Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2010/2636(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Kies een document :

Ingediende teksten :

O-0044/2010 (B7-0209/2010)

Debatten :

PV 05/05/2010 - 23
CRE 05/05/2010 - 23

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Debatten
Woensdag 5 mei 2010 - Brussel Uitgave PB

23. Groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen (debat)
Video van de redevoeringen
PV
MPphoto
 

  De Voorzitter. – Aan de orde is het debat over:

- mondelinge vraag (O-0044/2010) van Malcolm Harbour, Andreas Schwab, Evelyne Gebhardt, Cristian Silviu Buşoi, Adam Bielan, Heide Rühle en Kyriacos Triantaphyllides, namens de Commissie IMCO, aan de Commissie: Behartiging van consumentenbelangen binnen de interne markt via de concurrentiewetgeving voor de automobielsector (B7-0209/2010); en

- mondelinge vraag (O-0047/2010) van Sharon Bowles, namens de Commissie ECON, aan de Commissie: Groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen (B7-0210/2010).

 
  
MPphoto
 

  Theodor Dumitru Stolojan, ter vervanging van de auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie economische en monetaire zaken heeft deze vraag ingediend omdat zij met belangstelling de procedure heeft gevolgd voor de herziening van de groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen. Er moet eens goed worden nagedacht.

Zoals u weet zijn groepsvrijstellingsverordeningen heel belangrijke instrumenten voor het bedrijfsleven. Deze verordening is vastgesteld in 2002. Indertijd was de Commissie van mening dat er een oligopolide situatie in de Europese automarkt bestond, waarbij de zes grootste fabrikanten in Europa samen een marktaandeel van 75 procent hadden. Tegen deze achtergrond was de Commissie van mening dat de motorvoertuigensector niet in de algemene verticale vrijstellingsverordening mocht worden opgenomen, en daarom heeft zij een specifieke verordening vastgesteld.

Deze verordening verstrijkt op 31 mei 2010. De Commissie is nu van mening dat de markten voor de verkoop van nieuwe voertuigen zeer concurrerend zijn en dat de concentratieniveaus aan het dalen zijn. De Commissie stelt op grond van deze beoordeling dat een speciale groepsvrijstelling niet langer nodig is voor de verkoop van nieuwe auto's en bedrijfsvoertuigen. Zij stelt voor om uitsluitend een speciale groepsvrijstellingsverordening vast te stellen voor reparatie- en onderhoudsdiensten en voor de distributie van reserveonderdelen.

Het Parlement maakt zich zorgen over deze hervorming. Zoals u weet wordt de EU momenteel geconfronteerd met een uitzonderlijke financiële en economische crisis en zijn de werkloosheidscijfers hoog. De Europese automobielindustrie is een belangrijke sector van de Europese economie, die bijdraagt tot werkgelegenheid, innovatie en het concurrentievermogen van de gehele economie. We denken dat het noodzakelijk is om algemene voorwaarden vast te stellen om deze sector houdbaar te maken en in staat te stellen om economisch efficiënt en groen te blijven.

Tevens moet worden gewaarborgd dat de kleine en middelgrote spelers in deze markt gunstige voorwaarden genieten. We mogen de betekenis van kleine en middelgrote ondernemingen als werkgever en als leverancier van nabijheid niet vergeten. Diverse dealers van motorvoertuigen en reparatiebedrijven hebben echter ernstige bedenkingen geuit tegen het nieuwe regelgevingskader, waarbij zij aanvoeren dat het tot een verdere verslechtering van het machtsevenwicht tussen fabrikanten en de rest van de automobielketen zal leiden.

Commissaris Almunia, de Commissie economische en monetaire zaken vraagt u daarom op de eerste plaats welke resultaten van de marktanalyse de Commissie ertoe hebben aangezet de conclusie te trekken dat de primaire markt momenteel concurrerend is en dat de aftersalesmarkt nog steeds problematisch is?

Op de tweede plaats, hoe evalueert de Commissie het machtsevenwicht tussen autofabrikanten en autodealers op grond van de huidige groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen en op grond van het voorgestelde wetgevingskader? Zijn er spelers die afzonderlijk of collectief een dominante positie hebben?

Op de derde plaats, hoe is de Commissie van plan om toe te zien op de evolutie van de marktmacht in de primaire markt en de aftersalesmarkt? Welke maatregel heeft de Commissie voor ogen, indien mocht blijken dat de mededingingsomstandigheden, in het bijzonder in de primaire markt, aanzienlijk zijn verslechterd?

Op de vierde plaats, wat is het verwachte effect van het nieuwe wetgevingskader op consumenten, in het bijzonder voor wat betreft de geboden prijzen en voorwaarden?

Op de vijfde plaats, met welke tijdens de raadpleging naar voren gebrachte opmerkingen van belanghebbenden is de Commissie van plan rekening te houden in het uiteindelijke wetgevingskader?

Is de Commissie, tot slot, bereid om te overwegen harmoniserende wetgeving voor te stellen op het gebied van de distributie, bijvoorbeeld door de richtlijn inzake handelsagenten te wijzigen, teneinde te waarborgen dat alle dealers in alle lidstaten van de EU profiteren van hetzelfde hoge niveau van contractuele bescherming?

 
  
MPphoto
 

  Malcolm Harbour, auteur. – (EN) Mijnheer de Voorzitter, het doet mij groot genoegen om vanavond namens de Commissie interne markt en consumentenbescherming hier te mogen zijn om onze kant van de vraag te presenteren. Ik wil in het bijzonder onze collega's in de Commissie economische en monetaire zaken, die natuurlijk ten principale bevoegd zijn als het gaat om mededingingsvraagstukken, bedanken voor hun nauwe samenwerking met ons. Dit is namelijk duidelijk een element van het mededingingsbeleid dat ook van fundamenteel belang is voor de consumenten, en wij zorgen er van onze kant voor dat sommige van deze consumentenelementen heel goed worden vertegenwoordigd.

