Index 
Volledig verslag van de vergaderingen
PDF 1519k
Dinsdag 15 september 2009 - Straatsburg Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Debatten over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (bekendmaking van de ingediende ontwerpresoluties): zie notulen
 3. Presentatie van de ontwerpbegroting van de Raad – Jaar 2010 (debat)
 4. Immigratie, de rol van Frontex en samenwerking tussen de staten (debat)
 5. Stemmingen
  5.1. Overeenkomst EG/Mongolië over bepaalde aspecten van luchtvaartdiensten (A7-0001/2009, Brian Simpson)
  5.2. Overeenkomst EG/China inzake zeevervoer (A7-0002/2009, Brian Simpson)
  5.3. Beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de EU (A7-0008/2009, Reimer Böge)
  5.4. Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (A7-0006/2009, Reimer Böge)
  5.5. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2009 (A7-0003/2009, Jutta Haug)
  5.6. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2009 (A7-0009/2009, Jutta Haug)
  5.7. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2009 (A7-0010/2009, Jutta Haug)
 6. Stemverklaringen
 7. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 8. Openingstoespraak van de Voorzitter van het Europees Parlement
 9. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering
 10. Ondertekening van volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen besluiten: zie notulen
 11. Verklaring van de voorgedragen voorzitter van de Commissie (debat)
 12. Vragenuur (vragen aan de Commissie)
 13. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 14. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 
1. Opening van de vergadering
Video van de redevoeringen
  

(De vergadering wordt om 9.10 uur geopend)

 

2. Debatten over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (bekendmaking van de ingediende ontwerpresoluties): zie notulen

3. Presentatie van de ontwerpbegroting van de Raad – Jaar 2010 (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de presentatie door de Raad van het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2010.

 
  
MPphoto
 

  Hans Lindblad, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, het is voor mij een enorm privilege dat ik hier vandaag mag zijn. Het geeft me een gevoel van nederigheid en ik ben verheugd om de ontwerpbegroting van de Raad aan u voor te mogen leggen.

Europa wordt geconfronteerd met grote uitdagingen. De economische situatie zag er een half jaar geleden veel zorgwekkender uit, maar lijkt zich te hebben gestabiliseerd. Het dreigingsbeeld is evenwichtiger en het risico om steeds dieper in een neerwaartse spiraal mee te worden gezogen, is afgenomen.

We worden echter geconfronteerd met grote problemen in de vorm van stijgende werkloosheid, toenemende begrotingstekorten en een groeiende schuldenlast. Tegen die achtergrond is het erg belangrijk vast te houden aan houdbare overheidsfinanciën op lange termijn. Vele landen hebben een lange weg voor de boeg om hun overheidsfinanciën in evenwicht te krijgen.

De demografische ontwikkeling zal de openbare financiën erg onder druk zetten. Door de klimaatuitdaging zullen nieuwe middelen nodig zijn en zullen bestaande middelen anders moeten worden verdeeld. Alles bij elkaar betekent dat volgens ons dat de begroting waar we het eens over moeten worden, gekenmerkt moet zijn door grote terughoudendheid om ruimte te creëren voor toekomstige noden, met de nadruk op Europese toegevoegde waarde en inspanningen die ons op korte termijn uit de economische crisis kunnen leiden en op lange termijn ook onze concurrentiekracht kunnen versterken.

De ontwerpbegroting van de Raad, die met eenparigheid van stemmen werd aangenomen, is gericht op en draagt bij tot het aanpakken van die uitdagingen. Het is een gedisciplineerde begroting en ze is fiscaal gezond. Ze stimuleert onderzoek, opleiding, infrastructuur, concurrentiekracht en innovatie en bevordert de cohesie. Daarnaast bevat het voorstel van de Raad marges voor onvoorziene gebeurtenissen.

De logica achter onze ontwerpbegroting is eenvoudig. Als we groei, werkgelegenheid en welvaart willen stimuleren, moeten we volgens de schoolboeken een duurzaam, geloofwaardig en voorzichtig beleid voeren, maar met investeringen in opleiding, onderzoek en infrastructuur en inspanningen om de inkomensverschillen in de Unie weg te werken. Dat is precies wat we hebben geprobeerd.

De ontwerpbegroting van de Raad is evenwichtig maar niettemin ambitieus. In vergelijking met de begroting 2009 stijgen de vastleggingen met 1,1 procent en de betalingskredieten met bijna 4 procent. Onze ontwerpbegroting en de overeenkomst die we willen bereiken, moeten voldoen aan de volgende basisvereisten, die ook tijdens de eerste lezing door de Raad werden toegepast: de begroting moet verzekeren dat er voldoende middelen zijn voor de verschillende politieke prioriteiten van de EU in 2010. De EU moet snel kunnen reageren op de uitdagingen waarmee ze wordt geconfronteerd. De klemtoon moet liggen op het tot stand brengen van een Europese toegevoegde waarde. Begrotingsdiscipline en gezond economisch beheer zijn noodzakelijk. Anders zullen we niet geleidelijk aan terug kunnen keren naar overheidsfinanciën in evenwicht.

Het is belangrijk dat we de maxima eerbiedigen. De EU moet voldoende flexibiliteit hebben om met toekomstige noden en onverwachte gebeurtenissen om te kunnen gaan. Het is cruciaal dat de EU-begroting voldoende marges bevat. De ontwerpbegroting die we voorleggen, bedraagt 138 miljard euro aan vastleggingskredieten en 121 miljard euro aan betalingskredieten. In reducties die de Raad ten opzichte van het voorontwerp van begroting van de Commissie heeft aangebracht, zijn gebaseerd op een gedetailleerde analyse van de uitvoering van de begroting, de waarschuwingen inzake begrotingsramingen en de activiteitenoverzichten, en we kijken naar de bestaande capaciteit voor uitvoering van programma's en maatregelen. De stand van uitvoering en het absorptievermogen zijn in onze analyse centrale criteria geweest.

Ik zou nu snel even willen ingaan op de begrotingsonderdelen. Subrubriek 1a, onderzoek en innovatie, is het belangrijkste element en krijgt in onze ontwerpbegroting voldoende middelen. Projecten met betrekking tot de energie- en infrastructuursectoren zijn een ander gebied dat meer middelen krijgt. Na verrekening van de boekhoudkundige effecten van het economisch herstelplan bedraagt de stijging op dit gebied ongeveer acht procent. Acht procent. Dat is veel, en zoals u allemaal weet, zal de financiering van het Europees herstelplan een van de onderwerpen zijn die we in het najaar zullen moeten bespreken.

Voor subrubriek 1b keurde de Raad de vastleggingskredieten goed die de Commissie voorstelde. Wat de betalingen betreft, is de Raad van mening dat bepaalde verminderingen kunnen worden aangebracht ten opzichte van het voorontwerp van begroting, maar ik wil onderstrepen dat ons voorstel desondanks een stijging van de betalingskredieten met 3,2 procent ten opzichte van 2009 inhoudt.

Voor rubriek 2 stelt de Raad ten opzichte van 2009 sterke stijgingen voor, zowel voor de vastleggings- als voor de betalingskredieten met respectievelijk 4,5 en 9,5 procent, na verrekening van de boekhoudkundige effecten van het herstelplan.

In rubriek 3 bracht de Raad slechts enkele kleine aanpassingen aan in vergelijking met het voorontwerp van begroting van de Commissie. Er zullen voldoende middelen zijn voor het migratiebeleid, met inbegrip van Frontex.

Met betrekking tot rubriek 4 is het ontzettend belangrijk een grote marge ten opzichte van de maxima te laten om op de best mogelijke manier met onvoorziene omstandigheden om te kunnen gaan. De Raad verzekerde daarom een marge van ongeveer 310 miljoen euro in zijn eerste lezing. Dit is met name gerechtvaardigd gezien de nota van wijzigingen, waarin bijkomende behoeften op dit vlak zijn opgenomen. Wat de reserve voor noodhulp betreft, keurde de Raad het Commissievoorstel inzake vastleggingskredieten goed. Het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid wint aan belang en daarom zal de Raad ervoor zorgen dat er voldoende middelen voor beschikbaar zijn.

Wat administratie betreft heeft de Raad bepaalde gerichte verlagingen toegepast in het licht van de economische situatie en de bijzondere eigenschappen van elk van de instellingen. Het is onze ambitie ervoor te zorgen dat de administratieve uitgaven niet sneller stijgen dan de inflatie. Het verzoek van de instellingen om extra posten voor nieuwe activiteiten werd afgewezen, afgezien van de nieuwe diensten die voor 2010 waren gepland en Frontex.

Tijdens de bemiddelingsvergadering in juli werd nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is dat de aanwerving die verband houdt met de uitbreidingen van de jaren 2004 en 2007 wordt uitgevoerd en werden we het eens over een gemeenschappelijke verklaring. Uw vertegenwoordigers wezen er toen ook op dat ze bereid zijn om een gemeenschappelijke werkwijze te proberen te vinden met betrekking tot het vastgoedbeleid van de EU-organen. Ik ben ervan overtuigd dat we later dit najaar gelukkig een verklaring in die zin zullen krijgen.

Tot slot wil ik herinneren aan en wijzen op de positieve sfeer tijdens onze vergaderingen met het Europees Parlement. Ik denk dat constructieve samenwerking de enige manier is om tot een goede begroting te komen.

 
  
MPphoto
 

  Algirdas Šemeta, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, het is voor mij een groot genoegen om deze ochtend met u te kunnen spreken. Ik weet dat het overleg in de eerste fasen van de begrotingsprocedure – in het bijzonder het overleg van juli – heeft plaatsgevonden in een zeer positieve atmosfeer, en hoop dat we de komende weken op deze goede samenwerking kunnen voortbouwen. We hebben nog een hele weg te gaan in de begrotingsprocedure 2010 en er zijn nog andere belangrijke punten waarover we het eens moeten worden, zoals de tweede fase van het Europees economisch herstelplan. Het is dus cruciaal dat alle drie instellingen nauw samenwerken.

Als ik me nu richt op de huidige situatie, nadat de Raad de ontwerpbegroting 2010 in eerste lezing heeft vastgesteld, dan erkent de Commissie dat de verlagingen die de Raad voorstelt, minder zwaar zijn dan in voorgaande jaren. Toch zijn er een aantal punten die ons zorgen baren en die ik speciaal onder uw aandacht wil brengen. De Commissie betreurt de verlaging van 1,8 miljard euro op de betalingskredieten die de Raad voorstelt. Deze weegt naar verhouding zwaarder in de rubrieken 1a en 4 en geeft een negatief signaal af ten aanzien van de prioritaire gebieden werkgelegenheid en internationale rol van de EU, niet in de laatste plaats met betrekking tot pre-toetredingsbijstand.

Met name de door de Raad voorgestelde besparingen op administratieve uitgaven voor onderzoek en de agentschappen zijn erg hard. De verlagingen worden volgens de kaasschaafmethode toegepast, waarbij op een enkele uitzondering na geen rekening wordt gehouden met de specifieke situatie van de afzonderlijke agentschappen, met het stadium van ontwikkeling of de taken waarmee ze zijn belast. De besparingen op de administratieve uitgaven zullen met name de uitvoering van programma's op het terrein van onderzoek en externe acties belemmeren. Maar ik heb goede hoop dat het Parlement zal proberen deze situatie in eerste lezing te herstellen.

Hoewel de verlagingen in de rubrieken 1b en 2 betreurenswaardig zijn, ben ik voor een deel gerustgesteld door de gemeenschappelijke verklaring die de Raad voorstelt inzake betalingen en doordat de Commissie in de nota van wijzigingen die eind oktober zal worden voorgelegd, nog een keer de kans heeft de behoeften van de landbouw te onderzoeken.

Zoals aangekondigd, heeft de Commissie bij de begrotingsautoriteit een nota van wijzigingen ingediend die voorziet in een actualisering van de behoeften voor rubriek 4. De belangrijkste punten zijn: 95 miljoen euro extra aan vastleggingen en 60 miljoen euro extra aan betalingskredieten ter ondersteuning van de Palestijnse Autoriteit en wederopbouw in Gaza, en de noodzaak om de invoering te overwegen van begeleidende maatregelen in de bananensector, gezien het mogelijke handelsakkoord en de gevolgen daarvan voor de preferentiële regeling van bananenexporterende landen. Verder wordt 50 miljoen euro extra aan vastleggings- en 20 miljoen extra aan betalingskredieten gevraagd voor bestrijding van klimaatverandering in ontwikkelingslanden, wat zal bijdragen aan een succesvolle afloop van de Klimaatconferentie die in december in Kopenhagen wordt gehouden.

Voor rubriek 5 (Administratie) stelde de Commissie in haar VOB voor de eigen administratieve uitgaven een erg bescheiden stijging van slechts 0,9 procent voor ten opzichte van 2009. Mede gezien het feit dat het voorzitterschap erkent dat de gevraagde stijging inderdaad bescheiden is, is het erg teleurstellend dat de Raad desalniettemin een verdere verlaging van de administratieve begroting van de Commissie wil.

Concluderend: ik heb goede hoop dat het Europees Parlement de verlaging van de vastleggingskredieten door de Raad ongedaan zal maken en vertrouw erop dat de lopende onderhandelingen tussen de drie instellingen constructief zullen verlopen en deze begrotingsprocedure tot een bevredigend eind kan worden gebracht.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Dank u, mijnheer Šemeta, voor de presentatie van het standpunt van de Commissie en ook voor het feit dat u zich aan de spreektijd hebt gehouden, ook een belangrijk punt. Ik wil erop wijzen dat dit een eerste debat over dit onderwerp is. We zullen het nu verder bespreken in de Begrotingscommissie en in andere commissies, en over een aantal weken vindt het grote debat over dit onderwerp plaats.

 
  
MPphoto
 

  László Surján, rapporteur. – (HU) Ik zal in mijn moedertaal spreken, want ik heb mijn hoop gevestigd op een Europa waar dat in elk parlement en op elk ander terrein van het openbare leven een natuurlijk recht is. In dat Europa wordt het gebruik van de moedertaal door geen enkele wet belemmerd, zelfs niet in Slowakije. Ik had ook gehoopt dat de huidige financiële crisis niet alleen had geleid tot dalende productie en stijgende werkloosheid, maar dat deze tevens een goede gelegenheid zou hebben geboden om de EU-begroting door middel van hervormingsgezinde maatregelen te verbeteren.

Het Parlement heeft al in februari zijn eigen standpunt geformuleerd. Het was bemoedigend dat de Europese Commissie en de Raad zich hierbij aansloten. In het licht van het ingediende voorstel moet ik helaas vaststellen dat het niet helemaal is gelukt de mooie woorden in cijfers om te zetten. Het is tijd om onder ogen te zien dat niemand tevreden is met de EU-begroting. De inkomstenkant van de begroting betekent een zware last voor de lidstaten, maar het beschikbare bedrag is niet voldoende voor het bereiken van de doelstellingen. We zijn nog ver verwijderd van volledige werkgelegenheid en een op kennis gebaseerde maatschappij. We besteden grote bedragen aan de landbouw, maar bijvoorbeeld de melkproducenten worden getroffen door een onbeheersbare crisis. De belangrijkste post aan de uitgavenkant is het cohesiebeleid, maar de verschillen tussen de regio's nemen eerder toe dan dat ze kleiner worden.

In Europa geboren en opgeleide wetenschappers werken buiten de Europese Unie en zo raken we ook op het gebied van innovatie achterop. We hadden gehoopt dat de crisis ook een mogelijkheid zou bieden om de nodige wijzigingen aan te brengen en om een effectievere EU-begroting op te stellen die tastbaarder is voor de bevolking. We hadden gehoopt dat we de begroting niet alleen volgens de regels en zonder corruptie zouden kunnen benutten, maar ook dat we bij de uitgaven in aanmerking zouden kunnen nemen bij welke programma's ons geld daadwerkelijk een toegevoegde waarde heeft en resultaat oplevert.

Wat kunnen we nu doen? Het Parlement zal proberen de begroting zo aan te passen dat die een duidelijkere boodschap uitdraagt aan de bevolking. We willen de posten verhogen die bijdragen aan de beheersing van de crisis. Hierop aansluitend presenteren we onze ideeën over de uitvoering van het economische stimuleringsplan. We willen ook de uitdagingen van de klimaatverandering aanpakken. We zouden graag zien dat de crisis niet alleen met de voor dit doel beschikbaar gestelde paar miljard euro effectief wordt aangepakt, maar met vrijwel elke begrotingspost, zodat de Europeanen kunnen zien dat de Europese Unie niet het synoniem is voor onnodige uitgaven, maar een probaat middel voor de oplossing van hun problemen. Hiervoor vraag ik de steun van de leden van dit Parlement, de Raad en de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  Vladimír Maňka, rapporteur. (SK) Mijnheer de Voorzitter, staatssecretaris, commissaris, iedereen is het er ongetwijfeld over eens dat we ons bij het opstellen van de begroting van het Europees Parlement vooral moeten concentreren op onze belangrijkste missie, namelijk wetgevend werk. Kwesties die hier geen verband mee houden, moeten zo veel mogelijk buiten de begroting worden gehouden.

Vandaag bespreken we de definitieve vorm van de begroting in een arbitrageproces waarbij ook het Voorzitterschap van het Europees Parlement en de Begrotingscommissie betrokken zijn. Ik wil hier graag de vertegenwoordigers van de fracties bedanken. Tijdens de bijeenkomst van de Begrotingscommissie gisteren steunden zij voorstellen om de begroting en maatregelen te beperken, wat zal leiden tot een beter gebruik van financiële middelen.

We worden voortdurend geconfronteerd met allerlei tekortkomingen waardoor wij onze middelen niet op efficiënte wijze kunnen gebruiken. Een voorbeeld hiervan is de beveiliging van de gebouwen waarin wij deze debatten vandaag houden. Zoals u weet brengen wij vier dagen per maand door in Straatsburg. Desondanks waren er tot voor kort 365 dagen per jaar bewakers aanwezig bij beide ingangen. Dit kwam onder de aandacht van de nieuwe secretaris-generaal van het Europees Parlement en zijn collega's, waarna zij maatregelen doorvoerden die een jaarlijkse besparing van meer dan 2 miljoen euro zullen opleveren.

Een ander voorbeeld zijn de verslagen over vertalingen van de Rekenkamer. Door een ontoereikende planning en onvoldoende communicatie of überhaupt geen communicatie over de beschikbaarheid van hulpbronnen voor vertalingen worden deze hulpbronnen niet efficiënt ingezet. De organisatie die vertalingen moet verzorgen geeft vaak automatisch opdrachten aan externe vertalers, zonder zelfs maar te controleren of er extra capaciteit beschikbaar is in de interne organisatie.

Om deze reden stellen wij voor een reserve van 5 procent te introduceren voor de middelen die in de begrotingen van de verschillende instellingen zijn geoormerkt voor vertalingen. Dit reserve zullen we vrijgeven wanneer de instellingen kunnen aantonen dat zij hebben geprobeerd optimaal gebruik te maken van de bronnen van de interne organisatie. Alleen al op het gebied van vertalingen kunnen we jaarlijks circa 11 miljoen euro besparen.

En zo zijn er vele vergelijkbare voorbeelden die meestal één ding gemeen hebben: we maken weinig gebruik van onafhankelijke onderzoeken naar het gebruik van middelen en de organisatie van onze werkzaamheden. Ik ben ervan overtuigd dat de politieke wil die de vertegenwoordigers van de diverse fracties gisteren tijdens de besprekingen van de Begrotingscommissie hebben laten zien, zijn vruchten zal afwerpen.

Uitgaven voor de aankoop, het onderhoud en de huur van gebouwen zijn een van de grootste huishoudelijke kostenposten van EU-instellingen. In het verleden is het al diverse keren voorgekomen dat instellingen onroerend goed kochten of huurden met methoden die niet geheel efficiënt waren. Volgens de Rekenkamer werken de instellingen op deze gebieden niet samen of verzuimen ze zelfs hun eigen beleid te beoordelen.

Daarom hebben we de administratie van het Europees Parlement gevraagd een strategisch document voor de middellange termijn op te stellen met betrekking tot gebouwen. We wilden in de eerste lezing een verstandig besluit over deze kwestie aannemen. Het is noodzakelijk om een gemeenschappelijk beleid voor gebouwen op te stellen en betere samenwerking op dit gebied te waarborgen, niet alleen in het Europees Parlement, maar ook binnen het kader van alle instellingen. Staatssecretaris, het doet mij genoegen dat de Raad dit, net als wij, heeft aangemerkt als een doelstelling met een hoge prioriteit en daar wil ik u graag voor bedanken.

 
  
MPphoto
 

  Alain Lamassoure, voorzitter van de Begrotingscommissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe dat ik om te beginnen de heer Šemeta feliciteer met het feit dat zijn benoeming tot commissaris voor de begroting gisteren is bekrachtigd.

Wij zijn ervan overtuigd dat onze relatie met hem net zo goed zal zijn als de relatie die wij met zijn voorgangster hadden opgebouwd, en wij wensen hem een politieke carrière toe die net zo briljant is als die van mevrouw Grybauskaitė.

Mijnheer de Voorzitter, wij maken momenteel een periode door waarin sprake is van een wereldwijde crisis, waarin belangrijke diplomatieke bijeenkomsten worden voorbereid en waarin institutionele onzekerheid heerst binnen de Unie zelf. In een dergelijke periode zal de Begrotingscommissie ernaar streven zich coöperatief op te stellen. Zoals onze rapporteur al zei, betreuren wij het dat de Raad in de voorstellen van de Commissie gesneden heeft, maar tegelijkertijd begrijpen wij dat de situatie van de overheidsfinanciën van de lidstaten het hun dit jaar niet toestaat om veel verder te gaan.

Zoals al is gezegd hebben wij voor de begroting 2010 een resultaatverplichting, namelijk om de financiering van de tranche voor 2010 van het herstelplan sluitend te maken. Wij zijn ons ervan bewust dat het noodzakelijk is de uitgaven te herschikken. Deze herschikkingen mogen echter geen betrekking hebben op andere beleidsprioriteiten die het Parlement en de Raad eerder met elkaar zijn overeengekomen.

Vanaf 2010 wil het Parlement samen met de Commissie, de Raad, het Zweedse voorzitterschap en het toekomstige Spaanse voorzitterschap gaan werken aan drie belangrijke onderwerpen voor de toekomst.

Ten eerste – ervan uitgaande, uiteraard, dat de zaken in Ierland lopen zoals wij willen – moeten de procedure, het tijdschema en de werkmethoden in verband met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon worden opgesteld.

Het tweede punt is de herziening halverwege van de financiële vooruitzichten. Tussen mei 2006, het moment waarop het gemeenschappelijke besluit over het meerjarig financieel kader werd genomen, en nu, is er sprake geweest van een financiële crisis en van grote spanningen over de prijs van energie, grondstoffen en zelfs voedingsmiddelen, en is er onderhandeld over de klimaatverandering. Tot mijn spijt moet ik daaraan toevoegen dat het inmiddels ook duidelijk is dat de strategie van Lissabon mislukt is. Daarom is het noodzakelijk dat wij onze meerjarenrichtsnoeren ingrijpend herzien. Dat zal de eerste taak worden van de nieuwe Commissie.

Het derde en laatste onderwerp, tot slot, is de hervorming van de financiële middelen die in de Europese begroting worden ingebracht. Vóór de crisis wisten we al dat geen enkele lidstaat de uitgaven van Europa meer wilde betalen. Sinds de crisis kán geen enkele lidstaat deze uitgaven meer betalen. Onze financiële bijdrage aan het economisch herstel zal amper 0,03 procent van het bbp van de Unie vertegenwoordigen.

Wij zijn ons er terdege van bewust dat dit een uiterst gecompliceerd onderwerp is. Het Europees Parlement werkt hier echter al vier jaar met de nationale parlementen aan en verwacht binnenkort een aantal werkterreinen te kunnen voorstellen om het debat vanaf volgend jaar op gang te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Hans Lindblad, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, we hebben zowel van de Commissie als van het Europees Parlement gehoord dat dit najaar een groot aantal moeilijke kwesties aangepakt moeten worden. Hopelijk zullen we ook een aantal gemakkelijke kwesties moeten aanpakken. Een van de ontegensprekelijk moeilijkste kwesties zal het herstelplan zijn, en hoe dat moet worden gefinancierd. Tezelfdertijd ben ik erg hoopvol dat we zullen slagen. Ik weet dat we zullen slagen. Er is geen alternatief.

Een andere kwestie die we op zowel korte als lange termijn aan moeten pakken is natuurlijk de klimaatverandering en de financiering van het klimaatbeleid.

Tot slot wil ik van de gelegenheid gebruikmaken om u te bedanken omdat ik hier vandaag het woord heb mogen voeren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Ik wil de commissaris graag feliciteren met zijn benoeming. Commissaris, voor commissarissen uit Litouwen ligt een mooie carrière in het verschiet. Wij wensen u veel succes, zowel in de Commissie als in de toekomst. Uw voorganger is momenteel staatshoofd van Litouwen.

 

4. Immigratie, de rol van Frontex en samenwerking tussen de staten (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over immigratie, de rol van Frontex, en samenwerking tussen lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Tobias Billström, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, migratiekwesties zijn altijd actueel in de werkzaamheden van de EU. Een belangrijk onderdeel van de omgang met migratiestromen bestaat uit grenscontroleactiviteiten. Het vrije verkeer van personen in de EU en het ontbreken van controles aan de binnengrenzen houden een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor en een toenemende behoefte aan een correct en effectief beheer van onze buitengrenzen in.

De taak van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie (Frontex) bestaat erin de inspanningen van de lidstaten inzake bewaking van en controle aan de buitengrenzen van de EU te coördineren en te steunen. Frontex is een belangrijk onderdeel van de geïntegreerde grensbeheerstrategie van de EU. Sinds zijn oprichting in 2005 is zijn capaciteit geleidelijk uitgebouwd. In lijn met zijn toegenomen begroting speelt Frontex nu een nog belangrijkere rol in het leiden van de operationele samenwerking tussen de lidstaten met betrekking tot de controle aan de buitengrenzen van de EU.

Momenteel coördineert het agentschap een aantal gemeenschappelijke activiteiten en proefprojecten voor de zee-, land- en luchtgrenzen ter bestrijding van illegale immigratie, waarbij de klemtoon ligt op bepaalde risicogebieden, zoals de zuidelijke zeegrenzen van de EU, hoewel ook de noordelijke en oostelijke grenzen aandacht krijgen. In de Raad hebben we meermaals de noodzaak benadrukt om Frontex verder te ontwikkelen en versterken. In de conclusies van de Raad van 2008 staan de politieke prioriteiten voor de verdere ontwikkeling van het agentschap. Op korte termijn werd benadrukt dat Frontex de nodige middelen moet krijgen en dat de uitrusting die door de lidstaten in het kader van het centraal register van beschikbare technische uitrusting (CRATE) ter beschikking wordt gesteld, maximaal moet worden benut. De Raad riep Frontex ook op de samenwerking te bevorderen met andere grenscontrole-instanties, met inbegrip van de douane, en met derde landen met betrekking tot grenscontroles.

Onderstreept werd dat de toekomstige ontwikkeling van de activiteiten van Frontex ook op lange termijn geleidelijk moet verlopen. De Raad was ingenomen met de intenties van de Commissie om na te gaan hoe het mandaat van Frontex kan worden uitgebreid om meer samenwerking met derde landen mogelijk te maken. Momenteel vindt een evaluatie plaats van de Frontex-verordening en begin 2010 zal de Commissie eventuele wijzigingen voorstellen. De Raad ziet ernaar uit om samen met het Europees Parlement een standpunt in te nemen ten aanzien van de door de Commissie voorgestelde wijzigingen.

Ook in het Europees immigratie- en asielpact, dat in oktober 2008 door de Raad werd vastgesteld, werd benadrukt dat de rol en de middelen van het agentschap voor samenwerking versterkt moeten worden. In het pact werd tevens gewezen op de mogelijkheid om binnen Frontex afzonderlijke afdelingen op te richten omdat de omstandigheden, bijvoorbeeld aan de landgrenzen in het oosten en de zeegrenzen in het zuiden, zo verschillend zijn. In het licht van de gebeurtenissen in het Middellandse Zeegebied beklemtoonde de Raad in zijn conclusies van juni 2009 de noodzaak om de activiteiten uit te breiden en om humanitaire rampen aan de zuidelijke zeegrens van de EU in de toekomst te voorkomen. Met name de behoefte aan verscherpte grenscontroles, duidelijke regels voor gemeenschappelijke patrouilles en het aan land brengen van op zee opgepikte migranten alsmede een intensiever gebruik van gezamenlijke terugkeervluchten werden beklemtoond.

Tot slot zou ik willen verduidelijken dat het er in de situatie in het Middellandse Zeegebied niet alleen om gaat maatregelen te nemen op het gebied van grenscontroles. Die situatie vereist een breed spectrum maatregelen op korte en lange termijn. Het uitgangspunt daarbij zou de globale benadering van de EU inzake migratie moeten zijn, die samenwerking en maatregelen op het hele gebied van het migratiebeleid omvat. Versterkte samenwerking met landen van oorsprong en doorreis is fundamenteel en de dialoog met derde landen zou geïntensiveerd moeten worden op gebieden die bijvoorbeeld verband houden met legale immigratie, migratie en ontwikkeling, capaciteitsopbouw en verwijdering van personen zonder beschermingsbehoeften. Een dergelijke dialoog moet gebaseerd zijn op het beginsel van solidariteit en gemeenschappelijke verantwoordelijkheid.

 
  
  

VOORZITTER: GIANNI PITTELLA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, migratie is een belangrijke kwestie waar de instelling zich intensief mee zal blijven bezighouden, en ik wil de heer Billström, die goed bekend is met dit probleem, graag bedanken.

Wij zijn bezig met het opstellen van een immigratiebeleid dat gebaseerd is op drie pijlers: eerbiediging van het asielrecht, bestrijding van illegale immigratie en Europese coördinatie om de legale migratie in goede banen te leiden.

Toegang tot het grondgebied van de Unie dient te worden verkregen volgens bepaalde regels, overeenkomstig het nationale beleid van de lidstaten en de gemeenschappelijke normen die de Unie toepast, en niet op een illegale manier, die vaak ten koste gaat van mensenlevens. De Middellandse Zee moet de verbinding blijven tussen onze beschavingen, in plaats van een oord van verderf en verdriet.

De oplossing voor het probleem van de illegale immigratie kan niet alleen worden aangedragen door de lidstaten die hieraan in het bijzonder blootstaan omdat hun grenzen samenvallen met de buitengrens van de Unie. Het is echt noodzakelijk dat alle lidstaten van de Unie zich solidair opstellen als het om dit probleem gaat. De Unie heeft reeds gemeenschappelijke normen vastgesteld, hier de financiële middelen voor uitgetrokken en belangrijke actiemiddelen ontwikkeld. Dit gezegd hebbende, klopt het dat nieuwe initiatieven noodzakelijk zullen zijn, gezien de omvang van de illegale migratiestromen.

Het probleem van de illegale migratie vereist, uiteraard, een doeltreffend preventiebeleid, dat wordt gevoerd in samenwerking met alle landen die aan de migratieroutes liggen. De Europese Unie spant zich ervoor in deze dialogen en deze samenwerking tot stand te brengen. De bedoeling van deze brede aanpak is om met elkaar en op een evenwichtige manier alle essentiële aspecten van migratie te behandelen. Zoals de heer Billström zojuist heeft gezegd, vormt deze aanpak de leidraad voor ons optreden in het Middellandse Zeegebied, waar de migratiestromen die afkomstig zijn uit verschillende regio's en die door verscheidene Aziatische en Afrikaanse landen voeren, samenkomen.

De Commissie heeft zich er op vastberaden wijze op toegelegd om adequate kaders voor regionale bilaterale samenwerking tot stand te brengen. Gezien het feit dat er zich steeds meer onaanvaardbare menselijke tragedies voordoen, heb ik een bezoek gebracht aan deze toegangspoorten van Europa: Lampedusa, Malta, de Canarische Eilanden en Griekenland. Ik heb het debat binnen de Commissie aangezwengeld en ik heb mijn collega-ministers binnen de Raad suggesties gedaan voor een meer solidair en effectiever Europees beleid.

Op basis van de werkzaamheden die hierop volgden, heeft de Europese Raad van juni een reeks besluiten genomen. Sindsdien heeft de Commissie zich met drie belangrijke thema's beziggehouden. Het eerste betreft de asielkwestie: de Europese Raad dringt aan op de coördinatie van vrijwillige maatregelen voor de interne spreiding van personen die internationale bescherming genieten en die verblijven in de lidstaten die het meest blootstaan aan deze druk. Als reactie op deze oproep is de Commissie in juli met een proefproject gestart ten behoeve van Malta. Zij heeft ervoor gezorgd dat lidstaten die blijk willen geven van solidariteit met Malta, een beroep kunnen doen op Gemeenschapsfinanciering. Tot op heden heeft Frankrijk ermee ingestemd om een kleine honderd vluchtelingen op zijn grondgebied te hervestigen. Ik zou graag willen, dames en heren, mijnheer de Voorzitter, dat dit gebaar ook in andere lidstaten navolging vond.

Daarnaast heb ik op 2 september jongstleden een mededeling voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de vaststelling van een gemeenschappelijk hervestigingsprogramma van de EU, voor de hervestiging van vluchtelingen vanuit derde landen. Mijnheer Billström, ik weet dat dit programma u na aan het hart ligt. Het programma beoogt jaarlijks gemeenschappelijke EU-hervestigingsprioriteiten vast te stellen en omvat tevens voorstellen voor een efficiënter gebruik van de financiële steun die uit hoofde van het Europees Vluchtelingenfonds (EVF) aan de lidstaten wordt toegekend.

Bij een effectieve tenuitvoerlegging van deze initiatieven moet het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken een doorslaggevende rol kunnen spelen. Het door de Commissie gepresenteerde voorstel voor een verordening betreffende de oprichting van dit ondersteuningsbureau wordt momenteel binnen de communautaire instellingen onderzocht. Ik hoop van harte dat het Parlement en de Raad onder het Zweedse voorzitterschap overeenstemming zullen bereiken over de inwerkingstelling van dit ondersteuningsbureau in 2010, en ik verwacht in dit opzicht veel van onze Commissie en van het Zweedse voorzitterschap. Tot zover wat de asielkwestie betreft.

Het tweede thema betreft de buitengrenzen. Zoals de heer Billström heel goed heeft uitgelegd, heeft de Europese Raad beklemtoond dat er behoefte is aan intensievere, door Frontex gecoördineerde grenstoezichtoperaties. De Europese Raad heeft ons verzocht duidelijke regels op te stellen voor de inzet van gezamenlijke patrouilles en het aan land brengen van geredde personen, evenals voor de organisatie van gezamenlijke terugkeervluchten.

Daarnaast moeten wij onderzoeken hoe Frontex met derde landen kan samenwerken. De begroting voor de financiering van de Frontex-operaties is verhoogd tot 36 miljoen euro, en wij bekijken momenteel hoe Frontex de repatriëring van illegale migranten kan organiseren.

Er dient op te worden gewezen dat de grenstoezichtoperaties worden uitgevoerd overeenkomstig het Gemeenschapsrecht, met name overeenkomstig de Schengengrenscode. De fundamentele rechten en het uitzettingsverbod dienen te worden geëerbiedigd. In maritieme gebieden dient bij deze operaties tevens het internationaal zeerecht te worden geëerbiedigd. Deze regels worden door de lidstaten echter niet op uniforme wijze geïnterpreteerd en toegepast. Daarom gaan wij bekijken hoe wij deze regels kunnen uitwerken en verduidelijken om in het kader van deze operaties tot een betere toepassing van het Gemeenschapsrecht en het internationale recht te komen.

Wij zijn ook bezig met het opstellen van een voorstel tot wijziging van de Frontex-verordening en zijn werkmethoden. Dit voorstel zal begin 2010 worden gepresenteerd. In het voorstel zal rekening worden gehouden met het verslag van het Europees Parlement en met de evaluatie van het agentschap die overeenkomstig artikel 33 van de Frontex-verordening zal zijn uitgevoerd. Het streven is om de rol van Frontex in de samenwerking aan de grenzen te optimaliseren en versterken.

Dan kom ik nu op het derde thema. De Europese Raad heeft gewezen op de noodzaak van een aanzienlijke versterking van de samenwerking met de voornaamste landen van herkomst en doorreis, en heeft de Commissie verzocht een onderzoek te doen naar concrete samenwerking met deze landen. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Commissie zich ingezet voor een intensivering van de dialoog en de samenwerking met Libië en Turkije, de twee belangrijkste landen op de illegale migratieroutes in het Middellandse Zeegebied.

Wat Libië betreft, hebben de heer Billström en ik in juli een brief gestuurd waarin wij onze Libische gesprekspartners samenwerking voorstellen op een reeks gebieden teneinde tot een gezamenlijk en evenwichtig beheer van de uit Libië afkomstige migratiestromen te komen. Wij hebben de Libische autoriteiten uitgelegd dat wij bereid waren hen te helpen hun capaciteiten te versterken om te voorkomen dat migranten op illegale wijze hun grondgebied binnenkomen en verlaten, maar ook om ervoor te zorgen dat migranten beter worden behandeld, waarbij de mensenrechten en de internationale regels worden geëerbiedigd, en daarnaast om de identificatie van en bijstand aan migranten die behoefte hebben aan internationale bescherming, te bevorderen.

De Commissie cofinanciert reeds een aantal proefprojecten via de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties, de Internationale Organisatie voor Migratie en het Italiaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. Onze actie kan echter alleen een adequate reikwijdte hebben, als er sprake is van een duidelijk engagement van de zijde van de Libische autoriteiten. Ik wil u niet verhullen, mijnheer Billström, dat ik enigszins ongeduldig uitkijk naar de reactie op onze brief.

Wat Turkije betreft, is de directeur-generaal van het DG Justitie, vrijheid en veiligheid, Jonathan Faull, vandaag op bezoek in Ankara, om te onderzoeken in welke mate en op welke manieren nauwere samenwerking zou kunnen leiden tot een grotere betrokkenheid van de Turkse autoriteiten bij een verantwoordelijker beheer van de migratie, met de bedoeling om enerzijds clandestiene migranten opnieuw toe te laten en anderzijds, vooral, vluchtelingen internationale bescherming te bieden. Als Turkije en Libië op ons aanbod willen ingaan, dan zouden wij en de heer Billström deze twee landen nog voor het einde van dit jaar kunnen bezoeken.

Tot slot zou ik het Stockholm Programma willen noemen, dat de basis moet leggen voor een effectiever gemeenschappelijk beleid, dat ons in staat zal stellen gecoördineerde immigratie te bevorderen in de geest van het Europees pact inzake immigratie en asiel. Wij hebben onze voorstellen in juni gepresenteerd, en deze zijn positief ontvangen tijdens een informeel ministerieel debat dat het Zweedse voorzitterschap in juli had georganiseerd.

Ik zal niet herhalen wat ik zojuist heb gezegd, dat wil zeggen de drie belangrijkste thema's van dit beleid: een gemeenschappelijk asielsysteem dat aansluit op onze humanitaire tradities, een effectievere beheersing van de illegale immigratie door een meer geïntegreerd beheer van onze binnengrenzen en ons visumbeleid, en verder, uiteraard, een grotere doeltreffendheid in onze strijd tegen mensenhandel, en de invoering van een daadkrachtig terugkeerbeleid dat gericht is op een duurzame re-integratie van migranten in hun gemeenschap van herkomst, evenals een opening naar legale migratie binnen een kader waarin rekening wordt gehouden met de behoeften van het gastland, zonder dat voorbijgegaan wordt aan de behoeften van de herkomstlanden en aan de eerbiediging van de rechten van migranten.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben een beetje lang van stof geweest, maar ik wilde, in aansluiting op de uitstekende uitleg van de heer Billström, de nadruk vestigen op de belangrijkste thema's van een Europees beleid, een Europese strategie die volgens mij nu vorm begint te krijgen. Maar dan moeten onze lidstaten wel blijk geven van alle solidariteit en vastberadenheid die nodig zijn om deze strategie ten uitvoer te leggen. Ik reken er sterk op dat het Europees Parlement ons hierbij wil helpen.

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil, namens de PPE-Fractie. (MT) Bedankt, mijnheer de Voorzitter. Ik wil ook graag minister Billström en met name Jacques Barrot, de vicevoorzitter van de Europese Commissie, welkom heten. Mijnheer de Voorzitter, ik wil de vicevoorzitter van de Europese Commissie graag bedanken voor de aanzienlijke en oprechte inspanningen die hij heeft verricht op het gebied van immigratie en asiel. Ik wil graag mijn waardering en dank uitspreken voor de passie waarmee de heer Barrot dit werk heeft verricht en voor de concrete initiatieven die hij op dit moeilijke, controversiële en gevoelige gebied in het leven heeft geroepen. Dit brengt mij bij het eerste punt dat ik graag ter sprake wil brengen, mijnheer de Voorzitter, namelijk de complexiteit van dit onderwerp.

Het is erg gemakkelijk om een bepaald land verwijten te maken. We moeten de situatie echter ernstig en grondig analyseren, anders lopen we het risico ten prooi te vallen aan het absurde. Laat ik dit verduidelijken met een voorbeeld. Er is de laatste tijd veel kritiek geuit op de Italiaanse overheid, omdat deze immigranten die overkwamen uit Libië direct terugstuurde. We moeten echter inzien dat als gevolg van het optreden van Italië, het aantal immigranten dat ervoor koos deze gevaarlijke reis te maken en hun leven te riskeren, dit jaar aanzienlijk is gedaald.

Ook moeten we beseffen dat dit terugstuurbeleid een grote klap is geweest voor de georganiseerde misdaad en mensensmokkel. Hoewel het dus ongetwijfeld nodig is het asielrecht van immigranten te respecteren, is het net zo noodzakelijk om te volharden in onze inspanningen om voor eens en altijd een einde te maken aan deze tragedie die plaats vindt in het Middellandse Zeegebied. Wat net zo belangrijk is, is dat we de strijd blijven voortzetten tegen mensensmokkelaars die misbruik maken van de ellende en problemen van immigranten die de oversteek naar Europa willen maken.

Daarom mogen we de complexiteit van dit onderwerp niet uit het oog verliezen. Ik wil graag nog enkele andere punten noemen. We moeten Frontex verbeteren, met name op het gebied van de potentiële samenwerking tussen landen en met betrekking tot concrete kwesties zoals een terugkeerbeleid waarbij meer dan één land betrokken is. Helaas zijn er op dit gebied nog niet voldoende inspanningen verricht binnen Frontex. De initiatieven die vicevoorzitter Barrot noemde verdienden ook aandacht, zoals het algemene hervestigingsprogramma, het proefproject voor landen zoals Malta en de oprichting van een ondersteuningsbureau voor asielzaken. Dit zijn initiatieven die onmiddellijk moeten worden gerealiseerd. Tot slot is de samenwerking met Libië en andere derde landen waaruit immigranten vertrekken een net zo belangrijke factor die onze aandacht vereist. Als we niet samenwerken met deze landen, zullen we niets bereiken.

 
  
MPphoto
 

  Juan Fernando López Aguilar, namens de S&D-Fractie.(ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Billström, commissaris Barrot, zowel het voorzitterschap als de Commissie hebben er met klem op gewezen dat dit een van de belangrijkste aspecten van de mondialisering is, en dat we er een Europees antwoord op zullen moeten formuleren. Ik sluit me daarbij aan.

Hier kan Europa iets betekenen. Europa kan meerwaarde bieden aan het beheer van een van de meest in het oog springende gevolgen van de mondialisering – migratie van ongekende omvang. Deze migratiestromen hebben immers een impact op alle elementen die bij de Europese integratie een rol spelen.

Geen enkele lidstaat kan alleen, op eigen kracht, een antwoord formuleren op dit fenomeen. Daarom hebben we dringend behoefte aan een gemeenschappelijk beleid, en dat komt er maar niet. Dat beleid had moeten worden verwerkt in de Europese Grondwet en moet nu in het Verdrag van Lissabon – dat er nog niet is – worden ingepast. Wat we tot hebben gedaan is dus weinig meer dan een voorbereiding op wat er nog steeds gedaan moet worden.

Wat wel duidelijk is, is dat onze reactie moet aansluiten bij de Europese identiteit. Er moet dus iets gedaan worden om de kloof met de oorsprongslanden te dichten, via een extra inspanning op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking. Dat is het eerste punt.

Tweede punt: er moet een strengere aanpak komen van de politieke en criminele aspecten van dit fenomeen. Organisaties die zich bezig houden met mensensmokkel moeten worden aangepakt, maar er moet tegelijk meer informatie worden verschaft over de risico's van illegale immigratie en mensensmokkel, over opleidingen in het oorsprongsland en illegale tewerkstelling. Legale migratie moet een deel van het antwoord zijn, als alternatief voor illegale immigratie.

Tot slot is het van belang dat we de mensenrechten op een degelijke wijze garanderen. En dan heb ik het over immigratie en asiel en de naleving van het in oktober 2008 overeengekomen Europees Immigratie- en Asielpact.

Intussen moeten we ook de Europese buitengrenzen versterken. De grenscontrole moet beter, en dat is een gedeelde verantwoordelijkheid. De impact van illegale immigratie in Italië en Spanje – via de Middellandse Zeegrenzen of via de Canarische Eilanden, waar wankele bootjes wanhopige mensen blijven aanvoeren – is niet alleen een zaak die Italië en Spanje aangaat. Het is een zaak die heel Europa aangaat. Het gaat er dan niet om solidariteit te tonen met Spanje of Italië, of erop te vertrouwen dat deze landen in hun bilaterale betrekkingen met de Afrikaanse landen het Europese model zullen aanhouden. Neen: het gaat hier om een gedeelde verantwoordelijk, die noopt tot een gemeenschappelijk antwoord.

Daarom steunt de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken het voorstel om Frontex te versterken, ook als het om de budgettaire aspecten gaat. Wij hopen dat dit Parlement zich daarbij aansluit. Het Zweeds voorzitterschap hecht veel belang aan dit onderwerp, en wij steunen de voorzitter op dit punt.

 
  
MPphoto
 

  Sonia Alfano, namens de ALDE-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hartelijk dank, vicevoorzitter Barrot en mijnheer Billström. Ik heb al op 31 augustus een prioritaire vraag gesteld aan de Commissie. Het aantal immigranten dat aankomt op de Italiaanse en Libische kusten is weliswaar gedaald, maar dat is omdat het aantal doden in de Middellandse Zee is toegenomen.

Helaas is het Middellandse Zeegebied inmiddels één groot kerkhof geworden, en de regering Berlusconi, oftewel de Italiaanse regering, heeft een akkoord getekend met Libië waarmee niet alleen immigranten kunnen worden uitgezet, maar ook vluchtelingen uit landen waar mensen worden vervolgd en burgeroorlogen woeden, zoals Somalië en Eritrea, kunnen worden teruggestuurd. De regering weigert deze noodlijdende personen bovendien het recht om asiel aan te vragen, waardoor ze alle internationale normen schendt, en in het bijzonder het Verdrag van Genève.

Ik wil u eraan herinneren dat het beginsel van non-refoulement een beginsel is dat geen geografische beperkingen kent en waarover onder geen beding kan worden gemarchandeerd of onderhandeld. We willen niet blijven denken dat het bij dit akkoord tussen Italië en Libië uiteindelijk alleen om een economisch belang van circa 5 biljoen euro gaat.

Ik eis dat de Commissie – mocht zij dit van plan zijn – geen akkoord tot stand brengt tussen de Europese Unie en Libië dat soortgelijk is aan het akkoord van Italië, want we hebben gezien waar dit schurkachtige akkoord toe heeft geleid. Nogmaals, dit akkoord heeft ertoe geleid dat deze mensen worden gedwongen martelingen te ondergaan. Want dat is waar we hier mee te maken hebben: in de detentiecentra waarin ze worden opgevangen vinden martelingen plaats, zoals blijkt uit mediaberichten, maar ook uit foto's, bijvoorbeeld foto's waarop veel van deze immigranten te zien zijn in de gevangenis van Ganfuda op tien kilometer van Benghazi. Dat is marteling, wat in mijn ogen door geen enkel bondgenootschap of institutioneel akkoord kan worden gerechtvaardigd.

Zoals de Hoge Commissaris voor vluchtelingen van de VN heeft benadrukt, is het op grond van het beginsel van non-refoulement verboden mensen terug te sturen naar gebieden waar hun leven mogelijk in gevaar is en waar hun vrijheid kan worden bedreigd. Het is echt ongelooflijk dat deze mensen worden teruggebracht naar Libië, dat – daar wil ik nogmaals uitdrukkelijk op wijzen – het Verdrag van Genève heeft ondertekend noch geratificeerd. En wat de zaak nog erger maakt, is dat illegale immigratie in Italië ook nog eens een misdrijf is waar deze personen voor worden vervolgd. Ik denk bijvoorbeeld aan de tragische overtocht van asielzoekers in de laatste dagen van augustus, waarbij talloze Somaliërs om het leven zijn gekomen. De weinige Somaliërs, ik geloof vier of vijf van hen, die erin geslaagd zijn hun bestemming te bereiken, zijn beschuldigd van illegale immigratie en worden op dit moment dus wettelijk vervolgd.

Ik vraag de Commissie nu daadwerkelijk tot actie over te gaan, te beoordelen of het akkoord tussen Italië en Libië in overeenstemming is met het internationaal recht en eindelijk eens een beslissende omslag te maken zonder zich aan te sluiten bij het schofterige beleid van de Italiaanse regering.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, de laatste keer dat wij een debat hebben gevoerd na een drama op de Middellandse Zee, was op 1 april.

U zult zich herinneren dat er toen honderden migranten waren omgekomen voor de Libische kust. Wij hadden om een onderzoek gevraagd. Tot op heden hebben we echter geen enkele informatie gehad over de omstandigheden waaronder dit drama plaatsvond.

Sindsdien zijn half augustus, zoals u weet, 73 Afrikanen dood aangetroffen voor de kust van Lampedusa. Op 25 augustus zijn 57 Eritrese migranten uiteindelijk gered, nadat zij lange tijd in de wateren van Malta hadden rondgedoold. Op 31 augustus werd 75 Somaliërs de toegang geweigerd tot Libië.

De buitengrenzen van de Europese Unie zijn echt moorddadig geworden. Dat is ook de titel van een rapport van de NGO "Migreurop" dat binnenkort verschijnt: Les frontières assassines de l'Europe. Ik raad u allen aan, dames en heren, dit rapport aan te schaffen en het aandachtig te lezen.

In het licht van deze situatie wijst u op een aantal essentiële zaken, mijnheer Barrot. U wijst op het asielrecht en op het recht op internationale bescherming. U zou tevens moeten wijzen op het recht van ieder mens om welk land dan ook te verlaten, en op de verplichting die op iedereen rust om anderen, wie dan ook, te hulp te komen. Dat is internationaal zeerecht. Er is sprake van een sterke toename van deze situaties, die zich ook steeds vaker voordoen bij de grens tussen Turkije en Griekenland. Daarom geloof ik niet, mijnheer Barrot, dat versterking van de middelen van Frontex de oplossing voor deze situatie zal zijn.

Mijns inziens ziet de Europese Unie zich momenteel voor haar eigen project gesteld. De Europese Unie is ontstaan vanuit de weigering om de waardigheid van anderen te verloochenen, en die gedachte moet zij trouw blijven.

 
  
MPphoto
 

  Timothy Kirkhope, namens de ECR-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, wat de Commissie nastreeft met het door haar voorgestelde gezamenlijke hervestigingsprogramma, namelijk het stimuleren van meer samenwerking tussen regeringen bij de hervestiging van vluchtelingen en asielzoekers, is zeker prijzenswaardig. Als Brits conservatief is mijn bezorgdheid over de uitvoering van dat programma echter niet weggenomen. We willen dat er een einde komt aan problemen zoals zich in Sangatte, Frankrijk, hebben voorgedaan.

Samenwerking en solidariteit tussen de lidstaten is natuurlijk belangrijk wanneer we praten over de lasten die op landen drukken, maar we moeten meer onderscheid maken tussen economische migranten en asielzoekers. Zij hebben natuurlijk het volste recht om asiel te vragen, maar de afzonderlijke lidstaten moeten zelf kunnen bepalen wie dat wel en wie dat niet krijgt. De Europese wetgeving moet de lidstaten die vrijheid laten. Een gezamenlijke aanpak zoals de Commissie die voorstelt, ondergraaft die vrijheid.

Ondertussen moet het bewaken van de zuidelijke grenzen een van onze hoofdprioriteiten zijn. Frontex moet hierbij een grotere rol spelen en door zijn acties een krachtige afschrikkende werking uitoefenen op economische migranten die de gevaarlijke oversteek over de Middellandse Zee willen maken. We moeten krachtiger optreden tegen derde landen die zich schuldig maken aan onverantwoord gedrag door dit aan te moedigen. De Commissie zegt dat de nationale regeringen uiteindelijk zelf blijven bepalen hoeveel mensen ze toelaten en dat Groot-Brittannië en andere landen niet worden gedwongen meer economische migranten toe te laten dan ze aankunnen of in deze economisch moeilijke tijden kunnen onderhouden. Dat is nodig en billijk. Landen als Groot-Brittannië moeten de zekerheid hebben dat ze hun asiel- en immigratiebeleid zelf kunnen blijven bepalen en dat de EU-aanpak gebaseerd zal blijven op open samenwerking, en niet op dwang.

 
  
MPphoto
 

  Willy Meyer, namens de GUE/NGL-Fractie.(ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Billström, commissaris Barrot, we beginnen nu een nieuwe zittingsperiode, en dat is een goed moment om ons immigratiebeleid te heroverwegen.

Ons immigratiebeleid is immers overduidelijk op hypocrisie en cynisme gebaseerd. Aan de ene kant zeggen we dat het Europese project zonder de migrantenwerkers onmogelijk is, maar aan de andere kant maken we van diezelfde migrant een misdadiger – door wetgeving als de terugkeerrichtlijn, die terecht de "richtlijn van de schaamte" wordt genoemd, omdat hij niet strookt met de beginselen en waarden van de Europese Unie.

Waarom we tijdens deze drievoudige crisis, deze financiële, voedsel- en energiecrisis, een beleid voeren dat erop gericht is van Europa een vesting te maken, is niet goed te begrijpen. Niet iedereen is het daar dan ook mee eens, en wel omdat we op deze manier de verkeerde kant opgaan. Als we Europa nodig vinden en daarvoor afhankelijk zijn van migrantenarbeid, dan moeten we die migranten al hun rechten gunnen en niet als misdadigers bestempelen. En dat is precies wat de Europese Unie doet. Op die manier veroorzaken we alleen maar nog meer leed voor al die families die niets anders doen dan honger en oorlog ontvluchten.

In de lente zal er in Madrid een topontmoeting van staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied plaatsvinden. Het beste visitekaartje voor deze ontmoeting zou bestaan in het herroepen van de "richtlijn van de schaamte". Die deugt niet en geen enkele regering, vooral in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied – de landen van waaruit duizenden migrantenwerkers naar de Europese Unie komen – begrijpt er iets van.

Ik verzoek u dus nog eens na te denken en deze "richtlijn van de schaamte" te herroepen.

 
  
MPphoto
 

  Gerard Batten, namens de EFD-Fractie.(EN) Mijnheer de Voorzitter, de maatregelen waarover we vandaag spreken, maken deel uit van het streven naar een zogeheten "ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid", waarvan immigratie één aspect is. Dit gaat over een gezamenlijk immigratie- en asielbeleid, en hoe de Britse regering ook liegt tegen de bevolking, we weten gewoon dat ze voornemens zijn uiteindelijk ook Groot-Brittannië hieraan te binden.

Maar een immigratiebeleid volgens standaardmaten werkt niet voor Groot-Brittannië. Groot-Brittannië is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld, zelfs nog dichter bevolkt dan India, China en Japan. De netto-immigratie in Groot-Brittannië bedraagt nu jaarlijks ongeveer 230 000 mensen, waardoor de bevolking elke vijf jaar met ruim een miljoen nieuwkomers groeit. Het huidige bevolkingscijfer van 61,4 miljoen – het hoogste ooit – zal in 2031 zijn opgelopen tot ruim 70 miljoen, en daarna spiraalsgewijs steeds verder stijgen. Deze groei is volledig toe te schrijven aan immigratie en geboorten onder immigranten.

De Britse Independence Party is niet tegen een beetje immigratie, maar het moet wel gecontroleerd gebeuren en in het voordeel van Groot-Brittannië zijn, en niet in het voordeel van de Europese Unie of iemand anders. Groot-Brittannië hoeft geen gezamenlijk immigratiebeleid. Wat we moeten doen, is onmiddellijk een einde maken aan massa-immigratie en een sterk beperkt en streng gecontroleerd immigratiebeleid gaan voeren. We moeten de bepalingen van het Vluchtelingenverdrag van 1951 gaan toepassen, wat betekent dat vluchtelingen asiel moeten aanvragen in het eerste als veilig aangewezen land waar ze aankomen, en dat is niet dat kleine eiland voor de kust van Europa dat Groot-Brittannië heet.

We moeten stoppen met het bevorderen van multiculturalisme, dat tweedracht zaait en een recept is voor conflicten, en de aanwezige migranten integreren in een gemeenschappelijke cultuur waar respect heerst voor gemeenschappelijke politieke en wettelijke instellingen. Er is in Groot-Brittannië geen plaats voor de sharia, en wat mij betreft ook nergens anders in Europa.

 
  
MPphoto
 

  Louis Bontes (NI). - Voorzitter, Frontex werkt niet. Het budget voor Poseidon, de operatie die nu plaatsvindt, is 11 miljoen. Het leidt tot niets. Het is weggegooid geld. Direct terugsturen en de landen die deze immigratie mogelijk maken keihard aanpakken, is de enige oplossing. Het Europees asiel- en immigratiebeleid is niet in het belang van het Nederlandse volk. De Partij van de Vrijheid waarvoor ik spreek, is hier fel tegenstander van. Het zal leiden tot nog meer kansloze mensen die Europa binnenkomen. Het Nederlandse volk zit niet te wachten op solidariteit, het Nederlandse volk zit erop te wachten dat wij hier opkomen voor het Nederlandse belang. Dus stop daarmee.

Een verdere reactie op het Zweeds voorzitterschap. Het Zweeds voorzitterschap is van mening dat we de grenzen verder open moeten zetten voor massa-immigratie, in het kader voor de arbeidsmarkt van Europa. De Partij van de Vrijheid gelooft hier helemaal niet in. Het is een rookgordijn dat opgeworpen wordt om massa-immigratie mogelijk te maken. Kijk naar wat er gebeurt in de grote steden. Kijk naar wat een enorme problemen daar zijn. Denk aan uw eigen volk, denk aan uw eigen land, denk aan uw eigen cultuur. Dat doen wij in ieder geval wel. Verder wil ik daaraan toevoegen dat genoeg genoeg is. Stop met de massa-immigratie. Tot hier en niet verder.

 
  
MPphoto
 

  Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vicevoorzitter van de Commissie, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, we worden op het gebied van migratie nog steeds met dezelfde uitdagingen geconfronteerd. Onze wil om de daarmee samenhangende problemen op te lossen houdt echter ook stand.

We moeten om te beginnen verder met het ontwikkelen van een gemeenschappelijk migratiebeleid. Dat is één. Twee: de legale immigratie moet veel beter worden beheerd. Drie: de procedures voor het bevorderen van integratie moeten worden verbeterd. Vier: we moeten de ongeregelde en clandestiene immigratie met grote doortastendheid bestrijden. Vijf: Frontex moet worden uitgebreid. Zes: de procedures, overeenkomsten en verdragen met de oorsprongs- en doorvoerlanden moeten beter worden vormgegeven. En zeven: we moeten vooruitgang boeken met het gemeenschappelijk asielbeleid.

Het Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken moet een eerlijk, oprecht en egalitair bureau worden, dat de verantwoordelijkheden zodanig verdeelt dat solidariteit verzekerd is en internationale of subsidiaire bescherming geboden kan worden. En dat moet in 2010 allemaal verwezenlijkt zijn.

Wat Frontex betreft: dat is een zaak van samenwerking en coördinatie. Frontex kan onder geen beding de nationale bevoegdheden overnemen. De Frontex-missies aan onze zuidgrenzen – in Zuid-Europa, en dan vooral langs de Mediterrane en Atlantische kusten – moeten worden uitgebreid. Daarmee reageert de Europese Unie niet alleen op de toenemende migratiedruk op Griekenland, Malta, Italië of Spanje – we geven zo ook een humanitaire respons met de bedoeling om drama's en doden te vermijden.

Kijk maar eens wat er met de begroting voor Frontex is gebeurd. Die is gestegen van 6 miljoen euro in 2006 tot 78 of 83 miljoen euro in 2010. Wij zijn echter bang, mijnheer de Voorzitter, dat Frontex niet zal kunnen omgaan met het budget dat het van het Parlement krijgt. Dat zou onaanvaardbaar zijn – er zijn immers zo veel uitdagingen en missies.

Het is van groot belang dat via Frontex wordt aangezet tot het verder ontwikkelen van CRATE, het centraal register van beschikbare technische uitrusting. Het is van eenzelfde belang dat de lidstaten hun beloften met betrekking tot CRATE gestand doen. Ook de coördinatie met Europol moet worden uitgebreid en verbeterd. We moeten Iconex beter beheren en tot slot is het voor de eerbiediging van de mensenrechten absoluut noodzakelijk, mijnheer de Voorzitter, dat de coördinatie tussen Frontex, de Internationale Organisatie voor Migratie en de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen uitgebreid en verbeterd wordt.

Dat zijn de uitdagingen en dat is waar we ons voor gaan inzetten.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, niemand onderschat de enorme moeilijkheden van het creëren van het evenwicht waarop de voorzitter van onze commissie doelt en het enorme probleem van de migratiedruk op de Europese Unie en met name op de lidstaten aan de Middellandse Zee. Deze zomer zijn we eens te meer herinnerd aan de harde realiteit waarmee migranten en asielzoekers die vluchten voor vervolging en armoede worden geconfronteerd.

Frontex speelt ongetwijfeld een sleutelrol in de Europese aanpak van migratie. Naarmate we een meer gecoördineerd stelsel voor het controleren van onze buitengrenzen opzetten, neemt het belang van Frontex toe. Vandaar dat mijn fractie het van cruciaal belang acht dat het juiste evenwicht wordt gevonden tussen enerzijds de financiering van Frontex – wat door veel collega's is genoemd – en anderzijds een grotere bewustwording bij Frontex van het belang van de humanitaire aspecten van zijn werk. Hoe kan Frontex bijvoorbeeld helpen het aantal verdrinkingen te verminderen – meer dan twaalfduizend in de laatste tien jaar? Daarvoor is het om te beginnen nodig dat reddingsoperaties op zee tot zijn takenpakket gaan behoren. Het probleem zit hem in de details. Veel van deze beleidsplannen moeten in de praktijk ook uitvoerbaar zijn, en ik weet dat het Parlement, de Commissie en de Raad dat ook proberen te realiseren.

Frontex mag niet verworden tot een instrument dat er uitsluitend op is gericht mensen buiten Europa te houden. Mensen die werkelijk bescherming behoeven, moeten toegang tot het EU-grondgebied krijgen.

Commissaris, u sprak over het beginsel van non-refoulement. Het is belangrijk dat u daar nog eens op wees. De situatie met betrekking tot Italië en Libië is iets waar mijn Italiaanse collega's zich natuurlijk nog uitgebreid over zullen uitspreken. Maar dit beginsel mag door geen enkele persoon en geen enkel land worden geschonden.

We bevinden ons in een situatie waarin het beginsel van non-refoulement zelfs wordt toegepast door landen die het Vluchtelingenverdrag van 1951 niet hebben ondertekend. Het is belangrijk dat we de mensenrechten respecteren. We mogen niet terugschrikken voor onze verantwoordelijkheid om bescherming te bieden aan mensen die die bescherming nodig hebben.

