Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Dinsdag 20 april 2010 - Straatsburg Uitgave PB

5. Coördinatie van de humanitaire hulp en de wederopbouw in Haïti (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is de verklaring van de Commissie: coördinatie van de humanitaire hulp en de wederopbouw in Haïti

 
  
MPphoto
 

  Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mijn dank uitspreken aan alle leden van dit Parlement voor de aandacht die het Parlement blijft besteden aan Haïti.

Voordat ik het woord geef aan Andris Piebalgs, die u zal informeren over de wederopbouw en ontwikkeling van Haïti, wil ik graag aangeven wat de vier humanitaire problemen zijn voor de komende maanden en hoe de Europese Commissie deze aanpakt.

Het eerste probleem is de voortzetting van de humanitaire hulp. Daarbij gaat het met name om het bieden van onderdak, sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg. Het onderbrengen van 1,3 miljoen daklozen in Port-au-Prince in tijdelijke huizen is een zeer complexe onderneming omdat er allerlei praktische kwesties spelen als landeigendom, puinverwijdering, stadsplanning en veiligheid. Op dit moment wordt onze belangrijkste zorg gevormd door een groep van 10 000 à 30 000 mensen die in noodkampen leven in gebieden die kwetsbaar zijn voor overstromingen. Vanwege de komst van het orkaanseizoen moeten zij dringend naar een andere plek worden gebracht. Dit is een prioriteit in ons programma, evenals het versterken van vaardigheiden op het gebied van kampbeheer. We besteden veel aandacht aan de opslag van hulpgoederenvoorraden. De meeste daarvan waren volledig uitgeput na de aardbeving. We zijn deze voorraden nu aan het aanvullen en werken aan de capaciteit van de Haïtiaanse dienst voor civiele bescherming, die door de crisis sterker is geworden, zodat zij die voorraden kunnen gebruiken.

In de tweede plaats hanteren we een behoeftegerichte aanpak en bieden we hulp waar de mensen zijn, om verdere massabewegingen te voorkomen. We hebben ervoor gezorgd dat onze hulp het hele land bereikt en niet alleen Port-au-Prince. Op deze manier hebben we de druk op de hoofdstad helpen verminderen. Op dezelfde wijze hanteren wij een ‘hele eiland’-aanpak, of het nu gaat om Haïtiaanse vluchtelingen, de logistiek van de hulpverlening of de opslag van hulpgoederen voor het orkaanseizoen. Ook de Dominicaanse Republiek is van belang en die wordt in ons wederopbouwprogramma dan ook niet vergeten.

In de derde plaats zorgen wij ervoor dat we dankzij donorcoördinatie gebruik kunnen maken van elkaars relatieve voordelen. Met zoveel actoren in Haïti is dit niet gemakkelijk, maar we zijn consistent een sterke voorstander geweest van humanitaire coördinatie onder leiding van de VN. Toen ik in Haïti was, kreeg ik de indruk dat wij het eigenlijk heel goed deden, zowel wat de civiele bescherming van individuele landen betreft als ons eigen werk.

In de vierde plaats moeten we zorgen voor een overgang van humanitaire noodhulp naar herstel en wederopbouw. We werken nauw samen met Andris Piebalgs om deze transitie waar mogelijk te realiseren. Ik zal u twee specifieke voorbeelden geven. In de eerste plaats de voedselsector: wij stimuleren de lokale aankoop van voedingsmiddelen. We vragen onze partners, zelfs als het iets duurder is, lokale boeren te helpen door vraag te creëren en hen te helpen er weer bovenop te komen. Dat leidt natuurlijk tot wederopbouw. In de tweede plaats steunen wij ook de zogenoemde ‘cash-for-work’ programma’s om ook daarmee een overgang te realiseren van noodhulp naar wederopbouw.

Last but not least, zijn we zeer gericht op resultaten. Europa staat bovenaan als het gaat om omvang van de hulp en moet tevens bovenaan staan voor wat de resultaten betreft.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, op de internationale donorconferentie in New York heeft de Europese Unie 1 235 miljard euro toegezegd. Wij zijn de grootste donor wat de wederopbouw van Haïti betreft en dus zullen we ook de grootste bijdrage leveren aan het actieplan voor wederopbouw van de Haïtiaanse regering. Verder ben ik trots op de wijze waarop wij deze toezegging hebben gedaan, want het was een gemeenschappelijke actie van de EU waaraan veel EU-landen, zoals Spanje, Frankrijk en de bredere Gemeenschap hun steun hebben verleend. Maar ik ben er ook trots op dat zelfs mijn eigen land, dat niet zulke nauwe betrekkingen met Haïti onderhoudt, aanvullende financiering heeft toegezegd, boven op de fondsen die vanuit de communautaire begroting worden verstrekt.

De conferentie in New York vond plaats in een heel goede sfeer. In financieel opzicht was het resultaat erg goed, de Haïtiaanse regering had duidelijk een eigen inbreng en er waren veel belanghebbenden aanwezig. Sommige leden van het Europees Parlement zagen dat ngo’s, ook Europese ngo’s, een stem in het kapittel hadden. Bedrijven uit de EU waren er eveneens bij betrokken en onder leiding van premier Bellerive en Bill Clinton werden tijdelijke coördinatiemechanismen voorgesteld. Omdat alle belanghebbenden onder dit mechanisme vallen, is het uitgesloten dat er geldverspilling zal plaatsvinden of dat de fondsen voor andere doeleinden zullen worden gebruikt.

Het is nu erg belangrijk onze steun zo snel mogelijk een bestemming te geven. De Commissie en de lidstaten zijn al bezig een landenstrategiedocument en een nationaal indicatief programma voor Haïti op te stellen. Om onze gezamenlijke inspanningen te ondersteunen zullen we er nog harder aan werken om in Haïti een EU-huis op te zetten. Dit zal de zichtbaarheid vergroten en helpen de betrokkenheid van niet in Haïti aanwezige donoren te vergroten.

Ik ga deze week naar Haïti om uit de eerste hand concrete steun te verlenen aan de wederopbouw op lange termijn op het gebied van infrastructuur en bestuur. Deze week zal ik vijf financiële overeenkomsten tekenen voor in totaal meer dan 200 miljoen euro en ik zal tevens onder meer de nu herstelde weg tussen Port-au-Prince en Cap-Haïtien officieel openen. Dit soort herstelwerkzaamheden zijn volledig in lijn met het actieplan van de regering en ondersteunen de ´hele eiland´-benadering.