Allereerst denk ik dat de elementen van het voorstel van de Commissie die betrekking hebben op de verkoop-, onderhouds- en reparatiemarkt helemaal in overeenstemming zijn met de consumentenbelangen die we in onze commissie naar voren hebben gebracht. Daarbij gaat het niet specifiek om zaken die betrekking hebben op DG Mededinging, maar met name om gebieden die verband houden met informatie over onderhoud en reparatie. Ten aanzien daarvan hebben wij met de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid gewerkt aan de bepalingen inzake technische informatie gekoppeld aan milieunormen voor motorvoertuigen. Ik denk dat deze elementen, die in het nieuwe voorstel zijn versterkt, bijzonder welkom zijn, omdat ze de mededinging tussen onafhankelijke reparateurs en de markttoegang voor reserveonderdelen met gelijke kwaliteitsaanduidingen aanmoedigen. Openstelling van die markt is zeer welkom.

Ik denk dat het enige voorbehoud dat we onder uw aandacht willen brengen en dat is vervat in de resolutie waarover we morgen zullen stemmen, de kwesties met betrekking tot de beschikbaarheid van informatie betreft. Wij zijn er niet van overtuigd – u wilt ons misschien overtuigen, maar nog zijn we het niet – dat de richtsnoeren die u hebt gepubliceerd voldoende krachtig zijn of handhaafbaar zijn om te waarborgen dat deze technische informatie beschikbaar wordt, vooral omdat het voor autofabrikanten mogelijk zal zijn om die informatie beschikbaar te stellen in elektronische vorm, die, zonder passende software en zoekmogelijkheid, voor de reparateur wel eens minder waardevol zou kunnen zijn dan wij verwachten.

Dit gezegd hebbende, wil ik nu iets zeggen over de kwestie van de verkoop, waarover de ondervoorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken zojuist zo fraai heeft gesproken. Ik denk dat we, wat verkoop betreft, er veel minder van overtuigd zijn dat de Commissie ook echt rekening heeft gehouden met de zorgen van de consumenten. De Commissie economische en monetaire zaken heeft een heel belangrijke hoorzitting gehouden, waarin we van zowel dealers als vertegenwoordigers van consumenten hebben gehoord welke zeer reële zorgen zij hebben. Zij vrezen namelijk dat de waarborgen die in 2002 zijn ingevoerd om concurrentie in de verkoopmarkt te waarborgen – waarvan er vele, moet ik zeggen, zijn ingevoerd in antwoord op de zorgen die door dit Parlement naar voren waren gebracht – eenvoudigweg zijn weggevaagd door wat, in onze ogen, lijkt op nogal buitensporige ijver van uw kant om zaken te vereenvoudigen en het leven voor uzelf, als beheerder, eenvoudiger te maken.

Mogelijk zijn er problemen daarmee, maar ik wil u erop wijzen – en ik zou graag zien dat u keek naar het bewijsmateriaal dat in onze hoorzitting aan ons is voorgelegd – dat dealers en consumenten ernstige zorgen hebben over het direct onder de algemene groepsvrijstelling brengen van de distributie in de automobielindustrie. Er zijn duidelijke veiligheidskleppen ingebouwd in 2002 – wat nog niet zo lang geleden is, gezien de cyclus van de autodistributie – om het machtsevenwicht tussen onafhankelijke dealers en fabrikanten te herstellen. Ik denk dat de dealers zullen zeggen dat dit in de loop van de tijd eigenlijk heel goed heeft gewerkt. Als je kijkt naar wat er in de markt is gebeurd, dan stel je vast dat zij inderdaad vinden dat dit zo is.

Commissaris, volgens mij was u toen nog niet hier, maar mag ik u er misschien toch aan herinneren dat de autofabrikanten hard hebben gelobbyd omdat zij deze bepalingen buitensporig vonden, maar dat de dealers ervoor waren? Wat hebben we nu? De dealers vertellen ons dat deze bepalingen te zwak zijn en de fabrikanten zeggen dat ze er heel blij mee zijn.

Ik vind dat u hiernaar moet kijken; ik zeg niet dat we dit proces moeten stopzetten, maar ik denk wel dat dit nu de juiste aanpak zou zijn, gezien het feit dat we nog maar een paar dagen verwijderd zijn van de tenuitvoerlegging ervan. Daarom verzoeken wij u in de resolutie van morgen om de laatste gegevens te bekijken, om naar de informatie te kijken. Ik wil ook vertellen dat commissaris Barnier, binnen de Commissie, op het punt staat om een verslag uit te brengen over de mededinging in de bevoorradingssector van de kleinhandel. De automobielsector moet daarvan deel uitmaken, en u moet daarnaar kijken, want we hebben behoefte aan een consistent beleid van de kant van de Commissie.

Op de tweede plaats wordt in de documenten die ik van uw diensten heb gezien, het volgende gevraagd: denkt u dat dit een voorbereiding is op de nieuwe generatie groene auto's, elektrische voertuigen en emissiearme voertuigen? Uw analyse bevat helemaal niets dat erop wijst dat u ook inderdaad een en ander hiervan hebt meegenomen.

We hebben nu het document van de heer Tajani. Mag ik u vragen om in het komende jaar naar het document van de heer Tajani te kijken, naar het document van de heer Barnier te kijken en ons gerust te stellen dat dit de juiste aanpak is? Ik denk dat als u dat doet, u hier enige geloofwaardigheid terugkrijgt. Ik geloof namelijk dat we nog steeds niet overtuigd zijn van wat u van plan bent te gaan doen.

 
  
MPphoto
 

  Joaquín Almunia, vicevoorzitter van de Commissie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de huidige groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen vervalt op 1 juni van dit jaar en we moeten vóór die datum een nieuwe verordening aannemen. Het College van commissarissen heeft dit onderwerp op de agenda van zijn vergadering van 26 mei geplaatst.

