult rusten.
Sommigen van u weten dat u terug zult komen. Ik zou zelf ook graag terugkomen, maar weet nog niet of dat zal gaan gebeuren. Graag zou ik dan ook mijn dank willen uitspreken aan alle leden van de Commissie, het Bureau en het Parlement voor het feit dat u mij de gelegenheid hebt geboden in de Commissie cultuur en onderwijs zitting te nemen. Het was een groot genoegen voor u te werken. Ongeacht onze politieke achtergronden, hebben we hard gewerkt voor cultuur, onderwijs, jongeren en professionele sporters. Bovendien werden mijn ideeën, ondanks het feit dat ik uit een klein land kom, door de commissie opgepakt en later door het Parlement bekrachtigd. Hartelijk dank voor de fijne samenwerking.
Mikel Irujo Amezaga (Verts/ALE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, de Universele Verklaring van de UNESCO betreffende culturele diversiteit adviseert onder andere om hoogwaardige audiovisuele producties te stimuleren, met name om de totstandkoming te bevorderen van samenwerkingsmechanismen die de verspreiding van die producties moeten vergemakkelijken. De Europese Commissie heeft dit goed onthouden toen zij met de voorbereiding van dit voorstel bezig was.
Het is duidelijk dat MEDIA Mundus profijt zal hebben van de groeiende belangstelling en van de kansen die mondiale samenwerking in de audiovisuele industrie biedt, en het scala aan mogelijkheden voor consumenten zal vergroten door meer cultureel diverse producten op de Europese en internationale markt te brengen en door nieuwe commerciële kansen te creëren voor audiovisuele professionals in Europa en wereldwijd.
Ik ben ervan overtuigd, en het lijdt geen twijfel, dat de Commissie prima in staat zal zijn het budget zo te beheren dat het een zo groot mogelijk effect zal hebben en dat het niet in verschillende projecten zal verdwijnen. Zoals een gerenommeerd hoogleraar al zei: het programma MEDIA Mundus voor samenwerking met vakmensen uit derde landen op audiovisueel gebied bewijst dat het internationale audiovisuele landschap aanzienlijk is veranderd, met name op technologisch gebied. Dit voorstel heeft als doel de samenwerkingsmogelijkheden in de audiovisuele markt te ontwikkelen, door zowel onderzoek en onderwijs als financiering van coproductieprojecten te stimuleren om samenwerking tussen professionals op audiovisueel gebied te bevorderen.
Ik zou graag willen afsluiten met een woord van dank. Het was een genoegen om de afgelopen twee jaar met al mijn collega's in de Commissie cultuur en onderwijs te mogen samenwerken. Bedankt en tot ziens.
Elisabeth Morin (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde allereerst mijn grote erkentelijkheid betuigen aan Ruth Hieronymi en aan de Commissie cultuur en onderwijs. dankzij dit nieuwe MEDIA Mundus-programma kan de Europese filmindustrie zich wereldwijd verder ontwikkelen.
Dit programma is namelijk verankerd in een beleid. Het is voorbereid door de actie MEDIA International, die er sinds 2007 op gericht is de betrekkingen van de Europese Unie met de audiovisuele markten in derde landen te ontwikkelen. Deze actie had tot doel te voldoen aan de onmiddellijke behoeften van derde landen en de algemene doeltreffendheid van MEDIA 2007 te verbeteren. Het was zaak de nieuwe problemen en uitdagingen voor de Europese audiovisuele sector, als gevolg van de internationalisering van de markten, het hoofd te bieden.
Deze voorbereidende actie heeft zo de weg geëffend voor een breder ondersteuningsprogramma van de Europese Unie voor wereldwijde samenwerking in de audiovisuele sector. En heel snel heeft de Europese Commissie – die ik daarvoor wil bedanken – een voorstel voor invoering van het MEDIA Mundus-programma goedgekeurd. Met een begroting van 15 miljoen euro voor de periode 2011-2013 biedt het programma nieuwe kansen voor internationale samenwerking en de totstandbrenging van netwerken – en dit netwerkconcept is buitengewoon belangrijk – tussen vakmensen uit de Europese Unie en derde landen op audiovisueel gebied. Audiovisuele media zijn geliefd onder jongeren. Ze vormen een geweldige stimulans voor culturele dialoog, en het is zaak in deze sector een nieuw wereldwijd evenwicht tot stand te brengen tussen de Verenigde Staten en tussen andere continenten, die grote producenten zijn, en Europa, dat ook een volwaardige speler is.
Het programma staat open voor projecten die berusten op partnerschappen met minimaal drie partners, waarbij elk partnerschap gecoördineerd wordt door een Europese vakman of vakvrouw. Uitbreiding van de uitwisseling van informatie, opleiding, gedegen marktkennis, verbetering van het concurrentievermogen en de wereldwijde distributie van audiovisuele werken, de wereldwijde verspreiding en vertoning van audiovisuele werken, en de vraag naar culturele diversiteit van de zijde van de consument, dat alles is terug te vinden in dit programma.
Wij steunen het voorstel van de Europese Commissie over de invoering van dit consensuele programma waarin we ons allemaal kunnen vinden. Ik spreek volmondig mijn steun uit voor deze tekst omdat deze overeenstemt met mijn overtuigingen: respect, interculturele dialoog, steun voor de creatieve economie, voor opleiding, voor de audiovisuele sector. Ik ben mevrouw Hieronymi dan ook buitengewoon erkentelijk. We zijn het tegenover haar verplicht in de volgende zittingsperiode op de ingeslagen weg door te gaan.
Manolis Mavrommatis (PPE-DE). – (EL) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de commissaris, waarde collega´s, al degenen die willen dat het Europees audiovisueel systeem zich ontwikkelt, steeds sterker en concurrerender wordt en ook naar de rest van de wereld wordt uitgevoerd, zijn verheugd over dit voorstel van de Commissie voor het programma MEDIA Mundus. De Europese audiovisuele industrie is de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid en verbeterd en haar aanwezigheid in de wereld heeft de afgelopen twintig jaar een gedaantewisseling ondergaan, met name dankzij de technologische ontwikkelingen. Op bepaalde markten zijn daaruit sterke economische groei, investeringen en bijgevolg meer vraag naar audiovisueel materiaal voortgevloeid. De distributie van Europese werken op buitenlandse markten stuit echter helaas nog steeds op hinderpalen. Een daarvan is de ontoereikende financiering van Europese audiovisuele maatschappijen.
De communautaire steun aan de audiovisuele sector houdt rekening met het feit dat de Europese Unie en de lidstaten samenwerking met derde landen en met de bevoegde internationale organisaties op cultuurgebied aanmoedigen, omdat daarmee wordt onderstreept hoe belangrijk de eerbiediging van de verschillende culturele dimensies is voor de bevordering van diversiteit en omdat de distributiesector uiteindelijk de pluriformiteit van de audiovisuele werken en de keuzen van de consumenten bepaalt. De beschikbaarheid van Europese audiovisuele werken op de internationale markten is nog steeds beperkt, terwijl audiovisuele werken van derde landen – met uitzondering van die van de Verenigde Staten – soortgelijke beschikbaarheidsproblemen ondervinden op de Europese markten. De Europese distributeurs zijn meestal kleine bedrijven die niet voldoende zijn toegerust om toegang te krijgen tot internationale markten. Met het nieuwe programma worden middelen uitgetrokken voor maatregelen tot verbetering van de afzet, de distributie en de promotie van Europese audiovisuele werken in derde landen en bijgevolg ook van derde landen in Europa.
Tot slot wil ik mijn collega Ruth Hieronymi nogmaals gelukwensen met haar uitstekende werk en haar het allerbeste wensen in haar maatschappelijk leven en bij haar toekomstige taken na haar uitstekende werkzaamheden hier in het Europees Parlement. Bij deze gelegenheid wil ik tevens commissaris Reding en alle collega´s van de Commissie cultuur en onderwijs bedanken voor de goede samenwerking gedurende de afgelopen vijf jaar.
Iosif Matula (PPE-DE). – (RO) De cultuursector levert beslist een belangrijke bijdrage aan de verwezenlijking van de economische doelstellingen, alleen al gezien het feit dat er ruwweg 5,8 miljoen mensen in deze sector werkzaam zijn. De cultuursector draagt echter ook bij aan de verwezenlijking van de sociale doelstellingen, en wel door de waarden van de Europese Unie over de hele wereld te promoten, en dan hebben we het nog niet eens over de uitbreiding van de keuzemogelijkheden voor consumenten en de bevordering van het concurrentievermogen van de audiovisuele industrie in de EU.
Het programma in kwestie is ook relevant omdat het niet voorbij gaat aan de impact van de technologische ontwikkelingen in deze sector, zeker nu er op dit moment een steeds grotere vraag naar audiovisuele inhoud ontstaat. Ik juich een coherent programma om Europese audiovisuele werken wereldwijd te promoten, dan ook toe, gezien de fragmentatie van de markt op Europees niveau in vergelijking met bijvoorbeeld de audiovisuele industrie in de Verenigde Staten.
Last but not least, ben ik er stellig van overtuigd dat er beter gebruik zal worden gemaakt van de toegevoegde waarde die de filmindustrie in de lidstaten heeft voortgebracht. Ik kan u het voorbeeld geven van de filmindustrie in mijn land, Roemenië, waar deze industrie zich de laatste tijd flink heeft bewezen en zowel binnen als buiten Europa belangrijke prijzen heeft binnengesleept.
Ik feliciteer de rapporteur met dit verslag en wens haar veel succes in haar leven na het Europees Parlement.
Margarita Starkevičiūtė (ALDE). – (LT) Dames en heren, ik ben vijf jaar werkzaam geweest in de Commissie economische en monetaire zaken. Op basis van de ervaring van mijn eigen land, Litouwen, kan ik echter niet anders dan benadrukken hoe belangrijk de programma's zijn die hier het voorwerp van debat zijn, niet alleen voor de economie van een land, maar helemaal voor de cultuur van een klein land.
Een aantal jaar geleden lag onze filmindustrie volledig plat. Dankzij de samenwerking met derde landen werd ze weer overeind geholpen. In die periode groeide de Litouwse filmindustrie tot een gezond niveau en werd er een economische basis gelegd, waardoor de industrie nu een aanzienlijk aantal arbeidsplaatsen schept. Daarnaast ontstond er een geschikt klimaat waarin getalenteerde regisseurs zich konden ontplooien en vandaag de dag krijgen Litouwse regisseurs regelmatig internationale prijzen toegekend en hebben ze zowel in Europa als daarbuiten een goede naam opgebouwd.
Om die reden zou ik willen onderstrepen dat de Europese Unie meer aandacht zou moeten besteden aan de tenuitvoerlegging van dergelijke programma's, aangezien landen en culturen hierdoor tot bloei worden gebracht.
Erna Hennicot-Schoepges (PPE-DE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde allereerst hulde brengen aan de rapporteur, mevrouw Hieronymi, die de cultuurcommissie met al haar expertise op dit specifieke terrein heeft geleid. Bedankt Ruth, voor alles wat je hebt gedaan.
Mevrouw de commissaris, u bent er wederom in geslaagd dit belangrijke project tot een goed einde te brengen. Desalniettemin moet het eraan toegekende gewicht worden gerelativeerd en voldoet de financiering ongetwijfeld niet aan uw ambities. Voor de komende financiële vooruitzichten moeten we dan ook meer middelen aan dit programma toekennen. En daarnaast zullen we deze mensen, die in een mobiliteitsituatie verkeren, alle mogelijkheden en alle vrijheden moeten geven. Op dit punt lopen we nog te vaak tegen problemen aan die verband houden met visa, sociale zekerheid en kunstenaarsstatus, en waarvoor nog geen oplossing bestaat. Er is dus nog flink wat werk aan de winkel om de echte mobiliteit van kunstenaars te verwezenlijken.
Voor het overige denk ik dat beeld het beste vehikel voor culturele diversiteit is. Laten we dan ook onze steun uitspreken voor deze sector die nog in de kinderschoenen staat. Misschien zou het Garantiefonds, een idee dat reeds is geopperd, de manier zijn om de financiële armslag te bevorderen, die enigszins achterblijft bij de ambities.
Ewa Tomaszewska (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, films uit derde landen worden in Polen op relatief grote schaal verspreid. De kwaliteit van deze producties laat evenwel vaak te wensen over. Tegelijkertijd is het voor onze Europese films veel moeilijker om de markten en kijkers van derde landen te bereiken. Met het oog hierop is het echter van bijzonder belang om de verspreiding van onze cultuur te ondersteunen. Het is essentieel om Europese films in andere landen te promoten. We moeten alles in het werk stellen om ervoor zorgen dat de positie van deze films op de markten van derde landen wordt versterkt. Daarnaast zal een versterking van de filmindustrie als geheel eveneens bijdragen tot filmproducties van betere kwaliteit. Ook dat zal een belangrijke troef zijn.
Naar mijn mening is hier een belangrijke rol weggelegd voor het synergie-effect dat dankzij mobiliteit en de samenwerking met derde landen tot stand wordt gebracht. Het versterken van de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten is een belangrijke aangelegenheid die in het programma aan de orde wordt gesteld en die tevens verband houdt met de ondersteuning van de tenuitvoerlegging van het UNESCO-Verdrag.
Ik wil mevrouw Hieronymi enorm bedanken voor haar werk aan dit programma en voor het feit dat het haar gelukt is om dit verslag voor het einde van deze zittingsperiode af te ronden. We hebben hier natuurlijk allemaal aan meegewerkt, maar mevrouw Hieronymi heeft zonder enige twijfel de grootste bijdrage geleverd. Mijn dank gaat eveneens uit naar alle leden van de Commissie cultuur en onderwijs met wie ik tijdens deze zittingsperiode heb samengewerkt.
Viviane Reding , lid van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil iedereen bedanken die aan onze culturele diversiteit heeft bijgedragen, niet alleen in Europa, maar ook over de grenzen. Ik wil u aan het eind van deze toespraak graag een paar concrete voorbeelden geven van hoe dit kan werken en hoe het al gewerkt heeft.
We hebben nu elf samenwerkingsverbanden met Zuid-Amerika, India, Canada, Turkije, Oekraïne, Moldavië en Georgië met betrekking tot opleidingen in het maken van films, televisieshows, tekenfilms en documentaires. We hebben bijvoorbeeld een samenwerkingsverband van de EU, Zuid-Amerika en Canada voor de opleiding tot en ontwikkeling van tekenfilmspecialisten – het project Cartoon Connection. We hebben ook Prime Exchange, een workshop voor schrijvers en producenten uit India en Europa om beter inzicht te krijgen in de financierings- en marketingaspecten van films. Verder is de promotie van de distributie bijvoorbeeld uitgevoerd door de European Producers Club, die workshops coproductie georganiseerd heeft in China and in India.
Dolma heeft een maand van de documentaire in Chili georganiseerd, in het kader van het Paris Project hebben Japanse, Zuid-Koreaanse en Europese filmers coproducties gemaakt and EuropaCinema heeft een netwerk van 230 Europese bioscopen en 148 bioscopen in the rest van de wereld, zodat onderling films uitgewisseld kunnen worden. Er zijn dus heel concrete activiteiten gaande. Het gaat niet om loze woorden, maar om daden waarmee de vakmensen geholpen kunnen worden datgene te doen wat ze het beste kunnen, namelijk films maken, films vertonen en films laten circuleren. Hartelijk dank aan allen die daaraan een bijdrage hebben geleverd.
Ruth Hieronymi, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn dank uitspreken voor het ondersteunende en constructieve debat. Ik ben er zeker van dat het programma MEDIA Mundus – zoals hier terecht besproken – met deze inzet de komende jaren niet alleen zeer succesvol zal zijn, maar ook extra steun zal kunnen mobiliseren.
Wie zich erover beklaagt dat de Europese cultuur in de wereld niet of te weinig in beeld wordt gebracht – daar zijn redenen voor –, moet zich verheugen over dit programma MEDIA Mundus en hier met enthousiasme zijn steun aan geven. Het is namelijk een uitstekend voorbeeld van de wijze waarop wij onze culturele boodschap aan de wereld kunnen overbrengen. Daarom wil ik er bij u op aandringen om dit ook meer aan onze regeringen over te brengen. Een gemeenschappelijk Europees beleid ter bevordering van de cultuur betekent voor al onze landen en lidstaten in de Europese Unie niet een bedreiging van de culturele identiteit, maar een versterking van elke afzonderlijke nationale identiteit. Daarnaast brengt het onze Europese cultuur samen, zodat wij deze op effectieve wijze in de wereld kunnen uitdragen.
Wat dat betreft hartelijk bedankt. Wie over dit onderwerp een verdere discussie wil voeren, waarmee al een begin is gemaakt, nodig ik van harte uit in de Ledenbar.
De Voorzitter. − Het debat is gesloten.
De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.
7. Ontwerpverordening van de Commissie inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) overeenkomstig bijlage XVII (debat)
De Voorzitter. − Aan de orde is de mondelinge vraag (O-0071/2009) van Miroslav Ouzký en Guido Sacconi, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, aan de Commissie: Ontwerpverordening van de Commissie tot wijziging van bijlage XVII van de verordening inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) (B6-0230/2009).
Guido Sacconi, rapporteur. − (IT) Mijnheer de voorzitter, waarde collega's, het debat van vandaag is, zoals gezegd, bijzonder belangrijk en wel om twee redenen: in de eerste plaats omdat wij het hebben over een stof die het meeste letsel en doden heeft veroorzaakt onder burgers en werknemers van de fabrieken die het gebruiken en produceren, namelijk asbest. In de tweede plaats omdat wij debatteren over een van de eerste maatregelen in de tenuitvoerlegging van de uiterst belangrijke verordening die in zekere zin haar stempel heeft gedrukt op deze zittingsperiode, namelijk REACH.
Met de vraag die wij hebben gesteld en met de ontwerpresolutie waarover we vandaag zullen stemmen – ik zeg dit meteen om de Commissie en ondervoorzitter Tajani, die hier uit naam van de Commissie aanwezig is, gerust te stellen – spreken wij ons niet uit tegen de ontwerp-uitvoeringsverordening over dit onderwerp die de Commissie heeft aangenomen. Ik verwijs naar punt 2.6 van dit ontwerp, dat voorziet in de ontbrekende bijlage XVII, die zou moeten hebben herhaald wat in bijlage 1 van Richtlijn 76 staat – de richtlijn inzake gevaarlijke stoffen die wordt vervangen door REACH en daarmee wordt ingetrokken. Dit punt 2.6 verlengt het verbod op het op de markt brengen van asbestvezels en producten die asbest bevatten.
In werkelijkheid bevestigt dit besluit echter dat bepaalde lidstaten (het zijn er vier) uitzonderingen kunnen maken en artikelen die vóór 2005 op de markt zijn gebracht mogen behouden, evenals membranen die chrysotiel bevatten in bestaande elektrolyse-installaties. Uiteraard kunnen de lidstaten deze uitzonderingen alleen maken als zij alle communautaire normen naleven op het gebied van de bescherming van werknemers. Bovendien blijkt in de praktijk dat deze installaties de gezondheid van de werknemers niet in gevaar brengen, aangezien ze gebruik maken van een gesloten circuit.
Er is een reden waarom wij niet tegen het voorstel zijn: deze uitzonderingen bestaan inderdaad, maar we moeten erkennen dat de Commissie voor een soort mechanisme heeft gezorgd waarmee deze vrijstellingen mettertijd – om precies te zijn in 2012 – worden herzien via de rapporten die de lidstaten zullen moeten opstellen en op basis waarvan het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen een dossier zal opstellen waarmee deze vrijstellingen geleidelijk kunnen worden afgeschaft.
Wij zijn dus niet tegen het voorstel, maar we willen u, Commissie, met onze resolutie wel sterk aansporen een stap verder te gaan en wat sneller te zijn, om het zo maar te zeggen, met name vanwege het feit dat er al alternatieven voor witte asbest bestaan, in elk geval voor hoogspanningsinstallaties, en de betrokken bedrijven interessante onderzoeksprogramma's hebben opgezet om ook voor laagspanningsinstallaties alternatieven te vinden.
Onze aansporing, onze bijdrage dient twee doelen. In de eerste plaats willen wij graag dat er een datum wordt vastgesteld, een termijn – wij denken aan 2015 – waarop deze uitzonderingen moeten zijn afgeschaft, door middel van een specifieke opheffingsstrategie en door middel van de benodigde maatregelen om deze installaties veilig af te breken en te zorgen voor veiligheid bij de export.
Het tweede dat wij van de Commissie vragen – en hier willen we ook graag een antwoord op – heeft betrekking op een voor ons essentieel punt, namelijk dat er nog geen communautaire lijst is goedgekeurd met artikelen die asbest bevatten en die zijn vrijgesteld van het verbod. We verzoeken u zo snel mogelijk voor deze lijst te zorgen, uiterlijk in 2012, om beter toezicht en meer bewustwording mogelijk te maken.
VOORZITTER: MIGUEL ANGEL MARTÍNEZ MARTÍNEZ Ondervoorzitter
Antonio Tajani, vicevoorzitter van de Commissie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, allereerst wilde ik u de verontschuldigingen aanbieden van mijn collega's, de heer Verheugen en de heer Dimas, die vanochtend helaas niet aanwezig kunnen zijn om aan dit debat deel te nemen. Ik weet dat de heer Verheugen intensieve en vruchtbare contacten heeft gehad met de rapporteur, de heer Sacconi, die ik ook persoonlijk wil bedanken voor zijn uitstekende werk,.
De Commissie schaart zich volledig achter de doelstelling van de beroepen in de zorg- en milieusector door enerzijds elke blootstelling aan asbest te voorkomen en anderzijds door te streven naar een volledig verbod op elk gebruik van asbest, in welke vorm dan ook.
In de Europese Unie is het in de handel brengen, gebruiken, uitvoeren en verwijderen van asbestvezels aan strenge regels onderworpen. Het in de handel brengen en gebruik van alle asbestvezels is reeds volledig verboden door Richtlijn 1999/77/EG.
Wat de andere soorten gebruik betreft mogen de lidstaten het gebruik van een vorm van chrysotielasbest blijven toestaan in elektrolyse-installaties die reeds in 1999 operationeel waren, tot deze installaties aan vervanging toe zijn of tot geschikte asbestvrije alternatieven beschikbaar zijn.
Vier lidstaten maken gebruik van deze uitzondering. Een in 2006-2007 uitgevoerde herziening heeft aangetoond dat alle blootstellingslimieten op de werkvloer werden nageleefd en dat er voorlopig geen alternatief beschikbaar was voor bepaalde zeer specifieke procedés. Deze bestaande limiet zal worden opgenomen in bijlage XVII van de REACH-verordening, en de uitzondering voor chrysotielmembranen zal in 2011 opnieuw worden bekeken.
De lidstaten moeten in juni 2011 rapporteren over hun pogingen om een membraan zonder chrysotiel te ontwikkelen, over de maatregelen die ze hebben genomen om werknemers te beschermen, en over de bronnen en de gebruikte hoeveelheden van het chrysotiel. De Commissie zal vervolgens aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen verzoeken de overgelegde gegevens te beoordelen teneinde deze uitzondering af te schaffen.
Richtlijn 87/217/EG inzake voorkoming en vermindering van verontreiniging van het milieu door asbest voorziet in maatregelen om het vrijkomen van asbest tijdens bepaalde sloop-, sanerings- of verwijderingswerkzaamheden te controleren en daarmee te waarborgen dat deze werkzaamheden geen vervuiling door asbestvezels of stof met zich meebrengen.
Richtlijn 83/477/EEG, als gewijzigd door richtlijn 2003/18/EG betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van blootstelling aan asbest op het werk, bevat een reeks maatregelen om de gezondheid van werknemers op passende wijze te beschermen wanneer ze worden blootgesteld aan asbestvezels. De ondernemingen moeten aantonen dat ze in staat zijn sloop- of asbestverwijderingswerkzaamheden uit te voeren. Voorafgaand aan de sloop- of asbestverwijderingswerkzaamheden moeten ze een plan opstellen met daarin de maatregelen die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat werknemers worden blootgesteld aan een concentratie in de lucht zwevende asbestdeeltjes die hoger is dan 0,1 asbestvezel per cm3 gedurende een gemiddelde arbeidstijd van acht uur.
Kaderrichtlijn 2006/12/EG betreffende afvalstoffen en Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen, evenals het besluit van de Raad over de toelatingscriteria van afvalstoffen in stortplaatsen verplichten de lidstaten ertoe asbestvezels en apparatuur die asbestvezels bevat op gecontroleerde wijze te verwijderen. Lidstaten moeten ervoor zorgen dat de afvalstoffen worden ingezameld of verwijderd zonder de volksgezondheid in gevaar te brengen en zonder te eisen dat gebruik wordt gemaakt van procedés of methoden die schadelijk kunnen zijn voor het milieu.
Er zijn gedetailleerde eisen ten aanzien van het procedé op grond waarvan asbest moet worden verwijderd en gestort; zo moet de vuilstortplaats elk dag en vóór elke verdichtingsoperatie opnieuw bedekt worden. De vuilstortplaats moet met een laatste laag worden bedekt teneinde verspreiding van de vezels te voorkomen. Maatregelen moeten worden genomen om een eventueel gebruik van het terrein na sluiting van de vuilstortplaats te voorkomen. De regels voor eventuele uitvoer van asbestvezels zijn vastgelegd in Verordening (EG) nr. 689/2008 en sinds 2005 is één enkel geval gemeld van uitvoer van asbestvezels van de Europese Unie naar een derde land.
Verder zullen de besluiten inzake asbest die opgenomen zijn in bijlage XVII van REACH, de vervaardiging van asbestvezels in de Europese Unie verbieden en dientengevolge zal ook de uitvoer ervan aan banden worden gelegd. Asbesthoudende afvalstoffen zijn gevaarlijke afvalstoffen. Het Verdrag van Bazel en Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen verbieden de uitvoer van asbesthoudend afval naar landen die geen lid zijn van de OESO. Voor de overbrenging tussen lidstaten van de Europese Unie en de OESO is een voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming vereist.
Ter afsluiting, en met het oog op deze aspecten, kan ik u garanderen dat de Commissie zal nagaan of het nodig is andere wettelijke maatregelen voor te stellen betreffende de gecontroleerde verwijdering van asbestvezels, evenals de sanering of verwijdering van apparaten die asbestvezels bevatten, die verder reiken dan de geldende wetgeving, zowel voor het beheer van afvalstoffen als voor de bescherming van werknemers.
(IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde leden, een lijst met artikelen die asbest bevatten en die zouden kunnen worden goedgekeurd op de markt voor tweedehands producten, is nog niet beschikbaar – hiermee geef ik direct antwoord op de vraag van de heer Sacconi – maar de Commissie is van plan de situatie in 2011 te herzien, teneinde een geharmoniseerde lijst op te stellen die in de hele Europese Unie geldig zal zijn. Ik hoop dat ik hiermee aan uw verzoek heb voldaan.
Anne Ferreira , namens de PSE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, Commissaris, geachte afgevaardigden, zoals reeds gezegd heeft de Europese Unie in 1999 een richtlijn goedgekeurd die asbest verbiedt per 1 januari 2005, maar een uitzondering toestaat voor membranen van bestaande elektrolysecellen tot deze aan vervanging toe zijn.
Deze uitzondering, die vóór 1 januari opnieuw moest worden bekeken, stelde de betreffende bedrijven in staat het gebruik van asbest geleidelijk uit te faseren. Vandaag is het zover, 18 maanden later dan gepland; het is dan ook tijd om spijkers met koppen te slaan. In het kader van de herziening van bijlage XVII van REACH stelt de Commissie weliswaar voor om het huidige verbod op het gebruik en in de handel brengen van asbestvezels en producten waarin asbestvezels verwerkt zijn, te verruimen, maar ze blijft het gebruik van asbest toestaan voor elektrolyse-installaties van fabrieken, zonder tijdslimiet, ook al zijn er asbestvrije alternatieven beschikbaar en worden deze door talloze ondernemingen gebruikt.
Bovendien voegt de Commissie een bepaling toe die het in de handel brengen van asbesthoudende producten toestaat op grond van een regeling die per land zou kunnen verschillen. Dat is niet aanvaardbaar, want het gebruik van dit product is verantwoordelijk voor een groot aantal ziekten die verband houden met de blootstelling aan asbestvezels, en het aantal mensen met dergelijke aandoeningen zal in de komende jaren waarschijnlijk nog verder toenemen, daar dit product tot enkele jaren geleden nog werd gebruikt. De gevolgen van asbest voor de gezondheid zijn al lange tijd bekend.
Overigens ondergraaft het besluit van de Commissie een aantal bepalingen van REACH, en met name het substitutiebeginsel; hiermee wordt een verkeerd signaal afgegeven aan andere bedrijven. De huidige economische crisis rechtvaardigt niet dat deze uitzondering van kracht blijft.
Daar komt nog bij dat dit standpunt van de Commissie, waarbij de meeste lidstaten in de Raad zich hebben aangesloten, niet te rijmen valt met het standpunt van de Europese Unie, die wil komen tot een wereldwijd verbod op asbest.
En tot slot nog een laatste punt: het Europees Verbond van Vakverenigingen beweert niet te zijn geraadpleegd over dit onderwerp en geeft aan dat enkel het oordeel van bepaalde ondernemingen is gevraagd en meegenomen in de besluitvorming. De Commissie daarentegen beweert het tegenovergestelde. Kunt u ons op dit punt opheldering verschaffen?
Satu Hassi, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de geschiedenis van asbest is treurig en een afschrikkend voorbeeld van wat er kan gebeuren wanneer men zich niet aan het voorzorgsbeginsel houdt. Asbest werd aanvankelijk gebruikt als materiaal met uitstekende technische eigenschappen, maar later werd duidelijk dat het mensen doodt. Bijvoorbeeld in mijn land, Finland, is het jaarlijkse aantal doden door asbest nog steeds niet gedaald. De incubatietijd van de ziekte kan oplopen tot maar liefst veertig jaar.
Het doel van de onderhavige resolutie is niet het verwerpen van het comitologiebesluit waarnaar zij verwijst. Haar belangrijkste punten zijn naar mijn mening de paragrafen 8 en 9, die betrekking hebben op het idee dat de Commissie in de loop van dit jaar een wetgevingsvoorstel moet indienen over de wijze waarop asbest, asbestvezels en apparaten en constructies die deze stoffen bevatten, volledig vernietigd kunnen worden.
Natuurlijk hebben wij nog steeds een groot aantal gebouwen, ook overheidsgebouwen, schepen, fabrieken en krachtcentrales met constructies die asbest bevatten. Bijvoorbeeld bij de renovatie van gebouwen worden mensen aan asbest blootgesteld wanneer er geen strikte voorzorgsmaatregelen worden genomen. De constructies die asbest bevatten moeten in kaart worden gebracht en worden afgebroken en het asbest moet op een veilig manier worden vernietigd, zodat mensen er niet opnieuw aan worden blootgesteld.
Wij moeten lering trekken uit het treurige verhaal van asbest en onze ervaringen ermee, ook met betrekking tot nieuwe gezondheidsrisico's die zich nu voordoen. Bijvoorbeeld van nanokoolstofbuisjes hebben wetenschappers vastgesteld dat de effecten ervan op de gezondheid erg veel lijken op die van asbest. Daarom moeten wij lering trekken uit onze ervaring met asbest en handelen overeenkomstig het voorzorgsbeginsel, bijvoorbeeld wanneer wij regels opstellen met betrekking tot nanomaterialen.
Vittorio Agnoletto, namens de GUE/NGL-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, waarde collega's, het lijkt wel alsof de duizenden doden die tot op heden door asbest zijn veroorzaakt, en de tienduizenden personen die het risico lopen in de komende jaren te sterven vanwege vroegere blootstelling aan asbest – we weten immers dat de aanlooptijd 15 tot wel 20 jaar kan bedragen –, volstrekt onbelangrijk zijn.
Het lijkt wel of het Eternit-proces, dat in Turijn is begonnen en betrekking heeft op de gebeurtenissen in Casale Monferrato, waar geen enkel gezin is dat niet iemand heeft verloren, helemaal geen rol speelt. Het gebruik van asbest zou door de lidstaten verboden moeten zijn, overeenkomstig de richtlijn uit 1999. De lidstaten hadden met alle mogelijke voorzorgsmaatregelen de blootgestelde werknemers moeten beschermen, door de richtlijn van 2003 ten uitvoer te leggen, de fabrieken te sluiten, verontreinigde terreinen te saneren en de slachtoffers en de plaatselijke bevolking een schadevergoeding uit te keren. Dat is nergens gebeurd. Er is weinig tot niets gedaan.
Ik noemde zojuist al het proces van Turijn, waar Zwitserse en Belgische fabriekseigenaren zijn aangeklaagd. Iedereen wist ervan, maar er werd weinig aan gedaan. Met name de industrie onttrok zich aan haar verantwoordelijkheid en maakte gebruik van de traagheid van de autoriteiten. Voorbeelden van deze traagheid zijn er genoeg, zoals in Brioni, in Italië, waar asbest niet is verwijderd, in Porto Marghera en in Cengio, waar nog steeds doden worden geteld. Vandaag vraagt de industrie de Commissie om nog een uitzondering van de REACH-verordening uit 2006 voor chrysolietasbestvezels, die al voor een beperkte periode is toegewezen.
Het is een feit dat elektrolyse-installaties met laagspanning slechts een beperkte toepassing hebben en dat er maar een beperkt aantal van dergelijke installaties zijn, maar als industriëlen beweren dat het onmogelijk is alternatieven te gebruiken, moeten hun installaties worden gesloten. Dit lijkt chantage, maar in Zweden zijn wel alternatieven voor dit proces gevonden. Daar maakt men gebruik van asbestvrije technologieën voor de vervanging van membranen, op een laag voltage, en voor de productie van waterstof is een soortgelijke oplossing gevonden. Waarom in sommige landen wel en in andere niet? Omdat er in de lange strijd voor een verbod op PCB talloze omissies en uitstelpogingen zijn geweest, zelfs met steun van het DG Ondernemingen en industrie van de Europese Commissie. Ook in dit geval is niet bepaald het goede voorbeeld gegeven.
De richtlijn van 1999 inzake het verbod op asbest stelt dat de herziening van deze autorisatie moet worden voorafgegaan door een advies van het Wetenschappelijk Comité voor toxiciteit, dat echter nooit is opgesteld. Is dit hoe de Commissies de richtlijnen naleeft? Om nog maar te zwijgen van de vakbonden, die beweren niet eens te zijn geraadpleegd.
Het Europees Parlement levert zijn bijdrage door de tekortkomingen van anderen te proberen op te lossen. Met deze resolutie dringt het Parlement er bij de Commissie op aan om voor eind 2009 hiaten te dichten in de wetgeving inzake het verbod op tweedehands producten die asbest bevatten, dakdelen, vliegtuigonderdelen en alle andere producten die definitief moeten worden verwijderd. Opnieuw worden precieze data vastgelegd voor een strategie om voor 2015 elk soort asbest te verbieden, maar deze doelstellingen dateren al van 1999. Inmiddels zijn we 10 jaar verder en vallen er nog steeds doden.
Als een van de eerste initiatieven van deze zittingsperiode had de Confederale Fractie Europees Unitair Links verzocht om de oprichting van een communautair fonds om slachtoffers een schadevergoeding te kunnen uitkeren en om op ad-hocbasis fondsen vrij te maken voor sanering. Het verzoek was gericht aan de Commissie, die vandaag echter buigt voor de multinationals. Het is tijd dat we concrete maatregelen treffen en verplichtingen aangaan. Pas als we dat gedaan hebben, te beginnen met de vereisten van deze resolutie, kunnen we ons welwillender opstellen. Vandaag is die bereidwilligheid echter niet aan de orde en daarom stemmen wij tegen het goedkeuren van deze vrijstelling.
De Voorzitter. − Het woord is aan de heer Bowis, voor wie wij grote waardering en respect hebben. We zijn blij dat hij weer is hersteld.
John Bowis , namens de PPE-DE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u wel voor uw vriendelijke woorden. Het is goed om in deze laatste week als lid van dit Parlement – of van welk parlement dan ook – weer terug te zijn. Na 25 jaar als gekozen politicus is het mooi geweest, vind ik.
Bij deze laatste gelegenheid wil ik alleen maar zeggen dat velen in dit Huis met hart en ziel meegewerkt hebben aan het REACH-proces: Guido Sacconi en veel andere collega's hebben de fundering gelegd voor een betere kaderwetgeving voor de veiligheid van chemische stoffen. Mijn boodschap aan het volgende Parlement is: “Wees waakzaam, houd een oogje in het zeil”.
Ook hebben we het, zoals Satu Hassi al zei, al vaak over asbest gehad, en we hebben sterk het gevoel dat we daarmee moeten oppassen. Toen ik in het ziekenhuis lag na mijn bypassoperatie en medelijden met mezelf had, zag ik op de televisie beelden van de aardbeving in Italië. Daardoor werden mijn eigen problemen weer wat gerelativeerd, maar de beelden herinnerden me eraan dat asbest in de atmosfeer terecht kan komen bij een ramp als deze. Asbest is meestal veilig als het is afgedekt door iets anders, maar het wordt gevaarlijk als het losraakt. Een van de boodschappen dient daarom te zijn dat we moeten kijken naar de risicogebieden in onze Europese Unie om te zien waar we het risico aan het licht moeten brengen en toezicht moeten houden met het oog op de toekomst.
Nu ik dit gezegd heb wil ik alleen nog mijn collega's bedanken voor hun vriendschap, hun steun en de brieven, kaarten, telefoontjes en dergelijke die ik de afgelopen weken van hen heb mogen ontvangen. Ik zal met genoegen terugdenken aan mijn tien jaar in dit Parlement en met belangstelling toekijken hoe het volgende Parlement de projecten waar wij misschien een begin mee hebben kunnen maken, aanpakt.
(Applaus)
De Voorzitter. − Hartelijk dank, mijnheer Bowis. U kunt erop vertrouwen dat u bij veel afgevaardigden voor altijd in hun herinnering blijft uit dankbaarheid voor uw inspanningen en toewijding aan het Parlement.
Guido Sacconi, rapporteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, ik sluit mij aan bij de Voorzitter en zal ook een persoonlijke opmerking maken.
Allereerst wil ik graag mijn dank betuigen tonen aan de Commissie, die in haar antwoord grotendeels positief heeft gereageerd op de concrete vraagstukken die wij in onze resolutie aan de orde hebben gesteld. Natuurlijk zal het de taak van het nieuwe Parlement zijn om na te gaan en te controleren of de opgegeven beloftes worden nagekomen en binnen de vastgelegde termijnen.
Ik wil graag twee persoonlijke opmerkingen maken. In de eerste plaats een hartelijke groet aan John Bowis, met wie we zeer veel hebben samengewerkt. Misschien kunnen wij twee een club oprichten van waarnemers van het Europees Parlement, met name met betrekking tot de thema's waarvoor we zoveel hebben samengewerkt en, volgens mij, hele goede resultaten hebben geboekt.
In de tweede plaats wil ik enigszins symbolisch zeggen dat het feit dat mijn laatste interventie in dit Huis over REACH gaat, over de toepassing van REACH, waar ik vanaf het begin van dit mandaat mee bezig ben geweest, toen het er nog op leek dat we die wetgevingsodyssee nooit zouden afronden, aantoont dat ik een bevoorrecht mens ben, omdat ik mensen zoals jullie heb mogen leren kennen, mensen zoals u, mijnheer de Voorzitter, met wie ik, net als met zovele andere collega's, nauw heb samengewerkt en met wie ik, volgens mij, belangrijke resultaten heb geboekt voor de Europese burgers.
De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Sacconi. U kunt er gerust van uitgaan dat wij ook u zullen missen vanwege uw werk en betrokkenheid. Ik wens u veel succes met uw werkzaamheden in de toekomst, waarbij u ongetwijfeld de lijn zult volgen die wij van u gewend zijn.
Antonio Tajani, ondervoorzitter van de Commissie. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde leden, ook ik wil de heren Sacconi en Bowis graag hartelijk danken, alvorens dit debat af te sluiten, en ik doe dat als hun oude klasgenoot, die al zoveel jaren hier op de banken van het Parlement zit.
Ik wil hen hartelijk danken voor het werk dat zij hebben verricht en voor hun deelname aan verschillende allianties die goed zijn geweest voor ons Parlement. Als Parlementslid en vandaag als commissaris en als ondervoorzitter van de Commissie, dank ik hen voor de zeer waardevolle bijdrage die zij hebben geleverd aan het werk van het Parlement. Zij zijn het bewijs dat het mogelijk is goede afgevaardigden te zijn – ondanks wat bepaalde journalisten soms hebben geschreven – die aanwezig zijn en werkelijk in dienst staan van de instellingen die een half miljard Europese burgers vertegenwoordigen. Daarom wil ik hen bedanken in mijn laatste interventie van dit mandaat als commissaris.
Zoals ik zei, wil ik de heer Sacconi sowieso bedanken, ook namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, voor het feit dat hij dit bijzonder belangrijke thema op de agenda heeft gezet, evenals de heer Bowis, wiens toespraak en opmerkingen hebben aangetoond hoe belangrijk dit thema is voor alle burgers. Ik denk en hoop dat dit debat alle twijfels en zorgen heeft kunnen wegnemen: de Commissie zal het Parlement regelmatig verslag uitbrengen over de tenuitvoerlegging van de verordening en, laat het duidelijk zijn, niet inbinden op het vlak van bescherming van werknemers, gezondheid en milieu.
Wat de opmerkingen van mevrouw Ferreira en de heer Agnolotto betreft, wil ik u graag namens de Commissie herinneren aan het feit dat het Europees Verbond van Vakverenigingen is geraadpleegd, en met name de werknemers in de chemische sector hebben zich uitgesproken vóór het behoud van de vrijstelling.
Verder wil ik graag benadrukken dat het niet klopt dat er geen tijdslimieten zijn. Zodra een alternatief product beschikbaar is, wordt de vrijstelling namelijk ingetrokken. Bovendien herinner ik eraan dat de Commissie in 2011 een algemene herziening zal uitvoeren. Nogmaals dank voor uw opmerkingen en voor de inspanning die u hebt geleverd rond zo'n gevoelig thema dat betrekking heeft op de gezondheid van werknemers, maar in feite op de gezondheid van alle burgers van de Europese Unie.
De Voorzitter. − Er is een ontwerpresolutie(1) ingediend overeenkomstig artikel 108, lid 5, van het Reglement, tot besluit van het debat.
Het debat is gesloten.
De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Richard Seeber (PPE-DE), schriftelijk. – (DE) De verdere terugdringing van asbest in Europa dient zonder meer te worden toegejuicht.
Aangezien het al decennia bekend is dat asbestvezels kankerverwekkend zijn en de EU in 2003 ook een verbod heeft uitgevaardigd tegen het gebruik van deze schadelijke stof bij nieuwe producten, moeten de laatste overblijfselen van het asbestgebruik nu langzamerhand uit Europa verdwijnen.
De meeste lidstaten maken al gebruik van alternatieven. Met name bij elektrolyse-installaties kunnen vaak ook andere materialen dan asbest worden gebruikt.
Aangezien de Europese bevolking steeds beter geïnformeerd is over gezondheidskwesties en er in Europa zeer hoge Europese beschermingsnormen gelden op milieu- en gezondheidsgebied, kan het niet zo zijn dat er in de productielocaties van Europa nog steeds kankerverwekkende stoffen in omloop zijn.
De Voorzitter. − Aan de orde is het verslag (A6-0274/2009) van Paolo Costa, namens de Commissie vervoer en toerisme, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van "slots" op communautaire luchthavens (COM(2009)0121 – C6-0097/2009 – 2009/0042(COD)).
Paolo Costa, rapporteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de ondervoorzitter, waarde collega's, ik heb het genoegen dit debat te openen met een soort van conclusie, door dit Huis het amendement aan te bevelen dat ik en alle overige fractievertegenwoordigers van de commissie hebben ingediend om dit verslag bij eerste lezing af te ronden en daarmee goedkeuring te krijgen voor de verordening.
Wij doen dat met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik denk dat ondervoorzitter Tajani het ermee eens zal zijn dat de manier waarop wij hebben getracht te reageren op een objectieve behoefte en probleem van de luchtvaartmaatschappijen op dit moment – namelijk om de komende zomer hun slots te behouden, ook wanneer ze niet worden gebruikt – een noodzakelijke, maar ook een ruwe maatregel is, een maatregel die nog verfijnd moet worden.
