Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 5 mei 2010 - Brussel Uitgave PB

18. Voorbereiding van de Top van staatshoofden en regeringsleiders van de landen van de eurozone op 7 mei 2010 (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over de voorbereiding van de Top van de staatshoofden en regeringsleiders van de landen van de eurozone op 7 mei 2010.

 
  
MPphoto
 

  Diego López Garrido, fungerend voorzitter van de Raad.(ES) Mijnheer de Voorzitter, er zal deze week op 7 mei een ontmoeting plaatsvinden tussen de staatshoofden en regeringsleiders van de eurozone. Het debat dat we nu in het Europees Parlement voeren heeft betrekking op die belangrijke besprekingen, die gericht zijn op het formaliseren van een akkoord over leningen aan Griekenland. Ik heb het over het pakket maatregelen dat dit euroland in staat moet stellen om de ernstige financiële situatie waarin het verkeert het hoofd te bieden. We zullen ook moeten gaan nadenken over de lessen die we van deze gebeurtenissen en deze akkoorden kunnen leren, en wat één en ander betekent voor de toekomst van de eurozone en de Europese Unie als geheel.

Vrijdag zullen de staatshoofden en regeringsleiders de financiële oplossing die de Europese Unie Griekenland biedt consolideren. Dat wil zeggen dat ze het akkoord – uiteindelijk een politiek akkoord – dat tijdens de vergadering van de staatshoofden en regeringsleiders van 11 februari tot stand is gebracht formeel gaan bekrachtigen. En dat solidariteitsakkoord met Griekenland moet dan gaan bijdragen tot een oplossing van de zeer ernstige financiële toestand in dit land.

De staatshoofden en regeringsleiders zullen vrijdag dus duidelijk maken wat de overige vijftien landen eurolanden zijn overeengekomen, en wat ze bereid zijn te doen als Griekenland een strikt programma van economische en financiële hervormingen aanvaardt. Dan kan dit land deze hulp, deze leningen, ontvangen – ten behoeve van de eigen financiële stabiliteit, maar ook voor de stabiliteit van de eurozone als geheel. Want dat is wat er op 11 februari in de resolutie van de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese Unie als beleidsdoel is vastgelegd. Het gaat dus niet alleen over Griekenland.

Dit besluit is zowel politiek als historisch van groot belang. Het moet de geloofwaardigheid van de eurozone en de geloofwaardigheid van de Unie op financieel vlak naar buiten toe garanderen. En dat is belangrijk, niet alleen voor de financiële consolidatie in de eurozone en de Unie als geheel, zoals die in de Verdragen betreffende de Europese Unie wordt voorgeschreven, maar ook met het oog op een werkelijk duurzaam economisch herstel in de Europese Unie.

Commissaris Rehn – die hier aanwezig is – heeft vandaag de vooruitzichten van de Commissie voor de periode 2010-2011 openbaar gemaakt, en die geven aan dat de Europese Unie zich economisch langzaam herstelt. De voorspellingen van de Commissie bevestigen dat er inderdaad sprake is van een economische opleving in de Europese Unie: volgens de Commissie zal de EU als geheel in 2010, na de ergste recessie in haar bestaan, met 1 procent groeien. Voor 2011 voorziet ze een groei van 1,75 procent.

De economische recessie is in het derde kwartaal van het afgelopen jaar tot staan gebracht, waarna het herstel zich heeft ingezet. Het Europees economisch herstelplan en de besluiten van de lidstaten hebben daartoe beslist bijgedragen. Er zijn uit de begrotingen van de lidstaten en – op basis van het herstelplan – uit de communautaire begroting grote hoeveelheden geld in de economieën van de verschillende landen geïnjecteerd, en dat is één van de redenen waarom we nu, na – ik herhaal – de ernstigste recessie in onze geschiedenis, het begin van een economisch herstel in de Unie waarnemen.

Dat zijn de voorspellingen van de Commissie, en de beslissing aangaande de leningen aan Griekenland zal stellig op een doorslaggevende wijze bijdragen tot een reëel en duurzaam economisch herstel in de eurozone en de Europese Unie in haar geheel.

Wij menen dat de Europese Unie goed gereageerd heeft op de huidige economische omstandigheden, ofwel de economische crisis. Ze heeft gedaan wat ze kon om een antwoord op de situatie te formuleren, zeker met betrekking tot de dramatische financiële toestand in Griekenland. De Europese Unie heeft de afgelopen maanden immers duidelijke stappen ondernomen in de richting van wat we nu economische governance zijn gaan noemen – het economisch bestuur van de Unie. Er zijn beslist stappen ondernomen. Soms mag het tempo te laag hebben geleken, maar er zijn stappen ondernomen, zeker en vastberaden, en zo komen we tenslotte uit op de ontmoeting van de staatshoofden en regeringsleiders van aanstaande vrijdag.

Wij geloven dat economische governance – het economisch bestuur van de Unie – op drie solide bases moet worden gegrondvest. Om te beginnen moeten we onze verantwoordelijkheid aanvaarden voor de verbintenissen die wij bijvoorbeeld bij het ondertekenen en ratificeren van een verdrag van de Unie zijn aangegaan. Het tweede punt is solidariteit. Dat beginsel is de ziel van de Europese Unie en de kern van elk communautair beleid. Op de derde plaats noem ik coördinatie en financiële consolidatie. Die coördinatie kan betrekking hebben op het externe optreden van de Europese Unie – bijvoorbeeld bij de ontmoetingen van de G-20 – maar ook op de groei of het vinden van een uitweg uit de crisis. Het document dat commissaris Rehn nu aan het opstellen is en dat hij op 12 mei aan de Commissie zal voorleggen, gaat in die richting, daar ben ik van overtuigd.

Tot slot wil ik graag zeggen dat we voor de economische governance van de Unie die we nu aan het ontwikkelen zijn – we leggen nu de basis – doeltreffende instrumenten behoeven en een zekere mate van toezicht. Ik ben er zeker van dat het document dat de Commissie aan het voorbereiden is daarnaar zal verwijzen. De openbare financiën moeten van goede kwaliteit zijn. Er moet toezicht komen op het financiële systeem, Europees toezicht, reden waarom ik het Parlement oproep om het pakket maatregelen op dit gebied zo snel mogelijk goed te keuren. Dat pakket moet de verordeningen en richtlijnen bevatten waarover nu in het Europees Parlement wordt gedebatteerd, en die de volgende dagen in de bevoegde parlementaire commissie zullen worden besproken en vervolgens in de plenaire vergadering.

We hebben verder behoefte aan mechanismen voor het voorkomen van eventuele crises. Tot slot moeten we het vermogen ontwikkelen – ik wees er zojuist al op – om in de context van het externe optreden van de Unie met één stem te spreken. Ik heb het dan uiteraard over de ontmoetingen van de G-20. Ik geloof dat we met deze stappen dichter in de buurt van een economisch bestuur of economische governance van de Europese Unie komen. De steunmaatregelen voor Griekenland maken daar deel van uit. Dat is de reden waarom ik meen dat de Europese Unie de juiste kant opgaat en daarin consistent is.