Frontex moet daarom onderdeel zijn van een rechtvaardige en evenwichtige aanpak van het migratie- en asielvraagstuk. We moeten ervoor zorgen dat het asielpakket wordt uitgevoerd en dat legale migratie en vluchtelingenbescherming met elkaar in evenwicht zijn.

 
  
MPphoto
 

  Sarah Ludford (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de Britse pers, daartoe mede aangezet door enkele paranoïde en eurosceptische leden van het Parlement, heeft in Groot-Brittannië paniek gezaaid met het bericht dat een toekomstige commissaris voor Justitie, Grondrechten en Burgerlijke Vrijheden, waarvan de heer Barroso de invoering op voorstel van de ALDE-Fractie heeft aanvaard, het Verenigd Koninkrijk zal dwingen uit heel Europa meer asielzoekers toe te laten.

Dat is niet waar. Zoals vicevoorzitter Barrot heeft bevestigd, is deelname aan het proefproject voor bijstandverlening aan Malta vrijwillig, net als deelname aan het voorgestelde programma voor de hervestiging van door de UNHCR erkende vluchtelingen die rechtstreeks afkomstig zijn uit een derde land.

Geen enkel onderdeel van EU-beleid heeft ooit voorzien in quota of dwang ten aanzien van de toelating van migranten. Wat we wel proberen te bereiken, en waarin we ook slagen, is vrijwillige solidariteit. Ik hoop overigens wel dat de toekomstige commissaris voor Justitie, Grondrechten en Burgerlijke Vrijheden zal helpen een einde te maken aan de verdrinking van migranten in de Middellandse Zee.

Volgende maand is het tien jaar geleden dat de EU zei te zullen streven naar een gemeenschappelijk asielsysteem en een gecoördineerd migratiebeleid. Ondanks het feit dat met name de Europese Commissie, met steun van leden van het Parlement, op een aantal punten aanzienlijke inspanningen heeft gedaan, zijn we daar nog ver van verwijderd.

Wat allerhoogste prioriteit heeft, is het beheersen van de migrantenstromen. Daarbij gaat het in de regel om zogeheten 'gemengde stromen' van vluchtelingen en economische migranten, die van elkaar worden onderscheiden. De bedoeling is enerzijds het Europese publiek gerust te stellen dat de zaken onder controle zijn en anderzijds te voorkomen dat mensenlevens verloren gaan en diegenen te beschermen die daarvoor in aanmerking komen.

Wanneer mensen in fragiele bootjes weer terug de zee in worden geduwd zonder te beoordelen of ze wellicht bescherming behoeven, dan wordt geen van deze doelstellingen bereikt. Het is schokkend om van commissaris Barrot te moeten horen dat de lidstaten het zeerecht niet eenvormig toepassen. Dat is onaanvaardbaar. Frontex moet naar behoren worden gefinancierd en de mensenrechten van migranten respecteren. Die moeten aan land kunnen komen, waarna beoordeeld moet worden wie wel en wie niet in aanmerking komt voor een vluchtelingenstatus.

Lidstaten die verzuimen dit te doen, moeten voor het Europese Hof van Justitie worden gebracht. De opmerking van mijn collega Sonia Alfano dat Libië evengoed kan beoordelen of mensen in aanmerking komen voor een vluchtelingenstatus, is gezien de mensenrechtenschendingen van dat land absurd en ongehoord.

Een rationeel Europees immigratiebeleid omvat een gemeenschappelijk kader van criteria voor economische migratie waarbij lidstaten zelf kunnen bepalen hoeveel economische migranten ze onder deze criteria toelaten. Wat we nodig hebben is coördinatie, gemeenschappelijke normen, een gemeenschappelijk kader én solidariteit.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Keller (Verts/ALE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik deel uw enthousiasme over Frontex niet echt. We hebben meldingen gehoord van zowel Frontex als de lidstaten waaruit blijkt dat mensenrechten en het recht op non-refoulement worden geschonden en vluchtelingen niet de mogelijkheid krijgen asiel aan te vragen, en die mensenrechtenschendingen gebeuren in naam van de Europese Unie.

Minister Billström, u heeft gezegd dat aan onze buitengrenzen "checks and balances" nodig zijn. Maar hoe zit het met de "checks and balances" ten aanzien van die mensen die onze buitengrenzen beschermen? Waarom is er niet meer transparantie en duidelijkheid over Frontex en het werk dat ze daar doen? Zonder duidelijkheid en transparantie over de werkzaamheden van Frontex kunnen we in het Parlement ons werk niet doen. Er moet duidelijkheid komen over de stand van zaken met betrekking tot de nieuwe Frontex-voorschriften waarover u sprak, commissaris, en over de manier waarop vluchtelingen die op zee worden onderschept, internationale bescherming kunnen krijgen.

Ook over de afspraken die met derde landen worden gemaakt, is meer transparantie nodig. Wat gebeurt er bijvoorbeeld precies met het EU-geld dat naar Libië gaat? Ik betwijfel of vluchtelingen blij zijn met wat u de "vluchtelingenhulp" van Libië noemt, maar ook op dit punt ontbreekt het dus aan transparantie. En als het waar is wat u zegt, dat u zelfs met sommige lidstaten van mening verschilt over de interpretatie van de rechten van migranten, hoe gaat u er dan voor zorgen dat derde landen zoals Libië uw interpretatie gaan volgen?

Ik herinner u eraan dat het Parlement steeds het idee heeft ondersteund dat de behandeling van asielaanvragen een gedeelde verantwoordelijkheid moet worden waaraan lidstaten zich niet moeten kunnen onttrekken, en ik denk dat uw verslag van het proefproject, waarbij alleen Frankrijk een zeer, zeer klein, bijna bespottelijk laag aantal van honderd vluchtelingen van Malta overnam, laat zien dat we niet ver komen met vrijwillige solidariteit. Er is een zekere mate van dwang nodig.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (ECR). (PL) Wij willen immigratie bestrijden. Dit is een belangrijk probleem. Intussen laten het mededelingenbord en de computer het afweten. Laten we een oplossing zoeken voor problemen die we daadwerkelijk efficiënt kunnen aanpakken.

Migratie is uiteraard een van de grootste problemen waarmee Europa vandaag te kampen heeft. Meer nog, dit is niet alleen een probleem voor ons, politici, maar ook voor de burgers in de lidstaten van de Europese Unie. Dit is misschien wel een van de grootste uitdagingen die de politieke klasse in Europa vandaag het hoofd moet bieden, alsook een van de belangrijkste problemen voor onze kiezers. Immigratie heeft veel omschrijvingen, want mijn geachte collega's hebben vandaag gesproken over immigratie uit Afrika die zich voornamelijk richt op de landen in het Middellandse Zeegebied. Wat zij hebben gezegd, is in zekere zin gerechtvaardigd. Ik vertegenwoordig een land, Polen, waar het probleem van illegale immigratie ongetwijfeld beperkter is, maar dat ook te maken heeft met immigratie uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie en voor een gedeelte ook uit Azië.

We moeten een antwoord bieden op de vraag naar de filosofie van de strijd van de Europese Unie tegen illegale immigratie en – laten we er geen doekjes om winden – van de beperkingen op legale immigratie. Moet Frontex deze strijd volledig op zich nemen? Is dat echt wenselijk? Zou het niet doeltreffender zijn om de extra middelen die we aan Frontex willen geven toe te kennen aan de landen waar het probleem van illegale immigratie het grootst is, evenals aan de EU-lidstaten die externe grenzen met de Europese Unie hebben? Mijnheer de Voorzitter, ik zou willen afronden met de opmerking dat dit naar mijn mening veel wenselijker zou zijn.

 
  
MPphoto
 

  Rui Tavares (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer Billström, mijnheer Barrot, als de Conventie van Genève en mensenrechten in het geding zijn, kunnen we ons geen keuzes veroorloven. Het enige wat ons dan te doen staat is het eerbiedigen van de conventies die we hebben ondertekend. De jurisprudentie is duidelijk: het terugsturen van vluchtelingen die onze kusten bereiken naar landen die de Vluchtelingenconventie van Genève niet ondertekend hebben, vormt een schending van die Conventie. Dat is geen abstracte juridische redenering maar een reëel argument.

Wanneer wij via Frontex of de lidstaten vluchtelingen naar Libië sturen, eerbiedigen wij de Conventie niet. Dat geldt des te meer daar we op basis van gegevens van de Italiaanse regering weten dat 75 procent van de mensen die de Europese kusten bereiken asiel aanvraagt en dat de helft van die 75 procent – zo'n 38 procent, dat wil zeggen een derde van het totaal – recht heeft op humanitaire bescherming.

Politieke keuzes leiden tot morele keuzes, en op dit moment zien we ons voor een morele keuze geplaatst. Is het rechtvaardig en moreel te verantwoorden dat er meer dan 14 000 mensen de afgelopen jaren zijn omgekomen bij hun poging de Europese kusten te bereiken? Is het moreel te verantwoorden dat een groot deel van deze mensen die hun leven wagen gewoon recht heeft op asiel? Is het echt noodzakelijk dat ze hun leven op het spel zetten? Nee, dat zou niet noodzakelijk moeten zijn.

Wij zeggen al een hele tijd dat een louter repressief immigratiebeleid zoals dat tot nu is gevoerd, ons voor de keuze plaatst tussen leven of dood van mensen en ons allemaal medeverantwoordelijk maakt voor die keuze.

Het geven van extra geld aan Frontex aan het begin van deze zittingsperiode, terwijl de Commissie het op dit moment afraadt en Frontex er niet in slaagt het te besteden, leidt niet tot het oplossen van het probleem. Wel kan het wijzigen van het mandaat van Frontex ons helpen het probleem op te lossen. Op grond van een gewijzigd mandaat zou Frontex meer geld nodig kunnen hebben. Met het oog daarop zou Frontex moeten samenwerken met en volledige informatie moeten verstrekken aan de UNHCR, wat nu niet gebeurt. Daarvoor zou Frontex bij zijn beleid ook rekening moeten houden met humanitaire overwegingen. Nu is dat niet het geval en dat is des te erger, collega's, als we zien dat op dit moment wordt voorgesteld minder geld uit te geven aan vluchtelingen terwijl er meer kredieten naar Frontex gaan.

 
  
MPphoto
 

  Roberta Angelilli (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het spijt mij oprecht dat enkele van mijn Italiaanse collega's de gelegenheid niet onbenut hebben gelaten om weer de gebruikelijke ophef te maken die enkel en alleen bedoeld is om de Italiaanse regering aan te vallen. Ik ben van mening dat we van de immigratiekwestie geen ideologisch instrument meer moeten maken. We moeten juist tot het uiterste gaan in het volgen van de beleidslijnen van het Europees pact inzake immigratie en asiel, dat berust op de waarden integratie en solidariteit.

Ik heb oprecht waardering voor de inzet van de Commissie in de afgelopen jaren, maar commissaris Barrot zal het met mij eens zijn dat we het tempo moeten versnellen om een echte Europese strategie inzake immigratie te ontwikkelen, waarvan de bestrijding van illegale immigratie, illegale handel, mensensmokkel en uitbuiting de prioriteit zal vormen.

Er moet hard worden opgetreden tegen al diegenen die van deze praktijken profiteren, inclusief werkgevers die gebruikmaken van illegale werknemers. De opvatting dat immigratie alleen een probleem is van grenslanden die aan de Middellandse Zee liggen, kan niet langer worden aanvaard. Het recente voorstel van de Commissie voor een gemeenschappelijk programma voor re-integratie is een stap vooruit in de politieke en praktische samenwerking tussen de lidstaten, maar er dient dringend een reeks initiatieven te worden gelanceerd om een efficiëntere solidariteit binnen de Gemeenschap te ontwikkelen.

Daarom hopen wij dat spoedig gevolg wordt gegeven aan de verklaring van de fungerend voorzitter van de Europese Unie, die aansloot bij onder meer een welgemeende oproep van de Italiaanse minister Franco Frattini tot het organiseren van een debat om tot een gelijke verdeling te komen van de kosten en de verantwoordelijkheden met betrekking tot de stroom illegale immigranten en politieke asielzoekers.

Dat is naar mijn mening heel belangrijk, want anders ontstaat de paradox dat er lidstaten zijn, waaronder Italië, Malta, Griekenland en Spanje, die verplicht immigranten moeten opvangen, terwijl anderen zich verschuilen achter het discretionair concept van solidariteit op vrijwillige basis. Ze kunnen er niet langer onderuit komen! Ik wil Frankrijk bedanken, omdat het zich bereid heeft gesteld honderd asielzoekers op te vangen. Honderd asielzoekers dus, maar er zijn er duizenden, ja zelfs tienduizenden. Dank aan Frankrijk dus, maar het is slechts een druppel in een oceaan.

Ik sluit af met te zeggen dat we niet meer mogen denken dat immigratie een middel is tegen alle kwalen. Als er geen serieus beleid van ontwikkelingssamenwerking wordt gevoerd, waarbij Europa de hoofdrol moet spelen, veroordelen we een deel van de wereld tot een onontkoombaar lot van armoede en wanhoop.

 
  
MPphoto
 

  Stavros Lambrinidis (S&D). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, het Parlement heeft met klem verzocht om samenwerking op Europees niveau met landen van herkomst en doorreis van immigranten. Tot die landen behoort niet alleen Libië, maar ook Turkije. Turkije is in dit kader bovendien niet alleen een herkomst- en doorreisland, maar ook een kandidaat-lidstaat. Men zou, met andere woorden, kunnen zeggen dat Turkije een dubbele plicht heeft: het moet zowel de politieke beginselen als de instellingen van de Europese Unie eerbiedigen.

De afgelopen tijd werden helikopters van Frontex minstens vier keer tijdens de uitoefening van hun taken in het Griekse luchtruim gehinderd door Turkse radars. Gisteren dreigde een Turks gevechtsvliegtuig een helikopter van Frontex zelfs te onderscheppen.

Wat gaat u ondernemen en hoe gaat u namens de Europese Unie reageren op deze intimidaties tijdens operaties van Frontex, van een Europees orgaan?

Bovendien mag deze verplichte solidariteit zich niet beperken tot alleen politiemaatregelen, zoals die van Frontex met betrekking tot de zuidelijke landen. Er moet ook solidariteit bestaan bij de opvang van immigranten die onze landen binnenkomen. Onze landen kunnen niet telkens zulke grote hoeveelheden immigranten aan. Ten aanzien daarvan willen de Commissie en de Raad echter vrijwillige solidariteit, oftewel iets dat alleen op papier bestaat. Kunt u ons vertellen waarom u ook op dat punt niet overgaat tot verplichte solidariteit?

Tot slot: het proefprogramma tussen Italië, Malta en Libië mag niet het enige proefprogramma zijn. Waarom is er geen proefprogramma voor terugkeer van immigranten in Turkije? Turkije is momenteel een open wond wat dit probleem betreft. Heeft de Griekse regering u er ooit om gevraagd, mijnheer de commissaris, en heeft u dat geweigerd? Of was het eenvoudig zo dat Libië, Italië en Malta bij u aanklopten en u zonder verdere vragen met hen heeft ingestemd?

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, dit biedt mij de gelegenheid nog even in te gaan op twee kleine punten die mijns inziens, zoals een van mijn collega's zojuist al zei, het hypocriete karakter van ons beleid illustreren.

Het eerste punt betreft de overeenkomsten van Dublin. Mijnheer de commissaris, u bent goed bekend met de situatie in Calais; u weet dat het voor veel mensen zeer wel mogelijk is om in Calais de status van politieke vluchteling aan te vragen en te krijgen. Waarom doen zij dat dan niet? Omdat zij er vanwege de Dublin-overeenkomsten zeker van kunnen zijn dat ze naar landen worden gestuurd waar ze niet heen willen, en daar hebben zij soms uitstekende redenen voor. Ze willen niet naar Griekenland, waar ze vrijwel geen kans hebben dat hun de vluchtelingenstatus wordt toegekend.

Tegenwoordig zijn de Dublin-overeenkomsten een instrument dat haaks staat op de bescherming van mensen die dit het hardst nodig hebben. Bovendien creëren ze ongelijkheid tussen de lidstaten. Laten wij dus ophouden om over solidariteit te praten, terwijl wij instrumenten invoeren die ongelijkheid tussen de staten creëren.

Het tweede punt betreft de overnameovereenkomsten. Ik begrijp heel goed dat het de bedoeling is om dergelijke overeenkomsten met Turkije en met Libië te sluiten. Anders gezegd: men speelt met de gedachte zich te omringen met een enorme haag, gevormd door onze buurlanden, en te kunnen beschikken over uitgestrekte kampen om de migratiestromen op te vangen. Dat is om praktische redenen, om morele redenen en om politieke redenen niet aanvaardbaar, en dat weet u, mijnheer Barrot!

 
  
MPphoto
 

  Clemente Mastella (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil al meteen aan het begin van mijn betoog en zonder te overdrijven zeggen dat gastvrijheid voor mij een heilige waarde is. In wezen ontstaan de gemeenschappen in een staat uit de solidariteit tussen mensen, en deze gemeenschappen functioneren op basis van een reeks speciale bindende factoren: de rechten en plichten. Daarom ben ik, voor wat mij betreft, resoluut tegen alles wat tegen dit elementaire Bijbelse principe ingaat. De opvang van immigranten en de manieren waarop we ze moeten opvangen, geven samen vorm aan integratie en alles wat daarmee samenhangt.

Wat kunnen we doen? Hoe kunnen we deze door wanhoop geplaagde mensen die onze landen binnenkomen hun plaats geven en tegelijkertijd de daaruit voortvloeiende conflictsituatie vermijden, die soms gepaard gaat met wrok, woede en razernij, en waardoor nogal onrustbarende vormen van rivaliteit ontstaan?

En hoe moeten we ervoor zorgen dat we door de instandhouding van het asielrecht, een beginsel dat ook de afgelopen dagen is aangehaald, niet tegelijk ook de deur openzetten voor oneerlijke asielzoekers die het als een excuus gebruiken: mensen die zich achter dit universeel recht verschuilen terwijl ze niets met het asielrecht te maken hebben, maar alleen met illegaliteit en criminaliteit?

Mijnheer Billström, denken we echt dat de verantwoordelijkheid voor dit alles door de afzonderlijke lidstaten kan worden gedragen? Het lijkt mij toch dat Europa, dat tot nu toe hoogstwaarschijnlijk enigszins onzeker gehandeld heeft, er niet onderuit kan om een unitaire en serieuze koers uit te stippelen op het gebied van immigratie. Het kan niet met zoveel tegenstrijdige stemmen blijven spreken, het kan de grenslidstaten die het meest worden blootgesteld en die het gevoeligst zijn, niet dwingen zich af te zonderen. Het kan niet doorgaan zonder in goed overleg een gemeenschappelijke positie te bepalen, die we tot op heden niet hebben gehad, maar waarvan wel voortdurend de grondbeginselen worden verdedigd.

Mijnheer de Voorzitter, Europa kan niet negeren dat de buitengrenzen een Europese kwestie vormen en niet een kwestie van afzonderlijke lidstaten. Het kan niet op een onvolwassen, theatrale manier gaan ruziën over wat de Italiaanse regering en andere regeringen doen, zoals ook in deze zaal al is gebeurd. Het lijkt mij vanzelfsprekend dat we niet kunnen volhouden dat de tragedies die zich voor de kusten van Lampedusa, Ceuta en Melilla hebben voltrokken Brussel, Berlijn en Parijs niet aangaan.

Spanningen tussen afzonderlijke lidstaten en Europa komen daar vandaan en zorgen voor problemen. Dat zorgt er ook voor dat het democratisch tekort in Europa groeit, en Europa maakt dat tekort alleen maar groter als het geen gecoördineerd immigratiebeleid formuleert. Het versterkt het idee dat het egoïsme van afzonderlijke lidstaten vóór het algemeen belang komt. Het versterkt het frustrerende beeld, mijnheer de Voorzitter, dat men zich in Brussel en Straatsburg heel vaak met obscure zaken bezighoudt in plaats van met onderwerpen waar het publiek zich werkelijk zorgen om maakt. Het verzwakt in wezen de politieke identiteit van Europa.

Daarom hoop ik dat het Zweeds voorzitterschap gaat werken aan een akkoord met de landen die het meest kwetsbaar zijn, om verstandig na te denken en te bewerkstelligen wat we tot op heden hebben moeten ontberen, namelijk een sterk, helder, doordacht en streng beleid inzake immigratie.

 
  
MPphoto
 

  David-Maria Sassoli (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, commissaris Barrot, minister Billström, dames en heren, we hebben dit debat aangevraagd om de aandacht van de Europese Unie te vestigen op de ernstige schendingen van grondrechten in Italië. In de periode van mei tot heden zijn meer dan duizend immigranten door de Italiaanse autoriteiten opgepikt op zee en uitgeleverd aan Libië. Het ging hierbij om inofficiële uitzettingen zonder onderscheid des persoons en zonder identificatie, en waarbij de immigranten geen recht op beroep hadden, geen toegang kregen tot de procedure voor asielaanvraag en het gevaar liepen in Libië op onmenselijke en vernederende wijze behandeld te worden. Zoals commissaris Barrot heeft bevestigd toen hij Italië vroeg een verklaring te geven, zijn wij van mening dat deze praktijken een schending zijn van de grondbeginselen waar Europa op is gevestigd.

Dit soort acties zijn noch verenigbaar met het Europees Verdrag inzake de rechten van de mens, noch met het Gemeenschapsrecht, met name de Schengengrenscode en de terugkeerrichtlijn, noch met de Italiaanse wetgeving. Gisteren heeft de VN Italië opgeroepen het internationaal recht te eerbiedigen en, eveneens gisteren, hebben 24 vluchtelingen uit Somalië en Eritrea tegen Italië een aanklacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg wegens schending van het Europees Verdrag inzake de rechten van de mens.

Dames en heren, illegale immigratie is in Italië bovendien een strafbaar feit geworden, een verzwarende omstandigheid. Enkel het feit dat men immigrant is, vormt aanleiding tot discriminatie en ongelijkheid, en tot het geven van zwaardere straffen voor hetzelfde strafbare feit. Het feit dat men illegale immigrant is, zoals de families van onze Italiaanse, Portugese, Poolse en Griekse gemeenschappen dat zijn geweest, blokkeert de toegang tot grondrechten, tot de meest primaire zorg, waaronder de gezondheidszorg, doordat men bang is om te worden aangegeven. Dat is wat er gaande is in Italië, mijnheer de Voorzitter, en waar ook juristen, grondwetdeskundigen en katholieke en niet-religieuze organisaties voor hebben gewaarschuwd.

Welke acties heeft de Commissie voor ogen om een einde te maken aan deze rechtenschendingen? Dit Parlement heeft zich altijd voor de strijd tegen illegale immigratie uitgesproken, maar onder eerbiediging van de grondrechten.

We willen weten, mijnheer de Voorzitter, of de Commissie van plan is de Italiaanse wetgeving aan te vechten en het akkoord tussen Italië en Libië te controleren. We kunnen twintig jaar na de val van de Berlijnse muur niet tolereren dat bepaalde regeringen een nieuwe bouwen.

 
  
MPphoto
 

  Niki Tzavela (EFD). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, wat er ook gezegd wordt in deze zaal, het blijft ver achter bij de realiteit.

We zien dat president Gaddafi het vraagstuk bagatelliseert maar dat hij, volgens steeds weer terugkomende berichten in de internationale media, een miljard euro nodig heeft om zijn verplichtingen na te komen. We zien dat Turkije dagelijks vliegtuigen van Frontex onderschept – en daarbij gaat het om een land dat tot de Europese Unie wil toetreden – en dat de Unie niet naar behoren reageert.

We zien dat illegalen van de handelaren door wie ze vervoerd worden, de instructie krijgen om in geval van arrestatie zichzelf in het been of de hand te schieten, zodat de lidstaten verplicht zijn om andere wetgeving toe te passen dan de wetgeving inzake illegale immigratie, omdat het dan om gewonden zou gaan. We zien hoe handelaren illegalen instructies geven om hun papieren te vernietigen voordat ze een land binnenkomen, omdat het land van opvang – zoals Griekenland – dan niet weet naar welk land het deze mensen moet terugsturen. We zien hoe immigranten zonder papieren beweren asielzoekers te zijn maar wij geen papieren hebben om te achterhalen wat er precies aan de hand is.

Mijnheer de commissaris, er heerst chaos. Op een zeker moment moet er orde op zaken worden gesteld en moet de Europese Unie een strenge en standvastige houding innemen met betrekking tot deze kwestie.

 
  
MPphoto
 

  Sylvie Guillaume (S&D).(FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de vicevoorzitter, dames en heren, er wordt steeds maar weer gezegd dat de lidstaten de noodzaak inzien van het opstellen van een gemeenschappelijk beleid op Europees niveau inzake immigratiebeheer en inzake de sociale integratie van immigranten.

Toch zien wij iedere dag dat het er in de praktijk heel anders aan toe gaat. Zo wordt er, in het kader van de begrotingsbesprekingen, drastisch gesneden in de actiemiddelen van het Europees Fonds voor de integratie van onderdanen van derde landen. Wat de lidstaten betreft: veel van hen blijven eenzijdig wetten en regels opstellen die de mobiliteit naar en op hun grondgebied beperken. Ook beperken zij nog steeds de toegang tot hun arbeidsmarkten, sociale stelsels en onderwijssystemen, en werpen zij belemmeringen op voor gezinshereniging.

Evenzo komt het Europees beleid ter bestrijding van illegale immigratie en voor het beheer van de buitengrenzen er uiteindelijk op neer dat de verantwoordelijkheid voor de grenscontroles op onze buurlanden wordt afgeschoven, waarbij volledig voorbijgegaan wordt aan de mensenrechten. Wij hebben dit zien gebeuren tussen Italië en Libië.

Deze tendens om problemen af te schuiven leidt er uiteindelijk toe dat Europa zichzelf ontslaat van zijn verantwoordelijkheden. Dat is onaanvaardbaar. De extra middelen die aan Frontex worden toegekend, kunnen nooit de plaats innemen van de noodzakelijke solidariteit die de lidstaten moet verenigen, zodat zij gezamenlijk kunnen optreden, zowel bij het toelaten van mensen die behoefte hebben aan internationale bescherming, als bij het toelaten van buitenlandse arbeidskrachten die wij nodig hebben om toekomstige democratische uitdagingen het hoofd te kunnen bieden.

Wat zijn uw plannen om echte solidariteit tot stand te brengen en echte oplossingen aan te dragen voor het leed van migranten?

 
  
MPphoto
 

  Rita Borsellino (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barrot, mijnheer Billström, dames en heren, de afgelopen dagen, tijdens de presentatie van het Europees asielplan, hebt u, commissaris Barrot, gesproken over een sterk optreden tegen illegale immigratie en een menselijke behandeling bij de opvang van slachtoffers van vervolging. In juridische termen betekent dit dat mensen die vluchten door hongersnood, oorlog of vervolging bescherming genieten en zich kunnen beroepen op het asielrecht, en dat wordt vermeden dat ze worden uitgezet naar landen waar ze gedood kunnen worden of onmenselijk kunnen worden behandeld.

Dat is praktisch het tegengestelde van wat de Italiaanse regering doet, zoals blijkt uit de meest recente, ernstige episode van de uitzetting van 75 immigranten uit Eritrea en Somalië naar Libië, waarbij niet eens is nagegaan of er zich onder hen potentiële asielzoekers bevonden, zoals het internationaal recht voorschrijft en zoals gisteren de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN heeft benadrukt. Een akkoord tussen Italië en Libië kan van dat stukje zee geen vrije zone maken waar de mensenrechten worden geschonden.

Derhalve vraag ik de Commissie zo snel mogelijk in te grijpen om ervoor te zorgen dat de voorschriften van het internationaal recht in stand worden gehouden en worden geëerbiedigd. Ik zou ook willen weten wat de stand van zaken is bij de onderhandelingen over het bilateraal akkoord tussen de Europese Unie en Libië, die al enkele jaren in gang zijn. Wanneer verwacht men dat het akkoord gereed is? Kunnen de Raad en de Commissie bevestigen dat dit akkoord voorrang heeft boven het bilateraal akkoord tussen Italië en Libië? Kunt u voor dit Parlement uiteenzetten wat de hoofdpunten zijn op het gebied van de bestrijding van de illegale immigratie en waarborging van het asielrecht en het beginsel van non-refoulement?

 
  
MPphoto
 

  Anna Maria Corazza Bildt (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, met veel genoegen neem ik nu voor de eerste keer het woord in deze plenaire vergadering en gebruik ik deze gelegenheid om minister Tobias Billström te prijzen voor zijn grondig inzicht in de ernstige situatie waarmee de mensen en landen in het Middellandse Zeegebied worden geconfronteerd – als iemand die van oorsprong de Italiaanse nationaliteit heeft, weet ik waar ik over praat.

Ik ben blij met zijn inspanningen om te komen tot een consensus over een gemeenschappelijk Europees migratiebeleid, dat heel erg nodig is. Ik ben ook blij met zijn initiatief voor een ondersteunende functionaris voor asielzaken, wat een zeer praktische en concrete manier is om lidstaten te ondersteunen die het gevoel hebben overbelast te zijn en de onderlinge samenwerking van lidstaten in de hand te werken.

Ik zou minister Billström willen vragen om, vanuit een langetermijnperspectief, wat dieper in te gaan op eventuele andere dan de reeds door hem genoemde maatregelen waarmee we de mensen en landen in het Middellandse Zeegebied kunnen helpen op basis van zijn aanpak, waarbij met menselijkheid, maar solidair en doortastend, wordt opgetreden tegen elke vorm van illegaliteit.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papastamkos (PPE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, er bestaat geen twijfel over dat we een gemeenschappelijk immigratiebeleid nodig hebben en moeten zorgen voor een coherentere en effectievere samenwerking met derde landen. In deze samenwerking nemen – zoals trouwens ook uit het debat blijkt – Libië en Turkije een toppositie in.

Turkije toont provocerend gedrag. Het ligt voortdurend dwars en ik wil dit iedereen in deze zaal duidelijk maken, maar vooral ook de heer Barrot laten weten dat Turkije helikopters en vliegtuigen van Frontex hindert die zich van hun Europese missie en hun Europese taken kwijten. De Parlementsleden van de Griekse partij Nea Dimokratia hebben parlementaire controle uitgeoefend. Mijnheer Barrot, u zult uitvoerig in kennis worden gesteld van deze provocerende gebeurtenissen en het provocerende gedrag van Turkije.

Watt overname en hervestiging betreft: we moeten Frontex nog verder versterken en gezamenlijke terugkeervluchten regelen. Mijnheer Barrot, mijnheer de Voorzitter, u moet uw bezoek aan Turkije en Libië bespoedigen. Het is een zeer acuut probleem. Wacht u hiermee niet tot het einde van het jaar. Vandaag, morgen…

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Barbara Lochbihler (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, krachtens het Europees mensenrechtenverdrag is het voor ambtenaren in Europese landen die belast zijn met de grensbewaking in principe verboden om potentieel kwetsbare personen op zee terug te sturen, onder begeleiding terug te brengen, te hinderen bij de voortzetting van hun reis of terug te voeren naar derde landen. Uit de talrijke voorbeelden die hier vandaag gegeven zijn, is opnieuw gebleken dat Frontex zich daar in de praktijk niet aan houdt. Controle is daarom nodig, ook voor ons, als leden van het Europees Parlement; het is immers onze verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat het Europees mensenrechtenverdrag wordt nageleefd.

Ik vraag u welke mogelijkheden wij eigenlijk hebben om te controleren of deze ambtenaren in internationale wateren de onvervreemdbare mensenrechten eerbiedigen. Het gaat niet alleen om de incidenten in voorbije jaren waarbij mensenrechten door Frontex zijn geschonden; ook is het zo dat het werk van dit agentschap als geheel fnuikend is voor de geloofwaardigheid van de EU met betrekking tot de bescherming van de mensenrechten.

 
  
MPphoto
 

  Alf Svensson (PPE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, dank u, minister Billström. Ik vraag me af of we ons af en toe niet wat te zeer blind staren op de term "illegale immigratie". Het kan immers niet illegaal zijn om te vluchten voor je leven, want mensenrechten en fundamentele vrijheden gelden voor iedereen, ongeacht waar iemand woont.

Ik zou graag willen onderstrepen dat het ook cruciaal is om oog te hebben voor de toestand in de landen die de mensen ontvluchten. Misschien kan de EU een grotere inspanning leveren en meer doen in die landen zodat mensen ze niet hoeven te ontvluchten en vervolgens illegale vluchtelingen worden genoemd. Misschien staren we ons, zoals gezegd, te zeer blind op de term "illegaal". Zoals gezegd, is het volkomen legaal om zowel binnen als buiten de EU op te komen voor mensenrechten en fundamentele vrijheden.

 
  
MPphoto
 

  Antonio Cancian (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, vanochtend leek dit wel het Italiaans parlement, met u als voorzitter. Hoe dan ook, ik ben van mening dat immigratie veiligheid en eerbiediging van de mensenrechten betekent. Maar helaas zijn de globalisering en de uitbreiding van de Europese Unie tot 27 lidstaten te snel gegaan en zijn er geen geschikte voorzorgsmaatregelen getroffen om de veiligheid en de eerbiediging van de mensenrechten in stand te kunnen houden.

Ik heb de Commissie aangehoord: goede ideeën over de strategie, uitstekende ideeën over toekomstige acties, maar we vergeten dat dit een urgent probleem is en dat we ons in een noodtoestand bevinden. Wat er vanmorgen is gezegd, geldt voor een normale situatie, maar vandaag zitten we niet in een normale situatie, zeker niet in Italië. Dus ik vraag de Commissie meer naar de tactiek dan naar de strategie te kijken en dit probleem als een in alle opzichten Europees probleem te beschouwen. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - De Voorzitter die op dit moment de vergadering voorzit is ontegenzeggelijk Italiaans, maar het debat was daarentegen absoluut geen zuiver Italiaanse aangelegenheid. Het was gelukkig juist veelomvattend, met bijdragen van meerdere kanten en vanuit meerdere denkrichtingen van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Tobias Billström, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u eerst en vooral bedanken voor een erg interessant debat. Er zijn hier vandaag heel wat waardevolle standpunten verwoord. Ik wil de standpunten van de heer Busuttil over sterkere samenwerking met Libië vermelden. Ik hoop samen met commissaris Barrot naar Libië te kunnen reizen om onze betrekkingen met dit land uit te bouwen, en het werk met Turkije zal ook voortgezet worden. Ik ben het ook eens met de heer Aguilar, voorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, dat het mogelijk maken van legale immigratie een manier is om illegale immigratie aan te pakken. Daardoor kan bijvoorbeeld de druk op het asielstelsel worden verminderd.

De criminele netwerken die de wanhoop van mensen uitbuiten, moeten worden bestreden. Het Zweedse voorzitterschap zal daarover en over de strijd tegen mensenhandel een speciale conferentie houden in Brussel. Het is een van de belangrijkste prioriteiten van het Zweedse voorzitterschap om te proberen een overeenkomst te bereiken inzake het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en de samenwerking in de praktijk te verbeteren. Wij hopen vanzelfsprekend op de steun van het Europees Parlement voor deze kwesties.

Aan mevrouw Alfano zou ik willen zeggen dat het belangrijk is dat de door de Europese Raad vastgestelde wetgevingsbesluiten nageleefd worden en dat alle lidstaten ze uitvoeren zoals ze zijn besloten. Het is ook belangrijk het Bureau van de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen van de Verenigde Naties bij ons werk te betrekken om de door ons nagestreefde hoge kwaliteit te behalen. Ik moet ook zeggen dat ik het eens ben met de heer Kirkhope dat het belangrijk is asiel en arbeidsmigratie van elkaar gescheiden te houden. De conclusie van die redenering is natuurlijk dat de EU enerzijds een gemeenschappelijk Europees asielstelsel nodig heeft en anderzijds betere mogelijkheden voor legale arbeidsimmigratie gebaseerd op nationale behoeften, rechtszekerheid en bescherming tegen loondumping en sociale uitbuiting.

Als we dat hebben, zullen we het beleid van de heren Meyer, Batten en Bontes niet nodig hebben. We hebben een verstandig en doordacht migratiebeleid nodig om de demografische structuur in de EU te verbeteren en de economie en welvaart te versterken.

Mevrouw Corazza Bildt en de heer Svensson brachten ter sprake hoe wij een einde kunnen maken aan de sterfgevallen in de Middellandse Zee. Eén enkele oplossing voor de migratieproblematiek bestaat niet. Er is een pakket met meerdere initiatieven op verschillende gebieden nodig om het probleem op te lossen. Bijzonder belangrijk is meer samenwerking met landen van oorsprong en doorreis. De ontwikkelingssamenwerking met die landen moet bijvoorbeeld worden uitgebreid om stabiliteit, zekerheid en duurzaamheid tot stand te brengen.

De landen van oorsprong en doorreis, alsmede de lidstaten moeten ook hun reddingsacties op zee verbeteren. Verder moet duidelijk worden gemaakt hoe de lasten van het redden van drenkelingen over de landen worden verdeeld. Bovendien moet er een gemeenschappelijke interpretatie van de regelgeving inzake het redden van drenkelingen komen, gebaseerd op het recht op internationale bescherming enerzijds en het internationale zeerecht anderzijds.

Tot slot wil ik u namens het voorzitterschap en mezelf bedanken voor de mogelijkheid om naar het Europees Parlement te komen en u onze standpunten mede te delen. Het is belangrijk te onderstrepen dat onze strategie op vele verschillende elementen en inspanningen gebaseerd moet zijn. Ik denk dat dit debat dat duidelijk heeft aangetoond. Dank u wel.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie. − (FR) Mijnheer de Voorzitter, dit debat heeft wel aangetoond, voor zover dat nog nodig was, hoe groot deze migratieproblemen zijn.

Ik wijs er nog eens op dat wij in onze aanpak een balans moeten vinden tussen drie dingen. Ten eerste het afwijzen van illegale immigratie, die overigens vaak is toe te schrijven aan mensensmokkelaars en -handelaars. Ten tweede de bereidheid om met het oog op deze strijd tegen illegale immigratie een bepaalde vorm van legale migratie te bevorderen, waarbij het de lidstaten zijn die hierover beslissen. En ten derde de bereidheid om in ieder geval de plicht om asiel te verlenen in stand te houden.

Ik zou om te beginnen even kort willen reageren op de kwestie Frontex. Ik wijs er nog eens op dat wij aan een voorstel werken om de verordening tot oprichting van het Frontex-agentschap en zijn werkmethoden te wijzigen. U hebt aangegeven dat u behoefte hebt aan meer transparantie en daar heb ik goede nota van genomen.

Anderzijds gaan wij ook proberen de regels die een coherente toepassing van het Gemeenschapsrecht en het internationale recht in het kader van de Frontex-operaties moeten bevorderen, te verduidelijken.

Wat betreft de Italiaanse problemen kan ik u melden dat wij in juli een brief aan de Italiaanse autoriteiten hebben gestuurd met het verzoek ons alle relevante informatie te doen toekomen over het terugsturen van schepen die in de internationale wateren zijn onderschept. Wij hebben onlangs een reactie van de Italiaanse autoriteiten ontvangen, die momenteel grondig door onze diensten wordt onderzocht.

Ik voeg hier nog aan toe dat de communautaire wetgeving voorschrijft dat de lidstaten grenstoezichtoperaties overeenkomstig het beginsel van non-refoulement moeten uitvoeren. Dit beginsel houdt in dat een staat mensen niet mag terugsturen naar een gebied waar zij het risico lopen te worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Als het om asielzoekers en vluchtelingen gaat, dan mogen zij niet worden teruggestuurd naar een gebied waar hun leven en hun vrijheid gevaar kunnen lopen op grond van hun ras, godsdienst of nationaliteit. Kortom, wij zien erop toe dat deze beschermingsplicht wordt nageleefd.

Tot slot wil ik nogmaals onze wens uitspreken om, samen met de heer Billström, een echte dialoog aan te gaan met enerzijds Libië en anderzijds Turkije. Deze dialoog moet ons in staat stellen om tot de kern van de zaak door te dringen, om samen te werken in het bewaken van de grenzen om illegale migratie te voorkomen, maar ook om te bekijken hoe wij in deze landen aan de Middellandse Zee, met de steun van de Hoge Commissaris voor de vluchtelingen, procedures kunnen opstellen waardoor echte asielzoekers niet langer hun toevlucht hoeven te nemen tot mensensmokkelaars of -handelaars om het Europese vasteland te bereiken en waardoor hun asielverzoek in deze landen behandeld wordt.

Dit is dus een belangrijke dialoog, die dit laatste kwartaal in beslag zal nemen. Ik dank het Zweedse voorzitterschap voor zijn bereidheid om hieraan zo efficiënt te willen meewerken.

Ter afsluiting wil ik nog eens herhalen dat wij behoefte hebben aan een Europese strategie als het gaat om migratiebewegingen. Wij hebben het gevoel dat de lidstaten echt blijk moeten geven van meer solidariteit met elkaar. De lidstaten hebben met dezelfde problemen te maken. Het moet gezegd worden dat illegale immigratie uiteindelijk alle lidstaten aangaat, en niet alleen de lidstaten aan de buitengrenzen.

Ik vind het echt belangrijk dat deze solidariteit tot uitdrukking komt. Wij stellen voor om dit op basis van vrijwilligheid te doen, maar om een echte oplossing voor de problemen te vinden zal het waarschijnlijk nodig zijn deze vrijwillige basis te formaliseren.

Tot zover mijn reactie; ik zal niet langer uitweiden in mijn antwoorden. Ik heb veel notities gemaakt tijdens de verschillende betogen die zijn gehouden.

Tot slot zou ik het Europees Parlement, met enige nadruk, willen verzoeken ons te helpen, met name als het om deze strategie, dit Europese asielbeleid, gaat. Ik wijs er nog eens op – omdat dit ter sprake is gekomen – dat het onze bedoeling was de toepassing van de Overeenkomst van Dublin te verbeteren door een zekere flexibiliteit in te bouwen. Wij hebben de Raad en het Parlement verzocht dit ondersteuningsbureau voor het eind van het jaar in werking te stellen, en daarnaast gaan wij een harmonisatie van de onderzoeksprocedures voorbereiden. Met dit alles sturen wij aan op een echt Europees asielbeleid, dat mijns inziens volledig aansluit op de waarden waarover, in mijn optiek, overeenstemming heerst in Europa. Wij geloven in deze waarden. Dan moeten wij ze omzetten in daden.

Ik wil het Europees Parlement in ieder geval bedanken dat het ons in deze moeilijke taak wil bijstaan.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Elisabetta Gardini (PPE), schriftelijk.(IT) Illegale immigratie is een regelrechte plaag die al jaren voornamelijk de zuidelijke landen van de Europese Unie treft, in het bijzonder Italië, Malta en Spanje. Het is bekend dat de Italiaanse regering van alle lidstaten van de Europese Unie het grootste aantal illegale immigranten opvangt, die hoofdzakelijk afkomstig zijn van het Afrikaanse continent en wanhopig op zoek zijn naar een betere toekomst.

In tegenstelling tot wat is beweerd door vertegenwoordigers van het linkse kamp in Italië, die voor de zoveelste keer onterecht de zetel van het Europees Parlement gebruiken om ongegronde aanvallen te plegen op de Italiaanse regering-Berlusconi, verlenen de centra voor eerste opvang medische zorg, kost en inwoning, alsmede juridische hulp gedurende de hele periode die nodig is om te bepalen of een illegale immigrant op Italiaans grondgebied mag blijven dan wel krachtens internationale overeenkomsten naar eigen land moet worden teruggestuurd.

Er moeten dringend efficiënte communautaire maatregelen worden aangenomen op het gebied van immigratie en asiel. Er kan niet serieus worden gedacht dat Italië alle lasten op zich neemt van een fenomeen dat zich op explosieve wijze zal uitbreiden.

Sommige afgevaardigden hebben het idee geopperd om "quota voor illegale immigranten" vast te stellen. Dat is een goed voorstel, dat echter helaas niet wordt ondersteund door een concrete politieke wil. Onlangs heeft het Zweedse voorzitterschap er namelijk op gewezen dat het moeilijk zal zijn de quota te laten aanvaarden.

 
  
MPphoto
 
 

  Louis Grech (S&D), schriftelijk.(EN) Ik ben blij met dit debat, omdat daarmee de aandacht wordt gevestigd op het gefragmenteerde en onsamenhangende EU-beleid inzake grenscontrole, immigratie en asielzoekers. Het is goed om te horen dat de Raad en de Commissie erkennen dat dit prioritaire kwesties zijn, maar tot dusver hebben we alleen halfhartige maatregelen en geen betekenisvolle resultaten gezien. Op EU-niveau lijkt de politieke wil te ontbreken om voldoende middelen te verschaffen om deze kwesties op een rechtvaardige manier aan te pakken. Voorlopig dragen de lidstaten aan de buitengrenzen van de Unie nog de zwaarste lasten, en hun situatie wordt met de dag erger, omdat het ontbreekt aan middelen en capaciteit. Onlangs hebben we hier enkele goede voorstellen besproken, zoals de herziening van het mandaat van Frontex, een gezamenlijk EU-hervestigingsprogramma voor vluchtelingen, en de oprichting van een Europees ondersteuningsbureau voor asielzaken. Ik vraag de Commissie met klem snel te beginnen met de uitvoering daarvan. We hebben meer oplossingen nodig die op lastenverdeling zijn gebaseerd, want dat is de enige adequate reactie. De Commissie en de Raad moeten meer vastberadenheid tonen in het verschaffen van de noodzakelijke middelen voor Frontex. Wil Frontex onze grenzen effectief kunnen beschermen, dan moet het over eigen materiële middelen beschikken en het hele jaar door actief zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE), schriftelijk.(RO) De toekomstige uitbreiding van het Schengengebied met Roemenië zal ervoor zorgen dat de bescherming van de Roemeense buitengrenzen belangrijker wordt en zal er zodoende ook voor zorgen dat Frontex een grotere rol gaat spelen in Roemenië. Frontex moet een steeds belangrijkere rol gaan spelen in het verbeteren van de controle van en het toezicht op de Roemeense buitengrenzen, die samen meer dan 2 000 kilometer van de buitengrens van de EU vormen, ofwel van de toekomstige buitengrens van het Schengengebied. Vorig jaar heeft Frontex samenwerkingsovereenkomsten getekend met Rusland en de landen in de voormalige Joegoslavische Republiek, evenals met Oekraïne en Moldavië. Dit is een stap in de goede richting voor het beheer van alle grenzen. Een welkome maatregel op dit gebied zou zijn dat de Europese Commissie zou onderzoeken op welke manieren Frontex gebruik kan maken van deze wettelijke basis. De mogelijkheid om samenwerkingsovereenkomsten te ondertekenen met andere derde landen is een andere kwestie die de Commissie nader moet bestuderen. Door zoveel mogelijk van deze overeenkomsten te sluiten, wordt het gemakkelijker om gemeenschappelijke activiteiten effectief te coördineren, wat weer zal bijdragen aan het respect voor mensenrechten en burgerlijke vrijheden en aan de strijd tegen grensoverschrijdende misdaad.

 
  
MPphoto
 
 

  Tiziano Motti (PPE), schriftelijk. (IT) Ik ben het eens met de stelling van Voorzitter Buzek dat immigratie altijd voordelen heeft gehad voor Europa, voor zover hij het heeft over immigratie die reglementair en geïntegreerd verloopt en waarbij de instellingen en de wetten van het land van bestemming worden gerespecteerd. Als sociale vernieuwing en personeelsverloop noodzakelijk zijn en als culturele uitwisselingen een verrijking zijn voor de volkeren, dan is immigratie uitermate waardevol. Onze joods-christelijke wortels stellen ons in staat hen die lijden met naastenliefde en gastvrijheid te bejegenen.

Maar als de illegaliteit noodtoestanden, overlast, misdaad en onveiligheid veroorzaakt, is een concrete strategie voor integratie nodig op een schaal die de landen in demografisch opzicht kunnen dragen. We nemen onszelf in de maling als we denken dat het probleem alleen de landen aan de Middellandse Zee treft: het vrije verkeer van burgers in de EU werkt het vrije verkeer van de vele illegale immigranten die het criminele pad op zijn gegaan onvermijdelijk in de hand. De kwestie is van rechtstreeks belang voor alle landen in Europa, omdat ze in direct verband staat met het probleem van de misdaad en met de veiligheid van een half miljard burgers. Die burgers hebben ons het mandaat gegeven om hen te beschermen door middel van dringende en concrete maatregelen, zowel tegen bestaande problemen als tegen nieuwe problemen waarmee we volgens de vooruitzichten heel snel geconfronteerd zullen worden. De burgers hebben recht op meer dan alleen maar de algemene onverschilligheid van de lidstaten of een handvol waarschuwingen van de Europese Commissie als wijze wetgever.

 
  
  

VOORZITTER: ALEJO VIDAL-QUADRAS
Ondervoorzitter

 

5. Stemmingen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – We gaan nu over tot de stemming.

(Uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)

 

5.1. Overeenkomst EG/Mongolië over bepaalde aspecten van luchtvaartdiensten (A7-0001/2009, Brian Simpson)

5.2. Overeenkomst EG/China inzake zeevervoer (A7-0002/2009, Brian Simpson)

5.3. Beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de EU (A7-0008/2009, Reimer Böge)

5.4. Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (A7-0006/2009, Reimer Böge)

5.5. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 6/2009 (A7-0003/2009, Jutta Haug)

5.6. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2009 (A7-0009/2009, Jutta Haug)

5.7. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2009 (A7-0010/2009, Jutta Haug)
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – Hiermee is de stemming beëindigd.

 

6. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

- Verslag-Simpson (A7-0001/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Als gevolg van de arresten van het Hof van Justitie in de "open sky"-zaken, ging de Commissie ermee akkoord dat de bilaterale overeenkomsten die enkele lidstaten en derde landen waren aangegaan, werden vervangen door communautaire overeenkomsten. De Commissie heeft daarom een overeenkomst gesloten die in de plaats zal komen van de bilaterale overeenkomsten tussen Mongolië en bepaalde EU-lidstaten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Met het oog op de vervanging van een aantal bepalingen in de bilaterale overeenkomsten inzake luchtdiensten die de lidstaten van de Europese Unie eerder met de regering van Mongolië hadden afgesloten, behandelt dit voorstel volgens mij een aantal essentiële zaken op technisch vlak en op het gebied van belastingen op brandstof en prijzen.

Het lijkt me vooral van belang dat de eerbiediging van de communautaire mededingingswetgeving wordt benadrukt, daar een aantal bepalingen in de eerdere bilaterale overeenkomsten duidelijk in strijd waren met de mededingingsregels. Ik steun dan ook het verslag van de heer Simpson, daar het in overeenstemming is met deze algemene richtsnoeren.

 
  
  

- Verslag-Simpson (A7-0002/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Toen Roemenië en Bulgarije toetraden tot de EU werd in hun akte van toetreding bepaald dat een protocol moest worden opgesteld tot wijziging van de Overeenkomst inzake zeevervoer tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de regering van de Volksrepubliek China, anderzijds. Ik stem vóór de sluiting van dat protocol.

 
  
  

- Verslag-Böge (A7-0008/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb gestemd voor het verslag betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de EU voor Frankrijk, daar ik van mening ben dat dit fonds landen helpt een doeltreffend en flexibel antwoord te geven op de gevolgen van natuurrampen. In dit geval gaat het om een storm die in januari dit jaar het zuidwesten van Frankrijk heeft getroffen en grote schade heeft aangericht. Via dit financieel solidariteitsinstrument, dat wordt toegekend voor rampen waarbij de schade zo omvangrijk is dat nationale middelen niet volstaan om een efficiënt antwoord te geven op de crisis, wil men het economisch herstel bevorderen en inspelen op de behoeften van de getroffen lidstaat.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor het verslag van mijn geachte Duitse collega en vriend, de heer Böge, gestemd, waarin het Europees Parlement wordt opgeroepen het voorstel voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de EU goed te keuren. Voorgesteld wordt om een bedrag van ongeveer 109 miljoen euro aan vastleggings- en betalingskredieten in 2009 beschikbaar te stellen om Frankrijk te hulp te komen, dat slachtoffer werd van een ramp veroorzaakt door de storm Klaus, die in januari 2009 31 departementen in het zuidwesten van het land heeft getroffen en een enorme schade heeft veroorzaakt, die geraamd wordt op een totaalbedrag van ongeveer 4 miljard euro. Ik wil van deze gelegenheid gebruikmaken om mijn felicitaties over te brengen aan de heer Lamassoure, de voorzitter van de Begrotingscommissie van ons Parlement, voor de snelheid waarmee hij dit dossier, samen met de diensten van de Europese Commissie, heeft behandeld.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) In januari 2009 werd Zuidwest-Frankrijk getroffen door een storm. Vanwege de ernstige schade die daarbij werd aangericht, kon Frankrijk een beroep doen op het Solidariteitsfonds van de EU en diende het een daartoe strekkende aanvraag in. Ik heb vóór vrijmaking van de gevraagde middelen gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Ik meen dat solidariteit tussen de lidstaten van de Europese Unie en in het bijzonder Europese steun voor de landen die door natuurrampen zijn getroffen, een duidelijk signaal vormen van het feit dat de Europese Unie niet alleen een vrijhandelszone is. Door instrumenten voor speciale hulp als het Solidariteitsfonds van de Europese Unie goed te keuren, bewijst de Gemeenschap waarvan we willen dat ze "in verscheidenheid verenigd" is in staat te zijn verenigd te blijven bij tegenslagen, zelfs onder omstandigheden die veel van mensen en materieel vergen. Daar kan ik alleen maar verheugd over zijn.

Ik hoop dat het Solidariteitsfonds niet te vaak wordt gebruikt, want dat zou betekenen dat Europa niet met veel ernstige noodsituaties te maken krijgt. Het is volgens mij echter wel wenselijk dat de structuur en de beschikbaarheid van middelen voortdurend verbeterd en vaak geëvalueerd worden, zodat het fonds snel en zonder bureaucratische rompslomp het hoofd kan bieden aan eventuele reële noden.

Ik breng de branden in herinnering die mijn land hebben geteisterd, in het bijzonder die van 2003, en ik zie het belang en het nut van mechanismen als dit fonds in. Ik meen dat de bijzonder ernstige situatie waar Frankrijk in januari dit jaar mee te maken heeft gehad de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds rechtvaardigt. Het feit dat in de Begrotingscommissie een overweldigende meerderheid vóór heeft gestemd, vormt een bevestiging van de juistheid van deze maatregel.

 
  
MPphoto
 
 

  Véronique Mathieu (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik ben verheugd over de beschikbaarstelling van middelen uit het Solidariteitsfonds van de EU – waarvan Frankrijk begunstigde zal zijn – om tegemoet te komen aan de schade die is veroorzaakt door de storm van januari 2009, die de Europese en de Franse bosbouwsector zwaar getroffen heeft. De toegekende bedragen zouden in oktober 2009 beschikbaar moeten zijn, dat wil zeggen negen maanden na de storm. Het gaat om een interventie die sneller is dan de gemiddelde interventietermijn van het fonds, die ongeveer een jaar bedraagt vanaf het moment van de ramp tot aan het overmaken van de steun.

Hoewel wij blij mogen zijn met deze vooruitgang, is het nuttig om te blijven vragen om een snellere beschikbaarstelling van het fonds. Met de huidige procedure inzake het beheer van het Solidariteitsfonds is dit niet goed mogelijk. Er is evenwel een voorstel voor een gewijzigde verordening ingediend door de Europese Commissie, dat in mei 2006 door een grote meerderheid van het Parlement gesteund werd. Tot mijn spijt heeft de Raad dit dossier nog niet in behandeling genomen en ik moedig de Raad bij dezen aan om op zeer korte termijn de mogelijkheid van een snellere beschikbaarstelling van het Solidariteitsfonds van de EU te onderzoeken.

 
  
  

- Verslag-Böge (A7-0006/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Pierre Audy (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor het verslag van mijn geachte Duitse collega en vriend, de heer Böge, gestemd, waarin het Europees Parlement wordt opgeroepen het voorstel voor een besluit betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) goed te keuren. Voorgesteld wordt om een bedrag van 4,1 miljoen euro aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar te stellen om de Spaanse en Portugese textielsector (in de regio's Catalonië, Norte en Centro) te hulp te komen. Het is de bedoeling om steun te verlenen aan werknemers die te lijden hebben van de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen en om deze werknemers bij hun herintreding op de arbeidsmarkt te begeleiden. Ik ben het met mijn collega's eens dat de beschikbaarstelling van middelen uit het fonds moet worden bespoedigd en dat de complementariteit met andere bestaande instrumenten, zoals het Europees Sociaal Fonds, moet worden beoordeeld.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het ontwerpbesluit van het Europees Parlement en de Raad gestemd betreffende de beschikbaarstelling van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering waarmee aanvullende steun kan worden gegeven aan de Portugese werknemers die ontslagen zijn in de textielsector en die te lijden hebben onder de gevolgen van de diepgaande structurele veranderingen in de wereldhandel.

De beschikbaarstelling van 832 800 euro uit het fonds heeft tot doel de werknemers te re-integreren op de arbeidsmarkt via op de persoon toegesneden werkplannen die samen met de betrokkenen zijn opgesteld. In die plannen dient er ruimte te zijn voor de ontwikkeling van persoonlijke vaardigheden en strategieën voor de re-integratie op de arbeidsmarkt.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Steun van de EU, met name uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), is een essentieel hulpmiddel voor werklozen die het slachtoffer zijn van bedrijfsverplaatsingen in een gemondialiseerde economie. Portugal heeft de laatste jaren, met name ten gevolge van de mondiale economische crisis, de effecten van de moeizame absorptie en re-integratie van werklozen op de arbeidsmarkt aan den lijve ondervonden.

Talloze bedrijven hebben hun activiteiten verplaatst ten gevolge van de lage arbeidskosten in bijvoorbeeld China en India, met nadelige gevolgen voor de hele nationale economie. De goedkeuring van steunbedragen uit het EFG om deze werknemers te helpen is essentieel om zowel de persoonlijke en de gezinssituatie als de hele nationale economie te verbeteren. Op termijn is het doel van deze buitengewone maatregelen de betrokken werknemers te helpen bij het zoeken naar en het behouden van een nieuwe baan.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Ik stem vóór daar ik meen dat deze steun belangrijk is voor de Portugese werknemers. Ik ben evenwel van mening dat de Portugese aanvraag niet erg ambitieus was. De Portugese regering heeft namelijk aan het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) 833 euro gevraagd voor elke ontslagen werknemer in de textielsector, terwijl Spanje voor elke werknemer 3006 euro heeft gevraagd.

Verder wekt het enige verbazing dat in een periode van economische crisis en stijgende werkloosheid, die de gevolgen van de mondialisering voelbaar maken, de lidstaten weinig aanvragen indienen bij het EFG. Het EFG heeft voor dit jaar de beschikking over 500 miljoen euro voor alle lidstaten bij elkaar, terwijl er tot nu toe slechts ongeveer 60 miljoen van is gebruikt.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. − (PT) Wij hebben voor dit verslag gestemd, daar het Europees Parlement hiermee het groene licht geeft voor een bedrag van 832 800 euro ten gunste van Portugal teneinde de ontslagen arbeiders in de textiel in de regio's Norte en Centro te helpen. Het gaat echter om een gering bedrag dat niet meer is dan een lapmiddel gezien de ernstige werkloosheid in Portugal, met name in de genoemde regio's.

Zoals bekend heeft Portugal dit bedrag in januari dit jaar bij de Europese Commissie aangevraagd. De aanvraag betrof 1 588 ontslagen in de periode van februari tot november 2008 in 49 textielbedrijven in de regio's Norte en Centro.

Tegelijkertijd is er ook een bedrag van 3 306 750 euro goedgekeurd als steun voor 1 720 ontslagen werknemers in 30 textielbedrijven in de Spaanse regio Catalonië.

Er zou daarentegen beleid nodig zijn om de productie te steunen, met name in de textielsector, om te voorkomen dat nog meer bedrijven hun poorten sluiten en werknemers ontslagen worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Hoewel ik het eens ben met het basisprincipe, vind ik dat de ernst van de crisis vraagt om voorzieningen van een heel ander kaliber, met name om kleine en middelgrote ondernemingen toegang te geven tot kredieten en om over kredieten te beschikken die gunstig zijn voor de werkgelegenheid, territoriale ontwikkeling en de ontwikkeling van menselijke capaciteiten.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) De aanvragen van Spanje en Portugal om steun uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EGF) maken eens te meer duidelijk wat de gevolgen van de globalisering zijn. In de landen van Zuidoost-Azië, vooral in de speciale economische zones waar mensen worden uitgebuit en, verstoken van sociale minimumnormen, hun arbeid moeten verrichten wordt textiel tegen bodemprijzen vervaardigd om vervolgens in Europa op de markt te worden gedumpt.

Onze Europese ondernemingen hebben het nakijken; zij staan immers voor hogere kosten omdat zij de sociale rechten van werknemers die in de voorbije decennia zijn ontstaan en verworven wél eerbiedigen. Hier moet onmiddellijk wat aan gedaan worden. De invoer in de EU van producten die niet met inachtneming van bepaalde sociale minimumnormen zijn vervaardigd, moet zo spoedig mogelijk worden verboden. Voor het zover is, kan de schade in de betreffende landen als gevolg van de globalisering worden verzacht. Ik heb daarom zonder voorbehoud voor de beschikbaarstelling van de steunmiddelen uit dit fonds gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) is gestoeld op de solidariteit van het Europees project en brengt dat project dichter bij de burger door de werknemers die het zwaarst getroffen zijn door de mondialisering te hulp te schieten. Het vormt ook een erkenning van de welbekende negatieve effecten van de mondialisering in de Europese industrieregio's. De Portugese regio's Norte en Centro, waar de economie gebaseerd was op traditionele sectoren als de textielindustrie, hebben zich sinds het begin van de jaren negentig gemoderniseerd in een poging zich aan te passen aan de uiterst snelle toename van de concurrentie.

De textielindustrie zorgt in deze regio's voor ongeveer 15 procent van de werkgelegenheid en bijna 98 procent van de werkloosheid in deze branche op nationaal niveau is geconcentreerd in deze twee regio's. De achteruitgang van de economie heeft deze en andere regio's, met name ultraperifere regio's als Madeira, waar toerisme een belangrijke rol speelt, geschaad met zorgwekkende gevolgen voor de sociale cohesie, vooral vanwege de stijgende werkloosheid. Daarom steun ik de beschikbaarstelling van 832 800 euro uit het EFG in verband met het ontslag van 1 588 werknemers in de textielindustrie in de regio's Norte en Centro. Dat bedrag dient op verstandige wijze te worden gebruikt voor de omscholing van deze werknemers en hun snelle en duurzame re-integratie op de arbeidsmarkt.

 
  
  

- Verslag-Haug (A7-0003/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Dit betreft de herziening van de traditionele eigen middelen, de btw en het bni, en voorziet in aanpassingen op basis van meer recente economische prognoses. Het voorstel is buitengewoon technisch, dus beperk ik mij tot de eenvoudige verklaring dat ik vóór heb gestemd.

