Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/2670(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

B7-0038/2009

Debatten :

PV 16/09/2009 - 5
CRE 16/09/2009 - 5

Stemmingen :

PV 17/09/2009 - 4.3
CRE 17/09/2009 - 4.3
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0016

Volledig verslag van de vergaderingen
Woensdag 16 september 2009 - Straatsburg Uitgave PB

5. SWIFT (debat)
Video van de redevoeringen
Notulen
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Aan de orde is de verklaring van de Raad over SWIFT.

 
  
MPphoto
 

  Beatrice Ask, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, in de globale strijd tegen het terrorisme staat de kwestie van de financiering van dergelijke activiteiten centraal. Het verhinderen van de financiering van terrorisme en het volgen van de sporen die zulke transacties kunnen achterlaten, kunnen preventief zijn en belangrijk voor het onderzoek naar terroristische misdrijven. Om dat te kunnen doen, hebben we internationale samenwerking nodig. We zouden gevolg moeten geven aan de aansporingen van het VN-Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme uit 1999 en verdragen van de Raad van Europa op dit gebied.

De Parlementsleden die op 3 september 2009 deelnamen aan een hoorzitting met gesloten deuren van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, hoorden hoe het programma voor het traceren van terrorismefinanciering, TFTP, voor de EU-burgers en anderen tot meer veiligheid heeft bijgedragen. De voorbije jaren heeft informatie uit het TFTP bijgedragen tot de onthulling en het onderzoek van terroristische misdrijven en zelfs terroristische aanslagen op Europese bodem kunnen voorkomen.

Het voorzitterschap kreeg een op een voorstel van de Commissie gebaseerd onderhandelingsmandaat dat door de Raad op 27 juli 2009 met eenparigheid van stemmen werd vastgesteld. Het zou beter zijn geweest als de onderhandelingen met de VS op basis van het Verdrag van Lissabon plaats hadden kunnen vinden. Dan had het Europees Parlement ten volle deel kunnen nemen, maar dat is, zoals u weet, nog niet mogelijk. Omdat de database van SWIFT eind dit jaar van de VS naar Europa verhuist, is het absoluut noodzakelijk dat de EU zo snel mogelijk een kortetermijnovereenkomst met de VS sluit om een onderbreking van de gegevensuitwisseling te voorkomen. Dat is in het belang van iedereen.

Ik wil beklemtonen dat het om een tussentijdse overeenkomst gaat voor de periode tot een permanente overeenkomst kan worden gesloten. De duur ervan mag niet langer zijn dan twaalf maanden en de Commissie heeft aangekondigd dat ze van plan is om een voorstel voor een permanente overeenkomst voor te leggen zodra een nieuw Verdrag van kracht is. Het TFTP kan voor de EU en de lidstaten alleen nuttig zijn als de VS de respectieve autoriteiten in de EU op dezelfde manier als tot dusver informatie uit het TFTP blijft verstrekken. Dat zal ook gebeuren.

Bovendien zal de tussentijdse overeenkomst de rechtshandhavingsinstanties van de EU de uitdrukkelijke mogelijkheid bieden om zelf gegevens uit de TFPT-database op te vragen in het kader van onderzoeken naar terroristische misdrijven. Het voorzitterschap is overtuigd van het nut van gegevens uit het TFTP. Tezelfdertijd stellen we duidelijk dat de tussentijdse overeenkomst noodzakelijke mechanismen moet bevatten om de privacy van individuen, rechtszekerheid en gegevensbescherming te garanderen. De ontwerpovereenkomst bevat daarom een bepaling die voorschrijft dat het een bijzondere EU-autoriteit moet zijn die een verzoek van de VS om gegevens uit SWIFT in ontvangst neemt, verwerkt en goedkeurt.