Ik ben ervan overtuigd dat de staatshoofden en regeringsleiders dit pakket financiële steunmaatregelen voor Griekenland zal goedkeuren. Dat pakket is, zoals ze in hun verklaring van 11 februari al hebben aangegeven, gericht op financiële en economische stabiliteit in de eurozone en de Europese Unie in haar geheel.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. − (EN) Mijnheer de Voorzitter, er is mij gevraagd om vooruitlopend op de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de landen van de eurozone van komende vrijdag een verklaring af te leggen voor dit Parlement.

Om te beginnen breng ik mijn condoleance over aan de familieleden van de slachtoffers van het geweld in Athene vandaag. Het is in onze democratische samenlevingen een recht van burgers om het met zaken oneens te zijn en te protesteren, maar het gebruik van geweld is nooit gerechtvaardigd.

Ik zal stilstaan bij het financiële steunpakket voor Griekenland dat afgelopen zondag is goedgekeurd. Daarna zal ik met u delen wat er mijns inziens moet gebeuren om herhaling van een dergelijke crisis te voorkomen.

Wat Griekenland betreft: de Griekse autoriteiten hebben een overeenkomst bereikt over een meerjarenprogramma voor financiële consolidatie en structurele hervorming. Dit hadden de Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds gezamenlijk voorbereid.

De Griekse regering heeft een stevig en geloofwaardig pakket voorgesteld waarmee de economie van het land op weg naar duurzaamheid kan worden geholpen en het vertrouwen kan worden hersteld. Het is van belang dat we oog hebben voor de moed die premier Papandreou en zijn regering hebben getoond.

Griekenland gaat pijnlijke stappen nemen, maar we weten allemaal dat er geen alternatieven zijn.

In ruil daarvoor is, volgend op de aanbeveling van de Commissie en van de Europese Centrale Bank, het gecoördineerd Europees mechanisme voor steun aan Griekenland in werking gesteld. Dit is een ongekende daad van solidariteit die haar weerga waar ook ter wereld niet kent.

Deze steun is van doorslaggevende betekenis als we Griekenland willen helpen zijn economie weer op het spoor te krijgen en betekent het behoud van de financiële stabiliteit van de eurozone als geheel.

Ik wijs er met klem op dat de Commissie ervoor gezorgd heeft dat het een Europees mechanisme is, ook al is het gebaseerd op bilaterale leningen. De Commissie heeft een grote rol gespeeld bij de totstandkoming van het mechanisme en zal een belangrijke rol spelen bij het beheer en de tenuitvoerlegging ervan.

De Commissie speelt een centrale rol bij de beoordeling van Griekenland als het gaat om de naleving van de voorwaarden van het pakket en zal dat blijven doen. De Commissie zal ook de bilaterale leningen van de lidstaten beheren.

Tegen het eind van de week zal er al sprake zijn van een kritische massa van lidstaten die het proces voor het verstrekken van deze bilaterale leningen hebben voltooid. Het is mijn stellige overtuiging dat de ongekende financiële steun aan Griekenland – 110 miljard euro – en het aanpassingsprogramma een adequate reactie zijn op de crisis in Griekenland. We hebben geen reden eraan te twijfelen dat het zowel door Griekenland als door de landen van de eurozone op strakke wijze ten uitvoer zal worden gelegd.

Deze opvatting wordt gedeeld door anderen die ertoe doen. Zo is mij bijvoorbeeld de ondersteunende verklaring opgevallen die de voormalige, huidige en toekomstige voorzitters van de ministers van Financiën van de G20 zojuist hebben afgelegd. Helaas lijken nog niet alle marktspelers overtuigd. We kunnen luid en duidelijk zeggen dat de twijfelaars het bij het verkeerde eind hebben. Ik kom hier dadelijk nog op terug.

Tijdens de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de landen van de eurozone komende vrijdag zullen we verder kijken dan deze overeenkomst en ons afvragen wat we van deze situatie kunnen leren. Het debat is natuurlijk een startpunt, omdat besluiten verder besproken moeten worden en uiteindelijk door alle zevenentwintig lidstaten samen moeten worden genomen – de landen van de eurozone maar ook alle andere lidstaten van de Europese Unie. Ik zal het duidelijk stellen: debatteren en besluiten nemen met zevenentwintig lidstaten is een bron van kracht.

We moeten onze procedures versnellen, maar het punt is dat het gezamenlijk optreden van de Zevenentwintig – die zijn weerga in de wereld niet kent – de best mogelijke basis biedt voor onze gezamenlijke toekomst in een wereld waarin landen in nog sterkere mate onderling verbonden zullen zijn.

Ik zie twee lijnen voor reflectie en actie: ten eerste een herbeoordeling van de regels voor economisch bestuur, waaronder het Stabiliteits- en groeipact, en ten tweede de hervorming van de financiële markten.

De Commissie heeft intensief gewerkt aan het economisch bestuur en is bereid om haar voorstellen voor verbetering hiervan volgende week woensdag te presenteren. We moeten uitgaan van drie belangrijke bouwstenen. De eerste bouwsteen is verantwoordelijkheid: we moeten het Stabiliteits- en groeipact en, bovenal, de naleving ervan door de lidstaten versterken. Er valt duidelijk veel te zeggen voor versterking van de preventieve en de correctieve poot van het pact. Ik ben blij dat het merendeel van de personen die eerder vraagtekens zetten bij het pact of zelfs verzwakking ervan bepleitten, de noodzaak van strengere regels en – het voornaamste – de strenge tenuitvoerlegging ervan nu erkennen.

De tweede bouwsteen is de onderlinge afhankelijkheid: we zitten met zijn allen in hetzelfde schuitje. Ik denk dat de crisis duidelijk heeft aangetoond dat we iets moeten doen aan de onevenwichtigheid tussen de lidstaten, met name binnen de eurozone. Hieronder vallen afwijkingen op het gebied van het concurrentievermogen. Dit is immers een cruciaal aspect dat tot andere vormen van onevenwichtigheid leidt.

Het mag natuurlijk niet zo zijn dat sommige lidstaten minder concurrerend moeten worden zodat andere relatief gezien concurrerender lijken. We concurreren allemaal op de wereldmarkt. Wat we moeten doen is ons concurrentievermogen over de hele linie op een evenwichtige, wederzijds versterkende manier vergroten. Ik ben ook van mening dat we moeten kijken naar de andere oorzaken van het gebrek aan evenwicht. Om vooruitgang te kunnen boeken zullen we meer toezicht op en coördinatie van het economisch beleid voorstellen. Ik ben ook blij dat ik in dit verband nu meer openheid bij de lidstaten zie.

De derde bouwsteen is samenhang: we moeten onszelf afvragen of ons stelsel van financiële regels wel volledig is. Ik zie er wel iets in om een permanent mechanisme in te stellen om ontwrichtende situaties het hoofd te kunnen bieden. We kunnen tenslotte beter het zekere voor het onzekere nemen.

Ik hoop dat we deze kans aangrijpen – en ik reken op uw hulp bij het realiseren van deze hervormingen. Ik ben van mening dat we vanuit een politiek perspectief, in termen van Europese integratie, bezien, zijn aanbeland op een punt waarvan we kunnen zeggen dat we zullen achterraken als we niet werken aan de opbouw van Europa. We kunnen het ons niet veroorloven stil te staan. We leven in Europa momenteel in een heel bijzondere tijd waarin onze solidariteit, onze verantwoordelijkheid, dagelijks op de proef wordt gesteld. Ik hoop dat de leiders van onze lidstaten de kans om de anderen te helpen en hun verantwoordelijkheid voor ons gezamenlijke Europese project te tonen, zullen benutten.