Die verfijning is nodig omdat we, in de korte tijd die wij hebben gekregen om over dit thema te debatteren, hebben kunnen vaststellen dat de luchtvaartmaatschappijen verschillende belangen hebben, die alle absoluut legitiem zijn. Zo zijn er maatschappijen die andere willen overnemen indien zij hun verplichtingen niet kunnen nakomen, zijn er verschillende belangen tussen luchtvaartmaatschappijen en luchthavens, wat tot voor kort niet het geval was, en bovendien zijn er de belangen van passagiers, met name degene die de luchthavens en de luchtvaartmaatschappijen in de ultraperifere gebieden behartigen. Zij zouden meer risico lopen indien de keuze om de slots te behouden of in te trekken slechts afhankelijk zou zijn van de winstgevendheid ervan voor de luchtvaartmaatschappijen.
Het zijn allemaal vraagstukken die we kort hebben kunnen aanstippen, maar die we op tafel hebben gelegd. In feite hadden we ook het idee dat we ons op het basisprobleem moesten richten, namelijk dat we de slots als publieke goederen moeten beschouwen die kunnen worden toegewezen aan particuliere operatoren, zoals luchtvaartmaatschappijen of luchthavens, maar die niet kunnen worden overgedragen als eigendom.
Dit is een heel gevoelig thema, waarop we denk ik moeten terugkomen. Ik moet zeggen dat de reden, of de het eervolle compromis, zo u wilt, achter onze snelle goedkeuring van het huidige voorstel hierin ligt: we moeten er zeker van zijn dat de Commissie haar belofte om uitgebreider en diepgaander op dit thema terug te komen nakomt en dit cruciale thema voor eens en voor altijd aanpakt, niet alleen om de huidige crisis te boven te komen, maar ook om het proces van herstructurering en liberalisering van de mondiale luchtvaartmarkt af te ronden en een betere luchtvaartmarkt in Europa te creëren.
Dit is denk ik de reden waarom ik, als we de huidige eisen verbinden aan de eisen op langere termijn, wil aanbevelen dit verslag goed te keuren.
In de laatste twintig seconden die ik heb, mijnheer de Voorzitter, maak ik graag gebruik van de 'laatste-schooldagsfeer' om mijn klasgenoten en degenen met wie ik de afgelopen tien jaar heb mogen samenwerken, te bedanken, aangezien ik nu het grote genoegen heb mijn laatste dag in Straatsburg af te sluiten met mijn laatste, maar zeker niet minste bijdrage.
De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Costa, en gefeliciteerd met uw goede werk. U naam is verbonden met een aantal belangrijke verslagen. Met uw inspanningen hebt u zeker uw voetafdruk in de recente geschiedenis van het Parlement achtergelaten.
Antonio Tajani, ondervoorzitter van de Commissie. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, als ex-collega wil ik de Commissie vervoer en toerisme en haar voorzitter nogmaals bedanken voor haar productieve werk toen ik Parlementslid was en voor de samenwerking, sinds ik de eer heb gehad, met de steun van het Parlement, benoemd te worden tot eurocommissaris vervoer. Deze vruchtbare samenwerking zie ik ook vandaag ook terug, dames en heren. Daarom wil ik het Parlement nogmaals bedanken en in het bijzonder de Commissie vervoer en toerisme, onder voorzitterschap van de heer Costa, voor de snelheid waarmee zij het voorstel van de Europese Commissie over time slots heeft afgehandeld.
Verschillende gebeurtenissen – de economische en financiële crisis en het nieuwe type A griepvirus – maken de situatie in de luchtvaartsector nog erger en deze situatie toont aan hoe dringend en noodzakelijk steunmaatregelen zijn, niet alleen voor de luchtvaartmaatschappijen, maar ook voor hun werknemers.
Dat gezegd hebbende, deel ik de zorg van voorzitter Costa. Het voorstel van de Commissie is geen definitieve oplossing. Het is misschien een voorstel dat een noodsituatie probeert op te lossen, maar dat vervolgens nauwkeurig moet worden herzien om het hele systeem te veranderen. Op 15 april heb ik de heer Costa, als voorzitter van de commissie, in reactie op zijn zorgen en opmerkingen aangegeven dat de diensten van het Directoraat-generaal Vervoer en energie al bezig zijn om op korte termijn een herzieningsvoorstel van de verordening in te dienen.
In het verleden is de norm over het gebruik van slots al tot twee maal toe ingetrokken, als reactie op de crisis. Het is een mondiale reactie op een mondiale crisis, een reactie die uiteraard niet alleen gevolgen heeft voor één of twee lidstaten, maar voor het luchtverkeerssysteem van de hele Europese Unie. Tijdens de ernstigste crises – de aanslagen van 11 september en de SARS-crisis (het ernstig acuut respiratoir syndroom) – zijn soortgelijke maatregelen genomen. De crisis die nu de luchtvaartsector treft is waarschijnlijk ernstiger dan de vorige en we hebben vooralsnog geen indicatie wanneer de situatie zal beginnen te verbeteren.
Feit is dat het verkeer zich in een neerwaartse spiraal bevindt. Opheffing van de 'use it or lose it'-regel voor het zomerseizoen zal voordelig zijn voor alle luchtvaartmaatschappijen, of zij nu Europees zijn of niet, zoals de IATA en ook veel niet-Europese luchtvaartmaatschappijen hebben onderstreept. Ik weet zeker dat deze maatregel, die een beperkte duur zal hebben en op zichzelf zal staan – de opheffing zal gelden voor de periode van 29 maart tot en met 26 oktober van dit jaar en vervolgens de mogelijkheid bieden de slots in het zomerseizoen van volgend jaar te behouden – alle luchtvaartmaatschappijen wat lucht zal geven en ze de kans zal geven de dalende vraag het hoofd te bieden.
Het zal tevens paradoxale situaties zoals de huidige, waarin luchtvaartmaatschappijen zich, om hun slots niet te verliezen, gedwongen zien om leeg te vliegen, voorkomen. Dergelijke zaken vind ik, met name vanuit milieuoogpunt, absoluut onaanvaardbaar. Bovendien zijn ze schadelijk voor de financiële situatie van de maatschappijen. En we weten dat wanneer een bedrijf in moeilijkheden zit, de medewerkers van dat bedrijf ook in de problemen zitten.
Ik weet zeker dat deze maatregel dringend noodzakelijk is en ik kan dus niet anders dan mijn steun geven aan het compromis tussen het Parlement en de Raad, waarmee dit voorstel onmiddellijk kan worden goedgekeurd. Daarom nogmaals mijn dank aan de voorzitter van de Commissie vervoer en toerisme en het hele Parlement.
Georg Jarzembowski, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de ondervoorzitter, beste collega's, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten steunt de door de Commissie voorgestelde eenmalige opschorting van de regel van minimumgebruik van 80 procent voor de aan luchtvaartmaatschappijen toegewezen vertrek- en aankomstslots op de luchthavens voor het zomerseizoen 2010 en bedankt de rapporteur, Paolo Costa, voor zijn snelle en effectieve behandeling van dit dossier.
Met deze opschorting kunnen de luchtvaartmaatschappijen nu onafhankelijk van de bestaande gebruiksdrempel vluchten laten vervallen in verband met de afgenomen vraag, zonder dat zij hun vertrek- en aankomstslots voor het volgende seizoen verliezen. Dat is naar mijn mening één keer gerechtvaardigd, zoals de ondervoorzitter zei, vanwege de onvoorziene daling van de passagiersaantallen als gevolg van de internationale financiële en economische crisis en omdat het voor de luchtvaartmaatschappijen tot nog toe niet duidelijk is hoe de passagiersaantallen zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Deze opschorting is daarnaast goed voor het milieu aangezien luchtvaartmaatschappijen zich anders genoodzaakt zouden zien om vluchten met weinig passagiers toch uit te voeren enkel en alleen om de slots te behouden.
Maar, mijnheer de commissaris, mijnheer de ondervoorzitter, de PPE-DE-Fractie heeft vanaf het begin de eveneens door u voorgestelde regeling afgewezen die de Commissie het recht geeft om de opschorting van de regel te verlengen zonder echte medebeslissing door het Parlement, met enkel de comitologieprocedure. Wij vinden namelijk dat als u een dergelijk voorstel zou doen voor de winterdienstregeling, het Parlement in de gelegenheid moet worden gesteld om hier zorgvuldig naar te kijken. Er moet dan nader onderzoek gedaan worden naar de belangen van de verschillende soorten luchtvaartmaatschappijen, de belangen van de luchthavens en de belangen van de passagiers. Wij zijn dus voor een eenmalige opschorting, maar tegen de mogelijkheid van verlenging zonder inspraak van het Parlement.
En eerlijk gezegd denk ik, nu de Mexicaanse griep minder hevig uitpakt dan gevreesd werd, dat de luchtvaartmaatschappijen toch langzaam een inschatting moeten kunnen maken van de mogelijke passagiersaantallen, welke verhoudingen zij de komende jaren kunnen verwachten. Er moet namelijk van de luchtvaartmaatschappijen verwacht worden dat zij realistische planningen maken, zodat de luchthavens de ongebruikte slots kunnen aanbieden aan andere luchtvaartmaatschappijen. Wij moeten ernaar streven dat de luchthavens hun capaciteiten optimaal kunnen inzetten in het belang van de klant. In dit verband wil ik nog een opmerking maken over de nieuwe fundamentele herziening van de richtlijn inzake slots: naar mijn mening zijn de time slots publieke goederen, die noch aan de luchthavens noch aan de luchtvaartmaatschappijen toebehoren, en daarom moet hier in de toekomst met name op gelet worden.
Staat u mij toe om aan het einde van dit debat, aan het einde van deze plenaire vergadering en aan het einde van mijn werk voor het Parlement, een hartelijk dankwoord te richten tot mijn collega's in de Commissie vervoer en toerisme en het secretariaat van de Commissie vervoer en toerisme, en verder de voorzitter van deze commissie en de ondervoorzitter van de Commissie en alle medewerkers van het DG energie en vervoer. Wij hebben de afgelopen vijf jaar goed samengewerkt en ons ingezet voor de burgers. Ik hoop dat u de komende vijf jaar op deze weg verder zult gaan. De Commissie vervoer en toerisme is een belangrijke commissie en ik ben dankbaar voor de goede samenwerking.
De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Jarzembowski, ik wens u veel geluk en succes met uw werk in de toekomst.
Brian Simpson, namens de PSE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil onze voorzitter, Paolo Costa, graag bedanken – niet alleen voor het opstellen van dit verslag, maar ook voor zijn werk in de afgelopen periode als voorzitter van de commissie. Wij zijn hem veel dank verschuldigd voor zijn harde werk.
Dit verslag is een microkosmos van Paolo Costa's werk, want het is een verslag waaruit duidelijk blijkt dat de wijsheid van Salomo, in combinatie met de diplomatieke vaardigheden van de Verenigde Naties, vaak nodig is als men te maken krijgt met technische details als 'gebruik de slot, anders raak je hem kwijt', 'use it or lose it'. Onze voorzitter is in zijn tijd als voorzitter een heel goede Salomo én een heel goede VN-diplomaat geweest.
Maar binnen de burgerluchtvaart speelt men het blijkbaar opnieuw klaar om het over dit belangrijke onderwerp niet met elkaar eens te zijn. De grote luchtvaartmaatschappijen dringen aan op opschorting, terwijl de prijsvechters en de luchthavens eisen dat er geen opschorting komt. Waar ik me zorgen over maak is dat de grote luchtvaartmaatschappijen, gesteund door de verschillende allianties, geen genoegen zullen nemen met een eenmalige opschorting, maar steeds om nieuwe zullen vragen. Gezien de ongezonde, ondemocratische invloed die sommige van hen op dit Parlement en de nationale parlementen hebben, denk ik dat we helaas nog maar aan het begin van het proces staan, niet aan het eind.
Mijn fractie steunt het door onze rapporteur voorgestelde en door de Commissie vervoer en toerisme goedgekeurde compromis, maar ik benadruk dat dit uitstel – zoals mijn collega Georg Jarzembowski vaak zegt met betrekking tot de 'use it or lose it'-clausule –alleen geldt voor één periode en dat we dus geen groen licht geven voor verdere opschortingen. Als de Commissie van mening is dat er verdere opschortingen nodig zijn, dan moeten die worden opgenomen in een herziene verordening waarbij het Parlement volledig betrokken moet worden en de rechten van het Parlement volledig geëerbiedigd worden. We zeggen 'ja' tegen een debat, 'ja' tegen samenwerking, maar 'nee' tegen een comitologieprocedure.
Ik ben mij bewust van de netelige situatie waarin de luchtvaart en, in het bijzonder, de luchtvaartmaatschappijen zich bevinden. Ik realiseer me ook dat slots niet alleen te maken hebben met het opstijgen en landen van vliegtuigen. Ze zijn in de boeken van de luchtvaartmaatschappijen voorwerp van zekerheid geworden en onze rapporteur heeft gelijk als hij stelt dat we in de toekomst verder naar dit aspect moeten kijken.
Opschorting van de 'use it or lose it'-regel heeft geen effect op London Heathrow, Frankfort, Parijs Charles de Gaulle of Schiphol, maar wel op regionale vliegvelden die aanvliegroutes op die grote luchthavens hebben. De luchtvaartmaatschappijen zullen het vliegen op die routes namelijk gaan staken. Luchthavens moeten zich realiseren dat er ook andere belanghebbenden zijn, dat behalve zij ook anderen met deze opschorting te maken hebben.
Omdat de economische situatie slecht is en we inzien dat het onzin is om met een leeg vliegtuig te vliegen, zullen we onze rapporteur bij deze gelegenheid steunen. Ik hoop alleen dat niet slechts dit Huis, maar ook de luchtvaartindustrie als geheel, voor de toekomst goede nota heeft genomen van onze kanttekeningen bij deze kwestie.
Ten slotte dank ik, als coördinator van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement voor vervoer, mijn hele team, maar ook mijn medecoördinatoren van andere fracties voor het eersteklas werk dat we samen gedaan hebben en de samenwerking in de afgelopen vijf jaar. Ik dank ook commissaris Tajani en zijn team voor de tijd dat hij als lid van de Europese Commissie belast was met de vervoersportefeuille.
Erminio Enzo Boso, namens de UEN-Fractie. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, het is voor mij voor het eerst dat ik deze zaal toespreek. Voor het eerst omdat ik een nieuw lid van dit Parlement ben, maar ook omdat ik dingen heb gezien die me niet bevallen. De heer Costa heeft met zijn commissie een besluit genomen en vervolgens zien we dat er deals worden gesloten. Misschien zijn ze niet eens onwettig, maar die deals die buiten de commissie worden gesloten …
Men zegt dat er democratie is in Europa. Daar lijkt het niet op, Voorzitter. Democratie zou moeten staan voor transparantie, maar ten opzichte van voorzitter Costa, burgers in de luchtvaartsector, mensen, luchthavens en werknemers is er nauwelijks sprake van transparantie geweest.
We hebben het over liberalisering, maar in feite gaat het om een monopolie. Ik zeg dit vanwege het monopolie dat Alitalia-Air France heeft voor de luchthavens van Linate en Malpensa. De luchthaven Linate zit in grote moeilijkheden, met 160 000 banen die op de tocht staan. Moeten we Linate overvol laten ten gunste van de luchthaven Frosinone, zoals ondersecretaris Letta zo graag wil? Ik vraag me af: worden al deze non-diensten geleverd omdat Alitalia onvoldoende vliegtuigen heeft om deze diensten en werkuren te leveren? Waarom besteden we deze diensten dan niet uit aan andere maatschappijen die ze wel kunnen verzorgen?
De heer Costa zei terecht: “Wij proberen ons best te doen”. Ik weet dat er vast mensen zijn die geen fan zijn van voorzitter Costa. Dit geldt niet voor mij, maar voor anderen waarschijnlijk wel, anders zouden ze hem niet met zoveel disrespect behandelen.
Ziet u, mijnheer de Voorzitter, tegenwoordig hebben wij te maken met ... Kijk, Linate heeft 126 000 trajecten op de wachtlijst. Alitalia-Air France wil deze vluchten niet uitvoeren. Maar luchthavens moeten ook overleven. Zij moeten de kosten van vluchten naar beneden brengen. Als we het hebben over het publieke recht op time slots, waarom leren wij Alitalia, Air France en andere luchtvaartmaatschappijen dan niet hoe ze moeten werken?
Ik zou niet willen dat er sprake is van electoraal opportunisme. Deze systemen, mijnheer de Voorzitter, worden in Europa “lobby's” genoemd, maar in Italië noemen we ze economische entiteiten, maffia, camorra en 'ndrangheta.
Johannes Blokland, namens de IND/DEM-Fractie. – Voorzitter, vicevoorzitter van de Commissie, rapporteur, na een periode van vijftien jaar zal dit mijn laatste inhoudelijke bijdrage zijn aan een debat in het Europees Parlement. Het is voor mij dus een bijzondere bijdrage, en dat in een kenmerkend debat. De opschorting van de regeling van de zogenaamde airport slots voor de duur van een half jaar.
Ik heb me de afgelopen jaren ingezet voor een groen transportbeleid, met het doel de toekomst van de transportsector veilig te stellen. Ik denk dat we daar ook met dit verslag weer in zijn geslaagd. Een verlaging van 80 procent naar 75 procent zou de problemen niet oplossen. Vliegtuigmaatschappijen zouden bij een dergelijke wijziging er nog steeds niet over peinzen te stoppen met leegvliegen.
Het bereikte compromis voorziet gelukkig wel in oplossingen, die allereerst goed zijn voor het milieu, maar daarnaast de door de economische crisis ernstig getroffen luchtvaartsector een steuntje in de rug geeft. Bij dit dossier moeten we wel concluderen dat er iets mis is met de huidige wetgeving betreffende airport slots. Zolang die slots zo kostbaar zijn dat leegvliegen loont, is de huidige wetgeving niet nuttig.
Ik ben daarom tevreden met de tekst die aangeeft dat eventuele verdere opschorting van het slotsysteem gepaard moet gaan met een volledige wijziging van de wetgeving. Uiteraard moeten het dan wel twee verschillende dossiers worden, zodat noodmaatregelen vlug kunnen worden genomen en voor een omvangrijke herziening voldoende tijd is. Ik hoor graag van commissaris Tajani of dit laatste uitgangspunt in acht zal worden genomen.
Voorzitter, ik ga afronden. Afronden met de speech, en afronden met het werk in dit Parlement. Het is me altijd een genoegen geweest samen te werken met de collega's in de Commissie vervoer en toerisme. Ik wil daarom alle collega's danken, in het bijzonder voorzitter Costa, mede voor zijn verslag dat we nu aan het bespreken zijn en voor zijn bereidheid mee te werken aan een verstandig compromis met betrekking tot airport slots.
De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Blokland, ik wens ook u veel geluk en succes in uw toekomstige werk buiten het Parlement.
Luca Romagnoli (NI). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, het lijkt mij van wezenlijk belang dat de uitzondering op de huidige communautaire wetgeving erin voorziet dat de luchtvaartmaatschappijen hun 'time slots' kunnen behouden.
Deze uitzondering is voorgesteld om het hoofd te bieden aan een crisis die voor iedereen duidelijk is en waar we al vaak over hebben gesproken. Ook dient u niet te vergeten dat deze uitzondering op een bepaalde, naar mijn mening positieve, manier de overname van luchtvaartmaatschappijen door derde landen kan belemmeren die, in tegenstelling tot communautaire maatschappijen, vaak kunnen profiteren van staatssteun en andere vormen van bijstand. Ik vind dat men hier ook rekening mee moet houden.
Voor de rest is mijn sympathie vooral sociaal van aard. Zo moet u dan ook mijn steun voor dit initiatief zien. Het verheugt mij te zeggen dat overtuigd liberalen deze keer een volstrekt tegengesteld standpunt moeten innemen. Wie weet komen ze nog tot inkeer. Dat zou me tevreden stemmen.
Aangezien dit mijn laatste interventie is in deze zittingsperiode – ik denk niet dat ik er de volgende termijn nog bij ben – wil ik graag van de gelegenheid gebruik maken om iedereen te bedanken, alle collega's die zonder vooroordelen met mij hebben samengewerkt, waardoor deze samenwerking voor mij zowel in persoonlijke zin als in politieke zin van onschatbare waarde is geweest.
Ik wens iedereen heel veel sterkte toe en ik wil met name de collega's van de Commissie vervoer en toerisme bedanken, voorzitter Costa, commissaris Tajani en alle leden van het Parlement. Ik zou willen afsluiten met een oproep tot meer transparantie, in de hoop dat het volgende Parlement hier werkelijk voor zal zorgen, want helaas hebben we met betrekking tot stagiaires, assistenten en zoveel van onze medewerkers voor meer openheid gestemd, maar is die openheid er nog niet. Ik leg vooral het accent op de transparantie – ik sluit af, Voorzitter – die wij zelf moeten bieden, omdat de pers, met name een groot deel van de Italiaanse pers, op demagogische en volstrekt irreële manier verslag doet van ons werk.
De presentielijsten moeten openbaar worden gemaakt en informatie over de werkzaamheden van individuele afgevaardigden moet officieel door het Europees Parlement worden gepubliceerd.
De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Romagnoli, ik wens u alle succes toe met uw toekomstige werkzaamheden.
Reinhard Rack (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, over deze belangrijke tekst voor de luchtvaart en voor de mensen die van de luchtvaart afhankelijk zijn – medewerkers dan wel passagiers –, zijn alle belangrijke en nuttige aspecten al wel genoemd. Alleen nog niet door mij. Ik wil daarom bewust niet herhalen wat hier al gezegd is, maar van deze gelegenheid gebruik maken om in te gaan op de crisis.
Mijnheer Tajani, u hebt erop gewezen dat dit niet de eerste en vermoedelijk helaas ook niet de laatste crisis in de luchtvaart is waarmee wij net als de luchtvaart te maken hebben. Het is correct om in zulke crisissituaties snel te reageren en te zoeken naar verstandige oplossingen. Dat is in dit geval gelukt. Wij moeten echter niet vergeten dat de crisis als voorwendsel gebruikt is, gebruikt wordt en gebruikt zal worden om hier regels tot stand te brengen die niet zozeer de luchtvaart en de mensen dienen, maar bepaalde andere belangen.
De richtlijn inzake instapweigering bevatte vrij onnauwkeurige formuleringen wat betreft "buitengewone omstandigheden". Als gevolg daarvan konden luchtvaartmaatschappijen dit begrip zeer breed interpreteren en de passagiers waren hiervan de dupe. We hebben bij deze richtlijn ook verzuimd boetes op te leggen voor vertragingen. De luchtvaartmaatschappijen hebben met name de afgelopen weken en maanden gebruik gemaakt van het feit dat zij niet hoeven te betalen voor vertragingen, maar in feite alleen minimale passagiersrechten hoeven te verlenen – opnieuw ten koste van de passagiers. Wij mogen deze fout niet opnieuw maken.
Ik verzoek u, of degene die dit dossier overneemt, daarom om in de volgende zittingsperiode een voorstel in te dienen die deze wetgevingstekst wijzigt.
Een ander punt: dit is ook voor mij de laatste schooldag in dit Parlement, net als voor veel andere collega's. Op de eerste schooldag is het vaak gewoonte dat je een zak met snoepgoed meekrijgt. Misschien kunnen wij op deze laatste schooldag ook voor een dergelijk geschenk zorgen. Mijnheer de ondervoorzitter, het "geschenk" dat ik van u zou willen vragen, is of u de onzinnige regelgeving inzake vloeistoffen en veiligheidscontroles op luchthavens zo snel mogelijk wilt afschaffen. Deze regels hebben niemand iets opgeleverd en hebben alleen maar irritatie opgewekt. Enkel omdat niemand de durf en moed bezit om dit tegen de mensen te zeggen en om de regels daadwerkelijk af te schaffen, hebben wij hieronder allemaal te lijden. Ik roep u op om deze onzinnige regels af te schaffen.
Ik wil iedereen met wie ik de afgelopen jaren heb mogen samenwerken, hartelijk bedanken.
De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Rack. U kunt erop rekenen dat het Parlement u zal missen. Wij wensen u het allerbeste voor de toekomst.
Gilles Savary (PSE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik heb zojuist geluisterd naar de heer Bono en ik ben me ervan bewust dat er specifieke gevallen zijn, met name in Italië, waar men momenteel liever een liberalisering van de slots zou zien. Ik denk echter dat we het hoofd koel moeten houden en moeten constateren dat de crisis de luchtvaartsector ongekend snel en hard treft. Dit is waarschijnlijk een van de eerste sectoren waar bedrijven en huishoudens hun begrotingen bijstellen, hetgeen ten koste gaat van respectievelijk de zakelijke en de zomerse klandizie. De andere keus zou zijn geweest de slots weer volledig vrij te geven, met als voor de hand liggen gevolg dat de machtigste maatschappijen in hun beste slots met lege vliegtuigen zouden hebben gevlogen, hun geografisch minst rendabele slots zouden hebben afgestaan en de "low cost"-maatschappijen, die een ander economisch model hanteren, de gelegenheid zouden hebben aangegrepen om enkele slots goedkoop van de hand te doen.
Kortom: dit had er waarschijnlijk toe geleid dat de kaarten in de slechtst denkbare omstandigheden opnieuw geschud zouden zijn, hetgeen niets te maken zou hebben gehad met een reële economie, met een markt die werkt, maar juist sociale dumping in de hand zou hebben gewerkt of de verdediging door de machtigste maatschappijen van hun verworven marktaandeel. Om die reden ben ik van mening dat dit moratorium de minst slechte oplossing is, op voorwaarde dat het tijdelijk is, dat men de crisisgebeurtenissen en de gevolgen van deze crisis nauwgezet volgt, dat men de zaak opnieuw voorlegt aan het Parlement en dat men de markt van de slots op termijn weer vrijgeeft, waarbij we de tijd nemen om draagvlak te verwerven voor een nieuw beleid van de Europese Unie.
Dit is de laatste keer dat ik het woord neem ten overstaan van dit Parlement. Na een mandaat van tien jaar binnen dezelfde commissie is het een groot voorrecht om nagenoeg aan het einde van de zittingsperiode, bij een van de allerlaatste debatten, omringd door vrienden het woord te nemen, en ik wil graag zeggen hoeveel genoegen ik heb beleefd aan het werken met zulke sterke en begaafde persoonlijkheden. Ik zal er nog vaak aan terugdenken. Deze commissie is een elitecommissie geweest, dat mag best gezegd worden. Ze heeft uitstekend werk verricht, ze doet het parlementaire werk eer aan, en ze doet het Europees Parlement eer aan. Ik wilde al mijn collega's, van alle politieke fracties, hiervoor bedanken. Ik denk dat ik een zo rijke, zo eerlijke, zo oprechte en zo diepgaande politieke ervaring als deze elders niet meer zal vinden.
Ik wilde daarnaast Antonio Tajani lof toezwaaien voor het feit dat hij gedurende de zittingsperiode een zo moeilijke portefeuille als vervoer heeft aanvaard, en dat hij het zou verdienen deze portefeuille tijdens de volgende ambtstermijn van de Commissie opnieuw onder zijn hoede te nemen, want hier vertaalt bekwaamheid zich in geduld en doorzettingsvermogen. Beste collega's, bedankt voor alles.
De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Savary, een van de dingen die u zei over de Commissie weerspiegelt perfect uw kwaliteiten en inzet voor het Parlement. Ik ben er zeker van dat u in de toekomst net zulke verrijkende ervaringen zult opdoen als hier in het Parlement.
Ryszard Czarnecki (UEN). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik ben meteen na de heer Rack en de heer Savary aan het woord en zou bijgevolg van de gelegenheid gebruik willen maken om beide heren te bedanken voor hun goede werk in het Europees Parlement. Ik weet niet of dit mijn laatste toespraak in dit Parlement zal zijn. Dat hangt af van het resultaat van de komende verkiezingen.
Dames en heren, het debat dat hier vandaag wordt gevoerd, is bijzonder interessant omdat het de tegenstelling tussen de fundamentele belangen van de luchtvaartmaatschappijen en die van de consumenten en passagiers aan het licht brengt. Met het oog op de huidige crisis trachten de luchtvaartmaatschappijen hun voortbestaan veilig te stellen door, zoals we hier al hebben gezegd, de vraag om deze beperkingen tot volgend jaar te verlengen. Als we tegemoet komen aan dit verzoek van de luchtvaartmaatschappijen, wat naar mijn mening verstandig zou zijn, mag dit niet ten koste gaan van de passagiers. Als luchtvaartmaatschappijen deze kwestie echt als voorwendsel zouden gebruiken om ongestraft vluchten te annuleren, leidt dat tot een zeer gevaarlijke situatie.
Net als de heer Rack ben ik van oordeel dat er een einde moet komen aan de beperkingen voor passagiers, omdat deze situatie steeds surrealistischer wordt en ook zeer irritant is. Ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om commissaris Tajani te feliciteren met zijn uitstekende werk.
Timothy Kirkhope (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb van een aantal sprekers gehoord dat ze na de komende verkiezing niet langer in ons midden zullen zijn, maar ik hoop dat de Britse kiezers mij nog een volgende termijn zullen gunnen. Dit is de laatste keer dat ik vanuit deze zetel in dit Huis het woord tot u richt; bij de veranderingen krijg ik een andere plaats. Ik wil graag met name de heer Jarzembowski feliciteren met het werk dat hij namens ons allen in de commissie verricht heeft en de heer Tajani, evenals de heer Costa, bedanken dat zij deze kwestie aan ons voorgelegd hebben.
Het is heel belangrijk dat we discussiëren over de opschorting van de 80-20-regel, maar de opschorting mag niet lang duren en geen deel gaan uitmaken van het luchtvaartbeleid op de langere termijn. De voordelen zijn duidelijk. De maatregel helpt luchtvaartondernemingen, met name de grote nationale luchtvaartmaatschappijen, door de huidige economische crisis heen en bovendien is het goed voor het milieu als er niet met lege vliegtuigen gevlogen wordt alleen maar om aan 'slotverplichtingen' te voldoen. Toch is opschorting geen echte oplossing; de maatregel mag niet permanent worden.
De huidige problemen hebben te maken met de financiële crisis, maar het zou onjuist zijn de crisis in de luchtvaart daar helemaal aan toe te schrijven. De gezondheid van sommige nationale luchtvaartmaatschappijen is al jaren slecht en het is noodzakelijk voor de toekomst dat ze eens goed kijken naar hun eigen ondernemingsmodellen. Luchtvaartmaatschappijen moeten levensvatbare ondernemingen zijn, geen organisaties met speciale privileges, en in het algemeen is het voor mij en mij collega's niet acceptabel dat er naar protectionistische maatregelen gegrepen wordt.
We steunen de Commissie natuurlijk in deze zaak. Ik steun echter het gebruik van een vereenvoudigde procedure in de toekomst niet en het lijkt me een goed idee als we een hoorzitting houden over de richtlijn inzake de toewijzing van 'time slots'. Dat zou misschien in de herfst of winter kunnen, als we terug zijn. We moeten stappen nemen om luchtvaartmaatschappijen en luchthavens marktgerichte prikkels te bieden. In moeilijke tijden moeten efficiëntie en innovatie beloond worden – ik ben vooral een fan van regionale vliegvelden.
Tot slot wil ik het graag hebben over de gevolgen voor de piloten. Opschorting van de 'use it or lose it'-regel kan best wel eens betekenen dat sommige piloten werkloos worden. Ik ben zelf piloot, dus kan de Commissie mij uitleggen waarom de verenigingen van verkeersvliegers niet geraadpleegd zijn over deze zaak? En kan de Commissie mij toezeggen dat de belangen van de piloten en andere werknemers in deze bedrijfstak volledig meegewogen zullen worden?
Emanuel Jardim Fernandes (PSE). - (PT) Voorzitter, vicevoorzitter, beste collega's, de Europese Commissie heeft met urgentie een wijziging aangenomen van Verordening (EEG) nr. 95/93 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van 'slots' op communautaire luchthavens, die vooral als doel heeft de 80%-regel op te schorten, om veiling van eerder verworven maar ongebruikte slots te voorkomen. Niet voor de eeuwigheid en niet als onvervreemdbaar recht, zoals commissievoorzitter Paolo Costa onlangs nog zei, maar als overgangsmaatregel.
Het opschorten van deze regel is gebaseerd op het besef dat de economische crisis heeft geleid tot een sterke afname in de vraag naar passagiers- en vrachtvervoer, wat negatieve gevolgen heeft gehad voor de nationale luchtvaartmaatschappijen en andere sectoren, en tot een zorgwekkende werkgelegenheidssituatie heeft geleid. We zijn daarom gehouden, de vervoerders niet te dwingen vluchten uit te voeren die om economische en milieuredenen onwenselijk zijn, alleen om hun slots te behouden. Daarom heb ik voor de opschorting van de 80%-regel gestemd.
Dit gezegd hebbende, maak ik van de gelegenheid gebruik om me af te vragen of deze maatregel voldoende is om de wereldwijde crisis waarin deze sector verkeert aan te pakken, of dat de Commissie, naar ik van mening ben, moet overwegen een programma op te stellen om deze sector te steunen, zodat deze zich na de crisis in een stabiele positie bevindt, waarin groei mogelijk is.
Ik wijs erop dat veel luchtvaartmaatschappijen, zoals bijvoorbeeld de nationale luchtvaartmaatschappij van mijn eigen land, verschillende economische crises te boven zijn gekomen en zich financieel geconsolideerd hebben, om zich nu in een economisch uiterst zware crisis te bevinden, die ze niet zelf gecreëerd hebben, maar waarvan zij wel de dupe zijn.
Mijnheer de Voorzitter, beste collega's, dit is mijn laatste interventie tijdens deze zittingsperiode, en het kan mijn allerlaatste zijn, dat hangt van de kiezers af. Ik wil dit moment niet voorbij laten gaan zonder mijn dank uit te spreken voor de steun en de medewerking die ik altijd van mijn collega's heb ondervonden bij mijn bescheiden bijdrage aan de constructie van een Europees project en aan een antwoord aan de burgers.
Ik bedank u hierbij, mijnheer de Voorzitter, en mijnheer Tajani en alle collega's van mijn partij. Mijn dank ook aan de sprekers van vandaag – de heren Simpson en Gilles Savary –, de leden van andere fracties, zoals de voorzitter van onze commissie, Paolo Costa, met wie ik het genoegen heb gehad samen te werken aan verschillende verslagen, en de heer Jarzembowski, die ik vooral niet wil vergeten te noemen. Hij heeft zijn fractiegenoten geleid op dit onderwerp van vervoer en hij was altijd zeer coöperatief, hoewel hij ook vaak nee tegen me heeft gezegd, maar altijd vol begrip voor mijn standpunt en altijd zeer elegant en met een groot gevoel voor democratie.
Dat neem ik in ieder geval mee naar huis, om verder te kunnen werken aan een goed soort democratie: democratie met respect voor pluralisme en gericht op het bereiken van onze gezamenlijke doelen.
De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Fernandes. Laten we hopen dat de Portugese kiezers uw leiderschap net zo waarderen als wij en dat u wordt herkozen.
Marian-Jean Marinescu (PPE-DE), – (RO) De toewijzing van “slots” is een kwestie die rechtstreeks verband houdt met het feit dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar is op luchthavens, met name op grote luchthavens. De economische crisis en de relatieve verkeersafname die daarvan het gevolg is, dient, op korte termijn, alleen maar om de oplossing van het echte probleem op de lange baan te schuiven, zijnde de moeilijkheden die ontstaan door de verzadiging van grote luchthavens en de mogelijke verzadiging van kleine luchthavens.
Het is onze taak om oplossingen te vinden voor problemen die zich op dit moment voordoen, maar we mogen onze ogen ook niet sluiten voor toekomstige problemen. Het Parlement heeft de Europese Commissie gevraagd een samenhangend masterplan te ontwikkelen om de capaciteit van luchthavens te vergroten. Een groot aantal Europese luchthavens hebben gelijkaardige plannen, maar het is absoluut noodzakelijk dat deze plannen op Europees niveau worden gecoördineerd als onderdeel van het initiatief van een Ongedeeld Europees Luchtruim dat recent is goedgekeurd. Ik ben er stellig van overtuigd dat deze wens, dankzij de oprichting van het Europees Observatorium in november vorig jaar, in de nabije toekomst uit zal komen. Dit plan is cruciaal voor de duurzame ontwikkeling van de luchttransportsector, die van levensbelang is voor de Europese economie.
De kwestie van de slots is niet alleen een Europees probleem. Verkeer op Europese luchthavens komt immers niet alleen uit Europa. Om die reden moet er een wereldwijde oplossing worden gevonden voor de kwestie van de slots met hulp van IATA, Eurocontrol en alle andere instanties die op dit gebied actief zijn. Daarom ben ik van mening dat de aanbeveling die het Parlement vandaag aan de Commissie heeft gedaan om de impact van de crisis op het luchtverkeer in de nabije toekomst opnieuw te onderzoeken en Verordening 95/93 in deze context te amenderen, de meest geschikte methode is die in deze onzekere tijden kan worden voorgesteld.
Zonder een diepgaande analyse uit te voeren, lopen we het risico op een onaanvaardbare manier schade toe te brengen aan zowel het principe van vrije concurrentie, dat fundamenteel is voor de economie, als aan jonge luchtvaartmaatschappijen van wie de ontwikkeling, helaas, nog steeds afhangt van de 'use it or lose it'-regel. De verliezers in deze situatie zouden in de eerste plaats de passagiers zijn, iets wat te allen tijde voorkomen zou moeten worden.
Nina Škottová (PPE-DE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, zoals hier reeds gezegd werd is het vliegverkeer van invloed op allerlei kritieke zaken als SARS en de Mexicaanse griep. Tegelijkertijd is het aantal reizigers gedaald. Ik zou graag de aandacht willen vestigen op een factor die mede aan deze daling ten grondslag zou kunnen liggen, en wel de kwaliteit en de capaciteit van de dienstverlening op de vliegvelden, de veiligheidscontroles in het bijzonder. De veiligheidscontroles zijn niet alleen een aanslag op de waardigheid – u moet daar bijvoorbeeld uw schoenen uittrekken en dan op blote voeten door de controle lopen –, maar ook uit hygiënisch oogpunt zijn ze een groot fiasco en een regelrechte bedreiging voor de volksgezondheid. Het zou me niets verbazen wanneer het aantal reizigers dalen zou als gevolg van de angst ergens besmet mee te raken, een angst die heden ten dage nog eens flink gevoed wordt door de media. Ik zou dus graag willen dat de Europese Unie beter toezicht houdt op de hygiënische omstandigheden waaronder veiligheidscontroles op vliegvelden uitgevoerd worden, om zo het welbevinden, de veiligheid en het comfort van reizigers op een hoger peil te brengen. Aangezien dit de laatste keer is dat ik spreek ten overstaan van dit Parlement, zou ik iedereen hartelijk willen bedanken voor de samenwerking en veel geluk willen toewensen in hun verdere leven.
De Voorzitter. − Ik wens u ook alle geluk voor de toekomst, mevrouw Škottová.
Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) Wat ik zeggen wilde, is dat de huidige stand van zaken de best mogelijke illustratie is van de kloof tussen de almaar groter wordende technische mogelijkheden en de veiligheidsmaatregelen die zowel de reizigers als het vliegveldpersoneel het leven zuur maken. Het is in ons aller belang, vooral in de huidige tijden van wereldwijde economische crisis – waarvan naar het zich laat aanzien in de herfst nog een volgende golf over ons heen komt, een volgende stoot financiële onzekerheid dus –, dat wij alles in het werk stellen om deze sector te helpen zijn crisis te overwinnen en te groeien. Ik ben ervan overtuigd dat degenen die over zekere mogelijkheden beschikken maar deze niet gebruiken, gedoemd zijn om in de afgrond af te glijden. Ik zou graag zien dat de Europese Unie probeert te vermijden om in dergelijk vaarwater terecht te komen en er juist voor zorgt zich in de eerste transportliga te bewegen.
Antonio Tajani, ondervoorzitter van de Commissie. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, ik dank u en alle leden van het Parlement die hebben deelgenomen aan dit debat over een tijdelijke maatregel – en ik onderstreep het woord 'tijdelijk' – van de luchtvaartsector. Ik wil met name alle leden van het Parlement bedanken die dit Huis zullen verlaten. Hartelijk dank voor uw werk.
Ik wil de heer Savary, die inmiddels vertrokken is, eveneens bedanken. Ik deel zijn gevoel; ik hoop in de komende jaren dan ook opnieuw met hem samen te werken, ook al is hij geen afgevaardigde meer in het Europees Parlement.
Ik wil graag de leden die dit Parlement gaan verlaten hartelijk bedanken voor hun bijdrage aan de Commissie, voor hun intelligente opmerkingen en tevens voor de kritiek die zij hebben geuit. Het Parlement moet deze rol vervullen, niemand is daar meer van overtuigd dan ik, omdat ik van mening ben dat de Europese instellingen zonder de sterke inbreng van het Parlement incompleet zouden zijn. Zonder het Parlement zouden zij de belangen van de burgers niet op de beste manier kunnen behartigen.
Dat is precies waarom ik de heer Jarzembowski, die mij een vraag heeft gesteld over de comitologieprocedure, gerust wil stellen: het compromis, dat de volle steun heeft van de Commissie, voorziet in het gebruik van de medebeslissingsprocedure voor een eventuele herziening van het winterseizoen. Dit is puur hypothetisch omdat het, zoals ik al zei, om een tijdelijke maatregel gaat van slechts zes maanden. Hoe dan ook moet aan een eventueel toekomstig voorstel voor een herziening altijd een effectbeoordeling vooraf gaan, die rekening houdt met de gevolgen voor consumenten en concurrenten. Tevens zal een dergelijk voorstel deel uitmaken van een algemene herziening van de verordening inzake time slots, een taak waaraan ik me in de Raad heb verbonden, op voorstel van de minister van Vervoer van het Verenigd Koninkrijk en die ik al meerdere keren in dit Huis heb bevestigd.
Het is echter de crisis die de aanzet heeft gegeven voor deze dringende maatregel. Ook de gegevens van de Vereniging van Europese Luchthavens tonen aan dat op 80 procent van de Europese luchthavens sprake was van een daling van het verkeer in januari met 8-10 procent wat passagiers betreft en met 25-30 procent wat vrachtverkeer betreft. Dit is dus duidelijk een problematische situatie. Ook ik hoop, net als verschillende leden van dit Huis, dat de huidige griep minder ernstig zal zijn als men in eerste instantie dacht. Maar we kunnen niet verhullen dat het voorstel om vluchten uit de hele Europese Unie naar een land of een regio waar de eerste uitbraken plaatsvonden, tijdelijk op te schorten afgelopen week zowel bij de Raad van ministers van Vervoer als de Raad van ministers van Volksgezondheid op de agenda stond. Er zouden dus gevolgen kunnen zijn, maar er is geen besluit over genomen, omdat de situatie niet ernstig genoeg werd bevonden. Het is echter duidelijk dat er over wordt gesproken in de sector. Sommige crews hebben besloten niet naar gebieden te vliegen waar de griep heerst, waardoor het aantal luchtvaartpassagiers nog verder is gedaald.
Dan iets over passagiersrechten. Aangezien dit een thema is dat door veel invloedrijke afgevaardigden wordt onderstreept, denk ik dat het behoud van de verbindingen en de frequenties voor de burgers het belangrijkste is en vervolgens het te boven komen van de crisis. De financiële stabiliteit en duurzaamheid van onze luchtvaartmaatschappijen zijn zeer belangrijke parameters voor het waarborgen van de voordelen van de interne markt. Dankzij die interne markt hebben reizigers toegang tot een ongeëvenaard groot aantal verbindingen, routes en prijzen. Ik wil graag dat reizigers deze keuzemogelijkheden behouden. Wat de regelgeving op het gebied van toezicht betreft, moeten wij het toezicht en de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 261/2004 verbeteren. Daarom zal de Commissie in de tweede helft van 2009 – en dit zeg ik tegen de heer Rack – met een mededeling over de toepassing van deze verordening komen. Op basis van evaluaties zullen we eventuele conclusies trekken over de toekomst.
