Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Debatten
Woensdag 5 mei 2010 - Brussel Uitgave PB

19. Europa 2020 - nieuwe Europese strategie voor werkgelegenheid en groei (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. - Aan de orde zijn de verklaringen van de Raad en de Commissie over Europa 2020 – nieuwe Europese strategie voor groei en werkgelegenheid.

 
  
MPphoto
 

  Diego López Garrido, fungerend voorzitter van de Raad.(ES) Mevrouw de Voorzitter, ik ben heel blij dat ik hier een onderwerp aan de orde mag stellen waaraan zowel de Raad als het Spaans voorzitterschap veel belang hechten: de Europa 2020-Strategie voor groei en goede banen.

Zoals reeds gezegd beginnen we ons nu langzaam te herstellen van de ergste economische crisis sinds de jaren dertig. We moeten al het mogelijke doen om het herstel dat we nu in de Europese Unie kunnen waarnemen – en ik verwijs daarbij naar de vooruitzichten die de Commissie vandaag heeft gepubliceerd – te consolideren. Van belang is ook dat we maatregelen treffen om de sociale gevolgen van de crisis zoveel mogelijk te verzachten.

Dat is wat de lidstaten en de Europese instellingen met het oog op de korte termijn nu aan het doen zijn. We moeten echter ook kijken naar wat er na dit decennium moet gebeuren en ervoor zorgen dat ons sociaal model, het Europese sociale model, ook op de lange duur is vol te houden. De Europa 2020-strategie moet een antwoord op zowel de ene als de andere uitdaging proberen te vinden.

Waar het om gaat is te voorkomen dat we opnieuw in een crisis terecht komen. De huidige crisis is immers nog niet helemaal voorbij. We moeten dat doen door een strategie voor groei te ontwerpen, een groeimodel dat aansluit bij deze tijd. Het moet een haalbare, uitvoerbare groeistrategie zijn, waarin de belangrijkste politieke en economische doelstellingen die de Europese Unie de eerstvolgende jaren wil verwezenlijken zijn vastgelegd.

Zoals u weet hebben de staatshoofden en regeringsleiders op 11 februari tijdens een informele ontmoeting een begin gemaakt met de discussies over de Europa 2020-strategie. Die strategie is tijdens de Top van maart weer besproken, maar ook tijdens een groot aantal door Spanje voorgezeten Raadsformaties dit semester.

In maart heeft de Europese Raad het groene licht gegeven voor de lancering van de Europa 2020-strategie, hetgeen tijdens de Raad van juni zal gebeuren. In de besprekingen in maart zijn niet alleen de elementen en de structuur van deze strategie vastgelegd, maar ook de procedure voor de toekomstige ontwikkeling ervan.

De strategie legt het accent op zaken die voor Europa van doorslaggevend belang zijn: kennis en innovatie, de duurzame economie waar het Europees Parlement om gevraagd heeft, een hoog werkgelegenheidsniveau en sociale integratie.

Een aantal van deze vijf kerndoelstellingen is gekwantificeerd. Arbeidsparticipatie: 75 procent voor mannen en vrouwen, en 3 procent van het bbp voor investeringen in onderzoek en ontwikkeling, en de “20/20/20”-doelstellingen in het kader van de bestrijding van klimaatverandering. De doelstellingen voor het terugbrengen van het percentage vroegtijdige schoolverlaters en het verhogen van het percentage van de bevolking met een hoger onderwijsniveau zijn nog niet gekwantificeerd. Er is ook nog geen precieze doelstelling vastgelegd voor het bevorderen van sociale integratie, waaronder ook – en vooral – het terugdringen van de armoede.

Dit alles is gebaseerd op de door de Commissie goedgekeurde mededeling. Deze mededeling was de doorslaggevende factor bij het daarop volgende besluit van de Raad en de conclusies die deze bij de in maart gehouden Top heeft aangenomen.

Om te beginnen is er een aantal geïntegreerde richtsnoeren opgenomen in de 2020-Strategie. De Commissie heeft nu net een voorstel gedaan over de wijze waarop er met die richtsnoeren moet worden omgegaan. Het gaat hier onder andere over richtsnoeren op het gebied van werkgelegenheid, en dat is een onderwerp waarover het Europees Parlement moet worden geraadpleegd. Het Spaans voorzitterschap heeft zich bereid verklaard om op al de beleidsgebieden die voor de Raad relevant zijn het nodige werk te verrichten, zodat de Ecofin-Raad en de Raad werkgelegenheid, gezondheid, sociaal beleid en consumentenzaken de Europese Raad in juni nog van advies kan dienen.

In de tweede plaats zijn er de kerndoelstellingen; ik heb die ik zojuist genoemd.

Het derde punt is dat deze nieuwe strategie een nieuwigheid bevat: de nationale doelstellingen. Elke lidstaat moet eigen doelstellingen vastleggen, maar die moeten natuurlijk wel worden geïntegreerd in de Europese doelstellingen, mét de steun van de Raad en de Commissie.

Vierde punt: er is gesproken over de knelpunten waardoor de groei op nationaal niveau mede wordt bepaald. Ook dat is een vernieuwing in vergelijking met de strategie van Lissabon: het Spaans voorzitterschap zal zich vooral bezig gaan houden met de knelpunten die gevolgen hebben voor de interne markt.

Ten vijfde zijn er de zogenaamde “vlaggenschip-initiatieven”, die door de Commissie worden ontwikkeld. Het eerste initiatief van dit type – de digitale agenda – willen we nog tijdens het Spaans voorzitterschap realiseren. Dit onderwerp zou tijdens de in mei te houden Top moeten worden besproken, in aansluiting op een mededeling die de Commissie beloofd heeft op 18 mei te zullen publiceren.

Ter afsluiting wil ik nog zeggen, mevrouw de Voorzitter, dat er in bepaalde Raadsformaties specifieke debatten over deze nieuwe strategie zullen worden gehouden. We willen dat die debatten voor zover mogelijk openbaar zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de eerstvolgende Raad, de volgende week te houden Onderwijsraad.

Ik wil er graag op wijzen dat we het werk in juni natuurlijk niet stopzetten. Dat is nu juist de maand waarin de 2020-strategie haar beslag moet krijgen. En ook dan houdt het werk niet op. Die strategie moet immers verder worden ontwikkeld en vervolgens toegepast, via nationale hervormingsprogramma’s.

Tot slot – laatste punt – wil ik nog opmerken dat de Europese Raad in het kader van de governance van deze strategie een belangrijke rol zal vervullen. De Raad heeft welbeschouwd van begin af aan een belangrijke rol gespeeld, wat aansluit bij de ideeën van het Spaans voorzitterschap en die van de voorzitter van de Europese Raad, de heer Van Rompuy, die een heel speciale taak heeft vervuld. De Europese Raad zal dus een heel belangrijke rol spelen en zich bezig houden met de ontwikkeling en begeleiding van deze strategie, samen met de Commissie. Deze twee instellingen zullen een sleutelrol vervullen bij de implementatie van deze strategie, die een aantal instrumenten bevat die we allemaal graag zouden inzetten.

 
  
MPphoto
 

  José Manuel Barroso, voorzitter van de Commissie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, Europa staat voor een grimmige keuze: we kunnen ervoor kiezen de economische en financiële crisis te benaderen volgens het principe “de ene zijn brood is de andere zijn dood”, een houding van “ieder voor zich en God voor ons allen” waarmee we alles wat we de afgelopen zestig jaar hebben bereikt, op het spel zetten, of we breiden de Europese samenwerking op een doelmatige wijze uit, met gebruikmaking van alle instrumenten die we tot onze beschikking hebben.

De gebeurtenissen van de laatste maanden – voortdurende volatiliteit van de markten, de behoefte aan verdere financiële markthervormingen en de behoefte aan een vastberaden consolidatie van publieke middelen – hebben alleen maar duidelijker gemaakt wat de juiste keuze is. We moeten het belang van de Europese dimensie meer dan ooit benadrukken, en met de doelstellingen van Europa 2020 hebben we de kans om dat te doen.

Ik ben uitgenodigd om het met u te hebben over Europa 2020, maar het is niet echt zinvol om dit pakket maatregelen voor slimme, duurzame en inclusieve groei op zichzelf te bekijken, want een van de belangrijkste conclusies die we kunnen trekken uit de crisis die we nu doormaken, is dat we op alle niveaus en op alle gebieden moeten samenwerken om de hiaten in het kader voor regulering van en toezicht op de financiële markten op te vullen, om de macro-economische stabiliteit en gezonde overheidsfinanciën te herstellen en de structurele hervormingen in gang te zetten die Europa op weg naar duurzame groei en werkgelegenheid kunnen helpen.

Deze drie luiken zijn alle van even groot belang – als we onze doelstellingen willen bereiken, moet de zaak bij alle drie op orde zijn. Dit alles vergt dus een holistische benadering, hervorming van de financiële markten, krachtiger economisch bestuur en Europa 2020 voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Daarnaast moet de G20 akkoord gaan met wereldwijde hervormingen, omdat veel van deze zaken een externe dimensie hebben. We moeten alle middelen die we tot onze beschikking hebben, op intelligente wijze benutten en erkennen dat ze elkaar onderling allemaal beïnvloeden. Ik zal bij elk ervan kort stilstaan. Ik zal het niet meer hebben over de financiële kwesties die ik tijdens mijn vorige toespraak noemde. Om te beginnen wil ik de G20 naar voren brengen.

De G20 heeft een grote rol gespeeld bij de aanpak van de financiële en economische crisis en heeft de governance vooral op mondiaal niveau verbeterd. Het is voor een groot deel de verdienste van de Europese Unie dat de G20 in beweging kwam en met ideeën gevoed werd. De Commissie heeft hier op een bijzondere manier aan bijgedragen door ervoor te zorgen dat in ons werk naar behoren rekening werd gehouden met de belangen van alle zevenentwintig lidstaten. We zullen er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de Europese Unie tijdens de top in Toronto in juni en de top in Seoel in november haar leiderschap behoudt.

Het zal een belangrijke doelstelling zijn om een duidelijke boodschap van de G20 te laten uitgaan over een exitstrategie ter ondersteuning van het herstel – een boodschap waaraan alle grote economieën deel hebben. Een aantal van de onevenwichtigheden die aan de oorsprong van deze crisis lagen, moeten we mondiaal aanpakken. We moeten er ook voor zorgen dat de last van het herstel van het evenwicht van de wereldwijde groei over alle G20-leden wordt verdeeld. Het is in dit verband van belang dat we werken aan de bewustwording over onze Europa 2020-strategie en aan een betere economische coördinatie in de EU in het algemeen en in de eurozone in het bijzonder. Het is belangrijk dat Europa een gecoördineerde benadering aan de G20 presenteert.

Een andere doelstelling is dat we vaart maken met de hervorming van de financiële markten. We moeten onze internationale partners onder druk blijven zetten om de bestaande G20-toezeggingen tijdig en op consistente wijze ten uitvoer te leggen met een level playing field.

Bovenal geloof ik dat de tijd rijp is voor de G20 om een krachtig signaal af te geven over de wijze waarop de financiële sector kan bijdragen aan de financiering van het herstel van de banken. We moeten streven naar een gecoördineerde en krachtige benadering. Er zou een krachtig signaal uitgaan van een wereldwijde overeenkomst over een stabiliteitsheffing voor banken gekoppeld aan concrete afwikkelingsmaatregelen. Zoals het IMF onlangs voorstelde, kan dit worden aangevuld met een belasting op financiële activiteiten of winst. Het zal een bijzonder zwaar debat worden. Op basis van de voorbereidende werkzaamheden samen met onze partners in de G20 kan ik u zeggen dat velen tegen dit idee zijn; toch denk ik dat we ermee verder moeten. De boodschap van de Europese Unie is in ieder geval het sterkst als we met één stem spreken en als we kunnen zeggen dat de Europese Unie haar eigen huiswerk alvast gedaan heeft.

Daarom moeten we ernaar streven nog vóór Toronto overeenstemming te bereiken over de belangrijkste dossiers betreffende de regelgeving inzake financiële diensten waarover ik eerder vanmiddag sprak. Dat vergt flexibiliteit en creatief pragmatisme, zowel van dit Parlement als van de Raad.

Dit brengt me bij de kern van Europa 2020, die nu in de juiste context geplaatst is als onderdeel van de holistische benadering waarover ik aan het begin sprak. Zoals u weet, zijn de belangrijkste onderdelen van de Europa 2020-strategie in maart door de staatshoofden en regeringsleiders aangenomen. Er zijn verschillende gelegenheden geweest om hier in dit Parlement over te debatteren. Nog vóór we met een voorstel kwamen, heeft de Commissie u hierover geraadpleegd. We moeten de strategie nu in detail uitwerken; het is iedereen duidelijk dat er dringend maatregelen moeten worden genomen. Zoals in een aantal verklaringen tijdens het vorige debat werd benadrukt, hebben deze financiële crisis en de problemen rond de euro meer dan ooit duidelijk gemaakt dat we de structurele hervorming op een gecoördineerde en vastberaden manier moeten voortzetten.

Betere coördinatie van ons economisch beleid vormt de spil van Europa 2020. Al vóór deze Griekse crisis hadden wij meer coördinatie van het economisch beleid voorgesteld. Dit is zeker nodig om crises in de toekomst te voorkomen en het is van cruciaal belang als we een eind aan deze crisis willen maken, de groei willen herstellen, die groei willen vertalen naar meer en betere werkgelegenheid en uiteindelijk een duurzame en inclusieve toekomst voor Europa willen.

De vijf doelstellingen die de Commissie heeft voorgesteld, berusten nu voor het merendeel op consensus; de numerieke streefwaarden met betrekking tot doelstellingen voor werkgelegenheid, onderzoek en ontwikkeling en bestrijding van de klimaatverandering zijn al vastgesteld.

De Europese Raad zal in juni 2010 de numerieke streefwaarde voor de onderwijsdoelstelling vaststellen – vermindering van vroegtijdige schooluitval en verhoging van het percentage van de bevolking met een tertiaire of vergelijkbare opleiding – daarbij rekening houdend met het voorstel van de Commissie.

Ik ben er ook een groot voorstander van om een numerieke streefwaarde vast te stellen voor de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting. We mogen de misstand dat er in de Europese Unie nog steeds tachtig miljoen mensen door armoede bedreigd worden, gewoonweg niet aanvaarden. Er wordt in de Raad gestaag gewerkt aan deze kwestie en ik zal alles in het werk stellen om de lidstaten te overtuigen van het belang van deze doelstelling, wetende dat dit Parlement onze vastberadenheid deelt.

Europa 2020 moet een evenwichtig programma bieden. Natuurlijk is sociale gelijkheid onmogelijk zonder een concurrerende markt, maar we willen ook geen economisch doelmatig Europa zonder rechtvaardigheid.

De nationale doelstellingen maken het mogelijk de voortgang van de lidstaten beter en doelmatiger te volgen, zodat we in staat zijn ervoor te zorgen dat de op EU-niveau gestelde doelstellingen worden gehaald. De lidstaten zijn bezig deze nationale doelstellingen in samenwerking met de Commissie op te stellen. De doelstellingen worden, naar ik hoop, tijdens de Europese Raad in juni vastgesteld, zodat meteen daarna een aanvang kan worden gemaakt met de tenuitvoerlegging.

De Commissie heeft vorige week een voorstel gedaan over de geïntegreerde richtsnoeren. Hierin komen de prioriteiten van de Europa 2020-strategie tot uiting. Het aantal richtsnoeren is kleiner dan de vorige keer – het zijn er nu 10 en eerder waren het er 24 – wat eigenaarschap van het instrument onder de diverse actoren stimuleert. Ik denk dat dit vooruitgang is.

De Europese Raad van juni moet zijn politieke steun geven aan de beginselen waarop deze geïntegreerde richtsnoeren zijn gebaseerd, maar natuurlijk worden ze pas aangenomen als we ze met u – het Europees Parlement – besproken hebben en hopelijk is dat zo snel mogelijk.

De Europa 2020-strategie is niet slechts een lijst met doelstellingen, bedoeld ter inspiratie, het is niet alleen maar een visie – het is een hervormingsprogramma. Er worden op Europees niveau maatregelen genomen, maar wat even belangrijk is, is het feit dat in ieder van onze zevenentwintig lidstaten volledig overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel hervormingen zullen moeten worden doorgevoerd. We zullen duidelijk maken wat op Europees niveau moet gebeuren en wat op nationaal niveau. Het draait om de tenuitvoerlegging. Zoals de vertegenwoordiger van de Raad, de heer López Garrido, zei, is er op lidstaatniveau nu een veel groter bewustzijn van de behoefte aan een betere Europese governance. Ik hoop dat de lidstaten hebben geleerd van een aantal van de tekortkomingen van de strategie van Lissabon. Veel, zo niet alle, doelstellingen van de strategie van Lissabon waren in feite goed en gingen de goede richting uit, maar eerlijk gezegd was er onvoldoende gevoel van eigenaarschap en ontbrak het aan daadkracht bij de tenuitvoerlegging van de programma’s. Daarom moeten we iets doen aan het gebrek aan tastbare resultaten dat tijdens de strategie van Lissabon heerste. U kunt hierbij een cruciale spelen door ervoor te zorgen dat de Europa 2020-strategie op succesvolle wijze ten uitvoer wordt gelegd.

Naast uw rol als medewetgever kunt u, het Europees Parlement, ook op heel effectieve wijze burgers en zelfs – waarom niet? – nationale parlementen mobiliseren. Wat van groot belang is, is het soort betrekkingen, als ik dat zo mag zeggen, dat het Europees Parlement met de nationale parlementen aanknoopt. Deze hervormingen mogen namelijk niet alleen worden gezien als iets afkomstig uit Brussel of soms uit Straatsburg, maar als iets wat op alle niveaus in de Europese samenleving tot stand komt. Het gevoel van urgentie, de behoefte aan hervorming moet worden gedeeld door alle belangrijke sociaaleconomische en politieke spelers en op alle regeringsniveaus, maar ook door de sociale partners. Ik ben van mening dat dit van groot belang is en ik verwelkom alle mededelingen die premier Zapatero heeft gedaan over de noodzaak om de sociale partners hierbij te betrekken. Voorts moeten we zorgen voor sterkere, overkoepelende governance door al onze coördinatie-instrumenten aan elkaar te koppelen: een gelijktijdig uitgevoerde verslaglegging en evaluatie van Europa 2020 en het Stabiliteits- en groeipact om de middelen en de doelstellingen samen te brengen, inbreng van de Europese Raad voor systeemrisico’s om te zorgen voor de algehele financiële stabiliteit, structurele hervormingen, maatregelen om het concurrentievermogen te vergroten en macro-economische ontwikkelingen. Dit alles samen moet ons uit de crisis helpen en op weg helpen naar slimme, duurzame en inclusieve groei.

Als we het economisch bestuur serieus nemen, is dat de enige manier om het te doen. We kunnen niet van serieus economisch bestuur op Europees niveau spreken en tegelijkertijd de macro-economische aspecten scheiden van de micro-economische, de interne van de externe.

De lidstaten en de Europese instellingen moeten deze zaken dus op holistische wijze benaderen en al deze instrumenten samenvoegen – dat is ook de enige manier om enig vertrouwen in onze strategie te wekken.

