Index 
Debatten
PDF 2891k
Woensdag 10 februari 2010 - Straatsburg Uitgave PB
1. Opening van de vergadering
 2. Recente aardbeving in Haïti (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen
 3. Situatie in Iran (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen
 4. Situatie in Jemen (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen
 5. Mensenhandel (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen
 6. Resultaten van de Top van Kopenhagen over klimaatverandering (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen
 7. Uitvoeringsmaatregelen (artikel 88 van het Reglement): zie notulen
 8. Voortgangsverslag 2009 betreffende Kroatië - Voortgangsverslag 2009 betreffende de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië - Voortgangsverslag 2009 betreffende Turkije (debat)
 9. Stemmingen
  9.1. Facultatieve en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten (wijziging van Richtlijn 2006/112/EG) (A7-0008/2010, David Casa) (stemming)
  9.2. EFRO: subsidiabiliteit van huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen (A7-0048/2009, Lambert van Nistelrooij) (stemming)
  9.3. Administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (A7-0006/2010, Magdalena Alvarez) (stemming)
  9.4. Wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (A7-0002/2010, Theodor Dumitru Stolojan) (stemming)
  9.5. Recente aardbeving in Haïti (B7-0087/2010) (stemming)
  9.6. Situatie in Iran (B7-0086/2010) (stemming)
  9.7. Situatie in Jemen (B7-0021/2010) (stemming)
  9.8. Mensenhandel (stemming)
  9.9. Resultaten van de Top van Kopenhagen over klimaatverandering (B7-0064/2010) (stemming)
  9.10. Bevordering van goed bestuur in belastingzaken (A7-0007/2010, Leonardo Domenici) (stemming)
  9.11. Gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie — 2009 (A7-0004/2010, Marc Tarabella) (stemming)
  9.12. Centrale doelstellingen voor de CITES-conferentie (stemming)
  9.13. Voortgangsverslag 2009 betreffende Kroatië (B7-0067/2010) (stemming)
  9.14. Voortgangsverslag 2009 betreffende de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (B7-0065/2010) (stemming)
  9.15. Voortgangsverslag 2009 betreffende Turkije (B7-0068/2010) (stemming)
 10. Stemverklaringen
 11. Rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag: zie notulen
 12. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering: zie notulen
 13. Overeenkomst EU/Verenigde Staten van Amerika inzake de verwerking en doorgifte van gegevens betreffende het betalingsberichtenverkeer van de EU naar de Verenigde Staten ten behoeve van het Programma voor het traceren van terrorismefinanciering (debat)
 14. Bodyscanners - Inzet van inlichtingendiensten in het kader van de strategieën voor terrorismebestrijding (debat)
 15. Situatie in Oekraïne (debat)
 16. Vragenuur (vragen aan de Raad)
 17. Samenstelling Parlement: zie notulen
 18. De gevolgen van de economische crisis voor de wereldhandel (debat)
 19. Vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Zuid-Korea (debat)
 20. Agenda van de volgende vergadering: zie notulen
 21. Sluiting van de vergadering


  

VOORZITTER: GIANNI PITTELLA
Ondervoorzitter

 
1. Opening van de vergadering
Video van de redevoeringen
  

(De vergadering wordt om 8.30 uur geopend)

 

2. Recente aardbeving in Haïti (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen

3. Situatie in Iran (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen

4. Situatie in Jemen (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen

5. Mensenhandel (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen

6. Resultaten van de Top van Kopenhagen over klimaatverandering (ingediende ontwerpresoluties): zie notulen

7. Uitvoeringsmaatregelen (artikel 88 van het Reglement): zie notulen

8. Voortgangsverslag 2009 betreffende Kroatië - Voortgangsverslag 2009 betreffende de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië - Voortgangsverslag 2009 betreffende Turkije (debat)
Video van de redevoeringen
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de gecombineerde behandeling van de verklaringen van de Raad en de Commissie over:

– het voortgangsverslag 2009 betreffende Kroatië [2009/2767(RSP)]

– het voortgangsverslag 2009 betreffende de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië [2009/2768(RSP)]

– het voortgangsverslag 2009 betreffende Turkije [2009/2769(RSP)]

 
  
MPphoto
 

  Diego López Garrido, fungerend voorzitter van de Raad. – (ES) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen zou ik nogmaals willen herhalen dat het fungerend voorzitterschap van de Raad zich vastberaden inzet voor de uitbreiding van de Europese Unie. Ons werk in dit verband zal in overeenstemming zijn met de hernieuwde consensus over de uitbreiding die in december 2006 in de Europese Raad werd bereikt, en ook met de conclusies van de Raad van 8 december 2009, die op hun beurt bekrachtigd werden door de Europese Raad.

Zoals wordt benadrukt in de onderhavige resolutie van het Parlement zal dit half jaar van fundamenteel belang zijn voor de onderhandelingen met Kroatië. Die zijn in hun slotfase beland, ofschoon er nog veel werk moet worden verzet om ze tot een goed einde te brengen. We hebben nog moeilijke hoofdstukken voor de boeg, zoals concurrentie, visserij, rechterlijke macht en grondrechten, milieu en buitenlands, veiligheid- en defensiebeleid. Bovendien zullen we sommige hoofdstukken die financiële consequenties hebben voorlopig moeten sluiten.

Er staat ons dus nog heel wat te doen. De nieuwe commissaris, de heer Štefan Füle, die vroeger collega van me was toen ik minister van Europese Zaken was – en ik zou hem hier welkom willen heten en willen gelukwensen met zijn benoeming - zal zijn handen vol hebben aan de kwestie van de uitbreiding met Kroatië, want wij willen volgende week al een eerste intergouvernementele conferentie houden op ministerieel niveau om de hoofdstukken visserij en milieu te openen. Dit zijn twee bijzonder belangrijke hoofdstukken die, zoals u zich kunt voorstellen, enorm veel werk en inzet zullen vergen.

Staat u mij toe u te herinneren aan de conclusies inzake Kroatië die de Raad heeft vastgesteld in de maand december. Ofschoon dit Parlement op de hoogte is van die conclusies zou ik toch een aantal punten willen beklemtonen. De Raad heeft Kroatië gelukgewenst met de belangrijke inspanningen die het zich in de loop van het vorig jaar getroost heeft, en met de vooruitgang die in algemene zin bereikt is. In zijn conclusies refereerde de Raad ook aan een reeks financiële maatregelen voor de toetredingsonderhandelingen met Kroatië en hij wees erop dat de onderhandelingen hun slotfase hadden bereikt.

Voorts heeft de Raad beklemtoond dat Kroatië op basis van de reeds gemaakte vorderingen tevens voortgang zou moeten maken op andere belangrijke gebieden, zoals het gerechtelijk stelsel, de overheidsorganen en de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad. Ook moet het de rechten waarborgen van de mensen die tot minderheden behoren, met inbegrip van het recht op terugkeer van vluchtelingen en de vervolging van oorlogsmisdaden, om op deze terreinen een overtuigende staat van dienst op te bouwen.

De Raad heeft tevens kennis genomen van de samenwerking van Kroatië met het Internationaal Straftribunaal voor voormalig Joegoslavië, ofschoon hij het wel noodzakelijk vond die samenwerking uit te diepen. Wij denken dat we onze doelstellingen op dit gebied kunnen verwezenlijken.

Verder zijn we natuurlijk ook blij met de ondertekening van de arbitrageovereenkomst over het grensgeschil tussen Kroatië en Slovenië. Die overeenkomst is op 4 november van het vorig jaar in Stockholm ondertekend en het Kroatische parlement heeft haar op 20 november geratificeerd. De Raad heeft Kroatië aangespoord van deze vooruitgang gebruik te maken om alle hangende bilaterale problemen op te lossen, met name de grensgeschillen.

De Raad is ook verheugd dat in december – dus iets meer dan een maand geleden – een werkgroep werd opgericht voor de opstelling van het ontwerptoetredingsverdrag van Kroatië. Tenslotte zal de uitvoering van het herziene toetredingspartnerschap van groot belang zijn om de eventuele opneming in de Europese Unie voor te bereiden.

Daar wij een gecombineerd debat voeren over Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Turkije, zou ik willen zeggen dat de Westelijke Balkan een van de prioriteiten is van de Europese Unie. De stabiliteit van deze regio is voor ons van vitaal belang. Dit jaar, 2010, zullen we kunnen zien dat er verschillende mijlpalen in de overgang van deze regio bereikt worden: voortgang met betrekking tot de aanvragen tot toetreding – die hier zo juist al ter sprake zijn gekomen - een nieuwe stimulans voor het netwerk van stabilisatie- en associatieovereenkomsten, nauwere regionale samenwerking en voortgang op het gebied van visumliberalisering.

We weten dat het perspectief van toetreding tot de Unie – het zogenaamde Europees perspectief van de Westelijke Balkan – de voornaamste katalysator is voor stabiliteit en hervorming in deze landen. Het gaat inderdaad om een perspectief, een reëel perspectief, maar niet om een vanzelfsprekend recht.

Wat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreft wil ik allereerst een beeld geven van de algemene situatie van dat land. Ik zal me daarbij baseren op de resolutie van het Europees Parlement, waarvan de heer Zoran Thaler rapporteur is. In deze resolutie wordt heel goed weergegeven hoe dynamisch de situatie is, hoeveel mogelijkheden de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft. Daarin worden de vele uitdagingen benadrukt waarmee het land geconfronteerd wordt: de hoge mate van niet-naleving van de wetgeving, de corruptie, de follow-up van de aanbevelingen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten, de toewijzing van middelen voor een doeltreffende decentralisering, de toegang tot justitie, een grotere deelname van vrouwen aan de politiek, de steun aan organisaties uit het maatschappelijk middenveld, aanhoudend hoge werkloosheidscijfers, milieuproblemen, enzovoorts.

In de resolutie wordt er nadrukkelijk op gewezen hoe belangrijk het is een tijdschema te hebben voor de opening van de onderhandelingen, en ook hoe belangrijk het is dat er een gemeenschappelijke wens is om zo snel mogelijk een aanvaardbare oplossing te vinden voor de kwestie van de naam van het land die, zoals bekend, aanleiding is tot het huidige geschil met Griekenland.

Ik zou een aantal opmerkingen willen maken over kwesties die verband houden met bepaalde ontwikkelingen die u in uw resolutie aan de orde stelt, zoals bijvoorbeeld de gemeenteraadsverkiezingen van maart en april – de OVSE was van mening dat die in overeenstemming waren met de vastgestelde normen – en de zesde Stabilisatie- en Associatieraad van juli 2009, die we hebben afgesloten en waaruit is gebleken dat het land daadwerkelijk de verplichtingen was nagekomen die het was aangegaan in die overeenkomst. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is zich blijven inzetten voor haar betrekkingen met de Europese Unie, reden waarom de Europese Commissie van oordeel was dat het land daadwerkelijk vooruitgang heeft geboekt en heeft aanbevolen een begin te maken met de toetredingsonderhandelingen.

In zijn conclusies van december vorig jaar erkende de Raad deze voortgang waar de Commissie op doelde, en hij besloot om de kwestie weer op te pakken in de loop van de volgende maanden. Zoals u weet, heeft het Europees Parlement kennis genomen van die conclusies van de Raad van 8 december 2009.

Overigens is op 19 december, overeenkomstig het Schengensysteem, de visumliberalisering voor burgers afkomstig uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van kracht geworden.

Dan is er nog een aantal concrete punten met betrekking tot de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die vermeld moeten worden: de kwestie van de interetnische verhoudingen, de meningsverschillen tussen de Slavische inwoners van Macedonië over de “oudheid” van het land, of de verschillende gezichtspunten inzake de wijze waarop de betrekkingen met de buurlanden moeten worden onderhouden. Al deze onderwerpen komen aan de orde in de verschillende paragrafen van de resolutie van dit Parlement.

Om kort te gaan zou ik willen zeggen dat een aantal zaken speciale aandacht verdient, afgezien van het aannemen en uitvoeren van wetten. Er zijn ook kwesties die vallen onder het kaderakkoord van Ohrid, andere zijn van zuiver nationale aard en weer andere houden verband met de buurlanden van Macedonië.

In de Europese instellingen zijn wij van mening dat de toekomst van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië nauw verband houdt met zijn plaats binnen de Europese Unie, en dat dit streven gestalte dient te krijgen in de vorm van een volwaardige nationale integratie aan de hand van hetgeen in Ohrid is overeengekomen. Dat is wat de Europese Unie denkt en zal blijven denken.

Ten slotte zou ik van de gelegenheid gebruik willen maken om de stand van zaken in de onderhandelingen met Turkije nader te bekijken, en om de plannen van het Spaanse voorzitterschap met betrekking tot deze belangrijke uitbreidingskwestie te presenteren.

Het is belangrijk – dat wil ik meteen al zeggen – dat we de onderhandelingen met Turkije voortzetten, dat we dit proces gaande houden. Op basis van het werk van vorige voorzitterschappen hopen wij iedereen te overtuigen van de noodzaak om zoveel mogelijk vooruitgang te bereiken in dit proces.

De onderhandelingen zijn in een fase gekomen die je iets gecompliceerder of iets problematischer zou kunnen noemen, waarin Turkije zijn inspanningen moet verdubbelen om aan de gestelde voorwaarden te voldoen. We hebben in de onderhandelingen een aantal hoofdstukken voor de boeg die in technisch opzicht niet gemakkelijk zijn. Van belang is echter – en dat wil ik ook van meet af aan gezegd hebben – dat Turkije voortgang maakt met de hervormingen in verband met de Europese Unie.

Op het ogenblik is, zoals de nieuwe commissaris heel goed weet, het technisch werk gericht op een viertal onderhandelingshoofdstukken: overheidsopdrachten, concurrentie, voedselveiligheid, veterinair en fytosanitair beleid, en sociaal en werkgelegenheidsbeleid. Van belang is ook – dat moeten we onderstrepen – het energiehoofdstuk dat extra relevant is geworden na de sluiting van de Nabucco-overeenkomst.

Op zijn laatste plenaire vergadering heeft het Parlement gedebatteerd over Turkije, en met name over de democratisering in dat land. Er is een tegenstelling tussen enerzijds dat proces van democratisch initiatief, zoals de Turkse regering het noemt, en anderzijds een aantal verontrustende beslissingen, zoals de recente beslissing van het constitutioneel hof inzake het verbod op een politieke partij, dat hier ook genoemd is en dat een bijzonder gevoelige kwestie is.

Daarom zijn, ondanks de gemaakte voortgang, meer inspanningen vereist om ervoor te zorgen dat Turkije op een aantal terreinen geheel voldoet aan de criteria van Kopenhagen. Ik noem de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, de volledige godsdienstvrijheid voor alle geloofsgemeenschappen, de eerbiediging van de eigendomsrechten, de vakbondsrechten en de rechten van de mensen die tot minderheden behoren, het civiel toezicht op de strijdkrachten, de rechten van vrouwen en kinderen en de maatregelen ter bestrijding van discriminatie en ter bevordering van gendergelijkheid. Dit komt duidelijk tot uitdrukking in zowel de resolutie van het Parlement als de conclusies van de Raad van 8 december.

Dan zou ik nog enkele andere aspecten van de conclusies van de Raad willen noemen. Zo heeft de Raad nadrukkelijk gewezen op de noodzaak dat Turkije zich er duidelijk toe verplicht goede nabuurschapsbetrekkingen te onderhouden en conflicten op vreedzame wijze te beslechten, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, waarbij het zo nodig een beroep kan doen op het Internationaal Gerechtshof. In dit verband heeft de Unie er tijdens bilaterale bijeenkomsten met Turkije op aan gedrongen dat Turkije ieder risico, iedere bron van wrijving of ieder optreden dat de betrekkingen van goed nabuurschap en een vreedzame oplossing van conflicten zou kunnen schaden, vermijdt.

De Raad heeft ook tot zijn spijt geconstateerd dat Turkije nog niet heeft voldaan aan het aanvullend protocol bij de associatieovereenkomst, het zogenaamde Protocol van Ankara, en dat het nog onvoldoende voortgang heeft gemaakt met het normaliseren van de betrekkingen met de Republiek Cyprus.

In het eerste halfjaar van 2010 zullen wij in de Associatieraad en in het Associatiecomité met Turkije de balans kunnen opmaken van de voortgang van onze betrekkingen. Het zal een goede gelegenheid zijn om belangrijke problemen onder de loep te nemen, zoals de politieke criteria, de vorderingen in de aanpassing van het intern recht en de toepassing van het acquis.

Dan is er ook een reeks bijeenkomsten gepland voor de politiek dialoog op ministerieel niveau tussen politieke leiders, die ons de gelegenheid zullen geven om onze betrekkingen te analyseren in hun brede internationale context. In dat verband hoopt de Raad eveneens dat Turkije steun zal geven aan de lopende onderhandelingen in het kader van de Verenigde Naties over de eerder genoemde kwestie, namelijk het probleem van Cyprus, overeenkomstig de relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad en in overeenstemming met de beginselen waarop de Unie gebaseerd is.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik zal met genoegen kennis nemen van uw standpunten. Ook zal ik ingaan op uw opmerkingen en uw vragen beantwoorden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Ik geef nu het woord aan commissaris Füle. Ik wil hem tevens feliciteren omdat dit zijn eerste dag in functie is.

 
  
MPphoto
 

  Štefan Füle, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ten eerste ben ik zeer verheugd dat mijn allereerste officiële optreden sinds het aanvaarden van mijn ambt enkele uren geleden hier in het Europees Parlement plaatsvindt. Ik vind het ook een geweldige samenloop van omstandigheden dat het allereerste debat dat in dit Parlement met de nieuwe Commissie wordt gevoerd, over uitbreiding gaat. Ten derde ben ik erg blij dat het Europees Parlement zijn sterke steun voor uitbreiding heeft uitgesproken in drie verslagen.

De resoluties bewijzen dat het Europees Parlement gehecht is aan de toetredingsperspectieven van Kroatië, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Turkije. Zij zijn een duidelijk signaal dat uitbreiding een topprioriteit van het Europees Parlement blijft, en samen met mijn collega's zal ik mijn uiterste best doen om dit succesverhaal voort te zetten. Ik ben zeer verheugd dat mijn vriend, staatssecretaris López Garrido, zojuist namens de Raad en zijn voorzitterschap de volledige steun voor dit proces heeft bevestigd.

Voor wat Kroatië betreft heb ik waardering voor het eerlijke en evenwichtige verslag van het Parlement en wil ik de heer Hannes Swoboda, de rapporteur, hiermee feliciteren. In het verslag wordt de vooruitgang benadrukt die door Kroatië is gemaakt bij het streven naar eerbiediging van de toetredingscriteria, maar worden tegelijkertijd de inspanningen genoemd die nog steeds nodig zijn voor het afronden van de onderhandelingen. Uw verslag versterkt zo de boodschappen en ondersteunt het door de Commissie verrichte werk. Ik wil hier onderstrepen dat het het nog steeds mogelijk is de onderhandelingen in 2010 af te ronden, mits Kroatië vorderingen maakt bij het streven naar de eerbiediging van alle resterende criteria. De bal is duidelijk op de helft van Kroatië.

Kroatië heeft de afgelopen jaren een lange weg afgelegd maar moet nog steeds belangrijke problemen aanpakken. Hier zijn we het met elkaar eens over de beoordeling. Kroatië moet zich met name richten op de verdere hervorming van zijn rechterlijke macht en openbaar bestuur, de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, het respecteren van de rechten van minderheden, inclusief de terugkeer van vluchtelingen, en op de vervolging van oorlogsmisdaden en een volledige medewerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië.

De recente ontwikkelingen bij het bestrijden van corruptie hebben ons bemoedigd. We hopen dat het onderzoek naar wandaden tot concrete resultaten leidt. Voor wat de medewerking met het ICTY betreft, die een basisvereiste is, heeft hoofdaanklager Brammertz bevestigd dat er nog steeds geen volledige medewerking is. Maar hij noemde wel recente positieve stappen, zoals het opzetten van een task force die de onderzoeksinspanningen moet intensiveren. Ik hoop dat het werk van de task force spoedig tot concrete resultaten zal leiden. Tot slot heeft de arbitrageovereenkomst van november 2009 tussen Slovenië en Kroatië over het bilaterale grensgeschil een nieuwe impuls gegeven aan het onderhandelingsproces, en ik vertrouw erop dat Kroatië deze impuls zal aangrijpen door zijn inspanningen voor het oplossen van de resterende hangende kwesties te intensiveren.

Wat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreft was 2009 een goed jaar voor het hervormingsproces. Dankzij de politieke consensus tussen alle grote politieke krachten kon het land aanzienlijke vooruitgang maken op belangrijke gebieden. Het heeft visumliberalisering bereikt en de Commissie kan de opening van de toetredingsonderhandelingen aanbevelen. Het verheugt mij dat er een sterke consensus is tussen het Parlement en de Commissie over het feit dat de toetredingsonderhandelingen moeten beginnen. Dit komt tot uitdrukking in het constructieve en vooruitziende verslag van de heer Thaler. Nu staat het land voor de uitdaging de vaart in het hervormingsproces erin te houden.

Hoewel het land heeft voldaan aan de politieke criteria, moet er nog steeds veel werk worden verricht. Een gemeenschappelijke visie op de toekomst en een effectieve politieke dialoog tussen de politieke krachten zijn van essentieel belang om vooruitgang te waarborgen. Met name zijn nog steeds inspanningen vereist om de Ohrid-kaderovereenkomst volledig uit te voeren en de interetnische betrekkingen te verbeteren, de rechtsstaat en een onafhankelijke rechterlijke macht te waarborgen en om corruptiezaken op hoog niveau met succes te vervolgen.

De economische crisis heeft het land niet onberoerd gelaten. Helaas kende het land al een van de hoogste werkloosheidspercentages van Europa. Nu is er meer dan ooit behoefte aan een verstandig macro-economisch beheer en maatregelen voor een actieve arbeidsmarkt om de werkloosheid binnen de perken te houden en vervolgens te verlagen.

Ik ben er net als u van overtuigd dat de opening van de toetredingsonderhandelingen van groot belang is om de vaart in de hervormingen erin te houden. Net zo belangrijk is echter dat daarmee het Europees perspectief voor de bredere regio zal worden versterkt. Dit is daarom in het strategisch belang van de Europese Unie, en dit is de boodschap die ik aan de lidstaten en aan het land zal doorgeven zodat het proces wordt voortgezet.

Voor wat Turkije betreft, wil ik uw rapporteur, mevrouw Oomen-Ruijten, bedanken voor haar niet nalatende inspanningen om een eerlijke en evenwichtige benadering in haar verslag over Turkije tot stand te brengen. De Commissie blijft gehecht aan het toetredingsproces met Turkije, omdat dit proces een sterke stimulans is voor politieke en economische hervormingen.

Het werken aan de politieke criteria blijft uiterst belangrijk, met name voor wat de fundamentele vrijheden betreft. In het afgelopen jaar zijn enkele historische hervormingen doorgevoerd. Sommigen daarvan waren enkele jaren geleden nog welhaast ondenkbaar. Afgelopen week werd het veiligheidsprotocol op grond waarvan het leger zonder toestemming kon ingrijpen bij veiligheidsdreigingen, nietig verklaard. Dit is een historische prestatie in de civiel-militaire betrekkingen. We zullen het vervolg van deze toenadering nauwgezet volgen. Veelbelovend zijn eveneens de indiening van een ontwerpwet inzake de oprichting van een onafhankelijk mensenrechteninstituut en de langverwachte anticorruptiestrategie, die in principe op 21 januari jongstleden door de Turkse regering is aangenomen.

We blijven de democratische openstelling steunen die door de regering op gang is gebracht. Het welslagen van dit initiatief vereist de deelname en steun van alle politieke partijen en alle segmenten van de maatschappij. De Commissie is echter bezorgd over het besluit van het constitutioneel hof om de pro-Koerdische partij in het parlement, de DTP, op te heffen. We betreuren eveneens de aanhoudingen die eind december plaatsvonden in het zuidoosten. We veroordelen de terroristische aanslagen die tegelijkertijd plaatsvonden. Geen van deze ontwikkelingen is echt bevorderlijk voor een succesvolle implementatie van de democratische openstelling.

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, auteur. (DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst zou ik de Raad en de commissaris hartelijk willen bedanken voor hun verklaringen, met name over Kroatië. Daaruit blijkt dat zowel de Raad als de Commissie dit proces zo snel mogelijk willen afsluiten. Ik ben het met de commissaris ook eens dat de onderhandelingen met voldoende goede wil en met de juiste beleidskeuzes tegenover Kroatië nog dit jaar kunnen worden afgesloten. Het is echter natuurlijk primair aan Kroatië om de nodige stappen te zetten.

Ik zou op één punt heel duidelijk willen wijzen: juist in de afgelopen tijd heeft Kroatië veel vooruitgang geboekt, met name in verband met corruptie. Het heeft bewezen dat niemand boven de wet staat en dat de strijd tegen corruptie voor iedereen geldt. Dat is een belangrijk signaal. Kroatië is er ook in geslaagd om een overeenkomst met Slovenië te sluiten, en heeft die in het parlement ook vrij snel geratificeerd. Dat toont wel aan dat men absoluut bereid is om samen de nodige maatregelen te nemen. Ik hoop dat dit ook in Slovenië binnenkort gebeurt. Ik ben er van overtuigd dat de Sloveense regering volledig achter deze overeenkomst staat, en ik hoop dat de binnenlandse politieke problemen snel kunnen worden opgelost, zodat deze tekst daadwerkelijk kan worden geratificeerd.

Toch is er nog heel wat werk aan de winkel. Er is al gezegd dat de strijd tegen corruptie een belangrijk punt is, en dat gaat niet van vandaag op morgen. In dat verband moeten er nog heel wat vragen worden beantwoord. Ik ben er echter vast van overtuigd dat de regering en de bevoegde instanties bereid zijn om deze strijd zonder politieke bemoeienis voort te zetten.

Dan is er nog de kwestie van de justitiële hervorming: het gaat namelijk niet alleen om de strijd tegen corruptie, maar ook om allerlei andere zaken, zoals de opleiding van rechters. Kroatië moet nog een aantal stappen zetten om de rechterlijke macht te moderniseren, en ik hoop dat dit binnenkort gebeurt.

Ik wil ook ingaan op de samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor voormalig Joegoslavië (ICTY). De heer Füle heeft de situatie nauwkeurig en correct beschreven. De heer Brammertz heeft in de vergadering van onze Commissie buitenlandse zaken bevestigd dat er in dat verband heel veel wordt gedaan. Er wordt nog gezocht naar een aantal documenten voor het proces tegen generaal Gotovina, maar de heer Brammertz heeft zelf moeten vaststellen dat hij niet weet of die documenten nog wel bestaan. Misschien zijn ze al vernietigd, en misschien hebben ze niet eens allemaal bestaan. Ik hoop desondanks dat Kroatië al het nodige in het werk zal stellen. Ik hoop dat de task force die de commissaris heeft genoemd, veel steun krijgt, ook van deskundigen uit andere landen. Daarmee willen wij echter niet vooruitlopen op de feiten. Dit betekent niet automatisch dat we het licht op groen zetten voor de aspiraties van Kroatië maar ik denk wel dat er op dit vlak heel veel vooruitgang is geboekt. Ik hoop dat in de komende weken of maanden de laatste details nog aan het licht zullen komen, om de heer Brammertz ervan te overtuigen dat het land volledig meewerkt.

Er is ook al veel gebeurd in verband met de terugkeer van vluchtelingen, respectievelijk intern ontheemden. Er zijn nog een aantal detailproblemen die niet zo makkelijk op te lossen zijn. Wanneer mensen bijvoorbeeld zijn gevlucht uit huizen die niet hun eigendom waren, die ze huurden, zoals gesubsidieerde woningen, die in het vroegere Joegoslavië nog gebruikelijk waren, is het moeilijk om de terugkeer dusdanig te organiseren dat deze mensen weer een woning krijgen. Veel mensen willen in principe wel terugkeren, maar dan komen ze in regio’s terecht waar de werkloosheid toch al hoog is, en daar komt dan nog de economische crisis bij. Dan is het wel begrijpelijk dat ze toch niet in grote getale terugkeren.

In zoverre hebben we dus heel veel vooruitgang geboekt. Ik ben er van overtuigd dat de huidige regering ook de laatste stappen nog zal zetten, en hoop natuurlijk dat de oppositie dat ook zal doen. Het is namelijk heel belangrijk, en dat is in het recente verleden ook in Kroatië toch telkens weer gebleken, dat we Europese vraagstukken samen aanpakken. Een ruime meerderheid moet achter het aanpakken van de problemen staan, en ondanks alle meningsverschillen heel duidelijk zeggen: onze weg leidt naar Europa, en wel zo snel mogelijk!

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler, auteur. − (SL) 2009 was een goed jaar voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als kandidaat-lidstaat. Dat bevestigen de Commissie van de Europese Unie en beide voorzitterschappen, het Zweedse en het Spaanse, en dat heb ook ik in mijn ontwerpverslag bevestigd.

De autoriteiten in Skopje hebben de belangrijkste prioriteiten van het partnerschap voor toetreding, de zogenaamde benchmarks, behandeld en vervuld. Ten tweede was FYROM het eerste land in de regio dat aan alle voorwaarden voor visumliberalisering voldeed. Dit was reeds in juli vorig jaar het geval en het visumvrije stelsel is op 19 december in werking getreden. Het land heeft zijn grensgeschil met Kosovo opgelost en werkt succesvol samen in regionale initiatieven, zoals CEFTA en het Zuidoost-Europese samenwerkingsproces. Het werkt goed samen met het Internationale Straftribunaal voor voormalig Joegoslavië in Den Haag. Vorige week heeft het parlement de resolutie over Srebrenica goedgekeurd.

Wat willen we in dit Parlement bereiken met deze resolutie en met mijn verslag over de vooruitgang van FYROM? We willen vooral helpen. We willen FYROM helpen om de weg van stabiliteit naar de Europese Unie in te slaan. We moeten ons ervan bewust zijn dat het de enige voormalige Joegoslavische republiek is die erin slaagde de oorlogen van Miloševič te vermijden.

Ten tweede willen we onze lidstaat Griekenland helpen en zo de hele Europese Unie. We moeten beseffen dat een land alleen wel vaart als zijn buurlanden wel varen. Dat is een empirisch feit dat kan worden bewezen. Daarom roep ik onze vrienden in Griekenland op om samen met de regering in Skopje dat probleem op te lossen en zijn aanpak met betrekking tot de noordzijde van zijn grens te versoepelen. Laat Griekenland een ware, eerlijke en ruimdenkende leider, mentor en sponsor van de Balkan zijn. Dat heeft de huidige Balkan nodig.

In dat opzicht zou ik graag Agenda 2014 willen verwelkomen, een initiatief dat de nieuwe Griekse regering van de heer Papandreou heeft opgestart. Proficiat met dit initiatief! Ik steun Griekenland. Laten we alles doen om dat doel te bereiken. Laten we onze solidariteit tonen, zowel met Griekenland, onze lidstaat, als met FYROM. Solidariteit moet wederzijds zijn.

We moeten weten dat de Balkan als een fietstocht is. Zolang het beweegt, vooruitgaat, is alles min of meer in orde. Maar wanneer het stopt, wanneer er iets blokkeert, wanneer het in een impasse terechtkomt, vallen we, vallen we allemaal. Dat betekent het einde van vrede, stabiliteit, veiligheid en sociale cohesie.

Tot slot wil ik graag nog dit benadrukken: FYROM is al sinds 2005 kandidaat-lidstaat. We moeten ons allemaal bewust zijn van de gevolgen van wat we beslissen – en van wat we niet beslissen. Telkens wanneer ik in Skopje ben, vertel ik hun dat zij de verantwoordelijkheid hebben om een oplossing met hun buurland Griekenland te vinden.

Laten we daarom ook van hieruit de autoriteiten in Skopje, Athene en Sofia oproepen, net als het Spaanse voorzitterschap, commissaris Füle, de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, mevrouw Ashton, en het Parlement om alles in het werk stellen en, eenieder volgens zijn eigen bevoegdheden, te helpen bij de oplossing van dit probleem. Hiermee zullen we een andere, betere Balkan bereiken dan we de voorbije 20 jaar hebben gezien.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten, auteur. − Laat mij beginnen met een hartelijk welkom uit te spreken aan commissaris Füle. Proficiat met uw benoeming en ik kijk oprecht uit naar een goede samenwerking.

Voorzitter, ik bedank graag alle collega's die het met hun constructieve bijdrage aan het verslag mogelijk hebben gemaakt dat wij elkaar op de meeste punten hebben kunnen vinden. En ik zeg nogmaals dat het mijn doel als rapporteur voor dit Parlement is om ons een duidelijke, gebalanceerde en coherente boodschap te laten uitdragen. Dat kan naar mijn gevoel alleen met een brede meerderheid die wij samen zoeken.

Voorzitter, ik heb in feite drie boodschappen aan Turkije. Allereerst, en daar begint ook het verslag mee, het open debat, de grondwet en de handhaving van de wetgeving. Ik begin met dat open debat, de democratic opening. Heel objectief verwelkomen wij dat brede debat dat de Turkse regering vorig jaar op gang bracht, waar het gaat over de rechten van de Koerden, de alevi's, de rol van het leger, etc.

Voorzitter, de uitspraak van het constitutioneel hof in december jongstleden maakte echter dat er weer terreuraanslagen waren. Er was een golf van arrestaties van DTP-leden en er zijn nog steeds dreigende arresten van parlementsleden. Het open en positieve debat dat er sinds de zomer was lijkt daarmee voortijdig tot een einde te komen. En natuurlijk, Voorzitter, als volksvertegenwoordiger heb ik respect voor uitspraken van het recht, maar ik begrijp wel dat het constitutionele hof over het verbod op partijen ook gezegd heeft: ga nu voortvarend aan de gang met de aanbeveling van de Raad van Europa en de Venetië-commissie. Dus doe dat, vraag ik aan Turkije, zorg dat dit soort ongelukken niet meer gebeuren.

Voorzitter, dat brengt mij tot een andere uitspraak van het hof, en wel de annulering van de wet op de beperking van de jurisdictie van de militaire rechtbank. Die uitspraak kunnen wij als parlementariërs niet bekritiseren, maar het geeft wel eens te meer aan dat de basis van die uitspraken, de grondwet, niet deugt, in die zin dat - en ik moet mij voorzichtig uitdrukken - die in elk geval aanleiding geeft tot deze uitspraak. Dat is de reden dat wij met zijn allen nogmaals zeggen: kom nu snel met een grondwetsherziening, want dat alleen brengt de echte hervormingen die zo nodig zijn voor die modernisering van de Turkse samenleving, naderbij.

Voorzitter, een derde en ook fundamenteel punt is de implementatie en de handhaving van wetgeving die is aangenomen. Met name op het gebied van vrouwenrechten, godsdienstvrijheid, mishandeling van verdachten moeten die vastgelegde standaarden ook in heel Turkije worden aangehouden. Voorzitter, dus voor die handhaving vraag ik extra aandacht.

Wat betreft de amendementen. Cyprus, ik heb met de schaduwrapporteurs gezocht naar een duidelijk en breed gedragen compromis. Turkije moet weten dat het aanvullend protocol, dat is zo afgesproken, zonder vertraging geaccepteerd moet worden. In paragraaf 34 heb ik alle partijen opgeroepen om ervoor te zorgen dat er een oplossing komt voor de deling van Cyprus. Ik vraag dan ook in paragraaf 34 specifiek aan Turkije om positieve signalen.

Voorzitter, in een nieuwe paragraaf 48 onderstrepen wij de inzet van beide leiders om de moed te hebben om snel te komen met een oplossing voor het eiland, dat is absoluut nodig. En tegen Marije Cornelissen zeg ik: het is wellicht wat overbodig, maar jouw amendement over het geweld tegen vrouwen zal zoals beloofd ook door de EVP-Fractie worden ondersteund.

Voorzitter, tot slot herhaal ik nogmaals dat het ook dit jaar mijn doel is om met dit verslag een hele duidelijke boodschap af te geven die kritisch is, maar wel evenwichtig. En ik denk dat wanneer wij dat met een grote meerderheid aanvaarden, wij dan ook voor Turkije een goede oplossing vinden in het moderniseren en het welvarend maken van dat land voor alle burgers.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, het is wel duidelijk wat we van de Raad en de Commissie verwachten: we verwachten dat de onderhandelingen met Kroatië nog dit jaar worden afgesloten, en dat ze met Macedonië nog dit jaar worden geopend. Dat betekent ook dat we erkennen dat het beleid inzake minderheden in beide landen beter is dan in veel lidstaten van de Europese Unie, en dat in beide landen alle minderheden en volksgroepen in de regering vertegenwoordigd zijn. Ook de kwestie van de terugkeer van ontheemden, mijnheer de commissaris, is in Kroatië zo goed geregeld dat dit andere staten tot voorbeeld kan dienen, als ik dat mag zeggen. Daarom wil ik in alle duidelijkheid zeggen dat we deze landen natuurlijk wel kunnen vertellen dat ze nog meer moeten doen, maar het is echt niet redelijk om te beweren dat Kroatië nu aan zet is. Kroatië heeft de grensovereenkomst geratificeerd, en ik wil me aansluiten bij de heer Swoboda, die een beroep op het Sloveense parlement heeft gedaan om dit nu ook te doen. De Raad heeft drie hoofdstukken in de onderhandelingen nog niet geopend. Ik doe een beroep op de Spaanse vertegenwoordigers van de Raad om dit nog onder het Spaanse voorzitterschap te doen. Dan kan Kroatië de onderhandelingen nog dit jaar afsluiten, wanneer het fair wordt beoordeeld.

Macedonië is geblokkeerd vanwege de naamskwestie, en dat is rampzalig. Ook bij deze kwestie is echter niet alleen Macedonië aan zet, maar ook een lidstaat van de EU, die verantwoordelijk is voor deze door het internationale recht niet gedekte blokkade. Ik zou in alle duidelijkheid willen zeggen dat wij als EU wel geloofwaardig moeten blijven. Dat betekent dat we weliswaar eisen mogen stellen aan anderen, maar dat we ons ook aan onze eigen maatstaf moeten laten meten. Anders verspelen we onze geloofwaardigheid. Volgens mij is het essentieel ernaar te streven dat we na de lange en moeizame weg nog dit jaar in dit Parlement over Kroatië kunnen stemmen. Dan kunnen ook de waarnemers komen, zoals we indertijd blij waren met de komst van de waarnemers uit Tsjechië, Slovenië en Hongarije. Ik hoop dat er in dat land al volgend jaar, of het jaar daarna, Europese verkiezingen plaats kunnen vinden en tussen ons dan collega’s uit Kroatië zitten, die de weg vrijmaken voor de toetreding van andere landen in Zuidoost-Europa, en primair van Macedonië.

 
  
MPphoto
 

  Kristian Vigenin, namens de S&D-Fractie.(BG) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Füle, ook ik wil u graag gelukwensen met uw benoeming als nieuw lid van de Europese Commissie en zeggen dat het in feite een belangrijk teken kan zijn dat juist op deze dag het eerste debat in dit Parlement met de nieuwe Commissie over uitbreiding gaat.

Eigenlijk hoeven we niet te herhalen dat uitbreiding een van de meest succesvolle beleidsterreinen van de Europese Unie is gebleken. Ik wens u heel veel succes. Ons Parlement zal zijn uiterste best doen u op dit beleidsterrein te steunen, omdat wij allen hier in het Europees Parlement de grootste voorstanders zijn van de uitbreiding van dit gebied van veiligheid, welvaart en burgerrechten dat de Europese Unie is.

In dit opzicht denk ik dat in de verklaringen van de drie rapporteurs duidelijk de nadruk wordt gelegd op het belangrijke werk dat door de Commissie buitenlandse zaken en door de rapporteurs persoonlijk is gedaan. Ik wil hen daarmee complimenteren en zeggen dat de drie verslagen die we vandaag behandelen door een overgrote meerderheid in de Commissie buitenlandse zaken zijn goedgekeurd. Ik denk dat dit ook vandaag het geval zal zijn.

Ik wil benadrukken dat wij – hoewel het algemene debat onze boodschap waarschijnlijk enigermate zal afzwakken – onze verslagen willen gebruiken om de drie landen het zeer duidelijke signaal te geven dat we ons blijven inzetten voor dit proces, maar dat er onontkoombare vraagstukken zijn waarvoor de drie landen actie moeten ondernemen. Deze vraagstukken houden voornamelijk verband met het feit dat het Europees Parlement zijn ogen niet kan en wil sluiten voor een hele reeks problemen bij het voldoen aan de criteria van Kopenhagen waarin sprake is van de bescherming van de grondrechten, van mediavrijheid en de vrijheid van vereniging alsmede van de bescherming van de rechten van minderheden, goede nabuurschapsbetrekkingen, enzovoort.

Ik wil graag nog even kort ingaan op drie zaken die in mijn ogen van essentieel belang zijn bij de toetreding van de drie landen vorderingen te maken. Allereerst is duidelijk dat voor Kroatië de weg naar het lidmaatschap al open ligt. De overeenkomst die met Slovenië is bereikt, is van groot belang, maar we dringen aan op een zo spoedig mogelijke ratificatie ervan, zodat de gelegenheid wordt geboden de onderhandelingen met Kroatië aan het einde van dit jaar af te ronden.

Wat Macedonië betreft: we hopen dat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de nodige flexibiliteit zal tonen. Ook hopen we dat de nieuwe Griekse regering een oplossing zal vinden voor de naamkwestie, zodat Macedonië nog dit jaar een datum kan ontvangen voor de opening van de onderhandelingen.

Ten aanzien van Turkije is het onmogelijk voorbij te gaan aan de kwestie-Cyprus. Pas als op dit punt vorderingen worden gemaakt, kan Turkije hopen op werkelijke vooruitgang in het proces van integratie.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Vajgl, namens de ALDE-Fractie. – (SL) Met de resolutie over Kroatië die het Parlement hier vandaag aanneemt, erkennen we dat dit land vooruitgang heeft geboekt bij het vervullen van de criteria voor toetreding tot de Europese Unie. Het heeft vooruitgang gemaakt bij de hervormingen van zijn democratisch bestel en de aanpassing van zijn wetgeving aan de eisen van het acquis. Daarmee staat Kroatië aan de top van de lijst met landen die vooruitzicht hebben op volledig lidmaatschap van de Europese Unie. Daarmee wordt ook de mogelijkheid geboden om de onderhandelingen nog dit jaar af te sluiten, zoals we ook in dit verslag hebben vermeld.

We zijn verheugd vast te kunnen stellen dat de nieuwe Kroatische eerste minister, mevrouw Kosor, succesvol en snel aan het werk is gegaan op de gebieden waarop tot nu toe de meeste vertraging was ontstaan: de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad, de implementatie van een programma voor administratieve hervormingen, de aanpak van oorlogsmisdaden, de wettelijke of grondwettelijke bescherming van etnische en andere minderheden.

Met de ondertekening van de arbitrageovereenkomst over de grens met zijn buurland Slovenië heeft de nieuwe Kroatische regering niet alleen een hinderpaal in het onderhandelingsproces uit de weg geruimd, maar ook het pad voor de oplossing van andere open vragen geëffend. Het is belangrijk dat Kroatië ook de aanpak van de grensgeschillen met andere buurlanden voortzet en dat de onderhandelingen daarover worden gevoerd volgens de beginselen bona fide en pacta sunt servanda.

Ik wil er ook op wijzen dat de resolutie die werd opgesteld onder de uitstekende leiding van mijn collega en rapporteur, Hannes Swoboda, op een objectieve en positieve manier de nadruk legt op de problemen waarvoor Kroatië nog veel werk moet verzetten. Ik noem er slechts enkele: de samenwerking met het Internationaal Straftribunaal in Den Haag, inspanningen in de strijd tegen corruptie, herstructurering van de economie en de financiën en meer engagement en oprechtheid bij het wegwerken van de obstakels voor de terugkeer van de Servische bevolking. Kroatië is ook hun vaderland.

De positieve verslagen over de vooruitgang van Kroatië en FYROM moeten ook gezien worden als een duidelijk signaal dat de Europese Unie openstaat voor uitbreiding met alle landen van de Westelijke Balkan. Zij zijn een bevestiging van de verbintenissen die we jegens deze landen, inclusief Turkije, op ons hebben genomen zodra ze aan alle vereiste criteria voldoen. Dat hangt echter vooral van henzelf af. Tot slot wens ik veel succes aan onze nieuwe commissaris, de heer Füle. Ik ben ervan overtuigd dat hij zijn taken uitstekend zal vervullen.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Katharina Brantner, namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, namens de Verts/ALE-Fractie wil ik eerst de heer Füle als commissaris hartelijk welkom heten in dit Parlement. We zijn blij met u samen te mogen werken en zien uit naar onze toekomstige samenwerking. Ik wil ook de heer Swoboda bedanken voor de goede samenwerking bij het verslag over Kroatië. Ik ben van mening dat er een goede samenwerking was in dit proces en wil mijn collega's hiervoor bedanken.

Ik wil hier alleen maar zeggen dat wij dit debat liever en bloc hadden gevoerd, zodat alle drie de landen 's ochtends, maar als afzonderlijke punten, zouden zijn besproken. Wij denken dat dit zinvoller zou zijn geweest dan alle drie de landen tezamen te nemen, maar dat is een opmerking ter zijde.

(DE) De Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie pleit voor een snelle toetreding van Kroatië, en daarom stellen we met genoegen vast dat dit land snel vooruitgang heeft geboekt. De snelle toetreding van Kroatië zou in verband met het veiligheidsbeleid een belangrijk signaal zijn voor de hele Westelijke Balkan. Het zou betekenen dat de belofte over de toetreding van de hele Westelijke Balkan, die de Europese staatshoofden en regeringsleiders in Thessaloniki hebben gedaan, nog steeds geldig is. Deze geloofwaardige en nog steeds geldige belofte is voor alle landen in de regio een enorme stimulans om vergaande hervormingen door te voeren en hun landen veiliger, stabieler en welvarender te maken.

In verband met Kroatië in het algemeen moeten we er natuurlijk ook nog op wijzen dat de overheid sterker en transparanter moet worden. Daarbij moeten er nieuwe wetten worden uitgevaardigd, maar vooral moeten die door de overheidsinstanties worden uitgevoerd. In dat opzicht wil onze fractie nog meer resultaten zien. Wij zijn van mening dat de consequente uitvoering van nieuwe wetten en richtlijnen de enige manier is om het probleem van de corruptie en de georganiseerde misdaad aan te pakken. Hetzelfde geldt voor de rechterlijke macht en het desbetreffende hoofdstuk, dat bijzonder belangrijk is, en waarover nog moet worden onderhandeld. Wat de Kroatische regering heeft aangekondigd is juist, en ook belangrijk, maar nu moet men de daad bij het woord voegen, en de situatie in de rechtbanken concreet verbeteren. Ook in dit opzicht pleiten wij voor meer transparantie en minder politieke beïnvloeding.

Daarom hebben we vier amendementen ingediend, en daarvoor zou ik wat reclame willen maken. Het eerste gaat over de strijd tegen corruptie. In dat verband willen wij met name de bouwsector en de stedenbouw noemen, omdat daar grote overheidsopdrachten worden verstrekt.

Ten tweede willen wij dat in paragraaf 19 wordt gewezen op het feit dat de situatie van homo’s en lesbiennes niet tevredenstellend is. Regelmatig worden personen uit deze minderheden aangevallen. We hebben van de Kroatische regering intussen bewijzen ontvangen dat bepaalde gevallen nu worden onderzocht. Dat is goed nieuws en we moedigen de Kroatische instanties aan om door te gaan met de toepassing van de antidiscriminatiewet.

Een laatste punt: wat ontbreekt is een visie op een nieuw energiebeleid voor Kroatië. Daarom vragen we u ons amendement 7 te steunen. We hopen dat Kroatië binnenkort kan toetreden.

 
  
MPphoto
 

  Charles Tannock, namens de ECR-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de ECR-Fractie is voorstander van uitbreiding van de Europese Unie. We zien niet alleen aanzienlijke voordelen in een grotere interne markt maar – in tegenstelling tot enkele leden van dit Parlement – streven wij ook naar een verdunning van de federalistische ambitie in het hart van de Europese Unie. De kandidaten moeten echter worden onderworpen aan de rigoureuze en veeleisende normen die zijn neergelegd in de criteria van Kopenhagen.

We staan daarom volledig achter de grondige benadering die de Commissie volgt bij de voorbereiding van de kandidaten op lidmaatschap en achter haar bereidheid om lessen te leren uit vorige uitbreidingen, met name uit de meest recente uitbreiding met Bulgarije en Roemenië, toen er nog problemen hangend waren op het gebied van georganiseerde misdaad en corruptie. Kroatië is, samen met IJsland – indien dit land goedgekeurd wordt als kandidaat – ongetwijfeld het verst gevorderd om toe te treden tot de Europese Unie, en de toetreding van dit land zal de Westelijke Balkan helpen stabiliseren. We erkennen dat er nog steeds een grensgeschil met Slovenië is, maar we vinden dat bilaterale geschillen het lidmaatschap van Kroatië niet mogen vertragen. Italië hield Slovenië tenslotte ook niet tegen, ondanks grens- en minderheidsgeschillen op het tijdstip van toetreding.

Zoals ook duidelijk blijkt uit het verslag van de Commissie, heeft Kroatië substantiële vooruitgang geboekt bij het voldoen aan de onderhandelingscriteria, en de inzet van het land om te voldoen aan de verwachtingen van de EU blijft groot. Ook Macedonië is nu weer volledig op schema wat lidmaatschap betreft en we verwelkomen het feit dat dit land samen met Servië en Montenegro visumliberalisering heeft gekregen. We ondersteunen nu de onmiddellijke oproepen aan de Raad om opening van de onderhandelingen over lidmaatschap van Macedonië toe te staan.

De ECR-Fractie is van mening dat het welhaast komische naamsgeschil met Griekenland verstandig en snel moet worden opgelost. President Ivanov heeft geholpen om een impuls te geven aan de EU-ambities van Macedonië, en we hopen dat zijn verzoek om een ontmoeting met de onlangs herkozen president van Griekenland wordt beantwoord in de geest van vriendschap en goede nabuurbetrekkingen. Ondertussen blijft de aanvraag tot lidmaatschap van Turkije problematisch, niet in de laatste plaats wegens de mensenrechten. De recente afschuwwekkende zaak van een tienermeisje dat levend werd begraven omdat ze met jongens had gepraat, is alleen maar munitie voor degenen die zeggen dat er voor Turkije geen plaats is in de Europese Unie. Het feit dat Turkije Cyprus niet erkent of de Ankara-protocollen niet uitvoert en dat het de ratificatie van het Verdrag tot hervatting van de betrekkingen met Armenië blijft uitstellen, is reden tot teleurstelling.

Tot slot wil ik, als permanent rapporteur van het Parlement voor Montenegro, hieraan toevoegen dat dit land naar mijn mening – en ik heb het onlangs nog bezocht – goed op weg is naar de kandidaatsstatus, en ik hoop dat het dit zo snel mogelijk zal krijgen.

Als laatste wil ook ik van de gelegenheid gebruikmaken om namens mijn fractie, de ECR-Fractie, commissaris Füle te feliciteren met zijn benoeming gisteren. Mijn fractie zal volledig met hem samenwerken aan de moeilijke taken die ons wachten.

 
  
MPphoto
 

  Takis Hadjigeorgiou, namens de GUE/NGL-Fractie.(EL) Waarde collega’s wij willen van meet af aan onderstrepen dat wij voor toetreding van Turkije zijn. Dat menen wij oprecht en wij geloven daarin. Toetreding is noodzakelijk eerst en vooral voor het Turkse volk, voor de waarborging van de rechten van alle minderheden, voor de verlaging van de drempel om gekozen te worden in het parlement en voor de waarborging van de arbeidsrechten zoals het recht op staking en collectieve arbeidsovereenkomsten.

Er zijn enkele vaagstukken die Turkije moet aanpakken. Zo moet het een politieke oplossing vinden voor het vraagstuk van de Koerden, het moet de genocide op de Armeniërs erkennen, de betrekkingen met zijn buurlanden normaliseren en de bezetting van Cyprus opheffen. Het is hoogstnoodzakelijk dat Turkije – zoals ook de Raad beklemtoont – zich onverwijld, volledig en zonder enige discriminatie conformeert aan het aanvullend protocol bij de Overeenkomst van Ankara.

Turkije legt het internationaal recht naast zich neer en belemmert op die manier Cyprus in de uitoefening van zijn soevereine rechten in de exclusieve economische zone. Daarom zijn wij het niet eens met het standpunt dat het energiehoofdstuk geopend moet worden.

Tot slot wil ik nog verwijzen naar de intentie van sommigen om te stemmen voor een amendement dat alle betrokken partijen oproept om bij te dragen aan de oplossing van de kwestie-Cyprus. Natuurlijk zullen wij allen daaraan bijdragen, collega’s, maar betekent deze oproep niet dat alle partijen dezelfde verantwoordelijkheid krijgen toegeschoven, dat veroveraar en slachtoffer voor even verantwoordelijk worden gehouden? Als wij een oplossing willen voor de kwestie-Cyprus moeten wij de verantwoordelijkheden van Turkije onderstrepen. Dan moeten wij duidelijke taal spreken tegen Turkije. Nogmaals – en ik sluit hiermee af – wij geven steun aan toetreding van Turkije maar niet aan toetreding van de Europese Unie tot Turkije.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, namens de EFD-Fractie. – Op het gevaar af de Turkse diplomatie opnieuw te ontstemmen - zie haar reactie op tal van EP-amendementen - dring ik er bij Raad en Commissie op aan de volgende vijf zaken aan de orde te stellen bij de komende onderhandelingen met de Turkse autoriteiten:

1. Het verlenen van rechtspersoonlijkheid aan alle religieuze gemeenschappen in het land, de elementaire voorwaarde voor de realisatie van vrijheid van godsdienst in Turkije.

2. Onmiddellijke beëindiging van de publieke haatcampagne tegen Turkse christenen onder de dekmantel van toekenning van het dubbel negatief geladen begrip "missionaire activiteiten" aan schoolboeken, lokale media, alsof Turkse christenen per definitie subversief, staatsondermijnend zouden zijn.

3. Onmiddellijke beëindiging van de opvallende discriminatie van niet-islamitische minderheden bij de vervulling van hoge civiele en militaire posten in het Turkse overheidsapparaat.

4. Effectieve overheidsmaatregelen tegen het groeiende antisemitisme in het publieke leven in Turkije. Een Turkse wetenschapper sprak onlangs over een vergiftigd klimaat. Ik ben blij dat er nog zo'n open klimaat is dat zo'n wetenschapper dat openlijk erkent. Dus effectieve overheidsmaatregelen tegen het groeiende antisemitisme in het publieke leven in Turkije, waarbij met name premier Erdoğan het voortouw dient te nemen.

5. Tenslotte een strikte afstemming van de betrekkingen met de Islamitische Republiek Iran op het transatlantische beleid inzake Teheran, het controversiële nucleaire programma. Turkije moet kleur bekennen: waar staat het in het steeds urgentere vraagstuk van het atomaire programma van Teheran? Als NAVO-bondgenoot en toetreder tot de Europese Unie moet Turkije hier kleur bekennen, positie kiezen.

Raad en Commissie, neem de criteria van Kopenhagen serieus voornoemde urgente punten van kritiek op Turkije en, mijnheer de commissaris, nogmaals van harte gelukgewenst met uw aantreden. Ik zie uit naar een constructief overleg en heb er ook alle vertrouwen in dat u de criteria van Kopenhagen serieus neemt en dat wij zo kunnen werken aan een modernisering van Turkije, een land dat ik ook wil respecteren.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Mijnheer Füle, welkom in deze zaal. Voorzitter, de Partij voor de Vrijheid, mijn partij, heeft ervoor gekozen onafhankelijk te opereren in dit Parlement en in dit geval hebben wij uitstekend samen kunnen werken met de EFD-Fractie en met collega Messerschmidt, waarvoor ik hen hartelijk bedank.

Voorzitter, allereerst wil ik zeggen dat de PVV niet voor uitbreiding is, niet met Kroatië, niet met Macedonië, maar al zeker niet met Turkije. De bezetting van Cyprus door Turkije is illegaal, dat vinden wij allemaal in deze zaal, en toch gaan wij verder met Turkije zonder dit echt aan de kaak te stellen; wij leggen het land geen of nauwelijks sancties op. Ik vind dat echt zwak en daarom heb ik een amendement ingediend dat de bezetting veroordeelt en Turkije gelast de troepen terug te trekken uit Cyprus, en wel meteen. Dus ik hoop dat u dat steunt.

Verder staat de persvrijheid in Turkije zwaar onder druk. Toen ik daar op bezoek was is de pers zelfs weggestuurd. Dat moeten wij scherp veroordelen, vandaar mijn amendement nr. 16.

Dan Iran, dames en heren, een schurkenstaat: Ahmadinejad, een islamitische dictatuur pleegt terreur onder de eigen bevolking, wil Israël van de kaart vegen, zegt dat ook openlijk, werkt aan lange afstandsraketten, doet regelmatig raketproeven en is gisteren begonnen met het verrijken van uranium, geschikt voor kernwapens. Dames en heren, hier kunnen wij toch alleen maar onze afschuw over uitspreken; Turkije, dat wil toetreden en het Iraanse regime zijn grote vriend noemt, moeten wij hier scherp veroordelen, vandaar mijn amendement 17, ik reken op uw steun.

Dan de onderhandelingen met Turkije. Turkije dat Iran zijn vriend noemt, dat Cyprus bezet, dat christenen onderdrukt, dat vrouwenrechten schendt, lid is van de OIC, de sjaria die de mensenrechten beperkt en de islamitische cultuur heeft, dat kan nooit toetreden. Dat moeten wij niet doen, vandaar mijn amendementen 18 en 19, strekkende tot het stopzetten van de toetredingsonderhandelingen. Ik hoop dan ook dat u mijn amendementen zult steunen.

 
  
MPphoto
 

  Eduard Kukan (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik Zoran Thaler feliciteren met dit verslag en hem en alle andere collega's bedanken voor hun zeer constructieve werk bij het opstellen van deze ontwerpresolutie. Hartelijk welkom, commissaris Füle, en veel succes bij uw toekomstige werk.

De Fractie van de Europese Volkspartij is van mening dat FYROM het afgelopen jaar veel positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt. De vooruitgang die het land heeft gemaakt bij het voldoen aan de meeste criteria voor het openen van toetredingsonderhandelingen met de EU is inderdaad aanzienlijk en opmerkelijk. Het feit dat de Commissie heeft aanbevolen onderhandelingen met FYROM te openen moet worden gezien als een duidelijke boodschap dat dit land op het juiste spoor zit.

Het Parlement moet daarom standvastig achter deze aanbeveling staan en met de aanneming van deze resolutie een positief signaal geven aan het land en zelfs de hele regio. Ik hoop dat de Europese Raad het besluit van de Commissie en de oproep die in deze resolutie is vervat, zal bevestigen en zonder verder oponthoud, in de nabije toekomst, groen licht zal geven voor onderhandelingen met FYROM. Ik geloof ook dat in afwachting daarvan de onderhandelingen over de naamskwestie vooruit zullen gaan en de betrekkingen met buurlanden zullen verbeteren.

FYROM moet de uitdaging aangaan en laten zien dat het bereid is om te voldoen aan alle Kopenhagencriteria, op basis waarvan zijn ambities om lid van de EU te worden, moeten worden beoordeeld.

 
  
MPphoto
 

  Raimon Obiols (S&D).(ES) Naar mijn idee is het onderhavige verslag over de voortgang van Turkije met het oog op toetreding tot de Unie een positief verslag. Het is eerlijk en niet zonder kritische opmerkingen maar het is ook evenwichtig en daarmee wil ik de rapporteur, mevrouw Oomen-Ruijten, gelukwensen.

Natuurlijk zou onze fractie een aantal punten meer hebben benadrukt. We zijn er echter in geslaagd tijdens de onderhandelingen een brede consensus te bereiken omdat we vinden dat het verslag in dit Parlement op maximale steun moet kunnen rekenen.

In dat opzicht moet de boodschap helder zijn. Het moet een positieve boodschap zijn, een blijk van goede wil die tegelijkertijd echter ook getuigt van striktheid om het onderhandelingsproces en de hervormingen voor de modernisering en democratisering in Turkije te kunnen stimuleren. In dat opzicht moeten we heel helder zijn: we moeten de fase van traagheid en vaagheden in de onderhandelingen definitief achter ons laten.

Volgens opiniepeilingen is de steun voor toetreding tot de Europese Unie onder de Turkse bevolking aan het afbrokkelen, en die zienswijze van de burgers moet veranderen. Dat kan alleen bereikt worden door ervoor te zorgen dat de onderhandelingen en hervormingen worden voortgezet, dat de Europese Unie laat zien dat ze consistent is ten opzichte van de gemaakte afspraken, en dat zij tegelijkertijd vermijdt tegenstrijdige signalen af te geven die leiden tot onzekerheid. Uiteraard moet Turkije daarnaast ook op overtuigende wijze voortgang maken met de hervormingen.