Het voorstel dat we nu binnen onze diensten bespreken en dat over een paar dagen met onze kabinetten besproken zal worden – die de discussies binnen het college voorbereiden – is het resultaat van een grondige analyse van de sector. Het openbare raadplegingsproces ging in juni 2006 van start. Drie en een half jaar later, in december vorig jaar, publiceerde de Commissie het ontwerp voor de groepsvrijstelling en de richtsnoeren. De belanghebbenden, het Europees Parlement en de lidstaten zijn voortdurend nauw bij dit proces betrokken geweest en vele argumenten zijn in de overwegingen meegenomen. Er is ook een aantal debatten, workshops en initiatieven georganiseerd, onder andere in dit Parlement. De laatste daarvan vond op 12 april plaats in de Commissie economische en monetaire zaken. Wat zijn de voornaamste conclusies die getrokken kunnen worden uit dit langdurige raadplegingsproces?

In de eerste plaats hebben we wat positiefs geleerd, namelijk dat de Europese consumenten genieten van een levendige concurrentie in de autoverkoop. In onze jaarlijkse verslagen over autoprijzen hebben we verslag gedaan van 80 automodellen van ongeveer 25 fabrikanten – en de prijs is niet de enige factor waaruit we kunnen opmaken dat er een gezonde concurrentie bestaat. Er is ook meer keus dan 10 jaar geleden en er zijn voor elk type auto meer merken beschikbaar. In die omstandigheden is het moeilijk vol te houden dat één autofabrikant een overheersende rol zou kunnen spelen, afzonderlijk of samen met anderen.

In de huidige regelingen zijn sectorspecifieke regels opgenomen die in de tijd dat ze opgesteld werden – 2002 – zinvol waren. Er werd toen namelijk een fusiegolf in de automobielsector verwacht. Die fusiegolf is er niet gekomen en in plaats daarvan hebben we tegenwoordig veel concurrentie. Als we bij de distributie van voertuigen meer flexibiliteit toestaan, zullen de fabrikanten als gevolg van de voorgestelde veranderingen weer gemotiveerd worden de verkoopkosten van auto’s te verminderen. Ik wil u er graag aan herinneren dat de distributiekosten gemiddeld 30 procent uitmaken van de prijs van een nieuwe auto. Als de fabrikanten die kosten beperken, verbeteren ze hun concurrentiepositie en kan de consument daarvan profiteren.

Ik ben me er zeer van bewust dat er ongerustheid bestaat over de voorgestelde veranderingen in verband met de verkoop van meerdere merken en contractuele bescherming van autodealers; u hebt allebei uw zorgen daarover geuit. Ik wil graag onderstrepen dat multibranding bestaat – en zal blijven bestaan – als daar in de realiteit van de markt behoefte aan is. Dat is het geval in landen met zeer grote dealers – bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk – die genoeg capaciteit hebben om verschillende merken te distribueren, en ook in dunbevolkte gebieden, waar het voor de dealers in economisch opzicht verstandig is vanaf dezelfde locatie verschillende merken te verkopen.

Zo was de situatie voordat in 2002 de groepsvrijstelling werd ingevoerd, en acht jaar later is de situatie nog steeds zo, maar ook toen was tweezijdige exclusieve distributie het meest voorkomende distributiemodel. Wat we hebben gemerkt is dat autofabrikanten steeds meer zijn overgegaan op andere vormen van distributie, zoals eigen verkooppunten.

De veranderingen in de distributie in Duitsland zijn bijvoorbeeld symptomatisch voor deze trend. Daar wordt 67 procent van de auto’s via dealernetwerken verkocht, terwijl dat nog 90 procent was voordat de verordening in 2002 van kracht werd. We hebben desondanks rekening gehouden met de ongerustheid die tijdens de raadplegingen en ook in dit Parlement is geuit, en een aantal waarborgen met betrekking tot multimerkdealers ingevoerd.

Verder wil ik graag onderstrepen dat wij een overgangsfase voorstellen waarin voor de autodistributiemarkt de huidige verordening tot eind 2013 van kracht blijft, zodat dealers die in een multimerkstrategie geïnvesteerd hebben, voldoende tijd krijgen om die investeringen af te schrijven.

Dan de reden waarom wij voorstellen de clausules waarmee dealers contractuele bescherming geboden wordt, af te schaffen. Wij stellen dat voor omdat mededingingsrecht geen geschikt instrument is om een gebrek aan evenwicht tussen de partijen bij een overeenkomst aan te pakken. Dit soort problemen hoort thuis in het handelsrecht.

In een markt met open en vrije concurrentie als de automarkt behoort het mededingingsrecht zich niet in te laten met het machtsevenwicht tussen de verschillende partijen bij een overeenkomst. Dat zou opdringerig zijn. We moeten de juiste verhoudingen in acht nemen als we ons bemoeien met de manier waarop de markt werkt.

Tijdens het raadplegingsproces hebben we ook andere, misschien minder positieve dingen geleerd, namelijk dat in tegenstelling tot de prijzen van auto’s de kosten van reparaties de laatste jaren over het algemeen zijn gestegen. Reparatie en onderhoud zijn voor de consument heel belangrijk: niet alleen vanwege de veiligheid en betrouwbaarheid van de auto, maar ook omdat de reparatiekosten 40 procent uitmaken van de totale kosten van autobezit. Helaas zijn zelfstandige garages nog steeds minder concurrentiekrachtig dan erkende reparateurs vanwege een aantal beperkingen, bijvoorbeeld beperkte toegang tot reserveonderdelen en technische informatie. Daarom is onze hervorming erop gericht zelfstandige garages een betere toegang tot reserveonderdelen en technische informatie te verschaffen en te voorkomen dat ze door de invoering van andere, nieuwe werkwijzen van de markt uitgesloten worden. Dat zal leiden tot een betere kwaliteit van reparaties en lagere prijzen.

