13. Overeenkomst EU/Verenigde Staten van Amerika inzake de verwerking en doorgifte van gegevens betreffende het betalingsberichtenverkeer van de EU naar de Verenigde Staten ten behoeve van het Programma voor het traceren van terrorismefinanciering (debat)
De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A7-0013/2010) van Jeanine Hennis-Plasschaert, namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, houdende de aanbeveling betreffende het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika inzake de verwerking en doorgifte van gegevens betreffende het betalingsberichtenverkeer van de Europese Unie naar de Verenigde Staten ten behoeve van het Programma voor het traceren van terrorismefinanciering (05305/2010 - C7-0004/2010 - 2009/0190(NLE)).
Zoals u weet is het Europees Parlement erg actief geweest in deze kwestie. Ons Parlement is samengesteld uit leden die rechtstreeks zijn gekozen door de burgers van Europa. Onze belangrijkste verantwoordelijkheid ligt op het vlak van de rechten van de burgers en die rechten moeten we bewaken. We zijn ons hiervan volledig bewust. Het is onze eerste en grootste verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd realiseren we ons hoe belangrijk de SWIFT-overeenkomst is – om heel andere redenen. Daarom was het belangrijk om op dit gebied de juiste middenweg te vinden. Terwijl we daarmee de afgelopen maanden bezig waren, is het Verdrag van Lissabon in werking getreden.
In november vorig jaar heb ik de toenmalige voorzitter van de Europese Raad, de heer Reinfeldt, verzocht het besluit uit te stellen en overeenkomstig het Verdrag van Lissabon rekening te houden met de opvatting van het Europees Parlement. Zoals u weet is dit niet gebeurd en heeft de Raad op 30 november besloten de SWIFT-overeenkomst goed te keuren. Op 21 december heb ik de heer Reinfeldt nogmaals geschreven. Het Parlement heeft in die brief twee verwachtingen uitgesproken: opname van ons standpunt in het onderhandelingsmandaat voor een permanente overeenkomst en volledige informatievoorziening aan het Parlement tijdens toekomstige onderhandelingen. Op 21 januari heb ik een soortgelijke brief gericht aan de heer Zapatero, die momenteel het wisselend voorzitterschap bekleedt, en die brief nogmaals gestuurd op 8 februari. Ik heb ook een brief met dezelfde strekking gestuurd aan de heer Barroso. Verder heb ik contact gehad met vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering en met mevrouw Clinton. Ik heb ook een brief over deze zaak ontvangen, waarin het standpunt van de regering van de Verenigde Staten over de SWIFT-overeenkomst wordt uiteengezet.
Misschien weet u dit alles al, want de documenten zijn allemaal beschikbaar. Ik heb alle documenten aan de fracties gestuurd zodat u er te allen tijde gebruik van kunt maken. Dat is belangrijk. We moeten beschikken over volledige informatie, zodat we in deze kwestie op verantwoorde wijze besluiten kunnen nemen. De genomen maatregelen zullen ook worden geholpen door ons debat van vandaag. Daarom is dit debat over SWIFT zo belangrijk. Ik ben bijzonder blij dat we vertegenwoordigers van de Raad en de Europese Commissie in ons midden hebben die het woord kunnen voeren, waarna we overgaan tot onze discussie en onze verantwoordelijkheid voor een besluit kunnen nemen.
Jeanine Hennis-Plasschaert, rapporteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik zeggen dat ook ik voorstander ben van een krachtige, met de blik naar buiten gerichte EU, die in staat is om schouder aan schouder als ware tegenhanger van de VS te kunnen optreden, en in dat kader denk ik dat het van cruciaal belang is om open, eerlijk en transparant te zijn als we het hebben over hoe Europa ten behoeve van terrorismebestrijding met de VS zou kunnen samenwerken. Hieronder valt ook het gebruik ten behoeve van de rechtshandhaving van gegevens die voor commerciële doeleinden zijn verzameld.
Vanzelfsprekend is en blijft de gerichte uitwisseling en het gebruik van gegevens ten behoeve van terrorismebestrijding noodzakelijk, maar laat me duidelijk zijn: Europese burgers moeten vertrouwen kunnen hebben in de garanties op het vlak van zowel veiligheid als gegevensverzameling. Het streven moet zijn om het meteen goed te doen en, met alle respect, de Raad heeft niet voldoende kracht getoond om dit te bereiken.
De voorgestelde tussentijdse overeenkomst wijkt inderdaad duidelijk af van de binnen het Europees recht gebruikelijke manier waarop rechtshandhavingsorganen financiële gegevens van natuurlijke personen bemachtigen, namelijk door middel van door de rechter goedgekeurde bevelen of dwangbevelen tot bestudering van specifieke transacties. In plaats daarvan baseren we ons met de voorgestelde tussentijdse overeenkomst echter op uitgebreide administratieve dwangbevelen voor miljoenen gegevens van Europese burgers.
De aard van SWIFT maakt het onmogelijk om te verwijzen naar zogenaamde “beperkte” verzoeken. Om technische redenen moet SWIFT gegevens in bulk overmaken, wat in strijd is met de grondbeginselen van de EU-regelgeving inzake gegevensbescherming, zoals de beginselen van noodzaak en evenredigheid. Dit kan niet achteraf worden gecorrigeerd door middel van toezicht- en controlemechanismen.
Het moet te allen tijde duidelijk zijn dat het Parlement niet slechts bestaat om passief kennis te nemen van de handelingen van de Raad en de Commissie. Het is een feit dat aan dit Huis altijd beloofd wordt dat morgen alles beter wordt, als het maar geduldig blijft wachten. We kunnen ons echter niet keer op keer laten overtuigen door dergelijke valse beloften. We hebben nu heldere toezeggingen nodig, en het was nu de beurt aan de Raad. Ik heb dit de afgelopen week duidelijk gemaakt, maar tot nu toe heeft de Raad verzuimd hiernaar te handelen.
De Raad verklaart te willen garanderen dat de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens ten zeerste worden geëerbiedigd, maar verzuimt om met name te wijzen op de rechten van toegang, rectificatie, compensatie en beroep buiten de EU voor degenen waarop de opgeslagen gegevens betrekking hebben. De Raad verklaart de bezorgdheid van het Parlement te delen, en roept derhalve de Commissie op om voorlopige onderhandelingsrichtsnoeren aan te nemen.
Waarom zou men zich achter de Commissie verschuilen? Het is uiteindelijk de Raad die de onderhandelingsrichtsnoeren aanneemt: waarom zijn de onderhandelingsrichtsnoeren dan nog niet ingediend? De Raad verklaart nogmaals te willen verzekeren dat het TFTP wordt voortgezet. Daarbij vergeet de Raad echter te wijzen op het feit dat op deze manier de EU haar financiële inlichtingendienst nog altijd uitbesteedt aan de VS. Het ontbreken van wederkerigheid wordt niet aan de orde gesteld. Als er sprake was van echte wederkerigheid zouden de EU-autoriteiten in de gelegenheid zijn om vergelijkbare in de VS opgeslagen gegevens te verkrijgen, en op de lange termijn zouden ze de noodzaak kunnen overwegen onze eigen gegevenscapaciteit in de EU op te bouwen.
De Raad toont zich op geen enkele wijze betrokken om aan te sluiten bij bestaande wetgeving, zoals de richtlijn inzake het bewaren van gegevens voor aanbieders van telecomdiensten, waarin specifieke en gerichte gegevens zijn opgenomen. De Raad slaagt er niet in de exacte rol van de publieke autoriteiten te verduidelijken. Een systeem waarbij zaken worden “doorgevoerd” heeft niets te betekenen als SWIFT in de praktijk bulkgegevens moet doorgeven. De doorgifte en de opslag van gegevens zijn met andere woorden per definitie onevenredig in de zin van de tussentijdse overeenkomst, en de Raad draagt geen Europese oplossing aan voor het toezicht op gegevensuitwisseling.
Fungerend voorzitter, zeg mij hoe ik in godsnaam vijfhonderd miljoen Europese burgers kan vertellen dat wij uitverkoop houden van belangrijke veiligheidsmaatregelen en beginselen, enkel omdat we niet in staat zijn krachtig op te treden, omdat de Raad niet in staat is zijn zaken in orde te krijgen. Zeg het mij; ik ben een en al oor.
(Applaus)
Alfredo Pérez Rubalcaba, fungerend voorzitter van de Raad. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik wil deze interventie beginnen met een ondubbelzinnige vaststelling: Spanje heeft het Verdrag van Lissabon duidelijk en nadrukkelijk gesteund. Vanaf het allereerste moment. En dat heeft Spanje gedaan in de overtuiging dat de inwerkingtreding van dit nieuwe Verdrag onder veel meer zou betekenen dat de Europese instellingen dichter bij onze medeburgers zouden komen te staan.
Dat is een doelstelling die het Verdrag in belangrijke mate aan dit Parlement toevertrouwt. Door het Parlement een grotere rol te geven, door het Parlement een stem te geven in beleidskwesties met betrekking tot de ruimte van vrijheid, rechtvaardigheid en veiligheid beoogt dit Verdrag de toenadering tussen de burgers en de instellingen te vergemakkelijken.
Ik begin deze interventie daarom met de toezegging aan u dat de Raad oprecht wil samenwerken met het Parlement. Dat is voor het Spaanse voorzitterschap een conclusie die voortkomt uit onze gecommitteerdheid aan het Verdrag van Lissabon en aan de doelstellingen van dat Verdrag.
De Raad deelt ook de wens van dit Huis om de veiligheid van alle Europese burgers te waarborgen; veiligheid als garantie voor een volledige uitoefening van de vrijheid. Dit is de context waarin onze gemeenschappelijke strijd tegen het terrorisme plaatsvindt, onze strijd tegen elke vorm van terrorisme.
In de resolutie die op 17 september door dit Huis is aangenomen, heeft het Parlement “nogmaals [bevestigd] dat het het terrorisme vastberaden wil bestrijden en dat het zijn vaste overtuiging is dat er een juist evenwicht moet worden gevonden tussen veiligheidsmaatregelen en bescherming van burgerlijke vrijheden en grondrechten”. Daar kan ik het alleen maar volkomen mee eens zijn.
Het is in dit kader dat ik dit debat wil voeren, een nieuw kader – van het Verdrag van Lissabon – van open interinstitutionele samenwerking en een gedeelde zorg, die echter niet nieuw is: de strijd tegen het terrorisme, waarbij de beginselen van evenredigheid en noodzakelijkheid worden gerespecteerd, beginselen die tegelijkertijd de garantie vormen voor de volledige effectiviteit van deze strijd.
Mijnheer de Voorzitter, alom wordt erkend dat het internationale terrorisme onze samenlevingen voor nieuwe uitdagingen heeft gesteld. Het gaat om een relatief nieuw terrorisme met een diffuse organisatie, dat buitengewoon dodelijk is en dat op internationaal niveau opereert. De uitroeiing ervan moet dus ook op internationaal niveau plaatsvinden. Door het ontbreken van rigide, hiërarchische structuren kan dit terrorisme alleen worden bestreden met een buitengewone inspanning op het gebied van inlichtingen. Het dodelijke karakter van dit terrorisme heeft ertoe geleid dat de bewaking van plaatsen waar veel mensen bij elkaar komen tot een maximum is opgevoerd.
Preventie, coördinatie en inlichtingen zijn de drie sleutelwoorden die onze strategie tegen deze enorme bedreiging samenvatten.
Alle landen hebben zich ingespannen om zowel onderling als intern voor een betere coördinatie te zorgen, om beter geïnformeerd te zijn, om, kortom, samen te werken met degenen die samen met ons die strijd voeren. Ook de Europese Unie: er zijn allerlei organen en gezamenlijke onderzoeksteams opgericht en de uitwisseling van informatie en het delen van analyses zijn sterk toegenomen.
