Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2009/0104(CNS)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A7-0042/2009

Ingediende teksten :

A7-0042/2009

Debatten :

PV 11/11/2009 - 20
CRE 11/11/2009 - 20

Stemmingen :

PV 12/11/2009 - 8.1
CRE 12/11/2009 - 8.1
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P7_TA(2009)0062

Volledig verslag van de vergaderingen
Donderdag 12 november 2009 - Brussel Uitgave PB

8.1. Lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen al dan niet in het bezit moeten zijn van een visum (A7-0042/2009, Tanja Fajon) (stemming)
Notulen
 

Vóór de eindstemming

 
  
MPphoto
 

  Tanja Fajon, rapporteur. (EN) Mijnheer de Voorzitter, zoals gisteravond in het debat is aangekondigd, zijn het Europees Parlement en de Raad gisteren een gezamenlijke politieke verklaring overeengekomen, waarmee beide instellingen toezeggen om met steun van de Commissie zo snel mogelijk over te gaan tot voltooiing van het proces voor Bosnië en Albanië. Graag lees ik nu de tekst van de verklaring voor.

"De Europese Unie ondersteunt krachtig het voornemen om de visumregeling voor alle landen van de westelijke Balkan af te schaffen. Het Europees Parlement en de Raad erkennen dat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Montenegro en Servië aan alle voorwaarden voor visumliberalisering voldoen. Dit heeft de tijdige aanneming van de wijzigingen van Verordening (EG) Nr. 539/2001 mogelijk gemaakt, waardoor deze drie landen vanaf 19 december 2009 deel kunnen uitmaken van de visumvrije regeling.

Het Europees Parlement en de Raad spreken hun hoop uit dat Albanië en Bosnië-Herzegovina ook snel in aanmerking zullen komen voor visumliberalisering. Met dat doel dringen het Europees Parlement en de Raad er bij deze twee landen op aan alle inspanningen te verrichten die nodig zijn om te voldoen aan alle criteria van het stappenplan van de Commissie.

Het Europees Parlement en de Raad verzoeken de Commissie een wetsvoorstel in te dienen ter wijziging van Verordening (EG) nr. 539/2001, zodra zij heeft vastgesteld dat elk land aan de criteria van de stappenplannen voldoet, opdat een visumliberalisering voor burgers van deze landen zo snel mogelijk kan worden gerealiseerd.

Het Europees Parlement en de Raad zullen een voorstel ter wijziging van de verordening betreffende Albanië en Bosnië-Herzegovina met spoed bestuderen."

 
  
MPphoto
 

  Algirdas Šemeta, lid van de Commissie. (EN) De Commissie is ingenomen met de gunstige ontvangst van dit wetsvoorstel door het Parlement tijdens de plenaire vergadering van gisteren. De aanneming van dit voorstel zal een tasbaar effect hebben op burgers in de betrokken landen.

Zoals gisteren al werd opgemerkt, zullen Bosnië-Herzegovina en Albanië niet worden vergeten. De Commissie zal voorstellen indienen voor het zo snel mogelijk in 2010 opheffen van de visumplicht in deze landen, zodra zij voldoen aan de noodzakelijke voorwaarden van het stappenplan.

In dit opzicht steunt de Commissie de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en het Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Anna Maria Corazza Bildt (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil slechts opmerken dat het te betreuren valt dat het Zweedse voorzitterschap hier vandaag niet op het passende ministeriële niveau kon worden vertegenwoordigd, omdat het niet is uitgenodigd.

Door bemiddeling van het Zweedse voorzitterschap is er nu de gemeenschappelijke verklaring, die het voornaamste politieke succes is op het gebied van visumliberalisering. Wij hebben dit te danken aan het voorzitterschap, maar we kunnen niet eens onze erkentelijkheid betuigen. Ik wil graag dat wordt vastgelegd dat het voorzitterschap van de Raad hier niet is, niet omdat het dit niet wil, maar omdat het geen welkom is gegund.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Mevrouw Corazza Bildt, ik begrijp volkomen wat u zegt, maar ik wil erop wijzen dat de Raad op ieder moment aan onze vergaderingen mag deelnemen. De Raad heeft het recht hier te zijn en hoeft dus niet te worden uitgenodigd.

 
Juridische mededeling - Privacybeleid