Om de capaciteiten van de regering te versterken zal ik eveneens het startsein geven voor de wederopbouw van het ministerie van Binnenlandse Zaken, die door de EU wordt gefinancierd. Verder zal ik een school openen in Mirabelais. Op verzoek van president Préval richten wij ons vooral op onderwijs en we zullen ook meedelen dat we meer aan begrotingssteun gaan doen. Begrotingssteun verlenen is geen blinde steun. We hebben talrijke voorzorgsmaatregelen getroffen en veel bezoeken afgelegd. Daarom kan ik u garanderen dat uw geld voor het beoogde doel zal worden aangewend.

Ik ga mij er ook sterk voor maken dat er regelmatige controles op de bouwwerkzaamheden plaatsvinden en dat de hulp sneller op de plaats van bestemming terechtkomt. Ik zal het Europees Parlement voortdurend op de hoogte houden van de vorderingen in de wederopbouw van Haïti.

Ik wil hier benadrukken dat dit niet mijn persoonlijke opvatting is maar dat het hele college van commissarissen erachter staat: Kristalina Georgieva, de hoge vertegenwoordiger, barones Ashton, en enkele andere collega’s die zullen helpen bij het toezicht op de wederopbouw, zoals Michel Barnier, die over een paar maanden naar Haïti gaat. Niet alleen de verantwoordelijke commissaris maar het hele college is deze plannen met hart en ziel toegedaan.

Met de autoriteiten moeten we bespreken hoe we de hulpverlening kunnen verbeteren. De betrokkenheid van de internationale gemeenschap zal op de lange duur geen stand houden als Haïti snel weer terugvalt in zijn oude manier van doen. Om dit te voorkomen moeten we ernaar streven doeltreffend te handelen, en we hebben daarvoor reeds enkele ideeën aangereikt. Maar ook ligt bij de autoriteiten en de Haïtiaanse bevolking een grote verantwoordelijkheid om beter te bouwen.

Twee punten springen eruit. Op het sociale vlak moet de regering worden aangespoord om zeer nauwe contacten met de oppositie en tevens met het gehele maatschappelijk middenveld te leggen. Dat zal zorgen voor een werkelijk nationale consensus rondom het ontwikkelingsplan en de stabiliteit bevorderen die nodig is voor de uitvoering van dat plan. Op het economische vlak dient het in New York gepresenteerde macro-economische kader te worden aangescherpt, gecombineerd met een helder pad naar werkgelegenheid en groei, dat de cyclus van armoede en ongelijkheid zal doorbreken.

 
  
MPphoto
 

  Gay Mitchell, namens de PPE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil beide commissarissen bedanken. Ik wil graag drie punten aan de orde stellen. Het eerste punt gaat over de methode en maatstaven die moeten worden gehanteerd om te bepalen welke behoeften Haïti op het gebied van wederopbouw heeft. Het tweede punt betreft de garantie dat wij onze toezeggingen gestand doen en het derde punt is de eigendomsrechten en de kwetsbaarheid van mensen die bijvoorbeeld in hutjes wonen op grond die niet van hen is.

Ten eerste dus de wederopbouw. Onlangs heb ik de presentatie ingeleid van een document van de Wereldbank waarin precies beschreven staat hoe wederopbouw handen en voeten moet krijgen. Het is een prachtig vormgegeven handboek geworden. Gaan we dit handboek gebruiken of gaan we soortgelijke maatstaven gebruiken om ervoor te zorgen dat de wederopbouw in Haïti op professionele wijze plaatsvindt? De Wereldbank heeft hier uitstekend werk verricht. De Haïtiaanse ambassadeur was bij mijn introductie van dat boek aanwezig.

Dan ten tweede onze toezeggingen. Ik was zeer verheugd over de mededeling van de commissaris dat hij vrijwel onmiddellijk 200 miljoen euro beschikbaar stelt. Maar zullen we dit onderwerp hier over een jaar of over vijf jaar opnieuw bespreken of gaan we eindelijk als donor onze toezeggingen nakomen aan een arm land dat we gewoonweg niet langer aan zijn lot kunnen overlaten?

Ten slotte het derde punt. De omvang van de verwoesting in Haïti was zodanig dat we niet alleen moeten kijken naar welke schade is aangericht; we moeten ons ook afvragen waarom die schade zo enorm is. Mensen die geen eigen grond hadden, leefden in ravijnen en op berghellingen. Hun woning was een hutje of wat voor constructie ze ook maar in elkaar konden zetten. De grond waarop ze woonden, was immers niet van hen. Als mensen eigendomsrechten hebben, zullen ze investeren in het bouwen van huizen die beter bestand zijn tegen dit soort schade. Ik vraag dus of u bij de aanpak van dit probleem bewust aandacht wilt geven aan dit punt.

Opnieuw bedank ik beide commissarissen voor hun betoog.

 
  
MPphoto
 

  Corina Creţu, namens de S&D-Fractie.(RO) De situatie in Haïti is verre van gestabiliseerd, zoals commissaris Georgieva, die eind maart in Haïti is geweest, en commissaris Piebalgs al hebben benadrukt. Soortgelijke uitspraken doen de humanitaire werkers die ter plaatse hulp verlenen en het proces van wederopbouw steunen. Terwijl de toestand in de hoofdstad weer normaal lijkt te worden, althans wat het dagelijks leven van de mensen betreft, geloof ik dat de inspanningen nu gericht moeten zijn op de plattelandsgebieden, die nog altijd grote problemen ondervinden.

Deze zaken zijn des te dringender en zorgwekkender omdat de regentijd nadert en de toestand van de vervoersinfrastructuur ertoe kan leiden dat de hulpstroom die moet voorzien in de alledaagse behoeften van de bevolking, wordt onderbroken. Het wederopbouwwerk begint nog maar net, zoals u ons hebt gezegd. Het is duidelijk dat zich ook andere problemen zullen blijven voordoen, in verband met de infrastructuur, het verschaffen van fatsoenlijke leefomstandigheden aan de bevolking en het waarborgen van een minimumniveau van openbare diensten, onderwijs en gezondheidszorg. Ook zullen problemen ontstaan bij het vinden van de noodzakelijke arbeidskrachten met voldoende scholing.