Ik had het aan het begin van deze toespraak over een grimmige keuze en de Commissie weet welke paden ze wil volgen. Ik heb er vertrouwen in dat dit Parlement die keuze deelt – een vastberaden keuze, een keuze voor Europa – en ik reken op uw inbreng tijdens onze verdere werkzaamheden.

 
  
MPphoto
 

  Corien Wortmann-Kool, namens de PPE-Fractie. Voorzitter, voorzitter Barroso, geachte minister, dit debat over de 2020-strategie is terecht voorafgegaan door een debat over de crisis in de eurozone en voor beide debatten is het cruciale thema hoe we de Europese besturing, de Europese governance, versterken. U spreekt over coördinatie van de economische politiek, maar het grote probleem is dat een en ander te veel de uitleg van vrijheid, blijheid heeft gekregen en lidstaten de afspraken aan hun laars gelapt hebben. Dat kan echt niet meer. Dat geldt voor het Stabiliteits- en groeipact en dat is ook de grote les uit de Lissabonstrategie, dus het moet anders als het gaat om die 2020-strategie.

Onze fractie, de Europese Volkspartij, verwacht een ambitieuze inzet van de Commissie voor de Europese economische governance vóór die 2020-strategie. Wij verwachten van de Raad dat hij in juni daadkrachtige besluiten neemt en zich committeert aan ambitieuze doelen voor de lidstaten en ook aan een stevige Europese governance. Het Parlement zal u uitdagen, als dat nodig is. De begrotingsplannen voor het komend jaar moeten aansluiten bij die 2020-strategie en ook op andere punten zal dit Parlement haar institutionele rol uitdrukkelijk spelen, in het belang van duurzame economische groei en in het belang van banen voor onze burgers.

Voorzitter, de turbulentie in de eurozone laat eens te meer het belang zien van gezonde overheidsfinanciën, voor de stabiliteit van de euro, voor de financiële en economische stabiliteit, maar óók om te voorkomen dat we de lasten doorschuiven naar toekomstige generaties, naar onze kinderen. Hervorming van de overheidsfinanciën is dan ook een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle 2020-strategie en voor herstel van onze concurrentiekracht. Daarom is het zo belangrijk, commissaris Rehn, dat u volgende week met voorstellen komt om het Stabiliteits- en groeipact te versterken. Versterking van de preventieve werking en het beter op orde krijgen van duurzame overheidsfinanciën in de lidstaten zijn cruciaal. Ik wil u namens onze fractie dan ook aanmoedigen, om als Commissie uw verantwoordelijkheid te nemen en met ambitieuze plannen te komen. Op onze steun kunt u rekenen.

We moeten als Parlement kijken hoe wij, samen met u, de Raad kunnen uitdagen ook daadwerkelijk in te stemmen met versterking van het Stabiliteits- en groeipact. Het is goed dat de Raad een task force heeft ingesteld, maar ik hoop toch echt dat de Raad al vóór het einde van het jaar haar instemming zal geven aan de voorstellen van de Commissie.

Voorzitter, de mogelijkheden van het Verdrag van Lissabon moeten we ten volle inzetten om de Europese governance op korte termijn te versterken. We hebben geen tijd te verliezen.

 
  
MPphoto
 

  Pervenche Berès, namens de S&D-Fractie. (FR) Mevrouw de Voorzitter, mijnheer de voorzitter van de Commissie, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, inhoudelijk grijpen de twee debatten die we zojuist hebben gevoerd in elkaar, maar zien we dit ook terug in de praktijk? Wij van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement twijfelen daaraan, omdat we geen samenhang zien tussen de ons door de Commissie voorgestelde tekst en het strategisch partnerschap dat u in juli wilt goedkeuren, zonder dat het Parlement zich expliciet heeft kunnen uitspreken over de werkgelegenheidsrichtsnoeren.

Ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen hoe we ons hier de komende tien jaar aan moeten verbinden. Ten eerste zegt u ons, zonder de balans op te maken van wat de strategie van Lissabon was: "Alles is veranderd: wij hebben niet langer zevenentwintig richtsnoeren, we hebben er tien!". Maar kunnen we dat verandering noemen, mijnheer Barroso?

Een gedachte die wél coherent is, is dat we moeten vertrekken vanaf het punt waar we nu zijn, voordat we kijken naar het punt waar we naar toe gaan, als we de 2020-strategie tot een succes willen maken. En we moeten kijken naar het punt waar we naar toe willen. Het punt waar we nu zijn, is de grootste crisis in het bestaan van de Europese Unie; een ergere is er niet geweest. We kunnen hier niet aan voorbijgaan. We kunnen niet beginnen aan een crisisexitstrategie die erop zou neerkomen dat de overheid verder maar afziet van haar verantwoordelijkheden op economisch gebied, om vervolgens alles over te laten aan de markt.

Nadenken over die strategie kan niet zonder inzet van de middelen die we hebben. U weet het, mijnheer Barroso: zo rijk zijn we niet. Wij hebben een instrument dat Stabiliteits- en groeipact heet, en er is nog een ander, dat luistert naar de naam financiële vooruitzichten. Als dit alles niet duidelijk wordt afgestemd, komen we nergens.

Als we kijken naar het vertrekpunt is er een aantal zaken dat ons zorgen baren. Vóór alles dringen wij in de S&D-Fractie erop aan dat de landen niet langer blootstaan aan de speculatie op de markten. Het gaat daarbij niet speciaal om Griekenland of om een andere lidstaat. Het gaat om het domino-effect en het feit dat de speculatie vrij baan heeft.

Daarom stellen wij de invoering van een mechanisme voor financiële stabiliteit voor dat de lidstaten voor deze speculatie behoedt, zodat zij doen wat zij moeten doen, namelijk weer de weg naar herstel inslaan die waarborgen biedt voor het sociaal model. Want iedereen weet het, iedereen heeft het gezegd in deze crisis: ons sociaal model is onze beste steun en toeverlaat in de globalisering.

Als uw 2020-strategie zich vertaalt in een begrotingsconsolidatie die dit sociaal model om zeep helpt, zal Europa morgen het onderspit delven in de internationale concurrentie. Het vermogen van Europa om dit model dat wij belichamen naar grote hoogte te stuwen zal dan verloren gaan en we zullen de plaats hebben geruimd voor andere continenten, tenzij niet alles aan het spel van de vrije markt wordt overgelaten. Dit is niet óns toekomstbeeld.

 
  
MPphoto
 

  Lena Ek, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, we weten al maanden dat Griekenland in een zeer moeilijke situatie verkeert. We weten dat de euro voor onze ogen rap in waarde daalt en dat de spread van staatsobligaties toeneemt. Juist nu we dachten dat we weer overeind gekrabbeld waren, kan opeens niemand er nog aan twijfelen dat Europa zich in een serieuze crisis bevindt.

De kwesties concurrentievermogen, productiviteit en duurzame economische groei moeten worden aangepakt, maar toch blijven de leiders van Europa maar kibbelen over de te nemen maatregelen. Daar is het nu de tijd niet voor. Er moeten nodig maatregelen worden genomen en wel nu. Aangezien gebleken is dat het onderling uitoefenen van druk in de Raad niet werkt, moeten er bindende doelstellingen en nieuwe transparante middelen komen om de verslagen over iedere lidstaat te onderzoeken. Het Stabiliteits- en groeipact moet volledig worden gerespecteerd en er is behoefte aan betrouwbare en kloppende cijfers waarop we onze besluiten kunnen baseren.

Om regeringen extra onder druk te zetten moet de toekenning van structuurfondsen en andere Europese steun afhankelijk worden gemaakt van het vermogen van regeringen om de juiste cijfers aan ons te verstrekken. Ik zal een vergelijking maken. Als een kleine boer fouten maakt op een halve hectare verliest deze boer de steun voor alles wat hij of zij doet voor een aantal jaren. Dat is de vergelijking die we moeten maken. Daarom zijn we in resoluties van het Parlement zo streng als het gaat om governance.

Het is ook zeer pijnlijk dat de Commissie niet komt met de voorstellen waarover wij al jaren spreken. Om een platform te creëren voor groei in de toekomst, moet de strategische beleidsagenda in de EU 2020-strategie worden opgenomen. Ik zal een paar voorbeelden geven. We hebben onderhandeld over het economisch herstelplan. Dit plan is voor een groot deel niet ten uitvoer gebracht. Het Parlement heeft om een plan B gevraagd, opdat het wordt opgenomen in de resultaten, maar plan B is nog niet in werking gesteld. We zijn een bepaald plan overeengekomen, nieuwe energietechnologie. We hebben nog niet eens 50 procent van het geld dat nodig is voor het plan, een echt strategisch instrument. De meest rendabele manier om broeikasgassen terug te dringen is een strategie voor energie-efficiëntie. Ik doe derhalve een beroep op de Commissie en de lidstaten om energie-efficiëntie boven aan de huidige agenda te zetten.

De bestaande wetgeving moet worden verbeterd omdat deze ontoereikend is. Het al zo lang beloofde actieplan voor energie-efficiëntie moet er komen. Er moet een energie-infrastructuur komen, het energie-equivalent van snelle treinen, er moeten supernetten en geavanceerde slimme netten komen, en daar hebben we het geld voor.

We moeten zorgen voor technische innovatie en we moeten ook een strategie stimuleren en voorstellen ter bestrijding van sociale uitsluiting en voor genderinclusie. In het licht van de huidige crisis moet de Commissie meer verantwoordelijkheid nemen en afmaken wat we samen zijn begonnen. De Raad moet meer moed betonen en ophouden met kibbelen. We zullen een moedige resolutie indienen inzake de tweede stap van de 2020-strategie.

 
  
MPphoto
 

  Rebecca Harms, namens de Verts/ALE-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, dames en heren, het is bijna een politieke provocatie dat dit programma Europa 2020 wordt gepresenteerd als een grote stap op de weg uit de crisis. We hoeven alleen maar te kijken naar het beleid dat tot nu toe is gevolgd voor het reguleren van de financiële markten. Wie een beetje eerlijk is, stelt vast dat we al maanden, en eigenlijk al jaren, beloven dat we deze losgeslagen markten gaan reguleren, maar tot nu toe hebben we slechts dwergenstapjes gezet. Met Griekenland wordt ons nu de spiegel voorgehouden.

De crisis in Griekenland toont aan dat wat we tot nu toe hebben gedaan volkomen ontoereikend is. Onze burgers hebben ons horen zeggen dat we de banken redden. Ze hebben met de tanden geknarst, en het aanvaard. Nu betalen ze het gelag. De overheidsbegrotingen zuchten al onder de last van die maatregelen. Nu redden we Griekenland, en dat moeten we ook doen, dat lijdt geen twijfel, maar dat is weer een uitdaging voor de overheidsbegroting in veel lidstaten van de Europese Unie.

De banken maken winst, en dan krijgen ze al applaus omdat ze zeggen dat ze vrijwillig een kleinigheid zullen bijdragen aan de hulp voor Griekenland! Mijnheer Barroso, we kunnen er niet onderuit: in de Europese Unie, op onze markt met zevenentwintig lidstaten, moeten we werkelijk een heffing op financiële transacties invoeren, of een ander instrument om het overdreven winstbejag van de hongerige speculanten enigszins te beperken. We hebben werkelijk een instrument nodig om degenen die aan deze crisis verdienen, die speculeren tegen de euro, op een faire manier te laten meebetalen aan deze hulp. Met de overheidsbegrotingen kan het namelijk zo niet verder gaan.

In het document dat u heeft voorgelegd, zie ik nog steeds geen visie op de toekomst. U zegt dat dit mondiaal moet worden geregeld. Dat ken ik al uit het klimaatdebat. Daar hebben we al die jaren ook geen vooruitgang geboekt.

Het klimaat is volgens mij het tweede grote thema. Ook deze crisis hebben we nog lang niet achter de rug. We glijden al verder af, omdat we er tot nu toe niet in geslaagd zijn om de nodige stappen te zetten. Ik vind het eigenlijk armzalig dat vandaag, kort voor dit debat, duidelijk is geworden dat Connie Hedegaard als een soort mol in de Commissie werkt, en probeert om ervoor te zorgen dat de Europese Unie het laagste streefdoel haalt. Wanneer we naar de huidige situatie kijken is het de hoogste tijd dat we ons streefdoel verhogen tot dertig procent. Als we dat niet doen kunnen we onze beroemde Europese emissiehandel bijvoorbeeld wel vergeten. Als er geen gepaste prijs moet worden betaald voor CO2, omdat onze streefdoelen onvoldoende ambitieus zijn, dan zijn we na al die jaren en na al die heftige discussies nog ver verwijderd van het streefdoel dat we zelf hebben geformuleerd. Bij de transformatie van de Europese economie richting meer duurzaamheid – en dat staat in de titels van het programma van de Commissie – zal iedereen natuurlijk zeggen mee te zullen doen. Uw Commissie, mijnheer Barroso, is met dit programma echter het antwoord schuldig gebleven op de vraag hoe die doelstellingen in de Europese economie moeten worden bereikt. Met welke instrumenten, met welke stimulansen en programma’s wilt u dat bereiken?

Mevrouw Ek heeft een aantal concrete punten genoemd. Er moet nog flink worden geschaafd aan dit programma. Zoals het er nu uitziet kan het Europees Parlement volgens mij niet zeggen dat dit na Lissabon een voltreffer is. Dit Europa 2020 is eigenlijk de aankondiging dat ons na het echec van Lissabon het volgende echec te wachten staat.

 
  
MPphoto
 

  Michał Tomasz Kamiński, namens de ECR-Fractie. (PL) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat de heer Barroso vandaag voor een bijzonder moeilijke opdracht staat. Hij vervult een van de moeilijkste functies in de Europese Unie. Hij moet zijn tijd verdelen tussen het overtuigen van vertegenwoordigers van links en rechts, van mensen die de beste antwoorden hebben voor de lastigste problemen. Mijnheer Barroso moet vakkundig tussen deze voorstellen laveren. Ik ben van oordeel dat de door de Commissie voorgestelde Europa 2020-strategie het beste voorstel is. Ik ben zeer verbaasd over de voorstellen die in dit Parlement zijn gedaan en die zouden betekenen dat we onze fouten uit het verleden zouden herhalen om de huidige, zeer moeilijke situatie recht te zetten.

Ik zou willen zeggen dat ik achttien jaar van mijn leven in een land heb gewoond dat de naam 'Volksrepubliek Polen' droeg – een land dat weliswaar een ministerie van Binnenlandse Handel had, maar waar de winkelrekken leeg waren. Er was een ministerie van Binnenlandse Handel, maar er was geen binnenlandse handel. Godzijdank hebben we vandaag – nu al twintig jaar – in Polen geen ministerie van Binnenlandse Handel meer, maar wel binnenlandse handel.

Ik zou willen zeggen dat meer regelgeving, hogere belastingen of meer inmenging zeker niet het passende antwoord zijn op de huidige crisis. Ik ben uiteraard geen vurig pleitbezorger van de vrije markt. Ik denk dat het de taak van de staat is om de marktmechanismen te corrigeren, maar dit zou zeer behoedzaam moet gebeuren. Als we in alle openheid over ontwikkeling in Europa willen praten, mogen we niet vergeten hoe we tijdens de vorige zittingsperiode over de dienstenrichtlijn hebben gestemd. Laat ons niet vergeten wat er in het Europees Parlement met de dienstenrichtlijn is gebeurd. Zonder vrij verkeer van personen, diensten en kapitaal zal Europa immers niet in staat zijn om doeltreffend te concurreren met de andere continenten in de wereld.

We horen hier vandaag dat wij niet kunnen wedijveren met andere gebieden van politieke en economische integratie. Het is echter zonneklaar dat wij de ondernemers op ons continent er zelf toe dwingen om naar andere regio's uit te wijken door overregulering en de invoering van buitensporige belemmeringen voor bedrijven. Wij moeten ons bijgevolg afvragen wat we nog meer kunnen doen om de Europa 2020-strategie te ondersteunen. Er is immers geen andere strategie voorhanden en het spreekt voor zich dat we een uitweg uit de crisis moeten vinden.

Het lijdt ook geen twijfel dat we Griekenland moeten helpen. Voor ons, Polen, het volk dat ik hier vertegenwoordig, heeft het woord 'solidariteit' een bijzondere betekenis. We moeten daarom vandaag duidelijk maken dat we solidair zijn met Griekenland. Ik wil nogmaals benadrukken dat we al het mogelijke moeten doen om ervoor te zorgen dat Europa de economische crisis te boven komt. Deze crisis vormt niet alleen een probleem voor miljoenen gezinnen, maar is ook nadelig voor het vertrouwen in onze toekomst. Ik heb vertrouwen in de toekomst van Europa. Ik geloof in ons succes.

 
  
MPphoto
 

  Gabriele Zimmer, namens de GUE/NGL-Fractie. – (DE) Mevrouw de Voorzitter, wanneer ik de discussie over het vorige punt op de agenda vergelijk met deze discussie, zie ik dat er blijkbaar twee parallelle werelden bestaan: aan de ene kant hebben we een Europese Unie waarin lidstaten als Griekenland, Italië, Spanje en Portugal een ernstige crisis doormaken en andere landen als Duitsland en Frankrijk blokkeren, en aan de andere kant hebben we een Europese Unie waarvoor we een strategie ontwikkelen die helemaal niet ingaat op de genoemde uitdaging.

In deze strategie hebben we geen nieuwe koers bepaald voor de ontwikkeling van de Europese Unie, en ook niet gereageerd op het feit dat de instrumenten niet functioneren. We hebben ook geen moeite gedaan om vast te stellen hoe de bevoegdheden moeten worden verdeeld tussen de lidstaten en de Europese Unie, wat nodig is, en hoe de relatie moet zijn tussen de Eurozone en de lidstaten van de Europese Unie die daar geen deel van uitmaken. We hebben geen antwoord gegeven op alle vragen die in de afgelopen jaren zijn gesteld in verband met de Lissabonstrategie. We hebben geen toekomstwijzende antwoorden. We hebben niet bepaald welke kant we eigenlijk op willen met de Europese Unie. Dat is natuurlijk de oorzaak van de talloze wanklanken die op dit moment te horen zijn.

Ook in de discussie over Europees economisch bestuur, over een Europees monetair fonds, kunnen we niet gewoon doen alsof we met onze strategie kunnen voortgaan op de ingeslagen weg. Het is dringend noodzakelijk om, alvorens te spreken over de omzetting van 2020, we die strategie uitstellen. We moeten meer tijd nemen voor de besluitvorming en een analyse maken van de uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd. We moeten de maatschappelijke organisaties en vooral de parlementen daar veel nauwer bij betrekken dat tot nu toe het geval is geweest. Anders lopen we als slaapwandelaars het noodlot tegemoet!

 
  
MPphoto
 

  Godfrey Bloom, namens de EFD-Fractie. (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik vind het jammer dat de heer Barroso uit het Parlement is weggevlucht. Ik heb het idee dat hij vanavond heel veel van mij had kunnen leren!

Ik raad u aan u niet te veel zorgen te maken over de EU in 2020. Ik kan me namelijk goed voorstellen dat die er dan niet meer is! Het zal met de EU dezelfde kant op gaan als met de Sovjet-Unie, waar de EU veel van weg heeft, en wel om dezelfde redenen: de EU is gecentraliseerd, corrupt, ondemocratisch en incompetent. De EU wordt gedreven door een onzalig verbond van grote bedrijven en decadente bureaucraten en wordt gesteund door een ecofascistische agenda van een pervers quasiwetenschappelijk platform onder de noemer “klimaatverandering”.