Wat vloeistoffen betreft hebben wij, zoals u weet, al de (voorheen geheime) bijlage hierover gepubliceerd. Dankzij het gebruik van nieuwe, efficiëntere technologieën met betrekking tot veiligheid, hopen wij de situatie vóór 2010 te kunnen herzien. Toen ik lid van dit Parlement was, was ik zeer sceptisch over het verhaal van de vloeistoffen. Ik ben dat nu nog steeds en ik werk er hard aan dit doel te bereiken. Wat de ook door andere leden geuite zorgen betreft over bepaalde luchthavens die als gevolg van deze maatregel in de problemen zouden kunnen raken, verwijs ik in het bijzonder naar een Europese luchthaven die deel uitmaakt van een van de prioritaire projecten van de Europese Unie: de luchthaven Malpensa. Ik kan u wat informatie geven over andere luchtvaartmaatschappijen dan Alitalia en Air France. Hier volgen enkele cijfers: op de luchthaven Malpensa had een Duitse maatschappij, Lufthansa, 8 741 slots in 2008 en 19 520 slots op 24 maart 2009, een toename van de capaciteit met meer dan 100 procent. De prijsvechter easyJet had in 2008 op Malpensa 15 534 slots en 22 936 op 24 maart 2009, met andere woorden een capaciteitstoename van 47 procent. Overigens is algemeen bekend dat de nieuwe luchtvaartmaatschappij Lufthansa Italia plannen heeft haar netwerk uit te breiden, dat er nieuwe vluchten zijn tussen Milaan en Rome en naar Napels, Bari en andere Europese steden, zoals Barcelona, Brussel, Boekarest, Boedapest, Lissabon, Madrid en Parijs. Deze informatie is te lezen op de website van de luchtvaartmaatschappij en is dus openbaar. Ik kan dus met absolute zekerheid zeggen dat deze maatregel geen enkele schade zal veroorzaken, en dit zeg ik als Europees commissaris voor Vervoer, aan de Europese hub Malpensa, die deel uitmaakt van de prioritaire projecten van de Unie.
Ik wil graag afsluiten door het Parlement nogmaals te bedanken voor dit debat en te herhalen wat ik aan het begin van mijn interventie heb gezegd, in antwoord op de heren Jarzembowski, Simpson en Blokland, met betrekking tot de belofte die ik vandaag doe als commissaris voor vervoer – in de hoop dat ik dat nogmaals kan doen als toekomstig commissaris voor vervoer – over de medebeslissingsprocedure voor thema's die betrekking hebben op de slots. Sommige van de ideeën die naar voren zijn gebracht, zoals door de rapporteur in zijn eerste amendementen, verdienen het absoluut om onderzocht te worden in het kader van de komende herziening van de verordening inzake de toewijzing van slots. Zoals ik al eerder heb aangegeven zijn de diensten van de Commissie, die ik nogmaals wil danken voor de waardevolle bijdrage die zij deze lastige weken hebben geleverd, bereid dit te doen en zijn zij inmiddels bezig met de nieuwe tekst. Tegelijkertijd zal de Commissie de ontwikkeling van de crisis in de luchtvaartsector nauwkeurig in de gaten houden, zoals vastgelegd in de wijziging die wij vandaag hebben besproken. Tevens zal zij u passende maatregelen voorstellen om de crisis het hoofd te bieden, waarbij grote nadruk wordt gelegd op de noodzaak de rechten van passagiers te waarborgen. Ik zal dit niet alleen op het gebied van het luchtvervoer doen, maar ook op het gebied van het maritieme, trein- en busvervoer. Dat is de taak die wij ons hebben opgelegd: er wordt overleg gevoerd over wetgevingsmaatregelen. Ik hoop dat ik dit overleg in de volgende termijn kan afronden, omdat onze eerste prioriteit altijd ligt in het geven van antwoorden aan burgers die dit Parlement kiezen en die, via de consensus in dit Parlement, ook hun vertrouwen geven aan de Europese Commissie, het uitvoerende orgaan van de Europese Unie.
Mijnheer de Voorzitter, nogmaals hartelijk dank. Ik dank ook alle leden die hebben deelgenomen aan dit debat en voorzitter Costa voor de vruchtbare samenwerking. De verbintenis die ik aanga is te blijven samenwerken met de leden en de Commissie vervoer en toerisme van dit Parlement, om ervoor te zorgen dat het democratische orgaan dat de Europese burgers vertegenwoordigt een steeds belangrijker rol gaat vervullen. Ik hoop dat het volgende Parlement de stem van de Europese burgers met het Verdrag van Lissabon nog luider kan laten klinken.
Paolo Costa, rapporteur. − (IT) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega's, ik denk dat we slechts drie zaken moeten benadrukken. Ten eerste: over het onderhavige thema hebben we een compromis bereikt en dat moet worden nageleefd. We weten dat het een compromis is tussen instellingen die hun beloftes nakomen. Het is een tijdelijke maatregel en er zal geen tweede maatregel volgen. Indien er wel een tweede maatregel komt, dan moet die in het kader zijn van een analyse en een completer voorstel met betrekking tot de time slots.
Ik doe slechts twee suggesties, waarvan ik hoop dat ze van nut kunnen zijn: de eerste is om de gevolgen van het tijdelijk opheffen van vluchten nauwlettend in de gaten te houden, omdat dit zal leiden tot een beperking van de slots en ook betekent dat bepaalde slots, en dus bepaalde trajecten, niet zullen worden gebruikt. De luchtvaartmaatschappijen bepalen zelf wat ze wel en niet doen. Indien een dergelijke maatregel in de toekomst opnieuw zou moeten worden getroffen, denk ik dat het beter is als er een publieke controle over die keuze is en deze niet alleen moet worden geleid door de winstcriteria van afzonderlijke bedrijven.
De laatste suggestie: ongeacht de crisis is het belangrijk goed over het vraagstuk omtrent de slots na te denken. Het is van essentieel belang om slots weer als publieke goederen te beschouwen, waarvoor een gebruiksrecht kan worden gegeven, maar die geen eigendom van de luchtvaartmaatschappijen mogen worden. Wel dient men zeer zorgvuldig met dit thema om te gaan, zodat het geen instrument wordt dat het bestaan van de luchtvaartmaatschappijen, waarvan wij allemaal afhankelijk zijn, niet in gevaar wordt gebracht. Nogmaals hartelijk dank allemaal voor de samenwerking.
De Voorzitter. − Het debat is gesloten.
De stemming vindt vandaag om 12.00 uur plaats.
Dit is ook voor mij het laatste debat als Voorzitter in deze zittingsperiode. Ik spreek mijn dank uit aan u allen. Dit debat voelde anders dan anders aan, omdat ik zo veel collega's heb moeten uitwuiven en gelukwensen. Het zal hoe dan ook veel tijd en werk kosten voordat de nieuwelingen kunnen bogen op de staat van dienst van hun voorgangers.
Mondelinge stemverklaringen (artikel 142)
Christine de Veyrac (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) Ik ben blij dat overeenstemming is bereikt over deze tekst, zodat de toewijzing van slots voor het zomerseizoen kan worden opgeschort.
Het was zaak snel en doeltreffend te handelen met het oog op de ernstige crisis waardoor de luchtvaartsector getroffen wordt.
Het is al de derde keer dat, na een sterke afname van de vraag naar luchtvervoer, de Unie een beroep moet doen op deze regeling om de slots automatisch te verlengen.
De regel dat luchtvaartmaatschappijen 80 procent van hun slots moeten gebruiken is weliswaar noodzakelijk voor het evenwicht in de sector, maar niet altijd afgestemd op de marktrealiteit, zoals we recentelijk hebben kunnen constateren.
Lege vliegtuigen laten vliegen is nonsens, om zowel economische als milieuredenen.
In de toekomst zouden we kunnen nadenken over manieren om deze regel te versoepelen, waarbij we echter rekening houden met de situatie van de luchthavens.
Overigens doet het mij deugd dat het compromis tussen het Parlement en de Raad voorziet in een volledige impactanalyse indien het bevriezen van de slots wordt verlengd.
De tekst waarover wij stemmen is een noodmaatregel, maar als de situatie aanhoudt moeten niet alleen de situatie van de luchtvaartmaatschappijen maar ook die van consumenten en luchthavens in aanmerking worden genomen.
(In afwachting van de stemmingen wordt de vergadering om 11.23 uur onderbroken en om 12.00 uur hervat)
VOORZITTER: GÉRARD ONESTA Ondervoorzitter
De Voorzitter. – (FR) Wij gaan aan een ietwat bijzondere stemming beginnen, want voor iedereen die, net als ik, het Parlement gaat verlaten, denk ik dat dit laatste moment dat we samen gaan doorbrengen enigszins emotioneel beladen zal zijn. Terwijl enkele later gearriveerde collega's hun plaatsje opzoeken maak ik van de gelegenheid gebruik om een woord van dank te richten aan de zittingsdienst, die ervoor heeft gezorgd dat onze Toren van Babel nooit instort.
(Levendig applaus)
Mijn dank gaat uit naar Birgitte Stensballe en naar haar hele team, naar de bodes die ervoor zorgen dat de documenten steevast op de juiste plek terechtkomen, naar de technici, naar de secretarissen, naar de vertalers. Uiteraard gaat mijn dank ook uit naar de tolken, aan wie ik mijn meest nederige excuses maak. Ik weet hoeveel stress ik u heb bezorgd door flink de vaart erin te houden.
(Applaus)
Ik weet dat u stiekem hoopt dat mijn record van 900 aangenomen amendementen in één uur nooit zal worden gebroken!
Tot slot zal ik u, terwijl de laatste collega's plaatsnemen, een geheimpje verklappen. U vraagt zich wellicht af hoe wij onze amendementen ordenen: is schriftelijk amendement x, in het Lets, nauwer verwant aan de originele Portugese tekst dan schriftelijk amendement y in het Sloveens? Wie brengt deze sortering aan? Welnu, het antwoord zit naast mij. Deze meneer heeft de geduchte taak om deze semantische sortering aan te brengen. Waarom vertrouwen we hem deze taak toe? Om de doodeenvoudige reden dat Paul Dunstan 27 talen spreekt.
(Applaus)
Ik denk dat we allemaal zeer trots kunnen zijn op de kwaliteit en de toewijding van onze medewerkers.
Gary Titley (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, op grond van artikel 145 van het Reglement vraag ik het woord om een persoonlijke verklaring af te leggen.
Gisteren, tijdens het debat met de Voorzitter, de heer Pöttering, beschuldigde de heer Farage mij ervan – in een tirade die hij tegen het Parlement afstak – dat ik hem 'reactionair' genoemd had. Ik kan het Parlement vertellen dat dat volkomen juist is – hij is een reactionair!
(Gelach)
Maar dat is niets vergeleken met de opmerkingen in e-mails van leden van zijn partij aan mij. Leden van UKIP hebben mij uitgemaakt voor 'pedofiel' en voor 'stomme eikel'. Toen er een bom in mijn kantoor gevonden was, stuurden UKIP berichten aan mij, en liet de heer Farage een persbericht uitgaan, met de strekking dat ik dat verdiend had. Pasgeleden heb ik nog e-mails van UKIP gekregen waarin stond dat de erfgenaam van de Britse troon beter bekend staat als 'Flapoor'. Dat zegt genoeg over de UK Independence Party.
(Applaus)
De Voorzitter. – Uw verklaring vanwege een persoonlijk feit wordt overeenkomstig het Reglement uiteraard genoteerd.
Ik heropen het debat niet als u het niet erg vindt, dames en heren.
Ik gun u dertig seconden, als blijk van goede wil, maar daar blijft het dan ook bij want de laatste ogenblikken van de zittingsperiode zijn nu echt aangebroken.
Michael Henry Nattrass (IND/DEM). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, dat was geen beroep op het Reglement en het was voor het grootste deel flauwekul. Mensen van de UKIP schrijven dat soort onzin niet en ze verspillen hun pen niet aan figuren die dit soort dingen zeggen. Dit is echt schandelijk.
De Voorzitter. – Ik kan u meedelen dat hier wel degelijk ging om een beroep op het Reglement overeenkomstig artikel 145 betreffende persoonlijke feiten. Het verzoek van de heer Titley om het woord te mogen voeren was volledig gerechtvaardigd.
(Uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)
9.1. Gendermainstreaming in de externe betrekkingen van de EU en haar vredesopbouw/natievorming (A6-0225/2009, Libor Rouček)
Vóór de stemming
Libor Rouček, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, de EU en haar lidstaten hebben zich verplicht gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen na te streven als een van de kernprioriteiten op de internationale agenda.
Bij nadere inspectie blijkt echter dat gendermainstreaming in het buitenlandse beleid van de EU in de praktijk nog niet veel voorstelt. Zo hebben slechts 8 van de 27 lidstaten nationale actieplannen voor de tenuitvoerlegging van resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad aangenomen.
Bovendien zijn vrouwen nog steeds sterk ondervertegenwoordigd op hoge posten in de Commissie en de Raad. Er is op dit moment in feite geen enkele vrouwelijke speciale vertegenwoordiger van de EU. Daarom wordt er in het verslag op gewezen dat de EU haar toezeggingen op dit terrein volledig moet nakomen. De Commissie dient bijvoorbeeld haast te maken met een EU-actieplan voor gelijkheid van mannen en vrouwen. Ik ben ervan overtuigd dat een dergelijk plan essentieel is voor de bevordering van gelijke kansen voor vrouwen en mannen in het buitenlands beleid van de EU.
Laat ik afsluiten met te zeggen dat vrouwenrechten deel uitmaken van het bredere terrein van mensen- en burgerrechten. Als we geen aandacht schenken aan gendergelijkheid en bevordering van vrouwenrechten in de buitenlandse politiek van de EU, heeft dat beleid ook geen effect.
(Applaus)
9.2. Nieuwe rol en verantwoordelijkheden van het Parlement bij de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon (A6-0145/2009, Jo Leinen)
Vóór de stemming
Jo Leinen, rapporteur. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, ik wil enkele woorden in het Duits tot u richten. Het feit dat dit Parlement als afsluiting van zijn werk in deze zittingsperiode maar liefst vijf verslagen heeft opgesteld in verband met het Verdrag van Lissabon, is een belangrijk signaal voor de Europese verkiezingen en de periode daarna.
Dit Parlement heeft zich continu en consequent voor het hervormingsverdrag ingezet, ook in tijden waarin dat moeilijk was en velen twijfels hadden en het project wilden opgeven. Gisteren hebben we met de goedkeuring door de Tsjechische senaat een grote stap voorwaarts gezet. Ik wil Tsjechië, het land dat het voorzitterschap vervult, van harte feliciteren!
(Applaus)
We kunnen nu terecht optimistisch zijn dat dit hervormingsproject met een positief referendum in Ierland eind 2009, in werking kan treden.
Het nieuw gekozen Europees Parlement zal dan beschikken over tal van nieuwe mogelijkheden en bevoegdheden. En deze nieuw gekozen volksvertegenwoordiging kan de belofte waarmaken van een betere EU met meer democratische controle en meer transparantie. Ik wil iedereen bedanken die in de Commissie constitutionele zaken heeft meegewerkt, met name de huidige rapporteur, maar ook de overgrote meerderheid in dit Parlement die ons bij al deze verslagen steunde zodat wij vooruitgang konden boeken. Hartelijk bedankt!
(Applaus)
De Voorzitter. – Onze collega-afgevaardigde Hans-Peter Martin heeft om het woord gevraagd; vast en zeker vanwege een beroep op het Reglement.
Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil één vraag stellen: Als de Ieren telkens opnieuw 'nee' zeggen, hoe vaak moeten we het referendum dan herhalen? Een derde, een vierde, een vijfde keer? Dat is geen democratie, dat is een karaoke-parlement!
De Voorzitter. – Dit was geen beroep op het Reglement, maar ik was zo goed geen martelaar van u te maken.
Proinsias De Rossa (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil een persoonlijke verklaring afleggen over wat de heer Martin zojuist zei. Het Ierse parlement is geen 'karaoke-parlement' en ik maak er bezwaar tegen dat het door die man als zodanig omschreven wordt.
(Applaus)
9.3. Financiële aspecten van het Verdrag van Lissabon (A6-0183/2009, Catherine Guy-Quint)
Vóór de stemming
Catherine Guy-Quint , rapporteur. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, u zult teleurgesteld zijn. U zult teleurgesteld zijn door de korte duur van mijn interventie. Allereerst zou ik een technische rectificatie willen aanbrengen: in paragraaf 16, bij noot 2, moet het laatste getal '2021' in plaats van '2022' zijn. Dat is een kwestie van hoofdrekenen.
Ik voeg daar enkele politieke woorden aan toe, in de eerste plaats om iedereen te bedanken die me heeft bijgestaan bij het opstellen van dit verslag dat u wellicht bijzonder technisch voorkomt, maar dat buitengewoon politiek is. Het is zeer belangrijk dat ons Parlement dit verslag goedkeurt, daar het opheldering verschaft over de toekomstige begrotingsbevoegdheden van het Parlement als begrotingsautoriteit.
Vaak stemt u over de begroting als een beheersinstrument, terwijl de begroting juist de essentie van de politiek is, en de toekomstige rol van het Parlement staat of valt met de tenuitvoerlegging ervan. Dat hebben we aan de orde willen stellen in dit verslag; ik hoop dat u het ooit zult lezen. De nieuwe afgevaardigden zullen er in ieder geval mee aan de slag moeten en zich er rekenschap van moeten geven dat om in Europees verband politiek te bedrijven moedige begrotingsbesluiten nodig zijn, en dat de toekomst van de Unie afhangt van deze moed, die zij en wij hopelijk allemaal zullen hebben.
(Applaus)
9.4. Europees Vluchtelingenfonds voor de periode 2008-2013 (A6-0280/2009, Bárbara Dührkop Dührkop)
9.5. Minimumnormen voor de opvang van asielzoekers (herschikking) (A6-0285/2009, Antonio Masip Hidalgo)
9.6. Verzoek om internationale bescherming, in een van de lidstaten ingediend door een onderdaan van een derde land of een staatloze (herschikking) (A6-0284/2009, Jeanine Hennis-Plasschaert)
9.7. Instelling van "Eurodac" voor het vergelijken van vingerafdrukken (herschikking) (A6-0283/2009, Nicolae Vlad Popa)
Vóór de stemming
Nicolae Vlad Popa, rapporteur. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, het Eurodac-verslag is een herschikking en is bedoeld om de werking van het systeem doelmatiger te maken. Snelle inzameling en verzending van gegevens kan de termijn waarbinnen wel of niet mensenrechten worden verleend, verkorten. Dat is heel belangrijk.
Dit is de laatste plenaire zitting die ik als lid van het Europees Parlement zal bijwonen. Ik wil u allen danken en zeg optimistisch: tot ziens, goodbye, auf Wiedersehen, au revoir, arrivederci, hasta luego, la revedere!
(Applaus)
9.8. Oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (A6-0279/2009, Jean Lambert)
9.9. Bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst en op niet-contractuele verbintenissen (A6-0270/2009, Tadeusz Zwiefka)
9.10. Programma MEDIA Mundus voor samenwerking met vakmensen uit derde landen op audiovisueel gebied (A6-0260/2009, Ruth Hieronymi)
9.11. Gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van "slots" op communautaire luchthavens (A6-0274/2009, Paolo Costa)
9.12. Bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen over sectorale aangelegenheden en inzake beslissingen in huwelijkszaken, ouderlijke verantwoordelijkheid en onderhoudsverplichtingen (A6-0265/2009, Gérard Deprez)
9.13. Situatie in de Republiek Moldavië
Vóór de stemming
Hannes Swoboda (PSE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, wij als sociaaldemocraten konden om technische redenen de gezamenlijke resolutie niet op tijd ondertekenen. Wij hebben dat later alsnog gedaan. Wij staan hier als gehele fractie volledig achter, ik zeg dat in het bijzonder ook voor onze Roemeense collega's, met Adrian Severin aan het hoofd.
Vóór de stemming over paragraaf 10
Marian-Jean Marinescu (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik stel het volgende mondelinge amendement op paragraaf 10 voor. Ik wil graag de naam van de heer Sergiu Mocanu toevoegen. De tekst luidt dan als volgt: '... politiek gemotiveerde arrestaties, zoals die van Anatol Matasaru, Sergiu Mocanu and Gabriel Stati;'.
(Het mondeling amendement wordt niet in aanmerking genomen)
9.14. Jaarverslag over de mensenrechten in de wereld in 2008 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie (A6-0264/2009, Raimon Obiols i Germà)
Vóór de stemming
Hartmut Nassauer (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u namens de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en Europese Democraten verzoeken om op grond van artikel 151, lid 1 en 3 het amendement 45a van de fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa af te wijzen, voor zover het daarin gaat over uitspraken van paus Benedictus, en wel om de volgende redenen: deze uitspraak dateert uit het jaar 2009, het verslag gaat over mensenrechtenschendingen in 2008. Daarom wijzigt dit amendement niet de tekst waarvoor het bedoeld is. Verder worden in dit amendement de uitspraken van de paus vergeleken met zeer ernstige mensenrechtenschendingen, uitvoering van de doodstraf, mensenrechtenschendingen in China, martelingen overal. Deze vergelijking is een cynische minachting van mensenrechtenschendingen overal ter wereld.
(Applaus)
Verder vormt het een dermate ongehoorde beschuldiging en discriminatie van de paus, dat, hoewel de ALDE-Fractie zich hiermee meent te kunnen identificeren, het Europees Parlement dat echter onder geen beding mag doen!
(Levendig applaus)
De Voorzitter. – Dames en heren, ik geef u het advies van de Juridische Dienst en de Voorzitter van het Europees Parlement, aangezien hij uiteraard in overeenstemming met ons Reglement is geraadpleegd.
Daniel Cohn-Bendit (Verts/ALE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde de heer Nassauer alleen zeggen dat, in juridische zin, de paus de jaren niet telt, want hij telt de eeuwigheid.
De Voorzitter. – Alstublieft, alstublieft … de Juridische Dienst heeft dit nauwkeurig uitgezocht vanuit technisch perspectief, vanuit het perspectief van de genoemde aspecten, vanuit inhoudelijk perspectief en vanuit het perspectief van de onderzochte periode.
De Juridische Dienst is van mening dat het amendement ontvankelijk is. Zo denkt ook de Voorzitter van het Parlement erover en het advies van de heer Pöttering haalt de bovenhand. Het spijt me dus, mijnheer Nassauer, maar het amendement is ontvankelijk.
Vóór de stemming over paragraaf 25
Raimon Obiols i Germà, rapporteur. − (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil slechts refereren aan nieuwe informatie, aangezien de tekst de opsluiting van een Sudanese leider veroordeelde die inmiddels is vrijgelaten.
(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)
Vóór de stemming over amendement 2
Alexander Graf Lambsdorff (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega Nassauer, het recht op zelfbeschikking is een mensenrecht en daaronder valt ook het zelfbeschikkingsrecht op seksueel gebied. In die zin was dat ook in 2008 al actueel en wat er toen gezegd werd, is buitengewoon ongelukkig.
Ik lees het gewijzigde amendement 2 voor, het betreft hierbij enerzijds een inhoudelijke correctie en anderzijds een meer evenwichtige formulering:
'Onderstreept het belang van de bevordering van seksuele en reproductieve gezondheidsrechten als absolute voorwaarde voor succes in de strijd tegen hiv/aids, een ziekte die enorme verliezen teweegbrengt in termen van mensenlevens en economische ontwikkeling en vooral de armste gebieden in de wereld treft; maakt zich zorgen over verklaringen door paus Benedictus XVI die de indruk scheppen dat het gebruik van condooms zelfs leidt tot een hoger besmettingsgevaar; is van mening dat die verklaringen de strijd tegen hiv/aids in hoge mate zullen belemmeren;'. De rest van het amendement blijft gelijk.
(Applaus van links)
Hartmut Nassauer (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het amendement is in de formulering minder onzorgvuldig dan de originele tekst, maar in essentie onveranderd. Daarom wijzen wij het mondelinge amendement af.
(Het mondeling amendement wordt niet in aanmerking genomen)
Na de stemming over amendement 16
Christopher Beazley (PPE-DE). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, neem me niet kwalijk dat ik u onderbreek, maar ik had begrepen dat amendement 16 verworpen was, terwijl u net bekendmaakte dat het is aangenomen. Kunt u uitleggen wat er aan de hand is?
De Voorzitter. – Oh ja, sorry, ik maak een vergissing. Inderdaad, de meerderheid was tegen. Goed dat u dit voor de zekerheid nog even navroeg, al hadden de diensten mijn fout inmiddels rechtgezet.
Dank u voor uw opmerking.
9.15. Ontwikkeling van een EU-ruimte voor strafrechtspleging (A6-0262/2009, Maria Grazia Pagano)
9.16. Gevolgen van het Verdrag van Lissabon voor de ontwikkeling van het institutionele evenwicht van de EU (A6-0142/2009, Jean-Luc Dehaene)
Vóór de stemming
Jean-Luc Dehaene, Rapporteur. − Voorzitter, vooral een technische opmerking. Ik heb begrepen dat amendement 1 niet bedoeld was om de tekst te vervangen, maar bedoeld was als toevoeging aan de tekst. Het is in die zin dat ik met het amendement akkoord ben gegaan.
Ik wil van de gelegenheid gebruik maken om de hele Commissie te danken voor de zeer goede samenwerking en te wijzen op het belang van een goede interinstitutionele samenwerking in het kader van het Verdrag van Lissabon vanaf het begin. Vandaar ook dat er in de overgangsperiode tussen Nice en Lissabon sprake moet zijn van goed overleg met de Europese Raad, willen we niet in volle verwarring de volgende zittingsperiode beginnen.
De Voorzitter. – Ik kan bevestigen dat amendement 1 is ingediend als aanvullend amendement.
9.17. Ontwikkeling van de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen in het kader van het Verdrag van Lissabon (A6-0133/2009, Elmar Brok)
9.18. Uitvoering van het burgerinitiatief (A6-0043/2009, Sylvia-Yvonne Kaufmann)
Vóór de stemming
Daniel Cohn-Bendit (Verts/ALE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, op grond van artikel 1 van de erecode van het Europees Parlement wilde ik u namens mijn Fractie bedanken voor de zittingen die u hebt geleid. U was een van de besten. Bedankt!
(Levendig applaus)
De Voorzitter. – (FR) Ja, we zijn aanbeland bij de laatste stemming; ik wilde me even persoonlijk tot u richten om u te bedanken voor het vertrouwen en de vriendschap die u me al zo lang betuigt. Voor de laatste keer in de zittingsperiode, en voor de laatste keer in mijn bestaan, ga ik u dus vragen om te stemmen. Daarna scheiden onze wegen zich.
Ik ben ervan overtuigd dat we ondanks onze politieke verschillen en onze achtergronden allemaal trouw zullen blijven aan de Europese idealen; dat ik deze debatten tien jaar lang heb mogen voorzitten, in deze sfeer van collegialiteit, zal altijd een geweldige eer in mijn leven blijven.
(Levendig applaus)
9.19. Ontwerpverordening van de Commissie inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), betreffende bijlage XVII
Na de stemming
Joseph Daul (PPE-DE). – (FR) Ook ik wil je graag bedanken, en ik teken aan dat artikel 2 de fout bevat dat je niet langer op de lijst staat. Dat is doodzonde!
Michl Ebner (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de nieuwe rol van het Parlement na inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is buitengewoon belangrijk en ik hoop dat het Parlement de mogelijkheden die hieruit voortvloeien, kan benutten. Als lid van een van oudsher bestaande etnische minderheid ben ik met name blij dat de rechten van etnische minderheden in artikel 2 voor het eerst als individuele rechten vermeld worden. Ik hoop dat de groepsrechten zo snel mogelijk zullen volgen.
Na vijftien jaar als afgevaardigde in dit Parlement en vijftien jaar als afgevaardigde in Rome te hebben gewerkt, vertrek ik vrijwillig, uit eigen beweging, maar niet zonder een gevoel van weemoed. Als Italiaans staatsburger, met Duits als moedertaal, een Oostenrijks-Sloveense afkomst en een Tirools karakter – een ware Europeaan dus – doet het mij deugd dat wij elkaar hier allemaal als minderheden hebben teruggevonden en dat minderheden hier kansen krijgen. Velen hebben nog niet echt ervaren dat zij tot een minderheid horen. Ik hoop echter dat zij dat meer en meer zullen beseffen, en dat hoop ik evenzeer voor de landen. Ik dank u voor het begrip dat hier voor minderheden getoond is.
Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE), – (LT) Ik heb voor het rapport en de resolutie van de heer Leinen gestemd om de volgende redenen. Wij roepen regelmatig dat het Europees Parlement de enige instelling van de Europese Unie is waarvan de leden rechtstreeks door de burgers worden gekozen. Desondanks waren de bevoegdheden van het Europees Parlement, gezien het een door het volk gekozen instelling betreft, mijns inziens tot nog toe onvoldoende.
Om die reden ben ik van mening dat de nieuwe bevoegdheden voor het Parlement die we vandaag hebben goedgekeurd, zijnde nieuwe medebeslissingsbevoegdheden, nieuwe begrotingsbevoegdheden, een nieuwe instemmingsprocedure en nieuwe toezichtsbevoegdheden, zeer belangrijk zijn. Ik ben tevens van mening dat het Verdrag van Lissabon de democratische legitimiteit van de Europese Unie aanzienlijk zal versterken, met name doordat de medebeslissingsbevoegdheid van het Parlement wordt uitgebreid.
Daniel Hannan (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, nu begrijp ik de tactiek: de stemmen worden gewoon genegeerd en het Verdrag van Lissabon wordt uitgevoerd alsof het Franse, Nederlandse en Ierse electoraat ervoor heeft gestemd.
Een voor een worden de meest omstreden artikelen en bepalingen binnengesmokkeld: de minister van buitenlandse zaken en het buitenlandse beleid, het Handvest van de grondrechten en de harmonisatie van justitie en binnenlandse zaken. Daarna gaan de collega's naar de Ierse stemmers toe en zeggen: “Het is nu te laat om 'nee' te stemmen, want alles is al geregeld, dus jullie zouden alleen maar ergernis oproepen en jezelf isoleren nu in feite het grootste deel van het Verdrag van Lissabon de facto al van kracht is – al is het niet de jure.'
Ik weet niet of dat wel gaat werken. Dat zullen de Ierse kiezers zelf bepalen, maar het zou me teleurstellen als ze voor de druk zouden bezwijken. Ze moeten natuurlijk zelf beslissen, maar dit zijn wel de mensen wier voorouders de Britten van hun eiland verjoegen. Als ze nu het Europees Parlement zijn zin geven, denk ik dat ze als volk verzwakt zullen worden.
Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit mij graag aan bij al degenen die al lovende woorden over u gesproken hebben. Ik dank u zeer voor uw voorzitterschap en het geduld waarmee u ons altijd bejegend hebt als we het woord voerden.
Met betrekking tot het Verdrag van Lissabon vind het heel belangrijk dat we ons realiseren dat het nog niet geratificeerd is; we moeten niet doen alsof het al geratificeerd is. We mogen de wil van de kiezers die het nog niet geratificeerd hebben, en de landen die het nog niet geratificeerd hebben, niet negeren.
Laten we ook denken aan de aan het begin vastgestelde spelregels en niet proberen die regels halverwege te veranderen. De regels bij het begin van het grondwettelijk proces waren dat elk land het Verdrag tot vaststelling van de Europese Grondwet moest ratificeren, anders zou het van de baan zijn. Frankrijk en Nederland ratificeerden het niet, dus had de Grondwet afgedaan. Zo is het ook met het Verdrag van Lissabon: de spelregels waren dat elk land het moest ratificeren, anders zou het van de baan zijn. Toch besloten we, toen het Ierse volk 'nee' stemde, wel door te gaan en de Ieren opnieuw te laten stemmen.
Als u echt wilt dat het verdrag de wil van het volk weergeeft, dan doe ik het voorstel aan de Britse regering om de belofte in haar manifest na te komen en een referendum over het Verdrag van Lissabon te organiseren.
Gay Mitchell (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het zou absoluut heel dom zijn van de Ieren als ze zouden luisteren naar de sceptische vleugel van de Britse Conservatieve Partij. Ik kan de heer Hannan verzekeren dat de Ieren zich niet zullen laten leiden door de sceptische vleugel van de Britse Conservatieve Partij en dat ook nooit hebben gedaan.
De agenda van die vleugel van de partij is ook zeker niet in het belang van Groot-Brittannië – alleen in het belang van de Conservatieve Partij. Het is een schande dat een land dat ons Winston Churchill geschonken heeft, deze mensen naar dit Parlement gestuurd heeft – mensen die hun eigen kleine belangen voorrang geven boven de belangen van het Britse volk en de belangen van Europa.
Het is raar deze Britse Conservatieven in het gezelschap te zien van de verzuimende Sinn Féin-partij; geen van beide groeperingen is vandaag of gisteren in dit Huis geweest. Ze komen niet opdagen. Ze doen niet mee in de commissies van dit Huis. Ik heb geen idee hoe ze hun salaris en onkostenvergoedingen ontvangen, maar ze hebben ons verteld dat goedkeuring van dit verslag – en andere verslagen – het ergste was dat in deze zittingsperiode kon gebeuren, en vervolgens komen ze niet eens stemmen. Dat is schandalig.
Robert Evans (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, na vijftien jaar wordt dit mijn laatste toespraak in het Europees Parlement en ik vind dat er maar weinig onderwerpen belangrijker zijn dan de hele asielzoekerskwestie en de manier waarop de Europese landen daarmee omgaan.
Er is ook geen eenvoudige oplossing van dit probleem. Als die er wel was, dan was er zo langzamerhand wel een land dat die oplossing gevonden had. De werkelijkheid is naar mijn mening dat de enige manier om het aantal wanhopige mensen te verminderen dat zijn toevlucht zoekt of asiel aanvraagt in een ander land dan het eigen land, is dat we iets doen aan de factoren die ertoe leiden dat ze zich gedwongen zien hun huis en land te verlaten. Daarom is het zo belangrijk dat wij in de EU, en in alle ontwikkelde democratische landen, advies, hulp en ondersteuning – inclusief financiële ondersteuning – bieden aan landen die te lijden hebben onder oorlog, geweld, ontbrekende mensenrechten of discriminatie.
Evenzeer moeten we de armoede in de wereld aanpakken, die bijdraagt aan de migratiedruk. We mogen mensen die gedwongen zijn asiel of een vluchtelingenstatus aan te vragen, nooit veroordelen. In plaats daarvan moeten we hen medeleven betonen en hen onze steun aanbieden. Dat is de uitdaging waar we in deze tijd mee geconfronteerd worden.
Daniel Hannan (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, het recht je eigen grenzen te bewaken is een kenmerkende eigenschap van een soevereine staat en het gunnen van een verblijfsvergunning of van nationaliteitsrechten is een kenmerk van nationaliteit. Als we dat van een nationaal naar een Europees niveau overhevelen, behandelen we de EU als één rechtsgebied met eigen buitengrenzen en de overige attributen van nationaliteit. Daar is geen mandaat voor: niemand heeft gestemd voor de oprichting van zo'n Europees asielbureau. Maar natuurlijk roepen we hiermee een nieuwe bureaucratie in het leven, zodat er een gevestigd belang ontstaat in blijvende harmonisering van beleid op Europees niveau door de jaren heen, met of zonder de steun van de bevolking.
Met betrekking tot een ander onderwerp moet ik nog reageren op de aan mij gerichte opmerkingen van Gay Mitchell, de afgevaardigde van Dublin, even geleden. Hij wierp mij Winston Churchill voor de voeten en zei dat het een schande is dat de partij van Churchill mensen als ik naar Straatsburg gestuurd heeft.
Ik zal mijn toespraak afronden met een citaat van Churchill zelf over dit onderwerp. Hij zei: 'Wij hebben onze eigen droom en onze eigen taak. Wij zijn bij Europa, maar niet van Europa. We zijn ermee verbonden, maar er niet mee samengevoegd. We zijn geïnteresseerd en betrokken, maar er niet door opgeslorpt. En mochten Europese staatslieden de volgende, eeuwenoude woorden tot ons richten: “Is er iets om voor u te spreken tot den koning, of tot den krijgsoverste?”, dan moeten we hetzelfde antwoord geven als de Sunamitische vrouw: “Nee, heer, ik woon in het midden mijns volks”.'
Hannu Takkula (ALDE). – (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik wil heel kort zeggen dat ik voor het verslag van mevrouw Hieronymi heb gestemd. Ik wil mevrouw Hieronymi ook bedanken voor het feit dat zij in de Commissie cultuur en onderwijs zulk uitstekend werk heeft verricht op het gebied van audiovisuele zaken. Ik weet dat zij het Parlement gaat verlaten en dat dit haar laatste verslag was voor ons in het Europees Parlement, in ieder geval voorlopig.
Het is heel belangrijk dat het audiovisuele onderdeel van het programma MEDIA Mundus zodanig wordt uitgebreid dat het ook toegankelijk wordt voor derde landen, waaronder de Afrikaanse landen. Op die manier kan de samenwerking met deze landen worden uitgebreid. Dit is ook een uitstekende vorm van ontwikkelingssamenwerking en een manier om deze landen te helpen op hun weg naar een beter leven en betere ontwikkeling. Op die manier kunnen wij ook een ethische verantwoordelijkheid dragen, zoals dat hoort, voor de volken in Afrika. Maar bovenal wil ik met mijn interventie mevrouw Hieronymi bedanken voor haar uitstekende werk.
Neena Gill (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik vraag het woord om mijn steun uit te spreken voor het verslag-Costa. Ik maak me er echter zorgen over – en ik wil dat onder de aandacht van dit Huis brengen – hoe dit soort voorschriften gebruikt wordt om de concurrentie te verstikken, in plaats van om luchtvaartmaatschappijen te beschermen, wat het doel van deze wetgeving is.
Het is niet ongebruikelijk dat luchtvaartmaatschappijen 'slots' hamsteren. Ik zal u een voorbeeld geven: het vliegveld Birmingham in mijn eigen kiesdistrict. We hebben de opschorting door Air India van rechtstreekse vluchten naar Amritsar meegemaakt. Die uiterst populaire en winstgevende verbinding werd in oktober geannuleerd, waardoor klanten extra moesten reizen en extra moeite moesten doen om van andere vliegvelden te kunnen vertrekken. De reden voor de annulering was dat Air India haar uiterst waardevolle Heathrow-slots niet kwijt wilde. Het is werkelijk ongelooflijk dat er talloze andere luchtvaartmaatschappijen zijn die bereid zouden zijn van de slots gebruik te maken, maar dat niet kunnen omdat Air India er geen afstand van wil doen.
Ik hoop dat het gevolg van deze wetgeving zal zijn dat we ervoor kunnen zorgen dat luchtvaartmaatschappijen niet onnodig aan slots vasthouden. De Commissie moet goed opletten dat er geen misbruik van gemaakt wordt. Het is niet alleen dat ik een achterdochtig type ben, maar de kans bestaat dat de consument anders heel weinig meer te kiezen zal hebben.
Daniel Petru Funeriu (PPE-DE), – (RO) De situatie in de Republiek Moldavië is nu zonneklaar. We hebben te maken met een communistische partij die zich op dezelfde manier gedraagt als de communistische partijen in Sovjetstijl, die de helft van Europa in de twintigste eeuw in hun greep hielden. Er is een door democratie geïnspireerde oppositie die strijdt voor een Republiek Moldavië die naar Europese waarden wordt ingericht.
De resolutie waar we vandaag over stemmen zendt een krachtig politiek signaal aan Chisinau uit, maar dit signaal moet duidelijk wel worden ondersteund door specifieke acties van de Commissie en de Raad. Ik roep de Europese Commissie derhalve op actief met de democratische oppositie in Chisinau samen te werken om effectieve manieren te vinden om het democratisch bewustzijn in de Republiek Moldavië te versterken. De meest effectieve manier om dit te doen is, mijns inziens, door de visumplicht voor burgers uit de Republiek Moldavië binnen de Gemeenschap af te schaffen.
Ik wil de Raad duidelijk te kennen geven dat we ons geen illusies moeten maken. De sleutel naar democratisering in de Republiek Moldavië ligt nog altijd in Moskou. De Europese Unie moet actie ondernemen om deze invloed in te dammen. Bovendien toont de geschiedenis ons dat deze acties krachtdadig moeten zijn. De burgers van Moldavië verwachten van de Europese Unie exact hetzelfde als wat de burgers van Oost-Europa voor 1989 van het westen verwachtten.
Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE), – (LT) Ik heb voor de resolutie inzake de situatie in Moldavië gestemd omdat ik op 5 april een van de internationale waarnemers was die toezicht hielden op de parlementaire verkiezingen in dat land. We waren allemaal getuige van de onlusten die na de verkiezingen in Moldavië uitbraken, maar nu, een maand na de verkiezingen, ben ik van mening dat het met name belangrijk is opnieuw te benadrukken dat de banden tussen de Europese Unie en de Republiek Moldavië zich verder moeten kunnen blijven ontwikkelen en dat we dit willen omdat we naar meer Europese stabiliteit, veiligheid en welzijn streven en omdat we naar nieuwe grenzen streven.
Nochtans moet de samenwerking van de Europese Unie met Moldavië gepaard gaan met een oprechte en duidelijke verplichting van de kant van de Moldavische regeringsinstanties om naar democratie te streven en de mensenrechten te respecteren.
Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE), – (LT) Ik ben zeer opgetogen over de uitslag van de stemming over het verslag over de mensenrechten in de wereld in 2008. Ik ben met name verheugd over het standpunt van het Europees Parlement tijdens de stemming over het tweede amendement dat ging over paus Benedictus XVI.
Ik ben van mening dat de taal, beweringen en vocabulaire die in dit amendement werden gebruikt absoluut onaanvaardbaar zijn en ik kan me nauwelijks een situatie voorstellen waarin dit Parlement zijn zittingsperiode zou afsluiten met de goedkeuring van een verklaring die paus Benedictus XVI veroordeelt omwille van zijn uitspraken en zijn leer van de Kerk.
Ik feliciteer het Parlement derhalve met de goedkeuring van dit document, een belangrijk document over de situatie van de mensenrechten in de wereld in het afgelopen jaar, dat de belangrijkste problemen aankaart (doodstraf, marteling en andere wrede, onmenselijke behandelingen, de situatie van mensenrechtenactivisten, de situatie van vrouwen- en kinderrechten en allerlei andere zaken).
Bernd Posselt (PPE-DE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ook ik wil het Parlement bedanken dat het de schandalige aanvallen van de liberale fractie tegen de paus heeft afgewezen. Ook in de enigszins bijgeschaafde formulering van collega Lambsdorff zou het een schandalige verklaring geweest zijn. Ik wil duidelijk stellen dat hier geprobeerd wordt de grootste autoriteit op moreel gebied in de 21e eeuw, die meer dan een miljard katholieke aanhangers heeft en Europa en de wereld houvast biedt, over één kam te scheren met folteraars, schenders van mensenrechten en dictatoren. Dit is een ongehoorde gang van zaken waarvan de liberale fractie en de Duitse FDP de gevolgen nog zullen ondervinden.
Daniel Hannan (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, elke keer als we over mensenrechten discussiëren, lijkt het wel alsof we het over een virtuele EU hebben: een Europese Unie die alleen in resoluties van het Parlement, persberichten van de Commissie en communiqués van de Raad bestaat. Het is een prachtige, vredige mensenrechten-EU, die haar waarden niet door middel van fragmentatiebommen verspreidt, maar door handelsakkoorden en partnerschapsovereenkomsten.
Maar ik vind dat er iemand moet zijn die er van een afstandje naar kijkt en vraagt waar die Europese Unie in de echte wereld ligt. In de echte wereld probeert Brussel wapens aan het communistische regime in Peking te verkopen en Taiwan te isoleren, bij de ayatollahs in Teheran in de gunst te komen, weigert Brussel zaken te doen met de anti-Castro-dissidenten in Cuba en worden er pogingen gedaan geld naar Hamas door te sluizen. Er worden protectoraten in Bosnië en Kosovo gerund – oftewel satraapschappen, zoals in de Ottomaanse tijd – en binnen haar eigen grenzen negeert de EU in referenda de wil van het volk.