We staan voor de keus om ofwel te blijven steken in een vicieuze cirkel van verdeeldheid, confrontatie en wantrouwen, of de draad weer op te pakken van serieuze, doelgerichte maar ondubbelzinnige onderhandelingen.

Als dit verslag alleen al een bescheiden bijdrage levert aan de voortgang op dit terrein, mogen we naar mijn idee tevreden zijn.

 
  
MPphoto
 

  Jorgo Chatzimarkakis (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, als voorzitter van de delegatie zou ik allereerst Zoran Thaler willen feliciteren met zijn evenwichtige verslag. Skopje heeft hervormingen doorgevoerd en is op weg naar de Europese Unie. Wij vinden dat een goede zaak en zijn er blij om. De visumliberalisering was misschien wel het duidelijkste en meest zichtbare teken, een mijlpaal in de samenwerking. Dit doel kon alleen maar worden bereikt door een nauwe samenwerking tussen de lidstaten van de EU. Dat leidt tot openheid, uitwisseling en samenwerking.

We mogen echter niet vergeten dat het land vier jaar geleden al het statuut van toetredingskandidaat heeft gekregen. Sindsdien vragen we ons keer op keer af wanneer het nu eindelijk zo ver is. Ik doe op alle betrokkenen een beroep: het conflict over de naam, dat het breekpunt is, moet worden opgelost! We moeten profiteren van het elan dat in december is ontstaan door het besluit van de Raad en van de nieuwe Griekse regering, maar het zakt iedere dag een beetje verder weg! Ik doe een beroep op de betrokkenen: wanneer we nu voorrang geven aan andere onderwerpen, zoals de financiële crisis, wordt de doelstelling van de toetreding al meer op de lange baan geschoven. Dat kan niet in ons belang zijn. Daarom moeten we hieraan blijven werken.

 
  
MPphoto
 

  Marije Cornelissen (Verts/ALE). - Het afgelopen halfjaar heb ik iedere kans aangegrepen om naar de Balkan en Turkije toe te gaan om met mensen daar te spreken. Het is geweldig om te zien wat daar allemaal gebeurt met uitzicht op toetreding. Grote politieke doorbraken, maar ook vooral hele praktische veranderingen waarbij mensen die er wonen baat hebben.

In Montenegro wordt bijvoorbeeld eindelijk het bestaan van homoseksualiteit erkend; in Turkije is het de "blijf van mijn lijf"-huizen eindelijk gelukt om goede afspraken te maken met de politie, om maar twee voorbeelden te noemen. Wij mogen enthousiast zijn over wat er gebeurt en wat er goed gaat, maar wij moeten daarnaast heel helder zijn over wat er nog moet gebeuren.

Dit Europees Parlement en ook de lidstaten moeten op de criteria die wij aan het begin van het proces hebben gesteld blijven hameren. Maar wij moeten voorkomen dat de kracht van het toetredingsproces wordt verzwakt door extra blokkades op te werpen.

Om even in te zoomen op Macedonië: wij zijn het er allemaal over eens dat het bilaterale probleem over de naam opgelost moet worden. Wij zijn het er ook allemaal over eens dat de EU daarbij alle mogelijke steun moet bieden. Bilaterale problemen mogen op zichzelf geen obstakel zijn voor het proces van toetreding. Dat geldt voor Macedonië, maar dat geldt natuurlijk net zo goed voor Kroatië, Servië, Turkije, Kosovo en IJsland. Voor de mensen die daar wonen is het uitzicht op toetreding te belangrijk om in gijzeling te worden gehouden voor de oplossing van een bilateraal conflict.

Ik vraag u dan ook om vóór ons amendement 4 te stemmen strekkende tot inlassing van een nieuwe paragraaf 30 bis in het verslag over Macedonië. En ik vraag u om bij deze drie verslagen goed voor ogen te houden hoe ontzettend belangrijk het proces van toetreding is.

 
  
MPphoto
 

  Tomasz Piotr Poręba (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, in de eerste plaats wil ik u, mijnheer Füle, gelukwensen met uw verkiezing voor deze functie. Ik ben er zeker van dat wij vruchtbaar en effectief zullen samenwerken ten voordele van een verdere uitbreiding van de Europese Unie. Ik ben er zeker van dat u het onderhandelingsproces van de Europese Unie met Kroatië voor het einde van dit jaar zult afronden. Ik ben er zeker van dat u binnenkort ook met het onderhandelingsproces met Macedonië zult beginnen. Ik hoop dat dit ook dit jaar zal zijn.

In deze toespraak wil ik de uitzonderlijke rol van Kroatië als toekomstig lid van de Europese Unie benadrukken, met name gezien de verdediging van onze gemeenschappelijke waarden en de veiligheid op ons werelddeel. Wij waarderen het dat Kroatische eenheden als onderdeel van de NAVO aanwezig zijn in Kosovo en in Afghanistan. Ongeveer driehonderd Kroatische soldaten, diplomaten en politiemensen nemen ook deel aan ISAF-operaties in drie Afghaanse gebieden. In verscheidene NAVO-missies heeft onze nieuwe bondgenoot onze strijd tegen het terrorisme moedig ondersteund. Ik ben er zeker van dat het Kroatische lidmaatschap van de Europese Unie zal bijdragen tot duurzame stabiliteit in een deel van Europa dat nog maar enkele jaren geleden een wreed conflict en etnische zuivering kende.

Als Kroatië alle hervormingen voltooit, kan het de onderhandelingen met de Europese Unie voor het einde van dit jaar afronden. Dat is een goede doelstelling en ik roep iedereen op deze inspanningen te ondersteunen. Wij zouden het moeten waarderen dat Zagreb tal van hervormingen heeft doorgevoerd, met name aangaande het rechtssysteem en het openbaar bestuur en ook wat betreft de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad. Kroatië opnemen in de familie van lidstaten van de Europese Unie past in onze strategie om een continent van democratie en welvaart op te bouwen. Dit Balkanland bewijst dat de uitbreiding van de Europese Unie een krachtige stimulans is voor politieke en economische hervormingen in landen die lid willen worden. Laten we daar ook aan denken als we naar onze oostelijke buur, Oekraïne, kijken.

 
  
MPphoto
 

  Niki Tzavela (EFD).(EL) Mijnheer de Voorzitter, het multidimensioneel buitenlands beleid van Turkije veroorzaakt verwarring in zowel de internationale gemeenschap als het seculiere deel van de Turkse samenleving. Waar gaat Turkije naar toe? Gaat Turkije de kant uit van een multiculturele samenleving of van een panislamitische staat?

Ik wil ook kort herinneren aan zijn politiek gedrag jegens Iran, aan de onaanvaardbare diplomatieke taal tegen Israël, het conflict met Egypte aan de grens met Gaza en aan het recente besluit van de Turkse regering om inreisvisa voor zeven Arabische landen af te schaffen. Het is bekend dat in veel van deze landen extremistische islamitische organisaties actief zijn, waarvan de leden gemakkelijk Europa en het Westen kunnen bereiken. Met name het vraagstuk van de afschaffing van de visumplicht was een ware provocatie aan het adres van de seculiere staat van Turkije.

Als er uiteindelijk sancties zullen worden opgelegd aan Iran dan zal de houding van Turkije in de VN-Veiligheidsraad van doorslaggevend belang zijn en zal duidelijk worden welke weg het moderne Turkije zal volgen, en dan zullen wij ook in deze zaal anders over Turkije praten.

 
  
MPphoto
 

  Philip Claeys (NI). - De publieke opinie in Europa is om begrijpelijke redenen gekant tegen de toetreding van het niet-Europese en islamitische Turkije. De belofte van de vorige Commissie was dat de onderhandelingen met Turkije zouden worden stilgelegd, mocht blijken dat Turkije tekortschiet in zijn democratische verplichtingen en de onderhandelingen zouden gelijke tred moeten houden met het hervormingsproces in Turkije. Geen van die beloften werd nagekomen.

Integendeel, er werden keer op keer nieuwe hoofdstukken geopend, terwijl in Turkije eerder achteruitgang dan vooruitgang wordt geboekt. Politieke partijen worden verboden, Koerdische burgemeesters worden gearresteerd, christenen zijn het slachtoffer van intimidatie, geweld en administratieve tegenwerking. Kritische schrijvers en academici moeten onderduiken. En dan zwijg ik nog over verschijnselen als gedwongen huwelijken en zogenaamde eremoorden.

Welke deadline geeft de Commissie aan Turkije om alle lidstaten van de Europese Unie te erkennen? Wanneer zal Turkije het Ankara-protocol moeten respecteren? Wanneer wordt er een einde gemaakt aan de illegale militaire bezetting van Cyprus.

 
  
MPphoto
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, net als overige collega’s zou ik de heer Füle willen gelukwensen met zijn ambtsaanvaarding. Ook zou ik de wens willen uitspreken dat de uitmuntende indruk die hij gemaakt heeft tijdens zijn verschijning voor de Commissie buitenlandse zaken tijdens zijn mandaat zal worden bevestigd, met name op dit gevoelige gebied van de uitbreiding.

Dan zou ik nu iets willen zeggen over Turkije, maar niet alvorens de rapporteur, mevrouw Oomen-Ruijten geluk te hebben gewenst met het uitstekende resultaat dat zij in de Commissie buitenlandse zaken bereikt heeft.

Haar verslag, dat betrekking heeft op de jaren 2008 en 2009, maakt de dingen niet mooier of lelijker. Het beklemtoont de inspanningen die Turkije onderneemt om te voldoen aan de voorwaarden en criteria van Kopenhagen.

Naar mijn mening moeten die inspanningen echter worden gezien in de context en in de politieke omstandigheden van het land: de gematigd islamitische regering van de heer Erdogan duurt al zeven jaar en heeft verkiezingen in het vooruitzicht, in juli 2011; het land is zeer onrustig als gevolg van de gevallen “operatie voorhamer” en van de afschaffing, in zekere zin, van het Emasya-Procotol, waarmee grote bevoegdheden werden overgedragen aan de militairen, en vooral als gevolg van de uitspraak waarmee de activiteiten van de Partij voor een Democratische Samenleving in Turkije aan banden werden gelegd.

Die hele context betekent, commissaris, dat we het geval Turkije met grote omzichtigheid moeten benaderen. Turkije dient te voldoen aan de voorwaarden en de vereisten van de criteria van Kopenhagen, en vanzelfsprekend dient het zich te houden aan het Protocol van Ankara. Het is echter duidelijk, commissaris, dat in deze context en onder deze omstandigheden elk verkeerd signaal bijzonder ernstige gevolgen kan hebben voor de veiligheid van de Europese Unie, in het bijzonder wanneer de regerende partij niet beschikt over het drie vijfde deel van de stemmen in het parlement dat nodig is voor wijziging van de grondwet. Zo’n signaal, commissaris, zou werkelijk kunnen leiden tot ernstige onrust in een land dat al instabiel is en dat een strategische bondgenoot is van het Westen, in het kader van het Atlantisch Bondgenootschap.

We moeten dus uiterst omzichtig te werk gaan in het onderhandelingsproces om geen vergissingen te begaan.

 
  
MPphoto
 

  Richard Howitt (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, eerst wil ik in het openbaar mijn felicitaties aan het adres van commissaris Füle herhalen. We hebben u op uw eerste werkdag al vroeg op de ochtend opgeroepen en ik denk dat dit niet de laatste keer zal zijn.

In Turkije is er aanzienlijke scepsis onder het publiek over de vraag of de EU zich aan haar belofte zal houden. U bent echter ook geconfronteerd met scepsis in sommige delen van ons publiek, binnen de EU, en daarom stelt zich voor u, commissaris, de uitdaging om eerlijk en objectief te zijn. Daarmee win je vertrouwen bij het publiek. Maar het is ook uw taak om te pleiten voor uitbreiding, om het sceptische publiek te overtuigen, en onze fractie zal u daarbij steunen.

Voor wat Turkije betreft, blijft de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten vóór toetreding, vóór hervorming. In het voortgangsverslag van de Commissie staat dat de hervormingsinspanningen zijn hervat maar moeten worden geïntensiveerd. Daar zijn wij het mee eens. Daarom wil ik bij dit eerste verslag van de vijfjarige termijn van dit Parlement mijn openingsopmerkingen richten op de vraag hoe we als Parlement moeten omgaan met Turkije. De rapporteur wil ik zeggen dat ik respect heb voor haar oprechte streven naar consensus in dit Parlement en ik dank haar voor haar samenwerking. Ik hoop dat zij in de komende jaren eerst de instemming van de fracties zal proberen te verkrijgen alvorens in de plenaire vergadering amendementen in te dienen op in de commissie overeengekomen compromissen, want onze verschillen zijn klein.

Maar de echte test van uw rapporteurschap en voor dit Parlement zal zijn als wij heel ons gewicht in de schaal moeten leggen om ervoor te zorgen dat jaar na jaar gestaag vooruitgang wordt geboekt bij het begeleiden van Turkije naar toetreding. Dat vereist leiderschap, zowel hier als in het land.

De Cypriotische collega’s wil ik zeggen dat we begrip hebben voor hun pijn van onrechtvaardigheid. In onze fractie hebben we geprobeerd om u volledig te betrekken bij onze consensus, maar we zijn vastbesloten om op dit cruciale moment naar standpunten te streven die de verzoeningsinspanningen ondersteunen, opdat recht wordt gedaan aan beide gemeenschappen en niet vooruit wordt gelopen op de uitkomst ten voordele van deze of gene partij.

Tegen de anderen in dit Parlement wil ik zeggen dat er opbouwende kritiek op Turkije nodig is. Zelf zijn we kritische vrienden, maar tot degenen die in dit debat een standpunt tegen Turkije innemen, zeggen we: u bent in de minderheid; er zijn er wel erg veel onder u die zich laten leiden door religieuze intolerantie ten opzichte van de islam en die eigen politiek voordeel proberen te halen door bewust valse angst over immigratie te creëren. Deze argumenten zijn walgelijk en weerzinwekkend, en dat bent u ook.

Tot slot wil ik de meerderheid van dit Parlement die de toetreding van Turkije wil, zeggen dat we onze wil keer op keer moeten herhalen. De schelle stem van de degenen die toetreding afwijzen mag ons geluid niet overstemmen. We verwachten dat onze Turkse collega's doorgaan met de pijnlijke verandering van hun maatschappij met alle zwaarwegende gevolgen van dien voor hun binnenlandse politiek.

Deze hervormingen zijn op zich al goed maar degenen onder ons in dit Parlement die zeggen dat ze toetreding wensen, wil ik zeggen dat we er wel voor moeten zorgen dat de pijn de moeite waard is. Dat betekent dat wij zelf moeten doen wat we zeggen, dat we de hoofdstukken openen en sluiten uitgaande van de merites, dat de beloften van de Raad worden ingelost en wijzelf in goed vertrouwen handelen.

 
  
MPphoto
 

  Norica Nicolai (ALDE).(RO) Ik ga het nu alleen hebben over Macedonië, omdat ik wil benadrukken dat het verslag gewag maakt van vooruitgang in de situatie in Macedonië en steun geeft aan een politiek besluit over de opening van onderhandelingen met dit land.

Ik ga het niet hebben over de evenwichtigheid van het verslag en de manier waarop het in detail de positieve en negatieve factoren beschrijft waarmee het land te maken heeft.

Ik wil twee dingen benadrukken. De exitpolls en opiniepeilingen in Macedonië onderstrepen dat dit land een van de meest ‘Euro-optimistische’ landen in de regio is. Ik denk dat steun van de bevolking een voorwaarde is voor het slagen van het onderhandelingsproces. Ten tweede denk ik dat Griekenland, als lidstaat van de Europese Unie, de Europese modellen voor verzoening met het verleden moet begrijpen en al het mogelijke moet doen om ervoor te zorgen dat het geschil over de naam van Macedonië geen belemmering vormt voor de voortgang van dit land in de richting van Europa, want elke andere houding is in strijd met de geest en bestemming van Europa.

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik commissaris Füle feliciteren en welkom heten.

De twaalfde hoorzitting in het proces tegen de vermeende moordenaars van Hrant Dink heeft maandag in Istanboel plaatsgevonden. Voor de eerste keer hadden officiële waarnemers bij die rechtszaak het gevoel dat de rechtbank serieus poogde de waarheid boven tafel te krijgen en dat de verbanden tussen dit proces – tegen de vermeende moordenaars van Hrant Dink – en andere op handen zijnde processen – zoals die van het Ergenekon-netwerk – door de openbare aanklager onder de aandacht werden gebracht.

Dit laatste is zeer belangrijk aangezien met dit proces alle politieke moorden, de intolerantie van de maatschappij en de nog steeds heersende straffeloosheid voor het gerecht worden gebracht, hetgeen zeer welsprekend onder woorden werd gebracht door de families van de slachtoffers van deze politieke moorden toen ze zeiden dat ze zichzelf als de “diepe familie” van Hrant Dink beschouwden, verwijzend naar de Turkse “diepe staat” (derin devlet). Ik vertel u dit omdat er beweging zichtbaar is, omdat er binnen de Turkse samenleving een verlangen naar hervormingen ontstaat, een stroming die zich inzet voor democratie en recht, en dat dit verlangen en deze stroming uitzonderlijk krachtig zijn.

Ik zou nog een ander voorbeeld willen noemen waar de kranten momenteel bol van staan – er is reeds over eerwraak-misdrijven gesproken – namelijk het voorbeeld van het zestienjarig meisje dat levend werd begraven in een kippenhok, omdat ze veroordeeld was door de familieraad wegens praten met jongens. Dat is afschuwwekkend en misdadig. De leden van deze familie zouden uiteraard gevangen moeten worden genomen.

Toch haalden deze misdaden een aantal jaar geleden het nieuws nog niet. Het is derhalve goed om vast te stellen dat er in de Turkse samenleving geen enkele tolerantie meer bestaat ten opzichte van dit soort eerwraak-misdrijven, die uiterst barbaars zijn. De Turkse samenleving is in beweging, in beroering zelfs, en ik denk dat als we het over Turkije hebben, we ons er goed bewust van moeten zijn dat iedere hervorming in dat land een diepe uitwerking heeft op de relaties tussen burgers, de gevestigde orde, de Turkse geschiedenis en de democratie. Dat zijn zaken van wezenlijk belang.

Ik ben van mening dat ons proces volledig oprecht moet zijn. De oprechtheid van ons proces wordt vandaag de dag algemeen erkend en kwam tot uitdrukking in ons vermogen het ingewikkelde, hachelijke en historische toetredingsproces van Cyprus tot een goed einde te brengen. Nu moet de Europese Unie duidelijk tegen Cyprus zeggen dat we klaar staan om met alle mogelijke middelen, waaronder economische en financiële middelen, steun en waarborgen te geven voor iedere overeenkomst die tussen het noordelijk en het zuidelijk deel kan worden gesloten, en dat we er eveneens van overtuigd zijn dat niets in het communautair acquis een akkoord op Cyprus in de weg kan staan. We moeten deze stap zetten. Het gaat hier ook om de toekomst van de toetreding van Turkije tot de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Geoffrey Van Orden (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben het niet vaak eens met mevrouw Flautre, maar ik ben het wel eens met veel van de opmerkingen die zij zojuist heeft gemaakt. Mag ik allereerst vragen om meer eerlijkheid in onze benadering van Turkije. Ik ben er van overtuigd dat iedereen hier goede betrekkingen met Turkije wil en velen zo niet de meesten onder ons willen Turkije op een goede dag lid zien worden van de Europese Unie, van een andere Europese Unie dan die nu wordt ontwikkeld. Sommigen erkennen dat toetreding van Turkije de aard van het EU-project onvermijdelijk zou veranderen en het de richting zou doen uitgaan van een ongewenste politieke integratie, en daarom heeft men er zoveel weerstand tegen.

Ik heb enkele vragen aan de Commissie. Wat is er gebeurd met de onderhandelingen met Turkije? Waarom zijn er zo weinig hoofdstukken geopend? Nu wij ons in al onze landen ernstig bezorgd maken over energiezekerheid en Turkije zo'n belangrijke geografische positie inneemt omdat de routes van de pijpleidingen uit de Kaspische regio via Turkije lopen, stelt zich de vraag waarom het energiehoofdstuk niet is geopend. Met de aanstaande presidentsverkiezingen op Cyprus en de lopende herenigingsbesprekingen is Cyprus zeer zeker in onze gedachten. Natuurlijk kan men het in dit Parlement niet over Turkije hebben zonder naar Cyprus te verwijzen, maar misschien zou het nuttiger zijn als de EU in plaats van voortdurend kritiek te hebben op Turkije zou proberen dit land meer te ondersteunen in deze kwestie. Waarom vragen we uitsluitend Turkije om zijn invloed aan te wenden wanneer Griekenland en de Republiek Cyprus, beide EU-leden, een cruciale rol kunnen spelen?

Ik ben het er mee eens dat het Turkse garnizoen in Noord-Cyprus aanzienlijk moet worden verkleind. Ik wijs de Turkse afgezanten er zelfs regelmatig op dat een eenzijdige troepenvermindering een duidelijk vertrouwenwekkende maatregel zou zijn, maar we weten allemaal dat als het Annan-plan in werking zou zijn gesteld, de aanwezigheid van Turkse troepen zou zijn teruggebracht naar slechts 650 en de Griekse aanwezigheid tot 950. Het is een schandaal dat er geen echte vooruitgang is bereikt in het openen van de internationale handel met Noord-Cyprus. Waarom heeft de Europese Unie zich niet gehouden aan de belofte die zij in mei 2004 had gedaan om de isolatie van Noord-Cyprus te beëindigen?

Asl er één plaats is in de wereld waar de EU daadwerkelijk een nuttige rol zou kunnen spelen en een welwillende invloed zou kunnen uitoefenen, dan is dat Cyprus – en toch schitteren we er door afwezigheid. Laten we Turkije niet de schuld geven voor de interne moeilijkheden in de EU.

 
  
MPphoto
 

  Charalampos Angourakis (GUE/NGL) . – (EL) Mijnheer de Voorzitter, onze houding ten aanzien van de uitbreiding van de Europese Unie strookt met onze houding ten aanzien van de toetreding van mijn land, Griekenland, tot de Europese Unie en strookt met onze strijd om onszelf los te koppelen van deze imperialistische trein.

Het uitbreidingsproces verloopt parallel met de versterking van de NAVO en de NAVO-bezetting van de Westelijke Balkan, met de afscheiding van Kosovo en de destabilisering van Bosnië-Herzegovina, met de betwisting door de Europese Unie van de grenzen en de stabiliteit in het gebied, met de chantage van het Servische volk en de nieuwe wrijving en conflicten in de Balkan.

De zogenaamde bilaterale vraagstukken zijn namelijk allesbehalve bilateraal; dat zijn internationale vraagstukken en daarom ook houdt zich daar de Organisatie van de Verenigde Naties mee bezig. Tegelijkertijd is er een ongelooflijke crisis in het Balkangebied, die – en dat staat als een paal boven water – veroorzaakt is door de hervormingen waaraan de volkeren van deze landen zich moesten onderworpen om opgenomen te kunnen worden in de Europese Unie.

Dit proces verloopt ook parallel met de onverzettelijke houding van Ankara ten aanzien van de kwestie-Cyprus, met de casus belli in de Egeïsche Zee waaraan ook Frontex steun geeft door de grenzen in het gebied te betwisten, en met het feitelijke verbod op vakbondlidmaatschap en met andere antidemocratische regelingen in Turkije.

Dat is een reden te meer voor ons om ons te scharen aan de zijde van de werknemers van deze landen tegen toetreding opdat zij kunnen strijden voor hun rechten.

 
  
MPphoto
 

  Lorenzo Fontana (EFD). (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het Zweedse en het Spaanse voorzitterschap hebben van Turkije's lidmaatschap van de Europese Unie een prioritair onderwerp gemaakt, alsof dit nu een uitgemaakte zaak zou zijn.

Wij vinden het lidmaatschap van Turkije om tal van redenen noch realistisch, noch opportuun. In de eerste plaats omdat Turkije niet in Europa ligt; in de tweede plaats omdat dit land steeds verder islamiseert en Ankara in feite een toonaangevend lid is van de grootste internationale panislamitische organisatie, de OCI; in de derde plaats omdat religieuze minderheden er worden vervolgd en als minderwaardig worden beschouwd; in de vierde plaats omdat Turkije de genocide van anderhalf miljoen Armeense christenen officieel blijft ontkennen en Cyprus militair en politiek bezet houdt, hetgeen een schending vormt van het internationale recht.

We mogen bovendien niet vergeten dat een Europese Unie mét Turkije zal grenzen aan landen als Irak, Iran en Syrië. Tot slot moeten we ons realiseren dat in 2030 Turkije, met negentig miljoen inwoners, het EU-land met het grootste inwoneraantal zou zijn. Dit betekent dat dit land het grootste aantal Parlementsleden zou hebben en het hoogste percentage van de stemmen in de Europese Raad, waardoor het evenwicht in Europa zeker zou worden verstoord.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, net zoals veel andere collega's in dit Parlement vanochtend zou ik willen oproepen tot eerlijkheid en realisme in dit debat over met name Turkije. Ik ben blij met de collega's die hebben gevraagd om proactieve steun voor Cyprus bij het bereiken van een oplossing met Turkije.

Ik wil kort onze aandacht vestigen op één aspect dat onder mijn aandacht kwam. Het gaat daarbij om de benarde situatie van veel burgers die ik vertegenwoordig en die ernstige financiële verliezen hebben geleden als gevolg van zwendel met onroerend goed in Turkije. Sinds ik in juni Parlementslid ben geworden, ben ik benaderd door veel kiezers die substantiële sommen geld hebben geïnvesteerd in onroerend goed, uiteenlopend van 50 000 tot 150 000 euro, en die deze investering hebben verloren door wat in veel gevallen lijkt op overduidelijk frauduleuze activiteiten. Ik wil de Commissie vragen hier naar te kijken en proactief te handelen in deze zaak.

 
  
MPphoto
 

  Elmar Brok (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer López Garrido, mijnheer de commissaris, het uitbreidingsbeleid is tot nu toe een succes geweest, al hebben we tijdens de laatste ronde gezien dat we wat zorgvuldiger moeten kijken naar hoe het met name gesteld is met de binnenlandse ontwikkelingen onder andere op het gebied van de rechtsstaat en de corruptie. Ik denk dat dit bij deze onderhandelingen gebeurt. Ik denk dat we bij Kroatië heel ver zijn gekomen en dat we de onderhandelingen snel kunnen afsluiten. Aan de criteria van Kopenhagen moeten echter altijd en in ieder geval worden voldaan, hetgeen ook betekent dat de Europese Unie in staat moet zijn om een nieuw land op te nemen, want we moeten het gevaar van de overstretching natuurlijk onder ogen zien.

We zullen onze verplichtingen tegenover de Westelijke Balkan nakomen, maar in bepaalde gevallen kan het een lange weg worden. We moeten ons daarvan bewust zijn, zodat we geen valse hoop wekken. Aan de andere kant is natuurlijk ook duidelijk dat het Europees perspectief een interessant instrument en misschien wel het enige instrument is om de druk op de ketel te houden, zodat het intern hervormingsproces in deze landen ten behoeve van de verdere ontwikkeling van de markteconomie en het politiek bestel kan worden gewaarborgd.

Ik heb meer moeite met Turkije. Wanneer ik zie hoe dit land zich opstelt tegenover onder andere Berlijn Plus, Cyprus, de godsdienstvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en het verbod op partijen, dan vraag ik me af of dit land qua mentaliteit – ik heb het niet over de vorm! - ook de laatste stappen zal zetten die een voorwaarde voor toetreding zijn, en of de Europese Unie in staat zal zijn om dit land op te nemen.

Mijnheer de commissaris, u boft: u heeft meer mogelijkheden, omdat u zowel voor het uitbreidingsbeleid als voor het nabuurschapsbeleid verantwoordelijk bent. Dat heeft allebei iets te maken met het Europese perspectief, maar er wordt met verschillende gereedschapskisten gewerkt. Daarom heeft u een interessante baan, en ik wens u veel plezier.

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik verwelkom de toetredingsverslagen en ik wil het met name hebben over Macedonië en Kroatië, en vervolgens over Turkije. Met plezier treed ik in de voetsporen van mijn vriend, Elmar Brok, die de Kopenhagencriteria noemde. Ik wil hier nogmaals duidelijk stellen dat er niet onderhandeld kan worden over de Kopenhagencriteria, met name wanneer het gaat om rechten van minderheden en mensenrechten. Macedonië en Kroatië slagen er dan ook niet in om het acquis communautaire te weerspiegelen, in het bijzonder met betrekking tot non-discriminatie op grond van seksuele geaardheid.

Ik zou tegen beide landen willen zeggen dat de toetredingsprocedure een kans is om hun wetgeving aan te passen en hun burgers uit te leggen waarom dit noodzakelijk is: als je lid wordt van deze club, word je geen lid van een club die is gebaseerd op een menu à la carte. We zullen het acquis rigoureus handhaven, en met name artikel 19, dat de Europese Unie het recht geeft om discriminatie op grond van – en dit is een zeer belangrijke lijst – ras, etniciteit, religie, geloof, leeftijd, handicap en seksuele geaardheid te bestrijden. Waarom is dit belangrijk? Omdat één persoon op elk van deze gronden zou kunnen worden gediscrimineerd, en als je niets doet aan één grond, is al het goede dat je doet voor de andere gronden irrelevant. Ik stel dan ook dat er niet mag worden onderhandeld over de rechten van lesbiennes, homoseksuelen en biseksuelen. Zorg ervoor dat er nu antidiscriminatiewetgeving komt. De lakmoesproef van elke beschaving is niet hoe deze haar meerderheid behandelt maar hoe zij de minderheden behandelt die deze meerderheid aanvullen.

Voor Turkije is vooruitgang bereikt, en het doet me plezier hier Ban Ki-moon te citeren, die zegt dat er vooruitgang is gerealiseerd over Cyprus. Wij in dit Parlement zouden dit moeten verwelkomen. Mevrouw Dodds heeft gelijk: als we een deel van de oplossing willen zijn, moeten we absoluut eerlijk zijn en beide partijen tot elkaar brengen. Maar nogmaals, met betrekking tot antidiscriminatie wil ik graag dat ze verder gaan.

Non-discriminatie staat weliswaar in de grondwet maar moet worden weergegeven in de wetgeving, en wederom met name als het gaat om lesbiennes, homoseksuele mannen, biseksuelen en transseksuelen die vaak alleen maar worden vermoord omdat ze transseksueel zijn. Laat Turkije dus verder gaan op deze ingeslagen weg en wel onder dezelfde voorwaarden. Als we de toetredingsbeginselen ondermijnen, houden we geen beginselen meer over.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst moet ik zeggen dat het me nogal verbaast dat uitgerekend de zeer gewaardeerde collega Cashman uit Engeland ons eraan herinnert dat een land dat toetreedt tot de Europese Unie alle verplichtingen moet overnemen, en niet à la carte mag uitzoeken. Dat is toch wel wat vreemd.

Ik wil het echter over Turkije hebben. Er is vandaag gezegd dat de samenleving in Turkije in beweging is. Dat klopt. Om eerlijk te zijn moeten we echter heel duidelijk zeggen dat dit geen lineaire beweging in de richting van Europese waarden is. Het gaat heen en weer. Een voorbeeld is het leger: we zijn natuurlijk blij met het decreet dat bepaalt dat het leger niet meer zonder politieke toestemming mag ingrijpen. Dat is een goede zaak. De keerzijde van de medaille is de beslissing van het constitutionele hof waarmee wordt verboden om militairen voor een civiele rechtbank aan te klagen. Dat is geen goede zaak.

Een tweede voorbeeld is de vrijheid van meningsuiting: er vindt inderdaad een levendig debat plaats over allerlei onderwerpen die vroeger taboe waren, trouwens ook over de rechten van minderheden, ook van seksuele minderheden, mijnheer Cashman. Dat vinden wij uitstekend; zo hoort dat. Aan de andere kant is Youtube verboden. Bepaalde voorschriften in de wet beperken de rechtszekerheid op het gebied van de vrijheid van meningsuiting, en dat is juist voor de Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa een bijzonder belangrijke kwestie. De regering voert een “privéoorlog” tegen het Doğan-concern. Dat is allemaal slecht nieuws.

Een derde voorbeeld is de rol van de vrouw. Natuurlijk is het goed dat er in de media een discussie wordt gevoerd over de zogenaamde eerwraak-moorden, een barbaars misdrijf, maar denkt u werkelijk dat de Turkse samenleving linea recta de kant op gaat van de Europese waarden voor gelijke rechten? Ik denk van niet.

Ik zou ook willen reageren op de woorden van de heer Howitt. We zitten in een proces, we voeren toetredingsonderhandelingen, en dat moeten we te goeder trouw doen, dat klopt. Dit proces leidt echter niet automatisch tot een bepaald resultaat. In dit proces zijn we niet alleen verantwoordelijk voor de toetredingskandidaat, we zijn primair verantwoordelijk voor de Europese Unie. We moeten in ons uitbreidingsbeleid eerlijk en geloofwaardig zijn, ook tegenover de kandidaat-landen. Ik moet zeggen dat ik het soms wel schokkend vind wanneer ik zie dat er een bondgenootschap wordt gesloten tussen de groenen, die een sterk Europa willen maar de uitbreiding wel zo snel mogelijk willen doorvoeren, en collega’s als Geoffrey van Orden, die zo snel mogelijk alle landen willen toelaten om de Europese Unie zwakker te maken. Dat is vreemd.

Ja, er bestaat een toetredingsperspectief, maar alleen wie aan alle criteria voldoet kan toetreden.

(Spreker verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Michael Cashman (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de heer Lambsdorff heeft een beschuldiging tegen het Verenigd Koninkrijk geuit. Ik zou hem willen vragen het Parlement uit te leggen waar het Verenigd Koninkrijk zijn Verdragsverplichtingen heeft geschonden.

 
  
MPphoto
 

  Alexander Graf Lambsdorff (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb niet gezegd dat het Verenigd Koninkrijk het Verdrag schendt. Ik heb er alleen maar op gewezen dat het Verenigd Koninkrijk niet meedoet met bepaalde beleidsvormen die belangrijk zijn voor de Europese integratie, zoals Schengen, de euro, het Sociaal Handvest, en ook het Handvest van de grondrechten, als ik me niet vergis. Dat zijn allemaal niet bepaald marginale kwesties.

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek (Verts/ALE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, allereerst wil ik tegen de heer Lambsdorff zeggen dat ik zijn verwijt van de hand wijs! U heeft gezegd dat de groenen een uitbreiding tegen iedere prijs willen. Natuurlijk zijn we voor uitbreiding, ook met Turkije en met de landen op de Balkan sowieso, maar alle kandidaten moeten aan alle voorwaarden voldoen. Over Turkije zou ik willen zeggen: ondanks alle problemen die zijn genoemd denk ik toch wel dat de Turkse regering van plan is om door te gaan. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft bijvoorbeeld het protocol geannuleerd dat het leger tot nu toe het recht gaf om op eigen initiatief in te grijpen wanneer het om de veiligheid ging. Dat is heel belangrijk. Ik hoop dat er hier een meerderheid te vinden is voor ons amendement 10, waarin we voorstellen om het doel van toetreding niet uit het oog te verliezen. Slechts dan is ook de EU geloofwaardig, gemeten aan wat ze ooit beloofd heeft: toetreding is het doel, mits aan alle criteria is voldaan.

Over Macedonië wil ik zeggen dat er op allerlei vlakken veel vooruitgang is geboekt. Ik erken dat en ben er blij mee. De heer Cashman heeft echter een punt genoemd dat ik zou willen overnemen: het is onaanvaardbaar dat een regering maatregelen tegen discriminatie neemt maar seksuele geaardheid niet als criterium hieronder laat vallen. Dat is Europees recht. Over mensenrechten wordt niet onderhandeld, en ik hoop op een meerderheid voor ons amendement over deze gezamenlijke Europese mensenrechten.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, ik wil u, mijnheer Füle, gelukwensen en de hoop uitspreken dat u als commissaris even goed zult zijn als u als kandidaat bent geweest. Uw hoorzitting was werkelijk uitmuntend. Ik wil graag de heer Lambsdorff op het hart drukken dat de heer Van Orden heel veel van Europa houdt. Hij wil echter niet dat de eurobureaucratie een wig drijft tussen Europa en zijn burgers.

Wij hebben het vandaag over uitbreiding en het is goed dat we het daarover hebben, omdat – laten we daar geen doekjes om winden – de Europese Unie een institutionele crisis doormaakt. En een manier om hieruit te komen is dus om de Europese Unie uit te breiden. Dat zou ons een zekere energie kunnen geven, een zekere vitaliteit, dus is het de moeite waard om deze weg in te slaan. Een Europa zonder die long van de Balkan is geen Europa. De toetreding van Kroatië, een Europees land met een Europese cultuur en een Europese geschiedenis, moet zo snel mogelijk worden volbracht. Wij moeten ons echter door realisme laten leiden bij het zo snel mogelijk aanvaarden van het lidmaatschap van landen als Servië, Montenegro, Macedonië, en Bosnië-Herzegovina. Dat is iets dat werkelijk heel belangrijk is. Het lidmaatschap van Turkije is iets dat veel verder weg ligt en de komende tien jaar zeker niet zal plaatsvinden.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL).(EL) Mijnheer de Voorzitter, het feit dat wij als Confederale Fractie Europees Unitair Links/Noords Groen Links voor uitbreiding van de Europese Unie zijn en meer specifiek voor de toetreding van de Westelijke Balkan neemt niet weg dat wij ongerust zijn over twee dingen:

Ten eerste is hetgeen wordt opgebouwd geen Europa van de sociale samenhang en de solidariteit, maar een Europa van de markt, en ten tweede is in een aantal gevallen de band van het uitbreidingsbeleid met het internationaal recht problematisch. Ik heb het over het verslag over de FYROM waarin de rapporteur weliswaar geen unilaterale oplossing voorstaat – zie paragraaf 17 – maar wel systematisch nalaat om te zeggen dat al naar een oplossing wordt gezocht en dat die oplossing gezocht moet worden in het kader van de VN. Met een dergelijke verwijzing zou het een internationaal probleem zijn, want het is een internationaal probleem en geen bilateraal probleem, en zou een juistere boodschap worden gegeven dan enkel algemeen de wens uit te spreken dat het probleem wordt opgelost.

Eveneens, en dan zult u wel zeggen: o tempora o mores, wordt het feit dat de FYROM deelneemt – hoort u dat goed: deelneemt! – aan militaire missies van de Europese Unie in Afghanistan beschouwd als een belangrijke deugd, ofschoon dit land maar heel bescheiden economische en militaire middelen heeft. Hetzelfde geldt voor het feit dat de FYROM Kosovo heeft erkend hetgeen haaks staat op VN-resoluties 1244 en 1999.

Een politieke uitbreiding met een problematische band met het internationaal recht is voor mij een problematische uitbreiding.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). (SK) Ik zou allereerst willen zeggen dat ik van mening ben dat de verslagen over Kroatië en Macedonië degelijk en goed voorbereid zijn. Ik heb veel waardering voor het werk van de rapporteurs en zal voor de verslagen stemmen.

Bij Turkije heb ik het gevoel dat we verstoppertje spelen. De Turkse autoriteiten wekken naar buiten toe de indruk dat ze van alles willen veranderen, maar in werkelijkheid verandert er niet veel in de samenleving. Vaders verkopen nog steeds hun dochters, of ruilen ze tegen vee. Mannen die een vrouw kopen behandelen die als een slavin.

Ik ben er van overtuigd dat de convergentie der beschavingen een ingewikkeld en langzaam proces zal zijn, dat voor ons noch voor de Turkse samenleving glad zal verlopen. Daarom denk ik dat we in dit geval geduldig moeten zijn. We moeten voorbereid zijn op lange onderhandelingen, maar we moeten die correct en eervol voeren en alle problemen openhartig bespreken. Dat is ons belang, maar ook in het belang van het Turkse volk, en wanneer dit probleem is opgelost en we de onderhandelingen met succes hebben afgesloten zal dat zowel voor Europa als voor Turkije een mooi resultaat zijn.

 
  
MPphoto
 

  Ioannis Kasoulides (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, in de PPE-Fractie is iedereen ervoor gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Commissie om toetredingsonderhandelingen te beginnen met FYROM. We weten ook dat FYROM en Griekenland tot een akkoord moeten komen over de naamskwestie, zodat de onderhandelingen kunnen beginnen.

De naamskwestie is een echte politieke kwestie in Griekenland. Geen enkele Griekse regering overleeft het als de onderhandelingen mogen beginnen zonder akkoord over de naam. Dit is een politieke realiteit. Ongeacht hoe de collega's deze kwestie beoordelen, als we goede adviseurs willen zijn, moeten we FYROM vriendelijk, flexibel advies geven. Door de naamskwestie van tafel te vegen, door haar bijvoorbeeld ‘komisch’ te nomen, worden we slechte adviseurs voor FYROM en dienen we zijn zaak niet.

Turkije zou moeten weten hoe groot het Turkse dossier is voor een land met zijn bevolkingsgrootte. Hierbij gaat het om de capaciteit van de EU om een dergelijke uitbreiding te verwerken, om de begrotingsvereisten, enzovoort. Dus zou Turkije moeten begrijpen dat zonder het probleem van Cyprus zijn toetreding veel gemakkelijker – zonder hindernissen en zonder bevroren hoofdstukken – zou zijn. Het land moet bijdragen aan de kwestie van de waarborgen, de aanwezigheid van troepen en het recht op eenzijdige militaire interventie, waar Cyprus geen behoefte aan heeft.

 
  
MPphoto
 

  Victor Boştinaru (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij met alle inspanningen en met de vooruitgang die Kroatië heeft gemaakt op de weg naar toetreding tot de Europese Unie. Dit is zeker een belangrijke stap voorwaarts in de richting van Europese integratie voor de gehele Westelijke Balkan. Ik hoop dat 2010 een heel goed jaar is voor Kroatië en voor de Westelijke Balkan, maar ik wil ook wijzen op de noodzaak om de kwestie van de vluchtelingen en intern ontheemden te behandelen en adequaat aan te pakken.

Ik verwijs naar het laatste verslag van de hoge commissaris van de Verenigde Naties voor vluchtelingen. Zoals u weet is er in 2005 in Sarajevo een akkoord ondertekend door Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië en Montenegro – de zogenaamde Verklaring van Sarajevo. Dit akkoord moest het probleem oplossen van de zeer grote aantallen vluchtelingen en intern ontheemden tengevolge van het conflict in de regio. Maar deze kwestie is nog steeds niet opgelost. Ik zou zeer graag willen dat Kroatië zich eindelijk bereid verklaart om de Verklaring van Sarajevo nieuw leven in te blazen en een einde te maken aan een situatie die ik als hoogst gevoelig beschouw, en dit in ieder geval vóór de toetreding.

Ik ben erg blij met de toezegging van de Commissie dat zij dit voorjaar de onderhandelingen zal hervatten, en ik herhaal hier ten overstaan van u dat dit probleem voor eens en altijd moet worden opgelost voordat Kroatië lid wordt van de EU.

Een laatste opmerking over Turkije: ik zou u willen vragen om u bij de beoordeling van Turkije niet te laten leiden door onze vooroordelen op basis van religie, etniciteit en clichés.

 
  
MPphoto
 

  Lena Ek (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, als ondervoorzitter van de delegatie EU-Kroatië van het Europees Parlement zie ik uit naar de dag waarop er Kroatische afgevaardigden in de banken van dit Parlement zullen zitten. Kroatië heeft al een lange weg afgelegd in zijn streven naar lidmaatschap en heeft heel wat moeilijke besluiten genomen om te voldoen aan de Europese dimensie. Er moeten nog belangrijke stukken van de puzzel worden gelegd voor lidmaatschap een feit kan worden.

Een kwestie die mij zeer na aan het hart ligt, is decentralisatie, met andere woorden, dat politieke besluiten zo dicht mogelijk bij de mensen worden genomen. Wanneer we, zoals in het geval van EU-lidmaatschap, een vierde besluitvormingsniveau toevoegen, is het ontzettend belangrijk dat mensen weten welke besluiten op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau moeten worden genomen. In dat verband wijst het voortgangsverslag erop dat er nog veel werk voor de boeg is.

Andere zwakke punten zijn nog altijd de rechtszekerheid, de strijd tegen corruptie en de situatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, gebieden waarop Kroatië grotere inspanningen moet leveren. Ik zie echter dat er ontzettend grote vooruitgang wordt geboekt en dat de nieuwe Kroatische regering ook veel belang hecht aan die kwesties. Ik hoop van harte dat het niet lang meer duurt voor we Kroatische collega’s bij ons in dit Parlement hebben.

 
  
MPphoto
 

  Michail Tremopoulos (Verts/ALE).(EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wilde onderstrepen dat de Balkanlanden, net als in heel de twintigste eeuw, ook nu proberen een evenwicht te vinden tussen een moeilijke erfenis van nationalisme en de noodzaak van een gemeenschappelijk Europees perspectief voor de toekomst.

De onderhavige ontwerpresolutie over FYROM probeert dat subtiele evenwicht te weerspiegelen, maar slaagt daar onvoldoende in. De druk in de richting van een onmiddellijke opening van onderhandelingen doet de vrees ontstaan dat er een verkeerd signaal wordt afgegeven voor de besprekingen over de naam. Anderzijds zou het op de lange baan schuiven van de opening even onproductieve gedragingen kunnen aanmoedigen.

Er zijn enkele positieve amendementen ingediend. Ik wil echter benadrukken dat elk nationalisme, ongeacht welk nationalisme, in eerste instantie schadelijk is voor mijn land. Griekenland moet zijn eigen evenwicht bewaren. Als Griek en Macedoniër wil ik aandringen op meer nuchterheid. In het kader van het naamconflict moeten namelijk twee verschillende zelfbeschikkingen naast elkaar kunnen bestaan, die beide de naam Macedonië gebruiken. Als dat lukt zal het compromis een katalysator zijn voor de opbouw van wederzijds vertrouwen. Dat vertrouwen is van vitaal belang in deze tijd van milieucrisis, waarin de naaste buren beschouwd moeten worden als de noodzakelijke medewerkers bij de aanpak van deze crisis.

 
  
MPphoto
 

  Edvard Kožušník (ECR). - (CS) Ik zou graag om te beginnen al mijn collega’s willen bedanken voor hun werk aan dit verslag. Tevens zou ik de nieuwe commissaris willen verwelkomen en hem veel succes willen wensen met zijn uitermate interessante portefeuille. Ik heb slechts drie opmerkingen, want er is hier in deze discussie al heel veel gezegd. Ik denk dat het van belang is goed duidelijk te maken dat de uitbreiding tevens gezien dient te worden als een kans om de economische groei van de Europese Unie nieuw leven in te blazen. Dat lijkt me allesbehalve onbelangrijk. Mijn tweede opmerking gaat over het woord “totaliteit”. Naar mijn mening dient de Balkan als een samenhangend deel gezien te worden, in zijn totaliteit, en mogen we ons dus niet slechts op één concreet land richten, of dat nu Kroatië is of Macedonië. Neen, we dienen tevens oog te hebben voor landen als bijvoorbeeld Servië. En als het om Turkije gaat dienen wij een duidelijk ja of nee te zeggen. We mogen Turkije niet tot in het oneindige aan het lijntje houden en zeggen dat ze mogelijk ooit eens mogen toetreden. Neen, een duidelijk ja of nee is de boodschap.

 
  
MPphoto
 

  Willy Meyer (GUE/NGL).(ES) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, de Europese Unie zou de onderhandelingen die op dit moment op het hoogste niveau in Cyprus gevoerd worden tussen de leiders van de twee belangrijkste gemeenschappen, van nabij moeten volgen.

Turkije speelt een bijzonder negatieve rol in die onderhandelingen. Het verleent geen steun aan een positieve oplossing, en de Europese Unie dient Turkije dan ook een duidelijke, ondubbelzinnige boodschap te geven. Turkije mag zijn 40 000 soldaten daar niet langer handhaven die, in strijd met het internationaal recht, het noordelijk deel van het eiland bezetten. Turkije mag niet langer, in strijd met de VN-resolutie, de stad Famagusta bezet houden. Turkije mag niet langer kolonisten sturen naar het noordelijk deel van het eiland, die de Turks-Cypriotische gemeenschap verstikken. Dat is de koers die Turkije op dit moment vaart.

De Europese Unie – de Commissie, de Raad en dit Parlement – dient de Turkije een duidelijke boodschap te geven: “Als Turkije bij dit standpunt blijft, zal het nooit tot de Europese Unie kunnen toetreden” . Dat is de boodschap die we zouden moeten afgeven op dit kritieke moment in de onderhandelingen over de eenmaking van het eiland Cyprus, dat een lidstaat is van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos (EFD).(EL) Mijnheer de Voorzitter, ik misken niet dat Turkije een groot land is. Dit land heeft echter niet alleen interne sociale problemen – en die worden ook in het verslag genoemd – maar voert mijns inziens ook een tegenstrijdig buitenlands beleid.

Terwijl de Turkse regering zich inschikkelijk opstelt, stellen de strijdmachten zich agressief op tegenover Griekenland door continue het Grieks luchtruim boven de Egeïsche Zee te schenden en Frontex lastig te vallen. Ik moet hierbij aantekenen dat Griekenland en Turkije weliswaar beide lid van de NAVO en dus bondgenoten zijn maar dat Turkije Griekenland bedreigt met een casus belli indien Griekenland de territoriale wateren uitbreidt, en weigert de staat Cyprus te erkennen ofschoon Cyprus lid is van de Europese Unie.

De regering van Turkije lijkt afgezien daarvan niet bij machte te zijn om intern de volkssoevereiniteit te verzekeren en maakt plannen voor een nieuw soort van Ottomaanse gemenebest, zoals ook is gebleken tijdens de bijeenkomst van Sarajevo begin november waarbij ook de Turkse minister Davutoglu aanwezig was. Vreemd zijn eveneens de stappen die Turkije zet in de richting van openstelling jegens Iran. Die stappen zijn in strijd met de vaste overtuigingen van de internationale gemeenschap en de Europese Unie.

Bovendien mogen wij niet miskennen dat Turkije, in strijd met de routekaart, het vervoer via zijn grondgebied van illegale immigranten naar landen van de Europese Unie toelaat en misschien zelfs aanmoedigt, en zijn verplichtingen inzake het openen van de havens en luchthavens voor Cyprische schepen en vliegtuigen niet nakomt.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil de heer Swoboda bedanken voor zijn verslag over Kroatië. Hierin worden de inspanningen en prestaties van de Kroatische regering erkend. Ik denk dat het belangrijk is om te zeggen dat dit land nu dichter bij lidmaatschap komt, waaruit blijkt – en ik zeg dit tot het voorzitterschap van de Raad – dat het nodig is om de onderhandelingen met Kroatië in de loop van 2010 af te ronden.

Maar ik denk dat het ook de moeite waard is om te onderstrepen dat Kroatië zijn inspanningen niet voor ons heeft ondernomen. Daarmee wordt Kroatië een beter land en een betere maatschappij voor zijn burgers. Daarmee wordt Kroatië een betere nabuur en draagt het bij aan Europa, omdat de strijd tegen georganiseerde misdaad en corruptie over de grenzen heen moet worden gevoerd. Wat dat betreft zijn de prestaties die in Kroatië zijn geleverd een voordeel voor ons.

Hetzelfde geldt voor andere kandidaat-landen. Alle prestaties die we waarnemen strekken Europa tot voordeel. Ik moet dan ook zeggen dat we, gezien de ervaring die we hebben opgedaan met het uitbreidingsproces, zeer weinig spijt hebben van de prestaties die we hebben geleverd. We zouden ons in hetzelfde perspectief moeten plaatsen wanneer we spreken over Turkije, Macedonië of de andere landen op de Westelijke Balkan. Wanneer zij hervormen worden ze buren, wanneer we de deur sluiten lopen we het risico op nieuwe problemen en nieuwe bedreigingen voor de Europese waarden. We moeten benadrukken dat het noodzakelijk is om samen verder te gaan teneinde een betere Europese uitbreiding te bereiken op basis van de criteria die we volledig ondersteunen.

 
  
MPphoto
 

  Luigi Berlinguer (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de afsluiting van de onderhandelingen met Kroatië in 2010 is een haalbare kaart en het verslag-Swoboda onderstreept op evenwichtige wijze welke vooruitgang we al hebben geboekt en welke stappen we nog moeten zetten.

Welnu, op het gebied van justitie zijn er nog ingrijpende hervormingen nodig. Het volstaat namelijk niet als de noodzakelijke hervormingen van het systeem worden voltooid, er nieuwe wetten worden aangenomen en de vereiste samenwerking met het Joegoslavië-Tribunaal plaatsvindt.

Ik onderstreep dat er een echte juridische cultuur en mentaliteit moet komen die strookt met de Europese normen. Cruciale punten hierbij zijn de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht – een kernprobleem – en de opleiding, aanwerving en loopbaan van magistraten, met andere woorden het feit dat de regering geen enkele voorwaarde mag opleggen aan rechters. Ik verzoek de Commissie om zich tijdens de eindfase van de onderhandelingen te buigen over de noodzaak van ingrijpende maatregelen op dit stuk.

 
  
MPphoto
 

  Andrew Duff (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil commissaris Füle begroeten. De besprekingen tussen de heren Christofias en Talat zijn, zoals we weten, in een cruciale fase aanbeland. Om deze besprekingen te doen welslagen is het noodzakelijk dat er onder de publieke opinie een draagvlak ontstaat voor een akkoord. Vertrouwenwekkende maatregelen zijn hard nodig. Turkije moet signalen afgeven. Helaas lijkt het handelsdossier volledig geblokkeerd te zijn, dus het terugtrekken van troepen is een moeilijk maar slim gebaar om een draagvlak te creëren onder het publiek in het zuiden en het noorden, om te laten zien dat er een reëel vooruitzicht is op een permanente oplossing.

We begrijpen allemaal dat als het Cypriotische probleem nu niet wordt opgelost, de vooruitzichten voor vooruitgang bij de toetreding van Turkije inderdaad slecht zijn. Het is nu tijd om te handelen. Ik hoop echt dat de Commissie in haar antwoord op het debat zal reageren op de diverse sprekers die de Cypriotische kwestie hebben aangesneden.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij willen het lidmaatschap van Kroatië steunen en juist daarom verzoeken wij de Kroatische autoriteiten ervoor te zorgen dat de bezittingen van Italiaanse staatsburgers die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn genationaliseerd en in strijd met het Europees recht nog steeds in het bezit zijn van staats- of gemeentelijke instellingen worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren.

Wij willen het lidmaatschap van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië steunen en juist daarom vragen wij het voor de Europese Unie kenmerkende consensusmodel na te leven en verzoeken wij de Europese instellingen de meningen te respecteren van alle lidstaten over de zaken die dit proces nog in de weg staan.

Turkije willen we klare wijn schenken. De verdienste van het verslag-Oomen-Ruijten is dat het de vele moeilijkheden van het proces niet ontkent en geen vooroordelen bevat, maar de criteria van Kopenhagen als vast referentiepunt neemt. Het Parlement doet er dan ook goed aan de schendingen van de mensenrechten en het gebrek aan democratie krachtig te veroordelen.

Zij die het traject van deze toetredingsaanvraag bijna paradoxaal maken, bevinden zich echter niet in dit Parlement maar te midden van de vertegenwoordigers van de vele regeringen die bij iedere officiële ontmoeting beloven wat zij vervolgens uit eigenbelang in de wandelgangen ontkennen. Het is echter een goede zaak dat we, uitgaande van het verslag-Oomen-Ruijten, de instrumenten van het geprivilegieerd partnerschap blijven versterken, in afwachting van een ontwikkeling die niet wordt bepaald door vooroordelen maar door de volledige en plichtsgetrouwe overname van de inhoud van het Gemeenschapsacquis.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Kinga Göncz (S&D). (HU) Ik wil iets zeggen over het verslag over Kroatië en Macedonië. Ik vind het belangrijk te vermelden dat de vorderingen in het toetredingsproces van de Zuidoost-Europese landen duidelijk in het belang zijn van Europa, aangezien de stabiliteit en welvaart van deze regio en de vooruitgang van de hervormingen niet alleen belangrijk zijn voor de kandidaat-lidstaten maar voor de gehele Europese Unie. In beide landen hebben conflicten met buurlanden tot de dag van vandaag vooruitgang in de weg gestaan. Ik acht het van groot belang dat er voldoende politieke wijsheid, moed en wederzijdse goede wil is om deze problemen op te lossen, niet alleen aan de zijde van de kandidaat-lidstaten, maar ook aan de kant van de EU-lidstaten. Dit is inmiddels gebeurd bij Kroatië en ik hoop oprecht dat het engagement van het Spaanse voorzitterschap er in grote mate toe kan bijdragen dat er ook in het naamconflict tussen Macedonië en Griekenland vooruitgang wordt geboekt. Hongarije wil dit proces als derde lid van de voorzitterstrojka voortzetten en vooruit helpen.

 
  
MPphoto
 

  Nadja Hirsch (ALDE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, allereerst zou ik de heer Füle hartelijk willen feliciteren met zijn benoeming als commissaris. Ik zou ook de rapporteur, de heer Swoboda, met zijn verslag willen feliciteren. Hij laat op heel evenwichtige wijze zien hoe ver Kroatië gekomen is. Tegelijkertijd toont hij duidelijk aan dat Kroatië nog een aantal zwakke punten moet aanpakken voor het kan toetreden.

Het spreekt ook boekdelen dat bijvoorbeeld de enquête die Eurobarometer vorige herfst heeft doorgevoerd duidelijk aantoont dat 84 procent van de Kroaten niet tevreden zijn met de democratie in hun land. Dat betekent dat er niet alleen justitiële hervormingen nodig zijn maar ook de positie van minderheden moet worden verbeterd. We moeten er echter ook op letten dat de persvrijheid volledig gegarandeerd wordt. Het is belangrijk dat deze hervormingen worden doorgevoerd en vooral dat ze de steun van de bevolking krijgen. Formeel kan het land ongetwijfeld binnenkort aan de criteria voldoen, maar de hele bevolking van Kroatië moet er achter staan en willen toetreden tot de EU.

 
  
MPphoto
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE).(PL) Mevrouw de Voorzitter, de toetreding van Turkije tot de Europese Unie is in sommige kringen een bron van controverse. Wil dit proces zich in een sfeer van wederzijds begrip voltrekken, dan moet de hoge kwaliteit ervan verzekerd zijn. Vervulling van strikte maar duidelijke voorwaarden, die door beide partijen worden begrepen en aanvaard, vormt de grondslag voor het toelaten van nieuwe leden, en dit gaat ook op voor Turkije.

Ik wil nu de rapporteur, mevrouw Oomen-Ruijten, bedanken voor het uitgebreid verslag over de voortgang van Turkije in 2009. Dit jaar is het verslag kritischer en vestigt het helaas terecht de aandacht op de geringe vooruitgang die Turkije heeft geboekt, vooral wat burgerlijke vrijheden en het gerechtelijk systeem betreft. Niettemin is de stagnatie van het democratiseringsproces niet de enige ontwikkeling van het afgelopen jaar. Dus is het van belang kritisch te zijn waar geen vooruitgang is geboekt of waar de situatie is verslechterd, maar ook om aan te tonen dat we positieve veranderingen waarderen. Want enerzijds wordt de noodzaak om de beginselen van de rechtsstaat kracht bij te zetten verwaarloosd – en de grondwet is op dit recht gebaseerd en dus moet wij hier een prioriteit van maken – maar anderzijds spant Turkije zich sterk in voor de begonnen onderhandelingen. Ik verwelkom dan ook de veranderingen en de wens van Turkije om de onderhandelingen voort te zetten teneinde aan de criteria van Kopenhagen te voldoen.

Goede bedoelingen volstaan echter niet. Ankara moet nog aan veel uitdagingen het hoofd bieden op de weg naar lidmaatschap van de Europese Unie, en die uitdagingen zijn niet gemakkelijk. Ik vertrouw erop dat Turkije erin zal slagen deze obstakels te overwinnen en ik wens het land succes met zijn hervormingen.

 
  
MPphoto
 

  Debora Serracchiani (S&D).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het Kroatisch lidmaatschap van de Europese Unie accentueert de consolidatie van een Europese identiteit die in staat is uitdrukking te geven aan de gemeenschappelijke waarden van ons nieuwe Europa, waarbij de individuele kenmerken van zijn vele inwoners niet worden verdoezeld maar juist geïntegreerd.

De Republiek Kroatië heeft weliswaar al veel gedaan om te voldoen aan de gestelde normen, met name voor wat betreft de bestrijding van de georganiseerde misdaad door middel van nieuwe antimaffiamaatregelen, maar moet vooral in de juridische sector nog verdere inspanningen leveren voordat de onderhandelingen van 2010 kunnen worden afgesloten.

De instellingen van de Republiek Kroatië kunnen nog verdere stappen vooruit zetten teneinde te voldoen aan de vereisten in het eerste protocol bij het in 1952 te Parijs ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, en wel door te overwegen de genationaliseerde bezittingen terug te geven aan hun rechtmatige eigenaren.