Als de bevolking van Europa de kans krijgt een referendum te houden, zullen ze de EU afwijzen. De Britten hebben uiteraard niet de kans gekregen om zich te laten horen, dankzij het bedrog van de enige drie partijen in mijn land die toegang hebben tot televisiedebatten, hierbij geholpen en bijgestaan door een door de EU gecorrumpeerde publieke zender genaamd de BBC.

De EU is al aan het afbrokkelen. De toestanden die we momenteel in Griekenland zien, zullen zich sneller dan we ons kunnen voorstellen naar de andere landen van de Middellandse Zee verspreiden en uiteindelijk zullen ze ook de Noord-Europese landen bereiken, die dan de rekening gepresenteerd krijgen. Onze kinderen en kleinkinderen zullen ons verwensen terwijl ze het puin ruimen van deze volstrekt vermijdbare rotzooi!

 
  
MPphoto
 

  Franz Obermayr (NI).(DE) Mevrouw de Voorzitter, intelligente en duurzame groei, een proactief beleid, hervormingen, economic governance – veel mooie woorden, en nobele streefdoelen. Ik heb echter wel een paar vragen, want ik maak me zorgen. Zal die genoemde nieuwe strategie hetzelfde lot beschoren zijn als haar voorganger? Hoe kunnen we de regio's en de gemeenten hierbij betrekken, om van deze strategie een succes te maken? En vooral: hoe kunnen we meer impulsen geven voor het consolideren van de begroting van de lidstaten, en voor het toezicht daarop? Er worden allerlei modellen als oplossing voorgesteld, maar we moeten er heel goed op letten dat niet via een achterdeurtje een centralistische Europese economische regering wordt geïnstalleerd, en het laatste restje nationale soevereiniteit wordt ondergraven.

Soevereiniteit gaat echter ook gepaard met eigen verantwoordelijkheid, en dat betekent dat wie een verkeerd financieel beleid voert ook verantwoordelijk is voor de gevolgen daarvan. Het is onaanvaardbaar dat bepaalde lidstaten op kosten van andere lidstaten boven hun stand leven. Solidariteit is mooi, maar dat mag geen eenrichtingsverkeer zijn! Een centralistische economische regering vanuit Brussel zou betekenen dat Europese middelmatigheid wordt opgelegd, en dat zou zeker de verkeerde weg zijn.

 
  
MPphoto
 

  Gunnar Hökmark (PPE). - (EN) Mevrouw de Voorzitter, ik denk dat het belangrijk is dat we het hebben over goed bestuur, in die zin dat het natuurlijk van belang is dat we onszelf onder druk zetten om de noodzakelijke hervormingen te realiseren, maar laten we niet vergeten dat de belangrijkste vorm van goed bestuur, die we zelf in de hand hebben, is ervoor te zorgen dat de Europese Unie doet wat de Europese Unie geacht wordt te doen.

We zijn op dat gebied enigszins tekortgeschoten. De manier waarop we het Stabiliteits- en groeipact zijn blijven steunen, is daar een voorbeeld van. Voordat we nieuwe regels opstellen, moeten we bedenken dat we ons wel aan de meest fundamentele regels moeten houden. Maar laat me u ook op een paar andere zaken wijzen. Wat de financiële markten betreft: laten we de financiële markten beschouwen als een onderdeel van de economie en niet als een afzonderlijke sector. Zolang we dat wel doen, zullen nieuwe investeringen en nieuwe werkgelegenheid uitblijven.

Ik vond het ietwat verontrustend om te zien dat de voorzitter van het Bazels comité (Bazel 2) ervan uitging dat de nieuwe regel voor kapitaalvereisten zou resulteren in een daling van de economische groei van 1 procent. Uit zijn mond komend vind ik dat nogal een kleine daling. Hogere kapitaalvereisten zouden wel eens tot minder investeringen kunnen leiden en dat moeten we juist niet hebben als we het vertrouwen in de Europese economie willen herstellen op een moment dat we ook de huidige begrotingstekorten achter ons willen laten.

Laat me u wijzen op een van de dingen die we samen kunnen doen, namelijk de kenniseconomie gestalte geven. Het is een paradox dat hoe meer onze maatschappijen en economieën kenniseconomieën worden, des te minder er sprake zal zijn van een interne markt, omdat de wetgeving inzake de interne markt gericht was op de industrie en de oude economie en in mindere mate op de dienstensector. In dit verband zal nog moeten worden gewerkt aan de dienstenrichtlijn. Ik ben van mening dat we ook een hervorming moeten doorvoeren om Europese universiteiten onafhankelijker en Europeser te maken en toegankelijker voor studenten en onderzoekers, en om een dynamische ontwikkeling in de kenniseconomie tot stand te brengen.

Laten we ons beperken tot alle zaken die we op Europees niveau samen kunnen doen. Dat is de beste vorm van Europese goed bestuur die we ons kunnen wensen.

 
  
MPphoto
 

  Marita Ulvskog (S&D).(SV) Mevrouw de Voorzitter, ik kom uit dezelfde lidstaat als de vorige spreker, maar ik sta aan de linkerkant van het politieke spectrum. Dat blijkt ook uit de voorstellen waar wij als sociaaldemocraten verantwoordelijk voor zijn.

We zien de situatie in de wereld. We zien de situatie in Griekenland, met straatgevechten, een nakende algemene staking, wanhoop, woede, woede over het spel dat de markt met alle landen speelt. Dat is natuurlijk ook verergerd doordat de kern van de eurolanden Griekenland in de steek heeft gelaten. Maar crises zijn besmettelijk. Het zijn gevaarlijke tijden voor alle landen. Weinig landen mogen ervan uitgaan dat ze geen risico lopen. Om die reden moeten we ons allemaal inzetten om de crisis te bestrijden en om goede voorstellen te doen. We moeten echter een weg kiezen die ons niet alleen oplossingen en successen op korte termijn oplevert en via dewelke we een vuur doven dat vervolgens oplaait en een groot deel van zijn omgeving in de as legt.

Daarom moeten we in de eerste plaats investeren in wat de vraag hoog houdt. Wat mij in de aanloop naar de Top in juni zorgen baart, is dat we de weg kiezen waar de vorige spreker het over had. Het is belangrijk dat de Top zich duidelijk engageert om Europa niet op waakvlam te zetten. Het is belangrijk om de vraag hoog te houden en investeringen te stimuleren. We moeten de werkloosheid van vrouwen, mannen, jongeren en ouderen terugdringen. Zelf ben ik bijzonder teleurgesteld over de schijnvertoning van de Raad na zijn laatste vergadering met betrekking tot gendergelijkheid.

Ten tweede moeten we beginnen met de omschakeling naar klimaatvriendelijke samenlevingen. Het is duidelijk dat in elke crisis een mogelijkheid tot ontwikkeling schuilt – de mogelijkheid om een andere weg in te slaan, om het over een andere boeg te gooien. Het is ontzettend belangrijk dat de Commissie mevrouw Hedegaard de ruimte geeft om daadwerkelijk een klimaatpolitica te zijn die kan helpen om in Europa het verschil te maken tijdens de vergadering in Cancún.

Het derde onderwerp dat ik wil aansnijden zijn de financiële markten. Een aantal weken geleden was een Amerikaanse professor te gast in de Bijzondere Commissie financiële, economische en sociale crisis die het als volgt formuleerde: in de VS zeggen we dat we de financiële markten niet kunnen reguleren omdat ze het in Europa niet doen. We moeten het doen maar hebben er de moed niet toe. Wat zegt u in Europa? Wel, u zegt dat u de financiële markten niet kan reguleren, omdat ze het in de VS niet doen. Op die manier blijven we elkaar de bal toespelen. Er zijn er die winnen bij zo een beleid, en er zijn er heel veel die erbij verliezen. We moeten de moed hebben om daar in Europa verandering in te brengen.

 
  
  

VOORZITTER: LIBOR ROUČEK
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Wolf Klinz (ALDE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, vanuit mijn eigen economische praktijkervaring weet ik dat strategieën niet beter kunnen zijn dan de concrete maatregelen voor de omzetting ervan, en de regels voor het toezicht erop. In dat opzicht blijft de Commissie ons een antwoord schuldig. We krijgen te horen wat de doelstellingen zijn, en daar staan we absoluut achter, we horen wat de nobele intenties zijn, maar we horen vrijwel niets over hoe men die doelstellingen in de praktijk wil bereiken.

Ik had eigenlijk gedacht dat de Commissie bij haar voorstellen zou uitgaan van de financiële en economische crisis, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog, die nu nog is aangescherpt door de crisis van de staatsschulden, die er nog bovenop is gekomen. Dat had volgens mij het uitgangspunt moeten zijn, dat leek me logisch, want deze twee crises hebben de situatie namelijk beslissend veranderd.

Als we ons niet willen beperken tot hoogstaande intenties, als we in de komende tien jaar werkelijk iets willen bereiken, moeten we een aantal punten concreet noemen.

Ten eerste moeten we de kas opmaken, niet alleen in de EU, maar ook in alle lidstaten, volgens uniforme criteria. Dan weten we waar we aan toe zijn, hoeveel financiële speling we hebben, wat we ons überhaupt kunnen permitteren.

Ten tweede moeten we een mechanisme voor crisisbestrijding ontwikkelen, om te verhinderen dat we nog een keer ontsporen vanwege weerlicht op de financiële markten.

Ten derde moeten we de interne markt voltooien, de laatste hand eraan leggen, ook op het gebied van de diensten. Ik verwacht veel van het verslag van Mario Monti.

Ten vierde moeten we heel duidelijk uitleggen hoe we naast het gezamenlijk geldbeleid en monetair beleid ook een gezamenlijk en uitstekend gecoördineerd economisch en financieel beleid en zelfs een begrotingsbeleid gaan invoeren.

Ten vijfde moeten we heel concreet uitleggen hoe we de door ons vastgestelde divergentie tussen de lidstaten gaan vervangen door al meer convergentie, en ons daarbij concentreren op werkelijk Europese economische projecten. Er bestaan heel veel van zulke projecten: energiebeleid, energienetwerken, een netwerk van hogesnelheidstreinen, een netwerk van moderne snelwegen, navigatiesystemen en dergelijke.

 
  
MPphoto
 

  Emilie Turunen (Verts/ALE). (DA) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst opmerken dat de werkzaamheden voor deze 2020-strategie uiterst belangrijk zijn, omdat we serieus moeten nadenken over waar we in Europa in de toekomst van moeten leven. We moeten serieus nadenken over wat de 23 miljoen werkloze Europeanen in de toekomst zullen moeten doen. Maar in het algemeen missen wij als fractie van de Groenen/Vrije Europese Alliantie concrete doelstellingen op een reeks belangrijke terreinen, die van het project van een sociaal Europa de komende tien jaar een topprioriteit moeten maken.

In de eerste plaats missen wij een heldere doelstelling om de jeugdwerkloosheid, die in alle lidstaten alarmerend hoog is, terug te dringen. De eerste stap zou kunnen zijn het invoeren van een Europese jeugdgarantie, die jonge mensen vaste voet op de arbeidsmarkt zou kunnen geven. In de tweede plaats moeten we concrete doelstellingen voor de bestrijding van armoede formuleren. Ik zou het een schande vinden als de lidstaten van de Europese Unie, in de rijkste regio ter wereld, het niet eens zouden kunnen worden over concrete doelstellingen voor het bestrijden van de armoede. Er zijn mensen die zeggen dat ze de definitie ervan niet kunnen waarderen. Tegen hen wil ik zeggen: laat formaliteiten geen hinderpalen zijn. Anderen zeggen dat er geen rechtsgrondslag is in de Verdragen. Tegen hen wil ik zeggen: we hebben een nieuw Verdrag van Lissabon.

In de derde plaats moeten we consequent werken aan een bindend werkgelegenheidsplan. We moeten groene investeringen koppelen aan nieuwe banen. We moeten ons arbeidspotentieel omscholen en opleiden voor deze banen. En tot slot moeten de staatshoofden en regeringsleiders van de EU garanderen dat de ontwikkeling van een sociaal Europa een aparte doelstelling is, waarbij eenzelfde ambitieniveau wordt nagestreefd voor werkgelegenheid en sociale zekerheid en niet alleen het aantal nieuwe banen maar ook de kwaliteit ervan centraal staan. EU 2020 voorziet nog niet in deze parameters en dus is er nog werk aan de winkel.

 
  
MPphoto
 

  Malcolm Harbour (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, ik wil het met u hebben over het gebrek aan ambitie dat ik in deze EU 2020-strategie zie als het gaat om het zo doelmatig mogelijk benutten van de instrumenten die we nu tot onze beschikking hebben – de interne markt – en het creëren van nieuwe banen en kansen: het soort zaken waarover mevrouw Turunen sprak. Het is niet voldoende – en ik zeg dit tegen de voorzitter en de Raad, als de commissaris ten minste luistert – om de interne markt en het resultaat ervan te plaatsen onder het kopje “Ontbrekende schakels en knelpunten”. Het is veel belangrijker dan dat, collega’s. En het is gewoon niet voldoende om te zeggen dat de Commissie maatregelen zal voorstellen. Het is een gezamenlijke onderneming van de Commissie en de lidstaten.

Mijn commissie, de Commissie interne markt, heeft deze week met overgrote meerderheid een verslag goedgekeurd waarin enkele zeer ambitieuze ideeën staan voor gezamenlijk optreden ter voltooiing van de interne markt. U ontvangt dit verslag samen met het verslag van professor Monti. Ik roep beide partijen op om een aantal fundamentele wijzigingen door te voeren. Wat we willen is een wet inzake de interne markt, een reeks duidelijke politieke doelstellingen ter voltooiing van de interne markt, en we willen ook dat er meer gedaan wordt met overheidsopdrachten, een sterk onderbenut instrument voor het bereiken van de doelstellingen op het gebied van innovatie en groene technologie. Het wordt in dit document nauwelijks genoemd. Waarom praten we in hemelsnaam over die andere doelstellingen als we niet eens gebruik maken van wat er al is?

 
  
MPphoto
 

  Ilda Figueiredo (GUE/NGL).(PT) Mijnheer de Voorzitter, deze strategie biedt geen oplossing voor de ernstige problemen die we nu ondervinden, en zeker niet voor de heuse economische en sociale ramp die zich in sommige lidstaten voltrekt omdat ze een beleid van vrije mededinging wordt opgedrongen. Het is verkeerd om steeds weer aan te dringen op hetzelfde neoliberale beleid als bedoeld in de strategie van Lissabon. De tien jaar geleden aangekondigde doelstellingen – volledige werkgelegenheid en uitbanning van armoede – hebben we intussen moeten laten varen. In plaats daarvan zijn het nu de belangen van de grote economische en financiële concerns die alle prioriteit krijgen, zodat zij garen kunnen spinnen bij de afbraak van de werkgelegenheid en het verergeren van de sociale crisis.

Het volstaat om te kijken naar de gevolgen die worden veroorzaakt door de toepassing van de blinde criteria van het Stabiliteitspact en de privatisering en liberalisering van strategische sectoren en de openbare dienstverlening, waaronder financiële diensten, energie, vervoer en posterijen. Kijk u ook eens naar wat er zich op het gebied van werkgelegenheid afspeelt. De werkloosheid stijgt en het aantal onzekere banen neemt toe – er zijn nu 23 miljoen werklozen, plus 85 miljoen mensen die in armoede leven.

Alle indicatoren laten zien dat – in weerwil van hetgeen men ons wil doen geloven – het aanhouden van de tot nu gevolgde strategieën leidt tot lage economische groeicijfers, die achterblijven bij wat er in andere delen van de wereld gebeurt. En dat betekent meer werkloosheid, meer onzekere en slecht betaalde banen, meer armoede en meer sociale uitsluiting. Er wordt via de communautaire begroting helaas niets gedaan om de economische en sociale samenhang te verbeteren, wat door de toestand in Griekenland nog eens treffend wordt bewezen.

Het is nu dus tijd geworden het gevolgde beleid te evalueren en daar consequenties aan te verbinden. Het is tijd om einde te maken aan de financiële speculatie en de financialisering van de economie. Het is tijd om het Stabiliteitspact buiten werking te stellen en de ECB andere taken op te dragen. Er moet een doeltreffend toezicht op de financiële sector komen en er moet prioriteit worden gegeven aan een pact voor het verwezenlijken van reële maatschappelijke ontwikkeling en vooruitgang.

 
  
MPphoto
 

  Mario Borghezio (EFD).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het feit dat wij hier de inhoud van de 2020-strategie aan het bespreken en bestuderen zijn terwijl in Athene arbeiders doodgaan en een land en een volk op de rand van de afgrond is gebracht, geeft een veelzeggend, om niet te zeggen grotesk beeld van de Europese politiek.

Het is heel merkwaardig dat de Commissie zich in een dergelijke situatie niet geroepen voelt om zelfkritiek te beoefenen, want het is niet zo dat zij niet inziet dat deze crisissituatie, die inmiddels dramatische vormen begint aan te nemen, het gevolg is van een flink aantal ernstige fouten, zoals de mislukking van de Lissabonstrategie bewijst. Een flink aantal fouten, en de euro zit in de beklaagdenbank.

In al uw verklaringen zegt u hier dat Griekenland een losstaand geval is, maar gaat u dat ook zeggen als – laten we hopen van niet – er een soortgelijke situatie ontstaat in bijvoorbeeld Spanje. Is dat dan ook een losstaand geval? We worden er hier een beetje moe van om te horen waarom het losstaande gevallen zijn: ook de subprime-hypotheken waren losstaande gevallen. De verklaringen van de Commissie zijn weinig geloofwaardig en heel moeilijk te aanvaarden zolang de Europese Unie niet het besluit neemt om de bezem door de Europese banken te halen en de spaarders, producenten en de reële economie te zeggen hoeveel rotzooi er nog in de Europese banken is achtergebleven, om een strategie te ontwikkelen.

Deze punten moeten we goed in gedachten houden en we moeten ons realiseren dat een echte strategie moet uitgaan van de reële economie, van het midden- en kleinbedrijf, en uiteraard een rol, een rol van verantwoordelijkheid, moet geven aan de werknemers door middel van betrokkenheid.

 
  
MPphoto
 

  Csanád Szegedi (NI). (HU) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, het grootste probleem van de Europese Unie is ongetwijfeld werkloosheid. We kunnen echter niet de schuld geven aan werknemers, kleine boeren of ondernemers voor de ontstane situatie. Hiervoor is uitsluitend de politieke- en economische filosofie verantwoordelijk die multinationals heeft verkozen boven werknemers, kleine boeren en kleine plaatselijke ondernemers. De zuiver op winst georiënteerde multinationals die nergens hun wortels hebben, willen een zo groot mogelijk deel van de winst vergaren en zo min mogelijk bijdragen aan de algemene lasten.