Even belangrijk is dat de tussentijdse overeenkomst gedetailleerde bepalingen bevat over gegevensbescherming met betrekking tot de informatie die de VS via de Europese autoriteit van SWIFT krijgt. Op dit gebied zal de overeenkomst verder gaan dan wat eerder van kracht was op basis van de eenzijdige verbintenis die de VS in 2007 ten aanzien van de EU was aangegaan in de zogenaamde TFTP-representations, die in het Publicatieblad van de EU zijn bekendgemaakt.

Staat u mij toe enkele andere bepalingen te noemen waarvan wij zullen eisen dat ze deel uitmaken van de overeenkomst. Gegevens moeten op een veilige manier worden opgeslagen, elke toegang tot gegevens moet in een log worden bijgehouden, alle zoekacties in de TFTP-database moeten begrensd zijn en alleen personen of gegevens omvatten met betrekking tot dewelke er een gegronde verdenking of een duidelijk verband met een terroristisch misdrijf bestaat. De bewaringstermijn van de gecontroleerde gegevens moet beperkt zijn en de gegevens moeten ten laatste na vijf jaar of, indien mogelijk, eerder uit de gegevensbank worden gewist.

Wij kunnen ondubbelzinnig stellen dat het TFTP uitsluitend mag worden gebruikt voor het onderzoeken van terroristische misdrijven, met inbegrip van de financiering van terrorisme. Noch de VS noch de EU mag het systeem gebruiken voor het onderzoeken van andere soorten misdrijven of voor andere doeleinden. Het is natuurlijk ook belangrijk dat de overdracht van informatie van de EU naar de VS op basis van het TFTP proportioneel is. Daarom bevat de overeenkomst, naast de regels betreffende de Europese autoriteit waar ik al naar verwees, een bepaling die voorschrijft dat het systeem door een onafhankelijke evaluatiegroep moet worden geëvalueerd. Voor de EU bestaat die groep uit vertegenwoordigers van het voorzitterschap, de Commissie en twee personen van nationale gegevensbeschermingsautoriteiten van de lidstaten. De taak van de evaluatiegroep zal erin bestaan na te gaan of de overeenkomst nageleefd wordt, of de bepalingen inzake gegevensbescherming correct toegepast worden en of de overdracht van informatie proportioneel is.

Het is onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid te verzekeren dat de rechtshandhavingsinstanties terrorisme effectief kunnen bestrijden. Het is ook onze gemeenschappelijke verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat dit op een rechtszekere manier en met inachtneming van de grondrechten gebeurt. Het voorzitterschap is ervan overtuigd dat de uitwisseling van informatie met de VS in het kader van het TFTP de bescherming tegen terrorisme verbetert en dat we een tussentijdse en uiteindelijk een langetermijnovereenkomst tot stand kunnen brengen die voldoet aan onze hoge eisen met betrekking tot gegevensbescherming en eerbiediging van de grondrechten.

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, eerst wil ik mevrouw Ask hartelijk bedanken voor het feit dat zij ons op de hoogte heeft gebracht van alle ontwikkelingen met betrekking tot SWIFT en de onderhandelingen die momenteel met de Verenigde Staten worden gevoerd over het vervolg van het programma voor het traceren van terrorismefinanciering, TFTP.

Ik heb zelf tijdens een vergadering van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken op 22 juli jongstleden de gelegenheid gehad om uit te leggen hoe TFTP werkt en waarom een tijdelijke oplossing nodig is om het programma niet te onderbreken. De gezamenlijke vergadering van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie economische en monetaire zaken op 3 september heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van het Zweedse voorzitterschap, de directeur-generaal van het directoraat-generaal Justitie, vrijheid en veiligheid, de heer Faull, en de heer Bruguière. Ik denk dat tijdens die vergadering een aantal openstaande vragen zijn verduidelijkt.

Ik wil kort op enkele punten ingaan. De toegevoegde waarde van de beoordeling door het Amerikaanse ministerie van Financiën van de gegevens in het kader van TFTP is bevestigd door het rapport van de heer Bruguière, waarvan de leden van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie economische en monetaire zaken kennis hebben kunnen nemen tijdens de gezamenlijke vergadering begin september. Zoals het voorzitterschap ook al heeft gezegd, hebben de Amerikaanse autoriteiten door deze gegevensanalyse aanslagen kunnen voorkomen en is onderzoek naar terroristische aanslagen bevorderd, zowel in de Verenigde Staten als in Europa.