Deze hervormingen zullen worden ingevoerd tegen de achtergrond van ongekende maatregelen, maatregelen die al in de maak zijn. Het staat buiten kijf dat het begrotingstekort en het schuldniveau in sommige lidstaten vastberaden moeten worden bestreden en wel in een hoger tempo dan vóór de crisis was voorzien.

Maar we kunnen er natuurlijk ook niet omheen dat the budgettaire verslechtering in 2009 grotendeels te wijten was aan de werking van de automatische stabilisatoren in reactie op de ongeëvenaarde economische teruggang als gevolg van de financiële crisis, die haar oorsprong buiten Europa vond. Met andere woorden, de algehele situatie in de eurozone was grotendeels het gevolg van het anti-recessiebeleid dat in de hele wereld werd bepleit.

Het was vanaf het begin duidelijk dat de situatie zich vervolgens zou herstellen, en de meeste landen van de eurozone hebben reeds moedige hervormingen doorgevoerd, bijvoorbeeld van hun pensioenstelsel. Nu de regeringen hun verantwoordelijkheid hebben getoond, is het de beurt aan de spelers op de financiële markten. Daarom is er nog steeds dringend behoefte aan een duurzame en verantwoordelijke financiële sector, die ten dienste staat van de economie en haar burgers.

We moeten niet vergeten dat spelers op de financiële markten belangrijke actoren zijn als het gaat om sturing van het marktsentiment. Psychologie speelt ook een rol op de markten. De financiële crisis kwam voort uit kortetermijndenken, pro-cycliciteit en gebrek aan verantwoordelijkheid. Daar moet we dringend iets aan doen.

Sterke en stabiele Europese markten voor financiële diensten moeten zorgen voor de investeringen die nodig zijn om de groei in de toekomst op één lijn te krijgen met de visie voor Europa 2020. Al onze marktspelers dienen hun verantwoordelijkheid te nemen. We hebben al veel gedaan op het gebied van de hervorming van de financiële markten. Ik reken op dit Parlement om dit op iedereen over te brengen.

De Europese instellingen – het Parlement, de Raad en de Commissie – treden gezamenlijk op en dat moet zichtbaar zijn. We hebben prioriteit gegeven aan verantwoord risicobeheer, veiliger derivatenmarkten, betere financieel toezicht en aan de garantie dat banken beschikken over voldoende kapitaal om hun echte risico’s af te dekken. Deze inspanningen moeten worden versneld.

De komende weken moeten we de lopende hervormingen afronden. Zoals ik nog maar twee weken geleden tegen dit Parlement zei, hoop ik dat er snel een doorbraak komt inzake ons voorstel voor hedgefondsen en private equity.

Ik wil ook graag snel overeenstemming over effectieve nieuwe Europese toezichtregelingen. Het Europees Comité voor systeemrisico’s en de drie toezichthoudende autoriteiten moeten begin 2011 aan de slag.

Maar we moeten voorkomen dat deze organen papieren tijgers zijn: we hebben een gedeelde verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ze de juiste instrumenten hebben om hun werk te doen. Daaronder vallen bindende beslissingsbevoegdheden om echte noodgevallen het hoofd te kunnen bieden, om toe te zien op de naleving van de Europese regels – en ik dring aan op Europese regels, niet alleen nationale regels – en om geschillen binnen de colleges van nationale toezichthouders te beslechten. Het wordt hoog tijd om knopen door te hakken en ervoor te zorgen dat de besluiten ambitieus zijn.

Er volgen dit jaar meer voorstellen voor een betere bescherming van spaarders en investeerders, voor krachtiger maatregelen tegen marktmisbruik, voor een verdere verbetering van de kwaliteit en kwantiteit van bankkapitaal en het ontmoedigen van excessieve hefboommechanismen.

De afgelopen drie maanden, en paradoxaal genoeg ook deze week nog, heeft de situatie op de markten voor overheidsschuld nieuwe knelpunten aan het licht gebracht. De Commissie werkt al aan een fundamentele herziening van de derivatenmarkten om de transparantie en de veiligheid op deze markten te vergroten. In een eerste fase zullen we wetgeving presenteren voor de standaardisatie van in aanmerking komende derivatencontracten en zorgen voor een clearingsysteem door centrale tegenpartijen dat goed gereguleerd is en waar voldoende toezicht op is. We overwegen momenteel ook of er verdere specifieke maatregelen nodig zijn voor nationale derivatenmarkten.

De crisis heeft ook de rol van kredietbeoordelingsbureaus weer onder de aandacht gebracht. Deze bureaus spelen een cruciale rol bij het functioneren van financiële markten, maar de beoordelingen blijken te cyclisch te zijn, eerder uit te gaan van de algemene stemming op de markt dan van de grondbeginselen – ongeacht het feit of de marktstemming te optimistisch of te pessimistisch is. Omdat kredietbeoordelingsbureaus zo’n belangrijke rol spelen en een grote invloed op de markten uitoefenen, hebben ze ook een speciale verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat hun beoordelingen deugdelijk en alomvattend zijn. Daarom heeft de Commissie in 2008 snel nieuwe wetgeving voor deze bureaus voorgesteld, die de komende maanden van kracht wordt.

Deze regels zorgen ervoor dat kredietbeoordelingsbureaus transparanter gaan handelen, hun methoden openbaar maken en belangenverstrengeling vermijden, maar we moeten nog verder gaan. Om het toezicht op deze actoren met een Europabrede dimensie te verscherpen, moeten ze volgens de Commissie rechtstreeks onder toezicht van de toekomstige Europese Autoriteit voor effecten en markten worden gesteld, en dat is precies wat wij zullen voorstellen.

We hebben ook een reflectieproces in gang gezet over de vraag of er verdere maatregelen nodig zijn om met name te zorgen voor een juiste beoordeling van nationale schulden. We dringen er bij anderen op aan dat ze hun zaken op orde krijgen, maar dat moeten we zelf ook doen.

De Commissie zal alles doen wat nodig is om ervoor te zorgen dat financiële markten geen speelplaats voor speculanten worden. Vrije markten vormen de basis voor het functioneren van succesvolle economieën, maar vrije markten hebben behoefte aan regels, regels die worden nageleefd. Deze regels en de naleving ervan moeten worden aangescherpt als door onverantwoordelijk gedrag zaken in gevaar komen die niet in gevaar mogen komen.

Het gedrag van de markt moet gestoeld zijn op een degelijke en objectieve analyse en financiële diensten moeten ervan doordrongen zijn dat ze slechts diensten zijn en geen doel op zich. Ze moeten hun economische en sociale functie niet uit het oog verliezen. Spelers op de financiële markten hebben het in feite overleefd doordat regelgevende autoriteiten en democratische instellingen – uiteindelijk de belastingbetalers – de markten tijdens de financiële crisis gestabiliseerd hebben.

We hebben toen snel gehandeld en om diezelfde reden zullen we ook in de toekomst snel reageren. De boodschap van de bijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de Eurogroep van komende vrijdag moet duidelijk zijn en dat zal die ook zijn: we zullen alles doen wat nodig is – op alle fronten.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – We sluiten ons aan bij de condoleances die de heer Barroso in zijn toespraak heeft geuit. De gebeurtenissen waarover de heer Barroso sprak, hebben vandaag plaatsgevonden in Griekenland. We hebben goede hoop dat de patstelling in Griekenland wordt doorbroken. Alle leden van het Europees Parlement zijn bezorgd over de problemen die de afgelopen tijd zijn ontstaan en voelen zich hierbij betrokken.

 
  
MPphoto
 

  Joseph Daul, namens de PPE-Fractie. – (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, wij maken in Europa een bijzonder moeilijke periode door met de ernstige crisis in Griekenland en de gevolgen ervan voor de burgers, en −  u zei het al − met tragische en dramatische gevolgen, met tekorten die hand over hand toenemen in de meeste lidstaten en met een Europese respons die soms niet helemaal is wat we gehoopt hadden, maar die tenminste wel bestaat.

Nu is het moment daar voor de Europeanen om lering te trekken uit deze gebeurtenissen en op te roepen tot ingrijpende hervormingen van het Europees bestuur, hervormingen die ervoor zorgen dat onze landen niet langer op eigen houtje, zonder overleg met hun partners − waarmee zij toch een munt, bepaalde waarden en dus een gemeenschappelijke bestemming delen − beslissingen nemen over hun begrotings-, fiscale en sociale prioriteiten, maar ook hervormingen in de zin van een andere mentaliteit, zodat onze partijen, onze ministers, onze nationale collega’s zich niet langer stelselmatig denigrerend uitlaten over alles wat in Europa besloten wordt, terwijl zij ook zelf hun aandeel in die besluitvorming hebben gehad.

Kunnen we ermee doorgaan om aan de ene kant, als er problemen zijn, op te roepen tot solidariteit van de partners en hen aan de andere kant compleet te negeren als de situatie terugkeert tot de normaliteit? Mogen we onze partners om substantiële hulp blijven vragen als we geen totale transparantie in de overheidsrekeningen kunnen garanderen? Mogen we ons er tot slot over verbazen dat er steeds weer vragen worden gesteld als wordt opgeroepen tot solidariteit tussen een bevolking die vijfendertig uur werkt en met zestig jaar met pensioen gaat, en een bevolking die achtenveertig uur of meer werkt en met zevenenzestig jaar met pensioen gaat? Ik denk van niet. Ik denk juist dat het moment is aangebroken om de echte vragen te stellen en de echte antwoorden daarop te vinden.

Voor het merendeel zijn dit geen nationale, maar Europese antwoorden in de wereld van nu. Deze antwoorden moeten niet worden ingegeven door demagogie maar door verantwoordelijkheidsgevoel en gezond verstand. En ze moeten snel komen, want als we zelf verzaken zullen ze zich sneller aan ons opdringen dan we denken. Niet alleen zullen onze bevolkingen ons er dan terecht van beschuldigen dat we ons huiswerk niet hebben gedaan en niet de waarheid hebben verteld, maar zij zullen dan besluiten moeten ondergaan die nog pijnlijker zijn dan de besluiten die we nu moeten nemen. Wij moeten in niet mis te verstane bewoordingen oproepen tot een economisch Europa, een sociaal Europa en een fiscaal Europa, wat zeer concrete maatregelen vergt van onze regeringen, of die nu links of rechts zijn.

Zal deze oproep gehoord worden door de Raad? Zullen we die überhaupt hoorbaar kunnen maken? Ik vraag dit aan de heer Verhofstadt, die deze Raad kent. Denkt hij dat het mogelijk is om hier samen in de Raad over te discussiëren? Zal deze oproep worden overgenomen door de Commissie? Ik hoop het, mijnheer Barroso, sterker nog, ik gebied het u: ik vraag u als hoeder van de Verdragen om erop toe te zien dat de besluiten die we nemen écht worden uitgevoerd door de lidstaten. Ik stel vast dat dat met de dienstenrichtlijn bijvoorbeeld absoluut niet het geval is. In termen van groei is dit een gemiste kans, en dat kunnen we ons niet langer permitteren.

Dames en heren, ik ben geen utopist. Volgens mij ben ik niet naïef, maar ik denk wel dat voor Europa het uur van de waarheid aanbreekt, en ik zou u willen voorstellen om deze uitdagingen met de nodige moed en verantwoordelijkheidszin aan te gaan, zoals dat zestig jaar geleden gedaan is door de vaders van Europa − Schuman, De Gasperi, Adenauer en de anderen − de vaders van Europa die niet terugdeinsden voor even gedurfde als visionaire beslissingen. Wij moeten hun voorbeeld volgen: zij wachtten niet, zij hielden geen referendum. Zij raapten al hun politieke moed bijeen om een antwoord te vinden op de cruciale vragen die er lagen.

Dames en heren, de crisis die we doormaken kan heilzaam zijn als we de moed hebben om de juiste maatregelen te treffen, maar zij kan ook zeer ernstig zijn als wij de noodzakelijke hervormingen uit de weg gaan. Er moet zo snel mogelijk een economische en sociale regering komen, de belastingregels moeten zo snel mogelijk worden aangepast, en tot slot moeten wij ervoor zorgen dat we geen kunstmatige kloof tot stand brengen tussen EU-lidstaten. De Europese solidariteit geldt voor alle zevenentwintig landen. Ik vraag u, de verantwoordelijke heren in de Raad, om Europa recht aan te kijken. Ik vraag u om na te gaan wat er zal gebeuren als morgen Frankrijk, en andere landen, op dezelfde problemen stuiten als Griekenland. Waar zal onze euro dan blijven? Wat kunnen we doen voor onze Europese burgers?

Ik dank u voor uw aandacht. Wij hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid en de tijd dringt.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik stel vast dat een van onze leden, de heer Madlener, heeft gevraagd om het woord te mogen voeren overeenkomstig de 'blauwe kaart'-procedure. U staat echter al op de sprekerslijst: hier staat Barry Madlener als spreker. Ik zal u over enkele minuten het woord geven. Ik beloof u dat u het woord krijgt.

 
  
MPphoto
 

  Maria Badia i Cutchet, namens de S&D-Fractie.(ES) Mijnheer de Voorzitter, ik wil om te beginnen namens de gehele Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement onze solidariteit betuigen met het Griekse volk, nu bekend is geworden dat er vandaag dodelijke slachtoffers zijn gevallen. Ik wil ook graag oproepen tot kalmte en de Griekse burgers verzekeren dat wij aan hun kant staan. Ze gaan een moeilijke tijd tegemoet en wij zullen ze blijven steunen.

Ik richt me nu eerst en vooral tot minister-president Papandreou, om hem te sterken in zijn vastberadenheid en politieke moed. Ik moedig hem ertoe aan zijn energieke pogingen om de toekomst van zijn land veilig te stellen voor te zetten.

We hopen dat de Europese Unie de eerstvolgende maanden en jaren al het mogelijke zal doen om de nodige hervormingen te ondersteunen. We kunnen het echter niet laten bij toezicht alleen. De Europese Unie moet een actieve rol spelen bij deze hervormingen en zo steun bieden. Als het hervormingsproces een succes wordt, dan moet het een gedeeld succes zijn, een succes voor iedereen in dit verenigde Europa, dat oproept tot een gemeenschappelijke lotsbeschikking. Om dat te bereiken zullen we ervoor moeten zorgen dat de Europese en financiële instrumenten op de juiste wijze worden gemobiliseerd. We moeten gedurende deze moeilijke fase reeds al de hulp en steun bieden die binnen ons vermogen ligt.

Ik geloof wel te mogen stellen dat de afgelopen weken heel leerzaam zijn geweest, en niet alleen als het gaat om de Griekse crisis. We moeten het geleerde gebruiken om het economisch bestuur te verbeteren en niet alleen een monetaire maar ook een werkelijk economische Europese Unie op te zetten. Wat in de tijd van Jacques Delors niet goed voorstelbaar was, is nu onvermijdelijk geworden. We moeten ervoor zorgen dat we op de behoeften van dit moment kunnen inspelen.

Om al deze ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken moeten we eerst leren samenwerken. Het Stabiliteits- en groeipact is één van de instrumenten die ons hebben laten zien dat de lidstaten hun economisch beleid op elkaar moeten afstellen. We moeten in dat opzicht actief optreden en doeltreffend handelen, en daarbij het accent leggen op sterke en duurzame, door alle lidstaten gedeelde groeiprocessen. En dat moeten processen zijn die banen kunnen creëren. We hopen dat de Commissie spoedig compacte voorstellen op dit gebied zal doen, en dat die voorstellen meer inhouden dan een repressieve benadering. We moeten leren samen te bouwen en sterk te worden.

Voorzitter Barroso, ik hoop dat u begrijpt hoe belangrijk het is dat u de rol die de Commissie in deze fase kan spelen zo volledig mogelijk speelt.

Het tweede punt is dat we onszelf de mechanismen moeten verschaffen die we nodig hebben om een crisis het hoofd te bieden. Het is hoog tijd dat de Raad goedkeuring hecht aan de instelling van een Europees mechanisme voor financiële stabiliteit, een voorstel dat in maart door de ministers-presidenten en de leiders van de Europese Socialistische Partij is goedgekeurd. We moeten de agressieve en speculatieve houding van een aantal financiële agenten uiteraard veroordelen, maar we moeten ook begrijpen dat we zelf een monetair systeem hebben ontworpen dat in tijden van crisis kennelijk niet voldoet.

Derde punt: we moeten een nieuw concept voor Europese solidariteit uitwerken. We moeten proberen een gezamenlijk doel te formuleren – of anders aanvaarden dat we het slachtoffer worden van de negatieve dynamiek van nationaal egoïsme en het elkaar de loef afsteken. We kunnen niet aan de ene kant zeggen dat we samen verder willen, en dan tegelijkertijd beweren dat we in de praktijk liever onafhankelijk willen handelen. Deze crisis is een vuurproef en dat dienen we terdege te begrijpen.

Ten vierde wijs ik erop dat we het nodige belang moeten hechten aan de financiële sfeer. De komende weken en maanden zal dit Parlement de gelegenheid krijgen om een standpunt in te nemen met betrekking tot een hele reeks wetgevingsvoorstellen, onder andere over hedgefondsen en financieel toezicht.

Ik roep alle instellingen op om ons te volgen in deze verantwoordelijke benadering, om te garanderen dat Europa snel een solide systeem voor regulering en toezicht opzet. We hopen dat we samen een belasting op financiële transacties in het leven kunnen roepen, zodat financiële instellingen een eerlijke bijdrage leveren aan de economische inspanning die ieder van ons moet doen.

De toekomst van Griekenland zal voor een belangrijk deel afhangen van de groei van zijn buurlanden, en dat zijn wij, de belangrijkste economische partners van Griekenland. Als wij geen antwoord kunnen formuleren op de uitdagingen die in 2020-strategie zijn vastgelegd, als we er niet in slagen een gemeenschappelijke politieke agenda op te zetten, en als onze economieën daarom veroordeeld zijn tot trage groei, met weinig kansen op banen, dan zullen we niet in staat zijn volgende aanvallen te voorkomen – en die aanvallen zullen nog heviger zijn en heel moeilijk in de hand te houden.

De toekomst van ons continent staat op het spel. De toekomst van Europa hangt af van onze intelligentie, onze solidariteit en onze vastberadenheid.

 
  
MPphoto
 

  Guy Verhofstadt, namens de ALDE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, allereerst hoop ik, zoals alle collega’s − denk ik − en zoals de voorzitter van de Commissie, dat het mechanisme dat we hebben ingevoerd ook gaat werken. Dat ik vanaf het begin mijn twijfels heb gehad en kritisch ben geweest over het mechanisme van bilaterale leningen, wil niet zeggen dat ik nu niet hoop dat het systeem zal werken en een halt zal toeroepen aan de speculatie tegen de euro.

Want dames en heren, het gaat zo langzamerhand om speculatie tegen de euro en een aanval op de euro, en niet alleen maar om een aanval op Griekenland of een aanval die samenhangt met de situatie van de Griekse overheidsfinanciën. Het is dus veel ernstiger en veel breder. Ik van mijn kant hoop dat dit mechanisme, zodra het officieel zal zijn na de top van 7 mei, tot volle wasdom zal komen, om de simpele reden dat we geen ander instrument hebben. We hebben niets anders. Dit mechanisme moet dus wel werken, en we moeten het steunen.

Maar, en dat is mijn tweede punt, het zal ook duidelijk zijn dat we er in de nabije toekomst niet iedere keer op terug kunnen vallen. We zullen zo snel mogelijk moeten kunnen beschikken over een structureel mechanisme. Misschien nog niet voor de komende maanden, maar in elk geval wel voor de komende jaren, omdat we nog voor soortgelijke situaties zullen komen te staan. En als we voor de toekomst een structureel mechanisme willen hebben, moeten we met één ding rekening houden: we moeten lering trekken uit de gebeurtenissen van de afgelopen vijf maanden. We hadden vijf maanden nodig om een mechanisme op poten te zetten: drie maanden om het eens te worden over het uitgangspunt, en twee maanden om de voorwaarden uit te werken. En waarom? Omdat het een intergouvernementeel systeem is!

Ik denk nogmaals dat de eerste les die we hier voor de toekomst uit moeten trekken, is dat we de Commissie moeten volgen in haar communautaire aanpak. De Commissie heeft immers een Europese lening voorgesteld, waarover meteen al een besluit had kunnen vallen in december of januari en die nu al effect had kunnen sorteren en deze speculatie tegen de euro had kunnen stoppen.

Ik hoop dan ook dat op 7 mei het eerste besluit, en de eerste les uit de afgelopen vijf maanden, zal zijn dat de Commissie voortaan verzocht zal worden een voorstel te doen voor een communautaire lening die de speculatie tegen de euro onmiddellijk een halt kan toeroepen – en dan hoop ik wel dat dit werkt. Want anders dan bij een intergouvernementeel systeem, waarbij zestien landen en wellicht ook zestien parlementen "ja" moeten zeggen enzovoorts, hangen de geloofwaardigheid én de liquiditeitspositie van de Europese Unie volledig van zo’n voorstel af.

Verder hoop ik – maar de heer Rehn heeft al voorstellen in die richting gedaan – dat de tweede les die we uit dit alles trekken, is dat er een aantal structurele hervormingen moet komen, dat wil zeggen een preventieparagraaf in het Stabiliteits- en groeipact – wat de heer Rehn heeft voorgesteld –, een Europees monetair fonds, een structureel mechanisme dat onmiddellijk ingezet kan worden, en ten derde een 2020-strategie die veel beter in elkaar steekt dan de strategie die nu op papier staat.

Er is ook een hervorming nodig op het vlak van de ratingbureaus, hoewel die als het weerbericht zijn: óf ze zijn te soepel en men wil dat ze wat harder zijn, óf men wil dat ze juist weer wat soepeler zijn als ze te hard zijn. Maar een initiatief op Europees niveau is zonder meer een goed idee dat nadere bestudering verdient.

Tot slot – laatste punt mijnheer de Voorzitter – noem ik de oproep van het Spaanse voorzitterschap om zeer snel over te gaan tot goedkeuring van het financieel toezicht. Mijn excuses mijnheer López Garrido, niet wij zijn aan zet, maar de Raad! Het is immers de Raad die de voorstellen van de Commissie heeft gewijzigd. Er waren Commissievoorstellen die ik zelfs heb bekritiseerd, maar die altijd nog veel verder gingen dan die van de Raad. Wij zijn op dit moment bezig het werk van de Commissie over te doen en ik heb een goed voorstel voor u.

Als u wilt dat het financieel toezicht en de voorstellen binnen een maand van toepassing zijn, moet u meteen, met de Raad en met Ecofin, akkoord gaan met de amendementen die het Parlement u de komende dagen zal voorstellen. Dat kan allemaal heel snel voor elkaar zijn en het financieel toezicht zal daarmee van kracht zijn. Ik hoop dat u dit zal kunnen vertellen aan uw collega’s van de Ecofin-Raad, die in hun voorstel niets anders hebben gedaan dan een systeem vinden om te ontsnappen aan het door de Commissie op poten gezette financieel toezicht.

 
  
MPphoto
 

  Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie. (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik wil voortborduren op hetgeen de heer Verhofstadt zei. Het is duidelijk dat we vier maanden de zaken voor ons uitgeschoven hebben. Het is duidelijk dat we ons vergist hebben. Het is duidelijk dat we de markten en de speculatie hebben gevoed door ons gedraal. En als degenen die daar in de Raad voor verantwoordelijk zijn, dat dan tenminste nog zouden zeggen! Dat ze zeggen: "We zitten ernaast! Wij dus! Het is onze schuld!" Mevrouw Merkel, mijnheer Sarkozy, ik weet niet hoe ze heten en evenmin wat ze doen in het dagelijks leven, maar iedereen heeft het in de kranten kunnen lezen: het moest meteen gebeuren. Dat ten eerste.

Ten tweede moeten we één ding goed begrijpen: wat de regering-Papandreou moet doen is vrijwel onmogelijk. Ik vraag de Ecofin-Raad en de staatshoofden en regeringsleiders wel te beseffen dat zij totaal niet in staat zijn om in eigen land hervormingen door te voeren. Hoeveel tijd heeft Frankrijk nodig om de pensioenen te hervormen? Hoeveel tijd heeft Duitsland nodig om pensioenen op te bouwen? En nu vragen we aan de heer Papandreou om alles in drie maanden te veranderen. U bent knettergek.

Het bewijs daarvoor wordt geleverd door wat er nu in Griekenland gebeurt. Griekenland, of beter gezegd de heer Papandreou, krijgt niet de tijd om consensus te zoeken in het land. In Griekenland identificeert niemand zich met de staat. Daar is het de politiek van ieder voor zich, wat jammer is, en tientallen jaren van corrupte politieke praktijken in Griekenland zijn medeverantwoordelijk voor deze situatie. Maar toch moet er iets van cohesie tot stand worden gebracht. Dit moet gewoon, maar laat zich niet van bovenaf sturen!

En als u problemen hebt zult u, in Spanje, gaan zien hoe dat in zijn werk gaat, en als er problemen zijn in Portugal zullen ze ook daar gaan zien hoe dat in zijn werk gaat. Mijnheer Barroso kan hierover meepraten, omdat hij zo verkiezingen heeft verloren. Dus ... − nee, hij heeft nooit een verkiezing verloren − ... ik wil daarmee maar zeggen dat we vooral onze verantwoordelijkheidszin niet moeten verliezen en dat we niet het onmogelijke moeten vragen. Zelf heb ik de indruk dat een tijdje terug het adagium gold: "I want my money back". Maar nu heb ik de indruk dat op regeringsniveau inmiddels het volgende geldt: "I want to make money on the back of Greece". Omdat het probleem ook daarin zit namelijk, als je zelf tegen 1,5 of 3 procent leent en het vervolgens aan Griekenland geeft tegen 3, 5 of 6 procent, verdien je geld over de rug van Griekenland. Dat is onacceptabel!

En dan is het Europa dat initiatieven kan nemen. Mijnheer Verhofstadt heeft gelijk als hij het heeft over een Europees monetair fonds, een investerings- en solidariteitsfonds waaruit een Europese lening gegeven kan worden. De Verdragen moeten gewijzigd worden. En dames en heren, wij hier, in dit Parlement, hebben de mogelijkheid om daar het initiatief toe te nemen. Wachten op de Raad heeft geen zin, die is besluiteloos. Laten wij het initiatief nemen, een gezamenlijk initiatief van dit Parlement om de Verdragen te wijzigen, om te zorgen dat er eindelijk een Europees monetair fonds komt waarmee de speculatie echt te lijf kan worden gegaan! Wij kunnen dit, yes, we can. Let's do it.

Verder zou ik nog iets willen zeggen over het beheer van wat er in Griekenland plaatsvindt. Ik verzoek de Commissie om DG Werkgelegenheid hierbij te betrekken, zodat we voeling houden met wat daar gebeurt. En ik verzoek de Raad om bij het IMF de suggestie te doen de Internationale Arbeidsorganisatie eveneens bij dit beheer te betrekken, omdat het toevallig wel om mensen gaat. Er zijn werkgelegenheidsproblemen, er zijn werknemers. En ik vind dat dit proces niet alleen gedicteerd moet worden door financiën maar ook door overwegingen van zekerheid en door de Internationale Arbeidsorganisatie of DG Werkgelegenheid, die de waanzin die soms de kop opsteekt bij degenen die alleen maar over geld beslissen, kunnen bijsturen.

Een laatste punt tot slot. We hebben een eenvoudige mogelijkheid om de Griekse begroting te hulp te schieten: namelijk een initiatief van de Europese Unie voor de ontwapening in de regio. Met andere woorden, een politiek ontwapeningsinitiatief van Griekenland en Turkije. Een politiek initiatief, opdat de Russische troepen ... de Griekse troepen ... de Turkse troepen − pardon − zich terugtrekken uit Noord-Cyprus, zodat er ontwapening komt. Ik zeg u één ding: hypocriet zijn we. De afgelopen maanden heeft Frankrijk zes fregatten aan Griekenland verkocht voor twee en een half miljard euro, helikopters voor ruim 400 miljoen euro, Rafale’s (één Rafale kost 100 miljoen euro) – helaas heb ik uit mijn spionagewerk niet kunnen afleiden of het om 10 of 20 of 30 Rafale’s ging. Dat is bij elkaar bijna drie miljard euro. En dan hebben we ook nog Duitsland, dat een paar maanden terug zes onderzeeërs aan Griekenland heeft verkocht voor de komende jaren, bij elkaar goed voor een miljard euro.