 
  
  

- Verslag-Haug (A7-0009/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) In januari 2009 werd Zuidwest-Frankrijk getroffen door een storm. Vanwege de ernstige schade die daarbij werd aangericht, kon Frankrijk een beroep doen op het Solidariteitsfonds van de EU. Ik sluit me aan bij het voorstel van de rapporteur om het voorgestelde ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2009 goed te keuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Patrick Le Hyaric (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Ik vind het onaanvaardbaar om de vastleggingskredieten ter bevordering van de vaccinatie tegen blauwtong en de vastleggingskredieten voor Europol en Eurojust binnen een en dezelfde stemming te combineren. Ik ben vóór de kredieten om blauwtong uit te roeien, maar tegen de kredieten voor Europol en Eurojust.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Frankrijk werd in januari 2009 door zwaar noodweer getroffen. De storm Klaus richtte verwoestende schade aan, met name aan de infrastructuur. Doel van het Solidariteitsfonds is om schade die door de overheid moet worden gedragen gedeeltelijk te vergoeden. Aan alle voorwaarden is in het onderhavige geval voldaan. Niet alleen daarom, maar vooral ook vanwege grensoverschrijdende solidariteit met de Franse burgers die door de storm Klaus zijn getroffen en deels nog kampen met de naweeën ervan, heb ik voor het ontwerp van gewijzigde begroting gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Rochefort (ALDE), schriftelijk. – (FR) Het verheugt mij dat het verslag van onze collega, mevrouw Haug, waaraan ik mijn volledige steun heb gegeven, vandaag is aangenomen. Met deze stemming maken wij het mogelijk dat het Solidariteitsfonds van de EU voor de tweede keer dit jaar wordt ingezet. Nadat de Europese Unie eerder Roemenië te hulp was gekomen, toont zij nu namelijk haar solidariteit met de Franse bevolking, die in januari 2009 zwaar getroffen werd door de verwoestende en bijzonder hevige storm Klaus, die gekwalificeerd is als "grote natuurramp" en als zodanig binnen het belangrijkste toepassingsgebied van het Solidariteitsfonds valt. In totaal is op deze manier meer dan 120 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Zoals u weet, is deze steun hard nodig voor de departementen in het zuidwesten van mijn land, die aanzienlijke schade hebben geleden. Ik wil mijn collega's graag bedanken, omdat ze voor dit verslag hebben gestemd. Nu is het uiteraard zaak om ervoor te zorgen dat de Franse regering de lokale overheden eerlijk bij dit proces betrekt, en dat deze overheden niet benadeeld worden bij de verdeling van dit bedrag. Het zou namelijk onaanvaardbaar zijn als alleen de particuliere sector hiervan zou profiteren.

 
  
  

- Verslag-Haug (A7-0010/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  John Stuart Agnew, John Bufton en David Campbell Bannerman (EFD), schriftelijk. (EN) Wij zijn ons bewust van de zeer reële behoefte aan een vaccin tegen blauwtong, in het bijzonder voor rundveehouders en schapenboeren in het zuiden en oosten van Engeland, die door de massale vaccinatie op hun bedrijven een muur tegen blauwtong hebben opgeworpen waarvan hun collegaboeren in het noorden en westen profiteren. We kunnen niet vóór EU-financiering van dit vaccin stemmen als we niet tegelijkertijd ook voor meer financiële middelen voor Eurojust en Europol stemmen. Deze twee agentschappen opereren buiten de grenzen van de Britse wet en vergroten de bevoegdheid van de staat ten koste van de vrijheid van het individu. Het is verachtelijk dat de EU zulke bepalingen in dit soort verslagen probeert weg te moffelen en dan van de leden van het Parlement verlangt dat ze die verslagen niet in onderdelen maar in zijn geheel in stemming brengen. We zouden niet in gemoede voor een dergelijk verslag kunnen stemmen. Vandaar onze onthouding.

 
  
MPphoto
 
 

  David Casa (PPE), schriftelijk. (EN) Dit verslag betreft wijzigingen in de begroting strekkende tot nieuwe vastleggingen voor een totaalbedrag van 51 640 000 euro. Deze middelen gaan naar de bestrijding van blauwtong, de bouw van een hogefluxreactor, Europol en OLAF. Ik heb gestemd conform het advies van de rapporteur.

 
  
MPphoto
 
 

  Derek Roland Clark (EFD), schriftelijk. (EN) Ik ben me bewust van de zeer reële behoefte aan een vaccin tegen blauwtong en betreur dat de Britse regering weigert de boerenbevolking bij deze zeer belangrijke kwestie te helpen. Dit verslag bevat zinvolle bepalingen met betrekking tot deze situatie, maar het bevat ook bepalingen die totaal niet zijn gerelateerd aan het boerenbedrijf en voor het Verenigd Koninkrijk rampzalige volgen zouden hebben. Dan denk ik met name aan de oproep tot het financieren van Eurojust en Europol, agentschappen die buiten de grenzen van de Britse wet opereren.

Het is verachtelijk dat de EU zulke bepalingen in dit soort verslagen probeert weg te moffelen en dan van de leden van het Parlement verlangt dat ze die verslagen niet in onderdelen maar in zijn geheel in stemming brengen. Ik zou niet in gemoede voor een dergelijk verslag kunnen stemmen. Vandaar mijn onthouding.

 
  
MPphoto
 
 

  Nigel Farage (EFD), schriftelijk. (EN) Ik ben me bewust van de zeer reële behoefte aan een vaccin tegen blauwtong en stel vast dat de Britse regering zich niet behulpzaam opstelt ten aanzien van deze zeer belangrijke kwestie. Dit verslag bevat zinvolle bepalingen met betrekking tot deze situatie, maar het bevat ook bepalingen die totaal niet zijn gerelateerd aan het boerenbedrijf en voor het Verenigd Koninkrijk rampzalige volgen zouden hebben.

Dan denk ik met name aan de oproep tot het financieren van Eurojust en Europol, agentschappen die buiten de grenzen van de Britse wet opereren. Het is verachtelijk dat de EU zulke bepalingen in dit soort verslagen probeert weg te moffelen en dan van de leden van het Parlement verlangt dat ze die verslagen niet in onderdelen maar in zijn geheel in stemming brengen. Ik zou niet in gemoede voor een dergelijk verslag kunnen stemmen. Vandaar mijn onthouding.

 
  
MPphoto
 
 

  Mairead McGuinness (PPE), schriftelijk. (EN) De leden van de PPE-Fractie die lid zijn van de Ierse partij Fine Gael hebben vóór het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2009 gestemd. Wij merken op dat we hiermee ook hebben gestemd voor de invoering van een begrotingspost om aanvullende financiële middelen te verschaffen voor de hogefluxreactor in Petten, Nederland. Deze faciliteit werd aanvankelijk gebouwd voor onderzoek naar materialen die in kern- en fusiereactoren worden gebruikt, maar is intussen een onmisbare faciliteit geworden voor de productie van radio-isotopen voor de medische sector: de reactor voorziet in 60 procent van de Europese vraag hiernaar. In het verslag spreekt de rapporteur zich ook uit voor meer begrotingsmiddelen voor uitroeiing van blauwtong en voor Europese politiecontrole en fraudebestrijding. Alles bij elkaar genomen en gezien het karakter van de hogefluxreactor en de mix van begrotingsposten die aan de orde komen, heeft de delegatie van Fine Gael vóór het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2009 gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Kyriacos Triantaphyllides (GUE/NGL), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór bovengenoemd verslag gestemd, dat onder meer voorziet in een verhoging van de vastleggingskredieten voor programma's voor de uitroeiing en de bewaking van dierziekten en voor de bewaking van de lichamelijke toestand van dieren met een volksgezondheidsrisico, die veroorzaakt is door een externe factor.

Tegelijkertijd wil ik nadrukkelijk kenbaar maken dat ik het niet eens ben met de andere punten die in dit verslag aan de orde worden gesteld en daarin ten onrechte zijn opgenomen:

– de invoering van begrotingspost 10 04 04 02 (Exploitatie van de hogefluxreactor (HFR));

– de invoering van begrotingspost 18 05 02 03 (Europese Politiedienst);

– verhoging van de communautaire steun aan Eurojust;

– wijzigingen in de personeelsformatie van OLAF, zonder aanvullende financiële bepalingen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Het verslag over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 8/2009 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2009 bevat een aantal tegenstrijdige punten. Het richt zich op de verhoging van de middelen om blauwtong bij schapen uit te roeien, op de verlenging van een onderzoeksprogramma betreffende de exploitatie van een kernreactor in Nederland, op de Europol- en Eurojust-programma's, en op OLAF.

Door tegen dit ontwerpverslag te stemmen, heb ik natuurlijk geen stelling willen nemen tegen voorzieningen die van essentieel belang zijn voor schapenfokkers.

Ik wilde stelling nemen tegen het altijd maar aanhoudende gebruik van kernenergie.

Ik wilde bovenal opnieuw mijn engagement uitspreken tegen de opbouw van een inefficiënt, uitsluitend op veiligheid gericht "Fort Europa", dat de veiligheid van onze medeburgers via de begrotingen van Europol en Eurojust wil waarborgen.

Dit beleid, dat in naam van de strijd tegen onveiligheid en terrorisme steeds meer afbreuk doet aan de fundamentele vrijheden en rechten van onze medeburgers, moet worden ingetoomd. Daarnaast moeten de mandaten van de verschillende communautaire agentschappen en organen die bij dit beleid betrokken zijn, worden herzien en opnieuw gedefinieerd.

 

7. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
  

(De vergadering wordt om 11.20 uur onderbroken en om 11.35 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 

8. Openingstoespraak van de Voorzitter van het Europees Parlement
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter.(EN) Voorzitters van het Europees Parlement, ministers, voorzitters en vertegenwoordigers van de Europese instellingen, dames en heren, en vooral lieve vrienden.

Ik ben hier vandaag om u toe te spreken als de dertiende Voorzitter van het rechtstreeks gekozen Europees Parlement. Ik ben verheugd te zien dat er zich vandaag onder ons een aantal voormalige Voorzitters bevinden: de heer Emilio Colombo, de heer Enrique Barón Crespo, de heer Egon Klepsch, de heer Klaus Hänsch, de heer José María Gil-Robles, mevrouw Nicole Fontaine, de heer Pat Cox en de heer Hans-Gert Pöttering.

(Applaus)

Uw aanwezigheid is een waar voorrecht voor ons allen.

Zoals velen van u hebben gezegd, heeft mijn verkiezing ook een symbolische waarde – ze staat symbool voor de droom van een verenigd continent die gekoesterd wordt door burgers in ons deel van Europa, een droom die nu is uitgekomen.

Waarde collega's uit Estland, Letland, Litouwen, Slowakije, Tsjechië, Hongarije, Slovenië, Roemenië, Bulgarije, Cyprus en Malta, ik ken en begrijp de zorgen, behoeften en verwachtingen van degenen die onlangs lid zijn geworden van de Unie. Ik ben me ervan bewust, omdat ze in mijn land ook bestaan. We dragen nu echter wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de toekomst van ons continent. De verdeling tussen het oude en nieuwe Europa is niet meer. Dit is ons Europa! We willen een modern en sterk Europa. En we willen dat onze burgers het ook zo zien. Dit vereist energie en hard werk. Het is een doel waar generaties Europeanen van hebben gedroomd en dat de zware inspanning die nodig is om het te bereiken waard is. Ik ben bereid om eraan te werken en die inspanning te leveren, want die dromen waren ook mijn dromen.

(Applaus)

Dames en heren, aan het begin van deze nieuwe zittingsperiode staan Europa en onszelf – de vertegenwoordigers – veel uitdagingen te wachten. We moeten voor deze uitdagingen niet weglopen. We moeten in ons streven naar een beter Europa niet vergeten dat het Europees Parlement een speciale rol speelt, een rol die niet alleen institutioneel van aard is, maar ook maatschappelijk; een zeer symbolische rol. Het Europees Parlement vormt de spil van het Europese democratische stelsel. Het vormt de basis voor de duurzaamheid en stabiliteit van het systeem, het is de hoeder van de idealen en waarden die niet alleen in onze besluiten en hun resultaten tot uiting komen, maar ook in onze debatten. Het Europees Parlement heeft echter nog een taak te vervullen – de taak om een visie van een nieuw Europa te creëren, een visie die verder gaat dan het heden, voorbij het Europa van vandaag naar het Europa van morgen. Om deze visie samen tot stand te brengen hebben we niet alleen fantasie, kennis en wijsheid nodig, maar vooral moed.

Hannah Arendt, een Duitse filosofe van Joodse afkomst, heeft eens gezegd dat politiek het enige maatschappelijke terrein is, op religie na, waar wonderen kunnen gebeuren. Het was precies twintig jaar geleden dat wij in Europa getuige waren van zo'n wonder en daarom geloven we in de kracht van moed, verbeelding en wijsheid. Ik denk dat iedereen hier vandaag diezelfde overtuiging deelt.

(Applaus)

Ik zie de uitdagingen die ons te wachten staan met optimisme tegemoet. Voor mij zijn de belangrijkste uitdagingen die voor ons liggen: in de eerste plaats, de economische crisis en de Europese solidariteit, in de tweede plaats energie en het milieu, in de derde plaats buitenlands beleid, in de vierde plaats mensenrechten en ons waardesysteem en in de vijfde plaats ons Parlement en hoe we het moeten hervormen.

Het pijnlijkste en moeilijkste vraagstuk dat voor ons ligt is de economische crisis. We moeten haar te boven komen en zullen dat ook doen. Europa nam het voortouw door aan de G8- en de G20-top oplossingen voor te stellen, oplossingen die de wereld kunnen helpen om zijn economie op orde te brengen, terwijl ons sociaal model gehandhaafd blijft. In het licht van de globalisering moet Europa met één stem spreken.

In deze tijd van crisis moeten we ons meer dan ooit richten op economische groei en de bestrijding van de werkloosheid. We moeten de ideeën van de Lissabonstrategie weer nieuw leven inblazen en proberen te investeren in nieuwe technologieën, innovatie, onderwijs en menselijke hulpbronnen. De Gemeenschapsbegroting speelt een belangrijke rol in het zorgen voor duidelijke prioriteiten en procedures voor Europese onderzoeksprogramma's.

Onder het nieuwe Verdrag zullen het Parlement en de Raad gelijke begrotingsbevoegdheden genieten. De medebeslissingsprocedure zal landbouw, visserij, buitenlandse handel en justitie en binnenlandse zaken omvatten. Daarnaast krijgen we tevens gelijke verantwoordelijkheden op het gebied van landbouwuitgaven.

We moeten ons hoeden voor de verleiding van het protectionisme en de renationalisering van gemeenschappelijk beleid. Het cohesiebeleid moet in de volgende communautaire begroting een prioriteit blijven als we volledige integratie van ons herenigd continent willen bereiken. De gemeenschappelijke markt is ons grootste succes. We moeten deze beschermen en versterken om ervoor te zorgen dat Europa concurrerend blijft. Dit houdt in dat de Europese integratie moet worden versterkt, niet verzwakt. Laten we de moed hebben te handelen naar onze overtuigingen.

Als we de Gemeenschap die we opbouwen opnieuw kracht willen geven, haar willen begrijpen en er willen wonen, zijn twee zaken van essentieel belang: solidariteit en sociale samenhang. Er kan geen ware gemeenschap zijn zonder de zorg voor iedereen, met name de meest kwetsbaren – de werklozen, de laag opgeleiden, inwoners van afgelegen gebieden. Het bestrijden van de werkloosheid is het voornaamste doel van het Zweedse voorzitterschap. We zullen het krachtdadig helpen met die taak.

Achter het IJzeren Gordijn was de strijdkreet op straat eens: "Geen vrijheid zonder solidariteit". Nu kunnen we het volgende zeggen: "Zonder solidariteit geen gemeenschap". En ook geen modern en sterk Europa.

(Applaus)

We kunnen de economische crisis niet te boven komen zonder gebruik te maken van het enorme intellectuele, economische en creatieve potentieel van vrouwen.

De demografische crisis vereist een versterking van het gezin en de vruchtbaarheid. We moeten er ook voor zorgen dat vrouwen hun carrière niet hoeven op te geven voor hun gezin en de opvoeding van kinderen.

(Applaus)

Om de demografische crisis te boven te komen, en tegelijkertijd vast te houden aan onze democratische beginselen, moeten we ook een open gemeenschap zijn. Immigratie is Europa altijd ten goede gekomen. We moeten met oplossingen komen die ons in staat stellen om immigranten uit te nodigen en de voorwaarden voor hun integratie te creëren, maar moeten ook van ze verwachten open te staan voor deze integratie.

We hebben te maken met een energiecrisis. Misschien dat niet alle Europeanen iets van geopolitiek begrijpen, maar ze begrijpen het heel goed als hun verwarming het niet doet. We moeten onze energiebronnen blijven diversifiëren en de investeringen in hernieuwbare energiebronnen en fossiele brandstoffen opvoeren. We kunnen kernenergie gebruiken, maar dat is aan de lidstaten om te bepalen.

We moeten het externe pijpleidingnet uitbreiden om niet afhankelijk te zijn van één bepaald land. We moeten de verbindingen tussen ons gas- en elektriciteitsnet vergroten. We moeten ook rekening houden met de mogelijkheid van gezamenlijk gas kopen, om zo een echte Europese energiemarkt te verwezenlijken die gestoeld is op solidariteit. Ik ben van mening dat voor de Unie de tijd is gekomen om een echt gemeenschappelijk energiebeleid te hebben en ik zal ernaar streven om dat te bereiken.

(Applaus)

Energie heeft ook geleid tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1951, het begin van het ontstaan van onze Gemeenschap. Destijds zei Robert Schuman: "De solidariteit van de productie welke aldus tot stand zal komen, zal tot gevolg hebben, dat een oorlog … niet alleen ondenkbaar doch ook materieel onmogelijk wordt." Dit was het oorspronkelijke idee achter die Gemeenschap. In ons energiebeleid moet rekening worden gehouden met de milieugevaren die samenhangen met de klimaatverandering. We hebben een groene revolutie nodig en moeten onze eigen uitspattingen in bedwang houden.

Het Europees Parlement leidt het debat over dit onderwerp. Samen met velen van u ben ik lid geweest van de Tijdelijke Commissie klimaatverandering. U kent mijn standpunten en u weet dat ik met u ga samenwerken om in Kopenhagen tot een compromis te komen.

Het Parlement is een belangrijke speler op het internationale toneel. Dit is wat onze burgers van ons verwachten. Europa moet meer aanwezig zijn, niet alleen binnen de grenzen van de Europese Unie, maar ook wereldwijd. Het ontwikkelen van een coherent en doelmatig buitenlands beleid, met inbegrip van een visie van de wereldorde, moet een van de belangrijke uitdagingen vormen gedurende deze zittingsperiode.

Jean Monnet heeft eens gezegd dat iedereen ambitie heeft. De vraag is of je die ambitie gebruikt om iemand te worden of om echt iets te bereiken. Ik hoop dat we tijdens deze zittingsperiode de ambitie zullen hebben om iets te bereiken.

Wat zijn daarom de belangrijkste doelstellingen? Allereerst, een actief beleid naar de buurlanden van de Europese Unie in het zuiden en oosten. Met deze gedachte moeten we ons werk in de Europees-mediterrane parlementaire vergadering voortzetten en actie ondernemen binnen het kader van de Vergadering Euronest.

In de tweede plaats moeten we democratie en modellen van goed bestuur promoten. We moeten de interparlementaire vergaderingen en onze delegaties gebruiken om parlementaire conferenties te houden vóór de bilaterale conferenties van de Unie. Dit is belangrijk, want het Europees Parlement zal betrokken zijn bij besluiten over een groter aantal beleidstukken. Een goed voorbeeld van een dergelijke samenwerking vormt Eurolat.

In de derde plaats wordt het tijd dat we een echt trans-Atlantisch parlementair partnerschap krijgen om samen een nieuw kader voor de wereldorde te ontwikkelen. Ik zal ernaar streven om op alle niveaus de betrekkingen met het Congres van de Verenigde Staten te intensiveren.

In de vierde plaats moeten we aan ons strategisch partnerschap met Rusland werken, en daarbij niet vergeten dat, net als bij onze betrekkingen met China, economische en politieke overwegingen niet zwaarder mogen wegen dan mensenrechten, de rechtsstaat en democratie.

(Applaus)

Als Voorzitter van dit Parlement zal ik me volledig richten op het aangaan van de dialoog met onze Russische partners, met name in het kader van de nieuwe strategie voor het Baltische Zeegebied.

In de vijfde plaats moeten we onze banden met India en andere opkomende mogendheden, zoals Brazilië en Zuid-Afrika, aanhalen. India moet zowel een economische als een politieke partner zijn.

In de zesde plaats blijft het Midden-Oosten vooralsnog de sleutel tot mondiale stabiliteit. Europa moet in deze regio een actieve rol spelen.

In de zevende plaats is uitbreiding een van onze meest succesrijke politieke strategieën geweest. Heeft iemand van onze Europese voorvaders ooit zo'n lange periode van vrede en voorspoed gekend zoals wij nu? Op dit moment lijken Kroatië en IJsland de landen te zijn die de meeste kans maken op toetreding.

In de achtste plaats is de Europese Unie 's werelds grootste schenker van ontwikkelingshulp. We moeten onderzoeken wat onze positie is ten opzichte van huidige en potentiële begunstigden en onze verplichtingen jegens hen onder de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling niet vergeten. We kunnen onze deuren sluiten voor enkelen die hiernaartoe willen komen, maar laten we niet onze harten sluiten en er alles aan doen om het leven in hun thuislanden dichter bij de Europese standaard te brengen.

In de negende plaats moeten we de missies van de Unie onder het Europees veiligheids- en defensiebeleid versterken. Er zijn in de afgelopen zes jaar 22 van zulke missies geweest en deze zouden een duidelijk mandaat moeten hebben alsook over de nodige middelen moeten beschikken om doeltreffend te zijn. Het Europees Parlement wil zorgen voor strengere controles en toezicht op deze missies. De ruimere begrotingsbevoegdheden waarover het Parlement onder het Verdrag van Lissabon zal beschikken, zou ons meer flexibiliteit kunnen geven ten aanzien van de toewijzing van middelen aan de belangrijkste missies die we steunen.

De tenuitvoerlegging van het nieuwe Verdrag moet in de nabije toekomst onze prioriteit hebben. Ik zal me inzetten om het Parlement voor te bereiden op een functioneren in overeenstemming met de nieuwe bepalingen, zodra het Verdrag van kracht wordt. Echter, ook los van het Verdrag vinden we dat er iets moet veranderen. We voelen de noodzaak van een meer dynamische parlementaire dimensie binnen onze instelling.

Als Voorzitter van het Parlement wil ik voortbouwen op het essentiële werk met betrekking tot parlementaire hervorming waar mijn voorgangers de afgelopen jaren mee van start zijn gegaan. Ik zal er alles aan doen om binnen ons Parlement meer ruimte te creëren voor creatieve politieke debatten.

(Applaus)

Ik ben groot voorstander van een intensiever gebruik van het "catch the eye"-systeem voor sprekers, om onze plenaire debatten te verlevendigen, en er zal van dit systeem gebruik worden gemaakt na mijn toespraak. Dit is bijzonder belangrijk voor de waarborg van minderheidsrechten.

De belangrijkste ontbrekende schakel in het hervormingsproces is het verbeteren van de relaties met de andere instellingen van de Europese Unie – de Commissie en de Raad. Ik zal een belangrijk deel van mijn ambtstermijn hieraan wijden.

Als Voorzitter zal ik een nieuw model ontwikkelen voor het partnerschap met de Commissie om de parlementaire controle op de uitvoerende macht te versterken en de uitvoerende tak meer verantwoording te laten afleggen aan dit Parlement, zoals is voorgeschreven in het Verdrag van Lissabon.

In juli heb ik de voorzitter van de Commissie uitgenodigd om deel te nemen aan een vragenuur dat maandelijks in het Parlement zou worden gehouden, waarbij Parlementsleden de kans zouden krijgen om vragen te stellen vanuit de zaal. Ik stel voor om deze praktijk zo snel mogelijk in te voeren.

(Applaus)

Twee weken geleden heeft voorzitter Barroso ons zijn "politieke richtsnoeren" voor een tweede termijn gestuurd. Dit is een belangrijke vernieuwing, die erop duidt dat het feit dat het Europees Parlement de voorzitter van de Commissie kiest, wordt aanvaard. Dit stelt me zeer tevreden.

Ik heb de parlementaire commissies tevens aangemoedigd om wetgeving die nog op stapel staat te onderzoeken en te bepalen of de nieuwe Commissie van plan is om haar wetgevingsvoorstellen in te trekken, te wijzigen of te behouden. Ik spoor de commissies ook aan om serieuze discussies te voeren over een toekomstige politieke strategie om ervoor te zorgen dat de hoorzittingen van de kandidaat-commissarissen gebaseerd zijn op een uitvoerig wetgevingsprogramma en niet alleen op een beoordeling van hun cv's en beroepservaring.

We moeten de betrekkingen met de Raad van ministers intensiveren. Willen deze betrekkingen geloofwaardig zijn, dan moeten ze een weerspiegeling vormen van het feit dat het Parlement in de Europese Unie van vandaag een ware medewetgever is.

We moeten ook samen aan de institutionele vraagstukken werken die voortkomen uit het Verdrag van Lissabon. Deze gaan over de uitbreiding van de medebeslissingsprocedure, de nieuwe comitologie, de benoeming van de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger en de vicevoorzitter van de Commissie, de democratische controle op de nieuwe dienst voor extern optreden en de vraag hoe om te gaan met het dubbele voorzitterschap van de Raad tijdens de plenaire vergaderingen.

Onze betrekkingen met de 27 nationale parlementen van de Europese Unie moeten zich in dezelfde geest ontwikkelen. In de afgelopen jaren is de samenwerking steeds sterker geworden en het Verdrag van Lissabon zal deze contacten alleen maar intensiveren en hun rol bij het opstellen van burgervriendelijke wetgeving versterken. Een mooi voorbeeld van deze samenwerking tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen is het programma van Stockholm, dat zich richt op rechtvaardigheid en openbare veiligheid.

Ik wil verder gaan met de hervorming van de wijze waarop de menselijke hulpbronnen en de uitgaven van het Parlement worden aangewend, zodat deze rechtstreeks op onze programma's worden gericht.

De rijkdom en kracht van onze instelling komen ook voort uit onze verschillen – de verschillende nationaliteiten, de verschillende denkwijzen en de verschillende talen. Daarom moeten Parlementsleden in hun moedertaal kunnen spreken als ze dat wensen, zodat ze hun kiezers op een behoorlijke manier kunnen vertegenwoordigen.

We mogen nooit vergeten dat het bij de Unie niet alleen gaat om uitdagingen van de toekomst en een visie van steeds toenemende welvaart en stabiliteit. Het gaat bovenal over mensenrechten.

Ik heb met enige zorg vernomen van de gespannen verhoudingen tussen Slowakije en Hongarije over nationale minderheden. Dit blijft een groot probleem en ik zou graag willen helpen om dit conflict op te lossen in overeenstemming met de waarden waarin we standvastig geloven en die de overtuigingen van ons Parlement weerspiegelen.

(Levendig applaus)

Een goed voorbeeld van hoe we deze waarden weten te handhaven vormt de Sacharovprijs die wordt toegekend aan mensenrechtenverdedigers, die inmiddels de basis vormen van een "Sacharovnetwerk", iets wat ik verder wil gaan ontwikkelen. Ook wil ik graag verder gaan met het project voor een Huis van de Europese geschiedenis, dat in gang is gezet door mijn voorganger, die vandaag hier aanwezig is en die nog steeds lid is van het Europees Parlement, waar we erg blij om zijn.

Ik zou ook iedereen in dit Parlement er weer aan willen herinneren dat de Unie een gemeenschap is van waarden en idealen. Dit is de fundering waarop ze is gegrondvest.

Ik ben vastbesloten om maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat alle commissies en delegaties toegang hebben tot satelliettelevisie en het internet. We moeten de manier waarop de Europese verkiezingen worden georganiseerd goed onder de loep nemen. We moeten bijvoorbeeld aandringen op het gebruik van nieuwe technologieën tijdens de verkiezingen om de opkomst te verbeteren. Het wordt ook tijd om een debat te houden over de Europese politieke partijen. De burgers moeten weten waar ze op stemmen – niet alleen in hun eigen land, maar ook op Europees niveau.

Ik hecht groot belang aan de samenwerking met de Conferentie van voorzitters. We zullen gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor het werk van dit Parlement, samen met de veertien ondervoorzitters, die ik wil bedanken voor al hun steunbetuigingen. Ook waardeer ik de getoonde betrokkenheid van de voorzitters van onze parlementaire commissies. Ik zou graag zien dat de voorzitters van de permanente interparlementaire delegaties aanzienlijke invloed zouden kunnen uitoefenen op het buitenlands beleid van de Unie. Zaken met betrekking tot de begroting van het Parlement zullen worden behandeld met de steun van de quaestoren. Waar ik echter vooral op reken, geachte collega's, is jullie medewerking.

Als Voorzitter van het Europees Parlement weet ik dat het mijn verantwoordelijkheid is om te zorgen voor goede arbeidsomstandigheden, maar ik verzoek u allen dringend deze last met mij te delen.

Voor de meesten van ons betekent het Verdrag van Lissabon een langverwachte institutionele oplossing. Het zal het vermogen van de Unie om bestaande problemen op te lossen vergroten en de Europese instellingen dichterbij de burger brengen.

Wijlen Bronisław Geremek, naar wie we de centrale binnenplaats van het Parlement in Straatsburg hebben vernoemd, vergeleek de Europese integratie graag met fietsen: je moet blijven trappen om je evenwicht te behouden en om de juiste richting op te gaan. Dit illustreert exact waarom het voor ons zo essentieel is dat het Verdrag van Lissabon geratificeerd wordt.

(Applaus)

Minder dan een week geleden woonde ik in het Poolse parlement het 20-jarige jubileum bij van de oprichting van de eerste niet-communistische regering in ons deel van Europa, onder leiding van Tadeusz Mazowiecki. Het was een bijzonder ontroerend jubileum, omdat die eerste niet-communistische regering het begin inluidde van de ineenstorting van het totalitaire systeem in andere landen in Centraal-Europa. Deze eerste breuk maakte het mogelijk om de muur af te breken die Europa in tweeën splitste.

Ik spreek u vandaag toe in Straatsburg, de hoofdstad van een gebied dat in veel opzichten herinnert aan mijn eigen regio, Silezië, een grensgebied waarvan de inwoners regelmatig hun nationaliteit moesten veranderen zonder dat ze überhaupt verhuisden.

Als Voorzitter van het Parlement deze komende jaren, beloof ik plechtig dat ik u zal dienen als uw ambassadeur en de boodschap van een herenigd continent zal brengen aan de burgers van Europa en de wereld.

Laten we de handen ineenslaan om echte en praktische oplossingen te vinden voor de enorme uitdagingen die Europa en de wereld nu te wachten staan. Laten we werken aan het uitkomen van onze dromen. En laten we deze taak volbrengen met enthousiasme, wijsheid en moed.

Want dit is ons Europa. Een modern Europa. Een sterk Europa.

(Het Parlement geeft de spreker een staande ovatie)

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, voorzitters van de Europese instellingen, mijnheer Buzek, mijn fractie staat volledig achter uw programma voor het Parlement en achter uw Voorzitterschap van het Parlement gedurende de komende vijf jaar.

Als er één rol is, één missie die het Europees Parlement de komende vijf jaar moet vervullen, dan is het wel de burgers met Europa te verzoenen. En wat is bij deze taak een betere troef dan iemand als Voorzitter te hebben die symbool staat voor het herenigde Europa, een man als u, mijnheer Buzek.

Daarom zou ik willen zeggen hoe trots ik erop ben, dat het mijn fractie was, de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten), die een zeer grote meerderheid van dit Parlement ervan heeft overtuigd om u hun vertrouwen te geven.

Dit Europa, dat nu herenigd is, gaat niet over intolerantie en uitsluiting, maar over openheid en het eerbiedigen van de mening en de herkomst van anderen. Ik ben ervan overtuigd dat dit concept van samenleven als Europeanen ons met elkaar verbindt in dit Huis. Wat ik zou willen is dat het Europees Parlement, onder uw leiding, ervoor zorgt dat deze waarden door onze medeburgers worden gedeeld.

Ik steun ook de vastberadenheid die u hebt uitgesproken, mijnheer de Voorzitter, om deze uitdaging aan te gaan, en ik hoop dat wij ons daarbij in het bijzonder zullen inspannen voor de jonge generaties. Mijn fractie wil u daarbij zonder enige terughoudendheid helpen.

Mijnheer de Voorzitter, zoals u hebt gezegd heeft dit Parlement de afgelopen jaren bevoegdheden verworven en meer gezag gekregen. Het vooruitzicht van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon zal deze tendens nog op spectaculaire wijze versterken. Dat is een van de redenen waarom de PPE-Fractie oproept om het verdrag zo spoedig mogelijk toe te passen. Natuurlijk moeten wij ons hierop in technisch opzicht voorbereiden, zodat wij op effectieve wijze met de Raad en in nauw partnerschap met de Commissie kunnen samenwerken, maar wij moeten ons ook en vooral in politiek opzicht hierop voorbereiden. Onze belangrijkste doelstelling is duidelijk: ervoor zorgen dat het Parlement meer op één lijn zit met de 500 miljoen burgers die het vertegenwoordigt.

Om dit te bereiken moet het met name zijn werkmethoden blijven moderniseren, bijvoorbeeld in de opzet van onze debatten – u wees hier al op. In dit opzicht steun ik uw voorstel voor een levendig en actueel debat met de voorzitter van de Commissie.

Dames en heren, het is moeilijk om de Europeanen uit te leggen hoe de Europese Unie functioneert. Anders dan in het traditionele "oppositie/meerderheid" model waaraan wij in onze lidstaten gewend zijn, zoeken wij hier bij onze werkzaamheden – ik wil dit graag benadrukken – naar consensus, waarbij de specifieke overtuigingen van onze politieke richtingen overstegen worden.

Dat is in mijn ogen een moderne opvatting van politieke actie. Ik ben ervan overtuigd dat onze medeburgers met deze aanpak kunnen instemmen, maar wel op één voorwaarde: dat wij de moeite nemen om hun beter uit te leggen wat er in Europa op het spel staat. Ik moedig u aan, mijnheer de Voorzitter, om deze taak op u te nemen, waarbij u de volledige steun van mijn fractie hebt.

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de S&D-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Daul. Onze fractie, mijnheer Buzek, staat achter veel – praktisch alle – punten van het door u gepresenteerde programma. Dat geldt voor de inhoudelijke voorstellen die u deed, de procedurele vernieuwingen die u beschreef en de vitalisering van het debat in het Parlement. U hebt een rede gehouden waarvan de inhoud door het Parlement breed wordt gedragen.

Wel plaats ik één kanttekening bij een opmerking van collega Daul, die voor uw programma een looptijd van vijf jaar zag weggelegd. Laten we eerst eens uitgaan van tweeënhalf jaar dat is al een lange tijd dunkt me.

Mijnheer Buzek, u neemt het ambt van Voorzitter over terwijl de Europese Unie een moeilijke fase doormaakt. U hebt deze baan aanvaard in een ook voor het Europees Parlement moeilijke tijd. Dit Parlement is voor het eerst sinds lang niet meer een instelling waarin de pro-Europese consensus onomstreden is. Integendeel, dit Parlement is voor het eerst een platform waarin krachten hun stem verheffen, zich een gehoor verschaffen en hun invloed doen gelden om het tegendeel te bereiken van waar u in uw rede voor pleit. Het is een ontwikkeling die in de vorige zittingsperiode is begonnen en na de laatste verkiezingen aan kracht heeft gewonnen. Het aantal afgevaardigden in deze Vergadering dat een einde wil maken aan de Europese integratie, het aantal afgevaardigden dat de Europese integratie teniet wil doen, het aantal leden van dit Huis dat uit is op renationalisatie, is dramatisch gestegen.

In de vorige zittingsperiode hebben we gezien hoe het eraan toe gaat als je probeert het Handvest van de grondrechten door de voorzitters van de drie instellingen te laten ondertekenen. De taferelen die zich toen afspeelden, hield ik niet voor mogelijk in een multinationaal democratisch parlement. We waren er destijds allen getuige van. Het aantal collega's met die mentaliteit is toegenomen.

Daarom zeg ik: ja, u hebt gelijk! Wij moeten ons inderdaad laten leiden door de strijd voor voortzetting van de integratie, de strijd voor verdieping van de integratie, de strijd voor het Verdrag van Lissabon, dat cruciaal is voor de uitbreiding van de EU, en de strijd voor de uitbreiding van de EU op basis van een zich verdiepende integratie. Ik ben verheugd dat de Voorzitter van dit Huis – een Voorzitter afkomstig uit een land dat in de meest recente uitbreidingsronde tot de EU is toegetreden, een Voorzitter die als regeringsleider van zijn land destijds de onderhandelingen inging met het lidmaatschap als doel – de boodschap "wij willen meer Europa" in zijn ambtsperiode centraal stelt. Wij willen een geïntegreerd Europa, wij willen een verdiept Europa, een uitgebreid Europa in samenspel met verdieping, opdat wij verwezenlijken wat in de kernzin van uw betoog naar voren kwam: de solidariteit die tot vrijheid heeft geleid.

Dat is de solidariteit die wij intern nodig hebben om vrijheid in sociale rechtvaardigheid te realiseren. Daarom, mijnheer Buzek, stemmen de Socialisten en Democraten volmondig in met uw betoog, omdat die het ideologische, het geestelijke fundament vormt van een strijd die wij in deze zittingsperiode moeten voeren.

Tijdens mijn allereerste zittingsperiode in het Europees Parlement had ik het voorrecht om te luisteren naar de toespraak die de Franse president François Mitterand hier in zijn hoedanigheid als voorzitter van de Raad aflegde. Eén zin staat voor altijd in mijn geheugen gegrift: "Nationalisme betekent uiteindelijk altijd oorlog". Dat houdt in dat het tegengestelde van nationalisme, de overwinning op het nationalisme, de Europese gedachte, uiteindelijk vrede betekent. En dat is waar wij, met u mijnheer Buzek, gezamenlijk voor zullen strijden!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. Mijnheer de Voorzitter, eerst en vooral wil ik u namens de ALDE-Fractie bedanken voor uw inaugurale rede. U heeft daarin een programma bekend gemaakt waarin onze fractie zich ten volle kan herkennen. Ik heb u dat trouwens al gezegd bij uw verkiezing, mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat u Voorzitter bent geworden van het Parlement, niet alleen omdat u een symbool bent van de uitbreiding van de Europese Unie, maar ook – en ik wil daar even de nadruk op leggen – vanwege uw engagement in Solidarność. Solidarność heeft immers drie grote zaken kunnen verwezenlijken. Ten eerste, het heeft de mensen in Polen een stem gegeven, het heeft de democratie gebracht in het ganse voormalige Oostblok en het heeft ook Europa fundamenteel veranderd. Het heeft namelijk van een verdeeld Europa een eengemaakt Europa gemaakt. U heeft dus, mijnheer de Voorzitter – en dat is gebleken uit uw rede – de perfecte ervaring om tijdens de komende jaren ook met het Europees Parlement drie ambities waar te maken, namelijk de Europese burger meer stem geven, de Europese Unie democratischer maken, en ook op die wijze de Europese integratie vooruit helpen.

Ik denk dat het goed is om naar aanleiding van de inaugurale rede van Voorzitter Buzek even te onderlijnen, collega's, dat uit de Eurobarometer blijkt dat van alle instellingen van de Europese Unie de burgers het meeste vertrouwen hebben in het Parlement. Dat is dus een zware opdracht voor ons allemaal, want dat betekent dat wij dat vertrouwen niet mogen beschamen en dat we dus de stem van de burger luider moeten laten klinken in de Europese besluitvorming. Ik denk dat we daarbij, uitgaande van uw rede, Voorzitter, voor een dubbele uitdaging staan. Aan de ene kant moeten we het Verdrag van Lissabon toepassen en zo snel mogelijk in praktijk brengen. Wat dat betreft moeten we zo snel mogelijk – zoals u trouwens hebt voorgesteld – gaan onderhandelen met het voorzitterschap van de Raad om tot een aantal aanpassingen te komen.

Ten tweede denk ik ook, Voorzitter – en dit is de andere kant van de uitdaging – dat we gebruik moeten maken van alle mogelijke hefbomen die in de macht liggen van het Europees Parlement om de macht van dit Parlement verder uit te breiden. We hebben dat gedaan in de procedure voor de aanstelling van de voorzitter van de Commissie, maar we moeten dat ook in andere dossiers, op elk mogelijk punt blijven doen. Het belangrijkste punt dat ik daarbij zie, collega's, is dat we in de komende jaren tot een nieuwe begroting moeten komen voor Europa en de Europese Unie. Ik denk dat dit een uitgelezen kans is voor het Europees Parlement om ervoor te pleiten, te eisen, dat het een begroting wordt die gebaseerd zal zijn op eigen middelen en eigen inkomsten van de Europese Unie, want dit Europees Parlement zal pas een echt Parlement zijn wanneer het ook volle zeggenschap heeft over eigen inkomsten die het zelf in de toekomst zal kunnen innen.

(Applaus)

Hier ligt een belangrijke opdracht voor u, Voorzitter, om die strijd samen met dit hele Parlement te leveren. U zult daarbij op de volledige steun van onze fractie kunnen rekenen omdat wij allemaal weten, zeker in deze tijden van economische en financiële crisis, dat het niet het nationalisme is, dat het niet het protectionisme is dat ons uit de moeilijkheden zal helpen of ons de toekomst zal garanderen, maar dat enkel een voortzetting van de Europese integratie een oplossing betekent voor de Europese volkeren en voor de Europese burgers.

In elk geval veel succes, Voorzitter.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, op veel punten die al door de vorige sprekers zijn behandeld, hoef ik niet meer in te gaan. Voor mijn fractie was het duidelijk dat wij uw kandidatuur ondersteunen; wij vonden het immers allang tijd dat een grote persoonlijkheid in het Europees Parlement afkomstig uit een nieuwe lidstaat tot hoofd van het Parlement werd gekozen.

Wij hopen voor de toekomst dat de Voorzitter van dit Huis zal worden gekozen op grond van bepaalde aspecten, zoals in uw geval uw bijzondere en veelgeprezen bekwaamheden en vaardigheden. Ook zouden wij graag zien dat de nationale delegaties in de grote fracties wellicht een beetje minder hun macht laten gelden dan persoonlijkheden als u gewoon zijn te doen.

Onze verwachtingen van u zijn hooggespannen, in die zin dat u een brug zult slaan tussen het oosten en het westen om de kloof te slechten waar ik enkele weken geleden nog over sprak. Het zomerreces is nu voorbij en gezien de politieke ontwikkelingen voorzie ik dat u een zware tijd tegemoet gaat. Ik heb de indruk dat door de grote mondiale financiële crisis en de daaropvolgende economische crisis de taak om oost en west binnen de EU nader tot elkaar te brengen er niet eenvoudiger op geworden is. Integendeel, de uitdagingen zijn groter geworden, omdat de ongelijkheden een groot probleem vormen.

Een meer kritische noot wil ik plaatsen bij de houding van het Parlement ten aanzien van het volgende. Het is nu een jaar geleden dat Lehman Brothers omviel. Er gaat een grote delegatie Europeanen naar de G20-top, waar besproken zal worden hoe de financiële crisis moet worden overwonnen. Dit Parlement is er niet in geslaagd besprekingen te voeren over resoluties op dit terrein en het geeft onze onderhandelaars geen uniforme basis mee waarmee ze uit de voeten kunnen. Dat is een teken van zwakte, niet van sterkte.

Ik vermoed dat dit komt omdat we het niet eens zijn over de vraag hoe deze ellende eigenlijk heeft kunnen ontstaan. Ik ben van mening dat de huidige crisis niet enkel op het conto valt te schrijven van een paar ontspoorde bankiers; de kiem ligt namelijk in het neoliberale geloof in de merites van ongereguleerde financiële markten, een geloof dat niet alleen in de VS, maar ook in Europa nog altijd levend is. In de politieke arena van de Europese Unie lopen de meningen over de oorzaak van de crisis uiteen en daarom zijn we verdeeld over hoe we een uitweg kunnen vinden.

Verder klopte alles wat u zei over de tweede grote uitdaging die ons in internationaal onderhandelingsverband te wachten staat, te weten de uitdaging van de klimaatcrisis. Ik hoop dat wij in Kopenhagen als Europeanen meer een vuist kunnen maken dan tot nu toe het geval is geweest. Ik heb de indruk dat de Europeanen nog lang niet toe zijn aan een passende voortrekkersrol op het gebied van het klimaatbeleid.

Daar zijn allerlei oorzaken voor aan te wijzen waarvan er altijd één uitspringt: het geringe vertrouwen in concepten als de Green New Deal, waar Ban Ki-moon of Achim Steiner namens de VN voor pleit. Ook in deze vergaderzaal vindt nog lang niet iedereen dat de traditionele industriële maatschappij op de schop moet, dat men verder moet kijken dan naar de dag van morgen en dat klimaatvriendelijke technologieën, efficiënte technologieën enzovoort niet alleen voor Europa, maar voor de hele wereld de toekomst zijn.

Er staan ons grote uitdagingen te wachten, mijnheer de Voorzitter. Als u opkomt voor toekomstgerichte en duurzame ideeën kunt u beslist rekenen op onze steun. Het is jammer dat de Europese Commissie niet ook aan een nieuw hoofdstuk begint, want het ziet ernaar uit dat de hoofdvertolker van ideeën van gisteren, de heer Barroso, de Commissie ook in de komende zittingsperiode zal aanvoeren.

Ik wens u veel succes, mijnheer de Voorzitter. Namens mijn fractie zeg ik dat wij ons verheugen op boeiende en hopelijk productieve discussies.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Michał Kamiński, namens de ECR-Fractie. – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb vandaag met veel plezier naar uw toespraak en uw programma voor de volgende tweeënhalf jaar van onze werkzaamheden in dit Parlement geluisterd. Ik zou u van harte willen bedanken voor uw toespraak. Ze toont aan dat u respect heeft voor ons, de leden van het Europees Parlement, ongeacht de fractie waartoe we behoren, het land waaruit we afkomstig zijn of de standpunten die we verdedigen. Ik vond het een inspirerende toespraak, aangezien ik van mening ben dat ons Parlement echt behoefte heeft aan het soort leiderschap dat u vandaag in uw uiteenzetting hebt voorgesteld. We zijn het niet overal over eens en het is ook geen geheim dat wij over bepaalde zaken uiteenlopende meningen hebben, maar ik zou hiermee willen beginnen en zo in zekere zin willen reageren op de standpunten die ik hier vandaag heb gehoord.

Er is niets mis met het feit dat het Parlement een plaats van debat is, een ontmoetingsplaats voor mensen die er over verschillende thema's mogelijk verschillende meningen op nahouden, onder meer over de toekomst van Europa. Het probleem is dat wij te goeder trouw zouden moeten trachten onze standpunten tegen elkaar af te wegen, want in dat geval zal er altijd een compromis mogelijk zijn. Als we ervan uitgaan – en dat doe ik ook – dat iedereen in dit Parlement van goede wil is en het beste voorheeft met ons continent, zullen we erin slagen om onze meningsverschillen te overbruggen en zullen we altijd bereid zijn het debat aan te gaan. Wat we echt nodig hebben, is deze goede wil.

Het spreekt vanzelf, mijnheer de Voorzitter, dat onze fractie, de Europese Conservatieven en Hervormers – een fractie die er trots op is dat ze in dit Parlement een zekere nieuwe dimensie van politiek denken over Europa invoert – met luide stem de burgers wil vertegenwoordigen die onze fractieleden hebben verkozen. Wij ontkennen het democratische mandaat van geen enkel lid van dit Parlement, integendeel, wij hebben zeer veel respect voor dit mandaat, wij vertegenwoordigen hier immers onze kiezers. Door voor een partij te stemmen die deel uitmaakt van de fractie van Europese Conservatieven en Hervormers, wisten onze kiezers waarvoor ze kozen.

Mijnheer de Voorzitter, uw verkiezing was een historische gebeurtenis. Ik ben zo vrij om onze collega's eraan te herinneren dat er vandaag op uitnodiging van leden van verschillende fracties in dit Parlement een groep Poolse jongeren aanwezig is. Ze zijn allemaal geboren op 4 juni, dus op de dag waarop in mijn land de eerste gedeeltelijk vrije verkiezingen hebben plaatsgevonden. Deze ontmoeting met jongeren die op 4 juni zijn geboren, gaf me het gevoel dat ik niet meer zo jong ben, aangezien de baby's van toen intussen volwassen zijn. Wat ik echter duidelijk wil maken, is het volgende: toen ik vandaag met hen praatte en besefte dat zij in Rzeszów, een stad in het zuidoosten van Polen, op de bus zijn gestapt en zonder grenscontroles naar Straatsburg zijn gereden, naar hun Parlement, bedacht ik dat niemand van al diegenen die zich 4 juni herinneren, ooit van zulke heuglijke gebeurtenissen had durven dromen. Vandaag zijn jonge Polen, Tsjechen, Esten en Litouwers te gast in hun Parlement in Straatsburg.

Mijnheer de Voorzitter, ik ben ervan overtuigd dat u erop zult toezien dat dit Parlement als een democratische instelling functioneert, als een plaats waar ruimte is voor een eerlijk debat tussen mensen die de burgers van de Europese Unie oprecht willen helpen. Als we er vandaag aan denken dat u, mijnheer de Voorzitter, afkomstig bent uit mijn vaderland, uit een land dat zo zwaar onder het totalitaire regime heeft geleden, kunnen we met zekerheid het volgende zeggen: de Europese Unie heeft ervoor gezorgd dat de Europese volkeren al zestig jaar geen oorlog meer kennen en dat is zonder twijfel haar grootste wapenfeit. Dit is een geweldige prestatie voor een organisatie die wij, de fractie van Europese Conservatieven en Hervormers, zoals onze naam aangeeft, willen hervormen, maar waarin we ook sterk geloven. Wij geloven in een beter Europa. Voor dat Europa – een beter Europa dat dichter bij de burgers staat – willen wij ons tijdens deze zittingsperiode inzetten.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik zou u nogmaals willen feliciteren met uw benoeming.

Transparantie, democratie en pluralisme zijn termen die door de EU en het Parlement hoog in het vaandel worden gedragen en die nooit tot symboolpolitiek mogen verworden. Helaas zijn die termen soms niets meer dan mooie woorden. In de realiteit worden overeenkomsten achter gesloten deuren gesloten. Daarom hebben wij in het Parlement een andere manier van werken nodig, waarin wij onze werkzaamheden en besluiten in een geest van ware democratie transparantie verschaffen. Wij hebben een open manier van werken nodig die voor alle fracties en alle Parlementsleden geldt. Als niet eens alle leden van het Europees Parlement het gevoel hebben dat ze betrokken zijn bij en inzicht hebben in onze werkzaamheden, hoe kunnen we dan verlangen dat onze burgers zich betrokken voelen bij en vertrouwen hebben in onze werkzaamheden en dat ze gaan stemmen? Nieuwe technologie is een goede zaak – die hebben we nodig voor informatieverstrekking – maar we mogen de belangrijkste bestanddelen van betrokkenheid niet vergeten, namelijk democratie en transparantie.

We maken een financiële crisis en een milieu- en klimaatcrisis mee. Ik moet er ook aan herinneren dat we handelsovereenkomsten hebben die soms de problemen met betrekking tot voedselzekerheid en armoede in de wereld verergeren.

De oplossing voor de crises is volgens de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links niet de voortzetting van hetzelfde beleid dat soms een factor was die tot de crises heeft geleid. De burgers van Europa hebben een ander beleid nodig. Ze zijn een ander beleid waard – een beleid waarin de behoeften van de mensen op de eerste plaats komen, en niet, zoals vandaag het geval is, de behoeften van de markt. Een manier om de verandering van het beleid in de juiste richting aan te vatten, is ophouden met de privatisering en deregulering van de openbare dienstverlening. De markt is er niet in geslaagd tegemoet te komen aan de noden van de burgers inzake werkgelegenheid, sociale rechten, enzovoort. Daar moeten we de gevolgen van dragen.

We hebben het over democratie. Democratie vereist ook dat onze burgerrechten en fundamentele vrijheden nooit worden geschonden. We hebben momenteel een groot aantal voorstellen voor het meer controleren van onze burgers. Vrijheid van meningsuiting moet ook op het internet gelden.

De EU en haar burgers hebben dus behoefte aan een ander beleid voor een rechtvaardigere samenleving met meer solidariteit. Wij van de Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links zijn bereid en nemen graag onze verantwoordelijkheid om onze rol te spelen in het uitbouwen van een rechtvaardigere EU met meer solidariteit en een rechtvaardigere en betere wereld.

 
  
MPphoto
 

  Francesco Enrico Speroni, namens de EFD-Fractie. (IT) Mijnheer de Voorzitter, ook namens mij van harte gefeliciteerd met uw nieuwe functie. Ik heb uw toespraak en uw programma zeer kunnen waarderen en ik wil graag even de aandacht vestigen op een aspect dat naar mijn mening het belangrijkst is, of voor ons als Parlementsleden het belangrijkst zou moeten zijn, namelijk de wetgevingswerkzaamheden.

De dialogen met de grootmachten en de missies zijn goed werk, maar de belangrijkste taak van een Parlement is, althans naar mijn mening, het maken van wetten, het maken van regels, want we zijn bovenal gekozen om die taak uit te voeren. Een van de problemen is dat wij geen initiatiefrecht hebben, omdat de grondleggers en hun opvolgers dat ons hebben ontzegd. Voortdurend nemen wij resoluties aan en ondertekenen wij schriftelijke verklaringen waar vervolgens niets mee gedaan wordt omdat de Commissie er geen gehoor aan geeft.

Voorzitter Barroso heeft gezegd dat dat terecht is omdat de Commissie anders, als ze de wetsvoorstellen in de vorm van schriftelijke verklaringen en resoluties van het Parlement aanneemt, de Verdragen zou schenden, die een dergelijke praktijk niet toestaan. Ik ben zo vrij deze interpretatie misleidend te noemen: deze praktijk wordt in de Verdragen niet uitdrukkelijk genoemd, maar ook niet verboden.

Ik wil erop wijzen dat het Parlement, wanneer het een verzoek of een wetsvoorstel indient, dit namens miljoenen burgers in Europa doet, namens de meerderheid van de Europese burgers, want zowel de schriftelijke verklaringen als de resoluties moeten door een meerderheid worden goedgekeurd om te worden aangenomen.

Daarom ben ik ervan overtuigd dat u, mijnheer de Voorzitter, zich zult inzetten ten overstaan van de Commissie opdat de voorstellen van de leden van ons Parlement EU-wetgeving kunnen worden, volgens de wil van de burgers, onze kiezers. Het is een zware taak, maar ik ben er zeker van dat u die naar behoren zult uitvoeren.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI).(FR) Mijnheer de Voorzitter, in mijn hoedanigheid van niet-ingeschrevene spreek ik natuurlijk op persoonlijke titel, maar ook uit naam van sommige van mijn collega's: niet mijn Nederlandse collega's van de PVV, maar mijn collega's van het Front National, van de Bulgaarse partij Attack, van de Oostenrijkse partij FPÖ, van de British National Party, van de Hongaarse partij Jobbik en van het Belgische Vlaams Belang.

Ik zou willen zeggen, mijnheer de Voorzitter, dat ik geen moment twijfel aan de oprechtheid van de voorstellen die u hebt gedaan. Als u mij toestaat wil ik echter wel opmerken dat ik eraan twijfel of deze voorstellen realistisch zijn.

Als eerste hebt u het probleem van de economische crisis aan de orde gesteld. Het is een feit dat miljoenen Europeanen hun vermogen en hun banen bedreigd zien door de perverse gevolgen van de globalisering, die hen – ten voordele van een kleine groep mensen – overlevert aan de oneerlijke concurrentie van landen waarvan de werknemers op een cynische manier worden uitgebuit, en aan de hebzucht van staatloze financiële belangen. Helaas heeft de Unie de Europeanen niet tegen deze situatie beschermd. Zij heeft hen juist in deze situatie gedreven.

Ten tweede zou ik vanuit mijn bescheiden positie, waarbij ik echter de politieke krachten vertolk waarvan de heer Schulz bereid was toe te geven dat deze een bedreiging vormen voor de traditionele organisaties – en ik bedank hem daarvoor –, een oproep willen doen aan ons Parlement, en aan uzelf, mijnheer de Voorzitter, om bescheidener te zijn en om uit eigen beweging bepaalde grenzen te stellen aan onze bevoegdheden. Ik ben er, als Europeaan en als christen, innerlijk van overtuigd dat een aantal van de waarden die wij uitdragen, universele waarden zijn. Het verheugt mij des te meer om erop te wijzen dat het niet onze taak is om de wereld principes en wetten voor te schrijven, temeer omdat hier organisaties voor bestaan, zoals de Verenigde Naties, en temeer omdat er nog veel moet worden gedaan in Europa zelf, waar wij, tegen het recht op leven in, voorzieningen treffen om onze eigen kinderen om te brengen, en waar wij, tegen de vrijheid van meningsuiting in, de morele, media-, politieke en gerechtelijke dictatuur doordrukken van wat bekendstaat als "politieke correctheid". Politieke groeperingen als de onze die uitdrukking geven aan het leed en de hoop van miljoenen Europeanen, worden gediscrimineerd, vervolgd en soms zelfs ontbonden, zoals het Vlaams Blok in België overkwam: een absoluut schandaal dat tot geen enkel protest leidde in dit Parlement. Als dat in Afrika of in Latijns-Amerika was gebeurd, dan waren er ongetwijfeld wel andere geluiden opgegaan.

Als niet-ingeschrevenen in het Parlement hebben wij niet dezelfde rechten als anderen – zoveel is wel duidelijk – en hebben wij nog steeds geen vertegenwoordigers in de Conferentie van voorzitters, zoals wij u gisteren hebben verteld.

Tot slot wordt door de verkiezingsmethoden miljoenen Europeanen de mogelijkheid ontnomen zich te laten vertegenwoordigen in de wetgevende organen van hun eigen land, die een afspiegeling moeten vormen van het electoraat in al zijn verscheidenheid.

Concluderend zou ik de wens willen uitspreken dat wij ons er bij ons werk te allen tijde van bewust zijn dat Europa, in de geschiedenis van de mensheid, de regio is die de vrijheid der naties heeft uitgevonden die nergens anders te vinden is; de gelijkwaardigheid van deze naties; en eerbiediging van hun bevoegdheden en van het beginsel van niet-inmenging, dat betekent dat iedereen de baas is over zijn eigen zaken en op zijn eigen grondgebied. Dat is een van de belangrijke bijdragen van de Europese beschaving aan het erfgoed van de mensheid.

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, dit is de eerste keer dat ik in de hoedanigheid van fungerend voorzitter van de Raad dit Parlement toe kan spreken en namens het Zweeds voorzitterschap en de hele Raad en ook in eigen naam wil ik u, mijnheer de Voorzitter, van harte feliciteren. Twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur is het fantastisch u deze functie te zien bekleden. Ik weet dat het voor u persoonlijk een zege is. Het is een zege voor het Europees Parlement en voor ieder van ons die de Europese samenwerking en alles waar zij voor staat een warm hart toedraagt.

Ik wil u ook bedanken voor de visionaire toespraak en de ambitieuze plannen die u voor dit Parlement hebt. Ik ben ervan overtuigd dat het Europees Parlement bij u in goede handen is. Tijdens uw Voorzitterschap zal u hopelijk de concrete besluiten en liefst ook het mirakel waar u naar verwees tot stand kunnen brengen. Wij van de Raad kijken ernaar uit met u en het Europees Parlement samen te werken. Vele leden hebben het gehad over alle uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd: de klimaatkwestie, de economische crisis, werkgelegenheid, de rol van Europa in de wereld, enzovoort.

In het wetgevingsproces is voor u, als vertegenwoordigers van de burgers maar ook via het debat dat hier wordt gevoerd, een belangrijke rol weggelegd. Dat het Europees Parlement opkomt voor de Europese waarden, is ongemeen belangrijk. Als het Verdrag van Lissabon van kracht wordt – en ik hoop echt dat dit zal gebeuren – wint de rol van het Europees Parlement nog aan belang en krijgt u een grotere invloed op de Europese agenda. Ik weet dat u het Europees Parlement en de rol van de instelling echt zal verdedigen, maar hopelijk zal u ook een brug slaan naar andere instellingen en een ernstige gesprekspartner zijn. Wij van het voorzitterschap kijken er erg naar uit gedurende de volgende zes jaar uw gesprekspartner te mogen zijn en wensen u veel succes met uw werkzaamheden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik wil alle nieuwe leden van het Europees Parlement erop wijzen dat de minister lid is geweest van dit Parlement; zij is dus een van ons.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, namens de Commissie en mijzelf wil ik u nogmaals oprecht feliciteren en wens ik u het allerbeste voor uw ambtstermijn. Uw verkiezing staat niet alleen symbool voor de hereniging van Europa, maar ook voor een Europa dat zeer veel waarde hecht aan de kernwaarden vrijheid en solidariteit.

Persoonlijk en als voorzitter van de Commissie zeg ik u en het Europees Parlement toe naar een hechte samenwerking te zullen streven. Het Parlement en de Commissie zijn de twee communautaire instellingen bij uitstek die in het centrum van de Gemeenschap staan. U en alle leden van het Parlement zijn door de burgers van de EU rechtstreeks gekozen en de Commissie heeft niet alleen het recht maar ook de plicht om de belangen van Europa boven de specifieke belangen van landen te stellen. Ik denk dat wij een bijzondere verantwoordelijkheid hebben voor het Europese project, met volledige inachtneming van de Verdragen.

Daarom herhaal ik mijn bereidheid om samen met u te werken aan het bevorderen van de Europese parlementaire democratie.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: GIANNI PITTELLA
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Sergio Paolo Francesco Silvestris (PPE). - (IT) Mijnheer Buzek, ik heb uw toespraak met veel waardering aangehoord, en vooral het gedeelte over de institutionele, maar tevens sociale rol van het Parlement, die u als het hart van het Europees democratisch systeem kenschetste.

Vandaag vieren we een Europa van 27 lidstaten dat zich hier opnieuw verenigt na diverse malen verdeeld te zijn geweest door terreurregimes die muren in ons continent hebben opgericht, muren die niet overeind zijn gebleven, maar omver zijn geworpen door de wind van de democratie en de vrijheid.

Dit jaar vieren we de dertigste verjaardag van de eerste algemene verkiezingen van dit Parlement en ook de twintigste verjaardag van de val van de Berlijnse muur. Ik zou er graag aan willen herinneren, Voorzitter Buzek, dat toen mijn ouders dertig jaar geleden voor het eerst naar de stembus gingen om voor Italië de eerste afgevaardigden voor het Europees Parlement te kiezen, het kiesrecht in uw land nog niet bestond.

In 1979, amper een jaar nadat Karol Wojtyła tot Paus was gekozen, toen er in Italië en in andere landen verkiezingen werden gehouden voor het eerste Europees Parlement, was u betrokken in de halfverboden vakbeweging Solidarność, die streed om democratie en vrijheid in uw land. Voor het uitoefenen van dezelfde rechten, democratie en vrijheid, gingen wij naar de stembus en riskeerde u dag in dag uit te worden gedood of te worden onderdrukt.

Daarom ben ik vereerd, mijnheer Buzek, dat ik met mijn kleine en wellicht niet doorslaggevende stem heb bijgedragen aan uw benoeming en het doet mij deugd dat verschillende geschiedenissen, gedreven door dezelfde waarden en dezelfde idealen, vandaag in dit Parlement samenkomen en worden veredeld – geschiedenissen die de prachtige geschiedenis van dit jonge Europa sterk maken.

 
  
MPphoto
 

  Marek Siwiec (S&D). (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou u van harte willen gelukwensen met uw verkiezing en uw goede toespraak. Ik had graag gezien dat u in uw uiteenzetting wat meer aandacht had besteed aan de landen in Oost-Europa. Er staan in de nabije toekomst zeer moeilijke verkiezingen voor de deur in Oekraïne. Het Europees Parlement heeft de bijzondere verantwoordelijkheid om erop toe zien dat de democratische procedures in dit land in acht worden genomen. Het was het Europees Parlement, de eerste Europese instelling, dat van meet af aan steun heeft verleend aan de grote omwentelingen die zich vijf jaar geleden hebben voltrokken.