Dat is de context waarin de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten over de doorgifte van financiële gegevens die we vandaag bespreken, moet worden geplaatst. De uitwisseling van gegevens zonder overeenkomst heeft jarenlang op een ononderbroken wijze gefunctioneerd.
Tijdens mijn verschijning voor de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken twee weken geleden hebben verschillende afgevaardigden mij gevraagd naar de resultaten van deze uitwisseling van gegevens. Dat was een relevante vraag, die aan de orde komt en wordt beantwoord in het tweede verslag van de rechter Bruguière, die aan dit Huis is toegezonden en waaruit ik letterlijk citeer: “In 2009 is het TFTP een instrument van grote waarde geweest bij het in kaart brengen van het terrorisme, bij het aandragen van ontbrekende elementen in onderzoeken, bij het bevestigen van de identiteit van verdachten, bij het geografisch lokaliseren van deze verdachten, en daarom bij het frustreren van pogingen om terroristische aanslagen te plegen”. En daar voeg ik aan toe dat dit niet alleen in 2009 het geval was, maar ook eerder al, in de Verenigde Staten, in Europa en overal ter wereld: in Barcelona in januari 2008, in Duitsland in de zomer van 2007, in Londen na de aanslagen van 7 juli, en in de onderzoeken naar de aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid, naar de moord in Bangkok in april 2005 en naar de bomaanslagen op Bali in 2002. Dat zijn enkele voorbeelden die de rechter in zijn verslag noemt.
De uitwisseling van gegevens heeft dus goede resultaten opgeleverd. De uitwisseling heeft onderzoeken naar aanslagen mogelijk gemaakt. De uitwisseling heeft aanslagen voorkomen. Door de uitwisseling zijn terroristen aangehouden nadat ze aanslagen hadden gepleegd, en vooral voordat ze die konden plegen.
Hoewel de onderneming SWIFT al eerder, in 2007, te kennen had gegeven dat ze haar databank zou verplaatsen, is het waar dat ze dit besluit pas enkele maanden geleden heeft uitgevoerd. Dat dwong ons om de protocollen te wijzigen die tot die datum de uitwisseling van financiële gegevens mogelijk hadden gemaakt. Dat moest in zeer korte tijd gebeuren. De Raad heeft het mandaat in april 2009 goedgekeurd, en dat moest gebeuren op een moment van onzekerheid over de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon.
Het is bekend welk besluit er is genomen. Er is een tussentijdse overeenkomst gesloten voor negen maanden, die door dit Huis moet worden geratificeerd: een tussentijdse overeenkomst van negen maanden, in welke periode dit Huis, de Raad en de Commissie een nieuw onderhandelingsproces zouden moeten beginnen om een definitieve overeenkomst te sluiten. Dat was het besluit.
Mogelijk was dit niet het beste besluit. Maar het is wel goed om dit Huis duidelijk te maken dat de ad referendum getekende overeenkomst, de overeenkomst waarover we vandaag debatteren, wat betreft de bescherming van de privacy veel beter is dan de protocollen die tot dat moment geldig waren.
En dat is zo omdat in deze tussentijdse overeenkomst onder andere aanvullende garanties zijn opgenomen, aanvullende garanties waarvoor dit Huis aanbevelingen heeft gedaan, iets waar de rapporteur in het verslag dat we vandaag bespreken aan herinnert.
Op dit punt gekomen wil ik verklaren dat het Spaanse voorzitterschap van de Raad de in dit Huis aangenomen resoluties en de brieven van de Voorzitter van dit Parlement volledig in aanmerking heeft genomen, evenals het verslag van mevrouw Hennis-Plasschaert, waarover op 4 februari is gestemd in de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. Daarom heeft de Raad gisteren een verklaring aangenomen en aan dit Huis toegezonden, waarvan ik de meest relevante punten vandaag voor u wil samenvatten.
In de eerste plaats verbindt de Raad zich ertoe om de sterke garanties voor een sterker effectieve toezicht, de verwijdering van de gegevens en een grotere mate van nauwkeurigheid bij de uitwisseling van de informatie die door het TFTP is verkregen met de nationale autoriteiten en derde landen, volledig in de definitieve overeenkomst op te nemen.
En de Raad verbindt zich er uiteraard toe om de garanties die al in de huidige overeenkomst zijn opgenomen en die ook deel uit moeten maken van de definitieve overeenkomst, zoals een strikte beperking van de doeleinden waarvoor de gegevens mogen worden gebruikt, en een absoluut verbod op het gebruik voor datamining en profilering, te versterken.
Tot slot verbindt de Raad zich ertoe, in reactie op de nieuwe context die is gecreëerd door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, om een interinstitutioneel akkoord te sluiten over een gemakkelijkere toegang tot gerubriceerde documenten betreffende internationale overeenkomsten.
In deze kwestie – en dit zeg ik zonder enig voorbehoud tegen dit Huis – wil het Spaanse voorzitterschap verklaren dat het volledig gecommitteerd is aan het Verdrag van Lissabon en het Handvest van de grondrechten, met name artikel 8 daarvan, om op deze manier ook de legitieme zorgen van dit Huis te erkennen.
Vandaag weten we dat de toezeggingen die ik zojuist heb geformuleerd mogelijk zijn. In de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, Hillary Clinton, en de minister van Financiën, Timothy Geithner, aan de Voorzitter van het Parlement heeft de Amerikaanse regering toegezegd om de garanties, als aangepast in overeenstemming met het standpunt van dit Parlement, in de overeenkomst op te nemen.
Het is mogelijk, geachte afgevaardigden, dat de Raad in het goedkeuringsproces met betrekking tot de overeenkomst die we vandaag bespreken niet alles helemaal goed heeft gedaan. Maar het is zeker dat de Raad in dit proces heeft geleerd, en de Raad neemt ten volle kennis van de zorgen van dit Parlement. Zoals het ook zeker is, geachte afgevaardigden, dat de overeenkomst waarover we vandaag discussiëren heeft bijgedragen – en naar ik hoop zal blijven bijdragen – aan het verbeteren van de veiligheid van onze burgers in de hele wereld en ook in Europa.
De Voorzitter. - Dank u mijnheer Rubalcaba. Zoals ik eerder al aangaf, heb ik van de Raad een reactie ontvangen op de brieven die ik heb verstuurd. Deze documenten kunnen in de fracties op elk moment worden ingezien. In zijn antwoord reageert de Raad op onze verwachtingen, de verwachtingen van het Parlement. Ik dank u, mijnheer Rubalcaba, voor uw verklaring en uw toelichting van het standpunt van de Raad op dit punt. Dat is bijzonder belangrijk voor ons.
Cecilia Malmström, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag eerst iedereen bedanken die ons en mij gisteren het vertrouwen heeft geschonken door voor de nieuwe Commissie te stemmen.
Het is een interessante eerste werkdag en ik ben dankbaar dat ik dit belangrijke onderwerp, het delen van informatie met de VS ten behoeve van terrorismebestrijding, met u kan delen, ditmaal in verband met het Programma voor het traceren van terrorismefinanciering (het TFTP).
Het Europees Parlement heeft vanzelfsprekend veel interesse getoond in dit onderwerp. Dit is niet verwonderlijk, aangezien het TFTP ons opnieuw confronteert met de uitdaging om het delen van gegevens in overeenstemming te brengen met gegevensbescherming, en als we deze uitdaging aangaan zal dit ons helpen om burgers veiligheid, een persoonlijke levenssfeer en bescherming van persoonsgegevens te bieden.
Een van de doelstellingen van de tussentijdse overeenkomst was zorg te dragen voor de uitvoering van de voorwaarden die zijn vastgelegd in de resolutie van september 2009 van het Europees Parlement. Wij hebben ons vast voorgenomen om bij de onderhandelingen over een overeenkomst voor de lange termijn het onderdeel over gegevensbescherming nog meer kracht bij te zetten, met name met betrekking tot het recht informatie te verkrijgen over in hoeverre individuele rechten volgens de overeenkomst in acht zijn genomen, en tot sterkere garanties omtrent doeltreffende verhaalmogelijkheden, rechtmatige gegevensverwerking en de verwijdering van gegevens.
Het tweede verslag van Bruguière is verleden week maandag ter beschikking gesteld aan de Parlementsleden, en het toont het belang en de waarde van het TFTP aan in het onderzoek naar en de verstorende effecten van terrorisme, ook in de Europese Unie. Het verslag bevestigt dat gebruik is gemaakt van het TFTP om personen te identificeren en te arresteren die vervolgens in onze lidstaten wegens terrorisme zijn veroordeeld. Het verslag benadrukt tevens dat het TFTP een waardevolle bron van betrouwbare informatie is die noodzakelijk is in de strijd tegen het terrorisme. In het verslag worden specifieke voorbeelden genoemd, en de Raad heeft naar enkele daarvan verwezen.
We weten dat de dreiging van terrorisme in een aantal van onze lidstaten nog altijd net zo groot is als voorheen, en ik ben ervan overtuigd dat u inziet dat de verwerping van de tussentijdse overeenkomst door dit Huis een serieuze klap zou betekenen voor de veiligheid van de EU.
Een aantal van onze lidstaten heeft zeer duidelijk kenbaar gemaakt dat zij willen dat het TFTP wordt voortgezet, aangezien ze er in het verleden profijt van hebben gehad en ze er ook in de toekomst van zullen profiteren. Zij hebben ons erop gewezen dat de betrouwbare informatie die het TFTP biedt over bekende en verwachte terroristische activiteiten een belangrijke bron van rechtmatige inlichtingen is die nodig is om de complexe dreiging van met name door Al Qaida geïnspireerd terrorisme tegen te gaan. De tussentijdse overeenkomst komt niet alleen ten gunste van de VS; zij is in ons gemeenschappelijk belang.
In de tussentijdse overeenkomst wordt veel gewezen op het niveau van gegevensbescherming, en dit is vanzelfsprekend een zeer belangrijk aandachtspunt. Ik moedig de leden van dit Parlement aan – en ik ben er zeker van dat de meesten van jullie dit al gedaan hebben – om de tussentijdse overeenkomst nauwkeurig te bestuderen. U zult zien dat deze belangrijke en gedetailleerde wettelijk bindende verplichtingen omvat over de wijze waarop het ministerie van Financiën van de Verenigde Staten gegevens kan verwerken volgens de overeenkomst. Er is bijvoorbeeld sprake van strikte beperkingen ten aanzien van het doel van de gegevensverwerking, dat beperkt is tot het onderzoeken, opsporen en vervolgen van terrorisme. De overeenkomst omvat een absoluut verbod op datamining; het doorzoeken van gegevensbestanden is alleen mogelijk wanneer aangetoond kan worden dat er reden is om aan te nemen dat het voorwerp van de zoekopdracht betrokken is bij terroristische activiteiten.
Dat betekent dat de gegevens die worden bijgehouden in het TFTP-gegevensbestand in feite anoniem zijn. Alleen als er reden is om aan te nemen dat een geïdentificeerde persoon een terrorist is, kunnen de gegevens van die persoon worden ingezien en uit het gegevensbestand worden geëxtraheerd. Dit is belangrijk. De tussentijdse overeenkomst verplicht het ministerie van Financiën gegevens binnen vijf jaar na ontvangst te wissen – een termijn die in overeenstemming is met de bewaartermijn in de EU-wetgeving over terrorismefinanciering. De overeenkomst voorziet tevens in een gedetailleerde EU-evaluatie waaraan sommige van onze eigen gegevensbeschermingsautoriteiten zullen deelnemen om toe te zien op de naleving van deze en vele andere verplichtingen omtrent gegevensbescherming.