Pas als we het grondrecht eerbiedigen dat we onze regering door onze keus in het stemhokje en het overheidsbeleid door onze stem binnen de Europese Unie kunnen wijzigen, misschien hebben we dan het morele recht verdiend om anderen de les te lezen.
Syed Kamall (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een van de dingen waar een aantal van mijn kiezers zich zorgen over maakt is de enorme afkalving van burgerlijke vrijheden sinds de Labourregering in 1997 aan de macht is gekomen. Ze maken zich nog meer zorgen over de enorme uitholling van de burgerlijke vrijheden op EU-niveau. Een aantal verdragen, bijvoorbeeld het Verdrag van Prüm, heeft voor grote onrust gezorgd. Gelukkig heeft een recente uitspraak van het EHvJ ervoor gezorgd dat de Britse regering de gegevens en profielen van mensen wier onschuld bewezen is, heeft moeten teruggeven, terwijl die regering ze wilde behouden.
Uit de beslissing van de Britse regering om de profielen van onschuldige mensen pas te verwijderen na ten minste zes jaar, blijkt echter dat zij weinig respect heeft voor onze vrijheden. De beslissing geeft duidelijk aan dat in Groot-Brittannië het recht om als onschuldig beschouwd te worden tot het tegendeel bewezen is, alleen maar een loze kreet is en geen grondregel van de samenleving. Het is al erg genoeg dat de Britse politie toegang heeft tot deze grote hoeveelheid gegevens en persoonlijke informatie, maar nu zullen andere Europese regeringen er ook inzage in krijgen.
Het Verdrag van Prüm is de Europese wetgeving binnengedrongen zonder deugdelijk democratisch onderzoek. Het lijkt erop dat de persoonlijke gegevens van meer dan 3,5 miljoen mensen over de hele EU uitgestrooid zullen worden. Weinig mensen zullen dat een vertrouwenwekkende gedachte vinden.
Christopher Heaton-Harris (PPE-DE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik weet dat men hier weinig idee heeft van wat de mensen in Europa echt willen. Dit Parlement geeft er verre de voorkeur aan hen te vertellen wat het vindt dat ze zouden moeten willen. Ik ben niet aardig; ik neem aan dat de leden van dit Parlement echt wel begrijpen wat onze kiezers willen en wat ze van Europa vinden, maar velen van ons hier kan het gewoon niet schelen.
Het boeit ze niet om te luisteren naar minderheden in dit Parlement die vinden dat de EU de verkeerde richting opgaat, en ze laten zich zeker niets gelegen liggen aan de tegenstemmen in de in de EU gehouden referenda. Het kan ze niet schelen of ze hun zin krijgen doordat regeringen – zoals de regering van het Verenigd Koninkrijk – hun kiezers voorliegen, een vals mandaat krijgen, een referendum over deze kwesties beloven en die belofte vervolgens verbreken. Wat de mensen hier interesseert, is tijd. Waarom? Waarom is er zo'n haast bij om het Verdrag van Lissabon door alle 27 lidstaten te laten ratificeren? Het antwoord is heel eenvoudig: om het Britse volk invloed op dit onderwerp te ontzeggen.
Ik vertrek hier vandaag en hoop terug te keren in het parlement van mijn lidstaat, het House of Commons, om de mensen in Woodford Halse, Daventry, Long Buckby, Guilsborough, Brixworth, Earls Barton and elders in het kiesdistrict Daventry te vertegenwoordigen. Dat zijn mensen die er genoeg van hebben genegeerd te worden door de huidige Britse regering, de leden van dit Parlement en de Europese Commissie. Als ik in het House of Commons gekozen wordt, zal ik niet rusten voordat mijn kiezers iets te zeggen zullen hebben over dit verdrag. Gelukkig denk ik dat dat in het Verenigd Koninkrijk spoedig het geval zal zijn. Gaat u dus maar lekker door hier; het Britse volk zal heus wel een stem in het kapittel krijgen.
Glyn Ford (PSE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag een stemverklaring afleggen over het verslag-Brok. Dat doe ik in de eerste plaats als eerbewijs aan het werk dat de heer Brok in dit Huis verricht heeft. In de tweede plaats wil ik laten zien dat ik de ratificering van het Verdrag van Lissabon steun, maar het allerbelangrijkste is dat ik er bij mijn regering op wil aandringen de extra zetel die het Verenigd Koninkrijk krijgt als het Verdrag van Lissabon wordt geratificeerd, toe te wijzen aan de bevolking van Gibraltar.
Ik ben er trots op dat ik Gibraltar de afgelopen vijf jaar in dit Parlement heb vertegenwoordigd en ik ga daar graag mee door. Toch moet ik eerlijk zeggen dat het moeilijk is voor de zeven leden die als vertegenwoordigers van Gibraltar gekozen zijn, om recht te doen aan het scala aan onderwerpen dat op ons bordje komt: mensenrechten, klokkenluiders, pensioenen, grensoverschrijdende vervuiling en, uiteraard, de bilaterale betrekkingen met Spanje.
Sommigen vinden dit buiten proportie. Gibraltar zou met een eigen zetel naar verhouding te veel krijgen. Ik kan u zeggen dat Denemarken jarenlang een zetel in dit Huis aan Groenland heeft gegeven. Groenland heeft ongeveer twee keer zoveel inwoners als Gibraltar. Denemarken gaf 8 procent van zijn zetels aan 50 000 mensen. Ik vraag de Britse regering minder dan 1,5 procent van de zetels te geven aan 26 000 mensen in Gibraltar.
Daniel Hannan (NI). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, in de tien jaar dat ik in dit Huis gezeten heb, heb ik naar heel veel onzin moeten luisteren, maar ik geloof niet dat ik ooit zulke onversneden kletskoek heb gehoord als gisteren in het debat over dit verslag uit de mond van archetypische federalisten als de heren Brok en Corbett, met hun gehuichel over de soevereiniteit van nationale parlementen – alsof ze daar ook maar iets om geven.
De soevereiniteit van een parlement betekent: de soevereiniteit van een volk. Een parlement is er niet om de privileges van parlementariërs te garanderen. Als we een parlement kiezen, vertrouwen we het voor een beperkte periode de bescherming van onze vrijheden toe. Nationale parlementariërs hebben niet het recht permanent van die vrijheden af te wijken zonder ruggenspraak te houden en het volk om een uitdrukkelijk mandaat te vragen.
In het Verenigd Koninkrijk hebben we 646 parlementariërs. 638 daarvan zijn gekozen op basis van de expliciete belofte dat zij de Europese Grondwet aan een referendum zouden onderwerpen voordat ze haar zouden ratificeren. Dit geklets over de wettigheid van de Europese Grondwet nu al die parlementariërs ermee ingestemd hebben, ontkracht niet het pleidooi voor een referendum; nee, het ontkracht de representatieve democratie die we hebben.
Als we eerbaarheid, betekenis en zin willen terugbrengen in de bestaande systemen van representatieve overheid, dan moeten we het volk vertrouwen en het zijn referendum gunnen – zoals we beloofd hebben. Pactio Olisipiensis censenda est!
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor het verslag gestemd over gendermainstreaming in de externe betrekkingen van de EU. Een betere integratie van vrouwen in de politiek, met name in de externe betrekkingen en de diplomatie, is essentieel voor de succesvolle uitvoering van het externe beleid van de EU, inclusief de beleidslijnen inzake steun, ontwikkeling, uitbreiding, nabuurschapsbeleid, het oplossen van conflicten, veiligheid, vredesopbouw en internationale handel.
Hoewel er op het niveau van de EU veel beleidsdocumenten zijn aangenomen op het terrein van gendergelijkheid en rechten van vrouwen, laat het praktische engagement op dit terrein te wensen over en zijn de begrotingsmiddelen die specifiek bestemd zijn voor genderkwesties ontoereikend. Ik vind het van belang te onderstrepen dat voor echte gendermainstreaming verklaringen op hoog politiek niveau niet volstaan, maar dat daarvoor ook de politieke wil nodig is van de leiders van de EU en van de lidstaten.
Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De Britse Conservatieve leden van dit Parlement zijn onverdeeld voorstander van een beleid van gelijke kansen voor en non-discriminatie van vrouwen bij de overheid en in het bedrijfsleven, op alle gebieden. De voorschriften in dit document zijn echter te gedetailleerd; er wordt geprobeerd tot in details alle aspecten van het externe beleid te beheersen. Men wil een Europees Instituut voor Gendergelijkheid oprichten, maar houdt geen rekening met de grote vorderingen die alle EU-instellingen al gemaakt hebben bij het bieden van alle beschikbare kansen aan vrouwelijk personeel. In het verslag wordt melding gemaakt van benchmarks en doelstellingen die wel erg op quota lijken, alleen niet zo genoemd worden, en er wordt gepleit voor de inzet van vrouwen in EVDB-missies, maar zonder duidelijkheid over hun gevechtsstatus te bieden. Daarom hebben de Britse Conservatieven zich van stemming over dit verslag onthouden.
Jan Andersson, Göran Färm, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Het Parlement heeft vandaag over een verslag over de nieuwe rol en bevoegdheden van het Parlement bij de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon gestemd. In het verslag worden adviezen gebundeld van verschillende commissies betreffende de veranderingen die het Verdrag van Lissabon inhoudt. In het verslag zegt het Parlement ingenomen te zijn met de grotere invloed die het op het wetgevingswerk in de EU zal hebben.
Wij hebben ervoor gekozen om voor dit verslag te stemmen omdat het Parlement zich moet voorbereiden om de veranderingen die in verband met zijn werkzaamheden zullen plaatsvinden als het Verdrag van Lissabon in werking treedt, uit te kunnen voeren. Onze stem mag echter op geen enkele manier worden gezien als het vooruitlopen op het ratificatieproces van de individuele lidstaten. Wij eerbiedigen het recht van elke lidstaat om zelf een beslissing te nemen over de ratificatie van het Verdrag van Lissabon volkomen.
Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Het Europees Parlement heeft geen rol of verantwoordelijkheid bij de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon. Waarom niet? Omdat het verdrag nog niet in werking getreden is: de Ieren hebben er vorig jaar immers massaal 'nee' tegen gezegd. Het gepraat over de nieuwe rol en verantwoordelijkheden bij de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon is daarom ongelooflijk arrogant en symptomatisch voor de institutionele onverschilligheid voor de publieke opinie die de EU kenmerkt.
Ik hoop dat de Ierse kiezers die later dit jaar naar de stembus gaan, het Verdrag van Lissabon opnieuw zullen verwerpen. De leider van mijn partij, de Conservatieve Partij, David Cameron zet zich in voor een nationaal referendum over het Verdrag van Lissabon als het nog niet in werking is getreden. Ik hoop daarom dat de Britten de kans zullen hebben de laatste nagel in de doodskist van dit vervloekte verdrag te spijkeren. De Britse Conservatieven hebben een heel andere visie op de EU dan de visie die het Verdrag van Lissabon representeert; het is daarom terecht dat wij een nieuwe politieke groepering in het Europees Parlement gaan vormen om onze visie uit te dragen.
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor het verslag van rapporteur Jo Leinen gestemd. In dit verslag wordt een gedetailleerde analyse gepresenteerd van de nieuwe rol en bevoegdheden van het Europees Parlement bij de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Lissabon, vooral met betrekking tot de nieuwe medebeslissingsbevoegdheden, nieuwe begrotingsbevoegdheden, een nieuwe instemmingsprocedure, nieuwe toezichtsbevoegdheden, nieuwe rechten op informatie en nieuwe rechten van burgers.
Het eindresultaat is dat het Europees Parlement meer macht krijgt, met name in de vorm van medebeslissingsrecht, en meer invloed krijgt op de besluitvorming, wat de democratische legitimiteit van de Europese Unie ten goede komt.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Deze resolutie maakt deel uit van een pakket van vijf resoluties, die vandaag worden goedgekeurd door het Europees Parlement, en die blijk geven van een uitgesproken minachting voor de democratische en soevereine wil van de Franse, Nederlandse en Ierse bevolking, die de zogenaamde Europese grondwet en het Verdrag van Lissabon hebben afgewezen. Daarmee is dit een onderdeel van het antidemocratische proces dat dit onacceptabele ontwerpverdrag wil doordrukken.
Met een totaal gebrek aan respect voor de democratische wil die deze bevolkingen tot uitdrukking hebben gebracht en voor de bepalingen uit de Verdragen zelf – goedgekeurd door de gezamenlijke rechtse en sociaal-democratische krachten – wordt de Ierse bevolking gedwongen tot een nieuw referendum (en wordt aan andere bevolkingen deze weg onthouden) en worden de druk en de bemoeienissen opgevoerd om mensen te dwingen dit verdrag te accepteren, dat het federalisme, neoliberalisme en militarisme van de EU zal opvoeren.
Dat is de hypocriete en cynische 'Europese democratie': diezelfde mensen die doen alsof er niet gezegd is wat er gezegd is (zoals de Portugese Socialisten en Sociaaldemocraten), onthouden de bevolking het recht op debat en volksraadpleging door middel van een referendum over het ontwerpverdrag van Lissabon; diezelfde mensen die de wil van het volk alleen respecteren als deze met die van hen strookt, vragen nu de inwoners van alle EU-landen hun vertrouwen aan hen te schenken en bij de komende verkiezingen voor het Europees Parlement op hen te stemmen ...
Je moet maar durven ...
Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Het Verdrag van Lissabon, dat voor 96 procent identiek is aan het ontwerp van grondwettelijk verdrag, is in het referendum in Ierland verworpen. Voordien werd het ontwerp van grondwettelijk verdrag verworpen in referenda in Frankrijk en Nederland.
De meerderheid in dit Parlement weigert haar politiek verlies toe te geven. Dat is een stuitende schending van de democratische beginselen en een al even stuitend voorbeeld van de arrogantie van de macht die kentekenend is voor de EU-samenwerking.
Het verslag van de heer Leinen over de nieuwe rol van het Parlement brengt hulde aan de stappen naar de Verenigde Staten van Europa die met het Verdrag van Lissabon worden gezet en aan het feit dat de EU ook op het gebied van onderwijs, waaronder sport, enzovoort actief zal worden.
Het zou wenselijk zijn geweest dat het verslag in plaats daarvan het probleem van het gebrek aan democratische legitimiteit van dit Parlement zou hebben behandeld. We steven opnieuw op verkiezingen af waarbij de opkomst volgens de voorspellingen erg laag zal liggen. De kiezers in de lidstaten voelen zich nog altijd erg weinig betrokken bij het uitermate centralistisch Europees Parlement. Zolang als het politieke debat van de representatieve democratie gericht blijft op de verkiezingen voor de nationale parlementen, zouden het de nationale parlementen moeten zijn die de hoogste besluitvormingsorganen in de Unie zijn, niet het Europees Parlement.
Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Waarom praten we eigenlijk over het Verdrag van Lissabon terwijl het nog niet eens in werking getreden is? Waarom negeren we in feite de democratische wil van het Ierse volk, dat een jaar geleden tegen het verdrag gestemd heeft? Natuurlijk omdat de EU heel weinig geeft om de mening van het volk en vastbesloten is zo snel mogelijk tot een steeds hechter verbond te komen, ondanks het gebrek aan legitimatie daartoe van de bevolking. De Ierse kiezers zullen nogmaals hun stem moeten uitbrengen, alleen maar omdat de EU gewoon geen 'nee' accepteert.
De kloof tussen de EU en haar bewoners wordt steeds groter. Verwijzingen naar het Verdrag van Lissabon alsof het onontkoombaar is, bevestigen dit democratische tekort alleen maar. Om die reden, maar ook om vele andere redenen, ben ik blij dat de Britse Conservatieven in het volgende parlement deel zullen uitmaken van een nieuwe politieke groepering die zich wijdt aan de hervorming van de EU en aan bestrijding van het heersende dogma van een steeds hechtere unie – een gedachte die zo impopulair is gebleken en zoveel schade heeft aangericht in het noordoosten van Engeland, mijn regio.
Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Wij hebben voor het verdrag over de financiële aspecten van het Verdrag van Lissabon gestemd, dat gaat over hoe de begrotingsprocedure eruit zal zien als het Verdrag van Lissabon in werking treedt.
De delen van het verslag waarin wordt gesteld dat de EU eigen middelen moet hebben door de bevoegdheid om belastingen te heffen, steunen wij niet. Wij zijn ook tegen de invoering van flexibiliteitsmechanismen.
Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Het Verdrag van Lissabon, dat voor 96 procent identiek is aan het ontwerp van grondwettelijk verdrag, is in het referendum in Ierland verworpen. Voordien werd het ontwerp van grondwettelijk verdrag verworpen in referenda in Frankrijk en Nederland.
De meerderheid in dit Parlement weigert haar politiek verlies toe te geven. Dat is een stuitende schending van de democratische beginselen en een al even stuitend voorbeeld van de arrogantie van de macht die kentekenend is voor de EU-samenwerking.
Ik vind niet dat het Europees Parlement grotere invloed op de EU-begroting moet hebben. Tijdens mijn tijd in dit Parlement heb ik keer op keer vastgesteld hoe de federalistische meerderheid gul subsidies wil uitdelen aan alles gaande van culturele projecten tot structurele steun en meer EU-bureaucratie. Volgens de meerderheid in het Europees Parlement moeten alle verschillende belangengroepen in het regionaal beleid, de visserij- en de landbouwsector een deel van de Europese koek krijgen. In een aantal gevallen gaat het om uitgaven die pure pr-stunts zijn. Dat gulle uitgavenbeleid wordt door de EU gevoerd in een tijd van financiële crisis waarin de lidstaten in hun uitgaven voor gezondheidszorg, onderwijs en sociale zorg moeten snoeien.
Het belangrijkste van allemaal is dat het Europees Parlement tot dusver gelukkig geen al te grote invloed op het EU-landbouwbeleid heeft gehad, want anders zou de Unie in een val van protectionisme en zware subsidies aan alle verschillende groepen in de landbouwsector zijn gelopen.
Philip Bradbourn (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De Britse Conservatieven hebben tegen het asielpakket gestemd omdat wij niet geloven in een communautaire benadering van het asiel- en immigratiebeleid, al vinden we samenwerking op dat gebied wel belangrijk. De beveiliging van nationale grenzen blijft voor ons een essentieel element van het overheidsbeleid op nationaal niveau.
Carl Lang en Fernand le Rachinel (NI) , schriftelijk. – (FR) Vijftien dagen geleden nam het Europees Parlement een verslag aan betreffende het gemeenschappelijk beleid inzake immigratie voor Europa, en daarmee legde het de basis voor een massale en door de Europese Commissie reeds geprogrammeerde immigratie. Vandaag is het de beurt aan de asielzoekers. Het is zaak een “Europa van het asiel” tot stand te brengen.
De niet onder stoelen of banken gestoken doelstelling is om hogere normen voor de behandeling van asielzoekers op het gebied van opvangvoorzieningen te waarborgen. Dat betekent niet alleen het harmoniseren van de minimumnormen voor de opvang van asielzoekers tussen alle lidstaten, maar ook het bevorderen van hun massale vestiging.
Hiertoe zal de werkingssfeer van deze toekomstige richtlijn worden verruimd tot alle personen die al dan niet rechtmatig het grondgebied van de Europese Unie betreden. De in de lidstaten bestaande administratieve beperkingen betreffende de toegang tot de arbeidsmarkt moeten allemaal worden afgeschaft. De lidstaat van opvang moet zorg dragen voor sociale, medische, psychologische, huisvestings- of rechtsbijstand. Op het verlenen van deze vormen van bijstand zal toezicht worden uitgeoefend en bij weigering zullen gerechtelijke stappen worden genomen … hetgeen heel vaak niet het geval is voor de onderdanen zelf …
Door deze tweede fase van het 'asielpakket' goed te keuren vergemakkelijkt en bevordert Brussel de wereldwijde immigratie richting Europa.
Wij zijn en blijven gekant tegen deze mondialistische visie die slechts beoogt de volken van Europa en de Europese naties te gronde te richten, niet meer en niet minder.
Martine Roure (PSE), schriftelijk. – (FR) Voor de laatste stemming van deze zittingsperiode wordt ons verzocht ons uit te spreken over het 'asielpakket'. Het betreft de uitkomst van een proces dat deze hele zittingsperiode heeft bestreken. Er is weliswaar enige vooruitgang geboekt, maar helaas blijven er verschillen van inzicht tussen de lidstaten als het gaat om de erkenning van de vluchtelingenstatus. Dit blijkt mijns inziens uit de tekortkomingen in de richtlijn betreffende de voorwaarden voor opvang van asielzoekers. Het zijn nog altijd de lidstaten die de eerste viool spelen, ten koste van de Europese eenheid die op dit punt noodzakelijk is. Ik hoop dat we deze situatie in de volgende ambtsperiode, in tweede lezing, kunnen omkeren om te komen tot een volwaardig Europees asielrecht dat deze uiterst kwetsbare mannen en vrouwen daadwerkelijk beschermt.
Charlotte Cederschiöld, Christofer Fjellner, Gunnar Hökmark en Anna Ibrisagic (PPE-DE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse conservatieven, hebben vandaag voor het verslag A6-0284/2009 van mevrouw Hennis-Plasschaert gestemd over de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze wordt ingediend.
Wij zijn ons ervan bewust en hebben er begrip voor dat het grote aantal mensen dat met boten via de Middellandse Zee aankomt, sommige van de kleine landen aan de zuidelijke zeegrens van de EU in een moeilijke situatie brengt, en wij zijn het ermee eens dat er iets moet worden gedaan om de situatie op te lossen.
Het is belangrijk dat het zogenaamde opschortingsmechanisme niet op een manier wordt geformuleerd die de prikkel voor de lidstaten om de norm voor de asiel- en opvangprocedure te verbeteren, weg dreigt te nemen, wat indruist tegen het basisidee van de gemeenschappelijke regelgeving.
Jan Andersson, Göran Färm, Anna Hedh, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Wij, sociaaldemocraten, zijn ingenomen met alle initiatieven die de situatie van asielzoekers en mensen zonder papieren verbeteren. Wij bepleiten een genereus gemeenschappelijk asiel- en migratiebeleid waarin de behoeften van de mensen centraal staan in overeenstemming met de verbintenissen die de lidstaten in de Verdragen van Genève aan zijn gegaan. Ook al houdt het “asielpakket” in dat een aantal goede stappen worden gezet, toch hebben wij ervoor gekozen om tegen de verslagen van mevrouw Hennis-Plasschaert en de heer Masip Hidalgo te stemmen.
Wij, sociaaldemocraten, betreuren het beleid dat door de rechtse meerderheid inzake asiel- en migratieaangelegenheden in het Europees Parlement wordt gevoerd. Wij distantiëren ons met name van het feit dat mondelinge informatie niet hoeft te worden verstrekt in een taal die ze begrijpen en dat inbewaringstelling niet hoeft te gebeuren binnen het kader van de Verdragen van Genève, alsmede van medische onderzoeken om de leeftijd te bepalen en van de kwestie van de gratis rechtsbijstand. Wij betreuren ook dat de rechtse meerderheid asielzoekers niet binnen zes maanden toegang tot de arbeidsmarkt wil geven.
Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De oprichting van dit bureau is weer een nieuwe stap in de richting van een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid, een beleid dat ik ten zeerste afkeur. Ik ben van mening dat de vraag wie toegelaten moet worden tot het Verenigd Koninkrijk de verantwoordelijkheid dient te zijn van gekozen parlementariërs en rekenschap verschuldigde ministers in het Verenigd Koninkrijk zelf, niet de verantwoordelijkheid van de EU.
Als we de controle over het asiel- en immigratiebeleid afstaan aan de EU, dan zou dat ons nationaal belang ten zeerste schaden en zouden we in potentie blootgesteld worden aan grotere risico's in verband met terrorisme en georganiseerde misdaad.
De ontwikkeling naar een gemeenschappelijk asiel- en immigratiebeleid is opnieuw een teken van de vastbeslotenheid van de EU om een gemeenschappelijke politieke entiteit met uniforme regels voor iedereen te creëren. Die visie op de EU delen de Britse Conservatieven niet en wij zullen een heel andere visie op de EU propageren wanneer we in het volgende Parlement een nieuwe politieke groepering vormen.
Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Alle verslagen inzake asiel waarover vandaag wordt gestemd hanteren een lakse en uitgebreide interpretatie van het asielrecht, die uiteindelijk nadelig zal uitpakken voor mensen die echt behoefte hebben aan internationale bescherming, om hun leven, hun lichamelijke integriteit of hun vrijheid te redden.
De nieuwe sociale, financiële en familiale rechten die u de lidstaten verplicht wilt laten toekennen aan asielzoekers, zullen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen op al diegenen in aanmerking willen komen voor economische immigratie, de diensten die zich met deze problemen bezighouden verder doen dichtslibben, en de behandeling van dossiers nog meer vertragen. En dat alles omdat u eens te meer de ogen sluit voor misbruik en omzeiling van procedures, en omdat u de rechten en de status die erkende vluchtelingen zouden kunnen krijgen, en de status die u wilt toekennen aan gewone asielzoekers nog altijd over één kam scheert.
Het meest onaanvaardbaar is echter het verslag-Lambert, dat voorziet in de oprichting van een zogenaamd Europees ondersteuningsbureau, dat naar eigen goeddunken asielzoekers kan verdelen over de landen van de Europese Unie.
Wij zijn geen tegenstander van intergouvernementele samenwerking op deze terreinen, met eerbiediging van het soevereine recht van de lidstaten om te beslissen wie hun grondgebied mag betreden, en onder welke voorwaarden, maar wij zijn wél tegen uw beleid.
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. – (PT) Ik heb voor het verslag-Zwiefka gestemd, omdat ik het van groot belang vind dat er een procedure komt voor de onderhandelingen over en de sluiting van internationale overeenkomsten door lidstaten op gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap vallen, in gevallen waarin de Gemeenschap niet heeft besloten haar bevoegdheid uit te oefenen.
Met andere woorden: op dit moment kan Portugal bepaalde internationale overeenkomsten niet afsluiten om juridische samenwerking te versnellen, onder andere op het gebied van echtscheidingen en nietigverklaring van huwelijken, omdat de Gemeenschap geacht wordt gedeeltelijke bevoegdheid op deze terreinen te hebben verworven. Dankzij dit voorstel kunnen dergelijke overeenkomsten worden afgesloten, mits de Gemeenschap niet voornemens is een overeenkomst op dit terrein af te sluiten met een derde land, of deze al heeft afgesloten. Ik vind het van groot belang dat de onderhandelingen over deze verordening zo snel mogelijk wordt afgerond, aangezien dit niet alleen in het belang van de Portugese burgers is, maar van alle burgers in Europa.
Marie-Hélène Descamps (PPE-DE), schriftelijk. – (FR) De betrekkingen die zich hebben ontwikkeld tussen de audiovisuele sectoren in de lidstaten van de Unie en die in derde landen moeten worden voortgezet en versterkt in het belang van vakmensen maar ook van de consument. Het audiovisuele samenwerkingsprogramma MEDIA Mundus dat vandaag door het Europees Parlement is goedgekeurd, en dat ik steun, past in dit streven.
Het biedt namelijk een geschikt kader om het concurrentievermogen en de wereldwijde verspreiding van audiovisuele werken te bevorderen. Dit door het Europees Parlement geïnitieerde programma zou bovendien moeten bijdragen aan de culturele diversiteit en een echte toegevoegde waarde vormen ten opzichte van de acties die de Unie en de lidstaten op dit terrein reeds op touw hebben gezet.
De inspanningen van onze rapporteur om te komen tot een akkoord in eerste lezing zouden dan ook snel nieuwe afzetmogelijkheden moeten opleveren en vakmensen in de audiovisuele sector uitzicht moeten bieden op duurzame arbeidsrelaties met hun collega's in derde landen.
Jim Higgins (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik heb tegen het rapport-Costa over luchthavenslots gestemd om aandacht te vragen voor het volledig ontbreken van overleg met de luchtvaartautoriteiten, het ontbreken van een debat met leden van het Parlement en de gehaaste aanpak van deze wetgeving. Deze maatregel zal de problemen in de luchtvaartsector alleen maar verergeren.
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor het verslag-Deprez gestemd. Deze verordening dient ter vaststelling van een procedure voor de onderhandelingen over en de sluiting van bilaterale overeenkomsten tussen lidstaten en derde landen. Ik vind het van groot belang dat er een procedure komt voor de onderhandelingen over en de sluiting van internationale overeenkomsten door lidstaten in gevallen waarin de Gemeenschap niet heeft besloten haar bevoegdheid uit te oefenen.
Om een voorbeeld te noemen: op dit moment kan Portugal bepaalde internationale overeenkomsten niet afsluiten om juridische samenwerking te versnellen, onder andere op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid, onderhoudsverplichtingen en echtscheiding, omdat de Gemeenschap geacht wordt gedeeltelijke bevoegdheid op deze terreinen te hebben verworven. Dankzij dit voorstel kan de Commissie toestemming verlenen voor het afsluiten van dergelijke overeenkomsten.
Gezien de nauwe banden die Portugal onderhoudt met bepaalde landen, vooral met landen van de Gemeenschap van Portugeessprekende landen, is het van groot belang dat Portugal op het gebied van het familierecht voortgang kan maken met de erkenning van de rechten van Portugese burgers in die landen, door het afsluiten of wijzigen van bilaterale overeenkomsten. Hoewel ik Portugal als voorbeeld neem, ben ik van mening dat het minstens net zo belangrijk is voor burgers uit andere EU-landen dat deze verordening zo snel mogelijk wordt aangenomen.
Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Het Europees Hof van Justitie heeft vastgesteld dat de Gemeenschap geen exclusieve bevoegdheid heeft om op bepaalde gebieden internationale overeenkomsten met derde landen te sluiten. Dezelfde bepalingen beletten individuele lidstaten die eerder bilaterale overeenkomsten met derde landen hebben gesloten of in toekomst willen sluiten, om dat te doen, omdat dit niet verenigbaar wordt geacht met het EG-Verdrag. In uitzonderlijke gevallen kan de EU lidstaten echter machtigen om bilaterale overeenkomsten te sluiten: als de Gemeenschap geen belang heeft om een overeenkomst met het derde land te sluiten, als de individuele lidstaat een specifiek belang heeft in de overeenkomst en als de overeenkomst geen negatieve gevolgen heeft voor het Gemeenschapsrecht.
Wij van Junilistan zijn voor de verwezenlijking van de interne markt en steunen het werk om op EU-niveau oplossingen te vinden voor de uitdagingen waar wij op het gebied van milieu mee worden geconfronteerd. Op die gebieden aanvaarden wij een bepaalde mate van supranationalisme. Wij verzetten ons echter tegen de bovenstaande supranationale wetgevingsmaatregelen. Individuele lidstaten moeten vanzelfsprekend de mogelijkheid hebben om bilaterale rechtsgeldige overeenkomsten met derde landen te sluiten als ze van oordeel zijn dat zulke overeenkomsten beter voor hen zijn dan de op EU-niveau bestaande overeenkomsten. Dat nu een beperkte mogelijkheid tot zelfbeschikking wordt voorgesteld door de invoering van een onderhandelingsprocedure is natuurlijk goed, maar het is een schrale troost die niets verandert aan het duidelijke, zij het onuitgesproken doel om een EU-staat tot stand te brengen.
Erik Meijer (GUE/NGL), schriftelijk. − Met betrekking tot de recente protesten tegen de verkiezingsuitslag in Moldavië heeft mijn fractie een afzonderlijke resolutie ingediend, die afwijkt van het compromis tussen vier fracties. Tussen beide resoluties bestaat geen verschil als het gaat om de keuze voor vrije en eerlijke verkiezingen. Er bestaat wel verschil waar het gaat om de beoordeling van de regering en de meerderheidspartij in dat land.
Mijn fractie volgt de redenering dat de protesten zijn georganiseerd door niet-democratische krachten die de herhaalde keuze van de helft van de kiezers voor de communistische partij willen aanvechten. Bovendien wordt ervan uitgegaan dat die protesten zijn georganiseerd vanuit het buurland Roemenië, dat Moldavië wil inlijven. Op grond van die overweging stemt mijn fractie in meerderheid tegen de gezamenlijke resolutie. Ik zal daarentegen vóór deze resolutie stemmen.
Veel Moldaviërs hebben de Roemeense nationaliteit aangevraagd. Politieke contacten met de huidige regeringspartij mogen niet verhinderen dat we de eventuele wens van een groot deel van de bevolking voor aansluiting bij Roemenië respecteren. Die wens wordt gestimuleerd, doordat verdere uitbreiding van het aantal lidstaten binnen de EU geen steun meer heeft van de publieke opinie. Aansluiting bij Roemenië wordt dan de enige weg om de EU binnen te komen.
Czesław Adam Siekierski (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Moldavië heeft met grote politieke en economische problemen te kampen. De dramatische gebeurtenissen na de verkiezingen, die zich op 5, 7 en 8 april in de straten van Chisinau hebben voorgedaan, maken duidelijk dat de samenleving, met name de jongeren, verlangen naar verandering en een snelle aansluiting bij de Europese Unie. De communisten houden essentiële hervormingen tegen en onderhandelen met Rusland, hoewel ze officieel achter de toenadering tot de Europese structuren staan.
We zouden Moldavië hierbij moeten helpen. Een grotere betrokkenheid van de Europese Unie zal de Moldavische regering en bevolking meer zekerheid bieden dat de Europese Unie en een mogelijk lidmaatschap een haalbare kaart zijn.
De regering moet werk maken van een aantal fundamentele hervormingen, zodat het land zich zowel op politiek als op economisch gebied normaal kan ontwikkelen. Deze hervormingen zijn gericht op de invoering van een markteconomie, de democratisering van het burgerlijke leven en de eerbiediging van de burgerrechten.
Silvia-Adriana Ţicău (PSE), schriftelijk. – (RO) Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement over de situatie in de Republiek Moldavië gestemd. Ik denk dat het buitengewoon belangrijk is dat alle fracties aandacht en steun aan dit onderwerp schenken.
Als lid van de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement, sta ik erachter dat de Europese Unie de Republiek Moldavië alle steun blijft verlenen die zij nodig heeft om haar Europese roeping te kunnen vervullen, overeenkomstig de aspiraties van haar bevolking. Het is van belang dat de Republiek Moldavië zich economisch ontwikkelt en dat ze haar burgers zo goed mogelijke levensomstandigheden biedt en de kans om hun potentieel te verwezenlijken. Ik vind dat Roemenië, als EU-lidstaat die aan de Republiek Moldavië grenst, in het kader van een overeenkomst ter bevordering van samenwerking, goed nabuurschap en wederzijds respect, aan de economische en sociale ontwikkeling van dit land moet bijdragen.
Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Een van de positieve aspecten van de EU is de manier waarop zij probeert waarden als democratie, mensenrechten en goed bestuur over de hele wereld te verspreiden door middel van haar relaties met derde landen. Maar het is wel zeer ironisch dat de EU zo gespitst is op democratie elders in de wereld, terwijl binnen de EU zelf de democratie genegeerd wordt, zoals blijkt uit de reactie op de Ierse verwerping van het Verdrag van Lissabon.
Ik wil graag uw aandacht vragen voor twee delen van de wereld. De eerste regio is Centraal-Azië. Ik ben me bewust van het strategische belang van die regio voor de EU, maar ik vind dat blijvende betrokkenheid van de kant van de EU gepaard moet gaan met vooruitgang op het gebied van de mensenrechten en de democratisering in Centraal-Azië.
In de tweede plaats wil ik graag de mensenrechtensituatie in de autoritaire communistische dictatuur China afzetten tegen de krachtige, vrije democratie Taiwan. Het niveau van de mensenrechten in Taiwan is uitzonderlijk hoog voor het oosten van Azië en Taiwan kan een voorbeeld zijn voor China bij de vraag wat samenlevingen kunnen bereiken als ze de moedige beslissing nemen werkelijk vrij te worden.
Avril Doyle (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) In dit verslag over het jaarverslag over de mensenrechten in 2008 worden acties op het gebied van de mensenrechten in de wereld geëvalueerd en wordt opgeroepen tot verbetering op sommige belangrijke terreinen.
Wat betreft amendement 2: ik ben het zeer oneens met het geciteerde standpunt van paus Benedictus over het profylactische gebruik van condooms om de verspreiding van hiv/aids te voorkomen, maar ik kan dit amendement vanwege de gratuite en onnauwkeurige formulering ervan niet steunen.
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor het jaarverslag over de mensenrechten in 2008 gestemd. Dit verslag heeft twee belangrijke doelstellingen. Enerzijds voorziet het verslag in een referentiebasis om te weten welke maatregelen de EU gedurende een jaar heeft genomen en om het optreden te bespreken en beoordelen, teneinde eventueel overige maatregelen te verbeteren, corrigeren of uit te breiden. In de tweede plaats heeft het verslag tot doel, zoals het zelf aangeeft, een zo groot mogelijk publiek, zowel in Europa als buiten de Uniegrenzen, te informeren over de acties van de EU ter bevordering van de mensenrechten wereldwijd.
Ik vind het van groot belang dat er een debat komt om prioriteiten vast te stellen, te bepalen welke kwesties Europees optreden vereisen en situaties die bijzonder toezicht vereisen. te blijven volgen en regelmatig te beoordelen.
Dit verslag gaat ook in op de situatie van de rechten van vrouwen en laat zien dat daar nog een kloof gaapt die gedicht moet worden door specifiek beleid en acties van de EU, in het belang van de mensenrechten van vrouwen.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Je hoeft maar naar de inhoud van de resolutie over de situatie in Palestina te kijken om te zien dat dit een onacceptabele exercitie in hypocrisie en cynisme is van een meerderheid van het Europees Parlement ten aanzien van de mensenrechten (in de wereld).
De resolutie bevat niet één woord ter veroordeling van de wrede agressie van Israël tegen het Palestijnse volk, die door niets te rechtvaardigen valt. De resolutie praat de barbaarse praktijken goed die tegen de Palestijnse bevolking op de Gazastrook worden uitgevoerd – en die zijn aangeklaagd en veroordeeld in de resolutie van de VN-Raad voor de mensenrechten – en heeft geen woord van solidariteit over voor het Palestijnse volk, dat het slachtoffer is van grove schendingen van de mensenrechten door het Israëlische leger, door het Israëlische staatsterrorisme.
Deze resolutie bevat elementen waar wij achter zouden kunnen staan, maar die wegen niet op tegen het feit dat dit jaarlijkse initiatief van het Europees Parlement in essentie niet meer is dan een vileine exercitie in het manipuleren van de mensenrechten en het onacceptabele misbruik daarvan als interventiewapen door de grootmachten van de EU (en haar grote financiële en economische belangen) tegen volkeren die opkomen voor hun soevereiniteit en hun rechten.
We verklaren hierbij nogmaals dat men op ons kan rekenen bij het verdedigen van de mensenrechten, maar reken niet op ons bij dit soort hypocriete exercities.
Filip Kaczmarek (PPE-DE), schriftelijk. − (PL) Ik heb voor het verslag van de heer Obiols i Germà gestemd met betrekking tot de mensenrechten in de wereld in 2008 en het mensenrechtenbeleid van de Europese Unie. Ik heb voor gestemd omdat het schandalige amendement met aantijgingen aan het adres van paus Benedictus XVI is verworpen. Wie de paus als een bedreiging voor de mensenrechten beschouwt, zet de wereld op zijn kop. Ik begrijp de auteurs van dit amendement niet.
Helaas worden de mensenrechten op tal van plaatsen in de wereld geschonden. De Europese Unie moet haar betrokkenheid tonen, dit soort situaties veroordelen en vastberaden optreden. De katholieke kerk en een groot aantal andere godsdiensten zijn onze bondgenoten in de strijd om de eerbiediging van de menselijke waardigheid te garanderen. De aanval op de paus geeft alleen blijk van cynisme aan de vooravond van de verkiezingen en van gevaarlijk radicalisme. Het is jammer dat bepaalde Parlementsleden aan het einde van deze zittingsperiode in een zo pijnlijke situatie verzeild zijn geraakt.
Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Een zelfstandig buitenlands beleid is noodzakelijk voor het behoud van de nationale soevereiniteit. De buitenlandse betrekkingen van elke lidstaat moeten aan democratische controle zijn onderworpen. De EU mag geen gemeenschappelijk buitenlands beleid voeren omdat dat het volk zijn mogelijkheden kan ontnemen om zijn gekozen politici verantwoording af te laten leggen voor hun optreden in hun betrekkingen met vreemde landen.
Het onderhavige verslag bevat een aantal belangrijke formuleringen ter ondersteuning van specifieke aspecten van de mensenrechten. Ik heb vanzelfsprekend voor die formuleringen gestemd. Het verslag als geheel is echter een manier om de standpunten van de EU in het buitenlands beleid te bevorderen.
Daarom heb ik bij de eindstemming tegengestemd.
Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. − (DA) Ik erken het belang van de in de resolutie opgenomen doelstelling om de mensenrechtensituatie in een aantal kwetsbare landen te verbeteren. Ik deel de in de resolutie vervatte ambitie om de toepassing van de doodstraf uit te bannen en de arbeidsomstandigheden van mensenrechtenactivisten en ngo's te verbeteren. Tegelijkertijd ben ik het ermee eens dat er eisen moeten worden gesteld aan de mensenrechten in de landen waarmee de EU samenwerkt.
Desondanks kan ik niet voor de resolutie stemmen, aangezien ik er absoluut op tegen ben dat er in de resolutie wordt gesproken over een vertraging in de ratificatie van het Verdrag van Lissabon, wat een belediging is voor de Ierse bevolking, die dit verdrag heeft afgewezen. Tevens ben ik tegen de ambitie om gemeenschappelijke structuren en personeel te hebben voor het creëren van de feitelijke EU-ambassades. Ik ben van mening dat de EU op dit gebied noch bevoegdheid heeft, noch bevoegdheid zou moeten hebben.
Charles Tannock (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik ben het niet eens met amendement 2, waarin de rooms-katholieke kerk en haar leider, paus Benedictus, bekritiseerd worden vanwege zijn standpunten over het gebruik van condooms. Het Parlement is zo verstandig geweest dit amendement te verwerpen. Er is weinig bewijs dat de bevordering van condoomgebruik de besmetting met aids daadwerkelijk voorkomt.
Paus Benedictus heeft recht op zijn eigen standpunten. Dat is zijn mensenrecht, of anderen het nu wel of niet met hem eens zijn. Ik vraag me af of de auteurs van dit verslag een leider van een andere belangrijke wereldgodsdienst op dezelfde vijandige wijze hadden durven bekritiseren. Het is de rol van de rooms-katholieke kerk de gelovigen te leiden, niet om geleid te worden. We moeten een kerk en een godsdienst waarop de waarden van onze Unie zijn gegrondvest, meer respect betonen.
De Britse Conservatieven in dit Parlement zijn voorstander van strenge mensenrechtennormen in de wereld, maar hebben zich over het algemeen van stemming onthouden bij de eindstemming, omdat in het verslag onderwerpen als 'voortplantingsrechten' – waarmee feitelijk abortus bedoeld wordt – en de doodstraf behandeld worden, onderwerpen die voor ieder individueel lid gewetenskwesties zijn, en omdat erin gepleit wordt voor zaken als het Internationaal Strafhof en het Verdrag van Lissabon, waar onze partij tegen is.
Geoffrey Van Orden (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) Ik ben een groot voorstander van werkelijke mensenrechten en heb daarom geen enkel probleem met vele elementen in dit verslag. Ik ben zelf verantwoordelijk geweest voor de introductie van een alinea waarin de Raad en de lidstaten verzocht wordt doeltreffender maatregelen te nemen met betrekking tot de door het Mugabe-regime in Zimbabwe veroorzaakte mensenrechtencatastrofe.
In het verslag wordt echter consequent en op onverantwoordelijke wijze naar de EU verwezen alsof deze organisatie een soevereine staat is. Bij de behandeling in de commissie heb ik, samen met andere leden van het Parlement, zonder succes geprobeerd die verwijzingen te laten verwijderen. De gedachte dat individuele lidstaten hun nationale privilege wat betreft mensenrechtenzaken zouden overdragen aan de Europese Unie, hetzij in het forum van de Verenigde Naties, hetzij elders, is volstrekt onaanvaardbaar. Ik maak ook bezwaar tegen de gratuite en onnodige verwijzingen naar het Verdrag van Lissabon, waar de Conservatieven en vele anderen zich steeds tegen verzet hebben. Daarom heb ik mij bij de eindstemming over het verslag van stemming onthouden.