Een ander groot probleem is dat van de kinderen die wees geworden zijn of tijdelijk gescheiden zijn geraakt van hun familie, en die zich met het oog op hun toekomst in een hoogst kwetsbare en gevaarlijke situatie bevinden. Ik geloof dat we meer aandacht moeten richten op dit aspect van de humanitaire crisis in Haïti vanwege de aanhoudende problemen rond kinderhandel en illegale adoptie. Ten slotte zou ik, en dit is niet onbelangrijk, willen zeggen dat ik blij ben dat de beheersing van de problemen van Haïti voor de Commissie prioriteit behoudt. Ik kan u verzekeren dat hetzelfde geldt voor alle leden van de Commissie ontwikkelingssamenwerking.

 
  
MPphoto
 

  Charles Goerens, namens de ALDE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, door de komst van het orkaanseizoen in Haïti is het essentieel dat wij de humanitaire fase en waarschijnlijk ook andere noodmaatregelen continueren.

Eerst en vooral moet worden gezorgd voor voldoende, solide onderkomens. Deze maatregel is relevant, gezien het feit dat enerzijds de wederopbouw van de verwoeste woningen tijd vergt en anderzijds de orkanen die Haïti mogelijk zullen teisteren het ergste doen vrezen, zoals we uit recente ervaring weten.

Het zou domweg onverantwoord zijn om nu met de noodhulp te stoppen. De wederopbouw uitstellen zou dat eveneens zijn. In andere woorden, we moeten alles tegelijkertijd doen: noodhulp om nog meer onnodige doden te voorkomen, wederopbouw om zo snel mogelijk weer een enigszins normaal leven mogelijk te maken, herstel van de economie om op lange termijn middelen te genereren, versterking van de begrotingscapaciteit van Haïti op korte termijn en een vastberaden besluit tot decentralisering.

De donorconferentie, die op 31 maart jongstleden heeft plaatsgevonden in het hoofdkwartier van de Verenigde Naties, was een succes. Wat zal er overblijven van deze conferentie wanneer alles weer vergeten is? Laten we, naast de noodmaatregelen, in de eerste plaats denken aan de noodzaak van een snel herstel van de economie, wat de directeur-generaal van het IMF van harte toejuicht, die uitgaat van een jaarlijkse groeicapaciteit van 8 procent in de komende vijf jaar.

In de tweede plaats wordt, volgens dezelfde gedachtegang, het herstel van de landbouwsector de economische prioriteit. Haïti heeft momenteel 80 procent van zijn exportopbrengsten nodig om de import van agrarische producten te financieren. Laten we niet vergeten dat Haïti in het verleden periodes heeft gehad waarin het zelfvoorzienend was op het gebied van voedselproductie.

In de derde plaats zullen we de ontwikkeling van Haïti moeten evalueren aan de hand van criteria op het gebied van relevantie, doeltreffendheid, doelmatigheid en duurzaamheid.

In de vierde plaats is het voor de duurzaamheid van de ontwikkeling absoluut noodzakelijk dat de Haïtianen zich er volledig voor gaan inzetten.

In de vijfde plaats bewijst de aardbeving in Haïti eens te meer – voor zover dat al nodig was – dat het van belang is om op korte termijn een systeem voor snelle humanitaire hulp in het leven te roepen dat erop gericht is zowel de materiële als menselijke capaciteiten van alle lidstaten van de Europese Unie te bundelen.

Waar wachten we nog op om de voorstellen uit het verslag-Barnier te realiseren?

Tot slot zal blijken dat de omvang van de Europese steun aan de oplossing van het Haïtiaanse probleem van doorslaggevend belang is geweest. Dank aan de hoge vertegenwoordiger, dank aan commissarissen Piebalgs en Georgieva, alsmede aan hun directoraten-generaal, die onze waardering verdienen.

 
  
MPphoto
 

  Ryszard Czarnecki (ECR). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik spreek namens mijn fractie evenals namens onze coördinator, de heer Deva. Ik wil benadrukken hoe belangrijk het is dat de internationale steun voor Haïti op dit moment in feite bijna driemaal groter is dan hetgeen de Haïtiaanse overheid en de Verenigde naties hadden verwacht. De hulp zal 11,5 miljard euro bedragen. Hierbij moeten we benadrukken dat de Haïtiaanse regering een bedrag van minder dan vier miljard euro verwachtte voor de komende twee jaar. Het is van absoluut belang dat we ons concentreren op de wederopbouw van de infrastructuur. Dit werd tijdens het vorige debat ook door mijn collega, de heer Deva, benadrukt.

Ik wil nog een belangrijke zaak benadrukken: controle op deze steun. De regering in Haïti is erg zwak en de verdeling van de steun is grotendeels in handen van verschillende, vreemde elites. Daarom is het belangrijk dat de internationale organisaties en de Europese Unie weten bij wie het geld in werkelijkheid terechtkomt.

 
  
MPphoto
 

  Patrick Le Hyaric, namens de GUE/NGL-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, we moeten erop toezien dat de donaties die zijn toegezegd tijden de donorconferentie straks ook echt worden overgemaakt en daadwerkelijk op de juiste plek terechtkomen. Uiteraard denk ik niet dat dat voldoende is om Haïti weer op een duurzame manier op te bouwen, ofschoon we het Haïtiaanse volk heel veel verschuldigd zijn.

De Europese burgers zelf zijn erg royaal geweest in hun solidariteit, maar helaas is de kans groot dat de ramp die onze Haïtiaanse medemensen is overkomen, in de vergetelheid zal raken. Zoals u al heeft gezegd, is er sprake van haast: haast omdat er cyclonen kunnen komen die de levensomstandigheden van de bevolking nog meer verslechteren, haast om huizen en gebouwen te herbouwen, zoals scholen en ziekenhuizen, nu de Haïtiaanse regering sommige kampen begint te ontruimen, haast om de voedselhulp en de zorg beter te coördineren en te verdelen, en ook haast om een nieuw en duurzaam agrarisch en plattelandsproject te ontwikkelen, zodat Haïti zijn eigen voedselvoorziening zeker kan stellen.

Alle hulp en de coördinatie van de internationale hulp moeten erop gericht zijn de Haïtiaanse bevolking toegang tot hun grondrechten te waarborgen. Waarom leggen we bijvoorbeeld niet vast dat alle overheidsopdrachten voor de wederopbouw onderworpen moeten zijn aan de eerbiediging van deze rechten en clausules moeten bevatten voor werkgelegenheid, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg? Er kan geen sprake zijn van een goede coördinatie van de hulp en de wederopbouw zonder de inzet van het volk zelf, de vakbondsorganisaties, de niet-gouvernementele organisaties en de landbouworganisaties.