De overeenkomst houdt niet in dat feitelijk alle SWIFT-gegevens worden overgedragen aan het ministerie van Financiën van de VS. Ik kan u verzekeren dat slechts een fractie van de SWIFT-gegevens krachtens de tussentijdse overeenkomst zullen worden overgedragen. De bevoegdheden van gegevensbeschermingsautoriteiten met betrekking tot gegevensverwerkingsactiviteiten die in de EU door SWIFT of financiële instanties worden uitgevoerd, worden door de overeenkomst op geen enkele wijze aangetast.
Indien u uw goedkeuring weigert, zal dit het einde betekenen van deze tussentijdse overeenkomst, evenals de daarin opgenomen belangrijke waarborgen met betrekking tot gegevensbescherming. Indien de VS in staat is op andere wijze toegang tot gegevens te verkrijgen – bijvoorbeeld door middel van bilaterale betrekkingen met Nederland – zullen deze waarborgen niet langer van toepassing zijn. Indien de tussentijdse overeenkomst vervalt, zal het hoogstwaarschijnlijk aanzienlijke tijd kosten voor er een alternatief voorstel wordt goedgekeurd. Het verwerpen van de overeenkomst zal derhalve mogelijk leiden tot een lacune, zowel wat betreft de gegevensbescherming als de veiligheid.
Tot slot is de tussentijdse overeenkomst slechts een tijdelijke overeenkomst. Het is wellicht niet de beste overeenkomst ter wereld, maar deze kan en zal verbeterd worden. De Commissie is nu bezig met de afronding van het ontwerpmandaat en de richtsnoeren voor de overeenkomst op lange termijn, en we zullen deze snel aannemen.
Ik doe u een persoonlijke toezegging dat ervoor zal worden gezorgd dat de punten van zorg van het Europees Parlement aan de orde komen en dat we in de nieuwe overeenkomst zullen streven naar een krachtige bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van gegevensbescherming. Het Europees Parlement zal tijdens alle stadia van deze procedure volledig op de hoogte worden gehouden. Ik hoop dat ik hiermee een aantal van uw vragen heb beantwoord.
De Voorzitter. - Mevrouw Malmström, dank u wel voor uw toelichting, waaraan wij zeer grote waarde hechten. De Raad en de Commissie zijn zojuist ingegaan op onze verwachtingen van het onderhandelingsmandaat en over het op de hoogte houden van het Parlement.
Hierbij is nog een ander element van belang: het Europees Parlement is medeverantwoordelijk geworden voor de Europese wetgeving. We dragen tevens verantwoordelijkheid voor internationale overeenkomsten, zoals de SWIFT-overeenkomst, en we willen een duidelijk signaal afgeven dat de situatie met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon veranderd is. Dat is van belang. De recente signalen van de Amerikaanse regering geven mijns inziens duidelijk te kennen dat het Europees Parlement nu volledig verantwoordelijk is voor de wetgeving. We wilden op dit punt een sterk signaal afgeven. We beseffen echter dat we verantwoording verschuldigd zijn aan onze burgers. Wij zijn rechtstreeks verkozen leden van het Europees Parlement. Onze verantwoordelijkheid om de burgerrechten te verdedigen, is van cruciaal belang en dit onderstrepen wij te allen tijde.
Ernst Strasser, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte dames en heren, allereerst wil ik u op uw eerste werkdag welkom heten en u verzekeren dat onze fractie volledig en goed met u zal samenwerken. We kunnen aan het begin van dit debat zeggen dat we een goed partnerschap met de Amerikanen nastreven, vooral als het gaat om de bestrijding van het terrorisme. Ten tweede willen wij ons inzetten voor de veiligheid van de burgers en ook voor de burgerrechten en de gegevensbescherming. Ten derde hebben we onze uiterste best gedaan om te zorgen dat de onderhandelingsrichtsnoeren en ons standpunt reeds half september waren vastgelegd en we willen nu zien dat die worden uitgevoerd. Ten vierde, commissaris, wil ik opmerken dat het Parlement niet zozeer grote belangstelling heeft getoond, maar dat wij ons verantwoordelijk voelen voor het wetgevingsproces, zoals de Voorzitter gezegd heeft, en wij willen op dit terrein als gelijkwaardige partners met de Raad en de Commissie samenwerken.
Wanneer we nu naar de tekst voor de onderhandelingen kijken, moeten we twee dingen onderstrepen. Ten eerste kunnen we de manier waarop deze tekst tot stand is gekomen niet accepteren. Ten tweede is er, hoewel de Raad zegt dat ‘er terdege rekening is gehouden met de punten van de resolutie van het Parlement’, met enkele punten geen rekening gehouden, namelijk het recht op beroep, het wissen van gegevens en nog andere punten. Dat waren ook de voornaamste redenen waarom wij in de Subcommissie veiligheid en defensie hebben gezegd dat we dat niet konden aanvaarden. We kunnen nu ook constateren dat er pas daarna beweging in de zaak is gekomen. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken heeft niets toegezegd, tenzij de Raad over andere informatie dan het Parlement beschikt. Dat zal zo nu en dan wel het geval zijn geweest. De Raad heeft deze week bemoedigende signalen, maar geen garanties gegeven. Ik wil dat duidelijk vaststellen. Daarom zeggen wij dat we dit verder willen bespreken, dat we een goede overeenkomst willen en dat we er een groot voorstander van zijn om hierover door te praten, als er garanties zijn dat dit tot een goede overeenkomst leidt.
Martin Schulz, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, de Ierse schrijver Jonathan Swift heeft in zijn beroemde boek "Gullivers Reizen" Gulliver op reis gestuurd naar het land van de dwergen. Gulliver heeft echter gemerkt dat hij in het land van de reuzen terecht is gekomen. Het lijkt er een beetje op dat de Amerikaanse diplomatie Gulliver is gevolgd en dat de Amerikanen denken dat ze het Europees Parlement als een stelletje dwergen kunnen behandelen. Daar vergissen ze zich echter in!
U moet nu weten mevrouw Malmström – en ik feliciteer u met uw verhuizing van de ene naar de andere bank – dat het hier niet slechts om een vergissing van de Amerikaanse diplomatie gaat, maar ook van de regeringen van de Europese Unie die meenden dat zo’n overeenkomst er in dit Parlement wel even kon worden doorgedrukt en zich niet realiseerden dat we zo’n gebrekkige overeenkomst niet kunnen goedkeuren. Deze overeenkomst ademt de geest van de veiligheidsideologie van de Verenigde Staten, maar niet de geest van de bescherming van de grondrechten die wij als Europese afgevaardigden voor de burgers van dit continent moeten garanderen.
De mogelijkheid om zonder specificaties, zonder concretisering van een speciaal geval, grote hoeveelheden gegevens over te dragen, is fundamenteel in tegenspraak met wat wij aan wetgeving op het gebied van de gegevensbescherming in Europa in alle parlementen, ook in de nationale parlementen, hebben bedongen. De ernstige problemen bij de gegevensbescherming zijn al genoemd, zelfs door u. Hoe lang worden de gegevens opgeslagen? Wie slaat ze op? Wie geeft ze aan wie door? Welke mogelijkheid heb ik om er achter te komen wat er met mijn gegevens gebeurt, aan wie ze worden doorgegeven, of de gegevens juist zijn? Welke wettelijke bescherming wordt mij geboden om te voorkomen dat er onjuiste gegevens over mij worden verzameld of aan geïnteresseerde derden – wie dat ook mogen zijn – worden doorgegeven? Indien mijn gegevens verzameld en opgeslagen zijn, wanneer worden die dan gewist? Krachtens de Homeland Security Act kunnen gegevens tot 90 jaar bewaard worden. Wanneer daarmee de garantie wordt geboden dat ik 90 jaar oud word – nou ja, dan valt daarover te praten. Maar deze gegevens kunnen echt 90 jaar lang bewaard worden! Dit zijn allemaal belangrijke gebreken van deze overeenkomst.
Op grond hiervan, mijnheer Rubalcaba, moet ik u zeggen dat dit een slechte overeenkomst is en dat wij hieraan geen goedkeuring kunnen verlenen. Wanneer de overeenkomst wordt verworpen, is het uw taak om met de Verenigde Staten onderhandelingen te voeren over een nieuwe en betere overeenkomst. Hierin moeten weliswaar de veiligheidsbelangen worden behartigd – daar zijn wij voor – maar we zijn er ook voor dat hierin ook de veiligheidsbelangen van de burgers op het gebied van hun vrijheid worden gerespecteerd. Het doel van nieuwe onderhandelingen moet zijn om hierin een compromis te vinden.
Ik kan mijn fractie niet adviseren om nu voor deze overeenkomst in deze vorm te stemmen. Ik zal mijn fractie vanavond voorstellen tegen deze overeenkomst te stemmen.
Sophia in 't Veld, namens de ALDE-Fractie. – Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag mijn voormalige collega en goede vriendin, Cecilia Malmström, verwelkomen. Het is een genoegen u hier te zien.
Dit is de eerste belangrijke beslissing die het Europees Parlement met zijn nieuwe Lissabon-bevoegdheden moet nemen, en de verwachtingen zijn hooggespannen, maar we moeten het hoofd helder houden. We zijn het aan onze burgers verplicht een weloverwogen besluit te nemen, onafhankelijk van de druk die van buitenaf wordt uitgeoefend of van angst zaaiende tactieken zoals valse beweringen over lacunes in de beveiliging, want gegevens – dit weten we – kunnen nog altijd zonder dat er sprake is van onenigheid door de VS verkregen worden. We moeten niet vergeten dat de lidstaten zich ook niet unaniem achter deze overeenkomst hebben geschaard. We kunnen alleen onze goedkeuring aan een overeenkomst verlenen die op grond van de inhoud en de procedures een volledige democratische legitimiteit in zich draagt. Het gaat hier niet om een machtsstrijd tussen de Raad en het Europees Parlement, noch om transatlantische betrekkingen. Het gaat om Europese burgers die recht hebben op een gepaste democratische en transparante procedure.
De antwoorden die de Raad tot dusver gaf zijn volkomen ontoereikend, en de democratische rechten van Europese burgers kunnen niet worden verkwanseld met beloften over bezoeken aan de VS of vage beloften van de Raad over toekomstige overeenkomsten. De Raad is sinds 2007 talloze malen in de gelegenheid geweest om dit op juiste wijze aan te pakken en zorg te dragen voor veiligheid evenals de bescherming van persoonsgegevens en burgerlijke vrijheden, en adequate democratische controle door nationale parlementen - en sinds 1 december door het Europees Parlement – te garanderen, maar de Raad is ongelofelijk eigenwijs geweest. Het Parlement kan en mag geen besluit nemen indien het geen toegang heeft tot alle relevante informatie en documenten. Onze kiezers hebben het recht te weten dat we alle aspecten zeer serieus beoordelen en dat we niet simpelweg de besluiten van de Raad automatisch goedkeuren.
Tot slot heeft het Europees Parlement zich jarenlang zeer duidelijk getoond over zijn zorgen en verwachtingen, en de Raad zou ons, in plaats van te komen met nog meer vage beloften, eindelijk op de hoogte moeten stellen van het advies van zijn juridische dienst en ons moeten voorzien van de door ons verzochte informatie waarmee het gebruik van gegevens ten behoeve van terrorismebestrijding wordt aangetoond. Ik beschouw het tweede verslag van Bruguière niet als toereikend. Indien de Raad de goedkeuring van dit Huis wil hebben, zal de Raad derhalve tegemoet moeten komen aan onze eisen. Dat is de enige weg.