Anna Záborská (PPE-DE), schriftelijk. – (SK) Artikelen 84 en 96 van het verslag gaan over de mensenrechtensituatie op Cuba. Helaas moet worden opgemerkt dat, ondanks internationale druk, er nog steeds sprake is van aanhoudende intimidatie, ondervragingen en geraffineerde vormen van geweld tegen de Dames in het Wit, zelfs in 2008. Een aantal weken geleden probeerde het regime ze op alle mogelijke manieren te verhinderen een stil protest te organiseren ter ere van de zesde verjaardag van de gevangenneming van hun mannen. Als teken van steun werd er in Bratislava op 28 april 2009 een solidariteitsbetoging gehouden voor de Dames in het Wit en hun mannen. Van de 75 activisten die zes jaar geleden achter de tralies belandden en wier zaak door een groot aantal organisaties, waaronder de EU, werd gesteund, zijn er 54 nog steeds niet op vrije voeten. Alleen als we hun toestand in de gaten blijven houden, kunnen we ze uit de gevangenis krijgen voor ze in menselijke wrakken zijn veranderd Laten we niet vergeten dat we binnenkort de twintigste verjaardag gedenken van de val van het communisme in Midden- en Oost-Europa. Het enige wat we nu voor de Cubaanse gevangenen en hun vrouwen kunnen doen, is de paragrafen over de schendingen van de mensenrechten in Cuba in de tekst van het verslag laten staan.
Ik ben voorts van mening dat ik amendement 2 moet noemen, waarin paus Benedictus XVI scherp wordt bekritiseerd. Dit amendement belastert het hoofd van de katholieke kerk. Daarnaast zet het zijn uitspraken op gelijke lijn met misdaden die worden gepleegd in landen waar de doodstraf wordt misbruikt, waar mensen worden gemarteld en vermoord voor het geven van hun mening en waar geen respect heerst voor de meest basale mensenrechten. Laten we dit amendement verwerpen.
Philip Bradbourn (PPE-DE), schriftelijk. − De Britse Conservatieven zijn van mening dat grensoverschrijdende strafrechtelijke samenwerking belangrijk is, maar in het verslag wordt getracht te komen tot een gemeenschappelijke strafrechtruimte op EU-niveau, waardoor de tradities van de landen waarvan het rechtssysteem op de common law gebaseerd is, sterk aangetast zouden worden. Daarom kunnen we dit voorstel niet steunen.
Martin Callanan (PPE-DE), schriftelijk. − (EN) De strafrechtspleging is terecht de verantwoordelijkheid van EU-lidstaten. Ik kan accepteren dat lidstaten moeten samenwerken bij grensoverschrijdende vraagstukken in verband met het strafrecht, maar ik accepteer de ontwikkeling van een EU-ruimte voor strafrechtspleging niet. Uitbreiding van de zogenaamde 'bevoegdheid' van de EU naar de strafrechtspleging zou een ongerechtvaardigde en onaanvaardbare inbreuk zijn op de Britse soevereiniteit. De mensen in het noordoosten van Engeland, waar mijn kiesdistrict is, willen dat het strafrecht gemaakt wordt door aan de kiezers rekenschap afleggende Britse parlementariërs en dat het toegepast wordt door Britse rechters.
Dat de EU probeert haar macht uit te breiden naar gebieden die tot nu toe uitsluitend voor lidstaten gereserveerd waren, geeft aan wat het werkelijke doel van de EU is: de vorming van een federale superstaat. Waar ik vandaan kom willen de mensen dat niet. Ze verwerpen de gangbare opvatting van een steeds nauwere unie en willen juist een losser, flexibeler systeem van intergouvernementele samenwerking. Ik hoop dat de nieuwe groepering waartoe de Britse Conservatieven in het volgende Parlement zullen behoren, in staat zal zijn datgene tot stand te brengen wat de meest Britten van Europa willen.
Carl Lang (NI), schriftelijk. – (FR) Onder het mom van de strijd tegen allerlei soorten maffiose en criminele organisaties willen de eurocraten in Brussel wederom hun federalistische zienswijzen opleggen, die de ondergang betekenen voor de naties, de volken en de identiteiten.
Want terwijl iedereen het erover eens is dat elke lidstaat van de Unie zijn eigen wetten, rechtstradities, of gebruiken heeft, is dit een zoveelste offensief van deze fanatieke eurofederalisten: de wens om een “Europese rechtscultuur” tot stand te brengen.
Hiertoe moeten echter worden opgericht: een Europese juridische beroepsopleiding voor rechters, procureurs en raadslieden, en een Europese rechtsacademie voor alle andere partijen die een rol spelen bij de rechtspleging.
Wat gebeurt er met de nationale rechtenstudies? Wat gebeurt er met de onlosmakelijke verschillen tussen wetgeving die voortkomt uit het gewoonterecht en wetten die ontleend zijn aan het geschreven recht?
Uiteraard worden deze vragen niet beantwoord.
In de praktijk betekent dit dat de rechts- en strafrechtsystemen van de lidstaten bij deze gedwongen harmonisatie naar beneden volledig zullen verdwijnen.
Deze tovenaarsleerlingen van Europa hebben er niets van begrepen; alleen de natiestaten, als voornaamste exponenten, kunnen Europa verrijken, zodat het weer volop meetelt in de wereld.
De Europese eenwording mag niet ten koste gaan van zijn naties en zijn volken.
Jan Andersson, Göran Färm, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Het Parlement heeft vandaag over een verslag over de gevolgen van het Verdrag van Lissabon op de ontwikkeling van het institutioneel evenwicht van de Europese Unie gestemd. In het verslag wordt voorgesteld om de bijkomende leden, die Zweden en andere lidstaten zullen krijgen als het Verdrag van Lissabon in werking treedt, al tijdens de komende verkiezingen voor het Europees Parlement worden gekozen en vervolgens de status van waarnemer in het Parlement krijgen. Het verslag stelt ook voor om de benoeming van een nieuwe voorzitter van de Commissie in overeenstemming met het Verdrag van Lissabon te laten gebeuren. Dat betekent dat de keuze van de voorzitter de politieke meerderheid in het Europees Parlement moet weerspiegelen en dat de keuze van de kandidaat moet worden voorafgegaan door besprekingen tussen de Raad en de fracties in het Parlement.
Wij hebben ervoor gekozen om voor dit verslag te stemmen omdat het Parlement zich moet voorbereiden om de veranderingen die in verband met zijn werkzaamheden zullen plaatsvinden als het Verdrag van Lissabon in werking treedt, uit te kunnen voeren. Onze stem mag echter op geen enkele manier worden gezien als het vooruitlopen op het ratificatieproces van de individuele lidstaten. Wij eerbiedigen het recht van elke lidstaat om zelf een beslissing te nemen over de ratificatie van het Verdrag van Lissabon volkomen.
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor het verslag gestemd over de gevolgen van het Verdrag van Lissabon voor de ontwikkeling van het institutionele evenwicht van de EU. In dit verslag worden de gevolgen geanalyseerd voor de ontwikkeling van het institutionele evenwicht van de Europese Unie. Het verslag wijst op het belang van de tenuitvoerlegging van de nieuwe bepalingen en van de eerste benoemingen.
De mogelijke inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon tegen het eind van 2009 vereist een politiek akkoord tussen de Europese Raad en het Europees Parlement om er in ieder geval voor te zorgen dat de procedure voor de keuze van de voorzitter van de volgende Commissie en voor de benoeming van de toekomstige Commissie zodanig is dat de nieuwe bevoegdheden die het Verdrag van Lissabon het Europees Parlement hieromtrent toekent, worden geëerbiedigd.
Het verslag bevat een aantal aanbevelingen die gericht zijn op een institutioneel evenwicht en benadrukt dat het Verdrag van Lissabon de positie van elk van de Europese instellingen versterkt op de terreinen die onder hun bevoegdheden vallen.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Deze resolutie maakt deel uit van een pakket van vijf resoluties, die vandaag worden goedgekeurd door een meerderheid van het Europees Parlement, en die blijk geven van een uitgesproken minachting voor de democratische en soevereine wil van de Franse, Nederlandse en Ierse bevolking, die de zogenaamde Europese grondwet en zijn tweelingbroertje, het Verdrag van Lissabon, in een referendum hebben afgewezen. Het is daarmee een van de vele pogingen om dat onacceptabele ontwerpverdrag door te drukken.
In plaats van dat het Europees Parlement het Verdrag van Lissabon ten grave draagt, keurt het weer een resolutie goed, die de loftrompet afsteekt over het antidemocratische 'institutioneel evenwicht van de EU' en onder andere probeert te verhullen dat hiermee:
- soevereine bevoegdheden van het Portugese volk worden overgedragen aan de supranationale instellingen van de EU, die gedomineerd worden door de grote machten; een voorbeeld daarvan is het beheer van de mariene biologische rijkdommen in onze exclusieve economische zone;
- de toepassing van de meerderheidsregel bij de besluitvorming uitgebreid wordt, hetgeen inhoudt dat de macht van de grootmachten versterkt wordt en dat Portugal geen veto meer kan uitspreken over besluiten die tegen het nationaal belang ingaan;
- de nationale democratische instellingen verder worden uitgekleed (de enige die rechtstreeks gekozen zijn door het volk); een voorbeeld hiervan is de overdracht van bevoegdheden van de nationale parlementen, die op fundamentele terreinen hun beslissingsbevoegdheid verliezen en daarmee een soort adviesorganen worden zonder vetorecht ten aanzien van besluiten van de Gemeenschap die tegen de nationale belangen ingaan.
Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Het Verdrag van Lissabon, dat voor 96 procent identiek is aan het ontwerp van grondwettelijk verdrag, is in het referendum in Ierland verworpen. Voordien werd het ontwerp van grondwettelijk verdrag verworpen in referenda in Frankrijk en Nederland.
De meerderheid in dit Parlement weigert haar politiek verlies toe te geven. Dat is een stuitende schending van de democratische beginselen en een al even stuitend voorbeeld van de arrogantie van de macht die kentekenend is voor de EU-samenwerking.
Het is opvallend dat in paragraaf 4 van het verslag van de heer Dehaene staat (citaat): "juicht het toe dat het Verdrag van Lissabon bepaalt dat de Europese Raad, met eenparigheid van stemmen en met instemming van het Europees Parlement, en op voorwaarde dat er geen verzet is door een nationaal parlement, het stemmen met gekwalificeerde meerderheid alsmede de gebruikelijke wetgevingsprocedure mag uitbreiden tot terreinen, waarop zij tot nu toe niet van toepassing zijn."
Hoewel de kiezers in vele lidstaten duidelijk sceptisch staan tegenover een toenemend supranationale unie, wijst de federalistische meerderheid in het Europees Parlement op de mogelijkheid om de Unie op basis van het Verdrag van Lissabon nog supranationaler te maken en nog meer macht over te dragen aan de EU zonder het eens te hoeven worden over een nieuw verdrag.
Jan Andersson, Göran Färm, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Het Parlement heeft vandaag over een verslag gestemd over de ontwikkeling van de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen in het kader van het Verdrag van Lissabon. Dat verslag is ingenomen met de nieuwe bevoegdheden die onder het Verdrag van Lissabon zijn toegekend aan nationale parlementen. Het verslag onderzoekt ook de mogelijkheden voor de toekomstige ontwikkeling van de betrekkingen tussen het Europees Parlement en nationale parlementen.
Wij hebben ervoor gekozen om voor dit verslag te stemmen omdat het Parlement zich moet voorbereiden om de veranderingen die in verband met zijn werkzaamheden zullen plaatsvinden als het Verdrag van Lissabon in werking treedt, uit te kunnen voeren. Onze stem mag echter op geen enkele manier worden gezien als het vooruitlopen op het ratificatieproces van de individuele lidstaten. Wij eerbiedigen het recht van elke lidstaat om zelf een beslissing te nemen over de ratificatie van het Verdrag van Lissabon volkomen.
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor het verslag van de heer Brok gestemd. Dit verslag juicht de nieuwe bevoegdheden toe die de nationale parlementen krijgen onder het Verdrag van Lissabon en onderzoekt de mogelijkheden voor toekomstige samenwerking tussen de nationale parlementen en het Europees Parlement.
De aanneming van het Verdrag van Lissabon in Tsjechië vormt een belangrijke stap voor een snelle inwerkingtreding daarvan. Dit verslag laat zien hoe belangrijk dit nieuwe Verdrag van de Europese Unie is.
Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Wij hebben tegen dit verslag gestemd, in de eerste plaats omdat het doelloos is: het Verdrag van Lissabon bestaat niet, het is door drie referenda verworpen.
Daarnaast omdat het de onderwerping van de nationale parlementen aan het Europees Parlement voorstaat: laatstgenoemde, vanwege zijn superioriteit en allicht ook zijn onuitstaanbare arrogantie, zou de nationale parlementen, in zijn ogen waarschijnlijk samengesteld uit botteriken en barbaren, bijstaan om de Europese teksten te beoordelen. Bijstaan of onder druk zetten? Zou het de plenaire zittingen van de nationale parlementen bijwonen, adviezen verstrekken, invloed uitoefenen op de wijze waarop ze de teksten omzetten om de uniformiteit te bevorderen, zich mengen in debatten over defensiebegrotingen … hun tevens voorschrijven hoe ze de regeringen en hun activiteiten binnen de Raad moeten controleren?
Tot slot hebben we tegengestemd omdat dit verslag berust op een dubbele hypocrisie: de nationale parlementen hebben slechts een uiterst lastig uit te oefenen en dus nauwelijks werkzaam recht gekregen om toe te zien op de naleving van het subsidiariteitsbeginsel; dit beginsel is een wassen neus omdat talloze zogenaamd exclusieve bevoegdheden van de Europese Unie heilig zijn verklaard en de door de verdragen gehanteerde definitie van subsidiariteit de bevoegdheden van Brussel feitelijk versterkt.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Deze resolutie maakt deel uit van een pakket van vijf resoluties, die vandaag worden goedgekeurd door een meerderheid van het Europees Parlement, en die blijk geven van een uitgesproken minachting voor de democratische en soevereine wil van de Franse, Nederlandse en Ierse bevolking, die de zogenaamde Europese grondwet en zijn tweelingbroertje, het Verdrag van Lissabon, in een referendum hebben afgewezen. Het is daarmee een van de vele pogingen om dat onacceptabele ontwerpverdrag door te drukken.
Deze resolutie over de 'ontwikkeling van de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen in het kader van het Verdrag van Lissabon' is het toppunt van misleiding.
Het Europees Parlement is verheugd over 'de rechten en plichten van de nationale parlementen uit hoofde van het Verdrag van Lissabon (...), waardoor hun rol in de politieke processen van de Europese Unie wordt vergroot.' Als het niet zo ernstig was, zou je er om moeten lachen. Het Europees Parlement verhult het feit dat de nationale parlementen, als het gaat om hun rol in het besluitvormingsproces, onder het Verdrag van Lissabon in werkelijkheid meer verliezen dan (schijnbaar) winnen, als je kijkt naar de enorme overdracht van bevoegdheden naar de instellingen van de Europese Unie. Zelfs de (schijn-) controle die gestoeld is op het respecteren van het zogenaamde 'subsidiariteitsbeginsel' (op de uitoefening door de Europese instellingen van bevoegdheden die dan door de nationale parlementen aan de EU zijn overgedragen) geeft de nationale parlementen geen vetorecht.
Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Het Verdrag van Lissabon, dat voor 96 procent identiek is aan het ontwerp van grondwettelijk verdrag, is in het referendum in Ierland verworpen. Voordien werd het ontwerp van grondwettelijk verdrag verworpen in referenda in Frankrijk en Nederland.
De meerderheid in dit Parlement weigert haar politiek verlies toe te geven. Dat is een stuitende schending van de democratische beginselen en een al even stuitend voorbeeld van de arrogantie van de macht die kentekenend is voor de EU-samenwerking.
Het verslag van de heer Brok brengt hulde aan de Conventie die een ontwerp van grondwettelijk verdrag produceerde. Die Conventie heeft veel kritiek gekregen omdat ze volkomen ondemocratisch was en van boven af gestuurd werd door haar voorzitter, de heer Giscard d´Estaing.
Volgens mij zou het verslag van de heer Brok tot de conclusie moeten zijn gekomen dat zolang het politieke debat van de representatieve democratie gericht blijft op de verkiezingen voor de nationale parlementen, het de nationale parlementen zouden moeten zijn die de hoogste besluitvormingsorganen in de Unie zijn, niet het Europees Parlement.
Jan Andersson, Göran Färm, Inger Segelström en Åsa Westlund (PSE), schriftelijk. − (SV) Het Parlement heeft vandaag gestemd over een verslag met het verzoek aan de Commissie om een voorstel in te dienen betreffende de implementatie van het burgerinitiatief zodra het Verdrag van Lissabon geratificeerd is. Het burgerinitiatief houdt in dat één miljoen personen uit een significant aantal lidstaten de Commissie verzoeken om een wetgevingsvoorstel in te dienen. Op die manier krijgen de burgers hetzelfde recht als de Raad om de Commissie te verzoeken een wetgevingsvoorstel te starten.
Wij hebben ervoor gekozen om voor dit verslag te stemmen omdat het Parlement zich moet voorbereiden om de veranderingen die in verband met zijn werkzaamheden zullen plaatsvinden als het Verdrag van Lissabon in werking treedt, uit te kunnen voeren. Onze stem mag echter op geen enkele manier worden gezien als het vooruitlopen op het ratificatieproces van de individuele lidstaten. Wij eerbiedigen het recht van elke lidstaat om zelf een beslissing te nemen over de ratificatie van het Verdrag van Lissabon volkomen.
Richard Corbett (PSE), schriftelijk. − (EN) Mijn collega's van de Labour-delegatie en ik zijn voorstander van de introductie van het burgerinitiatief in het geval van een geslaagde ratificering van het Verslag van Lissabon. Door dit initiatief kunnen de rechten van burgers op participatie in het Europese politieke proces uitgebreid worden en kan het burgerinitiatief toegevoegd worden aan het al bestaande, waardevolle recht een verzoekschrift aan het Parlement te richten.
Ik maak me echter zorgen dat de voorstellen van mevrouw Kaufmann ertoe zullen leiden dat het burgerinitiatiefproces vastloopt of gehinderd wordt door ingewikkelde bureaucratische voorschriften (zoals dat lidstaten elke handtekening moeten controleren en dat de Commissie vooraf de rechtmatigheid ervan moet vaststellen). Om participatie aan te moedigen moeten we handelen naar de geest van het burgerinitiatief, namelijk dat het zo toegankelijk en gebruiksvriendelijk mogelijk moet zijn. We hadden daarom geen andere keus dan ons van stemming over dit verslag te onthouden.
Edite Estrela (PSE), schriftelijk. − (PT) Ik heb voor het verslag over de implementatie van het burgerinitiatief gestemd. Dankzij het Verdrag van Lissabon wordt het Europees burgerinitiatief ingevoerd, waardoor burgers rechtstreeks betrokken worden bij het Europese wetgevingsproces. Het is een geheel nieuw instrument ter versterking van de democratie en de rechten van burgers.
Dit is zonder meer een goede manier om de Europese burgers en de Europese instellingen dichter bij elkaar te brengen en burgers zich meer bewust te laten worden van en meer te betrekken bij de besluitvorming.
Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Het verslag Kaufmann bevat richtsnoeren voor de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan een 'burgerinitiatief”, zoals gedefinieerd in artikel 11 van het doodgeboren Verdrag betreffende de Europese Unie: “Wanneer ten minste één miljoen burgers van de Unie, afkomstig uit een significant aantal lidstaten, van oordeel zijn dat inzake een aangelegenheid een rechtshandeling van de Unie nodig is ter uitvoering van de Verdragen, kunnen zij het initiatief nemen de Europese Commissie te verzoeken binnen het kader van de haar toegedeelde bevoegdheden een passend voorstel daartoe in te dienen.”
Het verslag legt dan ook precieze ontvankelijkheidsvoorwaarden en concrete procedures vast die het overigens bijzonder moeilijk maken een dergelijk 'initiatief' tot een goed einde te brengen.
Ik raad de burgers aan op hun hoede te zijn. Dit nieuwe 'recht' is een wassen neus. Het voorziet maar in één ding: de mogelijkheid om de Commissie om nieuwe Europese wetten te verzoeken, maar niet om bestaande wetten in te trekken of te wijzigen; niet om beleid te wijzigen. En hoe dan ook, de Commissie is absoluut niet verplicht om naar ze te luisteren.
Als de eurocraten zoveel waarde hechten aan het toekennen van rechten aan de Europese burger, laat ze dan eerst maar eens hun stem respecteren en eindelijk begrijpen dat 'nee' echt 'nee' is, in het Frans, in het Nederlands, in het Engels, in het Gaelic, en in alle talen.
Pedro Guerreiro (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Deze resolutie maakt deel uit van een pakket van vijf resoluties, die vandaag worden goedgekeurd door een meerderheid van het Europees Parlement, en die blijk geven van een uitgesproken minachting voor de democratische en soevereine wil van de Franse, Nederlandse en Ierse bevolking. Het is daarmee een van de vele pogingen om dat onacceptabele ontwerpverdrag van Lissabon door te drukken.
Deze resolutie valt op door het absurde en hypocriete karakter ervan.
Het Europees Parlement kan het dan wel op retorische wijze toejuichen dat 'de burgers van de Unie hun participatierecht op een flexibele, transparante en efficiënte wijze kunnen uitoefenen' en eveneens juichen over het zogenaamde 'burgerinitiatief', dat wordt ingevoerd dankzij het ontwerpverdrag 'van Lissabon'; de waarheid is echter dat dezelfde krachten die zo hard roepen over 'Europese integratie' er alles aan doen en gedaan hebben om te verhinderen dat de bevolking van de verschillende landen kennis kunnen nemen van de inhoud van dit voorstel, het kunnen bespreken en er hun mening over kunnen geven middels een referendum.
Bovendien doen ze er, sinds het moment dat het Ierse volk dit federalistische, neoliberale en militaristische ontwerpverdrag heeft afgewezen, alles aan om een nieuw referendum af te dwingen in dat land (net zolang tot de Ieren ja zeggen).
Dat wil zeggen: eerst verhinderen ze de mensen uitdrukking te geven aan hun democratische en soevereine wil en vervolgens strooien ze iedereen zand in de ogen en prijzen ze met zalvende woorden een zogenaamd 'burgerinitiatief' aan, dat vanaf het begin al aan vele voorwaarden is verbonden.
Nils Lundgren (IND/DEM), schriftelijk. − (SV) Het Verdrag van Lissabon, dat voor 96 procent identiek is aan het ontwerp van grondwettelijk verdrag, is in het referendum in Ierland verworpen. Eerder al werd het ontwerp van grondwettelijk verdrag verworpen in referenda in Frankrijk en Nederland.
De meerderheid in dit Parlement weigert haar politiek verlies toe te geven. Dat is een stuitende schending van de democratische beginselen en een al even stuitend voorbeeld van de arrogantie van de macht die kentekenend is voor de EU-samenwerking.
Het verslag van mevrouw Kaufmann verkoopt de huid van de beer nog voor hij geschoten is. Het is uitzonderlijk arrogant jegens de democratie en met name jegens het Ierse volk dat nog maar eens een referendum opgedrongen krijgt omdat het de vorige keer volgens het politiek establishment verkeerd koos. In deze situatie heeft het geen zin dit verslag in het Europees Parlement te behandelen. Het voorstel voor een burgerinitiatief is op zich een erg onduidelijk voorstel betreffende de invloed van burgers ten aanzien van gekozen politici. Die politici kunnen besluiten om die initiatieven volkomen te negeren als hun dat uitkomt.
Kartika Tamara Liotard (GUE/NGL), schriftelijk. − Hoewel het een goede resolutie is, heb ik tegen gestemd omdat, het Europees Parlement er in de resolutie mee instemt dat de Commissie een uitzondering maakt op het asbestverbod voor bepaalde elektrolyse-installaties. Ik vind dat als je zegt dat je in Europa een algeheel asbestverbod hebt, je consequent moet zijn en dus geen uitzonderingen moet maken. Nog steeds zijn er mensen die doodziek zijn van asbest en ik vind het onbegrijpelijk dat de Commissie hier geen rekening mee houdt. Uit solidariteit met de slachtoffers van asbest heb ik tegen de resolutie gestemd.
De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties over Iran: de zaak Roxana Saberi(1).
Tunne Kelam, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, Iran is berucht om zijn staat van dienst op het gebied van de mensenrechten, zoals gisteren, tijdens het debat over de mensenrechtensituatie in de wereld, nog werd opgemerkt.
Vandaag houden we ons bezig met de zaak van Roxana Saberi, een journaliste die net drie weken geleden berecht is en tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld voor zogenaamde spionage. Het is een feit dat mevrouw Saberi langer dan een maand geen contact met haar advocaat heeft gehad. Ze had geen kans op een eerlijk of transparant proces, omdat de zaak achter gesloten deuren plaatsvond. Ze is ten minste twee weken in hongerstaking geweest. Weliswaar heeft ze de hongerstaking beëindigd, maar ze verkeert in een zeer zwakke gezondheid.
Daarom zijn we hier vandaag bijeen om een boodschap te richten aan de Iraanse autoriteiten dat we het door het Iraanse Revolutionaire Hof op 18 april 2009 uitgesproken vonnis ten sterkste veroordelen en om hen te verzoeken mevrouw Saberi onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten op grond van het feit dat de zaak achter gesloten deuren is behandeld, zonder een gerechtelijke procedure.
Ik wil hier graag aan toevoegen dat Iran berucht is om zijn grootschalige, systematische openbare executies, die plaatsvinden door middel van steniging of ophanging, ook van jongeren. Ook dat maakt deel uit van onze boodschap.
Erik Meijer, auteur. − Tweeënhalve minuut, Voorzitter. Deze vijf jaar zijn er veel debatten gevoerd over Iran. Mijn fractie had sympathie voor de revolutie eind jaren '70, niet vanwege verwantschap met de religieuze scherpslijpers, maar omdat de voorafgaande regering van de familie Pahlavi het volk niet vertegenwoordigde. Die regering kon slechts overleven door een nauwe binding met Amerika en Europa.
Doordat een eerdere regering onder leiding van premier Mossadeq, die veel meer steun van het volk had, als gevolg van buitenlandse druk was verjaagd, kreeg de brede volksbeweging tegen de regering een uitgesproken antiwesters karakter. Het Westen werd niet gezien als bondgenoot in de strijd voor democratie en vooruitgang, maar als een koloniale profiteur en onderdrukker.
Inmiddels bestaat er geen twijfel meer over dat de macht in handen is gekomen van groepen die niet alleen graag het conflict met Amerika en Israël zoeken, maar ook uitgesproken conservatief, intolerant en ondemocratisch zijn. Zij onderdrukken hun inwoners, hebben rechtspraak en leger in de vaste greep van de religieuze fanatici gebracht, en verhinderen dat de kiezers kunnen stemmen voor mensen met gematigder opvattingen. Rechten van vrouwen, van etnische minderheden en van religieuze minderheden worden terzijde geschoven, doodstraffen vaak op de meest wrede wijze in het openbaar uitgevoerd, als middel om afwijkend gedrag uit te schakelen.
Oppositioneel gedrag binnen Iran leidt tot opsluiting. Opposanten die naar het buitenland zijn gevlucht, worden achtervolgd en verdacht gemaakt bij de regeringen, de media en de publieke opinie in de landen waar ze nu wonen. Dat zagen we bij de pogingen om de oppositie in ballingschap op een lijst van terroristische organisaties te plaatsen alsook bij de pogingen om het vluchtelingenkamp Ashraf in Irak te laten sluiten. Terecht heeft dit Parlement zich recent tegen die twee zaken uitgesproken.
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)
Paulo Casaca, auteur. − (PT) Voorzitter, 1 mei is voor ons in het Westen een feestdag, maar helaas in Iran nog steeds een dag van rouw. Dit jaar niet alleen vanwege het met geweld beëindigen van demonstraties van Iraanse arbeiders, wat inmiddels al een gewoonte geworden is, maar ook vanwege de executie van een vrouw van zeventien, Delara Darabi, die ter dood veroordeeld is voor een misdaad die zij naar alle waarschijnlijkheid niet gepleegd heeft.
Volgens Amnesty International heeft de jonge vrouw op de dag voor haar terechtstelling haar moeder verteld over haar plannen voor de toekomst, in de hoop dat de brede campagne voor haar vrijlating een succes zou zijn.
Delara Darabi is een van de vele martelaren van het religieus fanatisme, met zoveel anderen wier executie we hier hebben aangeklaagd.
Deze week hebben mensenrechtenorganisaties ook het bericht bevestigd, dat rechtstreeks afkomstig was van de Nationale Raad van het Iraans Verzet, over de steniging, in de gevangenis van Lakan, van een man die beschuldigd werd van overspel. Ook berichtten zij over de op handen zijnde steniging van een andere man in de provincie Gilan, waarmee weer eens wordt aangetoond dat de opschorting van deze barbaarse praktijk door Iran een farce is.
Volgens de beweging voor de afschaffing van de doodstraf Tire as Mãos de Caim, vinden in Iran meer executies per hoofd van de bevolking plaats dan waar ook ter wereld. Deze ochtend nog zijn er vier mensen geëxecuteerd in de gevangenis van Evin en op 2 mei jongstleden zijn er in de gevangenis van Taibad nog eens acht mensen ter dood gebracht.
Opsluiting van burgers uit derde landen, zoals de Amerikaanse Roxana Saberi, is ook al een routine geworden, een chantagemiddel om andere landen tot diplomatieke concessies te dwingen.
Het commentaar van de secretaris van Tire as Mãos de Caim, Sergio D'Elia, is wat dat betreft volkomen juist en legt de vinger precies op de zere plek: de wreedheid van het mullahregime is niet alleen de verantwoordelijkheid van het fundamentalistische regime van Iran. De Europese regeringen stemmen hierin stilzwijgend toe, in hun voortdurende wens om te 'pleasen', en zwichten daarmee voor de chantage die Iran op politiek gebied en op handelsgebied pleegt. Het regime in Teheran vormt een bedreiging voor de vrede en de veiligheid in de wereld en, nog meer, voor hun eigen burgers, door praktijken die nu al tientallen jaren duren. In plaats van dat onder ogen te zien, ziet Europa Iran als oplossing voor de problemen in het Midden-Oosten, terwijl het land juist het belangrijkste probleem is.
Ik maak gebruik van deze laatste keer dat ik het woord kan nemen in het Europees Parlement, om de wens uit te spreken dat de mensen die hier in de komende zittingsperiode zullen plaatsnemen, de Iraanse bevolking niet zullen overleveren aan hun beulen en de volkeren van het Midden-Oosten niet aan hun lot zullen overlaten in de diepe put van het religieus fanatisme.
Marios Matsakis, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik zal niet herhalen wat al eerder over het meedogenloze, theocratische regime in Iran is gezegd. Ik ben het wel met die standpunten eens, maar wil het onderwerp uit dezelfde hoek benaderen als mijn collega-afgevaardigde, de heer Mayer, die net vertrokken is.
Iran – een land met een beschaving en een cultuur die duizenden jaren oud zijn – verkeert tegenwoordig in een betreurenswaardige situatie wat betreft democratie, burgerrechten en rechtspraak. Sommige westerse landen zijn daar niet geheel onschuldig aan. We moeten niet vergeten dat sommige regeringen, zoals die van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, de welbekende, monsterachtige dictatuur van de sjah van Iran jarenlang gesteund, bewapend en overeind gehouden hebben. Het was onvermijdelijk dat islamitische extremisten, nadat de sjah eindelijk door een volksopstand ten val gebracht was, vruchtbare grond zouden vinden om hun macht in te wortelen en gevoelens van haat tegenover het westen in op te kweken.
Daarna zagen we het buitensporig agressieve gedrag van opeenvolgende Amerikaanse regeringen en de ingrijpende sancties, die alleen maar geleid hebben tot groter lijden van gewone Iraniërs en een versterking van hun vijandige gevoelens ten opzichte van het Westen. Hopelijk geeft de nieuwe president van de VS, de heer Obama, die de indruk wekt dat hij liever met zijn hersenen vecht dan met zijn vuisten – zoals zijn voorganger, president Bush, zonder succes deed –, nieuwe hoop voor verbetering van zowel het leven van de Iraniërs als van de betrekkingen met het Westen.
Een dergelijke benadering zal ertoe bijdragen dat gewone Iraanse burgers begrijpen dat het Westen hun vriend wil zijn, niet hun vijand, en de bevolking van Iran zal uiteindelijk zelf het islamitische, fundamentalistische regime omverwerpen dat hun leven zo ondemocratisch beheerst en hen zo veel leed berokkent, zoals in de zaak die hier vandaag in het debat centraal staat.
Ewa Tomaszewska, auteur. − (PL) Mevrouw de Voorzitter, Roxana Saberi is een 32-jarige journaliste met de dubbele Amerikaans-Iraanse nationaliteit die aan meerdere universiteiten in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Iran heeft gestudeerd. De vrouw werkte als journaliste in Iran. Toen ze haar activiteiten ook na het verstrijken van haar persaccreditatie voortzette, werd ze gearresteerd en tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens spionage in opdracht van de Verenigde Staten. Bij wijze van protest tegen deze valse beschuldigingen en tegen het uitblijven van een eerlijk proces is de vrouw in hongerstaking gegaan. Ze is sterk vermagerd. Onder medische begeleiding is ze suikerwater beginnen te drinken. Intussen heeft ze haar hongerstaking beëindigd en wacht ze tot haar zaak in hoger beroep wordt behandeld. De gezondheid en het leven van de journaliste zijn nog steeds in gevaar.
Iran staat niet alleen bekend om zijn draconische straffen, maar ook om het uitvoeren van openbare executies, waaronder executies van minderjarigen. Wij roepen de Iraanse autoriteiten op om mevrouw Saberi vrij te laten. Wij dringen erop aan dat zij een eerlijk proces krijgt. Naar mijn mening zou de internationale gemeenschap Iran sterker onder druk moeten zetten om een einde te maken aan deze draconische praktijken.
Laima Liucija Andrikienė, namens de PPE-DE-Fractie – (LT) We hebben het hier over Roxana Saberi, een Amerikaans-Iraanse journaliste die voor ABC Radio, de BBC en de Zuid-Afrikaanse televisie werkte. Ze werd beschuldigd van spionage, tot acht jaar cel veroordeeld en gevangengezet, waarna ze in hongerstaking ging. Op 1 mei werd ze, zeer verzwakt, naar het ziekenhuis van de gevangenis overgebracht. We weten dat haar vijf weken lang de toegang tot een advocaat werd geweigerd. Haar rechtszaak was eerlijk noch transparant.
Gisteren kondigde de BBC aan dat het Hof van Beroep het hoger beroep van Roxana Saberi op 12 mei zal behandelen, maar dat dit opnieuw achter gesloten deuren zal plaatsvinden. We veroordelen de ongefundeerde beslissing van het Iraanse Revolutionaire Hof met betrekking tot Roxana Saberi. Daarnaast lijkt het me zeer belangrijk de Iraanse regeringsinstanties er nogmaals op te wijzen dat zij zich moeten houden aan de bepalingen van alle internationale mensenrechtenverdragen die door Iran zijn geratificeerd, met name het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die allebei het recht op een eerlijk proces waarborgen.
Justas Vincas Paleckis, namens de PSE-Fractie – (LT) Op de laatste dag van deze zittingsperiode, zo'n schitterende lentedag, is het prettig weg te dromen en te denken aan de dag dat we dit onderwerp, schending van de mensenrechten, niet langer op de agenda van het Parlement hoeven te zetten, dat we deze discussie niet langer hoeven te voeren binnen de muren van deze prachtige vergaderzaal. Maar dit is helaas een illusie en onze agenda is vandaag dan ook, zoals gewoonlijk, overladen. En dan komen nog niet eens alle pijnlijke dossiers uit alle landen van de hele wereld aan bod.
Dit is niet de eerste keer dat we het over Iran hebben tijdens deze plenaire vergadering. Dit keer maken we ons zorgen over de onwettige gevangenneming van Roxana Saberi. Zij werd in eerste instantie gearresteerd voor een op het oog kleine overtreding, de aankoop van wijn, wat in Iran echter wel degelijk een overtreding is. Toen kwam echter opeens de aanklacht dat ze als journaliste werkte zonder officiële accreditatie, die later werd omgezet in de aanklacht dat ze een Amerikaanse spionne was. De Iraanse regering organiseerde een rechtszaak van een dag achter gesloten deuren zonder getuigen of concrete, publieke aanklachten.
Dit is niet de eerste keer dat de Iraanse regering de mensenrechten met voeten heeft getreden, mensen onwettig heeft vastgezet en vonnissen heeft uitgevaardigd die strijdig zijn met de internationale normen. De executie van Delara Darabi, de arrestatie van de journalist Maryam Malek en de arbeidsrechtactivisten zijn er maar een paar voorbeelden van. We moeten erkennen dat Iraanse fundamentalisten doorgaan met het organiseren van politieke rechtszaken in een poging vrije denkers verder te intimideren. Het is spijtig dat Iran zijn zelfisolerende beleid op deze manier voortzet en er niet in slaagt initiatieven te ontplooien om via de internationale gemeenschap en de nieuwe regering in de VS de verhoudingen te normaliseren.
Ik heb altijd gezegd dat dialoog en wederzijds begrip beter zijn dan confrontatie, maar dit keer stel ik voor dat we op een uiterst strenge, harde manier op deze zaak reageren en dat we eisen dat de Iraanse rechtbank alle internationale normen respecteert.
Struan Stevenson (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de gevangenhouding van de journaliste Roxana Saberi vanwege de verzonnen beschuldiging van spionage is schandalig. Dit is opnieuw een ontstellende misdaad op de lange lijst misdaden die begaan zijn door het fascistische regime in Teheran.
Paolo Casaca vertelde ons vrijdag dat de beulen van het regime een jonge vrouw van 23 jaar uit haar cel hadden gehaald en naar de galg geleid zonder haar de gelegenheid te geven eerst haar ouders te zien. Ze hingen Delara Darabi op voor een misdaad die ze ontkende op 17-jarige leeftijd gepleegd te hebben.
Dit soort dingen gaat in Iran voor recht door. Middeleeuwse martelingen en executies van vrouwen – zelfs zwangere vrouwen – en kinderen zijn daar aan de orde van de dag. De mensenrechten worden er dagelijks met voeten getreden en toch zijn er in dit Parlement mensen die dit corrupte en duivelse regime steunen; net als de Europese bedrijven die zaken blijven doen met Iran, sluiten ze hun ogen en oren voor het gegil van de onderdrukten. Zij moeten zich schamen zoals ook de hardvochtige mullahs zich moeten schamen. Ze zouden de lessen van de geschiedenis in acht moeten nemen: elk fascistisch regime is gedoemd te mislukken en vrijheid en recht zullen het kwaad altijd overwinnen.
Erik Meijer (GUE/NGL). - Voorzitter, mijn spreektijd was ten onrechte ingekort, want die bedroeg tweeënhalve minuut en het slot van mijn betoog was: Verandering komt er niet door buitenlandse interventies en andere vormen van militair geweld. Die aanpak heeft in het verleden juist het ontstaan van het huidige regime veroorzaakt. In het geval van buitenlandse interventies scharen ook veel mensen in Iran, die de huidige regering haten, zich tóch achter die regering om het vaderland te verdedigen.
Maar ook het volstrekte tegendeel daarvan moeten we niet doen. Het is fout om samenwerking met dit regime te zoeken vanuit de gedachte dat de huidige groep duurzaam aan de macht zal blijven, of dat steun voor de stabiliteit in dit land gunstig is voor de Europese energievoorziening. Consequent opkomen voor de mensenrechten en steun aan de democratische oppositie is de enige weg naar verbetering, ook voor het slachtoffer waar nu het debat over ging.
Christopher Beazley (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil graag mijn steun betuigen aan mijn collega Struan Stevenson, ook al is hij een Schot.
Perzië was, zoals we allemaal weten, een van de grote beschavingen van ons continent en van deze wereld. Veel Iraniërs zijn fatsoenlijke en goede mensen. Wat Struan zei, kwam uit zijn hart, en hij heeft gelijk. Geen enkele man doodt vrouwen en kinderen en schept er vervolgens over op. Wat moeten we doen? We zijn maar leden van het Europees Parlement. We kunnen alleen maar onze woede uitschreeuwen over deze vorm van wreedheid, deze vorm van onmenselijkheid.
Mijn enige conclusie is dat we die democratische, beschaafde Iraniërs moeten steunen en met hen moeten samenwerken om te zorgen voor een fatsoenlijke, humanitaire, beschaafde regering voor de goede mensen in Iran, en dat de moordenaars schuldig verklaard moeten worden.
Leonard Orban, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, de Commissie volgt de zaak van mevrouw Roxana Saberi nauwlettend, inclusief de voorbereidingen voor het proces in hoger beroep dat begin volgende week start. De Commissie maakt zich zorgen over de gezondheid van mevrouw Saberi. Zij is verzwakt door een hongerstaking waarmee ze, volgens haar vader, begonnen is nadat ze vorige maand door het Revolutionaire Hof in Teheran veroordeeld was tot acht jaar gevangenisstraf voor spionage. Mevrouw Saberi ontkent de beschuldiging.
De Commissie is van mening dat de rechtszaak tegen mevrouw Saberi, die achter gesloten deuren gehouden werd, niet aan de minimumnormen voor een eerlijk en transparant proces voldaan heeft. De Commissie steunt ten volle de verklaring die het Tsjechische voorzitterschap van de Raad op 22 april 2009 over de zaak van mevrouw Saberi heeft afgelegd. We hopen dat de Iraanse rechterlijke macht onverwijld zal zorgen voor een eerlijk en transparant proces in hoger beroep, met alle waarborgen die de Iraanse wetgeving biedt.
De Commissie maakt zich ernstige zorgen over de gestage verslechtering van de situatie in Iran met betrekking tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. De executie van mevrouw Delara Darabi, die op 1 mei opgehangen werd voor een misdrijf dat ze begaan zou hebben toen ze nog minderjarig was, bevestigt deze sombere situatie alleen maar. Ook over die zaak heeft de EU een verklaring uitgegeven, waarin zij de executie krachtig veroordeelde.
De Commissie heeft er bij de Iraanse autoriteiten herhaaldelijk op aangedrongen, en zal dat blijven doen, dat Iran zijn internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten, zoals met betrekking tot het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, eerbiedigt. Verbetering van de mensenrechtensituatie in Iran is voor de Commissie een wezenlijke voorwaarde voor uitbreiding van de politieke dialoog en samenwerking met Iran in de nabije toekomst.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt na afloop van het debat plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 142)
Glyn Ford (PSE), schriftelijk. – (EN) Roxana Saberi werd op 18 april 2009 veroordeeld wegens 'spionage' zonder dat ze enige toegang had tot rechtshulp en op basis van een oneerlijke en ondoorzichtige rechtszaak.
Ik ben niet naïef. De VS houden zich bezig met spionage, maar als Roxana Saberi al een spion was, dan hebben de Iraanse autoriteiten er niets aan gedaan om wie dan ook daarvan te overtuigen. De vooringenomenheid en de manipulatie van de rechtszaak en de verdachte vormden een karikatuur van ieder rechtsbegrip.
Ik kan alleen maar de in de resolutie opgenomen eis toejuichen dat Roxana Saberi onmiddellijk wordt vrijgelaten op grond van het feit dat de zaak achter gesloten deuren is behandeld, zonder fatsoenlijke gerechtelijke procedure, en dat internationale normen volstrekt niet in acht zijn genomen.
De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over zes ontwerpresoluties over Madagaskar.(1)
Mikel Irujo Amezaga, auteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, zoals uit de resolutie zelf is gebleken, heeft Andry Rajoelina, ex-burgemeester van de hoofdstad van Madagaskar, na twee maanden van harde confrontaties, op 17 maart jongstleden een staatsgreep gepleegd. Met steun van het leger en een zelfbenoemde “Hoge Overgangsautoriteit” die hij zelf aanvoert, heeft hij de Nationale Vergadering en de Senaat ontbonden. Bovendien zag de democratisch gekozen president zich genoodzaakt, onder druk van de opstandelingen, Madagaskar te verlaten.
