De Voorzitter. – Aan de orde is het verslag (A7-0016/2010) van Adina-Ioana Vălean, namens de Commissie industrie, onderzoek en energie, over het voorstel voor een verordening van de Raad inzake mededeling aan de Commissie van investeringsprojecten met betrekking tot energie-infrastructuur binnen de Europese Gemeenschap en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 736/96 (COM(2009)0361 – C7-0125/2009 – 2009/0106(CNS))
Adina-Ioana Vălean, rapporteur. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik waardeer uw aanwezigheid vanavond bij de plenaire behandeling zeer. Ik bedank ook alle schaduwrapporteurs voor hun vruchtbare discussies en ons werk aan dit verslag. De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon geeft de Europese Unie meer bevoegdheid op het gebied van energiebeleid. Ik ben van mening dat, als de lidstaten samenwerken, dit een gebied is waar Europa kan zorgen voor veilige, goedkopere en efficiëntere energie voor zijn burgers. Samen kunnen we het effect minimaliseren van onvoorspelbare gebeurtenissen zoals de problemen met de gaslevering die Europa afgelopen winter ondervond.
Natuurlijk kan Europa zich niet bemoeien met de gasstromen buiten zijn grenzen of geschillen daaromtrent oplossen, maar we kunnen wel ervoor zorgen dat onze infrastructuur in staat is het hoofd te bieden aan de vermindering of het wegvallen van de bevoorrading en dat de markt transparanter en efficiënter wordt. Europa heeft deze prioriteit heel hoog op zijn agenda staan. Vorig jaar hebben we het derde energiepakket aangenomen dat een concurrerender en efficiëntere energiemarkt moet bewerkstelligen. De verordening inzake gasvoorzieningszekerheid ligt momenteel ter tafel in het Parlement en de stemming morgen over de verordening inzake mededeling van investeringsprojecten met betrekking tot de energie-infrastructuur zal bijdragen aan het transparanter en beter voorspelbaar maken van de markt.
Tegen deze achtergrond zou ik het jammer vinden als we de kans die dit nieuwe instrument biedt, zouden missen door niet de juiste rechtsgrondslag toe te passen, namelijk het nieuwe artikel 194 van het Verdrag van Lissabon. Dit is een heel belangrijk institutioneel, politiek en juridisch punt. Deze verordening is niet alleen een instrument voor het vergaren van informatie, maar zij het kan ook een totaalbeeld verschaffen van de investeringen in de energie-infrastructuur als basis voor het beleidsproces. Dus ik vind dat als de Raad deze verordening aanneemt met de verkeerde rechtsgrondslag, het Parlement deze zaak aan het Europees Hof van Justitie moet voorleggen, en ik verzeker u, dat zal gebeuren.
Nu wat betreft de inhoud. Ik heb dit eerder tegen mijnheer Barroso gezegd en ik wil het nu ook tegen u, commissaris Ortega, zeggen: Europa staat op een keerpunt en onze prioriteit moet nu meer dan ooit zijn dat we onze bedrijven steunen en een positieve omgeving creëren voor concurrentievermogen. We hebben daartoe een krachtig beleid en vooral een betrouwbaarder energiebeleid nodig. Het einddoel is te zorgen voor veilige en goedkope energie voor zowel onze burgers als onze bedrijven. In dit perspectief moet ik hopen dat het verzamelen van data niet een doel op zichzelf gaat worden. We moeten ervoor zorgen dat deze verordening niet een nieuwe bureaucratische last op bedrijven legt en dat de vertrouwelijkheid van commercieel gevoelige informatie wordt verbeterd.
Dan is er nog een andere kwestie: ik kan alleen maar betreuren dat de PPE- en S&D-Fracties een amendement hebben ingediend dat vereist dat EU-bedrijven gegevens over investeringen in projecten in derde landen verstrekken. Ik daag iedereen uit om een rechtsgrondslag in de Verdragen te zoeken die extraterritoriale toepassing in het energiebeleid toestaat. Verder ben ik van mening dat we eerst moeten bewijzen dat we weten wat er op Europees niveau is gepland voordat we buiten onze grenzen kijken. Ik heb ook de verleiding in dit Parlement bespeurd om alles in deze verordening op te nemen. Ik denk dat dit een vergissing is. Wil dit instrument efficiënt zijn, dan moeten we de aandacht richten op echt consistente informatie en voor ogen houden dat we voor onze bedrijven en de Commissie een teveel aan bureaucratie en vertrouwelijkheidskwesties moeten vermijden. Ik heb geprobeerd deze balans te bereiken door aan de ene kant de Commissie de kans te bieden op een overzicht van mogelijke toekomstige ontwikkelingen, maar aan de andere kant te zorgen voor een zo accuraat mogelijk beeld.
We hebben ook enige zekerheid nodig over toekomstige investeringen om een geschikt en degelijk beleidsproces te kunnen verzekeren. Ik wil ook graag gerustgesteld worden, commissaris Ortega. Ik wil een situatie vermijden waarin de Commissie na het verzamelen van de gegevens begint met het voorschrijven van investeringsplannen en eindigt met bedrijven te vertellen om niet hier maar daar te investeren. De Commissie moet de bedrijven oplossingen en stimulansen bieden voor kortetermijninvesteringen die niet winstgevend zijn maar die misschien nodig zijn om energievoorzieningszekerheid te garanderen. Anders zullen de mazen blijven bestaan.
Ik stop hier. Dank u voor uw tijd en ik wil graag uw opmerkingen horen.
Günther Oettinger, lid van de Commissie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, mevrouw Vălean, geachte afgevaardigden, de gascrisis van begin vorig jaar heeft aangetoond hoe belangrijk het is dat Europa beschikt over een energie-infrastructuur die niet alleen het functioneren van de interne markt ondersteunt, maar die in geval van een crisis ook solidariteit tussen de lidstaten en de getroffen gebieden mogelijk maakt. Daarom is het voor de Commissie van belang een overzicht te hebben van de nieuwe investeringsprojecten die gepland of in aanbouw zijn en van de oude installaties die voorgoed buiten bedrijf gesteld zullen worden. Daarom hebben wij een voorstel gedaan voor de ontwikkeling en herziening van een informatie-instrument dat dateert uit de tijd van een andere crisis, namelijk de eerste oliecrisis.