(Applaus)
Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst een opmerking over de gesprekken met de deskundigen en de ambassadeur van de Verenigde Staten. Ik voelde me in de twee gesprekken die ik heb gevoerd in het geheel niet gedegradeerd tot een Europese dwerg, integendeel. Door die gesprekken met de deskundigen uit de Verenigde Staten heb ik enorm veel over de volkomen verschillende rechtssystemen geleerd met betrekking tot de bescherming van de grondrechten in de Verenigde Staten en in Europa. Ik ben de Amerikanen er dankbaar voor dat ze zo uitgebreid over dit onderwerp hebben willen praten. Het is mij duidelijk geworden welke taak ons wacht, en de Raad heeft deze taak nog niet vervuld. Het is mij duidelijk geworden welke taak de Europeanen wacht, namelijk dat we met één overeenkomst tegelijkertijd voor een efficiënte terrorismebestrijding en een goede bescherming van de grondrechten moeten zorgen.
Ik vind het eigenlijk beschamend dat de mensen eerst van de andere kant van de oceaan hierheen moesten komen, om ons dit fundamentele spanningsveld uit te leggen en dat de Raad niet eerder in staat was om zo’n eerlijk debat met het Parlement te voeren. De rapporteur heeft heel duidelijk gemaakt op welke terreinen de grondrechten, die in Europa de hoogste bescherming genieten, worden geschonden. Ik wil hier iets aan toevoegen wat ik ook uit juridisch en politiek oogpunt als een groot probleem beschouw, wanneer we deze zaak nader bekijken. In de Verenigde Staten is de definitie van het begrip terrorisme volstrekt anders dan in Europa. Dat is een probleem dat ook in deze overeenkomst tot uiting komt.
Er is terecht gezegd dat wij als afgevaardigden in dit Parlement de burgers in de EU verantwoording schuldig zijn over de vraag of wij voor de handhaving van hun rechten zorgen of niet. Ik ben van mening dat we niet mogen instemmen met een overeenkomst waarvan velen van ons keer op keer publiekelijk hebben gezegd – de heer Weber, de heer Langen die er nu niet is, de heer Schulz – dat deze in strijd is met het vigerende recht. We moeten nu ook in actie komen. In het openbare debat hebben we tegen de burgers gezegd dat we dat zouden doen. We moeten tegen de tussentijdse overeenkomst stemmen en niet voor het uitstel.
Het Parlement mag zich niet nog eens aan zijn verantwoordelijkheid onttrekken, zoals we dat in november hebben gedaan. Toen hadden we de mogelijkheid om op de rem te gaan staan, maar de meerderheid wilde dat niet. Nu moeten we in actie komen en daarmee komen we in een betere en gelijkwaardige onderhandelingspositie – ik zeg dit na het overleg met de Amerikanen – om te zorgen voor meer veiligheid en meer burgerrechten in de Europese Unie en misschien zelfs in de Verenigde Staten.
Timothy Kirkhope, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, net als mijn collega’s hier ben ik in hoge mate gefrustreerd en boos over hoe de Raad dit Huis heeft behandeld en vervolgens heeft geraadpleegd over deze overeenkomst, wat beneden alle peil was. Parlementaire raadpleging en parlementaire goedkeuring zijn geen instrumenten die met terugwerkende kracht moeten worden ingezet. De wederkerigheid van gegevensbescherming moet boven alle twijfel verheven zijn, en de wijze waarop onderhandeld is over de overeenkomst en waarop deze is afgesloten, is absoluut niet voor herhaling vatbaar.
Desondanks ben ik wel gerustgesteld door de autoriteiten van de VS en door de meerlagige systemen voor de bescherming van persoonsgegevens en de wettelijke waarborgen die nu gelden dankzij deze overeenkomst. De onbehoorlijke behandeling door de Raad moet derhalve niet de overeenkomst van de EU met de Verenigde Staten, of enige andere toekomstige overeenkomst over de veiligheid van Europa, in de weg staan. Op dit moment krijgen we hele ladingen garanties en beloften van de Raad en van de Commissie. Ik kan nu nog niet beoordelen of deze voldoen aan alle redelijke voorwaarden die we hebben gesteld, en daarom hebben we mijns inziens nog enige tijd nodig voordat we verder kunnen gaan met de behandeling van deze cruciale maatregel.
Lothar Bisky, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, beste collega’s, bij de behandeling van de SWIFT-overeenkomst is een bedenkelijke procedure gevolgd en één dag voor het van kracht worden van het Verdrag van Lissabon is die er nog even snel doorgedrukt, om het Parlement te omzeilen. Het gaat mij nu echter vooral om de inhoud. Big Brother’s little sister wacht op onze goedkeuring. Mevrouw Clinton denkt dat zij ons als afgevaardigden iets kan aanpraten wat wij niet eens van onze eigen regering zouden aanvaarden.
Het is volgens mij fundamenteel verkeerd dat onderzoekers van vermeend terrorisme zo uitgebreid toegang tot databanken krijgen, want dit ondermijnt het zelfbeschikkingsrecht van mensen ten aanzien van hun eigen gegevens. Er worden dan decennialang persoonsgegevens bewaard, terwijl niemand het gebruik hiervan kan controleren. Ook wanneer de overeenkomst maar voor een bepaalde termijn geldt, betekent dit nog niet dat de gegevens daarna niet langer worden bewaard. Het is niet mogelijk om langs juridische weg informatie op te vragen over de plaats waar de gegevens worden bewaard of schadeloosstelling te eisen bij het wederrechtelijk gebruik ervan door derde landen. In die situatie krijgt de staat voorrang boven de burger en die wordt daarbij gedegradeerd tot een verdacht object. Via de EU-omweg staan de lidstaten toe dat andere regeringen onze burgers bespioneren.
Moeten Deutsche Telekom, de Duitse spoorwegen of de drogisterijketen Schlecker – om een paar Duitse voorbeelden te noemen – zich nog schamen dat ze informatie over hun werknemers verzamelen? Wordt het nu de norm dat ook de Duitse regering van belastingonderzoekers gegevens koopt die op onrechtmatige wijze zijn verkregen? We bevinden ons in de situatie dat ook een parlement zich moet uitspreken en een besluit moet nemen. Waarom zou Google in de toekomst nog drempels voor gegevens ontwikkelen? Terrorisme moet worden bestreden en in de eerste plaats de oorzaak ervan – ik denk dat we het daar allemaal over eens zijn – maar niet ten koste van onze grondrechten! Ik heb hier al vaak horen spreken over de EU als gemeenschap van waarden. Een van deze waarden willen we nu ‘wegswiften’. Daar kan mijn fractie niet mee instemmen!
Simon Busuttil (PPE). – (MT) Ik wil duidelijk stellen dat de Europese Volkspartij vóór deze overeenkomst is. Mijn fractie staat volledig achter de SWIFT-overeenkomst en zal morgen vóór stemmen. Ik zal uitleggen waarom: de Europese Volkspartij zal haar steun verlenen omdat de veiligheid van mensen, de veiligheid van onze burgers haar belangrijkste zorg is.
De veiligheid van onze burgers zal door deze overeenkomst worden verhoogd en dat is de reden waarom wij deze overeenkomst steunen. Dat is niet alleen mijn eigen mening, het is de deskundige mening van degenen die specifiek tot taak hadden om te onderzoeken en beoordelen of deze overeenkomst al dan niet de veiligheid van de burgers verhoogt, de burgers die wij allen hier in het Parlement vertegenwoordigen.
Het veiligheidsniveau in heel Europa zal verbeteren en dat geldt eveneens voor de veiligheid van andere burgers wereldwijd, ook in de Verenigde Staten. Ik ben het eens met degenen die hebben opgemerkt dat de Raad niet correct heeft gehandeld ten opzichte van het Europees Parlement, maar mijns inziens heeft de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken de Raad vorige week een heldere boodschap gegeven, een boodschap die niet mis te verstaan was. Ik deel tevens de zorgen van mijn collega's in het Parlement voor wat betreft privacy, maar we mogen nogmaals niet vergeten dat dit een tussentijdse overeenkomst is. Dit betekent dat er een nieuwe overeenkomst zal moeten worden opgesteld die betere voorwaarden ten aanzien van veiligheid schept.
Mijnheer de Voorzitter, in uw inleiding sprak u over verantwoordelijkheid. Ik dring er bij alle leden in het Parlement op aan om de bevoegdheden van dit Parlement, onze nieuwe bevoegdheden met een maximaal verantwoordelijkheidsbesef te benutten, zodat we 500 miljoen burgers recht in de ogen kunnen kijken en kunnen vertellen dat we hun veiligheid hebben verdedigd. Indien mogelijk zou de stemming morgen moeten worden uitgesteld teneinde meer eenheid in het Parlement te bewaren. Wij zijn bereid uitstel van de stemming in overweging te nemen, maar als er geen uitstel wordt verleend, moeten we vóór stemmen.
Claude Moraes (S&D). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, ook wij, van de fractie van Socialisten en Democraten, willen ons inzetten voor de Europese burgers en terrorisme bestrijden, en daarom zullen wij, zoals mijn fractieleider al zei, adviseren om morgen tegen het voorstel te stemmen, zodat we er zeker van zijn dat we in dit Parlement bij de eerste raadplegingsprocedure onder het Verdrag van Lissabon tegen een slechte overeenkomst voor dit hele Parlement stemmen.
Dit is voor ons geen sektarische, maar een feitelijke kwestie. Het gaat erom of een slecht opgestelde overeenkomst de belangen van veiligheid en terrorismebestrijding dient. Zoals een van mijn adviseurs eens zei – hij is advocaat, ook ik was ooit advocaat en de heer Kirkhope ook – met de woorden van Benjamin Franklin: Hij die veiligheid verheft boven vrijheid verdient geen van beide.
We zijn het dus allen eens dat we voor de burgers van de EU een goede overeenkomst willen. Het is absoluut waar dat in Coreper de Raad alle zaken naar voren bracht die wij als fractie belangrijk vonden. Mevrouw Clinton erkende in haar brief ook dat het Parlement op dit punt gelijk had, maar geen van deze documenten ging verder en bood ons een plan voor het oplossen van dit probleem. Om die reden zal een stem tegen het voorstel naar onze mening de weg vrijmaken voor een betere overeenkomst voor het hele Parlement.
Om die reden roepen wij in onze fractie het gehele Huis, en niet alleen onze fractie, op om de rapporteur te steunen in haar doelstelling, namelijk een betere overeenkomst voor terrorismebestrijding. Niemand heeft hier de hoogste morele waarden in pacht; we streven naar een doeltreffende bestrijding van terrorisme, wat inhoudt dat er een betere overeenkomst moet komen, en dat zullen we vanavond in onze fractie aan de Socialisten en Democraten adviseren.
Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik verwerp de methoden en het tijdstip in verband met de overeenkomst waarover we vandaag debatteren. De rol van het Parlement is door het Verdrag van Lissabon van essentieel belang en alle betrokken partijen moeten die rol respecteren.
De grond van de zaak is dat een democratische samenleving de grootste schade aan het terrorisme kan toebrengen door de financieringslijnen af te snijden. Daarom moet de tussentijdse overeenkomst blijven en moet tegelijk met spoed worden onderhandeld over de definitieve overeenkomst. Wat betreft de tekst van de tussentijdse overeenkomst en de bescherming van gegevens: in ten minste negen gevallen hebben SWIFT en het TFTP hun effectiviteit en nut bij het voorkomen en tegengaan van terroristische activiteiten in Europa, Azië, Afrika en Amerika bewezen.