We zouden de aanzet moeten geven tot de uitwerking van een nieuw project voor Haïti, dat erop gericht is een einde te maken aan uitsluiting, armoede, afhankelijkheid en economische en politieke overheersing.

Laten we nooit vergeten dat de verschrikkelijke nood van de Haïtianen niet alleen te wijten is aan de vreselijke aardbeving. De toestand in Haïti is ook het gevolg van overheersing en plundering door vele andere landen en we zijn het Haïtiaanse volk doeltreffende steun verschuldigd, met respect voor de economische en politieke soevereiniteit: die van het Haïtiaanse volk.

 
  
MPphoto
 

  Bastiaan Belder, namens de EFD-Fractie. Mijnheer de Voorzitter, na de ramp is in korte tijd een evaluatie gemaakt om de prioriteiten voor de hulp vast te stellen. Uit betrouwbare bron, een Nederlandse NGO, vernam ik dat hierbij nauwelijks gebruik is gemaakt van lokale expertise. Om een draagvlak te creëren onder de bevolking lijkt me dat een eerste vereiste. Met onmiddellijke ingang moeten Haïtiaanse organisaties en overheden derhalve betrokken worden bij de wederopbouw. Europese NGO's kunnen hierbij bijzonder van dienst zijn door hun goede lokale contacten en het deed me deugd dat ik van beide Commissieleden hoor dat zij in deze richting denken - een draagvlak creëren in Haïti zelf.

Een ander punt. De voedselhulp door de Verenigde Staten en andere landen lijkt een goed initiatief, maar hierdoor zijn de landbouw en voedselzekerheid in Haïti ernstig verstoord. Deze situatie leidt ertoe dat het land voor meer dan 50 procent afhankelijk is geworden van voedselimport en dat 35 procent van de oogst geen aftrek vindt. Er moet flink geïnvesteerd worden in de landbouw ter plekke om de voedselzekerheid te garanderen en ook hier hoorde ik al in de stellingname van beide Commissieleden dat de Commissie in dezelfde richting denkt, dus dat geeft mij veel moed. Juist op deze dag las ik in de Frankfurter Allgemeine een hele pagina over de huidige situatie in Haïti. Het is werkelijk hartverscheurend. Huisvesting, onderwijs, ik hoor dat dit prioriteiten van de Europese Commissie zijn. Gaat u daarmee door. Ik wens u veel succes en bovenal Gods hulp.

 
  
MPphoto
 

  Mario Mauro (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, dankzij het concrete optreden van de commissarissen is er inderdaad al heel wat gedaan, maar ik denk ook te mogen zeggen dat we niet tevreden mogen zijn. Een programma voor de zeer lange termijn, en misschien wel voor altijd, is noodzakelijker dan ooit, gezien de apocaliptische situatie waarin het land verkeert.

De kritieke periode is waarschijnlijk nog niet voorbij. Net als op de eerste dag gaan nog steeds mensen dood van honger, dorst en armoede, en meer dan een miljoen mensen op het eiland zijn dakloos geworden en zullen binnenkort te maken krijgen met het regen- en orkaanseizoen.

Dus wat moeten we doen? Zoals de commissaris al heeft gezegd, moeten we de coördinatie tussen de verschillende instellingen versterken en deze coördinatie verbinden aan productievere betrekkingen met NGO’s, met name met de organisaties die ter plekke actief zijn en weten hoe zij de Haïtiaanse burgers het beste kunnen laten participeren en eigenaarschap kunnen geven.

We moeten ons er allemaal van bewust zijn dat wij een baken zijn voor Haïti en zijn bevolking en er daarom voor moeten zorgen dat zij begrijpen dat wij de waarde en de waardigheid van elke persoon hersteld willen zien. Voor hen betekent dit dat zij, te midden van het enorme lijden als gevolg van de aardbeving, weer hoop krijgen op geluk.

 
  
MPphoto
 

  Enrique Guerrero Salom (S&D). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren commissarissen, allereerst wil ik graag mijn medeleven en dank betuigen aan de familieleden en collega’s van de vier Spaanse militairen die vorige week in Haïti zijn omgekomen.

Het waren gespecialiseerde officieren van het Spaanse leger, maar ze waren daar als eenvoudige soldaten die deel uitmaakten van de internationale hulptroepen en hulpactiviteiten verrichtten toen hun helikopter crashte.

Hun voorbeeld toont aan dat er in de meeste gevallen geen tegenstrijdigheid bestaat tussen veiligheid en humanitaire hulp. Integendeel, zonder veiligheid is het lastig om de onafhankelijkheid en neutraliteit van het humanitaire optreden te waarborgen. Dit is iets waarvoor de gewapende troepen van een groot aantal Europese landen, waaronder Spanje, erkenning verdienen.

Mijnheer de Voorzitter, dames en heren commissarissen, Haïti heeft laten zien dat armoede de schade van natuurrampen aanzienlijk verergert en dat het gebrek aan bestuurbaarheid de mogelijkheid van daadkrachtige oplossingen belemmert.

Normaliter gaan armoede en gebrek aan bestuurbaarheid samen en dit was en is ook het geval in Haïti, wat inhoudt dat wij niet alleen de wederopbouw moeten steunen, maar ook de bestuurbaarheid van Haïti, omdat wij alleen op die manier de doelstelling kunnen verwezenlijken die wij ons in New York hebben gesteld: dat Haïti zelf leiding geeft aan de wederopbouw en dat het maatschappelijk middenveld aan die wederopbouw bijdraagt.

 
  
MPphoto
 

  Louis Michel (ALDE). – (FR) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst de twee commissarissen die verantwoordelijkheid zijn voor dit onderwerp complimenteren met hun interventies en hun continu engagement voor snel reageren. Mijn complimenten dus!

De aardbeving in Haïti heeft een uitzonderlijke en alleszins gerechtvaardigde golf van solidariteit en broederschap op gang gebracht. Ik heb ook waardering voor de moed en de inzet van het Haïtiaanse volk, de Haïtiaanse autoriteiten, het maatschappelijk middenveld, de NGO's, de Haïtiaanse diaspora en uiteraard de donoren uit de gehele wereld.