Daarnaast heeft het rapport van rechter Bruguière aangetoond dat de Amerikaanse autoriteiten de toezeggingen uit 2007 op het gebied van gegevensbescherming zijn nagekomen, namelijk, zoals mevrouw Ask zojuist heeft aangehaald, de beperking van de bewaring van de gegevens en de beperking van de toegang tot de gegevens, zodat ze slechts gebruikt worden als er een verdenking van terrorismefinanciering bestaat. Kortom, de heer Bruguière heeft gezegd dat de toezeggingen zijn nagekomen.

Het is echter duidelijk dat het juridisch kader dat in 2007 door onderhandeling tot stand is gekomen, niet meer van toepassing zal zijn zodra de gegevens zich niet meer in de Verenigde Staten bevinden, na de wijziging in de structuur van SWIFT die voor het einde van het jaar is voorzien. Een tijdelijk internationaal akkoord tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten is noodzakelijk om de Amerikaanse autoriteiten door te kunnen laten gaan met het analyseren van gegevens van inter-Europese transacties die in Nederland plaatsvinden.

Het is een absolute voorwaarde dat alle noodzakelijke garanties om de fundamentele rechten van onze burgers te waarborgen, waaronder het recht op bescherming van persoonlijke gegevens, in het akkoord worden opgenomen. Uiteraard staan wij volledig achter de inspanningen die het voorzitterschap hiertoe verricht.

Verder, mijnheer de Voorzitter, wil ik vooral aan het Parlement meedelen dat, zoals de minister zojuist heeft gezegd, het om een tijdelijk akkoord gaat dat niet langer dan maximaal twaalf maanden van kracht zal zijn. Dit betekent dat er onmiddellijk heronderhandeling plaats kan vinden zodra het Verdrag van Lissabon in werking treedt, met volledige betrokkenheid van het Europees Parlement. Ik kan hier oprecht toezeggen dat de Commissie het Parlement natuurlijk doorlopend op de hoogte zal blijven houden van de ontwikkelingen in dit dossier.

Ik voeg hieraan toe dat we verheugd zijn dat we dit akkoord, dat doorlopend en duurzaam zal zijn, op deze manier kunnen voorbereiden, waarbij we uiteraard van onze Amerikaanse partners een volstrekte wederkerigheid verlangen. De strijd tegen het terrorisme gaat ons ook aan en er is geen enkele reden waarom er geen sprake zou zijn van volledige en totale wederkerigheid. Daarom denk ik dat de betrokkenheid van het Parlement bij de onderhandeling van een volgend duurzaam akkoord goed zal zijn.

Dat is mijn oprechte mening. Ik bedank nogmaals het Zweedse voorzitterschap en mevrouw Ask voor de duidelijke uiteenzetting van de situatie, die nu leidt tot dit akkoord, dat, ik benadruk het nog maar eens, tijdelijk is.

 
  
MPphoto
 

  Ernst Strasser, namens de PPE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, mevrouw de minister, mijnheer de commissaris, dames en heren, de Verenigde Staten zijn een belangrijke partner in de strijd tegen het terrorisme. Maar juist als het gaat om gevoelige gegevens willen we in de samenwerking met de Amerikanen Europese regels hebben met betrekking tot de beveiliging van gegevens, de rechten van burgers en persoonlijke rechten van onze burgers ten aanzien van de gegevens. Daarom vragen wij van de Fractie van de Europese Volkspartij (Christendemocraten) om de opstelling van enkele hoofdcriteria waaraan een dergelijke overeenkomst moet voldoen.