We zijn dus compleet hypocriet. We geven geld om onze wapens te kopen. Ik wil dat de Commissie hier, aan het Europees Parlement en aan de Raad, verslag uitbrengt over de totale wapenverkoop van de Europeanen aan de Grieken en de Turken in de afgelopen jaren. Laat dit op zijn minst transparant zijn; dat we dit weten is wel het minste! Ik zeg u dat verantwoordelijk handelen bijvoorbeeld kan inhouden dat wij de territoriale integriteit van Griekenland waarborgen: de Grieken hebben 100 000 soldaten, ruim 100 000! Duitsland heeft er 200 000. Dit is volkomen scheef: een land van 11 miljoen inwoners dat 100 000 soldaten heeft! Laten we dat aan de Grieken vragen. Dat levert misschien meer op dan het loon verlagen van iemand die 1 000 euro verdient. Dat is wat ik aan de Commissie vraag: ik vraag gewoon om een beetje rechtvaardigheid.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Derk Jan Eppink, namens de ECR-Fractie. Mijnheer de Voorzitter, als geboren antirevolutionair zal ik spreken met wat minder passie dan de heer Cohn-Bendit, maar ik begrijp nu waarom 1968 een succes voor hem was; een en ander heb ik slechts als kind op televisie kunnen volgen.

Dames en heren, ik deel de bezorgdheid van de Europeanen over wat er nu allemaal gebeurt. De spaarders, de gepensioneerden, ze vragen zich af: waar gaat dit naar toe? En het is een legitieme vraag en legitieme bezorgdheid. Een pakket van 110 miljard is een enorm pakket.

Eerst praten we over 35 miljard, 60 miljard en nu over 110 miljard. Dat is een enorm bedrag en het bezuinigingspakket in Griekenland is ook enorm; we moeten echter niet vergeten dat Griekenland te lang op de pof heeft geleefd met een pensioengerechtigde leeftijd van 53 jaar. Wie kan dat niet wensen? En de vraag is, komt Griekenland hieruit? Ja of nee? We zien nu stakingen, opstanden, oproer, enzovoort. Dus het Griekse probleem, mijnheer de Voorzitter, is een Europees probleem, óns probleem.

Het probleem in Athene - mijnheer Cohn-Bendit - treft Nederlanders, Vlamingen, Duitsers, ons allemaal en het besmettingsgevaar is blijven bestaan. Ik ben van oordeel dat Griekenland, toen de malversaties van de begrotingen werden vastgesteld, uit de eurozone had moeten worden gezet. We hadden een cut-off point moeten maken, maar dat hebben we niet gedaan en nu moeten we verder en maar hopen dat het lukt.

We moeten ook de regels van het Stabiliteits- en groeipact herschrijven. Het brengt geen stabiliteit en voorlopig ook geen economische groei. Ik vind dat er een sterker toezicht moet komen, dat de Commissie moediger moet zijn, dat er meer supervisie moet zijn op naleving van de regels. Dat is de afgelopen jaren niet gebeurd.

Maar er moet, volgens mij, ook een exit-procedure zijn voor een land dat het in de eurozone niet meer kan volhouden. We hebben wel een exit-procedure uit de Europese Unie, maar niet uit de eurozone. Ik vind daarom dat die mogelijkheid er moet zijn, zodat een land een eigen munt kan invoeren, kan devalueren en op die manier op het droge kan komen. Waarom hebben we wel een exit-procedure bij de Europese Unie als zodanig, via het Verdrag van Lissabon, en niet in de eurozone?

Mijnheer Rehn zei de vorige keer tegen mij: "een land dat de eurozone verlaat is in strijd met de ever closer union," maar Griekenland laat nu precies zien waar de ever closer union op z'n grenzen stuit. Op een gegeven moment hebben we een zwakke euro en een lage groei. Dames en heren, we worden gevangenen van de theorie van de ever closer union en we gijzelen de belastingbetaler in Europa en die belastingbetaler wordt met de dag ongeruster. Vergeet dat niet.

 
  
MPphoto
 

  Lothar Bisky, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, natuurlijk moeten we Griekenland helpen. De zogenaamde reddingsactie heeft echter ook absurde kantjes. Frankrijk en Duitsland hebben zich als grote mogendheden opgesteld, en het besluit over het steunpakket vertraagd, wat veel geld heeft gekost.

De financiële markten zijn jarenlang steeds verder gedereguleerd, en nu verbaast het iedereen dat dit veel geld gaat kosten. Wie moet er nu er opdraaien voor de fouten van de politici? De werknemers? De kleine man? De banken worden niet op hun verantwoordelijkheid aangesproken. Zoals gebruikelijk zijn de belastingbetalers het kind van de rekening, letterlijk, zij moeten betalen voor het winstbejag van de banken. Eens te meer moeten de werknemers slikken dat ze loon moeten inleveren. Het dictaat van het Internationaal Monetair Fonds maakt duidelijk dat zelfs de schijn van een democratische besluitvorming niet meer wordt opgehouden.

Voor het opruimen van de olievervuiling in de Golf van Mexico geldt het principe ´de vervuiler betaalt´. Dat vind ik ook juist, maar wie naar geld of goud graaft moet zo nodig ook de schade vergoeden. De banken hoeven op dit moment – tenminste in Duitsland – niet eens de schulden terug te betalen die ze hebben gemaakt, terwijl ze met dat geld speculeren tegen de euro – jawel, tegen de euro. Dat doen ze nog steeds, hoewel we al lang roepen dat er iets moet gebeuren.

Er liggen voorstellen voor de aanpak op de tafel. Een verbod op de handel met kredietderivaten en op verkopen vanuit een ongedekte positie, het invoeren van een heffing op financiële transacties, speciale heffingen op bonussen in de financiële branche, een in de wet vastgelegde heffing op banken en verzekeringen; er liggen allerlei voorstellen op de tafel. Natuurlijk moet ook Griekenland zijn huiswerk doen. Net als andere landen van de Europese Unie moet ook Griekenland een belasting op rijkdom heffen, corruptie bestrijden en de uitgaven voor bewapening verlagen. Dat heeft Daniel Cohn-Bendit heel overtuigend aangetoond. Daarom herhaal ik niet hoe de feiten liggen, ik sluit me bij hem aan.

Ik heb begrip voor de mensen die in Athene de straat op gaan, die protesteren. Ik heb geen begrip voor het geweld. Ik ben het eens met iedereen die zijn medeleven heeft uitgesproken aan het adres van de slachtoffers. Met geweld bereik je het tegendeel van wat mensen willen bereiken die protesteren en eerlijk demonstreren. Wij moeten een beroep doen op iedereen: geen geweld!

 
  
MPphoto
 

  Nikolaos Salavrakos, namens de EFD-Fractie. – (EL) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank. Wij proberen de cijfers mooier te maken dan ze zijn, en het is bekend dat als de cijfers welvaren de mensen ongelukkig zijn. Wij moeten een evenwicht zien te bereiken; wij moeten de cijfers in evenwicht brengen maar ook de mensen gelukkig maken en houden.

Dit weinig orthodoxe gedrag heeft ertoe geleid dat er vandaag drie slachtoffers vallen te betreuren in Griekenland, drie werknemers die de dood vonden door het agressieve protest van andere werknemers. In heel Europa leidt de economische crisis – die van de overkant van de oceaan is gekomen maar bij ons een hevigere vorm neigt aan te nemen – ertoe dat de mensen alle respect voor de politiek en de politici kwijt raken.

In Griekenland zijn de brede volksgroepen de politici allesbehalve gunstig gezind. Ik houd de vinger aan de pols van de Griekse samenleving, en ik hoor dingen als “hang de 300 op” – er zijn namelijk 300 afgevaardigden in het Griekse parlement. Dat zijn gevaarlijke dingen. Ik lees nu dezelfde dingen en bespeur dezelfde minachting voor de politiek in andere landen van de Europese Unie. Dat weten wij allemaal, maar wij weten ook dat we de democratie overeind moeten houden.

Dit gezegd hebbende en met deze gedachten in het achterhoofd – want ik heb nu geen tijd meer om hier verder over uit te weiden – wil ik er nog op wijzen dat de leiders overmorgen snel moeten handelen en moeten streven naar een meer permanente oplossing, naar een oplossing voor meerdere landen. Griekenland is slechts het topje van de ijsberg. Er zijn ook andere landen – leden en niet-leden van de eurozone – met economische problemen die de komende maanden alleen maar erger zullen worden.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. − Mijnheer Salavrakos, ik heb u niet onderbroken omdat u een Griek bent en uw woorden voor ons allen heel belangrijk zijn.

 
  
MPphoto
 

  Barry Madlener (NI). - Voorzitter, ik wil mij vooral richten tot Verhofstadt, Daul en Schulz, die er nu niet is, maar wel op zijn fractie, de socialistische fractie, hier, want zij hebben de problemen mede veroorzaakt. Zij noemen nu solidariteit, solidariteit zou nodig zijn. Laat ik u herinneren dat Griekenland al jaren de grootste netto ontvanger is van Europees geld en dat heeft ertoe geleid dat ze de boel hebben belazerd en u heeft zich maar al te graag laten belazeren, want u bent zo eurofiel met z'n allen, u wilt zo graag dat Europa groter wordt dat u helemaal niet kritisch meer bent geweest en nu zitten we met de gebakken peren.

Weet u nog, Spanje, want dat is de volgende in de lijn, Spanje heeft in de afgelopen 15 jaar 2 miljoen illegale immigranten gelegaliseerd. U vond dat allemaal prachtig, maar nu hebben we 20 procent werkloosheid in Spanje en Spanje zit ook diep in de problemen, evenals Portugal. Allemaal landen met socialistische regeringen die u jarenlang gesteund heeft met Europees geld en die er een zootje van hebben gemaakt door op te grote voet te leven. U hebt jarenlang toegekeken en het jarenlang goedgevonden en nu kunnen wij, de burgers, de prijs betalen. U zou zich diep moeten schamen.

Er is maar één oplossing - en die hoor ik hier ook niemand zeggen - we moeten nu streng zijn voor de Grieken. De Grieken moeten de drachme weer invoeren, want de eurozone is voor hen niet houdbaar. En als Spanje de volgende is, dan voeren ze maar opnieuw de peseta in en Portugal de escudo en dan kunnen ze weer concurreren, want dit Europa is een verkeerd Europa en de Noord-Europese burgers weigeren straks nog te betalen voor uw fouten en voor de slappe, socialistische regeringen in deze landen, want, ik herhaal, Griekenland, Spanje, Portugal, allemaal socialistische landen, hebben allemaal geld ontvangen van de Europese Unie. De immigratie heeft welig getierd, u heeft ernaar gekeken en niets gedaan.

 
  
MPphoto
 

  Stavros Lambrinidis (S&D).(EL) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank. Ik wil ingaan op hetgeen zojuist door de heer Salavrakos werd gezegd. Hij zei namelijk dat vandaag in Athene drie mensen, drie werknemers zijn vermoord door drie andere werknemers. Dat klopt niet: deze mensen zijn vermoord door moordenaars, door misdadigers. De werknemers hebben vandaag in Athene een grote vreedzame betoging gehouden; zij hebben niemand vermoord. De echte misdadigers zijn veroordeeld door de premier, de heer Papandreou, en zojuist ook door alle politieke partijen in het Grieks parlement. Het is niet alleen verkeerd maar ook gevaarlijk om vreedzame betogingen te verwarren met misdadige acties zoals die in Athene hebben plaatsgevonden. Die acties worden door iedereen veroordeeld; die vinden geen steun onder de Griekse werknemers en kunnen ook niets veranderen aan hun overtuiging dat het land de crisis alleen kan overwinnen met eendracht en vaderlandsliefde.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Ik wil hierover niet in discussie gaan. Ik wil echter wel graag zeggen dat wij in dit Parlement, alle leden van het Europees Parlement – en ik weet zeker dat dit ook geldt voor de Commissievoorzitter en de heer López Garrido namens de Raad – nogmaals onze welgemeende solidariteit met Griekenland willen betuigen. De Grieken zijn onze vrienden en we zijn ons bewust van de zeer grote verantwoordelijkheid aan beide zijden van het conflict in Griekenland. Het is een enorme verantwoordelijkheid!

Ik wil u allen zeggen dat ik die verantwoordelijkheid zelf heb ervaren, en wel aan beide zijden. Ik was lid van een vakbond en activist. Ik was jarenlang heel actief. Ik ben ook regeringsleider geweest, en ik begrijp de moeilijke situatie waarin Griekenland zich thans bevindt. We willen allen solidariteit betuigen en uiting geven aan ons medeleven met vooral de familie en vrienden van de slachtoffers. Het is normaal dat we dat willen doen, en wij van het Europees Parlement beschouwen dat ook als onze plicht. Dank u voor het verantwoorde debat dat we vandaag in dit Parlement hebben gevoerd.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De toestand is ernstig. Wat vooral opvalt, is het gebrek aan solidariteit van de Europese leiders bij de totstandkoming van het akkoord over de situatie in Griekenland, en dat geldt zeker voor Duitsland. Het gaat er hier kennelijk vooral om politieke controle over Griekenland te verkrijgen en dit land op sociaal vlak een terugval van decennia op te leggen. Daarmee zetten de Europese leiders de beginselen waarover ze steeds zo hoog van de toren hebben geblazen – sociale en economische cohesie, convergentie, solidariteit en het zogenaamde Europese sociale model – op de helling.

Uit de strijd die de arbeiders en het volk in Griekenland leveren blijkt heel goed dat het niet aangaat van de Griekse regering te eisen dat ze de grondrechten uitholt. Die eis geldt als voorwaarde voor het verstrekken van een lening tegen een rente die hoger ligt dan de rente die het IMF zelf berekent. Het lijkt wel of de leiders van de eurozone nergens meer voor terugdeinzen. Ze maken misbruik van de zwakke positie van Griekenland en zetten de eigen sterkte in om het interne beleid van Griekenland geheel en al te bepalen, en dat alles in ruil voor een lening waarmee ze uiteindelijk ook inkomsten uit rentebetalingen zullen binnenhalen.

Deze beslissing moet bij de volgende top worden teruggedraaid. De leiders moeten kiezen voor noodhulp uit deze communautaire begroting, bij wijze van uitzondering, of uit die van volgende jaren. Het wordt tijd dat de rijkste landen van de eurozone het principe van economische en sociale cohesie nu eindelijk eens in praktijk gaan brengen.

 
  
  

VOORZITTER: ISABELLE DURANT
Ondervoorzitter

 
Juridische mededeling - Privacybeleid