Ons voorstel is erop gericht om het toepassingsgebied van de verordening uit te breiden naar vooral hernieuwbare energie en CCS. Wij verwelkomen de voorstellen vanuit het Parlement voor het opnemen van toepassingsgebieden als stadsverwarming of gas-, kool- en olieproductiecapaciteiten. Wij willen ook bestaande rapportageplichten in aanmerking nemen, voor zover de beschikbare informatie in het kader van het door de Commissie uit te voeren onderzoek bruikbaar is.
(Geluid valt weg)
(De vergadering wordt vanwege technische problemen kortstondig onderbroken)
De Voorzitter. – Laten we het opnieuw proberen en kijken of het lukt met het Duits.
Günther Oettinger, lid van de Commissie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik heb de vraag opgeworpen hoe de Commissie de aanvragen zal beoordelen die zij in het kader van deze verordening van de lidstaten ontvangt. In onze analyse zullen wij eerst de verwachte ontwikkeling van de infrastructuur vergelijken met de verwachte ontwikkeling van de vraag. Wij zullen bekijken of de te verwachten nieuwe capaciteiten overeenkomen met de prognoses voor de vraag of dat er rekening moet worden gehouden met tekorten.
Het lijkt daarbij van belang dat er een institutionele dialoog over dit thema in gang wordt gezet, wat bij de huidige verordening niet het geval is. Daarom stelt de Commissie in de eerste plaats voor om iedere twee jaar een verslag over de structurele ontwikkeling van de energie-infrastructuur te publiceren. Dit heeft tot doel om de transparantie voor alle marktdeelnemers te verbeteren. In de tweede plaats willen we daarnaast een politiek debat met het Parlement en de lidstaten voeren, waaruit we dan conclusies kunnen trekken. Dit laatste wil ik benadrukken. Eén ding is namelijk duidelijk: de verordening zelf is een instrument om informatie in te winnen en te verzamelen, om een eventuele behoefte aan actie zichtbaar te maken. Hoe hierop wordt gereageerd, zal in het kader van concrete initiatieven van het energiebeleid moeten worden behandeld.
Daarmee kom ik ook bij het punt, mevrouw Vălean, dat voor u en het hele Parlement van belang is, namelijk het nieuwe artikel 194 van het Verdrag van Lissabon en de toepassing daarvan. Dit artikel geeft ons allemaal – Parlement, Raad en Commissie – zowel een kans als de verplichting om het EU-energiebeleid in nauwe samenwerking – dat wil zeggen vooral samen met het Parlement – vorm te geven. Als nieuwe commissaris voor Energie wil ik daarom dit Parlement in de mate van het mogelijke vroegtijdig en uitgebreid bij alle toekomstige beleidsmaatregelen betrekken. Het juridisch besluit waarnaar het huidige debat verwijst, gaat echter slechts over het verzamelen en beoordelen van informatie op het gebied van energie en berust daarom volgens de juridische interpretatie van de Commissie op de artikelen 337 en 187 van het Euratom-Verdrag. De inhoud van de verordening stemt overeen met deze beide artikelen van het primaire recht en met inachtneming van de jurisprudentie moet de keuze van de rechtsgrondslagen voor het secundaire recht ook verband houden met meetbare inhoudelijke criteria.
Op grond van het verzamelen en beoordelen van informatie alleen kan nog geen energiebeleid worden ontwikkeld en daarom moet hier mijns inziens een besluit over worden genomen. Ik vraag u om begrip hiervoor.
Marian-Jean Marinescu, namens de PPE-Fractie. – (RO) Commissaris, u hebt geprobeerd uit te leggen waarom we niet op basis van medebeslissing werken. Ik ben, net als mijn collega mevrouw Vălean, de rapporteur van dit verslag, nog steeds van mening dat het een goed idee zou zijn als deze verordening op basis van medebeslissing zou worden besproken.
De nieuwe verordening is een wetgevingsinstrument dat van groot belang is voor de energiemarkt van de Europese Unie. Deze analyse moet nationale en regionale strategieën aanvullen en helpen de energiezekerheid te versterken door potentiële mazen en risico’s op het gebied van infrastructuur en investering te signaleren teneinde het evenwicht tussen aanbod en vraag in de energiesector te waarborgen.
Ik denk dat het voorstel van de Commissie een aantal punten bevat die onduidelijk zijn, maar die naar mijn mening zijn opgelost door de ingediende amendementen, zoals de kwestie van de publicatie van door de lidstaten verstrekte energiegegevens. Deze gegevens moeten op nationaal en regionaal niveau worden samengevoegd. Dat helpt de bekendmaking van commercieel gevoelige informatie te voorkomen.
Een andere kwestie is de noodzaak te verduidelijken wat er wordt bedoeld met een ‘specifiek orgaan’ of een orgaan dat is belast met het opstellen en aannemen van meerjarige netwerkontwikkelings- en investeringsplannen voor de energie-infrastructuur in de hele EU. Dan is er ook de kwestie van het vermijden van het dubbel verzamelen van deze gegevens en het bepalen wanneer voor een bepaald project verslagen moeten worden ingediend, bijvoorbeeld nadat de autoriteiten de vergunningsaanvraag voor de aanleg hebben ontvangen.
Een andere zeer belangrijk aspect is het toezicht op Europese investeringen in derde landen die van invloed zijn op de Europese energiemarkt. Ik ben van mening dat investeringen die worden gedaan in derde landen door zowel regeringen als nationale bedrijven en die een significante invloed hebben op de energiemarkt, moeten worden gemeld in het kader van deze verordening.
Adam Gierek, namens de S&D-Fractie. – (PL) Mevrouw de Voorzitter, de Europese integratie, veiligheid en energiesolidariteit vereisen een gemeenschappelijk beheer van de investeringen in alle lidstaten als onderdeel van een breed opgevatte energie-infrastructuur en in het bijzonder van de transmissie-infrastructuur. Voor de beste oplossingen voor investeringen op dit gebied is er behoefte aan objectieve informatie over de staat van de infrastructuur in de afzonderlijke nationale systemen en aan essentiële informatie voor de uitvoering van een centrale EU-studie naar toekomstige integratie.