De heer Rajoelina, die in december 2007 tot burgemeester van Antananarivo was verkozen, is op zijn beurt in februari van dit jaar door de vorige regering met geweld uit zijn ambt gezet. Hierbij dient vermeld te worden dat de volkswoede was opgelaaid naar aanleiding van een plan van de vorige regering om een miljoen hectare grond in het zuiden van het land te verpachten aan een Koreaans bedrijf.
Uiteraard veroordelen ook wij de staatsgreep, alsmede alle pogingen om op ondemocratische wijze de macht te grijpen. We geloven ook dat de VN-Veiligheidsraad en de internationale organisaties waarbij Madagaskar is aangesloten, deze de facto-regering niet erkennen en we dringen erop aan dat er weer een constitutionele regering komt. We dringen eveneens aan op een onmiddellijk herstel van de rechtsorde en de constitutionele orde in het land en verzoeken de Malagassische partijen met klem de bepalingen van de Grondwet van Madagaskar bij het oplossen van deze crisis volledig in acht te nemen.
Wij menen echter ook dat democratie meer inhouden dan verkiezingen alleen en dat we ernstige onregelmatigheden moeten melden bij de – a priori – legitieme regering van Madagaskar.
Desalniettemin zijn we ervan overtuigd dat herstel van de constitutionele orde gebaseerd zou moeten zijn op de doelstellingen en beginselen zoals die in overweging K van deze resolutie zijn vermeld, namelijk: een duidelijk tijdschema voor het houden van vrije, eerlijke en transparante verkiezingen; betrokkenheid van alle politieke en maatschappelijke belanghebbenden van het land, met inbegrip van president Marc Ravalomanana, en andere nationale persoonlijkheden; ten derde, bevordering van consensus onder de Malagassische partijen; ten vierde, eerbiediging van de Grondwet van Madagaskar; en ten slotte, naleving van de relevante instrumenten van de Afrikaanse Unie en de internationale verbintenissen van Madagaskar.
We hebben hoe dan ook te maken met een situatie waarin de mensenrechten stelselmatig worden geschonden. Terwijl de heersende klasse van Madagaskar in een strijd om de macht door middel van staatsgrepen is verwikkeld en er gevochten wordt om belangrijke, lucratieve contracten, leeft zeventig procent van de bevolking van minder dan een dollar per dag. En daaraan, alleen daaraan, moet iets gebeuren. Laten we dus hopen dat de Europese Unie ten aanzien van deze kwestie de rol op zich neemt die haar toekomt.
Mevrouw de Voorzitter, hoewel ik hiermee totaal van onderwerp verander, wil ik graag van de gelegenheid gebruik maken om commissaris Orban, die bij deze laatste vergadering van deze zittingsperiode aanwezig is, persoonlijk te danken voor de aansturing van zijn Directoraat-generaal.
Bernd Posselt, auteur. − (DE) Mevrouw de Voorzitter, Beieren en de Beierse gemeenten onderhouden contacten overal ter wereld, niet in de laatste plaats ook de katholieke universiteit van Eichstätt. De delegatie van burgemeesters uit deze regio wil ik hartelijk welkom heten.
Madagaskar is een land waarmee wij bijzonder nauw en intensief samenwerken. Er zijn diverse culturele, economische en wetenschappelijke contacten en daarnaast wordt er veel kerkelijke steun geboden. Ik betreur het om die reden des te meer dat er in dit land met zijn prachtige landschap en rijke cultuur zulke verschrikkelijke misstanden heersen. Het risico is reëel dat Madagaskar in zijn strategisch belangrijke positie een 'failed state' wordt, net als andere landen in Afrika, met als bekendste voorbeeld Somalië.
Daarom is het van belang om de normale en democratische verhoudingen in het land zo snel mogelijk te herstellen. Ik ben dan ook blij dat de contactgroep enkele dagen geleden vergaderd heeft om de eerste concrete stappen te bespreken. We moeten een zekere structuur opzetten die nieuwe verkiezingen voorbereidt onder leiding van de afgezette democratisch verkozen president, die wij nog altijd als het enige wettige staatshoofd erkennen.
Er moet een dialoog gevoerd worden en daarbij moet ook de minister-president betrokken worden. De minister-president wordt momenteel gevangen gehouden. Wij roepen op tot zijn onmiddellijke vrijlating. Niet alleen de humanitaire hulp, maar ook de ontwikkelingshulp die voor de mensen van levensbelang is, moet in volle omvang doorgaan, met name ook de medische zorg.
Om al deze redenen moeten wij als Europese Unie in actie komen, niet alleen om humanitaire en economische hulp te bieden, maar vooral om politieke vrede te bewerkstelligen door middel van onderhandelingen. Wij hechten daarbij grote waarde aan de samenwerking met de Afrikaanse Unie, die de kans krijgt om democratische stabiliteit te brengen – deze stabiliteit kan immers ook antidemocratisch zijn. Wij willen dit proces intensief ondersteunen met onze middelen.
(Applaus)
Erik Meijer, auteur. − Voorzitter, in Madagaskar is de zittende president na volksprotesten tot aftreden gedwongen. Hij maakte afspraken met buitenlandse bedrijven die op korte termijn inkomsten opleverden voor zijn regering, maar die schadelijk waren voor zijn volk. Dat maakte zijn positie onhoudbaar.
Daarna is met behulp van het leger de oppositieleider, tevens oud-burgemeester van de hoofdstad, benoemd tot voorlopig president, ondanks het feit dat hij daarvoor volgens de wet te jong was. Deze procedure, en vooral de interventie van het leger, geeft aanleiding tot kritiek. De Afrikaanse Unie ziet dit als een illegale staatsgreep en wijst de nieuwe regering af.
Ik denk dat we ook een vergelijking zouden kunnen maken met recente gebeurtenissen in een Europees land, IJsland. Ook daar moest de regering na volksprotesten aftreden. Er kwam een minderheidsregering met een geheel andere partijpolitieke samenstelling aan de macht. Niemand vond dat een staatsgreep. Ondertussen zijn daar wel nieuwe verkiezingen gehouden, waarbij de nieuwe regeringscoalitie een ruime meerderheid achter zich heeft gekregen. Een soortgelijke uitkomst is mogelijk in Madagaskar, voorwaarde is dat de verkiezingen dan wel binnen afzienbare tijd worden gehouden.
Glyn Ford, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik spreek namens de Sociaal-democratische Fractie en als de schaduwrapporteur van de Partij van de Europese Sociaal-democraten over de Overeenkomst inzake economisch partnerschap met de groep landen uit het zuiden van Afrika waar ook Madagaskar toe behoorde. In april hebben we met overweldigende meerderheid die economische partnerschapsovereenkomst goedgekeurd, zij het met een voorbehoud over de situatie in Zimbabwe. Als we vandaag een debat zouden houden over die overeenkomst, zouden we ook een voorbehoud moeten maken met betrekking tot Madagaskar.
Toch is het nog maar vijftien jaar geleden dat Madagaskar de mogelijkheid leek te hebben zich heel anders te ontwikkelen. Ik herinner me het bezoek in 1993 van de toen pas gekozen president Albert Zafy. Maar ja, in 1996 was hij al weer afgezet wegens corruptie en machtsmisbruik. Sindsdien wordt Madagaskar geplaagd door instabiele regeringen en dreigende afscheidingen en afzettingen, wat wel aangeeft dat het er politiek niet fijnzinnig aan toegaat.
Nu hebben we een situatie – een staatsgreep door het leger – die gedeeltelijk is uitgelokt door een plan van de vorige regering meer dan 400 000 hectare grond in het zuiden van het land te verpachten aan een Koreaans bedrijf ten behoeve van intensieve landbouw, terwijl een aanzienlijke meerderheid van de bevolking van minder dan een euro per dag moet leven. Deze ongrondwettige regeringswissel betekent een ernstige kink in de kabel voor de democratisering.
We juichen het toe dat de VN, vooruitlopend op voedseltekorten later dit jaar als gevolg van de huidige politieke gebeurtenissen in Madagaskar, opgeroepen hebben tot het verlenen van humanitaire steun voor een bedrag van bijna 36 miljoen dollar, maar we veroordelen de staatsgreep scherp, alsmede alle pogingen om de macht op ondemocratische wijze te grijpen. We dringen aan op een onmiddellijk herstel van de rechtsorde en de constitutionele orde in het land en verzoekt de partijen van Madagaskar met klem de bepalingen van de grondwet van Madagaskar volledig na te leven om deze crisis op te lossen. We dringen aan op onverwijld herstel van de nationale vergadering en de senaat, en verzoeken met klem dat de mandaten en immuniteiten van de afgevaardigden worden geëerbiedigd totdat er nieuwe democratische parlementsverkiezingen zijn gehouden.
Dat zal echter alleen het geval kunnen zijn indien de internationale gemeenschap samenwerkt bij het opvoeren van haar inspanningen en het uitoefenen van druk, zodat er een eind komt aan het politieke geweld en de politieke impasse in het land.
Thierry Cornillet, auteur. – (FR) Mevrouw de Voorzitter, wij kunnen niet blijven zwijgen over de situatie in Madagaskar en wij zullen niet de enigen zijn die deze situatie veroordelen. De Afrikaanse Unie, de Gemeenschap voor de ontwikkeling van Zuidelijk Afrika, de Internationale Organisatie voor de francofonie, de Interparlementaire Unie, de Europese Unie die bij monde van de Commissie stelling neemt, de Verenigde Staten, een groot aantal landen, waaronder mijn land en Noorwegen – om landen van het Europese continent te noemen – hebben hun veroordeling uitgesproken over de staatsgreep – want we moeten 't beestje bij zijn naam noemen – die heeft plaatsgevonden in Madagaskar.
We kunnen niet blijven zwijgen en wij dringen erop aan dat de constitutionele orde wordt hersteld met, als dat noodzakelijk is, een arbitrage door de Malagassische bevolking door middel van een raadpleging in de vorm van een presidentsverkiezing of een referendum. Het is aan de nationale vergadering en de senaat en aan de politieke leiders van Madagaskar om te bepalen welke vorm van raadpleging het effectiefst is.
Wat wij dus vragen met deze gemeenschappelijke resolutie is om onze stem toe te voegen aan die van de internationale gemeenschap om diegenen die via een verkapte staatsgreep op volstrekt ondemocratische wijze aan de macht zijn gekomen, ertoe te bewegen de constitutionele orde in Madagaskar te herstellen, hetgeen een van de waarborgen is voor de toekomstige ontwikkeling van dit grote eiland in de Indische Oceaan.
Ewa Tomaszewska, auteur. − (PL) Mevrouw de Voorzitter, de politieke crisis in Madagaskar heeft tot een ongrondwettige regeringswisseling geleid. Dit ging gepaard met onlusten waarbij meer dan 130 personen om het leven zijn gekomen.
Madagaskar stond tot 1960 onder Franse heerschappij. Het land bevindt zich in een moeilijke situatie en heeft behoefte aan humanitaire hulp, voornamelijk voedselhulp. Madagaskar heeft dergelijke hulp in het verleden al gekregen. De autoriteiten en de opeenvolgende verkiezingen die zij organiseerden, werden steeds gesteund door het leger. Nadat president Ravalomanana onlangs de steun van het leger verloor, moest hij op 17 maart 2009 aftreden. De macht werd overgenomen door Rajoelina die werd aangeduid door het leger.
De Europese Unie erkent de nieuwe regering niet, aangezien ze op ondemocratische wijze aan de macht is gekomen. De Afrikaanse Unie heeft het lidmaatschap van Madagaskar opgeschort en staat kritisch tegenover het feit dat Ravalomanana met geweld uit zijn functie is ontzet. Ze heeft met sancties gedreigd indien de constitutionele orde in het land niet binnen zes maanden wordt hersteld.
Wij dringen erop aan dat de constitutionele orde in Madagaskar wordt hersteld. Wij roepen de internationale gemeenschap op inspanningen te ondersteunen die tot doel hebben de wettelijke basis van de werking van dit land te herstellen. Ik ben van oordeel dat het verkiezingsproces op de voet moet worden gevolgd en door vertegenwoordigers van internationale organisaties, en met name door leden van dit Parlement, moet worden gecontroleerd.
Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, namens de PSE-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, in de eerste weken van maart waren we getuige van een dramatische staatsgreep in Madagaskar. De al jaren aanhoudende rivaliteit tussen de afgezette president en de leider van de oppositie heeft het eiland op de rand van een burgeroorlog gebracht. Op 17 maart 2009, de dag nadat het leger het presidentieel paleis had ingenomen, heeft Andry Rajoelina zichzelf tot het nieuwe staatshoofd van Madagaskar uitgeroepen. Het Opperste Gerechtshof van het land heeft geoordeeld dat de voormalige burgemeester van de hoofdstad Antananarivo dit ambt overeenkomstig de Malagassische grondwet bekleedt. Intussen zijn hierover echter twijfels gerezen, al was het maar omdat de grondwet een bepaling bevat volgens welke de president van het land minstens veertig jaar oud moet zijn, terwijl de nieuwe president pas vierendertig is.
De machtsovername en de uitspraak van het Opperste Gerechthof zijn bijzonder omstreden. De beëdigingsceremonie werd door de meerderheid van de buitenlandse diplomaten geboycot en de Afrikaanse Unie heeft het lidmaatschap van Madagaskar opgeschort. De politieke crisis heeft tot algemene chaos en instabiliteit geleid in een land waar de meeste mensen al jaren in extreme armoede leven en met 1 dollar per dag moeten rondkomen. De inwoners van het land hebben slechts beperkte toegang tot voedsel, water, basisgezondheidszorg en onderwijs. Ik heb zelf zes jaar in Madagaskar gewoond en heb deze problemen dus van nabij leren kennen. Daarom geef ik mijn volledige steun aan de oproep van de Verenigde Naties om humanitaire noodhulp te verlenen aan de bevolking van Madagaskar.
Het Europees Parlement zou deze staatsgreep krachtig moeten veroordelen. Hetzelfde geldt voor alle pogingen om de macht op ondemocratische wijze te grijpen. De Europese Unie zou moeten aandringen op de hervatting van de werkzaamheden van beide kamers van het parlement die door het nieuwe regime zijn ontbonden. Daarenboven moeten we onze steun verlenen aan de inspanningen die door de Speciale Afgezant van de Afrikaanse Unie en door de vertegenwoordigers van de Verenigde Naties worden geleverd in het kader van hun onderhandelingen met vertegenwoordigers van lokale politieke partijen en van alle betrokken groepen om de constitutionele orde in het land zo snel mogelijk te herstellen. De internationale gemeenschap zou zich op haar beurt ook meer moeten inspannen om humanitaire hulp te verstrekken aan de inwoners van dit eiland die op de rand van de armoede leven.
Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, Madagaskar, een vroegere Franse kolonie, lijkt in zijn politieke leven de treurige – maar niet ongewone – postkoloniale verwarring door te maken, en met het daaruit voortvloeiende lijden van de bevolking.
Vele andere voormalige Europese koloniën hebben ditzelfde doorgemaakt, of gaan er nog steeds onder gebukt. Er zijn voorbeelden te over. Mijn eigen land, Cyprus, is er een van. Toen Cyprus in 1960 voor een deel onafhankelijk was geworden van zijn kolonisator, Groot-Brittannië, slaagden haviken van de Britse diplomatieke dienst erin verschillende gemeenschappen op het eiland tegen elkaar op te zetten, met als uiteindelijk gevolg de opsplitsing van het eiland in 1974.
Deze verdeling, die tot op de dag van vandaag voortduurt, komt Groot-Brittannië goed uit. Een verdeeld Cyprus is niet in staat zich met succes te ontdoen van de twee overgebleven koloniale gebieden Akrotiri en Dhekelia, die door Groot-Brittannië worden gebruikt voor militaire doeleinden. Het is schandalig dat de Britse regering erin geslaagd is die twee gebieden buiten de EU te houden, zodat het acquis niet toegepast kan worden op de duizenden Cypriotische burgers – nu EU-burgers – die daar wonen.
Leonard Orban, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, in de eerste plaats wil ik graag de grote ongerustheid van de Commissie over de huidige instabiele situatie in Madagaskar onderstrepen. Ook wil ik graag de voortdurende betrokkenheid van de Commissie bij het Malagassische volk benadrukken.
De situatie in dat land na de gedwongen afzetting van president Ravalomanana op 17 maart verdient en vereist onze volledige aandacht en de Commissie, evenals het Europees Parlement, volgt de gebeurtenissen nauwlettend.
De Commissie heeft de op 20 maart door het Tsjechische voorzitterschap namens de Europese Unie uitgegeven verklaring waarin de machtsoverdracht wordt veroordeeld en de Malagassische partijen worden opgeroepen de bepalingen van de grondwet van Madagaskar ten volle na te leven, volledig onderschreven.
De Commissie is van mening dat wezenlijke aspecten van de Overeenkomst van Cotonou op flagrante wijze zijn geschonden en dat er hier sprake is van een 'bijzonder dringend geval' in de zin van artikel 96 van die overeenkomst. De Commissie heeft daarom de procedure in gang gezet om de Raad voor te stellen in overleg te treden met de feitelijke autoriteiten, teneinde na te gaan welke oplossingen voor de crisis mogelijk zijn die gericht zijn op herstel van de grondwettelijke orde.
De Commissie zal alle middelen tot dialoog die tot haar beschikking staan, blijven gebruiken voor het vinden van een alomvattende oplossing voor de huidige crisis. Voor dat doel wordt de op grond van artikel 8 van de Overeenkomst van Cotonou gevoerde politieke dialoog met alle belanghebbende partijen in Madagaskar, uitgebreid.
De Commissie neemt ook deel aan de belangrijkste internationale inspanningen die geleverd worden, met name in het kader van de onlangs door de Afrikaanse Unie opgerichte internationale contactgroep. In dit stadium heerst de opvatting dat de desbetreffende politieke stakeholders in Madagaskar het eens zijn over een routekaart voor terugkeer naar de constitutionele orde en het houden van verkiezingen.
De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over drie ontwerpresoluties over Venezuela(1).
Pilar Ayuso, auteur. − (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, ik heb deze ontwerpresolutie ondertekend en ik heb in deze plenaire vergadering het woord gevraagd, omdat ik getuige ben geweest van de zogenaamde uitzetting van onze collega Luis Herrero, wat in feite een ontvoering was. Verder heb ik met eigen ogen kunnen zien dat zaken als politieke vervolging, machtsmisbruik door het regime van Chávez, intimidatie van de oppositie, bedreiging, minachting van de menselijke waardigheid en misbruik van justitie in Venezuela aan de orde van de dag zijn.
De kwestie Manuel Rosales is de druppel die de emmer deed overlopen en is de aanleiding voor deze ontwerpresolutie. Er zijn echter duizenden gevallen die net zo schrijnend zijn, waarvan sommige wel en andere niet in de ontwerpresolutie worden genoemd, zoals bijvoorbeeld de kwestie Eligio Cedeño, die geboren is in Petare, een arme, gevaarlijke buitenwijk van Caracas, en die bekend is geworden omdat hij op een burgemeester heeft gestemd die niet tot het regime van Chávez behoorde. Eligio kon met hulp van anderen, met name van de Citibank, studeren en uiteindelijk lukte het hem een eigen zaak op te zetten: de Bank van Caracas. Vervolgens leidde hij een normaal leven en hielp hij de allerarmsten. Tegenwoordig zit hij echter illegaal vast in een van de gevangenissen van Caracas, nadat hij twee jaar geleden werd gearresteerd, terwijl hem niets concreets ten laste werd gelegd. Zijn enige misdaad is dat hij deel uitmaakte van de financiële oligarchie.
Een andere kwestie is die van Nixon Moreno, studentenleider van de Andes Universiteit en meerdere malen verkozen tot de universiteitsraad en gekozen als voorzitter van de Federatie van Universitaire Centra. In 2003 won hij de verkiezingen voor de Federatie van de huidige minister van Binnenlandse Zaken en Justitie, en dat is wat hij heeft misdaan. Vandaag de dag wordt hij van poging tot moord en van gewelddadig en onbetamelijk gedrag beschuldigd, ondanks dat hij van deze beschuldigingen is vrijgesproken.
Deze toestanden zijn aan de orde van de dag in Venezuela, waar vervolging van de oppositie met het doel hen uit te sluiten van het politieke leven en dissidenten te onderdrukken, deel zijn gaan uitmaken van de dagelijkse praktijk. Desalniettemin moeten we een boodschap van hoop uitsturen naar de Venezolaanse democratie: ondanks de problemen ben ik ervan overtuigd dat de democratie zal worden hersteld en dat president Chávez zal worden weggestemd.
Marios Matsakis, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, de zaak Manuel Rosales is opnieuw een voorbeeld van de arrogantie en paranoia die de steeds autoritairdere regering van Venezuela soms tentoonspreidt. De politieke vervolging van de heer Rosales en van vele anderen is betreurenswaardig en dient in de strengst mogelijke bewoordingen veroordeeld te worden. We zullen op de regering van dat land een ernstig beroep doen zich verstandig en democratisch te gaan gedragen en op te houden met de schending van de mensenrechten van de burgers van het land.
Mevrouw de Voorzitter, omdat dit de laatste keer is dat ik tijdens de plenaire zitting een toespraak houd, zou ik u en al onze collega's willen bedanken die getrouw de mensenrechtendebatten op donderdagmiddag hebben bijgewoond en een steentje hebben bijgedragen aan een betere wereld.
Ik wil ook graag van de gelegenheid gebruikmaken om, zoals ik in het verleden zo vaak gedaan heb, mijn collega's te herinneren aan de situatie in mijn eigen land, Cyprus, dat al 35 jaar zucht onder de Turkse militaire bezetting van het noordelijke deel van het land. De inwoners – EU-burgers – van gebieden als Kyrenia, Famagusta, Karpasia en Morfou leven sinds the verwoestende Turkse invasie in 1974 in ballingschap. Wij vestigen onze hoop of de EU voor de vervulling van hun nederige wens naar hun huizen terug te mogen keren en daar in vrede en veiligheid te wonen. Ik hoop dat de EU ze niet zal teleurstellen.
Ewa Tomaszewska, auteur. − (PL) Mevrouw de Voorzitter, wanneer politieke veranderingen erop wijzen dat de rechten van de oppositie om zich vrijelijk in het openbaar te uiten worden geschonden, moeten we waakzaam zijn. Het is immers een krachtig signaal dat de democratie in gevaar is. De arrestatie van oppositieleden is een nog krachtiger signaal.
Dit is wat momenteel in Venezuela aan de gang is. Manuel Rosales, burgemeester van de stad Maracaibo en tegenstander van president Chávez bij de verkiezingen in 2006, heeft het land moeten ontvluchten. Kort nadat president Chávez het referendum had gewonnen dat hem in staat stelt om zijn ambt onbeperkt te blijven uitoefenen, werd tegen de heer Rosales een aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Hij is erin geslaagd naar Peru te vluchten, waar hij voorlopig ondergedoken is.
Deze kwestie moet ter sprake worden gebracht tijdens de volgende vergadering van EuroLat. Venezuela dient zich aan de verdragen te houden die het heeft ondertekend en waarin het zich ertoe verbonden heeft de mensenrechten te eerbiedigen.
Bernd Posselt, namens de PPE-DE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, twintig jaar geleden is tijdens de pan-Europese picknick aan de Oostenrijks-Hongaarse grens het socialisme ineengestort. Ik had de eer mee te mogen werken aan de voorbereiding hiervan en ik zal nooit vergeten hoe korte tijd later de kanselier van de eenheid, Helmut Kohl, en paus Johannes Paulus II, twee voorvechters in deze strijd, door de Brandenburger Tor liepen en zeiden: het socialisme moet niet vervangen worden door roofdierkapitalisme, maar door vrijheid en sociale markteconomie.
Momenteel glijdt Latijns-Amerika op gevaarlijke wijze af naar socialistische dictatuur en onderdrukking. De bron van deze ontwikkeling is helaas Venezuela. President Chávez probeert de vrijheid in heel Latijns-Amerika te verstikken met oliegelden. Daarom is deze zaak van de heer Rosales van grote betekenis. De heer Rosales is niet alleen een groot democraat die onze steun verdient, maar ook een symbool voor de democratie in Latijns-Amerika. Wij willen hem ondersteunen en zullen blijven opkomen voor de vrijheid van de Latijns-Amerikaanse volken.
Pedro Guerreiro, namens de GUE/NGL-Fractie. – (PT) Middels weer zo'n groteske verdraaiing van de werkelijkheid worden we opnieuw geconfronteerd met een schaamteloze poging van het Europees Parlement om zich te bemoeien met Venezuela. Dergelijke manoeuvres zijn afkomstig van de mensen die samenzweren tegen het democratische en soevereine proces van emancipatie en sociale vooruitgang, waar het Venezolaanse volk sinds enkele tientallen jaren mee bezig is en dat ondersteund wordt door 14 verkiezingsprocessen.
Nogmaals, waar de voorstanders van dit initiatief eigenlijk last van hebben is dat het Venezolaanse volk, ondanks alle problemen, bedreigingen, gevaren en bemoeienissen, laat zien dat het de moeite loont te strijden en dat het mogelijk is een rechtvaardiger, democratische en vreedzamer land – en wereld – op te bouwen.
Ze laten dit zien door de hoge participatiegraad van de bevolking, het afnemen van de armoede, sociale ongelijkheid en werkloosheid, de bestrijding van het analfabetisme en het grotere onderwijsaanbod op alle niveaus, de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor miljoenen Venezolanen, het nationale netwerk van markten met voedingsproducten tegen gesubsidieerde prijzen, de de facto nationalisatie van de olie-industrie en van strategische economische sectoren, het gebruik van vruchtbaar land door landarbeiders, de solidariteit met andere volkeren, en zo zijn er nog vele andere voorbeelden te noemen.
We moeten ons afvragen: wat geeft dit Parlement, dat een ontwerpverdrag wil doorzetten dat afgewezen is door de Franse, Nederlandse en Ierse bevolking, dat de onmenselijke terugkeerrichtlijn goedkeurt, dat de mensenrechten van immigranten schendt, veelal afkomstig uit Zuid-Amerika, en dat geen woord van veroordeling over heeft voor de barbaarse agressie van Israël tegen het Palestijnse volk op de Gazastrook, eigenlijk het recht anderen de les te lezen in democratie en mensenrechten?
Voor de zoveelste keer vragen wij: houd eens op met denken dat u de wereld de les kunt lezen.
Erik Meijer (GUE/NGL). - Voorzitter, ik ben een voormalig inwoner van Venezuela en ik ken de vroegere toestand in dat land. Vooral tijdens de dictatuur van Marcos Pérez Jiménez in de jaren '50. Armoede en onrecht waren de kenmerken van het leven op dat moment, en de regering van Hugo Chávez beschouw ik als een zeer belangrijke verbetering die hard nodig was.
Desondanks vind ik dat ook sympathieke regeringen netjes moeten optreden tegenover hun tegenstanders en geen technieken moeten toepassen die de tegenstanders het extra moeilijk maken.
Dat zal ook de reden zijn waarom ik wél voor de gezamenlijke resolutie zal stemmen omdat die kritisch is met betrekking tot de bewaking van de democratie in het algemeen en niet gericht is op het omverwerpen van het, naar mijn mening, positieve regime van Hugo Chávez.
José Ribeiro e Castro (PPE-DE). - (PT) Voorzitter, commissaris, beste collega's, ik wil graag mijn collega Guerreiro corrigeren, omdat hij slecht geïnformeerd is. Volgens de indicatoren van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties is de armoede in Venezuela in de afgelopen tien jaar geen jota minder geworden.
Alles wat Chávez gebracht heeft zijn demagogie en dictatuur. Helaas met steun van de stembussen, maar gepaard gaande met een enorme intimidatie van de burgers, zoals het geval van Manuel Rosales weer eens bevestigt.
Ik heb Manuel Rosales gekend. Ik heb de eer gehad hem tijdens een bezoek aan Venezuela te ontmoeten. Ik betreur het lot dat hem ten deel gevallen is ten zeerste, want hij wilde een vrij man zijn in zijn land en je kunt in zijn land geen vrij man zijn. Dat is juist het probleem van Venezuela.
Ik heb hem gekend als gouverneurskandidaat van de Staat Zulia. Hij is door zijn volk gekozen tot burgemeester van Maracaibo en hij kan niet in zijn land leven, omdat mensen in Venezuela vervolgd en belasterd worden. Ze worden belasterd, zoals nu helaas gebeurt met Manuel Rosales. Dat is de ergste straf die je een politicus kunt opleggen en wij, als politici in dit Huis, zouden ons dat moeten realiseren.
Je kunt strijden met ideeën, maar je hebt niet het recht iemand te belasteren, om hem te vervolgen en gevangen te zetten. Dat is wat er op dit moment in Venezuela gebeurt.
Beste collega's, het wordt tijd dat we een strategie ontwikkelen voor Latijns-Amerika. Een strategie, een actieve diplomatie voor Latijns-Amerika. Deze moet zeker de kant kiezen van de sociale vooruitgang, in samenhang met de vele miljoenen die we elk jaar weer investeren in ontwikkeling en samenwerking, maar moet ook voor 100 procent de kant van de democratie, voor 100 procent de kant van het pluralisme en voor 100 procent de kant van de fundamentele vrijheden kiezen. Leve een vrij Venezuela!
Zita Pleštinská (PPE-DE) – (SK) Armoede is een altijd vruchtbare bodem geweest voor totalitaire leiders die zichzelf als de redders en pleitbezorgers van hun volk neerzetten. In werkelijkheid doen ze dit alleen voor zichzelf. Aan het begin sprak Hugo Chávez niet over socialisme, maar alleen over het recht op een betere wereld. Naarmate de tijd verstreek, kwam het socialisme echter steeds vaker ter sprake. Zijn tegenstanders werden niet meer uitgenodigd om samen te werken en ze werden zijn aartsvijanden en later politieke gevangenen. Vervolgens damde hij de vrijheid van de media in en zij die niet in de pas bleven, werden het zwijgen opgelegd. Eenzijdige informatie, de leider-pleitbezorger, schending van de mensenrechten, gebrek aan vrijheid: de uitkomst van deze optelsom is totalitarisme. De zaak van Manuel Rosales is daar alleen maar een bevestiging van.
Andere leiders spelen hetzelfde spelletje als Hugo Chávez, waaronder Castro's opvolgers, Loekasjenko en vergelijkbare types. Ik zou mijn collega-leden van het Europees Parlement dan ook willen bedanken voor het feit dat zij iedere donderdagmiddag tijdens de plenaire vergadering weer, een duidelijk signaal afgeven aan de hele wereld dat het Europees Parlement schendingen van de mensenrechten waar ook ter wereld nooit en te nimmer zal tolereren.
Mevrouw de Voorzitter, ik wil u hartelijk bedanken voor het voorzitten van onze vergaderingen in het Europees Parlement, voor uw samenwerking en voor uw persoonlijke vriendschap.
Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). – (PL) Mevrouw de Voorzitter, aangezien de huidige zittingsperiode van het Europees Parlement ten einde loopt, is dit een geschikt ogenblik om de balans op te maken. We kunnen objectief stellen dat dit Parlement veel werk heeft verricht. Uit de geboekte resultaten komt duidelijk naar voren dat wij ons sterk hebben gemaakt voor de bescherming van de mensenrechten. De effecten van onze inspanningen zijn met name in derde landen goed zichtbaar. Zoals vandaag opnieuw blijkt, zijn wij in staat om de situatie in Iran, Madagaskar en Venezuela grondig te analyseren. Wij zijn in staat om goede resoluties aan te nemen en slagen er zelfs in om ze onder de aandacht van het publiek te brengen. Onze resoluties leveren evenwel niet altijd het gewenste resultaat op, aangezien we ons op grote afstand bevinden van de landen en samenlevingen die met deze problemen kampen. Onze communicatie laat het soms afweten en het lukt ons niet altijd om onze ideeën uit te voeren of over te brengen.
Dames en heren, wat me echter veel meer zorgen baart, zijn de democratie en de bescherming van de mensenrechten in de Europese Unie zelf. Dat is een onaangename en pijnlijke kwestie. Miljoenen mensen zijn vandaag illegaal aan het werk in de Unie. Wat is er hier gebeurd met de mensenrechten? Het gaat de vrouwen- en kinderhandel voor de wind. Hoe staat het met de mensenrechten in de Europese Unie? Hoe beschermen wij deze rechten? Waarom zijn onze maatregelen niet doeltreffend?
Voorts zou ik willen wijzen op een spijtig incident dat zich in dit Parlement heeft voorgedaan toen wij hier voor een referendum betoogden. De heer Pöttering heeft toen onmiddellijk de hulp van de veiligheidsdiensten ingeroepen. Dit was een inbreuk op de mensenrechten, alsook op ons recht om te demonstreren en om onze mening te uiten. Desalniettemin is de balans algemeen genomen positief en ben ik van mening dat we tijdens de volgende zittingsperiode absoluut moeten doorgaan met dit soort debatten en maatregelen.
Christopher Beazley (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, met een beroep op ons Reglement vraag ik het woord om een persoonlijke verklaring af te leggen. Dit is mijn afscheidsrede voor het Europees Parlement, omdat ik een kwart eeuw geleden voor het eerst gekozen werd en mijn vader – Peter Beazley, lid van het Europees Parlement voor Bedfordshire and North Hertfordshire – 30 jaar geleden gekozen werd.
Ik wil al mijn medeleden van dit Huis bedanken, in het bijzonder onze Voorzitter, Hans-Gert Pöttering, met wie ik de eer heb gehad het lidmaatschap van de Britse Conservatieven voor de PPE-Fractie veilig te stellen.
Ik wil de Britten in herinnering roepen die dit Parlement en de Commissie gediend hebben: Lord Plumb – Henry Plumb – als voorzitter van dit Parlement en Roy Jenkins (voorzitter), Arthur Cockfield, Chris Patton, minister-president Ted Heath en Winston Churchill als uit alle partijen voortkomende leden van de Commissie – stuk voor stuk ware Europeanen.
De leider van mijn partij, David Cameron, heeft een ernstige fout gemaakt. Hij vergist zich: hij denkt dat hij het minister-presidentschap van mijn land zal verkrijgen door in het House of Commons anti-Europeaan te worden. Als Brits Conservatief behoud ik mij het recht voor daar bezwaar tegen te maken – dat is mijn laatste woord. Er zijn Britse Tory's, socialisten en liberalen, maar wij zijn Europeanen. We zullen naast onze partners en bondgenoten staan en als mijn partijleider probeert 30 jaar werk van pro-Europese Britse Tory's teniet te doen, dan heeft hij het bij het verkeerde eind!
(Staand applaus.)
Leonard Orban, lid van de Commissie. − (EN) De Commissie volgt de situatie in Venezuela nauwlettend en met ongerustheid. De Commissie kent de zaak Manuel Rosales. Hij heeft politiek asiel gekregen in Peru nadat hij in Venezuela voor corruptie was aangeklaagd. De Commissie heeft kennisgenomen van de verklaring van de voorzitter van de partij van Rosales, inhoudende dat hij voor zijn eigen veiligheid ondergedoken is.
De Commissie is van mening dat Manuel Rosales' verzoek om asiel en de toekenning van dat verzoek door de regering van Peru een bilaterale kwestie is en dat het niet de taak van de Commissie is een uitspraak te doen over de gegrondheid van het verzoek.
Wij zijn ons ervan bewust dat justitiële instanties onlangs rechtszaken tegen oppositieleiders in Venezuela begonnen zijn. We weten dat mensen in sommige sectoren van de Venezolaanse samenleving kritiek hebben geuit op de verbreiding van maatregelen die naar hun mening de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid om politieke rechten uit te oefenen, nadelig beïnvloeden. In dezelfde sectoren is men van mening dat de regering zich intolerant opstelt tegenover kritiek. Wij zijn ons bewust van die feiten en we volgen de politieke situatie in Venezuela aandachtig.
Ik wil beklemtonen dat de Europese Unie groot belang hecht aan de vrijheid een eigen mening te hebben en te uiten; die vrijheid is een menselijk grondrecht en een hoeksteen van de democratie en de rechtsstaat. We hopen dat de democratische instellingen in Venezuela de rechtsstaat zullen eerbiedigen en de democratie in het land in stand zullen houden, en dat ze zich ook zullen houden aan de verplichtingen voortkomend uit de door Venezuela ondertekende en geratificeerde internationale overeenkomsten, zoals het Amerikaanse Verdrag inzake de rechten van de mens en met name het daarin, in artikel 23, bepaalde inzake politieke rechten.
Ik wil het Parlement ervan verzekeren dat de Commissie de ontwikkelingen in Venezuela nauwlettend zal blijven volgen. De betrokkenheid van de Commissie bij de ondersteuning en versterking van de democratie en de bescherming en bevordering van de mensenrechten en fundamentele vrijheden zal weerspiegeld blijven in ons samenwerkingsbeleid en in onze betrekkingen met Venezuela.
(Uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)
14.1. Iran: de zaak Roxana Saberi
Vóór de stemming
Laima Liucija Andrikienė (PPE-DE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik stel voor de woorden 'de Iraanse autoriteiten' aan het begin van paragraaf 3 te vervangen door 'het Hof van Beroep op zijn zitting van 12 mei'. Paragraaf 3 luidt dan: 'dringt er bij het Hof van Beroep op zijn zitting van 12 mei op aan om Roxana Saberi onverwijld en onvoorwaardelijk vrij te laten ...'.
(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)
Vóór de stemming
Marios Matsakis, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, na de goedkeuring en indiening van deze gezamenlijke ontwerpresolutie kregen we bericht over opnieuw een schandelijk meedogenloze steniging van een Iraanse burger, met dodelijke afloop.
Daarom vonden we het gepast om aan paragraaf 7 het volgende toe te voegen: 'dringt er in deze context bij de autoriteiten van de Islamitische Republiek Iran op aan dringend de praktijk van steniging af te schaffen; veroordeelt ten stelligste de recente terdoodbrenging door steniging van Vali Azad, en drukt zijn grote bezorgdheid uit over de hangende terdoodbrenging van Mohammed Ali Navid Khamami en Ashraf Kalhori;'. Ik heb begrepen dat dit de goedkeuring kan wegdragen van de vertegenwoordigers van de overige fracties.
(Het Parlement neemt het mondelinge amendement in aanmerking)
14.2. Madagaskar
Vóór de stemming
Glyn Ford, auteur. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, wat betreft de volgende stemming over 'Venezuela: de zaak Manuel Rosales': de Sociaal-democratische Fractie in het Europees Parlement heeft natuurlijk haar handtekening onder de compromisresolutie weggehaald. We hebben niet deelgenomen aan het debat en zullen ook niet aan de stemming deelnemen.
14.3. Venezuela: de zaak Manuel Rosales
Na de stemming
De Voorzitter. – Hartelijk dank. Dit was een emotioneel geladen vergadering, niet alleen vanwege de vraagstukken op het gebied van de mensenrechten, maar ook omdat het onze laatste vergadering was. Dank u wel voor uw deelname.
Zdzisław Zbigniew Podkański (UEN). - (PL) Mevrouw de Voorzitter, staat u mij toe om u namens alle leden van het Parlement en ook namens onze diensten en assistenten van harte te bedanken voor de professionele manier waarop u deze debatten hebt voorgezeten, alsook voor de goede samenwerking en het wederzijds begrip. Deze woorden van dank gelden zowel voor u persoonlijk als voor het Bureau van het Europees Parlement en de volledige administratie. Wij wensen u veel succes voor de toekomst en hopen dat u opnieuw wordt verkozen voor het Europees Parlement. Daarnaast wens ik u veel voldoening bij uw openbare activiteiten en veel geluk in uw privéleven.
De Voorzitter. – Hartelijk dank. Ik grijp deze gelegenheid ook aan om alle medewerkers van de parlementaire diensten te bedanken voor hun waardevolle werk.
20. Verzending van de tijdens deze vergadering aangenomen teksten: zie notulen
21. In het register ingeschreven schriftelijke verklaringen (artikel 116 van het reglement)
22. Rooster van de volgende vergaderingen: zie notulen
23. Onderbreking van de zitting
De Voorzitter. – Ik verklaar de zitting van het Europees Parlement te zijn onderbroken.
(De vergadering wordt om 16.15 uur gesloten)
ANLAGE (schriftliche Antworten)
ANFRAGEN AN DEN RAT (Für diese Antworten trägt der amtierende Ratsvorsitz der Europäischen Union die Verantwortung.)
Vraag nr. 8 van Mairead McGuinness (H-0221/09)
Betreft: Zuivelsector
Is de Raad zich bewust van de grote economische problemen waarmee de zuivelsector van de EU kampt, en zo ja, waarom is er niet meer actie ondernomen om de problemen met spoed het hoofd te bieden?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
De Raad deelt de zorg van de geachte afgevaardigde over de moeilijke situatie op de melkmarkt. Na een niet eerder vertoonde periode van recordprijzen voor melk- en zuivelproducten in 2007 en begin 2008 krijgen Europese producenten nu te maken met zwakke en onzekere markten waarbij de prijzen van zuivelproducten wereldwijd sterk dalen.
Op 23 maart hield de Raad een gedachtewisseling over de moeilijke situatie op de melkmarkt en nam notitie van een memorandum dat door een aantal delegaties werd gepresenteerd en ondersteund.
Het wettelijke kader waarbinnen de melk- en zuivelmarkt wordt gereguleerd, heeft de laatste twee jaar behoorlijke veranderingen ondergaan, met de goedkeuring door de Raad van het zogenaamde “minimelkpakket” in september 2007, de toename van de nationale melkquota’s met 2 procent vanaf 1 april 2008 en de goedkeuring van het “gezondheidscontrole”-pakket in januari 2009.
Dit nieuwe wetgevingskader is vastgesteld met in het achterhoofd het concurrentievermogen van de Europese producenten op de lange termijn. Markteffecten op de korte termijn moeten worden tegengegaan met de bestaande instrumenten voor marktondersteunende maatregelen.
De geachte afgevaardigde is ongetwijfeld op de hoogte van het feit dat de Commissie enkele marktondersteunende maatregelen heeft genomen, waaronder de hernieuwde toepassing van uitvoerrestituties voor alle zuivelproducten, de invoering van steun voor de particuliere opslag van boter en interventie voor boter en mageremelkpoeder. De Commissie praat de Raad regelmatig bij over de situatie op de melkmarkt.
Het is aan de Commissie de Raad op dit punt nadere voorstellen te doen. De Commissie heeft zich bereid verklaard de mogelijkheden te onderzoeken om het aantal zuivelproducten dat in aanmerking komt voor de “schoolmelkregeling”, uit te breiden. Zij gaf echter ook aan dat zij de discussie over het “gezondheidscontrole”-pakket op geen enkele wijze wenst te heropenen.
Vraag nr. 9 van Rodi Kratsa-Tsagaropoulou (H-0223/09)
Betreft: Patstelling in de onderhandelingen voor een vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Samenwerkingsraad van Golfstaten (GCC)
Na 20 jaar onderhandelen hebben de EU en de GCC nog altijd geen vrijhandelsovereenkomst gesloten, terwijl de landen van de GCC zich afgelopen december uit de onderhandelingen hebben teruggetrokken.
Hoe denkt de Commissie de Golfstaten opnieuw te interesseren voor de onderhandelingen zodat de overeenkomst zo spoedig mogelijk kan worden afgerond? Welke openstaande kwesties staan het welslagen van de overeenkomst in de weg? Hoe denkt zij de Golfstaten sterker te kunnen betrekken bij de discussie over de hervorming van de internationale economische instellingen, met name van het IMF en de Wereldbank, gelet op het feit dat Saoedi-Arabië aan de G-20 top deelneemt en belangstelling heeft getoond voor de hervorming van die instellingen ? Met welke vraagstukken zal de komende 19e Gemeenschappelijke Raad en ministeriële bijeenkomst tussen EU en de Golfstaten zich speciaal bezighouden?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
Het afronden van de onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met de Samenwerkingsraad van Golfstaten (GCC) staat nog altijd hoog op de agenda van de Raad en had voor de eerdere voorzitterschappen prioriteit, zoals het ook voor het huidige Tsjechische voorzitterschap van de Raad prioriteit heeft. De voorzitterschappen en de Commissie, die namens de EU de onderhandelingen over de overeenkomst voert, hebben intensief contact met de GCC gehad om vorderingen te maken op dit punt. Tijdens de 19e Gezamenlijke Raad en ministeriële bijeenkomst tussen EU en GCC in Muscat op 29 april 2009 hebben beide partijen hun recente overleg over een vrijhandelsovereenkomst geëvalueerd en afgesproken dat dit onderlinge overleg wordt voortgezet waarbij alle uitstaande kwesties aan de orde zullen komen. Het is dus de bedoeling dat de onderhandelingen worden hervat.