Ten eerste moet de veiligheid van de burgers in balans zijn met de rechten van burgers. Ten tweede is er rechtszekerheid nodig voor de betrokken ondernemingen en onze burgers. Ten derde juichen we de rol van het Europees Parlement als medewetgever toe, en daarom juichen we het voornemen voor het sluiten van een tussentijds akkoord ook van harte toe. We wensen u, mevrouw de minister, en de Commissie veel succes de komende weken.

Ten vierde zijn we van mening dat zowel voor het tussentijds akkoord als voor de definitieve overeenkomst interne Europese gegevensbestanden op grond van Europees recht moeten worden behandeld. Ten vijfde willen we streven naar een vergelijkbaar instrument als het TFTP, dat aanvullend ook op Europees niveau moet worden ingevoerd. En ten zesde zijn we van mening dat dit de voorwaarde voor wederkerigheid, voor reciprociteit is.

Dat zijn onze opvattingen. We zijn erg blij met de bredere consensus hier in de plenaire vergadering. Na het tussentijds akkoord moeten we voortvarend onderhandelen over de definitieve overeenkomst, zodat we deze snel kunnen aannemen.

 
  
MPphoto
 

  Claude Moraes, namens de S&D-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, SWIFT is duidelijk een testcase geworden voor het tot stand brengen van een goed evenwicht in onze samenwerking met de Verenigde Staten bij het bestrijden van terrorisme en het beschermen van onze fundamentele rechten.

In zijn resoluties van 2006 en 2007 heeft het Parlement gevraagd om SWIFT te verplaatsen van Amerikaanse naar Europese bodem. Kennelijk waren we van mening dat de bescherming die het Amerikaanse kader de Europese burgers bood niet strookte met de Europese normen en derhalve voor verbetering vatbaar was. Dat is dus een positieve ontwikkeling, en onze fractie is blij dat de twee nieuwe servers van SWIFT nu naar Europa zullen verhuizen en dat er een nieuw rechtskader wordt ontwikkeld waardoor het mogelijk blijft om in samenwerking met onze rechtshandhavingsautoriteiten gegevens te gebruiken en te verwerken ten behoeve van het Amerikaanse Terrorist Finance Tracking Program (TFTP).

Mijn fractie stelt tevens vast dat er met de aanbeveling die de Raad heeft aangenomen, wordt getracht een aantal zorgen weg te nemen bij het Parlement en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Maar een aantal belangrijke vragen is nog onbeantwoord. Als de Amerikaanse rechtsnormen van toepassing blijven op Europese bodem als het gaat om het verwerken van Europese gegevens, hoe kunnen we er dan zeker van zijn dat de Europese normen met betrekking tot procedurele rechten en de bescherming van persoonsgegevens worden geëerbiedigd? Als er sprake is van strafrechtelijke vervolging, tot welke rechter kan een Europese burger of Europese onderneming zich dan wenden?