Belangrijk is dat de component van mededinging op de gemeenschappelijke markt voor goederen en diensten, die hoofdzakelijk wordt beïnvloed door de kosten van energie in iedere lidstaat, en de noodzaak om handelsgeheimen te bewaren, de integratieprocessen niet mogen belemmeren of verstoren. Laten we alleen geheimhouden wat geheim moet blijven, namelijk militaire infrastructuurfaciliteiten.
Dit is vooral belangrijk omdat genomen beslissingen over dergelijke investeringen - zoals bijvoorbeeld de aanleg van een noordelijke of zuidelijke gaspijpleiding - niet louter egoïstische maatregelen mogen zijn die het belang van slechts enkele EU-lidstaten dienen. Laten wij voor de hele Unie een complex energie-infrastructuurplan voor de lange termijn opstellen dat is gebaseerd op de beginselen van samenwerking, vertrouwen en solidariteit. De huidige verordening zal dit doel helaas slechts tot op zekere hoogte dienen en ik vind dat zij bijvoorbeeld ook de prioriteiten van de lidstaten zou moeten omvatten.
Lena Ek, namens de ALDE-Fractie. – (SV) Mevrouw de Voorzitter, ik ben enorm blij met de toezegging van de Commissie om beste praktijken te bevorderen en de energie-efficiëntie te vergroten op de Europese energiemarkt. Energie-efficiëntie is van wezenlijk belang voor zowel banen als groei in Europa en een voorwaarde voor het bereiken van het tweegradendoel. De twee belangrijkste voorwaarden in dit verband zijn slimme energienetwerken en een vrije en goed functionerende interne energiemarkt. Beide vereisen natuurlijk dat de Commissie een goede kennis van de huidige infrastructuur en markt heeft, en daar gaat dit voorstel over.
De bureaucratie die deze informatie hanteert, moet echter ook efficiënt zijn. Wij moeten overlapping voorkomen en de informatie die wordt gegeven, moet noodzakelijk zijn om de gestelde doelen te bereiken. Om een goed functionerende markt te verzekeren is het ook uitermate belangrijk dat de van Europese ondernemingen verzamelde informatie wordt beschermd om marktverstoringen te voorkomen. Ik zal het verslag van de rapporteur steunen en roep de afgevaardigden op de enorm bureaucratische voorstellen van de Fractie De Groenen/Vrije Europese Alliantie te verwerpen.
Zoals gezegd zijn de doelen van het voorstel enorm belangrijk, zo belangrijk dat zij een eigen rechtsgrondslag hebben gekregen met artikel 194 van het Verdrag van Lissabon, waarin zij bijna woord voor woord staan opgesomd. Het zou daarom vanzelfsprekend moeten zijn dat het Europees Parlement volledig deelneemt via de gewone wetgevingsprocedure overeenkomstig dit Verdrag. Al het andere zou ons onwaardig zijn en een zeer slechte start vormen voor de samenwerking die wij tussen het Parlement en de Commissie nodig hebben voor een goed functionerende energiemarkt.
Yannick Jadot, namens de Verts/ALE-Fractie. – (FR) Commissaris, het is een goede zaak dat u met het Europees Parlement wilt debatteren over het resultaat van dit instrument, maar u moet ten aanzien van het Europees Parlement in de eerste plaats de gebruikelijke wetgevingsprocedure respecteren. Wij vinden dit instrument nuttig, maar het zou operationeler, doelmatiger en transparanter kunnen zijn.
Doelmatiger met name indien er rekening gehouden zou worden met alle gedecentraliseerde energiebronnen. Het gaat er niet om ieder zonnepaneel te tellen, maar wij beschikken op het niveau van de lidstaten over informatie die u zou kunnen verzamelen om te zien wat alle plannen voor gedecentraliseerde energiebronnen inhouden. Het verbaast mij dat ik ons liberale medelid “bureaucratie” hoor zeggen wanneer wij spreken over democratie en transparantie. Dit instrument moet transparant zijn, wij moeten erover debatteren, en de Commissie moet alle betrokken partijen raadplegen, onder andere vakbonden en werkgeversorganisaties. De belastingbetaler levert ten slotte een belangrijke bijdrage aan de energietransitie, en het is belangrijk dat we beschikken over informatie betreffende de financiering, zodat wij precies weten hoe de belastingbetaler de energietransitie in Europa financiert. Ik hoop dat de amendementen die zijn ingediend, morgen zullen worden aangenomen door een groot aantal afgevaardigden, door meer dan er vanavond hier aanwezig zijn.
Evžen Tošenovský, namens de ECR-fractie. – (CS) Het voorstel om regelmatig informatie te verschaffen over investeringsprojecten met betrekking tot de energie-infrastructuur in de EU is discutabel. De Europese bestuursorganen betreden daarmee het terrein van de concurrentieverhoudingen van veelal private ondernemingen. Naar mijn mening heeft dit voorstel twee niveaus. Het eerste betreft de inhoud van dergelijke verplichte informatie, voornamelijk de omvang en gedetailleerdheid van deze informatie. Het tweede niveau betreft de mate van vertrouwelijkheid van deze informatie en de geheimhoudingsplicht voor de Commissie die daaruit voorvloeit.
Ik ben ervan overtuigd dat de verplichte informatie eerder een omschrijvend karakter zou moeten hebben en een ruw overzicht zou moeten geven van de energienetwerken en hun ontwikkeling in de toekomst. Op die manier zou de Commissie voldoende overzicht krijgen over de verbindingen tussen de verschillende lidstaten en tegelijk over de bestaande netwerken en de toekomstige ontwikkelingen. Logischerwijs dient zich ook de vraag aan wat de Commissie zal doen als zij ervan overtuigd zal zijn dat er in een bepaalde regio sprake is van over- of ondercapaciteit. Als de informatie voldoende algemeen wordt gehouden, zal daarmee direct het probleem worden opgelost van onprettige discussies over de geheimhouding van bepaalde strategische plannen van de energiebedrijven.
Jaroslav Paška, namens de EFD-Fractie. – (SK) In de afgelopen jaren hebben zich gebeurtenissen voorgedaan waaruit is gebleken dat de energiezekerheid van de EU meer een wens dan een werkelijkheid is.