Ten slotte ben ik er absoluut van overtuigd dat het nieuwe raamwerk gunstiger zal uitpakken voor de consument. Het is onze voornaamste prioriteit de concurrentie te vergroten daar waar dat het hardst nodig is: bij de nazorg, dus bij reparatie en onderhoud. Autofabrikanten verkeren misschien in een sterke commerciële positie tegenover dealers, maar tussen hen onderling bestaat er een hevige concurrentie, en het is op dit moment niet nodig om ten behoeve van het behoud van mededinging inzake dit soort overeenkomsten af te wijken van de groepsvrijstellingsverordening voor verticale overeenkomsten die onlangs door de Commissie is goedgekeurd en die aan het eind van deze maand eveneens van kracht zal worden. Ik wijs erop dat de Commissie, en in het bijzonder mijn diensten van DG Mededinging, de sector nauwkeurig in het oog zullen houden. Er hoeft niet aan getwijfeld te worden dat de Commissie vastbesloten is de mededingingsregels te handhaven en de noodzakelijke maatregelen te nemen als er ernstige overtredingen of tekortkomingen geconstateerd worden.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas, namens de PPE-Fractie. – (DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, dames en heren, we hebben al heel veel standpunten gehoord. Met deze mondelinge vraag en met de resolutie willen we autohandelaren, dat zijn kleine of middelgrote ondernemingen, een stem verlenen, omdat de Commissie de afgelopen jaren onvoldoende heeft geluisterd naar deze sector. Tijdens de raadpleging hebben met name autohandelaren bezwaren en zorgen naar voren gebracht, omdat ze niet op voet van gelijkheid worden behandeld met fabrikanten. Men had het over gebrek aan rechtszekerheid, over een afname van de mededinging door de problemen voor kleine autohandelaren, maar we krijgen geen antwoord.

Ik doe een beroep op u. Het is één minuut voor twaalf. Tot 26 mei heeft u nog 21 dagen de tijd. Profiteer daarvan. Verwerk de resolutie die het Parlement morgen zal aannemen in uw verordening. Op die manier kunt u de autohandelaren tegemoetkomen zonder echt van koers te moeten veranderen. Ik verzoek u het Parlement serieus te nemen, houdt rekening met de zorgen en bezwaren van autohandelaren en van het midden- en kleinbedrijf, en pas uw verordening aan!

 
  
MPphoto
 

  Olle Ludvigsson, namens de S&D-Fractie. – (SV) Mijnheer de Voorzitter, ik zou in dit debat vier kwesties willen beklemtonen. Ten eerste bestaat spijtig genoeg de neiging om kleine en grote ondernemingen in de automobielsector tegen elkaar uit te spelen. Hoewel ze tot op zekere hoogte verschillende belangen hebben, moeten we ons in de eerste plaats concentreren op het tot stand brengen van een regelgevend kader dat ervoor zorgt dat ze effectief samen kunnen werken.

Ten tweede is het een zeer goed teken dat de mededinging op de markt van nieuwe voertuigen het voorbije jaar is toegenomen. Dat is een goed voorbeeld van het feit dat geen enkele markt onmogelijk is en er op lange termijn heel wat kan worden bereikt met maatregelen ter versterking van de mededinging. Hopelijk kunnen we in de toekomst een even positieve ontwikkeling zien op de vervolgmarkt.

Ten derde is het belangrijk dat de Commissie zeer actief volgt hoe de mededinging op de markt van nieuwe voertuigen zich ontwikkelt. Die ontwikkeling zou constant moeten worden gevolgd. Alle belanghebbenden zouden zo snel mogelijk definitieve informatie moeten krijgen over de regels die vanaf juni 2013 zullen gelden.

Ten vierde zouden we een intensiever debat moeten voeren over de manier waarop we zullen omschakeling naar groene, milieuvriendelijkere auto’s plaats zullen doen vinden. Dat is een absoluut noodzakelijk proces. Enerzijds moeten de mededingingsregels flexibel zijn met betrekking tot de subsidies die nodig zijn om elektrische auto’s en andere milieuvriendelijkere alternatieven hun plaats te kunnen laten veroveren op de markt, en anderzijds moeten de regels verzekeren dat milieuvriendelijke auto’s niet benadeeld worden in de detailhandel of op de vervolgmarkt.

 
  
MPphoto
 

  Cristian Silviu Buşoi, namens de ALDE-Fractie. (EN) Mijnheer de Voorzitter, de aankoop en het onderhoud van een auto worden geacht te behoren tot de belangrijkste huishoudelijke uitgaven. Het doel van het mededingingsbeleid is nu juist om de consument keuzevrijheid en toegang tot goedkopere en beter betaalbare producten te waarborgen.

Als lid van dit Parlement, en dus als vertegenwoordiger van EU-burgers die ook consument zijn op de automarkt, ben ik zeer verontrust over de herziening van de groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen en over de gevolgen ervan voor de consument. Ik heb heel goed en aandachtig geluisterd naar de argumenten van de commissaris. De commissaris zegt dat de specifieke verordening in deze sector niet meer nodig is voor de verkoopmarkt, omdat er aanwijzingen zijn dat de mededingingsdoelstellingen zijn bereikt en er voldoende concurrentie is.

Ik zou in principe niet tegen de afschaffing van de groepsvrijstelling voor deze sector zijn als dat geen risico’s zou opleveren voor de consument. We zouden de overgangsperiode van drie jaar moeten gebruiken om het effect te meten van de beslissing om de verkoop uit te sluiten van de groepsvrijstelling. Het verschijnsel van de dominantie van grote autofabrikanten kan niet ontkend worden. Ik zou graag van de Commissie willen horen hoe zij ervoor wil zorgen dat die grote fabrikanten geen misbruik maken van hun marktaandeel en zodoende de keuzevrijheid die de consument zou moeten hebben op hun markt, beperken.

Ik wil ook graag mijn steun uitspreken voor het voorstel om de specifieke groepsvrijstelling voor reparatie en onderhoud te handhaven. Die markt is minder concurrerend gebleken dan de verkoopmarkt. Wat betreft de nazorg maak ik mij vooral zorgen om de gevallen waarin consumenten onnodig vastzitten aan een bepaalde autoreparateur. Dat kan komen doordat zelfstandige reparateurs onvoldoende toegang hebben tot de noodzakelijke technische gegevens of doordat autofabrikanten de garantievoorwaarden verkeerd uitleggen.