Zoals de Raad en de Commissie hebben aangegeven, is een van de belangrijkste kwesties natuurlijk de timing van het akkoord en het tijdelijke karakter van het akkoord. Als gevolg van de keuze voor een rechtsgrondslag in de derde pijler, een rechtsgrondslag die ook nog eens een tijdelijk karakter heeft, komt het Parlement – en dus de Europese burger – volledig buiten het wetgevingsproces te staan. Voor de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement is het duidelijk dat dit interim-akkoord maar twaalf maanden van toepassing moet zijn en dat er, met het Parlement als medewetgever, moet worden onderhandeld over een nieuw akkoord. Op die manier kunnen wij als Parlement zorgen voor een delicaat evenwicht in de bescherming van de grondrechten van de Europese burger bij de belangrijke en doorslaggevende strijd tegen het terrorisme.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld, namens de ALDE-Fractie. Voorzitter, ik ga toch eens even een steen in de vijver gooien na al deze vriendelijke woorden. Ik ga niks zeggen over de inhoud, want ik vind het vanzelfsprekend dat wat er uitonderhandeld wordt in lijn is met Europese normen van rechtsbescherming en bescherming persoonsgegevens, maar ik wil nou eens een paar antwoorden over het proces. Want dit is het zoveelste voorbeeld waarbij de Raad achter gesloten deuren besluiten neemt over de burgers. De overheden in Europa en in de Verenigde Staten willen alles weten van ons privéleven, maar wij als burgers mogen niet weten wat de Raad doet. Ik vind dat een beetje de wereld op zijn kop. De terreurbestrijding is bijna een soort op hol geslagen trein geworden, waarbij de Raad volstrekte minachting tentoonspreidt voor de Europese burgers en de parlementaire democratie. We horen elke keer, of het nou gaat over Swift, PNR, data retention en vul het allemaal maar aan, elke keer horen we: 'dit is onmisbaar in de strijd tegen terreur'. Dat wil ik heel graag geloven, mevrouw de minister, maar wanneer krijgen we nou eens een keertje feiten, wanneer gaan we nou eens een keer evalueren. Dan zijn over Swift een aantal vragen die ik ècht beantwoord wil zien, want op 3 september zijn ze niet beantwoord. Waarom nù? In 2007 was al bekend dat de architectuur van Swift veranderd zou worden. Waarom komt de Raad in de zomer, terwijl het Europees Parlement nog niet eens opgezet is, op het allerlaatste moment met dit plan? Waarom heeft u de nationale parlementen niet geraadpleegd over het mandaat? Waarom? Is dit niet een geval van policy laundring, mevrouw de minister, waarin het eigenlijk zo is dat de Europese regeringen via de Amerikaanse regering proberen om toegang te krijgen tot onze gegevens. Zeg het dan gewoon hardop!

Tenslotte wat betreft de transparantie. De documenten, en met name het juridisch advies van de Juridische dienst van de Raad zelf, moeten openbaar gemaakt worden, niet in een kamertje alleen maar voor Europarlementariërs, want wij hebben ze al gevonden naast de fotokopieermachine, wij weten al wat erin staat, maar voor de burgers van Europa. Dat is echte transparantie.

 
  
MPphoto
 

  Jan Philipp Albrecht, namens de Verts/ALE-Fractie. (DE) Mijnheer de Voorzitter, het voorzitterschap en de Commissie hebben het voortdurend over de uitbreiding van de rechten van de burger en over het Europa van de burger. In werkelijkheid is er echter sprake van een inperking van grondrechten en wordt een echt publiek debat over deze kwestie gedwarsboomd. Uit alle macht worden de parlementen buitengesloten en wordt er informatie achtergehouden. Een dergelijke ondoorzichtige handelwijze rijmt absoluut niet met een democratisch Europa.

Zachtjes aankloppen is niet voldoende. Een verantwoordelijk Parlement moet een eind maken aan deze verkeerde ontwikkeling. Het voorzitterschap moet de onderhandelingen onderbreken, totdat het de rechten van de burgers en de parlementen kan garanderen. Door de door u geplande koehandel met bankgegevens zonder verplichte beschermingsmechanismen wordt het recht op gegevensbescherming van de Europese burgers in de uitverkoop gedaan en wordt een preventieve algemene verdenking tegen alle burgers veroorzaakt.

Dat laten wij Groenen ons niet welgevallen. Niet tijdelijk, en ook niet als we hier in Europa servers hebben en niet meer alleen in de Verenigde Staten. De gegevens worden immers ook dan nog aan de VS overgedragen en rechtsbescherming wordt niet gewaarborgd.

 
  
MPphoto
 

  Marie-Christine Vergiat, namens de GUE/NGL-Fractie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik vind het een grote eer om voor de eerste keer het woord te nemen in dit Parlement namens de miljoenen Europeanen die een ander Europa willen.