Tijdens de ministeriële bijeenkomst werden vraagstukken van gemeenschappelijk belang aangesneden, zoals het vredesproces in het Midden-Oosten, Iran en Irak en enkele mondiale kwesties waaronder terrorismebestrijding en non-proliferatie. In het licht van de omvang van de mondiale financiële crisis hebben de EU en de GCC hun grote zorg uitgesproken over de gevolgen die de crisis voor de wereldeconomie heeft. Zij waren eveneens blij met de zes belangrijke boodschappen en aanbevelingen van de G20-top en riepen op tot het nemen van onmiddellijke en beslissende maatregelen om deze besluiten en aanbevelingen uit te voeren, teneinde het vertrouwen in de wereldmarkten en de stabiliteit van de financiële markten te herstellen.
Vraag nr. 14 van Ryszard Czarnecki (H-0235/09)
Betreft: VS-EU-top
Hoe beoordeelt de Raad de uitkomst van de VS-EU-top in het licht van de strijd tegen economisch protectionisme?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
Tijdens de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU met president Obama op 5 april 2009 in Praag werden drie onderwerpen besproken, namelijk de economische en financiële situatie, de klimaatverandering en het veiligstellen van de energievoorziening, en buitenlandse betrekkingen (vrede in het Midden-Oosten, Afghanistan, Pakistan en Iran). Wat betreft de economische en financiële situatie uitten de staatshoofden en regeringsleiders hun tevredenheid over de resultaten die waren bereikt op de G20-top in Londen op 2 april. Zij benadrukten daarbij dat het belangrijk was de afgesproken maatregelen zo spoedig mogelijk uit te voeren. De staatshoofden en regeringsleiders waren het eens over de noodzaak om alle vormen van protectionisme te bestrijden en verklaarden voorstander te zijn van een snelle afsluiting van de Doha-ronde. Ten aanzien van het streven de handels- en investeringsstromen open te houden werd de rol van de samenwerking binnen de Trans-Atlantische Economische Raad eveneens voor het voetlicht gebracht.
De Raad is ingenomen met het feit dat de informele besprekingen met president Obama naadloos aansloten bij de overeengekomen tekst van de Europese Raad van 19-20 maart over leiding geven aan het internationale optreden dat nodig is om een spoedig herstel van duurzame economische groei te bevorderen.
De Europese Raad kwam wat betreft de noodzaak om economisch protectionisme te bestrijden met name overeen de markten open te houden en elke vorm van protectionisme te vermijden (geen nieuwe belemmeringen voor investeringen of handel en geen nieuwe uitvoerbeperkingen). Verder zou getracht worden snel overeenstemming te bereiken over de praktische uitvoering van de ontwikkelingsagenda van Doha, die een ambitieus en evenwichtig resultaat moest opleveren.
Vraag nr. 15 van Kathy Sinnott (H-0237/09)
Betreft: Buitengewone gebeurtenissen
Krachtens artikel 103 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn noch de Gemeenschap, noch de lidstaten aansprakelijk voor de verbintenissen van centrale overheden en nemen deze verbintenissen evenmin over, onverminderd de wederzijdse financiële garanties voor de gemeenschappelijke uitvoering van een specifiek project. Artikel 100 stelt echter dat in geval van ernstige dreiging van grote moeilijkheden in een lidstaat, die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen, de Raad, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, onder bepaalde voorwaarden communautaire financiële bijstand aan de betrokken lidstaat kan verlenen.
Heeft de Raad overwogen wat deze buitengewone gebeurtenissen kunnen inhouden en bestaat er een definitie voor? Verwacht de Raad, gezien de huidige economische situatie, dat deze gebeurtenissen zich in een van de lidstaten zullen voordoen?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
Het tweede lid van artikel 100 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, waarnaar de geachte afgevaardigde in haar vraag lijkt te verwijzen, heeft nooit de rechtsgrondslag gevormd voor enig voorstel dat door de Raad wordt bestudeerd. Evenzo heeft de Raad nooit enig voorstel bestudeerd op basis van het tweede lid van artikel 103a van het EG-Verdrag dat via het Verdrag van Maastricht is ingevoegd en dat de overeenkomstige bepaling vormde voordat artikel 100, lid 2 van kracht werd.
Er bestaat geen definitie van “buitengewone gebeurtenissen die een lidstaat niet kan beheersen” en de Raad heeft daar nooit over gesproken. Evenmin heeft de Raad ooit de mogelijkheid besproken om in de huidige economische situatie een beroep te doen op “buitengewone gebeurtenissen”.
De Raad is er klaar voor om enig voorstel van de Commissie op grond van artikel 100, lid 2 van het EG-Verdrag te bestuderen, mocht de Commissie een dergelijk voorstel indienen. In overeenstemming met artikel 114, lid 2 van het EG-Verdrag moet het Economisch en Financieel Comité bij de voorbereiding van de werkzaamheden van de Raad worden betrokken, wanneer de Raad een Commissievoorstel dat op artikel 100, lid 2 berust, gaat bestuderen.
De Raad wijst op de bewoordingen van de Verklaring ad artikel 100 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, die aan het Verdrag van Nice is gehecht. Volgens deze verklaring geldt dat “de in artikel 100 bedoelde besluiten inzake financiële bijstand, die verenigbaar zijn met de in artikel 103 van het Verdrag neergelegde no-bail-out-regel, moeten stroken” met de bepalingen van het Interinstitutioneel Akkoord over de begrotingsdiscipline en de financiële vooruitzichten.
Vraag nr. 16 van Nikolaos Vakalis (H-0239/09)
Betreft: Aardbevingbeleid EU - Maatregelen Commissie na vernietigende aardbeving Italië
In november 2007 hechtte het Parlement goedkeuring aan een resolutie (P6_TA(2007)0507) over de geïntegreerde aanpak van aardbevingen door de EU (preventie, reactie, herstel), waarin het aandrong op concrete maatregelen op de gebieden bescherming, gebouwen (met bijzondere aandacht voor gebouwen met een grote historische en culturele waarde), financiering, onderzoek, voorlichting van de bevolking, enz.
Wat is de reactie van de Raad geweest op de hierboven aangehaalde resolutie van het Parlement? Welke maatregelen heeft hij genomen en welke initiatieven gaat hij ontplooien om zijn voorstellen in de praktijk te brengen? Heeft de Raad snel op de recente zware aardbeving in Italië gereageerd, en hoe in concreto? Is het EU-natuurrampenmechanisme in werking getreden? Heeft de EU herstelmaatregelen in gang gezet, op zowel politiek als financieel vlak?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
De Raad heeft weet van de resolutie van het Europees Parlement over een geïntegreerde aanpak van aardbevingen door de EU. Hij heeft reeds op 5 maart 2007 een beschikking vastgesteld tot instelling van een financieringsinstrument voor civiele bescherming met als doel financiële steun te verlenen om de reactie op ernstige noodsituaties te doeltreffender te maken en om preventie- en paraatheidsmaatregelen voor alle soorten noodsituaties e versterken. Na de resolutie van het EP heeft de Raad op 8 november een nieuwe beschikking tot vaststelling van een communautair mechanisme voor civiele bescherming vastgesteld met als doel ondersteuning te verlenen in ernstige noodsituaties en de door de lidstaten en de Gemeenschap geboden bijstandsinterventies beter te helpen coördineren. Daarnaast nam de Raad in november 2008 conclusies aan waarin werd opgeroepen de wederzijdse bijstand tussen de lidstaten op het gebied van civiele bescherming te versterken en een Europese regeling voor de opleiding rampenbeheersing in het leven te roepen. Het voorzitterschap gelooft dat zulke besluiten en initiatieven een aanzienlijke versterking betekenen van de beschikbare technische en financiële middelen zodat behoeften beter kunnen worden vastgesteld en gezamenlijke interventies van de civiele-beschermingsteams van de lidstaten en het vervoer en de coördinatie ervan effectiever kunnen plaatsvinden.
Na de aardbeving die op 6 april 2009 de Italiaanse regio Abruzzo trof, wil het voorzitterschap zijn medeleven betuigen met de familieleden van degenen die zijn omgekomen, en eer betonen aan alle hulpverleners en andere professionals en vrijwilligers die tijdens de hele actie constant hebben gewerkt en hun eigen leven hebben geriskeerd om andere levens te redden en de schade aan eigendommen en het milieu te beperken.
Op 10 april 2009 vroeg de Italiaanse civiele bescherming via het waarnemings- en informatiecentrum (MIC) dat op grond van het communautaire mechanisme voor civiele bescherming tot stand is gebracht, om de bijstand van technische deskundigen om Italië te helpen de stabiliteit van gebouwen te beoordelen. Vervolgens begonnen zes technische deskundigen vanaf 18 april de situatie ter plaatse op te nemen. Aangezien het MIC door de Commissie is ingesteld en onder haar beheer valt, wordt de geachte afgevaardigde verzocht eventuele aanvullende vragen aan de Commissie te stellen.
Ten slotte wil ik u erop wijzen dat het aan de Commissie is te bepalen of er bijstand kan worden verleend via het Solidariteitsfonds van de Europese Unie dat in geval van natuurrampen zoals aardbevingen kan worden aangesproken.
Vraag nr. 17 van Athanasios Pafilis (H-0243/09)
Betreft: Verhinderen van anti-imperialistische en vredesbetogingen in Straatsburg
Op 3 en 4 april, tijdens de NAVO-top in Straatsburg, hebben de Franse autoriteiten met alle mogelijke middelen de betogingen verhinderd die door pacifistische organisaties uit heel Europa gepland waren. Daarbij zetten zij de inwoners van Straatsburg onder druk om niet deel te nemen aan deze betogingen en, in samenwerking met de Duitse autoriteiten, verboden zij duizenden vredesbetogers de toegang tot de stad. In het centrum van Straatsburg werd alle verkeer verboden en werden verscheidene politiecontroleposten opgericht. Aan een dergelijke controlepost, die ver van de plaats van de manifestaties lag, werd de steller van deze vraag door de politie als verdachte tegengehouden en, ook al toonde hij hun zijn identiteitskaart, zijn pasje van het Europees Parlement en zijn diplomatiek paspoort, meer dan een half uur "voor controle" vastgehouden!
Wat denkt de Raad van het gedrag van de Franse en Duitse autoriteiten, dat een ernstig schending betekent van het recht van de vredesbeweging om uiting te geven aan haar verzet tegen de agressieve strategieën van de NAVO tegen de volkeren van de wereld? Heeft de Raad deelgenomen aan het plannen en uitvoeren van deze repressiemaatregelen en zo ja, op welke manier?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
De Raad kan bevestigen dat de Franse en Duitse autoriteiten hun EU-partners en de Commissie van tevoren hebben meegedeeld dat gedurende enkele dagen de controles aan hun gemeenschappelijke landsgrens opnieuw zouden worden ingevoerd, om veiligheidsredenen die verband hielden met de organisatie van de NAVO-top. Deze maatregelen zijn genomen op basis van titel III, hoofdstuk II van de Schengengrenscode(1).
Verder heeft de Raad de door de geachte afgevaardigde aangesneden kwesties niet besproken.
Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen, PB L 105 van 13.4.2006, blz. 1.
Vraag nr. 18 van Georgios Toussas (H-0246/09)
Betreft: Onaanvaardbare anticommunistische wetgeving in Litouwen
Onlangs werd in het Litouwse dorp Svirplyay een portret aangebracht van de historische leider van de Oktoberrevolutie, Vladimir Lenin. De politie stelde onmiddellijk een onderzoek in om de "daders" te vervolgen, op beschuldiging van "openbare vertoning van communistische symbolen". Het gaat hierbij om de toepassing van de fameuze anticommunistische wetgeving, waarbij de communistische partij van het land sinds 1991 buiten de wet is gesteld en het sinds 2008 verboden is symbolen van de Sovjet-Unie en het communisme te gebruiken.
Dit soort optreden is aan het escaleren en kadert volledig in de anticommunistische hysterie, waarbij institutionele organen van de EU een leidersrol spelen en waarbij wordt gepoogd de geschiedenis te miskennen door fascisme en communisme op één lijn te plaatsen, de communistische ideologie te criminaliseren, en het gebruik van communistische symbolen en het bestaan en de werking van communistische partijen te verbieden. De geschiedenis heeft evenwel aangetoond dat anticommunisme en vervolging van communisten altijd de voorbode zijn van een regelrechte aanval op de werknemers, de democratische rechten en de vrijheden van het volk.
Veroordeelt de Raad deze anticommunistische campagne alsook het bestaan zelf van deze onaanvaardbare anticommunistische wetgeving, die het vrije verkeer van ideeën en vrije politieke werking in Litouwen en andere EU-lidstaten probeert te verhinderen?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
De Raad heeft deze kwestie niet besproken omdat het om een interne aangelegenheid van de desbetreffende lidstaat gaat.
Vraag nr. 19 van Marusya Ivanova Lyubcheva (H-0249/09)
Betreft: Piraterij op zee
De afgelopen maanden zijn we getuige geweest van intense piraterij op zee en in diverse gevallen zijn schepen gekaapt. Momenteel worden zestien Bulgaarse staatsburgers gegijzeld, en hun verblijfplaats is onbekend.
Welke maatregelen neemt de Raad, gezien de resolutie van het Parlement van 23 oktober 2008 over piraterij op zee (P6_TA(2008)0519 - B6-0537/2008) en de recente debatten over het derde pakket maritieme veiligheid, om de samenwerking op het gebied van maritieme verkeersveiligheid te verbeteren en om ervoor te zorgen dat de ontvoerde Europese burgers vrijkomen? Beoogt de Raad consolidering van gemeenschappelijke maatregelen waarmee deze vorm van maritiem terrorisme kan worden tegengegaan, aangezien 22 van de EU-lidstaten kuststaten zijn?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
Piraterij voor de kust van Somalië en in de Golf van Aden baart ons grote zorgen en is een aantal malen in de Raad besproken, het laatst op 30 maart, toen overeenstemming werd bereikt over de noodzaak om alle mogelijke maatregelen te intensiveren, zodat dit belangrijke maritieme pakket veiligheid zou bieden aan alle koopvaardijvloten en schepen met hulpgoederen.
De strijd tegen piraterij komt eveneens uitvoerig aan de orde binnen het Comité voor maritieme veiligheid van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO).
Na de aanneming van Resolutie 1816 van de VN-Veiligheidsraad (2008) heeft de Raad op 8 december 2008 besloten een maritieme operatie (Atalanta) te starten om te helpen bij het ontmoedigen, voorkomen en bestrijden van piraterij en gewapende overvallen voor de Somalische kust. Deze operatie heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de veiligheid van het maritieme verkeer in het gebied.
Deze operatie is onderdeel van een bredere inspanning van de internationale gemeenschap waarbij een aantal landen dat met piraterij te maken heeft, en de maritieme gemeenschap betrokken zijn. Het hoofdkwartier van de operatie heeft de noodzakelijke structuren en processen tot stand gebracht om maximale coördinatie met andere actoren in de regio en met vertegenwoordigers van de maritieme industrie te verzekeren.
Vraag nr. 20 van Laima Liucija Andrikienė (H-0250/09)
Betreft: Samenwerking op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee
Hoe beoordeelt en gebruikt de Raad de bestaande internationale documenten en regelingen, met inbegrip van het Verdrag van Londen van 1972 en het protocol van 1996 dat het storten van chemische en biologische stoffen verbiedt, het Chemische Wapens Verdrag, het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (OSPAR), het werk van de Helsinki-commissie, artikel 2b van Beschikking nr. 2850/2000/EG(1) houdende instelling van een communautair kader voor samenwerking op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee, om de reactie van de Europese Unie op het dumpen van chemische wapens in zee vorm te geven en te implementeren?
Hoe kon de Raad steun verlenen aan de bevordering van de samenwerkingsactiviteiten van regeringen, relevante internationale organisaties en betrokken partners om hun mogelijkheden te verbeteren om te reageren op ongevallen waarbij chemische wapens in zee worden gedumpt op verschillende delen van de wereld, zowel op nationaal als internationaal niveau?
Hoe gaat de Raad de samenwerking van de Baltische staten bij het uitwisselen en delen van ervaringen die de Baltische staten hebben in het omgaan met chemische wapens die in de Oostzee zijn gedumpt bevorderen?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
De Gemeenschap en de lidstaten zijn actief partij bij de meeste belangrijke verdragen en overeenkomsten over regionale zeeën bij Europa, zoals het Verdrag van Helsinki inzake de bescherming van de Oostzee (1992), de Overeenkomst van Bonn inzake de bescherming van de Noordzee (1983), het Verdrag van Barcelona inzake de bescherming van de Middellandse Zee (1976) en het Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan (OSPAR) (1992).
Op Gemeenschapsniveau bood het kader voor samenwerking op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee, ingesteld door het Europees Parlement en de Raad, de lidstaten in de periode 2000-2006 ondersteuning bij hun pogingen om het mariene milieu te beschermen. Dit kader had vooral betrekking op lozingen van schadelijke stoffen in zee, inclusief stoffen die verband hielden met de aanwezigheid van gedumpt materiaal zoals munitie.
Op grond van dit kader werd een communautair informatiesysteem, gefaciliteerd door de Commissie, opgezet met als doel tussen de lidstaten informatie uit te wisselen over de mogelijkheden en maatregelen om in te grijpen wanneer er verontreiniging van de zee plaatsvindt.
In oktober 2001 stelde de Raad een communautair mechanisme voor civiele bescherming in om de bijstand van de lidstaten en de Gemeenschap beter te coördineren en hen in te schakelen voor hulp, onder meer in geval van vervuiling op zee. Het communautair mechanisme voor civiele bescherming werd op 8 november 2007 bij beschikking van de Raad herschikt.
Op dit specifieke gebied dient in het bijzonder te worden verwezen naar de rol van het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA), dat werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002. Om de risico’s van alle soorten verontreiniging van de zee door schepen te beperken, inclusief op zee gedumpte chemische wapens, verleent dit agentschap de Commissie en de EU-lidstaten technische bijstand bij de uitvoering, controle, totstandbrenging en ontwikkeling van relevante EU- en internationale wetgeving.
Verder wil het voorzitterschap erop wijzen dat de Raad in zijn conclusies van december 2008 over het geïntegreerd maritiem beleid de vorderingen verwelkomde in de lopende besprekingen over het voorstel voor een richtlijn van het EP en de Raad(2) inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken. Dit voorstel wordt momenteel door de Raad bestudeerd.
Verder drong de Raad er bij de lidstaten op aan dat ze een begin zouden maken met de besprekingen voor de uitvoering van de in 2008 aangenomen kaderrichtlijn mariene strategie, waarbij een kader wordt vastgesteld waarbinnen de lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen om uiterlijk in het jaar 2020 een goede milieutoestand van het mariene milieu te bereiken of te behouden.
Wat betreft de specifieke vraag van de geachte afgevaardigde over de bevordering van de samenwerking tussen de Baltische staten heeft de Europese Raad in december 2007 de Commissie verzocht om uiterlijk in juni 2009 een EU-strategie voor het Oostzeegebied te presenteren. Een dergelijke strategie moet onder meer helpen de urgente milieuproblemen in verband met de Oostzee aan te pakken. In zijn conclusies van 8 december 2008 herinnerde de Raad nog eens aan het belang van de toekomstige strategie voor de Oostzee voor het geïntegreerd maritiem beleid van de Europese Unie.
Betreft: Associatieraad EU-Egypte - schending van actieplan door Egypte
De programma’s die de verboden terroristische zender Al-Manar TV via de Egyptische satelliet Nilesat naar Europa uitzendt, blijven een rechtstreekse schending van het actieplan EU-Egypte en vormen een bedreiging van de Europese veiligheid.
Heeft de Raad stappen ondernomen om tijdens de bijeenkomst van de Associatieraad EU-Egypte op 27 april 2009 de uitzendingen van Al-Manar TV naar Europa via Nilesat aan de orde te stellen? Zo niet, wanneer is de Raad dan voornemens deze schending van het actieplan EU-Egypte aan te kaarten bij Egypte?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
De Raad begrijpt de bezorgdheid van de geachte afgevaardigde over het feit dat bepaalde uitzendingen van het Al-Manar-televisiestation mogelijk aanzetten tot haat.
De Raad heeft deze zorg verwoord in zijn verklaring voor de laatste zitting van de Associatieraad EU-Egypte, die plaatsvond op 27 april 2009. In deze verklaring staat dat de EU Egypte aanspoort om zijn inspanningen voort te zetten om discriminatie op alle gronden te bestrijden en verdraagzaamheid te bevorderen in zaken die verband houden met cultuur, godsdienst en levensovertuiging en minderheden. In deze context maakt de EU zich zorgen om de discriminerende inhoud in sommige uitzendingen van het Al-Manar-televisiestation via de Egyptische satelliet Nilesat. De EU veroordeelt elke oproep tot nationale haat, rassenhaat en religieuze haat die aanzet tot discriminatie, vijandschap of geweld.
Verder heeft de EU haar bezorgdheid geuit tijdens de bijeenkomst tussen deskundigen van de EU en Egypte over terrorismebestrijding, die op 31 maart in Brussel plaatsvond. De Egyptenaren hebben daar nota van genomen.
De Raad is van mening dat een dialoog met Egypte, via de institutionele structuur van subcommissies en politieke dialoog, de doeltreffendste manier vormt om de Egyptische regering aan te moedigen vorderingen te maken op het gebied van de mensenrechten. Wellicht is het mogelijk tijdens de tweede vergadering van de subcommissie politieke zaken van de EU en Egypte, die voor 7 juli gepland staat, vraagstukken aan de orde te stellen die verband houden met de strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat en onverdraagzaamheid. Daaronder valt ook de belofte in het gezamenlijke actieplan van de EU en Egypte om de rol van de media in de strijd tegen vreemdelingenhaat en discriminatie op grond van religieuze overtuiging of cultuur te versterken en om de media aan te moedigen hun verantwoordelijkheid op dat gebied te nemen.
De Raad blijft dit vraagstuk nauwlettend volgen en zal het wellicht bij andere gelegenheden binnen de regelmatige politieke dialoog van de EU met Egypte aan de orde stellen.
Vraag nr. 22 van Alexander Alvaro (H-0255/09)
Betreft: Vrijheid van meningsuiting en de Tsjechische wet ter beperking van de persvrijheid
Onlangs is er in de Republiek Tsjechië een wet ter beperking van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid aangenomen die zonder precedent is, nl. de Tsjechische wet van 5 februari 2009 tot wijziging van wet nr. 141/1961, inzake strafrechtelijke procedures (wetboek van strafrecht), op grond waarvan tot vijf jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd alsmede een boete van 180.000 euro wegens het publiceren uit tapverslagen van de politie.
Is het de Raad bekend of deze recent aangenomen Tsjechische wet een precedent heeft in een andere EU-lidstaat?
Erkent de Raad dat deze onlangs aangenomen Tsjechische wet duidelijk in tegenspraak is met de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens d.d. 19 maart 2007 in de zaak Radio Twist vs. Slowakije waarin werd verklaard dat het publiceren van tapverslagen van de politie in het openbaar belang het recht op bescherming van de privésfeer overstijgt?
Is de Raad van mening dat bovengenoemde Tsjechische wet voldoet aan de grondbeginselen inzake vrijheid van meningsuiting en andere vrijheden, als omschreven in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 6 van het VEU waarop de Europese Unie is gegrondvest?
Dit antwoord van het voorzitterschap, dat als zodanig noch voor de Raad, noch voor de lidstaten bindend is, is niet mondeling gepresenteerd tijdens het vragenuur aan de Raad tijdens de vergaderperiode van het Europees Parlement in mei 2009 te Straatsburg.
De Raad is van oordeel dat vrijheid van meningsuiting een grondrecht vormt op grond van artikel 6, lid 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten kunnen voor beperkingen in de uitoefening van dit recht worden aangeklaagd bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.
De Raad kan geen standpunt innemen over de kwestie die de geachte afgevaardigde noemt, omdat het om een interne aangelegenheid van de desbetreffende lidstaat gaat.
Het voorzitterschap kan u alleen meedelen dat in april 2009 over dit punt een grondwettelijke klacht is ingediend bij het Tsjechische Constitutionele Hof.
ANFRAGEN AN DIE KOMMISSION
Vraag nr. 35 van Justas Vincas Paleckis (H-0220/09)
Betreft: Partnerschap EU-Rusland op vervoersgebied
Er wordt momenteel gesleuteld aan een strategie voor de regio rond de Baltische Zee. Het is de bedoeling dat een grotere rol wordt toebedeeld aan het beleid van de noordse dimensie, die een weerspiegeling is van het regionale aspect van de samenwerking van de Europese Unie met Rusland, Noorwegen en IJsland. De Russische Federatie is een hoofdrolspeler in het partnerschap op het gebied van logistiek en vervoer dat tot stand is gebracht in het kader van de noordse dimensie. De houding van Rusland in de samenwerking met de vervoerssector van de Europese Unie is echter terughoudend, zoals blijkt uit het feit dat het land sinds de maand maart heffingen toepast op wegvervoerders uit de Unie. De gevolgen daarvan zijn ingrijpend, vooral voor de vervoersbedrijven uit de lidstaten die aan Rusland grenzen.
Wat is het standpunt van de Commissie dienaangaande? Hoe denkt zij de samenwerking met Rusland in alle vervoerssectoren te verbeteren, in het bijzonder wat het partnerschap van de noordse dimensie op het gebied van vervoer en logistiek betreft? Wat doet de Commissie om Rusland ertoe te bewegen zijn protectionistisch beleid op vervoersgebied op te geven?
Op verzoek van de Europese Raad is de Commissie momenteel bezig met de voorbereiding van een EU-strategie voor het Oostzeegebied. Voor sommige onderdelen van de strategie en met name het actieplan ervan is samenwerking met onze buitenlandse partners zoals de Russische Federatie nodig. Het beleid van de noordse dimensie en de bijbehorende structuren, vooral bestaande en toekomstige partnerschappen, bieden een goede formule om deze samenwerking handen en voeten te geven.
De noordse dimensie is een gezamenlijk beleid van de EU, Rusland, Noorwegen en IJsland. Verder vormt ze de regionale weerspiegeling van de vier gemeenschappelijke ruimten van de EU en Rusland. Vervoer en logistiek zijn duidelijk een belangrijk onderdeel van deze samenwerking.
Op de ministeriële bijeenkomst van de noordse dimensie in oktober 2008 in St. Petersburg werd besloten om een partnerschap vervoer en logistiek te creëren. Enkele openstaande kwesties moeten nog worden opgelost en het streven is dat het partnerschap vanaf 1 januari 2010 volledig operationeel wordt. Het partnerschap gaat een wezenlijke rol spelen in de bestrijding van aan vervoer en logistiek gerelateerde knelpunten en in het faciliteren van belangrijke infrastructuurprojecten die door alle partners zijn goedgekeurd.
Een grote zorg blijft de invoering door Rusland van een nieuw heffingenstelsel voor wegvervoerders per 1 februari 2009. De Commissie heeft Rusland dringend verzocht deze discriminerende tarieven af te schaffen, die de Russische wegvervoerders een oneerlijk voordeel verschaffen op een markt die evenwichtig en eerlijk zou moeten zijn. In dit kader zijn de afspraak om de dialoog over vervoer tussen de EU en Rusland nieuw leven in te blazen en het gesprek over dit onderwerp tussen de commissaris voor vervoer en de Russische minister van Vervoer Levitin in februari twee stappen in de goede richting. Momenteel is de Commissie in overleg met Rusland om onze vervoersdialoog een nieuwe impuls te geven en werkgroepvergaderingen te beleggen over alle kwesties van wederzijds belang. De Commissie zal verdere pogingen ondernemen om de uitvoering van het heffingenstelsel stop te zetten, zodat er geen nieuwe obstakels in onze handels- en vervoersbetrekkingen worden opgeworpen.
De Commissie is vastbesloten ook op het punt van vervoer en logistiek naar een constructieve samenwerking met Rusland te streven. Onze bilaterale vervoersdialoog en het partnerschap van de noordelijke dimensie spelen daarbij een belangrijke rol.
Vraag nr. 36 van Eoin Ryan (H-0230/09)
Betreft: Rechten van luchtreizigers
In een speciaal verslag dat onlangs in Ierland is gepubliceerd, wordt er met nadruk op gewezen dat slechts 5% van de Ierse burgers op de hoogte is van zijn rechten als vliegtuigpassagier.
Welke maatregelen neemt de Commissie om ervoor te zorgen dat de Europese luchtreizigers volledige bescherming genieten en hun rechten kennen?
Al jarenlang ontplooit de Commissie talrijke initiatieven en activiteiten met als doel reizigers bewust te maken van de rechten die hun door het Gemeenschapsrecht worden verleend, en om ervoor te zorgen dat deze rechten worden geëerbiedigd.
Ten eerste heeft de Commissie in 2007 op grote schaal nieuwe posters en brochures verspreid in alle officiële talen van de Unie. Dankzij de ACI (Airports Council International, de internationale luchthavenraad) hangt de poster van de Commissie nu in verreweg de meeste communautaire luchthavens. Op de posters staat een overzicht van de verschillende soorten rechten die de reizigers genieten. Deze posters en brochures zijn gratis en kunnen bovendien via Internet op de website van de Commissie worden besteld.
Via het contactcentrum Europe Direct kunnen de reizigers ook per telefoon, e-mail of chatten de informatie verkrijgen die zij nodig hebben. Dit informatiecentrum, dat door de Commissie wordt gefinancierd, beantwoordt de informatieverzoeken in alle officiële talen van de Unie.
In november 2008 heeft de commissaris voor vervoer een nieuw contactpunt geopend dat toegankelijk is via zijn eigen website en die van DG TREN(1), waar reizigers vragen kunnen stellen over alle communautaire voorschriften die op hun rechten betrekking hebben. Deze informatieverzoeken worden zeer snel via Europe Direct beantwoord.
Vervolgens heeft de Commissie vastgesteld dat veruit de meeste bevoegde nationale autoriteiten eveneens een website hebben opgezet waar in hun nationale taal de noodzakelijke informatie wordt gegeven over Verordening (EG) nr. 261/2004 betreffende de rechten van reizigers in geval van annulering, langdurige vertraging en instapweigering, en over Verordening (EG) nr. 1107/2006 inzake de rechten van gehandicapte reizigers en reizigers met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen.
De bevoegde nationale autoriteiten verrichten eveneens inspecties om na te gaan of de luchtvaartmaatschappijen de reizigers direct bij het inchecken en bij incidenten schriftelijke informatie verstrekken, zoals zij op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 zijn verplicht.
Ten slotte heeft de Commissie in 2008 een video uitgebracht op het moment dat Verordening (EG) nr. 1107/2006 over de specifieke rechten van personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen, van kracht werd. Deze video is eveneens als voorlichtingsinstrument verspreid onder alle bij de ACI aangesloten luchthavens. De informatie over Verordening (EG) nr. 1107/2006 en de toepassing ervan staat geregeld op de agenda van de vergaderingen van de groep op hoog niveau, waaraan de meest direct betrokken vertegenwoordigers van het Europese maatschappelijk middenveld deelnemen.
In de periode 2000-2008 hebben Griekse reders voor hun 'onrendabele' scheepsverbindingen met de eilanden subsidies ten belope van EUR 226.822.254,98 gekregen. Wet nr. 2932/2001 van de PASOK-regering, houdende uitvoering van de communautaire verordening nr. 3577/92(1), heeft de subsidies torenhoog laten oplopen. Toen de wet in 2003 in werking trad, explodeerden de subsidies van EUR 12 miljoen (in 2002) naar EUR 25.180.000. De schandalige subsidiëring van reders met geld van de Griekse belastingbetaler wordt op dit moment voortgezet door de Nieuwe Democratie-regering. Alleen al voor de periode 2008-2009 stelt deze de reders meer dan EUR 100 miljoen ter beschikking, met andere woorden een winst van EUR 267.315,41 per verbinding. In dezelfde periode zijn de prijzen voor de kaartjes 376% gestegen.
Wat is het standpunt van de Commissie ten aanzien van deze bewezen beschuldigingen van schandalige subsidiëring van reders vanwege de 'onrendabele' scheepsverbindingen? Waarom weigert de Commissie het desbetreffende rapport over de scheepvaartverbindingen in de lidstaten de EU te publiceren?
Krachtens Verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad (over cabotage in het zeevervoer) kunnen openbare-dienstcontracten worden gesloten als de markt niet zorgt voor een passend niveau van zeevervoerdiensten naar de eilanden. Het “passende” karakter van de dienst kan door de lidstaten zeer ruim worden opgevat.
In ruil voor de verleende diensten verstrekken de lidstaten de reder die met de openbare dienst is belast, een financiële compensatie. Deze compensatie mag niet meer bedragen dan nodig is om de kosten van de dienst te dekken, met inachtneming van de inkomsten van de exploitanten en een redelijke winst.
De lidstaten hoeven noch de gesloten openbare-dienstcontracten noch de bijbehorende compensaties bij de Commissie aan te melden. Om deze reden bezit de Commissie geen gedetailleerde gegevens over de bedragen die in de lidstaten aan de reders worden toegekend. De Commissie merkt hierbij op dat deze compensaties worden verstrekt door alle lidstaten met eilanden, die dit type openbare-dienstcontracten hanteren.
De geachte afgevaardigde suggereert dat bepaalde winstgevende verbindingen als onrendabel worden aangemerkt om compensaties te rechtvaardigen. Als dat inderdaad het geval zou zijn, is de Commissie van mening dat de verbindingen in kwestie louter commercieel moeten worden geëxploiteerd. De Commissie zou de geachte afgevaardigde zeer erkentelijk zijn als hij haar uitgebreide informatie over de betreffende verbindingen zou kunnen verschaffen.
Ten slotte geldt wat betreft het verslag over de toepassing van cabotage in het zeevervoer dat er momenteel met de nationale maritieme autoriteiten en de andere betrokkenen overleg plaatsvindt om informatie te verkrijgen waarmee het functioneren van cabotage in het zeevervoer en de effecten van de liberalisering ervan kunnen worden beoordeeld. Het is de bedoeling dat het verslag waarnaar de geachte afgevaardigde verwijst, voor het eind van het jaar wordt gepubliceerd.
In het kader van het economisch herstel en van de klimaatverandering is er veel gepraat over en veel reclame gemaakt voor het denkbeeld van "groene-boordenbanen" als deel van de oplossing van beide problemen.
Hoe werkt de Commissaris voor Energie gecoördineerd samen met de Commissaris voor werkgelegenheid om ervoor te zorgen dat het niet bij woorden blijft maar dat er daden volgen?
De Commissie erkent hoe belangrijk het is een koolstofarme economie te creëren die haar hulpbronnen efficiënt gebruikt(1). De mate waarin deze structurele verandering vorm krijgt, hangt vooral af van de ontwikkeling van nieuw actueel en gecoördineerd beleid op diverse terreinen, de snelheid waarmee bestaand beleid wordt uitgevoerd waaronder het streven om de CO2-uitstoot in de lidstaten te verminderen, het tempo waarin markten en technologieën rijpen en het vermogen van de arbeidsmarkten om zich al deze veranderingen eigen te maken.
Met het oog op de mitigatie (verzachting) van en aanpassing aan de klimaatverandering en de oplossing van andere milieuproblemen is een alomvattende strategische aanpak en gecoördineerde actie van de betrokken beleidsmakers op diverse gebieden nodig, niet alleen energie en werkgelegenheid, maar ook milieu, industrie, O&O, vervoer en onderwijs, enzovoort. Wat betreft de aanpassing aan de klimaatverandering werden de ingrediënten voor gecoördineerde actie in diverse sectoren en op verschillende bestuursniveaus kort geleden door de Commissie beschreven in haar Witboek “Aanpassing aan de klimaatverandering: naar een Europees actiekader”(2). Wat betreft mitigatie is het klimaat- en energiepakket dat vorig jaar december is goedgekeurd, een fundamentele stap in de goede richting en de uitvoering ervan zal werkgelegenheid in de energiesector creëren. Zo zullen er naar verwachting in 2020 tussen 2,3 en 2,7 miljoen arbeidsplaatsen in de sector hernieuwbare energie zijn, waarvan een belangrijk deel binnen het midden- en kleinbedrijf(3).
Verdere inspanningen om de overgang naar een koolstofarme economie te bevorderen, kunnen worden gefaciliteerd op grond van het Verdrag van Lissabon. Dit kan helpen het herstructureringsproces te versnellen en ervoor zorgen dat het soepel verloopt. De plannen voor economisch herstel van de meeste, zo niet alle, lidstaten zijn gericht op investeringen in groene technologieën en op het scheppen van groene arbeidsplaatsen. Het beleid van de EU in dezen is meer en betere banen te creëren en de werkgelegenheid kosteneffectief en duurzaam te maken. Verkleining van de CO2-voetafdruk op de werkplek zorgt voor vergroening van alle arbeidsplaatsen in de EU.
Informatie over vaardigheidsprofielen in een “groene” economie is schaars, deels omdat er onvoldoende bewustwording is van de mogelijke gevolgen van structurele verandering. Het is redelijk te veronderstellen dat het voor de “vergroening” van vaardigheden nodig is dat in de eerste plaats traditionele kwalificaties en vaardigheden worden gehanteerd voor de productie en het gebruik van nieuwe “groenere” technieken, materialen en producten, en in de tweede plaats specifieke “groene” vaardigheden, bijvoorbeeld om de CO2-voetafdruk te verkleinen. Daarom heeft de Commissie twee maatregelen als belangrijk aangemerkt, namelijk de ontwikkeling van capaciteit om specifieke vaardigheden voor een groene economie te definiëren en aan de eisen van de arbeidsmarkt te beantwoorden, en de organisatie van opleidingsprogramma’s om de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om nieuwe functies te vervullen.
In haar mededeling aan de Europese Voorjaarsraad(4) onderstreepte de Commissie hoe belangrijk het is voortdurend na te gaan welke vaardigheden nodig zijn en daarop te anticiperen en de vaardigheden en bijscholing af te stemmen op de toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt, zoals banen die in een groene economie onontbeerlijk zijn. Daarom helpt zij de lidstaten en de sociale partners te anticiperen op de komende veranderingen in verband met de vergroening van de economie en de bijbehorende uitdagingen van de arbeidsmarkt. In het initiatief van de Commissie “Nieuwe vaardigheden voor nieuwe banen”(5) worden een aantal activiteiten vermeld die bedoeld zijn om de kennis van de huidige en toekomstige vraag op de arbeidsmarkt te verbeteren en diverse communautaire instrumenten in te zetten om bijscholing te ondersteunen. Dienovereenkomstig zal de Commissie in 2009 de samenwerking met de ILO(6) en Cedefop(7) versterken wat betreft de ontwikkeling van hulpmiddelen en methoden om op de vereiste vaardigheden te anticiperen, met name vanuit een perspectief van “groene vaardigheden”.
Op het Herstructureringsforum dat de Commissie in juni organiseert, komt aan de orde hoe de nadelige effecten te verminderen die de mitigatie van en aanpassing aan de klimaatverandering op werkgevers en werknemers hebben. Er wordt ook gekeken naar vaardigheden en naar de wijze waarop omscholing kan worden verzorgd voor de betrokkenen of voor degenen die van de mogelijkheden van koolstofarme technologieën kunnen profiteren.
Door de regels van het Europees Sociaal Fonds in overeenstemming met het Europees economisch herstelplan te vereenvoudigen, wordt het eveneens gemakkelijker maatregelen te financieren als opleiding en bijscholing, activeringsmaatregelen voor werklozen en ontslagen werknemers en steun voor het zelfstandig ondernemerschap. Ook flexizekerheid(8) kan helpen bij de aanpassing aan de structurele uitdagingen van de klimaatverandering.
Met een ambitieuze uitgave voor de groene economie en milieuprojecten (105 miljard euro voor de periode 2007-2013) levert het cohesiebeleid een aanzienlijke bijdrage aan duurzame groei en werkgelegenheid in Europa en aan de EU-doelstellingen in de strijd tegen de klimaatverandering. Met name wordt in het kader van dat beleid 3 miljard euro gestoken in de bevordering van milieuvriendelijke producten en productieprocessen in het MKB(9) en in nieuwe “groene-boordenbanen”. Een van de glasheldere doelstellingen van de financiering van onderzoek en innovatie is de totale investeringen in groene technologieën op te schroeven.
Het Europees economisch herstelplan dat in november 2008 door de Commissie is aangenomen (“Een Europees economisch herstelplan”, COM(2008) 800 def.), voorziet in beleid dat goed is voor het milieu, tot een lagere energierekening leidt, de continuïteit van de energievoorziening versterkt, banen schept, huishoudens met lage inkomens ondersteunt en een impuls kan geven aan export en innovatie.
Zie de studie “The impact of renewable energy policy on economic growth on employment in the European Union”, ten behoeve van de Europese Commissie, DG Energie en vervoer (2009), die in de eerste helft van mei 2009 beschikbaar komt op http://ec.europa.eu/energy/renewables/studies/index_en.htm.
Flexizekerheid omvat: (i) integrale strategieën voor een leven lang leren; (ii) doeltreffend actief arbeidsmarktbeleid; (iii) flexibele en voldoende zekerheid biedende contractuele regelingen; en (iv) moderne socialezekerheidsstelsels.
Midden- en kleinbedrijf (kleine en middelgrote ondernemingen).
Vraag nr. 39 van Mairead McGuinness (H-0222/09)
Betreft: Detailhandelaren en ondernemingen in grensgebieden
Is de Commissie zich bewust van de uitzonderlijke moeilijkheden waarmee detailhandelaren en ondernemingen in grensgebieden in de Republiek Ierland kampen vanwege de dramatische waardedaling van de Engelse pond, met een oneerlijk concurrentievoordeel voor de detailhandelaren in Noord-Ierland tot gevolg?
Kan er iets worden ondernomen om deze noodlijdende ondernemingen te helpen?
Zijn de Commissie soortgelijke situaties bekend in lidstaten binnen de eurozone die grenzen aan lidstaten buiten de eurozone?
Wisselkoersen staan onder invloed van aanzienlijke schommelingen die vaak, maar niet altijd, verband houden met veranderingen in economische kerngegevens. De recente val van het Britse pond kan in verband worden gebracht met een aantal economische factoren. Zo maken partijen op de financiële markt zich zorgen over het tweeledige tekort van het Verenigd Koninkrijk (een groot handelstekort in combinatie met een toenemend begrotingstekort, waaronder hoge voorwaardelijke schulden), bestaat de angst dat de recessie in het Verenigd Koninkrijk harder zal toeslaan dan in andere hoogontwikkelde economieën en heeft de Bank of England de rentevoet sterk verlaagd. Hoewel in mindere mate dan de Amerikaanse dollar heeft de euro bovendien geprofiteerd van beleggers die sinds de uitbraak van de crisis op de financiële markten op zoek waren naar een veilige haven. Bovendien begon de devaluatie van het pond in 2007 en 2008 op een koersniveau dat duidelijk boven het historische langetermijngemiddelde lag.
De Commissie is niet op de hoogte van soortgelijke situaties in andere grensgebieden, hoewel deze niet kunnen worden uitgesloten.
Vraag nr. 40 van Rodi Kratsa-Tsagaropoulou (H-0224/09)
Betreft: Patstelling in onderhandelingen voor een vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Samenwerkingsraad van Golfstaten (GCC)
Na 20 jaar onderhandelen hebben de EU en de GCC nog geen vrijhandelsovereenkomst gesloten, terwijl de landen van de GCC zich afgelopen december uit de onderhandelingen hebben teruggetrokken.