Welk verslag moet prevaleren? Dat vraag ik mijn collega’s. Het verslag van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming of dat van de speciale rechter? Beide zijn goed onderbouwd, maar ze spreken elkaar tegen. Nee, dames en heren, in deze zaak is er geen oplossing gezocht of gevonden. In de tussentijdse overeenkomst worden garanties gegeven. Ik citeer “De gegevens worden uitsluitend behandeld ten behoeve van het voorkomen van het terrorisme of de financiering daarvan. Er worden geen kopieën gemaakt van de verstrekte gegevens. De verstrekte gegevens worden niet gekoppeld aan andere databanken. Alleen de veiligheidsmachten en -korpsen van de staat hebben toegang tot de gegevens”.
Ik heb vertrouwen in de regering van de Verenigde Staten en in de geweldige democratie die die regering legitimeert. We hebben de plicht om onze relatie met de Verenigde Staten, als twee natuurlijke en wederzijds betrouwbare partners, te versterken.
Om al deze redenen steun ik het ja van dit Huis tegen de tussentijdse overeenkomst en waardeer ik het als iets heel positiefs dat het Parlement zijn gezag doet gelden, en ook dat mevrouw Clinton en mijnheer Geithner dat als essentieel erkennen, nu en in de toekomst.
Tot slot, mijnheer de Voorzitter, weten de Raad en de Commissie ook waar ze zich aan moeten houden. Een interinstitutioneel akkoord is dringend noodzakelijk.
Stavros Lambrinidis (S&D). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, een eenvoudige brief van de Raad waarin te lezen stond dat de zorgen van het Parlement volledig in aanmerking zouden worden genomen in de onderhandelingsrichtsnoeren, dat de onderhandelingen met de Verenigde Staten onmiddellijk, en niet ergens in de toekomst, zouden starten, en dat het Parlement volledig zou worden betrokken bij deze onderhandelingen, was misschien al voldoende geweest. Zó moeilijk zou dat toch niet geweest zijn, om iets weg te nemen van de bezorgdheid van het Parlement over de wijze waarop het in het verleden is behandeld, genegeerd en als speelbal gebruikt.
Maar zelfs dit is u vandaag niet gelukt. Het doorgeven van gegevens in bulk vormt, zoals de commissaris al zei, geen probleem. Slechts enkele gegevens zullen daarheen gaan. SWIFT zegt ons dat dit niet het geval is. De regering van de Verenigde Staten zegt ons dat dit niet het geval is. Er is geen bewijs voor wat u zegt in deze verklaring.
U wees op de onderhandelingsrichtsnoeren, waar u al bijna mee klaar bent. Waar zijn die? Waarom kunt u, gezien de druk die er op dit moment bestaat, ons niet exact vertellen op welke punten u het eens bent en waar u het oneens bent met het Parlement, in plaats van algemene verklaringen af te leggen?
Ik denk dat het bijzonder belangrijk is om samen met de Verenigde Staten tegen terrorisme te strijden. Ik roep de Verenigde Staten en de Raad dringend op zeer serieus met ons samen te werken na onze stemming morgen, en niet te kiezen voor bilaterale wegen of te dromen over het verwerpen van de solidariteit, maar samen te werken om fundamentele rechten te beschermen en tegelijkertijd de veiligheid te waarborgen.
Birgit Sippel (S&D). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, iedereen die de afgelopen weken de vele discussies over SWIFT heeft gevolgd, zou de indruk kunnen krijgen dat zonder SWIFT de chaos uitbreekt en dat afwijzing van de overeenkomst het einde betekent van de trans-Atlantische betrekkingen en de gezamenlijke strijd tegen het terrorisme. Deze pogingen om ons te bedreigen zijn in één woord belachelijk! De VS en de Raad proberen niet een onmisbaar instrument te redden, maar hun gezicht.
Er zijn veel overeenkomsten en maatregelen voor de bestrijding van het terrorisme. SWIFT zou hierop een bruikbare aanvulling kunnen zijn. De mislukte aanslag van 25 december heeft duidelijk gemaakt dat er niets mis is met de hoeveelheid gegevens, maar dat het wel schort aan een efficiënte omgang ermee. Het idee is om de aandacht af te leiden van dit gegeven. De tussentijdse overeenkomst is gewoon rijp voor de prullenbak. Ze staat vol tegenstrijdigheden en inconsistenties. In plaats van geschikte maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat alleen gegevens van concrete verdachten worden overgedragen, gaan iedere maand enorme hoeveelheden gegevens naar de VS. De overeenkomst is een grove schending van de burgerrechten, de gegevensbescherming en de beginselen van de rechtsstaat. Als de Raad en de VS nu echt bereid zouden zijn om deze kritiek ter harte te nemen en deze punten op te nemen in een nieuwe overeenkomst, zou er voor ons helemaal geen reden zijn om deze vreselijke overeenkomst goed te keuren. In het belang van de burgers moeten wij 'nee' zeggen tegen de tussentijdse overeenkomst en direct met nieuwe onderhandelingen beginnen, zodat we echt een goede overeenkomst krijgen die een extra, effectief instrument vormt voor de bestrijding van het terrorisme en die onze grondrechten respecteert.
Juan Fernando López Aguilar (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, het Verdrag van Lissabon leidt een nieuw tijdperk in voor dit Parlement, maar ook voor de Raad en de Commissie.
De fungerend voorzitter van de Raad heeft er in zijn interventie kennis van genomen dat er naar dit Parlement moet worden geluisterd en dat de verzoeken en eisen van dit Parlement in aanmerking moeten worden genomen.
In de tweede plaats neemt het fungerend voorzitterschap er kennis van dat de onderhandelingen over deze overeenkomst niet helemaal goed, of niet goed genoeg, zijn verlopen. Maar vooral heeft hij een toezegging gedaan voor de toekomst: zo snel mogelijk een definitieve overeenkomst sluiten waarin moet worden voldaan aan de eisen die in het verslag van de rapporteur zijn opgenomen (gegarandeerde toegang tot een rechtsmiddel en tot het recht om de gegevens in te zien en indien nodig te wijzigen of te vernietigen, in verband met de privacy).
Er moet dus een nieuw evenwicht worden gevonden tussen privacy, vrijheid voor de burgers en veiligheid, dat ook een grondrecht is van de burgers die wij hier in het Europees Parlement vertegenwoordigen.
Daarom moedigt het Parlement u aan, mijnheer de minister, hoe dit debat ook mag uitpakken, om zo snel mogelijk die onderhandelingen te starten en zo tegemoet te komen aan het Verdrag van Lissabon, aan het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en aan de vijfhonderd miljoen burgers die door dit Parlement worden vertegenwoordigd en die een fundamenteel recht op veiligheid hebben.
Axel Voss (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, in dit tijdperk van mobiliteit is er geen sprake van veiligheid zonder een effectieve en snelle uitwisseling van gegevens, en het is onze taak om de bevolking te beschermen tegen terroristische aanslagen. Daarom moeten we een evenwicht zien te vinden tussen veiligheid en privacy. Dit evenwicht moet weerspiegeld worden in de overeenkomst waarover wij nu discussiëren.
Gezien het belang van deze kwestie is de Raad echt amateuristisch te werk gegaan. Ik zou willen zien dat er meer concessies worden gedaan aan de rapporteur, inclusief specifieke hulp, zodat we misschien toch een meerderheid in het Parlement kunnen behalen.
Zolang dit niet het geval is, zal het Terrorist Finance Tracking Programme een op zichzelf staand programma blijven, en zal het belangrijk voor ons zijn om SWIFT ertoe aan te moedigen alleen individuele gegevens over te dragen. Als we dat niet kunnen realiseren, is de overeenkomst voor volledige gegevensoverdracht juist; hebben we ook die niet, dan blijft de onderhavige overeenkomst belangrijk. Daarom geloof ik dat we zouden moeten streven naar uitstel en dan uiteindelijk ...
(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken.)
De Voorzitter. – Collega’s, dit is een zeer belangrijk debat. Ik wil het debat dan ook niet onderbreken, maar alle sprekers nemen een halve minuut meer spreektijd dan is toegestaan. Er staan 11 mensen op de lijst. Als u allen zo veel tijd neemt, kan ik anderen het woord niet meer geven.
Jörg Leichtfried (S&D). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, niemand twijfelt serieus aan de noodzaak om het terrorisme te bestrijden. Maar een ontwikkelde democratie die gebaseerd is op de beginselen van een rechtsstaat, stelt zichzelf altijd de vraag wat er moet worden gedaan en hoe dat moet worden gedaan. In dit geval is deze vraag heel eenvoudig te beantwoorden. Ons handelen mag er niet toe leiden dat 500 miljoen mensen allemaal verdacht zijn en dat op grove wijze inbreuk wordt gemaakt op hun rechten zonder dat ze rechtsbescherming genieten. Deze maatregelen mogen met name niet worden getroffen wanneer ze de bestaande democratische regelingen minachten.
Nu verkeert het Parlement in een positie dat het moet opdraaien voor het arrogante gedrag van het Zweedse voorzitterschap. Daar moeten we voor passen. Daarom ben ik ervoor dat wij morgen tegen deze overeenkomst stemmen.
Carl Schlyter (Verts/ALE). – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik wil zeggen dat met dit voorstel niets zal worden verhinderd – geen terreurdaad zal worden verhinderd. Geen enkele van de vier aanslagen waar het voorzitterschap van de Raad naar verwees, zou zijn verhinderd, hoewel de onderzoeken naderhand misschien gemakkelijker zouden zijn geweest. Met dit voorstel neemt de veiligheid af, op dezelfde manier als een wet voor de totale bewaking van het internet de veiligheid doet afnemen, omdat mensen in het geval van totale bewaking die bewaking proberen te vermijden – ook rechtschapen burgers. Dan ontstaan diensten om het internet anoniem te gebruiken, dat zien we nu zelfs in de banksector. Als terroristen zich tussen gewone mensen kunnen verbergen, doet dat de veiligheid afnemen. Het is een slechte overeenkomst.
Ik eis in plaats daarvan een volledige herziening van al die antiterreurwetten. Wat kosten ze en wat is hun totale effect op privacy en vrijheid? Pas dan ben ik überhaupt bereid om te overwegen om voor nog meer antiterreurwetten te stemmen. Bewijs ons met openbare documenten – niet met geheime – hoe effectief die maatregelen zijn.
Janusz Władysław Zemke (S&D). – (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de aandacht vestigen op twee zaken die naar mijn mening heel belangrijk zijn. Het staat buiten kijf dat we het terrorisme moeten bestrijden, maar de vraag is hoe dat moet gebeuren en wat voor soort overeenkomsten we daarover met de Amerikanen moeten sluiten. Ik wil twee punten naar voren brengen. Het eerste is dat de overeenkomst gevolgen heeft voor maar één van beide partijen – het is een eenzijdig akkoord. Hebben we eraan gedacht dat de bevoegde diensten in de Europese landen ook gegevens uit de Verenigde Staten zouden kunnen ontvangen en dat daarmee de bestrijding van het terrorisme hier in Europa zou kunnen worden bevorderd? Het tweede punt – mijn voornaamste bezwaar – betreft het feit dat het mogelijk wordt alle financiële gegevens te verkrijgen. Ik leg daarbij veel nadruk op het woord ‘alle’. Ik vind dat we moeten werken aan een regeling waarbij de Amerikaanse en Europese bijzondere opsporingsdiensten alleen de gegevens kunnen krijgen van entiteiten die onder verdenking staan.
Marian-Jean Marinescu (PPE). – (RO) De Raad heeft de overeenkomst erg laat naar het Europees Parlement gestuurd en dat is niet gebruikelijk. Ik hoop dat dit soort incidenten niet meer zal plaatsvinden. Ik was daarentegen zeer aangenaam verrast door de intensieve samenwerking tussen de Amerikaanse autoriteiten en het Europees Parlement. Tegen alle verwachtingen in hebben zij naar deze instelling geluisterd en ik hoop dat ze dat ook in de toekomst zullen doen.
Ik verwacht evenveel belangstelling van de Amerikaanse autoriteiten voor de gelijke behandeling van lidstaten met betrekking tot het visumvrijstellingsprogramma. De Verenigde Staten hebben nog geen duidelijke, transparante criteria opgesteld voor het weigeren van visa in bepaalde lidstaten. Toch ben ik van mening dat de tussentijdse overeenkomst moet worden gesteund, omdat zij zal bijdragen aan de veiligheid van de Europese burgers. Met de goedkeuring van deze overeenkomst mag er echter geen einde komen aan de onderhandelingen met de Verenigde Staten over een langetermijnovereenkomst die alle door dit Parlement naar voren gebrachte doelstellingen omvat.
Eva Lichtenberger (Verts/ALE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, vandaag heeft de Raad toegegeven dat de uitkomst van de onderhandelingen wellicht niet zo goed is als ze had kunnen zijn. Laten we dat dan aangrijpen om de overeenkomst te verbeteren. Dit betekent niet dat we de zaak maar moeten uitstellen, want aan een uitstelprocedure zijn geen voorwaarden verbonden. We zullen ons tijdens de volgende plenaire vergadering dan toch weer in dezelfde situatie bevinden. Ik geloof niet dat dit iets zal veranderen.
Ten tweede wil ik zeggen dat ons al vaak genoeg is beloofd dat het beter zal worden in de volgende onderhandelingsronde, zonder medewerking van het Parlement. Vóór deze overeenkomst is ons ook al beloofd dat alles deze keer heel anders zal verlopen. Nogmaals, uitstel zal hier niet helpen. Het enige dat in deze kwestie zal helpen, is een duidelijk signaal.
Ten derde wordt er nu steeds gezegd dat er beveiligingsgaten zullen ontstaan wanneer we de tussentijdse overeenkomst niet goedkeuren. Dat klopt gewoon niet. We beschikken over juridische rapporten die dit aantonen en er zijn overeenkomsten inzake wederzijdse rechtshulp.
Sajjad Karim (ECR). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de veiligheid van onze burgers is voor ons allen van uitzonderlijk groot belang, en het is veel te simpel om ons als zwak af te schilderen als het gaat om terrorismebestrijding, terwijl we stelling nemen en ons hard maken voor de bescherming van de burgerlijke vrijheden van onze burgers. Ik heb dit keer op keer bij veel nationale parlementsleden zien gebeuren met betrekking tot de maatregelen die dit Huis treft.
SWIFT heeft vanzelfsprekend vaak succes geboekt, en we ondersteunen al deze voorbeelden, maar het is net zo belangrijk om ons te concentreren op die momenten waarop SWIFT heeft verzuimd of ons heeft teleurgesteld. Veel van de onderzoeken in de Europese Unie zijn slecht uitgevoerd of mislukt. Alleen al in mijn kiesdistrict zijn twaalf onschuldige mensen gevangen genomen die uiteindelijk niet konden worden veroordeeld. Terwijl zij in de gevangenis zaten, werd ons verteld dat financiële transacties onderdeel vormden van het substantiële bewijs tegen hen.
Wat kunnen we leren van deze slechte voorvallen? Raad, laat ons een stap terug doen. We hebben nog tijd, we staan niet met onze rug tegen de muur. Er is een weg vooruit. Laat ons kiezen voor uitstel. Raad, doe een stap terug, en doe het goed; niet voor het bestwil van dit Huis, maar voor het bestwil van onze burgers.
Carlos Coelho (PPE). – (PT) Mijnheer de Voorzitter, als in mijn land een ambtenaar van politie toegang wil tot een bankrekening, heeft hij een machtiging nodig. Ik kan geen overeenkomst aanvaarden waarbij duizenden of miljoenen bankgegevens ter inzage naar een Amerikaanse ambtenaar van politie worden gestuurd zonder dat hiervoor toestemming van de rechter is vereist. De tussentijdse overeenkomst die tot stand is gebracht ontbeert gegevensbescherming. Gegevensbescherming is geen luxe, maar een eerste vereiste voor onze vrijheid. Er is een gebrek aan wederkerigheid en een gebrek aan evenredigheid. Wij kunnen dit niet toestaan.
Wij hopen zeker dat de onderhandelingen zullen leiden tot een fatsoenlijke definitieve overeenkomst. Hoe zal dit gebeuren? Wordt er onderhandeld op een wankele of op een redelijke basis? Ik meen dat het beter voor ons is helemaal geen overeenkomst te hebben dan een slechte tussentijdse overeenkomst. Als we de tussentijdse overeenkomst weigeren, betekent dit dat we een goede basis hebben om over de definitieve overeenkomst te onderhandelen.
Monika Flašíková Beňová (S&D). – (SK) Er wordt wel gezegd dat goede overeenkomsten worden gesloten tussen gelijkwaardige partners. Uit de overeenkomst die nu wordt opgesteld blijkt echter geenszins dat wij een gelijkwaardige partner zijn: de Verenigde Staten stellen eisen aan ons en verwachten dat wij het eens zijn met hun standpunten.
Volgens het Verdrag van Lissabon heeft het Europees Parlement echter veel meer bevoegdheden en het is in feite de taak van de leden van het Parlement om de belangen en rechten, de fundamentele rechten van 500 miljoen burgers in de EU-lidstaten te verdedigen. Ik steun daarom eveneens de aanbeveling om deze overeenkomst te herzien en daarin de voorstellen op te nemen waarvan wij, de leden van het Europees Parlement, de enige direct gekozen vertegenwoordigers van alle Europese instellingen, verwachten dat ze in de overeenkomst worden opgenomen.
Ik weet dat er landen in de Europese Unie zijn die ernstige problemen met terrorisme hebben. Ten slotte, Spanje is een van de landen die al lange tijd tegen terrorisme strijden en ik geloof dat de Raad in dit geval aan de kant van het Europees Parlement zal staan en niet aan de kant van de Verenigde Staten.
Alfredo Pérez Rubalcaba, fungerend voorzitter van de Raad. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, het eerste wat ik wil zeggen is dat ik met belangstelling naar alle afgevaardigden heb geluisterd en hen wil bedanken voor alle interventies, zowel de interventies waarin steun voor het voorstel is uitgesproken – de minderheid weliswaar – als de interventies waarin kritiek werd geuit – de meerderheid –, die ik ook waardeer.
Om te beginnen wil ik zeggen dat ik van dit alles vooral waardeer dat ik in dit debat met het Parlement opnieuw heb geconstateerd dat het Parlement, de Commissie en de Raad volkomen op één lijn zitten waar het gaat om de verdediging van onze waarden en het gedecideerd bestrijden van het terrorisme – zoals ik in mijn interventie heb gezegd –, van elke vorm van terrorisme. Ik denk dat dit een eerste consensus is en dat dat duidelijk gezegd moet worden.
Wat betreft de overeenkomst die we vanmiddag hebben bespoken, de overeenkomst over SWIFT, wil ik onderscheid maken tussen twee radicaal van elkaar verschillende soorten kritiek: formele kritiek en inhoudelijke kritiek.
Het is waar dat de formele kritiek een constante is geweest, zelfs bij de afgevaardigden die het bestaan van de overeenkomst die we vanmiddag bespreken uitdrukkelijk hebben gesteund. In mijn interventie heb ik al gezegd, en dat herhaal ik, dat de dingen waarschijnlijk beter hadden gekund, dat het zeker is dat de dingen beter hadden gekund. Maar ik heb ook gezegd, en ook dat herhaal ik, dat de termijnen – en die kent u goed – waren zoals ze waren en dat de Raad en de Commissie binnen een zeer kort tijdsbestek moesten handelen. In elk geval wil ik dat het heel duidelijk is dat het de wens van de Raad is, die ik hier vanmiddag heb uitgesproken, dat de dingen zo niet meer gebeuren, dat de dingen voortaan op een andere manier gebeuren.
Enkele afgevaardigden hebben gezegd – waarschijnlijk op basis van hun ervaring – dat dat een belofte is, een toezegging, die in dit Huis wel vaker is gedaan en die vervolgens, ook wel vaker, niet is nagekomen. Ik wil graag zeggen dat dit een verbintenis van de Raad is die voortvloeit uit een fundamentele gecommitteerdheid aan het Verdrag van Lissabon en dat in het Verdrag van Lissabon als fundamenteel doel is vastgelegd dat dit Huis een steeds belangrijkere rol krijgt in het institutionele leven van Europa zodat de burgers zich beter vertegenwoordigd voelen.
En die verbintenis van mijn land, die een fundamentele gecommitteerdheid aan het Verdrag van Lissabon is, brengt me ertoe om hier ronduit te verklaren dat de Raad de dingen tijdens het Spaanse voorzitterschap anders zal doen.
Voor het geval er afgevaardigden zijn die geen vertrouwen hebben in het woord van de Raad – en die staan in hun recht – wil ik eraan herinneren dat het Verdrag ons verplicht om de dingen anders te doen. Dus als de politieke wil van de Raad niet genoeg is, dan is daar altijd nog het Verdrag, dat een wet is, en dat bepaalt dat de dingen in de toekomst op een andere manier zullen moeten gebeuren, door rekening te houden met het Parlement, door samen te werken met de Commissie en door uiteraard rekening te houden met de geest die door u allen samen wordt verdedigd, een geest die naar een evenwicht zoekt tussen het verdedigen van de veiligheid en het handhaven van onze waarden, een geest die uit volle overtuiging Europees is, en waar de Raad zich ook uit volle overtuiging bij aansluit.
Met betrekking tot de inhoudelijke meningsverschillen wil ik drie opmerkingen maken. Ik zal niet ingaan op enkele meer concrete aspecten waarop kritiek is gekomen – in enkele gevallen bestaat er voor die kritiek naar mijn mening maar weinig reden. Zo is er meerdere malen gezegd dat de SWIFT-overeenkomst, zoals deze op dit moment op tafel ligt in dit Huis, de overdracht van gegevens in bulk mogelijk maakt. Wat niet gezegd is, is dat dat niet de logica van de overeenkomst is – dit moet heel duidelijk worden gemaakt. Die overdracht van gegevens in bulk is op grond van de SWIFT-overeenkomst alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk en moet dan altijd gebaseerd zijn op verdenkingen in een gerechtelijke procedure (artikel 4, punt 6 van de overeenkomst). Ik noem dit als voorbeeld. Er is nog een aantal andere beschuldigingen geuit, die naar mijn oordeel echter zijn gebaseerd op een enigszins oppervlakkige analyse van de inhoud van de overeenkomst, en daar ga ik op dit moment geen antwoord op geven.
Wel wil ik nog twee dingen zeggen over de inhoud. In de eerste plaats wil ik er nadrukkelijk op wijzen – zoals de commissaris en ook enkele afgevaardigden in dit Huis dat hebben gedaan – dat de overeenkomst nuttig is geweest in de strijd tegen het terrorisme. Ik heb enkele voorbeelden genoemd. Het verslag van rechter Bruguière, waarover de afgevaardigden beschikken, bevat meer voorbeelden. Ik kan zelfs een voorbeeld noemen dat ik al heb genoemd en dat betrekking heeft op mijn eigen land. Of beter nog, twee voorbeelden.
De SWIFT-overeenkomst is inderdaad gebruikt in het onderzoek naar de aanslagen van 11 maart in Madrid, en met succes. En de SWIFT-overeenkomst is iets meer dan een jaar geleden ook gebruikt om een aanslag in Barcelona te voorkomen. De personen die daar achter zaten zijn inmiddels allemaal veroordeeld en zitten nu hun straf uit in Spaanse gevangenissen.
Daarom heeft de overeenkomst wel degelijk gefunctioneerd en heeft de overeenkomst wel degelijk tot resultaten geleid. En aangezien dit zo is, zult u het met mij eens zijn dat als deze overeenkomst wordt onderbroken, de Europese burgers iets minder veilig zullen zijn. Als het zo is dat de overeenkomst functioneert en heeft gefunctioneerd en wordt onderbroken, zult u met mij moeten toegeven dat we door die onderbreking iets minder veilig zullen zijn – en ik gebruik deze formulering doelbewust, zodat niemand de Raad ervan kan beschuldigen dat hij een te dramatische voorstelling van zaken geeft. We zullen iets minder veilig zijn. Dat is zo.
Daarom dring ik er vanuit de Raad op aan – en ik denk dat ook de Commissie dit van essentieel belang vindt – om deze overeenkomst niet te onderbreken, en ik wil nogmaals tegen u zeggen dat er best kritiek op deze overeenkomst mogelijk is, die ik hier vanmiddag ook heb gehoord. Maar u zult het ook met mij eens zijn dat deze overeenkomst veel beter is dan het protocol dat jarenlang de uitwisseling van gegevens tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie mogelijk heeft gemaakt.
Waarschijnlijk is de overeenkomst waarover we hier vandaag debatteren niet de beste. Waarschijnlijk zijn er verbeteringen mogelijk, en ik kan het zelfs eens zijn met enkele kritiekpunten die vanuit deze banken naar voren zijn gebracht. Maar u zou samen met mij moeten erkennen dat dit een betere overeenkomst is dan de vorige. De Europese Unie, in casu de Raad en de Commissie, heeft een aantal mechanismen in de overeenkomst laten opnemen waar de afgevaardigden bezorgd over zijn – en met recht – en die in essentie bedoeld zijn om te garanderen dat de veiligheid niet ten koste gaat van de vrijheid en de grondrechten.
Daarom wil ik beklemtonen dat het belangrijk is, zoals de commissaris heeft gezegd, dat de overeenkomst niet wordt onderbroken. En ik herhaal nogmaals tegenover het Parlement dat de Raad bereid is om over een nieuwe overeenkomst te onderhandelen, een overeenkomst die wél definitief is, waarin veel van de punten die we vanmiddag hebben gehoord kunnen worden opgenomen, en de Raad wil publiekelijk bevestigen dat ze die punten overneemt. Dat is de toezegging van de Raad. Het is waar dat deze toezegging ook is gedaan in een brief van de voorzitter van de Raad aan de Voorzitter van het Parlement, maar deze toezegging moet tijdens de onderhandelingen nog wel worden geconcretiseerd.
Daarom debatteren we vandaag over een tussentijdse overeenkomst, die de huidige situatie verbetert. We debatteren over een overeenkomst die negen maanden van kracht zal zijn, een periode die door de Commissie, de Raad en het Parlement benut zal worden om een nieuwe, definitieve overeenkomst te sluiten waarin we alle redelijke voorzorgsmaatregelen kunnen opnemen die het Parlement vanmiddag in het debat naar voren heeft gebracht.
De Raad kan het debat dat hier vanmiddag heeft plaatsgevonden niet negeren. We kunnen niet voorbijgaan aan het feit dat er veel kritiek op deze overeenkomst is geuit, waarvan sommige kritiek beter is gefundeerd dan andere, zoals ik heb gezegd, maar kritiek is er geweest. Ik denk dat het de moeite waard is om nu ruimte te creëren om na te denken, en namens de Raad wil ik het Parlement om tijd vragen.
Tijd uiteraard om dit debat met mijn collega’s in de Raad te bespreken, tijd om te overleggen met de Commissie en vooral tijd om samen met de Verenigde Staten te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn – en in mijn ogen zijn er reële mogelijkheden – om een betere overeenkomst te sluiten; tijd, geachte afgevaardigden, mijnheer de Voorzitter, om over enkele weken, of over enkele maanden, naar dit Parlement te kunnen komen om hier te verklaren dat de basis is gelegd voor een definitieve overeenkomst waarin de zorgen die u vandaag hebt geuit adequaat zijn verwerkt. Zorgen, herhaal ik, die in veel gevallen worden gedeeld door de Raad.
Cecilia Malmström, lid van de Commissie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit was een bijzonder belangrijk debat. Die woorden zijn volkomen op hun plaats, omdat we over zulke belangrijke zaken hebben gesproken als hoe we de veiligheid van onze burgers in stand kunnen houden, maar tegelijkertijd ook goede informatie- en uitwisselingssystemen kunnen handhaven met een hoog niveau van gegevensbescherming.
Er zijn, zoals de voorzitter van de Raad al zei, mijns inziens een aantal vragen opgeworpen en een aantal misverstanden aan de orde geweest. Een aantal daarvan worden beantwoord in het verslag van Bruguière, dus ik zou u echt willen adviseren dat te lezen. Maar ik denk dat we moeten begrijpen en onthouden waarom er sprake is van een tussentijdse overeenkomst. Wat is de reden daarvan? SWIFT was in beweging, en we bevonden ons in een situatie waarin we niet beschikten over een regeling inzake de doorgifte van gegevens, waardoor de Raad en de Commissie snel actie hebben ondernomen om iets te regelen. De Verenigde Staten hebben een aantal concessies aan ons gedaan, en tevens kregen we van hen een aantal zeer goede mechanismen voor de bescherming van persoonsgegevens. Ook hebben twee van de betrokken lidstaten de Commissie gevraagd zich hierin te mengen om in deze de Europese dimensie te bewaken en bilaterale overeenkomsten te vermijden. Dit mogen we niet uit het oog verliezen.
Dit is een tussentijdse overeenkomst die, zoals ik al zei, verbeterd kan en zal worden. De Commissie en de Raad zijn zonder meer van plan het Europees Parlement volgens het Verdrag van Lissabon bij de permanente overeenkomst te betrekken. We hebben behoefte aan meer duidelijkheid omtrent het instellen van beroep, rechtmatige verwerking van persoonsgegevens en het wissen van gegevens. In de uiteindelijke overeenkomst zullen ook garanties zijn opgenomen met betrekking tot rectificaties en de toegang tot informatie.
De heer Lambrinidis vroeg waarom de Commissie hier nog niet over beschikte. Welnu, mijnheer Lambrinidis, de Commissie is pas sinds 16 uur en 20 minuten in functie. Dit is een uiterst belangrijk onderhandelingsmandaat. We moeten in de gelegenheid worden gesteld hier samen over te discussiëren, in de nieuwe Commissie, voordat we het volledige onderhandelingsmandaat opstellen ter bespreking met het Europees Parlement. We zijn nog maar net begonnen als Commissie, en u kunt derhalve niet van ons verwachten dat wij dit reeds gedaan hebben. Maar we zullen ervoor zorgen – en de heer Barroso heeft dit zeer helder verwoord in de brief aan de heer Buzek – dat we gaan werken aan het onderhandelingsmandaat. We zullen het zo spoedig mogelijk aan het Europees Parlement voorleggen en ons ervan vergewissen dat u gedurende dit hele proces volledig op de hoogte wordt gehouden.
Het is misschien wel een zeer goed idee om de stemming uit te stellen, en we hebben wellicht meer tijd nodig om over het mandaat te debatteren. U zult het onderhandelingsmandaat onder ogen krijgen, en u zult de tijd krijgen om de documenten, de verslagen en andere stukken te bestuderen, en de Commissie is bereid, zoals ik reeds zei, om met u en de Raad samen te werken aan een goede – en veel betere – permanente overeenkomst inzake dit onderwerp.
De Voorzitter. – Collega’s, de “blauwe kaart”-procedure is niet van toepassing tijdens presentaties van de Raad en de Commissie, maar het gaat hier om een uitermate belangrijke discussie. We moeten morgen een beslissing nemen.
Hoewel niet overeenkomstig het Reglement, wil ik u, fungerend voorzitter van de Raad, verzoeken op twee korte – ik benadruk korte – vragen van de heer Schulz en de heer Lambrinidis in te gaan – daar blijft het bij, aangezien we hierover nog uren door zouden kunnen debatteren.
Martin Schulz (S&D). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Rubalcaba, ik heb aandachtig naar u geluisterd, net als al mijn collega's in dit Parlement. U hebt de volgende woorden gebruikt: "Geef mij meer tijd om hierover te praten met mijn collega's in de Raad. Geef mij meer tijd om terug te komen met een betere overeenkomst." Ik wil u daarom heel concreet vragen of het klopt dat de Raad niet langer vasthoudt aan deze overeenkomst en aan de stemming over deze overeenkomst en dat u tijd wilt hebben om met de Verenigde Staten te onderhandelen over een nieuwe en verbeterde overeenkomst. Heb ik goed begrepen dat u dit zo gezegd hebt?
Stavros Lambrinidis (S&D). – (EN) Mijnheer de Voorzitter, is de Raad zich bewust van het feit dat SWIFT de afgelopen jaren niet één keer specifieke gegevens heeft doorgegeven, omdat het deze niet kan extraheren, en altijd gegevens in bulk overdraagt?
Is de Raad zich bewust van het feit dat er, juist om deze reden, een overeenkomst bestaat tussen de VS en SWIFT waarbij werknemers van SWIFT op het ministerie van Financiën worden gestationeerd om ervoor te zorgen dat de gegevens in bulk die het ministerie ontvangt niet op een “bulk” wijze onderzocht worden?
Is de Raad zich bewust van het feit dat het Parlement in de tussentijdse overeenkomst zelfs niet op de geringste wijze tegemoet wordt gekomen? Als ik het bij het juiste eind heb, en dit is wat ik hoop, zijn de Raad en de Commissie dan bereid het onderwerp betreffende de gegevens in bulk in het mandaat van de onderhandelingen uiterst serieus te nemen?
Alfredo Pérez Rubalcaba, fungerend voorzitter van de Raad. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, de Raad wil nogmaals beklemtonen dat het belangrijk is dat de stroom financiële gegevens tussen Europa en de Verenigde Staten niet wordt onderbroken.
Maar de Raad is zich er ook van bewust dat de bezwaren en de kritiek – en ook de suggesties – van de dames en heren Parlementsleden in aanmerking moeten worden genomen.
Daarom heb ik om tijd gevraagd, om samen met alle landen van de Europese Unie, met de verschillende lidstaten, te bestuderen hoe deze bezwaren in de nieuwe overeenkomst kunnen worden geïncorporeerd. En ik heb om tijd gevraagd – en dat is naar mijn mening belangrijker – om samen met de Verenigde Staten te onderzoeken hoe we een belangrijk deel van de bezwaren en de voorbehouden en de beperkingen die het Europees Parlement hier vanmiddag naar voren heeft gebracht in de nieuwe overeenkomst kunnen incorporeren, en ik denk dat die wil er bij de Verenigde Staten is. Kortom, tijd om in de definitieve overeenkomst een beter evenwicht tussen veiligheid en vrijheid te vinden, want daar hebben we het uiteindelijk over.
Ik wil tijd om die mogelijkheid te onderzoeken, zodat ik naar dit Parlement kan terugkomen, in een vergadering als deze, voordat u tot de stemming overgaat, om tegen het Parlement te zeggen: “De Commissie en de Raad hebben met de Verenigde Staten afgesproken om deze suggesties van het Europees Parlement in de nieuwe overeenkomst op te nemen”.
In die omstandigheden zal het debat waarschijnlijk heel anders zijn dan het debat dat we hier vanmiddag hebben gevoerd.
Manfred Weber (PPE). – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dit is heel nuttig. Hartelijk dank dat u deze mogelijkheid biedt. Aangezien wij over een gevoelige kwestie discussiëren, wil ik graag zeker weten of ik goed begrijp dat de heer Rubalcaba ons niet kan verzekeren dat de bestaande overeenkomst niet van kracht wordt. Met andere woorden, als we de zaak uitstellen en onszelf meer tijd geven, zal ze van kracht worden.
Daarom vraag ik het volgende: kan de heer Rubalcaba ons verzekeren dat er, bijvoorbeeld binnen een maand, een langetermijnovereenkomst op tafel ligt met strengere normen, of gaat de Raad ons vertellen dat we toch negen maanden moeten wachten tot het einde van de periode? Het Parlement kan moeilijk instemmen met een onvoorwaardelijke toezegging. Daarom moeten we duidelijke voorwaarden stellen aan de toezeggingen van de Raad, zodat we morgen eventueel een besluit over uitstel kunnen nemen.
Agustín Díaz de Mera García Consuegra (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, mag ik u danken voor het feit dat u het Reglement zo genereus toepast en twee verantwoordelijken van de Fractie van Socialisten en Democraten en ook twee verantwoordelijken van de Fractie van de Europese Volkspartij de mogelijkheid biedt om het woord te nemen.
Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, u hebt de vinger op de zere plek gelegd. In het grootste deel van het debat dat in dit Huis heeft plaatsgevonden zijn respectabele argumenten gebruikt. Ik respecteer alle woorden. Maar woorden die worden uitgesproken moeten een component hebben die op documenten berust, een informatieve component, een component waaruit kennis van de zaak blijkt, en het heeft me eerlijk gezegd nogal verbaasd om bepaalde opmerkingen te horen die op het tegendeel lijken te wijzen. Ik heb de indruk dat maar weinigen de overeenkomst die ze bekritiseren hebben gelezen, want als ze die wel hadden gelezen zouden ze op geen enkele wijze op basis van argumenten tot de conclusies hebben kunnen komen die ze hier hebben uiteengezet.
Daarom, mijnheer de Voorzitter, houdt mijn vraag verband met wat mijn collega Manfred Weber heeft gezegd en wat mevrouw Hennis-Plasschaert zelf in haar brief heeft geschreven (ze weet al dat ik voor het door laten lopen van de tussentijdse overeenkomst tijdens de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst ben). Zoals ik zeg heeft mevrouw Hennis-Plasschaert zelf in haar brief de vraag gesteld die Manfred Weber zojuist ook heeft gesteld. Kan de Raad garanderen dat dit Parlement, in juni in de commissie en in juli in de plenaire vergadering, de definitieve tekst krijgt voorgelegd, waarbij dit Huis kan deelnemen aan de besluitvorming over de nieuwe overeenkomst?
Alfredo Pérez Rubalcaba, fungerend voorzitter van de Raad. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, enkele afgevaardigden vragen mij naar concrete tijdstippen en de concrete inhoud.
Wat betreft de tijd is het duidelijk dat het schetsen van de contouren van een definitieve overeenkomst, of, anders gezegd, het aan dit Huis voorleggen van een aantal afspraken met de Verenigde Staten over het incorporeren van de bezwaren en suggesties van dit Huis in de overeenkomst, niet hetzelfde is als het voorleggen van een nieuwe overeenkomst aan dit Huis.
Als u mij vraagt of we dit Huis binnen een maand een nieuwe overeenkomst kunnen voorleggen, is het antwoord nee. Als u mij vraagt of we dit Huis binnen enkele maanden – niet veel – het resultaat van onze gesprekken met de Verenigde Staten kunnen voorleggen, met deelname door dit Parlement – wat denk ik substantieel is –, een resultaat dat ons in staat stelt om met elkaar te bespreken of we, zoals de Raad vindt, redenen hebben om te denken dat de definitieve overeenkomst veel beter zal zijn dan de overeenkomst die we nu hebben, is mijn antwoord ja. Ik denk dat we dat kunnen bewerkstelligen.
En dat is precies wat ik van u vraag. Daarom heb ik het niet concreet gehad over het voorstel van de rapporteur. Het is inderdaad waar dat ik dat voorstel vanmiddag niet heb genoemd, na het zien van het algemene klimaat hier en het beluisteren van de grote hoeveelheid handelingen of interventies tegen de ondertekening van de interim-overeenkomst. Omdat ik denk dat de dingen zijn zoals ze zijn, lijkt het me veel realistischer – ik herhaal het nog maar eens – om dit Huis te vragen om tijd, tijd om binnen – ik zou zeggen – drie maanden de contouren van een overeenkomst met de Verenigde Staten aan u voor te leggen, voor debat in dit Parlement, of beter gezegd, de elementen waarvan de Verenigde Staten en de Europese Unie (Commissie, Raad en Parlement) vinden dat ze in de definitieve overeenkomstmoeten worden opgenomen, waarover daarna zal worden onderhandeld.
Ik denk dat het debat in die omstandigheden radicaal anders zal zijn.
Jeanine Hennis-Plasschaert, rapporteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, veel zaken zijn besproken. Ik wil in het bijzonder ten overstaan van de heer Busuttil en de fungerend voorzitter onderstrepen dat de veiligheid van Europese burgers niet in het geding is als gevolg van het feit dat wij onze goedkeuring niet hebben verleend aan de tussentijdse overeenkomst. Ik ben van mening dat het zeer onterecht is om dit als een soort argument te gebruiken. Andere wetgevingsinstrumenten blijven beschikbaar voor een doelgerichte trans-Atlantische gegevensuitwisseling en, zoals Claude Moraes zei, niemand heeft in deze het morele gelijk.
Wat de brief van de Verenigde Staten betreft, daar is vanzelfsprekend en zonder twijfel waardering voor. Bent u echter ook niet van mening dat de verklaring dat de standpunten van het Parlement zullen worden gehoord en meegenomen, en dat er gehoor aan zal worden gegeven, niet bijzonder overtuigend is? Men verplicht zich nergens toe. Er wordt tevens verklaard dat dit enkel gebeurt als deze tussentijdse overeenkomst van kracht blijft, wat ik beschouw als pure chantage. Ik begin boos te worden, en dat betreur ik, maar dit debat werkt me langzaam maar zeker op mijn zenuwen.
Het TFTP is niet in overeenstemming met de sterkste Europese tradities ten aanzien van burgerlijke vrijheden, en kan ook niet als zodanig worden beschouwd. Het moet gezien worden als een afwijking van de Europese wetgeving en praktijk, en ik wil dat dit erkend wordt. Ik heb dit reeds eerder gezegd, en ik wil dit nogmaals duidelijk stellen. Ik wil ook vermelden dat niemand eraan twijfelt dat het noodzakelijk is dat de samenwerking tussen de VS en de EU wordt voortgezet en versterkt, maar de EU en de lidstaten, en met name de Raad, moeten krachtig optreden om hun eigen doelstellingen vast te leggen. In dat opzicht bevinden het Parlement en de Raad zich nog niet op één lijn.
Tot slot wil ik benadrukken dat dit alles gaat over Europese verantwoordelijkheid, en dat er een Europese oplossing moet worden gevonden. Het mag niet zo zijn dat Nederland en België de dupe van dit alles worden. Ik heb uw verklaringen nauwkeurig beluisterd, onder andere het verzoek voor meer tijd, en ik ben bereid dat verzoek voor te leggen aan de Conferentie van voorzitters, maar u heeft mij niet de garanties kunnen geven die ik wilde: deze waren te onduidelijk. Desondanks zal ik uw verzoek voorleggen aan de Conferentie van voorzitters, die later deze middag bijeenkomt.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt donderdag 10 februari 2010 plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Samenwerking met de Verenigde Staten in de strijd tegen het terrorisme is belangrijk, maar niet tot elke prijs. De overeenkomst met de Verenigde Staten inzake de doorgifte van financiële gegevens komt er min of meer op neer dat persoonlijke e-mails van alle Europese burgers zouden worden geopend en gelezen of dat hun complete e-mailverkeer gecontroleerd zou worden, onder het mom dat terroristen elkaar wel eens brieven of elektronische berichten zouden kunnen sturen. De overeenkomst waar wij over spreken, biedt geen waarborgen ten aanzien van de eerbiediging van persoonsgegevens en nog minder ten aanzien van het gebruik dat ervan kan worden gemaakt. Het risico dat er – simpelweg op last van een regering – inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van miljoenen onschuldige burgers of op volkomen legale financiële transacties van Europese ondernemingen, is onaanvaardbaar. Ik herinner mij nog goed de kwestie-Echelon, dit afluistersysteem dat zogenaamd bedoeld was voor militaire en veiligheidsdoeleinden en dat een geducht potentieel spionagesysteem op het gebied van de handel en de politiek bleek te zijn, gericht tegen de bondgenoten. Wij kunnen instemmen met een bepaalde uitwisseling, dat wil zeggen met een wederzijdse doorgifte van gerichte gegevens op verzoek van een rechterlijke instantie en binnen een specifiek kader. Wij willen SWIFT best helpen om uit de technische impasse te geraken die ervoor zorgt dat het uitsluitend 'gegevens in bulk' kan leveren, maar wij kunnen niet instemmen met deze overeenkomst.
Indrek Tarand (Verts/ALE), schriftelijk. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, wij raden onze collega's aan zich tegen dit verslag uit te spreken, teneinde de leden van de Raad en de Commissie de kans te geven een aantal aanpassingen door te voeren en daarmee hun standpunt te herzien. Wij hopen van harte dat zij deze kans zullen aangrijpen. Voor het overige: Frankrijk heeft onlangs besloten een oorlogsschip uit de Mistral-klasse aan Rusland te verkopen; wij denken dat het hier nog veel spijt van zal krijgen.
Zbigniew Ziobro (ECR), schriftelijk. – (PL) De terroristische dreiging neemt niet af. De recente poging van een zelfmoordterrorist om tijdens de vlucht van Europa naar de Verenigde Staten een vliegtuig op te blazen, laat zien dat er mensen bereid zijn honderden onschuldigen te doden uit naam van een fanatieke overtuiging. Het zou echter een vergissing zijn om terreurdaden uitsluitend te beschouwen als daden van desperate individuen. Want achter alle terroristen staat een organisatie die hen getraind, bewapend en gefinancierd heeft. Terrorisme kan alleen blijven bestaan als het goed georganiseerd is en daarvoor heeft het voornamelijk geld nodig. We mogen niet versagen in onze pogingen financiële transacties op te sporen en de bronnen te achterhalen van de middelen waarmee het terrorisme wordt gefinancierd. Doelmatige informatie-uitwisseling tussen regeringen en wederzijdse bijstand bij de identificatie van verdachte mensen en organisaties zijn van het grootste belang om de veiligheid van onze burgers te waarborgen. We zullen al het mogelijke moeten doen om ervoor te zorgen dat de uiteindelijke overeenkomst de nodige garanties voor de bescherming van persoonsgegevens bevat.
We mogen echter niet vergeten dat ons primaire doel de beperking van het terrorisme moet zijn, omdat terrorisme nog steeds een reële dreiging is, ook in Europa. Wanneer we over veiligheid praten mogen er geen politieke spelletjes worden gespeeld. Het Europees Parlement moet geen vertoning van zijn gezag maken door de tussentijdse overeenkomst met de Verenigde Staten betreffende het betalingsberichtenverkeer af te wijzen, want deze overeenkomst vergroot de veiligheid van ons continent.