De kwestie SWIFT is kenmerkend voor het uit de hand lopen van veiligheidsmaatregelen die worden opgelegd uit naam van het terrorisme, en waarbij geen enkele rekening wordt gehouden met de meest fundamentele rechten van onze medeburgers. In deze kwestie hebben de Verenigde Staten, zonder rechtsbasis en zelfs zonder de Europese autoriteiten ook maar een beetje in te lichten, bancaire gegevens gestolen. Door het schandaal zijn de Europese autoriteiten in actie gekomen en is er een akkoord getekend met de Amerikaanse regering. Een deskundige heeft dit akkoord geëvalueerd. Maar welke deskundige? Een Franse rechter die zich inzet voor terrorismebestrijding, rechter Bruguière, van wie in Frankrijk bekend is dat hij het niet zo nauw neemt met de fundamentele rechten. Wij zijn dus sceptisch over de kwaliteit van zijn rapport.

Afgezien van de principiële kant van de zaak bevat de ontwerpresolutie die ons is voorgelegd veel waarschuwingen waar wij het mee eens zijn, maar ze zijn ontoereikend. Wij stellen amendementen voor om de eisen die het Europees Parlement moet stellen, te versterken. We moeten verder gaan en opschorting van het akkoord eisen in het geval er inbreuk wordt gemaakt op de geformuleerde beginselen. Wij willen weten waarom de Europese instellingen zo lang hebben gewacht alvorens het Parlement te informeren en waarom er zo veel haast is om een nieuw akkoord te sluiten.

Wij rekenen op het Zweedse voorzitterschap. We zullen voortdurend toezicht houden op de naleving van de fundamentele rechten. Ja, onze medeburgers hebben recht op veiligheid, maar de veiligheidsmaatregelen mogen er niet toe leiden dat we moeten leven in een maatschappij van algehele sociale controle waarin alles over ons bekend is.

 
  
MPphoto
 

  Beatrice Ask, fungerend voorzitter van de Raad. − (SV) Mijnheer de Voorzitter, dank u voor de belangrijke standpunten. Ik zal proberen om een aantal vragen te beantwoorden in de korte tijd die beschikbaar is.

Het eerste wat men zich natuurlijk afvraagt, is hoe we kunnen garanderen dat de VS de overeenkomst naleeft. Ik zou willen zeggen dat we ten eerste het Bruguière-rapport hebben met een goede beschrijving van de naleving van de voorwaarden van wat tot dusver overeengekomen is. Ten tweede hebben we in de ontwerpovereenkomst een evaluatiegroep, die ik u heb beschreven, en ook het voorzitterschap, de Commissie en deelnemers van nationale gegevensbeschermingsautoriteiten die de taak hebben om te controleren of de activiteiten op een correcte manier worden uitgevoerd. Het is natuurlijk cruciaal dat de informatie betrouwbaar is. Het is ook belangrijk dat iedereen beseft dat wanneer gegevens naar dat programma worden doorgestuurd, die gegevens niet zomaar door iemand en op om het even welk ogenblik ingekeken kunnen worden. Er moet sprake zijn van verdenking van een terroristisch misdrijf of financiering van terrorisme om toegang tot die gegevens te kunnen krijgen. Dat op zich beperkt natuurlijk de manier waarop ze kunnen worden gebruikt.

Wat betreft de kritiek dat hier nu, tijdens de zomer, werk van wordt gemaakt, wil ik zeggen dat het voorzitterschap zich min of meer dezelfde vragen heeft gesteld als de leden van het Europees Parlement zich stellen. Het was onze taak deze kwestie grondig voor te bereiden en, onder andere, dat rapport te analyseren dat een antwoord geeft op een aantal vragen, maar we hadden ook andere taken. De realiteit is dat niet wij besloten hebben dat SWIFT naar Europa moest verhuizen, maar dat dit is gebeurd op grond van andere besluiten. Er is de VS echter veel aan gelegen om dit instrument te kunnen gebruiken in de strijd tegen terrorisme en wij zijn ook van mening dat we baat hebben bij equivalente informatie. Om dat tot stand te brengen, is een overeenkomst nodig. Omdat het Verdrag van Lissabon nog niet in werking is getreden, vonden wij het noodzakelijk een tijdelijke oplossing te vinden. Dat is waar wij over onderhandelen en is waar wij een mandaat van de Raad voor hebben. Dat heb ik proberen te beschrijven.