 
  
MPphoto
 

  Sophia in 't Veld (ALDE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, allereerst wil ook ik commissaris Füle welkom heten in dit Parlement.

De rapporteur heeft een zeer evenwichtige ontwerpresolutie ingediend. Turkije is inderdaad goed vooruit gegaan, maar veel punten van zorg moeten dringend worden aangepakt. Het verschrikkelijke fenomeen van eerwraak moet worden uitgeroeid, evenals het doden van transseksuelen. Gisteren nog hoorden we van de zoveelste moord op een transseksuele vrouw in Antalya. De Turkse regering moet dringend waarborgen dat het doden van transseksuelen niet langer onbestraft blijft.

Verder doe ik opnieuw een beroep op de Turkse regering om de vrijheid van vereniging te waarborgen en een einde te maken aan de systematische pogingen om holibi-organisaties op te heffen. In de resolutie wordt terecht aangedrongen op vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Voor een liberaal vormen deze vrijheden de kern van onze democratie en zijn ze onafdingbare voorwaarden voor EU-lidmaatschap.

Maar als we Turkije vragen om te voldoen aan de EU-normen, moeten we ervoor zorgen dat we zelf ook aan die normen voldoen. Dat is een kwestie van geloofwaardigheid en morele autoriteit. Homofobie, verplicht godsdienstonderwijs en beperkingen van de persvrijheid moeten net zo hard worden bestreden in de huidige lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Dan Preda (PPE).(RO) Zoals ook wordt benadrukt in het verslag-Oomen-Ruijten heeft Turkije in 2009 duidelijke toezeggingen gedaan voor hervormingen en goede betrekkingen met buurlanden. Bovendien hebben de autoriteiten een openbaar debat gestimuleerd over bepaalde essentiële onderwerpen met betrekking tot het hervormingsproces, zoals de rol van de rechterlijke macht, de rechten van etnische minderheden en de rol van het leger in het politieke leven van het land.

Bovendien heeft Turkije met de ondertekening van de Nabucco-overeenkomst laten zien betrokken te willen zijn bij de totstandbrenging van een betrouwbare gaslevering binnen Europa, wat ook blijkt uit de onderhandelingen van Turkije over toetreding tot de Europese Energiegemeenschap.

Turkije heeft laten zien een sleutelrol te spelen in de regio door normale betrekkingen tot stand te brengen met Armenië en de betrekkingen met Irak en de regionale Koerdische regering te verbeteren. Wat we ook zeker niet mogen vergeten is de medewerking van Turkije aan de Synergie voor het Zwarte Zeegebied die drie jaar geleden van start is gegaan om de stabiliteit en hervormingen in de landen rond de Zwarte Zee te bevorderen.

Tot slot vind ik dat wij enkele van de fundamentele redenen die voor toetreding van dit land tot de Europese Unie pleiten, niet mogen vergeten. Turkije maakt duidelijk deel uit van de Europese familie en is een belangrijke partner in de dialoog tussen beschavingen. Een seculier, democratisch en modern Turkije dichter bij de Europese Unie brengen is zeker een aanwinst voor onze gemeenschap.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D). (HU) Ik ben zeer verheugd dat in de persoon van commissaris Füle een politicus uit Midden-Europa zich zal gaan bezighouden met uitbreiding, aangezien hij als geen ander weet onder welke zware last van ernstige etnische en interetnische conflicten en bilaterale buurgeschillen Zuidoost-Europa en de Westelijke Balkan gebukt gaan. De Westelijke Balkan en de Balkan zijn, afgezien van de korte Joegoslavische periode onder Tito, nooit stabiel geweest. Toetreding tot de Europese Unie is de enige mogelijkheid om de regio te stabiliseren, zoals de toetredingsrondes van 2004 en 2007 ook hebben laten zien, bijvoorbeeld met het beduidende positieve effect dat hiervan uitging op de Hongaars-Roemeense betrekkingen.

Tegelijkertijd wil ik de aandacht van commissaris Füle en het Parlement vestigen op het feit dat alle conflicten tussen etnische groeperingen en alle wezenlijke conflicten en burenrelaties moeten worden beslecht vóór toetreding, want na toetreding kan de Europese Unie niets meer doen. We hoeven maar te kijken naar het onopgeloste probleem van de Russen in Letland, of het geval Slowakije, waar als gevolg van het beleid van de regering Fico de relatie tussen de Slowaakse meerderheid en de Hongaarse gemeenschap op de spits is gedreven.

Daarom is het in het geval van de Westelijke Balkan, waar deze problemen nog gecompliceerder zijn, uitermate belangrijk ze in elk land op te lossen. Het is uitermate belangrijk dat Kroatië, als buurland van Hongarije, zo snel mogelijk lid wordt van de Europese Unie. Het is heel belangrijk dat het land zijn oorlogsverantwoordelijkheid onder ogen ziet en vluchtelingen laat terugkeren. Dit is cruciaal. De onderhandelingen met Macedonië moeten zo snel mogelijk van start gaan, waarnaar ook rapporteur Thaler in zijn uitstekende verslag verwijst. Ten slotte, wat betreft Turkije: zolang de Koerden geen autonomie in de breedste zin van het woord krijgen, zolang de rechten van vrouwen en seksuele minderheden niet zijn geregeld en zolang Turkije geen excuus maakt voor de Armeense genocide, kan Turkije geen lid worden van de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Metin Kazak (ALDE). (FR) Mevrouw de Voorzitter, geachte collega’s, ik wil de rapporteur, mevrouw Oomen-Ruijten, feliciteren met het uiterst nauwgezette werk dat zij heeft geleverd. Er lijkt niettemin een verschil te bestaan tussen de tekst die vorig jaar is aangenomen en de tekst die ons nu wordt voorgelegd over Turkije.

In zijn resolutie uit 2009 legde het Europees Parlement de nadruk op de onderhandelingen in Cyprus maar stelde het geen voorwaarden met betrekking tot de koloniën of de situatie van Famagusta. Deze onderwerpen worden behandeld in de zes onderhandelingshoofdstukken die onder toezicht van de VN plaatsvinden. Ik ben derhalve van mening dat het aannemen van een dergelijk krachtig, eenzijdig standpunt binnen het Parlement deze onderhandelingen kan schaden en ons partijdig maakt.

Zoals de oud-commissaris op 16 november 2006 benadrukte, is de teruggave van Famagusta aan de rechtmatige inwoners een zaak die onder beschermheerschap van de Verenigde Naties moet worden behandeld in het kader van een algemeen akkoord over de kwestie-Cyprus.

Graag zou ik nog een andere conclusie van de Raad willen noemen. In 2004 heeft de Turks-Cypriotische gemeenschap duidelijk te kennen gegeven dat zij in de toekomst graag deel van de Europese Unie zou uitmaken. De Raad heeft daarop besloten een einde te maken aan het isolement van deze gemeenschap en de hereniging van Cyprus te vergemakkelijken door de economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap te stimuleren.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  György Schöpflin (PPE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil commissaris Füle en de minister welkom heten. Iedereen zal blij zijn met de vooruitgang die Kroatië maakt bij het afronden van zijn toetredingsproces. Belangrijke gebieden van het openbaar bestuur moeten worden aangepast aan de vereisten van het acquis, en sommige van die veranderingen – laat daarover geen misverstand bestaan – gaan waarschijnlijk tegen tradities en verwachtingen in. De onderhandelingen over de transformatie vereisen dus een krachtige uiting van politieke wil.

Ik wil hier aan toevoegen dat de inspanning zeer de moeite waard is, met name voor een relatief klein land als Kroatië, maar ook voor de andere landen van de Westelijke Balkan, waarvoor hetzelfde van toepassing is. Het lidmaatschap van de EU – ik denk dat we hier wel van uit kunnen gaan – biedt een reeks voordelen op politiek, economisch, cultureel en veiligheidsgebied.

Het grootste aanpassingsprobleem ligt echter ergens anders. Het is één ding om de structuren van het openbaar bestuur te veranderen, maar het is iets heel anders om de houdingen in de maatschappij te veranderen die zo radicaal anders zijn dan de vormen en inhoud die in de Europese Unie zijn ontwikkeld. Die twee zijn vaak ver van elkaar verwijderd, en er zullen zeker elementen in de maatschappij zijn, en zelfs behoorlijk machtige elementen, die uitsluitend nadelen voor zichzelf zien in het nieuwe stelsel.

Laat hierover geen illusies bestaan. De Kroatische autoriteiten moeten niet alleen hun onderhandelingen met de Europese Unie afronden maar tegelijkertijd alles doen wat in hun vermogen ligt om de maatschappelijke houdingen te veranderen. Dat zou nog wel eens de moeilijkste taak kunnen zijn.

 
  
MPphoto
 

  Maria Eleni Koppa (S&D).(EL) Mevrouw de Voorzitter, de drie verslagen die wij vandaag bespreken geven uiting aan het vaste standpunt van het Europees Parlement dat het uitbreidingsproces moet worden voortgezet. Toch zijn er aanzienlijke verschillen.

Allereerst wil ik de heer Swoboda van harte gelukwensen met zijn verslag over Kroatië. Wij zijn allen heel blij dat dit land binnenkort deel zal uitmaken van de Europese Unie.

Wat Turkije betreft is in het bijzonder evenwichtige verslag van mevrouw Oomen-Ruijten dezelfde boodschap vervat als in de verslagen van vorige jaren en deze boodschap verandert niet: Turkije moet al zijn verdragsverplichtingen nakomen, net zoals andere toetredingslanden dat hebben moeten doen. Toetreding is het einddoel en moet het einddoel zijn, maar er kan geen sprake zijn van toetreding à la carte, dat wil zeggen van een voor Turkije op maat gesneden toetreding. Turkije is een groot land dat echter moet inzien dat voortzetting van de hervormingen, eerbiediging van de mensenrechten, een echte bijdrage aan de oplossing van de kwestie-Cyprus, goede nabuurbetrekkingen en intrekking van de casus belli tegen een lidstaat stappen zijn die het dichter bij de Unie zal brengen.

Wat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreft wordt met het verslag van de heer Thaler een positieve boodschap gestuurd aan dit land. Van Griekse kant roepen wij de leiders van FYROM op om te goeder trouw naar de dialoog te komen, zodat in het kader van de VN een algemeen aanvaardbare oplossing kan worden gevonden. De Griekse regering weet dat er een nieuwe dynamiek nodig is in het proces en heeft de oprechte wil om het vraagstuk op te lossen. Wij verwachten een net zo oprechte houding van de andere kant.

 
  
MPphoto
 

  Andrey Kovatchev (PPE).(BG) Mevrouw de Voorzitter, commissaris Füle, welkom in het Parlement. Ik wens u heel veel succes met uw werk. Ik wil de heer Swoboda, de heer Thaler en mevrouw Oomen-Ruijten bedanken voor hun evenwichtige, objectieve verslagen.

Bij talloze gelegenheden heeft het Europees Parlement verklaard dat het zijn politieke wens is de landen van de Westelijke Balkan toe te laten treden tot de Europese Unie en dat het bereid is deze landen bij te staan, zodat zij snel aan de criteria voor lidmaatschap kunnen voldoen. Kroatië bevindt zich op het laatste rechte stuk. Ik hoop van harte dat het toetredingsverdrag voor dit land nog dit jaar zal worden ondertekend. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft vorderingen gemaakt bij het voldoen aan de criteria voor het in gang zetten van het pretoetredingsproces. Verwacht wordt dat de Europese Raad het besluit van de Europese Commissie van eind vorig jaar opnieuw zal bevestigen en het toetredingsproces zal inleiden. Om dit ook daadwerkelijk mogelijk te maken dient de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië naar mijn mening verdere inspanningen te leveren om de problemen met zijn buurlanden in een Europese geest op te lossen. Als de autoriteiten in Skopje de politieke wil hebben niet de geschiedenis, de oude of de meer recente geschiedenis te gebruiken en het debat aan te gaan over de politieke en nationale intenties van vandaag, is een compromis mogelijk. De geschiedenis moet ons bijeenbrengen en niet uit elkaar drijven. Laat historici hun academische conclusies trekken, maar ze mogen de Europese lotsbestemming van een kandidaat-lidstaat niet in de weg staan. Het zogeheten haatzaaien mag niet worden getolereerd. Ik wil in het bijzonder de schoolboeken noemen die kinderen op school gebruiken. Deze mogen geen beschrijvingen bevatten die aanzetten tot een vijandige houding jegens andere lidstaten.

In de Balkanlanden zal het vertrouwen niet alleen toenemen door visumliberalisering – die in volle gang is en waarover ik zeer verheugd ben – maar volgens mij ook door de gezamenlijke herdenking van historische data en helden die een aantal Balkanlanden gemeen hebben. Ik hoop dat de aanbevelingen uit de verslagen door de relevante instellingen in de lidstaten in aanmerking worden genomen. Ik wens Kroatië, Macedonië en Turkije veel succes op hun Europese reis.

 
  
MPphoto
 

  Evgeni Kirilov (S&D).(EN) Mevrouw de Voorzitter, we moeten het EU-lidmaatschapsperspectief voor de landen van de Westelijke Balkan blijven steunen. Met het proces wordt de stabiliteit ondersteund en we moeten de vaart erin blijven houden.

Als rapporteur voor visumfacilitering in de Delegatie in de Gemengde Parlementaire Commissie EU-Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, ben ik van mening dat de invoering van visumvrijheid voor het land zeer bemoedigend was voor de bevolking. In het laatste verslag van de Commissie wordt gewezen op het feit dat FYROM vooruitgang heeft gemaakt op vele gebieden, en dit is lovenswaardig.

Ik kom uit een buurland, Bulgarije, en als buurlanden zien we enkele verontrustende trends. Naar mijn mening mag de naamskwestie niet op de eerste plaats komen. Het opbouwen van de natie Macedonië is na de Tweede Wereldoorlog begonnen en nu ziet een groot deel van de bevolking zich als Macedoniërs. Maar we moeten ook onze waarden trouw blijven. We mogen niet tolereren dat het opbouwen van een natie wordt verward met nationalistische retoriek of met een grove manipulatie van de geschiedenis, teruggaand naar oude tijden. Ten tweede mag de bevestiging van de nationale identiteit niet leiden tot xenofobe gevoelens ten opzichte van burgers die zeggen van Bulgaarse afkomst te zijn. Deze mensen worden onderworpen aan verbale en fysieke mishandeling en worden zelfs wettelijk vervolgd om verzonnen redenen.

 
  
MPphoto
 

  Marietta Giannakou (PPE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, ik wil de commissaris feliciteren en veel succes wensen in de zeer belangrijke sector die hij op zich heeft genomen.

Het is een feit dat Europa door kan gaan met uitbreiden en daartoe ook het recht heeft. De bevolking in met name de Westelijke Balkanlanden heeft het recht op een beter lot. Zij hebben het recht om op substantiële wijze deelgenoot te zijn aan de echte Europese waarden.

Wij moeten er echter op wijzen dat, met name wat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreft, het beter zou zijn indien dit Parlement een heel concrete boodschap stuurde en duidelijk maakte dat als iemand lid wil worden van de Unie het de geschiedenis niet als een op maat gesneden instrument mag gebruiken en het moet wennen aan het leveren van een bijdrage aan de procedures van de Verenigde Naties, dat het zijn problemen op diplomatieke manier en niet met propaganda moet oplossen. Daartoe moet de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden opgeroepen als het spoedig een toekomst wil hebben.

Ik wil mevrouw Oomen-Ruijten van harte gelukwensen met haar prachtige verslag over Turkije. Ook wil ik de heer Swoboda gelukwensen, evenals natuurlijk de heer Thaler, ofschoon ik het niet eens ben met een aantal aspecten van zijn aanpak en zijn verslag.

Wij moeten wel beseffen dat met compromissen die de waarheid en de realiteit niet weergeven de problemen zich in de toekomst opnieuw zullen aandienen. Anderzijds wil ik, wat Turkije betreft, zeggen dat er weliswaar inspanningen zijn ondernomen maar er geen grote stap is gezet die ons in staat zou stellen te zeggen dat Turkije zijn problemen op diplomatieke wijze oplost, dat wil zeggen de terugtrekking of het begin van de terugtrekking van de troepen uit een Europees land, Cyprus.

 
  
MPphoto
 

  Wolfgang Kreissl-Dörfler (S&D).(DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, ook ik zou commissaris Füle willen feliciteren met zijn benoeming. Ik wens hem veel succes bij deze zo belangrijke taak.

U heeft in de commissie al duidelijk gemaakt dat het bij de onderhandelingen met Turkije om toetreding gaat en niet om dat eigenaardige concept van een geprivilegieerde partnerschap, waarvoor de bedenkers trouwens nooit voldoende propaganda hebben gemaakt. U heeft bovendien duidelijk gemaakt – en wij hebben dat met nadruk gesteund – dat beide partijen zich aan hun verplichtingen en beloftes moeten houden, zowel Turkije als de Europese Unie. Pacta sunt servanda, mijnheer Posselt, dat motto zou u eigenlijk moeten kennen van uw vroegere grote voorzitter.

Er is een ander punt waaraan ik ook heel veel waarde hecht: de Europese Unie moet natuurlijk nog van alles aanpakken, maar Turkije ook – dat geldt voor de kwestie Cyprus, maar ook voor het respecteren van de rechten van minderheden in Turkije en voor de politieke en militaire aspecten. Een ding is echter duidelijk: een proces verloopt nooit lineair. Dat hebben we zelfs uit de geschiedenis van onze Europese Unie geleerd. We hoeven alleen maar te kijken naar de totstandkoming van het Verdrag van Lissabon. Ook in dit proces zal er in Turkije telkens weer sprake zijn van vooruitgang en tegenslag.

Het is ook wel duidelijk dat Turkije een ander land zal zijn als het op een goede dag aan alle voorwaarden heeft voldaan en het acquis communautaire kan overnemen. Ook de Europese Unie zal door het Verdrag van Lissabon echter ingrijpend veranderen. Dat mogen we niet uit het oog verliezen. En, zoals gezegd, beide partijen moeten zich aan hun belofte houden.

 
  
MPphoto
 

  Alojz Peterle (PPE). - (SL) Als de Europese Unie werkelijk een sterkere rol op wereldvlak wil spelen, moet ze zorgen voor méér Europese Unie in Europa. Dat houdt in dat het project van een verenigd Europa in het zuidoosten moet worden afgesloten. Er is niet alleen nood aan een Europees perspectief maar ook aan dynamisme en stimulering.

Ik ben blij dat we in deze drie landen vooruitgang kunnen vaststellen. Ik feliciteer de rapporteurs Ria Oomen-Ruijten, Zoran Thaler en Hannes Swoboda met hun goede werk. Ik ben bijzonder verheugd dat deze drie landen vooral aandacht aan de ontwikkeling van de betrekkingen met hun buurlanden hebben besteed.

Er was ook sprake van de arbitrageovereenkomst tussen Slovenië en Kroatië. Het is een feit dat de Kroatische en de Sloveense regering deze momenteel op belangrijke punten heel anders uitleggen, wat het wederzijdse vertrouwen niet versterkt. Ik roep beide regeringen op om de bilaterale mogelijkheden te benutten voor een eenvormige interpretatie van de overeenkomst en voor de ontwikkeling van een goede onderlinge verstandhouding, die ook de afsluiting van het toetredingsproces ten goede zal komen.

Ik feliciteer commissaris Füle van harte omdat hij de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen en ik wens hem veel succes bij het bereiken van deze ambitieuze doelstellingen. Ook het Spaanse voorzitterschap wens ik veel succes en wijsheid.

 
  
MPphoto
 

  Emine Bozkurt (S&D). - Buren zorgen voor elkaar, steunen elkaar. Als het goed gaat met de buurt, dan gaat het ook goed met de mensen die er wonen. Turkije en Cyprus zijn elkaars buren. Als zij over elkaars hek heenkijken dan zien zij niet elkaar, maar de Turkse Cyprioten. Zij vallen bijna letterlijk tussen wal en schip.

Om te zorgen dat alle bewoners van het eiland weer echt samen kunnen leven is er een oplossing nodig waarbij álle buren zich inspannen. VN-secretaris Ban Ki Moon gaf vorige week aan te geloven dat er een uitkomst voor Cyprus mogelijk en binnen handbereik is. Dit Parlement heeft een belangrijke taak om een positieve bijdrage te leveren aan de situatie op Cyprus, om constructief naar oplossingen te zoeken, om obstakels uit de weg te ruimen in plaats van ze op te werpen. Ja, Turkije zal zich moeten inspannen om die oplossing dichterbij te brengen. Daartoe roepen wij op in het verslag waarover wij gaan stemmen. Maar niet alleen Turkije is aan zet. Alle partijen die hierbij betrokken zijn moeten bijdragen aan het creëren van een goede atmosfeer waarin een gedegen oplossing kan worden bereikt. Dat is toch uiteindelijk wat wij allemaal willen, een oplossing.

Ook bij kandidaat-lidstaat Macedonië moeten wij ondersteunend zijn in de zin van een oplossing voor de naamskwestie om de onderhandelingen te kunnen starten. Als lidstaten moeten wij ervoor waken niet onderdeel van het probleem te zijn, maar juist bijdragen aan de oplossing.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft veel vooruitgang geboekt en kan een voorbeeld zijn voor de andere Balkanlanden, alsmede een kans om de stabiliteit in de regio te vergroten. Daar moeten wij op inzetten, het laten floreren van de belangrijkste EU-exportproducten, democratie, mensenrechten, vrede en veiligheid.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). (SK) Door de nodige maatregelen te nemen om aan de criteria te voldoen toont Kroatië aan dat het vastberaden is om toe te treden tot de EU. De politieke wil is gebleken uit de hervormingen van het openbaar bestuur en de rechtspraak, maar ook uit de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. De rechterlijke macht is transparanter geworden, er zijn minder rechtszaken hangende en minder overdreven lange processen. Een andere belangrijke factor is het feit dat er nog steeds oorlogsmisdaden worden opgehelderd, en daarbij werkt Kroatië volledig samen met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië. Kroatië heeft de wetgeving al in aanzienlijke mate aangepast aan het acquis communautaire. Om de georganiseerde misdaad en de maffia te bestrijden en de grensoverschrijdende samenwerking met wetshandhavingsinstanties in de buurlanden te versterken worden er aanzienlijke veranderingen aangebracht in de wetgeving en de institutionele structuren.

De bankensector in Kroatië is gezond, investeerders hebben vertrouwen in de toestand van de economie en de macro-economische stabiliteit is onveranderd. Het programma van kleinschalige privatiseringen moet nog worden afgesloten en de overheid moet zich minder inmengen in de economie. Ik vind met name dat het land lof verdient voor de verzoening tussen etnische Kroaten en etnische Serviërs, voor de verbeterde bescherming van de rechten van minderheden, voor de integratie van vluchtelingen en voor de herbouw van huizen. Ik doe echter een dringend beroep op Kroatië om meer te doen voor de ontwikkeling van een cultuur van politieke verantwoordelijkheid en voor een openbaar debat over het lidmaatschap en de gevolgen daarvan, aangezien op dit moment slechts een derde van de bevolking van mening is dat de toetreding tot de EU gunstige gevolgen zou hebben. Ik zou ook de nieuwe commissaris, de heer Füle, willen feliciteren met zijn nieuwe taak.

 
  
MPphoto
 

  Justas Vincas Paleckis (S&D).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik verwelkom commissaris Füle en wil de rapporteurs bedanken voor hun drie evenwichtige verslagen. Ongetwijfeld heeft het vooruitzicht op EU-lidmaatschap Turkije ertoe aangezet ten goede te veranderen. Eigenlijk is dit moslimland uniek want het heeft bijna 100 jaar geleden de eerste stappen gezet om zich aan Europese waarden aan te passen, en ondanks de uiteenlopende historische winden heeft het land de ingeslagen weg niet verlaten. Turkije is de meest westelijke oosterse staat en dus is zijn unieke rol niet alleen Europees maar mondiaal.

Ankara moet de hervormingen versnellen en vastberadener streven naar een compromis over het probleem-Cyprus. Ook moet het verdere stappen nemen in de richting van verzoening met Armenië. Ik sta echter pal achter het standpunt van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten dat het Turks perspectief op lidmaatschap van de EU niet kan worden veranderd met een Ersatzlösung of met nepvarianten.

 
  
MPphoto
 

  Francisco José Millán Mon (PPE).(ES) Mevrouw de Voorzitter, staat u mij toe de commissaris welkom te heten. Dit decennium is het uitbreidingsbeleid, samen met de euro, het grootste succes van het beleid van de Europese Unie. Dit beleid mag niet worden afgezwakt. Bovendien moeten we onze verplichtingen nakomen jegens de kandidaat-landen, ofschoon we ons ook moeten houden aan de bekende beginselen van consolidering en conditionaliteit.

Daarnaast mogen we het integratievermogen van de Unie niet uit het oog verliezen, evenmin als de vereiste communicatie met de burgers over de uitbreiding en de voordelen en gevolgen daarvan.

Gezien mijn geringe spreektijd zal ik een paar korte opmerkingen maken. In principe zouden de kandidaten eerst een oplossing moeten vinden voor de territoriale of soortgelijke conflicten die ze onderling en met lidstaten hebben, om niet naderhand het functioneren van de Unie te vertragen.

In het geval van Turkije zou ik met name willen onderstrepen dat Turkije zijn hervormingen moet voortzetten en zelfs versnellen, die ook voor Turkije zelf noodzakelijk zijn.

Verder juich ik de betrokkenheid toe die Turkije onlangs getoond heeft ten aanzien van Nabucco, die zo belangrijk is voor de diversificatie van de energievoorziening van Europa. Ik moet echter bekennen dat ik vorig najaar verbaasd was over het gebaar dat Turkije maakte ter ondersteuning van de Iraanse overheid. Ik denk werkelijk dat het buitenlands beleid van een kandidaat dient te stroken met het beleid van de Unie.

Ten slotte moet ik nog zeggen dat ik vorige week een interview heb gelezen met de Turkse minister van Europese Zaken, waaruit ik heb kunnen opmaken dat Turkije de visumplicht heeft opgeheven voor landen zoals Syrië, Libanon en Libië. Dat heeft mijn verbazing gewekt want een kandidaat-land moet ook zijn visumbeleid proberen af te stemmen op het beleid van de Unie, en zich niet in tegenovergestelde richting begeven.

Ik zou graag een bevestiging van deze informatie ontvangen.

 
  
MPphoto
 

  Antigoni Papadopoulou (S&D).(EL) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Oomen-Ruijten heeft zich enorme inspanningen getroost om een evenwichtig verslag voor te leggen, en wij danken haar daarvoor. De amendementen 13 en 14 van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zetten dit evenwicht echter op de helling en daarom wil ik iedereen vragen daartegen te stemmen.

In de lopende besprekingen over de kwestie-Cyprus heeft Turkije via de heer Talat onaanvaardbare voorstellen gedaan. Turkije houdt het been stijf en probeert het onderste uit de kan te krijgen. Daarom is het onrechtvaardig om alle betrokken partijen uit te nodigen steun te geven aan de huidige onderhandelingen. Als er druk moet worden uitgeoefend dat is het op de bezettingsmacht Turkije. Turkije moet onmiddellijk al zijn legereenheden terugtrekken en een einde maken aan de bezetting en de gijzeling van de Turks-Cyprische gemeenschap. De Turken, en niet de Grieks-Cyprioten, zijn namelijk verantwoordelijk voor het zogenaamde isolement van de Turks-Cyprioten. Turkije moet de omsingelde stad in het gebied Varosha teruggeven, een einde maken aan de kolonisering en aan de wederrechtelijke toe-eigening van Grieks-Cyprische bezittingen.

Turkije heeft de sleutels in handen voor de oplossing van de kwestie-Cyprus en voor zijn vorderingen in de richting van toetreding. Het kleine Cyprus vraagt niets meer en niets minder dan dat een oplossing wordt gevonden die strookt met het communautair acquis, zonder enige afwijking, en met de resolutie van de VN. De Cyprioten zijn geen tweederangs burgers van een Ottomaanse of andere koloniale macht. Wij zijn Europese burgers met Europese rechten.

 
  
MPphoto
 

  Doris Pack (PPE). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is de hoogste tijd dat we eindelijk beginnen met de toetredingsonderhandelingen tussen de EU en Macedonië. Macedonië voldoet aan de voorwaarden en wacht nu al sinds 2005. Griekenland krijgt nu zo veel solidariteit van de zesentwintig andere lidstaten dat het nu geen veto zou moeten uitspreken tegen het openen van onderhandelingen met hun buurland Macedonië. De kwestie van de naam is zuiver bilateraal, ondanks de ondersteuning van de VN.

Over Kroatië wil ik zeggen dat dit land de corruptie zo doelmatig bestrijdt dat andere landen – ook lidstaten van de Unie – dit voorbeeld zouden kunnen volgen. Ten tweede heeft men de terugkeer van vluchtelingen – die de heer Boştinaru net ook heeft genoemd – volgens mij voorbeeldig aangepakt. Zoals de heer Swoboda net al zei kunnen sommige kwesties niet zo worden opgelost als wij ons dat voorstellen.

Ten derde wil ik ingaan op de kwestie van de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag: Kroatië heeft alle gezochte oorlogsmisdadigers al jaren geleden uitgeleverd. De documenten over de homeland war die nog moeten worden verstrekt, bestaan niet meer of hebben nooit bestaan. Daarom moeten we deze zaken met gezond verstand aanpakken. De regering zoekt ze, heeft een task force in het leven geroepen, maar meer dan zoeken kan men niet. Wanneer men dan niets vindt moeten we werkelijk de volgende stap zetten, gezien het feit dat Kroatië al jaren goed met ons samenwerkt. Kroatië heeft dus aan de meeste voorwaarden voldaan. Ik hoop werkelijk dat de hoofdstukken binnenkort worden geopend, zodat de onderhandelingen met Kroatië voor het einde van dit jaar kunnen worden afgesloten.

 
  
MPphoto
 

  Ismail Ertug (S&D). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer Füle, ik wens u voor de toekomst veel succes met uw werk. We kunnen niet ontkennen dat de kwestie-Cyprus nogal ambivalent is. Als Europese Unie mogen we vermeend onaangename feiten niet ontkennen en er ook onze ogen niet voor sluiten. We hebben ons woord niet gehouden. Dat is een feit en we moeten deze dubbele moraal als zodanig aankaarten.

We weten dat het Ankara-protocol inzake de kwestie-Cyprus absoluut moet worden uitgevoerd. Het is echter ook een feit – en de Raad heeft dat in 2004 beslist – dat er een einde moet komen aan het isolement van het noordelijke deel. Ik ben blij dat het zuidelijke deel het noordelijke deel de nodige steun geeft maar dat was niet de intentie van de Europese Unie. Het was onze intentie dat iedereen een einde maakt aan het isolement, de hele EU. Om die laatste barrière te slechten moeten we aan de slag, en een einde maken aan het isolement.

 
  
MPphoto
 

  Tunne Kelam (PPE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, voor de nieuwe Commissie – en ik heet commissaris Füle van harte welkom – is het nu tijd om het engagement van de EU met betrekking tot de uitbreiding te hernieuwen door de toetredingsonderhandelingen met Kroatië tegen het eind van dit jaar te voltooien en de onderhandelingen met Macedonië te beginnen.

Dit laatste land heeft indrukwekkende vooruitgang gemaakt, ondanks talrijke moeilijkheden, en moet worden aangemoedigd om door te gaan. Ik wil beide partijen uitnodigen om de naamskwestie op te lossen op een open en grootmoedige Europese manier, zoals gisteren werd bepleit door voorzitter Barroso.

Ook Turkije heeft aanzienlijke vooruitgang gemaakt. Als we naar Oekraïne kijken, kunnen we het verschil zien dat alleen al het vooruitzicht op toetreding kan maken. Turkije komt in aanmerking voor lidmaatschap mits het voldoet aan de criteria van Kopenhagen. Nu er een nieuwe commissaris is mag er geen tijd verloren gaan en moet Turkije ervan worden overtuigd dat het moet beginnen met het terugtrekken van troepen uit Cyprus en het uitvoeren van het Ankara-protocol. Ik denk dat dit kan worden gezien als een voorwaarde voor het doorgaan met de onderhandelingen. Ikzelf zou kunnen leven met Turkse toetreding wanneer het net zo eenvoudig is om een christelijke kerk in Ankara te bouwen als om een moskee in Brussel neer te zetten.

 
  
MPphoto
 

  Jürgen Klute (GUE/NGL). - (DE) Mevrouw de Voorzitter, ik zou in verband met Turkije op twee punten willen ingaan. Meestal wordt er over de etnische conflicten gesproken, en terecht. Er is nog heel wat werk aan de winkel. Meestal wordt echter niet gezegd dat er in Turkije nog steeds grote problemen zijn met de rechten van vakbonden en werknemers. De Turkse regering treedt nog steeds – soms zelfs met politiegeweld – tegen vakbonden op die de belangen behartigen van hun leden, van werknemers. Dat is onlangs nog gebeurd in het arbeidsconflict van de Tekel-arbeiders. Dat moest me even van het hart. Een democratische samenleving moet ook de rechten van werknemers en vakbonden respecteren. Daarvoor moet ook worden gestreden; ook dat is de plicht van de EU, vooral als ze zich als sociale EU beschouwt.

Het tweede aspect is de privatisering. Turkije past zich aan de EU aan, ook bij de privatiseringen. De werknemers van Tekel – op dit moment staken er 12 000 – lopen het gevaar hun baan te verliezen, of hebben die als gevolg van privatiseringen intussen al verloren. Het gaat in de tabakindustrie echter niet alleen maar om de werknemers van Tekel. In het zuidoosten van Turkije zijn er in de afgelopen jaren in de tabaksteelt ongeveer 500 000 banen verloren gegaan. Dat heeft er toe geleid dat Turkije, een land dat één van de grootste producenten en exporteurs van tabak was, intussen tabak importeert. Ik ben vorige week in Ankara geweest en heb met de werknemers van Tekel gesproken. Als het zo doorgaat, als er door privatiseringen zoveel banen verloren gaan en bedrijfstakken vernietigd worden, zullen de Turken gewoon minder te vinden zijn voor toetreding tot de EU. Het is onze plicht om ook de sociale dimensie van de EU uit te dragen: dat heb ik hier nog eens willen zeggen.

 
  
MPphoto
 

  Krzysztof Lisek (PPE).(PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, ik heet u hartelijk welkom, mijnheer Füle, namens ieder van ons, en wens u veel volharding toe in uw werk van de komende jaren. Ik weet dat het op de eerste dag niet gepast is om over het einde van de nieuwe parlementaire zittingsperiode te spreken, en natuurlijk wens ik u, mijnheer Füle, nog vele ambtstermijnen toe. Maar wat ik u nu toewens is dat wanneer u aan het einde van deze termijn hier het woord voert, wij elkaar in een nieuwe, uitgebreide Europese Unie zullen treffen, die misschien bestaat uit liefst dertig lidstaten.

Mijnheer Füle, afgezien van uw werkzaamheden betreffende de belangrijke landen waarover we het hier vandaag hebben, wil ik u vragen ook aandacht te schenken aan andere landen die dromen van een lidmaatschap van de Europese Unie. Net als ikzelf bent u van een land dat nog maar kort geleden tot de Europese Unie is toegetreden, en ik denk dat u, ik en alle andere leden van alle nieuwe lidstaten begrijpen hoe belangrijk het voor onze samenlevingen was om tot de Europese Unie toe te treden. Wij wensen dit ook de landen toe waarover we het vandaag hebben.

Als Pool heb ik een bescheiden droom en hiermee zou ik mijn toespraak willen afsluiten. Dat is dat Kroatië, het land dat momenteel de meeste vooruitgang heeft geboekt in de onderhandelingen, erin zal slagen toe te treden tot de Europese Unie tijdens het niet zo ver in de toekomst liggende Poolse voorzitterschap.

 
  
MPphoto
 

  Andreas Mölzer (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, het verslag over Turkije is nog steeds geen voortgangsverslag: het gaat over tekortkomingen. De EU eist bijvoorbeeld dat Turkije meer doet voor de rechten van minderheden, maar in plaats van een oplossing te vinden voor de kwestie van de Koerden, zoals aangekondigd, gaat men de Koerdische partij DTP verbieden. Al vier jaar lang heeft Ankara het aanvullend protocol bij de associatieovereenkomst niet omgezet, maar eist wel via zijn ambassadeurs dat de grote lidstaten van de EU de kwestie Cyprus oplossen. De onderhandelingen op dit eiland in de Middellandse Zee, waar iedereen zo zeer naar had uitgekeken, zijn volgens mij al helemaal geen reden tot juichen, want het nieuwste Turks-Cypriotische voorstel staat in een aantal opzichten haaks op de tot nu toe bereikte consensus. Dit is dus eerder een stap achteruit.

Dat zijn dus de positieve resultaten die we volgens het Spaanse voorzitterschap mochten verwachten. Turkije is nu eenmaal geopolitiek noch mentaal-cultureel een deel van Europa. Mensenrechten, rechten van minderheden en het internationale recht zijn woorden die men daar nog steeds niet kent. Het enige eerlijke antwoord dat zou overeenstemmen met de wens van de burgers van de EU zou volgens mij zijn dat we de toetredingsonderhandelingen definitief stopzetten en streven naar een geprivilegieerd partnerschap.

 
  
MPphoto
 

  Georgios Koumoutsakos (PPE).(EL) Mijnheer de commissaris, wij heten u van harte welkom en wensen u veel succes bij uw werk. Vandaag bespreken wij onder meer ook de vorderingen van Turkije bij de toenadering tot Europa. Gisteren hebben wij gesproken over de moeilijke economische situatie waarin een aantal eurolanden zitten en met name over de crisis in Griekenland.

Deze twee debatten hebben iets gemeen; ze hebben een snijpunt en dat snijpunt wordt gevormd door de buitensporig hoge defensie-uitgaven van Griekenland. Griekenland geeft ongeveer 5 procent van zijn bruto binnenlands product uit voor militaire doeleinden, en niet omdat het dat zo leuk vindt. Een deel van de uitgaven wordt natuurlijk besteed voor verplichtingen die voortvloeien uit onze deelneming in de NAVO maar verreweg het grootste deel ervan zijn uitgaven wegens de politiek van ons buurland, Turkije, dat kandidaat is voor toetreding.

Turkije bedreigt Griekenland met oorlog. Dit is een officiële Turkse politiek, de zogenaamde casus belli, geen bedreiging op papier. Dit is een politiek die dagelijks wordt gevoerd met schendingen van het luchtruim en het overvliegen van zelfs bewoonde Griekse eilanden in het oostelijk deel van de Egeïsche Zee.

Daar moet een einde aan komen, en dat moet een krachtige boodschap zijn van het Europees Parlement aan Ankara. Als er op dat gebied verbeteringen zijn dan komt er een nieuwe dynamiek in het toetredingsproces, en natuurlijk moet Turkije daarnaast alle andere verplichtingen nakomen.

 
  
MPphoto
 

  Monica Luisa Macovei (PPE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, het doel dat de Europese Unie nastreeft met het nabuurschapsbeleid is altijd het exporteren van stabiliteit geweest, en niet het importeren van instabiliteit.

Daarom doe ik een beroep op de lidstaten en kandidaat-lidstaten om bilaterale conflicten niet op het niveau van de Europese Unie te tillen. Als advocaat wil ik u in herinnering brengen dat Griekenland in de interim-overeenkomst die in september 1995 is ondertekend door Griekenland en FYROM, ermee instemde geen bezwaar te maken tegen toetreding van FYROM tot internationale en regionale organisaties mits dit werd gedaan onder de naam waarmee het door de Verenigde Naties wordt aangeduid, dat wil zeggen FYROM. De instellingen van de Europese Unie noemen het land FYROM. Deze bepalingen zijn wettelijk bindend voor uit hoofde van het internationaal recht. Griekenland heeft dus geen rechtsgrondslag om het toetredingsproces van het land te belemmeren. De besluiten moeten worden genomen op basis van de prestaties van het aanvragend land.

Dit gezegd hebbende, steun ik de debatten over de gerealiseerde vooruitgang en over de gebieden waarop nog steeds verbetering nodig is. We moeten het hebben over de verdiensten en de tenuitvoerlegging van de hervormingen nauwlettend volgen. Op basis van de gerealiseerde vooruitgang heeft de Commissie voorgesteld het land een datum te geven voor opening van de onderhandelingen. Ik ben het met de Commissie eens en vraag de Raad om tijdens zijn top in maart 2010 een begindatum te noemen voor toetredingsonderhandelingen.

 
  
MPphoto
 

  Eleni Theocharous (PPE).(EL) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de commissaris, zelfs indien vandaag deze voor Turkije zeer gunstige resolutie wordt aangenomen, zal dit land een belangrijk democratisch deficit blijven vertonen, de mensenrechten flagrant blijven schenden en de Cyprische Republiek, een lidstaat van de Europese Unie, blijven bezetten.

Wat Cyprus betreft, volharden velen in het gelijk verdelen van de verantwoordelijkheden over slachtoffer en dader. Wij mogen geen misdaden en wapengeweld aanvaarden en moeten een oproep doen tot alle betrokken partijen – een oproep tot wat? Het is onaanvaardbaar hier in het Europees Parlement, in de tempel van de democratie, te moeten luisteren naar ongepaste termen als Noord-Cyprus, Zuid-Cyprus en te moeten horen spreken over verkiezingen in Noord-Cyprus, waar 70 procent van de kiezers illegale kolonisten zijn.

Het is duidelijk dat als er geen oplossing komt waarmee de mensenrechten van de burgers van Cyprus worden geëerbiedigd, heel het waardenstelsel van de Europese Unie op de helling komt te staan. De besprekingen worden natuurlijk voortgezet maar zijn verzand omdat Turkije het onderste uit de kan wil. Aangezien hier Turkije wordt beoordeeld en niet een ander land, vragen wij Turkije om het onderhandelingsproces te vergemakkelijken door middel van twee voor de hand liggende handelingen: ten eerste het onmiddellijke begin met de terugtrekking van het bezettingsleger en ten tweede de teruggave van bezette stad Famagusta aan haar wettelijke bewoners.

 
  
MPphoto
 

  Giovanni Collino (PPE).(IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, wij erkennen dat Kroatië de laatste jaren aanzienlijke inspanningen heeft geleverd om te voldoen aan de eisen voor lidmaatschap van de Europese Unie. Wij steunen de verklaring van vanochtend van de heer López Garrido.

Er is echter nog een onopgeloste kwestie, die moet worden aangepakt tijdens de onderhandelingen over bilaterale aangelegenheden tussen Kroatië en Italië en die een schaduw kan werpen over het toetredingsproces. Ik doel hierbij op het feit dat er noch sprake is van financiële en morele genoegdoening voor de geleden schade, noch van teruggave van de eigendommen die zijn geconfisqueerd van de Italianen die dat land na de Tweede Wereldoorlog als bannelingen hebben moeten verlaten.

Nu Kroatië wil toetreden tot de Europese Unie roep ik dit land ertoe op vaart te zetten achter het proces om deze trieste en nog onopgeloste kwestie een verzoenend, constructief en goed slot te geven.

Wij verzoeken Kroatië de rechten te eerbiedigen van hen die hier al zo lang op wachten, waarmee onder andere ook het Europees recht zou worden nageleefd.

 
  
MPphoto
 

  Laima Liucija Andrikienė (PPE).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik heb een korte opmerking over Turkije.

Turkije heeft nog steeds enkele zeer ernstige problemen op het gebied van de mensenrechten. Een van de openstaande kwesties is het vaststellen van de rechten van etnische en religieuze minderheden – Koerden, christenen, levieten en anderen. Deze minderheden lijden onder voortdurende schendingen van hun rechten. Cyprus en Griekenland zijn uiterst belangrijk voor de Europese Unie en zullen dit ook blijven.

Dus moeten we, commissaris, onze Turkse partners duidelijk maken dat het erg moeilijk is om over de Europese integratie van Turkije te spreken zolang de problemen met betrekking tot de religieuze en etnische minderheden van Turkije niet zijn opgelost.

 
  
MPphoto
 

  Kyriakos Mavronikolas (S&D).(EL) Mevrouw de Voorzitter, in het debat van vandaag moeten wij tot duidelijke boodschappen aan het adres van Turkije komen en er rekening mee houden dat Turkije niets concreets heeft gedaan om de diverse problemen met zijn buurlanden op te lossen.

Wat met name de kwestie-Cyprus betreft is voorgesteld in de tekst een verwijzing op te nemen naar het probleem van het isolement van de Turks-Cyprioten, en daarom moet ik hier duidelijk maken dat de Europese Unie zich moet houden aan het kader van de resoluties van de Verenigde Naties, hetgeen betekent dat de illegaal bezette gebieden niet kunnen worden erkend. Integendeel, elke hulp die wordt verstrekt mag alleen via de wettelijke staat lopen, zoals ook nu gebeurt.

Daarnaast moet Turkije zijn leger terugtrekken, opdat de grootste hinderpaal voor de inspanningen tot oplossing van de moeilijkheden in de contacten met de Turks-Cyprioten wordt weggenomen.

 
  
MPphoto
 

  Jelko Kacin (ALDE). - (SL) Ik feliciteer alle rapporteurs met de evenwichtige verslagen. U, commissaris, wens ik heel veel succes in uw belangrijke functie.

Ik wil erop wijzen dat de lidstaten van de Europese Unie niet op een optimale manier met de landen van de westelijke Balkan communiceren. Sommige landen gooien met onrealistische data. 2014 als datum, zoals sommige dezer dagen suggereren, wekt valse hoop, irreële verwachtingen en misleiden zowel de politici als de publieke opinie van die landen. We kunnen enkel de pro-Europese krachten versterken als wij een realistische benadering volgen en ons correct gedragen. Valse beloftes zijn schadelijk, zowel voor hen als voor ons. Laten we eerlijk zijn, laten we correct zijn en laten we geloofwaardig zijn.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański (ECR).(PL) Mevrouw de Voorzitter, ik besef hoe bijzonder moeilijk het voor de regering in Ankara is om, gezien de sociale omstandigheden in Turkije, verbeteringen door te voeren ten aanzien van democratie en mensenrechten. Ik heb hier zeer zeker oog voor, maar ik wil de aandacht vestigen op een probleem dat te weinig nadruk heeft gekregen in dit debat. Ik denk aan het probleem van religieuze vrijheid, die nog steeds beperkt is in Turkije, met name ten aanzien van de christenen. In Turkije ondervinden religieuze gemeenschappen nog altijd belemmeringen als het gaat om hun wettelijke status. Ondanks de invoering van de wet op de stichtingen hebben christelijke gemeenschappen ernstige problemen met het terugkrijgen van verbeurd verklaard eigendom. Het Oecumenische Patriarchaat heeft beperkte rechten om geestelijken op te leiden en in vrijheid een oecumenische patriarch te kiezen. Ik ben de rapporteur zeer denkbaar dat hij al deze aspecten in zijn verslag heeft belicht. Tegelijkertijd betreur ik het dat deze zaak volledig werd genegeerd in de toespraak van de heer López Garrido. Mijnheer López Garrido, ik heb iets persoonlijks op te merken: ideologie en mensenrechten verdragen elkaar niet.

 
  
MPphoto
 

  John Bufton (EFD).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wil het woord voeren over de kwestie Turkije.

Wat mij zorgen baart is dat de UK Independence Party, waarvan ik lid ben, in 2003 in dit Parlement heeft gezegd dat er ernstige gevolgen zouden zijn in verband met de migranten uit de nieuwe lidstaten die naar ons land, het Verenigd Koninkrijk, zouden komen. Ik ben bang dat, als Turkije lid wordt, 70 miljoen mensen naar het VK mogen komen. Het Verenigd Koninkrijk is vol. We hebben miljoenen werklozen. De druk op onze openbare diensten is ongelofelijk. De gedachte aan het lidmaatschap van Turkije is absoluut uit den boze.

Men heeft ons de kans om te kiezen ontzegd. De mensen in ons land hebben niet de kans gehad om te stemmen over Lissabon. In ons land hebben we zeker een discussie nodig over de vraag of we wel of niet in het Europees Parlement vertegenwoordigd moeten zijn. Ik ben bang dat het lidmaatschap van Turkije de druppel zal zijn die de emmer doet overlopen. Ik ben ervan overtuigd dat we ons nu in een positie bevinden waarin de hele Europese situatie op het punt staat om af te brokkelen, met de euro, enzovoort. Als daar nog het Turks lidmaatschap bijkomt, wordt de zaak alleen maar erger, veel erger.

Commissaris, dit is uw eerste dag. Ik kom uit Wales, in het Verenigd Koninkrijk, en ik geef u op een briefje dat we Turkije eenvoudigweg niet als lid willen.

 
  
MPphoto
 

  Zoltán Balczó (NI). (HU) In verband met de toetreding van Turkije moeten we een elementaire kwestie ophelderen. Hoe zien we de Europese Unie? Vinden we de waarden, de gemeenschappelijke Europese waarden nog steeds belangrijk? Deze waarden zijn gebaseerd op de christelijke leer, ongeacht het aantal actieve gelovigen. Vinden we het culturele erfgoed van Europa belangrijk als bindende kracht? Als het antwoord op alle vragen ‘ja’ is, is er voor Turkije geen plaats in de Europese Unie. Uiteraard moeten we streven naar het beste partnerschap. Een ander aspect is dat de toetreding een precedent zou creëren. De Israëlische minister van Buitenlandse Zaken verklaarde dat ze geduld hebben maar hoe dan ook lid willen worden van de Europese Unie. Het moet gezegd: ook Israël heeft niets te zoeken in de Europese Gemeenschap.

 
  
MPphoto
 

  Csaba Sógor (PPE). (HU) Op het vlak van de bescherming van minderheden hebben Kroatië en Macedonië vooruitgang geboekt, maar ze zijn nog ver verwijderd van het hoogste rapportcijfer. Wat kunnen we hieraan doen? De Europese Unie zou deze landen met haar voorbeeldige bescherming van minderheden kunnen motiveren, maar wat gebeurt er in de Europese Unie? Het zou goed zijn als Frankrijk en andere landen het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden zouden ratificeren, als Slowakije de tegen minderheden gerichte maatregelen, zoals de taalwet, zou intrekken, en als ook Griekenland zou erkennen dat er op Grieks grondgebied minderheden leven en hun individuele- en gemeenschapsrechten zou garanderen. In Roemenië komt er hopelijk een minderheidswet, maar we zijn nog ver verwijderd van de situatie dat leden van een minderheid worden toegelaten tot de legerleiding, en men is banger voor autonomie dan voor het veertiende Russische leger in Transnistrië. Het Parlement zou de bestaande lidstaten kunnen aanmoedigen een beter voorbeeld te stellen door uniforme normen voor de bescherming van minderheden verplicht te stellen voor het grondgebied van de hele Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Danuta Jazłowiecka (PPE).(PL) Mevrouw de Voorzitter, commissaris, het jaar 2009 had volgens een verslag van de International Crisis Group beslissend moeten zijn voor de opneming van Turkije in de Europese Unie. Er zou of een doorbraak komen in de toetredingsonderhandelingen of een einde komen aan de gesprekken. Nu gaan de gesprekken door over andere onderwerpen, onderwerpen die verband houden met toetreding. Zeker, het Spaanse voorzitterschap zegt dat het wil dat Ankara zo snel mogelijk toetreedt tot de Gemeenschap, maar het aantal aanwijzingen groeit dat Ankara bezig is zijn positie in de wereldorde te herbepalen en dat lidmaatschap van de Gemeenschap geen prioriteit meer is. De afschaffing van visa voor Jordanië, Libië, Iran en Syrië, een verslechtering van de betrekkingen met Israël, nauwere betrekkingen met Soedan, de ondertekening van een overeenkomst om diplomatieke betrekkingen met Armenië te beginnen en het blokkeren van een vergelijk met Cyprus: dit alles duidt erop dat Ankara zich steeds meer richt op samenwerking met zijn buren, zelfs als hiermee zijn positie in de onderhandelingen over toetreding wordt verzwakt.

De kwestie van de energiezekerheid en de cruciale geografische ligging van Turkije betekenen echter dat het land langzaam aan een onmisbare rol speelt in het veiligstellen van de Europese belangen. Het zal daarom wellicht niet lang duren eer de toetreding van Turkije tot de Europese Unie belangrijker is voor ons dan voor Turkije zelf. Ik roep de Commissie en de Raad daarom op de Turkse vooruitzichten op lidmaatschap van de Europese Unie opnieuw te bepalen.

 
  
MPphoto
 

  Alf Svensson (PPE).(SV) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat de vooruitgang die wordt geboekt door de kandidaat-lidstaten waarmee wordt onderhandeld, ook wordt erkend en onderstreept. Ik denk dat dit puur psychologisch erg belangrijk is. Verder kan niet worden ontkend dat onderhandelingen met de EU betere levensomstandigheden voor de mensen in die landen hebben gecreëerd. De onderhandelingen op zich zijn een positieve zaak.

We zijn het er zeker allemaal over eens dat Turkije aanzienlijke inspanningen moet leveren en dat vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en persvrijheid vanzelfsprekend zijn. Mijns inziens moet echter ook gezegd worden dat de onderhandelingen met Turkije niet alleen onderhandelingen zijn met de staat of de natie Turkije, maar dat Turkije een soort sleutel tot of een brug naar een hele regio is. Daarom moeten we goed beseffen dat de betrekkingen met de regio aanzienlijk zouden verslechteren als de deur weer dichtgegooid zou worden.

 
  
MPphoto
 

  Chrysoula Paliadeli (S&D).(EN) Mevrouw de Voorzitter, ik wou dat ik de tijd kreeg om de leden van dit Parlement uit te leggen waarom de kwestie van de naam van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zo gevoelig ligt bij de Griekse bevolking. Helaas heb ik daarvoor meer dan een minuut nodig.

Dit verhaal gaat terug tot het eind van de jaren veertig en is een droevig verhaal, een verhaal dat uiteindelijk uitmondde in verkeerde opvattingen over die jaren. Ik kan u verzekeren dat Grieken noch nationalisten noch expansionisten zijn. Het enige wat ze doen is zich verzetten tegen het gebruik van een naam die deel uitmaakt van hun eigen oude historische en archeologische traditie.

Ik begrijp dat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, als nieuwe onafhankelijke staat, alsnog een etnogenetische fase doormaakt. Serieuze academici in Skopje ondersteunen de nationalistische neigingen van hun premier niet. Ze kiezen ervoor om te zwijgen in plaats van zich uit te spreken tegen deze trendy frase, waardoor – zoals in het verslag Thaler terecht wordt opgemerkt – de spanning hoog kan oplopen.

Ik zou willen dat dit Parlement en de nieuwe Commissie pogingen ondernamen om een bijdrage te leveren aan de oplossing van de naamskwestie, niet door de nationalistische neigingen van de regering van FYROM te steunen maar door het Griekse standpunt te steunen, waarmee wordt gevochten voor een aimabel compromis, dat de bevolking van FYROM uiteindelijk meer tevredenheid lijkt te geven dan de bevolking van Griekenland.

 
  
MPphoto
 

  Zigmantas Balčytis (S&D).(LT) Uit de debatten van vandaag is gebleken dat de leden weliswaar van mening verschillen over de vooruitgang die Turkije heeft geboekt, maar dat we het er wel over eens zijn dat de correcte doorvoering van fundamentele hervormingen een absolute voorwaarde voor het lidmaatschap van de Unie is. Ik denk dat het nog te vroeg is om concrete data vast te leggen, maar we moeten de ontwikkelingen volgen, en eisen dat Turkije vooruitgang boekt. De recente gebeurtenissen, zoals het verbod op de activiteiten van politieke partijen, zijn namelijk een reden tot bezorgdheid en wekken de indruk dat Turkije niet werkelijk probeert om de civiele en politieke vrijheden en rechten te respecteren. We moeten Turkije echter de kans geven om op zijn stappen terug te keren, en hopen dat Turkije een democratisch en vrij land zal worden.

 
  
MPphoto
 

  Petru Constantin Luhan (PPE).(RO) Kroatië blijft de andere staten van de Westelijke Balkan een stap voor op de weg naar toetreding tot de EU. Het land kan als voorbeeld dienen voor de staten in de regio als het gaat om hun toetredingsvooruitzichten op basis van de daarvoor vastgestelde criteria en voorwaarden.

Ik ben blij met de gemelde vooruitgang op het gebied van de binnenlandse hervormingen. Deze vooruitgang blijkt ook uit het voortgangsverslag 2009. De methode om te voldoen aan de noodzakelijke toetredingscriteria, in het bijzonder die in hoofdstuk 23, justitie en grondrechten, vormt een belangrijke mijlpaal in de vorderingen van dit land bij het bereiken van de Europese normen.

We steunen de toetreding van Kroatië tot de Europese Unie, op voorwaarde dat deze gebaseerd is op de strikte naleving van de toetredingscriteria, waarvan ook een volledige medewerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië deel uitmaakt.

Kroatië zal de toetredingsonderhandelingen dit jaar afronden. Het verslag waarover we vandaag debatteren is het laatste voortgangsverslag dat is opgesteld door het Europees Parlement. We hebben er vertrouwen in dat we volgend jaar zullen kunnen stemmen over het verdrag voor toetreding van Kroatië tot de Europese Unie, wat een positief signaal zal zijn voor de hele regio.

 
  
MPphoto
 

  Milan Zver (PPE). - (SL) Commissaris, ik feliciteer u met uw nieuwe functie en hoop dat u met uw bevoegdheden succes zal boeken.

Ik ben erg tevreden dat de drie verslagen positief zijn, dat ze melding maken van vooruitgang bij de modernisering van deze landen, zoals wij die vanuit Europees standpunt zien. Het is vooral van belang dat deze drie landen hoge normen voor de eerbiediging van de mensenrechten hanteren. Op dat vlak moet Europa streng zijn, net als voor het regelen van de relaties met hun buurlanden.

Ik wil graag erop wijzen dat ik het verslag over Kroatië niet zal steunen, vooral omdat Slovenië daarin niet op de gepaste manier behandeld wordt.

 
  
MPphoto
 

  Iuliu Winkler (PPE).(RO) Het meest effectieve externe beleid van de Europese Unie met betrekking tot de Westelijke Balkan is uitbreiding in deze regio. Dat zal vrede garanderen en democratie brengen in een gebied dat helaas in de recente geschiedenis zijn reputatie als ‘kruitvat van de Europese Unie’ steeds opnieuw bevestigd zag worden.

Tegelijkertijd is opneming in het gebied van stabiliteit en welvaart van de Europese Unie het meest effectieve buitenlandse beleid voor de nieuwe staten op de Westelijke Balkan. We hebben instrumenten nodig voor dit proces. Ik ben daarom blij met de voortgangsverslagen over Kroatië en Macedonië, die waardevolle instrumenten vormen.

Ik ben ook van mening dat er economische instrumenten nodig zijn, naast regionale, economische en commerciële samenwerking, onder andere met betrekking tot investeringen, die al hebben bewezen effectief te zijn. Ik denk dat deze instrumenten moeten worden overwogen door de Europese Commissie en de regeringen van Kroatië en Macedonië.

 
  
 

(Spreker stelt mevrouw Flautre een vraag volgens de “blauwe kaart”-procedure krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement)

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Ik had eigenlijk een vraag willen stellen aan de delegatieleider van de Turkse delegatie, mevrouw Flautre. Ik weet niet of ik dat nu kan doen, want daarop was mijn blauwe kaart gebaseerd. Kan ik een vraag stellen aan mevrouw Flautre?

Mevrouw Flautre, ik wil u naar aanleiding van de verschrikkelijke eerwraak-moord in Turkije vragen of u het ermee eens bent dat wij een verzoek indienen om een uitgebreid onderzoek naar eerwraak in Turkije te doen. Wij hebben in mijn land, Nederland, ontzettend veel eerwraak onder Turken, in Duitsland is dat ook het geval, en ik denk dat dit nog maar het topje van de ijsberg is en dat in Turkije er heel veel sprake is van eerwraak. Kunnen wij mijnheer Füle om een onderzoek naar eerwraak in Turkije vragen?

 
  
 

(Mevrouw Flautre verklaart zich bereid een “blauwe kaart”-vraag krachtens artikel 149, lid 8 van het Reglement te beantwoorden)

 
  
MPphoto
 

  Hélène Flautre (Verts/ALE). (FR) Mevrouw de Voorzitter, een vraag, prima, maar wat voor een vraag? Aan wie wordt deze vraag gesteld en met welk doel? Ik denk dat onze delegatie – en u maakt daar deel van uit mijnheer Madlener – zich hard heeft gemaakt en nog altijd hard maakt voor de mensenrechten en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen en dat wij derhalve alle initiatieven steunen die worden genomen in de strijd tegen geweld tegen vrouwen.

Ik heb het zojuist tijdens mijn interventie al gezegd. Ik ben van mening dat eerwraak-misdrijven, dat wil zeggen georganiseerde misdrijven binnen de familie of stam, absoluut onaanvaardbaar zijn en dat het zeer goed is om op te merken dat niemand in Turkije dit soort archaïsche en criminele praktijken nog langer accepteert.