Dat is een onaanvaardbare beperking van de keuzevrijheid die de consument zou moeten hebben, en ik verwacht van de Commissie dat zij met oplossingen komt om deze situatie te veranderen. Daarom nodig ik de Commissie uit wat meer duidelijkheid te verschaffen over de maatregelen die zij van plan is te nemen om deze voor de consument nadelige situatie te voorkomen.

 
  
MPphoto
 

  Konrad Szymański, namens de ECR-Fractie. (PL) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer Almunia, ongeveer 80 procent van de onderdelen van elke nieuwe auto wordt vervaardigd door onafhankelijke producenten. Autofabrikanten hebben op hun beurt een enorm commercieel voordeel ten opzichte van producenten van onderdelen en van onafhankelijke garages.

Wij moeten vandaag alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat de Europese automarkt niet opnieuw op een oligopolie begint te lijken. De Europese burgers moeten het recht hebben om hun auto-onderdelen vrij te kiezen. Zij moeten eveneens voor een onafhankelijke garage kunnen kiezen. Er zijn garanties nodig in verband met de toegang tot technische informatie. Wij moeten maatregelen nemen om te verhinderen dat deze garanties door producenten worden misbruikt. Erkende garages moeten ook het recht hebben om bij onafhankelijke producenten onderdelen te kopen. Dat geldt eveneens voor het gereedschap en de uitrusting die ze in hun herstelplaats gebruiken. Als er in de nieuwe verordening geen duidelijk gedefinieerde garantie wordt vastgelegd, zal het recht van de Europese klanten om vrij te kiezen – dat van essentieel belang is voor de markt – een utopie blijven.

 
  
MPphoto
 

  Bernd Lange (S&D).(DE) Mijnheer de Voorzitter, de Commissie industrie, onderzoek en energie pleit natuurlijk ook voor het beschermen van het midden- en kleinbedrijf. Mededinging is geen doel op zich, mijnheer de commissaris.

Wanneer we kijken naar de situatie van kleine dealers en van kleine garages zien we dat hun economische positie moet worden versterkt. Anders blijven vroeger of later alleen grote handelaren en grote garageketens over. Dat betekent bijvoorbeeld dat multibranding moet worden toegelaten. Dat betekent ten tweede dat garages en dealers alle informatie moeten krijgen over voertuigen en reparatievoorschriften. Ten derde betekent dit dat het mogelijk moet zijn om de nodige kennis te verwerven. We hebben het net over elektromobiliteit gehad: garages moeten ook elektrische voertuigen kunnen onderhouden. Ten vierde moeten garages zeker weten dat hun investering beschermd wordt, hetgeen betekent dat hun contracten definitief moeten zijn, en dat contractuele bescherming wordt gegarandeerd. Ze moeten hun investeringen op de lange termijn kunnen plannen.

 
  
MPphoto
 

  Frank Engel (PPE). - (FR) Mijnheer de Voorzitter, commissaris, laten we het over de realiteit van de autodealers hebben. Zowel in mijn land als in andere landen maken autodealers zich zorgen over de compleet scheve verhouding tussen hun eigen actiemiddelen en die van de fabrikanten. Verordening (EG) nr. l400/2002 heeft iets van deze scheve situatie rechtgetrokken. Zonder die verordening zou de toch al ernstig door de crisis getroffen autodistributiesector met nog meer onzekerheid worden geconfronteerd op het vlak van investeringen en de commerciële richting die moet worden gevolgd.

Aan de eisen die fabrikanten aan dealers stellen zal door een groot aantal eenvoudige garagehouders simpelweg op geen enkele manier meer kunnen worden voldaan. Hoe dan ook gaat het hier niet om concurrentie, commissaris. Concurrentie is goed tussen autofabrikanten, maar niet tussen dealers of tussen dealers en fabrikanten. Het is niet de garagehouder op de hoek die een bedreiging kan vormen voor vrije concurrentie in Europa.

U hebt het over marktoverheersing, mogelijke overheersing. Prima, laten we het daarover hebben! Deze overheersing speelt niet tussen concurrerende fabrikanten, en ook niet ten opzichte van andere producenten. Zij speelt wél tussen fabrikanten en distributeurs, wat in de hele Europese Unie het geval is.

De Commissie neemt een op grote ondernemingen gebaseerd wetenschappelijk standpunt in, terwijl het juist gaat om een enorm aantal kleine spelers, die maar één ding willen: een beetje vrijheid, een beetje zekerheid tegenover de autofabrikanten, wier praktijken ten opzichte van hun dealers ronduit schandalig beginnen te worden hier en daar. Het is David tegen Goliath, met de kanttekening dat de Commissie er deze keer blijkbaar zeker van wil zijn dat Goliath absoluut wint.

De toon en redenering achter de afschaffing van de vrijstellingsverordening zijn fout. Ze zijn verkeerd; ze zijn aan het verkeerde adres gericht. De interne markt en zeker het belang van de consument is niet gebaat bij een smallere manoeuvreerruimte voor, en minder rechtszekerheid en een lagere investeringsbereidheid bij garagehouders.

 
  
MPphoto
 

  Silvia-Adriana Ţicău (S&D).(RO) De EU-automobielsector, waarvan zowel de fabrikanten van auto’s als die van auto-onderdelen deel uitmaken, moet economisch efficiënt en innovatief blijven.

Gezien het feit dat de verkeersveiligheid wordt beïnvloed door de concurrentievoorwaarden op de auto-onderdelenmarkt, dringen wij bij de Commissie aan op de bevordering van een daadwerkelijke mededinging op de onderdelenmarkt, zodat de prijzen van alle soorten reserveonderdelen economisch verantwoord zijn. Kopers moeten een voertuig tegen concurrerende prijzen kunnen kopen en vrij zijn in hun keuze van degene bij wie ze reparaties en onderhoud laten verrichten, ongeacht welk distributiesysteem de verkoper heeft gekozen.

Het toekomstige wetgevingskader moet ervoor zorgen dat het midden- en kleinbedrijf in de toeleveringsketen van de automobielsector van gunstige voorwaarden kan profiteren en eventuele toenemende afhankelijkheid van grote fabrikanten kan voorkomen. Ook dienen de nieuwe bepalingen van het algemeen groepsvrijstellingsstelsel in de automobielsector worden uitgebreid tot de categorie eindgebruikers om eveneens met leasing rekening te houden.

 
  
MPphoto
 

  Sari Essayah (PPE). (FI) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, uit de voorgaande interventies blijkt heel duidelijk dat het Parlement vooral zeer bezorgd is over het evenwicht tussen autoverkopers en autoproducenten, wat zich onvermijdelijk weerspiegelt in de diensten die consumenten krijgen.

De noodzaak van dit evenwicht is vooral duidelijk op kleine markten, in dunbevolkte gebieden, zoals Finland en elders in Noord-Europa. Voor ons heeft het toestaan van de koop en verkoop door autodealers met verschillende merken prioriteit en het is de belangrijkste voorwaarde voor het waarborgen van adequate toegang van consumenten tot de diensten van de autosector.

Finland heeft vijf miljoen inwoners en dit jaar worden er naar schatting ongeveer 100 000 auto’s verkocht. Dat lijkt misschien een belachelijk klein aantal, maar daarom is het wel uitermate belangrijk dat deze wijzigingen multi-branding op geen enkele wijze in gevaar brengen.

De vorige verordening, die multi-branding in de autohandel waarborgde, was uitstekend, en daarom moeten wij ons afvragen waarom wij die in deze fase moeten wijzigen. Een ander belangrijk effect is dat het vermogen om consumenten in dunbevolkte gebieden te bedienen mogelijk verloren gaat en dat de mogelijkheid van consumenten om voertuigen in de eigen woonplaats te kopen in gevaar komt. Dat kan ook betekenen dat de kleinere merken alleen nog maar vertegenwoordigd zullen zijn in grote bevolkingscentra en op die manier zullen de consumenten aanzienlijk minder keuze krijgen tussen verschillende merken.

 
  
MPphoto
 

  Othmar Karas (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, u hebt nu naar ons geluisterd en je zou bijna kunnen zeggen dat dit het verschil is tussen praktijk en theorie. Ik doe een beroep op u en herhaal wat ik al in de lente van 2009 tegen de voorzitter van de Commissie heb gezegd.

Er zijn nog problemen voor dealers en voor het midden- en kleinbedrijf. We zitten in een financiële en economische crisis, de groei staat op de tocht en de werkgelegenheid wordt bedreigd. Het zou beter zijn om de bestaande verordening te verlengen. Een nieuwe verordening maakt al deze problemen alleen maar erger. Als iedere dealer nog maar één merk mag verkopen krijgen we te maken met het probleem van uiteenlopende regelingen in de lidstaten. We zijn tegen een vrijwillige gedragscodex en vóór een efficiënt mechanisme om de hand te houden aan de regels. We willen dat de grens van dertig procent voor de aankoop van reserveonderdelen wordt gehandhaafd, omdat erkende dealers daardoor meer keuzevrijheid krijgen.

De richtsnoeren zijn niet helder genoeg om de toegang tot technische informatie zoals die nu bestaat te handhaven. U hebt een aantal belangrijke contractuele clausules gewoon weggelaten, bijvoorbeeld de bepalingen inzake de opzegging en de termijnen die daarvoor gelden, de mogelijkheid om meerdere merken te verkopen, de overdracht van ondernemingen en geschillenregeling. Kiest u alstublieft ook partij voor het midden- en kleinbedrijf! Het recht om meerdere merken te verkopen maakt deel uit van de concurrentie en levert een bijdrage aan de consumentenbescherming. We willen meer concurrentie! Wie de mogelijkheden van het midden- en kleinbedrijf en van dealers beperkt, beperkt de concurrentie. Ik verzoek u om terdege rekening te houden met de wensen van de markt en van de bedrijven, alsmede met de resolutie van het Parlement, Maakt u gebruik van de 21 dagen die u nog resten!

 
  
MPphoto
 

  Paul Rübig (PPE).(DE) Mijnheer de Voorzitter, mijnheer de commissaris, eigenlijk hebben alle sprekers in het Parlement gepleit voor een mkb-vriendelijke aanpak. De sector van de toeleveranciers moet sterk zijn. Kleine toeleveranciers bieden veel werkgelegenheid. Niet alleen voor hen is het belangrijk dat concurrentie de basis van het systeem blijft, maar ook voor dealers, of ze groot zijn of klein. De concurrentie moet functioneren! Juist op de markt voor auto’s heeft de consument daar volgens mij recht op. Anders wordt hij met een eenzijdig systeem geconfronteerd en kan hij niet meer vrij kiezen. Vrije keuze is belangrijk, met name op het platteland. We moeten deze producten en diensten overal op het platteland aanbieden. Daarom denk ik dat de heer Karas het uitstekend heeft samengevat: we hebben niet veel tijd meer, dus moeten we die efficiënt gebruiken.

 
  
MPphoto
 

  Seán Kelly (PPE). - (EN) Mijnheer de Voorzitter, de eerste opmerking die ik wil maken is dat iedereen vindt dat de auto geen luxeartikel meer is maar een noodzaak. Dat realiseerde ik me twee week geleden, toen de vulkanische as ons trof, heel duidelijk. Ik moest door Europa en door Engeland reizen met de auto, de trein en de veerboot, en ik heb me nog nooit zo onafhankelijk en blij gevoeld als toen ik in mijn eigen auto zat.

Dus alles wat u kunt doen om de consument meer keus te bieden is heel belangrijk, maar het mag niet ten koste gaan van de kleine en middelgrote autohandelaren. Dat zijn meestal familiebedrijven in stadjes en dorpen. Ze doen veel voor iedereen, proberen aan de behoeften van de markt te voldoen en het is duidelijk dat ze in heel moeilijke omstandigheden moeten concurreren. Daarom ben ik het helemaal met de heer Karas en andere sprekers eens dat we met deze mensen rekening moeten houden en hun levensvatbaarheid moeten waarborgen.

 
  
MPphoto
 

  Jaroslav Paška (EFD). - (SK) Ik wil om te beginnen zeggen dat ik begrip heb voor alle inspanningen die worden ondernomen om consumenten in staat te stellen in volledige vrijheid hun eigen garagebedrijf te kiezen.

Aan de andere kant echter zie ik objectieve grenzen aan absolute vrijheid op dit vlak. Net zoals het niet in u op zou komen om een Europese Airbus voor onderhoud naar de werkplaatsen van Tupolev te sturen, is de eigenaar van eender welk automerk voor het onderhoud aan zijn auto aangewezen op de technologie en de werkmethodes van de producent.

Als een automobielproducent zijn klanten garantie biedt op zijn product dan heeft hij het recht om van de klant te vragen het onderhoud te doen uitvoeren overeenkomstig de door hem voorgeschreven procedures. Want indien een consument het onderhoud van zijn auto onderbrengt bij een garagebedrijf waarvan de werknemers niet over de benodigde kennis en vaardigheden beschikken, dan is er een risico op ondermaats onderhoud of misschien zelfs beschadiging van de auto. Willen we de consument beschermen, dan dienen we dus in te zien dat niet alle garages zomaar voor alle merken de vereiste onderhoudskwaliteit bieden kunnen. Ikzelf zou als klant de voorkeur geven aan een goed uitgeruste onderhoudswerkplaats met goed geschoolde werknemers voor mijn eigen concrete merk. Specialisering en goede verhoudingen met de producent zijn wel degelijk ook in het voordeel van de consument.

 
  
MPphoto
 

  Joaquín Almunia, vicevoorzitter van de Commissie. (ES) Mijnheer de Voorzitter, om te beginnen wil ik u danken voor de voortreffelijke wijze waarop u dit debat heeft voorgezeten en wil ik alle afgevaardigden danken voor hun inbreng.

Ik wil u niet alleen danken voor uw inbreng vandaag, maar ook voor alle andere buitengewoon interessante en waardevolle bijdragen die zijn gedaan in de loop van wat, zoals ik in mijn vorige rede al heb gezegd, een langdurig proces van raadpleging is geweest, in alle richtingen – als u mij die opmerking toestaat. Er is raadpleging geweest niet alleen van het Parlement en de verantwoordelijke commissies voor vraagstukken met betrekking tot de automobielindustrie, de concurrentie tussen distributeurs en consumentenzaken, maar ook van de lidstaten, van alle betrokken sectoren en in het algemeen van iedereen die zijn mening kenbaar wilde maken.

Elke regel en elk besluit op het gebied van mededinging is er uiteindelijk ten behoeve van de consument. Bij het maken van wetgeving op dit terrein gaat onze aandacht primair uit naar zijn belangen.

Wanneer consumenten op het punt staan om naar een dealer te gaan – wat voor alle consumenten en gezinnen een belangrijke stap is vanwege de grote uitgaven die ermee gemoeid zijn, zoals een van u terecht heeft opgemerkt – willen ze alles over prijzen en kwaliteit weten en willen ze kunnen vergelijken. En waarschijnlijk kan dat nu beter dan ooit tevoren. Consumenten willen ongehinderd en zonder belemmeringen die voortvloeien uit een gebrek aan concurrentie, hun keuze kunnen maken. Wij geloven dat die keuzemogelijkheid met de nieuwe verordening niet kleiner maar groter wordt. Zoals velen van u hebben gezegd, moeten consumenten zelf hun nazorg kunnen kiezen en zelf kunnen bepalen in welke garage ze hun auto laten repareren of nakijken. Consumenten willen dat garages over de juiste technische informatie, reserveonderdelen en noodzakelijke specificaties beschikken, of ze nu wel of niet aan de fabrikant van hun auto zijn verbonden.

Dit alles wordt met het huidige voorstel van de Commissie verbeterd. Het is echt allemaal verbeterd. Kijkt u alstublieft naar wat er in de tekst, het ontwerpvoorstel en de bijbehorende richtsnoeren staat. Op al die punten biedt de toekomstige regelgeving de consumenten meer voordelen dan de huidige.

Wat is er gebeurd met de kleine en middelgrote ondernemingen? Het is belangrijk om naar de mening van de mensen te luisteren, en dat doen we met veel aandacht en belangstelling. Dan bedoel ik de mening van iedereen, ook die van u natuurlijk.

Maar wat is er nu de laatste jaren met de kleine dealers gebeurd? Zijn ze in aantal toe- of afgenomen? Hebben ze van de verordening van 2002 geprofiteerd, en is het gemakkelijker voor ze geworden om het distributienetwerk, de distributiemarkt te betreden? Of zijn ze er juist door benadeeld en zijn ze op belemmeringen gestuit? Volgens onze ervaringen is eerder het laatste het geval. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van degenen die de verordening hadden opgesteld en erover hadden beslist, maar het is wel wat de ervaring van de laatste jaren ons heeft geleerd. Dat willen we nu corrigeren.

Wat is er tot nog toe gebeurd met bepaalde garages en bepaalde fabrikanten van auto-onderdelen? Zij ondervinden problemen die met de nieuwe verordening en de nieuwe richtsnoeren zullen verdwijnen.

Daarom doen we dit voorstel voor een verordening en voor richtsnoeren die voor kleine ondernemingen over de hele keten meer mogelijkheden en kansen creëren – van fabricage van onderdelen tot autoreparatie.

Velen van u hebben verwezen naar dealers. De meningen van de dealers hebben mij niet alleen bereikt via schriftelijke adviezen en de verslagen van bijeenkomsten waaraan ik niet zelf heb deelgenomen, maar ik heb ook persoonlijk met ze gesproken, in een buitengewoon constructief gesprek. Niet alle dealers hebben dezelfde belangen. Er zijn grote dealers, die in sommige lidstaten een sterke marktpositie hebben, maar ook veel kleinere, die tevredener zijn met de regelgeving die we nu voorstellen dan met die welke sinds 2002 van kracht is, omdat ze hebben gezien dat bepaalde aspecten, die in 2002 niet zo door de wetgever waren bedoeld, niet in hun belang zijn geweest, maar het juist moeilijker hebben gemaakt om de concurrentie van grote dealers het hoofd te bieden.