Voor de naties van de Europese Unie is elke strategische beslissing goed die de nadruk legt op lokale belangen, en elke beslissing slecht waarmee de hegemonie van de multinationals wordt gehandhaafd. De partij Jobbik wil graag een einde maken aan het economische monopolie van de multinationals en Europa teruggeven aan de kleine boeren en familiebedrijven, zodat we met hun hulp een einde kunnen maken aan de werkloosheid binnen de Europese Gemeenschap.

 
  
MPphoto
 

  Herbert Reul (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad, mijnheer de voorzitter van de Commissie, de heer Barroso heeft net verklaard dat het verkeerd zou zijn wanneer iedereen in deze tijden probeert het vege lijf te redden. Juist nu zijn goede samenwerking en vastberadenheid vereist. Dat is waar! Dat is ook de reden waarom we een strategie nodig hebben. Ik heb echter de indruk dat dit 2020-project niet op een echte strategie gebaseerd is, zeker niet gezien de manier waarop we hierover met elkaar onderhandelen en een besluit moeten nemen. Dit is eerder een idee dat is opgeschreven en er nu even gauw moet worden doorgedrukt. Of we op die manier de problemen kunnen vermijden die de voorzitter van de Commissie net heel juist heeft geformuleerd, is zeer de vraag. Hij heeft namelijk gezegd dat het grootste probleem van de Lissabonstrategie was dat de burgers er niet bij betrokken waren, dat ze er niet achter stonden, en dat ze daarom niet hebben meegewerkt aan de omzetting ervan. Dat klopt precies!

Dat betekent echter dat we voor een nieuwe strategie de tijd moeten nemen om de burgers in alle rust hierbij te betrekken; we moeten de tijd nemen voor een discussie. Ik begrijp dat we dat niet even tussendoor kunnen afhandelen. We worden op dit moment door de financiële crisis en de situatie in Griekenland dag in dag uit met nieuwe problemen geconfronteerd. Dat verwijt ik ook niemand. Mijn verwijt is dat wij als Parlement ons laten voorschrijven hoe wij met dit programma moeten omgaan.

Tijdens de vergadering van de Conferentie van commissievoorzitters hebben we meerdere malen gevraagd om een ruimer tijdsschema, zodat we degelijk werk kunnen leveren. De procedure wordt echter juist versneld: we bespreken dit vandaag, tijdens de vergaderperiode van mei nog een keer, in juni gaat het voorstel naar de Raad en dan is de kous af. Dan mag het u niet verbazen als er uiteindelijk niets verandert in ons optreden. Mij zou het in ieder geval niet verbazen, want op die manier kan er geen verandering tot stand komen. We moeten namelijk eerst een grondige analyse maken. De commissaris voor milieuzaken heeft in de afgelopen dagen een aantal oppervlakkige conclusies getrokken. Zij leidt uit deze crisis en uit het feit dat de CO2-emissies verminderd zullen worden, af dat we nu ook een streefdoel van dertig of veertig procent kunnen vastleggen, maar zo gaat dat niet.

De crisis kan toch geen maatstaf zijn! Onze visie op de toekomst moet de maatstaf zijn. We moeten de situatie grondig onder de loep nemen, en heel goed overwegen welke conclusies we hieruit kunnen trekken voor de economische ontwikkeling, voor de innovatie en voor het onderzoek. Maar dat lukt ons zo natuurlijk niet!

 
  
MPphoto
 

  Alejandro Cercas (S&D).(ES) Dank u, mijnheer López Garrido. Misschien kan iemand deze boodschap doorgeven aan de voorzitter van de Commissie.

Ik hoop dat er op uw woorden daden zullen volgen en dat we in juni een heel andere Raad zullen zien dan die welke we in de lente hebben moeten meemaken. Ik zeg dat omdat uw verhaal – dat ik volledig onderschrijf – er niet in slaagt mijn vrees weg te nemen dat we opnieuw een volkomen apathische en door twijfels verteerde Raad te zien zullen krijgen, een Raad die ons soms dingen vertelt waarvan we echt schrikken – bijvoorbeeld dat onze doelstellingen, onze belangrijkste gespecificeerde beleidsdoeleinden niet nastrevenswaardig of niet haalbaar zijn.

Ik dank u, mijnheer López Garrido: ik hoop dat het Spaans voorzitterschap kan helpen bij het oplossen van al deze onzekerheden. Ik ben er namelijk van overtuigd dat de periode die we nu meemaken in de toekomst zal worden gezien als bepalend voor de geschiedenis van Europa. We maken nu een verwarrende periode door, waarin belangrijke vraagstukken – zoals: willen we meer of minder Europa? – openlijk aan de orde zullen moeten worden gebracht.

Dat is het doel van Europa 2020-strategie. Zullen we over 10 jaar een sterker of minder sterk verenigd Europa hebben? Zullen degenen die geloven dat we moeten samenwerken om economische en sociale problemen op te lossen, het pleit winnen? Of valt de overwinning toe aan de mensen die zich, net zoals dat vroeger gebeurde, liever in hun nationalistische gevoelens koesteren en alles wat de afgelopen 40 jaar is opgebouwd het liefst ongedaan zouden maken? Zullen wij in staat zijn meer solidariteit te tonen? Zullen wij nog bereid blijken invulling te geven aan interne solidariteitsdoelstellingen – eerlijker delen, meer welvaart creëren en die eerlijker verdelen? Of laten we alles aan de markten over?

Ik geloof niet – zoals een aantal van mijn collega’s – dat deze crisis het gevolg is van teveel Europa, teveel regulering of het tot stand brengen van een zekere mate van sociale rechtvaardigheid. Integendeel: die crisis is ons overkomen omdat er niet genoeg Europa is, en onvoldoende regulering.

Ik wil u graag twee dingen op het hart drukken, mijnheer López Garrido. Houd vast aan de doelstellingen inzake armoedebestrijding en de doelstellingen inzake meer en beter onderwijs, zoals die in de tekst van de Commissie wél en in de tekst van de Raad niet worden genoemd. Het Parlement kunt u het best zien als de stem van de burgers. Dan wordt de agenda van Europa inderdaad de agenda van de burgers, en niet de agenda van de technocraten of die van de “markten”, want die laatste agenda is maar al te vaak de agenda van de speculanten.

 
  
MPphoto
 

  Olle Schmidt (ALDE).(SV) Mijnheer de Voorzitter, wat gevolgen heeft voor Griekenland, heeft gevolgen voor ons allemaal, ook voor de landen die niet tot de eurozone behoren. Vandaag heeft Europa behoefte aan eendrachtig en krachtig optreden, niet aan nog meer verdeeldheid. Daarom, mijnheer de commissaris, is het een grote teleurstelling dat vrijdag elf landen niet aanwezig zullen zijn. Er is gezegd dat we in Europa een gemeenschappelijk lot delen, maar op dit ogenblik is dat helaas niet het geval.

Natuurlijk moet het toezicht op de financiële markten worden versterkt, en natuurlijk hebben we strengere wetgeving nodig. Dat zie ik ook als liberaal in en dat geef ik ook toe, maar het moet op een evenwichtige en mondiaal gecoördineerde manier gebeuren.

We moeten krachtdadig en agressief optreden, als dat nodig zou zijn, maar we mogen niet panikeren. We moeten het hoofd zo koel mogelijk houden opdat we het economische herstel dat zich ondanks alles en ondanks de situatie in Griekenland aftekent, niet nog meer schade toebrengen.

(EN) Ik ben erg ontdaan door de woorden van de heer Bloom. Hij is er op dit moment niet, maar wie de Europese Unie vergelijkt met de Sovjet-Unie, beledigt alle slachtoffers van dat schrikbewind, en allen die toen het leven hebben gelaten. Ik denk dat de heer Bloom zijn excuses moet aanbieden aan degenen die hij beledigd heeft.

 
  
MPphoto
 

  Lajos Bokros (ECR). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, toen de Spaanse premier, José Luis Rodríguez Zapatero, het Spaans voorzitterschap in Straatsburg inaugureerde, hield hij een toespraak over Europa 2020 zonder ook maar één keer de oorzaak van het mislukken van de strategie van Lissabon te noemen. Ik stelde hem toen een vraag: hoe kunnen we nu met een nieuwe strategie komen als we niet eens hebben onderzocht waarom de eerste mislukte?

Welnu, er zit voor mij niets anders op dan mijn vraag te herhalen, want in het nieuwe document wordt met geen woord gerept over de vraag waarom de strategie mislukte. Mijnheer Garrido, kunt u mij zeggen hoe er een nieuwe, zeer ambitieuze reeks doelstellingen kan worden vastgesteld zonder dat eerst wordt onderzocht waarom de Strategie van Lissabon mislukt is?

 
  
MPphoto
 

  Cornelis de Jong (GUE/NGL). - Voorzitter, ik daag de Commissie en de Raad uit duidelijke keuzes te maken. Ten eerste: kies voor democratie. Hoe denkt de Raad besluiten te nemen die het sociaaleconomisch beleid in de lidstaten voor tien jaar vastleggen zonder dat de kiezer zich in die periode, in die tien jaar, daarover kan uitspreken? Dat betekent bijvoorbeeld dat de Nederlandse demissionaire premier voor tien jaar besluit en dat kan toch eigenlijk niet.

Ten tweede: voor werk staat loon. De doelstelling van 75 procent werkenden klinkt mooi, maar Europa heeft geen behoefte aan nog meer werkende armen. Hoe definieert de Raad werkgelegenheid eigenlijk?

Ten derde: kies voor gezonde overheidsuitgaven. Hoe kan de Commissie een begroting voor 2011 voorleggen die maar liefst 5,8 procent groeit, terwijl Europa 2020 sterk de nadruk legt op bezuinigingsmaatregelen.

Ten vierde: kies voor een sociale interne markt. Zijn de Commissie en de Raad het eens met de Commissie interne markt die voorstelt om de interne markt socialer te maken en aanbestedingsprocedures meer te richten op kwaliteit en sociale rechtvaardigheid?

Ten vijfde: kies voor armoedebestrijding. Voor armoedebestrijding mikt de Raad uitsluitend op economische groei. In de afgelopen jaren heeft de economische groei vooral geleid tot topsalarissen voor managers, maar de armen worden steeds armer. Hoe gaat u ervoor zorgen dat niet de armen, maar de topinkomens en de banken bijvoorbeeld de crisis gaan betalen?

 
  
MPphoto
 

  Mara Bizzotto (EFD).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, voor het optreden van de EU zijn er drie kernwoorden om op constructieve wijze het werkgelegenheidsprobleem aan te pakken: reageren, ontwikkelen en beschermen.

Reageren, oftewel de jubelende toon van de europropaganda achterwege laten om op een concrete manier de problemen aan te pakken waar de burgers van de Europese Unie mee worden geconfronteerd, en daarbij te zorgen voor een direct verband tussen de opleidingssector enerzijds en de marktvoorwaarden en gebiedsgerelateerde vereisten anderzijds en jongeren een beter beeld te geven van ambachtelijke beroepen.

Ontwikkelen, oftewel door middel van de Europa 2020-strategie de eisen van het bedrijfsleven en van de werknemers op positieve wijze met elkaar verbinden om een arbeidsmarkt te creëren waarin flexizekerheid van werkgelegenheidscontracten het antwoord is op de instabiliteit van de vraag in de markt.

Beschermen, oftewel werk geven aan hen die hun baan zijn verloren, in de allereerste plaats aan onze burgers: de lidstaten moeten daarom hun immigratiebeleid beoordelen op basis van de immigratie die echt noodzakelijk is, en met 23 miljoen werklozen moet worden onderzocht of het mogelijk is de immigratie vanuit landen buiten de EU voor enkele jaren te blokkeren. Ik zie geen andere manieren om ons werk en ons socialezekerheidsstelsel te beschermen. Wat we nodig hebben is een concrete aanpak, moed en decentralisatie.

 
  
MPphoto
 

  Marian-Jean Marinescu (PPE).(RO) Duurzame economische groei vereist ook enorme, voortdurende investeringen in de vervoerssector. De vervoerssector is goed voor 10 procent van het bbp van de Europese Unie en voor meer dan tien miljoen banen.

Ik maak van deze gelegenheid gebruik om de Commissie en de Raad te vragen om bij het voltooien van de EU 2020-strategie ook rekening te houden met de volgende, voor de vervoerssector buitengewoon relevante factoren: bevordering van onderzoek, ontwikkeling en innovatie om groen vervoer te verwezenlijken, consolidatie van de EU-doelstelling om het vervoer koolstofarm te maken door het gebruik van alternatieve hulpbronnen, elektrische auto’s, intelligente vervoerssystemen, intelligent verkeersbeheer, dat ook de luchtvaartsector moet omvatten, en verbetering van de coördinatie tussen verschillende infrastructuren om de milieubescherming, de sociale omstandigheden van werknemers en de veiligheid van passagiers te verbeteren.

Ik wil speciaal wijzen op de volgende essentiële aspecten op specifieke gebieden: de dringende noodzaak om in de luchtvaartsector het gemeenschappelijk luchtruim in te voeren, de dringende noodzaak om de interoperabiliteit in de spoorwegsector te versterken, uitbreiding en verbetering van de weginfrastructuur en verbetering van de verkeersveiligheid in het wegvervoer, het verwezenlijken van comodaliteit in binnenhavens en uitbreiding van de ´zeesnelwegen´ voor het vervoer over zee en rivieren, en de dringende noodzaak van duurzame ontwikkeling van de stedelijke mobiliteit.

De Commissie moet rekening houden met al deze aspecten van mobiliteit, die een van de hoofdelementen van de EU 2020-strategie moet worden. Een goed gecoördineerde ontwikkeling van de vervoerssector is essentieel voor het verwezenlijken van duurzame ontwikkeling en voor het behoud en het scheppen van banen.

 
  
MPphoto
 

  Anni Podimata (S&D).(EL) Mijnheer de Voorzitter, hartelijk dank. Staat u mij toe om allereerst als Griekse te zeggen hoezeer ik de tragische gebeurtenissen die vandaag in mijn land hebben plaatsgevonden, betreur. Daarbij hebben drie burgers het leven verloren, omdat zij opgesloten zaten in een bank die in brand werd gestoken door extremistische elementen die zich hadden gemengd onder de deelnemers aan een grote maar absoluut vreedzame betoging.

Daarom wil ik naar aanleiding van deze tragische gebeurtenis, en omdat ik weet dat heel Europa en alle Europese media vandaag hun oog gericht houden op Griekenland, alle collega’s vragen om blijk te geven van verantwoordelijkheid, serieusheid, solidariteit en vooral respect voor een volk dat heel moeilijke momenten doormaakt. Ik zeg dit, geachte collega’s, omdat ik vrees dat morgen bepaalde grote Europese kranten in bepaalde hoofdsteden, naar aanleiding van deze tragische gebeurtenissen onmiddellijk zullen beweren dat zij gelijk hadden en terecht vreesden en betwijfelden dat Griekenland vastberaden genoeg en in staat was om de moeilijke beslissingen die het heeft genomen om zijn begroting in orde te brengen, ook daadwerkelijk uit te voeren.

Er was namelijk nog geen dag verstreken na het akkoord van afgelopen zondag of het was weer hetzelfde liedje, het liedje dat wij nu al sinds 11 februari horen in een reeks commentaren over de effectiviteit van de Griekse maatregelen, over de vooruitzichten met betrekking tot een eventuele sanering van de Griekse schulden en zelfs over de mogelijkheid dat Griekenland uit de eurozone zal stappen, en natuurlijk hebben de markten opnieuw de aanval ingezet op niet alleen de Griekse maar ook de Portugese en Spaanse obligaties.

Ik vraag mij echt af, collega’s, waar dat naar toe moet, zeer zeker nu wij hier spreken over de 2020-strategie. Waar moet dat naar toe als onze nationale economieën geheel afhankelijk worden van de meningen van de markt, van de beoordelingen van ratingbureaus die aan niemand verantwoording hoeven af te leggen, nergens voor op hoeven te draaien en aan geen enkele controle onderhevig zijn bij hun beoordelingen – of hun beoordelingen nu juist of verkeerd zijn, ondernemingen of landen, zelfs landen van de eurozone, betreffen.

(Applaus)

 
  
MPphoto
 

  Ramona Nicole Mănescu (ALDE).(RO) In de afgelopen twee jaar zijn we geconfronteerd met een zeer ernstige, mondiale economische crisis. Daarom is het van essentieel belang dat we doelgerichtere inspanningen ondernemen om het concurrentievermogen, de productiviteit en het potentieel voor economische groei een impuls te geven.

De doelstellingen van de strategie moeten realistisch zijn. Daarom moeten ze worden vastgesteld in nauwe correlatie met de nationale doelstellingen van de lidstaten, die zelf weer worden vastgesteld op basis van de prioriteiten en specifieke kenmerken van elke lidstaat. Daarom verwelkom ik het idee dat de doelstellingen die op communautair niveau worden vastgesteld, worden opgesplitst in diverse nationale doelstellingen.

Als onderdeel van de resolutie van het Parlement heb ik de Commissie gevraagd om met nieuwe maatregelen te komen, zoals mogelijke sancties voor lidstaten die verzuimen de strategie toe te passen en stimulansen voor de landen die dat wel doen. Financiering uit de Europese Unie moet afhankelijk worden gemaakt van niet alleen het bereiken van resultaten maar ook de verenigbaarheid met de doelstellingen van de strategie. We mogen het belang van het cohesiebeleid voor het verwezenlijken van de economische en ontwikkelingsdoelstellingen van de Europese Unie echter niet negeren.

Daarom moeten we de voorstellen van de Commissie zorgvuldig bestuderen, want een voorstel als dit om de steun uit de structuurfondsen automatisch op te schorten wanneer een lidstaat een te groot begrotingstekort heeft, is een onrealistische maatregel en volledig in strijd met de doelstellingen van het cohesiebeleid, met name de doelstellingen die gericht zijn op het verminderen van de ongelijkheden tussen de lidstaten.

 
  
MPphoto
 

  Oldřich Vlasák (ECR). - (CS) De Europese Unie is qua bevolkingsomvang de grootste geopolitieke entiteit ter wereld. Ons succes tot nu toe – waarbij ons in het licht van de huidige crisis de nodige deemoed past – was gebaseerd op het sterke innovatie- en exportgerichte karakter van onze economieën.

Dat geldt zeker met het oog op concurrenten als de Verenigde Staten, Japan, alsook China, India en Brazilië. Wat dat betreft acht ik het van belang dat de strategie voornamelijk georiënteerd blijft op economische groei en werkgelegenheid. Sociale kwesties noch klimaatverandering mogen wat dat betreft de aandacht van deze hoofddoelstellingen afleiden.

We dienen duidelijk te beseffen dat een goede infrastructuur, zowel op het vlak van vervoer als op het vlak van milieu, een noodzakelijke voorwaarde is voor een intelligente en duurzame groei in onze lidstaten, hun regio's, steden en dorpen. In de strategie Europa 2020 blijft dit feit echter onderbelicht. En zo ontbreekt de broodnodige focus op de voortzetting en versterking van de investeringen in de voltooiing van de infrastructuur in met name de lidstaten en regio's waar deze vooralsnog onderontwikkeld is.