Het is bekend dat de structuren en instellingen in Haïti zwak zijn, en deze ramp heeft de dramatische omvang van deze zwakheden duidelijk aan het licht gebracht. Op 31 maart jongstleden hebben de donoren in New York duidelijk kenbaar gemaakt dat hun financiële hulp ten goede moet komen aan het Haïtiaanse plan voor wederopbouw en ontwikkeling. Het beginsel van eigenaarschap is daarmee vastgelegd en aldus kunnen de Haïtianen weer vertrouwen krijgen in hun instellingen, wat dringend noodzakelijk is.

De hulp van de donoren moet uiteraard goed gecoördineerd worden en van goede kwaliteit zijn. Zoals president Préval zegt, moet de wederopbouw zo goed mogelijk worden uitgevoerd, en de vrijgevigheid van de donoren moet in goede banen worden geleid door onder andere een tijdelijke commissie voor de wederopbouw van Haïti en een uit meerdere donoren bestaand beheersfonds in te stellen.

Zo goed mogelijk opbouwen betekent ook versterking van bestuur en instellingen, die op de rechtsstaat gegrondvest moeten zijn, en decentralisatie. Dit zijn de centrale elementen van het aanpassings- en wederopbouwplan. Commissarissen, ik hoop dat u rekening zult houden met deze zienswijze, en daaraan twijfel ik natuurlijk niet.

 
  
MPphoto
 

  Michèle Striffler (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, op dit moment wonen honderdduizenden mensen nog altijd in noodkampen, en nu het regen- en orkaanseizoen in aantocht is, is er echt haast geboden.

Gezien de talloze humanitaire hulpverleners ter plaatse en de afwezigheid van de overheid, moet alles in het werk worden gesteld om de coördinatie van de hulp te verbeteren onder beschermheerschap van de Verenigde Naties en om hulp te verlenen op een samenhangende en doeltreffende wijze.

Ik ben naar de internationale donorconferentie in New York geweest van 31 maart en ik ben blij dat de Europese Unie een bedrag van 1,3 miljard euro bijdraagt aan de wederopbouw van Haïti voor de komende drie jaar. Voor het eerst heeft de Europese Unie via mevrouw Ashton met één stem gesproken.

Er is weliswaar een substantieel bedrag toegezegd door de internationale gemeenschap, maar de moeilijkheid ligt nu in het goede gebruik van deze fondsen, in de keuze van de methodes om hulp te bieden en de uitvoeringsorganen, waarbij we weten dat de Haïtiaanse bevolking de belangrijkste speler moet zijn bij de wederopbouw.

De landbouwsector moet op de eerste plaats komen en we moeten de capaciteit van de landbouwproductie van het land versterken. Het Europees Parlement zal het wederopbouwproces en het gebruik van de fondsen van dichtbij volgen en ik herinner eraan hoe belangrijk het is dat eindelijk wordt nagedacht over de oprichting van een civiele beschermingsmacht, waar we al zo lang op wachten.

 
  
MPphoto
 

  Kriton Arsenis (S&D).(EL) Mijnheer de Voorzitter, commissarissen, de humanitaire crisis in Haïti heeft de tekortkomingen van de Europese reactiemechanismen in geval van internationale humanitaire crises opnieuw aan het licht gebracht. We moeten vaste financieringsmechanismen creëren. Eigenlijk hebben wij nog steeds geen vaste posten op de Europese begroting voor financiële hulp aan derde landen, en de aan Haïti gegeven hulp werd hoofdzakelijk door Europese landen op bilateraal niveau gegeven. Hulp dient onmiddellijk te aan te komen, en in het geval van de mensen die door de aardbeving in Haïti zijn getroffen was de hulp er na meer dan een week nog steeds niet. Europese middelen dienen op een effectieve manier te worden aangewend. We moeten gebruik maken van gespecialiseerd personeel dat in staat is om snel en effectief humanitaire hulpprogramma’s te realiseren.

De ramp in Haïti werd weliswaar veroorzaakt door een aardbeving maar soortgelijke humanitaire crises zouden ook kunnen worden veroorzaakt door weersverschijnselen, zoals tyfoons, tropische stormen, overstromingen, droogte, verschijnselen die tengevolge van de klimaatverandering flink zullen toenemen in frequentie en hevigheid.

We weten heel goed dat de klimaatverandering een verschijnsel is dat wijzelf, de ontwikkelde landen, hebben veroorzaakt, maar helaas moeten vaak de arme landen voor de gevolgen opdraaien. We hebben een klimaatschuld tegenover deze kwetsbare landen en we moeten tijdens de aanpak van de crisis op Haïti leren van onze eigen tekortkomingen, zodat wij in de toekomst onze steeds toenemende verplichtingen wereldwijd kunnen nakomen.

 
  
MPphoto
 

  Ria Oomen-Ruijten (PPE). - Mijnheer de Voorzitter, mevrouw Georgieva en mijnheer Piebalgs, na de enorme tragedie in Haïti moeten we - en u hebt dat beiden al gezegd - ook naar de toekomst kijken. De donorconferentie in New York heeft twee weken geleden 7 miljard euro opgebracht. In ieder geval waren dat de toezeggingen. Op basis van het actieplan van de Haïtiaanse overheid heeft de EU 1,6 miljard toegezegd. De vraag is nu aan u beiden: hoe zal dit worden omgezet in een duurzame en stabiele heropbouw van het eiland? Ik denk overigens dat dit wel een lang proces zal worden.

Mijn tweede vraag aan u beiden is: hoe beoordeelt u het actieplan van de Haïtiaanse overheid en kunt u ervoor zorgen dat de ruime middelen die nu zijn toegezegd, efficiënt worden ingezet? De bevolking heeft immers niet alleen noden op de korte termijn, maar ook op de lange termijn. Hoe kunnen we de opvang van die 1,3 miljoen daklozen verder intensiveren en ervoor zorgen dat ook op de middellange termijn de infrastructuur weer opgebouwd kan worden? Dat is niet alleen van belang voor de getroffenen, maar ook voor de politieke stabiliteit op het eiland. De staat is op dit moment ongelooflijk fragiel. U hebt dat al gezegd. De bevolking heeft het idee dat de hulp niet terechtkomt op die plaatsen waar ze nodig is. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de politieke situatie op het eiland en de aanpak van de regering worden verbeterd?

(EN) Ik wil u vragen hoe volgens u de menskracht en de financiële middelen voor deze tijdelijke commissie voor de wederopbouw van Haïti onder voorzitterschap van Bill Clinton hun beslag moeten krijgen.