En tot slot de opzegtermijnen. We zorgen voor bescherming. We voorzien zelfs in uitzonderingen voor gevallen waarin de huidige regelgeving – en dan bedoel ik zowel de voertuigverordening als de algemene verticale groepsvrijstellingsverordening – ondanks onze inspanningen als wetgevers nadelig uitwerkt op de mededinging. In die gevallen kunnen we afzien van toepassing van de regelgeving. Dat kunnen we doen voor de algemene verticale groepsvrijstellingsverordening en we zullen het kunnen doen voor de specifieke verordening voor voertuigen.

Ik deel dus uw zorgen. Maar ik geloof dat het voorstel voor een verordening daar beter aan tegemoet komt dan de vigerende regelgeving, niet omdat we nu slimmer zijn dan acht jaar geleden, maar simpelweg omdat we allemaal van ervaring leren. We moeten onze oren te luister leggen, maar het is ook belangrijk om van ervaring te leren.

 
  
MPphoto
 

  De Voorzitter. Tot besluit van het debat is één ontwerpresolutie ingediend(1) overeenkomstig artikel 115, lid 5 van het Reglement.

Het debat is gesloten.

De stemming vindt morgen plaats.

Schriftelijke verklaringen (artikel 149)

 
  
MPphoto
 
 

  George Sabin Cutaş (S&D), schriftelijk. (RO) De aankoop van een auto is vaak de grootste huishoudelijke uitgavenpost in de Europese Unie, na de aankoop van een huis. Via de groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen stelt de Commissie voor om een eind te maken aan de huidige vrijstelling in de automobielsector en om algemene mededingingsregels in te voeren.

Ik denk dat als bepaalde clausules in de regelgeving voor de sector worden geschrapt, in het bijzonder die met betrekking tot de vrijheid om tot 70 procent van de verkoop te laten verlopen via tussenpersonen die verschillende automerken verkopen, het risico ontstaat dat tussenpersonen sterker van producenten afhankelijk worden, waardoor dan weer de concurrentie wordt beperkt en de consumenten minder keuzevrijheid op de Europese automarkt krijgen.

We bevinden ons in een situatie waarin een groot aantal tussenpersonen in de automobielsector, met name kleine en middelgrote ondernemingen, die toch al kwetsbaarder zijn, van de Europese markt zou kunnen verdwijnen, met als gevolg dat de gehele Europese auto-industrie wordt verzwakt.

Daarom doe ik een beroep op de Commissie om de gevolgen van haar voorstellen te onderzoeken en daarbij rekening te houden met de structuur van de Europese automobielsector, waarin het midden- en kleinbedrijf een belangrijke rol speelt, en eveneens, zo nodig tegen het einde van de drie jaar verlenging van de huidige regelgeving een nieuwe verordening voor te leggen.

 
  
MPphoto
 
 

  Bogdan Kazimierz Marcinkiewicz (PPE), schriftelijk. – (PL) In het kader van mijn bijdrage aan het debat van vandaag over de groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen wil ik u er graag aan herinneren dat de Commissie in 2009 een mededeling heeft gepubliceerd over het toekomstige kader van mededingingsrecht dat geldt voor de motorvoertuigensector. Daarin wordt de wetgevingsstrategie gedefinieerd voor de distributie en service na verkoop van motorvoertuigen na het verstrijken van Verordening (EG) nr. 1400/2002. Derhalve stelt zich nu het probleem van een gepaste reactie van de mededingingsautoriteiten met betrekking tot de toegang tot technische informatie, reserveonderdelen en erkende garages, alsmede met betrekking tot het misbruik van garanties. Ik zou bijgevolg willen vragen of de Commissie er zeker van is dat de oplossing die ze heeft toegepast een alomvattende bescherming van de mededinging in deze sector zal garanderen.

 
  
MPphoto
 
 

  Róża Gräfin Von Thun Und Hohenstein (PPE), schriftelijk.(PL) De groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen is een buitengewoon belangrijk document voor de Europese Unie, omdat meer dan 3,5 miljoen mensen die werkzaam zijn in de Europese automobielsector, zowel op de primaire als op de secundaire markt, er rechtstreeks mee te maken hebben. Deze verordening heeft gunstige operationele voorwaarden geïntroduceerd, die de concurrentie op de automobielmarkt hebben versterkt. Hierdoor zijn nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd en heeft de markt zich doeltreffend en stabiel kunnen ontwikkelen, hetgeen in het belang is van consumenten, grote autoconcerns en onafhankelijke bedrijven. Wat ook erg belangrijk is, is dat ze de Europese consumenten een brede toegang tot diensten en goederen op de automobielmarkt garandeert. Het document is van bijzondere betekenis voor onafhankelijke autoreparateurs, die toegang moeten hebben tot technische informatie om doeltreffend te kunnen concurreren met erkende reparateurs, en voor onafhankelijke producenten van auto-onderdelen. Ik was zeer blij te vernemen dat de Commissie besloten heeft deze verordening te verlengen. In resolutie B7-0245/2010, roept het Europees Parlement de Commissie op om duidelijkheid te verschaffen over de kwesties die ik in een schriftelijke vraag aan de Commissie van 16 april van dit jaar aan de orde had gesteld, zoals de toegang tot technische informatie voor onafhankelijke producenten, en om een precieze omschrijving te geven van de begrippen ‘onderdelen van vergelijkbare kwaliteit’, ‘originele onderdelen’ en ‘technische informatie’. Degenen voor wie de groepsvrijstellingsverordening motorvoertuigen bedoeld is, hebben, gezien hun niet geringe rol in de economie, duidelijke en precies geformuleerde wetgeving nodig.

 
  

(1)Zie notulen.

Juridische mededeling - Privacybeleid