Ik zou het Europees Parlement willen vragen om deze kwestie met betrekking tot de presidentsverkiezingen in Oekraïne op een bijzondere en onconventionele manier te behandelen, in overleg met de instellingen en delegaties die hiertoe zijn aangewezen, zodat het Parlement in het land bekendheid kan verwerven als een serieuze instelling die de democratische procedures in Oekraïne hoog in het vaandel heeft.

 
  
MPphoto
 

  Eva Lichtenberger (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik wil u feliciteren en iets op het hart drukken: de kwaliteit van een parlement laat zich afmeten aan de mate waarin het zijn rechten benut, waarin het zijn rechten doet gelden en waarin het zich handhaaft in het grote politieke discours.

Samen met u moeten wij voorkomen dat dit Parlement zich onder druk laat zetten door Commissievoorstellen die ondoordacht zijn of enkel de belangen van bepaalde lobbyisten dienen. Het is onze verantwoordelijkheid om nu ons standpunt helder en duidelijk te verkondigen. Wij moeten nadenken over hoe Lissabon onze situatie zal veranderen. Ik hoop dat we erin slagen daarna ook concrete stappen te ondernemen.

We moeten onomwonden tonen – ook met betrekking tot de keuze van de Commissievoorzitter – dat wij onze rechten nu benutten. Wij moeten een duidelijk signaal afgeven aan de Commissie. Dat signaal houdt in: geen directe verkiezing van de heer Barroso op dit moment!

 
  
MPphoto
 

  Zoltán Balczó (NI). (HU) Voorzitter Buzek, staat u mij toe het woord rechtstreeks tot u te richten, al zit u hier nu in de hoedanigheid van Parlementslid. Uw verkiezing wordt hier in het Parlement gezien als het symbool van het feit dat het Oostblok niet meer bestaat, alleen een verenigd Europa. U zei in uw toespraak dat er geen oud en nieuw Europa meer is, alleen ons Europa.

Velen zien dat helaas niet zo. U had het in uw toespraak ook over de angst die bestond in de landen die in 2004 zijn toegetreden. Inmiddels bent u echter ook op de hoogte van de teleurstelling die in deze landen te bespeuren valt. De reden daarvoor is dat er geen gelijkheid is. Gelijkheid is cruciaal. Staatssecretaris Lindblad noemde gelijkheid het basisbeginsel van de begroting. Als dat zo is, waarom bestaat er dan geen gelijkheid op het gebied van landbouwsubsidies? Hongarije heeft bewezen in staat te zijn deze subsidies te ontvangen via zijn institutionele systeem en desondanks wordt het land gediscrimineerd.

Mijnheer de Voorzitter, u hebt iedereen aangemoedigd zijn of haar moedertaal te spreken. Het doet me deugd dat ik in dit Parlement als Hongaar gelijkwaardig ben, maar voor het spreken van mijn moedertaal zou ik in Slowakije een boete opgelegd krijgen. Mijnheer de Voorzitter, u hebt uw rol als bemiddelaar aangeboden, waarvoor we u hartelijk danken, maar hier zal slechts objectief resultaat worden geboekt als de Hongaarse minderheid op haar geboortegrond haar eigen moedertaal kan gebruiken. Ook daarbij wens ik u veel succes.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Geachte Voorzitter, ik ben echt ontzettend blij dat juist u, iemand die in zulk hoog moreel aanzien staat en ook nog afkomstig is uit Silezië, de voorzittershamer overneemt van Hans-Gert Pöttering en dat u net als hij zoveel nadruk legt op het grote potentieel van een verenigd Europa op het vlak van waarden als mensenrechten en solidariteit tussen de volkeren. De huidige zittingstermijn, die in het teken staat van de economische crisis, zal een ware lakmoesproef vormen voor deze solidariteit. Wat de besluitvorming hier betreft, maak ik mij daar geen zorgen over, maar ik weet dat burgers en regionale politici onze besluitvorming steeds vaker beoordelen vanuit het perspectief dat het hemd nader is dan de rok. Ik wil u dan ook dringend verzoeken, mijnheer de Voorzitter, om wanneer u de wereld kond doet van ons werk hier in het Europees Parlement meer aandacht dan voorheen het geval is geweest te besteden aan wat wij allemaal doen om de positie van de Europese burgers in mondiaal verband te verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben altijd vol bewondering geweest voor de wijze waarop de heer Barroso het voorzitterschap van de Commissie bekleedt. Hij is een atlanticus en voorstander van een vrije markt, net als de leden van mijn partij, die goede betrekkingen met de Verenigde Staten en een vrije markt na aan het hart gaat. Ik ben ook een goede vriend van Portugal. Ik steun José Manuel dus met veel genoegen.

Gisteren las ik echter in de Daily Telegraph dat hij met de ALDE-Fractie tot overeenstemming is gekomen over de instelling van een krachtige nieuwe mensenrechtencommissaris in zijn Commissie, die zich naar het schijnt zowel met externe als interne mensenrechtenkwesties gaat bemoeien. Dit baart me zorgen. Deze nieuwe functie lijkt volstrekt onverenigbaar met het besluit van dit centrumrechtse Parlement om een nieuwe, gecombineerde mensenrechtencommissie af te wijzen, en is gezien het werk van de Raad van Europa en de commissaris voor de mensenrechten van die organisatie ook volstrekt overbodig. Ik vraag voorzitter Barroso om opheldering over zijn beleid en intenties op dit punt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Deze vraag had op een ander moment vandaag moeten worden gesteld, namelijk toen we het over de verklaring van de heer Barroso hadden, niet nu.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE). (HU) Voorzitter Buzek, u hebt gesproken over het Slowaaks-Hongaarse conflict. Er is geen sprake van een Slowaaks-Hongaars conflict, maar van een conflict tussen Slowakije en de Europese Unie, aangezien dit land de spot drijft met fundamentele Europese waarden. U moet niet Slowakije en Hongarije met elkaar verzoenen, maar het Parlement van de Europese Unie en Slowakije, aangezien dit land ondertekende, geratificeerde documenten en verdragen schendt.

Verder wil ik ingaan op het onderwerp Silezië. Ik ben blij dat u dit hebt genoemd. De Europese Unie heeft veel van dergelijke gebieden die in de afgelopen eeuw deel uitmaakten van meerdere landen. Wij, Hongaren, zijn na de Eerste Wereldoorlog verdeeld over tien landen, waarvan zeven nu EU-lidstaten zijn. We zijn zeer dankbaar dat we zonder wapens of grenswijzigingen samen kunnen zijn. In Sub-Karpatië hebben de mensen de afgelopen eeuw vijf landstalen moeten leren. En waarom vermeld ik dit? Ook in het land waar ik woon, in Szeklerland, Transsylvanië, schamen de Roemeense machthebbers zich namelijk nog altijd voor onze moedertaal en onze symbolen.

Maar niet alleen in het Oostblok, ook in het Westen zijn er problemen met de waarden van de Europese mensenrechten en daarom dringen we erop aan dat Europa niet alleen een commissaris voor minderheden krijgt, maar ook een kaderwet over minderheden, die voor elk Europees land bindend is.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, dank u voor uw rede. Ik denk echter dat u en ik volstrekt verschillende paden bewandelen. Ik geloof in een Europa van samenwerkende landen, niet een Europa dat met handen en voeten is vastgebonden aan de federalistische aanpak van de Lissabonstrategie.

Op 2 oktober wordt het Ierse electoraat voor de tweede keer gevraagd om voor het Verdrag van Lissabon te stemmen, een verdrag dat is samengeflanst om de Europese grondwet via de achterdeur toch nog aangenomen te krijgen. Ik prijs het electoraat van de Ierse Republiek dat het bij het eerste referendum zijn gezond verstand heeft gebruikt en ben vol vertrouwen dat het dat bij het tweede referendum opnieuw zal doen. Ik vraag de Ieren met klem om standvastig te blijven in hun afwijzing van het Verdrag. Ondanks de beloften en dreigementen is het in essentie ongewijzigd gebleven. Het is nog steeds het verkeerde pad voor Europa en de landen van Europa.

Ook mijn volk, de Britten, moet de mogelijkheid worden gegeven het Verdrag af te wijzen. De Labourregering beloofde hun een referendum en dient die belofte na te komen. Zo niet, dan moeten de mogelijke opvolgers, de conservatieven, hetzelfde doen.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). (HU) Mijnheer de Voorzitter, als Hongaar, als vriend van Polen, als Midden-Europeaan en als onderdaan van een nieuwe lidstaat ben ik uitermate verheugd en voldaan over uw Voorzitterschap, aangezien dit kan bijdragen aan de volledige emancipatie van de twaalf nieuwe lidstaten. Voorlopig zijn wij immers slechts gelijkwaardig, maar we willen graag gelijkwaardiger zijn.

De toezegging die u hebt gedaan, is van historische waarde, mijnheer de Voorzitter, want u neemt een hachelijke kwestie op u met Silezië, waaraan niemand zich tot nu toe heeft gewaagd. U neemt een bemiddelaarsrol op u in de kwestie van nationale minderheden. In Europa bestaat 15 procent van de bevolking uit minderheden, waarvan 6,5 procent migranten en immigranten zijn, voornamelijk in West-Europa, en 8,5 procent tot een van oudsher bestaande minderheid behoort.

Het is een historische daad dat u bereid bent te bemiddelen in het Hongaars-Slowaakse conflict, en wel tussen de Slowaakse meerderheid en de Hongaarse minderheid in Slowakije. Ik hoop dat de Commissie dit voorbeeld zal volgen. De minderhedenkwestie mag in Europa niet onder het tapijt worden geveegd. Ik dank u voor uw aandacht en ik wens u veel succes.

 
  
MPphoto
 

  Antonello Antinoro (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil u graag laten weten, mijnheer Buzek, hoezeer ik op dit moment ben vervuld met trots dat ik toebehoor aan zo'n belangrijke instelling als het door u voorgezeten Europees Parlement. De offers die u twintig jaar geleden in uw land hebt gebracht en waardoor de twaalf eerder genoemde landen vandaag in deze Kamer vertegenwoordigd kunnen zijn, maken Europa sterker.

Ik wil echter graag mijn bezorgdheid uiten ten aanzien van het programma dat u in uw toespraak hebt uiteengezet en dat – en ik hoop dat dat zal gebeuren – het Parlement zou moeten versterken. Ik hoop dat wat u ons hebt aangekondigd zal uitkomen.

Ik hoop dat de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie, ongetwijfeld de heer Barroso, zal luisteren naar de krachtige woorden die u hebt uitgesproken, zodat dit Parlement kan voorzien in de behoeften van meer dan 550 miljoen burgers in Europa die op ons hebben gestemd, die ons hebben gekozen en die van dit Parlement en van ons allen antwoorden verlangen die Europa wellicht heeft geprobeerd te geven, maar niet geheel succesvol.

Wat dit aspect van uw werk betreft hoop ik en ben ik ervan overtuigd dat we via u erin zullen slagen de zekerheid die uzelf zojuist hebt genoemd, te verwezenlijken.

 
  
MPphoto
 

  Miloslav Ransdorf (GUE/NGL). - (CS) John Stuart Mill zei ooit dat het parlement de spiegel zou moeten zijn van het leven der naties. Dat is allesbehalve een eenvoudige opgave, maar des te belangrijker voor de voor ons liggende zittingsperiode, zeker gezien het feit dat Europa veel te belangrijk is om puur en alleen overgelaten te worden aan besluitvorming door de zogeheten politieke elites.

 
  
MPphoto
 

  Michael Theurer (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik feliciteer u van harte met uw toespraak. De beëindiging van de deling van Europa vindt haar oorsprong enerzijds in de vrijheidsdrang van de Midden- en Oost-Europese landen en anderzijds natuurlijk ook in de aantrekkingskracht van Europa als economisch model.

Ik bespeur te weinig vertrouwen, vertrouwen in de toekomst. Als wij het in Europa niet klaarspelen, wie moet het dan in Europa doen? We moeten duidelijker voor het voetlicht brengen dat wij met vertrouwen aan de slag kunnen met de uitvoering van onze taken. We hebben grote mogelijkheden en onze kansen op groei zijn wereldwijd nog niet uitgeput. Zolang er nog mensen op de wereld rondlopen die behoefte hebben aan goederen en diensten zullen er kansen zijn op groei. Wij kunnen in Europa een deel van de koek bemachtigen. Alle betrokkenen zullen daar baat bij hebben.

Laten we gewoon wat meer vertrouwen hebben in het succesmodel Europa. Ik verzoek u die boodschap eveneens in uw redevoeringen over te brengen.

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI). (HU) Op 23 oktober 2006 werden in Hongarije de revolutie en de vrijheidsstrijd van 1956 herdacht. Op die dag zette een overweldigende, door de regering gedirigeerde politiemacht de aanval in op vreedzame betogers, voetgangers en zelfs verscheidene groepen buitenlandse toeristen die rustig in een restaurant zaten te dineren.

Er heerste volledige terreur in het land, honderden mensen raakten ernstig gewond, onder wie veertien mensen die in de ogen werden geschoten, waardoor velen van hen hun zicht hebben verloren. Honderden mensen zijn in de gevangenis gezet en tegen hen zijn showprocessen aangespannen die onlangs zijn afgerond – bijna stuk voor stuk met vrijspraak.

De premier prees het uitstekende werk van de politie. Vandaag, mijnheer de Voorzitter, is Kinga Göncz, lid van de toenmalige regering die de schietpartijen goedkeurde, ondervoorzitter van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement. Mijnheer de Voorzitter, graag hoor ik hierover uw mening. Namens Hongarije wil ik u verzoeken trouw te blijven aan de geest van solidariteit, te strijden voor de mensenrechten in de Europese Unie en te strijden voor het einde van de crisissituatie in Hongarije, die sinds de herfst van 2006 voortduurt. Verder wil ik de persoon die de mensen in dit Parlement aan deze situatie herinnert en het Parlement te schande maakt, vragen haar functie als ondervoorzitter van de Commissie LIBE neer te leggen.

 
  
MPphoto
 

  László Tőkés (PPE). – (HU) Als Roemeense Hongaar en in de geest van solidariteit feliciteer ik Voorzitter Jerzy Buzek als waardige opvolger van onze vorige Voorzitter Hans-Gert Pöttering. Laten we in de geest van solidariteit terugdenken aan het feit dat Hongarije zeventig jaar geleden Poolse vluchtelingen heeft opgenomen.

In de geest van solidariteit geef ik uiting aan onze vreugde dat een van de sleutelfiguren van de Solidarność tot Voorzitter van het Parlement is gekozen. Tevens denk ik terug aan paus Johannes Paulus II en het religieuze aspect. De Solidarność-beweging, de Hongaarse revolutie van 1956 en Temesvár (Timişoara) waren het symbool voor vrijheid, terwijl de persoonlijkheid en de mentaliteit van paus Johannes Paulus de kracht van het geloof symboliseren. Wij verwachten dat de Polen en de Oost-Europese landen door hun toetreding eenzelfde inbreng en religieuze meerwaarde zullen hebben, en daarom zie ik het Voorzitterschap van de heer Buzek met vertrouwen tegemoet.

 
  
MPphoto
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D). (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik zou u eveneens heel hartelijk willen gelukwensen, niet alleen met uw verkiezing, maar ook met uw toespraak van vandaag, omdat u hebt bewezen dat er maar één Europa is en dat er geen sprake kan zijn van 'oude' en 'nieuwe' landen. Europa blijft ook divers en uw belofte dat deze diversiteit tot uiting zal komen in het werk van het Europees Parlement, is van onschatbare waarde.

Dit betekent echter niet dat Europa gelijk is. Er bestaan immers tal van verschillen waarvoor we in dit Europees Parlement een oplossing moeten zoeken. De Europese burgers ontvangen voor hetzelfde werk vaak een heel uiteenlopende vergoeding. Een te groot aantal Europese burgers is vandaag nog steeds werkloos. Ook dat is een probleem dat we moeten aanpakken. Er is te veel diversiteit en ongelijkheid wat de toegang tot de voordelen op het gebied van onderwijs, cultuur en gezondheidszorg betreft. Dit is een enorme uitdaging die het Europees Parlement onder uw leiding zou moeten aangaan.

Naar aanleiding van bepaalde uitspraken over een gemeenschappelijk energiebeleid zou ik u willen vragen wat er volgens u moet gebeuren met een onderneming die vandaag meer Duits en Russisch is dan Europees. Ik doel op de gaspijpleiding, aangezien u over het energiebeleid heeft gesproken. Wat is uw mening over de uitbreiding van de Europese Unie met Oekraïne? Welk tijdschema zal worden gevolgd met het oog op de toetreding van dit land tot de Europese Unie?

 
  
MPphoto
 

  Jerzy Buzek, Voorzitter. (PL) Ik zou eerst en vooral alle sprekers in dit debat willen danken voor hun buitengewone steun. Ik begrijp dat we in een aantal specifieke gevallen van mening kunnen verschillen. Dat is een goede zaak, want daardoor ontstaat er altijd iets nieuws. Alleen door het uitwisselen van standpunten, door meningsverschillen en discussie zullen we in staat zijn om de moeilijkste vragen te beantwoorden. De uitgesproken steun die ik in de toespraken van de Parlementsleden heb gekregen, plaatst mij echter ook voor een extra verplichting, aangezien ik begrijp dat we voor grote uitdagingen staan die we stuk voor stuk het hoofd moeten bieden. Ik heb van dit Parlement een uitzonderlijk en sterk mandaat gekregen op een bijzonder ogenblik. Ik zou met klem willen benadrukken dat ik me hier terdege van bewust ben. Ik ben me bewust van mijn verantwoordelijkheid voor het werk dat we in de loop van de volgende tweeënhalf jaar zullen verrichten, niet alleen in het Europees Parlement, maar in de hele Europese Unie. Hetzelfde geldt voor het beeld dat onze burgers zullen hebben van ons werk, want dat is van bijzonder belang.

Mijn hartelijke dank gaat uit naar de heer Daul, de voorzitter van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten). Ik stel het zeer op prijs dat hij heeft benadrukt dat het om ons Europa gaat. Ik beschouw mijzelf als een burger uit Centraal- en Oost-Europa, maar ons gemeenschappelijke Europa heeft vandaag een gezamenlijk optreden nodig. Ik vergeet niet waar ik vandaan kom, maar de tijd vliegt snel. Integratie veronderstelt dat we ons wederzijds verantwoordelijk voelen en dat deze verantwoordelijkheid ook wordt gedragen door de nieuwe lidstaten, of liever, door de landen die we soms als 'nieuwe' lidstaten bestempelen, want voor mij bestaat het onderscheid tussen 'oude' en 'nieuwe' lidstaten niet.

De heer Schulz heeft onderstreept dat dit een programma voor tweeënhalf jaar is. Misschien is dat zo. Wat ik werkelijk in gedachten had, is dat continuïteit noodzakelijk is. Eigenlijk heb ik uiteengezet hoe Europa er over vijf of tien jaar zou moeten uitzien en welke weg we zouden moeten inslaan. Over tweeënhalf jaar zal de nieuwe Voorzitter nieuwe prioriteiten toevoegen of de huidige prioriteiten enigszins aanpassen. Het is echter van groot belang dat we altijd vooruitkijken en een perspectief van misschien zelfs tien of vijftien jaar in ogenschouw nemen, zodat we in staat zijn in te spelen op gebeurtenissen die ons misschien verrassen. Ik ben het er uiteraard mee eens dat de beste uitbreiding er een is die voortvloeit uit onze interne integratie.

De heer Verhofstadt heeft de nadruk gelegd op het belang van de stem van de burger. Ik denk daar precies hetzelfde over. De stem van de burger is hier van cruciaal belang. Het Parlement vertegenwoordigt de burgers. Dit verklaart meteen onze grote verantwoordelijkheid. Hij heeft er tevens op gewezen dat we als antwoord op de crisis nauwer zouden moeten samenwerken, ook op economisch vlak, en dat we gezamenlijke besluiten zouden moeten nemen, wat precies het tegenovergestelde is van protectionisme. Dit aspect heb ik ook in mijn toespraak benadrukt.

Mevrouw Harms is in haar betoog ingegaan op de betrekkingen met de nationale parlementen. Wij creëren meer dan 50 procent van de Europese wetgeving die vervolgens door de nationale parlementen wordt goedgekeurd. Het is bijgevolg van wezenlijk belang om goede relaties te onderhouden met de parlementen in onze landen. Waarom? Omdat we behoefte hebben aan meer contact met de burgers. Het lijdt geen twijfel dat deze parlementen, onze eigen nationale parlementen, een veel beter contact hebben met de burgers. Er wordt dagelijks over hun werkzaamheden gesproken op de televisie, wat niet altijd het geval is voor ons Parlement. Laten we ervoor zorgen dat de burgers informatie krijgen over de belangrijke wetten die wij hier in het Europees Parlement, in de Europese Commissie en in de Europese Raad creëren. Laten we ervoor zorgen dat ze weten dat het Parlement verantwoordelijk is voor meer dan de helft van de besluiten die onze landen aangaan. Aangezien we voortaan zeer dicht bij de nationale parlementen zullen staan, zal het ons ook minder moeite kosten om deze boodschap over te brengen.

De crisis legt uiteraard een groot gebrek aan vertrouwen bloot. Dat is precies waar deze hele crisis om draait. Mevrouw Harms en ik zijn dezelfde mening toegedaan over het klimaat. We zijn samen in Bali geweest, we waren samen in Poznań en zullen samen in Kopenhagen zijn. We zullen alles in het werk stellen om tot een overeenkomst te komen.

De heer Kamiński heeft er de nadruk op gelegd dat we verschillende standpunten hebben over de toekomst van Europa. Ik ben het daarmee eens. We moeten inderdaad naar elkaar luisteren. Het feit dat u hier vandaag relatief grote groepen burgers vertegenwoordigt die een enigszins andere kijk hebben op de toekomst van Europa, is niet alleen een waarschuwing, maar ook een duidelijke boodschap aan ons adres. Wij, of liever ik, een overtuigd voorstander van een Europese toekomst en van Europese integratie, kom veel meer te weten over de Europeanen dankzij de bezwaren die u op tal van gebieden oppert. U kunt er zeker van zijn dat hierover een diepgaand debat zal worden gevoerd.

Mevrouw Svensson heeft in haar uiteenzetting aandacht besteed aan de transparantie van de werkzaamheden van het Europees Parlement. Zij is van oordeel dat niet alleen wij, maar ook onze kiezers moeten weten welke besluiten in dit Parlement worden genomen. Daar ben ik het volledig mee eens. Het staat voor mij als een paal boven water dat het probleem van sociale rechtvaardigheid belangrijk is. Ik ben zelf jarenlang lid geweest van een vakvereniging. Het ging om een heel gewone vakbond. We beseffen echter maar al te goed dat we de armsten niet naar behoren kunnen helpen zonder een gezonde economie en dat we onophoudelijk naar een evenwicht tussen beide aspecten moeten blijven zoeken.

De heer Speroni heeft gepleit voor passende en waardevolle samenwerking met de Europese Commissie en de Europese Raad. We mogen niet vergeten dat het Parlement steeds meer aan belang wint. Dankzij het Verdrag van Lissabon krijgen we aanzienlijk meer bevoegdheden dan vandaag het geval is. Dat is een positieve zaak, aangezien wij de vertegenwoordigers zijn die rechtstreeks door de burgers van de Europese Unie worden gekozen.

De heer Gollnisch twijfelt niet aan mijn goede bedoelingen, maar hij vraagt zich af of ze wel realistisch zijn. Ik zou willen zeggen dat het voor mij dertig of veertig jaar geleden volkomen onrealistisch was om te denken dat ik ooit een zo omvangrijke volksvertegenwoordiging zou toespreken en hier uw vragen zou beantwoorden. Het was zo onrealistisch dat ik er zelfs niet van durfde te dromen. Dit bewijst dat onmogelijke zaken mogelijk worden wanneer je met veel vertrouwen en vol overtuiging een bepaald doel nastreeft. Laten we proberen ervoor te zorgen dat het onmogelijke mogelijk wordt.

(Applaus)

Mevrouw Malmström, ik kan u inderdaad bevestigen dat we met het Zweedse voorzitterschap samenwerken. Ik ben al in Zweden geweest. We hebben niet alleen van gedachten gewisseld over de klimaatverandering en het klimaat in Europa in het algemeen, maar ook over de crisis en de werkloosheid. We hebben gesproken over het programma van Stockholm, dat van vitaal belang is. Laten we dit niet vergeten. In het kader van het programma van Stockholm is een belangrijke rol weggelegd voor het Parlement, onder meer op het vlak van de georganiseerde misdaad, zowel binnen als buiten de Europese Unie.

Wij zullen natuurlijk samenwerken met de heer Barroso. Ik ben bijzonder ingenomen met zijn aanbod. De heer Silvestris heeft de korte geschiedenis van de bevrijding van Europa belicht. Ik deel zijn standpunt volledig.

De heer Siwiec heeft over Oekraïne gesproken. Wat mij betreft, is dit eigenlijk een voor de hand liggende kwestie, aangezien ik lid was van de EU-delegatie naar Oekraïne. Ik ben drie keer in Oekraïne geweest, zoals u weet, maar ik wil hierover liever niet in detail treden. Denkt u er alstublieft aan dat voor ons, Europeanen, elk aspect van Europese samenwerking van belang is: zowel in het Middellandse Zeegebied als met Latijns-Amerika en met de Verenigde Staten. Van het allergrootste belang zijn echter onze buren die zich rond de Middellandse Zee en in Oost-Europa bevinden. Oost- en Zuid-Europa zijn onze belangrijkste partners, maar laat ons niet bakkeleien over welke partner het belangrijkst is. Aangezien er verkiezingen voor de deur staan in Oekraïne, zal dit land de volgende zes maanden zonder twijfel het belangrijkst zijn. Het heeft echter geen zin om hierover met elkaar te twisten. Het is van fundamenteel belang dat we het evenwicht bewaren. Ik sta volledig achter uw standpunt op dit gebied.

Mevrouw Lichtenberger is ingegaan op de rol die het Parlement speelt bij de totstandkoming van EU-wetgeving. Ik ben het met u eens. Ook ik vind dat we wetgeving doorzichtig moeten maken. We moeten natuurlijk onze eigen mening hebben, maar dit wordt de facto al erkend door Lissabon. Als het Verdrag van Lissabon in werking treedt, zal dit automatisch het geval zijn.

De heer Balczó vraagt of er werkelijk in die mate sprake is van een verenigd Europa als ik in mijn toespraak heb aangegeven. Ja, inderdaad, dit Europa bestaat echt en het is verenigd, maar het is nog steeds bezig om in onderling overleg de landbouwproblemen aan te pakken. Ik heb duidelijk gesteld dat de Europese Unie over fondsen beschikt om de cohesie tussen de lidstaten te bevorderen. Nu we eindelijk verenigd zijn, moeten we verhinderen dat we om een andere reden uit elkaar vallen, door een gebrek aan wederkerigheid in de ontwikkelingsmogelijkheden voor onze burgers. We zullen al het mogelijke doen om dit te bereiken. Bepaalde landen zijn al twintig of dertig jaar lid van de Europese Unie en vallen nog steeds onder deze programma's. We hebben allemaal dezelfde rechten. Het gaat uiteraard om een verenigd Europa waar grote verschillen in levensstandaard bestaan. Wij zullen deze verschillen wegwerken. We hopen dat we in onze opzet zullen slagen. Tegelijkertijd is dit een grote kans voor ons. Laten we het nu echter over een Gemeenschap en over onze verantwoordelijkheid hebben. Dit wilde ik heel duidelijk benadrukken.

Mevrouw Roithová heeft gesproken over onze gedeelde verantwoordelijkheid voor de crisis. Ik sluit me volledig aan bij haar woorden. We wonen immers zo dicht bij elkaar dat we elkaar nu al bijna probleemloos begrijpen. Dat is bijzonder belangrijk voor ons. De heer Tannock heeft het idee geopperd van een commissaris voor de mensenrechten. Dit is uiteraard een kwestie waarover de voorzitter van de Commissie en de Commissie moeten beslissen. Ik ben er echter van overtuigd dat we de heer Tannock over enkele maanden in Oekraïne zullen ontmoeten naar aanleiding van de presidentsverkiezingen.

De heer Sógor heeft in zijn uiteenzetting stilgestaan bij de Europese bilaterale gesprekken. In dit verband zou ik willen zeggen dat het inderdaad de voorkeur verdient om de problemen van minderheden bilateraal op te lossen. Het is echter ook beter om grenzen te openen dan om ze te verplaatsen. Wij hebben in Europa geleerd om niet te ruziën over grenzen. In ons deel van Europa is dit probleem niet aan de orde. Wij hebben onze grenzen eenvoudigweg geopend en dat is ons doel – het is onze belangrijkste verwezenlijking.

Mevrouw Dodds heeft gezegd dat de Europese Unie geen federale unie zou moeten zijn, maar een Europa van samenwerkende naties. Dat was een erg verstandige uitspraak. We hebben het inderdaad over samenwerking tussen naties. We spreken niet alleen over de noodzaak om de identiteit van de afzonderlijke landen te bewaren, maar ook over de noodzaak van wederzijdse openheid en samenwerking. Uw ideeën spreken me erg aan. De Europese Unie sluit zowel in haar huidige vorm als in haar toekomstige vorm volgens het Verdrag van Lissabon perfect aan bij uw voorstellen.

De heer Tabajdi heeft aandacht besteed aan de regio's. Hij zei ook dat mijn regio, Silezië, in zekere zin een soort bemiddelingsrol vervult. Ik ben het met hem eens. Grensoverschrijdende regio's bieden de kans om tot een beter wederzijds begrip te komen. De heer Antinoro had het op zijn beurt over de verwezenlijkingen van mijn land. Ik wil hem graag bedanken voor zijn opmerkingen. Zal ik het Europees Parlement meer slagkracht kunnen geven? Ik heb in ieder geval voldoende energie om me hiervoor ten volle in te zetten, maar om dit doel te bereiken, is ontegenzeggelijk de energie van de meer dan zevenhonderd leden van dit Parlement nodig. Ik heb er het volste vertrouwen in en ga ervan uit dat iedereen hier aanwezig 'energiek' is.

De heer Ransdorf is een echte vertegenwoordiger van de burgers en het leven van de natie. Ik onderschrijf zijn mening. Dit verklaart waarom de verantwoordelijkheid en de bevoegdheden van het Europees Parlement blijven toenemen. We moeten de nationale parlementen eveneens de mogelijkheid geven om hun stempel te drukken op datgene wat in Europa gebeurt. De heer Theurer heeft verwezen naar het streven naar vrijheid enerzijds en naar de aantrekkingskracht anderzijds. Ja, het was hier aantrekkelijk, maar wij hebben daar gestreden voor onze vrijheid. Dat klopt. Ik zou erop willen wijzen dat we de situatie op de Balkan onder controle hebben gekregen. Het is vandaag rustig op de Balkan. Godzijdank! De landen van deze regio staan nu in de rij om toe te treden tot de Unie en dit heeft te maken met de enorme aantrekkingskracht van de Europese Unie.

Mevrouw Morvai heeft ons aan een aantal dramatische gebeurtenissen herinnerd. Indien u mij hierover nadere informatie wenst te verschaffen, zou ik u willen vragen om dat schriftelijk te doen. We kunnen elkaar ook ontmoeten om deze kwestie te bespreken, zodat ik uw punt beter kan begrijpen. De heer Tőkés heeft over het jaar 1956 en Hongarije gesproken. We hechten allemaal veel belang aan deze gebeurtenissen en aan ons diepe geloof in de Europese Unie. Ja, ook ik geloof stellig in de kracht van de Europese Unie.

De heer Olejniczak heeft daarentegen enkele vragen gesteld over de bestaande ongelijkheid in Europa. Het is van wezenlijk belang om over eenheid te spreken, maar anderzijds kunnen alle fondsen die ik eerder heb genoemd nog steeds worden gebruikt. Bovendien zijn ook alle maatregelen die erop gericht zijn ons te helpen om deze ongelijkheden weg te werken, nog van toepassing. Zij blijven van kracht, op dit gebied is er niets veranderd. De situatie op zich blijft even open en duidelijk als voorheen. Het is dus een zeer goede zaak dat we een verenigd Europa hebben. Als we een oplossing willen vinden voor het probleem van de levering van olie en gas en van energiebronnen in het algemeen, moeten we nadenken over een gemeenschappelijk energiebeleid. In dat geval zullen er tussen ons geen onnodige spanningen ontstaan. Dergelijke spanningen werpen onnodige muren op, terwijl we die net decennialang stukje bij beetje hebben afgebroken. Dat is waar het in de toekomst om gaat. Daarom ben ik een uitgesproken voorstander van een gemeenschappelijk energiebeleid.

Het spreekt vanzelf dat een land dat tot de Europese Unie wil toetreden aan een aantal criteria moet voldoen. Er is ook gezegd dat de Europese Unie een goed geïntegreerd geheel moet zijn vooraleer nieuwe landen lid kunnen worden. Alleen dan zal de opname van nieuwe lidstaten doeltreffend verlopen. Integratie vergt tijd, maar een land als Kroatië is grotendeels klaar voor deze integratie. Ik begrijp dat Kroatië een goede kans maakt om op relatief korte termijn toe te treden tot de Europese Unie, hoewel het land nog met bepaalde problemen kampt. Dit zou ook het geval kunnen zijn voor IJsland. Het is echter zeer moeilijk om tijdsschema's vast te leggen voor andere landen die minder goed voorbereid zijn. We mogen niet vergeten dat de landen uit Midden- en Oost-Europa die vandaag lid zijn van de Unie, al in 1991-1992 zijn begonnen met de voorbereiding van hun toetreding. Hun integratieproces heeft dus twaalf jaar geduurd. De voorbereiding van onze integratie heeft twaalf jaar in beslag genomen en eigenlijk waren de omstandigheden voor ons toen gunstiger dan ze vandaag zijn voor de nieuwe landen, aangezien de situatie op wereldniveau rooskleuriger was. Er was geen crisis en tal van andere factoren hadden tot gevolg dat wij het gemakkelijker hadden. De voorbereidingen vergen in elk geval veel tijd en ik durf het daarom niet aan om precieze tijdstippen te noemen. We mogen evenwel niet uit het oog verliezen dat het uitbreidingsbeleid een goed EU-beleid is, hoewel de resultaten pas op lange termijn zichtbaar zijn.

Ik zou u allen nogmaals willen bedanken voor dit debat. Ik heb al uw opmerkingen zorgvuldig genoteerd en zal op basis daarvan nadenken over een aantal aanpassingen. Wij zullen elkaar in de toekomst overigens geregeld ontmoeten. Ik zal hier plaatsnemen, op de plek waar ik vandaag zit, want ik wil graag zo dicht mogelijk bij ieder van u zijn.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Dank u, mijnheer Buzek, niet in de laatste plaats voor de zonder uitzondering zorgvuldige antwoorden op alle opmerkingen.

Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Lidia Joanna Geringer de Oedenberg (S&D), schriftelijk. – (PL) Ik wil u graag van harte gelukwensen met uw verkiezing tot Voorzitter van het Europees Parlement. Net als al onze landgenoten ben ik trots dat deze eervolle functie voor het eerst in de geschiedenis door een Pool wordt bekleed. Dit is voor ons een bevestiging van onze rol en onze positie in Europa.

Tegelijkertijd is Polen een van de weinige landen die het ratificatieproces van het Verdrag van Lissabon, dat de Europese integratie efficiënter moet maken, nog niet hebben afgerond. Dit is naar mijn mening paradoxaal. Ik zou erop willen wijzen dat het Poolse parlement de ratificatie van het Verdrag van Lissabon al in april van dit jaar heeft goedgekeurd, maar dat de Poolse president de akten van bekrachtiging nog steeds niet heeft ondertekend.

Ik denk dat u een waardevolle bijdrage zou kunnen leveren aan het publieke debat in Polen en mee zou kunnen helpen om de maatschappelijke steun voor het Verdrag te vergroten. Dit zou de beëindiging van het ratificatieproces kunnen bespoedigen. Ik zou u tevens willen bedanken voor uw persoonlijke betrokkenheid bij de Ierse kwestie. Ik hoop van ganser harte dat de Ierse bevolking op 2 oktober 'ja' zal stemmen en dat vervolgens door de Tsjechische Republiek en door Polen de nodige formaliteiten zullen worden vervuld.

Het is een van de belangrijkste doelstellingen van het Europees Parlement om er mede voor te zorgen dat de 'saga van de ratificatie van het Verdrag van Lissabon' een einde neemt. Ik hoop dat dit eveneens een van de successen van dit Parlement zal zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE), schriftelijk. – (PL) Dit is een belangrijk moment in de geschiedenis van de Europese integratie. Ik zou de Voorzitter hartelijk willen danken voor het programma dat hij heeft voorgesteld. Ik hoop dat u erin zult slagen om deze ambitieuze doelstellingen in praktijk te brengen. Ik wens u veel succes bij het sturen van de werkzaamheden van het Europees Parlement, daarbij rekening houdend met de waarden die voor alle Europeanen van belang zijn.

Net als de Poolse Solidariteitsbeweging in staat was om het gezicht van Polen en van andere landen in Midden-Europa te veranderen, zal de Europese solidariteit ons in staat stellen om het hoofd te bieden aan de uitdagingen waar we vandaag voor staan. Dit zal mogelijk zijn onder bepaalde voorwaarden: onze solidariteit moet niet alleen consequent en oprecht zijn, maar we moeten ook vastberaden zijn om de gewenste veranderingen tot stand te brengen. Net als in Polen, waar het totalitaire regime niet ten val is gekomen door woorden, maar door daden, zal de Europese solidariteit doeltreffend zijn als ze in concrete maatregelen wordt vertaald. Ik ben ervan overtuigd dat dit zal gebeuren.

Deze visie op de Europese toekomst is voor heel veel Europeanen aantrekkelijk. Ik reken erop dat het Europees Parlement onder uw leiding, mijnheer de Voorzitter, een positieve en actieve rol zal spelen bij de verwerkelijking van deze visie. Hartelijk dank daarvoor.

 
  
  

(De vergadering wordt om 13.25 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat)

 
  
  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 

9. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering
Video van de redevoeringen
 

(De notulen van de vorige vergadering worden goedgekeurd)

***

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb geen opmerkingen over de notulen van de vergadering van gisteren, maar wel over een voorval tijdens de vergadering van vanochtend. Collega Kinga Göncz, lid van mijn fractie en voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Hongarije, is vanochtend tijdens het debat op onaanvaardbare wijze beledigd door mevrouw Krisztina Morvai, afgevaardigde van de fascistische partij Jobbik. Mevrouw Göncz heeft als Hongaars minister van Buitenlandse Zaken meer dan bijna ieder ander in het land geijverd voor internationale verzoening tussen Hongarije en zijn buurlanden. Ik ben verontwaardigd over deze vreselijke belediging aan het adres van mevrouw Göncz door mevrouw Morvai, die lid is van een neofascistische partij, en wijs deze van de hand!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Kinga Göncz (S&D). (HU) Dank u voor de mogelijkheid om het woord te voeren. Het spijt me zeer dat deze discussie hier in het Europees Parlement plaatsvindt, maar ik wil toch kort reageren door te zeggen dat de partij die Krisztina Morvai vertegenwoordigt in 2006 een paramilitaire eenheid heeft opgericht die wordt ingezet om de vreedzame meerderheid in de maatschappij te intimideren.

Het gaat hier vooral om minderheden, homo’s, Roma en joden. Onlangs heeft de rechtbank deze paramilitaire organisatie opgeheven, maar een van de leden van deze partij droeg tijdens de vergaderperiode van juli in dit Parlement het uniform van deze organisatie. Deze partij heeft in Hongarije met haar anti-Europese, racistische, homofobe, anti-Roma en xenofobe demagogie campagne gevoerd en Hongarije regelmatig als kolonie van de Europese Unie beschreven in haar toespraken. De gebeurtenis waarover Krisztina Morvai sprak, vond plaats in 2006, toen deze extreemrechtse betogers het hoofdkantoor van de Hongaarse televisie in brand staken en dagen achtereen rellen trapten, waarbij 113 politieagenten gewond raakten.

Op 23 oktober hebben zij opnieuw rellen geschopt en geprobeerd de nationale feestdag met geweld te verstoren. In de Hongaarse geschiedenis van na de omwenteling was dit de eerste keer dat de politie een extreemrechtse betoging moest neerslaan. Daarna heeft de regering een onafhankelijke commissie ingesteld, waarvan het rapport op allerlei websites te lezen is, ook in het Engels. Deze commissie heeft aanbevelingen gedaan en verder zijn er verscheidene gerechtelijke procedures aangespannen. De Hongaarse regeringsinstanties hebben deze vormen van misbruik onderzocht.

Er waren zeker problemen, maar ik wil alleen maar tegen mevrouw Krisztina Morvai zeggen dat als zij het institutionele systeem van haar eigen vaderland als dictatoriaal bestempelt, het probleem daarmee is dat als de democratie in Hongarije niet zou functioneren, zij hier ook niet had kunnen spreken. Het spijt me dat dit onderwerp hier in het Parlement aan de orde is gekomen en ik hoop van harte dat deze discussie hier niet zal worden voortgezet.

 
  
MPphoto
 

  Zoltán Balczó (NI). (HU) Mijnheer de Voorzitter, volgens het Reglement heb ik een halve minuut om een vraag te stellen. Ik wil van de heer Schulz weten hoe hij het waagt om op grond van lasterlijke verklaringen van een partijgenoot een partij in dit Parlement fascistisch te noemen, alleen omdat deze partij het niet met alle facetten van het belangrijkste gedachtegoed van de Europese Unie eens is. In Hongarije hebben 430 000 mensen op deze partij gestemd. U kwalificeert 430 000 kiezers als fascisten. Denkt u in het vervolg na voordat u iets zegt!

 

10. Ondertekening van volgens de medebeslissingsprocedure aangenomen besluiten: zie notulen
Video van de redevoeringen

11. Verklaring van de voorgedragen voorzitter van de Commissie (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de verklaring van de voorgedragen voorzitter van de Commissie.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorgedragen voorzitter van de Commissie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, we maken tijden door zoals wij die nooit eerder hebben gekend. Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat men het in de toekomstige geschiedenisboeken zal hebben over de tijd 'voor' en de tijd 'na' de financiële crisis. Dit is echter niet alleen maar een financiële, economische en sociale crisis, maar ook een crisis van waarden. Daarom vind ik dat de kern van ons antwoord op deze crisis ons Europees maatschappelijk model moet zijn, onze sociale markteconomie.

Tegelijkertijd heeft deze crisis duidelijk gemaakt hoe sterk wij van elkaar afhankelijk zijn geworden door de mondialisering. Wij hebben een financiële crisis maar ook een energiecrisis. Wij zijn geconfronteerd met problemen op het gebied van de voedselveiligheid maar ook met klimaatverandering, een terrein waarop Europa momenteel het leiderschap heeft. Daarom denk ik dat we kunnen zeggen dat dit voor Europa het uur van de waarheid is. Gaan we de mondialisering vorm geven met onze waarden en gaan we onze belangen verdedigen, of zullen we de mondialisering ondergaan en het initiatief van anderen volgen?

Voor mij is de keuze helder. We moeten deze uitdaging samen aangaan, want als we het niet samen doen, loopt Europa het risico gemarginaliseerd te worden. We hebben ervaring. Ik geloof niet dat een andere regio ter wereld net zoveel ervaring heeft als wij met het tot stand brengen van een interne markt en van gemeenschappelijke regels en instellingen, of met de introductie van een eenheidsmunt en van op solidariteit en cohesie gericht beleid. Wij beschikken over die unieke ervaring. Ik geloof dus dat we de mondialisering niet moeten ondergaan maar er mede vorm aan kunnen geven, omdat wij van nature een laboratorium van de mondialisering zijn; we zijn kampioen op het gebied van mondiaal bestuur.

Dit is geen tijd voor status quo, of voor routine. We moeten een agenda voor verandering hebben. Meer dan ooit hebben we een sterk Europa nodig. Met het Verdrag van Lissabon zullen we in de toekomst sterker staan en slagvaardiger zijn.

Ik zeg ´sterk Europa` maar laat me daar duidelijk over zijn. Dat betekent niet noodzakelijkerwijs een grotere centralisatie van bevoegdheden. Ik hecht sterk aan het democratische beginsel van subsidiariteit, aan subsidiariteit die uiteraard gekoppeld is aan solidariteit en het mogelijk maakt besluiten op het meest geschikte niveau te nemen.

Als ik spreek over een `sterker Europa` heb ik het ook over de Europese geest, de Europese besluitvormingscultuur, de communautaire methode en over de wil om gezamenlijk op te treden – dus niet alleen over het vermogen om gezamenlijk op te treden, maar ook over de wil, de politieke wil daartoe. We hebben een Europa nodig dat zijn waarden en belangen hardnekkig verdedigt, dat elke vorm van protectionisme afwijst zonder daarbij naïef te zijn, en dat blijk kan geven van een proactieve opstelling. Bij het schrijven van het document dat ik u allen vóór deze vergadering heb doen toekomen, heb ik mij laten leiden door die proactieve opstelling.

Het mandaat van de Commissie waarvan ik nu nog voorzitter ben, was het mandaat van de eerste Commissie van het uitgebreide Europa, van het grote Europa van de Zevenentwintig. Ik geloof dat we, nu we dit Europa geconsolideerd hebben, de voorwaarden gecreëerd hebben voor een nieuwe ambitie, voor een nieuwe sociale ambitie, want er is een crisis en het grootste probleem van de Europeanen is de werkloosheid, maar ook voor een nieuwe ambitie als het gaat om de bestrijding van klimaatverandering, waarbij we reeds een leidersrol vervullen, en een nieuwe ambitie als het gaat om onze respons op de mondialisering.

(EN) Vorige week heb ik de gelegenheid gehad deze politieke richtsnoeren te bespreken met alle fracties die mij daartoe hadden uitgenodigd. Mijns inziens was het een zeer nuttige, opbouwende en open discussie en ik heb een groot aantal standpunten ontvangen.

Ik geloof dat nu de tijd is gekomen om een brede consensus en een bepaald niveau van overeenstemming te bereiken over de richting die we willen volgen. Ik wil hier ten overstaan van u allen plechtig beloven dat ik – mits het Parlement instemt met mijn benoeming – deze politieke richtsnoeren in de praktijk zal brengen tijdens mijn tweede mandaat en dat ik de richtsnoeren in samenwerking met de nieuwe commissarissen zal omzetten in het nieuwe wetgevings- en werkprogramma van de Commissie. Ik zal die richtsnoeren hier niet herhalen, maar nu ik met u allen van gedachten heb gewisseld, is het wellicht nuttig een aantal elementen uit de richtsnoeren concreter te maken en ook rekening te houden met een aantal van uw suggesties. In het belang van transparantie zal ik die punten even voor u op een rijtje zetten.

Allereerst noem ik u de hoofdlijn. Bij de tenuitvoerlegging van ons herstelplan om uit de economische en financiële crisis te komen dienen we de blik vooruit te richten. We moeten onze inclusieve sociale markteconomie een nieuwe impuls geven. We zullen moeten investeren in nieuwe bronnen voor duurzame groei, in intelligente "groene" groei, in de netwerken van de toekomst, van digitale infrastructuur tot Europese supernetwerken voor elektriciteit en gas. Op die manier dragen we bij aan een hoog niveau van werkgelegenheid en sociale zekerheid, versterken we de rol van het Europees maatschappelijk model en zullen succesvol zijn in een wereld waarin de concurrentie steeds verder toeneemt.

Solidariteit moet voorop blijven staan. Daarom verbind ik mij ertoe om, los van alle voorgestelde en reeds genomen besluiten ten aanzien van de structuurfondsen en de verdubbeling van de betalingsbalanssteun aan landen in moeilijkheden, gebruik te maken van alle instrumenten die mij ter beschikking staan om de lidstaten met ernstige budgettaire beperkingen, en met name de nieuwe lidstaten, te helpen de weg naar herstel terug te vinden.

We kunnen echter niet teruggrijpen op het oude groeimodel, want dat is duidelijk onhoudbaar gebleken. We moeten de voorwaarden creëren voor de overgang naar een koolstofarme economie die ons bedrijfsleven concurrentievoordeel oplevert, een bron van werkgelegenheid is voor onze werknemers en een bron van hoop is voor toekomstige generaties. Ja, ik ben het eens met degenen onder u die zeiden dat coördinatie alleen niet volstaat. Ja, we hebben behoefte aan een werkelijk Europese agenda, aan een geïntegreerde visie op een coherente Europese strategie, de strategie "EU 2020", die voortbouwt op open markten via een combinatie van nieuwe bronnen voor duurzame groei, werkgelegenheid en sociale cohesie, onze agenda voor energiezekerheid en klimaatverandering, een nieuwe aanpak van het industriebeleid en de overgang naar een kennismaatschappij. Ik ben met name voorstander van innovatie en ondersteuningsmaatregelen voor KMO's. Dat betekent dus inderdaad dat de Lissabonstrategie na 2010 moet worden herzien. Er moet een veel sterker geïntegreerde benadering komen van de economische, sociale en milieuonderdelen van de diverse strategieën. Als voorzitter van de Commissie zal ik alles in het werk te stellen om ook de lidstaten ervan te overtuigen dat ze voor deze coherente en gecoördineerde benadering moeten kiezen.

In de richtsnoeren geef ik aan dat de economie behoefte heeft aan een financieel stelsel dat ethischer en robuuster is en blijk geeft van meer verantwoordelijkheid. Wetgeving en toezicht hebben geen gelijke tred gehouden met integratie en innovatie van de financiële markten. Dat geldt niet alleen voor Europa maar voor de hele wereld. Ik ben geschokt door de omvang van het onethisch gedrag dat we hebben gezien. We kunnen niet op de oude voet verdergaan. Er moet bijvoorbeeld dringend iets gedaan worden aan het bonussysteem. We hebben nu een leidende positie in the G20, een proces dat overigens door Europa op gang is gebracht, maar er moet inderdaad nog meer gebeuren. De Commissie zal volgende week, vlak voor de bijeenkomst van de G20 in Pittsburgh, voorstellen goedkeuren voor de opbouw van een werkelijk Europees toezichtsysteem, van een systeem dat de geïntegreerde aard van onze interne markt weerspiegelt.

Over drie jaar zullen we ons optreden toetsen en dan bepalen wat we nog meer moeten ondernemen. Het is belangrijk dat er regelgeving komt die de verantwoordelijkheid en de legitimiteit van de financiële sector waarborgt, zonder de innovatie te verstikken. Europa moet wereldleider blijven op het gebied van financiële dienstverlening.

In mijn richtsnoeren leg ik tevens uit waarom de crisis het noodzakelijk maakt dat de sociale dimensie van Europa op alle niveaus van besluitvorming veel sterker de nadruk krijgt, niet alleen op Europees, maar ook op nationaal niveau. De financiële sector en de economie vertonen wellicht tekenen van herstel, maar laten we er geen doekjes om winden: de crisis is nog niet voorbij voor degenen die hun baan hebben verloren. Zolang de werkloosheid stijgt en we geen nieuwe werkgelegenheid scheppen, kunnen we niet zeggen dat de crisis voorbij is.

Ik wil mij inzetten voor een hoog niveau van werkgelegenheid en sociale cohesie via een aantal actiepunten waarover ik met enkelen van u van gedachten heb gewisseld.

Ik heb duidelijk aangegeven gehecht te zijn aan de eerbiediging van de fundamentele sociale rechten en aan het beginsel van vrij verkeer van werknemers. De uitlegging en de tenuitvoerlegging van de detacheringsrichtlijn schieten op beide punten tekort. Ik verbind mij er dus toe om zo snel mogelijk een verordening voor te stellen om de gerezen problemen het hoofd te bieden. Deze verordening zal worden vastgesteld via de medebeslissingsprocedure door het Europees Parlement en de Raad. Het voordeel van een verordening is dat deze veel meer rechtszekerheid biedt dan een herziening van de richtlijn. Een herziening zou te veel ruimte bieden aan uiteenlopende omzettingen op nationaal niveau en zou pas na veel langere tijd werkelijk resultaat opleveren. Mochten we echter tijdens de voorbereiding van de verordening vaststellen dat er gebieden zijn die een herziening van de richtlijn noodzakelijk maken, dan zal ik op dat punt niet aarzelen. Laat ik duidelijk zijn: ik verbind mij ertoe iedere vorm van sociale dumping in Europa te bestrijden.

Ook de sociale-effectbeoordelingen van alle toekomstige voorstellen zijn genoemd. Die zijn inderdaad noodzakelijk. De eerste testcase voor een dergelijke effectbeoordeling is de herziening van de arbeidstijdenrichtlijn. Op basis van deze effectbeoordeling zal de volgende Commissie de sociale partners raadplegen en een omvattend wetgevingsvoorstel indienen.

In de richtsnoeren wijs ik op de betekenis van de diensten van algemeen belang voor ons Europees maatschappelijk model, een punt dat expliciet wordt genoemd in het Verdrag van Lissabon. Ik ben bereid om samen met u een kwaliteitskader voor de diensten van algemeen belang te ontwikkelen.

Tevens besteed ik aandacht aan gendergelijkheid en aan het opheffen van beloningsverschillen tussen vrouwen en mannen. Ik verbind mij ertoe om samen met u te werken aan een handvest voor de vrouw, mede ter gelegenheid van de vijftiende verjaardag van de conferentie van Beijing in 2010.

Het Verdrag van Lissabon bevat vernieuwingen op het gebied van internationale betrekkingen, zoals onder meer de Europese dienst voor extern optreden en de functie van hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter van de Commissie. In mijn richtsnoeren geef ik aan vastbesloten te zijn deze belangrijke vernieuwingen van het Verdrag van Lissabon op doeltreffende wijze door te voeren. Ik wil toe naar een intensievere samenwerking met het Europees Parlement op het gebied van externe zaken in het algemeen.

Maar Europa moet de middelen hebben om zijn ambities waar te maken. In de richtsnoeren geef ik aan dat de Europese begroting daartoe grondig moet worden herzien, zowel wat de uitgaven- als de inkomstenkant betreft. We moeten af van de nadruk op nettobijdragen en ons eerder baseren op solidariteit, lastenverdeling en billijkheid. Dat omvat ook de kwestie van de eigen middelen. De Europese Unie moet haar beleid transparanter en efficiënter financieren. Ik ben bereid om bij het hervormen van Europese begroting de degens te kruisen met de lidstaten, en hoop daarbij de steun te krijgen van het Parlement. Ik wil ook nauwer samenwerken met de Europese Investeringsbank om innovatieve vormen van financiering te vinden.

Verder hecht ik aan intelligente wetgeving en wil ik herhalen dat ook de volgende Commissie de vereenvoudiging van procedures en het verminderen van de administratieve lasten voor bedrijven – met name voor KMO’s – tot haar prioriteiten rekent. Deze taak valt, evenals de Impact Assessment Board (IAB) en de ex-postevaluatie, rechtstreeks onder mijn verantwoordelijkheid en weerspiegelt daarmee volledig de prioriteit die ik eraan toeken. Net als in de afgelopen jaren zal ik soms onder moeilijke omstandigheden de integriteit van de interne markt moeten verdedigen, want zonder die interne markt en zonder het cohesiebeleid zou er geen Europese Unie bestaan.

Maar waarom zou ik het daarbij laten? Waarom zou ik alleen de interne markt verdedigen? Ik wil de ontbrekende schakels opvullen om het bedrijfsleven en de consument maximaal te laten profiteren van de interne markt.

Geachte afgevaardigden, ik zal mijn best doen om deze prioriteiten hun beslag te doen vinden in de organisatie van het volgende college van commissarissen, zodra u mijn benoeming hebt goedgekeurd, maar ik kan vandaag al enkele organisatorische wijzigingen met u delen die ik wil doorvoeren.

Ik wil een commissaris voor justitie, grondrechten en burgerlijke vrijheden aanstellen. Tot zijn of haar taken behoren ook burgerrechten en rechten van minderheden, want de Europese Unie is een gemeenschap van rechten en waarden.

Ik wil tevens een commissaris voor interne zaken en migratie aanstellen. Daartoe reken ik ook veiligheid. Een van de belangrijkste taken van deze commissaris zal zijn een echte gemeenschappelijke aanpak van migratie te ontwikkelen door integratie van legale migranten te bevorderen, illegale migratie en de daarmee verband houdende criminele activiteiten te bestrijden en solidariteit tussen de lidstaten tot stand te brengen. We hebben behoefte aan solidariteit. We hebben behoefte aan solidariteit als wij steun moeten bieden aan onze Baltische vrienden of aan de landen die getroffen worden door een gascrisis tussen Rusland en Oekraïne, maar we hebben ook behoefte aan solidariteit bij de ondersteuning van onze mediterrane vrienden wanneer zij te maken krijgen met uitdagingen die ze niet in hun eentje het hoofd kunnen bieden.

Ik wil ook een commissaris voor klimaatactie aanstellen, want de uitdaging van de klimaatverandering is dermate groot dat die horizontaal, met alle onze beleidsvormen moet worden opgelost. Met een commissaris voor klimaatactie geven we ook een belangrijk signaal af, namelijk dat Europa de vaart erin wil houden bij de bestrijding van klimaatverandering, ongeacht de ambitieuze doelstellingen van Kopenhagen.

We hebben ook behoefte aan een grondige herziening van de manier waarop de Europese instellingen wetenschappelijk advies inwinnen en gebruiken. In de volgende Commissie wil ik een wetenschappelijk hoofdadviseur aanstellen die bevoegd is om vanaf de ontwikkeling tot en met de tenuitvoerlegging van het beleid proactief advies uit te brengen. Ik wil hiermee duidelijk maken dat onderzoek en innovatie voor mij een belangrijke prioriteit zijn. Volgens mij is er op dat gebied veel werk te verzetten. Als er één gebied is waarop de gefragmenteerde Europese inspanningen niet het gewenste resultaat opleveren, dan is dat wel op het gebied van onderzoek en innovatie. Ik ben ervan overtuigd dat we echt iets kunnen doen aan zaken als klimaatverandering en energiezekerheid, mits we in het belang van Europa bereid zijn tot samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling.

Ik stel voor de agenda voor Europa helemaal om te gooien. Om die ambitie te verwezenlijken wil ik een speciaal partnerschap tussen het Parlement en de Commissie tot stand brengen. Wij vertegenwoordigen de twee Europese instellingen bij uitstek. Op ons rust de speciale verantwoordelijkheid om een werkelijk Europese openbare discussieruimte te creëren. Ik wil graag mijn bijdrage leveren aan een Europese parlementaire democratie.

In de afgelopen maanden heb ik hierover met Voorzitter Buzek kunnen spreken. Veel van de voorgestelde verbeteringen in mijn richtsnoeren zijn te danken aan deze gesprekken. Een van die verbeteringen is een regelmatig te houden vragenuur. Nu ik de fracties heb ontmoet, ben ik bereid rekening te houden met de door een aantal onder u gedane suggestie om niet alleen de Conferentie van voorzitters regelmatiger te ontmoeten, maar ook een gepaste dialoog tot stand te brengen met uw Conferentie van commissievoorzitters. In dat verband zal ik de Conferentie van commissievoorzitters uitnodigen om elk jaar, voor de goedkeuring van het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie, een bijeenkomst te houden met het voltallige college van commissarissen.

We beleven buitengewone tijden, tijden waarin onzekerheid heerst en machtsverschuivingen plaatsvinden. We kunnen wellicht spreken van een fundamentele wijziging in de betrekkingen tussen de mondiale grootmachten. In deze angstige tijden is de kans groot dat nationalisme en extremisme in allerlei vormen en gradaties de kop opsteken. Er bestaat een reëel gevaar dat de successen van de Europese integratie op de tocht komen te staan. Voor het bestrijden van nationalisme is het dus heel belangrijk dat de Commissie en het Parlement een speciale relatie hebben.

Ik wil afsluiten met een dringende oproep aan u allen. We hebben nu meer dan ooit behoefte aan een sterk Europa en een sterke Europese Commissie. Een sterke Commissie moet – laten we eerlijk zijn – een politieke Commissie zijn, maar een politieke Commissie mag geen partijdige Commissie zijn. Als voorzitter van de Commissie is mijn partij Europa. Het volgende college zal, net als het huidige, bestaan uit leden van uiteenlopende politieke partijen. Ik hecht er belang aan dat de politieke diversiteit van Europa wordt weerspiegeld in het college en in de belangrijkste posities, maar alleen met steun van alle partijen kunnen we echt werken aan een sterk Europa en een sterke Commissie.

We hebben behoefte aan een Commissie die haar beloften nakomt. We hebben ook behoefte aan een Parlement dat de noodzakelijke meerderheid achter zich kan krijgen om Europa vooruit te helpen. Als u een sterke Commissie wilt die soms optreedt tegen lidstaten en het hoofd biedt aan nationaal egoïsme, dan moet u de Commissie de sterke steun geven die zij nodig heeft.

We hebben allemaal onze politieke en ideologische standpunten en zijn afkomstig uit heel verschillende politieke families. Toch denk ik dat we in tijden van crisis, zoals nu, niet alleen moeten kijken naar onze overtuigingen, maar ook blijk moeten geven van een sterke Europese verantwoordelijkheidszin. Met het oog op die Europese verantwoordelijkheidszin doe ik mijn oproep aan u, een hartstochtelijke oproep voor Europa. Laten we met elkaar die Europese weg inslaan.

(Langdurig applaus)

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega's, afgelopen juni hebben de Europeanen hun steun aan de Europese Volkspartij bevestigd en ervoor gezorgd dat onze fractie voor de derde maal op rij de grootste van dit Parlement werd.

Onze medeburgers hebben met hun stem duidelijk aangegeven waarvoor ze kiezen. Ze kiezen voor een stabiel en sterk Europa, in deze periode van crisis en twijfel; ze kiezen voor een sociale markteconomie op basis van ethische regels en voor een verantwoord klimaat- en energiebeleid. De EVP, de Europese Volkspartij, heeft enkele maanden voor de verkiezingen als enige partij een kandidaat voorgedragen voor het voorzitterschap van de Commissie. Door hun stem op ons uit te brengen hebben de Europeanen daarom impliciet hun instemming betuigd met de keuze voor José Manuel Barroso.

Ik ben er trots op dat de EVP deze keuze gemaakt heeft en – waarom zou ik het niet zeggen – ik ben er trots op dat zij dit risico genomen heeft.

Iedereen kent de prioriteiten van de EVP: het zijn dezelfde prioriteiten die de grondleggers van Europa inspireerden en die ook nu nog een inspiratiebron zijn voor de meerderheid van de Europese regeringen. De huidige voorzitter van de Europese Commissie, José Manuel Barroso, deelt en verdedigt in essentie deze doelen.

Geachte collega's, de EVP steunt José Manuel Barroso omdat hij zichzelf bewezen heeft. Hij heeft zichzelf bewezen met het energie- en klimaatpakket, en het is aan hem te danken dat Europa 's werelds pionier geworden is in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Tijdens de conferentie van Kopenhagen zal dit Europa het rolmodel zijn. Hij heeft zichzelf ook bewezen als het gaat om het invoeren van morele normen in de financiële systemen en het is aan hem te danken dat Europa als eerste de lessen heeft getrokken uit de financiële crisis, uit een crisis die niemand, maar dan ook niemand heeft zien aankomen. Het zijn Europa en de Commissie Barroso, die op de G20 onze Amerikaanse en Aziatische partners de te volgen weg tonen.

In het verleden is Europa afgeschilderd als een politieke dwerg. Het is onmogelijk niet blij te zijn met het feit dat Europa nu eindelijk voortrekker is bij de twee onderwerpen die voor de Europeanen voorop staan: de crisis en het klimaat.

Ik wil hieraan toevoegen dat José Manuel Barroso de eerste kandidaat-voorzitter van de Commissie is die ons Parlement zo sterk betrekt bij de werkzaamheden van de Commissie en bij het vaststellen van de richtsnoeren. Hij stelt als eerste een echt partnerschap voor tussen deze twee instellingen door middel van een hele serie concrete maatregelen.