Het voorzitterschap wil evenmin de transparantie of het debat in welk opzicht dan ook begrenzen. Ten eerste is dit immers een openbaar debat en ten tweede zijn wij natuurlijk graag bereid om te vertellen hoe de discussies verlopen. Tijdens onderhandelingen kan men echter niet constant toegang tot documenten bieden omdat onderhandelingen betekenen dat dingen constant veranderen. Ik heb echter ons uitgangspunt en het duidelijke mandaat dat we van de Raad hebben, proberen te beschrijven. In dit geval willen we resoluut hoge effectiviteit en praktische toepasbaarheid combineren met hoge eisen inzake rechtszekerheid en eerbiediging van mensenrechten en fundamentele vrijheden. Ik ben er absoluut van overtuigd dat we dat ook zullen realiseren. Mochten we daar tegen alle verwachtingen niet in slagen, dan komt er geen overeenkomst.

 
  
  

VOORZITTER: RAINER WIELAND
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Jacques Barrot, vicevoorzitter van de Commissie.(FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen bevestigen wat de minister heeft gezegd, die overigens op een zeer duidelijke manier heeft afgesloten: als we de garanties, die nodig zijn om de gegevens te beschermen, niet daadwerkelijk zouden hebben voor het duurzame akkoord waarover het voorzitterschap moet onderhandelen en waaraan de Commissie zal meewerken, dan zou er geen akkoord zijn.

Ik denk echter dat we erin kunnen slagen om de belangen te verenigen en zodoende een strijd tegen het terrorisme kunnen voeren met enerzijds uiteraard respect voor de belangrijke waarden en beginselen op basis waarvan wij in Europa veel belang hechten aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en waarbij anderzijds iedere vorm van commerciële spionage wordt voorkomen.

Wat mij betreft wil ik alleen zeggen dat ik, sinds ik in functie ben getreden, uiteraard kennis heb genomen van het feit dat de Raad aan rechter Bruguière had gevraagd om dit onderzoek te verrichten in de Verenigde Staten. Ik heb het rapport-Bruguière, dat dateert van december 2008, ontvangen in januari 2009. Het rapport is in februari 2009 gepresenteerd aan het Europees Parlement en aan de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Vanaf dat moment was de Commissie van mening over de essentiële gegevens te beschikken om te kunnen zeggen dat de continuïteit van TFTP inderdaad gegarandeerd kon worden, in afwachting van het moment dat, zodra het Verdrag van Lissabon getekend zou zijn en het Parlement medewetgever zou worden, er echt over een duurzaam akkoord onderhandeld kon worden met alle garanties waarover de minister heeft gesproken en ook met alle eisen aan de wederkerigheid die met name de heer Strasser heeft genoemd.

Ik denk dat de Raad in deze zaak een heel duidelijke wil heeft laten zien. De Commissie sluit zich aan bij deze opstelling, deze uiterst vastberaden en duidelijke inzet van de Raad om ervoor te zorgen dat het Parlement medewetgever wordt, als het moment daar is voor een duurzaam akkoord.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld (ALDE). – Mijnheer de Voorzitter, ik heb een klein punt van orde. Ik stel vast dat we weer geen antwoord krijgen op de vragen die we de Raad stellen. Ik heb gevraagd waarom de Raad twee jaar heeft gewacht om dan op het allerlaatste moment een besluit te nemen over dit akkoord. Ook zou ik graag weten – en het antwoord mag wat ons betreft schriftelijk worden gegeven – waarom de nationale parlementen volledig buiten spel zijn gezet in de hele procedure. Tot slot lees ik uw tamelijk vage antwoord. Het lijkt erop neer te komen dat u het juridisch advies van de Juridische dienst van de Raad niet zult publiceren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Het debat is gesloten.

(Stemming: 17 september 2009)

 
Juridische mededeling - Privacybeleid