 
  
MPphoto
 

  Joe Higgins (GUE/NGL). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de voornaamste strategie die de Commissie van de EU tot 2020 voor Europa heeft, is vertrouwen op het neoliberale kapitalisme en een marktsysteem – met andere woorden, op precies dezelfde factoren die de huidige economische chaos in de wereld hebben veroorzaakt, wat wordt geïllustreerd door de reactie van de Commissie en de regeringen van de EU op de financiële crisis in Griekenland: een schaamteloze capitulatie voor de speculerende en profiterende haaien op de financiële markten. De Griekse arbeidersklasse, de gepensioneerden en de armen moeten toezien hoe hun diensten en levensstandaard om zeep wordt geholpen om de onverzadigbare hebzucht van de financiële markten te voeden. Die financiële markten zijn geen soort almachtige god, zoals mediacommentatoren ons willen doen geloven, maar investeringsbanken, hedgefondsbeheerders, obligatiehouders en dergelijke – parasieten die jagen op superwinsten, die door te speculeren moedwillig financiële instabiliteit creëren om die situatie vervolgens uit te buiten en de arbeidersklasse uit te zuigen. Is dat het Europa dat we willen voor 2020?

Het is gênant om te horen hoe de heer Barroso een beroep op hun verantwoordelijkheid doet: alsof je een haai vraagt zijn voorkeur voor bloed af te zweren! Alle werknemers in Europa zouden de tegenaanval door de Griekse arbeidersklasse moeten steunen. We moeten de dictatuur van de markt doorbreken. Dat bereiken we niet door als idioten banken in de brand te steken, maar wel door middel van aanhoudende en massale mobilisaties en stakingen van werknemers en door dit zieke systeem te vervangen en ervoor te zorgen dat we in 2020 kunnen spreken van een democratisch socialisme en een echte menselijke samenleving.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Met alle respect voor deze strategie, maar dit doet me toch wel heel erg denken aan de vijfjarenplannen die het voormalig Oostblok naar het walhalla van de welvaart moesten voeren. Ook in die plannen werd telkens in de inleiding de erkenning uitgesproken dat de voorgaande strategie om uiteenlopende redenen niet gewerkt had.

Vervolgens werden er allemaal mooie doelstellingen uitgesproken en werd er weer op de mensen ingepraat dat het deze keer toch echt allemaal beter worden zou. Maar daar kwam uiteraard niets van terecht. En zo kwam de ene strategie na de andere en zeeg de economie ondertussen langzaam maar zeker ineen. Dat kwam doordat ook bij deze strategieën onvoldoende rekening werd gehouden met de economische basisbeginselen. Europa is zijn elan kwijt, ondanks het feit dat het ten opzichte van het succesvollere China en India verhoudingsgewijs meer hoogopgeleide mensen heeft. Waarom? Omdat het net als de Europese Raad en de Commissie elk probleem denkt te kunnen oplossen met de oprichting van een zoveelste nieuwe instelling of orgaan. En zo raken steeds meer en meer goed opgeleide Europeanen verstrikt in de krochten van de bureaucratie, terwijl ze vele malen beter creatief werk hadden kunnen verrichten in andere sectoren, zoals innovatie en ontwikkeling in de industrie. In plaats daarvan zitten ze een beetje papieren om te draaien op kosten van de samenleving.

Geachte collega's, om in de toekomst succesvoller te kunnen zijn, dienen we eerst en vooral de mededingings- en ondernemingsregelgeving te vereenvoudigen en de administratieve lasten te verlichten. Zelfstandigheid, ondernemingszin en creativiteit van mensen dienen veel meer ruimte te worden gegeven en al het geld dat we nu in de bureaucratie pompen, dienen we in plaats daarvan in te zetten voor innovatie en ontwikkeling in de productie-industrie.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, een gemeenschappelijk Europa, een geloofwaardige politieke Unie, duurzame groei, duurzame werkgelegenheid, innovatie, sociale cohesie en een duurzaam concurrentievermogen: dat zijn onze doelstellingen.

Europa 2020 is niet onze doelstelling. Europa 2020 moet een instrument worden om de doelstellingen te bereiken. Het moet onze Robert Schuman-verklaring van het jaar 2010 worden, even concreet als die van 9 mei 1950. Europa 2020 mag geen ellenlange lijst met verzoekplaten worden, geen verlanglijst met wensen voor de toekomst, geen vuilnisemmer voor alle niet opgeloste punten, problemen en frustraties. Europa 2020 moet een concreet, betaalbaar, financierbaar en duurzaam instrument worden, ons antwoord op de crisis. Het moet een project van de Europese Unie worden waarmee we elkaar kunnen motiveren, controleren en bestraffen. Europa 2020 moet concrete programma’s opstarten voor groei, werkgelegenheid, onderzoek, innovatie en een duurzaam concurrentievermogen.

We moeten in alle lidstaten en in de Europese Unie de kas opmaken. Dan hebben we een eerlijke uitgangspositie voor onze plannen voor de toekomst. Dan weten we wat we gaan financieren, en waarvoor we het geld nodig hebben. We moeten in staat zijn om te toetsen of het nationale beleid voor begroting, belastingen, onderzoek, energie, innovatie en sociale aangelegenheden compatibel is met Europa-2020. Ik sta volledig achter de maatregelen van Olli Rehn!

Europa 2020 moet vorm geven aan de nieuwe, gemeenschappelijke politieke wil, en ons antwoord zijn op het helaas toenemende nationalisme, egoïsme en protectionisme. Laten we de interne markt voltooien. Laten we naast de monetaire unie ook een sterke economische unie opbouwen, als deel van een geloofwaardige politieke unie! Dat is wat we nodig hebben, niet meer en niet minder.

 
  
MPphoto
 

  Sergio Gaetano Cofferati (S&D).(IT) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, ik moet toegeven dat de top in juni mij zorgen baart, omdat ik in de discussie geen nieuwe elementen zie die in staat zijn de aanbevelingen van de Voorjaarsraad een positieve draai te geven. Die aanbevelingen waren al teleurstellend, omdat daarin niets te bespeuren was van zelfs maar een minimale kritische analyse van de grenzen van Lissabon en van de effecten van de mislukte uitvoering van enkele van de belangrijkste politieke en culturele plannen die in die tijd zijn gemaakt.

Ze waren ook teleurstellend omdat ze niet ingaan op de crisis: er zijn tien algemene punten zonder logisch verband ertussen; ze vormen een opsomming van goede bedoelingen die echter geen beleid lijken te creëren. Het is weer hetzelfde: ik zie geen concrete wil om prioriteiten te kiezen. Het probleem van Europa is zijn concurrentievermogen in de wereld. Europa kan dus de sociale samenhang niet buiten beschouwing laten, een van de fundamentele factoren van concurrentievermogen. Zonder samenhang is geen enkel land – en supranationale verbonden nog minder – in staat zich op de wereldmarkt staande te houden, omdat het binnen zijn grenzen te maken zal hebben met conflicten die zijn concurrentiepositie met de dag zullen verslechteren.

Aan de andere kant is er innovatie: het is niet genoeg om het erover te hebben, er moeten duidelijke doelstellingen worden vastgesteld, die hierin niet te zien zijn, over de hoeveelheid middelen die moet worden ingezet voor innovatie, zowel innovatie van producten als van processen. Alleen kwaliteit, enerzijds kwaliteit van het leven in de maatschappij, van arbeid, en anderzijds kwaliteit in de vervaardiging van producten en van dienstverlening, kan Europa weer concurrerend maken na de uiterst zware gevolgen van deze crisis. Tot slot wil ik hieraan toevoegen dat er een probleem is dat nooit wordt genoemd: ambitieuze doelstellingen kunnen worden bereikt als er ook politieke integratie is. De lidstaten hebben het daar niet over, ze hebben dat onderwerp naast zich neergelegd: het zeer slechte beheer van de Griekse crisis bewijst dat.

 
  
MPphoto
 

  Ivo Strejček (ECR). - (CS) Ik ben afkomstig uit een lidstaat waar ik tot de leeftijd van 28-29 jaar geleefd heb in een systeem dat gebaseerd was op centrale planning, waarin het leven geleid werd door een vijfjarenplan en dat telkens weer vervangen werd door een volgend vijfjarenplan omdat het oude plan nooit gerealiseerd werd. Ik zou u dan ook om begrip willen vragen voor het feit dat ik misschien wat gevoelig of misschien zelfs wat overgevoelig reageer als we hier zitten te plannen hoe Europa er in 2020 uit moet zien, zonder bij dit alleszins interessante debat in het geheel geen of vrijwel geen oog te hebben voor wat er nu gaande is in Griekenland en de eurozone als geheel. De hele middag al luister ik aandachtig naar wat er allemaal gezegd wordt hier in deze zaal en ik hoor een al vergrotende trap: meer Europa, meer centralisering, meer centrale aansturing. Daar wil ik tegenover stellen dat we juist minder centralisering nodig hebben en meer vertrouwen in de markt, dat we meer markt nodig hebben en meer marktwerking. Want laten we wel zijn: wat er nu in de Europese Unie, de eurozone, maar ook in de Verenigde Staten en elders in de wereld gaande is met al die overheidsingrepen, is één grote jammerlijke mislukking.

 
  
MPphoto
 

  Pilar del Castillo Vera (PPE). - (ES) Mijnheer de Voorzitter, menig collega heeft zich afgevraagd waarom de agenda van Lissabon op een mislukking is uitgedraaid en of we er niet goed aan zouden doen ons eerst daarover te buigen alvorens volgende stappen te zetten.

Mijns inziens is het probleem dat de agenda van Lissabon in feite een louter symbolische functie is blijven vervullen zonder echt te leiden tot enige tastbare invulling. Uiteindelijk merkten we dat er enerzijds een theorie was, de agenda van Lissabon, waar we allemaal over spraken, en anderzijds de praktijk, die daar volstrekt los van stond.

Daarom zouden we, met die ervaring in het achterhoofd, van de strategie Europa 2020 een nieuwe agenda moeten maken die alleen kan worden verwezenlijkt met de onvoorwaardelijke – ik herhaal, onvoorwaardelijke – steun en inzet van alle instellingen: de Europese politieke instellingen en de nationale politieke instellingen.

Die inzet moet bovendien kunnen worden geverifieerd en geëvalueerd; er moet zodanige informatie over beschikbaar zijn dat corrigerend kan worden opgetreden zodra een en ander achterblijft bij de verwachtingen. Dat is nodig om te voorkomen dat we in extreme situaties belanden. Of het is ons allen duidelijk dat dit gemeenschappelijk streven alleen mogelijk is met dit soort instrumenten, of we bevinden ons weldra in een soortgelijke situatie.

 
  
MPphoto
 

  Jo Leinen (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, het motto van de strategie van Lissabon was concurrentievermogen. Deze strategie was heel eenzijdig gebaseerd op de economie, en is, zoals we weten, ten dele mislukt. Daarom ben ik heel blij dat de EU 2020-strategie nu het motto duurzaamheid heeft. Dat is de juiste weg, en dat betekent ook dat we een beter evenwicht moeten vinden tussen de economische, sociale en ecologische ontwikkelingen en mogelijkheden.

Het nadeel van duurzaamheid is dat het een algemeen concept is, dat het ook een lege dop kan zijn. Daarom moeten we er inhoud aan geven. Het document van de Commissie is in dat opzicht veel te vaag. Er ontbreken allerlei bouwstenen voor de omzetting ervan in de praktijk. Het is juist dat we in Europa efficiënt moeten omgaan met onze hulpbronnen; we hebben weinig energie, we hebben weinig grondstoffen. Ik lees echter niets over de doelstellingen en de instrumenten: hoe kunnen we onze hulpbronnen efficiënt gebruiken in de productie en de consumptie? Ik hoop dat dit voor juni nog wat concreter wordt, zodat we precies weten wie wat moeten doen. Wat moet de Commissie doen, wat moet het Parlement doen, en wat moeten de lidstaten doen.

Ons milieu als kapitaal is een beetje tekort gekomen bij dit beleid voor een Europa dat efficiënt omgaat met de hulpbronnen. Lucht, water, bodem en zelfs ecosystemen zijn ook hulpbronnen. Daaraan is geen enkele aandacht besteed. Ik hoop dat de Commissie milieubeheer duidelijker zal aangeven wat onze wensen zijn. De strategie voor de biodiversiteit is tenslotte mislukt. Er wordt voor 2020 een nieuwe strategie uitgewerkt, en daarin moet dit punt aan bod komen.

Er is natuurlijk veel gezegd over klimaatbescherming. Ik denk dat twintig procent reductie niet genoeg is. We moeten streven naar dertig procent, en we moeten bindende streefdoelen vastleggen voor energie-efficiëntie. Dit is nog te vaag, dit moet juridisch bindend worden.

 
  
MPphoto
 

  Mirosław Piotrowski (ECR).(PL) Mijnheer de Voorzitter, de Europa 2020-strategie die nu ter tafel ligt, heeft in de eerste plaats een ideologische dimensie. Deze strategie bevat een groot aantal nobele doelstellingen, zoals een verhoging van de arbeidsparticipatie, het behalen van diploma´s van hoger onderwijs door 40 procent van de EU-burgers en hogere uitgaven voor innovatie. Het is vreemd dat er niet is voorzien in sancties voor landen die niet voldoen aan de verplichting om deze mooie ideeën in praktijk te brengen. Daardoor krijg ik de indruk dat de auteurs van de strategie helemaal geen rekening houden met de ernstige crisis in Griekenland of met de problemen die binnenkort in Spanje en Portugal de kop zouden kunnen opsteken. Deze gebeurtenissen kunnen niet alleen tot het uiteenvallen van de eurozone leiden, maar ook tot het verval van de Europese Unie.

Op het moment waarop Europa zich in een zo dramatische situatie bevindt, wordt bijvoorbeeld steeds weer de aanbeveling geformuleerd om de uitstoot van broeikasgassen met 30 procent te verminderen. Dit zal een rem zetten op de economische ontwikkeling van de landen in Midden- en Oost-Europa, waaronder Polen. Deze landen kunnen eveneens nadeel ondervinden van de beperkingen die in het kader van het cohesiebeleid worden ingevoerd. Er zijn een heleboel aanwijzingen die erop duiden dat het utopische en socialistische 2020-project hetzelfde lot beschoren zal zijn als de Lissabonstrategie. Laat ons hopen dat er in de tussentijd niet nog meer schade wordt aangericht.

 
  
MPphoto
 

  Danuta Maria Hübner (PPE).(EN) Mijnheer de Voorzitter, als een strategie effectief wil zijn, is het naar mijn mening van essentieel belang sterke banden te leggen tussen haar doelstellingen en de beschikbare beleidsinstrumenten, en voor de ‘Europa 2020’-strategie zie ik vier belangrijke beleidsinstrumenten als mechanismen om de strategie te verwezenlijken.

Het belangrijkste instrument is, om te beginnen, een regulering van de interne markt die mededinging en economische dynamiek bevordert en die de sociale verplichtingen erkent die voortvloeien uit economische integratie. Op dit punt schaar ik mij volmondig achter hetgeen Malcolm Harbour heeft gezegd.

Het tweede instrument is kapitaalinvesteringen in de vervoers-, energie- en telecommunicatie-infrastructuren. We hebben kapitaalinvesteringen op ongekende schaal nodig. Daarom moet zowel publieke als private financiering worden gemobiliseerd. In het bijzonder publiekprivate partnerschappen moeten krachtig worden bevorderd en Europese financiële instellingen moeten worden versterkt, teneinde de obstakels voor de financiering van groei te overwinnen die worden gegenereerd door opkopers van tekorten en schulden op nationale begrotingen.

Het derde instrument is overheidsuitgaven via de Europese begroting. Aangezien de doelstellingen van de EU hoofdzakelijk horizontaal en niet sectoraal zijn, moeten de begrotingsuitgaven van de EU worden gebaseerd op een geïntegreerde aanpak van ontwikkeling, gecombineerd met versterkte financieringsinstrumenten, en moeten zij het openstellen van onze economieën voor mondiale concurrentie bevorderen.

Het vierde instrument is de coördinatie van de nationale begrotingsuitgaven op prioritaire gebieden via de open coördinatiemethode. De zachte mechanismen van deze methode kunnen – zelfs als zij wordt verbeterd – ons helaas slechts op weg helpen naar de overeengekomen doelstellingen van Europa 2020. Zij kan dus slechts een ondersteunend instrument zijn.

De Europese coördinatie moet zich concentreren op gebieden waar sprake is van echte Europese toegevoegde waarde of waar deze kan worden ontwikkeld, en waar deze de mededinging niet ondermijnt. De beschikbare beleidsinstrumenten moeten zo worden gebruikt dat de val van een sterk interventionistisch groeimodel dat voortkomt uit traditioneel sectoraal industrieel beleid, wordt vermeden. Dit zou namelijk investeringen en de aantrekkelijkheid van Europa voor bedrijven kunnen ondermijnen, waardoor het groeipotentieel van Europa zou dalen. Europa 2020 moet een groei- en banenstrategie zijn, want er is geen andere optie.

 
  
MPphoto
 

  Kader Arif (S&D). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, dames en heren, de financiële, economische en sociale crisis die we doormaken is ongekend. Zij treft ons continent en de bevolking keihard, veroorzaakt immense sociale en persoonlijke problemen en Griekenland is hier helaas een wreed en voor ons beschamend voorbeeld van.

De werkloosheid blijft maar groeien. Er zitten inmiddels miljoenen Europeanen zonder werk en dit aantal stijgt nog dagelijks. Het antwoord moet een politiek, krachtig, snel en gecoördineerd antwoord zijn, dat tevens rekening houdt met de ernstige milieucrisis die we doormaken en die een nieuw ontwikkelingsmodel noodzakelijk maakt.

Deze crisis met vele gezichten wekt bij onze medeburgers hoge verwachtingen en hoop, waarop de Europa 2020-strategie het antwoord had moeten zijn. Maar helaas is dit antwoord bij lange na niet voldoende gezien de uitzonderlijk grote uitdagingen. De in maart door de Europese Raad uitgezette koers schiet eveneens tekort. Echte wil noch ambitie, maar daar verbaas ik me jammer genoeg al niet meer over.

Overal geeft u, leden van de Raad of de Commissie, uzelf en uw commissarissen, hoog op van de coherentie van uw beleid. Ik heb echter de indruk dat dat niet meer is dan een soort dekmantelconcept om het gebrek aan echte actie te maskeren. U hebt geen samenhangende strategie waarin zowel de economische als de sociale, industriële, landbouw-, handels- en onderzoeksaspecten aan bod komen om te zorgen voor duurzame en billijke ontwikkeling.

Bovendien schittert de buitenlandse dimensie van het Europese optreden op handelsgebied door afwezigheid, of wordt daar slechts aan gerefereerd onder de noemer van het onaantastbare liberale dogma "global Europe". Wij willen dat de handel een volwaardig instrument is dat daadwerkelijk ten dienste staat van werkgelegenheid, groei, armoedebestrijding en ontwikkeling.

Maar om redenen die eerder politiek dan technisch zijn, streeft u een andere doelstelling na: het najagen van kosten- en loonverlaging, van bilaterale vrijhandelsovereenkomsten ten koste van een multilaterale aanpak, met als gevolg sociale en fiscale dumping. Dit beleid heeft al te veel banen verloren doen gaan, en te veel bedrijfsverplaatsingen en sociale ellende veroorzaakt. Dit mag zo niet doorgaan.

Tot slot verwachten wij van de Commissie en de Raad dat zij de communautaire geest weer nieuw leven inblazen, dat zij nationaal egoïsme afwijzen en van Europa niet alleen een veilige haven van welvaart, maar ook van solidariteit maken. Dat zij ervoor zorgen dat Europa zich niet alleen aan zijn eigen burgers, maar ook aan de rest van de wereld van een andere kant laat zien: dat is de strekking van de resolutie van de Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten in het Europees Parlement.

 
  
MPphoto
 

  Richard Seeber (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, het is eigenlijk zinloos om te reageren op de commentaren van de rechter- en linkerrand in dit Parlement. Dit is een verstandig Parlement. Het wordt gedragen door politieke krachten die streven naar de opbouw van Europa, en de rechter- en de linkerrand spelen eigenlijk geen rol. Nu hebben bepaalde leden de EU 2020-strategie echter vergeleken met een communistisch vijfjarenplan, en ik zou die personen willen aanbevelen om eens een blik te werpen op een leerboek over economisch beleid, of op een geschiedenisboek, en dan zult u zien wat de verschillen zijn!

Net links van ons zitten heel redelijke politici, maar aan de uiterste linkerrand zitten personen die nu beweren dat Europa eigenlijk min of meer terug moet naar de communistische tijd. Een deel van Europa heeft het communisme helaas aan den lijve ondervonden, en we weten allemaal waartoe dat heeft geleid. Er zijn allerlei wensen denkbaar, maar het gaat erom dat we onze burgers in staat stellen om in waardigheid en welvaart te leven, en te profiteren van onderwijs en van andere voordelen die de samenleving te bieden heeft.

Daarom moeten wij in ons politieke systeem overwegen hoe we optimaal gebruik kunnen maken van de beschikbare hulpbronnen. Het gaat alleen maar om die planning. Ieder gezin en iedere gemeente overweegt wat ze met de beschikbare middelen moet doen om het een tijdje vol te houden. Dat is een kwestie van gezond verstand.

Eigenlijk kon dit doel op de lange termijn alleen maar worden bereikt in een markteconomie, in een gematigde en geen tomeloze markeconomie. Daarom is het zinvol dat we op het Europese niveau overwegen hoe we die markteconomie in Europa kunnen organiseren. Binnen de nationale grenzen denken levert niets op; dat is tot mislukken gedoemd. Daarom moeten we overwegen hoe we deze Europese markt kunnen sturen, zodat de markt in dienst van de burger staat. Het gaat niet om het concurrentievermogen op zich, het gaat om het concurrentievermogen van Europa, zodat we de burgers deze producten en diensten kunnen bieden. Dat is de discussie die we hier moeten voeren!

Veel collega’s zijn al op de details ingegaan. Ik wil me beperken tot de grote lijnen. Tegen de dames en heren aan de rand wil ik toch nog eens zeggen: denk na voor u iets zegt, en bestudeer vooral de geschiedenis!

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D).(RO) Het werkloosheidscijfer in de Europese Unie heeft inmiddels het niveau van 10 procent bereikt, terwijl de jeugdwerkloosheid is opgelopen tot 20 procent. Dit jaar was er geen reden om 1 mei, de Internationale Dag van de arbeid, te vieren omdat er 23 miljoen werklozen in de Europese Unie zijn.

We moeten duidelijk vaststellen welke sectoren in de EU investeringen nodig hebben om banen te scheppen. Alleen door onderwijs zullen we jongeren de vaardigheden kunnen bijbrengen die nodig zijn om een baan te krijgen en een fatsoenlijk loon te verdienen. Investeringen in de landbouw zullen er ook voor zorgen dat de Europese Unie aan haar basisbehoeften op het gebied van voedsel en energie kan voldoen.

Investeringen in vervoersinfrastructuur zijn van levensbelang. Dit jaar herzien we de lijst van TEN-T-prioriteitsprojecten. De EU heeft een hogesnelheidsnetwerk nodig dat alle Europese hoofdsteden en andere grote steden met elkaar verbindt. Ook moet de weg-, haven- en luchthaveninfrastructuur worden gemoderniseerd. Ik ben van mening dat de Europese Unie met prioriteit moet investeren in de ontwikkeling van vervoersinfrastructuur in Oost-Europa. Dat is de enige manier waarop we een werkelijk effectieve interne markt kunnen creëren. Voor al deze projecten zijn echter financiële middelen nodig ten bedrage van vele miljarden euro’s, die zullen worden terugverdiend in de overheidsbegrotingen in de vorm van belastingen en heffingen en vooral als gevolg van de banen die worden geschapen en de economische ontwikkeling die wordt gegenereerd.

Bovendien zullen de investeringen in energie-infrastructuur, energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen de energieafhankelijkheid van de EU verminderen en ruwweg 2,7 miljoen nieuwe banen scheppen tegen 2030. We zien echter dat, in plaats van dat er wordt geïnvesteerd in het initiatief ‘Intelligente steden’, meer dan 150 miljoen euro uit het Europees economisch herstelplan niet is uitgegeven. En tot slot, maar niet in de laatste plaats, moet de Europese Unie investeren in onderzoek en in de duurzame ontwikkeling van de Europese industrie.

Mijnheer de Voorzitter, ik wil afsluiten met een oproep aan de Commissie en de Raad om een instrument in het leven te roepen dat vergelijkbaar is met het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en waaruit werknemers in de publieke sector die door de economische crisis hun baan verliezen steun moeten ontvangen.

 
  
MPphoto
 

  Enikő Győri (PPE). (HU) Dames en heren, ik denk dat we allemaal wel weten wat voor moeilijke taak we voor de boeg hebben. We moeten gezamenlijk voor de lidstaten en de EU-instellingen een strategie ontwikkelen waarmee de effecten van de crisis kunnen worden aangepakt en tegelijkertijd de Europese Unie en al haar lidstaten in staat worden gesteld concurrerend te zijn in de mondiale economische omgeving en zich op milieugebied duurzaam te ontwikkelen zodat de levensstandaard van alle EU-onderdanen al op korte termijn voelbaar kan stijgen.

Ik wil wel twee opmerkingen plaatsen bij deze nieuwe strategie, waarin denk ik de basiselementen worden gedekt, maar twee zaken zijn wel het vermelden waard. Het eerste punt is dat enige voorzichtigheid en omzichtigheid gerechtvaardigd is als het gaat om kwantitatieve doelstellingen. Die moeten ambitieus zijn maar tevens realistisch en uitvoerbaar. Bovendien moeten de afwijkende uitgangspunten en capaciteiten van alle lidstaten hierbij ook in aanmerking worden genomen. Armoede betekent iets anders in het Verenigd Koninkrijk dan in Bulgarije. Onze onderwijssystemen zijn anders. De vraag doet zich bijvoorbeeld voor of het de moeite waard is overal het percentage universitair opgeleiden naar 40 procent op te trekken, en of we daarmee niet juist het aantal gediplomeerde werklozen doen toenemen. De ontwikkeling van vakopleidingen moet echter volgens mij in elk geval onder onze doelen worden opgenomen.

Mijn tweede opmerking is dat de strategie ook de interne cohesie en convergentie van de Europese Unie zou moeten versterken. Ik ben het ermee eens dat we de sleutelsectoren moeten steunen omdat ze de motor vormen van de Europese economie. Aan de andere kant mogen we niet vergeten dat de verschillen in ontwikkelingsniveau tussen de zevenentwintig lidstaten verder toenemen als een economisch ontwikkelingsbeleid wordt gevolgd waarin het concurrentievermogen eenzijdig wordt belicht en de onderscheidende kenmerken van de lidstaten niet in ogenschouw worden genomen. Zonder interne cohesie bestaat er namelijk ook geen extern concurrentievermogen. De aansluiting van achtergebleven gebieden zou nieuwe markten, effectieve vraag, innovatiepotentieel en minder sociale zorg betekenen voor de hele Europese Unie. We moeten dus voor de achtergebleven gebieden de kaders scheppen met behulp waarvan zij de voordelen van de interne markt kunnen benutten. Na verloop van tijd zou iedereen op eigen kracht concurrerend kunnen worden. Ik hoop dat we in de nieuwe strategie plaats vinden voor het cohesiebeleid.

 
  
MPphoto
 

  Radvilė Morkūnaitė-Mikulėnienė (PPE). - (LT) Vandaag bespreken we wat voor soort Europese Unie we over tien jaar zouden willen zien. Momenteel is de werkloosheid, vooral onder jongeren, een van de grootste problemen van de Europese Unie en helaas dwingt dat ons om naar de jongeren van vandaag te verwijzen als de verloren generatie van deze tijd. We hebben het over het scheppen van nieuwe banen en de bescherming van het milieu, we hebben het over de bevordering van initiatieven voor de jeugd, over steun voor het onderwijssysteem, over vele andere belangrijke elementen, maar we praten daar voornamelijk over alsof het gescheiden zaken zijn en verliezen het grote geheel uit het oog. Helaas krijg ik, als ik de huidige voorstellen voor de Europa 2020-strategie van de EU lees, het gevoel dat dit wel weer eens loze woorden zouden kunnen blijven als we geen rekening houden met de mening van hen die deze strategie zullen moeten uitvoeren, dat wil zeggen jonge mensen. Ik zou willen dat de Europa 2020-strategie als verbinding tussen economie en ecologie fungeert, precies die verbinding waaraan jonge mensen zouden willen meewerken, zodat zij jongeren de gelegenheid biedt om hun kennis aan te bieden en de toekomst van de Europese Unie vorm te geven. Omdat ik zelf een van die jonge mensen ben die de strategie moeten uitvoeren, wil ik een paar concrete voorstellen doen. Laten we allereerst het scheppen van groene werkgelegenheid stimuleren, dat wil zeggen mogelijkheden bieden om meer steun te geven aan ondernemingen die groene banen tot stand brengen en jonge mensen in dienst nemen in de landbouw, de industrie, het vervoer of de dienstensector. Laten we ten tweede meer aandacht schenken aan milieuvriendelijkheid, of om precies te zijn aan milieueducatie, niet alleen geïntegreerd in het bestaande onderwijs maar ook als nieuw vak. Als we deze beide stappen zetten kunnen we meer jongeren overhalen om deel te nemen aan de verwezenlijking van de groene economie: jongeren met genoeg kennis, vaardigheden en – denk ik – vastberadenheid. Ik zou echt willen dat hier in het Europees Parlement minder scepsis heerste en minder ongegronde vergelijkingen werden gemaakt, zoals we die gisteren hebben gehoord, en dat er meer vastberadenheid, optimisme en eenheid kwam.

 
  
MPphoto
 

  Petru Constantin Luhan (PPE).(RO) Ik ben ervan overtuigd dat de EU 2020-strategie tot een economisch sterker en meer innovatief Europa zal leiden. Ook ben ik ervan overtuigd dat we met succes uit de huidige economische en financiële crisis tevoorschijn zullen komen, omdat we een enorm potentieel hebben in de zin van een innovatieve arbeidsmarkt en natuurlijke hulpbronnen. Ik verwelkom de inspanningen van de Commissie om ons deze mededeling te kunnen presenteren.

Ik voel me echter verplicht om het cohesiebeleid als discussiepunt in te brengen en uiting te geven aan mijn ontevredenheid over het feit dat er van tactiek is veranderd bij het ten uitvoer leggen van de Lissabonstrategie. Voor het bereiken van economische, sociale en territoriale cohesie is echter meer nodig dan alleen intelligente, duurzame en inclusieve groei. De burgers zeggen via ons en onze gekozen vertegenwoordigers dat ze nog altijd behoefte hebben aan investeringen in de landbouw, toegang tot diensten en de ontwikkeling van alle regio’s, hoe geïsoleerd ze ook zijn.

Uit de prioriteiten die zijn vastgesteld voor de periode 2007-2013 blijkt hoe groot de noodzaak is om de infrastructuur te verbeteren en het economisch concurrentievermogen in de convergentiegebieden te ondersteunen. Uit de onderlinge afhankelijkheid van onze economieën blijkt de noodzaak van cohesie en ook dat we […]

(Spreker wordt door de Voorzitter onderbroken)

 
  
MPphoto
 

  Sylvana Rapti (S&D).(EL) Mijnheer de Voorzitter, ik wil allereerst vanaf deze plaats in het Europees Parlement mijn medeleven betuigen met de nabestaanden van mijn drie landgenoten die vandaag de dood vonden tijdens rellen in Athene. Ik betreur ten zeerste dat ik van de kant van de Commissie, van voorzitter Barroso, geen blijk van medeleven heb gehoord. Ik hoop dat de heer Rehn die hem zal vertegenwoordigen dat alsnog zal doen als hij opnieuw het woord neemt.

Ten tweede wil ik zeggen dat de Commissie nu snel moet handelen. Hoe langer zij namelijk wacht met de oplossing van de problemen in Europa en dus ook met de oplossing van het probleem in Griekenland, hoe sterker zij de 2020-doelstellingen ondermijnt. 2020 is gebaseerd op 2010. Het bereiken van het doel van armoedevermindering hangt af van wat wij nu doen, en met de maatregelen die Griekenland gedwongen wordt te nemen zal het niet aan dit doel kunnen bijdragen.

U bent verplicht Griekenland te helpen want anders zal 40 procent van de pas afgestudeerden geen werk hebben. Denkt u daar eens over na en maakt u dan haast.

 
  
MPphoto
 

  Elisabeth Schroedter (Verts/ALE).(DE) Ik dank u, mijnheer de Voorzitter. De heer Barroso had het over de maatregelen die we in verband met Europa 2020 moeten nemen, maar daarna heeft hij de zaal verlaten. Een van de belangrijkste maatregelen mist hij nu. Daarom richt ik het woord tot het voorzitterschap van de Raad. Ik zou de voorzitter van de Raad willen bedanken omdat hij hier is gebleven, en het debat tot het einde volgt.

Een van de belangrijkste maatregelen die we in het kader van Europa 2020 moeten nemen is het bevorderen van duurzame ontwikkeling om meer groene banen te creëren. Daarvoor moeten we alle nodige initiatieven nemen. We moeten er in dit verband voor zorgen dat er rekening wordt gehouden met de herstructurering en met de rechten van de werknemers, maar er moet ook meer worden gedaan voor opleiding en bijscholing. Ik weet dat het Spaanse en het Belgische voorzitterschap hieraan werken, en ik wil ze er nadrukkelijk toe aanmoedigen om dit voort te zetten, en nog dit jaar een initiatief van de Raad voor te leggen.

 
  
MPphoto
 

  John Bufton (EFD).(EN) Mijnheer de Voorzitter, we bespreken hier Europa 2020 – een jaar dat over tien jaar aanbreekt – maar misschien zouden we moeten nadenken over de afgelopen tien uur. Het is met grote droefheid dat ik kennis heb genomen van de doden in Griekenland; het is zeer triest. Ik leef mee met de families en ik betuig de families en vrienden van de arme mensen die zijn overleden, mijn deelneming. Een paar weken geleden heb ik echter in dit Parlement al gewaarschuwd voor maatschappelijke onrust vanwege de situatie met betrekking tot de eurozone en de problemen waarvoor deze nu gesteld staat.

Ik denk dat het tijd is dat dit Parlement, de Commissie en de Raad doordrongen raken van het feit dat de eurozone tekortkomingen heeft: zij werkt niet. We hebben problemen in Griekenland. Ik heb het gevoel dat deze zich zullen uitbreiden naar Spanje. Is het geen tijd voor wat eerlijkheid hier, voordat nog meer mensen het leven verliezen, en is het geen tijd dat we eens echt kijken naar de situatie rond de landen van de eurozone en dat we toegeven dat deze problematisch is?

 
  
MPphoto
 

  Piotr Borys (PPE). - (PL) Mijnheer de Voorzitter, de EU-economie is vandaag nog steeds de sterkste, maar dat betekent niet noodzakelijk dat er nooit een einde kan komen aan dit eldorado. De crisis en de tragische gebeurtenissen in Griekenland hebben duidelijk gemaakt dat er nu bepaalde conclusies moeten worden getrokken uit de ambitieuze Europa 2020-strategie. We moeten doortastend en consequent te werk gaan bij de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie, anders dan bij de Lissabonstrategie het geval was. Het hangt volledig van onszelf af of wij voor toekomstige generaties de voorwaarden creëren om in een samenhangend en rijk Europa te leven, dan wel of we hen opzadelen met een Europa dat wordt geteisterd door een crisis.

Ongeveer 30 procent van de Europeanen heeft geen beroepsopleiding genoten. Dit verklaart waarom er behoefte is aan zulke ambitieuze plannen op het gebied van onderwijs. We willen het aantal vroegtijdige schoolverlaters verminderen tot 10 procent en ervoor zorgen dat zestien miljoen mensen een diploma van hoger onderwijs behalen. Ik zou mijn oproep bijgevolg als volgt kunnen samenvatten: de grote uitdagingen op het gebied van onderwijs moeten vandaag zeer nauwgezet en zo snel mogelijk worden aangegaan. Ik roep alle EU-instellingen en lidstaten op om op gecoördineerde en consequente wijze te werk te gaan.

 
  
MPphoto
 

  Monika Flašíková Beňová (S&D). - (SK) Het spijt mij zeer dat de voorzitter van de Commissie niet is gebleven. Ongetwijfeld heeft hij elders belangrijker bezigheden, maar de Europa 2020-strategie is mijns inziens het belangrijkste dossier van allemaal, en ik vraag mij af wat voor nog belangrijkere zaken de heer Barroso nu te doen zou kunnen hebben.

Uit het debat dat hier van links tot rechts gevoerd wordt, komt echter naar voren dat dit onderwerp niet bijster leeft in het Europees Parlement. Daarbij dient te worden aangetekend dat tijdens het opstellen van deze strategie de situatie in Europa uitermate complex was en dat het geheel ontstaan is tegen de achtergrond van een van de ernstigste economische crises die de huidige Europese generatie zich überhaupt herinneren kan. Ik ben dan ook van mening dat een van de allerbelangrijkste zaken die met deze strategie aangepakt moeten worden, de bescherming van de economisch meest kwetsbare mensen is, van degenen die reeds vóór de crisis een moeilijk bestaan leiden, dat ook nu nog doen, en die part noch deel hebben aan deze crisis.

Ik ben dan ook van mening – en dit is een concreet voorstel ten aanzien van deze strategie – dat het goed zou zijn de richtsnoer inzake armoede en sociale uitsluiting te mainstreamen. Dan is het geen tweederangs richtsnoer meer voor werkgelegenheid alleen, maar heeft het betrekking op al deze belangrijke aandachtsgebieden.

 
  
MPphoto
 

  Krisztina Morvai (NI). (HU) De strategie over de toekomst van Europa is opgebouwd op twee waardesystemen. Ik wil u erop attent maken dat deze twee waardesystemen zeer moeilijk met elkaar te verenigen zijn of misschien wel helemaal niet, dus we moeten één van beide kiezen. De sleutelwoorden van het ene waardesysteem zijn concurrentievermogen, groei en globalisering, terwijl het sleutelwoord van het andere waardesysteem duurzaamheid is. We hebben het over duurzaamheid op milieugebied. We weten dat geforceerde groei en globalisering desastreuze gevolgen hebben voor het milieu. Er is geen sprake van duurzaamheid. We hebben het over duurzaamheid in sociaal opzicht. De mensen, kleine boeren, kleine- en middelgrote ondernemers, enzovoorts, die de te ver doorgevoerde concurrentiestrijd en globalisering niet kunnen bijbenen, gaan over de kop, verliezen de concurrentiestrijd en verarmen. Dit alles is volledig in strijd met duurzaamheid in sociaal opzicht. Mijn kiezers en ik zijn van mening dat we van de twee waardesystemen voor duurzaamheid moeten kiezen.