Ik vind dat een belangrijke ontwikkeling op weg naar een Europees parlementarisme. Dit is een kans die wij, Parlementsleden, moeten aangrijpen. Daarom wil mijn fractie graag dat voorzitter Barroso zo snel mogelijk een nieuwe Commissie vormt en aan het werk gaat.

Uiteraard zal de voorzitter van de Commissie geen partijman zijn. Uiteraard zal hij te maken krijgen met een college van commissarissen die afkomstig zijn uit de verschillende politieke families. Wij zijn daar blij mee, want Europa kan slechts gebouwd worden in een geest van openheid en in een streven naar consensus.

Dit gezegd hebbende, mijnheer de Voorzitter, mevrouw de fungerend voorzitter van de Raad, doe ik een beroep op u. Zodra de voorzitter van de Commissie gekozen is, moet u zo spoedig mogelijk aan de slag gaan om de rest van het college samen te stellen, ongeacht het verdrag dat op dat moment van kracht is.

Mijnheer Barroso, indien, zoals ik hoop, een meerderheid van de Parlementsleden u morgen haar steun uitspreekt, krijgt u daarmee geen blanco cheque. U weet dat, maar ik moet het hier toch nog een keer zeggen. Want de EVP deelt weliswaar in essentie uw standpunten, maar heeft ook een verantwoordelijkheid: wij moeten ervoor zorgen dat de activiteiten van de Commissie in de komende vijf jaar voldoen aan onze verwachtingen en aan die van de Europeanen.

Wij hebben vertrouwen in u, maar u kunt ervan op aan dat we ons ook zullen kwijten van onze plichten als wetgever binnen het kader van het door u voorgestelde partnerschap.

Dames en heren, geachte collega's, ik dank u voor uw aandacht.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz, namens de S&D-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, ik vraag me al een paar dagen af waarom een kandidaat die in alle fracties van dit Parlement zo omstreden is, in de Raad zo onomstreden is. Het antwoord ligt denk ik voor de hand. Als ik regeringsleider was geweest, zou ik ook José Manuel Durão Barroso hebben gekozen. Een betere verdediger van de belangen van de Europese Raad was er de afgelopen vijf jaar niet te vinden. Daarom is uw appel, mijnheer Barroso, voor de samenwerking met het Parlement terecht, maar dit appel komt wel te laat!

(Applaus)

U bent de regeringen in de Europese Unie de afgelopen vijf jaar steeds van dienst geweest, en dat is nu precies een van de redenen waarom er zoveel scepsis tegenover uw herbenoeming bestaat. Sommige vrienden zijn gevaarlijker dan vijanden. U sloot uw betoog af met het appel: “Ik ben de kandidaat van iedereen!”, en meteen daarop verklaart onze geachte collega Daul: “Dit is de kandidaat van de Europese Volkspartij.” Een riskante uitspraak voor u, mijnheer Barroso! Want waarom zou een andere mogelijke meerderheid in dit Parlement u kiezen als uw programma het programma van de Europese Volkspartij is?

We hadden met een andere meerderheid kunnen beginnen. We hebben in juli gezien dat er een meerderheid mogelijk was van Parlementsleden uit verschillende fracties, met verschillende motivaties. Guy Verhofstadt bracht deze meerderheid samen onder de noemer hervormingsgezinde pro-Europese meerderheid. Hierdoor is de stemming uitgesteld tot september, en mogelijk waren er nog meer opties. Helaas heeft Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa haar voorzitter niet langer gesteund, anders was het mogelijk geweest. Daarom stemmen we vandaag en bepalen of wat u ons zegt ons kan overtuigen.

Maar zodra u zich op een programma moet concentreren, begint u alweer met iets anders. De afgelopen dagen hebt u uw gezanten uitgezonden om overal te verkondigen: “Moi, j’ai la majorité, ik heb de meerderheid”. Ja, misschien krijgt u morgen wel een meerderheid, dat is mogelijk. Misschien krijgt u morgen een meerderheid dankzij de Europese Volkspartij en de Liberalen, die grotendeels op u zullen stemmen, en in elk geval dankzij de enige fractie die unaniem en zonder enige aarzeling op u stemt: de Fractie Europese Conservatieven en Hervormers, de partij van de heren Kaczyński, de partij van de heer Klaus, de partij van de Tories. U wilt met hen zoals u zegt een Lissabonmeerderheid, maar dat is uitgerekend de partij van de mensen die tegen het Verdrag van Lissabon zijn. Hoe kan iemand Europa pro-Europees leiden als hij dit soort allianties aangaat?

(Applaus)

Het gaat overigens niet alleen om u; het gaat ook om u, ja. Het gaat ook om de vraag: Barroso – ja of nee, het gaat om de vraag of u een meerderheid krijgt – ja of nee. Maar er speelt nog meer. Het gaat ook om de richting die Europa als geheel opgaat, en dan is de beslissing niet alleen aan u. Dan beslist ook de Raad. Dan beslist uiteindelijk vooral ook dit Parlement over de samenstelling van de Commissie, over de portefeuilles die u verdeelt en over uw programma voor de komende vijf jaar.

Het gaat om u maar ook om de vraag of we er eindelijk in slagen deze interne markt te reguleren, de financiële markten te reguleren, of we er eindelijk in slagen deze rondtrekkende loondumping in Europa, die de sociale cohesie van onze maatschappij kapotmaakt, eindelijk een halt toe te roepen. Het gaat er ook om of wij erin slagen de Europese Unie een andere weg te laten inslaan, die de Commissie dan als geheel moet ondersteunen.

Daarom gaat het voor ons ook om de programma-inhoud. We kunnen Europa niet reduceren tot een persoon en tot de vraag of deze persoon een meerderheid krijgt of niet. Het gaat om meer! Het gaat om de sociale-effectbeoordelingen. Inderdaad, u hebt toegezegd deze te zullen maken. We zullen u meten aan het nakomen van deze toezegging, aan uw bereidheid om dit als regel op te nemen in een interinstitutioneel akkoord met het Parlement.

De Commissie moet in de toekomst eerst nadenken over de gevolgen van haar maatregelen voor de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten. Ja, we willen een richtlijn voor openbare diensten, voor diensten van algemeen belang, en we hebben deze ook nodig. U kunt als Commissie niet onverdroten doorgaan tot de laatste gemeentelijke begraafplaats in Europa is geprivatiseerd. Aan deze strategie moet eindelijk een einde komen! Ook bij het loonbeleid moet Europa een nieuwe weg inslaan.

Welk instrument we ook kiezen, mijnheer Barroso, ik wacht op een uitspraak van u. Ook vandaag hebt u deze opnieuw niet gedaan. Maar ik wacht erop dat u dit alsnog zult doen. Zeker gezien de arresten van het Europese Hof van Justitie in de zaken Viking, Laval en Rüffert moet het doel van de Commissie zijn: gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek, zowel voor mannen als voor vrouwen.

Dit zijn de inhoudelijke thema’s waarover we met u van gedachten willen wisselen, maar niet alleen met u. Het gaat er tenslotte ook om wie commissaris wordt en welke portefeuille hij of zij krijgt. Ik weet niet wat Europa meer schade heeft berokkend: u of het feit dat u niet hebt verhinderd dat de heer McCreevy deed wat hij kon doen. De EU moet een nieuwe weg inslaan! Daarop zullen we u beoordelen.

(Applaus)

En daarom zien wij een verband tussen de stemming van morgen en de eindstemming over de Commissie. Er is een weg die daartoe leidt. Het is mogelijk meer instemming en vertrouwen te winnen dan op dit moment voorhanden is, maar als we de balans opmaken van uw werk van de afgelopen vijf jaar – ik heb het niet over alles wat nog kan komen, maar over de resultaten van de afgelopen jaren – kan ik u één ding op een briefje geven: van mijn fractie krijgt u geen steun!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik deel u mede dat wij een nieuw Reglement hebben. Misschien was nog niet iedereen opgevallen. In het Reglement staat nu dat als een lid tijdens een toespraak een blauwe kaart opsteekt, hij of zij de spreker een vraag mag stellen. De vraag mag niet langer dan een halve minuut duren en mag alleen worden gesteld met instemming van de spreker. Dit is een nieuwe bepaling die we nog niet eerder hadden. De bedoeling ervan is om het debat te verlevendigen.

 
  
MPphoto
 

  Miguel Portas (GUE/NGL). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, heel kort. Mijnheer Schulz, ik heb heel aandachtig naar u geluisterd en sta achter een groot deel van de vragen die u heeft gesteld aan de voorzitter van de Commissie, die zich nu opnieuw kandidaat stelt. Ik heb u ook horen zeggen dat de socialisten niet alleen met rechts samengaan, dat Europa niet opgebouwd wordt met alleen rechts. Ik wil u vragen hoeveel leden van uw fractie Portugese, Spaanse of Engelse socialisten reeds steun hebben gegeven aan de nieuwe kandidaat, ongeacht uw eigen standpunten, mijnheer Schulz?

 
  
MPphoto
 

  Martin Schulz (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik moet toegeven dat ik deze collega niet ken. Ik ben dan ook blij dat wij als nieuwe collega’s ...

(Interruptie)

Is hij hier al langer? Hij is me tot nu toe niet bijzonder opgevallen. Na alles wat ik gehoord heb, verbaast me dat niet.

Vanavond nemen we een besluit over het uiteindelijk stemgedrag van onze fractie. Ik weet niet hoe democratisch de structuren van uw partij zijn, maar aangezien wij een democratische partij zijn, beslissen we hierover vanavond door middel van een democratische stemming.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik deel u mede dat er slechts ruimte is voor één vraag per toespraak, anders halen we het einde van het debat niet.

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa heeft vanaf het begin van deze benoemingsprocedure gezegd dat het hier gaat om het programma voor de komende vijf jaar, en niet om de mensen of de poppetjes. Dat is wat telt: het programma van de kandidaat, het programma waarvan hij nu de grote lijnen presenteert en vervolgens het gedetailleerde programma, dat hopelijk tegen het eind van het jaar gepresenteerd zal worden, als de Commissie definitief is samengesteld.

Ten tweede heeft onze fractie op verzoek van enkele collega's ook uitvoerig gesproken over de vraag of we nog even moesten wachten met het nemen van het definitieve besluit. In juli waren we daar vóór, omdat we vonden dat de kandidaat met een programma moest komen, hetgeen in het verleden niet het geval was. Ik vind dat de beslissing van juli om niemand te noemen maar te wachten op voorstellen – voorstellen die we nu gaan bespreken – een goede beslissing was. Anderzijds zijn wij ook van mening dat nu de kandidaat zijn richtsnoeren gepresenteerd heeft, het nergens goed voor is om weer te zeggen: "Laten we nog maar een paar weken of maanden wachten."

We maken een economische en financiële crisis door, en daarom hebben we Europese instellingen en een Commissie nodig. Het getuigt niet bepaald van verantwoordelijk...

(Applaus)

... het getuigt niet bepaald van verantwoordelijk gedrag om vandaag te zeggen: "Laten we nog maar even wachten." Wachten waarop? Wachten tot er over twee of drie weken, of over twee maanden, voorstellen zijn? Die zijn er al. Laten we onze verantwoordelijkheid nemen. Wij kunnen vóór of tegen stemmen, maar wij moeten onze verantwoordelijkheid nemen.

Ten derde vonden wij de richtsnoeren die de kandidaat uiteengezet heeft, niet erg overtuigend. Mijns inziens staan deze voorstellen, ook al zijn ze soms erg gedetailleerd, in het teken van een verkeerde filosofie. Daarbij wordt er namelijk van uitgegaan dat de recessie voorbij is, dat het herstel heeft ingezet en dat we geen aanvullend communautair beleid nodig hebben om uit de crisis te komen. Dat is een verkeerd uitgangspunt, want het eind van de recessie wil nog niet zeggen dat het herstel heeft ingezet. We kunnen in een situatie van economische stagnatie terechtkomen, zoals het geval was in Japan, waar ze gedurende 10 tot 15 jaar hebben gewacht op groei, en daarom hebben we ook een nieuwe geïntegreerde communautaire strategie nodig die verder gaat dan de zevenentwintig plannen op nationaal niveau. Dat is onze eis als liberalen en democraten. Daarnaast moet de Commissie ook zo spoedig mogelijk met een plan komen om orde op zaken te stellen in de banken. Niet zevenentwintig verschillende plannen, zoals nu, maar een door de Commissie voorgestelde gemeenschappelijke en coherente aanpak.

Mijnheer Barroso, ik heb u in onze fractie horen zeggen dat u bereid bent voorstellen te doen zowel voor zo'n nieuwe geïntegreerde communautaire strategie, die verder gaat dan de zevenentwintig nationale plannen, als voor de Europese sanering van de bankensector. Dat is een positief signaal, en we vragen u deze twee elementen gedetailleerd uit te werken in het programma dat u nu verder gaat voorbereiden en dat u met de Commissie zult presenteren.

Onze steun is volstrekt duidelijk. Die is voorwaardelijk. Dat wil zeggen dat onze steun overeind blijft zolang we in elk onderdeel van het programma van de Commissie deze elementen terugvinden: een nieuwe geïntegreerde communautaire strategie, een plan om de bankensector te saneren – en dat plan moet verder gaan dan wat u vandaag in uw toespraak herhaald heeft –, een begroting die gebaseerd is op eigen middelen en een tussentijdse herziening van het financieel toezicht. Wat dat betreft moet ik u zeggen dat ik nog steeds van mening ben dat daartoe de architectuur van de Europese Centrale Bank benut moet worden en niet de voorstellen van de Larosière, die op dit moment het uitgangspunt vormen voor de Commissie en de Raad.

Tot slot zal onze steun, zoals u weet, ook afhankelijk zijn van de nieuwe structuur van de Commissie. We willen een efficiënte Commissie, een Commissie met beter verdeelde bevoegdheden dan in het verleden het geval was, en in dit kader rekenen we er ook op dat u de belofte die u onze fractie gedaan heeft, gestand doet, namelijk dat er een commissaris komt voor grondrechten en burgerlijke vrijheden en deze commissaris een plaats krijgt in uw team. Het is van belang dat die commissaris samen met de andere commissarissen verantwoordelijkheid draagt, en dat het niet iemand wordt die de andere commissarissen slechts van advies dient.

In het belang van Europa hebben we dus meer moed en een ambitieuzere Commissie nodig. Wij hopen dat u daarvoor zult zorgen en in uw definitieve programma aan onze verwachtingen zult beantwoorden.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorgedragen voorzitter, collega's, eerlijk gezegd heb ik de indruk dat ik aan het hallucineren ben.

Eerst krijgen we te horen: "Alles is veranderd, dus ik blijf!" Barroso moet blijven omdat alles verandert, en hij is de stabiele factor in een veranderende wereld. Het zij zo!

En dan hoor ik de heer Daul. Ik heb zelf deelgenomen aan de verkiezingscampagne in Frankrijk. In Frankrijk zeiden ze tijdens de verkiezingscampagne tegen ons: de banken, dat is Sarkozy, het klimaat, dat is Sarkozy, verandering in Europa, dat is Sarkozy. Vandaag hoor ik Daul: het klimaat, dat is Barroso, X, Y of Z, dat is Barroso. Je krijgt problemen met het Élysée, vriend! Je gaat problemen krijgen! Het is toch niet te geloven, die hele geschiedenis! Ja, ja, ik weet het wel, mei 68, daar heb je nou wel genoeg van, steeds kom je weer met dat oude verhaal aanzetten. Ik leg het je nog wel een keer uit, als je wilt.

Ik zeg gewoon dat dit hier een plek is waar je alles mag zeggen. José Manuel Obama: Yes, he can! Hij kan op het moment alles, alles wat hij gedurende vijf jaar niet kon. U zult het zien, ja, nu zult u eens zien, heren regeringsleiders, dames regeringsleiders, mevrouw Malmström. Let op, want die kleine Barroso die naar u luistert, dat is verleden tijd. Nu zult u naar hem moeten luisteren. Hij gaat u een nieuw geïntegreerd beleid opleggen, geen coördinatie, u zult hem moeten volgen... Nee, maar wacht even, mijnheer Barroso, wacht even! We kennen u langer dan vandaag. Vijf jaar zonder dat u ooit eens zei: "Ik heb me vergist", zoals ik, Dany Cohn-Bendit, en anderen...

Want u heeft het wel over Europese waarden, u heeft het over een Europese ethiek, maar het probleem is het volgende, mijnheer Barroso. Als u daadwerkelijk iets wilt veranderen, moet u één ding uitleggen aan de Parlementsleden en aan de burgers: het antwoord op de financiële en economische crisis moet tegelijkertijd ook een antwoord zijn op de klimaatcrisis, en als u een antwoord wilt bieden op deze crisissen, moet er een transformatie plaatsvinden – een hervorming is niet voldoende –, een transformatie van Europa, en daarmee bedoel ik een transformatie op het vlak van het klimaat en op sociaal vlak. Onze productiesystemen moeten ter discussie gesteld worden. De banken: waarom zijn ze dolgedraaid? Omdat we een systeem hebben waardoor ze volslagen doldraaien. Waarom? Om de eenvoudige reden dat het altijd meer moet zijn, nog meer en nog sneller.

Bent u, mijnheer Barroso, bent u, staatshoofden en regeringsleiders bereid, is een meerderheid van dit Parlement vandaag bereid dat principe van altijd meer, altijd maar meer en nog sneller, ter discussie te stellen? Daar ligt de wortel van de crisis, en als we het over duurzame ontwikkeling hebben, gaat het niet alleen maar om een paar maatregeltjes, maar dan gaat het erom dat we proberen uit te leggen en te begrijpen dat er weliswaar terreinen zijn waarop groei nodig is, dat wil zeggen een selectieve groei, hernieuwbare energie, enzovoort, maar dat er ook een heleboel terreinen zijn waar we op de rem moeten gaan staan. Er is een maatregel nodig, en hier heb ik helemaal de indruk dat ik hallucineer.

U had het over het proces van Lissabon. U had het over onderzoek. Mijnheer Barroso, legt u me eens uit: vijf jaar lang heeft u ons uitgelegd – vier jaar eigenlijk: in het laatste jaar, na de crisis, was u wat voorzichtiger – dat deregulering de basis van economische en ecologische effectiviteit was. Deregulering. Jawel, ik herinner me uw toespraken, ik herinner me uw interventies. Maar toen, door de crisissen, realiseerde u zich plotseling dat het zo niet werkte. Door de crisissen, en dat sterkt u tot eer – we hebben nooit gezegd dat u geen man van eer was; we hebben eenvoudigweg gezegd dat we, gezien de manier waarop u leiding geeft aan deze Commissie, geen vertrouwen hebben in u, mijnheer Barroso. U bent een Europeaan, maar tegelijkertijd staat u voor een ideologie die nou juist de oorzaak is van deze crisis, en geen antwoord op de crisis.

En, mijnheer Verhofstadt, dat is toch sterk. We hebben gedurende de hele campagne – en daarmee ga ik eindigen, en de heer Barroso is ons daar dankbaar voor – gezegd dat we niet in juli wilden stemmen. Nu is iedereen ons dankbaar dat we niet in juli gestemd hebben, want zo heeft de heer Barroso tenminste zijn programma kunnen presenteren. Als het aan de heer Daul of aan de heer Barroso gelegen had, hadden we in juli gestemd, zonder programma, en was alles helemaal in orde geweest. U zou ons dus op zijn minst kunnen bedanken dat we u een kans hebben gegeven uw programma te presenteren.

Geen dank, mijnheer Barroso, geen dank.

Ten tweede – maar dat is helemaal sterk – zegt u: "Waarom nog meer uitstel?" Om de eenvoudige reden – en dit heeft zich nog nooit eerder voorgedaan – dat de Ierse burgers over drie weken gaan stemmen, en als ze "ja" gaan zeggen tegen het Verdrag van Lissabon, zoals ik denk, zoals te voorzien is, ontstaat er voor deze Commissie een andere situatie. U zegt ons: "Het moet absoluut, want we hebben een economische crisis, u zult zien wat er gaat gebeuren."

In de komende twee maanden moet de heer Barroso zijn Commissie samenstellen. Hij zal geen tijd hebben om zich met Lissabon bezig te houden, of met Kopenhagen, want hij zal moeten onderhandelen met Sarkozy. Krijgt de heer Barnier ´interne markt´? Als hij de heer Barnier ´interne markt´ geeft, wat geeft hij dan aan de Polen, aan wie hij een belangrijke portefeuille beloofd heeft? Wat gaat hij de Duitsers geven? Wat gaat hij de Engelsen geven? Want de Commissie, dat is allemaal koehandel. En hij zal druk zijn met die koehandel, maar terwijl hij daar druk mee is, gaan de anderen onderhandelen in Kopenhagen.

Dat is het probleem, dat is de realiteit. Ik rond af met u te zeggen, mijnheer Barroso, dat u inderdaad een eerzaam man bent, maar één ding moet u weten: de fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie heeft geen vertrouwen in u en zal tegen uw benoeming stemmen, want we zijn van mening dat Europa iemand nodig heeft die beter is dan u, mijnheer Barroso.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Michał Tomasz Kamiński, namens de ECR-Fractie. – (PL) De heer Cohn-Bendit mag dan misschien te lang aan het woord zijn geweest, en ik mag het dan zelden met hem eens zijn, hij weet wel altijd te boeien en dat is in het Parlement toch ook van betekenis. Het geeft het Parlement de vitaliteit waar u, mijnheer de Voorzitter, het in uw toespraak eerder vandaag over had.

De Fractie Europese Conservatieven en Hervormers zal voor de voorgedragen voorzitter van de Commissie, de heer Barroso, stemmen. Dat doen we niet omdat we het in alles met u eens zijn, mijnheer de voorzitter; er zijn helaas heel wat punten waarop we het oneens zijn. In de eerste plaats uw enthousiaste steun voor het Verdrag van Lissabon. Die enthousiaste steun delen wij niet, maar wat we wel delen is de afkeer en afkeuring die u in uw toespraak uitte van alle vormen van nationaal egoïsme en nationalisme.

Nationaal egoïsme en chauvinisme, in welke gedaante dan ook, hebben immers in Europa, op ons continent, op het continent waarop we in de toekomst vrede willen zien heersen, zeeën van ellende gebracht. Goddank leven we vandaag in een Europa van vrede.

Bij een aantal door de heer Barroso genoemde onderwerpen verschillen wij met hem van mening. We hebben het recht om van mening te verschillen en dat recht zullen we ook verdedigen, ook al blijven sommigen steeds maar vraagtekens plaatsen bij het simpele feit dat de kiezers in Europa de Europese Conservatieven en Hervormers hebben gekozen – en ik beloof u dat ze er nog meer zullen kiezen. Vanaf nu zijn wij hier en zal onze stem gehoord worden.

We hebben dan ook het recht om namens onze kiezers te zeggen dat we de heer Barroso steunen bij zijn moeilijke missie. Ik ben blij dat vandaag het begrip Europese solidariteit genoemd is en ik ben blij met de aankondiging dat deze Commissie – de nieuwe Commissie onder leiding van de heer Barroso – haar inspanningen zal richten op het te boven komen van de economische crisis. Dit is buitengewoon belangrijk en we zijn blij dat het door de heer Barroso gepresenteerde, ambitieuze programma ook inderdaad gericht lijkt te zijn op die terreinen die het belangrijkst zijn en waar ons optreden geboden is. Hieruit blijkt overigens de noodzaak van samenwerking tussen de naties van het Europa van vandaag. De crisis treft ons allen, ongeacht hoe we ons politieke stelsel en onze economie hebben georganiseerd, ongeacht in welk deel van Europa onze landen gelegen zijn. De crisis treft ons allemaal en we moeten haar allemaal bestrijden

Mijnheer de voorzitter, ik wil de steun die ik u namens onze fractie toezeg, vergezeld laten gaan met een oproep aan u om ervoor te zorgen dat Europa de komende maanden niet onverschillig blijft ten aanzien van wat er in de wereldpolitiek gebeurt. Ik zal er geen geheim van maken dat mijns inziens een van de belangrijkste tests die de westerse wereld te wachten staat, gevormd wordt door wat er vandaag in Iran gebeurt.

Iran is een land dat geen geheim maakt van zijn nucleaire ambities. De president van dat land ontkent niet alleen de verschrikkelijke misdaad van de holocaust, maar dreigt ook vandaag de dag om Israël van de kaart te vegen. Me dunkt dat er in een moderne, democratische wereld voor dergelijke gedragingen geen plaats zou moeten zijn en dat we deze niet zouden moeten accepteren. Onze fractie verwacht dat onder uw leiderschap de Europese Commissie ferm stelling zal nemen tegen het ondemocratische optreden van het huidige Iraanse bewind, waarmee het zich richt tegen onze voornaamste bondgenoot in het Midden-Oosten, namelijk tegen de staat Israël.

We verwachten ook – en ik ben blij, mijnheer de voorzitter, dat dit in uw woorden steeds sterk doorklinkt – dat de Europese Unie in haar buitenlands beleid altijd een lichtend voorbeeld van burgerlijke vrijheden zal zijn en dat het onze gemeenschappelijke Europese waarden ook buiten onze grenzen zal uitdragen.

In uw vorige termijn hebt u ongetwijfeld fouten gemaakt, maar iedereen die aan politiek doet maakt fouten; zo werkt het nu eenmaal in de wereld, helaas. We rekenen er echter op dat u bij de zware taak die u op u neemt, de Europese waarden hoog in het vaandel zult hebben en dat u zich zult inzetten voor een gemeenschappelijk en solidair – dat wil ik graag benadrukken – Europa.

 
  
MPphoto
 

  Lothar Bisky, namens de GUE/NGL-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte voorzitter Barroso, waarde collega’s. Mijnheer Barroso, u staat voor de continuïteit van een beleid dat aan de zwaarste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog heeft bijgedragen. Terwijl het casino in de grote financiële markten weer gaat draaien, betalen de burgers wereldwijd het gelag. De crisis heeft werkloosheid, armoede, lagere inkomens en minder onderwijs tot gevolg. Volgens u komt de financiële crisis met name uit de VS, en zouden alleen de bankiers hebben gefaald. Wij zijn daarentegen van mening dat de politiek, waaronder ook de politiek van de Europese Commissie, het casinokapitalisme in de hand heeft gewerkt. De ideologie van liberalisering, deregulering en privatisering heeft deze crisis veroorzaakt. Als we op de oude voet doorgaan, komen we alleen maar in een ergere crisis terecht.

De politiek moet haar verantwoordelijkheid nemen, van fouten leren en met het neoliberale gedachtegoed breken! De Europese politiek moet te allen tijde gericht zijn op de belangen van de burger. In uw richtsnoeren vind ik daar niets van terug. Toch verheugt het mij dat u sociale thema’s in uw betoog vandaag meer aandacht hebt geschonken dan u een jaar terug zou hebben gedaan.

Laat u mij een aantal voorbeelden van onze uiteenlopende politieke denkbeelden noemen: u wilt aan de Lissabonstrategie vasthouden. De Europese burger heeft echter behoefte aan goed werk tegen een loon dat een menswaardig leven mogelijk maakt. We moeten het niet hebben over verlenging van de arbeidstijd, maar over kortere arbeidstijden!

Wij verwachten van de nieuwe Commissie dat zij de detacheringsrichtlijn consequent opnieuw vorm geeft. Europa moet eindelijk garanderen dat sociale rechten niet ten prooi vallen aan het concurrentiedenken. Daarom hebben wij samen met anderen een bindende clausule voor sociale vooruitgang en een handvest van de openbare diensten voorgesteld, waarin wordt vastgelegd dat sociale bescherming en diensten van algemeen belang voorrang krijgen boven regelgeving voor de interne markt. Uit uw betoog maak ik op dat u daar weinig voor voelt.

Het Europees Parlement vraagt in het verslag-Zimmermann om een minimumloon van minimaal 60 procent van het gemiddelde inkomen in elke lidstaat. U zegt dat u hier niets aan kunt doen. Ik denk van wel, bijvoorbeeld via de werkgelegenheidsrichtsnoeren.

U zet uitsluitend in op het stabiliteits- en groeipact, dat juist in deze crisis een ineffectief instrument is gebleken. Wij willen een sociaal pact dat in de plaats komt van de Lissabonstrategie en het stabiliteitspact.

U denkt dat een paar nieuwe regels voor toezicht op de financiële sector voldoende zijn om de hebzucht van de financiële wereld in te tomen. Wij vragen om een verbod op bijzonder risicovolle beleggingsvormen en een belasting op het kapitaalverkeer.

U – ik citeer – “ondersteunt elke alinea van het Verdrag van Lissabon”. Wij willen een sociaal Europa, en geen Europa dat extreem gericht blijft op de interne markt. Wij willen dat de lidstaten verplicht worden te ontwapenen en conflicten op vreedzame wijze op te lossen in plaats van de militaire capaciteiten verder uit te breiden.

Volgens u dient Europa een leidende rol te spelen en de ideologie van vrijhandel en toepassing van markteconomische principes op alle aspecten van het leven overal ter wereld door te drijven. Wij zijn voor een interculturele, multilaterale dialoog en maximale ondersteuning van de arme landen bij het te boven komen van de economische, financiële, levensmiddelen- en klimaatcrisis.

Waarde collega’s, laten wij samen een Commissie kiezen die een sociale, vreedzame, economisch duurzame en democratische Europese Unie in haar vaandel schrijft! Als we de inwoners van Europa voor het project EU willen winnen, moeten we breken met de extreem marktgerichte concepten en meer directe democratie introduceren. De heer Barroso als voorzitter is hiervoor de verkeerde man!

 
  
MPphoto
 

  Nigel Farage, namens de EFD-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Barroso vragen: vanwaar die ongepaste haast? Waarom de spelregels veranderen? Waarom moet u al op dit moment voor vijf jaar worden herkozen tot Commissievoorzitter? Het antwoord is uiteraard Ierland en het Verdrag van Lissabon. U wilt iedereen laten zien dat het schip op koers ligt, dat alles goed gaat, dat de Ieren alleen nog hun domme foutje moeten rechtzetten. U hebt uw werkdocument geschreven als ware het Verdrag van Lissabon al geratificeerd.

Maar u ziet een heel belangrijk punt over het hoofd: u bent zelf de baas geweest; u was zelf degene die het de afgelopen vijf jaar voor het zeggen heeft gehad. U moest erop toezien dat het grondwettelijk verdrag erdoor kwam. Maar het is helemaal fout gelopen, want de Fransen zeiden "nee" en de Nederlanders zeiden "nee". U weigerde zich echter neer te leggen bij deze democratische uitkomsten. In plaats daarvan hebt u, samen een groot aantal Parlementsleden, het Verdrag van Lissabon verzonnen en ons daarmee om de tuin geleid.

U hebt ons gezegd dat de vlag en het volkslied zouden worden geschrapt, maar daar heb ik weinig van gemerkt. U hebt het dan wel omgedoopt tot het Verdrag van Lissabon, maar u hebt de Ieren er niet van kunnen weerhouden "nee" te zeggen. Maar ook deze democratische uitslag wilt u niet aanvaarden. Integendeel, de Ieren moeten opnieuw naar de stembus!

Hoeft er onder uw leiding dan helemaal geen democratische verantwoording te worden afgelegd? Er is in de Europese Unie misschien nog maar weinig democratie over, zou je kunnen zeggen, maar er moet toch nog wel een verantwoordingsplicht zijn? De kans is groot dat het verdrag voor de vierde keer wordt afgewezen en daarmee definitief van de baan is. Ik vind dat het Parlement u niet tot Commissievoorzitter voor de komende vijf jaar moet benoemen zolang dat resultaat nog niet bekend is.

Als de Ierse bevolking voor een tweede keer "nee" zegt, dan moeten we ons daar gewoon bij neerleggen en moet u opstappen als Commissievoorzitter. Dat gebeurt in alle lagen van de samenleving, het bedrijfsleven, en het hoort in de Europese politiek niet anders te zijn.

Bovendien, wat hebt u gepresteerd? De Lissabonstrategie die u hebt uitgewerkt, is roemloos ten onder gegaan, lang voordat we getroffen werden door de kredietcrisis. Nu vertelt u ons dat er een commissaris voor immigratie moet komen. Dit ontneemt natiestaten het fundamentele recht om zelf te bepalen wie er in hun land mag wonen en werken. U bent helemaal geobsedeerd door de klimaatverandering. Het resultaat is dat we worden opgezadeld met torenhoge kosten, zonder dat het ons ook maar enig materieel voordeel oplevert. Maar het toppunt is wel dat u het Iers referendum hebt genegeerd en hebt gezegd dat de Ieren dit verdrag niet kunnen tegenhouden. Alleen al daarom kan ik u niet steunen.

Maar misschien zit ik er helemaal naast en bent u inderdaad de juiste man. Gisteren stond er namelijk in het Britse dagblad "Daily Telegraph" een enquête met de vraag: Als Lissabon zonder referendum doorgaat, wilt u dan dat Groot-Brittannië lid blijft van de Europese Unie? Van de ondervraagden beantwoordde 26% deze vraag bevestigend, maar voor het eerst in ruim 30 jaar vond een grote meerderheid van 43% dat we uit de Europese Unie moeten stappen als de heer Barroso zijn zin krijgt. Misschien vergis ik me dus en bent u toch de juiste man. We zullen het zien.

(Applaus en hilariteit op diverse banken)

Ja, hij wil graag vertrekken!

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI). (HU) Mijnheer de Voorzitter, Europa heeft een historisch keerpunt bereikt. Miljoenen mensen die hun geld verdienen met fatsoenlijk werk, willen graag ingrijpende veranderingen. Ze willen zich verzetten tegen de ten hemel schreiende onrechtvaardigheden van het neoliberalisme en het mondiale grootkapitaal. Het gaat hier om boerenfamiliebedrijven, zelfstandige boeren, kleine ondernemers en ambtenaren. Om dit te kunnen doen – en ik vind het jammer dat de commissaris hier nu niet aanwezig is om naar mij te luisteren – hebben zij er grote behoefte aan dat hun mensenrechten en burgerlijke vrijheidsrechten worden beschermd. Verder moeten deze mensen hun mening kunnen geven, dat wil zeggen, zij moeten gebruik kunnen maken van hun vrijheid van meningsuiting, van het recht op vereniging en vergadering en van het recht om vrijuit te spreken zonder dat ze als fascisten worden bestempeld, zoals vandaag ook in deze zaal is gebeurd, of in de ogen worden geschoten, worden geïntimideerd door politiegeweld, worden mishandeld, in de gevangenis worden gegooid of worden onderworpen aan showprocessen.

Toen al deze gebeurtenissen in de herfst van 2006 in Hongarije plaatsvonden, hebben wij ons tot u gewend met het verzoek om hier iets aan te doen. U hebt niets gedaan. Waarom niet? Graag wil ik de ondervoorzitter van het Parlement, de heer Schmitt, vragen te bevestigen wat er toen is gebeurd en waarom we ons tot u hebben gewend. Dat was namelijk vanwege een bijeenkomst van de partij Fidesz, een burgerpartij, toen deze…

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken).

 
  
MPphoto
 

  Cecilia Malmström, fungerend voorzitter van de Raad. – (SV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Geachte Parlementsleden, hartelijk dank voor de mogelijkheid om kort het woord te voeren in deze discussie. Ik moet zeggen dat het leuk is weer in het Europees Parlement te zijn. De discussie en de bijdragen hier zijn onmiskenbaar dynamischer en onderhoudender dan thuis in Zweden.

Ik wil de heer Barroso feliciteren omdat hij duidelijk aangegeven heeft welke rol hij de Commissie wil zien spelen. Ik feliciteer hem tevens met zijn hervormingsagenda voor de komende vijf jaar. Ik heb ook erg zorgvuldig en aandachtig geluisterd naar wat de fractievoorzitters hebben gezegd. Ik zou natuurlijk bij ontzettend veel commentaar kunnen leveren, maar dat zal ik vandaag niet doen, want dit is niet het debat van de Raad. Het is het debat van het Parlement met de voorgedragen voorzitter van de Commissie.

Het is zoals gezegd niet mijn taak om commentaar te leveren op wat is gezegd, maar ik heb erg aandachtig naar het debat geluisterd. Ik wil slechts twee dingen zeggen. Het eerste spreekt voor zich: de heer Barroso is door zevenentwintig staatshoofden en regeringsleiders van uiteenlopende politieke gezindheid met eenparigheid voorgedragen. Hij heeft onze duidelijke steun om de Commissie nog een mandaatperiode te leiden. Dat doet natuurlijk niets af aan de plicht van het Parlement om hem te horen en te besluiten hem al dan niet te aanvaarden.

Mijn tweede opmerking spreekt ook voor zich, maar mag nog eens worden herhaald: we leven in een erg onzekere tijd met grote en moeilijke uitdagingen. We hebben een sterk en krachtdadig Europa nodig, een Europa waarin de Europese instellingen naar behoren werken en kunnen samenwerken. We hebben nood aan zekerheid, duidelijkheid en stabiliteit zodat we samen de kwesties aan kunnen pakken waarvoor onze burgers resultaten verwachten, waarbij ze verwachten dat Europa presteert.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorgedragen voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst een paar punten in verband met de inhoud van het beleid.

De Commissie pleit niet voor privatisering van openbare diensten en heeft daar ook nooit voor gepleit. Wij beschouwen de openbare diensten als een belangrijk onderdeel van ons Europees maatschappelijk model.

Wij vinden het echter belangrijk dat die openbare diensten functioneren binnen het kader van een sterke interne markt waarin de communautaire voorschriften worden geëerbiedigd. Dat is van groot belang. Als we een echte Europese Unie willen hebben, moeten we die interne markt eerbiedigen.

Laten we er geen doekjes om winden: soms zijn er nationale politici die bij problemen de schuld afschuiven op Brussel en bij behaalde successen zeggen dat die hun verdienste zijn. We moeten dus niet gaan roepen dat de privatisering aan Brussel te wijten is. Dat zijn besluiten die op nationaal niveau worden genomen. Er zijn lidstaten die hebben besloten een aantal openbare diensten te privatiseren, maar dat besluit is hun niet opgelegd door Brussel.

Ik denk dat Brussel soms iets te gemakkelijk de zwartepiet krijgt toegespeeld. Iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen.

Het tweede punt betreft de detachering van werknemers. De beginselen van de richtlijn zijn al genoemd door de sociaal-democratische fractie: eerbiediging van de grondrechten van werknemers. Zoals ik al vaak heb gezegd, zijn het recht van staking en het recht van vergadering voor ons onaantastbaar.

Grondrechten zijn heel belangrijk. Ik kom uit een land dat het een tijdlang zonder burgerrechten en sociale rechten heeft moeten stellen, dus ik weet wat het betekent om toegang te hebben tot die sociale rechten.

Tegelijkertijd hechten we aan het vrije verkeer in Europa. Zonder dat vrije verkeer krijgen we geen Europa. Laten we dus proberen beide beginselen op een bepaalde manier met elkaar te verzoenen. We moeten dat niet overlaten aan de uitlegging door het Hof van Justitie. Daarom heb ik hier, geïnspireerd door veel van uw suggesties, een aanpak voorgesteld. Ik ben bereid loyaal samen te werken met alle leden van dit Parlement om Europa sterker te maken en er, met behoud van onze interne markt, voor te zorgen dat de sociale rechten van onze werknemers volledig worden gewaarborgd.

Over regulering en deregulering wil ik heel duidelijk zijn. Ik vraag u, mijnheer Cohn-Bendit, mij één verklaring te noemen waarin ik heb gepleit voor deregulering. Ik heb het altijd gehad over "betere wetgeving" of "intelligente wetgeving". Het is niet mijn schuld als het in het Frans is vertaald met "deregulering". Betere wetgeving: mieux légiférer, niet moins légiférer.

(FR) En, beste mijnheer Cohn-Bendit, ik wil u iets zeggen. U bent geobsedeerd door mij. Ik ben niet geobsedeerd door u. Integendeel, ik heb bijna sympathie voor u, omdat u me aan mijn jeugd herinnert...

(Applaus)

Er is een politieke kwestie die van groot belang is. Men kan op veel punten kritiek op me hebben en ik ben de eerste om toe te geven dat er punten zijn waarop men mij en de Commissie kan bekritiseren. Maar neem nou onze inspanningen op het gebied van de klimaatverandering: iedereen erkent dat we op dit gebied wereldleider zijn. Ik heb voor de Commissie complimenten ontvangen van president Obama, van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, en van Nobelprijswinnaar Pachauri, die me een zeer ontroerende brief geschreven heeft. Ik ben de eerste die bereid is om dit Europese succes met u te delen, want de fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie heeft bijgedragen aan de agenda voor groene groei.

Maar pas op. Ik ben voor groene groei, maar niet voor achteruitgang in Europa. Dat is belangrijk. Ik ben voor groene groei, voor gezonde groei, maar ik ben niet voor deïndustrialisering van Europa. Ik ben niet voor banenverlies in Europa. Het is de Commissie die het meeste gedaan heeft voor de klimaatverandering, dezelfde Commissie die door de heer Cohn-Bendit van meet af aan als de schuldige partij is aangewezen. Ik had de richtsnoeren nog niet gepresenteerd, ik had mij nog niet aan uw fractie gepresenteerd of u had al "nee" gezegd. U heeft zelfs t-shirts gemaakt. Ze waren niet zo'n verkoopsucces, die t-shirts met "Stop Barroso".

U heeft het over hallucineren, mijnheer Cohn-Bendit. Luister: er is één partij die vóór de verkiezingen een kandidaat heeft voorgedragen. Ik heb naar uw voorstellen geluisterd. U heeft een Engelse conservatief, de heer Patten, voorgedragen. U heeft geloof ik zelfs de Franse premier als kandidaat voorgedragen, wat getuigt van... O nee, dat heeft u niet gedaan, want volgens mij zou u daarmee weer de heer Sarkozy een dienst hebben bewezen, net als u hem een dienst hebt bewezen door links in Frankrijk te verdelen.

Mijn beste mijnheer Cohn-Bendit, de waarheid is deze: als we een Europa willen dat dichter bij de burgers staat, moeten we onze keuze maken op basis van beleid. Ik zou willen dat de pro-Europese krachten een pro-Europees programma zouden ondersteunen. Ik heb een uiterst pro-Europees programma gepresenteerd. Het is aan u om voor mij te stemmen. Het is niet aan mij om te bepalen wie mij moet steunen. U moet stemmen. Ik heb een pro-Europees programma, gekoppeld aan het Verdrag van Lissabon. Het is mogelijk dat dat niet voor iedereen goed nieuws is, maar ik geloof erin. Wat ik u voorstel, is een nieuwe ambitie voor Europa. Deze vijf jaar waren de jaren van de consolidering van het uitgebreide Europa. Ik hoef mij er niet voor te schamen dat ik de steun heb van de zevenentwintig staatshoofden en regeringsleiders, die democratisch gekozen zijn en uiteraard van uiteenlopende politieke kleur zijn, omdat ik geloof dat mijn rol vooral die van bruggenbouwer is. Het is voor het eerst dat we dit uitgebreide Europa hebben. Ik schaam me er niet voor dat ik loyaal heb samengewerkt met de staatshoofden en regeringsleiders. Het spreekt voor zich dat een voorzitter van de Commissie die herkozen wordt nog meer gezag heeft. Ik vraag u om stevige steun te geven aan een Commissie die staat voor meer ambitie, voor nog daadkrachtiger optreden en voor een Europees project dat gebaseerd is op solidariteit en vrijheid. Wat ik u voorstel is loyale samenwerking. Sommigen hebben zich daaruit teruggetrokken. Dat is jammer. Ikzelf zal aan mijn waarden vasthouden, óók aan de waarden die u soms bepleit.

(Applaus)

(De heer Cohn-Bendit steekt een blauwe kaart op)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Ik moet iets uitleggen. De heer Cohn-Bendit steekt weliswaar een blauwe kaart op, maar een half uur geleden is vastgesteld dat de regel in kwestie alleen van toepassing is als degene die spreekt lid is van het Parlement. De regel geldt dus niet als degene die spreekt lid is van de Commissie.

Misschien moet die regeling in de toekomst worden aangepast, maar nu moeten wij ons eraan houden.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de voorzitter, waarde collega’s, ik wil dit debat graag een ietwat andere wending geven en onszelf de vraag stellen: Wie van ons hoeft zich niet verder te ontwikkelen? Bij wie van ons is geen ruimte voor verbetering meer? Wie van ons maakt nooit fouten? Op veel terreinen moeten we een nieuwe koers uitzetten, niet alleen de voorzitter van de Commissie, maar wij ook! Soms moeten we de gebaande paden verlaten.

Ik heb het gevoel dat sommigen hier uitsluitend een schuldige voor de problemen zoeken, in plaats van met nieuwe energie en nieuwe ideeën, met nieuw elan en een nieuwe visie onze gemeenschappelijke problemen te lijf te gaan. Sommigen insinueren en wantrouwen om de aandacht van hun eigen gebreken af te leiden, en negeren de verkiezingsuitslag van 7 juni 2009, die ook de democratische basis voor het debat van vandaag is.

We beschuldigen de Commissievoorzitter ervan dingen te doen die hij moet doen, namelijk het naleven van de Verdragen en het omzetten van besluiten. We hebben vandaag de mooie zin gehoord: “Zonder vrijheid is er geen solidariteit, zonder solidariteit is er geen sterke doeltreffende Europese Unie” – ik voeg daaraan toe: geen sterke Europese Commissie. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Ieder van ons is medeverantwoordelijk; ieder van ons heeft zijn eigen verantwoordelijkheden. De voorzitter van de Commissie is voor een groot deel hoofdverantwoordelijke. Maar hoe zei Martin Schulz het ook alweer: het gaat niet om hem alleen. Zijn kracht ontleent hij mede aan ons, aan de lidstaten, aan de competentie en kwaliteit van de commissarissen.

En dat is het volgende hoofdstuk dat we open moeten slaan. Hoe zetten we de ecologisch-sociale markteconomie om? Hoe kunnen we de Commissie opnieuw vormgeven? Hoe krijgen we een commissaris voor financiële markten? En een diplomatieke dienst? Hoe pakken we de bescherming van het klimaat aan? Onze Voorzitter sloot zijn betoog van vandaag af met een variatie op een citaat van Bronisław Geremek: “Laten we aan de slag gaan, ieder op zijn eigen gebied, en laten we deze kans op verandering benutten in plaats van elkaar zwart te maken!”

 
  
MPphoto
 

  Stephen Hughes (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Barroso herinnert zich wellicht hetgeen ik heb gezegd toen hij vorige week onze fractie toesprak. Mijnheer Barroso, zoals ik toen ook al aangaf, heb ik uw politieke richtsnoeren voor de volgende Commissie met grote belangstelling gelezen en vond ik eigenlijk dat de retoriek in deze richtsnoeren grotendeels mijn eigen overtuigingen en politieke prioriteiten weerspiegelt en volgens mij ook die van vele anderen ter linkerzijde.

Het probleem is echter dat u op deze plek praktisch dezelfde retoriek gebruikte als vijf jaar geleden toen u in de race was voor het Commissievoorzitterschap. U deed toen een aantal beloften met betrekking tot het sociale Europa en wel ten aanzien van de vernieuwing van de sociale agenda voor vijf jaar, beloften die echter niet zijn nagekomen. Wellicht herinnert u zich dat u vijf jaar geleden bijvoorbeeld over de diensten van algemeen belang hebt gezegd dat u de mogelijkheid van een kaderrichtlijn niet uitsloot.

Nu, vijf jaar later, zou de EU - zoals u vandaag hebt herhaald - misschien een "kwaliteitskader voor openbare en sociale diensten" kunnen opzetten. Wij zijn er niet helemaal zeker van wat dat betekent. Wel weten we wat een kaderrichtlijn is en wij hopen dat u zo'n bijzonder belangrijke verbintenis zult aangaan. Uw mededeling dat u zo'n richtlijn niet uitsluit, is dit keer gewoonweg niet voldoende.

Wij hebben vorige week in uw document gezocht naar specifieke, concrete verbintenissen, maar er vrijwel geen gevonden. Wat we - dankzij Google - wel hebben ontdekt, is dat de als een agenda voor hervorming gepresenteerde richtsnoeren zelf in grote lijnen niets meer zijn dan een herhaling van bestaande Commissieteksten en de huidige beleidsagenda.

Drie opmerkingen over uw richtsnoeren:

Ten eerste gaan zij eenvoudigweg onvoldoende in op het ernstige karakter van de huidige hoge werkloosheid en diepe sociale crisis, die de komende maanden, zo niet jaren nog eens zullen toenemen.

Ten tweede vinden wij uw woorden over een strategie voor een exit uit de crisis voorbarig. Uw toespraak van vandaag heeft dit weliswaar enigszins veranderd, maar we zouden eigenlijk moeten praten over een 'entrystrategie', een strategie voor een positieve interventie op de arbeidsmarkt op Europees niveau en niet louter op dat van de lidstaten.

Ten derde is uw agenda voor hervorming er één van het verleden. De crisis vereist veel gedurfder en vooruitziender beleid dan het door u beoogde. De nieuwe Commissie moet de hoogste prioriteit verlenen aan de lancering van een gemoderniseerde en ambitieuze nieuwe Europese sociale agenda.

Ik heb heel goed geluisterd naar hetgeen u vandaag hebt gezegd over de reactie op het Laval-arrest met betrekking tot de detacheringsrichtlijn. Vandaag hebt u opnieuw gezegd dat een uitvoeringsverordening de oplossing is, zonder dat er getornd wordt aan de richtlijn. Dat zal simpelweg niet werken. Het probleem zit hem in de richtlijn zelf, waarin voortdurend de zinsnede "de lidstaten kunnen" wordt herhaald. Het probleem van Laval zal blijven bestaan, tenzij de uitvoeringsverordening deze richtlijn vervangt of voorbijstreeft.

Neemt u het ons ook niet kwalijk als wij u beoordelen op uw prestaties. De kwestie-Laval dateert niet van gisteren. Wat hebt u gedaan in de bijna twee jaar die zijn verstreken sinds het Laval-arrest een schokgolf veroorzaakte binnen de vakbeweging?

Tot slot nog dit: wilt u zich er vandaag toe verbinden alles in het werk te zullen stellen om in het volgende college van de Commissie een goed evenwicht tot stand te brengen tussen het aantal mannen en vrouwen?

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, waarom nu? Waarom Barroso? Dat zijn de twee vragen waarop we een antwoord moeten geven.

De vraag “Waarom nu?“ is al ter sprake gekomen. We zitten midden in een financiële en economische crisis, en de randvoorwaarden voor een sterke economische groei en meer werkgelegenheid worden niet in één klap geschapen. We hebben een doeltreffende Commissie nodig, en een gemeenschappelijke, Europese, op de lange termijn effectieve strategie. Daar moeten we meteen mee beginnen, en niet pas volgend jaar. Daarom moeten we ook nu stemmen.

Waarom Barroso? Ik ben blij met de duidelijke verklaring van de Commissievoorzitter – de kandidaat – over de sociale markteconomie, de mededinging en de interne markt. Wij als liberalen hebben op dit vlak hooggespannen verwachtingen en hoge eisen. Wij rekenen erop dat samen met de lidstaten daadwerkelijk een gemeenschappelijke strategie wordt ontwikkeld.

Op de middellange termijn is alleen een netwerk van regelgevende instanties die toezicht houden op de financiële markten niet voldoende. We hebben communautair toezicht op de financiële activiteiten nodig. Guy Verhofstadt zei het net nog: deze tussentijdse herziening zal voor ons bepalend zijn.

Wij als liberalen staan positief tegenover de benoeming van een commissaris voor grondrechten. Wij willen dat deze commissaris daadwerkelijke bevoegdheden krijgt. Voor degenen die niet weten wat dat inhoudt, noem ik gegevensbescherming en de behandeling van vluchtelingen aan de buitengrenzen van Europa. Dit zijn onderwerpen die meer aandacht moeten krijgen.

Ik heb nog een aantal opmerkingen over wat er zojuist gezegd is over de politieke verhoudingen. Ik vind het erg jammer dat de meerderheid van de sociaaldemocraten morgen niet voor u zal stemmen. De sociaaldemocratie treedt hiermee uit de pro-Europese alliantie, die we juist bij kwesties met betrekking tot de Europese politiek willen hebben. De heren Schulz, Bisky en Cohn-Bendit organiseren hier een rood-rood-groene blokkade van Europa, of ze proberen dit op zijn minst. Het volgende is van belang: we kunnen niets doen tegen de instemming van de Europese conservatieven, maar belangrijk is dat de liberalen en christen-democraten ervoor zorgen dat Europa niet vastloopt.

 
  
MPphoto
 

  Jill Evans (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek namens de VEA-leden in de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie. Wij geloven in gelijkheid voor alle mensen in Europa. Wij steunen de onafhankelijkheid van de naties en regio's van Europa die momenteel geen op zichzelf staande lidstaten zijn, maar hier wel naar streven, en we hameren op gelijke rechten voor de sprekers van iedere taal, of dit nu een officiële EU-taal of een co-officiële taal is en of het nu een meerderheids- of minderheidstaal in een lidstaat is.

Mijnheer Barroso, in uw richtsnoeren en ook vandaag weer hebt u gezegd dat het noodzakelijk is een gevoel van verbondenheid tussen de EU en haar burgers te kweken. Dit zal echter nooit mogelijk zijn als de EU de echte naties en volkeren niet erkent en niet inziet dat subsidiariteit niet alleen speelt tussen de EU en de regering van een lidstaat maar op alle niveaus.

Wil de Europese Unie ons effectief kunnen steunen in deze economische crisis, haar beoogde voortrekkersrol kunnen vervullen bij de bestrijding van klimaatverandering, de openbare diensten kunnen beschermen, de mensenrechten kunnen verdedigen en een bijdrage kunnen leveren aan internationale vrede en ontwapening, dan heeft zij ons aller input nodig en dus ook die van Wales, Schotland, Catalonië, Corsica, Vlaanderen, enzovoorts.

In heel Europa vinden er momenteel discussies, raadplegingen en referenda plaats en dan heb ik het niet over Lissabon, maar over voorstellen voor grondwettelijke wijzigingen en een grotere autonomie in deze landen. Ik betreur het dat u in uw richtsnoeren deze huidige ontwikkelingen niet hebt erkend, herkend of besproken en evenmin voorstellen hebt gedaan met het oog op een grotere betrokkenheid van landen en regio's met wetgevingsbevoegdheden bij de EU-besluitvorming, hetgeen wij binnen de Vrije Europese Alliantie als cruciaal beschouwen. Ik vraag u nogmaals ons toe te zeggen dit te zullen doen.

 
  
MPphoto
 

  Timothy Kirkhope (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, een van de belangrijkste punten van kritiek op de EU is dat zij zich meer bezighoudt met haar eigen interne systemen dan met het tonen van leiderschap in mondiale aangelegenheden of met het creëren van meerwaarde voor het leven van de burgers. Nergens was deze tendens duidelijker dan in de belachelijke discussies die wij moesten doorstaan over de vraag of en wanneer de voorzitter van de Commissie moest worden benoemd.

De verjaardag, vandaag, van de ondergang van Lehman Brothers is een goed moment om de hachelijke staat van de Europese economie en in het bijzonder van het Verenigd Koninkrijk in herinnering te roepen. Overal neemt de werkloosheid toe en over slechts enkele weken zal er een cruciale wereldtop over klimaatverandering plaatsvinden. In deze omstandigheden was het absurd om te proberen de benoeming van de Commissievoorzitter uit te stellen tot na september.

Ik heb de politieke richtsnoeren van voorzitter Barroso met grote belangstelling gelezen. Ik ben erg blij dat wij als ECR-Fractie de gelegenheid hebben gehad om met hem hierover een stevige discussie te voeren. Om te beginnen moeten de hervatting van de economische groei en de totstandbrenging van concurrentievermogen op lange termijn onze hoogste prioriteit zijn. Op korte termijn betekent dit minder ingrijpen in de economie en weerstand tegen protectionisme. Vervolgens moeten we de overheidsfinanciën weer gezond maken en ijveren voor verdere liberalisering van de markt om het handels- en ondernemingsvertrouwen te herstellen en te waarborgen dat er voldoende wordt geïnvesteerd in vaardigheden en menselijk kapitaal en in innovatie en onderzoek.

De essentiële rol van de Commissie bestaat erin te waarborgen dat de EU-instellingen het economisch herstel niet ondermijnen door het bedrijfsleven onnodig en buitensporig te belasten. Voorzitter Barroso en commissaris Verheugen hebben op dit gebied veel gedaan. De vertrekkende Commissie heeft succes geboekt met het aanpakken van excessieve wetgeving en met het promoten van de agenda “betere wetgeving" - hoewel ik, mijnheer Barroso, zelf liever het woord "deregulering" had gebruikt. Toch is het jammer dat er hierbij niet meer succes is geboekt, en er moet zeker nog meer worden gedaan. Het is noodzakelijk dat een ervaren vicevoorzitter van de Commissie hiervoor verantwoordelijk wordt en ik verzoek u, voorzitter Barroso, met klem om hiervoor iemand aan te wijzen, als u morgen wordt gekozen.

Wat klimaatverandering betreft heeft de EU al blijk gegeven van leiderschap in de internationale onderhandelingen, en zij moet dit blijven doen. Het doet mij deugd dat voorzitter Barroso nadrukkelijk heeft onderstreept dat wij moeten laten zien hoe wij door klimaatverandering tegen te gaan onze economie kunnen helpen moderniseren.

Ook wil ik de aandacht vestigen op de verbintenis om de EU-begroting radicaal te hervormen en in een nieuwe vorm te gieten. Deze hervorming laat al veel te lang op zich wachten en had een bindende toezegging moeten zijn.

Hoewel mijn fractie en ik persoonlijk de herbenoeming van de voorzitter toejuichen en een aantal van de hoofdpunten verwelkomen, zijn wij het - zoals mijn vriend Michal Kamiński zei - niet over alles eens. Ik maak mij ernstig zorgen over de plannen die de Commissie kennelijk heeft op het gebied van immigratie en asiel, en wat het Verenigd Koninkrijk betreft is het behoud van de controle op de nationale grenzen van essentieel belang.

Zoals voorzitter Barroso uit de discussies met ons heeft kunnen opmaken, zijn er problemen met de Commissievoorstellen op het gebied van het financieel toezicht. Er is een reëel risico dat een aantal belangrijke financiële ondernemingen zich naar buiten de EU zal verplaatsen, hetgeen alleen in het voordeel zou zijn van onze concurrenten.

Tot slot is er in het debat telkens weer verwezen naar het Verdrag van Lissabon. Ik wil niet verhullen en er enkel nog eens op wijzen dat de EU de afgelopen drie of vier jaar ook prima heeft gefunctioneerd zonder dit verdrag. Er is geen reden waarom zij dit nu zou kunnen blijven doen.

Ter afsluiting citeer ik een alinea aan het einde van manifest van voorzitter Barroso, waarin hij stelt: "De EU werkt het beste wanneer zij zich op haar kerntaken concentreert. Ik wil onze beperkte middelen inzetten op de gebieden waar we het meeste effect kunnen bereiken en de grootste meerwaarde kunnen creëren." Dit betekent volgens mij dat de EU misschien minder zal gaan doen, maar dat ze, wat ze doet, wel beter moet gaan doen.

Voorzitter Barroso, als dit uw wachtwoord zou zijn in de komende vijf jaar, dan zou dat een prima basis zijn voor vooruitgang, maar u verdient het in ieder geval dat wij u morgen ten volle steunen.

 
  
MPphoto
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, de instellingen laten niet toe dat links een kandidaat voordraagt.

Wij betreuren deze situatie met een enkele kandidaat, en we betreuren de politieke akkoorden die zijn gesloten tussen rechtse en sociaaldemocratische regeringen en die dit mogelijk hebben gemaakt.

Door deze situatie wordt het bestaan ontkend van een brede publieke opinie in Europa die vierkant tegen het door u belichaamde liberale model voor de Europese integratie is. Door dit model is het Europese ideaal in een afgrond gestort van stemonthoudingen tijdens de Europese verkiezingen in nota bene vooral de nieuwe lidstaten, maar daarover zwijgt u in alle talen.

Door dit model is de droom van een beschermend Europa veranderd in een machine die onze sociale rechten en onze nationale industrieën om zeep helpt, en de ene bevolking tegen de andere opzet om aan de kost te kunnen komen. Er zijn steeds meer mensen die zeggen: "Uit Europa komt helemaal niets goeds".

U heeft de financiële ramp en het klimaatdrama niet zien aankomen, ondanks alle tekenen, want die waren er. U heeft daaraan bijgedragen – u en de anderen – met de dictatuur van de vrije en eerlijke concurrentie, die onze samenlevingen in een wurggreep houdt en hun geest van openbaarheid en onze openbare diensten te gronde richt.

Nu verandert u uw woorden, maar niet uw daden. Uw programma kan echter in één zin worden samengevat – en ik weet niet of deze Franse woordspeling vertaald kan worden – : "Van nu af aan zal het zijn zoals voorheen". Europa heeft echter een grote verandering nodig om dit hoofdstuk van haar geschiedenis, dit archaïsch en achterhaald hoofdstuk, deze periode van financieel kapitalisme en van maximale productiviteit achter zich te kunnen laten.

Deze verandering zou kunnen beginnen met de weigering om u te benoemen. Daarom weigert onze delegatie om u haar stem te geven.

 
  
MPphoto
 

  Timo Soini (EFD). (FI) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter Barroso, u hebt onze eurosceptische fractie bezocht en dat waarderen wij. Er was tijd om te debatteren en u kreeg een aantal lastige vragen, onder andere van mij. Maar dat er slechts één kandidaat is, bevalt mij niet. Als wij u nu niet accepteren, gaat het dan net als in Ierland en komt de heer Barroso hier over een paar maanden met een andere stropdas om en moeten wij opnieuw over hetzelfde stemmen? U houdt van de Commissie. Ik heb dit document zeer zorgvuldig gelezen. U zegt daarin dat de Commissie onvervangbaar is en dat enkel en alleen de Commissie gemachtigd is om voorstellen te doen waarin rekening wordt gehouden met de belangen van al onze burgers en dat alleen de Commissie competent en onafhankelijk is.

Dames en heren, waar zijn de volken van Europa? Waar zijn de parlementen van Europa en waar zijn de Europese kiezers? Er wordt toch beweerd dat de Europese Unie voor hen in stand wordt gehouden? Daar geloof ik niet zo in. Mijnheer Barroso, kom op voor de arbeider, kom op voor de werkende mensen, omdat het uitgetelde links daar niet meer toe in staat is. Kom op voor de kleine ondernemers, want er is geen gebrek aan werk, maar een gebrek aan werkgevers. Doe goed werk van onderaf aan, zodat mensen anderen werk kunnen verschaffen en Europa op die manier vooruit kan komen. En tot slot, mijnheer Barroso, geen EU-belasting alstublieft. Wij hebben al genoeg belastingen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Francisco Sosa Wagner (NI). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik richt me tot de heer Barroso.

Mijnheer Barroso, ik moet zeggen dat ik u al heel lang met veel belangstelling en respect volg, al sinds u premier was van een land dat heel dicht bij ons ligt en dat ons ook na aan het hart ligt, namelijk Portugal.

Ik moet echter zeggen dat u me zeer hebt verbaasd. Ik ben verbaasd om twee redenen. De eerste reden is de minachting die u tentoongespreid hebt jegens de fractie waartoe ik behoor, jegens de fractie van de niet-ingeschrevenen. U hebt ons zelfs geen minuut van uw tijd gegund om uw politieke voorstellen bij ons te komen toelichten. Wij vertegenwoordigen een groot aantal Europese burgers en u hebt een minachtende houding aangenomen jegens al onze kiezers.