Hoe denkt de Commissie de Golfstaten opnieuw te interesseren voor de onderhandelingen zodat de overeenkomst zo spoedig mogelijk kan worden afgerond? Welke openstaande kwesties staan nog aan het welslagen van de overeenkomst in de weg? Hoe denkt zij de Golfstaten sterker te kunnen betrekken bij de discussie over de hervorming van de internationale economische instellingen, met name van het IMF en de Wereldbank, gelet op het feit dat Saoedi-Arabië aan de G-20 top deelneemt en belangstelling in de hervorming van die instellingen heeft getoond? Met welke vraagstukken zal de komende 19e Gemeenschappelijke Raad en ministeriële bijeenkomst tussen EU en de Golfstaten zich speciaal bezighouden?
De Commissie betreurde de beslissing van de laatste topontmoeting van de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC, 29 december 2008) om de onderhandelingen voor een vrijhandelsovereenkomst met de EU op te schorten.
Ondanks de opschorting is de Commissie als onderhandelaar voor de overeenkomst van mening dat een overeenkomst binnen bereik is als er voldoende flexibiliteit wordt betracht ten aanzien van de overige kwesties (zoals de politieke clausules en het verbod op uitvoerrechten). Derhalve blijft de Commissie alles in het werk stellen om de besprekingen voort te zetten.
De signalen na de ministeriële bijeenkomst tussen de EU en de GCC van 29 april 2009 waren positief: de GCC en de EU hebben hun recente overleg over de vrijhandelsovereenkomst geëvalueerd en spraken af om over alle lopende kwesties te blijven overleggen, zodat deze reeds lang lopende besprekingen kunnen worden hervat en idealiter kunnen worden afgesloten.
De Commissie blijft zich vastberaden inzetten om tot oplossingen te komen waarin beide partijen zich kunnen vinden.
Het resultaat van de top van de G20 in Londen is van grote betekenis en laat duidelijk zien dat landen wereldwijd eensgezindheid zijn om de oorzaken van de huidige crisis te analyseren en oplossingen aan te dragen. De rol van Saudi-Arabië was uitermate constructief, met name inzake de hervorming van de regelgeving en van de internationale financiële instellingen. De Commissie is met name ingenomen met de steun van Saoedi-Arabië om de middelen van het Internationaal Monetair Fonds te vergroten.
In het kader van de huidige internationale politieke omgeving bespraken de ministers van de EU en de GCC de wereldwijde economische en financiële crisis en een plan van aanpak gedurende de ministeriële bijeenkomst die vorige week in Oman werd gehouden (29 april 2009). De huidige wereldwijde wanverhoudingen zullen diepgaand worden besproken tijdens de volgende economische dialoog tussen de Commissie en de GCC op 15 juni 2009 in Brussel.
Zoals in voorgaande jaren stonden kwesties op het gebied van samenwerking en politieke aangelegenheden die van gemeenschappelijk belang voor de EU en de GCC zijn op de agenda van de gezamenlijke raad EU-GCC en de ministeriële bijeenkomst (Oman, 29 april):
Tenuitvoerlegging van de samenwerkingsovereenkomst van 1989: stand van zaken en vooruitzichten betreffende samenwerkingsactiviteiten op gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals energie, milieu/klimaatverandering, onderzoek en hoger onderwijs;
regionale kwesties, zoals het vredesproces in het Midden-Oosten, Iran en Irak;
een aantal mondiale kwesties, zoals terrorismebestrijding en non-proliferatie, klimaatverandering, mensenrechten en de wereldwijde economische en financiële crisis.
Over al deze kwesties en de vrijhandelsovereenkomst wisselden de EU en de GCC in Oman van gedachten. Tussen de twee partijen werd een gezamenlijk communiqué overeengekomen. De belangrijkste resultaten van de bijeenkomst waren de beslissing om de bilaterale betrekking tussen de twee partijen met de bestaande samenwerkingsovereenkomst nieuw leven in te blazen en de beslissing om de gesprekken over de vrijhandelsovereenkomst voort te zetten met het oog op een hervatting van de besprekingen.
Vraag nr. 41 van Bogusław Sonik (H-0225/09)
Betreft: Centrum voor oosters christendom van de pauselijke theologische Academie in Kraków
De pauselijke theologische Academie heeft het initiatief genomen tot oprichting van het Centrum voor oosters christendom. Dit Centrum moet voorzien in de behoefte aan onderzoek naar de islamitische wereld en het christendom aldaar. De interculturele dialoog en het respect voor de rechten van minderheden in het Midden-Oosten zijn in dit kader van groot belang. Bovendien is dit gebied bijzonder interessant in samenhang met de Europese ontwikkeling en integratie. De oprichting van het Centrum maakt onderzoek naar deze thematiek mogelijk. Het Centrum zal gedeeltelijk worden gefinancierd door de Academie, wat het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en het verlenen van universitaire graden mogelijk maakt. Kan de Commissie laten weten of een permanente subsidie van de werkzaamheden van het centrum tot de mogelijkheden behoort?
Krachtens het subsidiariteitsbeginsel is de Commissie niet betrokken bij de selectie van projecten in het kader van de structuurfondsen, met uitzondering van zogenaamde grote projecten (boven 25 miljoen euro voor milieu en 50 miljoen euro voor alle overige sectoren), die de Commissie uitbesteedt overeenkomstig artikel 41 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad. De verantwoordelijkheid voor de selectie van projecten ligt bij de nationale of regionale overheden in Polen. Aangezien de waarde van het project in kwestie niet boven de drempels voor grote projecten ligt, is de lidstaat zelf verantwoordelijk voor de beslissing of het project steun ontvangt uit de structuurfondsen. Voor projecten in het kader van regionale operationele programma's is het ‘Marshal’s Office’ als beherende instelling van het operationele programma verantwoordelijk voor de selectie.
Derhalve stelt de Commissie voor contact op te nemen met het Marshal's Office van Malopolskie.(1)
Krachtens Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006, waarin de algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds zijn vastgelegd, dient het cohesiebeleid een bijdrage te leveren aan meer groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid door de communautaire prioriteiten ten aanzien van duurzame ontwikkeling te integreren, zoals deze zijn vastgelegd tijdens de Europese Raad van Lissabon van 23 en 24 maart 2000 en tijdens de Europese Raad van Göteborg van 15 en 16 juni 2001.
Meer in het algemeen dient met betrekking tot cultuur en de nationale financiering hiervan voor ogen te worden gehouden dat deze financiering onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten valt. Actie op Europees niveau vindt volledig plaats volgens het subsidiariteitbeginsel, waarbij de EU de taak heeft om acties van de lidstaten te steunen en aan te vullen en niet om deze te vervangen.
Met het Europees Cultuurprogramma 2007-2013 wordt echter de grensoverschrijdende mobiliteit van beroepsbeoefenaren uit de culturele sector, kunstwerken en culturele en artistieke producten bevorderd en de interculturele dialoog gestimuleerd. Meer informatie over het programma is verkrijgbaar via het Cultureel Contactpunt in Polen(2).
Urząd Marszałkowski Województwa Małopolskiego Departament Polityki Regionalnej Ul. Racławicka 56 30-017 Kraków Tel.: (012) 299-0700 Fax: (012) 299-0726 http://www.wrotamalopolski.pl/root_FEM/
Cultureel Contactpunt Polen Adam Mickiewicz Institute Alexandra Zajac Katarzyna Grzybowska Iwona Morawicz Mokotowska 25 Str. 00-560 Warschau Polen Tel.: +48 22 44 76 170 / 172 / 171 Fax: +48 22 44 76 152 E-mail: mailto:azajac@iam.pl" mailto:kgrzybowska@mk.gov.pl" mailto:imorawicz@iam.pl" mailto:pkk.kultura@mk.gov.pl" http://www.mkidn.gov.pl/pkk
Vraag nr. 42 van Colm Burke (H-0226/09)
Betreft: EU-gegevensbestand van geschorste beoefenaars van medische beroepen
Kan de Commissie mededelingen doen over de uitvoeringsvoorwaarden in verband met het opzetten van een EU-register van geschorste beoefenaars van medische beroepen, gezien het feit dat het Europees Parlement streeft naar opneming van dit soort maatregelen in zijn lezing van het voorstel inzake grensoverschrijdende gezondheidszorg?
Lidstaten hebben hun eigen registers opgesteld waarin werknemers in een gereguleerd beroep binnen de gezondheidszorg worden vermeld en waarin waar relevante disciplinaire maatregelen of strafrechtelijke sancties tegen hen zijn opgenomen.
Bovendien heeft Richtlijn 2005/36/EG(1) betreffende de erkenning van beroepskwalificaties de administratieve samenwerking tussen bevoegde instanties versterkt tussen de thuis- en gastlidstaat. Specifieker gezegd betreft dit de gegevensuitwisseling met betrekking tot genomen disciplinaire maatregelen of strafrechtelijke sancties of andere ernstige, specifieke omstandigheden die waarschijnlijk gevolgen hebben voor de verdere uitvoering van de activiteiten in kwestie, alsmede gegevens die relevant zijn voor de legaliteit van de vestiging van de dienstverlener en zijn/haar goede gedrag.
Er is een elektronisch instrument (IMI, Internal Market Information) ontwikkeld voor de gegevensuitwisseling tussen de relevante bevoegde instanties op basis van standaardformulieren, die in alle talen zijn voorvertaald en relevante vragen voor de effectieve toepassing van Richtlijn 2005/36/EG bevatten. Het IMI-systeem is volledig operationeel voor werknemers in de gezondheidszorg, zoals artsen, tandartsen, verplegend personeel, verloskundigen, apothekers en fysiotherapeuten.
Bij deze gegevensuitwisseling tussen lidstaten dient de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens in acht te worden genomen zoals beschreven in Richtlijn 95/46/EG(2) betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en Richtlijn 2002/58/EG(3) betreffende privacy en elektronische communicatie.
In 2012 publiceert de Commissie een verslag over de toepassing van Richtlijn 2005/36/EG, waarin de betreffende bepalingen worden beoordeeld. Als dan blijkt dat de verschillende verplichtingen en middelen voor gegevensuitwisseling nog steeds ontoereikend zijn om de problemen in kwestie op te lossen, moeten de verplichtingen (en de bijbehorende modaliteiten) in verband met de gegevensuitwisseling mogelijk opnieuw worden overwogen.
Het voorstel van de Commissie voor een richtlijn inzake de rechten van patiënten op grensoverschrijdende gezondheidszorg richt zich op de rechten en mobiliteit van patiënten. Op grond van dit voorstel worden werknemers in de gezondheidszorg verplicht om alle relevante informatie te verstrekken zodat patiënten een weloverwogen keuze kunnen maken. Bevestiging van deze registratiestatus kan hiervan deel uitmaken.
Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (Voor de EER relevante tekst) , PB L 255 van 30.9.2005.
Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, PB L 281 van 23.11.1995.
Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie, PB L 201 van 31.7.2002.
Vraag nr. 43 van Liam Aylward (H-0228/09)
Betreft: Kinderarbeid
In november vorig jaar heeft de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU een verslag aangaande kinderarbeid goedgekeurd. Dit verslag, waarvan ik corapporteur ben, roept de Europese Commissie op alle grote bedrijven die in de EU opereren te verplichten hun verantwoordelijkheid te nemen voor de gang van zaken op het gebied van arbeid op alle niveaus van de productieketen. Tevens zou naleving van de eisen moeten worden bevorderd door regelmatig grondige onafhankelijke inspecties uit te voeren op alle niveaus van de productieketen.
Welke maatregelen neemt de Commissie om haar verantwoordelijkheid op dit vlak na te leven?
De vraag houdt verband met de vervolgnota die de Commissie heeft toegevoegd aan het verslag inzake kinderarbeid van de Paritaire Parlementaire Vergadering .(1) Zoals is aangegeven in de vervolgnota vallen onder de door de Commissie en de EU-lidstaten gebruikte definitie van maatschappelijk verantwoord ondernemen maatregelen die ondernemingen zelf vrijwillig en niet als reactie op een bindende verordening nemen. Verplichte maatregelen, zoals toezicht op de toeleveringsketen door overheidsorganen of andere onafhankelijke audits, zijn derhalve niet voorzien.
De Commissie is een samenwerking met de particuliere sector gestart via de Europese Alliantie voor maatschappelijk verantwoord ondernemen (European Alliance for Corporate Social Responsibility) en heeft een reeks workshops of 'practica' rond thema's op het gebied van maatschappij en milieu gesteund. Deze workshops hebben geleid tot een aantal aanbevelingen en hulpmiddelen ter ondersteuning van het bedrijfsleven, zoals een nieuw webportaal met richtsnoeren voor bedrijven over maatschappelijke en milieukwesties in de toeleveringsketen.
De Commissie organiseert een forum met diverse betrokkenen over maatschappelijk verantwoord ondernemen, waarbij werkgevers, niet-gouvernementele organisaties (ngo's), vakbonden, vertegenwoordigers van universiteiten en investeerders betrokken zijn. Ook neemt zij deel aan het OESO(2)-initiatief voor het ontwikkelen en stimuleren van richtsnoeren voor multinationale ondernemingen alsmede het aanzetten van de Europese branche om deel te nemen aan het Global Compact-initiatief van de Verenigde Naties. Meer recentelijk hebben de Commissie en de lidstaten het kader onderzocht dat is opgesteld door John Ruggie, de speciale vertegenwoordiger van de VN, op het gebied van mensenrechten en bedrijven, in zijn VN-verslag uit 2008 met de titel ‘Protect, Respect, and Remedy’. Met name wil de Commissie in samenwerking met de speciale vertegenwoordiger van de VN een onderzoek starten naar het wettelijke kader voor mensenrechten en milieukwesties dat van toepassing is op Europese bedrijven wanneer deze actief zijn in derde landen.
Zoals aangegeven tijdens de presentatie van de vervolgnota tijdens de bijeenkomst van de Commissie sociale zaken van de Paritaire Parlementaire Vergadering in februari 2009, neemt de Commissie graag deel aan de bijeenkomst van deze commissie in september 2009 om nieuwe ontwikkelingen en het resultaat van verdere vervolgmaatregelen te bespreken. Een van deze vervolgmaatregelen omvat de volgende bijeenkomst van het Europees Forum voor de rechten van het kind(3) (een permanent adviesforum over rechten van kinderen bij interne en externe acties), dat op 18 juni 2009 plaatsvindt en waarbij de nadruk op kinderarbeid ligt. Een van de agendapunten wordt maatschappelijk verantwoord ondernemen en de bijdrage hiervan aan de bestrijding van kinderarbeid. De Commissie is van mening dat deze ontwikkelingen een gedegen basis bieden voor de doorlopende bespreking van rechten van kinderen en maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Het werken in nachtdiensten wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op het krijgen van kanker. Onderzoek heeft uitgewezen dat mannen die in nachtdiensten werken, meer risico lopen prostaatkanker te ontwikkelen, terwijl vrouwen meer risico lopen borstkanker te ontwikkelen.
De Wereldgezondheidsorganisatie heeft nachtwerk als waarschijnlijk kankerverwekkend bestempeld. Dit werd ook bevestigd door de American Cancer Association.
Is de Commissie op de hoogte van het verband tussen kanker en nachtwerk? Zal de Commissie de steun vergroten voor onderzoek naar de wijze waarop nachtwerk kanker in de hand werkt in de EU? Zal de Commissie de beste methoden en onderzoeken bekijken om te achterhalen hoe nachtwerk veiliger gemaakt kan worden en wat de maximale hoeveelheid veilig nachtwerk is? Zal de Commissie ten aanzien van tewerkstelling richtsnoeren publiceren over het risico op kanker ten gevolge van nachtwerk teneinde werkgevers en werknemers van dit risico bewust te maken?
De Commissie is op de hoogte van het gesuggereerde verband tussen kanker en nachtwerk, dat door het Internationaal Instituut voor kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie als 'waarschijnlijk' wordt beschouwd.
De Commissie erkent dat dit 'waarschijnlijke' verband bekend is in wetenschappelijke kringen, waarvan het onderzoek is gebaseerd op de voorlopige veronderstelling dat normale ritmische biologische cycli kunnen worden verstoord door werk in nachtdiensten. Dit is van invloed op de productie van melatonine, hetgeen weer leidt tot een abnormaal hoge productie van hormonen en daarmee het risico op de ontwikkeling van bepaalde soorten kanker.
De Commissie is actief betrokken bij pogingen om het negatieve effect van arbeidsomstandigheden in verband met kanker te beperken. Het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk en de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden zijn ook actief betrokken bij onderzoek naar de gevolgen van een verstoord slaapritme op de gezondheid.
Toch wordt nog altijd op de eerste plaats geprobeerd kanker te voorkomen via preventieve acties op basis van belangrijke gezondheidsdeterminanten, zoals uiteengezet in de Europese code tegen kanker. Volgens schattingen kan ongeveer een derde van alle vormen van kanker worden voorkomen door belangrijke risicofactoren te wijzigen of voorkomen, zoals roken en alcoholgebruik.
Meer algemeen is de Commissie voornemens om in september 2009 het Europees Partnerschap voor Actie tegen Kanker te starten ter ondersteuning van de lidstaten bij hun inspanningen om kanker aan te pakken. Het partnerschap biedt een kader voor het vaststellen en uitwisselen van informatie, capaciteit en expertise voor kankerpreventie en -beheersing door relevante betrokkenen overal in de EU samen te brengen voor gezamenlijke kankerbestrijding.
Acties waarmee werknemers worden beschermd tegen de risico's van arbeidsomstandigheden, worden beschreven in Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk.
Bovendien bevat de arbeidstijdenrichtlijn (Richtlijn 2003/88/EG)(1) een aantal specifieke beschermingsmaatregelen voor werknemers in nachtdiensten. Lidstaten moeten de benodigde maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat werknemers in nachtdienst uit hoofde van de richtlijn recht hebben op een gratis gezondheidstest voordat ze naderhand regelmatig in nachtdiensten worden ingezet. Ze moeten er tevens voor zorgen dat werknemers met gezondheidsproblemen die verband houden met hun nachtdiensten waar mogelijk worden overgeplaatst naar dagdiensten waarvoor ze geschikt zijn. Werknemers die regelmatig in nachtdienst werken, moeten de bevoegde instanties op de hoogte stellen als deze hierom verzoeken. Lidstaten moeten er ook voor zorgen dat planners van diensten rekening houden met het algemene principe dat de werkzaamheden aan de werknemer moeten worden aangepast, en met veiligheids- en gezondheidsvereisten.
De Commissie blijft de belangrijke kwestie van het mogelijke verband tussen kanker en nachtdiensten volgen.
Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd, PB L 299 van 18.11.2003, blz. 9.
Vraag nr. 46 van Alojz Peterle (H-0241/09)
Betreft: Stamcellen
In Richtlijn 2004/23/EG(1) van 31 maart 2004 worden de kwaliteits- en veiligheidsnormen vastgesteld voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, onderzoeken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen. Deze richtlijn voorziet in een algemeen kader voor het verkrijgen van cellen en weefsel in de Europese Unie. De omzetting van deze richtlijn in nationaal recht wordt door een aantal lidstaten echter op de lange baan geschoven. Bijgevolg zijn bepaalde activiteiten met betrekking tot cellen en weefsels minder ontwikkeld in een aantal lidstaten. Bovendien zijn patiënten en artsen vaak niet op de hoogte van de laatste medische ontwikkelingen en voordelen op het gebied van stamcellen.
Heeft de Commissie vóór 7 april 2009 een bijgewerkt verslag gekregen van alle lidstaten inzake de omzetting van de verschillende voorschriften van Richtlijn 2004/23/EG, zoals bepaald in artikel 26 van deze richtlijn?
18 april is de Europese dag van de patiëntenrechten. Is de Commissie van plan zich ook meer in te zetten om patiënten en artsen te informeren over de voordelen van stamcellen?
De Commissie stuurt jaarlijks een vragenlijst naar de lidstaten om te beoordelen hoe Richtlijn 2004/23/EG betreffende veiligheids- en kwaliteitsnormen voor menselijke weefsels en cellen in nationale wetgeving wordt omgezet en ten uitvoer wordt gelegd. De resultaten van de vragenlijst worden tijdens een bijeenkomst van bevoegde instanties besproken met lidstaten. Overzichtstabellen met resultaten worden gepubliceerd op de website van het directoraat-generaal Gezondheid en consumenten.
De resultaten van de vragenlijst voor 2009 zullen ook de basis vormen voor het verslag over de tenuitvoerlegging van de vereisten van Richtlijn 2004/23/EG, zoals vastgelegd in artikel 26, lid 3. De Commissie ontvangt momenteel de antwoorden, die worden samengevoegd voor de volgende bijeenkomst op 27 en 28 mei 2009.
Richtlijn 2004/23/EG en de betreffende toepassingsrichtlijnen zijn bedoeld om minimale kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, verwerken, bewaren, opslaan en distribueren van menselijke weefsels en cellen vast te stellen. De richtlijn heeft geen betrekking op onderzoek met gebruikmaking van menselijke weefsels en cellen en is niet van invloed op beslissingen van lidstaten over het gebruik van of het verbod op het gebruik van specifieke soorten menselijke cellen, zoals stamcellen.
Betreft: Verontreiniging van de Golf van Maliakos door de gifalg Chatonella
Al minstens twee maanden wordt in het water van de Golf van Maliakos in de Midden-Griekse regio Sterea Ellada de gifalg Chatonella aangetroffen die een ongekend grote vissterfte heeft veroorzaakt. Als gevolg van deze ecologische ramp zijn de vissers uit deze regio wanhopig en protesteren terecht. De ontwikkeling van deze gifalg is volgens wetenschappers te wijten aan het feit dat de rivier Spercheios, die in de golf uitmondt, steeds sterker verontreinigd wordt door allerlei industriële en andere lozingen. De golf is, zo de typering van de omwonenden, veranderd in een grote hoeveelheid “giftig slootwater”.
Wat is het standpunt van de Commissie ten aanzien van de aanpak van dit ernstige milieuprobleem, de noodzaak van steunverlening aan de vissers die hieronder financieel te lijden hebben, en in bredere zin het herstel van het ecologische evenwicht in de regio, dat door de verontreiniging is verstoord?
De geachte afgevaardigde verwijst naar de verontreiniging van de rivier Spercheios en de Golf van Maliakos en naar de daaraan gerelateerde gevolgen voor de visstand en de vissers in deze regio.
De milieuwetgeving in de EU kent duidelijke mechanismen met het oog op de bescherming van onze wateren:
het aanpakken van de verontreiniging bij de bron op grond van bijvoorbeeld de Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater(1) en de Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging(2) ;
het stellen van milieudoelen voor alle wateren (rivieren, meren, grondwater en kustwateren) middels de Richtlijn tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (de “kaderrichtlijn water”)(3).
Op grond van de Richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater zijn de lidstaten verplicht om uiterlijk in 1998, 2000 of 2005 (afhankelijk van de omvang van het woongebied en de kenmerken van het verontreinigde water) afvalwater op te vangen en te behandelen voor alle woongebieden met meer dan tweeduizend inwoners (of het equivalent hiervan in verontreinigd afvalwater). Op grond van de Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging is ten aanzien van de industriële installaties die onder het toepassingsgebied van de richtlijn vallen een geïntegreerde vergunning vereist, waardoor ook aan voorwaarden moet worden voldaan die gebaseerd zijn op de best beschikbare technieken. Bestaande installaties dienden uiterlijk 20 oktober 2007 over een vergunning te beschikken die aan de voorschriften van deze richtlijn voldoet.
De Commissie heeft de tenuitvoerlegging van de beide richtlijnen door Griekenland onderzocht en geconstateerd dat de verplichtingen niet op adequate wijze zijn nagekomen. Derhalve heeft de Commissie met betrekking tot beide richtlijnen juridische inbreukprocedures tegen Griekenland in gang gezet.
In de kaderrichtlijn water is de verplichting vastgelegd om een goede waterkwaliteit tot stand te brengen / te handhaven (“goede toestand”). Dat dient in het algemeen uiterlijk in 2015 voltooid te zijn. De lidstaten is ook de verplichting opgelegd om vóór december 2004 een milieuanalyse uit te voeren van de belasting van en effecten op de wateren. Daarnaast dienen zij uiterlijk 22 december 2009 plannen en programma’s te ontwikkelen voor het realiseren van die “goede toestand”.
In de milieuanalyse van de belasting van en de effecten op de Spercheios-rivier wordt specifiek ingegaan op de problemen met de waterkwaliteit van die rivier. Zoals de geachte afgevaardigde heeft opgemerkt, kan de verstoring van het ecosysteem door verontreiniging in de Golf van Maliakos ook leiden tot een massale groei van bepaalde algen, waaronder algen die giftig zijn voor vissen. Of rivieren of riviermondingen (“overgangswateren”) zich in een “goede toestand” bevinden, wordt bepaald aan de hand van een reeks criteria waaronder de “samenstelling en abundatie” van de visfauna. In de plannen en programma’s die uiterlijk in december 2009 voorgelegd dienen te worden, moet aandacht worden besteed aan de bestaande problemen, inclusief maatregelen om de kwaliteitsdoelstelling op milieugebied tot stand te brengen voor zowel de Spercheios als de Golf van Maliakos.
Voor wat betreft een eventuele ondersteuning van de visserijsector in het betreffende gebied kunnen lidstaten in geval van een natuurramp of andere buitengewone gebeurtenissen op grond van de Verordening inzake het Europees Visserijfonds(4), passende maatregelen nemen ter financiering van steunmaatregelen bij een tijdelijke stillegging van de visserijactiviteiten. De algemene modaliteiten en beginselen zijn weliswaar in die verordening vastgelegd, maar het is de verantwoordelijkheid van de lidstaten om te beslissen of de betreffende visserijactiviteit beëindigd dient te worden en welke steunmaatregelen er in dat geval genomen kunnen worden.
Op 8 maart heeft de Franse overheid de Commissie en de EU-lidstaten (uit hoofde van Richtlijn 98/34/EG(1)) in kennis gesteld van haar wetsontwerp betreffende online spelletjes en weddenschappen. Met dit voorstel wordt voor het eerst in de EU een "recht op sportweddenschappen" geïntroduceerd, naar gezegd wordt om de integriteit van Franse sportwedstrijden te bewaren. Dit recht zou exploitanten van sportweddenschappen verplichten tot het aangaan van financiële overeenkomsten met Franse sportbonden.
Kan de Commissie aangeven of dergelijke beperkingen voor de Franse online weddenschapsmarkt acceptabel en verenigbaar met de EU-regelgeving zijn?
En kan de Commissie voorts verduidelijken wat voor bewijsmateriaal (statistisch of anderszins) de Franse autoriteiten hebben voorgelegd ter ondersteuning van de noodzaak van deze maatregel? En hoe een dergelijk recht de "integriteit van de sport" kan dienen?
De Commissie is thans bezig met een analyse van het betreffende wetsontwerp en heeft daaromtrent nog geen definitief standpunt ingenomen. De Commissie zal echter vóór het verstrijken van de status-quoperiode op 8 juni 2009 haar standpunt hierover kenbaar maken.
Vraag nr. 49 van Konstantinos Droutsas (H-0248/09)
Betreft: Verdwijning van de kleine en middelgrote en zelfstandige vissers
Het volksvijandige gemeenschappelijke visserijbeleid van de EU ontwikkelt zich nog sterker in een reactionaire richting met het voorstel voor een verordening van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (COM(2008)0721). Het gemeenschappelijk visserijbeleid ontmoet sterke weerstand onder de belangenverenigingen van de vissers nu het zich steeds meer richt op ondersteuning van de grote rederijconcerns. De monopolistische ondernemingsbelangen die in deze bedrijfstak actief zijn, wordt alweer een "vetpot" in het vooruitzicht gesteld, maar de rechten van de kleine en middelgrote vissers worden aangetast. Dit beleid werkt prijsstijgingen van visserijproducten voor de werkende bevolking en de verdwijning van de kleine en middelgrote en zelfstandige vissers in de hand, terwijl tegelijkertijd geen enkele maatregel wordt genomen tegen de vervuiling van de zee door het afval dat afkomstig is van viskwekerijen, industrie, huishoudens, landbouw, scheepvaart en van militaire activiteiten.
Hoe staat de Commissie tegenover deze problemen en tegenover de gerechtvaardigde reacties onder de vissers?
Het voorstel voor een nieuwe verordening van de Raad tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen (COM(2008) 0721), is bedoeld om de gezondheid van de visbestanden te waarborgen voor alle betrokkenen in de visserijsector. De Commissie kan zich niet aansluiten bij het standpunt dat het voorstel gericht is op de ondersteuning van de belangen van de grote rederijconcerns ten koste van de kleine en middelgrote ondernemingen. Naar verwachting zal de nieuwe controleverordening tot een betere naleving van de voorschriften leiden. In de loop der tijd zal dit nieuwe mogelijkheden creëren voor alle sectoren binnen de visserijvloot en met name voor kleine en middelgrote ondernemingen. Daarnaast wordt een betere aanvoer van vis op de markt gewaarborgd.
Aangezien het voorstel betrekking heeft op het controleren van de activiteiten van de visserij, is het niet het juiste instrument om op te treden tegen de vervuiling van de zee door het afval dat afkomstig is van viskwekerijen, industrie, huishoudens, landbouw, scheepvaart en militaire activiteiten. Dergelijke kwesties worden geregeld in de daartoe strekkende wetgeving.
Vraag nr. 50 van Laima Liucija Andrikienė (H-0251/09)
Betreft: Samenwerking op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee
Het Europees Parlement en de Raad hebben Beschikking 2850/2000/EG(1) houdende instelling van een communautair kader voor samenwerking op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee aangenomen alsmede het communautair mechanisme bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming.
Wat heeft de Commissie tot dusverre gedaan met betrekking tot de verbetering van de "mogelijkheden van de lidstaten om te reageren op ongevallen waarbij olie of andere schadelijke stoffen in zee terechtkomen of dreigen terecht te komen en tevens bij te dragen tot de preventie van de risico's"? Wat is de Commissie van plan op dit gebied op de korte en de lange termijn te doen?
Op 22 december 2006 heeft de Commissie een mededeling(2) aangenomen met een toelichting op de stand van zaken betreffende de communautaire acties gericht op het voorbereid zijn op en de aanpak van verontreiniging van de zee en op het verbeteren en in stand houden van die voorbereiding en aanpak na 1 januari 2007 (na het verstrijken van het communautaire kader voor samenwerking(3)).
Indien zich een ongeval voordoet en de omvang van de ramp zodanig is dat de nationale responscapaciteit niet toereikend is, kan het betreffende land een beroep doen op de diensten van het communautair mechanisme voor civiele bescherming en op het waarnemings- en informatiecentrum dat is opgericht op grond van Beschikking 2007/779/EG, Euratom, van de Raad(4). Het communautaire mechanisme voor civiele bescherming is in 2001 opgericht om steun te verlenen bij grootschalige noodsituaties en om de coördinatie van de bijstand door de lidstaten en de Gemeenschap te ondersteunen en te verbeteren.
Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid is opgericht op grond van Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad(5). Het agentschap dient de lidstaten van technische en wetenschappelijke bijstand te voorzien bij door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreinigingen van de zee door schepen. Daarnaast dient het agentschap, na een daartoe strekkend verzoek om bijstand, het responsmechanisme van de lidstaten in verontreinigingsgevallen te ondersteunen. Sinds maart 2006 kunnen getroffen lidstaten een beroep doen op het agentschap om schepen in te zetten ter bestrijding van verontreinigingen als aanvullend middel op hun eigen bestrijdingsinspanningen.
In december heeft de EU een meerjarenfinanciering van 154 miljoen euro aan het agentschap verstrekt voor de periode 2007 tot 2013 met het oog op acties op het gebied van de bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging(6). In overeenstemming met zijn activiteitenplan voor de voorbereiding en aanpak van verontreinigingen heeft het agentschap een netwerk van anti-verontreinigingsschepen gecreëerd dat alle regionale zeeën van de EU bestrijkt. Tot nu toe hebben de lidstaten in drie gevallen om de inzet van deze schepen verzocht.
Tot slot dient opgemerkt te worden dat de EU andere wetgevingsmaatregelen heeft ontwikkeld die een bijdrage leveren aan het bestrijden van de verontreiniging die door schepen wordt veroorzaakt. Het meest recente voorbeeld is het derde wetgevingspakket inzake de maritieme veiligheid dat onlangs is goedgekeurd(7).
Betreft: Uiterste termijn voor het gebruik van lood in Bijlage II (2008/689/EG) bij autowrakkenrichtlijn 2000/53/EG
De uiterste termijnen die recentelijk zijn vastgesteld bij de herziening van Bijlage II (2008/689/EG(1)) bij Richtlijn 2000/53/EG(2) betreffende autowrakken (eind 2010 voor nieuwe voertuigtypes) voor het gebruik van lood in de enkele resterende toepassingen zal de invoering van milieuvriendelijke en veilige toepassingen in voertuigen in gevaar brengen indien er geen alternatieven voor lood beschikbaar zijn. Verlenging van de uiterste termijnen is noodzakelijk.
Hoe garandeert de Commissie dat de huidige herziening ervoor zal zorgen dat er op een zo kort mogelijke termijn een snel positief besluit wordt genomen om de automobielindustrie rechtszekerheid en planningszekerheid te verschaffen?
Hoe is de Commissie in deze context van plan om rekening te houden met de aanbevelingen van de Raad, het Europees Parlement en de Commissie, in het licht van de moeilijke economische situatie van de automobielindustrie, met name om onnodige administratieve rompslomp te vermijden, nieuwe economische lasten te voorkomen, kosten en baten tegen elkaar te laten opwegen en de belangrijkste CARS 21-beginselen af te wegen door de cumulatieve regelgevingskosten te beoordelen, en voorspelbaarheid en rechtszekerheid te verschaffen?
De Commissie voert een periodieke herziening uit van de lijst met uitzonderingen op het “verbod op zware metalen” zoals neergelegd in bijlage II bij Richtlijn 2000/53/EG betreffende autowrakken(3). Op dit moment voert de Commissie een onderzoek uit ter voorbereiding op de vijfde aanpassing van deze bijlage aan de technische en wetenschappelijke ontwikkelingen. Dit onderzoek is specifiek gericht op twee van de uitzonderingen die door de geachte afgevaardigde worden genoemd. De eerste openbare raadpleging over dit onderwerp is tussen 26 januari en 9 maart 2009 uitgevoerd (zie: http://rohs-elv.exemptions.oeko.info).
Nadat de ingediende technische en wetenschappelijke gegevens door de adviseur van de Commissie zijn geverifieerd, wordt een ontwerpbesluit van de Commissie opgesteld ter wijziging van bijlage II. Over dit ontwerp zal een raadplegingsronde worden georganiseerd met alle diensten van de Commissie en met de lidstaten die hier uiteindelijk over moeten stemmen. Indien de uitslag van de stemming positief is, zal het ontwerp gedurende drie maanden ter evaluatie aan het Parlement worden voorgelegd. Indien ook het resultaat van die evaluatie positief is, wordt de maatregel aangenomen. De Commissie streeft ernaar om het betreffende besluit uiterlijk eind 2009 goed te keuren.
De herziening van bijlage II brengt geen extra lasten met zich mee aangezien dit proces al sinds de goedkeuring van de richtlijn wordt uitgevoerd en de betreffende sectoren zich er altijd van bewust zijn geweest dat de uitzonderingen aan een herzieningsprocedure onderworpen kunnen worden. De diensten van de Commissie stellen, met inachtneming van de voorschriften en procedures die voor elk herzieningsproces van de communautaire wetgeving gelden, alles in het werk om de voorspelbaarheid en rechtszekerheid voor de industrie te waarborgen. De Commissie onderhoudt regelmatig contact met de industrie over deze kwestie en streeft ernaar om in elke fase accurate informatie te verschaffen over de status van de herziening van bijlage II.
Betreft: Associatieraad EU-Egypte - schending van actieplan door Egypte
De programma’s die de verboden terroristische zender Al-Manar TV via de Egyptische satelliet Nilesat naar Europa uitzendt, blijven een rechtstreekse schending van het actieplan EU-Egypte en vormen een bedreiging van de Europese veiligheid.
Heeft de Commissie tijdens de bijeenkomst van de Associatieraad EU-Egypte op 27 april 2009 de uitzendingen van Al-Manar TV naar Europa via Nilesat aan de orde gesteld? Zo niet, hoe rechtvaardigt de Commissie het feit dat het aankaarten van deze schending van het actieplan EU-Egypte herhaaldelijk is uitgesteld?
In haar verklaring in het kader van de bijeenkomst van de Associatieraad EU-Egypte op 27 april in Luxemburg heeft de EU Egypte opgeroepen om de inspanningen voort te zetten met betrekking tot het bestrijden van alle soorten discriminatie en om de tolerantie te bevorderen verband houdende met cultuur, religie, overtuiging en minderheden. Tegen die achtergrond heeft de EU haar bezorgdheid uitgesproken over de discriminerende inhoud van een aantal uitzendingen van de zender Al-Manar TV via de Egyptische satelliet Nilesat. De EU veroordeelt alle propaganda van nationale, racistische en religieuze haatgevoelens die een voedingsbodem vormt voor discriminatie, vijandigheid of geweld.
Vraag nr. 53 van Alexander Alvaro (H-0256/09)
Betreft: Vrijheid van meningsuiting en de Tsjechische wet ter beperking van de persvrijheid
Onlangs is er in de Republiek Tsjechië een wet ter beperking van de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid aangenomen die zonder precedent is, nl. de Tsjechische wet van 5 februari 2009 tot wijziging van wet nr. 141/1961, inzake strafrechtelijke procedures (wetboek van strafrecht), op grond waarvan tot vijf jaar gevangenisstraf kan worden opgelegd alsmede een boete van 180.000 euro wegens het publiceren uit tapverslagen van de politie.
Is het de Commissie bekend of deze recent aangenomen Tsjechische wet een precedent heeft in een andere EU-lidstaat?
Is de Commissie het ermee eens dat, onder verwijzing naar artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en gezien de rechtskracht van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, deze ongehoorde wet van de Republiek Tsjechië aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over het effect voor de vrijheid van meningsuiting (zoals gewaarborgd in artikel 11 van bovengenoemd handvest) die met name uitgaat van de dreiging met zware straffen van tot vijf jaar gevangenisstraf en boetes tot 180.000 euro?
Is de Commissie van mening dat de Republiek Tsjechië zich met deze wet schuldig maakt aan een ernstige inbreuk als omschreven in artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie?
Uit berichten in de media heeft de Commissie begrepen dat er in april 2009 bij het Constitutioneel Hof van de Republiek Tsjechië een constitutionele klacht is ingediend tegen de wet waaraan de geachte afgevaardigde refereert.
De Commissie benadrukt nogmaals dat de vrijheid van meningsuiting een van de beginselen is waarop de Europese Unie is gegrondvest en dat dit beginsel deel uitmaakt van de constitutionele tradities in onze lidstaten. Deze vrijheid mag uitsluitend aan beperkingen onderworpen worden indien deze “bij wet zijn voorzien” teneinde een of meer van de legitieme doelstellingen te verwezenlijken waarnaar in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens wordt verwezen, mits deze met het oog op die doelstellingen “in een democratische samenleving nodig zijn”.
De Commissie wijst er eveneens op dat zij op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie niet bevoegd is om vermeende schendingen van de grondrechten te onderzoeken die geen verband houden met het Europees recht.
Vraag nr. 54 van Saïd El Khadraoui (H-0258/09)
Betreft: Schrootpremies bij inleveren oude wagen en aankoop nieuwe wagen
De afgelopen maanden hebben heel wat lidstaten een tijdelijk stelsel van premies ingevoerd dat er voor moet zorgen dat oude personenwagens sneller van de weg gehaald worden ten voordele van nieuwe, meer milieuvriendelijke wagens.
Kan de Commissie een overzicht geven van de effecten van de schrootpremies in de landen waar ze ingevoerd zijn? Wat is het effect op de verkoop van nieuwe wagens? Welk type wagen wordt het meest aangekocht met de premies? Wat zijn de milieuprestaties van de wagens die aangekocht worden met de schrootpremies?
Kan de Commissie inschatten hoeveel oude wagens werden verschroot onder impuls van de premies? Wat is de leeftijd van de ingeleverde wagens? Wat zijn de milieuprestaties van de ingeleverde wagens?
Is de Commissie van plan wetgevende initiatieven te nemen om de schrootpremies in te kaderen? Welke andere initiatieven heeft de Commissie reeds genomen in verband met de schrootpremies?
Welk effect hebben de schrootpremies op het milieu? Gaat het enkel om een versnelde aankoop van nieuwe wagens, of kan men spreken van een verbetering van de kwaliteit, de efficiëntie en de milieuvriendelijkheid van het wagenpark?
De Commissie is van mening dat maatregelen die op de vraagzijde zijn gericht, zoals schrootpremies, een belangrijke rol kunnen spelen bij het bevorderen van het vernieuwen van het wagenpark en het vervangen van oudere, meer vervuilende auto’s door nieuwere, technologisch geavanceerdere wagens. Dat betekent dat de Commissie positief staat ten opzichte van de initiatieven van de betreffende lidstaten. Zij moet echter tegelijkertijd waarborgen dat deze schrootregelingen in overeenstemming zijn met de communautaire wetgeving.
Maatregelen gericht op de vraagzijde waarmee getracht wordt om de vraag naar nieuwe voertuigen te stimuleren door een premie te geven voor het slopen van oudere auto’s, zijn ook voorzien in het Europees economisch herstelplan(1) dat in november 2008 is aangenomen. In dit herstelplan worden de belangrijkste elementen beschreven voor overheidssteun aan de automobielsector.
Op 16 februari 2009 heeft de Commissie deskundigen van de lidstaten uitgenodigd om deel te nemen aan een uitwisseling van goede praktijken in verband met schrootregelingen. Vervolgens heeft de Commissie als onderdeel van de Mededeling “Aanpak van de crisis in de Europese automobielindustrie”(2) op 25 februari 2009 de Richtsnoeren voor schrootregelingen voor voertuigen aangenomen. In dit document heeft de Commissie haar bereidheid kenbaar gemaakt om de coördinatie van nationale maatregelen te bevorderen met het oog op het waarborgen van een zo groot mogelijke effectiviteit van die maatregelen en om een verstoring van de interne markt te voorkomen. In het richtsnoerdocument worden praktische aanwijzigen aan de lidstaten gegeven over het opzetten van schrootregelingen voor voertuigen en wordt de relevante communautaire wetgeving nader toegelicht. Bovendien hebben de lidstaten het verzoek gekregen om met het oog op de transparantie de Commissie in kennis te stellen van alle schrootregelingen. De Commissie heeft van haar kant de toezegging gedaan om de betreffende regelingen op korte termijn te evalueren en te verifiëren of deze in overeenstemming zijn met Richtlijn 98/34/EG(3) op grond waarvan de kennisgeving van technische regelgeving al in de ontwerpfase vereist is. Dat betekent dat de Commissie van mening is dat er thans geen noodzaak bestaat voor een wetgevingsmaatregel om een kader voor schrootpremies te creëren.
Op dit moment maken tien lidstaten gebruik van schrootregelingen en hebben twee lidstaten de invoering ervan op korte termijn aangekondigd. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de kenmerken van de bestaande regelingen uiteenlopen, met name met betrekking tot de voorwaarden voor de minimumleeftijd van de auto’s die voor een slooppremie in aanmerking komen (van negen tot vijftien jaar) en de eisen waaraan het nieuwe voertuig dient te voldoen (bijvoorbeeld qua EURO-emissieklassen, CO2-emissies en maximale kilometerstand).
Het is nog te vroeg om de algemene efficiëntie van de regelingen te kunnen beoordelen. Op basis van de beschikbare informatie zijn die regelingen in sommige lidstaten echter een succes gebleken met positieve afgeleide effecten op andere lidstaten. Het feit dat er in maart 2009 in Europa een geringere daling is geconstateerd van het aantal geregistreerde personenwagens wordt aan de schrootregelingen toegeschreven. In een aantal lidstaten zijn de autoverkopen in maart 2009 als gevolg van die premies aanzienlijk gestegen ten opzichte van maart 2008 (in Duitsland met 40%, in Slowakije met 18% en in Frankrijk met 8%). Daarnaast wordt gerapporteerd dat door de regelingen de vraag naar meer compacte, milieuvriendelijkere en zuinigere auto’s is gestegen. Er is echter geen systematische evaluatie beschikbaar met betrekking tot de gevolgen op het gebied van de gemiddelde CO2-emissies of andere luchtverontreinigende emissies.