 
  
MPphoto
 

  Diego López Garrido, fungerend voorzitter van de Raad. (ES) Mijnheer de Voorzitter, ik zou willen beginnen met een antwoord op de directe vraag van de heer Bokros. Naar dit onderwerp is tevens verwezen door de heer Cofferati, die op dit moment niet aanwezig is, en door mevrouw del Castillo, die evenmin aanwezig is. Ook anderen hebben het hierover gehad.

Waarom is de strategie van Lissabon mislukt? Dat is de vraag die de heer Bokros me direct heeft gesteld.

Daarvoor is ongetwijfeld een groot aantal oorzaken aan te geven, en het zou al te overmoedig zijn om de zaak eenvoudiger voor te stellen dan hij in werkelijkheid is. Als ik evenwel de oorzaak zou moeten noemen die volgens mij het uitblijven van succes voor de strategie van Lissabon het beste verklaart, dan is het wel dat de Europese Unie – die destijds een interne markt heeft ingevoerd, die een gemeenschappelijke munt heeft ingevoerd – heeft verzuimd de noodzakelijke stap naar economische eenheid te zetten. Die stap is niet gezet.

Het Verdrag van Maastricht ging over economische en monetaire eenheid. Het is echter gebleven bij monetaire eenheid; van economische eenheid is het nooit gekomen.

Daarom geloof ik dat de Europa 2020-strategie het begin van een nieuwe fase van de Unie moet zijn, dat we de stap naar economische eenheid moeten zetten. Daarbij gaat het bovenal om economisch en sociaal bestuur van de Unie.

Een wezenlijk bestanddeel van dat streven naar economische eenheid is een strategie gericht op groei en hoogwaardige werkgelegenheid, waarover dit debat in feite gaat, een debat dat ik overigens zeer interessant vond, met een buitengewoon grote verscheidenheid aan bijdragen. Bovendien biedt het belangrijke nieuwe invalshoeken die de strategie van Lissabon niet had, althans niet zo nadrukkelijk. Voorbeelden zijn de technologische dimensie of de sociale dimensie die de heren Cofferati, Cercas en Arif hebben genoemd, en de dimensie van de bestrijding van de klimaatverandering, ten aanzien waarvan ik me aansluit bij wat mevrouw Schroedter heeft gezegd.

Als we echter willen komen tot economische eenheid, kunnen we niet volstaan met een strategie voor groei en hoogwaardige werkgelegenheid. Dat is niet genoeg. En daarmee heb ik antwoord gegeven op de vraag van mevrouw Harms, die momenteel niet aanwezig is.

Wat namelijk ook nodig is, is datgene waarmee commissaris Olli Rehn – die hierna het woord zal voeren – bezig is en waarop ik eerder al heb gezinspeeld. Wat nodig is, is dat we ons beleid op de gebieden van economie, werkgelegenheid en sociale vraagstukken coördineren, want dat is in Europa niet gebeurd en het is ook niet gebeurd in het kader van de strategie van Lissabon.

Dit is bovendien iets wat we moeten doen volgens het Verdrag van Lissabon. Artikel 5 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie stelt dat de lidstaten van de Unie hun economisch beleid en hun werkgelegenheidsbeleid moeten coördineren – let wel, zij zijn daartoe verplicht, het is geen optie. En zij hebben de mogelijkheid om hun sociaal beleid te coördineren, als zij dat willen – en mijns inziens zouden zij dat moeten doen.

Naast een strategie voor groei en werkgelegenheid en naast coördinatie van het economisch en werkgelegenheidsbeleid is Europees toezicht op de financiële markten nodig, en daarmee bedoel ik het toezichtspakket waarover ik het eerder had en waarop ik een reactie van de heer Verhofstadt heb ontvangen. Het verheugt me zeer dat hij graag wil dat het Europees Parlement zijn standpunt inzake het pakket financieel toezicht zo snel mogelijk vaststelt.

Bovendien hebben we, zoals de heer Barroso in zijn interventie met nadruk heeft gesteld, een externe dimensie nodig. De economische unie van Europa moet een externe dimensie hebben, een gemeenschappelijke externe positie, namelijk in de G20. Ik verwijs naar hetgeen de heer Barroso hierover heeft gezegd, waarmee ik het vrijwel volledig eens ben.

Wat we voorts nodig hebben voor economische eenheid zijn bestuursinstellingen: een Europese Raad die de strategie uitstippelt, een Commissie die de gekozen strategie bewaakt en uitvoert, en wetgevende instanties voor de strategie: de Raad en het Europees Parlement.

Tot slot zijn er instrumenten nodig om die strategie te stimuleren, zoals de autorisatie van de Structuurfondsen en de Europese fondsen om de strategie van een kader te voorzien, iets wat ook niet bepaald, of in elk geval niet erg intensief, is gebeurd in de jaren van de strategie van Lissabon.

Dat is wat volgens mij al aan de gang is in de Europese Unie: een stap naar de volgende fase, een fase die nodig is in de eenentwintigste eeuw, de fase van de mondialisering, dat wil zeggen van economische eenwording. Niet alleen een interne markt of monetaire eenheid, maar ook economische eenheid. Dat is de weg die we moeten volgen, en dat moeten we consequent doen, met een interinstitutionele dialoog zoals die hier vanmiddag heeft plaatsgevonden bijvoorbeeld, en wel zo snel mogelijk.

Mijns inziens is dat wat de burger in Europa van ons allen vraagt.

 
  
  

VOORZITTER: RODI KRATSA-TSAGAROPOULOU
Ondervoorzitter

 
  
MPphoto
 

  Olli Rehn, lid van de Commissie. – (EN) Mevrouw de Voorzitter, mag ik u bedanken voor dit rijke en verantwoorde debat van vanavond. Ik wil tevens een bewering over voorzitter Barroso rechtzetten. Hij heeft namens de Commissie zijn medeleven betuigd. Ik sluit me bij hem aan en betuig mijn medeleven met de families en vrienden van de slachtoffers van geweld die vandaag in Athene zijn gevallen. Meningsverschillen zijn normaal in een democratie, maar de toevlucht nemen tot geweld is nooit aanvaardbaar.

Duurzame groei en het scheppen van banen staan inderdaad centraal in Europa 2020, en ik wil graag enkele woorden zeggen over financiële stabiliteit, wat een noodzakelijke voorwaarde is om terug te keren naar duurzame groei en naar de doelen van Europa 2020. U mag het ‘Europa 2010’ noemen, want we hebben dit nodig om met Europa 2020 te kunnen slagen.

Het besluit van de lidstaten van de eurozone van afgelopen zondag om het mechanisme van gecoördineerde en conditionele financiële bijstand voor Griekenland te activeren was geen gemakkelijk besluit, maar wel een noodzakelijk besluit. Het was het verantwoordelijke en juiste besluit om te nemen. Het is nu de taak van de Commissie om te waarborgen dat de bilaterale lancering wordt gecoördineerd en dat de conditionaliteit systematisch en strikt wordt toegepast.

De financiële steun geeft Griekenland ademruimte om de duurzaamheid van zijn overheidsfinanciën en zijn algemene economische concurrentievermogen te herstellen. Dat is niet alleen nodig voor Griekenland, maar ook om de financiële stabiliteit in Europa te waarborgen, om te voorkomen dat de brand in het struikgewas in Griekenland een bosbrand in Europa wordt. Financiële stabiliteit is noodzakelijk voor het verdere economisch herstel van Europa, voor duurzame groei en het scheppen van banen.

Enkelen van u hebben het besmettingsgevaar en de zorgen over andere landen van de eurozone of de Europese Unie genoemd. Niemand kan ontkennen dat er de afgelopen dagen en weken spanningen zijn geweest in de financiële markten, maar er is, als in alle financiële markten, sprake van forse overreacties. Alle lidstaten van de eurozone nemen maatregelen om hun overheidsfinanciën te consolideren, niet het minst Portugal en Spanje.

Griekenland is een uniek en bijzonder geval in de eurozone, en nu in de Europese Unie. In het bijzonder dragen de lidstaten van de eurozone samen met de Commissie, de ECB en het IMF nu zorg voor de situatie in Griekenland. Ik reken erop dat we zullen slagen en de reusachtige uitdagingen het hoofd zullen weten te bieden.

We moeten ook lessen trekken uit de crisis; dat is belangrijk voor het economisch bestuur van Europa 2020. De laatste ontwikkelingen in de Europese economie, niet het minst rond Griekenland, hebben laten zien dat er dringend behoefte is aan versterking van het economisch bestuur in Europa. Volgende week zal de Commissie concrete voorstellen doen voor de manier waarop we de coördinatie van het economisch beleid en het toezicht op de begroting van de lidstaten in de Europese Unie kunnen versterken.

In de Economische en Monetaire Unie is de ‘M’ veel sterker dan de ‘E’. Het is hoog tijd om de ‘E’ meer leven in te blazen. Dit was ook de onderliggende gedachte van de oprichters van de Economische en Monetaire Unie. Ons leidende beginsel is dat voorkomen altijd beter is dan genezen, en daarom zullen we onze voorstellen baseren op zowel versterking van preventie als correctie. Onze voorstellen bevatten drie belangrijke bouwstenen.

Op de eerste plaats moeten we het Stabiliteits- en groeipact versterken, zowel zijn preventieve als zijn corrigerende tak. We hebben systematischer en strenger preventief begrotingstoezicht nodig, zodat gevallen zoals dat van Griekenland zich nooit meer zullen voordoen.

Op de tweede plaats moeten we verder gaan dan begrotingstoezicht. We moeten macro-economische onevenwichtigheden en verschillen in het concurrentievermogen aanpakken en daarvoor moeten we, waar nodig en voor zover mogelijk, zowel het concurrentievermogen van onze export versterken, wat in veel landen hard nodig is, als de binnenlandse vraag versterken.

De derde bouwsteen zal een mechanisme voor het oplossen van crises zijn. Het financiële mechanisme voor Griekenland voorziet in de onmiddellijke behoefte voor de huidige doelen. Het is echter duidelijk en noodzakelijk dat we een permanent mechanisme voor het oplossen van crises moeten instellen, met een sterke ingebouwde conditionaliteit, alsook ontmoedigingen voor het gebruik daarvan. Zoals voorzitter Barroso eerder vandaag heeft gezegd, kunnen we beter te voorzichtig zijn en ervoor zorgen dat we ook goed toegerust zijn om de ergste scenario's het hoofd te bieden.

Samenvattend, ik reken op uw steun. Ik reken erop dat het Europees Parlement de versterking van het economisch bestuur in Europa steunt. Ik verzoek tevens de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de eurozone, alsook de Europese Raad meer in het algemeen, om vrijdag onze voorstellen te steunen en hier snel en zonder uitstel effectieve voorstellen van te maken die kunnen worden verwezenlijkt. Waarom? Omdat we het ons niet kunnen permitteren om te treuzelen. Daarom dring er bij iedereen op aan om zo snel mogelijk besluiten te nemen, zodat we Europa 2020 tot een succes kunnen maken en echte fundamenten kunnen leggen voor duurzame groei en het scheppen van banen in Europa. Dat is wat onze burgers van ons verwachten.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Het debat is gesloten.

De stemming vindt tijdens de tweede vergaderperiode in mei plaats.

(De vergadering wordt voor vijf minuten onderbroken wegens technische problemen)

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  Vilija Blinkevičiūtė (S&D), schriftelijk. – (LT) Europa maakt een moeilijke periode door als gevolg van de mondiale economische crisis. Het herstel is nog broos en de lidstaten betalen een uiteenlopende prijs voor het doorstaan van de crisis. De Europese Unie heeft behoefte aan een nieuwe strategie gericht op het scheppen van nieuwe banen, investeringen in onderwijs, het waarborgen van mogelijkheden om een leven lang te leren en verbetering van levensomstandigheden. Ik wil de aandacht vestigen op een van de belangrijkste doelstellingen die de Commissie nastreeft: minder armoede in Europa en meer sociale integratie. Ik wil echter ook benadrukken dat we voor de verwezenlijking van dat doel specifieke maatregelen moeten nemen, zoals de versterking van verplichte sociale minimumnormen en invoering van het minimumloon in de gehele EU, en dat het nodig is aanvullende maatregelen vast te stellen om de bescherming van de kwetsbaarste groepen in de samenleving te garanderen. Ik wil er ook op wijzen dat de in de nieuwe strategie geformuleerde doelstellingen één gemeenschappelijk doel voor Europa als geheel vormen, dat we moeten nastreven door middel van actie op zowel nationaal als Europees niveau. Ik verzoek de Commissie derhalve de dialoog met de lidstaten voort te zetten om ervoor te zorgen dat nationale besluiten in overeenstemming zijn met de fundamentele doelen van de EU. Alleen dan zal de strategie namelijk concrete resultaten opleveren en meer zijn dan alleen maar een verzameling fraaie slogans.

 
  
MPphoto
 
 

  Vasilica Viorica Dăncilă (S&D), schriftelijk. – (RO) Het is absoluut noodzakelijk dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid de Europese strategie voor werkgelegenheid en economische groei ondersteunen. Ik ben van mening dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid snelle oplossingen moet bieden voor de gevolgen die de economische crisis heeft voor landbouwbedrijven, zoals het gebrek aan toegang tot krediet voor boeren, landbouwinkomens die onder druk staan en stijgende werkloosheid in plattelandsgebieden. Ook moet het gemeenschappelijk landbouwbeleid oplossingen blijven bieden voor de dreiging die wordt gevormd door braaklegging van landbouwgronden, de ontvolking van het platteland en de vergrijzende bevolking in de Europese Unie, zodat de duurzaamheid van de plattelandsgemeenschappen in de Europese Unie op de lange termijn kan worden gewaarborgd.

Ook moet ik opmerken dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2013 met het oog op deze uitdagingen krachtige signalen moet afgeven en antwoorden moet bieden op de zorgen van zowel de plattelandsgemeenschap als de samenleving als geheel door middel van een duurzaam, naar behoren gefinancierd, geloofwaardig en multifunctioneel voedselbeleid. Ik wil, met het oog op een duurzame plattelandsbevolking, nadrukkelijk wijzen op de dringende noodzaak om het voor generaties jonge mensen aantrekkelijk te maken om naar plattelandsgebieden te verhuizen en om nieuwe, alternatieve economische kansen te ontwikkelen. En daarnaast ben ik van mening dat de werkloosheid op het platteland moet worden opgelost door nieuwe kansen voor diversificatie te bieden en nieuwe inkomstenbronnen te scheppen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ioan Enciu (S&D), schriftelijk. (EN) Ik zou de Commissie en de Raad willen bedanken voor hun verklaringen over de nieuwe Europese strategie voor banen en groei. Willen we in 2020 een zuiniger Europa, dan hebben we echt dringend nieuwe energiedoelstellingen nodig. Ik wil de Commissie erop wijzen dat sommige lidstaten speciale hulp nodig zullen hebben voor de ontwikkeling en de implementatie van hernieuwbare technologieën om te kunnen voldoen aan de doelstelling van 20 procent hernieuwbare energie. Verder wil ik benadrukken dat steun aan de initiatieven van de digitale agenda die onderdeel uitmaken van de vlaggenschipinitiatieven voor nieuwe vaardigheden en banen, veel positiefs oogsten zal. Ik zou de Commissie willen vragen concrete wetsvoorstellen in te dienen ter stimulering van de ontwikkeling van het internet middels zowel financiële als administratieve faciliteiten ter bevordering van internetondernemerschap en e-handel. Verder ben ik wat onderzoek en innovatie in Europa betreft, ingenomen met het antwoord van commissaris Quinn dat er geïnvesteerd moet worden in de onderzoeksinfrastructuur in de nieuwe lidstaten. Onderzoeksinstituten en wetenschappers aldaar wachten wat dat betreft op een snel en gecoördineerd optreden van de Commissie en de Raad gericht op het scheppen van gelijke kansen voor deze landen op deelname aan de kaderprogramma’s.

 
  
MPphoto
 
 

  João Ferreira (GUE/NGL), schriftelijk.(PT) De heersende neoliberale filosofie heeft Europa in een ernstige crisis gestort, en dat heeft de opstellers van de 2020-strategie bewogen hun doelstellingen op te smukken met sociale en milieuretoriek van het soort waarvoor de afgelopen tijd zo veel reclame is gemaakt. En zelfs in die retoriek heeft men afstand moeten doen van de doelstellingen “volledige werkgelegenheid” en “uitbanning van armoede” zoals die in de strategie van Lissabon, de voorloper van de 2020-strategie, waren opgenomen. Wat we weten over de instrumenten van de 2020-strategie laat echter geen ruimte voor twijfel: dit is een oude strategie, bedoeld om het oude beleid te rechtvaardigen en cachet te verlenen. Wat de gevolgen van dat beleid zijn, is bekend: flexibilisering en deregulering van de arbeid, prioriteit voor het verder uitwerken van de interne markt, liberalisering en privatisering van nog meer economische sectoren, liberalisering en deregulering van de internationale handel. Dit zijn precies dezelfde instrumenten die ons naar de huidige toestand hebben gevoerd. Wie aandringt op het blijven volgen van dit beleid probeert aan zijn eigen schaduw te ontsnappen, en volgt daarmee de weg die leidt tot een economische, sociale en ecologische ramp. Het feit dat er 23 miljoen werklozen zijn wordt gebruikt als argument om de banen van mensen die nog wel werken verder uit te hollen, waardoor onzekere banen, onregelmatig werk en structurele werkloosheid de norm gaan worden. De met zoveel ophef aangekondigde “sociale markteconomie” blijkt uiteindelijk niets anders te zijn dan de commercialisering van alle facetten van het maatschappelijk leven, de natuur en al de daarin voorkomende hulpbronnen.

 
  
MPphoto
 
 

  Edit Herczog (S&D), schriftelijk. – (HU) De economische groei van de Europese Unie is tot stilstand gekomen en de werkloosheid bedraagt meer dan 10 procent. Dat betekent dat er een nieuwe strategie voor duurzame groei en het creëren van banen moet worden uitgewerkt, een strategie die in staat zal zijn de Europese Unie dynamisch te maken. Dit hangt af van het feit of de EU in staat is te vernieuwen en de economie op nieuwe fundamenten op te bouwen, en of de EU-onderdanen in staat zullen zijn volgens een nieuwe mentaliteit te leven. Deze vernieuwing kan worden bewerkstelligd in de Europese Unie met innovatie, onderzoek en ontwikkeling. In het belang van de toekomst van haar onderdanen werkt de Europese Unie aan een groeistrategie voor 2020 die is gebaseerd op innovatie en op onderzoek en ontwikkeling, en die voor de regio voortdurende economische groei kan garanderen en de bevolking voorziet van nieuwe banen.

Zonder fondsen kunnen onderzoek en ontwikkeling niet de benodigde financiële achtergrond leveren, en zodoende ook de innovatiemogelijkheden niet volledig benutten. Innovatie komt er alleen als resultaat van samenwerking en gezamenlijke steun. De fondsen komen van drie kanten: de Europese Unie, de lidstaten en de particuliere sector. Voor innovatie op bedrijfsniveau zijn de juiste menselijke hulpbronnen nodig. Dit kan worden bereikt met kwalitatief hoogstaand onderwijs en opleidingen door middel van coördinatie op nationaal niveau. Universiteiten moeten worden gesteund om jonge onderzoekers op te leiden die in staat zullen zijn kmo’s voortdurende innovatiemogelijkheden te bieden. Op het vlak van onderwijs zijn digitalisering en vermindering van energieverbruik de twee belangrijkste tendensen die innovatiemogelijkheden bieden.

 
  
MPphoto
 
 

  Cătălin Sorin Ivan (S&D), schriftelijk. – (RO) Gezien de escalatie van de economische crisis in Griekenland en de stabiele werkloosheidsgraad van 10 procent in de Europese Unie als geheel, is het van groot belang de Europa 2020-strategie per direct ten uitvoer te leggen. Daarvoor is een geloofwaardige, gedegen aanpak van de crisissituatie nodig met werkgelegenheid als een van de voornaamste speerpunten. We zijn het er allemaal wel over eens dat de EU een hoogopgeleide beroepsbevolking nodig heeft die zowel de huidige als de toekomstige uitdagingen het hoofd zal weten te bieden en zo in staat zal zijn een concurrentiekrachtigere en duurzamere economie tot stand te brengen. Mooie woorden alleen vermogen echter niet bijster veel. Daarom moet er, om de huidige problemen uit de wereld te helpen, met onmiddellijke voorrang worden geïnvesteerd in de verwerving van de benodigde vaardigheden alsook in de onderwijsstelsels, opdat deze stroken met de behoeften van de markt. Verder dienen de lidstaten actief te werken aan al hetgeen waartoe zij zich in het kader van de Europese Raad verbonden hebben. Bovendien dienen zij dusdanige maatregelen te treffen dat de EU de huidige crisis te boven kan komen en de economische groei weer goed op gang kan brengen.

 
  
MPphoto
 
 

  Tunne Kelam (PPE), schriftelijk. – (EN) Het belangrijkste onderwerp in het debat over de toekomst van de ‘Europa 2020’-strategie is de uitdaging van behoeften en duurzaamheid. De Lissabonstrategie heeft duidelijk geen resultaat opgeleverd, en nu moeten we realistisch zijn over de vraag of het toekomstige Europa 2020 wel resultaat zal opleveren. Als we van Europa 2020 een succesverhaal willen maken, is het cruciaal dat de lidstaten, de instellingen van de EU en alle actoren in de maatschappij op dit punt samenwerken. Er is een benadering van boven af en van onder af nodig. Er moeten realistische benchmarks worden vastgesteld om de werkgelegenheid te vergroten, in het bijzonder de inzetbaarheid van jongeren. De onderwijssystemen in Europa moeten zich meer gaan richten op onderzoek en innovatie; hogere investeringen in het onderwijs zijn onvermijdelijk. Er moet meer samenhang worden gecreëerd tussen arbeidsmarkt en onderwijs. Het concept van levenslang en levensbreed leren moet serieus worden opgepakt. Ik ben een groot voorstander van betere beroepsonderwijssystemen en ik ben het eens met de noodzaak om op dit punt veel nauwer samen te werken met de particuliere sector. In een steeds meer competitieve wereld moet Europa op alle niveaus ambitieus en geëngageerd zijn. Anders krijgen we opnieuw een strategie die meer lijkt op de vijfjarenplannen van de Sovjet-Unie. Een overtuigende Europese strategie om een sterker Europa te creëren moet op mondiaal niveau leiderschap tonen.

 
  
MPphoto
 
 

  Ádám Kósa (PPE), schriftelijk. – (HU) Geïntegreerde richtsnoeren op het gebied van economie en werkgelegenheid geven praktische uitvoering aan de EU-2020-strategie. In verband met de ontwerprichtlijnen inzake werkgelegenheid vind ik het belangrijk te vermelden dat inclusieve groei alleen kan worden gerealiseerd als er effectief in mensen wordt geïnvesteerd. Het bereiken van een hogere leeftijd betekent op zich nog geen langere productieve carrière. Vooral in het geval van Hongarije zijn investeringen in de gezondheidszorg relevant, aangezien de mensen daar wezenlijk eerder sterven dan in West-Europa, terwijl er tevens minder kinderen worden geboren. Ook op hogere leeftijd moeten de juiste vaardigheden worden behouden, wat slechts mogelijk is met een modernere, beter toegankelijke gezondheidszorg. Tevens zouden we moeten nadenken over toegankelijke banen voor het steeds groeiende aantal actieve ouderen. Hiervan zouden ook jongere mensen met een handicap kunnen profiteren. Gezondheid zou dus een aparte prioriteit moeten zijn (zoals betere arbeidsvoorwaarden, succesvollere rehabilitatie, verbetering van het behoud van de gezondheid, enzovoort). Hiernaar wordt overigens verwezen in richtsnoer 8 (investment in human resource development), zij het niet concreet en zonder bijzondere nadruk. Er vinden verscheidene discussies plaats over gezondheidszorg in Europa en in de wereld, en nergens is er een uniform standpunt. We moeten echter wel inzien dat om het Europese concurrentievermogen op lange termijn te garanderen het percentage mensen dat wordt betaald door de verzorgingsstaat, in balans moet worden gehouden met een gezondere en actievere bevolking. Ik vraag de Europese instellingen om dit voor ogen te houden bij de ontwikkeling en de uitvoering van de strategie.

 
  
MPphoto
 
 

  Iosif Matula (PPE), schriftelijk.(RO) Ik ben voorstander van de Europa 2020-strategie voor economische groei die slim (op basis van kennis en innovatie) en milieuvriendelijk is en die tot sociale integratie leidt. Ik wil graag dat deze strategie wordt uitgevoerd via het scheppen van beter betaalde banen en verhoging van de levensstandaard van de bevolking. Voor een sterke en evenwichtige groei in Europa moeten we de bestaande verschillen verkleinen en onze aandacht richten op de economische ontwikkeling van de regio's van de nieuwe lidstaten. Uiteraard dient het bouwen aan een adequate infrastructuur een prioriteit te vormen.

Ik wil het belang benadrukken van de uitvoering van het symbolisch initiatief “Jeugd in Beweging”. We moeten meer middelen beschikbaar stellen voor Europese programma’s die gericht zijn op het actueel houden van alle onderwijsniveaus en op de mobiliteitsbevordering van docenten, studenten en onderzoekers. Het onderwijs op de Europese scholen en universiteiten moet kwalitatief beter worden om gelijke tred te kunnen houden met de eisen van de arbeidsmarkt. We moeten adequaat beleid en toereikende financiële middelen inzetten ter bevordering van talenstudies, multidisciplinariteit en dubbele specialisatie op universiteiten, die belangrijk zijn voor prestaties op het gebied van wetenschappelijk onderzoek en innovatie, evenals verbetering van de arbeidsmarkt voor jongeren. Ik waardeer ook het feit dat de 2020-strategie een “Kader voor jeugdwerkgelegenheid” op Europees niveau voorstelt.

 
  
MPphoto
 
 

  Rareş-Lucian Niculescu (PPE), schriftelijk. (RO) De geschiedenis van de Lissabonagenda heeft aangetoond dat mooie ideeën en beginselen niet genoeg zijn: het gaat om de uitvoering van de voorgestelde maatregelen. Helaas valt de economische en financiële crisis deels samen met het einde van de Lissabonagenda. Ik ben echter van mening dat het verkeerd zou zijn om de mislukking van dit programma volledig te wijten aan de crisis, in plaats van te willen zien waar de Europese Unie uitvoeringsfouten heeft gemaakt. Misschien hebben we een goede les geleerd voor de uitvoering van de toekomstige strategie van de EU 2020-strategie.

Ik denk dat we beschikken over belangrijke communautaire instrumenten voor de uitvoering van nieuwe strategieën, waarbij ik in de eerste plaats verwijs naar het cohesiebeleid. Het verdient echter de nadruk dat we niet de doelstellingen van het cohesiebeleid kunnen loslaten met het oog op de herverdeling van de fondsen ter uitvoering van de EU 2020-strategie. Dit zou een fout zijn met ernstige gevolgen voor de lidstaten die deze fondsen nodig hebben ter overbrugging van de ontwikkelingskloof die hen scheidt van de andere landen. Dit zou de mislukking betekenen van het cohesiebeginsel op Europees niveau.

 
  
MPphoto
 
 

  Kristiina Ojuland (ALDE), schriftelijk. (ET) Mijnheer de Voorzitter, het is zeer goed dat de Commissie het toekomstgerichte “Europa 2020: een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve economische groei” heeft opgesteld, want al veel te lang handelen veel Europese landen bij het organiseren van hun economie en financiën volgens het adagium “na ons de zondvloed.” Ondanks het prijzenswaardige werk dat de Commissie heeft verricht voor het opstellen van deze strategie, ben ik verbaasd over haar naïviteit. In de mededeling van de Commissie wordt ons een beeld geschetst van een groen en gelijk Europa gebaseerd op een sociale markteconomie, maar daarin wordt niet duidelijk gemaakt met welke middelen dit wordt bereikt. In de Sovjet-Unie was het in bepaalde perioden de gewoonte om de komst van het communisme na tien jaar te beloven, ongeacht de feitelijke realiteit. Na het debacle van de declaratoire Lissabonstrategie had ik gehoopt dat de Commissie niet nog eens met een inhoudsloze utopie zou komen waarmee de Europese burgers worden misleid. Vandaag de dag hebben wij geen dromen nodig, maar concrete acties om de Europese economie van de ondergang te redden. Het is de hoogste tijd om met serieuze structurele hervormingen in Europa te beginnen, vooral op het gebied van sociaal beleid, omdat het huidige sociale welvaartsmodel niet langer houdbaar is.

 
  
MPphoto
 
 

  Rovana Plumb (S&D), schriftelijk.(RO) De vermindering van de armoede in de EU met 25 procent in 2020 hangt nauw samen met verhoging van de arbeidsparticipatie tot 75 procent. Een kwantitatieve doelstelling voor het terugdringen van de armoede is problematisch. Armoede kent onder meer economische, sociale, culturele en educatieve aspecten, hetgeen betekent dat er eerder kwalitatieve dan kwantitatieve streefdoelen nodig zijn om de voorgestelde doelstelling te behalen.

In Roemenië geven de officiële gegevens die in maart 2010 gepubliceerd zijn een arbeidsparticipatie aan die ver ligt beneden het minimumniveau dat is voorzien door de EU 2020-strategie (50 procent in plaats van 75 procent), en de trend blijft dalen als gevolg van de huidige economische omstandigheden. Vrouwen, personen ouder dan 45 jaar en jongeren hebben nog steeds de grootste moeilijkheden om werk te vinden. Het valt moeilijk te geloven dat Roemenië in 2020 deze doelstelling zal halen.

We moeten antwoorden vinden op vragen over de bijdrage van het volledige arbeidspotentieel en over onze kennis van de verschillende groepen in de samenleving, mannen en vrouwen, jongeren, ouderen en migranten op de arbeidsmarkt. Andere vragen hebben betrekking op de wijze waarop we de jeugdwerkloosheid kunnen terugdringen en de vrouwenparticipatie op de arbeidsmarkt effectief kunnen verhogen door vergroting van deelname aan alle arbeidsmarktsectoren. Als er geen duidelijk antwoord op deze vragen komt, zullen de twee doelstellingen die betrekking hebben op de werkgelegenheidsgroei en op het terugdringen van de armoede hetzelfde lot treffen als de Lissabonagenda.

 
  
MPphoto
 
 

  Georgios Stavrakakis (S&D), schriftelijk. – (EL) Ik wil uiting geven aan mijn voldoening over de conclusies van de Raad van maart. Daarin wordt namelijk erkend hoe belangrijk het cohesiebeleid is in het kader van “EU 2020” en wordt de grote leemte opgevuld in de oorspronkelijke tekst van de Commissie, waarin helemaal niet werd verwezen naar het cohesiebeleid. Daar komt bij dat zowel de heer Barroso als commissaris Hahn heeft erkend dat de bijdrage van het cohesiebeleid aan de verwezenlijking van deze strategie van vitaal belang is. Doorslaggevend was tevens de bijdrage van het cohesiebeleid aan de versterking van het mededingingsvermogen en de werkgelegenheid via met name kredietreservering, en daarom moet al hetgeen in dit kader is opgebouwd daadwerkelijk worden benut. Dit betekent echter niet dat het cohesiebeleid zal worden gereduceerd tot een eenvoudig instrument voor de verwezenlijking van EU 2020. Dit beleid heeft namelijk een veel ruimer potentieel: het is een tastbare uiting van het beginsel van solidariteit op lokaal en regionaal vlak, het garandeert de levensvatbaarheid van de ontwikkelingsinitiatieven, het garandeert dat de EU 2020-strategie in dienst zal staan van het algemene doel van de EU betreffende de versterking van de cohesie in haar drie dimensies, de economische, sociale en territoriale dimensie, en het beperkt zich niet tot eenzijdige economische ontwikkeling. Tot slot is het nodig het potentieel van het cohesiebeleid te benutten om te voorkomen dat de doelstellingen en financieringen in het kader van Europese beleidsvormen elkaar overlappen.

 
  
MPphoto
 
 

  Csaba Sándor Tabajdi (S&D), schriftelijk. – (HU) De EU 2020-strategie moet een ’groene revolutie’ in de Europese economie, een energiebesparende, milieuvriendelijke en duurzame economische herstructurering en groene innovatie bevorderen. Ontwikkeling mag echter niet betekenen dat uitsluitend de Europese regio’s worden gesteund die ook nu al bovengemiddeld presteren. We moeten het leeuwendeel van de ontwikkelinginspanningen concentreren op steun aan de meest achtergebleven en kansarme regio’s. Ook nu nog zijn er gigantische verschillen waar te nemen in economische efficiëntie tussen het oostelijke en westelijke deel van Europa. In Bulgarije is bijvoorbeeld drie keer zo veel energie nodig voor de productie van één eenheid bnp als in Duitsland, waardoor bij een stijging van de energieprijzen het concurrentievermogen van het land nog verder wordt afgezwakt.

Bij de steun aan de groene herstructurering van de economie mag de Europese Unie het huidige beproefde communautaire beleid niet vergeten, zoals het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het cohesiebeleid. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid zal ook nodig zijn bij de verwezenlijking van de milieudoelen en de doelstellingen die zijn geformuleerd voor de strijd tegen klimaatverandering. De beste beheerders van het Europese platteland zijn de landbouwproducenten zelf. De EU 2020-strategie kan ook niet succesvol zijn zonder het cohesiebeleid. Het cohesiebeleid levert het geheel aan instrumenten en de flexibiliteit die nodig is in het Europees beleid voor economische ontwikkeling. Met de instrumenten van het cohesiebeleid kunnen we de verwezenlijking van elk specifiek beleidsdoel steunen. Zo kunnen we bijvoorbeeld de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen bevorderen, de efficiëntie van energie en hulpbronnen vergroten en groene innovatie stimuleren.

 
  
MPphoto
 
 

  Nuno Teixeira (PPE), schriftelijk.(PT) Er zijn sinds de goedkeuring van de strategie van Lissabon tien jaren verstreken en het merendeel van de doelstellingen van die strategie is nog steeds niet verwezenlijkt. Wat me in dit opzicht het meest verontrust is de zwakke economische groei, aangezien die groei – die in de tien jaar dat de strategie bestaat maar twee keer boven de 3 procent is uitgevallen – doorslaggevend is voor het al dan niet behalen van de overige doelstellingen.

De kracht van de strategie van Lissabon lag vooral in de ambitie ervan; de uitwerking in de praktijk liet te wensen over omdat die gebaseerd was op “soft law” (niet-bindende wetgeving) en de open coördinatiemethode. De nieuwe 2020-Strategie bevat niet alleen doelstellingen met betrekking tot werkgelegenheid, maar ook op het gebied van onderwijs, milieu, armoedebestrijding en investeringen in innovatie. Zowel de nieuwe doelstellingen als de instrumenten voor de verwezenlijking daarvan worden door de lidstaten beheerd, en dat betekent dat we – nu we een crisis doormaken en verplichtingen hebben uit hoofde van de stabiliteits- en groeiplannen (SGP’s) – behoefte hebben aan betere bestuursmechanismen en een goed functionerende economische en budgettaire coördinatie tussen de verschillende landen. Dit programma komt op een moment van economische onzekerheid en hoge werkloosheid. Het terugdringen van die werkloosheid is nu de meest dringende prioriteit. De Commissie moet nu het voortouw nemen en dit proces leiden. Sterke economische groei is cruciaal voor de verwezenlijking van de SGP’s. We kunnen die groei stimuleren via hervormingen en de uit de 2020-strategie voortvloeiende investeringen.

 
  
MPphoto
 
 

  Iuliu Winkler (PPE), schriftelijk. – (HU) Ik ben ervan overtuigd dat we moeten durven dromen: het document Europa 2020 moet zich uitstrekken tot elk gebied van communautaire samenwerking en moet een Europese strategie worden voor de middellange- en lange termijn. Voor het succes daarvan is de solidariteit van de Europese bevolking echter onontbeerlijk. Volgens het Verdrag van Lissabon wordt de nieuwe strategie voorbereid met de medewerking van de inmiddels tot zevenentwintig lidstaten uitgebreide Europese Unie, zodat onze burgers zich kunnen identificeren met de gemeenschappelijke Europese krachtsinspanningen. De Hongaarse kiezers in Roemenië verwachten van de Europese Unie als uitdrukking van die solidariteit een oplossing om de Zuid-, Midden- en Oost-Europese regio’s snel op hetzelfde niveau te krijgen. De strategie moet ingaan op de langetermijnontwikkeling van onze landen, op de ontwikkeling van de interne markt, de landbouw en de kmo’s, maar ook op gevoelige kwesties als het sociale vangnet, demografische uitdagingen, gelijke kansen op de arbeidsmarkt en Europese systemen en netwerken die op elk terrein van het leven in elkaar grijpen. De Europa 2020-strategie moet een strategie worden van aansluiting en convergentie.

 
  
MPphoto
 
 

  Artur Zasada (PPE), schriftelijk.(PL) We mogen tijdens het debat over de Europa 2020-strategie niet voorbijgaan aan de zo belangrijke en essentiële kwestie van het vervoer. Het vervoer genereert zo'n tien procent van het bbp van de Europese Unie en is goed voor meer dan tien miljoen banen. Het speelt bovendien een belangrijke rol in het kader van de Europese interne markt en het recht van vrij verkeer van personen en goederen. Ik vind dat we de kwestie van de ontwikkeling van het spoorvervoer doortastend en snel moeten aanpakken. Ik weet zeker dat we het netwerk van trans-Europese spoorcorridors tegen 2020 kunnen uitbouwen. Ik denk dat vanaf 2014 al het nieuwe rollend materieel en de nieuwe verbindingen in het spoorvervoer uitgerust moeten worden met systemen die compatibel zijn met het Europees signaleringssysteem voor spoorwegen (ERTMS).

 
Juridische mededeling - Privacybeleid