 
  
MPphoto
 

  Filip Kaczmarek (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil mevrouw Stiffler bedanken dat ze dit thema op deze vergadering aan de orde heeft gesteld en ik wil de commissarissen bedanken voor hun verklaringen. Ik ben van mening dat veel van de maatregelen uit onze in februari aangenomen resolutie over Haïti in de goede richting gaan en de basis kunnen vormen voor de wederopbouw van dit door een natuurramp getroffen land. Deze maatregelen bestaan in principe uit twee etappes, en vandaag hebben we het over deze twee etappes. In de eerste fase gaat het om crisishulp op korte en middellange termijn, zodat aan de dringendste noden van de mensen voldaan kan worden. Mevrouw Georgieva had het hier al over. In de tweede fase gaat het om permanente wederopbouw, die gecoördineerd dient te worden, en om een beoordeling van de noden bij deze wederopbouw. Hierbij mogen we niet vergeten dat de bevolking en de regering van Haïti het eigenaarschap van dit proces moeten hebben. Mijnheer de commissaris, bedankt dat u inziet dat de verantwoordelijkheid ook door de Haïtianen gedragen moet worden.

De derde etappe is enkel voor ons. We moeten conclusies trekken zodat onze steun beter gecoördineerd kan worden. Ik ben verheugd dat de Europese Commissie hieraan werkt.

 
  
MPphoto
 

  Philippe Juvin (PPE).(FR) Mijnheer de Voorzitter, Europa heeft gezorgd voor miljoenen euro's, tenten, voedsel, soldaten en artsen. Dat is allemaal heel mooi, maar eigenlijk wil ik de heer Jean-Yves Jason, burgemeester van Port-au-Prince, citeren, die in februari het woord "ramp" gebruikte, en daarmee doelde hij niet op de gevolgen van de aardbeving maar op het totale gebrek aan organisatie van de daarop volgende noodhulp.

We moeten ons de volgende vraag stellen: hoe kunnen we voorkomen dat dit gebrek aan organisatie, dat Haïti duur is komen te staan, zich herhaalt? Mijnheer de Voorzitter en commissarissen, het antwoord op deze vraag kennen wij allemaal en het is hier al genoemd, namelijk de oprichting van een Europese civiele beschermingsmacht.

Ik vraag u nogmaals: wanneer zal de Commissie nu eindelijk besluiten om de oprichting van een dergelijke macht aan het Parlement voor te stellen, van een gemeenschappelijke macht met gemeenschappelijke regels voor inzet en met dezelfde middelen voor bevel, vervoer en communicatie? Het is mogelijk. Zo'n macht kan snel opgericht worden, vóór de volgende ramp. Ik vraag u nu om te stoppen met praten over coördinatie en tot daden over te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Sergio Paolo Francesco Silvestris (PPE). - (IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik ben voldaan over de uitkomst van de bijeenkomst van donorlanden, omdat de enorme sommen geld die beschikbaar zijn gesteld een geweldig resultaat zijn. Nog belangrijker echter was het hoofdrichtsnoer voor het gebruik van de fondsen, namelijk niet alleen opnieuw opbouwen, maar opbouwen tot iets beters.

Haïti moet sterker uit deze crisis tevoorschijn komen, met particuliere en overheidsgebouwen die beter zijn dan de gebouwen die door de aardbeving weggevaagd zijn. We mogen er niet vanuit gaan dat bij de wederopbouw de sloppenwijken of de sociaaleconomische omstandigheden van vóór de aardbeving gewoon kunnen terugkomen.

Daarvoor is absoluut geld nodig, maar de aanzienlijke middelen die beschikbaar zijn gesteld door nationale en Europese instellingen zijn slechts een eerste stap. Er is tevens een langetermijnplan en een sterke en gezaghebbende coördinatie nodig.

Daarom kunnen wij, na in deze zaal diverse keren kritiek te hebben geuit over de traagheid waarmee Europa via zijn vertegenwoordiger voor het extern beleid aanvankelijk reageerde, waarbij het bepaald niet uitblonk in efficiëntie en snel optreden, vandaag verheugd zijn over het uitstekende werk van onze instellingen op het gebied van coördinatie en hopen dat de inspanningen volgens dezelfde lijn en met hetzelfde engagement kunnen worden voortgezet aan de hand van een langetermijnplan dat succesvol ten uitvoer kan worden gelegd via de gezaghebbende aanwezigheid van onze instellingen.

 
  
MPphoto
 

  Anna Záborská (PPE). (SK) Na de aardbeving in Haïti is onmiddellijk voorzien in internationale humanitaire steun. Behalve de inspanningen van de Amerikaanse en Canadese militairen verdient ook de snelle en efficiënte inzet van troepen uit Slowakije en de internationale Militaire Orde van Malta een woord van lof. Maar weinig landen hebben zo snel en efficiënt hulp geboden.

Op grond van de voorlopige evaluatie van professor MUDr. Krčmér, arts en deskundige op het gebied van humanitaire hulp, kan worden geconcludeerd dat Europa veel mensen heeft gestuurd en aanzienlijke financiële steun heeft verschaft, maar niet de uitrusting, apparatuur, voedsel, water en brandstof heeft aangeleverd die nodig waren om effectief hulp te kunnen bieden aan slachtoffers die bijvoorbeeld onder omgevallen bomen vandaan moesten worden gehaald. Zelfs de ervaring van de verschillende reddingsteams bleek onvoldoende. Goede bedoelingen hebben slechts kans van slagen als ook de praktische kant gewaarborgd is.

Daarom roep ik de bevoegde nationale en Europese instanties op om zo spoedig mogelijk een gezamenlijke dienst voor humanitaire hulp in het leven te roepen, zoals wij ook in de resolutie over Haïti hebben bepleit. Bovendien lijkt het mij uitermate belangrijk dat in dit verband steun wordt gegeven aan opleiding en dat wij het nodige materiaal en de nodige apparatuur paraat hebben om te kunnen inspelen op toekomstige natuurrampen.

 
  
MPphoto
 

  Franziska Keller (Verts/ALE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik bedank de commissarissen voor hun presentatie en voor alle inspanningen die zij zich met betrekking tot Haïti getroosten. Ook ik vind het een goede zaak dat naar het hele eiland wordt gekeken. Al ben ik zeer kritisch over de aanpak van de Unie als geheel, ik kan waarschijnlijk wel instemmen met uw ´hele eiland´-benadering.