 
  
MPphoto
 

  Diego Lٕópez Garrido, fungerend voorzitter van de Raad. – (ES) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren afgevaardigden, ik dank u voor deze brede discussie op grond van een aantal uitstekende resoluties van het Europees Parlement. Graag wil ik de rapporteurs, de heer Swoboda, de heer Thaler en mevrouw Oomen-Ruijten, hiermee gelukwensen.

Ik denk te mogen zeggen dat een grote meerderheid van u het uitbreidingsproces ondersteunt en dit beschouwt als een wezenlijk onderdeel van de Europese integratie. Zoals de heer Brok zei is de uitbreiding een succes geweest in de Europese Unie. Andere afgevaardigden hebben een aantal voorbeelden van dat succes onder de aandacht gebracht. De uitbreiding is ook een factor van vitaal belang voor de voortgang van de democratische hervormingen en de democratische verdieping in zowel de landen die toenadering hebben gezocht tot de Europese Unie als de landen die aan hun toetreding tot de Unie begonnen zijn, of de landen die een vooruitzicht hebben op toetreding. Zoals de heer Mauro benadrukt heeft, houdt dit altijd de verplichting in – en dat is nog iets waarover algehele consensus bestaat – om te voldoen aan de voorwaarden van Kopenhagen, en dus ook om de mensenrechten te eerbiedigen.

Ik ben het volkomen met de heer Cashman eens dat de manier waarop met minderheden wordt omgegaan bepalend is voor een land, en niet zozeer de manier waarop met de meerderheid wordt omgegaan, ofschoon dat ook mee weegt. Daaraan moeten wij dus de naleving van de mensenrechten en bijgevolg de mate van vervulling van de voorwaarden van Kopenhagen aflezen.

Nog een punt van algemene overeenstemming was dat het Europees perspectief van de landen van de Westelijke Balkan een fundamentele factor is voor hun vooruitgang – zoals is opgemerkt door mevrouw Giannakou en de heer Winkler – en natuurlijk is dat niet alleen in het belang van die landen, maar ook, zoals mevrouw Göncz zei, in het belang van de Europese Unie.

Wat Kroatië betreft, bestond er ook overeenstemming over de noodzaak zo snel mogelijk nieuwe hoofdstukken te openen, waarbij ik wel moet vermelden dat er op dit ogenblik 28 van de 35 hoofdstukken geopend zijn en dat 17 daarvan voorlopig gesloten zijn. Het Spaanse voorzitterschap zal zich blijven inzetten voor nieuwe voortgang in de onderhandelingen, samen met de Europese Raad en de Raad, opdat spoedig de eindfase kan worden ingeluid. Daarom heb ik al eerder gezegd dat de toetredingsbijeenkomsten met Kroatië meteen zullen beginnen.

Wij verwachten dat de routekaart van de toetredingsonderhandelingen dit jaar zal kunnen worden afgesloten, zoals de rapporteur van het verslag, de heer Swoboda, heeft voorgesteld en sommigen onder u bepleit hebben, zoals de heer Hökmark, de heer Berlinguer en de heer Lisek. Deze laatste heeft de wens uitgesproken dat Kroatië tot de Europese Unie toetreedt onder Pools voorzitterschap.

Zoals de heer Poręba gezegd heeft is er dus wat Kroatië betreft voortgang gemaakt. Mevrouw Serracchiani heeft er echter op gewezen dat er nog werk aan de winkel is, dat er nog tekortkomingen zijn op juridisch vlak.

We denken dus dat we een belangrijke slotfase in de toetreding van Kroatië bereikt hebben, en we hopen dat de onderhandelingen zo snel mogelijk worden afgesloten en de procedure zal worden gestart voor de ratificatie van desbetreffende verdragen in de Europese Unie.

Wat Macedonië betreft ging het debat hoofdzakelijk over de kwestie van de naam. Natuurlijk is de naam geen vereiste van Kopenhagen, maar het spreekt vanzelf dat goede nabuurschapbetrekkingen een vitale rol spelen in de vormgeving van het nationaal beleid in alle kandidaat-landen.

De kandidaat-landen moeten dus, net zoals de leden van de Europese Unie, de grootst mogelijke gevoeligheid voor dit soort zaken aan de dag leggen. Bovendien moet duidelijk zijn dat de onderhandelingen unanimiteit als uitgangspunt hebben, dat wil zeggen een unanieme beslissing van de huidige leden van de Europese Unie.

De oplossing die de afgevaardigden Posselt, Kasoulides, Cornelissen, Chatzimarkakis, Göncz en Paliadeli hebben bepleit, moet gezocht worden in zowel de onderhandelingen onder auspiciën van de Verenigde Naties als de bilaterale contacten tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Griekenland. Ofschoon dit een belangrijke kwestie is, neemt de Europese Unie zelf niet deel aan die besprekingen in de Verenigde Naties.

Daarom is nu nog niet aan te geven wanneer dit conflict kan worden opgelost, maar uiteraard kan ik wel zeggen dat ook het voorzitterschap premier Gruevski en premier Papandreou van harte gelukwenst met de heropening van de rechtstreekse dialoog. Daaruit blijkt het leiderschap van beide premiers en dit zal ongetwijfeld leiden tot een open sfeer en houding, waaraan de heer Tremopoulos in zijn betoog gerefereerd heeft.

Uiteraard hebben wij er alle vertrouwen in dat de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in staat is om deze onderhandelingen tot een goed einde te brengen. Ik wil hierbij vermelden dat het perspectief van toetreding tot de Europese Unie altijd van groot belang is geweest voor het land in zijn geheel, dat wil zeggen ook voor zijn grote of kleine etnische groeperingen.

Ten slotte zijn er vele opmerkingen gemaakt over Turkije, en om te beginnen zou ik willen opmerken dat de onderhandelingen in een redelijk tempo worden voortgezet – ze zijn niet stopgezet – en ik zeg dat als reactie op de opmerking van de heer Van Orden over het tempo van die onderhandelingen.

Wij hopen andere onderhandelingshoofdstukken te openen tijdens het Spaanse voorzitterschap. Ik heb er een aantal genoemd, maar het tempo is natuurlijk niet te voorzien omdat dit afhankelijk is van de voortgang van de hervormingen die Turkije al dan niet doorvoert, en van de voortgang die het maakt om te voldoen aan de criteria van Kopenhagen. Zoals u allen weet is bovendien voor elk geval, voor elke fase van het proces, voor ieder hoofdstuk, eenparigheid van stemmen vereist.

De bescherming van de mensenrechten en het voldoen aan de criteria van Kopenhagen vormen een kwestie die in vele opmerkingen genoemd is en die duidelijk aan de orde wordt gesteld in het verslag van mevrouw Oomen-Ruijten. Er zij op gewezen dat Turkije op dit gebied meer inspanningen dient te leveren. Het moet meer inspanningen leveren, en ik zeg dit als reactie op de woorden van de heren Belder en Salafranca en anderen, en op die van de heren Angourakis en Klute, die gesproken hebben over het bevorderen van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

Ze hebben gelijk, maar het is ook waar dat de onderhandelingen nog steeds het voornaamste middel zijn dat de Europese Unie heeft om die voortgang te beïnvloeden, die zich ongetwijfeld heeft voorgedaan, ook al schiet zij op sommige punten tekort. Dat is ook opgemerkt door andere afgevaardigden, zoals de heer Obiols en mevrouw Flautre, of de afgevaardigden Lunacek, Preda en Balčytis. Ik denk dat we dit goed voor ogen moeten houden als we de onderhandelingen met Turkije op een evenwichtige wijze willen beoordelen.

Ook de kwestie Cyprus is herhaaldelijk aan de orde gesteld. Die zal de komende maanden uiteraard een beslissende rol spelen. Er zij op gewezen dat de onderhandelingen die de leiders van beide gemeenschappen in Cyprus op dit moment voeren, positief zijn en dat het klimaat van vertrouwen verbeterd is.

Natuurlijk zou het oplossen van het probleem met Cyprus dit obstakel wegnemen, of alle obstakels, of tenminste een deel van de obstakels die de voortgang van Turkije op de weg naar toetreding tot de Europese Unie zouden kunnen belemmeren, en in elk geval zou hiervan een belangrijk positief signaal uitgaan aan de regio in haar geheel, waarbij verzoening het voornaamste doel is, zoals de heer Howitt zo terecht opmerkte.

Het spreekt vanzelf dat wij allemaal van mening zijn dat Turkije het aanvullend protocol dient na te leven. Het is hiertoe veelvuldig opgeroepen en in de besprekingen met Turkije wijst de Raad er natuurlijk steeds op dat het land die verplichting dient na te komen. Ik moet zeggen dat de Raad op 8 december van het vorig jaar een aantal conclusies heeft aangenomen waarin wordt gezegd dat indien geen voortgang wordt geboekt in deze kwestie, de Raad de in 2006 aangenomen maatregelen zal handhaven, die van blijvende invloed zullen zijn op de algemene voortgang van de onderhandelingen.

Dan zijn er nog de opmerkingen van mevrouw Koppa en de heer Salavrakos over andere incidenten: de schendingen van het luchtruim en de incidenten in de Egeïsche Zee. Ik herhaal: goede nabuurschapbetrekkingen zijn een onontbeerlijke graadmeter voor het aflezen van de voortgang van Turkije in het kader van de onderhandelingen. De conclusies van de Raad van 8 december, die ik al vele malen genoemd heb, hebben Turkije hierover ook een boodschap doen toekomen. Ik kan u verzekeren dat het voorzitterschap deze kwestie op de voet zal volgen en haar op alle niveaus aan de orde zal stellen wanneer daar gelegenheid voor is.

Mevrouw de Voorzitter, ik kan u hoe dan ook zeggen dat het voorzitterschap een bijzonder duidelijk standpunt inneemt inzake de onderhandelingen met Turkije. Wij staan achter de nieuwe consensus over de uitbreiding die de Europese Raad op december 2006 overeen is gekomen. Dit betekent zonder enige twijfel dat de onderhandelingen gericht zijn op de toetreding van Turkije tot de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 

  Štefan Füle, lid van de Commissie. − (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik ben zeer dankbaar dat ik al zo vroeg de kans krijg om deel te nemen aan deze gedachtewisseling met u over de toetredingslanden. Ik heb tijdens mijn hoorzitting beloofd dat ik zou komen luisteren en uw advies zou meenemen. Het debat van vandaag was een duidelijk bewijs van de rijkheid, de wijsheid en het inzicht die hier in dit Parlement bijeen zijn gebracht.

Ik wil twee algemene opmerkingen maken. Ten eerste neem ik de beloften die ik tijdens de hoorzitting heb gedaan, zeer serieus. Ik ben niet geïnteresseerd in twee monologen maar in een dialoog met dit Parlement die de werkelijk geest van het Verdrag van Lissabon weerspiegelt.

Ik wil hier ook nog een andere algemene opmerking maken, en ik heb dit al enkele malen genoemd tijdens mijn hoorzitting. Bij het spreken met de kandidaat-lidstaten en de mogelijk toekomstige kandidaat-lidstaten heb ik de volgende vier beginselen altijd onderstreept. Ten eerste moeten de Kopenhagencriteria strikt worden nageleefd; hierover kan niet worden onderhandeld. Ten tweede moeten de fundamentele vrijheden en de grondrechten, inclusief de religieuze en minderheidsrechten en uiteraard vrouwenrechten, strikt worden geëerbiedigd. Ten derde moet het proces eerlijk verlopen en de geloofwaardigheid van beide kanten en alle niveaus weerspiegelen. Ten vierde zal ik de kwestie van de integratiecapaciteit nooit onderschatten.

Wat Kroatië betreft wordt zowel in de resolutie van het Parlement als in het standpunt van de Commissie onderstreept dat Kroatië ervan op aan kan dat het Parlement en de Commissie betrouwbare bondgenoten zijn. Als het land erin slaagt om te voldoen aan alle nog niet vervulde voorwaarden, dan vertrouw ik erop dat de toetredingsonderhandelingen dit jaar kunnen worden afgerond. De Commissie – en ik neem aan ook de huidige en toekomstige voorzitterschappen – en het Europees Parlement steunen Kroatië bij het streven naar zijn doel.

Voor wat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreft, wil ik nogmaals benadrukken dat het land de aanbeveling van de Commissie om toetredingsonderhandelingen te beginnen heeft verdiend op basis van zijn eigen merites. Niettemin staat het land nog steeds voor vele urgente uitdagingen, met inbegrip van de politieke criteria. Zoals tijdens het debat werd gezegd is er nu een uitgelezen mogelijkheid om de naamskwestie op te lossen, en ik sta volledig achter de steun voor de lopende besprekingen.

Voor wat Turkije betreft weten we allemaal dat er geen makkelijke weg voor ons ligt, noch voor Turkije, noch voor de Europese Unie, en velen onder u hebben dat ook duidelijk tijdens dit debat gezegd. Ik weet echter dat de Turkse regering nog steeds gecommitteerd is aan democratische openstelling. Wie had nog maar vijf jaar geleden kunnen denken dat in de Turkse maatschappij en door politici openlijk en intensief zou worden gesproken over de kwestie van de Koerden, de betrekkingen tussen de civiele en de militaire macht, de heropening van het seminarie van Halki of de betrekkingen met Roemenië?

Niettemin blijf ik bezorgd over de beperking van de persvrijheid en het mediapluralisme. Er zijn verdere wettelijke veranderingen nodig om journalisten, mensenrechtenactivisten en politici te beschermen tegen vervolging en veroordeling voor het uiten van een niet-gewelddadige mening.

Met betrekking tot de toetredingsonderhandelingen is het openen van het belangrijke milieuhoofdstuk afgelopen december een bemoedigende ontwikkeling, waardoor het aantal geopende hoofdstukken op twaalf komt. Ik ben hoopvol dat we dit jaar meer hoofdstukken kunnen openen. Maar Turkije moet zich extra inspannen om te kunnen voldoen aan de veeleisende criteria. Het is dan ook van belang dat de noodzakelijke voorbereidingen strikt worden voortgezet.

De Commissie verwelkomt ook de versterkte dialoog met Turkije over migratie, die tot concrete prestaties moet leiden met name wat overname en grenscontroles betreft. In antwoord op de specifieke vraag van een van uw collega's kan ik zeggen dat de Commissie op de hoogte is van de recente ontwikkelingen betreffende de intrekking door Turkije van de visumverplichting voor Libanon en Syrië. De directeur-generaal van de Commissie die verantwoordelijk is voor deze kwesties, is de komende week voor besprekingen in Ankara. Dit is een van de kwesties die hij bij die gelegenheid zal bespreken, en ik zal verslag uitbrengen van deze besprekingen.

Op uw verzoek zal ik ook het volgende standpunt van de Commissie hieraan toevoegen. De door Commissie voorgestelde en genomen maatregelen zijn allemaal gericht op het beëindigen van het isolement van de Turks-Cypriotische gemeenschap en vormen een middel om de hereniging van Cyprus te vergemakkelijken, overeenkomstig de conclusies van de Raad van april 2004. Het door ons uitgevoerde steunpakket ter waarde van 259 miljoen euro is gericht op een duurzame sociale en economische ontwikkeling van de Turks-Cypriotische gemeenschap en op haar volledige participatie in de Europese Unie na een akkoord en een hereniging. De groenelijnverordening vergemakkelijkt economische en persoonlijke contacten tussen Turks-Cyprioten en Grieks-Cyprioten. De handelsverordening inzake speciale handelsvoorwaarden voor de Turks-Cypriotische gemeenschap wordt nog besproken in de Raad.

Ik kom nog even terug bij Turkije. Het hervormingsproces moet doorgaan en de Europese Unie moet het proces en de vooruitgang blijven stimuleren. De Commissie blijft zich inzetten voor het toetredingsproces van Turkije. Onze invloed en inbreng in Turkije zullen alleen geloofwaardiger en sterker worden als onze toezeggingen ondubbelzinnig blijven.

Ik kijk uit naar een zeer vruchtbare en nauwe samenwerking in de komende vijf jaar.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Tot besluit van het debat zijn door de Commissie buitenlandse zaken drie ontwerpresoluties ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2 van het Reglement(1).

Het debat is gesloten.

De stemming vindt vandaag plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk.(PT) Dit verslag erkent dat Turkije, kandidaat-lidstaat sinds 2005, een aantal positieve stappen op weg naar de toetreding tot de EU heeft gezet, maar dringt tegelijkertijd aan op een bespoediging van de hervormingen. Er zij aan herinnerd dat de onderhandelingen in december 2006 gedeeltelijk werden opgeschort vanwege de weigering van Turkije om de douane-unie met de EU op Cyprus toe te passen. Het conflict met Cyprus moet worden opgelost en het land moet vooruitgang blijven boeken op het gebied van de democratie en de bescherming van de mensenrechten, de corruptiebestrijding, de verbetering van de persvrijheid, de noodzakelijke politieke transparantie en een snellere en meer doeltreffende rechtspraak, de consolidatie van de wetten tegen discriminatie op grond van geslacht, seksuele geaardheid en etnische en religieuze minderheden en de hervorming van het openbaar bestuur. De Turkse regering geeft ononderbroken blijk van de politieke wil om de hervormingen voort te zetten en zij heeft de fundamentele vrijheden en de democratische ontwikkeling in het land aanzienlijk vergroot. Daarom moeten wij voortgang maken met het onderhandelingsproces en de toetreding waarborgen van een land dat een cruciale rol speelt als bemiddelaar in de conflicten tussen Israël en Palestina en als platform voor een betere verstandhouding met Irak en Iran.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het verslag bevat zeker een aantal interessante punten, zelfs voor degenen die – zoals ikzelf en velen van u – tegen de toetreding van Turkije tot de EU zijn. De inhoud van het verslag illustreert dat Turkije soms bij lange na niet voldoet aan de basisvoorwaarden voor toetreding tot de Unie. In enkele passages uit de door de Commissie buitenlandse zaken voorgestelde resolutie wordt ook tamelijk strenge taal gebezigd. Het gaat hier niet om documenten die zich verzetten tegen de theoretische toekomstige toetreding van Turkije tot de EU. Ik ben echter bijzonder ingenomen met het feit dat het Parlement zijn bevindingen over het vermeend gebrek aan vooruitgang van Turkije wil meedelen. Degenen die zich net als ik verzetten tegen de toetreding van Ankara tot de EU vinden in deze bevindingen een bevestiging van hun eigen traditionele bezwaren tegen het lidmaatschap: in Turkije worden de fundamentele vrijheden nog steeds beperkt en de mensenrechten geschonden en is er nog steeds sprake van een agressieve houding tegenover Cyprus en Griekenland en discriminatie van etnische en religieuze minderheden, allemaal zaken die Europa natuurlijk niet kan negeren. Telt u hierbij nog op de gebruikelijke bezorgdheid over de culturele en geografische verschillen tussen Turkije en Europa en over de problemen die zouden ontstaan door de toelating van een rechtstreeks aan de Unie grenzend land met meer dan tachtig miljoen mensen. Dit zijn allemaal factoren die mij sterken in mijn vaste overtuiging dat het Turkse lidmaatschap inopportuun is in een Europa dat als gemene deler met name het christendom heeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Dušek (S&D), schriftelijk. (CS) Aan de ene kant is het van fundamenteel belang te bezien hoe en in welke mate er in Turkije vooruitgang geboekt wordt met het democratiseringsproces en hoe het land ervoor staat met zijn toenadering tot de EU. Aan de andere kant mogen we de discussie over het toekomstig lidmaatschap van Turkije van de EU niet uit de weg gaan. Bij elke uitbreiding worden financiële afwegingen gemaakt: zal de toetreding van het land in kwestie de Europese Unie financieel iets opleveren of zal er vooral sprake zou zijn van negatieve financiële gevolgen. Ik vrees dat in deze tijden van crisis het gemeenschappelijk landbouwbeleid en daarmee uiteindelijk de Europese begroting zich geen uitbreiding veroorloven kan met een land waarin de landbouw de bron van levensonderhoud is van 7 miljoen inwoners ( tegen 10,4 miljoen in de EU). Ter vergelijking: onder de huidige omstandigheden zouden de uitgaven voor Turkije tot het jaar 2025 10 miljard euro bedragen, terwijl het bij alle 10 nieuwe lidstaten van de “oostelijke uitbreiding” bij elkaar om een bedrag van zo’n 8 miljard gaat. Met het huidige wettelijk kader zouden rechtstreekse betalingen aan Turkse landbouwers, betalingen voor plattelandsontwikkeling en marktondersteuning de nekslag betekenen voor de Europese landbouw en de Europese boeren. Gezien het grote oppervlakte, het grote aantal inwoners en de economische situatie in kandidaat-lidstaat Turkije zou de toetreding ervan tot de EU een gigantische belasting vormen voor de EU-begroting, die bovendien gepaard zou gaan met een daling van het bbp van de EU met negen procent per capita. Met het oog op dit alles dient de toetreding van Turkije tot de EU en de daarmee samenhangende hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opnieuw en uitermate zorgvuldig tegen het licht te worden gehouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Martin Kastler (PPE), schriftelijk. – (DE) Het is prijzenswaardig dat de jonge democratie in Macedonië overal in de samenleving en de economie verdere stappen heeft gezet. Ik ben heel blij dat de presidentsverkiezingen en de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2009 vlekkeloos zijn verlopen. Dat wordt beschouwd als een bewijs voor de toenemende democratisering in de hele regio. Macedonië heeft voldaan aan alle criteria voor visumliberalisering, en daarom kunnen de burgers van dit land sinds 19 december 2009 zonder visum reizen. Dit is een grote stap in de juiste richting. Macedonië heeft nog een lange weg voor de boeg, en moet nog veel hervormingen doorvoeren, maar ik hoop werkelijk dat wij het land kunnen helpen met de ervaringen die wij hebben opgedaan tijdens de eerste golf van de oostelijke uitbreiding van de EU. Ik denk in dit verband aan de doorvoering van de institutionele hervormingen, waarbij de politieke stichtingen en verschillende NGO’s goed werk hebben geleverd. Er zijn twee gebieden waarop wij onze samenwerking inzake transformatie en EU-normen moeten versterken: hervorming van de overheid en van de rechterlijke macht en de politie. Ik hoop persoonlijk dat het conflict tussen Macedonië en Griekenland over de naam binnenkort kan worden bijgelegd, en dat de vooruitgang bij de opbouw van Europa niet wordt stilgelegd door bilaterale meningsverschillen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz (PPE), schriftelijk. (PL) Kroatië zou door zijn geopolitieke betekenis en historische betrekkingen ongetwijfeld zo snel mogelijk moeten toetreden tot de Europese Unie. Ondanks talrijke spanningen met buren en de etnische conflicten die tijdens de burgeroorlog de kop opstaken, kan ik me geen volledig geïntegreerd en verenigd Europa zonder Kroatië voorstellen. De onderhandelingen, die in 2004 begonnen, waren een veelbelovende ontwikkeling en als er zich geen verstoringen voordoen, zouden ze eind dit jaar moeten worden afgerond. Daarbij moet worden bedacht dat er op 28 gebieden overeenstemming is vereist. De toetreding van Kroatië tot de NAVO in april 2009 heeft de aanspraken van het land op toetreding tot de EU duidelijk versterkt. De stabilisering van wat historisch bekend staat als de heksenketel van de Balkan, is alleen met toetreding van Kroatië gewaarborgd. Ik hoop dat begin 2012, wanneer ik zitting neem in het Europees Parlement, ik de handen van mijn Kroatische collega’s kan schudden.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. – (DE) Ik verwelkom de vooruitgang die door Kroatië is bereikt, in het bijzonder in de strijd tegen corruptie. Corruptie moet in de instellingen bestreden worden, maar er is ook behoefte aan een verandering in de fundamentele houding en het bewustzijn van de bevolking, aangezien corruptie onder hen helaas nog deel uitmaakt van het dagelijkse leven. Wat betreft de betrekkingen van Kroatië met zijn buurlanden is het verheugend dat er nu een compromisoplossing voor het grensconflict met Slovenië in zicht lijkt te zijn. Ik hoop ook dat door de erkenning van Kosovo door Kroatië geen grotere spanningen in de Westelijke Balkan ontstaan, in het bijzonder met Servië, dat nu bezwaren uit, zoals te begrijpen valt. Op grond van de duidelijke vooruitgang die Kroatië heeft bereikt en mijn overtuiging dat Kroatië in cultureel, politiek en historisch opzicht deel uitmaakt van Europa, zal ik voor de ontwerpresolutie stemmen. Indien Kroatië aan alle voorwaarden voldoet, denk ik dat een spoedige toetreding mogelijk zal zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Kristiina Ojuland (ALDE), schriftelijk. (ET) Mevrouw de Voorzitter, wat mijn toespraak van 20 januari betreft ben ik benieuwd welke maatregelen de Turkse regering – volgens de informatie van de Raad en de Commissie – heeft genomen om de bevolking te betrekken bij de tenuitvoerlegging van het democratiseringsproces en bij de hervormingen die nodig zijn voor opneming in de Europese Unie. In het voortgangsverslag 2009 betreffende Turkije worden de tekortkomingen genoemd met betrekking tot de eerbiediging van de criteria van Kopenhagen, met specifieke nadruk op de politieke criteria, waaronder het functioneren van de democratie en de rechtsstaat, de mensenrechten en de bescherming van de rechten van minderheden. In het voortgangsverslag staat ook dat er via het pretoetredingsinstrument het afgelopen jaar 567 miljoen euro aan Turkije is toegewezen. Deze toewijzingen waren grotendeels gericht op het doorvoeren van hervormingen in het politieke en rechtssysteem en de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld. Tegelijkertijd werd duidelijk gemaakt dat het gebruik van dit instrument was gedecentraliseerd, wat betekent dat de Turkse overheid de toegewezen hulp beheert na toewijzing door de Commissie. Aangezien de Raad en de Commissie belang hebben bij het zo snel mogelijk afronden van de toetredingsonderhandelingen met Turkije, wat inhoudt dat de huidige tekortkomingen moeten worden opgelost, zouden zij over een nauwkeurig overzicht moeten beschikken van de door de Turkse regering genomen maatregelen om dit doel te bereiken. De Commissie heeft op haar website weliswaar enkele projecten zichtbaar gemaakt voor het beëindigen van kinderarbeid, het aanbieden van basisonderwijs, het betrekken van mensen met een handicap bij de samenleving en het opzetten van een vertrouwenstelefoon voor vrouwen in Turkije die lijden onder huiselijk geweld, maar het is de vraag of deze maatregelen toereikend zijn voor het verkrijgen van een breed draagvlak voor de onmiddellijke en succesvolle doorvoering van de noodzakelijke hervormingen. Welke aanvullende urgente maatregelen of projecten zijn er, in het licht van de inhoud van het voortgangsverslag, gepland om de belemmeringen op problematische gebieden zo snel mogelijk weg te nemen?

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) Toen op de dag van de grote uitbreiding, op 1 mei 2004, een aantal landen in Midden- en Oost-Europa toetrad tot de Europese Unie, kwam de deling van Europa door het ijzeren gordijn definitief ten einde. Niet alle landen van Midden- en Oost-Europa werden echter op dat moment in de Europese familie opgenomen. Het werd toen ook duidelijk dat de ‘grote uitbreiding’ moest worden voortgezet met de toetreding van nog een aantal landen in de regio. In 2007 werden Roemenië en Bulgarije lidstaten van de Europese Unie. De toetreding van deze landen kan echter niet worden beschouwd als het einde van de Europese uitbreiding.

Op dit moment is Kroatië het land dat toetreding het dichtst genaderd is. Ik steun de afronding van de onderhandelingen met Kroatië ten volle, opdat het land zo snel mogelijk tot de Europese Unie kan toetreden. Ik roep beide onderhandelingspartners op tot maximale flexibiliteit en de wil om tot overeenstemming te komen. Daarnaast roep ik Kroatië op zijn inspanningen te verhogen om te voldoen aan de eisen van de Gemeenschap op gebieden als de organisatie van het openbaar bestuur en de rechterlijke macht en de verbetering van de mechanismen voor een doeltreffende bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie. Verder wil ik mij voegen bij degenen die Kroatië oproepen uiterste goede wil te tonen in de samenwerking met het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië.

 
  
MPphoto
 
 

  Siiri Oviir (ALDE), schriftelijk. (ET) Als voorwaarde voor het afronden van het onderhandelingsproces met Turkije dat in 2005 is begonnen, moet Turkije aan alle criteria van Kopenhagen voldoen en zich op elk gebied voegen naar de integratiecapaciteit van de Europese Unie. Turkije is inderdaad begonnen met het doorvoeren van de vereiste hervormingen, het ontwikkelen van goede betrekkingen met zijn buurlanden en de stapsgewijze aanpassing aan de criteria voor het EU-lidmaatschap. Ik steun deze maatregelen en ik steun de toetreding van Turkije tot de Europese Unie, mits er natuurlijk volledig wordt voldaan aan de voorwaarden voor lidmaatschap. Nu baart het mij echter zorgen dat er de laatste tijd steeds minder positieve berichten over doorgevoerde hervormingen komen en dat er in Turkije nog steeds ernstige problemen zijn met het implementeren van de rechtsnormen, vooral wat betreft de normen inzake vrouwenrechten, non-discriminatie, vrijheid van meningsuiting en godsdienst, nultolerantie ten opzichte van marteling en maatregelen tegen corruptie. Ik roep Turkije op zich meer in te spannen om volledig aan de criteria van Kopenhagen te kunnen voldoen en de steun in de Turkse samenleving voor de noodzakelijke hervormingen te consolideren, uitgaande van de gelijkheid van alle mensen, ongeacht geslacht, ras of etnische afkomst, geloof of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. (RO) Ik ben van mening dat het in het belang is van beide partijen, de EU en Turkije, dat het uitbreidingsproces doorgaat. Daarom moet Turkije het hervormingsproces intensiveren om zijn verbintenissen na te komen.

Ik zal u hier een paar voorbeelden van geven. De wetgeving inzake gendergelijkheid is geharmoniseerd, maar er moeten meer inspanningen worden verricht om deze ten uitvoer te leggen en de verschillen tussen mannen en vrouwen te verkleinen als het gaat om hun deelname aan de arbeidsmarkt, de politiek en het besluitvormingsproces en ook met betrekking tot de toegang tot onderwijs. Er is vooruitgang geboekt op het gebied van milieubescherming, in het bijzonder door de ondertekening van het Protocol van Kyoto in deze ‘tijd van aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering’. Er moet echter nog veel worden gedaan op het gebied van waterkwaliteit, natuurbehoud en ggo’s (genetische gemodificeerde organismen).

Ik ben blij met de vooruitgang die Turkije heeft geboekt, maar tegelijkertijd steun ik het verzoek aan Ankara om meer werk te maken van het hervormingsproces, zodat Turkije kan toetreden tot de Europese club.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogusław Sonik (PPE), schriftelijk. (PL) Respect voor mensenrechten is een van de cruciale criteria van Kopenhagen waaraan elk land dat een lidstaat van de Europese Unie wil worden, onvoorwaardelijk moet voldoen. Ik wil de aandacht vestigen op beruchte gevallen van schendingen van vrouwenrechten.

Vrijwel dagelijks berichten de media ons over moorden op vrouwen, die bekend staan als ‘eremoorden’. De media besteden op dit moment veel aandacht aan het geval van de 16-jarige Medine Memi die op wrede wijze door haar eigen vader en grootvader werd vermoord. Dat deze twee het meisje van het leven beroofden omdat zij met jongens had gepraat is al schokkend, maar de wijze waarop deze gruweldaad werd voltrokken, is nog schokkender. Uit de lijkschouwing blijkt dat Medine, die in een kippenren werd begraven, nog altijd leefde op het moment dat dit gebeurde en dat zij tot op het laatst bij bewustzijn was. Het onvoorstelbare lijden van de stervende tiener was toegebracht om de ‘ontering’ van de familie te vergelden. Het is afschrikwekkend dat het geval van Medine geen afzonderlijk incident is, maar een wijdverbreid, barbaars verschijnsel. Het meisje, dat voor haar leven vreesde, had de politie meer dan eens van haar angsten op de hoogte gesteld – tevergeefs, want zij werd elke keer naar huis gestuurd.

Moord is al generaties lang geworteld in de Turkse traditie en stelt mannen vaak in een gunstig daglicht. Zij komen in actie, zogenaamd om de geschonden eer van de familie te herstellen. Tussen een land dat dit probleem nog niet heeft weten aan te pakken en Europa blijft een brede kloof bestaan. Europa staat immers voor de verdediging van fundamentele waarden. Dit verschil is een ernstig obstakel op weg naar de totstandbrenging van een gezamenlijke identiteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Traian Ungureanu (PPE), schriftelijk.(RO) Ik hoop dat het beoordelingsverslag van dit jaar Turkije zal stimuleren de afstemming van zijn buitenlandse beleid op dat van de EU te verbeteren. De Zwarte Zeeregio zou een prioriteitsgebied moeten zijn waar Turkije, als essentiële partner van de EU, kan helpen de Europese doelstellingen in het kader van de Synergie voor het Zwarte Zeegebied te verwezenlijken.

De betrokkenheid van Turkije bij het waarborgen van de energiezekerheid van de EU is al even belangrijk. Afgelopen jaar verwelkomde ik de deelname van Turkije aan het Nabucco-project met de ondertekening van de intergouvernementele overeenkomst. Ik sprak toen echter ook mijn grote bezorgdheid uit over het voornemen van Turkije om samen te werken met Rusland in het South Stream-project. Ik vraag Turkije daarom met klem een expliciete belofte te doen voor de tenuitvoerlegging van het Nabucco-project.

Ik verwelkom de oproep van de rapporteur om het energiebeleid van Turkije en de EU te harmoniseren, in het bijzonder door te beginnen aan de toetredingsonderhandelingen met betrekking tot het energiehoofdstuk en door Turkije op te nemen in de Europese Energiegemeenschap.

 
  
  

VOORZITTER: GIANNI PITTELLA
Ondervoorzitter

 
  

(1)Zie notulen.


9. Stemmingen
Video van de redevoeringen
MPphoto
 
 

  De Voorzitter. – We gaan nu over tot de stemming.

(Uitslagen en nadere bijzonderheden betreffende de stemmingen: zie notulen)

 

9.1. Facultatieve en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten (wijziging van Richtlijn 2006/112/EG) (A7-0008/2010, David Casa) (stemming)

9.2. EFRO: subsidiabiliteit van huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen (A7-0048/2009, Lambert van Nistelrooij) (stemming)
  

Na de stemming

 
  
MPphoto
 

  Jörg Leichtfried (S&D). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb geen problemen met de machine, ik wil alleen een voorstel doen. Sommige collega’s hebben de gewoonte om bij hoofdelijke stemmingen het nummer niet voor te lezen. Aangezien we nu zeer veel hoofdelijke stemmingen hebben en bovendien onze prachtige schermen, zou ik willen voorstellen hetzelfde te doen.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dank u voor uw vriendelijke suggestie. Ik deed dat om er zeker van te zijn dat u over alle informatie beschikte, maar omdat u de informatie kunt lezen, zal ik deze niet meer voorlezen.

***

 

9.3. Administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (A7-0006/2010, Magdalena Alvarez) (stemming)
MPphoto
 

  Sharon Bowles (ALDE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het advies waarover het Europees Parlement nu zal stemmen en dat betrekking heeft op het voorstel van de Commissie voor een richtlijn betreffende administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen loopt niet vooruit op het definitieve standpunt dat het Parlement zal innemen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van artikel 291 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de gevolgen voor de procedures op basis van het Besluit van de Raad 1999/468/EG van 28 juni 1999, met name voor wat betreft de regelgevingsprocedure met toetsing of het standpunt dat het Parlement gedelegeerde handelingen in andere wetgeving op zich kan nemen.

 

9.4. Wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (A7-0002/2010, Theodor Dumitru Stolojan) (stemming)

9.5. Recente aardbeving in Haïti (B7-0087/2010) (stemming)

9.6. Situatie in Iran (B7-0086/2010) (stemming)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra (PPE).(ES) Mijnheer de Voorzitter, voordat er gestemd wordt over deze ontwerpresolutie over Iran, zou ik het Parlement ervan op de hoogte willen stellen dat de Italiaanse ambassade in Teheran het doelwit was van een mislukte aanslag, en dat dergelijke incidenten zich ook hebben voorgedaan bij andere ambassades van de lidstaten, namelijk die van Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Nederland.

Mijnheer de Voorzitter, in paragraaf 24 van deze ontwerpresolutie wordt voorgesteld een delegatie van de Europese Unie in te stellen in Iran. Mijn fractie zou niet willen dat de aanneming van deze paragraaf, die ook in andere resoluties van het Europees Parlement is opgenomen, zou worden opgevat als een teken dat dergelijke gebeurtenissen door de vingers worden gezien. Daarom zou ik de heer Füle willen vragen om aan mevrouw Ashton over te brengen dat de omstandigheden die ik zojuist genoemd heb in aanmerking moeten worden genomen tijdens de toepassing van het mandaat van deze resolutie. Ik denk dat de heer Gahler zal verzoeken een mondeling amendement in de tekst van de resolutie op te nemen als toevoeging, om de diplomatieke belangen van de lidstaten in dat land te beschermen.

 
  
MPphoto
 

  Michael Gahler (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, dit is met de fracties afgesproken. Ik zal de tekst even in het Engels voorlezen:

‘Uit zijn bezorgdheid over de aard van de demonstraties die door de Basjmilitie gehouden werden voor ambassades van EU-lidstaten in Teheran op 9 februari, en roept de Iraanse autoriteiten op om de veiligheid van diplomatieke missies te waarborgen’.

 
  
 

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

Na de stemming

 
  
MPphoto
 

  Lena Kolarska-Bobińska (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, namens de auteurs van de zojuist aangenomen resolutie over Iran wil ik vragen of de diensten van het Parlement deze tekst in het Farsi kunnen vertalen, zodat het Iraanse regime en de Iraanse bevolking de duidelijke boodschap die hier vandaag door het Europees Parlement wordt gegeven, volledig begrijpen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Dank u voor deze waardevolle suggestie. Wij zullen die aan de betrokken diensten doorgeven.

 

9.7. Situatie in Jemen (B7-0021/2010) (stemming)

9.8. Mensenhandel (stemming)

9.9. Resultaten van de Top van Kopenhagen over klimaatverandering (B7-0064/2010) (stemming)
  

Vóór de stemming

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen, namens de S&D-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, na de teleurstellende afloop van de Conferentie van Kopenhagen over klimaatverandering wil het Parlement met deze resolutie duidelijk maken dat er geen alternatieven voor klimaatbescherming zijn en dat we in de aanloop naar de volgende conferentie in Mexico onze inspanningen niet moeten verminderen, maar juist intensifiëren.

Ik zal het kort houden. Amendement 6 van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement was in deze zin bedoeld. Aangezien de formulering tot misverstanden kan leiden, trekken wij het amendement in. We steunen echter de amendementen 1 en 9 van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa fractie en de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie, omdat de EU daarin wordt opgeroepen om in de aanloop naar Mexico meer te doen. Klimaatbescherming mag niet tot stilstand komen. Ik verzoek u om uw steun.

 
  
MPphoto
 

  Rachida Dati (PPE). (FR) Mijnheer de Voorzitter, geachte collega’s, naar aanleiding van het door mij ingediende amendement 21 wil ik allereerst al mijn collega’s bedanken die mij hebben gesteund bij het indienen van een amendement over de invoering van een CO2-belasting aan de grenzen van de Europese Unie.

Ik wilde hiermee ook nogmaals benadrukken dat we niet met gespleten tong mogen spreken tegen onze medeburgers: als we campagne voeren, kunnen we niet zeggen dat Europa ze beschermt, dat Europa hun bedrijven en hun banen beschermt om die belofte vervolgens weer te vergeten als we eenmaal verkozen zijn. Ik wil eenvoudigweg zeggen dat dit amendement me in staat heeft gesteld het debat op gang te brengen en om die reden wil ik het amendement nu intrekken, zodat het debat in de Raad kan worden voortgezet.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Het amendement is aldus ingetrokken.

Vóór de stemming over amendement 10

 
  
MPphoto
 

  Satu Hassi (Verts/ALE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, amendement 10 van de groenen is niet tegenstrijdig met amendement 1. Amendement 1 gaat over het verhogen van ons ambitieniveau naar meer dan 20. Amendement 10 – ons amendement – gaat over het ophelderen van de voorwaarden tot min 40. Dit is een aanvulling op en geen tegenstrijdigheid met amendement 1, er moet dus worden gestemd over amendement 10.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - De ambtenaren delen uw standpunt niet, maar ik zal de voorzitter van de betrokken commissie vragen om zijn mening.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen, namens de S&D-Fractie. – (DE) Ik ben het met mevrouw Hassi eens. Dit is een nieuw idee en daar zouden we over moeten stemmen.

 

9.10. Bevordering van goed bestuur in belastingzaken (A7-0007/2010, Leonardo Domenici) (stemming)

9.11. Gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie — 2009 (A7-0004/2010, Marc Tarabella) (stemming)

9.12. Centrale doelstellingen voor de CITES-conferentie (stemming)
  

Vóór de stemming over amendement 12

 
  
MPphoto
 

  Raül Romeva i Rueda (Verts/ALE).(IT) We hebben niet over de oorspronkelijke tekst gestemd.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Amendement 7 is aangenomen en de paragraaf komt te vervallen. Soms heeft het voorzitterschap dus ook wel eens gelijk.

 
  
MPphoto
 

  Gay Mitchell (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, kunnen we deze stemming overdoen? Sommigen dachten namelijk dat ze stemden over het deel waarnaar de andere collega verwees. Zijn we hier om te stemmen zoals gekozen leden moeten doen, of niet? Kunt u het alstublieft opnieuw in stemming brengen zodat wij de juiste keuze kunnen maken.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. - We mogen geen precedent scheppen. Stemmingen kunnen niet worden herhaald. Er is bovendien een verschil van 130 stemmen. Dat is geen klein verschil en ik denk dan ook niet dat de uitslag van de stemming ingrijpend veranderd kan worden.

 

9.13. Voortgangsverslag 2009 betreffende Kroatië (B7-0067/2010) (stemming)
  

Vóór de stemming over amendement 35

 
  
MPphoto
 

  Hannes Swoboda, indiener. − (DE) Mijnheer de Voorzitter, na overleg met mevrouw Brantner van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie zou ik willen aanbevelen om voor het eerste deel en tegen het tweede deel te stemmen, in tegenstelling tot de lijst die we hebben opgesteld.

 

9.14. Voortgangsverslag 2009 betreffende de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (B7-0065/2010) (stemming)
  

Vóór de stemming over amendement 18

 
  
MPphoto
 

  Ulrike Lunacek , namens de Verts/ALE-Fractie. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, dit amendement verwijst naar het feit dat de regering in Skopje een ontwerpwetgeving inzake antidiscriminatie heeft ingediend waarin seksuele geaardheid uit het hele pakket is verwijderd. Dat is eenvoudigweg onaanvaardbaar, maar om niemand de kans geven om tegen dit amendement inzake mensenrechten te stemmen vanwege de kwestie van de naam van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, vraag ik u om ‘Regering van Macedonië’ te vervangen door ‘Regering van Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië’.

 
  
 

(Het mondeling amendement wordt in aanmerking genomen)

Vóór de stemming over amendement 4

 
  
MPphoto
 

  Zoran Thaler, indiener. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, wat amendement 4 betreft wil ik vragen om, in tegenstelling tot hetgeen op de stemlijst staat, tegen te stemmen vanwege het akkoord met de Griekse collega's.

 

9.15. Voortgangsverslag 2009 betreffende Turkije (B7-0068/2010) (stemming)
  

Vóór de stemming over amendement 13

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten, indiener. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil alleen maar uw aandacht vestigen op het feit dat amendement 20 op paragraaf 35 is ingetrokken.

 

10. Stemverklaringen
Video van de redevoeringen
  

Mondelinge stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Van Nistelrooij (A7-0048/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Antoniozzi (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik feliciteer de heer van Nistelrooij van harte met zijn verslag, waarin ik mij helemaal kan vinden.

In het verleden heb ik in een aantal initiatieven en vragen de mogelijkheid geopperd om middelen van de Europese Unie aan te wenden voor sociale huisvesting voor de meest behoeftige en gemarginaliseerde categorieën in de samenleving. Dit zijn de categorieën die door de plaatselijke overheden worden opgenomen in de op inkomen gebaseerde classificaties, zoals in grote hoofdsteden en stedelijke gebieden gebeurt.

De situatie op het gebied van huisvesting, in het bijzonder voor de kwetsbaarste groepen van de samenleving, is voor veel grote Europese steden echt nijpend geworden. Ik ben dan ook van mening dat het verslag van de heer van Nistelrooij een stap in de goede richting is, maar ook geloof ik dat er in reactie hierop meer geld moet worden uitgetrokken voor de oplossing van de nijpende problemen op het gebied van sociale huisvesting.

 
  
  

Verslag-Alvarez (A7-0006/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik heb dit verslag gesteund omdat ik geloof dat dit een stap voorwaarts is in de bestrijding van fraude en belastingvlucht op Europese schaal. Ondanks de bereidheid van de lidstaten om samen te werken op belastinggebied, zijn er nog geen tastbare resultaten bereikt. Belastingfraude bevindt zich nog steeds op een extreem hoog niveau binnen de EU, en brengt ongelooflijk veel negatieve gevolgen voor zowel onze economieën als onze burgers met zich mee.

Ik ben zeer blij met de voorgestelde nieuwe verbeteringen, die hopelijk tastbare resultaten zullen opleveren in de bestrijding van fraude en belastingvlucht, en in het bijzonder met de uitbreiding van de werkingssfeer van de richtlijn tot alle belastingen, inclusief sociale zekerheidsbijdragen, automatische informatie-uitwisseling en een betere samenwerking tussen de lidstaten bij belastingvraagstukken.

 
  
  

Verslag-Domenici (A7-0007/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, ik wil graag wat willen zeggen over het verslag van de heer Domenici en verder erop wijzen dat ik het een groot goed vind dat wij hier in Straatsburg in zo groten getale het groene licht hebben gegeven voor maatregelen ter verbetering van de transparantie en de uitwisseling van gegevens ten behoeve van een doeltreffendere belastinginning in de lidstaten. Dat daarvoor een economische crisis nodig was, vind ik dan wel weer spijtig. De belastingparadijzen in allerlei eilandstaten, waarvan een groot deel steun geniet uit fondsen van de Europese Unie, vormen de achillespees van het geheel. Het is nu aan ons om daar met vereende krachten, met het gehele gewicht van de Europese Unie, iets tegen te doen. Pogingen van individuele lidstaten om de situatie aan te pakken middels bilaterale verdragen hebben geen enkel tastbaar resultaat opgeleverd. Het feit dat de zevenentwintig lidstaten van de EU in 2004 2,5% van het bbp zijn misgelopen, spreekt boekdelen.

 
  
  

Verslag-Alvarez (A7-0006/2010)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de grootste uitdaging voor een regering is mededinging van buitenaf. Een land kan zijn belastingen maar tot een bepaald niveau verhogen. Daarboven begint het geld naar het buitenland te gaan en nemen de inkomsten afnemen. Zoals Milton Friedman al zei is concurrentie tussen overheden bij hun dienstverlening en belastingniveaus net zo productief als concurrentie tussen bedrijven en individuen. Daarom is het zo verontrustend om te zien hoe de Europese Unie de weg volgt van belastingharmonisatie en uitvoer van hoge kosten van het ene land naar het andere.

Als er één thema naar voren is gekomen tijdens deze recente benoemingshoorzittingen met de Commissie, dan is dat wel het verlangen naar een speciale inkomstenstroom voor de Europese Unie en naar een maatregel van belastingharmonisatie. Dat verklaart waarom het aandeel van de Europese Unie in het bbp van de wereld afneemt, waarom we zijn gedaald van 36 procent twintig jaar geleden tot 25 procent op dit moment en over tien jaar naar verwachting zullen zijn gedaald tot 15 procent.

Het goede nieuws is dat de kiezers er niet blij mee zijn. Net zoals de bevolking van Massachusetts willen de inwoners van Europa geen belastingheffing zonder vertegenwoordiging, en ik ben er zeker van dat ze dienovereenkomstig zullen stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Syed Kamall (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, de meeste mensen zullen, wanneer ze naar deze titel kijken, zeggen dat samenwerking redelijk is. Wie kan er nu tegen samenwerking zijn? Totdat je in detail gaat kijken wat mensen nou eigenlijk bedoelen wanneer ze het hebben over belastingsamenwerking binnen de EU en op Europees niveau.

Neem het voorbeeld van een moedig land als de Kaaimaneilanden. In tegenstelling tot de droom van de groenen en de socialisten om ontwikkelingslanden arm te houden, zodat we onze hulp daar naar toe kunnen sturen en ons schuldgevoel als blanke middenklasse kunnen verlichten, heeft dit land daadwerkelijk geprobeerd om zich uit de armoede op te werken, niet door afhankelijk te zijn van bananen of suiker, maar door dienstverlening op hoog niveau, zoals financiële diensten. Maar de Kaaimaneilanden proberen het nog niet of de mensen in de hele EU – ook de politici hier – klagen erover. Het land ontwijkt geen belastingheffing maar probeert wel dubbele belastingheffing te ontwijken. Er zijn mensen uit EU-landen die nog steeds belasting betalen in hun lidstaten. Het is tijd om dit imperialisme te stoppen.

 
  
  

Verslag-Stolojan (A7-0002/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, als je een lijst zou maken van de landen met de rijkste burgers, de staten met het hoogste bbp per capita ter wereld, zou u tot uw verrassing vaststellen dat veel van die landen erg klein zijn. De top 10 wordt gedomineerd door microstaatjes: Liechtenstein, Luxemburg, Brunei, Jersey, enzovoort.

Het eerste grote land dat op de lijst van rijkste landen staat, zijn de Verenigde Staten, omdat ze een buitengewone truc toepassen. Het land wordt weliswaar bestuurd als een confederatie van staten, maar de deelstaten hebben een enorme wetgevende en fiscale autonomie. Daarom is het zo tragisch dat wij gisteren nog de nieuwe voorzitter van de Europese Raad hebben horen spreken over de behoefte aan Europees economisch bestuur als antwoord op de financiële crisis in Griekenland. Juist wanneer overheden steeds groter worden en verder weg staan worden ze inefficiënter, gaan ze steeds meer verspillen en worden ze corrupter. Als collega's hieraan twijfelen, stel ik voor dat ze eens om zich heen kijken.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0072/2010

 
  
MPphoto
 

  Iva Zanicchi (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de dramatische aardbeving in Haïti heeft niet alleen dit onfortuinlijke land, maar ook ons aller geweten op zijn grondvesten doen wankelen.

De belangstelling en steun van de internationale gemeenschap voor het Haïtiaanse volk waren een lichtend voorbeeld van solidariteit en menselijkheid. De Europese Unie heeft snel gereageerd op deze tragedie en is onmiddellijke financiële langetermijnverplichtingen aangegaan van meer dan 300 miljoen euro, waar nog eens een bedrag van ruim 92 miljoen euro bij komt dat reeds is toegezegd door de afzonderlijke lidstaten.

Wat dit betreft benadruk ik met grote trots de snelheid en doeltreffendheid van de Italiaanse hulpverlening, in het kader waarvan onder andere het vliegdekschip Cavour is gestuurd, dat niet alleen al zijn bijzonder geavanceerde medische faciliteiten ter beschikking heeft gesteld maar ook 135 ton goederen uit hoofde van het Wereldvoedselprogramma naar Haïti heeft vervoerd en 77 ton goederen van het Italiaanse Rode Kruis.

Dank u, mijnheer de Voorzitter. Dit punt wilde ik graag benadrukken.

 
  
MPphoto
 

  Vito Bonsignore (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, 200 000 doden, 250 000 zwaargewonden, drie miljoen mensen die rechtstreeks zijn getroffen door de aardbeving en twee miljoen mensen die voedselhulp nodig hebben: dit zijn de vreselijke gevolgen van de verschrikkelijke catastrofe die Haïti heeft getroffen.

De Europese Unie heeft haar deel gedaan en doet dit nog steeds; zij is de belangrijkste internationale donor. Toch benadruk ik dat de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid niet onmiddellijk ter plaatse was om onze hulp te coördineren. Wij hadden liever gezien dat zij daar snel haar werk had gedaan en zich op Haïti had beziggehouden met de hulpverlening.

De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, de heer Frattini, heeft met name voorgesteld dat de schulden van Haïti - één van de armste landen ter wereld - worden kwijtgescholden. Welnu, ik verzoek het Parlement om dit voorstel te steunen en de Unie om dit te bepleiten en dus alle schuldeisende landen te vragen in te stemmen met dit Italiaanse voorstel om Haïti zijn schulden kwijt te schelden.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) We hebben laat – maar beter laat dan nooit – een resolutie goedgekeurd over concrete hulpmaatregelen voor Haïti. Het is van groot belang dat die gericht zijn op de wederopbouw van het compleet aan de bedelstaf geraakte eiland. Als ondervoorzitter van de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU belast met de mensenrechten hecht ik er een groot belang aan dat de Europese hulp met name ingezet wordt voor duurzame gezondheidszorgvoorzieningen en onderwijs aan duizenden weeskinderen op Haïti zelf. Ook dienen we mogelijke kinderhandel te voorkomen. Wat me echter verontrust, is dat volgens de media de Haïtianen protesteren omdat ze ondanks alle inspanningen tot nog toe geen tenten boven hun hoofd hebben, noch voldoende voedsel en water. Ook ben ik er helemaal niet over te spreken dat de hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken, barones Ashton, niet bereid was haar weekeinde op te offeren om op tijd op het eiland aanwezig te zijn. Dat is geen goed begin voor een beter extern beleid van de EU na de ratificatie van het Verdrag van Lissabon.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, het is zeer belangrijk dat de Europese Unie als de grootste economie ter wereld een grote bijdrage levert aan de hulp aan het rampgebied in Haïti na de aardbeving. Dit soort aardbevingen kan slechts zelden worden voorspeld: ze komen onverwacht. Zodoende worden wij, leden van de wereldgemeenschap, gevraagd te tonen hoe groot onze solidariteit is en in welke mate wij zorg dragen voor onze naaste medemens.

Een oud gezegde luidt: wij zijn zo sterk als onze zwakste schakel. Nu wordt ook de solidariteit van de Europese Unie gemeten. Wij moeten goed zorgen voor onze zwakste schakels in Haïti en waarborgen dat de hulp van de Europese Unie haar doel bereikt en effectief is. Hoe succesvol de hulp en het geld zijn, wordt aan de hand van deze criteria gemeten.

Natuurlijk moeten ook de lidstaten hierbij betrokken zijn, en dat zijn ze ook, net als veel christelijke gemeenschappen, die direct contact hebben met de burgers. Op die manier kunnen wij waarborgen dat de hulp gaat naar degenen die deze nodig hebben.

 
  
MPphoto
 

  Diane Dodds (NI).(EN) Mijnheer de Voorzitter, vrijdag is het precies een maand geleden dat de verwoestende aardbeving in Haïti plaatsvond. Het dodendal wordt nu op 230 000 geschat, en er zijn 300 000 gewonden. Dit zou ons ertoe moeten aanzetten om al het mogelijke te doen om te waarborgen dat de overlevenden worden geholpen bij de wederopbouw van hun levens en hun land. Ik heb daarom de gezamenlijke resolutie gesteund, maar ik wil laten notuleren dat ik tegen het concept van een Europese civiele beschermingsmacht ben.

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, tijdens het debat over deze resolutie zijn we weer eens getuige geweest van de manier waarop dit Parlement het virtuele boven het reële verheft, het symbolische boven het werkelijke. Er is veel gepraat over de noodzaak om een EU-stempel te drukken op de steun voor Haïti en over de noodzaak om het beginsel van een Europese civiele beschermingmacht vast te leggen. Barones Ashton kreeg veel kritiek omdat ze er niet naar toe is gegaan om de dingen een Europees gezicht te geven.

Ondertussen verleenden de Amerikanen natuurlijk echte steun op een uiterst snelle manier. En welke dank hebben zij daarvoor ontvangen? Ze werden door een Franse minister ervan beschuldigd het land te hebben bezet. Hier zien we maar weer al te duidelijk dat de Amerikanen hier in dit Parlement geen goed kunnen doen. Als ze interveniëren, zijn ze imperialisten, als ze het niet doet, zijn ze isolationisten.

Ik vraag mij eerlijk gezegd af of de Europese Unie dichter bij huis geen dringender zaken aan haar hoofd heeft dan het drukken van een stempel op de dingen in de Caraïben. Griekenland staat op de rand van een financiële instorting. We staan op het punt om een financieel reddingsplan goed te keuren, hetgeen een flagrante schending zou zijn van artikel 125 van de Verdragen. We moeten eerst ons eigen huis op orde krijgen en pas dan mogen we eventueel anderen de les lezen.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0078/2010

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). (SK) Ondanks de door het Europees Parlement op 22 oktober aangenomen resolutie over Iran gaat de situatie van de mensenrechten daar steeds verder achteruit. De resolutie heeft volgens mij niet de verwachte morele druk uitgeoefend. Ik vind met name de executie van 140 minderjarige misdadigers betreurenswaardig en zelfs schokkend. In december 2009 is bijvoorbeeld de zeventienjarige Mosleh Zamani geëxecuteerd.

Helaas schijnt een verbod op de doodstraf voor jongeren op het internationale toneel echter geen politieke prioriteit te zijn. Iran zet deze gruwelijke praktijk ongehinderd voort, ondanks het feit dat de Islamitische Republiek Iran het Verdrag inzake de rechten van het kind en de Internationale convenant over de civiele en politieke rechten heeft ondertekend. Daarom doe ik een beroep op de EU om specifieke en duidelijke stappen te zetten, en volledig gebruik te maken van de nieuwe mogelijkheden die het Verdrag van Lissabon biedt.

 
  
MPphoto
 

  Marco Scurria (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil graag het woord omdat er, zoals reeds is gezegd, gisteren in Teheran aanslagen zijn gepleegd op een aantal ambassades, waaronder de Italiaanse.

Daarom zouden het Parlement en de Unie ook moeten overwegen om - zo mogelijk formeel - uiting te geven aan hun solidariteit met ons land en met alle door deze aanslag getroffen landen. Omdat wij echter ook duidelijke signalen zouden moeten afgeven, doe ik officieel het verzoek dat Europa morgen niet vertegenwoordigd wordt op de gedenkdag van de islamitische revolutie in Iran en dat we hiermee een duidelijk signaal afgeven aan de Iraanse autoriteiten.

Ik zeg dit bovendien op een gedenkdag voor de Italianen. Daarom draag ik, net als vele andere Italianen – en hopelijk ook u, mijnheer de Voorzitter –, deze driekleurige rozet, ter herdenking van de vele Italianen die op deze dag zijn verdwenen en gedwongen hun eigen grond te verlaten.

Met deze herdenkingsdaad zou ik onze solidariteit willen uiten met degenen die op dit moment strijden voor democratie en vrijheid in Iran. Ik roep onze autoriteiten er dan ook toe op verstek te laten gaan op de gedenkdag van de Islamitische Republiek.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Het is van groot belang dat we vandaag met onze stemming duidelijk te kennen gegeven hebben dat we erop staan dat het nucleaire programma van Iran onder internationaal toezicht geplaatst wordt, niettegenstaande het verzet van het Iraanse parlement tegen ratificatie van het protocol inzake non-proliferatie van kernwapens. Het voorzitterschap van de Raad dient ervoor te zorgen dat deze kwestie op de agenda van de nu komende zitting van de Veiligheidsraad komt te staan. Ik ben ingenomen met de consensus over het feit dat barones Ashton protesteren moet tegen het incident in de Italiaanse ambassade, omdat dit niet alleen Italië treft maar de Europese Unie als geheel. Onze verklaring van vandaag getuigt er eveneens van dat de Commissie, de Raad en het Parlement met één stem spreken. Het doet mij deugd dat we het er allemaal over eens zijn dat het al dan niet sluiten van een handelsovereenkomst met Iran afhankelijk gesteld dient te worden van Iraanse toezeggingen op het gebied van veiligheid en mensenrechten.

 
  
MPphoto
 

  Salvatore Tatarella (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de aanslagen op de Europese ambassades, in het bijzonder op de Italiaanse ambassade, en de bedreigingen van de Italiaanse premier zijn bijzonder ernstige zaken die moeten worden berispt. Nog ernstiger lijkt ons echter de systematische onderdrukking van iedere oppositie in Iran en nog ernstiger lijkt ons het nucleaire programma van de Islamitische Republiek Iran.

Dit alles heeft mede kunnen gebeuren doordat het Westen een afwachtende en te tolerante houding heeft aangenomen. Nu de uitgestoken hand van president Obama ook is geweigerd, rest het Westen niets anders dan te dreigen en onmiddellijk een systeem op te zetten van doeltreffende en zware sancties, die echter ook selectief moeten zijn zodat de bevolking er niet door wordt getroffen.

Ik ben mij er terdege van bewust dat Rusland en China tegen sancties zijn, maar de Europese Unie moet alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat beide landen instemmen met deze sancties, die een alternatief zijn voor het sturen van het leger.

 
  
MPphoto
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, het is zeer duidelijk dat de situatie in Iran op de spits is gedreven: na de presidentsverkiezingen waren er demonstraties waarin de oppositie zeer hard werd aangepakt, er zijn mensenrechtenschendingen en daarnaast nog de mogelijke kernwapens, die een enorm gevaar vormen in het Midden-Oosten, vooral voor Israël, maar ook voor heel Europa.

Het lijkt erop dat wij in de Europese Unie niet in staat zijn met Iran te praten. Misschien komt dat door de cultuurverschillen, want de sjiitische theologie en het Europees humanisme, het postverlichtingsdenken, verdragen elkaar vrij slecht. Daarom moeten wij een nieuwe weg inslaan.

Wij moeten in ieder geval duidelijk zijn en de Europese waarden ook in onze betrekkingen met Iran verdedigen. Daarnaast moeten wij er alles aan doen om Iran duidelijk te maken wat onze spelregels zijn: democratie, mensenrechten en vrijheid van meningsuiting. Nu wij over deze resolutie hebben gestemd, is het zeer belangrijk dat zij ook in het Perzisch en Arabisch wordt vertaald, de hoofdtalen in dat land, zodat iedereen duidelijk kan worden gemaakt wat voor regime en richtsnoeren de Europese Unie voor die regio wil.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb de resolutie over Iran gesteund, in de wetenschap dat het hier om een van grootste problemen en uitdagingen van de wereld en Europa gaat. Tegelijkertijd heb ik mijn steun onthouden aan de amendementen van sommige collega’s die Iran als vijand van het Westen wilden bestempelen. Wij moeten de belangrijke cultuur en geschiedenis van dit land in aanmerking nemen. De huidige machthebbers ontkennen die belangrijke cultuur en geschiedenis wellicht. Wij moeten de toekomstige machthebbers in Iran zien als partner. Wij blijven berichten ontvangen over meer executies en terdoodveroordelingen. Wij moeten fundamentele menselijke solidariteit betonen met degenen die een beter Iran willen, een Iran dat een partner van het Westen zal zijn, geen vijand.

 
  
MPphoto
 
 

  Gianni Vattimo (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil meedelen dat ik mij om twee belangrijke redenen heb onthouden tijdens de stemming over de resolutie over de situatie in Iran.

De eerste reden is van specifieke aard. In de resolutie wordt het als vanzelfsprekend beschouwd dat de verkiezingen met als winnaar president Ahmadinejad frauduleus waren. Dit is geenszins bewezen en bovendien heeft president Lula - een man van aanzien - bijvoorbeeld recentelijk nog verklaard deze beweringen belachelijk te vinden.

De tweede reden is dat Iran voortdurend een militaire interventie door de Verenigde Staten en Israël boven het hoofd hangt, iets waar wij evenmin rekening mee houden. Ik vind dat een evenwichtige resolutie, die de vrede in die regio nastreeft, niet deze toon zou moeten hebben van een voortijdige legitimatie van de dreigende oorlog.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0029/2010

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE). (ET) Ik heb de onderhavige resolutie gesteund, omdat ook ik van mening ben dat het huidige wetgevingskader van de Europese Unie inzake mensenhandel niet erg doeltreffend is en onvoldoende ten uitvoer is gelegd. Wij moeten ons steeds weer opnieuw met dit onderwerp bezighouden.

Het is betreurenswaardig dat het belang van het probleem van mensenhandel niet wordt erkend door de parlementen van zestien lidstaten, met inbegrip van mijn eigen land, en dat zij het niet nodig vonden het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel uit 2005 te ratificeren en implementeren. Ik hoop dat de resolutie die wij vandaag hebben aangenomen een signaal afgeeft en hen eraan herinnert hoe belangrijk het is zich te richten op de bestrijding van mensenhandel en verdere slachtoffers te voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Ik zou graag van deze gelegenheid gebruik willen maken om mijn grote waardering uit te spreken voor het werk van Edit Bauer en Simon Busuttil. Zij hebben stevig onderhandeld over een aantal compromissen waardoor ik uiteindelijk voor het verslag heb kunnen stemmen. Verder doet het mij deugd dat ook de socialisten hun woord gehouden hebben. In het verslag wordt nu tevens ingegaan op een aantal gevoelig liggende punten uit het programma van de Europese Volkspartij, zoals ondersteuning van personen die het reële risico lopen slachtoffer te worden van mensenhandel en de definiëring van voorwaarden voor de toekenning van verblijfsvergunningen, de verlening van toegang tot de arbeidsmarkt en gezinshereniging.

 
  
MPphoto
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, wij zien onszelf in deze eenentwintigste eeuw als beschaafde naties, maar het probleem van mensenhandel blijft onopgelost – erger nog, het neemt toe. De slachtoffers van mensenhandel zijn meestal vrouwen en kinderen en de straffen zijn niet zwaar genoeg om criminelen van deze praktijken te weerhouden. Europa moet besluitvaardiger optreden om deze beschamende praktijk in te perken. Daarom heb ik mijn steun gegeven aan de resolutie waarin wordt opgeroepen tot de ontwikkeling van effectieve instrumenten ter bestrijding van dit verschijnsel en tot een betere onderlinge afstemming van de maatregelen van de lidstaten en de relevante internationale organen van de Europese Unie, in de hoop heilzame effecten te bewerkstelligen.

 
  
MPphoto
 
 

  Hannu Takkula (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, mensenhandel is altijd een daad tegen de menselijkheid. Het is zeer belangrijk dat wij in Europa eindelijk eens concrete stappen tegen mensenhandel nemen.

Ik heb natuurlijk vóór deze resolutie gestemd, maar maak mij zorgen over wat dit in de praktijk betekent. Is het zo dat wij slechts ons geweten sussen door een dergelijke resolutie op te stellen? Dat mag niet het geval zijn: wij hebben concrete maatregelen nodig.

Mensenhandel is ook in de Europese Unie nog steeds een ernstig probleem. Wij moeten er alles aan doen om mensenhandel, waar vooral kinderen en vrouwen het slachtoffer van zijn, te bestrijden. Wat dit betreft hoop ik dat de Europese Unie en ook de lidstaten concrete maatregelen nemen en in actie komen. Zoals ik zei, is mensenhandel altijd tegen de menselijkheid gericht en de menselijke waardigheid is een absolute waarde. Als Europeanen moet wij die altijd en in alle omstandigheden verdedigen.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0064/2010

 
  
MPphoto
 

  Marisa Matias, namens de GUE/NGL-Fractie.(PT) Mijnheer de Voorzitter, ik zou willen onderstrepen dat wij graag een krachtigere resolutie over Kopenhagen hadden aangenomen dan de tekst die hier vandaag in stemming is gebracht. Wij hebben echter desondanks voor gestemd, omdat wij het bijzonder belangrijk vinden dat het Europees Parlement zijn diepe ontgoocheling uitspreekt over de overeenkomst die in Kopenhagen is bereikt. Die overeenkomst is niet bindend. De partijen hebben zich er niet eens impliciet of expliciet toe verplicht om tijdens dit jaar tot een bindende overeenkomst te komen. Ondertussen wordt het probleem almaar erger en tikt de klok door. Het is dan ook essentieel dat wij een uitdrukkelijke verplichting aangaan.

Daarom roep ik de Europese Unie op om de houding van anderen niet langer als excuus te gebruiken. Het is gemakkelijk niets te doen omdat de anderen ook niets doen. Wij hebben een krachtig standpunt ingenomen en wij moeten dat standpunt handhaven. Excuses zoeken is onverantwoord en ongerechtvaardigd. Wij beschikken over tal van manieren om ons krachtige standpunt in de praktijk te brengen. Een ervan is om de begroting van de Europese Unie aan te passen en, in tegenstelling tot de huidige regeling, specifieke middelen voor de bestrijding van klimaatverandering toe te kennen. Een andere manier is om extra middelen uit te trekken voor steun aan de ontwikkelingslanden, in plaats van de bestaande humanitaire hulp in te trekken of in te korten. Anders doen wij alleen maar cynische pogingen om de problemen van de klimaatverandering op te lossen, terwijl wij andere problemen die de overleving van deze landen in de weg staan ongemoeid laten en negeren. Het is onmogelijk om extra problemen te verhelpen zonder extra middelen.

Daarom is het noodzakelijk dat wij een verplichting aangaan. Wij mogen niet langer wachten. Wij zijn met een veeleisend standpunt naar Kopenhagen vertrokken. Laten wij ons aan dat standpunt houden, want het gaat om reële problemen en om reële mensen, en wij moeten deze uitdaging nu aangaan. Daarom nemen wij hier vandaag deze verantwoordelijkheid op ons.

 
  
MPphoto
 

  Alajos Mészáros (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, ik ben blij dat ik vandaag deze resolutie hebben kunnen steunen.

De Top van Kopenhagen was in vele opzichten een teleurstelling. De EU is er met name niet in geslaagd om een gemeenschappelijke en efficiënte benadering in de omgang met klimaatverandering te laten zien. Evenmin is zij erin geslaagd haar leidende politieke positie bij deze agenda te versterken. Ik beschouw het aannemen van deze resolutie dan ook als een uiterst belangrijke daad om uiting te geven aan de ongebroken geest en vastberadenheid van de EU om de leider in de wereld te zijn bij het bestrijden van klimaatverandering. We moeten onze verdere activiteiten voor de omgang met klimaatverandering versterken en promoten.

 
  
MPphoto
 

  Peter Jahr (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik persoonlijk ben van mening dat het volledig verkeerd is om onze aandacht bij klimaatbescherming uitsluitend te richten op een vermindering van de CO2-uitstoot. Ten eerste vergeten velen dat het onderzoek naar de oorzaken van klimaatverandering nog volledig in de kinderschoenen staat en ten tweede is het geheel onjuist en onwetenschappelijk om klimaatverandering te definiëren als een fenomeen dat maar één oorzaak heeft. Dit wil zeggen dat de wereld er niet beter op wordt indien we ons uitsluitend op CO2 richten.

Ik acht het van meer belang om het behoud van de natuurlijke hulpbronnen in het centrum van onze aandacht te plaatsen. Met minder gebruik van fossiele brandstoffen en meer gebruik van hernieuwbare grondstoffen en hernieuwbare energie kunnen wij het milieu sparen, de efficiëntie verbeteren en een betere wereld voor de generaties na ons creëren. Een efficiënte en duurzame omgang met onze hulpbronnen is om deze redenen veel doeltreffender voor ons, onze samenleving en het milieu dan een vermindering van de CO2-uitstoot tegen elke prijs.

 
  
MPphoto
 

  Anja Weisgerber (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, de onderhandelingen tijdens de Conferentie van Kopenhagen over klimaatverandering zijn voor de Europese Unie teleurstellend verlopen, zoals reeds is gezegd. Het resultaat is ver verwijderd van het standpunt van de EU en ook ver verwijderd van de positie die nodig is voor klimaatbescherming. Alleen de erkenning van het tweegradendoel was positief, aangezien hieruit de nodige reductieverplichtingen kunnen worden afgeleid.

Nu moeten we ons afvragen wat we van de mislukte onderhandelingen kunnen leren en hoe we nu verder moeten gaan. Het is daarom belangrijk om ons te bezinnen en kritisch te kijken naar verschillende punten van de route die we tot nu toe hebben gevolgd. We moeten ons afvragen hoe we samen met andere landen verder kunnen gaan. Hoe kunnen we voorkomen dat de Verenigde Staten, China en India over een compromis onderhandelen, terwijl de EU niet wordt uitgenodigd aan de onderhandelingstafel? Hoe kunnen we effectiever onderhandelen met de ontwikkelings- en opkomende landen? Moeten deze onderhandelingen verplicht onder auspiciën van de Verenigde Naties plaatsvinden?

Tot slot zou ik willen zeggen dat het mij verheugt dat ik voor de resolutie kon stemmen, aangezien de resolutie naar mijn mening nog steeds de leidende rol van de Europese Unie benadrukt. We moeten nu deze vragen beantwoorden en de weg die we zijn ingeslagen voortzetten, ook in internationaal opzicht.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) De ontwerpresolutie over de resultaten van de Top van Kopenhagen over klimaatverandering is het resultaat van het gedegen werk van onze collega’s in meerdere commissies en sluit aan op de langetermijnstrategie voor een werkelijk groen, op de economische doelstellingen van de Unie in de huidige gemondialiseerde wereld afgestemd beleid. Waar ik mij echter niet in vinden kan, zijn de vele onverantwoorde amendementen uit de keukens van de socialisten en de groenen, met name de pogingen om de afgesproken langetermijndoelstelling ten aanzien van de uitstootvermindering te verhogen tot zelfs 40 procent, kernenergie te verbieden en tijdelijk een Europese klimaatveranderingsbelasting in te voeren. Maar ik ben evenmin blij met de ERC-fractie die de klimaatveranderingen bagatelliseert en ook absoluut niet te spreken over de absurde kritiek op de Deense premier die we juist heel erg dankbaar zouden moeten zijn voor de enorme inspanningen die het land zich getroost heeft voor de organisatie van de Top van Kopenhagen.

 
  
MPphoto
 

  Albert Deß (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, ik heb tegen de ontwerpresolutie gestemd, aangezien ik van mening ben dat enkele belangrijke gegevens er niet in opgenomen zijn. Recentelijk zijn er steeds meer berichten die suggereren dat klimaatwetenschappers gegevens vervalsen. Daarover zouden we moeten discussiëren en ons standpunt duidelijk maken.

Ter voorkoming van misverstanden: ik zet mij al jaren in voor een spaarzaam gebruik van fossiele brandstoffen om het milieu zo weinig mogelijk te belasten. Echter, ik begrijp niets van de paniekstemming die wordt opgeroepen door het woord klimaatverandering. In mijn lange politieke loopbaan heb ik al het nodige meegemaakt. Begin jaren tachtig werd gezegd dat er in 2000 geen bomen meer in Duitsland zouden zijn. Duitsland is nu groener dan ooit tevoren. Klimaatverandering bestaat werkelijk, maar heeft door de geschiedenis heen altijd al bestaan en in de toekomst zal dat niet anders zijn. Om deze redenen heb ik tegen de ontwerpresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, tijdens zijn allereerste persconferentie na zijn benoeming tot voorzitter van de Europese Raad jubelde Herman Van Rompuy over het feit dat 2009 het eerste jaar van een mondiaal bestuur was. Daarbij zei hij onomwonden uit te kijken naar de Top van Kopenhagen en deze te beschouwen als een stap in de richting van een economisch wereldbestuur van onze planeet.

Het is jammer dat een aantal mensen op de milieuagenda gesprongen is en deze aangegrepen heeft als een middel om een andere agenda te doen vorderen, een agenda die draait om de wens de macht weg te halen bij gekozen nationale politici en te concentreren in de handen van internationale technocratieën.

De tragedie is niet alleen dat we minder democratisch worden maar ook de consensus verliezen die we zouden hebben gehad voor het aanpakken van de milieuproblemen. Links of rechts, conservatief of socialist, we kunnen het er allemaal over eens zijn dat we diversiteit nodig hebben in onze energievoorziening en geen verontreinigende stoffen in de atmosfeer willen pompen. Er wordt echter maar één soort beleid toegepast: het beleid van dirigisme en corporatisme, in feite hetzelfde beleid dat reeds op politiek en maatschappelijk vlak mislukt is en nu wordt toegepast op het milieu. Het milieu is in het geheel genomen echter te belangrijk om aan links overgelaten te worden.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, wanneer we naar de discussie hier in het Parlement luisteren, horen wij veel collega’s klagen over het feit dat er niet naar de EU werd geluisterd tijdens de recente discussies in Kopenhagen.

Misschien moeten we ons afvragen waarom dit zo was. Kijk naar ons eigen gedrag hier in het Europees Parlement. Om te beginnen hebben we twee gebouwen voor het Europees Parlement. We komen naar Straatsburg en we verwarmen en verlichten dit gebouw ook wanneer we er niet zijn – uitgesproken hypocrisie. Kijk naar de kostenvergoedingsregeling, een kostenvergoedingsregeling die parlementsleden aanspoort om taxi's en auto's met chauffeur te nemen, maar als je het openbaar vervoer probeert te nemen, mag je dat niet declareren: hypocrisie. Als je 's nachts naar de Parlementsgebouwen kijkt, dan zie je dat de lichten branden en de gebouwen goed verlicht zijn. Kijk naar het gemeenschappelijk landbouwbeleid dat door veel Parlementsleden hier wordt ondersteund maar schade toebrengt aan niet alleen de economieën van ontwikkelingslanden maar ook het milieu.

Laten wij daarom eerst ons eigen huis op orde zien te krijgen voordat we de rest van de wereld belerend toespreken.

 
  
MPphoto
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik heb steun gegeven aan amendement 43, waarin iedereen wordt opgeroepen kennis te nemen van de recente klimaatschandalen. Die schandalen zijn wat hun gevolgen betreft veel ernstiger dan dit Parlement wil geloven. Wij moeten vertrouwen in onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek, want anders is er geen basis voor onze beleidsvoering.

Ik heb mij gedurende mijn tienjarige loopbaan als lid van het Parlement steeds beziggehouden met klimaatverandering. Met de wetgeving inzake emissiehandel heb ik mij actief ingezet voor een klimaatbeleid voor Europa dat niet alleen ambitieus maar ook verstandig is, zodat wij niet alleen uitstoot van de ene naar de andere plaats verschuiven. Op dit moment is onze strategie bureaucratisch en ondoeltreffend: wij zijn nu geen voorlopers en wij zouden niet op deze weg voort moeten gaan.

Het ergste is dat de Europese Unie niet volgt wat er op dit moment op het gebied van klimaatonderzoek gaande is. Wij hebben paniekmaatregelen genomen op basis van verkeerde informatie. De valse verklaringen in het verslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) vormen zo´n ernstig probleem dat wij het ontslag moeten eisen van Rajendra Pachauri als hoofd van de IPCC en opnieuw moeten beoordelen wat wij weten over de ontwikkeling van door de mens veroorzaakte klimaatveranderingen en over de doeltreffendheid onze beleidsmaatregelen in dat opzicht.

 
  
MPphoto
 

  Bruno Gollnisch (NI). (FR) Mijnheer de Voorzitter, de resolutie van ons Parlement toont maar weer eens aan dat het onze instelling, zowel op dit gebied als op andere gebieden, volledig aan kritisch denkvermogen ontbreekt ten aanzien van de dogma’s waar we mee worden overspoeld.

Natuurlijk denkt een groot aantal deskundigen dat de beroemde hockeystickvormige exponentiële curve van de opwarming van de aarde, in werkelijkheid een grafisch verzinsel is. Gletsjers smelten niet overal. In ieder geval smelten ze, in tegenstelling tot wat het IPCC verkondigde, niet in de Himalaya. Het waterpeil komt niet zo hoog dat Bangladesh wordt overstroomd. Integendeel, de delta van de Ganges stijgt door aanslibbing. De ijsbeer, die met uitsterven bedreigd zou zijn, is nog nooit in zulke grote aantallen waargenomen als tegenwoordig. De afwisseling van warme en koude perioden heeft zich meerdere malen in onze geschiedenis voorgedaan, waaronder dus kortgeleden, buiten iedere menselijke activiteit om. Waarschijnlijk moeten we de oorzaak zoeken op astronomisch gebied en niet bij de vermeende broeikasgassen.

Zolang deze vragen onbeantwoord blijven, kunnen we de gedachte niet onderdrukken dat dit een schitterend ideologisch dogma is dat is bedacht om de oprichting van een mondiale regering te rechtvaardigen.

 
  
MPphoto
 
 

  Giommaria Uggias (ALDE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil een stemverklaring afleggen over amendement 12 en duidelijk naar voren brengen dat Italia dei Valori tegen de productie van kernenergie is.

In de verkiezingscampagne hebben wij al een standpunt ingenomen in deze moeilijke kwestie door deze op te nemen in ons programma. Wij streven deze doelstelling nu vastberaden na door middel van een belangrijke actie die we tijdens ons recente congres in Italië hebben bevestigd. We zijn een kruistocht begonnen voor een volksreferendum tegen een wet van de Italiaanse regering die korte metten maakt met de meerderheidsstem die de Italianen reeds hebben uitgebracht via een volksreferendum.

Wij doen dit omdat we een schone toekomst willen met duurzame energie, een toekomst die gebaseerd is op zonne- en windenergie. Wij doen dit bovenal omdat we, zoals ik al eerder zei, willen dat de wil van de Italianen wordt bevestigd en niet die van een heel kleine minderheid in het Italiaanse Parlement.

 
  
  

Verslag-Domenici (A7-0007/2010)

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, terwijl de mensen van Massachusetts tegen buitensporige belastingheffing en buitensporig bestuur stemden, pochten onze eigen voorgedragen commissarissen over hun plannen om de belastingheffing in de Europese Unie te harmoniseren en een aparte inkomstenstroom voor Brussel te creëren. Hoe leggen we dit verschil tussen de twee Unies uit?

Het lijkt erop dat je voor een verklaring moet kijken naar het basis-DNA van de twee bestuursvormen. De VS werd gesticht als gevolg van een volksopstand tegen een verre en autocratische regering en tegen hoge belastingheffing, terwijl de Europese Unie zich natuurlijk – in regel 1 van artikel 1 van het oprichtingsverdrag – inzet voor een steeds hechter verbond. Door dit te doen keert zij zich tegen mededinging, tegen de externe curve die de belangrijkste uitdaging is voor een regering. Daarom zien we dat als gehandeld wordt volgens de oprichtingsbeginselen, intolerantie ontstaat ten opzichte van belastingconcurrentie en die intolerantie vermomd is als een aanval op belastingparadijzen, waarmee in feite jurisdicties worden bedoeld die een efficiënter belastingstelsel hebben en hun belastingen lager hebben kunnen houden. De werkelijkheid is dat belastingconcurrentie – belastingparadijzen, als u dat zo wilt blijven noemen – de belangrijkste manier is om de overheid klein te houden en de burger groot en vrij.

 
  
MPphoto
 

  Syed Kamall (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, op dit moment moet men zich afvragen waarom zo sterk de nadruk wordt gelegd op belastingkwesties, belastingsamenwerking en belastingbestuur.

Je hoeft alleen maar naar het gebeuren in een aantal lidstaten te kijken om het antwoord te vinden. We hebben landen die zich diep in de schulden hebben gestoken. In mijn eigen land heeft de Britse regering geld uitgegeven dat zij niet had, en nu moet ze een enorm gat in de begroting dichten. Zelfs vóór de financiële crisis waren er landen waarvan bekend was dat ze onvoldoende belasting inden om de voor hun burgers noodzakelijke overheidsdiensten te kunnen betalen. We geven het geld van de belastingbetaler ook uit aan het overeind houden van bedrijven die over de kop zijn gegaan en die slecht worden bestuurd, evenals slecht geleide banken.

Wat zouden we nu dus moeten doen? In de eerste plaats moeten we een oplossing stimuleren voor alle problemen die ik heb geschetst, maar we mogen ook nooit vergeten dat belastingconcurrentie heel goed is omdat het overheden stimuleert om ons minder geld af te nemen en een efficiëntere dienstverlichting voor hun burgers te bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Vicky Ford (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, dit Parlement heeft vandaag gestemd over een document over belastingfraude en belastingvlucht. Dat document had niet de steun van mijn fractie. Hoewel ik steun geef aan vele voorgestelde maatregelen voor bestrijding van belastingfraude en belastingvlucht, gaat dit document mij te ver. Er waren drie belangrijke punten van zorgen.

Ten eerste zou optreden tegen belastingfraudeurs niet als achterdeur mogen worden gebruikt door degenen die meer belastingharmonisatie in heel Europa willen voor degenen onder ons die netjes belasting betalen. Dit Parlement heeft heel lang het recht van de lidstaten verdedigd om zelf hun vennootschapsbelastingtarieven te bepalen, en we moeten dit blijven doen.

Ten tweede wordt hierin voorgesteld een Europese belasting op bepaalde gebieden in te voeren. We hebben ons verzet tegen de plannen in dit Parlement om Europese belastingen te heffen.

Het derde punt gaat over het uitwisselen van informatie. Ja, we moeten bepaalde informatie uitwisselen, maar we moeten altijd nadenken over hoeveel, voor welk doel, en ten gunste van wat, en we moeten niet denken dat alle omstandigheden gelijk zijn.

 
  
  

Verslag-Tarabella (A7-0004/2010)

 
  
MPphoto
 

  Astrid Lulling, namens de PPE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, het is jammer dat een fanatieke meerderheid van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid zo hardnekkig haar best doet om ons standpunt ten aanzien van het jaarverslag van de Commissie over gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de Europese Unie te overladen met overtuigingen en rechten die contraproductief zijn voor vrouwen en die met name de kansen van vrouwen op de arbeidsmarkt schaden.

Hoewel sommige overtuigingen waarschijnlijk goed bedoeld zijn, mogen we niet vergeten dat teveel bescherming alle bescherming tenietdoet. Toch was het struikelblok voor mijn fractie opnieuw het recht op gratis abortus, dat hier als een makkelijke methode voor geboortebeperking wordt gepresenteerd.

Onze fractie is het niet oneens met de bewering dat vrouwen zeggenschap moeten hebben over hun eigen seksuele en reproductieve rechten. Wij zijn ook van mening dat mensen, en met name jonge meisjes, beter moeten worden voorgelicht over seksuele en reproductieve gezondheid. Maar als er dan in één en dezelfde zin wordt gezegd dat er sprake moet zijn van “gemakkelijke toegang tot contraceptie en abortus” is dat een bewijs dat de schrijvers van deze tekst het belangrijke onderscheid tussen deze twee voorzieningen vergeten te maken en ze, wat geboortebeperking betreft, op gelijke voet stellen. En daar zijn wij het niet mee eens.

Bovendien valt de wetgeving op het gebied van legale abortus volgens het subsidiariteitsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten. Het is derhalve niet aan ons in de EU om ons over deze zaak te buigen. We hebben enorme inspanningen verricht om met de schrijver van het verslag, de heer Tarabella, tot overeenstemming te komen, waarbij ons doel was om alle nog bestaande vormen van discriminatie uit te bannen.

Ik betreur het dat een meerderheid in de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid – en ook, helaas, in dit Parlement – politieke en ideologische ruzie hebben gezocht in plaats van zich te richten op wat het uiteindelijke doel van ons werk had moeten zijn: ijveren voor gelijke behandeling en gelijke kansen van mannen en vrouwen. Ik betreur het dat mijn fractie om deze redenen niet voor het verslag heeft kunnen stemmen.

 
  
MPphoto
 

  Filip Kaczmarek (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, ook ik heb tegen dit verslag gestemd, hoewel ik voorstander ben van gendergelijkheid. Ik kan echter niet accepteren dat abortus in dit verslag wordt beschouwd als een specifiek recht waarover overeenstemming bestaat, en – zoals mevrouw Lulling heeft gezegd – als een vorm van geboortebeperking. In mijn land bestaat een andere opvatting over abortus. Ik ben ervan overtuigd dat de manier waarop wij abortus zien een interne zaak is. Het is ook gevaarlijk dat het subsidiariteitsbeginsel in het verslag wordt geschonden, en wel op kwade gronden.

 
  
MPphoto
 

  Elżbieta Katarzyna Łukacijewska (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, gelijkheid tussen mannen en vrouwen is een belangrijk onderwerp. Er is op dit gebied veel bereikt, maar er zijn nog altijd terreinen waarop vrouwen slechter worden behandeld dan mannen. Wij verdienen nog altijd minder, vrouwen lopen grotere kans door armoede te worden getroffen en het is voor vrouwen moeilijker een universitaire loopbaan of een loopbaan bij het bedrijfsleven te ontwikkelen. In het verslag van het Parlement wordt nota genomen van deze problemen en de noodzaak benadrukt specifieke maatregelen te treffen om gelijke deelname van mannen en vrouwen aan de arbeidsmarkt en in het onderwijs te waarborgen.

Tot mijn spijt kan ik dit voorstel niet ondersteunen. Ik heb ertegen gestemd, omdat het bepalingen omvat die erop gericht zijn abortus algemeen mogelijk te maken in de Europese Unie. In de eerste plaats zijn dit zaken waarover alleen de lidstaten zelf behoren te beslissen. In de tweede plaats zijn ongewenste zwangerschappen een enorm probleem, maar kunnen we geen wetgeving invoeren waarbij abortus wordt behandeld als een vrije vorm van geboortebeperking. Noch kan ik ermee instemmen dat abortus mensen ervan vrijwaart na te denken over de gevolgen en verantwoordelijkheden die gepaard gaan met seksueel actief worden. Het menselijk leven verdient naar mijn idee beter.

 
  
MPphoto
 

  Tiziano Motti (PPE).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, vandaag hebben wij de rol van de vrouw in de Unie proberen te versterken.

Een groot aantal punten in deze resolutie kan natuurlijk mijn goedkeuring wegdragen en veel punten sluiten aan bij mijn persoonlijke politieke activiteiten, zeker wanneer het gaat om toegang tot de arbeidsmarkt en bestrijding van alle vormen van geweld tegen vrouwen.

Toch vind ik dat deze resolutie ook een 'soep' is geworden waaraan een goede kok sterk uiteenlopende ingrediënten heeft proberen toe te voegen - of liever gezegd: heeft toegevoegd. Ik verklaar mij nader: er wordt in deze resolutie gesproken over geweld en de bestrijding ervan en vervolgens in één regel over contraceptie en zwangerschapsonderbreking, abortus, twee onderwerpen die in werkelijkheid heel verschillend zijn en heel andere overpeinzingen vergen. Wat bijvoorbeeld abortus betreft, vraagt met name het feit dat alle leven heilig is aandacht en reflectie.

Door deze keuze heb ik niet vóór de resolutie kunnen stemmen en heb ik mij moeten onthouden van stemming. Ik ben van mening dat deze zorgvuldig uitgestippelde strategie ter verkrijging van een politieke en mediaconsensus niet daadwerkelijk in het belang is van de Europese vrouwen.

 
  
MPphoto
 

  Siiri Oviir (ALDE). (ET) Mijnheer de Voorzitter, in tegenstelling tot de vorige sprekers behoor ik tot de 381 leden van het Parlement die vóór deze resolutie hebben gestemd - en dat aantal is tien keer hoger dan het aantal leden in onze Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid. Gelijke rechten, gelijke kansen en gelijkheid van mannen en vrouwen in het dagelijks leven is beslist in het belang van ons allemaal. Gelijke rechten voor vrouwen en mannen is geen doel op zich, maar een voorwaarde voor het bereiken van de algemene doelen van de Europese Unie en een rationele benutting van ons eigen potentieel.

Het feit dat wij nu al veertig jaar hierover praten, toont aan hoe ingewikkeld en veelzijdig dit onderwerp is en dat geïntegreerd beleid noodzakelijk is om deze kwesties op te lossen. Ik hoop dat dit niet weer slechts een papieren strategie is en daarom wil ik, net als in het verslag wordt gedaan, het belang van uitvoering en toezicht benadrukken.

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Ik heb evenmin voor dit controversiële en onevenwichtige verslag van de heer Tarabella over gelijkheid van vrouwen en mannen gestemd, en het spijt mij zeer dat afgezien van de leden van de EVP-fractie er toch maar liefst 381 collega’s wel voor gestemd hebben. Volgens mij hebben die het verslag helemaal niet gelezen. Talrijke voorstellen daarin leiden namelijk tot aantasting van de exclusieve bevoegdheden van de lidstaten, met name voor wat betreft het gezinsbeleid en ethisch gevoelige thema’s. Bovendien: willen zij echt dat er een of ander nieuw orgaan voor de monitoring van geweld tegen vrouwen wordt opgericht en daar geld in gestoken wordt? En weten ze dan echt niet dat de Unie beschikt over instrumenten, een orgaan, alsook wetgeving voor het toezicht op de naleving van de mensenrechten, waaronder die van mannen en vrouwen? En geloven ze echt dat we een Handvest voor vrouwenrechten nodig hebben naast het reeds bestaande Handvest van de grondrechten van alle Europese burgers? In het verslag wordt bovendien ook nog eens verwezen naar de zogeheten Barcelonadoelstellingen, ook al druisen die in tegen het oordeel van deskundigen dat zuigelingen en peuters verzorging nodig hebben in het eigen gezin, de klok rond, wat betekent dat zij dus zeker niet op aanbevelingen uit Barcelona in crèches gestopt moeten worden? Crèches dienen slechts een laatste redmiddel te zijn. De aanbevelingen in het verslag zijn dan wel niet bindend, maar menselijke stommiteit is besmettelijk en daarom zou het Parlement dit soort dingen niet ook nog eens moeten aanmoedigen. Er waren 75 stemmen te weinig en ik waardeer het hooglijk dat 253 christendemocraten wel tegen gestemd hebben.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Hannan (ECR).(EN) Mijnheer de Voorzitter, het Verdrag van Rome bevat één zin over dit onderwerp. Die luidt als volgt: ‘mannen en vrouwen krijgen een gelijke beloning voor gelijke arbeid’. Welnu, dat klinkt vrij ongecompliceerd. We denken allemaal dat we weten wat dit betekent.

In de daarop volgende decennia heeft het Europees Hof echter, via een proces van gerechtelijk activisme, de betekenis van die frase steeds verder uitgebreid. Nu is het iets dat veel verder gaat dan een redelijk mens voor mogelijk zou houden. Allereerst werd ‘gelijke beloning’ gedefinieerd in de betekenis van gelijke pensioenrechten en gelijk aantal vakantiedagen, enzovoort. Toen werd ‘gelijke arbeid’ gedefinieerd als arbeid van gelijke waarde. Hoe kan een werkgever dit nu beoordelen? Is dit een kwestie van hoe hard iemand lijkt te werken? Moet de beschikbaarheid van sollicitanten met de juiste kwalificaties worden meegeteld? Vervolgens werd de definitie in de zaak van South-West Trains in Groot-Brittannië uitgebreid tot de rechten van partners van hetzelfde geslacht. Nu hebben we het over reproductieve rechten.

Er is een argument voor alles. Je kunt het standpunt innemen dat de overheid geen contracten tussen werkgevers en werknemers moet reguleren, maar je kunt ook het standpunt innemen dat we deze wetgeving nodig hebben. Maar aan welke kant je ook staat, dit is toch zeker een argument dat door gekozen vertegenwoordigers moet worden verwoord, door degenen die we wel of niet kunnen kiezen. Het is schandalig om die argumenten nu door een rechtbank aan ons te laten opleggen. Een rechtbank met een missie is een bedreiging; een hooggerechtshof met een missie is tirannie.

 
  
MPphoto
 

  Joanna Katarzyna Skrzydlewska (PPE).(PL) Mijnheer de Voorzitter, mijn achternaam is erg moeilijk – Skrzydlewska – maar ik ben eraan gewend dat veel mensen die niet fatsoenlijk kunnen uitspreken.

Vandaag hebben we gestemd over het verslag over gelijkheid tussen mannen en vrouwen in de Europese Unie in 2009. In een aantal bepalingen over de problemen in verband met discriminatie van vrouwen en hun moeilijkere positie op de arbeidsmarkt werden echter de lidstaten opgeroepen algemene toegang tot abortus en diensten op het gebied van reproductieve en seksuele gezondheid te vergemakkelijken. Ik wil erop wijzen dat over zaken die verband houden met abortus de lidstaten zelf moeten beslissen. Daarom heb ik in de slotstemming tegen het verslag gestemd, omdat ik vind dat in de strijd voor gelijke behandeling van vrouwen en mannen we dit recht niet afhankelijk mogen maken van keuzes die verband houden met seksualiteit.

 
  
MPphoto
 
 

  Bernd Posselt (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het verheugt mij dat wij, christendemocraten van de Fractie van de Europese Volkspartij, tegen dit vreselijke ideologische verslag hebben gestemd, dat socialisten, communisten, groenen en, in het bijzonder, liberalen in het Parlement hebben voorgesteld. Het is een aanslag op het recht op leven van ongeboren kinderen en een aanslag op het subsidiariteitsbeginsel. Ik ben met name ontzet over de manier waarop de liberalen zich als handlanger van links hebben opgesteld en in strijd met het subsidiariteitsbeginsel hebben gehandeld.

Dergelijke verslagen zijn nadelig voor ons wat betreft ons draagvlak onder de bevolking en ons draagvlak onder de kandidaat-lidstaten. Ook bepaalde ideologische elementen betreffende Kroatië en Macedonië in de voortgangsverslagen zijn nadelig voor ons. Derhalve moeten we de mensen duidelijk uitleggen wat het acquis communautaire is, waarvan ik absoluut voorstander ben, wat de bevoegdheden van de EU zijn en wat gevaarlijke ideologische franje is. Om de metafoor van mijn Italiaanse collega over te nemen: wij zijn uiteraard voor de soep, maar tegen de cyaankali in de soep.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0069/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Daniel Hannan (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, staat u mij toe dat ik u het verhaal vertel van twee Afrikaanse landen. In 1978 verbood Kenia de jacht op olifanten en dat besluit werd gevolgd door de bijna algehele uitroeiing van de olifantenkudden in dat land. Rond diezelfde tijd, in 1979, werd in Rhodesië, zoals het land toen nog heette, besloten olifanten tot eigendom te verklaren van degene op wiens land ze verbleven. Het gevolg was een explosie van het aantal olifanten.

In het Parlement denken wij niet over olifanten zoals ze dat in Afrika doen. Wij worden er niet door bedreigd, onze gewassen worden er niet door vertrapt, onze dorpen worden er niet door verwoest, en onze menselijke gezondheid wordt er niet door geschaad. De enige manier waarop wij kunnen voorkomen dat de plaatselijke bevolking doet wat in de lijn der logica ligt, namelijk het wegnemen van een ernstige dreiging, is door hen een prikkel te geven om deze dreiging juist als hernieuwbare hulpbron te beschouwen. Dit is uiteraard wat Rhodesië, het huidige Zimbabwe, met succes heeft gedaan. Milieubeleid moet wel uitgaan van de Aristotelische oerwijsheid dat wat niemands eigendom is, ook door niemand wordt verzorgd.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0067/2010

 
  
MPphoto
 

  Romana Jordan Cizelj (PPE). - (SL) Ik ben voorstander van Kroatië als lid van de Europese Unie, maar dat mag niet ten koste gaan van essentiële nationale belangen van Slovenië. Ik heb het uiteraard over het grensgeschil tussen Slovenië en Kroatië. Het gaat hierbij niet om een abstract begrip maar om iets dat het leven van individuen beïnvloedt.

Hier in Straatsburg heeft het Europees Parlement het Sloveense parlement opgeroepen om de arbitrageovereenkomst zo snel mogelijk te ratificeren. Hiermee raken we aan de bevoegdheid van het Sloveense parlement. Ten tweede zou ik willen weten of iemand zich heeft afgevraagd waarom Slovenië nog niet tot ratificatie is overgegaan. Ik moet u meedelen dat alle parlementaire partijen in augustus 2007 hebben gezegd dat een oplossing in overeenstemming met het billijkheidsbeginsel moet zijn.

Natuurlijk vraag ik me af wat aan dit beginsel verkeerd zou kunnen zijn, en waarom iemand hiertegen überhaupt bezwaar zou kunnen hebben. In deze arbitrageovereenkomst is van dit beginsel echter geen sprake, en omdat de resolutie van het Europees Parlement dat beginsel evenmin omvat, heb ook ik tegengestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Ik heb vandaag met groot genoegen voor het verslag over de cruciale vooruitgang van Kroatië bij de voorbereiding op hun toetreding tot de EU gestemd. De Tsjechen hebben al sinds jaar en dag nauwe banden met de Kroaten. Zo wordt het land jaarlijks bezocht door tienduizenden Tsjechische gezinnen die daar ook de nodige vrienden hebben. Daarom is dit voor ons een machtig mooi verslag, want het toont aan dat Kroatië al over een jaar toetreden kan. Ik hoop van ganser harte dat het ratificatieproces van het toetredingsverdrag straks niet belemmerd wordt door hetzelfde soort politiek geharrewar tussen de zevenentwintig lidstaten als bij het Verdrag van Lissabon. Ik heb er tevens het volste vertrouwen in dat het Sloveense en het Kroatische parlement een bevredigende oplossing zullen vinden voor hun wederzijdse territoriale aanspraken.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0065/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Mijnheer de Voorzitter, ook ik houd het kort, want ook dit is een goed bericht voor de Balkan. Ook Macedonië is succesvol op weg om te voldoen aan de politieke criteria, wat de voorwaarde is voor opening van de toetredingsonderhandelingen alsook voor visumliberalisering met de EU. De recente verkiezingen hebben hier hun steentje aan bijgedragen. Uit die verkiezingen is namelijk gebleken dat de burgers van dit land zich naar de internationale standaarden voegen willen en in vrede willen samenleven. Ik heb er tot slot het volste vertrouwen in dat de democratische instellingen erin slagen zullen de onderhandelingen met Griekenland over een minnelijke schikking bij een aantal pijnpunten op een hoger plan te brengen.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0068/2010

 
  
MPphoto
 

  Zuzana Roithová (PPE). - (CS) Ik houd het opnieuw heel kort. We hebben hier naar mijn mening een zeer eerlijk verslag goedgekeurd over de nauwgezette manier waarop Turkije zijn wetgeving aanpast aan het Europees model maar ook over het feit dat de politieke criteria op het gebied van de mensenrechten en dan met name in verband met vrouwenrechten en die van religieuze minderheden nog niet vervuld zijn, en dat het land ook niets doet aan de kwestie-Cyprus. Desalniettemin heeft een meerderheid van de afgevaardigden zich een aantal jaren geleden voor opening van de toetredingsonderhandelingen uitgesproken. Het doet mij deugd dat Turkije zich in de richting van een ware democratie beweegt en richting Europa, maar ik wil er desondanks toch nog weer eens op wijzen dat het voor de economische betrekkingen beter zou zijn een geprivilegieerd partnerschap af te sluiten, in plaats van het 70 miljoen zielen tellende Turkije toetreding in het vooruitzicht te stellen. Dat zou ook veel eerlijker zijn, want ik vrees dat het toetredingsverdrag een mogelijk referendum sowieso niet overleven zal.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Posselt (PPE). - (DE) Mijnheer de Voorzitter, het verheugt mij dat ons Parlement met een grote en duidelijke meerderheid de pogingen van de socialisten en groenen heeft afgewezen om ons vast te leggen op het doel van volledig lidmaatschap van Turkije. Het proces moet open blijven en, om het nog duidelijker te zeggen, het proces moet zo snel mogelijk worden omgevormd naar een voor Turkije aangepaste speciale status of een geprivilegieerd partnerschap.

Turkije is geen Europees land, maar wel onze belangrijkste partner aan de grens van Europa. Om deze reden willen we zoveel mogelijk samenwerking, maar – om de heer Kreissl-Dörfler te antwoorden die dit eerder aan de orde heeft gesteld – zonder dat Turkije lid wordt van de Europese instellingen, zonder volledig vrij verkeer. We willen echter wel nauwe economische en politieke samenwerking. Dit is een zeer nauwkeurig concept en ik denk werkelijk dat dit concept ook kans heeft om werkelijkheid te worden, aangezien noch in Turkije noch in de Europese Unie een meerderheid bestaat voor volledig lidmaatschap. Om deze reden zou het verstandiger zijn om hier geen tijd meer aan te verdoen en ons volledig te richten op het doel van partnerschap.

 
  
MPphoto
 

  Miroslav Mikolášik (PPE). (SK) Ieder land dat wil toetreden tot de Europese Unie moet niet alleen volledig voldoen aan de minimumeisen voor democratie en mensenrechten, maar zich daar ook werkelijk mee identificeren

Uit het voortgangsverslag voor 2009 blijkt dat Turkije nog een lange weg voor de boeg heeft. Het land heeft zich er weliswaar toe verplicht om hervormingen door te voeren, goede relaties te onderhouden met de buurlanden en geleidelijk aan vooruitgang te boeken bij het bereiken van de normen en waarden van de EU, maar Turkije is er nu al vier jaar achter elkaar niet in geslaagd om bepalingen in de associatieovereenkomst met de Europese Unie om te zetten.

Ik vind het onaanvaardbaar dat we overwegen om een land toe te laten waar de vrouwenrechten, de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting worden geschonden, waar martelingen, discriminatie en corruptie worden geduld, en waar het leger zich blijft inmengen in het politieke leven en in het buitenlands beleid. Ook het kiesstelsel moet worden hervormd door een verlaging van de kiesdrempel van nu tien procent, om de democratie pluralistischer te maken.

 
  
  

Schriftelijke stemverklaringen

 
  
  

Verslag-Casa (A7-0008/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Sophie Briard Auconie (PPE), schriftelijk.(FR) Het verslag van de heer Casa over het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde wat de factureringsregels betreft is met een grote meerderheid, waar ook ik deel van uitmaakte, aangenomen. Dit stelsel maakt het inderdaad mogelijk de regels voor de facturering van de BTW te vereenvoudigen, dankzij de versterkte harmonisatie van de Europese eisen en het algemeen gebruik van elektronische facturering. Met de inwerkingtreding van deze richtlijn zullen de administratieve lasten die op ondernemingen drukken, afnemen en zal de BTW-fraude nog verder worden teruggedrongen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Dit voorstel heeft betrekking op de facultatieve en experimentele invoering van een verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten. Volgens de Europese Commissie is een dergelijke regeling noodzakelijk omdat zich nog steeds een groot aantal gevallen van BTW-fraude voordoet. Bovendien heeft de Commissie ook informatie over verdachte gevallen van fraude in de handel in broeikasgasemissierechten.

Op basis van deze informatie wordt in het verslag van het Europees Parlement voorgesteld lidstaten die besluiten van de verleggingsregeling gebruik te maken ertoe te verplichten deze optie toe te passen voor broeikasgasemissierechten.

Wij zijn van oordeel dat het experimentele karakter van dit voorstel nuttig kan zijn. Daarom steunen wij de amendementen van het Parlement, en met name het voorstel om verslag uit te brengen “over de algehele effectiviteit en efficiency van de maatregel ter uitvoering van de verleggingsregeling en over de kosten-batenverhouding van de maatregel, teneinde opnieuw te evalueren of uitbreiding of verbreding van de reikwijdte van de maatregel passend is”.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Dit verslag gaat over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot fraude, onder andere op het gebied van de uitstoot van broeikasgassen. De Commissie dient verslag te doen van de effectiviteit van de verleggingsregeling met het oog op de vraag of het passend is om de regeling tot andere gebieden uit te breiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De aanneming van Richtlijn 2006/112/EG was reeds een belangrijke stap in de strijd tegen belastingontduiking. Ondanks haar verdiensten bleek deze richtlijn echter niet doeltreffend genoeg om het hoofd te bieden aan de zogeheten “carrouselfraude” met BTW. Dit soort belastingfraude is grotendeels verantwoordelijk voor de derving van belastinginkomsten in de lidstaten en het is een van de meest verbreide methoden van belastingontduiking. In deze tijden van economische crisis, waarin bestrijding van belastingfraude vanwege het toegenomen inkomstenverlies des te belangrijker is, moeten wij alles in het werk stellen om dergelijke praktijken tegen te gaan, aangezien wij daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan zowel de beheersing van de huidige internationale crisis als de mogelijkheid om passende sociale beleidsmaatregelen ten uitvoer te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik ben een aanhanger van het eerste uur van het aan het voorstel van de Europese Commissie ten grondslag liggende idee.

In de Commissie economische en monetaire zaken hebben wij het document van de Europese Commissie geanalyseerd en ietwat verbeterd. Ik ben het met name met de rapporteur eens over de preciseringen met betrekking tot de facultatieve toepassing van de verleggingsregeling en de rapportageverplichtingen. De lidstaten moeten namelijk kunnen kiezen tussen het verplicht stellen van hetzij rapportage per transactie, hetzij rapportage voor alle transacties tezamen.

Dit voorstel beoogt de veiligheid van de ETS-rechten ten aanzien van fraudeurs te vergroten en tegelijkertijd de administratieve lasten voor eerlijke bedrijven te beperken.

Ik ben ten slotte van mening dat het Parlement ten volle dient te worden geïnformeerd over de resultaten van deze tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − Ik heb met heel veel overtuiging voor het verslag van collega David Casa gestemd. Als eerste ondervoorzitter van de Commissie begrotingscontrole en als rapporteur van een in september 2008 aangenomen verslag over BTW-fraude heb ik steeds gepleit voor een efficiënte bestrijding van BTW-fraude omdat het een groot probleem vormt voor de inkomsten van de lidstaten en de correcte werking van de interne markt. Een vaak voorkomende en bijzonder zware vorm van deze fraude is de zogeheten BTW-carrouselfraude. Men schat het totaal aan niet-geïnde inkomsten jaarlijks tussen de 20 en 100 miljard euro. Dat is een immense som, die zeker in tijden van economische crisis nuttig zou kunnen worden ingezet.

Criminelen, actief in deze sector, zijn bijzonder inventief. Onlangs werd duidelijk dat ze ook actief zijn in het kader van de regeling inzake de emissiehandel. De overdrachten van emissierechten tussen belastingplichtigen binnen de ETS, die uitsluitend op elektronische wijze geschieden, worden beschouwd als dienstverlening en zijn belastbaar op de plaats waar de ontvanger gevestigd is. De handelaars kopen koolstofkredieten aan van BTW-vrije bronnen in andere lidstaten en verkopen ze aan bedrijven in hun lidstaat tegen een prijs inclusief BTW. Ploffers dragen de BTW niet af aan de schatkist. Dit soort criminaliteit bestrijden is cruciaal.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) Ik ben voor het toepassen van de verleggingsregeling op het BTW-stelsel. Volgens mij zit er echter een fout in, en ik geef een voorbeeld. Belastingplichtige A heeft iets verkocht aan belastingplichtige B. Belastingplichtige B verkoopt het door aan belastingplichtige C. Belastingplichtige C verkoopt het aan de consument, of aan iemand die geen BTW betaalt. In dat geval betaalt belastingplichtige A geen BTW, aangezien hij niet de eindverkoper is. Alleen belastingplichtige C, die het product aan de consument verkoopt, betaalt BTW. De clou is dat belastingplichtige B helemaal niet belast wordt, hoewel het zijn doel is om goedkoop in te kopen, en duur te verkopen. Daarom wordt voorgesteld dat belastingplichtige B over het prijsverschil BTW moet afdragen aan de schatkist. Dit stelsel heeft allerlei voordelen, maar één fout: niemand zal de schatkist om terugbetaling van de BTW vragen, maar wanneer belastingplichtige C een fraudeur is betaalt hij als uiteindelijke verkoper gewoon geen BTW. Wanneer dus de verleggingsregeling wordt toegepast op het BTW-stelsel ontstaat er met andere woorden geen negatief saldo, aangezien niemand de terugbetaling van de BTW zal aanvragen. Ik denk dat dit systeem heel eenvoudig kan worden beheerd, omdat de belastingdiensten van de lidstaten heel makkelijk kunnen aantonen dat er bij de producten een prijsverschil bestaat. Misschien vergis ik me, misschien is mijn systeem niet bruikbaar, of niet geschikt, maar dan zou ik graag een schriftelijk antwoord willen krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. (FR) De resolutie betreft de wijziging van Richtlijn 2006/112/EG (“de BTW-richtlijn”) van de Raad om een tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling toe te staan teneinde fraude met betrekking tot de handel in emissiecertificaten en leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten te bestrijden. Belastingfraude vormt een groot probleem voor de correcte werking van de interne markt en brengt de belastinginkomsten van de lidstaten in gevaar. Daarom hebben meerdere lidstaten gevraagd deze frauduleuze activiteiten te bestrijden door middel van een verleggingsregeling die is gericht op een aantal fraudegevoelige sectoren en goederen. De meest voorkomende vorm van fraude bestaat eruit dat een BTW-plichtige leverancier de geleverde goederen bij zijn afnemer in rekening brengt en vervolgens verdwijnt zonder de BTW op zijn leveringen aan de schatkist af te staan. De afnemer (die ook belastingplichtig is) ontvangt ondertussen wel een geldige factuur waarvan hij de BTW mag terugvorderen. De nationale ministeries van Financiën hebben de BTW op de betreffende leveringen dus nooit ontvangen en moeten de BTW wel terugbetalen aan de afnemer die net achter de leverancier in de handelsketen zit. Op deze manier verliezen de lidstaten dus dubbel. Om die reden heb ik voor de resolutie gestemd.

 
  
  

Verslag-Van Nistelrooij (A7-0048/2009)

 
  
MPphoto
 
 

  Elena Oana Antonescu (PPE), schriftelijk. (RO) Toegang bieden tot huisvesting aan met name kwetsbare burgers uit gemeenschappen die te maken hebben met ernstige armoede en marginalisering, moet een fundamentele zorg van onze samenleving zijn. De financiële steun uit de Structuurfondsen kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan de inspanningen van de nationale autoriteiten om dit probleem op te lossen. Zowel het Europees Parlement als de Raad heeft de Europese Commissie meerdere malen gevraagd maatregelen te nemen voor het bevorderen van de inclusie van deze gemeenschappen. Als gevolg van de stemming van vandaag hebben we een nieuwe, gewijzigde verordening die alle zevenentwintig lidstaten in staat zal stellen geld van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) te gebruiken voor het renoveren of vervangen van woningen in gemarginaliseerde gemeenschappen en zo de meest kansarme groepen in de samenleving te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mara Bizzotto (EFD), schriftelijk. – (IT) Ik wil opmerken dat het verslag geen algemene indicatie omvat van de doelgroep van de eventuele maatregelen: er wordt weliswaar verwezen naar het begrip "gemarginaliseerde gemeenschappen", maar de inhoud van deze uitdrukking die – alleen al in sociologisch opzicht – voor velerlei uitleg vatbaar is, wordt niet gespecificeerd. De enige verwijzingen – die overigens al in het Commissievoorstel staan – hebben betrekking op de Roma-bevolking. Het feit dat in het verslag wordt benadrukt dat met deze verwijzing andere mensen in vergelijkbare sociaaleconomische omstandigheden niet mogen worden uitgesloten, biedt geen garantie dat andere gemeenschappen die 'sociaal gemarginaliseerd' zijn als gevolg van bijzonder moeilijke economische, arbeids- en familiaire omstandigheden, ook de vruchten kunnen plukken van het voor huisvestingsprojecten bestemde deel van het EFRO. Tot slot wordt in het aan het Parlement voorgelegde verslag gesteld dat de Europese Commissie de criteria vaststelt voor het bepalen van het deel van het EFRO dat kan worden toegewezen aan maatregelen voor gemarginaliseerde gemeenschappen: een dergelijke bepaling lijkt de Commissie grote en exclusieve discretionaire bevoegdheden te verlenen bij de vaststelling van deze criteria, die in feite bepalend zullen zijn voor de reikwijdte en inhoud van de maatregelen, en dat in een fase waarin het Parlement naar verwachting niet zal kunnen handelen en zich evenmin zal kunnen uitspreken. In afwachting van de toekomstige parlementaire follow-up van het verslag, en daar het hier een eerste lezing betreft, heb ik mij van stemming onthouden.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ik ben voor dit kaderakkoord, omdat de samenwerking tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie bijzonder belangrijk is. Zo kunnen we de Europese Unie stabieler en haar werk doelmatiger maken. Dit akkoord bepaalt dat de Europese Commissie binnen een maand na de indiening van een initiatief-wetgevingsverzoek door het Europees Parlement moet antwoorden, en binnen een jaar een wetgevingsvoorstel moet voorleggen. Wanneer de Europese Commissie weigert om in te gaan op het verzoek tot indiening van een wetgevingsvoorstel moet ze de redenen daarvoor uitvoerig toelichten. Tot nu toe kon alleen de Europese Commissie het initiatief nemen tot wetgevingsvoorstellen van de Europese Unie, maar het Verdrag van Lissabon bepaalt dat een meerderheid in het Europees Parlement het recht heeft om Europese wetgeving te creëren. Het Parlement en de Commissie zullen in een vroege fase nauw met elkaar samenwerken bij alle wetgevingsverzoeken die voortvloeien uit burgerinitiatieven. Wanneer er internationale overeenkomsten worden ondertekend zullen ook deskundigen van het Europees Parlement bij de besprekingen worden betrokken. Door het akkoord krijgt het Parlement het recht om als waarnemer deel te nemen aan bepaalde internationale besprekingen die de Europese Unie voert, en het recht om meer informatie te krijgen over internationale verdragen.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik stem graag voor de voorgestelde wijziging van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), omdat die ten doel heeft het toepassingsgebied van het fonds uit te breiden met maatregelen in de huisvestingsector ten behoeve van gemarginaliseerde gemeenschappen in alle lidstaten. Tot dusver bleven de maatregelen in de huisvestingsector beperkt tot stedelijke ontwikkelingsprojecten in de vorm van renovatie van bestaande huisvesting. Die aanpak is volgens mij onredelijk en discriminerend, aangezien het merendeel van de betrokken gezinnen, zoals in Portugal, op het platteland woont. Juist deze mensen hebben onze hulp het hardst nodig. Daarom mogen zij niet worden uitgesloten op grond van hun verblijfplaats. Ik ben dan ook blij met het amendement van het Parlement, want op die manier wordt de territoriale samenhang versterkt.

Bovendien wordt het toepassingsgebied van de verordening met deze nieuwe regeling uitgebreid tot alle lidstaten, in tegenstelling tot het aanvankelijke voorstel van de Commissie waarin de toepassing beperkt bleef tot de nieuwe lidstaten. Hiermee wordt zinloze discriminatie tussen gemarginaliseerde Europese gezinnen voorkomen. Het gaat om een wijd verbreid probleem waarmee duizenden gezinnen overal in Europa te kampen hebben! In Portugal is de situatie des te ernstiger omdat het land sterk getroffen wordt door de economische crisis en vele gezinnen in extreme armoede verkeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. (EN) Ik steun dit verslag. Daarmee wordt de subsidiabiliteit van huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) uitgebreid. Op grond van de nieuwe regelgeving kunnen alle lidstaten profiteren van EU-financiering ter verbetering van de omstandigheden van gemarginaliseerde huishoudens. Die financiering was voorheen alleen beschikbaar voor de in 2004 toegetreden lidstaten. Door de fysieke achteruitgang van het huizenbestand kunnen veel bewoners niet meer hun recht doen gelden op acceptabele leefomstandigheden, hetgeen een groot obstakel vormt voor integratie en sociale cohesie. Deze verordening maakt huisrenovatieprojecten met steun van het EFRO mogelijk. Om echter de risico’s van segregatie te vermijden zullen deze initiatieven wel moeten worden opgenomen in een geïntegreerde aanpak waarvan ook maatregelen op het gebied van gezondheid, onderwijs en sociale zaken deel uit maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese Commissie wil de bepalingen van de verordening betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) wijzigen om te waarborgen dat de nieuwe lidstaten van dit fonds gebruik kunnen maken voor de tenuitvoerlegging van huisvestingsprojecten ten behoeve van gemarginaliseerde gemeenschappen in plattelandsgebieden.

De beoogde wijziging is uitsluitend van toepassing op de nieuwe lidstaten die − laten we dat niet vergeten − op hun grondgebied en met name op het platteland grote gemarginaliseerde migrantengemeenschappen huisvesten. Daarom is het gerechtvaardigd dat in het kader van de EFRO-verordening een uitzonderlijke regeling wordt aangenomen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Met het oog op de bestrijding van de armoede en de verbetering van de levensomstandigheden van de minst begunstigde bevolkingsgroepen, die hun situatie nog hebben zien verergeren door de ernstige crisis van de laatste jaren, heeft de Europese Unie de plicht om duurzame beleidsmaatregelen voor sociale inclusie te waarborgen en te bevorderen. Los van hygiënische kwesties verergert en veroorzaakt de verslechtering van de huisvestingsomstandigheden vaak het risico op segregatie en marginalisatie. Huisvestingsomstandigheden zijn bepalend voor het zelfrespect en de sociale waardering van elke burger. Samen met factoren als opleiding, gezondheid en werkgelegenheid spelen zij een beslissende rol bij de totstandbrenging, ontplooiing en consolidatie van het streven naar een duurzaam bestaan als individu of gezin.

Wij moeten er echter voor zorgen dat de interventiestrategieën in de Europese Unie geen onderscheid op grond van geslacht, ras of etnische groep teweegbrengen. Om in Europa een evenwichtigere samenleving tot stand te brengen is het tevens belangrijk dat wij paal en perk stellen aan de totstandkoming en uitbreiding van getto’s of gebieden die gemakkelijk in verband worden gebracht met een bepaalde benadeelde of gemarginaliseerde gemeenschap. Bovendien moeten de maatregelen voor sociale inclusie gericht zijn op de mensen die dergelijke maatregelen het meest nodig hebben, zonder dat daarbij enig onderscheid tussen Europese burgers wordt gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) Dankzij deze verordening kunnen lidstaten op geïntegreerde en zinnige wijze gebruikmaken van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling. Door de bestaande geldmiddelen beschikbaar te maken voor gemarginaliseerde gemeenschappen, waarvan vele zich in plattelandsgebieden en in opvangcentra bevinden en die niet hebben kunnen profiteren van de vorige regels, zal deze verordening een aanzienlijke bijdrage leveren aan het economisch herstelplan voor Europa.

 
  
MPphoto
 
 

  Erminia Mazzoni (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik wil graag toelichten waarom ik voor de volgende amendementen heb gestemd. Ten eerste vond ik dat de geografische reikwijdte van het voorstel moest worden uitgebreid tot alle zevenentwintig EU-lidstaten, aangezien de problemen die wij met deze verordening willen oplossen, zich in de hele Europese Unie voordoen. Het was dan ook onzinnig de verordening te beperken tot de nieuwe lidstaten (EU-12). Ten tweede was ik het ermee eens dat de vorige versie van het laatste deel van artikel 7 opnieuw werd opgenomen ("de Commissie stelt [...] vast" in plaats van "de Commissie kan [...] vaststellen") zodat de Commissie zich kan blijven kwijten van de taken die haar oorspronkelijk waren toegewezen op het gebied van evaluatie en de vaststelling van criteria voor projecten, teneinde de effectiviteit en meerwaarde van het beleid te garanderen, mede rekening houdend met de kosten.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. (FR) De huisvestingssituatie in de Europese Unie is penibel. Wat we nodig hebben is een Europees huisvestingsbeleid dat ons allen recht doet, een bindend, vooruitstrevend Europees beleid op het gebied van sociale huisvesting. Het is uiteraard van groot belang dat het Parlement zich uitspreekt voor de renovatie van onbewoonbare woningen en de vervanging van sloppenwijken door fatsoenlijke woningbouw. Maar het is van even groot belang en even urgent dat de Europese Unie het recht op fatsoenlijke huisvesting tot een grondrecht van alle burgers uitroept. Dat is ze haar burgers verplicht, en ze beschikt over de middelen. De Europese Unie kan niet zomaar passief toekijken hoe ze tot een sociaal onderontwikkeld gebied verwordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Het is bijzonder belangrijk dat dit verslag wordt aangenomen omdat het voorziet in een wijziging van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling waarmee alle gemarginaliseerde mensen gebaat zijn, ongeacht of zij al dan niet in stedelijke gebieden wonen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. (RO) Ik heb voor dit verslag gestemd en ik wil benadrukken dat zulke regelmatige herzieningen van de teksten die het gebruik van de Europese fondsen regelen welkom zijn. Veel van de beperkingen die door deze verordeningen waren ingesteld, passen niet meer in de huidige economische en sociale situatie, die nieuwe manieren van ingrijpen vereist. Een ander voorbeeld in dit verband is het versoepelen van de voorwaarden voor het gebruik van EFRO-fondsen voor het verbeteren van de energie-efficiëntie van woningen, die het Parlement afgelopen voorjaar heeft goedgekeurd.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) De huidige wereldwijde economische crisis vormt voor de Europese Unie een enorme uitdaging waarop met snel, flexibel en efficiënt beleid dient te worden gereageerd.

Het Europees cohesiebeleid is met een totale begroting van 347 miljard euro in de programmeringsperiode 2007-2013 de grootste bron van investeringen in de reële economie en levert daarmee een bijdrage aan het herstel van de crisis in Europa en zijn regio's, alsmede aan de wederopbouw van vertrouwen en optimisme.

Ik ben het ermee eens dat het huisvestingsprobleem van gemarginaliseerde gemeenschappen moet worden aangepakt in het kader van een herziening van de EFRO-verordening. Aangezien de huidige bepalingen niet van toepassing zijn op gemarginaliseerde gemeenschappen vult het voorgestelde amendement een leemte in de wetgeving aan en biedt het derhalve een passender antwoord op de slechte levensomstandigheden van deze bevolkingsgroepen.

Met de nieuwe maatregel wordt het subsidiariteitsbeginsel gerespecteerd en krijgen de nieuwe lidstaten bredere mogelijkheden om op een wijze die zij geschikter achten steun te verlenen aan huisvestingsprojecten voor gemarginaliseerde gemeenschappen, waarbij een geïntegreerde aanpak bij de uitvoering van de activiteiten een minimumvoorwaarde blijft.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik feliciteer de heer van Nistelrooij met zijn uitstekende verslag, dat nog verder is verbeterd door talrijke in de Commissie regionale ontwikkeling ingediende amendementen. Daardoor kon deze maatregel worden uitgebreid tot alle EU-lidstaten.

De onderhavige tekst zal ons in staat stellen de droom van een eigen huis van een groot aantal mensen te vervullen. Ik weet zeker dat we onze burgers hiermee laten zien dat het Parlement de uitdagingen als gevolg van de opening van de grenzen en het vrije verkeer van personen het hoofd kan bieden. Daarom heb ik voor het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Maurice Ponga (PPE), schriftelijk. (FR) Ik ben zeer verheugd over het feit dat het verslag van de heer Van Nistelrooij afgelopen woensdag met een enorme meerderheid (558 stemmen voor en 57 stemmen tegen) is aangenomen. Door dit verslag aan te nemen geeft het Parlement een krachtige boodschap af aan de burgers en antwoordt het op de sociale zorgen die met name door Eurocities waren verwoord. Het verslag voorziet in de mogelijkheid het EFRO in alle zevenentwintig lidstaten aan te wenden voor de renovatie en vervanging van bestaande gebouwen en de bouw van nieuwbouw ten gunste van de kwetsbare gemeenschappen in zowel plattelandsgebieden als stedelijke gebieden.

Deze beslissing om het EFRO in alle lidstaten in te zetten en niet meer alleen in de twaalf lidstaten die tussen 2004 en 2007 zijn toegetreden, biedt een oplossing voor de slechte huisvestingssituatie waar gemarginaliseerde gemeenschappen in de hele Unie mee te kampen hebben. Er kan nu dus een geïntegreerde en duurzame aanpak op het niveau van de Europese Unie ten uitvoer worden gebracht. Bovendien strookt deze uitbreiding naar de andere lidstaten perfect met de doelstelling van het Europees Jaar 2010, dat is gewijd aan de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Ik ben blij dat het Parlement voor deze wijzigingen heeft gestemd en ik hoop dat de betrokken regio’s hierin een adequaat instrument zullen vinden om een passende oplossing te bieden voor een voor deze gemeenschappen urgent en fundamenteel probleem.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Thérèse Sanchez-Schmid (PPE), schriftelijk. (FR) Ik heb van meet af aan mijn steun gegeven aan dit verslag en met name aan het voorstel om de reikwijdte van de maatregelen tot alle landen van de EU uit te breiden, zodat alle zevenentwintig lidstaten gebruik kunnen maken van het EFRO om de bouw van nieuwe woningen voor gemarginaliseerde gemeenschappen, maar ook de renovatie en vervanging van bestaande gebouwen, te financieren.

Door de zware economische crisis, die heel Europa en alle lidstaten teistert, zijn de huisvestingsproblemen alleen nog maar verergerd. De Europese Unie moest wel ingrijpen en alle beschikbare middelen aangrijpen om de mensen met slechte huisvesting en met name de gemarginaliseerde gemeenschappen die voorheen geen gebruik konden maken van het EFRO, te hulp te schieten.

Dankzij de amendementen die de van de presidentiële meerderheid deel uitmakende afgevaardigden hebben ingediend in de Commissie regionale ontwikkeling, zal het fonds niet alleen voor de nieuwe lidstaten van de EU worden aangewend, maar voor alle zevenentwintig lidstaten, die allemaal met dezelfde moeilijkheden worden geconfronteerd. De betrokken regio’s zullen de onbewoonbare woningen van sociaal uitgesloten gemeenschappen kunnen vervangen en geïntegreerde, duurzame totaaloplossingen kunnen ontwikkelen voor hun huisvestingsproblematiek.

Dit verslag geeft de EU een concreet middel in handen om burgers te helpen. Zou het een stapje dichterbij een sociaal Europa zijn, een Europa dat dicht bij de burgers staat?

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk. (PT) Het verslag dat wij hier vandaag hebben aangenomen, bevat een wijziging van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) waarmee het toepassingsgebied wordt uitgebreid naar huisvestingsprojecten ten behoeve van gemarginaliseerde gemeenschappen, aangezien het fonds tot nu toe uitsluitend kon worden ingezet voor stedelijke ontwikkelingsinitiatieven. De amendementen die mijn collega’s en ik hebben ingediend en die hier vandaag door de plenaire vergadering zijn aangenomen, zullen ervoor zorgen dat ook de oudere lidstaten, en niet alleen de nieuwe zoals in het aanvankelijke voorstel van de Commissie stond, aanspraak kunnen maken op deze nieuwe financieringsbron in het kader van het EFRO.

Op deze manier heb ik proberen te voorkomen dat er een mijns inziens gevaarlijk precedent werd geschapen, waardoor oudere lidstaten, en met name Portugal, werden uitgesloten van het gebruik van deze en mogelijk andere aanvullende communautaire steunmaatregelen. Ik onderstreep hier nogmaals dat de duur van het EU-lidmaatschap van een lidstaat niet mag worden gehanteerd als criterium voor de toekenning van steun uit de structuurfondsen en dat het cohesiebeleid ook na 2013 gebaseerd moet blijven op het solidariteitsbeginsel en de daaraan gerelateerde territoriale samenhang. Dat is van cruciaal belang voor een ultraperifere regio als Madeira. Bovendien moeten wij streven naar flexibiliteit, vereenvoudiging, transparantie en een doelgerichte aanpak die regio’s waar op voorbeeldige wijze gebruik wordt gemaakt van communautaire steun niet straft maar beloont.

 
  
MPphoto
 
 

  Viktor Uspaskich (ALDE), schriftelijk. (LT) We zouden de regeringen van de lidstaten moeten voorstellen een gezamenlijk fonds in het leven roepen dat zou kunnen worden gebruikt voor cofinanciering door de lidstaten. Die hebben daar nu namelijk moeite mee. Op die manier kunnen de middelen van de Europese Unie voor de renovatie van huizen en andere gebouwen beter worden benut. Met andere woorden, de eigenaars van huizen en gebouwen moeten de renovatie helemaal zelf betalen zolang de lidstaten niet zorgen voor de cofinanciering. Ze zijn namelijk vaak niet in staat om de cofinanciering uit eigen zak te betalen, of daarvoor een lening van de bank te krijgen. Ik ben blij met het tweede deel van dit initiatief om het geld dat voor de renovatie gereserveerd is te gebruiken voor plattelandsgebieden.

In dorpen hebben de meeste huizen hun eigen verwarming, dat betekent dat de verwarming niet centraal wordt afgerekend. Daarom stellen we voor om per maand een vast bedrag te bepalen, dat uiteindelijk zou kunnen worden gebruikt voor de cofinanciering van deze huizen. Dat zou het voor de lidstaten makkelijker maken om de cofinanciering voor de renovatie van huizen op het platteland legaal door te voeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk.(FR) Deze verordening maakt het mogelijk financiële steun uit het EFRO te verlenen voor huisvestingsprojecten ten gunste van gemarginaliseerde gemeenschappen in de nieuwe lidstaten. Aangezien een grote meerderheid van deze gemeenschappen in plattelandsgebieden en in opvangcentra (zowel op het platteland als in de stad) woont, komen zij niet in aanmerking voor steun uit het EFRO. De huisvestingsprojecten kunnen immers slechts worden uitgevoerd in het kader van stadsontwikkelingsprojecten en in de vorm van renovatie van bestaande huizen. De steun aan huisvestingsprojecten in de plattelandsgebieden of voor de vervanging van reeds bestaande woningen van slechte kwaliteit in de stedelijke of plattelandsgebieden valt niet onder het EFRO. Om discriminatie te voorkomen, mogen specifiek op de Roma gerichte huisvestingsprojecten andere mensen in vergelijkbare sociaaleconomische omstandigheden niet uitsluiten. Bovendien moeten de huisvestingsprojecten, aangezien zij slechts een klein onderdeel van een complex probleem vormen, worden behandeld in het kader van een multidimensionele, geïntegreerde aanpak die op nationaal niveau moet worden gedefinieerd, met sterke partnerschappen en met oog voor aspecten als onderwijs, sociale zaken, integratie, cultuur, gezondheid, werkgelegenheid, veiligheid enz. Het doel van het voorstel is om, binnen het kader van een geïntegreerde aanpak, aanvaardbare huisvestingsomstandigheden te bieden.

 
  
  

Verslag-Alvarez (A7-0006/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) Belastingfraude en belastingontduiking ondermijnen de totstandbrenging van een rechtvaardiger, sterker en evenwichtiger Europa in termen van sociale en economische ontwikkeling. De gevolgen hiervan zijn des te duidelijker en des te ernstiger in deze tijden van diepe economische en financiële crisis waarin de noodzakelijke overheidsinvesteringen en -uitgaven op sociaal gebied de begrotingen van de lidstaten sterk verzwakt hebben en enorm onder druk hebben gezet. Er zij op gewezen dat de belastingfraude in de Europese Unie op ruim tweehonderd miljard euro per jaar wordt geraamd en dus meer dan 2 procent van het bbp uitmaakt.

In het kader van de open markt en het vrije verkeer van goederen en personen zijn de controle- en bewakingsmechanismen vanwege de onvervreemdbare soevereiniteitsrechten van elke lidstaat complexer geworden. Tot overmaat van ramp nemen gewetenloze economische actoren, vaak in een poging om munt te slaan uit de economische crisis, hun toevlucht tot steeds meer gesofisticeerde en vernuftige methoden van belastingontduiking.

Dit voorstel versterkt de administratieve samenwerking tussen de lidstaten van de Europese Unie op belastinggebied, waar het Europese integratieproces een duidelijk gebrek aan evenwicht vertoont tussen de aangenomen wetgeving en de controle- en bewakingsmechanismen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij hebben twijfels bij de formulering van het voorstel om het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden “tot alle vormen van belastingen” en bij het feit dat de richtlijn “ook van toepassing is op verplichte socialezekerheidsbijdragen, te betalen aan een lidstaat of een onderdeel van een lidstaat dan wel aan een publiekrechtelijke socialezekerheidsinstelling”.

Wij gaan er niet mee akkoord dat aan ambtenaren van een lidstaat de bevoegdheid wordt verleend om op het grondgebied van andere lidstaten op te treden. Deze aanpak moet ten minste worden beperkt tot de gevallen waarin overeenstemming tussen de lidstaten bestaat, zoals het Parlement suggereert.

Wij hebben ook twijfels bij de vereiste automatische uitwisseling van informatie over de belastinggewoonten van individuele personen, hoewel wordt verwezen naar de bescherming van persoonsgegevens, vooral dan in het verslag van het Parlement. Wij zullen de ontwikkeling en behandeling van deze kwesties op de voet volgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Hoewel ik enerzijds geloof dat de EU-lidstaten de zeggenschap moeten behouden over hun eigen belastingstelsels, is het anderzijds duidelijk dat er wel samenwerking binnen de EU en daarnaast met derde landen moet bestaan om belastingontduiking zoveel mogelijk tegen te gaan. Ik geloof dat het vandaag bereikte compromis een nuttig middel zal blijken in de strijd tegen fraude en ontduiking.

 
  
MPphoto
 
 

  Astrid Lulling (PPE), schriftelijk. (FR) Ik heb zeer beslist tegen het verslag van mevrouw Alvarez gestemd over de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen, omdat ik het betreur dat de strijd voor burgerrechten, die een speerpunt van het Parlement zou moeten zijn, uiterst veranderlijk en inconsequent blijkt te zijn.

Of het nu gaat om de invoering van lichaamsscanners of de SWIFT-overeenkomst met de Verenigde Staten, de felle verdedigers van de individuele vrijheden laten hun stem horen, waarbij het risico dat er diplomatieke spanningen ontstaan, op de koop toe wordt toegenomen.

Maar als het om de bescherming van bankgegevens gaat, gaan alle principes opeens overboord.

Grootscheepse automatische informatie-uitwisseling – de basis van de verslagen van mevrouw Alvarez en de heer Domenici – betreft de scanner die je overal uitkleedt en, op nog grotere schaal, de SWIFT-overeenkomst.

Deze onsamenhangendheid is zelfs niet uit doelmatigheidsoverwegingen te verklaren.

De automatische uitwisseling van alle gegevens van alle niet-ingezetenen van Europa zal tot een onbeheersbare stroom gegevens leiden. Het precedent van de belasting op inkomsten uit spaargelden zou een waarschuwing voor ons moeten zijn.

En tegen degenen onder mijn vrienden die zich zorgen maken over de enorme bureaucratie die deze constructie met zich mee zal brengen, wil ik nog zeggen dat de enige oplossing is om uit principe tegen te stemmen, in plaats van u te verbazen over de desastreuze gevolgen ervan.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Sinds de Europese Unie tijdens de vorige zittingsperiode van de strijd tegen belastingfraude en belastingontduiking een prioriteit heeft gemaakt, is er op dit vlak een reeks wetgevingsvoorstellen aangenomen. Administratieve samenwerking op belastinggebied is een essentieel onderdeel van de gemeenschappelijke strategie voor de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking. Een doeltreffende bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking heeft beslissende gevolgen voor de nationale begrotingen en het verlies van belangrijke inkomsten voor overheidsuitgaven van algemeen belang, met name op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek.

Belastingontduiking en belastingfraude schenden het beginsel van gelijke fiscale behandeling, ten koste van burgers en ondernemingen die hun belastingplicht nakomen, en leiden tot concurrentieverstoringen die op hun beurt de correcte werking van de markten in het gedrang brengen. In deze tijden van crisis is het des te belangrijker dat wij alle mogelijke middelen aanwenden om belastingontduiking en belastingfraude te bestrijden, zodat wij het hoofd kunnen bieden aan de buitengewone uitgaven die noodzakelijk zijn om de gevolgen van de crisis te verhelpen en de grote begrotingstekorten in de mate van het mogelijke terug te dringen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Dit voorstel is van bijzonder belang gezien de enorme impact van belastingfraude in de EU (naar schatting meer dan twee procent van het bbp) op de nationale begrotingen, het gelijkheidsbeginsel – dat erdoor wordt geschonden – en de werking van de markt, doordat de vrije mededinging wordt verstoord.

Het Commissievoorstel betekent een stap in de goede richting en komt tegemoet aan de noodzaak om over doeltreffender samenwerkingsmechanismen te kunnen beschikken om fraude en belastingvlucht op Europees niveau te bestrijden. De door de Commissie voorgestelde richtlijn is in dat verband zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve stap voorwaarts: kwantitatief omdat er nieuwe verplichtingen worden vastgesteld en kwalitatief omdat de bestaande verplichtingen worden uitgebreid en gepreciseerd.

Het voorstel is van toepassing op alle directe en indirecte belastingen, met uitzondering van de BTW en de accijnzen, en stelt dat de automatische uitwisseling van inlichtingen tussen de belastingdiensten de regel wordt in plaats van de uitwisseling op verzoek.

Door het voorstel zullen wij over doeltreffender samenwerkingsmechanismen kunnen beschikken om fraude en belastingvlucht te bestrijden, waarbij een betrouwbaar, gebruiksvriendelijk en effectief systeem wordt opgezet. Dit zal ons helpen een overeenkomstige integratie op belastinggebied tot stand te brengen, zonder welke het Europees project niet kan worden verwezenlijkt en die ons dichterbij de daadwerkelijke harmonisatie van het belastingbeleid brengt.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk.(FR) Net als de Confederale Fractie Europees Unitair Link/Noords Groen Links heb ik voor dit verslag gestemd dat tot doel heeft de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking te verbeteren, aangezien deze zeer belangrijk is in de context van de economische crisis die onze lidstaten momenteel doormaken. Het aanpakken van deze vraagstukken heeft naar onze mening inderdaad prioriteit, gezien de economische crisis die de lidstaten doormaken en in een tijd dat bezuinigingen steeds zwaarder op de kleinere landen gaan drukken.

Volgens sommige schattingen bedraagt de belastingfraude zo’n 200 miljard euro, ofwel 2 procent van het bbp. Dit is het dubbele van de bedragen die aan de Europese Unie worden afgedragen in het kader van het zogeheten Europees Economisch Herstelplan.

Bovendien wordt in het verslag van het Europees Parlement de noodzaak te berde gebracht om de gegevensbescherming te verbeteren, een belangrijk principe wanneer het om de uitwisseling van informatie en gegevens gaat.

Inhakend op hetgeen in het verslag staat, dringen wij er bij de Commissie en bij de Raad op aan het Europees Parlement op de hoogte te stellen van de manier waarop rekening is gehouden met het standpunt van het Parlement en het Parlement te informeren over de vorderingen die op het gebied van de samenwerking tussen de lidstaten bij de bestrijding van belastingfraude en belastingontduiking zijn gemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. (FR) De richtlijn beoogt de verbetering van de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen. Het is nu meer dan ooit noodzakelijk wederzijdse bijstand te verlenen op dit gebied. De mobiliteit van de belastingbetalers, het aantal grensoverschrijdende transacties en de internationalisering van de financiële instrumenten hebben een enorme vlucht genomen. Het is voor de lidstaten moeilijk geworden om het bedrag aan te innen belastingen en heffingen correct vast te stellen. Deze steeds groter wordende moeilijkheid heeft consequenties voor het functioneren van de belastingstelsels en heeft een systeem van dubbele belastingheffing tot gevolg, dat fraude en belastingontduiking in de hand werkt, terwijl de controlebevoegdheden nog steeds bij de nationale overheden liggen. De correcte werking van de interne markt wordt erdoor bedreigd. De automatische uitwisseling van informatie tussen lidstaten zou verplicht moeten worden toegepast voor de beloning van directeuren, winstaandelen, vermogensaanwas, royalty’s en levensverzekeringsproducten die niet onder andere communautaire juridische instrumenten met betrekking tot informatie-uitwisseling of onder andere vergelijkbare maatregelen vallen, en de daaruit voortvloeiende pensioenen, eigendommen van onroerend goed en inkomsten. Om de informatie-uitwisseling tussen nationale overheden te verbeteren wordt ook voorgesteld te voorzien in controles op de gebieden waarop de lidstaten hebben geweigerd informatie te verschaffen of tot een administratief onderzoek over te gaan. Al deze maatregelen helpen belastingfraude tegen te gaan en daarom heb ik voor deze wetgevingsresolutie gestemd.

 
  
  

Verslag-Stolojan (A7-0002/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Vreemd genoeg verklaart de Europese Unie dat de lidstaten “als gevolg van de bepalingen van het EG-Verdrag inzake het vrije verkeer moeilijk waarborgen kunnen eisen voor de betaling van de op hun grondgebied verschuldigde belastingen”.

Zouden wij er dan niet beter aan doen om het probleem eenvoudigweg met wortel en al uit te roeien en de regelgeving inzake vrij verkeer aan te passen in plaats van keer op keer “ontoereikende” voorschriften uit te vaardigen en geconfronteerd te worden met “magere resultaten”?

Wij hebben overigens twijfels bij de toepassing van het voorstel zoals geformuleerd in: “Het toepassingsgebied van de wederzijdse bijstand bij invordering moet worden uitgebreid tot andere belastingen en rechten dan wat nu al het geval is, omdat de niet-betaling van eender welke belastingen of rechten gevolgen heeft voor de goede werking van de interne markt. Het toepassingsgebied moet ook worden uitgebreid tot verplichte socialezekerheidsbijdragen”.

Bovendien gaan wij er niet mee akkoord dat aan ambtenaren van een lidstaat de bevoegdheid wordt verleend om op het grondgebied van andere lidstaten op te treden. Deze aanpak moet ten minste worden beperkt tot de gevallen waarin overeenstemming tussen de lidstaten bestaat, zoals het Parlement suggereert.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) De grotere mobiliteit van personen en kapitaal is een van de centrale gedachten van de EU en is een groot succes. Het heeft echter bepaalde keerzijden, onder meer dat fraudeurs meer mogelijkheden hebben belastingen en rechten te ontduiken. Het is wel duidelijk dat het bestaande systeem van wederzijdse bijstand ontoereikend is gebleken en de stemming van vandaag zou de broodnodige verbetering op dit vlak moeten brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. (RO) De situatie in de Europese Unie met betrekking tot de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen en rechten is niet bepaald rooskleurig. De statistieken laten zien dat het algemene invorderingspercentage slechts 5 procent is. Om de effectiviteit van de invorderingsactiviteiten te verbeteren, is nauwere samenwerking op lidstaatniveau nodig. Daarom heb ik voor het voorstel voor wederzijdse bijstand op dat gebied gestemd. Ik hoop dat we er daadwerkelijk in slagen de tekortkomingen van de bestaande maatregelen, die hebben geleid tot een gebrek aan transparantie en coördinatie tussen de landen en een tot een ongerechtvaardigde vertraging in het invorderingsproces weg te nemen.

De nieuwe richtlijn stelt voor de bepalingen op basis waarvan de bevoegde autoriteiten in de lidstaten bijstand verlenen en de rechten en plichten van de betrokken partijen duidelijker te definiëren. Er zullen standaardinstrumenten in het leven worden geroepen die de handhaving of de voorzorgsmaatregelen zullen vereenvoudigen om problemen bij de erkenning en omzetting van door andere autoriteiten ingestelde instrumenten te voorkomen. De Commissie zal de goede samenwerking tussen de lidstaten steunen en voortdurend toezicht houden op eventuele klachten over informatie-uitwisseling of bijstand.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Uit de toename van het aantal door de lidstaten ingediende verzoeken om bijstand bij de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde belastingen en het daaraan gerelateerde gebrek aan efficiëntie, aangezien slechts 5 procent van die schuldvorderingen daadwerkelijk wordt ingevorderd, blijkt dat Richtlijn 1976/308/EEG van de Raad aan verandering toe is. Wij hebben deze resolutie nodig om problemen als traagheid, dispariteit en gebrek aan coördinatie en transparantie aan te pakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Het huidige systeem voor de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen wordt gekenmerkt door traagheid, dispariteit en een gebrek aan coördinatie en doorzichtigheid. Wij moeten derhalve maatregelen nemen op Gemeenschapsniveau teneinde de invorderingsbijstand tussen lidstaten te versterken en te verbeteren.

Hiertoe voorziet het voorstel in de invoering van uniforme executoriale en conservatoire titels om problemen te vermijden met de erkenning en de vertaling van titels van andere lidstaten en een standaardformulier voor de notificatie van documenten betreffende schuldvorderingen op het grondgebied van een andere lidstaat.

De invoering van een uniform standaardformulier voor de notificatie van akten en beslissingen met betrekking tot schuldvorderingen zal een einde maken aan het probleem van de erkenning en vertaling van in andere lidstaten afgegeven titels. Dit instrument zal van essentieel belang zijn voor de ontwikkeling van de handel binnen de Gemeenschap en de versterking van de interne markt.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. (FR) De richtlijn van de Raad beoogt een ingrijpende hervorming van de wijze waarop de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen, functioneert. De nationale invorderingsbepalingen reiken niet verder dan de landsgrenzen van de lidstaten. De administratieve autoriteiten kunnen buiten het eigen grondgebied niet zelf belastingen invorderen. Tegelijkertijd zijn personen en kapitaal veel mobieler geworden en maken fraudeurs handig gebruik van de territoriale grenzen waaraan de bevoegdheden van de autoriteiten van de lidstaten zijn gebonden, door ervoor te zorgen dat zij onvermogend zijn in de landen waar ze belastingschulden hebben. Bij Richtlijn 76/308/EEG (die is gecodificeerd bij Richtlijn 2008/55/EG betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten en belastingen, alsmede uit andere maatregelen) is voor het eerst een regeling voor wederzijdse bijstand bij invordering opgezet. Dit instrument blijkt evenwel niet meer te voldoen aan de eisen van de interne markt zoals die zich in de afgelopen dertig jaar heeft ontwikkeld. De tijd is dan ook gekomen om de huidige richtlijn in te trekken en te voorzien in een betere regeling voor invorderingsbijstand op de interne markt, die garant staat voor snelle, efficiënte en uniforme procedures in de gehele Europese Unie. Daarom heb ik voor deze resolutie gestemd.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0072/2010

 
  
MPphoto
 
 

  John Stuart Agnew, David Campbell Bannerman, Derek Roland Clark en William (The Earl of) Dartmouth (EFD), schriftelijk. (EN) De Britse UKIP-partij ondersteunt de hulpinspanningen volledig en is geschokt door het verlies aan leven en de ontberingen van alle slachtoffers van de ramp, maar wij zijn het er niet mee eens dat de EU wordt gewettigd om honderden miljoenen aan belastinggeld te spenderen en steunen evenmin haar militaire en diplomatieke ambitie om democratische en verantwoordelijke landen bij de aanpak van de crisis te omzeilen.

Uiteraard moedigen wij regeringen en personen aan hulp en geld te geven aan de slachtoffers van de ramp en voor de wederopbouw van het land. Dit zal echter moeten gebeuren op een voor het publiek transparante wijze, en niet door middel van heimelijk opererende, ongekozen bureaucraten met internationale ambities van grootsheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk.(GA) Ik heb voor deze resolutie gestemd. Ik ben voor de financiële steun die de Europese Unie op de lange termijn zal geven, en die zal worden verleend in samenwerking met de plaatselijke overheden en de bevolking van Haïti. Dit geld moet worden gebruikt om de eigenlijke redenen voor de armoede in Haïti aan te pakken, het land te helpen bij het versterken van zijn democratische structuren en een duurzame economie op te bouwen.

In de laatste tijd zijn de omstandigheden in Haïti god zij dank beter geworden, en de humanitaire steun wordt efficiënt en op basis van de prioriteiten verdeeld. Dit is te danken aan de goede samenwerking en coördinatie tussen internationale organisaties, niet-gouvernementele organisaties en de bevolking van Haïti.

 
  
MPphoto
 
 

  Sebastian Valentin Bodu (PPE), schriftelijk. (RO) De Europese Unie staat, net als de volledige internationale gemeenschap, voor een belangrijke proeve van solidariteit met betrekking tot de situatie in Haïti. De aanstaande EU-top moet een doorslaggevende, goed gecoördineerde oplossing opleveren, met één stem, om te voorzien in de behoeften aan wederopbouw en hulp die in Haïti bestaan als gevolg van een van de grootste natuurrampen in de moderne geschiedenis. De oproep van het Europees Parlement en het verzoek aan de Europese Commissie om een specifiek voorstel te presenteren voor het opzetten van een civiele beschermingsmacht die snel kan reageren als er ergens op de wereld een natuurramp plaatsvindt, moeten worden beantwoord.

We mogen de ‘les van Haïti’ niet vergeten en de Europese Unie moet in dit geval niet alleen laten zien dat zij weet wat solidariteit betekent, maar ook dat zij een soepele, flexibele instelling is die lering trekt uit de huidige pijnlijke gebeurtenissen. De Europese Unie heeft alle gegevens en instrumenten om mee te helpen aan de wederopbouw van Haïti op de lange termijn. Er is coördinatie nodig met de Verenigde Staten en Canada, zodat de hele internationale gemeenschap met één stem kan spreken. De bevolking van Haïti, die zwaar op de proef is gesteld door de geschiedenis en de natuur, moet van de internationale gemeenschap de noodzakelijke instrumenten krijgen om te leren zichzelf te helpen.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Het verheugt mij dat de Europese Unie zich ertoe heeft verplicht steun te verlenen aan de bevolking van Haïti na de aardbeving die het land in januari heeft getroffen. Vóór de aardbeving leefde meer dan 70 procent van de Haïtiaanse bevolking onder de armoedegrens en bedroeg de buitenlandse schuld van het land 890 miljoen dollar. Nu is het de plicht van de internationale gemeenschap om bij te dragen aan de ontwikkeling van een duurzame wederopbouwstrategie voor de korte, middellange en lange termijn.

Dit is een cruciaal moment, aangezien de wederopbouwinspanningen van de internationale donoren, de Haïtiaanse autoriteiten en het maatschappelijk middenveld op passende wijze moeten worden gecoördineerd. Ik ben blij met de recente beslissing van de G7 om Haïti alle schulden kwijt te schelden, inclusief de schulden bij multilaterale kredietinstellingen. Het is uiteraard van vitaal belang dat wij dit land helpen de schade ten gevolge van de aardbeving te herstellen, maar de internationale gemeenschap moet deze gelegenheid tevens benutten om de economische, sociale en politieke ongelijkheden in Haïti aan te pakken.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) De aardbeving op het eiland Haïti van 12 januari 2010, die aan duizenden mensen het leven heeft gekost en een spoor van vernieling en chaos heeft achtergelaten, vereist een sterke solidariteit met de Haïtiaanse bevolking. Ik had de eer en het genoegen om mee te werken aan de opstelling van deze resolutie van het Parlement. In de eerste plaats wil ik mijn oprechte dank betuigen aan de hulpverleners die met hun genereuze inspanningen en snelle optreden via het waarnemings- en informatiecentrum ter plekke hebben bijgedragen aan het redden van mensenlevens en het lenigen van de dringende behoefte aan gezondheidszorg, water, hygiëne, kleding, enzovoort. Dit bewijst dat de investering waarop het Parlement tijdens al deze jaren heeft aangedrongen wel degelijk praktische en gunstige effecten kan sorteren.

Anderzijds moeten wij, net zoals na de tsunami in Azië, lering trekken uit het gebeurde. De Europese Commissie moet in aansluiting op het verslag-Barnier van 2006 zo snel mogelijk wetgevingsmaatregelen indienen met het oog op de oprichting van één enkele, onafhankelijke en permanente Europese civiele beschermingsmacht die in staat is reddingsmissies uit te voeren en een geïntegreerde aanpak op het gebied van hulpverlening, herstel en ontwikkeling te waarborgen. Ik dank ook de lidstaten, de NGO’s en het maatschappelijk middenveld voor de humanitaire hulp die zij hebben verleend.

 
  
MPphoto
 
 

  Lara Comi (PPE), schriftelijk. – (IT) De aardbeving die op 12 januari Haïti heeft verwoest en waarbij 200 000 mensen zijn omgekomen en circa 250 000 gewond, heeft de lidstaten van de Europese Unie en de hele internationale gemeenschap ertoe aangezet een tastbare en gedeelde verbintenis aan te gaan tot wederopbouw van het land.

Een dergelijke coördinatie is op korte termijn effectief gebleken en is gepaard gegaan met de voorlopige toezegging van aanzienlijke bedragen door de Europese Commissie en afzonderlijke lidstaten. Het is volgens mij van essentieel belang om deze gezamenlijke inspanningen in goede banen te leiden, zodat er sprake is van een duurzame wederopbouw op middellange en lange termijn en zodat met name de Haïtiaanse bevolking de vruchten plukt van deze verbintenis.

Ik onderschrijf de oproep van internationale humanitaire organisaties om te voorkomen dat de vele kinderen die door de aardbeving wees zijn geworden, ten prooi vallen aan mensenhandelaren. Ik ben derhalve van mening dat we een plan nodig hebben om toezicht te houden op een dergelijke noodsituatie en ervoor te zorgen dat Europa en de Verenigde Staten de hoogste prioriteit toekennen aan het voorzien in de basisbehoeften van de kwetsbaarste bevolkingsgroepen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb mijn steun verleend aan de ontwerpresolutie over de aardbeving in Haïti, waarbij 200 000 doden en 250 000 gewonden zijn gevallen. Ik betuig mijn oprechte condoleances aan en mijn solidariteit met de bevolking van Haïti en de overige landen, het personeel van de internationale organisaties, waaronder de Verenigde Naties en de Europese Commissie, en de familieleden van de slachtoffers van deze tragedie. Graag vestig ik uw aandacht op de enorme inspanningen die sommige lidstaten van de Europese Unie hebben geleverd via het mechanisme voor civiele bescherming van de EU en met de coördinatie van het waarnemings- en informatiecentrum. Tot slot verwelkom ik het voorstel om de Europese respons op de humanitaire crisis in Haïti aan een beoordeling te onderwerpen, zodat de Europese Commissie voorstellen kan doen voor de verbetering van het snelle reactievermogen van de Europese Unie in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) 12 januari 2010 zal ongetwijfeld de Haïtiaanse geschiedenis ingaan als een van de vreselijkste dagen ooit, als de dag waarop een door armoede en onderontwikkeling geteisterd volk en land vernield werden door een genadeloze en dodelijke natuurramp van kolossale proporties.

De tienduizenden doden uit de statistieken, die reeds achterhaald waren op het ogenblik dat ze werden vrijgegeven, en de angst en wanhoop in de ogen van degenen die alles verloren hadden, waren meer dan voldoende om de inspanningen van de internationale gemeenschap en het maatschappelijk middenveld overal ter wereld te rechtvaardigen, een respons die ik alleen maar kan loven. Wij moeten er evenwel voor zorgen dat deze blijk van solidariteit, die de betrokkenen ongetwijfeld tot eer strekt, uitmondt in blijvende steun, ook wanneer een ander land in de schijnwerpers komt te staan.

Niettegenstaande alle internationale inspanningen is de wederopbouw van het land overigens slechts mogelijk als de bestuurders en de burgers zelf in staat zijn het proces te leiden en hun respectieve verantwoordelijkheden in acht te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De rampzalige situatie waarin Haïti verkeert ten gevolge van de hevige aardbeving van 12 januari dit jaar is een nieuwe uitdaging voor de solidariteit tussen de volkeren en de landen. Vanwege haar geschiedenis en haar culturele identiteit, om nog maar te zwijgen van haar belangrijke rol in de wereldeconomie, moet de Europese Unie een voorbeeldfunctie en een voortrekkersrol vervullen bij de hulpverlening aan de Haïtiaanse bevolking en de wederopbouw van een van de armste landen ter wereld. Er moeten dringend financiële en logistieke instrumenten worden ingezet om het lijden van de door de tragedie getroffen bevolking tot een minimum te beperken en een spoedig herstel van de elementaire levensomstandigheden van deze mensen te garanderen. Tegelijkertijd moeten nu reeds de voorwaarden worden geëvalueerd en gewaarborgd die nodig zijn voor de totstandbrenging van een duurzame ontwikkeling, zodat paal en perk kan worden gesteld aan de extreme armoede waarmee een groot deel van de bevolking van het land geconfronteerd wordt. Behalve stimuleringsmaatregelen voor een rendabele landbouw, industrialisatie en de ontwikkeling van een duurzaam systeem voor het in de handel brengen van producten is het van essentieel belang om bij te dragen aan de tenuitvoerlegging van een solide milieustrategie, aangezien Haïti een flagrant en dramatisch voorbeeld is van de vernietigende gevolgen die de klimaatverandering kan hebben voor de mensheid. Daarom heb ik voor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De dramatische situatie van totale verwoesting waarmee Haïti wordt geconfronteerd, vereist een snelle, doeltreffende en daadwerkelijke solidariteit die het lijden van de bevolking helpt verlichten. Tevens moeten wij elke poging om het land militair te bezetten onder voorwendsel van de tragedie van de Haïtiaanse bevolking verwerpen en veroordelen en met alle macht de soevereiniteit en onafhankelijkheid van Haïti verdedigen. Deze elementen ontbreken in de tekst die hier ter discussie voorligt. Helaas wordt deze resolutie pas afgegeven na de verklaringen van bepaalde staatshoofden en VN-medewerkers over de legering van tienduizenden Amerikaanse manschappen in het land. Haïti en de Haïtiaanse bevolking hebben brandweermannen, dokters, ziekenhuizen en levensnoodzakelijke goederen nodig.

Het antwoord van de Europese Unie, dat in de resolutie gunstig wordt onthaald, is “het besluit van de Raad om 350 leden van de militaire politie uit te zenden”. Er zij op gewezen dat sommige landen snel hulp aan Haïti hebben verleend. Cuba heeft bijvoorbeeld onmiddellijk 400 dokters gestuurd. Het heeft mensenlevens gered, epidemieën voorkomen, medische infrastructuur opgezet en levensnoodzakelijke goederen uitgedeeld. Hetzelfde geldt voor Venezuela, dat Haïti zijn schulden heeft kwijtgescholden en brandstof heeft geleverd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij zijn van oordeel dat dit een moment is waarop wij alle humanitaire hulp, samenwerking en steun voor wederopbouw moeten verstrekken die de waardige en moedige Haïtiaanse bevolking verdient. Helaas hebben we te veel tijd verloren en is alles niet vlekkeloos verlopen. Wij hebben hier de houding van met name de Verenigde Staten reeds veroordeeld. Amerika bekommert zich meer om de versterking van zijn militaire aanwezigheid in het land met extra troepen dan om de Haïtiaanse bevolking.

Wij betreuren het dat in de resolutie die hier is aangenomen niet sterker wordt aangedrongen op een afdoende bescherming van Haïti en zijn bevolking. Het zou bijvoorbeeld een goed begin zijn geweest als wij protest hadden aangetekend tegen personen of landen die deze ramp aangrijpen om de draad van het neokolonialisme weer op te nemen en geen oog hebben voor de armoede van het merendeel van de bevolking, die nog steeds het slachtoffer is van uitbuiting door multinationals en inmenging van buitenaf, met name door de Verenigde Staten.

Wij zullen uiting blijven geven aan onze oprechte solidariteit met de Haïtiaanse bevolking.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb deze resolutie gesteund om de nadruk te leggen op de grote gezamenlijke verbintenis die de Europese Unie moet aangaan om hulp te bieden aan dit land dat bijna een maand geleden is verwoest. Nadat de eerste nood is gelenigd, komt het erop aan bijstand op lange termijn te organiseren, met name ten behoeve van de meest kwetsbare personen en de bestuurlijke structuren die momenteel geen andere mogelijkheid hebben dan hun gezag in handen te leggen van de Amerikaanse strijdkrachten. Ten slotte zal Europa uit zulke gebeurtenissen lessen moeten trekken, zodat het in de toekomst sneller en efficiënter kan reageren en op optimale wijze humanitaire hulp kan verlenen aan de mensen die er het meest behoefte aan hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Richard Howitt (S&D), schriftelijk. (EN) De leden van de Labour-delegatie in het Europees Parlement willen hun diepste medeleven betuigen met alle mensen op Haïti wier leven is verwoest door deze rampzalige aardbeving, en wij steunen de internationale hulpinspanningen volledig. Wij hebben steun gegeven aan deze resolutie omdat wij het signaal willen afgeven dat het Europees Parlement en de leden van de Labour-delegatie de bevolking van Haïti terzijde staan bij hun langdurige inspanningen voor de wederopbouw van infrastructuur, gemeenschappen en levens die verwoest zijn. Daarom zijn wij met name verheugd dat in de resolutie het besluit van het Verenigd Koninkrijk en de overige de G7-landen is opgenomen om de internationale schulden van Haïti kwijt te schelden en de overige landen op te roepen hetzelfde te doen.

Wij stemmen echter niet in met paragraaf 24 van de resolutie, omdat wij geloven dat elk voorstel tot verbetering van de EU-noodhulp moet worden gedaan op basis van volledig overleg en zorgvuldige afweging, en niet zo maar in de context en directe nasleep van één humanitaire ramp, hoe vreselijk die ook is. De paragraaf schaadt met name de huidige vrijwillige regelingen voor EU-lidstaten, en wij zouden de nationale hulpmogelijkheden niet willen bagatelliseren, vooral niet gezien het feit dat het team voor noodhulp van het Verenigd Koninkrijk reeds binnen één uur na de aardbeving in Haïti in actie kwam.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) De afgelopen weken hebben wij allemaal de verschrikkelijke beelden kunnen zien van de situatie die de bevolking van Haïti momenteel treft. Zoals altijd bij grote natuurrampen, is de concentratieperiode van de pers en de media kort en richten de krantenkoppen zich al snel weer op iets anders. Het zou echter onacceptabel zijn als de politieke leiders hier even snel aan voorbij zouden gaan en het is terecht dat dit Parlement ernaar streeft de ramp boven aan de agenda te houden. Deze resolutie vestigt de aandacht op het goede werk dat tot nu toe door de instellingen van de EU en de organen in de lidstaten is verricht, en we kunnen alleen maar hopen dat de hoge vertegenwoordiger van de EU volledig kennis neemt van de specifieke kwesties die vandaag door het Parlement worden beklemtoond.

 
  
MPphoto
 
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE), schriftelijk. (EN) Volgens de Haïtiaanse autoriteiten ligt het algehele dodental als gevolg van de aardbeving boven de 230 000 personen. Dit maakt de ramp nog groter dan de tsunami die in 2004 Azië trof. Na de eerste noodhulp zou onze aandacht geleidelijk uit moeten gaan naar de ontwikkeling van Haïti op de lange termijn. Als een van de armste landen ter wereld was Haïti volledig onvoorbereid op de omgang met een ramp van deze omvang. Ik ben zeer verheugd over de recente toezegging om de schuldenlast van Haïti kwijt te schelden en ik zou alle donorlanden willen oproepen bij te dragen aan een duurzame wederopbouw op de lange termijn. Tot slot hebben sommigen van mijn collega’s vraagtekens geplaatst bij het besluit van barones Ashton om Haïti niet direct na de aardbeving te bezoeken. Als een dergelijk bezoek had geresulteerd in iets nuttigs in de vorm van steun aan de Haïtianen, is deze kritiek terecht. Had haar aanwezigheid niet meer betekend dan een publiciteitsstunt om te laten zien dat de EU ter plekke is, dan is haar besluit zonder meer terecht.

 
  
MPphoto
 
 

  Eija-Riitta Korhola (PPE), schriftelijk. – (FI) Mijnheer de Voorzitter, ik heb vóór de resolutie over Haïti gestemd. De humanitaire nood ten gevolge van de aardbeving in Haïti is enorm: er zijn honderdduizenden doden en gewonden en Port-au-Prince is bijna volledig verwoest. Het aantal mensen dat hulp van buiten nodig heeft, is naar schatting twee tot drie miljoen.

Terwijl de Europeanen meevoelen met de nabestaanden van de slachtoffers, moet er ook actie worden ondernomen. Omvangrijke en snelle hulptoezeggingen van de Europese Unie zijn natuurlijk van cruciaal belang. De trage reactie van de kant van de nieuwe dienst voor buitenlandse zaken heeft terecht verbazing gewekt. Het is duidelijk dat de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie er in de toekomst voor moet zorgen dat de Europese Unie sneller en met meer samenhang reageert. Haïti heeft langdurig hulp nodig. Zijn wonden moeten worden geheeld en zijn huizen moeten een voor een worden opgebouwd.

De filosoof Ludwig Wittgenstein kwam met de gedachte dat geen nood groter kan zijn dan die van een individu. Ik denk dat hij ongeveer het volgende bedoelde: er is in de wereld geen grotere eenheid van bewustzijn dan het bewustzijn van een individu. Ook leed kun je niet optellen. Er is geen gezamenlijk bewustzijn dat meer kan lijden dat één bewustzijn. De nood van de massa is altijd de nood van een individu. Dat biedt ook hoop. Moeder Theresa schijnt eens gezegd te hebben dat als zij ooit naar de massa zou hebben gekeken, zij dan niets zou hebben bereikt. Als ik erin slaag één persoon te helpen, dan help ik de grootst mogelijke eenheid: de hele wereld van één persoon.

 
  
MPphoto
 
 

  Petru Constantin Luhan (PPE), schriftelijk. (RO) Ik denk dat de EU zich moet inzetten voor betere coördinatie en een sterkere rol in de hulpverlening aan de Haïtiaanse staat. Op dit moment wordt de grootste uitdaging gevormd door logistieke knelpunten (beperkte capaciteit voor het landen van vliegtuigen en het lossen van goederen op de luchthaven van Port-au-Prince) en door de zoektocht naar een oplossing om hulp te bieden aan de mensen die nog steeds dakloos zijn, vooral met het oog op het naderende regenseizoen.

We moeten nadenken over de toekomst en over de manieren waarop we sneller en effectiever kunnen reageren op zulke situaties. Ik steun deze resolutie omdat daarin de commissaris voor internationale samenwerking, humanitaire hulp en crisisrespons wordt gevraagd te garanderen dat de Europese Unie een leidende rol speelt in crisissituaties door de respons van de Europese Unie op toekomstige crises efficiënter te coördineren op basis van de verantwoordelijkheden die zijn vastgelegd in het Verdrag van Lissabon.

Bovendien is het essentieel dat de Europese uitvoerende macht zo snel mogelijk voorstellen indient bij het Parlement voor het opzetten van een Europese civiele beschermingsmacht, gebaseerd op het communautair mechanisme voor civiele bescherming. Op die manier zal de Europese Unie binnen 24 uur na een ramp de vereiste middelen bijeen kunnen brengen voor het leveren van humanitaire noodhulp.

 
  
MPphoto
 
 

  David Martin (S&D), schriftelijk. (EN) De verwoestende aardbeving in Haïti van vorige maand heeft verschrikkelijke schade aangericht. De wereldwijde hulpinspanningen zullen langdurig en vol overtuiging moeten zijn. Ik ben blij dat de EU snel heeft gereageerd met tot op heden een bedrag van 196 miljoen euro aan steun. Ik sluit mij aan bij deze resolutie, waarin de EU wordt gevraagd doelmatige en gecoördineerde humanitaire steun te bieden en ervoor te zorgen dat Haïti ook echt op de lange duur wordt bijgestaan en aan zijn wederopbouw kan beginnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De aardbeving die Haïti op 12 januari 2010 heeft geteisterd, heeft niet alleen een groot aantal doden veroorzaakt, maar treft dagelijks nog steeds ongeveer drie miljoen mensen voor wie humanitaire hulp van vitaal belang is. De rol van het buitenlands beleid van de Europese Unie is inmiddels verduidelijkt en de waarden die de Europese Unie tracht te bevorderen hebben onder meer ten doel bij te dragen aan wereldwijde vrede en veiligheid en aan de bescherming van de mensenrechten. Daarom moeten wij alle inspanningen van de lidstaten verwelkomen om het land te helpen deze ramp te boven te komen als een volwaardige democratie met een economie die in staat is te voorzien in de behoeften van de bevolking. Wij mogen daarbij niet vergeten dat zowel de Haïtiaanse bevolking als de regering van Haïti te allen tijde deel moeten uitmaken van het gehele wederopbouwproces.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Ik heb mij onthouden van de stemming over de resolutie betreffende de aardbeving in Haïti (RC-B7-0072/2010), omdat het in mijn ogen dringend noodzakelijk is dat er niet-militaire vakmensen naar het gebied gaan, zoals artsen, architecten en brandweerlieden, in plaats van militaire troepen. Haïti zal de politieke, economische en sociale stabiliteit die het nodig heeft alleen kunnen bereiken als de vrijheid van het land beschermd wordt tegen buitenlandse inmenging. Financiële instellingen, zoals de Wereldbank en het IMF, en de handelspartners van Haïti moeten het land ogenblikkelijk zijn buitenlandse schuld kwijtschelden.

Verder sta ik achter de maatregelen die zijn genomen door de landen van het Bolivariaans Alternatief voor de landen van Amerika (financiële hulp via het Humanitaire Fonds, ondersteuning van de energievoorziening, en bevordering van landbouwinitiatieven en productieplannen), die een blijk zijn van de broederlijke solidariteit die bestaat tussen de verschillende landen. Met mijn stem heb ik willen aangeven dat de wederopbouw van Haïti niet gebaseerd mag zijn op de militarisering van de hulp. Veeleer moet deze gericht zijn op het doorbreken van de mechanismen die de latente armoede in Haïti hebben veroorzaakt, zoals de buitenlandse schuld. Ik eis dan ook dat deze wordt kwijtgescholden.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Haïti was voor de aardbeving reeds een arm land waar de lokale voorziening in eerste levensmiddelen voor bijna twee miljoen mensen niet gewaarborgd was en honderdduizenden weeskinderen op straat of in tehuizen leefden. Voor de bevolking van Haïti is de wederopbouw van de infrastructuur en de staatsinstellingen zeker belangrijk. Daarbij mag echter niet vergeten worden dat de distributie van hulpgoederen nog steeds niet zonder problemen verloopt en de veiligheidssituatie voor met name vrouwen en kinderen precair is. In dit verband moeten we omzichtig handelen. De ontwerpresolutie lijkt de meeste problemen recht te doen en derhalve heb ik voor de ontwerpresolutie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) De aardbeving die Haïti in januari van dit jaar heeft getroffen was een van de grootste humanitaire rampen van de eenentwintigste eeuw. De omvang van de ramp is juist zo groot omdat Haïti een van de armste landen ter wereld is die door de vernietigende kracht van een aardbeving is bezocht. Door de tragedie zijn alle ogen van de wereld op Haïti gericht. Humanitaire hulp mag zich niet beperken tot de wederopbouw van het eiland, maar moet ook herstructurering van de heersende sociale verhoudingen omvatten, in een geest van eerbied voor de menselijke waardigheid en sociale rechtvaardigheid. Dit is alleen mogelijk door Haïti niet alleen gratis hulp te bieden, maar ook door ervoor te zorgen dat het land en zijn maatschappij een nieuw begin kunnen maken.

Daarom steun ik de oproep om de internationale schuld van Haïti kwijt te schelden. Ik ben ook gekant tegen oplossingen die leiden tot een hogere schuld van Haïti als gevolg van internationale ‘hulp’. Al deze factoren in aanmerking genomen heb ik besloten de gezamenlijke ontwerpresolutie van het Europees Parlement over de recente aardbeving op Haïti te steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik heb voor de gezamenlijke ontwerpresolutie over de recente aardbeving op Haïti gestemd.

Ik kan mij met name vinden in de paragrafen 4, 8 en 9, in het bijzonder in de passages waarin het Europees Parlement vraagt dat de EU prioriteit geeft aan hulp bij de wederopbouw en het verbeteren van de humanitaire situatie, en daarbij de nadruk legt op kwetsbare groepen zoals vrouwen en kinderen en het verstrekken van onderdak, medische voorzieningen, logistieke bijstand en voedsel, waarin het alle lidstaten vraagt zich voor te bereiden op verzoeken van de VN om extra hulp, waarin het verheugd is over het feit dat de Europese Commissie voorlopig dertig miljoen euro voor humanitaire hulp heeft toegezegd en over het besluit van de G7-landen om de internationale schuld van Haïti kwijt te schelden, waarin het ook het Internationaal Monetair Fonds vraagt de uitstaande schulden van het land volledig kwijt te schelden en beklemtoont dat alle noodhulp in verband met de aardbeving moet worden verstrekt in de vorm van giften en niet als leningen die weer tot schulden leiden.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. (FR) Bij een natuurramp dient onmiddellijk humanitaire hulp te worden verleend. In Haïti waren alleen de VS in staat om zonder bureaucratische vertragingen op efficiënte wijze humanitaire hulp te bieden. Gebleken is tevens dat de snelste en meest efficiënte hulp kwam van de kant van degenen die in resoluties van ons illustere Parlement regelmatig worden veroordeeld: de katholieke kerk en humanitaire initiatieven van christelijke organisaties. In deze resolutie, die ik volledig steun, doet het Parlement een dringend beroep op de internationale gemeenschap om ervoor te zorgen dat de bevolking en de regering van Haïti de belangrijkste actoren zijn in het proces van wederopbouw, zodat zij hun gezamenlijke toekomst zelf in handen hebben. De leden steunen ook het optreden van de Europese Unie dat is gericht op het weer op gang brengen van de lokale voedselproductie door de beschadigde infrastructuren te herstellen en door aan kleine boeren de noodzakelijke middelen ter beschikking te stellen (zaaigoed, meststoffen en werktuigen), met name voor de voorjaarszaai die in maart begint en die 60 procent van de nationale voedselproductie vertegenwoordigt. Nu de internationale gemeenschap investeringen doet om een aardbevingsbestendige infrastructuur op te bouwen, zou ik graag de aandacht willen vestigen op het feit dat ook religieuze gebouwen hebben geleden en dat internationale fondsen ook moeten worden aangewend om kerken en seminaries te herbouwen.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0078/2010

 
  
MPphoto
 
 

  John Stuart Agnew, Andrew Henry William Brons, David Campbell Bannerman, Derek Roland Clark en William (The Earl of) Dartmouth (EFD), schriftelijk. (EN) De UKIP-partij maakt zich ernstige zorgen over de situatie in Iran en roept de regeringen aan beide zijden op om tot een diplomatieke en bovenal vredige oplossing te komen van de voortgaande politieke en humanitaire aftakeling van het land. Het is niet aan de EU om in deze situatie in te grijpen, aangezien zij dan de reeds gespannen toestand alleen maar zal verslechteren. Als de onderhandelingen worden geleid door onverantwoorde EU-bureaucraten in plaats van door gekozen politici, kunnen wij een slechte uitkomst voor Iran en de rest van de wereld tegemoet zien. De onderhandelingen moeten worden gevoerd samen met nationale regeringen, en mogen niet van bovenaf worden gekoeioneerd door de EU. Er zijn tal van landen, zoals Ierland, die neutraal willen blijven en als de EU die landen op dit punt gaat vertegenwoordigen, ondermijnt dit op ernstige wijze hun democratisch gesteund beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb met een enorm verantwoordelijkheidsgevoel voor deze resolutie gestemd, in de hoop dat zij haar vruchten zal afwerpen. De inspanningen die de verschillende fracties in het Parlement hebben geleverd om overeenstemming te bereiken, verdienen een woord van lof. Zij hebben het huis van de Europese democratie immers in de gelegenheid gesteld met één stem te spreken en onderstrepen het sterk pragmatische karakter van de resolutie, die de Europese Unie methoden, oplossingen en specifieke maatregelen aanreikt om met het Iraanse regime om te gaan. Gelet hierop zou ik willen benadrukken dat: a) ondernemingen die apparatuur en technologieën voor de uitoefening van censuur en controle aan de Iraanse autoriteiten leveren streng veroordeeld moeten worden en dat in dit verband een verbod voor Europese ondernemingen moet worden ingesteld; b) moet worden verzocht, of liever geëist, dat Iran het Verdrag van Wenen en de voorschriften inzake diplomatieke betrekkingen strikt naleeft; c) meer sancties moeten worden ingevoerd voor Iraanse organisaties of personen die in het buitenland actief zijn en de verantwoordelijkheid dragen voor de repressie en beknotting van vrijheden in het land of deel hebben aan de schending van de internationale verplichtingen die Iran op nucleair gebied is aangegaan; d) de dialoog met Iran, en inzonderheid met het maatschappelijk middenveld, ondanks alles moet worden voortgezet en verdiept.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de ontwerpresolutie over de situatie in Iran gestemd, omdat ik mij zorgen maak over de voortdurende schending van de mensenrechten in het land, met name voor wat betreft de vrijheid van vereniging, meningsuiting en informatie, en omdat ik het streven naar democratie van de Iraanse bevolking steun.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) De laatste maanden hebben wij twee soorten berichten uit Iran ontvangen. Helaas gaat het in beide gevallen om weinig bemoedigend nieuws: de vorderingen in het kader van het proces van uraniumverrijking met nucleaire doeleinden en de repressie jegens de gematigde factie van de heer Moussavi, die het resultaat van de recente presidentsverkiezingen betwist. Elk van deze ontwikkelingen is op zich verontrustend, maar de combinatie ervan is reden tot nog grotere bezorgdheid.

Wat kan men zeggen van een onstabiel land als Iran waar de steeds radicalere regering opposanten die op straat tegen haar betogen, doodt, foltert en gevangenzet en tegelijkertijd hardnekkig doorgaat met haar programma voor uraniumverrijking om over kernenergie te kunnen beschikken?

Hoezeer het fundamentalistische regime van de ayatollahs ook onderstreept dat het goede bedoelingen heeft en kernenergie voor vreedzame doeleinden nastreeft, klinken deze verklaringen weinig overtuigend in de oren van de internationale gemeenschap, die in Iran terecht een groeiende dreiging ziet.

De Europese Unie moet niet alleen heftig protest aantekenen tegen de brutale repressie waarvan de gematigde Iraanse kringen het slachtoffer zijn; zij moet ook samen met haar bondgenoten en de overige internationale actoren alles in het werk stellen om de sancties tegen Teheran aan te scherpen en te versterken. Ook gecoördineerde acties mogen niet worden uitgesloten om het hoofd te bieden aan deze dreiging.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij verdedigen de vrijheid van meningsuiting en de democratie en wij zijn het erover eens dat wij onze bezorgdheid moeten uitspreken over de ontwikkelingen van de laatste maanden in Iran, met name voor wat betreft de massale repressie van de bevolking door de Iraanse veiligheidsdiensten. De voorgestelde tekst schiet in dit verband echter tekort.

Volgens ons moeten wij bij de noodzakelijke uitdrukking van onze bezorgdheid over de jongste ontwikkelingen in het land ook verwijzen naar de ernstige bedreiging van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Iran, inclusief de escalatie van de diplomatieke en militaire inmenging onder aanvoering van de regering van de Verenigde Staten, die met name tot uiting komt in de concentratie van Amerikaanse strijdkrachten in de regio. Wij mogen niet vergeten dat deze elementen een bedreiging vormen voor de rechten van het Iraanse volk en voor de krachten die in Iran strijden voor democratie, vooruitgang en sociale rechtvaardigheid. In de aangenomen tekst wordt hiervan met geen woord gerept.

Het recht om de toekomstige ontwikkeling van Iran te bepalen berust uitsluitend bij de Iraanse bevolking en haar politieke en sociale krachten. Wij spreken onze solidariteit uit met de Iraanse bevolking en de democratische organisaties die strijden voor sociale rechtvaardigheid en vooruitgang in het land.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb mijn steun gegeven aan de resolutie die de houding van Iran veroordeelt en daarbij verwijst naar zowel de voornemens van dit land op nucleair gebied als de inbreuken op de vrijheid van meningsuiting, waarvan het Iraanse volk dagelijks het slachtoffer is. Het geweld dat de Iraanse autoriteiten tegen demonstranten gebruiken, is onaanvaardbaar, evenals de censuur waaronder de pers te lijden heeft en de belemmering van de informatievoorziening.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De huidige sociale beroering in Iran, de stelselmatige repressie tegen opposanten van het regime en de bevolking, de beknotting van de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting, het voortbestaan van de doodstraf en de voortzetting van het nucleaire programma ondanks het verzet van de internationale gemeenschap zijn redenen tot enorme bezorgdheid. Nog verontrustender is het nieuws dat Iran vorige maand met goed gevolg een nieuwe langeafstandsraket heeft getest en daarmee de regionale en mondiale veiligheid in het gedrang heeft gebracht. Ook de recente annulering van het geplande bezoek van de delegatie van het Parlement is een duidelijk signaal dat dit land niet tot medewerking bereid is. Wij kunnen dan ook niet anders dan het beleid van dit Iraanse regime afkeuren.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Steeds opnieuw zijn er landen waar de democratie en de mensenrechten zich in een precaire situatie bevinden. De EU moet doorgaan met haar pogingen om iets aan deze situatie te veranderen door middel van oproepen en dergelijke. We zouden ons niet moeten verbazen over het optreden van Iran en zijn pogingen om een kernmacht te worden. Dit is onder andere het gevolg van een in verkeerde banen geleid Amerikaans beleid. De angel kan alleen door een diplomatieke oplossing uit de situatie worden gehaald, waarbij de EU zich niet voor het karretje van de Verenigde Staten mag laten spannen. In de ontwerpresolutie wordt vastgesteld dat er geen substantiële vooruitgang is bereikt en dat een dialoog de enige oplossing vormt. Hier kan ik het alleen maar mee eens zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Sławomir Witold Nitras (PPE), schriftelijk. (PL) Ik wil graag kenbaar maken dat ik mijn steun geef aan de resolutie, die een duidelijke standpuntbepaling van de EU inzake fundamentele mensenrechten in Iran tot doel heeft. Net als de meesten van ons ben ik woedend over de wijze waarop de Iraanse oppositie is behandeld. Met de terdoodveroordeling van Mohammed Reza Alizamani en Arash Rahmani vanwege politieke activiteiten zijn naar mijn mening alle in de moderne wereld geldende normen overtreden. Ik ben blij dat de EU een zeer duidelijk standpunt inneemt in deze zaak. Tegelijkertijd wil ik er mijn spijt over betuigen dat een even krachtige reactie achterwege bleef toen op 31 januari een door de Russische oppositie georganiseerde demonstratie in Moskou en Sint Petersburg werd verhinderd en de organisatoren werden gearresteerd, onder wie Oleg Orlov, voorzitter van Memorial, de organisatie die afgelopen jaar de Sacharov-prijs heeft gekregen. Ik vind dat de reactie van de hoge vertegenwoordiger van de EU op dit gebied even voortvarend zou moeten zijn als in het geval van Iran en dat ze ook overeen zou moeten stemmen met de stevige kritiek die de Voorzitter van het Europees Parlement, de heer Buzek, op de Russische autoriteiten heeft geuit.

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. (DE) Het is van essentieel belang om de dialoog met Iran te herstellen. Ik betreur derhalve het uitstel van het bezoek van de EU-delegatie aan Iran en hoop dat het bezoek zo snel mogelijk kan plaatsvinden. De eerbiediging van de mensenrechten en de democratie is in de huidige situatie in Iran zeker niet toereikend gewaarborgd. Niettemin is het niet de juiste benadering om de sancties tegen Iran aan te scherpen. Ook de tegenstanders van de regering spreken zich tegen strengere sancties uit, aangezien deze met name de bevolking zouden treffen. Afgezien daarvan meet de EU ook hier weer met twee maten. Bij economisch belangrijke partners zoals China en India wordt immers nog wel eens een oogje toegeknepen. Om deze redenen heb ik mij onthouden van stemming.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. – (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik heb voor de ontwerpresolutie over de situatie in Iran gestemd, in het bijzonder na de recente aanslagen, waaronder die van gisteren op de Italiaanse en Franse ambassade.

De Europese Unie moet in feite de vertolkster worden van een duidelijk standpunt ten opzichte van het regime in Teheran. De Iraanse autoriteiten spelen een rol bij het aanwakkeren van dit gevaarlijke klimaat van intolerantie en intimidatie ten aanzien van bepaalde EU-landen. De aanval op de ambassades is gepleegd door mensen die de democratie vleugellam willen maken en tegen vrijheid zijn.

Ik hoop dat de Europese instellingen een duidelijke positie zullen innemen, de gebeurtenissen zo snel mogelijk zullen veroordelen en diplomatieke maatregelen tegen Iran zullen overwegen.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (ECR), schriftelijk. (EN) De ECR heeft steun gegeven een krachtige resolutie over Iran. Wij zijn voorstander van stevig internationaal optreden tegen de groeiende nucleaire mogelijkheden van Iran. Het valt dan ook te betreuren dat het Europees Parlement deze gelegenheid niet heeft aangegrepen om internationale oproepen tot aanvullende sancties te ondersteunen. Ook moet worden opgehelderd dat er gelukkig geen ‘EU-ambassades’ in Teheran zijn. Er zijn enkel nationale ambassades.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. (FR) Bij voortduring laat de islamitische republiek Iran luide protesten horen tegen de slechte behandeling van moslims overal ter wereld. Maar de mullahs zullen geen einde maken aan de vervolging van christenen en zullen de omstandigheden die aan christenen zijn voorbehouden, niet veroordelen. Bekering tot het christendom wordt als een vorm van geloofsafval gezien en gestraft met de doodstraf. Helaas heeft het Europees Parlement niet de moed tegen deze situatie van de christelijke martelaren in Iran te protesteren. Johannes-Paulus II heeft gezegd: "Persecution includes various types of discrimination against believers and against the whole community of the Church. Such forms of discrimination are often practised at the same time as is recognised the right to religious liberty and to freedom of conscience, and this in the law of individual countries as well as in declarations of an international nature. ... Today, besides prison, concentration camps, forced labour camps, and expulsion from one's country there are other punishments less known but more subtle: not violent death but a kind of civil death, not only isolation in prisons or in a camps but social discrimination or permanent restriction of personal liberty." ("Vervolging omvat allerlei soorten discriminatie van gelovigen en van de gehele kerkgemeenschap. Zulke vormen van discriminatie worden vaak tegelijk met de erkenning van het recht op godsdienstvrijheid en op vrijheid van geweten aan de dag gelegd, en dit gebeurt zowel in de wetgeving van afzonderlijke landen als in internationale verklaringen. ... Vandaag de dag zijn er naast gevangenisstraf, concentratiekampen, werkkampen en verbanning uit het eigen land andere minder bekende, maar subtielere straffen: niet een gewelddadige dood, maar een soort burgerlijke dood, niet alleen eenzame opsluiting in gevangenissen of kampen, maar sociale discriminatie of permanente inperking van de persoonlijke vrijheid.") Als het Parlement zijn oproep om de rechten van de mens te eerbiedigen, serieus wil nemen, dient het zich duidelijker uit te spreken ten gunste van de vervolgde christenen in Iran.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0021/2010

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Jemen dreigt een tweede Afghanistan te worden: het is het favoriete trainingskamp van Al Qa´ida en een broeinest van fundamentalisten en terroristen die over de gehele wereld uitzwermen.

De situatie van sociale, politieke en economische achteruitgang, om niet te zeggen ontwrichting, die wordt benadrukt door de burgeroorlog en de afwezigheid van een regering die controle uitoefent over het gehele grondgebied, maken van het land een gebied dat verstoken is van de wet en orde die het ontstaan en de groei van dergelijke haarden van geweld en radicalisme zelf een halt zouden kunnen toeroepen.

Daarom moet de internationale gemeenschap meer aandacht aan de behandeling van de problemen in Jemen besteden en de nodige vastberadenheid aan de dag leggen. Bovendien moeten wij er nauwgezet op toezien dat de hulp die aan dit land wordt verleend specifiek wordt gebruikt om een daadwerkelijke verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De algemene situatie in Jemen baart de wereld ernstige zorgen. Gelet op de recente terroristische dreigingen is voor de Europese Unie dan ook een steeds actievere preventieve rol weggelegd. Zij moet helpen voorkomen dat Jemen de zoveelste mislukte staat in de internationale gemeenschap wordt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Jemen is als broedplaats voor islamitische terroristen in de schijnwerpers van de terrorismebestrijding komen te staan. Noch armoedebestrijding noch de versterking van de militaire hulp zullen de problemen van Jemen kunnen oplossen. We moeten daarom de ontwikkelingshulp verbeteren om de motivatie voor een deel van de jihadrekruten weg te nemen. Daarbij mag de EU zich niet de rol van rekenmeester van de Verenigde Staten laten opdringen, maar moet zij een onpartijdige bemiddelaarsrol op zich nemen om te helpen een dialoog tot stand te brengen en de weg te effenen voor een politieke oplossing voor de lange termijn. In de onderhavige ontwerpresolutie wordt voor een soortgelijke benadering gekozen en derhalve heb ik ervoor gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Geoffrey Van Orden (ECR), schriftelijk. (EN) Hoewel ik instem met het streven naar, en ook betrokken was bij het opstellen van deze resolutie over de huidige situatie in Jemen, kan ik geen steun geven aan de verwijzing naar de coördinerende rol die de toekomstige Europese Dienst voor extern optreden (EAS) zal spelen met betrekking tot Jemen. Tijdens de opstelling van de resolutie heb ik gevraagd de verwijzingen naar de EAS te schrappen, maar dat werd door de overige fracties geweigerd. De EAS is een rechtstreeks product van het Verdrag van Lissabon, een verdrag dat ik niet onderschrijf en dat een democratische legitimering ontbeert. De EAS zou moeten beschikken over een netwerk van “EU-ambassades” en zou onder het toeziend oog van de hoge vertegenwoordiger van de EU/vicevoorzitter van de Commissie verantwoordelijk moeten zijn voor het creëren en uitvoeren van het militair en buitenlands beleid van de EU.

Ik ben er al sinds jaar en dag tegen dat de EU op deze vlakken een rol speelt. Ik geloof waarachtig dat dit uitsluitend het voorrecht moet zijn van de soevereine lidstaten.

 
  
  

Ontwerpresolutie B7-0029/2010

 
  
MPphoto
 
 

  John Stuart Agnew, David Campbell Bannerman, Derek Roland Clark en William (The Earl of) Dartmouth (EFD), schriftelijk. (EN) De UKIP-partij keurt elke vorm van mensensmokkel af en ziet dat als een moderne vorm van slavernij. Wij vragen om de hoogst mogelijke straffen in het land voor criminelen die zich hieraan schuldig maken, en om serieuze maatregelen om dit soort activiteiten de kop in te drukken. Wij kunnen echter niet toestaan dat de EU mensensmokkel als voorwendsel gebruikt om over de rug van de gekozen regeringen het immigratie- en grensbeleid te harmoniseren. Het is aan het electoraat, aan de mensen in de stemhokjes, en aan de gekozen politici om het nationale beleid op dit vlak uit te zetten, en niet aan de EU om zich schuldig te maken aan de zoveelste beleidsroof die alle democratische verantwoordingsplicht om zeep helpt. Als er binnen de EU geen open grenzen zouden bestaan, en als elk land zijn eigen immigratiebeleid zou hebben, zouden zware georganiseerde misdaad en mensensmokkel veel makkelijker uit te roeien zijn.

 
  
MPphoto
 
 

  Liam Aylward (ALDE), schriftelijk.(GA) Ik heb voor deze ontwerpresolutie gestemd omdat we er voor moeten zorgen dat we prioriteit geven aan de aanpak van mensenhandel, heel concreet maar ook heel vastberaden. Mensenhandel mag geen bron van arbeidskrachten zijn.

Het Verdrag van Lissabon bepaalt dat de Europese Unie bevoegd is en de mogelijkheid heeft om het Europese beleid tegen mensenhandel aan te scherpen. Tijdens het debat over deze resolutie is al gezegd dat we hier veel aandacht aan moeten besteden. De Europese Unie speelt een belangrijke rol in de wereldhandel en strijdt voor de bescherming van de mensenrechten. Daarom is de Unie verplicht om de mensenhandel, en met name kinderarbeid, te bestrijden.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (EN) Mensensmokkel is een van de verschrikkelijkste en zwaarste misdaden. De strijd hiertegen kan niet doelmatig zijn zonder een coherente beleidsbenadering gericht op preventie, bescherming van de slachtoffers en effectieve sancties tegen smokkelaars. Het vrij verkeer binnen de EU heeft onze burgers aanzienlijke voordelen gebracht maar tegelijkertijd ook de weg vrijgemaakt voor tal van smokkelmethoden. Tienduizenden jonge vrouwen en kinderen uit de nieuwe lidstaten worden jaarlijks het slachtoffer van mensensmokkel. Het Europees Parlement heeft in de strijd tegen mensensmokkel een cruciale rol te spelen. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat preventie en bescherming en opvang van slachtoffers hoog op de politieke agenda staan. Wij moeten van de lidstaten vragen dat zij het huidige EU-beleid en de overige instrumenten ter bestrijding van mensensmokkel volledig uitvoeren en zorgen dat er zwaardere straffen en sancties worden ingesteld.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat de Europese Unie illegale immigratie en mensenhandel moet bestrijden. De toenemende werkloosheid zal er toe leiden dat al meer personen het slachtoffer van mensenhandel worden of als dwangarbeiders worden geëxploiteerd. Vooral mensen die in eigen land hun baan en hun hoop op een betere toekomst zijn kwijtgeraakt, zullen hun geluk elders zoeken. Van een dergelijke situatie kunnen criminele bendes misbruik maken. De kinderhandel, met name de handel in meisjes en vrouwen, verloopt al jaren volgens het zelfde patroon. Seksuele exploitatie, die bijna neerkomt op slavernij, vindt met name in Oost-Europa plaats. Daar bestaat een soort transitroute om mensen naar het westen te smokkelen. We moeten een strategie en maatregelen uitwerken om mensenhandel te bestrijden, en daarbij moeten we vooral aandacht besteden aan preventie, bescherming van de slachtoffers en sancties. Alle lidstaten moeten strenge maatregelen nemen in de strijd tegen mensenhandel en moeten hun wetgeving coördineren. We moeten streven naar een nauwere samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij de strijd tegen mensenhandel.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlos Coelho (PPE), schriftelijk. (PT) Deze moderne vorm van slavernij is de laatste jaren op alarmerende wijze toegenomen en uitgegroeid tot de op twee na meest winstgevende activiteit van de georganiseerde misdaad. In 2009 hebben de Verenigde Naties het aantal slachtoffers op 270 000 geraamd. Volgens Europol is vrouwenhandel met het oog op seksuele uitbuiting niet afgenomen en heeft zich een stijging voorgedaan van het aantal gevallen waarin sprake is van gedwongen arbeid. Dat is onaanvaardbaar. Wij mogen dan ook niet toestaan dat dergelijke praktijken vergemakkelijkt worden door mazen in de wetgeving. Wij hebben een snelle, wereldwijde en gecoördineerde respons nodig, niet alleen op wetgevingsgebied maar ook vanuit operationeel oogpunt. Naar aanleiding van de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon roep ik de Commissie op zo spoedig mogelijk een nieuw voorstel te presenteren en de oprichting van een coherent Europees beleid voor een doeltreffende bestrijding van mensenhandel als een van haar voornaamste prioriteiten te beschouwen. Dat voorstel moet alle aspecten van dit probleem bestrijken, gaande van kwesties die verband houden met de landen van herkomst, doorgang en bestemming tot de mensen die slachtoffers ronselen, vervoeren en uitbuiten en andere tussenpersonen, klanten en begunstigden.

Tegelijkertijd moeten wij garanties bieden voor een passende bescherming van slachtoffers en getuigen via het verlenen van onmiddellijke bijstand. Tevens dient een inspanning te worden gedaan om naar behoren gebruik te maken van de op dit vlak beschikbare instrumenten die helaas onderbenut worden, zoals het geval is met Europol, Eurojust en Frontex.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. (RO) Ik geloof in en steun de oprichting van een permanent platform op het niveau van de Europese Unie dat garandeert dat het beleid inzake mensenhandel aspecten omvat met betrekking tot sociale kwesties en sociale integratie, alsmede de aanneming van geschikte en effectieve programma’s ter ondersteuning van de sociale re-integratie van slachtoffers, waaronder maatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt en het socialezekerheidsstelsel.

 
  
MPphoto
 
 

  Lena Ek, Marit Paulsen en Olle Schmidt (ALDE), schriftelijk. − (SV) Wij zijn van mening dat de oorspronkelijke tekst van de paragrafen 13 en 15 betreffende het onderscheid tussen slachtoffers van mensenhandel en illegale immigranten en verblijfsvergunning voor slachtoffers van mensenhandel, de voorkeur geniet, maar wij stemmen toch voor de amendementen op die paragrafen om een compromis te bereiken. Als gevolg van dat compromis krijgen slachtoffers van mensenhandel een tijdelijke verblijfsvergunning en worden de grensbewakingsinstanties zich beter bewust van de problemen van mensenhandel. Dat is een eerste stap. Wij geven er de voorkeur aan dat de resolutie nu wordt aangenomen en zijn van plan om er ons verder voor in te zetten dat slachtoffers van mensenhandel een permanente verblijfsvergunning krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (RO) Ik heb voor de resolutie van het Europees Parlement over het voorkomen van mensenhandel gestemd, omdat ik van mening ben dat het uiterst belangrijk is om harder op te treden tegen de mensenhandel, die schokkende proporties heeft aangenomen en een ernstige schending van de fundamentele mensenrechten vormt.

De ontwerprichtlijn die binnenkort ter behandeling zal worden voorgelegd aan het Parlement moet strenge maatregelen op Europees niveau bevatten tegen iedereen die betrokken is bij deze vorm van smokkel. De wetgeving van de lidstaten moet worden gewijzigd om de sancties te harmoniseren teneinde te garanderen dat de mensenhandelaars de zwaarst mogelijke straf krijgen, want op dit moment zijn er aanzienlijke verschillen tussen de staten.

Vanuit dit perspectief is voor het uitbannen van deze plaag ook een grensoverschrijdende aanpak vereist in de vorm van intensievere samenwerking met de landen van herkomst en doorreis, die mensenhandelaren soms slechts minimale boetes opleggen. Tegelijkertijd moet bescherming en hulp worden geboden aan de slachtoffers van mensenhandel, hoofdzakelijke vrouwen en kinderen, die volgens de gegevens ongeveer 80 procent van de slachtoffers vormen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de resolutie over voorkoming van mensenhandel gestemd omdat ik van oordeel ben dat de Commissie en de Raad moeten waarborgen dat de bestrijding van deze plaag hoog op hun agenda blijft staan, zelfs in tijden van economische en financiële crisis. De lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, moeten alle beleidsmaatregelen van de Europese Unie op het gebied van mensenhandel zo spoedig mogelijk integraal ten uitvoer leggen op nationaal niveau en andere ter zake doende wetgevingsinstrumenten ratificeren om een betere bescherming van de slachtoffers van mensenhandel te waarborgen en meer steun te verlenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Mensenhandel is thans voor de slachtoffers een onmenselijke, moderne vorm van slavernij. Voor de daders − misdaadorganisaties die betrokken zijn bij prostitutie en seksuele uitbuiting, illegale adoptie, gedwongen arbeid en illegale handel in menselijke organen − is het een uitermate winstgevende activiteit.

Helaas ontsnapt ook de Europese Unie niet aan deze vreselijke realiteit. Daarom moet de Europese Commissie dringend strenge en krachtdadige maatregelen nemen om mensenhandel te bestrijden. Die maatregelen moeten berusten op drie essentiële pijlers: (i) voldoende bescherming voor slachtoffers, onder wie voornamelijk vrouwen en kinderen, met inachtneming van hun meest fundamentele rechten, zoals leven, vrijheid, fysieke en morele integriteit en seksuele zelfbeschikking, (ii) preventieve maatregelen op het gebied van onderzoek en ontmanteling van netwerken die mensenhandel bedrijven en zich met dergelijke praktijken verrijken, en ten slotte (iii) strenge straffen voor mensenhandel en uitbuiting voor welke perverse doeleinden ook, die in verhouding staan tot de begane misdrijven.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Zoals in de aangenomen resolutie wordt gezegd, is het dringend noodzakelijk om “maatregelen tegen de mensenhandel te ontwikkelen door een vooral op de mensenrechten gerichte alomvattende benadering te kiezen die de bestrijding van de mensenhandel, de preventie en de bescherming van de slachtoffers als kernpunten heeft” en door “een op de slachtoffers gerichte benadering te kiezen, hetgeen betekent dat alle mogelijke soorten slachtoffers moeten worden geïdentificeerd, aangesproken en beschermd, waarbij speciale aandacht moet uitgaan naar kinderen en andere risicogroepen”.

Wij betreuren echter dat de amendementen die wij op deze resolutie hebben ingediend, verworpen zijn. Deze hadden onder meer betrekking op de volgende oorzaken en bestrijdingsvormen van mensenhandel:

- Bestrijding van werkloosheid, marginalisatie en armoede als fundamentele oorzaken van mensenhandel, waarbij dringend wijzigingen moeten worden aangebracht in het economische en sociale beleid teneinde voorrang te verlenen aan de versterking van de sociale rechten en arbeidsrechten, banen met rechten, overheidsdiensten van goede kwaliteit en economische en sociale vooruitgang;

- Versterking van de samenwerking en solidariteit met de herkomstlanden van migranten door bij te dragen aan de ontwikkeling van hun economie, hun toegang tot kennis te verbeteren, hun schulden kwijt te schelden en geen belasting op financiële transacties aan te rekenen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, hoewel mensenhandel een van de meest abjecte misdaden is die er bestaan, hebben wij tegen de resolutie over mensenhandel gestemd. Allereerst omdat u er een politiek instrument van maakt dat de macht van het Europa van Brussel, van zijn instellingen en zijn vele agentschappen alleen nog maar verder vergroot, ondanks dat steeds opnieuw blijkt hoe inefficiënt zij zijn. Vervolgens en vooral omdat u de aandacht die normaal gesproken naar de slachtoffers dient uit te gaan, gebruikt om een nieuw aanzuigend effect voor immigratie te creëren: sociale en juridische bijstand, automatische verblijfsvergunning, toegang tot de arbeidsmarkt, vereenvoudigde toegang tot gezinshereniging en sociale bijstand. Dat alles wordt toegekend, of het slachtoffer nu wel of niet met de autoriteiten meewerkt om hen te helpen mensenhandelaren op te pakken en netwerken te ontmantelen. Het enige wat de illegale immigrant dus hoeft te doen om Europa binnen te komen, is zeggen dat hij slachtoffer is van een netwerk dat hem duizenden euro's afperst. Bijgevolg zal hij die status en die bijstand claimen, wat u er ook van mag denken! En u zult hem die geven. Ik vind dat onverantwoord!

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. (FR) Ik heb voor de resolutie over de voorkoming van mensenhandel gestemd, die door de linkse en de centrumfracties van het Europees Parlement is ingediend, want we moeten luid en duidelijk tot uitdrukking brengen dat slachtoffers van mensenhandel – voor het overgrote deel vrouwen, maar ook kinderen – onvoorwaardelijke bescherming en hulp moeten krijgen. Deze slachtoffers moeten een voorrangsrecht hebben op gratis juridische bijstand, de straffen voor mensenhandelaren moeten veel strenger zijn en er moeten middelen worden gevonden om de vraag naar diensten door klanten te ontmoedigen. Het gaat om een onaanvaardbare vorm van geweld tegen vrouwen en er zijn dan ook gezamenlijke acties nodig om mensenhandel te voorkomen, de slachtoffers van die handel te beschermen en de plegers van dit geweld te vervolgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Al hebben veel mensen in de EU een redelijk comfortabel leven, de realiteit is wel dat er in de gehele EU, ook in de meest welvarende delen, talloze mensen in slavernij leven. Alleen al de grensoverschrijdende aard van de mensenmokkel wijst erop dat dit een probleem is waarbij de instellingen van de EU een cruciale rol te spelen hebben. Om die reden verwelkom ik de resolutie van vandaag.

 
  
MPphoto
 
 

  Lívia Járóka (PPE), schriftelijk. – (HU) Mensenhandel is een van de ernstigste schendingen van mensenrechten en kan verscheidene vormen aannemen: van seksuele uitbuiting en dwangarbeid tot organenhandel en huisslavernij, waarbij vooral slachtoffers worden gemaakt onder vrouwen en kinderen. De communautaire wetgeving inzake de strijd tegen mensenhandel is momenteel niet toereikend en daarom is het cruciaal dat de Europese Unie uit hoofde van de bevoegdheden die zij via het Verdrag van Lissabon heeft gekregen, veel krachtiger optreedt tegen dit fenomeen. Daarbij moet zij in de eerste plaats aandacht besteden aan de bescherming van en de hulp aan slachtoffers en risicogroepen, met name kinderen. In dit opzicht is het initiatief voor de instelling van de post van EU-coördinator tegen mensenhandel welkom en tevens is het een positieve ontwikkeling dat het voorstel de lidstaten oproept afschrikwekkende straffen op te leggen waarmee uiting wordt gegeven aan de ernst van deze misdrijven. Als uitermate belangrijke ontwikkeling staat in de ontwerpresolutie te lezen dat de instemming van het slachtoffer om te worden uitgebuit irrelevant is vanuit het oogpunt van vervolging en dat het slachtoffer, ongeacht zijn of haar bereidheid om mee te werken aan het proces, recht heeft op hulp.

Verder is het belangrijk het maatschappelijk middenveld zo veel mogelijk betrokken wordt bij de institutionele activiteiten die gericht zijn op het terugdringen van mensenhandel, en voorlichtings- en bewustmakingscampagnes op touw worden gezet voor de meest kwetsbare groepen. De lidstaten zullen hopelijk zo snel mogelijk deze geïntegreerde benadering implementeren, die zich ook uitstrekt naar preventie, sancties en de bescherming van slachtoffers in hun eigen rechtssysteem. Met de ratificatie van de juiste juridische instrumenten zetten ze een belangrijke stap op weg naar de opheffing van deze moderne slavernij.

 
  
MPphoto
 
 

  Filip Kaczmarek (PPE), schriftelijk. (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik heb de resolutie over mensenhandel gesteund. Het gaat hier om een van de ergste wandaden die mensen elkaar kunnen aandoen. Het is afschrikwekkend hoe gemeengoed dit vreselijke verschijnsel is. Ik kan geen rechtvaardiging of verzachtende omstandigheden bedenken voor degenen die op deze manier al die waarden die zo belangrijk voor ons zijn vertrappen. Mensenhandel is een ontkenning van vrijheid, waardigheid en gelijkheid. Ik hoop dat het Europees Parlement zal bijdragen aan de beperking en complete uitbanning van mensenhandel in de toekomst.

 
  
MPphoto
 
 

  Timothy Kirkhope (ECR), schriftelijk. (EN) De ECR-Fractie is unaniem in haar oordeel dat de handel in mensen onacceptabel is en moet worden gestopt. Wij vragen ons echter serieus af of deze resolutie wel geschikt is om de diepere oorzaken van mensensmokkel aan te pakken, en daarom hebben wij tegen de resolutie gestemd. De ECR-Fractie is van oordeel dat deze resolutie te veel uitgaat van een slachtoffergerichte benadering, die de lidstaten voorschrijft hoe zij de slachtoffers moeten opvangen wanneer de smokkel reeds heeft plaatsgevonden, en die mensensmokkel zo lijkt te beschouwen als iets onvermijdelijks. De ECR-Fractie heeft daarentegen samen met de EVP een resolutie ondertekend waarin wordt aangedrongen op een betere samenwerking tussen lidstaten, politiekorpsen en grensbewakingsinstanties, op bescherming van persoonsgegevens en op de mogelijkheid voor de afzonderlijke lidstaten om de zorg voor slachtoffers te bepalen.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Alle vormen van slavernij, of ze nu "modern" zijn of niet, dienen absoluut te worden veroordeeld. De verdienste van deze resolutie is dan ook dat zij de slachtoffers van geweld wil beschermen tegen de onmenselijke zucht naar winst en de sociale en psychische nood die er het gevolg van is. Toch valt het te betreuren dat de resolutie beperkt blijft tot het beschermen van slachtoffers van netwerken van criminelen in de ondergrondse economie, want mensenhandel heeft ook een wettige pendant die niet minder abject is.

Het neoliberalisme, met zijn obsessieve gerichtheid op winst, het continu tegen elkaar opzetten van werknemers en zijn bedrijfsverplaatsingen, doet burgers zowel symbolisch als fysiek geweld aan. Het dwingt hen ertoe tegen hun wil te verhuizen en stort hen zozeer in de problemen dat het aantal arbeidsgerelateerde zelfmoorden schrikbarend is toegenomen. Burgers op die manier onderwerpen, hen maken tot louter sluitposten in een inefficiënt en ongezond systeem, tot werktuigen ten dienste van de belangen van de financiële elite, zonder enige consideratie met hen te hebben en door zelfs hun leven in gevaar te brengen, wat is dat anders dan het equivalent van de toe-eigening van mensen die slavernij heet? Net als de illegale misdaad moeten we ook geïnstitutionaliseerde wandaden bestrijden en van de Europese Unie een unie voor de emancipatie van burgers maken.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Mensenhandel houdt een schending in van de meest fundamentele mensenrechten en is een vorm van slavernij die gebaseerd is op seksuele en economische uitbuiting. Volgens internationale schattingen is mensenhandel de op twee na meest winstgevende illegale handel. De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon heeft een duidelijke versterking van het optreden van de Europese Unie op het gebied van justitiële en politiële samenwerking tot gevolg. De strijd tegen mensenhandel moet een van de hoofddoelstellingen van de Europese Unie zijn en als medewetgever is voor het Parlement op dit vlak een vitale rol weggelegd. Daarom moet de strijd tegen mensenhandel een van de topprioriteiten van de Europese Unie blijven, ook in tijden van economische en financiële crisis.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) Mensenhandel is een van de grootste plagen van het begin van deze eeuw. Het is niet overdreven om te spreken van een moderne vorm van slavernij. Het is een uitermate winstgevende activiteit die in handen is van gevaarlijke, georganiseerde criminele bendes. Ik geef mijn volledige steun aan ontwerpresolutie B7-0029/2010 inzake voorkoming van mensenhandel, die door een brede coalitie van fracties van het Europees Parlement is ingediend. Naar mijn mening is de Europese Commissie verplicht een actieplan te ontwikkelen om mensenhandel effectief uit te bannen. Tegelijkertijd geef ik mijn volledige steun aan de oproep van de initiatiefnemers van de resolutie tot benoeming van een EU-coördinator tegen mensenhandel onder de commissaris van justitie, grondrechten en burgerschap. Ik hoop dat het optreden tegen mensenhandel hiermee verder wordt geïntensiveerd.

 
  
MPphoto
 
 

  Daciana Octavia Sârbu (S&D), schriftelijk. (RO) Mensenhandel is een groeiende markt, die tegenwoordig vergelijkbaar is met drugs- en wapensmokkel en een verschijnsel is dat zich over de hele wereld heeft verspreid, maar ernstiger is in onderontwikkelde landen. Volgens het verslag van de werkgroep van de VN zijn de slachtoffers van mensenhandel afkomstig uit verschillende sociale achtergronden, van de rijksten tot de armsten, van de hoogst opgeleiden tot volkomen analfabeten, van jonge kinderen tot oude vrouwen. We moeten de informatie beter coördineren om dit groeiende verschijnsel effectiever te kunnen bestrijden. In dat verband zou het nuttig zijn als Eurojust, Europol en Frontex elk jaar een gezamenlijk verslag over mensenhandel zouden uitbrengen. Als de Europese Unie het voortouw wil nemen bij het respecteren van de mensenrechten, dan moet zij actiever samenwerken met derde landen om te helpen een einde te maken aan dit verschijnsel. Bovendien is er ook betere financiering nodig voor de programma’s die zijn gericht op het bestrijden van mensenhandel, alsmede effectievere coördinatie tussen de instellingen in de lidstaten die betrokken zijn bij de strijd tegen de handel in mensen.

 
  
MPphoto
 
 

  Joanna Senyszyn (S&D), schriftelijk. (PL) Mensenhandel is de meest flagrante vorm van mensenrechtenschending. Het aantal slachtoffers van deze moderne vorm van slavernij neemt elk jaar toe. De opsporingskans voor dit soort criminaliteit is zeer laag. Ik steun daarom de resolutie van het Europees Parlement inzake het voorkomen van mensenhandel. Mensenhandel moet met alle mogelijke middelen worden bestreden, te beginnen met een grondige en veelomvattende informatiecampagne om duidelijk te maken op welke schaal het verschijnsel zich voordoet en om de samenleving ontvankelijk te maken voor de kwestie. Het is niet genoeg om af en toe afzonderlijke stukjes informatie te geven over ontdekte gevallen van mensenhandel. Het is ook van essentieel belang om telkens de adressen van de instellingen te vermelden die zich bezighouden met de bestrijding van deze praktijk.

Uit een verslag dat in januari 2010 werd gepresenteerd door Legal Aid Centre en de stichting La Strada – (‘Preventing Trafficking in Women from Central and Eastern Europe. Information – Prevention – Identification – Intervention’) blijkt dat procedures om de rechten van slachtoffers van mensenhandel te waarborgen in Polen niet worden toegepast. Een van de grootste problemen wordt gevormd door de langdurige inspanningen om een moderne definitie van mensenhandel in de strafwet op te nemen. In 2005 werd het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel in Warschau ondertekend. Het kostte juristen drie jaar om het te ratificeren. We hebben nog steeds geen bindende omschrijving van mensenhandel, wat een belemmering vormt voor voorbereidende en gerechtelijke procedures en daarmee voor de bewaking van de mensenrechten in Polen.

 
  
MPphoto
 
 

  Søren Bo Søndergaard (GUE/NGL), schriftelijk. − (DA) Dat ik voor de resolutie heb gestemd wil niet zeggen dat ik mij tevens aansluit bij de voorstellen in de resolutie op grond waarvan meer macht van de lidstaten wordt overgedragen aan de EU, zoals:

- de EU toestaan om strengere sancties op dit gebied te bepalen,

- verwijzingen naar de versterking van EU-optreden op grond van het Verdrag van Lissabon,

- en de vaststelling van een overkoepelend wetgevingskader op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Eva-Britt Svensson (GUE/NGL), schriftelijk. − (SV) Ik heb voor resolutie B7-0029/2010 over voorkoming van mensenhandel gestemd omdat ze over een zeer belangrijk onderwerp gaat en een lange lijst van dingen bevat die moeten gebeuren in de strijd tegen mensenhandel. Mijn steun aan de resolutie mag echter niet worden gezien als steun aan de voorstellen die inhouden dat meer macht van de lidstaten naar de EU wordt overgeheveld, zoals het laten vaststellen van strengere straffen op dit gebied door de EU, de verwijzing naar de grotere inspanningen van de EU op strafrechtelijk gebied op basis van het Verdrag van Lissabon en de vaststelling van overkoepelende wetgeving op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb voor de resolutie gestemd omdat ik zelf betrokken ben bij de strijd tegen mensenhandel in Slowakije. Ik heb de campagne “ Weet u waar uw kind nu is” gelanceerd. Bovendien heeft de Vrouwencommissie tijdens het debat over de begrotingsprocedure een amendement aangenomen om een meerjarenplan met als thema “Weet u waar uw kind nu is” te starten, in nauwe samenwerking met verenigingen van het maatschappelijk middenveld, teneinde een groter bewustzijn ten aanzien van de ouderlijke verantwoordelijkheid, een betere bescherming van kinderen tegen elke vorm van geweld en een efficiëntere strijd tegen kinderhandel te bevorderen. Deze nieuwe resolutie, die ik van harte ondersteun, is opgebouwd rondom vijf hoofdlijnen: algemeen, verzamelen van informatie, preventie, vervolging en bescherming, steun en hulp voor slachtoffers. De Commissie wordt verzocht actie te ondernemen, met name met betrekking tot informatie en preventie teneinde inzicht te krijgen in de grondoorzaken van de handel evenals in de factoren in het land van oorsprong en bestemming die mensenhandel in de hand werken. Ik reken erop dat ouders zich bewust worden van hun ouderlijke verantwoordelijkheid en de verantwoordelijkheid jegens van hun kinderen serieus nemen om te voorkomen dat kinderen en pubers het slachtoffer worden van mensenhandel.

 
  
  

Ontwerpresolutie RC-B7-0064/2010

 
  
MPphoto
 
 

  John Stuart Agnew en William (The Earl of) Dartmouth (EFD), schriftelijk. (EN) De UKIP-partij gelooft in het belang van milieubescherming. Ofschoon wij onze twijfels hebben bij de wetenschappelijke vooronderstelling waarop het overleg in Kopenhagen is gebaseerd, hebben wij geen bezwaar tegen maatregelen op nationaal niveau ter bescherming van het milieu.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor deze resolutie gestemd, omdat ik van oordeel ben dat de Europese Unie een nieuw ontwikkelingsparadigma in het leven moet roepen om de klimaatverandering aan te pakken. De komende begrotingsherziening moet voldoende middelen opleveren om aan deze belangrijke uitdaging het hoofd te bieden. Wij mogen onze verplichting op het gebied van de bestrijding van de klimaatverandering niet uit het oog verliezen. Als Europeanen moeten wij streven naar een vermindering van het CO2-niveau met meer dan 20 procent in 2020. Het is belangrijk dat ook andere mondiale partners hun samenwerking verlenen teneinde een ambitieuze en juridisch bindende, wereldwijde overeenkomst te bereiken, conform de doelstelling dat de temperatuurstijging niet meer dan 2°C mag bedragen. Ik ben tevens van mening dat de initiatieven van de Europese Unie ter bevordering en stimulering van een groene economie, energievoorzieningszekerheid en een vermindering van de afhankelijkheid een prioriteit moeten blijven. De Europese Unie kan zich hiervoor laten inspireren door het beleid van mijn regio, de Azoren, waar reeds ongeveer 30 procent van de energie afkomstig is uit hernieuwbare bronnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Zigmantas Balčytis (S&D), schriftelijk. (LT) Zowel Europa als de rest van de wereld verwachtte heel veel van de Conferentie van Kopenhagen. De EU was bereid om de leiding op zich te nemen en terug te keren met een wettelijk bindende overeenkomst, maar de bijeenkomst heeft uiteindelijk weinig antwoorden opgeleverd voor de vraag hoe de strijd tegen de klimaatverandering moet worden voortgezet. De overeenkomst van Kopenhagen bevat geen ambitieuze doelstellingen en geen verplichtingen, en is een teleurstellend resultaat. Als deze zaak niet op mondiaal niveau wordt opgelost, zou het ambitieuze doel van de EU, 20-20-20, wel eens een vrome wens kunnen blijven. Met behulp van de dienst voor extern optreden moet de EU op diplomatiek niveau zo spoedig mogelijk een voortrekkersrol gaan spelen bij het ontwikkelen van een strategie in de strijd tegen de klimaatverandering. Bovendien moet de EU ervoor zorgen dat Europa tijdens gesprekken met andere landen altijd met één stem spreekt en de hand houdt aan bepaalde principes, zodat er zo snel mogelijk een bindende internationale overeenkomst over klimaatverandering kan worden gesloten.

 
  
MPphoto
 
 

  Maria Da Graça Carvalho (PPE), schriftelijk. (PT) Ik ben blij met de aanneming van de ontwerpresolutie over de resultaten van de Conferentie van Kopenhagen over de klimaatverandering (COP 15), die ik mee heb opgesteld, en met de resultaten van de onderhandelingen tussen de verschillende fracties, aangezien daaruit blijkt dat de belangstelling voor dit probleem groeit en daarmee ook het streven naar een duurzame toekomst. Ik wil hier echter opnieuw mijn ontgoocheling uitspreken over de in Kopenhagen bereikte resultaten en ik roep de Europese Unie op haar internationale leidersrol in de strijd tegen de klimaatverandering weer op te nemen en bij te dragen aan de totstandkoming van een juridisch bindende overeenkomst met meetbare, overdraagbare en controleerbare doelstellingen tijdens de COP 16 die dit jaar in Mexico zal plaatsvinden.

Om het concurrentievermogen van de Europese industrie te versterken en meer werkgelegenheid te creëren moeten wij investeren in een duurzame toekomst. Dat betekent dat wij moeten kiezen voor milieubescherming, energievoorzieningszekerheid, vermindering van de energieafhankelijkheid en een efficiënt gebruik van de rijkdommen. Gelet hierop verzoek ik de industrielanden te investeren in onderzoek naar nieuwe technologieën en zich daarbij ten doel te stellen om enerzijds het CO2-niveau terug te dringen en anderzijds een efficiënter en duurzamer gebruik van de natuurlijke rijkdommen te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nikolaos Chountis (GUE/NGL), schriftelijk. (EL) De resolutie bevat enkele positieve elementen, zoals de erkenning dat er geen middellange en langetermijndoelstellingen zijn en dat de financiering van de ontwikkelingslanden vaag en pover is. Toch heb ik mij bij stemming onthouden omdat alle amendementen van mijn fractie zijn verworpen. Daarin vroegen wij om meer maatregelen voor een CO2-emissiereductie met minstens 40 procent tot 2020 krachtens een juridische bindende overeenkomst, om de afwijzing van kernenergie als “schone” energie, om meer financiële steun voor de arme landen en de ontwikkelingslanden ten behoeve van hun ontwikkeling en voor technologische overdracht, en om een sociaal duurzame, groene economie die meer investeringen kan aantrekken maar ook meer werkgelegenheid en levenskwaliteit kan creëren. Evenmin is een andere belangrijk amendement aangenomen, waarin werd aangedrongen op de invoering van een belasting van 0,01 procent op financiële transacties. Die belasting zou jaarlijks 20 miljard euro kunnen opleveren en daarmee zouden de ontwikkelingslanden geholpen kunnen worden bij de bestrijding van en de aanpassing aan klimaatverandering. Op de weg naar Mexico kan de vage, teleurstellende overeenkomst van Kopenhagen voor ons geen leidraad zijn. Wij moeten het beleid voor klimaatverandering radicaal veranderen en ervoor zorgen dat er tijdens de komende onderhandelingen een echte overeenkomst kan worden gesloten. Dat zal echter alleen mogelijk zijn als wij de fouten van Kopenhagen erkennen en deze corrigeren, hetgeen niet gebeurt in de resolutie van het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 
 

  Spyros Danellis (S&D), schriftelijk. (RO) Het feit dat de top in Kopenhagen algemeen is omschreven als een ‘betreurenswaardige mislukking’ van een poging om wereldwijd overeenstemming te bereiken over de beperking van de uitstoot van broeikasgassen die het klimaat op aarde opwarmen, onderstreept nog maar eens het totale gebrek aan coördinatie tussen de EU-lidstaten ten aanzien van de VS en de opkomende landen.

De overeenkomst van Kopenhagen bevat niet eens een doel voor een aanvaardbare limiet voor de stijging van de temperatuur op aarde. Ik hoop echter op een positieve uitkomst en een sterke Europese stem over de beperking van de effecten van klimaatverandering tijdens de bijeenkomst in februari volgend jaar, als de landen van de wereld worden opgeroepen hun plannen voor het terugdringen van de uitstoot voor 2020 te presenteren.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de gezamenlijke resolutie over de resultaten van de Conferentie van Kopenhagen gestemd, omdat ik mij over het geheel genomen kan vinden in de voorgestelde maatregelen, waarvan ik er hier twee wil noemen. Ten eerste is het absoluut noodzakelijk dat de Europese Unie tijdens de internationale onderhandelingen met één stem spreekt, aangezien dat de enige manier is om op het wereldtoneel een voortrekkersrol te vervullen bij de behandeling van deze belangrijke kwestie. Dit probleem heeft gevolgen voor de komende generaties. Daarom vereist het een kordate, richtinggevende, onmiddellijke en verstandige aanpak, zoals de Europese Unie ook andere aangelegenheden heeft behandeld, bijvoorbeeld de financiële crisis. Te dien einde is een nieuwe “klimaatdiplomatie” nodig waarbij niet alleen de inspanningen van de Europese Unie maar ook die van China en de Verenigde Staten van essentieel belang zijn, zoals aangegeven in de paragrafen 5 en 15 van de resolutie.

Ten tweede is het onontbeerlijk dat de ontwikkelingslanden en de opkomende economieën zich houden aan de voorschriften inzake klimaatverandering die de lidstaten van de Europese Unie toepassen. In dit verband heb ik samen met enkele collega’s uit mijn fractie het idee gelanceerd om een koolstofbelasting op de import van producten uit derde landen in te voeren, zodat daarover in de toekomst kan worden nagedacht, wat ik op zich al een bijzonder belangrijke stap vind.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor de ontwerpresolutie over de resultaten van de Top van Kopenhagen over klimaatverandering gestemd. De conclusie van de vijftiende Conferentie van de partijen (COP 15) was teleurstellend. Daarom moet de Europese Unie zich tot het uiterste inspannen op het niveau van de buitenlandse diplomatie en met één stem spreken om een bindende internationale overeenkomst over klimaatverandering te waarborgen waarmee de wereldwijde temperatuurstijging kan worden beperkt tot maximaal 2°C.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk. (PT) Na de impasse van de Conferentie van Kopenhagen over klimaatverandering is het belangrijk dat de Europese Unie de koers blijft varen die zij tot dusver heeft aangehouden en zich resoluut blijft inzetten voor duurzame ontwikkeling door te proberen de koolstofemissies terug te dringen zonder de Europese industrie in gevaar te brengen.

In het nieuwe klimaatbeleid moet, met name in het kader van de algemene crisis, rekening worden gehouden met de economische efficiëntie en mag de economische duurzaamheid van de Europese landen in geen geval in het gedrang worden gebracht. Daarom is een nieuwe aanpak van het energiebeleid vereist die gebaseerd is op schone energie, een efficiënter gebruik van de natuurlijke rijkdommen die wij tot onze beschikking hebben en een sterke investering in onderzoek en milieuvriendelijkere technologieën. Doel is om op die manier het Europese concurrentievermogen in stand te houden en werkgelegenheid te scheppen in het kader van duurzame ontwikkeling.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk. (PT) De Europese Unie heeft steeds het voortouw genomen in de internationale onderhandelingen over klimaatverandering. Desalniettemin is de laatste klimaatconferentie in Kopenhagen ondanks deze ambities een mislukking geworden voor alle volkeren die vastbesloten waren om een bindende overeenkomst te bereiken. Het resultaat van de conferentie is niet alleen mijlenver verwijderd van het standpunt van de Europese Unie, maar ook van wat nodig is om het klimaat te beschermen. Gelet op de teleurstellende conclusies van de Conferentie van Kopenhagen wenst het Parlement met deze resolutie een duidelijk signaal aan de Europese burgers en aan de rest van de wereld af te geven waaruit blijkt dat het de strijd tegen klimaatverandering voortzet. Daarom bereiden wij nu al de weg voor de komende conferentie in Mexico, waar de partijen meer inspanningen zullen moeten doen om verplichtingen aan te gaan. Wij mogen niet dezelfde fouten maken als in Kopenhagen. Wij moeten ons afvragen wat er bij de onderhandelingen is misgegaan en hoe wij in de toekomst te werk moeten gaan om de Verenigde Staten, China en India over de streep te trekken.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) De resolutie die hier ter discussie voorligt, voorziet niet in de absoluut noodzakelijke kritische beoordeling van de oorzaken van het fiasco van Kopenhagen. In plaats van het aandeel van de Europese Unie zelf in deze mislukking nauwgezet te analyseren blijft een meerderheid van dit Parlement zondebokken aanwijzen, waaronder China − waar de uitstoot per capita van koolstofdioxide in de atmosfeer minder dan de helft van het EU-gemiddelde bedraagt − en nu ook de lidstaten van de Bolivariaanse Alliantie voor de Amerika's (ALBA). Deze houding wordt ingegeven door verblinding en primitieve partijpolitiek en zij vertekent en ondergraaft datgene wat werkelijk in Kopenhagen is gebeurd. Het is veelzeggend dat marktinstrumenten zoals de handel in emissierechten worden geprezen zonder dat wordt gerept van de reeds gebleken ondoeltreffendheid en nefaste gevolgen van deze instrumenten. Het noodzakelijke debat over de zogeheten flexibiliteitsmechanismen, waarvan het mechanisme voor schone ontwikkeling een voorbeeld is, wordt opnieuw aan de kant geschoven.

Tegelijkertijd wordt afgezien van de noodzaak om de soevereiniteit van ontwikkelingslanden bij de vaststelling en tenuitvoerlegging van de zogenaamde aanpassingsstrategieën te eerbiedigen. Er kan geen rechtvaardige en duurzame oplossing voor het probleem van de klimaatverandering of andere milieuproblemen worden bereikt in het kader van het irrationele systeem dat aan deze problemen ten grondslag ligt. Wat wij nodig hebben, is een ander economisch en sociaal model dat het kapitalisme bestrijdt.

 
  
MPphoto
 
 

  Adam Gierek (S&D), schriftelijk. (PL) Deze resolutie bewijst dat de ‘gelovigen’ in de IPCC-standpunten niets hebben begrepen. De voornaamste zwakte van COP 15 was een gebrek aan inzicht, inzicht in de waarde die derde landen en ontwikkelingslanden en ook sommige EU-landen hechten aan ‘klimaatgerechtigheid’, in het feit dat de twee grootste supermachten, de VS en China, elkaar zowel economisch als militair beconcurreren, en in het feit dat de ‘ambitieuze’ plannen om CO2-emissies te beperken gebaseerd waren op het paradigma van antropogene opwarming van het klimaat, dat wetenschappelijk slecht is onderbouwd. De alarmistische verklaringen van het IPCC moeten als hoogst onverantwoordelijk worden beschouwd, omdat de politieke en economische beslissingen die erop zijn afgesteld van invloed zullen zijn op vele toekomstige generaties. Deze beslissingen mogen daarom niet zijn gestoeld op de meningen van mensen die een vooraf bepaalde these in de praktijk brengen – de theorie dat de mensheid de opwarming van de aarde veroorzaakt. De wetenschappelijke geloofwaardigheid van het IPCC wordt ondermijnd door zaken als Climategate, de vervalsing van temperatuurontwikkelingen in de wereld (Rusland en Australië) en Glaciergate.

Daarom moeten alle wettelijke regelingen die ongunstig zijn voor de ontwikkeling van de Europese economie en die gebaseerd zijn op verklaringen van het IPCC onmiddellijk worden herzien. Wat betreft de kwestie van de klimaatverandering, die zo belangrijk is voor de gehele beschaving, is het tijd dat de Europese Commissie haar optreden baseert op haar eigen meta-analyse van klimaatonderzoek, die moet worden uitgevoerd door een team van klimatologen dat onafhankelijk is ten aanzien van de meningen van de Commissie en gevrijwaard is van elke politieke druk. Deze laatste twee bepalingen ontbreken in de resolutie en vandaar dat ik hiertegen heb gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (S&D), schriftelijk. – (FR) Ik heb tegen de resolutie gestemd omdat deze te veel vrome wensen bevat. We hebben in Kopenhagen kunnen zien hoe de rest van de wereld tegen het ‘leiderschap’ van de Unie op het gebied van klimaatverandering aankijkt. De zogenaamde overeenkomst van Kopenhagen is tot stand gekomen na onderhandelingen tussen Obama, China, India, Brazilië, Zuid-Afrika en enkele andere landen. De Barroso’s, Sarkozy’s en consorten waren niet eens uitgenodigd. Laten we in plaats van nieuwe lasten op te leggen aan onze economieën en onze burgers investeren in de technologieën van de toekomst. Vorig jaar is China de grootste exporteur ter wereld geworden van installaties op windenergie en zonnecellen. Europa moet zich aansluiten bij deze technologische strijd in plaats van zichzelf een soort collectieve straf op te leggen, waar niemand van buiten Europa van onder de indruk is en waar geen medestanders voor zijn te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Sylvie Guillaume (S&D), schriftelijk. – (FR) Met mijn stem over deze resolutie heb ik aangegeven teleurgesteld te zijn over de overeenkomst die in Kopenhagen eind 2009 uiteindelijk is bereikt. Deze overeenkomst is naar mijn idee ontoereikend. Daarin ontbreekt het aan ambitie en komt geen enkele getalsmatige resultaatverplichting voor. Ik betreur eveneens de verwerping van het amendement dat mijn fractie had ingediend voor de invoering van een belastingheffing van 0,01 procent per jaar over financiële transacties, waarmee de klimaatinspanning van de armste landen die het meest direct worden getroffen, gefinancierd zou kunnen worden en dat een bedrag van 20 000 miljoen euro zou opleveren. Als Europa tenslotte bij dit soort internationale onderhandelingen druk wil kunnen uitoefenen, dan moet het leren met een stem te spreken om gelegenheden waarbij het mogelijk is een sleutelrol te spelen voor de wereldwijde klimaatverandering niet zomaar voorbij te laten gaan. Dat kan met name door ambitieuze doelstellingen vast te stellen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen tegen 2010 met meer dan 20 procent.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) De Top van Kopenhagen was vooral een gemiste kans om echt iets te doen aan klimaatverandering. Mijn land, Schotland, heeft de meest ambitieuze klimaatveranderingswetgeving ter wereld aangenomen. Daarnaast geldt de recente samenwerking van de Schotse regering met de regering van de Malediven als een toonbeeld van internationale overeenstemming. De onderhavige resolutie vraagt om bilaterale bijeenkomsten tussen het Europees Parlement en de nationale parlementen ter bevordering van de inzichten. Ik ga ervan uit dat het Schotse nationale parlement, gezien zijn wereldleidende positie op dit vlak, hier zeker bij betrokken zal worden.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Deze resolutie houdt een niet te verwaarlozen sprong vooruit in van de rechtse fracties die de resolutie hebben ondertekend: vermelding van het werk van het IPPC, waarin wordt verwezen naar de klimaatverandering, verzoek om meer inspraak van het maatschappelijk middenveld tijdens de conferentie van Mexico, verzoek aan de EU om een scherpere doelstelling vast te stellen dan het toegezegde voornemen om de emissie van broeikasgassen tegen 2020 met 20 procent te verminderen. Toch is dit alles onvoldoende en de lofzang voor de koolstofmarkt zorgt ervoor dat de geloofwaardigheid van de doestellingen volledig verloren gaat. De voorgestelde steun aan de zuidelijke landen, waarbij wij een klimaatschuld hebben, is niet toereikend.

Hetzelfde geldt voor de voorgestelde doelstelling om tegen 2020 30 procent minder broeikasgassen uit te stoten, een doelstelling die ver verwijderd is van de 40 procent die het IPPC adviseert. Bovendien wordt er geen enkele verwijzing gemaakt naar het initiatief van de Boliviaanse president Evo Morales Ayma die een Wereldconferentie van de Volken over de Klimaatverandering organiseert. Tot op heden stelt deze conferentie de wereldvolkeren slechts voor de rechten van het ecosysteem te erkennen en een klimaatrechtbank op te richten.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) De hoge verwachtingen rond de veelbesproken Top van Kopenhagen zijn niet ingelost. De landen die in dit verband de grootste verantwoordelijkheid dragen, hebben geen overeenstemming bereikt over de vermindering van de broeikasgasemissies. Dit probleem, dat wereldwijd reden tot bezorgdheid is, vergt een oplossing op de korte termijn. Bij de zestiende Conferentie van de partijen (COP 16) in Mexico moet er meer transparantie zijn en moet het maatschappelijk middenveld zich actiever inzetten. De Europese Unie moet ervoor zorgen dat zij in de strijd tegen klimaatverandering een leidinggevende rol speelt. Alle landen, van de Verenigde Staten tot de zogenaamde opkomende economieën, waaronder China, die grote vervuilers zijn, moeten hun verantwoordelijkheid nemen in een strijd die steeds minder ruimte laat voor nieuwe kansen. Wat hier op het spel staat, is de duurzame toekomst van de mensheid. Als wij niet tijdig handelen, zal er een dag komen waarop er geen weg terug meer mogelijk is.

 
  
MPphoto
 
 

  Willy Meyer (GUE/NGL), schriftelijk. – (ES) Ik heb mij onthouden van stemming over resolutie RC-B7-0064/2010 over de resultaten van de Top van Kopenhagen over de klimaatverandering. Die Top is in mijn ogen namelijk mislukt, omdat de Overeenkomst van Kopenhagen juridisch niet bindend is en de globale doelstellingen van de emissiereductie hierin niet zijn vastgelegd. Op deze Top hebben de ontwikkelde landen hun klimaatverplichtingen jegens de ontwikkelingslanden niet erkend, noch hebben zij aangegeven de fatale gevolgen van de marktmechanismen (handel in kooldioxide) te betreuren. Met mijn stem heb ik uiting willen geven aan mijn diepe teleurstelling over de uitkomst van de Conferentie, die in de verste verte niet heeft beantwoord aan de verwachtingen van de burgers.

De Europese Unie moet voor eens en voor altijd haar verantwoordelijkheid nemen en alles in het werk stellen om de uitstoot van CO2 vanaf nu tot 2020 met 40 procent te beperken. Daartoe is het naar mijn idee noodzakelijk dat we een nieuw economisch en sociaal model opzetten als weerwoord op het kapitalisme. Ik juich het besluit toe van de Boliviaanse president, Evo Morales, om de Wereldconferentie van de Volkeren over de Klimaatverandering en de Rechten van Moeder Aarde te houden.

 
  
MPphoto
 
 

  Wojciech Michał Olejniczak (S&D), schriftelijk. (PL) De klimaattop in Kopenhagen is door de meeste waarnemers terecht als een mislukking bestempeld. Het is moeilijk om de indruk te weerstaan dat de wereldleiders in Kopenhagen een riskant spel hebben gespeeld en er niet op uit waren de beste overeenkomst tot stand te brengen, maar om de andere partij de schuld te geven van het uitblijven van een overeenkomst. Het is zorgwekkend dat de EU, hoewel zij een gemeenschappelijk standpunt had uitgewerkt, niet in staat was dit als een platform te gebruiken voor een overeenkomst met andere landen. De Europese Unie moet zich nu inspannen om ervoor te zorgen dat de COP 16-conferentie in Mexico een succes wordt. De klimaatovereenkomst die de EU moet propageren behoort drie basiskenmerken te bezitten: zij moet wettelijk bindend zijn en blijk geven van ambitie en solidariteit. Het besluit dat tijdens de EU-top in Sevilla werd genomen, volgens hetwelk de EU haar emissies in 2020 met niet met meer dan 20 procent zal hebben verlaagd vergeleken met 1990, moet aanleiding geven tot grote bezorgdheid.

De voorwaarde om de reductie te verhogen tot 30 procent – deze luidt dat andere landen daartoe eerst een verklaring moeten afleggen – is herhaald. Op dit moment lijkt de internationale situatie zo te zijn dat alleen de EU de aanzet kan geven tot grotere reducties. Niemand zal de plaats van de EU innemen, en de EU mag de rol van wereldwijde promotor van radicale maatregelen in de strijd tegen de opwarming van de aarde niet opgeven. De EU moet 7,2 miljard euro vrijmaken en zorgen dat dit geld wordt gebruikt voor landen die het minst ontwikkeld zijn en het ernstigst worden bedreigd door klimaatverandering.

 
  
MPphoto
 
 

  Frédérique Ries (ALDE), schriftelijk. – (FR) Lessen trekken uit de mislukking van de Conferentie van Kopenhagen is de belangrijkste prioriteit van het Europees Parlement met deze resolutie, waar ik voor heb gestemd. We kennen de gebreken: de VN-methode werkt niet meer, de Verenigde Staten en China hebben zich gedragen als tegenstanders in de strijd tegen klimaatverandering en de Europese Unie is niet in staat geweest met één stem te spreken. De gebreken zijn weliswaar bekend, maar de oplossingen waarmee in november 2010 in Cancún tot een akkoord kan worden gekomen, moeten nog worden gevonden.

Om haar leiderschapspositie te behouden moet Europa blijk geven van een innovatieve benadering met betrekking tot de klimaatkwestie en iets anders voorstellen dan alleen een doelstelling om de wereldwijde uitstoot te verminderen via het zeer speculatieve systeem van emissiehandel in broeikasgassen, een instrument dat bovendien onlangs door de Amerikaanse overheid is afgewezen. Het is tijd over te stappen op een andere methode en een “technologische” brug te slaan tussen de geïndustrialiseerde landen en regio’s en de microlanden die het meest aan klimaatverandering worden blootgesteld. Dat betekent dat er aanvullende ambitieuze maatregelen moeten worden genomen op het gebied van schone technologie, energie-efficiëntie van gebouwen en vervoer, dat groene banen worden bevorderd die hoop wekken, hoop voor de toekomst, hoop op het bereiken van een overeenkomst tijdens de volgende Top in Cancún, en vooral hoop op een gemeenschappelijke wereldvisie.

 
  
MPphoto
 
 

  Czesław Adam Siekierski (PPE), schriftelijk. (PL) De Conferentie van Kopenhagen over klimaatverandering heeft niet geleid tot een oplossing. Het is niet gelukt om tot overeenstemming te komen over een slotresolutie of over besluiten betreffende de reikwijdte en schaal van emissiereducties of over de financiële middelen die voor dat doel moeten worden aangewend. Ik beschouw een en ander echter niet als een nederlaag, hoewel er zeker niet aan de verwachtingen van de EU is voldaan. Deze verwachtingen waren irrationeel, zowel wat betreft de voorgestelde omvang van de reductie van broeikasgassen als de financiële verwachtingen met betrekking tot de bestrijding van klimaatverandering. Daarbovenop was het ook ietwat arrogant om een leidende rol op te eisen in de strijd tegen klimaatverandering. Naar mijn mening verkeren wij nog altijd in een fase waarin het niet verstandig is bindende en definitieve besluiten te nemen. Wij hebben immers nog geen betrouwbare wetenschappelijke gegevens over klimaatverandering en de rol van de mensheid hierin. Onlangs konden we getuige zijn van meningsverschillen tussen deskundigen en wetenschappers over het onderwerp, hetgeen bevestigt dat zij niet allemaal dezelfde opvattingen hebben over de effecten van de opwarming van de aarde. Wat eveneens pleit voor het uitstellen van een definitief besluit is de economische crisis, die landen ertoe dwingt te bezuinigen en hun uitgaven terug te dringen. In de moeilijke tijden van een economische recessie liggen de prioriteiten op maatschappelijk gebied, zoals bestrijding van werkloosheid en armoede, ondersteuning van ondernemerschap en andere maatregelen ter versnelling van de economische groei.

 
  
MPphoto
 
 

  Peter Skinner (S&D), schriftelijk. (EN) Het is duidelijk dat, gezien de teleurstellende eindresultaten van de top van Kopenhagen, wij ons nog meer moeten inspannen. Wij hebben simpelweg geen alternatief en zullen collectief actie moeten ondernemen op dit punt.

Als de Europese Unie een centrale rol wil blijven spelen op weg naar de volgende conferentie in Mexico, zullen wij echt alles in het werk moeten stellen om voor een politiek draagvlak op mondiaal niveau te zorgen. Pas aan de hand van door wetenschappers en andere waarnemers beschreven vraagstukken kan de burger besluiten om al dan niet voorstellen inzake klimaatverandering te ondersteunen. Wie enkel een sfeer van angst en vijandigheid creëert, draagt weinig bij aan de argumenten voor de verdediging van die voorstellen.

De door de regeringen van de EU gevolgde lijn, waarin minister Ed Miliband het voortouw heeft genomen, heeft steun gekregen en biedt ons hoop op een echte overeenkomst. Het Parlement zal deze aanpak moeten blijven steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bart Staes (Verts/ALE), schriftelijk. − Ik heb voor deze resolutie gestemd omdat ze oproept een steviger positie in te nemen in de onderhandelingen over een mondiaal klimaatbeleid. Het uitblijven van een internationale overeenkomst is bovendien geen reden om verdere EU-beleidsmaatregelen uit te stellen ter verwezenlijking van eerdere toezeggingen van de EU om haar emissies tegen 2020 met 20 procent te verminderen.

Het EP herhaalt het voornemen de vermindering op 30 procent te brengen. Goed dat het EP uitdrukkelijk stelt dat de genomen initiatieven om de groene economie, de zekerheid van de energievoorziening en de beperking van de energieafhankelijkheid te bevorderen en aan te moedigen het steeds eenvoudiger zullen maken om een verbintenis tot een vermindering met 30 procent na te komen.

Belangrijk is dat lessen worden getrokken uit het falen van Kopenhagen. Vandaar de belangrijke zelfkritiek dat de EU niet in staat is geweest om, door eerdere specifieke toezeggingen voor internationale overheidsfinanciering van klimaatinspanningen in ontwikkelingslanden, vertrouwen te wekken tijdens de onderhandelingen. Vandaar de belangrijke stellingname dat de collectieve bijdrage van de EU voor de reductie-inspanningen en aanpassingsbehoeften van de ontwikkelingslanden voor 2020 niet onder een bedrag van 30 miljard euro per jaar mag liggen. Hopelijk leidt Mexico wel tot een succes!

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen de resolutie gestemd. Helaas zijn vele goede amendementen afgewezen. Bij het onderwerp klimaatbescherming is de realiteitszin volledig verdwenen. Kritische opmerkingen en de correcte wetenschappelijke ontwikkeling van klimaatbescherming zijn afgewezen, terwijl wordt goedgekeurd dat Europa op eigen houtje gaat opereren. Dit is niet wat ik versta onder een verantwoordelijk beleid voor onze burgers.

 
  
MPphoto
 
 

  Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Ik heb mij onthouden van stemming over de resolutie van het Europees Parlement over de Conferentie van Kopenhagen, omdat deze niet is opgewassen tegen de mislukking van deze conferentie, ook al heeft het Europees Parlement de tekortkomingen van de Europese Unie duidelijk veroordeeld.

Natuurlijk is er een aantal positieve maatregelen genomen, zoals het verzoek aan de Commissie om haar ambities met betrekking tot de uitstoot van broeikasgassen naar boven bij te stellen en om voldoende middelen toe te kennen voor de bestrijding van deze gassen.

Andere amendementen zijn onaanvaardbaar omdat zij de zorg voor de regulering overlaten aan de markt door middel van emissierechten, mechanismen voor schone ontwikkeling, enzovoort. Bovendien wordt de Europese Unie verzocht onderhandelingen te starten met de Verenigde Staten om te komen tot een trans-Atlantische koolstofmarkt.

Tot slot betreur ik dat het verzoek tot de invoer van een groene Tobin-belasting is verworpen, aangezien de opbrengst hiervan de ontwikkelingslanden had kunnen helpen bij het bestrijden van klimaatverandering.

Er kan geen duurzame, serieuze en coherente oplossing voor klimaatverandering worden gevonden als men de logica volgt van het systeem dat deze klimaatverandering heeft veroorzaakt. De Europese Unie moet vooruit gaan en het goede voorbeeld geven, ongeacht de houding van andere landen. Zij is daartoe in staat als zij zichzelf maar de nodige middelen geeft.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. – (FR) De internationale Conferentie van Kopenhagen is een mislukking geweest. Toch is deze overeenkomst een eerste stap die de meeste partijen bijeenbrengt en een basis vormt voor afspraken over reductie en financiering, meting, kennisgeving en controle van reductiemaatregelen en bestrijding van ontbossing. Met mijn steun voor deze resolutie geef ik uiting aan mijn wens dat er op internationaal niveau een klimaatdiplomatie wordt opgezet die als belangrijkste doel heeft de schepping te beschermen. Het Parlement heeft eveneens aangekondigd dat de gezamenlijke bijdrage van de Unie aan reductiemaatregelen en aanpassing van ontwikkelingslanden tegen 2020 niet minder dan 30 miljard euro per jaar mag bedragen. Dit bedrag kan nog verder oplopen al naar gelang er nieuwe kennis wordt verworven over de ernst van de klimaatverandering en de omvang van de kosten die daaruit voortvloeien. Het geromantiseerde beeld van het milieu mag ons onze eigen Europese industrie niet uit het oog doen verliezen. Daarom ben ik van mening dat het voor het concurrentievermogen van onze Europese industrie essentieel is dat de andere industrielanden buiten de EU daar vergelijkbare inspanningen tegenoverstellen, evenals dat ontwikkelingslanden en opkomende economieën een redelijke reductie toezeggen. De reductiedoelstellingen moeten meetbaar, aanzienlijk en voor iedereen verifieerbaar zijn teneinde klimaatrechtvaardigheid te waarborgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Iva Zanicchi (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb voor de ontwerpresoluties over de resultaten van de Conferentie van Kopenhagen over klimaatverandering gestemd, zij het met enige twijfel.

In Kopenhagen, waar ik aanwezig was als afgevaardigde van het Europees Parlement, is een overeenkomst bereikt die juridisch niet bindend is. Naast het feit dat deze overeenkomst geen geschikt antwoord is voor de wereldwijde aanpak van klimaatverandering, biedt zij geen oplossing voor het probleem van de verstoring van de internationale concurrentievoorwaarden. Deze voorwaarden zijn nadelig voor Europese bedrijven, die in tegenstelling tot hun voornaamste concurrenten uit andere landen zoals de Verenigde Staten en China al gebonden zijn aan ambitieuze doelstellingen voor de reductie van emissies.

Ik ben van mening dat de Europese Unie moet werken aan een doeltreffende strategie voor de komende internationale bijeenkomsten, een strategie die gericht is op het bevorderen van milieuvriendelijke technologieën, energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen, en waarmee een globaal systeem voor de strijd tegen klimaatverandering in het leven wordt geroepen dat daadwerkelijk efficiënt is en niet tot verdere verstoring van de internationale concurrentie leidt.

 
  
  

Verslag-Domenici (A7-0007/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb mij onthouden van stemming over het verslag-Domenici, ondanks het feit dat daarin voor het merendeel zinnige voorstellen staan. Er is echter nog behoefte aan een gedetailleerd debat over de diverse onderwerpen die in het verslag aan de orde worden gesteld. Enerzijds is het nodig om ervoor te zorgen dat de verschillende stelsels voor vennootschapsbelasting ondernemingen niet in staat stellen zich te onttrekken aan hun verantwoordelijkheid om de samenleving te steunen door een deel van hun winst af te staan via een eerlijke vennootschapsbelasting. Anderzijds dient er bijzondere aandacht te worden besteed aan het schadelijke effect dat een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting zou kunnen hebben op landen zoals Ierland, waarvan de welvaart en de werkgelegenheid in grote mate afhangen van het vermogen om buitenlandse investeringen aan te trekken.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb vóór het verslag over de bevordering van goed bestuur in belastingzaken gestemd, omdat dit van belang is om de mondiale economie opnieuw op te bouwen. Hiervoor is transparantie, uitwisseling van informatie, grensoverschrijdende samenwerking en eerlijke belastingconcurrentie vereist. Daarmee zou belastingfraude en -ontduiking worden ontmoedigd omdat een concurrentievoordeel zou ontstaan voor ondernemingen die hun belastingplicht nakomen en de druk zou worden weggenomen bij regeringen om de vennootschapsbelasting te verlagen, hetgeen de belastingdruk zou verschuiven naar werknemers en huishoudens met een laag inkomen, en tegelijk bezuinigingen in de overheidsdiensten nodig zou maken. Ongeacht welke Europese overeenkomst inzake een gemeenschappelijke geconsolideerde vennootschapsbelastingsgrondslag zal rekening moeten houden met de behoeften van de geografisch gemarginaliseerde regio’s in de EU, zoals Ierland, en hun mogelijkheden om directe investeringen uit het buitenland aan te trekken. Bij een gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag gaat het echter niet om een gemeenschappelijk belastingtarief. De belasting van ondernemingen is de exclusieve verantwoordelijkheid van de lidstaten. De gedachte achter een gemeenschappelijke geconsolideerde vennootschapsbelastingsgrondslag is om een gemeenschappelijke rechtsgrondslag te creëren voor de berekening van winsten van ondernemingen met vestigingen in ten minste twee lidstaten. Over de heffingsgrondslag wordt in het verslag gesteld: “brengt onder de aandacht dat invoering van een gemeenschappelijke geconsolideerde vennootschapsbelastingsgrondslag zou helpen om binnen de EU dubbele belastingheffing en verrekenprijskwesties binnen geconsolideerde bedrijfsgroepen aan te pakken.” Ik verwelkom het voorstel dat de Ierse regering in de Ierse ontwerpbelastingwet van dit jaar heeft opgenomen om de verrekenprijzen door transnationale ondernemingen te reguleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk. (PT) Wij verwelkomen de volgende uitdrukkelijke verklaring: “Het Europees Parlement veroordeelt krachtig de rol die belastingparadijzen spelen met betrekking tot het aanmoedigen en profiteren van belastingontwijking, belastingontduiking en kapitaalvlucht; dringt er daarom bij de lidstaten op aan om van de strijd tegen belastingparadijzen, belastingontwijking en verboden kapitaalvlucht een prioriteit te maken”.

Wij onderschrijven tevens de verklaring dat “met de inspanningen die worden geleverd in het kader van initiatieven onder OESO-leiding” de “resultaten ontoereikend blijven om de uitdagingen waarvoor belastingparadijzen en offshorecentra zorgen, aan te kunnen en dat er beslissende, doeltreffende en consistente actie op moet volgen” en ook dat “de engagementen die de G-20 tot nu toe is aangegaan, niet volstaan om de uitdagingen die belastingontwijking, belastingparadijzen en offshorecentra opleveren, aan te pakken”.

Het belangrijkste is echter dat het niet bij goede bedoelingen blijft en dat de belastingparadijzen en offshorecentra daadwerkelijk bestreden en afgeschaft worden, temeer daar het probleem van de overheidstekorten in bepaalde gevallen gedramatiseerd wordt om de bestaande neoliberale beleidsmaatregelen te kunnen voortzetten en te versterken en de werknemers en de bevolking nog maar eens de rekening van de crisis te laten betalen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Goed bestuur op belastinggebied betekent voor u niet de bestrijding van fraude, een aanvaardbaar belastingtarief of een juiste toepassing van de publieke middelen. Nee, het is de systematische jacht op met name de Europese belastingbetaler en de automatische uitwisseling van informatie over zijn bankrekeningen zonder dat hij een overtreding heeft begaan. En ik heb het nu niet over grote bedrijven of vermogende individuen die altijd de middelen zullen hebben om door de mazen van het net te glippen, maar ik heb het over de gemiddelde Europeaan.

Uw betoog over belastingparadijzen is hypocriet: schande wordt er gesproken over Liechtenstein en de Caraïben, maar er wordt met geen woord gerept over Europa´s grootste belastingparadijs, de City, of over die in de Verenigde Staten. Ook wordt gezwegen over hetgeen ervoor zorgt dat deze belastingparadijzen bestaan: de belastinghel waar de meeste Europese lidstaten, die bezwijken onder schulden en tekorten, toe zijn verworden. Dat komt omdat de overheidsuitgaven explosief zijn gestegen om de sociale gevolgen van uw economisch beleid en de exorbitante kosten van de massale immigratie te kunnen bekostigen. Dat komt omdat de lidstaten hun schuld alleen nog maar kunnen financieren door zich te wenden tot de markt en zich te schikken naar haar eisen. Dat betekent dat vandaag de dag 15 tot 20 procent van de begrotingsuitgaven van een land als Frankrijk alleen maar is bestemd voor het betalen van de rente. Wij laten ons niet gebruiken als moreel excuus voor een dergelijk beleid.

 
  
MPphoto
 
 

  Marian Harkin (ALDE), schriftelijk. (EN) Het gebruik van een gemeenschappelijke geconsolideerde vennootschapsbelastingsgrondslag om de dubbele belasting aan te pakken, is als met een kanon op een mug schieten. Er zijn veel efficiëntere manieren om het probleem van de dubbele belasting te verhelpen. Daarom heb ik tegen paragraaf 25 gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) De huidige economische crisis heeft een aantal belangrijke beleidsterreinen voor het voetlicht gebracht die hervorming behoeven binnen Europa en in de gehele wereld. Goed bestuur in belastingzaken is een zeer belangrijk aspect van een gezonde economie en de EU heeft een centrale rol te spelen bij de bevordering van internationaal goed bestuur ten aanzien van dergelijke aangelegenheden.

 
  
MPphoto
 
 

  Arlene McCarthy (S&D), schriftelijk. (EN) Belastingfraude en -ontduiking leiden naar schatting tot een jaarlijks verlies van 200 miljard euro, geld dat wordt gestolen van belastingbetalers uit de meest welvarende delen van de wereld, maar ook uit de meest behoeftige delen van de derde wereld. Deze plaag moet worden aangepakt en daarom ondersteunt mijn fractie dit verslag. Daarmee wordt het sterke signaal afgegeven dat het Europees Parlement niet tolereert dat men met belastingfraude, -ontduiking of paradijzen maar straffeloos zijn gang kan gaan.

Ik verwelkom met name de heldere stelling dat automatische uitwisseling van informatie de algemene regel moet worden. Uit studies blijkt dat dit de effectiefste manier is om belastingontduiking aan te pakken en de belastingopbrengsten te beschermen. Zij die zich verzetten tegen deze oproep, handelen in het belang van een kleine elite van welgestelde personen en ondernemingen die gebruikmaken van belastingparadijzen, en niet in dat van de velen die gewoon belasting betalen en vertrouwen op de diensten waarvoor zij betalen.

Het verslag refereert verder aan de op til zijnde effectbeoordeling van de voorgestelde gemeenschappelijke geconsolideerde vennootschapsbelastingsgrondslag. Al hebben wij geen bezwaar tegen verder onderzoek, hecht mijn fractie wel aan krachtig ondersteunend bewijs voordat wij kunnen overwegen een dergelijk voorstel te steunen. In het verslag wordt gevraagd om onderzoek naar mogelijke sancties tegen belastingparadijzen, hetgeen wij onder voorbehoud van ons eindoordeel steunen.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk. (PT) Een goed belastingbeheer is essentieel om een reeks buitengewoon belangrijke principes te waarborgen zoals de beginselen van transparantie, uitwisseling van informatie en eerlijke belastingconcurrentie. De financiële crisis dwingt ons nog meer tot de bestrijding van enerzijds belastingontduiking en belastingfraude en anderzijds belastingparadijzen. Op een moment dat miljoenen mensen overal ter wereld te lijden hebben van de gevolgen van de crisis moeten degenen die hun plichten verzaken op het matje worden geroepen. Met dit initiatief geeft de Europese Unie een belangrijk signaal af aan derde landen, aangezien zij te verstaan geeft dat zij effectief de strijd aanbindt met al wat te maken heeft met belastingparadijzen. Het bestrijden van belastingparadijzen overal ter wereld is niet alleen een kwestie van fiscale rechtvaardigheid maar ook en bovenal van sociale rechtvaardigheid.

 
  
MPphoto
 
 

  Alfredo Pallone (PPE), schriftelijk. (IT) Zowel binnen als buiten Europa is het noodzakelijk een beleid van goed bestuur te voeren, bovenal ook om oneerlijke concurrentie in belastingzaken tegen te gaan, met name ten aanzien van de landen die belastingparadijzen vertegenwoordigen. Transparantie en de uitwisseling van informatie in belastingzaken vormen de grondslag voor een eerlijke concurrentie en voor een goed verdeelde belastingdruk.

Bovendien is goed bestuur in belastingzaken een belangrijke voorwaarde tot behoud van de integriteit van de financiële markten. De voorstellen voor richtlijnen inzake administratieve samenwerking en wederzijdse bijstand inzake invordering, die wij in deze plenaire vergadering aannemen, gaan in deze richting. Een van de instrumenten die de EU op internationaal niveau kan inzetten ter bevordering van een goed beleid in belastingzaken in derde landen is het sluiten van overeenkomsten inzake belastingfraude die een clausule over informatie-uitwisseling bevatten.

De verklaringen van de vijf landen waarmee de EU een overeenkomst inzake spaartegoeden heeft (Monaco, Zwitserland, Liechtenstein, Andorra en San Marino) moeten worden beschouwd als een belangrijke stap naar de beëindiging van een volstrekt onevenwichtige situatie. Wel moeten deze verklaringen worden gevolgd door de sluiting van wettelijk bindende overeenkomsten. Ook op dit gebied moet de EU een voortrekkersrol spelen door het goede voorbeeld te geven en de lijn te volgen die zij in de G20 heeft aangekondigd.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, goed bestuur in belastingzaken is altijd al een heel gewichtig onderwerp geweest en heeft nog meer belang gekregen na de grote financieel-economische crisis die ons continent twee jaar geleden voor het eerst trof.

In de voorbije jaren is dit onderwerp besproken tijdens de internationale en Europese topbijeenkomsten, met name toen het ging om de strijd tegen belastingontwijking en belastingparadijzen. De Commissie heeft weliswaar haar inzet en wil getoond, maar het is zonder twijfel noodzakelijk een serieus beleid te voeren om te voorkomen dat fictieve ondernemingen belasting ontwijken door met een eenvoudige muisklik op internet de belastingregels te omzeilen.

Ik ben ervan overtuigd dat het beginsel van goed bestuur, gebaseerd op het beginsel van transparantie en informatie-uitwisseling, de basis kan vormen voor het verwezenlijken van de prioritaire doelstelling van de Europese Unie, namelijk de strijd tegen belastingparadijzen, belastingontwijking en onwettige kapitaalvlucht.

Het is voorts noodzakelijk dat de Europese Unie in internationaal verband met één stem spreekt en strijdt voor de verbetering van de regels van de OESO en voor automatische informatie-uitwisseling in plaats van uitwisseling op verzoek. Om deze reden zal ik vóór dit verslag stemmen.

 
  
MPphoto
 
 

  Evelyn Regner (S&D), schriftelijk. (DE) Ik heb vandaag voor het verslag over de bevordering van goed bestuur in belastingzaken gestemd, omdat ik van mening ben dat de bestrijding van belastingfraude en -ontwijking van cruciaal belang is. Verder moet er een einde komen aan de blokkade in de Raad wat belastingkwesties betreft en moet goed bestuur op belastinggebied worden versterkt.

 
  
  

Verslag-Alvarez (A7-0006/2010) en verslag-Domenici (A7-0007/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Goebbels (S&D), schriftelijk. – (FR) Ik ben voor internationale samenwerking op het gebied van belastingontduiking. Ik twijfel echter of administratieve samenwerking die leidt tot automatische uitwisseling van alle gegevens betreffende de bezittingen van Europese burgers wel het juiste middel is om belastingrechtvaardigheid te bereiken. Een inhouding aan de bron van alle financiële transacties zou een veel efficiënter middel zijn.

Deze inhouding aan de bron zou een definitieve belasting moeten zijn. Het zou een Europese inkomstenbron kunnen worden. Het zogenaamde “goed bestuur” dat door het Europees Parlement wordt aanbevolen, zorgt ervoor dat het gehele privéleven van burgers wordt blootgelegd. Het leidt tot afbrokkeling van de bescherming van persoonsgegevens, die het Europees Parlement paradoxaal genoeg in het SWIFT-dossier juist wil veilig stellen. Daarom heb ik niet voor deze verslagen gestemd.

 
  
  

Verslag-Alvarez (A7-0006/2010), verslag-Stolojan (A7-0002/2010) en verslag-Domenici (A7-0007/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Het is weliswaar nodig om belastingfraude te bestrijden, maar we mogen niet vergeten dat fraude alleen nooit zou hebben geleid tot de economische crisis waar wij nu mee te maken hebben. Dit is namelijk een structurele crisis van het kapitalisme, waarvan de oorzaak is gelegen in de logica van het systeem zelf, dat door de Europese elite blindelings wordt geprezen. Ik stem voor deze tekst omdat ik het nastreven van persoonlijk gewin ten koste van het algemeen belang veroordeel. Deze logica is evengoed terug te vinden in de belastingfraude als in het Europese neoliberalisme, dat nog meer dan fraude verantwoordelijk is voor de mislukking van de zij het dan timide millenniumontwikkelingsdoelstellingen.

BTW – waaraan in deze tekst eveneens steun wordt gegeven – is een van de afwijkingen van dit systeem. Het is de meest onrechtvaardige belasting ter wereld, aangezien aan alle burgers hetzelfde tarief wordt opgelegd ondanks de enorme inkomensverschillen die het kenmerk van het neoliberalisme zijn. Het is betreurenswaardig dat de tekst niet is gewijd aan het echte probleem en er niet wordt getracht de evenwichtige verdeling van de rijkdom, geproduceerd voor het algemeen belang, eindelijk eens op de Europese beleidsagenda te krijgen.

 
  
  

Verslag-Tarabella (A7-0004/2010)

 
  
MPphoto
 
 

  John Stuart Agnew en William (The Earl of) Dartmouth (EFD), schriftelijk. (EN) Ofschoon de UKIP-partij gelooft in gelijkheid tussen mannen en vrouwen, wijzen wij alle pogingen van de EU om dit wettelijk vast te leggen af. Naar ons oordeel is het op dit vlak passender om maatregelen op nationaal niveau te treffen.

 
  
MPphoto
 
 

  Luís Paulo Alves (S&D), schriftelijk. (PT) Ik heb voor het verslag van de heer Tarabella gestemd, omdat ik van oordeel ben dat de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie, zoals verankerd in het Verdrag betreffende Europese Unie en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, een grondbeginsel is dat nog niet op uniforme wijze wordt toegepast.

Niettegenstaande de beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen, de segregatie naar beroep en de stereotypen over de rol van mannen en vrouwen legt het verslag de nadruk op het beginsel van gelijke beloning voor gelijke arbeid dat sinds 1957 in de communautaire Verdragen is opgenomen. Tevens wordt onderstreept dat de economische, financiële en sociale crisis die de Europese Unie en de rest van de wereld in haar greep houdt daadwerkelijke gevolgen heeft voor vrouwen, met name voor de arbeidsomstandigheden van vrouwen, hun sociale status en de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie.

 
  
MPphoto
 
 

  John Attard-Montalto (S&D), schriftelijk. (EN) Ik wil graag uitleg geven bij mijn stemgedrag ten aanzien van het verslag-Tarabella getiteld “Over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie – 2009”. Er was een aantal amendementen dat direct of indirect verwees naar abortus. Malta is tegen abortus. De voornaamste politieke partijen zijn het op dit punt geheel met elkaar eens. Het merendeel van onze samenleving onderschrijft dit standpunt eveneens. Daarnaast vormen religieuze en ethische overwegingen een belangrijk aspect.

 
  
MPphoto
 
 

  Regina Bastos (PPE), schriftelijk. (PT) In haar verslag over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie in 2009 onderstreept de Europese Commissie dat de voornaamste verschillen tussen vrouwen en mannen betrekking hebben op het evenwicht tussen werk en privéleven, de segregatie naar beroep en sector, de beloningsverschillen en de lage participatiegraad van vrouwen. Deze verschillen tussen vrouwen en mannen zijn nog toegenomen ten gevolge van de huidige economische, financiële en sociale crisis. Ik heb tegen het verslag gestemd omdat ik van oordeel ben dat het vertekend wordt door de toevoeging van kwesties zoals de toegang tot abortus en de gratis toegang tot consulten over abortus. Dit zijn zeer gevoelige thema’s die overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel onder de exclusieve bevoegdheid van de lidstaten vallen.

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. (LT) Ik heb voor dit verslag gestemd omdat het in deze ingewikkelde economische, financiële en sociale situatie belangrijker dan ooit is om de hand te houden aan één van de belangrijkste basisprincipes van de Europese Unie: gelijkheid van mannen en vrouwen. Iedere lidstaat moet er voor zorgen dat mannen en vrouwen voor werk van gelijke waarde even veel geld krijgen. Om gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen moeten we er voor zorgen dat mannen en vrouwen de taken in het gezin en in het huishouden samen verrichten. Het is heel belangrijk dat de kwestie van het vaderschapsverlof sneller in de richtlijn wordt geregeld, om op die manier vaders in staat te stellen om ook een deel van de kinderverzorging op zich te nemen. De slachtoffers van mensensmokkel zijn meestal vrouwen. Daarom doe ik een beroep op de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan om het Verdrag van de Raad van Europa ter bestrijding van mensenhandel zo snel mogelijk te ratificeren.

 
  
MPphoto
 
 

  Carlo Casini (PPE), schriftelijk. (IT) Ik heb tegen de resolutie over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie (2009) gestemd, hoewel ik het met een groot deel van de inhoud eens ben, omdat we niet kunnen pleiten voor gelijkheid voor een bepaalde groep personen terwijl we tegelijkertijd een andere groep mensen die gelijkheid ontzeggen.

Ik verwijs naar paragraaf 38, waarin wordt gesuggereerd de rechten van de vrouw te waarborgen door de toegang tot abortus voor vrouwen eenvoudig te maken. Het vernietigen van ongeboren kinderen, de kleinste en kwetsbaarste mensen, mag niet worden beschouwd als een middel om de waardigheid en de vrijheid van de vrouw te ondersteunen. Er is sprake van een “samenzwering tegen het leven” waarbij beproefde oplichtingspraktijken worden gebruikt. En die praktijken moeten we aan het licht brengen.

Zeer gegronde verzoeken verbinden met zeer ongegronde eisen en het verdraaien van de betekenis van woorden – dat zijn listen die doeltreffend zijn gebleken bij de stemming in het Europees Parlement, maar waar ik mijn handen van afhoud. We kunnen het niet hebben over de dramatische kwestie van abortus, die aandacht verdient van politici en niet alleen van moralisten, zonder ook het recht van het ongeboren kind te erkennen, zonder het minstens te hebben over een gedegen opvoeding gericht op respect voor het leven en zonder vormen van solidariteit te organiseren voor vrouwen met een moeilijke of ongewenste zwangerschap, zodat zij op een natuurlijke wijze hun kind ter wereld kunnen brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Françoise Castex (S&D), schriftelijk. – (FR) Ik ben verheugd dat dit verslag over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie is aangenomen. Dit verslag benadrukt dat een communautair initiatief voor een effectieve bestrijding van geweld tegen vrouwen dringend noodzakelijk is. Bovendien zijn in de aangenomen resolutie twee, in mijn ogen, fundamentele aspecten opgenomen. Ten eerste de aanbeveling om vaderschapsverlof op Europees niveau in te voeren. Als we gelijkheid op het werk willen bereiken, is er gelijkheid in de maatschappij en in het gezinsleven nodig. Deze resolutie onderstreept de verantwoordelijkheid van de Europese Commissie om te zorgen voor wetgeving op dit gebied. Maar de grootste overwinning die bij deze stemming is behaald, is de herbevestiging van het recht op abortus. Sinds 2002 is dit recht in geen enkele Europese tekst herbevestigd vanwege de terughoudendheid van één enkele Europese rechtse fractie. Vrouwen moeten zeggenschap hebben over hun seksuele en reproductieve rechten. Uiteraard moet er nog het een en ander gebeuren als het gaat om de daadwerkelijke toegang tot informatie, anticonceptie en abortus, maar het verslag-Tarabella moet worden gebruikt als een belangrijk steunpunt voor het bevorderen van het Europees recht op dit gebied.

 
  
MPphoto
 
 

  Nessa Childers (S&D), schriftelijk. (EN) Ik heb vandaag vóór dit verslag gestemd omdat het progressief van aard is, in de zin dat het de gelijkheid van vrouwen en mannen tracht te bevorderen, met inbegrip van zaken als ouderschapsverlof, kinderopvang, huiselijk geweld en het beloningsverschil. Ook wordt getracht bewustwording met betrekking tot seksuele gezondheid onder zowel vrouwen als mannen te bevorderen. Dit is echter geen wetsvoorstel. Het gaat primair om het tot uiting brengen van een aantal beginselen, waar ik mij graag bij aansluit. Het verslag is consistent met de beginselen die worden gehuldigd door de Labour-partij en door overige sociaaldemocratische partijen in Europa. Het moet echter worden benadrukt dat het bieden van faciliteiten voor abortus geheel en uitsluitend een zaak van de afzonderlijke lidstaten is. Dit verslag verandert daar niets aan, en kan daar ook niets aan veranderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Mário David (PPE), schriftelijk.(PT) Ik heb tegen dit verslag over de gelijkheid van mannen en vrouwen in de Europese Unie – 2009 gestemd, omdat ik vind dat in dit verslag onterecht ook wordt gesproken over zaken als vrijwillige zwangerschapsonderbreking en vrije toegang tot informatie over vrijwillige zwangerschapsonderbreking. Dit zijn onderwerpen die heel gevoelig liggen en overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel onder de exclusieve bevoegdheden van de lidstaten vallen.

 
  
MPphoto
 
 

  Proinsias De Rossa (S&D), schriftelijk. (EN) Ik sta geheel achter dit verslag. Gelijkheid van vrouwen en mannen is reeds lang een grondbeginsel van de Europese Unie. Ondanks de vooruitgang die wij in dit opzicht hebben geboekt, bestaan er nog steeds verschillen. De kloof tussen het aantal werkende mannen en vrouwen wordt kleiner, maar vrouwen hebben nog altijd eerder een deeltijdbaan en/of een contract voor bepaalde duur, en zijn voor een groot deel veroordeeld tot minder betaalde banen. In geheel Europa is het aantal vrouwen met deeltijdwerk vier keer zo groot als het aantal mannen. Het beloningsverschil tussen mannen en vrouwen bedraagt 17,4 procent en is sinds 2000 nauwelijks verminderd. Om hetzelfde te verdienen als wat een man gemiddeld in een kalenderjaar verdient, moet een vrouw tot eind februari van het daaropvolgende jaar werken, dat wil zeggen 418 dagen. De mondiale economische, financiële en sociale crisis komt dubbel hard aan voor de vrouw. De sectoren waarin vrouwen de meerderheid vormen van het personeelsbestand zijn voornamelijk overheidsdiensten (bijvoorbeeld onderwijs, gezondheid en sociale bijstand), en juist daar worden tal van banen geschrapt. Vanwege de bezuinigingen op de diensten zijn vrouwen die profiteren van kinderopvang, hulp aan bejaarden, aanvullende onderwijsondersteuning enzovoort, vaak ook gedwongen om hun baan op te zeggen en zelf de zorgtaken weer op zich te nemen.

 
  
MPphoto
 
 

  Robert Dušek (S&D), schriftelijk. − (CS) In het verslag van de heer Tarabella wordt een heldere uiteenzetting gegeven van de belangrijkste obstakels die de gelijkheid van mannen en vrouwen in de weg staan. Ik weet dat een aantal collega’s de ongelijke positie van vrouwen in de samenleving en de daarmee samenhangende discriminatie nogal lichtjes opvat. Ikzelf daarentegen zie maar al te goed waar de schoen wringt! Bovendien is de situatie er als gevolg van de wereldwijde economische crisis allesbehalve beter op geworden en lijkt het erop dat de vrouwen “geofferd” zullen worden op het altaar van de bezuinigingen en zij last zullen krijgen van lagere zwangerschaps- en moederschapsuitkeringen alsook lagere uitgaven voor de sociale dienstverlening. Gezien het feit dat vrouwen traditioneel gezien een groter risico lopen op armoede en slechts een laag pensioen kunnen opbouwen wegens loopbaanonderbreking of algehele beëindiging ervan, teneinde een gezin te kunnen stichten, voorrang te kunnen geven aan de carrière van de man of de zorg voor kinderen en ouderen op zich te kunnen nemen, biedt de rapporteur een aantal adequate oplossingsrichtingen aan. De heer Tarabella wijst er met recht op dat het sinds de Verdragen van 1957 geldige beginsel van “gelijk loon voor gelijk werk” nog altijd niet gerealiseerd is en dat in een aantal lidstaten vrouwen tot op heden niet dezelfde beloning krijgen voor hetzelfde werk als mannen.

Bovendien bestaat er voor gezinnen met kinderen een breed scala aan EU-beleid, terwijl alleenstaande moeders of vaders die voor hun kinderen zorgen helemaal vergeten worden. Verder is het geheel terecht dat er in het verslag gepleit wordt voor een wettelijke regeling voor vaderschapsverlof op Europees niveau. Er kan al heel veel bereikt worden als mannen en vrouwen de gezins- en huishoudelijke taken goed verdelen. Om bovengenoemde redenen ben ik het eens met de inhoud van verslag 2009/2010 en heb ik voor goedkeuring ervan gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Edite Estrela (S&D), schriftelijk.(PT) Ik heb vóór het verslag-Tarabella over gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie – 2009 gestemd, omdat het specifieke en innovatieve maatregelen en strategieën bevat op het gebied van gendergelijkheid. Voorgesteld wordt om een richtlijn inzake het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld tegen vrouwen op te stellen en via de Europese wetgeving ouderschapsverlof te introduceren. Dat zijn voorstellen die volgens mij van fundamenteel belang zijn voor het bevorderen van gelijkheid van vrouwen en mannen en voor een eerlijker verdeling van de gezinsverantwoordelijkheden tussen vrouwen en mannen.

 
  
MPphoto
 
 

  Diogo Feio (PPE), schriftelijk.(PT) Er is iets niet helemaal in orde als het Parlement respect verlangt maar zelf geen respect kan inboezemen.

Belangrijke en serieuze kwesties zoals deze verdienen aandacht en een zekere mate van bereidheid om compromissen te sluiten, opdat de grootste gemene deler wordt gevonden. En dat zou volgens mij niet eens zo moeilijk hoeven te zijn. Het is helaas echter de gewoonte geworden om op slinkse en achterbakse wijze bij voornoemde kwesties ook andere, veel meer controverse veroorzakende onderwerpen onder te brengen. Ook dit keer heeft het Parlement gefunctioneerd als klankbord voor de meest extreme agenda’s.

Ik moet me zeer heftig verzetten tegen het idee om de liberalisering van abortus en het daarmee samenhangende gebrek aan respect voor het menselijk leven en de menselijke waardigheid te bevorderen onder het mom van de bescherming van de gelijkheid van vrouwen en mannen. Men probeert zo op volstrekt onaanvaardbare wijze twee onderwerpen met elkaar te verbinden en daarmee de bevoegdheden van de lidstaten op deze punten aan te tasten.

Deze obsessie om het begrip seksuele en reproductieve gezondheid zodanig uit te breiden dat ook abortus eronder valt – en daarbij de aanvaarding van abortus overal op te dringen – toont aan welke onzalige methoden gebruikt worden door degenen die de werkelijkheid willen verdoezelen. Door echter eufemismen te gebruiken om het geweten te sussen, maakt men deze werkelijkheid niet minder bruut, geweld tegen vrouwen niet minder wreed en deze strategie niet minder deplorabel.

 
  
MPphoto
 
 

  José Manuel Fernandes (PPE), schriftelijk.(PT) “Geweld tegen vrouwen is misschien wel de schandelijkste mensenrechtenschending … Het erkent geen geografische, culturele of economische grenzen. Zolang dit soort geweld plaatsvindt, kunnen we niet beweren dat we werkelijk vooruitgang hebben geboekt op weg naar gelijkheid, ontwikkeling en vrede”. Dit zijn de woorden van de voormalige secretaris-generaal Kofi Anan, en ze zijn helaas ook nu nog onverminderd waar. Discriminatie op grond van geslacht blijft een probleem in de ontwikkelde wereld en Europa, omdat het een structureel probleem is, met ernstige gevolgen voor gelijke kansen. Ook nu nog zijn er verschillen tussen vrouwen en mannen – op het gebied van opleiding, in het taalgebruik, bij de toewijzing van de huishoudelijke taken, bij de toegang tot werk en bij het uitvoeren van beroepstaken. Ik geloof dat de toegang tot werk, carrièremogelijkheden en de toelating tot functies, of dat nu in de openbare of de particuliere of zelfs de politieke sfeer is, steeds moet geschieden op basis van de verdiensten en kwaliteiten van de betrokkenen, ongeacht geslacht. Ik heb evenwel tegen deze resolutie gestemd omdat er gevoelig liggende kwesties zoals abortus in zijn opgenomen, onderwerpen die tot de exclusieve bevoegdheden van de lidstaten behoren.

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) Het aannemen van deze resolutie in het Parlement was van cruciaal belang. Ze bevat een aantal belangrijke rechten voor vrouwen, en conservatief rechts heeft die proberen te ondermijnen. Het verslag is hier en daar zwak, maar slaagt er wel in de aandacht te vestigen op een aantal belangrijke punten, zoals de noodzaak om vaderschapsverlof te koppelen aan moederschapsverlof, seksuele en reproductieve rechten, de noodzaak om ongelijkheid en discriminatie op het werk, geweld tegen vrouwen en meisjes en vrouwenhandel intensiever te bestrijden, en de armoede en slecht betaalde en onzekere banen, waartoe veel vrouwen zijn veroordeeld, aan de kaak te stellen.

Het is belangrijk dat we ons opnieuw uitspreken vóór het idee dat “vrouwen zeggenschap moeten hebben over hun seksuele en reproductieve rechten, met name door gemakkelijke toegang tot contraceptie en abortus”.

Deze resolutie is des te belangrijker omdat ze komt aan de vooravond van het eeuwfeest van de Internationale Vrouwendag en 15 jaar na het Bejing Platform. Laten we hopen dat ze ook concrete invulling zal krijgen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bruno Gollnisch (NI), schriftelijk. – (FR) Ja inderdaad, vrouwen worden geconfronteerd met specifieke problemen, maar zoals zo vaak in dit Parlement beginnen we met de beste bedoelingen om vervolgens uit te komen op een kromme analyse en buitensporige voorstellen.

Dit verslag schetst een karikatuur van een Europese maatschappij die doordrenkt is van een dagelijkse en systematische vijandigheid tegenover vrouwen: het beleid voor het economisch herstel zou seksistisch zijn omdat het is gericht op steun voor sectoren met voornamelijk mannelijke werknemers. Hetzelfde zou gelden voor het strikte begrotingsbeleid dat van invloed is op de publieke sector waarin vooral vrouwen werkzaam zijn. Daarentegen wordt er met geen woord gesproken over de gevolgen van de massale aanwezigheid in Europa van geïmmigreerde bevolkingsgroepen met een cultuur en gebruiken die vrouwen in een inferieure positie dwingen, lichtjaren verwijderd van onze eigen waarden en onze eigen denkbeelden.

Ook wordt er met geen woord gerept over de negatieve gevolgen van jullie gepraat over volledige gelijkheid: vrouwen verliezen stukje bij beetje specifieke sociale en legitieme rechten die zij hebben verkregen als gevolg van de herkenning van hun rol als moeder. Tot slot wordt er eveneens gezwegen over het oudersalaris, het enige middel dat vrouwen de mogelijkheid geeft een echte keuze te maken tussen het beroeps- en het gezinsleven, of om beide te combineren.

Wanneer ik tenslotte de hysterie zie waarmee veel van onze collega’s proberen om overal massaal en verplicht abortus op te leggen, dat zelfs tot een essentiële waarde is gemaakt van een Europa op weg naar collectieve zelfmoord, begin ik het, ondanks mezelf, te betreuren dat hun moeders geen abortus hebben gepleegd.

 
  
MPphoto
 
 

  Jacky Hénin (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Hoewel ik me hevig verzet tegen alle negatieve maatregelen van de EU – en dat zijn er veel – steun ik ze wanneer de zaken in de goede richting gaan. In dit verslag worden stevige verzoeken gedaan (met name aan de Europese Commissie) voor de bestrijding van de ongelijke behandeling waar vrouwen het slachtoffer van zijn, voor de invoering van vaderschapsverlof, het uitroepen van een jaar tegen geweld jegens vrouwen en het recht op eenvoudige toegang tot anticonceptie en abortus. In het verslag wordt tevens benadrukt dat vrouwen gratis toegang moeten krijgen tot consulten over abortus.

Een verbetering dus, en daarom heb ik een positieve stem uitgebracht, maar deze verbetering moet in de praktijk concreter worden ingevuld.

Des te meer betreur ik het dat een meerderheid van het Parlement weigert zijn steun te geven aan de opstelling van een Europees Handvest van de rechten van de vrouw, een Europese waarnemingspost voor geweld tussen geslachten en de invoering van een internationale dag voor gelijke beloning. Het Parlement wilde evenmin de grondoorzaken van deze ongelijkheden aansnijden: die liggen in het economische systeem waarin alleen de wet van de markt geldt, die Europa elke dag toepast.

 
  
MPphoto
 
 

  Ian Hudghton (Verts/ALE), schriftelijk. (EN) Hoewel gendergelijkheid een grondbeginsel van de EU is, dat ook als zodanig wordt erkend in het Verdrag betreffende de Europese Unie, is er op vele vlakken nog altijd een onacceptabele mate van ongelijkheid. Het is duidelijk dat er nog altijd enorme problemen zijn en daarom is het absoluut noodzakelijk dat de EU-instellingen zich inspannen om op positieve wijze de in de Unie bestaande problemen aan het licht te brengen en hier oplossingen voor te vinden.

 
  
MPphoto
 
 

  Gunnar Hökmark, Christofer Fjellner, Anna Ibrisagic (PPE), schriftelijk. − (SV) Wij, Zweedse conservatieven, hebben vandaag, 10 februari 2010, tegen het verslag over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie – 2009 (A7-0004/2010) gestemd. Ofschoon wij de wens van de rapporteur om de gelijkheid van vrouwen en mannen in Europa te verbeteren delen, zijn wij niet van mening dat wij de weg moeten inslaan van ingrepen in de soevereiniteit van de lidstaten door zogenaamde ”gender budgeting” te eisen en de lidstaten te verzoeken om de sociale uitkeringen niet te beperken en bij wet vastgelegde quota op te leggen. Gelijkheid van vrouwen en mannen moet op het niveau van het individu worden bereikt door ruimere mogelijkheden om de eigen situatie te beïnvloeden en niet door wetgeving op Europees niveau en sloganbeleid met specifiek uitgeroepen dagen, nog meer EU-instanties en een Europees Handvest van de rechten van de vrouw. We hebben vandaag al een Europees Handvest van mensenrechten en fundamentele vrijheden dat door het Verdrag van Lissabon wordt versterkt en dat ook voor vrouwen geldt. We moeten opkomen voor het subsidiariteitsbeginsel. Daarom hebben we bij de eindstemming tegen het verslag gestemd, ook al bevat het natuurlijk standpunten die ons na aan het hart liggen. Zo staan we bijvoorbeeld volledig achter de formulering dat vrouwen volledige zeggenschap moeten hebben over hun seksuele en reproductieve rechten.

 
  
MPphoto
 
 

  Monica Luisa Macovei (PPE), schriftelijk. (EN) Ik heb voor overweging X en het grootste deel van paragraaf 38 gestemd, maar mij onthouden van stemming over één deel van paragraaf 38. Dit is om de volgende redenen:

Het voornaamste beginsel is dat de seksuele rechten van vrouwen en de rechten van vrouwen op voortplanting worden gerespecteerd, met name in de context van de gelijkheid van vrouwen en mannen, die wordt gegarandeerd door het Handvest van de grondrechten van de EU (artikel 23).

Ik geloof echter dat vrouwen moeten leren zich te beschermen tegen ongewilde zwangerschappen. Anders gezegd, zodra er eenvoudige toegang is tot anticonceptie en gespecialiseerd advies, wordt abortus moeilijker te rechtvaardigen.

Een groot deel van mijn electoraat in Roemenië zou teleurgesteld zijn als ik anders zou stemmen. Daarbij hebben wij allen nog het verleden helder voor ogen – zoals ook is onderstreept in een verslag dat in 2006 door de president van Roemenië werd gelast – toen de communistische partij draconische maatregelen tegen abortus nam met als doel de controle van de partij over het privéleven van vrouwen te behouden. Veel vrouwen overleden als gevolg van illegale abortus, die zonder medische bijstand werd verricht.

 
  
MPphoto
 
 

  Erminia Mazzoni (PPE), schriftelijk. (IT) Ik ben het volledig eens met de geest van de resolutie, die zeer terecht uitgaat van de stelling dat het debat over demografische veranderingen verbonden is met het debat over de vereiste maatregelen voor het opvangen van de gevolgen van de financieel-economische crisis op de arbeidsmarkt.

Aangezien de analyse van de vorderingen in de richting van de doelstellingen van Lissabon niet hoopgevend is, is het terecht dat in de resolutie wordt gepleit voor een snellere aanpassing van de regelgeving in de lidstaten, voor strengere toepassing van inbreukprocedures en voor een betere deelname van vrouwen in de belangrijkste sectoren van de arbeidsmarkt, rekening houdend met de doelen die zij op opleidingsgebied hebben bereikt.

Naast dit eerste punt kan ik niet onopgemerkt laten dat ik, zoals ik bij de stemming reeds heb laten blijken, fel gekant ben tegen de eigenzinnige drang naar een ‘abortusmaatschappij’ waarbij de toegang tot vrije zwangerschapsonderbreking wordt aangemoedigd.

De stelling dat vrouwen moeten streven naar een versoepeling in de abortuspraktijken om hun recht op seksuele vrijheid terug te krijgen is niet alleen tegen de algemene seculiere moraal, maar gaat in tegen de bepalingen van overweging Z, waarin wordt gesteld dat het streven om “een beter geboortecijfer te verkrijgen, teneinde toekomstige uitdagingen aan te kunnen” centraal moet staan in het optreden van de EU. Ik zal mij blijven inzetten voor de bevordering van een verantwoorde seksuele moraal.

 
  
MPphoto
 
 

  Jean-Luc Mélenchon (GUE/NGL), schriftelijk. – (FR) Vrouwen zijn het belangrijkste slachtoffer van de economische en sociale crisis die het neoliberale beleid van de Europese Unie heeft veroorzaakt. Als gevolg van de crisis neemt het aantal onzekere en verplichte deeltijdbanen alsmaar toe. Onze samenleving staat nog altijd geheel in het teken van een patriarchaat. Zij wordt vandaag de dag gekenmerkt door een sterke terugkeer naar stigmatisering op grond van godsdienst, en vrouwen zijn en blijven altijd het belangrijkste slachtoffer van deze ontwikkelingen.

Het is daarom verheugend te zien dat het Europees Parlement zo'n cruciaal vraagstuk als de gelijkheid van vrouwen en mannen op de agenda zet. Niettemin is het jammer dat de tekst zich niet buigt over de intrinsieke ongelijke aard van het neoliberalisme. Het neoliberalisme is verantwoordelijk voor het merendeel van de problemen die vrouwen ondervinden, en in de groter wordende gelijkheidsverschillen tussen mannen en vrouwen baant het zich een nieuw weg om te bloeien.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Melo (PPE), schriftelijk.(PT) De ongelijkheid van vrouwen en mannen op verschillende vlakken – beroepen, sectoren, stereotypen – is de afgelopen jaren afgenomen. Gelijkheid van vrouwen en mannen is in de EU steeds meer een realiteit. Er zijn nog gevallen van discriminatie, maar we moeten ook wijzen op de positieve ontwikkeling die we hebben doorgemaakt.

 
  
MPphoto
 
 

  Andreas Mölzer (NI), schriftelijk. (DE) Hoewel er op het gebied van gelijke kansen reeds veel voor vrouwen is verbeterd, is er nog het een ander te doen. Er is met name dringend behoefte aan een verbetering van de verenigbaarheid van gezin en werk, die in de praktijk voor veel vrouwen, met name alleenstaande moeders, een onneembaar obstakel blijkt te zijn. Dat het mannen nog steeds eerder wordt toevertrouwd om leidende functies uit te oefenen toont aan dat gelijkheid op het werk in feite alleen door een mentaliteitsverandering en niet door quotavoorschriften kan worden bereikt, met name omdat deze niet onomstreden zijn en te gemakkelijk tot conflicten kunnen leiden. Aangezien in het onderhavige verslag niet wordt ingegaan op de kritiek dat gendermainstreaming ook kan doorslaan naar de andere kant, heb ik tegen het verslag gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Mariya Nedelcheva (PPE), schriftelijk. – (FR) De resolutie over gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie is naar mijn idee zeer uitgebalanceerd, en ik waardeer het werk dat Marc Tarabella heeft verzet om tot dit resultaat te komen. Er bestaan vandaag de dag nog steeds overduidelijke ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, met name als het gaat om beloning of het combineren van het beroeps- en gezinsleven. Er zijn op dit gebied nog verdere inspanningen nodig.

Bovendien is het voor de bescherming van de seksuele en reproductieve rechten essentieel dat vrouwen toegang hebben tot anticonceptie en abortus. Vrouwen moeten namelijk volledige zelfbeschikking over hun lichaam hebben. Daarom heb ik voor de bepalingen inzake de bescherming van deze rechten gestemd.

Tot slot heb ik tegen het voorstel voor de opstelling van een Europees Handvest voor de rechten van de vrouw gestemd, want sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon maakt het Handvest van de grondrechten, waaronder de rechten van de vrouw vallen, een vast bestanddeel uit van dit Verdrag. Dit Handvest is juridisch bindend en maakt het mogelijk vrouwen op dezelfde wijze te beschermen als mannen.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. (RO) In 1967 werd er in Roemenië een decreet aangenomen dat abortus verbood, wat inhield dat vrouwen het recht verloren om te kiezen tussen het voorzetten van een zwangerschap en het beëindigen ervan. Dit verbod had een zeer traumatisch effect op de Roemeense samenleving en heeft ons laten inzien hoe gevaarlijk een dergelijk besluit is.

Vrouwen moeten controle hebben over hun seksuele en reproductieve rechten. Daarom heb ik voor alle aspecten met betrekking tot eenvoudige toegang tot anticonceptie en abortus in het verslag-Tarabella gestemd en voor het verslag als geheel.

 
  
MPphoto
 
 

  Aldo Patriciello (PPE), schriftelijk. (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dat de inhoud van het verslag dat wij vandaag behandelen ingewikkeld ligt, is reeds gebleken tijdens de werkzaamheden van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid, waar de tekst is goedgekeurd met een nipte meerderheid van drie stemmen en veel afwezigen.

Ik ben van mening dat wij sinds 1975 beschikken over degelijke wetgeving op het gebied van bescherming van vrouwen. In plaats van dat we ons dwingen nieuwe richtlijnen te ontwerpen, moeten we er dus voor zorgen dat de reeds bestaande regels volledig door de regeringen worden toegepast.

Om die reden, en omdat ik ook niet tegen het verslag wilde stemmen, dat wat sommige aspecten betreft zeker ook positieve kanten heeft, heb ik ervoor gekozen enkele aspecten te laten varen om mijn teleurstelling ten aanzien van bepaalde elementen te benadrukken, met name de aspecten met betrekking tot abortus, waarvoor onze katholieke moraal het ons niet toestaat compromissen aan te gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Cristian Dan Preda (PPE), schriftelijk. (RO) Hoewel ik niet tegen abortus ben, heb ik tegen paragraaf 38 gestemd, omdat die zou kunnen worden geïnterpreteerd als een aanmoediging van deze praktijk. Ik ben ook voor het eenvoudiger beschikbaar maken van anticonceptie en voorlichting over deze zaken, omdat dat de beste manier is om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Aan de andere kant ben ik van mening dat er gemeenschappen zijn die, om verschillende redenen, zeggenschap willen houden over abortus op nationaal niveau en ik vind dat ze dat recht moeten hebben. Dit is een terrein waar het subsidiariteitsbeginsel zou moeten worden toegepast. Ik denk niet dat het bespreken van deze kwestie in het verslag over gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie de beste oplossing is.

 
  
MPphoto
 
 

  Evelyn Regner (S&D), schriftelijk. (DE) Ik heb voor het verslag over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie gestemd, omdat het overeenkomt met mijn fundamentele overtuiging dat vrouwen het onbeperkte recht op zelfbeschikking hebben, in het bijzonder met betrekking tot hun seksuele en reproductieve rechten alsmede de gemakkelijke toegang tot contraceptie en abortus. Deze rechten maken onderdeel uit van het zelfbeeld dat een moderne Europese samenleving eenvoudigweg moet hebben.

 
  
MPphoto
 
 

  Alf Svensson (PPE), schriftelijk. − (SV) Tijdens de stemming gisteren stemde ik tegen het verslag over de gelijkheid van vrouwen en mannen. Ik deed dat in de eerste plaats omdat het verslag volgens mij meerdere paragrafen bevat die indruisen tegen het subsidiariteitsbeginsel, onder andere in verband met quota. Bij de stemming over overweging X en paragraaf 38, die over het recht van vrouwen op abortus gaan, onthield ik mij van stemming. De huidige formulering zou volgens mij een schending zijn van het subsidiariteitsbeginsel. Voor mij is het een algemeen beginsel dat we ons op het niveau van de EU niet met zaken mogen bezighouden met betrekking tot dewelke de individuele lidstaten het recht hebben om er zelf op nationaal niveau over te besluiten. Natuurlijk sta ik achter de Zweedse houding ten aanzien van deze kwestie, namelijk dat het besluit tot abortus uiteindelijk het besluit van de vrouw zelf is en geen kwestie voor de wetgevers.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) De Europese Unie maakt thans een grote economische, financiële en sociale crisis door, die ernstige gevolgen heeft voor het leven van vrouwen, zowel in de privé- als in de arbeidssfeer. Er is segregatie naar beroep, er is zijn salarisverschillen, en vrouwen vinden het moeilijk hun beroepsleven af te stemmen op hun gezin. Dat staat een volledige participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt in de weg. Er zijn verbeteringen waar te nemen in de arbeidssfeer, en steeds meer vrouwen nemen belangrijke functies in, maar we hebben nog steeds behoefte aan meer bewustheid met betrekking tot gelijke behandeling. We zijn daarom tevreden met dit verslag in de zin dat het ons in staat stelt richtsnoeren vast te leggen voor het elimineren van ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. Pas dan kan de EU haar doelstellingen op het gebied van groei, werkgelegenheid en sociale samenhang verwezenlijken. Er is in dit verslag echter ook een aantal bepalingen opgenomen aangaande “seksuele en reproductieve rechten”, en dat past niet in een verslag dat uitkomt op een moment van economische crisis en vooral betrekking heeft op de gevolgen van die crisis voor de arbeidsomstandigheden van vrouwen en de plaats van vrouwen in de maatschappij. Daarom, en omdat de voorgestelde amendementen op paragraaf 38, die ik heb gesteund en die ik voor de doeltreffendheid van deze tekst essentieel achtte, het niet gehaald hebben, heb ik tegen dit verslag over de gelijkheid van vrouwen en mannen in de Europese Unie gestemd.

 
  
MPphoto
 
 

  Thomas Ulmer (PPE), schriftelijk. (DE) Ik heb tegen het verslag gestemd omdat mijn fundamentele overtuigingen het me niet toestaan om het onbeperkte recht op abortus en reproductieve vrijheid te accepteren. Het recht op leven is voor mij een grondrecht dat in ieder geval verdedigd en geëerbiedigd moet worden. De andere delen van het verslag zijn volledig acceptabel en tonen aan dat Europa op de weg naar de gelijkheid van vrouwen en mannen aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt. Ook positief is dat er aan de betrokkenheid bij het gezin duidelijk meer waarde wordt gehecht dan voorheen.

 
  
MPphoto
 
 

  Marina Yannakoudakis (ECR), schriftelijk. (EN) De ECR-Fractie staat geheel en al achter de gelijkheid van vrouwen en mannen en in het bijzonder achter het beginsel van gelijke beloning en gelijke kansen op de werkvloer. De ECR heeft besloten voor de paragrafen te stemmen die deze vorm van gelijkheid ondersteunen. De ECR-Fractie heeft niettemin om twee specifieke redenen tegen de resolutie gestemd. Ten eerste zijn wij tegen wetgeving die ervan uitgaat dat de rechten van vrouwen op gezondheid, onderwijs en voortplanting niet de verantwoordelijkheid van lidstaten maar van de EU zijn. Ten tweede erkent de ECR-Fractie weliswaar volledig de noodzaak van bepalingen inzake zwangerschap en ouderschap maar heeft zij ervoor gekozen zich te onthouden van stemming over dergelijke verwijzingen in het verslag, aangezien wij gekant zijn tegen elke vorm van gezinsbeleid op EU-niveau. Dit is een zaak waar de nationale overheden over gaan.

 
  
MPphoto
 
 

  Anna Záborská (PPE), schriftelijk. – (FR) Ik heb tegen deze resolutie gestemd. Zij verdeelt mannen en vrouwen in plaats van dat zij ze verenigt. Paragraaf 36 bevat allesbehalve onschuldige woorden: “vrouwen moeten zeggenschap hebben over hun seksuele en reproductieve rechten, met name door gemakkelijke toegang tot contraceptie en abortus”. De rapporteur benadrukt tevens dat vrouwen gratis toegang tot consulten over abortus moeten hebben. Abortus valt echter uitsluitend onder de bevoegdheid van de lidstaten. Deze resolutie heeft geen enkele juridisch bindende waarde en kan dan ook niet gebruikt worden om druk uit te oefenen in de richting van liberalisering van abortus. Vervolgens verzoekt het Parlement de stereotype rolpatronen te bestrijden, met name de taken die door mannen en vrouwen binnen het gezin worden uitgevoerd. De resolutie wijst op het belang van opvangfaciliteiten voor kinderen in de leerplichtige leeftijd en van diensten voor kinderopvang en voor hulp aan bejaarden en andere hulpbehoevenden. Op deze manier probeert het Parlement het gezin als natuurlijk middelpunt van socialisatie en solidariteit tussen generaties kapot te maken. Deze resolutie heeft geen enkele meerwaarde, niet voor vrouwen, niet voor mannen en ook niet voor de Unie. Dat is jammer, want respect voor mensen die anders zijn en de bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen zijn een echte maatschappelijke uitdaging.

 
  
MPphoto
 
 

  Artur Zas