De energiesystemen van de EU-lidstaten zijn niet voldoende verenigbaar en hun interconnectie is onvoldoende. Dat is de reden waarom veel landen begin vorig jaar zonder warmte en gas kwamen te zitten, ondanks alle solidariteit en welwillendheid van de EU. Er zullen uitgebreide initiatieven van de Commissie nodig zijn om deze situatie recht te zetten en daarom is het noodzakelijk dat de Europese Commissie in haar werk op bekwame en gedetailleerde wijze op de hoogte wordt gehouden zowel door de lidstaten als door de particuliere sector.
Om deze redenen kunnen we de ontwerpverordening van de Raad inzake mededeling van investeringsprojecten met betrekking tot energie-infrastructuur beschouwen als een natuurlijke en noodzakelijke stap voor de uitbreiding van het energiebeleid van de EU. Daarmee wordt ingespeeld op de huidige ontwikkelingen op het gebied van energievoorziening binnen de EU. De amendementen die in het verslag over dit punt van het programma zijn opgenomen, verbeteren de tekst van de verordening en daarom vind ik het verstandig om ze te steunen.
Amalia Sartori (PPE). - (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het uitstekende verslag van mevrouw Vălean bevat enkele verstandige punten waar ik het mee eens ben.
In de eerste plaats de vereiste om een optimaal veiligheidsniveau te waarborgen van gegevens en informatie die uit hoofde van het voorstel worden opgevraagd, namelijk informatie die economische actoren als gevoelig beschouwen. In de tweede plaats de vereiste om de mogelijkheid te bieden om ook op breder regionaal niveau gegevens toe te voegen, aangezien het nationaal niveau soms niet van belang is. In de derde plaats dient mededeling een praktisch doel te hebben en een aanvulling te vormen op de analyse van de ontwikkeling van het Europese gasstelsel.
Om die reden dient de Commissie te worden verplicht haar analyses met de lidstaten en het bedrijfsleven in de sectoren te bespreken. De commissaris heeft ons dat ook toegezegd .
We moeten ook voorkomen dat we het werk overdoen dat bedrijven, nationale regelgevingsinstanties en lidstaten moeten doen voor het opstellen van nationale plannen voor energievoorzieningszekerheid, waarbij specifiek zij verwezen naar de gasinfrastructuur. Tevens moeten we garanderen dat bedrijven die besluiten hun investeringsplannen te wijzigen op geen enkele wijze worden benadeeld.
Tenslotte wil ik graag de aandacht vestigen op artikel 1, lid 2 van het voorstel, waarin de termijnen voor mededeling worden genoemd. We moeten ook rekening houden met het feit dat een groot aantal projecten niet verder gaat dan de planningsfase. Het beste resultaat zou dus worden behaald indien mededeling alleen zou gelden voor projecten die de benodigde toelatingen en vergunningen hebben gekregen, of projecten waarvoor een definitief investeringsbesluit is genomen.
Silvia-Adriana Ţicău (S&D). – (RO) Als eerste wil ik graag de rapporteur feliciteren met haar goede werk. Het Verdrag van Lissabon versterkt de bevoegdheid van de Europese Unie op het gebied van energiebeleid. De energiezekerheid van de EU en de solidariteit tussen de lidstaten in geval van een energiecrisis zijn essentieel voor het energiebeleid van de Europese Unie. Deze verordening voert een communautair kader in voor de mededeling aan de Commissie van gegevens en informatie over investeringsprojecten in de energie-infrastructuur voor olie, gas, elektriciteit en biobrandstoffen, alsmede over projecten voor geologische opslag van in de energiesector vrijkomende koolstof.
De Commissie zal voorstellen kunnen indienen voor de manier waarop bestaande capaciteiten beter kunnen worden gebruikt en oplossingen kunnen aandragen voor crisissituaties op energiegebied. De verordening mag de administratieve lasten voor energiebedrijven niet te groot maken. Ik ben echter van mening dat deze verordening ook moet worden toegepast op Europese bedrijven die investeren in energie-infrastructuurprojecten in derde landen die rechtstreeks gekoppeld zijn aan de energienetwerken van een of meer lidstaten of die hierop een significante invloed hebben. Daarom hoop ik dat amendement 74 morgen door een meerderheid zal worden gesteund.
Roger Helmer (ECR). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, sommige amendementen die we vanavond behandelen, weerspiegelen onze manische obsessie met hernieuwbare energiebronnen. We gaan door met praten over het belang van vermindering van CO2-emissies, zelfs wanneer de theorie van door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde voor onze ogen verdampt.
Als we echter serieus willen zijn wat de vermindering van CO2-emissies betreft, moeten we kiezen voor kernenergiecentrales in plaats van voor hernieuwbare energiebronnen. We hebben ervoor gekozen om stimulansen te creëren die de markt ernstig verstoren, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen en ten nadele van kernenergie.
Europa heeft een concurrerende, betrouwbare, reguliere, basislastvermogen opwekkende capaciteit nodig die door kernenergie kan worden geleverd. In de tussentijd kan op het zielige stroompje fluctuerende elektriciteit van windmolenparken niet worden vertrouwd om Europa's industrieën van energie te voorzien.
Veel landen in de EU, inclusief mijn eigen land, zullen, deels als gevolg van de richtlijn grote stookinstallaties, later in dit decennium worden geconfronteerd met het vooruitzicht van een energiecrisis. Als we niet serieus blijven bouwen aan energieopwekkende capaciteit, waarmee ik doel op kernenergie en kolen, zullen we onszelf tegenkomen als de lichten doven.
Bogusław Sonik (PPE). – (PL) De kwestie van energie en het energienetwerk is van cruciaal belang voor de toekomst van de Europese economie. In een uiteenlopende reeks van documenten, debatten en bijeenkomsten wordt het belang van energiezekerheid onderstreept. Echter, om ervoor te zorgen dat woorden en verklaringen worden gevolgd door specifieke oplossingen en meetbare effecten, moeten we in de eerste plaats zorgen voor toereikende financiering van geplande investeringen. Volgens een door Exxon Mobil – een van de grootste olieconcerns ter wereld – uitgebracht rapport zal de mondiale vraag naar energie jaarlijks met circa 1,2 procent toenemen, hetgeen betekent dat deze vraag in 2030 met ongeveer 35 procent zal zijn gestegen.
De vraag naar gas – dat de op één na belangrijkste energiebron zal zijn – zal jaarlijks met 1,8 procent toenemen. Momenteel wordt er wereldwijd iets meer dan 3 miljard m3 gebruikt; in 2030 zal er circa 4,3 miljard m3 nodig zijn. Europa's steeds grotere behoefte aan gas zal tot gevolg hebben dat we steeds afhankelijker worden van de import ervan, van 45 procent in 2005 tot 70 procent in 2030. Gezien deze cijfers zou de financiële steunverlening van de Europese Gemeenschap voor het energienetwerk strategisch moeten worden aangepakt.
In de huidige economische en financiële situatie is het vooral moeilijk om investeerders te vinden voor een groot aantal projecten, dat alleen voortgezet zal kunnen worden met afdoende steun van de Europese Unie. Er moet voorrang worden gegeven aan de projecten die zich toespitsen op grensoverschrijdende behoeften en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe technologie, die van essentieel belang is voor de toekomstige energiebehoeften van Europa. Mede door deze projecten zullen verschillen in verbindingen tussen systemen in de Europese Unie kunnen worden weggenomen en zal er optimaal gebruik kunnen worden gemaakt van de eigen energiebronnen van de Europese Unie.
Seán Kelly (PPE). – (EN) Mevrouw de Voorzitter, deze kwestie is heel belangrijk om minstens drie redenen: ten eerste omdat we moeten nadenken over energiezekerheid, daar de dag gaat komen waarop fossiele brandstof opraakt, ten tweede omdat wij klimaatdoelstellingen hebben voor 2020, of zoals sommige mensen hebben bepleit voor 3020 of zelfs 4020, en ten derde – en dit is heel belangrijk – omdat we minder moeten gaan vertrouwen op fossiele brandstoffen, die afkomstig zijn van soms instabiele en dictatoriale regimes.
We hebben dus de tijd tegen en een van de gebieden die serieuze aandacht vraagt, is die van onderzoek en innovatie. En ik maak mij zorgen over doublures op dat gebied.
Ik hoorde onlangs dat er 45 verschillende groepen onderzoek doen naar salmonellabacteriën. Welnu, als dit gebeurt met salmonellabacteriën, dan kun je 450 groepen hebben die hetzelfde onderzoek doen naar hernieuwbare energie zoals windenergie, zonne-energie, getijdenenergie en golfslagenergie.
Dus wil ik de Commissie vragen welke plannen zij heeft om dit onderzoek te coördineren, zodat met het oog op het verkrijgen van de benodigde technologie optimaal gebruik wordt gemaakt van de beschikbare middelen.
Ioan Enciu (S&D). – (RO) Ik wil mevrouw Vălean feliciteren met dit verslag. Ik wil een paar aspecten met betrekking tot het belang van investeringen in infrastructuur belichten. Voortdurende ontwikkeling van de energie-infrastructuur is de enige manier waarop we kunnen omgaan met een steeds veranderende samenleving. De ontwikkeling van bestaande netwerken is, samen met investering in nieuwe typen netwerken die zijn aangepast aan innovatieve energiebronnen, een essentiële factor voor het vergemakkelijken van de toegang tot nieuwe energiebronnen, zowel voor de bevolking als voor de industrie.
Op dit moment vindt de facto regionale samenwerking plaats in de energiesector. Deze moet echter worden versterkt met duidelijke regelgeving. Solidariteit tussen de lidstaten is een idee dat moet worden vertaald naar de werkelijkheid. Grotere investeringen in IT-systemen voor toezicht op en rapportage over brandstofvoorraden tijdens een crisis zijn ook belangrijk.
Tot slot wil ik benadrukken dat investeringen en de ontwikkeling van ICT-oplossingen in de energiesector essentieel zijn voor de ontwikkeling van een energiezuinige, koolstofarme economie.
Miroslav Mikolášik (PPE). – (SK) Het Verdrag van Lissabon, dat de bevoegdheden van de EU op het gebied van energiezekerheid heeft versterkt, moet op actieve wijze worden gebruikt om moeilijkheden te overwinnen en eventuele problemen op de energiemarkt te voorkomen.
Informatie over investeringsprojecten met betrekking tot de energie-infrastructuur kan bijdragen aan het opsporen van hiaten tussen vraag en aanbod in deze sector en daarmee aan de verwezenlijking van een beter, door solidariteit gekenmerkt gemeenschappelijk energiebeleid dat de lidstaten nader tot elkaar brengt op de energiemarkt. Om voornoemde redenen acht ik het ook noodzakelijk om exacte en juiste informatie te verzamelen over beoogde investeringen, zodat de EU geïnformeerde besluiten kan nemen over het energiebeleid op grond van een alomvattend beeld en van de situatie die in elk van de lidstaten heerst.
Czesław Adam Siekierski (PPE). – (PL) Het garanderen van een stabiele en ononderbroken energievoorziening is een prioriteit geworden voor de regeringen van EU-lidstaten en voor de Gemeenschap als geheel. Speciale verantwoordelijkheid hiervoor draagt de Europese Commissie, die er met haar optreden naar zou moeten streven de energievoorziening voor de Gemeenschap veilig te stellen via de ontwikkeling en bewaking van de goede werking van de Europese energiemarkt.
Steun voor effectieve investeringsprojecten in de energiesector zou één van de mechanismen van het multidimensionele energiebeleid van de Commissie moeten zijn. De Commissie zou regelmatig analysen en onderzoek moeten verrichten. Deze analysen zouden gebaseerd moeten zijn op informatie over investeringsprojecten in de energie-infrastructuur van de afzonderlijke landen, waarbij de nadruk niet alleen ligt op de huidige voorzieningen, maar ook op de bestudering van investeringsprojecten ten behoeve van een grotere diversificatie van zowel de bronnen voor de energiegrondstoffen als de manier waarop deze worden getransporteerd en verwerkt. Wanneer de Commissie beschikt over vergelijkbare analysen van alle EU-lidstaten zal zij de voor de Europese energiemarkt geschiktste strategie kunnen uitkiezen.
Paul Rübig (PPE). – (DE) Mevrouw de Voorzitter, commissaris Oettinger, een van de belangrijkste problemen in de energiesector is natuurlijk de opslag van energie. Ik ben van mening dat het in verband met de voorzieningszekerheid nodig is om meer over opslag na te denken. Dit is vooral bij hernieuwbare energie een enorme uitdaging.
Anderzijds is het ook van belang om slimme netwerken te ontwikkelen. Hoe meer hernieuwbare energie we hebben, des te groter zijn de kansen dat we met slimme netwerken ons milieu ook energie-efficiënter kunnen maken en dat we uiteindelijk de huishoudens kunnen stimuleren om met slimme meters minder energie te gebruiken en ook de kosten te verlagen. In de toekomst zal een grotere efficiëntie een centrale rol gaan spelen, niet alleen bij de productie van energie, maar vooral ook bij het gebruik ervan.
Günther Oettinger, lid van de Commissie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, geachte afgevaardigden, ik dank u voor uw waardvolle verbeteringsvoorstellen. De Commissie zal zich ervoor inspannen dat de lidstaten in de uiteindelijke versie van de verordening met veel van uw voorstellen rekening houden.
Van de kant van de Commissie zijn we ons bewust van het vertrouwelijke karakter van de mededeling van geplande projecten. Daarom zijn wij het eens met de voorstellen van dit Parlement om alleen gegevens te publiceren die al op het niveau van de lidstaten zijn verzameld. Bovendien moeten de gegevens op Europees niveau zo worden gebundeld dat er geen conclusies met betrekking tot individuele ondernemingen en hun beleid uit kunnen worden getrokken. Dit is belangrijk wanneer er op nationaal niveau slechts één onderneming in een bepaalde energiesector werkzaam is.
Zoals reeds gezegd verwelkomen wij ook een uitbreiding van het toepassingsgebied naar productiecapaciteiten voor olie, gas en steenkool. Ik wil u niet verzwijgen dat de lidstaten minder welwillend tegenover dit voorstel staan, maar zij beloven de opname van deze capaciteiten binnen vijf jaar opnieuw in overweging te zullen nemen.
Ongeacht onze uiteenlopende opvattingen over de rechtsgrondslag voor de verordening, kan ik u verzekeren dat de Commissie naar een uitgebreid debat over infrastructuur streeft. Het nieuwe infrastructuur- en solidariteitsinstrument dat nog ontwikkeld moet worden en dat volgt op de financiële steun van de EU voor de trans-Europese energienetten, zal daartoe de gelegenheid bieden, evenals de voortgangsverslagen van de Commissie over de uitvoering van het economisch herstelplan ten gunste van energieprojecten.
Adina-Ioana Vălean, rapporteur. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik bedank de commissaris en collega's voor hun interessante bijdragen aan dit debat.
Nog een paar woorden tot besluit – of liever gezegd als mijn conclusie. Allereerst wil ik nogmaals benadrukken dat de politiek zich beslist moet onthouden van ingrepen in de markt. Laten we niet vergeten dat Europa een markteconomie is en de politiek hier slechts is om zwakheden van de markt te corrigeren.
Ten tweede blijf ik bij mijn opvatting dat we deze verordening niet moeten gebruiken om de correcte toepassing van andere verordeningen na te gaan of om uitputtende informatie te verstrekken; het is geen oefening in statistiek. We moeten beslist de verzamelde informatie op een bepaald niveau van relevantie houden, anders verliest deze haar doel onder een reusachtige hoeveelheid gegevens. En deze verordening gaat niet over het ontwerpen van een beleid over hernieuwbare energiebronnen of gas.
Ten slotte wil ik tegen mijn collega Lena Ek zeggen dat ik slechts hoop dat de geaggregeerde gegevens die we als resultaat van deze verordening zullen hebben, ons zullen helpen slimmer te worden op het gebied van energiekwesties en in ons algemeen belang zullen zijn.
De Voorzitter. – Het debat is gesloten.
De stemming vindt donderdag 25 februari 2010 plaats.
Schriftelijke verklaringen (artikel 149)
Paolo Bartolozzi (PPE), schriftelijk. – (IT) Ik wil de Europese Commissie feliciteren met het feit dat zij een wijziging van de verordening inzake investeringsprojecten in de energie-infrastructuur in de Europese Unie bij de Raad heeft ingediend.
Het verslag verrijkt de inhoud op een zinvolle en actuele manier en wel om twee redenen. De eerste reden is dat daarmee transparante informatie wordt verstrekt over de veiligheid en betrouwbaarheid van gevoelige gegevens die de Commissie periodiek moet ontvangen voor een efficiënte uitvoering van het energiebeleid. Het verslag is in lijn met het Verdrag van Lissabon, waarin bijzondere aandacht wordt besteed aan het energiebeleid door middel van het versterken en coördineren van de verschillende methodes en de benodigde investeringen voor de sector.
Het feit dat de top in Kopenhagen de verschillende politieke leiders van de wereld niet tevreden heeft gesteld, betekent dat de uit te voeren beleidsmaatregelen een strategiewijziging behoeven. Het Europees Parlement besteedt bijzondere aandacht aan het probleem teneinde toezicht te kunnen uitoefenen op energie-investeringen op het gebied van de aanleg, het vervoer en de opslag van energieproducten en aldus de productie- en distributiesectoren tevreden te stellen en daarmee de gezondheid van de consument te beschermen.
De tweede reden is dat het energiebeleid van de EU zich moet richten op diversificatie, voorzieningszekerheid en energie-efficiëntie, aangezien de EU een tekort heeft aan energieproducten en de interne vraag, evenals de import, met de dag groeit.
Elena Băsescu (PPE), schriftelijk. – (RO) Het solidariteitsbeginsel moet het platform leveren voor de opstelling van het energiebeleid van de Europese Unie. Als de lidstaten samenwerken, kunnen ze zorgen voor een veiligere, goedkopere en efficiëntere energievoorziening aan burgers en bedrijven. Het is van essentieel belang voor de Europese Unie dat er een energie-infrastructuur komt die samenwerking tussen de lidstaten vergemakkelijkt om de problemen die tijdens energiecrises ontstaan te verminderen. Deze verordening levert de Europese Commissie informatie over energiestructuren, zodat zij het overzicht behoudt. Hiertoe behoren gegevens over infrastructuren voor olie en aardgas en voor vernieuwbare energiebronnen. Na het verzamelen van deze informatie wordt het mogelijk tekortkomingen in het Europese energiestelsel te signaleren en maatregelen voor te stellen om deze te corrigeren. De maatregelen op Europees niveau moeten de nationale en regionale strategieën aanvullen. Ik ben van mening dat het uiterst belangrijk is dat wij het vertrouwelijke karakter van de commerciële informatie die wordt verzameld beschermen. Bovendien is het belangrijk om toezicht te houden op de Europese investeringen in derde landen die een grote invloed hebben op de energiemarkt van de EU.
Sergio Berlato (PPE), schriftelijk. – (IT) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het voorstel voor een verordening inzake investeringsprojecten met betrekking tot energie-infrastructuur in de Europese Gemeenschap is een belangrijk instrument om op efficiënte wijze op Europees niveau een energiebeleid te bevorderen.
Ik ben het eens met de motivering van dit voorstel, oftewel de noodzaak om een coherent en algemeen kader op te stellen voor de ontwikkeling van investeringen in energie-infrastructuren in de Gemeenschap, dat de Commissie de mogelijkheid biedt de stand van zaken bij de ontwikkeling van de geplande investeringsprojecten in de energiesector te monitoren.
Monitoring is absoluut essentieel om ervoor te zorgen dat het beleid ter ondersteuning van de projecten transparant is, maar wel onder de voorwaarde dat de administratieve last voor kleine en middelgrote ondernemingen, die de motor zijn van de economie van de Europese Unie, zoveel mogelijk wordt beperkt.
Ik vind het positief dat er een compromis is bereikt om ervoor te zorgen dat de Commissie bij de ontvangst en verwerking van de gegevens van de ondernemingen op de markt vertrouwelijkheid waarborgt. Investeringsprojecten in de energie-infrastructuur zijn cruciaal voor het oprichten van een vrije en daardoor ook concurrerende energiemarkt.
Om die reden verzoek ik de Commissie om op basis van de geaggregeerde gegevens periodieke analyses te maken van de structurele ontwikkeling van de energiesector, teneinde vast te stellen op welke terreinen verbeteringen op de markt nodig zijn en welke obstakels een belemmering vormen voor het goed functioneren van die markt.
András Gyürk (PPE), schriftelijk. – (HU) Er gaat geen dag voorbij of een EU-lidstaat of een groot bedrijf kondigt wel aanzienlijke investeringsplannen in de energiesector aan. Er liggen tientallen verschillende gasleidingen, offshore windparken en krachtcentrales op de tekentafels. De coördinatie van de toekomstige investeringen laat echter veel te wensen over. Alleen daarom al moet de hier behandelde verordening worden gesteund, aangezien deze de verplichtingen van de lidstaten op het gebied van gegevensverstrekking in verband met energie-investeringen op een uniforme leest wil schoeien. De verordening die nog moet worden aangenomen, zorgt ervoor dat regionale investeringen op elkaar kunnen worden afgestemd en bevordert een gemeenschappelijke planning, zodat de Europese energiemarkt en de voorzieningszekerheid kunnen worden verbeterd.
Ik vind het belangrijk dat de verplichtingen voor gegevensverstrekking die in het voorstel worden genoemd, geen overdreven grote administratieve last op de schouders van de autoriteiten in de lidstaten leggen. We moeten ervoor zorgen dat de wijze van gegevensverstrekking voldoet aan de eerder aangenomen voorschriften. Het is de moeite waard om in dit opzicht in herinnering te brengen dat de EU-richtlijnen betreffende de interne markt voor elektriciteit en aardgas nu al voorschrijven dat investeringsplannen moeten worden opgesteld voor periodes van tien jaar.
Het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie strekte zich niet uit tot investeringen op het gebied van stadsverwarming. Daarom moet steun worden verleend aan het amendement van de Commissie industrie, onderzoek en energie waarin stadsverwarming is opgenomen als een van de gebieden waarvoor de verplichting tot gegevensverstrekking geldt. We mogen namelijk niet vergeten dat stadsverwarming in de nieuwe lidstaten een bijzonder grote rol speelt in de voorziening van de bevolking. In Hongarije gaat het hier bijvoorbeeld om ongeveer twee miljoen mensen. Daarom kunnen de investeringen in verband met stadsverwarming niet buiten beschouwing worden gelaten bij de afstemming van het beleid op het vlak van energie-investeringen.
Edit Herczog (S&D), schriftelijk. – (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ondanks de grote onzekerheden die met de verwezenlijking van investeringsprojecten voor de infrastructuur van de energie-industrie gepaard gaan, en ondanks dat de huidige economische- en kredietcrisis ernstige moeilijkheden opwerpt voor de investeringsprojecten in de energiesector, moeten we toch duidelijk voor ogen houden dat het vanuit het perspectief van het nieuwe Europese energiebeleid, waarin de doelen energievoorzieningszekerheid, matiging van de effecten van klimaatverandering en behoud van het concurrentievermogen zijn opgenomen, cruciaal is dat er de komende jaren in de Europese Unie aanzienlijk wordt geïnvesteerd in infrastructuur voor de energie-industrie. Het gaat namelijk om een belangrijk instrument voor het opstellen van een gemeenschappelijk energiebeleid.
Zonder voldoende informatie over onze infrastructuur in de energie-industrie kunnen we het Europese energiebeleid op EU-niveau niet effectief steunen. Juist daarom zie ik het als ons gemeenschappelijk doel om ervoor te zorgen dat de Gemeenschap op regelmatige basis precieze informatie ontvangt over investeringsprojecten voor de infrastructuur in de Europese energie-industrie, dat we de lasten in verband met de mededeling verlichten, dat we het nut van analyses die worden uitgevoerd aan de hand van de informatie die de Commissie binnenkrijgt, kunnen vergroten, en dat we de lasten verlichten van de economische spelers in de particuliere sector, die een steeds belangrijkere rol spelen bij investeringen voor de verbetering van de infrastructuur.
Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz (PPE), schriftelijk. – (PL) Ik betuig mijn oprechte dank aan de rapporteur voor dit evenwichtige verslag. De erin vermelde geconsolideerde inspanningen van de lidstaten en de Europese Commissie zullen resulteren in een geïntegreerd en verbeterd systeem van energiezekerheid voor de Unie en tegelijkertijd in een grotere efficiency en lager energieverbruik. Als onderdeel van het communautaire energiebeleid zouden de Commissie en de lidstaten de investeringen moeten uitkiezen die noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de strategische behoeften van de EU in termen van vraag en aanbod op het gebied van aardgas en elektriciteit. De verordening voorziet in de totstandbrenging van gemeenschappelijke kaders op basis waarvan de Europese Commissie gegevens en informatie ontvangt over investeringsprojecten in de energie-infrastructuur voor ruwe olie, aardgas, elektriciteit, biobrandstoffen en over koolstofarme investeringsprojecten voor stadsverwarmings- en -koelingssystemen. Het lijdt geen twijfel dat kolen absoluut noodzakelijk zijn voor het behoud van de stabiliteit van het energiesysteem. Deze mogen niet opzij worden geschoven ten gunste van duurzame energiebronnen, aangezien hiermee niet kan worden voldaan aan de behoeften van de zich voortdurend uitbreidende en ontwikkelende economische sectoren van de nieuwe lidstaten. Bij het benadrukken van de voordelen van kolen als energiebron moet er echter tegelijkertijd op worden gewezen dat we door het gebruik van nieuwe technologie de vervuiling beter kunnen tegengaan en de vastgestelde CO2-emissielimieten geleidelijk kunnen realiseren.
Rovana Plumb (S&D), schriftelijk. – (RO) In de context van het nieuwe energiebeleid dat gericht is op het garanderen van de energieaanvoer, het verminderen van de invloed van klimaatverandering en het waarborgen van het concurrentievermogen, spelen investeringen in de energie-infrastructuur een sleutelrol. De nieuwe beleidseisen, zoals doelstellingen voor de brandstofmix, zullen het beleid van de lidstaten veranderen, zodat zij kunnen profiteren van nieuwe, gemoderniseerde energie-infrastructuur.
De Commissie stelt voor het huidige systeem van mededeling van energie-investeringsprojecten te herzien. Het doel is het verzamelen van geschikte informatie over geplande investeringen aan de hand waarvan de Commissie toezicht kan houden op de situatie met betrekking tot de infrastructuur en kan inspelen op potentiële problemen. Aangezien de huidige EU-wetgeving al verslagleggings- en mededelingsverplichtingen oplegt met betrekking tot investeringen en infrastructuren, moet het gebruik van deze informatie beter worden gecoördineerd, teneinde doublures met betrekking tot verplichtingen inzake verslaglegging en vertrouwelijkheid te vermijden, terwijl tegelijkertijd de toegang van burgers tot informatie moet worden verbeterd. Hoewel het voorstel voornamelijk gericht is op administratieve zaken, geeft het een idee van het karakter en de kenmerken die worden voorzien voor toekomstige investeringen.
Het is daarom belangrijk om sterker nadruk te leggen op het milieueffect van de projecten om garanties en extra stimulansen te bieden voor het aanleggen en ontmantelen van energie-infrastructuren op een duurzame manier en met voldoende respect voor het milieu. Ik feliciteer de rapporteur.
Richard Seeber (PPE), schriftelijk. – (DE) De beheersing van de stijgende vraag naar energie en daarbij tegelijkertijd de bescherming van het milieu, vooral met het oog op de door de mens veroorzaakte klimaatverandering, is een van de grootste taken die de EU de komende tijd op zich moet nemen. In dit verband is het uiterst belangrijk dat energie-infrastructuurprojecten in de lidstaten op Europees niveau bekend zijn. Daardoor kan efficiënter aan een Europese energieoplossing worden gewerkt. De voorliggende tekst over gegevensuitwisseling met betrekking tot investeringsplannen voor energie-infrastructuur biedt een goed overzicht van de bestaande energie-infrastructuur in Europa.
Uiteraard mag dit verslag niet leiden tot misbruik van gegevens. Ik verwelkom daarom het partijoverschrijdend compromis waarin duidelijke spelregels voor gegevensoverdracht worden vastgelegd. Een centraal toezicht biedt ook de mogelijkheid om vroegtijdig vast te stellen of Europa te sterk van slechts één energiebron afhankelijk is. Alles bij elkaar genomen wordt met het verslag een stap in de richting van een moderne energiemix gezet.
Vladimir Urutchev (PPE), schriftelijk. – (BG) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, tot dusver hebben we alleen gesproken over de noodzaak om snel een gemeenschappelijk Europees energiebeleid op te stellen als er zich een crisis voordeed, zoals in de winter van 2009. We kunnen met terechte bezorgdheid zeggen dat we niet op deze manier verder kunnen gaan. Ik ben derhalve blij met het verslag van mevrouw Vălean, dat mijns inziens een belangrijke stap in de richting van een gemeenschappelijk Europees energiebeleid is. Het staat buiten kijf dat de aanneming van een aantal richtlijnen en verordeningen voor de energiesector de vereiste voorwaarden zal scheppen om een dergelijk gemeenschappelijk beleid op te stellen. We hebben naar mijn mening bijna het punt bereikt waarop we zelfs over een overeenkomst tot vaststelling van een Europees energiebeleid kunnen praten. Door de invoering van een mededelingssysteem voor investeringsprojecten in de energiesector in elke lidstaat afzonderlijk krijgt de Commissie een volledig beeld van de ontwikkelingen in de energie-infrastructuur in de EU, waardoor ze de lidstaten tevens oplossing voor de problemen op de zwakste gebieden kan aandragen. Dit zal bijdragen aan een degelijke en betrouwbare infrastructuur die zowel de werking van de interne energiemarkt kan ondersteunen als de gevolgen kan opvangen als er zich een crisis voordoet. Het belangrijkste is dat een degelijke gemeenschappelijke Europese energie-infrastructuur een eerste vereiste is voor een gemeenschappelijk Europees energiebeleid, waar het Europees Parlement al in een aantal documenten op heeft aangedrongen.