De tweede reden betreft uw zwakke politieke plannen, de armetierige politieke voorstellen in het document “Political Guidelines for the Next Commission”. In die voorstellen zijn de zaken die u tijdens uw periode als voorzitter van de Commissie hebt verdedigd, niet eens opgenomen. Het heeft me in dit opzicht verbaasd dat onderwerpen als energie, die tijdens uw mandaat op goede wijze zijn behandeld, nu, in uw voorstellen voor de volgende …

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Carlos Coelho (PPE). - (PT) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Malmström, mijnheer Barroso, in de allereerste plaats mijn gelukwensen. Ik feliciteer u ten eerste met het werk dat u de afgelopen vijf jaar verzet heeft als hoofd van de Commissie. U heeft zich standvastig betoond ten opzichte van de lidstaten, bijvoorbeeld in het kader van het klimaat- en energiedossier. Ook heeft u laten zien dat u compromissen en consensus tot stand kunt brengen bij bijvoorbeeld de financiële vooruitzichten, de extra moeilijkheden tengevolge van de uitbreiding, de institutionele crisis en de internationale financiële crisis.

Ten tweede feliciteer ik u met de kwaliteit van de politieke richtsnoeren voor de volgende Commissie, die u aan het Parlement heeft gepresenteerd. Maar, mijnheer Barroso, er zijn ook minder enthousiaste mensen, zoals dat nu eenmaal in een democratie gaat. Er zijn mensen die niet zo enthousiast zijn over u omdat u te Europees bent, of omdat ze bepaalde ideologische overtuigingen hebben of ook omdat ze u vergelijken met vroeger. Die laatste groep mensen vergeet dat nu de belangen van zevenentwintig en niet van twaalf lidstaten met elkaar in overeenstemming moeten worden gebracht, afgezien nog van het feit dat dit Parlement – gelukkig – nu meer macht heeft en de interinstitutionele samenwerking veeleisender geworden is.

Er zijn er ook die uitstel van het besluit willen, maar met uitstel creëren we een vacuüm en verzwakken we de Commissie en Europa. De wereld blijft niet op ons zitten wachten. Gisteren nog verwees de president van Brazilië de G8 naar de prullenbak van de geschiedenis en pleitte hij voor een G20. De wereld gaat niet zitten wachten tot Europa zijn huis op orde heeft en zijn leiders gekozen heeft. Uitstel zou betekenen dat we accepteren dat Europa geen rol van betekenis speelt in deze steeds verder globaliserende wereld.

We zijn er uiteraard trots op dat de voorzitter van de Commissie een Portugees is, maar onze steun komt niet alleen maar voort uit simpele nationale solidariteit. Onze steun betekent erkenning voor het gedane werk en instemming met de vastgestelde prioriteiten. Die prioriteiten zijn de onze geworden: economische groei, investeren in innovatie, opleiding, bestrijding van werkloosheid, nadruk op het belang van economische en sociale cohesie, investeren in milieu, bestrijding van klimaatverandering, grotere veiligheid zonder inperking van de vrijheden en versterking van het burgerschap en de participatie van burgers.

Ik verwelkom wat u zojuist voorgesteld heeft voor onze samenwerking. Daardoor kunnen het Parlement en uw Commissie nader tot elkaar komen in het belang van ons gemeenschappelijke Europa. Het wordt tijd dat dit Parlement zich achter de staatshoofden van verschillende politieke kleur schaart, die unaniem hebben besloten om u weer aan het hoofd van de Commissie te plaatsen. Mijnheer Barroso, ik wens u veel succes met uw werk.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter Barroso, ik heb mij in mijn verkiezingscampagne als lijsttrekker voor de sociaaldemocraten in Oostenrijk sterk gemaakt voor een sterke Europese regulering van de financiële markten, voor wijziging van de detacheringsrichtlijn, voor bescherming van openbare dienstverlening en voor sociale-effectbeoordelingen van de wetgeving. Aangezien dit alles in de vorige Commissie met u aan het hoofd niet is gebeurd, ging ik ervan uit dat we een nieuwe Commissie en een nieuwe Commissievoorzitter nodig hadden. Nu zegt u dat u al mijn eisen zult inwilligen. Hoe moeten we u nu opeens geloven?

Mijn collega Stephen Hughes heeft er al op gewezen dat de eerste Commissie Barroso vele van de eerder gedane toezeggingen niet heeft waargemaakt. U hebt de komende weken nog tijd om te bewijzen dat het u ernst is. Dat wil zeggen dat u dan toch de steun krijgt van degenen die deze punten willen doorzetten.

Morgen zult u immers – zoals al bekend is – van veel mensen steun krijgen die niets te maken hebben met deze inhoudelijke doelstellingen. U zult veel steun krijgen van de afgevaardigden die het bereiken van deze doelstellingen hebben tegengehouden, of die deze doelstellingen – net als bij de detacheringsrichtlijn en bij de openbare dienstverlening is gebeurd – hebben afgewezen maar wel voor privatisering hebben geijverd. Deze afgevaardigden zullen u morgen steunen. En dan is het uw de taak om te bewijzen dat u met de Commissie een nieuwe meerderheid kunt vormen, die de genoemde doelstellingen daadwerkelijk wil realiseren.

Als de heer Lambsdorff van mening is dat dit alleen maar een Duitse verkiezingsstrijd kan zijn en dat de sociaaldemocraten het Europese spoor verlaten, dan heb ik als antwoord: niet de sociaaldemocraten voegen zich bij de echte anti-Europeanen, maar u, en dat is het probleem! Velen van ons zouden bereid zijn u te steunen als de Commissie een duidelijke sociale lijn zou volgen. Wij nemen uw toezeggingen van vandaag ter kennisgeving aan, maar we verwachten ook een besluit dat aantoont dat de toekomstige Commissie de zaken die ik eerder noemde in haar beleid serieus zal nemen.

 
  
  

VOORZITTER: STAVROS LAMBRINIDIS
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Marielle De Sarnez (ALDE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, er zijn mensen in deze zaal – onder wie ikzelf – die u morgen bij de stemming niet hun vertrouwen zullen geven. Ik wil u uitleggen wat de redenen achter deze keuze zijn en u deelgenoot maken van onze zorgen, omdat ik denk dat het belangrijk is dat deze gehoord worden.

We zijn van mening dat de Commissie op dit moment minder sterk is dan vijf jaar geleden. We zijn van mening dat ze zich te vaak geheel uit eigen keuze verscholen heeft achter de Raad, om niemand voor het hoofd te stoten. We zijn ook van mening dat de Commissie niet in staat is geweest gebruik te maken van de bevoegdheden die haar volgens de verdragen toekomen. Ik doel op het initiatiefrecht dat in een crisisperiode een ware initiatiefplicht zou moeten zijn. En tot slot zijn we van mening dat de Commissie niet meer de plek is waar het algemeen Europees belang tot stand komt en door iedereen gehoord kan worden, en dat dit alles niet goed is voor Europa.

Dit Europa heeft visie, denkkracht en een nieuw ontwikkelingsmodel nodig, en ze heeft nieuwe oplossingen nodig op economisch gebied. Hoe bereiken we meer industriële en budgettaire integratie? Hoe geven we de lange termijn prioriteit boven de korte termijn? Hoe kunnen we er bijvoorbeeld met regelgeving voor zorgen dat de banken er in eerste instantie zijn om steun te geven aan ondernemingen, huishoudens en Europese investeerders? Hoe kunnen we een Europese regelgever instellen die op voet van gelijkheid kan overleggen met zijn Amerikaanse evenknie als het gaat om sociale vraagstukken? Hoe kunnen we een werkgelegenheidspact invoeren? Hoe bereiken we meer opwaartse harmonisatie op monetair gebied? Hoe moeten wij omgaan met en meer blijk geven van solidariteit? Hoe zullen wij – in de nabije toekomst – de eurozone succesvol kunnen uitbreiden, en eveneens succesvol kunnen zijn op het gebied van duurzame ontwikkeling? Hoe zullen we deze overgang kunnen realiseren niet alleen in Europa maar ook in de ontwikkelingslanden?

Dat zijn zo een paar vragen waar we ons voor gesteld zien, mijnheer Barroso. Daarom vind ik dat we een Commissie nodig hebben die opnieuw het algemeen Europees belang voor ogen heeft en blijk geeft van visie, opdat heel eenvoudig de Europese idee weer betekenis krijgt. Langs die meetlat zullen we uw toekomstig optreden leggen. Ik dank u voor uw aandacht.

 
  
MPphoto
 

  Sven Giegold (Verts/ALE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de crisis in Europa is niet alleen zo ernstig omdat de financiële markten zich onethisch gedragen, mijnheer Barroso. Ook de groeiende sociale ongelijkheid, de gevaarlijke en niet-solidaire macro-economische onevenwichtigheden tussen de lidstaten en de afhankelijkheid van Europa van stijgende prijzen voor hulpbronnen spelen hierbij een rol.

De Europese burgers hebben een Commissie verdiend die deze onderliggende oorzaken steeds weer op de agenda zet, die er geen taboe van maakt, niet juist het tegendeel doet en de verantwoordelijkheid niet afschuift op de lidstaten. Het economisch en fiscaal beleid moet echt op Europees niveau worden gecoördineerd. Samenwerking op belastinggebied moet een einde maken aan belastingdumping. Pas dan kan de sociale kloof worden gedicht en kunnen de nodige milieu-investeringen worden gedaan. Wij moeten een beleid voeren dat groene technologieën en groene levenswijzen zo consequent steunt dat de EU snel minder afhankelijk wordt van eindige hulpbronnen. Dat is een ecologische groene revolutie!

Ik vind niets van dat alles terug in uw programma, mijnheer Barroso. Daarom kan ik ook niet op u stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Roberts Zīle (ECR).(LV) Dank u, mijnheer de Voorzitter. Mijnheer Barroso, sommige van de kleine nieuwe lidstaten hadden al voor hun toetreding tot de Europese Unie een vaste wisselkoers voor hun nationale munteenheid ten opzichte van de euro. Hierdoor zag de financiële sector van de Europese Unie kans om voordelig te investeren in deze landen. De handhaving van vaste wisselkoersen in deze tijd van crisis betekent echter voor deze landen een in sociaal opzicht dramatische devaluatie van de inkomens van hun burgers en heftige speculatieve aanvallen op de buitenlandse valutareserves van de centrale banken van deze landen. Dit komt zowel hun burgers als de Europese Commissie, als geldschieter in dit geval, duur te staan. Een versnelde invoering van de euro in deze landen kan deze kosten terugdringen en stabiliteit creëren. Daarom zou ik, mijnheer Barroso, graag zien dat u de toepassing van de bij deze tijden van crisis passende criteria van Maastricht met hetzelfde enthousiasme zou nastreven als waarmee u het Verdrag van Lissabon verdedigt. Dank u wel.

 
  
MPphoto
 

  Joe Higgins (GUE/NGL). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik was ertegen de heer Barroso voor te dragen als voorzitter van de Commissie. De heer Barroso gebruikt de Europese Commissie om zich te bemoeien met het democratische recht van de Ierse bevolking om op 2 oktober in een referendum vrijelijk te besluiten het Verdrag van Lissabon te aanvaarden of te verwerpen.

Met groot cynisme heeft zijn Commissie een aantal van haar personeelsleden de laatste dagen op scholen in heel Ierland schijnbaar laten vertellen hoe goed de Commissie van de Europese Unie is - in werkelijkheid een signaal aan de ouders dat zij "ja" zouden moeten zeggen tegen Lissabon. Bovendien heeft een hogere ambtenaar van de Commissie openlijk deelgenomen aan openbare bijeenkomsten van organisaties die campagne voeren vóór het Verdrag van Lissabon.

Net als Caesar Augustus stuurde, stuurt de heer Barroso zijn afgezanten om het Ierse volk te vertellen wat het moet doen. We willen met iedereen een democratisch debat voeren, maar het geld van de belastingbetaler wordt op grove wijze misbruikt wanneer ambtenaren worden ingezet om de uitkomst van dit debat te beïnvloeden.

(GA) Het beleid van de heer Barroso komt de Europese beroepsbevolking geheel niet ten goede, evenmin als het Verdrag van Lissabon de Europese beroepsbevolking ten goede komt. Daardoor worden wel militarisering en privatisering in de hand gewerkt, en daarom zullen wij de heer Barroso voortaan niet meer als voorzitter accepteren.

 
  
MPphoto
 

  Nicole Sinclaire (EFD). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter Barroso gelooft in een Europa vol ambitie, waarvan zeker sprake is: zevenentwintig EU-lidstaten in vijftig jaar en het Verdrag van Lissabon dat - als het door Ierland wordt geratificeerd - het doodvonnis zal zijn voor hun nationale soevereiniteit en de springplank voor de overname door de Europese Unie.

Wij van de UK Independence Party verwerpen echter het Barroso-plan voor Europese integratie, omdat we weten dat de afzonderlijke lidstaten niet irrelevant zijn. Nationale soevereiniteit vormt de basis van onze waarden en de hoeksteen van de Britse democratie. In de EU komen zowel de individuele als de collectieve mensenrechten op de tweede plaats, na solidariteit met Europeanen. Deze twee zaken staan haaks op elkaar, maar toch stelt voorzitter Barroso ze beide centraal in zijn visie op de EU in de komende vijf jaar, waarin solidariteit de hoeksteen is van de Europese samenleving.

De UK Independence Party verkiest soevereiniteit boven solidariteit. Wanneer de burgers van een lidstaat hun mening uiten in een nationaal referendum, zou de uitkomst ervan definitief moeten zijn en zou het recht van deze burgers op een eigen mening dus moeten worden gerespecteerd, maar volgens de EU-versie van de rechten van de burger moeten de burgers steeds opnieuw in nationale referenda gaan stemmen, net zolang tot ze zwichten voor de druk en "ja" stemmen.

Zo zijn het Verdrag van Maastricht en het Verdrag van Nice tot stand gekomen en nu volgt de EU dezelfde tactiek door Ierland te dwingen opnieuw te laten stemmen over het Verdrag van Lissabon, terwijl dit land het net als Frankrijk en Nederland al heeft verworpen. Wat zijn dit voor rechten wanneer ze in naam van de solidariteit gewoon met voeten worden getreden? De UK Independence Party stelt soevereiniteit en rechten van de burger boven solidariteit. Wij verwerpen het Verdrag van Lissabon en de visie van voorzitter Barroso daarop.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, wij hebben een revolutie van de democratie nodig! Mijnheer Barroso, stelt u zich eens voor dat u zich kandidaat stelt voor Europese verkiezingen, u alleen, zonder tegenkandidaten! Hoeveel procent van de stemmen zou u krijgen? Wat zouden de burgers hebben gedaan?

Ze zouden vandaag naar u hebben geluisterd en hebben gezien dat u iedereen van alles en nog wat heeft beloofd. Hopelijk zouden ze ook te weten komen wat u vijf jaar geleden hebt gedaan. Destijds hebt u de meeste mensen heel erg veel beloofd. Vervolgens moet men dan een vergelijking maken tussen wat u eerder hebt beloofd, wat u nu belooft en wat men kan verwachten – bar weinig naar mijn idee.

U staat voor het oude, mislukte Europa, voor de bijdrage aan de financiële crisis, omdat de Commissie heeft gefaald, voor onvoldoende aandacht voor klimaatthema’s, enzovoort, enzovoort. Ik zou mij achter de meerderheid van de Europese burgers scharen, omdat ik denk dat u niet meer dan tien of twaalf of vijftien procent van de stemmen zou halen.

 
  
MPphoto
 

  Werner Langen (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, waarde collega’s, ik wil het even gezegd hebben: de Duitse CDU/CSU-afgevaardigden zullen u, mijnheer Barroso, steunen voor een tweede termijn. We hebben echter in deze tweede termijn duidelijke verwachtingen van u, en uiteraard van de toekomstige Commissie, en daar wil ik niet geheimzinnig over doen.

Onze eisen richten zich op de toekomst, maar we hebben natuurlijk wel vijf jaar ervaring achter de rug, en daarom wil ik kort toelichten wat we anders willen zien. Naar onze mening hebben de afgelopen vijf jaar licht- en schaduwzijden gekend. Tot de schaduwzijde rekenen we het gebrek aan regulering van de financiële markten – omdat de Commissie niet durfde op te treden tegen afzonderlijke lidstaten die maatregelen blokkeerden –, de duidelijke toename van de macht van de Raad en de autoritaire houding van afzonderlijke commissarissen die zich niet met het onderwerp subsidiariteit hebben beziggehouden.

Wij staan in principe achter uw programma en uw richtsnoeren en zullen deze dan ook steunen. Wij willen echter wel een aantal van onze zwaartepunten gerealiseerd zien – en ik weet zeker dat u hier aandacht aan zult schenken. Ons gemeenschappelijke beleid in Europa moet de sociale markteconomie als leidraad hebben: vrijheid en verantwoordelijkheid, en niet alleen vrijheid, zoals op de financiële markten het geval was.

De Europese concurrentiepositie en het behoud van werkgelegenheid in Europa moeten worden afgewogen tegen milieu- en klimaatbescherming. Ik was enigszins verbaasd te vernemen dat u deze combinatie nu door een afzonderlijke commissaris voor klimaat mogelijk in gevaar wilt brengen. Europa heeft een industriële basis nodig, en de problemen in de wereld – zoals honger, armoede, epidemieën – kunnen alleen worden opgelost als Europa als economische supermacht deze basis heeft.

En ook de burgers moeten Europa dragen. Overdreven regelzucht brengt de wil tot presteren om zeep en vervreemdt mensen van de Europese idee, en daarom willen we een onafhankelijke effectbeoordeling voor wetgeving.

Op de vierde en laatste plaats willen wij dat de interinstitutionele akkoorden substantieel worden herzien. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, gaan wij een goede vijfjarentermijn tegemoet.

 
  
MPphoto
 

  Adrian Severin (S&D). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, van een volkspartijpoliticus kan niet worden verlangd dat hij een socialist is en van een socialist mag niet worden verwacht dat hij voor een volkspartijpoliticus stemt. Was het maar zo simpel.

Waarom zijn wij echter op de een of andere manier in verlegenheid gebracht en verdeeld, nu ons wordt gevraagd uw kandidatuur te steunen? Laten we eerlijk zijn. De lijst van teleurstellingen en mislukkingen gedurende de mandaatperiode van deze Commissie is veel te lang, net als de lijst van niet nagekomen beloften en niet ontplooide initiatieven. Hierdoor hebben onze Europese burgers niet alleen het vertrouwen in de Europese instellingen verloren, maar ook hun hoop en hartstocht.

We moeten in alle eerlijkheid ook toegeven dat u hiervoor niet alleen verantwoordelijk kunt worden gesteld. De hoofdverantwoordelijken zijn de nationale politieke leiders, die de successen altijd hebben genationaliseerd en de mislukkingen hebben geëuropeaniseerd, en die het nationale egoïsme meestal voorrang hebben gegeven boven de Europese solidariteit.

Een groot aantal van uw commissarissen, socialisten incluis, die naar voren waren geschoven door dezelfde nationale leiders, is eveneens verantwoordelijk voor het ontbreken van voldoende visie, moed, bekwaamheid en wil. Vandaag confronteren wij dus niet alleen u, maar ook degenen die u hebben voorgedragen als enige kandidaat voor een van de belangrijkste Europese posten. Zij hebben dit duidelijk niet gedaan vanwege uw kwaliteiten en sterke punten, maar juist vanwege hetgeen zij als uw zwakke punten beschouwen. Zij hebben dit gedaan niet omdat zij geloven dat u zich zult inzetten voor de totstandkoming van een steeds hechtere unie met een sterke sociale dimensie, maar omdat ze denken dat u ieder van hen afzonderlijk om nationale zegen zult vragen voordat de Europese Commissie een initiatief neemt.

Het is op zijn minst paradoxaal dat het Europees Parlement als communautaire instelling vandaag met deze kandidaat een intergouvernementele instelling, de Raad, uitdaagt, in plaats van de democratische legitimiteit van de toekomstige voorzitter van Commissie, een andere communautaire instelling, met een overweldigend "ja" te consolideren.

Aan het einde van deze procedure van onze stemming voor het College zal het dan ook belangrijk zijn dat u bewijst een van ons te zijn en niet een van hen.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Duff (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, voorzitter Barroso moet worden gefeliciteerd met de niet-aflatende steun die hij gedurende zijn mandaat heeft gegeven aan de agenda voor verdragswijziging. Ik vind dat hij ook moet worden bedankt voor het feit dat hij een goed stabiliteitsprogramma heeft gepubliceerd en dit vergezeld heeft doen gaan van de noodzakelijke voorstellen voor verbeteringen in de beleidssectoren die volgens ons allemaal een uitdaging zijn.

Dit neemt echter niet weg dat er zich met ons dalend bbp en onze stijgende uitgaven een nieuwe begrotingscrisis aandient voor de periode tot 2014. Ik vertrouw er dan ook op dat voorzitter Barroso helemaal aan de kant van het Parlement zal staan en zich zal verzetten tegen het voorspelbare standpunt van de nationale ministeries van Financiën.

Feit is dat de Unie behoefte heeft aan een grotere begroting en een op economisch herstel gericht begrotingsbeleid. Daar waar sprake is van duidelijke kosteneffectiviteit, schaalvoordelen en meerwaarde en waar sterker Europees beleid het marktfalen moet corrigeren, zouden de nationale uitgaven moeten worden getransfereerd naar de Europese begroting.

We moeten de begroting voorzien van middelen door gebruik te maken van een onafhankelijk, progressiever en transparanter systeem.

 
  
MPphoto
 

  Hans-Peter Martin (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik bedoel uiteraard niet mijn voorganger, maar ik vraag u wel eerlijkheid te betrachten bij het onderbreken van de sprekers die hun spreektijd overschrijden! Sommige sprekers worden door u abrupt onderbroken, terwijl anderen nog een hele tijd door mogen gaan. Dat is niet juist!

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen verduidelijken dat Ierland niet opnieuw stemt omdat iemand dit zo heeft bepaald. Dit doet het uit eigen beweging en het Ierse volk zal zelf een beslissing nemen. Deze stemming verschilt bovendien van de vorige. We hebben nu garanties waarmee de zaken voor het Ierse volk worden verduidelijkt. Wij hebben tevens de garantie dat we onze commissaris kunnen behouden.

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Kelly, het spijt me maar dit is een nieuwe procedure die we correct moeten toepassen. Deze procedure is alleen bedoeld voor vragen aan de vorige spreker, niet voor verklaringen. Het spijt me dat ik u moest onderbreken.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorgedragen voorzitter van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, eerst wil ik het hebben over enkele beleidskwesties en daarna, als er nog tijd is, over politiek.

Wat de vragen van de heer Hughes betreft, lijkt het me belangrijk de zaken te verduidelijken die belangrijk zijn voor uw fractie en voor mij, evenals voor onze gehechtheid aan de sociale markteconomie. Mijnheer Hughes, wat de detachering van werknemers betreft, hoop ik met een verordening het door u aangekaarte probleem aan te pakken. Het probleem zit hem in de uitvoerings- en interpretatiekwesties die tot onzekerheid hebben geleid. Ik herinner u eraan dat een verordening rechtstreeks toepasselijk is en de opstelling ervan minder tijd vergt dan de algemene herziening van de richtlijn. Hoe dan ook, ik heb gezegd dat we zo nodig een herziening van de richtlijn zullen overwegen.

Wat de kwestie-Laval betreft, heeft commissaris Špidla - een lid van uw socialistische familie - in overleg met mij uitvoerig gezocht naar praktische oplossingen. U moet beseffen dat de door u genoemde problemen zich niet in alle lidstaten voordoen. De diversiteit van het arbeidsrecht in de lidstaten betekent dat een Laval-situatie in sommige lidstaten wel kan ontstaan en in andere niet. U weet beter dan wie ook dat lidstaten, sociale partners en vakbonden vasthouden aan hun acquis op het gebied van het arbeidsrecht. Wij moesten de situatie volledig in kaart brengen om ervoor te zorgen dat het middel niet erger was dan de kwaal. Omdat de heer Špidla die analyse heeft verricht, kan ik nu een oplossing voorstellen die hopelijk de brede goedkeuring van dit Parlement kan wegdragen.

Wat openbare diensten betreft heeft de heer Hughes gevraagd waarom de Commissie nog geen kaderrichtlijn heeft voorgesteld. Ik wijs erop dat mijn Commissie uiterst belangrijk juridisch werk heeft verricht. Daarbij is de kwestie van de toepassing van staatssteunregels op openbare diensten opgehelderd. Dit was vijf jaar geleden het belangrijkste punt, en de waarheid is dat deze ophelderingen de angel hebben gehaald uit het eeuwenoude debat over openbare diensten binnen de interne markt. Ik heb niet gezegd dat er helemaal geen problemen meer zijn. Integendeel, ik erken dat er nog problemen zijn. Ik zal ervoor zorgen dat de situatie volledig in kaart wordt gebracht en zal niet aarzelen om zo nodig nog verder te gaan. Ik heb een oprecht en loyaal aanbod gedaan in de discussies met uw fractie en verheug mij erop dit aanbod en de passende rechtsinstrumenten samen met u te kunnen bestuderen.

Wat het genderevenwicht betreft: ik zet mij hiervoor in en mijn Commissie telt een recordaantal vrouwen. Ik moet u eerlijk zeggen dat het bijzonder moeilijk was om sommige lidstaten ertoe te bewegen competente vrouwen af te vaardigen naar de Commissie, omdat zij geen vrouwen wilden sturen. Zoals u weet, ligt het initiatief hiervoor bij de lidstaten. Ik zal opnieuw mijn uiterste best doen. Ik herinner mij dat de eerste Commissie-Delors geen enkele vrouw telde en de tweede slechts één. Op een gegeven moment had ik negen vrouwelijke commissarissen, wat ik erg belangrijk vind. Ik heb de allereerste benoeming van een vrouw als secretaris-generaal de belangrijkste ambtenaar binnen de Commissie achter mijn naam staan; dus dit onderwerp ligt mij na aan het hart en ik heb op dit stuk uw steun nodig. Maar nogmaals, zorgt u er alstublieft ook voor dat uw lidstaten niet in deze routine blijven steken, want sommige lidstaten blijken al vijftig jaar niet in staat om ook maar één vrouw voor te dragen als commissaris.

Laten we er geen doekjes om winden wat de sociale kwestie betreft. Als u de karikatuur van de heer Barroso wilt aanvallen, moet u dit doen, maar u weet heel goed dat ik vaak voorstellen heb gedaan die vervolgens verworpen zijn door de Raad waarin overigens ook een aantal regeringen uit uw politieke familie is vertegenwoordigd. Daar moeten we eerlijk in zijn. Tijdens de laatste Europese Raad heb ik voorgesteld geen medefinanciering voor het Europees Sociaal Fonds toe te passen in het geval van de landen die geen medefinanciering kunnen opbrengen, dat wil zeggen in het geval van de in moeilijkheden verkerende nieuwe lidstaten. Dit was mijn voorstel. Het werd verworpen door diverse regeringen, waarvan sommige een leiderschap of minister van Financiën hebben die tot uw partij behoren. Dus ben ik het er volstrekt niet mee eens. Het is niet intellectueel eerlijk om altijd de Commissie aan te vallen. U mist uw doel. Het is gemakkelijker voor u, maar in werkelijkheid doen wij ons uiterste best. Na die Europese Raad heb ik een voorstel ingediend waar de Raad zich nu over buigt om in moeilijkheden verkerende landen te ontheffen van de regels voor de medefinanciering van het Europees Sociaal Fonds. Ik zet mij in voor sociale cohesie. Dit is toch niet meer dan logisch voor iemand die afkomstig is uit een land als Portugal, waarvoor de Europese Unie zoveel positieve gevolgen heeft? Ik ben een groot voorstander van sociale en economische cohesie en daarom ben ik van mening dat deze karikatuur die sommigen proberen te schetsen, Europa schaadt. Ik ben het eens met de heer Lambsdorff. Ik zou liever de steun hebben van de belangrijkste pro-Europese politieke families, maar sommige sluiten zichzelf daarvan uit. Dat is uw keuze, niet de mijne.

Ik streef naar een zo groot mogelijke consensus en wil niemand uitsluiten. Laten we eerlijk zijn: in de geschiedenis van de Europese integratie hebben niet alleen de EVP, de socialisten of de liberalen grote bijdragen geleverd. Van Lord Cockfield, een conservatief, tot een communist als Altiero Spinelli en de groene beweging hebben velen bijgedragen tot onze Europese integratie. Het is belangrijk dat wij na de verkiezing en met deze diversiteit van standpunten samen aan het werk gaan voor Europa. We hebben behoefte aan een sterk Europa, maar hier is sprake van een contradictie. Enerzijds zegt u een sterk Europa te willen, een krachtige Commissie, en wilt u dat ik enkele nationaal georiënteerde lidstaten trotseer, maar anderzijds zegt u dat u niet voor mij gaat stemmen, dat u mijn invloed gaat verkleinen en dat u mij gaat verzwakken ten overstaan van de lidstaten. Dit is tegenstrijdig, dus laten we er geen doekjes om winden. Als u een sterke Commissie wilt die alle rechten en het volledige initiatief heeft om de Europese belangen te behartigen, geeft u mij dan ten miste het voordeel van de twijfel. Dit zijn moeilijke tijden en ik heb u, alle Parlementsleden, in alle transparantie een oprecht en loyaal aanbod gedaan. U kunt niet zeggen dat ik iedere fractie iets anders vertel, omdat ik aan u allen ditzelfde programma heb voorgelegd. Ik heb het vandaag weliswaar enigszins aangevuld en verduidelijkt, maar het is hetzelfde programma. Het is natuurlijk een compromis, maar zonder compromissen geen Europa. Met fanatisme of dogmatisme kan Europa niet functioneren.

Ik bedank de EVP voor haar steun. Ik ben bijzonder dankbaar voor uw steun, maar de EVP heeft meteen gezegd dat zij dit niet willen omdat zij alleen is. Geen enkele partij heeft in haar eentje een meerderheid en dus moeten we in Europa een consensus bereiken, een proces dat van cruciaal belang is. Onze ideologische verschillen en het politieke debat blijven natuurlijk bestaan, maar we zetten ons in voor een sterker Europa. Ik verbind mij hiertoe. U ook? Dat is mijn vraag.

 
  
MPphoto
 

  Joe Higgins (GUE/NGL). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Barroso heeft niet gereageerd op mijn beschuldiging dat de Commissie zich bemoeit met het democratische proces in Ierland betreffende het Verdrag van Lissabon...

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, ik heb een probleem waardoor ik morgen niet voor u ga stemmen. U weet wat dat is. Dat heeft mijn fractie al uitgelegd. Het is een politieke kwestie. U staat niet voor Europese transformatie op sociaal en milieugebied, ofschoon dit volgens mij nu juist noodzakelijk is.

De verkiezingen zijn echter, zoals de heer Daul al zei, door rechts gewonnen, dus u bent rechts. De zaken zijn duidelijk.

Toch zou ik graag in staat zijn enig respect op te brengen voor de voorzitter van de Commissie, maar daar heb ik een probleem mee: als ik u zie moet ik steeds denken en ik zweer u dat het waar is aan uw verantwoordelijkheid in de kwestie van de geheime vluchten van de CIA.

Tussen 2002 en 2006 zijn 728 mensen overgebracht naar Guantanamo, via het Portugese luchtruim. U was minister van 2002 tot 2004. Ik kan u dus niet geloven, mijnheer Barroso, als u verklaringen aflegt over Europa als de kampioen van de mensenrechten. Wat ik van u verwacht wat ik hoop, want ik wil u in de toekomst kunnen respecteren als voorzitter van de Commissie – is niet dat u over ik weet niet hoeveel jaar uw memoires schrijft, maar dat u uw verantwoordelijkheid erkent bij deze ernstige kwestie, die een donkere schaduw werpt over de Europese waarden.

 
  
MPphoto
 

  Derk Jan Eppink (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, we kennen het gezegde "eten of gegeten worden." In het volgende decennium wordt beslist wat voor Europa zal gelden. De huidige leidende generatie in West-Europa kreeg vakantie van de geschiedenis. Wij zijn opgegroeid in vrede en in een welvaartsstaat. We hebben schulden gemaakt en deze doorgegeven aan onze kinderen. De geschiedenis klopt nu echter op onze deur. We zullen nog jarenlang een trage economie hebben en worden geconfronteerd met toenemende immigratie en een vergrijzende bevolking.

Europa heeft helaas geen prestatiecultuur. De Europese droom is zo snel mogelijk met pensioen te gaan aan de Franse Riviera. Als wij niet innoveren en de door u geschetste nieuwe ondernemerscultuur ontwikkelen, zal Europa op het menu staan.

Ik reken op uw leiderschap. Eén advies echter: houd Europa gefocust op zijn kerntaken. Slaagt u hier niet in, dan zult u nergens in slagen. Blijf onbevooroordeeld en stel geen Europese belasting voor, want dit zal een volksoproer tegen Europa veroorzaken. Ik heb nog nooit een demonstratie vóór een Europese belasting gezien. Dit gaat eenvoudigweg te ver en u zult zich alleen de woede van de bevolking op de hals halen.

Ik reken op uw realiteitszin om Europa niet op het menu, maar aan de tafel te krijgen en wens u veel succes in uw tweede mandaatperiode.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, we weten dat de heer Barroso het lopend compromis is tussen degenen die het in Europa voor het zeggen hebben. We weten ook dat hij de kleinste gemene deler van de regeringen van de lidstaten is. En we weten dat de heer Barroso voor iedereen wat heeft: een beetje maoïsme voor links, een beetje conservatisme voor de christen-socialisten, een beetje neoliberalisme, en een beetje groen en socialistisch is hij nu ook.

De heer Barroso is natuurlijk wel een kandidaat zonder tegenkandidaat, zonder alternatief. Daarom heeft hij nu wel een paar zware dagen en krijgt onaardige opmerkingen van Unitair Links en van andere critici naar zijn hoofd geslingerd.

Maar het loont de moeite, omdat we weten dat de heer Barroso na deze zware dagen waarschijnlijk weer voorzitter van de Commissie wordt en de grote en machtige fracties in dit Parlement, maar ook de regeringen in de Raad dan weer ondeugdelijke compromissen zullen sluiten, en dat de heer Barroso, die de personificatie van de missers van deze Europese integratie van de afgelopen vijf jaar was, dit waarschijnlijk ook de komende vijf jaar zal blijven. Wij allen hebben daar in feite weinig over te zeggen.

 
  
MPphoto
 

  Jacek Saryusz-Wolski (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste wil ik zeggen dat wij de Europese ambitie van voorzitter Barroso en zijn programma steunen, en ik zeg dit namens 28, zo niet meer, Poolse Parlementsleden.

Eén onderwerp van dit programma ligt ons echter bijzonder na aan het hart, namelijk energiezekerheid. Voorzitter Barroso, u weet dat dit Parlement veel belang hecht aan deze kwestie. We moeten zowel de vorderingen als de tekortkomingen in dit proces opnieuw bekijken en beoordelen en prioriteiten stellen voor de komende maanden en jaren.

De huidige situatie is niet bevredigend maar nogal somber, omdat er ondanks alle verklaringen en duidelijke goodwill nog lang niet voldoende vooruitgang is geboekt op het gebied van de energie-infrastructuur en crisismechanismen. De genomen maatregelen voldoen niet aan alle verwachtingen en zijn nog steeds ontoereikend.

Wij verwelkomen natuurlijk de kortetermijnmaatregelen van de Commissie en het voorzitterschap, maar verwachten van de Commissievoorzitter een langetermijnvisie en vastberadenheid en dat hij zo nodig de inertie en het egoïsme van de lidstaten trotseert en aan de kaak stelt. We hebben behoefte aan een sterke Commissie en een krachtig leiderschap van u, omdat de Commissie namens de hele Unie moet handelen en de belangen van haar burgers moet behartigen.

Ik onderstreep dat zo'n leiderschap gebaseerd zou moeten zijn op een consensus die u zowel in het Parlement en de Commissie als in de lidstaten moet voorstaan en opbouwen. Zoals u weet, is dit idee drie jaar geleden hier in het Parlement gelanceerd, maar er is nog een lange weg te gaan en deze droom is nog niet uitgekomen.

Voorzitter Barroso, ik hoop dat u dit wonder in deze mandaatperiode zult doen geschieden en dat u hiervoor de kans zult krijgen.

In dit vooruitzicht steunen wij uw kandidatuur en duimen wij dat u de nieuwe Commissievoorzitter wordt.

 
  
MPphoto
 

  Marita Ulvskog (S&D).(SV) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Barroso, in uw inleiding zei u dat Europa en de wereld door een waardencrisis zijn getroffen. Waarom spreekt u geen klare taal? We zijn immers getroffen door een crisis ten gevolge van het extreem marktgerichte denken waarvan uzelf en uw fractie tot de belangrijkste vertegenwoordigers behoren. Net als vele andere leden van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement heb ik mijn kiezers beloofd niet voor u te stemmen als u niet garandeert dat de richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling wordt herzien zodat de rechten van de loontrekkers worden versterkt.

Nu hoor ik hoe u probeert te doen alsof u aan die eis tegemoet bent gekomen. Maar, zo zegt u, dat zal niet gebeuren door de richtlijn te wijzigen maar met behulp van een nieuwe verordening, waarvan we weten dat ze absoluut niet volstaat. Ik hoor tezelfdertijd dat u een verkeerd beeld schetst van de gevolgen van die gewijzigde richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling. U hebt de vraag al eerder gekregen en u hebt ze telkens omzeild. Nu wil ik de vraag nogmaals stellen: zal u ervoor zorgen dat de richtlijn betreffende de terbeschikkingstelling wordt gewijzigd en dat de loontrekkers in de hele EU daardoor gelijk loon voor gelijk werk krijgen in plaats van de loondumping waar we vandaag in heel Europa allemaal onder lijden?

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, Europa is vandaag een continent dat wordt gekenmerkt door vrede en democratie. Zeventig jaar geleden was dat niet het geval; toen was Europa in oorlog. Twintig jaar geleden was dat evenmin het geval; toen was Europa opgedeeld in Oost- en West-Europa.

Onze generatie heeft een verantwoordelijkheid om ons continent te beheren en een open en democratisch Europa in stand te houden en te versterken. Mijnheer Barroso, u hebt een bijzondere verantwoordelijkheid.

Europa heeft duidelijk leiderschap en een EU nodig die zowel in goede als in slechte tijden zichtbaar en aanwezig is voor de burgers van Europa. We hebben een leiderschap nodig dat luistert. Op dat gebied moet u meer doen. Ik wil meer zien van het engagement dat we vandaag hebben gezien, meer van de Barroso die we vandaag zien.

Morgen zal u de steun krijgen van de Zweedse liberale partij, folkpartiet, de partij van mevrouw Malmström, niet omdat we het over alles met u eens zijn, maar omdat we geloven dat u meer kan doen dan u tot dusver hebt getoond.

Enkele richtsnoeren voor uw verdere werk:

Protectionisme is een gruwel – zelfs voor een ex-maoïst. Open grenzen en vrijhandel vormen de sterkte van de EU.

Mensenrechten gelden voor iedereen en overal. Op dit gebied moet u meer doen.

De economische crisis vergt een mondiale nieuwe orde, met evenwichtige regelgeving die het mogelijk maakt het hoofd te bieden aan de klimaatcrisis. Bevrijd de Europese landbouwers en geef de consumenten en de markt een kans.

De EU hoeft geen verdere institutionele machtsstrijd. Behoed ons daarvoor. Europa is vleugellamme instellingen beu. Mijnheer Barroso, morgen krijgt u hopelijk de kans om een nieuwe Commissie te vormen. Ik hoop dat u ervoor zal zorgen dat de nieuwe Commissie evenveel vrouwen als mannen telt.

 
  
MPphoto
 

  Michail Tremopoulos (Verts/ALE). - (EL) Mijnheer Barroso, u weet heel goed dat u helemaal niets gezegd hebt over uw standpunten met betrekking tot kwesties als de bescherming van biodiversiteit, de uit de millenniumdoelstellingen voortvloeiende toezeggingen en de strategie voor duurzame ontwikkeling van de Europese Unie.

Ik richt me op het begrip “flexizekerheid” dat u vaak gebruikt als een combinatie van flexibiliteit en zekerheid. Dit begrip lijkt ernstige risico’s met zich mee te brengen voor de bescherming van de werknemers. Deeltijdwerk is bijvoorbeeld geoorloofd wanneer de werknemer daar zelf voor kiest. Een werknemer daartoe dwingen – als een werknemer niet bewust daarvoor kan kiezen, waarschijnlijk omdat hij of zij geen baan kan vinden – lijkt sterk op deeltijdwerkloosheid.

Een vergelijkbaar probleem bestaat als werknemers gedwongen worden te werken in functies en met arbeidstijden die hun persoonlijk leven en levenskwaliteit negatief beïnvloeden. Welke richting zult u, als u gekozen wordt, met uw beleid inzake deze kwesties in voornoemde gevallen inslaan? Waarom stelt u verder geen concrete doelstellingen vast met betrekking tot groene beroepen en andere vergelijkbare initiatieven. U hoeft geen “groene” te worden maar moet toch op zijn minst aangeven welke kant we op moeten om uit de crisis te komen?

 
  
MPphoto
 

  George Becali (NI). - (RO) Mijnheer Barroso, ik heb uw document gelezen, maar eerlijk gezegd zal ik morgen voor u stemmen omdat ik denk dat Europa een religieus en christelijk mens zoals u nodig heeft, met een dergelijke opvoeding. Ik geloof dat u morgen Commissievoorzitter zult worden en vraag u, mijnheer Barroso, om te bidden dat God u geeft wat hij ook Salomo heeft gegeven: wijsheid om de Europese Commissie te leiden. Met Gods hulp!

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, mijnheer de voorgedragen voorzitter van de Commissie, de Italiaanse delegatie in de Fractie van de Europese Volkspartij (Christen-Democraten) zal u steunen met de gebruikelijke waardering, de gebruikelijke vriendschap en de gebruikelijke loyaliteit.

Niettemin vragen wij u om meer moed opdat onze instellingen in staat zijn de huidige historische omstandigheden het hoofd te bieden en zich niet alleen te richten op de legitieme zorgen van de regeringen, maar eerst en vooral op de behoeften van de jongere generaties, die in spanning zitten over de vraag of ze wel een huis kunnen inrichten, een gezin kunnen stichten, kinderen kunnen krijgen. Wij vragen u, kortom, om moed om te strijden voor een daadwerkelijk Europa, voor een Europa dat rust op ons verantwoordelijkheidsgevoel en niet op onze politieke kleur, en met het oog op dat laatste ben ik zo vrij om ook aan mijn socialistische collega's om moed te vragen.

'Nee' zeggen tegen Barroso kan misschien een tijdelijke oplossing zijn voor het probleem dat we als gevolg van de verkiezingsuitslag geen gemakkelijke consensus kunnen vinden. Maar een 'ja', ook al is het een voorwaardelijk 'ja' tegen de voorgedragen voorzitter van de Commissie, zou ook u een kans bieden om mee te doen in deze zo moeilijke tijd. Dan geeft u een helder signaal af aan heel de publieke opinie en maakt u duidelijk dat wat ons bindt, sterker is dan wat ons scheidt, en dat wij alleen op deze manier elkaar kunnen helpen om samen de overkant te bereiken.

Het is kortom niet alleen een 'ja' tegen Barroso, maar ook een 'ja' tegen een simpel en duidelijk recept: de totstandbrenging van een Commissie met eenieders steun betekent dat die Commissie onafhankelijker, efficiënter, sterker, kortom Europeser zal zijn.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D).(SK) Ik wil een onderwerp bespreken dat bezorgdheid oproept bij veel inwoners van de Europese Unie, waaronder mijzelf. Onze economieën hebben het momenteel, tijdens deze periode van crisis, zwaar te verduren. De gevolgen zijn met name voelbaar voor de zogenaamde gewone burgers. Deze mensen vechten voor hun baan, voor hun bestaan en voor hun kinderen, en juist deze angst en bezorgdheid zijn een voedingsbodem voor toenemend rechts-extremisme binnen de EU en de lidstaten.

In het verleden verborgen rechts-extremisten hun gezichten achter verschillende maskers en vermommingen. Vandaag de dag vertonen ze zich op openbare pleinen en spreken ze openlijk in de media. Bovendien richten deze mensen, die haat zaaien jegens Roma, joden, immigranten en homoseksuelen, politieke partijen op en slagen ze er helaas in om gedurende deze moeilijke periode kandidaten opgenomen te krijgen in zowel de nationale parlementen als het Europees Parlement.

Het is ten slotte nog niet zo lang geleden dat we hier, binnen de muren van het Europees Parlement, in deze democratische instelling, getuige waren van de komst of beter gezegd het binnenmarcheren van enkele afgevaardigden in uniformen die ons herinnerden aan de fascistische periode tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Daarom, mijnheer de voorzitter, vraag ik u welke maatregelen getroffen dienen te worden in de toekomst, vanuit uw rol en de Commissie als een autoriteit, tegen een dergelijk misbruik van het Europees Parlement en met name met het oog op de daadwerkelijke strijd tegen extremisme.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld (ALDE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Barroso stelde - terecht - dat wij in een buitengewone tijd leven, maar een buitengewone tijd vereist ook een buitengewoon leiderschap. Bent u die leider, mijnheer Barroso? Ik heb u in 2004 niet gesteund en helaas hebt u mij in de vijf jaar daarna niet kunnen overtuigen.

Een meerderheid van mijn fractie wil u evenwel het voordeel van de twijfel gunnen, maar wij geven pas ons eindoordeel nadat we alle portefeuilles van de commissarissen en alle bijzonderheden van uw politieke programma hebben gezien. Vergeet u immers niet - en ik hoop dat u de ironie hierin hoort - dat de voorzitter van de Europese Commissie een politicus is, geen ambtenaar met baanzekerheid.

Wat ook de uitkomst van de stemming moge zijn, dit proces heeft de Europese parlementaire democratie versterkt, omdat het feit dat een kandidaat campagne moet voeren de positie van de Commissievoorzitter niet heeft verzwakt, maar juist versterkt, in tegenstelling tot hetgeen sommigen in dit Parlement vrezen. Ik denk namelijk dat een mandaat van het Europees Parlement voor een politiek programma een veel solider basis is dan een benoeming op basis van een achterkamertjesdeal van nationale regeringen.

Ook vind ik - in tegenstelling tot u, als ik het goed heb begrepen - dat het ontstaan van een echte oppositie in dit Parlement een bijzonder goed zaak is en een gezond teken dat de Europese parlementaire democratie vitaal en volwassen is.

Mijnheer Barroso, nu is het dus aan u. Neemt u de uitdaging aan? U hebt mij namelijk nog niet overtuigd. Dat is echter, mijnheer Barroso, lang niet zo relevant als het overtuigen van de Europese burgers in de komende vijf jaar.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Judith Sargentini (Verts/ALE). - Voorzitter, mijnheer Barroso, toen de kredietcrisis uitbrak, deed u niets. Het was het Franse voorzitterschap dat de weg naar de nooduitgang vond. U nam de touwtjes niet terug in handen. Niet met uw economisch herstelplan, u liet na staatssteun aan de auto-industrie aan strikte milieuvoorwaarden te binden, en evenmin met een voorstel voor beter financieel toezicht. U capituleerde bij voorbaat al voor de weerstand uit de Londense City. De EU had het voortouw al bij de mondiale aanpak voor de klimaatcrisis, maar u bent hard op weg dat te verspelen.

U dreigt het grootste deel van onze CO2-reductie in ontwikkelingslanden te gaan kopen in plaats van zelf minder uit te stoten. Daarvoor kunt u de schuld nog geven aan nationale regeringen, maar niet voor dat ontstellend magere voorstel van klimaatsteun aan ontwikkelingslanden van vorige week: 2 miljard. Dat is een fooi in het licht van de 30 tot 35 miljard die Europa hoort te fourneren. Daarmee legt u een zware hypotheek op het welslagen van Kopenhagen. We hebben een kredietcrisis, we hebben een economische crisis, we hebben een klimaatcrisis, drie keer de test voor echt leiderschap. Mijnheer Barroso, het was drie keer onvoldoende.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, als nieuw Parlementslid heb ik geluisterd naar de vele sprekers die zich hebben geconcentreerd op de prestaties van de heer Barroso als voorzitter en die een groot aantal zorgen hebben geuit, waar ik mij grotendeels in kan vinden.

Mijnheer Barroso, wat het Verdrag van Lissabon betreft, lopen onze wegen volkomen uiteen. U hebt echter grote interesse getoond voor mijn kiesdistrict in Noord-Ierland. Ik dank u voor uw inzet. Wij waarderen de steun van de ambtenaren van de Commissie en hun nauwe werkrelatie met Noord-Ierland op alle niveaus. Ik hoop dat deze relatie zal voortduren en dat mijn kiesdistrict ervan zal profiteren.

U zult ons verleden wel kennen: de gevolgen van het geweld voor de investeringen en de noodzaak nieuwe wegen en spoorverbindingen aan te leggen. U zult wel weten welke enorme mogelijkheden onze economie heeft als het toerisme wordt ontwikkeld. Als de Commissie onze economische ontwikkeling wil steunen, vraag ik haar dringend te onderzoeken welke middelen beschikbaar zullen komen om de jaren van onderinvesteringen goed te maken.

Zoals velen in dit Parlement vandaag al hebben gezegd, moet gaat het om acties en tenuitvoerlegging.

 
  
MPphoto
 

  Jaime Mayor Oreja (PPE). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, ik wil een opmerking vooraf maken.

Na verkiezingen kun je niet hetzelfde debat voeren als voor verkiezingen, uit respect voor die verkiezingen en uit respect voor de kiezers. En in dit opzicht zouden we ons niet anders moeten gedragen dan nationale parlementen.

Als de keuze van de Europese commissarissen is gebaseerd op een meerderheid in elk land, zou onze belangrijkste zorg moeten zijn dat de voorzitter van de Commissie trouw blijft aan de wijze waarop de Europese burgers tijdens de Europese verkiezingen hebben gestemd, en vandaar dat het belangrijk en terecht is dat de heer Durao Barroso voorzitter van de Commissie wordt. Dat is een strikt democratisch beginsel.

Er zijn twee overwegingen die maken dat ik geen enkele aarzeling voel om de heer Durao Barroso duidelijk en ronduit te steunen. De eerste overweging betreft de grondige diagnose van de huidige situatie die hij in zijn interventie en in zijn overwegingen heeft gegeven. We hebben niet alleen te maken met een financiële en economische crisis, maar ook met een waardencrisis, en dit is de eerste keer dat ik deze analyse in dit Parlement heb gehoord. We bevinden ons niet alleen in een crisis, maar we leven ook in een veranderende wereld, en daarom is het meer dan ooit noodzakelijk om de klemtoon te leggen op positief optreden door de individuele mens en op een verandering van houding tegenover de staat en de markten, omdat we in een groot aantal landen van de Unie waarschijnlijk op te grote voet hebben geleefd.

De tweede overweging om mijn steun te handhaven betreft de Europese ambitie van de heer Barroso. Europa vergt keuzes, prioriteiten en ordening, en de crisis en het Verdrag van Lissabon zijn twee grote kwesties waarop de voorzitter van de Commissie met klem heeft gewezen. De aanpak van de crisis vergt een vastberaden Commissie en een Parlement dat is opgewassen tegen de ernst van de omstandigheden waarmee we te maken zullen krijgen.

De crisis is nog niet voorbij; de crisis heeft haar ware gezicht nog niet laten zien en de crisis zal van ons vragen dat we de strijd aanbinden tegen sociale onevenwichtigheden in de Europese Unie. Daarom hebben we de politieke ambitie nodig die u vanmiddag hebt laten zien, mijnheer Durao Barroso.

 
  
MPphoto
 

  Juan Fernando López Aguilar (S&D). - (ES) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de kandidaat-voorzitter, na aandachtig naar u te hebben geluisterd wil ik enkele punten onderstrepen waarover velen van ons het met u eens zouden willen zijn.

In de eerste plaats is het evident dat we ons in een crisis bevinden, maar velen van ons vinden dat Europa niet in staat is geweest om verwachtingen te wekken die een eind kunnen maken aan het pessimisme.

In de tweede plaats is het duidelijk dat we een sterke Europese Unie nodig hebben, met sterke instellingen, en een Commissie die de juiste koers aanhoudt. Maar velen van ons vinden dat u geen kandidaat kunt zijn voor herverkiezing als voorzitter van dezelfde Commissie, maar alleen als voorzitter van een nieuwe Commissie, die in een nieuwe periode met veel meer en veel grotere uitdagingen zal worden geconfronteerd.

We hebben een Europa nodig dat de markten kan reguleren en rechten kan waarborgen, met name sociale rechten, maar wij hebben vooral een Europa nodig dat toegevoegde waarde creëert door mondiale misstanden en onrechtvaardigheden bij de wortel aan te pakken.

Ik heb het voorstel gehoord om een commissaris voor immigratie, gekoppeld aan veiligheid, in de Commissie op te nemen. Ik wil echter onderstrepen dat immigratie niet alleen, en ook niet hoofdzakelijk, gevolgen heeft voor onze veiligheid, maar ook voor onze waarden en ons vermogen om ongelijkheden bij de wortel aan te pakken.

Daarom is de stemming die morgen zal plaatsvinden niet de afsluiting van een proces, maar het startpunt van een enorm karwei waarvan de Commissie zich zal moeten kwijten om Europa een nieuwe impuls te geven, in weerwil van degenen die de Europese Unie willen laten stilstaan of een stap terug laten doen, en om te ijveren voor een beter Europa, voor een Europa dat veel beter is dan het Europa dat we de afgelopen jaren gezien hebben. Wij hebben behoefte aan een Commissie die zich vastberaden opstelt tegenover eurofoben en eurosceptici, die als motor van Europa haar autonomie kan verdedigen tegenover de Raad en die niet alleen kan samenwerken met maar ook voortdurend verantwoording kan afleggen aan het Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Michel Barnier (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, voorzitter Barroso, er spelen verschillende elementen mee en er zijn verschillende redenen voor het vertrouwen dat wij u schenken en voor de duidelijke stem die wij morgen zullen uitbrengen.

Het eerste element heeft te maken met democratische coherentie, coherentie met de keuze van de zevenentwintig staatshoofden en regeringsleiders die unaniem voor u gekozen hebben, coherentie met wat we tijdens de verkiezingscampagne – nog niet zo lang geleden – gezegd hebben en met de stem die de burgers hebben uitgebracht. We gaan ons niet excuseren voor het feit dat we de verkiezingen gewonnen hebben, ook al weten we – dat weten we heel goed, zeg ik tegen onze collega's – dat we u moeten omringen met een meerderheid van ideeën die groter is dan alleen die van de Europese Volkspartij (Christen-democraten). Vervolgens moeten wij ook democratisch coherent zijn met de inspanningen die u sinds enkele weken onderneemt om een veeleisende, eerlijke en oprechte dialoog met het Parlement te voeren, en daarvan kunnen wij getuigen.

Er is nog een tweede reden, die eigenlijk een overtuiging is: wij zijn er absoluut van overtuigd dat een sterk Europees beleid niet mogelijk is met zwakke instellingen. We hebben sterke instellingen nodig. Daarom hopen wij dat het Verdrag van Lissabon geratificeerd zal worden, omdat de instellingen daarmee een gereedschapskist krijgen waarmee ze kunnen functioneren. We hebben een sterke Commissie nodig, een Commissie die toegerust is om de crisis het hoofd te bieden, en wel zo snel mogelijk.

De derde reden is het vertrouwenscontract dat wij met u ondertekend hebben. In de confrontatie met deze zeer ernstige en diepe economische, financiële, milieu- en voedselcrisis – want we mogen niet vergeten dat een miljard mensen op de wereld omkomen van de honger – hebben we een strijdbare Commissie nodig. We hebben een Commissie nodig die, evenals wij allemaal, lessen uit deze crisis trekt, als het gaat om bestuur, regelgeving, innovatie en nieuw beleid – ik denk daarbij aan het idee van een Europese spaarbank om kleine en middelgrote ondernemingen in strategische sectoren te ondersteunen – en als het gaat om de meest fundamentele crisis, de klimaatcrisis, waarvoor een nieuw economisch en sociaal groeimodel, een groen groeimodel nodig is, zoals u zelf gezegd heeft.

Daarom zijn wij bereid, mijnheer Barroso, om morgen dat vertrouwenscontract met u te ondertekenen.

 
  
MPphoto
 

  David-Maria Sassoli (S&D). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, voorzitter Barroso, de toespraak die u vandaag heeft gehouden, heeft ons standpunt niet gewijzigd. Ons oordeel blijft een krachtig 'nee'. De Commissie heeft de afgelopen jaren onder uw leiding blijk gegeven van onvermogen en een gebrek aan autonomie: dat was het geval wat de financiële crisis betreft en hetzelfde geldt voor het immigratiebeleid. De bescherming van de grondrechten en de eerbiediging van de communautaire wetgeving moeten twee kanten van hetzelfde beleid zijn.

U heeft in deze vergaderzaal gezegd dat u van plan bent een commissaris te benoemen voor justitie en rechten, en een commissaris voor binnenlandse zaken en immigratie. Doet u dat niet, voorzitter Barroso. Als we geen xenofoob beleid willen bevorderen, moeten immigratie en rechten samengaan. U heeft in dit Parlement een meerderheid, een rechtse meerderheid, wel te verstaan – het mag duidelijk zijn dat wij ons daar niet in kunnen herkennen. Ik begrijp dat de liberaal-democraten zich in een lastig parket bevinden, maar mijnheer Verhofstadt, u gaat ons toch niet vertellen dat de door u beschreven, coherente strategie om de crisis te boven te komen bestaat uit de snelheid waarmee de Commissie-Barroso gelanceerd wordt.

Het mag duidelijk zijn dat wij ons niet in deze meerderheid kunnen herkennen. Onze standpunten zijn niet verenigbaar met de standpunten van wie niet vastberaden strijdt voor een volledige en overtuigde vrijheid van informatie, voor de bescherming van de rechten, en van wie denkt dat dit Parlement slechts een plaats is waar de nationale regeringen vertegenwoordigd worden.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE). - (RO) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, meer energiezekerheid is een belangrijk punt in uw programma. Het succes van de onderhandelingen met Turkije, die hebben geleid tot de ondertekening van de Nabucco-overeenkomst, laat zien dat de Europese Unie haar lidstaten op het internationale podium kan vertegenwoordigen, en ik feliciteer u met dit resultaat. Ik hoop dat dit succes herhaald kan worden door met dezelfde methoden ook het benodigde gas te verzekeren. Er zijn immers landen in de regio die hun hulpbronnen ter beschikking van dit project willen stellen. De toekomstige Commissie moet zorgen voor een interne energiemarkt, een effectieve concurrentie en een hoge graad van bevoorradingszekerheid voor alle lidstaten.

In dit verband zal het Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators een belangrijke rol krijgen. Roemenië heeft zich kandidaat gesteld voor de zetel van dit agentschap en ik hoop op de nodige steun. De energiezekerheid hangt ook af van de buren van de EU. Het is nodig steun te geven aan de buurstaten die de Europese waarden onderschrijven en opgenomen willen worden in de Europese familie.

Ik wil de fragiele politieke en moeilijke economische situatie in de Republiek Moldavië onder uw aandacht brengen. Een snelle steunverlening voor het nieuwe bewind in Chişinău is nodig om deze moeilijke situatie door te komen.

Tot slot spreek ik de overtuiging uit dat de stemming van morgen de stabiliteit van de Europese instellingen zal laten zien en positief zal bijdragen aan het resultaat van het referendum in Ierland.

 
  
MPphoto
 

  Catherine Trautmann (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorgedragen voorzitter, ik kan het maar beter meteen zeggen: u heeft de Franse socialisten vijf jaar lang niet kunnen overtuigen, en u zult ons ook niet kunnen overtuigen met een project waarin u net zo gul bent met uw woorden als u algemeen bent in uw opzet.

Hoe kunt u ons nou zeggen "als u een Europa wilt dat één is in haar verscheidenheid, moet u voor mij stemmen", terwijl we juist, omdat we dat Europa willen, willen afwachten hoe de Ieren zich gaan uitspreken, alvorens ons over uw kandidatuur uit te spreken?

Geruggensteund door de lidstaten gaf u er de voorkeur aan voortijdig benoemd te worden, wat minder risico´s met zich mee zou brengen wat het vereiste aantal stemmen betreft. U dacht dat het slechts een formaliteit zou zijn om dit door het Parlement te loodsen. Maar dat is het niet. Dit is pas een begin, want uw antwoorden voldoen niet aan de verwachtingen van de burgers, die onder deze crisis lijden en die van hun onvrede met de instellingen blijk hebben gegeven door een lage opkomst.

U zegt dat u door de crisis veranderd bent, en u werpt zich op als de grote voorvechter van een vereend Europa, maar u bent er niet in geslaagd de lidstaten ertoe te bewegen een echt Europees herstelplan vorm te geven. Ook zitten wij nog steeds te wachten op concrete maatregelen, op bindende maatregelen, maatregelen die noodzakelijk zijn om de financiële markten te reguleren.

U beweert dat u ons garanties voor de sociale agenda heeft gegeven, maar u heeft slechts gezegd voor een nieuwe verordening te zijn en niet voor een herziening van de 'detacheringsrichtlijn', en u heeft geen definitief, en helder, standpunt ingenomen ten aanzien van een richtlijn ter bescherming van openbare diensten.

U neemt een loopje met het geheugen van de Parlementsleden. We zijn niet vergeten dat gedurende de afgelopen vijf jaar de sociale vraagstukken nooit centraal hebben gestaan in de voorgestelde oplossingen, en u gaat nu pas akkoord met sociale-effectbeoordeling van alle Europese wetgeving.

In de huidige situatie, in de ergste crisis die we ooit gekend hebben, waarin honderdduizenden arbeidsplaatsen verloren gaan, moet alles op alles worden gezet om te voorkomen dat het aantal werklozen of arme mensen met een baan in 2010 op 25 miljoen terechtkomt. Daarvoor hebben we een industriebeleid nodig.

De burgers hebben behoefte aan voorbeeldige solidariteit om deze crisis het hoofd te kunnen bieden, maar die vinden ze niet in uw voorstellen, en ook niet in de ambitie die u voor Europa geformuleerd heeft.

Doorgaan op dezelfde weg is een ramp, zei de filosoof Walter Benjamin. U zult nog enorme stappen moeten zetten om de socialisten en de sociaal-democraten te overtuigen. Om politiek consequent te zijn en uit respect voor onze kiezers zullen wij niet op u stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Wim van de Camp (PPE). - Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Barroso, de leden van de Nederlandse EVP-delegatie zullen morgen overtuigd voor u stemmen. Niet alleen omdat wij overtuigd zijn van uw kwaliteiten, maar ook omdat wij haast hebben. Wij vinden dat de afgelopen twee maanden verloren zijn gegaan voor de bestrijding van de economische crisis en wij, Nederlanders, hebben haast. Wij willen inderdaad meer sociale markteconomie in uw programma. De vorige Commissie was ons wat dat betreft iets te liberaal. Wij hopen dat u de strijd tegen de overtollige regelgeving zal doorzetten, dat u Kopenhagen tot een succes zal maken, maar dat er minder Europese agentschappen komen.

En verder, de Europese burgers. Vandaag, vanmiddag, is het woord misschien twee of drie keer gevallen. Dat is te weinig. We hebben gezien bij de Europese verkiezingen dat we echt een taak hebben om Europa ook tussen de oren van de gewone mensen te brengen. De mensen van Opel die ontslagen worden, moeten onmiddellijk ook aan Europa denken als een bron van hoop, als een bron van werk.

Tot slot dit. De afgelopen zes weken heb ik u leren kennen als een man met passie, als een man met enthousiasme. Bij tegenspraak komt u tot bloei. Houd dat vol de komende vijf jaar. Ik wil het iedere week zien.

 
  
MPphoto
 

  Glenis Willmott (S&D). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, wij leven inderdaad in een buitengewone tijd, maar het antwoord van de heer Barroso op de economische crisis is niet krachtig en effectief genoeg en zijn beloften met betrekking tot een sociaal Europa zijn niet nagekomen. Mijnheer Barroso, uw politieke richtsnoeren werpen weinig licht op uw plannen en bevatten grotendeels dezelfde retoriek als vijf jaar geleden. Natuurlijk hebben we een sterke en levendige interne markt nodig die banen en welvaart genereert, maar dit mag niet ten koste gaan van de werknemers en burgers in Europa en moet juist een verbetering inhouden van hun sociale rechten.

Ofschoon dit Parlement sterke druk heeft uitgeoefend om deze disbalans gecorrigeerd te krijgen en ofschoon wij hebben aangedrongen op een herziening van de detacheringsrichtlijn, op sociale-effectbeoordelingen en een ambitieuzer economisch herstelprogramma, is het nog steeds wachten geblazen. Eerder zei u dat het recht om lid te zijn van een vakbond en het recht van staking heilig zijn. In heel het Verenigd Koninkrijk praten de vakbonden opnieuw over stakingsacties in reactie op de problemen in verband met de detacheringsrichtlijn, omdat ze vrezen dat de lonen worden uitgehold en de collectieve overeenkomsten worden ondermijnd.

U hebt vorige week weliswaar in warme bewoordingen geantwoord op mijn vraag over dit onderwerp, maar u gaf wel toe dat de richtlijn haar doelstellingen niet bereikt. De problemen zijn gelegen in de uitvoering en de uitlegging door het Europees Hof van Justitie. U hebt beloofd dit op te lossen door middel van een nieuw rechtsinstrument, maar uit de arresten van het Hof is gebleken dat we juist de richtlijn moeten versterken om de uitholling van lonen een halt toe te roepen.

In deze tijd van financiële crisis moet er sprake zijn van duidelijke juridische richtsnoeren en, mijnheer Barroso, van hetzelfde loon voor hetzelfde werk op dezelfde plaats voor mannen en vrouwen. Welke garanties kunt u ons hiervoor geven?

 
  
MPphoto
 

  Marianne Thyssen (PPE). - Voorzitter, voorzitter van de Commissie, voorzitter van de Raad, collega's, we beleven moeilijke tijden, overgangstijden, tijden van verandering, boeiende tijden ook. Institutioneel zijn we op weg van Nice naar Lissabon. Ik hoop dat we er heelhuids aankomen. Financieel, economisch, ecologisch, demografisch, ook inzake energie, migratie en veiligheid en niet te vergeten de mondialisering, de voedselproblematiek, de strijd voor het bewaren van ons sociale model, op al deze terreinen zitten wij in volle transitie. Zijn het bedreigingen of kansen? Dat is in belangrijke mate afhankelijk van onszelf.

Eén zaak is daarbij zeker: alleen als we de uitdagingen Europees aanpakken, alleen als we ze aanpakken met een stevig, goed georiënteerd Europees programma – en dat hebt u, mijnheer de kandidaat-Commissievoorzitter – en we kunnen werken met sterke instellingen, alleen dàn zullen we de toekomst zelf mee vorm kunnen geven en onze sociale en ecologisch gecorrigeerde markteconomie verder kunnen uitbouwen. Ook al omdat we geen tijd te verliezen hebben – mijn buurman zei net 'we moeten ons haasten' – ook al daarom moeten we snel werk maken van een nieuwe Commissie. Op dit ogenblik, collega's, hebben we één kandidaat-voorzitter, en slechts één.

José Manuel Barroso moet ons vertrouwen krijgen. Overigens vraag ik ook aan ieder die er anders over denkt, zich ervan te vergewissen zich niet van vijand te vergissen, want wat koopt u met uitstel en met tegenstemmen? Als u Barroso niet wilt, wie dan wel? Wie was uw kandidaat, wie is uw kandidaat, vraag ik aan de groenen en de sociaal-democraten. Bent u, als u in uw opzet slaagt, er zeker van dat u in uw ogen een betere kandidaat gaat krijgen, een betere voorzitter van de Commissie zult hebben?

Mijnheer de voorgedragen Commissievoorzitter, mijn vertrouwen hebt u, mijn stem krijgt u en die van mijn partijgenoten ook. Ik wens u heel veel succes toe, ook bij de vorming van de nieuwe Commissie, waarbij men u de ruimte moet geven om daar snel werk van te maken.

 
  
MPphoto
 

  Edite Estrela (S&D). - (PT) Mijnheer Barroso, het Verdrag van Lissabon zal binnen enkele maanden geratificeerd worden en in werking treden. Dat is wat ik hoop. Maar uit uw programma en uw interventie van vandaag blijkt dat u nu al de bevoegdheden van het Europees Parlement wil versterken. Wij staan daarachter, omdat we niet meer terug kunnen naar de tijd waarin het lot van Europa bezegeld werd door de Raad en de Commissie en waarin voor het Europees Parlement slechts een figurantenrol was weggelegd.

Ik geloof, mijnheer Barroso, dat uw volgende mandaat doorslaggevend zal zijn voor de consolidatie van het nieuw interinstitutioneel evenwicht tussen Commissie, Raad en Parlement. Onze steun is echter geen blanco cheque maar een investering.

Onze democratische traditie, de bescherming van de mensenrechten, innovatie in de productie van schonere energievormen en een beter milieubeleid zijn Europese kenmerken, maar niets onderscheidt ons duidelijker van de rest van de wereld dan ons sociaal beleid. Ik wil daarom onze wens uitspreken dat de Commissie die u gaat voorzitten de verantwoordelijkheid op zich neemt – daarvan ben ik overtuigd – om het Europees sociaal model te verdedigen, te consolideren en verder te verbeteren, en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen.

Voordat ik afrond wil ik benadrukken dat ik goede nota heb genomen van uw woorden van vandaag, van uw voornemens voor de toekomst. U kunt rekenen op de stem van de Portugese socialisten, maar u kunt gedurende uw volgende mandaat ook rekenen op een weliswaar loyale, maar ook zeer veeleisende relatie.

Ik wens u veel succes bij uw werk.

 
  
MPphoto
 

  Markus Ferber (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de Commissievoorzitter, mevrouw de voorzitter van de Raad, dames en heren, waar gaat het om bij de stemming van morgen? We moeten dat doen wat sommige Parlementsleden niet kunnen en andere niet willen. We moeten namelijk verantwoordelijkheid voor Europa nemen. Ik wil alvast één ding vooropstellen – en, mijnheer Barroso, ik ben u heel dankbaar voor het feit dat u daar in uw interruptie van daarnet nogmaals op hebt gewezen: we moeten in deze moeilijke tijd ervoor zorgen dat Europa kan functioneren, zodat alle punten waarop de mensen en dit Parlement kritiek hebben geuit, kunnen worden aangepakt. In zoverre denk ik zeker dat het debat van vandaag heeft bijgedragen aan de oplossing van de vraag op wie Europa in de toekomst kan bouwen en aan wie Europa de politieke verantwoordelijkheid de komende jaren niet kan overlaten.

Ik wil er echter ook op wijzen, mijnheer de voorzitter van de Commissie, dat er onderwerpen op de agenda staan die nog behandeld moeten worden. Dit hangt met name van u af, omdat u de enige bent die initiatieven op Europees niveau kunt lanceren.

Ik wil nog een ander onderwerp aansnijden dat naar mijn idee onvoldoende aan bod is gekomen in het debat, namelijk het landbouwbeleid. Op dit vlak staan we immers voor zeer actuele uitdagingen. Het volstaat niet erop te wijzen dat de ministers van Landbouw afgelopen herfst nog iets hebben besloten. Het volstaat niet om een omvangrijke landbouwhervorming op stapel te zetten. Als de randvoorwaarden zijn veranderd, moet u immers het initiatief nemen om de boeren in de Europese Unie te helpen. Ik vraag u dan ook om de commissaris van landbouw eens apart te nemen en haar erop te wijzen dat haar model er niet in zal slagen deze belangrijke bedrijfstak uit de crisis te helpen.

Wij zijn bereid – en ik spreek mede namens mijn collega’s – om in het belang van de Europese Unie en van haar inwoners onze verantwoordelijkheid voor Europa te nemen.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Barroso, de Hongaarse premier heeft in februari 2008, zes maanden vóór de wereldwijde financiële crisis, voorgesteld om een Europese instelling op te richten voor het bewaken en volgen van de mondiale financiële trends. Helaas hebben de Raad en uw Commissie pas na de uitbraak van de wereldwijde crisis besloten om deze instelling op te richten.

Mijnheer Barroso, in welke fase bevinden de voorbereidende werkzaamheden voor deze instelling zich? Wanneer kan deze met haar werkzaamheden beginnen?

Mijn tweede vraag. De Commissie heeft gedurende de afgelopen jaren geen enkel resultaat geboekt in de strijd tegen de dominantie van de grote winkelketens, en noch de boeren noch de consumenten beschermd: mogen we concrete en effectieve maatregelen van de Commissie verwachten?

Mijn derde vraag. In heel Europa heerst er een diepgaande crisis in de zuivelsector, met zeer ernstige sociale en politieke gevolgen: bent u van plan het neoliberale beleid dat de Commissie tot dusverre gevoerd heeft, en dat volslagen mislukt is, aan te passen, te herzien?

Vierde vraag: bent u, als kandidaat-voorzitter, van plan een bemiddelingssysteem in te voeren? Wilt u nogmaals bevestigen dat u van plan bent de nieuwe commissaris voor de grondrechten ook de verantwoordelijkheid te geven voor historische nationale minderheden, immigrantengroepen en Roma?

 
  
MPphoto
 

  Simon Busuttil (PPE). (MT) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer Barroso, de financiële en economische uitdagingen zijn uitvoerig aan bod geweest. Vandaag wil ik echter de aandacht vestigen op de burgerrechten en op het Europa van de burgers. We hebben het over Europees burgerschap, burgerrechten, vrij verkeer, strijd tegen criminaliteit, meer veiligheid, strijd tegen terrorisme en een gemeenschappelijk immigratiebeleid. Al deze punten zijn van invloed op de Europese burger, net zo goed als de economische en financiële vraagstukken. Er zijn echter ook nog andere uitdagingen waar onze burgers in hun dagelijks leven mee te maken krijgen en die daarom aangepakt dienen te worden.

We hebben een plan, een plan om een Europese ruimte van rechtvaardigheid, vrijheid en veiligheid tot stand te brengen. Wij hebben het programma van Tampere, het programma van Den Haag gehad en nu is er het programma van Stockholm. Ik vind dat we hier met hernieuwde energie mee aan de slag moeten gaan. Het programma van Stockholm zal nieuwe mogelijkheden bieden. Daarnaast is er het Verdrag van Lissabon dat dit Parlement nieuwe en belangrijke bevoegdheden verleent en een voornamere rol op dit terrein toekent. Mijnheer Barroso, u heeft ons vanavond medegedeeld dat er niet langer één, maar twee commissarissen actief zullen zijn op dit gebied. We hebben vernomen dat er een commissaris verantwoordelijk zal zijn voor binnenlandse aangelegenheden en immigratie en dat onderwerpen als rechtvaardigheid, mensenrechten en burgerlijke vrijheden zullen worden toegekend aan een andere commissaris. Laten we een partnerschap vormen, een nauw partnerschap tussen Commissie en Parlement, om een Europa tot stand te brengen dat daadwerkelijk een Europa voor onze burgers is, een Europa dat onze burgerrechten verdedigt, dat onze burgerlijke vrijheden beschermt en de veiligheid van onze burgers waarborgt.

Ja, ik denk dat we samen kunnen toewerken naar een Europa voor onze burgers en ik wens u morgen veel succes tijdens de verkiezingen.

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler (S&D).(SL) Ik ben het in principe eens met de opmerkingen van vele voorgaande sprekers, maar ik wil u graag nog de volgende vragen stellen, mijnheer Barroso. Heeft u de balans opgemaakt van uw vorige ambtstermijn? Bent u tevreden over uw prestaties gedurende de afgelopen vijf jaar? Ik kan me voorstellen dat u dat bent en dat u daarom wederom kandidaat bent voor het voorzitterschap van de Commissie. Ik vraag me echter ook af of u tevreden bent over de effectiviteit van u huidig optreden om financiële, economische en sociale crises te voorkomen? Kunt u, met een zuiver geweten, toekijken hoe de werkloosheidscijfers in de Europese Unie schrikbarend toenemen en al in de miljoenen lopen, en hoe telkens weer schaamteloze beloningen door de financiële sector worden uitgekeerd aan degenen die ons niet alleen in de zwaarst mogelijke crisis hebben gestort, maar daarnaast hebben bedreigd met armoede?

Kunt u ons vandaag vertellen dat u de zaken anders gaat aanpakken tijdens uw tweede mandaatperiode? Gaan we meer van hetzelfde zien of juist iets nieuws? Is er iets waar we naar uit moeten kijken? Wat moet volgens u worden aangepast in de manier waarop u te werk gaat?

Staat u mij toe nog één vraag te stellen, een vraag die u tot het uiterste heeft geprobeerd te vermijden in uw beleidsrichtsnoeren. U wilt duidelijk aan het roer staan van de Commissie van een Europese Unie met 500 miljoen mensen. Waar is de ambitie en de energie gebleven van onze prachtige gemeenschap als het erom gaat de deur open te zetten voor onze mede-Europeanen die ook willen toetreden? Welke extra inspanningen zal uw Commissie leveren om dit proces te bespoedigen? Biedt u de centrale regering van Bosnië en Herzegovina tastbare hulp, bijvoorbeeld in de vorm van expertise en materiële hulpbronnen, zodat deze de routekaart kan uitvoeren en aan de criteria kan voldoen om haar burgers in staat te stellen vrij binnen de Europese Unie te reizen?

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, wij zullen de heer Barroso morgen steunen, niet alleen omdat u door alle zevenentwintig lidstaten bent voorgedragen, mijnheer Barroso, en niet alleen omdat we aan de slag moeten, maar ook omdat u een brede politieke agenda hebt gepresenteerd waarmee de belangrijkste uitdagingen van onze tijd worden aangepakt. Natuurlijk hebben wij daar allemaal een andere kijk op.

Wij zullen u en uw Commissie vragen om initiatieven op basis van de meerderheid in dit Parlement. Wij willen niet dat geprobeerd wordt minderheidsstandpunten erdoor te drukken. We zullen uw voorstellen bespreken en grondig bestuderen en bij meerderheid van dit Parlement besluiten. Zo werkt een democratie en zo werken wij. Wij hebben niet alleen vertrouwen in u, maar ook in dit Parlement. Ik wil slechts zeggen dat een nee-stem morgen zonder een alternatief betekent dat er geen alternatief is. Wij dringen weliswaar aan op actie, maar anderen willen juist dat de actie stopt. Nu we nog slechts weken verwijderd zijn van de top van Kopenhagen zou het onverantwoordelijk zijn als we het hierdoor zonder leiderschap van de Commissie moesten stellen. In een tijd waarin we zoveel regelingen en wetgeving op het gebied van de financiële markten moeten verwerken, is het alternatief van een "nee" tegen een nieuwe Commissie onverantwoordelijk. Evenmin is het verantwoordelijk om ons zo op te stellen dat er geen begin kan worden gemaakt met het politieke proces voor economisch herstel wanneer de werkgelegenheid in heel Europa onder druk staat.

Mevrouw de Voorzitter, deze stemming van morgen is er eigenlijk één over de houding van het Europees Parlement. Wij, Parlementsleden, zeggen dat we voor Europa mondiaal leiderschap ambiëren, maar zonder leiderschap van de Europese Unie is dit onmogelijk. Wij zullen u steunen. Wij zullen de voorstellen grondig bestuderen en met u van gedachten wisselen, omdat we vertrouwen hebben in de democratie en in de meerderheid in dit Parlement. Veel succes, morgen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Erminia Mazzoni (PPE). - (IT) Mijnheer de voorzitter, dames en heren, mijnheer Barroso, na dit debat betuig ik met nog meer overtuiging mijn instemming met het voorstel van de Europese Volkspartij om uw kandidatuur te steunen. Als voorzitter van de Commissie verzoekschriften wil ik graag mijn bescheiden duit in het zakje doen: mijnheer Barroso, ik onderschrijf uw doelstellingen en ook de prioriteiten die u heeft gesteld, maar staat u mij toe twee punten te suggereren die meer aandacht verdienen, in het bijzonder in verband met het te boven komen van de financiële en economische crisis, zoals u het noemt.

Ik geloof, net als u, dat dit ook en vooral een crisis is van onze waarden, van de waarden waarop onze samenleving gebaseerd is. De komende vijf jaar staan de Europese Commissie belangrijke uitdagingen te wachten. Het geopolitieke kader is ingrijpend veranderd. De opkomende landen, de opkomende economieën zoals India, Brazilië en Afrika bezetten inmiddels een belangrijke plaats in de reële economie, en al biedt dit enerzijds nieuwe mogelijkheden voor groei, anderzijds zet het de deur open naar markthegemonieën die op de lange termijn tot nieuwe armoede zouden kunnen leiden.

In deze context is de rol van Europa, zijn beschaving en zijn wijsheid van fundamenteel belang om een evenwichtige, verspreide groei te bevorderen en de burgerrechten te versterken. Europa vertegenwoordigt de werkelijke integratie van uiteenlopende achtergronden en culturen. Ik doel hier op onze wortels, op de christelijke wortels die het gereedschap kunnen zijn om de strijd aan te binden met de waarden die aan deze zeer ernstige crisis ten grondslag liggen, mits wij deze wortels als richtsnoer nemen bij het bevorderen van de ontwikkeling en de integratie van ieders rechten en plichten.

Op financieel vlak, voorzitter Barroso, zullen we naar mijn mening ook moeten overwegen of een vernieuwing van het monetair en fiscaal beleid noodzakelijk is. Dat is nodig om een einde te maken aan de concurrentie tussen onze munt, de euro, en de oude hegemonie van de dollar, evenals aan de concurrentie met de opkomende valuta van China of India. Een andere reden is dat we een strengere discipline van de financiële markt moeten bewerkstelligen, met bijbehorende verboden om te speculeren met energiegrondstoffen en vooral met levensmiddelengrondstoffen, waarvan de prijzen vele economieën te gronde kunnen richten. Het geldwezen moet in de allereerste plaats weer in dienst komen te staan van de productie, en in de achtergebleven Europese regio's moeten belastingprikkels worden gegeven om de traditionele financiële vormen van steun te vervangen of aan te vullen.

Wat betreft het Europa van de burgers dat u wilt ontwikkelen door de dialoog te intensiveren en informatie te verspreiden, voel ik mij als voorzitter van de Commissie verzoekschriften van de burgers persoonlijk aangesproken. Zo moet deze commissie namelijk worden genoemd als het Parlement gevolg geeft aan de tijdens de vorige vergaderperiode aangenomen resolutie.

De Commissie verzoekschriften is het eerste contactpunt tussen de Europese instellingen en de burgers. Zij probeert oplossingen te vinden, uitleg te geven en maatregelen te bevorderen naar aanleiding van de talloze en uiteenlopende klachten van Europese burgers. Daarom verzoek ik u, mijnheer Barroso, dringend om de betrekkingen tussen de Commissie waarvan u de eer hebt voorzitter te zijn en de Commissie verzoekschriften, waarvan ik voorzitter ben, te intensiveren door een commissaris te benoemen die specifiek bevoegd zal zijn voor mijn commissie. U heeft al aangekondigd nog twee commissarissen te zullen aanwijzen.

Een Europa dat – zoals u verklaard heeft – zijn werkprogramma baseert op zijn burgers, moet aan deze commissie, die de ruimte en de plaats is waarbinnen de rechten van de burgers een stem hebben, meer rechten en meer waardigheid geven.

 
  
MPphoto
 

  Sophie Briard Auconie (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, beste collega's, ik heb kennis genomen van de richtsnoeren van uw programma en ben verheugd over de ambitie die daarin aan de dag wordt gelegd op alle belangrijke beleidsterreinen, zoals het economisch beleid, waar bepaalde activiteiten worden voortgezet en andere worden ontplooid, het herstelplan, de sociale cohesie, het milieubeleid en met name duurzame ontwikkeling, de plannen voor onze jeugd, de versterking van de Europese defensie en het behoud van een sterk en gesteund landbouwbeleid.

Ik juich uw ambitie voor een sterk, solidair en beschermend Europa, voor een Europa zoals wij dat willen, toe. Ik heb echter twijfels over het financiële vermogen van de Europese Unie om al deze plannen te verwezenlijken. De Unie moet de financiële middelen hebben om deze ambities waar te kunnen maken. Sommige collega's hebben hier al op gewezen. Mijnheer Barroso, het lijkt me onvermijdelijk dat u inspanningen onderneemt om de lidstaten ertoe aan te sporen hun bijdrage aan de communautaire begroting aanzienlijk te verhogen, en wel vanaf 2014. Natuurlijk staan de begrotingen van de lidstaten door de crisis momenteel onder druk, maar desondanks moeten we anticiperen op de periode na de crisis en met onmiddellijke ingang gaan werken aan een communautaire begroting die past bij de noodzaak van Europees optreden. Ik weet dat u zich van deze noodzaak bewust bent. U bent daar in uw programma op in gegaan. Nu moet u vandaag slechts nog toezeggen dat u zich ervoor zult inzetten dat wij – dat wil zeggen het Parlement en de Raad – over voldoende middelen kunnen beschikken om ons beleid uit te voeren.

 
  
MPphoto
 

  Sandra Kalniete (PPE).(LV) Ik wil graag bevestigen dat de Letse leden van de Fractie van de Europese Volkspartij steun geven aan de kandidatuur van voorzitter José Manuel Barroso. Wij zullen u steunen, mijnheer Barroso, omdat we hopen dat u zich als voorzitter van de Europese Commissie in zult blijven zetten voor een eerlijker Europa. Wij zijn van mening dat eerlijkheid tot stand moet worden gebracht tussen alle lidstaten als het gaat om de steun aan boeren, ongeacht of ze nu al lang of pas kort lid zijn van de Europese Unie. We verwachten ook dat u het voortouw neemt bij de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en bij het waarborgen van eerlijke concurrentiemogelijkheden voor alle lidstaten. We verzoeken u de leiding te nemen bij de verdere liberalisering van de Europese dienstenmarkt.

Europa zal deze crisis alleen succesvol te boven kunnen komen als het zijn strategie baseert op een sterke interne markt en op gelijke voorwaarden voor iedereen. De Europese instellingen vervullen inderdaad een stabiliserende functie bij het overwinnen van de crisis in de zwaarst getroffen lidstaten, en Letland weet dit. Ik wil de Europese Commissie bedanken voor de samenwerking. De Europese eenheidsmunt heeft bewezen een stabiliserende rol te vervullen in deze crisissituatie. De Baltische staten hebben zichzelf tot doel gesteld tot de eurozone toe te treden, maar tijdens een wereldwijde recessie is dat een zeer lastige taak. Vandaar dat wij de Commissie vragen om, in lijn met de crisis, een verstandige, flexibele aanpak te hanteren bij de toepassing van de voorwaarden van het Stabiliteits- en groeipact en de criteria van Maastricht. Ik ben ervan overtuigd dat een versnelde opneming van de Baltische staten en van alle Europese landen in de eurozone in het belang is van Europa als geheel.

Mijnheer de Voorzitter, we verzoeken u dringend om haast te maken met de ontwikkeling van een gemeenschappelijk energiebeleid om de afhankelijkheid van Europa van monopolies terug te dringen. Ik wens u veel succes bij de stemming morgen.

 
  
MPphoto
 

  Damien Abad (PPE). - (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter, als lid van de Franse delegatie van de Europese Volkspartij (Christen-democraten) en als vertegenwoordiger van 'Nouveau Centre', de Franse politieke partij die voortgekomen is uit de UDF, wilde ik mij vandaag graag rechtstreeks tot u richten. Allereerst wil ik er nogmaals op wijzen dat u de steun heeft van de Franse president en de Franse regering, en wil ik u complimenteren voor de manier waarop u heeft bijgedragen aan het welslagen van het Franse voorzitterschap.

De heer Barnier en alle medeafgevaardigden die deel uitmaken van de Franse presidentiële meerderheid verwachten nu wel dat onze missie – te weten de opbouw van een politiek Europa dat in staat is zijn stempel te drukken op de grote dossiers van de wereld van morgen – wordt opgepakt en gedragen door uw Commissie.

Om dit politieke Europa te kunnen opbouwen moeten er volgens ons twee valkuilen vermeden worden, mijnheer Barroso. Ten eerste moet vermeden worden dat concurrentie een absoluut en onaantastbaar dogma wordt. Ja, Europa heeft net zo hard een industriebeleid, een landbouwbeleid, een energiebeleid of een energiebeleid ter bevordering van nieuwe technologieën nodig als een concurrentiebeleid.

De tweede valkuil die we moeten vermijden is dat deze Commissie verwordt tot een algemeen secretariaat van de Raad. We hebben een sterke Commissie nodig, een Commissie die voorstellen doet, innoveert en de drijvende kracht is achter de Europese integratie. Daarom ben ik ondanks de terughoudendheid van mijn eigen partij in Frankrijk, vandaag bereid u te ondersteunen en u te volgen op het duidelijke pad dat u kennelijk wilt gaan, met name als het gaat om duurzame ontwikkeling en bestrijding van klimaatverandering.

Verschillende collega's in dit Parlement en ikzelf kunnen vandaag echter pas echt een duidelijke stem uitbrengen als u hier twee toezeggingen doet. Allereerst willen wij de toezegging dat u echt een proactief beleid zult gaan voeren ten behoeve van onze industrieën en onze regio's en ten behoeve van al hetgeen bijdraagt aan de totstandkoming van een Europese identiteit.

Ten tweede willen wij de toezegging dat u er alles aan zult doen om ervoor te zorgen dat in het Europees model een zo goed mogelijke aansluiting wordt nagestreefd tussen de markteconomie en de eis van solidariteit tussen lidstaten, regio's en bevolkingen.

Mijnheer Barroso, de jongeren hebben vandaag een Europa nodig dat hen begeleidt bij de mondialisering en nieuwe hoop belichaamt. Als het jongste Frans Parlementslid ben ik er ten diepste van overtuigd dat deze jongeren een Europa willen dat hen beschermt maar dat hun tegelijkertijd ook een nieuwe ambitie voorstelt. Het is onze taak om samen te bouwen aan een nieuwe toekomst. Ik reken op u, zoals u op mij kunt rekenen.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, Europa is één: het is het Europa van de vrede, de vrijheid en de democratie. We leven de mensenrechten na en we willen het project verwezenlijken van een gemeenschappelijke markteconomie, een project waarin we de mens centraal stellen. Maar Europa is ook divers. We hebben een aantal zeer arme regio's en daarom hebben we een echt cohesiebeleid nodig. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid sanctioneert in wezen het bestaan van twee Europa's: van een oud en een nieuw Europa. Wij moeten daar verandering in brengen en een echt verenigd, solidair, samenhangend Europa tot stand brengen. Mijnheer Barroso, u weet dat maar al te goed. Welke maatregelen gaat u treffen op dit vlak, om deze situatie te veranderen?

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). - (FI) Mevrouw de Voorzitter, voorzitter Barroso, naar mijn mening bent u zeer goed geslaagd in uw rol als voorzitter van de Commissie. Het is gemakkelijk kritiek te leveren, maar wij zijn u erkentelijkheid verschuldigd. Het leiden van zevenentwintig landen in een pluralistisch Europa is geen gemakkelijke taak en u bent daar goed in geslaagd. U was een stabiliserende factor tussen de grote en kleine landen en in dit verband kan ik mij aansluiten bij de woorden van de voorzitter van mijn partij, de Finse premier Matti Vanhanen, die zei dat u nog een termijn verdient. Ik ben een groot voorstander van een tweede termijn voor u en zal daar voor stemmen. Wat u in vijf jaar tijd hebt bereikt, spreekt voor zich. Naar mijn mening hoeven er niet langer nieuwe programma’s worden voorgesteld, omdat acties voor zich spreken, en ik hoop dat de Finse commissaris, de heer Rehn, ook in de volgende Commissie een goede en sterke post zal hebben. Het belangrijkste is echter dat wij u morgen met de stemming de mogelijkheid geven om een nieuwe Commissie samen te stellen. Ik wens u daarbij veel succes.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek (Verts/ALE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, de heer Barroso heeft vrij vaak gesproken over de buitengewone tijd waarin wij leven, over de uitdagingen die zich voordoen en over het leiderschap waar de EU blijk moet geven op het gebied van de financiële markten.

Mijnheer Barroso, over één ding wil ik u echter iets vragen, namelijk over de eigen middelen van de Europese Unie. U noemt deze in het aan ons voorgelegde document, maar zegt niet waar ze vandaan moeten komen.

In dit kader heb ik u tijdens de hoorzitting in de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie vorige week een vraag gesteld. Helaas hebt u daar toen niet op geantwoord; hopelijk doet u dat nu wel. Mijn vraag is: wat denkt u van een belasting op financiële transacties?

Zelfs de heer Sarkozy heeft dit nu voorgesteld, en de heer Steinmeier en anderen hebben het er ook over. België en Frankrijk beschikken al over rechtsinstrumenten om deze belastingmaatregel uit te voeren, dus waarom zouden we er niet over praten en waarom zouden wij geen druk uitoefenen om een Commissievoorstel te verkrijgen voor een belasting op financiële transacties?

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL). - (EL) Mevrouw de Voorzitter, ik heb de heer Barroso twee keer kunnen beluisteren, een keer in de plenaire vergadering en een keer in de bijeenkomst met de fractie van Europees links, en ik heb zijn programmatische standpunten gelezen.

Een kanttekening: we weten wat de standpunten van de heer Barroso zijn met betrekking tot modificatie in de politiek, maar standpunten ten aanzien van gemodificeerde producten hebben wij niet gezien. Dit betekent dat het invoeren en in de handel brengen van besmette producten in Europa gedoogd wordt.

Hoewel de heer Barroso pretendeert de nieuwe ideeën na te streven die Europa nodig heeft, komt hij in feite op de proppen met dezelfde mislukte neoliberale recepten die geleid hebben tot het Europa van de recessie, tot het Europa van de werkloosheid en de grote sociale ongelijkheid.

Mijnheer Barroso, uw oriëntatie en die van uw Commissie hebben geleid tot een vertrouwenskloof tussen de leiding van de Europese Unie en de Europese burgers. Dit is ook duidelijk tot uiting gekomen tijdens de laatste verkiezingen, toen een groot aantal Europese burgers thuis bleef.

Tenslotte noemt u iedereen die het niet met uw programma eens is een anti-Europeaan en daarom weet u niet wat er onder alle Europeanen leeft, ook onder degenen die een ander Europa willen. Daarom bent u, mijnheer Barroso, naar mijn mening niet geschikt voor deze functie.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Mijnheer Barroso, het lukt u niet om steun te krijgen van de socialisten en de groenen, en dat spreekt eigenlijk wel in uw voordeel. Maar het wordt dus een spannende verkiezing, want als ik zo eens kijk, dan zit u ongeveer op de helft van de stemmen en iedere stem telt. Natuurlijk wilt u ook graag onze stem, de stem van de tweede partij van Nederland, de Partij voor de Vrijheid. Wij zijn bereid u die stem te geven, maar dan moet u wel beloven dat u zult stoppen met de onderhandelingen met Turkije, u zult moeten beloven dat u zorgt dat Nederland niet meer de grootste nettobetaler is van Europa, van dit bureaucratische Europa en u zult moeten beloven dat u zich in zult spannen voor een Europa van soevereine lidstaten en niet van de federale superstaat die u nastreeft. Ik wil u dus vragen, kom bij ons langs, vanavond om 22 uur, dan kunnen wij hierover spreken. Wie weet, krijgt u onze steun als u deze beloftes maakt en kunt u daardoor voortgaan met uw werk, maar dan wel op een heel andere manier dan wat u de afgelopen vijf jaar heeft gepresteerd.

 
  
MPphoto
 

  Brian Crowley (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, om te beginnen wens ik de heer Barroso veel succes met de stemming van morgen. Wel vond ik dat deze stemming in juli had moeten plaatsvinden zodat er geen vacuüm vol onzekerheid had kunnen ontstaan. Dit gezegd zijnde ben ik van mening dat uw politieke richtsnoeren, mijnheer Barroso, duidelijk schetsen welke visie en ideeën u hebt om de zaken weer op de rails te krijgen.

Mijn belangrijkste verzoek aan u – niet alleen om terug te keren in het Parlement – is wellicht ook om iets kritischer te zijn ten aanzien van de regeringen die hun verplichtingen niet nakomen. Zo is van de Lissabonstrategie negentig procent nog niet uitgevoerd, en dat komt omdat de lidstaten geen actie hebben ondernomen om van de EU de meest concurrerende en dynamische economie van de toekomst te maken.

Ik weet dat het moeilijk is om één afzonderlijke lidstaat aan te wijzen. Ikzelf zou dit niet durven, maar als wij het goede voorbeeld geven en als het Parlement en de Commissie met ideeën komen over de manieren waarop nieuwe groei kan worden gerealiseerd en innoverend te werk kan worden gegaan binnen de nieuwe economie, dan moeten de lidstaten ook hun verantwoordelijkheid nemen en die acties ondernemen.

Tot slot doet het mij verdriet dat wij in een tijd van ongeëvenaarde wereldwijde economische problemen, een tijd waarin wij in Europa het voortouw nemen op het gebied van bancaire regelgeving en op andere, vergelijkbare gebieden, door kinderachtige politieke spelletjes van bepaalde fracties onze kans hebben gemist.

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE). - (ES) Mijnheer Barroso, u beschouwt zichzelf als een voorvechter van het milieu, en daarmee wil ik u gelukwensen.

Vorige week was er op dat gebied goed nieuws, omdat eindelijk werd besloten om de blauwvintonijn, die hard op weg is om uit te sterven, te beschermen en in de CITES-lijst van beschermde soorten op te nemen. Ik vraag u om ervoor te zorgen dat deze tijdelijke steun wordt omgezet in definitieve steun.

Het probleem, de algemene paradox van dit alles, is dat het juist het neoliberale beleid is – waarvan u tot nu toe de pleitbezorger was – dat ons in deze situatie heeft gebracht, want dat beleid bestaat alleen maar uit het privatiseren van de winst en het socialiseren van de kosten.

In dit opzicht hebben we een ernstig probleem in verband met het milieu. Jarenlang hebben we vloten gesubsidieerd die de zeeën plunderden, en die in veel gevallen medeverantwoordelijk zijn voor de zich voltrekkende ramp. En nu vragen ze ons om geld om de situatie waarin wij ze hebben gebracht, te boven te komen.

Dat is absurd en democratisch werkelijk heel moeilijk te rechtvaardigen. Dit soort fouten mag niet worden gemaakt met geld dat van iedereen is.

Daarom vragen wij u het gemeenschappelijk visserijbeleid te hervormen en op deze nieuwe beginselen te grondvesten.

 
  
MPphoto
 

  Pat the Cope Gallagher (ALDE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb er alle vertrouwen in dat de heer Barroso morgen opnieuw een vijfjarenmandaat als volgende Commissievoorzitter in de wacht zal slepen. Ik vind hem de aangewezen persoon voor deze functie en zijn prestaties zijn indrukwekkend.

Ook ben ik van mening dat het de effectiviteit van de EU ten goede zal komen als mijn land akkoord gaat met het Verdrag van Lissabon. De tegenstanders van dit Verdrag in Ierland verspreiden de valse informatie dat het minimumloon 1,84 euro zal gaan bedragen.

Er wordt gesproken over de green shoots als onderdeel van het economisch herstel in Europa. De ratificatie van het Verdrag van Lissabon is een green shoot op zichzelf. Investeerders en zij die werkgelegenheid creëren willen dat het Verdrag van Lissabon in werking wordt gesteld.

Het feit dat wij in Ierland sinds het laatste referendum het recht hebben veiliggesteld om ook in de toekomst een lid van de Europese Commissie aan te wijzen, is een grote verandering. De juridische waarborgen op het gebied van neutraliteit, belastingen, recht op leven, onderwijs en gezin zijn eveneens belangrijk.

Deze waarborgen zijn voor ons belangrijk. De protocollen zijn gelijkwaardig aan het Verdrag en natuurlijk heeft Ierland Europa nodig en Europa Ierland.

(GA) Ik wens u veel succes morgen.

 
  
MPphoto
 

  Martin Ehrenhauser (NI). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, de Europese Unie lijdt onder een overduidelijk tekort aan democratie. Daar is ook de afgelopen vijf jaar onder de heer Barroso geen verandering in gekomen. Tijdens zijn ambtstermijn zijn we in een zeer ernstige economische crisis terechtgekomen en is gebleken dat alle waarschuwingen met betrekking tot de instabiliteit van het financiële stelsel gewoon in de wind zijn geslagen. Deze waarschuwingen zijn wel degelijk geuit. En nu de heer Barroso het er in zijn betoog over heeft dat het financiële stelsel moet worden gewijzigd en bijvoorbeeld het bonussysteem voor managers moet worden hervormd, dan zeg ik: mijnheer Barroso, dit had u de afgelopen vijf jaar moeten doen, maar dat hebt u nagelaten! Om die reden zal ik niet op u stemmen.

Ik persoonlijk zou graag een jonge Commissievoorzitter zien, die zijn functie uitoefent met veel creativiteit, onafhankelijkheid en moed om grote veranderingen door te voeren, iemand die in Europa echte democratie tot stand brengt. Ik ben er namelijk van overtuigd dat Europa nieuw elan nodig heeft. Dat krijgen we niet met de heer Barroso, maar alleen zonder hem.

 
  
MPphoto
 

  Zoltán Balczó (NI). (HU) Dank u dat ik het woord mag voeren. Ik heb twee vragen aan voorzitter Barroso. Vraag één: in uw toespraak heeft u duidelijk uw politieke toekomst gekoppeld aan het van kracht worden van het Verdrag van Lissabon. Betekent dat ook dat als u morgen wordt gekozen en het Verdrag van Lissabon het niet redt bij het Ierse referendum, u dan aftreedt?

Mijn tweede vraag luidt: u hebt de oorlog verklaard aan het nationale egoïsme dat volgens uw definitie voortkomt uit frustratie en overgaat in extremisme. Mijn vraag is nu: wie zal bepalen of mensen, organisaties of partijen schadelijke praktijken ontplooien of dat er alleen maar sprake van is dat zij, net zoals dat bij ons het geval is, zich ten doel hebben gesteld het nationale bewustzijn te bevorderen en nationale zelfbeschikking noodzakelijkerwijs te behouden, aangezien dit de basis vormt van het feit dat we hier in Europa kunnen spreken over nationale culturen, talen en verscheidenheid?

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorgedragen voorzitter van de Commissie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, allereerst een procedurele kwestie. Ik wil hierbij vooral tegen de niet-ingeschrevenen zeggen dat ik hun fractie niet bezocht heb omdat ze me niet hebben uitgenodigd. Zo eenvoudig is het. Natuurlijk heb ik heel andere standpunten dan enkele van die Parlementsleden en enkele andere afgevaardigden, maar ik ben naar alle fracties gegaan die mij hebben uitgenodigd, naar alle reglementair gevormde fracties. Ik ben daar naar toe gegaan om een democratisch debat te voeren. Ik houd van democratische debatten; laten we daar duidelijk over zijn.

Ik zal proberen snel een heleboel vragen te beantwoorden. Ik zie overigens dat enkele Parlementsleden er al niet meer zijn om naar mij te luisteren, maar ik zal toch mijn best doen.

Allereerst de kwestie van de bonussen; dat was de laatste vraag. Ik wijs u erop dat de Commissie – mijn Commissie – eind 2004 een aanbeveling heeft gedaan met betrekking tot buitensporige beloningen in niet alleen de bankensector maar de hele economie. Helaas heeft niemand op dat moment aandacht aan onze aanbeveling geschonken.

Het verheugt me dat de kwestie van de bonussen en de buitensporige beloningen momenteel een hogere prioriteit krijgt, en ik hoop dat we op basis van de in de Raad ingediende voorstellen een oplossing zullen vinden. Daar ligt namelijk een aanbeveling op tafel, maar ook een bindend deel van de richtlijn inzake kapitaalvereisten van banken.

Veel vragen gingen over energiezekerheid. Dat waren de vragen van de heer Saryusz-Wolski, de heer Marinescu en anderen. Dat was inderdaad een van de grootste prioriteiten van dit college, en ik wil dit ook tot een van de belangrijkste prioriteiten van de volgende Commissie maken, als ik de instemming van uw Parlement krijg, want de Europeanen, en niet alleen de Europeanen van de Unie, kijken in de richting van de Commissie. Toen er een probleem was tussen Rusland en Oekraïne, heeft president Poetin mij gebeld om me over deze kwestie te informeren. U weet hoeveel tijd en energie wij in de Commissie, samen met andere partners, besteed hebben aan het vinden van een oplossing voor een probleem dat Rusland en Oekraïne aanging maar dat ook gevolgen had voor de Europese consument.

Persoonlijk hecht ik sterk aan deze dossiers. Dat was overigens de reden dat we het interconnectieprogramma hebben gelanceerd in de Baltische staten, en dat was de reden dat de Commissie de kwestie-Nabucco vlot getrokken heeft, die volledig vast zat; laat dat duidelijk zijn. Ik reken deze dossiers dus tot de grote prioriteiten van de Commissie, maar in feite is er weerstand tegen het opzetten van een echte interne energiemarkt. Ik hoop dat we gedurende het volgende mandaat, met uw steun, deze weerstand die – laten we daar duidelijk en eerlijk over zijn – nog steeds bestaat, zullen kunnen overwinnen en een echte geïntegreerde energiemarkt in Europa tot stand kunnen brengen.

U kunt erop rekenen dat ik mij in de Commissie schrap zal zetten als het Europees belang verdedigd moet worden. Ik denk overigens dat het vraagstuk van de energiezekerheid ook van essentieel belang is voor de bestrijding van klimaatverandering.

Ik wil nog eens tegen vooral de afgevaardigden van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zeggen dat we altijd nog ambitieuzer kunnen zijn, maar eerlijk gezegd vind ik dat we verheugd mogen zijn over het feit dat de Europese Unie, op basis van een voorstel van de Commissie, een voortrekkersrol vervult in de strijd tegen klimaatverandering. Het moge duidelijk zijn dat we nooit de instemming van alle lidstaten hadden gekregen als niet zoveel werk was verzet – en ik vind het belangrijk dat te zeggen – door het voorzitterschap van mevrouw Merkel en vervolgens het voorzitterschap van de heer Sarkozy. Zij hebben daar namelijk ook aan gewerkt, en dat moet erkend worden. Alle lidstaten hebben een inspanning geleverd, maar het was te danken aan het ambitieuze voorstel van de Commissie dat we de strijd tegen de opwarming van de aarde konden oppakken, en ik reken erop dat u ons helpt om Europa in staat te stellen voorop te blijven lopen in deze strijd.

De vragen over de sociale kwesties heb ik al beantwoord. Ik heb al hele concrete toezeggingen gedaan met betrekking tot de kwestie van detachering van werknemers en de kwestie van de openbare diensten. Ik ben bereid met u te werken op grond van de beginselen die ik vandaag heb aangegeven en die ik vandaag zonder omhaal heb verduidelijkt: tegen sociale dumping en voor een sociale markteconomie.

Ik weet heel goed dat dit, ideologisch gezien, een interessant debat is, maar ik geloof dat we in Europa het antwoord hebben. We hebben een interne markt nodig, dat is onze kracht, maar tegelijkertijd hebben wij een hoge mate van sociale cohesie nodig. Dat is de Europese opbouw; dit is een bijdrage. Aan het begin van mijn document heb ik een groot hedendaags historicus van Europa geciteerd, de heer Tony Judt, die doceert aan de universiteit van New York. Hij zei dat de Verenigde Staten misschien het sterkste leger ter wereld hebben en China misschien de goedkoopste producten verkoopt maar dat alleen Europa een model heeft dat de rest van de wereld kan inspireren.

De eenentwintigste eeuw zou wel eens de eeuw van Europa kunnen worden. Daar geloof ik in. Ik geloof dat we deze mondialisering kunnen sturen, niet door macht uit te oefenen maar door te inspireren. We hebben een sociale markteconomie die het eigendom is van noch de christen-democraten noch de sociaal-democraten noch de liberalen. Deze is door Europa verwezenlijkt, vooral na de Tweede Wereldoorlog: niet alleen het Europese integratieproces, maar ook deze sociale markteconomie die gericht is op het samenbrengen van vrije markten, open markten.

Europa is de grootste exportmacht ter wereld. We moeten dus als Europeanen het protectionisme afwijzen en tegelijkertijd het Europees model van sociale dialoog uitdragen, het Europees model van sociale zekerheid. Als ik bepaalde onheilsprofeten en zwartkijkers hoor zeggen dat nu de Amerikanen en Chinezen overal de macht hebben, vraag ik hen: wat doet president Obama eigenlijk? President Obama probeert – en ik wens hem veel succes daarmee – een nationaal systeem voor de gezondheidszorg in te voeren, dat wij praktisch overal in Europa hebben, op enkele verschillen na. Het zijn de Amerikanen die zich momenteel laten inspireren door het Europees model. En wat doen de Chinezen? Die buigen zich momenteel – ook om de vraag te stimuleren – over de mogelijke invoering van een sociaal zekerheidsstelsel, en ik denk dat ze dat ook gaan invoeren, omdat de welvaart in dat land gaat toenemen, en toenemende welvaart in China is goed voor de hele wereld.

Wat doen de Amerikanen en de grootmachten vandaag de dag? Die beginnen met ons te praten over de bestrijding van klimaatverandering. Ik kan me nog goed herinneren dat de Amerikanen vroeger, als we met hen daarover praatten, categorisch weigerden toezeggingen te doen en concrete doelstellingen vast te leggen op dit gebied.

U ziet, ik kan niet zo pessimistisch zijn als sommigen van u die zich hier vandaag hebben uitgesproken. Natuurlijk, we hebben problemen in Europa, coherentieproblemen. Het gaat om politieke wil: wij moeten nog harder werken om tot een hoger niveau van coherentie te komen. We hebben ook een duidelijk probleem op sociaal gebied en dat is het ernstigste probleem: de groeiende werkloosheid. Laten we echter duidelijk zijn: de financiële crisis is niet door Europa of door de Europese Commissie veroorzaakt. U weet allemaal waar deze crisis vandaan komt. We hebben daarop onmiddellijk gereageerd. We hebben gereageerd met concrete voorstellen. Ik ben tijdens het Franse voorzitterschap met de Franse president bij de Amerikaanse president geweest in de VS om hem voor te stellen een G20-proces op de rails te zetten. Het was Europa dat de aanzet heeft gegeven tot dit proces.

Ik heb in Camp David gezegd dat, net zoals open samenlevingen rechtsstaat en rechtsregels nodig hebben, markten regels nodig hebben om legitiem, geloofwaardig en ethisch te kunnen zijn. Dat is het Europese standpunt.

Ik vind dan ook dat we trots mogen zijn op de voorstellen die we gedaan hebben. Ze liggen op tafel. Ik hoop dat ze goedgekeurd zullen worden, en dan zullen wij in de loop van het proces zien welke andere inspanningen nog nodig zijn.

Wat het milieubeleid betreft zal de staat van dienst van deze Commissie wellicht bekend zijn. Iemand zei dat biodiversiteit niet aan de orde komt. Als u mijn document nog eens leest, zult u zien dat dit punt wel genoemd wordt. Overigens heeft een lid van dit Parlement onze beschermende maatregelen voor de blauwvintonijn toegejuicht, en ik bedank hem daarvoor. Ik vind dat we op dat punt goede geloofsbrieven hebben.

Dan de vraag van mevrouw Beňová over de grondrechten: juist omdat ik het signaal wilde afgeven dat ik mij hiervoor zal inzetten, heb ik besloten de post van commissaris voor grondrechten en individuele vrijheden in het leven te roepen. Ik wil daaraan toevoegen dat dit voorstel afkomstig was van het Europees Parlement, hoewel ik er ook al van overtuigd was dat deze post nodig was. Deze commissaris zal zich uiteraard ook gaan bezighouden met minderheidskwesties, en hij of zij zal kunnen rapporteren aan de Commissie verzoekschriften, zoals hier genoemd werd.

Ik vind overigens dat we – net zoals er op nationaal niveau een minister van justitie en een minister van binnenlandse zaken is – een commissaris voor justitie, grondrechten en fundamentele vrijheden moeten hebben. Daarnaast zal er een commissaris zijn – want we moeten toch serieus zijn, we mogen niet vergeten dat er in Europa veiligheidsproblemen zijn en wij dingen samen kunnen doen en een Europese toegevoegde waarde kunnen creëren – die bevoegd zal zijn voor andere kwesties maar zal handelen in eenzelfde geest: in de geest van veiligheid met volledig eerbiediging van de individuele vrijheden en de grondrechten. Nogmaals, dat is Europa.

Iemand had het over Guantanamo. Ik was een van de eerste, zo niet dé eerste politieke regeringsverantwoordelijke die een beroep deed op de president van de VS - tijdens het Oostenrijkse voorzitterschap - om Guantanamo te sluiten. Ik heb dat publiekelijk gedaan omdat wij Europeanen mijns inziens niet willen dat in de strijd tegen terrorisme de grondrechten niet gerespecteerd worden. Dan gaat namelijk het morele gezag verloren. Wat de grondrechten betreft verschillen wij misschien her en der van mening maar dit zijn geen fundamentele meningsverschillen met de afgevaardigden die deze kwestie hebben aangekaart. Ik heb zelf van niemand lessen nodig op dit gebied. Toen ik zestien jaar oud was, liep ik al in mijn land op straat te protesteren tegen de dictatuur en tegen het koloniale systeem. Ik heb dus van niemand lessen nodig als het gaat om het belang van de grondrechten. Maar ik dank u hoe dan ook.

Wat de kwestie Noord-Ierland betreft: dank u wel, mevrouw Dobbs, we hebben ons daar inderdaad – op een discrete manier – erg voor ingezet. We hebben een speciale werkgroep ingesteld en we hebben toen al, toen er nog geen enkele dialoog plaatsvond tussen de partijen, bijgedragen aan deze verzoening.

Wat betreft de vraag van de heer López Aguilar: ja, ik geloof dat dit een goed moment is voor nieuwe sociale ambitie. Dat moge duidelijk zijn. We hebben een werkloosheidsprobleem dat veel groter is dan vroeger. Als we naar de statistieken kijken zien we dat de werkgelegenheid tot het moment waarop de crisis uitbrak, overal toenam. De Lissabonstrategie, die door sommige mensen bekritiseerd wordt, ging in grote lijnen in de goede richting. Er was in Europa sprake van meer werkgelegenheid en groei. Die trend is in de meeste landen, waaronder ook uw land Spanje, gekeerd op het moment dat de financiële crisis begon. Door de wereldwijde financiële crisis bevinden we ons nu in een andere situatie. Er is een situatie van sociale onrust, met niet alleen veel werklozen maar ook veel mensen die hun baan dreigen kwijt te raken, en het is duidelijk dat we een sociale investering moeten doen. Daarom heb ik opgeroepen tot nieuwe sociale ambitie. Ik dacht dat het mogelijk was een meerderheid van het Parlement achter deze prioriteit te krijgen, en ik geloof nog steeds dat dit mogelijk is.

Mevrouw in 't Veld zei dat ik haar niet heb kunnen overtuigen. U bent moeilijk te overtuigen, mevrouw in 't Veld. Ik zal mijn best doen, maar ik zeg u één ding: ik doe altijd mijn best doen, niet alleen om u te overtuigen, maar omdat ik echt geloof in grondrechten, vrijheden en garanties. Ik vind dat de Commissie hierbij een rol heeft, niet alleen omdat wij wetgeving voorstellen, maar ook omdat wij signalen afgeven. Ik kan u zeggen dat telkens als er een probleem is in de wereld, of dat nou Guantanamo is of als ik de heer Poetin ontmoet, ik hem de vraag stel: "Hoe staat het met de moordenaars van mevrouw Politkovskaya? Hoe is het mogelijk dat een systeem als het Russische, dat een van de grootste veiligheidssystemen ter wereld heeft, nooit de moordenaars van journalisten vindt?" Ik stel de heer Poetin die vraag, net zoals ik momenteel vragen stel aan premiers, zelfs aan de Chinese premier als ik die spreek, en zoals ik altijd vragen stel over mensenrechten. Ik vraag zelfs de premier van Japan hoe het komt dat er weer doodstraffen worden voltrokken in Japan, terwijl daar toch een moratorium op bestaat.

Dus daarbij speelt de Commissie een belangrijke rol, niet alleen vanwege de wetgeving, maar ook vanwege de signalen die de Commissie en de voorzitter van de Commissie afgeven, zoals destijds met de crisis rondom de cartoons in Denemarken, toen ik volkomen helder het recht op vrije meningsuiting heb verdedigd. Ik geloof dat we juist daarop overeenstemming kunnen bereiken.

De heer Abad heeft drie zeer concrete vragen gesteld, en in antwoord daarop wil ik zeggen dat ik achter zijn suggesties sta en die van belang vind. Ik geloof dat we een industriële basis nodig hebben in Europa. We willen geen relocatie van arbeidsplaatsen, maar die industriële basis moet passen bij de nieuwe vereisten van de mondiale concurrentie en vooral bij de grote uitdagingen van de klimaatverandering en meer duurzame groei. Ik geloof dat we over de middelen beschikken om dit te bewerkstelligen. Daarom stel ik voor dat hier op Europees niveau meer middelen in gestopt worden.

Wat de begroting betreft – iemand stelde daar een vraag over – vind ik dat we consensus moeten bereiken over de hoofdlijnen. Ik denk dat het niet goed zou zijn om nu te gaan praten over de bedragen van de toekomstige begroting. Dat leidt alleen maar tot verdeeldheid. We moeten eerst bekijken waar er Europese toegevoegde waarde is en vervolgens besluiten wat de prioriteiten zijn. Ik denk echter dat onderzoek, innovatie en het cohesiebeleid duidelijk belangrijke prioriteiten moeten zijn, vooral met het oog op de jongere generaties. Voor het jongste Franse Parlementslid hoop ik dat de jongeren in dit Parlement deze beweging zullen steunen.

Iemand stelde een vraag over de kwestie van de mondiale financiële belasting, over de belasting op financiële transacties. Als deze mondiaal zal zijn, ben ik daar uiteraard voor. Ik vind dat een uitstekend idee, maar laat ik ook duidelijk zijn dat het geen enkele zin heeft om de financiële dienstverlening uit Europa te verjagen, of dat nu uit Londen, uit Frankfort of uit Parijs is. We zijn wereldleider op het gebied van financiële diensten. Wat heeft het voor zin dat leiderschap af te staan aan Dubai? Ik zie niet in wat dat voor zin zou hebben. Laten we daar duidelijk over zijn. Als er echter wereldwijd een belasting op financiële transacties zou worden ingevoerd, zou ik dat een uitstekend idee vinden. Ik denk dat er al voldoende redenen zijn om dat te doen, bijvoorbeeld om de honger in de wereld te bestrijden, want het is een schandaal wat er in de eenentwintigste eeuw gebeurt, om Europa te helpen haar millenniumdoelstellingen te halen en om te vechten voor meer solidariteit in Europa. U bent daar misschien niet van op de hoogte, maar ik heb aan de Raad voorgesteld om Europa meer mogelijkheden te geven om voedselhulp te verstrekken, want er zijn arme mensen en nieuwe arme mensen in Europa. Dat voorstel is echter afgewezen. Dat zijn een heleboel redenen, zo u wilt, om een belasting in te voeren, maar wel op voorwaarde dat dit echt wereldwijd gebeurt en niet de concurrentiekracht van Europa aantast.

Om af te sluiten wil ik u nog iets heel belangrijks zeggen. Er zijn mensen die zeiden: "Waarom zouden we voor u stemmen? U bent de enige kandidaat. Is dat wel democratisch?" Zelf heb ik me vaak afgevraagd waarom ik de enige kandidaat ben. Eerlijk gezegd is het denk ik slecht voor mij om de enige kandidaat te zijn. Want, laten we wel wezen, omdat ik de enige kandidaat ben, ben ik ook de enige die de hele tijd aangevallen en bekritiseerd wordt. Elke keer als u me met uw ideale kandidaat vergelijkt, delf ik het onderspit, dat is logisch. Ik delf het onderspit ten opzichte van een ideale kandidaat. Ik delf het onderspit ten opzichte van de ideale kandidaat van elke fractie. Maar Europa wordt niet opgebouwd met ideale kandidaten. Europa is een oefening in verantwoordelijkheid. Ik denk dat er gewoon geen andere kandidaat is omdat er geen steun is voor een andere kandidaat. Dat is de reden. Er zijn heel wat namen genoemd, maar ik heb consensus kunnen bewerkstelligen en daar ben ik trots op, want de opbouw van Europa is – dat zult u allemaal toegeven – op dit moment een extreem moeilijke en lastige klus. Europa is heel divers. Er zijn veel verplichtende omstandigheden en veel prioriteiten, en dus ben ik er inderdaad trots op dat ik de kandidaat ben die de steun gekregen heeft van de partij die de verkiezingen gewonnen heeft, de kandidaat die de steun gekregen heeft van de staatshoofden en de democratisch gekozen regeringsleiders ongeacht politieke kleur, en ik zie dat niet als iets negatiefs. Dit gezegd hebbende, ben ik niemands secretaris-generaal, en de Commissie is een onafhankelijke instelling. Dat kan ik u verzekeren. De Commissie waarvan ik de voorzitter ben en zal zijn als ik uw vertrouwen krijg, zal onafhankelijk zijn en zich sterk blijven maken voor het Europees algemeen belang,

Ik heb goed begrepen dat – zoals mevrouw Estrela en anderen zeiden – de steun van degenen die me hun vertrouwen willen schenken, geen blanco cheque is. Ik wil iedereen bedanken die mij gesteund heeft. Ik kan hen niet allemaal opnoemen; sommigen zijn nog steeds hier. Ik dank u. Uw steun is geen blanco cheque. Ik hecht groot belang aan het Parlement.

Sommige mensen zeggen: "U staat te dicht bij de regeringen." U vergeet daarbij één ding: voordat ik premier werd, was ik oppositieleider en voordat ik oppositieleider was, was ik parlementslid. Toen ik voor het eerst in het Portugese parlement gekozen werd, was ik 29 jaar oud. Ik ben parlementslid, en geen technocraat of bureaucraat. Ik steun parlementen en ik wil graag met u dit debat voeren.

De eisen die u stelt, kunnen mij en de Commissie dus helpen om het nog beter te doen. En dat is wat ik zal proberen te doen, als u mij uw vertrouwen geeft.

(Applaus)

 
  
  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik bedank de voorgedragen voorzitter van de Europese Commissie. Ik bedank ook alle aanwezigen, alsmede alle sprekers in dit buitengewoon levendige debat. Ik bedank mevrouw Malmström voor haar aanwezigheid op deze vergadering.

Dames en heren, wij komen met nieuwe beginselen voor ons optreden, met nieuwe institutionele oplossingen voor de Europese Unie. Onthoudt u alstublieft dat de voorgedragen voorzitter ons heeft meegedeeld welke richting het politieke optreden in de komende vijf jaar gaat. Hij heeft dat hier medegedeeld, in het Parlement, waar hij met alle fracties een ontmoeting heeft gehad. Hij heeft ons informatie gegeven die zowel voor ons als voor onze burgers belangrijk is. Na dit lang, diepgaand en wijs debat zullen wij morgen gaan stemmen.

(De voorzitter spreekt verder in het Engels)

 
  
  

Nogmaals hartelijk dank, mijnheer Barroso. De presentatie van uw politieke richtsnoeren en het debat daarover in de fracties maar ook in de voltallige vergadering was een geweldige gelegenheid voor ons.

Het debat is gesloten.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Georges Bach (PPE), schriftelijk. – (FR) Het programma van de heer Barroso is ambitieus en laat een grote bereidwilligheid zien om aan Europa in deze crisis het elan terug te geven dat het zo hard nodig heeft. Ik ben van mening dat het onjuist is om de heer Barroso persoonlijk verantwoordelijk te maken voor alle negatieve gebeurtenissen van de afgelopen tijd. Doordat er binnen deze uitgebreide Commissie, waarin zevenentwintig landen nu samen besluiten nemen, compromissen moeten worden gevonden en doordat de financiële en economische crisis moet worden aangepakt tegen de achtergrond van een moeizame institutionele hervorming, is het werk van de heer Barroso er zeker niet makkelijker op geworden. Natuurlijk, we hadden mogen hopen dat hij in deze moeilijke tijden een fermer Europees geluid had laten horen. Maar ik denk dat hij van zijn fouten geleerd heeft en dat hij zich in de toekomst sterk zal inzetten voor Europa als geheel en voor de kleinere landen. Doordat hij in zijn programma meer aandacht besteedt aan sociale kwesties, lijkt hij een antwoord te willen geven aan de Europese burgers, die verlangen naar een socialer Europa. De idee van een echt partnerschap tussen het Parlement en de Commissie is prijzenswaardig en is een kans die aangegrepen moet worden. Daarom steun ik de kandidatuur van de heer Barroso, maar deze steun betekent geen blanco cheque.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Het zal mij, als Portugees en als lid van het Europees Parlement, een genoegen zijn voor de herverkiezing te stemmen van José Manuel Durão Barroso als voorzitter van de Commissie. Ik ben van mening dat zijn optreden gedurende het huidige mandaat, dat zoveel politieke, financiële en sociale problemen heeft gekend, en de ervaring die hij in deze functie heeft opgedaan, rechtvaardigen dat de regeringen hem weer steunen en dat dit Parlement hem weer zijn vertrouwen schenkt.

Ik betreur het dat er zoveel - vaak onduidelijke en niet-serieuze - pogingen gedaan zijn om deze kandidatuur te laten mislukken, en ik stel vast dat de betreffende personen hier niet in zijn geslaagd, niet alleen bij gebrek aan een geloofwaardig alternatief, maar ook bij gebrek aan goede argumenten. Ik betreur het dat ook collega's uit mijn eigen land geen weerstand hebben kunnen bieden aan deze weg, die zowel te gemakkelijk als onlogisch is.

Ik spreek de hoop uit dat de tweede Commissie Barroso haar technische vaardigheid kan paren aan inspiratie, het subsidiariteitsbeginsel zal blijven respecteren en in de praktijk brengen, en zal kiezen voor de zekerheid en duidelijkheid van kleine stappen, zoals Jean Monnet bepleit heeft, en niet voor een versnelling, die – hoewel het goed klinkt – weinig heeft bijgedragen aan een daadwerkelijke vooruitgang van de Europese droom en het Europees project. Want om die horizon te bereiken, moet je de ene stap na de andere zetten. We zijn op de goede weg.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Bij deze verkiezingen gaat het onder andere ook over de lijn die de EU de komende jaren moet gaan volgen. De huidige voorzitter van de Commissie, die zich ook verkiesbaar heeft gesteld voor een tweede mandaat, symboliseert een van de mogelijke lijnen: de EU die hij vertegenwoordigt is de EU van de grote economische groepen.

Dat is de EU van de bureaucratie en het antidemocratisch functioneren, van het politiek en ideologisch conservatisme, van de verscherping en institutionalisering van de diepe ongelijkheid en van sociale, regionale en nationale machtsrelaties, van militarisme en extern interventionisme; dat is de EU van de institutionalisering van het neoliberalisme als enig toelaatbaar economisch systeem. Maar dat is niet de enige mogelijke lijn, en dat is het ook nooit geweest. Er is een andere lijn mogelijk: die van een sociaal Europa, van een Europa van de arbeiders en het volk, van een EU die het belang onderschrijft van de democratie, vanwege het participerende karakter ervan, en niet alleen om formele representatieve redenen, van een EU die de wil van het volk en zijn democratisch tot uiting gebrachte besluiten respecteert, van een EU die de openbare diensten en de rechten van arbeiders beschermt, omdat deze onmisbare instrumenten zijn voor ontwikkeling en sociale cohesie, van een EU van vrije en soeverein staten, met gelijke rechten, die de natuur beschermt en vrede en samenwerking tussen de volkeren bevordert.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De verklaring die de heer Barroso zojuist heeft afgelegd als voorgedragen voorzitter van de Commissie onderstreept nog eens wat de fundamentele pijlers zijn van de ons bekende Europese Unie. Zij is tevens een bevestiging van de kapitalistische, federalistische en militaristische aard van de Europese integratie, zoals neergelegd in de Verdragen van Maastricht en Nice en verder uitgediept in het Verdrag van Lissabon.

Mocht daar nog twijfel over hebben bestaan, dan hoeven we slechts te luisteren naar zijn uitspraken over het belang van het ontwerpverdrag van Lissabon. Zij volgen ook op de antidemocratische druk die de Europese leiders, onder zijn leiding, hebben uitgeoefend op het Ierse volk, dat gedwongen wordt op 2 oktober een nieuw referendum te houden.

Ondanks het feit dat hij nu probeert te beloven dat hij iets zal doen aan de gevolgen van de ernstige aanslagen op de sociale rechten en de arbeidsrechten, aanslagen die gepleegd zijn door de Europese Commissie, waarvan hij nog steeds de voorzitter is, tijdens het mandaat dat nu afloopt, is hij nooit tot de kern doorgedrongen van de problemen, noch tot de oorzaken van de huidige kapitalistische crisis. In de praktijk wil hij het huidige beleid gewoon voortzetten, waarmee prioriteit wordt gegeven aan vrije concurrentie en militarisme en aan de belangen van de economische en financiële groepen van met name de machtigste landen, zoals bleek toen hij zei dat we de kampioen van de globalisering zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka (PPE), schriftelijk. – (HU) Mijnheer de Voorzitter, ik wil voorzitter Barroso verzekeren dat ik hem steun als kandidaat van de Europese Volkspartij. Ook wil ik de hoop uiten dat de huidige Europese Commissie het werk waarmee zij is begonnen voor de maatschappelijke integratie van de Roma, zal kunnen voortzetten. In deze periode, en vooral tijdens de afgelopen twee jaar, zijn er belangrijke resultaten geboekt, maar voor de toekomst verwachten we wezenlijk meer engagement en initiatief van de instelling die als enige het initiatief kan nemen voor communautaire wetgeving en aldus de drijvende kracht kan zijn in de strijd tegen armoede en uitsluiting, waardoor de grootste minderheid in Europa, de Roma, wordt getroffen.

Ik hoop dat de instelling van een nieuwe portefeuille voor justitie, grondrechten en burgerlijke vrijheidsrechten in de Europese Commissie de organisatiestructuur ertoe zal aanzetten meer en beter op elkaar afgestemde werkzaamheden te ontplooien. Verder hoop ik ook dat voorzitter Barroso zijn persoonlijke engagement voor de Roma, die hij meermaals tot uitdrukking heeft gebracht, in praktijk zal brengen, en dat hij alles in het werk zal stellen om ervoor te zorgen dat de staatshoofden en regeringsleiders een krachtdadigere rol gaan spelen bij de opstelling van een complex integratieprogramma dat partijen en mandaatperiodes overstijgt.

De maatschappelijke uitdagingen voor zowel Roma als niet-Roma zijn zo groot en de gevolgen van passiviteit zo gevaarlijk dat we ons de sloomheid en missers van de vorige periode niet kunnen veroorloven. We verwachten onmiddellijke, moedige daden en een radicaal andere houding van de voorzitter als hij aanblijft. Daarnaast verwachten we dat de Commissie het vlaggenschip wordt van een pan-Europese strategie voor de Roma. Deze strategie moet zo spoedig mogelijk worden uitgewerkt en gebaseerd zijn op regelgeving, op een solide begroting en op ondubbelzinnig politiek engagement.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Als er één realiteit is die niemand, van welke partij dan ook, in twijfel trekt, dan is het wel de conjuncturele crisissituatie, die ernstige gevolgen heeft voor de landen en de besluiten van de regeringen bemoeilijkt.

Daarom maakt het voor een effectieve bestrijding van deze crisis een groot verschil of de Europese Unie een gelegitimeerde Commissie heeft met een gekozen voorzitter, of een provisorische Commissie, waarbinnen een zo belangrijk besluit voortdurend zou worden uitgesteld.

Daardoor verworden alle inspanningen van de mensen die de crisis weliswaar niet ontkennen en zelfs steeds opnieuw aanhalen, maar toch weigeren om José Manuel Durão Barroso te kiezen als voorzitter van de Europese Commissie, tot kale retoriek.

Met andere woorden, mensen die zo denken en handelen, laten zich weinig of niets gelegen liggen aan de gevolgen van de crisis en alles of bijna alles aan de voordelen van bepaalde partijpolitieke tactieken, alhoewel men ten minste onder deze omstandigheden had mogen verwachten dat deze zouden worden vermeden.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Toussas (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) De steun die de conservatieve, liberale en sociaaldemocratische Parlementsleden J.M. Barroso geven, is een uitvloeisel van zijn unanieme voordracht, van het feit dat hij de enige gemeenschappelijke kandidaat is van alle regeringen van de EU, van de neoliberalen en sociaaldemocratische regeringen. De volksvijandige politiek van de EU hangt niet af van personen of van de voorzitter van de Commissie, maar wordt in eerste instantie bepaald door de aard van de EU, die een imperialistische unie van het kapitaal is.

De door J.M. Barroso gepresenteerde beleidslijnen zijn een samenvatting van de strategische doeleinden van het Europees monopolistisch kapitaal. Zij vormen het beleidsprogramma dat de politieke machten van het Europees éénrichtingsverkeer – in ons land de Nea Dimokratia en Pasok – uitvoeren in heel de EU, ongeacht of ze in de regering of in de oppositie zijn.

Het hoofddoel van dit beleidsprogramma is om de lasten van de crisis op de schouders te leggen van de arbeiders en de volksklasse. Aldus worden de Europese monopoliegroepen verzekerd van winst en winsttoename, zodat ze hun positie in de imperialistische wedijver in de wereld kunnen versterken zodra de kapitalistische economie heropleeft na de crisis. Een hefboom voor de verwezenlijking van dit doel wordt gevormd door de aanpassing aan de nieuwe omstandigheden van de arbeidsvijandige Lissabonstrategie, met 2020 als tijdshorizon, en de nog heftigere aanval op de arbeids-, loon-, sociale en zekerheidsrechten van werknemers.

 
  
  

VOORZITTER: EDWARD McMILLAN-SCOTT
Ondervoorzitter

 

12. Vragenuur (vragen aan de Commissie)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is het vragenuur (B7-0203/2009).

Wij behandelen een reeks vragen aan de Commissie.

Eerste deel

 
  
  

Vraag nr. 20 van Ilda Figueiredo (H-0277/09):

Betreft: Bescherming van de kleding- en textielindustrie in het kader van de internationale handelsbetrekkingen

De ernstige situatie waarin de kleding- en textielindustrie in sommige EU-landen zoals Portugal zich bevindt, noopt tot een doelgerichte en gecoördineerde beleidsstrategie ter ondersteuning van de investeringen op het gebied van innovatie, differentiatie, beroepsopleiding en omscholing.

Deze maatregelen impliceren echter ook dat er in het kader van de internationale handelsbetrekkingen de nodige initiatieven worden ontplooid ter bescherming van de respectieve bedrijfstakken in de EU-landen, en met name van de meest kwetsbare sectoren zoals kleding en textiel.

Kan de Commissie aangeven welke stappen zij in het kader van de met derde landen in vooral Azië – bijvoorbeeld Zuid-Korea – te sluiten nieuwe vrijhandelsakkoorden denkt te ondernemen ter bescherming van de kleding- en textielindustrie in de EU-landen?

Welke maatregelen denkt zij voorts te nemen om recht te doen aan de dringende noodzaak tot mondiale regulering van niet alleen de financiële, maar ook de handelsmarkten?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. − (EN) Wij volgen de effecten van de financiële crisis op onze industriële sectoren op de voet. Daaronder valt natuurlijk ook de kleding- en textielsector, die een belangrijke en sterke industrie in de Europese Unie is.

Onze respons op deze crisis was de opstelling van het Europees economisch herstelplan, dat werd aangevuld met het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en de tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun. Deze maatregelen waren ook relevant voor de kleding- en textielindustrie. Zo is er bijvoorbeeld uit hoofde van het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering steun verleend voor de herintegratie van ontslagen werknemers van overwegend kleine en middelgrote ondernemingen in deze sector in Italië, Malta, Spanje, Portugal, Litouwen en België.

De kleding- en textielsector heeft decennia van gereguleerde handel achter de rug. Sinds het begin van 2009 is de handel in deze sector volledig geliberaliseerd. De sector heeft de uitdaging van liberalisering het hoofd geboden en een herstructurerings- en moderniseringsproces doorgevoerd, wat niet gemakkelijk is geweest.

De sector heeft de massaproductie gereduceerd en zich geconcentreerd op producten met een grotere meerwaarde en technologische inhoud. Momenteel staat Europese textiel wereldwijd bekend om zijn innovatief karakter en technische prestaties. De sector heeft zich succesvol ontwikkeld en zijn exportprestaties blijven van wereldklasse. Voor de textielsector hebben kwesties inzake markttoegang derhalve prioriteit, en het doet mij deugd dat de sector onze vernieuwde strategie voor markttoegang met positieve resultaten beantwoordt.

In onze handelsonderhandelingen – zoals de onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met Korea of de multilaterale handelsgesprekken – houden wij uiteraard rekening met de gevoeligheden van de verschillende industriële sectoren, waaronder de textielsector, en streven we naar evenwichtige afspraken.

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL). - (PT) We hebben gisteren nog gesproken over het probleem van de vrijhandelsovereenkomst met Zuid-Korea. Mevrouw de commissaris weet dat ze ondernemersorganisaties nodig heeft, en ik wil haar zeggen dat ik zelf in Portugal gesproken heb met de verschillende ondernemersorganisaties. Deze hebben mij laten weten zich grote zorgen te maken over de clausules van deze vrijhandelsovereenkomst met Zuid-Korea. Maar ook in de rest van Europa maakt men zich grote zorgen.

Ook de vakbeweging maakt zich zorgen, en degenen die de Zuid-Europese landen, zoals Portugal en Spanje, en de sterk van deze sectoren afhankelijke regio's goed kennen, weten hoe hard de werkgelegenheid daar achteruit gaat. In bepaalde gemeenten bedraagt de werkloosheid al meer dan twintig procent, mevrouw de commissaris, met name in het Noorden van Portugal. Er zijn gemeenten die sterk van de textielindustrie afhankelijk zijn en daar is de werkloosheid soms hoger dan twintig procent! Wij vrezen ook dat de situatie alleen nog maar slechter gaat worden, en dat in een land waar de armoede toch al groot is. Daarom vraag ik u, wat er concreet gedaan gaat worden...

(Spreekster wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  David Martin (S&D). (EN) Het siert mevrouw Figueiredo dat zij zo bezorgd is over de sociale gevolgen van de sluiting van textielfabrieken en over de aan de industrie berokkende schade. Is de commissaris het echter niet met mij eens dat de vrijhandelsovereenkomst met Zuid-Korea voor de Europese textielfabrikanten feitelijk evenveel mogelijkheden als bedreigingen oplevert en onze kwaliteitstextiel inderdaad toegang verleent tot de Koreaanse markt?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. − (EN) Ik begrijp heel goed hoezeer u zich hierbij betrokken voelt. Dit is een heel belangrijke industrie en ik ben het helemaal eens met de heer Martin, die de details van de overeenkomst met Zuid-Korea heeft bestudeerd.

Er lijdt geen twijfel dat we veel meer kleding naar Korea exporteren dan zij naar ons, dus biedt de markt echte kansen. Natuurlijk moeten we de gevolgen voor de bedrijfstakken in de gaten houden bij alles wat we op handelsgebied doen, en dat doen wij ook.

Ik zou deze dialoog graag willen voortzetten en meer informatie willen verstrekken over de manier waarop we dit aanpakken, want ik ben het helemaal eens met het standpunt dat we onze bedrijfstakken moeten steunen in deze tijd van economische recessie, dat we oog moeten hebben voor de armoede en ontberingen die kunnen optreden en nieuwe handelskansen moeten bieden die deze economieën en sectoren werkelijk kunnen stimuleren. Dat proberen wij precies ook te doen.

 
  
  

Vraag nr. 21 van Brian Crowley (H-0281/09):

Betreft: Prioriteiten van de EU voor de Intergouvernementele Conferentie over klimaatverandering

Welke bijzondere prioriteiten denkt de Europese Unie in te brengen op de Intergouvernementele Conferentie over klimaatverandering, die in het kader van de Verenigde Naties in december van dit jaar in Kopenhagen zal worden gehouden?

 
  
MPphoto
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. − (EN) Dit is een heel actuele vraag en ik zou in mijn antwoord heel kort kunnen zeggen wat de prioriteiten zijn: overeenstemming in Kopenhagen over reductietoezeggingen door de ontwikkelde landen, geschikte nationale mitigatiemaatregelen door de ontwikkelingslanden en financiering.

Ik wil hieraan echter graag nog iets toevoegen. We hebben momenteel minder dan drie maanden te gaan tot Kopenhagen en de klimaatbesprekingen zijn in een cruciale fase terechtgekomen.

Met 250 bladzijden onderhandelingstekst op tafel hebben de onderhandelingen nog niet voldoende vaart gekregen om tot een voldoende ambitieuze en gedetailleerde overeenkomst te komen. De meeste partijen hebben echter een gevoel van urgentie en zijn bereid om zich te concentreren op de gebieden waarop sprake is van convergentie. De uiteindelijke doelstelling van de klimaatovereenkomst is de mondiale opwarming te beperken tot maximaal 2 °C, een doelstelling die op de vorige G8-top en in het Forum van grote economieën is goedgekeurd.

We hebben vergelijkbare en ambitieuzere doelstellingen voor emissiereductie nodig voor de groep van ontwikkelde landen. Deze bieden momenteel in totaal een reductie van minder dan 15 procent ten opzichte van 1990. Dit is minder dan de reductie van 25 tot 40 procent die volgens de wetenschap nodig is. We verwelkomen het feit dat Japan zijn streefcijfer zal verhogen. De EU heeft aangeboden om haar streefcijfer te verhogen tot 30 procent reductie, mits anderen vergelijkbare toezeggingen doen.

De ontwikkelingslanden moeten passende mitigatiemaatregelen nemen om de toeneming van hun emissies tot 2020 te beperken tot 15 tot 30 procent onder het niveau bij ongewijzigd beleid. De EU stelt voor dat de ontwikkelingslanden (met uitzondering van de minst ontwikkelde landen) plannen voor koolstofarme groei met daarin hun belangrijkste mitigatiemaatregelen uitwerken en ten uitvoer leggen. Deze plannen zouden daarna de basis kunnen vormen voor gerichte financiële en andere steun.

Adequate internationale financiering zal essentieel zijn om in Kopenhagen tot een doeltreffende overeenkomst te komen. De deal staat of valt met geld. We moeten particuliere investeringen mobiliseren en de totstandbrenging van een gezonde internationale koolstofmarkt bevorderen, maar er zal ook substantiële publieke financiering nodig zijn. In dit verband is het mondiale partnerschap voor technologie de moeite van het vermelden waard. Dit partnerschap heeft tot doel de investeringen in koolstofarme technologieën te verdubbelen. Voorts moeten we de steun voor de armste en kwetsbaarste landen versterken, zodat zij zich kunnen aanpassen aan de toenemende negatieve gevolgen van de klimaatverandering.

De Commissie heeft vorige week, op 10 september 2009, de mededeling 'Meer internationale middelen om de strijd tegen klimaatverandering te financieren' aangenomen, die tot doel heeft de internationale onderhandelingen te versnellen. We staan voor een enorme taak met intensieve onderhandelingen in de komende maanden, maar falen is geen optie.

 
  
MPphoto
 

  Brian Crowley (ALDE). (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank commissaris Dimas voor zijn antwoord.

Heel kort: weten we wat het echte standpunt van de Verenigde Staten van Amerika is, nu er een nieuwe regering is? Werken ze met dezelfde reductiecijfers als de EU in haar voorstellen? Ten tweede, wat Brazilië, Rusland, India en China betreft, die enorme producenten van CO2-emissies en andere emissies zijn: welke rol zullen zij spelen en welke druk kunnen wij in de Europese Unie op hen uitoefenen om te bereiken dat ze aan dezelfde normen voldoen als wij?

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D). - (RO) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, altijd als wij spreken over klimaatveranderingen spreken we over maatregelen om ons aan klimaatveranderingen aan te passen, evenals over maatregelen om de oorzaken van klimaatveranderingen te beperken. Ik zou u in het kader van de Conferentie van Kopenhagen willen vragen welke prioriteit de verbetering van energie-efficiëntie toekomt, ook voor de ontwikkelingslanden, en welke discussies u voert over de drinkwatercrisis en uiteraard de voedselcrisis?

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE). - (DE) Weten we wat de gevolgen voor de concurrentiepositie van Europa zullen zijn als we 20 of 30 procent reduceren, en wat de gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen en vooral voor de werkgelegenheid zullen zijn?

 
  
MPphoto
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. − (EN) De nieuwe regering van de Verenigde Staten heeft zich verbonden tot reducties die aanzienlijk ambitieuzer zijn dan de reducties van de vorige regering. Ze zijn echter nog steeds minder ambitieus dan die waartoe de Europese Unie zich heeft verbonden, en ze zijn lager dan het niveau dat volgens de wetenschap nodig is om de mondiale opwarming te beperken tot maximaal 2 °C, zoals alle leiders van de grote economieën in juli 2009 in L'Aquila zijn overeengekomen, met inbegrip van de Amerikanen, de Chinezen en de leiders van de andere landen die u hebt genoemd.

De discussies in de Verenigde Staten lopen echter nog. In het Huis van Afgevaardigden is gestemd over het wetsontwerp Markey-Waxman en dit wetsontwerp zal nu in de Senaat in stemming worden gebracht. Er zijn behoorlijk wat bepalingen die uitleg behoeven, en we moeten afwachten wat uiteindelijk het nettoresultaat zal zijn, want dit wetsontwerp zou wel eens ambitieuzer kunnen zijn dan het nu lijkt.

Als in de berekening van de emissiereducties bijvoorbeeld de emissies die worden bereikt door investeringen in ‘vermeden ontbossing’, worden meegenomen – in de emissiereductiedoelstelling van de Verenigde Staten, of in de financiering, of hoe dan ook – moet hierover duidelijkheid komen om te kunnen vaststellen in hoeverre de streefcijfers van de Verenigde Staten en de Europese Unie en andere ontwikkelde landen vergelijkbaar zijn.

We zien bij deze regering een heel positieve houding. We werken nauw met haar samen en we hopen dat we samen zullen kunnen werken aan een goed resultaat in Kopenhagen, namelijk aan een overeenkomst met de eerder door mij beschreven elementen.

Van Brazilië, China, India, Mexico en andere ontwikkelingslanden verwachten we natuurlijk een afneming van het groeitempo van hun emissies in de orde van grootte van 15 tot 30 procent ten opzichte van het niveau bij ongewijzigd beleid. Dit is opnieuw wat er volgens de wetenschap nodig is om de mondiale opwarming te beperken tot maximaal 2 °C. Reducties van de ontwikkelde landen alleen zijn niet voldoende.

Enkele van deze landen hebben al nationale maatregelen genomen die zullen leiden tot emissiereducties, hetzij door energie-efficiëntiemaatregelen hetzij door investeringen in hernieuwbare energiebronnen, maar we moeten onze samenwerking – uitwisseling van informatie, samenwerking op het gebied van technologieën en overdracht van technologie – met hen intensifiëren om de reducties te halen die we nodig hebben.

Als het gaat om kostenbesparing en, zoals u hebt genoemd, energie-efficiëntie, zijn alle investeringen in energie-efficiëntie duidelijk win-winsituaties. Door het verbruik van ingevoerde olie te beperken, bespaar je bijvoorbeeld niet alleen geld en betaal je dat geld niet aan de olieproducerende landen, maar beperk je ook de CO2-emissies.

In veel landen, vooral de ontwikkelingslanden, waar problemen zijn met luchtvervuiling – het probleem van de luchtvervuiling in China is bijvoorbeeld alom bekend – zal er het bijkomende voordeel van een betere luchtkwaliteit zijn.

Een probleem dat hiermee verband houdt, is dat van water en voedsel. Dit zijn beide doelstellingen van het beleid van de Europese Unie. We steunen beleid dat de gezondheidskwaliteit en levering van water verbetert, vooral in zeer arme landen. Voor voedsel hebben we, bijvoorbeeld bij de analyse van de biobrandstoffenrichtlijnen, heel goed opgepast dat er geen concurrentie zou ontstaan tussen basismaterialen voor voedsel en biobrandstof. We houden altijd rekening met deze belangrijke kwesties.

De effectbeoordeling en de kwesties van het concurrentievermogen zijn uitvoerig besproken toen we het energie- en klimaatpakket hebben vastgesteld. Er is een groot aantal studies uitgevoerd, niet alleen door de Commissie, maar ook door de industrie en diverse sectoren. De bepalingen in onze wetgeving zullen de garanties bieden die nodig zijn om het concurrentievermogen van andere Europese industrieën te beschermen, in het bijzonder dat van kleine en middelgrote ondernemingen, bijvoorbeeld door gratis rechten te geven, in veel gevallen tot 100 procent van hun emissies.

Dit is dus iets waar we rekening mee houden, en hetzelfde geldt natuurlijk wanneer we naar 30 procent gaan. Als we naar 30 procent gaan, betekent dit bovendien dat we een ambitieuze overeenkomst in Kopenhagen krijgen waarmee alle ontwikkelde landen zich zullen verbinden tot eendere, vergelijkbare reductiedoelstellingen als de Europese Unie en waarin de ontwikkelingslanden mitigatiemaatregelen zullen accepteren die gelijke spelregels zullen creëren voor de hele wereld. We hebben dan vergelijkbare reductieverplichtingen, wat betekent dat er met betrekking tot het concurrentievermogen helemaal geen probleem zal zijn.

 
  
  

Vraag nr. 22 van Silvia-Adriana Ticau (H-0301/09):

Betreft: Stimulering van investeringen ter bevordering van energie-efficiëntie en gebruik van hernieuwbare energiebronnen

Het Europees Milieuagentschap heeft onlangs voor het jaar 2008 voorlopige gegevens over de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen gepubliceerd. Uit deze cijfers blijkt dat de uitstoot van de EU-15 met 1,3% is gedaald en de uitstoot van de EU-27 met 1,5% ten opzichte van 2007. Dit betekent een belangrijke stap op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen van het Protocol van Kyoto, te weten een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2012 met 8% ten opzichte van het referentiejaar 1990.

De daling van de CO2-uitstoot is vooral te danken aan een toename van de energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in de vervoers- en woningsector alsook in energie-intensieve industrieën. Kan de Commissie mededelen welke concrete steunmaatregelen zij overweegt om de lidstaten aan te moedigen investeringen ter bevordering van energie-efficiëntie en gebruik van hernieuwbare energiebronnen te stimuleren?

 
  
MPphoto
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EL) Mijnheer de Voorzitter, de geachte afgevaardigde wijst er terecht op dat er zich een tendens tot verbetering voordoet in de vermindering van de broeikasgasuitstoot. Dit is onder andere te danken aan de maatregelen voor energie-efficiëntie en het toegenomen gebruik van hernieuwbare energiebronnen in het vervoer en de huisvesting.

De Commissie wijst erop dat energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen ook bijdragen aan andere beleidsdoeleinden, zoals de verbetering van de energievoorzieningszekerheid van de Europese Unie, de verbetering van haar concurrentievermogen, het scheppen van arbeidsplaatsen en de verbetering van de levensstandaard van de burgers.

Vanwege al deze voordelen blijft de Commissie ijveren voor verbetering van de wetgeving en de programma’s van de Europese Unie op dit specifieke gebied en financiële steun verlenen.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D). - (RO) Aangezien we tot 2020 een tijdvenster van 10 jaar hebben en op het gebied van broeikasgasreductie merkbare resultaten zouden kunnen worden geboekt met energie-efficiëntie van gebouwen en in de transportsector, en aangezien we ons midden in een economische crisis bevinden waarin mensen hun baan verliezen, moeten wij onderstrepen dat de groene economie miljoenen arbeidsplaatsen kan scheppen. Voor specifieke situaties moeten we met specifieke oplossingen komen. Daarom hoop ik dat de oplossing zal zijn dat u, Europese Commissie, samen met het Parlement naar innovatieve oplossingen zult zoeken om investeringen in energie-efficiëntie aan te moedigen. Het Parlement heeft interessante oplossingen voorgesteld: een verhoogde bijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling vanaf 2014, de oprichting van een nieuw speciaal fonds vanaf 2014 en de mogelijkheid om verlaagde BTW te heffen in het geval van energie-efficiënte en hernieuwbare energiebronnen. Misschien kunt u ons hier meer over vertellen.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). (EN) Een eenvoudige vraag: hoe moeten de lidstaten volgens de Commissie te werk gaan om een evenwicht te bewerkstelligen tussen een groter gebruik van hernieuwbare energiebronnen en handhaving van lage elektriciteitsprijzen, wat noodzakelijk zou zijn voor het concurrentievermogen?

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Welke investeringsprikkels zijn nodig om ook huishoudens, en niet alleen de industrie en het bedrijfsleven te laten overschakelen op hernieuwbare energiebronnen?

 
  
MPphoto
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EL) Mijnheer de Voorzitter, met betrekking tot de vraag van de heer Kelly wil ik erop wijzen dat naar verwacht de ministeries van Financiën van de lidstaten grote inkomsten zullen verkrijgen uit de veiling van emissierechten. Een van de maatregelen die de regeringen kunnen nemen is een gedeelte van dat geld te gebruiken om mensen met lage inkomens of “energiearmen” te helpen. De mogelijkheid is er en het geld is er ook, zodat daarmee afgezien van al het andere ook een antwoord is gegeven op de vraag van de heer Kelly.

De nieuwe richtlijn inzake hernieuwbare energiebronnen legt de lidstaten de verplichting op om steun te verlenen en hervormingen door te voeren op bestuursniveau en in de infrastructuur, zodat de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen wordt vergemakkelijkt. Elke lidstaat heeft zich ertoe verbonden om tot 2020 bepaalde doelstellingen te verwezenlijken en moet uiterlijk in juni van het komende jaar een nationaal actieplan indienen met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen. Daaraan zal de verwezenlijking van de doelstellingen worden gemeten.

Met betrekking tot de herschikking van de richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen is de Commissie tevens verplicht om de communautaire financieringsinstrumenten verder te verbeteren en nieuwe instrumenten voor te stellen om de uitvoering van deze richtlijn te ondersteunen. De Commissie verleent al directe financiële steun aan diverse projecten voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen, zoals:

- een reeks onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen op grond van het kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling;

- 727 miljoen euro uit het programma “Intelligente energie – Europa” in de periode 2007-2013, als bijdrage aan de inspanningen om de verschillende hinderpalen voor de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen uit de weg te ruimen, aan de verbetering van het ondernemingsklimaat en de bewustmaking van het publiek;

- meer dan 500 miljoen euro voor projecten inzake windenergie op zee in het kader van het Europees economisch herstelprogramma, waarmee particuliere investeringen op dit specifieke gebied zullen worden aangemoedigd;

- het gezamenlijk door de Commissie en de Europese Investeringsbank beheerd communautair financieringsinitiatief voor duurzame energie ten belope van 15 miljoen euro in 2009, waarvan het doel is financiële middelen vlot te trekken op de kapitaalmarkten, en het Fonds Marguerite: het Europees Energiefonds, de klimaatverandering en de infrastructuur, waarvoor de Europese Investeringsbank het beheer op zich heeft genomen.

Ook de Commissie moedigt de lidstaten aan om een belangrijk deel van de financiële middelen uit de fondsen voor het cohesiebeleid van de Europese Unie te gebruiken om projecten te steunen met betrekking tot energie-efficiënte en hernieuwbare energiebronnen.

 
  
  

Vraag nr. 23 van Czeslaw Adam Siekierski (H-0299/09):

Betreft: Ontwikkelingshulp in crisistijd

Bestaat er in het huidige tijdsgewricht waarin we kampen met de economische crisis, een reële mogelijkheid om speciale voorwaarden te scheppen voor de landen die het meest te lijden hebben van dit probleem? Ik heb het hier vooral over de arme landen in de derde wereld. Is het mogelijk om de ontwikkelingshulp voor deze landen te verhogen? Als we door onze eigen, binnenlandse problemen zoals het begrotingstekort en wellicht ook de te korte termijn daar niet toe in staat zijn, wat wordt er dan gedaan om ervoor te zorgen dat die middelen die nu al aan de ontwikkelingslanden worden toegewezen, sneller ten goede komen aan die landen? Het gaat mij voornamelijk om een versoepeling van de procedures zodat deze hulp kan worden verhoogd.

 
  
MPphoto
 

  Karel De Gucht, lid van de Commissie. − (EN) De Commissie heeft tot nu toe op de gebieden die onder haar bevoegdheid vallen, snel gereageerd om desastreuze sociale gevolgen in de ontwikkelingslanden te helpen voorkomen, in het bijzonder in de minst ontwikkelde landen, waarvan de meeste ACS-landen zijn.

Deze maatregelen omvatten het nakomen van hulptoezeggingen en het mobiliseren van nieuwe middelen, contracyclisch handelen, het verbeteren van de doeltreffendheid van de hulp, het in stand houden van de economische activiteit en de werkgelegenheid, het revitaliseren van de landbouw, het investeren in groene groei, het stimuleren van de handel en private investeringen, het samen werken aan de economische governance en stabiliteit, en het beschermen van de kwetsbaarste mensen in de ontwikkelingslanden.

Er zijn al concrete maatregelen en procedures ingevoerd om hulp sneller te verstrekken. Met een ad hoc ‘kwetsbaarheids-FLEX’-instrument zal vijfhonderd miljoen euro uit het Europees Ontwikkelingsfonds worden gemobiliseerd. Dit kwetsbaarheids-FLEX-mechanisme is een aanvulling op de maatregelen die de Wereldbank en het IMF hebben genomen en richt zich op de kwetsbaarste landen met geringe veerkracht door snel bijstand te verlenen en hen te helpen om de prioritaire uitgaven te kunnen blijven doen, in het bijzonder in de sociale sectoren.

Aangezien het kwetsbaarheids-FLEX-mechanisme gebruik maakt van eerder niet toegewezen reservemiddelen, is het voor deze uiterst kwetsbare landen een vorm van aanvullende financiering. Ook is er tachtig miljoen euro gemobiliseerd voor de financiering uit hoofde van het bestaande FLEX-mechanisme van het Europees Ontwikkelingsfonds voor landen die in 2008 grote exportverliezen hebben geleden. Tevens vindt momenteel de tussentijdse evaluatie plaats van de samenwerkingsstrategieën voor landen die middelen ontvangen uit de EU-begroting, en is de tussentijdse evaluatie voor de ACS-landen die middelen ontvangen uit het Europees Ontwikkelingsfonds, versneld om de nationale strategieën en toewijzingen begin 2010 opnieuw vast te stellen en aan te passen.

Het is desalniettemin belangrijk om niet te vergeten dat het ontwikkelingsbeleid een gedeelde bevoegdheid is binnen de EU. De eerste verantwoordelijkheid voor het nakomen van de verplichtingen met betrekking tot officiële ontwikkelingshulp ligt bij de lidstaten zelf. Ik ben nadrukkelijk van mening dat de crisis voor onze lidstaten geen excuus mag zijn om de hulp en toezeggingen van donors te verlagen, en ik sta erop dat zowel de lidstaten van de EU als andere donors zich blijven inzetten om de beloofde hulpniveaus te verwezenlijken. We houden in dit verband door ons jaarlijkse Monterrey-onderzoek heel openlijk toezicht op de officiële ontwikkelingshulp van de lidstaten.

Op basis van de informatie die is verkregen van de lidstaten, verwachten we dat de collectieve officiële ontwikkelingshulp van de EU zal toenemen van 49 miljard euro in 2008 naar 53,4 miljard euro in 2009 en 58,7 miljard euro in 2010. Dit betekent ook dat de collectieve doelstellingen voor 2010 niet zullen worden gehaald als de lidstaten geen aanvullende maatregelen nemen om hun afzonderlijke doelstellingen te halen. Deze crisis laat bovendien zien dat we de mechanismen voor het verstrekken van officiële ontwikkelingshulp moeten versterken, zoals de geachte afgevaardigde terecht heeft opgemerkt.

De internationale agenda inzake doeltreffendheid van de steun, die is vastgelegd in de Verklaring van Parijs, en de Actieagenda van Accra zijn nu belangrijker dan ooit. In deze moeilijke economische tijden hebben we een bijzondere verantwoordelijkheid jegens de armen van de wereld en moeten wij ervoor zorgen dat onze ontwikkelingssteun doeltreffend in goede banen worden geleid. Ik zal deze aanpak persoonlijk verdedigen tijdens de Raad Ontwikkelingssamenwerking van november, en de mondiale financiële crisis zal de komende weken mijn volle politieke aandacht hebben.

 
  
MPphoto
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE).(PL) Dank u voor de toelichting. Zou de Unie zich op internationaal niveau niet actiever moeten opstellen? Ik denk daarbij aan financiële instellingen als het Internationaal Monetair Fonds of de Wereldbank, die flexibeler zouden moeten zijn bij het bepalen van de hulpniveaus en de toekenning van hulp in crisistijden. Hoe kunnen we een einde maken aan belastingonregelmatigheden en het illegaal doorsluizen van winsten uit arme landen door meerdere bedrijven? En ten slotte: hoe kunnen we eindelijk de handel eerlijk liberaliseren zodat deze ten goede komt aan degenen die daar recht op hebben?

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI). - (DE) Juist als er weinig middelen zijn, moeten we doelgericht handelen en ervoor zorgen dat de juiste hoeveelheid op het juiste moment bij de juiste getroffene terechtkomt. Daarom mijn vraag: welke maatregelen zijn voorzien om in de toekomst de doeltreffendheid van economische steun te bepalen en te kijken in hoeverre deze steun het beoogde effect heeft gehad?

 
  
MPphoto
 

  Karel De Gucht, lid van de Commissie. − (EN) Op de eerste vraag over de samenwerking met internationale instellingen – het IMF en de Wereldbank – kan ik antwoorden dat we heel nauw samenwerken met deze instellingen, bijvoorbeeld bij het kwetsbaarheids-FLEX-instrument. Het is zelfs zo dat we samen de landen identificeren die in eerste instantie moeten profiteren van dit nieuwe instrument.

We hebben er bij de instellingen ook meermaals op aangedrongen dat zij meer leningen verstrekken aan de ontwikkelingslanden en dat acht miljard van de 280 miljard Amerikaanse dollar aan trekkingsrechten naar de ontwikkelingslanden gaan. Ik denk dus dat we echt vooroplopen als het gaat om het beïnvloeden van de internationale instellingen in die richting, en dit zal ook de houding van de Commissie, de heer Almunia en mijzelf zijn op de bijeenkomsten van de Wereldbank en het IMF begin oktober in Istanboel.

Wat betreft de tweede vraag, denk ik echt dat dit het onderwerp van mijn eerste antwoord was. Ik heb in detail aangegeven hoe dit moet gebeuren. Ik ben natuurlijk bereid om dit te herhalen, maar het komt erop neer dat we er in het bijzonder op moeten letten dat de steun op de juiste wijze wordt gebruikt.

 
  
  

Vraag nr. 24 by Fiorello Provera (H-0289/09):

Betreft: Demografische opbouw en ontwikkelingsbeleid in Afrika

Volgens een studie van de Verenigde Naties zou de bevolking op het Afrikaanse continent in 2050 kunnen zijn verdubbeld tot twee miljard, waarmee de Afrikaanse bevolking twee keer zo groot zou zijn als de Europese. Het gemiddelde vruchtbaarheidscijfer bedraagt in Afrika vijf kinderen per vrouw, vergeleken met 1,7 in het Verre Oosten en 1,47 in de Europese Unie.

Welke maatregelen wil de Commissie gaan voorstellen, onder meer met betrekking tot het immigratie- en milieubeleid op lange termijn, om de externe betrekkingen en het ontwikkelingsbeleid bij te stellen in het licht van deze gegevens?

 
  
MPphoto
 

  Karel De Gucht, lid van de Commissie. − (EN) De Commissie deelt de zorgen van de geachte afgevaardigde dat de bevolkingsgroei in Afrika en de gevolgen van de hoge vruchtbaarheidscijfers op de lange termijn in aanzienlijke mate kunnen bijdragen tot grotere druk op de natuurlijke rijkdommen van Afrika en het ontwikkelingstraject van het Afrikaanse continent kunnen bepalen.

De vruchtbaarheidcijfers vertellen een groot deel van het verhaal; volgens de Population Division van de VN is de totale bevolking van Afrika momenteel 8 procent kleiner dan zij zou zijn geweest als het vruchtbaarheidscijfer op het niveau was gebleven dat het in de jaren zeventig had. Er wordt verwacht dat het vruchtbaarheidscijfer van Afrika tegen 2050 zelfs zal zijn gedaald tot onder de 2,5 procent. In de verstedelijkte gebieden van het continent krijgt de opkomende middenklasse minder kinderen, met vruchtbaarheidscijfers die vergelijkbaar zijn met die van Europeanen. Dit verhaal is er een van belofte, van de landen die politieke stabiliteit hebben bereikt en een indrukwekkende economische groei hebben gerealiseerd.

De Europese Commissie is zich bewust van deze uitdagingen en heeft een ontwikkelingsbeleid dat is gericht op de bestrijding van armoede, de bevordering van duurzame ontwikkeling en het aanpakken van politieke problemen, teneinde de stabiliteit te bevorderen. De Commissie is op dit gebied ook gebonden aan de strategie die de internationale conferentie over bevolking en ontwikkeling in 1994 heeft goedgekeurd en die in 1999 is aangepast.

Deze strategie heeft het concept van gezinsplanning uitgebreid met dat van de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Zij legt nadruk op mensenrechten, de empowerment van vrouwen, het belang van investeren in gezondheid en onderwijs en het verlenen van toegang tot uitgebreide reproductieve gezondheidsdiensten aan iedereen die deze diensten nodig hebben. Met name onderwijs aan vrouwen is van invloed op hun reproductieve gedrag.

In veel studies is een sterke correlatie gevonden tussen onderwijs en vruchtbaarheid; wanneer de geletterdheid toeneemt, dalen doorgaans de vruchtbaarheidscijfers. De Commissie verwacht in haar programma's voor de jaren 2007-2013 circa 1,7 miljard euro toe te wijzen aan onderwijs. Meer in het algemeen zijn we hard bezig om de doeltreffendheid van de collectieve hulp van de EU aan gezondheidssystemen te vergroten die universele dekking van basisdiensten bieden, met inbegrip van reproductieve gezondheid. In dit verband heeft de EU uit hoofde van de EU-actieagenda inzake de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling toegezegd om een aanvullend bedrag van acht miljard euro bij te dragen, waarvan zes miljard euro voor Afrika, voor gezondheid, mits alle steuntoezeggingen volledig worden nagekomen.

Om de druk op het milieu aan te pakken is het van het grootste belang ervoor te zorgen dat de lokale middelen van bestaan duurzaam zijn. Dit betekent dat verwoestijning en bodemverarming moeten worden bestreden en dat de productiviteit van de landbouw moet worden vergroot, waarbij een einde moet worden gemaakt aan de overexploitatie van de biodiversiteit, de bossen en de andere natuurlijke rijkdommen, met inbegrip van de oceanen en binnenwateren. Ook moet worden gewaarborgd dat de klimaatverandering binnen bepaalde grenzen blijft, en moeten Afrikaanse bevolkingen worden geholpen om zich aan de klimaatverandering aan te passen.

De Commissie werkt samen met de lidstaten van de EU aan een milieu-integratiestrategie om te waarborgen dat de inspanningen op het gebied van de ontwikkelingssamenwerking bijdragen tot de verwezenlijking van deze doelstellingen. Onze voorbereidingen voor de klimaattop in Kopenhagen moeten in dit licht worden gezien.

Momenteel werkt de EU met de Afrikaanse Unie en andere regionale organisaties samen om hun vermogen te vergroten de problemen met betrekking tot het milieu en klimaatverandering aan te pakken. Zij bevordert belangrijke initiatieven om het bosbeheer te verbeteren, in het bijzonder door handhaving van de wetgeving op het gebied van bossen en door bestuur en handel.

 
  
MPphoto
 

  Fiorello Provera (EFD). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, met mijn vraag beoogde ik de aandacht op één specifiek punt te vestigen: de wereldwijde bevolkingsgroei heeft hoe dan ook gevolgen voor zowel het gebruik van de grondstoffen als voor de milieuverontreiniging. Maar met name in de ontwikkelingslanden is er een aanzienlijke bevolkingsgroei, met alle sociale en economische gevolgen van dien. Mijn vraag luidt aldus: zou het niet mogelijk zijn het beleid voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden te laten samengaan met beleid op het vlak van de gezinsplanning, misschien via niet-gouvernementele organisaties?

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI). - (DE) Een interessant fenomeen is ook dat twee derde van de inwoners van Afrika in slechts acht van de 53 landen woont. Het probleem van overbevolking in Afrika speelt dus alleen in een aantal landen. In hoeverre worden deze feiten meegenomen in het ontwikkelingsbeleid van de Europese Unie?

 
  
MPphoto
 

  Karel De Gucht, lid van de Commissie. − (EN) We hebben geen specifiek gezinsplanningbeleid, maar dit kan gebeuren op verzoek van de betrokken regeringen, en het gebeurt ook. Veel gevallen van kraamvrouwensterfte zijn het gevolg van een abortus onder onaanvaardbare omstandigheden. In landen waar de wetgeving abortus toestaat, zal de Commissie ook deze programma's steunen. Of we zulke maatregelen nemen of niet, hangt dus eigenlijk af van de betrokken landen.

Met betrekking tot de tweede vraag moet ik zeggen dat, als je naar het Afrikaanse continent en de geboortecijfers daar kijkt, er een duidelijk verband is tussen economische ontwikkeling, mate van verstedelijking en vruchtbaarheidscijfers, zoals ik ook in mijn inleiding al heb uitgelegd. Dit is geen nieuw verschijnsel. We hebben dit in alle landen over de hele wereld gezien. Met de wereldwijde verstedelijking en hopelijk hogere groeicijfers ligt het in de lijn der verwachtingen dat de vruchtbaarheidscijfers omlaag zullen gaan. Dit is niet beperkt tot enkele landen, zoals de afgevaardigde suggereert. Het is eerder een verschijnsel dat samenhangt met de ontwikkeling van het betrokken land.

 
  
  

Vraag nr. 25 van Jim Higgins (H-0274/09):

Betreft: Opschorting van de onderhandelingen over de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Colombia

Is de Commissie, in verband met de duidelijke bewijzen dat er in Colombia nog steeds vakbondsactivisten worden vermoord en gezien het feit dat in 2008 het aantal van dergelijke moorden met 25% is gestegen, bereid opschorting aan te bevelen van de onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Colombia?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. − (EN) De bescherming van de mensenrechten heeft in de betrekkingen van de Europese Unie met Colombia de hoogste prioriteit. We volgen de situatie in Colombia dan ook zeer nauwlettend.

We zijn ons terdege bewust van de moeilijkheden waarmee de vakbonden in Colombia worden geconfronteerd, en van de aanhoudende moorden op en bedreigingen van vakbondsleiders en -leden.

We weten dit uit onze informatiebronnen, uit de verslagen en de verklaringen die zijn uitgebracht door internationale verdragsorganisaties, alsook uit onze eigen gesprekken met instanties zoals het Europees Verbond van Vakverenigingen.

Er blijven ernstige zorgen bestaan over de doeltreffende toepassing van de kernverdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie in het land. We dringen er bij de regering voortdurend op aan om haar inspanningen voor de bescherming van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen op te voeren en alle mensenrechtenschendingen te onderzoeken en te bestraffen.

De recente aanvallen op mensenrechtenactivisten en vakbondsmensen zijn onderwerp geweest van demarches van de EU-trojka op ambassadeursniveau in Bogotá en zijn ook ter sprake gebracht tijdens de recente ontmoetingen op hoog niveau tussen ambtenaren van de Europese Unie en Colombia.

We hebben onlangs bovendien een begin gemaakt met een bilaterale mensenrechtendialoog met de Colombiaanse regering. Deze zal een kanaal zijn voor een meer geregelde, systematischere uitwisseling van informatie en ervaringen op het gebied van de mensenrechten en helpen om de technische samenwerking van informatie te voorzien.

Voorts proberen we aanvullende garanties op te nemen in de geplande meerpartijen-handelsovereenkomst, teneinde de tenuitvoerlegging van de belangrijkste kernverdragen op het gebied van arbeid en milieu in Colombia te verbeteren als onderdeel van het hoofdstuk over duurzame ontwikkeling. We stellen ook voor om de instellingen van het maatschappelijk middenveld toezicht te laten houden op de tenuitvoerlegging van arbeidswetten. We hopen dat de overeenkomst op deze manier de situatie voor arbeidsrechtenactivisten in Colombia zal helpen verbeteren.

 
  
MPphoto
 

  Jim Higgins (PPE). (EN) Ik weet dat mensenrechten hoge prioriteit hebben en ik begrijp volstrekt niet waarom de Europese Unie, die zich erop beroemt de voorvechter van de mensenrechten in de wereld te zijn, zelfs maar overweegt om een handelsovereenkomst te sluiten met een regime zoals dat van Colombia.

Sinds begin januari 2009 zijn 27 vakbondsmensen vermoord. Dit cijfer spreekt voor zich, en in het verleden is gebleken dat de manier om de boodschap te laten overkomen is deze landen economisch te treffen, zoals is gebeurd in geval van de sancties tegen Zuid-Afrika.

Ik ben oprecht van mening dat we een delegatie naar Colombia moeten zenden die de werkelijke situatie met eigen ogen kan gadeslaan, in plaats van een dialoog met het land te voeren. We zouden daar mensen ter plekke moeten hebben en we zouden alle handelsbesprekingen met Colombia moeten opschorten totdat wij ons ervan hebben verzekerd dat de mensenrechten daar op hetzelfde niveau staan als in de rest van de wereld.

 
  
MPphoto
 

  David Martin (S&D). (EN) Ik ben heel blij dat de heer Higgins deze vraag heeft gesteld. Hij heeft helemaal gelijk wat de situatie betreft die hij heeft beschreven. En u, commissaris, hebt nu de feiten in deze zaak bevestigd.

Is de Commissie van plan om in dit licht op de eerste plaats haar SAP+-overeenkomst met Colombia op te schorten en op de tweede plaats onze onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst op te schorten, totdat we van de Colombiaanse regering garanties krijgen dat vakbondsmensen, mensenrechtenactivisten en anderen hun activiteiten veilig kunnen ontplooien in dat land?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. − (EN) Ik ben beide dankbaar en ik begrijp de hartstocht en heftigheid van de gevoelens. Ik ben er niet van overtuigd dat we met opschorting van de onderhandelingen zullen bereiken wat beide afgevaardigden willen bereiken. Ik denk dat we de dialoog moeten voortzetten, ervoor moeten ijveren om in onze gesprekken en, wat belangrijker is, in onze overeenkomsten een harde garantie op te nemen volgens de lijnen die beide afgevaardigden willen.

Dat is de aanpak waarvoor ik heb gekozen. Ik voeg hier onmiddellijk aan toe dat dit niet betekent dat ik degenen die al met mij hebben gesproken, niet heb uitgenodigd om hun bijdrage voort te zetten totdat wij de garantie hebben dat we op de juiste koers zitten. Natuurlijk houd ik het ook in de gaten, maar momenteel is dit de koers waartoe ik heb besloten.

 
  
  

Vraag nr. 26 van Georgios Papastamkos (H-0261/09):

Betreft: Herstel van de internationale handel

Het groeipercentage van de internationale handel is in 2008 aanzienlijk teruggelopen en is in 2009 nog verder achteruitgegaan, en wel in zulk een mate dat het de huidige omvang van de economische recessie overtreft. ”In de overtuiging dat vrije en eerlijke handel een essentiële factor van mondiaal herstel is” drong de Europese Raad (Brussel, 19 en 20 maart 2009) aan ”op spoedige afsluiting van de bilaterale handelsbesprekingen en de WTO-ontwikkelingsagenda van Doha”.

Kan de Commissie in dit verband mededelen:

Welke handelsfinancieringsinitiatieven zijn genomen? Welke vooruitgang is geboekt bij de lopende onderhandelingen over de sluiting van handelsakkoorden en welke maatregelen worden overwogen om het externe handelsverkeer van de Europese Unie te bevorderen?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. − (EN) Het is natuurlijk waar dat de internationale handel bijzonder zwaar is getroffen door de crisis. Het secretariaat van de Wereldhandelsorganisatie schat dat de wereldhandel in 2009 met 10 procent zal krimpen, met een krimp van 14 procent in de ontwikkelde landen en van circa 7 procent in de opkomende landen. Dit vraagt om een ambitieuze respons en dat is ook wat we doen, zowel op het gebied van de handelsfinanciering, de multilaterale onderhandelingen als de bilaterale onderhandelingen.

Samen met de lidstaten hebben we een aantal belangrijke maatregelen genomen om de beschikbaarheid van handelsfinanciering te vergroten. Waar commerciële partijen niet langer bereid of in staat waren om exportkredietverzekeringen te verstrekken, zijn de lidstaten ingesprongen via de instellingen voor exportkredietverzekering.

Voor kortlopende verzekeringen is dit vergemakkelijkt door het besluit van de Commissie om tijdelijk de voorwaarden voor het verlenen van dergelijke steun te versoepelen. We hebben tevens afgesproken om de OESO-regels voor kredietverzekeringen met een middellange tot lange looptijd tijdelijk te versoepelen.

Op multilateraal niveau staan we helemaal achter de in G20-verband gemaakte afspraken dat nationale instellingen voor exportkredietverzekering voldoende exportkredietverzekeringscapaciteit van de overheid beschikbaar maken wanneer dit nodig is, en we steunen ook de inspanningen van multilaterale financieringsorganisaties om nieuwe handelsfinancieringsvoorzieningen beschikbaar te stellen of de plafonds van de bestaande voorzieningen te verhogen.

Om de export te consolideren en te vergroten gaan we door met de verschillende handelsbesprekingen waarmee we zijn begonnen. De geachte afgevaardigden weten dat op het multilaterale front een ambitieuze, evenwichtige en veelomvattende afsluiting van de Doha-ronde de prioriteit is en blijft. Dit zou grote voordelen opleveren voor de wereldeconomie en natuurlijk ook voor die van Europa.

De recente bijeenkomst in New Delhi die ik heb bijgewoond, heeft een nieuwe politieke impuls gegeven en zal ons samen met de aanstaande G20-top in Pittsburgh hopelijk in staat stellen om in 2010 tot een akkoord te komen.

We vragen de komende maanden om echt engagement met belangrijke partners van de Wereldhandelsorganisatie, zodat vooruitgang wordt geboekt met de onderhandelingen op basis van het pakket dat tot nu toe voorlopig overeen is gekomen. Zoals de afgevaardigden weten, streven we naar een reeks bilaterale overeenkomsten in combinatie met dit pakket.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Papastamkos (PPE). - (EL) Mijnheer de Voorzitter, veel landen nemen, onder druk van de economische crisis, maatregelen om hun eigen industrie te stimuleren. Het meest recente voorbeeld is het besluit van president Obama van de Verenigde Staten om een douanerecht in te voeren op de import van autobanden uit China.

Heeft de Commissie onderzocht welke effecten het beleid van onze derde handelspartners, zoals het zogenaamde “Buy American” of “Buy Chinese”, heeft op de Europese uitvoer?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. − (EN) Ik heb inderdaad met de Verenigde Staten en met China – waar ik afgelopen week ben geweest – gesproken over ‘Buy American’ en ‘Buy Chinese’. Het zijn twee heel verschillende programma's; dat is tenminste wat ik uit betrouwbare bron heb vernomen. Ik heb de wetgeving voor ‘Buy American’ gelezen. Ik maak me veel meer zorgen over de tenuitvoerlegging ervan door de afzonderlijke staten in de Verenigde Staten dan over de eigenlijke inhoud van het programma.

‘Buy Chinese’ is een ander voorstel. Ik ben tot op zekere hoogte gerustgesteld door hetgeen zowel de minister van Handel, Chen Deming, als de vice-premier, Tang Jiaxuan, mij vorige week hebben verteld over de doelstelling en over de wijze waarop Europese bedrijven zullen worden behandeld, maar ik blijf waakzaam om ervoor te zorgen dat Europese bedrijven noch direct noch indirect nadeel ondervinden.

Wat betreft de huidige situatie voor banden, waarnaar de afgevaardigde volgens mij verwijst, kijken we momenteel slechts toe om te zien wat er precies gaat gebeuren. De afgevaardigde wijst er terecht op dat dit een belangrijk gebied is dat we in de gaten moeten houden. Wij moeten afwachten wat er gebeurt, en natuurlijk zal ik daarover contact houden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Door afwezigheid van de heer Moraes komt vraag 27 te vervallen.

 
  
  

Vraag nr. 28 van Liam Aylward (H-0279/09):

Betreft: Marketing van Europese rund- en lamsvleesproducten

Welke maatregelen voert de Europese Unie uit om de verkoop van Europese rund- en lamsvleesproducten in derde landen te bevorderen? Is de Commissie voornemens nieuwe initiatieven te lanceren om hierbij te helpen?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. − (EN) We werken actief aan de aanpak van wat zeer ingewikkelde, belangrijke sanitaire obstakels zijn, om zo de verkoop van Europese producten zoals Iers rund- en lamsvlees te bevorderen. De strategie voor markttoegang en in het bijzonder het partnerschap voor markttoegang dat in 2007 is gelanceerd, staan in dit verband in het middelpunt van het werk van de Commissie. De strategie voor markttoegang brengt een sterker partnerschap tot stand tussen de Commissie, de lidstaten en de bedrijven, waardoor het werk van het opsporen, analyseren en prioriteren en het verwijderen van belemmeringen kan worden verbeterd.

Deze strategie heeft een specifiek karakter. Zij wordt namelijk ten uitvoer gelegd via een juiste mix van handelsbeleidsinstrumenten. Dit houdt in dat gebruik wordt gemaakt van multilaterale en bilaterale kanalen en dat de formelere instrumenten voor het beleid op de middellange tot lange termijn worden aangevuld met politieke contacten en met gezamenlijke handelsdiplomatie.

We hebben onze inspanningen met betrekking tot markttoegang de afgelopen paar jaar aanzienlijk opgevoerd en er zijn meerdere succesverhalen die laten zien dat we de goede kant op gaan. We zijn er bijvoorbeeld in geslaagd een paar landen beperkingen op te leggen en het verbod op te heffen op de export van vlees uit de EU vanwege de incidenten in december 2008 met dioxine- en PCB-verontreinging in Ierland. We zijn er onlangs ook in geslaagd Saoedi-Arabië, Jordanië en de Filippijnen open te stellen voor de invoer van Europees rundvlees en om bepaalde sanitaire en fytosanitaire kwesties op een handelsvriendelijkere wijze aan de orde te stellen bij Egypte en Israël.

We blijven op verschillende niveaus druk uitoefenen op landen zoals Indonesië, Maleisië en Korea, zodat zij een deel van hun wetgeving volledig in overeenstemming brengen met de voorwaarden van de SPS-overeenkomst en met de internationale normen van de Wereldorganisatie voor diergezondheid. We hebben rundvleesbedrijven in de EU gevraagd om hun specifieke zorgen naar voren te brengen en om voostellen te doen voor de wijze waarop we belemmeringen in belangrijke markten zouden kunnen aanpakken. Daarop is onlangs heel positieve feedback gekomen, en een presentatie van een Ierse organisatie van ondernemers zal ons helpen om prioriteiten te stellen en ons werk voort te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Liam Aylward (ALDE). (EN) Mag ik de commissaris vragen of zij een gedegen en volledig onderzoek van het budget voor voedselpromotie wil overwegen? Dit budget bestaat al sinds de jaren zeventig, is uiterst restrictief en moet worden herzien. Is de commissaris het er verder niet mee eens dat een sterker concurrentievermogen van de voedingsmiddelensector van de Europese Unie de Europese Unie kan helpen zichzelf uit de economische recessie te trekken?

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). (EN) Het is algemeen bekend dat Europese rundvlees- en lamsvleesproducten aan de hoogste normen voldoen. Welke maatregelen neemt de Commissie, als zij dat überhaupt doet, om aan te moedigen of te eisen dat handelspartners, in het bijzonder Brazilië, vergelijkbare normen toepassen?

 
  
MPphoto
 

  Catherine Ashton, lid van de Commissie. − (EN) Om te beginnen ben ik niet bekend met het specifieke gebied dat de geachte afgevaardigde heeft genoemd, dus ik wil hem graag schriftelijk antwoord geven op zijn vraag, als het mag.

Ik ben het echter helemaal eens met hetgeen is gezegd over de waarde en het belang van de bedrijfstak voor de Europese Unie en voor de handel. Het is zelfs een gebied waar we steeds meer aandacht aan moeten schenken. Ik werk heel nauw samen met commissaris Fischer Boel wanneer ik een handelsovereenkomsten bekijk. Wij moeten namelijk waarborgen dat de landbouwkant van onze overeenkomsten echt sterk is en een echte kans biedt. Ik hoop dat de geachte afgevaardigde naarmate onze onderhandelingen zich zullen ontvouwen meer blijken zal krijgen van de waarde die we hieraan hechten.

Wat betreft het wederkerigheidsbeginsel onderhandelen we met ambtenaren uit derde landen om hun duidelijk te maken hoe het EU-systeem in elkaar zit. Dan krijgen ze ook meer vertrouwen in het niveau van bescherming dat EU-consumenten en ook hun eigen consumenten wordt geboden.

We staan erop dat derde landen hun internationale verplichtingen nakomen, in het bijzonder de verplichtingen krachtens de SPS-overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie, en dat zij de internationale normen naleven bij de vaststelling van de voorwaarden of hun voorwaarden baseren op wetenschap.

 
  
  

Vraag nr. 29 van Bernd Posselt (H-0272/09):

Betreft: Milieuvervuiling door de ontginning van bruinkool in de Tsjechische Republiek en Midden-Duitsland

Hoe beoordeelt de Commissie de milieuvervuiling door de bovengrondse ontginning van bruinkool resp. de bruinkolencentrales in de Tsjechische Republiek en Midden-Duitsland en wat vindt zij van de uitvoering van plannen voor stillegging respectievelijk herstel van het landschap - ook met het oog op de veiligheid?

 
  
MPphoto
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EL) Mijnheer de Voorzitter, de milieuschade die kan ontstaan door winning van bruinkool en gebruik ervan in elektriciteitscentrales is één van de problemen die met de communautaire wetgeving adequaat worden aangepakt.

Volgens de richtlijn betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën hebben voorzieningen die afval van winningsindustrieën verwerken een vergunning nodig. Die vergunning moet een afvalbeheersplan en een plan voor de sluiting en sanering van de voorzieningen omvatten. Deze voorzieningen moeten een financiële zekerheid bieden om de kosten van de bodemsanering te dekken.

De richtlijn voorziet in inspecties door de bevoegde autoriteiten en omvat verplichtingen met betrekking tot het voorkomen van water-, lucht- en bodemverontreiniging. De richtlijn is met ingang van mei 2008 van toepassing op nieuwe voorzieningen. De vóór mei 2008 bestaande voorzieningen moeten krachtens de richtlijn vóór mei 2012 voorzien zijn van een vergunning.

De lidstaten moeten tevens vóór 2012 een lijst opstellen met de gesloten en stilgelegde voorzieningen, die milieuschade veroorzaken of kunnen veroorzaken.

Het regelgevingskader van de Europese Unie bevat ook andere richtlijnen, zoals de IPPC-richtlijn en de richtlijn betreffende grote stookinstallaties. Wat milieuaansprakelijkheid betreft ligt er een richtlijn op tafel in de Raad, maar daarbij is geen vooruitgang geboekt. De allerbelangrijkste is natuurlijk de IPPC-richtlijn die grote stookinstallaties verplicht om vergunningen te hebben uitgaande van de toepassing van de beste beschikbare technieken.

Tegelijkertijd stelt de richtlijn betreffende grote stookinstallaties minimale emissiegrenswaarden vast voor de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen. Wanneer een installatie wordt stilgelegd moet de exploitant krachtens de IPPC-richtlijn maatregelen nemen om eventuele verontreinigingsrisico´s te voorkomen en het landschap te saneren.

Dit rechtskader garandeert een hoge mate van milieubescherming indien milieuschade zou zijn veroorzaakt door bruinkoolinstallaties.

Of installaties moeten worden gesloten hangt af van de vraag of en in hoeverre deze installaties voldoen aan de eisen van de wetgeving.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE). - (DE) Hartelijk dank voor dit nauwkeurige en uitgebreide antwoord! Ik vroeg echter ook specifiek naar de grensgebieden, dus Duitsland/Tsjechië, Duitsland/Polen en Polen/Tsjechië. Daar zijn bijzonder veel van dit soort gevallen. Ik wil graag weten of u de grensoverschrijdende samenwerking tussen de betrokken landen toereikend acht en of de Commissie op dit vlak ook grensoverschrijdende maatregelen steunt, met name in het kader van de regionale programma’s.

 
  
MPphoto
 
 

  Stavros Dimas, lid van de Commissie. (EL) Allereerst zijn er na 2007 financiële middelen verstrekt aan verscheidene installaties, waaronder installaties in Tsjechië maar ook installaties in Duitsland. Uiteraard wil ik u eraan herinneren dat na de aanneming van het energie- en klimaatpakket in december jongstleden er vrij veel geld beschikbaar zal komen door de veiling van emissierechten. Volgens het bereikte akkoord moet 50 procent van dit geld worden gebruikt voor de bestrijding van klimaatverandering en voor andere daarmee verband houdende doelstellingen.

Dat betekent dat de winningsindustrieën, en met name de winning van bruinkool in dagbouw, die reeds als zodanig schade toebrengt aan het milieu en de natuur wegens de problemen die andere afvalstoffen veroorzaken voor niet alleen de natuurlijke bodemgesteldheid maar ook het water, en zoals bekend wegens de grote kooldioxide-emissies – bruinkool is immers in deze context de ergste brandstof en als we een emissieschaal zouden invoeren, zou bruinkool tot de bronnen met de hoogste emissies behoren. Ik wil zeggen dat er financiële middelen beschikbaar komen dankzij de emissiehandel, en wat in het bijzonder Duitsland betreft, wil ik vermelden dat zelfs in de huidige fase al in Duitsland wordt geveild. Met andere woorden, ook uit die bron zullen financiële middelen komen. Afgezien daarvan wil ik echter zeggen dat er ook communautaire financiering is en dat daarmee evengoed kan worden bijgedragen aan het herstel van door winningsactiviteiten veroorzaakte milieuschade.

Met de regionale operationele programma’s van de programmeringsperiode 2000-2006 zijn werken gefinancierd voor het herstel van door steenkoolwinning aangetaste gebieden in bepaalde deelstaten van voormalig Oost-Duitsland, zoals Saksen, Saksen-Anhalt en Thüringen. De voortzetting van dit soort steun wordt geregeld met de documenten betreffende de programmeringsperiode 2007-2013.

Wat de Tsjechische Republiek betreft, worden met het regionaal operationeel programma North-West van de periode 2007-2013 herstel- en saneringswerkzaamheden gefinancierd in verlaten winningsvoorzieningen. Ook in het operationeel programma “Milieu” is het herstel van verlaten winningsvoorzieningen een van de prioriteiten, en natuurlijk is samenwerking tussen niet alleen landen maar ook regionale organisaties voordelig voor beide partijen.

 
  
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. − De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord (zie bijlage).

 
  
 

Het vragenuur is gesloten.

 

13. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen

14. Sluiting van de vergadering
  

(De vergadering wordt om 20.00 uur gesloten)

 
Juridische mededeling - Privacybeleid