Ik verzoek u tevens dringend niet de toezeggingen te vergeten die wij voor de toekomst zullen moeten doen. Wij moeten onze huidige beloften waarmaken. Als de lidstaten het niet zo nauw nemen met de beloofde 0,7 procent, moet u daadkracht tonen en ervoor zorgen dat zij over de brug komen. Ook moeten we de vooruitgang die we nu in Haïti boeken, niet laten verstoren door ander EU-beleid dat vooruitgang in Haïti en elders tegenwerkt. We moeten vasthouden aan een samenhangend beleid zodat ons succes in Haïti niet wordt ondermijnd door ander nadelig beleid.

 
  
MPphoto
 

  Anneli Jäätteenmäki (ALDE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, de Europese Unie heeft Haïti geholpen, wat een goede zaak is, maar deze ramp heeft naar mijn mening duidelijk aangetoond dat de Europese Unie over snelle reactietroepen voor humanitaire hulp moet beschikken en dat wij civiele crisisbeheersing moeten ontwikkelen.

Alleen geld geven is niet genoeg. De Europese Unie moet in een dergelijke rampsituatie ook in staat zijn snel te reageren, hulp te bieden en er mensen heen te sturen. De bevolking moet concrete hulp krijgen en niet pas na lange tijd. Financiële steun voor de lange termijn is ook belangrijk, maar het ontbreekt de Europese Unie nu aan capaciteit voor plaatselijke en snelle hulp.

Ik hoop dat hier aandacht aan wordt besteed en dat er snelle reactietroepen worden opgericht.

 
  
MPphoto
 

  Kristalina Georgieva, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, met uw permissie zal ik nog wat tijd voor de heer Piebalgs overlaten om in te gaan op enkele vragen over de wederopbouw op lange termijn.

Voor ons was dit erg nuttig en erg bemoedigend. Voordat ik de vragen ga beantwoorden, wil ik net als de heer Guerrero Salom mijn medeleven betuigen met de families van de vier Spaanse soldaten die zijn omgekomen, en ook met al degenen die tijdens de ramp en tijdens de herstelwerkzaamheden daarna in Haïti het leven hebben gelaten.

Ik wil beginnen met een belangrijke beleidskwestie, en wel de verbetering van de responsmogelijkheden van de EU. Ik was erg blij mijn collega commissaris Barnier hier te zien omdat hij op dit gebied veel werk heeft verzet. Op 26 april kunnen we in de Commissie ontwikkelingssamenwerking het werkprogramma uitvoeriger bespreken. Dit werkprogramma voorziet voor 2010 in een versterking van de responscapaciteit en een mededeling over dit onderwerp.

Ik kan u verzekeren dat dit voor ons team zeer hoge prioriteit heeft. We zullen heel nauw samenwerken met de lidstaten en het Parlement om een oplossing te bedenken waardoor onze mogelijkheden om op rampen te reageren, worden vergroot en de logica daarachter is simpel. In een tijd dat rampen intenser en frequenter worden en onze landen de komende jaren met een krappe begroting te maken krijgen, zit er niets anders op dan de Europese coördinatie te versterken en een capaciteit op te bouwen die doeltreffend kan worden ingezet in termen van impact, kosten en resultaten. Morgen gaan we ons eerste landenbezoek afleggen om dit onderwerp aan de orde te stellen. Dit zal de komende maanden zeer hoge prioriteit krijgen van ons team.

Nu wil ik ingaan op vier vragen die zijn gesteld.

De eerste vraag betreft de combinatie van respons op dringende prioriteiten enerzijds en wederopbouw op lange termijn en ons vermogen om ter plekke aanwezig te blijven anderzijds. Dit is erg belangrijk want als we te snel overgaan naar wederopbouw en mensen in nood niet langer hulp bieden, dreigt een zeer ernstige tragedie. Met dat probleem werden wij geconfronteerd bij het uitdelen van voedsel, toen de Haïtiaanse regering voorstelde dat we niet langer gratis voedsel zouden uitreiken maar in alle gevallen uit zouden gaan van het beginsel geld voor werk en voedsel voor werk. Dat is inderdaad zeer wenselijk maar kan niet overal tegelijk worden toegepast. We houden dit heel goed in de gaten.

Wat betreft voedselzekerheid is ons nieuwe beleid in de Europese Unie in grote lijnen erg vooruitstrevend omdat daarin in dezelfde mate aandacht wordt besteed aan alle andere zaken. De lokale inkoop van voedsel voor humanitaire hulp wordt zo veel mogelijk gestimuleerd. Wij hebben over dit onderwerp in New York een ochtendsessie georganiseerd waarvoor we Haïtiaanse en internationale ngo’s hadden uitgenodigd. Ik was er erg trots op dat de Europese ngo's deze vraagstukken van landbouwzekerheid voor Haïti en een hoge agrarische opbrengst te berde brachten.

Dan de kwestie onderdak. Dat is beslist geen triviale kwestie omdat mensen willen blijven op de plek waar ze nu zijn. Om allerlei redenen willen ze niet verhuizen. Ten eerste, al zijn hun huizen veilig, toch zijn ze bang om terug te gaan vanwege hun traumatische ervaringen. Ten tweede keren mensen liever niet terug, omdat ze in wijkverband zijn verhuisd en vrezen voor verlies van de onderlinge sociale verbondenheid. Het ligt dus niet alleen aan slecht beleid of onwil. Het heeft ook te maken met het sociale fenomeen dat zich voordoet na dit soort rampen, waardoor mensen bijvoorbeeld niet zo gemakkelijk van overstromingsgevoelige gebieden naar veiliger oorden verhuizen. Maar we pakken dit wel met voorrang aan.

Ik wil afsluiten met het vraagstuk van duurzaamheid op de lange termijn. Het gaat hierbij om duurzaamheid in bestuurlijk en ecologisch opzicht. Ik had het twijfelachtige voorrecht om al na enkele weken over Haïti en Chili te vliegen. Haïti is er ecologisch gezien heel slecht aan toe en uiteraard heeft dat gevolgen gehad voor de omvang van de verwoesting. In Chili voert de regering al tientallen jaren een herbebossingsprogramma uit om de bodem steviger te maken met als gevolg dat het milieu erop vooruitgaat, wat kennelijk erg gunstig is voor de bevolking. Wat we in Chili zien, is een voorbeeld van langetermijndenken.

Dit is niet mijn vakgebied maar als voormalig medewerkster van de Wereldbank moet ik me het eigen kunnen maken. Ik ben het beslist met u eens dat we de voorstellen van de Wereldbank met betrekking tot deze coördinatie binnen het door meerdere donoren gefinancierde trustfonds, maar ook met betrekking tot de aanpak van institutioneel projectbeheer moeten omarmen en in de praktijk brengen.

 
  
MPphoto
 

  Andris Piebalgs, lid van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, als ik één wens mocht doen voor mijn politieke leven, zou ik ook ditmaal zeggen dat ik meer tijd zou willen hebben om de mij gestelde vragen in het Parlement te beantwoorden. Ik kan vandaag niet op alle vragen antwoord geven, maar ik zal er enkele behandelen.

De steun van het Parlement is erg belangrijk voor de Commissie, omdat de Commissie niet de enige is die aandacht schenkt aan Haïti. Zij beseft dat de Europese samenleving als geheel vindt dat de Europese Gemeenschap een belangrijke bijdrage aan de wederopbouw dient te leveren.

Het lijkt op een handboek: op internationaal niveau heeft een beoordeling plaatsgevonden, de regering heeft plannen gemaakt die met ngo’s zijn besproken, op allerlei gebied is de nodige toestemming verleend en er is een tijdelijke commissie die het hele proces coördineert. Wij gaan daarnaast zeker niets nieuws opzetten. Wij werken vanuit dezelfde basis en maken gebruik van de reeds bestaande adequate structuren.

Als EU hebben we een politieke toezegging gedaan en die zullen we nakomen. Volgens mij geldt dit zeker ook voor de andere deelnemers. We houden ons bezig met eigendomsrechten. Dat is een van de risicofactoren. Er is een kadaster en daar zullen we aan werken, maar dat is wellicht niet zonder risico’s.

Deze risico’s kunnen verband houden met de lokale betrokkenheid bij het politieke proces. De wederopbouw kan een duurzaam karakter krijgen als er een politiek proces is dat de ontwikkeling van Haïti op de lange termijn ondersteunt en als de mensen erin geloven. Hier ligt de grote uitdaging en wij kunnen slechts de Haïtiaanse bevolking en politici daarin steunen. Mijns inziens kan dit met succes in gang worden gezet.

Wat betreft transparantie: de hele internationale donorstructuur is op heldere, gestroomlijnde en uiterst transparante wijze vormgegeven. Alle EU-processen zijn beslist transparant, zodat de gelden gegarandeerd niet slechts voor het beoogde doel maar ook adequaat en doeltreffend worden uitgegeven.

Ten slotte moeten we de veldwerkers uit de lidstaten, de Gemeenschap en de bredere internationale gemeenschap niet onderschatten. Tevens wil ik de families condoleren van de hulpverleners die tijdens de wederopbouw van Haïti zijn omgekomen. Veel mensen zijn nog steeds ter plaatse en doen hun best. Zij vormen de garantie dat het proces van wederopbouw zal slagen, als het goed georganiseerd is.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

(De vergadering wordt om 13.10 uur onderbroken en om 15.05 uur hervat)

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Franz Obermayr (NI), schriftelijk. – (DE) Het is nu tijd dat we een tussenbalans opmaken van de hulp in Haïti. De belangrijkste vragen die we onszelf moeten stellen, zijn: Hoe snel en effectief was en is de verleende hulp? Ondersteunt de hulp de duurzame ontwikkeling in Haïti? Hoe is alles gecoördineerd? Hoe was de EU vertegenwoordigd op het punt van buitenlands beleid? Ik ben vooral geïnteresseerd in de laatste twee vragen, omdat de verwoestende aardbeving in Haïti de eerste test was voor de hoge vertegenwoordiger, mevrouw Ashton. Het doel van het ambt van hoge vertegenwoordiger is het versterken van de rol van de EU als global player. Mevrouw Ashton vond het echter niet de moeite waard om kort na de aardbeving naar Haïti af te reizen om de mensen een hart onder de riem te steken, en ze was ook niet in staat om ervoor te zorgen dat de hulpverlening voor Haïti effectief werd gecoördineerd. Sommige lidstaten hebben op eigen houtje hulpacties op touw gezet en andere hebben gezamenlijk geopereerd. Mevrouw Ashton zou verantwoordelijk moeten zijn geweest voor een betere coördinatie. Bovendien is de Haïtiaanse regering er te weinig bij betrokken. De hoge vertegenwoordiger zou zich nu langzaam moeten realiseren wat haar baan inhoudt. Ze moet constructieve voorstellen doen voor het structureren van humanitaire en financiële hulp na grote rampen. Er is veel wederopbouwwerk te doen de komende maanden en dit geldt ook voor mevrouw Ashton.

 
  
MPphoto
 
 

  Jarosław Leszek Wałęsa (PPE), schriftelijk. (PL) Dames en heren, we zijn hier vandaag samen om de coördinatie van de Europese steun aan Haïti te bespreken. Intussen worden ons ongecoördineerd optreden door internationale commentatoren bekritiseerd. Er zijn al drie maanden verstreken sinds de tragische aardbeving en ik heb de indruk dat we nog steeds niet in staat zijn om een gemeenschappelijk standpunt in verband met de steun aan Haïti uit te werken. In januari hoorden we heel wat speeches over de rol van de Unie op internationaal niveau. Het is echter beschamend om te zien hoe zwak en besluiteloos de Unie tot nu toe opgetreden is. Het is lovenswaardig dat de Europese Unie 1,2 miljard euro vrijgemaakt heeft voor steun aan Haïti. Donoren vanuit de hele wereld zegden toe dat ze voor de wederopbouw van Haïti in de komende twee jaar 5,3 miljard dollar willen uittrekken. Op lange termijn zal de waarde van de steun wellicht stijgen tot 9,9 miljard dollar. Dat zijn heel optimistische bedragen! De ramp in Haïti zette mij aan tot nadenken over deze lang in verval geraakte staat. De aardbeving was een natuurramp, maar de huidige schaal van de ellende is het gevolg van economisch, politiek en maatschappelijk verval. De eeuwenlange brutale verhoudingen met de buitenwereld, met bepaalde landen en internationale concerns, zijn verantwoordelijk voor dit verval en het geweld van de laatste jaren in Haïti. De internationale gemeenschap heeft Haïti laten stikken. Laten we ons best doen om ons imago te verbeteren.

 
  
  

VOORZITTER: JERZY BUZEK
Voorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid